[Inhoud]BESCHRYVINGEVan de Volk-PlantingeZURINAME,COMMAWYNE, COTTECA,en PIERICA of COTTERA.I. HOOFT-DEEL.Nauwkeurig onderzoek van de eerste Ondekkinge van Amerika, en des zelfs aangelegene Landen.HInleiding.oewel uit de gedenk-schriften der voorlede tijden genoegzaam wereldkundig is, dat verscheide Volkeren reets vele euwen herwaarts zig als om strijd in de zee-vaart ge-oeffent hebben; blijkt het egter ook niet minder klaar uit de zelve Historien, dat de Ouden, zelfs op hunne vermaardste togten, in ruime zee nauwlijks buiten ’t gezigt der stranden durfden steevenen, en doorgaans de aan-een-hangende Kusten maar zorgvuldig volgden; ten zy ze, of[2]uit eige bevinding, of uit mede gedeelde waarnemingen van anderen, de gelegenheid der afgescheide Kusten kennende, ergens een korte en verzekerde overvaart konden doen. Wanneer zy dan zo verr’ in zee geraakt waren, dat ’er van hen geen land meer gezien kon worden, werd de kours by dag naar de op- en onder-gang der zonne, en ’s nagts naar de berugte gesternten van de grote en kleine Beergeregelt. Dog deze streekwijzers waren van geen dienst als by helder en bekwaam weer. Daar-en-tegen, met een benevelde en betrokke lugt door storm eerder overvallen, als ze een veilige haven konden bereiken, waren ze van alle kanten voor ’t woedende geweld der winden en zee-en, en alzo voor eene byna onvermijdelijke Schip-breuke blootgestelt. Te meer, naardien ’t gansche gestel hunner Vaar-tuigen op verre na zo bekwaam niet was, als dat van de Schepen, waar mede men nu ter tijd den Oceaan bouwt. ’t Was by ouds ook weinig in gebruik by tegen-wind de togt met laveren te vervorderen: en byGriekenenRomeineneene algemene gewoonte, de zee-vaart jaarlijks van den elfden November tot den tienden Maart te staken. Gedurende welken tijd men de zee wegens ’t gevaar der menigvuldige stormen als voor onbevaarbaar hield, halende daarom de Schepen op het droge, die men niet eerder, als in ’t begin der Lente, weder in ’t water liet lopen, om ’er een togt mede te doen. Daar-en-boven haddenOnkundigheid van de Ouden in de zee-vaart.zelfs de ervarenste Zee-luiden in die tijden zeer weinig of gene kennis van de gedaante der ver-afgelege Kusten, van de gesteltheid der gronden, van de verscheide bewegingen en veranderingen der zee-en, nog van de algemene passaat-winden, en van de zoo genaamde moussons, die onder den heten Hemel-kreits van de zee-varende nootzakelijk moeten waargenomen[3]worden. Waar uit ligtelijk af te nemen is, hoe gevaarlijk het eertijds geweest zy, midden over den woesten Oceaan, wiens uitgestrektheid men niet wist, Landen op te zoeken, dien toen geheel onbekent, of immers maar uit losse gissingen schijnen bekent geweest te zijn. Zo ’er evenwel ten dien tijde nog zulke stoute waaghalzen gevonden waren, die dusdanige togten met het uiterste gevaar hunner levens hadden ondernomen, zou het nogtans voor hen byna volkomen onmogelijk geweest zijn, zonder eene betere kennis van het Stuurmanschap en zonder een gestadige en wisse Streek-wijzer, deAmerikaanscheKusten, zo verr’ over den Oceaan gelegen, te bereiken.Want dat de Aspunt-wijzende eigenschap van den Magneet-steen, en van den daar-aan-gestreke Kompas-naald, waar door nu ter tijd het Noorden en Zuiden, en alzo alle andere streken op alle tijden en plaatzen gevonden worden, aan de Ouden reets bekent zouden geweest zijn, en dat zelfs deKartaginenzersop hunne zee-togten ’t Kompas zouden gebruikt hebben word zonder grond te vergeefs beweert.In wat tijd het Kompas zou uitgevonden zijn.Men vind hier van nergens het minste gewag in de Schriften der Ouden, die nogtans de andere eigenschap van de Zeil-steen, te weten, de zo genoemde aanhaling van het Yzer zo zeer geroemt hebben, en daarze zo nauwkeurig waren, in alles aan te tekenen, wat in de natuur wonderlijk, en voor de menschelijke zamenleving van eene zonderlinge nuttigheid was; hoedanig zekerlijk de Aspuntige kragt des Magneets, en ’t gebruik van het Kompas, beide in de dertien-honderste of ’t begin der veertien-honderste euw eerst uitgevonden, met regt verdienen ge-agt te worden.Hoeverr’ de Ouden eenige kusten bekent zijn geweest.Men heeft ook gene reden om te twijfelen, of de[4]Ouden, zo ze van deze uitvindingen der latere tijden kennis hadden gehad, zouden hunne ondekkingen verder hebben voortgezet, en ons de gedagtenis daar van wel met eenige zekerheid hebben overgelevert. Daar nu uit de verhalen hunner togten op den Oceaan blijkt, datze, denHellespontof de Straat vanGibralteruitgevaren, ten Noorden de vaste Kust vanEuropa, maar tot aanNoorwegenhebben ondekt, nevens de Eilanden langs deze streek leggende, van welkeTheulehet uiterste geweest is, in ’t om varen vanBrittanienalleen van verre gezien, en ge-agt te leggen op den drie-en-zestigsten graad der breedte; dat derhalven alzo geen ander schijnt geweest te zijn alsHitlandof het EilandFero. Ten Zuiden van denHellespontheeft men by ouds op den Oceaan insgelijks alleen de zoom derAfrikaanscheKust gevolgt, meest maar tot aan het kleinste of voorste gebergte vanAtlas. Waarom het als een helde-daad werd aangemerkt en geroemt, dat deKartaginenzer HannovanKadiksaf tot aan het einde vanArabien, geheelAfrikaomgevaren heeft. Het geen, volgens verhaal vanHerodotus, ook eens uitgevoert van eenigeFeniciers, die; uitgezonden van denEgyptischenKoningNekus, en uit deRode Zeein den Oceaan stekende, langs de stranden vanAfrika, na twe jaren zukkelens, by de Pilaren vanHerkules, of in de Straat vanGibralteraankwamen, en door de zelve naarEgyptenwederkeerden. De History van eenenEudoxus, die de zelve togt zou gedaan hebben, is reets vanStrabo, als een beuzelagtig verdigtzel, verworpen.De uiterste ondekkingen, door gemeldeFeniciersenKartaginenzersten Westen vanAfrikagedaan, zijn geweest dePurper Eilanden, nuMaderaenPorto Santo; deGelukkige Eilanden, nu de overigeKanarische;Cernenu waarschijnlijk ’t EilandArguin; en eindelijk[5]deGorgadischeenHesperischenu deZoute Eilanden, voorKabo Verdeverspreid. De berigten, die de Ouden ons van deze Kusten hebben nagelaten, zijn zo gering, zo onzeker, en met zo vele verzieringen doormengelt, dat daar uit wel te zien is; datze de zelve meest maar van verre bezigt hebben, of slegts door gerugt daar van iets gehoort.Dewijl het derhalven blijkt, dat deze Landen aan de Ouden reets bekent, van hen zo weinig bezogt zijn, is het dies te minder gelooflijk, dat ze de overvaart naarAmerikaongelijk moeilijker en gevaarlijk ooit voorbedagtelijk ondernomen hebben.In de oude Aard-beschrijvingen en Historien is ook nergens eenige zekere kondschap te vinden van die wijdlustige en vrugtbare Gewesten, die in de vijftien honderste euw, als geheel onbekende van onzeEuropëerseerst zijn opgedaan, en door de naam vanAmerikaonderscheiden, van de drie andere van ouds alleen bekende Hoofd-Delen des bewoonden Aardbodems. En hoewel de Ouden, hier en daar in hunne Schriften van grote en verr’ over den Oceaan gelege Landen gewagende, vanAmerikaniet geheel onkundig schijnen geweest te zijn; is egter al wat zy daar van melden zonder grond, en steunt maar op nagelatene gissingen en onzekere waarschijnlijkheid, waarby de vrugtbare inbeelding vele herssen-schilderien gevoegt heeft. Hoedanig een onder andere is, de Beschrijving, die de FilosoofPlatogeeft van een EilandAtlantis, eertijds in denAtlantischen OceaanWest-waarts niet verr’ buiten de Zuilen vanHerkulesgelegen, en zelfs groter alsAsienenAfrikate zamen, maar door eene aard-beving en swaar onweer overstroomt, verzonken, en geheel verdweenen in den gemelden Oceaan, die wegens slijk en modder van dit verdronken Eiland volkomen onvaarbaar geworden[6]was.DiodorusdeSicilaanverhaalt byna het zelve, behalven dat hyAtlantismet deKanarische Eilandenschijnt te vermengen. Dog dewijl dit Land ten tijde vanPlatoreets niet meer in wezen was, daarAmerikanog geheel overig is, en door gene bezondere aard-bevingen of water-vloeden ooit verzonken, zal ’t de moeite niet weerdig zijn, omstandiger aan te tonen, dat dit een louter verdigtzel is, van velen te onregt als een zeker berigt vanAmerikabygebragt. Men ziet evenwel in de Schriften vanAristoteles,Elianusen anderen, dat de Schranderste der oude Natuurkundigen, uit de ronde gedaante des Aardkloots, aan hen genoeg bekent, wel vermoededen, dat ’er, behalvenEuropa,AsienenAfrika, nog andere grote onbekende Landen over den Oceaan lagen: waar aan men te minder twijfelde, na dat deKanarische Eilandenondekt waren. Dog dit vermoeden was zonder zekerheid, en bewijst niet, datAmerikaoud-tijds, anders als by gissing, bekent geweest is. Niet te min dunkt zommige, dat ze de ondekking dezer Nieuwe Wereld klaar voorzeid vinden van den DigterSenekain het Treur-spel vanMedea, met de woorden, die op dezen zin uitkomen:Het staat nog eens in latere tijden te gebeuren, dat de Oceaan de Wereld niet langer zo nauw insluite, en dat ’er een groot Land te voorschijn kome, wanneer de Stuurman Nieuwe Werelden zal ondekken, en Theule niet meer het uiterste der Aarde zijn.Hoe men dit ook opAmerikapasse, en door des zelfs ondekking vervult agte; blijft het volkomen zeker, dat deze voorzegging vanSenekamaar alleen gegront is op de onzekere onderstelling der Oude Wereld-Wijzen: en dat hier met eene vryheid aan de Digtkunde eigen, ’t waarschijnlijke voor waar word opgedischt. Wy besluiten derhalven uit al het bovengemelde, dat de[7]Ouden niet zekers vanAmerikageweten hebben, dat het zelfs onmogelijk voor hen was die Kusten te bereiken, zo ze immer de roekeloosheid gehad hadden van zulks te ondernemen; en dat het daarom onbetwistbaar kan vast gestelt worden, dat dit groot Wereld-Deel in deze naast voorgaande euwen eerst ondekt is.De eerste ondekkinge van Amerika aan wie dat toegeschreven werd.De eere van deze eerste ondekking vanAmerikaword doorgaans gegeven aanKristoffel Kolonus(verkeerdelijkKolumbusgenoemt) eenes Visschers zone, geboren in het arm DorpArbizolo, onder het gebied vanGenuaniet verr’ vanSavona. DezeKolonusvan kindsbeen af een zee-man en zeer ervaren in de Wiskonst, verhuisde uitItalienmet zijn Vader, die zig opTenariffaneerzettede, gelijk hy opMadera. Alhier maakte hy Pas Kaarten voor, die langs de Kust vanAfrikavoeren, en nam ondertusschen waar, dat ’er buiten de Straat vanGibralterop gezette tijden Westelijke winden waaiden, vermoedende, dat de zelve van eenige nog onbekende Landen kwamen; die men, als eene Nieuwe Wereld, met ’er tijd zou konnen ondekken. ’t ScheenKolonusook niet bedenkelijk, dat de Oceaan zig verder, als hondert en zeventig graden lengte, zou uitstrekken, zonder eenig vast Land tusschen beide. Terwijl hy dit dus aanmerkte en overdagte, gebeurde het, dat zekerAlfonso Sanchez de Huelva, uitSpanjenop deKanarische Eilandengewoon te handelen, door eene sware storm uit den Oosten belopen werd, en genootzaakt zig met zijn Schip aan weer en wind over te geven. Waar door hy, in agt-en-twintig dagen de hoogte der Zonne niet hebbende konnen peilen, gedreven werd aan een onbekende Kust, vol van Wilde Menschen. Van waar hy eindelijk, na veel gevaars en ellende, met nog maar vier of vijf van zeventien zijner Maats[8]overig, met zijn reddeloos Schip teMaderabinnen geraakte. Alwaar hy vanKolonusgeherbergt en heuschelijk onthaalt werd, maar weinig dagen daar na overleed, hebbende aan den zelven een nauwkeurig verhaal, nevens de ontworpe Pas-Kaarten van zijn ongelukkige togt, gegeven.Kolonus, hier door in zijne gissingen en in hope van de ondekking eener Nieuwe Wereld gesterkt, deed daar van opening aan den Raad vanGenua, met verzoek van onderstant tot deze onderneming, onder voorwaarde, van al, het geen, men zou opdoen, in handen van de Republijk te stellen. Maar dit voorstel werd, als beuzelagtig, van den Raad verworpen, en door den Broeder vanKolonusaanHenrikde VII. Koning vanEngeland, en door hem zelven aanAlfonsusde V. Koning vanPortugaalinsgelijks te vergeefs voorgedragen. WeshalvenKolonuszig naar ’tSpaanscheHof begaf, om te zien, of hy hier niet gunstiger dienaangaande zou gehoort worden; gelijk hy dan ook, door toedoen van eenige voorname Hovelingen, aan den KoningFerdinanduswerd voorgesteld, in ’t jaar 1486. maar van den zelven niets kon verkrijgen, als na dat de Oorlog tegen de Mooren vanGrenadegelukkig ge-eindigt was. Wanneer men een besluit nam, de kans eens te wagen, en daar toe aanKolonusbyzettede, een groot Schip met twe Brigantijns, voorzien naar behoren, nevens een opschot van zestien duizend Dukaten, geleent van een Geheim-schrijver des Konings, wiens Schat-kist door de Oorlogen was uitgeput. Hier mede stakKolonusvanKadiksin zee, den 3. Augusty 1492., de koers nemende van deKanarienWest aan, en ondekte den 11. October des zelven jaars, als het eerste Land,Gunahamieen derLucayscheVoor-Eilanden vanAmerika, dat hyS. Salvadornoemde. Vervolgens deedKolonusop deze[9]togtKubaenHispaniolaop, en eenige van de zijne op deze nieuwe Wingewesten gelaten hebbende, om ze te bewaren, keerde hy zelf naarSpanjen, om aan den KoningFerdinandverslag te doen. Minlijk werd hy van den zelven ontfangen, en, tot Grande vanSpanjenverheven, in ’t volgende jaar 1493. voor de twede maal met een magtige Vloot afgevaardigt, om de nieuwe ondekkinge verder voort te zetten. ’t Geen dan ook, gelijk bekent is, vanKolonusop zijn overige togten, en vervolgens van vele anderen met voordeel is uitgevoert. Onder de zelve wordDe naam van Amerika waar die van afkomstig is.ook opgesteltAmerikus Vesputius,FlorentijnschEdelman 1497. insgelijks van denKastiliaanschenKoning (andere schrijven vanEmmanuëlKoning vanPortugaal) (Pis. Cluver. &c.) uitgezonden, en die de eere heeft datAmerikazijn naam draagt.Hoewel nu dit wijdlugtig Gedeelte des Aardbodems, van de Ouden niet gekent, doorKolonusaan de Wereld eerst ondekt is geworden; is hy evenwel, nogAlfonso Sanchez, die hem daar toe veel ligt gaf, de eerste geweest, dieAmerikagevonden heeft. Want men weet nu zeker, dat deze eer toekomt aan eenenMartinus Boheym, eenNeurenbergervan een aloudBoheemsgeslagt,Zwartsbachbygenaamt. Deze, een grote Wiskonstenaar, had een zonderlinge trek om vreemde Landen te bezoeken, en derhalven A. 1449. met een Schip vanAntwerpennaarPortugaalwillende reizen, wierd hy na deAzorischeofVlaamsche Eilandengedreven, en deed een der zelver, nuFayalgenoemt, aan. Van daar waagde hy zig met zijn Schip dieper in zee naar ’t Westen, en ondekte dus het vaste Land vanAmerika, van deze zijne kours en van de Plaats, waar hy inAmerikaaangeland was, twe Land-kaarten opstellende, waar van hy inPortugaalwedergekeert, de eene vereerde aan[10]KoningJanden eersten, brengende de andere Kaart teNeurenbergte huis, alwaar hy nog te zien is, en in de Familie derBoheymsals een grote Rariteit en Antiquiteit bewaart word. Deze zelveMartinus Boheymword in de Historien ook geroemt, als de voornaamste uitvinder van het Astrolabium, dat voor de zee-varende van zo groten dienst is.Wat aangaat het verhaal van eenenEngelsman Madok, zoon vanGwynethofGainech, Broeder van eenenDavidPrins vanWalles, die in ’t jaar 1170.FloridaenKanadareets zou ondekt en aangedaan hebben, ’t zelve is ongetwijffelt verziert: dewijl zonder gebruik van ’t Kompas 1302. of 1303. eerst uitgevondenAmerikaonmogelijk bereikt worden.Waar Amerika aangrenst.Amerikagrenst tegens ’t Noorden aan deGroenlandscheofYs zee, de zee engte of Straat vanHudzon, en deChristiaan zee; tegens ’t Westen aanMare Pacificumof deVreedzame zee; tegens ’t Zuiden aan deMagellanische Straat; tegens ’t Oosten aan deAtlantische zeeofMare del Nort; welkeAmerikaafzondert van ’t oude vaste Land, waar van ’t aflegt 1000. of 1200. mijlen, meer of min, na de gelegentheid der Plaatzen. De uitgestrektheid van ’t Zuiden na ’t Noorden, van den 54. graad 20. minuten der Zuider-breedte, van deMagellanische Straat, tot den 63. graad der Noorder-breedte, tot aan de StraatHudzon, bedraagt omtrent 2347. mijlen; en van ’t Westen na ’t Oosten, van den 241. graad tegensAngubela del Gato, tot den 348. graad, tegens de hoekRio GrandeinBrazil; de breedte is wegens de ontelbare menigte der gewesten zo verschillende, dat men de grote daar van niet wel Beschrijven kan.Zuider-Amerika.Eer ik overga tot de Beschrijvinge van deKaribaanscheKust, dunkt het my nootzakelijk te wezen een weinig van ’tZuider-Amerikaop te halen, aan[11]wiens Kust de Land-streek vast is:Amerika’t Zuider-gedeelte werd door een Land-engte van weinig mijlen van ’t Noorder-gedeelte afgescheiden: Ten Westen is het Landschap of RijkPeru, vermaard wegens ’t aldaar zijnde Goud, de Hooft stadLima, is de Hof-plaats van denSpaanschenOnder-koningover geheelZuider-Amerika; ten Zuiden vanPeruis ’t LandschapChili; ten Zuiden vanChiliis het woeste LandMagellanaenStraatvan dien naam; ten Noorden en Noord-oosten vanMagellana, en ten Oosten vanChili, legt het LandschapParaguay; ten Noorden vanParaguay, en ten Oosten vanPeru, legt het onbekende LandschapAmazone; ten Oosten vanAmazone, en ten Noord-oosten vanParaguay, legt het LandschapBrazilia; ten Noord-westen vanBrazilia, en ten Noorden vanAmazone, legt de Land-streekKaribanaofGuajana; ten Noorden vanAmazoneenPeru, leggen de Landschappen vanPapyan,Cartagena,Nieuw-AndalusiaenTerra Firma: Dit is alzo een korte Beschrijvinge, voor de gene die geen goed begrijp, vanAmerikaen deKaribaanscheKusten hebben; en zullen nu eerst handelen van de Natuurlijke Gesteltheid dier Kust.[12]
[Inhoud]BESCHRYVINGEVan de Volk-PlantingeZURINAME,COMMAWYNE, COTTECA,en PIERICA of COTTERA.I. HOOFT-DEEL.Nauwkeurig onderzoek van de eerste Ondekkinge van Amerika, en des zelfs aangelegene Landen.HInleiding.oewel uit de gedenk-schriften der voorlede tijden genoegzaam wereldkundig is, dat verscheide Volkeren reets vele euwen herwaarts zig als om strijd in de zee-vaart ge-oeffent hebben; blijkt het egter ook niet minder klaar uit de zelve Historien, dat de Ouden, zelfs op hunne vermaardste togten, in ruime zee nauwlijks buiten ’t gezigt der stranden durfden steevenen, en doorgaans de aan-een-hangende Kusten maar zorgvuldig volgden; ten zy ze, of[2]uit eige bevinding, of uit mede gedeelde waarnemingen van anderen, de gelegenheid der afgescheide Kusten kennende, ergens een korte en verzekerde overvaart konden doen. Wanneer zy dan zo verr’ in zee geraakt waren, dat ’er van hen geen land meer gezien kon worden, werd de kours by dag naar de op- en onder-gang der zonne, en ’s nagts naar de berugte gesternten van de grote en kleine Beergeregelt. Dog deze streekwijzers waren van geen dienst als by helder en bekwaam weer. Daar-en-tegen, met een benevelde en betrokke lugt door storm eerder overvallen, als ze een veilige haven konden bereiken, waren ze van alle kanten voor ’t woedende geweld der winden en zee-en, en alzo voor eene byna onvermijdelijke Schip-breuke blootgestelt. Te meer, naardien ’t gansche gestel hunner Vaar-tuigen op verre na zo bekwaam niet was, als dat van de Schepen, waar mede men nu ter tijd den Oceaan bouwt. ’t Was by ouds ook weinig in gebruik by tegen-wind de togt met laveren te vervorderen: en byGriekenenRomeineneene algemene gewoonte, de zee-vaart jaarlijks van den elfden November tot den tienden Maart te staken. Gedurende welken tijd men de zee wegens ’t gevaar der menigvuldige stormen als voor onbevaarbaar hield, halende daarom de Schepen op het droge, die men niet eerder, als in ’t begin der Lente, weder in ’t water liet lopen, om ’er een togt mede te doen. Daar-en-boven haddenOnkundigheid van de Ouden in de zee-vaart.zelfs de ervarenste Zee-luiden in die tijden zeer weinig of gene kennis van de gedaante der ver-afgelege Kusten, van de gesteltheid der gronden, van de verscheide bewegingen en veranderingen der zee-en, nog van de algemene passaat-winden, en van de zoo genaamde moussons, die onder den heten Hemel-kreits van de zee-varende nootzakelijk moeten waargenomen[3]worden. Waar uit ligtelijk af te nemen is, hoe gevaarlijk het eertijds geweest zy, midden over den woesten Oceaan, wiens uitgestrektheid men niet wist, Landen op te zoeken, dien toen geheel onbekent, of immers maar uit losse gissingen schijnen bekent geweest te zijn. Zo ’er evenwel ten dien tijde nog zulke stoute waaghalzen gevonden waren, die dusdanige togten met het uiterste gevaar hunner levens hadden ondernomen, zou het nogtans voor hen byna volkomen onmogelijk geweest zijn, zonder eene betere kennis van het Stuurmanschap en zonder een gestadige en wisse Streek-wijzer, deAmerikaanscheKusten, zo verr’ over den Oceaan gelegen, te bereiken.Want dat de Aspunt-wijzende eigenschap van den Magneet-steen, en van den daar-aan-gestreke Kompas-naald, waar door nu ter tijd het Noorden en Zuiden, en alzo alle andere streken op alle tijden en plaatzen gevonden worden, aan de Ouden reets bekent zouden geweest zijn, en dat zelfs deKartaginenzersop hunne zee-togten ’t Kompas zouden gebruikt hebben word zonder grond te vergeefs beweert.In wat tijd het Kompas zou uitgevonden zijn.Men vind hier van nergens het minste gewag in de Schriften der Ouden, die nogtans de andere eigenschap van de Zeil-steen, te weten, de zo genoemde aanhaling van het Yzer zo zeer geroemt hebben, en daarze zo nauwkeurig waren, in alles aan te tekenen, wat in de natuur wonderlijk, en voor de menschelijke zamenleving van eene zonderlinge nuttigheid was; hoedanig zekerlijk de Aspuntige kragt des Magneets, en ’t gebruik van het Kompas, beide in de dertien-honderste of ’t begin der veertien-honderste euw eerst uitgevonden, met regt verdienen ge-agt te worden.Hoeverr’ de Ouden eenige kusten bekent zijn geweest.Men heeft ook gene reden om te twijfelen, of de[4]Ouden, zo ze van deze uitvindingen der latere tijden kennis hadden gehad, zouden hunne ondekkingen verder hebben voortgezet, en ons de gedagtenis daar van wel met eenige zekerheid hebben overgelevert. Daar nu uit de verhalen hunner togten op den Oceaan blijkt, datze, denHellespontof de Straat vanGibralteruitgevaren, ten Noorden de vaste Kust vanEuropa, maar tot aanNoorwegenhebben ondekt, nevens de Eilanden langs deze streek leggende, van welkeTheulehet uiterste geweest is, in ’t om varen vanBrittanienalleen van verre gezien, en ge-agt te leggen op den drie-en-zestigsten graad der breedte; dat derhalven alzo geen ander schijnt geweest te zijn alsHitlandof het EilandFero. Ten Zuiden van denHellespontheeft men by ouds op den Oceaan insgelijks alleen de zoom derAfrikaanscheKust gevolgt, meest maar tot aan het kleinste of voorste gebergte vanAtlas. Waarom het als een helde-daad werd aangemerkt en geroemt, dat deKartaginenzer HannovanKadiksaf tot aan het einde vanArabien, geheelAfrikaomgevaren heeft. Het geen, volgens verhaal vanHerodotus, ook eens uitgevoert van eenigeFeniciers, die; uitgezonden van denEgyptischenKoningNekus, en uit deRode Zeein den Oceaan stekende, langs de stranden vanAfrika, na twe jaren zukkelens, by de Pilaren vanHerkules, of in de Straat vanGibralteraankwamen, en door de zelve naarEgyptenwederkeerden. De History van eenenEudoxus, die de zelve togt zou gedaan hebben, is reets vanStrabo, als een beuzelagtig verdigtzel, verworpen.De uiterste ondekkingen, door gemeldeFeniciersenKartaginenzersten Westen vanAfrikagedaan, zijn geweest dePurper Eilanden, nuMaderaenPorto Santo; deGelukkige Eilanden, nu de overigeKanarische;Cernenu waarschijnlijk ’t EilandArguin; en eindelijk[5]deGorgadischeenHesperischenu deZoute Eilanden, voorKabo Verdeverspreid. De berigten, die de Ouden ons van deze Kusten hebben nagelaten, zijn zo gering, zo onzeker, en met zo vele verzieringen doormengelt, dat daar uit wel te zien is; datze de zelve meest maar van verre bezigt hebben, of slegts door gerugt daar van iets gehoort.Dewijl het derhalven blijkt, dat deze Landen aan de Ouden reets bekent, van hen zo weinig bezogt zijn, is het dies te minder gelooflijk, dat ze de overvaart naarAmerikaongelijk moeilijker en gevaarlijk ooit voorbedagtelijk ondernomen hebben.In de oude Aard-beschrijvingen en Historien is ook nergens eenige zekere kondschap te vinden van die wijdlustige en vrugtbare Gewesten, die in de vijftien honderste euw, als geheel onbekende van onzeEuropëerseerst zijn opgedaan, en door de naam vanAmerikaonderscheiden, van de drie andere van ouds alleen bekende Hoofd-Delen des bewoonden Aardbodems. En hoewel de Ouden, hier en daar in hunne Schriften van grote en verr’ over den Oceaan gelege Landen gewagende, vanAmerikaniet geheel onkundig schijnen geweest te zijn; is egter al wat zy daar van melden zonder grond, en steunt maar op nagelatene gissingen en onzekere waarschijnlijkheid, waarby de vrugtbare inbeelding vele herssen-schilderien gevoegt heeft. Hoedanig een onder andere is, de Beschrijving, die de FilosoofPlatogeeft van een EilandAtlantis, eertijds in denAtlantischen OceaanWest-waarts niet verr’ buiten de Zuilen vanHerkulesgelegen, en zelfs groter alsAsienenAfrikate zamen, maar door eene aard-beving en swaar onweer overstroomt, verzonken, en geheel verdweenen in den gemelden Oceaan, die wegens slijk en modder van dit verdronken Eiland volkomen onvaarbaar geworden[6]was.DiodorusdeSicilaanverhaalt byna het zelve, behalven dat hyAtlantismet deKanarische Eilandenschijnt te vermengen. Dog dewijl dit Land ten tijde vanPlatoreets niet meer in wezen was, daarAmerikanog geheel overig is, en door gene bezondere aard-bevingen of water-vloeden ooit verzonken, zal ’t de moeite niet weerdig zijn, omstandiger aan te tonen, dat dit een louter verdigtzel is, van velen te onregt als een zeker berigt vanAmerikabygebragt. Men ziet evenwel in de Schriften vanAristoteles,Elianusen anderen, dat de Schranderste der oude Natuurkundigen, uit de ronde gedaante des Aardkloots, aan hen genoeg bekent, wel vermoededen, dat ’er, behalvenEuropa,AsienenAfrika, nog andere grote onbekende Landen over den Oceaan lagen: waar aan men te minder twijfelde, na dat deKanarische Eilandenondekt waren. Dog dit vermoeden was zonder zekerheid, en bewijst niet, datAmerikaoud-tijds, anders als by gissing, bekent geweest is. Niet te min dunkt zommige, dat ze de ondekking dezer Nieuwe Wereld klaar voorzeid vinden van den DigterSenekain het Treur-spel vanMedea, met de woorden, die op dezen zin uitkomen:Het staat nog eens in latere tijden te gebeuren, dat de Oceaan de Wereld niet langer zo nauw insluite, en dat ’er een groot Land te voorschijn kome, wanneer de Stuurman Nieuwe Werelden zal ondekken, en Theule niet meer het uiterste der Aarde zijn.Hoe men dit ook opAmerikapasse, en door des zelfs ondekking vervult agte; blijft het volkomen zeker, dat deze voorzegging vanSenekamaar alleen gegront is op de onzekere onderstelling der Oude Wereld-Wijzen: en dat hier met eene vryheid aan de Digtkunde eigen, ’t waarschijnlijke voor waar word opgedischt. Wy besluiten derhalven uit al het bovengemelde, dat de[7]Ouden niet zekers vanAmerikageweten hebben, dat het zelfs onmogelijk voor hen was die Kusten te bereiken, zo ze immer de roekeloosheid gehad hadden van zulks te ondernemen; en dat het daarom onbetwistbaar kan vast gestelt worden, dat dit groot Wereld-Deel in deze naast voorgaande euwen eerst ondekt is.De eerste ondekkinge van Amerika aan wie dat toegeschreven werd.De eere van deze eerste ondekking vanAmerikaword doorgaans gegeven aanKristoffel Kolonus(verkeerdelijkKolumbusgenoemt) eenes Visschers zone, geboren in het arm DorpArbizolo, onder het gebied vanGenuaniet verr’ vanSavona. DezeKolonusvan kindsbeen af een zee-man en zeer ervaren in de Wiskonst, verhuisde uitItalienmet zijn Vader, die zig opTenariffaneerzettede, gelijk hy opMadera. Alhier maakte hy Pas Kaarten voor, die langs de Kust vanAfrikavoeren, en nam ondertusschen waar, dat ’er buiten de Straat vanGibralterop gezette tijden Westelijke winden waaiden, vermoedende, dat de zelve van eenige nog onbekende Landen kwamen; die men, als eene Nieuwe Wereld, met ’er tijd zou konnen ondekken. ’t ScheenKolonusook niet bedenkelijk, dat de Oceaan zig verder, als hondert en zeventig graden lengte, zou uitstrekken, zonder eenig vast Land tusschen beide. Terwijl hy dit dus aanmerkte en overdagte, gebeurde het, dat zekerAlfonso Sanchez de Huelva, uitSpanjenop deKanarische Eilandengewoon te handelen, door eene sware storm uit den Oosten belopen werd, en genootzaakt zig met zijn Schip aan weer en wind over te geven. Waar door hy, in agt-en-twintig dagen de hoogte der Zonne niet hebbende konnen peilen, gedreven werd aan een onbekende Kust, vol van Wilde Menschen. Van waar hy eindelijk, na veel gevaars en ellende, met nog maar vier of vijf van zeventien zijner Maats[8]overig, met zijn reddeloos Schip teMaderabinnen geraakte. Alwaar hy vanKolonusgeherbergt en heuschelijk onthaalt werd, maar weinig dagen daar na overleed, hebbende aan den zelven een nauwkeurig verhaal, nevens de ontworpe Pas-Kaarten van zijn ongelukkige togt, gegeven.Kolonus, hier door in zijne gissingen en in hope van de ondekking eener Nieuwe Wereld gesterkt, deed daar van opening aan den Raad vanGenua, met verzoek van onderstant tot deze onderneming, onder voorwaarde, van al, het geen, men zou opdoen, in handen van de Republijk te stellen. Maar dit voorstel werd, als beuzelagtig, van den Raad verworpen, en door den Broeder vanKolonusaanHenrikde VII. Koning vanEngeland, en door hem zelven aanAlfonsusde V. Koning vanPortugaalinsgelijks te vergeefs voorgedragen. WeshalvenKolonuszig naar ’tSpaanscheHof begaf, om te zien, of hy hier niet gunstiger dienaangaande zou gehoort worden; gelijk hy dan ook, door toedoen van eenige voorname Hovelingen, aan den KoningFerdinanduswerd voorgesteld, in ’t jaar 1486. maar van den zelven niets kon verkrijgen, als na dat de Oorlog tegen de Mooren vanGrenadegelukkig ge-eindigt was. Wanneer men een besluit nam, de kans eens te wagen, en daar toe aanKolonusbyzettede, een groot Schip met twe Brigantijns, voorzien naar behoren, nevens een opschot van zestien duizend Dukaten, geleent van een Geheim-schrijver des Konings, wiens Schat-kist door de Oorlogen was uitgeput. Hier mede stakKolonusvanKadiksin zee, den 3. Augusty 1492., de koers nemende van deKanarienWest aan, en ondekte den 11. October des zelven jaars, als het eerste Land,Gunahamieen derLucayscheVoor-Eilanden vanAmerika, dat hyS. Salvadornoemde. Vervolgens deedKolonusop deze[9]togtKubaenHispaniolaop, en eenige van de zijne op deze nieuwe Wingewesten gelaten hebbende, om ze te bewaren, keerde hy zelf naarSpanjen, om aan den KoningFerdinandverslag te doen. Minlijk werd hy van den zelven ontfangen, en, tot Grande vanSpanjenverheven, in ’t volgende jaar 1493. voor de twede maal met een magtige Vloot afgevaardigt, om de nieuwe ondekkinge verder voort te zetten. ’t Geen dan ook, gelijk bekent is, vanKolonusop zijn overige togten, en vervolgens van vele anderen met voordeel is uitgevoert. Onder de zelve wordDe naam van Amerika waar die van afkomstig is.ook opgesteltAmerikus Vesputius,FlorentijnschEdelman 1497. insgelijks van denKastiliaanschenKoning (andere schrijven vanEmmanuëlKoning vanPortugaal) (Pis. Cluver. &c.) uitgezonden, en die de eere heeft datAmerikazijn naam draagt.Hoewel nu dit wijdlugtig Gedeelte des Aardbodems, van de Ouden niet gekent, doorKolonusaan de Wereld eerst ondekt is geworden; is hy evenwel, nogAlfonso Sanchez, die hem daar toe veel ligt gaf, de eerste geweest, dieAmerikagevonden heeft. Want men weet nu zeker, dat deze eer toekomt aan eenenMartinus Boheym, eenNeurenbergervan een aloudBoheemsgeslagt,Zwartsbachbygenaamt. Deze, een grote Wiskonstenaar, had een zonderlinge trek om vreemde Landen te bezoeken, en derhalven A. 1449. met een Schip vanAntwerpennaarPortugaalwillende reizen, wierd hy na deAzorischeofVlaamsche Eilandengedreven, en deed een der zelver, nuFayalgenoemt, aan. Van daar waagde hy zig met zijn Schip dieper in zee naar ’t Westen, en ondekte dus het vaste Land vanAmerika, van deze zijne kours en van de Plaats, waar hy inAmerikaaangeland was, twe Land-kaarten opstellende, waar van hy inPortugaalwedergekeert, de eene vereerde aan[10]KoningJanden eersten, brengende de andere Kaart teNeurenbergte huis, alwaar hy nog te zien is, en in de Familie derBoheymsals een grote Rariteit en Antiquiteit bewaart word. Deze zelveMartinus Boheymword in de Historien ook geroemt, als de voornaamste uitvinder van het Astrolabium, dat voor de zee-varende van zo groten dienst is.Wat aangaat het verhaal van eenenEngelsman Madok, zoon vanGwynethofGainech, Broeder van eenenDavidPrins vanWalles, die in ’t jaar 1170.FloridaenKanadareets zou ondekt en aangedaan hebben, ’t zelve is ongetwijffelt verziert: dewijl zonder gebruik van ’t Kompas 1302. of 1303. eerst uitgevondenAmerikaonmogelijk bereikt worden.Waar Amerika aangrenst.Amerikagrenst tegens ’t Noorden aan deGroenlandscheofYs zee, de zee engte of Straat vanHudzon, en deChristiaan zee; tegens ’t Westen aanMare Pacificumof deVreedzame zee; tegens ’t Zuiden aan deMagellanische Straat; tegens ’t Oosten aan deAtlantische zeeofMare del Nort; welkeAmerikaafzondert van ’t oude vaste Land, waar van ’t aflegt 1000. of 1200. mijlen, meer of min, na de gelegentheid der Plaatzen. De uitgestrektheid van ’t Zuiden na ’t Noorden, van den 54. graad 20. minuten der Zuider-breedte, van deMagellanische Straat, tot den 63. graad der Noorder-breedte, tot aan de StraatHudzon, bedraagt omtrent 2347. mijlen; en van ’t Westen na ’t Oosten, van den 241. graad tegensAngubela del Gato, tot den 348. graad, tegens de hoekRio GrandeinBrazil; de breedte is wegens de ontelbare menigte der gewesten zo verschillende, dat men de grote daar van niet wel Beschrijven kan.Zuider-Amerika.Eer ik overga tot de Beschrijvinge van deKaribaanscheKust, dunkt het my nootzakelijk te wezen een weinig van ’tZuider-Amerikaop te halen, aan[11]wiens Kust de Land-streek vast is:Amerika’t Zuider-gedeelte werd door een Land-engte van weinig mijlen van ’t Noorder-gedeelte afgescheiden: Ten Westen is het Landschap of RijkPeru, vermaard wegens ’t aldaar zijnde Goud, de Hooft stadLima, is de Hof-plaats van denSpaanschenOnder-koningover geheelZuider-Amerika; ten Zuiden vanPeruis ’t LandschapChili; ten Zuiden vanChiliis het woeste LandMagellanaenStraatvan dien naam; ten Noorden en Noord-oosten vanMagellana, en ten Oosten vanChili, legt het LandschapParaguay; ten Noorden vanParaguay, en ten Oosten vanPeru, legt het onbekende LandschapAmazone; ten Oosten vanAmazone, en ten Noord-oosten vanParaguay, legt het LandschapBrazilia; ten Noord-westen vanBrazilia, en ten Noorden vanAmazone, legt de Land-streekKaribanaofGuajana; ten Noorden vanAmazoneenPeru, leggen de Landschappen vanPapyan,Cartagena,Nieuw-AndalusiaenTerra Firma: Dit is alzo een korte Beschrijvinge, voor de gene die geen goed begrijp, vanAmerikaen deKaribaanscheKusten hebben; en zullen nu eerst handelen van de Natuurlijke Gesteltheid dier Kust.[12]
BESCHRYVINGEVan de Volk-PlantingeZURINAME,COMMAWYNE, COTTECA,en PIERICA of COTTERA.I. HOOFT-DEEL.Nauwkeurig onderzoek van de eerste Ondekkinge van Amerika, en des zelfs aangelegene Landen.
HInleiding.oewel uit de gedenk-schriften der voorlede tijden genoegzaam wereldkundig is, dat verscheide Volkeren reets vele euwen herwaarts zig als om strijd in de zee-vaart ge-oeffent hebben; blijkt het egter ook niet minder klaar uit de zelve Historien, dat de Ouden, zelfs op hunne vermaardste togten, in ruime zee nauwlijks buiten ’t gezigt der stranden durfden steevenen, en doorgaans de aan-een-hangende Kusten maar zorgvuldig volgden; ten zy ze, of[2]uit eige bevinding, of uit mede gedeelde waarnemingen van anderen, de gelegenheid der afgescheide Kusten kennende, ergens een korte en verzekerde overvaart konden doen. Wanneer zy dan zo verr’ in zee geraakt waren, dat ’er van hen geen land meer gezien kon worden, werd de kours by dag naar de op- en onder-gang der zonne, en ’s nagts naar de berugte gesternten van de grote en kleine Beergeregelt. Dog deze streekwijzers waren van geen dienst als by helder en bekwaam weer. Daar-en-tegen, met een benevelde en betrokke lugt door storm eerder overvallen, als ze een veilige haven konden bereiken, waren ze van alle kanten voor ’t woedende geweld der winden en zee-en, en alzo voor eene byna onvermijdelijke Schip-breuke blootgestelt. Te meer, naardien ’t gansche gestel hunner Vaar-tuigen op verre na zo bekwaam niet was, als dat van de Schepen, waar mede men nu ter tijd den Oceaan bouwt. ’t Was by ouds ook weinig in gebruik by tegen-wind de togt met laveren te vervorderen: en byGriekenenRomeineneene algemene gewoonte, de zee-vaart jaarlijks van den elfden November tot den tienden Maart te staken. Gedurende welken tijd men de zee wegens ’t gevaar der menigvuldige stormen als voor onbevaarbaar hield, halende daarom de Schepen op het droge, die men niet eerder, als in ’t begin der Lente, weder in ’t water liet lopen, om ’er een togt mede te doen. Daar-en-boven haddenOnkundigheid van de Ouden in de zee-vaart.zelfs de ervarenste Zee-luiden in die tijden zeer weinig of gene kennis van de gedaante der ver-afgelege Kusten, van de gesteltheid der gronden, van de verscheide bewegingen en veranderingen der zee-en, nog van de algemene passaat-winden, en van de zoo genaamde moussons, die onder den heten Hemel-kreits van de zee-varende nootzakelijk moeten waargenomen[3]worden. Waar uit ligtelijk af te nemen is, hoe gevaarlijk het eertijds geweest zy, midden over den woesten Oceaan, wiens uitgestrektheid men niet wist, Landen op te zoeken, dien toen geheel onbekent, of immers maar uit losse gissingen schijnen bekent geweest te zijn. Zo ’er evenwel ten dien tijde nog zulke stoute waaghalzen gevonden waren, die dusdanige togten met het uiterste gevaar hunner levens hadden ondernomen, zou het nogtans voor hen byna volkomen onmogelijk geweest zijn, zonder eene betere kennis van het Stuurmanschap en zonder een gestadige en wisse Streek-wijzer, deAmerikaanscheKusten, zo verr’ over den Oceaan gelegen, te bereiken.Want dat de Aspunt-wijzende eigenschap van den Magneet-steen, en van den daar-aan-gestreke Kompas-naald, waar door nu ter tijd het Noorden en Zuiden, en alzo alle andere streken op alle tijden en plaatzen gevonden worden, aan de Ouden reets bekent zouden geweest zijn, en dat zelfs deKartaginenzersop hunne zee-togten ’t Kompas zouden gebruikt hebben word zonder grond te vergeefs beweert.In wat tijd het Kompas zou uitgevonden zijn.Men vind hier van nergens het minste gewag in de Schriften der Ouden, die nogtans de andere eigenschap van de Zeil-steen, te weten, de zo genoemde aanhaling van het Yzer zo zeer geroemt hebben, en daarze zo nauwkeurig waren, in alles aan te tekenen, wat in de natuur wonderlijk, en voor de menschelijke zamenleving van eene zonderlinge nuttigheid was; hoedanig zekerlijk de Aspuntige kragt des Magneets, en ’t gebruik van het Kompas, beide in de dertien-honderste of ’t begin der veertien-honderste euw eerst uitgevonden, met regt verdienen ge-agt te worden.Hoeverr’ de Ouden eenige kusten bekent zijn geweest.Men heeft ook gene reden om te twijfelen, of de[4]Ouden, zo ze van deze uitvindingen der latere tijden kennis hadden gehad, zouden hunne ondekkingen verder hebben voortgezet, en ons de gedagtenis daar van wel met eenige zekerheid hebben overgelevert. Daar nu uit de verhalen hunner togten op den Oceaan blijkt, datze, denHellespontof de Straat vanGibralteruitgevaren, ten Noorden de vaste Kust vanEuropa, maar tot aanNoorwegenhebben ondekt, nevens de Eilanden langs deze streek leggende, van welkeTheulehet uiterste geweest is, in ’t om varen vanBrittanienalleen van verre gezien, en ge-agt te leggen op den drie-en-zestigsten graad der breedte; dat derhalven alzo geen ander schijnt geweest te zijn alsHitlandof het EilandFero. Ten Zuiden van denHellespontheeft men by ouds op den Oceaan insgelijks alleen de zoom derAfrikaanscheKust gevolgt, meest maar tot aan het kleinste of voorste gebergte vanAtlas. Waarom het als een helde-daad werd aangemerkt en geroemt, dat deKartaginenzer HannovanKadiksaf tot aan het einde vanArabien, geheelAfrikaomgevaren heeft. Het geen, volgens verhaal vanHerodotus, ook eens uitgevoert van eenigeFeniciers, die; uitgezonden van denEgyptischenKoningNekus, en uit deRode Zeein den Oceaan stekende, langs de stranden vanAfrika, na twe jaren zukkelens, by de Pilaren vanHerkules, of in de Straat vanGibralteraankwamen, en door de zelve naarEgyptenwederkeerden. De History van eenenEudoxus, die de zelve togt zou gedaan hebben, is reets vanStrabo, als een beuzelagtig verdigtzel, verworpen.De uiterste ondekkingen, door gemeldeFeniciersenKartaginenzersten Westen vanAfrikagedaan, zijn geweest dePurper Eilanden, nuMaderaenPorto Santo; deGelukkige Eilanden, nu de overigeKanarische;Cernenu waarschijnlijk ’t EilandArguin; en eindelijk[5]deGorgadischeenHesperischenu deZoute Eilanden, voorKabo Verdeverspreid. De berigten, die de Ouden ons van deze Kusten hebben nagelaten, zijn zo gering, zo onzeker, en met zo vele verzieringen doormengelt, dat daar uit wel te zien is; datze de zelve meest maar van verre bezigt hebben, of slegts door gerugt daar van iets gehoort.Dewijl het derhalven blijkt, dat deze Landen aan de Ouden reets bekent, van hen zo weinig bezogt zijn, is het dies te minder gelooflijk, dat ze de overvaart naarAmerikaongelijk moeilijker en gevaarlijk ooit voorbedagtelijk ondernomen hebben.In de oude Aard-beschrijvingen en Historien is ook nergens eenige zekere kondschap te vinden van die wijdlustige en vrugtbare Gewesten, die in de vijftien honderste euw, als geheel onbekende van onzeEuropëerseerst zijn opgedaan, en door de naam vanAmerikaonderscheiden, van de drie andere van ouds alleen bekende Hoofd-Delen des bewoonden Aardbodems. En hoewel de Ouden, hier en daar in hunne Schriften van grote en verr’ over den Oceaan gelege Landen gewagende, vanAmerikaniet geheel onkundig schijnen geweest te zijn; is egter al wat zy daar van melden zonder grond, en steunt maar op nagelatene gissingen en onzekere waarschijnlijkheid, waarby de vrugtbare inbeelding vele herssen-schilderien gevoegt heeft. Hoedanig een onder andere is, de Beschrijving, die de FilosoofPlatogeeft van een EilandAtlantis, eertijds in denAtlantischen OceaanWest-waarts niet verr’ buiten de Zuilen vanHerkulesgelegen, en zelfs groter alsAsienenAfrikate zamen, maar door eene aard-beving en swaar onweer overstroomt, verzonken, en geheel verdweenen in den gemelden Oceaan, die wegens slijk en modder van dit verdronken Eiland volkomen onvaarbaar geworden[6]was.DiodorusdeSicilaanverhaalt byna het zelve, behalven dat hyAtlantismet deKanarische Eilandenschijnt te vermengen. Dog dewijl dit Land ten tijde vanPlatoreets niet meer in wezen was, daarAmerikanog geheel overig is, en door gene bezondere aard-bevingen of water-vloeden ooit verzonken, zal ’t de moeite niet weerdig zijn, omstandiger aan te tonen, dat dit een louter verdigtzel is, van velen te onregt als een zeker berigt vanAmerikabygebragt. Men ziet evenwel in de Schriften vanAristoteles,Elianusen anderen, dat de Schranderste der oude Natuurkundigen, uit de ronde gedaante des Aardkloots, aan hen genoeg bekent, wel vermoededen, dat ’er, behalvenEuropa,AsienenAfrika, nog andere grote onbekende Landen over den Oceaan lagen: waar aan men te minder twijfelde, na dat deKanarische Eilandenondekt waren. Dog dit vermoeden was zonder zekerheid, en bewijst niet, datAmerikaoud-tijds, anders als by gissing, bekent geweest is. Niet te min dunkt zommige, dat ze de ondekking dezer Nieuwe Wereld klaar voorzeid vinden van den DigterSenekain het Treur-spel vanMedea, met de woorden, die op dezen zin uitkomen:Het staat nog eens in latere tijden te gebeuren, dat de Oceaan de Wereld niet langer zo nauw insluite, en dat ’er een groot Land te voorschijn kome, wanneer de Stuurman Nieuwe Werelden zal ondekken, en Theule niet meer het uiterste der Aarde zijn.Hoe men dit ook opAmerikapasse, en door des zelfs ondekking vervult agte; blijft het volkomen zeker, dat deze voorzegging vanSenekamaar alleen gegront is op de onzekere onderstelling der Oude Wereld-Wijzen: en dat hier met eene vryheid aan de Digtkunde eigen, ’t waarschijnlijke voor waar word opgedischt. Wy besluiten derhalven uit al het bovengemelde, dat de[7]Ouden niet zekers vanAmerikageweten hebben, dat het zelfs onmogelijk voor hen was die Kusten te bereiken, zo ze immer de roekeloosheid gehad hadden van zulks te ondernemen; en dat het daarom onbetwistbaar kan vast gestelt worden, dat dit groot Wereld-Deel in deze naast voorgaande euwen eerst ondekt is.De eerste ondekkinge van Amerika aan wie dat toegeschreven werd.De eere van deze eerste ondekking vanAmerikaword doorgaans gegeven aanKristoffel Kolonus(verkeerdelijkKolumbusgenoemt) eenes Visschers zone, geboren in het arm DorpArbizolo, onder het gebied vanGenuaniet verr’ vanSavona. DezeKolonusvan kindsbeen af een zee-man en zeer ervaren in de Wiskonst, verhuisde uitItalienmet zijn Vader, die zig opTenariffaneerzettede, gelijk hy opMadera. Alhier maakte hy Pas Kaarten voor, die langs de Kust vanAfrikavoeren, en nam ondertusschen waar, dat ’er buiten de Straat vanGibralterop gezette tijden Westelijke winden waaiden, vermoedende, dat de zelve van eenige nog onbekende Landen kwamen; die men, als eene Nieuwe Wereld, met ’er tijd zou konnen ondekken. ’t ScheenKolonusook niet bedenkelijk, dat de Oceaan zig verder, als hondert en zeventig graden lengte, zou uitstrekken, zonder eenig vast Land tusschen beide. Terwijl hy dit dus aanmerkte en overdagte, gebeurde het, dat zekerAlfonso Sanchez de Huelva, uitSpanjenop deKanarische Eilandengewoon te handelen, door eene sware storm uit den Oosten belopen werd, en genootzaakt zig met zijn Schip aan weer en wind over te geven. Waar door hy, in agt-en-twintig dagen de hoogte der Zonne niet hebbende konnen peilen, gedreven werd aan een onbekende Kust, vol van Wilde Menschen. Van waar hy eindelijk, na veel gevaars en ellende, met nog maar vier of vijf van zeventien zijner Maats[8]overig, met zijn reddeloos Schip teMaderabinnen geraakte. Alwaar hy vanKolonusgeherbergt en heuschelijk onthaalt werd, maar weinig dagen daar na overleed, hebbende aan den zelven een nauwkeurig verhaal, nevens de ontworpe Pas-Kaarten van zijn ongelukkige togt, gegeven.Kolonus, hier door in zijne gissingen en in hope van de ondekking eener Nieuwe Wereld gesterkt, deed daar van opening aan den Raad vanGenua, met verzoek van onderstant tot deze onderneming, onder voorwaarde, van al, het geen, men zou opdoen, in handen van de Republijk te stellen. Maar dit voorstel werd, als beuzelagtig, van den Raad verworpen, en door den Broeder vanKolonusaanHenrikde VII. Koning vanEngeland, en door hem zelven aanAlfonsusde V. Koning vanPortugaalinsgelijks te vergeefs voorgedragen. WeshalvenKolonuszig naar ’tSpaanscheHof begaf, om te zien, of hy hier niet gunstiger dienaangaande zou gehoort worden; gelijk hy dan ook, door toedoen van eenige voorname Hovelingen, aan den KoningFerdinanduswerd voorgesteld, in ’t jaar 1486. maar van den zelven niets kon verkrijgen, als na dat de Oorlog tegen de Mooren vanGrenadegelukkig ge-eindigt was. Wanneer men een besluit nam, de kans eens te wagen, en daar toe aanKolonusbyzettede, een groot Schip met twe Brigantijns, voorzien naar behoren, nevens een opschot van zestien duizend Dukaten, geleent van een Geheim-schrijver des Konings, wiens Schat-kist door de Oorlogen was uitgeput. Hier mede stakKolonusvanKadiksin zee, den 3. Augusty 1492., de koers nemende van deKanarienWest aan, en ondekte den 11. October des zelven jaars, als het eerste Land,Gunahamieen derLucayscheVoor-Eilanden vanAmerika, dat hyS. Salvadornoemde. Vervolgens deedKolonusop deze[9]togtKubaenHispaniolaop, en eenige van de zijne op deze nieuwe Wingewesten gelaten hebbende, om ze te bewaren, keerde hy zelf naarSpanjen, om aan den KoningFerdinandverslag te doen. Minlijk werd hy van den zelven ontfangen, en, tot Grande vanSpanjenverheven, in ’t volgende jaar 1493. voor de twede maal met een magtige Vloot afgevaardigt, om de nieuwe ondekkinge verder voort te zetten. ’t Geen dan ook, gelijk bekent is, vanKolonusop zijn overige togten, en vervolgens van vele anderen met voordeel is uitgevoert. Onder de zelve wordDe naam van Amerika waar die van afkomstig is.ook opgesteltAmerikus Vesputius,FlorentijnschEdelman 1497. insgelijks van denKastiliaanschenKoning (andere schrijven vanEmmanuëlKoning vanPortugaal) (Pis. Cluver. &c.) uitgezonden, en die de eere heeft datAmerikazijn naam draagt.Hoewel nu dit wijdlugtig Gedeelte des Aardbodems, van de Ouden niet gekent, doorKolonusaan de Wereld eerst ondekt is geworden; is hy evenwel, nogAlfonso Sanchez, die hem daar toe veel ligt gaf, de eerste geweest, dieAmerikagevonden heeft. Want men weet nu zeker, dat deze eer toekomt aan eenenMartinus Boheym, eenNeurenbergervan een aloudBoheemsgeslagt,Zwartsbachbygenaamt. Deze, een grote Wiskonstenaar, had een zonderlinge trek om vreemde Landen te bezoeken, en derhalven A. 1449. met een Schip vanAntwerpennaarPortugaalwillende reizen, wierd hy na deAzorischeofVlaamsche Eilandengedreven, en deed een der zelver, nuFayalgenoemt, aan. Van daar waagde hy zig met zijn Schip dieper in zee naar ’t Westen, en ondekte dus het vaste Land vanAmerika, van deze zijne kours en van de Plaats, waar hy inAmerikaaangeland was, twe Land-kaarten opstellende, waar van hy inPortugaalwedergekeert, de eene vereerde aan[10]KoningJanden eersten, brengende de andere Kaart teNeurenbergte huis, alwaar hy nog te zien is, en in de Familie derBoheymsals een grote Rariteit en Antiquiteit bewaart word. Deze zelveMartinus Boheymword in de Historien ook geroemt, als de voornaamste uitvinder van het Astrolabium, dat voor de zee-varende van zo groten dienst is.Wat aangaat het verhaal van eenenEngelsman Madok, zoon vanGwynethofGainech, Broeder van eenenDavidPrins vanWalles, die in ’t jaar 1170.FloridaenKanadareets zou ondekt en aangedaan hebben, ’t zelve is ongetwijffelt verziert: dewijl zonder gebruik van ’t Kompas 1302. of 1303. eerst uitgevondenAmerikaonmogelijk bereikt worden.Waar Amerika aangrenst.Amerikagrenst tegens ’t Noorden aan deGroenlandscheofYs zee, de zee engte of Straat vanHudzon, en deChristiaan zee; tegens ’t Westen aanMare Pacificumof deVreedzame zee; tegens ’t Zuiden aan deMagellanische Straat; tegens ’t Oosten aan deAtlantische zeeofMare del Nort; welkeAmerikaafzondert van ’t oude vaste Land, waar van ’t aflegt 1000. of 1200. mijlen, meer of min, na de gelegentheid der Plaatzen. De uitgestrektheid van ’t Zuiden na ’t Noorden, van den 54. graad 20. minuten der Zuider-breedte, van deMagellanische Straat, tot den 63. graad der Noorder-breedte, tot aan de StraatHudzon, bedraagt omtrent 2347. mijlen; en van ’t Westen na ’t Oosten, van den 241. graad tegensAngubela del Gato, tot den 348. graad, tegens de hoekRio GrandeinBrazil; de breedte is wegens de ontelbare menigte der gewesten zo verschillende, dat men de grote daar van niet wel Beschrijven kan.Zuider-Amerika.Eer ik overga tot de Beschrijvinge van deKaribaanscheKust, dunkt het my nootzakelijk te wezen een weinig van ’tZuider-Amerikaop te halen, aan[11]wiens Kust de Land-streek vast is:Amerika’t Zuider-gedeelte werd door een Land-engte van weinig mijlen van ’t Noorder-gedeelte afgescheiden: Ten Westen is het Landschap of RijkPeru, vermaard wegens ’t aldaar zijnde Goud, de Hooft stadLima, is de Hof-plaats van denSpaanschenOnder-koningover geheelZuider-Amerika; ten Zuiden vanPeruis ’t LandschapChili; ten Zuiden vanChiliis het woeste LandMagellanaenStraatvan dien naam; ten Noorden en Noord-oosten vanMagellana, en ten Oosten vanChili, legt het LandschapParaguay; ten Noorden vanParaguay, en ten Oosten vanPeru, legt het onbekende LandschapAmazone; ten Oosten vanAmazone, en ten Noord-oosten vanParaguay, legt het LandschapBrazilia; ten Noord-westen vanBrazilia, en ten Noorden vanAmazone, legt de Land-streekKaribanaofGuajana; ten Noorden vanAmazoneenPeru, leggen de Landschappen vanPapyan,Cartagena,Nieuw-AndalusiaenTerra Firma: Dit is alzo een korte Beschrijvinge, voor de gene die geen goed begrijp, vanAmerikaen deKaribaanscheKusten hebben; en zullen nu eerst handelen van de Natuurlijke Gesteltheid dier Kust.[12]
H
Inleiding.oewel uit de gedenk-schriften der voorlede tijden genoegzaam wereldkundig is, dat verscheide Volkeren reets vele euwen herwaarts zig als om strijd in de zee-vaart ge-oeffent hebben; blijkt het egter ook niet minder klaar uit de zelve Historien, dat de Ouden, zelfs op hunne vermaardste togten, in ruime zee nauwlijks buiten ’t gezigt der stranden durfden steevenen, en doorgaans de aan-een-hangende Kusten maar zorgvuldig volgden; ten zy ze, of[2]uit eige bevinding, of uit mede gedeelde waarnemingen van anderen, de gelegenheid der afgescheide Kusten kennende, ergens een korte en verzekerde overvaart konden doen. Wanneer zy dan zo verr’ in zee geraakt waren, dat ’er van hen geen land meer gezien kon worden, werd de kours by dag naar de op- en onder-gang der zonne, en ’s nagts naar de berugte gesternten van de grote en kleine Beergeregelt. Dog deze streekwijzers waren van geen dienst als by helder en bekwaam weer. Daar-en-tegen, met een benevelde en betrokke lugt door storm eerder overvallen, als ze een veilige haven konden bereiken, waren ze van alle kanten voor ’t woedende geweld der winden en zee-en, en alzo voor eene byna onvermijdelijke Schip-breuke blootgestelt. Te meer, naardien ’t gansche gestel hunner Vaar-tuigen op verre na zo bekwaam niet was, als dat van de Schepen, waar mede men nu ter tijd den Oceaan bouwt. ’t Was by ouds ook weinig in gebruik by tegen-wind de togt met laveren te vervorderen: en byGriekenenRomeineneene algemene gewoonte, de zee-vaart jaarlijks van den elfden November tot den tienden Maart te staken. Gedurende welken tijd men de zee wegens ’t gevaar der menigvuldige stormen als voor onbevaarbaar hield, halende daarom de Schepen op het droge, die men niet eerder, als in ’t begin der Lente, weder in ’t water liet lopen, om ’er een togt mede te doen. Daar-en-boven haddenOnkundigheid van de Ouden in de zee-vaart.zelfs de ervarenste Zee-luiden in die tijden zeer weinig of gene kennis van de gedaante der ver-afgelege Kusten, van de gesteltheid der gronden, van de verscheide bewegingen en veranderingen der zee-en, nog van de algemene passaat-winden, en van de zoo genaamde moussons, die onder den heten Hemel-kreits van de zee-varende nootzakelijk moeten waargenomen[3]worden. Waar uit ligtelijk af te nemen is, hoe gevaarlijk het eertijds geweest zy, midden over den woesten Oceaan, wiens uitgestrektheid men niet wist, Landen op te zoeken, dien toen geheel onbekent, of immers maar uit losse gissingen schijnen bekent geweest te zijn. Zo ’er evenwel ten dien tijde nog zulke stoute waaghalzen gevonden waren, die dusdanige togten met het uiterste gevaar hunner levens hadden ondernomen, zou het nogtans voor hen byna volkomen onmogelijk geweest zijn, zonder eene betere kennis van het Stuurmanschap en zonder een gestadige en wisse Streek-wijzer, deAmerikaanscheKusten, zo verr’ over den Oceaan gelegen, te bereiken.
Want dat de Aspunt-wijzende eigenschap van den Magneet-steen, en van den daar-aan-gestreke Kompas-naald, waar door nu ter tijd het Noorden en Zuiden, en alzo alle andere streken op alle tijden en plaatzen gevonden worden, aan de Ouden reets bekent zouden geweest zijn, en dat zelfs deKartaginenzersop hunne zee-togten ’t Kompas zouden gebruikt hebben word zonder grond te vergeefs beweert.
In wat tijd het Kompas zou uitgevonden zijn.Men vind hier van nergens het minste gewag in de Schriften der Ouden, die nogtans de andere eigenschap van de Zeil-steen, te weten, de zo genoemde aanhaling van het Yzer zo zeer geroemt hebben, en daarze zo nauwkeurig waren, in alles aan te tekenen, wat in de natuur wonderlijk, en voor de menschelijke zamenleving van eene zonderlinge nuttigheid was; hoedanig zekerlijk de Aspuntige kragt des Magneets, en ’t gebruik van het Kompas, beide in de dertien-honderste of ’t begin der veertien-honderste euw eerst uitgevonden, met regt verdienen ge-agt te worden.
Hoeverr’ de Ouden eenige kusten bekent zijn geweest.Men heeft ook gene reden om te twijfelen, of de[4]Ouden, zo ze van deze uitvindingen der latere tijden kennis hadden gehad, zouden hunne ondekkingen verder hebben voortgezet, en ons de gedagtenis daar van wel met eenige zekerheid hebben overgelevert. Daar nu uit de verhalen hunner togten op den Oceaan blijkt, datze, denHellespontof de Straat vanGibralteruitgevaren, ten Noorden de vaste Kust vanEuropa, maar tot aanNoorwegenhebben ondekt, nevens de Eilanden langs deze streek leggende, van welkeTheulehet uiterste geweest is, in ’t om varen vanBrittanienalleen van verre gezien, en ge-agt te leggen op den drie-en-zestigsten graad der breedte; dat derhalven alzo geen ander schijnt geweest te zijn alsHitlandof het EilandFero. Ten Zuiden van denHellespontheeft men by ouds op den Oceaan insgelijks alleen de zoom derAfrikaanscheKust gevolgt, meest maar tot aan het kleinste of voorste gebergte vanAtlas. Waarom het als een helde-daad werd aangemerkt en geroemt, dat deKartaginenzer HannovanKadiksaf tot aan het einde vanArabien, geheelAfrikaomgevaren heeft. Het geen, volgens verhaal vanHerodotus, ook eens uitgevoert van eenigeFeniciers, die; uitgezonden van denEgyptischenKoningNekus, en uit deRode Zeein den Oceaan stekende, langs de stranden vanAfrika, na twe jaren zukkelens, by de Pilaren vanHerkules, of in de Straat vanGibralteraankwamen, en door de zelve naarEgyptenwederkeerden. De History van eenenEudoxus, die de zelve togt zou gedaan hebben, is reets vanStrabo, als een beuzelagtig verdigtzel, verworpen.
De uiterste ondekkingen, door gemeldeFeniciersenKartaginenzersten Westen vanAfrikagedaan, zijn geweest dePurper Eilanden, nuMaderaenPorto Santo; deGelukkige Eilanden, nu de overigeKanarische;Cernenu waarschijnlijk ’t EilandArguin; en eindelijk[5]deGorgadischeenHesperischenu deZoute Eilanden, voorKabo Verdeverspreid. De berigten, die de Ouden ons van deze Kusten hebben nagelaten, zijn zo gering, zo onzeker, en met zo vele verzieringen doormengelt, dat daar uit wel te zien is; datze de zelve meest maar van verre bezigt hebben, of slegts door gerugt daar van iets gehoort.
Dewijl het derhalven blijkt, dat deze Landen aan de Ouden reets bekent, van hen zo weinig bezogt zijn, is het dies te minder gelooflijk, dat ze de overvaart naarAmerikaongelijk moeilijker en gevaarlijk ooit voorbedagtelijk ondernomen hebben.
In de oude Aard-beschrijvingen en Historien is ook nergens eenige zekere kondschap te vinden van die wijdlustige en vrugtbare Gewesten, die in de vijftien honderste euw, als geheel onbekende van onzeEuropëerseerst zijn opgedaan, en door de naam vanAmerikaonderscheiden, van de drie andere van ouds alleen bekende Hoofd-Delen des bewoonden Aardbodems. En hoewel de Ouden, hier en daar in hunne Schriften van grote en verr’ over den Oceaan gelege Landen gewagende, vanAmerikaniet geheel onkundig schijnen geweest te zijn; is egter al wat zy daar van melden zonder grond, en steunt maar op nagelatene gissingen en onzekere waarschijnlijkheid, waarby de vrugtbare inbeelding vele herssen-schilderien gevoegt heeft. Hoedanig een onder andere is, de Beschrijving, die de FilosoofPlatogeeft van een EilandAtlantis, eertijds in denAtlantischen OceaanWest-waarts niet verr’ buiten de Zuilen vanHerkulesgelegen, en zelfs groter alsAsienenAfrikate zamen, maar door eene aard-beving en swaar onweer overstroomt, verzonken, en geheel verdweenen in den gemelden Oceaan, die wegens slijk en modder van dit verdronken Eiland volkomen onvaarbaar geworden[6]was.DiodorusdeSicilaanverhaalt byna het zelve, behalven dat hyAtlantismet deKanarische Eilandenschijnt te vermengen. Dog dewijl dit Land ten tijde vanPlatoreets niet meer in wezen was, daarAmerikanog geheel overig is, en door gene bezondere aard-bevingen of water-vloeden ooit verzonken, zal ’t de moeite niet weerdig zijn, omstandiger aan te tonen, dat dit een louter verdigtzel is, van velen te onregt als een zeker berigt vanAmerikabygebragt. Men ziet evenwel in de Schriften vanAristoteles,Elianusen anderen, dat de Schranderste der oude Natuurkundigen, uit de ronde gedaante des Aardkloots, aan hen genoeg bekent, wel vermoededen, dat ’er, behalvenEuropa,AsienenAfrika, nog andere grote onbekende Landen over den Oceaan lagen: waar aan men te minder twijfelde, na dat deKanarische Eilandenondekt waren. Dog dit vermoeden was zonder zekerheid, en bewijst niet, datAmerikaoud-tijds, anders als by gissing, bekent geweest is. Niet te min dunkt zommige, dat ze de ondekking dezer Nieuwe Wereld klaar voorzeid vinden van den DigterSenekain het Treur-spel vanMedea, met de woorden, die op dezen zin uitkomen:Het staat nog eens in latere tijden te gebeuren, dat de Oceaan de Wereld niet langer zo nauw insluite, en dat ’er een groot Land te voorschijn kome, wanneer de Stuurman Nieuwe Werelden zal ondekken, en Theule niet meer het uiterste der Aarde zijn.Hoe men dit ook opAmerikapasse, en door des zelfs ondekking vervult agte; blijft het volkomen zeker, dat deze voorzegging vanSenekamaar alleen gegront is op de onzekere onderstelling der Oude Wereld-Wijzen: en dat hier met eene vryheid aan de Digtkunde eigen, ’t waarschijnlijke voor waar word opgedischt. Wy besluiten derhalven uit al het bovengemelde, dat de[7]Ouden niet zekers vanAmerikageweten hebben, dat het zelfs onmogelijk voor hen was die Kusten te bereiken, zo ze immer de roekeloosheid gehad hadden van zulks te ondernemen; en dat het daarom onbetwistbaar kan vast gestelt worden, dat dit groot Wereld-Deel in deze naast voorgaande euwen eerst ondekt is.
De eerste ondekkinge van Amerika aan wie dat toegeschreven werd.De eere van deze eerste ondekking vanAmerikaword doorgaans gegeven aanKristoffel Kolonus(verkeerdelijkKolumbusgenoemt) eenes Visschers zone, geboren in het arm DorpArbizolo, onder het gebied vanGenuaniet verr’ vanSavona. DezeKolonusvan kindsbeen af een zee-man en zeer ervaren in de Wiskonst, verhuisde uitItalienmet zijn Vader, die zig opTenariffaneerzettede, gelijk hy opMadera. Alhier maakte hy Pas Kaarten voor, die langs de Kust vanAfrikavoeren, en nam ondertusschen waar, dat ’er buiten de Straat vanGibralterop gezette tijden Westelijke winden waaiden, vermoedende, dat de zelve van eenige nog onbekende Landen kwamen; die men, als eene Nieuwe Wereld, met ’er tijd zou konnen ondekken. ’t ScheenKolonusook niet bedenkelijk, dat de Oceaan zig verder, als hondert en zeventig graden lengte, zou uitstrekken, zonder eenig vast Land tusschen beide. Terwijl hy dit dus aanmerkte en overdagte, gebeurde het, dat zekerAlfonso Sanchez de Huelva, uitSpanjenop deKanarische Eilandengewoon te handelen, door eene sware storm uit den Oosten belopen werd, en genootzaakt zig met zijn Schip aan weer en wind over te geven. Waar door hy, in agt-en-twintig dagen de hoogte der Zonne niet hebbende konnen peilen, gedreven werd aan een onbekende Kust, vol van Wilde Menschen. Van waar hy eindelijk, na veel gevaars en ellende, met nog maar vier of vijf van zeventien zijner Maats[8]overig, met zijn reddeloos Schip teMaderabinnen geraakte. Alwaar hy vanKolonusgeherbergt en heuschelijk onthaalt werd, maar weinig dagen daar na overleed, hebbende aan den zelven een nauwkeurig verhaal, nevens de ontworpe Pas-Kaarten van zijn ongelukkige togt, gegeven.Kolonus, hier door in zijne gissingen en in hope van de ondekking eener Nieuwe Wereld gesterkt, deed daar van opening aan den Raad vanGenua, met verzoek van onderstant tot deze onderneming, onder voorwaarde, van al, het geen, men zou opdoen, in handen van de Republijk te stellen. Maar dit voorstel werd, als beuzelagtig, van den Raad verworpen, en door den Broeder vanKolonusaanHenrikde VII. Koning vanEngeland, en door hem zelven aanAlfonsusde V. Koning vanPortugaalinsgelijks te vergeefs voorgedragen. WeshalvenKolonuszig naar ’tSpaanscheHof begaf, om te zien, of hy hier niet gunstiger dienaangaande zou gehoort worden; gelijk hy dan ook, door toedoen van eenige voorname Hovelingen, aan den KoningFerdinanduswerd voorgesteld, in ’t jaar 1486. maar van den zelven niets kon verkrijgen, als na dat de Oorlog tegen de Mooren vanGrenadegelukkig ge-eindigt was. Wanneer men een besluit nam, de kans eens te wagen, en daar toe aanKolonusbyzettede, een groot Schip met twe Brigantijns, voorzien naar behoren, nevens een opschot van zestien duizend Dukaten, geleent van een Geheim-schrijver des Konings, wiens Schat-kist door de Oorlogen was uitgeput. Hier mede stakKolonusvanKadiksin zee, den 3. Augusty 1492., de koers nemende van deKanarienWest aan, en ondekte den 11. October des zelven jaars, als het eerste Land,Gunahamieen derLucayscheVoor-Eilanden vanAmerika, dat hyS. Salvadornoemde. Vervolgens deedKolonusop deze[9]togtKubaenHispaniolaop, en eenige van de zijne op deze nieuwe Wingewesten gelaten hebbende, om ze te bewaren, keerde hy zelf naarSpanjen, om aan den KoningFerdinandverslag te doen. Minlijk werd hy van den zelven ontfangen, en, tot Grande vanSpanjenverheven, in ’t volgende jaar 1493. voor de twede maal met een magtige Vloot afgevaardigt, om de nieuwe ondekkinge verder voort te zetten. ’t Geen dan ook, gelijk bekent is, vanKolonusop zijn overige togten, en vervolgens van vele anderen met voordeel is uitgevoert. Onder de zelve wordDe naam van Amerika waar die van afkomstig is.ook opgesteltAmerikus Vesputius,FlorentijnschEdelman 1497. insgelijks van denKastiliaanschenKoning (andere schrijven vanEmmanuëlKoning vanPortugaal) (Pis. Cluver. &c.) uitgezonden, en die de eere heeft datAmerikazijn naam draagt.
Hoewel nu dit wijdlugtig Gedeelte des Aardbodems, van de Ouden niet gekent, doorKolonusaan de Wereld eerst ondekt is geworden; is hy evenwel, nogAlfonso Sanchez, die hem daar toe veel ligt gaf, de eerste geweest, dieAmerikagevonden heeft. Want men weet nu zeker, dat deze eer toekomt aan eenenMartinus Boheym, eenNeurenbergervan een aloudBoheemsgeslagt,Zwartsbachbygenaamt. Deze, een grote Wiskonstenaar, had een zonderlinge trek om vreemde Landen te bezoeken, en derhalven A. 1449. met een Schip vanAntwerpennaarPortugaalwillende reizen, wierd hy na deAzorischeofVlaamsche Eilandengedreven, en deed een der zelver, nuFayalgenoemt, aan. Van daar waagde hy zig met zijn Schip dieper in zee naar ’t Westen, en ondekte dus het vaste Land vanAmerika, van deze zijne kours en van de Plaats, waar hy inAmerikaaangeland was, twe Land-kaarten opstellende, waar van hy inPortugaalwedergekeert, de eene vereerde aan[10]KoningJanden eersten, brengende de andere Kaart teNeurenbergte huis, alwaar hy nog te zien is, en in de Familie derBoheymsals een grote Rariteit en Antiquiteit bewaart word. Deze zelveMartinus Boheymword in de Historien ook geroemt, als de voornaamste uitvinder van het Astrolabium, dat voor de zee-varende van zo groten dienst is.
Wat aangaat het verhaal van eenenEngelsman Madok, zoon vanGwynethofGainech, Broeder van eenenDavidPrins vanWalles, die in ’t jaar 1170.FloridaenKanadareets zou ondekt en aangedaan hebben, ’t zelve is ongetwijffelt verziert: dewijl zonder gebruik van ’t Kompas 1302. of 1303. eerst uitgevondenAmerikaonmogelijk bereikt worden.
Waar Amerika aangrenst.Amerikagrenst tegens ’t Noorden aan deGroenlandscheofYs zee, de zee engte of Straat vanHudzon, en deChristiaan zee; tegens ’t Westen aanMare Pacificumof deVreedzame zee; tegens ’t Zuiden aan deMagellanische Straat; tegens ’t Oosten aan deAtlantische zeeofMare del Nort; welkeAmerikaafzondert van ’t oude vaste Land, waar van ’t aflegt 1000. of 1200. mijlen, meer of min, na de gelegentheid der Plaatzen. De uitgestrektheid van ’t Zuiden na ’t Noorden, van den 54. graad 20. minuten der Zuider-breedte, van deMagellanische Straat, tot den 63. graad der Noorder-breedte, tot aan de StraatHudzon, bedraagt omtrent 2347. mijlen; en van ’t Westen na ’t Oosten, van den 241. graad tegensAngubela del Gato, tot den 348. graad, tegens de hoekRio GrandeinBrazil; de breedte is wegens de ontelbare menigte der gewesten zo verschillende, dat men de grote daar van niet wel Beschrijven kan.
Zuider-Amerika.Eer ik overga tot de Beschrijvinge van deKaribaanscheKust, dunkt het my nootzakelijk te wezen een weinig van ’tZuider-Amerikaop te halen, aan[11]wiens Kust de Land-streek vast is:Amerika’t Zuider-gedeelte werd door een Land-engte van weinig mijlen van ’t Noorder-gedeelte afgescheiden: Ten Westen is het Landschap of RijkPeru, vermaard wegens ’t aldaar zijnde Goud, de Hooft stadLima, is de Hof-plaats van denSpaanschenOnder-koningover geheelZuider-Amerika; ten Zuiden vanPeruis ’t LandschapChili; ten Zuiden vanChiliis het woeste LandMagellanaenStraatvan dien naam; ten Noorden en Noord-oosten vanMagellana, en ten Oosten vanChili, legt het LandschapParaguay; ten Noorden vanParaguay, en ten Oosten vanPeru, legt het onbekende LandschapAmazone; ten Oosten vanAmazone, en ten Noord-oosten vanParaguay, legt het LandschapBrazilia; ten Noord-westen vanBrazilia, en ten Noorden vanAmazone, legt de Land-streekKaribanaofGuajana; ten Noorden vanAmazoneenPeru, leggen de Landschappen vanPapyan,Cartagena,Nieuw-AndalusiaenTerra Firma: Dit is alzo een korte Beschrijvinge, voor de gene die geen goed begrijp, vanAmerikaen deKaribaanscheKusten hebben; en zullen nu eerst handelen van de Natuurlijke Gesteltheid dier Kust.[12]