Een beschonken mensch, van eene naar eenige andere plaats willende gaan, wijkt, door te zwaaijen, dan aan deze dan aan gene zijde af van zekeren weg tusschen die twee plaatsen, en de werking der wet der geschiktmaking en de werking der wet der veranderlijkheid op blz.258gemeld, trachten gedurig die afwijkingen te vernietigen, en dien persoon brengen op den gemiddelden van al de verschillende wegen, die hij herhaalde keeren in staat van dronkenschap tusschen beide gemelde plaatsen zal volgen.Die gemiddelde weg is nu echter ook die welke een niet beschonken mensch tusschen die twee plaatsen zal volgen, en het gaan langs dien gemiddelden weg is aldus iets meer algemeen, dan het regts en links afwijkenervan in staat van dronkenschap. Die wandeling van dien beschonken mensch is aldus een verschijnsel, waarvan het meer algemeene is dat beoogt wordt om haar te maken langs dien gemiddelden weg en het meer bijzondere in de afwijkingen hiervan bestaat. Van de gemiddelde toestanden, waarvan af deze afwijkingen, welke de werking der wet van geschiktmaking en de werking der wet der veranderlijkheid, op blz.257gemeld, trachten te vernietigen, bestaan, wordt trouwens den aard steeds door iets meer algemeen en minder veranderlijk bepaalt dan hetgeen den aard dier afwijkingen bepaalt. Het verschil tusschen het gemiddelde mannen en het gemiddelde vrouwenkarakter wordt bijv. bepaalt door de verschillen in ligchaamsorganisatie en werkkring der mannen en vrouwen in het algemeen, doch dat sommige vrouwen een vrij mannelijk karakter verkrijgen, van eene dergelijke afwijking kan de oorzaak van zulk een algemeenen aard niet zijn. Dit is eveneens het geval met de afwijkingen uit het oogpunt der gezondheid der ligchamen der menschen van het gemiddelde menschelijke ligchaam. Zooals op blz.78gezegd is, kan, wegens de optrekkende werking van den geest en de terugtrekkende werking der aarde, dit gemiddelde menschelijke ligchaam niet volmaakt gezond zijn, doch van den ziekelijken toestand er van zal niet anders te zeggen zijn, dan dat geen zijner organen volmaakt goed werken.Zoo de menschelijke ligchamen in geen staat van ontwikkeling verkeerden, zou daarentegen het volmaakt gezonde ligchaam het gemiddelde zijn, zoodat het, bij het wel bestaan dier ontwikkeling, niet de uiterste afwijking ter eene zijde kan zijn, en wel te minder hoe zwakker die ontwikkeling is. Men kan zich aldusbij sterkere afwijkingen aan die zijde alsware te bloeijende ligchamen voorstellen, evenals men zich zie blz.215menschen kan denken in alles aan hoogere eischen voldoende dan die voor de behoeften der thans bestaande maatschappij nuttig en noodig zijn. In de werkelijkheid ontmoet men echter evenmin zulke ligchamen als zulke karakters, omdat bij geen van beide de verschillende deelen met elkander in harmonie zijn.Ditzelfde gebrek aan harmonie neemt men waar bij de voorstellingen der menschen van hoogere maatschappelijke toestanden en wereld en levensdoelen. Niet alleen zijn, zooals op blz.73gezegd is, die voorstellingen scheef, maar men vindt er tevens bij hoogere en lagere voorstellingen dooreengemengd, en de laatste betreffen dan zaken, waarvan de hoogere voorstellingen het meeste met de zinnelijkheid en met de zucht om in zeker opzigt voor het heden geschikte toestanden daar te stellen, in strijd zijn. Het socialisme, het pantheisme enz. leveren voorbeelden op van dergelijke mengsels van op verschillende trappen staande voorstellingen.Menschelijke ligchamen zie blz.78even hoog boven die der dieren verheven, kunnen in gezondheidstoestand verschillen, doch, zoo men althans de ligchamelijke ontwikkeling van het menschelijke geslacht (wel van de bovengemelde der individuen te onderscheiden) niet noemenswaardig stelt te zijn, zullen die ligchamen, op de gemiddelde hoogte van verheffing boven de ligchamen der dieren, staande, gemiddeld de gezondste zijn, ten gevolge van den op blz.234gemelden inwendigen drang.Gevolgen van verschijnsels worden door deze, zie blz.258vergroot zoolang deze zie blz.297door andere er mede gelijkslachtige gevolgen en door de werking der wet van geschiktmaking niet vernietigd zijn. Geschiedde dit niet, zoo zou de werking van laatstgemelde wet, benevens gevolgen dier gevolgen en hiermedegelijkslachtig zijnde, deze beletten zeker maximum te overschrijden zie blz.261. Geschiedt dit daarentegen wel, zoo zullen beide laatstgemelde werkingen, die eerste gevolgen in intensiteit reeds wat hebben doen afnemen, wanneer de hen opwekkende verschijnsels, wegens bovengemelde reden, opgehouden hebben te bestaan. De pijn, door een slag teweeg gebracht, en die in intensiteit afneemt, na het ophouden van het slaan, vernietigt dit niet, doch dit geschiedt door andere gevolgen van den slag, namelijk door den wederstand door de slaandehandontmoet, door physiologische werkingen binnen het ligchaam van hem die slaat, tengevolge van zijn wil teweeg gebragt enz.Goede daden doen de zedelijke ontwikkeling van hen die ze bedrijft toenemen, doch, nadat die daden, tengevolge der uitputtende werking van met hen gelijkslachtige gevolgen opgehouden hebben te bestaan, zooals bijv. die van het redden van iemand door het feit dat hij buiten gevaar is, zal de werking der wet van geschiktmaking die verkregen vergrooting in zedelijke ontwikkeling, zie blz.124, alsware trachten weg te slijten. De voldoening over het bedrijf van zulk eene daad is nu niet, zooals sommigen beweren, de belooning er van, maar de blijde bewustheid, dat men eene aanwinst in zedelijke ontwikkeling verkregen heeft, eene bewustheid, die eene verkeerde rigting nemende, denzelfden verslappenden invloed als zie blz.259ondoelmatige belooningen kan hebben.De werking der wet van geschiktmaking tracht de positie der menschen in alle opzigten in harmonie te brengen met hunne omgeving, en aldus bijv. menschen hunne vrijheid te ontnemen, zoo zij, met betrekking tot de maatschappij waarin wij verkeeren, vrijwillig niet genoegzaam arbeiden. Diezelfde werking tracht bijv. ook, wanneer den grond ter vermenigvuldiging van het aantaleigenaars te veel versnipperd wordt, de hierdoor ontstaande nadeelen te doen verdwijnen. Men heeft in dergelijke gevallen toch niet te doen met zie blz.231een veranderlijk, maar met een zamengesteld doel, en hierbij zou, zoo de werking der wet der veranderlijkheid niet bestond, er eindelijk geschiktheid in alle opzigten ontstaan. Dit zou eveneens het geval zijn met de verdeeling van het menschdom in uit bij elkander passende personen bestaande deelen, zie blz.128en 255, zoo de werking der wet der veranderlijkheid de menschen in aard niet veranderde, en niet menschen deed geboren worden in kringen, waarin zij, zie blz.294, wegens hun geestelijken aanleg niet passen.Mislukkingen hebben plaats, doordat, tengevolge eener werking van laatstgemelde wet, handelingen gevolgen baren, die hen niet slechts vernietigen, maar zie blz.258somtijds een tegenovergestelden toestand als die, door die handelingen daargesteld, teweeg brengen. Men poogt bijv. door eene omwenteling een staat in een geavanceerden toestand, waarvoor hij nog niet rijp is, te brengen, ondervindt tegenstand, en er ontstaat tijdelijk eene reactie. Men valt, door getal of beleid overmagtige vijanden aan, wekt het strijden dezer op, en wordt van aanvallers aangevallenen, tenzij de slijtende werking der wet van geschiktmaking de vijanden, nadat den aanval afgeslagen is, zijn strijden doet staken zie Noot blz.300. Zoo daarentegen zulk een aanval gelukt, bestaat er tusschen hem en den strijd wederkeerige versterking, en worden beiden vernietigd door het er door opgewekte gevolg, in de vlugt van den vijand bestaande. Dit gevolg is nu wel de op blz.258gemelde werking der wet der veranderlijkheid, maar verkeert in hetzelfde geval als het gevolg in Noot blz.300gemeld, namelijk het tracht deszelfs oorzaak niet negatief te doen worden. Dergelijke gevolgverschijnsels, waarover wij op blz. 660 vanons werk get.Over de werking der natuurwetten op zedelijk gebied enz.gehandeld hebben, kunnen aangemerkt worden als de tegenhangers van die welke hunne oorzaken onveranderd laten, in plaats van deze, zooals bij de andere op blz.261gemelde werking der wet der veranderlijkheid gezegd is, te versterken. Deze laatste gevolgen zijn daarentegen de tegenhangers van die welke hunne oorzaken negatief doen worden, en het zie blz.258weder positief opwekken van die oorzaak door het negatief geworden gevolg, kan als den tegenhanger der wederkeerige verzwakking van twee zie blz.265op elkander werkende verschijnsels beschouwd worden.Naarmate zaken eene fijnere nuance eener eigenschap gemeen hebben, zal de kans, dat al hunne andere eigenschappen dezelfde zijn, grooter zijn.Wij leeren gebruik te maken van ons ligchaam met betrekking tot hetgeen er buiten gelegen is. Verandert nu die betrekking, tusschen ons ligchaam en hetgeen er buiten ligt, plotseling, zoo wordt het gebruik van het ligchaam verkeerd, edoch slechts tijdelijk, omdat de werking der wet van geschiktmaking leert het ligchaam in deszelfs nieuwen toestand van lieverlede goed te gebruiken. De veranderlijkheid is aldus ook in dit geval eene oorzaak van dwaling zie blz.231. Niet minder is zulks het vooruitloopen van de rede door de verbeelding, en zoo dit in sterke mate het geval is, waar de werking van het verstand zie blz.178de controlerende aanschouwing weinig vooruitloopt, en aldus die werking steeds vrij juist kan zijn, ontstaan er krankzinnigheid. Wanneer daarentegen de verbeelding die controlerende aanschouwing slechts sterk vooruitloopt in de gevallen waarin de werking van het verstand zulks ook moet doen, ontstaat er bijgeloof zie blz.117.De werking der wet van geschiktmaking beperkt zie blz.302bij gelijksoortige gevallen afwijkingen in onregelmatigheidvan de onregelmatigste gemiddelden dier gevallen. Bij de regelmatige gevallen, voortbrengsels van oorzaken, ontstaat er toch als ware zekeren toestand van onvast evenwigt, die allerhande accidentele omstandigheden, in die oorzaken begrepen, zullen trachten te verstoren. Die onregelmatigste gemiddelde gevallen behoeven aan minder voorwaarden dan de meer regelmatige te voldoen,zoodat derzelver kans van voorkoming grooter dan die van deze zal zijn. De werking der wet van geschiktmaking zal aldus het ontstaan van gevallen van eenige soort moeijelijker maken, naarmate de kans van voorkoming er van kleiner wordt, doordat het karakter van regelmatigheid er bij grooter wordt. Dergelijke gevallen, wier kans van voorkoming zeer klein zou zijn, zoo boven gemelde werking der wet van geschiktmaking niet bestond, zullen aldus door deze werking onmogelijk gemaakt worden. De eenigzins minder regelmatige gevallen, waarvan anders de kans van voorkoming wat grooter zou zijn, zullen, tengevolge dier die regelmatigheid storende werking der wet van geschiktmaking, slechts uiterst zeldzaam kunnen plaats hebben, omdat, zoo zij meer plaats hadden, de kans er van anders beneden tot zooeven gemeld minimum zou dalen door kleiner te worden, zooals bijv. het bij herhaling trekken van een zeer groot aantal witte ballen uit eene bus evenveel witte als zwarte ballen bevattende.Gevallen, waarbij de werking der wet van geschiktmaking aldus is, dienen echter uit eene aaneenschakeling van verschijnsels (bijv. trekkingen uit gemelde bus) te bestaan, welke op elkander van invloed zijn (bijv. door het onbewust niet voor het gevoel identiek zijn dier witte en zwarte ballen) en aldus niet van elkander onafhankelijke verschijnsels te zijn. Zie verder hierover blz. 579 van ons werk get. Vervolg op het werk get.: Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz.De accidentele omstandigheden, waarvan hierboven gesproken is, zijn werkingen der wet der veranderlijkheid zie blz.251, doch de werking der wet van geschiktmaking tracht die omstandigheden te doen bestaan uit de gezamentlijke werking van vele veranderlijke omstandigheden, en hen hierdoor een meer algemeen karakter te geven. Zijn er daarentegen enkele omstandigheden overheerschende, zoo kan men meer bijzondere en regelmatige gevallen, namelijk die, waarbij eene al of niet periodieke herhaling van hetzelfde plaats heeft, verkrijgen. Dit is bijv. het geval bij het achtervolgens trekken van witte ballen uit bovengemelde bus, zoo dit met de ballen in het gezigt geschiedt, en de trekker eene blijvende voorkeur voor de witte ballen bezit, en even eens,wanneer de regelmatige vorm van ligchamen bij schudding dezer, tot eene regelmatige wijze van groepering er van leidt.Zijn wij onbekend met zulke overheerschende bijzondere omstandigheden, zoo spreken wij van toeval, doch, voor het voortbrengen van regelmatige gevallen, moeten zij desniettemin bestaan. Alleen kan men zeggen, dat dezelfde overheerschende omstandigheden alsdan minder steeds dezelfde soort van regelmatigheid zullen voortbrengen, dat dit zal afhangen van hun verband met andere omstandigheden, en dat die wisselingen van regelmatigheid eene resulterende onregelmatigheid zullen voortbrengen.Heeft men nu uit bovengemelde bus achtervolgens slechts witte ballen getrokken, zoo zullen de nog niet uitgewischte ons onbewuste indrukken dier vorige trekkingen opgehoopt zijn, en er aldus bestaan een regelmatigheidsverschijnsel in den tijd, waarvan de regelmatigheid bij de volgende trekkingen slechts tot zekeren grens kan vergroot worden. Het moet dunkt ons alsdan wat moeijelijker worden om, onder de voor ons menschenonbewuste invloeden der vorige trekkingen, nogmaals een witten dan een zwarten bal te trekken. Men bedenke dat, daar beide soorten van ballen onderscheiden zijn, bij het trekken van witte, er iets anders dan bij het trekken van zwarte ballen moet plaats hebben, en dat de vorige trekkingen een materieel spoor achtergelaten hebben. Bestaat er nu bij dit spoor zekere regelmatigheid, zoo zal bij eene volgende trekking deze regelmatigheid gemakkelijker verzwakt dan versterkt worden, en het eerste door het trekken van een zwarten en het laatste, door het nogmaals uit de bus halen van een witten bal, plaats hebben.Hoe meer witte ballen men achtervolgens getrokken heeft, hoe ligter toch geheel verstoorbaar de dan meer geprononceerde oorzaak er van, namelijk een van bovengemelde accidentele overheerschende omstandigheden, zal worden. De kansrekening, waarbij er geen door de werking der wet der geschiktmaking niet geheel uitgewischten invloed der vorige rekkingen op de volgende aangenomen wordt, toont aan dat, naarmate er meer trekkingen gedaan worden, de kans, dat men evenveel zwarte als witte ballen zal trekken, grooter wordt. Dit ontstaat doordat bij dit geval een grooter aantal verschikkingen tusschen de witte en zwarte ballen mogelijk is dan bij de andere gevallen, en in zooverre zal dit geval elk dier andere in onregelmatigheid overtreffen, en wel te meer hoe grooter het aantal trekkingen is. Behoudens de voorwaarde, dat de periodieke afwisseling der getrokken witte en zwarte ballen er niet onregelmatiger bij is, zal elk dier andere gevallen zich aldus niet zoo dikwijls als het eerste, zie blz.308, kunnen herhalen.De regelmatige groepering van witte en zwarte ballen binnen eene bus, zal, bij het schudden onder den invloed van allerlei veranderlijke omstandigheden, verstoord worden, terwijl hierdoor eene primitieve onregelmatigegroepering derzelver karakter van onregelmatigheid niet tot buiten zekeren grens kan verliezen, mits die witte en zwarte ballen niet voor die schuddende bewegingen identiek zijn. Regelmatige groepering der ballen binnen de bus oefent nu op het schudden dezer een dergelijken invloed uit als de overschietende sporen van vorige regelmatige trekkingen op de volgende, en terwijl bij zulke regelmatigheden in den tijd langer geleden voorvallen van minder invloed zijn op de regelmatigheid bij de volgende, zoo zal bij regelmatigheid in de ruimte, die bij verder gelegen plaatsen minder beletten ergens regelmatigheid te doen ontstaan, naarmate die plaatsen hier verder van verwijderd zijn. Binnen eene bus, er zekere verhouding tusschen het aantal er in bevatte witte en zwarte ballen bestaande, zoo zal binnen vakken dier bus, een groot aantal ballen bevattende, bij eene zeer regelmatige wijze van groepering dezer, desniettemin ongeveer dezelfde verhouding tusschen de witte en zwarte ballen bestaan dan binnen de gansche bus. Wegens het groote aantal der ballen binnen elk dier vakken, zal toch regelmatigheid bij een derzelve alsware in de ruimte ver van die binnen de aangrenzende vakken verwijderd zijn, en er aldus weinig invloed op uitoefenen18.Buitendien zullen bij onregelmatige schudding der bus, uit zulke vakken, waar binnen de verhouding voor de witte ballen gunstiger is dan binnen de aangrenzende vakken, er meer witte ballen uitgaan dan er weder binnen komen.Om dit anders te doen uitvallen, zouden meer dezelfde witte ballen, uit zulk een vak door schudding gegaan zijnde, er weder door schudding in terug moeten komen, en aldus deze, onder den invloed van vele omstandigheden zijnde, eene regelmatigheid teweeg brengen veel grooter zijnde dan die teweeggebragt door het bestaan van ongeveer dezelfde verhouding tusschen de witte en zwarte ballen binnen elk dier vakken. Zoo deze integendeel weinig ballen bevatten, zal het omgekeerde het geval zijn, zoodat binnen die betrekkelijk kleine vakken de verhoudingen tusschen de witte en zwarte ballen op eene zeer onregelmatige wijze zullen varieren. Binnen veel ballen bevattende bussen zullen voorts die betrekkelijk kleine vakken, waarbij de verhouding tusschen de witte en zwarte ballen zeer varieert, iets grooter zijn dan binnen kleine minder ballen inhoudende bussen.Geschud wordende verschillende vochten bevattende vaten kunnen met bussen, ontzettend veel uiterst kleine ballen van verschillende kleur bevattende, vergeleken worden. Elk der nog te onderscheiden kubieke ruimten binnen zulk een mengsel zal een uiterst groot aantal moleculen van die verschillende vochten bevatten, en aldus binnen elk dier zoo kleine ruimten de verhouding tusschen de verschillende vochten uiterst nabij dezelfde moeten blijven als binnen het gansche vat, zoo hier binnen de vermenging de verschillende vakken zoo onregelmatig mogelijk is. Binnen ruimten, betrekkelijk weinig vochtdeelen bevattende, zal alsdan wel is waar die verhouding varieren, edoch die ruimten, zoo klein zijn, dat zij zelfs met het sterkst gewapende oog niet te onderscheiden zijn.Stelt men dat zekere beslotene ruimte, een uiterst groot aantal poeijerdeelen met allerlei onregelmatige snelheden begiftigd, bevat, zoo zal elk onderdeel dierruimte, dat gemiddeld een zeer groot aantal dier poeijerdeelen zou inhouden, er steeds nabij evenveel en evenveel als de andere even groote onderdeelen bevatten. Om dit toch anders te doen worden, en bijv. binnen een dier deelen betrekkelijk belangrijk meer poeijerdeelen te doen komen, zouden deze om de grenzen van dit deel gelijktijdig hier naar toe gerigte snelheden moeten verkrijgen, hetgeen iets zeer regelmatigs zou zijn, en onmogelijk wordt, zoo die snelheden onder den invloed zijn van een menigte van omstandigheden.Zoo daarentegen binnen zulk een onderdeel er belangrijk meer van die poeijerdeelen dan binnen omliggende gelegen zijn, zal de overmaat dier poeijerdeelen door allerlei snelheden, door die in de eene rigting eerder, door die in andere rigtingen later, uit zulk een onderdeel gebragt worden19.Worden aan zulke poeijerdeelen snelheden medegedeeldonder den invloed eener enkele overheerschende omstandigheid, dan kan daarentegen derzelver digtheid van groepering binnen elk dier onderdeelen zeer gaan verschillen. Dit heeft bijv. plaats, zoo men met de hand strijkt over een deel eener laag poeijer. Alsdan komen zeer vele digt bij en onder elkander gelegen poeijerdeelen onder den invloed dier bij alle op dezelfde wijze werkende omstandigheid, die klaarblijkelijk voor die poeijerdeeltjes niet als de gezamentlijke werking van uiterst vele omstandigheden gelden kan, daar in dit geval deze bij elk der poeijerdeelen op eene andere wijze werken zou. Dit laatste is bijv.het geval, zoo elk dier deeltjes beweegt tengevolge der gezamentlijke aantrekking van al de overigen.De gezamentlijke werking van al de omstandigheden is alsdan voor elk der poeijerdeelen verschillend en bezit dientengevolge een karakter van algemeenheid. Dit is insgelijks het geval bij het op blz.158gemelde sterrenstelsel. Voor de hemelbollen hiervan bestaat er zekere kans om digt bij elkander bij hun perihelium, en ver van elkander bij hun aphelium te liggen, zullende die eerste kans veel kleiner dan de tweede zijn. Hieruit volgt dat bij ruimten, zeer veel van die sterren bevattende, de verhouding tusschen de sterren, digt bij hun perihelium en digt bij hun aphelium gelegen, wegens den invloed van eene menigte van omstandigheden, op het meeste slechts weinig zal kunnen varieren, doch dat bij verzamelingen van slechts weinig sterren, die verhoudingen sterk zullen verschillen, zoo de ligging dier hemelbollen met betrekkingtot elkander zeer onregelmatig is. Het aanzienlijk verschillen dier verhouding bij die elk zeer veel sterren bevattende ruimten zou vereischen, of dat binnen deze meer sterren dan gemiddeld bij hun perihelium, of bij hun aphelium gelegen zijn, doch in beide gevallen zou er iets bijzonders moeten plaats hebben, in het eerste, dat veel sterren bij paren bijna tegelijk in hun perihelium komen, in het tweede, dat zij bij hun aphelium tegelijk van alle kanten even sterk aangetrokken worden, eene onmogelijke regelmatigheid wegens de veranderlijke aantrekking van elk dier sterren door eene ontzaggelijke menigte van andere.Hoe sterker nu bij verschijnsels de werking van zeer vele variƫrende omstandigheden blijft, hoe moeijelijker enkele omstandigheden overheerschende zullen werken, en dit zou bij het gemelde sterrenstelsel steeds in hooge mate het geval zijn, zoo niet de hemelbollen zie blz.161, tengevolge der wrijving tegen elkander bij botsing, zulke korte banen konden verkrijgen, dat zij onder de zeer overheerschende aantrekking van een hunner gedurende langen tijd kunnen blijven.Zoo de op blz.313gemelde poeijerdeelen langs flaauw gebogene kromme lijnen bewegen, zal er iets regelmatigs bij hunne snelheden bestaan. Op het meeste onregelmatig zullen deze zijn, zoo zij over betrekkelijk de grootte dier poeijerdeeltjes zeer kleine distantien allerlei rigtingen verkrijgen, of anders gezegd, zoo die poeijerdeeltjes in uiterst onregelmatige trillende beweging zijn, en elk derzelve dezelfde buren, met betrekking waarvan het op de onregelmatigste wijze dan nadert dan zich verwijdert, behoudt, dat is wanneer die poeijerdeeltjes moleculen zijn van eene vloeistof, waarbij overmaten van afstooting het digt bij een en overmaten van aantrekking het ver van een komen der moleculen tegengaande, deze, nadat zij zeer kort zich in eene rigting bewogen hebben, geheel van rigting veranderen.Stelt men verder dat die deelen oneindig klein en oneindig digt bij elkander gelegen zijn, zoodat elke kleinst eindige ruimte een oneindig aantal er van bevat, zoo zal, zoo binnen elk dier ruimten de toestand dier gasdeelen volmaakt identiek is met die binnen de andere gelijk en gelijkvormige ruimten, de onregelmatige toestand dier gasdeelen niet minder worden, omdat, naar aanleiding van blz.311, de regelmatigheid van iets niet vergroot door gelijkvormigheid met iets anders betrekkelijk oneindig ver er van gelegen, of anders gezegd, dat tusschen beiden een oneindig aantal zaken, hier gasdeelen, gelegen zijn. In zulk een toestand moet nu naar ons inzien zie blz.171de ether, voor zooverre deze niet onder den invloed der hemelbollen is, verkeeren, en aldus die toestand niet slechts zie blz.174uiterst zamengesteld en onveranderlijk, maar tevens onregelmatig zijn, zoodat de werking der wet van geschiktmaking, door de veropenbaringen der zelfstandigheid door beweging zie blz.257meer tot de natuur van den ether te doen naderen, hen niet slechts minder veranderlijk, maar tevens minder regelmatig doet worden. Bij verdamping, overgang van gewone snelheden in zie blz.251gedurig geheel van rigting veranderende warmtetrillingen, bij verbrekingen van toestanden van onvast moleculair evenwigt (zooals bijv. bij vochten beneden het vriespunt afgekoeld) bij de scheiding van vaste ligchamen in verstuivende poeijerdeelen heeft dit insgelijks plaats.Het bestaan binnen den ether van hemelbollen, waarbij de digtheid van groepering der atomen veel grooter is dan bij den ether, is eene regelmatigheid ontstaan door de overheerschende werking der aantrekkingskracht dier bollen zie blz.159in begin van vorming, en waarbij er dan eene werking der wet der veranderlijkheid, waarbij oorzaak en gevolg zich wederkeerig versterken, bestaat.Die aantrekkingskracht is hierbij geweest eene op zeerveel stofdeelen op dezelfde wijze werkende omstandigheid, en op dergelijke wijze is al het regelmatige en aldus bijzondere, dat bij de veropenbaring der zelfstandigheid door beweging bestaat, ontstaan. De werking der wet der veranderlijkheid begint dit te doen,doch heeft zij dit regelmatige en bijzondere voortgebragt, zoo kan de werking der wet van geschiktmaking verschillende bijzondere en regelmatige zaken zoodanig wijzigen, dat zij in harmonie met elkander worden, of anders gezegd bij elkander passen. Accidentele omstandigheden, werkingen zijnde der wet der veranderlijkheid, storen nu gedurig de door overheerschende en gedurende zekeren tijd in werking niet veranderende omstandigheden in stand gehoudenregelmatigezaken, doch bestaat hier harmonie bij, zoo zal de werking der wet van geschiktmaking die alsdan afwijkingen voortbrengende storingen trachten te verzwakken. Buitendien tracht zij deze op eene onregelmatige wijze te doen voorkomen, zoodat, als die afwijkingen in grootte verschillen, en voor elk dier afwijkingen van verschillende grootte zekere kans tot ontstaan bestaat, bij zeer veel van die afwijkingen de werking der wet van geschiktmaking de afwijkingen van elke grootte tracht te doen voorkomen in verhouding van dergelijke kans van voorkoming. In harmonie met de lengte der beenen van menschen verkrijgen deze bijv. op egaal terrein eene voor hen gemakkelijkste lengte van pas. Accidentele afwijkingen zullen echter maken, dat onwillekeurig, dat is zonder dat eene overheerschende omstandigheid tengevolge van zeker voornemen hiertoe leidt, die passen naar beide zijden van dien gemakkelijksten pas afwijken. Hoe grooter nu die afwijkingen ter eene of andere zijde zijn, hoe moeijelijker zij zullen voorkomen, en nu zal de werking der wet van geschiktmaking maken, dat bij zeer veel passen de groote en kleine passen niet regelmatig, maar onregelmatig afwisselen.en dat de passen, het minste in grootte met den gemakkelijksten verschillende, meer dan die, er meer mede verschillen, zullen voorkomen20.Buitendien tracht de werking der wet van geschiktmaking, zonder de harmonie tusschen bijzondere en regelmatige zaken te schaden, hen meer algemeen, onveranderlijk en onregelmatig te doen worden.Hoe onveranderlijkheid en onregelmatigheid zamen kunnen gaan blijkt wel bij mengsels van vochten. Giet men bijv. voorzigtig wat wijn binnen water, zoo kan men maken dat beide vochten zich niet dadelijk egaal vermengen, en gedurende de verspreiding van den wijn binnen het water, wordt dan de aanblik van het gevulde glas gedurig anders. Schudt men dit echter op eene onregelmatige wijze, zoo wordt het mengsel overal egaal en de aanblik er van blijft steeds denzelfden.Het is voorts onjuist dat onregelmatigheid steeds gemis aan doel of geschiktheid zou aantoonen. Dat dit voor ons vaak het geval is, komt hier vandaan, dat wij het onregelmatige beschouwen uit een bijzonder en beperkt oogpunt, evenals bijv. een denkbeeldig wezen zeer onregelmatige vermenging van vochtdeelen van verschillende soort binnen ruimten slechts betrekkelijk weinig vochtdeelen bevattende. Zoo wij daarentegen het onregelmatige konden beschouwen uit een zeer algemeen oogpunt, bijv. op eene wijze, te vergelijken met die waarop wij de egale mengsels van verschillende vochten beschouwen, zoo zou dit begrip van wanorde en doelloosheid, door het onregelmatige verwekt, geheel bij ons verdwijnen.Wij hebben ons naar vele regelmatige toestanden, door gedurende voor ons lange tijden standvastige omstandigheden overheerscht, geschikt, en daarom schijnt ons het onregelmatige, dat bij de opvolgende gebeurtenissen op allerlei onvoorziene wijzen variatien teweeg brengt, ongeschikt. Dit echter verandert geheel, wanneer men groepen, elk uit zeer veel gelijksoortige gebeurtenissen bestaande, beschouwt, en aldus de gebeurtenissen uit een alsware in tijd en ruimte meer verheven standpunt waarneemt. Regelmatigheid doet alsdan die groepen verschillen en onregelmatigheid hen gelijk worden.Al onze statistieke berekeningen, waarbij men gebeurtenissen zooals geboorten, misdaden, ziekten enz. bij groepen van millioenen individuen beschouwt, zijn dan ook gegrond op de standvastigheid, welke de uiterst onregelmatige opvolging van zulke gebeurtenissen bij groote groepen er van teweeg brengt.Was dit niet het geval, zoo namelijk de werking der wet van geschiktmaking het voorkomen van dergelijke gebeurtenissen niet onder den invloed bragt van zeer vele accidentele omstandigheden, maar zij daarentegen steeds onder den invloed van enkele omstandigheden stonden, en de uitwerking hiervan, wegens derzelver verband dan met deze dan met gene andere omstandigheid, sterk veranderde, zoo zou het dan meer en dan minder voorkomen van dergelijke gebeurtenissen bij groote groepenvan individuen, ons even onverklaarbaar voorkomen als het zich bevinden van eene groote overmaat van witte ballen bij veel blindelingsche trekkingen uit eene bus evenveel witte als zwarte ballen bevattende. Is daarentegen binnen die bus de overmaat der er in bevatte witte ballen even groot als bij de reeks van trekkingen, zoo zullen deze onder den invloed van velerlei accidentele omstandigheden kunnen zijn, en bij die achtereenvolgende trekkingen de onregelmatigheid aldus zeer groot kunnenzijn. Nu bestaat er verschil tusschen de omstandigheid dat die bus eene groote menigte van witte ballen bevat, en die waardoor uit eerstgemelde bus bij eene reeks van trekkingen er veel meer witte ballen dan zwarte uit de bus te voorschijn komen. Die eerste omstandigheid, bekend of niet, werkt namelijk steeds op dezelfde wijze, terwijl de tweede, naarmate zij zus of zoo met andere omstandigheden in verband staat, op geheel andere wijzen werkt. Zij is vergelijkbaar met de voorkeur die men, bij het ziende trekken, kan bezitten voor de eene of andere regelmatige afwisseling der witte en zwarte ballen bij de trekkingen. Die voorkeur kan zus of zoo zijn, tengevolge van eene onnaspeurlijke aaneenschakeling van oorzaken en gevolgen. Nu kan de aanbieding der bus, eene overmaat van witte ballen bevattende, ook wel aldus ontstaan, maar zal, hoe ook ontstaan zijnde, desniettemin steeds eene omstandigheid zijn,leidende tot het blindelings trekken van meer witte dan zwarte ballen. Hoe velerlei omstandigheden bij de blindelingsche trekking van ballen er ook van invloed zijn, zij blijft steeds denzelfden invloed uitoefenen, terwijl daarentegen onbewuste voorkeur voor de eene of andere regelmatige wijze van trekking onder den invloed van allerlei omstandigheden, evenzeer moet veranderen als de gedragingen van menschen, welke de speelballen zijn van allerlei inblazingen21.Bij ons menschen kunnen het karakter, het verstand, de positie enz. vergeleken worden met dieverhoudingentusschen de witte en zwarte ballen binnen gemelde bus, en de onder den invloed van velerlei accidentele omstandigheden zijnde reeks van denkbeelden met de aan allerlei invloeden blootgestelde bewegingen der handen bij de blindelingsche trekkingen.Ook epidemische ziekten zijn van die steeds denzelfden invloed uitoefenende omstandigheden. Zij kunnen toch niet, zus of zoo met andere omstandigheden in verband zijnde, het aantal sterfgevallen bij een groot getal individuen vergrooten of verkleinen.Hoe grooter het aantal veranderlijke omstandigheden, op eenig verschijnsel van invloed, is, hoe kleiner de kans voor regelmatigheid bij dit verschijnsel zal zijn. Het aantal dier veranderlijke omstandigheden steeds grooter blijvende dan de grootst eindige grootheid, zoo zou, zoo de invloed van elk die omstandigheden even groot was, die regelmatigheid bij het verschijnsel (dat uit eene reeks van met elkander in verband zijnde gelijksoortige gebeurtenissen kan bestaan) nul zijn. Dit is nu het geval niet, want op zulk een verschijnsel kunnen van invloed zijn vooreerst enkele omstandigheden, voorts een grooter aantal op eene zwakkere wijze, nog een grooter aantal op eene nog zwakkere wijze enz., zoodat die invloeden van al de veranderlijke omstandigheden kunnen uitgedrukt worden door zekere breedte bezittende bundels van ordinaten eener kromme lijn met de bolle zijde naar de abcissen as gekeerd, deze op eene grootst eindige distantie rakende, en met die as der abcissen en een ordinaat een eindigen inhoud omsluitende. Die inhoud stelt dan voor het totaal der invloeden van al die omstandigheden op het verschijnsel, en het is nu klaar dat voor zooverre die invloeden uiterst groot in aantal, maar uiterst gering zijn (bij dien inhoud voorgesteld door het uiterstlage, maar uiterst lange deel er van, het effect er van zal trachten het verschijnsel zoo onregelmatig mogelijk te doen zijn. Nu kunnen wel de sterkere invloeden der overige eindig in aantal zijnde omstandigheden (voorgesteld door het kortere maar hooge deel van gemelden inhoud) dit verschijnsel regelmatig trachten te doen worden, maar klaarblijkelijk die regelmatigheid min of meer gestoord worden. Zoo zullen bijv. de zuiver elliptische banen derplanetenom de zon niet slechts door de werkingen der andere planeten, maar tevens, en dat wel op eene voor ons onwaarneembare, maar uiterst onregelmatige wijze, door het onnoemelijk getal der zich verplaatsende sterren gestoord worden.Die storing der regelmatigheid zal bijv. ook bestaan wanneer men blindelings maar te gelijk eene menigte van ballen uit de op blz.308gemelde bus trekt, en zij dan maken dat de gelijktijdig getrokken ballen niet boven zeker aantal tot de witte ballen der bus zullen behooren.Bij het achtereenvolgens trekken van die ballen, zou men bij elke trekking iets dergelijks als in het zoo even gemelde geval verkrijgen, zoo de indrukken van een aantal vroegere trekkingen, gelijk aan dat van de ballen die men bij dit vorige geval tegelijk uit de bus trekt, onverflaauwd bleef bestaan. Dit is nu weliswaar niethetgeval, edoch de verflaauwde indrukken der vorige trekkingen, gepaard met de volgende, zullen een geval vormen, gelegen tusschen het vorige en dat waarbij de vorige trekkingen van geen invloed op de volgende zijn, zoodat het zekere minimum van storing der regelmatigheid er bij kleiner dan in het eerste geval en grooter dan in het laatste, waarin dit minimum nul is, zal worden voor zooverre men de verschijnselen beschouwt met betrekking tot derzelver sterkte, kan men hen verdeelen in verschillende categorien, zoodat van die tot elk dezercategorien behoorende, het eene of andere dier verschijnsels in ruimte en tijd en plaats heeft. Zoo kan bijv. een dier categorien bevatten winden van verschillende sterkte. Overal in den atmospheer en gedurende al den tijd van het bestaan dezes zal de lucht circa in rust, of in meer of minder heftige beweging zijn. Ter wederzijde van meest voorkomende windsnelheden, door vrij standvastige omstandigheden voor elke plaatsbepaald, bestaan er nu afwijkingen, met betrekking tot wier opvolging op eene zelfde, of wel gelijktijdige voorkoming op verschillende plaatsen, hetzelfde te zeggen valt als zie blz.317voor de afwijkingen van eene gemakkelijkste lengte van pas. De nagelaten sporen der snelheden van den wind gedurende de vorige tijden op eenige plaats en de menigte der omstandigheden op de windsnelheden van invloed zijnde, moeten bijv. regelmatige afwisseling van zwakke en sterke winden storen.Het lang na elkander voorkomen van hetzij zeer zwakke, hetzij zeer sterke winden, wordt reeds tegengegaan door de hunne oorzaken vernietigende gevolgen er van. In het eerste geval zal toch de dampkring door verdamping meer vochtig worden dan opdroogen door de condensatie van omhoog gevoerde dampen, daar waar de met den wind gepaarde rijzingen van lucht bestaan, en die meerdere vochtigheid der lucht aanleiding gevende tot een grooter verschil in vochtigheid er van op de eene en andere plaats, en aldus tot een grooter verschil in ijlheid der lucht, de rijzingen en dalingen der lucht en aldus ook den wind bevorderen22.In het andere geval heeft het omgekeerde plaats, doch die gevolgen kunnen niet beletten, dat bijv. stormen in den winter om de dertig dagen voorvallen in plaats vandit meer ongelijk te doen. Die regelmatigheid kan slechts belet worden door de op blz.321gemelde invloeden van eene overgroote menigte van veranderende omstandigheden.Eene andere dier op blz.323gemelde categorien bevat de gedragingen der menschen jegens anderen. Deze kunnen toch weldadig, welwillend, onverschillig, onwelwillend en misdadig zijn. Eene derde categorie bevat de toestanden van gebouwen met betrekking tot brand, en men heeft hierbij, hevig branden, flaauw branden, de nabijheid van brandende gebouwen, of het bevatten van brand veroorzakende voorwerpen. Ook hierbij zullen de afwijkingen van den gemiddelden toestand, naarmate zij grooter zijn, in toeneming sterker belet worden door de werking der wet van geschiktmaking en door de op blz.258en 300 gemelde werking der wet der veranderlijkheid, zooals bijv. bij de meer afdoende pogingen tot blussching van hevige dan van flaauwe branden.De werking dier beide wetten bestaat ook bij de positieve en negatieve afwijkingen in menigvuldigheid van verschijnsels van zekere gemiddelde menigvuldigheid van voorkoming. Bij al deze gevallen zal niet slechts de op blz.321gemelde werking het regelmatig er van voorkomen, maar tevens, zooals zoo even gezegd is, het veel of weinig voorkomen er van tegengewerkt worden, en dit laatste met alsware grootere kracht dan het eerste geschieden. De werking van de wet van geschiktmaking gaat bijv. sterker tegen het zeer rijk worden van meer menschen dan gewoonlijk, dan het herhaald door hen trekken van hooge prijzen uit eene loterij, want er bestaan vele verschijnsels wier menigvuldigheid van voorkoming, enkel wegens de er door teweeg gebragte regelmatigheid, door de op blz.321gemelde werking der wet van geschiktmaking tegengaan wordt, en dit is bijv. met de zooeven gemelde herhaalde trekking van prijzen het geval. Periodiciteit, bijv. het achtervolgens dan dikwijlsen dan zeldzaam voorkomen van verschijnsels wordt, als zijnde eene soort van regelmatigheid, door accidentele overheerschende omstandigheden voortgebragt, doch, wanneer de op blz.267gemelde werking der wet der veranderlijkheid dit dikwijls voorkomen tegengaat, door het, zooals op blz.258gezegd is, negatief worden van het eerste verschijnsel, zal op dien overvloed schaarste, daarna weder overvloed enz. volgen, en er aldus van lieverlede verzwakkende schommelingen en periodiciteit ontstaat. Deze zal alsdan door de op blz.321gemelde werking evenzeer gestoord worden als de uitwerking der zie blz.309de herhaling derzelfde zaak voortbrengende overheerschende omstandigheden.Bij het schieten naar eene schijf, zullen bijv. de sterkste afwijkingen ter regterzijde slechts, wegens de alsdan niet onregelmatige afwisseling er van met gemiddeld veelvuldiger voorkomende kleinere regtsche afwijkingen, belet worden in aantal veel grooter dan gemiddeld voor te komen, zoo de schutter niet het denkbeeld verkrijgt, dat hij dikwijls zoo sterk mis schietende als voor hem mogelijk is, zich gaat inspannen om juister te schieten. In dit geval beperkt de werking der wet van geschiktmaking niet slechts het misschieten bij elk schot, maar tevens de herhaling er van.Dit is insgelijks het geval bij de meeste feiten waarmede de statistiek zich bezig houdt, zooals bijv. misdaden, sterfgevallen enz. doch dit is niet de eenigste reden waarom onder zeer veel individuen die voorvallen binnen even groote tijden circa even veelvuldig voorkomen. Daartoe draagt ook bij een ons onbewust verband waarin zij, door tusschenkomst eener menigte van verschijnsels, tot elkander staan, waardoor zij, wegens de op blz.321gemelde reden in tijd en ruimte onregelmatig moeten voorkomen, omdat er anders, hetzij bij gelijktijdig voorvallende verschijnsels, hetzij bij de achtergeblevenesporen van vroegere verschijnsels met betrekking tot de huidige, te veel regelmatigheid zou ontstaan.Vandaar dat er niet, althans niet buiten zekere grenzen, gelijktijdig in eenig land, zooals men zegt bij toeval, zeer veel meer diefstallen dan gemiddeld gepleegd worden, en dat evenmin kort nadien dit aantal veel kleiner dan gemiddeld wordt, zonder dat de justitie en particulieren intusschen waakzamer geworden zijn en het straffen der diefstallen verscherpt is. Die diefstallen zijn te vergelijken met het trekken van bijv. gele ballen uit eene bus, ballen van allerlei andere kleuren bevattende, op eene onbewuste wijze voor het gevoel onderscheiden, en wier trekking met het voorvallen van de verschillende andere feiten, welke in de plaats van diefstallen kunnen plaats hebben, vergelijkbaar is; terwijl de verspreiding en de verhouding dier ballen van verschillende kleur binnen de bus, vergelijkbaar is met den stand van zaken aanleiding gevende tot die gelijktijdig voorvallende feiten van verschillende soort. Bij elke trekking, een groot aantal ballen bevattende, zullen de getrokken gele ballen niet buiten zekere grenzen in verhouding tot al die gelijktijdig getrokken wordende ballen kunnen afwijken van derzelver verhouding tot het totale aantal ballen binnen de bus, omdat er anders bij elk dier trekkingen eene te groote regelmatigheid zou ontstaan. Evenzoo bij de gelijktijdig maar op verschillende plaatsen gepleegde diefstallen. Niet slechts heeft de stand van zaken op elke plaats invloed op de aldaar gepleegde daden, maar tevens in zwakkere mate ook die op andere plaatsen. Niet alleen hebben de andere daden, ter plaatse waar de diefstal geschiedt tegelijk hiermede plaats hebbende, maar tevens die en aldus ook de diefstallen op andere plaatsen gepleegd, invloed op eerstgemelden diefstal23.Op blz.311hebben wij gezegd dat, wanneer in de ruimte alsware tusschen gelijksoortige gebeurtenissen er eene menigte andere gelegen zijn, zij, door met betrekking tot elkander regelmatig of onregelmatig in te vallen, zeer weinig bijbrengen tot de regelmatigheid van het geheel, en als onafhankelijk van elkander ontstaan beschouwd kunnen worden. Men behoeft aldus het gelijktijdig voorvallen van bijv. diefstallen slechts te beschouwen over zulk een ruimte, dat er aldaar gemiddeld zeer veel ongeveer gelijktijdig geschieden. Is nu dit aantal buitengewoon veel grooter dan gemiddeld, zoo bestaat er eene regelmatigheid welke de vrucht moet zijn van eenige accidentele overheerschende omstandigheden tegelijk bij al die plaatsen, waar die diefstallen begaan worden, van invloed zijnde. Die regelmatigheid moet toch eene oorzaak bezitten, daar op blz.321aangetoond, is, dat die oorzaak niet in het totaal der zeer geringe invloeden van een uiterst groot aantal omstandigheden kan bestaan, wordt aldus het bestaan dier eerste oorzaak ontkent door iemand die regelmatigheid aan het toeval toeschrijft, zoo bekent hij tevens dat de laatste oorzaak alleen bestaat, en deze kan slechts, zooals op blz.321gezegd is, onregelmatigheid en geene zoogenaamde toevallige regelmatigheid voortbrengen.Hieruit blijkt tevens dat bijv. diefstallen op verschillende plaatsen, zooals men zegt, onafhankelijk van elkander gepleegd, invloeden op elkander uitoefenen, die te zamen met velerlei andere even weinig waarneembare invloeden niet verwaarloosd mogen worden, want zij behooren, of tot die menigte van zeer geringe invloeden waardoor, zooals op blz.321gezegd is, onregelmatigheid ontstaat, of zij worden teweeg gebragt door de enkeleoverheerschende omstandigheden bij die verschillende plaatsen tegelijk werkende, waardoor er bij het voorkomen dier diefstallen regelmatigheid kan ontstaan. Alsdan kan men niet met juistheid zeggen, dat de diefstallen onafhankelijk van elkander gepleegd worden, zoodat, wanneer bijv., bij gemis aan afspraak van dieven op velerlei plaatsen, of van dergelijke omstandigheden, men bij de gewone wijze van spreken mag zeggen, dat die diefstallen niet anders dan onafhankelijk van elkander kunnen gepleegd zijn, zoo zij onder den invloed derzelfde enkele op verschillende plaatsen tegelijk werkende overheerschende omstandigheden ontstaan zijn, deze al zeer zwak moeten zijn, en de er door teweeg gebragte regelmatigheid, door de op blz.321gemelde werking, noodzakelijk zeer sterk gestoord moet worden.Wanneer de omstandigheden, van invloed op gelijksoortige verschijnsels, wier wijze van herhaling in tijd of ruimte men wenscht na te gaan, ook onderling meer op elkander van invloed zijn, zal de regelmatigheid bij die voorkoming dier verschijnsels binnen naauwere grenzen besloten blijven. Enkele dier omstandigheden zullen dan toch moeijelijker een eenigen tijd aanhoudenden overheerschenden invloed in denzelfden geest kunnen blijven uitoefenen, omdat alsdan de grootere invloed van andere omstandigheden er op dit gedurig meer verhindert.24Dit zal insgelijks het geval zijn, zoo die invloed van eenvoudigen aard is, omdat dan elk dier omstandigheden meer geinfluenceerd wordt door elk der andere op eene wijze in verhouding der aanraking tusschen beide, en eerstgemelde omstandigheden gedurig met andere, of op eene andere wijze metdezelfdeomstandigheid in aanraking komen. Zijn daarentegen die invloeden van meerzamengestelden aard, zoo kan eene omstandigheid meer ongevoelig blijven voor vele andere waarmede zij in directe aanraking komt, en daarentegen sterk den invloed ondervinden van enkele omstandigheden, in tijd of ruimte er betrekkelijk ver van verwijderd.Dit is in sterke mate het geval bij de omstandigheden daargesteld door de wijze van denking die men willen noemt. Iemand wil, tengevolge eener voor geheele wijziging zeer vatbare gril, bijv. witte ballen uit eene bus nemen, en, ofschoon dan zwarte ballen meer bij de hand kunnen liggen, neemt hij toch moeijelijker te bereiken witte ballen. Zoo zullen, wanneer de dieven nemen wat het gemakkelijkste en met het minste gevaar te stelen is, de gedurende elke week gepleegde diefstallen onder eene groote bevolking, wegens gebrekkige onregelmatigheid van voorkoming minder veranderen, dan zoo die diefstallen gepleegd worden nadat derzelver daders berekeningen gemaakt hebben. Tusschen twee havens varende stoomschepen, wier machines steeds met evenveel kracht werken, en die aan allerlei winden en accidentele stroomen blootgesteld zijn, zullen langs de distantie tusschen die twee havens steeds op eene vrij onregelmatige wijze verspreid moeten zijn. Hangt daarentegen de kracht waarmede de machines dier vaartuigen werken af van den wil hunner gezagvoerders, zoo zal die verspreiding regelmatiger kunnen zijn, al bestaat er geene dit bevorderende afspraak tusschen die gezagvoerders.Gesteld dat de werking van den wil dier gezagvoerders niet bestaat, zoo zullen bij gemelde vaartuigen, bij zekere regelmatige verspreiding van sommige hunner, de winden, de stroomen, golven enz. invloeden, waarbij de indruk dier regelmatigheid bestaat, op de andere vaartuigen overbrengen.25Gezamentlijk met de voorgaande, bestaan nubij die overige vaartuigen een uiterst groot aantal andere invloeden van water en lucht, welke, zooals op blz.321gezegd is, door hun aantal en hunne veranderlijkheid iets onregelmatigs zullen trachten teweeg te brengen. Zoo aldus de min of meer regelmatige ligging dier overige vaartuigen, in verband met die der eerstgemelde beschouwd, eene sterkere regelmatigheid, dan door de ligging van eerstgemelde vaartuigen wordt voortgebragt, daarstelt, dienen de van deze op die andere vaartuigen overgebragte regelmatige invloeden sterker te zijn, en zich hierbij te paren aan dergelijke invloeden bij die overige vaartuigen. Dit kan naar ons inzien, niet anders geschieden, dan zoo die min of meer regelmatige invloeden bij elk vaartuig aanwezig en van de andere er naar toe overgebragt, door enkele voor al de vaartuigen in denzelfden geest werkende omstandigheden worden voortgebragt.Onder de omstandigheden, op de ligging diervaartuigenvan invloed zijnde, behoort echter ook de behandeling er van door derzelver bemanning. Al wordt nu die behandeling geheel bepaald door de betrekking dier vaartuigen met de winden, golven en stroomen, zoo zal veel hiervan op die bepaling dier behandeling van zeer weinig en enkele zaken, hier en nu anders dan elders en later, van veel invloed kunnen zijn. Die behandeling kan aldus staan onder den overheerschenden invloed van enkele, volstrekt niet steeds op dezelfde wijze van invloed zijnde, accidentele omstandigheden, en daar zij sterken invloed uitoefent op de ligging dier vaartuigen, deze alsdan gemiddeld meer onder den invloed van enkele en gemiddeld minder onder den invloed van zeer vele veranderlijke omstandigheden komen. Dit nu is wel is waar geene bestendige oorzaak van meer regelmatige onderlinge ligging dier vaartuigen, maar wel eene oorzaak, waardoor de invloeden van zeer vele veranderlijkeomstandigheden er op zwakker kunnen worden. Het is aldus mogelijk dat alsdan de op blz.321gemelde werking, waardoor de regelmatigheid tegengegaan wordt, zwakker wordt.Eene overheerschende omstandigheid kan ergens, zooals op blz.309gezegd is, regelmatigheid voortbrengen, en eene andere overheerschende omstandigheid elders eene andere regelmatigheid veroorzaken, zonder dat beide soorten van regelmatigheid, wegens het verband waarin zij tot elkander staan, iets regelmatigs vormen. Is dit daarentegen wel het geval, en zelfs zoo op beide plaatsen er geene regelmatigheid bestaat, maar onregelmatigheden, welke, door bijv. min of meer identiek te zijn, wegens derzelver onderling verband eene regelmatigheid daarstellen, zoo moet deze door voor beide plaatsen gemeenschappelijke overheerschende omstandigheden teweeg gebragt worden. Anders toch zou de wegens dit onderlinge verband ontstaande regelmatigheid zonder oorzaak zijn, en aldus de ook met betrekking tot dit onderlinge verband onregelmatigheid voortbrengende werking der wet van geschiktmaking alleen heerschen.Naar mate echter die twee plaatsen in de ruimte, of wanneer het tijdstippen geldt waarop die, wegens hun onderling verband, regelmatigheid voortbrengende gebeurtenissen plaatshebben, deze in den tijd verder van elkander gelegen zijn, dat is, wanneer er tusschenbeide alsware meer gebeurtenissen liggen, zullen de omstandigheden, regelmatigheid wegens onderling verband voortbrengende, bij dezelfde sterkte dier regelmatigheid, zwakker kunnen zijn. De werking der wet van geschiktmaking zal dan toch, door tusschenkomst der invloeden van eene zeer groote menigte van omstandigheden, bij de tweede plaats de regelmatigheid met betrekking tot hetgeen, op de eerste plaats geschied is, slechts kunnen storen, voor zoo verre hetgeen aldaar geschied is, bijdie tweede plaats van invloed is. Is nu die verzwakking, bij grootere betrekkelijke verwijdering in tijd of ruimte, sterker dan die der omstandigheden, bij beide plaatsen, of op beide tijdstippen, eene, zooals hierboven gezegd is, door onderling verband ontstaande regelmatigheid voortbrengende, zoo zal deze bij groote verwijdering in ruimte of tijd grooter kunnen worden26.Zoo bijv. thans ergens in Europa iemand, de kleur der ballen onderscheidende, eene reeks hiervan uit eene bus trekt, en over eene eeuw iemand anders in Amerika dit ook doet, zal de eerste reeks van trekkingen zekere invloeden hoe gering ook op de andere uitoefenen, en de regelmatigheid bij de verhouding tusschen beide reeksen van trekkingen tot zekeren graad hoe gering ook door op blz.321gemelde werking der wet van geschiktmaking verstoord worden.Zoo er nu slechts in beide gevallen sprake kan zijn om de witte of zwarte ballen, met betrekking tot derzelver afwisseling, slechts op een bepaald aantal verschillende wijzen uit die bus te trekken, kan de zucht naar varieteit maken, dat in beide gevallen de trekkers dit op al die wijzen doen, en dat aldus in beide gevallen, in tijd en ruimte zoover van elkander gelegen, er identieke reeksen van trekkingen plaats hebben. De omstandigheid, welke dan in die beide gevallen tegelijk werkt, is de zucht om uit bussen, witte en zwarte ballen bevattende, met onderscheiding der kleuren, deze bij de getrokken ballen op een zeker aantal verschillende wijzen te doen afwisselen.Zoo daarentegen in beide gevallen slechts eene reeks van trekkingen en wel blindelings gedaan wordt, endat in beide gevallen de witte en zwarte ballen op de onregelmatigste, maar in elk dier gevallen op volmaakt dezelfde wijze afwisselen, zoo dient de invloed van eene voor beide gevallen gemeenschappelijke omstandigheid hiervan de oorzaak te zijn, en zal deze die overeenstemming tusschen de beide reeksen van trekkingen moeijelijker te weeg kunnen brengen, naarmate die reeksen elk uit meer trekkingen bestaan. Die voor beide reeksen gemeenschappelijke omstandigheid kan in dit geval niet in eene voorbedachtelijke imitatie in het tweede geval van hetgeen in het eerste heeft plaats gehad bestaan, en dient dan wel derzelver invloed van de trekking in Europa, tot die eene eeuw later in Amerika op eene gelijksoortige wijze overgebragt te hebben als de sporen dier geheele eerste trekking. De oorzaak, die overeenstemming tusschen beide reeksen van trekkingen voortbrengende en die deze verstorende, moeten aldus beide in dit geval uiterst zwak zijn, en zullen dit nog meer worden, zoo tusschen de reeksen van trekkingen in beide gevallen er nog meer liggen, omdat de invloeden der eerste trekking hierdoor meer verloren gaan dan door andere zaken.De werking der wet van geschiktmaking wischt namelijk vooral zaken uit door andere er mede gelijksoortige later voorvallende zaken, zie blz.182, want die uitwissching of liever omzetting geschiedt niet van zelf, hiertegen verzet zich de werking der wet der traagheid.Men moet echter zeer voorzichtig zijn bij de ontkenning dat bij gevallen, in tijd en ruimte ver van elkander gelegen, er geene onderlinge regelmatigheid tusschen hen kan ontstaan dan op dezelfde wijze waarop die gevallen zelve van invloed op elkander zijn. Die regelmatigheid tusschen twee gevallen kan toch, even als de absolute regelmatigheid bij een geval, dikwijls ontstaan op wijzen wel in zekeren zin gelijksoortig met die wij kennen en aldus niet door het toeval, maar op wijzenbuiten onzen kring van kennis of, wegens hare zwakte, buiten onzen kring van waarneming gelegen.De invloeden der daden der bewoners dezer aarde op die der bewoners van de planeet Venus moeten bijv. uiterst gering zijn, en toch zouden al de bewoners der dagzijde dezer aarde onbewust bijna te gelijk iets gelijksoortigs kunnen doen, en, zoo de bewoners der dagzijde van Venus, tengevolge der op blz.232gemelde werking der wet van geschiktmaking, gevoelig zijn voor de warmte der zon, ook zij iets dergelijks doen. Een onwaarneembare vermindering der warmte der zon, tengevolge van hetontstaaneener zonnevlek, zou toch de oorzaak hiervan kunnen zijn.Bij het geval van blz.312bestaat er voor al de waarneembare ruimtedeelen van het mengsel eene omstandigheid, welke zekere onderlinge regelmatigheid tusschen hetgeen bij die ruimtedeelen bestaat, namelijk de gelijkheid tusschen de verhouding der verschillende vochten, bij elk hunner teweeg brengt. Die omstandigheid is namelijk dat door roering voor alle de quantiteit van het bijgeschonken vocht dezelfde wordt gemaakt.Wij besluiten uit dit een en ander, dat de regelmatigheid bij gevallen en de onderlinge regelmatigheid tusschen verschillende gevallen binnen enge grenzen beperkt is, tenzij bijzondere oorzaken, kennelijk van anderen aard dan de invloeden tusschen de deelen dier gevallen, of tusschen deze laatste onderling, haar voortbrengen, en dat voorts de uitwerkingen en het belangrijke van zulke regelmatigheden niet buiten zekere grenzen kunnen afwijken van de sterkte dier bijzondere oorzaken. Deze werking der wet van geschiktmaking komt ons menschen zeer te pas, want, omringd van min of minder regelmatige bijzondere zaken, is het voor ons noodig de oorzaken er van te kennen en hierop te kunnen rekenen, en desniettemin doet onze fantaisie ons somtijds geloovendat er regelmatige zaken bestaan, waar wij weten dat de oorzaken er van niet aanwezig kunnen zijn.Dat regelmatigheid in tijd of ruimte door enkele op verschillende tijdstippen, of op verschillende plaatsen overheerschende omstandigheden voortgebragt moet worden, volgt alsware uit het bestaan van regelmatigheid in de herhaling of periodieke herhaling derzelfde zaken. Voorts kan eene gebrekkige regelmatigheid zamengesteld worden uit eene volmaakte regelmatigheid on eene volslagene onregelmatigheid.Bij het voorbeeld der op blz.327gemelde diefstallen heeft men, al vallen deze in tijd of ruimte zoo onregelmatig mogelijk voor, wel is waar eene herhaling derzelfde zaak, doch hiervoor te gelijk eene in tijd en ruimte overheerschende omstandigheid, namelijk die in eene maatschappij tot diefstallen aanleiding gevende. Bestaat er nu buiten deze regelmatigheid eene tweede, namelijk die, welke met een volstrekt onregelmatig voorkomen dier diefstallen zamengesteld, vormt eene gebrekkige regelmatigheid van voorkoming er van, zoo bestaat die tweede regelmatigheid in eene periodieke herhaling derzelfde zaak, en moet zij de vrucht van andere overheerschende omstandigheden zijn.27Trouwens verschijnsels, onder den invloed staande van verschillende omstandigheden, tracht men, ten einde de invloeden elk dezer te vinden, alsware te ontleden inverschillende regelmatige verschijnsels, en wel in meer, naarmate die omstandigheden meer in aantal zijn. Dan echter wordt de regelmatigheid van het resulterende verschijnsel van meer zamengestelden aard en meer onregelmatig, en moet het zulks volstrekt worden als die er op van invloed zijnde veranderlijke omstandigheden in aantal onnoemelijk zijn, en dat geene derzelver overheerscht, want in dit laatste geval kan het verschijnsel eene op uiterst zamengestelde wijze gestoorde eenvoudige regelmatigheid vertoonen, zie Noot blz.328.Op blz.278hebben wij aangetoond dat zaken geene plotselinge veranderingen er van in grootte kunnen ondergaan, zoodat veranderingen er van in grootte aangeduid zullen kunnen worden door de ordinaten van nergens niet afgeronde hoeken bezittende kromme lijnen. Zoo aldus zaken, aan een steeds grooter wordenden drang tot vergrooting onderworpen raken, zal derzelver grootte gedurende de achtervolgende tijdstippen door de ordinaten eener van af zeker punt oploopende en met de bolle zijde naar de abcissenas gekeerde kromme voorgesteld kunnen worden. Vergroot die drang later niet meer, en wordt hij daarna steeds kleiner, om eindelijk nul te worden, zoo zal die kromme een buigpunt verkrijgen, vervolgens steeds flaauwer oploopen en met de holle zijde naar de abcissenas gekeerd zijn, en eindelijk hiermede paralel loopen.Wanneer oorzaak en gevolg elkander wederkeerig versterken, en aldus de drang tot vergrooting bij het gevolg steeds versnellende grooter zou worden, zoo de werking der wet van geschiktmaking zie blz.262de vergrooting der oorzaak niet tegenging, zal dit gevolg wel is waar aan een na zekeren tijd steeds trager, maar nog steeds toenemenden drang tot vergrooting blootgesteld zijn, maar, daar de werking der wet van geschiktmaking ook de vergrooting van dit gevolg tracht tegen tegaan, en, even als bij de oorzaak, in sterkere mate, naarmate het grooter is, het zijn, of er bij beide eene eerst toe en later afnemende vergrootende werking bestaat. De werking der wet van geschiktmaking kan nu wel de vergrooting van eenig verschijnsel zeer moeijelijk maar niet onmogelijk maken, en verkeert daaromtrent steeds in het geval van als bij eene van derzelver werkingen, namelijk den tegenstand van het water tegen drijvende vaartuigen.28Hoe snel ook deze bewegen, de vergrooting dervoortstuwendekracht kan desniettemin eene ofschoon uiterst geringe vergrooting der snelheid van het vaartuig teweeg brengen. Vandaar dat alsdan de op blz.336gemelde ojiefvormige kromme, wier ordinaten de achtervolgende grootten van het bovengemelde gevolg verschijnsel aangeven, eerst bij eene oneindig groote abcis en eene eindig groote ordinaat met de abcissenas paralel zal loopen.29Gesteld dat nu de stoommachine van dit vaartuig sterker gestookt wordt, naarmate de snelheid hiervan meer bedraagt, zoo zal de werking der wet van geschiktmaking de versterking van het vuur steeds meer gaan belemmeren, en klaarblijkelijk zulk een vaartuigeerst versnellende, maar later vertragende in snelheid toenemen, zonder dat ooit de aanwas in snelheid geheel ophoudt.
Een beschonken mensch, van eene naar eenige andere plaats willende gaan, wijkt, door te zwaaijen, dan aan deze dan aan gene zijde af van zekeren weg tusschen die twee plaatsen, en de werking der wet der geschiktmaking en de werking der wet der veranderlijkheid op blz.258gemeld, trachten gedurig die afwijkingen te vernietigen, en dien persoon brengen op den gemiddelden van al de verschillende wegen, die hij herhaalde keeren in staat van dronkenschap tusschen beide gemelde plaatsen zal volgen.Die gemiddelde weg is nu echter ook die welke een niet beschonken mensch tusschen die twee plaatsen zal volgen, en het gaan langs dien gemiddelden weg is aldus iets meer algemeen, dan het regts en links afwijkenervan in staat van dronkenschap. Die wandeling van dien beschonken mensch is aldus een verschijnsel, waarvan het meer algemeene is dat beoogt wordt om haar te maken langs dien gemiddelden weg en het meer bijzondere in de afwijkingen hiervan bestaat. Van de gemiddelde toestanden, waarvan af deze afwijkingen, welke de werking der wet van geschiktmaking en de werking der wet der veranderlijkheid, op blz.257gemeld, trachten te vernietigen, bestaan, wordt trouwens den aard steeds door iets meer algemeen en minder veranderlijk bepaalt dan hetgeen den aard dier afwijkingen bepaalt. Het verschil tusschen het gemiddelde mannen en het gemiddelde vrouwenkarakter wordt bijv. bepaalt door de verschillen in ligchaamsorganisatie en werkkring der mannen en vrouwen in het algemeen, doch dat sommige vrouwen een vrij mannelijk karakter verkrijgen, van eene dergelijke afwijking kan de oorzaak van zulk een algemeenen aard niet zijn. Dit is eveneens het geval met de afwijkingen uit het oogpunt der gezondheid der ligchamen der menschen van het gemiddelde menschelijke ligchaam. Zooals op blz.78gezegd is, kan, wegens de optrekkende werking van den geest en de terugtrekkende werking der aarde, dit gemiddelde menschelijke ligchaam niet volmaakt gezond zijn, doch van den ziekelijken toestand er van zal niet anders te zeggen zijn, dan dat geen zijner organen volmaakt goed werken.Zoo de menschelijke ligchamen in geen staat van ontwikkeling verkeerden, zou daarentegen het volmaakt gezonde ligchaam het gemiddelde zijn, zoodat het, bij het wel bestaan dier ontwikkeling, niet de uiterste afwijking ter eene zijde kan zijn, en wel te minder hoe zwakker die ontwikkeling is. Men kan zich aldusbij sterkere afwijkingen aan die zijde alsware te bloeijende ligchamen voorstellen, evenals men zich zie blz.215menschen kan denken in alles aan hoogere eischen voldoende dan die voor de behoeften der thans bestaande maatschappij nuttig en noodig zijn. In de werkelijkheid ontmoet men echter evenmin zulke ligchamen als zulke karakters, omdat bij geen van beide de verschillende deelen met elkander in harmonie zijn.Ditzelfde gebrek aan harmonie neemt men waar bij de voorstellingen der menschen van hoogere maatschappelijke toestanden en wereld en levensdoelen. Niet alleen zijn, zooals op blz.73gezegd is, die voorstellingen scheef, maar men vindt er tevens bij hoogere en lagere voorstellingen dooreengemengd, en de laatste betreffen dan zaken, waarvan de hoogere voorstellingen het meeste met de zinnelijkheid en met de zucht om in zeker opzigt voor het heden geschikte toestanden daar te stellen, in strijd zijn. Het socialisme, het pantheisme enz. leveren voorbeelden op van dergelijke mengsels van op verschillende trappen staande voorstellingen.Menschelijke ligchamen zie blz.78even hoog boven die der dieren verheven, kunnen in gezondheidstoestand verschillen, doch, zoo men althans de ligchamelijke ontwikkeling van het menschelijke geslacht (wel van de bovengemelde der individuen te onderscheiden) niet noemenswaardig stelt te zijn, zullen die ligchamen, op de gemiddelde hoogte van verheffing boven de ligchamen der dieren, staande, gemiddeld de gezondste zijn, ten gevolge van den op blz.234gemelden inwendigen drang.Gevolgen van verschijnsels worden door deze, zie blz.258vergroot zoolang deze zie blz.297door andere er mede gelijkslachtige gevolgen en door de werking der wet van geschiktmaking niet vernietigd zijn. Geschiedde dit niet, zoo zou de werking van laatstgemelde wet, benevens gevolgen dier gevolgen en hiermedegelijkslachtig zijnde, deze beletten zeker maximum te overschrijden zie blz.261. Geschiedt dit daarentegen wel, zoo zullen beide laatstgemelde werkingen, die eerste gevolgen in intensiteit reeds wat hebben doen afnemen, wanneer de hen opwekkende verschijnsels, wegens bovengemelde reden, opgehouden hebben te bestaan. De pijn, door een slag teweeg gebracht, en die in intensiteit afneemt, na het ophouden van het slaan, vernietigt dit niet, doch dit geschiedt door andere gevolgen van den slag, namelijk door den wederstand door de slaandehandontmoet, door physiologische werkingen binnen het ligchaam van hem die slaat, tengevolge van zijn wil teweeg gebragt enz.Goede daden doen de zedelijke ontwikkeling van hen die ze bedrijft toenemen, doch, nadat die daden, tengevolge der uitputtende werking van met hen gelijkslachtige gevolgen opgehouden hebben te bestaan, zooals bijv. die van het redden van iemand door het feit dat hij buiten gevaar is, zal de werking der wet van geschiktmaking die verkregen vergrooting in zedelijke ontwikkeling, zie blz.124, alsware trachten weg te slijten. De voldoening over het bedrijf van zulk eene daad is nu niet, zooals sommigen beweren, de belooning er van, maar de blijde bewustheid, dat men eene aanwinst in zedelijke ontwikkeling verkregen heeft, eene bewustheid, die eene verkeerde rigting nemende, denzelfden verslappenden invloed als zie blz.259ondoelmatige belooningen kan hebben.De werking der wet van geschiktmaking tracht de positie der menschen in alle opzigten in harmonie te brengen met hunne omgeving, en aldus bijv. menschen hunne vrijheid te ontnemen, zoo zij, met betrekking tot de maatschappij waarin wij verkeeren, vrijwillig niet genoegzaam arbeiden. Diezelfde werking tracht bijv. ook, wanneer den grond ter vermenigvuldiging van het aantaleigenaars te veel versnipperd wordt, de hierdoor ontstaande nadeelen te doen verdwijnen. Men heeft in dergelijke gevallen toch niet te doen met zie blz.231een veranderlijk, maar met een zamengesteld doel, en hierbij zou, zoo de werking der wet der veranderlijkheid niet bestond, er eindelijk geschiktheid in alle opzigten ontstaan. Dit zou eveneens het geval zijn met de verdeeling van het menschdom in uit bij elkander passende personen bestaande deelen, zie blz.128en 255, zoo de werking der wet der veranderlijkheid de menschen in aard niet veranderde, en niet menschen deed geboren worden in kringen, waarin zij, zie blz.294, wegens hun geestelijken aanleg niet passen.Mislukkingen hebben plaats, doordat, tengevolge eener werking van laatstgemelde wet, handelingen gevolgen baren, die hen niet slechts vernietigen, maar zie blz.258somtijds een tegenovergestelden toestand als die, door die handelingen daargesteld, teweeg brengen. Men poogt bijv. door eene omwenteling een staat in een geavanceerden toestand, waarvoor hij nog niet rijp is, te brengen, ondervindt tegenstand, en er ontstaat tijdelijk eene reactie. Men valt, door getal of beleid overmagtige vijanden aan, wekt het strijden dezer op, en wordt van aanvallers aangevallenen, tenzij de slijtende werking der wet van geschiktmaking de vijanden, nadat den aanval afgeslagen is, zijn strijden doet staken zie Noot blz.300. Zoo daarentegen zulk een aanval gelukt, bestaat er tusschen hem en den strijd wederkeerige versterking, en worden beiden vernietigd door het er door opgewekte gevolg, in de vlugt van den vijand bestaande. Dit gevolg is nu wel de op blz.258gemelde werking der wet der veranderlijkheid, maar verkeert in hetzelfde geval als het gevolg in Noot blz.300gemeld, namelijk het tracht deszelfs oorzaak niet negatief te doen worden. Dergelijke gevolgverschijnsels, waarover wij op blz. 660 vanons werk get.Over de werking der natuurwetten op zedelijk gebied enz.gehandeld hebben, kunnen aangemerkt worden als de tegenhangers van die welke hunne oorzaken onveranderd laten, in plaats van deze, zooals bij de andere op blz.261gemelde werking der wet der veranderlijkheid gezegd is, te versterken. Deze laatste gevolgen zijn daarentegen de tegenhangers van die welke hunne oorzaken negatief doen worden, en het zie blz.258weder positief opwekken van die oorzaak door het negatief geworden gevolg, kan als den tegenhanger der wederkeerige verzwakking van twee zie blz.265op elkander werkende verschijnsels beschouwd worden.Naarmate zaken eene fijnere nuance eener eigenschap gemeen hebben, zal de kans, dat al hunne andere eigenschappen dezelfde zijn, grooter zijn.Wij leeren gebruik te maken van ons ligchaam met betrekking tot hetgeen er buiten gelegen is. Verandert nu die betrekking, tusschen ons ligchaam en hetgeen er buiten ligt, plotseling, zoo wordt het gebruik van het ligchaam verkeerd, edoch slechts tijdelijk, omdat de werking der wet van geschiktmaking leert het ligchaam in deszelfs nieuwen toestand van lieverlede goed te gebruiken. De veranderlijkheid is aldus ook in dit geval eene oorzaak van dwaling zie blz.231. Niet minder is zulks het vooruitloopen van de rede door de verbeelding, en zoo dit in sterke mate het geval is, waar de werking van het verstand zie blz.178de controlerende aanschouwing weinig vooruitloopt, en aldus die werking steeds vrij juist kan zijn, ontstaan er krankzinnigheid. Wanneer daarentegen de verbeelding die controlerende aanschouwing slechts sterk vooruitloopt in de gevallen waarin de werking van het verstand zulks ook moet doen, ontstaat er bijgeloof zie blz.117.De werking der wet van geschiktmaking beperkt zie blz.302bij gelijksoortige gevallen afwijkingen in onregelmatigheidvan de onregelmatigste gemiddelden dier gevallen. Bij de regelmatige gevallen, voortbrengsels van oorzaken, ontstaat er toch als ware zekeren toestand van onvast evenwigt, die allerhande accidentele omstandigheden, in die oorzaken begrepen, zullen trachten te verstoren. Die onregelmatigste gemiddelde gevallen behoeven aan minder voorwaarden dan de meer regelmatige te voldoen,zoodat derzelver kans van voorkoming grooter dan die van deze zal zijn. De werking der wet van geschiktmaking zal aldus het ontstaan van gevallen van eenige soort moeijelijker maken, naarmate de kans van voorkoming er van kleiner wordt, doordat het karakter van regelmatigheid er bij grooter wordt. Dergelijke gevallen, wier kans van voorkoming zeer klein zou zijn, zoo boven gemelde werking der wet van geschiktmaking niet bestond, zullen aldus door deze werking onmogelijk gemaakt worden. De eenigzins minder regelmatige gevallen, waarvan anders de kans van voorkoming wat grooter zou zijn, zullen, tengevolge dier die regelmatigheid storende werking der wet van geschiktmaking, slechts uiterst zeldzaam kunnen plaats hebben, omdat, zoo zij meer plaats hadden, de kans er van anders beneden tot zooeven gemeld minimum zou dalen door kleiner te worden, zooals bijv. het bij herhaling trekken van een zeer groot aantal witte ballen uit eene bus evenveel witte als zwarte ballen bevattende.Gevallen, waarbij de werking der wet van geschiktmaking aldus is, dienen echter uit eene aaneenschakeling van verschijnsels (bijv. trekkingen uit gemelde bus) te bestaan, welke op elkander van invloed zijn (bijv. door het onbewust niet voor het gevoel identiek zijn dier witte en zwarte ballen) en aldus niet van elkander onafhankelijke verschijnsels te zijn. Zie verder hierover blz. 579 van ons werk get. Vervolg op het werk get.: Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz.De accidentele omstandigheden, waarvan hierboven gesproken is, zijn werkingen der wet der veranderlijkheid zie blz.251, doch de werking der wet van geschiktmaking tracht die omstandigheden te doen bestaan uit de gezamentlijke werking van vele veranderlijke omstandigheden, en hen hierdoor een meer algemeen karakter te geven. Zijn er daarentegen enkele omstandigheden overheerschende, zoo kan men meer bijzondere en regelmatige gevallen, namelijk die, waarbij eene al of niet periodieke herhaling van hetzelfde plaats heeft, verkrijgen. Dit is bijv. het geval bij het achtervolgens trekken van witte ballen uit bovengemelde bus, zoo dit met de ballen in het gezigt geschiedt, en de trekker eene blijvende voorkeur voor de witte ballen bezit, en even eens,wanneer de regelmatige vorm van ligchamen bij schudding dezer, tot eene regelmatige wijze van groepering er van leidt.Zijn wij onbekend met zulke overheerschende bijzondere omstandigheden, zoo spreken wij van toeval, doch, voor het voortbrengen van regelmatige gevallen, moeten zij desniettemin bestaan. Alleen kan men zeggen, dat dezelfde overheerschende omstandigheden alsdan minder steeds dezelfde soort van regelmatigheid zullen voortbrengen, dat dit zal afhangen van hun verband met andere omstandigheden, en dat die wisselingen van regelmatigheid eene resulterende onregelmatigheid zullen voortbrengen.Heeft men nu uit bovengemelde bus achtervolgens slechts witte ballen getrokken, zoo zullen de nog niet uitgewischte ons onbewuste indrukken dier vorige trekkingen opgehoopt zijn, en er aldus bestaan een regelmatigheidsverschijnsel in den tijd, waarvan de regelmatigheid bij de volgende trekkingen slechts tot zekeren grens kan vergroot worden. Het moet dunkt ons alsdan wat moeijelijker worden om, onder de voor ons menschenonbewuste invloeden der vorige trekkingen, nogmaals een witten dan een zwarten bal te trekken. Men bedenke dat, daar beide soorten van ballen onderscheiden zijn, bij het trekken van witte, er iets anders dan bij het trekken van zwarte ballen moet plaats hebben, en dat de vorige trekkingen een materieel spoor achtergelaten hebben. Bestaat er nu bij dit spoor zekere regelmatigheid, zoo zal bij eene volgende trekking deze regelmatigheid gemakkelijker verzwakt dan versterkt worden, en het eerste door het trekken van een zwarten en het laatste, door het nogmaals uit de bus halen van een witten bal, plaats hebben.Hoe meer witte ballen men achtervolgens getrokken heeft, hoe ligter toch geheel verstoorbaar de dan meer geprononceerde oorzaak er van, namelijk een van bovengemelde accidentele overheerschende omstandigheden, zal worden. De kansrekening, waarbij er geen door de werking der wet der geschiktmaking niet geheel uitgewischten invloed der vorige rekkingen op de volgende aangenomen wordt, toont aan dat, naarmate er meer trekkingen gedaan worden, de kans, dat men evenveel zwarte als witte ballen zal trekken, grooter wordt. Dit ontstaat doordat bij dit geval een grooter aantal verschikkingen tusschen de witte en zwarte ballen mogelijk is dan bij de andere gevallen, en in zooverre zal dit geval elk dier andere in onregelmatigheid overtreffen, en wel te meer hoe grooter het aantal trekkingen is. Behoudens de voorwaarde, dat de periodieke afwisseling der getrokken witte en zwarte ballen er niet onregelmatiger bij is, zal elk dier andere gevallen zich aldus niet zoo dikwijls als het eerste, zie blz.308, kunnen herhalen.De regelmatige groepering van witte en zwarte ballen binnen eene bus, zal, bij het schudden onder den invloed van allerlei veranderlijke omstandigheden, verstoord worden, terwijl hierdoor eene primitieve onregelmatigegroepering derzelver karakter van onregelmatigheid niet tot buiten zekeren grens kan verliezen, mits die witte en zwarte ballen niet voor die schuddende bewegingen identiek zijn. Regelmatige groepering der ballen binnen de bus oefent nu op het schudden dezer een dergelijken invloed uit als de overschietende sporen van vorige regelmatige trekkingen op de volgende, en terwijl bij zulke regelmatigheden in den tijd langer geleden voorvallen van minder invloed zijn op de regelmatigheid bij de volgende, zoo zal bij regelmatigheid in de ruimte, die bij verder gelegen plaatsen minder beletten ergens regelmatigheid te doen ontstaan, naarmate die plaatsen hier verder van verwijderd zijn. Binnen eene bus, er zekere verhouding tusschen het aantal er in bevatte witte en zwarte ballen bestaande, zoo zal binnen vakken dier bus, een groot aantal ballen bevattende, bij eene zeer regelmatige wijze van groepering dezer, desniettemin ongeveer dezelfde verhouding tusschen de witte en zwarte ballen bestaan dan binnen de gansche bus. Wegens het groote aantal der ballen binnen elk dier vakken, zal toch regelmatigheid bij een derzelve alsware in de ruimte ver van die binnen de aangrenzende vakken verwijderd zijn, en er aldus weinig invloed op uitoefenen18.Buitendien zullen bij onregelmatige schudding der bus, uit zulke vakken, waar binnen de verhouding voor de witte ballen gunstiger is dan binnen de aangrenzende vakken, er meer witte ballen uitgaan dan er weder binnen komen.Om dit anders te doen uitvallen, zouden meer dezelfde witte ballen, uit zulk een vak door schudding gegaan zijnde, er weder door schudding in terug moeten komen, en aldus deze, onder den invloed van vele omstandigheden zijnde, eene regelmatigheid teweeg brengen veel grooter zijnde dan die teweeggebragt door het bestaan van ongeveer dezelfde verhouding tusschen de witte en zwarte ballen binnen elk dier vakken. Zoo deze integendeel weinig ballen bevatten, zal het omgekeerde het geval zijn, zoodat binnen die betrekkelijk kleine vakken de verhoudingen tusschen de witte en zwarte ballen op eene zeer onregelmatige wijze zullen varieren. Binnen veel ballen bevattende bussen zullen voorts die betrekkelijk kleine vakken, waarbij de verhouding tusschen de witte en zwarte ballen zeer varieert, iets grooter zijn dan binnen kleine minder ballen inhoudende bussen.Geschud wordende verschillende vochten bevattende vaten kunnen met bussen, ontzettend veel uiterst kleine ballen van verschillende kleur bevattende, vergeleken worden. Elk der nog te onderscheiden kubieke ruimten binnen zulk een mengsel zal een uiterst groot aantal moleculen van die verschillende vochten bevatten, en aldus binnen elk dier zoo kleine ruimten de verhouding tusschen de verschillende vochten uiterst nabij dezelfde moeten blijven als binnen het gansche vat, zoo hier binnen de vermenging de verschillende vakken zoo onregelmatig mogelijk is. Binnen ruimten, betrekkelijk weinig vochtdeelen bevattende, zal alsdan wel is waar die verhouding varieren, edoch die ruimten, zoo klein zijn, dat zij zelfs met het sterkst gewapende oog niet te onderscheiden zijn.Stelt men dat zekere beslotene ruimte, een uiterst groot aantal poeijerdeelen met allerlei onregelmatige snelheden begiftigd, bevat, zoo zal elk onderdeel dierruimte, dat gemiddeld een zeer groot aantal dier poeijerdeelen zou inhouden, er steeds nabij evenveel en evenveel als de andere even groote onderdeelen bevatten. Om dit toch anders te doen worden, en bijv. binnen een dier deelen betrekkelijk belangrijk meer poeijerdeelen te doen komen, zouden deze om de grenzen van dit deel gelijktijdig hier naar toe gerigte snelheden moeten verkrijgen, hetgeen iets zeer regelmatigs zou zijn, en onmogelijk wordt, zoo die snelheden onder den invloed zijn van een menigte van omstandigheden.Zoo daarentegen binnen zulk een onderdeel er belangrijk meer van die poeijerdeelen dan binnen omliggende gelegen zijn, zal de overmaat dier poeijerdeelen door allerlei snelheden, door die in de eene rigting eerder, door die in andere rigtingen later, uit zulk een onderdeel gebragt worden19.Worden aan zulke poeijerdeelen snelheden medegedeeldonder den invloed eener enkele overheerschende omstandigheid, dan kan daarentegen derzelver digtheid van groepering binnen elk dier onderdeelen zeer gaan verschillen. Dit heeft bijv. plaats, zoo men met de hand strijkt over een deel eener laag poeijer. Alsdan komen zeer vele digt bij en onder elkander gelegen poeijerdeelen onder den invloed dier bij alle op dezelfde wijze werkende omstandigheid, die klaarblijkelijk voor die poeijerdeeltjes niet als de gezamentlijke werking van uiterst vele omstandigheden gelden kan, daar in dit geval deze bij elk der poeijerdeelen op eene andere wijze werken zou. Dit laatste is bijv.het geval, zoo elk dier deeltjes beweegt tengevolge der gezamentlijke aantrekking van al de overigen.De gezamentlijke werking van al de omstandigheden is alsdan voor elk der poeijerdeelen verschillend en bezit dientengevolge een karakter van algemeenheid. Dit is insgelijks het geval bij het op blz.158gemelde sterrenstelsel. Voor de hemelbollen hiervan bestaat er zekere kans om digt bij elkander bij hun perihelium, en ver van elkander bij hun aphelium te liggen, zullende die eerste kans veel kleiner dan de tweede zijn. Hieruit volgt dat bij ruimten, zeer veel van die sterren bevattende, de verhouding tusschen de sterren, digt bij hun perihelium en digt bij hun aphelium gelegen, wegens den invloed van eene menigte van omstandigheden, op het meeste slechts weinig zal kunnen varieren, doch dat bij verzamelingen van slechts weinig sterren, die verhoudingen sterk zullen verschillen, zoo de ligging dier hemelbollen met betrekkingtot elkander zeer onregelmatig is. Het aanzienlijk verschillen dier verhouding bij die elk zeer veel sterren bevattende ruimten zou vereischen, of dat binnen deze meer sterren dan gemiddeld bij hun perihelium, of bij hun aphelium gelegen zijn, doch in beide gevallen zou er iets bijzonders moeten plaats hebben, in het eerste, dat veel sterren bij paren bijna tegelijk in hun perihelium komen, in het tweede, dat zij bij hun aphelium tegelijk van alle kanten even sterk aangetrokken worden, eene onmogelijke regelmatigheid wegens de veranderlijke aantrekking van elk dier sterren door eene ontzaggelijke menigte van andere.Hoe sterker nu bij verschijnsels de werking van zeer vele variƫrende omstandigheden blijft, hoe moeijelijker enkele omstandigheden overheerschende zullen werken, en dit zou bij het gemelde sterrenstelsel steeds in hooge mate het geval zijn, zoo niet de hemelbollen zie blz.161, tengevolge der wrijving tegen elkander bij botsing, zulke korte banen konden verkrijgen, dat zij onder de zeer overheerschende aantrekking van een hunner gedurende langen tijd kunnen blijven.Zoo de op blz.313gemelde poeijerdeelen langs flaauw gebogene kromme lijnen bewegen, zal er iets regelmatigs bij hunne snelheden bestaan. Op het meeste onregelmatig zullen deze zijn, zoo zij over betrekkelijk de grootte dier poeijerdeeltjes zeer kleine distantien allerlei rigtingen verkrijgen, of anders gezegd, zoo die poeijerdeeltjes in uiterst onregelmatige trillende beweging zijn, en elk derzelve dezelfde buren, met betrekking waarvan het op de onregelmatigste wijze dan nadert dan zich verwijdert, behoudt, dat is wanneer die poeijerdeeltjes moleculen zijn van eene vloeistof, waarbij overmaten van afstooting het digt bij een en overmaten van aantrekking het ver van een komen der moleculen tegengaande, deze, nadat zij zeer kort zich in eene rigting bewogen hebben, geheel van rigting veranderen.Stelt men verder dat die deelen oneindig klein en oneindig digt bij elkander gelegen zijn, zoodat elke kleinst eindige ruimte een oneindig aantal er van bevat, zoo zal, zoo binnen elk dier ruimten de toestand dier gasdeelen volmaakt identiek is met die binnen de andere gelijk en gelijkvormige ruimten, de onregelmatige toestand dier gasdeelen niet minder worden, omdat, naar aanleiding van blz.311, de regelmatigheid van iets niet vergroot door gelijkvormigheid met iets anders betrekkelijk oneindig ver er van gelegen, of anders gezegd, dat tusschen beiden een oneindig aantal zaken, hier gasdeelen, gelegen zijn. In zulk een toestand moet nu naar ons inzien zie blz.171de ether, voor zooverre deze niet onder den invloed der hemelbollen is, verkeeren, en aldus die toestand niet slechts zie blz.174uiterst zamengesteld en onveranderlijk, maar tevens onregelmatig zijn, zoodat de werking der wet van geschiktmaking, door de veropenbaringen der zelfstandigheid door beweging zie blz.257meer tot de natuur van den ether te doen naderen, hen niet slechts minder veranderlijk, maar tevens minder regelmatig doet worden. Bij verdamping, overgang van gewone snelheden in zie blz.251gedurig geheel van rigting veranderende warmtetrillingen, bij verbrekingen van toestanden van onvast moleculair evenwigt (zooals bijv. bij vochten beneden het vriespunt afgekoeld) bij de scheiding van vaste ligchamen in verstuivende poeijerdeelen heeft dit insgelijks plaats.Het bestaan binnen den ether van hemelbollen, waarbij de digtheid van groepering der atomen veel grooter is dan bij den ether, is eene regelmatigheid ontstaan door de overheerschende werking der aantrekkingskracht dier bollen zie blz.159in begin van vorming, en waarbij er dan eene werking der wet der veranderlijkheid, waarbij oorzaak en gevolg zich wederkeerig versterken, bestaat.Die aantrekkingskracht is hierbij geweest eene op zeerveel stofdeelen op dezelfde wijze werkende omstandigheid, en op dergelijke wijze is al het regelmatige en aldus bijzondere, dat bij de veropenbaring der zelfstandigheid door beweging bestaat, ontstaan. De werking der wet der veranderlijkheid begint dit te doen,doch heeft zij dit regelmatige en bijzondere voortgebragt, zoo kan de werking der wet van geschiktmaking verschillende bijzondere en regelmatige zaken zoodanig wijzigen, dat zij in harmonie met elkander worden, of anders gezegd bij elkander passen. Accidentele omstandigheden, werkingen zijnde der wet der veranderlijkheid, storen nu gedurig de door overheerschende en gedurende zekeren tijd in werking niet veranderende omstandigheden in stand gehoudenregelmatigezaken, doch bestaat hier harmonie bij, zoo zal de werking der wet van geschiktmaking die alsdan afwijkingen voortbrengende storingen trachten te verzwakken. Buitendien tracht zij deze op eene onregelmatige wijze te doen voorkomen, zoodat, als die afwijkingen in grootte verschillen, en voor elk dier afwijkingen van verschillende grootte zekere kans tot ontstaan bestaat, bij zeer veel van die afwijkingen de werking der wet van geschiktmaking de afwijkingen van elke grootte tracht te doen voorkomen in verhouding van dergelijke kans van voorkoming. In harmonie met de lengte der beenen van menschen verkrijgen deze bijv. op egaal terrein eene voor hen gemakkelijkste lengte van pas. Accidentele afwijkingen zullen echter maken, dat onwillekeurig, dat is zonder dat eene overheerschende omstandigheid tengevolge van zeker voornemen hiertoe leidt, die passen naar beide zijden van dien gemakkelijksten pas afwijken. Hoe grooter nu die afwijkingen ter eene of andere zijde zijn, hoe moeijelijker zij zullen voorkomen, en nu zal de werking der wet van geschiktmaking maken, dat bij zeer veel passen de groote en kleine passen niet regelmatig, maar onregelmatig afwisselen.en dat de passen, het minste in grootte met den gemakkelijksten verschillende, meer dan die, er meer mede verschillen, zullen voorkomen20.Buitendien tracht de werking der wet van geschiktmaking, zonder de harmonie tusschen bijzondere en regelmatige zaken te schaden, hen meer algemeen, onveranderlijk en onregelmatig te doen worden.Hoe onveranderlijkheid en onregelmatigheid zamen kunnen gaan blijkt wel bij mengsels van vochten. Giet men bijv. voorzigtig wat wijn binnen water, zoo kan men maken dat beide vochten zich niet dadelijk egaal vermengen, en gedurende de verspreiding van den wijn binnen het water, wordt dan de aanblik van het gevulde glas gedurig anders. Schudt men dit echter op eene onregelmatige wijze, zoo wordt het mengsel overal egaal en de aanblik er van blijft steeds denzelfden.Het is voorts onjuist dat onregelmatigheid steeds gemis aan doel of geschiktheid zou aantoonen. Dat dit voor ons vaak het geval is, komt hier vandaan, dat wij het onregelmatige beschouwen uit een bijzonder en beperkt oogpunt, evenals bijv. een denkbeeldig wezen zeer onregelmatige vermenging van vochtdeelen van verschillende soort binnen ruimten slechts betrekkelijk weinig vochtdeelen bevattende. Zoo wij daarentegen het onregelmatige konden beschouwen uit een zeer algemeen oogpunt, bijv. op eene wijze, te vergelijken met die waarop wij de egale mengsels van verschillende vochten beschouwen, zoo zou dit begrip van wanorde en doelloosheid, door het onregelmatige verwekt, geheel bij ons verdwijnen.Wij hebben ons naar vele regelmatige toestanden, door gedurende voor ons lange tijden standvastige omstandigheden overheerscht, geschikt, en daarom schijnt ons het onregelmatige, dat bij de opvolgende gebeurtenissen op allerlei onvoorziene wijzen variatien teweeg brengt, ongeschikt. Dit echter verandert geheel, wanneer men groepen, elk uit zeer veel gelijksoortige gebeurtenissen bestaande, beschouwt, en aldus de gebeurtenissen uit een alsware in tijd en ruimte meer verheven standpunt waarneemt. Regelmatigheid doet alsdan die groepen verschillen en onregelmatigheid hen gelijk worden.Al onze statistieke berekeningen, waarbij men gebeurtenissen zooals geboorten, misdaden, ziekten enz. bij groepen van millioenen individuen beschouwt, zijn dan ook gegrond op de standvastigheid, welke de uiterst onregelmatige opvolging van zulke gebeurtenissen bij groote groepen er van teweeg brengt.Was dit niet het geval, zoo namelijk de werking der wet van geschiktmaking het voorkomen van dergelijke gebeurtenissen niet onder den invloed bragt van zeer vele accidentele omstandigheden, maar zij daarentegen steeds onder den invloed van enkele omstandigheden stonden, en de uitwerking hiervan, wegens derzelver verband dan met deze dan met gene andere omstandigheid, sterk veranderde, zoo zou het dan meer en dan minder voorkomen van dergelijke gebeurtenissen bij groote groepenvan individuen, ons even onverklaarbaar voorkomen als het zich bevinden van eene groote overmaat van witte ballen bij veel blindelingsche trekkingen uit eene bus evenveel witte als zwarte ballen bevattende. Is daarentegen binnen die bus de overmaat der er in bevatte witte ballen even groot als bij de reeks van trekkingen, zoo zullen deze onder den invloed van velerlei accidentele omstandigheden kunnen zijn, en bij die achtereenvolgende trekkingen de onregelmatigheid aldus zeer groot kunnenzijn. Nu bestaat er verschil tusschen de omstandigheid dat die bus eene groote menigte van witte ballen bevat, en die waardoor uit eerstgemelde bus bij eene reeks van trekkingen er veel meer witte ballen dan zwarte uit de bus te voorschijn komen. Die eerste omstandigheid, bekend of niet, werkt namelijk steeds op dezelfde wijze, terwijl de tweede, naarmate zij zus of zoo met andere omstandigheden in verband staat, op geheel andere wijzen werkt. Zij is vergelijkbaar met de voorkeur die men, bij het ziende trekken, kan bezitten voor de eene of andere regelmatige afwisseling der witte en zwarte ballen bij de trekkingen. Die voorkeur kan zus of zoo zijn, tengevolge van eene onnaspeurlijke aaneenschakeling van oorzaken en gevolgen. Nu kan de aanbieding der bus, eene overmaat van witte ballen bevattende, ook wel aldus ontstaan, maar zal, hoe ook ontstaan zijnde, desniettemin steeds eene omstandigheid zijn,leidende tot het blindelings trekken van meer witte dan zwarte ballen. Hoe velerlei omstandigheden bij de blindelingsche trekking van ballen er ook van invloed zijn, zij blijft steeds denzelfden invloed uitoefenen, terwijl daarentegen onbewuste voorkeur voor de eene of andere regelmatige wijze van trekking onder den invloed van allerlei omstandigheden, evenzeer moet veranderen als de gedragingen van menschen, welke de speelballen zijn van allerlei inblazingen21.Bij ons menschen kunnen het karakter, het verstand, de positie enz. vergeleken worden met dieverhoudingentusschen de witte en zwarte ballen binnen gemelde bus, en de onder den invloed van velerlei accidentele omstandigheden zijnde reeks van denkbeelden met de aan allerlei invloeden blootgestelde bewegingen der handen bij de blindelingsche trekkingen.Ook epidemische ziekten zijn van die steeds denzelfden invloed uitoefenende omstandigheden. Zij kunnen toch niet, zus of zoo met andere omstandigheden in verband zijnde, het aantal sterfgevallen bij een groot getal individuen vergrooten of verkleinen.Hoe grooter het aantal veranderlijke omstandigheden, op eenig verschijnsel van invloed, is, hoe kleiner de kans voor regelmatigheid bij dit verschijnsel zal zijn. Het aantal dier veranderlijke omstandigheden steeds grooter blijvende dan de grootst eindige grootheid, zoo zou, zoo de invloed van elk die omstandigheden even groot was, die regelmatigheid bij het verschijnsel (dat uit eene reeks van met elkander in verband zijnde gelijksoortige gebeurtenissen kan bestaan) nul zijn. Dit is nu het geval niet, want op zulk een verschijnsel kunnen van invloed zijn vooreerst enkele omstandigheden, voorts een grooter aantal op eene zwakkere wijze, nog een grooter aantal op eene nog zwakkere wijze enz., zoodat die invloeden van al de veranderlijke omstandigheden kunnen uitgedrukt worden door zekere breedte bezittende bundels van ordinaten eener kromme lijn met de bolle zijde naar de abcissen as gekeerd, deze op eene grootst eindige distantie rakende, en met die as der abcissen en een ordinaat een eindigen inhoud omsluitende. Die inhoud stelt dan voor het totaal der invloeden van al die omstandigheden op het verschijnsel, en het is nu klaar dat voor zooverre die invloeden uiterst groot in aantal, maar uiterst gering zijn (bij dien inhoud voorgesteld door het uiterstlage, maar uiterst lange deel er van, het effect er van zal trachten het verschijnsel zoo onregelmatig mogelijk te doen zijn. Nu kunnen wel de sterkere invloeden der overige eindig in aantal zijnde omstandigheden (voorgesteld door het kortere maar hooge deel van gemelden inhoud) dit verschijnsel regelmatig trachten te doen worden, maar klaarblijkelijk die regelmatigheid min of meer gestoord worden. Zoo zullen bijv. de zuiver elliptische banen derplanetenom de zon niet slechts door de werkingen der andere planeten, maar tevens, en dat wel op eene voor ons onwaarneembare, maar uiterst onregelmatige wijze, door het onnoemelijk getal der zich verplaatsende sterren gestoord worden.Die storing der regelmatigheid zal bijv. ook bestaan wanneer men blindelings maar te gelijk eene menigte van ballen uit de op blz.308gemelde bus trekt, en zij dan maken dat de gelijktijdig getrokken ballen niet boven zeker aantal tot de witte ballen der bus zullen behooren.Bij het achtereenvolgens trekken van die ballen, zou men bij elke trekking iets dergelijks als in het zoo even gemelde geval verkrijgen, zoo de indrukken van een aantal vroegere trekkingen, gelijk aan dat van de ballen die men bij dit vorige geval tegelijk uit de bus trekt, onverflaauwd bleef bestaan. Dit is nu weliswaar niethetgeval, edoch de verflaauwde indrukken der vorige trekkingen, gepaard met de volgende, zullen een geval vormen, gelegen tusschen het vorige en dat waarbij de vorige trekkingen van geen invloed op de volgende zijn, zoodat het zekere minimum van storing der regelmatigheid er bij kleiner dan in het eerste geval en grooter dan in het laatste, waarin dit minimum nul is, zal worden voor zooverre men de verschijnselen beschouwt met betrekking tot derzelver sterkte, kan men hen verdeelen in verschillende categorien, zoodat van die tot elk dezercategorien behoorende, het eene of andere dier verschijnsels in ruimte en tijd en plaats heeft. Zoo kan bijv. een dier categorien bevatten winden van verschillende sterkte. Overal in den atmospheer en gedurende al den tijd van het bestaan dezes zal de lucht circa in rust, of in meer of minder heftige beweging zijn. Ter wederzijde van meest voorkomende windsnelheden, door vrij standvastige omstandigheden voor elke plaatsbepaald, bestaan er nu afwijkingen, met betrekking tot wier opvolging op eene zelfde, of wel gelijktijdige voorkoming op verschillende plaatsen, hetzelfde te zeggen valt als zie blz.317voor de afwijkingen van eene gemakkelijkste lengte van pas. De nagelaten sporen der snelheden van den wind gedurende de vorige tijden op eenige plaats en de menigte der omstandigheden op de windsnelheden van invloed zijnde, moeten bijv. regelmatige afwisseling van zwakke en sterke winden storen.Het lang na elkander voorkomen van hetzij zeer zwakke, hetzij zeer sterke winden, wordt reeds tegengegaan door de hunne oorzaken vernietigende gevolgen er van. In het eerste geval zal toch de dampkring door verdamping meer vochtig worden dan opdroogen door de condensatie van omhoog gevoerde dampen, daar waar de met den wind gepaarde rijzingen van lucht bestaan, en die meerdere vochtigheid der lucht aanleiding gevende tot een grooter verschil in vochtigheid er van op de eene en andere plaats, en aldus tot een grooter verschil in ijlheid der lucht, de rijzingen en dalingen der lucht en aldus ook den wind bevorderen22.In het andere geval heeft het omgekeerde plaats, doch die gevolgen kunnen niet beletten, dat bijv. stormen in den winter om de dertig dagen voorvallen in plaats vandit meer ongelijk te doen. Die regelmatigheid kan slechts belet worden door de op blz.321gemelde invloeden van eene overgroote menigte van veranderende omstandigheden.Eene andere dier op blz.323gemelde categorien bevat de gedragingen der menschen jegens anderen. Deze kunnen toch weldadig, welwillend, onverschillig, onwelwillend en misdadig zijn. Eene derde categorie bevat de toestanden van gebouwen met betrekking tot brand, en men heeft hierbij, hevig branden, flaauw branden, de nabijheid van brandende gebouwen, of het bevatten van brand veroorzakende voorwerpen. Ook hierbij zullen de afwijkingen van den gemiddelden toestand, naarmate zij grooter zijn, in toeneming sterker belet worden door de werking der wet van geschiktmaking en door de op blz.258en 300 gemelde werking der wet der veranderlijkheid, zooals bijv. bij de meer afdoende pogingen tot blussching van hevige dan van flaauwe branden.De werking dier beide wetten bestaat ook bij de positieve en negatieve afwijkingen in menigvuldigheid van verschijnsels van zekere gemiddelde menigvuldigheid van voorkoming. Bij al deze gevallen zal niet slechts de op blz.321gemelde werking het regelmatig er van voorkomen, maar tevens, zooals zoo even gezegd is, het veel of weinig voorkomen er van tegengewerkt worden, en dit laatste met alsware grootere kracht dan het eerste geschieden. De werking van de wet van geschiktmaking gaat bijv. sterker tegen het zeer rijk worden van meer menschen dan gewoonlijk, dan het herhaald door hen trekken van hooge prijzen uit eene loterij, want er bestaan vele verschijnsels wier menigvuldigheid van voorkoming, enkel wegens de er door teweeg gebragte regelmatigheid, door de op blz.321gemelde werking der wet van geschiktmaking tegengaan wordt, en dit is bijv. met de zooeven gemelde herhaalde trekking van prijzen het geval. Periodiciteit, bijv. het achtervolgens dan dikwijlsen dan zeldzaam voorkomen van verschijnsels wordt, als zijnde eene soort van regelmatigheid, door accidentele overheerschende omstandigheden voortgebragt, doch, wanneer de op blz.267gemelde werking der wet der veranderlijkheid dit dikwijls voorkomen tegengaat, door het, zooals op blz.258gezegd is, negatief worden van het eerste verschijnsel, zal op dien overvloed schaarste, daarna weder overvloed enz. volgen, en er aldus van lieverlede verzwakkende schommelingen en periodiciteit ontstaat. Deze zal alsdan door de op blz.321gemelde werking evenzeer gestoord worden als de uitwerking der zie blz.309de herhaling derzelfde zaak voortbrengende overheerschende omstandigheden.Bij het schieten naar eene schijf, zullen bijv. de sterkste afwijkingen ter regterzijde slechts, wegens de alsdan niet onregelmatige afwisseling er van met gemiddeld veelvuldiger voorkomende kleinere regtsche afwijkingen, belet worden in aantal veel grooter dan gemiddeld voor te komen, zoo de schutter niet het denkbeeld verkrijgt, dat hij dikwijls zoo sterk mis schietende als voor hem mogelijk is, zich gaat inspannen om juister te schieten. In dit geval beperkt de werking der wet van geschiktmaking niet slechts het misschieten bij elk schot, maar tevens de herhaling er van.Dit is insgelijks het geval bij de meeste feiten waarmede de statistiek zich bezig houdt, zooals bijv. misdaden, sterfgevallen enz. doch dit is niet de eenigste reden waarom onder zeer veel individuen die voorvallen binnen even groote tijden circa even veelvuldig voorkomen. Daartoe draagt ook bij een ons onbewust verband waarin zij, door tusschenkomst eener menigte van verschijnsels, tot elkander staan, waardoor zij, wegens de op blz.321gemelde reden in tijd en ruimte onregelmatig moeten voorkomen, omdat er anders, hetzij bij gelijktijdig voorvallende verschijnsels, hetzij bij de achtergeblevenesporen van vroegere verschijnsels met betrekking tot de huidige, te veel regelmatigheid zou ontstaan.Vandaar dat er niet, althans niet buiten zekere grenzen, gelijktijdig in eenig land, zooals men zegt bij toeval, zeer veel meer diefstallen dan gemiddeld gepleegd worden, en dat evenmin kort nadien dit aantal veel kleiner dan gemiddeld wordt, zonder dat de justitie en particulieren intusschen waakzamer geworden zijn en het straffen der diefstallen verscherpt is. Die diefstallen zijn te vergelijken met het trekken van bijv. gele ballen uit eene bus, ballen van allerlei andere kleuren bevattende, op eene onbewuste wijze voor het gevoel onderscheiden, en wier trekking met het voorvallen van de verschillende andere feiten, welke in de plaats van diefstallen kunnen plaats hebben, vergelijkbaar is; terwijl de verspreiding en de verhouding dier ballen van verschillende kleur binnen de bus, vergelijkbaar is met den stand van zaken aanleiding gevende tot die gelijktijdig voorvallende feiten van verschillende soort. Bij elke trekking, een groot aantal ballen bevattende, zullen de getrokken gele ballen niet buiten zekere grenzen in verhouding tot al die gelijktijdig getrokken wordende ballen kunnen afwijken van derzelver verhouding tot het totale aantal ballen binnen de bus, omdat er anders bij elk dier trekkingen eene te groote regelmatigheid zou ontstaan. Evenzoo bij de gelijktijdig maar op verschillende plaatsen gepleegde diefstallen. Niet slechts heeft de stand van zaken op elke plaats invloed op de aldaar gepleegde daden, maar tevens in zwakkere mate ook die op andere plaatsen. Niet alleen hebben de andere daden, ter plaatse waar de diefstal geschiedt tegelijk hiermede plaats hebbende, maar tevens die en aldus ook de diefstallen op andere plaatsen gepleegd, invloed op eerstgemelden diefstal23.Op blz.311hebben wij gezegd dat, wanneer in de ruimte alsware tusschen gelijksoortige gebeurtenissen er eene menigte andere gelegen zijn, zij, door met betrekking tot elkander regelmatig of onregelmatig in te vallen, zeer weinig bijbrengen tot de regelmatigheid van het geheel, en als onafhankelijk van elkander ontstaan beschouwd kunnen worden. Men behoeft aldus het gelijktijdig voorvallen van bijv. diefstallen slechts te beschouwen over zulk een ruimte, dat er aldaar gemiddeld zeer veel ongeveer gelijktijdig geschieden. Is nu dit aantal buitengewoon veel grooter dan gemiddeld, zoo bestaat er eene regelmatigheid welke de vrucht moet zijn van eenige accidentele overheerschende omstandigheden tegelijk bij al die plaatsen, waar die diefstallen begaan worden, van invloed zijnde. Die regelmatigheid moet toch eene oorzaak bezitten, daar op blz.321aangetoond, is, dat die oorzaak niet in het totaal der zeer geringe invloeden van een uiterst groot aantal omstandigheden kan bestaan, wordt aldus het bestaan dier eerste oorzaak ontkent door iemand die regelmatigheid aan het toeval toeschrijft, zoo bekent hij tevens dat de laatste oorzaak alleen bestaat, en deze kan slechts, zooals op blz.321gezegd is, onregelmatigheid en geene zoogenaamde toevallige regelmatigheid voortbrengen.Hieruit blijkt tevens dat bijv. diefstallen op verschillende plaatsen, zooals men zegt, onafhankelijk van elkander gepleegd, invloeden op elkander uitoefenen, die te zamen met velerlei andere even weinig waarneembare invloeden niet verwaarloosd mogen worden, want zij behooren, of tot die menigte van zeer geringe invloeden waardoor, zooals op blz.321gezegd is, onregelmatigheid ontstaat, of zij worden teweeg gebragt door de enkeleoverheerschende omstandigheden bij die verschillende plaatsen tegelijk werkende, waardoor er bij het voorkomen dier diefstallen regelmatigheid kan ontstaan. Alsdan kan men niet met juistheid zeggen, dat de diefstallen onafhankelijk van elkander gepleegd worden, zoodat, wanneer bijv., bij gemis aan afspraak van dieven op velerlei plaatsen, of van dergelijke omstandigheden, men bij de gewone wijze van spreken mag zeggen, dat die diefstallen niet anders dan onafhankelijk van elkander kunnen gepleegd zijn, zoo zij onder den invloed derzelfde enkele op verschillende plaatsen tegelijk werkende overheerschende omstandigheden ontstaan zijn, deze al zeer zwak moeten zijn, en de er door teweeg gebragte regelmatigheid, door de op blz.321gemelde werking, noodzakelijk zeer sterk gestoord moet worden.Wanneer de omstandigheden, van invloed op gelijksoortige verschijnsels, wier wijze van herhaling in tijd of ruimte men wenscht na te gaan, ook onderling meer op elkander van invloed zijn, zal de regelmatigheid bij die voorkoming dier verschijnsels binnen naauwere grenzen besloten blijven. Enkele dier omstandigheden zullen dan toch moeijelijker een eenigen tijd aanhoudenden overheerschenden invloed in denzelfden geest kunnen blijven uitoefenen, omdat alsdan de grootere invloed van andere omstandigheden er op dit gedurig meer verhindert.24Dit zal insgelijks het geval zijn, zoo die invloed van eenvoudigen aard is, omdat dan elk dier omstandigheden meer geinfluenceerd wordt door elk der andere op eene wijze in verhouding der aanraking tusschen beide, en eerstgemelde omstandigheden gedurig met andere, of op eene andere wijze metdezelfdeomstandigheid in aanraking komen. Zijn daarentegen die invloeden van meerzamengestelden aard, zoo kan eene omstandigheid meer ongevoelig blijven voor vele andere waarmede zij in directe aanraking komt, en daarentegen sterk den invloed ondervinden van enkele omstandigheden, in tijd of ruimte er betrekkelijk ver van verwijderd.Dit is in sterke mate het geval bij de omstandigheden daargesteld door de wijze van denking die men willen noemt. Iemand wil, tengevolge eener voor geheele wijziging zeer vatbare gril, bijv. witte ballen uit eene bus nemen, en, ofschoon dan zwarte ballen meer bij de hand kunnen liggen, neemt hij toch moeijelijker te bereiken witte ballen. Zoo zullen, wanneer de dieven nemen wat het gemakkelijkste en met het minste gevaar te stelen is, de gedurende elke week gepleegde diefstallen onder eene groote bevolking, wegens gebrekkige onregelmatigheid van voorkoming minder veranderen, dan zoo die diefstallen gepleegd worden nadat derzelver daders berekeningen gemaakt hebben. Tusschen twee havens varende stoomschepen, wier machines steeds met evenveel kracht werken, en die aan allerlei winden en accidentele stroomen blootgesteld zijn, zullen langs de distantie tusschen die twee havens steeds op eene vrij onregelmatige wijze verspreid moeten zijn. Hangt daarentegen de kracht waarmede de machines dier vaartuigen werken af van den wil hunner gezagvoerders, zoo zal die verspreiding regelmatiger kunnen zijn, al bestaat er geene dit bevorderende afspraak tusschen die gezagvoerders.Gesteld dat de werking van den wil dier gezagvoerders niet bestaat, zoo zullen bij gemelde vaartuigen, bij zekere regelmatige verspreiding van sommige hunner, de winden, de stroomen, golven enz. invloeden, waarbij de indruk dier regelmatigheid bestaat, op de andere vaartuigen overbrengen.25Gezamentlijk met de voorgaande, bestaan nubij die overige vaartuigen een uiterst groot aantal andere invloeden van water en lucht, welke, zooals op blz.321gezegd is, door hun aantal en hunne veranderlijkheid iets onregelmatigs zullen trachten teweeg te brengen. Zoo aldus de min of meer regelmatige ligging dier overige vaartuigen, in verband met die der eerstgemelde beschouwd, eene sterkere regelmatigheid, dan door de ligging van eerstgemelde vaartuigen wordt voortgebragt, daarstelt, dienen de van deze op die andere vaartuigen overgebragte regelmatige invloeden sterker te zijn, en zich hierbij te paren aan dergelijke invloeden bij die overige vaartuigen. Dit kan naar ons inzien, niet anders geschieden, dan zoo die min of meer regelmatige invloeden bij elk vaartuig aanwezig en van de andere er naar toe overgebragt, door enkele voor al de vaartuigen in denzelfden geest werkende omstandigheden worden voortgebragt.Onder de omstandigheden, op de ligging diervaartuigenvan invloed zijnde, behoort echter ook de behandeling er van door derzelver bemanning. Al wordt nu die behandeling geheel bepaald door de betrekking dier vaartuigen met de winden, golven en stroomen, zoo zal veel hiervan op die bepaling dier behandeling van zeer weinig en enkele zaken, hier en nu anders dan elders en later, van veel invloed kunnen zijn. Die behandeling kan aldus staan onder den overheerschenden invloed van enkele, volstrekt niet steeds op dezelfde wijze van invloed zijnde, accidentele omstandigheden, en daar zij sterken invloed uitoefent op de ligging dier vaartuigen, deze alsdan gemiddeld meer onder den invloed van enkele en gemiddeld minder onder den invloed van zeer vele veranderlijke omstandigheden komen. Dit nu is wel is waar geene bestendige oorzaak van meer regelmatige onderlinge ligging dier vaartuigen, maar wel eene oorzaak, waardoor de invloeden van zeer vele veranderlijkeomstandigheden er op zwakker kunnen worden. Het is aldus mogelijk dat alsdan de op blz.321gemelde werking, waardoor de regelmatigheid tegengegaan wordt, zwakker wordt.Eene overheerschende omstandigheid kan ergens, zooals op blz.309gezegd is, regelmatigheid voortbrengen, en eene andere overheerschende omstandigheid elders eene andere regelmatigheid veroorzaken, zonder dat beide soorten van regelmatigheid, wegens het verband waarin zij tot elkander staan, iets regelmatigs vormen. Is dit daarentegen wel het geval, en zelfs zoo op beide plaatsen er geene regelmatigheid bestaat, maar onregelmatigheden, welke, door bijv. min of meer identiek te zijn, wegens derzelver onderling verband eene regelmatigheid daarstellen, zoo moet deze door voor beide plaatsen gemeenschappelijke overheerschende omstandigheden teweeg gebragt worden. Anders toch zou de wegens dit onderlinge verband ontstaande regelmatigheid zonder oorzaak zijn, en aldus de ook met betrekking tot dit onderlinge verband onregelmatigheid voortbrengende werking der wet van geschiktmaking alleen heerschen.Naar mate echter die twee plaatsen in de ruimte, of wanneer het tijdstippen geldt waarop die, wegens hun onderling verband, regelmatigheid voortbrengende gebeurtenissen plaatshebben, deze in den tijd verder van elkander gelegen zijn, dat is, wanneer er tusschenbeide alsware meer gebeurtenissen liggen, zullen de omstandigheden, regelmatigheid wegens onderling verband voortbrengende, bij dezelfde sterkte dier regelmatigheid, zwakker kunnen zijn. De werking der wet van geschiktmaking zal dan toch, door tusschenkomst der invloeden van eene zeer groote menigte van omstandigheden, bij de tweede plaats de regelmatigheid met betrekking tot hetgeen, op de eerste plaats geschied is, slechts kunnen storen, voor zoo verre hetgeen aldaar geschied is, bijdie tweede plaats van invloed is. Is nu die verzwakking, bij grootere betrekkelijke verwijdering in tijd of ruimte, sterker dan die der omstandigheden, bij beide plaatsen, of op beide tijdstippen, eene, zooals hierboven gezegd is, door onderling verband ontstaande regelmatigheid voortbrengende, zoo zal deze bij groote verwijdering in ruimte of tijd grooter kunnen worden26.Zoo bijv. thans ergens in Europa iemand, de kleur der ballen onderscheidende, eene reeks hiervan uit eene bus trekt, en over eene eeuw iemand anders in Amerika dit ook doet, zal de eerste reeks van trekkingen zekere invloeden hoe gering ook op de andere uitoefenen, en de regelmatigheid bij de verhouding tusschen beide reeksen van trekkingen tot zekeren graad hoe gering ook door op blz.321gemelde werking der wet van geschiktmaking verstoord worden.Zoo er nu slechts in beide gevallen sprake kan zijn om de witte of zwarte ballen, met betrekking tot derzelver afwisseling, slechts op een bepaald aantal verschillende wijzen uit die bus te trekken, kan de zucht naar varieteit maken, dat in beide gevallen de trekkers dit op al die wijzen doen, en dat aldus in beide gevallen, in tijd en ruimte zoover van elkander gelegen, er identieke reeksen van trekkingen plaats hebben. De omstandigheid, welke dan in die beide gevallen tegelijk werkt, is de zucht om uit bussen, witte en zwarte ballen bevattende, met onderscheiding der kleuren, deze bij de getrokken ballen op een zeker aantal verschillende wijzen te doen afwisselen.Zoo daarentegen in beide gevallen slechts eene reeks van trekkingen en wel blindelings gedaan wordt, endat in beide gevallen de witte en zwarte ballen op de onregelmatigste, maar in elk dier gevallen op volmaakt dezelfde wijze afwisselen, zoo dient de invloed van eene voor beide gevallen gemeenschappelijke omstandigheid hiervan de oorzaak te zijn, en zal deze die overeenstemming tusschen de beide reeksen van trekkingen moeijelijker te weeg kunnen brengen, naarmate die reeksen elk uit meer trekkingen bestaan. Die voor beide reeksen gemeenschappelijke omstandigheid kan in dit geval niet in eene voorbedachtelijke imitatie in het tweede geval van hetgeen in het eerste heeft plaats gehad bestaan, en dient dan wel derzelver invloed van de trekking in Europa, tot die eene eeuw later in Amerika op eene gelijksoortige wijze overgebragt te hebben als de sporen dier geheele eerste trekking. De oorzaak, die overeenstemming tusschen beide reeksen van trekkingen voortbrengende en die deze verstorende, moeten aldus beide in dit geval uiterst zwak zijn, en zullen dit nog meer worden, zoo tusschen de reeksen van trekkingen in beide gevallen er nog meer liggen, omdat de invloeden der eerste trekking hierdoor meer verloren gaan dan door andere zaken.De werking der wet van geschiktmaking wischt namelijk vooral zaken uit door andere er mede gelijksoortige later voorvallende zaken, zie blz.182, want die uitwissching of liever omzetting geschiedt niet van zelf, hiertegen verzet zich de werking der wet der traagheid.Men moet echter zeer voorzichtig zijn bij de ontkenning dat bij gevallen, in tijd en ruimte ver van elkander gelegen, er geene onderlinge regelmatigheid tusschen hen kan ontstaan dan op dezelfde wijze waarop die gevallen zelve van invloed op elkander zijn. Die regelmatigheid tusschen twee gevallen kan toch, even als de absolute regelmatigheid bij een geval, dikwijls ontstaan op wijzen wel in zekeren zin gelijksoortig met die wij kennen en aldus niet door het toeval, maar op wijzenbuiten onzen kring van kennis of, wegens hare zwakte, buiten onzen kring van waarneming gelegen.De invloeden der daden der bewoners dezer aarde op die der bewoners van de planeet Venus moeten bijv. uiterst gering zijn, en toch zouden al de bewoners der dagzijde dezer aarde onbewust bijna te gelijk iets gelijksoortigs kunnen doen, en, zoo de bewoners der dagzijde van Venus, tengevolge der op blz.232gemelde werking der wet van geschiktmaking, gevoelig zijn voor de warmte der zon, ook zij iets dergelijks doen. Een onwaarneembare vermindering der warmte der zon, tengevolge van hetontstaaneener zonnevlek, zou toch de oorzaak hiervan kunnen zijn.Bij het geval van blz.312bestaat er voor al de waarneembare ruimtedeelen van het mengsel eene omstandigheid, welke zekere onderlinge regelmatigheid tusschen hetgeen bij die ruimtedeelen bestaat, namelijk de gelijkheid tusschen de verhouding der verschillende vochten, bij elk hunner teweeg brengt. Die omstandigheid is namelijk dat door roering voor alle de quantiteit van het bijgeschonken vocht dezelfde wordt gemaakt.Wij besluiten uit dit een en ander, dat de regelmatigheid bij gevallen en de onderlinge regelmatigheid tusschen verschillende gevallen binnen enge grenzen beperkt is, tenzij bijzondere oorzaken, kennelijk van anderen aard dan de invloeden tusschen de deelen dier gevallen, of tusschen deze laatste onderling, haar voortbrengen, en dat voorts de uitwerkingen en het belangrijke van zulke regelmatigheden niet buiten zekere grenzen kunnen afwijken van de sterkte dier bijzondere oorzaken. Deze werking der wet van geschiktmaking komt ons menschen zeer te pas, want, omringd van min of minder regelmatige bijzondere zaken, is het voor ons noodig de oorzaken er van te kennen en hierop te kunnen rekenen, en desniettemin doet onze fantaisie ons somtijds geloovendat er regelmatige zaken bestaan, waar wij weten dat de oorzaken er van niet aanwezig kunnen zijn.Dat regelmatigheid in tijd of ruimte door enkele op verschillende tijdstippen, of op verschillende plaatsen overheerschende omstandigheden voortgebragt moet worden, volgt alsware uit het bestaan van regelmatigheid in de herhaling of periodieke herhaling derzelfde zaken. Voorts kan eene gebrekkige regelmatigheid zamengesteld worden uit eene volmaakte regelmatigheid on eene volslagene onregelmatigheid.Bij het voorbeeld der op blz.327gemelde diefstallen heeft men, al vallen deze in tijd of ruimte zoo onregelmatig mogelijk voor, wel is waar eene herhaling derzelfde zaak, doch hiervoor te gelijk eene in tijd en ruimte overheerschende omstandigheid, namelijk die in eene maatschappij tot diefstallen aanleiding gevende. Bestaat er nu buiten deze regelmatigheid eene tweede, namelijk die, welke met een volstrekt onregelmatig voorkomen dier diefstallen zamengesteld, vormt eene gebrekkige regelmatigheid van voorkoming er van, zoo bestaat die tweede regelmatigheid in eene periodieke herhaling derzelfde zaak, en moet zij de vrucht van andere overheerschende omstandigheden zijn.27Trouwens verschijnsels, onder den invloed staande van verschillende omstandigheden, tracht men, ten einde de invloeden elk dezer te vinden, alsware te ontleden inverschillende regelmatige verschijnsels, en wel in meer, naarmate die omstandigheden meer in aantal zijn. Dan echter wordt de regelmatigheid van het resulterende verschijnsel van meer zamengestelden aard en meer onregelmatig, en moet het zulks volstrekt worden als die er op van invloed zijnde veranderlijke omstandigheden in aantal onnoemelijk zijn, en dat geene derzelver overheerscht, want in dit laatste geval kan het verschijnsel eene op uiterst zamengestelde wijze gestoorde eenvoudige regelmatigheid vertoonen, zie Noot blz.328.Op blz.278hebben wij aangetoond dat zaken geene plotselinge veranderingen er van in grootte kunnen ondergaan, zoodat veranderingen er van in grootte aangeduid zullen kunnen worden door de ordinaten van nergens niet afgeronde hoeken bezittende kromme lijnen. Zoo aldus zaken, aan een steeds grooter wordenden drang tot vergrooting onderworpen raken, zal derzelver grootte gedurende de achtervolgende tijdstippen door de ordinaten eener van af zeker punt oploopende en met de bolle zijde naar de abcissenas gekeerde kromme voorgesteld kunnen worden. Vergroot die drang later niet meer, en wordt hij daarna steeds kleiner, om eindelijk nul te worden, zoo zal die kromme een buigpunt verkrijgen, vervolgens steeds flaauwer oploopen en met de holle zijde naar de abcissenas gekeerd zijn, en eindelijk hiermede paralel loopen.Wanneer oorzaak en gevolg elkander wederkeerig versterken, en aldus de drang tot vergrooting bij het gevolg steeds versnellende grooter zou worden, zoo de werking der wet van geschiktmaking zie blz.262de vergrooting der oorzaak niet tegenging, zal dit gevolg wel is waar aan een na zekeren tijd steeds trager, maar nog steeds toenemenden drang tot vergrooting blootgesteld zijn, maar, daar de werking der wet van geschiktmaking ook de vergrooting van dit gevolg tracht tegen tegaan, en, even als bij de oorzaak, in sterkere mate, naarmate het grooter is, het zijn, of er bij beide eene eerst toe en later afnemende vergrootende werking bestaat. De werking der wet van geschiktmaking kan nu wel de vergrooting van eenig verschijnsel zeer moeijelijk maar niet onmogelijk maken, en verkeert daaromtrent steeds in het geval van als bij eene van derzelver werkingen, namelijk den tegenstand van het water tegen drijvende vaartuigen.28Hoe snel ook deze bewegen, de vergrooting dervoortstuwendekracht kan desniettemin eene ofschoon uiterst geringe vergrooting der snelheid van het vaartuig teweeg brengen. Vandaar dat alsdan de op blz.336gemelde ojiefvormige kromme, wier ordinaten de achtervolgende grootten van het bovengemelde gevolg verschijnsel aangeven, eerst bij eene oneindig groote abcis en eene eindig groote ordinaat met de abcissenas paralel zal loopen.29Gesteld dat nu de stoommachine van dit vaartuig sterker gestookt wordt, naarmate de snelheid hiervan meer bedraagt, zoo zal de werking der wet van geschiktmaking de versterking van het vuur steeds meer gaan belemmeren, en klaarblijkelijk zulk een vaartuigeerst versnellende, maar later vertragende in snelheid toenemen, zonder dat ooit de aanwas in snelheid geheel ophoudt.
Een beschonken mensch, van eene naar eenige andere plaats willende gaan, wijkt, door te zwaaijen, dan aan deze dan aan gene zijde af van zekeren weg tusschen die twee plaatsen, en de werking der wet der geschiktmaking en de werking der wet der veranderlijkheid op blz.258gemeld, trachten gedurig die afwijkingen te vernietigen, en dien persoon brengen op den gemiddelden van al de verschillende wegen, die hij herhaalde keeren in staat van dronkenschap tusschen beide gemelde plaatsen zal volgen.Die gemiddelde weg is nu echter ook die welke een niet beschonken mensch tusschen die twee plaatsen zal volgen, en het gaan langs dien gemiddelden weg is aldus iets meer algemeen, dan het regts en links afwijkenervan in staat van dronkenschap. Die wandeling van dien beschonken mensch is aldus een verschijnsel, waarvan het meer algemeene is dat beoogt wordt om haar te maken langs dien gemiddelden weg en het meer bijzondere in de afwijkingen hiervan bestaat. Van de gemiddelde toestanden, waarvan af deze afwijkingen, welke de werking der wet van geschiktmaking en de werking der wet der veranderlijkheid, op blz.257gemeld, trachten te vernietigen, bestaan, wordt trouwens den aard steeds door iets meer algemeen en minder veranderlijk bepaalt dan hetgeen den aard dier afwijkingen bepaalt. Het verschil tusschen het gemiddelde mannen en het gemiddelde vrouwenkarakter wordt bijv. bepaalt door de verschillen in ligchaamsorganisatie en werkkring der mannen en vrouwen in het algemeen, doch dat sommige vrouwen een vrij mannelijk karakter verkrijgen, van eene dergelijke afwijking kan de oorzaak van zulk een algemeenen aard niet zijn. Dit is eveneens het geval met de afwijkingen uit het oogpunt der gezondheid der ligchamen der menschen van het gemiddelde menschelijke ligchaam. Zooals op blz.78gezegd is, kan, wegens de optrekkende werking van den geest en de terugtrekkende werking der aarde, dit gemiddelde menschelijke ligchaam niet volmaakt gezond zijn, doch van den ziekelijken toestand er van zal niet anders te zeggen zijn, dan dat geen zijner organen volmaakt goed werken.Zoo de menschelijke ligchamen in geen staat van ontwikkeling verkeerden, zou daarentegen het volmaakt gezonde ligchaam het gemiddelde zijn, zoodat het, bij het wel bestaan dier ontwikkeling, niet de uiterste afwijking ter eene zijde kan zijn, en wel te minder hoe zwakker die ontwikkeling is. Men kan zich aldusbij sterkere afwijkingen aan die zijde alsware te bloeijende ligchamen voorstellen, evenals men zich zie blz.215menschen kan denken in alles aan hoogere eischen voldoende dan die voor de behoeften der thans bestaande maatschappij nuttig en noodig zijn. In de werkelijkheid ontmoet men echter evenmin zulke ligchamen als zulke karakters, omdat bij geen van beide de verschillende deelen met elkander in harmonie zijn.
Ditzelfde gebrek aan harmonie neemt men waar bij de voorstellingen der menschen van hoogere maatschappelijke toestanden en wereld en levensdoelen. Niet alleen zijn, zooals op blz.73gezegd is, die voorstellingen scheef, maar men vindt er tevens bij hoogere en lagere voorstellingen dooreengemengd, en de laatste betreffen dan zaken, waarvan de hoogere voorstellingen het meeste met de zinnelijkheid en met de zucht om in zeker opzigt voor het heden geschikte toestanden daar te stellen, in strijd zijn. Het socialisme, het pantheisme enz. leveren voorbeelden op van dergelijke mengsels van op verschillende trappen staande voorstellingen.
Menschelijke ligchamen zie blz.78even hoog boven die der dieren verheven, kunnen in gezondheidstoestand verschillen, doch, zoo men althans de ligchamelijke ontwikkeling van het menschelijke geslacht (wel van de bovengemelde der individuen te onderscheiden) niet noemenswaardig stelt te zijn, zullen die ligchamen, op de gemiddelde hoogte van verheffing boven de ligchamen der dieren, staande, gemiddeld de gezondste zijn, ten gevolge van den op blz.234gemelden inwendigen drang.
Gevolgen van verschijnsels worden door deze, zie blz.258vergroot zoolang deze zie blz.297door andere er mede gelijkslachtige gevolgen en door de werking der wet van geschiktmaking niet vernietigd zijn. Geschiedde dit niet, zoo zou de werking van laatstgemelde wet, benevens gevolgen dier gevolgen en hiermedegelijkslachtig zijnde, deze beletten zeker maximum te overschrijden zie blz.261. Geschiedt dit daarentegen wel, zoo zullen beide laatstgemelde werkingen, die eerste gevolgen in intensiteit reeds wat hebben doen afnemen, wanneer de hen opwekkende verschijnsels, wegens bovengemelde reden, opgehouden hebben te bestaan. De pijn, door een slag teweeg gebracht, en die in intensiteit afneemt, na het ophouden van het slaan, vernietigt dit niet, doch dit geschiedt door andere gevolgen van den slag, namelijk door den wederstand door de slaandehandontmoet, door physiologische werkingen binnen het ligchaam van hem die slaat, tengevolge van zijn wil teweeg gebragt enz.
Goede daden doen de zedelijke ontwikkeling van hen die ze bedrijft toenemen, doch, nadat die daden, tengevolge der uitputtende werking van met hen gelijkslachtige gevolgen opgehouden hebben te bestaan, zooals bijv. die van het redden van iemand door het feit dat hij buiten gevaar is, zal de werking der wet van geschiktmaking die verkregen vergrooting in zedelijke ontwikkeling, zie blz.124, alsware trachten weg te slijten. De voldoening over het bedrijf van zulk eene daad is nu niet, zooals sommigen beweren, de belooning er van, maar de blijde bewustheid, dat men eene aanwinst in zedelijke ontwikkeling verkregen heeft, eene bewustheid, die eene verkeerde rigting nemende, denzelfden verslappenden invloed als zie blz.259ondoelmatige belooningen kan hebben.
De werking der wet van geschiktmaking tracht de positie der menschen in alle opzigten in harmonie te brengen met hunne omgeving, en aldus bijv. menschen hunne vrijheid te ontnemen, zoo zij, met betrekking tot de maatschappij waarin wij verkeeren, vrijwillig niet genoegzaam arbeiden. Diezelfde werking tracht bijv. ook, wanneer den grond ter vermenigvuldiging van het aantaleigenaars te veel versnipperd wordt, de hierdoor ontstaande nadeelen te doen verdwijnen. Men heeft in dergelijke gevallen toch niet te doen met zie blz.231een veranderlijk, maar met een zamengesteld doel, en hierbij zou, zoo de werking der wet der veranderlijkheid niet bestond, er eindelijk geschiktheid in alle opzigten ontstaan. Dit zou eveneens het geval zijn met de verdeeling van het menschdom in uit bij elkander passende personen bestaande deelen, zie blz.128en 255, zoo de werking der wet der veranderlijkheid de menschen in aard niet veranderde, en niet menschen deed geboren worden in kringen, waarin zij, zie blz.294, wegens hun geestelijken aanleg niet passen.
Mislukkingen hebben plaats, doordat, tengevolge eener werking van laatstgemelde wet, handelingen gevolgen baren, die hen niet slechts vernietigen, maar zie blz.258somtijds een tegenovergestelden toestand als die, door die handelingen daargesteld, teweeg brengen. Men poogt bijv. door eene omwenteling een staat in een geavanceerden toestand, waarvoor hij nog niet rijp is, te brengen, ondervindt tegenstand, en er ontstaat tijdelijk eene reactie. Men valt, door getal of beleid overmagtige vijanden aan, wekt het strijden dezer op, en wordt van aanvallers aangevallenen, tenzij de slijtende werking der wet van geschiktmaking de vijanden, nadat den aanval afgeslagen is, zijn strijden doet staken zie Noot blz.300. Zoo daarentegen zulk een aanval gelukt, bestaat er tusschen hem en den strijd wederkeerige versterking, en worden beiden vernietigd door het er door opgewekte gevolg, in de vlugt van den vijand bestaande. Dit gevolg is nu wel de op blz.258gemelde werking der wet der veranderlijkheid, maar verkeert in hetzelfde geval als het gevolg in Noot blz.300gemeld, namelijk het tracht deszelfs oorzaak niet negatief te doen worden. Dergelijke gevolgverschijnsels, waarover wij op blz. 660 vanons werk get.Over de werking der natuurwetten op zedelijk gebied enz.gehandeld hebben, kunnen aangemerkt worden als de tegenhangers van die welke hunne oorzaken onveranderd laten, in plaats van deze, zooals bij de andere op blz.261gemelde werking der wet der veranderlijkheid gezegd is, te versterken. Deze laatste gevolgen zijn daarentegen de tegenhangers van die welke hunne oorzaken negatief doen worden, en het zie blz.258weder positief opwekken van die oorzaak door het negatief geworden gevolg, kan als den tegenhanger der wederkeerige verzwakking van twee zie blz.265op elkander werkende verschijnsels beschouwd worden.
Naarmate zaken eene fijnere nuance eener eigenschap gemeen hebben, zal de kans, dat al hunne andere eigenschappen dezelfde zijn, grooter zijn.
Wij leeren gebruik te maken van ons ligchaam met betrekking tot hetgeen er buiten gelegen is. Verandert nu die betrekking, tusschen ons ligchaam en hetgeen er buiten ligt, plotseling, zoo wordt het gebruik van het ligchaam verkeerd, edoch slechts tijdelijk, omdat de werking der wet van geschiktmaking leert het ligchaam in deszelfs nieuwen toestand van lieverlede goed te gebruiken. De veranderlijkheid is aldus ook in dit geval eene oorzaak van dwaling zie blz.231. Niet minder is zulks het vooruitloopen van de rede door de verbeelding, en zoo dit in sterke mate het geval is, waar de werking van het verstand zie blz.178de controlerende aanschouwing weinig vooruitloopt, en aldus die werking steeds vrij juist kan zijn, ontstaan er krankzinnigheid. Wanneer daarentegen de verbeelding die controlerende aanschouwing slechts sterk vooruitloopt in de gevallen waarin de werking van het verstand zulks ook moet doen, ontstaat er bijgeloof zie blz.117.
De werking der wet van geschiktmaking beperkt zie blz.302bij gelijksoortige gevallen afwijkingen in onregelmatigheidvan de onregelmatigste gemiddelden dier gevallen. Bij de regelmatige gevallen, voortbrengsels van oorzaken, ontstaat er toch als ware zekeren toestand van onvast evenwigt, die allerhande accidentele omstandigheden, in die oorzaken begrepen, zullen trachten te verstoren. Die onregelmatigste gemiddelde gevallen behoeven aan minder voorwaarden dan de meer regelmatige te voldoen,zoodat derzelver kans van voorkoming grooter dan die van deze zal zijn. De werking der wet van geschiktmaking zal aldus het ontstaan van gevallen van eenige soort moeijelijker maken, naarmate de kans van voorkoming er van kleiner wordt, doordat het karakter van regelmatigheid er bij grooter wordt. Dergelijke gevallen, wier kans van voorkoming zeer klein zou zijn, zoo boven gemelde werking der wet van geschiktmaking niet bestond, zullen aldus door deze werking onmogelijk gemaakt worden. De eenigzins minder regelmatige gevallen, waarvan anders de kans van voorkoming wat grooter zou zijn, zullen, tengevolge dier die regelmatigheid storende werking der wet van geschiktmaking, slechts uiterst zeldzaam kunnen plaats hebben, omdat, zoo zij meer plaats hadden, de kans er van anders beneden tot zooeven gemeld minimum zou dalen door kleiner te worden, zooals bijv. het bij herhaling trekken van een zeer groot aantal witte ballen uit eene bus evenveel witte als zwarte ballen bevattende.
Gevallen, waarbij de werking der wet van geschiktmaking aldus is, dienen echter uit eene aaneenschakeling van verschijnsels (bijv. trekkingen uit gemelde bus) te bestaan, welke op elkander van invloed zijn (bijv. door het onbewust niet voor het gevoel identiek zijn dier witte en zwarte ballen) en aldus niet van elkander onafhankelijke verschijnsels te zijn. Zie verder hierover blz. 579 van ons werk get. Vervolg op het werk get.: Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz.
De accidentele omstandigheden, waarvan hierboven gesproken is, zijn werkingen der wet der veranderlijkheid zie blz.251, doch de werking der wet van geschiktmaking tracht die omstandigheden te doen bestaan uit de gezamentlijke werking van vele veranderlijke omstandigheden, en hen hierdoor een meer algemeen karakter te geven. Zijn er daarentegen enkele omstandigheden overheerschende, zoo kan men meer bijzondere en regelmatige gevallen, namelijk die, waarbij eene al of niet periodieke herhaling van hetzelfde plaats heeft, verkrijgen. Dit is bijv. het geval bij het achtervolgens trekken van witte ballen uit bovengemelde bus, zoo dit met de ballen in het gezigt geschiedt, en de trekker eene blijvende voorkeur voor de witte ballen bezit, en even eens,wanneer de regelmatige vorm van ligchamen bij schudding dezer, tot eene regelmatige wijze van groepering er van leidt.
Zijn wij onbekend met zulke overheerschende bijzondere omstandigheden, zoo spreken wij van toeval, doch, voor het voortbrengen van regelmatige gevallen, moeten zij desniettemin bestaan. Alleen kan men zeggen, dat dezelfde overheerschende omstandigheden alsdan minder steeds dezelfde soort van regelmatigheid zullen voortbrengen, dat dit zal afhangen van hun verband met andere omstandigheden, en dat die wisselingen van regelmatigheid eene resulterende onregelmatigheid zullen voortbrengen.
Heeft men nu uit bovengemelde bus achtervolgens slechts witte ballen getrokken, zoo zullen de nog niet uitgewischte ons onbewuste indrukken dier vorige trekkingen opgehoopt zijn, en er aldus bestaan een regelmatigheidsverschijnsel in den tijd, waarvan de regelmatigheid bij de volgende trekkingen slechts tot zekeren grens kan vergroot worden. Het moet dunkt ons alsdan wat moeijelijker worden om, onder de voor ons menschenonbewuste invloeden der vorige trekkingen, nogmaals een witten dan een zwarten bal te trekken. Men bedenke dat, daar beide soorten van ballen onderscheiden zijn, bij het trekken van witte, er iets anders dan bij het trekken van zwarte ballen moet plaats hebben, en dat de vorige trekkingen een materieel spoor achtergelaten hebben. Bestaat er nu bij dit spoor zekere regelmatigheid, zoo zal bij eene volgende trekking deze regelmatigheid gemakkelijker verzwakt dan versterkt worden, en het eerste door het trekken van een zwarten en het laatste, door het nogmaals uit de bus halen van een witten bal, plaats hebben.
Hoe meer witte ballen men achtervolgens getrokken heeft, hoe ligter toch geheel verstoorbaar de dan meer geprononceerde oorzaak er van, namelijk een van bovengemelde accidentele overheerschende omstandigheden, zal worden. De kansrekening, waarbij er geen door de werking der wet der geschiktmaking niet geheel uitgewischten invloed der vorige rekkingen op de volgende aangenomen wordt, toont aan dat, naarmate er meer trekkingen gedaan worden, de kans, dat men evenveel zwarte als witte ballen zal trekken, grooter wordt. Dit ontstaat doordat bij dit geval een grooter aantal verschikkingen tusschen de witte en zwarte ballen mogelijk is dan bij de andere gevallen, en in zooverre zal dit geval elk dier andere in onregelmatigheid overtreffen, en wel te meer hoe grooter het aantal trekkingen is. Behoudens de voorwaarde, dat de periodieke afwisseling der getrokken witte en zwarte ballen er niet onregelmatiger bij is, zal elk dier andere gevallen zich aldus niet zoo dikwijls als het eerste, zie blz.308, kunnen herhalen.
De regelmatige groepering van witte en zwarte ballen binnen eene bus, zal, bij het schudden onder den invloed van allerlei veranderlijke omstandigheden, verstoord worden, terwijl hierdoor eene primitieve onregelmatigegroepering derzelver karakter van onregelmatigheid niet tot buiten zekeren grens kan verliezen, mits die witte en zwarte ballen niet voor die schuddende bewegingen identiek zijn. Regelmatige groepering der ballen binnen de bus oefent nu op het schudden dezer een dergelijken invloed uit als de overschietende sporen van vorige regelmatige trekkingen op de volgende, en terwijl bij zulke regelmatigheden in den tijd langer geleden voorvallen van minder invloed zijn op de regelmatigheid bij de volgende, zoo zal bij regelmatigheid in de ruimte, die bij verder gelegen plaatsen minder beletten ergens regelmatigheid te doen ontstaan, naarmate die plaatsen hier verder van verwijderd zijn. Binnen eene bus, er zekere verhouding tusschen het aantal er in bevatte witte en zwarte ballen bestaande, zoo zal binnen vakken dier bus, een groot aantal ballen bevattende, bij eene zeer regelmatige wijze van groepering dezer, desniettemin ongeveer dezelfde verhouding tusschen de witte en zwarte ballen bestaan dan binnen de gansche bus. Wegens het groote aantal der ballen binnen elk dier vakken, zal toch regelmatigheid bij een derzelve alsware in de ruimte ver van die binnen de aangrenzende vakken verwijderd zijn, en er aldus weinig invloed op uitoefenen18.
Buitendien zullen bij onregelmatige schudding der bus, uit zulke vakken, waar binnen de verhouding voor de witte ballen gunstiger is dan binnen de aangrenzende vakken, er meer witte ballen uitgaan dan er weder binnen komen.
Om dit anders te doen uitvallen, zouden meer dezelfde witte ballen, uit zulk een vak door schudding gegaan zijnde, er weder door schudding in terug moeten komen, en aldus deze, onder den invloed van vele omstandigheden zijnde, eene regelmatigheid teweeg brengen veel grooter zijnde dan die teweeggebragt door het bestaan van ongeveer dezelfde verhouding tusschen de witte en zwarte ballen binnen elk dier vakken. Zoo deze integendeel weinig ballen bevatten, zal het omgekeerde het geval zijn, zoodat binnen die betrekkelijk kleine vakken de verhoudingen tusschen de witte en zwarte ballen op eene zeer onregelmatige wijze zullen varieren. Binnen veel ballen bevattende bussen zullen voorts die betrekkelijk kleine vakken, waarbij de verhouding tusschen de witte en zwarte ballen zeer varieert, iets grooter zijn dan binnen kleine minder ballen inhoudende bussen.
Geschud wordende verschillende vochten bevattende vaten kunnen met bussen, ontzettend veel uiterst kleine ballen van verschillende kleur bevattende, vergeleken worden. Elk der nog te onderscheiden kubieke ruimten binnen zulk een mengsel zal een uiterst groot aantal moleculen van die verschillende vochten bevatten, en aldus binnen elk dier zoo kleine ruimten de verhouding tusschen de verschillende vochten uiterst nabij dezelfde moeten blijven als binnen het gansche vat, zoo hier binnen de vermenging de verschillende vakken zoo onregelmatig mogelijk is. Binnen ruimten, betrekkelijk weinig vochtdeelen bevattende, zal alsdan wel is waar die verhouding varieren, edoch die ruimten, zoo klein zijn, dat zij zelfs met het sterkst gewapende oog niet te onderscheiden zijn.
Stelt men dat zekere beslotene ruimte, een uiterst groot aantal poeijerdeelen met allerlei onregelmatige snelheden begiftigd, bevat, zoo zal elk onderdeel dierruimte, dat gemiddeld een zeer groot aantal dier poeijerdeelen zou inhouden, er steeds nabij evenveel en evenveel als de andere even groote onderdeelen bevatten. Om dit toch anders te doen worden, en bijv. binnen een dier deelen betrekkelijk belangrijk meer poeijerdeelen te doen komen, zouden deze om de grenzen van dit deel gelijktijdig hier naar toe gerigte snelheden moeten verkrijgen, hetgeen iets zeer regelmatigs zou zijn, en onmogelijk wordt, zoo die snelheden onder den invloed zijn van een menigte van omstandigheden.Zoo daarentegen binnen zulk een onderdeel er belangrijk meer van die poeijerdeelen dan binnen omliggende gelegen zijn, zal de overmaat dier poeijerdeelen door allerlei snelheden, door die in de eene rigting eerder, door die in andere rigtingen later, uit zulk een onderdeel gebragt worden19.
Worden aan zulke poeijerdeelen snelheden medegedeeldonder den invloed eener enkele overheerschende omstandigheid, dan kan daarentegen derzelver digtheid van groepering binnen elk dier onderdeelen zeer gaan verschillen. Dit heeft bijv. plaats, zoo men met de hand strijkt over een deel eener laag poeijer. Alsdan komen zeer vele digt bij en onder elkander gelegen poeijerdeelen onder den invloed dier bij alle op dezelfde wijze werkende omstandigheid, die klaarblijkelijk voor die poeijerdeeltjes niet als de gezamentlijke werking van uiterst vele omstandigheden gelden kan, daar in dit geval deze bij elk der poeijerdeelen op eene andere wijze werken zou. Dit laatste is bijv.het geval, zoo elk dier deeltjes beweegt tengevolge der gezamentlijke aantrekking van al de overigen.
De gezamentlijke werking van al de omstandigheden is alsdan voor elk der poeijerdeelen verschillend en bezit dientengevolge een karakter van algemeenheid. Dit is insgelijks het geval bij het op blz.158gemelde sterrenstelsel. Voor de hemelbollen hiervan bestaat er zekere kans om digt bij elkander bij hun perihelium, en ver van elkander bij hun aphelium te liggen, zullende die eerste kans veel kleiner dan de tweede zijn. Hieruit volgt dat bij ruimten, zeer veel van die sterren bevattende, de verhouding tusschen de sterren, digt bij hun perihelium en digt bij hun aphelium gelegen, wegens den invloed van eene menigte van omstandigheden, op het meeste slechts weinig zal kunnen varieren, doch dat bij verzamelingen van slechts weinig sterren, die verhoudingen sterk zullen verschillen, zoo de ligging dier hemelbollen met betrekkingtot elkander zeer onregelmatig is. Het aanzienlijk verschillen dier verhouding bij die elk zeer veel sterren bevattende ruimten zou vereischen, of dat binnen deze meer sterren dan gemiddeld bij hun perihelium, of bij hun aphelium gelegen zijn, doch in beide gevallen zou er iets bijzonders moeten plaats hebben, in het eerste, dat veel sterren bij paren bijna tegelijk in hun perihelium komen, in het tweede, dat zij bij hun aphelium tegelijk van alle kanten even sterk aangetrokken worden, eene onmogelijke regelmatigheid wegens de veranderlijke aantrekking van elk dier sterren door eene ontzaggelijke menigte van andere.
Hoe sterker nu bij verschijnsels de werking van zeer vele variƫrende omstandigheden blijft, hoe moeijelijker enkele omstandigheden overheerschende zullen werken, en dit zou bij het gemelde sterrenstelsel steeds in hooge mate het geval zijn, zoo niet de hemelbollen zie blz.161, tengevolge der wrijving tegen elkander bij botsing, zulke korte banen konden verkrijgen, dat zij onder de zeer overheerschende aantrekking van een hunner gedurende langen tijd kunnen blijven.
Zoo de op blz.313gemelde poeijerdeelen langs flaauw gebogene kromme lijnen bewegen, zal er iets regelmatigs bij hunne snelheden bestaan. Op het meeste onregelmatig zullen deze zijn, zoo zij over betrekkelijk de grootte dier poeijerdeeltjes zeer kleine distantien allerlei rigtingen verkrijgen, of anders gezegd, zoo die poeijerdeeltjes in uiterst onregelmatige trillende beweging zijn, en elk derzelve dezelfde buren, met betrekking waarvan het op de onregelmatigste wijze dan nadert dan zich verwijdert, behoudt, dat is wanneer die poeijerdeeltjes moleculen zijn van eene vloeistof, waarbij overmaten van afstooting het digt bij een en overmaten van aantrekking het ver van een komen der moleculen tegengaande, deze, nadat zij zeer kort zich in eene rigting bewogen hebben, geheel van rigting veranderen.
Stelt men verder dat die deelen oneindig klein en oneindig digt bij elkander gelegen zijn, zoodat elke kleinst eindige ruimte een oneindig aantal er van bevat, zoo zal, zoo binnen elk dier ruimten de toestand dier gasdeelen volmaakt identiek is met die binnen de andere gelijk en gelijkvormige ruimten, de onregelmatige toestand dier gasdeelen niet minder worden, omdat, naar aanleiding van blz.311, de regelmatigheid van iets niet vergroot door gelijkvormigheid met iets anders betrekkelijk oneindig ver er van gelegen, of anders gezegd, dat tusschen beiden een oneindig aantal zaken, hier gasdeelen, gelegen zijn. In zulk een toestand moet nu naar ons inzien zie blz.171de ether, voor zooverre deze niet onder den invloed der hemelbollen is, verkeeren, en aldus die toestand niet slechts zie blz.174uiterst zamengesteld en onveranderlijk, maar tevens onregelmatig zijn, zoodat de werking der wet van geschiktmaking, door de veropenbaringen der zelfstandigheid door beweging zie blz.257meer tot de natuur van den ether te doen naderen, hen niet slechts minder veranderlijk, maar tevens minder regelmatig doet worden. Bij verdamping, overgang van gewone snelheden in zie blz.251gedurig geheel van rigting veranderende warmtetrillingen, bij verbrekingen van toestanden van onvast moleculair evenwigt (zooals bijv. bij vochten beneden het vriespunt afgekoeld) bij de scheiding van vaste ligchamen in verstuivende poeijerdeelen heeft dit insgelijks plaats.
Het bestaan binnen den ether van hemelbollen, waarbij de digtheid van groepering der atomen veel grooter is dan bij den ether, is eene regelmatigheid ontstaan door de overheerschende werking der aantrekkingskracht dier bollen zie blz.159in begin van vorming, en waarbij er dan eene werking der wet der veranderlijkheid, waarbij oorzaak en gevolg zich wederkeerig versterken, bestaat.
Die aantrekkingskracht is hierbij geweest eene op zeerveel stofdeelen op dezelfde wijze werkende omstandigheid, en op dergelijke wijze is al het regelmatige en aldus bijzondere, dat bij de veropenbaring der zelfstandigheid door beweging bestaat, ontstaan. De werking der wet der veranderlijkheid begint dit te doen,doch heeft zij dit regelmatige en bijzondere voortgebragt, zoo kan de werking der wet van geschiktmaking verschillende bijzondere en regelmatige zaken zoodanig wijzigen, dat zij in harmonie met elkander worden, of anders gezegd bij elkander passen. Accidentele omstandigheden, werkingen zijnde der wet der veranderlijkheid, storen nu gedurig de door overheerschende en gedurende zekeren tijd in werking niet veranderende omstandigheden in stand gehoudenregelmatigezaken, doch bestaat hier harmonie bij, zoo zal de werking der wet van geschiktmaking die alsdan afwijkingen voortbrengende storingen trachten te verzwakken. Buitendien tracht zij deze op eene onregelmatige wijze te doen voorkomen, zoodat, als die afwijkingen in grootte verschillen, en voor elk dier afwijkingen van verschillende grootte zekere kans tot ontstaan bestaat, bij zeer veel van die afwijkingen de werking der wet van geschiktmaking de afwijkingen van elke grootte tracht te doen voorkomen in verhouding van dergelijke kans van voorkoming. In harmonie met de lengte der beenen van menschen verkrijgen deze bijv. op egaal terrein eene voor hen gemakkelijkste lengte van pas. Accidentele afwijkingen zullen echter maken, dat onwillekeurig, dat is zonder dat eene overheerschende omstandigheid tengevolge van zeker voornemen hiertoe leidt, die passen naar beide zijden van dien gemakkelijksten pas afwijken. Hoe grooter nu die afwijkingen ter eene of andere zijde zijn, hoe moeijelijker zij zullen voorkomen, en nu zal de werking der wet van geschiktmaking maken, dat bij zeer veel passen de groote en kleine passen niet regelmatig, maar onregelmatig afwisselen.en dat de passen, het minste in grootte met den gemakkelijksten verschillende, meer dan die, er meer mede verschillen, zullen voorkomen20.Buitendien tracht de werking der wet van geschiktmaking, zonder de harmonie tusschen bijzondere en regelmatige zaken te schaden, hen meer algemeen, onveranderlijk en onregelmatig te doen worden.
Hoe onveranderlijkheid en onregelmatigheid zamen kunnen gaan blijkt wel bij mengsels van vochten. Giet men bijv. voorzigtig wat wijn binnen water, zoo kan men maken dat beide vochten zich niet dadelijk egaal vermengen, en gedurende de verspreiding van den wijn binnen het water, wordt dan de aanblik van het gevulde glas gedurig anders. Schudt men dit echter op eene onregelmatige wijze, zoo wordt het mengsel overal egaal en de aanblik er van blijft steeds denzelfden.
Het is voorts onjuist dat onregelmatigheid steeds gemis aan doel of geschiktheid zou aantoonen. Dat dit voor ons vaak het geval is, komt hier vandaan, dat wij het onregelmatige beschouwen uit een bijzonder en beperkt oogpunt, evenals bijv. een denkbeeldig wezen zeer onregelmatige vermenging van vochtdeelen van verschillende soort binnen ruimten slechts betrekkelijk weinig vochtdeelen bevattende. Zoo wij daarentegen het onregelmatige konden beschouwen uit een zeer algemeen oogpunt, bijv. op eene wijze, te vergelijken met die waarop wij de egale mengsels van verschillende vochten beschouwen, zoo zou dit begrip van wanorde en doelloosheid, door het onregelmatige verwekt, geheel bij ons verdwijnen.
Wij hebben ons naar vele regelmatige toestanden, door gedurende voor ons lange tijden standvastige omstandigheden overheerscht, geschikt, en daarom schijnt ons het onregelmatige, dat bij de opvolgende gebeurtenissen op allerlei onvoorziene wijzen variatien teweeg brengt, ongeschikt. Dit echter verandert geheel, wanneer men groepen, elk uit zeer veel gelijksoortige gebeurtenissen bestaande, beschouwt, en aldus de gebeurtenissen uit een alsware in tijd en ruimte meer verheven standpunt waarneemt. Regelmatigheid doet alsdan die groepen verschillen en onregelmatigheid hen gelijk worden.
Al onze statistieke berekeningen, waarbij men gebeurtenissen zooals geboorten, misdaden, ziekten enz. bij groepen van millioenen individuen beschouwt, zijn dan ook gegrond op de standvastigheid, welke de uiterst onregelmatige opvolging van zulke gebeurtenissen bij groote groepen er van teweeg brengt.
Was dit niet het geval, zoo namelijk de werking der wet van geschiktmaking het voorkomen van dergelijke gebeurtenissen niet onder den invloed bragt van zeer vele accidentele omstandigheden, maar zij daarentegen steeds onder den invloed van enkele omstandigheden stonden, en de uitwerking hiervan, wegens derzelver verband dan met deze dan met gene andere omstandigheid, sterk veranderde, zoo zou het dan meer en dan minder voorkomen van dergelijke gebeurtenissen bij groote groepenvan individuen, ons even onverklaarbaar voorkomen als het zich bevinden van eene groote overmaat van witte ballen bij veel blindelingsche trekkingen uit eene bus evenveel witte als zwarte ballen bevattende. Is daarentegen binnen die bus de overmaat der er in bevatte witte ballen even groot als bij de reeks van trekkingen, zoo zullen deze onder den invloed van velerlei accidentele omstandigheden kunnen zijn, en bij die achtereenvolgende trekkingen de onregelmatigheid aldus zeer groot kunnenzijn. Nu bestaat er verschil tusschen de omstandigheid dat die bus eene groote menigte van witte ballen bevat, en die waardoor uit eerstgemelde bus bij eene reeks van trekkingen er veel meer witte ballen dan zwarte uit de bus te voorschijn komen. Die eerste omstandigheid, bekend of niet, werkt namelijk steeds op dezelfde wijze, terwijl de tweede, naarmate zij zus of zoo met andere omstandigheden in verband staat, op geheel andere wijzen werkt. Zij is vergelijkbaar met de voorkeur die men, bij het ziende trekken, kan bezitten voor de eene of andere regelmatige afwisseling der witte en zwarte ballen bij de trekkingen. Die voorkeur kan zus of zoo zijn, tengevolge van eene onnaspeurlijke aaneenschakeling van oorzaken en gevolgen. Nu kan de aanbieding der bus, eene overmaat van witte ballen bevattende, ook wel aldus ontstaan, maar zal, hoe ook ontstaan zijnde, desniettemin steeds eene omstandigheid zijn,leidende tot het blindelings trekken van meer witte dan zwarte ballen. Hoe velerlei omstandigheden bij de blindelingsche trekking van ballen er ook van invloed zijn, zij blijft steeds denzelfden invloed uitoefenen, terwijl daarentegen onbewuste voorkeur voor de eene of andere regelmatige wijze van trekking onder den invloed van allerlei omstandigheden, evenzeer moet veranderen als de gedragingen van menschen, welke de speelballen zijn van allerlei inblazingen21.
Bij ons menschen kunnen het karakter, het verstand, de positie enz. vergeleken worden met dieverhoudingentusschen de witte en zwarte ballen binnen gemelde bus, en de onder den invloed van velerlei accidentele omstandigheden zijnde reeks van denkbeelden met de aan allerlei invloeden blootgestelde bewegingen der handen bij de blindelingsche trekkingen.
Ook epidemische ziekten zijn van die steeds denzelfden invloed uitoefenende omstandigheden. Zij kunnen toch niet, zus of zoo met andere omstandigheden in verband zijnde, het aantal sterfgevallen bij een groot getal individuen vergrooten of verkleinen.
Hoe grooter het aantal veranderlijke omstandigheden, op eenig verschijnsel van invloed, is, hoe kleiner de kans voor regelmatigheid bij dit verschijnsel zal zijn. Het aantal dier veranderlijke omstandigheden steeds grooter blijvende dan de grootst eindige grootheid, zoo zou, zoo de invloed van elk die omstandigheden even groot was, die regelmatigheid bij het verschijnsel (dat uit eene reeks van met elkander in verband zijnde gelijksoortige gebeurtenissen kan bestaan) nul zijn. Dit is nu het geval niet, want op zulk een verschijnsel kunnen van invloed zijn vooreerst enkele omstandigheden, voorts een grooter aantal op eene zwakkere wijze, nog een grooter aantal op eene nog zwakkere wijze enz., zoodat die invloeden van al de veranderlijke omstandigheden kunnen uitgedrukt worden door zekere breedte bezittende bundels van ordinaten eener kromme lijn met de bolle zijde naar de abcissen as gekeerd, deze op eene grootst eindige distantie rakende, en met die as der abcissen en een ordinaat een eindigen inhoud omsluitende. Die inhoud stelt dan voor het totaal der invloeden van al die omstandigheden op het verschijnsel, en het is nu klaar dat voor zooverre die invloeden uiterst groot in aantal, maar uiterst gering zijn (bij dien inhoud voorgesteld door het uiterstlage, maar uiterst lange deel er van, het effect er van zal trachten het verschijnsel zoo onregelmatig mogelijk te doen zijn. Nu kunnen wel de sterkere invloeden der overige eindig in aantal zijnde omstandigheden (voorgesteld door het kortere maar hooge deel van gemelden inhoud) dit verschijnsel regelmatig trachten te doen worden, maar klaarblijkelijk die regelmatigheid min of meer gestoord worden. Zoo zullen bijv. de zuiver elliptische banen derplanetenom de zon niet slechts door de werkingen der andere planeten, maar tevens, en dat wel op eene voor ons onwaarneembare, maar uiterst onregelmatige wijze, door het onnoemelijk getal der zich verplaatsende sterren gestoord worden.
Die storing der regelmatigheid zal bijv. ook bestaan wanneer men blindelings maar te gelijk eene menigte van ballen uit de op blz.308gemelde bus trekt, en zij dan maken dat de gelijktijdig getrokken ballen niet boven zeker aantal tot de witte ballen der bus zullen behooren.
Bij het achtereenvolgens trekken van die ballen, zou men bij elke trekking iets dergelijks als in het zoo even gemelde geval verkrijgen, zoo de indrukken van een aantal vroegere trekkingen, gelijk aan dat van de ballen die men bij dit vorige geval tegelijk uit de bus trekt, onverflaauwd bleef bestaan. Dit is nu weliswaar niethetgeval, edoch de verflaauwde indrukken der vorige trekkingen, gepaard met de volgende, zullen een geval vormen, gelegen tusschen het vorige en dat waarbij de vorige trekkingen van geen invloed op de volgende zijn, zoodat het zekere minimum van storing der regelmatigheid er bij kleiner dan in het eerste geval en grooter dan in het laatste, waarin dit minimum nul is, zal worden voor zooverre men de verschijnselen beschouwt met betrekking tot derzelver sterkte, kan men hen verdeelen in verschillende categorien, zoodat van die tot elk dezercategorien behoorende, het eene of andere dier verschijnsels in ruimte en tijd en plaats heeft. Zoo kan bijv. een dier categorien bevatten winden van verschillende sterkte. Overal in den atmospheer en gedurende al den tijd van het bestaan dezes zal de lucht circa in rust, of in meer of minder heftige beweging zijn. Ter wederzijde van meest voorkomende windsnelheden, door vrij standvastige omstandigheden voor elke plaatsbepaald, bestaan er nu afwijkingen, met betrekking tot wier opvolging op eene zelfde, of wel gelijktijdige voorkoming op verschillende plaatsen, hetzelfde te zeggen valt als zie blz.317voor de afwijkingen van eene gemakkelijkste lengte van pas. De nagelaten sporen der snelheden van den wind gedurende de vorige tijden op eenige plaats en de menigte der omstandigheden op de windsnelheden van invloed zijnde, moeten bijv. regelmatige afwisseling van zwakke en sterke winden storen.
Het lang na elkander voorkomen van hetzij zeer zwakke, hetzij zeer sterke winden, wordt reeds tegengegaan door de hunne oorzaken vernietigende gevolgen er van. In het eerste geval zal toch de dampkring door verdamping meer vochtig worden dan opdroogen door de condensatie van omhoog gevoerde dampen, daar waar de met den wind gepaarde rijzingen van lucht bestaan, en die meerdere vochtigheid der lucht aanleiding gevende tot een grooter verschil in vochtigheid er van op de eene en andere plaats, en aldus tot een grooter verschil in ijlheid der lucht, de rijzingen en dalingen der lucht en aldus ook den wind bevorderen22.
In het andere geval heeft het omgekeerde plaats, doch die gevolgen kunnen niet beletten, dat bijv. stormen in den winter om de dertig dagen voorvallen in plaats vandit meer ongelijk te doen. Die regelmatigheid kan slechts belet worden door de op blz.321gemelde invloeden van eene overgroote menigte van veranderende omstandigheden.
Eene andere dier op blz.323gemelde categorien bevat de gedragingen der menschen jegens anderen. Deze kunnen toch weldadig, welwillend, onverschillig, onwelwillend en misdadig zijn. Eene derde categorie bevat de toestanden van gebouwen met betrekking tot brand, en men heeft hierbij, hevig branden, flaauw branden, de nabijheid van brandende gebouwen, of het bevatten van brand veroorzakende voorwerpen. Ook hierbij zullen de afwijkingen van den gemiddelden toestand, naarmate zij grooter zijn, in toeneming sterker belet worden door de werking der wet van geschiktmaking en door de op blz.258en 300 gemelde werking der wet der veranderlijkheid, zooals bijv. bij de meer afdoende pogingen tot blussching van hevige dan van flaauwe branden.
De werking dier beide wetten bestaat ook bij de positieve en negatieve afwijkingen in menigvuldigheid van verschijnsels van zekere gemiddelde menigvuldigheid van voorkoming. Bij al deze gevallen zal niet slechts de op blz.321gemelde werking het regelmatig er van voorkomen, maar tevens, zooals zoo even gezegd is, het veel of weinig voorkomen er van tegengewerkt worden, en dit laatste met alsware grootere kracht dan het eerste geschieden. De werking van de wet van geschiktmaking gaat bijv. sterker tegen het zeer rijk worden van meer menschen dan gewoonlijk, dan het herhaald door hen trekken van hooge prijzen uit eene loterij, want er bestaan vele verschijnsels wier menigvuldigheid van voorkoming, enkel wegens de er door teweeg gebragte regelmatigheid, door de op blz.321gemelde werking der wet van geschiktmaking tegengaan wordt, en dit is bijv. met de zooeven gemelde herhaalde trekking van prijzen het geval. Periodiciteit, bijv. het achtervolgens dan dikwijlsen dan zeldzaam voorkomen van verschijnsels wordt, als zijnde eene soort van regelmatigheid, door accidentele overheerschende omstandigheden voortgebragt, doch, wanneer de op blz.267gemelde werking der wet der veranderlijkheid dit dikwijls voorkomen tegengaat, door het, zooals op blz.258gezegd is, negatief worden van het eerste verschijnsel, zal op dien overvloed schaarste, daarna weder overvloed enz. volgen, en er aldus van lieverlede verzwakkende schommelingen en periodiciteit ontstaat. Deze zal alsdan door de op blz.321gemelde werking evenzeer gestoord worden als de uitwerking der zie blz.309de herhaling derzelfde zaak voortbrengende overheerschende omstandigheden.
Bij het schieten naar eene schijf, zullen bijv. de sterkste afwijkingen ter regterzijde slechts, wegens de alsdan niet onregelmatige afwisseling er van met gemiddeld veelvuldiger voorkomende kleinere regtsche afwijkingen, belet worden in aantal veel grooter dan gemiddeld voor te komen, zoo de schutter niet het denkbeeld verkrijgt, dat hij dikwijls zoo sterk mis schietende als voor hem mogelijk is, zich gaat inspannen om juister te schieten. In dit geval beperkt de werking der wet van geschiktmaking niet slechts het misschieten bij elk schot, maar tevens de herhaling er van.
Dit is insgelijks het geval bij de meeste feiten waarmede de statistiek zich bezig houdt, zooals bijv. misdaden, sterfgevallen enz. doch dit is niet de eenigste reden waarom onder zeer veel individuen die voorvallen binnen even groote tijden circa even veelvuldig voorkomen. Daartoe draagt ook bij een ons onbewust verband waarin zij, door tusschenkomst eener menigte van verschijnsels, tot elkander staan, waardoor zij, wegens de op blz.321gemelde reden in tijd en ruimte onregelmatig moeten voorkomen, omdat er anders, hetzij bij gelijktijdig voorvallende verschijnsels, hetzij bij de achtergeblevenesporen van vroegere verschijnsels met betrekking tot de huidige, te veel regelmatigheid zou ontstaan.
Vandaar dat er niet, althans niet buiten zekere grenzen, gelijktijdig in eenig land, zooals men zegt bij toeval, zeer veel meer diefstallen dan gemiddeld gepleegd worden, en dat evenmin kort nadien dit aantal veel kleiner dan gemiddeld wordt, zonder dat de justitie en particulieren intusschen waakzamer geworden zijn en het straffen der diefstallen verscherpt is. Die diefstallen zijn te vergelijken met het trekken van bijv. gele ballen uit eene bus, ballen van allerlei andere kleuren bevattende, op eene onbewuste wijze voor het gevoel onderscheiden, en wier trekking met het voorvallen van de verschillende andere feiten, welke in de plaats van diefstallen kunnen plaats hebben, vergelijkbaar is; terwijl de verspreiding en de verhouding dier ballen van verschillende kleur binnen de bus, vergelijkbaar is met den stand van zaken aanleiding gevende tot die gelijktijdig voorvallende feiten van verschillende soort. Bij elke trekking, een groot aantal ballen bevattende, zullen de getrokken gele ballen niet buiten zekere grenzen in verhouding tot al die gelijktijdig getrokken wordende ballen kunnen afwijken van derzelver verhouding tot het totale aantal ballen binnen de bus, omdat er anders bij elk dier trekkingen eene te groote regelmatigheid zou ontstaan. Evenzoo bij de gelijktijdig maar op verschillende plaatsen gepleegde diefstallen. Niet slechts heeft de stand van zaken op elke plaats invloed op de aldaar gepleegde daden, maar tevens in zwakkere mate ook die op andere plaatsen. Niet alleen hebben de andere daden, ter plaatse waar de diefstal geschiedt tegelijk hiermede plaats hebbende, maar tevens die en aldus ook de diefstallen op andere plaatsen gepleegd, invloed op eerstgemelden diefstal23.
Op blz.311hebben wij gezegd dat, wanneer in de ruimte alsware tusschen gelijksoortige gebeurtenissen er eene menigte andere gelegen zijn, zij, door met betrekking tot elkander regelmatig of onregelmatig in te vallen, zeer weinig bijbrengen tot de regelmatigheid van het geheel, en als onafhankelijk van elkander ontstaan beschouwd kunnen worden. Men behoeft aldus het gelijktijdig voorvallen van bijv. diefstallen slechts te beschouwen over zulk een ruimte, dat er aldaar gemiddeld zeer veel ongeveer gelijktijdig geschieden. Is nu dit aantal buitengewoon veel grooter dan gemiddeld, zoo bestaat er eene regelmatigheid welke de vrucht moet zijn van eenige accidentele overheerschende omstandigheden tegelijk bij al die plaatsen, waar die diefstallen begaan worden, van invloed zijnde. Die regelmatigheid moet toch eene oorzaak bezitten, daar op blz.321aangetoond, is, dat die oorzaak niet in het totaal der zeer geringe invloeden van een uiterst groot aantal omstandigheden kan bestaan, wordt aldus het bestaan dier eerste oorzaak ontkent door iemand die regelmatigheid aan het toeval toeschrijft, zoo bekent hij tevens dat de laatste oorzaak alleen bestaat, en deze kan slechts, zooals op blz.321gezegd is, onregelmatigheid en geene zoogenaamde toevallige regelmatigheid voortbrengen.
Hieruit blijkt tevens dat bijv. diefstallen op verschillende plaatsen, zooals men zegt, onafhankelijk van elkander gepleegd, invloeden op elkander uitoefenen, die te zamen met velerlei andere even weinig waarneembare invloeden niet verwaarloosd mogen worden, want zij behooren, of tot die menigte van zeer geringe invloeden waardoor, zooals op blz.321gezegd is, onregelmatigheid ontstaat, of zij worden teweeg gebragt door de enkeleoverheerschende omstandigheden bij die verschillende plaatsen tegelijk werkende, waardoor er bij het voorkomen dier diefstallen regelmatigheid kan ontstaan. Alsdan kan men niet met juistheid zeggen, dat de diefstallen onafhankelijk van elkander gepleegd worden, zoodat, wanneer bijv., bij gemis aan afspraak van dieven op velerlei plaatsen, of van dergelijke omstandigheden, men bij de gewone wijze van spreken mag zeggen, dat die diefstallen niet anders dan onafhankelijk van elkander kunnen gepleegd zijn, zoo zij onder den invloed derzelfde enkele op verschillende plaatsen tegelijk werkende overheerschende omstandigheden ontstaan zijn, deze al zeer zwak moeten zijn, en de er door teweeg gebragte regelmatigheid, door de op blz.321gemelde werking, noodzakelijk zeer sterk gestoord moet worden.
Wanneer de omstandigheden, van invloed op gelijksoortige verschijnsels, wier wijze van herhaling in tijd of ruimte men wenscht na te gaan, ook onderling meer op elkander van invloed zijn, zal de regelmatigheid bij die voorkoming dier verschijnsels binnen naauwere grenzen besloten blijven. Enkele dier omstandigheden zullen dan toch moeijelijker een eenigen tijd aanhoudenden overheerschenden invloed in denzelfden geest kunnen blijven uitoefenen, omdat alsdan de grootere invloed van andere omstandigheden er op dit gedurig meer verhindert.24Dit zal insgelijks het geval zijn, zoo die invloed van eenvoudigen aard is, omdat dan elk dier omstandigheden meer geinfluenceerd wordt door elk der andere op eene wijze in verhouding der aanraking tusschen beide, en eerstgemelde omstandigheden gedurig met andere, of op eene andere wijze metdezelfdeomstandigheid in aanraking komen. Zijn daarentegen die invloeden van meerzamengestelden aard, zoo kan eene omstandigheid meer ongevoelig blijven voor vele andere waarmede zij in directe aanraking komt, en daarentegen sterk den invloed ondervinden van enkele omstandigheden, in tijd of ruimte er betrekkelijk ver van verwijderd.
Dit is in sterke mate het geval bij de omstandigheden daargesteld door de wijze van denking die men willen noemt. Iemand wil, tengevolge eener voor geheele wijziging zeer vatbare gril, bijv. witte ballen uit eene bus nemen, en, ofschoon dan zwarte ballen meer bij de hand kunnen liggen, neemt hij toch moeijelijker te bereiken witte ballen. Zoo zullen, wanneer de dieven nemen wat het gemakkelijkste en met het minste gevaar te stelen is, de gedurende elke week gepleegde diefstallen onder eene groote bevolking, wegens gebrekkige onregelmatigheid van voorkoming minder veranderen, dan zoo die diefstallen gepleegd worden nadat derzelver daders berekeningen gemaakt hebben. Tusschen twee havens varende stoomschepen, wier machines steeds met evenveel kracht werken, en die aan allerlei winden en accidentele stroomen blootgesteld zijn, zullen langs de distantie tusschen die twee havens steeds op eene vrij onregelmatige wijze verspreid moeten zijn. Hangt daarentegen de kracht waarmede de machines dier vaartuigen werken af van den wil hunner gezagvoerders, zoo zal die verspreiding regelmatiger kunnen zijn, al bestaat er geene dit bevorderende afspraak tusschen die gezagvoerders.
Gesteld dat de werking van den wil dier gezagvoerders niet bestaat, zoo zullen bij gemelde vaartuigen, bij zekere regelmatige verspreiding van sommige hunner, de winden, de stroomen, golven enz. invloeden, waarbij de indruk dier regelmatigheid bestaat, op de andere vaartuigen overbrengen.25Gezamentlijk met de voorgaande, bestaan nubij die overige vaartuigen een uiterst groot aantal andere invloeden van water en lucht, welke, zooals op blz.321gezegd is, door hun aantal en hunne veranderlijkheid iets onregelmatigs zullen trachten teweeg te brengen. Zoo aldus de min of meer regelmatige ligging dier overige vaartuigen, in verband met die der eerstgemelde beschouwd, eene sterkere regelmatigheid, dan door de ligging van eerstgemelde vaartuigen wordt voortgebragt, daarstelt, dienen de van deze op die andere vaartuigen overgebragte regelmatige invloeden sterker te zijn, en zich hierbij te paren aan dergelijke invloeden bij die overige vaartuigen. Dit kan naar ons inzien, niet anders geschieden, dan zoo die min of meer regelmatige invloeden bij elk vaartuig aanwezig en van de andere er naar toe overgebragt, door enkele voor al de vaartuigen in denzelfden geest werkende omstandigheden worden voortgebragt.
Onder de omstandigheden, op de ligging diervaartuigenvan invloed zijnde, behoort echter ook de behandeling er van door derzelver bemanning. Al wordt nu die behandeling geheel bepaald door de betrekking dier vaartuigen met de winden, golven en stroomen, zoo zal veel hiervan op die bepaling dier behandeling van zeer weinig en enkele zaken, hier en nu anders dan elders en later, van veel invloed kunnen zijn. Die behandeling kan aldus staan onder den overheerschenden invloed van enkele, volstrekt niet steeds op dezelfde wijze van invloed zijnde, accidentele omstandigheden, en daar zij sterken invloed uitoefent op de ligging dier vaartuigen, deze alsdan gemiddeld meer onder den invloed van enkele en gemiddeld minder onder den invloed van zeer vele veranderlijke omstandigheden komen. Dit nu is wel is waar geene bestendige oorzaak van meer regelmatige onderlinge ligging dier vaartuigen, maar wel eene oorzaak, waardoor de invloeden van zeer vele veranderlijkeomstandigheden er op zwakker kunnen worden. Het is aldus mogelijk dat alsdan de op blz.321gemelde werking, waardoor de regelmatigheid tegengegaan wordt, zwakker wordt.
Eene overheerschende omstandigheid kan ergens, zooals op blz.309gezegd is, regelmatigheid voortbrengen, en eene andere overheerschende omstandigheid elders eene andere regelmatigheid veroorzaken, zonder dat beide soorten van regelmatigheid, wegens het verband waarin zij tot elkander staan, iets regelmatigs vormen. Is dit daarentegen wel het geval, en zelfs zoo op beide plaatsen er geene regelmatigheid bestaat, maar onregelmatigheden, welke, door bijv. min of meer identiek te zijn, wegens derzelver onderling verband eene regelmatigheid daarstellen, zoo moet deze door voor beide plaatsen gemeenschappelijke overheerschende omstandigheden teweeg gebragt worden. Anders toch zou de wegens dit onderlinge verband ontstaande regelmatigheid zonder oorzaak zijn, en aldus de ook met betrekking tot dit onderlinge verband onregelmatigheid voortbrengende werking der wet van geschiktmaking alleen heerschen.
Naar mate echter die twee plaatsen in de ruimte, of wanneer het tijdstippen geldt waarop die, wegens hun onderling verband, regelmatigheid voortbrengende gebeurtenissen plaatshebben, deze in den tijd verder van elkander gelegen zijn, dat is, wanneer er tusschenbeide alsware meer gebeurtenissen liggen, zullen de omstandigheden, regelmatigheid wegens onderling verband voortbrengende, bij dezelfde sterkte dier regelmatigheid, zwakker kunnen zijn. De werking der wet van geschiktmaking zal dan toch, door tusschenkomst der invloeden van eene zeer groote menigte van omstandigheden, bij de tweede plaats de regelmatigheid met betrekking tot hetgeen, op de eerste plaats geschied is, slechts kunnen storen, voor zoo verre hetgeen aldaar geschied is, bijdie tweede plaats van invloed is. Is nu die verzwakking, bij grootere betrekkelijke verwijdering in tijd of ruimte, sterker dan die der omstandigheden, bij beide plaatsen, of op beide tijdstippen, eene, zooals hierboven gezegd is, door onderling verband ontstaande regelmatigheid voortbrengende, zoo zal deze bij groote verwijdering in ruimte of tijd grooter kunnen worden26.
Zoo bijv. thans ergens in Europa iemand, de kleur der ballen onderscheidende, eene reeks hiervan uit eene bus trekt, en over eene eeuw iemand anders in Amerika dit ook doet, zal de eerste reeks van trekkingen zekere invloeden hoe gering ook op de andere uitoefenen, en de regelmatigheid bij de verhouding tusschen beide reeksen van trekkingen tot zekeren graad hoe gering ook door op blz.321gemelde werking der wet van geschiktmaking verstoord worden.
Zoo er nu slechts in beide gevallen sprake kan zijn om de witte of zwarte ballen, met betrekking tot derzelver afwisseling, slechts op een bepaald aantal verschillende wijzen uit die bus te trekken, kan de zucht naar varieteit maken, dat in beide gevallen de trekkers dit op al die wijzen doen, en dat aldus in beide gevallen, in tijd en ruimte zoover van elkander gelegen, er identieke reeksen van trekkingen plaats hebben. De omstandigheid, welke dan in die beide gevallen tegelijk werkt, is de zucht om uit bussen, witte en zwarte ballen bevattende, met onderscheiding der kleuren, deze bij de getrokken ballen op een zeker aantal verschillende wijzen te doen afwisselen.
Zoo daarentegen in beide gevallen slechts eene reeks van trekkingen en wel blindelings gedaan wordt, endat in beide gevallen de witte en zwarte ballen op de onregelmatigste, maar in elk dier gevallen op volmaakt dezelfde wijze afwisselen, zoo dient de invloed van eene voor beide gevallen gemeenschappelijke omstandigheid hiervan de oorzaak te zijn, en zal deze die overeenstemming tusschen de beide reeksen van trekkingen moeijelijker te weeg kunnen brengen, naarmate die reeksen elk uit meer trekkingen bestaan. Die voor beide reeksen gemeenschappelijke omstandigheid kan in dit geval niet in eene voorbedachtelijke imitatie in het tweede geval van hetgeen in het eerste heeft plaats gehad bestaan, en dient dan wel derzelver invloed van de trekking in Europa, tot die eene eeuw later in Amerika op eene gelijksoortige wijze overgebragt te hebben als de sporen dier geheele eerste trekking. De oorzaak, die overeenstemming tusschen beide reeksen van trekkingen voortbrengende en die deze verstorende, moeten aldus beide in dit geval uiterst zwak zijn, en zullen dit nog meer worden, zoo tusschen de reeksen van trekkingen in beide gevallen er nog meer liggen, omdat de invloeden der eerste trekking hierdoor meer verloren gaan dan door andere zaken.
De werking der wet van geschiktmaking wischt namelijk vooral zaken uit door andere er mede gelijksoortige later voorvallende zaken, zie blz.182, want die uitwissching of liever omzetting geschiedt niet van zelf, hiertegen verzet zich de werking der wet der traagheid.
Men moet echter zeer voorzichtig zijn bij de ontkenning dat bij gevallen, in tijd en ruimte ver van elkander gelegen, er geene onderlinge regelmatigheid tusschen hen kan ontstaan dan op dezelfde wijze waarop die gevallen zelve van invloed op elkander zijn. Die regelmatigheid tusschen twee gevallen kan toch, even als de absolute regelmatigheid bij een geval, dikwijls ontstaan op wijzen wel in zekeren zin gelijksoortig met die wij kennen en aldus niet door het toeval, maar op wijzenbuiten onzen kring van kennis of, wegens hare zwakte, buiten onzen kring van waarneming gelegen.
De invloeden der daden der bewoners dezer aarde op die der bewoners van de planeet Venus moeten bijv. uiterst gering zijn, en toch zouden al de bewoners der dagzijde dezer aarde onbewust bijna te gelijk iets gelijksoortigs kunnen doen, en, zoo de bewoners der dagzijde van Venus, tengevolge der op blz.232gemelde werking der wet van geschiktmaking, gevoelig zijn voor de warmte der zon, ook zij iets dergelijks doen. Een onwaarneembare vermindering der warmte der zon, tengevolge van hetontstaaneener zonnevlek, zou toch de oorzaak hiervan kunnen zijn.
Bij het geval van blz.312bestaat er voor al de waarneembare ruimtedeelen van het mengsel eene omstandigheid, welke zekere onderlinge regelmatigheid tusschen hetgeen bij die ruimtedeelen bestaat, namelijk de gelijkheid tusschen de verhouding der verschillende vochten, bij elk hunner teweeg brengt. Die omstandigheid is namelijk dat door roering voor alle de quantiteit van het bijgeschonken vocht dezelfde wordt gemaakt.
Wij besluiten uit dit een en ander, dat de regelmatigheid bij gevallen en de onderlinge regelmatigheid tusschen verschillende gevallen binnen enge grenzen beperkt is, tenzij bijzondere oorzaken, kennelijk van anderen aard dan de invloeden tusschen de deelen dier gevallen, of tusschen deze laatste onderling, haar voortbrengen, en dat voorts de uitwerkingen en het belangrijke van zulke regelmatigheden niet buiten zekere grenzen kunnen afwijken van de sterkte dier bijzondere oorzaken. Deze werking der wet van geschiktmaking komt ons menschen zeer te pas, want, omringd van min of minder regelmatige bijzondere zaken, is het voor ons noodig de oorzaken er van te kennen en hierop te kunnen rekenen, en desniettemin doet onze fantaisie ons somtijds geloovendat er regelmatige zaken bestaan, waar wij weten dat de oorzaken er van niet aanwezig kunnen zijn.
Dat regelmatigheid in tijd of ruimte door enkele op verschillende tijdstippen, of op verschillende plaatsen overheerschende omstandigheden voortgebragt moet worden, volgt alsware uit het bestaan van regelmatigheid in de herhaling of periodieke herhaling derzelfde zaken. Voorts kan eene gebrekkige regelmatigheid zamengesteld worden uit eene volmaakte regelmatigheid on eene volslagene onregelmatigheid.
Bij het voorbeeld der op blz.327gemelde diefstallen heeft men, al vallen deze in tijd of ruimte zoo onregelmatig mogelijk voor, wel is waar eene herhaling derzelfde zaak, doch hiervoor te gelijk eene in tijd en ruimte overheerschende omstandigheid, namelijk die in eene maatschappij tot diefstallen aanleiding gevende. Bestaat er nu buiten deze regelmatigheid eene tweede, namelijk die, welke met een volstrekt onregelmatig voorkomen dier diefstallen zamengesteld, vormt eene gebrekkige regelmatigheid van voorkoming er van, zoo bestaat die tweede regelmatigheid in eene periodieke herhaling derzelfde zaak, en moet zij de vrucht van andere overheerschende omstandigheden zijn.27
Trouwens verschijnsels, onder den invloed staande van verschillende omstandigheden, tracht men, ten einde de invloeden elk dezer te vinden, alsware te ontleden inverschillende regelmatige verschijnsels, en wel in meer, naarmate die omstandigheden meer in aantal zijn. Dan echter wordt de regelmatigheid van het resulterende verschijnsel van meer zamengestelden aard en meer onregelmatig, en moet het zulks volstrekt worden als die er op van invloed zijnde veranderlijke omstandigheden in aantal onnoemelijk zijn, en dat geene derzelver overheerscht, want in dit laatste geval kan het verschijnsel eene op uiterst zamengestelde wijze gestoorde eenvoudige regelmatigheid vertoonen, zie Noot blz.328.
Op blz.278hebben wij aangetoond dat zaken geene plotselinge veranderingen er van in grootte kunnen ondergaan, zoodat veranderingen er van in grootte aangeduid zullen kunnen worden door de ordinaten van nergens niet afgeronde hoeken bezittende kromme lijnen. Zoo aldus zaken, aan een steeds grooter wordenden drang tot vergrooting onderworpen raken, zal derzelver grootte gedurende de achtervolgende tijdstippen door de ordinaten eener van af zeker punt oploopende en met de bolle zijde naar de abcissenas gekeerde kromme voorgesteld kunnen worden. Vergroot die drang later niet meer, en wordt hij daarna steeds kleiner, om eindelijk nul te worden, zoo zal die kromme een buigpunt verkrijgen, vervolgens steeds flaauwer oploopen en met de holle zijde naar de abcissenas gekeerd zijn, en eindelijk hiermede paralel loopen.
Wanneer oorzaak en gevolg elkander wederkeerig versterken, en aldus de drang tot vergrooting bij het gevolg steeds versnellende grooter zou worden, zoo de werking der wet van geschiktmaking zie blz.262de vergrooting der oorzaak niet tegenging, zal dit gevolg wel is waar aan een na zekeren tijd steeds trager, maar nog steeds toenemenden drang tot vergrooting blootgesteld zijn, maar, daar de werking der wet van geschiktmaking ook de vergrooting van dit gevolg tracht tegen tegaan, en, even als bij de oorzaak, in sterkere mate, naarmate het grooter is, het zijn, of er bij beide eene eerst toe en later afnemende vergrootende werking bestaat. De werking der wet van geschiktmaking kan nu wel de vergrooting van eenig verschijnsel zeer moeijelijk maar niet onmogelijk maken, en verkeert daaromtrent steeds in het geval van als bij eene van derzelver werkingen, namelijk den tegenstand van het water tegen drijvende vaartuigen.28Hoe snel ook deze bewegen, de vergrooting dervoortstuwendekracht kan desniettemin eene ofschoon uiterst geringe vergrooting der snelheid van het vaartuig teweeg brengen. Vandaar dat alsdan de op blz.336gemelde ojiefvormige kromme, wier ordinaten de achtervolgende grootten van het bovengemelde gevolg verschijnsel aangeven, eerst bij eene oneindig groote abcis en eene eindig groote ordinaat met de abcissenas paralel zal loopen.29Gesteld dat nu de stoommachine van dit vaartuig sterker gestookt wordt, naarmate de snelheid hiervan meer bedraagt, zoo zal de werking der wet van geschiktmaking de versterking van het vuur steeds meer gaan belemmeren, en klaarblijkelijk zulk een vaartuigeerst versnellende, maar later vertragende in snelheid toenemen, zonder dat ooit de aanwas in snelheid geheel ophoudt.