AANTEEKENINGEN

AANTEEKENINGENEERSTE ZANG8Calliope, muze van het heldendicht.11Eksteren, dochters van Pieros, koning van Thessalië, hadden de Muzen uitgedaagd tot een wedstrijd, waarin ze overwonnen werden en veranderd in Eksters.15Kring, horizon.19troosten, in de oud-Holl. beteekenis van aanmoedigen tot.21De zon staat nu in den Ram. Dit beeld volgt op de Visschen, waarin zich nu de schoone planeet, Venus, bevindt, die het met haar licht verduistert.75licht, glanzend.79Marcia, in hare jeugd de vrouw van Cato geworden, werd door hem aan Hortensius afgestaan om dezen, zooals ook gebeurde, kinderen te schenken, doch na H.'s dood weder—op haar verzoek—door Cato tot vrouw aangenomen. Zie het verhaal van Marcia's terugkeer bij Lucanus II 326. In Dante's Convito IV. 28 wordt die terugkeer geallegoriseerd: Marcia verbeeldt dan de Edele Ziel, die na de plichten des levens vervuld te hebben, tot Cato, (die hier God verbeeldt) terugkeert.95glad takjen, symbool van eenvoud en geduld. Zie den Eersten Zendbrief van Petrus, hoofdstuk 2.TWEEDE ZANG1Volgens deze voorstelling ligt Jerusalem op het middelpunt van het bewoonde halfrond (zieHel XXXIVexterne link). Wanneer men zich dus vier hoofdmeridianen denkt, alle negentig graden van elkander afliggende, loopt één overSevilla, één over den Louteringsberg, één over den Ganges. Wanneer (zooals hier) de Zon voor het gindsche halfrond opgaat, begint voor ons de nacht, opkomende van den Ganges.6wanneer zij winnende is, d.w.z. wanneer de nacht langer wordt dan de dag.56De Steenbok is 90° verwijderd van den Ram. Wanneer dus de Zon in den Ram staat, staat de Steenbok bij Zonsopgang in het midden des hemels.70bode, die het olijf-loof draagt = vredesgezant.98Sedert drie maanden, d.i. sedert het begin van het Jubel-jaar 1300.112„Liefde” enz.Amor che nella mente mi ragiona, aldus begint de tweede Canzone van Dante's Convito, door Casella op muziek gezet.DERDE ZANG27Van Virgilius, die te Brindisi gestorven is, bestaat het graf te Napels.37Met hetQuiawordt bedoeld de wetenschapa posteriori, d.i. die welke van de uitwerkselen tot de oorzaken opklimt, in tegenstelling met hetPropter quod, of de wetenschapa priori, wanneer men van de oorzaken afdaalt tot de uitwerkselen.40menigeen, namelijk de wijzen der Oudheid, die Virgilius in den Limbus zag, zieHel IVexterne link. „daar zij zonder hoop leven in begeerte.”Want, nl. indien de mensch deoorzakender dingen konde bevroeden.52Men lette op dat hier voor het eerst de Heiden Virgilius geen raad weet te schaffen, maar de Christen Dante het middel vindt om den weg te weten te komen.85kopof voorhoede.100komt bij ons in onzen drom, dan gaan wij samen voort.112Manfred, zoon van Keizer Frederik II, was Koning van Napels geweest, had altijd als vijand van de Kerk geleefd en sneuvelde, door den Paus in den ban gedaan, in den slag bij Benevento 1266. Hier streed hij tegen Karel van Anjou, die door Paus Clemens IV ondersteund werd. Anjou weigerde hem een eerlijke begrafenis; Anjou's soldaten echter droegen elk een steen aan (vandaar129„de zware zerk”) voor zijn graf-teeken aan de brug van Benevento. Ook dit werd hem misgunden de aartsbisschop van Cosenza, [124], liet op last van Paus Clemens het lijk overbrengen naar eene plaats op de grens van Abruzzo aan den Verde, gelegen buiten het Koninkrijk Napels. Dit gebeurde, omdat de doode in den ban gestorven was, met gedoofde lichten.135zóólang de hoop nog iets, zoolang men nog leeft.VIERDE ZANG6ontstoken wordt, nml. bij de geboorte.16De zon, die immers 15 graden in het uur aflegt, wijst dus aan dat het op dezen Paasch-Zondag ongeveer kwart over negen in den morgen is.34De berg heeft iets dat men een voetstuk zou kunnen noemen. Deze eerste opgang leidt tot de vlakte bovenop het voetstuk rondom den berg. D. noemt het dus den bovensten rand in tegenstelling met den ondersten rand, die onder aan het voetstuk is.40top, van den geheelen berg.42de helling is dus 45°.60In het teeken van C. en P., de Tweelingen, komt de zon na 21 Mei; dan staat de zon nog veel noordelijker.62Spiegel: deZon, die Gods liefde afspiegelt.63boven en beneden, in dit en het ander halfrond.73d.i. dat de zon den berg der Loutering links [zuidelijk], maar den berg Sion rechts [noordelijk] heeft.123Belacqua, kunstig luitenmaker en door de Muziek met Dante bevriend.136Het is dus nu de Middag van den Paasch-Zondag. Wanneer het middag is voor den Louteringsberg is het morgen aan den Ganges, en wordt het avond in Marocco, het Westen van het Noordelijk Halfrond.VIJFDE ZANG37Ontstoken wasems, vallende sterren.55vergevende, nl. dengenen die ons doodden.67Degene, die hier spreekt is Jacob del Cassero, burger van Fano (Fanum Fortunae) gelegen aan de Adr. Zee bij Ancona in den Kerk. Staat.69Tusschen Romagna en het land van Karel, d.i. het Koninkrijk Napels. Jacob del Cassero, burger van Fano,die hier spreekt, werd op weg zijnde om te Milaan het Ambt van Podesta te aanvaarden, bij Oriaco in het Paduaansche vermoord op last van Azzo III van Este, dien hij tegen zich verbitterd had vooral door hem zijn afval van de Ghibellijnen te verwijten.74dit is volgens de leer dergenen, die zeggen dat de ziel in hetbloed huist.75Antenoren, de Paduanen, naar hun stamvader Antenor.88Buonconte, zoon van Guido vanMontefeltro, (zieHel XXVIIexterne link) viel in den slag van Campaldino, waar Dante ook meestreed, meermalen in de hel genoemd.97De Archiano mondt uit in den Arno.116Pratomagnois een plaats die Valdarno van Casentino scheidt; degroote bergrugis de Appennijnen.121deKonings-stroom: de Arno in vergelijking met de andere stroomen.129buit, al wat een rivier meevoert.133Pia Guastellano, door haren man onder voorwendsel van verdenking van echtbreuk weggevoerd naar de streek Maremma, bekend om haar doodelijke luchtgesteldheid, en daar eenen langzamen dood prijsgegeven.ZESDE ZANG22Pieter dalla Broccia, van geringe afkomst, heelmeester van Lodewijk den Heilige, en onder Philips den Stoute tot hoog aanzien aan het Fransche Hof gestegen, was gehaat bij diens tweede vrouw, Maria van Brabant; hij werd op haar bloot vermoeden van haar zoon vergiftigd te hebben, ter dood gebracht.30ergens in uw geschrift, nl. Aen. VI, waar de Sibylle tot Palinurus die bidt medegenomen te worden over de Styx, antwoordt (v. 376): „Houd op te hopen dat door gebeden de lotsbeschikkingen der goden worden veranderd.”74Sordello, van de Mantuaansche familie der Visconti, beroemd minnezanger in de Provençaalsche taal. Wat zijne hooghartigheid betreft, wachte men af wat in ZangXenXIover aardschen roem gezegd wordt.88Justinianus, die Italië bevrijd had van de Gothen door Belisarius en Narses, gaf het wetten, naar hem genoemd. Italië had zich moeten laten regeeren naar het woord „Geef aan Caesar wat Caesar's is”, maar bijgebrek aan ruiter sloeg het zelf de hand aan den halster.97Albrecht van Habsburg in 1299 tot Keizer gekozen, maar wilde nooit naar Italië komen.106Alle vier Ghibellijnsche families, de eerste twee van Verona, de tweede twee van Orvieto. De Ghibellijnen, om des Keizers zaak geprangd, werden door hem veronachtzaamd.111hoe veilig, ironie. S. is een leengoed des keizers in de Maremma, maar geheel door hem veronachtzaamd.126Marcellus, waarschijnlijk de tegenstander van Caesar, bij Lucanus genoemd I, 312: „Marcellusque loquax.”127Ironie.133den algemeenen last, de overheids-ambten.ZEVENDE ZANG15vastgrijpt, d.w.z. om de knieën.25de hooge Zon, God.33bevrijd, nl. door den doop.34de heilige deugden: geloof, hoop en liefde.49Zou het ongegrond zijn om deze vraag aan Dante zelven toe te kennen?70Tusschen, ik heb hier opzettelijk het dubbelzinnige van het origineel behouden, dat verklaard kan worden: tusschen densteilenen denvlakkenbergrand, en: „half steil, half vlak” dus „glooiend”.85Zon, hier als het licht der genade.94Rudolfvan Habsburg, vader van Albrecht (zie denvorigen zang 97) wien D. hetzelfde verwijt.100Waarschijnlijk wordt Rudolf door den aanblik vanOttocar, koning van Bohemen, getroost, omdat hij tegen dezen zijn plicht heeft gedaan.103En die met den kleinen neus, Philips III van Frankrijk.104met hetgoedwilliguitzicht is Hendrik III van Navarre.105vluchtend, in den oorlog tegen Peter III van Arragon.107den andere, d.i. Hendrik III, zie104.113de Vorst,van den mannelijken neusenvs. 124metdengrooten neusgenoemd, is Karel van Anjou, koning van Sicilië.114het gorden van het kleed beschouwd als bewijs van zorgvuldigheid.127vergelijking van de drie vorsten, waarvan de eerste de minste en de derde de beste is.131Hendrik III.133Denlaagstenrang onder deze keizers en koningen neemt Willem in, de Markgraaf van Monferrat, die listig door die van Alessandrië gedood is.ACHTSTE ZANG13Te lucis ante, begin-woorden van het avondgezang waarin gebeden wordt tegen nachtelijke schrikbeelden en verzoekingen.52Nino, van het geslacht der Visconti van Pisa, zusterszoon van Ugolino (Hel XXXIIIexterne link) aan wiens misdaden Dante had gedacht dat hij ook schuldig was. Zijne vrouw, de moeder van zijne Johanna (vs. 71), was hertrouwd (vs. 73) met Galeazzo Visconti, wiens geslacht een slang in het wapenschild voerde, terwijl het wapen van Nino een haan droeg.90Deze drie heldere sterren zijn Hoop, Geloof en Liefde, de drie geestelijke deugden; vgl. de vier sterren in het eerste boek: de Voorzichtigheid, Rechtvaardigheid, Ingetogenheid en Dapperheid.97Zie denvorigen zang vs. 72.112De lamp dergenademoet geholpen worden door den vrijen wil van den begenadigde.114bergvlakte, het aardsche paradijs op den top van den Louteringsberg.118Currado Malaspina, neef van dien Malaspina, die Dante zeven jaar later (zievs. 134) gastvrij heeft opgenomen, wiens mildheid hij dus door daden, niet door woorden van anderen, zou ondervinden.129beurs en zwaard, mildheid en heerschappij.131het slechte hoofd, de Paus.133d. w. z. eer zeven jaar verloopen zijn.NEGENDE ZANG1Waarschijnlijk moet men onder „de bijzit van Tithonus” niet Aurora, die zijne echtgenoote is, maar die schemering verstaan, die het opgaan van de Maan vóórafgaat; de maan immers kwam tegen negen uur op (zievs. 7, waar men de schreden als uren moet opvatten)en stond in den Scorpioen, „dat kille dier”,vs. 5.4edelgesteenten, sterren.12alle vijf, zieden vorigenzang: dit waren Sordello, Nino, Currado,Virgilius en Dante.30tot aan het vuurn.l. de sfeer des vuurs, gelegen boven den dampkring en onder de sfeer of hemel-kring der maan, tot welke de Louteringsberg met zijn top reikt.55Lucia, ook genoemdHel IIexterne link, evenals hier verpersoonlijking derGenade.94De eerste trede is de belijdenis der zonden, de tweede de vernedering des harten, de derde de liefde tot God.97paers, bedoeld is een kleur samengesteld uit purper en zwart, waarin het zwart den boventoon houdt.112ZevenP's(peccataofpeccair), de zeven hoofdzonden. De zeven P's geven tegelijk de 7 afdeelingen aan, waarin het eigenlijkeVagevuuren evenzoo hetGedicht tot aan het einde van Boek XXVIIis ingedeeld.115Het kleed des engels is gelijk aan dat des Priesters, die de absolutie verleent.118De gouden sleutel is symbool van de den priester toegekende bevoegdheid tot het geven van absolutie; de zilveren dat van zijn gave des onderzoeks (scientia discernendi).133Het geluid dat de poort bij het opengaan maakte, herinnert Dante aan het oogenblik dat op last van Caesar de bewaarplaats van de Romeinsche schatkist, die door Metellus verdedigd was, geforceerd werd. Lucanus III, 155beschrijft het aldus: Toen dreunde de Tarpejische rots; en de zware dreun getuigde dat de vleugel-deuren waren ontgrendeld.TIENDE ZANG8Hier is sprake van een door de rots kronkelend pad, niet van een bewegende rots.15Het is de vijfde dag na volle maan, dus de maan komt met haar donkere helft aan de kim ongeveer 4 uren na zonsopgang.55Dit beeldwerk voor wat beschreven is II Samuel, cap. 6.57Immers Uza „strekte zijn hand uit naar de arke Gods, en hield ze want de runderen struikelden. Toen ontstak de toorn des Heeren tegen Uza, en God sloeg hem aldaar bij de arke Gods.” Waarschijnlijk bevattenDante's woorden eene toespelling op de niet inachtgenomen verdeeling van geestelijke en wereldlijke macht tusschen Paus en Keizer.66Immers Daeid antwoordde tot Michol, die hem berispte: „Ook zal ik mij nog geringer houden dan alzoo, en zal nederig zijn in mijne oogen” enz.73De Heilige Gregorius, bewogen door den deemoed van Trajanus bij deze gelegenheid betoond, verkreeg diens verlossing uit de Hel door zijn gebed.100fluisterde, ook Virgilius wordt door deze tafereelen tot ontzag gestemd, zoodat hij slechts fluisterend durft spreken.123ruggewaartsche schreden, zijn de schreden die in zonde gezet worden, maar in het geval van hoovaardigheid gedaan met zelfvertrouwen.ELFDE ZANG1niet daartoe, God is niet beperkt tot den hemel, maar woont daar wegens de grootere liefde, die Hij voor den hemel heeft, daar die behoort tot Godseerstewerken.30Nl. van den Louteringsberg.33degenen, die menschen op aarde die de goddelijke genade deelachtig zijn.35hen helpen te wasschen de merken, het bidden der bovengenoemde begenadigden, moet meehelpen om van de zielen af te wasschen de merken der zonden, die zij hier droegen en waarmee zij in het louteringsoord aankwamen.37zoo waarlijk moge gerechtigheid Gods en vroomheid dergenen die leven en voor hen bidden etc.58Een Latijner, een Italiaan. Hier spreekt Humbert Aldobrandeschi, Graaf van Santafiore. Hij maakte zich door zijn hoovaardigheid zóó gehaat bij het volk van Siena, dat hij vermoord werd in Campagnatico, een plaats van de Maremma.81verluchten,alluminare, d.i. het versieren van handschriften met miniaturen. Oderisi van Agubbio, een stad van het hertogdom Urbinum, miniatuurschilder.82meer lachen de papieren= meer bijval in de oogen der menschen vinden de miniaturen.90nog kunnende zondigen= nog bij mijn leven.92Hij nl. de roem. De roem van den kunstenaar is alleenduurzaam wanneer zijn tijd wordt opgevolgd door onbeschaafde tijden. Anders verduistert weldra de opvolger den voorbijganger.97–99Guido Guinicelli stierf in 1276. Guido Cavalcante in 1301. Wellicht bedoelt D. met den volgende zich zelf, en wil daardoor tevens aantoonen dat ook hij niet vrij is van hoovaardigheid.105dui-dui-duiten (woordelijk naar het Italiaansch).108In het systeem van Ptolemaeüs is de traagst draaiendehemelcirkeldie der vaste sterren, welke in zesendertigduizend jaren zijn loop volvoert.113de florentijnsche woede, rabbia, misschien beter, schoon ongewoon,gemeen gepeupel.116dezelfde, de zon, d.i. de volksgunst.121Salvani Provenzano, Ghibellijnen-hoofd te Siena, die zich de gansche regeering had willen toeëigenen en tiran had willen worden.133–138Hij droeg de schande van het bedelen om den losprijs, gevergd voor een door Karel van Anjou gevangen-gehouden vriend, in te zamelen; en de schande van het bedelen zal ook Dante, in zijn ballingschap, weldra leeren kennen.142grenslanden, de in de eerste negen zangen beschreven Voor-louteringsberg.TWAALFDE ZANG25degene, die edelst geschapen was = Lucifer.30Zwaar; weergegeven wordt de indruk, die een dood lichaam zwaarder doet schijnen dan een levend.32rond hunnen vader, = Jupiter, die met de hiergenoemde goden, de Giganten (onder wie ook Briareus behoort) overwon.46Rehabeam, Salomo's zoon.48Koningen III.49Alcmeon doodde zijn moeder, die haar man ter wille van een halssieraad had prijsgegeven.52–54Koningen 13: 37.75Onvrije ziel, wijl ingenomen door gedachten van nederigheid.80De zesde dienstmaagd, Twaalf zijn de dienstmaagden of uren des daags, van zons-op- tot zonsondergang gerekend. Dit duidt dus denmiddagaan.102De goed geleide, ironisch gezegd van de stad Florence; de Rubaconte is een brug over de Arno.105Ten tijde dat, hier wordt de oude tijd genoemd in tegenstelling met Dante's eigen tijd. Dante zinspeelt op bedrog gepleegd door de regeerders van Florence in hetkwatern, het boek der rekeningen en in de uitmeting van hetzout.DERTIENDE ZANG7daar is geen schaduw (schilderwerk), nóch beeldwerk dat zich voordoet.19–21Langs den Louteringsberg wordt altijd bij dag verder gereisd en zooals wij reeds tweemaal hebben doorgemaakt op den weg over het gedeelte buiten de Poort, des nachts gerust.28De ongeziene sprekenden geven hier drie voorbeelden van barmhartigheid: het ook ongevraagd geven van hulp aan degenen, die haar noodig hebben zooals Maria deed, op de Bruiloft van Kana, toen zij tot haren Zoon zeide: „Zij hebben geen wijn;” het zich vrijwillig om eens anders wille in gevaar begeven, gelijk Pylades deed, die voorgaf Orestes te zijn, om dezen van den dood te redden; kwaad met goed te vergelden, gelijk door Christus wordt geleerd: „Hebt uwe vijanden lief.”37metaphorisch gezegd voor de voorbeelden van de deugd aan nijd tegenovergesteld. Hiermede worden bedoeld de spreuken die door de lucht vliegende geesten hun doen hooren.41De breidel, ook metaphorisch voor de straffen waarmede de nijdigen worden gelouterd. Op twee manieren worden dus evenals op den vorigen ommegang de zielen gelouterd, door voorbeelden ten goede, dengeesel, en door straffen, denbreidel.61bij de biecht, n.l. de bedelaars in de kerk.93N.l. om die ziel bekend te maken bij de menschen op aarde opdat die voor haar bidden.106Dit is Sapia, eene aanzienlijke burgeres van Siena, die verbannen naar Colle zich overmatig verheugde over de nederlaag, haren medeburgers bij haar woonplaats door de Florentijnen toegebracht.117en ik bad God om dat wat hij wilde, n.l. om de nederlaag der Florentijnen waartoe God toch reeds besloten had.123gelijk de meerle deed. Toespeling op een volkssprookje, van een meerle, die in den winter binnenshuis gekoesterd, bij het eerste mooie weer in den winter zich liet verlokken om uit te vliegen.133–135Dante spreekt hier van zijn verwachting van het volgend leven, wanneer hij zelf gestorven hier zal moeten boeten, slechts weinig voor de zonde der afgunst, maar meer voor die der hoovaardigheid.152Voor het laatst lucht de dichter hier op den ommegang der nijdigen, zijn leedvermaak over twee mislukte ondernemingen der zoo gehate Sieneezen (Hel XXIX. 122externe link): hun poging om in Talamone in de ongezonde Maremma, zich een havenplaats te stichten: telkens verloren daar hunne admiraals en manschappen meer dan de hoop, het leven; ten tweede hun poging om door in den grond te graven onder hun stad een water te vinden, dat zij reeds te voren de Diana hadden genoemd.VEERTIENDE ZANG43Met de „botte varkens” worden bedoeld de inwoners van het Casentijnsche land.46Keffertjeszijn de bewoners van Arezzo.49Met „de honden die wolven worden,” worden de Florentijnen bedoeld, die Guelfen (wolven) worden.52Veertien mijlen beneden Florence vormt de Arno tusschen de rotsen draaikolken, die nu nogpelaghi, zeeën genoemd worden. De vossen zijn de inwoners van Pisa.55een ander= Dante.58Uwen kleinzoon, kleinzoon of neef van den toegesprokene, die als podestà van Florence door de zwarten omgekocht, velen der witten liet ombrengen.64Met hetwoudwordt Florence bedoeld, dat hij zóó laat uitmoorden dat het verlies aan inwoners lang onhersteld blijft.87Gemeenschap bestaat slechts van hemelsche goederen: zieXV 43 en vlg.92Dit zijn de juiste grenzen van het land Romagna.112Brettinoro, kleine stad van Romagna, vaderstad van Guido.Stamhuis, de familie van dien Guido.118De Pagani, heeren van de stad Imola, wier vader Demon werd bijgenaamd, zullen beter dan hij zijn.133Dit zijn de woorden die Kaïn sprak na Abel gedood te hebben uit nijd. (Genes. IV, 14).139Aglauros, dochter van een Atheenschen koning Erechtheus, die uit afgunst Mercurius' liefde voor haar zuster in den weg trad.143„Het gebit”; zieden vorigen zang vs. 40.VIJFTIENDE ZANG3Diekringdie altijd speelt als een kind: de zonneweg, om zijn veranderingen met een spelend kind vergeleken. De dag (de tijd tusschen zons-òp- en -ondergang) is verdeeld in twaalf uur. Het is dus nu drie uur in den namiddag op den Louteringsberg, welken tijd men oudtijdsavondnoemde.5dááris de Louteringsberg;hieris Italië. Men bedenke dat deLouteringsbergligt precies aan den tegenovergestelden kant van de aarde als Jerusalem (waar het dus nu 3 uur na middernacht is) en dat Rome wordt gerekend 45° Westelijk van Jerusalem te liggen, dat het dus nu middernacht in Italië is.8Toen de Dichters van het strand naar den Berg gingen, hadden zij (zieIII 16) de zon in den rug, dus liepen zij van O. naar W. Voorts gingen zij den berg op in Noordelijke richting, maar langs den berg gingen zij Westelijk, dus zijn zij met de zon mede gegaan om den berg heen.46Het is natuurlijk dat Guido den menschen hun nijd verwijt: zoo wil hij nu er voor waarschuwen opdat ze later hier op den Louteringsberg er minder voor hoeven te boeten.58Ik ben van het tevredenzijn nog nuchterder, d.w.z. nog minder bevredigd in mijn honger naar weten.67In den hemel valt het licht van Gods Liefde in elken zalige als in een spiegel.71hoe ver, dus over hoeveel personen zij zich uitbreidt.73misschien te lezen: zonder „elkander”, dus God verstaan.94Deze vrouw is Pisistratus' vrouw, die straf eischte voor een jong Athener, die hunne dochter in het openbaar had gekust.106eenjonkmanis Stephanus.ZESTIENDE ZANG24Dit is een van de weinige metaphorische uitdrukkingen van Dante, die anders altijd geziene beelden gebruikt. De bedoeling is hier: doorstaan zij de moeilijkheden, waarin zij door hunne zonde zijn geraakt.42Hel II. 31externe linkworden degenen genoemd, dievroegerlevend het rijk der dooden bezochten, nl. Aeneas en Paulus.46Marco, vriend van Dante, alleen uit deze plaats bekend.55Marco's uiting over de verdorvenheid der tegenwoordige menschen, brengt D. in verband met het van Guido del Duca vernomene (XIV).73Hier wordt met weinige woorden aangestipt de filosofie, uitvoerig uitéén gezet in het „Convito”, volgens welke elke deugd, die de menschen voortstuwt, haar bijzonderen zetel heeft in één der planeten, terwijl tegelijk wordt aangeraakt het vraagstuk van den vrijen wil.79grootere krachtenbetere natuur, d.i. God: endieschept enz.85Zij, dit is aankondiging van het subject, vs. 88 genoemd.97De dichter gaat terstond over tot dat wat hem dunkt de hoofdoorzaak van alle kwaad: de vereeniging van wereldlijke en geestelijke macht in den Paus. Het volgende is toespeling op Mozes' voorschrift aangaande het vleesch, hier toegepast op den Paus, die wel herkauwt, d.i. geleerd is, maar geen gespleten hoeven, d.i. goede zeden heeft.106goede wereld: Christendom tegenover Heidendom.126De Franken noemden alle Italianen Lombarden. Van de hier genoemden is niets bekend dan dat zij brave edellieden waren.130De stam van Levi, den priester, kreeg geen deel van het land Kanaän onder de stammen van Israël: zóó moesten ook de Pausen van het wereldlijk bestuur zijn uitgesloten.139Marco zinspeelt ook hier op het verderf onder de adellijke families.Het is merkwaardig op te merken, dat Dante den vrijen wil handhaaft om dezelfde reden als Kant. Nl. dat de mensch als zedelijk wezen met den vrijen wil staat of valt, of zooals Dante zeer eenvoudig zegt: als er geen vrije wil wordt aangenomen, er ook geen reden is om zich te verheugen over het goede en te rouwen over het kwade.ZEVENTIENDE ZANG17De fabel van Tereus, Procne en Philomela wordt hier zóó gewijzigd, dat niet zooals gewoonlijk Philomela, maar haar zuster Procne in een nachtegaal heet veranderd te zijn.25–29Boek Esther.34Ditmeisjeis Lavinia, sprekend tot hare doode moeder Amata, die van kwaadheid stierf daar zij hare dochter niet aan Aeneas maar aan Turnus toegezegd wilde zien. Zie Aeneïs XII.49Dit kleine trekje geeft even aan de groote begeerte, die door het geheele gedicht gaat, om het Hoogste Heil te aanschouwen.73deugd, in de eigenlijke beteekenis van het woord.97Liefde gericht op de eerste, d.i. geestelijke goederen is onschuldig; liefde gericht op de aardsche goederen kan alleen onschuldig zijn wanneer zij het goede beoogt en gematigd is. Als zij het kwade beoogt, dan veroorzaakt zij hoogmoed (vs.115–117) nijd (vs.118–120) gramstorigheid (vs.121–123) voor welke in de eerste, tweede en derde ommegangen geboet wordt. Wanneer zij zich wendt zonder de juiste mate tot het goede, d.w.z. te lauw tot God, en te heftig tot de aardsche goederen, dan voert zij tot de zonden, in de hoogere vier ommegangen geboet, die nog moeten worden beschreven.114in uw klei: in de menschelijke natuur.124daar omlaag, nl. op de drie reeds doorloopen ommegangen,—afgunst, nijd en wraakzucht. Op de volgende drie ommegangen komen traagheid, gierigheid en gulzigheid.127Eén Goed: God.136dit goednl. dat niet het ware geluk geeft, dus het aardsche.ACHTTIENDE ZANG27op nieuw, die liefde wordt als eentweedenatuur.28Volgens Aristoteles moet men in elk ding onderscheiden tusschen de eigenschaploozegrondstoffenen denvormof idee, die daaraan eerst het eigenlijke bestaan geeft. Zoo is het de natuur van denvormof idee omkort in hare stof te blijven en zoo spoedig mogelijk naar den hemelkring der maan op te stijgen waar zij thuis hoort en niet zoo snel verteert [dus langer bij haar grondstof volhardt].37Ook hier wordt de liefde op de bijvs. 28opgegeven wijze verdeeld in de grondstof: d.i. liefde in 't algemeen en de bepaaldeideeofvormdie haar tot eene bepaalde liefde maakt.46Deze uitspraak van Virgilius herinnert er nogmaals aan dat hij slechts de wetenschap mededeelt welke de Rede geeft, maar dat Beatrice de hoogere, die des Geloofs geeft.49Wederom de Scolastiek naar Aristoteles: de zelfstandige [substantieele] vorm of idee, nl. de ziel, die met de stof, het lichaam, vereenigd wordt.55eerste begrippen; d.i. de aangeboren begrippen, tot welke alle oordeelen zijn te herleiden, als: het ware, goede, schoone.62dàtvermogen, de rede, die na beraadslaging ja en neen zegt tot elk oordeel.63Zie Parad. V. 19.76Het is nu de zesde avond na volle maan, die begint.79De maan staat in het sterrebeeld tegengesteld aan dat van de zon, dus dat waar de zon in October staat, wanneer men te Rome de zon ziet ondergaan als hier staat beschreven.82Pietola, vroeger Andes, het dorpje, waar Virgilius is geboren.100Lucas 1: 39, Maria spoedt zich tot bezoek bij haar nicht Elisabeth.101Caesar enz. ziet op het begin van den burgeroorlog, toen Caesar met de grootste haast Marseille liet belegeren en bij Ilerda in Spanje de legers overwon die zich anders met Pompejus vereenigd zouden hebben.133Al de Joden, die de Roode Zee doortrokken, stierven voor dat de Joden hun erfdeel Palestina betraden.136Die tochtgenooten van Aeneas die op Sicilië bleven.NEGENTIENDEZANG1De koude van het oogenblik, dat onmiddellijk vóór gaat de opkomst van de Zon, werd toegeschreven aan den invloed van de Aarde, somtijds versterkt door dienvan de planeet Saturnus. De Maan staat hier voor denNacht.4De geomanten, (Aarde-waarzeggers) teekenen in den blinde eene figuur op den grond en beschouwen het als hun grootst geluk, wanneer die figuur gelijkt op den stand der sterren die nu in het Oosten valt waar te nemen: de Watermangeheel, de Visschengedeeltelijkboven den horizont. Immers dit teeken wordt onmiddellijk gevolgd door denRam, het teeken waarinnude Zon staat.13hij: mijn blik. Door haar lang te zien, vergat D. hare gebreken.19doe verdwalen, dat woord kan ook beteekenen: „verbijsteren.”22Ten onrechte, zooals men weet, beroemt zij zich hier.25Wie deze heilige vrouw is, wordt niet nader aangeduid, hetzij de heilige Waarheid, hetzij Lucia, de verlichtende genade.31Daar het oorspr. hier geen pronomen heeft, kan men ook vertalen: Hij [d.i. Virg.] greep, welke opvatting misschien wel verdedigd wordt doorvs. 60. „hoede menschzich van haar los maakt.”37Zij gaan steeds van O. naar W., dus schijnt de Zon in den ochtend achter tegen hunne lendenen.49–51lett.: daar zij hebben de zielen als meesteressen of bezitsters van het troosten.58Dit is een van de weinige plaatsen, waar Dante zich niet beeldend maar afgetrokken uitdrukt. Dietooveresis de allegorie van de drie hoofd-zonden, welke in de nu nog volgende, dus hoogere kringen geboet worden,om welkedusboven ons geweend wordt. Virgilius bewijst hierin wederom hoe hij alles gewaar wordt wat in Dante omgaat.62lok-aas, de hemel met de sterren.67–69Eenigszins omstandig gezegd voor: door de gansche spleet.82–84D. had den spreker wel gehoord, maar zijn aangezicht niet gezien.93grootere zorg, zijne eigene zaligheid, in vergelijking met de aandacht, aan Dante te schenken.100Deze stroom is de Lavagna, in het Land van Genua, waarnaar de Fieschi zich noemden Graven van Lavagna.137neque nubentMatthaeüs XXII. 30 „want in de opstandingnemen zij niet ten huwelijk, en worden niet ten huwelijk uitgegeven.” Met deze woorden geeft de Paus te kennen dat ook het huwelijk van den Paus met de Kerk [waarop Dante meermalenHel XIXexterne link,Lout. XXIVzinspeelt], in het andere leven hen niets meer boven andere stervelingen verheft.

8Calliope, muze van het heldendicht.

11Eksteren, dochters van Pieros, koning van Thessalië, hadden de Muzen uitgedaagd tot een wedstrijd, waarin ze overwonnen werden en veranderd in Eksters.

15Kring, horizon.

19troosten, in de oud-Holl. beteekenis van aanmoedigen tot.

21De zon staat nu in den Ram. Dit beeld volgt op de Visschen, waarin zich nu de schoone planeet, Venus, bevindt, die het met haar licht verduistert.

75licht, glanzend.

79Marcia, in hare jeugd de vrouw van Cato geworden, werd door hem aan Hortensius afgestaan om dezen, zooals ook gebeurde, kinderen te schenken, doch na H.'s dood weder—op haar verzoek—door Cato tot vrouw aangenomen. Zie het verhaal van Marcia's terugkeer bij Lucanus II 326. In Dante's Convito IV. 28 wordt die terugkeer geallegoriseerd: Marcia verbeeldt dan de Edele Ziel, die na de plichten des levens vervuld te hebben, tot Cato, (die hier God verbeeldt) terugkeert.

95glad takjen, symbool van eenvoud en geduld. Zie den Eersten Zendbrief van Petrus, hoofdstuk 2.

1Volgens deze voorstelling ligt Jerusalem op het middelpunt van het bewoonde halfrond (zieHel XXXIVexterne link). Wanneer men zich dus vier hoofdmeridianen denkt, alle negentig graden van elkander afliggende, loopt één overSevilla, één over den Louteringsberg, één over den Ganges. Wanneer (zooals hier) de Zon voor het gindsche halfrond opgaat, begint voor ons de nacht, opkomende van den Ganges.

6wanneer zij winnende is, d.w.z. wanneer de nacht langer wordt dan de dag.

56De Steenbok is 90° verwijderd van den Ram. Wanneer dus de Zon in den Ram staat, staat de Steenbok bij Zonsopgang in het midden des hemels.

70bode, die het olijf-loof draagt = vredesgezant.

98Sedert drie maanden, d.i. sedert het begin van het Jubel-jaar 1300.

112„Liefde” enz.Amor che nella mente mi ragiona, aldus begint de tweede Canzone van Dante's Convito, door Casella op muziek gezet.

27Van Virgilius, die te Brindisi gestorven is, bestaat het graf te Napels.

37Met hetQuiawordt bedoeld de wetenschapa posteriori, d.i. die welke van de uitwerkselen tot de oorzaken opklimt, in tegenstelling met hetPropter quod, of de wetenschapa priori, wanneer men van de oorzaken afdaalt tot de uitwerkselen.

40menigeen, namelijk de wijzen der Oudheid, die Virgilius in den Limbus zag, zieHel IVexterne link. „daar zij zonder hoop leven in begeerte.”Want, nl. indien de mensch deoorzakender dingen konde bevroeden.

52Men lette op dat hier voor het eerst de Heiden Virgilius geen raad weet te schaffen, maar de Christen Dante het middel vindt om den weg te weten te komen.

85kopof voorhoede.

100komt bij ons in onzen drom, dan gaan wij samen voort.

112Manfred, zoon van Keizer Frederik II, was Koning van Napels geweest, had altijd als vijand van de Kerk geleefd en sneuvelde, door den Paus in den ban gedaan, in den slag bij Benevento 1266. Hier streed hij tegen Karel van Anjou, die door Paus Clemens IV ondersteund werd. Anjou weigerde hem een eerlijke begrafenis; Anjou's soldaten echter droegen elk een steen aan (vandaar129„de zware zerk”) voor zijn graf-teeken aan de brug van Benevento. Ook dit werd hem misgunden de aartsbisschop van Cosenza, [124], liet op last van Paus Clemens het lijk overbrengen naar eene plaats op de grens van Abruzzo aan den Verde, gelegen buiten het Koninkrijk Napels. Dit gebeurde, omdat de doode in den ban gestorven was, met gedoofde lichten.

135zóólang de hoop nog iets, zoolang men nog leeft.

6ontstoken wordt, nml. bij de geboorte.

16De zon, die immers 15 graden in het uur aflegt, wijst dus aan dat het op dezen Paasch-Zondag ongeveer kwart over negen in den morgen is.

34De berg heeft iets dat men een voetstuk zou kunnen noemen. Deze eerste opgang leidt tot de vlakte bovenop het voetstuk rondom den berg. D. noemt het dus den bovensten rand in tegenstelling met den ondersten rand, die onder aan het voetstuk is.

40top, van den geheelen berg.

42de helling is dus 45°.

60In het teeken van C. en P., de Tweelingen, komt de zon na 21 Mei; dan staat de zon nog veel noordelijker.

62Spiegel: deZon, die Gods liefde afspiegelt.

63boven en beneden, in dit en het ander halfrond.

73d.i. dat de zon den berg der Loutering links [zuidelijk], maar den berg Sion rechts [noordelijk] heeft.

123Belacqua, kunstig luitenmaker en door de Muziek met Dante bevriend.

136Het is dus nu de Middag van den Paasch-Zondag. Wanneer het middag is voor den Louteringsberg is het morgen aan den Ganges, en wordt het avond in Marocco, het Westen van het Noordelijk Halfrond.

37Ontstoken wasems, vallende sterren.

55vergevende, nl. dengenen die ons doodden.

67Degene, die hier spreekt is Jacob del Cassero, burger van Fano (Fanum Fortunae) gelegen aan de Adr. Zee bij Ancona in den Kerk. Staat.

69Tusschen Romagna en het land van Karel, d.i. het Koninkrijk Napels. Jacob del Cassero, burger van Fano,die hier spreekt, werd op weg zijnde om te Milaan het Ambt van Podesta te aanvaarden, bij Oriaco in het Paduaansche vermoord op last van Azzo III van Este, dien hij tegen zich verbitterd had vooral door hem zijn afval van de Ghibellijnen te verwijten.

74dit is volgens de leer dergenen, die zeggen dat de ziel in hetbloed huist.

75Antenoren, de Paduanen, naar hun stamvader Antenor.

88Buonconte, zoon van Guido vanMontefeltro, (zieHel XXVIIexterne link) viel in den slag van Campaldino, waar Dante ook meestreed, meermalen in de hel genoemd.

97De Archiano mondt uit in den Arno.

116Pratomagnois een plaats die Valdarno van Casentino scheidt; degroote bergrugis de Appennijnen.

121deKonings-stroom: de Arno in vergelijking met de andere stroomen.

129buit, al wat een rivier meevoert.

133Pia Guastellano, door haren man onder voorwendsel van verdenking van echtbreuk weggevoerd naar de streek Maremma, bekend om haar doodelijke luchtgesteldheid, en daar eenen langzamen dood prijsgegeven.

22Pieter dalla Broccia, van geringe afkomst, heelmeester van Lodewijk den Heilige, en onder Philips den Stoute tot hoog aanzien aan het Fransche Hof gestegen, was gehaat bij diens tweede vrouw, Maria van Brabant; hij werd op haar bloot vermoeden van haar zoon vergiftigd te hebben, ter dood gebracht.

30ergens in uw geschrift, nl. Aen. VI, waar de Sibylle tot Palinurus die bidt medegenomen te worden over de Styx, antwoordt (v. 376): „Houd op te hopen dat door gebeden de lotsbeschikkingen der goden worden veranderd.”

74Sordello, van de Mantuaansche familie der Visconti, beroemd minnezanger in de Provençaalsche taal. Wat zijne hooghartigheid betreft, wachte men af wat in ZangXenXIover aardschen roem gezegd wordt.

88Justinianus, die Italië bevrijd had van de Gothen door Belisarius en Narses, gaf het wetten, naar hem genoemd. Italië had zich moeten laten regeeren naar het woord „Geef aan Caesar wat Caesar's is”, maar bijgebrek aan ruiter sloeg het zelf de hand aan den halster.

97Albrecht van Habsburg in 1299 tot Keizer gekozen, maar wilde nooit naar Italië komen.

106Alle vier Ghibellijnsche families, de eerste twee van Verona, de tweede twee van Orvieto. De Ghibellijnen, om des Keizers zaak geprangd, werden door hem veronachtzaamd.

111hoe veilig, ironie. S. is een leengoed des keizers in de Maremma, maar geheel door hem veronachtzaamd.

126Marcellus, waarschijnlijk de tegenstander van Caesar, bij Lucanus genoemd I, 312: „Marcellusque loquax.”

127Ironie.

133den algemeenen last, de overheids-ambten.

15vastgrijpt, d.w.z. om de knieën.

25de hooge Zon, God.

33bevrijd, nl. door den doop.

34de heilige deugden: geloof, hoop en liefde.

49Zou het ongegrond zijn om deze vraag aan Dante zelven toe te kennen?

70Tusschen, ik heb hier opzettelijk het dubbelzinnige van het origineel behouden, dat verklaard kan worden: tusschen densteilenen denvlakkenbergrand, en: „half steil, half vlak” dus „glooiend”.

85Zon, hier als het licht der genade.

94Rudolfvan Habsburg, vader van Albrecht (zie denvorigen zang 97) wien D. hetzelfde verwijt.

100Waarschijnlijk wordt Rudolf door den aanblik vanOttocar, koning van Bohemen, getroost, omdat hij tegen dezen zijn plicht heeft gedaan.

103En die met den kleinen neus, Philips III van Frankrijk.

104met hetgoedwilliguitzicht is Hendrik III van Navarre.

105vluchtend, in den oorlog tegen Peter III van Arragon.

107den andere, d.i. Hendrik III, zie104.

113de Vorst,van den mannelijken neusenvs. 124metdengrooten neusgenoemd, is Karel van Anjou, koning van Sicilië.

114het gorden van het kleed beschouwd als bewijs van zorgvuldigheid.

127vergelijking van de drie vorsten, waarvan de eerste de minste en de derde de beste is.

131Hendrik III.

133Denlaagstenrang onder deze keizers en koningen neemt Willem in, de Markgraaf van Monferrat, die listig door die van Alessandrië gedood is.

13Te lucis ante, begin-woorden van het avondgezang waarin gebeden wordt tegen nachtelijke schrikbeelden en verzoekingen.

52Nino, van het geslacht der Visconti van Pisa, zusterszoon van Ugolino (Hel XXXIIIexterne link) aan wiens misdaden Dante had gedacht dat hij ook schuldig was. Zijne vrouw, de moeder van zijne Johanna (vs. 71), was hertrouwd (vs. 73) met Galeazzo Visconti, wiens geslacht een slang in het wapenschild voerde, terwijl het wapen van Nino een haan droeg.

90Deze drie heldere sterren zijn Hoop, Geloof en Liefde, de drie geestelijke deugden; vgl. de vier sterren in het eerste boek: de Voorzichtigheid, Rechtvaardigheid, Ingetogenheid en Dapperheid.

97Zie denvorigen zang vs. 72.

112De lamp dergenademoet geholpen worden door den vrijen wil van den begenadigde.

114bergvlakte, het aardsche paradijs op den top van den Louteringsberg.

118Currado Malaspina, neef van dien Malaspina, die Dante zeven jaar later (zievs. 134) gastvrij heeft opgenomen, wiens mildheid hij dus door daden, niet door woorden van anderen, zou ondervinden.

129beurs en zwaard, mildheid en heerschappij.

131het slechte hoofd, de Paus.

133d. w. z. eer zeven jaar verloopen zijn.

1Waarschijnlijk moet men onder „de bijzit van Tithonus” niet Aurora, die zijne echtgenoote is, maar die schemering verstaan, die het opgaan van de Maan vóórafgaat; de maan immers kwam tegen negen uur op (zievs. 7, waar men de schreden als uren moet opvatten)en stond in den Scorpioen, „dat kille dier”,vs. 5.

4edelgesteenten, sterren.

12alle vijf, zieden vorigenzang: dit waren Sordello, Nino, Currado,Virgilius en Dante.

30tot aan het vuurn.l. de sfeer des vuurs, gelegen boven den dampkring en onder de sfeer of hemel-kring der maan, tot welke de Louteringsberg met zijn top reikt.

55Lucia, ook genoemdHel IIexterne link, evenals hier verpersoonlijking derGenade.

94De eerste trede is de belijdenis der zonden, de tweede de vernedering des harten, de derde de liefde tot God.

97paers, bedoeld is een kleur samengesteld uit purper en zwart, waarin het zwart den boventoon houdt.

112ZevenP's(peccataofpeccair), de zeven hoofdzonden. De zeven P's geven tegelijk de 7 afdeelingen aan, waarin het eigenlijkeVagevuuren evenzoo hetGedicht tot aan het einde van Boek XXVIIis ingedeeld.

115Het kleed des engels is gelijk aan dat des Priesters, die de absolutie verleent.

118De gouden sleutel is symbool van de den priester toegekende bevoegdheid tot het geven van absolutie; de zilveren dat van zijn gave des onderzoeks (scientia discernendi).

133Het geluid dat de poort bij het opengaan maakte, herinnert Dante aan het oogenblik dat op last van Caesar de bewaarplaats van de Romeinsche schatkist, die door Metellus verdedigd was, geforceerd werd. Lucanus III, 155beschrijft het aldus: Toen dreunde de Tarpejische rots; en de zware dreun getuigde dat de vleugel-deuren waren ontgrendeld.

8Hier is sprake van een door de rots kronkelend pad, niet van een bewegende rots.

15Het is de vijfde dag na volle maan, dus de maan komt met haar donkere helft aan de kim ongeveer 4 uren na zonsopgang.

55Dit beeldwerk voor wat beschreven is II Samuel, cap. 6.

57Immers Uza „strekte zijn hand uit naar de arke Gods, en hield ze want de runderen struikelden. Toen ontstak de toorn des Heeren tegen Uza, en God sloeg hem aldaar bij de arke Gods.” Waarschijnlijk bevattenDante's woorden eene toespelling op de niet inachtgenomen verdeeling van geestelijke en wereldlijke macht tusschen Paus en Keizer.

66Immers Daeid antwoordde tot Michol, die hem berispte: „Ook zal ik mij nog geringer houden dan alzoo, en zal nederig zijn in mijne oogen” enz.

73De Heilige Gregorius, bewogen door den deemoed van Trajanus bij deze gelegenheid betoond, verkreeg diens verlossing uit de Hel door zijn gebed.

100fluisterde, ook Virgilius wordt door deze tafereelen tot ontzag gestemd, zoodat hij slechts fluisterend durft spreken.

123ruggewaartsche schreden, zijn de schreden die in zonde gezet worden, maar in het geval van hoovaardigheid gedaan met zelfvertrouwen.

1niet daartoe, God is niet beperkt tot den hemel, maar woont daar wegens de grootere liefde, die Hij voor den hemel heeft, daar die behoort tot Godseerstewerken.

30Nl. van den Louteringsberg.

33degenen, die menschen op aarde die de goddelijke genade deelachtig zijn.

35hen helpen te wasschen de merken, het bidden der bovengenoemde begenadigden, moet meehelpen om van de zielen af te wasschen de merken der zonden, die zij hier droegen en waarmee zij in het louteringsoord aankwamen.

37zoo waarlijk moge gerechtigheid Gods en vroomheid dergenen die leven en voor hen bidden etc.

58Een Latijner, een Italiaan. Hier spreekt Humbert Aldobrandeschi, Graaf van Santafiore. Hij maakte zich door zijn hoovaardigheid zóó gehaat bij het volk van Siena, dat hij vermoord werd in Campagnatico, een plaats van de Maremma.

81verluchten,alluminare, d.i. het versieren van handschriften met miniaturen. Oderisi van Agubbio, een stad van het hertogdom Urbinum, miniatuurschilder.

82meer lachen de papieren= meer bijval in de oogen der menschen vinden de miniaturen.

90nog kunnende zondigen= nog bij mijn leven.

92Hij nl. de roem. De roem van den kunstenaar is alleenduurzaam wanneer zijn tijd wordt opgevolgd door onbeschaafde tijden. Anders verduistert weldra de opvolger den voorbijganger.

97–99Guido Guinicelli stierf in 1276. Guido Cavalcante in 1301. Wellicht bedoelt D. met den volgende zich zelf, en wil daardoor tevens aantoonen dat ook hij niet vrij is van hoovaardigheid.

105dui-dui-duiten (woordelijk naar het Italiaansch).

108In het systeem van Ptolemaeüs is de traagst draaiendehemelcirkeldie der vaste sterren, welke in zesendertigduizend jaren zijn loop volvoert.

113de florentijnsche woede, rabbia, misschien beter, schoon ongewoon,gemeen gepeupel.

116dezelfde, de zon, d.i. de volksgunst.

121Salvani Provenzano, Ghibellijnen-hoofd te Siena, die zich de gansche regeering had willen toeëigenen en tiran had willen worden.

133–138Hij droeg de schande van het bedelen om den losprijs, gevergd voor een door Karel van Anjou gevangen-gehouden vriend, in te zamelen; en de schande van het bedelen zal ook Dante, in zijn ballingschap, weldra leeren kennen.

142grenslanden, de in de eerste negen zangen beschreven Voor-louteringsberg.

25degene, die edelst geschapen was = Lucifer.

30Zwaar; weergegeven wordt de indruk, die een dood lichaam zwaarder doet schijnen dan een levend.

32rond hunnen vader, = Jupiter, die met de hiergenoemde goden, de Giganten (onder wie ook Briareus behoort) overwon.

46Rehabeam, Salomo's zoon.

48Koningen III.

49Alcmeon doodde zijn moeder, die haar man ter wille van een halssieraad had prijsgegeven.

52–54Koningen 13: 37.

75Onvrije ziel, wijl ingenomen door gedachten van nederigheid.

80De zesde dienstmaagd, Twaalf zijn de dienstmaagden of uren des daags, van zons-op- tot zonsondergang gerekend. Dit duidt dus denmiddagaan.

102De goed geleide, ironisch gezegd van de stad Florence; de Rubaconte is een brug over de Arno.

105Ten tijde dat, hier wordt de oude tijd genoemd in tegenstelling met Dante's eigen tijd. Dante zinspeelt op bedrog gepleegd door de regeerders van Florence in hetkwatern, het boek der rekeningen en in de uitmeting van hetzout.

7daar is geen schaduw (schilderwerk), nóch beeldwerk dat zich voordoet.

19–21Langs den Louteringsberg wordt altijd bij dag verder gereisd en zooals wij reeds tweemaal hebben doorgemaakt op den weg over het gedeelte buiten de Poort, des nachts gerust.

28De ongeziene sprekenden geven hier drie voorbeelden van barmhartigheid: het ook ongevraagd geven van hulp aan degenen, die haar noodig hebben zooals Maria deed, op de Bruiloft van Kana, toen zij tot haren Zoon zeide: „Zij hebben geen wijn;” het zich vrijwillig om eens anders wille in gevaar begeven, gelijk Pylades deed, die voorgaf Orestes te zijn, om dezen van den dood te redden; kwaad met goed te vergelden, gelijk door Christus wordt geleerd: „Hebt uwe vijanden lief.”

37metaphorisch gezegd voor de voorbeelden van de deugd aan nijd tegenovergesteld. Hiermede worden bedoeld de spreuken die door de lucht vliegende geesten hun doen hooren.

41De breidel, ook metaphorisch voor de straffen waarmede de nijdigen worden gelouterd. Op twee manieren worden dus evenals op den vorigen ommegang de zielen gelouterd, door voorbeelden ten goede, dengeesel, en door straffen, denbreidel.

61bij de biecht, n.l. de bedelaars in de kerk.

93N.l. om die ziel bekend te maken bij de menschen op aarde opdat die voor haar bidden.

106Dit is Sapia, eene aanzienlijke burgeres van Siena, die verbannen naar Colle zich overmatig verheugde over de nederlaag, haren medeburgers bij haar woonplaats door de Florentijnen toegebracht.

117en ik bad God om dat wat hij wilde, n.l. om de nederlaag der Florentijnen waartoe God toch reeds besloten had.

123gelijk de meerle deed. Toespeling op een volkssprookje, van een meerle, die in den winter binnenshuis gekoesterd, bij het eerste mooie weer in den winter zich liet verlokken om uit te vliegen.

133–135Dante spreekt hier van zijn verwachting van het volgend leven, wanneer hij zelf gestorven hier zal moeten boeten, slechts weinig voor de zonde der afgunst, maar meer voor die der hoovaardigheid.

152Voor het laatst lucht de dichter hier op den ommegang der nijdigen, zijn leedvermaak over twee mislukte ondernemingen der zoo gehate Sieneezen (Hel XXIX. 122externe link): hun poging om in Talamone in de ongezonde Maremma, zich een havenplaats te stichten: telkens verloren daar hunne admiraals en manschappen meer dan de hoop, het leven; ten tweede hun poging om door in den grond te graven onder hun stad een water te vinden, dat zij reeds te voren de Diana hadden genoemd.

43Met de „botte varkens” worden bedoeld de inwoners van het Casentijnsche land.

46Keffertjeszijn de bewoners van Arezzo.

49Met „de honden die wolven worden,” worden de Florentijnen bedoeld, die Guelfen (wolven) worden.

52Veertien mijlen beneden Florence vormt de Arno tusschen de rotsen draaikolken, die nu nogpelaghi, zeeën genoemd worden. De vossen zijn de inwoners van Pisa.

55een ander= Dante.

58Uwen kleinzoon, kleinzoon of neef van den toegesprokene, die als podestà van Florence door de zwarten omgekocht, velen der witten liet ombrengen.

64Met hetwoudwordt Florence bedoeld, dat hij zóó laat uitmoorden dat het verlies aan inwoners lang onhersteld blijft.

87Gemeenschap bestaat slechts van hemelsche goederen: zieXV 43 en vlg.

92Dit zijn de juiste grenzen van het land Romagna.

112Brettinoro, kleine stad van Romagna, vaderstad van Guido.Stamhuis, de familie van dien Guido.

118De Pagani, heeren van de stad Imola, wier vader Demon werd bijgenaamd, zullen beter dan hij zijn.

133Dit zijn de woorden die Kaïn sprak na Abel gedood te hebben uit nijd. (Genes. IV, 14).

139Aglauros, dochter van een Atheenschen koning Erechtheus, die uit afgunst Mercurius' liefde voor haar zuster in den weg trad.

143„Het gebit”; zieden vorigen zang vs. 40.

3Diekringdie altijd speelt als een kind: de zonneweg, om zijn veranderingen met een spelend kind vergeleken. De dag (de tijd tusschen zons-òp- en -ondergang) is verdeeld in twaalf uur. Het is dus nu drie uur in den namiddag op den Louteringsberg, welken tijd men oudtijdsavondnoemde.

5dááris de Louteringsberg;hieris Italië. Men bedenke dat deLouteringsbergligt precies aan den tegenovergestelden kant van de aarde als Jerusalem (waar het dus nu 3 uur na middernacht is) en dat Rome wordt gerekend 45° Westelijk van Jerusalem te liggen, dat het dus nu middernacht in Italië is.

8Toen de Dichters van het strand naar den Berg gingen, hadden zij (zieIII 16) de zon in den rug, dus liepen zij van O. naar W. Voorts gingen zij den berg op in Noordelijke richting, maar langs den berg gingen zij Westelijk, dus zijn zij met de zon mede gegaan om den berg heen.

46Het is natuurlijk dat Guido den menschen hun nijd verwijt: zoo wil hij nu er voor waarschuwen opdat ze later hier op den Louteringsberg er minder voor hoeven te boeten.

58Ik ben van het tevredenzijn nog nuchterder, d.w.z. nog minder bevredigd in mijn honger naar weten.

67In den hemel valt het licht van Gods Liefde in elken zalige als in een spiegel.

71hoe ver, dus over hoeveel personen zij zich uitbreidt.

73misschien te lezen: zonder „elkander”, dus God verstaan.

94Deze vrouw is Pisistratus' vrouw, die straf eischte voor een jong Athener, die hunne dochter in het openbaar had gekust.

106eenjonkmanis Stephanus.

24Dit is een van de weinige metaphorische uitdrukkingen van Dante, die anders altijd geziene beelden gebruikt. De bedoeling is hier: doorstaan zij de moeilijkheden, waarin zij door hunne zonde zijn geraakt.

42Hel II. 31externe linkworden degenen genoemd, dievroegerlevend het rijk der dooden bezochten, nl. Aeneas en Paulus.

46Marco, vriend van Dante, alleen uit deze plaats bekend.

55Marco's uiting over de verdorvenheid der tegenwoordige menschen, brengt D. in verband met het van Guido del Duca vernomene (XIV).

73Hier wordt met weinige woorden aangestipt de filosofie, uitvoerig uitéén gezet in het „Convito”, volgens welke elke deugd, die de menschen voortstuwt, haar bijzonderen zetel heeft in één der planeten, terwijl tegelijk wordt aangeraakt het vraagstuk van den vrijen wil.

79grootere krachtenbetere natuur, d.i. God: endieschept enz.

85Zij, dit is aankondiging van het subject, vs. 88 genoemd.

97De dichter gaat terstond over tot dat wat hem dunkt de hoofdoorzaak van alle kwaad: de vereeniging van wereldlijke en geestelijke macht in den Paus. Het volgende is toespeling op Mozes' voorschrift aangaande het vleesch, hier toegepast op den Paus, die wel herkauwt, d.i. geleerd is, maar geen gespleten hoeven, d.i. goede zeden heeft.

106goede wereld: Christendom tegenover Heidendom.

126De Franken noemden alle Italianen Lombarden. Van de hier genoemden is niets bekend dan dat zij brave edellieden waren.

130De stam van Levi, den priester, kreeg geen deel van het land Kanaän onder de stammen van Israël: zóó moesten ook de Pausen van het wereldlijk bestuur zijn uitgesloten.

139Marco zinspeelt ook hier op het verderf onder de adellijke families.

Het is merkwaardig op te merken, dat Dante den vrijen wil handhaaft om dezelfde reden als Kant. Nl. dat de mensch als zedelijk wezen met den vrijen wil staat of valt, of zooals Dante zeer eenvoudig zegt: als er geen vrije wil wordt aangenomen, er ook geen reden is om zich te verheugen over het goede en te rouwen over het kwade.

17De fabel van Tereus, Procne en Philomela wordt hier zóó gewijzigd, dat niet zooals gewoonlijk Philomela, maar haar zuster Procne in een nachtegaal heet veranderd te zijn.

25–29Boek Esther.

34Ditmeisjeis Lavinia, sprekend tot hare doode moeder Amata, die van kwaadheid stierf daar zij hare dochter niet aan Aeneas maar aan Turnus toegezegd wilde zien. Zie Aeneïs XII.

49Dit kleine trekje geeft even aan de groote begeerte, die door het geheele gedicht gaat, om het Hoogste Heil te aanschouwen.

73deugd, in de eigenlijke beteekenis van het woord.

97Liefde gericht op de eerste, d.i. geestelijke goederen is onschuldig; liefde gericht op de aardsche goederen kan alleen onschuldig zijn wanneer zij het goede beoogt en gematigd is. Als zij het kwade beoogt, dan veroorzaakt zij hoogmoed (vs.115–117) nijd (vs.118–120) gramstorigheid (vs.121–123) voor welke in de eerste, tweede en derde ommegangen geboet wordt. Wanneer zij zich wendt zonder de juiste mate tot het goede, d.w.z. te lauw tot God, en te heftig tot de aardsche goederen, dan voert zij tot de zonden, in de hoogere vier ommegangen geboet, die nog moeten worden beschreven.

114in uw klei: in de menschelijke natuur.

124daar omlaag, nl. op de drie reeds doorloopen ommegangen,—afgunst, nijd en wraakzucht. Op de volgende drie ommegangen komen traagheid, gierigheid en gulzigheid.

127Eén Goed: God.

136dit goednl. dat niet het ware geluk geeft, dus het aardsche.

27op nieuw, die liefde wordt als eentweedenatuur.

28Volgens Aristoteles moet men in elk ding onderscheiden tusschen de eigenschaploozegrondstoffenen denvormof idee, die daaraan eerst het eigenlijke bestaan geeft. Zoo is het de natuur van denvormof idee omkort in hare stof te blijven en zoo spoedig mogelijk naar den hemelkring der maan op te stijgen waar zij thuis hoort en niet zoo snel verteert [dus langer bij haar grondstof volhardt].

37Ook hier wordt de liefde op de bijvs. 28opgegeven wijze verdeeld in de grondstof: d.i. liefde in 't algemeen en de bepaaldeideeofvormdie haar tot eene bepaalde liefde maakt.

46Deze uitspraak van Virgilius herinnert er nogmaals aan dat hij slechts de wetenschap mededeelt welke de Rede geeft, maar dat Beatrice de hoogere, die des Geloofs geeft.

49Wederom de Scolastiek naar Aristoteles: de zelfstandige [substantieele] vorm of idee, nl. de ziel, die met de stof, het lichaam, vereenigd wordt.

55eerste begrippen; d.i. de aangeboren begrippen, tot welke alle oordeelen zijn te herleiden, als: het ware, goede, schoone.

62dàtvermogen, de rede, die na beraadslaging ja en neen zegt tot elk oordeel.

63Zie Parad. V. 19.

76Het is nu de zesde avond na volle maan, die begint.

79De maan staat in het sterrebeeld tegengesteld aan dat van de zon, dus dat waar de zon in October staat, wanneer men te Rome de zon ziet ondergaan als hier staat beschreven.

82Pietola, vroeger Andes, het dorpje, waar Virgilius is geboren.

100Lucas 1: 39, Maria spoedt zich tot bezoek bij haar nicht Elisabeth.

101Caesar enz. ziet op het begin van den burgeroorlog, toen Caesar met de grootste haast Marseille liet belegeren en bij Ilerda in Spanje de legers overwon die zich anders met Pompejus vereenigd zouden hebben.

133Al de Joden, die de Roode Zee doortrokken, stierven voor dat de Joden hun erfdeel Palestina betraden.

136Die tochtgenooten van Aeneas die op Sicilië bleven.

1De koude van het oogenblik, dat onmiddellijk vóór gaat de opkomst van de Zon, werd toegeschreven aan den invloed van de Aarde, somtijds versterkt door dienvan de planeet Saturnus. De Maan staat hier voor denNacht.

4De geomanten, (Aarde-waarzeggers) teekenen in den blinde eene figuur op den grond en beschouwen het als hun grootst geluk, wanneer die figuur gelijkt op den stand der sterren die nu in het Oosten valt waar te nemen: de Watermangeheel, de Visschengedeeltelijkboven den horizont. Immers dit teeken wordt onmiddellijk gevolgd door denRam, het teeken waarinnude Zon staat.

13hij: mijn blik. Door haar lang te zien, vergat D. hare gebreken.

19doe verdwalen, dat woord kan ook beteekenen: „verbijsteren.”

22Ten onrechte, zooals men weet, beroemt zij zich hier.

25Wie deze heilige vrouw is, wordt niet nader aangeduid, hetzij de heilige Waarheid, hetzij Lucia, de verlichtende genade.

31Daar het oorspr. hier geen pronomen heeft, kan men ook vertalen: Hij [d.i. Virg.] greep, welke opvatting misschien wel verdedigd wordt doorvs. 60. „hoede menschzich van haar los maakt.”

37Zij gaan steeds van O. naar W., dus schijnt de Zon in den ochtend achter tegen hunne lendenen.

49–51lett.: daar zij hebben de zielen als meesteressen of bezitsters van het troosten.

58Dit is een van de weinige plaatsen, waar Dante zich niet beeldend maar afgetrokken uitdrukt. Dietooveresis de allegorie van de drie hoofd-zonden, welke in de nu nog volgende, dus hoogere kringen geboet worden,om welkedusboven ons geweend wordt. Virgilius bewijst hierin wederom hoe hij alles gewaar wordt wat in Dante omgaat.

62lok-aas, de hemel met de sterren.

67–69Eenigszins omstandig gezegd voor: door de gansche spleet.

82–84D. had den spreker wel gehoord, maar zijn aangezicht niet gezien.

93grootere zorg, zijne eigene zaligheid, in vergelijking met de aandacht, aan Dante te schenken.

100Deze stroom is de Lavagna, in het Land van Genua, waarnaar de Fieschi zich noemden Graven van Lavagna.

137neque nubentMatthaeüs XXII. 30 „want in de opstandingnemen zij niet ten huwelijk, en worden niet ten huwelijk uitgegeven.” Met deze woorden geeft de Paus te kennen dat ook het huwelijk van den Paus met de Kerk [waarop Dante meermalenHel XIXexterne link,Lout. XXIVzinspeelt], in het andere leven hen niets meer boven andere stervelingen verheft.


Back to IndexNext