IV.Een gewichtig besluit.Zulke schavuiten!Zij verdienden met alle recht dien naam. De familie Cascabel was helaas het slachtoffer van hunne schurkerij.Elken avond was Cesar gewoon zich te overtuigen of de geldkist nog op hare plaats stond... Maar nu herinnerde hij zich dat hij den vorigen avond, doodmoede van den zwaren tocht en bijna niet meer kunnende zien van slaperigheid, van die gewoonte was afgeweken. Het was duidelijk dat de twee karrevoerders, gebruik makende van het oogenblik dat Jan en Sander met hun vader, vergezeld van Kruidnagel, waren teruggeloopen om het goed te halen dat op een lager gedeelte van den weg was achtergelaten, in het achterste gedeelte van den reiswagen waren doorgedrongen zonder dat iemand dit had opgemerkt. Daar hadden zij zich van de geldkist meester gemaakt en die tusschen de struiken langs den weg verborgen. Dat was de reden geweest waarom zij den nacht niet binnen deSchoone Zwerfsterhadden willen doorbrengen. Zij hadden gewacht tot alle leden van het gezin in slaap waren en zich toen met de hulp-paarden uit de voeten gemaakt.Van de spaarpenningen van den troep was geen cent meer over. Alleen had Cascabel zelf nog eenige dollars bij zich. Het was nog een geluk dat de roovers de paarden, Vermout en Gladiator, ook niet medegevoerd hadden.De honden, reeds sedert een etmaal gewend de twee kerels te zien komen en gaan, hadden niet aangeslagen. De diefstal was dus zonder eenige moeite gepleegd.Waar nu de gauwdieven terug te vinden, nu zij zich over de hun bekende bergpaden van de Sierra Nevada uit de voeten gemaakt hadden? Hoe het geld terug te bekomen? En hoe de reis naar Europa terug te doen, zonder geld om den overtocht te betalen?Allen waren wanhopig, de een barstte in tranen, de ander in verwenschingen los. Cesar Cascabel was bijna razend van woede en het kostte zijne vrouw en zijne kinderen niet weinig moeite hem tot bedaren te brengen. Maar toen deze eerste opwelling voorbij was, kreeg hij spoedig zijne tegenwoordigheid van geest terug als een man die niet gewoon was met nuttelooze verwenschingen zijnen tijd te verspillen.—Die ellendige geldkist! kon Cornelia niet nalaten te zeggen.—Ja, als wij dat ding niet gehad hadden, voegde Jan er bij, zou ons geld.......—Het is waarachtig een mooie inval van mij geweest, riep Cascabel uit, die satansche kist te koopen. Nu zie ik pas in dat het voorzichtiger is, als men eene geldkist heeft, er niets in te bewaren! Wat geeft het of zoo’n ding tegen het vuur bestand is, zooals die winkelier in Sacramento mij verzekerd heeft, als het toch door den eersten dief den beste weggekaapt kan worden!Ieder begrijpt welk een harde slag dit voor onze reizigers was en niemand zal er zich over verwonderen dat zij in de eerste oogenblikken er als door versuft waren. Met zooveel moeite tweeduizend dollars bij elkaar te hebben en ze dan op die manier te moeten kwijtraken!—Wat moeten wij beginnen? vroeg Jan.—Ja, wat moeten wij beginnen? herhaalde Cascabel, terwijl de woorden met moeite tusschen zijne saamgeklemde tanden doorkwamen, alsof hij ze kauwde. Het is maar al te duidelijk wat wij beginnen moeten; het is zelfs zóó eenvoudig dat er niets tegen in te brengen is. Zonder hulp-paarden kunnen wij den berg niet over. Wij kunnen dus niet anders dan naar de boerderij terug. Misschien vinden wij daar onze twee schobbejakken ook!—Waarschijnlijk zijn zij daar niet heengegaan, merkte Kruidnagel in zijnen eenvoud op.Dat was inderdaad alles behalve waarschijnlijk. Maar er zat niet anders op, Cesar had het terstond begrepen, dan terug te gaan. Want den tocht bergopwaarts konden zij niet voortzetten.Vermout en Gladiator werden dus ingespannen en de terugrit door den bergpas naar beneden nam eenen aanvang.Dat ging maar al te gemakkelijk, helaas! Van eene helling af te komen kost niet veel moeite; maar het was een treurige tocht in alle stilte, die slechts van tijd tot tijd werd afgebroken als Cesar in eenen stroom van verwenschingen zijn gemoed lucht gaf.Tegen den middag kwam deSchoone Zwerfsteraan de hoeve, waar niemand iets van de dieven wist. De eigenaar was woedend toen hij het geval vernam, maar sloeg weinig acht op hetgeen de familie Cascabel overkomen was. Dat zij bestolen was kon hem niet veel schelen; hijzelf was zijne drie paarden kwijt! De booswichten waren zeker een eind het gebergte ingevlucht en nu reeds aan de andere zijde van den pas. Hen na te zetten was niet doenlijk. Het had er iets van alsof de boer zelfs Cascabel nog aansprakelijk wilde stellen voor het stelen zijner paarden.—Neen maar, die is goed! riep Cesar uit. Waarom hebt ge zoo’n paar schoeljes in dienst, en verhuurt gij ze aan menschen die hen meenen te kunnen vertrouwen?—Hoe kon ik dat weten? antwoordde de boer. Ik had nooit reden van klagen over hen gehad. Zij kwamen uit engelsch Columbia....—Wat, waren het engelschen?—Zeker!—In zoo’n geval, mijnheer, waarschuwt men de menschen, schreeuwde Cascabel. Voor zoo iets had ik gewaarschuwd moeten worden!Dit mocht zijn zooals het wilde, de diefstal was in elk geval gepleegd.Moeder Cascabel was volkomen ontroostbaar, maar haar echtgenoot die meer filozoof geworden was op zijne veeljarige omzwervingen, kreeg betrekkelijk spoedig zijne kalmte terug.Alle leden van het gezin kwamen in deSchoone Zwerfsterbijeen teneinde te overleggen wat hun te doen stond. Uit die beraadslaging, zeide mijnheer Cascabel met eene deftigheid die bewees dat hij reeds de oude weder geworden was, kon niet anders dan »eene allergewichtigste beslissing« voortvloeien.—Kinderen, zeide hij, er komen in het leven omstandigheden voor waarin een verstandig man moet weten wat hem te doen staat, en ik heb ook opgemerkt dat dit in den regel onaangename omstandigheden zijn. Dat is ook het geval met die waarin wij ons op het oogenblik bevinden door de schuld van die gemeene smeerlappen van engelschen...Englishmen, zooals ze zichnoemen!... Hierover lang te praten baat echter niets, vooral niet omdat er maar één plan overblijft dat wij kunnen uitvoeren,... en dat zullen we ook uitvoeren!De terugtocht door den bergpas naar beneden nam een aanvang. (Zie bl. 41).De terugtocht door den bergpas naar beneden nam een aanvang.(Zie bl.41).—Wat is dat dan? vroeg Sander.—Ik zal er terstond toe overgaan u op de hoogte te brengen van hetgeen ik in mijn hoofd heb, antwoordde zijn vader. Maar om te weten of het uitvoerbaar is, moet Jan beginnen met dat ding voor den dag te halen waar de kaarten in zijn.—Mijn atlas bedoelt gij?—Jawel, jawel, uw atlas. Van aardrijkskunde moet ge meer weten dan een van ons allen. Voor den dag dus met uw atlas.—Ik zal hem krijgen vader.De atlas werd gehaald en op de tafel opengelegd. Toen hervatte papa Cascabel:—Het spreekt van zelf, kinderen, dat ofschoon die fielten van engelschen—dat ik niet aan hun boeventronies gezien heb dat het engelschen waren!—met onze geldkist op den loop zijn—dat ik ook op het denkbeeld komen moest om er eene geldkist op na te willen houden!—het spreekt van zelf, herhaal ik, dat wij desniettemin ons plan niet opgeven om naar Europa terugtekeeren....—Het opgeven?... Dat nooit! bevestigde zijne vrouw.—Goed geantwoord, Cornelia. Wij willen naar Europa en wij zullen er komen! Wij willen Frankrijk terugzien en wij zullen het! Dat zoo ’n paar bandieten ons bestolen hebben, is geen reden.... Ik tenminste moet naar mijn land terug of ik ga dood....—Gij moogt niet dood gaan, Cesar! Wij zijn eenmaal op weg naar Europa en wij keeren niet weer terug...—Alles goed en wel, vroeg Jan, maar hoe? Op welke manier zullen wij er komen?—Ja, op welke manier, dat is de vraag... hernam Cascabel, terwijl hij zich achter het oor krabde. Wij kunnen wel, met onderweg voorstellingen te geven, dagelijks zooveel verdienen als noodig is om te New-York te komen; maar eenmaal met onzeSchoone Zwerfsterdáár aangeland, hebben wij geen geld om onze plaatsen op de stoomboot te betalen.... En zonder stoomboot zie ik geen kans om aan den overkant te komen, of het moest zijn door zwemmen. Dit nu lijkt mij nog al bezwaarlijk....—Dat is inderdaad heel moeielijk, patroon, bevestigde Kruidnagel,... of wij moesten zwemvliezen hebben....—Welnu, heb jij die?—Zoover ik weet, niet....—Houd dan je mond en luister.Daarop richtte hij het woord meer rechtstreeks tot zijn oudsten zoon.—Maak open die atlas, Jan! Laat ons op de kaart zien waar wij zijn!Jan zocht de kaart van Noord-Amerika op en spreidde die uit. Nieuwsgierig keken de anderen, toen hij met den vinger op een punt in de Sierra Nevada wees, een klein eind oostelijk van Sacramento.—Hier is de plek, zeide hij.—Best, hernam Cesar. Wanneer wij dus onzen tocht over het gebergte hadden voortgezet, zouden wij het geheele grondgebied der Vereenigde Staten tot New-York toe hebben moeten doortrekken?—Natuurlijk, vader.—Hoeveel mijlen is dat?—Ongeveer dertienhonderd.—Onthoud dat! Vervolgens hadden wij den Oceaan over moeten varen?—Dat kon niet anders.—Hoeveel mijlen varens is dat weer?—Ten naasten bij negenhonderd, tot aan het vasteland van Europa.—En eenmaal in Frankrijk, zouden wij zoo goed als in Normandië geweest zijn, niet waar?—Op eene kleinigheid na.—Hoeveel is dat nu samen?—Tweeëntwintighonderd! riep Napoleona, die het al op hare vingers had uitgerekend.—Kijk zoo’n kleuter! zeide mijnheer Cascabel. Dat kan ook al cijferen..... Is het zoo, twee duizend twee honderd mijlen?—Ten naasten bij vader, bevestigde Jan, en dan rekenen wij ruimschoots.—Welnu kinderen, dat eind zouden wij met onze wakkereSchoone Zwerfsterwel kunnen afleggen, als er maar geene zee lag tusschen Amerika en Europa, een eeuwig groote waterplas dien wij over moeten. Zonder geld, dat wil zeggen zonder stoomboot, komen wij niet aan den overkant....—Of wij moesten zwemvliezen hebben, viel Kruidnagel in de rede.—Daar heb je hem weer met zijn zwemvliezen! zei Cascabel, terwijl hij zijne schouders ophaalde.—Dus is het duidelijk, merkte Jan op, dat wij den kant van het Oosten onmogelijk op kunnen.—Onmogelijk mijn jongen, ten eenenmale onmogelijk! Maar zouden wij er in westelijke richting niet kunnen komen?Jan, laat ons op de kaart zien waar wij zijn. (Zie bladz. 44).Jan, laat ons op de kaart zien waar wij zijn. (Zie bladz.44).—In westelijke richting? vroeg Jan verbaasd.—Ja zeker! Kijk eens na waar wij terecht zullen komen als wij den kant van het Westen opgaan?—Dan zouden wij eerst Californië en Oregon, en vervolgens het territorium Washington door moeten tot aan de noordelijke grens van de Vereenigde Staten.—En vervolgens?—Vervolgens door Engelsch Columbia.....—Bah! zeide Cascabel met een vies gezicht. Zit er niets anders op dan dat wij door dat stuk van Engeland trekken?—Onmogelijk, vader.—In’s hemelsnaam dan. En verder!—Achter de noordelijke grens van Columbia ligt de provincie Alaska....—Is die ook al van de engelschen?—Neen, van de russen—ten minste op het oogenblik nog, want er is sprake van haar intelijven.—Bij Engeland?—Neen, bij de Vereenigde Staten.—Dat doet mij pleizier! Wat komt er achter Alaska?—Daar ligt de Behringstraat, die het vasteland van Amerika van dat van Azië scheidt.—Hoeveel mijlen is dat, van de plek waar wij ons thans bevinden tot aan die Behringstraat?—Elfhonderd mijlen.—Onthoud dat, Napoleona. Straks moogt ge weder optellen.—En wat moet ik doen? vroeg Sander.—Je moogt het natellen.—Vertel mij nu eens, Jan, hoe breed de Behringstraat wel zijn kan?—Nagenoeg twintig mijlen, vader.—Twintig mijlen! merkte moeder Cascabel op.—’t Is maar een sloot, Cornelia, niet veel meer ten minste.—Nu ja, een sloot, maar dan toch een breede.—Een sloot, zeg ik. Bovendien Jan, vriest die Behringstraat in den winter niet dicht?—Heelemaal vader. Gedurende vier of vijf maanden is het niets dan een groot ijsveld.—Prachtig! over het ijs te trekken is geen bezwaar.—Wel neen, dat wordt ieder jaar gedaan.—Dat is nog eens een pleizierige straat!—Maar als wij daar overheen zijn, vroeg Cornelia, komt er dan in ’t geheel geen zee meer?—Neen, moeder. Van de Behringstraat af tot aan het Russische gebied in Europa, ligt niets dan land.—Laat ons dat eens op de kaart zien, Jan.Jan zocht nu in den atlas de algemeene kaart van Azië op en Cascabel bekeek die met aandacht.—Dat ziet er niet kwaad uit, merkte hij op. Er zijn geloof ik niet veel onbewoonde landen daar in Azië?—Niet heel veel, vader.—Maar waar ligt nu Europa?—Hier, antwoordde Jan, terwijl hij met zijnen vinger op het Oeralgebergte wees.—Hoe ver is het wel van die straat.... hoe heet ze ook weer? ... van die Behringsloot tot aan de Europeesche grens van Rusland?—Dat schat ik op zestienhonderd mijlen.—En van daar tot in Frankrijk?—Nagenoeg zeshonderd.—Hoeveel is nu het totaal van Sacramento af?—Drieduizend driehonderd en twintig mijlen! riepen Sander en Napoleona allebei te gelijk.—Knap gecijferd kinderen, zeide hun vader tevreden. Derhalve naar het Oosten tweeëntwintig honderd mijlen?—Juist vader.—En naar het Westen ongeveer drieëndertig honderd?—Dat maakt elfhonderd mijlen verschil.....—Zooveel is de westelijke weg langer, stemde Cascabel toe, maar dan ligt er geene zee tusschen beide. Als men den eenen kant niet op kan, kinderen, en er zijn er maar twee, dan kiest men den anderen. Ik stel dood eenvoudig voor dat te doen!—Kijk, dan reizen wij achterste voren, riep Sander.—Niet achterste voren, maar den omgekeerden kant uit.—Heel goed, vader, antwoordde Jan. Maar ik moet u doen opmerken dat als wij den kant van het Westen opgaan, het niet mogelijk is die zooveel langere reis nog dit jaar afteleggen, en wij dus eerst later in Frankrijk kunnen komen.—Dat zie ik nog niet in.—Wel, elfhonderd mijlen is geen kleinigheid. DeSchoone Zwerfsterzal het wel uithouden, maar onze paarden?—Welnu kinderen, als wij dit jaar niet in Europa komen, dan komen wij een jaar later, ziedaar alles! En nu ik er aan denk, zie ik er nog iets beters in. Als wij Rusland doortrekken komen wij te Perm, te Kasan, te Nisjni en op andere plaatsen, waar ik dikwijls van gehoord heb. Daar zijn overal groote kermissen,wij kunnen er voorstellingen geven en ik sta er voor in dat defamilieCascabel een goed figuur zal maken en er niet met ledige beurs van daan zal komen!Iemand die op alles een antwoord heeft, is door geen tegenspraak van zijn denkbeeld terug te brengen.Het gaat met een karakter even als met ijzer. Als het hard geslagen wordt, trekt het zich samen, het wordt vaster, taaier en steviger. Met onze wakkere kermiskunstenaars ging het niet anders. Jaren achtereen hadden zij een moeielijk bestaan geleid en allerlei lotgevallen ondervonden; ontelbaar waren de bezwaren die zij overwonnen hadden, maar nooit hadden zij zulk eene bittere teleurstelling gehad als thans, nu al hunne spaarpenningen in handen van roovers waren gevallen en de terugreis naar hun land, langs den voorgenomen weg, eene onmogelijkheid geworden was. Maar die laatste harde slag van het noodlot was zoo ter dege aangekomen, dat zij zich nu ook sterk genoeg voelden om het ergste wat hun nog overkomen kon, te trotseeren.Cornelia Cascabel en de kinderen maakten dus niet het minste bezwaar tegen het plan van het hoofd der familie. Toch was er moeielijk iets buitensporigers te bedenken, en Cascabel zou zelf aan zoo iets bijna onuitvoerbaars geen oogenblik gedacht hebben indien zijne begeerte om naar Europa terug te keeren niet om zoo te zeggen een stuk van zijn leven geweest ware. Daarom zag hij tegen niets meer op. Wat kon het hem schelen of hij heel het Westen van Amerika en vervolgens Siberië van het eene eind tot het andere door moest, nu dat de eenige weg was die hem openstond om in Frankrijk te komen!—Bravo, bravo! riep Napoleona in de handen klappende uit.—Bis, bis! voegde Sander er bij, die geen ander woord kende om den hoogsten graad van ingenomenheid uit te drukken.—Zeg eens, vader, vroeg de kleine meid, zullen wij nu ook den czaar van Rusland zien?—Zeker kind. Tenminste als Zijne Majesteit naar de kermis te Nisjni-Novogorod komt kijken.—En zullen wij voor hem mogen werken?—Dat kan wel gebeuren, als hij er pleizier in heeft.—Dan krijgt hij van mij een zoen op zijn twee wangen.—Misschien geeft hij er u maar één te zoenen, meidlief. Maar pas dan op, als je hem beetpakt, dat je zijne kroon niet vuil maakt.Kruidnagel—om van hem niet geheel te zwijgen—dacht bij zichzelf dat er geen grooter genie op de wereld kon zijn dan zijn patroon.De weg was dus duidelijk aangewezen. DeSchoone Zwerfstermoest Californië, Oregon en het Washington-territorium door tot aan de grens die het amerikaansche van het engelsche gebied scheidt. Zij hadden nog een vijftigtal dollars in kas, het eenige losse geld dat gelukkig niet in de rampzalige geldkist geborgen was. Met dit sommetje konden de dagelijksche uitgaven op reis niet lang bestreden worden, en er werd dus bepaald dat de troep op ieder dorp en in elke stad, waar zij doortrokken, eene voorstelling geven zou. Hiermede ging eenige tijd verloren, maar dit kwam er niet op aan want zij moesten in elk geval wachten tot de Behringstraat over hare geheele breedte toegevroren zou wezen om met den reiswagen er over te kunnen. Dat zou niet het geval zijn vóórdat zij zeven of acht maanden verder waren.—De drommel moge mij halen, zeide Cascabel om de beraadslaging te sluiten, als wij nog niet een aardigen stuiver ophalen vóór dat wij aan het andere eind van Amerika zijn!Het scheen wel min of meer twijfelachtig of er in de bovenste streken van Alaska, waar niet veel andere bevolking gevonden wordt dan eenige zwervende Indianen-stammen, veel »stuivers op te halen” zouden zijn. Maar tot aan de westelijke grens der Vereenigde Staten, een land waar de troep van Cascabel nog nooit zijne kunsten vertoond had, zou het publiek stellig komen toestroomen, alleen reeds aangetrokken door hun beroemden naam. De kas zou dus niet ongevuld blijven.Eenmaal die grens over zijnde, lag echter het engelsche grondgebied vóór hen. Daar waren steden genoeg, maar Cascabel zou liever honger geleden hebben dan zich zóó diep te vernederen dat hij engelsche schellingen of stuivers had moeten aannemen. Het hinderde hem al genoeg, ja hij vond het bijna onverdragelijk dat deSchoone Zwerfsteren hare passagiers over eenen afstand van meer dan tweehonderd mijlen eene britsche kolonie door moesten.Op het vaste land van Azië, in Siberië, waar onafzienbare vlakten zonder bewoners zich uitstrekken, konden zij niet veel anders ontmoeten dan eenige zwervende benden Samojeden en Tchouktchis, die niet dan bij uitzondering zich buiten hun onherbergzaam geboorteland vertoonen. De kas zou daar dus zeker geen goede zaken maken, maar daar viel eenmaal niets aan te doen.Nadat alles afgesproken was, bepaalde Cesar dat deSchoone Zwerfsterreeds den volgenden ochtend vroeg haren tocht hervatten zou.Intusschen was het tijd geworden voor het avond-eten. Cornelia ging met haar gewonen ijver aan den arbeid en terwijl zij aan hetbakken en braden was, zeide zij tegen Kruidnagel, die weder als koksknecht dienst deed:—Dat is toch knap bedacht van mijnheer Cascabel, om langs dien anderen weg in Europa te komen!—Of het, juffrouw. Maar al wat de patroon in zijne braadpan... ik wil zeggen in zijne hersenkas klaar maakt is knap!—Denk eens aan, Nageltje, nu wij de zee niet over moeten, kunnen wij ook niet zeeziek worden....—Ten minste als het ijs in de Behringstraat niet op en neer gaat....—Houd je mond, Nagel, of kraak geen kwade noten!In dien tusschentijd voerde Sander eenige luchtsprongen uit tot groote tevredenheid van zijnen vader, en maakte Napoleona een sierlijken danspas, waarbij de honden haar op hunne achterpooten gezelschap hielden. Er was reden om met nieuwen ijver aan het leeren te gaan, want de voorstellingen moesten nu weer beginnen.Op eens kwam Sander op eenen inval.—Kijk, nù hebben wij niet eens gevraagd wat de paarden van die groote reis denken.Hij liep op eenen draf naar Vermout, en zeide:—Zeg eens oude heer, wat denk je van zoo’n rit van een duizend mijl of drie?Vervolgens richtte hij tot Gladiator het woord:—Wat zeg jij er van, met je stramme beenen?De twee paarden begonnen allebei te hinniken, hetgeen beschouwd kon worden als een bewijs dat zij het heel pleizierig vonden.Nu was de beurt aan de honden:—Wagram en Marengo, mijne goede vrienden, er is eene aardige wandeling voor u in het verschiet.Kwispelstaartend en blaffend sprong het tweetal tegen den knaap op. Er viel geenoogenblikaan te twijfelen: die twee zouden meê loopen, al was het tot het einde der aarde.De aap mocht evenmin vergeten worden.—Komaan mijnheer John Bull, geen vieze gezichten! Je zult vreemde landen te zien krijgen, oude jongen! Als je het te koud krijgt, zullen we je een pelsjas aantrekken. Kun je nog leelijke tronies trekken? Pas op dat je dat niet afleert!John Bull toonde op hetzelfde oogenblik dat hij die kunst nog verstond, hetgeen de algemeene vroolijkheid nog vermeerderde.Nu bleef alleen de papegaai nog over.Cornelia en Kruidnagel in de keuken. (Zie bladz. 50).Cornelia en Kruidnagel in de keuken. (Zie bladz.50).—Geachte Jako, begon Sander, je hebt nog geen woord gezegd.Je hebt toch je tong niet verloren? Wij gaan een mooie reis doen Jako! Wat zegt UEdele daarvan?Uit de diepte van Jako’s hoornigen snavel kwamen een aantal raadselachtige geluiden, waarin de r’s ratelden alsof ze door Cesar Cascabel’s machtige longen werden voortgebracht.—Bravo! riep Sander, Jako geeft zijne tevredenheid te kennen! Hij heeft duidelijk ja gezegd.Met een aantal lucht- en duikelsprongen bekrachtigde Sander deze verzekering, en zijn vader liet niet na hem daarover zijne tevredenheid te betuigen.Op dit oogenblik hoorden zij Cornelia roepen dat de tafel in den wagen gedekt was.Allen snelden toe; de eetlust had onder het gebeurde in het geheel niet geleden en spoedig was er geen kruimel meer over.Het was alsof zij geen van allen meer aan het ongeluk dachten, toen Kruidnagel op eens zeide:—Daar bedenk ik iets, patroon. Die twee schavuiten zullen leelijk staan te kijken!—Hoe zoo? vroeg Jan.—Wel, zij weten het woord niet Waarmede het letterslot gesloten is en kunnen dus de geldkist niet open krijgen.—Daarom houd ik het er ook stellig voor dat zij het ding weer terug zullen komen brengen, zeide Cascabel met een gullen lach.Een wonderlijke kerel! Hij had het hoofd zoo vol met zijne nieuwe plannen dat hij den diefstal bijna weer vergeten was.V.Op reis!Ja, zij waren op reis naar Europa, maar langs een weinig gebruikelijken weg, die zeker niet aan te bevelen is voor reizigers die haast hebben.—Toch hebben wij ook haast, merkte Cascabel op, maar om weer geld te gaan verdienen!Des ochtends van den 2denMaart werden Vermout en Gladiator voor deSchoone Zwerfstergespannen. Moeder Cascabel en haar dochtertje gingen binnen, haar man en de twee knapen volgden te voet, Kruidnagel mende, John Bull zat boven op den wagen en de honden liepen reeds heen en weer. Voort ging het.Het was heerlijk weder. De vroege lente deed de knoppen aan de heesters openspringen. Het was alsof het voorspel reeds begonnen was van het verrukkelijke schouwspel, dat het voorjaar in dit gezegende land te zien geeft. Tusschen de twijgen van die boomen welke ook in den winter hun groen niet verliezen, zaten vogels te zingen. Dat waren steen-eiken, witte eiken en dennen, wier spitse uiteinden zich wiegden boven het eerste loof der heesters. Hier en daar stonden ook groepjes kleine kastanjeboomen en enkele manzanilles, waarvan de vrucht op appelen lijkt, waar de Indianen dan ook eene soort appelwijn van maken.Aan Jan was de taak opgedragen om op de kaart den weg te zoeken dien zij aflegden. Maar bovendien rustte op hem in ’t bijzonder de zorg voor de provisiekamer, in dien zin dat hij makenmoest dat er nooit gebrek aan wild was. Marengo deed het zijne om te zorgen dat zijn baas dit niet vergat. Dit was trouwens niet noodig, want waar iets te schieten valt, zal geen echte jager noch zijn hond het wild met rust laten. Het was dan ook eene uitzondering wanneer er voor moeder Cascabel niet het een of ander te braden viel, een haas of eene kuif-patrijs, een korhoen of een koppel van die bergkwakkels, wier schoone veêren het oog bekoren, maar wier sappig vleesch nog streelender is voor het verhemelte. Bleef het met de jacht zóó voordeelig gaan, ook op de steppen van Alaska tot aan de Behringstraat toe, dan zouden zij niet veel geld behoeven uittegeven om in hun dagelijksch onderhoud te voorzien. Eenmaal in Azië gekomen, zouden zij misschien zooveel wild niet meer ontmoeten, maar daar, in de onafzienbare vlakten van het land der Tchouktchis, zouden zij op andere manieren aan den noodigen leeftocht zien te komen.Voorloopig ging alles dus naar wensch. Cascabel was er de man niet naar om van de gunstige gelegenheid, die weer en wind op het oogenblik aanboden, geen gebruik te maken. Zoo snel als de paarden wilden, ging het vooruit. In dezen tijd van het jaar waren de wegen goed, maar na eenige maanden zouden de harde regens in den herfst ze moeilijk begaanbaar maken. Gemiddeld maakten zij zeven of acht mijlen in het etmaal, met eene poos rust op het midden van den dag om te eten, terwijl er te zes uur des avonds werd uitgespannen en alles voor den nacht in gereedheid werd gebracht. Men moet niet gelooven dat dit land weinig bewoond is. Op de akkers waren de landbouwers reeds aan het werk om den vruchtbaren grond gereed te maken voor den najaars-oogst die hier rijker vruchten afwerpt dan in eenig land ter wereld. Ook trokken zij door een aantal gehuchten, dorpen en kleinere of grootere steden hetgeen vooral het geval was naarmate deSchoone Zwerfsterdichter in de nabijheid bleef van den linker oever der Sacramento-rivier. Dáár toch is de streek, die vroeger als het goudland bij uitnemendheid bekend stond en die nu nog den veelbeteekenenden naam Eldorado draagt.Overeenkomstig hetgeen Cascabel, als aanvoerder van den troep, bepaald had, werden er overal waar de gelegenheid zich daartoe aanbood, voorstellingen gegeven. Zij hadden dit gedeelte van Californië nog nooit bezocht en kijkgrage menschen zijn er in den afgelegensten achterhoek te vinden. Te Placerville, te Aübüry, te Marysville, te Tchama en op andere plaatsen van meer of minder beteekenis, vonden zij eenen bijval die zich uitte in eenen regen van Amerikaansche centen, welke langzamerhand aangroeidentot een dozijn of wat dollars. Het publiek begon juist genoeg te krijgen van het onveranderlijke »Amerikaansche paardenspel” waardoor deze streken aanhoudend afgereisd werden. Napoleona met hare aanvallige vlugheid, Sander met zijne buigzame ledematen, Jan’s bedrevenheid in het balanceeren, Kruidnagel’s komieke vergissingen en domme streken, dat alles werd door de liefhebbers naar waarde geschat. Ook in de honden en den aap, John Bull, had ieder pleizier. De oudste leden van den troep, het echtpaar Cascabel, lieten zich bewonderen, Cesar om zijne groote spierkracht, Cornelia in het worstelen met alle liefhebbers die zich daartoe genegen toonden, waarbij wel te verstaan alleen de vlakke hand als wapen gebruikt mocht worden.Den 12denMaart kwam deSchoone Zwerfsteraan in het stadje Shasta, gelegen aan den voet van eenen berg van denzelfden naam die zich tot eene hoogte van veertienduizend voet boven de vlakte verheft. In het Westen vertoonde zich als een verward gevaarte het gebergte der Coast-Range, dat zij gelukkig niet over behoefden te trekken om in den Staat Oregon te komen. Het land was echter heuvelachtig genoeg. Tusschen een grillig net van uitloopers van het gebergte, op te nauwernood gebaande wegen welke niet dan met moeite op de kaart te vinden waren, kwam de reiswagen uiterst langzaam vooruit. Hier waren ook de dorpen dun gezaaid. De reis zou zeker gemakkelijker geweest zijn indien zij de kuststreek gevolgd hadden waar het terrein veel minder ongelijk is, maar om dat te doen zouden zij eerst de Coast-Range achter zich moeten hebben en over dit gebergte leidt bijna geen begaanbare weg. Het was dus beter nog een eind noordwaarts op te gaan en de laatste golvingen van den bergketen omtetrekken, en zoo in Oregon te komen.Aldus luidde het advies van Jan, die in zaken van aardrijkskunde het meest te vertellen had. Zijn raad werd dan ook gevolgd.Den 19denMaart trokken zij voorbij het fort Jones en dienzelfden dag kwam deSchoone Zwerfsterin het stadje Yrika. Zij vonden daar een goed onthaal en veel bijval, waardoor de kas weder eenige dollars rijker werd. Het was de eerste maal dat deze streek door een franschen kunstenmakerstroep bezochtwerden in al die afgelegen gewesten van Amerika worden franschen met open armen ontvangen. Het volk mag hen lijden en is zeker vriendelijker tegen hen gezind dan sommige van Frankrijk’s naaste buren in Europa.In dit plaatsje hadden zij verder gelegenheid tegen een matigen prijs de noodige hulppaarden te huren, zonder welke Vermout enGladiator het zware werk, dat zij hier te doen hadden, niet af konden. DeSchoone Zwerfsterkwam dus zonder ongeval over het noordelijkste uiteinde van den bergketen, ditmaal zonder door gidsen bestolen te worden.—Natuurlijk! merkte Cascabel op. Het waren immers geen engelschen! Daarvan had ik mij wel overtuigd!Men moet hieruit nu niet opmaken dat alles even gemakkelijk en de wagen over eenen zandweg ging. Maar dank zij de genomen voorzorgen, liep het zonder ongelukken af.Den 27stenMaart eindelijk, na eenen afstand van ongeveer vier honderd kilometer afgelegd te hebben van de Sierra Nevada af, ging deSchoone Zwerfsterde grens van Oregon over. In het Oosten werd de gezichteinder hier begrensd door den kalen berg Pitt, welke als een stijl op eenen zonnewijzer zijne schaduw in de vlakte werpt.Menschen en dieren hadden het hard te verantwoorden gehad, zoodat zij onvermijdelijk te Jacksonville eene poos rust moesten nemen. Daarna lieten zij zich de Roques-rivier overzetten en volgden van toen af de bochten der kustvlakte, die zich zoo ver zij zien konden naar het Noorden uitstrekte.Dit is een bergachtig, maar vruchtbaar land, dat alweder veel voor den landbouw belooft. Weilanden en bosschen wisselen elkaâr af; het landschap gelijkt in zijne hoofdtrekken op het Californische. Nu en dan kwamen zij troepen Sastès- of Umpaquas-indianen tegen, doch het waren vreedzame lieden, van wie zij niets te vreezen hadden.In deze streek gekomen vond echter Jan, die geen uur verloren liet gaan dat hij met lezen kon doorbrengen, het noodig eene waarschuwing tot de anderen te richten, die hij in zijne boeken gevonden had.Zij waren nu eenige mijlen voorbij Jacksonville, te midden van dichte bosschen waartusschen het fort Lane, op eenen heuvel van een paar duizend voet hoogte, verscholen ligt.—Hier moeten wij oppassen, merkte Jan op, want het krioelt in dit land van slangen.—Wat zegt ge, slangen! riep Napoleona verschrikt uit. Dan moeten wij maken dat wij hier van daan komen.—Zacht wat kindlief, antwoordde haar vader. Wij moeten alleen een weinig voorzichtig zijn.—Zijn dat gevaarlijke beesten? vroeg Cornelia.—Erg gevaarlijk, moeder, zeide Jan. Het is eene soort van ratelslangen, die onder de kwaadaardigste van haar geslacht gerekend worden. Zij vallen niemand aan die niet met haar in aanrakingkomt; maar zoodra ze bij ongeluk gestooten of getrapt worden, springen zij overeind en bijten, hetgeen in de meeste gevallen doodelijk is.—Waar houden zij zich meestal op? vroeg Sander.—Gewoonlijk onder droge bladeren, waar ze niet licht in het oog vallen, hernam Jan. Daarentegen verraden zij zich door dat ze met de ringen, die aan haar staart geplaatst zijn, een ratelend geluid maken als van eene krekel. Zoodra ge dat hoort, is het zaak te maken dat ge uit den weg komt.—Opgepast dus! zeide Cesar. Ieder moet goed vóór zich kijken en allen moeten wij luisteren.Niet zonder reden had Jan hen hier opmerkzaam op gemaakt, want in alle streken van westelijk Amerika worden slangen in menigte gevonden. Maar niet alleen slangen, ook tarantula-spinnen, wier steek niet veel minder gevaarlijk is.Behoedzaam vervolgden zij dus hunnen weg en op ieder verdacht geluid werd acht geslagen. Zij moesten bovendien goed op de paarden passen, want voor deze zijn slangen en ander ongedierte evenzeer te vreezen als voor menschen.Jan had er nog bijgevoegd dat die venijnige beesten niet alleen langs den weg kruipen, maar ook dikwijls in de huizen dringen, zoodat hun wagen er allerminst veilig voor was. In dit opzicht mochten zij zich dus op deSchoone Zwerfsterniet verlaten.Des avonds werd er met grooten ijver onder de bedden en in alle hoeken naar de onwelkome gasten gezocht. Napoleona gilde het uit van angst zoodra zij iets meende te zien dat haar verdacht voorkwam. Een opgeschoten eind touw zag zij voor eene ratelslang aan, al lag het ook doodstil en al zat er geen driehoekige kop aan. Met eenen schrik sprong zij dikwijls op als zij, half slapende, hier of daar eene krekel meende te hooren. Wij moeten er echter bijvoegen dat Cornelia zich niet veel geruster toonde dan de kleine meid.—Voor den drommel, riep haar man eindelijk uit nadat zij hem een keer of wat aan ’t schrikken gemaakt hadden, gij vrouwen zijt met uwen angst voor slangen haast even lastig als de slangen zelve! Uw overgrootmoeder Eva was er zoo bang niet voor. Die praatte er zelfs mêe.—Ja maar dat was in het paradijs, antwoordde Napoleona.—Bovendien had zij beter gedaan met dat achterwege te laten, voegde moeder Cascabel er bij.In de riviertjes werd menige heerlijke visch gevangen. (Zie bladz. 59).In de riviertjes werd menige heerlijke visch gevangen. (Zie bladz.59).Kruidnagel moest des nachts de wacht houden. Eerst had hij voorgesteld een groot vuur aan te steken ten einde daarmede deslangen op eenen afstand te houden; maar hier bracht Jan tegen in dat hierdoor de slangen wel afgeschrikt, maar de tarantula-spinnen daarentegen aangetrokken zouden worden.Dit alles maakte dat onze reizigers zich alleen op hun gemak voelden wanneer zij in het eene of andere dorp nachtverblijf konden houden. Daar was het gevaar voor onaangename verrassingen veel minder.Zij trokken nogal eenige kleine plaatsjes door, zooals Canonville aan de Cow-kreek, Roseburg, Rochester, Youcalla enz. Daar brachten hunne voorstellingen telkens weder eenig geld in het laadje. Als Cesar zijne rekening opmaakte, kostte de reis hem niets want hij verdiende meer dan hij uitgaf. Gras vonden de paarden in de vlakte, wild was er in overvloed in het woud, en in de riviertjes werd menige heerlijke visch gevangen. De kas begon weder langzamerhand aantegroeien, maar het wasernog verre van daan, dat er uitzicht bestond om de tweeduizend dollars terug te verdienen die hun daar ginds in de Sierra Nevada ontstolen waren.Gelukkig bleven zij allen voor beten of steken van slangen en tarantula’s bewaard, maar daarentegen werden zij na verloop van eenige dagen door iets anders geplaagd. Dat gaat zoo in de natuur. Die is wel mild, maar zij bezit ook ontelbare manieren om de menschen het leven onaangenaam te maken.Dit gebeurde nadat onze karavaan, altijd haren weg vervolgende over het Oregon-gebied, de stad Eugène-city doorgetrokken was. Die naam met zulk een franschen klank had hen allen veel pleizier gedaan en mijnheer Cascabel had dien landgenoot wel willen kennen, die zeker een van de stichters der stad geweest was en haar zijnen naam gegeven had. Dat kon niet anders dan een brave man zijn, en al heette hij ook niet zooals een van de fransche koningen, Charles, Louis, François, Henri, Philippe of zelfs Napoleon, een franschman moest het toch zijn, dat stond als een paal boven water.Achtereenvolgens hadden zij zich opgehouden te Harrisburg, te Albany en te Jefferson. Thans liet deSchooneZwerfster»haar anker vallen” voor Salem, eene stad van eenigen omvang, de hoofdplaats van den staat Oregon, gelegen aan een der armen van de Villamette-rivier.Dit was op den 3denApril.Cascabel bepaalde dat er hier een dag rust gehouden zou worden; dat wil zeggen dat zij niet verder trekken zouden, want op de markt der stad werd weder eene voorstelling gegeven en over de opbrengst daarvan hadden zij alle reden van tevredenheid.Toen dit afgeloopen was besloten Jan en Sander in de rivier, die zeer vischrijk heette te zijn, op de vangst uit te gaan.Maar den daarop volgenden nacht kregen vader, moeder en kinderen op eens zoo’n ondragelijke jeuk over het geheele lichaam, dat zij een oogenblik niet anders dachten of een hunner had de anderen eene poets gebakken, zooals onder kermisklanten wel eens meer gebruikelijk is.Des ochtends toen het licht geworden was, keken zij elkander echter stom van verbazing aan.—Ik zie zoo rood als eene vrouw van de indiaansche Roodhuiden,riep Cornelia uit.—Mijn gezicht is een en al blaâr! klaagde Napoleona.—Kijk eens, ik zit van het hoofd tot de voeten vol bulten! kwam Kruidnagel vertellen.—Wat beteekent dat nu? vroeg Cesar. Zou er in dit land de pest heerschen?—Ik geloof dat ik wel weet wat het is, zeide Jan, nadat hij met aandacht de roode vlekken, waarmede zijne armen bedekt waren, had opgenomen.—Nu, wat is het dan?—Wij zijn door deYèdregestoken, zooals de Amerikanen het noemen.—Loop naar de maan met uwYèdre! vertel me liever wat dat is.—DeYèdre, vader, is eene plant, die men maar even heeft aan te raken, te ruiken, ja zelfs te zien zooals verteld wordt, om er onaangename gevolgen van te ondervinden. Zij vergiftigt op eenen afstand.—Wat zegt ge daar? riep Cornelia verschrikt uit. Zijn we vergiftigd?—Nu, het is zoo erg niet, haastte Jan zich er bij te voegen. Met wat jeuk en misschien een beetje koorts zijn we er af.Dit was inderdaad het geval. DeYèdreis eene ongezonde en venijnige plant. Het uiterst lichte zaad van dezen heester wordt door den wind voortgedreven en zoodra het in aanraking komt met de menschelijke huid, wordt die rood en komen er jeukende puisten op. Hoogst waarschijnlijk was de reiswagen, terwijl zij door de bosschen in den omtrek van Salem trokken, door zulk eenen metYèdre-zaad bezwangerden luchtstroom gegaan. Gelukkig duurde deze huid-uitslag, waarvan zij geen van allen verschoond bleven, niet langer dan vierentwintig uren. Dien tijd brachten zij echter door met zich aanhoudend te krabben, zoodat zij allen iets van John Bull kregen, die in gewone omstandigheden zich met dit bijde apen zoo geliefkoosde tijdverdrijf pleegde bezig te houden.Den 5denApril schudden de passagiers van deSchoone Zwerfsterhet Salemsche stof weder van hunne voeten, niet zonder eene jeukende herinnering aan hunnen tocht door het bosch langs de Villamette-rivier, hetgeen echter niet weg kon nemen dat zij dit een mooien naam, vooral voor fransche ooren vonden.Over Fairfield, Canemah, Oregon-City en Portland, altemaal steden van vrij wat beteekenis, naderde de karavaan den 7denApril de Columbia-rivier, de grensscheiding van Oregon, in welken Staat zij weder eenen afstand van honderdvijftien mijlen hadden afgelegd.Naar het noorden strekte zich nu het gebied uit, dat toen nog als het Washington territorium bekend stond, maar sedert onder de Staten der Unie opgenomen is geworden. Het meest bergachtige gedeelte dezer streek liet deSchoone Zwerfsterop haren verderen tocht links liggen, dat is in het Oosten. Hier liggen de uitloopers van een gebergte genaamd Cascade-Ranges, waaronder toppen gevondenwordenals die van Sint Helena, van Baker en van Bainer, de eerstgenoemde negenduizend zevenhonderd, de twee anderen ongeveer elfduizend voet hoog. Het is alsof de natuur, na zich een tijdlang rust en aan uitgestrekte vlakten het aanzijn gegeven te hebben, nog eens hare krachten heeft willen toonen door in het Westen der Nieuwe Wereld eene reeks geweldige hoogten te doen verrijzen. Als men de geheele landstreek bij eene zee wilde vergelijken, zou men kunnen zeggen, dat die aan den eenen kant zoo effen ligt als een meer, maar aan den anderen kant door een nimmer ophoudenden stormwind bewogen wordt, waarbij dan de bergruggen de kruinen der golven zouden wezen.Jan maakte inderdaad deze vergelijking en zijn vader had daar niet weinig schik in.—Juist zoo, zeide hij. Eerst hebben we mooi weer gehad en nu komt er storm. Maar onzeSchoone Zwerfsteris een kloek zeilschip en gaat nietlichtnaar den kelder. Komaan, kinderen! Aan boord en het anker gelicht!Ieder maakte zich op en de bewegelijke woning ging weder aan ’t »varen” over de onstuimige zee. Gaandeweg—om bij de vergelijking te blijven—werden de golven echter kleiner en dank zij de goede zorgen harer bemanning, kwam de ark der Cascabels behouden over de ergste plekken. Wel ging de reis niet altijd even snel, maar het schip liep toch op geen enkele klip of zandbank.Ook vonden zij nog overal een goed onthaal, in de kleine stadjes als Kalmera en Monticello zoowel als in de forten, waar bijna geen andere bewoners gevonden werden als de manschappen van hetgarnizoen. De wallen van deze versterkingen bestaan uit niets dan staketsels van zware palen, en de bezettingen zijn niet talrijk, maar beide zijn voldoende om de zwervende Indianen-stammen die het land doorkruisen in bedwang te houden.Noch de Chinoux, noch de Nesquallys, welke stammen het land Walla-Walla voornamelijk in bezit hebben, deden dus deSchoone Zwerfstereenig kwaad. Tegen den avond kwamen de Indianen dikwijls op den stilstaanden reiswagen af, die hunne nieuwsgierigheid gaande maakte, maar zonder booze bedoelingen. Het meest stonden zij verbaasd over John Bull en over de malle gezichten die hij trok, want in dit gedeelte van Amerika zijn in ’t geheel geen apen en sommigen dachten niet anders of het beest was een der leden van het gezin.Dat vond Sander eene goede gelegenheid om weder eens eene grap te hebben en hij verzekerde hun plechtig dat John Bull zijn jongste broertje was, maar zijne moeder kwam daar met groote verontwaardiging tegen op.Eindelijk kwamen zij te Olympia, de hoofdstad van het Washington-territorium, en daar werd »op vereerend verlangen” de allerlaatste voorstelling gegeven, die de troep voornemens was op het grondgebied der Vereenigde Staten te vertoonen.Niet ver van daar ligt de grens der Vereenigde Staten in het noordwesten van Noord-Amerika.Van hier af liep de weg langs de kust van den Stillen Oceaan, of om juister te spreken, zij moesten de talrijke inhammen en zeeboezems volgen, Sounds genaamd, waar Van Couvereiland en het eiland Queen-Charlotte door worden ingesloten.Voorbij het stadje Steklakoom moesten zij, om te beginnen, de Pagget-Sounds omtrekken. Zoo kwamen zij aan het fort Bettingham, dicht bij de zeeëngte, door welke de eilanden van het vasteland gescheiden worden.Vervolgens kwam het vlek Whatcome, waar de berg Baker als een reus in de verte boven de wolken uitsteekt en een weinig verder Srimiahmoo, een plaatsje aan den mond van de Georgia-straat.Den 27stenApril eindelijk, na ongeveer driehonderdvijftig mijlen sedert Sacramento afgelegd te hebben, bereikte deSchoone Zwerfsterde grensscheiding, welke bij het tractaat van 1847 tusschen de republiek der Vereenigde Staten en Britsch-Columbia is vastgesteld.Over de Frazer-rivier. (Zie bladz. 67).Over de Frazer-rivier. (Zie bladz.67).
IV.Een gewichtig besluit.Zulke schavuiten!Zij verdienden met alle recht dien naam. De familie Cascabel was helaas het slachtoffer van hunne schurkerij.Elken avond was Cesar gewoon zich te overtuigen of de geldkist nog op hare plaats stond... Maar nu herinnerde hij zich dat hij den vorigen avond, doodmoede van den zwaren tocht en bijna niet meer kunnende zien van slaperigheid, van die gewoonte was afgeweken. Het was duidelijk dat de twee karrevoerders, gebruik makende van het oogenblik dat Jan en Sander met hun vader, vergezeld van Kruidnagel, waren teruggeloopen om het goed te halen dat op een lager gedeelte van den weg was achtergelaten, in het achterste gedeelte van den reiswagen waren doorgedrongen zonder dat iemand dit had opgemerkt. Daar hadden zij zich van de geldkist meester gemaakt en die tusschen de struiken langs den weg verborgen. Dat was de reden geweest waarom zij den nacht niet binnen deSchoone Zwerfsterhadden willen doorbrengen. Zij hadden gewacht tot alle leden van het gezin in slaap waren en zich toen met de hulp-paarden uit de voeten gemaakt.Van de spaarpenningen van den troep was geen cent meer over. Alleen had Cascabel zelf nog eenige dollars bij zich. Het was nog een geluk dat de roovers de paarden, Vermout en Gladiator, ook niet medegevoerd hadden.De honden, reeds sedert een etmaal gewend de twee kerels te zien komen en gaan, hadden niet aangeslagen. De diefstal was dus zonder eenige moeite gepleegd.Waar nu de gauwdieven terug te vinden, nu zij zich over de hun bekende bergpaden van de Sierra Nevada uit de voeten gemaakt hadden? Hoe het geld terug te bekomen? En hoe de reis naar Europa terug te doen, zonder geld om den overtocht te betalen?Allen waren wanhopig, de een barstte in tranen, de ander in verwenschingen los. Cesar Cascabel was bijna razend van woede en het kostte zijne vrouw en zijne kinderen niet weinig moeite hem tot bedaren te brengen. Maar toen deze eerste opwelling voorbij was, kreeg hij spoedig zijne tegenwoordigheid van geest terug als een man die niet gewoon was met nuttelooze verwenschingen zijnen tijd te verspillen.—Die ellendige geldkist! kon Cornelia niet nalaten te zeggen.—Ja, als wij dat ding niet gehad hadden, voegde Jan er bij, zou ons geld.......—Het is waarachtig een mooie inval van mij geweest, riep Cascabel uit, die satansche kist te koopen. Nu zie ik pas in dat het voorzichtiger is, als men eene geldkist heeft, er niets in te bewaren! Wat geeft het of zoo’n ding tegen het vuur bestand is, zooals die winkelier in Sacramento mij verzekerd heeft, als het toch door den eersten dief den beste weggekaapt kan worden!Ieder begrijpt welk een harde slag dit voor onze reizigers was en niemand zal er zich over verwonderen dat zij in de eerste oogenblikken er als door versuft waren. Met zooveel moeite tweeduizend dollars bij elkaar te hebben en ze dan op die manier te moeten kwijtraken!—Wat moeten wij beginnen? vroeg Jan.—Ja, wat moeten wij beginnen? herhaalde Cascabel, terwijl de woorden met moeite tusschen zijne saamgeklemde tanden doorkwamen, alsof hij ze kauwde. Het is maar al te duidelijk wat wij beginnen moeten; het is zelfs zóó eenvoudig dat er niets tegen in te brengen is. Zonder hulp-paarden kunnen wij den berg niet over. Wij kunnen dus niet anders dan naar de boerderij terug. Misschien vinden wij daar onze twee schobbejakken ook!—Waarschijnlijk zijn zij daar niet heengegaan, merkte Kruidnagel in zijnen eenvoud op.Dat was inderdaad alles behalve waarschijnlijk. Maar er zat niet anders op, Cesar had het terstond begrepen, dan terug te gaan. Want den tocht bergopwaarts konden zij niet voortzetten.Vermout en Gladiator werden dus ingespannen en de terugrit door den bergpas naar beneden nam eenen aanvang.Dat ging maar al te gemakkelijk, helaas! Van eene helling af te komen kost niet veel moeite; maar het was een treurige tocht in alle stilte, die slechts van tijd tot tijd werd afgebroken als Cesar in eenen stroom van verwenschingen zijn gemoed lucht gaf.Tegen den middag kwam deSchoone Zwerfsteraan de hoeve, waar niemand iets van de dieven wist. De eigenaar was woedend toen hij het geval vernam, maar sloeg weinig acht op hetgeen de familie Cascabel overkomen was. Dat zij bestolen was kon hem niet veel schelen; hijzelf was zijne drie paarden kwijt! De booswichten waren zeker een eind het gebergte ingevlucht en nu reeds aan de andere zijde van den pas. Hen na te zetten was niet doenlijk. Het had er iets van alsof de boer zelfs Cascabel nog aansprakelijk wilde stellen voor het stelen zijner paarden.—Neen maar, die is goed! riep Cesar uit. Waarom hebt ge zoo’n paar schoeljes in dienst, en verhuurt gij ze aan menschen die hen meenen te kunnen vertrouwen?—Hoe kon ik dat weten? antwoordde de boer. Ik had nooit reden van klagen over hen gehad. Zij kwamen uit engelsch Columbia....—Wat, waren het engelschen?—Zeker!—In zoo’n geval, mijnheer, waarschuwt men de menschen, schreeuwde Cascabel. Voor zoo iets had ik gewaarschuwd moeten worden!Dit mocht zijn zooals het wilde, de diefstal was in elk geval gepleegd.Moeder Cascabel was volkomen ontroostbaar, maar haar echtgenoot die meer filozoof geworden was op zijne veeljarige omzwervingen, kreeg betrekkelijk spoedig zijne kalmte terug.Alle leden van het gezin kwamen in deSchoone Zwerfsterbijeen teneinde te overleggen wat hun te doen stond. Uit die beraadslaging, zeide mijnheer Cascabel met eene deftigheid die bewees dat hij reeds de oude weder geworden was, kon niet anders dan »eene allergewichtigste beslissing« voortvloeien.—Kinderen, zeide hij, er komen in het leven omstandigheden voor waarin een verstandig man moet weten wat hem te doen staat, en ik heb ook opgemerkt dat dit in den regel onaangename omstandigheden zijn. Dat is ook het geval met die waarin wij ons op het oogenblik bevinden door de schuld van die gemeene smeerlappen van engelschen...Englishmen, zooals ze zichnoemen!... Hierover lang te praten baat echter niets, vooral niet omdat er maar één plan overblijft dat wij kunnen uitvoeren,... en dat zullen we ook uitvoeren!De terugtocht door den bergpas naar beneden nam een aanvang. (Zie bl. 41).De terugtocht door den bergpas naar beneden nam een aanvang.(Zie bl.41).—Wat is dat dan? vroeg Sander.—Ik zal er terstond toe overgaan u op de hoogte te brengen van hetgeen ik in mijn hoofd heb, antwoordde zijn vader. Maar om te weten of het uitvoerbaar is, moet Jan beginnen met dat ding voor den dag te halen waar de kaarten in zijn.—Mijn atlas bedoelt gij?—Jawel, jawel, uw atlas. Van aardrijkskunde moet ge meer weten dan een van ons allen. Voor den dag dus met uw atlas.—Ik zal hem krijgen vader.De atlas werd gehaald en op de tafel opengelegd. Toen hervatte papa Cascabel:—Het spreekt van zelf, kinderen, dat ofschoon die fielten van engelschen—dat ik niet aan hun boeventronies gezien heb dat het engelschen waren!—met onze geldkist op den loop zijn—dat ik ook op het denkbeeld komen moest om er eene geldkist op na te willen houden!—het spreekt van zelf, herhaal ik, dat wij desniettemin ons plan niet opgeven om naar Europa terugtekeeren....—Het opgeven?... Dat nooit! bevestigde zijne vrouw.—Goed geantwoord, Cornelia. Wij willen naar Europa en wij zullen er komen! Wij willen Frankrijk terugzien en wij zullen het! Dat zoo ’n paar bandieten ons bestolen hebben, is geen reden.... Ik tenminste moet naar mijn land terug of ik ga dood....—Gij moogt niet dood gaan, Cesar! Wij zijn eenmaal op weg naar Europa en wij keeren niet weer terug...—Alles goed en wel, vroeg Jan, maar hoe? Op welke manier zullen wij er komen?—Ja, op welke manier, dat is de vraag... hernam Cascabel, terwijl hij zich achter het oor krabde. Wij kunnen wel, met onderweg voorstellingen te geven, dagelijks zooveel verdienen als noodig is om te New-York te komen; maar eenmaal met onzeSchoone Zwerfsterdáár aangeland, hebben wij geen geld om onze plaatsen op de stoomboot te betalen.... En zonder stoomboot zie ik geen kans om aan den overkant te komen, of het moest zijn door zwemmen. Dit nu lijkt mij nog al bezwaarlijk....—Dat is inderdaad heel moeielijk, patroon, bevestigde Kruidnagel,... of wij moesten zwemvliezen hebben....—Welnu, heb jij die?—Zoover ik weet, niet....—Houd dan je mond en luister.Daarop richtte hij het woord meer rechtstreeks tot zijn oudsten zoon.—Maak open die atlas, Jan! Laat ons op de kaart zien waar wij zijn!Jan zocht de kaart van Noord-Amerika op en spreidde die uit. Nieuwsgierig keken de anderen, toen hij met den vinger op een punt in de Sierra Nevada wees, een klein eind oostelijk van Sacramento.—Hier is de plek, zeide hij.—Best, hernam Cesar. Wanneer wij dus onzen tocht over het gebergte hadden voortgezet, zouden wij het geheele grondgebied der Vereenigde Staten tot New-York toe hebben moeten doortrekken?—Natuurlijk, vader.—Hoeveel mijlen is dat?—Ongeveer dertienhonderd.—Onthoud dat! Vervolgens hadden wij den Oceaan over moeten varen?—Dat kon niet anders.—Hoeveel mijlen varens is dat weer?—Ten naasten bij negenhonderd, tot aan het vasteland van Europa.—En eenmaal in Frankrijk, zouden wij zoo goed als in Normandië geweest zijn, niet waar?—Op eene kleinigheid na.—Hoeveel is dat nu samen?—Tweeëntwintighonderd! riep Napoleona, die het al op hare vingers had uitgerekend.—Kijk zoo’n kleuter! zeide mijnheer Cascabel. Dat kan ook al cijferen..... Is het zoo, twee duizend twee honderd mijlen?—Ten naasten bij vader, bevestigde Jan, en dan rekenen wij ruimschoots.—Welnu kinderen, dat eind zouden wij met onze wakkereSchoone Zwerfsterwel kunnen afleggen, als er maar geene zee lag tusschen Amerika en Europa, een eeuwig groote waterplas dien wij over moeten. Zonder geld, dat wil zeggen zonder stoomboot, komen wij niet aan den overkant....—Of wij moesten zwemvliezen hebben, viel Kruidnagel in de rede.—Daar heb je hem weer met zijn zwemvliezen! zei Cascabel, terwijl hij zijne schouders ophaalde.—Dus is het duidelijk, merkte Jan op, dat wij den kant van het Oosten onmogelijk op kunnen.—Onmogelijk mijn jongen, ten eenenmale onmogelijk! Maar zouden wij er in westelijke richting niet kunnen komen?Jan, laat ons op de kaart zien waar wij zijn. (Zie bladz. 44).Jan, laat ons op de kaart zien waar wij zijn. (Zie bladz.44).—In westelijke richting? vroeg Jan verbaasd.—Ja zeker! Kijk eens na waar wij terecht zullen komen als wij den kant van het Westen opgaan?—Dan zouden wij eerst Californië en Oregon, en vervolgens het territorium Washington door moeten tot aan de noordelijke grens van de Vereenigde Staten.—En vervolgens?—Vervolgens door Engelsch Columbia.....—Bah! zeide Cascabel met een vies gezicht. Zit er niets anders op dan dat wij door dat stuk van Engeland trekken?—Onmogelijk, vader.—In’s hemelsnaam dan. En verder!—Achter de noordelijke grens van Columbia ligt de provincie Alaska....—Is die ook al van de engelschen?—Neen, van de russen—ten minste op het oogenblik nog, want er is sprake van haar intelijven.—Bij Engeland?—Neen, bij de Vereenigde Staten.—Dat doet mij pleizier! Wat komt er achter Alaska?—Daar ligt de Behringstraat, die het vasteland van Amerika van dat van Azië scheidt.—Hoeveel mijlen is dat, van de plek waar wij ons thans bevinden tot aan die Behringstraat?—Elfhonderd mijlen.—Onthoud dat, Napoleona. Straks moogt ge weder optellen.—En wat moet ik doen? vroeg Sander.—Je moogt het natellen.—Vertel mij nu eens, Jan, hoe breed de Behringstraat wel zijn kan?—Nagenoeg twintig mijlen, vader.—Twintig mijlen! merkte moeder Cascabel op.—’t Is maar een sloot, Cornelia, niet veel meer ten minste.—Nu ja, een sloot, maar dan toch een breede.—Een sloot, zeg ik. Bovendien Jan, vriest die Behringstraat in den winter niet dicht?—Heelemaal vader. Gedurende vier of vijf maanden is het niets dan een groot ijsveld.—Prachtig! over het ijs te trekken is geen bezwaar.—Wel neen, dat wordt ieder jaar gedaan.—Dat is nog eens een pleizierige straat!—Maar als wij daar overheen zijn, vroeg Cornelia, komt er dan in ’t geheel geen zee meer?—Neen, moeder. Van de Behringstraat af tot aan het Russische gebied in Europa, ligt niets dan land.—Laat ons dat eens op de kaart zien, Jan.Jan zocht nu in den atlas de algemeene kaart van Azië op en Cascabel bekeek die met aandacht.—Dat ziet er niet kwaad uit, merkte hij op. Er zijn geloof ik niet veel onbewoonde landen daar in Azië?—Niet heel veel, vader.—Maar waar ligt nu Europa?—Hier, antwoordde Jan, terwijl hij met zijnen vinger op het Oeralgebergte wees.—Hoe ver is het wel van die straat.... hoe heet ze ook weer? ... van die Behringsloot tot aan de Europeesche grens van Rusland?—Dat schat ik op zestienhonderd mijlen.—En van daar tot in Frankrijk?—Nagenoeg zeshonderd.—Hoeveel is nu het totaal van Sacramento af?—Drieduizend driehonderd en twintig mijlen! riepen Sander en Napoleona allebei te gelijk.—Knap gecijferd kinderen, zeide hun vader tevreden. Derhalve naar het Oosten tweeëntwintig honderd mijlen?—Juist vader.—En naar het Westen ongeveer drieëndertig honderd?—Dat maakt elfhonderd mijlen verschil.....—Zooveel is de westelijke weg langer, stemde Cascabel toe, maar dan ligt er geene zee tusschen beide. Als men den eenen kant niet op kan, kinderen, en er zijn er maar twee, dan kiest men den anderen. Ik stel dood eenvoudig voor dat te doen!—Kijk, dan reizen wij achterste voren, riep Sander.—Niet achterste voren, maar den omgekeerden kant uit.—Heel goed, vader, antwoordde Jan. Maar ik moet u doen opmerken dat als wij den kant van het Westen opgaan, het niet mogelijk is die zooveel langere reis nog dit jaar afteleggen, en wij dus eerst later in Frankrijk kunnen komen.—Dat zie ik nog niet in.—Wel, elfhonderd mijlen is geen kleinigheid. DeSchoone Zwerfsterzal het wel uithouden, maar onze paarden?—Welnu kinderen, als wij dit jaar niet in Europa komen, dan komen wij een jaar later, ziedaar alles! En nu ik er aan denk, zie ik er nog iets beters in. Als wij Rusland doortrekken komen wij te Perm, te Kasan, te Nisjni en op andere plaatsen, waar ik dikwijls van gehoord heb. Daar zijn overal groote kermissen,wij kunnen er voorstellingen geven en ik sta er voor in dat defamilieCascabel een goed figuur zal maken en er niet met ledige beurs van daan zal komen!Iemand die op alles een antwoord heeft, is door geen tegenspraak van zijn denkbeeld terug te brengen.Het gaat met een karakter even als met ijzer. Als het hard geslagen wordt, trekt het zich samen, het wordt vaster, taaier en steviger. Met onze wakkere kermiskunstenaars ging het niet anders. Jaren achtereen hadden zij een moeielijk bestaan geleid en allerlei lotgevallen ondervonden; ontelbaar waren de bezwaren die zij overwonnen hadden, maar nooit hadden zij zulk eene bittere teleurstelling gehad als thans, nu al hunne spaarpenningen in handen van roovers waren gevallen en de terugreis naar hun land, langs den voorgenomen weg, eene onmogelijkheid geworden was. Maar die laatste harde slag van het noodlot was zoo ter dege aangekomen, dat zij zich nu ook sterk genoeg voelden om het ergste wat hun nog overkomen kon, te trotseeren.Cornelia Cascabel en de kinderen maakten dus niet het minste bezwaar tegen het plan van het hoofd der familie. Toch was er moeielijk iets buitensporigers te bedenken, en Cascabel zou zelf aan zoo iets bijna onuitvoerbaars geen oogenblik gedacht hebben indien zijne begeerte om naar Europa terug te keeren niet om zoo te zeggen een stuk van zijn leven geweest ware. Daarom zag hij tegen niets meer op. Wat kon het hem schelen of hij heel het Westen van Amerika en vervolgens Siberië van het eene eind tot het andere door moest, nu dat de eenige weg was die hem openstond om in Frankrijk te komen!—Bravo, bravo! riep Napoleona in de handen klappende uit.—Bis, bis! voegde Sander er bij, die geen ander woord kende om den hoogsten graad van ingenomenheid uit te drukken.—Zeg eens, vader, vroeg de kleine meid, zullen wij nu ook den czaar van Rusland zien?—Zeker kind. Tenminste als Zijne Majesteit naar de kermis te Nisjni-Novogorod komt kijken.—En zullen wij voor hem mogen werken?—Dat kan wel gebeuren, als hij er pleizier in heeft.—Dan krijgt hij van mij een zoen op zijn twee wangen.—Misschien geeft hij er u maar één te zoenen, meidlief. Maar pas dan op, als je hem beetpakt, dat je zijne kroon niet vuil maakt.Kruidnagel—om van hem niet geheel te zwijgen—dacht bij zichzelf dat er geen grooter genie op de wereld kon zijn dan zijn patroon.De weg was dus duidelijk aangewezen. DeSchoone Zwerfstermoest Californië, Oregon en het Washington-territorium door tot aan de grens die het amerikaansche van het engelsche gebied scheidt. Zij hadden nog een vijftigtal dollars in kas, het eenige losse geld dat gelukkig niet in de rampzalige geldkist geborgen was. Met dit sommetje konden de dagelijksche uitgaven op reis niet lang bestreden worden, en er werd dus bepaald dat de troep op ieder dorp en in elke stad, waar zij doortrokken, eene voorstelling geven zou. Hiermede ging eenige tijd verloren, maar dit kwam er niet op aan want zij moesten in elk geval wachten tot de Behringstraat over hare geheele breedte toegevroren zou wezen om met den reiswagen er over te kunnen. Dat zou niet het geval zijn vóórdat zij zeven of acht maanden verder waren.—De drommel moge mij halen, zeide Cascabel om de beraadslaging te sluiten, als wij nog niet een aardigen stuiver ophalen vóór dat wij aan het andere eind van Amerika zijn!Het scheen wel min of meer twijfelachtig of er in de bovenste streken van Alaska, waar niet veel andere bevolking gevonden wordt dan eenige zwervende Indianen-stammen, veel »stuivers op te halen” zouden zijn. Maar tot aan de westelijke grens der Vereenigde Staten, een land waar de troep van Cascabel nog nooit zijne kunsten vertoond had, zou het publiek stellig komen toestroomen, alleen reeds aangetrokken door hun beroemden naam. De kas zou dus niet ongevuld blijven.Eenmaal die grens over zijnde, lag echter het engelsche grondgebied vóór hen. Daar waren steden genoeg, maar Cascabel zou liever honger geleden hebben dan zich zóó diep te vernederen dat hij engelsche schellingen of stuivers had moeten aannemen. Het hinderde hem al genoeg, ja hij vond het bijna onverdragelijk dat deSchoone Zwerfsteren hare passagiers over eenen afstand van meer dan tweehonderd mijlen eene britsche kolonie door moesten.Op het vaste land van Azië, in Siberië, waar onafzienbare vlakten zonder bewoners zich uitstrekken, konden zij niet veel anders ontmoeten dan eenige zwervende benden Samojeden en Tchouktchis, die niet dan bij uitzondering zich buiten hun onherbergzaam geboorteland vertoonen. De kas zou daar dus zeker geen goede zaken maken, maar daar viel eenmaal niets aan te doen.Nadat alles afgesproken was, bepaalde Cesar dat deSchoone Zwerfsterreeds den volgenden ochtend vroeg haren tocht hervatten zou.Intusschen was het tijd geworden voor het avond-eten. Cornelia ging met haar gewonen ijver aan den arbeid en terwijl zij aan hetbakken en braden was, zeide zij tegen Kruidnagel, die weder als koksknecht dienst deed:—Dat is toch knap bedacht van mijnheer Cascabel, om langs dien anderen weg in Europa te komen!—Of het, juffrouw. Maar al wat de patroon in zijne braadpan... ik wil zeggen in zijne hersenkas klaar maakt is knap!—Denk eens aan, Nageltje, nu wij de zee niet over moeten, kunnen wij ook niet zeeziek worden....—Ten minste als het ijs in de Behringstraat niet op en neer gaat....—Houd je mond, Nagel, of kraak geen kwade noten!In dien tusschentijd voerde Sander eenige luchtsprongen uit tot groote tevredenheid van zijnen vader, en maakte Napoleona een sierlijken danspas, waarbij de honden haar op hunne achterpooten gezelschap hielden. Er was reden om met nieuwen ijver aan het leeren te gaan, want de voorstellingen moesten nu weer beginnen.Op eens kwam Sander op eenen inval.—Kijk, nù hebben wij niet eens gevraagd wat de paarden van die groote reis denken.Hij liep op eenen draf naar Vermout, en zeide:—Zeg eens oude heer, wat denk je van zoo’n rit van een duizend mijl of drie?Vervolgens richtte hij tot Gladiator het woord:—Wat zeg jij er van, met je stramme beenen?De twee paarden begonnen allebei te hinniken, hetgeen beschouwd kon worden als een bewijs dat zij het heel pleizierig vonden.Nu was de beurt aan de honden:—Wagram en Marengo, mijne goede vrienden, er is eene aardige wandeling voor u in het verschiet.Kwispelstaartend en blaffend sprong het tweetal tegen den knaap op. Er viel geenoogenblikaan te twijfelen: die twee zouden meê loopen, al was het tot het einde der aarde.De aap mocht evenmin vergeten worden.—Komaan mijnheer John Bull, geen vieze gezichten! Je zult vreemde landen te zien krijgen, oude jongen! Als je het te koud krijgt, zullen we je een pelsjas aantrekken. Kun je nog leelijke tronies trekken? Pas op dat je dat niet afleert!John Bull toonde op hetzelfde oogenblik dat hij die kunst nog verstond, hetgeen de algemeene vroolijkheid nog vermeerderde.Nu bleef alleen de papegaai nog over.Cornelia en Kruidnagel in de keuken. (Zie bladz. 50).Cornelia en Kruidnagel in de keuken. (Zie bladz.50).—Geachte Jako, begon Sander, je hebt nog geen woord gezegd.Je hebt toch je tong niet verloren? Wij gaan een mooie reis doen Jako! Wat zegt UEdele daarvan?Uit de diepte van Jako’s hoornigen snavel kwamen een aantal raadselachtige geluiden, waarin de r’s ratelden alsof ze door Cesar Cascabel’s machtige longen werden voortgebracht.—Bravo! riep Sander, Jako geeft zijne tevredenheid te kennen! Hij heeft duidelijk ja gezegd.Met een aantal lucht- en duikelsprongen bekrachtigde Sander deze verzekering, en zijn vader liet niet na hem daarover zijne tevredenheid te betuigen.Op dit oogenblik hoorden zij Cornelia roepen dat de tafel in den wagen gedekt was.Allen snelden toe; de eetlust had onder het gebeurde in het geheel niet geleden en spoedig was er geen kruimel meer over.Het was alsof zij geen van allen meer aan het ongeluk dachten, toen Kruidnagel op eens zeide:—Daar bedenk ik iets, patroon. Die twee schavuiten zullen leelijk staan te kijken!—Hoe zoo? vroeg Jan.—Wel, zij weten het woord niet Waarmede het letterslot gesloten is en kunnen dus de geldkist niet open krijgen.—Daarom houd ik het er ook stellig voor dat zij het ding weer terug zullen komen brengen, zeide Cascabel met een gullen lach.Een wonderlijke kerel! Hij had het hoofd zoo vol met zijne nieuwe plannen dat hij den diefstal bijna weer vergeten was.
Zulke schavuiten!
Zij verdienden met alle recht dien naam. De familie Cascabel was helaas het slachtoffer van hunne schurkerij.
Elken avond was Cesar gewoon zich te overtuigen of de geldkist nog op hare plaats stond... Maar nu herinnerde hij zich dat hij den vorigen avond, doodmoede van den zwaren tocht en bijna niet meer kunnende zien van slaperigheid, van die gewoonte was afgeweken. Het was duidelijk dat de twee karrevoerders, gebruik makende van het oogenblik dat Jan en Sander met hun vader, vergezeld van Kruidnagel, waren teruggeloopen om het goed te halen dat op een lager gedeelte van den weg was achtergelaten, in het achterste gedeelte van den reiswagen waren doorgedrongen zonder dat iemand dit had opgemerkt. Daar hadden zij zich van de geldkist meester gemaakt en die tusschen de struiken langs den weg verborgen. Dat was de reden geweest waarom zij den nacht niet binnen deSchoone Zwerfsterhadden willen doorbrengen. Zij hadden gewacht tot alle leden van het gezin in slaap waren en zich toen met de hulp-paarden uit de voeten gemaakt.
Van de spaarpenningen van den troep was geen cent meer over. Alleen had Cascabel zelf nog eenige dollars bij zich. Het was nog een geluk dat de roovers de paarden, Vermout en Gladiator, ook niet medegevoerd hadden.
De honden, reeds sedert een etmaal gewend de twee kerels te zien komen en gaan, hadden niet aangeslagen. De diefstal was dus zonder eenige moeite gepleegd.
Waar nu de gauwdieven terug te vinden, nu zij zich over de hun bekende bergpaden van de Sierra Nevada uit de voeten gemaakt hadden? Hoe het geld terug te bekomen? En hoe de reis naar Europa terug te doen, zonder geld om den overtocht te betalen?
Allen waren wanhopig, de een barstte in tranen, de ander in verwenschingen los. Cesar Cascabel was bijna razend van woede en het kostte zijne vrouw en zijne kinderen niet weinig moeite hem tot bedaren te brengen. Maar toen deze eerste opwelling voorbij was, kreeg hij spoedig zijne tegenwoordigheid van geest terug als een man die niet gewoon was met nuttelooze verwenschingen zijnen tijd te verspillen.
—Die ellendige geldkist! kon Cornelia niet nalaten te zeggen.
—Ja, als wij dat ding niet gehad hadden, voegde Jan er bij, zou ons geld.......
—Het is waarachtig een mooie inval van mij geweest, riep Cascabel uit, die satansche kist te koopen. Nu zie ik pas in dat het voorzichtiger is, als men eene geldkist heeft, er niets in te bewaren! Wat geeft het of zoo’n ding tegen het vuur bestand is, zooals die winkelier in Sacramento mij verzekerd heeft, als het toch door den eersten dief den beste weggekaapt kan worden!
Ieder begrijpt welk een harde slag dit voor onze reizigers was en niemand zal er zich over verwonderen dat zij in de eerste oogenblikken er als door versuft waren. Met zooveel moeite tweeduizend dollars bij elkaar te hebben en ze dan op die manier te moeten kwijtraken!
—Wat moeten wij beginnen? vroeg Jan.
—Ja, wat moeten wij beginnen? herhaalde Cascabel, terwijl de woorden met moeite tusschen zijne saamgeklemde tanden doorkwamen, alsof hij ze kauwde. Het is maar al te duidelijk wat wij beginnen moeten; het is zelfs zóó eenvoudig dat er niets tegen in te brengen is. Zonder hulp-paarden kunnen wij den berg niet over. Wij kunnen dus niet anders dan naar de boerderij terug. Misschien vinden wij daar onze twee schobbejakken ook!
—Waarschijnlijk zijn zij daar niet heengegaan, merkte Kruidnagel in zijnen eenvoud op.
Dat was inderdaad alles behalve waarschijnlijk. Maar er zat niet anders op, Cesar had het terstond begrepen, dan terug te gaan. Want den tocht bergopwaarts konden zij niet voortzetten.
Vermout en Gladiator werden dus ingespannen en de terugrit door den bergpas naar beneden nam eenen aanvang.
Dat ging maar al te gemakkelijk, helaas! Van eene helling af te komen kost niet veel moeite; maar het was een treurige tocht in alle stilte, die slechts van tijd tot tijd werd afgebroken als Cesar in eenen stroom van verwenschingen zijn gemoed lucht gaf.
Tegen den middag kwam deSchoone Zwerfsteraan de hoeve, waar niemand iets van de dieven wist. De eigenaar was woedend toen hij het geval vernam, maar sloeg weinig acht op hetgeen de familie Cascabel overkomen was. Dat zij bestolen was kon hem niet veel schelen; hijzelf was zijne drie paarden kwijt! De booswichten waren zeker een eind het gebergte ingevlucht en nu reeds aan de andere zijde van den pas. Hen na te zetten was niet doenlijk. Het had er iets van alsof de boer zelfs Cascabel nog aansprakelijk wilde stellen voor het stelen zijner paarden.
—Neen maar, die is goed! riep Cesar uit. Waarom hebt ge zoo’n paar schoeljes in dienst, en verhuurt gij ze aan menschen die hen meenen te kunnen vertrouwen?
—Hoe kon ik dat weten? antwoordde de boer. Ik had nooit reden van klagen over hen gehad. Zij kwamen uit engelsch Columbia....
—Wat, waren het engelschen?
—Zeker!
—In zoo’n geval, mijnheer, waarschuwt men de menschen, schreeuwde Cascabel. Voor zoo iets had ik gewaarschuwd moeten worden!
Dit mocht zijn zooals het wilde, de diefstal was in elk geval gepleegd.
Moeder Cascabel was volkomen ontroostbaar, maar haar echtgenoot die meer filozoof geworden was op zijne veeljarige omzwervingen, kreeg betrekkelijk spoedig zijne kalmte terug.
Alle leden van het gezin kwamen in deSchoone Zwerfsterbijeen teneinde te overleggen wat hun te doen stond. Uit die beraadslaging, zeide mijnheer Cascabel met eene deftigheid die bewees dat hij reeds de oude weder geworden was, kon niet anders dan »eene allergewichtigste beslissing« voortvloeien.
—Kinderen, zeide hij, er komen in het leven omstandigheden voor waarin een verstandig man moet weten wat hem te doen staat, en ik heb ook opgemerkt dat dit in den regel onaangename omstandigheden zijn. Dat is ook het geval met die waarin wij ons op het oogenblik bevinden door de schuld van die gemeene smeerlappen van engelschen...Englishmen, zooals ze zichnoemen!... Hierover lang te praten baat echter niets, vooral niet omdat er maar één plan overblijft dat wij kunnen uitvoeren,... en dat zullen we ook uitvoeren!
De terugtocht door den bergpas naar beneden nam een aanvang. (Zie bl. 41).De terugtocht door den bergpas naar beneden nam een aanvang.(Zie bl.41).
De terugtocht door den bergpas naar beneden nam een aanvang.(Zie bl.41).
—Wat is dat dan? vroeg Sander.
—Ik zal er terstond toe overgaan u op de hoogte te brengen van hetgeen ik in mijn hoofd heb, antwoordde zijn vader. Maar om te weten of het uitvoerbaar is, moet Jan beginnen met dat ding voor den dag te halen waar de kaarten in zijn.
—Mijn atlas bedoelt gij?
—Jawel, jawel, uw atlas. Van aardrijkskunde moet ge meer weten dan een van ons allen. Voor den dag dus met uw atlas.
—Ik zal hem krijgen vader.
De atlas werd gehaald en op de tafel opengelegd. Toen hervatte papa Cascabel:
—Het spreekt van zelf, kinderen, dat ofschoon die fielten van engelschen—dat ik niet aan hun boeventronies gezien heb dat het engelschen waren!—met onze geldkist op den loop zijn—dat ik ook op het denkbeeld komen moest om er eene geldkist op na te willen houden!—het spreekt van zelf, herhaal ik, dat wij desniettemin ons plan niet opgeven om naar Europa terugtekeeren....
—Het opgeven?... Dat nooit! bevestigde zijne vrouw.
—Goed geantwoord, Cornelia. Wij willen naar Europa en wij zullen er komen! Wij willen Frankrijk terugzien en wij zullen het! Dat zoo ’n paar bandieten ons bestolen hebben, is geen reden.... Ik tenminste moet naar mijn land terug of ik ga dood....
—Gij moogt niet dood gaan, Cesar! Wij zijn eenmaal op weg naar Europa en wij keeren niet weer terug...
—Alles goed en wel, vroeg Jan, maar hoe? Op welke manier zullen wij er komen?
—Ja, op welke manier, dat is de vraag... hernam Cascabel, terwijl hij zich achter het oor krabde. Wij kunnen wel, met onderweg voorstellingen te geven, dagelijks zooveel verdienen als noodig is om te New-York te komen; maar eenmaal met onzeSchoone Zwerfsterdáár aangeland, hebben wij geen geld om onze plaatsen op de stoomboot te betalen.... En zonder stoomboot zie ik geen kans om aan den overkant te komen, of het moest zijn door zwemmen. Dit nu lijkt mij nog al bezwaarlijk....
—Dat is inderdaad heel moeielijk, patroon, bevestigde Kruidnagel,... of wij moesten zwemvliezen hebben....
—Welnu, heb jij die?
—Zoover ik weet, niet....
—Houd dan je mond en luister.
Daarop richtte hij het woord meer rechtstreeks tot zijn oudsten zoon.
—Maak open die atlas, Jan! Laat ons op de kaart zien waar wij zijn!
Jan zocht de kaart van Noord-Amerika op en spreidde die uit. Nieuwsgierig keken de anderen, toen hij met den vinger op een punt in de Sierra Nevada wees, een klein eind oostelijk van Sacramento.
—Hier is de plek, zeide hij.
—Best, hernam Cesar. Wanneer wij dus onzen tocht over het gebergte hadden voortgezet, zouden wij het geheele grondgebied der Vereenigde Staten tot New-York toe hebben moeten doortrekken?
—Natuurlijk, vader.
—Hoeveel mijlen is dat?
—Ongeveer dertienhonderd.
—Onthoud dat! Vervolgens hadden wij den Oceaan over moeten varen?
—Dat kon niet anders.
—Hoeveel mijlen varens is dat weer?
—Ten naasten bij negenhonderd, tot aan het vasteland van Europa.
—En eenmaal in Frankrijk, zouden wij zoo goed als in Normandië geweest zijn, niet waar?
—Op eene kleinigheid na.
—Hoeveel is dat nu samen?
—Tweeëntwintighonderd! riep Napoleona, die het al op hare vingers had uitgerekend.
—Kijk zoo’n kleuter! zeide mijnheer Cascabel. Dat kan ook al cijferen..... Is het zoo, twee duizend twee honderd mijlen?
—Ten naasten bij vader, bevestigde Jan, en dan rekenen wij ruimschoots.
—Welnu kinderen, dat eind zouden wij met onze wakkereSchoone Zwerfsterwel kunnen afleggen, als er maar geene zee lag tusschen Amerika en Europa, een eeuwig groote waterplas dien wij over moeten. Zonder geld, dat wil zeggen zonder stoomboot, komen wij niet aan den overkant....
—Of wij moesten zwemvliezen hebben, viel Kruidnagel in de rede.
—Daar heb je hem weer met zijn zwemvliezen! zei Cascabel, terwijl hij zijne schouders ophaalde.
—Dus is het duidelijk, merkte Jan op, dat wij den kant van het Oosten onmogelijk op kunnen.
—Onmogelijk mijn jongen, ten eenenmale onmogelijk! Maar zouden wij er in westelijke richting niet kunnen komen?
Jan, laat ons op de kaart zien waar wij zijn. (Zie bladz. 44).Jan, laat ons op de kaart zien waar wij zijn. (Zie bladz.44).
Jan, laat ons op de kaart zien waar wij zijn. (Zie bladz.44).
—In westelijke richting? vroeg Jan verbaasd.
—Ja zeker! Kijk eens na waar wij terecht zullen komen als wij den kant van het Westen opgaan?
—Dan zouden wij eerst Californië en Oregon, en vervolgens het territorium Washington door moeten tot aan de noordelijke grens van de Vereenigde Staten.
—En vervolgens?
—Vervolgens door Engelsch Columbia.....
—Bah! zeide Cascabel met een vies gezicht. Zit er niets anders op dan dat wij door dat stuk van Engeland trekken?
—Onmogelijk, vader.
—In’s hemelsnaam dan. En verder!
—Achter de noordelijke grens van Columbia ligt de provincie Alaska....
—Is die ook al van de engelschen?
—Neen, van de russen—ten minste op het oogenblik nog, want er is sprake van haar intelijven.
—Bij Engeland?
—Neen, bij de Vereenigde Staten.
—Dat doet mij pleizier! Wat komt er achter Alaska?
—Daar ligt de Behringstraat, die het vasteland van Amerika van dat van Azië scheidt.
—Hoeveel mijlen is dat, van de plek waar wij ons thans bevinden tot aan die Behringstraat?
—Elfhonderd mijlen.
—Onthoud dat, Napoleona. Straks moogt ge weder optellen.
—En wat moet ik doen? vroeg Sander.
—Je moogt het natellen.
—Vertel mij nu eens, Jan, hoe breed de Behringstraat wel zijn kan?
—Nagenoeg twintig mijlen, vader.
—Twintig mijlen! merkte moeder Cascabel op.
—’t Is maar een sloot, Cornelia, niet veel meer ten minste.
—Nu ja, een sloot, maar dan toch een breede.
—Een sloot, zeg ik. Bovendien Jan, vriest die Behringstraat in den winter niet dicht?
—Heelemaal vader. Gedurende vier of vijf maanden is het niets dan een groot ijsveld.
—Prachtig! over het ijs te trekken is geen bezwaar.
—Wel neen, dat wordt ieder jaar gedaan.
—Dat is nog eens een pleizierige straat!
—Maar als wij daar overheen zijn, vroeg Cornelia, komt er dan in ’t geheel geen zee meer?
—Neen, moeder. Van de Behringstraat af tot aan het Russische gebied in Europa, ligt niets dan land.
—Laat ons dat eens op de kaart zien, Jan.
Jan zocht nu in den atlas de algemeene kaart van Azië op en Cascabel bekeek die met aandacht.
—Dat ziet er niet kwaad uit, merkte hij op. Er zijn geloof ik niet veel onbewoonde landen daar in Azië?
—Niet heel veel, vader.
—Maar waar ligt nu Europa?
—Hier, antwoordde Jan, terwijl hij met zijnen vinger op het Oeralgebergte wees.
—Hoe ver is het wel van die straat.... hoe heet ze ook weer? ... van die Behringsloot tot aan de Europeesche grens van Rusland?
—Dat schat ik op zestienhonderd mijlen.
—En van daar tot in Frankrijk?
—Nagenoeg zeshonderd.
—Hoeveel is nu het totaal van Sacramento af?
—Drieduizend driehonderd en twintig mijlen! riepen Sander en Napoleona allebei te gelijk.
—Knap gecijferd kinderen, zeide hun vader tevreden. Derhalve naar het Oosten tweeëntwintig honderd mijlen?
—Juist vader.
—En naar het Westen ongeveer drieëndertig honderd?
—Dat maakt elfhonderd mijlen verschil.....
—Zooveel is de westelijke weg langer, stemde Cascabel toe, maar dan ligt er geene zee tusschen beide. Als men den eenen kant niet op kan, kinderen, en er zijn er maar twee, dan kiest men den anderen. Ik stel dood eenvoudig voor dat te doen!
—Kijk, dan reizen wij achterste voren, riep Sander.
—Niet achterste voren, maar den omgekeerden kant uit.
—Heel goed, vader, antwoordde Jan. Maar ik moet u doen opmerken dat als wij den kant van het Westen opgaan, het niet mogelijk is die zooveel langere reis nog dit jaar afteleggen, en wij dus eerst later in Frankrijk kunnen komen.
—Dat zie ik nog niet in.
—Wel, elfhonderd mijlen is geen kleinigheid. DeSchoone Zwerfsterzal het wel uithouden, maar onze paarden?
—Welnu kinderen, als wij dit jaar niet in Europa komen, dan komen wij een jaar later, ziedaar alles! En nu ik er aan denk, zie ik er nog iets beters in. Als wij Rusland doortrekken komen wij te Perm, te Kasan, te Nisjni en op andere plaatsen, waar ik dikwijls van gehoord heb. Daar zijn overal groote kermissen,wij kunnen er voorstellingen geven en ik sta er voor in dat defamilieCascabel een goed figuur zal maken en er niet met ledige beurs van daan zal komen!
Iemand die op alles een antwoord heeft, is door geen tegenspraak van zijn denkbeeld terug te brengen.
Het gaat met een karakter even als met ijzer. Als het hard geslagen wordt, trekt het zich samen, het wordt vaster, taaier en steviger. Met onze wakkere kermiskunstenaars ging het niet anders. Jaren achtereen hadden zij een moeielijk bestaan geleid en allerlei lotgevallen ondervonden; ontelbaar waren de bezwaren die zij overwonnen hadden, maar nooit hadden zij zulk eene bittere teleurstelling gehad als thans, nu al hunne spaarpenningen in handen van roovers waren gevallen en de terugreis naar hun land, langs den voorgenomen weg, eene onmogelijkheid geworden was. Maar die laatste harde slag van het noodlot was zoo ter dege aangekomen, dat zij zich nu ook sterk genoeg voelden om het ergste wat hun nog overkomen kon, te trotseeren.
Cornelia Cascabel en de kinderen maakten dus niet het minste bezwaar tegen het plan van het hoofd der familie. Toch was er moeielijk iets buitensporigers te bedenken, en Cascabel zou zelf aan zoo iets bijna onuitvoerbaars geen oogenblik gedacht hebben indien zijne begeerte om naar Europa terug te keeren niet om zoo te zeggen een stuk van zijn leven geweest ware. Daarom zag hij tegen niets meer op. Wat kon het hem schelen of hij heel het Westen van Amerika en vervolgens Siberië van het eene eind tot het andere door moest, nu dat de eenige weg was die hem openstond om in Frankrijk te komen!
—Bravo, bravo! riep Napoleona in de handen klappende uit.
—Bis, bis! voegde Sander er bij, die geen ander woord kende om den hoogsten graad van ingenomenheid uit te drukken.
—Zeg eens, vader, vroeg de kleine meid, zullen wij nu ook den czaar van Rusland zien?
—Zeker kind. Tenminste als Zijne Majesteit naar de kermis te Nisjni-Novogorod komt kijken.
—En zullen wij voor hem mogen werken?
—Dat kan wel gebeuren, als hij er pleizier in heeft.
—Dan krijgt hij van mij een zoen op zijn twee wangen.
—Misschien geeft hij er u maar één te zoenen, meidlief. Maar pas dan op, als je hem beetpakt, dat je zijne kroon niet vuil maakt.
Kruidnagel—om van hem niet geheel te zwijgen—dacht bij zichzelf dat er geen grooter genie op de wereld kon zijn dan zijn patroon.
De weg was dus duidelijk aangewezen. DeSchoone Zwerfstermoest Californië, Oregon en het Washington-territorium door tot aan de grens die het amerikaansche van het engelsche gebied scheidt. Zij hadden nog een vijftigtal dollars in kas, het eenige losse geld dat gelukkig niet in de rampzalige geldkist geborgen was. Met dit sommetje konden de dagelijksche uitgaven op reis niet lang bestreden worden, en er werd dus bepaald dat de troep op ieder dorp en in elke stad, waar zij doortrokken, eene voorstelling geven zou. Hiermede ging eenige tijd verloren, maar dit kwam er niet op aan want zij moesten in elk geval wachten tot de Behringstraat over hare geheele breedte toegevroren zou wezen om met den reiswagen er over te kunnen. Dat zou niet het geval zijn vóórdat zij zeven of acht maanden verder waren.
—De drommel moge mij halen, zeide Cascabel om de beraadslaging te sluiten, als wij nog niet een aardigen stuiver ophalen vóór dat wij aan het andere eind van Amerika zijn!
Het scheen wel min of meer twijfelachtig of er in de bovenste streken van Alaska, waar niet veel andere bevolking gevonden wordt dan eenige zwervende Indianen-stammen, veel »stuivers op te halen” zouden zijn. Maar tot aan de westelijke grens der Vereenigde Staten, een land waar de troep van Cascabel nog nooit zijne kunsten vertoond had, zou het publiek stellig komen toestroomen, alleen reeds aangetrokken door hun beroemden naam. De kas zou dus niet ongevuld blijven.
Eenmaal die grens over zijnde, lag echter het engelsche grondgebied vóór hen. Daar waren steden genoeg, maar Cascabel zou liever honger geleden hebben dan zich zóó diep te vernederen dat hij engelsche schellingen of stuivers had moeten aannemen. Het hinderde hem al genoeg, ja hij vond het bijna onverdragelijk dat deSchoone Zwerfsteren hare passagiers over eenen afstand van meer dan tweehonderd mijlen eene britsche kolonie door moesten.
Op het vaste land van Azië, in Siberië, waar onafzienbare vlakten zonder bewoners zich uitstrekken, konden zij niet veel anders ontmoeten dan eenige zwervende benden Samojeden en Tchouktchis, die niet dan bij uitzondering zich buiten hun onherbergzaam geboorteland vertoonen. De kas zou daar dus zeker geen goede zaken maken, maar daar viel eenmaal niets aan te doen.
Nadat alles afgesproken was, bepaalde Cesar dat deSchoone Zwerfsterreeds den volgenden ochtend vroeg haren tocht hervatten zou.
Intusschen was het tijd geworden voor het avond-eten. Cornelia ging met haar gewonen ijver aan den arbeid en terwijl zij aan hetbakken en braden was, zeide zij tegen Kruidnagel, die weder als koksknecht dienst deed:
—Dat is toch knap bedacht van mijnheer Cascabel, om langs dien anderen weg in Europa te komen!
—Of het, juffrouw. Maar al wat de patroon in zijne braadpan... ik wil zeggen in zijne hersenkas klaar maakt is knap!
—Denk eens aan, Nageltje, nu wij de zee niet over moeten, kunnen wij ook niet zeeziek worden....
—Ten minste als het ijs in de Behringstraat niet op en neer gaat....
—Houd je mond, Nagel, of kraak geen kwade noten!
In dien tusschentijd voerde Sander eenige luchtsprongen uit tot groote tevredenheid van zijnen vader, en maakte Napoleona een sierlijken danspas, waarbij de honden haar op hunne achterpooten gezelschap hielden. Er was reden om met nieuwen ijver aan het leeren te gaan, want de voorstellingen moesten nu weer beginnen.
Op eens kwam Sander op eenen inval.
—Kijk, nù hebben wij niet eens gevraagd wat de paarden van die groote reis denken.
Hij liep op eenen draf naar Vermout, en zeide:
—Zeg eens oude heer, wat denk je van zoo’n rit van een duizend mijl of drie?
Vervolgens richtte hij tot Gladiator het woord:
—Wat zeg jij er van, met je stramme beenen?
De twee paarden begonnen allebei te hinniken, hetgeen beschouwd kon worden als een bewijs dat zij het heel pleizierig vonden.
Nu was de beurt aan de honden:
—Wagram en Marengo, mijne goede vrienden, er is eene aardige wandeling voor u in het verschiet.
Kwispelstaartend en blaffend sprong het tweetal tegen den knaap op. Er viel geenoogenblikaan te twijfelen: die twee zouden meê loopen, al was het tot het einde der aarde.
De aap mocht evenmin vergeten worden.
—Komaan mijnheer John Bull, geen vieze gezichten! Je zult vreemde landen te zien krijgen, oude jongen! Als je het te koud krijgt, zullen we je een pelsjas aantrekken. Kun je nog leelijke tronies trekken? Pas op dat je dat niet afleert!
John Bull toonde op hetzelfde oogenblik dat hij die kunst nog verstond, hetgeen de algemeene vroolijkheid nog vermeerderde.
Nu bleef alleen de papegaai nog over.
Cornelia en Kruidnagel in de keuken. (Zie bladz. 50).Cornelia en Kruidnagel in de keuken. (Zie bladz.50).
Cornelia en Kruidnagel in de keuken. (Zie bladz.50).
—Geachte Jako, begon Sander, je hebt nog geen woord gezegd.Je hebt toch je tong niet verloren? Wij gaan een mooie reis doen Jako! Wat zegt UEdele daarvan?
Uit de diepte van Jako’s hoornigen snavel kwamen een aantal raadselachtige geluiden, waarin de r’s ratelden alsof ze door Cesar Cascabel’s machtige longen werden voortgebracht.
—Bravo! riep Sander, Jako geeft zijne tevredenheid te kennen! Hij heeft duidelijk ja gezegd.
Met een aantal lucht- en duikelsprongen bekrachtigde Sander deze verzekering, en zijn vader liet niet na hem daarover zijne tevredenheid te betuigen.
Op dit oogenblik hoorden zij Cornelia roepen dat de tafel in den wagen gedekt was.
Allen snelden toe; de eetlust had onder het gebeurde in het geheel niet geleden en spoedig was er geen kruimel meer over.
Het was alsof zij geen van allen meer aan het ongeluk dachten, toen Kruidnagel op eens zeide:
—Daar bedenk ik iets, patroon. Die twee schavuiten zullen leelijk staan te kijken!
—Hoe zoo? vroeg Jan.
—Wel, zij weten het woord niet Waarmede het letterslot gesloten is en kunnen dus de geldkist niet open krijgen.
—Daarom houd ik het er ook stellig voor dat zij het ding weer terug zullen komen brengen, zeide Cascabel met een gullen lach.
Een wonderlijke kerel! Hij had het hoofd zoo vol met zijne nieuwe plannen dat hij den diefstal bijna weer vergeten was.
V.Op reis!Ja, zij waren op reis naar Europa, maar langs een weinig gebruikelijken weg, die zeker niet aan te bevelen is voor reizigers die haast hebben.—Toch hebben wij ook haast, merkte Cascabel op, maar om weer geld te gaan verdienen!Des ochtends van den 2denMaart werden Vermout en Gladiator voor deSchoone Zwerfstergespannen. Moeder Cascabel en haar dochtertje gingen binnen, haar man en de twee knapen volgden te voet, Kruidnagel mende, John Bull zat boven op den wagen en de honden liepen reeds heen en weer. Voort ging het.Het was heerlijk weder. De vroege lente deed de knoppen aan de heesters openspringen. Het was alsof het voorspel reeds begonnen was van het verrukkelijke schouwspel, dat het voorjaar in dit gezegende land te zien geeft. Tusschen de twijgen van die boomen welke ook in den winter hun groen niet verliezen, zaten vogels te zingen. Dat waren steen-eiken, witte eiken en dennen, wier spitse uiteinden zich wiegden boven het eerste loof der heesters. Hier en daar stonden ook groepjes kleine kastanjeboomen en enkele manzanilles, waarvan de vrucht op appelen lijkt, waar de Indianen dan ook eene soort appelwijn van maken.Aan Jan was de taak opgedragen om op de kaart den weg te zoeken dien zij aflegden. Maar bovendien rustte op hem in ’t bijzonder de zorg voor de provisiekamer, in dien zin dat hij makenmoest dat er nooit gebrek aan wild was. Marengo deed het zijne om te zorgen dat zijn baas dit niet vergat. Dit was trouwens niet noodig, want waar iets te schieten valt, zal geen echte jager noch zijn hond het wild met rust laten. Het was dan ook eene uitzondering wanneer er voor moeder Cascabel niet het een of ander te braden viel, een haas of eene kuif-patrijs, een korhoen of een koppel van die bergkwakkels, wier schoone veêren het oog bekoren, maar wier sappig vleesch nog streelender is voor het verhemelte. Bleef het met de jacht zóó voordeelig gaan, ook op de steppen van Alaska tot aan de Behringstraat toe, dan zouden zij niet veel geld behoeven uittegeven om in hun dagelijksch onderhoud te voorzien. Eenmaal in Azië gekomen, zouden zij misschien zooveel wild niet meer ontmoeten, maar daar, in de onafzienbare vlakten van het land der Tchouktchis, zouden zij op andere manieren aan den noodigen leeftocht zien te komen.Voorloopig ging alles dus naar wensch. Cascabel was er de man niet naar om van de gunstige gelegenheid, die weer en wind op het oogenblik aanboden, geen gebruik te maken. Zoo snel als de paarden wilden, ging het vooruit. In dezen tijd van het jaar waren de wegen goed, maar na eenige maanden zouden de harde regens in den herfst ze moeilijk begaanbaar maken. Gemiddeld maakten zij zeven of acht mijlen in het etmaal, met eene poos rust op het midden van den dag om te eten, terwijl er te zes uur des avonds werd uitgespannen en alles voor den nacht in gereedheid werd gebracht. Men moet niet gelooven dat dit land weinig bewoond is. Op de akkers waren de landbouwers reeds aan het werk om den vruchtbaren grond gereed te maken voor den najaars-oogst die hier rijker vruchten afwerpt dan in eenig land ter wereld. Ook trokken zij door een aantal gehuchten, dorpen en kleinere of grootere steden hetgeen vooral het geval was naarmate deSchoone Zwerfsterdichter in de nabijheid bleef van den linker oever der Sacramento-rivier. Dáár toch is de streek, die vroeger als het goudland bij uitnemendheid bekend stond en die nu nog den veelbeteekenenden naam Eldorado draagt.Overeenkomstig hetgeen Cascabel, als aanvoerder van den troep, bepaald had, werden er overal waar de gelegenheid zich daartoe aanbood, voorstellingen gegeven. Zij hadden dit gedeelte van Californië nog nooit bezocht en kijkgrage menschen zijn er in den afgelegensten achterhoek te vinden. Te Placerville, te Aübüry, te Marysville, te Tchama en op andere plaatsen van meer of minder beteekenis, vonden zij eenen bijval die zich uitte in eenen regen van Amerikaansche centen, welke langzamerhand aangroeidentot een dozijn of wat dollars. Het publiek begon juist genoeg te krijgen van het onveranderlijke »Amerikaansche paardenspel” waardoor deze streken aanhoudend afgereisd werden. Napoleona met hare aanvallige vlugheid, Sander met zijne buigzame ledematen, Jan’s bedrevenheid in het balanceeren, Kruidnagel’s komieke vergissingen en domme streken, dat alles werd door de liefhebbers naar waarde geschat. Ook in de honden en den aap, John Bull, had ieder pleizier. De oudste leden van den troep, het echtpaar Cascabel, lieten zich bewonderen, Cesar om zijne groote spierkracht, Cornelia in het worstelen met alle liefhebbers die zich daartoe genegen toonden, waarbij wel te verstaan alleen de vlakke hand als wapen gebruikt mocht worden.Den 12denMaart kwam deSchoone Zwerfsteraan in het stadje Shasta, gelegen aan den voet van eenen berg van denzelfden naam die zich tot eene hoogte van veertienduizend voet boven de vlakte verheft. In het Westen vertoonde zich als een verward gevaarte het gebergte der Coast-Range, dat zij gelukkig niet over behoefden te trekken om in den Staat Oregon te komen. Het land was echter heuvelachtig genoeg. Tusschen een grillig net van uitloopers van het gebergte, op te nauwernood gebaande wegen welke niet dan met moeite op de kaart te vinden waren, kwam de reiswagen uiterst langzaam vooruit. Hier waren ook de dorpen dun gezaaid. De reis zou zeker gemakkelijker geweest zijn indien zij de kuststreek gevolgd hadden waar het terrein veel minder ongelijk is, maar om dat te doen zouden zij eerst de Coast-Range achter zich moeten hebben en over dit gebergte leidt bijna geen begaanbare weg. Het was dus beter nog een eind noordwaarts op te gaan en de laatste golvingen van den bergketen omtetrekken, en zoo in Oregon te komen.Aldus luidde het advies van Jan, die in zaken van aardrijkskunde het meest te vertellen had. Zijn raad werd dan ook gevolgd.Den 19denMaart trokken zij voorbij het fort Jones en dienzelfden dag kwam deSchoone Zwerfsterin het stadje Yrika. Zij vonden daar een goed onthaal en veel bijval, waardoor de kas weder eenige dollars rijker werd. Het was de eerste maal dat deze streek door een franschen kunstenmakerstroep bezochtwerden in al die afgelegen gewesten van Amerika worden franschen met open armen ontvangen. Het volk mag hen lijden en is zeker vriendelijker tegen hen gezind dan sommige van Frankrijk’s naaste buren in Europa.In dit plaatsje hadden zij verder gelegenheid tegen een matigen prijs de noodige hulppaarden te huren, zonder welke Vermout enGladiator het zware werk, dat zij hier te doen hadden, niet af konden. DeSchoone Zwerfsterkwam dus zonder ongeval over het noordelijkste uiteinde van den bergketen, ditmaal zonder door gidsen bestolen te worden.—Natuurlijk! merkte Cascabel op. Het waren immers geen engelschen! Daarvan had ik mij wel overtuigd!Men moet hieruit nu niet opmaken dat alles even gemakkelijk en de wagen over eenen zandweg ging. Maar dank zij de genomen voorzorgen, liep het zonder ongelukken af.Den 27stenMaart eindelijk, na eenen afstand van ongeveer vier honderd kilometer afgelegd te hebben van de Sierra Nevada af, ging deSchoone Zwerfsterde grens van Oregon over. In het Oosten werd de gezichteinder hier begrensd door den kalen berg Pitt, welke als een stijl op eenen zonnewijzer zijne schaduw in de vlakte werpt.Menschen en dieren hadden het hard te verantwoorden gehad, zoodat zij onvermijdelijk te Jacksonville eene poos rust moesten nemen. Daarna lieten zij zich de Roques-rivier overzetten en volgden van toen af de bochten der kustvlakte, die zich zoo ver zij zien konden naar het Noorden uitstrekte.Dit is een bergachtig, maar vruchtbaar land, dat alweder veel voor den landbouw belooft. Weilanden en bosschen wisselen elkaâr af; het landschap gelijkt in zijne hoofdtrekken op het Californische. Nu en dan kwamen zij troepen Sastès- of Umpaquas-indianen tegen, doch het waren vreedzame lieden, van wie zij niets te vreezen hadden.In deze streek gekomen vond echter Jan, die geen uur verloren liet gaan dat hij met lezen kon doorbrengen, het noodig eene waarschuwing tot de anderen te richten, die hij in zijne boeken gevonden had.Zij waren nu eenige mijlen voorbij Jacksonville, te midden van dichte bosschen waartusschen het fort Lane, op eenen heuvel van een paar duizend voet hoogte, verscholen ligt.—Hier moeten wij oppassen, merkte Jan op, want het krioelt in dit land van slangen.—Wat zegt ge, slangen! riep Napoleona verschrikt uit. Dan moeten wij maken dat wij hier van daan komen.—Zacht wat kindlief, antwoordde haar vader. Wij moeten alleen een weinig voorzichtig zijn.—Zijn dat gevaarlijke beesten? vroeg Cornelia.—Erg gevaarlijk, moeder, zeide Jan. Het is eene soort van ratelslangen, die onder de kwaadaardigste van haar geslacht gerekend worden. Zij vallen niemand aan die niet met haar in aanrakingkomt; maar zoodra ze bij ongeluk gestooten of getrapt worden, springen zij overeind en bijten, hetgeen in de meeste gevallen doodelijk is.—Waar houden zij zich meestal op? vroeg Sander.—Gewoonlijk onder droge bladeren, waar ze niet licht in het oog vallen, hernam Jan. Daarentegen verraden zij zich door dat ze met de ringen, die aan haar staart geplaatst zijn, een ratelend geluid maken als van eene krekel. Zoodra ge dat hoort, is het zaak te maken dat ge uit den weg komt.—Opgepast dus! zeide Cesar. Ieder moet goed vóór zich kijken en allen moeten wij luisteren.Niet zonder reden had Jan hen hier opmerkzaam op gemaakt, want in alle streken van westelijk Amerika worden slangen in menigte gevonden. Maar niet alleen slangen, ook tarantula-spinnen, wier steek niet veel minder gevaarlijk is.Behoedzaam vervolgden zij dus hunnen weg en op ieder verdacht geluid werd acht geslagen. Zij moesten bovendien goed op de paarden passen, want voor deze zijn slangen en ander ongedierte evenzeer te vreezen als voor menschen.Jan had er nog bijgevoegd dat die venijnige beesten niet alleen langs den weg kruipen, maar ook dikwijls in de huizen dringen, zoodat hun wagen er allerminst veilig voor was. In dit opzicht mochten zij zich dus op deSchoone Zwerfsterniet verlaten.Des avonds werd er met grooten ijver onder de bedden en in alle hoeken naar de onwelkome gasten gezocht. Napoleona gilde het uit van angst zoodra zij iets meende te zien dat haar verdacht voorkwam. Een opgeschoten eind touw zag zij voor eene ratelslang aan, al lag het ook doodstil en al zat er geen driehoekige kop aan. Met eenen schrik sprong zij dikwijls op als zij, half slapende, hier of daar eene krekel meende te hooren. Wij moeten er echter bijvoegen dat Cornelia zich niet veel geruster toonde dan de kleine meid.—Voor den drommel, riep haar man eindelijk uit nadat zij hem een keer of wat aan ’t schrikken gemaakt hadden, gij vrouwen zijt met uwen angst voor slangen haast even lastig als de slangen zelve! Uw overgrootmoeder Eva was er zoo bang niet voor. Die praatte er zelfs mêe.—Ja maar dat was in het paradijs, antwoordde Napoleona.—Bovendien had zij beter gedaan met dat achterwege te laten, voegde moeder Cascabel er bij.In de riviertjes werd menige heerlijke visch gevangen. (Zie bladz. 59).In de riviertjes werd menige heerlijke visch gevangen. (Zie bladz.59).Kruidnagel moest des nachts de wacht houden. Eerst had hij voorgesteld een groot vuur aan te steken ten einde daarmede deslangen op eenen afstand te houden; maar hier bracht Jan tegen in dat hierdoor de slangen wel afgeschrikt, maar de tarantula-spinnen daarentegen aangetrokken zouden worden.Dit alles maakte dat onze reizigers zich alleen op hun gemak voelden wanneer zij in het eene of andere dorp nachtverblijf konden houden. Daar was het gevaar voor onaangename verrassingen veel minder.Zij trokken nogal eenige kleine plaatsjes door, zooals Canonville aan de Cow-kreek, Roseburg, Rochester, Youcalla enz. Daar brachten hunne voorstellingen telkens weder eenig geld in het laadje. Als Cesar zijne rekening opmaakte, kostte de reis hem niets want hij verdiende meer dan hij uitgaf. Gras vonden de paarden in de vlakte, wild was er in overvloed in het woud, en in de riviertjes werd menige heerlijke visch gevangen. De kas begon weder langzamerhand aantegroeien, maar het wasernog verre van daan, dat er uitzicht bestond om de tweeduizend dollars terug te verdienen die hun daar ginds in de Sierra Nevada ontstolen waren.Gelukkig bleven zij allen voor beten of steken van slangen en tarantula’s bewaard, maar daarentegen werden zij na verloop van eenige dagen door iets anders geplaagd. Dat gaat zoo in de natuur. Die is wel mild, maar zij bezit ook ontelbare manieren om de menschen het leven onaangenaam te maken.Dit gebeurde nadat onze karavaan, altijd haren weg vervolgende over het Oregon-gebied, de stad Eugène-city doorgetrokken was. Die naam met zulk een franschen klank had hen allen veel pleizier gedaan en mijnheer Cascabel had dien landgenoot wel willen kennen, die zeker een van de stichters der stad geweest was en haar zijnen naam gegeven had. Dat kon niet anders dan een brave man zijn, en al heette hij ook niet zooals een van de fransche koningen, Charles, Louis, François, Henri, Philippe of zelfs Napoleon, een franschman moest het toch zijn, dat stond als een paal boven water.Achtereenvolgens hadden zij zich opgehouden te Harrisburg, te Albany en te Jefferson. Thans liet deSchooneZwerfster»haar anker vallen” voor Salem, eene stad van eenigen omvang, de hoofdplaats van den staat Oregon, gelegen aan een der armen van de Villamette-rivier.Dit was op den 3denApril.Cascabel bepaalde dat er hier een dag rust gehouden zou worden; dat wil zeggen dat zij niet verder trekken zouden, want op de markt der stad werd weder eene voorstelling gegeven en over de opbrengst daarvan hadden zij alle reden van tevredenheid.Toen dit afgeloopen was besloten Jan en Sander in de rivier, die zeer vischrijk heette te zijn, op de vangst uit te gaan.Maar den daarop volgenden nacht kregen vader, moeder en kinderen op eens zoo’n ondragelijke jeuk over het geheele lichaam, dat zij een oogenblik niet anders dachten of een hunner had de anderen eene poets gebakken, zooals onder kermisklanten wel eens meer gebruikelijk is.Des ochtends toen het licht geworden was, keken zij elkander echter stom van verbazing aan.—Ik zie zoo rood als eene vrouw van de indiaansche Roodhuiden,riep Cornelia uit.—Mijn gezicht is een en al blaâr! klaagde Napoleona.—Kijk eens, ik zit van het hoofd tot de voeten vol bulten! kwam Kruidnagel vertellen.—Wat beteekent dat nu? vroeg Cesar. Zou er in dit land de pest heerschen?—Ik geloof dat ik wel weet wat het is, zeide Jan, nadat hij met aandacht de roode vlekken, waarmede zijne armen bedekt waren, had opgenomen.—Nu, wat is het dan?—Wij zijn door deYèdregestoken, zooals de Amerikanen het noemen.—Loop naar de maan met uwYèdre! vertel me liever wat dat is.—DeYèdre, vader, is eene plant, die men maar even heeft aan te raken, te ruiken, ja zelfs te zien zooals verteld wordt, om er onaangename gevolgen van te ondervinden. Zij vergiftigt op eenen afstand.—Wat zegt ge daar? riep Cornelia verschrikt uit. Zijn we vergiftigd?—Nu, het is zoo erg niet, haastte Jan zich er bij te voegen. Met wat jeuk en misschien een beetje koorts zijn we er af.Dit was inderdaad het geval. DeYèdreis eene ongezonde en venijnige plant. Het uiterst lichte zaad van dezen heester wordt door den wind voortgedreven en zoodra het in aanraking komt met de menschelijke huid, wordt die rood en komen er jeukende puisten op. Hoogst waarschijnlijk was de reiswagen, terwijl zij door de bosschen in den omtrek van Salem trokken, door zulk eenen metYèdre-zaad bezwangerden luchtstroom gegaan. Gelukkig duurde deze huid-uitslag, waarvan zij geen van allen verschoond bleven, niet langer dan vierentwintig uren. Dien tijd brachten zij echter door met zich aanhoudend te krabben, zoodat zij allen iets van John Bull kregen, die in gewone omstandigheden zich met dit bijde apen zoo geliefkoosde tijdverdrijf pleegde bezig te houden.Den 5denApril schudden de passagiers van deSchoone Zwerfsterhet Salemsche stof weder van hunne voeten, niet zonder eene jeukende herinnering aan hunnen tocht door het bosch langs de Villamette-rivier, hetgeen echter niet weg kon nemen dat zij dit een mooien naam, vooral voor fransche ooren vonden.Over Fairfield, Canemah, Oregon-City en Portland, altemaal steden van vrij wat beteekenis, naderde de karavaan den 7denApril de Columbia-rivier, de grensscheiding van Oregon, in welken Staat zij weder eenen afstand van honderdvijftien mijlen hadden afgelegd.Naar het noorden strekte zich nu het gebied uit, dat toen nog als het Washington territorium bekend stond, maar sedert onder de Staten der Unie opgenomen is geworden. Het meest bergachtige gedeelte dezer streek liet deSchoone Zwerfsterop haren verderen tocht links liggen, dat is in het Oosten. Hier liggen de uitloopers van een gebergte genaamd Cascade-Ranges, waaronder toppen gevondenwordenals die van Sint Helena, van Baker en van Bainer, de eerstgenoemde negenduizend zevenhonderd, de twee anderen ongeveer elfduizend voet hoog. Het is alsof de natuur, na zich een tijdlang rust en aan uitgestrekte vlakten het aanzijn gegeven te hebben, nog eens hare krachten heeft willen toonen door in het Westen der Nieuwe Wereld eene reeks geweldige hoogten te doen verrijzen. Als men de geheele landstreek bij eene zee wilde vergelijken, zou men kunnen zeggen, dat die aan den eenen kant zoo effen ligt als een meer, maar aan den anderen kant door een nimmer ophoudenden stormwind bewogen wordt, waarbij dan de bergruggen de kruinen der golven zouden wezen.Jan maakte inderdaad deze vergelijking en zijn vader had daar niet weinig schik in.—Juist zoo, zeide hij. Eerst hebben we mooi weer gehad en nu komt er storm. Maar onzeSchoone Zwerfsteris een kloek zeilschip en gaat nietlichtnaar den kelder. Komaan, kinderen! Aan boord en het anker gelicht!Ieder maakte zich op en de bewegelijke woning ging weder aan ’t »varen” over de onstuimige zee. Gaandeweg—om bij de vergelijking te blijven—werden de golven echter kleiner en dank zij de goede zorgen harer bemanning, kwam de ark der Cascabels behouden over de ergste plekken. Wel ging de reis niet altijd even snel, maar het schip liep toch op geen enkele klip of zandbank.Ook vonden zij nog overal een goed onthaal, in de kleine stadjes als Kalmera en Monticello zoowel als in de forten, waar bijna geen andere bewoners gevonden werden als de manschappen van hetgarnizoen. De wallen van deze versterkingen bestaan uit niets dan staketsels van zware palen, en de bezettingen zijn niet talrijk, maar beide zijn voldoende om de zwervende Indianen-stammen die het land doorkruisen in bedwang te houden.Noch de Chinoux, noch de Nesquallys, welke stammen het land Walla-Walla voornamelijk in bezit hebben, deden dus deSchoone Zwerfstereenig kwaad. Tegen den avond kwamen de Indianen dikwijls op den stilstaanden reiswagen af, die hunne nieuwsgierigheid gaande maakte, maar zonder booze bedoelingen. Het meest stonden zij verbaasd over John Bull en over de malle gezichten die hij trok, want in dit gedeelte van Amerika zijn in ’t geheel geen apen en sommigen dachten niet anders of het beest was een der leden van het gezin.Dat vond Sander eene goede gelegenheid om weder eens eene grap te hebben en hij verzekerde hun plechtig dat John Bull zijn jongste broertje was, maar zijne moeder kwam daar met groote verontwaardiging tegen op.Eindelijk kwamen zij te Olympia, de hoofdstad van het Washington-territorium, en daar werd »op vereerend verlangen” de allerlaatste voorstelling gegeven, die de troep voornemens was op het grondgebied der Vereenigde Staten te vertoonen.Niet ver van daar ligt de grens der Vereenigde Staten in het noordwesten van Noord-Amerika.Van hier af liep de weg langs de kust van den Stillen Oceaan, of om juister te spreken, zij moesten de talrijke inhammen en zeeboezems volgen, Sounds genaamd, waar Van Couvereiland en het eiland Queen-Charlotte door worden ingesloten.Voorbij het stadje Steklakoom moesten zij, om te beginnen, de Pagget-Sounds omtrekken. Zoo kwamen zij aan het fort Bettingham, dicht bij de zeeëngte, door welke de eilanden van het vasteland gescheiden worden.Vervolgens kwam het vlek Whatcome, waar de berg Baker als een reus in de verte boven de wolken uitsteekt en een weinig verder Srimiahmoo, een plaatsje aan den mond van de Georgia-straat.Den 27stenApril eindelijk, na ongeveer driehonderdvijftig mijlen sedert Sacramento afgelegd te hebben, bereikte deSchoone Zwerfsterde grensscheiding, welke bij het tractaat van 1847 tusschen de republiek der Vereenigde Staten en Britsch-Columbia is vastgesteld.Over de Frazer-rivier. (Zie bladz. 67).Over de Frazer-rivier. (Zie bladz.67).
Ja, zij waren op reis naar Europa, maar langs een weinig gebruikelijken weg, die zeker niet aan te bevelen is voor reizigers die haast hebben.
—Toch hebben wij ook haast, merkte Cascabel op, maar om weer geld te gaan verdienen!
Des ochtends van den 2denMaart werden Vermout en Gladiator voor deSchoone Zwerfstergespannen. Moeder Cascabel en haar dochtertje gingen binnen, haar man en de twee knapen volgden te voet, Kruidnagel mende, John Bull zat boven op den wagen en de honden liepen reeds heen en weer. Voort ging het.
Het was heerlijk weder. De vroege lente deed de knoppen aan de heesters openspringen. Het was alsof het voorspel reeds begonnen was van het verrukkelijke schouwspel, dat het voorjaar in dit gezegende land te zien geeft. Tusschen de twijgen van die boomen welke ook in den winter hun groen niet verliezen, zaten vogels te zingen. Dat waren steen-eiken, witte eiken en dennen, wier spitse uiteinden zich wiegden boven het eerste loof der heesters. Hier en daar stonden ook groepjes kleine kastanjeboomen en enkele manzanilles, waarvan de vrucht op appelen lijkt, waar de Indianen dan ook eene soort appelwijn van maken.
Aan Jan was de taak opgedragen om op de kaart den weg te zoeken dien zij aflegden. Maar bovendien rustte op hem in ’t bijzonder de zorg voor de provisiekamer, in dien zin dat hij makenmoest dat er nooit gebrek aan wild was. Marengo deed het zijne om te zorgen dat zijn baas dit niet vergat. Dit was trouwens niet noodig, want waar iets te schieten valt, zal geen echte jager noch zijn hond het wild met rust laten. Het was dan ook eene uitzondering wanneer er voor moeder Cascabel niet het een of ander te braden viel, een haas of eene kuif-patrijs, een korhoen of een koppel van die bergkwakkels, wier schoone veêren het oog bekoren, maar wier sappig vleesch nog streelender is voor het verhemelte. Bleef het met de jacht zóó voordeelig gaan, ook op de steppen van Alaska tot aan de Behringstraat toe, dan zouden zij niet veel geld behoeven uittegeven om in hun dagelijksch onderhoud te voorzien. Eenmaal in Azië gekomen, zouden zij misschien zooveel wild niet meer ontmoeten, maar daar, in de onafzienbare vlakten van het land der Tchouktchis, zouden zij op andere manieren aan den noodigen leeftocht zien te komen.
Voorloopig ging alles dus naar wensch. Cascabel was er de man niet naar om van de gunstige gelegenheid, die weer en wind op het oogenblik aanboden, geen gebruik te maken. Zoo snel als de paarden wilden, ging het vooruit. In dezen tijd van het jaar waren de wegen goed, maar na eenige maanden zouden de harde regens in den herfst ze moeilijk begaanbaar maken. Gemiddeld maakten zij zeven of acht mijlen in het etmaal, met eene poos rust op het midden van den dag om te eten, terwijl er te zes uur des avonds werd uitgespannen en alles voor den nacht in gereedheid werd gebracht. Men moet niet gelooven dat dit land weinig bewoond is. Op de akkers waren de landbouwers reeds aan het werk om den vruchtbaren grond gereed te maken voor den najaars-oogst die hier rijker vruchten afwerpt dan in eenig land ter wereld. Ook trokken zij door een aantal gehuchten, dorpen en kleinere of grootere steden hetgeen vooral het geval was naarmate deSchoone Zwerfsterdichter in de nabijheid bleef van den linker oever der Sacramento-rivier. Dáár toch is de streek, die vroeger als het goudland bij uitnemendheid bekend stond en die nu nog den veelbeteekenenden naam Eldorado draagt.
Overeenkomstig hetgeen Cascabel, als aanvoerder van den troep, bepaald had, werden er overal waar de gelegenheid zich daartoe aanbood, voorstellingen gegeven. Zij hadden dit gedeelte van Californië nog nooit bezocht en kijkgrage menschen zijn er in den afgelegensten achterhoek te vinden. Te Placerville, te Aübüry, te Marysville, te Tchama en op andere plaatsen van meer of minder beteekenis, vonden zij eenen bijval die zich uitte in eenen regen van Amerikaansche centen, welke langzamerhand aangroeidentot een dozijn of wat dollars. Het publiek begon juist genoeg te krijgen van het onveranderlijke »Amerikaansche paardenspel” waardoor deze streken aanhoudend afgereisd werden. Napoleona met hare aanvallige vlugheid, Sander met zijne buigzame ledematen, Jan’s bedrevenheid in het balanceeren, Kruidnagel’s komieke vergissingen en domme streken, dat alles werd door de liefhebbers naar waarde geschat. Ook in de honden en den aap, John Bull, had ieder pleizier. De oudste leden van den troep, het echtpaar Cascabel, lieten zich bewonderen, Cesar om zijne groote spierkracht, Cornelia in het worstelen met alle liefhebbers die zich daartoe genegen toonden, waarbij wel te verstaan alleen de vlakke hand als wapen gebruikt mocht worden.
Den 12denMaart kwam deSchoone Zwerfsteraan in het stadje Shasta, gelegen aan den voet van eenen berg van denzelfden naam die zich tot eene hoogte van veertienduizend voet boven de vlakte verheft. In het Westen vertoonde zich als een verward gevaarte het gebergte der Coast-Range, dat zij gelukkig niet over behoefden te trekken om in den Staat Oregon te komen. Het land was echter heuvelachtig genoeg. Tusschen een grillig net van uitloopers van het gebergte, op te nauwernood gebaande wegen welke niet dan met moeite op de kaart te vinden waren, kwam de reiswagen uiterst langzaam vooruit. Hier waren ook de dorpen dun gezaaid. De reis zou zeker gemakkelijker geweest zijn indien zij de kuststreek gevolgd hadden waar het terrein veel minder ongelijk is, maar om dat te doen zouden zij eerst de Coast-Range achter zich moeten hebben en over dit gebergte leidt bijna geen begaanbare weg. Het was dus beter nog een eind noordwaarts op te gaan en de laatste golvingen van den bergketen omtetrekken, en zoo in Oregon te komen.
Aldus luidde het advies van Jan, die in zaken van aardrijkskunde het meest te vertellen had. Zijn raad werd dan ook gevolgd.
Den 19denMaart trokken zij voorbij het fort Jones en dienzelfden dag kwam deSchoone Zwerfsterin het stadje Yrika. Zij vonden daar een goed onthaal en veel bijval, waardoor de kas weder eenige dollars rijker werd. Het was de eerste maal dat deze streek door een franschen kunstenmakerstroep bezochtwerden in al die afgelegen gewesten van Amerika worden franschen met open armen ontvangen. Het volk mag hen lijden en is zeker vriendelijker tegen hen gezind dan sommige van Frankrijk’s naaste buren in Europa.
In dit plaatsje hadden zij verder gelegenheid tegen een matigen prijs de noodige hulppaarden te huren, zonder welke Vermout enGladiator het zware werk, dat zij hier te doen hadden, niet af konden. DeSchoone Zwerfsterkwam dus zonder ongeval over het noordelijkste uiteinde van den bergketen, ditmaal zonder door gidsen bestolen te worden.
—Natuurlijk! merkte Cascabel op. Het waren immers geen engelschen! Daarvan had ik mij wel overtuigd!
Men moet hieruit nu niet opmaken dat alles even gemakkelijk en de wagen over eenen zandweg ging. Maar dank zij de genomen voorzorgen, liep het zonder ongelukken af.
Den 27stenMaart eindelijk, na eenen afstand van ongeveer vier honderd kilometer afgelegd te hebben van de Sierra Nevada af, ging deSchoone Zwerfsterde grens van Oregon over. In het Oosten werd de gezichteinder hier begrensd door den kalen berg Pitt, welke als een stijl op eenen zonnewijzer zijne schaduw in de vlakte werpt.
Menschen en dieren hadden het hard te verantwoorden gehad, zoodat zij onvermijdelijk te Jacksonville eene poos rust moesten nemen. Daarna lieten zij zich de Roques-rivier overzetten en volgden van toen af de bochten der kustvlakte, die zich zoo ver zij zien konden naar het Noorden uitstrekte.
Dit is een bergachtig, maar vruchtbaar land, dat alweder veel voor den landbouw belooft. Weilanden en bosschen wisselen elkaâr af; het landschap gelijkt in zijne hoofdtrekken op het Californische. Nu en dan kwamen zij troepen Sastès- of Umpaquas-indianen tegen, doch het waren vreedzame lieden, van wie zij niets te vreezen hadden.
In deze streek gekomen vond echter Jan, die geen uur verloren liet gaan dat hij met lezen kon doorbrengen, het noodig eene waarschuwing tot de anderen te richten, die hij in zijne boeken gevonden had.
Zij waren nu eenige mijlen voorbij Jacksonville, te midden van dichte bosschen waartusschen het fort Lane, op eenen heuvel van een paar duizend voet hoogte, verscholen ligt.
—Hier moeten wij oppassen, merkte Jan op, want het krioelt in dit land van slangen.
—Wat zegt ge, slangen! riep Napoleona verschrikt uit. Dan moeten wij maken dat wij hier van daan komen.
—Zacht wat kindlief, antwoordde haar vader. Wij moeten alleen een weinig voorzichtig zijn.
—Zijn dat gevaarlijke beesten? vroeg Cornelia.
—Erg gevaarlijk, moeder, zeide Jan. Het is eene soort van ratelslangen, die onder de kwaadaardigste van haar geslacht gerekend worden. Zij vallen niemand aan die niet met haar in aanrakingkomt; maar zoodra ze bij ongeluk gestooten of getrapt worden, springen zij overeind en bijten, hetgeen in de meeste gevallen doodelijk is.
—Waar houden zij zich meestal op? vroeg Sander.
—Gewoonlijk onder droge bladeren, waar ze niet licht in het oog vallen, hernam Jan. Daarentegen verraden zij zich door dat ze met de ringen, die aan haar staart geplaatst zijn, een ratelend geluid maken als van eene krekel. Zoodra ge dat hoort, is het zaak te maken dat ge uit den weg komt.
—Opgepast dus! zeide Cesar. Ieder moet goed vóór zich kijken en allen moeten wij luisteren.
Niet zonder reden had Jan hen hier opmerkzaam op gemaakt, want in alle streken van westelijk Amerika worden slangen in menigte gevonden. Maar niet alleen slangen, ook tarantula-spinnen, wier steek niet veel minder gevaarlijk is.
Behoedzaam vervolgden zij dus hunnen weg en op ieder verdacht geluid werd acht geslagen. Zij moesten bovendien goed op de paarden passen, want voor deze zijn slangen en ander ongedierte evenzeer te vreezen als voor menschen.
Jan had er nog bijgevoegd dat die venijnige beesten niet alleen langs den weg kruipen, maar ook dikwijls in de huizen dringen, zoodat hun wagen er allerminst veilig voor was. In dit opzicht mochten zij zich dus op deSchoone Zwerfsterniet verlaten.
Des avonds werd er met grooten ijver onder de bedden en in alle hoeken naar de onwelkome gasten gezocht. Napoleona gilde het uit van angst zoodra zij iets meende te zien dat haar verdacht voorkwam. Een opgeschoten eind touw zag zij voor eene ratelslang aan, al lag het ook doodstil en al zat er geen driehoekige kop aan. Met eenen schrik sprong zij dikwijls op als zij, half slapende, hier of daar eene krekel meende te hooren. Wij moeten er echter bijvoegen dat Cornelia zich niet veel geruster toonde dan de kleine meid.
—Voor den drommel, riep haar man eindelijk uit nadat zij hem een keer of wat aan ’t schrikken gemaakt hadden, gij vrouwen zijt met uwen angst voor slangen haast even lastig als de slangen zelve! Uw overgrootmoeder Eva was er zoo bang niet voor. Die praatte er zelfs mêe.
—Ja maar dat was in het paradijs, antwoordde Napoleona.
—Bovendien had zij beter gedaan met dat achterwege te laten, voegde moeder Cascabel er bij.
In de riviertjes werd menige heerlijke visch gevangen. (Zie bladz. 59).In de riviertjes werd menige heerlijke visch gevangen. (Zie bladz.59).
In de riviertjes werd menige heerlijke visch gevangen. (Zie bladz.59).
Kruidnagel moest des nachts de wacht houden. Eerst had hij voorgesteld een groot vuur aan te steken ten einde daarmede deslangen op eenen afstand te houden; maar hier bracht Jan tegen in dat hierdoor de slangen wel afgeschrikt, maar de tarantula-spinnen daarentegen aangetrokken zouden worden.
Dit alles maakte dat onze reizigers zich alleen op hun gemak voelden wanneer zij in het eene of andere dorp nachtverblijf konden houden. Daar was het gevaar voor onaangename verrassingen veel minder.
Zij trokken nogal eenige kleine plaatsjes door, zooals Canonville aan de Cow-kreek, Roseburg, Rochester, Youcalla enz. Daar brachten hunne voorstellingen telkens weder eenig geld in het laadje. Als Cesar zijne rekening opmaakte, kostte de reis hem niets want hij verdiende meer dan hij uitgaf. Gras vonden de paarden in de vlakte, wild was er in overvloed in het woud, en in de riviertjes werd menige heerlijke visch gevangen. De kas begon weder langzamerhand aantegroeien, maar het wasernog verre van daan, dat er uitzicht bestond om de tweeduizend dollars terug te verdienen die hun daar ginds in de Sierra Nevada ontstolen waren.
Gelukkig bleven zij allen voor beten of steken van slangen en tarantula’s bewaard, maar daarentegen werden zij na verloop van eenige dagen door iets anders geplaagd. Dat gaat zoo in de natuur. Die is wel mild, maar zij bezit ook ontelbare manieren om de menschen het leven onaangenaam te maken.
Dit gebeurde nadat onze karavaan, altijd haren weg vervolgende over het Oregon-gebied, de stad Eugène-city doorgetrokken was. Die naam met zulk een franschen klank had hen allen veel pleizier gedaan en mijnheer Cascabel had dien landgenoot wel willen kennen, die zeker een van de stichters der stad geweest was en haar zijnen naam gegeven had. Dat kon niet anders dan een brave man zijn, en al heette hij ook niet zooals een van de fransche koningen, Charles, Louis, François, Henri, Philippe of zelfs Napoleon, een franschman moest het toch zijn, dat stond als een paal boven water.
Achtereenvolgens hadden zij zich opgehouden te Harrisburg, te Albany en te Jefferson. Thans liet deSchooneZwerfster»haar anker vallen” voor Salem, eene stad van eenigen omvang, de hoofdplaats van den staat Oregon, gelegen aan een der armen van de Villamette-rivier.
Dit was op den 3denApril.
Cascabel bepaalde dat er hier een dag rust gehouden zou worden; dat wil zeggen dat zij niet verder trekken zouden, want op de markt der stad werd weder eene voorstelling gegeven en over de opbrengst daarvan hadden zij alle reden van tevredenheid.
Toen dit afgeloopen was besloten Jan en Sander in de rivier, die zeer vischrijk heette te zijn, op de vangst uit te gaan.
Maar den daarop volgenden nacht kregen vader, moeder en kinderen op eens zoo’n ondragelijke jeuk over het geheele lichaam, dat zij een oogenblik niet anders dachten of een hunner had de anderen eene poets gebakken, zooals onder kermisklanten wel eens meer gebruikelijk is.
Des ochtends toen het licht geworden was, keken zij elkander echter stom van verbazing aan.
—Ik zie zoo rood als eene vrouw van de indiaansche Roodhuiden,riep Cornelia uit.
—Mijn gezicht is een en al blaâr! klaagde Napoleona.
—Kijk eens, ik zit van het hoofd tot de voeten vol bulten! kwam Kruidnagel vertellen.
—Wat beteekent dat nu? vroeg Cesar. Zou er in dit land de pest heerschen?
—Ik geloof dat ik wel weet wat het is, zeide Jan, nadat hij met aandacht de roode vlekken, waarmede zijne armen bedekt waren, had opgenomen.
—Nu, wat is het dan?
—Wij zijn door deYèdregestoken, zooals de Amerikanen het noemen.
—Loop naar de maan met uwYèdre! vertel me liever wat dat is.
—DeYèdre, vader, is eene plant, die men maar even heeft aan te raken, te ruiken, ja zelfs te zien zooals verteld wordt, om er onaangename gevolgen van te ondervinden. Zij vergiftigt op eenen afstand.
—Wat zegt ge daar? riep Cornelia verschrikt uit. Zijn we vergiftigd?
—Nu, het is zoo erg niet, haastte Jan zich er bij te voegen. Met wat jeuk en misschien een beetje koorts zijn we er af.
Dit was inderdaad het geval. DeYèdreis eene ongezonde en venijnige plant. Het uiterst lichte zaad van dezen heester wordt door den wind voortgedreven en zoodra het in aanraking komt met de menschelijke huid, wordt die rood en komen er jeukende puisten op. Hoogst waarschijnlijk was de reiswagen, terwijl zij door de bosschen in den omtrek van Salem trokken, door zulk eenen metYèdre-zaad bezwangerden luchtstroom gegaan. Gelukkig duurde deze huid-uitslag, waarvan zij geen van allen verschoond bleven, niet langer dan vierentwintig uren. Dien tijd brachten zij echter door met zich aanhoudend te krabben, zoodat zij allen iets van John Bull kregen, die in gewone omstandigheden zich met dit bijde apen zoo geliefkoosde tijdverdrijf pleegde bezig te houden.
Den 5denApril schudden de passagiers van deSchoone Zwerfsterhet Salemsche stof weder van hunne voeten, niet zonder eene jeukende herinnering aan hunnen tocht door het bosch langs de Villamette-rivier, hetgeen echter niet weg kon nemen dat zij dit een mooien naam, vooral voor fransche ooren vonden.
Over Fairfield, Canemah, Oregon-City en Portland, altemaal steden van vrij wat beteekenis, naderde de karavaan den 7denApril de Columbia-rivier, de grensscheiding van Oregon, in welken Staat zij weder eenen afstand van honderdvijftien mijlen hadden afgelegd.
Naar het noorden strekte zich nu het gebied uit, dat toen nog als het Washington territorium bekend stond, maar sedert onder de Staten der Unie opgenomen is geworden. Het meest bergachtige gedeelte dezer streek liet deSchoone Zwerfsterop haren verderen tocht links liggen, dat is in het Oosten. Hier liggen de uitloopers van een gebergte genaamd Cascade-Ranges, waaronder toppen gevondenwordenals die van Sint Helena, van Baker en van Bainer, de eerstgenoemde negenduizend zevenhonderd, de twee anderen ongeveer elfduizend voet hoog. Het is alsof de natuur, na zich een tijdlang rust en aan uitgestrekte vlakten het aanzijn gegeven te hebben, nog eens hare krachten heeft willen toonen door in het Westen der Nieuwe Wereld eene reeks geweldige hoogten te doen verrijzen. Als men de geheele landstreek bij eene zee wilde vergelijken, zou men kunnen zeggen, dat die aan den eenen kant zoo effen ligt als een meer, maar aan den anderen kant door een nimmer ophoudenden stormwind bewogen wordt, waarbij dan de bergruggen de kruinen der golven zouden wezen.
Jan maakte inderdaad deze vergelijking en zijn vader had daar niet weinig schik in.
—Juist zoo, zeide hij. Eerst hebben we mooi weer gehad en nu komt er storm. Maar onzeSchoone Zwerfsteris een kloek zeilschip en gaat nietlichtnaar den kelder. Komaan, kinderen! Aan boord en het anker gelicht!
Ieder maakte zich op en de bewegelijke woning ging weder aan ’t »varen” over de onstuimige zee. Gaandeweg—om bij de vergelijking te blijven—werden de golven echter kleiner en dank zij de goede zorgen harer bemanning, kwam de ark der Cascabels behouden over de ergste plekken. Wel ging de reis niet altijd even snel, maar het schip liep toch op geen enkele klip of zandbank.
Ook vonden zij nog overal een goed onthaal, in de kleine stadjes als Kalmera en Monticello zoowel als in de forten, waar bijna geen andere bewoners gevonden werden als de manschappen van hetgarnizoen. De wallen van deze versterkingen bestaan uit niets dan staketsels van zware palen, en de bezettingen zijn niet talrijk, maar beide zijn voldoende om de zwervende Indianen-stammen die het land doorkruisen in bedwang te houden.
Noch de Chinoux, noch de Nesquallys, welke stammen het land Walla-Walla voornamelijk in bezit hebben, deden dus deSchoone Zwerfstereenig kwaad. Tegen den avond kwamen de Indianen dikwijls op den stilstaanden reiswagen af, die hunne nieuwsgierigheid gaande maakte, maar zonder booze bedoelingen. Het meest stonden zij verbaasd over John Bull en over de malle gezichten die hij trok, want in dit gedeelte van Amerika zijn in ’t geheel geen apen en sommigen dachten niet anders of het beest was een der leden van het gezin.
Dat vond Sander eene goede gelegenheid om weder eens eene grap te hebben en hij verzekerde hun plechtig dat John Bull zijn jongste broertje was, maar zijne moeder kwam daar met groote verontwaardiging tegen op.
Eindelijk kwamen zij te Olympia, de hoofdstad van het Washington-territorium, en daar werd »op vereerend verlangen” de allerlaatste voorstelling gegeven, die de troep voornemens was op het grondgebied der Vereenigde Staten te vertoonen.
Niet ver van daar ligt de grens der Vereenigde Staten in het noordwesten van Noord-Amerika.
Van hier af liep de weg langs de kust van den Stillen Oceaan, of om juister te spreken, zij moesten de talrijke inhammen en zeeboezems volgen, Sounds genaamd, waar Van Couvereiland en het eiland Queen-Charlotte door worden ingesloten.
Voorbij het stadje Steklakoom moesten zij, om te beginnen, de Pagget-Sounds omtrekken. Zoo kwamen zij aan het fort Bettingham, dicht bij de zeeëngte, door welke de eilanden van het vasteland gescheiden worden.
Vervolgens kwam het vlek Whatcome, waar de berg Baker als een reus in de verte boven de wolken uitsteekt en een weinig verder Srimiahmoo, een plaatsje aan den mond van de Georgia-straat.
Den 27stenApril eindelijk, na ongeveer driehonderdvijftig mijlen sedert Sacramento afgelegd te hebben, bereikte deSchoone Zwerfsterde grensscheiding, welke bij het tractaat van 1847 tusschen de republiek der Vereenigde Staten en Britsch-Columbia is vastgesteld.
Over de Frazer-rivier. (Zie bladz. 67).Over de Frazer-rivier. (Zie bladz.67).
Over de Frazer-rivier. (Zie bladz.67).