Hoofdstuk II.

Hoofdstuk II.Omvang.Noch oeconomisch, noch juridisch, noch taalkundig kan het als onjuist aangemerkt worden, dat hier gesproken wordt van “handel”.Er is ruiling van goederen tegen geld; de vrouw vervult hier toch de functie van een goed, althans in de oogen der placeurs e. a.In zooverre als men onder het begrip handel een zekere continuïteit van handelen zou willen verstaan, is deze ook hier aanwezig. Insgelijks kan men de benaming ook niet onjuist noemen, in zooverre men eene identiteit of althans eene vergelijking zou willen aannemen met andere handelsbedrijven ten opzichte van de overeenstemming der wijzen, waarop deze handel gedreven wordt, ten opzichte van de gelijkheid der instituten, die deze meisjeshandel met anderen handel gemeen heeft, kortom ten opzichte van alles, wat men in betrekking tot dezen meisjeshandel aantreft en dat bij de andere handelsbedrijven ook gevonden wordt. Te onderscheiden is de binnen- en buitenlandsche handel; onder dezen laatsten is te vatten eenin-, door- enuitvoerhandel, (alhoewel ten opzichte van mijne beschouwingen alleen de exporthandel in aanmerking komt).Bij dezen meisjeshandel treft men onderscheidingen aan tusschen kooplieden en niet-kooplieden, tusschen alleenstaande kooplieden en associatiën, tusschen den principaal en zijne agenten.Alhier eveneens een koopwaar, met hare waardeverschillen naar qualiteit. Wij zagen dit reeds in het vorige hoofdstuk.Eveneens een welontwikkelde tusschenhandel, de makelaardij en de commissiehandel.Alhier vaste afnemers. Bij dezen handel ook markten van blanke slavinnen, beurzen van koophandel, en in geval van oogenblikkelijken grooten toevoer, dus bij grooten voorraad, entrepôts en pakhuizen.En dan moge niet vergeten worden, dat—want juist door de gedurige ontwikkeling van het verkeer met het buitenland is deze handel evenals iedere andere handel zoo tot bloei gekomen en is de verbetering der verkeersmiddelen hem zoo ten goede gekomen,—dit handelsbedrijf ook geregelde middelen van vervoer tot zijn dienst heeft, vaste handelswegen voor het gewone vervoer der koopwaar enlast not leasteen geheime brief- en telegram-correspondentie. Maar dan ten slotte: een handelsadresboek ontbreekt ook hier niet. Ik wees er in Hfdst. I op, dat het aantal der niet-kooplieden, die deze handelingen verrichten, gering is. Het gilde der kooplieden is rijk vertegenwoordigd en steeds met vrucht werkzaam, hetzij het een alleenstaand persoon is, hetzij een machtige corporatie, die overal haar bedrijf uitoefent zoowel in de drukke wereldstad als in hetverafgelegen eenzaam dorpje. De handelaar is of zelf werkzaam als ambulant agent of hij staat aan het hoofd van een bureau de placement met talrijke ondergeschikten. Volgens Tony Kellen zetelt in Bombay eene vereeniging, die ongeveer 100 beruchte handelaars als leden heeft. Bonessede Montenach, Secretaresse van hetOeuvre Catholique Internationale pour la Protection de la jeune Fillevertelde: “At Zürich in Switzerland there exists a central recruiting office for houses of prostitution.”HetBulletin Continentalvan Jan. 1899 vermeldt:“Un très grand nombre de plaintes parvenues de Vienne, de Berlin et de St. Pétersbourg au Parquet de Paris, lisons nous dans le Soleil du 17 Nov. dernier, ont amené le service de sûreté à s’occuper des faits et des gestes de plusieurs individus, pratiquant la traite des blanches.“Chargés de recruter un personnel féminin de choix pour les maisons hospitalières des grandes capitales d’Europe deux de ces individus, les frères S., avaient ouvert à Paris une agence de placement, et par l’insertion d’avis dans certains journaux ils faisaient connaître, qu’ils s’occupaient de placer à l’étranger des institutrices, des dames de compagnie et des gouvernantes. Les malheureuses, qui commettaient l’imprudence de s’adresser à eux étaientdirigéessur une de ces grandes villes où les attendaient des agents des frères S. etc.”Het Maandblad van 1 April 1889 maakt melding van het feit, dat er in sommige steden werkelijke slavenmarktenbestaan en vooral in Constantinopel. Daar is een markt, waar men de jonge vrouwen verkoopt, die tot dat doel uit Oostenrijk, Duitschland, Italië en Rusland worden gebracht. En wat de beurzen betreft, zoo zegt hetzelfde maandblad, dat er in Constantinopel een gebouw is, het Casino genaamd, dat in werkelijkheid niets anders is dan een beurs, waar men die menschelijke koopwaar even gemakkelijk verhandelt als andere koopwaren op de beurs te New-York. Goron vermeldt in zijn reeds genoemd werkje, dat sedert lang te San-Francisco localiteiten bekend staan onder den naam van »Chambres de la Reine”, die in waarheid openbare slavinnenmarkten zijn.Een enkel woord over het handelsadresboek: het heeft het volgende opschrift: (overgenomen uit Fiaux:Les maisons de Tolérance; Leur fermeture)Annuaire ReirumIndicateur des AdressesdesMaisons de Sociétés,dites de ToléranceDe France, Algérie et Tunisieet des principales villesde Suisse, Belgique,Hollande, Italië et Espagne.Prix 5 frcs. 50EditeurTh.MURIER, Impasse Briarè 12PARIS.Au verso: Avis: Nous engageons les personnes, dont les noms ne figurent pas sur cet Annuaire, et dontles noms et adresses ne sont pas rigoureusement exactes, à bien vouloir envoyer toutes rectifications:Paris, Impasse Briarè 12.Het bevat 70 pag. kleine druk.Met zeer veel moeite is de vroegere Hoofdcommissaris van Den Haag, de Heer van Schermbeek, in het bezit van een exemplaar gekomen. Men moet n.l. voor de verkrijging van dit boekje tot de geheime corporatie behooren, op wier rekening het jaarboekje uitgegeven wordt en bij de bestelling moet een geheim teeken staan onder den naam van den schrijver. Dit teeken bewijst, dat men voor den loopenden jaargang tot de ingewijden behoort.Al wisten wij verder niets, dan nog zou de conclusie dat klaarblijkelijk de handel in meisjes eene niet onbeduidende uitgebreidheid heeft verkregen over dezen aardbol volkomen gerechtvaardigd wezen op grond daarvan, dat eene zoo deugdelijke organisatie van dezen handel niet zoude in het leven geroepen zijn, tenzij het ware om steunend op deugdelijke berekeningen met succes dezen handel in vrouwen en meisjes tot meerderen bloei te brengen.Doch wij weten meer. De onverdachte getuigenissen van mannen, die zich op de hoogte gesteld hebben, spreiden den omvang van den blanke slavinnenhandel in al zijn naaktheid ten toon. De Heer Fritz Robert, gewezen vice-consul van Oostenrijk en Hongarije in Egypte en Engelsch-Indië, heeft een studie geschreven over den blanke slavinnenhandel, waarin hij o. a. zegt:“Enumerons brièvement les principaux pays d’importation.L’Amérique du Sud (en particulier le Brésil et Buenos-Ayres) s’approvisionne en Italie, en Espagne, au Portugal et dans le Midi de la France.L’Amérique du Nord (New-York et la Nouvelle Orléans) est en rapports continus avec la Grande-Bretagne, surtout l’Irlande et l’Allemagne. Ports d’embarquement: Londres, Liverpool, Southampton, Dublin, Hambourg, et Brême. L’Australie est un important marché pour les Allemandes et les Françaises indépendamment des nombreuses Anglaises et Irlandaises importées directement. En Orient, principalement en Turquie d’Asie, les Grecques et les Italiennes sont les plus demandées. Constantinople, ce grand dépôt international d’esclaves blanches, fournit des Autrichiennes, des Roumaines et quelques Russes. Chose curieuse, les Hongroises ne se trouvent guère à l’étranger sauf dans les pays danubiens. On peut calculer que 33 p. 100 environ des prostituées de Smyrna et Bayrouth sont des juives Autrichiennes, avant déjà séjourné en Turquie. L’Autriche (la Galicie, Trieste et ses environs) fournit avec l’Italie à peu près 75 p. 100 des pauvres fillesimportéesen Egypte, sans compter celles, qui viennent grossir le nombre des indigènes, qui peuplent les harems du Caïre, d’Hélonan et de l’Alexandrie.Théoriquement, le Gouvernement de sa Majesté Britannique ne tolère pas de prostituées anglaises aux Indes, en sorte que ce sont les Autrichiennes, les Allemandes et les Italiennes, qui alimentent en grande partie la prostitution des “bars” et des “bazaars.” Bombay et Calcutta sont les deux villes où la prostitutiondes blanches a pris le plus grand développement et où elle s’étale le plus effrontément.“Dans les Indes néerlandaises on ne rencontre que de rares Hollandaises, peu de Flamandes et d’Anglaises, celles-ci venant directement d’Europe; mais en revanche on y voit beaucoup de malheureuses ayant séjourné précédemment en Turquie, en Egypte et dans les Indes anglaises; Batavia, Singapore sont les dernières étapes de ce triste voyage vers l’Orient, au terme duquel les victimes de la traite des blanches sont perdues pour jamais.”Een ander geloofwaardig man, de heer Joest, heeft in zijn reisverhaal een en ander geopenbaard over de wereldhandel in Duitsche en Oostenrijksche meisjes: “On les embarque à Hambourg pour l’Amérique méridionale, Bahia, Rio de Janeiro, et surtout Monte-Video et Buenos-Ayres; un faible résidu va par le détroit de Magellan à Valparaiso.“Un autre courant se dirige par l’Angleterre directement sur l’Amérique du Nord; ici cependant la concurrence indigène l’oblige souvent à descendre le Missisippi jusqu’à la Nouvelle Orléans et le Texas, ou bien à se rendre à travers l’Ouest en Californie. Depuis la on pourvoit la côte jusqu’à Panama, tandis que Cuba, les Indes occidentales et le Mexique s’approvisionnent depuis la Nouvelle-Orléans.“D’autres jeunes filles allemandes sous la dénomination de “Bohémiennes” sont dirigées par les Alpes sur l’Italie, d’où elles vont à Alexandrie, Suez, Bombay,Calcutta jusqu’à Singapore et même à Hongkong et à Shangaï.“Les Indes néerlandaises et l’Extrême Orient, notamment le Japon sont de mauvais marchés, car la Hollande ne tolère pas de filles blanches de cette catégorie dans ces colonies et au Japon les filles du pays sont jolies et à bas prix; en outre la concurrence américaine de San Francisco achève de gâter le marché.“La Russie se pourvoit depuis la Prusse orientale, la Poméraine et la province de Posen; la première station est ordinairement Riga; c’est là que les pourvoyeurs de Saint-Pétersbourg et de Moscou font leurs assortiments, qu’ils expédient ensuite par grands convois à Nigni-Novgorod et à travers l’Oural à Irbis et à Krestofsky et jusqu’au fond de la Sibérie. C’est ainsi, qu’il m’est arrivé de rencoutrer une jeune Allemande vendue de la sorte à Tschita au delà du lac de Baïkal.”En wanneer ik hierbij voeg, dat ook Zuid-Afrika, speciaal Kaapstad en Johannesburg, een vaste bestemmingsplaats is voor die vrouwen, dan kan men zich in verband met de bovengenoemde getuigenissen een denkbeeld vormen over welk een gebied de handelaars reeds werkzaam zijn. Doch dan blijft het nog een open vraag, of het aantal meisjes en vrouwen, die overal heen verhandeld worden, werkelijk groot is.Op het in Juni 1899 gehouden Congres te Londen, dat plaats had op initiatief van theNational Vigilance Associationwaren vertegenwoordigd: 11 Staten van Europa en de Vereenigde Staten van Noord-Amerika. Vraag 6 van de eerste serie vragen, die den rapporteurster beantwoording waren voorgelegd, luidde:“Whether any official or trustworthy statistics have been prepared, showing the extent, to which young women of your nation have been induced to go abroad to an immoral life?”De rapporteurs van bijna alle landen hebben òf beslist ontkennend geantwoord op deze vraag òf zij hebben de beantwoording in het geheel ter zijde gelaten. De rapporteur van België ontkende voor zijn land eveneens het bestaan van statistieken, doch tevens voegde hij er aan toe dat hem uit een onderzoek ingesteld bij de politiehoofden van de voornaamste steden gebleken was, dat gevallen van dergelijke misleiding zelden voorkwamen; de burgemeester van Luik o. a. beweerde, dat in de 10 laatste jaren een dergelijk geval zich niet voorgedaan heeft, altijd volgens de “Brigade de Sûreté”.Een enkele opmerking moet mij naar aanleiding van dit antwoord uit de pen, opdat de conclusie, die men uit dit antwoord en andere van dien aard zou willen trekken, zooveel mogelijk juist zij: de geheimzinnige werkzaamheid der traffickers aan de eene zijde, de schaamte der jonge vrouwen om haar lot bekend te maken aan de andere zijde, werken er toe mede, dat het grootste percentage der gevallen onbekend blijft. Verder is de faam van de zedenpolitie zoowel in België als in Frankrijk van dien aard, en is bij meerdere gelegenheden haar medeplichtigheid aan de daden der handelaars en bordeelhouders zoo duidelijk geworden, dat ik niets meer behoef te zeggen om de volkomenbetrouwbaarheid der bovenbedoelde antwoorden der politiehoofden in twijfel te trekken.Op andere wijze moet dus nog een denkbeeld verkregen worden aangaande den omvang van den buitenlandschen of export- en den binnenlandschen handel, beiden zoowel van vreemde landen als van Nederland.Ik zal mij ten eerste bepalen tot de rapporten van het Congres te Londen (1899) en een en ander, wat op dezen omvang betrekking kan hebben, memoreeren. Ingewonnen inlichtingen doen bij Bérenger de overtuiging ontstaan dat aan de Fransche havens een voortdurende emigratie plaats heeft voor buitenlandsche publieke huizen. In Engeland hebben nu en dan vervolgingen plaats tegen personen, die door misleiding Jodinnen uit Rusland naar Engeland hebben gelokt. Dit feit is wel de vermelding waard, daar in Engeland het houden van bordeelen op straffe verboden is en zoo velen beweren, dat daarmee ook aan den meisjeshandel den kop ingedrukt is. ’t Behoeft geen betoog, dat de placeurs en bordeelhouders bij dusdanig verbod veel sluwer optreden en dan mag ’t verbazing wekken, dat alsdan toch nog feiten uitlekken, die tot vervolgingen aanleiding geven. De Heer Bunting spreekt op het congres van een recent geval in Engeland; een vrouw was vervolgd, omdat zij 3 meisjes uit België met een onzedelijk doel naar Engeland gelokt had. De conclusie is dus niet gewaagd, dat in Engeland de handel nog genoeg voorkomt, ondanks het verbod van bordeelen, in weerwil van het feit, dat de Criminal Law Amendment Act van 1885, naar aanleiding van de onthullingender Pall Mall Gazette, den meisjeshandel strafbaar heeft gesteld. Een der Engelsche rapporteurs op ’t congres te Londen, de advocaat W. Fielden Craies zegt o.a. ook dit: “Judging by the large number of prosecutions and sentences under the Vagrancy Act of 1898 the police have a considerable amount of information with respect to persons trading on the vice of others.“It is probable, that at Scotland Yard much information exists as to persons concerned in the white slave trade”.De Heer Bunting vermeldt zonder omwegen het feit, dat door misleiding jonge vrouwen, al zijn het geeneUnbescholtenenmeer, naar een bordeel in den vreemde of in een koloniale stad gelokt worden, terwijl haar een gemakkelijker leven en ruimer verdienste voorgespiegeld worden; ook dit is een daad van meisjeshandel en valt ook onder de wet van 1885.Baronesse von Langenau, de afgevaardigde van Oostenrijk, verzekert, dat de politie in dat land in ’t bezit is van volkomen vertrouwenswaardige lijsten van personen, die in den meisjeshandel hun bedrijf zoeken; te Weenen zou hun aantal de 180 overschrijden. Het aantal misleide meisjes moet volgens haar jaarlijks 1500 bedragen. Dezelfde dame citeert een brief van de “Société de Protection et de Secours aux Femmes amenées par émissaire en Argentine” gericht aan de redactie van de “Arbeiter-Zeitung”., het orgaan der sociaal-democratische partij; in dien brief lezen we o.a., dat honderden ouders in Europa ongerust zijn over het lot hunner dochters, niet wetend, hoe deze plotseling verdwenenzijn en waar zij nu toeven; welnu deze meisjes vertoeven in Buenos-Ayres of Rio de Janeiro.—Op het oogenblik, dat die brief geschreven wordt, maken vele handelaars zich gereed naar Europa af te reizen om na weinige maanden met een rijke lading terug te keeren. Hun agenten in Europa hebben reeds het voornaamste werk gedaan vóór hun komst. Zij behoeven slechts hun zorgvuldig uitgekozen koopwaar in ontvangst te nemen en ze in te schepen. Dit geschiedt te Genua, Marseilles, Cherbourg, Hâvre, La Palice en Southampton. In Genua zijn 2 hotels, waar steeds een lading levende koopwaar in gereedheid wordt gehouden om op het eerste bericht gezonden te worden.Volgens den Heer de Meuron verklaart de Heer Fritz Robert, die door zijn werkkring als consul in Egypte en Engelsch-Indië vertrouwen verdient, dat er zeeschepen zijn, waarvan bekend is, dat zij vooral gebezigd worden voor het vervoer van vrouwen. Te Port-Said zijn tijdelijke depôts.Mr. Coote, de secretaris van deNational Vigilance Association, vernam op zijn rondreis door Europa ter voorbereiding van het Londensche Congres van een Russisch ex-consul te Buenos-Ayres, dat aldaar 3000 Europeesche vrouwen in bordeelen als slavinnen opgesloten zijn.Bonessev. Langenau vermeldt in haar rapport op meergenoemd Londensch congres, dat het aantal slachtoffers in Hongarije ontelbaar is. Het oostelijk Europa schijnt een terrein te zijn, dat de placeurs en bordeelhouders gemakkelijk kunnen brandschatten en waarzij dan ook met enorm succes werkzaam zijn. Op hetCongrès international de l’Union de droit pénalin 1899 te Budapest gehouden citeert Dr. Ludwig Gruber (Königl. Vize-Staatsanwaltin Budapest) een bericht, dat kort te voren een blad te Budapest mededeelde:“Mädchenhandel in Siebenbürgen:“Die in der letzten Zeit mit Bezug auf den scheusslichen Seelenhandel veröffentlichten Details haben allenthalben peinliches Aufsehen erregt und auch die Aufmerksamkeit der Behörden wachgerufen. Wie bereits gemeldet, wurden aus Bereczk 86 junge Mädchen ohne Pässe über die Grenze geschmuggelt; nun werden aus Kézdi-Vásárhely dem “Kel. Ért” die folgenden sensationellen Details über den dort schwunghaft betriebenen Mädchenhandel berichtet. Demgemäss erstrecken sich die Umtriebe auf sämtliche Gemeinden des Kézdi-Vásárhelyer Bezirks; ausser den oben erwähnten 86 Székler Mädchen wurden aus Lemhény 40, Almás 20, Polyán 10, Esztelnek, Csomor Bálafalva und Kurtafatak 40, Altorja 10, Alesernáton 15, Martonfalva und Hatolyka 10, Karatna, Volál, Peselnek und Szarazpatak 30, also aus dem Kézdi-Vásarhelyer Bezirk allein 261 Székler Mädchen von gewissenlosen Seelenhändlern nach Rumänien entführt. Der berüchtigteste Mädchenschmuggler des Székler Bodens, namens Georg Raduly (Magyar Gyurka) war schon wiederholt schwer bestraft; das reichliche Erträgnis des Geschäfts lässt ihn jedoch immer wieder zu dem scheuszlichen Geweibe zurückkehren. Auch jetzt ist er zu einer zweimonatlichen Gefängnisstrafe verurteilt.”(Pester Loyd No. 130 Sonntag 28 Mai 1899.)Eenigen tijd daarvoor had hetzelfde blad, (Pester Loyd 24 Mei ’99) een bericht opgenomen over «Excursionen ungarischer Tänzerinnen nach Russland, wo sie gewöhnlich in die Hände gewissenloser Mädchenhändler geraten und an die Inhaber von öffentlichen Häusern verschachert werden.”De Heer Julius László publiceerde naar aanleiding van dien handel in Hongaarsche meisjes een geschriftje«Székely és Csángó leányok,” (Marosvásárhely, 1899); hij schat het aantal meisjes, die uit de oostelijke Hongaarsche grensprovinciën met en zonder passen emigreeren, op duizenden.De feiten, die ik hier memoreer, blijken allen uit getuigenissen van den allerlaatsten tijd; wilde men vroeger teruggaan, in allerhande geschriften en bladen zou men verklaringen kunnen vinden aangaande den omvang van dezen handel. Zoo heb ik toevallig onder oogen een Maandblad (G. en R.) van April 1889, waarin vermeld staat, dat te Constantinopel iedere week ladingen Duitsche en Italiaansche meisjes aankomen, hetzij over den weg van Varna-Odessa-Salonica, hetzij door de havens der Adriatische zee.HetBulletin Continentalvan 15 Juni 1891 spreekt over “la traite des jaunes.” Ladingen Chineesche en Japansche meisjes worden vervoerd naar San-Francisco en daar komt maar geen einde aan; ’t geschiedt als van oudsher voortdurend. Japansche meisjes van 15 tot 16 jaar worden gekocht te Yokohama en te Yeddo om ze aan de bordeelhouders in Californië voor 1000 tot3000 francs te verkoopen. Wanneer een scheepsvracht vrouwen aankomt, dan hebben er werkelijke verkoopingen plaats, en de toewijzingen hebben plaats aan den meestbiedende. Datzelfde blad vestigt de aandacht op den Europeeschen exporthandel naar Amerika: “Quelques fournisseurs parisiens forment de véritables troupeaux, qu’ils conduisent eux-mêmes une ou deux fois par an à New-York. Ajoutons que ce fait n’est pas spécial à Paris. Il part chaque année de Suisse de véritable cargaisons. A notre connaissance un ténancier de maison clandestine de Genève, parfaitement connu de la police et même toléré par elle au mépris de la loi, se rend fréquemment en Amérique avec des jeunes filles.”HetBulletin C.van Jan. ’93 en van Mei ’94 bevatten beiden respectievelijk het bericht van het vervoer van meer dan een dozijn Italiaansche meisjes naar New-York en van een half dozijn Brusselsche meisjes naar San-Francisco.HetBulletin Continentalvan Nov. 1892 maakt melding van een strafvervolging te Lemberg tegen 27 beklaagden. ’t Waren recruteurs, die brutaal te werk gingen; ze liepen het land af en zoodra ze een karavaan konden vormen, stelden zij zich aan het hoofd en vervoerden de vrouwen overal heen. O. a. werden 60 Galicische jonge vrouwen in de publieke huizen van Constantinopel gevonden, ook in Indië, te Port-Saïd en te Alexandrië zijn alle bordeelen gevuld met Europeesche meisjes. Wat den handel betreft in Nederlandsche jonge vrouwen, zoo is het materiaal, dat mij ten dienste staat om aan te toonen, dat ook deze vrij omvangrijk is, zeer gering.In zijn rapport op het Congres te Londen, vermeldt de Hollandsche rapporteur, (ik zeide dit reeds in een ander verband op pag.29) dat hij er van op de hoogte gesteld is, dat niet slechts te Parijs en Londen, maar zelfs in Rusland, Egypte en Britsch-Indië Hollandsche meisjes in bordeelen worden aangetroffen, ofschoon hij niet weet, op welke wijze zij daar gekomen zijn.Op blz.28citeerde ik reeds een gedeelte van den brief van den heer van Löben Sels, oud-consul te San-Francisco. In dien zelfden brief schrijft Mr. van Löben Sels mij, dat hij van het op pag.28vermelde geval een uitvoerig rapport opstelde aan Z. Ex. den Minister van Buitenlandsche Zaken. “Ik gaf daarin alle détails, den waren en valschen naam der makelaarster, haar adres te Rotterdam met vermelding, dat zij geacht werd geregeld elk jaar naar Holland te gaan en dan meisjes per Noord-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij vervoerde.» Men ziet dus, dat die koppelaarster geregeld jaarlijks Hollandsche meisjes uitvoerde naar San-Francisco. De schrijver van den brief vernam 1½ jaar geleden, dat er weer eenige Hollandsche jonge vrouwen in San-Francisco door Maria van Pelt waren ingevoerd. Ik twijfel er niet aan of er bestaat ook een geregelde exporthandel in Hollandsche meisjes naar andere steden en landen; tegenover de objectie, dat men er dan toch wel eens iets over zou hooren bij geruchte, stel ik ten bewijze, dat zelfs niets behoeft uit te lekken en de handel toch kan floreeren, mijne reeds meer dan eens aangevoerde argumenten. Groote geheimzinnigheid in doen en laten der makelaars, gerustheid der oudersen nabestaanden omtrent het lot hunner dochters en verwanten (zij worden toch voor een “fatsoenlijke” betrekking in dienst genomen), indien althans de misleide vrouwen niet zoo goed als geheel alleen op de wereld zijn, zoodat niemand zich om haar bekommert. Vrees en schaamte der meisjes om haar familie van haar lot op de hoogte te stellen.En dan, van de koopmanstalenten van Marie van Pelt heeft toch ook niemand iets gehoord, en dat terwijl de Regeering toch door meer dan éen rapport tegen haar handelingen gewaarschuwd is.De geïsoleerde plaats, die onze Nederlandsche taal op de aarde inneemt, wordt als argument aangevoerd, dat de uitvoer van jonge vrouwen uit Holland wel zeer beperkt zal zijn. In zoover men dit argument ook voor andere nationaliteiten zou willen bezigen, geef ik toe, dat het voor onze Nederlandsche taal meer grond heeft; doch in den aard der zaak geloof ik toch, dat in zooverre de taal voor vreemde meisjes geen beletsel is om naar alle staten van den aardbol rondgezonden te worden, zij ook niet verhinderen zal, dat een Hollandsche vrouw in aanmerking komt door een placeur in een buitenlandsch bordeel geplaatst te worden. Maar naar het mij voorkomt zal aan den anderen kant de waarde der vrouw grooter worden, indien de vrouw een meer internationale taal er bij kent. Dit toont toch de werkelijkheid: zoogenaamde “dubbele kisten”1,dat zijn twee talen sprekende meisjes, vertegenwoordigen grootere waarde. Bij de keuze van meisjes zal natuurlijkwel gelet worden op den landaard der bezoekers. Overal waar dus Nederlanders in vrij grooten getale vertoeven of wonen, zal men m.i. ook Hollandsche prostituées kunnen verwachten.De invoer van vreemde vrouwen in Nederland heeft gestadig door plaats. Reeds lang is die handel naar ons land bekend, want in September 1877 heeft de oud-hoofdcommissaris te ’s Gravenhage, de heer van Schermbeek, reeds te doen gehad met een geval, dat een Engelsch meisje aan een bordeelhoudster in den Haag verkocht was. Doch die feiten zullen wel reeds lang voor dit laatstgenoemde dateeren. De Amsterdamsche commissie tot herziening der politieverordeningen verklaart in haar rapport, dat de vrouwen in de erkende bordeelen bijna allen van vreemde nationaliteit zijn en dat de bordeelhouders haar aanwerven door zoogenaamdeplaceurs, de makelaars in dezen menschenhandel. Nu is het houden van bordeelen verboden door de politieverordening, doch ik heb voor mij liggen officieele bescheiden, waarin een opgave van personen (vreemdelingen), die zich in Maart ’99 in de zoogenaamde daarin opgenoemde verdachte huizen bevonden; in ± 40 van deze huizen leven plm. 105 vreemde vrouwen, in die perceelen zoo verdeeld, dat er in ieder een tot 15 vrouwen gevonden worden. Het is niet te denken dat deze allen zich vrijwillig hier zouden bevinden, integendeel op bladzijde 33 haalde ik een geval van dezen handel aan en ook onlangs kwam mij een recent geval ter oore, dat een meisje uit Frankfort a. Main alhier in een bordeel gelokt is, waaruit zij nog tijdig kon ontvluchten.Uit een schrijven van den Hoofdcommissaris van Amsterdam aan de Middernachtzending, gedateerd 25 April 1899 blijkt ook, dat de handel in Amsterdam nog wel degelijk bestaat; daarin worden ook nog een paar gevallen van recenten datum vermeld; en deze zullen wel enkele zijn, die tot de ooren van het publiek komen; het grootste aantal zal wel steeds onbekend blijven.Evenzeer als de buitenlandsche handel in meisjes in Amsterdam gedreven werd en ook nu nog gedreven wordt ondanks het verbod der bordeelen, evenzeer heeft deze ook voortdurend plaats in de andere steden van ons land, zooals mij door verkregen inlichtingen gebleken is.Met alles, wat ik in de voorgaande pagina’s releveerde, heb ik getracht duidelijk aan te wijzen, hoe omvangrijk de buitenlandsche blanke slavinnenhandel is en tot welk een belangrijk bedrijf hij zich in onze tegenwoordige maatschappij ontwikkeld heeft.Ik wees er reeds op, dat de buitenlandsche handel in meisjes zoo tot bloei gekomen is door de gedurige ontwikkeling der verkeersmiddelen; de oorspronkelijke vorm is zonder twijfel de binnenlandsche geweest. Deze wordt ook nu nog gedreven, doch de meerdere ernst van den buitenlandschen handel heeft dien binnenlandschen meer ter zijde gedrongen wat betreft het openbaar maken der feiten. Doch er is meer: van grooten invloed is wel, dat eene inboorlinge van het land al datgene als voordeelen geniet, waarvan ik het gemis als een nadeel schetste voor de vrouw bij haar vervoernaar het buitenland. Zij kent de taal, zij weet tot wien zij zich om hulp moet wenden. Haar nabestaanden zijn wellicht niet veraf wonende. Dit alles draagt er toe bij, dat de binnenlandsche handel niet den omvang bereikt heeft van den exporthandel. Doch ik acht het een plicht er op te wijzen dat dit vooral ook te danken is aan de krachtdadige pogingen der particuliere liefdadigheid, der philanthropische vereenigingen, die door ruime bekendmakingen in het land de bevolking wijzen op de gevaren, waaraan haar jonge dochters blootgesteld zijn, doch ook overigens op alle mogelijke manieren werkzaam zijn om de uitbreiding van deze handelingen tegen te gaan en liefst om ze ook te verminderen.Deze werkzaamheid dier vereenigingen bewijst dat ook de omvang van dezen vorm van het kwaad onze aandacht verdient. De verschillende bladen, die hun kolommen geregeld openstellen voor de openbaarmaking van den handel in meisjes, vermelden steeds bij herhaling gevallen van dezen aard in het buitenland. Vooral trekt daarin mijne aandacht de binnenlandsche handel in Frankrijk: het is hier een geschacher van het Noorden naar het Zuiden, van ’t Zuiden naar het Noorden.Ook in Nederland worden nu en dan eens gevallen ruchtbaar, dat onervaren boerenmeisjes of eenvoudige burgermeisjes uit de provincie in den val loopen. Men ziet verdachte individuën dan ook bij aankomst van stoombooten uit de provincie aan de steigers ronddwalen. Advertentiën in provinciale bladen zijn het middel om de naar de groote stad hunkerende meisjes te vangen.Doch omdat ’t hier niet zoo gemakkelijk gaat Hollandsche meisjes in bordeelen op te sluiten, wordt ook een andere wijze in praktijk gebracht om ze aan een ontuchtig leven over te leveren. En wel plaatsing in eene betrekking: b. v. als buffetjuffrouw of kellnerin, of als dienstmeisje bij een verdachte meesteres of in een verdacht huis, waardoor het meisje langzamerhand door de verzoeking ten val wordt gebracht. Van dien aard zijn vele gevallen bekend. Bij dezen handel heeft dus de misleiding niet altijd het gevolg gedwongen verblijf in een bordeel, doch deze toestand van onvrijheid behoeft ook geen essentiëel vereischte te zijn voor den handel in meisjes, al heeft deze in generali die krenking der persoonlijke vrijheid ten gevolge. De kwestie is, dat vrouwen en meisjes door misleiding in een toestand gebracht worden, waarin zij zich als gevolg van die misleiding aan een ontuchtig leven over geven.Wanneer men deze 2 wijzen van handelen samenvat, moet ook de omvang van den binnenlandschen handel als van dien aard aangemerkt worden, dat pogingen ter bestrijding niet als doelloos beschouwd hoeven te worden.1Te vinden in een Duitsche correspondentie in een Handelsblad van den zomer 1899.Hoofdstuk III.Oorzaken.Weinig maatschappelijke euvels hebben het feit van hun bestaan te wijten aan een samenstel van oorzaken zóo gecompliceerd, als deze zich bij den meisjeshandel openbaren.De ontwikkeling der strafrechtswetenschap tot sociale wetenschap, welk verschijnsel vooral op ’t einde der 19e eeuw zoo onze aandacht trekt, werpt verre van zich de gedachte als zou de straf als strenge repressie, doch tevens met hare preventieve werking, het eenige middel zijn, waarmede de staat de rechtsorde in het algemeen zou kunnen beschermen, het speciale onrecht zou kunnen keeren. Uitgaande van het nieuwere beginsel, dat, wat nu strafrecht heet, alle maatregelen ter bestrijding van criminaliteit omvatten zal, dient vooreerst nauwkeurig nagegaan te worden, welke omstandigheden, welke toestanden etc., in het algemeen welke oorzaken aanleiding kunnen wezen, dat dergelijken feiten zich in onze maatschappij kunnen voordoen. Datsamenspelvan oorzaken, die hetzij afzonderlijk, hetzij gecombineerd in werking treden, noemde ik zooeven gecompliceerd.Deels toch werken zij aan de zijde van de vrouw,deels aan de zijde van den misdadiger. De eersten roepen bij de vrouw in het leven den drang te trachten elders haar brood te verdienen of in ieder geval ter bereiking van andere verlangens zich elders een dienst of plaats te zoeken; de anderen stellen het individu in staat zijn misdadige neigingen in daden voldoening te doen vinden; in generali, qua individu handelende in strijd met de rechtsorde, drijven hem natuurlijk tot de anti-sociale daad de gewone criminaliteitsoorzaken, zoo anthropologische als sociologische.Vooreerst en voornamelijk zijn sociale invloeden de krachtige werkingen, die eensdeels de vrouw of het meisje spoediger doen zwichten voor een haar in gewone omstandigheden wellicht afkeerig dienstaanbod, doch die anderdeels evenzeer aanleiding zijn het misdadig individu de gelegenheid te geven in daden uiting te geven aan zijn anti-socialen aanleg. Dezen kan door hervormingsmaatregelen hun kracht hetzij voor een deel hetzij voor het geheel ontnomen worden.En ten tweedeindividueeleinvloeden; bijzondere aan de zijde van de vrouw, de gewone anthropologische aan de zijde van den misdadiger.Onder de eersten meen ik te mogen rekenen:De slechte levensomstandigheden in de lagere klassen der maatschappij. Deze zich ook voor een deel openbarend in slechte huisvesting, tengevolge waarvan het gevoel van zedelijke kracht en zedelijkheid zeer achteruitgaat.De lage loonstandaard heeft ten gevolge, dat bij ieder aanbod van hooger loon de oude betrekkingopgegeven wordt om een nieuwe en oogenschijnlijk betere te verkrijgen; het meisje laat zich veel gemakkelijker overhalen voor een dubieuse offerte haar woonplaats, zelfs haar geboorteland te verlaten.Vooral de bij vrouwen bestaande zucht naar opschik en grootere weelde doet haar verlangen een dienst te zoeken in een groote stad, waar men aan dat verlangen gemakkelijker kan voldoen en waar hoogere loonen verdiend worden. Deze drijfveer is meer dan eens oorzaak geweest, dat de jonge vrouw, die naar de groote stad vertrokken is en vooral zij, die op goed geluk daarheen trok, in handen valt der bordeelhouders door middel van hun agenten, welke haar aan spoorwegstations en stoombootsteigers opwachten.Verder mag de aandacht wel gevestigd worden op het feit, dat de vermindering van het aantal huwelijken een zijdelingschen invloed op den meisjeshandel uitoefent. Wat toch is de kwestie? Door de hoogere eischen, die het moderne leven stelt en tevens door de innerlijke zucht naar weelde, door het tengevolge der grootere vermeerdering der bevolking verhoogde aanbod van werkkrachten tegenover de niet zoo evenredig stijgende vraag daarnaar, wordt opgezien tegen den huwelijksband; men verwacht niet, als de tijd daar is, vrouw en kinderen te kunnen onderhouden, zooals het modern leven en deeventueelestand het eischen; het huwelijk wordt dus nagelaten.Onmiddellijkgevolg daarvan is grooter aantal ongehuwde vrouwen en mannen; de vrouw overigens geen middel van bestaan hebbende, dient zich dat te verzekeren entracht een dienst of betrekking te verkrijgen. Een dusdanige haar aangeboden wordende wordt, naar gelang de nood meer of minder dringt, meer of minder nauwkeurig in overweging genomen en zoo is het mogelijk, dat placeurs en koppelaars menig meisje kunnen vangen.Eigenaardig is de cirkelgang, die hier waar te nemen is. Door verhoogde levenseischen etc. minder huwelijken, meer ongetrouwde vrouwen, die betrekkingen zoeken; zij dringen in vele gevallen mannen ter zijde, die dus niet volgens hun bestemming in hun onderhoud kunnen voorzien en dus allicht minder zullen verdienen; dit heeft weer ten gevolge, dat het huwelijk voor hen onmogelijk gemaakt wordt.Van de andere zijde heeft het verminderde aantal der huwelijken een ander gevolg en tevens ook het huwen op lateren leeftijd. Eensdeels stijgt het aantal verleidingen; ontelbaar zijn de gevallen, dat het verleide meisje, zwanger geworden of eenmaal moeder zijnde, genoopt wordt buiten hare woonplaats een betrekking te zoeken, welk streven haar in vele gevallen in handen van agenten en koppelaars doet vallen. Anderdeels brengt ’t grooter aantal ongetrouwde mannen teweeg een grootere vraag naar vrouwen; gevolg is, dat er altijd individuen gevonden worden, die aan die vraag willen voldoen. Aldus worden zij in staat gesteld een lucratief bedrijf uit te oefenen.Het groote kinderaantal in de huisgezinnen der armere bevolking dwingt zoowel de jongens als de meisjes reeds vroegtijdig, meestal zoodra ze de schoolbanken verlaten hebben, te trachten hun eigen brood te verdienen. Hoelicht is het dan niet mogelijk, dat de meisjes in handen vallen van koppelaars e. a.De bordeelen zijn het vooral, die de handelaars in staat stellen hun bedrijf, zooals zich dit tegenwoordig voordoet, met succes uit te oefenen. De gestadige behoefte aan “chair frais” doet een voortdurende fluctuatie ontstaan; oude afgekeurde elementen worden afgedankt, nieuwe moeten gerecruteerd worden uit den nieuwen aanvoer.Als een individueele invloed zou ik kunnen vermelden de zucht van een meisje om geheel en al vrij te zijn. Dikwijls is ’t motief voor het verlaten van het ouderlijk huis de te krachtige druk van het ouderlijk gezag.In ’t kort: al de omstandigheden, die ik opsomde zijn indirecte oorzaken, die het jonge meisje in de macht der koppelaars brengt. Die oorzaken roepen in het leven de zucht om de positie te verbeteren of de zucht om er eene te verkrijgen bij gebreke van arbeid: deArbeitslosigkeit; een contrast met deArbeitsscheu, die ook zoovelen in handen der prostitutie brengt. Hoezeer de moraliteit in beide gevallen in den aanvang verschilde, naderhand zijn zij niet meer van elkaar te onderkennen.De levensomstandigheden van ieder individueel vrouwelijk wezen brengt ten slotte ook zeer veel bij om haar ongeluk meer of minder mogelijk te maken; o. a. verwaarloozing der opvoeding, slecht voorbeeld der omgeving, en andere.Ik wil eindelijk ook nog op een geval wijzen, waaruit blijkt, hoe soms politieke maatregelen werkzaam kunnenwezen in de richting door mij bedoeld. Een der rapporten op ’t congres te Londen vermeldt,dat na de vervolging der Joden in Rusland (1894?) de bordeelen van Zuid-Amerika meer dan gevuld waren met Russische Jodinnen.Op een algemeen verschijnsel wil ik nu nog de aandacht vestigen. Het is niet zoozeer op te vatten als een onmiddellijke oorzaak van ’t bestaan van toestanden, zooals wij ze bij den handel in blanke slavinnen zien als wel een oorzaak van de criminaliteit in het algemeen. Het is een vermindering der zedelijke kracht bij het volk.Tarde, “de degelijke Magistraat en diepe Denker” (Prof. van Hamel), wijst op eene vermindering van den manslag, doch op eene stijging van het cijfer dier misdrijven, die met een pecuniair oogmerk bedreven worden. Hij wijt dit aan de “voluptuosité de nos mœurs” (”Criminalité comparée” pag. 182).Aangaande den blanke slavinnenhandel spreekt Tarde zich aldus uit:“Les scandales, nullement exeptionnels, révélés par le Pall Mall Gazette, nous ont édifiés sur la moralité de la nation réputée à bon droit peut-être la plus chaste du continent et précisément dans ses classes les plus civilisées.“La surexcitation nerveuse et l’affaiblissement musculaire, effet du développement de la vie urbaine, conduisent à la nymphomanie et au priapisme. L’amour plus précoce, l’amour plus prolongé, l’amour plus libre et plus infécond; à ces signes surtout se reconnait,soit dans une nation, soit dans une classe, l’avancement en civilisation.”Men ziet het, dat deze anti-sociale daad, evenals ieder strafbaar feit, doch in veel sterkere mate, een bij uitstek maatschappelijk verschijnsel is. Onder de preventieve middelen, die het kwaad in zijn kiemen moeten verstikken en welke de criminalist ook niet uit ’t oog mag verliezen, alhoewel juist deze wegens hun socialen aard meer tot het terrein van den oeconoom behooren, is dus vooral te rangschikken de wegneming der invloeden, die het kwaad als noodzakelijk gevolg na zich sleepen. Wanneer dit middel volkomen kan helpen, dan houde de zuivere criminalist zijn handen thuis, zoo niet dan moet hij optreden; doch dit diene hij ook te doen, waar de mogelijkheid om de oorzaken op te heffen nog niet of in het geheel niet bestaanbaar is of waar de opheffing dier oorzaken wellicht om andere redenen geheel af te raden is.Hoofdstuk IV.Middelen tot bestrijding.De veelzijdigheid der oorzaken, hun bestaan vindende in maatschappelijke toestanden, waarvan de wording aan rechtsregels toegeschreven kan worden, of die langs den weg der historie zelfstandig ontstaan zijn, welke den handel in meisjes in het leven kunnen roepen, mag wel a priori de vrees wettigen, dat, om niet te spreken van de geringe waarschijnlijkheid, dat in alles verbetering zal kunnen gebracht worden, de tijd, dat men met eenig succes kan werkzaam wezen door ze weg te nemen om iets van zijn doel te bereiken, nog verre is.Wat de slechte huisvesting betreft, hierin wordt eerlang in Nederland verbetering gebracht. (De Mem. van Toel. van het ontwerp-woningwet getuigt, dat de Regeering doordrongen is van den slechten invloed der woningtoestanden op de goede zeden. “Het onderhoud der woning, behoorlijke reiniging, beperking van het aantal bewoners in verband met de hoeveelheid beschikbare lucht,de afscheiding der slaapplaatsen, kortom alle factoren, die een element van behoorlijke bewoningvormen, zijn—het behoeft nauwelijks betoog—voor gezondheid en zedelijkheid van het grootste gewicht.)Verbetering der te lage loonen zou volgens sommigen kunnen plaats hebben door vaststelling van een minimum loon.Toelating van ’t onderzoek naar het vaderschap kan den vader dwingen zijn kind mede te onderhouden, zoodat ’t meisje deswege niet de eerste de beste gelegenheid behoeft aan te grijpen een dienst te verkrijgen.Streng toezicht op de ouderlijke macht, ontzetting bij verwaarloozing (in den ruimsten zin) van de opvoeding der kinderen, vermeerdert ’t bewustzijn van zedelijke kracht bij die kinderen, voorkomt hun val.In het algemeen is iedere vermeerdering der welvaart van de volksklassen zonder twijfel in de gewenschte richting werkzaam.Hoe is het met het verbod van het houden van bordeelen?Prof. Dr. Karl Stooss, wiens meening wel door velen zal gedeeld worden, sprak op het in 1895 te Parijs gehouden Pénitentiair Congres in dezen zin: «La suppression des maisons publiques, voilà la plus simple et la plus efficace des mesures à prendre contre la traite des blanches,” en iets verder: “Donc, quiconque veut couper court à la traite des blanches, doit demander la suppression des maisons de tolérance.” Deze apodictische uitspraak durf ik niet volkomen te onderschrijven, maar gaarne erken ik, dat ’t verbod van bordeelen zeer zeker mede een factor is om den meisjeshandel eenigszins tegen te gaan. Doch ik waag het te beweren, dat deze maatregel volstrekt niet afdoende is.Mijn eerste argument is ontleend aan de feiten, zooals die zich voordoen in verschillende plaatsen en landen, waar bordeelen verboden zijn. Hier is natuurlijk slechts te letten op den invoer in die plaatsen en landen. Het blijkt nu, dat de strafbaarstelling van de huizen van ontucht luttel of geene uitwerking heeft.Sedert 1897 zijn de bordeelen in Amsterdam door den gemeentelijken wetgever verboden; zij bestaan niet meer: zoogenaamde hôtels verrezen als paddestoelen uit den grond, door de politie als “verdachte huizen” gequalificeerd. Deze huizen worden op dezelfde wijze als vroeger van vrouwen voorzien. Officiëele bescheiden (ik deelde dit reeds mede op blz. 53) toonen mij aan, dat in pl.m. 40 zoogenaamde verdachte huizen pl.m. 105 buitenlandsche meisjes zich bevinden. In den allerlaatsten tijd zijn eenige gevallen ruchtbaar geworden. Zeer merkwaardig is dit, daar nu toch de bordeelhouders door het verbod veel meer op hun hoede zijn. Een meisje uit Frankfort a/M., dat enkele maanden geleden naar Amsterdam gelokt was, doch aanstonds bij haar aankomst in een huis aan de Spuistraat achterdocht kreeg en het geluk had nog te kunnen ontvluchten, voordat haar koffers aangekomen waren. Het “Nieuws van den Dag” van 2 Januari 1900 vermeldt eveneens een geval van een misleid Duitsch meisje.1Paragraaf 180 van het Duitsche Strafwetboek verbiedt het houden van bordeelen in het Duitsche Rijk.“Wer gewohnheitsmässig oder aus Eigennutz durch seine Vermittelung oder durch Gewährung oder Verschaffung von Gelegenheit der Unzucht Vorschub leistet, wird wegen Kuppelei mit Gefängniss bestraft” etc. De ruime redactie van dit artikel is de reden, dat het ook treft “das Anwerthen oder Verbringen der Dirnen in ein Bordell von oder nach auswärts oder aus einem andern Bordell.”2Het handelen in vrouwen valt er dus ook onder. Niettemin bestaan feitelijk de bordeelen in Duitschland, heeft aldaar feitelijk zoowel de binnenlandsche als buitenlandsche handel in jonge meisjes en vrouwen plaats. Zelfsofficiëelelichamen meenden, dat de van oudsher bestaande en onder politietoezicht staande inrichtingen, ondanks paragraaf 180 Duitsche Strafwetboek konden blijven bestaan, (c.f. na de invoering van hetReichsstrafgezetzbuchde gedachtenwisseling tusschen den senaat van Hamburg en hetReichskanzlerambt, wiens opinie gedeeld werd door de overgroote meerderheid der juridische faculteiten in Duitschland.)Dr. Miehe zegt in het “Archiv für Dermatologie und Syphilis:3So hat man denn in irgend einer Weise die Kuppeleiparagraphen umgehend ausser in den genannten Orten (Leipzig, Würzburg) soweit mir bekannt, in Hamburg, Lubeck, Rostock, Flensburg, Magdenburg,Braunschweig, Nürnberg, Strassburg, Metz, Mühlhausen, Heidelberg, Mainz,Frankfurta. Main die Bordells wieder eingeführt.(N. B. geen ontduiking van de wet door bordeelhouders, doch dulding van huizen, die feitelijk bordeelen zijn, door voorschriften van de overheid en wel ten gevolge van den feitelijken drang der omstandigheden).Anderwärts, wo man dieselben nicht wider eingeführt, hat man sich genötigt gesehen, die sie ersetzenden geheimen Prostitutionsorte wenigstens unter polizeiliche Controlle zu stellen, etc. Dr. Miehe vermeldt, dat naar aanleiding van deze toestanden aan den Duitschen Rijksdag verzoekschriften zijn gericht om verandering van par. 180 Duitsche Wetboek te verkrijgen, “womit dann die Bordelle wieder gestattet sein würden.”In Engeland is het houden van bordeelen verboden en eveneens straf gesteld op den handel in blanke slavinnen sedert de Criminal Law Amendment Act van 1885. Niettegenstaande dit feit is het aantal vreemde prostituées in Londen ontelbaar. Hoe komen deze daar? Daarop kan ik geen antwoord geven, maar men kan wel een en ander vermoeden. Ik vermeld dit slechts om de aandacht daarop te vestigen. Doch positieve verklaringen vind ik vermeld in het verslag van den Heer Yves Guyot op het Pénitentiair Congres in 1895 te Parijs vergaderd en in de rapporten van de H.H. Craies en Bunting op het Congres te Londen.De Heer Yves Guyot zegt, dat het effect van de Criminal Law Amendment Act nul is. Noch de koppelaars noch de bordeelen zijn er door verdwenen, integendeelvele gevallen van chantage zijn het gevolg van de wet. “C’est une nouvelle preuve à ajouter à toutes les autres, que le législateur ne doit pas essayer d’imposer une direction morale aux justiciables. Il n’a qu’un devoir: assurer la liberté d’action et la sécurité de chacun.”De Heer Craies deelt ons mede, dat nu en dan vervolgingen plaats hebben tegen personen, die door misleiding Jodinnen uit Rusland naar Engeland gelokt hebben.Mr. Bunting spreekt over een recent geval, dat eene vrouw uit België 3 meisjes naar Engeland overgebracht heeft met het oogmerk ze aan de prostitutie over te geven.Tevens is in ’t Rapport van den Heer Bunting te lezen, dat verschillende comités herhaaldelijk op ’t spoor komen van gevallen, waarin Engelsche meisjes naar het buitenland gelokt zijn, zonder dat ’t maar eenigszins mogelijk is den schuldige voor den rechter te brengen.De suppressie van den blanke slavinnenhandel kan, naar ’t mij voorkomt, slechts een gering argument wezen voor het verbod der huizen van ontucht.Doch ik acht mij verplicht nog op 2 andere mogelijkheden te wijzen, voor ’t geval de huizen van ontucht verboden worden.Ten eerste: het valt niet te loochenen, dat bij dergelijk verbod de positie der inwonende vrouwen in huizen, waar in strijd met de wet gelegenheid tot ’t plegen van ontucht gegeven wordt, treurig zal worden, of zoo men nu reeds dien toestand als zoodanig wil aanmerken, zal hij nog treuriger worden dan nu. Dit nader uit te leggen is haast overbodig: nu reeds gaat alles zeer geheimzinnig toe in publieke huizen. Dochbij streng verbod hebben de houders er alle belang bij om niets van hun onwettig bedrijf te doen uitlekken; hoe strenger de wet, hoe meer de vrouwen er voor boeten zullen.Ten tweede: Tegenwoordig bestaat de handel,voor zoover de gevallen bekend worden, in dien zin, dat hij dient om het bordeelpersoneel aan te vullen. Tot de onmogelijkheden behoort het niet, dat die handel ook geschiedt ter wille van den een of anderen particulier; het Augustusnummer van hetBulletin Continentalvan 1895 geeft een dergelijk geval te lezen. Deze gevallen zouden zich zonder twijfel vermenigvuldigen, indien het houden van een bordeel streng gestraft en op alle denkbare wijzen onmogelijk gemaakt werd.Verheffing van het zedelijk bewustzijn draagt bij tot de vermindering der criminaliteit in het algemeen, tot vermindering van den handel in blanke slavinnen in het bijzonder.In dezen geest zou gewerkt kunnen worden om het bedoelde euvel tegen te gaan door de kiemen er van te verstikken: een preventie van de verste strekking. Doch deze wijze van werken ondervindt haar moeilijkheden; in ieder geval moet men het feit, zooals het zich voordoet onder de oogen zien en middelen beramen om het zoowel te prevenieeren als te reprimeeren, en tevens om de gevolgen van de daad, indien ze eenmaal plaats heeft, af te wenden geheel of gedeeltelijk, of ook mogelijkerwijze de gevolgen te verzachten.Preventief kan de wet werkzaam wezen door een streng toezicht uit te laten oefenen op verhuurkantoren,besteedsters en emigratiebureaux, zooals dit in het buitenland hier en daar geschiedt.Toezicht op de opvoeding der kinderen van Staatswege om hunne verwaarloozing te verhinderen kan ten goede werken. Daar het wezen en doel van het ouderlijke gezag ligt in een conscentieuse lichamelijke en moreele opvoeding der kinderen en de Staat hierbij groot belang heeft, zoo is ’t niet in strijd met de beginselen van het recht, dat bij grove verwaarloozing der moreele opvoeding hunner kinderen of bij een groot gevaar daarvoor, de ouders van hunne ouderlijke macht kunnen ontzet worden. Een wet regele de gevallen, waarin dat kunne plaats hebben buiten een strafvonnis.De politie zou stations, stoombootsteigers en havens bijzonder in het oog kunnen houden. Aan die plaatsen kan ze waarschuwingsborden doen plaatsen, om aankomende vrouwen tot voorzichtigheid aan te sporen.Hier te lande bestaat het stellen onder politietoezicht, opgelegd door rechterlijk vonnis, niet; desniettegenstaande zou de politie een streng toezicht kunnen uitoefenen op het doen en laten van hen, die reeds eens ter zake van een aanverwant strafbaar feit veroordeeld zijn en die vermoed worden zich met den handel in te laten; maar niet alleen op de handelingen van dezen, maar ook op die van andere verdachte lieden.Er moesten termen gevonden kunnen worden tot uitzetting van vreemde placeurs, die verdacht worden meisjes te verleiden, of hun toelating in het land te verhinderen. De politie moet door waarschuwingen nuen dan de bevolking opmerkzaam maken op de handelingen van verdachte individuen.De politie van de eene plaats kan door in contact te treden met de politie van een andere plaats of van een ander land op ’t spoor geraken van of inlichtingen geven omtrent placeurs en hun handelingen. Zij kan op deze wijze den val voorkomen van het meisje, dat reeds misleid is. De politie van de eene plaats of van ’t eene land kan aan de politie van het andere het vertrek van een verdacht individu melden of informaties inwinnen na aankomst van zoo iemand.In sterke mate preventief optreden kan het particulier initiatief. Philanthropische vereenigingen kunnen alom de oogen doen opengaan voor het gevaar, dat jonge meisjes loopen door ondoordacht buitenslands doch ook binnenslands in betrekking te gaan.Zij kunnen de verantwoordelijkheid der ouders en voogden levendig houden voor het welzijn hunner dochters en pupillen.Particuliere vereenigingen kunnen geregelde posten uitzetten aan de stations, stoombootsteigers en havens der groote steden. Zij kunnen de bevolking van hare tegenwoordigheid op de hoogte stellen. Door waarschuwingsborden aan stations, in spoorwegcoupés enz., door annonces zijn zij in staat bekend te maken, tot wie een meisje zich moet wenden, indien het in moeilijkheden verkeert.Een belangrijke factor is, dat zij de overheid kunnen steunen in allerlei opzicht, o. a. kunnen zij de aandachtder politie en justitie vestigen op de verdachte handelingen van gevaarlijke personen en aldus eene vervolging uitlokken, althans zorgen, dat een wakend oog op hen gevestigd wordt. Verder kunnen zij verdachte handelingen van verhuurkantoren openbaar maken. Door oprichting van “Tehuizen” openen zij een toevluchtsoord voor onbeschermde meisjes, wier val aldus kan voorkomen worden. Vereenigingen tot redding van gevallen meisjes steunen de goede zaak door de ernstige gevolgen van den val der vrouw voor een deel af te wenden.Door een internationale band in het leven te roepen doet de philanthropie veel goed. Zij kan overeenkomen, dat de vereenigingen in de verschillende landen op allerlei wijze hare wederzijdsche landgenooten zullen steunen en helpen. De eene vereeniging kan de andere vereeniging op de plaats van aankomst verwittigen van het vertrek van een meisje. Zij kunnen elkaar op de hoogte brengen van het vertrek van verdachte individuen.Hetgeen ik tot nu toe over de werkzaamheid der particuliere liefdadigheid aangaf, moet niet beschouwd worden als een eventueel door particulieren, zoowel afzonderlijk als in vereeniging, te volgen richting. Het is integendeel de wijze, waarop reeds gewerkt wordt. Ik mag daarom der liefdadigheid den lof niet onthouden, waarop zij in waarheid aanspraak mag maken. Haar culminatiepunt heeft zij reeds bereikt. Wanneer ik nu een en ander over enkele der in Europa bestaande groote vereenigingen ga vermelden, maak ik er volstrekt geen aanspraakop volledig te willen schijnen. Dengene, die meer wil weten van de onderscheidene vereenigingen, in Europa en de Vereenigde Staten werkzaam, verwijs ik naar het tweede deel van de verzameling rapporten op ’t congres te Londen. Vooreerst verdient bijzondere aandacht de onder den naam van “Union Internationale des Amies de la jeune Fille”, teGenèvein 1877 door 8 verschillende landen opgerichte vereeniging, die zich ten doel stelde “een beschermnet te vormen ten behoeve van jonge meisjes, die genoodzaakt zijn, elders eene broodwinning te zoeken en die, zonder hulp en raad, lichtelijk op verkeerde wegen zouden komen” (art. 2 der statuten). Deze vereeniging telt duizenden leden in 32 verschillende landen volgens de presidente der Zwitsersche afdeeling. Het Centraalbureau is gevestigd teNeuchâtel. Behalve in nog 6 andere landen bestaat in Nederland een afdeeling, in Mei 1882 opgericht, in ’t algemeen hetzelfde doel nastrevende als de moedervereeniging, bepaaldelijk echter dienende voor de bescherming van Hollandsche meisjes. Art. 1 van de gewijzigde statuten (1887) verruimde het arbeidsveld, zoodat “geene nationaliteit, geen kerkgenootschap of eerlijk beroep iemand van die bescherming kan uitsluiten.”Iets bijzonders mag wel heeten het door de Union ingestelde Livret, dat aan ieder meisje op aanvrage toegezonden wordt. Er bestaat eenLivret international; daarnevens in verschillende landen, waaronder ook Holland,Livrets nationaux. Het boekje is bestemd voor de jonge vrouw, die het ouderlijk huis verlaat. Hetbevat raadgevingen “Conseils de l’Expérience”, vervolgens eenige godsdienstige overdenkingen metbijbelteksten. Daarna volgen de “Conseils pour voyages” en de “Renseignements” die de Tehuizen en andere inlichtingen bevatten. “Le Journal du Bien public” is het officieele orgaan van deUnion internationale des amies de la jeune filleen van deAssociation de femmes suisses pour l’œuvre du relèvement moral. Het blad verschijnt maandelijks.De “National Vigilance Association for the repression of criminal vice and public immorality” zetelt te Londen. Op haar initiatief werd in 1899 hetCongress on the white slave Trafficte Londen gehouden. Haar naam duidt reeds het doel der vereeniging aan. In art. 3 van de statuten staat onder meer, dat de vereeniging zich ten doel stelt de repressie van “the fraudulent seduction of women or girls”, “the entrapping or inveigling of women or girls into brothels”, “the procuring of women or girls for foreign brothels”, “the detention of women or girls in houses of ill fame”. Zij heeft een maandelijks verschijnend orgaan “The Vigilance Record”. Het “Executive Committee” doet jaarlijks een belangrijk verslag in ’t licht verschijnen.Vooral voor de machtige werkzaamheid der particuliere liefdadigheid in Duitschland verwijs ik gaarne naar ’t belangrijke verslag van den Heer Burckhardt op ’t Congres te Londen.Als specifiek nationale vereeniging verdient voor ons land zeer de aandacht de te ’s Hage in Mei 1884 opgerichte“Nederlandsche Vrouwenbond tot verhooging van het Zedelijk Bewustzijn”, (erkend bij K. B. van 7 October 1886 No. 15). De werkkring van dezen Bond, die volgens art. 1 der statuten opgericht is in aansluiting aan deFédération britannique, continentale et généraleen aan de Nederlandsche vereeniging tegen de Prostitutie, is omschreven in art. 2 en de Bond stelt zich dan ten doel, zooals de naam luidt, de verhooging van het Zedelijk Bewustzijn, aan welk beginsel met alle daartoe beschikbare middelen gearbeid wordt. De Bond geeft een maandblad uit: “Orgaan van den Nederlandschen Vrouwenbond tot verhooging van het Zedelijk Bewustzijn”.In denzelfden geest als de Union bovengenoemd haar Livret bezit, verspreidt de Vrouwenbond haar lijsten met »Adressen ter informatie vanwege den Nederlandschen Vrouwenbond tot verhooging van het Zedelijk Bewustzijn”. Aan die adressen zijn de noodige inlichtingen te bekomen voor meisjes, aan wie de gelegenheid ontbreekt om zelve eenig onderzoek in te stellen omtrent betrekkingen, die haar aangeboden worden. De 10e uitgaaf van deze lijsten vermeldt 214 gemeenten in ons land, waar inlichtingen bij de daarin opgenoemde leden te verkrijgen zijn. Verder bevatten deze lijsten nog eenige wenken en raadgevingen.Dat in ons land nog menige andere vereeniging te vinden is, die het bovengenoemde doel mede nastreeft, behoef ik haast niet te vermelden. Ik noem daarvan slechts de vereenigingen, die Tehuizen opgericht hebben. Verder de Middernachtzending en anderen.Het consulaat moet met kracht optreden voor de belangen van zijn landgenooten, die door misleiding in den vreemde gevaar loopen. Van de aankomst van die meisjes moet het op de hoogte gebracht worden door de plaatselijke politie en humanitaire vereenigingen. Ieder vreemd meisje, dat vermoed wordt zich aan de prostitutie over te geven, zou voor den consul van haar land gebracht kunnen worden. Wanneer een individu, dat zich met den handel occupeert, de plaats verlaat om in het rijk van het consulaat zelf zijn slag te slaan of wanneer dit slechts vermoed wordt, behoort de consul zijne regeering er van in te lichten, opdat deze in staat zij waarschuwingen tegen dergelijke individuën openbaar te maken.Onder de repressieve maatregelen valt in de eerste plaats te wijzen op een streng verbod op straffe van het misleiden van eene vrouw met ’t oogmerk haar aan de ontucht over te leveren met een verzwaring van straf, indien zij naar den vreemde gelokt wordt, en eveneens, wanneer van dergelijke handelingen een bedrijf gemaakt wordt. Openbaarmaking van het veroordeelend vonnis, tevens verstrekking van de volgens de nieuwste methode opgemaakte signalementen der veroordeelden aan de politie der voornaamste steden behoort onder de repressie, doch zal in sterker mate preventief werken.Dit strafbare feit worde in de uitleveringstractaten opgenomen.Strenge toepassing van het misdrijf der wederrechtelijke vrijheidsrooving.Om beter in staat te zijn op het spoor te geraken van deze strafbare feiten is een streng toezicht noodig op de plaatsen, waar ontucht gepleegd wordt; een nauwkeurig omschreven uitgebreide bevoegdheid der politie om in die huizen binnen te treden en daar onderzoek in te stellen. Ook deze bevoegdheid kan preventief werken.Internationale tractaten moeten zich ten doel stellen daarin te voorzien, dat er geen twijfel besta omtrent het forum delicti met ’t oog op den buitenlandschen handel; ze moeten regelen geven omtrent eene doelmatige bescherming en terugvoering der misleide meisjes.Wij zien het: deze wantoestand kan op de meest verschillende wijzen aangetast worden. Het is een maatschappelijk euvel, dat aan de algemeene welvaart en bloei ook zijn toenemende welvaart en bloei te danken heeft. Die veelzijdigheid van bestrijding van een strafbaar feit, een gevolg van de nieuwere richting, die het misdrijf als een sociaal verschijnsel beschouwt, vindt vooral eene toepassing bij den handel in blanke slavinnen. Een eisch is het die bestrijding met kracht aan te vatten.1N.B. 1. In Duitschland is het door misleiding verlokken van meisjes om zich in den vreemde aan de prostitutie over te geven met strenge straffen bedreigd: hoogstens 5 jaar tuchthuis, ten hoogste 6000 Mark boete,politietoezicht. 2. Sedert het verbod der bordeelen te Amsterdam is de verklaring met Duitschland uitgewisseld voor deze stad van geen waarde meer. (Doch hierover later.)2”Das Strafgesetzbuch fürdasDeutsche Reich in seiner gegenwörtigen Gestalt” (Uitgave Heule en Schierlinger) art. 180. noot 6.3Jaargang 1895 “Ueber den Einfluss der Kasernirung der Prostituirten auf die Ausbreitung der Syphilis.”

Hoofdstuk II.Omvang.Noch oeconomisch, noch juridisch, noch taalkundig kan het als onjuist aangemerkt worden, dat hier gesproken wordt van “handel”.Er is ruiling van goederen tegen geld; de vrouw vervult hier toch de functie van een goed, althans in de oogen der placeurs e. a.In zooverre als men onder het begrip handel een zekere continuïteit van handelen zou willen verstaan, is deze ook hier aanwezig. Insgelijks kan men de benaming ook niet onjuist noemen, in zooverre men eene identiteit of althans eene vergelijking zou willen aannemen met andere handelsbedrijven ten opzichte van de overeenstemming der wijzen, waarop deze handel gedreven wordt, ten opzichte van de gelijkheid der instituten, die deze meisjeshandel met anderen handel gemeen heeft, kortom ten opzichte van alles, wat men in betrekking tot dezen meisjeshandel aantreft en dat bij de andere handelsbedrijven ook gevonden wordt. Te onderscheiden is de binnen- en buitenlandsche handel; onder dezen laatsten is te vatten eenin-, door- enuitvoerhandel, (alhoewel ten opzichte van mijne beschouwingen alleen de exporthandel in aanmerking komt).Bij dezen meisjeshandel treft men onderscheidingen aan tusschen kooplieden en niet-kooplieden, tusschen alleenstaande kooplieden en associatiën, tusschen den principaal en zijne agenten.Alhier eveneens een koopwaar, met hare waardeverschillen naar qualiteit. Wij zagen dit reeds in het vorige hoofdstuk.Eveneens een welontwikkelde tusschenhandel, de makelaardij en de commissiehandel.Alhier vaste afnemers. Bij dezen handel ook markten van blanke slavinnen, beurzen van koophandel, en in geval van oogenblikkelijken grooten toevoer, dus bij grooten voorraad, entrepôts en pakhuizen.En dan moge niet vergeten worden, dat—want juist door de gedurige ontwikkeling van het verkeer met het buitenland is deze handel evenals iedere andere handel zoo tot bloei gekomen en is de verbetering der verkeersmiddelen hem zoo ten goede gekomen,—dit handelsbedrijf ook geregelde middelen van vervoer tot zijn dienst heeft, vaste handelswegen voor het gewone vervoer der koopwaar enlast not leasteen geheime brief- en telegram-correspondentie. Maar dan ten slotte: een handelsadresboek ontbreekt ook hier niet. Ik wees er in Hfdst. I op, dat het aantal der niet-kooplieden, die deze handelingen verrichten, gering is. Het gilde der kooplieden is rijk vertegenwoordigd en steeds met vrucht werkzaam, hetzij het een alleenstaand persoon is, hetzij een machtige corporatie, die overal haar bedrijf uitoefent zoowel in de drukke wereldstad als in hetverafgelegen eenzaam dorpje. De handelaar is of zelf werkzaam als ambulant agent of hij staat aan het hoofd van een bureau de placement met talrijke ondergeschikten. Volgens Tony Kellen zetelt in Bombay eene vereeniging, die ongeveer 100 beruchte handelaars als leden heeft. Bonessede Montenach, Secretaresse van hetOeuvre Catholique Internationale pour la Protection de la jeune Fillevertelde: “At Zürich in Switzerland there exists a central recruiting office for houses of prostitution.”HetBulletin Continentalvan Jan. 1899 vermeldt:“Un très grand nombre de plaintes parvenues de Vienne, de Berlin et de St. Pétersbourg au Parquet de Paris, lisons nous dans le Soleil du 17 Nov. dernier, ont amené le service de sûreté à s’occuper des faits et des gestes de plusieurs individus, pratiquant la traite des blanches.“Chargés de recruter un personnel féminin de choix pour les maisons hospitalières des grandes capitales d’Europe deux de ces individus, les frères S., avaient ouvert à Paris une agence de placement, et par l’insertion d’avis dans certains journaux ils faisaient connaître, qu’ils s’occupaient de placer à l’étranger des institutrices, des dames de compagnie et des gouvernantes. Les malheureuses, qui commettaient l’imprudence de s’adresser à eux étaientdirigéessur une de ces grandes villes où les attendaient des agents des frères S. etc.”Het Maandblad van 1 April 1889 maakt melding van het feit, dat er in sommige steden werkelijke slavenmarktenbestaan en vooral in Constantinopel. Daar is een markt, waar men de jonge vrouwen verkoopt, die tot dat doel uit Oostenrijk, Duitschland, Italië en Rusland worden gebracht. En wat de beurzen betreft, zoo zegt hetzelfde maandblad, dat er in Constantinopel een gebouw is, het Casino genaamd, dat in werkelijkheid niets anders is dan een beurs, waar men die menschelijke koopwaar even gemakkelijk verhandelt als andere koopwaren op de beurs te New-York. Goron vermeldt in zijn reeds genoemd werkje, dat sedert lang te San-Francisco localiteiten bekend staan onder den naam van »Chambres de la Reine”, die in waarheid openbare slavinnenmarkten zijn.Een enkel woord over het handelsadresboek: het heeft het volgende opschrift: (overgenomen uit Fiaux:Les maisons de Tolérance; Leur fermeture)Annuaire ReirumIndicateur des AdressesdesMaisons de Sociétés,dites de ToléranceDe France, Algérie et Tunisieet des principales villesde Suisse, Belgique,Hollande, Italië et Espagne.Prix 5 frcs. 50EditeurTh.MURIER, Impasse Briarè 12PARIS.Au verso: Avis: Nous engageons les personnes, dont les noms ne figurent pas sur cet Annuaire, et dontles noms et adresses ne sont pas rigoureusement exactes, à bien vouloir envoyer toutes rectifications:Paris, Impasse Briarè 12.Het bevat 70 pag. kleine druk.Met zeer veel moeite is de vroegere Hoofdcommissaris van Den Haag, de Heer van Schermbeek, in het bezit van een exemplaar gekomen. Men moet n.l. voor de verkrijging van dit boekje tot de geheime corporatie behooren, op wier rekening het jaarboekje uitgegeven wordt en bij de bestelling moet een geheim teeken staan onder den naam van den schrijver. Dit teeken bewijst, dat men voor den loopenden jaargang tot de ingewijden behoort.Al wisten wij verder niets, dan nog zou de conclusie dat klaarblijkelijk de handel in meisjes eene niet onbeduidende uitgebreidheid heeft verkregen over dezen aardbol volkomen gerechtvaardigd wezen op grond daarvan, dat eene zoo deugdelijke organisatie van dezen handel niet zoude in het leven geroepen zijn, tenzij het ware om steunend op deugdelijke berekeningen met succes dezen handel in vrouwen en meisjes tot meerderen bloei te brengen.Doch wij weten meer. De onverdachte getuigenissen van mannen, die zich op de hoogte gesteld hebben, spreiden den omvang van den blanke slavinnenhandel in al zijn naaktheid ten toon. De Heer Fritz Robert, gewezen vice-consul van Oostenrijk en Hongarije in Egypte en Engelsch-Indië, heeft een studie geschreven over den blanke slavinnenhandel, waarin hij o. a. zegt:“Enumerons brièvement les principaux pays d’importation.L’Amérique du Sud (en particulier le Brésil et Buenos-Ayres) s’approvisionne en Italie, en Espagne, au Portugal et dans le Midi de la France.L’Amérique du Nord (New-York et la Nouvelle Orléans) est en rapports continus avec la Grande-Bretagne, surtout l’Irlande et l’Allemagne. Ports d’embarquement: Londres, Liverpool, Southampton, Dublin, Hambourg, et Brême. L’Australie est un important marché pour les Allemandes et les Françaises indépendamment des nombreuses Anglaises et Irlandaises importées directement. En Orient, principalement en Turquie d’Asie, les Grecques et les Italiennes sont les plus demandées. Constantinople, ce grand dépôt international d’esclaves blanches, fournit des Autrichiennes, des Roumaines et quelques Russes. Chose curieuse, les Hongroises ne se trouvent guère à l’étranger sauf dans les pays danubiens. On peut calculer que 33 p. 100 environ des prostituées de Smyrna et Bayrouth sont des juives Autrichiennes, avant déjà séjourné en Turquie. L’Autriche (la Galicie, Trieste et ses environs) fournit avec l’Italie à peu près 75 p. 100 des pauvres fillesimportéesen Egypte, sans compter celles, qui viennent grossir le nombre des indigènes, qui peuplent les harems du Caïre, d’Hélonan et de l’Alexandrie.Théoriquement, le Gouvernement de sa Majesté Britannique ne tolère pas de prostituées anglaises aux Indes, en sorte que ce sont les Autrichiennes, les Allemandes et les Italiennes, qui alimentent en grande partie la prostitution des “bars” et des “bazaars.” Bombay et Calcutta sont les deux villes où la prostitutiondes blanches a pris le plus grand développement et où elle s’étale le plus effrontément.“Dans les Indes néerlandaises on ne rencontre que de rares Hollandaises, peu de Flamandes et d’Anglaises, celles-ci venant directement d’Europe; mais en revanche on y voit beaucoup de malheureuses ayant séjourné précédemment en Turquie, en Egypte et dans les Indes anglaises; Batavia, Singapore sont les dernières étapes de ce triste voyage vers l’Orient, au terme duquel les victimes de la traite des blanches sont perdues pour jamais.”Een ander geloofwaardig man, de heer Joest, heeft in zijn reisverhaal een en ander geopenbaard over de wereldhandel in Duitsche en Oostenrijksche meisjes: “On les embarque à Hambourg pour l’Amérique méridionale, Bahia, Rio de Janeiro, et surtout Monte-Video et Buenos-Ayres; un faible résidu va par le détroit de Magellan à Valparaiso.“Un autre courant se dirige par l’Angleterre directement sur l’Amérique du Nord; ici cependant la concurrence indigène l’oblige souvent à descendre le Missisippi jusqu’à la Nouvelle Orléans et le Texas, ou bien à se rendre à travers l’Ouest en Californie. Depuis la on pourvoit la côte jusqu’à Panama, tandis que Cuba, les Indes occidentales et le Mexique s’approvisionnent depuis la Nouvelle-Orléans.“D’autres jeunes filles allemandes sous la dénomination de “Bohémiennes” sont dirigées par les Alpes sur l’Italie, d’où elles vont à Alexandrie, Suez, Bombay,Calcutta jusqu’à Singapore et même à Hongkong et à Shangaï.“Les Indes néerlandaises et l’Extrême Orient, notamment le Japon sont de mauvais marchés, car la Hollande ne tolère pas de filles blanches de cette catégorie dans ces colonies et au Japon les filles du pays sont jolies et à bas prix; en outre la concurrence américaine de San Francisco achève de gâter le marché.“La Russie se pourvoit depuis la Prusse orientale, la Poméraine et la province de Posen; la première station est ordinairement Riga; c’est là que les pourvoyeurs de Saint-Pétersbourg et de Moscou font leurs assortiments, qu’ils expédient ensuite par grands convois à Nigni-Novgorod et à travers l’Oural à Irbis et à Krestofsky et jusqu’au fond de la Sibérie. C’est ainsi, qu’il m’est arrivé de rencoutrer une jeune Allemande vendue de la sorte à Tschita au delà du lac de Baïkal.”En wanneer ik hierbij voeg, dat ook Zuid-Afrika, speciaal Kaapstad en Johannesburg, een vaste bestemmingsplaats is voor die vrouwen, dan kan men zich in verband met de bovengenoemde getuigenissen een denkbeeld vormen over welk een gebied de handelaars reeds werkzaam zijn. Doch dan blijft het nog een open vraag, of het aantal meisjes en vrouwen, die overal heen verhandeld worden, werkelijk groot is.Op het in Juni 1899 gehouden Congres te Londen, dat plaats had op initiatief van theNational Vigilance Associationwaren vertegenwoordigd: 11 Staten van Europa en de Vereenigde Staten van Noord-Amerika. Vraag 6 van de eerste serie vragen, die den rapporteurster beantwoording waren voorgelegd, luidde:“Whether any official or trustworthy statistics have been prepared, showing the extent, to which young women of your nation have been induced to go abroad to an immoral life?”De rapporteurs van bijna alle landen hebben òf beslist ontkennend geantwoord op deze vraag òf zij hebben de beantwoording in het geheel ter zijde gelaten. De rapporteur van België ontkende voor zijn land eveneens het bestaan van statistieken, doch tevens voegde hij er aan toe dat hem uit een onderzoek ingesteld bij de politiehoofden van de voornaamste steden gebleken was, dat gevallen van dergelijke misleiding zelden voorkwamen; de burgemeester van Luik o. a. beweerde, dat in de 10 laatste jaren een dergelijk geval zich niet voorgedaan heeft, altijd volgens de “Brigade de Sûreté”.Een enkele opmerking moet mij naar aanleiding van dit antwoord uit de pen, opdat de conclusie, die men uit dit antwoord en andere van dien aard zou willen trekken, zooveel mogelijk juist zij: de geheimzinnige werkzaamheid der traffickers aan de eene zijde, de schaamte der jonge vrouwen om haar lot bekend te maken aan de andere zijde, werken er toe mede, dat het grootste percentage der gevallen onbekend blijft. Verder is de faam van de zedenpolitie zoowel in België als in Frankrijk van dien aard, en is bij meerdere gelegenheden haar medeplichtigheid aan de daden der handelaars en bordeelhouders zoo duidelijk geworden, dat ik niets meer behoef te zeggen om de volkomenbetrouwbaarheid der bovenbedoelde antwoorden der politiehoofden in twijfel te trekken.Op andere wijze moet dus nog een denkbeeld verkregen worden aangaande den omvang van den buitenlandschen of export- en den binnenlandschen handel, beiden zoowel van vreemde landen als van Nederland.Ik zal mij ten eerste bepalen tot de rapporten van het Congres te Londen (1899) en een en ander, wat op dezen omvang betrekking kan hebben, memoreeren. Ingewonnen inlichtingen doen bij Bérenger de overtuiging ontstaan dat aan de Fransche havens een voortdurende emigratie plaats heeft voor buitenlandsche publieke huizen. In Engeland hebben nu en dan vervolgingen plaats tegen personen, die door misleiding Jodinnen uit Rusland naar Engeland hebben gelokt. Dit feit is wel de vermelding waard, daar in Engeland het houden van bordeelen op straffe verboden is en zoo velen beweren, dat daarmee ook aan den meisjeshandel den kop ingedrukt is. ’t Behoeft geen betoog, dat de placeurs en bordeelhouders bij dusdanig verbod veel sluwer optreden en dan mag ’t verbazing wekken, dat alsdan toch nog feiten uitlekken, die tot vervolgingen aanleiding geven. De Heer Bunting spreekt op het congres van een recent geval in Engeland; een vrouw was vervolgd, omdat zij 3 meisjes uit België met een onzedelijk doel naar Engeland gelokt had. De conclusie is dus niet gewaagd, dat in Engeland de handel nog genoeg voorkomt, ondanks het verbod van bordeelen, in weerwil van het feit, dat de Criminal Law Amendment Act van 1885, naar aanleiding van de onthullingender Pall Mall Gazette, den meisjeshandel strafbaar heeft gesteld. Een der Engelsche rapporteurs op ’t congres te Londen, de advocaat W. Fielden Craies zegt o.a. ook dit: “Judging by the large number of prosecutions and sentences under the Vagrancy Act of 1898 the police have a considerable amount of information with respect to persons trading on the vice of others.“It is probable, that at Scotland Yard much information exists as to persons concerned in the white slave trade”.De Heer Bunting vermeldt zonder omwegen het feit, dat door misleiding jonge vrouwen, al zijn het geeneUnbescholtenenmeer, naar een bordeel in den vreemde of in een koloniale stad gelokt worden, terwijl haar een gemakkelijker leven en ruimer verdienste voorgespiegeld worden; ook dit is een daad van meisjeshandel en valt ook onder de wet van 1885.Baronesse von Langenau, de afgevaardigde van Oostenrijk, verzekert, dat de politie in dat land in ’t bezit is van volkomen vertrouwenswaardige lijsten van personen, die in den meisjeshandel hun bedrijf zoeken; te Weenen zou hun aantal de 180 overschrijden. Het aantal misleide meisjes moet volgens haar jaarlijks 1500 bedragen. Dezelfde dame citeert een brief van de “Société de Protection et de Secours aux Femmes amenées par émissaire en Argentine” gericht aan de redactie van de “Arbeiter-Zeitung”., het orgaan der sociaal-democratische partij; in dien brief lezen we o.a., dat honderden ouders in Europa ongerust zijn over het lot hunner dochters, niet wetend, hoe deze plotseling verdwenenzijn en waar zij nu toeven; welnu deze meisjes vertoeven in Buenos-Ayres of Rio de Janeiro.—Op het oogenblik, dat die brief geschreven wordt, maken vele handelaars zich gereed naar Europa af te reizen om na weinige maanden met een rijke lading terug te keeren. Hun agenten in Europa hebben reeds het voornaamste werk gedaan vóór hun komst. Zij behoeven slechts hun zorgvuldig uitgekozen koopwaar in ontvangst te nemen en ze in te schepen. Dit geschiedt te Genua, Marseilles, Cherbourg, Hâvre, La Palice en Southampton. In Genua zijn 2 hotels, waar steeds een lading levende koopwaar in gereedheid wordt gehouden om op het eerste bericht gezonden te worden.Volgens den Heer de Meuron verklaart de Heer Fritz Robert, die door zijn werkkring als consul in Egypte en Engelsch-Indië vertrouwen verdient, dat er zeeschepen zijn, waarvan bekend is, dat zij vooral gebezigd worden voor het vervoer van vrouwen. Te Port-Said zijn tijdelijke depôts.Mr. Coote, de secretaris van deNational Vigilance Association, vernam op zijn rondreis door Europa ter voorbereiding van het Londensche Congres van een Russisch ex-consul te Buenos-Ayres, dat aldaar 3000 Europeesche vrouwen in bordeelen als slavinnen opgesloten zijn.Bonessev. Langenau vermeldt in haar rapport op meergenoemd Londensch congres, dat het aantal slachtoffers in Hongarije ontelbaar is. Het oostelijk Europa schijnt een terrein te zijn, dat de placeurs en bordeelhouders gemakkelijk kunnen brandschatten en waarzij dan ook met enorm succes werkzaam zijn. Op hetCongrès international de l’Union de droit pénalin 1899 te Budapest gehouden citeert Dr. Ludwig Gruber (Königl. Vize-Staatsanwaltin Budapest) een bericht, dat kort te voren een blad te Budapest mededeelde:“Mädchenhandel in Siebenbürgen:“Die in der letzten Zeit mit Bezug auf den scheusslichen Seelenhandel veröffentlichten Details haben allenthalben peinliches Aufsehen erregt und auch die Aufmerksamkeit der Behörden wachgerufen. Wie bereits gemeldet, wurden aus Bereczk 86 junge Mädchen ohne Pässe über die Grenze geschmuggelt; nun werden aus Kézdi-Vásárhely dem “Kel. Ért” die folgenden sensationellen Details über den dort schwunghaft betriebenen Mädchenhandel berichtet. Demgemäss erstrecken sich die Umtriebe auf sämtliche Gemeinden des Kézdi-Vásárhelyer Bezirks; ausser den oben erwähnten 86 Székler Mädchen wurden aus Lemhény 40, Almás 20, Polyán 10, Esztelnek, Csomor Bálafalva und Kurtafatak 40, Altorja 10, Alesernáton 15, Martonfalva und Hatolyka 10, Karatna, Volál, Peselnek und Szarazpatak 30, also aus dem Kézdi-Vásarhelyer Bezirk allein 261 Székler Mädchen von gewissenlosen Seelenhändlern nach Rumänien entführt. Der berüchtigteste Mädchenschmuggler des Székler Bodens, namens Georg Raduly (Magyar Gyurka) war schon wiederholt schwer bestraft; das reichliche Erträgnis des Geschäfts lässt ihn jedoch immer wieder zu dem scheuszlichen Geweibe zurückkehren. Auch jetzt ist er zu einer zweimonatlichen Gefängnisstrafe verurteilt.”(Pester Loyd No. 130 Sonntag 28 Mai 1899.)Eenigen tijd daarvoor had hetzelfde blad, (Pester Loyd 24 Mei ’99) een bericht opgenomen over «Excursionen ungarischer Tänzerinnen nach Russland, wo sie gewöhnlich in die Hände gewissenloser Mädchenhändler geraten und an die Inhaber von öffentlichen Häusern verschachert werden.”De Heer Julius László publiceerde naar aanleiding van dien handel in Hongaarsche meisjes een geschriftje«Székely és Csángó leányok,” (Marosvásárhely, 1899); hij schat het aantal meisjes, die uit de oostelijke Hongaarsche grensprovinciën met en zonder passen emigreeren, op duizenden.De feiten, die ik hier memoreer, blijken allen uit getuigenissen van den allerlaatsten tijd; wilde men vroeger teruggaan, in allerhande geschriften en bladen zou men verklaringen kunnen vinden aangaande den omvang van dezen handel. Zoo heb ik toevallig onder oogen een Maandblad (G. en R.) van April 1889, waarin vermeld staat, dat te Constantinopel iedere week ladingen Duitsche en Italiaansche meisjes aankomen, hetzij over den weg van Varna-Odessa-Salonica, hetzij door de havens der Adriatische zee.HetBulletin Continentalvan 15 Juni 1891 spreekt over “la traite des jaunes.” Ladingen Chineesche en Japansche meisjes worden vervoerd naar San-Francisco en daar komt maar geen einde aan; ’t geschiedt als van oudsher voortdurend. Japansche meisjes van 15 tot 16 jaar worden gekocht te Yokohama en te Yeddo om ze aan de bordeelhouders in Californië voor 1000 tot3000 francs te verkoopen. Wanneer een scheepsvracht vrouwen aankomt, dan hebben er werkelijke verkoopingen plaats, en de toewijzingen hebben plaats aan den meestbiedende. Datzelfde blad vestigt de aandacht op den Europeeschen exporthandel naar Amerika: “Quelques fournisseurs parisiens forment de véritables troupeaux, qu’ils conduisent eux-mêmes une ou deux fois par an à New-York. Ajoutons que ce fait n’est pas spécial à Paris. Il part chaque année de Suisse de véritable cargaisons. A notre connaissance un ténancier de maison clandestine de Genève, parfaitement connu de la police et même toléré par elle au mépris de la loi, se rend fréquemment en Amérique avec des jeunes filles.”HetBulletin C.van Jan. ’93 en van Mei ’94 bevatten beiden respectievelijk het bericht van het vervoer van meer dan een dozijn Italiaansche meisjes naar New-York en van een half dozijn Brusselsche meisjes naar San-Francisco.HetBulletin Continentalvan Nov. 1892 maakt melding van een strafvervolging te Lemberg tegen 27 beklaagden. ’t Waren recruteurs, die brutaal te werk gingen; ze liepen het land af en zoodra ze een karavaan konden vormen, stelden zij zich aan het hoofd en vervoerden de vrouwen overal heen. O. a. werden 60 Galicische jonge vrouwen in de publieke huizen van Constantinopel gevonden, ook in Indië, te Port-Saïd en te Alexandrië zijn alle bordeelen gevuld met Europeesche meisjes. Wat den handel betreft in Nederlandsche jonge vrouwen, zoo is het materiaal, dat mij ten dienste staat om aan te toonen, dat ook deze vrij omvangrijk is, zeer gering.In zijn rapport op het Congres te Londen, vermeldt de Hollandsche rapporteur, (ik zeide dit reeds in een ander verband op pag.29) dat hij er van op de hoogte gesteld is, dat niet slechts te Parijs en Londen, maar zelfs in Rusland, Egypte en Britsch-Indië Hollandsche meisjes in bordeelen worden aangetroffen, ofschoon hij niet weet, op welke wijze zij daar gekomen zijn.Op blz.28citeerde ik reeds een gedeelte van den brief van den heer van Löben Sels, oud-consul te San-Francisco. In dien zelfden brief schrijft Mr. van Löben Sels mij, dat hij van het op pag.28vermelde geval een uitvoerig rapport opstelde aan Z. Ex. den Minister van Buitenlandsche Zaken. “Ik gaf daarin alle détails, den waren en valschen naam der makelaarster, haar adres te Rotterdam met vermelding, dat zij geacht werd geregeld elk jaar naar Holland te gaan en dan meisjes per Noord-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij vervoerde.» Men ziet dus, dat die koppelaarster geregeld jaarlijks Hollandsche meisjes uitvoerde naar San-Francisco. De schrijver van den brief vernam 1½ jaar geleden, dat er weer eenige Hollandsche jonge vrouwen in San-Francisco door Maria van Pelt waren ingevoerd. Ik twijfel er niet aan of er bestaat ook een geregelde exporthandel in Hollandsche meisjes naar andere steden en landen; tegenover de objectie, dat men er dan toch wel eens iets over zou hooren bij geruchte, stel ik ten bewijze, dat zelfs niets behoeft uit te lekken en de handel toch kan floreeren, mijne reeds meer dan eens aangevoerde argumenten. Groote geheimzinnigheid in doen en laten der makelaars, gerustheid der oudersen nabestaanden omtrent het lot hunner dochters en verwanten (zij worden toch voor een “fatsoenlijke” betrekking in dienst genomen), indien althans de misleide vrouwen niet zoo goed als geheel alleen op de wereld zijn, zoodat niemand zich om haar bekommert. Vrees en schaamte der meisjes om haar familie van haar lot op de hoogte te stellen.En dan, van de koopmanstalenten van Marie van Pelt heeft toch ook niemand iets gehoord, en dat terwijl de Regeering toch door meer dan éen rapport tegen haar handelingen gewaarschuwd is.De geïsoleerde plaats, die onze Nederlandsche taal op de aarde inneemt, wordt als argument aangevoerd, dat de uitvoer van jonge vrouwen uit Holland wel zeer beperkt zal zijn. In zoover men dit argument ook voor andere nationaliteiten zou willen bezigen, geef ik toe, dat het voor onze Nederlandsche taal meer grond heeft; doch in den aard der zaak geloof ik toch, dat in zooverre de taal voor vreemde meisjes geen beletsel is om naar alle staten van den aardbol rondgezonden te worden, zij ook niet verhinderen zal, dat een Hollandsche vrouw in aanmerking komt door een placeur in een buitenlandsch bordeel geplaatst te worden. Maar naar het mij voorkomt zal aan den anderen kant de waarde der vrouw grooter worden, indien de vrouw een meer internationale taal er bij kent. Dit toont toch de werkelijkheid: zoogenaamde “dubbele kisten”1,dat zijn twee talen sprekende meisjes, vertegenwoordigen grootere waarde. Bij de keuze van meisjes zal natuurlijkwel gelet worden op den landaard der bezoekers. Overal waar dus Nederlanders in vrij grooten getale vertoeven of wonen, zal men m.i. ook Hollandsche prostituées kunnen verwachten.De invoer van vreemde vrouwen in Nederland heeft gestadig door plaats. Reeds lang is die handel naar ons land bekend, want in September 1877 heeft de oud-hoofdcommissaris te ’s Gravenhage, de heer van Schermbeek, reeds te doen gehad met een geval, dat een Engelsch meisje aan een bordeelhoudster in den Haag verkocht was. Doch die feiten zullen wel reeds lang voor dit laatstgenoemde dateeren. De Amsterdamsche commissie tot herziening der politieverordeningen verklaart in haar rapport, dat de vrouwen in de erkende bordeelen bijna allen van vreemde nationaliteit zijn en dat de bordeelhouders haar aanwerven door zoogenaamdeplaceurs, de makelaars in dezen menschenhandel. Nu is het houden van bordeelen verboden door de politieverordening, doch ik heb voor mij liggen officieele bescheiden, waarin een opgave van personen (vreemdelingen), die zich in Maart ’99 in de zoogenaamde daarin opgenoemde verdachte huizen bevonden; in ± 40 van deze huizen leven plm. 105 vreemde vrouwen, in die perceelen zoo verdeeld, dat er in ieder een tot 15 vrouwen gevonden worden. Het is niet te denken dat deze allen zich vrijwillig hier zouden bevinden, integendeel op bladzijde 33 haalde ik een geval van dezen handel aan en ook onlangs kwam mij een recent geval ter oore, dat een meisje uit Frankfort a. Main alhier in een bordeel gelokt is, waaruit zij nog tijdig kon ontvluchten.Uit een schrijven van den Hoofdcommissaris van Amsterdam aan de Middernachtzending, gedateerd 25 April 1899 blijkt ook, dat de handel in Amsterdam nog wel degelijk bestaat; daarin worden ook nog een paar gevallen van recenten datum vermeld; en deze zullen wel enkele zijn, die tot de ooren van het publiek komen; het grootste aantal zal wel steeds onbekend blijven.Evenzeer als de buitenlandsche handel in meisjes in Amsterdam gedreven werd en ook nu nog gedreven wordt ondanks het verbod der bordeelen, evenzeer heeft deze ook voortdurend plaats in de andere steden van ons land, zooals mij door verkregen inlichtingen gebleken is.Met alles, wat ik in de voorgaande pagina’s releveerde, heb ik getracht duidelijk aan te wijzen, hoe omvangrijk de buitenlandsche blanke slavinnenhandel is en tot welk een belangrijk bedrijf hij zich in onze tegenwoordige maatschappij ontwikkeld heeft.Ik wees er reeds op, dat de buitenlandsche handel in meisjes zoo tot bloei gekomen is door de gedurige ontwikkeling der verkeersmiddelen; de oorspronkelijke vorm is zonder twijfel de binnenlandsche geweest. Deze wordt ook nu nog gedreven, doch de meerdere ernst van den buitenlandschen handel heeft dien binnenlandschen meer ter zijde gedrongen wat betreft het openbaar maken der feiten. Doch er is meer: van grooten invloed is wel, dat eene inboorlinge van het land al datgene als voordeelen geniet, waarvan ik het gemis als een nadeel schetste voor de vrouw bij haar vervoernaar het buitenland. Zij kent de taal, zij weet tot wien zij zich om hulp moet wenden. Haar nabestaanden zijn wellicht niet veraf wonende. Dit alles draagt er toe bij, dat de binnenlandsche handel niet den omvang bereikt heeft van den exporthandel. Doch ik acht het een plicht er op te wijzen dat dit vooral ook te danken is aan de krachtdadige pogingen der particuliere liefdadigheid, der philanthropische vereenigingen, die door ruime bekendmakingen in het land de bevolking wijzen op de gevaren, waaraan haar jonge dochters blootgesteld zijn, doch ook overigens op alle mogelijke manieren werkzaam zijn om de uitbreiding van deze handelingen tegen te gaan en liefst om ze ook te verminderen.Deze werkzaamheid dier vereenigingen bewijst dat ook de omvang van dezen vorm van het kwaad onze aandacht verdient. De verschillende bladen, die hun kolommen geregeld openstellen voor de openbaarmaking van den handel in meisjes, vermelden steeds bij herhaling gevallen van dezen aard in het buitenland. Vooral trekt daarin mijne aandacht de binnenlandsche handel in Frankrijk: het is hier een geschacher van het Noorden naar het Zuiden, van ’t Zuiden naar het Noorden.Ook in Nederland worden nu en dan eens gevallen ruchtbaar, dat onervaren boerenmeisjes of eenvoudige burgermeisjes uit de provincie in den val loopen. Men ziet verdachte individuën dan ook bij aankomst van stoombooten uit de provincie aan de steigers ronddwalen. Advertentiën in provinciale bladen zijn het middel om de naar de groote stad hunkerende meisjes te vangen.Doch omdat ’t hier niet zoo gemakkelijk gaat Hollandsche meisjes in bordeelen op te sluiten, wordt ook een andere wijze in praktijk gebracht om ze aan een ontuchtig leven over te leveren. En wel plaatsing in eene betrekking: b. v. als buffetjuffrouw of kellnerin, of als dienstmeisje bij een verdachte meesteres of in een verdacht huis, waardoor het meisje langzamerhand door de verzoeking ten val wordt gebracht. Van dien aard zijn vele gevallen bekend. Bij dezen handel heeft dus de misleiding niet altijd het gevolg gedwongen verblijf in een bordeel, doch deze toestand van onvrijheid behoeft ook geen essentiëel vereischte te zijn voor den handel in meisjes, al heeft deze in generali die krenking der persoonlijke vrijheid ten gevolge. De kwestie is, dat vrouwen en meisjes door misleiding in een toestand gebracht worden, waarin zij zich als gevolg van die misleiding aan een ontuchtig leven over geven.Wanneer men deze 2 wijzen van handelen samenvat, moet ook de omvang van den binnenlandschen handel als van dien aard aangemerkt worden, dat pogingen ter bestrijding niet als doelloos beschouwd hoeven te worden.1Te vinden in een Duitsche correspondentie in een Handelsblad van den zomer 1899.

Noch oeconomisch, noch juridisch, noch taalkundig kan het als onjuist aangemerkt worden, dat hier gesproken wordt van “handel”.

Er is ruiling van goederen tegen geld; de vrouw vervult hier toch de functie van een goed, althans in de oogen der placeurs e. a.

In zooverre als men onder het begrip handel een zekere continuïteit van handelen zou willen verstaan, is deze ook hier aanwezig. Insgelijks kan men de benaming ook niet onjuist noemen, in zooverre men eene identiteit of althans eene vergelijking zou willen aannemen met andere handelsbedrijven ten opzichte van de overeenstemming der wijzen, waarop deze handel gedreven wordt, ten opzichte van de gelijkheid der instituten, die deze meisjeshandel met anderen handel gemeen heeft, kortom ten opzichte van alles, wat men in betrekking tot dezen meisjeshandel aantreft en dat bij de andere handelsbedrijven ook gevonden wordt. Te onderscheiden is de binnen- en buitenlandsche handel; onder dezen laatsten is te vatten eenin-, door- enuitvoerhandel, (alhoewel ten opzichte van mijne beschouwingen alleen de exporthandel in aanmerking komt).

Bij dezen meisjeshandel treft men onderscheidingen aan tusschen kooplieden en niet-kooplieden, tusschen alleenstaande kooplieden en associatiën, tusschen den principaal en zijne agenten.

Alhier eveneens een koopwaar, met hare waardeverschillen naar qualiteit. Wij zagen dit reeds in het vorige hoofdstuk.Eveneens een welontwikkelde tusschenhandel, de makelaardij en de commissiehandel.

Alhier vaste afnemers. Bij dezen handel ook markten van blanke slavinnen, beurzen van koophandel, en in geval van oogenblikkelijken grooten toevoer, dus bij grooten voorraad, entrepôts en pakhuizen.

En dan moge niet vergeten worden, dat—want juist door de gedurige ontwikkeling van het verkeer met het buitenland is deze handel evenals iedere andere handel zoo tot bloei gekomen en is de verbetering der verkeersmiddelen hem zoo ten goede gekomen,—dit handelsbedrijf ook geregelde middelen van vervoer tot zijn dienst heeft, vaste handelswegen voor het gewone vervoer der koopwaar enlast not leasteen geheime brief- en telegram-correspondentie. Maar dan ten slotte: een handelsadresboek ontbreekt ook hier niet. Ik wees er in Hfdst. I op, dat het aantal der niet-kooplieden, die deze handelingen verrichten, gering is. Het gilde der kooplieden is rijk vertegenwoordigd en steeds met vrucht werkzaam, hetzij het een alleenstaand persoon is, hetzij een machtige corporatie, die overal haar bedrijf uitoefent zoowel in de drukke wereldstad als in hetverafgelegen eenzaam dorpje. De handelaar is of zelf werkzaam als ambulant agent of hij staat aan het hoofd van een bureau de placement met talrijke ondergeschikten. Volgens Tony Kellen zetelt in Bombay eene vereeniging, die ongeveer 100 beruchte handelaars als leden heeft. Bonessede Montenach, Secretaresse van hetOeuvre Catholique Internationale pour la Protection de la jeune Fillevertelde: “At Zürich in Switzerland there exists a central recruiting office for houses of prostitution.”

HetBulletin Continentalvan Jan. 1899 vermeldt:

“Un très grand nombre de plaintes parvenues de Vienne, de Berlin et de St. Pétersbourg au Parquet de Paris, lisons nous dans le Soleil du 17 Nov. dernier, ont amené le service de sûreté à s’occuper des faits et des gestes de plusieurs individus, pratiquant la traite des blanches.

“Chargés de recruter un personnel féminin de choix pour les maisons hospitalières des grandes capitales d’Europe deux de ces individus, les frères S., avaient ouvert à Paris une agence de placement, et par l’insertion d’avis dans certains journaux ils faisaient connaître, qu’ils s’occupaient de placer à l’étranger des institutrices, des dames de compagnie et des gouvernantes. Les malheureuses, qui commettaient l’imprudence de s’adresser à eux étaientdirigéessur une de ces grandes villes où les attendaient des agents des frères S. etc.”

Het Maandblad van 1 April 1889 maakt melding van het feit, dat er in sommige steden werkelijke slavenmarktenbestaan en vooral in Constantinopel. Daar is een markt, waar men de jonge vrouwen verkoopt, die tot dat doel uit Oostenrijk, Duitschland, Italië en Rusland worden gebracht. En wat de beurzen betreft, zoo zegt hetzelfde maandblad, dat er in Constantinopel een gebouw is, het Casino genaamd, dat in werkelijkheid niets anders is dan een beurs, waar men die menschelijke koopwaar even gemakkelijk verhandelt als andere koopwaren op de beurs te New-York. Goron vermeldt in zijn reeds genoemd werkje, dat sedert lang te San-Francisco localiteiten bekend staan onder den naam van »Chambres de la Reine”, die in waarheid openbare slavinnenmarkten zijn.

Een enkel woord over het handelsadresboek: het heeft het volgende opschrift: (overgenomen uit Fiaux:Les maisons de Tolérance; Leur fermeture)

Annuaire ReirumIndicateur des AdressesdesMaisons de Sociétés,dites de ToléranceDe France, Algérie et Tunisieet des principales villesde Suisse, Belgique,Hollande, Italië et Espagne.Prix 5 frcs. 50EditeurTh.MURIER, Impasse Briarè 12PARIS.Au verso: Avis: Nous engageons les personnes, dont les noms ne figurent pas sur cet Annuaire, et dontles noms et adresses ne sont pas rigoureusement exactes, à bien vouloir envoyer toutes rectifications:Paris, Impasse Briarè 12.

Annuaire ReirumIndicateur des AdressesdesMaisons de Sociétés,dites de ToléranceDe France, Algérie et Tunisieet des principales villesde Suisse, Belgique,Hollande, Italië et Espagne.Prix 5 frcs. 50EditeurTh.MURIER, Impasse Briarè 12PARIS.

Au verso: Avis: Nous engageons les personnes, dont les noms ne figurent pas sur cet Annuaire, et dontles noms et adresses ne sont pas rigoureusement exactes, à bien vouloir envoyer toutes rectifications:

Paris, Impasse Briarè 12.

Het bevat 70 pag. kleine druk.

Met zeer veel moeite is de vroegere Hoofdcommissaris van Den Haag, de Heer van Schermbeek, in het bezit van een exemplaar gekomen. Men moet n.l. voor de verkrijging van dit boekje tot de geheime corporatie behooren, op wier rekening het jaarboekje uitgegeven wordt en bij de bestelling moet een geheim teeken staan onder den naam van den schrijver. Dit teeken bewijst, dat men voor den loopenden jaargang tot de ingewijden behoort.

Al wisten wij verder niets, dan nog zou de conclusie dat klaarblijkelijk de handel in meisjes eene niet onbeduidende uitgebreidheid heeft verkregen over dezen aardbol volkomen gerechtvaardigd wezen op grond daarvan, dat eene zoo deugdelijke organisatie van dezen handel niet zoude in het leven geroepen zijn, tenzij het ware om steunend op deugdelijke berekeningen met succes dezen handel in vrouwen en meisjes tot meerderen bloei te brengen.

Doch wij weten meer. De onverdachte getuigenissen van mannen, die zich op de hoogte gesteld hebben, spreiden den omvang van den blanke slavinnenhandel in al zijn naaktheid ten toon. De Heer Fritz Robert, gewezen vice-consul van Oostenrijk en Hongarije in Egypte en Engelsch-Indië, heeft een studie geschreven over den blanke slavinnenhandel, waarin hij o. a. zegt:

“Enumerons brièvement les principaux pays d’importation.L’Amérique du Sud (en particulier le Brésil et Buenos-Ayres) s’approvisionne en Italie, en Espagne, au Portugal et dans le Midi de la France.

L’Amérique du Nord (New-York et la Nouvelle Orléans) est en rapports continus avec la Grande-Bretagne, surtout l’Irlande et l’Allemagne. Ports d’embarquement: Londres, Liverpool, Southampton, Dublin, Hambourg, et Brême. L’Australie est un important marché pour les Allemandes et les Françaises indépendamment des nombreuses Anglaises et Irlandaises importées directement. En Orient, principalement en Turquie d’Asie, les Grecques et les Italiennes sont les plus demandées. Constantinople, ce grand dépôt international d’esclaves blanches, fournit des Autrichiennes, des Roumaines et quelques Russes. Chose curieuse, les Hongroises ne se trouvent guère à l’étranger sauf dans les pays danubiens. On peut calculer que 33 p. 100 environ des prostituées de Smyrna et Bayrouth sont des juives Autrichiennes, avant déjà séjourné en Turquie. L’Autriche (la Galicie, Trieste et ses environs) fournit avec l’Italie à peu près 75 p. 100 des pauvres fillesimportéesen Egypte, sans compter celles, qui viennent grossir le nombre des indigènes, qui peuplent les harems du Caïre, d’Hélonan et de l’Alexandrie.

Théoriquement, le Gouvernement de sa Majesté Britannique ne tolère pas de prostituées anglaises aux Indes, en sorte que ce sont les Autrichiennes, les Allemandes et les Italiennes, qui alimentent en grande partie la prostitution des “bars” et des “bazaars.” Bombay et Calcutta sont les deux villes où la prostitutiondes blanches a pris le plus grand développement et où elle s’étale le plus effrontément.

“Dans les Indes néerlandaises on ne rencontre que de rares Hollandaises, peu de Flamandes et d’Anglaises, celles-ci venant directement d’Europe; mais en revanche on y voit beaucoup de malheureuses ayant séjourné précédemment en Turquie, en Egypte et dans les Indes anglaises; Batavia, Singapore sont les dernières étapes de ce triste voyage vers l’Orient, au terme duquel les victimes de la traite des blanches sont perdues pour jamais.”

Een ander geloofwaardig man, de heer Joest, heeft in zijn reisverhaal een en ander geopenbaard over de wereldhandel in Duitsche en Oostenrijksche meisjes: “On les embarque à Hambourg pour l’Amérique méridionale, Bahia, Rio de Janeiro, et surtout Monte-Video et Buenos-Ayres; un faible résidu va par le détroit de Magellan à Valparaiso.

“Un autre courant se dirige par l’Angleterre directement sur l’Amérique du Nord; ici cependant la concurrence indigène l’oblige souvent à descendre le Missisippi jusqu’à la Nouvelle Orléans et le Texas, ou bien à se rendre à travers l’Ouest en Californie. Depuis la on pourvoit la côte jusqu’à Panama, tandis que Cuba, les Indes occidentales et le Mexique s’approvisionnent depuis la Nouvelle-Orléans.

“D’autres jeunes filles allemandes sous la dénomination de “Bohémiennes” sont dirigées par les Alpes sur l’Italie, d’où elles vont à Alexandrie, Suez, Bombay,Calcutta jusqu’à Singapore et même à Hongkong et à Shangaï.

“Les Indes néerlandaises et l’Extrême Orient, notamment le Japon sont de mauvais marchés, car la Hollande ne tolère pas de filles blanches de cette catégorie dans ces colonies et au Japon les filles du pays sont jolies et à bas prix; en outre la concurrence américaine de San Francisco achève de gâter le marché.

“La Russie se pourvoit depuis la Prusse orientale, la Poméraine et la province de Posen; la première station est ordinairement Riga; c’est là que les pourvoyeurs de Saint-Pétersbourg et de Moscou font leurs assortiments, qu’ils expédient ensuite par grands convois à Nigni-Novgorod et à travers l’Oural à Irbis et à Krestofsky et jusqu’au fond de la Sibérie. C’est ainsi, qu’il m’est arrivé de rencoutrer une jeune Allemande vendue de la sorte à Tschita au delà du lac de Baïkal.”

En wanneer ik hierbij voeg, dat ook Zuid-Afrika, speciaal Kaapstad en Johannesburg, een vaste bestemmingsplaats is voor die vrouwen, dan kan men zich in verband met de bovengenoemde getuigenissen een denkbeeld vormen over welk een gebied de handelaars reeds werkzaam zijn. Doch dan blijft het nog een open vraag, of het aantal meisjes en vrouwen, die overal heen verhandeld worden, werkelijk groot is.

Op het in Juni 1899 gehouden Congres te Londen, dat plaats had op initiatief van theNational Vigilance Associationwaren vertegenwoordigd: 11 Staten van Europa en de Vereenigde Staten van Noord-Amerika. Vraag 6 van de eerste serie vragen, die den rapporteurster beantwoording waren voorgelegd, luidde:

“Whether any official or trustworthy statistics have been prepared, showing the extent, to which young women of your nation have been induced to go abroad to an immoral life?”

De rapporteurs van bijna alle landen hebben òf beslist ontkennend geantwoord op deze vraag òf zij hebben de beantwoording in het geheel ter zijde gelaten. De rapporteur van België ontkende voor zijn land eveneens het bestaan van statistieken, doch tevens voegde hij er aan toe dat hem uit een onderzoek ingesteld bij de politiehoofden van de voornaamste steden gebleken was, dat gevallen van dergelijke misleiding zelden voorkwamen; de burgemeester van Luik o. a. beweerde, dat in de 10 laatste jaren een dergelijk geval zich niet voorgedaan heeft, altijd volgens de “Brigade de Sûreté”.

Een enkele opmerking moet mij naar aanleiding van dit antwoord uit de pen, opdat de conclusie, die men uit dit antwoord en andere van dien aard zou willen trekken, zooveel mogelijk juist zij: de geheimzinnige werkzaamheid der traffickers aan de eene zijde, de schaamte der jonge vrouwen om haar lot bekend te maken aan de andere zijde, werken er toe mede, dat het grootste percentage der gevallen onbekend blijft. Verder is de faam van de zedenpolitie zoowel in België als in Frankrijk van dien aard, en is bij meerdere gelegenheden haar medeplichtigheid aan de daden der handelaars en bordeelhouders zoo duidelijk geworden, dat ik niets meer behoef te zeggen om de volkomenbetrouwbaarheid der bovenbedoelde antwoorden der politiehoofden in twijfel te trekken.

Op andere wijze moet dus nog een denkbeeld verkregen worden aangaande den omvang van den buitenlandschen of export- en den binnenlandschen handel, beiden zoowel van vreemde landen als van Nederland.

Ik zal mij ten eerste bepalen tot de rapporten van het Congres te Londen (1899) en een en ander, wat op dezen omvang betrekking kan hebben, memoreeren. Ingewonnen inlichtingen doen bij Bérenger de overtuiging ontstaan dat aan de Fransche havens een voortdurende emigratie plaats heeft voor buitenlandsche publieke huizen. In Engeland hebben nu en dan vervolgingen plaats tegen personen, die door misleiding Jodinnen uit Rusland naar Engeland hebben gelokt. Dit feit is wel de vermelding waard, daar in Engeland het houden van bordeelen op straffe verboden is en zoo velen beweren, dat daarmee ook aan den meisjeshandel den kop ingedrukt is. ’t Behoeft geen betoog, dat de placeurs en bordeelhouders bij dusdanig verbod veel sluwer optreden en dan mag ’t verbazing wekken, dat alsdan toch nog feiten uitlekken, die tot vervolgingen aanleiding geven. De Heer Bunting spreekt op het congres van een recent geval in Engeland; een vrouw was vervolgd, omdat zij 3 meisjes uit België met een onzedelijk doel naar Engeland gelokt had. De conclusie is dus niet gewaagd, dat in Engeland de handel nog genoeg voorkomt, ondanks het verbod van bordeelen, in weerwil van het feit, dat de Criminal Law Amendment Act van 1885, naar aanleiding van de onthullingender Pall Mall Gazette, den meisjeshandel strafbaar heeft gesteld. Een der Engelsche rapporteurs op ’t congres te Londen, de advocaat W. Fielden Craies zegt o.a. ook dit: “Judging by the large number of prosecutions and sentences under the Vagrancy Act of 1898 the police have a considerable amount of information with respect to persons trading on the vice of others.

“It is probable, that at Scotland Yard much information exists as to persons concerned in the white slave trade”.

De Heer Bunting vermeldt zonder omwegen het feit, dat door misleiding jonge vrouwen, al zijn het geeneUnbescholtenenmeer, naar een bordeel in den vreemde of in een koloniale stad gelokt worden, terwijl haar een gemakkelijker leven en ruimer verdienste voorgespiegeld worden; ook dit is een daad van meisjeshandel en valt ook onder de wet van 1885.

Baronesse von Langenau, de afgevaardigde van Oostenrijk, verzekert, dat de politie in dat land in ’t bezit is van volkomen vertrouwenswaardige lijsten van personen, die in den meisjeshandel hun bedrijf zoeken; te Weenen zou hun aantal de 180 overschrijden. Het aantal misleide meisjes moet volgens haar jaarlijks 1500 bedragen. Dezelfde dame citeert een brief van de “Société de Protection et de Secours aux Femmes amenées par émissaire en Argentine” gericht aan de redactie van de “Arbeiter-Zeitung”., het orgaan der sociaal-democratische partij; in dien brief lezen we o.a., dat honderden ouders in Europa ongerust zijn over het lot hunner dochters, niet wetend, hoe deze plotseling verdwenenzijn en waar zij nu toeven; welnu deze meisjes vertoeven in Buenos-Ayres of Rio de Janeiro.—Op het oogenblik, dat die brief geschreven wordt, maken vele handelaars zich gereed naar Europa af te reizen om na weinige maanden met een rijke lading terug te keeren. Hun agenten in Europa hebben reeds het voornaamste werk gedaan vóór hun komst. Zij behoeven slechts hun zorgvuldig uitgekozen koopwaar in ontvangst te nemen en ze in te schepen. Dit geschiedt te Genua, Marseilles, Cherbourg, Hâvre, La Palice en Southampton. In Genua zijn 2 hotels, waar steeds een lading levende koopwaar in gereedheid wordt gehouden om op het eerste bericht gezonden te worden.

Volgens den Heer de Meuron verklaart de Heer Fritz Robert, die door zijn werkkring als consul in Egypte en Engelsch-Indië vertrouwen verdient, dat er zeeschepen zijn, waarvan bekend is, dat zij vooral gebezigd worden voor het vervoer van vrouwen. Te Port-Said zijn tijdelijke depôts.

Mr. Coote, de secretaris van deNational Vigilance Association, vernam op zijn rondreis door Europa ter voorbereiding van het Londensche Congres van een Russisch ex-consul te Buenos-Ayres, dat aldaar 3000 Europeesche vrouwen in bordeelen als slavinnen opgesloten zijn.

Bonessev. Langenau vermeldt in haar rapport op meergenoemd Londensch congres, dat het aantal slachtoffers in Hongarije ontelbaar is. Het oostelijk Europa schijnt een terrein te zijn, dat de placeurs en bordeelhouders gemakkelijk kunnen brandschatten en waarzij dan ook met enorm succes werkzaam zijn. Op hetCongrès international de l’Union de droit pénalin 1899 te Budapest gehouden citeert Dr. Ludwig Gruber (Königl. Vize-Staatsanwaltin Budapest) een bericht, dat kort te voren een blad te Budapest mededeelde:

“Mädchenhandel in Siebenbürgen:

“Die in der letzten Zeit mit Bezug auf den scheusslichen Seelenhandel veröffentlichten Details haben allenthalben peinliches Aufsehen erregt und auch die Aufmerksamkeit der Behörden wachgerufen. Wie bereits gemeldet, wurden aus Bereczk 86 junge Mädchen ohne Pässe über die Grenze geschmuggelt; nun werden aus Kézdi-Vásárhely dem “Kel. Ért” die folgenden sensationellen Details über den dort schwunghaft betriebenen Mädchenhandel berichtet. Demgemäss erstrecken sich die Umtriebe auf sämtliche Gemeinden des Kézdi-Vásárhelyer Bezirks; ausser den oben erwähnten 86 Székler Mädchen wurden aus Lemhény 40, Almás 20, Polyán 10, Esztelnek, Csomor Bálafalva und Kurtafatak 40, Altorja 10, Alesernáton 15, Martonfalva und Hatolyka 10, Karatna, Volál, Peselnek und Szarazpatak 30, also aus dem Kézdi-Vásarhelyer Bezirk allein 261 Székler Mädchen von gewissenlosen Seelenhändlern nach Rumänien entführt. Der berüchtigteste Mädchenschmuggler des Székler Bodens, namens Georg Raduly (Magyar Gyurka) war schon wiederholt schwer bestraft; das reichliche Erträgnis des Geschäfts lässt ihn jedoch immer wieder zu dem scheuszlichen Geweibe zurückkehren. Auch jetzt ist er zu einer zweimonatlichen Gefängnisstrafe verurteilt.”

(Pester Loyd No. 130 Sonntag 28 Mai 1899.)

Eenigen tijd daarvoor had hetzelfde blad, (Pester Loyd 24 Mei ’99) een bericht opgenomen over «Excursionen ungarischer Tänzerinnen nach Russland, wo sie gewöhnlich in die Hände gewissenloser Mädchenhändler geraten und an die Inhaber von öffentlichen Häusern verschachert werden.”

De Heer Julius László publiceerde naar aanleiding van dien handel in Hongaarsche meisjes een geschriftje«Székely és Csángó leányok,” (Marosvásárhely, 1899); hij schat het aantal meisjes, die uit de oostelijke Hongaarsche grensprovinciën met en zonder passen emigreeren, op duizenden.

De feiten, die ik hier memoreer, blijken allen uit getuigenissen van den allerlaatsten tijd; wilde men vroeger teruggaan, in allerhande geschriften en bladen zou men verklaringen kunnen vinden aangaande den omvang van dezen handel. Zoo heb ik toevallig onder oogen een Maandblad (G. en R.) van April 1889, waarin vermeld staat, dat te Constantinopel iedere week ladingen Duitsche en Italiaansche meisjes aankomen, hetzij over den weg van Varna-Odessa-Salonica, hetzij door de havens der Adriatische zee.

HetBulletin Continentalvan 15 Juni 1891 spreekt over “la traite des jaunes.” Ladingen Chineesche en Japansche meisjes worden vervoerd naar San-Francisco en daar komt maar geen einde aan; ’t geschiedt als van oudsher voortdurend. Japansche meisjes van 15 tot 16 jaar worden gekocht te Yokohama en te Yeddo om ze aan de bordeelhouders in Californië voor 1000 tot3000 francs te verkoopen. Wanneer een scheepsvracht vrouwen aankomt, dan hebben er werkelijke verkoopingen plaats, en de toewijzingen hebben plaats aan den meestbiedende. Datzelfde blad vestigt de aandacht op den Europeeschen exporthandel naar Amerika: “Quelques fournisseurs parisiens forment de véritables troupeaux, qu’ils conduisent eux-mêmes une ou deux fois par an à New-York. Ajoutons que ce fait n’est pas spécial à Paris. Il part chaque année de Suisse de véritable cargaisons. A notre connaissance un ténancier de maison clandestine de Genève, parfaitement connu de la police et même toléré par elle au mépris de la loi, se rend fréquemment en Amérique avec des jeunes filles.”

HetBulletin C.van Jan. ’93 en van Mei ’94 bevatten beiden respectievelijk het bericht van het vervoer van meer dan een dozijn Italiaansche meisjes naar New-York en van een half dozijn Brusselsche meisjes naar San-Francisco.

HetBulletin Continentalvan Nov. 1892 maakt melding van een strafvervolging te Lemberg tegen 27 beklaagden. ’t Waren recruteurs, die brutaal te werk gingen; ze liepen het land af en zoodra ze een karavaan konden vormen, stelden zij zich aan het hoofd en vervoerden de vrouwen overal heen. O. a. werden 60 Galicische jonge vrouwen in de publieke huizen van Constantinopel gevonden, ook in Indië, te Port-Saïd en te Alexandrië zijn alle bordeelen gevuld met Europeesche meisjes. Wat den handel betreft in Nederlandsche jonge vrouwen, zoo is het materiaal, dat mij ten dienste staat om aan te toonen, dat ook deze vrij omvangrijk is, zeer gering.

In zijn rapport op het Congres te Londen, vermeldt de Hollandsche rapporteur, (ik zeide dit reeds in een ander verband op pag.29) dat hij er van op de hoogte gesteld is, dat niet slechts te Parijs en Londen, maar zelfs in Rusland, Egypte en Britsch-Indië Hollandsche meisjes in bordeelen worden aangetroffen, ofschoon hij niet weet, op welke wijze zij daar gekomen zijn.

Op blz.28citeerde ik reeds een gedeelte van den brief van den heer van Löben Sels, oud-consul te San-Francisco. In dien zelfden brief schrijft Mr. van Löben Sels mij, dat hij van het op pag.28vermelde geval een uitvoerig rapport opstelde aan Z. Ex. den Minister van Buitenlandsche Zaken. “Ik gaf daarin alle détails, den waren en valschen naam der makelaarster, haar adres te Rotterdam met vermelding, dat zij geacht werd geregeld elk jaar naar Holland te gaan en dan meisjes per Noord-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij vervoerde.» Men ziet dus, dat die koppelaarster geregeld jaarlijks Hollandsche meisjes uitvoerde naar San-Francisco. De schrijver van den brief vernam 1½ jaar geleden, dat er weer eenige Hollandsche jonge vrouwen in San-Francisco door Maria van Pelt waren ingevoerd. Ik twijfel er niet aan of er bestaat ook een geregelde exporthandel in Hollandsche meisjes naar andere steden en landen; tegenover de objectie, dat men er dan toch wel eens iets over zou hooren bij geruchte, stel ik ten bewijze, dat zelfs niets behoeft uit te lekken en de handel toch kan floreeren, mijne reeds meer dan eens aangevoerde argumenten. Groote geheimzinnigheid in doen en laten der makelaars, gerustheid der oudersen nabestaanden omtrent het lot hunner dochters en verwanten (zij worden toch voor een “fatsoenlijke” betrekking in dienst genomen), indien althans de misleide vrouwen niet zoo goed als geheel alleen op de wereld zijn, zoodat niemand zich om haar bekommert. Vrees en schaamte der meisjes om haar familie van haar lot op de hoogte te stellen.

En dan, van de koopmanstalenten van Marie van Pelt heeft toch ook niemand iets gehoord, en dat terwijl de Regeering toch door meer dan éen rapport tegen haar handelingen gewaarschuwd is.

De geïsoleerde plaats, die onze Nederlandsche taal op de aarde inneemt, wordt als argument aangevoerd, dat de uitvoer van jonge vrouwen uit Holland wel zeer beperkt zal zijn. In zoover men dit argument ook voor andere nationaliteiten zou willen bezigen, geef ik toe, dat het voor onze Nederlandsche taal meer grond heeft; doch in den aard der zaak geloof ik toch, dat in zooverre de taal voor vreemde meisjes geen beletsel is om naar alle staten van den aardbol rondgezonden te worden, zij ook niet verhinderen zal, dat een Hollandsche vrouw in aanmerking komt door een placeur in een buitenlandsch bordeel geplaatst te worden. Maar naar het mij voorkomt zal aan den anderen kant de waarde der vrouw grooter worden, indien de vrouw een meer internationale taal er bij kent. Dit toont toch de werkelijkheid: zoogenaamde “dubbele kisten”1,dat zijn twee talen sprekende meisjes, vertegenwoordigen grootere waarde. Bij de keuze van meisjes zal natuurlijkwel gelet worden op den landaard der bezoekers. Overal waar dus Nederlanders in vrij grooten getale vertoeven of wonen, zal men m.i. ook Hollandsche prostituées kunnen verwachten.

De invoer van vreemde vrouwen in Nederland heeft gestadig door plaats. Reeds lang is die handel naar ons land bekend, want in September 1877 heeft de oud-hoofdcommissaris te ’s Gravenhage, de heer van Schermbeek, reeds te doen gehad met een geval, dat een Engelsch meisje aan een bordeelhoudster in den Haag verkocht was. Doch die feiten zullen wel reeds lang voor dit laatstgenoemde dateeren. De Amsterdamsche commissie tot herziening der politieverordeningen verklaart in haar rapport, dat de vrouwen in de erkende bordeelen bijna allen van vreemde nationaliteit zijn en dat de bordeelhouders haar aanwerven door zoogenaamdeplaceurs, de makelaars in dezen menschenhandel. Nu is het houden van bordeelen verboden door de politieverordening, doch ik heb voor mij liggen officieele bescheiden, waarin een opgave van personen (vreemdelingen), die zich in Maart ’99 in de zoogenaamde daarin opgenoemde verdachte huizen bevonden; in ± 40 van deze huizen leven plm. 105 vreemde vrouwen, in die perceelen zoo verdeeld, dat er in ieder een tot 15 vrouwen gevonden worden. Het is niet te denken dat deze allen zich vrijwillig hier zouden bevinden, integendeel op bladzijde 33 haalde ik een geval van dezen handel aan en ook onlangs kwam mij een recent geval ter oore, dat een meisje uit Frankfort a. Main alhier in een bordeel gelokt is, waaruit zij nog tijdig kon ontvluchten.Uit een schrijven van den Hoofdcommissaris van Amsterdam aan de Middernachtzending, gedateerd 25 April 1899 blijkt ook, dat de handel in Amsterdam nog wel degelijk bestaat; daarin worden ook nog een paar gevallen van recenten datum vermeld; en deze zullen wel enkele zijn, die tot de ooren van het publiek komen; het grootste aantal zal wel steeds onbekend blijven.

Evenzeer als de buitenlandsche handel in meisjes in Amsterdam gedreven werd en ook nu nog gedreven wordt ondanks het verbod der bordeelen, evenzeer heeft deze ook voortdurend plaats in de andere steden van ons land, zooals mij door verkregen inlichtingen gebleken is.

Met alles, wat ik in de voorgaande pagina’s releveerde, heb ik getracht duidelijk aan te wijzen, hoe omvangrijk de buitenlandsche blanke slavinnenhandel is en tot welk een belangrijk bedrijf hij zich in onze tegenwoordige maatschappij ontwikkeld heeft.

Ik wees er reeds op, dat de buitenlandsche handel in meisjes zoo tot bloei gekomen is door de gedurige ontwikkeling der verkeersmiddelen; de oorspronkelijke vorm is zonder twijfel de binnenlandsche geweest. Deze wordt ook nu nog gedreven, doch de meerdere ernst van den buitenlandschen handel heeft dien binnenlandschen meer ter zijde gedrongen wat betreft het openbaar maken der feiten. Doch er is meer: van grooten invloed is wel, dat eene inboorlinge van het land al datgene als voordeelen geniet, waarvan ik het gemis als een nadeel schetste voor de vrouw bij haar vervoernaar het buitenland. Zij kent de taal, zij weet tot wien zij zich om hulp moet wenden. Haar nabestaanden zijn wellicht niet veraf wonende. Dit alles draagt er toe bij, dat de binnenlandsche handel niet den omvang bereikt heeft van den exporthandel. Doch ik acht het een plicht er op te wijzen dat dit vooral ook te danken is aan de krachtdadige pogingen der particuliere liefdadigheid, der philanthropische vereenigingen, die door ruime bekendmakingen in het land de bevolking wijzen op de gevaren, waaraan haar jonge dochters blootgesteld zijn, doch ook overigens op alle mogelijke manieren werkzaam zijn om de uitbreiding van deze handelingen tegen te gaan en liefst om ze ook te verminderen.

Deze werkzaamheid dier vereenigingen bewijst dat ook de omvang van dezen vorm van het kwaad onze aandacht verdient. De verschillende bladen, die hun kolommen geregeld openstellen voor de openbaarmaking van den handel in meisjes, vermelden steeds bij herhaling gevallen van dezen aard in het buitenland. Vooral trekt daarin mijne aandacht de binnenlandsche handel in Frankrijk: het is hier een geschacher van het Noorden naar het Zuiden, van ’t Zuiden naar het Noorden.

Ook in Nederland worden nu en dan eens gevallen ruchtbaar, dat onervaren boerenmeisjes of eenvoudige burgermeisjes uit de provincie in den val loopen. Men ziet verdachte individuën dan ook bij aankomst van stoombooten uit de provincie aan de steigers ronddwalen. Advertentiën in provinciale bladen zijn het middel om de naar de groote stad hunkerende meisjes te vangen.

Doch omdat ’t hier niet zoo gemakkelijk gaat Hollandsche meisjes in bordeelen op te sluiten, wordt ook een andere wijze in praktijk gebracht om ze aan een ontuchtig leven over te leveren. En wel plaatsing in eene betrekking: b. v. als buffetjuffrouw of kellnerin, of als dienstmeisje bij een verdachte meesteres of in een verdacht huis, waardoor het meisje langzamerhand door de verzoeking ten val wordt gebracht. Van dien aard zijn vele gevallen bekend. Bij dezen handel heeft dus de misleiding niet altijd het gevolg gedwongen verblijf in een bordeel, doch deze toestand van onvrijheid behoeft ook geen essentiëel vereischte te zijn voor den handel in meisjes, al heeft deze in generali die krenking der persoonlijke vrijheid ten gevolge. De kwestie is, dat vrouwen en meisjes door misleiding in een toestand gebracht worden, waarin zij zich als gevolg van die misleiding aan een ontuchtig leven over geven.

Wanneer men deze 2 wijzen van handelen samenvat, moet ook de omvang van den binnenlandschen handel als van dien aard aangemerkt worden, dat pogingen ter bestrijding niet als doelloos beschouwd hoeven te worden.

1Te vinden in een Duitsche correspondentie in een Handelsblad van den zomer 1899.

1Te vinden in een Duitsche correspondentie in een Handelsblad van den zomer 1899.

Hoofdstuk III.Oorzaken.Weinig maatschappelijke euvels hebben het feit van hun bestaan te wijten aan een samenstel van oorzaken zóo gecompliceerd, als deze zich bij den meisjeshandel openbaren.De ontwikkeling der strafrechtswetenschap tot sociale wetenschap, welk verschijnsel vooral op ’t einde der 19e eeuw zoo onze aandacht trekt, werpt verre van zich de gedachte als zou de straf als strenge repressie, doch tevens met hare preventieve werking, het eenige middel zijn, waarmede de staat de rechtsorde in het algemeen zou kunnen beschermen, het speciale onrecht zou kunnen keeren. Uitgaande van het nieuwere beginsel, dat, wat nu strafrecht heet, alle maatregelen ter bestrijding van criminaliteit omvatten zal, dient vooreerst nauwkeurig nagegaan te worden, welke omstandigheden, welke toestanden etc., in het algemeen welke oorzaken aanleiding kunnen wezen, dat dergelijken feiten zich in onze maatschappij kunnen voordoen. Datsamenspelvan oorzaken, die hetzij afzonderlijk, hetzij gecombineerd in werking treden, noemde ik zooeven gecompliceerd.Deels toch werken zij aan de zijde van de vrouw,deels aan de zijde van den misdadiger. De eersten roepen bij de vrouw in het leven den drang te trachten elders haar brood te verdienen of in ieder geval ter bereiking van andere verlangens zich elders een dienst of plaats te zoeken; de anderen stellen het individu in staat zijn misdadige neigingen in daden voldoening te doen vinden; in generali, qua individu handelende in strijd met de rechtsorde, drijven hem natuurlijk tot de anti-sociale daad de gewone criminaliteitsoorzaken, zoo anthropologische als sociologische.Vooreerst en voornamelijk zijn sociale invloeden de krachtige werkingen, die eensdeels de vrouw of het meisje spoediger doen zwichten voor een haar in gewone omstandigheden wellicht afkeerig dienstaanbod, doch die anderdeels evenzeer aanleiding zijn het misdadig individu de gelegenheid te geven in daden uiting te geven aan zijn anti-socialen aanleg. Dezen kan door hervormingsmaatregelen hun kracht hetzij voor een deel hetzij voor het geheel ontnomen worden.En ten tweedeindividueeleinvloeden; bijzondere aan de zijde van de vrouw, de gewone anthropologische aan de zijde van den misdadiger.Onder de eersten meen ik te mogen rekenen:De slechte levensomstandigheden in de lagere klassen der maatschappij. Deze zich ook voor een deel openbarend in slechte huisvesting, tengevolge waarvan het gevoel van zedelijke kracht en zedelijkheid zeer achteruitgaat.De lage loonstandaard heeft ten gevolge, dat bij ieder aanbod van hooger loon de oude betrekkingopgegeven wordt om een nieuwe en oogenschijnlijk betere te verkrijgen; het meisje laat zich veel gemakkelijker overhalen voor een dubieuse offerte haar woonplaats, zelfs haar geboorteland te verlaten.Vooral de bij vrouwen bestaande zucht naar opschik en grootere weelde doet haar verlangen een dienst te zoeken in een groote stad, waar men aan dat verlangen gemakkelijker kan voldoen en waar hoogere loonen verdiend worden. Deze drijfveer is meer dan eens oorzaak geweest, dat de jonge vrouw, die naar de groote stad vertrokken is en vooral zij, die op goed geluk daarheen trok, in handen valt der bordeelhouders door middel van hun agenten, welke haar aan spoorwegstations en stoombootsteigers opwachten.Verder mag de aandacht wel gevestigd worden op het feit, dat de vermindering van het aantal huwelijken een zijdelingschen invloed op den meisjeshandel uitoefent. Wat toch is de kwestie? Door de hoogere eischen, die het moderne leven stelt en tevens door de innerlijke zucht naar weelde, door het tengevolge der grootere vermeerdering der bevolking verhoogde aanbod van werkkrachten tegenover de niet zoo evenredig stijgende vraag daarnaar, wordt opgezien tegen den huwelijksband; men verwacht niet, als de tijd daar is, vrouw en kinderen te kunnen onderhouden, zooals het modern leven en deeventueelestand het eischen; het huwelijk wordt dus nagelaten.Onmiddellijkgevolg daarvan is grooter aantal ongehuwde vrouwen en mannen; de vrouw overigens geen middel van bestaan hebbende, dient zich dat te verzekeren entracht een dienst of betrekking te verkrijgen. Een dusdanige haar aangeboden wordende wordt, naar gelang de nood meer of minder dringt, meer of minder nauwkeurig in overweging genomen en zoo is het mogelijk, dat placeurs en koppelaars menig meisje kunnen vangen.Eigenaardig is de cirkelgang, die hier waar te nemen is. Door verhoogde levenseischen etc. minder huwelijken, meer ongetrouwde vrouwen, die betrekkingen zoeken; zij dringen in vele gevallen mannen ter zijde, die dus niet volgens hun bestemming in hun onderhoud kunnen voorzien en dus allicht minder zullen verdienen; dit heeft weer ten gevolge, dat het huwelijk voor hen onmogelijk gemaakt wordt.Van de andere zijde heeft het verminderde aantal der huwelijken een ander gevolg en tevens ook het huwen op lateren leeftijd. Eensdeels stijgt het aantal verleidingen; ontelbaar zijn de gevallen, dat het verleide meisje, zwanger geworden of eenmaal moeder zijnde, genoopt wordt buiten hare woonplaats een betrekking te zoeken, welk streven haar in vele gevallen in handen van agenten en koppelaars doet vallen. Anderdeels brengt ’t grooter aantal ongetrouwde mannen teweeg een grootere vraag naar vrouwen; gevolg is, dat er altijd individuen gevonden worden, die aan die vraag willen voldoen. Aldus worden zij in staat gesteld een lucratief bedrijf uit te oefenen.Het groote kinderaantal in de huisgezinnen der armere bevolking dwingt zoowel de jongens als de meisjes reeds vroegtijdig, meestal zoodra ze de schoolbanken verlaten hebben, te trachten hun eigen brood te verdienen. Hoelicht is het dan niet mogelijk, dat de meisjes in handen vallen van koppelaars e. a.De bordeelen zijn het vooral, die de handelaars in staat stellen hun bedrijf, zooals zich dit tegenwoordig voordoet, met succes uit te oefenen. De gestadige behoefte aan “chair frais” doet een voortdurende fluctuatie ontstaan; oude afgekeurde elementen worden afgedankt, nieuwe moeten gerecruteerd worden uit den nieuwen aanvoer.Als een individueele invloed zou ik kunnen vermelden de zucht van een meisje om geheel en al vrij te zijn. Dikwijls is ’t motief voor het verlaten van het ouderlijk huis de te krachtige druk van het ouderlijk gezag.In ’t kort: al de omstandigheden, die ik opsomde zijn indirecte oorzaken, die het jonge meisje in de macht der koppelaars brengt. Die oorzaken roepen in het leven de zucht om de positie te verbeteren of de zucht om er eene te verkrijgen bij gebreke van arbeid: deArbeitslosigkeit; een contrast met deArbeitsscheu, die ook zoovelen in handen der prostitutie brengt. Hoezeer de moraliteit in beide gevallen in den aanvang verschilde, naderhand zijn zij niet meer van elkaar te onderkennen.De levensomstandigheden van ieder individueel vrouwelijk wezen brengt ten slotte ook zeer veel bij om haar ongeluk meer of minder mogelijk te maken; o. a. verwaarloozing der opvoeding, slecht voorbeeld der omgeving, en andere.Ik wil eindelijk ook nog op een geval wijzen, waaruit blijkt, hoe soms politieke maatregelen werkzaam kunnenwezen in de richting door mij bedoeld. Een der rapporten op ’t congres te Londen vermeldt,dat na de vervolging der Joden in Rusland (1894?) de bordeelen van Zuid-Amerika meer dan gevuld waren met Russische Jodinnen.Op een algemeen verschijnsel wil ik nu nog de aandacht vestigen. Het is niet zoozeer op te vatten als een onmiddellijke oorzaak van ’t bestaan van toestanden, zooals wij ze bij den handel in blanke slavinnen zien als wel een oorzaak van de criminaliteit in het algemeen. Het is een vermindering der zedelijke kracht bij het volk.Tarde, “de degelijke Magistraat en diepe Denker” (Prof. van Hamel), wijst op eene vermindering van den manslag, doch op eene stijging van het cijfer dier misdrijven, die met een pecuniair oogmerk bedreven worden. Hij wijt dit aan de “voluptuosité de nos mœurs” (”Criminalité comparée” pag. 182).Aangaande den blanke slavinnenhandel spreekt Tarde zich aldus uit:“Les scandales, nullement exeptionnels, révélés par le Pall Mall Gazette, nous ont édifiés sur la moralité de la nation réputée à bon droit peut-être la plus chaste du continent et précisément dans ses classes les plus civilisées.“La surexcitation nerveuse et l’affaiblissement musculaire, effet du développement de la vie urbaine, conduisent à la nymphomanie et au priapisme. L’amour plus précoce, l’amour plus prolongé, l’amour plus libre et plus infécond; à ces signes surtout se reconnait,soit dans une nation, soit dans une classe, l’avancement en civilisation.”Men ziet het, dat deze anti-sociale daad, evenals ieder strafbaar feit, doch in veel sterkere mate, een bij uitstek maatschappelijk verschijnsel is. Onder de preventieve middelen, die het kwaad in zijn kiemen moeten verstikken en welke de criminalist ook niet uit ’t oog mag verliezen, alhoewel juist deze wegens hun socialen aard meer tot het terrein van den oeconoom behooren, is dus vooral te rangschikken de wegneming der invloeden, die het kwaad als noodzakelijk gevolg na zich sleepen. Wanneer dit middel volkomen kan helpen, dan houde de zuivere criminalist zijn handen thuis, zoo niet dan moet hij optreden; doch dit diene hij ook te doen, waar de mogelijkheid om de oorzaken op te heffen nog niet of in het geheel niet bestaanbaar is of waar de opheffing dier oorzaken wellicht om andere redenen geheel af te raden is.

Weinig maatschappelijke euvels hebben het feit van hun bestaan te wijten aan een samenstel van oorzaken zóo gecompliceerd, als deze zich bij den meisjeshandel openbaren.

De ontwikkeling der strafrechtswetenschap tot sociale wetenschap, welk verschijnsel vooral op ’t einde der 19e eeuw zoo onze aandacht trekt, werpt verre van zich de gedachte als zou de straf als strenge repressie, doch tevens met hare preventieve werking, het eenige middel zijn, waarmede de staat de rechtsorde in het algemeen zou kunnen beschermen, het speciale onrecht zou kunnen keeren. Uitgaande van het nieuwere beginsel, dat, wat nu strafrecht heet, alle maatregelen ter bestrijding van criminaliteit omvatten zal, dient vooreerst nauwkeurig nagegaan te worden, welke omstandigheden, welke toestanden etc., in het algemeen welke oorzaken aanleiding kunnen wezen, dat dergelijken feiten zich in onze maatschappij kunnen voordoen. Datsamenspelvan oorzaken, die hetzij afzonderlijk, hetzij gecombineerd in werking treden, noemde ik zooeven gecompliceerd.

Deels toch werken zij aan de zijde van de vrouw,deels aan de zijde van den misdadiger. De eersten roepen bij de vrouw in het leven den drang te trachten elders haar brood te verdienen of in ieder geval ter bereiking van andere verlangens zich elders een dienst of plaats te zoeken; de anderen stellen het individu in staat zijn misdadige neigingen in daden voldoening te doen vinden; in generali, qua individu handelende in strijd met de rechtsorde, drijven hem natuurlijk tot de anti-sociale daad de gewone criminaliteitsoorzaken, zoo anthropologische als sociologische.

Vooreerst en voornamelijk zijn sociale invloeden de krachtige werkingen, die eensdeels de vrouw of het meisje spoediger doen zwichten voor een haar in gewone omstandigheden wellicht afkeerig dienstaanbod, doch die anderdeels evenzeer aanleiding zijn het misdadig individu de gelegenheid te geven in daden uiting te geven aan zijn anti-socialen aanleg. Dezen kan door hervormingsmaatregelen hun kracht hetzij voor een deel hetzij voor het geheel ontnomen worden.

En ten tweedeindividueeleinvloeden; bijzondere aan de zijde van de vrouw, de gewone anthropologische aan de zijde van den misdadiger.

Onder de eersten meen ik te mogen rekenen:

De slechte levensomstandigheden in de lagere klassen der maatschappij. Deze zich ook voor een deel openbarend in slechte huisvesting, tengevolge waarvan het gevoel van zedelijke kracht en zedelijkheid zeer achteruitgaat.

De lage loonstandaard heeft ten gevolge, dat bij ieder aanbod van hooger loon de oude betrekkingopgegeven wordt om een nieuwe en oogenschijnlijk betere te verkrijgen; het meisje laat zich veel gemakkelijker overhalen voor een dubieuse offerte haar woonplaats, zelfs haar geboorteland te verlaten.

Vooral de bij vrouwen bestaande zucht naar opschik en grootere weelde doet haar verlangen een dienst te zoeken in een groote stad, waar men aan dat verlangen gemakkelijker kan voldoen en waar hoogere loonen verdiend worden. Deze drijfveer is meer dan eens oorzaak geweest, dat de jonge vrouw, die naar de groote stad vertrokken is en vooral zij, die op goed geluk daarheen trok, in handen valt der bordeelhouders door middel van hun agenten, welke haar aan spoorwegstations en stoombootsteigers opwachten.

Verder mag de aandacht wel gevestigd worden op het feit, dat de vermindering van het aantal huwelijken een zijdelingschen invloed op den meisjeshandel uitoefent. Wat toch is de kwestie? Door de hoogere eischen, die het moderne leven stelt en tevens door de innerlijke zucht naar weelde, door het tengevolge der grootere vermeerdering der bevolking verhoogde aanbod van werkkrachten tegenover de niet zoo evenredig stijgende vraag daarnaar, wordt opgezien tegen den huwelijksband; men verwacht niet, als de tijd daar is, vrouw en kinderen te kunnen onderhouden, zooals het modern leven en deeventueelestand het eischen; het huwelijk wordt dus nagelaten.Onmiddellijkgevolg daarvan is grooter aantal ongehuwde vrouwen en mannen; de vrouw overigens geen middel van bestaan hebbende, dient zich dat te verzekeren entracht een dienst of betrekking te verkrijgen. Een dusdanige haar aangeboden wordende wordt, naar gelang de nood meer of minder dringt, meer of minder nauwkeurig in overweging genomen en zoo is het mogelijk, dat placeurs en koppelaars menig meisje kunnen vangen.

Eigenaardig is de cirkelgang, die hier waar te nemen is. Door verhoogde levenseischen etc. minder huwelijken, meer ongetrouwde vrouwen, die betrekkingen zoeken; zij dringen in vele gevallen mannen ter zijde, die dus niet volgens hun bestemming in hun onderhoud kunnen voorzien en dus allicht minder zullen verdienen; dit heeft weer ten gevolge, dat het huwelijk voor hen onmogelijk gemaakt wordt.

Van de andere zijde heeft het verminderde aantal der huwelijken een ander gevolg en tevens ook het huwen op lateren leeftijd. Eensdeels stijgt het aantal verleidingen; ontelbaar zijn de gevallen, dat het verleide meisje, zwanger geworden of eenmaal moeder zijnde, genoopt wordt buiten hare woonplaats een betrekking te zoeken, welk streven haar in vele gevallen in handen van agenten en koppelaars doet vallen. Anderdeels brengt ’t grooter aantal ongetrouwde mannen teweeg een grootere vraag naar vrouwen; gevolg is, dat er altijd individuen gevonden worden, die aan die vraag willen voldoen. Aldus worden zij in staat gesteld een lucratief bedrijf uit te oefenen.

Het groote kinderaantal in de huisgezinnen der armere bevolking dwingt zoowel de jongens als de meisjes reeds vroegtijdig, meestal zoodra ze de schoolbanken verlaten hebben, te trachten hun eigen brood te verdienen. Hoelicht is het dan niet mogelijk, dat de meisjes in handen vallen van koppelaars e. a.

De bordeelen zijn het vooral, die de handelaars in staat stellen hun bedrijf, zooals zich dit tegenwoordig voordoet, met succes uit te oefenen. De gestadige behoefte aan “chair frais” doet een voortdurende fluctuatie ontstaan; oude afgekeurde elementen worden afgedankt, nieuwe moeten gerecruteerd worden uit den nieuwen aanvoer.

Als een individueele invloed zou ik kunnen vermelden de zucht van een meisje om geheel en al vrij te zijn. Dikwijls is ’t motief voor het verlaten van het ouderlijk huis de te krachtige druk van het ouderlijk gezag.

In ’t kort: al de omstandigheden, die ik opsomde zijn indirecte oorzaken, die het jonge meisje in de macht der koppelaars brengt. Die oorzaken roepen in het leven de zucht om de positie te verbeteren of de zucht om er eene te verkrijgen bij gebreke van arbeid: deArbeitslosigkeit; een contrast met deArbeitsscheu, die ook zoovelen in handen der prostitutie brengt. Hoezeer de moraliteit in beide gevallen in den aanvang verschilde, naderhand zijn zij niet meer van elkaar te onderkennen.

De levensomstandigheden van ieder individueel vrouwelijk wezen brengt ten slotte ook zeer veel bij om haar ongeluk meer of minder mogelijk te maken; o. a. verwaarloozing der opvoeding, slecht voorbeeld der omgeving, en andere.

Ik wil eindelijk ook nog op een geval wijzen, waaruit blijkt, hoe soms politieke maatregelen werkzaam kunnenwezen in de richting door mij bedoeld. Een der rapporten op ’t congres te Londen vermeldt,dat na de vervolging der Joden in Rusland (1894?) de bordeelen van Zuid-Amerika meer dan gevuld waren met Russische Jodinnen.

Op een algemeen verschijnsel wil ik nu nog de aandacht vestigen. Het is niet zoozeer op te vatten als een onmiddellijke oorzaak van ’t bestaan van toestanden, zooals wij ze bij den handel in blanke slavinnen zien als wel een oorzaak van de criminaliteit in het algemeen. Het is een vermindering der zedelijke kracht bij het volk.

Tarde, “de degelijke Magistraat en diepe Denker” (Prof. van Hamel), wijst op eene vermindering van den manslag, doch op eene stijging van het cijfer dier misdrijven, die met een pecuniair oogmerk bedreven worden. Hij wijt dit aan de “voluptuosité de nos mœurs” (”Criminalité comparée” pag. 182).

Aangaande den blanke slavinnenhandel spreekt Tarde zich aldus uit:

“Les scandales, nullement exeptionnels, révélés par le Pall Mall Gazette, nous ont édifiés sur la moralité de la nation réputée à bon droit peut-être la plus chaste du continent et précisément dans ses classes les plus civilisées.

“La surexcitation nerveuse et l’affaiblissement musculaire, effet du développement de la vie urbaine, conduisent à la nymphomanie et au priapisme. L’amour plus précoce, l’amour plus prolongé, l’amour plus libre et plus infécond; à ces signes surtout se reconnait,soit dans une nation, soit dans une classe, l’avancement en civilisation.”

Men ziet het, dat deze anti-sociale daad, evenals ieder strafbaar feit, doch in veel sterkere mate, een bij uitstek maatschappelijk verschijnsel is. Onder de preventieve middelen, die het kwaad in zijn kiemen moeten verstikken en welke de criminalist ook niet uit ’t oog mag verliezen, alhoewel juist deze wegens hun socialen aard meer tot het terrein van den oeconoom behooren, is dus vooral te rangschikken de wegneming der invloeden, die het kwaad als noodzakelijk gevolg na zich sleepen. Wanneer dit middel volkomen kan helpen, dan houde de zuivere criminalist zijn handen thuis, zoo niet dan moet hij optreden; doch dit diene hij ook te doen, waar de mogelijkheid om de oorzaken op te heffen nog niet of in het geheel niet bestaanbaar is of waar de opheffing dier oorzaken wellicht om andere redenen geheel af te raden is.

Hoofdstuk IV.Middelen tot bestrijding.De veelzijdigheid der oorzaken, hun bestaan vindende in maatschappelijke toestanden, waarvan de wording aan rechtsregels toegeschreven kan worden, of die langs den weg der historie zelfstandig ontstaan zijn, welke den handel in meisjes in het leven kunnen roepen, mag wel a priori de vrees wettigen, dat, om niet te spreken van de geringe waarschijnlijkheid, dat in alles verbetering zal kunnen gebracht worden, de tijd, dat men met eenig succes kan werkzaam wezen door ze weg te nemen om iets van zijn doel te bereiken, nog verre is.Wat de slechte huisvesting betreft, hierin wordt eerlang in Nederland verbetering gebracht. (De Mem. van Toel. van het ontwerp-woningwet getuigt, dat de Regeering doordrongen is van den slechten invloed der woningtoestanden op de goede zeden. “Het onderhoud der woning, behoorlijke reiniging, beperking van het aantal bewoners in verband met de hoeveelheid beschikbare lucht,de afscheiding der slaapplaatsen, kortom alle factoren, die een element van behoorlijke bewoningvormen, zijn—het behoeft nauwelijks betoog—voor gezondheid en zedelijkheid van het grootste gewicht.)Verbetering der te lage loonen zou volgens sommigen kunnen plaats hebben door vaststelling van een minimum loon.Toelating van ’t onderzoek naar het vaderschap kan den vader dwingen zijn kind mede te onderhouden, zoodat ’t meisje deswege niet de eerste de beste gelegenheid behoeft aan te grijpen een dienst te verkrijgen.Streng toezicht op de ouderlijke macht, ontzetting bij verwaarloozing (in den ruimsten zin) van de opvoeding der kinderen, vermeerdert ’t bewustzijn van zedelijke kracht bij die kinderen, voorkomt hun val.In het algemeen is iedere vermeerdering der welvaart van de volksklassen zonder twijfel in de gewenschte richting werkzaam.Hoe is het met het verbod van het houden van bordeelen?Prof. Dr. Karl Stooss, wiens meening wel door velen zal gedeeld worden, sprak op het in 1895 te Parijs gehouden Pénitentiair Congres in dezen zin: «La suppression des maisons publiques, voilà la plus simple et la plus efficace des mesures à prendre contre la traite des blanches,” en iets verder: “Donc, quiconque veut couper court à la traite des blanches, doit demander la suppression des maisons de tolérance.” Deze apodictische uitspraak durf ik niet volkomen te onderschrijven, maar gaarne erken ik, dat ’t verbod van bordeelen zeer zeker mede een factor is om den meisjeshandel eenigszins tegen te gaan. Doch ik waag het te beweren, dat deze maatregel volstrekt niet afdoende is.Mijn eerste argument is ontleend aan de feiten, zooals die zich voordoen in verschillende plaatsen en landen, waar bordeelen verboden zijn. Hier is natuurlijk slechts te letten op den invoer in die plaatsen en landen. Het blijkt nu, dat de strafbaarstelling van de huizen van ontucht luttel of geene uitwerking heeft.Sedert 1897 zijn de bordeelen in Amsterdam door den gemeentelijken wetgever verboden; zij bestaan niet meer: zoogenaamde hôtels verrezen als paddestoelen uit den grond, door de politie als “verdachte huizen” gequalificeerd. Deze huizen worden op dezelfde wijze als vroeger van vrouwen voorzien. Officiëele bescheiden (ik deelde dit reeds mede op blz. 53) toonen mij aan, dat in pl.m. 40 zoogenaamde verdachte huizen pl.m. 105 buitenlandsche meisjes zich bevinden. In den allerlaatsten tijd zijn eenige gevallen ruchtbaar geworden. Zeer merkwaardig is dit, daar nu toch de bordeelhouders door het verbod veel meer op hun hoede zijn. Een meisje uit Frankfort a/M., dat enkele maanden geleden naar Amsterdam gelokt was, doch aanstonds bij haar aankomst in een huis aan de Spuistraat achterdocht kreeg en het geluk had nog te kunnen ontvluchten, voordat haar koffers aangekomen waren. Het “Nieuws van den Dag” van 2 Januari 1900 vermeldt eveneens een geval van een misleid Duitsch meisje.1Paragraaf 180 van het Duitsche Strafwetboek verbiedt het houden van bordeelen in het Duitsche Rijk.“Wer gewohnheitsmässig oder aus Eigennutz durch seine Vermittelung oder durch Gewährung oder Verschaffung von Gelegenheit der Unzucht Vorschub leistet, wird wegen Kuppelei mit Gefängniss bestraft” etc. De ruime redactie van dit artikel is de reden, dat het ook treft “das Anwerthen oder Verbringen der Dirnen in ein Bordell von oder nach auswärts oder aus einem andern Bordell.”2Het handelen in vrouwen valt er dus ook onder. Niettemin bestaan feitelijk de bordeelen in Duitschland, heeft aldaar feitelijk zoowel de binnenlandsche als buitenlandsche handel in jonge meisjes en vrouwen plaats. Zelfsofficiëelelichamen meenden, dat de van oudsher bestaande en onder politietoezicht staande inrichtingen, ondanks paragraaf 180 Duitsche Strafwetboek konden blijven bestaan, (c.f. na de invoering van hetReichsstrafgezetzbuchde gedachtenwisseling tusschen den senaat van Hamburg en hetReichskanzlerambt, wiens opinie gedeeld werd door de overgroote meerderheid der juridische faculteiten in Duitschland.)Dr. Miehe zegt in het “Archiv für Dermatologie und Syphilis:3So hat man denn in irgend einer Weise die Kuppeleiparagraphen umgehend ausser in den genannten Orten (Leipzig, Würzburg) soweit mir bekannt, in Hamburg, Lubeck, Rostock, Flensburg, Magdenburg,Braunschweig, Nürnberg, Strassburg, Metz, Mühlhausen, Heidelberg, Mainz,Frankfurta. Main die Bordells wieder eingeführt.(N. B. geen ontduiking van de wet door bordeelhouders, doch dulding van huizen, die feitelijk bordeelen zijn, door voorschriften van de overheid en wel ten gevolge van den feitelijken drang der omstandigheden).Anderwärts, wo man dieselben nicht wider eingeführt, hat man sich genötigt gesehen, die sie ersetzenden geheimen Prostitutionsorte wenigstens unter polizeiliche Controlle zu stellen, etc. Dr. Miehe vermeldt, dat naar aanleiding van deze toestanden aan den Duitschen Rijksdag verzoekschriften zijn gericht om verandering van par. 180 Duitsche Wetboek te verkrijgen, “womit dann die Bordelle wieder gestattet sein würden.”In Engeland is het houden van bordeelen verboden en eveneens straf gesteld op den handel in blanke slavinnen sedert de Criminal Law Amendment Act van 1885. Niettegenstaande dit feit is het aantal vreemde prostituées in Londen ontelbaar. Hoe komen deze daar? Daarop kan ik geen antwoord geven, maar men kan wel een en ander vermoeden. Ik vermeld dit slechts om de aandacht daarop te vestigen. Doch positieve verklaringen vind ik vermeld in het verslag van den Heer Yves Guyot op het Pénitentiair Congres in 1895 te Parijs vergaderd en in de rapporten van de H.H. Craies en Bunting op het Congres te Londen.De Heer Yves Guyot zegt, dat het effect van de Criminal Law Amendment Act nul is. Noch de koppelaars noch de bordeelen zijn er door verdwenen, integendeelvele gevallen van chantage zijn het gevolg van de wet. “C’est une nouvelle preuve à ajouter à toutes les autres, que le législateur ne doit pas essayer d’imposer une direction morale aux justiciables. Il n’a qu’un devoir: assurer la liberté d’action et la sécurité de chacun.”De Heer Craies deelt ons mede, dat nu en dan vervolgingen plaats hebben tegen personen, die door misleiding Jodinnen uit Rusland naar Engeland gelokt hebben.Mr. Bunting spreekt over een recent geval, dat eene vrouw uit België 3 meisjes naar Engeland overgebracht heeft met het oogmerk ze aan de prostitutie over te geven.Tevens is in ’t Rapport van den Heer Bunting te lezen, dat verschillende comités herhaaldelijk op ’t spoor komen van gevallen, waarin Engelsche meisjes naar het buitenland gelokt zijn, zonder dat ’t maar eenigszins mogelijk is den schuldige voor den rechter te brengen.De suppressie van den blanke slavinnenhandel kan, naar ’t mij voorkomt, slechts een gering argument wezen voor het verbod der huizen van ontucht.Doch ik acht mij verplicht nog op 2 andere mogelijkheden te wijzen, voor ’t geval de huizen van ontucht verboden worden.Ten eerste: het valt niet te loochenen, dat bij dergelijk verbod de positie der inwonende vrouwen in huizen, waar in strijd met de wet gelegenheid tot ’t plegen van ontucht gegeven wordt, treurig zal worden, of zoo men nu reeds dien toestand als zoodanig wil aanmerken, zal hij nog treuriger worden dan nu. Dit nader uit te leggen is haast overbodig: nu reeds gaat alles zeer geheimzinnig toe in publieke huizen. Dochbij streng verbod hebben de houders er alle belang bij om niets van hun onwettig bedrijf te doen uitlekken; hoe strenger de wet, hoe meer de vrouwen er voor boeten zullen.Ten tweede: Tegenwoordig bestaat de handel,voor zoover de gevallen bekend worden, in dien zin, dat hij dient om het bordeelpersoneel aan te vullen. Tot de onmogelijkheden behoort het niet, dat die handel ook geschiedt ter wille van den een of anderen particulier; het Augustusnummer van hetBulletin Continentalvan 1895 geeft een dergelijk geval te lezen. Deze gevallen zouden zich zonder twijfel vermenigvuldigen, indien het houden van een bordeel streng gestraft en op alle denkbare wijzen onmogelijk gemaakt werd.Verheffing van het zedelijk bewustzijn draagt bij tot de vermindering der criminaliteit in het algemeen, tot vermindering van den handel in blanke slavinnen in het bijzonder.In dezen geest zou gewerkt kunnen worden om het bedoelde euvel tegen te gaan door de kiemen er van te verstikken: een preventie van de verste strekking. Doch deze wijze van werken ondervindt haar moeilijkheden; in ieder geval moet men het feit, zooals het zich voordoet onder de oogen zien en middelen beramen om het zoowel te prevenieeren als te reprimeeren, en tevens om de gevolgen van de daad, indien ze eenmaal plaats heeft, af te wenden geheel of gedeeltelijk, of ook mogelijkerwijze de gevolgen te verzachten.Preventief kan de wet werkzaam wezen door een streng toezicht uit te laten oefenen op verhuurkantoren,besteedsters en emigratiebureaux, zooals dit in het buitenland hier en daar geschiedt.Toezicht op de opvoeding der kinderen van Staatswege om hunne verwaarloozing te verhinderen kan ten goede werken. Daar het wezen en doel van het ouderlijke gezag ligt in een conscentieuse lichamelijke en moreele opvoeding der kinderen en de Staat hierbij groot belang heeft, zoo is ’t niet in strijd met de beginselen van het recht, dat bij grove verwaarloozing der moreele opvoeding hunner kinderen of bij een groot gevaar daarvoor, de ouders van hunne ouderlijke macht kunnen ontzet worden. Een wet regele de gevallen, waarin dat kunne plaats hebben buiten een strafvonnis.De politie zou stations, stoombootsteigers en havens bijzonder in het oog kunnen houden. Aan die plaatsen kan ze waarschuwingsborden doen plaatsen, om aankomende vrouwen tot voorzichtigheid aan te sporen.Hier te lande bestaat het stellen onder politietoezicht, opgelegd door rechterlijk vonnis, niet; desniettegenstaande zou de politie een streng toezicht kunnen uitoefenen op het doen en laten van hen, die reeds eens ter zake van een aanverwant strafbaar feit veroordeeld zijn en die vermoed worden zich met den handel in te laten; maar niet alleen op de handelingen van dezen, maar ook op die van andere verdachte lieden.Er moesten termen gevonden kunnen worden tot uitzetting van vreemde placeurs, die verdacht worden meisjes te verleiden, of hun toelating in het land te verhinderen. De politie moet door waarschuwingen nuen dan de bevolking opmerkzaam maken op de handelingen van verdachte individuen.De politie van de eene plaats kan door in contact te treden met de politie van een andere plaats of van een ander land op ’t spoor geraken van of inlichtingen geven omtrent placeurs en hun handelingen. Zij kan op deze wijze den val voorkomen van het meisje, dat reeds misleid is. De politie van de eene plaats of van ’t eene land kan aan de politie van het andere het vertrek van een verdacht individu melden of informaties inwinnen na aankomst van zoo iemand.In sterke mate preventief optreden kan het particulier initiatief. Philanthropische vereenigingen kunnen alom de oogen doen opengaan voor het gevaar, dat jonge meisjes loopen door ondoordacht buitenslands doch ook binnenslands in betrekking te gaan.Zij kunnen de verantwoordelijkheid der ouders en voogden levendig houden voor het welzijn hunner dochters en pupillen.Particuliere vereenigingen kunnen geregelde posten uitzetten aan de stations, stoombootsteigers en havens der groote steden. Zij kunnen de bevolking van hare tegenwoordigheid op de hoogte stellen. Door waarschuwingsborden aan stations, in spoorwegcoupés enz., door annonces zijn zij in staat bekend te maken, tot wie een meisje zich moet wenden, indien het in moeilijkheden verkeert.Een belangrijke factor is, dat zij de overheid kunnen steunen in allerlei opzicht, o. a. kunnen zij de aandachtder politie en justitie vestigen op de verdachte handelingen van gevaarlijke personen en aldus eene vervolging uitlokken, althans zorgen, dat een wakend oog op hen gevestigd wordt. Verder kunnen zij verdachte handelingen van verhuurkantoren openbaar maken. Door oprichting van “Tehuizen” openen zij een toevluchtsoord voor onbeschermde meisjes, wier val aldus kan voorkomen worden. Vereenigingen tot redding van gevallen meisjes steunen de goede zaak door de ernstige gevolgen van den val der vrouw voor een deel af te wenden.Door een internationale band in het leven te roepen doet de philanthropie veel goed. Zij kan overeenkomen, dat de vereenigingen in de verschillende landen op allerlei wijze hare wederzijdsche landgenooten zullen steunen en helpen. De eene vereeniging kan de andere vereeniging op de plaats van aankomst verwittigen van het vertrek van een meisje. Zij kunnen elkaar op de hoogte brengen van het vertrek van verdachte individuen.Hetgeen ik tot nu toe over de werkzaamheid der particuliere liefdadigheid aangaf, moet niet beschouwd worden als een eventueel door particulieren, zoowel afzonderlijk als in vereeniging, te volgen richting. Het is integendeel de wijze, waarop reeds gewerkt wordt. Ik mag daarom der liefdadigheid den lof niet onthouden, waarop zij in waarheid aanspraak mag maken. Haar culminatiepunt heeft zij reeds bereikt. Wanneer ik nu een en ander over enkele der in Europa bestaande groote vereenigingen ga vermelden, maak ik er volstrekt geen aanspraakop volledig te willen schijnen. Dengene, die meer wil weten van de onderscheidene vereenigingen, in Europa en de Vereenigde Staten werkzaam, verwijs ik naar het tweede deel van de verzameling rapporten op ’t congres te Londen. Vooreerst verdient bijzondere aandacht de onder den naam van “Union Internationale des Amies de la jeune Fille”, teGenèvein 1877 door 8 verschillende landen opgerichte vereeniging, die zich ten doel stelde “een beschermnet te vormen ten behoeve van jonge meisjes, die genoodzaakt zijn, elders eene broodwinning te zoeken en die, zonder hulp en raad, lichtelijk op verkeerde wegen zouden komen” (art. 2 der statuten). Deze vereeniging telt duizenden leden in 32 verschillende landen volgens de presidente der Zwitsersche afdeeling. Het Centraalbureau is gevestigd teNeuchâtel. Behalve in nog 6 andere landen bestaat in Nederland een afdeeling, in Mei 1882 opgericht, in ’t algemeen hetzelfde doel nastrevende als de moedervereeniging, bepaaldelijk echter dienende voor de bescherming van Hollandsche meisjes. Art. 1 van de gewijzigde statuten (1887) verruimde het arbeidsveld, zoodat “geene nationaliteit, geen kerkgenootschap of eerlijk beroep iemand van die bescherming kan uitsluiten.”Iets bijzonders mag wel heeten het door de Union ingestelde Livret, dat aan ieder meisje op aanvrage toegezonden wordt. Er bestaat eenLivret international; daarnevens in verschillende landen, waaronder ook Holland,Livrets nationaux. Het boekje is bestemd voor de jonge vrouw, die het ouderlijk huis verlaat. Hetbevat raadgevingen “Conseils de l’Expérience”, vervolgens eenige godsdienstige overdenkingen metbijbelteksten. Daarna volgen de “Conseils pour voyages” en de “Renseignements” die de Tehuizen en andere inlichtingen bevatten. “Le Journal du Bien public” is het officieele orgaan van deUnion internationale des amies de la jeune filleen van deAssociation de femmes suisses pour l’œuvre du relèvement moral. Het blad verschijnt maandelijks.De “National Vigilance Association for the repression of criminal vice and public immorality” zetelt te Londen. Op haar initiatief werd in 1899 hetCongress on the white slave Trafficte Londen gehouden. Haar naam duidt reeds het doel der vereeniging aan. In art. 3 van de statuten staat onder meer, dat de vereeniging zich ten doel stelt de repressie van “the fraudulent seduction of women or girls”, “the entrapping or inveigling of women or girls into brothels”, “the procuring of women or girls for foreign brothels”, “the detention of women or girls in houses of ill fame”. Zij heeft een maandelijks verschijnend orgaan “The Vigilance Record”. Het “Executive Committee” doet jaarlijks een belangrijk verslag in ’t licht verschijnen.Vooral voor de machtige werkzaamheid der particuliere liefdadigheid in Duitschland verwijs ik gaarne naar ’t belangrijke verslag van den Heer Burckhardt op ’t Congres te Londen.Als specifiek nationale vereeniging verdient voor ons land zeer de aandacht de te ’s Hage in Mei 1884 opgerichte“Nederlandsche Vrouwenbond tot verhooging van het Zedelijk Bewustzijn”, (erkend bij K. B. van 7 October 1886 No. 15). De werkkring van dezen Bond, die volgens art. 1 der statuten opgericht is in aansluiting aan deFédération britannique, continentale et généraleen aan de Nederlandsche vereeniging tegen de Prostitutie, is omschreven in art. 2 en de Bond stelt zich dan ten doel, zooals de naam luidt, de verhooging van het Zedelijk Bewustzijn, aan welk beginsel met alle daartoe beschikbare middelen gearbeid wordt. De Bond geeft een maandblad uit: “Orgaan van den Nederlandschen Vrouwenbond tot verhooging van het Zedelijk Bewustzijn”.In denzelfden geest als de Union bovengenoemd haar Livret bezit, verspreidt de Vrouwenbond haar lijsten met »Adressen ter informatie vanwege den Nederlandschen Vrouwenbond tot verhooging van het Zedelijk Bewustzijn”. Aan die adressen zijn de noodige inlichtingen te bekomen voor meisjes, aan wie de gelegenheid ontbreekt om zelve eenig onderzoek in te stellen omtrent betrekkingen, die haar aangeboden worden. De 10e uitgaaf van deze lijsten vermeldt 214 gemeenten in ons land, waar inlichtingen bij de daarin opgenoemde leden te verkrijgen zijn. Verder bevatten deze lijsten nog eenige wenken en raadgevingen.Dat in ons land nog menige andere vereeniging te vinden is, die het bovengenoemde doel mede nastreeft, behoef ik haast niet te vermelden. Ik noem daarvan slechts de vereenigingen, die Tehuizen opgericht hebben. Verder de Middernachtzending en anderen.Het consulaat moet met kracht optreden voor de belangen van zijn landgenooten, die door misleiding in den vreemde gevaar loopen. Van de aankomst van die meisjes moet het op de hoogte gebracht worden door de plaatselijke politie en humanitaire vereenigingen. Ieder vreemd meisje, dat vermoed wordt zich aan de prostitutie over te geven, zou voor den consul van haar land gebracht kunnen worden. Wanneer een individu, dat zich met den handel occupeert, de plaats verlaat om in het rijk van het consulaat zelf zijn slag te slaan of wanneer dit slechts vermoed wordt, behoort de consul zijne regeering er van in te lichten, opdat deze in staat zij waarschuwingen tegen dergelijke individuën openbaar te maken.Onder de repressieve maatregelen valt in de eerste plaats te wijzen op een streng verbod op straffe van het misleiden van eene vrouw met ’t oogmerk haar aan de ontucht over te leveren met een verzwaring van straf, indien zij naar den vreemde gelokt wordt, en eveneens, wanneer van dergelijke handelingen een bedrijf gemaakt wordt. Openbaarmaking van het veroordeelend vonnis, tevens verstrekking van de volgens de nieuwste methode opgemaakte signalementen der veroordeelden aan de politie der voornaamste steden behoort onder de repressie, doch zal in sterker mate preventief werken.Dit strafbare feit worde in de uitleveringstractaten opgenomen.Strenge toepassing van het misdrijf der wederrechtelijke vrijheidsrooving.Om beter in staat te zijn op het spoor te geraken van deze strafbare feiten is een streng toezicht noodig op de plaatsen, waar ontucht gepleegd wordt; een nauwkeurig omschreven uitgebreide bevoegdheid der politie om in die huizen binnen te treden en daar onderzoek in te stellen. Ook deze bevoegdheid kan preventief werken.Internationale tractaten moeten zich ten doel stellen daarin te voorzien, dat er geen twijfel besta omtrent het forum delicti met ’t oog op den buitenlandschen handel; ze moeten regelen geven omtrent eene doelmatige bescherming en terugvoering der misleide meisjes.Wij zien het: deze wantoestand kan op de meest verschillende wijzen aangetast worden. Het is een maatschappelijk euvel, dat aan de algemeene welvaart en bloei ook zijn toenemende welvaart en bloei te danken heeft. Die veelzijdigheid van bestrijding van een strafbaar feit, een gevolg van de nieuwere richting, die het misdrijf als een sociaal verschijnsel beschouwt, vindt vooral eene toepassing bij den handel in blanke slavinnen. Een eisch is het die bestrijding met kracht aan te vatten.1N.B. 1. In Duitschland is het door misleiding verlokken van meisjes om zich in den vreemde aan de prostitutie over te geven met strenge straffen bedreigd: hoogstens 5 jaar tuchthuis, ten hoogste 6000 Mark boete,politietoezicht. 2. Sedert het verbod der bordeelen te Amsterdam is de verklaring met Duitschland uitgewisseld voor deze stad van geen waarde meer. (Doch hierover later.)2”Das Strafgesetzbuch fürdasDeutsche Reich in seiner gegenwörtigen Gestalt” (Uitgave Heule en Schierlinger) art. 180. noot 6.3Jaargang 1895 “Ueber den Einfluss der Kasernirung der Prostituirten auf die Ausbreitung der Syphilis.”

De veelzijdigheid der oorzaken, hun bestaan vindende in maatschappelijke toestanden, waarvan de wording aan rechtsregels toegeschreven kan worden, of die langs den weg der historie zelfstandig ontstaan zijn, welke den handel in meisjes in het leven kunnen roepen, mag wel a priori de vrees wettigen, dat, om niet te spreken van de geringe waarschijnlijkheid, dat in alles verbetering zal kunnen gebracht worden, de tijd, dat men met eenig succes kan werkzaam wezen door ze weg te nemen om iets van zijn doel te bereiken, nog verre is.

Wat de slechte huisvesting betreft, hierin wordt eerlang in Nederland verbetering gebracht. (De Mem. van Toel. van het ontwerp-woningwet getuigt, dat de Regeering doordrongen is van den slechten invloed der woningtoestanden op de goede zeden. “Het onderhoud der woning, behoorlijke reiniging, beperking van het aantal bewoners in verband met de hoeveelheid beschikbare lucht,de afscheiding der slaapplaatsen, kortom alle factoren, die een element van behoorlijke bewoningvormen, zijn—het behoeft nauwelijks betoog—voor gezondheid en zedelijkheid van het grootste gewicht.)

Verbetering der te lage loonen zou volgens sommigen kunnen plaats hebben door vaststelling van een minimum loon.

Toelating van ’t onderzoek naar het vaderschap kan den vader dwingen zijn kind mede te onderhouden, zoodat ’t meisje deswege niet de eerste de beste gelegenheid behoeft aan te grijpen een dienst te verkrijgen.

Streng toezicht op de ouderlijke macht, ontzetting bij verwaarloozing (in den ruimsten zin) van de opvoeding der kinderen, vermeerdert ’t bewustzijn van zedelijke kracht bij die kinderen, voorkomt hun val.

In het algemeen is iedere vermeerdering der welvaart van de volksklassen zonder twijfel in de gewenschte richting werkzaam.

Hoe is het met het verbod van het houden van bordeelen?

Prof. Dr. Karl Stooss, wiens meening wel door velen zal gedeeld worden, sprak op het in 1895 te Parijs gehouden Pénitentiair Congres in dezen zin: «La suppression des maisons publiques, voilà la plus simple et la plus efficace des mesures à prendre contre la traite des blanches,” en iets verder: “Donc, quiconque veut couper court à la traite des blanches, doit demander la suppression des maisons de tolérance.” Deze apodictische uitspraak durf ik niet volkomen te onderschrijven, maar gaarne erken ik, dat ’t verbod van bordeelen zeer zeker mede een factor is om den meisjeshandel eenigszins tegen te gaan. Doch ik waag het te beweren, dat deze maatregel volstrekt niet afdoende is.

Mijn eerste argument is ontleend aan de feiten, zooals die zich voordoen in verschillende plaatsen en landen, waar bordeelen verboden zijn. Hier is natuurlijk slechts te letten op den invoer in die plaatsen en landen. Het blijkt nu, dat de strafbaarstelling van de huizen van ontucht luttel of geene uitwerking heeft.

Sedert 1897 zijn de bordeelen in Amsterdam door den gemeentelijken wetgever verboden; zij bestaan niet meer: zoogenaamde hôtels verrezen als paddestoelen uit den grond, door de politie als “verdachte huizen” gequalificeerd. Deze huizen worden op dezelfde wijze als vroeger van vrouwen voorzien. Officiëele bescheiden (ik deelde dit reeds mede op blz. 53) toonen mij aan, dat in pl.m. 40 zoogenaamde verdachte huizen pl.m. 105 buitenlandsche meisjes zich bevinden. In den allerlaatsten tijd zijn eenige gevallen ruchtbaar geworden. Zeer merkwaardig is dit, daar nu toch de bordeelhouders door het verbod veel meer op hun hoede zijn. Een meisje uit Frankfort a/M., dat enkele maanden geleden naar Amsterdam gelokt was, doch aanstonds bij haar aankomst in een huis aan de Spuistraat achterdocht kreeg en het geluk had nog te kunnen ontvluchten, voordat haar koffers aangekomen waren. Het “Nieuws van den Dag” van 2 Januari 1900 vermeldt eveneens een geval van een misleid Duitsch meisje.1

Paragraaf 180 van het Duitsche Strafwetboek verbiedt het houden van bordeelen in het Duitsche Rijk.

“Wer gewohnheitsmässig oder aus Eigennutz durch seine Vermittelung oder durch Gewährung oder Verschaffung von Gelegenheit der Unzucht Vorschub leistet, wird wegen Kuppelei mit Gefängniss bestraft” etc. De ruime redactie van dit artikel is de reden, dat het ook treft “das Anwerthen oder Verbringen der Dirnen in ein Bordell von oder nach auswärts oder aus einem andern Bordell.”2Het handelen in vrouwen valt er dus ook onder. Niettemin bestaan feitelijk de bordeelen in Duitschland, heeft aldaar feitelijk zoowel de binnenlandsche als buitenlandsche handel in jonge meisjes en vrouwen plaats. Zelfsofficiëelelichamen meenden, dat de van oudsher bestaande en onder politietoezicht staande inrichtingen, ondanks paragraaf 180 Duitsche Strafwetboek konden blijven bestaan, (c.f. na de invoering van hetReichsstrafgezetzbuchde gedachtenwisseling tusschen den senaat van Hamburg en hetReichskanzlerambt, wiens opinie gedeeld werd door de overgroote meerderheid der juridische faculteiten in Duitschland.)

Dr. Miehe zegt in het “Archiv für Dermatologie und Syphilis:3So hat man denn in irgend einer Weise die Kuppeleiparagraphen umgehend ausser in den genannten Orten (Leipzig, Würzburg) soweit mir bekannt, in Hamburg, Lubeck, Rostock, Flensburg, Magdenburg,Braunschweig, Nürnberg, Strassburg, Metz, Mühlhausen, Heidelberg, Mainz,Frankfurta. Main die Bordells wieder eingeführt.(N. B. geen ontduiking van de wet door bordeelhouders, doch dulding van huizen, die feitelijk bordeelen zijn, door voorschriften van de overheid en wel ten gevolge van den feitelijken drang der omstandigheden).Anderwärts, wo man dieselben nicht wider eingeführt, hat man sich genötigt gesehen, die sie ersetzenden geheimen Prostitutionsorte wenigstens unter polizeiliche Controlle zu stellen, etc. Dr. Miehe vermeldt, dat naar aanleiding van deze toestanden aan den Duitschen Rijksdag verzoekschriften zijn gericht om verandering van par. 180 Duitsche Wetboek te verkrijgen, “womit dann die Bordelle wieder gestattet sein würden.”

In Engeland is het houden van bordeelen verboden en eveneens straf gesteld op den handel in blanke slavinnen sedert de Criminal Law Amendment Act van 1885. Niettegenstaande dit feit is het aantal vreemde prostituées in Londen ontelbaar. Hoe komen deze daar? Daarop kan ik geen antwoord geven, maar men kan wel een en ander vermoeden. Ik vermeld dit slechts om de aandacht daarop te vestigen. Doch positieve verklaringen vind ik vermeld in het verslag van den Heer Yves Guyot op het Pénitentiair Congres in 1895 te Parijs vergaderd en in de rapporten van de H.H. Craies en Bunting op het Congres te Londen.

De Heer Yves Guyot zegt, dat het effect van de Criminal Law Amendment Act nul is. Noch de koppelaars noch de bordeelen zijn er door verdwenen, integendeelvele gevallen van chantage zijn het gevolg van de wet. “C’est une nouvelle preuve à ajouter à toutes les autres, que le législateur ne doit pas essayer d’imposer une direction morale aux justiciables. Il n’a qu’un devoir: assurer la liberté d’action et la sécurité de chacun.”

De Heer Craies deelt ons mede, dat nu en dan vervolgingen plaats hebben tegen personen, die door misleiding Jodinnen uit Rusland naar Engeland gelokt hebben.

Mr. Bunting spreekt over een recent geval, dat eene vrouw uit België 3 meisjes naar Engeland overgebracht heeft met het oogmerk ze aan de prostitutie over te geven.

Tevens is in ’t Rapport van den Heer Bunting te lezen, dat verschillende comités herhaaldelijk op ’t spoor komen van gevallen, waarin Engelsche meisjes naar het buitenland gelokt zijn, zonder dat ’t maar eenigszins mogelijk is den schuldige voor den rechter te brengen.

De suppressie van den blanke slavinnenhandel kan, naar ’t mij voorkomt, slechts een gering argument wezen voor het verbod der huizen van ontucht.

Doch ik acht mij verplicht nog op 2 andere mogelijkheden te wijzen, voor ’t geval de huizen van ontucht verboden worden.

Ten eerste: het valt niet te loochenen, dat bij dergelijk verbod de positie der inwonende vrouwen in huizen, waar in strijd met de wet gelegenheid tot ’t plegen van ontucht gegeven wordt, treurig zal worden, of zoo men nu reeds dien toestand als zoodanig wil aanmerken, zal hij nog treuriger worden dan nu. Dit nader uit te leggen is haast overbodig: nu reeds gaat alles zeer geheimzinnig toe in publieke huizen. Dochbij streng verbod hebben de houders er alle belang bij om niets van hun onwettig bedrijf te doen uitlekken; hoe strenger de wet, hoe meer de vrouwen er voor boeten zullen.

Ten tweede: Tegenwoordig bestaat de handel,voor zoover de gevallen bekend worden, in dien zin, dat hij dient om het bordeelpersoneel aan te vullen. Tot de onmogelijkheden behoort het niet, dat die handel ook geschiedt ter wille van den een of anderen particulier; het Augustusnummer van hetBulletin Continentalvan 1895 geeft een dergelijk geval te lezen. Deze gevallen zouden zich zonder twijfel vermenigvuldigen, indien het houden van een bordeel streng gestraft en op alle denkbare wijzen onmogelijk gemaakt werd.

Verheffing van het zedelijk bewustzijn draagt bij tot de vermindering der criminaliteit in het algemeen, tot vermindering van den handel in blanke slavinnen in het bijzonder.

In dezen geest zou gewerkt kunnen worden om het bedoelde euvel tegen te gaan door de kiemen er van te verstikken: een preventie van de verste strekking. Doch deze wijze van werken ondervindt haar moeilijkheden; in ieder geval moet men het feit, zooals het zich voordoet onder de oogen zien en middelen beramen om het zoowel te prevenieeren als te reprimeeren, en tevens om de gevolgen van de daad, indien ze eenmaal plaats heeft, af te wenden geheel of gedeeltelijk, of ook mogelijkerwijze de gevolgen te verzachten.

Preventief kan de wet werkzaam wezen door een streng toezicht uit te laten oefenen op verhuurkantoren,besteedsters en emigratiebureaux, zooals dit in het buitenland hier en daar geschiedt.

Toezicht op de opvoeding der kinderen van Staatswege om hunne verwaarloozing te verhinderen kan ten goede werken. Daar het wezen en doel van het ouderlijke gezag ligt in een conscentieuse lichamelijke en moreele opvoeding der kinderen en de Staat hierbij groot belang heeft, zoo is ’t niet in strijd met de beginselen van het recht, dat bij grove verwaarloozing der moreele opvoeding hunner kinderen of bij een groot gevaar daarvoor, de ouders van hunne ouderlijke macht kunnen ontzet worden. Een wet regele de gevallen, waarin dat kunne plaats hebben buiten een strafvonnis.

De politie zou stations, stoombootsteigers en havens bijzonder in het oog kunnen houden. Aan die plaatsen kan ze waarschuwingsborden doen plaatsen, om aankomende vrouwen tot voorzichtigheid aan te sporen.

Hier te lande bestaat het stellen onder politietoezicht, opgelegd door rechterlijk vonnis, niet; desniettegenstaande zou de politie een streng toezicht kunnen uitoefenen op het doen en laten van hen, die reeds eens ter zake van een aanverwant strafbaar feit veroordeeld zijn en die vermoed worden zich met den handel in te laten; maar niet alleen op de handelingen van dezen, maar ook op die van andere verdachte lieden.

Er moesten termen gevonden kunnen worden tot uitzetting van vreemde placeurs, die verdacht worden meisjes te verleiden, of hun toelating in het land te verhinderen. De politie moet door waarschuwingen nuen dan de bevolking opmerkzaam maken op de handelingen van verdachte individuen.

De politie van de eene plaats kan door in contact te treden met de politie van een andere plaats of van een ander land op ’t spoor geraken van of inlichtingen geven omtrent placeurs en hun handelingen. Zij kan op deze wijze den val voorkomen van het meisje, dat reeds misleid is. De politie van de eene plaats of van ’t eene land kan aan de politie van het andere het vertrek van een verdacht individu melden of informaties inwinnen na aankomst van zoo iemand.

In sterke mate preventief optreden kan het particulier initiatief. Philanthropische vereenigingen kunnen alom de oogen doen opengaan voor het gevaar, dat jonge meisjes loopen door ondoordacht buitenslands doch ook binnenslands in betrekking te gaan.

Zij kunnen de verantwoordelijkheid der ouders en voogden levendig houden voor het welzijn hunner dochters en pupillen.

Particuliere vereenigingen kunnen geregelde posten uitzetten aan de stations, stoombootsteigers en havens der groote steden. Zij kunnen de bevolking van hare tegenwoordigheid op de hoogte stellen. Door waarschuwingsborden aan stations, in spoorwegcoupés enz., door annonces zijn zij in staat bekend te maken, tot wie een meisje zich moet wenden, indien het in moeilijkheden verkeert.

Een belangrijke factor is, dat zij de overheid kunnen steunen in allerlei opzicht, o. a. kunnen zij de aandachtder politie en justitie vestigen op de verdachte handelingen van gevaarlijke personen en aldus eene vervolging uitlokken, althans zorgen, dat een wakend oog op hen gevestigd wordt. Verder kunnen zij verdachte handelingen van verhuurkantoren openbaar maken. Door oprichting van “Tehuizen” openen zij een toevluchtsoord voor onbeschermde meisjes, wier val aldus kan voorkomen worden. Vereenigingen tot redding van gevallen meisjes steunen de goede zaak door de ernstige gevolgen van den val der vrouw voor een deel af te wenden.

Door een internationale band in het leven te roepen doet de philanthropie veel goed. Zij kan overeenkomen, dat de vereenigingen in de verschillende landen op allerlei wijze hare wederzijdsche landgenooten zullen steunen en helpen. De eene vereeniging kan de andere vereeniging op de plaats van aankomst verwittigen van het vertrek van een meisje. Zij kunnen elkaar op de hoogte brengen van het vertrek van verdachte individuen.

Hetgeen ik tot nu toe over de werkzaamheid der particuliere liefdadigheid aangaf, moet niet beschouwd worden als een eventueel door particulieren, zoowel afzonderlijk als in vereeniging, te volgen richting. Het is integendeel de wijze, waarop reeds gewerkt wordt. Ik mag daarom der liefdadigheid den lof niet onthouden, waarop zij in waarheid aanspraak mag maken. Haar culminatiepunt heeft zij reeds bereikt. Wanneer ik nu een en ander over enkele der in Europa bestaande groote vereenigingen ga vermelden, maak ik er volstrekt geen aanspraakop volledig te willen schijnen. Dengene, die meer wil weten van de onderscheidene vereenigingen, in Europa en de Vereenigde Staten werkzaam, verwijs ik naar het tweede deel van de verzameling rapporten op ’t congres te Londen. Vooreerst verdient bijzondere aandacht de onder den naam van “Union Internationale des Amies de la jeune Fille”, teGenèvein 1877 door 8 verschillende landen opgerichte vereeniging, die zich ten doel stelde “een beschermnet te vormen ten behoeve van jonge meisjes, die genoodzaakt zijn, elders eene broodwinning te zoeken en die, zonder hulp en raad, lichtelijk op verkeerde wegen zouden komen” (art. 2 der statuten). Deze vereeniging telt duizenden leden in 32 verschillende landen volgens de presidente der Zwitsersche afdeeling. Het Centraalbureau is gevestigd teNeuchâtel. Behalve in nog 6 andere landen bestaat in Nederland een afdeeling, in Mei 1882 opgericht, in ’t algemeen hetzelfde doel nastrevende als de moedervereeniging, bepaaldelijk echter dienende voor de bescherming van Hollandsche meisjes. Art. 1 van de gewijzigde statuten (1887) verruimde het arbeidsveld, zoodat “geene nationaliteit, geen kerkgenootschap of eerlijk beroep iemand van die bescherming kan uitsluiten.”

Iets bijzonders mag wel heeten het door de Union ingestelde Livret, dat aan ieder meisje op aanvrage toegezonden wordt. Er bestaat eenLivret international; daarnevens in verschillende landen, waaronder ook Holland,Livrets nationaux. Het boekje is bestemd voor de jonge vrouw, die het ouderlijk huis verlaat. Hetbevat raadgevingen “Conseils de l’Expérience”, vervolgens eenige godsdienstige overdenkingen metbijbelteksten. Daarna volgen de “Conseils pour voyages” en de “Renseignements” die de Tehuizen en andere inlichtingen bevatten. “Le Journal du Bien public” is het officieele orgaan van deUnion internationale des amies de la jeune filleen van deAssociation de femmes suisses pour l’œuvre du relèvement moral. Het blad verschijnt maandelijks.

De “National Vigilance Association for the repression of criminal vice and public immorality” zetelt te Londen. Op haar initiatief werd in 1899 hetCongress on the white slave Trafficte Londen gehouden. Haar naam duidt reeds het doel der vereeniging aan. In art. 3 van de statuten staat onder meer, dat de vereeniging zich ten doel stelt de repressie van “the fraudulent seduction of women or girls”, “the entrapping or inveigling of women or girls into brothels”, “the procuring of women or girls for foreign brothels”, “the detention of women or girls in houses of ill fame”. Zij heeft een maandelijks verschijnend orgaan “The Vigilance Record”. Het “Executive Committee” doet jaarlijks een belangrijk verslag in ’t licht verschijnen.

Vooral voor de machtige werkzaamheid der particuliere liefdadigheid in Duitschland verwijs ik gaarne naar ’t belangrijke verslag van den Heer Burckhardt op ’t Congres te Londen.

Als specifiek nationale vereeniging verdient voor ons land zeer de aandacht de te ’s Hage in Mei 1884 opgerichte“Nederlandsche Vrouwenbond tot verhooging van het Zedelijk Bewustzijn”, (erkend bij K. B. van 7 October 1886 No. 15). De werkkring van dezen Bond, die volgens art. 1 der statuten opgericht is in aansluiting aan deFédération britannique, continentale et généraleen aan de Nederlandsche vereeniging tegen de Prostitutie, is omschreven in art. 2 en de Bond stelt zich dan ten doel, zooals de naam luidt, de verhooging van het Zedelijk Bewustzijn, aan welk beginsel met alle daartoe beschikbare middelen gearbeid wordt. De Bond geeft een maandblad uit: “Orgaan van den Nederlandschen Vrouwenbond tot verhooging van het Zedelijk Bewustzijn”.

In denzelfden geest als de Union bovengenoemd haar Livret bezit, verspreidt de Vrouwenbond haar lijsten met »Adressen ter informatie vanwege den Nederlandschen Vrouwenbond tot verhooging van het Zedelijk Bewustzijn”. Aan die adressen zijn de noodige inlichtingen te bekomen voor meisjes, aan wie de gelegenheid ontbreekt om zelve eenig onderzoek in te stellen omtrent betrekkingen, die haar aangeboden worden. De 10e uitgaaf van deze lijsten vermeldt 214 gemeenten in ons land, waar inlichtingen bij de daarin opgenoemde leden te verkrijgen zijn. Verder bevatten deze lijsten nog eenige wenken en raadgevingen.

Dat in ons land nog menige andere vereeniging te vinden is, die het bovengenoemde doel mede nastreeft, behoef ik haast niet te vermelden. Ik noem daarvan slechts de vereenigingen, die Tehuizen opgericht hebben. Verder de Middernachtzending en anderen.

Het consulaat moet met kracht optreden voor de belangen van zijn landgenooten, die door misleiding in den vreemde gevaar loopen. Van de aankomst van die meisjes moet het op de hoogte gebracht worden door de plaatselijke politie en humanitaire vereenigingen. Ieder vreemd meisje, dat vermoed wordt zich aan de prostitutie over te geven, zou voor den consul van haar land gebracht kunnen worden. Wanneer een individu, dat zich met den handel occupeert, de plaats verlaat om in het rijk van het consulaat zelf zijn slag te slaan of wanneer dit slechts vermoed wordt, behoort de consul zijne regeering er van in te lichten, opdat deze in staat zij waarschuwingen tegen dergelijke individuën openbaar te maken.

Onder de repressieve maatregelen valt in de eerste plaats te wijzen op een streng verbod op straffe van het misleiden van eene vrouw met ’t oogmerk haar aan de ontucht over te leveren met een verzwaring van straf, indien zij naar den vreemde gelokt wordt, en eveneens, wanneer van dergelijke handelingen een bedrijf gemaakt wordt. Openbaarmaking van het veroordeelend vonnis, tevens verstrekking van de volgens de nieuwste methode opgemaakte signalementen der veroordeelden aan de politie der voornaamste steden behoort onder de repressie, doch zal in sterker mate preventief werken.

Dit strafbare feit worde in de uitleveringstractaten opgenomen.

Strenge toepassing van het misdrijf der wederrechtelijke vrijheidsrooving.

Om beter in staat te zijn op het spoor te geraken van deze strafbare feiten is een streng toezicht noodig op de plaatsen, waar ontucht gepleegd wordt; een nauwkeurig omschreven uitgebreide bevoegdheid der politie om in die huizen binnen te treden en daar onderzoek in te stellen. Ook deze bevoegdheid kan preventief werken.

Internationale tractaten moeten zich ten doel stellen daarin te voorzien, dat er geen twijfel besta omtrent het forum delicti met ’t oog op den buitenlandschen handel; ze moeten regelen geven omtrent eene doelmatige bescherming en terugvoering der misleide meisjes.

Wij zien het: deze wantoestand kan op de meest verschillende wijzen aangetast worden. Het is een maatschappelijk euvel, dat aan de algemeene welvaart en bloei ook zijn toenemende welvaart en bloei te danken heeft. Die veelzijdigheid van bestrijding van een strafbaar feit, een gevolg van de nieuwere richting, die het misdrijf als een sociaal verschijnsel beschouwt, vindt vooral eene toepassing bij den handel in blanke slavinnen. Een eisch is het die bestrijding met kracht aan te vatten.

1N.B. 1. In Duitschland is het door misleiding verlokken van meisjes om zich in den vreemde aan de prostitutie over te geven met strenge straffen bedreigd: hoogstens 5 jaar tuchthuis, ten hoogste 6000 Mark boete,politietoezicht. 2. Sedert het verbod der bordeelen te Amsterdam is de verklaring met Duitschland uitgewisseld voor deze stad van geen waarde meer. (Doch hierover later.)2”Das Strafgesetzbuch fürdasDeutsche Reich in seiner gegenwörtigen Gestalt” (Uitgave Heule en Schierlinger) art. 180. noot 6.3Jaargang 1895 “Ueber den Einfluss der Kasernirung der Prostituirten auf die Ausbreitung der Syphilis.”

1N.B. 1. In Duitschland is het door misleiding verlokken van meisjes om zich in den vreemde aan de prostitutie over te geven met strenge straffen bedreigd: hoogstens 5 jaar tuchthuis, ten hoogste 6000 Mark boete,politietoezicht. 2. Sedert het verbod der bordeelen te Amsterdam is de verklaring met Duitschland uitgewisseld voor deze stad van geen waarde meer. (Doch hierover later.)

2”Das Strafgesetzbuch fürdasDeutsche Reich in seiner gegenwörtigen Gestalt” (Uitgave Heule en Schierlinger) art. 180. noot 6.

3Jaargang 1895 “Ueber den Einfluss der Kasernirung der Prostituirten auf die Ausbreitung der Syphilis.”


Back to IndexNext