XI.Sitka.Sitka, of Nieuw-Archangel, ligt op het eiland Baranow op de westkust van Amerika. Het is niet alleen de hoofdplaats van dit eiland, maar de hoofdstad der geheele provincie welke nu aan de regeering der Vereenigde Staten afgestaan was. Het is tevens de eenige stad van eenigen omvang in dit gewest, waar voor het overige niets dan vlekken, of onbeduidende dorpen, op grooten afstand van elkander worden aangetroffen. Eigenlijk zouden deze nederzettingen beter factorijen of posten genoemd worden, want het zijn meerendeels kantoren van amerikaansche handelsvennootschappen of van de engelsche Hudsonsbaai-compagnie. Het is dus licht te begrijpen dat de middelen van gemeenschap tusschen deze posten veel te wenschen overlaten, vooral in den winter wanneer Alaska door hevige stormen geteisterd wordt.Eenige jaren geleden was ook Sitka nog eene weinig bezochte handelsplaats, waar eene russisch-amerikaansche handelsvereeniging zich van bontwerk en pelterijen voorzag. Langzamerhand is echter de geheele provincie meer bekend geworden bij de reizigers, die hunne onderzoekingen uitstrekken tot in de poolstreek, waar het land aan grenst. Onder haar tegenwoordig bestuur zal de stad ongetwijfeld spoedig eene eervolle plaats gaan innemen onder de hoofdsteden van de Staten der amerikaansche Unie.Toenmaals vond men te Sitka reeds eenige gebouwen, die eene plaatshet karakter van eene stad geven. Er was eene luthersche kerk, een eenvoudig gebouw, maar dat uitwendig toch eenige vertooning maakte; eene grieksche kerk met een koepeldak, dat eenigszins zonderling afstak tegen de grauwe wolken die gewoonlijk het zwerk bedekten, geheel andere dan in het Oosten waar deze gebouwen thuis behooren; verder eene club en eene openbare wandelplaats, waar inwoners en vreemdelingen tevens koffiehuis hielden, verschillende hotels en gaarkeukens, kegelbanen en andere plaatsen van bijeenkomst, nog eene club voor ongetrouwde heeren alleen, eene school en een hospitaal, benevens verscheidene aanzienlijke huizen en buitenplaatsen die op en tusschen de heuvels in den omtrek verstrooid lagen. De stad wordt omsloten door een woud van denneboomen, waarin zij als tusschen een kleed van altijd durend groen verscholen ligt. In de verte steken de spitsen van hooge bergen daarboven uit. De meest bekende is de berg Edgecumbe op het eiland Crouze, noordelijk van Baranow, waarvan de kruin zich ongeveer achtduizend voeten boven het vlak der zee verheft.De weersgesteldheid is te Sitka niet bijzonder ruw. De thermometer daalt er zelden beneden de zeven of acht graden Celsius, hetgeen zeker niet koud is als men in aanmerking neemt dat de stad op 56 graden noorderbreedte ligt. Daarentegen zou zij gevoegelijk eene »waterstad” genoemd kunnen worden, want het regent er bijna altijd, alleen afgewisseld door sneeuw. Het was dus niets bijzonders dat onze karavaan, na met paarden en al in de veerpont te zijn overgezet, onder eene slagregen haren intocht te Sitka hield. Daarover klaagde Cascabel echter niet. Hij was veel te blijde dat hij, na zoo lang in de nabijheid van het beloofde land te zijn opgehouden, er nu zonder paspoort of formaliteit in mocht.—Ik heb al meer dan eens in mijn leven een buitenkansje gehad, zeide hij; maar zoo iets buitengewoons is mij nog nooit overkomen. Daar stonden wij voor eene deur die wij niet open konden krijgen, en zie, op eens heeft zij zich van zelve voor ons geopend!Het was zeker wel toevallig dat het tractaat, waarbij Alaska in andere handen was overgegaan, juist op het geschikte oogenblik geteekend was om deSchoone Zwerfstertoe te laten, ongehinderd over de grens te komen. Aan deze zijde daarvan vond zij nu niet meer van die onhandelbare ambtenaren of zulk eenen overvloed van formaliteiten, door welke de russische overheid berucht is.Het zou nu het eenvoudigste zijn den gewonden rus naar het hospitaal ter verdere verpleging te vervoeren of naar een logement,waar hij geneeskundige hulp had kunnen krijgen. Maar toen Cascabel hem dit voorstelde, had hij er geen zin in.—Ik voel mij volmaakt wel, mijn vriend, zeide hij. Als ik u dus geen overlast aandoe.....—Overlast? vroeg Cornelia, wat bedoelt gij daarmede, mijnheer?—Gij zijt bij ons zoo goed als of gij thuis waart, voegde haar man er bij, en als gij meent.....—Wel, ik ben van meening dat het voor mij het beste is te blijven bij de lieden aan wier zorgen ik mijn leven te danken heb.....—Spreek daar niet van, mijnheer, hernam Cascabel. Maar het zou toch wenschelijk zijn dat er spoedig een dokter naar u kwam kijken.....—Zou die niet hier kunnen komen?—Wel zeker. Ik zal er terstond op uitgaan om te vernemen, wie de knapste dokter in de stad is.DeSchoone Zwerfsterhad dicht bij de eerste huizen van Sitka, aan het einde eener met boomen beplante wandelplaats die uitloopt op een uitgestrekt woud, halt gehouden. Daar kwam dokter Harry, dien Cesar als de voornaamste in de stad had hooren noemen, den rus bezoeken.Na de wond nauwkeurig onderzocht te hebben, zeide de arts dat zij niet bijzonder gevaarlijk was geweest, daar het dolkmes op eene ribbe was afgestuit zoodat er geen van de voornaamste levensorganen getroffen was. Dank zij de compressen met koud water en de kruiden die het Indiaansche meisje had doen trekken, had het litteeken zich goed gevormd en zou de genezing spoedig zoo ver gevorderd wezen dat de lijder na eenige dagen weder zou mogen opstaan. Zijn toestand was dus zoo gunstig mogelijk. Reeds nu begonnen zijne krachten, door het versterkende voedsel dat hij gebruikte, weder aan te komen. Maar dit nam niet weg dat als Kayette hem niet had vinden liggen en moeder Cascabel door hare goede zorgen het verdere bloedverlies niet voorkomen had, hij binnen weinige uren nadat de aanslag op hem gepleegd was, den geest gegeven zou hebben.Dokter Harry hield het er voor dat deze moord het werk moest wezen van booswichten, behoorende tot de rooverbende van Karnof of van Karnof zelven, die in het oostelijke gedeelte der provincie rondzwierf. Dit was een boosdoener uit Rusland, of juister uit Siberië afkomstig, die over eenen troep deserteurs het bevel voerde, zooals er overal in de russische bezittingen in Azië en Amerika worden aangetroffen. De politie had te vergeefs hare beste speurhonden op hen afgestuurd en groote belooningen uitgeloofd voorieder die de benden wist te vatten. De vermetele schurken waren het nog altijd ontkomen en verspreidden door de diefstallen en moorden die zij pleegden, schrik in het geheele land, voornamelijk op de zuidelijke grens der provincie. De veiligheid van het verkeer, de ruilhandel in pelterijen, alles werd door deze roovers gestoord enaan hen moest zonder twijfel ook de aanslag op de beide reizigers worden toegeschreven.Het bezoek van den arts gaf dus aan de familie Cascabel alle reden tot tevredenheid over den toestand van haar zieken gast.Cascabel was altijd van plan geweest te Sitka eenige dagen rust te nemen, want de karavaan had daar, na eenen tocht van bijna zevenhonderd mijlen van de Sierra Nevada af, groote behoefte aan. Bovendien hoopte hij in deze stad een twee- of drietal vertooningen te geven, waarvan de opbrengst hem weder goed te stade zou komen.—Wij zijn nu niet meer in Engeland, zeide hij, maar in Amerika. Voor Amerikanen, kinderen, mogen wij weer toonen wat wij kunnen.Mijnheer Cascabel twijfelde geen oogenblik of de roem van zijnen naam moest tot de bevolking van Alaska doorgedrongen zijn. Ieder te Sitka had zeker reeds tot zijnen buurman gezegd:—De familie Cascabel bevindt zich in ons midden!In deze plannen werd echter eenige verandering gebracht tengevolge van een gesprek dat Cascabel twee dagen later met den vreemdeling voerde. Eenige dagen rust bleven, na de vermoeiende reis die zij achter den rug hadden, onontbeerlijk. De russische heer, die in de oogen van Cornelia voor niets minder dan een prins doorging, had nu vernomen dat de brave lieden, wien hij het behoud van zijn leven verschuldigd was, slechts arme kermisreizigers waren. Alle leden van het gezin waren aan hem voorgesteld, evenals Kayette, de Indiaansche, zijne redster.Op eenen avond toen de geheele familie bijeen was, vertelde hij hun van zijne levensgeschiedenis zooveel als voor het oogenblik noodig was dat zij wisten. Hij drukte zich met veel gemak in het fransch uit, bijna alsof het zijne moedertaal was, alleen liet hij zijne r’s een weinig vallen, hetgeen aan het fransch, zooals het door russen gesproken wordt, iets krachtigs en nadrukkelijks geeft waardoor het oor niet onaangenaam wordt aangedaan.Wat hij te verhalen had, was zeer eenvoudig en er liep weinig avontuurlijks of van romanesken aard onder.De naam van den rus was Sergius Wassiolowitch, en voortaan noemden allen hem, met zijne toestemming, Mijnheer Sergius. Hij had geen andere bloedverwanten dan zijn vader, die in het gouvernementPerm, niet ver van de stad van dien naam, woonachtig was. Gedreven door reislust en door liefhebberij voor aardrijkskundige ontdekkingen en onderzoekingen, had mijnheer Sergius drie jaar geleden zijn vaderland verlaten. Hij had de landen in den omtrek der Hudsonsbaai doorreisd en was thans voornemens eenen tocht door Alaska te doen, langs de Youkon-rivier tot aan de Poolzee. De omstandigheden onder welke hij door roovers overvallen werd, waren de volgende.Hij en zijn knecht Iwan hadden des avonds van den 4denJuni een nachtkwartier bij de grens gezocht, toen zij in hun eersten slaap door moordenaars overvallen werden. Twee mannen wierpen zich op hen; zij ontwaakten, sprongen overeind en poogden zich te verdedigen, maar de ongelukkige Iwan stortte bijna terstond ter aarde, door eenen kogel in het hoofd getroffen.—Het was een trouwe en eerlijke bediende, voegde mijnheer Sergius er bij. Sedert tien jaren leefden wij te samen, hij hield veel van mij en ik betreur in hem een oprechten vriend.Mijnheer Sergius deed geene moeite om zijne aandoening te verbergen en zoo dikwijls hij over Iwan sprak, kon men aan zijne vochtige oogen zien dat zijne smart niet voorbijgaand van aard was.Hij verhaalde verder dat hij zelf in de borst verwond geworden en zijn bewustzijn kwijt geraakt was. Van hetgeen er verder gebeurd was, wist hij niets tot op het oogenblik toen hij, weder bij kennis komende, niet had kunnen begrijpen waar hij zich bevond, maar alleen dat hij met vriendelijke en medelijdende menschen te doen had.Cascabel verhaalde hem dat de aanslag voor het werk gehouden werd van Karnof of van een paar kerels zijner bende. Dit achtte mijnheer Sergius ook waarschijnlijk, want hij had reeds vroeger hooren zeggen dat die roovers de grensstreek onveilig maakten.—Zooals gij ziet, dus eindigde hij, is er niet veel bijzonders aan mijne lotgevallen en zeker minder dan aan de uwe.Namijne onderzoekingsreis door Alaska volbracht te hebben, was ik voornemens naar Rusland en mijnen vader terug te keeren en het ouderlijke huis nooit meer te verlaten. Maar vertel mij nu ook eens iets van uwe geschiedenis, en in de eerste plaats hoe het komt dat een gezelschap fransche reizigers hier in dit afgelegen gedeelte van Amerika komt te zwerven?—Kermiskunstenaars, mijnheer Sergius, trekken immers overal heen, antwoordde Cascabel.—Ja, dit weet ik wel, maar ik ben er toch over verbaasd dat ik u hier aan het andere einde der wereld aantref!—Jan, hervatte Cascabel, vertel gij maar eens aan mijnheer Sergius hoe het komt dat wij hier zijn en hoe wij ons reisplan naar Europa gemaakt hebben.Jan verhaalde nu alles wat aan de bewoners derSchoone Zwerfsteroverkomen was sedert hun vertrek uit Sacramento. Teneinde ook door Kayette verstaan te worden, sprak hij Engelsch, dat mijnheer Sergius zooveel noodig aanvulde met eenige woorden in de Chinouksche taal. Het indiaansche meisje luisterde met de meeste aandacht. Zij kwam nu te weten wie de familie Cascabel was, aan welke zij zich reeds zeer gehecht voelde. Jan verhaalde hoe de reizigers van al hun geld bestolen waren in een der bergpassen van de Sierra Nevada, dien zij doortrokken om naar de kuststreek van den Atlantischen Oceaan koers te zetten. Hoe zij, de middelen niet meer hebbende om hunne plannen ten uitvoer te brengen, besloten hadden in de richting naar het Oosten denzelfden tocht te doen, dien zij naar het Westen hadden willen volbrengen. Hoe zij den voorkant hunner rollende woning naar het Oosten gewend hadden en den Staat Californië, Oregon, het Washington-territorium en Britsch-Columbia doorgetrokken, maar op de grens van Alaska, tot staan gebracht waren. Hoe de russische grensbewakers hun onverbiddelijk den toegang geweigerd hadden, hetgeen echter door de uitkomst eene gelukkige omstandigheid gebleken was, dewijl zij tengevolge van dit oponthoud in de gelegenheid geweest waren mijnheer Sergius te hulp te komen. Hoe het dus kwam dat fransche kermisreizigers, en wel Normandiërs, indien men hen naar het hoofd van het gezin mocht noemen, zich nu te Sitka bevonden, waar alleen de inlijving van Alaska bij de Vereenigde Staten het hun mogelijk gemaakt had te komen.Mijnheer Sergius vernam met groote belangstelling alles wat hem verteld werd, maar hij kon zijne verwondering niet verbergen toen hij te weten kwam dat zij plan hadden met de Karavaan geheel Siberië door te trekken, teneinde langs dien weg in het Oosten van Europa aan te landen. De anderen begrepen echter niet waarom hij zich daarover verbaasde.—Alzoo, mijne vrienden, begon hij, toen Jan uitgesproken had, is het uwe bedoeling, als gij Sitka verlaat, uwen weg naar de Behringstraat te nemen?—Gewis mijnheer Sergius, antwoordde Jan, en zoodra die zeeëngte toegevroren zal zijn, trekken wij haar over.—Dat is een lange en bezwaarlijke tocht dien gij ondernemen gaat, mijnheer Cascabel.—Lang is hij zeker, mijnheer Sergius, en bezwaarlijk zal hijook wel wezen. Maar wat zullen wij doen? Wij hebben geen keus. Wij kunstenmakers geven voor het overige niet om wat moeite en zijn gewoon in de geheele wereld rond te zweven.—Ik vermoed, dat gij er niet op rekent om op die manier dit jaar nog in Rusland te komen?—Dat kan niet, antwoordde Jan, want de Behringstraat kunnen wij niet over vóór de eerste dagen van October.—In elk geval, hernam Sergius, is het een avontuurlijk en stoutmoedig plan.—Dat is mogelijk, zeide Cascabel, maar er was geen ander te bedenken. Gij moet weten, mijnheer Sergius, dat wij allen aan heimwee lijden. Wij willen en zullen naar Frankrijk terug! Onze weg voert langsNisjnien langs Perm, in den tijd dat daar kermis gehouden wordt, en wij zullen ons best doen om er geen kwaad figuur te maken.—Maar welke middelen hebt gij tot uwe beschikking?—Wij hebben op weg hierheen reeds iets verdiend en hier te Sitka, waar wij eenige voorstellingen hopen te geven, denken wij onze spaarpot weder te zien aangroeien. Er is juist feest ter eere van de inlijving bij Amerika en ik houd het er voor, dat het geëerde publiek over de familie Cascabel te vreden zal zijn.—Gaarne zoude ik mijne beurs met u deelen, antwoordde de rus, wanneer ik ook niet bestolen was...—Maar dat zijt ge niet, mijnheer Sergius, viel Cornelia hem in de rede.—Zij hebben u geen halven roebel afgenomen, voegde Cesar er bij.Hij verwijderde zich een oogenblik en kwam terug met den gordel, waarin al het geld was dat de gewonde bij zich had gehad.—Nu het zoo gelegen is, mijne vrienden, wilt gij toch wel eenig geld van mij wilt aannemen.....—In geenen deele, mijnheer Sergius, antwoordde Cascabel. Ik wil volstrekt niet, dat gij ons helpt ten koste misschien van u zelven.—Verkiest gij dus niet met mij te deelen?—Zoo stellig mogelijk: neen!—Gij zijt echte Franschen! zeide Sergius, terwijl hij hen hartelijk de hand drukte.—Leve Rusland! riep de kleine Sander.—En leve Frankrijk! antwoordde Sergius.Het was zeker voor het eerst, dat die dubbele uitroep in dit afgelegen gedeelte van Amerika vernomen werd.—Maar nu hebt gij genoeg gepraat, kwam Cornelia tusschen beide. Mijnheer Sergius, de dokter heeft u bevolen u kalm en rustig te houden en een zieke mag nooit verzuimen te doen wat zijn geneesheer zegt.Ik wil mij gaarne aan u onderwerpen; mevrouw Cascabel, antwoordde de rus. Maar ééne vraag, of liever één verzoek heb ik nog te doen.—Zeg ons wat gij verlangt, mijnheer Sergius.—Ik heb u zelfs eene gunst te vragen....—Welke gunst?—Gij begeeft u dus naar de Behringstraat. Wilt gij mij vergunnen u tot daar te vergezellen?—Verlangt gij met ons te reizen?—Ja, ik was immers voornemens geheel Alaska in oostelijke richting door te trekken.—Nu wij kunnen niet anders zeggen, dan dat het ons groot genoegen zal doen, mijnheer Sergius, antwoordde Cascabel.—Op ééne voorwaarde echter, zeide Cornelia.—Wat is dat?—Dat gij alles doen zult om heelemaal beter te worden, en zonder tegen te spartelen.—Ook ik heb nog eene voorwaarde, namelijk, dat als ik met u mede ga, ik ook mijn deel in de reiskosten zal betalen.—Daarmede kunt gij doen zooals gij verkiest, mijnheer Sergius,antwoorddeCascabel.Alles was nu tot wederzijdsch genoegen geschikt, maar het hoofd van den troep meende niet af te mogen zien van zijn voornemen om op de groote markt te Sitka eenige voorstellingen te geven. Hij hoopte daarmede eer en voordeel te behalen, want in de geheele provincie heerschte eene feestelijke stemming, tengevolge der inlijving en deSchoone Zwerfsterhad op geen gunstiger oogenblik in de hoofdstad kunnen komen.Zooals van zelf sprak, had Cascabel van den moord-aanslag op den rus en diens bediende aangifte bij de politie gedaan. Het gevolg hiervan was dat er terstond bevelen gegeven werden om de bende van Karnof op de grens vanBritsch-Columbianog ijveriger te vervolgen.Den zeventienden Juni mocht Sergius voor de eerste maal uit. Hij voelde zich veel beter en dank zij de zorgen van dokter Harry was zijne wond zoo goed als genezen.Den zeventienden Juni mocht Sergius voor het eerst uit. (Zie bladz. 126).Den zeventienden Juni mocht Sergius voor het eerst uit. (Zie bladz.126).Hij maakte nu ook kennis met de andere leden van het gezelschap, met de honden die vroolijk tegen hem opsprongen, metJako, wien Sander geleerd had: »Hoe vaart mijnheer Sergius?» te zeggen, en met John Bull, die zijn vriendelijksten grijns tegen hem trok. Ook de twee trouwe oude paarden, Vermout en Gladiator, hinnikten van pleizier toen hij ze op een stuk suiker trakteerde. Sergius was nu voorgoed in het gezin opgenomen even alsKayette. Hij had reeds het degelijke karakter, het goede verstand en het streven naar kundigheden boven zijnen stand opgemerkt, waar de oudste zoon zich door onderscheidde. Sander en Napoleona had hij lief om hunne vroolijkheid. Kruidnagel, goedhartig en dom als die was, mocht hij gaarne lijden. Voor mijnheer Cascabel en zijne vrouw koesterde hij eene oprechte hoogachting, want hij had hen als brave lieden leeren kennen.Intusschen hielden zij zich ijverig bezig met de toebereidselen voor hun aanstaand vertrek. Er mocht niets verzuimd worden om den goeden uitslag van hunne reis, over eene uitgestrektheid van vijfhonderd mijlen tot aan de Behringstraat, te verzekeren. Het land, ofschoon weinig bekend, was niet onveilig. Wilde beesten of kwaadwillige Indianen, hetzij zwervende of vast gevestigde, werden er niet gevonden. Zonder eenig bezwaar konden zij in de verschillende factorijen, waar de beambten der pelterij-compagnieën verblijf hielden, de noodige rust nemen. Het voornaamste was dat zij zich van alle noodzakelijke levensbehoeften voorzagen op eene reis door een land waar zoo goed als niets te krijgen was, behalve hetgeen de jacht hen opleverde.Over al deze punten werd dus op zekeren dag, in tegenwoordigheid van Sergius, beraadslaagd.—In de eerste plaats, begon Cascabel, hebben wij in aanmerking te nemen dat wij niet gedurende het ruwste gedeelte van het jaar onzen tocht ondernemen.—Dat is gelukkig ook, merkte Sergius op, want hier in Alaska, zoo dicht bij den poolcirkel, zijn de winters niet om mede te spotten.—Bovendien gaan wij niet blindelings op weg, zeide Jan, vooral niet nu wij zulk een bekwaam aardrijkskundige als mijnheer Sergius bij ons hebben.—Nu, wat dat betreft, antwoordde Sergius, een aardrijkskundige is niet slimmer dan een ander mensch, wanneer hij zijnen weg heeft te zoeken in een land waar hij niet bekend is. Met ons beiden echter, Jan, en met behulp van uwe kaarten, waar gij zoo goed thuis op zijt, zullen wij ons wel redden. Bovendien heb ik nog een plan waar ik u later wel eens over zal spreken....Als Sergius een plan had, kon het niet anders dan goed wezen.Daarvan hielden allen zich overtuigd en zij lieten hem dus met rust om er op zijn gemak over te kunnen denken.Zij hadden nu geld genoeg bijeen en Cascabel deed een goeden voorraad op van meel, reuzel, rijst, tabak en vooral thee, welke in Alaska in verbazende hoeveelheid gebruikt wordt. Ook kocht hij hammen, vleesch in blikken, beschuit en eenige potten ingelegd vleesch van eene russisch-amerikaansche maatschappij. Aan water behoefden zij geen gebrek te hebben als zij de Youkon-rivier en hare zijtakken volgden, maar om het smakelijker te maken voorzagen zij zich van suiker en cognac, of eigenlijkVodka, eene soort van brandewijn dien de russen drinken en die bij hen voor eene lekkernij doorgaat. In de bossen konden zij brandhout genoeg vinden, maar toch werd deSchoone Zwerfsterbeladen met eene ton beste Vancouver-kolen. Meer dan eene ton mocht niet, want het was zaak den wagen niet al te zwaar te belasten.Intusschen hadden zij in het tweede vertrek van het rijtuig eene tijdelijke slaapplaats ingericht, waar Sergius gebruik van zou maken, met goed beddegoed er in. Er werden ook de noodige dekens gekocht even als hazenvellen, die de Indianen des winters gebruiken om zich te verwarmen. Voor het geval dat zij onderweg nog in de noodzakelijkheid mochten komen om het een en ander aan te koopen, nam Sergius een kleinen voorraad glazen sieraden, katoenen stoffen en goedkoope messen en scharen meê, waar de ruilhandel met de inboorlingen mede gedreven wordt.Voor de jacht was het vooruitzicht gunstig, want er is in dit land overvloed van grof wild, zooals herten en rendieren, en van kleiner, zooals hazen, korhoenders, patrijzen en wilde ganzen. Kruit en lood werden dus naar behoefte ingeslagen en Sergius kocht bovendien nog twee geweren en eene karabijn, waarmede het arsenaal van deSchoone Zwerfsterverrijkt werd. Hij zelf was een ervaren schutter en stelde er zich veel van voor, gezamenlijk met zijnen vriend Jan op de jacht te kunnen gaan.Dit was te meer nuttig dewijl in den omtrek van Sitka het land misschien onveilig werd gemaakt door de bende van Karnof en het dus te pas kon komen dat zij in staat waren die roovers naar verdienste te onthalen.—Als die schavuiten, wier voornaamste eigenschap het niet is bescheiden te zijn, ons het een of ander komen vragen, merkte Cascabel op, weet ik geen beter antwoord dan een kogel in hun ribbenkast....—Of het moest zijn in hun hersenpan, voegde Kruidnagel er zeer bedachtzaam bij.Om kort te gaan, onze reizigers waren in de gelegenheid in de hoofdstad van Alaska, waar een drukke handel gedreven werd met verschillende steden in Columbia en met de zeehavens aan den Stillen Oceaan, zich van alles te voorzien wat zij voor eene langdurige reis in een schaars bewoond land noodig konden hebben, en dat wel zonder buitensporige prijzen te betalen.Eerst in de voorlaatste week van juni waren al deze toebereidselen afgeloopen. Het vertrek werd bepaald op den 26sten. Vóórdat de Behringstraat geheel toegevroren lag, kon er aan geen overtocht gedacht worden, zoodat zij al den tijd hadden om de reis te ondernemen. Maar er moest ook gerekend worden op onvoorziene hinderpalen en oorzaken van oponthoud, zoodat het beter was een weinig te vroeg op te breken dan te laat. Te Port-Clarence, gelegen aan het strand der zeeëngte, konden zij desnoods rust houden en het geschikte oogenblik afwachten om naar de Aziatische kust over te steken.Wat voerde intusschen het Indiaansche meisje uit? Dat is spoedig genoeg te vertellen: zij hielp met overleg moeder Cascabel bij alles wat zij voor den tocht in orde te brengen had. De brave vrouw had voor de vreemdelinge eene genegenheid opgevat alsof zij hare dochter was; zij hield bijna even veel van haar als van Napoleona en voelde iederen dag hare gehechtheid sterker worden. Zij hadden trouwens allen Kayette hartelijk lief en dit goede kind smaakte zonder twijfel een geluk dat zij nooit gekend had zoolang zij met haren stam rondzwierf. Het oogenblik dat zij van de familie Cascabel gescheiden zou worden, werd dus door ieder met leedwezen tegemoet gezien. Toch kon dat niet anders. Zij stond alleen op de wereld en was naar Sitka gekomen met het plan daar eene plaats als dienstbode te zoeken om, misschien onder treurige omstandigheden, haar brood te verdienen.—Daarom, zeide Cascabel nu en dan, heb ik mij wel eens afgevraagd of onze Kayette,—ik zou haar wel mijn vogeltje willen noemen—als zij lust en aanleg had om dansen te leeren, niet wat beters kon beginnen. Wat zou zij eene knappe balletdanseres kunnen worden! Of indien zij smaak had in paardrijden, wat zou zij een goed figuur maken in een paardenspel! Ik ben zeker dat zij te paard zou zitten als een Centaurus!Mijnheer Cascabel geloofde in allen ernst dat de centaurussen mannen te paard waren geweest en niemand had hem dat uit zijn hoofd kunnen praten.Maar Jan schudde het hoofd als hij zijnen vader zoo hoorde praten en Sergius begreep wel dat de bedachtzame en stille knaapheel anders dan zijn vader dacht over de genoegens en voordeelen van koorddansen, paardrijden en andere kermiskunsten.Er werd dus veel over Kayette gedacht en gesproken, over hare toekomst en over hetgeen haar te Sitka te wachten stond. Dit baarde hen allen veel zorg, maar den avond vóór hun vertrek kwam Sergius, met het Indiaansche meisje aan de hand, in den kring van het gezin.—Mijne vrienden, zeide hij, ik heb geene kinderen, maar nu bezit ik tenminste eene aangenomen dochter. Kayette heeft er niets tegen, mij als haar vader te beschouwen en ik kom voor haar een plaatsje vragen in deSchoone Zwerfster.Met vreugdekreten werd dit nieuws begroet en het »vogeltje” werd met liefkozingen overladen. Het meisje had met dankbaarheid het aanbod van Sergius aangenomen, en mijnheer Cascabel kon niet nalaten, terwijl zijne stem van ontroering trilde, te zeggen:—Mijnheer Sergius, dat is braaf van u!—Wat is er voor bijzonders aan? vroeg de rus. Gij hebt toch niet vergeten hoeveel verplichting ik aan Kayette heb? Zonder haar was ik niet meer in leven; wat is dus natuurlijker dan dat ik haar als kind aanneem?—Welnu, hernam Cascabel, laat ons dan samen deelen. Wees gij haar vader mijnheer Sergius; maar ik ben haar oom!XII.Van Sitka tot het Fort Youkon.Den 26stenJuni met het aanbreken van den dag »lichtte de zegekar der Cascabels haar anker.” Dit was eene soort van valsche beeldspraak waar haar aanvoerder zich niet zelden aan te buiten ging. In denzelfden trant had hij er nog bij kunnen voegen dat de wagen nu misschien »ging varen op eenen vulkaan.” En dit zou niet eens heelemaal onjuist geweest zijn, want niet alleen beloofde de weg moeilijk te zullen worden, maar ook zijn uitgedoofde of nog in werking zijnde vuurspuwende bergen aan de zuidkust van de Behringzee niet zeldzaam.DeSchoone Zwerfsterliet de hoofdstad van Alaska achter zich, vergezeld van talrijke wenschen voor hare behouden reis en aankomst. Want zij had zich vele vrienden verworven, die niet karig waren geweest met hunne roebels en hunne toejuichingen zoolang de troep voor de poorten van Sitka verblijf had gehouden.Dit woord »poorten” is juister dan men oppervlakkig denken zou. De geheele stad is omringd door een stevig rasterwerk van palen, waarbinnen slechts enkele openingen toegang geven, die iemand niet gemakkelijk zou doorkomen als het hem belet werd.De russen hebben zich door deze voorzorgen moeten beveiligen tegen den aanhoudenden toevloed van Kaluche-Indianen, die gewoonlijk in de nabijheid van Nieuw-Archangel, tusschen de rivieren Stekine en Tchilcot, hunne legerplaats opslaan. Daar bouwen zijhunne hutten, die zoo eenvoudig mogelijk zijn ingericht. Eene lage deur geeft toegang tot een cirkelvormig vertrek, dat somtijds in twee afdeelingen gescheiden is, en alleen licht ontvangt door eene opening in het dak, welke tevens de rook uit de stookplaats gelegenheid geeft te ontsnappen. Deze buurt van Indiaansche hutten vormt eene soort van voorstad van Sitka, binnen welke stad geen enkele inboorling na zonsondergang verblijf mag houden. Dit verbod vindt zijnen grond in de somtijds alles behalve vriendschappelijke verhouding tusschen de Roodhuiden en de Bleekgezichten.Buiten Sitka moest deSchoone Zwerfsterbeginnen met eenige nauwe zeearmen in daartoe ingerichte ponten overtesteken alvorens zij eene uitstekende punt aan een bochtigen zeeboezem, Lyan-baai genaamd, bereikten.Hier bevonden zij zich weder op het vasteland.Het reisplan en de te volgen weg waren met zorg door Sergius en Jan vastgesteld op de uitvoerige kaarten welke zij zich zonder veel moeite in de club te Sitka hadden aangeschaft. Kayette, die met het land goed bekend was, vroegen zij bij deze gelegenheid om raad. Vlug van begrip als zij was, had zij spoedig genoeg wijs leeren worden uit de kaarten die zij haar te zien hadden gegeven. Zij sprak de inlandsche taal met Russisch vermengd, en veel van hetgeen zij wist te vertellen kwam bij het maken van de plannen goed te pas. Het was zaak niet uitsluitend den kortsten, maar ook den gemakkelijksten weg te zoeken om naar Port Clarence, dat op de oostkust van de Straat gelegen is, te komen. Zij kwamen daarom overeen dat deSchoone Zwerfsterdadelijk op de groote Youkon-rivier aan zou houden, ter plaatse waar het fort gelegen is dat naar dien breeden stroom genoemd wordt. Dit was ongeveer halfweg, met andere woorden nagenoeg tweehonderdvijftig mijlen van Sitka af. Op deze manier ontweken zij de moeilijkheden welke zij ontmoet zouden hebben indien zij de kust dichter gevolgd hadden, dewijl deze voor een gedeelte met bergen bedekt is. Daarentegen loopt de Youkon-vallei in eene breede vlakte, tusschen eene verwarde reeks van bergketenen in het Westen en het Rotsachtige gebergte door, welk laatste de scheiding vormttusschenAlaska en de Mackenzie-vallei eener- en Nieuw-Brittannië anderzijds.Eenige dagen na hun vertrek verloren de reizigers in het zuidwesten de puntige bergspitsen aan de kust uit het oog. Het langst bleven de hooge bergen Fairweather en Elias in het zicht.Buiten Sitka moest de Schoone Zwerfster eenige malen in ponten worden overgezet. (bladz. 133)Buiten Sitka moest deSchoone Zwerfstereenige malen in ponten worden overgezet. (bladz.133)De eenmaal zorgvuldig vastgestelde indeeling der uren waarin gereden en die waarop gerust moest worden, werd streng in acht genomen. Er was niet ééne reden om haast te maken ten eindespoedig aan de Behringstraat te komen, en langzaam maar zeker mocht dus hunne leuze zijn. Vóór alles kwam het er op aan hunne paarden te ontzien, want kwamen die te bezwijken dan konden ze niet dan gebrekkig misschien vervangen worden door een span rendieren. Dat moest dus tot elken prijs voorkomen worden. Daarom werd er iederen middag, nadat zij te zes uur ’s morgens op weg gegaan waren, twee uren halt gehouden; vervolgens reden zij weder zes uren en daarna werd er den geheelen nacht gerust. Op die manier legden zij iederen dag gemiddeld vijf of zes mijlen af.Hadden zij in den nacht willen doorreizen, dan ware hun dit gemakkelijk gevallen, want, zeide Cascabel, in Alaska bleef de zon niet langer dan noodig was in haar bed.—Nauwelijks is zij ondergegaan of zij komt weer op, vervolgde hij. Drie en twintig uren in een etmaal is het hier licht en dat kost u niemendal!Op deze hooge breedte namelijk en gedurende het tijdvak van den zonnestilstand of daaromtrent verdwijnt de zon des avonds te elf uur zeventien minuten en komt ze te elf uur negen en veertig minuten weder voor den dag, zoodat zij slechts gedurende twee en dertig minuten onzichtbaar blijft. De schemering na den zonsondergang vermengt zich dan ook zonder dat het duister wordt met die welke den zonsopgang voorafgaat.De temperatuur was daarbij warm, dikwijls zelfs broeiig en in deze omstandigheden zou het erger dan onvoorzichtig geweest zijn indien zij gedurende de uren der grootste middaghitte niet halt gehouden hadden. Menschen en dieren hadden veel van deze geduchte warmte te lijden. Het is bijna niet te gelooven dat zoo dicht bij den poolcirkel, de thermometer somtijds tot dertig graden boven nul van de honderddeelige schaal rijst. Toch is dat het geval.De reis vorderde dus geregeld en zonder bezwaren, maar Cornelia, die veel hinder van de brandende hitte had, klaagde daarover niet weinig.—Geduld, vermaande haar Sergius. Er zal spoedig een tijd komen dat gij terugverlangt naar hetgeen u nu zoo hindert.—Naar zulk eene warmte? vroeg zij. Dat nooit!—Gij zult toch nog meer te lijden hebben van de koude, moeder, zeide Jan, als wij de Behringstraat over zijn en door de uitgestrekte vlakten van Siberië trekken.—Ik twijfel niet aan hetgeen mijnheer Sergius zegt, hernam Cascabel, maar tegen de warmte valt hoegenaamd niets aan te vangen en tegen de koude kan men zich ten minste met vuur en warme kleederen wapenen.—Dit is zoo mijn vriend, was het antwoord, en dat is gelukkig ook, want over weinige maanden zult gij het ondervinden hoe bitter koud het daar ginds is. Reken daar maar op!Na een tijdlang haren weg vervolgd te hebben in deCanons, dat zijn passen welke met grillige bochten tusschen de heuvels van middelmatige hoogte, die het land bedekken, doorloopen, kreeg deSchoone Zwerfstereene onafzienbare vlakte tegenover zich, hier en daar alleen afgewisseld door bosschen van matigen omvang.Dit was de 3deJuli. Dien dag trokken zij langs het kleine Dease-meer, waar de Lewis, een der hoofdtakken van de Youkon, in ontspringt.Kayette was hier meer geweest en zeide:—Jawel, dit is de Cargout, die in onze groote rivier uitkomt.Zij legde aan Jan uit datCargoutin de Alaskische taal wil zeggen »kleine rivier.”Niemand moet denken dat de leden van den troep van Cascabel op dit gedeelte hunner reis, dat evenmin vermoeiend als bezwaarlijk was, verzuimden de lenigheid hunner ledematen, de kracht hunner spieren en de geoefendheid hunner handen door voortdurende oefeningen te onderhouden. Zoo dikwijls de hitte het niet geheel onmogelijk maakte, werd iederen avond hunne legerplaats veranderd in eene kermistent, waarin Sergius en Kayette de eenige toeschouwers waren. Zij sloegen beide de kunsten van het werkzame gezin belangstellend gade, Kayette niet zonder eenige verwondering, Sergius vriendelijk als altijd.Cascabel en zijne vrouw oefenden zich beurtelings in het oplichten van gewichten en in het werken met de halters; Sander wrong zijn lichaam in allerlei bochten, eene kunst waarvoor hij vermaard was; Napoleona huppelde over het tusschen twee bokken gespannen koord en probeerde nieuwe passen; Kruidnagel verkocht al zijne grappen aan een publiek dat alleen in zijne verbeelding bestond.Jan zou zeker liever bij zijn boeken gebleven zijn, of gepraat hebben met Sergius, van wien hij veel leeren kon, of Kayette eene les gegeven hebben in het fransch waarin zij snelle vorderingen maakte. Maar zijn vader stond er op dat hij zijne behendigheid als equilibrist niet mocht verliezen en om zijnentwil werkte hij dus met glazen, ringen, ballen, messen en stokjes, zoodat er niets op aan te merken viel. Maar in zijn hart dacht hij aan heel andere dingen.Intusschen deed het hem genoegen dat er niets kon komen van de plannen zijns vaders om Kayette tot kunstenmaakster opteleiden. Nu het meisje als dochter aangenomen was door Sergius, een vermogend en beschaafd man die tot den deftigen stand behoorde,was hare toekomst verzekerd en behoefde zij niet te werken voor haar brood. Dat maakte den goeden Jan in zijn hart gelukkig, al kon hij er niet zonder smart aan denken dat Kayette nu ook, als zij aan de Behringstraat gekomen waren, afscheid van hen zou moeten nemen. Had zij deel van den troep uitgemaakt als balletdanseres, dan zou dit niet noodig geweest zijn.Maar Jan hield te veel van haar om niet blijde te wezen dat Sergius zich met de zorg voor het meisje belast had. Hijzelf voelde immers ook eene levendige begeerte om van beroep te kunnen veranderen. Vol verlangen naar eene edeler bestemming, achtte hij zich weinig geschikt voor het beroep van kunstenmaker en niet zelden was het hem gebeurd dat hij zich inwendig schaamde over de toejuichingen, die hem op pleinen en markten om zijne groote behendigheid ten deel vielen.Op zekeren avond met Sergius wandelende, maakte hij dezen deelgenoot van al zijne wenschen en van zijn heimelijk verdriet. Hij kwam er voor uit dat hij eene, naar het hem voorkwam, rechtmatige eerzucht koesterde om vooruit komen. Misschien zouden zijne ouders er in slagen, door de kermissen af te reizen en hun beroep van kunstenmakers te blijven uitoefenen, nog eenige clowns en andere sujetten aan zich te verbinden en mettertijd een klein fortuin te verzamelen. Maar als dat gebeuren mocht, zou het voor hem toch te laat wezen om eene meer eervolle loopbaan te zoeken.—Ik schaam mij niet over mijne ouders, mijnheer Sergius. Ik zou ondankbaar zijn als dat het geval was. Zij zijn goed voor hunne kinderen en wat zij in de mogelijkheid waren voor mij te doen, hebben zij gedaan. Maar ik voel dat ik aanleg genoeg heb om eene fatsoenlijke betrekking met eer te vervullen, en ik zie geen kans iets anders te worden dan een arme kunstenmaker.—Mijn vriend, antwoordde Sergius, ik begrijp volkomen uwe bedoeling. Laat mij u echter zeggen dat onverschillig welk beroep iemand uitoefent, het altijd lof verdient, als hij op eerlijke manier door de wereld komt. Kunt gij u braver lieden voorstellen dan uw vader en uwe moeder zijn?—Zeker niet, mijnheer Sergius.—Welnu, blijf hen dan hoogachten even als ik het doe. Het strekt u tot eer dat gij zulk eene loffelijke eerzucht koestert en wie weet wat er in de toekomst nog voor u kan zijn weggelegd. Houd moed mijn jongen en reken er op dat ik voor u doen zal wat ik kan. Gij kunt er van verzekerd zijn dat ik nimmer vergeten zal wat uwe ouders voor mij gedaan hebben. Indien ik er ooit toe in staat ben, dan zal ik ongetwijfeld..........Houd moed mijn jongen! (bladz. 137.)Houd moed mijn jongen! (bladz.137.)Terwijl Sergius zoo sprak, bemerkte Jan dat er als eene wolk over zijn gelaat trok en dat zijne stem eenigszins haperde. Het was alsof hijzelf niet gerust was over zijne toekomst. Beiden zwegen een oogenblik; toen hervatte Jan het gesprek.—Nu wij toch samen den tocht naar Port-Clarence doen, mijnheer Sergius, begrijp ik niet waarom gij niet verder met ons medegaat? Gij hebt ons immers gezegd dat gij voornemens zijt naar Rusland en naar uwen vader terugtekeeren?—Dat kan niet Jan, antwoordde Sergius. De onderzoekingen die ik in het verre Westen van Amerika heb aangevangen, zijn nog niet ten einde gebracht.—En blijft Kayette dan bij u? vroeg de ander.Dit zeide hij op zulk een treurigen toon dat Sergius er onwillekeurig door getroffen werd.—Nu ik eenmaal de zorg voor hare toekomst op mij genomen heb, zeide hij, dient zij ook in mijne nabijheid te blijven.—Als gij met ons medegingt, behoefde zij u niet te verlaten en eenmaal in uw vaderland......—Mijne plannen zijn nog niet voorgoed vastgesteld. Meer kan ik u er op het oogenblik niet van zeggen. Te Port-Clarence zullen wij nader overleggen. Het is niet onmogelijk dat ik dan uw vader iets anders zal voorstellen en van zijn antwoord zal het afhangen wat er verder gebeurt.Opnieuw bespeurde Jan dezelfde aarzeling in de woorden van den Rus. Hij wilde niet verder aandringen dewijl hij begreep dat hij dan onbescheiden zou worden, maar na dit gesprek ontstond er tusschen hen beiden eene nog vriendschappelijker verhouding. Sergius had het oprechte, degelijke en in alle opzichten voortreffelijke karakter van den flinken jongen op prijs leeren stellen. Hij spaarde dus geen moeite om hem te helpen in zijne studiën en hem den weg te wijzen dien de jonge man zoo gaarne op wilde. Wat vader en moeder Cascabel betreft, zij zagen met groote voldoening dat een man als Sergius hunnen zoon zooveel belangstelling waardig keurde.Te midden van dit alles liet Jan het jagersbedrijf echter niet rusten. Sergius was een hartstochtelijk liefhebber en vergezelde hem gewoonlijk op zijne tochten. Dit gaf hun gelegenheid tot menig ernstig en leerzaam gesprek. Aan wild was in deze streek geen gebrek en er liepen hazen genoeg rond om tien karavanen als de hunne van het noodige te voorzien. Bovendien was dit wild niet alleen nuttig voor de keuken, maar ook in andere opzichten had het waarde.—Kijk eens, zeide Cascabel, zulk een beest geeft ons een lekkerenschotel, maar bovendien loopt het rond met een bonten mantel, een mof, een boa of een deken aan zijn lijf.—Daar hebt gij groot gelijk in, mijn vriend, antwoordde Sergius, want nadat zij eenmaal hun dienst aan onze maag bewezen hebben, kunnen zij met even veel voordeel in de kleerenkast gebruikt worden. Voor eene koude zooals gij in Siberië zult ondervinden kunt gij geen voorzorgen genoeg nemen.De hazenvellen werden dus zorgvuldig bewaard en het vleesch, dat niet dadelijk verbruikt kon worden, werd ingezouten om te dienen in den winter, als het wild door de koude uit de poollanden wordt verjaagd.Gebeurde het echter eene enkele maal dat de jagers geen haas of patrijs thuis brachten, dan ontzag Cornelia zich niet, op de manier der Indianen een kraai of een raaf in den ketel te doen. Zulk eene soep smaakte niet minder goed.Nu en dan kwam Jan of Sergius ook wel van de jacht terug met een prachtig koppel korhoenders. Bij zulk eene gelegenheid maakten zij goede sier en werd er een waar feestmaal aangericht.Er bestond dus niet het minste gevaar dat onze karavaan van honger zou omkomen, maar het was ook nog slechts het minst moeielijke gedeelte van de gevaarvolle reis welke zij ondernomen hadden, waar zij op het oogenblik aan bezig waren.Een van de ongemakken die zij te verduren hadden, en dat wel een van de ergste soort, waren de steken der muskieten. Nu hij zich niet meer op engelschen grond bevond, verwenschte Cascabel dit hinderlijke gedierte uit den grond van zijn hart. De plaag zou inderdaad niet te verduren geweest zijn indien de zwaluwen niet zulk eene geweldige hoeveelheid muskieten verslonden hadden. Maar de zwaluwen zouden spoedig naar zuidelijker gelegen landen verhuizen, want in den omtrek der poollanden vertoeven zij slechts korten tijd.Den 9denJuli kwam deSchoone Zwerfsteraan de samenvloeiing van twee rivieren, waarvan de eene zich in de andere stort. Dit is de Lewis-rivier, wier linkeroever eerst eene wijde bocht beschrijft en vervolgens geheel in de Youkon overgaat. Kayette maakte hen opmerkzaam dat het bovengedeelte dezer rivier ook onder den naam van Pelly-rivier bekend is. Voorbij de plek waar de Lewis zich met haar vereenigt, keert de stroom zich recht naar het noordwesten. Een eind verder wordt zijne richting westelijk, waarna hij spoedig zijne wateren in een ruimen inham van de Behringzee uitstort.Fort Selkirk. (bladz. 142).Fort Selkirk.(bladz.142).Bij de samenvloeiing van de Lewis en de Youkon ligt wedereene factory, het fort Selkirk, dat echter van minder beteekenis is dan het fort Youkon. Dit laatste ligt ongeveer honderd mijlen verder naar beneden, op den rechteroever der rivier.De jonge Indiaansche had aan de karavaan na het vertrek van Sitka goede diensten bewezen en zich bij menige gelegenheid een vertrouwbare gids getoond. Vroeger met haren stam in deze streek rondtrekkende, had zij aan de oevers van de grootste rivier in Alaska geruimen tijd doorgebracht. Sergius verlangde in bijzonderheden alles te weten wat op hare kindsheid betrekking had. Dit was grootendeels eene ware lijdensgeschiedenis, een leven vol ontbering en gevaar, terwijl de stam der Indgeletés eerst her en derwaarts trok, steeds kleiner werd en eindelijk geheel wegsmolt, zoodat er van haar familie ten laatste niemand meer overbleef. Het eenige wat zij toen nog kon beproeven, was zich als dienstbode te gaan verhuren bij den een of anderen ambtenaar of koopman te Sitka. Meer dan eens hoorde Jan haar dit treurige verhaal doen en telkens voelde hij het diepste medelijden met de arme verlatene.In de nabijheid van het fort Selkirk, aan den oever van de Youkon-rivier, ontmoetten zij eenige zwervende Indianen, behoorende tot den stam der Birch-, of zooals Kayette het vertaalde, der Berk-indianen. Behalve de pijnboomen, de Douglas-dennen en de ahornboomen, worden er namelijk in het binnenland van Alaska ook vele berkenboomen gevonden, naar welke deze inboorlingen hunnen naam dragen.Het fort Selkirk wordt bewoond door eenige beambten van de russisch-amerikaansche handelmaatschappij. Het is eigenlijk niets dan eene stapelplaats van bont en pelterijen, waar de kooplieden der kuststreek op vaste tijden hunne inkoopen komen doen.Deze lieden waren blijde dat er eenige afwisseling in hun eentonig bestaan kwam en haalden dus deSchoone Zwerfstermet groote ingenomenheid in. Cascabel was daarom te eerder geneigd hier een etmaal te vertoeven.Zij besloten echter op dit punt den reiswagen naar de overzijde der rivier te doen brengen, dewijl anders de overtocht misschien op eene andere plek onder minder gunstige omstandigheden had moeten plaats hebben. De stroom wordt namelijk breeder en sneller naarmate hij eene meer westelijke richting neemt en dichter bij de monding komt.Dit geschiedde op raad van Sergius, die den loop der Youkon op de kaart nagegaan en bevonden had dat zij op dit punt van hunne reis nog tweehonderd mijlen van Port Clarence verwijderd waren.DeSchoone Zwerfsterwerd dus met eene pont naar den rechteroeverovergezet. Daarbij verleenden niet alleen de bewoners van het fort hunne hulp, maar ook de in den omtrek gelegerde Indianen die zich met de vischvangst op de rivier bezig houden.De komst der karavaan was voor hen eene heugelijke gebeurtenis, want in ruil voor hunne hulp bij het overvaren, waren de reizigers in staat den Indiaanschen stam een gewichtigen dienst te bewijzen, waar zij niet weinig dankbaar voor waren.Hun opperhoofd lag op dat oogenblik gevaarlijk ziek, ten minste het had er allen schijn van. Hij had echter geen andere geneeskundige hulp en geen medicijnen onder zijn bereik dan de geestenbezweerder van den stam en de middelen die bij deze soort van lieden sedert onheugelijke tijden in gebruik zijn. Sedert eenige dagen hadden zij het opperhoofd midden op het dorpsplein nedergelegd, waar dag en nacht een groot vuur brandende gehouden werd. De Indianen zaten in eenen kring rondom hem en zongen in koor een smeekgebed aan den grooten Manitou, hun oppersten god, terwijl de geestenbezweerder al zijne kunsten in het werk stelde om den boozen geest, die in het lichaam van den lijder gevaren was, daaruit te verjagen. Teneinde zekerder van zijne zaak te zijn, beproefde hij zelfs dien geest in zijn eigen lichaam te doen overgaan, maar het bleek een koppige geest te zijn, die zijne verblijfplaats niet verkoos te verlaten.Gelukkig bezat Sergius eenige kennis van de geneeskunde. Door zijn hulp kwamen zij in het bezit van doeltreffende middelen om den zieke beter te maken.Nadat Sergius den lijder onderzocht had, kwam hij er spoedig achter wat hem schortte. Uit de reisapotheek derSchoone Zwerfsterhaalde hij een krachtig braakmiddel, dat beter werkte dan al de bezweringen van een geestenbanner ooit hadden kunnen doen.De waarheid was dat het Indiaansche opperhoofd zijne maag overladen had. De thee, die hij sedert twee dagen bij kommen vol inzwolg, was niet in staat geweest dit te verhelpen.Tot groote voldoening van zijnen stam, schoot hij er dus het leven niet bij in. Dit beroofde de familie Cascabel van het schouwspel der plechtigheden, waarmede de begrafenis van een Indiaanschen potentaat vergezeld gaat. Het woord begrafenis is hier echter niet juist gekozen, want de Indianen zijn niet gewoon de lijken onder den grond te verbergen; maar hangen ze eenige voeten boven de aarde in de vrije lucht op. Teneinde hun hiernamaals van dienst te kunnen zijn, leggen zij in de doodkist de pijp van den overledene, zijnen boog, zijne pijlen, zijne sneeuwschoenen en de bonte kleedingstukken van meer of minder waarde die hij des winters gewoonwas te dragen. Aldus toegerust wordt hij door den wind, gelijk een kind in zijne wieg, in den eeuwigen slaap heen en weder geschommeld.Zij hadden het zieke opperhoofd op het dorpsplein nedergelegd waar dag en nacht een groot vuur brandende gehouden werd. (bladz. 143.)Zij hadden het zieke opperhoofd op het dorpsplein nedergelegd waar dag en nacht een groot vuur brandende gehouden werd. (bladz.143.)Na een verblijf van vier-en-twintig uren te Selkirk namen de Cascabels weder afscheid van de bewoners en de Indianen. Hun eerste oponthoud aan den oever der rivier had hun niet kwaad bevallen. Zij moesten nu de Pelly-rivier langs trekken over eenen hobbeligen oever die het de paarden soms lastig genoeg maakte. Eindelijk den 27stenJuli, zeventien dagen na hun vertrek van fort Selkirk, kwam deSchoone Zwerfsterin het fort Youkon aan.
XI.Sitka.Sitka, of Nieuw-Archangel, ligt op het eiland Baranow op de westkust van Amerika. Het is niet alleen de hoofdplaats van dit eiland, maar de hoofdstad der geheele provincie welke nu aan de regeering der Vereenigde Staten afgestaan was. Het is tevens de eenige stad van eenigen omvang in dit gewest, waar voor het overige niets dan vlekken, of onbeduidende dorpen, op grooten afstand van elkander worden aangetroffen. Eigenlijk zouden deze nederzettingen beter factorijen of posten genoemd worden, want het zijn meerendeels kantoren van amerikaansche handelsvennootschappen of van de engelsche Hudsonsbaai-compagnie. Het is dus licht te begrijpen dat de middelen van gemeenschap tusschen deze posten veel te wenschen overlaten, vooral in den winter wanneer Alaska door hevige stormen geteisterd wordt.Eenige jaren geleden was ook Sitka nog eene weinig bezochte handelsplaats, waar eene russisch-amerikaansche handelsvereeniging zich van bontwerk en pelterijen voorzag. Langzamerhand is echter de geheele provincie meer bekend geworden bij de reizigers, die hunne onderzoekingen uitstrekken tot in de poolstreek, waar het land aan grenst. Onder haar tegenwoordig bestuur zal de stad ongetwijfeld spoedig eene eervolle plaats gaan innemen onder de hoofdsteden van de Staten der amerikaansche Unie.Toenmaals vond men te Sitka reeds eenige gebouwen, die eene plaatshet karakter van eene stad geven. Er was eene luthersche kerk, een eenvoudig gebouw, maar dat uitwendig toch eenige vertooning maakte; eene grieksche kerk met een koepeldak, dat eenigszins zonderling afstak tegen de grauwe wolken die gewoonlijk het zwerk bedekten, geheel andere dan in het Oosten waar deze gebouwen thuis behooren; verder eene club en eene openbare wandelplaats, waar inwoners en vreemdelingen tevens koffiehuis hielden, verschillende hotels en gaarkeukens, kegelbanen en andere plaatsen van bijeenkomst, nog eene club voor ongetrouwde heeren alleen, eene school en een hospitaal, benevens verscheidene aanzienlijke huizen en buitenplaatsen die op en tusschen de heuvels in den omtrek verstrooid lagen. De stad wordt omsloten door een woud van denneboomen, waarin zij als tusschen een kleed van altijd durend groen verscholen ligt. In de verte steken de spitsen van hooge bergen daarboven uit. De meest bekende is de berg Edgecumbe op het eiland Crouze, noordelijk van Baranow, waarvan de kruin zich ongeveer achtduizend voeten boven het vlak der zee verheft.De weersgesteldheid is te Sitka niet bijzonder ruw. De thermometer daalt er zelden beneden de zeven of acht graden Celsius, hetgeen zeker niet koud is als men in aanmerking neemt dat de stad op 56 graden noorderbreedte ligt. Daarentegen zou zij gevoegelijk eene »waterstad” genoemd kunnen worden, want het regent er bijna altijd, alleen afgewisseld door sneeuw. Het was dus niets bijzonders dat onze karavaan, na met paarden en al in de veerpont te zijn overgezet, onder eene slagregen haren intocht te Sitka hield. Daarover klaagde Cascabel echter niet. Hij was veel te blijde dat hij, na zoo lang in de nabijheid van het beloofde land te zijn opgehouden, er nu zonder paspoort of formaliteit in mocht.—Ik heb al meer dan eens in mijn leven een buitenkansje gehad, zeide hij; maar zoo iets buitengewoons is mij nog nooit overkomen. Daar stonden wij voor eene deur die wij niet open konden krijgen, en zie, op eens heeft zij zich van zelve voor ons geopend!Het was zeker wel toevallig dat het tractaat, waarbij Alaska in andere handen was overgegaan, juist op het geschikte oogenblik geteekend was om deSchoone Zwerfstertoe te laten, ongehinderd over de grens te komen. Aan deze zijde daarvan vond zij nu niet meer van die onhandelbare ambtenaren of zulk eenen overvloed van formaliteiten, door welke de russische overheid berucht is.Het zou nu het eenvoudigste zijn den gewonden rus naar het hospitaal ter verdere verpleging te vervoeren of naar een logement,waar hij geneeskundige hulp had kunnen krijgen. Maar toen Cascabel hem dit voorstelde, had hij er geen zin in.—Ik voel mij volmaakt wel, mijn vriend, zeide hij. Als ik u dus geen overlast aandoe.....—Overlast? vroeg Cornelia, wat bedoelt gij daarmede, mijnheer?—Gij zijt bij ons zoo goed als of gij thuis waart, voegde haar man er bij, en als gij meent.....—Wel, ik ben van meening dat het voor mij het beste is te blijven bij de lieden aan wier zorgen ik mijn leven te danken heb.....—Spreek daar niet van, mijnheer, hernam Cascabel. Maar het zou toch wenschelijk zijn dat er spoedig een dokter naar u kwam kijken.....—Zou die niet hier kunnen komen?—Wel zeker. Ik zal er terstond op uitgaan om te vernemen, wie de knapste dokter in de stad is.DeSchoone Zwerfsterhad dicht bij de eerste huizen van Sitka, aan het einde eener met boomen beplante wandelplaats die uitloopt op een uitgestrekt woud, halt gehouden. Daar kwam dokter Harry, dien Cesar als de voornaamste in de stad had hooren noemen, den rus bezoeken.Na de wond nauwkeurig onderzocht te hebben, zeide de arts dat zij niet bijzonder gevaarlijk was geweest, daar het dolkmes op eene ribbe was afgestuit zoodat er geen van de voornaamste levensorganen getroffen was. Dank zij de compressen met koud water en de kruiden die het Indiaansche meisje had doen trekken, had het litteeken zich goed gevormd en zou de genezing spoedig zoo ver gevorderd wezen dat de lijder na eenige dagen weder zou mogen opstaan. Zijn toestand was dus zoo gunstig mogelijk. Reeds nu begonnen zijne krachten, door het versterkende voedsel dat hij gebruikte, weder aan te komen. Maar dit nam niet weg dat als Kayette hem niet had vinden liggen en moeder Cascabel door hare goede zorgen het verdere bloedverlies niet voorkomen had, hij binnen weinige uren nadat de aanslag op hem gepleegd was, den geest gegeven zou hebben.Dokter Harry hield het er voor dat deze moord het werk moest wezen van booswichten, behoorende tot de rooverbende van Karnof of van Karnof zelven, die in het oostelijke gedeelte der provincie rondzwierf. Dit was een boosdoener uit Rusland, of juister uit Siberië afkomstig, die over eenen troep deserteurs het bevel voerde, zooals er overal in de russische bezittingen in Azië en Amerika worden aangetroffen. De politie had te vergeefs hare beste speurhonden op hen afgestuurd en groote belooningen uitgeloofd voorieder die de benden wist te vatten. De vermetele schurken waren het nog altijd ontkomen en verspreidden door de diefstallen en moorden die zij pleegden, schrik in het geheele land, voornamelijk op de zuidelijke grens der provincie. De veiligheid van het verkeer, de ruilhandel in pelterijen, alles werd door deze roovers gestoord enaan hen moest zonder twijfel ook de aanslag op de beide reizigers worden toegeschreven.Het bezoek van den arts gaf dus aan de familie Cascabel alle reden tot tevredenheid over den toestand van haar zieken gast.Cascabel was altijd van plan geweest te Sitka eenige dagen rust te nemen, want de karavaan had daar, na eenen tocht van bijna zevenhonderd mijlen van de Sierra Nevada af, groote behoefte aan. Bovendien hoopte hij in deze stad een twee- of drietal vertooningen te geven, waarvan de opbrengst hem weder goed te stade zou komen.—Wij zijn nu niet meer in Engeland, zeide hij, maar in Amerika. Voor Amerikanen, kinderen, mogen wij weer toonen wat wij kunnen.Mijnheer Cascabel twijfelde geen oogenblik of de roem van zijnen naam moest tot de bevolking van Alaska doorgedrongen zijn. Ieder te Sitka had zeker reeds tot zijnen buurman gezegd:—De familie Cascabel bevindt zich in ons midden!In deze plannen werd echter eenige verandering gebracht tengevolge van een gesprek dat Cascabel twee dagen later met den vreemdeling voerde. Eenige dagen rust bleven, na de vermoeiende reis die zij achter den rug hadden, onontbeerlijk. De russische heer, die in de oogen van Cornelia voor niets minder dan een prins doorging, had nu vernomen dat de brave lieden, wien hij het behoud van zijn leven verschuldigd was, slechts arme kermisreizigers waren. Alle leden van het gezin waren aan hem voorgesteld, evenals Kayette, de Indiaansche, zijne redster.Op eenen avond toen de geheele familie bijeen was, vertelde hij hun van zijne levensgeschiedenis zooveel als voor het oogenblik noodig was dat zij wisten. Hij drukte zich met veel gemak in het fransch uit, bijna alsof het zijne moedertaal was, alleen liet hij zijne r’s een weinig vallen, hetgeen aan het fransch, zooals het door russen gesproken wordt, iets krachtigs en nadrukkelijks geeft waardoor het oor niet onaangenaam wordt aangedaan.Wat hij te verhalen had, was zeer eenvoudig en er liep weinig avontuurlijks of van romanesken aard onder.De naam van den rus was Sergius Wassiolowitch, en voortaan noemden allen hem, met zijne toestemming, Mijnheer Sergius. Hij had geen andere bloedverwanten dan zijn vader, die in het gouvernementPerm, niet ver van de stad van dien naam, woonachtig was. Gedreven door reislust en door liefhebberij voor aardrijkskundige ontdekkingen en onderzoekingen, had mijnheer Sergius drie jaar geleden zijn vaderland verlaten. Hij had de landen in den omtrek der Hudsonsbaai doorreisd en was thans voornemens eenen tocht door Alaska te doen, langs de Youkon-rivier tot aan de Poolzee. De omstandigheden onder welke hij door roovers overvallen werd, waren de volgende.Hij en zijn knecht Iwan hadden des avonds van den 4denJuni een nachtkwartier bij de grens gezocht, toen zij in hun eersten slaap door moordenaars overvallen werden. Twee mannen wierpen zich op hen; zij ontwaakten, sprongen overeind en poogden zich te verdedigen, maar de ongelukkige Iwan stortte bijna terstond ter aarde, door eenen kogel in het hoofd getroffen.—Het was een trouwe en eerlijke bediende, voegde mijnheer Sergius er bij. Sedert tien jaren leefden wij te samen, hij hield veel van mij en ik betreur in hem een oprechten vriend.Mijnheer Sergius deed geene moeite om zijne aandoening te verbergen en zoo dikwijls hij over Iwan sprak, kon men aan zijne vochtige oogen zien dat zijne smart niet voorbijgaand van aard was.Hij verhaalde verder dat hij zelf in de borst verwond geworden en zijn bewustzijn kwijt geraakt was. Van hetgeen er verder gebeurd was, wist hij niets tot op het oogenblik toen hij, weder bij kennis komende, niet had kunnen begrijpen waar hij zich bevond, maar alleen dat hij met vriendelijke en medelijdende menschen te doen had.Cascabel verhaalde hem dat de aanslag voor het werk gehouden werd van Karnof of van een paar kerels zijner bende. Dit achtte mijnheer Sergius ook waarschijnlijk, want hij had reeds vroeger hooren zeggen dat die roovers de grensstreek onveilig maakten.—Zooals gij ziet, dus eindigde hij, is er niet veel bijzonders aan mijne lotgevallen en zeker minder dan aan de uwe.Namijne onderzoekingsreis door Alaska volbracht te hebben, was ik voornemens naar Rusland en mijnen vader terug te keeren en het ouderlijke huis nooit meer te verlaten. Maar vertel mij nu ook eens iets van uwe geschiedenis, en in de eerste plaats hoe het komt dat een gezelschap fransche reizigers hier in dit afgelegen gedeelte van Amerika komt te zwerven?—Kermiskunstenaars, mijnheer Sergius, trekken immers overal heen, antwoordde Cascabel.—Ja, dit weet ik wel, maar ik ben er toch over verbaasd dat ik u hier aan het andere einde der wereld aantref!—Jan, hervatte Cascabel, vertel gij maar eens aan mijnheer Sergius hoe het komt dat wij hier zijn en hoe wij ons reisplan naar Europa gemaakt hebben.Jan verhaalde nu alles wat aan de bewoners derSchoone Zwerfsteroverkomen was sedert hun vertrek uit Sacramento. Teneinde ook door Kayette verstaan te worden, sprak hij Engelsch, dat mijnheer Sergius zooveel noodig aanvulde met eenige woorden in de Chinouksche taal. Het indiaansche meisje luisterde met de meeste aandacht. Zij kwam nu te weten wie de familie Cascabel was, aan welke zij zich reeds zeer gehecht voelde. Jan verhaalde hoe de reizigers van al hun geld bestolen waren in een der bergpassen van de Sierra Nevada, dien zij doortrokken om naar de kuststreek van den Atlantischen Oceaan koers te zetten. Hoe zij, de middelen niet meer hebbende om hunne plannen ten uitvoer te brengen, besloten hadden in de richting naar het Oosten denzelfden tocht te doen, dien zij naar het Westen hadden willen volbrengen. Hoe zij den voorkant hunner rollende woning naar het Oosten gewend hadden en den Staat Californië, Oregon, het Washington-territorium en Britsch-Columbia doorgetrokken, maar op de grens van Alaska, tot staan gebracht waren. Hoe de russische grensbewakers hun onverbiddelijk den toegang geweigerd hadden, hetgeen echter door de uitkomst eene gelukkige omstandigheid gebleken was, dewijl zij tengevolge van dit oponthoud in de gelegenheid geweest waren mijnheer Sergius te hulp te komen. Hoe het dus kwam dat fransche kermisreizigers, en wel Normandiërs, indien men hen naar het hoofd van het gezin mocht noemen, zich nu te Sitka bevonden, waar alleen de inlijving van Alaska bij de Vereenigde Staten het hun mogelijk gemaakt had te komen.Mijnheer Sergius vernam met groote belangstelling alles wat hem verteld werd, maar hij kon zijne verwondering niet verbergen toen hij te weten kwam dat zij plan hadden met de Karavaan geheel Siberië door te trekken, teneinde langs dien weg in het Oosten van Europa aan te landen. De anderen begrepen echter niet waarom hij zich daarover verbaasde.—Alzoo, mijne vrienden, begon hij, toen Jan uitgesproken had, is het uwe bedoeling, als gij Sitka verlaat, uwen weg naar de Behringstraat te nemen?—Gewis mijnheer Sergius, antwoordde Jan, en zoodra die zeeëngte toegevroren zal zijn, trekken wij haar over.—Dat is een lange en bezwaarlijke tocht dien gij ondernemen gaat, mijnheer Cascabel.—Lang is hij zeker, mijnheer Sergius, en bezwaarlijk zal hijook wel wezen. Maar wat zullen wij doen? Wij hebben geen keus. Wij kunstenmakers geven voor het overige niet om wat moeite en zijn gewoon in de geheele wereld rond te zweven.—Ik vermoed, dat gij er niet op rekent om op die manier dit jaar nog in Rusland te komen?—Dat kan niet, antwoordde Jan, want de Behringstraat kunnen wij niet over vóór de eerste dagen van October.—In elk geval, hernam Sergius, is het een avontuurlijk en stoutmoedig plan.—Dat is mogelijk, zeide Cascabel, maar er was geen ander te bedenken. Gij moet weten, mijnheer Sergius, dat wij allen aan heimwee lijden. Wij willen en zullen naar Frankrijk terug! Onze weg voert langsNisjnien langs Perm, in den tijd dat daar kermis gehouden wordt, en wij zullen ons best doen om er geen kwaad figuur te maken.—Maar welke middelen hebt gij tot uwe beschikking?—Wij hebben op weg hierheen reeds iets verdiend en hier te Sitka, waar wij eenige voorstellingen hopen te geven, denken wij onze spaarpot weder te zien aangroeien. Er is juist feest ter eere van de inlijving bij Amerika en ik houd het er voor, dat het geëerde publiek over de familie Cascabel te vreden zal zijn.—Gaarne zoude ik mijne beurs met u deelen, antwoordde de rus, wanneer ik ook niet bestolen was...—Maar dat zijt ge niet, mijnheer Sergius, viel Cornelia hem in de rede.—Zij hebben u geen halven roebel afgenomen, voegde Cesar er bij.Hij verwijderde zich een oogenblik en kwam terug met den gordel, waarin al het geld was dat de gewonde bij zich had gehad.—Nu het zoo gelegen is, mijne vrienden, wilt gij toch wel eenig geld van mij wilt aannemen.....—In geenen deele, mijnheer Sergius, antwoordde Cascabel. Ik wil volstrekt niet, dat gij ons helpt ten koste misschien van u zelven.—Verkiest gij dus niet met mij te deelen?—Zoo stellig mogelijk: neen!—Gij zijt echte Franschen! zeide Sergius, terwijl hij hen hartelijk de hand drukte.—Leve Rusland! riep de kleine Sander.—En leve Frankrijk! antwoordde Sergius.Het was zeker voor het eerst, dat die dubbele uitroep in dit afgelegen gedeelte van Amerika vernomen werd.—Maar nu hebt gij genoeg gepraat, kwam Cornelia tusschen beide. Mijnheer Sergius, de dokter heeft u bevolen u kalm en rustig te houden en een zieke mag nooit verzuimen te doen wat zijn geneesheer zegt.Ik wil mij gaarne aan u onderwerpen; mevrouw Cascabel, antwoordde de rus. Maar ééne vraag, of liever één verzoek heb ik nog te doen.—Zeg ons wat gij verlangt, mijnheer Sergius.—Ik heb u zelfs eene gunst te vragen....—Welke gunst?—Gij begeeft u dus naar de Behringstraat. Wilt gij mij vergunnen u tot daar te vergezellen?—Verlangt gij met ons te reizen?—Ja, ik was immers voornemens geheel Alaska in oostelijke richting door te trekken.—Nu wij kunnen niet anders zeggen, dan dat het ons groot genoegen zal doen, mijnheer Sergius, antwoordde Cascabel.—Op ééne voorwaarde echter, zeide Cornelia.—Wat is dat?—Dat gij alles doen zult om heelemaal beter te worden, en zonder tegen te spartelen.—Ook ik heb nog eene voorwaarde, namelijk, dat als ik met u mede ga, ik ook mijn deel in de reiskosten zal betalen.—Daarmede kunt gij doen zooals gij verkiest, mijnheer Sergius,antwoorddeCascabel.Alles was nu tot wederzijdsch genoegen geschikt, maar het hoofd van den troep meende niet af te mogen zien van zijn voornemen om op de groote markt te Sitka eenige voorstellingen te geven. Hij hoopte daarmede eer en voordeel te behalen, want in de geheele provincie heerschte eene feestelijke stemming, tengevolge der inlijving en deSchoone Zwerfsterhad op geen gunstiger oogenblik in de hoofdstad kunnen komen.Zooals van zelf sprak, had Cascabel van den moord-aanslag op den rus en diens bediende aangifte bij de politie gedaan. Het gevolg hiervan was dat er terstond bevelen gegeven werden om de bende van Karnof op de grens vanBritsch-Columbianog ijveriger te vervolgen.Den zeventienden Juni mocht Sergius voor de eerste maal uit. Hij voelde zich veel beter en dank zij de zorgen van dokter Harry was zijne wond zoo goed als genezen.Den zeventienden Juni mocht Sergius voor het eerst uit. (Zie bladz. 126).Den zeventienden Juni mocht Sergius voor het eerst uit. (Zie bladz.126).Hij maakte nu ook kennis met de andere leden van het gezelschap, met de honden die vroolijk tegen hem opsprongen, metJako, wien Sander geleerd had: »Hoe vaart mijnheer Sergius?» te zeggen, en met John Bull, die zijn vriendelijksten grijns tegen hem trok. Ook de twee trouwe oude paarden, Vermout en Gladiator, hinnikten van pleizier toen hij ze op een stuk suiker trakteerde. Sergius was nu voorgoed in het gezin opgenomen even alsKayette. Hij had reeds het degelijke karakter, het goede verstand en het streven naar kundigheden boven zijnen stand opgemerkt, waar de oudste zoon zich door onderscheidde. Sander en Napoleona had hij lief om hunne vroolijkheid. Kruidnagel, goedhartig en dom als die was, mocht hij gaarne lijden. Voor mijnheer Cascabel en zijne vrouw koesterde hij eene oprechte hoogachting, want hij had hen als brave lieden leeren kennen.Intusschen hielden zij zich ijverig bezig met de toebereidselen voor hun aanstaand vertrek. Er mocht niets verzuimd worden om den goeden uitslag van hunne reis, over eene uitgestrektheid van vijfhonderd mijlen tot aan de Behringstraat, te verzekeren. Het land, ofschoon weinig bekend, was niet onveilig. Wilde beesten of kwaadwillige Indianen, hetzij zwervende of vast gevestigde, werden er niet gevonden. Zonder eenig bezwaar konden zij in de verschillende factorijen, waar de beambten der pelterij-compagnieën verblijf hielden, de noodige rust nemen. Het voornaamste was dat zij zich van alle noodzakelijke levensbehoeften voorzagen op eene reis door een land waar zoo goed als niets te krijgen was, behalve hetgeen de jacht hen opleverde.Over al deze punten werd dus op zekeren dag, in tegenwoordigheid van Sergius, beraadslaagd.—In de eerste plaats, begon Cascabel, hebben wij in aanmerking te nemen dat wij niet gedurende het ruwste gedeelte van het jaar onzen tocht ondernemen.—Dat is gelukkig ook, merkte Sergius op, want hier in Alaska, zoo dicht bij den poolcirkel, zijn de winters niet om mede te spotten.—Bovendien gaan wij niet blindelings op weg, zeide Jan, vooral niet nu wij zulk een bekwaam aardrijkskundige als mijnheer Sergius bij ons hebben.—Nu, wat dat betreft, antwoordde Sergius, een aardrijkskundige is niet slimmer dan een ander mensch, wanneer hij zijnen weg heeft te zoeken in een land waar hij niet bekend is. Met ons beiden echter, Jan, en met behulp van uwe kaarten, waar gij zoo goed thuis op zijt, zullen wij ons wel redden. Bovendien heb ik nog een plan waar ik u later wel eens over zal spreken....Als Sergius een plan had, kon het niet anders dan goed wezen.Daarvan hielden allen zich overtuigd en zij lieten hem dus met rust om er op zijn gemak over te kunnen denken.Zij hadden nu geld genoeg bijeen en Cascabel deed een goeden voorraad op van meel, reuzel, rijst, tabak en vooral thee, welke in Alaska in verbazende hoeveelheid gebruikt wordt. Ook kocht hij hammen, vleesch in blikken, beschuit en eenige potten ingelegd vleesch van eene russisch-amerikaansche maatschappij. Aan water behoefden zij geen gebrek te hebben als zij de Youkon-rivier en hare zijtakken volgden, maar om het smakelijker te maken voorzagen zij zich van suiker en cognac, of eigenlijkVodka, eene soort van brandewijn dien de russen drinken en die bij hen voor eene lekkernij doorgaat. In de bossen konden zij brandhout genoeg vinden, maar toch werd deSchoone Zwerfsterbeladen met eene ton beste Vancouver-kolen. Meer dan eene ton mocht niet, want het was zaak den wagen niet al te zwaar te belasten.Intusschen hadden zij in het tweede vertrek van het rijtuig eene tijdelijke slaapplaats ingericht, waar Sergius gebruik van zou maken, met goed beddegoed er in. Er werden ook de noodige dekens gekocht even als hazenvellen, die de Indianen des winters gebruiken om zich te verwarmen. Voor het geval dat zij onderweg nog in de noodzakelijkheid mochten komen om het een en ander aan te koopen, nam Sergius een kleinen voorraad glazen sieraden, katoenen stoffen en goedkoope messen en scharen meê, waar de ruilhandel met de inboorlingen mede gedreven wordt.Voor de jacht was het vooruitzicht gunstig, want er is in dit land overvloed van grof wild, zooals herten en rendieren, en van kleiner, zooals hazen, korhoenders, patrijzen en wilde ganzen. Kruit en lood werden dus naar behoefte ingeslagen en Sergius kocht bovendien nog twee geweren en eene karabijn, waarmede het arsenaal van deSchoone Zwerfsterverrijkt werd. Hij zelf was een ervaren schutter en stelde er zich veel van voor, gezamenlijk met zijnen vriend Jan op de jacht te kunnen gaan.Dit was te meer nuttig dewijl in den omtrek van Sitka het land misschien onveilig werd gemaakt door de bende van Karnof en het dus te pas kon komen dat zij in staat waren die roovers naar verdienste te onthalen.—Als die schavuiten, wier voornaamste eigenschap het niet is bescheiden te zijn, ons het een of ander komen vragen, merkte Cascabel op, weet ik geen beter antwoord dan een kogel in hun ribbenkast....—Of het moest zijn in hun hersenpan, voegde Kruidnagel er zeer bedachtzaam bij.Om kort te gaan, onze reizigers waren in de gelegenheid in de hoofdstad van Alaska, waar een drukke handel gedreven werd met verschillende steden in Columbia en met de zeehavens aan den Stillen Oceaan, zich van alles te voorzien wat zij voor eene langdurige reis in een schaars bewoond land noodig konden hebben, en dat wel zonder buitensporige prijzen te betalen.Eerst in de voorlaatste week van juni waren al deze toebereidselen afgeloopen. Het vertrek werd bepaald op den 26sten. Vóórdat de Behringstraat geheel toegevroren lag, kon er aan geen overtocht gedacht worden, zoodat zij al den tijd hadden om de reis te ondernemen. Maar er moest ook gerekend worden op onvoorziene hinderpalen en oorzaken van oponthoud, zoodat het beter was een weinig te vroeg op te breken dan te laat. Te Port-Clarence, gelegen aan het strand der zeeëngte, konden zij desnoods rust houden en het geschikte oogenblik afwachten om naar de Aziatische kust over te steken.Wat voerde intusschen het Indiaansche meisje uit? Dat is spoedig genoeg te vertellen: zij hielp met overleg moeder Cascabel bij alles wat zij voor den tocht in orde te brengen had. De brave vrouw had voor de vreemdelinge eene genegenheid opgevat alsof zij hare dochter was; zij hield bijna even veel van haar als van Napoleona en voelde iederen dag hare gehechtheid sterker worden. Zij hadden trouwens allen Kayette hartelijk lief en dit goede kind smaakte zonder twijfel een geluk dat zij nooit gekend had zoolang zij met haren stam rondzwierf. Het oogenblik dat zij van de familie Cascabel gescheiden zou worden, werd dus door ieder met leedwezen tegemoet gezien. Toch kon dat niet anders. Zij stond alleen op de wereld en was naar Sitka gekomen met het plan daar eene plaats als dienstbode te zoeken om, misschien onder treurige omstandigheden, haar brood te verdienen.—Daarom, zeide Cascabel nu en dan, heb ik mij wel eens afgevraagd of onze Kayette,—ik zou haar wel mijn vogeltje willen noemen—als zij lust en aanleg had om dansen te leeren, niet wat beters kon beginnen. Wat zou zij eene knappe balletdanseres kunnen worden! Of indien zij smaak had in paardrijden, wat zou zij een goed figuur maken in een paardenspel! Ik ben zeker dat zij te paard zou zitten als een Centaurus!Mijnheer Cascabel geloofde in allen ernst dat de centaurussen mannen te paard waren geweest en niemand had hem dat uit zijn hoofd kunnen praten.Maar Jan schudde het hoofd als hij zijnen vader zoo hoorde praten en Sergius begreep wel dat de bedachtzame en stille knaapheel anders dan zijn vader dacht over de genoegens en voordeelen van koorddansen, paardrijden en andere kermiskunsten.Er werd dus veel over Kayette gedacht en gesproken, over hare toekomst en over hetgeen haar te Sitka te wachten stond. Dit baarde hen allen veel zorg, maar den avond vóór hun vertrek kwam Sergius, met het Indiaansche meisje aan de hand, in den kring van het gezin.—Mijne vrienden, zeide hij, ik heb geene kinderen, maar nu bezit ik tenminste eene aangenomen dochter. Kayette heeft er niets tegen, mij als haar vader te beschouwen en ik kom voor haar een plaatsje vragen in deSchoone Zwerfster.Met vreugdekreten werd dit nieuws begroet en het »vogeltje” werd met liefkozingen overladen. Het meisje had met dankbaarheid het aanbod van Sergius aangenomen, en mijnheer Cascabel kon niet nalaten, terwijl zijne stem van ontroering trilde, te zeggen:—Mijnheer Sergius, dat is braaf van u!—Wat is er voor bijzonders aan? vroeg de rus. Gij hebt toch niet vergeten hoeveel verplichting ik aan Kayette heb? Zonder haar was ik niet meer in leven; wat is dus natuurlijker dan dat ik haar als kind aanneem?—Welnu, hernam Cascabel, laat ons dan samen deelen. Wees gij haar vader mijnheer Sergius; maar ik ben haar oom!
Sitka, of Nieuw-Archangel, ligt op het eiland Baranow op de westkust van Amerika. Het is niet alleen de hoofdplaats van dit eiland, maar de hoofdstad der geheele provincie welke nu aan de regeering der Vereenigde Staten afgestaan was. Het is tevens de eenige stad van eenigen omvang in dit gewest, waar voor het overige niets dan vlekken, of onbeduidende dorpen, op grooten afstand van elkander worden aangetroffen. Eigenlijk zouden deze nederzettingen beter factorijen of posten genoemd worden, want het zijn meerendeels kantoren van amerikaansche handelsvennootschappen of van de engelsche Hudsonsbaai-compagnie. Het is dus licht te begrijpen dat de middelen van gemeenschap tusschen deze posten veel te wenschen overlaten, vooral in den winter wanneer Alaska door hevige stormen geteisterd wordt.
Eenige jaren geleden was ook Sitka nog eene weinig bezochte handelsplaats, waar eene russisch-amerikaansche handelsvereeniging zich van bontwerk en pelterijen voorzag. Langzamerhand is echter de geheele provincie meer bekend geworden bij de reizigers, die hunne onderzoekingen uitstrekken tot in de poolstreek, waar het land aan grenst. Onder haar tegenwoordig bestuur zal de stad ongetwijfeld spoedig eene eervolle plaats gaan innemen onder de hoofdsteden van de Staten der amerikaansche Unie.
Toenmaals vond men te Sitka reeds eenige gebouwen, die eene plaatshet karakter van eene stad geven. Er was eene luthersche kerk, een eenvoudig gebouw, maar dat uitwendig toch eenige vertooning maakte; eene grieksche kerk met een koepeldak, dat eenigszins zonderling afstak tegen de grauwe wolken die gewoonlijk het zwerk bedekten, geheel andere dan in het Oosten waar deze gebouwen thuis behooren; verder eene club en eene openbare wandelplaats, waar inwoners en vreemdelingen tevens koffiehuis hielden, verschillende hotels en gaarkeukens, kegelbanen en andere plaatsen van bijeenkomst, nog eene club voor ongetrouwde heeren alleen, eene school en een hospitaal, benevens verscheidene aanzienlijke huizen en buitenplaatsen die op en tusschen de heuvels in den omtrek verstrooid lagen. De stad wordt omsloten door een woud van denneboomen, waarin zij als tusschen een kleed van altijd durend groen verscholen ligt. In de verte steken de spitsen van hooge bergen daarboven uit. De meest bekende is de berg Edgecumbe op het eiland Crouze, noordelijk van Baranow, waarvan de kruin zich ongeveer achtduizend voeten boven het vlak der zee verheft.
De weersgesteldheid is te Sitka niet bijzonder ruw. De thermometer daalt er zelden beneden de zeven of acht graden Celsius, hetgeen zeker niet koud is als men in aanmerking neemt dat de stad op 56 graden noorderbreedte ligt. Daarentegen zou zij gevoegelijk eene »waterstad” genoemd kunnen worden, want het regent er bijna altijd, alleen afgewisseld door sneeuw. Het was dus niets bijzonders dat onze karavaan, na met paarden en al in de veerpont te zijn overgezet, onder eene slagregen haren intocht te Sitka hield. Daarover klaagde Cascabel echter niet. Hij was veel te blijde dat hij, na zoo lang in de nabijheid van het beloofde land te zijn opgehouden, er nu zonder paspoort of formaliteit in mocht.
—Ik heb al meer dan eens in mijn leven een buitenkansje gehad, zeide hij; maar zoo iets buitengewoons is mij nog nooit overkomen. Daar stonden wij voor eene deur die wij niet open konden krijgen, en zie, op eens heeft zij zich van zelve voor ons geopend!
Het was zeker wel toevallig dat het tractaat, waarbij Alaska in andere handen was overgegaan, juist op het geschikte oogenblik geteekend was om deSchoone Zwerfstertoe te laten, ongehinderd over de grens te komen. Aan deze zijde daarvan vond zij nu niet meer van die onhandelbare ambtenaren of zulk eenen overvloed van formaliteiten, door welke de russische overheid berucht is.
Het zou nu het eenvoudigste zijn den gewonden rus naar het hospitaal ter verdere verpleging te vervoeren of naar een logement,waar hij geneeskundige hulp had kunnen krijgen. Maar toen Cascabel hem dit voorstelde, had hij er geen zin in.
—Ik voel mij volmaakt wel, mijn vriend, zeide hij. Als ik u dus geen overlast aandoe.....
—Overlast? vroeg Cornelia, wat bedoelt gij daarmede, mijnheer?
—Gij zijt bij ons zoo goed als of gij thuis waart, voegde haar man er bij, en als gij meent.....
—Wel, ik ben van meening dat het voor mij het beste is te blijven bij de lieden aan wier zorgen ik mijn leven te danken heb.....
—Spreek daar niet van, mijnheer, hernam Cascabel. Maar het zou toch wenschelijk zijn dat er spoedig een dokter naar u kwam kijken.....
—Zou die niet hier kunnen komen?
—Wel zeker. Ik zal er terstond op uitgaan om te vernemen, wie de knapste dokter in de stad is.
DeSchoone Zwerfsterhad dicht bij de eerste huizen van Sitka, aan het einde eener met boomen beplante wandelplaats die uitloopt op een uitgestrekt woud, halt gehouden. Daar kwam dokter Harry, dien Cesar als de voornaamste in de stad had hooren noemen, den rus bezoeken.
Na de wond nauwkeurig onderzocht te hebben, zeide de arts dat zij niet bijzonder gevaarlijk was geweest, daar het dolkmes op eene ribbe was afgestuit zoodat er geen van de voornaamste levensorganen getroffen was. Dank zij de compressen met koud water en de kruiden die het Indiaansche meisje had doen trekken, had het litteeken zich goed gevormd en zou de genezing spoedig zoo ver gevorderd wezen dat de lijder na eenige dagen weder zou mogen opstaan. Zijn toestand was dus zoo gunstig mogelijk. Reeds nu begonnen zijne krachten, door het versterkende voedsel dat hij gebruikte, weder aan te komen. Maar dit nam niet weg dat als Kayette hem niet had vinden liggen en moeder Cascabel door hare goede zorgen het verdere bloedverlies niet voorkomen had, hij binnen weinige uren nadat de aanslag op hem gepleegd was, den geest gegeven zou hebben.
Dokter Harry hield het er voor dat deze moord het werk moest wezen van booswichten, behoorende tot de rooverbende van Karnof of van Karnof zelven, die in het oostelijke gedeelte der provincie rondzwierf. Dit was een boosdoener uit Rusland, of juister uit Siberië afkomstig, die over eenen troep deserteurs het bevel voerde, zooals er overal in de russische bezittingen in Azië en Amerika worden aangetroffen. De politie had te vergeefs hare beste speurhonden op hen afgestuurd en groote belooningen uitgeloofd voorieder die de benden wist te vatten. De vermetele schurken waren het nog altijd ontkomen en verspreidden door de diefstallen en moorden die zij pleegden, schrik in het geheele land, voornamelijk op de zuidelijke grens der provincie. De veiligheid van het verkeer, de ruilhandel in pelterijen, alles werd door deze roovers gestoord enaan hen moest zonder twijfel ook de aanslag op de beide reizigers worden toegeschreven.
Het bezoek van den arts gaf dus aan de familie Cascabel alle reden tot tevredenheid over den toestand van haar zieken gast.
Cascabel was altijd van plan geweest te Sitka eenige dagen rust te nemen, want de karavaan had daar, na eenen tocht van bijna zevenhonderd mijlen van de Sierra Nevada af, groote behoefte aan. Bovendien hoopte hij in deze stad een twee- of drietal vertooningen te geven, waarvan de opbrengst hem weder goed te stade zou komen.
—Wij zijn nu niet meer in Engeland, zeide hij, maar in Amerika. Voor Amerikanen, kinderen, mogen wij weer toonen wat wij kunnen.
Mijnheer Cascabel twijfelde geen oogenblik of de roem van zijnen naam moest tot de bevolking van Alaska doorgedrongen zijn. Ieder te Sitka had zeker reeds tot zijnen buurman gezegd:
—De familie Cascabel bevindt zich in ons midden!
In deze plannen werd echter eenige verandering gebracht tengevolge van een gesprek dat Cascabel twee dagen later met den vreemdeling voerde. Eenige dagen rust bleven, na de vermoeiende reis die zij achter den rug hadden, onontbeerlijk. De russische heer, die in de oogen van Cornelia voor niets minder dan een prins doorging, had nu vernomen dat de brave lieden, wien hij het behoud van zijn leven verschuldigd was, slechts arme kermisreizigers waren. Alle leden van het gezin waren aan hem voorgesteld, evenals Kayette, de Indiaansche, zijne redster.
Op eenen avond toen de geheele familie bijeen was, vertelde hij hun van zijne levensgeschiedenis zooveel als voor het oogenblik noodig was dat zij wisten. Hij drukte zich met veel gemak in het fransch uit, bijna alsof het zijne moedertaal was, alleen liet hij zijne r’s een weinig vallen, hetgeen aan het fransch, zooals het door russen gesproken wordt, iets krachtigs en nadrukkelijks geeft waardoor het oor niet onaangenaam wordt aangedaan.
Wat hij te verhalen had, was zeer eenvoudig en er liep weinig avontuurlijks of van romanesken aard onder.
De naam van den rus was Sergius Wassiolowitch, en voortaan noemden allen hem, met zijne toestemming, Mijnheer Sergius. Hij had geen andere bloedverwanten dan zijn vader, die in het gouvernementPerm, niet ver van de stad van dien naam, woonachtig was. Gedreven door reislust en door liefhebberij voor aardrijkskundige ontdekkingen en onderzoekingen, had mijnheer Sergius drie jaar geleden zijn vaderland verlaten. Hij had de landen in den omtrek der Hudsonsbaai doorreisd en was thans voornemens eenen tocht door Alaska te doen, langs de Youkon-rivier tot aan de Poolzee. De omstandigheden onder welke hij door roovers overvallen werd, waren de volgende.
Hij en zijn knecht Iwan hadden des avonds van den 4denJuni een nachtkwartier bij de grens gezocht, toen zij in hun eersten slaap door moordenaars overvallen werden. Twee mannen wierpen zich op hen; zij ontwaakten, sprongen overeind en poogden zich te verdedigen, maar de ongelukkige Iwan stortte bijna terstond ter aarde, door eenen kogel in het hoofd getroffen.
—Het was een trouwe en eerlijke bediende, voegde mijnheer Sergius er bij. Sedert tien jaren leefden wij te samen, hij hield veel van mij en ik betreur in hem een oprechten vriend.
Mijnheer Sergius deed geene moeite om zijne aandoening te verbergen en zoo dikwijls hij over Iwan sprak, kon men aan zijne vochtige oogen zien dat zijne smart niet voorbijgaand van aard was.
Hij verhaalde verder dat hij zelf in de borst verwond geworden en zijn bewustzijn kwijt geraakt was. Van hetgeen er verder gebeurd was, wist hij niets tot op het oogenblik toen hij, weder bij kennis komende, niet had kunnen begrijpen waar hij zich bevond, maar alleen dat hij met vriendelijke en medelijdende menschen te doen had.
Cascabel verhaalde hem dat de aanslag voor het werk gehouden werd van Karnof of van een paar kerels zijner bende. Dit achtte mijnheer Sergius ook waarschijnlijk, want hij had reeds vroeger hooren zeggen dat die roovers de grensstreek onveilig maakten.
—Zooals gij ziet, dus eindigde hij, is er niet veel bijzonders aan mijne lotgevallen en zeker minder dan aan de uwe.Namijne onderzoekingsreis door Alaska volbracht te hebben, was ik voornemens naar Rusland en mijnen vader terug te keeren en het ouderlijke huis nooit meer te verlaten. Maar vertel mij nu ook eens iets van uwe geschiedenis, en in de eerste plaats hoe het komt dat een gezelschap fransche reizigers hier in dit afgelegen gedeelte van Amerika komt te zwerven?
—Kermiskunstenaars, mijnheer Sergius, trekken immers overal heen, antwoordde Cascabel.
—Ja, dit weet ik wel, maar ik ben er toch over verbaasd dat ik u hier aan het andere einde der wereld aantref!
—Jan, hervatte Cascabel, vertel gij maar eens aan mijnheer Sergius hoe het komt dat wij hier zijn en hoe wij ons reisplan naar Europa gemaakt hebben.
Jan verhaalde nu alles wat aan de bewoners derSchoone Zwerfsteroverkomen was sedert hun vertrek uit Sacramento. Teneinde ook door Kayette verstaan te worden, sprak hij Engelsch, dat mijnheer Sergius zooveel noodig aanvulde met eenige woorden in de Chinouksche taal. Het indiaansche meisje luisterde met de meeste aandacht. Zij kwam nu te weten wie de familie Cascabel was, aan welke zij zich reeds zeer gehecht voelde. Jan verhaalde hoe de reizigers van al hun geld bestolen waren in een der bergpassen van de Sierra Nevada, dien zij doortrokken om naar de kuststreek van den Atlantischen Oceaan koers te zetten. Hoe zij, de middelen niet meer hebbende om hunne plannen ten uitvoer te brengen, besloten hadden in de richting naar het Oosten denzelfden tocht te doen, dien zij naar het Westen hadden willen volbrengen. Hoe zij den voorkant hunner rollende woning naar het Oosten gewend hadden en den Staat Californië, Oregon, het Washington-territorium en Britsch-Columbia doorgetrokken, maar op de grens van Alaska, tot staan gebracht waren. Hoe de russische grensbewakers hun onverbiddelijk den toegang geweigerd hadden, hetgeen echter door de uitkomst eene gelukkige omstandigheid gebleken was, dewijl zij tengevolge van dit oponthoud in de gelegenheid geweest waren mijnheer Sergius te hulp te komen. Hoe het dus kwam dat fransche kermisreizigers, en wel Normandiërs, indien men hen naar het hoofd van het gezin mocht noemen, zich nu te Sitka bevonden, waar alleen de inlijving van Alaska bij de Vereenigde Staten het hun mogelijk gemaakt had te komen.
Mijnheer Sergius vernam met groote belangstelling alles wat hem verteld werd, maar hij kon zijne verwondering niet verbergen toen hij te weten kwam dat zij plan hadden met de Karavaan geheel Siberië door te trekken, teneinde langs dien weg in het Oosten van Europa aan te landen. De anderen begrepen echter niet waarom hij zich daarover verbaasde.
—Alzoo, mijne vrienden, begon hij, toen Jan uitgesproken had, is het uwe bedoeling, als gij Sitka verlaat, uwen weg naar de Behringstraat te nemen?
—Gewis mijnheer Sergius, antwoordde Jan, en zoodra die zeeëngte toegevroren zal zijn, trekken wij haar over.
—Dat is een lange en bezwaarlijke tocht dien gij ondernemen gaat, mijnheer Cascabel.
—Lang is hij zeker, mijnheer Sergius, en bezwaarlijk zal hijook wel wezen. Maar wat zullen wij doen? Wij hebben geen keus. Wij kunstenmakers geven voor het overige niet om wat moeite en zijn gewoon in de geheele wereld rond te zweven.
—Ik vermoed, dat gij er niet op rekent om op die manier dit jaar nog in Rusland te komen?
—Dat kan niet, antwoordde Jan, want de Behringstraat kunnen wij niet over vóór de eerste dagen van October.
—In elk geval, hernam Sergius, is het een avontuurlijk en stoutmoedig plan.
—Dat is mogelijk, zeide Cascabel, maar er was geen ander te bedenken. Gij moet weten, mijnheer Sergius, dat wij allen aan heimwee lijden. Wij willen en zullen naar Frankrijk terug! Onze weg voert langsNisjnien langs Perm, in den tijd dat daar kermis gehouden wordt, en wij zullen ons best doen om er geen kwaad figuur te maken.
—Maar welke middelen hebt gij tot uwe beschikking?
—Wij hebben op weg hierheen reeds iets verdiend en hier te Sitka, waar wij eenige voorstellingen hopen te geven, denken wij onze spaarpot weder te zien aangroeien. Er is juist feest ter eere van de inlijving bij Amerika en ik houd het er voor, dat het geëerde publiek over de familie Cascabel te vreden zal zijn.
—Gaarne zoude ik mijne beurs met u deelen, antwoordde de rus, wanneer ik ook niet bestolen was...
—Maar dat zijt ge niet, mijnheer Sergius, viel Cornelia hem in de rede.
—Zij hebben u geen halven roebel afgenomen, voegde Cesar er bij.
Hij verwijderde zich een oogenblik en kwam terug met den gordel, waarin al het geld was dat de gewonde bij zich had gehad.
—Nu het zoo gelegen is, mijne vrienden, wilt gij toch wel eenig geld van mij wilt aannemen.....
—In geenen deele, mijnheer Sergius, antwoordde Cascabel. Ik wil volstrekt niet, dat gij ons helpt ten koste misschien van u zelven.
—Verkiest gij dus niet met mij te deelen?
—Zoo stellig mogelijk: neen!
—Gij zijt echte Franschen! zeide Sergius, terwijl hij hen hartelijk de hand drukte.
—Leve Rusland! riep de kleine Sander.
—En leve Frankrijk! antwoordde Sergius.
Het was zeker voor het eerst, dat die dubbele uitroep in dit afgelegen gedeelte van Amerika vernomen werd.
—Maar nu hebt gij genoeg gepraat, kwam Cornelia tusschen beide. Mijnheer Sergius, de dokter heeft u bevolen u kalm en rustig te houden en een zieke mag nooit verzuimen te doen wat zijn geneesheer zegt.
Ik wil mij gaarne aan u onderwerpen; mevrouw Cascabel, antwoordde de rus. Maar ééne vraag, of liever één verzoek heb ik nog te doen.
—Zeg ons wat gij verlangt, mijnheer Sergius.
—Ik heb u zelfs eene gunst te vragen....
—Welke gunst?
—Gij begeeft u dus naar de Behringstraat. Wilt gij mij vergunnen u tot daar te vergezellen?
—Verlangt gij met ons te reizen?
—Ja, ik was immers voornemens geheel Alaska in oostelijke richting door te trekken.
—Nu wij kunnen niet anders zeggen, dan dat het ons groot genoegen zal doen, mijnheer Sergius, antwoordde Cascabel.
—Op ééne voorwaarde echter, zeide Cornelia.
—Wat is dat?
—Dat gij alles doen zult om heelemaal beter te worden, en zonder tegen te spartelen.
—Ook ik heb nog eene voorwaarde, namelijk, dat als ik met u mede ga, ik ook mijn deel in de reiskosten zal betalen.
—Daarmede kunt gij doen zooals gij verkiest, mijnheer Sergius,antwoorddeCascabel.
Alles was nu tot wederzijdsch genoegen geschikt, maar het hoofd van den troep meende niet af te mogen zien van zijn voornemen om op de groote markt te Sitka eenige voorstellingen te geven. Hij hoopte daarmede eer en voordeel te behalen, want in de geheele provincie heerschte eene feestelijke stemming, tengevolge der inlijving en deSchoone Zwerfsterhad op geen gunstiger oogenblik in de hoofdstad kunnen komen.
Zooals van zelf sprak, had Cascabel van den moord-aanslag op den rus en diens bediende aangifte bij de politie gedaan. Het gevolg hiervan was dat er terstond bevelen gegeven werden om de bende van Karnof op de grens vanBritsch-Columbianog ijveriger te vervolgen.
Den zeventienden Juni mocht Sergius voor de eerste maal uit. Hij voelde zich veel beter en dank zij de zorgen van dokter Harry was zijne wond zoo goed als genezen.
Den zeventienden Juni mocht Sergius voor het eerst uit. (Zie bladz. 126).Den zeventienden Juni mocht Sergius voor het eerst uit. (Zie bladz.126).
Den zeventienden Juni mocht Sergius voor het eerst uit. (Zie bladz.126).
Hij maakte nu ook kennis met de andere leden van het gezelschap, met de honden die vroolijk tegen hem opsprongen, metJako, wien Sander geleerd had: »Hoe vaart mijnheer Sergius?» te zeggen, en met John Bull, die zijn vriendelijksten grijns tegen hem trok. Ook de twee trouwe oude paarden, Vermout en Gladiator, hinnikten van pleizier toen hij ze op een stuk suiker trakteerde. Sergius was nu voorgoed in het gezin opgenomen even alsKayette. Hij had reeds het degelijke karakter, het goede verstand en het streven naar kundigheden boven zijnen stand opgemerkt, waar de oudste zoon zich door onderscheidde. Sander en Napoleona had hij lief om hunne vroolijkheid. Kruidnagel, goedhartig en dom als die was, mocht hij gaarne lijden. Voor mijnheer Cascabel en zijne vrouw koesterde hij eene oprechte hoogachting, want hij had hen als brave lieden leeren kennen.
Intusschen hielden zij zich ijverig bezig met de toebereidselen voor hun aanstaand vertrek. Er mocht niets verzuimd worden om den goeden uitslag van hunne reis, over eene uitgestrektheid van vijfhonderd mijlen tot aan de Behringstraat, te verzekeren. Het land, ofschoon weinig bekend, was niet onveilig. Wilde beesten of kwaadwillige Indianen, hetzij zwervende of vast gevestigde, werden er niet gevonden. Zonder eenig bezwaar konden zij in de verschillende factorijen, waar de beambten der pelterij-compagnieën verblijf hielden, de noodige rust nemen. Het voornaamste was dat zij zich van alle noodzakelijke levensbehoeften voorzagen op eene reis door een land waar zoo goed als niets te krijgen was, behalve hetgeen de jacht hen opleverde.
Over al deze punten werd dus op zekeren dag, in tegenwoordigheid van Sergius, beraadslaagd.
—In de eerste plaats, begon Cascabel, hebben wij in aanmerking te nemen dat wij niet gedurende het ruwste gedeelte van het jaar onzen tocht ondernemen.
—Dat is gelukkig ook, merkte Sergius op, want hier in Alaska, zoo dicht bij den poolcirkel, zijn de winters niet om mede te spotten.
—Bovendien gaan wij niet blindelings op weg, zeide Jan, vooral niet nu wij zulk een bekwaam aardrijkskundige als mijnheer Sergius bij ons hebben.
—Nu, wat dat betreft, antwoordde Sergius, een aardrijkskundige is niet slimmer dan een ander mensch, wanneer hij zijnen weg heeft te zoeken in een land waar hij niet bekend is. Met ons beiden echter, Jan, en met behulp van uwe kaarten, waar gij zoo goed thuis op zijt, zullen wij ons wel redden. Bovendien heb ik nog een plan waar ik u later wel eens over zal spreken....
Als Sergius een plan had, kon het niet anders dan goed wezen.Daarvan hielden allen zich overtuigd en zij lieten hem dus met rust om er op zijn gemak over te kunnen denken.
Zij hadden nu geld genoeg bijeen en Cascabel deed een goeden voorraad op van meel, reuzel, rijst, tabak en vooral thee, welke in Alaska in verbazende hoeveelheid gebruikt wordt. Ook kocht hij hammen, vleesch in blikken, beschuit en eenige potten ingelegd vleesch van eene russisch-amerikaansche maatschappij. Aan water behoefden zij geen gebrek te hebben als zij de Youkon-rivier en hare zijtakken volgden, maar om het smakelijker te maken voorzagen zij zich van suiker en cognac, of eigenlijkVodka, eene soort van brandewijn dien de russen drinken en die bij hen voor eene lekkernij doorgaat. In de bossen konden zij brandhout genoeg vinden, maar toch werd deSchoone Zwerfsterbeladen met eene ton beste Vancouver-kolen. Meer dan eene ton mocht niet, want het was zaak den wagen niet al te zwaar te belasten.
Intusschen hadden zij in het tweede vertrek van het rijtuig eene tijdelijke slaapplaats ingericht, waar Sergius gebruik van zou maken, met goed beddegoed er in. Er werden ook de noodige dekens gekocht even als hazenvellen, die de Indianen des winters gebruiken om zich te verwarmen. Voor het geval dat zij onderweg nog in de noodzakelijkheid mochten komen om het een en ander aan te koopen, nam Sergius een kleinen voorraad glazen sieraden, katoenen stoffen en goedkoope messen en scharen meê, waar de ruilhandel met de inboorlingen mede gedreven wordt.
Voor de jacht was het vooruitzicht gunstig, want er is in dit land overvloed van grof wild, zooals herten en rendieren, en van kleiner, zooals hazen, korhoenders, patrijzen en wilde ganzen. Kruit en lood werden dus naar behoefte ingeslagen en Sergius kocht bovendien nog twee geweren en eene karabijn, waarmede het arsenaal van deSchoone Zwerfsterverrijkt werd. Hij zelf was een ervaren schutter en stelde er zich veel van voor, gezamenlijk met zijnen vriend Jan op de jacht te kunnen gaan.
Dit was te meer nuttig dewijl in den omtrek van Sitka het land misschien onveilig werd gemaakt door de bende van Karnof en het dus te pas kon komen dat zij in staat waren die roovers naar verdienste te onthalen.
—Als die schavuiten, wier voornaamste eigenschap het niet is bescheiden te zijn, ons het een of ander komen vragen, merkte Cascabel op, weet ik geen beter antwoord dan een kogel in hun ribbenkast....
—Of het moest zijn in hun hersenpan, voegde Kruidnagel er zeer bedachtzaam bij.
Om kort te gaan, onze reizigers waren in de gelegenheid in de hoofdstad van Alaska, waar een drukke handel gedreven werd met verschillende steden in Columbia en met de zeehavens aan den Stillen Oceaan, zich van alles te voorzien wat zij voor eene langdurige reis in een schaars bewoond land noodig konden hebben, en dat wel zonder buitensporige prijzen te betalen.
Eerst in de voorlaatste week van juni waren al deze toebereidselen afgeloopen. Het vertrek werd bepaald op den 26sten. Vóórdat de Behringstraat geheel toegevroren lag, kon er aan geen overtocht gedacht worden, zoodat zij al den tijd hadden om de reis te ondernemen. Maar er moest ook gerekend worden op onvoorziene hinderpalen en oorzaken van oponthoud, zoodat het beter was een weinig te vroeg op te breken dan te laat. Te Port-Clarence, gelegen aan het strand der zeeëngte, konden zij desnoods rust houden en het geschikte oogenblik afwachten om naar de Aziatische kust over te steken.
Wat voerde intusschen het Indiaansche meisje uit? Dat is spoedig genoeg te vertellen: zij hielp met overleg moeder Cascabel bij alles wat zij voor den tocht in orde te brengen had. De brave vrouw had voor de vreemdelinge eene genegenheid opgevat alsof zij hare dochter was; zij hield bijna even veel van haar als van Napoleona en voelde iederen dag hare gehechtheid sterker worden. Zij hadden trouwens allen Kayette hartelijk lief en dit goede kind smaakte zonder twijfel een geluk dat zij nooit gekend had zoolang zij met haren stam rondzwierf. Het oogenblik dat zij van de familie Cascabel gescheiden zou worden, werd dus door ieder met leedwezen tegemoet gezien. Toch kon dat niet anders. Zij stond alleen op de wereld en was naar Sitka gekomen met het plan daar eene plaats als dienstbode te zoeken om, misschien onder treurige omstandigheden, haar brood te verdienen.
—Daarom, zeide Cascabel nu en dan, heb ik mij wel eens afgevraagd of onze Kayette,—ik zou haar wel mijn vogeltje willen noemen—als zij lust en aanleg had om dansen te leeren, niet wat beters kon beginnen. Wat zou zij eene knappe balletdanseres kunnen worden! Of indien zij smaak had in paardrijden, wat zou zij een goed figuur maken in een paardenspel! Ik ben zeker dat zij te paard zou zitten als een Centaurus!
Mijnheer Cascabel geloofde in allen ernst dat de centaurussen mannen te paard waren geweest en niemand had hem dat uit zijn hoofd kunnen praten.
Maar Jan schudde het hoofd als hij zijnen vader zoo hoorde praten en Sergius begreep wel dat de bedachtzame en stille knaapheel anders dan zijn vader dacht over de genoegens en voordeelen van koorddansen, paardrijden en andere kermiskunsten.
Er werd dus veel over Kayette gedacht en gesproken, over hare toekomst en over hetgeen haar te Sitka te wachten stond. Dit baarde hen allen veel zorg, maar den avond vóór hun vertrek kwam Sergius, met het Indiaansche meisje aan de hand, in den kring van het gezin.
—Mijne vrienden, zeide hij, ik heb geene kinderen, maar nu bezit ik tenminste eene aangenomen dochter. Kayette heeft er niets tegen, mij als haar vader te beschouwen en ik kom voor haar een plaatsje vragen in deSchoone Zwerfster.
Met vreugdekreten werd dit nieuws begroet en het »vogeltje” werd met liefkozingen overladen. Het meisje had met dankbaarheid het aanbod van Sergius aangenomen, en mijnheer Cascabel kon niet nalaten, terwijl zijne stem van ontroering trilde, te zeggen:
—Mijnheer Sergius, dat is braaf van u!
—Wat is er voor bijzonders aan? vroeg de rus. Gij hebt toch niet vergeten hoeveel verplichting ik aan Kayette heb? Zonder haar was ik niet meer in leven; wat is dus natuurlijker dan dat ik haar als kind aanneem?
—Welnu, hernam Cascabel, laat ons dan samen deelen. Wees gij haar vader mijnheer Sergius; maar ik ben haar oom!
XII.Van Sitka tot het Fort Youkon.Den 26stenJuni met het aanbreken van den dag »lichtte de zegekar der Cascabels haar anker.” Dit was eene soort van valsche beeldspraak waar haar aanvoerder zich niet zelden aan te buiten ging. In denzelfden trant had hij er nog bij kunnen voegen dat de wagen nu misschien »ging varen op eenen vulkaan.” En dit zou niet eens heelemaal onjuist geweest zijn, want niet alleen beloofde de weg moeilijk te zullen worden, maar ook zijn uitgedoofde of nog in werking zijnde vuurspuwende bergen aan de zuidkust van de Behringzee niet zeldzaam.DeSchoone Zwerfsterliet de hoofdstad van Alaska achter zich, vergezeld van talrijke wenschen voor hare behouden reis en aankomst. Want zij had zich vele vrienden verworven, die niet karig waren geweest met hunne roebels en hunne toejuichingen zoolang de troep voor de poorten van Sitka verblijf had gehouden.Dit woord »poorten” is juister dan men oppervlakkig denken zou. De geheele stad is omringd door een stevig rasterwerk van palen, waarbinnen slechts enkele openingen toegang geven, die iemand niet gemakkelijk zou doorkomen als het hem belet werd.De russen hebben zich door deze voorzorgen moeten beveiligen tegen den aanhoudenden toevloed van Kaluche-Indianen, die gewoonlijk in de nabijheid van Nieuw-Archangel, tusschen de rivieren Stekine en Tchilcot, hunne legerplaats opslaan. Daar bouwen zijhunne hutten, die zoo eenvoudig mogelijk zijn ingericht. Eene lage deur geeft toegang tot een cirkelvormig vertrek, dat somtijds in twee afdeelingen gescheiden is, en alleen licht ontvangt door eene opening in het dak, welke tevens de rook uit de stookplaats gelegenheid geeft te ontsnappen. Deze buurt van Indiaansche hutten vormt eene soort van voorstad van Sitka, binnen welke stad geen enkele inboorling na zonsondergang verblijf mag houden. Dit verbod vindt zijnen grond in de somtijds alles behalve vriendschappelijke verhouding tusschen de Roodhuiden en de Bleekgezichten.Buiten Sitka moest deSchoone Zwerfsterbeginnen met eenige nauwe zeearmen in daartoe ingerichte ponten overtesteken alvorens zij eene uitstekende punt aan een bochtigen zeeboezem, Lyan-baai genaamd, bereikten.Hier bevonden zij zich weder op het vasteland.Het reisplan en de te volgen weg waren met zorg door Sergius en Jan vastgesteld op de uitvoerige kaarten welke zij zich zonder veel moeite in de club te Sitka hadden aangeschaft. Kayette, die met het land goed bekend was, vroegen zij bij deze gelegenheid om raad. Vlug van begrip als zij was, had zij spoedig genoeg wijs leeren worden uit de kaarten die zij haar te zien hadden gegeven. Zij sprak de inlandsche taal met Russisch vermengd, en veel van hetgeen zij wist te vertellen kwam bij het maken van de plannen goed te pas. Het was zaak niet uitsluitend den kortsten, maar ook den gemakkelijksten weg te zoeken om naar Port Clarence, dat op de oostkust van de Straat gelegen is, te komen. Zij kwamen daarom overeen dat deSchoone Zwerfsterdadelijk op de groote Youkon-rivier aan zou houden, ter plaatse waar het fort gelegen is dat naar dien breeden stroom genoemd wordt. Dit was ongeveer halfweg, met andere woorden nagenoeg tweehonderdvijftig mijlen van Sitka af. Op deze manier ontweken zij de moeilijkheden welke zij ontmoet zouden hebben indien zij de kust dichter gevolgd hadden, dewijl deze voor een gedeelte met bergen bedekt is. Daarentegen loopt de Youkon-vallei in eene breede vlakte, tusschen eene verwarde reeks van bergketenen in het Westen en het Rotsachtige gebergte door, welk laatste de scheiding vormttusschenAlaska en de Mackenzie-vallei eener- en Nieuw-Brittannië anderzijds.Eenige dagen na hun vertrek verloren de reizigers in het zuidwesten de puntige bergspitsen aan de kust uit het oog. Het langst bleven de hooge bergen Fairweather en Elias in het zicht.Buiten Sitka moest de Schoone Zwerfster eenige malen in ponten worden overgezet. (bladz. 133)Buiten Sitka moest deSchoone Zwerfstereenige malen in ponten worden overgezet. (bladz.133)De eenmaal zorgvuldig vastgestelde indeeling der uren waarin gereden en die waarop gerust moest worden, werd streng in acht genomen. Er was niet ééne reden om haast te maken ten eindespoedig aan de Behringstraat te komen, en langzaam maar zeker mocht dus hunne leuze zijn. Vóór alles kwam het er op aan hunne paarden te ontzien, want kwamen die te bezwijken dan konden ze niet dan gebrekkig misschien vervangen worden door een span rendieren. Dat moest dus tot elken prijs voorkomen worden. Daarom werd er iederen middag, nadat zij te zes uur ’s morgens op weg gegaan waren, twee uren halt gehouden; vervolgens reden zij weder zes uren en daarna werd er den geheelen nacht gerust. Op die manier legden zij iederen dag gemiddeld vijf of zes mijlen af.Hadden zij in den nacht willen doorreizen, dan ware hun dit gemakkelijk gevallen, want, zeide Cascabel, in Alaska bleef de zon niet langer dan noodig was in haar bed.—Nauwelijks is zij ondergegaan of zij komt weer op, vervolgde hij. Drie en twintig uren in een etmaal is het hier licht en dat kost u niemendal!Op deze hooge breedte namelijk en gedurende het tijdvak van den zonnestilstand of daaromtrent verdwijnt de zon des avonds te elf uur zeventien minuten en komt ze te elf uur negen en veertig minuten weder voor den dag, zoodat zij slechts gedurende twee en dertig minuten onzichtbaar blijft. De schemering na den zonsondergang vermengt zich dan ook zonder dat het duister wordt met die welke den zonsopgang voorafgaat.De temperatuur was daarbij warm, dikwijls zelfs broeiig en in deze omstandigheden zou het erger dan onvoorzichtig geweest zijn indien zij gedurende de uren der grootste middaghitte niet halt gehouden hadden. Menschen en dieren hadden veel van deze geduchte warmte te lijden. Het is bijna niet te gelooven dat zoo dicht bij den poolcirkel, de thermometer somtijds tot dertig graden boven nul van de honderddeelige schaal rijst. Toch is dat het geval.De reis vorderde dus geregeld en zonder bezwaren, maar Cornelia, die veel hinder van de brandende hitte had, klaagde daarover niet weinig.—Geduld, vermaande haar Sergius. Er zal spoedig een tijd komen dat gij terugverlangt naar hetgeen u nu zoo hindert.—Naar zulk eene warmte? vroeg zij. Dat nooit!—Gij zult toch nog meer te lijden hebben van de koude, moeder, zeide Jan, als wij de Behringstraat over zijn en door de uitgestrekte vlakten van Siberië trekken.—Ik twijfel niet aan hetgeen mijnheer Sergius zegt, hernam Cascabel, maar tegen de warmte valt hoegenaamd niets aan te vangen en tegen de koude kan men zich ten minste met vuur en warme kleederen wapenen.—Dit is zoo mijn vriend, was het antwoord, en dat is gelukkig ook, want over weinige maanden zult gij het ondervinden hoe bitter koud het daar ginds is. Reken daar maar op!Na een tijdlang haren weg vervolgd te hebben in deCanons, dat zijn passen welke met grillige bochten tusschen de heuvels van middelmatige hoogte, die het land bedekken, doorloopen, kreeg deSchoone Zwerfstereene onafzienbare vlakte tegenover zich, hier en daar alleen afgewisseld door bosschen van matigen omvang.Dit was de 3deJuli. Dien dag trokken zij langs het kleine Dease-meer, waar de Lewis, een der hoofdtakken van de Youkon, in ontspringt.Kayette was hier meer geweest en zeide:—Jawel, dit is de Cargout, die in onze groote rivier uitkomt.Zij legde aan Jan uit datCargoutin de Alaskische taal wil zeggen »kleine rivier.”Niemand moet denken dat de leden van den troep van Cascabel op dit gedeelte hunner reis, dat evenmin vermoeiend als bezwaarlijk was, verzuimden de lenigheid hunner ledematen, de kracht hunner spieren en de geoefendheid hunner handen door voortdurende oefeningen te onderhouden. Zoo dikwijls de hitte het niet geheel onmogelijk maakte, werd iederen avond hunne legerplaats veranderd in eene kermistent, waarin Sergius en Kayette de eenige toeschouwers waren. Zij sloegen beide de kunsten van het werkzame gezin belangstellend gade, Kayette niet zonder eenige verwondering, Sergius vriendelijk als altijd.Cascabel en zijne vrouw oefenden zich beurtelings in het oplichten van gewichten en in het werken met de halters; Sander wrong zijn lichaam in allerlei bochten, eene kunst waarvoor hij vermaard was; Napoleona huppelde over het tusschen twee bokken gespannen koord en probeerde nieuwe passen; Kruidnagel verkocht al zijne grappen aan een publiek dat alleen in zijne verbeelding bestond.Jan zou zeker liever bij zijn boeken gebleven zijn, of gepraat hebben met Sergius, van wien hij veel leeren kon, of Kayette eene les gegeven hebben in het fransch waarin zij snelle vorderingen maakte. Maar zijn vader stond er op dat hij zijne behendigheid als equilibrist niet mocht verliezen en om zijnentwil werkte hij dus met glazen, ringen, ballen, messen en stokjes, zoodat er niets op aan te merken viel. Maar in zijn hart dacht hij aan heel andere dingen.Intusschen deed het hem genoegen dat er niets kon komen van de plannen zijns vaders om Kayette tot kunstenmaakster opteleiden. Nu het meisje als dochter aangenomen was door Sergius, een vermogend en beschaafd man die tot den deftigen stand behoorde,was hare toekomst verzekerd en behoefde zij niet te werken voor haar brood. Dat maakte den goeden Jan in zijn hart gelukkig, al kon hij er niet zonder smart aan denken dat Kayette nu ook, als zij aan de Behringstraat gekomen waren, afscheid van hen zou moeten nemen. Had zij deel van den troep uitgemaakt als balletdanseres, dan zou dit niet noodig geweest zijn.Maar Jan hield te veel van haar om niet blijde te wezen dat Sergius zich met de zorg voor het meisje belast had. Hijzelf voelde immers ook eene levendige begeerte om van beroep te kunnen veranderen. Vol verlangen naar eene edeler bestemming, achtte hij zich weinig geschikt voor het beroep van kunstenmaker en niet zelden was het hem gebeurd dat hij zich inwendig schaamde over de toejuichingen, die hem op pleinen en markten om zijne groote behendigheid ten deel vielen.Op zekeren avond met Sergius wandelende, maakte hij dezen deelgenoot van al zijne wenschen en van zijn heimelijk verdriet. Hij kwam er voor uit dat hij eene, naar het hem voorkwam, rechtmatige eerzucht koesterde om vooruit komen. Misschien zouden zijne ouders er in slagen, door de kermissen af te reizen en hun beroep van kunstenmakers te blijven uitoefenen, nog eenige clowns en andere sujetten aan zich te verbinden en mettertijd een klein fortuin te verzamelen. Maar als dat gebeuren mocht, zou het voor hem toch te laat wezen om eene meer eervolle loopbaan te zoeken.—Ik schaam mij niet over mijne ouders, mijnheer Sergius. Ik zou ondankbaar zijn als dat het geval was. Zij zijn goed voor hunne kinderen en wat zij in de mogelijkheid waren voor mij te doen, hebben zij gedaan. Maar ik voel dat ik aanleg genoeg heb om eene fatsoenlijke betrekking met eer te vervullen, en ik zie geen kans iets anders te worden dan een arme kunstenmaker.—Mijn vriend, antwoordde Sergius, ik begrijp volkomen uwe bedoeling. Laat mij u echter zeggen dat onverschillig welk beroep iemand uitoefent, het altijd lof verdient, als hij op eerlijke manier door de wereld komt. Kunt gij u braver lieden voorstellen dan uw vader en uwe moeder zijn?—Zeker niet, mijnheer Sergius.—Welnu, blijf hen dan hoogachten even als ik het doe. Het strekt u tot eer dat gij zulk eene loffelijke eerzucht koestert en wie weet wat er in de toekomst nog voor u kan zijn weggelegd. Houd moed mijn jongen en reken er op dat ik voor u doen zal wat ik kan. Gij kunt er van verzekerd zijn dat ik nimmer vergeten zal wat uwe ouders voor mij gedaan hebben. Indien ik er ooit toe in staat ben, dan zal ik ongetwijfeld..........Houd moed mijn jongen! (bladz. 137.)Houd moed mijn jongen! (bladz.137.)Terwijl Sergius zoo sprak, bemerkte Jan dat er als eene wolk over zijn gelaat trok en dat zijne stem eenigszins haperde. Het was alsof hijzelf niet gerust was over zijne toekomst. Beiden zwegen een oogenblik; toen hervatte Jan het gesprek.—Nu wij toch samen den tocht naar Port-Clarence doen, mijnheer Sergius, begrijp ik niet waarom gij niet verder met ons medegaat? Gij hebt ons immers gezegd dat gij voornemens zijt naar Rusland en naar uwen vader terugtekeeren?—Dat kan niet Jan, antwoordde Sergius. De onderzoekingen die ik in het verre Westen van Amerika heb aangevangen, zijn nog niet ten einde gebracht.—En blijft Kayette dan bij u? vroeg de ander.Dit zeide hij op zulk een treurigen toon dat Sergius er onwillekeurig door getroffen werd.—Nu ik eenmaal de zorg voor hare toekomst op mij genomen heb, zeide hij, dient zij ook in mijne nabijheid te blijven.—Als gij met ons medegingt, behoefde zij u niet te verlaten en eenmaal in uw vaderland......—Mijne plannen zijn nog niet voorgoed vastgesteld. Meer kan ik u er op het oogenblik niet van zeggen. Te Port-Clarence zullen wij nader overleggen. Het is niet onmogelijk dat ik dan uw vader iets anders zal voorstellen en van zijn antwoord zal het afhangen wat er verder gebeurt.Opnieuw bespeurde Jan dezelfde aarzeling in de woorden van den Rus. Hij wilde niet verder aandringen dewijl hij begreep dat hij dan onbescheiden zou worden, maar na dit gesprek ontstond er tusschen hen beiden eene nog vriendschappelijker verhouding. Sergius had het oprechte, degelijke en in alle opzichten voortreffelijke karakter van den flinken jongen op prijs leeren stellen. Hij spaarde dus geen moeite om hem te helpen in zijne studiën en hem den weg te wijzen dien de jonge man zoo gaarne op wilde. Wat vader en moeder Cascabel betreft, zij zagen met groote voldoening dat een man als Sergius hunnen zoon zooveel belangstelling waardig keurde.Te midden van dit alles liet Jan het jagersbedrijf echter niet rusten. Sergius was een hartstochtelijk liefhebber en vergezelde hem gewoonlijk op zijne tochten. Dit gaf hun gelegenheid tot menig ernstig en leerzaam gesprek. Aan wild was in deze streek geen gebrek en er liepen hazen genoeg rond om tien karavanen als de hunne van het noodige te voorzien. Bovendien was dit wild niet alleen nuttig voor de keuken, maar ook in andere opzichten had het waarde.—Kijk eens, zeide Cascabel, zulk een beest geeft ons een lekkerenschotel, maar bovendien loopt het rond met een bonten mantel, een mof, een boa of een deken aan zijn lijf.—Daar hebt gij groot gelijk in, mijn vriend, antwoordde Sergius, want nadat zij eenmaal hun dienst aan onze maag bewezen hebben, kunnen zij met even veel voordeel in de kleerenkast gebruikt worden. Voor eene koude zooals gij in Siberië zult ondervinden kunt gij geen voorzorgen genoeg nemen.De hazenvellen werden dus zorgvuldig bewaard en het vleesch, dat niet dadelijk verbruikt kon worden, werd ingezouten om te dienen in den winter, als het wild door de koude uit de poollanden wordt verjaagd.Gebeurde het echter eene enkele maal dat de jagers geen haas of patrijs thuis brachten, dan ontzag Cornelia zich niet, op de manier der Indianen een kraai of een raaf in den ketel te doen. Zulk eene soep smaakte niet minder goed.Nu en dan kwam Jan of Sergius ook wel van de jacht terug met een prachtig koppel korhoenders. Bij zulk eene gelegenheid maakten zij goede sier en werd er een waar feestmaal aangericht.Er bestond dus niet het minste gevaar dat onze karavaan van honger zou omkomen, maar het was ook nog slechts het minst moeielijke gedeelte van de gevaarvolle reis welke zij ondernomen hadden, waar zij op het oogenblik aan bezig waren.Een van de ongemakken die zij te verduren hadden, en dat wel een van de ergste soort, waren de steken der muskieten. Nu hij zich niet meer op engelschen grond bevond, verwenschte Cascabel dit hinderlijke gedierte uit den grond van zijn hart. De plaag zou inderdaad niet te verduren geweest zijn indien de zwaluwen niet zulk eene geweldige hoeveelheid muskieten verslonden hadden. Maar de zwaluwen zouden spoedig naar zuidelijker gelegen landen verhuizen, want in den omtrek der poollanden vertoeven zij slechts korten tijd.Den 9denJuli kwam deSchoone Zwerfsteraan de samenvloeiing van twee rivieren, waarvan de eene zich in de andere stort. Dit is de Lewis-rivier, wier linkeroever eerst eene wijde bocht beschrijft en vervolgens geheel in de Youkon overgaat. Kayette maakte hen opmerkzaam dat het bovengedeelte dezer rivier ook onder den naam van Pelly-rivier bekend is. Voorbij de plek waar de Lewis zich met haar vereenigt, keert de stroom zich recht naar het noordwesten. Een eind verder wordt zijne richting westelijk, waarna hij spoedig zijne wateren in een ruimen inham van de Behringzee uitstort.Fort Selkirk. (bladz. 142).Fort Selkirk.(bladz.142).Bij de samenvloeiing van de Lewis en de Youkon ligt wedereene factory, het fort Selkirk, dat echter van minder beteekenis is dan het fort Youkon. Dit laatste ligt ongeveer honderd mijlen verder naar beneden, op den rechteroever der rivier.De jonge Indiaansche had aan de karavaan na het vertrek van Sitka goede diensten bewezen en zich bij menige gelegenheid een vertrouwbare gids getoond. Vroeger met haren stam in deze streek rondtrekkende, had zij aan de oevers van de grootste rivier in Alaska geruimen tijd doorgebracht. Sergius verlangde in bijzonderheden alles te weten wat op hare kindsheid betrekking had. Dit was grootendeels eene ware lijdensgeschiedenis, een leven vol ontbering en gevaar, terwijl de stam der Indgeletés eerst her en derwaarts trok, steeds kleiner werd en eindelijk geheel wegsmolt, zoodat er van haar familie ten laatste niemand meer overbleef. Het eenige wat zij toen nog kon beproeven, was zich als dienstbode te gaan verhuren bij den een of anderen ambtenaar of koopman te Sitka. Meer dan eens hoorde Jan haar dit treurige verhaal doen en telkens voelde hij het diepste medelijden met de arme verlatene.In de nabijheid van het fort Selkirk, aan den oever van de Youkon-rivier, ontmoetten zij eenige zwervende Indianen, behoorende tot den stam der Birch-, of zooals Kayette het vertaalde, der Berk-indianen. Behalve de pijnboomen, de Douglas-dennen en de ahornboomen, worden er namelijk in het binnenland van Alaska ook vele berkenboomen gevonden, naar welke deze inboorlingen hunnen naam dragen.Het fort Selkirk wordt bewoond door eenige beambten van de russisch-amerikaansche handelmaatschappij. Het is eigenlijk niets dan eene stapelplaats van bont en pelterijen, waar de kooplieden der kuststreek op vaste tijden hunne inkoopen komen doen.Deze lieden waren blijde dat er eenige afwisseling in hun eentonig bestaan kwam en haalden dus deSchoone Zwerfstermet groote ingenomenheid in. Cascabel was daarom te eerder geneigd hier een etmaal te vertoeven.Zij besloten echter op dit punt den reiswagen naar de overzijde der rivier te doen brengen, dewijl anders de overtocht misschien op eene andere plek onder minder gunstige omstandigheden had moeten plaats hebben. De stroom wordt namelijk breeder en sneller naarmate hij eene meer westelijke richting neemt en dichter bij de monding komt.Dit geschiedde op raad van Sergius, die den loop der Youkon op de kaart nagegaan en bevonden had dat zij op dit punt van hunne reis nog tweehonderd mijlen van Port Clarence verwijderd waren.DeSchoone Zwerfsterwerd dus met eene pont naar den rechteroeverovergezet. Daarbij verleenden niet alleen de bewoners van het fort hunne hulp, maar ook de in den omtrek gelegerde Indianen die zich met de vischvangst op de rivier bezig houden.De komst der karavaan was voor hen eene heugelijke gebeurtenis, want in ruil voor hunne hulp bij het overvaren, waren de reizigers in staat den Indiaanschen stam een gewichtigen dienst te bewijzen, waar zij niet weinig dankbaar voor waren.Hun opperhoofd lag op dat oogenblik gevaarlijk ziek, ten minste het had er allen schijn van. Hij had echter geen andere geneeskundige hulp en geen medicijnen onder zijn bereik dan de geestenbezweerder van den stam en de middelen die bij deze soort van lieden sedert onheugelijke tijden in gebruik zijn. Sedert eenige dagen hadden zij het opperhoofd midden op het dorpsplein nedergelegd, waar dag en nacht een groot vuur brandende gehouden werd. De Indianen zaten in eenen kring rondom hem en zongen in koor een smeekgebed aan den grooten Manitou, hun oppersten god, terwijl de geestenbezweerder al zijne kunsten in het werk stelde om den boozen geest, die in het lichaam van den lijder gevaren was, daaruit te verjagen. Teneinde zekerder van zijne zaak te zijn, beproefde hij zelfs dien geest in zijn eigen lichaam te doen overgaan, maar het bleek een koppige geest te zijn, die zijne verblijfplaats niet verkoos te verlaten.Gelukkig bezat Sergius eenige kennis van de geneeskunde. Door zijn hulp kwamen zij in het bezit van doeltreffende middelen om den zieke beter te maken.Nadat Sergius den lijder onderzocht had, kwam hij er spoedig achter wat hem schortte. Uit de reisapotheek derSchoone Zwerfsterhaalde hij een krachtig braakmiddel, dat beter werkte dan al de bezweringen van een geestenbanner ooit hadden kunnen doen.De waarheid was dat het Indiaansche opperhoofd zijne maag overladen had. De thee, die hij sedert twee dagen bij kommen vol inzwolg, was niet in staat geweest dit te verhelpen.Tot groote voldoening van zijnen stam, schoot hij er dus het leven niet bij in. Dit beroofde de familie Cascabel van het schouwspel der plechtigheden, waarmede de begrafenis van een Indiaanschen potentaat vergezeld gaat. Het woord begrafenis is hier echter niet juist gekozen, want de Indianen zijn niet gewoon de lijken onder den grond te verbergen; maar hangen ze eenige voeten boven de aarde in de vrije lucht op. Teneinde hun hiernamaals van dienst te kunnen zijn, leggen zij in de doodkist de pijp van den overledene, zijnen boog, zijne pijlen, zijne sneeuwschoenen en de bonte kleedingstukken van meer of minder waarde die hij des winters gewoonwas te dragen. Aldus toegerust wordt hij door den wind, gelijk een kind in zijne wieg, in den eeuwigen slaap heen en weder geschommeld.Zij hadden het zieke opperhoofd op het dorpsplein nedergelegd waar dag en nacht een groot vuur brandende gehouden werd. (bladz. 143.)Zij hadden het zieke opperhoofd op het dorpsplein nedergelegd waar dag en nacht een groot vuur brandende gehouden werd. (bladz.143.)Na een verblijf van vier-en-twintig uren te Selkirk namen de Cascabels weder afscheid van de bewoners en de Indianen. Hun eerste oponthoud aan den oever der rivier had hun niet kwaad bevallen. Zij moesten nu de Pelly-rivier langs trekken over eenen hobbeligen oever die het de paarden soms lastig genoeg maakte. Eindelijk den 27stenJuli, zeventien dagen na hun vertrek van fort Selkirk, kwam deSchoone Zwerfsterin het fort Youkon aan.
Den 26stenJuni met het aanbreken van den dag »lichtte de zegekar der Cascabels haar anker.” Dit was eene soort van valsche beeldspraak waar haar aanvoerder zich niet zelden aan te buiten ging. In denzelfden trant had hij er nog bij kunnen voegen dat de wagen nu misschien »ging varen op eenen vulkaan.” En dit zou niet eens heelemaal onjuist geweest zijn, want niet alleen beloofde de weg moeilijk te zullen worden, maar ook zijn uitgedoofde of nog in werking zijnde vuurspuwende bergen aan de zuidkust van de Behringzee niet zeldzaam.
DeSchoone Zwerfsterliet de hoofdstad van Alaska achter zich, vergezeld van talrijke wenschen voor hare behouden reis en aankomst. Want zij had zich vele vrienden verworven, die niet karig waren geweest met hunne roebels en hunne toejuichingen zoolang de troep voor de poorten van Sitka verblijf had gehouden.
Dit woord »poorten” is juister dan men oppervlakkig denken zou. De geheele stad is omringd door een stevig rasterwerk van palen, waarbinnen slechts enkele openingen toegang geven, die iemand niet gemakkelijk zou doorkomen als het hem belet werd.
De russen hebben zich door deze voorzorgen moeten beveiligen tegen den aanhoudenden toevloed van Kaluche-Indianen, die gewoonlijk in de nabijheid van Nieuw-Archangel, tusschen de rivieren Stekine en Tchilcot, hunne legerplaats opslaan. Daar bouwen zijhunne hutten, die zoo eenvoudig mogelijk zijn ingericht. Eene lage deur geeft toegang tot een cirkelvormig vertrek, dat somtijds in twee afdeelingen gescheiden is, en alleen licht ontvangt door eene opening in het dak, welke tevens de rook uit de stookplaats gelegenheid geeft te ontsnappen. Deze buurt van Indiaansche hutten vormt eene soort van voorstad van Sitka, binnen welke stad geen enkele inboorling na zonsondergang verblijf mag houden. Dit verbod vindt zijnen grond in de somtijds alles behalve vriendschappelijke verhouding tusschen de Roodhuiden en de Bleekgezichten.
Buiten Sitka moest deSchoone Zwerfsterbeginnen met eenige nauwe zeearmen in daartoe ingerichte ponten overtesteken alvorens zij eene uitstekende punt aan een bochtigen zeeboezem, Lyan-baai genaamd, bereikten.
Hier bevonden zij zich weder op het vasteland.
Het reisplan en de te volgen weg waren met zorg door Sergius en Jan vastgesteld op de uitvoerige kaarten welke zij zich zonder veel moeite in de club te Sitka hadden aangeschaft. Kayette, die met het land goed bekend was, vroegen zij bij deze gelegenheid om raad. Vlug van begrip als zij was, had zij spoedig genoeg wijs leeren worden uit de kaarten die zij haar te zien hadden gegeven. Zij sprak de inlandsche taal met Russisch vermengd, en veel van hetgeen zij wist te vertellen kwam bij het maken van de plannen goed te pas. Het was zaak niet uitsluitend den kortsten, maar ook den gemakkelijksten weg te zoeken om naar Port Clarence, dat op de oostkust van de Straat gelegen is, te komen. Zij kwamen daarom overeen dat deSchoone Zwerfsterdadelijk op de groote Youkon-rivier aan zou houden, ter plaatse waar het fort gelegen is dat naar dien breeden stroom genoemd wordt. Dit was ongeveer halfweg, met andere woorden nagenoeg tweehonderdvijftig mijlen van Sitka af. Op deze manier ontweken zij de moeilijkheden welke zij ontmoet zouden hebben indien zij de kust dichter gevolgd hadden, dewijl deze voor een gedeelte met bergen bedekt is. Daarentegen loopt de Youkon-vallei in eene breede vlakte, tusschen eene verwarde reeks van bergketenen in het Westen en het Rotsachtige gebergte door, welk laatste de scheiding vormttusschenAlaska en de Mackenzie-vallei eener- en Nieuw-Brittannië anderzijds.
Eenige dagen na hun vertrek verloren de reizigers in het zuidwesten de puntige bergspitsen aan de kust uit het oog. Het langst bleven de hooge bergen Fairweather en Elias in het zicht.
Buiten Sitka moest de Schoone Zwerfster eenige malen in ponten worden overgezet. (bladz. 133)Buiten Sitka moest deSchoone Zwerfstereenige malen in ponten worden overgezet. (bladz.133)
Buiten Sitka moest deSchoone Zwerfstereenige malen in ponten worden overgezet. (bladz.133)
De eenmaal zorgvuldig vastgestelde indeeling der uren waarin gereden en die waarop gerust moest worden, werd streng in acht genomen. Er was niet ééne reden om haast te maken ten eindespoedig aan de Behringstraat te komen, en langzaam maar zeker mocht dus hunne leuze zijn. Vóór alles kwam het er op aan hunne paarden te ontzien, want kwamen die te bezwijken dan konden ze niet dan gebrekkig misschien vervangen worden door een span rendieren. Dat moest dus tot elken prijs voorkomen worden. Daarom werd er iederen middag, nadat zij te zes uur ’s morgens op weg gegaan waren, twee uren halt gehouden; vervolgens reden zij weder zes uren en daarna werd er den geheelen nacht gerust. Op die manier legden zij iederen dag gemiddeld vijf of zes mijlen af.
Hadden zij in den nacht willen doorreizen, dan ware hun dit gemakkelijk gevallen, want, zeide Cascabel, in Alaska bleef de zon niet langer dan noodig was in haar bed.
—Nauwelijks is zij ondergegaan of zij komt weer op, vervolgde hij. Drie en twintig uren in een etmaal is het hier licht en dat kost u niemendal!
Op deze hooge breedte namelijk en gedurende het tijdvak van den zonnestilstand of daaromtrent verdwijnt de zon des avonds te elf uur zeventien minuten en komt ze te elf uur negen en veertig minuten weder voor den dag, zoodat zij slechts gedurende twee en dertig minuten onzichtbaar blijft. De schemering na den zonsondergang vermengt zich dan ook zonder dat het duister wordt met die welke den zonsopgang voorafgaat.
De temperatuur was daarbij warm, dikwijls zelfs broeiig en in deze omstandigheden zou het erger dan onvoorzichtig geweest zijn indien zij gedurende de uren der grootste middaghitte niet halt gehouden hadden. Menschen en dieren hadden veel van deze geduchte warmte te lijden. Het is bijna niet te gelooven dat zoo dicht bij den poolcirkel, de thermometer somtijds tot dertig graden boven nul van de honderddeelige schaal rijst. Toch is dat het geval.
De reis vorderde dus geregeld en zonder bezwaren, maar Cornelia, die veel hinder van de brandende hitte had, klaagde daarover niet weinig.
—Geduld, vermaande haar Sergius. Er zal spoedig een tijd komen dat gij terugverlangt naar hetgeen u nu zoo hindert.
—Naar zulk eene warmte? vroeg zij. Dat nooit!
—Gij zult toch nog meer te lijden hebben van de koude, moeder, zeide Jan, als wij de Behringstraat over zijn en door de uitgestrekte vlakten van Siberië trekken.
—Ik twijfel niet aan hetgeen mijnheer Sergius zegt, hernam Cascabel, maar tegen de warmte valt hoegenaamd niets aan te vangen en tegen de koude kan men zich ten minste met vuur en warme kleederen wapenen.
—Dit is zoo mijn vriend, was het antwoord, en dat is gelukkig ook, want over weinige maanden zult gij het ondervinden hoe bitter koud het daar ginds is. Reken daar maar op!
Na een tijdlang haren weg vervolgd te hebben in deCanons, dat zijn passen welke met grillige bochten tusschen de heuvels van middelmatige hoogte, die het land bedekken, doorloopen, kreeg deSchoone Zwerfstereene onafzienbare vlakte tegenover zich, hier en daar alleen afgewisseld door bosschen van matigen omvang.
Dit was de 3deJuli. Dien dag trokken zij langs het kleine Dease-meer, waar de Lewis, een der hoofdtakken van de Youkon, in ontspringt.
Kayette was hier meer geweest en zeide:
—Jawel, dit is de Cargout, die in onze groote rivier uitkomt.
Zij legde aan Jan uit datCargoutin de Alaskische taal wil zeggen »kleine rivier.”
Niemand moet denken dat de leden van den troep van Cascabel op dit gedeelte hunner reis, dat evenmin vermoeiend als bezwaarlijk was, verzuimden de lenigheid hunner ledematen, de kracht hunner spieren en de geoefendheid hunner handen door voortdurende oefeningen te onderhouden. Zoo dikwijls de hitte het niet geheel onmogelijk maakte, werd iederen avond hunne legerplaats veranderd in eene kermistent, waarin Sergius en Kayette de eenige toeschouwers waren. Zij sloegen beide de kunsten van het werkzame gezin belangstellend gade, Kayette niet zonder eenige verwondering, Sergius vriendelijk als altijd.
Cascabel en zijne vrouw oefenden zich beurtelings in het oplichten van gewichten en in het werken met de halters; Sander wrong zijn lichaam in allerlei bochten, eene kunst waarvoor hij vermaard was; Napoleona huppelde over het tusschen twee bokken gespannen koord en probeerde nieuwe passen; Kruidnagel verkocht al zijne grappen aan een publiek dat alleen in zijne verbeelding bestond.
Jan zou zeker liever bij zijn boeken gebleven zijn, of gepraat hebben met Sergius, van wien hij veel leeren kon, of Kayette eene les gegeven hebben in het fransch waarin zij snelle vorderingen maakte. Maar zijn vader stond er op dat hij zijne behendigheid als equilibrist niet mocht verliezen en om zijnentwil werkte hij dus met glazen, ringen, ballen, messen en stokjes, zoodat er niets op aan te merken viel. Maar in zijn hart dacht hij aan heel andere dingen.
Intusschen deed het hem genoegen dat er niets kon komen van de plannen zijns vaders om Kayette tot kunstenmaakster opteleiden. Nu het meisje als dochter aangenomen was door Sergius, een vermogend en beschaafd man die tot den deftigen stand behoorde,was hare toekomst verzekerd en behoefde zij niet te werken voor haar brood. Dat maakte den goeden Jan in zijn hart gelukkig, al kon hij er niet zonder smart aan denken dat Kayette nu ook, als zij aan de Behringstraat gekomen waren, afscheid van hen zou moeten nemen. Had zij deel van den troep uitgemaakt als balletdanseres, dan zou dit niet noodig geweest zijn.
Maar Jan hield te veel van haar om niet blijde te wezen dat Sergius zich met de zorg voor het meisje belast had. Hijzelf voelde immers ook eene levendige begeerte om van beroep te kunnen veranderen. Vol verlangen naar eene edeler bestemming, achtte hij zich weinig geschikt voor het beroep van kunstenmaker en niet zelden was het hem gebeurd dat hij zich inwendig schaamde over de toejuichingen, die hem op pleinen en markten om zijne groote behendigheid ten deel vielen.
Op zekeren avond met Sergius wandelende, maakte hij dezen deelgenoot van al zijne wenschen en van zijn heimelijk verdriet. Hij kwam er voor uit dat hij eene, naar het hem voorkwam, rechtmatige eerzucht koesterde om vooruit komen. Misschien zouden zijne ouders er in slagen, door de kermissen af te reizen en hun beroep van kunstenmakers te blijven uitoefenen, nog eenige clowns en andere sujetten aan zich te verbinden en mettertijd een klein fortuin te verzamelen. Maar als dat gebeuren mocht, zou het voor hem toch te laat wezen om eene meer eervolle loopbaan te zoeken.
—Ik schaam mij niet over mijne ouders, mijnheer Sergius. Ik zou ondankbaar zijn als dat het geval was. Zij zijn goed voor hunne kinderen en wat zij in de mogelijkheid waren voor mij te doen, hebben zij gedaan. Maar ik voel dat ik aanleg genoeg heb om eene fatsoenlijke betrekking met eer te vervullen, en ik zie geen kans iets anders te worden dan een arme kunstenmaker.
—Mijn vriend, antwoordde Sergius, ik begrijp volkomen uwe bedoeling. Laat mij u echter zeggen dat onverschillig welk beroep iemand uitoefent, het altijd lof verdient, als hij op eerlijke manier door de wereld komt. Kunt gij u braver lieden voorstellen dan uw vader en uwe moeder zijn?
—Zeker niet, mijnheer Sergius.
—Welnu, blijf hen dan hoogachten even als ik het doe. Het strekt u tot eer dat gij zulk eene loffelijke eerzucht koestert en wie weet wat er in de toekomst nog voor u kan zijn weggelegd. Houd moed mijn jongen en reken er op dat ik voor u doen zal wat ik kan. Gij kunt er van verzekerd zijn dat ik nimmer vergeten zal wat uwe ouders voor mij gedaan hebben. Indien ik er ooit toe in staat ben, dan zal ik ongetwijfeld..........
Houd moed mijn jongen! (bladz. 137.)Houd moed mijn jongen! (bladz.137.)
Houd moed mijn jongen! (bladz.137.)
Terwijl Sergius zoo sprak, bemerkte Jan dat er als eene wolk over zijn gelaat trok en dat zijne stem eenigszins haperde. Het was alsof hijzelf niet gerust was over zijne toekomst. Beiden zwegen een oogenblik; toen hervatte Jan het gesprek.
—Nu wij toch samen den tocht naar Port-Clarence doen, mijnheer Sergius, begrijp ik niet waarom gij niet verder met ons medegaat? Gij hebt ons immers gezegd dat gij voornemens zijt naar Rusland en naar uwen vader terugtekeeren?
—Dat kan niet Jan, antwoordde Sergius. De onderzoekingen die ik in het verre Westen van Amerika heb aangevangen, zijn nog niet ten einde gebracht.
—En blijft Kayette dan bij u? vroeg de ander.
Dit zeide hij op zulk een treurigen toon dat Sergius er onwillekeurig door getroffen werd.
—Nu ik eenmaal de zorg voor hare toekomst op mij genomen heb, zeide hij, dient zij ook in mijne nabijheid te blijven.
—Als gij met ons medegingt, behoefde zij u niet te verlaten en eenmaal in uw vaderland......
—Mijne plannen zijn nog niet voorgoed vastgesteld. Meer kan ik u er op het oogenblik niet van zeggen. Te Port-Clarence zullen wij nader overleggen. Het is niet onmogelijk dat ik dan uw vader iets anders zal voorstellen en van zijn antwoord zal het afhangen wat er verder gebeurt.
Opnieuw bespeurde Jan dezelfde aarzeling in de woorden van den Rus. Hij wilde niet verder aandringen dewijl hij begreep dat hij dan onbescheiden zou worden, maar na dit gesprek ontstond er tusschen hen beiden eene nog vriendschappelijker verhouding. Sergius had het oprechte, degelijke en in alle opzichten voortreffelijke karakter van den flinken jongen op prijs leeren stellen. Hij spaarde dus geen moeite om hem te helpen in zijne studiën en hem den weg te wijzen dien de jonge man zoo gaarne op wilde. Wat vader en moeder Cascabel betreft, zij zagen met groote voldoening dat een man als Sergius hunnen zoon zooveel belangstelling waardig keurde.
Te midden van dit alles liet Jan het jagersbedrijf echter niet rusten. Sergius was een hartstochtelijk liefhebber en vergezelde hem gewoonlijk op zijne tochten. Dit gaf hun gelegenheid tot menig ernstig en leerzaam gesprek. Aan wild was in deze streek geen gebrek en er liepen hazen genoeg rond om tien karavanen als de hunne van het noodige te voorzien. Bovendien was dit wild niet alleen nuttig voor de keuken, maar ook in andere opzichten had het waarde.
—Kijk eens, zeide Cascabel, zulk een beest geeft ons een lekkerenschotel, maar bovendien loopt het rond met een bonten mantel, een mof, een boa of een deken aan zijn lijf.
—Daar hebt gij groot gelijk in, mijn vriend, antwoordde Sergius, want nadat zij eenmaal hun dienst aan onze maag bewezen hebben, kunnen zij met even veel voordeel in de kleerenkast gebruikt worden. Voor eene koude zooals gij in Siberië zult ondervinden kunt gij geen voorzorgen genoeg nemen.
De hazenvellen werden dus zorgvuldig bewaard en het vleesch, dat niet dadelijk verbruikt kon worden, werd ingezouten om te dienen in den winter, als het wild door de koude uit de poollanden wordt verjaagd.
Gebeurde het echter eene enkele maal dat de jagers geen haas of patrijs thuis brachten, dan ontzag Cornelia zich niet, op de manier der Indianen een kraai of een raaf in den ketel te doen. Zulk eene soep smaakte niet minder goed.
Nu en dan kwam Jan of Sergius ook wel van de jacht terug met een prachtig koppel korhoenders. Bij zulk eene gelegenheid maakten zij goede sier en werd er een waar feestmaal aangericht.
Er bestond dus niet het minste gevaar dat onze karavaan van honger zou omkomen, maar het was ook nog slechts het minst moeielijke gedeelte van de gevaarvolle reis welke zij ondernomen hadden, waar zij op het oogenblik aan bezig waren.
Een van de ongemakken die zij te verduren hadden, en dat wel een van de ergste soort, waren de steken der muskieten. Nu hij zich niet meer op engelschen grond bevond, verwenschte Cascabel dit hinderlijke gedierte uit den grond van zijn hart. De plaag zou inderdaad niet te verduren geweest zijn indien de zwaluwen niet zulk eene geweldige hoeveelheid muskieten verslonden hadden. Maar de zwaluwen zouden spoedig naar zuidelijker gelegen landen verhuizen, want in den omtrek der poollanden vertoeven zij slechts korten tijd.
Den 9denJuli kwam deSchoone Zwerfsteraan de samenvloeiing van twee rivieren, waarvan de eene zich in de andere stort. Dit is de Lewis-rivier, wier linkeroever eerst eene wijde bocht beschrijft en vervolgens geheel in de Youkon overgaat. Kayette maakte hen opmerkzaam dat het bovengedeelte dezer rivier ook onder den naam van Pelly-rivier bekend is. Voorbij de plek waar de Lewis zich met haar vereenigt, keert de stroom zich recht naar het noordwesten. Een eind verder wordt zijne richting westelijk, waarna hij spoedig zijne wateren in een ruimen inham van de Behringzee uitstort.
Fort Selkirk. (bladz. 142).Fort Selkirk.(bladz.142).
Fort Selkirk.(bladz.142).
Bij de samenvloeiing van de Lewis en de Youkon ligt wedereene factory, het fort Selkirk, dat echter van minder beteekenis is dan het fort Youkon. Dit laatste ligt ongeveer honderd mijlen verder naar beneden, op den rechteroever der rivier.
De jonge Indiaansche had aan de karavaan na het vertrek van Sitka goede diensten bewezen en zich bij menige gelegenheid een vertrouwbare gids getoond. Vroeger met haren stam in deze streek rondtrekkende, had zij aan de oevers van de grootste rivier in Alaska geruimen tijd doorgebracht. Sergius verlangde in bijzonderheden alles te weten wat op hare kindsheid betrekking had. Dit was grootendeels eene ware lijdensgeschiedenis, een leven vol ontbering en gevaar, terwijl de stam der Indgeletés eerst her en derwaarts trok, steeds kleiner werd en eindelijk geheel wegsmolt, zoodat er van haar familie ten laatste niemand meer overbleef. Het eenige wat zij toen nog kon beproeven, was zich als dienstbode te gaan verhuren bij den een of anderen ambtenaar of koopman te Sitka. Meer dan eens hoorde Jan haar dit treurige verhaal doen en telkens voelde hij het diepste medelijden met de arme verlatene.
In de nabijheid van het fort Selkirk, aan den oever van de Youkon-rivier, ontmoetten zij eenige zwervende Indianen, behoorende tot den stam der Birch-, of zooals Kayette het vertaalde, der Berk-indianen. Behalve de pijnboomen, de Douglas-dennen en de ahornboomen, worden er namelijk in het binnenland van Alaska ook vele berkenboomen gevonden, naar welke deze inboorlingen hunnen naam dragen.
Het fort Selkirk wordt bewoond door eenige beambten van de russisch-amerikaansche handelmaatschappij. Het is eigenlijk niets dan eene stapelplaats van bont en pelterijen, waar de kooplieden der kuststreek op vaste tijden hunne inkoopen komen doen.
Deze lieden waren blijde dat er eenige afwisseling in hun eentonig bestaan kwam en haalden dus deSchoone Zwerfstermet groote ingenomenheid in. Cascabel was daarom te eerder geneigd hier een etmaal te vertoeven.
Zij besloten echter op dit punt den reiswagen naar de overzijde der rivier te doen brengen, dewijl anders de overtocht misschien op eene andere plek onder minder gunstige omstandigheden had moeten plaats hebben. De stroom wordt namelijk breeder en sneller naarmate hij eene meer westelijke richting neemt en dichter bij de monding komt.
Dit geschiedde op raad van Sergius, die den loop der Youkon op de kaart nagegaan en bevonden had dat zij op dit punt van hunne reis nog tweehonderd mijlen van Port Clarence verwijderd waren.
DeSchoone Zwerfsterwerd dus met eene pont naar den rechteroeverovergezet. Daarbij verleenden niet alleen de bewoners van het fort hunne hulp, maar ook de in den omtrek gelegerde Indianen die zich met de vischvangst op de rivier bezig houden.
De komst der karavaan was voor hen eene heugelijke gebeurtenis, want in ruil voor hunne hulp bij het overvaren, waren de reizigers in staat den Indiaanschen stam een gewichtigen dienst te bewijzen, waar zij niet weinig dankbaar voor waren.
Hun opperhoofd lag op dat oogenblik gevaarlijk ziek, ten minste het had er allen schijn van. Hij had echter geen andere geneeskundige hulp en geen medicijnen onder zijn bereik dan de geestenbezweerder van den stam en de middelen die bij deze soort van lieden sedert onheugelijke tijden in gebruik zijn. Sedert eenige dagen hadden zij het opperhoofd midden op het dorpsplein nedergelegd, waar dag en nacht een groot vuur brandende gehouden werd. De Indianen zaten in eenen kring rondom hem en zongen in koor een smeekgebed aan den grooten Manitou, hun oppersten god, terwijl de geestenbezweerder al zijne kunsten in het werk stelde om den boozen geest, die in het lichaam van den lijder gevaren was, daaruit te verjagen. Teneinde zekerder van zijne zaak te zijn, beproefde hij zelfs dien geest in zijn eigen lichaam te doen overgaan, maar het bleek een koppige geest te zijn, die zijne verblijfplaats niet verkoos te verlaten.
Gelukkig bezat Sergius eenige kennis van de geneeskunde. Door zijn hulp kwamen zij in het bezit van doeltreffende middelen om den zieke beter te maken.
Nadat Sergius den lijder onderzocht had, kwam hij er spoedig achter wat hem schortte. Uit de reisapotheek derSchoone Zwerfsterhaalde hij een krachtig braakmiddel, dat beter werkte dan al de bezweringen van een geestenbanner ooit hadden kunnen doen.
De waarheid was dat het Indiaansche opperhoofd zijne maag overladen had. De thee, die hij sedert twee dagen bij kommen vol inzwolg, was niet in staat geweest dit te verhelpen.
Tot groote voldoening van zijnen stam, schoot hij er dus het leven niet bij in. Dit beroofde de familie Cascabel van het schouwspel der plechtigheden, waarmede de begrafenis van een Indiaanschen potentaat vergezeld gaat. Het woord begrafenis is hier echter niet juist gekozen, want de Indianen zijn niet gewoon de lijken onder den grond te verbergen; maar hangen ze eenige voeten boven de aarde in de vrije lucht op. Teneinde hun hiernamaals van dienst te kunnen zijn, leggen zij in de doodkist de pijp van den overledene, zijnen boog, zijne pijlen, zijne sneeuwschoenen en de bonte kleedingstukken van meer of minder waarde die hij des winters gewoonwas te dragen. Aldus toegerust wordt hij door den wind, gelijk een kind in zijne wieg, in den eeuwigen slaap heen en weder geschommeld.
Zij hadden het zieke opperhoofd op het dorpsplein nedergelegd waar dag en nacht een groot vuur brandende gehouden werd. (bladz. 143.)Zij hadden het zieke opperhoofd op het dorpsplein nedergelegd waar dag en nacht een groot vuur brandende gehouden werd. (bladz.143.)
Zij hadden het zieke opperhoofd op het dorpsplein nedergelegd waar dag en nacht een groot vuur brandende gehouden werd. (bladz.143.)
Na een verblijf van vier-en-twintig uren te Selkirk namen de Cascabels weder afscheid van de bewoners en de Indianen. Hun eerste oponthoud aan den oever der rivier had hun niet kwaad bevallen. Zij moesten nu de Pelly-rivier langs trekken over eenen hobbeligen oever die het de paarden soms lastig genoeg maakte. Eindelijk den 27stenJuli, zeventien dagen na hun vertrek van fort Selkirk, kwam deSchoone Zwerfsterin het fort Youkon aan.