The Project Gutenberg eBook ofBeschryvinge van de volk-plantinge Zuriname

The Project Gutenberg eBook ofBeschryvinge van de volk-plantinge ZurinameThis ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.Title: Beschryvinge van de volk-plantinge Zurinamevertonende de opkomst dier zelver colonie, de aanbouw en bewerkinge der zuiker-plantagien. Neffens den aard der eigene natuurlijke inwoonders of indianen; als ook de slaafsche Afrikaansche Mooren; deze beide natien haar levens- manieren, afgoden-dienst, regering, zeden, gewoonten en dagelijksche bezigheden. Mitsgaders een vertoog van de bosch-grond, water- en pluim-gediertens; de veel vuldige heerlijke vrugten, melk-agtige zappen, gommen, olyen, en de gehele gesteltheid van de Karaïbaansche kust.Author: active 18th century J. D. HerleinRelease date: June 9, 2024 [eBook #73800]Language: DutchOriginal publication: Leeuwarden: Meindert Injema, 1718Credits: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg (This file was produced from images generously made available by The Internet Archive/American Libraries.)*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK BESCHRYVINGE VAN DE VOLK-PLANTINGE ZURINAME ***

This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.

Title: Beschryvinge van de volk-plantinge Zurinamevertonende de opkomst dier zelver colonie, de aanbouw en bewerkinge der zuiker-plantagien. Neffens den aard der eigene natuurlijke inwoonders of indianen; als ook de slaafsche Afrikaansche Mooren; deze beide natien haar levens- manieren, afgoden-dienst, regering, zeden, gewoonten en dagelijksche bezigheden. Mitsgaders een vertoog van de bosch-grond, water- en pluim-gediertens; de veel vuldige heerlijke vrugten, melk-agtige zappen, gommen, olyen, en de gehele gesteltheid van de Karaïbaansche kust.Author: active 18th century J. D. HerleinRelease date: June 9, 2024 [eBook #73800]Language: DutchOriginal publication: Leeuwarden: Meindert Injema, 1718Credits: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg (This file was produced from images generously made available by The Internet Archive/American Libraries.)

Title: Beschryvinge van de volk-plantinge Zuriname

vertonende de opkomst dier zelver colonie, de aanbouw en bewerkinge der zuiker-plantagien. Neffens den aard der eigene natuurlijke inwoonders of indianen; als ook de slaafsche Afrikaansche Mooren; deze beide natien haar levens- manieren, afgoden-dienst, regering, zeden, gewoonten en dagelijksche bezigheden. Mitsgaders een vertoog van de bosch-grond, water- en pluim-gediertens; de veel vuldige heerlijke vrugten, melk-agtige zappen, gommen, olyen, en de gehele gesteltheid van de Karaïbaansche kust.

Author: active 18th century J. D. Herlein

Author: active 18th century J. D. Herlein

Release date: June 9, 2024 [eBook #73800]

Language: Dutch

Original publication: Leeuwarden: Meindert Injema, 1718

Credits: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg (This file was produced from images generously made available by The Internet Archive/American Libraries.)

*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK BESCHRYVINGE VAN DE VOLK-PLANTINGE ZURINAME ***

[Inhoud][Inhoud]Nauwkeurige BESCHRYVINGE VAN ZURINAMENauwkeurigeBESCHRYVINGEVANZURINAMETe Leeuwarden, ByMeindert Injema.[Inhoud]Oorspronkelijke titelpagina.BESCHRYVINGEVAN DEVOLK-PLANTINGEZURINAME:VERTONENDEDe Opkomst dier zelver Colonie, de Aanbouw en Bewerkingeder Zuiker-Plantagien. Neffens den aardder eigene natuurlijke Inwoonders of Indianen;als ook de Slaafsche Afrikaansche Mooren;deze beide Natiën haar Levens-manieren,Afgoden-dienst, Regering,Zeden, Gewoonten en dagelijkscheBezigheden.MITSGADERSEen vertoog van de Bosch-grond, Water- en Pluim-Gediertens;de veel vuldige heerlijke Vrugten, Melk-agtigeZappen, Gommen, Olyen, en de gehele gesteltheidvan de Karaïbaansche Kust.DOORJ. D. HL.Verrijkt met de Land-Kaart (daar de legginge der Plantagien worden aangewezen) en Kopere Platen.Den Tweden Druk.TeLEEUWARDEN,ByMEINDERT INJEMA, Boek-drukker enVerkoper voor aan in de St. Jakobs-straat, 1718.[*2][Inhoud]OPDRAGTAANDe Wijze, ED. Voorzienige HEEREN,DE HEERENDIRECTEURENVAN DEGeoctroijeerde Societeit vanZURINAMEtotAMSTERDAM.In ’t Particulier d’ ED. HEER en Mr.PAUL van der VEEN,Voormaals Gouverneur Van de gehele Colonie Zuriname,Rivieren en Distrikten vandien, enz. enz.MYN HEEREN.De geheugen van eerbewijzen, in een goeden boezem opgesloten, overtuigen my, wanneer zulks bezeffe, om door dit ontwerp aan mijn pligt te denken, door een papiere Kind, in zijn gebrekkelijke geboorte, aangedrongen door vele kwade lasteringen, daar mede deze ColonieZurinamezig in ’t gemeen belemmert vind; hebbe door overtuiginge, dat ik zelfs in die Provintie geweest ben, ter dier tijd van de Regeringe des HeerVan der Veen, de ware geschapentheid dier Land-streek, door mijne nieuwsgierige onderzoekinge van oog en gedagten, zonder eenige verzieringe, eenvoudig, met een volkomene waarheid bestaan, ten papier te brengen, op dat niemant reden zou vinden om my voorbarig te beschuldigen, van Doornen voor Rozen te stroijen.Het moet ons te meer verwonderen, als wy zien in wat verandering God den Aardbodem gesteld heeft, onder de kennisse van de Menschen die door aangeborentheid genegen zijn tot onderzoekinge[*3]der zelver, wanneer wy komen te overwegen de Scheppinge der Aarde en der Zee, geschikt, in zodaniger voegen als men de Wateren ziet rusten op het middel-punt der Aarde, weêrhoudende door de geheimenisse van d’ Almagtige, en door Eb en Vloed, dewelke nimmer meer hare palen of bepalinge zijn overtredende: Zo groot is der zelver gehoorzaamheid aan God, die hem het wezen en de wet gegeven heeft.Ik hebbe te meer my gedragen aan de voorgemelde HeerVan der Veen, op dat zijn Ed. getuige zal konnen, dat ik my niet te buiten gâ met eene verzieringe, nog door eenige inzigten, maar voorstelle een momaangezigt (daar van het wezentlijke schoon nog in zig zelfs verborgen legt, dat dikmaals maar een weinig lasterens van noden heeft om het alles te verderven,) het welk in vele Jaren door zorg en moeite dusdanig is opgeklommen: Dier oorzaak hebbe dit mijn klein werkje, met de Titul vanZurinaamsche Beschrijving, begunstigt.Mijn Heeren, U. Ed. zullen ingevolge vinden van wat Natien ’t Landschap word bewoond; de Regeringe over ’t Volk, en der Christenen Godsdienst stoel; de aanlegginge der Plantagien, dier schone voordelen en vermakelijke Woninge, de ruime Huis-houding en het bewind der zelve.Verders het dagelijksche leven en Goden-dienst van ’t eigen Landaard-volk, in ’t gemeen genaamtIndianen. Dies te neffens de SlaafscheAfrikaansche Mooren, hare Land-arbeidinge; mede der zelver by-gelovige Afgoden-dienst, en haar meerder gehoorzaamheid aan de Christenen, als wel d’IndiaanscheVolkeren. Wijders, tot dezer beider Sexen Lighaams onderhoudinge, van Spijs en Drank die zy genieten en bereiden; hare Huwelijken en Begraaffenisse.Ingevolge de veel vuldige zoorten van kostelijke en dierbare Geboomtens, en Gewassen, Vrugten en Planten, Kruiden en Bloemen. Dies te neffens Land- en Water-gediertens; verscheide Harssen en Gommen. Als mede wat zoorten vanEuropëischeAard-Vrugten tegenswoordig voor de Keuken aangekweek, en tot voort-telinge gebragt worden.U. Ed. hebben niet te zien op een Historiaale stijl of Romansche schets, dewijl door verdeeltheden van veranderende Materien alleen hebbe gememoriëert, en beknoptelijk alles in zijn zamen-hang en Hooft-delen gebragt. Zoekende hier door geen eere of voordeel, nog plaats te hebben in ’t Cabinet der Geleerden. Dies zo veel doenelijk, zonder mengeling van bastartwoorden, voortgevaren; wetende dat alle dingen in de Tijd veranderen.Gelieft het aan te zien, Mijn Heeren, als een gering Geschenk van een arm Man, die een hand vol Water de KoningArtaxexesaanbood, en voor genotene weldaden niet anders konde bybrengen.Bekorte deze, Mijn Heeren, met te hopen dat mijn goede mening Uwen Ed. zal aangenaam zijn, naar toe wenschinge dat deze Colonie mag toe nemen in een Horen van overvloed, tot genoegen en voordeel van U Ed., als geinteresseerde, met aller der zelver goede Ingezetenen, het deel meugt genieten vanAbrahamna de belofte Gods: U Ed.[**]alle te zamen bevelende de bescherminge zijner genade. Zal, met eerbiedig Respect, verblijve na groetenis en geringe Dienst-presentatie,MYN HEEREN,U. Ed. Dienstwillige Dienaar,J. D. HL.[Inhoud]VOOR-BERIGTAAN DENBESCHEIDENELEZER.WAARDE VRIENDEN:Indien zodanige Schrijvers en schriften, welke te gelijk ’t nut en ’t vermakelijk voordragen, altijd billijk in waarde gehouden en gepresen zijn geworden: zo zijn gewisschelijk Beschrijvingen, zo van Geschiedenissen, als van Natuurlijke Zeldzaamheden, in ’t gemeen in agtinge, alwaar in de regtschapene Lezers op een bezondere wijs t’ zamen gaan. Ja, ook ’t nut met zo veel meer nadruk als de exempelen altijd beter leren, dan blote vermaningen of waarschouwinge; waarom ook de H. Schrift ons tot de voorbeelden wijst, om ons daar in, en aan te spiegelen, ’t zy om daar door afgeschrikt te worden van ’t kwade,Luc.XVII: 32. 2Petr.II: 4, 5, 6.Judævs. 7. of aangezet te worden tot het goede, en vertroostinge op te vatten in verdrukkingen,Jacob.v: 10, 11, en ander wegen ’t vermaaklijk met zo veel meer aangenaamheid, als de verscheidenheid der velerlei voorkomende dingen behaaglijker is.Als wy nu uit aanmerkinge der Schepzelen kragtig werden aangezet, om ons te verwonderen over des Scheppers, wijsheid,[**2]magt, goedheid, &c. en daar door opgewekt worden, om gedurig uit te barsten, in zijnen lof. Zo is ’t dan een zaak van zonderlinge nuttigheid, niet alleen de werken zijner handen te betragten in onze Gewesten, (welke door ’t dagelijks gezigt van onze eerste Jeugd af, ons nu algemeen geworden, en derhalven by de meeste menigte in weinig opmerking zijn, om door de zelve tot hoger gedagten zig te laten op-trekken,) maar ook het oog te slaan op de dingen, in andere Landen, welke ons vreemd voor komen, en derhalven een meerder aanleiding geven tot den roem des Almagtigen; meer genoege nemende in de heldere Zon schijnende dag, als in de treurende nagt der duisternis.Buiten dit is ’er ook een Politicq nut en vermaak in ’t bezoeken van vreemde Gewesten; d’ eerste weêr vinder der een tijd lang vergetende Nieuwe-Oude-Wereld. d’ Eerste treden op dezeAmerikaanscheboden gedaan hebbende, waren gelijk als verstomd en verzet van opgetoge verwondering, over de uitstekende aangenaamheid, waar mede dit Werelds-deel van den Hemel begelukkigt was. Daar in ook deze ColonieZurinamehaar talent van zegeningen rijkelijk bezit, als boven maten zierelijk, aanlokkelijk en lustrijk, dat men zig laat voorstaan in ’t Paradijs te zijn: dan oog en neus weiden zig byna nooit zat aan de lustige Bosschen, welke de wandelende met zo veelvuldige veranderinge, ’t gezigt en den reuk verkwikkende bloessemen, hier zo wit als Sneeuw, daar van een purper, gints van een scharlaken, van een rozen, van een goud-geel, van een violette bruine verwe; de KoningSalomon, in zijn magtig Purpere en Zijde gewaden, beschamen.Niet genoegzaam men aanschouwen kan ’t merkwaardig aardige Gevogelte, ’t welk de beeldende natuur d’ eene onvergelijkelijkeAppellestrek over d’ ander op, en aan de vleugelen en vederen had geschildert.Desgelijks ook de menigerlei en wonder zeltzame Dieren, welkeEuropaniet kend.De mond stilt de honger met velerleiNectarlieflijke en hertsterkende Vrugten, die de warmte der Zon, de Vrugt der plante zijn makende, en doet die in de zelve zig opwaarts beuren. Hebbende dies het zaat van yder Boom en Plant in zig de eigenschap harer oorspronk, in verscheidene vogten, zo wel Hars-agtige, Oly en Melk-agtige, als mede zuure en zoete of scherpe.Ik begeer de waardige roem derNederlandscheVrouws-perzonen niet te verkleinen, als een tegens de billijke redenen en onbetamelijke zaak zijnde; dog bekenne geerne dat d’IndiaanscheNatien, zo Mannen als Vrouwen, in haar zo een voldoenent vriendelijk en lieflijk wezen dragen, dat zy voor de schoonheid van eenNederlandsche Helenazig niet hebben te verbergen; zijnde in vernuft, en velerlei treffelijke vindinge in zig altoos genegen.En beken, dat andere Landen in Konsten en Wetenschappen de voorrang hebben, dog evenwel niet in allen: want immers kan de Menschen ’t grote nut ontstaan, uit zulke Landen, daar de Vrede meer als den Oorlog floreerd, daar men meer Zuiker-Ayren, als Spiessen en Kogels ziet, daar meer Vrugten ingezamelt als verdorven worden; daar de Natuur den Hoorn des overvloeds rijkelijk uitschuddet, en wederom[**3]andere Gewesten, door middel van Schip-vaart, laat toe komen.Zoude dezeAmerikaanscheBosch-dieren,PhacosofPincos, ’t gebrek der rennende Harten niet genoegzaam konnen vergoeden? Zijn de Apen zo gants verwerpelijk, welk aan de Tafel in de Keuken (neffens de dienstbareMoorscheDogters en hare Zuigelingen) uw voor Dienst-knegten en Dienst-maagden verstrekken? nog veel honderd andere nuttige, en te gelijk vermakende, Gediertens laat ik agter blijven; en zo vele duizend Vogelen met hare schone vederen voor-by vliegen; en de menigvuldige veranderende Visschen voor-by swemmen; daar-en-boven laat ik de Schatten en Rijkdom voor dit maal in d’ aarde steken, op dat de Lezer in den eersten opslag niet al te ongelooflijk werde.Vraag het nog veel scharper verstandSalomons, waarom hy zulke kostelijke en moeijelijke Schip-vaarden naOphiraanstelde, onaangezien hy heerschste in een Land vloeijende van Melk en Honig? Met weinig houd men wel Huis, maar met meer, veel aanzienelijker en bekwamer, wanneer de gierigheid zig niet daar onder vermengt. Of schoonJudæa,Syrien,ArabienenMooren-land, geenzins arm waren van natuurlijke gaven, zo verlangde hy dies niet te min ook te mogen zien Ebben-hout, Apen, Papegaaijen en andere Gediertens, desgelijks ookIndiaanscheKruiden en Gewassen.De Lezer zal in deze Inhoud vinden een treffelijk Veld van veel vuldige Gewassen, Wortelen, Kruiden en Planten, Vrugt-dragende en andere Geboomtens zig aanmerklijk makende, ’t zy door hare uitstekende en voedzame of verkwikkende Vrugten, of door haar zeltzame gestalte, of door andere harer wonderlijke eigenschappen; en te gelijk aangewezen hare deugden, werkinge en gebruik, zo tot onderhoud van ’t Menschelijk geslagt, als bekwaam tot Medicijnen.Dies hebbe ik deze mijn volbragt Boekje, de Titel gegeven vanZurinaamsche Beschrijving, vertonende kurieuze aanmerkingen, de opkomst van de zelve Colonie, de Aanbouw der Zuiker-Plantagien door de Christenen aldaar; de Kerken-dienst, neffens de Politijque Regeringe. Den aard der eigene natuurlijke vrije Inwoonders, of anders genaamtIndianenenIndianinnen; alzo ook de SlaafscheAfrikaansche Mooren; deze Natien hare Levens-manieren, Afgoden- of Bygelovige-dienst, neffens de dagelijksche Bezigheden, hoe de zelve Leven, Huwelijken en Begraven worden. Met een vertoog van de Bosch-grond, Water- en Pluim-Gedierten; de veel vuldige heerlijke Vrugten, en de gehele gesteltheid der zelver Colonie: met een aanvoeginge van ’t Octroy over die Provintie gegeven; en verrijkt met de Kaart van ’t zelve Landschap (daar de legginge van de Plantagien, met hare namen, worden aangewezen) en Kopere Platen.Alles, zo veel mogelijk was, in zijn Hooft-delen en geschikte ordre gehouden, zo van de vreemde Volkeren, meest al de daden en gelegentheden haars ganschen Leven, hare Dragten, Hand-werken, Wetenschappen, Konsten, Koophandel, verlustigings Oeffeningen, Zeden en Gewoontens, zo wel verfoeijelijk, oneerbaar, walglijk en schandelijk, &c. Om de zelve ongeveinst regt eigentlijk te beschouwen, hebbe ik in plaats van Scheep te gaan, en vele duizenden van onstuime golven te door ploegen, mijn Pen; als in eene zee van de geloof-waardigste vreemdigheden genat, welke deels in eigener Perzoon, inZurinamegewoond, hebbe onderzogt en beschouwt; en deels d’ eere te geven aan eenen Sr.Cornelis Pieterssen Elderssen, dier tijd Koopman, aldaar wonende in de Stad, of zo men anders wil VlekParamaribo, by wien ik mijn Inwoninge en Tafel hadde. Alzo ook door een Monsr.Adriaan van Zwol, dier tijds Directeur op een Plantagie, die my verscheide dezer vreemdigheden hebben doen zien. ’t Zoude te lang vallen, hier te willen aanwijzen, wat voor nuttigheid in ’t vervolg dezer dingen te vinden zijn, wanneer men bescheidentlijk op ’t regte gebruik doeld.Laat uw ook niet onbedagt voor komen, Bescheidene Lezer, de vreemde benaminge die deze Natien in hare Taal hebben, dan een en de zelve zaak drukken zy uit in verscheidene woorden, niet altoos by ’t zelve blijvende; dies hare Talen, zoIndianenalsMooren, zeer swaar te leren zijn.Gy ziet verders in dit Lust-hof, en vreemde gewest des Werelds, van den Almagtigen en al Wijzen God gebouwd, door zijn dienares de Natuur, en velerwegen door Menschelijke vlijt en konst op-gepronkt, en tot verder volmaaktheid gebragt. OokDe gesteltenis der Lugt, eigenschappen des Weêrs, verdelinge der Jaar-getijden. Hier ziet men Poelen, Beken, Rivieren, Zeën en Zee-Monsters, Regen, Storm-wind, Donder en Blixem zal ook geweldig rumoeren, zonder nogtans u te beschadigen. Ondertusschen zult gy alles eigentlijk konnen zien en door zien, daar uit aanleiding nemende, om dien wonderlijken Schepper te verheerlijken tot een gemoeds-verlustiging.Belangende de Stijl, van my, in dit Werkje gebruikt, heb de zelve zodanig zoeken te vormen dat ik van elk zoude konnen verstaan worden, om voor de eenvoudige niet duister te zijn: Dies ook verzoeke my, in deze niet weinige Druk of Schrijf-feilen, te verschonen, wijl mogelijk hetFriescheaccent met hetHollandsniet over-een-komende zijn zal; werdende deels ook uit de Pen na de Druk-pars gezonden, willende de zelve gaarde verbeteren. Ondertusschen den Lezer verzoekende, dat hy niet te haastig, eenige hem te wonderlijk voorkomende zaak, gelieve te veroordelen, maar veel eer zig indagtig make, dat ’er veel in de Natuur is ’t welk wy niet weten.Ziet daar, nieuwsgierige Lezer, schoon de Natuur het eene Land wat kariger met haar gaven als ’t ander by woond, zo toond zy zig egter, in zulken geval, over ’t min begaafde geen Stief-moeder te zijn, maar zy blijft een getrouwe en milddadige Natuurlijke-moeder aller Landen, of wel ’t eene wat meer uit hare borsten drinkt als ’t andere, ’t gene zy dit Gewest schenkt, onthoudze een ander Gewest, om dat het zelve veel ligt niet diend, of op datze gezamentlijk dies te beter onderhouden mogen worden; dit geschied niet uit nood of magteloosheid, want hy die alles gemaakt heeft is en blijft Almagtig, maar op dat alle dingen na een zekere ordre en maat wierden geregeert; of ons schoon het eene Landschap te koud en ’t ander te heet dunkt, zo is dit egter geen eigentlijke onmatigheid in zig zelven, maar een regt wel geordonneert Temperament voor zodanig een Landstreek alder-bekwaamst,[***]moetende wel-standigheids halven tegens de andere delen der aarde juist een zodanige, en niet eene andere proportie hebben. Een wel hebbend Huis-vader heeft in zijn, en onder zijn Huis-raad, niet alleen Goudene en Zilvere, maar ook Kopere en Yzere Vaten en Werk-tuigen. Men vind in Koninglijke gebouwen zo wel slegte vertrekken voor de Dienaars, en duistere plaatzen voor de Stal-jongens, als Palleizen, Thronen en zierlijke Kamers voor Princen, Edellieden en aanzienelijke Gasten; dits geen onorder, maar een juist gepaste ordere. Zo heeft ook d’ alderwijste Bouw-heer dezes Werelds ’t eene Volk iet gemakkelijkers, en ’t ander iet swaarders, verordonneert en toegedeelt; maar evenwel niemant van nootdruft onverzogt gelaten.Hier mede eindige den Inhoud dezes Boeks, met toewensching aan uw gezegendeFriescheschaar, dat het uw alzo behagen mag, gelijk ik uw, in allen dele, ben voorgekomen, eerlijk en in eenen goede wandel, meer om uw te behagen, als mishagen; bevlijtigende my om uwen Vriend genaamt te mogen worden, en my over te brengen tot uwen Zegen, om vrugten te plukken uit uwen schoot; en, zo ’t God wilde, d’ overige mijner dagen, met uw, in genoegen en eere door te brengen; ’t welk uw, neffens my, de Heere verlene na zijn Almagtig behagen. Uw groetende benWaarde Vrienden, Uw D. W. Dr.J. D. HL.[Inhoud]OP HETGEGRONDE WERKVan den Autheur,GENAAMTBESCHRYVINGE van ZURINAME.Wat heeft de Zatan magt op ’s Menschen hert gewonnen,Wanneer hy hem, door schult en dwaasheid onbezonnen,Trok van zijn Schepper af; en brak het schone beelt,Dat God door zijnen geest in hem had voortgeteelt;Want van Gods beelt berooft, wil hy weêr beelden makenEn dat van Bomen-hout, van Steenen en van Staken,En is gelijk een Kind, nu in zijn eerste Jeugd,Met Poppen en een Kraam van Kinder-tuig verheugd.Maar dat het droevigst is, door wonder groter laster,Zo maakt de Zatan nog zijn Helsche banden vaster,Als hy den Mensch beweegt tot dit verkeert verstand,Dat God is als een Mensch of eenig Vee te Land:God schiep ons na zijn beeld, dit willen wy hem lonen,Als wy hem in een beeld van Mensch of Vee vertonen.ô Slegte dankbaarheid en gans verzuft, vernuft!Als of God door ’t getal van beelden stond verbluft.De Jode, schoon hy haat het dwaze beelde maken,Derft in het tegendeel de Godheid schier verzaken.De Amerikaan, die poogt, door list en schone schijn,Den eerste Vriend van God, ja zelver na te zijn.En d’ Afrikaansche Moor, tot aller wijzen spot,Haar, en ook and’re, zelfs verstrekken tot een God,Dus valt God uit den Throon. Maar lof zy deze Mannen,Die ooit haar snege brein hier hebben ingespannen,Op dat de Wereld bleek dat ons herstelde leer,Alleen den groten God vergunt zijn eigen eer.[***2][Inhoud]TAFELVAN DEHOOFT-DEELEN.EERSTE HOOFT-DEEL.Nauwkeurig onderzoek van de eerste Ondekkinge van Amerika, en des zelfs aangelegene Landen.Pag.1.II. HOOFT-DEEL.Van de Natuurlijke Gesteltheid der Karaïbaansche Kust.Pag.12.III. HOOFT-DEEL.Van de Gematigheid der Lugt en van de Jaar-Zaizoenen op de Zurinaamsche Kust.Pag.20.IV. HOOFT-DEEL.Handelende van Parimaribo of Nieuw Middelburg, ’t Fort Zelandia, Sommelsdyk, enz.als mede het Leven en Sterven van de Heer van Sommelsdyk, en de Onderneminge der Franschen op Zuriname.Pag.46.V. HOOFT-DEELHoe het Zuiker-Riet in Amerika is overgebragt. Van ’t Riet Mambou en Rotang. Planting en Aankweking van het Zuiker-Riet op Zuriname. Schade der Mieren. ’t Gestel der Zuiker-Molens, en des zelfs Bewerkinge. ’t Zuiker-Riet op alle Kusten waar het gevonden werd.Woon huis der Planters, Neger-huisjes en ’t Stookhuis.Wat een Plantagie wel zou kosten om van nieuws aan te leggen.Pag.65.VI. HOOFT-DEEL.Aard, Natuur en Eigenschappen der Swarte Slaven, des zelfs Geboorte Plaatzen en verdere overvoeringe aan de Amerikaansche Kust, enz.Pag.90.VII. HOOFT-DEEL.Handelende van de Karaïbanen of Amerikaansche Inwoonders van Zuriname.Pag.124.VIII. HOOFT-DEELVan de gewoonlijke Maaltyden der Karaïbanen. Onthaal dat zy doen aan die haar gaan bezoeken. Van de Oorlogen en onthaal aan hare Oorlogs-gevangenen. Huwelijken, Geboorte, en van d’ Opvoedinge der Kinderen. Ouderdom, Ziekten, van de hulpmiddelen om de gezontheid weder te krijgen, van hare Dood, en van hare Lyk-pligten.Pag.141.IX. HOOFT-DEELVan de viervoetige Dieren, zo wilde als tamme, die op de Kust van Zuriname gevonden werden.Pag.169.X. HOOFT-DEELVeelderlei zoorte van Diertjes, zo Ongedierte als andere.Pag.175.XI. HOOFT-DEEL.Van d’ aanmerkelykste Vogelen, en andere Gedierten, zo talryk als het Land de zelve op geeft.Pag.183.XII. HOOFT-DEEL.Van de Visschen en Zee-gedrogten die op deze Kust gevonden werden.Pag.193.XIII. HOOFT-DEEL.De Aard der Bomen, dier Vrugten en Aard-gewassen.Pag.203.XIV. HOOFT-DEEL.Verscheide soorten van Melk of Wateren, zo die uit eenige Stammen en Vrugten der Bomen vloeyen, en Medicinaal zyn. Als mede van Gommen of Harsagtig Pek dat uit de Bomen druipt. Wyders Olyen, welke door middel van een snede in de Stammen der Bomen gedaan, vloeid.Pag.235.[Inhoud]Land Kaart van de Land Streeken Cottica Comowini en SurinameLand Kaartvan de Land StreekenCottica ComowinienSuriname[1]

[Inhoud]

[Inhoud]Nauwkeurige BESCHRYVINGE VAN ZURINAMENauwkeurigeBESCHRYVINGEVANZURINAMETe Leeuwarden, ByMeindert Injema.

Nauwkeurige BESCHRYVINGE VAN ZURINAMENauwkeurigeBESCHRYVINGEVANZURINAMETe Leeuwarden, ByMeindert Injema.

Nauwkeurige BESCHRYVINGE VAN ZURINAMENauwkeurigeBESCHRYVINGEVANZURINAMETe Leeuwarden, ByMeindert Injema.

NauwkeurigeBESCHRYVINGEVANZURINAME

Te Leeuwarden, ByMeindert Injema.

[Inhoud]Oorspronkelijke titelpagina.

Oorspronkelijke titelpagina.

Oorspronkelijke titelpagina.

BESCHRYVINGEVAN DEVOLK-PLANTINGEZURINAME:VERTONENDEDe Opkomst dier zelver Colonie, de Aanbouw en Bewerkingeder Zuiker-Plantagien. Neffens den aardder eigene natuurlijke Inwoonders of Indianen;als ook de Slaafsche Afrikaansche Mooren;deze beide Natiën haar Levens-manieren,Afgoden-dienst, Regering,Zeden, Gewoonten en dagelijkscheBezigheden.MITSGADERSEen vertoog van de Bosch-grond, Water- en Pluim-Gediertens;de veel vuldige heerlijke Vrugten, Melk-agtigeZappen, Gommen, Olyen, en de gehele gesteltheidvan de Karaïbaansche Kust.DOORJ. D. HL.Verrijkt met de Land-Kaart (daar de legginge der Plantagien worden aangewezen) en Kopere Platen.Den Tweden Druk.TeLEEUWARDEN,ByMEINDERT INJEMA, Boek-drukker enVerkoper voor aan in de St. Jakobs-straat, 1718.

BESCHRYVINGEVAN DEVOLK-PLANTINGEZURINAME:VERTONENDEDe Opkomst dier zelver Colonie, de Aanbouw en Bewerkingeder Zuiker-Plantagien. Neffens den aardder eigene natuurlijke Inwoonders of Indianen;als ook de Slaafsche Afrikaansche Mooren;deze beide Natiën haar Levens-manieren,Afgoden-dienst, Regering,Zeden, Gewoonten en dagelijkscheBezigheden.MITSGADERSEen vertoog van de Bosch-grond, Water- en Pluim-Gediertens;de veel vuldige heerlijke Vrugten, Melk-agtigeZappen, Gommen, Olyen, en de gehele gesteltheidvan de Karaïbaansche Kust.

DOORJ. D. HL.Verrijkt met de Land-Kaart (daar de legginge der Plantagien worden aangewezen) en Kopere Platen.Den Tweden Druk.

TeLEEUWARDEN,ByMEINDERT INJEMA, Boek-drukker enVerkoper voor aan in de St. Jakobs-straat, 1718.

[*2]

[Inhoud]OPDRAGTAANDe Wijze, ED. Voorzienige HEEREN,DE HEERENDIRECTEURENVAN DEGeoctroijeerde Societeit vanZURINAMEtotAMSTERDAM.In ’t Particulier d’ ED. HEER en Mr.PAUL van der VEEN,Voormaals Gouverneur Van de gehele Colonie Zuriname,Rivieren en Distrikten vandien, enz. enz.MYN HEEREN.De geheugen van eerbewijzen, in een goeden boezem opgesloten, overtuigen my, wanneer zulks bezeffe, om door dit ontwerp aan mijn pligt te denken, door een papiere Kind, in zijn gebrekkelijke geboorte, aangedrongen door vele kwade lasteringen, daar mede deze ColonieZurinamezig in ’t gemeen belemmert vind; hebbe door overtuiginge, dat ik zelfs in die Provintie geweest ben, ter dier tijd van de Regeringe des HeerVan der Veen, de ware geschapentheid dier Land-streek, door mijne nieuwsgierige onderzoekinge van oog en gedagten, zonder eenige verzieringe, eenvoudig, met een volkomene waarheid bestaan, ten papier te brengen, op dat niemant reden zou vinden om my voorbarig te beschuldigen, van Doornen voor Rozen te stroijen.Het moet ons te meer verwonderen, als wy zien in wat verandering God den Aardbodem gesteld heeft, onder de kennisse van de Menschen die door aangeborentheid genegen zijn tot onderzoekinge[*3]der zelver, wanneer wy komen te overwegen de Scheppinge der Aarde en der Zee, geschikt, in zodaniger voegen als men de Wateren ziet rusten op het middel-punt der Aarde, weêrhoudende door de geheimenisse van d’ Almagtige, en door Eb en Vloed, dewelke nimmer meer hare palen of bepalinge zijn overtredende: Zo groot is der zelver gehoorzaamheid aan God, die hem het wezen en de wet gegeven heeft.Ik hebbe te meer my gedragen aan de voorgemelde HeerVan der Veen, op dat zijn Ed. getuige zal konnen, dat ik my niet te buiten gâ met eene verzieringe, nog door eenige inzigten, maar voorstelle een momaangezigt (daar van het wezentlijke schoon nog in zig zelfs verborgen legt, dat dikmaals maar een weinig lasterens van noden heeft om het alles te verderven,) het welk in vele Jaren door zorg en moeite dusdanig is opgeklommen: Dier oorzaak hebbe dit mijn klein werkje, met de Titul vanZurinaamsche Beschrijving, begunstigt.Mijn Heeren, U. Ed. zullen ingevolge vinden van wat Natien ’t Landschap word bewoond; de Regeringe over ’t Volk, en der Christenen Godsdienst stoel; de aanlegginge der Plantagien, dier schone voordelen en vermakelijke Woninge, de ruime Huis-houding en het bewind der zelve.Verders het dagelijksche leven en Goden-dienst van ’t eigen Landaard-volk, in ’t gemeen genaamtIndianen. Dies te neffens de SlaafscheAfrikaansche Mooren, hare Land-arbeidinge; mede der zelver by-gelovige Afgoden-dienst, en haar meerder gehoorzaamheid aan de Christenen, als wel d’IndiaanscheVolkeren. Wijders, tot dezer beider Sexen Lighaams onderhoudinge, van Spijs en Drank die zy genieten en bereiden; hare Huwelijken en Begraaffenisse.Ingevolge de veel vuldige zoorten van kostelijke en dierbare Geboomtens, en Gewassen, Vrugten en Planten, Kruiden en Bloemen. Dies te neffens Land- en Water-gediertens; verscheide Harssen en Gommen. Als mede wat zoorten vanEuropëischeAard-Vrugten tegenswoordig voor de Keuken aangekweek, en tot voort-telinge gebragt worden.U. Ed. hebben niet te zien op een Historiaale stijl of Romansche schets, dewijl door verdeeltheden van veranderende Materien alleen hebbe gememoriëert, en beknoptelijk alles in zijn zamen-hang en Hooft-delen gebragt. Zoekende hier door geen eere of voordeel, nog plaats te hebben in ’t Cabinet der Geleerden. Dies zo veel doenelijk, zonder mengeling van bastartwoorden, voortgevaren; wetende dat alle dingen in de Tijd veranderen.Gelieft het aan te zien, Mijn Heeren, als een gering Geschenk van een arm Man, die een hand vol Water de KoningArtaxexesaanbood, en voor genotene weldaden niet anders konde bybrengen.Bekorte deze, Mijn Heeren, met te hopen dat mijn goede mening Uwen Ed. zal aangenaam zijn, naar toe wenschinge dat deze Colonie mag toe nemen in een Horen van overvloed, tot genoegen en voordeel van U Ed., als geinteresseerde, met aller der zelver goede Ingezetenen, het deel meugt genieten vanAbrahamna de belofte Gods: U Ed.[**]alle te zamen bevelende de bescherminge zijner genade. Zal, met eerbiedig Respect, verblijve na groetenis en geringe Dienst-presentatie,MYN HEEREN,U. Ed. Dienstwillige Dienaar,J. D. HL.

OPDRAGTAANDe Wijze, ED. Voorzienige HEEREN,DE HEERENDIRECTEURENVAN DEGeoctroijeerde Societeit vanZURINAMEtotAMSTERDAM.In ’t Particulier d’ ED. HEER en Mr.PAUL van der VEEN,Voormaals Gouverneur Van de gehele Colonie Zuriname,Rivieren en Distrikten vandien, enz. enz.MYN HEEREN.De geheugen van eerbewijzen, in een goeden boezem opgesloten, overtuigen my, wanneer zulks bezeffe, om door dit ontwerp aan mijn pligt te denken, door een papiere Kind, in zijn gebrekkelijke geboorte, aangedrongen door vele kwade lasteringen, daar mede deze ColonieZurinamezig in ’t gemeen belemmert vind; hebbe door overtuiginge, dat ik zelfs in die Provintie geweest ben, ter dier tijd van de Regeringe des HeerVan der Veen, de ware geschapentheid dier Land-streek, door mijne nieuwsgierige onderzoekinge van oog en gedagten, zonder eenige verzieringe, eenvoudig, met een volkomene waarheid bestaan, ten papier te brengen, op dat niemant reden zou vinden om my voorbarig te beschuldigen, van Doornen voor Rozen te stroijen.Het moet ons te meer verwonderen, als wy zien in wat verandering God den Aardbodem gesteld heeft, onder de kennisse van de Menschen die door aangeborentheid genegen zijn tot onderzoekinge[*3]der zelver, wanneer wy komen te overwegen de Scheppinge der Aarde en der Zee, geschikt, in zodaniger voegen als men de Wateren ziet rusten op het middel-punt der Aarde, weêrhoudende door de geheimenisse van d’ Almagtige, en door Eb en Vloed, dewelke nimmer meer hare palen of bepalinge zijn overtredende: Zo groot is der zelver gehoorzaamheid aan God, die hem het wezen en de wet gegeven heeft.Ik hebbe te meer my gedragen aan de voorgemelde HeerVan der Veen, op dat zijn Ed. getuige zal konnen, dat ik my niet te buiten gâ met eene verzieringe, nog door eenige inzigten, maar voorstelle een momaangezigt (daar van het wezentlijke schoon nog in zig zelfs verborgen legt, dat dikmaals maar een weinig lasterens van noden heeft om het alles te verderven,) het welk in vele Jaren door zorg en moeite dusdanig is opgeklommen: Dier oorzaak hebbe dit mijn klein werkje, met de Titul vanZurinaamsche Beschrijving, begunstigt.Mijn Heeren, U. Ed. zullen ingevolge vinden van wat Natien ’t Landschap word bewoond; de Regeringe over ’t Volk, en der Christenen Godsdienst stoel; de aanlegginge der Plantagien, dier schone voordelen en vermakelijke Woninge, de ruime Huis-houding en het bewind der zelve.Verders het dagelijksche leven en Goden-dienst van ’t eigen Landaard-volk, in ’t gemeen genaamtIndianen. Dies te neffens de SlaafscheAfrikaansche Mooren, hare Land-arbeidinge; mede der zelver by-gelovige Afgoden-dienst, en haar meerder gehoorzaamheid aan de Christenen, als wel d’IndiaanscheVolkeren. Wijders, tot dezer beider Sexen Lighaams onderhoudinge, van Spijs en Drank die zy genieten en bereiden; hare Huwelijken en Begraaffenisse.Ingevolge de veel vuldige zoorten van kostelijke en dierbare Geboomtens, en Gewassen, Vrugten en Planten, Kruiden en Bloemen. Dies te neffens Land- en Water-gediertens; verscheide Harssen en Gommen. Als mede wat zoorten vanEuropëischeAard-Vrugten tegenswoordig voor de Keuken aangekweek, en tot voort-telinge gebragt worden.U. Ed. hebben niet te zien op een Historiaale stijl of Romansche schets, dewijl door verdeeltheden van veranderende Materien alleen hebbe gememoriëert, en beknoptelijk alles in zijn zamen-hang en Hooft-delen gebragt. Zoekende hier door geen eere of voordeel, nog plaats te hebben in ’t Cabinet der Geleerden. Dies zo veel doenelijk, zonder mengeling van bastartwoorden, voortgevaren; wetende dat alle dingen in de Tijd veranderen.Gelieft het aan te zien, Mijn Heeren, als een gering Geschenk van een arm Man, die een hand vol Water de KoningArtaxexesaanbood, en voor genotene weldaden niet anders konde bybrengen.Bekorte deze, Mijn Heeren, met te hopen dat mijn goede mening Uwen Ed. zal aangenaam zijn, naar toe wenschinge dat deze Colonie mag toe nemen in een Horen van overvloed, tot genoegen en voordeel van U Ed., als geinteresseerde, met aller der zelver goede Ingezetenen, het deel meugt genieten vanAbrahamna de belofte Gods: U Ed.[**]alle te zamen bevelende de bescherminge zijner genade. Zal, met eerbiedig Respect, verblijve na groetenis en geringe Dienst-presentatie,MYN HEEREN,U. Ed. Dienstwillige Dienaar,J. D. HL.

OPDRAGTAANDe Wijze, ED. Voorzienige HEEREN,DE HEERENDIRECTEURENVAN DEGeoctroijeerde Societeit vanZURINAMEtotAMSTERDAM.

In ’t Particulier d’ ED. HEER en Mr.PAUL van der VEEN,Voormaals Gouverneur Van de gehele Colonie Zuriname,Rivieren en Distrikten vandien, enz. enz.

MYN HEEREN.

D

e geheugen van eerbewijzen, in een goeden boezem opgesloten, overtuigen my, wanneer zulks bezeffe, om door dit ontwerp aan mijn pligt te denken, door een papiere Kind, in zijn gebrekkelijke geboorte, aangedrongen door vele kwade lasteringen, daar mede deze ColonieZurinamezig in ’t gemeen belemmert vind; hebbe door overtuiginge, dat ik zelfs in die Provintie geweest ben, ter dier tijd van de Regeringe des HeerVan der Veen, de ware geschapentheid dier Land-streek, door mijne nieuwsgierige onderzoekinge van oog en gedagten, zonder eenige verzieringe, eenvoudig, met een volkomene waarheid bestaan, ten papier te brengen, op dat niemant reden zou vinden om my voorbarig te beschuldigen, van Doornen voor Rozen te stroijen.

Het moet ons te meer verwonderen, als wy zien in wat verandering God den Aardbodem gesteld heeft, onder de kennisse van de Menschen die door aangeborentheid genegen zijn tot onderzoekinge[*3]der zelver, wanneer wy komen te overwegen de Scheppinge der Aarde en der Zee, geschikt, in zodaniger voegen als men de Wateren ziet rusten op het middel-punt der Aarde, weêrhoudende door de geheimenisse van d’ Almagtige, en door Eb en Vloed, dewelke nimmer meer hare palen of bepalinge zijn overtredende: Zo groot is der zelver gehoorzaamheid aan God, die hem het wezen en de wet gegeven heeft.

Ik hebbe te meer my gedragen aan de voorgemelde HeerVan der Veen, op dat zijn Ed. getuige zal konnen, dat ik my niet te buiten gâ met eene verzieringe, nog door eenige inzigten, maar voorstelle een momaangezigt (daar van het wezentlijke schoon nog in zig zelfs verborgen legt, dat dikmaals maar een weinig lasterens van noden heeft om het alles te verderven,) het welk in vele Jaren door zorg en moeite dusdanig is opgeklommen: Dier oorzaak hebbe dit mijn klein werkje, met de Titul vanZurinaamsche Beschrijving, begunstigt.

Mijn Heeren, U. Ed. zullen ingevolge vinden van wat Natien ’t Landschap word bewoond; de Regeringe over ’t Volk, en der Christenen Godsdienst stoel; de aanlegginge der Plantagien, dier schone voordelen en vermakelijke Woninge, de ruime Huis-houding en het bewind der zelve.

Verders het dagelijksche leven en Goden-dienst van ’t eigen Landaard-volk, in ’t gemeen genaamtIndianen. Dies te neffens de SlaafscheAfrikaansche Mooren, hare Land-arbeidinge; mede der zelver by-gelovige Afgoden-dienst, en haar meerder gehoorzaamheid aan de Christenen, als wel d’IndiaanscheVolkeren. Wijders, tot dezer beider Sexen Lighaams onderhoudinge, van Spijs en Drank die zy genieten en bereiden; hare Huwelijken en Begraaffenisse.

Ingevolge de veel vuldige zoorten van kostelijke en dierbare Geboomtens, en Gewassen, Vrugten en Planten, Kruiden en Bloemen. Dies te neffens Land- en Water-gediertens; verscheide Harssen en Gommen. Als mede wat zoorten vanEuropëischeAard-Vrugten tegenswoordig voor de Keuken aangekweek, en tot voort-telinge gebragt worden.

U. Ed. hebben niet te zien op een Historiaale stijl of Romansche schets, dewijl door verdeeltheden van veranderende Materien alleen hebbe gememoriëert, en beknoptelijk alles in zijn zamen-hang en Hooft-delen gebragt. Zoekende hier door geen eere of voordeel, nog plaats te hebben in ’t Cabinet der Geleerden. Dies zo veel doenelijk, zonder mengeling van bastartwoorden, voortgevaren; wetende dat alle dingen in de Tijd veranderen.

Gelieft het aan te zien, Mijn Heeren, als een gering Geschenk van een arm Man, die een hand vol Water de KoningArtaxexesaanbood, en voor genotene weldaden niet anders konde bybrengen.

Bekorte deze, Mijn Heeren, met te hopen dat mijn goede mening Uwen Ed. zal aangenaam zijn, naar toe wenschinge dat deze Colonie mag toe nemen in een Horen van overvloed, tot genoegen en voordeel van U Ed., als geinteresseerde, met aller der zelver goede Ingezetenen, het deel meugt genieten vanAbrahamna de belofte Gods: U Ed.[**]alle te zamen bevelende de bescherminge zijner genade. Zal, met eerbiedig Respect, verblijve na groetenis en geringe Dienst-presentatie,

MYN HEEREN,

U. Ed. Dienstwillige Dienaar,

J. D. HL.

[Inhoud]VOOR-BERIGTAAN DENBESCHEIDENELEZER.WAARDE VRIENDEN:Indien zodanige Schrijvers en schriften, welke te gelijk ’t nut en ’t vermakelijk voordragen, altijd billijk in waarde gehouden en gepresen zijn geworden: zo zijn gewisschelijk Beschrijvingen, zo van Geschiedenissen, als van Natuurlijke Zeldzaamheden, in ’t gemeen in agtinge, alwaar in de regtschapene Lezers op een bezondere wijs t’ zamen gaan. Ja, ook ’t nut met zo veel meer nadruk als de exempelen altijd beter leren, dan blote vermaningen of waarschouwinge; waarom ook de H. Schrift ons tot de voorbeelden wijst, om ons daar in, en aan te spiegelen, ’t zy om daar door afgeschrikt te worden van ’t kwade,Luc.XVII: 32. 2Petr.II: 4, 5, 6.Judævs. 7. of aangezet te worden tot het goede, en vertroostinge op te vatten in verdrukkingen,Jacob.v: 10, 11, en ander wegen ’t vermaaklijk met zo veel meer aangenaamheid, als de verscheidenheid der velerlei voorkomende dingen behaaglijker is.Als wy nu uit aanmerkinge der Schepzelen kragtig werden aangezet, om ons te verwonderen over des Scheppers, wijsheid,[**2]magt, goedheid, &c. en daar door opgewekt worden, om gedurig uit te barsten, in zijnen lof. Zo is ’t dan een zaak van zonderlinge nuttigheid, niet alleen de werken zijner handen te betragten in onze Gewesten, (welke door ’t dagelijks gezigt van onze eerste Jeugd af, ons nu algemeen geworden, en derhalven by de meeste menigte in weinig opmerking zijn, om door de zelve tot hoger gedagten zig te laten op-trekken,) maar ook het oog te slaan op de dingen, in andere Landen, welke ons vreemd voor komen, en derhalven een meerder aanleiding geven tot den roem des Almagtigen; meer genoege nemende in de heldere Zon schijnende dag, als in de treurende nagt der duisternis.Buiten dit is ’er ook een Politicq nut en vermaak in ’t bezoeken van vreemde Gewesten; d’ eerste weêr vinder der een tijd lang vergetende Nieuwe-Oude-Wereld. d’ Eerste treden op dezeAmerikaanscheboden gedaan hebbende, waren gelijk als verstomd en verzet van opgetoge verwondering, over de uitstekende aangenaamheid, waar mede dit Werelds-deel van den Hemel begelukkigt was. Daar in ook deze ColonieZurinamehaar talent van zegeningen rijkelijk bezit, als boven maten zierelijk, aanlokkelijk en lustrijk, dat men zig laat voorstaan in ’t Paradijs te zijn: dan oog en neus weiden zig byna nooit zat aan de lustige Bosschen, welke de wandelende met zo veelvuldige veranderinge, ’t gezigt en den reuk verkwikkende bloessemen, hier zo wit als Sneeuw, daar van een purper, gints van een scharlaken, van een rozen, van een goud-geel, van een violette bruine verwe; de KoningSalomon, in zijn magtig Purpere en Zijde gewaden, beschamen.Niet genoegzaam men aanschouwen kan ’t merkwaardig aardige Gevogelte, ’t welk de beeldende natuur d’ eene onvergelijkelijkeAppellestrek over d’ ander op, en aan de vleugelen en vederen had geschildert.Desgelijks ook de menigerlei en wonder zeltzame Dieren, welkeEuropaniet kend.De mond stilt de honger met velerleiNectarlieflijke en hertsterkende Vrugten, die de warmte der Zon, de Vrugt der plante zijn makende, en doet die in de zelve zig opwaarts beuren. Hebbende dies het zaat van yder Boom en Plant in zig de eigenschap harer oorspronk, in verscheidene vogten, zo wel Hars-agtige, Oly en Melk-agtige, als mede zuure en zoete of scherpe.Ik begeer de waardige roem derNederlandscheVrouws-perzonen niet te verkleinen, als een tegens de billijke redenen en onbetamelijke zaak zijnde; dog bekenne geerne dat d’IndiaanscheNatien, zo Mannen als Vrouwen, in haar zo een voldoenent vriendelijk en lieflijk wezen dragen, dat zy voor de schoonheid van eenNederlandsche Helenazig niet hebben te verbergen; zijnde in vernuft, en velerlei treffelijke vindinge in zig altoos genegen.En beken, dat andere Landen in Konsten en Wetenschappen de voorrang hebben, dog evenwel niet in allen: want immers kan de Menschen ’t grote nut ontstaan, uit zulke Landen, daar de Vrede meer als den Oorlog floreerd, daar men meer Zuiker-Ayren, als Spiessen en Kogels ziet, daar meer Vrugten ingezamelt als verdorven worden; daar de Natuur den Hoorn des overvloeds rijkelijk uitschuddet, en wederom[**3]andere Gewesten, door middel van Schip-vaart, laat toe komen.Zoude dezeAmerikaanscheBosch-dieren,PhacosofPincos, ’t gebrek der rennende Harten niet genoegzaam konnen vergoeden? Zijn de Apen zo gants verwerpelijk, welk aan de Tafel in de Keuken (neffens de dienstbareMoorscheDogters en hare Zuigelingen) uw voor Dienst-knegten en Dienst-maagden verstrekken? nog veel honderd andere nuttige, en te gelijk vermakende, Gediertens laat ik agter blijven; en zo vele duizend Vogelen met hare schone vederen voor-by vliegen; en de menigvuldige veranderende Visschen voor-by swemmen; daar-en-boven laat ik de Schatten en Rijkdom voor dit maal in d’ aarde steken, op dat de Lezer in den eersten opslag niet al te ongelooflijk werde.Vraag het nog veel scharper verstandSalomons, waarom hy zulke kostelijke en moeijelijke Schip-vaarden naOphiraanstelde, onaangezien hy heerschste in een Land vloeijende van Melk en Honig? Met weinig houd men wel Huis, maar met meer, veel aanzienelijker en bekwamer, wanneer de gierigheid zig niet daar onder vermengt. Of schoonJudæa,Syrien,ArabienenMooren-land, geenzins arm waren van natuurlijke gaven, zo verlangde hy dies niet te min ook te mogen zien Ebben-hout, Apen, Papegaaijen en andere Gediertens, desgelijks ookIndiaanscheKruiden en Gewassen.De Lezer zal in deze Inhoud vinden een treffelijk Veld van veel vuldige Gewassen, Wortelen, Kruiden en Planten, Vrugt-dragende en andere Geboomtens zig aanmerklijk makende, ’t zy door hare uitstekende en voedzame of verkwikkende Vrugten, of door haar zeltzame gestalte, of door andere harer wonderlijke eigenschappen; en te gelijk aangewezen hare deugden, werkinge en gebruik, zo tot onderhoud van ’t Menschelijk geslagt, als bekwaam tot Medicijnen.Dies hebbe ik deze mijn volbragt Boekje, de Titel gegeven vanZurinaamsche Beschrijving, vertonende kurieuze aanmerkingen, de opkomst van de zelve Colonie, de Aanbouw der Zuiker-Plantagien door de Christenen aldaar; de Kerken-dienst, neffens de Politijque Regeringe. Den aard der eigene natuurlijke vrije Inwoonders, of anders genaamtIndianenenIndianinnen; alzo ook de SlaafscheAfrikaansche Mooren; deze Natien hare Levens-manieren, Afgoden- of Bygelovige-dienst, neffens de dagelijksche Bezigheden, hoe de zelve Leven, Huwelijken en Begraven worden. Met een vertoog van de Bosch-grond, Water- en Pluim-Gedierten; de veel vuldige heerlijke Vrugten, en de gehele gesteltheid der zelver Colonie: met een aanvoeginge van ’t Octroy over die Provintie gegeven; en verrijkt met de Kaart van ’t zelve Landschap (daar de legginge van de Plantagien, met hare namen, worden aangewezen) en Kopere Platen.Alles, zo veel mogelijk was, in zijn Hooft-delen en geschikte ordre gehouden, zo van de vreemde Volkeren, meest al de daden en gelegentheden haars ganschen Leven, hare Dragten, Hand-werken, Wetenschappen, Konsten, Koophandel, verlustigings Oeffeningen, Zeden en Gewoontens, zo wel verfoeijelijk, oneerbaar, walglijk en schandelijk, &c. Om de zelve ongeveinst regt eigentlijk te beschouwen, hebbe ik in plaats van Scheep te gaan, en vele duizenden van onstuime golven te door ploegen, mijn Pen; als in eene zee van de geloof-waardigste vreemdigheden genat, welke deels in eigener Perzoon, inZurinamegewoond, hebbe onderzogt en beschouwt; en deels d’ eere te geven aan eenen Sr.Cornelis Pieterssen Elderssen, dier tijd Koopman, aldaar wonende in de Stad, of zo men anders wil VlekParamaribo, by wien ik mijn Inwoninge en Tafel hadde. Alzo ook door een Monsr.Adriaan van Zwol, dier tijds Directeur op een Plantagie, die my verscheide dezer vreemdigheden hebben doen zien. ’t Zoude te lang vallen, hier te willen aanwijzen, wat voor nuttigheid in ’t vervolg dezer dingen te vinden zijn, wanneer men bescheidentlijk op ’t regte gebruik doeld.Laat uw ook niet onbedagt voor komen, Bescheidene Lezer, de vreemde benaminge die deze Natien in hare Taal hebben, dan een en de zelve zaak drukken zy uit in verscheidene woorden, niet altoos by ’t zelve blijvende; dies hare Talen, zoIndianenalsMooren, zeer swaar te leren zijn.Gy ziet verders in dit Lust-hof, en vreemde gewest des Werelds, van den Almagtigen en al Wijzen God gebouwd, door zijn dienares de Natuur, en velerwegen door Menschelijke vlijt en konst op-gepronkt, en tot verder volmaaktheid gebragt. OokDe gesteltenis der Lugt, eigenschappen des Weêrs, verdelinge der Jaar-getijden. Hier ziet men Poelen, Beken, Rivieren, Zeën en Zee-Monsters, Regen, Storm-wind, Donder en Blixem zal ook geweldig rumoeren, zonder nogtans u te beschadigen. Ondertusschen zult gy alles eigentlijk konnen zien en door zien, daar uit aanleiding nemende, om dien wonderlijken Schepper te verheerlijken tot een gemoeds-verlustiging.Belangende de Stijl, van my, in dit Werkje gebruikt, heb de zelve zodanig zoeken te vormen dat ik van elk zoude konnen verstaan worden, om voor de eenvoudige niet duister te zijn: Dies ook verzoeke my, in deze niet weinige Druk of Schrijf-feilen, te verschonen, wijl mogelijk hetFriescheaccent met hetHollandsniet over-een-komende zijn zal; werdende deels ook uit de Pen na de Druk-pars gezonden, willende de zelve gaarde verbeteren. Ondertusschen den Lezer verzoekende, dat hy niet te haastig, eenige hem te wonderlijk voorkomende zaak, gelieve te veroordelen, maar veel eer zig indagtig make, dat ’er veel in de Natuur is ’t welk wy niet weten.Ziet daar, nieuwsgierige Lezer, schoon de Natuur het eene Land wat kariger met haar gaven als ’t ander by woond, zo toond zy zig egter, in zulken geval, over ’t min begaafde geen Stief-moeder te zijn, maar zy blijft een getrouwe en milddadige Natuurlijke-moeder aller Landen, of wel ’t eene wat meer uit hare borsten drinkt als ’t andere, ’t gene zy dit Gewest schenkt, onthoudze een ander Gewest, om dat het zelve veel ligt niet diend, of op datze gezamentlijk dies te beter onderhouden mogen worden; dit geschied niet uit nood of magteloosheid, want hy die alles gemaakt heeft is en blijft Almagtig, maar op dat alle dingen na een zekere ordre en maat wierden geregeert; of ons schoon het eene Landschap te koud en ’t ander te heet dunkt, zo is dit egter geen eigentlijke onmatigheid in zig zelven, maar een regt wel geordonneert Temperament voor zodanig een Landstreek alder-bekwaamst,[***]moetende wel-standigheids halven tegens de andere delen der aarde juist een zodanige, en niet eene andere proportie hebben. Een wel hebbend Huis-vader heeft in zijn, en onder zijn Huis-raad, niet alleen Goudene en Zilvere, maar ook Kopere en Yzere Vaten en Werk-tuigen. Men vind in Koninglijke gebouwen zo wel slegte vertrekken voor de Dienaars, en duistere plaatzen voor de Stal-jongens, als Palleizen, Thronen en zierlijke Kamers voor Princen, Edellieden en aanzienelijke Gasten; dits geen onorder, maar een juist gepaste ordere. Zo heeft ook d’ alderwijste Bouw-heer dezes Werelds ’t eene Volk iet gemakkelijkers, en ’t ander iet swaarders, verordonneert en toegedeelt; maar evenwel niemant van nootdruft onverzogt gelaten.Hier mede eindige den Inhoud dezes Boeks, met toewensching aan uw gezegendeFriescheschaar, dat het uw alzo behagen mag, gelijk ik uw, in allen dele, ben voorgekomen, eerlijk en in eenen goede wandel, meer om uw te behagen, als mishagen; bevlijtigende my om uwen Vriend genaamt te mogen worden, en my over te brengen tot uwen Zegen, om vrugten te plukken uit uwen schoot; en, zo ’t God wilde, d’ overige mijner dagen, met uw, in genoegen en eere door te brengen; ’t welk uw, neffens my, de Heere verlene na zijn Almagtig behagen. Uw groetende benWaarde Vrienden, Uw D. W. Dr.J. D. HL.

VOOR-BERIGTAAN DENBESCHEIDENELEZER.

WAARDE VRIENDEN:Indien zodanige Schrijvers en schriften, welke te gelijk ’t nut en ’t vermakelijk voordragen, altijd billijk in waarde gehouden en gepresen zijn geworden: zo zijn gewisschelijk Beschrijvingen, zo van Geschiedenissen, als van Natuurlijke Zeldzaamheden, in ’t gemeen in agtinge, alwaar in de regtschapene Lezers op een bezondere wijs t’ zamen gaan. Ja, ook ’t nut met zo veel meer nadruk als de exempelen altijd beter leren, dan blote vermaningen of waarschouwinge; waarom ook de H. Schrift ons tot de voorbeelden wijst, om ons daar in, en aan te spiegelen, ’t zy om daar door afgeschrikt te worden van ’t kwade,Luc.XVII: 32. 2Petr.II: 4, 5, 6.Judævs. 7. of aangezet te worden tot het goede, en vertroostinge op te vatten in verdrukkingen,Jacob.v: 10, 11, en ander wegen ’t vermaaklijk met zo veel meer aangenaamheid, als de verscheidenheid der velerlei voorkomende dingen behaaglijker is.Als wy nu uit aanmerkinge der Schepzelen kragtig werden aangezet, om ons te verwonderen over des Scheppers, wijsheid,[**2]magt, goedheid, &c. en daar door opgewekt worden, om gedurig uit te barsten, in zijnen lof. Zo is ’t dan een zaak van zonderlinge nuttigheid, niet alleen de werken zijner handen te betragten in onze Gewesten, (welke door ’t dagelijks gezigt van onze eerste Jeugd af, ons nu algemeen geworden, en derhalven by de meeste menigte in weinig opmerking zijn, om door de zelve tot hoger gedagten zig te laten op-trekken,) maar ook het oog te slaan op de dingen, in andere Landen, welke ons vreemd voor komen, en derhalven een meerder aanleiding geven tot den roem des Almagtigen; meer genoege nemende in de heldere Zon schijnende dag, als in de treurende nagt der duisternis.Buiten dit is ’er ook een Politicq nut en vermaak in ’t bezoeken van vreemde Gewesten; d’ eerste weêr vinder der een tijd lang vergetende Nieuwe-Oude-Wereld. d’ Eerste treden op dezeAmerikaanscheboden gedaan hebbende, waren gelijk als verstomd en verzet van opgetoge verwondering, over de uitstekende aangenaamheid, waar mede dit Werelds-deel van den Hemel begelukkigt was. Daar in ook deze ColonieZurinamehaar talent van zegeningen rijkelijk bezit, als boven maten zierelijk, aanlokkelijk en lustrijk, dat men zig laat voorstaan in ’t Paradijs te zijn: dan oog en neus weiden zig byna nooit zat aan de lustige Bosschen, welke de wandelende met zo veelvuldige veranderinge, ’t gezigt en den reuk verkwikkende bloessemen, hier zo wit als Sneeuw, daar van een purper, gints van een scharlaken, van een rozen, van een goud-geel, van een violette bruine verwe; de KoningSalomon, in zijn magtig Purpere en Zijde gewaden, beschamen.Niet genoegzaam men aanschouwen kan ’t merkwaardig aardige Gevogelte, ’t welk de beeldende natuur d’ eene onvergelijkelijkeAppellestrek over d’ ander op, en aan de vleugelen en vederen had geschildert.Desgelijks ook de menigerlei en wonder zeltzame Dieren, welkeEuropaniet kend.De mond stilt de honger met velerleiNectarlieflijke en hertsterkende Vrugten, die de warmte der Zon, de Vrugt der plante zijn makende, en doet die in de zelve zig opwaarts beuren. Hebbende dies het zaat van yder Boom en Plant in zig de eigenschap harer oorspronk, in verscheidene vogten, zo wel Hars-agtige, Oly en Melk-agtige, als mede zuure en zoete of scherpe.Ik begeer de waardige roem derNederlandscheVrouws-perzonen niet te verkleinen, als een tegens de billijke redenen en onbetamelijke zaak zijnde; dog bekenne geerne dat d’IndiaanscheNatien, zo Mannen als Vrouwen, in haar zo een voldoenent vriendelijk en lieflijk wezen dragen, dat zy voor de schoonheid van eenNederlandsche Helenazig niet hebben te verbergen; zijnde in vernuft, en velerlei treffelijke vindinge in zig altoos genegen.En beken, dat andere Landen in Konsten en Wetenschappen de voorrang hebben, dog evenwel niet in allen: want immers kan de Menschen ’t grote nut ontstaan, uit zulke Landen, daar de Vrede meer als den Oorlog floreerd, daar men meer Zuiker-Ayren, als Spiessen en Kogels ziet, daar meer Vrugten ingezamelt als verdorven worden; daar de Natuur den Hoorn des overvloeds rijkelijk uitschuddet, en wederom[**3]andere Gewesten, door middel van Schip-vaart, laat toe komen.Zoude dezeAmerikaanscheBosch-dieren,PhacosofPincos, ’t gebrek der rennende Harten niet genoegzaam konnen vergoeden? Zijn de Apen zo gants verwerpelijk, welk aan de Tafel in de Keuken (neffens de dienstbareMoorscheDogters en hare Zuigelingen) uw voor Dienst-knegten en Dienst-maagden verstrekken? nog veel honderd andere nuttige, en te gelijk vermakende, Gediertens laat ik agter blijven; en zo vele duizend Vogelen met hare schone vederen voor-by vliegen; en de menigvuldige veranderende Visschen voor-by swemmen; daar-en-boven laat ik de Schatten en Rijkdom voor dit maal in d’ aarde steken, op dat de Lezer in den eersten opslag niet al te ongelooflijk werde.Vraag het nog veel scharper verstandSalomons, waarom hy zulke kostelijke en moeijelijke Schip-vaarden naOphiraanstelde, onaangezien hy heerschste in een Land vloeijende van Melk en Honig? Met weinig houd men wel Huis, maar met meer, veel aanzienelijker en bekwamer, wanneer de gierigheid zig niet daar onder vermengt. Of schoonJudæa,Syrien,ArabienenMooren-land, geenzins arm waren van natuurlijke gaven, zo verlangde hy dies niet te min ook te mogen zien Ebben-hout, Apen, Papegaaijen en andere Gediertens, desgelijks ookIndiaanscheKruiden en Gewassen.De Lezer zal in deze Inhoud vinden een treffelijk Veld van veel vuldige Gewassen, Wortelen, Kruiden en Planten, Vrugt-dragende en andere Geboomtens zig aanmerklijk makende, ’t zy door hare uitstekende en voedzame of verkwikkende Vrugten, of door haar zeltzame gestalte, of door andere harer wonderlijke eigenschappen; en te gelijk aangewezen hare deugden, werkinge en gebruik, zo tot onderhoud van ’t Menschelijk geslagt, als bekwaam tot Medicijnen.Dies hebbe ik deze mijn volbragt Boekje, de Titel gegeven vanZurinaamsche Beschrijving, vertonende kurieuze aanmerkingen, de opkomst van de zelve Colonie, de Aanbouw der Zuiker-Plantagien door de Christenen aldaar; de Kerken-dienst, neffens de Politijque Regeringe. Den aard der eigene natuurlijke vrije Inwoonders, of anders genaamtIndianenenIndianinnen; alzo ook de SlaafscheAfrikaansche Mooren; deze Natien hare Levens-manieren, Afgoden- of Bygelovige-dienst, neffens de dagelijksche Bezigheden, hoe de zelve Leven, Huwelijken en Begraven worden. Met een vertoog van de Bosch-grond, Water- en Pluim-Gedierten; de veel vuldige heerlijke Vrugten, en de gehele gesteltheid der zelver Colonie: met een aanvoeginge van ’t Octroy over die Provintie gegeven; en verrijkt met de Kaart van ’t zelve Landschap (daar de legginge van de Plantagien, met hare namen, worden aangewezen) en Kopere Platen.Alles, zo veel mogelijk was, in zijn Hooft-delen en geschikte ordre gehouden, zo van de vreemde Volkeren, meest al de daden en gelegentheden haars ganschen Leven, hare Dragten, Hand-werken, Wetenschappen, Konsten, Koophandel, verlustigings Oeffeningen, Zeden en Gewoontens, zo wel verfoeijelijk, oneerbaar, walglijk en schandelijk, &c. Om de zelve ongeveinst regt eigentlijk te beschouwen, hebbe ik in plaats van Scheep te gaan, en vele duizenden van onstuime golven te door ploegen, mijn Pen; als in eene zee van de geloof-waardigste vreemdigheden genat, welke deels in eigener Perzoon, inZurinamegewoond, hebbe onderzogt en beschouwt; en deels d’ eere te geven aan eenen Sr.Cornelis Pieterssen Elderssen, dier tijd Koopman, aldaar wonende in de Stad, of zo men anders wil VlekParamaribo, by wien ik mijn Inwoninge en Tafel hadde. Alzo ook door een Monsr.Adriaan van Zwol, dier tijds Directeur op een Plantagie, die my verscheide dezer vreemdigheden hebben doen zien. ’t Zoude te lang vallen, hier te willen aanwijzen, wat voor nuttigheid in ’t vervolg dezer dingen te vinden zijn, wanneer men bescheidentlijk op ’t regte gebruik doeld.Laat uw ook niet onbedagt voor komen, Bescheidene Lezer, de vreemde benaminge die deze Natien in hare Taal hebben, dan een en de zelve zaak drukken zy uit in verscheidene woorden, niet altoos by ’t zelve blijvende; dies hare Talen, zoIndianenalsMooren, zeer swaar te leren zijn.Gy ziet verders in dit Lust-hof, en vreemde gewest des Werelds, van den Almagtigen en al Wijzen God gebouwd, door zijn dienares de Natuur, en velerwegen door Menschelijke vlijt en konst op-gepronkt, en tot verder volmaaktheid gebragt. OokDe gesteltenis der Lugt, eigenschappen des Weêrs, verdelinge der Jaar-getijden. Hier ziet men Poelen, Beken, Rivieren, Zeën en Zee-Monsters, Regen, Storm-wind, Donder en Blixem zal ook geweldig rumoeren, zonder nogtans u te beschadigen. Ondertusschen zult gy alles eigentlijk konnen zien en door zien, daar uit aanleiding nemende, om dien wonderlijken Schepper te verheerlijken tot een gemoeds-verlustiging.Belangende de Stijl, van my, in dit Werkje gebruikt, heb de zelve zodanig zoeken te vormen dat ik van elk zoude konnen verstaan worden, om voor de eenvoudige niet duister te zijn: Dies ook verzoeke my, in deze niet weinige Druk of Schrijf-feilen, te verschonen, wijl mogelijk hetFriescheaccent met hetHollandsniet over-een-komende zijn zal; werdende deels ook uit de Pen na de Druk-pars gezonden, willende de zelve gaarde verbeteren. Ondertusschen den Lezer verzoekende, dat hy niet te haastig, eenige hem te wonderlijk voorkomende zaak, gelieve te veroordelen, maar veel eer zig indagtig make, dat ’er veel in de Natuur is ’t welk wy niet weten.Ziet daar, nieuwsgierige Lezer, schoon de Natuur het eene Land wat kariger met haar gaven als ’t ander by woond, zo toond zy zig egter, in zulken geval, over ’t min begaafde geen Stief-moeder te zijn, maar zy blijft een getrouwe en milddadige Natuurlijke-moeder aller Landen, of wel ’t eene wat meer uit hare borsten drinkt als ’t andere, ’t gene zy dit Gewest schenkt, onthoudze een ander Gewest, om dat het zelve veel ligt niet diend, of op datze gezamentlijk dies te beter onderhouden mogen worden; dit geschied niet uit nood of magteloosheid, want hy die alles gemaakt heeft is en blijft Almagtig, maar op dat alle dingen na een zekere ordre en maat wierden geregeert; of ons schoon het eene Landschap te koud en ’t ander te heet dunkt, zo is dit egter geen eigentlijke onmatigheid in zig zelven, maar een regt wel geordonneert Temperament voor zodanig een Landstreek alder-bekwaamst,[***]moetende wel-standigheids halven tegens de andere delen der aarde juist een zodanige, en niet eene andere proportie hebben. Een wel hebbend Huis-vader heeft in zijn, en onder zijn Huis-raad, niet alleen Goudene en Zilvere, maar ook Kopere en Yzere Vaten en Werk-tuigen. Men vind in Koninglijke gebouwen zo wel slegte vertrekken voor de Dienaars, en duistere plaatzen voor de Stal-jongens, als Palleizen, Thronen en zierlijke Kamers voor Princen, Edellieden en aanzienelijke Gasten; dits geen onorder, maar een juist gepaste ordere. Zo heeft ook d’ alderwijste Bouw-heer dezes Werelds ’t eene Volk iet gemakkelijkers, en ’t ander iet swaarders, verordonneert en toegedeelt; maar evenwel niemant van nootdruft onverzogt gelaten.Hier mede eindige den Inhoud dezes Boeks, met toewensching aan uw gezegendeFriescheschaar, dat het uw alzo behagen mag, gelijk ik uw, in allen dele, ben voorgekomen, eerlijk en in eenen goede wandel, meer om uw te behagen, als mishagen; bevlijtigende my om uwen Vriend genaamt te mogen worden, en my over te brengen tot uwen Zegen, om vrugten te plukken uit uwen schoot; en, zo ’t God wilde, d’ overige mijner dagen, met uw, in genoegen en eere door te brengen; ’t welk uw, neffens my, de Heere verlene na zijn Almagtig behagen. Uw groetende benWaarde Vrienden, Uw D. W. Dr.J. D. HL.

WAARDE VRIENDEN:

I

ndien zodanige Schrijvers en schriften, welke te gelijk ’t nut en ’t vermakelijk voordragen, altijd billijk in waarde gehouden en gepresen zijn geworden: zo zijn gewisschelijk Beschrijvingen, zo van Geschiedenissen, als van Natuurlijke Zeldzaamheden, in ’t gemeen in agtinge, alwaar in de regtschapene Lezers op een bezondere wijs t’ zamen gaan. Ja, ook ’t nut met zo veel meer nadruk als de exempelen altijd beter leren, dan blote vermaningen of waarschouwinge; waarom ook de H. Schrift ons tot de voorbeelden wijst, om ons daar in, en aan te spiegelen, ’t zy om daar door afgeschrikt te worden van ’t kwade,Luc.XVII: 32. 2Petr.II: 4, 5, 6.Judævs. 7. of aangezet te worden tot het goede, en vertroostinge op te vatten in verdrukkingen,Jacob.v: 10, 11, en ander wegen ’t vermaaklijk met zo veel meer aangenaamheid, als de verscheidenheid der velerlei voorkomende dingen behaaglijker is.

Als wy nu uit aanmerkinge der Schepzelen kragtig werden aangezet, om ons te verwonderen over des Scheppers, wijsheid,[**2]magt, goedheid, &c. en daar door opgewekt worden, om gedurig uit te barsten, in zijnen lof. Zo is ’t dan een zaak van zonderlinge nuttigheid, niet alleen de werken zijner handen te betragten in onze Gewesten, (welke door ’t dagelijks gezigt van onze eerste Jeugd af, ons nu algemeen geworden, en derhalven by de meeste menigte in weinig opmerking zijn, om door de zelve tot hoger gedagten zig te laten op-trekken,) maar ook het oog te slaan op de dingen, in andere Landen, welke ons vreemd voor komen, en derhalven een meerder aanleiding geven tot den roem des Almagtigen; meer genoege nemende in de heldere Zon schijnende dag, als in de treurende nagt der duisternis.

Buiten dit is ’er ook een Politicq nut en vermaak in ’t bezoeken van vreemde Gewesten; d’ eerste weêr vinder der een tijd lang vergetende Nieuwe-Oude-Wereld. d’ Eerste treden op dezeAmerikaanscheboden gedaan hebbende, waren gelijk als verstomd en verzet van opgetoge verwondering, over de uitstekende aangenaamheid, waar mede dit Werelds-deel van den Hemel begelukkigt was. Daar in ook deze ColonieZurinamehaar talent van zegeningen rijkelijk bezit, als boven maten zierelijk, aanlokkelijk en lustrijk, dat men zig laat voorstaan in ’t Paradijs te zijn: dan oog en neus weiden zig byna nooit zat aan de lustige Bosschen, welke de wandelende met zo veelvuldige veranderinge, ’t gezigt en den reuk verkwikkende bloessemen, hier zo wit als Sneeuw, daar van een purper, gints van een scharlaken, van een rozen, van een goud-geel, van een violette bruine verwe; de KoningSalomon, in zijn magtig Purpere en Zijde gewaden, beschamen.

Niet genoegzaam men aanschouwen kan ’t merkwaardig aardige Gevogelte, ’t welk de beeldende natuur d’ eene onvergelijkelijkeAppellestrek over d’ ander op, en aan de vleugelen en vederen had geschildert.

Desgelijks ook de menigerlei en wonder zeltzame Dieren, welkeEuropaniet kend.

De mond stilt de honger met velerleiNectarlieflijke en hertsterkende Vrugten, die de warmte der Zon, de Vrugt der plante zijn makende, en doet die in de zelve zig opwaarts beuren. Hebbende dies het zaat van yder Boom en Plant in zig de eigenschap harer oorspronk, in verscheidene vogten, zo wel Hars-agtige, Oly en Melk-agtige, als mede zuure en zoete of scherpe.

Ik begeer de waardige roem derNederlandscheVrouws-perzonen niet te verkleinen, als een tegens de billijke redenen en onbetamelijke zaak zijnde; dog bekenne geerne dat d’IndiaanscheNatien, zo Mannen als Vrouwen, in haar zo een voldoenent vriendelijk en lieflijk wezen dragen, dat zy voor de schoonheid van eenNederlandsche Helenazig niet hebben te verbergen; zijnde in vernuft, en velerlei treffelijke vindinge in zig altoos genegen.

En beken, dat andere Landen in Konsten en Wetenschappen de voorrang hebben, dog evenwel niet in allen: want immers kan de Menschen ’t grote nut ontstaan, uit zulke Landen, daar de Vrede meer als den Oorlog floreerd, daar men meer Zuiker-Ayren, als Spiessen en Kogels ziet, daar meer Vrugten ingezamelt als verdorven worden; daar de Natuur den Hoorn des overvloeds rijkelijk uitschuddet, en wederom[**3]andere Gewesten, door middel van Schip-vaart, laat toe komen.

Zoude dezeAmerikaanscheBosch-dieren,PhacosofPincos, ’t gebrek der rennende Harten niet genoegzaam konnen vergoeden? Zijn de Apen zo gants verwerpelijk, welk aan de Tafel in de Keuken (neffens de dienstbareMoorscheDogters en hare Zuigelingen) uw voor Dienst-knegten en Dienst-maagden verstrekken? nog veel honderd andere nuttige, en te gelijk vermakende, Gediertens laat ik agter blijven; en zo vele duizend Vogelen met hare schone vederen voor-by vliegen; en de menigvuldige veranderende Visschen voor-by swemmen; daar-en-boven laat ik de Schatten en Rijkdom voor dit maal in d’ aarde steken, op dat de Lezer in den eersten opslag niet al te ongelooflijk werde.

Vraag het nog veel scharper verstandSalomons, waarom hy zulke kostelijke en moeijelijke Schip-vaarden naOphiraanstelde, onaangezien hy heerschste in een Land vloeijende van Melk en Honig? Met weinig houd men wel Huis, maar met meer, veel aanzienelijker en bekwamer, wanneer de gierigheid zig niet daar onder vermengt. Of schoonJudæa,Syrien,ArabienenMooren-land, geenzins arm waren van natuurlijke gaven, zo verlangde hy dies niet te min ook te mogen zien Ebben-hout, Apen, Papegaaijen en andere Gediertens, desgelijks ookIndiaanscheKruiden en Gewassen.

De Lezer zal in deze Inhoud vinden een treffelijk Veld van veel vuldige Gewassen, Wortelen, Kruiden en Planten, Vrugt-dragende en andere Geboomtens zig aanmerklijk makende, ’t zy door hare uitstekende en voedzame of verkwikkende Vrugten, of door haar zeltzame gestalte, of door andere harer wonderlijke eigenschappen; en te gelijk aangewezen hare deugden, werkinge en gebruik, zo tot onderhoud van ’t Menschelijk geslagt, als bekwaam tot Medicijnen.

Dies hebbe ik deze mijn volbragt Boekje, de Titel gegeven vanZurinaamsche Beschrijving, vertonende kurieuze aanmerkingen, de opkomst van de zelve Colonie, de Aanbouw der Zuiker-Plantagien door de Christenen aldaar; de Kerken-dienst, neffens de Politijque Regeringe. Den aard der eigene natuurlijke vrije Inwoonders, of anders genaamtIndianenenIndianinnen; alzo ook de SlaafscheAfrikaansche Mooren; deze Natien hare Levens-manieren, Afgoden- of Bygelovige-dienst, neffens de dagelijksche Bezigheden, hoe de zelve Leven, Huwelijken en Begraven worden. Met een vertoog van de Bosch-grond, Water- en Pluim-Gedierten; de veel vuldige heerlijke Vrugten, en de gehele gesteltheid der zelver Colonie: met een aanvoeginge van ’t Octroy over die Provintie gegeven; en verrijkt met de Kaart van ’t zelve Landschap (daar de legginge van de Plantagien, met hare namen, worden aangewezen) en Kopere Platen.

Alles, zo veel mogelijk was, in zijn Hooft-delen en geschikte ordre gehouden, zo van de vreemde Volkeren, meest al de daden en gelegentheden haars ganschen Leven, hare Dragten, Hand-werken, Wetenschappen, Konsten, Koophandel, verlustigings Oeffeningen, Zeden en Gewoontens, zo wel verfoeijelijk, oneerbaar, walglijk en schandelijk, &c. Om de zelve ongeveinst regt eigentlijk te beschouwen, hebbe ik in plaats van Scheep te gaan, en vele duizenden van onstuime golven te door ploegen, mijn Pen; als in eene zee van de geloof-waardigste vreemdigheden genat, welke deels in eigener Perzoon, inZurinamegewoond, hebbe onderzogt en beschouwt; en deels d’ eere te geven aan eenen Sr.Cornelis Pieterssen Elderssen, dier tijd Koopman, aldaar wonende in de Stad, of zo men anders wil VlekParamaribo, by wien ik mijn Inwoninge en Tafel hadde. Alzo ook door een Monsr.Adriaan van Zwol, dier tijds Directeur op een Plantagie, die my verscheide dezer vreemdigheden hebben doen zien. ’t Zoude te lang vallen, hier te willen aanwijzen, wat voor nuttigheid in ’t vervolg dezer dingen te vinden zijn, wanneer men bescheidentlijk op ’t regte gebruik doeld.

Laat uw ook niet onbedagt voor komen, Bescheidene Lezer, de vreemde benaminge die deze Natien in hare Taal hebben, dan een en de zelve zaak drukken zy uit in verscheidene woorden, niet altoos by ’t zelve blijvende; dies hare Talen, zoIndianenalsMooren, zeer swaar te leren zijn.

Gy ziet verders in dit Lust-hof, en vreemde gewest des Werelds, van den Almagtigen en al Wijzen God gebouwd, door zijn dienares de Natuur, en velerwegen door Menschelijke vlijt en konst op-gepronkt, en tot verder volmaaktheid gebragt. Ook

De gesteltenis der Lugt, eigenschappen des Weêrs, verdelinge der Jaar-getijden. Hier ziet men Poelen, Beken, Rivieren, Zeën en Zee-Monsters, Regen, Storm-wind, Donder en Blixem zal ook geweldig rumoeren, zonder nogtans u te beschadigen. Ondertusschen zult gy alles eigentlijk konnen zien en door zien, daar uit aanleiding nemende, om dien wonderlijken Schepper te verheerlijken tot een gemoeds-verlustiging.

Belangende de Stijl, van my, in dit Werkje gebruikt, heb de zelve zodanig zoeken te vormen dat ik van elk zoude konnen verstaan worden, om voor de eenvoudige niet duister te zijn: Dies ook verzoeke my, in deze niet weinige Druk of Schrijf-feilen, te verschonen, wijl mogelijk hetFriescheaccent met hetHollandsniet over-een-komende zijn zal; werdende deels ook uit de Pen na de Druk-pars gezonden, willende de zelve gaarde verbeteren. Ondertusschen den Lezer verzoekende, dat hy niet te haastig, eenige hem te wonderlijk voorkomende zaak, gelieve te veroordelen, maar veel eer zig indagtig make, dat ’er veel in de Natuur is ’t welk wy niet weten.

Ziet daar, nieuwsgierige Lezer, schoon de Natuur het eene Land wat kariger met haar gaven als ’t ander by woond, zo toond zy zig egter, in zulken geval, over ’t min begaafde geen Stief-moeder te zijn, maar zy blijft een getrouwe en milddadige Natuurlijke-moeder aller Landen, of wel ’t eene wat meer uit hare borsten drinkt als ’t andere, ’t gene zy dit Gewest schenkt, onthoudze een ander Gewest, om dat het zelve veel ligt niet diend, of op datze gezamentlijk dies te beter onderhouden mogen worden; dit geschied niet uit nood of magteloosheid, want hy die alles gemaakt heeft is en blijft Almagtig, maar op dat alle dingen na een zekere ordre en maat wierden geregeert; of ons schoon het eene Landschap te koud en ’t ander te heet dunkt, zo is dit egter geen eigentlijke onmatigheid in zig zelven, maar een regt wel geordonneert Temperament voor zodanig een Landstreek alder-bekwaamst,[***]moetende wel-standigheids halven tegens de andere delen der aarde juist een zodanige, en niet eene andere proportie hebben. Een wel hebbend Huis-vader heeft in zijn, en onder zijn Huis-raad, niet alleen Goudene en Zilvere, maar ook Kopere en Yzere Vaten en Werk-tuigen. Men vind in Koninglijke gebouwen zo wel slegte vertrekken voor de Dienaars, en duistere plaatzen voor de Stal-jongens, als Palleizen, Thronen en zierlijke Kamers voor Princen, Edellieden en aanzienelijke Gasten; dits geen onorder, maar een juist gepaste ordere. Zo heeft ook d’ alderwijste Bouw-heer dezes Werelds ’t eene Volk iet gemakkelijkers, en ’t ander iet swaarders, verordonneert en toegedeelt; maar evenwel niemant van nootdruft onverzogt gelaten.

Hier mede eindige den Inhoud dezes Boeks, met toewensching aan uw gezegendeFriescheschaar, dat het uw alzo behagen mag, gelijk ik uw, in allen dele, ben voorgekomen, eerlijk en in eenen goede wandel, meer om uw te behagen, als mishagen; bevlijtigende my om uwen Vriend genaamt te mogen worden, en my over te brengen tot uwen Zegen, om vrugten te plukken uit uwen schoot; en, zo ’t God wilde, d’ overige mijner dagen, met uw, in genoegen en eere door te brengen; ’t welk uw, neffens my, de Heere verlene na zijn Almagtig behagen. Uw groetende ben

Waarde Vrienden, Uw D. W. Dr.

J. D. HL.

[Inhoud]OP HETGEGRONDE WERKVan den Autheur,GENAAMTBESCHRYVINGE van ZURINAME.Wat heeft de Zatan magt op ’s Menschen hert gewonnen,Wanneer hy hem, door schult en dwaasheid onbezonnen,Trok van zijn Schepper af; en brak het schone beelt,Dat God door zijnen geest in hem had voortgeteelt;Want van Gods beelt berooft, wil hy weêr beelden makenEn dat van Bomen-hout, van Steenen en van Staken,En is gelijk een Kind, nu in zijn eerste Jeugd,Met Poppen en een Kraam van Kinder-tuig verheugd.Maar dat het droevigst is, door wonder groter laster,Zo maakt de Zatan nog zijn Helsche banden vaster,Als hy den Mensch beweegt tot dit verkeert verstand,Dat God is als een Mensch of eenig Vee te Land:God schiep ons na zijn beeld, dit willen wy hem lonen,Als wy hem in een beeld van Mensch of Vee vertonen.ô Slegte dankbaarheid en gans verzuft, vernuft!Als of God door ’t getal van beelden stond verbluft.De Jode, schoon hy haat het dwaze beelde maken,Derft in het tegendeel de Godheid schier verzaken.De Amerikaan, die poogt, door list en schone schijn,Den eerste Vriend van God, ja zelver na te zijn.En d’ Afrikaansche Moor, tot aller wijzen spot,Haar, en ook and’re, zelfs verstrekken tot een God,Dus valt God uit den Throon. Maar lof zy deze Mannen,Die ooit haar snege brein hier hebben ingespannen,Op dat de Wereld bleek dat ons herstelde leer,Alleen den groten God vergunt zijn eigen eer.[***2]

OP HETGEGRONDE WERKVan den Autheur,GENAAMTBESCHRYVINGE van ZURINAME.Wat heeft de Zatan magt op ’s Menschen hert gewonnen,Wanneer hy hem, door schult en dwaasheid onbezonnen,Trok van zijn Schepper af; en brak het schone beelt,Dat God door zijnen geest in hem had voortgeteelt;Want van Gods beelt berooft, wil hy weêr beelden makenEn dat van Bomen-hout, van Steenen en van Staken,En is gelijk een Kind, nu in zijn eerste Jeugd,Met Poppen en een Kraam van Kinder-tuig verheugd.Maar dat het droevigst is, door wonder groter laster,Zo maakt de Zatan nog zijn Helsche banden vaster,Als hy den Mensch beweegt tot dit verkeert verstand,Dat God is als een Mensch of eenig Vee te Land:God schiep ons na zijn beeld, dit willen wy hem lonen,Als wy hem in een beeld van Mensch of Vee vertonen.ô Slegte dankbaarheid en gans verzuft, vernuft!Als of God door ’t getal van beelden stond verbluft.De Jode, schoon hy haat het dwaze beelde maken,Derft in het tegendeel de Godheid schier verzaken.De Amerikaan, die poogt, door list en schone schijn,Den eerste Vriend van God, ja zelver na te zijn.En d’ Afrikaansche Moor, tot aller wijzen spot,Haar, en ook and’re, zelfs verstrekken tot een God,Dus valt God uit den Throon. Maar lof zy deze Mannen,Die ooit haar snege brein hier hebben ingespannen,Op dat de Wereld bleek dat ons herstelde leer,Alleen den groten God vergunt zijn eigen eer.[***2]

Wat heeft de Zatan magt op ’s Menschen hert gewonnen,Wanneer hy hem, door schult en dwaasheid onbezonnen,Trok van zijn Schepper af; en brak het schone beelt,Dat God door zijnen geest in hem had voortgeteelt;Want van Gods beelt berooft, wil hy weêr beelden makenEn dat van Bomen-hout, van Steenen en van Staken,En is gelijk een Kind, nu in zijn eerste Jeugd,Met Poppen en een Kraam van Kinder-tuig verheugd.Maar dat het droevigst is, door wonder groter laster,Zo maakt de Zatan nog zijn Helsche banden vaster,Als hy den Mensch beweegt tot dit verkeert verstand,Dat God is als een Mensch of eenig Vee te Land:God schiep ons na zijn beeld, dit willen wy hem lonen,Als wy hem in een beeld van Mensch of Vee vertonen.ô Slegte dankbaarheid en gans verzuft, vernuft!Als of God door ’t getal van beelden stond verbluft.De Jode, schoon hy haat het dwaze beelde maken,Derft in het tegendeel de Godheid schier verzaken.De Amerikaan, die poogt, door list en schone schijn,Den eerste Vriend van God, ja zelver na te zijn.En d’ Afrikaansche Moor, tot aller wijzen spot,Haar, en ook and’re, zelfs verstrekken tot een God,Dus valt God uit den Throon. Maar lof zy deze Mannen,Die ooit haar snege brein hier hebben ingespannen,Op dat de Wereld bleek dat ons herstelde leer,Alleen den groten God vergunt zijn eigen eer.

W

at heeft de Zatan magt op ’s Menschen hert gewonnen,

Wanneer hy hem, door schult en dwaasheid onbezonnen,

Trok van zijn Schepper af; en brak het schone beelt,

Dat God door zijnen geest in hem had voortgeteelt;

Want van Gods beelt berooft, wil hy weêr beelden maken

En dat van Bomen-hout, van Steenen en van Staken,

En is gelijk een Kind, nu in zijn eerste Jeugd,

Met Poppen en een Kraam van Kinder-tuig verheugd.

Maar dat het droevigst is, door wonder groter laster,

Zo maakt de Zatan nog zijn Helsche banden vaster,

Als hy den Mensch beweegt tot dit verkeert verstand,

Dat God is als een Mensch of eenig Vee te Land:

God schiep ons na zijn beeld, dit willen wy hem lonen,

Als wy hem in een beeld van Mensch of Vee vertonen.

ô Slegte dankbaarheid en gans verzuft, vernuft!

Als of God door ’t getal van beelden stond verbluft.

De Jode, schoon hy haat het dwaze beelde maken,

Derft in het tegendeel de Godheid schier verzaken.

De Amerikaan, die poogt, door list en schone schijn,

Den eerste Vriend van God, ja zelver na te zijn.

En d’ Afrikaansche Moor, tot aller wijzen spot,

Haar, en ook and’re, zelfs verstrekken tot een God,

Dus valt God uit den Throon. Maar lof zy deze Mannen,

Die ooit haar snege brein hier hebben ingespannen,

Op dat de Wereld bleek dat ons herstelde leer,

Alleen den groten God vergunt zijn eigen eer.

[***2]

[Inhoud]TAFELVAN DEHOOFT-DEELEN.EERSTE HOOFT-DEEL.Nauwkeurig onderzoek van de eerste Ondekkinge van Amerika, en des zelfs aangelegene Landen.Pag.1.II. HOOFT-DEEL.Van de Natuurlijke Gesteltheid der Karaïbaansche Kust.Pag.12.III. HOOFT-DEEL.Van de Gematigheid der Lugt en van de Jaar-Zaizoenen op de Zurinaamsche Kust.Pag.20.IV. HOOFT-DEEL.Handelende van Parimaribo of Nieuw Middelburg, ’t Fort Zelandia, Sommelsdyk, enz.als mede het Leven en Sterven van de Heer van Sommelsdyk, en de Onderneminge der Franschen op Zuriname.Pag.46.V. HOOFT-DEELHoe het Zuiker-Riet in Amerika is overgebragt. Van ’t Riet Mambou en Rotang. Planting en Aankweking van het Zuiker-Riet op Zuriname. Schade der Mieren. ’t Gestel der Zuiker-Molens, en des zelfs Bewerkinge. ’t Zuiker-Riet op alle Kusten waar het gevonden werd.Woon huis der Planters, Neger-huisjes en ’t Stookhuis.Wat een Plantagie wel zou kosten om van nieuws aan te leggen.Pag.65.VI. HOOFT-DEEL.Aard, Natuur en Eigenschappen der Swarte Slaven, des zelfs Geboorte Plaatzen en verdere overvoeringe aan de Amerikaansche Kust, enz.Pag.90.VII. HOOFT-DEEL.Handelende van de Karaïbanen of Amerikaansche Inwoonders van Zuriname.Pag.124.VIII. HOOFT-DEELVan de gewoonlijke Maaltyden der Karaïbanen. Onthaal dat zy doen aan die haar gaan bezoeken. Van de Oorlogen en onthaal aan hare Oorlogs-gevangenen. Huwelijken, Geboorte, en van d’ Opvoedinge der Kinderen. Ouderdom, Ziekten, van de hulpmiddelen om de gezontheid weder te krijgen, van hare Dood, en van hare Lyk-pligten.Pag.141.IX. HOOFT-DEELVan de viervoetige Dieren, zo wilde als tamme, die op de Kust van Zuriname gevonden werden.Pag.169.X. HOOFT-DEELVeelderlei zoorte van Diertjes, zo Ongedierte als andere.Pag.175.XI. HOOFT-DEEL.Van d’ aanmerkelykste Vogelen, en andere Gedierten, zo talryk als het Land de zelve op geeft.Pag.183.XII. HOOFT-DEEL.Van de Visschen en Zee-gedrogten die op deze Kust gevonden werden.Pag.193.XIII. HOOFT-DEEL.De Aard der Bomen, dier Vrugten en Aard-gewassen.Pag.203.XIV. HOOFT-DEEL.Verscheide soorten van Melk of Wateren, zo die uit eenige Stammen en Vrugten der Bomen vloeyen, en Medicinaal zyn. Als mede van Gommen of Harsagtig Pek dat uit de Bomen druipt. Wyders Olyen, welke door middel van een snede in de Stammen der Bomen gedaan, vloeid.Pag.235.

TAFELVAN DEHOOFT-DEELEN.

EERSTE HOOFT-DEEL.Nauwkeurig onderzoek van de eerste Ondekkinge van Amerika, en des zelfs aangelegene Landen.Pag.1.II. HOOFT-DEEL.Van de Natuurlijke Gesteltheid der Karaïbaansche Kust.Pag.12.III. HOOFT-DEEL.Van de Gematigheid der Lugt en van de Jaar-Zaizoenen op de Zurinaamsche Kust.Pag.20.IV. HOOFT-DEEL.Handelende van Parimaribo of Nieuw Middelburg, ’t Fort Zelandia, Sommelsdyk, enz.als mede het Leven en Sterven van de Heer van Sommelsdyk, en de Onderneminge der Franschen op Zuriname.Pag.46.V. HOOFT-DEELHoe het Zuiker-Riet in Amerika is overgebragt. Van ’t Riet Mambou en Rotang. Planting en Aankweking van het Zuiker-Riet op Zuriname. Schade der Mieren. ’t Gestel der Zuiker-Molens, en des zelfs Bewerkinge. ’t Zuiker-Riet op alle Kusten waar het gevonden werd.Woon huis der Planters, Neger-huisjes en ’t Stookhuis.Wat een Plantagie wel zou kosten om van nieuws aan te leggen.Pag.65.VI. HOOFT-DEEL.Aard, Natuur en Eigenschappen der Swarte Slaven, des zelfs Geboorte Plaatzen en verdere overvoeringe aan de Amerikaansche Kust, enz.Pag.90.VII. HOOFT-DEEL.Handelende van de Karaïbanen of Amerikaansche Inwoonders van Zuriname.Pag.124.VIII. HOOFT-DEELVan de gewoonlijke Maaltyden der Karaïbanen. Onthaal dat zy doen aan die haar gaan bezoeken. Van de Oorlogen en onthaal aan hare Oorlogs-gevangenen. Huwelijken, Geboorte, en van d’ Opvoedinge der Kinderen. Ouderdom, Ziekten, van de hulpmiddelen om de gezontheid weder te krijgen, van hare Dood, en van hare Lyk-pligten.Pag.141.IX. HOOFT-DEELVan de viervoetige Dieren, zo wilde als tamme, die op de Kust van Zuriname gevonden werden.Pag.169.X. HOOFT-DEELVeelderlei zoorte van Diertjes, zo Ongedierte als andere.Pag.175.XI. HOOFT-DEEL.Van d’ aanmerkelykste Vogelen, en andere Gedierten, zo talryk als het Land de zelve op geeft.Pag.183.XII. HOOFT-DEEL.Van de Visschen en Zee-gedrogten die op deze Kust gevonden werden.Pag.193.XIII. HOOFT-DEEL.De Aard der Bomen, dier Vrugten en Aard-gewassen.Pag.203.XIV. HOOFT-DEEL.Verscheide soorten van Melk of Wateren, zo die uit eenige Stammen en Vrugten der Bomen vloeyen, en Medicinaal zyn. Als mede van Gommen of Harsagtig Pek dat uit de Bomen druipt. Wyders Olyen, welke door middel van een snede in de Stammen der Bomen gedaan, vloeid.Pag.235.

EERSTE HOOFT-DEEL.

Nauwkeurig onderzoek van de eerste Ondekkinge van Amerika, en des zelfs aangelegene Landen.Pag.1.

II. HOOFT-DEEL.

Van de Natuurlijke Gesteltheid der Karaïbaansche Kust.Pag.12.

III. HOOFT-DEEL.

Van de Gematigheid der Lugt en van de Jaar-Zaizoenen op de Zurinaamsche Kust.Pag.20.

IV. HOOFT-DEEL.

Handelende van Parimaribo of Nieuw Middelburg, ’t Fort Zelandia, Sommelsdyk, enz.als mede het Leven en Sterven van de Heer van Sommelsdyk, en de Onderneminge der Franschen op Zuriname.Pag.46.

V. HOOFT-DEEL

Hoe het Zuiker-Riet in Amerika is overgebragt. Van ’t Riet Mambou en Rotang. Planting en Aankweking van het Zuiker-Riet op Zuriname. Schade der Mieren. ’t Gestel der Zuiker-Molens, en des zelfs Bewerkinge. ’t Zuiker-Riet op alle Kusten waar het gevonden werd.Woon huis der Planters, Neger-huisjes en ’t Stookhuis.Wat een Plantagie wel zou kosten om van nieuws aan te leggen.Pag.65.

VI. HOOFT-DEEL.

Aard, Natuur en Eigenschappen der Swarte Slaven, des zelfs Geboorte Plaatzen en verdere overvoeringe aan de Amerikaansche Kust, enz.Pag.90.

VII. HOOFT-DEEL.

Handelende van de Karaïbanen of Amerikaansche Inwoonders van Zuriname.Pag.124.

VIII. HOOFT-DEEL

Van de gewoonlijke Maaltyden der Karaïbanen. Onthaal dat zy doen aan die haar gaan bezoeken. Van de Oorlogen en onthaal aan hare Oorlogs-gevangenen. Huwelijken, Geboorte, en van d’ Opvoedinge der Kinderen. Ouderdom, Ziekten, van de hulpmiddelen om de gezontheid weder te krijgen, van hare Dood, en van hare Lyk-pligten.Pag.141.

IX. HOOFT-DEEL

Van de viervoetige Dieren, zo wilde als tamme, die op de Kust van Zuriname gevonden werden.Pag.169.

X. HOOFT-DEEL

Veelderlei zoorte van Diertjes, zo Ongedierte als andere.Pag.175.

XI. HOOFT-DEEL.

Van d’ aanmerkelykste Vogelen, en andere Gedierten, zo talryk als het Land de zelve op geeft.Pag.183.

XII. HOOFT-DEEL.

Van de Visschen en Zee-gedrogten die op deze Kust gevonden werden.Pag.193.

XIII. HOOFT-DEEL.

De Aard der Bomen, dier Vrugten en Aard-gewassen.Pag.203.

XIV. HOOFT-DEEL.

Verscheide soorten van Melk of Wateren, zo die uit eenige Stammen en Vrugten der Bomen vloeyen, en Medicinaal zyn. Als mede van Gommen of Harsagtig Pek dat uit de Bomen druipt. Wyders Olyen, welke door middel van een snede in de Stammen der Bomen gedaan, vloeid.Pag.235.

[Inhoud]Land Kaart van de Land Streeken Cottica Comowini en SurinameLand Kaartvan de Land StreekenCottica ComowinienSuriname[1]

Land Kaart van de Land Streeken Cottica Comowini en SurinameLand Kaartvan de Land StreekenCottica ComowinienSuriname[1]

Land Kaart van de Land Streeken Cottica Comowini en SurinameLand Kaartvan de Land StreekenCottica ComowinienSuriname

Land Kaartvan de Land StreekenCottica ComowinienSuriname

[1]


Back to IndexNext