Dit zal insgelijks het geval zijn, zoo het gevolg, hierbij de snelheid van het vaartuig, de oorzaak, hierbij het stoken der machine, niet versterkt. Ook dan zal het gevolg, ofschoon niet noemenswaardig nimmer geheel ophouden met in grootte toe te nemen, doch dit wel bij de oorzaak het geval zijn. Deze zal eerst versnellende daarna vertragende en na zekeren eindigen tijd in het geheel niet meer toenemen aldus even als de ordinaten der op blz.336gemelde ojiefvormige kromme.Op blz.307hebben wij gezegd, dat een gevolg, door zekere oorzaak opgewekt, deze kan versterken, onveranderd laten, vernietigen en daarna zelfs negatief maken30. Een ongeschikte toestand van zaken kan bijv. opwekken, het er over oordeelen en dien ten gevolge handelingen van menschen. Zijn alsdan die handelingen oordeelkundig, zoo zullen zij het derde te weeg brengen, of wel hetvierde, wanneer zie blz.259en 267 die ongeschikte toestand gerekend wordt te bestaan met betrekking tot een gemiddelden toestand en een uitslag naar de andere zijde hiervan een nog wenschelijker toestand te weeg kan brengen.Handelingen, ten gevolge van slecht oordeelen begaan brengen daarentegen het eerste of tweede voort, namelijk zij laten den ongeschikten toestand onveranderd, of versterken dien.Dit geschiedt daarentegen door handelingen, ten gevolge van goed oordeelen begaan, zoo die toestand geschikt is, en geperpetueerd dient te worden, terwijl indit geval handelingen, ten gevolge van slecht oordeelen begaan, het derde, of somtijds ook het vierde voortbrengen.Wanneer er twee partijen tegen elkander strijden, kan elk dezer een voor haar al of niet werkelijken ongeschikten toestand trachten weg te nemen, en het gevolg namelijk den strijd voor de overwonnene partij bij dien ongeschikten toestand het eerste of tweede en voor de overwinnende partij het derde of vierde voortbrengen. Die door die ongeschikte toestanden opgewekten strijd wordt op zijne beurt door uitputting van een of van de beide partijen vernietigd, en de partij, die de ongeschiktheid van hare toestand het beste beoordeelt, zal gemiddeld de zege behalen, zie blz.28831. Dit is ook van toepassing op den strijd tusschen het hoogere en lagere, zooals bijv. tusschen beschaafde en onbeschaafde volken, tusschen aanhangers van lagere en hoogere godsdiensten, zie blz.287. Neemt men hierbij den gemiddelden vooruitgang van het menschdom niet in aanmerking, zoo zal de meerdere geschiktheid van dit hoogere of van dit lagere gemiddeld aan dit of gene de zege verschaffen.Het ten gevolge van den drang tot vooruitgang zich verwijderen van het lagere, zie blz.287, is eene werking van de wet der veranderlijkheid, waarbij het gevolg deszelfs oorzaak min of meer versterkt; doch de pogingen om zich tegen de achterwaarts trekkende werking van het lagere te verzetten, en om het verkregen hoogere te behouden, zijn werkingen der wet van geschiktmaking en van de wet der veranderlijkheid, waarbij het gevolg deszelfs oorzaak (in dit geval de afwijking van het lagere van het verkregen hoogere) te vernietigen. De werking der wet van geschiktmaking tracht steeds ook, zonder dat er strijd in den algemeensten zin plaats heeft,van lieverlede ongeschiktheden te doen verdwijnen bijv. door bij de partij, wier uiterlijke magt derzelver hulpbronnen overtreft, zijnde die gemiddeld aangevallen wordt, die ongelijkheid weg te nemen, zie blz.289.De gevolgen van verschijnsels zullen op deze de beide eerste, of de beide laatste der op blz.338gemelde uitwerkingen hebben, al naar gelang zij, zie blz.296in contact komen en den invloed ondervinden van andere verschijnsels, zoo of tegengesteld zijnde, zooals bijv. het komen der op blz.338gemelde handelingen onder den invloed van personen met of zonder oordeel en overleg. De op blz.307gemelde gevolgen, dient men, zie blz.70, steeds met derzelver oorzaken gelijkslachtig te stellen, en aldus in de stoffelijke en geestelijke wereld alsware een uiterst groot aantal zich somtijds vertakkende, somtijds ophoudende reeksen van gelijkslachtige, uit elkander voortspruitende verschijnsels aan te nemen. Van ongelijkslachtige oorzaken en gevolgen kan er eigenlijk geen sprake zijn, doch wel kan het contact met andere er niet gelijkslachtig mede zijnde zaken, deze laatste wijzigen, waardoor de gelijkslachtige gevolgen hiervan anders worden, zie blz.296en 299. Vandaar is het op blz.302gezegde, dat ligchaamsbewegingen gevolgen van geestelijken aard kunnen opwekken, niet naauwkeurig. Van die bewegingen wijzigt het contact geestelijke werkingen, waardoor deze andere gevolgen, er mede gelijkslachtig en aldus insgelijks van geestelijken aard, opwekken. Zoo zal bijv. van de menschelijke daad, bestaande in het werpen van brandstof in eenen vuurhaard, het contact met de mededeeling der gloeijing van deelen brandstof aan andere deelen, deze mededeeling wijzigen, en hierdoor het hiervan gelijkslachtige gevolg, namelijk de vrijmaking van de latente warmte binnen de zuurstof der lucht bevat door gloeijende brandstof, anders namelijk sterker worden.De warmteontwikkeling bij het vuur is een gevolg van die vrijmaking dier zuurstofwarmte door gloeijende deelen brandstof, en zou steeds in sterkte toenemen, zoo de werking der wet van geschiktmaking, in reden der sterkte der warmte bij het vuur, die warmte er niet van afvoerde.De er mede gelijkslachtige oorzaak van het vrijmaken der zuurstofwarmte door gloeijende brandstof, is de mededeeling dier gloeijing van het eene stuk brandstof aan het andere, en deze oorzaak wordt door derzelver gevolg versterkt, zoodat dit in sterkte versnellende zou toenemen, ware het niet, dat zekere werking der wet van geschiktmaking, in de uitbranding der brandstof bestaande, zelfs bij eene onbeperkte hoeveelheid hiervan, die sterkte eindelijk vertragende deed toenemen. De werking der wet der veranderlijkheid doet echter de mededeeling der gloeijing der brandstof als gevolg opwekken hetnietmeer voorhanden zijn hiervan, terwijl de vrijmaking der zuurstofwarmte door de gloeijende deelen brandstof als gevolg opwekt het blusschen van het vuur, en beide die gevolgen zullen nu werken, zooals in noot blz.300gezegd is, namelijk derzelver oorzaken vernietigen32.Het werpen van brandstof in het vuur behoort daarentegen tot eene andere reeks van gelijkslachtige oorzaken en gevolgen. Tot oorzaak heeft dit werpen voorafgaande handelingen van den stoker, en tot gevolg zekere het stoken opvolgende handelingen, en wel zal op het stoken het contact van het vuur van invloed kunnen zijn, maar enkel als eene er mede ongelijkslachtige zaak. Die hevigheidvan het vuur moet toch niet noodwendig het stoken sterker of zwakker doen worden, zie blz.297.De werkingen der wet van geschiktmaking hebben wij niet onder de gevolgen van hiermede gelijkslachtige oorzaken begrepen, omdat die werkingen steeds evenredig blijven met de sterkte der zaken, waardoor zij opgewekt worden, terwijl daarentegen de in werkingen der wet der veranderlijkheid bestaande gevolgen door de er mede gelijkslachtige oorzaken versterkt worden. Eveneens tracht het contact, tusschen ongelijkslachtige, of (zie het voorbeeld van 260) tusschen gelijkslachtige verschijnsels, als oorzaak de er door teweeg gebragte wijzigingen bij die verschijnsels door zijn duur te versterken. Deze somtijds niet ontstaande wijzigingen, werkingen der wet der veranderlijkheid, kunnen beschouwd worden als gevolgen van dit contact en door terugwerking kunnen zij dit verzwakken of versterken. Zoo kan bijv. de verwarming van het ligchaam, door het contact met een vuur, tot gevolg hebben, dat dit ligchaam tot het vuur nadert, of er zich van verwijdert, en aldus dat dit contact grooter of kleiner wordt. De vergrooting dier wijzigingen, ten gevolge, der opwekkende werking van het contact, wordt, even als op blz.262gezegd is, vertragende gemaakt door de werking der wet van geschiktmaking. Dit is bijv. het geval, wanneer het gezigt van eenig voorwerp het denken er over versterkt. Allerlei andere opkomende gedachten maken dan, dat zie blz.117en 183 die over dit voorwerp na zekeren tijd in sterkte slechts vertragende kan toenemen. Voorts kan de werking der wet der veranderlijkheid maken, dat zulk een gewijzigd wordend verschijnsel in contact komt met een ander, en dat dit laatste contact eene tegengestelde wijziging er bij opwekt, zooals bijv. bij het voorbeeld, zie blz.341, van het contact van het vuur met iemand, die dit tracht te blusschen. Somtijds kan dan zulk een verschijnsel wijzigingendan in deze en dan in tegenovergestelde rigting ondergaan, doordat die eerste positieve wijziging alsware het contact noopt negatief te worden, zie blz.258.Accidentele omstandigheden ten gevolge van wijzigingen, tot oorzaken het contact van allerlei andere zaken hebbende, zullen echter dergelijke verflaauwende schommelingen verstoren.Wanneer gevolgen derzelver oorzaken onveranderd laten, of wel versterken, kunnen zij zelve door een gevolg van henzelve vernietigd worden, zonder dat hierdoor die oorzaak aangedaan wordt. Dit is bijv. het geval, wanneer eenige blijvende zaak de menschen leidt tot handelingen, waarmede zij na zekeren tijd wegens eenige rede ophouden. Zoo een gevolg deszelfs oorzaak vernietigt, zonder deze negatief te doen worden, zal, zoo bij dit gevolg de slijtende werking der wet van geschiktmaking niet bestaat, het in grootte steeds vertragende toenemen. Wederkeerige verzwakking, zie blz.261, kan ontstaan tusschen twee verschijnsels, waarvan het eene tijdens het begin dier wederkeerige verzwakking bestaat en negatief of tegenovergesteld zijnde, als gevolg door het andere zou opgewekt worden onder wederkeerige versterking van gevolg en oorzaak.Het verschijnsel, dat bij die wederkeerige versterking de oorzaak is, ontstaat bij de wederkeerige verzwakking later dan het andere, en wel op eene wijze tegengesteld aan die, waarop het bij de wederkeerige versterking vernietigd wordt. Dit bijv. geschiedt bij nadering en botsing van twee hemelligchamen bij derzelver aantrekking door de opgewekte afstooting, zie blz.283, terwijl bij de wederverwijdering dier beide hemelligchamen de aantrekking weder ontstaat door de verdwijning der afstooting. Dit is nu wel is waar een gevolg der sterkte van verwijdering dier beide ligchamen, doch het is klaar, dat deze niet op dezelfde wijze die aantrekking opwekt alsverzwakt. Bij wederkeerige versterking eene oorzaak, door derzelver gevolg versterkt, en door eene andere werking van dit gevolg, onder medewerking hiervan met iets anders, vernietigd wordende, zoo zal bij de wederkeerige verzwakking eerstgemeld gevolg negatief zijnde en als verschijnsel bestaande, slechts door medewerking met iets anders die oorzaak opwekken.33De werking der wet van geschiktmaking zal bij zulk eene wederkeerige verzwakking het bovengemelde bestaande verschijnsel en het later opgewekte sneller doen verzwakken, zoo die zelfde werking in het omgekeerde geval de vergrooting, zoo van de oorzaak als van het deze versterkende gevolg verzwakt.Eene goede omgeving, waakzaamheid en voorzigtigheid kunnen iemands gedrag beter doen worden, en de goede uitkomsten van zulke maatregelen nopen hen te versterken. Later kan echter dit verbeterde gedrag, zamenwerkende met bijv. slechte raadgevingen, die maatregelen overbodig doen achten, en tot vernietiging er van leiden. Het tegenovergestelde verschijnsel van het gevolg dier maatregelen is nu slecht gedrag, en dit als verschijnsel bestaande, kan gepaard met goede raadgevingen, opwekken waakzaamheid, voorzigtige behandeling, het brengen in goede omgeving, enz. Deze zullen klaarblijkelijk op dit slechte gedrag (ook buitendien door de slijtende werking der wet van geschiktmaking van lieverlede vernietigd wordende) eene verzwakkende werking uitoefenen, edoch ook die maatregelen kunnen door den duur van dit slecht gedrag, door eene wegens niet genoegzaam resultaat ontstane moedeloosheid, verzwakt worden,terwijl zij buitendien als iets bijzonders aan zekere slijting onderhevig zijn.De op blz.165gemelde wijzigingen der onregelmatige aantrekkingstrillingen van den ether door het bestaan binnen deze van bijzondere ligchamen, zullen die aantrekkingstrillingen regelmatig doen worden.Bij de onregelmatige afstootings- of warmtetrillingen van den ether heeft dit insgelijks plaats door het bestaan van bijzondere ligchamen, omdat die trillingen op de van deze ligchamen uitgaande stralen zulk eene wijziging ondergaan, dat zij deels worden transversale trillingen, waarbij het aantal trillingen per seconde even groot is als bij dat der warmtetrillingen dier bijzondere ligchamen. Wanneer die stralen tusschen twee ligchamen, waarvan het eene warmte opslurpt, loopen, zal het aantal dier transversale ethertrillingen gelegen zijn tusschen die bij de warmtetrillingen dier beide ligchamen bestaande.34Ook bij deze laatste soort van trillingen bestaat er in zooverre regelmatigheid, dat de temperaturen, gemeten door het aantal der trillingen per seconde, van het eene punt naar het andere min of meer egaal af of toenemen. Dit belet echter niet dat het overgaan in dergelijke warmtetrillingen van bijv. geluidsgolven eene de onregelmatigheid bevorderende werking der wet van geschiktmaking is. De aantrekking van massas digter dan en onderscheiden van den ether, aldus van iets bijzonders, perst om zich heen gassen te zamen, doet deze condenseren, onder vermindering der banen der warmtetrillingen en verhooging van het aantal dezer per seconde, of anders gezegd onder overgangvan latente warmte in vrije warmte. Bij nog sterkere zamenpersing, waarbij de afgifte van vrij geworden warmte voortgaat, kunnen die vochten stollen, en daar nu de onregelmatigheid bevorderende werking der wet van geschiktmaking vochten en ook vaste ligchamen (voor zooverre deze niet verrotten) doet verdampen, en aldus een omgekeerden overgang der stof te weeg brengt, moeten de vochten in het algemeen in een meer bijzonderen toestand dan de gassen en in minder bijzonderen toestand dan de vaste ligchamen verkeeren.Terwijl dan ook bij de vloeistoffen, wier deelen zeer verschuifbaar zijn, binnen gelijke kubieke ruimten, betrekkelijk weinig moleculen bevattende, het aantal dezer zeer zal verschillen, en daarentegen binnen gelijke kubieke ruimten, zeer veel moleculen bevattende, dit aantal betrekkelijk zeer weinig verschilt, zie blz.311, moet bij de vaste ligchamen en vooral bij de elastieke, het tegenovergestelde plaats hebben.Wordt bijv. een elastiek vast ligchaam verticaal ingedrukt, zoo zet het zich in horizontale rigting uit, en moeten in die rigting de aantrekkingen tusschen de zich van elkander verwijderende moleculen grooter dan derzelver afstootingen worden, en het omgekeerde in de verticale rigting plaats hebben. Anders toch zou het ligchaam, na het ophouden der indrukking, deszelfs primitieve gedaante niet weder kunnen hernemen.Dit nu zal slechts mogelijk zijn, zoo er tijdens de indrukking geene blijvende verschuiving van moleculen plaats heeft, dat weder slechts mogelijk is, zoo de aan elkander grenzende uiterst kleine kubieke ruimten, elk niet veel moleculen bevattende, er ongeveer evenveel inhouden. Dat de kubieke ruimten, elk zeer veel moleculen bevattende, er bij de vaste ligchamen niet evenveel inhouden, hetgeen vooral bij de zeer merkbaar poreuse onder hen het geval is, belet daarentegen dit nietblijvende zijn der onderlinge verschuiving der moleculen niet, mits de moleculen massas, tusschen die porien gelegen, dik genoeg zijn om niet te breken. Bij de stolling van vochten moet er aldus iets plaats hebben, als op blz.313gezegd is, namelijk, door het gelijktijdig dringen van veel moleculen naar eene plaats en het zich gelijktijdig verwijderen van andere plaatsen, er eene grootere regelmatigheidontstaat35. Eene soort van veerkracht als die der vaste ligchamen bezitten de vloeistoffen niet, dan voor zooverre zij kleverig zijn, en derzelver moleculen aldus niet volmaakt verschuifbaar zijn. Het niet bevatten van evenveel moleculen door evengroote ruimten, er elk niet veel van inhoudende, moet voorts bij de vochten in verband gebragt worden met de moleculaire warmtetrillingen, bij hen, wegens het bevatten van meer latente warmte, grooter zijnde dan bij de vaste ligchamen.Bij chemische verbinding heeft er, even als bij stolling en condensatie, overgang van gebondene in vrije warmte plaats, terwijl bij chemische verbinding gemiddeld, ofschoon niet steeds, de stoffen van den gasvorm tot den toestand van vochten of vaste ligchamen gebragt worden. In het algemeen kan dus chemische verbinding beschouwd worden als eene werking der wet der veranderlijkheid in strijd met de onregelmatigheid verwekkende werking der wet der geschiktmaking, zie blz.251. Het is echter eene primaire werking dier laatste wet, welke, door de stoffen chemisch te ontleden, de ontbondene meer dan de verbinding op de natuur van den ether doet gelijken. Waar er toch chemische verbindingen bestaan, kunnen, terwijl die primaire werking hen tracht te ontleden, secondaire werkingen dier wet, zie blz.24, er andere stoffen mede in harmonie brengen, door deze chemisch met elkander te verbinden. Een dergelijkesecundaire werking is bijv. de verbinding der metalen met de zuurstof, waardoor er met de natuur van de aardkern en van de anorganische aardkorst, alsware in harmonie zijnde chemische verbindingen ontstaan. De scheikundige verwantschap tusschen stoffen is toch niet zoo zeer iets aan deze eigen, dan wel het gevolg der omstandigheden waarin zij zich bevinden. De vochtigheid, de warmte enz. hebben er grooten invloed op, en men kan zich even goed zie blz.159een hemelbol van meer etherachtige en chemisch minder zamengestelde natuur dan onze aarde denken, alwaar ijzeroxyde zonder kunstmiddelen, door opneming en binding der warmte van omgevende ligchamen en verbreking der moleculen door de vergrootende warmteafstooting, in ijzer en zuurstof overgaat, alsdat op deze aarde bijv. de planten in water en koolzuur ontleed worden.36Zoo kan het weren van bederf, eene tertiaire werking der wet van geschiktmaking, namelijk eene met betrekking tot de organische stoffen zelve zijn; terwijl dit bederf zelf eene secondaire werking dier wet is, wegens de disharmonie tusschen de levende organismen en de aarde, zie blz.94.Tusschen die twee werkingen der wet van geschiktmaking bestaat er nu een strijd, maar waarbij zoo, zie blz.195, geene werking der wet der veranderlijkheid gedurig nieuwe levende organismen vormde, de tertiaire werking even goed het onderspit zou delven, als de verdediging van een staat, noch op de nationaliteit, noch op de behoeften der ingezetenen gebaseerd, of zie blz.256later geschikt kunnende worden, voor de ondermijning van het bestaan van zulk een staat. De drang der vaste stoffen en vochten om te verdampen, zie blz.316,ontstaat ten gevolge eener primaire werking der wet van geschiktmaking, en secundaire werkingen hiervan met betrekking tot de aarde kunnen een tegenovergesteld effect uitoefenen. Die secundaire werkingen kunnen bijv. gerekend worden hier op aarde alles in harmonie te brengen met den toestand van hare kern en korst, zoo de aarde zeer ver van de zon gelegen was, en tot zulke werkingen behooren dan de gedurige uitstraling door de aarde van opgeslurpte zonnewarmte, het vervoer van warmte van den evenaar naar de polen, enz. De nabijheid der aarde van de zon is toch, zie blz.161, eene bijzonderheid, die de werking van blz.163zal trachten op te heffen, doch er bestaan tertiaire werkingen der wet van geschiktmaking trachtende alles op deze aarde te brengen in harmonie met haren gemiddelden toestand met betrekking tot de zon. Alle afwijkingen hiervan, zoo periodieke als accidentele, zal die tertiaire werking der wet van geschiktmaking trachten te vernietigen. Hierdoor wordt er bijv. van de dag- en zomerzijde der aarde warmte gevoerd naar de nacht- en winterzijde, en hierdoor zullen, wanneer de zonnewarmte veel water heeft doen verdampen, die dampen later condenseren, iets dat niet zou plaats hebben, zoo de aantrekkingskracht der aarde die dampen niet zamenperste, en hen daardoor belette ten gevolge der op blz.345gemelde primaire werking der wet van geschiktmaking steeds meer uit te zetten37.Electriciteit kan kwalijk als in harmonie met de verdeeling der warmte beschouwd worden, omdat de beide electriciteiten neiging bezitten om elkander te vernietigen onder overgang der elektrieke beweegkracht in warmte zie blz.251, welke laatste zich dan evenzoo, ten gevolgeder werking der wet van geschiktmaking, verspreid, als zekere hoeveelheid wijn, binnen water gestort, zulks doet.Eene primaire werking van gemelde wet put de snelheid van den wind uit, doch, met betrekking tot de wentelende en aan de zonnewarmte blootgestelde aarde, zal eene secundaire werking dier wet slechts alle afwijkingen van zekere constante hoofdwinden trachten te vernietigen38. Evenzoo is het met de zeestroomen gelegen, en men kan aannemen, dat eene tertiaire werking der wet van geschiktmaking alle afwijkingen van constante stroomen met betrekking tot door vaste landen en eilanden afgebroken en ongelijk diepe zeeen vernietigt, terwijl zie blz.254eene secundairewerkingdier wet, zooals bijv. het afvallen en afschuiven van aardsche voorwerpen, de aardkorst overal met eene zee van gelijke diepte tracht te bedekken.Dat de werking der wet van geschiktmaking zaken in harmonie met volgens zekere regels veranderende toestanden tracht te brengen, ofschoon alsdan die harmonie steeds onvolmaakt blijft, hiervan is reeds op blz.233gesproken. Meer primaire werkingen dier wet zullen echter die regelmatige veranderingen trachten te vernietigen.Het kenteeken van harmonie bij zaken is het gemis er bij van oorzaken van verandering anders dan die, wegens het zijn dier zaken binnen de veranderlijke wereld, voortspruiten, en onder laatstgemelde oorzaken moeten ook geteld worden die welke de zaken, waarmede gene in verband staan, wijzigen. Gesteld toch, dat er harmonie bij eene zaak bestaat, zoo zal, bij verandering van het verband er van met andere zaken, die harmonieverbroken worden, zooals bijv. die bij de constante zeestroomen bij verandering der kusten.Men kan zich voorts ook voorstellen, dat er harmonie bestaat bij eene bijzondere zaak afhangende van eene meer algemeene. Verandering bij deze laatste kan dan zelfs maken, dat er van die bijzondere zaak later geene questie meer kan zijn, zooals bijv. van het goed verdeelen van levensmiddelen binnen ingeslotene vestingen na het ontzet dezer. In de werkelijkheid bestaat er slechts een volmaakt harmonischen toestand, namelijk de onveranderlijke en algemeenste veropenbaring der zelfstandigheid door denking en beweging. Bij alle andere meer of minder bijzondere zaken bestaan er echter alsware door het zijn er van geboren werkingen, welke die zaken zoodanig trachten te wijzigen, dat deze in een nieuwen, wegens de gedurige werking van allerlei accidentele oorzaken, nimmer volmaakt bereikt wordenden toestand gekomen zijnde, die er uit voortgesproten werkingen zouden ophouden te bestaan. Deze zijn nu die wij de werkingen der wet van geschiktmaking genaamd hebben. Toestanden, uit met elkander in verband zijnde zaken bestaande, worden er door meer harmonisch gemaakt door wijziging dier verschillende zaken, en wel zoo, dat die het moeijelijkste kunnen gewijzigd worden, of wel het meeste op die toestanden van invloed zijn, door de werking der wet van geschiktmaking het minste gewijzigd worden, zie blz.265en 289.Wanneer oorzaken gevolgen verwekken, welke hen vernietigen, moeten die gevolgen de toestanden, waarvan die oorzaken eenige der met elkander in verband zijnde zaken vormen, meer harmonisch maken, zoo tevens die gevolgen door het bestaan dier toestanden geboren worden, omdat alsdan die oorzaken het karakter van afwijking bezitten. Zoo bijv. omdat het peil der moraliteit bij eene maatschappij grooter is dan die van een slechtmensch, er deel van uitmakende, deze zoodanig wordt behandeld, dat de slechtheid van zijn karakter vernietigd wordt, zal die maatschappij in zedelijkheid meer harmonisch worden, daar dan toch derzelver leden elkander minder door omgang en voorbeeld in moraliteit zullen doen veranderen.Zoo echter derzelver oorzaken vernietigende gevolgen niet tevens door de zoo even gemelde toestanden geboren worden, behoeven zij de harmonie bij het een of ander niet te bevorderen, en zelfs kunnen dergelijke gevolgen, door in het algemeen verandering te weeg te brengen, de harmonie bij met elkander in verband zijnde zaken verstoren. Terwijl toch die oorzaken hier als ware buiten liggen, kunnen derzelver gevolgen er in grijpen, zie blz.342. Hetzelfde valt op te merken omtrent gevolgen derzelver oorzaken versterkende, doch, wegens eene bijzondere rede, zullen dergelijke gevolgen de harmonie bij toestanden verstoren, wanneer zij zaken, die, met andere in verband, zulke toestanden vormen, op eene wijze tegengesteld aan die, welke uit dien toestand voortspruit, wijzigen, namelijk wanneer afwijkingen er door versterkt worden. Zoo men bijv. iemand, boven zijne medemenschen in deugd uitstekende, zoodanig beloont, dat hij nog meer boven deze gaat uitsteken, is dit niet tevens het gevolg van de betrekking, waarin zijne zedelijkheid staat tot die zijner medemenschen, maar wel van het niet voldoen dezer aan de eischen van hun zedelijk en maatschappelijk bestaan. Door zulke verheffingen van individuen wordt echter niet de harmonie bij een toestand van zaken bevordert, want op blz.277hebben wij gezegd, dat door dit meer harmonisch worden van zulk een toestand, de door het wezen er van geboren werkingen, door zwakker te worden, hen minder zullen trachten te wijzigen. Nu is wel is waar de zedelijkheid der menschen in verband met de eischen van hun zedelijk bestaan, maar tevens met de werking derzinnelijkheid, en de terugtrekkende werking hiervan zal sterker zijn, naarmate de menschen meer aan de eischen van hun zedelijk bestaan voldoen. Eene uit hun wezen, en hetgeen hiermede in verband staat, voortspruitende werking tracht alsdan, in plaats van eene flaauwere, eene sterkere wijziging tot stand te brengen. Op blz.270hebben wij wel is waar gezegd, dat bij menschen, aan de eischen van hun maatschappelijk bestaan voldoende, de bij hun geest bestaande ongeschiktheid op een minimum zou zijn, doch hierbij is hun verband met de zinnelijkheid, met het dierlijke egoïsme, zie noot blz.139, niet in aanmerking genomen. Bij toestanden van met elkander in verband zijnde zaken, waarbij de eene dezer dien toestand zus en andere hem op eene tegengestelde wijze tracht te wijzigen, en waarbij aldus het gemis aan eene er uit voortspruitende werking, hem trachtende te wijzigen, ontstaat, doordat dergelijke werkingen elkander opheffen, bestaat er buitendien slechts in zeker opzigt harmonie. Voor harmonie in alle opzigten zoude geen dier zaken zulk eene den toestand wijzigende werking moeten trachten uit te oefenen.Men dient wel het goede van het harmonische te onderscheiden. Het kan bijv. gebeuren, dat iets goeds, in zamenwerking met andere oorzaken, een gevolg verwekt dat het vernietigt, doch daar zie blz.351het harmonische iets is, dat uit zich zelf geene aanleiding tot verandering er van geeft, kan het een dergelijk gevolg niet verwekken. Goede zaken kunnen, zie blz.338, bestendigd worden door de uitwerking van er door opgewekte gevolgen, terwijl daarentegen harmonische zaken, door de werking der traagheid in stand gehouden wordende, zoo zij geene storing door er niet uit voortspruitende zaken ondervinden, dergelijke gevolgen niet kunnen opwekken.Bij het harmonisch maken van met elkander in verbandzijnde zaken, kan er slechts sprake zijn van hetgeen die harmonie verstoort te vernietigen, en zoo nu die storing bestaat in gemis aan iets, zal dit gemis, als oorzaak werkende, een gevolg opwekken, dat het vernietigt en aldus aanvult. Zoo nu dit gemis opwekt een gevolg dat deszelfs oorzaak niet vernietigt, zal dit gevolg niet tevens door de afwijkingen van den harmonischen toestand bij zoo even gemelde zaken geboren worden.Het schoone, dat wij op blz.97gezegd hebben te zijn de innerlijke harmonie bij zaken, moet meer uit zich zelf geene aanleiding geven tot veranderingen er bij dan het goede, of de geschiktheid van iets voor hetgeen waarmede het in verband komt, zie blz.271. In ons werk getiteld: “Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz.”, blz. 501, hebben wij de stelling ontwikkeld, dat het schoone bij den gemiddelden toestanden van zaken bestaat, en nu zijn het juist de afwijkingen van zulke gemiddelde toestanden, zooals die der juist geproportioneerde menschelijke gestalte, die uit zich zelf natuur en kunst nopen om hen te doen verdwijnen.Geschiktheid van iets voor verschillende, bijv. zie blz.231, ten gevolge van ongelijke verandering, op verschillende hoogten gekomen, en aldus met betrekking tot elkander onharmonische zaken, kan binnen eene in tijd en ruimte veranderlijke wereld slechts onvolkomen zijn, en uit dien hoofde zullen de toestanden, waarbij dergelijke geschiktheid bestaat, uit zich zelve aanleiding tot verandering er van geven. Wetten kunnen bijv. gewijzigd worden, ten einde er dan deze en dan gene belangen mede te bevredigen, al zijn zij zoo goed mogelijk. Moet het wetboek verbeterd worden, zoo wijst het zich niet van zelf aan hoe slechts de afwijkingen van dit wetboek van een dat goed is, behoeven vernietigd te worden, en leemten er in wijzen niet even bepaald de aanvulling aan, als bij eenig menschenligchaam het gemisder neus aanwijst, dat er eene neus bij zou behooren, om het op het door geene afwijkingen mismaakte menschelijke ligchaam te doen gelijken. Zulk eene leemte in een wetboek kan zeer wel, als oorzaak werkende, als gevolg handelingen bij wetgevers hebben, welke, na vergelijking der voor- en nadeelen er van, haar laten bestaan en zelfs versterken. Om aan reeds bestaande eischen bij het oude wetboek, aldus, zonder dat de behoeften der maatschappij veranderd zijn, te voldoen, kan men oude wetten in zekeren zin beginnen te wijzigen, en het gevolg of de bearbeiding dier wetten leiden tot versterking der wijziging.Veranderen de eischen der omstandigheden, zoo verandert ook het goede, terwijl het harmonische zulks blijft, al verliest het ook zijn objectief bestaan. In dit laatste geval verkeert bijv. eene despotieke regeering met een tal van verspieders, een huurleger, geheime regtspleging enz. in de beschaafde wereld, alwaar vooral de middelpartijen, ten koste van harmonie en consequentie, goede regeringen wenschen daar te stellen.Men make voorts onderscheid tusschen disharmonie, wegens door accidentele oorzaken ontstane afwijkingen bij eene zaak, terwijl deze overigens gelijksoortig blijft met die zaak, zoo die afwijkingen niet bestaan, en disharmonie, wegens het met elkander in verband zijn van ongelijksoortige zaken. De eerste soort van disharmonie wordt bijv. voortgebragt door de ongelijkheden van de aardkorst, door de ongelijke verdeeling der warmte, de ongelijkheid in rijkdom der menschen, enz. De tweede soort van disharmonie bestaat bijv. bij het verband tusschen de planten en de onbewerktuigde aarde, bij dat tusschen ziel en ligchaam, en verschilt hierin met de eerste, dat, terwijl hierbij de vernietiging der afwijkingen, ter vorming van een geschikten toestand, slechts van eene zijde geschiedt, zij bij die tweede soort van tweezijden en alsware zie blz.348tegen elkander in plaats heeft. De planten, waarbij er, tusschen derzelver contact met andere zaken als oorzaak en derzelver grootte als gevolg, wederkeerige versterking plaats heeft, trachten, ten bate van haren toestand, de onbewerktuigde stof organisch te maken, terwijl de aarde, ter bevordering van derzelver harmonischen toestand, het tegenovergestelde poogt te doen, en hierdoor onder anderen de vergrooting der planten, zie blz.336, limiteert. Nu moge bij beide die met elkander in strijd zijnde geschiktmakende werkingen gedeeltelijk uit dezelfde soorten van veropenbaring der zelfstandigheid door beweging, zooals aantrekking, warmte, electriciteit enz. bestaan, ofschoon er wel bij de organische werkingen zullen bestaan, die bij de onbewerktuigde aarde gemist worden, het blijft niettemin waar, dat men hier niet met eene de planten voortbrengende aarde te doen heeft, omdat alsdan dier planten bestaan in den harmonischen toestand dier aarde in derzelver betrekking tot de zon alsware bevat zou zijn.Wel is waar schikken de planten zich hiernaar, maar slechts ten bate van haar eigen toestand, even als vijanden zich naar elkander schikken, ten einde elk voor zich op de doeltreffendste wijze voordeel te verschaffen.39, zie blz.339. In wereld der verscheidenheid gaat dit een en ander ook door voor andere met elkander in verband zijnde zaken, elk strevende naar een eigen harmonischen toestand, doch die wereld der verscheidenheid moet tevens die der veranderlijkheid zijn, zoodat de streving naar al die verschillende harmonische toestanden van meer of minder algemeenen aard gedurigtegengewerkt wordt. Onder die veranderingen, en wel zie blz.69, als gevolg van de accidentele veranderingen in het algemeen beschouwd, bevindt zich nu ook die, waarbij de ontwikkeling van het op blz.194gemelde eigenlijke wezen, dier naar eene eigene harmonie strevende zaken, vergroot wordt, totdat die kernen, wanneer derzelver ontwikkeling de palen der eindigheid bereikt heeft, volkomen zamensmelten en harmonisch worden met de onveranderlijke veropenbaring der zelfstandigheid door beweging en door denking.Wanneer de handelingen van wezens een doel hebben, strekken zij om bij het een of ander geschiktheid te weeg te brengen, al zij het dat hierdoor bij andere zaken, zelfs die van meer verheven aard, de ongeschiktheid vergroot wordt, en daar de wezens die doelen, zie blz.267niet op de meest directe wijze trachten te bereiken, kan het gebeuren, dat zij daarvoor niet den juisten weg inslaan. De rest hunner handelingen zijn, of zooals men zegt toevallig, of wel gedwongen, waarin men hen alsware als verbonden aan de handelingen van anderen kan rekenen. Voor de handelingen, niet uit de denking der eindige wezens voortvloeijende, geldt hetzelfde, uitgezonderd het bereiken van doelen op niet volstrekt directe wijze, en aldus de mogelijkheid om niet op den juisten weg te zijn om die doelen te bereiken.40Zoowel de handelingen, die niet, als die wel voortvloeijen uit de denking der zie blz.144afgescheidene wezens, zijn aldus deels toevallig, en ware dit het geval niet, zoo zou de verscheidenheid, het gedurig ontstaan van nieuwe toestanden, waarvoor geschiktheid moet gevormd worden en de hierdoor ontstaandeontwikkeling der wezens gemist worden. Op blz.299hebben wij gezegd, dat de verschijnsels bevatten bijzonderheden, deze bijzonderheden andere nog sterker dan de voorgaande van het algemeene afwijkende enz. Elk dezer verschijnsels bestaat nu uit met elkander in contact zijnde, elkander wijzigende en gevolgen opwekkende handelingen van de afgescheiden eindige wezens, of wel van het Oerwezen, voor zoo verre dit zie blz.170eene veranderlijke natuur bezit. Elke oorzaak is een verschijnsel, elk gevolg insgelijks, elke werking der wet van geschiktmaking vormt, hetzij afzonderlijk, hetzij, zooals bij het geval van blz.259, vereenigt met derzelver oorzaken uitputtende gevolgen, verschijnsels, het in stand blijven van zaken, ten gevolge der wet der traagheid, doet dit insgelijks. Elk dier verschijnsels bevat nu meer bijzondere verschijnsels, in elk dier gevallen kunnende vormen oorzaken, gevolgen werkingen der wet van geschiktmaking en werkingen der wet der traagheid, hiervoor gaat weder hetzelfde door enz., totdat men komt tot de meest bijzondere verschijnsels op blz.300aangegeven.Iemands goed gedrag, eene oorzaak het beloonen tot gevolg hebbende, kan bijv. beschouwd worden als een verschijnsel bevattende bijzondere daden, zijnde oorzaken of gevolgen van andere daden, of wel, even als op blz.342gezegd is, wijzigingen voortbrengende contacten tusschen toestanden, of het wennen dan aan deze dan aan gene toestanden, of het gedurende eenigen tijd blijven in toestanden, niet alleen wegens geschiktheid er voor, maar tevens omdat men er verkeert.Het zich voegen van een landverhuizer naar een vreemd klimaat en een vreemden maatschappelijken toestand, kan ook beschouwd worden als een verschijnsel, een menigte meer bijzondere verschijnsels bevattende, en hierbij weder al de gevallen bij de bijzondere verschijnsels van het voorgaande geval voorkomen. Het volhouden bij eenmaal aangenomenmeeningen, waardoor nieuwe en grootere wetenschappelijke gehalte bezittende denkbeelden, vaak zoo traag bij het publiek ingang vinden, zie blz.212, deels eene werking der traagheid, kan alsmede aangemerkt worden als een verschijnsel bevattende vele bijzondere verschijnsels zijnde oorzaken of gevolgen van andere dergelijke verschijnsels, benevens werkingen der wet der geschiktmaking en der traagheid.De werkingen der anorganische aarde, der levende organische natuur en der kunst oefenen invloeden op elkander uit, even als dit bijv. doen de daden der verschillende soorten van werklieden, zooals smeden, metselaars en timmerlieden. Evenzeer als nu deze allen bijv. een last kunnen ophalen, en nogthans elkanders werk niet kunnen doen, evenzeer kunnen de anorganische aarde, de organische natuur en de kunst, eene zelfde werking verrigten, (bijv. eene van osmotischen aard) en desniettemin niet dezelfde producten leveren. Zoo kan bijv. de kunst evenmin een boomblad daarstellen, als de levende organische natuur een uurwerk kan maken zie blz.195.De werking der wet der traagheid, benevens de standvastigheid te weeg brengende werking der wet van geschiktmaking moeten de indrukken van dezelfde zaken bij de wezens dezelfde houden, tenzij zie blz.333oorzaken, van den aard als die men kan leeren kennen, die indrukken veranderen, zooals bijv. het anders zien der voorwerpen bij het scheel zien enz.41De werking der wet van geschiktmaking leidt de wezens om door opmerking en oordeel met juistheid te leeren kennen wat waar, schoon, goed en verheven is, omdatzij zie blz.178het vooruitloopen der controlerende aanschouwing en der kritiek door de meeningen der menschen tracht te verminderen, en de beoordeeling van veranderde of nieuwe toestanden van zaken van lieverlede juist tracht te doen worden.Die werking overwint van lieverlede de traagheid, zoowel bij gewoonten als bij meeningen, die geen grond van bestaan meer bezitten, zoodat haar bestaan het sceptieke gezegde, dat de menschen geene gronden voor hunne handelingen kunnen bezitten, en veroordeeld zijn om de gewoonten te volgen, valsch maakt.Overdrijving van deugden bestaat zie blz.271in het te veel verzuimen van het eigenbelang in het heden ten bate van toekomstige en vreemde belangen. Verbastering van deugden daarentegen in het tegenovergestelde, of wel in het gemis aan paring van intellectuele ontwikkeling met zedelijke ontwikkeling zie blz.293. Men bedenke hierbij dat, wegens de invloeden van ligchaam en omgeving op den geest der wezens (bij de menschen kleiner dan bij de dieren) zij in de opvatting van hun genoegen in het heden zeer verschillen; de een doet bijv. dat genoegen in veiligheid en rust, de ander in het begaan van roekelooze daden, de derde in verkwisting, de vierde in doellooze verzameling van goederen bestaan.Somtijds ontstaan er evenwigtstoestanden, wanneer eene blijvende oorzaak een gevolg opwekt, en dit weder een ander gevolg, dat het vorige tracht te vernietigen en negatief te maken. Is toch dit eerste gevolg nul geworden, zoo zal het tweede niet meer versterkt worden, en het eerste even sterk negatief trachten te doen worden, als de oorzaak het in de positieve rigting tracht te vergrooten.Zoo zal bijv. de aantrekking der aarde een bij twee punten ondersteunden zwaren balk met toenemende sterkte trachten te vervormen; terwijl de overmaten van moleculaire aantrekking en afstooting binnen dien balk,hiervan de doorbuiging zullen trachten te vernietigen, en ten gevolge der veerkracht negatief te doen worden.Bij zekere sterkte van doorbuiging kan nu de drang tot vergrooting hiervan door deszelfs oorzaak, de aantrekking der aarde, opgewogen worden door den drang tot verkleining er van door het gevolg dier doorbuiging. Bestendig meer vraag naar eenige waar, heeft tot gevolg verhooging van den prijs er van, terwijl deze vergrooting van het bod opwekt. Zijn nu de prijzen weder even hoog als vroeger geworden, zoo zal dan die meerdere vraag hen evenzeer trachten op te voeren, als dit tweede gevolg hen tracht te verlagen.Bij dergelijke gevallen bestaan er twee in tegengestelde rigting werkende verschijnsels, welke uit zich zelf aanleiding tot verandering zou kunnen geven. Men heeft aldus dan wel zie blz.12een toestand van evenwigt, maar niet van harmonie. De steunpunten van bovengemelden balk kunnen bijv. zijn menschen, die zulk een zwaren last slechts gedurende korten tijd kunnen torschen, en zooeven gemelde vraag behoeft niet steeds door een voortdurend grooter verbruik van eene waar te ontstaan.Wij hebben op blz.352gezegd dat, naarmate afwijkingen van harmonische toestanden kleiner worden, de werking der wet van geschiktmaking hen trager zal vernietigen. Dit geschiedt bijv. wanneer al de deelen van brandstoffen tegelijk branden, daar alsdan de omvang van het vuur gaandeweg zal verminderen. Zooals op blz.358gezegd is, kan echter zulk eene werking bevatten bijzondere verschijnsels, zijnde werkingen der wet der veranderlijkheid, waarbij de gevolgen de oorzaken versterken of vernietigen. Zoo kan bijv. bij het in het algemeen verbranden van organische stoffen, derzelver reductie tot anorganische stoffen versterkt worden door mededeeling der gloeijing, zie blz.341, doch ookverzwakt worden door ontstaand gebrek aan nabij gelegen brandstof.Een zamengesteld doel, zie blz.257, een gevolg zijnde der verscheidenheid in de ruimte, zoo kan bij zaken, er voor bestemd, zie blz.306, geene volmaakte geschiktheid ontstaan, doch de geschiktheid bij die zaken kan dan verder gedreven worden, dan zoo het doel veranderlijk is, en die zaken, zie blz.230, niet voor verandering vatbaar zijn.Een zamengesteld doel bestaat bijv. bij het zie blz.305te gelijk trachten te voldoen aan den welstand der menschen op deze aarde en aan derzelver geestelijkeontwikkelingzie blz.270. Hoe het eerste geschaad wordt ten bate van het laatste, blijkt bijv. somtijds bij het strijden en niet toegeven ter wille der eer.Accidentele afwijkingen van een bijzonderen harmonischen toestand wekken, terwijl de werking der wet van geschiktmaking hen tracht te vernietigen, als gevolgen, zie blz.265, afwijkingen van een anderen aard bij dien toestand op; de laatste afwijkingen weder andere enz. Het bijzondere van zulk een toestand maakt namelijk het opwekken van dergelijke gevolgen mogelijk, zoodat, hoe algemeener karakter die toestand bezit, hoe zwakker die reeks van uit elkander volgende afwijkingen zal zijn.Bestond er geene slijtende werking der wet van geschiktmaking, zoo zouden, wanneer de gevolgen derzelver oorzaken trachten te vernietigen, die vernietiging gemiddeld opwegen tegen de opwekkende werking dier oorzaken bij derzelver gevolgen, en aldus de leden van bovengemelde reeks gemiddeld gelijk aan elkander zijn zie blz.265. De latere moeten daarentegen grooter worden, zoo de gevolgen derzelver oorzaken onveranderd laten of versterken, zoodat, wanneer het een en het ander plaats heeft, en zooeven gemelde slijtende werking bestaat, de latere leden der reeks noch steeds grooter, noch steedskleiner dan de vorige zullen worden. Nu bestaan er op elk oogenblik eene menigte van afwijkingen van zulk een bijzonderen harmonischen toestand, en elk dier afwijkingen brengt eene dergelijke reeks voort. Daar echter van elk dezer de leden van invloed zijn op die der andere reeksen, zoo zullen bij de latere leden dier reeksen die invloeden van lieverlede in de plaats treden van de invloeden der eerste leden dier reeksen, en die laatste invloeden aldus zwakker worden, hoe verder de latere leden dier reeksen van de eerste gelegen zijn. De uitwissching dier invloeden kan ook als eene werking der wet van geschiktmaking beschouwd worden.
Dit zal insgelijks het geval zijn, zoo het gevolg, hierbij de snelheid van het vaartuig, de oorzaak, hierbij het stoken der machine, niet versterkt. Ook dan zal het gevolg, ofschoon niet noemenswaardig nimmer geheel ophouden met in grootte toe te nemen, doch dit wel bij de oorzaak het geval zijn. Deze zal eerst versnellende daarna vertragende en na zekeren eindigen tijd in het geheel niet meer toenemen aldus even als de ordinaten der op blz.336gemelde ojiefvormige kromme.Op blz.307hebben wij gezegd, dat een gevolg, door zekere oorzaak opgewekt, deze kan versterken, onveranderd laten, vernietigen en daarna zelfs negatief maken30. Een ongeschikte toestand van zaken kan bijv. opwekken, het er over oordeelen en dien ten gevolge handelingen van menschen. Zijn alsdan die handelingen oordeelkundig, zoo zullen zij het derde te weeg brengen, of wel hetvierde, wanneer zie blz.259en 267 die ongeschikte toestand gerekend wordt te bestaan met betrekking tot een gemiddelden toestand en een uitslag naar de andere zijde hiervan een nog wenschelijker toestand te weeg kan brengen.Handelingen, ten gevolge van slecht oordeelen begaan brengen daarentegen het eerste of tweede voort, namelijk zij laten den ongeschikten toestand onveranderd, of versterken dien.Dit geschiedt daarentegen door handelingen, ten gevolge van goed oordeelen begaan, zoo die toestand geschikt is, en geperpetueerd dient te worden, terwijl indit geval handelingen, ten gevolge van slecht oordeelen begaan, het derde, of somtijds ook het vierde voortbrengen.Wanneer er twee partijen tegen elkander strijden, kan elk dezer een voor haar al of niet werkelijken ongeschikten toestand trachten weg te nemen, en het gevolg namelijk den strijd voor de overwonnene partij bij dien ongeschikten toestand het eerste of tweede en voor de overwinnende partij het derde of vierde voortbrengen. Die door die ongeschikte toestanden opgewekten strijd wordt op zijne beurt door uitputting van een of van de beide partijen vernietigd, en de partij, die de ongeschiktheid van hare toestand het beste beoordeelt, zal gemiddeld de zege behalen, zie blz.28831. Dit is ook van toepassing op den strijd tusschen het hoogere en lagere, zooals bijv. tusschen beschaafde en onbeschaafde volken, tusschen aanhangers van lagere en hoogere godsdiensten, zie blz.287. Neemt men hierbij den gemiddelden vooruitgang van het menschdom niet in aanmerking, zoo zal de meerdere geschiktheid van dit hoogere of van dit lagere gemiddeld aan dit of gene de zege verschaffen.Het ten gevolge van den drang tot vooruitgang zich verwijderen van het lagere, zie blz.287, is eene werking van de wet der veranderlijkheid, waarbij het gevolg deszelfs oorzaak min of meer versterkt; doch de pogingen om zich tegen de achterwaarts trekkende werking van het lagere te verzetten, en om het verkregen hoogere te behouden, zijn werkingen der wet van geschiktmaking en van de wet der veranderlijkheid, waarbij het gevolg deszelfs oorzaak (in dit geval de afwijking van het lagere van het verkregen hoogere) te vernietigen. De werking der wet van geschiktmaking tracht steeds ook, zonder dat er strijd in den algemeensten zin plaats heeft,van lieverlede ongeschiktheden te doen verdwijnen bijv. door bij de partij, wier uiterlijke magt derzelver hulpbronnen overtreft, zijnde die gemiddeld aangevallen wordt, die ongelijkheid weg te nemen, zie blz.289.De gevolgen van verschijnsels zullen op deze de beide eerste, of de beide laatste der op blz.338gemelde uitwerkingen hebben, al naar gelang zij, zie blz.296in contact komen en den invloed ondervinden van andere verschijnsels, zoo of tegengesteld zijnde, zooals bijv. het komen der op blz.338gemelde handelingen onder den invloed van personen met of zonder oordeel en overleg. De op blz.307gemelde gevolgen, dient men, zie blz.70, steeds met derzelver oorzaken gelijkslachtig te stellen, en aldus in de stoffelijke en geestelijke wereld alsware een uiterst groot aantal zich somtijds vertakkende, somtijds ophoudende reeksen van gelijkslachtige, uit elkander voortspruitende verschijnsels aan te nemen. Van ongelijkslachtige oorzaken en gevolgen kan er eigenlijk geen sprake zijn, doch wel kan het contact met andere er niet gelijkslachtig mede zijnde zaken, deze laatste wijzigen, waardoor de gelijkslachtige gevolgen hiervan anders worden, zie blz.296en 299. Vandaar is het op blz.302gezegde, dat ligchaamsbewegingen gevolgen van geestelijken aard kunnen opwekken, niet naauwkeurig. Van die bewegingen wijzigt het contact geestelijke werkingen, waardoor deze andere gevolgen, er mede gelijkslachtig en aldus insgelijks van geestelijken aard, opwekken. Zoo zal bijv. van de menschelijke daad, bestaande in het werpen van brandstof in eenen vuurhaard, het contact met de mededeeling der gloeijing van deelen brandstof aan andere deelen, deze mededeeling wijzigen, en hierdoor het hiervan gelijkslachtige gevolg, namelijk de vrijmaking van de latente warmte binnen de zuurstof der lucht bevat door gloeijende brandstof, anders namelijk sterker worden.De warmteontwikkeling bij het vuur is een gevolg van die vrijmaking dier zuurstofwarmte door gloeijende deelen brandstof, en zou steeds in sterkte toenemen, zoo de werking der wet van geschiktmaking, in reden der sterkte der warmte bij het vuur, die warmte er niet van afvoerde.De er mede gelijkslachtige oorzaak van het vrijmaken der zuurstofwarmte door gloeijende brandstof, is de mededeeling dier gloeijing van het eene stuk brandstof aan het andere, en deze oorzaak wordt door derzelver gevolg versterkt, zoodat dit in sterkte versnellende zou toenemen, ware het niet, dat zekere werking der wet van geschiktmaking, in de uitbranding der brandstof bestaande, zelfs bij eene onbeperkte hoeveelheid hiervan, die sterkte eindelijk vertragende deed toenemen. De werking der wet der veranderlijkheid doet echter de mededeeling der gloeijing der brandstof als gevolg opwekken hetnietmeer voorhanden zijn hiervan, terwijl de vrijmaking der zuurstofwarmte door de gloeijende deelen brandstof als gevolg opwekt het blusschen van het vuur, en beide die gevolgen zullen nu werken, zooals in noot blz.300gezegd is, namelijk derzelver oorzaken vernietigen32.Het werpen van brandstof in het vuur behoort daarentegen tot eene andere reeks van gelijkslachtige oorzaken en gevolgen. Tot oorzaak heeft dit werpen voorafgaande handelingen van den stoker, en tot gevolg zekere het stoken opvolgende handelingen, en wel zal op het stoken het contact van het vuur van invloed kunnen zijn, maar enkel als eene er mede ongelijkslachtige zaak. Die hevigheidvan het vuur moet toch niet noodwendig het stoken sterker of zwakker doen worden, zie blz.297.De werkingen der wet van geschiktmaking hebben wij niet onder de gevolgen van hiermede gelijkslachtige oorzaken begrepen, omdat die werkingen steeds evenredig blijven met de sterkte der zaken, waardoor zij opgewekt worden, terwijl daarentegen de in werkingen der wet der veranderlijkheid bestaande gevolgen door de er mede gelijkslachtige oorzaken versterkt worden. Eveneens tracht het contact, tusschen ongelijkslachtige, of (zie het voorbeeld van 260) tusschen gelijkslachtige verschijnsels, als oorzaak de er door teweeg gebragte wijzigingen bij die verschijnsels door zijn duur te versterken. Deze somtijds niet ontstaande wijzigingen, werkingen der wet der veranderlijkheid, kunnen beschouwd worden als gevolgen van dit contact en door terugwerking kunnen zij dit verzwakken of versterken. Zoo kan bijv. de verwarming van het ligchaam, door het contact met een vuur, tot gevolg hebben, dat dit ligchaam tot het vuur nadert, of er zich van verwijdert, en aldus dat dit contact grooter of kleiner wordt. De vergrooting dier wijzigingen, ten gevolge, der opwekkende werking van het contact, wordt, even als op blz.262gezegd is, vertragende gemaakt door de werking der wet van geschiktmaking. Dit is bijv. het geval, wanneer het gezigt van eenig voorwerp het denken er over versterkt. Allerlei andere opkomende gedachten maken dan, dat zie blz.117en 183 die over dit voorwerp na zekeren tijd in sterkte slechts vertragende kan toenemen. Voorts kan de werking der wet der veranderlijkheid maken, dat zulk een gewijzigd wordend verschijnsel in contact komt met een ander, en dat dit laatste contact eene tegengestelde wijziging er bij opwekt, zooals bijv. bij het voorbeeld, zie blz.341, van het contact van het vuur met iemand, die dit tracht te blusschen. Somtijds kan dan zulk een verschijnsel wijzigingendan in deze en dan in tegenovergestelde rigting ondergaan, doordat die eerste positieve wijziging alsware het contact noopt negatief te worden, zie blz.258.Accidentele omstandigheden ten gevolge van wijzigingen, tot oorzaken het contact van allerlei andere zaken hebbende, zullen echter dergelijke verflaauwende schommelingen verstoren.Wanneer gevolgen derzelver oorzaken onveranderd laten, of wel versterken, kunnen zij zelve door een gevolg van henzelve vernietigd worden, zonder dat hierdoor die oorzaak aangedaan wordt. Dit is bijv. het geval, wanneer eenige blijvende zaak de menschen leidt tot handelingen, waarmede zij na zekeren tijd wegens eenige rede ophouden. Zoo een gevolg deszelfs oorzaak vernietigt, zonder deze negatief te doen worden, zal, zoo bij dit gevolg de slijtende werking der wet van geschiktmaking niet bestaat, het in grootte steeds vertragende toenemen. Wederkeerige verzwakking, zie blz.261, kan ontstaan tusschen twee verschijnsels, waarvan het eene tijdens het begin dier wederkeerige verzwakking bestaat en negatief of tegenovergesteld zijnde, als gevolg door het andere zou opgewekt worden onder wederkeerige versterking van gevolg en oorzaak.Het verschijnsel, dat bij die wederkeerige versterking de oorzaak is, ontstaat bij de wederkeerige verzwakking later dan het andere, en wel op eene wijze tegengesteld aan die, waarop het bij de wederkeerige versterking vernietigd wordt. Dit bijv. geschiedt bij nadering en botsing van twee hemelligchamen bij derzelver aantrekking door de opgewekte afstooting, zie blz.283, terwijl bij de wederverwijdering dier beide hemelligchamen de aantrekking weder ontstaat door de verdwijning der afstooting. Dit is nu wel is waar een gevolg der sterkte van verwijdering dier beide ligchamen, doch het is klaar, dat deze niet op dezelfde wijze die aantrekking opwekt alsverzwakt. Bij wederkeerige versterking eene oorzaak, door derzelver gevolg versterkt, en door eene andere werking van dit gevolg, onder medewerking hiervan met iets anders, vernietigd wordende, zoo zal bij de wederkeerige verzwakking eerstgemeld gevolg negatief zijnde en als verschijnsel bestaande, slechts door medewerking met iets anders die oorzaak opwekken.33De werking der wet van geschiktmaking zal bij zulk eene wederkeerige verzwakking het bovengemelde bestaande verschijnsel en het later opgewekte sneller doen verzwakken, zoo die zelfde werking in het omgekeerde geval de vergrooting, zoo van de oorzaak als van het deze versterkende gevolg verzwakt.Eene goede omgeving, waakzaamheid en voorzigtigheid kunnen iemands gedrag beter doen worden, en de goede uitkomsten van zulke maatregelen nopen hen te versterken. Later kan echter dit verbeterde gedrag, zamenwerkende met bijv. slechte raadgevingen, die maatregelen overbodig doen achten, en tot vernietiging er van leiden. Het tegenovergestelde verschijnsel van het gevolg dier maatregelen is nu slecht gedrag, en dit als verschijnsel bestaande, kan gepaard met goede raadgevingen, opwekken waakzaamheid, voorzigtige behandeling, het brengen in goede omgeving, enz. Deze zullen klaarblijkelijk op dit slechte gedrag (ook buitendien door de slijtende werking der wet van geschiktmaking van lieverlede vernietigd wordende) eene verzwakkende werking uitoefenen, edoch ook die maatregelen kunnen door den duur van dit slecht gedrag, door eene wegens niet genoegzaam resultaat ontstane moedeloosheid, verzwakt worden,terwijl zij buitendien als iets bijzonders aan zekere slijting onderhevig zijn.De op blz.165gemelde wijzigingen der onregelmatige aantrekkingstrillingen van den ether door het bestaan binnen deze van bijzondere ligchamen, zullen die aantrekkingstrillingen regelmatig doen worden.Bij de onregelmatige afstootings- of warmtetrillingen van den ether heeft dit insgelijks plaats door het bestaan van bijzondere ligchamen, omdat die trillingen op de van deze ligchamen uitgaande stralen zulk eene wijziging ondergaan, dat zij deels worden transversale trillingen, waarbij het aantal trillingen per seconde even groot is als bij dat der warmtetrillingen dier bijzondere ligchamen. Wanneer die stralen tusschen twee ligchamen, waarvan het eene warmte opslurpt, loopen, zal het aantal dier transversale ethertrillingen gelegen zijn tusschen die bij de warmtetrillingen dier beide ligchamen bestaande.34Ook bij deze laatste soort van trillingen bestaat er in zooverre regelmatigheid, dat de temperaturen, gemeten door het aantal der trillingen per seconde, van het eene punt naar het andere min of meer egaal af of toenemen. Dit belet echter niet dat het overgaan in dergelijke warmtetrillingen van bijv. geluidsgolven eene de onregelmatigheid bevorderende werking der wet van geschiktmaking is. De aantrekking van massas digter dan en onderscheiden van den ether, aldus van iets bijzonders, perst om zich heen gassen te zamen, doet deze condenseren, onder vermindering der banen der warmtetrillingen en verhooging van het aantal dezer per seconde, of anders gezegd onder overgangvan latente warmte in vrije warmte. Bij nog sterkere zamenpersing, waarbij de afgifte van vrij geworden warmte voortgaat, kunnen die vochten stollen, en daar nu de onregelmatigheid bevorderende werking der wet van geschiktmaking vochten en ook vaste ligchamen (voor zooverre deze niet verrotten) doet verdampen, en aldus een omgekeerden overgang der stof te weeg brengt, moeten de vochten in het algemeen in een meer bijzonderen toestand dan de gassen en in minder bijzonderen toestand dan de vaste ligchamen verkeeren.Terwijl dan ook bij de vloeistoffen, wier deelen zeer verschuifbaar zijn, binnen gelijke kubieke ruimten, betrekkelijk weinig moleculen bevattende, het aantal dezer zeer zal verschillen, en daarentegen binnen gelijke kubieke ruimten, zeer veel moleculen bevattende, dit aantal betrekkelijk zeer weinig verschilt, zie blz.311, moet bij de vaste ligchamen en vooral bij de elastieke, het tegenovergestelde plaats hebben.Wordt bijv. een elastiek vast ligchaam verticaal ingedrukt, zoo zet het zich in horizontale rigting uit, en moeten in die rigting de aantrekkingen tusschen de zich van elkander verwijderende moleculen grooter dan derzelver afstootingen worden, en het omgekeerde in de verticale rigting plaats hebben. Anders toch zou het ligchaam, na het ophouden der indrukking, deszelfs primitieve gedaante niet weder kunnen hernemen.Dit nu zal slechts mogelijk zijn, zoo er tijdens de indrukking geene blijvende verschuiving van moleculen plaats heeft, dat weder slechts mogelijk is, zoo de aan elkander grenzende uiterst kleine kubieke ruimten, elk niet veel moleculen bevattende, er ongeveer evenveel inhouden. Dat de kubieke ruimten, elk zeer veel moleculen bevattende, er bij de vaste ligchamen niet evenveel inhouden, hetgeen vooral bij de zeer merkbaar poreuse onder hen het geval is, belet daarentegen dit nietblijvende zijn der onderlinge verschuiving der moleculen niet, mits de moleculen massas, tusschen die porien gelegen, dik genoeg zijn om niet te breken. Bij de stolling van vochten moet er aldus iets plaats hebben, als op blz.313gezegd is, namelijk, door het gelijktijdig dringen van veel moleculen naar eene plaats en het zich gelijktijdig verwijderen van andere plaatsen, er eene grootere regelmatigheidontstaat35. Eene soort van veerkracht als die der vaste ligchamen bezitten de vloeistoffen niet, dan voor zooverre zij kleverig zijn, en derzelver moleculen aldus niet volmaakt verschuifbaar zijn. Het niet bevatten van evenveel moleculen door evengroote ruimten, er elk niet veel van inhoudende, moet voorts bij de vochten in verband gebragt worden met de moleculaire warmtetrillingen, bij hen, wegens het bevatten van meer latente warmte, grooter zijnde dan bij de vaste ligchamen.Bij chemische verbinding heeft er, even als bij stolling en condensatie, overgang van gebondene in vrije warmte plaats, terwijl bij chemische verbinding gemiddeld, ofschoon niet steeds, de stoffen van den gasvorm tot den toestand van vochten of vaste ligchamen gebragt worden. In het algemeen kan dus chemische verbinding beschouwd worden als eene werking der wet der veranderlijkheid in strijd met de onregelmatigheid verwekkende werking der wet der geschiktmaking, zie blz.251. Het is echter eene primaire werking dier laatste wet, welke, door de stoffen chemisch te ontleden, de ontbondene meer dan de verbinding op de natuur van den ether doet gelijken. Waar er toch chemische verbindingen bestaan, kunnen, terwijl die primaire werking hen tracht te ontleden, secondaire werkingen dier wet, zie blz.24, er andere stoffen mede in harmonie brengen, door deze chemisch met elkander te verbinden. Een dergelijkesecundaire werking is bijv. de verbinding der metalen met de zuurstof, waardoor er met de natuur van de aardkern en van de anorganische aardkorst, alsware in harmonie zijnde chemische verbindingen ontstaan. De scheikundige verwantschap tusschen stoffen is toch niet zoo zeer iets aan deze eigen, dan wel het gevolg der omstandigheden waarin zij zich bevinden. De vochtigheid, de warmte enz. hebben er grooten invloed op, en men kan zich even goed zie blz.159een hemelbol van meer etherachtige en chemisch minder zamengestelde natuur dan onze aarde denken, alwaar ijzeroxyde zonder kunstmiddelen, door opneming en binding der warmte van omgevende ligchamen en verbreking der moleculen door de vergrootende warmteafstooting, in ijzer en zuurstof overgaat, alsdat op deze aarde bijv. de planten in water en koolzuur ontleed worden.36Zoo kan het weren van bederf, eene tertiaire werking der wet van geschiktmaking, namelijk eene met betrekking tot de organische stoffen zelve zijn; terwijl dit bederf zelf eene secondaire werking dier wet is, wegens de disharmonie tusschen de levende organismen en de aarde, zie blz.94.Tusschen die twee werkingen der wet van geschiktmaking bestaat er nu een strijd, maar waarbij zoo, zie blz.195, geene werking der wet der veranderlijkheid gedurig nieuwe levende organismen vormde, de tertiaire werking even goed het onderspit zou delven, als de verdediging van een staat, noch op de nationaliteit, noch op de behoeften der ingezetenen gebaseerd, of zie blz.256later geschikt kunnende worden, voor de ondermijning van het bestaan van zulk een staat. De drang der vaste stoffen en vochten om te verdampen, zie blz.316,ontstaat ten gevolge eener primaire werking der wet van geschiktmaking, en secundaire werkingen hiervan met betrekking tot de aarde kunnen een tegenovergesteld effect uitoefenen. Die secundaire werkingen kunnen bijv. gerekend worden hier op aarde alles in harmonie te brengen met den toestand van hare kern en korst, zoo de aarde zeer ver van de zon gelegen was, en tot zulke werkingen behooren dan de gedurige uitstraling door de aarde van opgeslurpte zonnewarmte, het vervoer van warmte van den evenaar naar de polen, enz. De nabijheid der aarde van de zon is toch, zie blz.161, eene bijzonderheid, die de werking van blz.163zal trachten op te heffen, doch er bestaan tertiaire werkingen der wet van geschiktmaking trachtende alles op deze aarde te brengen in harmonie met haren gemiddelden toestand met betrekking tot de zon. Alle afwijkingen hiervan, zoo periodieke als accidentele, zal die tertiaire werking der wet van geschiktmaking trachten te vernietigen. Hierdoor wordt er bijv. van de dag- en zomerzijde der aarde warmte gevoerd naar de nacht- en winterzijde, en hierdoor zullen, wanneer de zonnewarmte veel water heeft doen verdampen, die dampen later condenseren, iets dat niet zou plaats hebben, zoo de aantrekkingskracht der aarde die dampen niet zamenperste, en hen daardoor belette ten gevolge der op blz.345gemelde primaire werking der wet van geschiktmaking steeds meer uit te zetten37.Electriciteit kan kwalijk als in harmonie met de verdeeling der warmte beschouwd worden, omdat de beide electriciteiten neiging bezitten om elkander te vernietigen onder overgang der elektrieke beweegkracht in warmte zie blz.251, welke laatste zich dan evenzoo, ten gevolgeder werking der wet van geschiktmaking, verspreid, als zekere hoeveelheid wijn, binnen water gestort, zulks doet.Eene primaire werking van gemelde wet put de snelheid van den wind uit, doch, met betrekking tot de wentelende en aan de zonnewarmte blootgestelde aarde, zal eene secundaire werking dier wet slechts alle afwijkingen van zekere constante hoofdwinden trachten te vernietigen38. Evenzoo is het met de zeestroomen gelegen, en men kan aannemen, dat eene tertiaire werking der wet van geschiktmaking alle afwijkingen van constante stroomen met betrekking tot door vaste landen en eilanden afgebroken en ongelijk diepe zeeen vernietigt, terwijl zie blz.254eene secundairewerkingdier wet, zooals bijv. het afvallen en afschuiven van aardsche voorwerpen, de aardkorst overal met eene zee van gelijke diepte tracht te bedekken.Dat de werking der wet van geschiktmaking zaken in harmonie met volgens zekere regels veranderende toestanden tracht te brengen, ofschoon alsdan die harmonie steeds onvolmaakt blijft, hiervan is reeds op blz.233gesproken. Meer primaire werkingen dier wet zullen echter die regelmatige veranderingen trachten te vernietigen.Het kenteeken van harmonie bij zaken is het gemis er bij van oorzaken van verandering anders dan die, wegens het zijn dier zaken binnen de veranderlijke wereld, voortspruiten, en onder laatstgemelde oorzaken moeten ook geteld worden die welke de zaken, waarmede gene in verband staan, wijzigen. Gesteld toch, dat er harmonie bij eene zaak bestaat, zoo zal, bij verandering van het verband er van met andere zaken, die harmonieverbroken worden, zooals bijv. die bij de constante zeestroomen bij verandering der kusten.Men kan zich voorts ook voorstellen, dat er harmonie bestaat bij eene bijzondere zaak afhangende van eene meer algemeene. Verandering bij deze laatste kan dan zelfs maken, dat er van die bijzondere zaak later geene questie meer kan zijn, zooals bijv. van het goed verdeelen van levensmiddelen binnen ingeslotene vestingen na het ontzet dezer. In de werkelijkheid bestaat er slechts een volmaakt harmonischen toestand, namelijk de onveranderlijke en algemeenste veropenbaring der zelfstandigheid door denking en beweging. Bij alle andere meer of minder bijzondere zaken bestaan er echter alsware door het zijn er van geboren werkingen, welke die zaken zoodanig trachten te wijzigen, dat deze in een nieuwen, wegens de gedurige werking van allerlei accidentele oorzaken, nimmer volmaakt bereikt wordenden toestand gekomen zijnde, die er uit voortgesproten werkingen zouden ophouden te bestaan. Deze zijn nu die wij de werkingen der wet van geschiktmaking genaamd hebben. Toestanden, uit met elkander in verband zijnde zaken bestaande, worden er door meer harmonisch gemaakt door wijziging dier verschillende zaken, en wel zoo, dat die het moeijelijkste kunnen gewijzigd worden, of wel het meeste op die toestanden van invloed zijn, door de werking der wet van geschiktmaking het minste gewijzigd worden, zie blz.265en 289.Wanneer oorzaken gevolgen verwekken, welke hen vernietigen, moeten die gevolgen de toestanden, waarvan die oorzaken eenige der met elkander in verband zijnde zaken vormen, meer harmonisch maken, zoo tevens die gevolgen door het bestaan dier toestanden geboren worden, omdat alsdan die oorzaken het karakter van afwijking bezitten. Zoo bijv. omdat het peil der moraliteit bij eene maatschappij grooter is dan die van een slechtmensch, er deel van uitmakende, deze zoodanig wordt behandeld, dat de slechtheid van zijn karakter vernietigd wordt, zal die maatschappij in zedelijkheid meer harmonisch worden, daar dan toch derzelver leden elkander minder door omgang en voorbeeld in moraliteit zullen doen veranderen.Zoo echter derzelver oorzaken vernietigende gevolgen niet tevens door de zoo even gemelde toestanden geboren worden, behoeven zij de harmonie bij het een of ander niet te bevorderen, en zelfs kunnen dergelijke gevolgen, door in het algemeen verandering te weeg te brengen, de harmonie bij met elkander in verband zijnde zaken verstoren. Terwijl toch die oorzaken hier als ware buiten liggen, kunnen derzelver gevolgen er in grijpen, zie blz.342. Hetzelfde valt op te merken omtrent gevolgen derzelver oorzaken versterkende, doch, wegens eene bijzondere rede, zullen dergelijke gevolgen de harmonie bij toestanden verstoren, wanneer zij zaken, die, met andere in verband, zulke toestanden vormen, op eene wijze tegengesteld aan die, welke uit dien toestand voortspruit, wijzigen, namelijk wanneer afwijkingen er door versterkt worden. Zoo men bijv. iemand, boven zijne medemenschen in deugd uitstekende, zoodanig beloont, dat hij nog meer boven deze gaat uitsteken, is dit niet tevens het gevolg van de betrekking, waarin zijne zedelijkheid staat tot die zijner medemenschen, maar wel van het niet voldoen dezer aan de eischen van hun zedelijk en maatschappelijk bestaan. Door zulke verheffingen van individuen wordt echter niet de harmonie bij een toestand van zaken bevordert, want op blz.277hebben wij gezegd, dat door dit meer harmonisch worden van zulk een toestand, de door het wezen er van geboren werkingen, door zwakker te worden, hen minder zullen trachten te wijzigen. Nu is wel is waar de zedelijkheid der menschen in verband met de eischen van hun zedelijk bestaan, maar tevens met de werking derzinnelijkheid, en de terugtrekkende werking hiervan zal sterker zijn, naarmate de menschen meer aan de eischen van hun zedelijk bestaan voldoen. Eene uit hun wezen, en hetgeen hiermede in verband staat, voortspruitende werking tracht alsdan, in plaats van eene flaauwere, eene sterkere wijziging tot stand te brengen. Op blz.270hebben wij wel is waar gezegd, dat bij menschen, aan de eischen van hun maatschappelijk bestaan voldoende, de bij hun geest bestaande ongeschiktheid op een minimum zou zijn, doch hierbij is hun verband met de zinnelijkheid, met het dierlijke egoïsme, zie noot blz.139, niet in aanmerking genomen. Bij toestanden van met elkander in verband zijnde zaken, waarbij de eene dezer dien toestand zus en andere hem op eene tegengestelde wijze tracht te wijzigen, en waarbij aldus het gemis aan eene er uit voortspruitende werking, hem trachtende te wijzigen, ontstaat, doordat dergelijke werkingen elkander opheffen, bestaat er buitendien slechts in zeker opzigt harmonie. Voor harmonie in alle opzigten zoude geen dier zaken zulk eene den toestand wijzigende werking moeten trachten uit te oefenen.Men dient wel het goede van het harmonische te onderscheiden. Het kan bijv. gebeuren, dat iets goeds, in zamenwerking met andere oorzaken, een gevolg verwekt dat het vernietigt, doch daar zie blz.351het harmonische iets is, dat uit zich zelf geene aanleiding tot verandering er van geeft, kan het een dergelijk gevolg niet verwekken. Goede zaken kunnen, zie blz.338, bestendigd worden door de uitwerking van er door opgewekte gevolgen, terwijl daarentegen harmonische zaken, door de werking der traagheid in stand gehouden wordende, zoo zij geene storing door er niet uit voortspruitende zaken ondervinden, dergelijke gevolgen niet kunnen opwekken.Bij het harmonisch maken van met elkander in verbandzijnde zaken, kan er slechts sprake zijn van hetgeen die harmonie verstoort te vernietigen, en zoo nu die storing bestaat in gemis aan iets, zal dit gemis, als oorzaak werkende, een gevolg opwekken, dat het vernietigt en aldus aanvult. Zoo nu dit gemis opwekt een gevolg dat deszelfs oorzaak niet vernietigt, zal dit gevolg niet tevens door de afwijkingen van den harmonischen toestand bij zoo even gemelde zaken geboren worden.Het schoone, dat wij op blz.97gezegd hebben te zijn de innerlijke harmonie bij zaken, moet meer uit zich zelf geene aanleiding geven tot veranderingen er bij dan het goede, of de geschiktheid van iets voor hetgeen waarmede het in verband komt, zie blz.271. In ons werk getiteld: “Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz.”, blz. 501, hebben wij de stelling ontwikkeld, dat het schoone bij den gemiddelden toestanden van zaken bestaat, en nu zijn het juist de afwijkingen van zulke gemiddelde toestanden, zooals die der juist geproportioneerde menschelijke gestalte, die uit zich zelf natuur en kunst nopen om hen te doen verdwijnen.Geschiktheid van iets voor verschillende, bijv. zie blz.231, ten gevolge van ongelijke verandering, op verschillende hoogten gekomen, en aldus met betrekking tot elkander onharmonische zaken, kan binnen eene in tijd en ruimte veranderlijke wereld slechts onvolkomen zijn, en uit dien hoofde zullen de toestanden, waarbij dergelijke geschiktheid bestaat, uit zich zelve aanleiding tot verandering er van geven. Wetten kunnen bijv. gewijzigd worden, ten einde er dan deze en dan gene belangen mede te bevredigen, al zijn zij zoo goed mogelijk. Moet het wetboek verbeterd worden, zoo wijst het zich niet van zelf aan hoe slechts de afwijkingen van dit wetboek van een dat goed is, behoeven vernietigd te worden, en leemten er in wijzen niet even bepaald de aanvulling aan, als bij eenig menschenligchaam het gemisder neus aanwijst, dat er eene neus bij zou behooren, om het op het door geene afwijkingen mismaakte menschelijke ligchaam te doen gelijken. Zulk eene leemte in een wetboek kan zeer wel, als oorzaak werkende, als gevolg handelingen bij wetgevers hebben, welke, na vergelijking der voor- en nadeelen er van, haar laten bestaan en zelfs versterken. Om aan reeds bestaande eischen bij het oude wetboek, aldus, zonder dat de behoeften der maatschappij veranderd zijn, te voldoen, kan men oude wetten in zekeren zin beginnen te wijzigen, en het gevolg of de bearbeiding dier wetten leiden tot versterking der wijziging.Veranderen de eischen der omstandigheden, zoo verandert ook het goede, terwijl het harmonische zulks blijft, al verliest het ook zijn objectief bestaan. In dit laatste geval verkeert bijv. eene despotieke regeering met een tal van verspieders, een huurleger, geheime regtspleging enz. in de beschaafde wereld, alwaar vooral de middelpartijen, ten koste van harmonie en consequentie, goede regeringen wenschen daar te stellen.Men make voorts onderscheid tusschen disharmonie, wegens door accidentele oorzaken ontstane afwijkingen bij eene zaak, terwijl deze overigens gelijksoortig blijft met die zaak, zoo die afwijkingen niet bestaan, en disharmonie, wegens het met elkander in verband zijn van ongelijksoortige zaken. De eerste soort van disharmonie wordt bijv. voortgebragt door de ongelijkheden van de aardkorst, door de ongelijke verdeeling der warmte, de ongelijkheid in rijkdom der menschen, enz. De tweede soort van disharmonie bestaat bijv. bij het verband tusschen de planten en de onbewerktuigde aarde, bij dat tusschen ziel en ligchaam, en verschilt hierin met de eerste, dat, terwijl hierbij de vernietiging der afwijkingen, ter vorming van een geschikten toestand, slechts van eene zijde geschiedt, zij bij die tweede soort van tweezijden en alsware zie blz.348tegen elkander in plaats heeft. De planten, waarbij er, tusschen derzelver contact met andere zaken als oorzaak en derzelver grootte als gevolg, wederkeerige versterking plaats heeft, trachten, ten bate van haren toestand, de onbewerktuigde stof organisch te maken, terwijl de aarde, ter bevordering van derzelver harmonischen toestand, het tegenovergestelde poogt te doen, en hierdoor onder anderen de vergrooting der planten, zie blz.336, limiteert. Nu moge bij beide die met elkander in strijd zijnde geschiktmakende werkingen gedeeltelijk uit dezelfde soorten van veropenbaring der zelfstandigheid door beweging, zooals aantrekking, warmte, electriciteit enz. bestaan, ofschoon er wel bij de organische werkingen zullen bestaan, die bij de onbewerktuigde aarde gemist worden, het blijft niettemin waar, dat men hier niet met eene de planten voortbrengende aarde te doen heeft, omdat alsdan dier planten bestaan in den harmonischen toestand dier aarde in derzelver betrekking tot de zon alsware bevat zou zijn.Wel is waar schikken de planten zich hiernaar, maar slechts ten bate van haar eigen toestand, even als vijanden zich naar elkander schikken, ten einde elk voor zich op de doeltreffendste wijze voordeel te verschaffen.39, zie blz.339. In wereld der verscheidenheid gaat dit een en ander ook door voor andere met elkander in verband zijnde zaken, elk strevende naar een eigen harmonischen toestand, doch die wereld der verscheidenheid moet tevens die der veranderlijkheid zijn, zoodat de streving naar al die verschillende harmonische toestanden van meer of minder algemeenen aard gedurigtegengewerkt wordt. Onder die veranderingen, en wel zie blz.69, als gevolg van de accidentele veranderingen in het algemeen beschouwd, bevindt zich nu ook die, waarbij de ontwikkeling van het op blz.194gemelde eigenlijke wezen, dier naar eene eigene harmonie strevende zaken, vergroot wordt, totdat die kernen, wanneer derzelver ontwikkeling de palen der eindigheid bereikt heeft, volkomen zamensmelten en harmonisch worden met de onveranderlijke veropenbaring der zelfstandigheid door beweging en door denking.Wanneer de handelingen van wezens een doel hebben, strekken zij om bij het een of ander geschiktheid te weeg te brengen, al zij het dat hierdoor bij andere zaken, zelfs die van meer verheven aard, de ongeschiktheid vergroot wordt, en daar de wezens die doelen, zie blz.267niet op de meest directe wijze trachten te bereiken, kan het gebeuren, dat zij daarvoor niet den juisten weg inslaan. De rest hunner handelingen zijn, of zooals men zegt toevallig, of wel gedwongen, waarin men hen alsware als verbonden aan de handelingen van anderen kan rekenen. Voor de handelingen, niet uit de denking der eindige wezens voortvloeijende, geldt hetzelfde, uitgezonderd het bereiken van doelen op niet volstrekt directe wijze, en aldus de mogelijkheid om niet op den juisten weg te zijn om die doelen te bereiken.40Zoowel de handelingen, die niet, als die wel voortvloeijen uit de denking der zie blz.144afgescheidene wezens, zijn aldus deels toevallig, en ware dit het geval niet, zoo zou de verscheidenheid, het gedurig ontstaan van nieuwe toestanden, waarvoor geschiktheid moet gevormd worden en de hierdoor ontstaandeontwikkeling der wezens gemist worden. Op blz.299hebben wij gezegd, dat de verschijnsels bevatten bijzonderheden, deze bijzonderheden andere nog sterker dan de voorgaande van het algemeene afwijkende enz. Elk dezer verschijnsels bestaat nu uit met elkander in contact zijnde, elkander wijzigende en gevolgen opwekkende handelingen van de afgescheiden eindige wezens, of wel van het Oerwezen, voor zoo verre dit zie blz.170eene veranderlijke natuur bezit. Elke oorzaak is een verschijnsel, elk gevolg insgelijks, elke werking der wet van geschiktmaking vormt, hetzij afzonderlijk, hetzij, zooals bij het geval van blz.259, vereenigt met derzelver oorzaken uitputtende gevolgen, verschijnsels, het in stand blijven van zaken, ten gevolge der wet der traagheid, doet dit insgelijks. Elk dier verschijnsels bevat nu meer bijzondere verschijnsels, in elk dier gevallen kunnende vormen oorzaken, gevolgen werkingen der wet van geschiktmaking en werkingen der wet der traagheid, hiervoor gaat weder hetzelfde door enz., totdat men komt tot de meest bijzondere verschijnsels op blz.300aangegeven.Iemands goed gedrag, eene oorzaak het beloonen tot gevolg hebbende, kan bijv. beschouwd worden als een verschijnsel bevattende bijzondere daden, zijnde oorzaken of gevolgen van andere daden, of wel, even als op blz.342gezegd is, wijzigingen voortbrengende contacten tusschen toestanden, of het wennen dan aan deze dan aan gene toestanden, of het gedurende eenigen tijd blijven in toestanden, niet alleen wegens geschiktheid er voor, maar tevens omdat men er verkeert.Het zich voegen van een landverhuizer naar een vreemd klimaat en een vreemden maatschappelijken toestand, kan ook beschouwd worden als een verschijnsel, een menigte meer bijzondere verschijnsels bevattende, en hierbij weder al de gevallen bij de bijzondere verschijnsels van het voorgaande geval voorkomen. Het volhouden bij eenmaal aangenomenmeeningen, waardoor nieuwe en grootere wetenschappelijke gehalte bezittende denkbeelden, vaak zoo traag bij het publiek ingang vinden, zie blz.212, deels eene werking der traagheid, kan alsmede aangemerkt worden als een verschijnsel bevattende vele bijzondere verschijnsels zijnde oorzaken of gevolgen van andere dergelijke verschijnsels, benevens werkingen der wet der geschiktmaking en der traagheid.De werkingen der anorganische aarde, der levende organische natuur en der kunst oefenen invloeden op elkander uit, even als dit bijv. doen de daden der verschillende soorten van werklieden, zooals smeden, metselaars en timmerlieden. Evenzeer als nu deze allen bijv. een last kunnen ophalen, en nogthans elkanders werk niet kunnen doen, evenzeer kunnen de anorganische aarde, de organische natuur en de kunst, eene zelfde werking verrigten, (bijv. eene van osmotischen aard) en desniettemin niet dezelfde producten leveren. Zoo kan bijv. de kunst evenmin een boomblad daarstellen, als de levende organische natuur een uurwerk kan maken zie blz.195.De werking der wet der traagheid, benevens de standvastigheid te weeg brengende werking der wet van geschiktmaking moeten de indrukken van dezelfde zaken bij de wezens dezelfde houden, tenzij zie blz.333oorzaken, van den aard als die men kan leeren kennen, die indrukken veranderen, zooals bijv. het anders zien der voorwerpen bij het scheel zien enz.41De werking der wet van geschiktmaking leidt de wezens om door opmerking en oordeel met juistheid te leeren kennen wat waar, schoon, goed en verheven is, omdatzij zie blz.178het vooruitloopen der controlerende aanschouwing en der kritiek door de meeningen der menschen tracht te verminderen, en de beoordeeling van veranderde of nieuwe toestanden van zaken van lieverlede juist tracht te doen worden.Die werking overwint van lieverlede de traagheid, zoowel bij gewoonten als bij meeningen, die geen grond van bestaan meer bezitten, zoodat haar bestaan het sceptieke gezegde, dat de menschen geene gronden voor hunne handelingen kunnen bezitten, en veroordeeld zijn om de gewoonten te volgen, valsch maakt.Overdrijving van deugden bestaat zie blz.271in het te veel verzuimen van het eigenbelang in het heden ten bate van toekomstige en vreemde belangen. Verbastering van deugden daarentegen in het tegenovergestelde, of wel in het gemis aan paring van intellectuele ontwikkeling met zedelijke ontwikkeling zie blz.293. Men bedenke hierbij dat, wegens de invloeden van ligchaam en omgeving op den geest der wezens (bij de menschen kleiner dan bij de dieren) zij in de opvatting van hun genoegen in het heden zeer verschillen; de een doet bijv. dat genoegen in veiligheid en rust, de ander in het begaan van roekelooze daden, de derde in verkwisting, de vierde in doellooze verzameling van goederen bestaan.Somtijds ontstaan er evenwigtstoestanden, wanneer eene blijvende oorzaak een gevolg opwekt, en dit weder een ander gevolg, dat het vorige tracht te vernietigen en negatief te maken. Is toch dit eerste gevolg nul geworden, zoo zal het tweede niet meer versterkt worden, en het eerste even sterk negatief trachten te doen worden, als de oorzaak het in de positieve rigting tracht te vergrooten.Zoo zal bijv. de aantrekking der aarde een bij twee punten ondersteunden zwaren balk met toenemende sterkte trachten te vervormen; terwijl de overmaten van moleculaire aantrekking en afstooting binnen dien balk,hiervan de doorbuiging zullen trachten te vernietigen, en ten gevolge der veerkracht negatief te doen worden.Bij zekere sterkte van doorbuiging kan nu de drang tot vergrooting hiervan door deszelfs oorzaak, de aantrekking der aarde, opgewogen worden door den drang tot verkleining er van door het gevolg dier doorbuiging. Bestendig meer vraag naar eenige waar, heeft tot gevolg verhooging van den prijs er van, terwijl deze vergrooting van het bod opwekt. Zijn nu de prijzen weder even hoog als vroeger geworden, zoo zal dan die meerdere vraag hen evenzeer trachten op te voeren, als dit tweede gevolg hen tracht te verlagen.Bij dergelijke gevallen bestaan er twee in tegengestelde rigting werkende verschijnsels, welke uit zich zelf aanleiding tot verandering zou kunnen geven. Men heeft aldus dan wel zie blz.12een toestand van evenwigt, maar niet van harmonie. De steunpunten van bovengemelden balk kunnen bijv. zijn menschen, die zulk een zwaren last slechts gedurende korten tijd kunnen torschen, en zooeven gemelde vraag behoeft niet steeds door een voortdurend grooter verbruik van eene waar te ontstaan.Wij hebben op blz.352gezegd dat, naarmate afwijkingen van harmonische toestanden kleiner worden, de werking der wet van geschiktmaking hen trager zal vernietigen. Dit geschiedt bijv. wanneer al de deelen van brandstoffen tegelijk branden, daar alsdan de omvang van het vuur gaandeweg zal verminderen. Zooals op blz.358gezegd is, kan echter zulk eene werking bevatten bijzondere verschijnsels, zijnde werkingen der wet der veranderlijkheid, waarbij de gevolgen de oorzaken versterken of vernietigen. Zoo kan bijv. bij het in het algemeen verbranden van organische stoffen, derzelver reductie tot anorganische stoffen versterkt worden door mededeeling der gloeijing, zie blz.341, doch ookverzwakt worden door ontstaand gebrek aan nabij gelegen brandstof.Een zamengesteld doel, zie blz.257, een gevolg zijnde der verscheidenheid in de ruimte, zoo kan bij zaken, er voor bestemd, zie blz.306, geene volmaakte geschiktheid ontstaan, doch de geschiktheid bij die zaken kan dan verder gedreven worden, dan zoo het doel veranderlijk is, en die zaken, zie blz.230, niet voor verandering vatbaar zijn.Een zamengesteld doel bestaat bijv. bij het zie blz.305te gelijk trachten te voldoen aan den welstand der menschen op deze aarde en aan derzelver geestelijkeontwikkelingzie blz.270. Hoe het eerste geschaad wordt ten bate van het laatste, blijkt bijv. somtijds bij het strijden en niet toegeven ter wille der eer.Accidentele afwijkingen van een bijzonderen harmonischen toestand wekken, terwijl de werking der wet van geschiktmaking hen tracht te vernietigen, als gevolgen, zie blz.265, afwijkingen van een anderen aard bij dien toestand op; de laatste afwijkingen weder andere enz. Het bijzondere van zulk een toestand maakt namelijk het opwekken van dergelijke gevolgen mogelijk, zoodat, hoe algemeener karakter die toestand bezit, hoe zwakker die reeks van uit elkander volgende afwijkingen zal zijn.Bestond er geene slijtende werking der wet van geschiktmaking, zoo zouden, wanneer de gevolgen derzelver oorzaken trachten te vernietigen, die vernietiging gemiddeld opwegen tegen de opwekkende werking dier oorzaken bij derzelver gevolgen, en aldus de leden van bovengemelde reeks gemiddeld gelijk aan elkander zijn zie blz.265. De latere moeten daarentegen grooter worden, zoo de gevolgen derzelver oorzaken onveranderd laten of versterken, zoodat, wanneer het een en het ander plaats heeft, en zooeven gemelde slijtende werking bestaat, de latere leden der reeks noch steeds grooter, noch steedskleiner dan de vorige zullen worden. Nu bestaan er op elk oogenblik eene menigte van afwijkingen van zulk een bijzonderen harmonischen toestand, en elk dier afwijkingen brengt eene dergelijke reeks voort. Daar echter van elk dezer de leden van invloed zijn op die der andere reeksen, zoo zullen bij de latere leden dier reeksen die invloeden van lieverlede in de plaats treden van de invloeden der eerste leden dier reeksen, en die laatste invloeden aldus zwakker worden, hoe verder de latere leden dier reeksen van de eerste gelegen zijn. De uitwissching dier invloeden kan ook als eene werking der wet van geschiktmaking beschouwd worden.
Dit zal insgelijks het geval zijn, zoo het gevolg, hierbij de snelheid van het vaartuig, de oorzaak, hierbij het stoken der machine, niet versterkt. Ook dan zal het gevolg, ofschoon niet noemenswaardig nimmer geheel ophouden met in grootte toe te nemen, doch dit wel bij de oorzaak het geval zijn. Deze zal eerst versnellende daarna vertragende en na zekeren eindigen tijd in het geheel niet meer toenemen aldus even als de ordinaten der op blz.336gemelde ojiefvormige kromme.
Op blz.307hebben wij gezegd, dat een gevolg, door zekere oorzaak opgewekt, deze kan versterken, onveranderd laten, vernietigen en daarna zelfs negatief maken30. Een ongeschikte toestand van zaken kan bijv. opwekken, het er over oordeelen en dien ten gevolge handelingen van menschen. Zijn alsdan die handelingen oordeelkundig, zoo zullen zij het derde te weeg brengen, of wel hetvierde, wanneer zie blz.259en 267 die ongeschikte toestand gerekend wordt te bestaan met betrekking tot een gemiddelden toestand en een uitslag naar de andere zijde hiervan een nog wenschelijker toestand te weeg kan brengen.
Handelingen, ten gevolge van slecht oordeelen begaan brengen daarentegen het eerste of tweede voort, namelijk zij laten den ongeschikten toestand onveranderd, of versterken dien.
Dit geschiedt daarentegen door handelingen, ten gevolge van goed oordeelen begaan, zoo die toestand geschikt is, en geperpetueerd dient te worden, terwijl indit geval handelingen, ten gevolge van slecht oordeelen begaan, het derde, of somtijds ook het vierde voortbrengen.
Wanneer er twee partijen tegen elkander strijden, kan elk dezer een voor haar al of niet werkelijken ongeschikten toestand trachten weg te nemen, en het gevolg namelijk den strijd voor de overwonnene partij bij dien ongeschikten toestand het eerste of tweede en voor de overwinnende partij het derde of vierde voortbrengen. Die door die ongeschikte toestanden opgewekten strijd wordt op zijne beurt door uitputting van een of van de beide partijen vernietigd, en de partij, die de ongeschiktheid van hare toestand het beste beoordeelt, zal gemiddeld de zege behalen, zie blz.28831. Dit is ook van toepassing op den strijd tusschen het hoogere en lagere, zooals bijv. tusschen beschaafde en onbeschaafde volken, tusschen aanhangers van lagere en hoogere godsdiensten, zie blz.287. Neemt men hierbij den gemiddelden vooruitgang van het menschdom niet in aanmerking, zoo zal de meerdere geschiktheid van dit hoogere of van dit lagere gemiddeld aan dit of gene de zege verschaffen.
Het ten gevolge van den drang tot vooruitgang zich verwijderen van het lagere, zie blz.287, is eene werking van de wet der veranderlijkheid, waarbij het gevolg deszelfs oorzaak min of meer versterkt; doch de pogingen om zich tegen de achterwaarts trekkende werking van het lagere te verzetten, en om het verkregen hoogere te behouden, zijn werkingen der wet van geschiktmaking en van de wet der veranderlijkheid, waarbij het gevolg deszelfs oorzaak (in dit geval de afwijking van het lagere van het verkregen hoogere) te vernietigen. De werking der wet van geschiktmaking tracht steeds ook, zonder dat er strijd in den algemeensten zin plaats heeft,van lieverlede ongeschiktheden te doen verdwijnen bijv. door bij de partij, wier uiterlijke magt derzelver hulpbronnen overtreft, zijnde die gemiddeld aangevallen wordt, die ongelijkheid weg te nemen, zie blz.289.
De gevolgen van verschijnsels zullen op deze de beide eerste, of de beide laatste der op blz.338gemelde uitwerkingen hebben, al naar gelang zij, zie blz.296in contact komen en den invloed ondervinden van andere verschijnsels, zoo of tegengesteld zijnde, zooals bijv. het komen der op blz.338gemelde handelingen onder den invloed van personen met of zonder oordeel en overleg. De op blz.307gemelde gevolgen, dient men, zie blz.70, steeds met derzelver oorzaken gelijkslachtig te stellen, en aldus in de stoffelijke en geestelijke wereld alsware een uiterst groot aantal zich somtijds vertakkende, somtijds ophoudende reeksen van gelijkslachtige, uit elkander voortspruitende verschijnsels aan te nemen. Van ongelijkslachtige oorzaken en gevolgen kan er eigenlijk geen sprake zijn, doch wel kan het contact met andere er niet gelijkslachtig mede zijnde zaken, deze laatste wijzigen, waardoor de gelijkslachtige gevolgen hiervan anders worden, zie blz.296en 299. Vandaar is het op blz.302gezegde, dat ligchaamsbewegingen gevolgen van geestelijken aard kunnen opwekken, niet naauwkeurig. Van die bewegingen wijzigt het contact geestelijke werkingen, waardoor deze andere gevolgen, er mede gelijkslachtig en aldus insgelijks van geestelijken aard, opwekken. Zoo zal bijv. van de menschelijke daad, bestaande in het werpen van brandstof in eenen vuurhaard, het contact met de mededeeling der gloeijing van deelen brandstof aan andere deelen, deze mededeeling wijzigen, en hierdoor het hiervan gelijkslachtige gevolg, namelijk de vrijmaking van de latente warmte binnen de zuurstof der lucht bevat door gloeijende brandstof, anders namelijk sterker worden.
De warmteontwikkeling bij het vuur is een gevolg van die vrijmaking dier zuurstofwarmte door gloeijende deelen brandstof, en zou steeds in sterkte toenemen, zoo de werking der wet van geschiktmaking, in reden der sterkte der warmte bij het vuur, die warmte er niet van afvoerde.
De er mede gelijkslachtige oorzaak van het vrijmaken der zuurstofwarmte door gloeijende brandstof, is de mededeeling dier gloeijing van het eene stuk brandstof aan het andere, en deze oorzaak wordt door derzelver gevolg versterkt, zoodat dit in sterkte versnellende zou toenemen, ware het niet, dat zekere werking der wet van geschiktmaking, in de uitbranding der brandstof bestaande, zelfs bij eene onbeperkte hoeveelheid hiervan, die sterkte eindelijk vertragende deed toenemen. De werking der wet der veranderlijkheid doet echter de mededeeling der gloeijing der brandstof als gevolg opwekken hetnietmeer voorhanden zijn hiervan, terwijl de vrijmaking der zuurstofwarmte door de gloeijende deelen brandstof als gevolg opwekt het blusschen van het vuur, en beide die gevolgen zullen nu werken, zooals in noot blz.300gezegd is, namelijk derzelver oorzaken vernietigen32.
Het werpen van brandstof in het vuur behoort daarentegen tot eene andere reeks van gelijkslachtige oorzaken en gevolgen. Tot oorzaak heeft dit werpen voorafgaande handelingen van den stoker, en tot gevolg zekere het stoken opvolgende handelingen, en wel zal op het stoken het contact van het vuur van invloed kunnen zijn, maar enkel als eene er mede ongelijkslachtige zaak. Die hevigheidvan het vuur moet toch niet noodwendig het stoken sterker of zwakker doen worden, zie blz.297.
De werkingen der wet van geschiktmaking hebben wij niet onder de gevolgen van hiermede gelijkslachtige oorzaken begrepen, omdat die werkingen steeds evenredig blijven met de sterkte der zaken, waardoor zij opgewekt worden, terwijl daarentegen de in werkingen der wet der veranderlijkheid bestaande gevolgen door de er mede gelijkslachtige oorzaken versterkt worden. Eveneens tracht het contact, tusschen ongelijkslachtige, of (zie het voorbeeld van 260) tusschen gelijkslachtige verschijnsels, als oorzaak de er door teweeg gebragte wijzigingen bij die verschijnsels door zijn duur te versterken. Deze somtijds niet ontstaande wijzigingen, werkingen der wet der veranderlijkheid, kunnen beschouwd worden als gevolgen van dit contact en door terugwerking kunnen zij dit verzwakken of versterken. Zoo kan bijv. de verwarming van het ligchaam, door het contact met een vuur, tot gevolg hebben, dat dit ligchaam tot het vuur nadert, of er zich van verwijdert, en aldus dat dit contact grooter of kleiner wordt. De vergrooting dier wijzigingen, ten gevolge, der opwekkende werking van het contact, wordt, even als op blz.262gezegd is, vertragende gemaakt door de werking der wet van geschiktmaking. Dit is bijv. het geval, wanneer het gezigt van eenig voorwerp het denken er over versterkt. Allerlei andere opkomende gedachten maken dan, dat zie blz.117en 183 die over dit voorwerp na zekeren tijd in sterkte slechts vertragende kan toenemen. Voorts kan de werking der wet der veranderlijkheid maken, dat zulk een gewijzigd wordend verschijnsel in contact komt met een ander, en dat dit laatste contact eene tegengestelde wijziging er bij opwekt, zooals bijv. bij het voorbeeld, zie blz.341, van het contact van het vuur met iemand, die dit tracht te blusschen. Somtijds kan dan zulk een verschijnsel wijzigingendan in deze en dan in tegenovergestelde rigting ondergaan, doordat die eerste positieve wijziging alsware het contact noopt negatief te worden, zie blz.258.
Accidentele omstandigheden ten gevolge van wijzigingen, tot oorzaken het contact van allerlei andere zaken hebbende, zullen echter dergelijke verflaauwende schommelingen verstoren.
Wanneer gevolgen derzelver oorzaken onveranderd laten, of wel versterken, kunnen zij zelve door een gevolg van henzelve vernietigd worden, zonder dat hierdoor die oorzaak aangedaan wordt. Dit is bijv. het geval, wanneer eenige blijvende zaak de menschen leidt tot handelingen, waarmede zij na zekeren tijd wegens eenige rede ophouden. Zoo een gevolg deszelfs oorzaak vernietigt, zonder deze negatief te doen worden, zal, zoo bij dit gevolg de slijtende werking der wet van geschiktmaking niet bestaat, het in grootte steeds vertragende toenemen. Wederkeerige verzwakking, zie blz.261, kan ontstaan tusschen twee verschijnsels, waarvan het eene tijdens het begin dier wederkeerige verzwakking bestaat en negatief of tegenovergesteld zijnde, als gevolg door het andere zou opgewekt worden onder wederkeerige versterking van gevolg en oorzaak.
Het verschijnsel, dat bij die wederkeerige versterking de oorzaak is, ontstaat bij de wederkeerige verzwakking later dan het andere, en wel op eene wijze tegengesteld aan die, waarop het bij de wederkeerige versterking vernietigd wordt. Dit bijv. geschiedt bij nadering en botsing van twee hemelligchamen bij derzelver aantrekking door de opgewekte afstooting, zie blz.283, terwijl bij de wederverwijdering dier beide hemelligchamen de aantrekking weder ontstaat door de verdwijning der afstooting. Dit is nu wel is waar een gevolg der sterkte van verwijdering dier beide ligchamen, doch het is klaar, dat deze niet op dezelfde wijze die aantrekking opwekt alsverzwakt. Bij wederkeerige versterking eene oorzaak, door derzelver gevolg versterkt, en door eene andere werking van dit gevolg, onder medewerking hiervan met iets anders, vernietigd wordende, zoo zal bij de wederkeerige verzwakking eerstgemeld gevolg negatief zijnde en als verschijnsel bestaande, slechts door medewerking met iets anders die oorzaak opwekken.33
De werking der wet van geschiktmaking zal bij zulk eene wederkeerige verzwakking het bovengemelde bestaande verschijnsel en het later opgewekte sneller doen verzwakken, zoo die zelfde werking in het omgekeerde geval de vergrooting, zoo van de oorzaak als van het deze versterkende gevolg verzwakt.
Eene goede omgeving, waakzaamheid en voorzigtigheid kunnen iemands gedrag beter doen worden, en de goede uitkomsten van zulke maatregelen nopen hen te versterken. Later kan echter dit verbeterde gedrag, zamenwerkende met bijv. slechte raadgevingen, die maatregelen overbodig doen achten, en tot vernietiging er van leiden. Het tegenovergestelde verschijnsel van het gevolg dier maatregelen is nu slecht gedrag, en dit als verschijnsel bestaande, kan gepaard met goede raadgevingen, opwekken waakzaamheid, voorzigtige behandeling, het brengen in goede omgeving, enz. Deze zullen klaarblijkelijk op dit slechte gedrag (ook buitendien door de slijtende werking der wet van geschiktmaking van lieverlede vernietigd wordende) eene verzwakkende werking uitoefenen, edoch ook die maatregelen kunnen door den duur van dit slecht gedrag, door eene wegens niet genoegzaam resultaat ontstane moedeloosheid, verzwakt worden,terwijl zij buitendien als iets bijzonders aan zekere slijting onderhevig zijn.
De op blz.165gemelde wijzigingen der onregelmatige aantrekkingstrillingen van den ether door het bestaan binnen deze van bijzondere ligchamen, zullen die aantrekkingstrillingen regelmatig doen worden.
Bij de onregelmatige afstootings- of warmtetrillingen van den ether heeft dit insgelijks plaats door het bestaan van bijzondere ligchamen, omdat die trillingen op de van deze ligchamen uitgaande stralen zulk eene wijziging ondergaan, dat zij deels worden transversale trillingen, waarbij het aantal trillingen per seconde even groot is als bij dat der warmtetrillingen dier bijzondere ligchamen. Wanneer die stralen tusschen twee ligchamen, waarvan het eene warmte opslurpt, loopen, zal het aantal dier transversale ethertrillingen gelegen zijn tusschen die bij de warmtetrillingen dier beide ligchamen bestaande.34Ook bij deze laatste soort van trillingen bestaat er in zooverre regelmatigheid, dat de temperaturen, gemeten door het aantal der trillingen per seconde, van het eene punt naar het andere min of meer egaal af of toenemen. Dit belet echter niet dat het overgaan in dergelijke warmtetrillingen van bijv. geluidsgolven eene de onregelmatigheid bevorderende werking der wet van geschiktmaking is. De aantrekking van massas digter dan en onderscheiden van den ether, aldus van iets bijzonders, perst om zich heen gassen te zamen, doet deze condenseren, onder vermindering der banen der warmtetrillingen en verhooging van het aantal dezer per seconde, of anders gezegd onder overgangvan latente warmte in vrije warmte. Bij nog sterkere zamenpersing, waarbij de afgifte van vrij geworden warmte voortgaat, kunnen die vochten stollen, en daar nu de onregelmatigheid bevorderende werking der wet van geschiktmaking vochten en ook vaste ligchamen (voor zooverre deze niet verrotten) doet verdampen, en aldus een omgekeerden overgang der stof te weeg brengt, moeten de vochten in het algemeen in een meer bijzonderen toestand dan de gassen en in minder bijzonderen toestand dan de vaste ligchamen verkeeren.
Terwijl dan ook bij de vloeistoffen, wier deelen zeer verschuifbaar zijn, binnen gelijke kubieke ruimten, betrekkelijk weinig moleculen bevattende, het aantal dezer zeer zal verschillen, en daarentegen binnen gelijke kubieke ruimten, zeer veel moleculen bevattende, dit aantal betrekkelijk zeer weinig verschilt, zie blz.311, moet bij de vaste ligchamen en vooral bij de elastieke, het tegenovergestelde plaats hebben.
Wordt bijv. een elastiek vast ligchaam verticaal ingedrukt, zoo zet het zich in horizontale rigting uit, en moeten in die rigting de aantrekkingen tusschen de zich van elkander verwijderende moleculen grooter dan derzelver afstootingen worden, en het omgekeerde in de verticale rigting plaats hebben. Anders toch zou het ligchaam, na het ophouden der indrukking, deszelfs primitieve gedaante niet weder kunnen hernemen.
Dit nu zal slechts mogelijk zijn, zoo er tijdens de indrukking geene blijvende verschuiving van moleculen plaats heeft, dat weder slechts mogelijk is, zoo de aan elkander grenzende uiterst kleine kubieke ruimten, elk niet veel moleculen bevattende, er ongeveer evenveel inhouden. Dat de kubieke ruimten, elk zeer veel moleculen bevattende, er bij de vaste ligchamen niet evenveel inhouden, hetgeen vooral bij de zeer merkbaar poreuse onder hen het geval is, belet daarentegen dit nietblijvende zijn der onderlinge verschuiving der moleculen niet, mits de moleculen massas, tusschen die porien gelegen, dik genoeg zijn om niet te breken. Bij de stolling van vochten moet er aldus iets plaats hebben, als op blz.313gezegd is, namelijk, door het gelijktijdig dringen van veel moleculen naar eene plaats en het zich gelijktijdig verwijderen van andere plaatsen, er eene grootere regelmatigheidontstaat35. Eene soort van veerkracht als die der vaste ligchamen bezitten de vloeistoffen niet, dan voor zooverre zij kleverig zijn, en derzelver moleculen aldus niet volmaakt verschuifbaar zijn. Het niet bevatten van evenveel moleculen door evengroote ruimten, er elk niet veel van inhoudende, moet voorts bij de vochten in verband gebragt worden met de moleculaire warmtetrillingen, bij hen, wegens het bevatten van meer latente warmte, grooter zijnde dan bij de vaste ligchamen.
Bij chemische verbinding heeft er, even als bij stolling en condensatie, overgang van gebondene in vrije warmte plaats, terwijl bij chemische verbinding gemiddeld, ofschoon niet steeds, de stoffen van den gasvorm tot den toestand van vochten of vaste ligchamen gebragt worden. In het algemeen kan dus chemische verbinding beschouwd worden als eene werking der wet der veranderlijkheid in strijd met de onregelmatigheid verwekkende werking der wet der geschiktmaking, zie blz.251. Het is echter eene primaire werking dier laatste wet, welke, door de stoffen chemisch te ontleden, de ontbondene meer dan de verbinding op de natuur van den ether doet gelijken. Waar er toch chemische verbindingen bestaan, kunnen, terwijl die primaire werking hen tracht te ontleden, secondaire werkingen dier wet, zie blz.24, er andere stoffen mede in harmonie brengen, door deze chemisch met elkander te verbinden. Een dergelijkesecundaire werking is bijv. de verbinding der metalen met de zuurstof, waardoor er met de natuur van de aardkern en van de anorganische aardkorst, alsware in harmonie zijnde chemische verbindingen ontstaan. De scheikundige verwantschap tusschen stoffen is toch niet zoo zeer iets aan deze eigen, dan wel het gevolg der omstandigheden waarin zij zich bevinden. De vochtigheid, de warmte enz. hebben er grooten invloed op, en men kan zich even goed zie blz.159een hemelbol van meer etherachtige en chemisch minder zamengestelde natuur dan onze aarde denken, alwaar ijzeroxyde zonder kunstmiddelen, door opneming en binding der warmte van omgevende ligchamen en verbreking der moleculen door de vergrootende warmteafstooting, in ijzer en zuurstof overgaat, alsdat op deze aarde bijv. de planten in water en koolzuur ontleed worden.36
Zoo kan het weren van bederf, eene tertiaire werking der wet van geschiktmaking, namelijk eene met betrekking tot de organische stoffen zelve zijn; terwijl dit bederf zelf eene secondaire werking dier wet is, wegens de disharmonie tusschen de levende organismen en de aarde, zie blz.94.Tusschen die twee werkingen der wet van geschiktmaking bestaat er nu een strijd, maar waarbij zoo, zie blz.195, geene werking der wet der veranderlijkheid gedurig nieuwe levende organismen vormde, de tertiaire werking even goed het onderspit zou delven, als de verdediging van een staat, noch op de nationaliteit, noch op de behoeften der ingezetenen gebaseerd, of zie blz.256later geschikt kunnende worden, voor de ondermijning van het bestaan van zulk een staat. De drang der vaste stoffen en vochten om te verdampen, zie blz.316,ontstaat ten gevolge eener primaire werking der wet van geschiktmaking, en secundaire werkingen hiervan met betrekking tot de aarde kunnen een tegenovergesteld effect uitoefenen. Die secundaire werkingen kunnen bijv. gerekend worden hier op aarde alles in harmonie te brengen met den toestand van hare kern en korst, zoo de aarde zeer ver van de zon gelegen was, en tot zulke werkingen behooren dan de gedurige uitstraling door de aarde van opgeslurpte zonnewarmte, het vervoer van warmte van den evenaar naar de polen, enz. De nabijheid der aarde van de zon is toch, zie blz.161, eene bijzonderheid, die de werking van blz.163zal trachten op te heffen, doch er bestaan tertiaire werkingen der wet van geschiktmaking trachtende alles op deze aarde te brengen in harmonie met haren gemiddelden toestand met betrekking tot de zon. Alle afwijkingen hiervan, zoo periodieke als accidentele, zal die tertiaire werking der wet van geschiktmaking trachten te vernietigen. Hierdoor wordt er bijv. van de dag- en zomerzijde der aarde warmte gevoerd naar de nacht- en winterzijde, en hierdoor zullen, wanneer de zonnewarmte veel water heeft doen verdampen, die dampen later condenseren, iets dat niet zou plaats hebben, zoo de aantrekkingskracht der aarde die dampen niet zamenperste, en hen daardoor belette ten gevolge der op blz.345gemelde primaire werking der wet van geschiktmaking steeds meer uit te zetten37.
Electriciteit kan kwalijk als in harmonie met de verdeeling der warmte beschouwd worden, omdat de beide electriciteiten neiging bezitten om elkander te vernietigen onder overgang der elektrieke beweegkracht in warmte zie blz.251, welke laatste zich dan evenzoo, ten gevolgeder werking der wet van geschiktmaking, verspreid, als zekere hoeveelheid wijn, binnen water gestort, zulks doet.
Eene primaire werking van gemelde wet put de snelheid van den wind uit, doch, met betrekking tot de wentelende en aan de zonnewarmte blootgestelde aarde, zal eene secundaire werking dier wet slechts alle afwijkingen van zekere constante hoofdwinden trachten te vernietigen38. Evenzoo is het met de zeestroomen gelegen, en men kan aannemen, dat eene tertiaire werking der wet van geschiktmaking alle afwijkingen van constante stroomen met betrekking tot door vaste landen en eilanden afgebroken en ongelijk diepe zeeen vernietigt, terwijl zie blz.254eene secundairewerkingdier wet, zooals bijv. het afvallen en afschuiven van aardsche voorwerpen, de aardkorst overal met eene zee van gelijke diepte tracht te bedekken.
Dat de werking der wet van geschiktmaking zaken in harmonie met volgens zekere regels veranderende toestanden tracht te brengen, ofschoon alsdan die harmonie steeds onvolmaakt blijft, hiervan is reeds op blz.233gesproken. Meer primaire werkingen dier wet zullen echter die regelmatige veranderingen trachten te vernietigen.
Het kenteeken van harmonie bij zaken is het gemis er bij van oorzaken van verandering anders dan die, wegens het zijn dier zaken binnen de veranderlijke wereld, voortspruiten, en onder laatstgemelde oorzaken moeten ook geteld worden die welke de zaken, waarmede gene in verband staan, wijzigen. Gesteld toch, dat er harmonie bij eene zaak bestaat, zoo zal, bij verandering van het verband er van met andere zaken, die harmonieverbroken worden, zooals bijv. die bij de constante zeestroomen bij verandering der kusten.
Men kan zich voorts ook voorstellen, dat er harmonie bestaat bij eene bijzondere zaak afhangende van eene meer algemeene. Verandering bij deze laatste kan dan zelfs maken, dat er van die bijzondere zaak later geene questie meer kan zijn, zooals bijv. van het goed verdeelen van levensmiddelen binnen ingeslotene vestingen na het ontzet dezer. In de werkelijkheid bestaat er slechts een volmaakt harmonischen toestand, namelijk de onveranderlijke en algemeenste veropenbaring der zelfstandigheid door denking en beweging. Bij alle andere meer of minder bijzondere zaken bestaan er echter alsware door het zijn er van geboren werkingen, welke die zaken zoodanig trachten te wijzigen, dat deze in een nieuwen, wegens de gedurige werking van allerlei accidentele oorzaken, nimmer volmaakt bereikt wordenden toestand gekomen zijnde, die er uit voortgesproten werkingen zouden ophouden te bestaan. Deze zijn nu die wij de werkingen der wet van geschiktmaking genaamd hebben. Toestanden, uit met elkander in verband zijnde zaken bestaande, worden er door meer harmonisch gemaakt door wijziging dier verschillende zaken, en wel zoo, dat die het moeijelijkste kunnen gewijzigd worden, of wel het meeste op die toestanden van invloed zijn, door de werking der wet van geschiktmaking het minste gewijzigd worden, zie blz.265en 289.
Wanneer oorzaken gevolgen verwekken, welke hen vernietigen, moeten die gevolgen de toestanden, waarvan die oorzaken eenige der met elkander in verband zijnde zaken vormen, meer harmonisch maken, zoo tevens die gevolgen door het bestaan dier toestanden geboren worden, omdat alsdan die oorzaken het karakter van afwijking bezitten. Zoo bijv. omdat het peil der moraliteit bij eene maatschappij grooter is dan die van een slechtmensch, er deel van uitmakende, deze zoodanig wordt behandeld, dat de slechtheid van zijn karakter vernietigd wordt, zal die maatschappij in zedelijkheid meer harmonisch worden, daar dan toch derzelver leden elkander minder door omgang en voorbeeld in moraliteit zullen doen veranderen.
Zoo echter derzelver oorzaken vernietigende gevolgen niet tevens door de zoo even gemelde toestanden geboren worden, behoeven zij de harmonie bij het een of ander niet te bevorderen, en zelfs kunnen dergelijke gevolgen, door in het algemeen verandering te weeg te brengen, de harmonie bij met elkander in verband zijnde zaken verstoren. Terwijl toch die oorzaken hier als ware buiten liggen, kunnen derzelver gevolgen er in grijpen, zie blz.342. Hetzelfde valt op te merken omtrent gevolgen derzelver oorzaken versterkende, doch, wegens eene bijzondere rede, zullen dergelijke gevolgen de harmonie bij toestanden verstoren, wanneer zij zaken, die, met andere in verband, zulke toestanden vormen, op eene wijze tegengesteld aan die, welke uit dien toestand voortspruit, wijzigen, namelijk wanneer afwijkingen er door versterkt worden. Zoo men bijv. iemand, boven zijne medemenschen in deugd uitstekende, zoodanig beloont, dat hij nog meer boven deze gaat uitsteken, is dit niet tevens het gevolg van de betrekking, waarin zijne zedelijkheid staat tot die zijner medemenschen, maar wel van het niet voldoen dezer aan de eischen van hun zedelijk en maatschappelijk bestaan. Door zulke verheffingen van individuen wordt echter niet de harmonie bij een toestand van zaken bevordert, want op blz.277hebben wij gezegd, dat door dit meer harmonisch worden van zulk een toestand, de door het wezen er van geboren werkingen, door zwakker te worden, hen minder zullen trachten te wijzigen. Nu is wel is waar de zedelijkheid der menschen in verband met de eischen van hun zedelijk bestaan, maar tevens met de werking derzinnelijkheid, en de terugtrekkende werking hiervan zal sterker zijn, naarmate de menschen meer aan de eischen van hun zedelijk bestaan voldoen. Eene uit hun wezen, en hetgeen hiermede in verband staat, voortspruitende werking tracht alsdan, in plaats van eene flaauwere, eene sterkere wijziging tot stand te brengen. Op blz.270hebben wij wel is waar gezegd, dat bij menschen, aan de eischen van hun maatschappelijk bestaan voldoende, de bij hun geest bestaande ongeschiktheid op een minimum zou zijn, doch hierbij is hun verband met de zinnelijkheid, met het dierlijke egoïsme, zie noot blz.139, niet in aanmerking genomen. Bij toestanden van met elkander in verband zijnde zaken, waarbij de eene dezer dien toestand zus en andere hem op eene tegengestelde wijze tracht te wijzigen, en waarbij aldus het gemis aan eene er uit voortspruitende werking, hem trachtende te wijzigen, ontstaat, doordat dergelijke werkingen elkander opheffen, bestaat er buitendien slechts in zeker opzigt harmonie. Voor harmonie in alle opzigten zoude geen dier zaken zulk eene den toestand wijzigende werking moeten trachten uit te oefenen.
Men dient wel het goede van het harmonische te onderscheiden. Het kan bijv. gebeuren, dat iets goeds, in zamenwerking met andere oorzaken, een gevolg verwekt dat het vernietigt, doch daar zie blz.351het harmonische iets is, dat uit zich zelf geene aanleiding tot verandering er van geeft, kan het een dergelijk gevolg niet verwekken. Goede zaken kunnen, zie blz.338, bestendigd worden door de uitwerking van er door opgewekte gevolgen, terwijl daarentegen harmonische zaken, door de werking der traagheid in stand gehouden wordende, zoo zij geene storing door er niet uit voortspruitende zaken ondervinden, dergelijke gevolgen niet kunnen opwekken.
Bij het harmonisch maken van met elkander in verbandzijnde zaken, kan er slechts sprake zijn van hetgeen die harmonie verstoort te vernietigen, en zoo nu die storing bestaat in gemis aan iets, zal dit gemis, als oorzaak werkende, een gevolg opwekken, dat het vernietigt en aldus aanvult. Zoo nu dit gemis opwekt een gevolg dat deszelfs oorzaak niet vernietigt, zal dit gevolg niet tevens door de afwijkingen van den harmonischen toestand bij zoo even gemelde zaken geboren worden.
Het schoone, dat wij op blz.97gezegd hebben te zijn de innerlijke harmonie bij zaken, moet meer uit zich zelf geene aanleiding geven tot veranderingen er bij dan het goede, of de geschiktheid van iets voor hetgeen waarmede het in verband komt, zie blz.271. In ons werk getiteld: “Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz.”, blz. 501, hebben wij de stelling ontwikkeld, dat het schoone bij den gemiddelden toestanden van zaken bestaat, en nu zijn het juist de afwijkingen van zulke gemiddelde toestanden, zooals die der juist geproportioneerde menschelijke gestalte, die uit zich zelf natuur en kunst nopen om hen te doen verdwijnen.
Geschiktheid van iets voor verschillende, bijv. zie blz.231, ten gevolge van ongelijke verandering, op verschillende hoogten gekomen, en aldus met betrekking tot elkander onharmonische zaken, kan binnen eene in tijd en ruimte veranderlijke wereld slechts onvolkomen zijn, en uit dien hoofde zullen de toestanden, waarbij dergelijke geschiktheid bestaat, uit zich zelve aanleiding tot verandering er van geven. Wetten kunnen bijv. gewijzigd worden, ten einde er dan deze en dan gene belangen mede te bevredigen, al zijn zij zoo goed mogelijk. Moet het wetboek verbeterd worden, zoo wijst het zich niet van zelf aan hoe slechts de afwijkingen van dit wetboek van een dat goed is, behoeven vernietigd te worden, en leemten er in wijzen niet even bepaald de aanvulling aan, als bij eenig menschenligchaam het gemisder neus aanwijst, dat er eene neus bij zou behooren, om het op het door geene afwijkingen mismaakte menschelijke ligchaam te doen gelijken. Zulk eene leemte in een wetboek kan zeer wel, als oorzaak werkende, als gevolg handelingen bij wetgevers hebben, welke, na vergelijking der voor- en nadeelen er van, haar laten bestaan en zelfs versterken. Om aan reeds bestaande eischen bij het oude wetboek, aldus, zonder dat de behoeften der maatschappij veranderd zijn, te voldoen, kan men oude wetten in zekeren zin beginnen te wijzigen, en het gevolg of de bearbeiding dier wetten leiden tot versterking der wijziging.
Veranderen de eischen der omstandigheden, zoo verandert ook het goede, terwijl het harmonische zulks blijft, al verliest het ook zijn objectief bestaan. In dit laatste geval verkeert bijv. eene despotieke regeering met een tal van verspieders, een huurleger, geheime regtspleging enz. in de beschaafde wereld, alwaar vooral de middelpartijen, ten koste van harmonie en consequentie, goede regeringen wenschen daar te stellen.
Men make voorts onderscheid tusschen disharmonie, wegens door accidentele oorzaken ontstane afwijkingen bij eene zaak, terwijl deze overigens gelijksoortig blijft met die zaak, zoo die afwijkingen niet bestaan, en disharmonie, wegens het met elkander in verband zijn van ongelijksoortige zaken. De eerste soort van disharmonie wordt bijv. voortgebragt door de ongelijkheden van de aardkorst, door de ongelijke verdeeling der warmte, de ongelijkheid in rijkdom der menschen, enz. De tweede soort van disharmonie bestaat bijv. bij het verband tusschen de planten en de onbewerktuigde aarde, bij dat tusschen ziel en ligchaam, en verschilt hierin met de eerste, dat, terwijl hierbij de vernietiging der afwijkingen, ter vorming van een geschikten toestand, slechts van eene zijde geschiedt, zij bij die tweede soort van tweezijden en alsware zie blz.348tegen elkander in plaats heeft. De planten, waarbij er, tusschen derzelver contact met andere zaken als oorzaak en derzelver grootte als gevolg, wederkeerige versterking plaats heeft, trachten, ten bate van haren toestand, de onbewerktuigde stof organisch te maken, terwijl de aarde, ter bevordering van derzelver harmonischen toestand, het tegenovergestelde poogt te doen, en hierdoor onder anderen de vergrooting der planten, zie blz.336, limiteert. Nu moge bij beide die met elkander in strijd zijnde geschiktmakende werkingen gedeeltelijk uit dezelfde soorten van veropenbaring der zelfstandigheid door beweging, zooals aantrekking, warmte, electriciteit enz. bestaan, ofschoon er wel bij de organische werkingen zullen bestaan, die bij de onbewerktuigde aarde gemist worden, het blijft niettemin waar, dat men hier niet met eene de planten voortbrengende aarde te doen heeft, omdat alsdan dier planten bestaan in den harmonischen toestand dier aarde in derzelver betrekking tot de zon alsware bevat zou zijn.
Wel is waar schikken de planten zich hiernaar, maar slechts ten bate van haar eigen toestand, even als vijanden zich naar elkander schikken, ten einde elk voor zich op de doeltreffendste wijze voordeel te verschaffen.39, zie blz.339. In wereld der verscheidenheid gaat dit een en ander ook door voor andere met elkander in verband zijnde zaken, elk strevende naar een eigen harmonischen toestand, doch die wereld der verscheidenheid moet tevens die der veranderlijkheid zijn, zoodat de streving naar al die verschillende harmonische toestanden van meer of minder algemeenen aard gedurigtegengewerkt wordt. Onder die veranderingen, en wel zie blz.69, als gevolg van de accidentele veranderingen in het algemeen beschouwd, bevindt zich nu ook die, waarbij de ontwikkeling van het op blz.194gemelde eigenlijke wezen, dier naar eene eigene harmonie strevende zaken, vergroot wordt, totdat die kernen, wanneer derzelver ontwikkeling de palen der eindigheid bereikt heeft, volkomen zamensmelten en harmonisch worden met de onveranderlijke veropenbaring der zelfstandigheid door beweging en door denking.
Wanneer de handelingen van wezens een doel hebben, strekken zij om bij het een of ander geschiktheid te weeg te brengen, al zij het dat hierdoor bij andere zaken, zelfs die van meer verheven aard, de ongeschiktheid vergroot wordt, en daar de wezens die doelen, zie blz.267niet op de meest directe wijze trachten te bereiken, kan het gebeuren, dat zij daarvoor niet den juisten weg inslaan. De rest hunner handelingen zijn, of zooals men zegt toevallig, of wel gedwongen, waarin men hen alsware als verbonden aan de handelingen van anderen kan rekenen. Voor de handelingen, niet uit de denking der eindige wezens voortvloeijende, geldt hetzelfde, uitgezonderd het bereiken van doelen op niet volstrekt directe wijze, en aldus de mogelijkheid om niet op den juisten weg te zijn om die doelen te bereiken.40Zoowel de handelingen, die niet, als die wel voortvloeijen uit de denking der zie blz.144afgescheidene wezens, zijn aldus deels toevallig, en ware dit het geval niet, zoo zou de verscheidenheid, het gedurig ontstaan van nieuwe toestanden, waarvoor geschiktheid moet gevormd worden en de hierdoor ontstaandeontwikkeling der wezens gemist worden. Op blz.299hebben wij gezegd, dat de verschijnsels bevatten bijzonderheden, deze bijzonderheden andere nog sterker dan de voorgaande van het algemeene afwijkende enz. Elk dezer verschijnsels bestaat nu uit met elkander in contact zijnde, elkander wijzigende en gevolgen opwekkende handelingen van de afgescheiden eindige wezens, of wel van het Oerwezen, voor zoo verre dit zie blz.170eene veranderlijke natuur bezit. Elke oorzaak is een verschijnsel, elk gevolg insgelijks, elke werking der wet van geschiktmaking vormt, hetzij afzonderlijk, hetzij, zooals bij het geval van blz.259, vereenigt met derzelver oorzaken uitputtende gevolgen, verschijnsels, het in stand blijven van zaken, ten gevolge der wet der traagheid, doet dit insgelijks. Elk dier verschijnsels bevat nu meer bijzondere verschijnsels, in elk dier gevallen kunnende vormen oorzaken, gevolgen werkingen der wet van geschiktmaking en werkingen der wet der traagheid, hiervoor gaat weder hetzelfde door enz., totdat men komt tot de meest bijzondere verschijnsels op blz.300aangegeven.
Iemands goed gedrag, eene oorzaak het beloonen tot gevolg hebbende, kan bijv. beschouwd worden als een verschijnsel bevattende bijzondere daden, zijnde oorzaken of gevolgen van andere daden, of wel, even als op blz.342gezegd is, wijzigingen voortbrengende contacten tusschen toestanden, of het wennen dan aan deze dan aan gene toestanden, of het gedurende eenigen tijd blijven in toestanden, niet alleen wegens geschiktheid er voor, maar tevens omdat men er verkeert.
Het zich voegen van een landverhuizer naar een vreemd klimaat en een vreemden maatschappelijken toestand, kan ook beschouwd worden als een verschijnsel, een menigte meer bijzondere verschijnsels bevattende, en hierbij weder al de gevallen bij de bijzondere verschijnsels van het voorgaande geval voorkomen. Het volhouden bij eenmaal aangenomenmeeningen, waardoor nieuwe en grootere wetenschappelijke gehalte bezittende denkbeelden, vaak zoo traag bij het publiek ingang vinden, zie blz.212, deels eene werking der traagheid, kan alsmede aangemerkt worden als een verschijnsel bevattende vele bijzondere verschijnsels zijnde oorzaken of gevolgen van andere dergelijke verschijnsels, benevens werkingen der wet der geschiktmaking en der traagheid.
De werkingen der anorganische aarde, der levende organische natuur en der kunst oefenen invloeden op elkander uit, even als dit bijv. doen de daden der verschillende soorten van werklieden, zooals smeden, metselaars en timmerlieden. Evenzeer als nu deze allen bijv. een last kunnen ophalen, en nogthans elkanders werk niet kunnen doen, evenzeer kunnen de anorganische aarde, de organische natuur en de kunst, eene zelfde werking verrigten, (bijv. eene van osmotischen aard) en desniettemin niet dezelfde producten leveren. Zoo kan bijv. de kunst evenmin een boomblad daarstellen, als de levende organische natuur een uurwerk kan maken zie blz.195.
De werking der wet der traagheid, benevens de standvastigheid te weeg brengende werking der wet van geschiktmaking moeten de indrukken van dezelfde zaken bij de wezens dezelfde houden, tenzij zie blz.333oorzaken, van den aard als die men kan leeren kennen, die indrukken veranderen, zooals bijv. het anders zien der voorwerpen bij het scheel zien enz.41
De werking der wet van geschiktmaking leidt de wezens om door opmerking en oordeel met juistheid te leeren kennen wat waar, schoon, goed en verheven is, omdatzij zie blz.178het vooruitloopen der controlerende aanschouwing en der kritiek door de meeningen der menschen tracht te verminderen, en de beoordeeling van veranderde of nieuwe toestanden van zaken van lieverlede juist tracht te doen worden.
Die werking overwint van lieverlede de traagheid, zoowel bij gewoonten als bij meeningen, die geen grond van bestaan meer bezitten, zoodat haar bestaan het sceptieke gezegde, dat de menschen geene gronden voor hunne handelingen kunnen bezitten, en veroordeeld zijn om de gewoonten te volgen, valsch maakt.
Overdrijving van deugden bestaat zie blz.271in het te veel verzuimen van het eigenbelang in het heden ten bate van toekomstige en vreemde belangen. Verbastering van deugden daarentegen in het tegenovergestelde, of wel in het gemis aan paring van intellectuele ontwikkeling met zedelijke ontwikkeling zie blz.293. Men bedenke hierbij dat, wegens de invloeden van ligchaam en omgeving op den geest der wezens (bij de menschen kleiner dan bij de dieren) zij in de opvatting van hun genoegen in het heden zeer verschillen; de een doet bijv. dat genoegen in veiligheid en rust, de ander in het begaan van roekelooze daden, de derde in verkwisting, de vierde in doellooze verzameling van goederen bestaan.
Somtijds ontstaan er evenwigtstoestanden, wanneer eene blijvende oorzaak een gevolg opwekt, en dit weder een ander gevolg, dat het vorige tracht te vernietigen en negatief te maken. Is toch dit eerste gevolg nul geworden, zoo zal het tweede niet meer versterkt worden, en het eerste even sterk negatief trachten te doen worden, als de oorzaak het in de positieve rigting tracht te vergrooten.
Zoo zal bijv. de aantrekking der aarde een bij twee punten ondersteunden zwaren balk met toenemende sterkte trachten te vervormen; terwijl de overmaten van moleculaire aantrekking en afstooting binnen dien balk,hiervan de doorbuiging zullen trachten te vernietigen, en ten gevolge der veerkracht negatief te doen worden.Bij zekere sterkte van doorbuiging kan nu de drang tot vergrooting hiervan door deszelfs oorzaak, de aantrekking der aarde, opgewogen worden door den drang tot verkleining er van door het gevolg dier doorbuiging. Bestendig meer vraag naar eenige waar, heeft tot gevolg verhooging van den prijs er van, terwijl deze vergrooting van het bod opwekt. Zijn nu de prijzen weder even hoog als vroeger geworden, zoo zal dan die meerdere vraag hen evenzeer trachten op te voeren, als dit tweede gevolg hen tracht te verlagen.
Bij dergelijke gevallen bestaan er twee in tegengestelde rigting werkende verschijnsels, welke uit zich zelf aanleiding tot verandering zou kunnen geven. Men heeft aldus dan wel zie blz.12een toestand van evenwigt, maar niet van harmonie. De steunpunten van bovengemelden balk kunnen bijv. zijn menschen, die zulk een zwaren last slechts gedurende korten tijd kunnen torschen, en zooeven gemelde vraag behoeft niet steeds door een voortdurend grooter verbruik van eene waar te ontstaan.
Wij hebben op blz.352gezegd dat, naarmate afwijkingen van harmonische toestanden kleiner worden, de werking der wet van geschiktmaking hen trager zal vernietigen. Dit geschiedt bijv. wanneer al de deelen van brandstoffen tegelijk branden, daar alsdan de omvang van het vuur gaandeweg zal verminderen. Zooals op blz.358gezegd is, kan echter zulk eene werking bevatten bijzondere verschijnsels, zijnde werkingen der wet der veranderlijkheid, waarbij de gevolgen de oorzaken versterken of vernietigen. Zoo kan bijv. bij het in het algemeen verbranden van organische stoffen, derzelver reductie tot anorganische stoffen versterkt worden door mededeeling der gloeijing, zie blz.341, doch ookverzwakt worden door ontstaand gebrek aan nabij gelegen brandstof.
Een zamengesteld doel, zie blz.257, een gevolg zijnde der verscheidenheid in de ruimte, zoo kan bij zaken, er voor bestemd, zie blz.306, geene volmaakte geschiktheid ontstaan, doch de geschiktheid bij die zaken kan dan verder gedreven worden, dan zoo het doel veranderlijk is, en die zaken, zie blz.230, niet voor verandering vatbaar zijn.
Een zamengesteld doel bestaat bijv. bij het zie blz.305te gelijk trachten te voldoen aan den welstand der menschen op deze aarde en aan derzelver geestelijkeontwikkelingzie blz.270. Hoe het eerste geschaad wordt ten bate van het laatste, blijkt bijv. somtijds bij het strijden en niet toegeven ter wille der eer.
Accidentele afwijkingen van een bijzonderen harmonischen toestand wekken, terwijl de werking der wet van geschiktmaking hen tracht te vernietigen, als gevolgen, zie blz.265, afwijkingen van een anderen aard bij dien toestand op; de laatste afwijkingen weder andere enz. Het bijzondere van zulk een toestand maakt namelijk het opwekken van dergelijke gevolgen mogelijk, zoodat, hoe algemeener karakter die toestand bezit, hoe zwakker die reeks van uit elkander volgende afwijkingen zal zijn.
Bestond er geene slijtende werking der wet van geschiktmaking, zoo zouden, wanneer de gevolgen derzelver oorzaken trachten te vernietigen, die vernietiging gemiddeld opwegen tegen de opwekkende werking dier oorzaken bij derzelver gevolgen, en aldus de leden van bovengemelde reeks gemiddeld gelijk aan elkander zijn zie blz.265. De latere moeten daarentegen grooter worden, zoo de gevolgen derzelver oorzaken onveranderd laten of versterken, zoodat, wanneer het een en het ander plaats heeft, en zooeven gemelde slijtende werking bestaat, de latere leden der reeks noch steeds grooter, noch steedskleiner dan de vorige zullen worden. Nu bestaan er op elk oogenblik eene menigte van afwijkingen van zulk een bijzonderen harmonischen toestand, en elk dier afwijkingen brengt eene dergelijke reeks voort. Daar echter van elk dezer de leden van invloed zijn op die der andere reeksen, zoo zullen bij de latere leden dier reeksen die invloeden van lieverlede in de plaats treden van de invloeden der eerste leden dier reeksen, en die laatste invloeden aldus zwakker worden, hoe verder de latere leden dier reeksen van de eerste gelegen zijn. De uitwissching dier invloeden kan ook als eene werking der wet van geschiktmaking beschouwd worden.