Chapter 3

1Zie mijn „Wu Wei. Eene fantazie naar aanleiding van Lao Tsz’s filosofie” in mijnWijsheid en Schoonheid uit China(Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon), voor ’t eerst verschenen in De Gids van Maart 1895.↑2De Chineesche Filosofie, toegelicht voor niet-sinologen.I. Confucius. (Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon.)↑3Het rijk Chʼu bestond als feudale staat onder de Chow dynastie, van 740 tot 330 v. C., en bevatte gedeelten van Honan en Kiangsu.—Khio Jin lag dicht bij de tegenwoordige stad Lou-i in Honan.↑4Zie over Chow het 1e deel mijnerChin. Fil.over Confucius, blz. 30 en 39.↑5Zie over de Li hetzelfde werk blz. 16. Confucius wilde Lao Tszʼ vragen over de schrijvers van de Li Ki (het Boek der Li).↑6Lao Tszʼ heeft altijd veel vereerders gehad onder de boedhisten. Er zijn er die in hem eene incarnatie van een Boeddha hebben gezien. Er zijn er ook, die zeggen dat het boedhisme veel aan Lao Tszʼ ontleend heeft, en omgekeerd. Anderen weer brengen Lao Tsz’s boek in verband met die der oude Hindoes.—Nog op het laatste Orientalistisch Congres te Parijs (1897) werd door den sinoloog-consul Allen verklaard, dat Lao Tszʼ niemand anders dan een Boeddha was.↑7Zie hieromtrent de „Historische Ophelderingen” in mijn eerste deel derChineesche Filosofie(Uitg. P. N. van Kampen en Zoon) blz. 30–33.↑8HoofdstukXVIII.↑9Hoofdstuk,,XIX.↑10Sam. Johnson,Oriental Religions. China, blz. 862.—De cursiveeringen zijn van mij.↑11Zie mijneChineesche Filosofie.Confucius, blz. 15 en verder.↑12Prof. de Groot spreekt van „een ondoorgrondelijk beginsel,” dat men door „universeele ziel van de Natuur” zou kunnen vertalen. (Jaarlijksche Feesten enz., deel II, blz. 550.)↑13Vooral Stanislas Julien.—↑14Toen ik mijne fantazie „Wu Wei” schreef, had ik dit nog niet gelezen, anders had ik het stellig aangehaald.↑15Ik neem Tao onzijdig. Natuurlijk kan het geen geslacht hebben.↑16HoofdstukI.↑17Hoofdstuk,,IV. Voor Shang Ti zie men mijnChineesche Filosofie.Confucius, bl. 27.↑18HoofdstukXIV.↑19Hoofdstuk,,XVI.↑20HoofdstukXXI.↑21Met „karakter”bedoel ik hier een der chineesche schriftteekens. Deze worden door de sinologen algemeen „karakters” genoemd.↑22HoofdstukXXV.↑23HoofdstukXXXII.↑24Hoofdstuk,,XXXIV.↑25Hoofdstuk,,XXXV.↑26Hoofdstuk,,XXXVII.↑27HoofdstukVI.↑28HoofdstukXL. Men zou ook, als G. G. Alexander kunnen vertalen: „Alle bestaan is uit het materieele. Al het materieele is uit het immaterieele (spiritueele).↑29Toen de creatie nog niet geformeerd was en alleen Tao als essence in-zich-zelf bestond was er ook niet het begrip „één”, in tegenstelling met „twee”. Zoodra er „één” was (d.i. zoodra Tao zich gemanifesteerd had) was er ook „twee” gevormd en wel Yin (vrouwelijk, duister) en Yang (mannelijk, licht). De z.g. „Khi” (levensadem, natuur-adem) vormt van Yin en Yangin de juiste verhoudinghet schepsel, het ding.—HoofdstukXLII.↑30HoofdstukXLVIII.↑31HoofdstukXI.↑32Hoofdstuk,,I.↑33Hoofdstuk,,LXII. „De steun van den slechte” in zooverre, dat de slechte, wil hij zich beteren, altijd weer op Tao kan steunen, dat hem dan redden zal.↑34HoofdstukLXXIX.↑35Le Livre de la Voie de la Vertu, par Stanislas Julien. Paris. Imprimerie Royale MDCCCXLII.↑36HoofdstukLXX.↑37Lao Tsze. The Great Thinker,byMajor-General G. G. Alexander. London. Kegan Paul, Trench, Trübner & Co. Ltd. 1895.↑38HoofdstukLXXVI.↑39HoofdstukVIII.—Bedoeld worden de lagere, nederige plaatsen.↑40HoofdstukLXXVIII.↑41HoofdstukVII.↑42Hoofdstuk,,VIII.↑43Hoofdstuk,,IX.↑44HoofdstukX.↑45Hoofdstuk,,XII.↑46Hoofdstuk,,XV.↑47HoofdstukXIX.↑48Hoofdstuk,,XXII.↑49Hoofdstuk,,XXIV.↑50Hoofdstuk,,XXVIII. Valleien hier genomen als diepten, waarin zich alle wateren uitstorten.↑51HoofdstukXXXIII.↑52Hoofdstuk,,XXXVIII.↑53Hoofdstuk,,XLI.↑54Hoofdstuk,,XLV.↑55HoofdstukXLVII.↑56Hoofdstuk,,XLIX.↑57Hoofdstuk,,LV.↑58Hoofdstuk,,LVI.↑59HoofdstukLXIII.↑60Hoofdstuk,,LXIV.↑61Hoofdstuk,,LXVI.↑62Hoofdstuk,,LXXI.↑63HoofdstukLXXXI.↑64Zie mijneChineesche Filosofie.Confucius, blz. 30–33.↑65HoofdstukXX.↑66HoofdstukXX.↑67HoofdstukIII.↑68HoofdstukXIX.↑69HoofdstukXXIX.D.w.z.vóór alles gaat Tao in het rijk, dat immers door Tao geformeerd moet zijn, en door Zijn adem bezield. Dit àllervoornaamste kan niet door actie worden gemaakt, maar moet natuurlijk uit de ziel van vorst en volk voortvloeien.↑70HoofdstukXXX.↑71HoofdstukXXXI. De linkerplaats is nog steeds bij de chineezen de eereplaats. In de oude tijden nam een generaal, die eene overwinning had behaald, den rouw aan. Hij zette zich in den tempel op de plaats van hem, die de ceremonieën voor de dooden leidt, en, gehuld in rouwkleederen, weende en snikte hij.↑72HoofdstukXXXVII.↑73Hoofdstuk,,XXXV.↑74HoofdstukXLVI.↑75Hoofdstuk,,LVII.↑76Hoofdstuk,,LVIII.↑77HoofdstukLVIII.↑78HoofdstukLIX.↑79Hoofdstuk,,LX.↑80Hoofdstuk,,LXI.↑81HoofdstukLXV.↑82HoofdstukLXIX.↑83Hoofdstuk,,LXXV.↑84Hoofdstuk,,LXXV.↑85HoofdstukLXVII.↑86In de oude, oude tijden gebruikte men koorden met knoopen voor het tellen.↑87HoofdstukLXXX.↑88The remains of Lao TzübyH. A. Giles. Hongkong. China Mail office, blz. 43.↑89Over Chuang Tszʼ en zijn werk in zóóveel te zeggen, dat het hier veel te ver zou voeren, en ik er apart over moet schrijven.↑90Nan Hwa King. Hoofdstuk XV.↑91Nan Hwa King. Hoofdstuk XVIII.↑92Volgens Szʼ Ma Ts’ien is Lao Tsz’s einde onbekend gebleven. Chuang Ts’z zal dan ook deze episode alleen genomen hebben ter invoering van zijn idee. Want na Lao Tsz’s vertrek naar het Westen is nooit meer iets van hem gehoord.De aanhaling is uit Hoofdstuk III van den Nan Hwa King.↑

1Zie mijn „Wu Wei. Eene fantazie naar aanleiding van Lao Tsz’s filosofie” in mijnWijsheid en Schoonheid uit China(Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon), voor ’t eerst verschenen in De Gids van Maart 1895.↑2De Chineesche Filosofie, toegelicht voor niet-sinologen.I. Confucius. (Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon.)↑3Het rijk Chʼu bestond als feudale staat onder de Chow dynastie, van 740 tot 330 v. C., en bevatte gedeelten van Honan en Kiangsu.—Khio Jin lag dicht bij de tegenwoordige stad Lou-i in Honan.↑4Zie over Chow het 1e deel mijnerChin. Fil.over Confucius, blz. 30 en 39.↑5Zie over de Li hetzelfde werk blz. 16. Confucius wilde Lao Tszʼ vragen over de schrijvers van de Li Ki (het Boek der Li).↑6Lao Tszʼ heeft altijd veel vereerders gehad onder de boedhisten. Er zijn er die in hem eene incarnatie van een Boeddha hebben gezien. Er zijn er ook, die zeggen dat het boedhisme veel aan Lao Tszʼ ontleend heeft, en omgekeerd. Anderen weer brengen Lao Tsz’s boek in verband met die der oude Hindoes.—Nog op het laatste Orientalistisch Congres te Parijs (1897) werd door den sinoloog-consul Allen verklaard, dat Lao Tszʼ niemand anders dan een Boeddha was.↑7Zie hieromtrent de „Historische Ophelderingen” in mijn eerste deel derChineesche Filosofie(Uitg. P. N. van Kampen en Zoon) blz. 30–33.↑8HoofdstukXVIII.↑9Hoofdstuk,,XIX.↑10Sam. Johnson,Oriental Religions. China, blz. 862.—De cursiveeringen zijn van mij.↑11Zie mijneChineesche Filosofie.Confucius, blz. 15 en verder.↑12Prof. de Groot spreekt van „een ondoorgrondelijk beginsel,” dat men door „universeele ziel van de Natuur” zou kunnen vertalen. (Jaarlijksche Feesten enz., deel II, blz. 550.)↑13Vooral Stanislas Julien.—↑14Toen ik mijne fantazie „Wu Wei” schreef, had ik dit nog niet gelezen, anders had ik het stellig aangehaald.↑15Ik neem Tao onzijdig. Natuurlijk kan het geen geslacht hebben.↑16HoofdstukI.↑17Hoofdstuk,,IV. Voor Shang Ti zie men mijnChineesche Filosofie.Confucius, bl. 27.↑18HoofdstukXIV.↑19Hoofdstuk,,XVI.↑20HoofdstukXXI.↑21Met „karakter”bedoel ik hier een der chineesche schriftteekens. Deze worden door de sinologen algemeen „karakters” genoemd.↑22HoofdstukXXV.↑23HoofdstukXXXII.↑24Hoofdstuk,,XXXIV.↑25Hoofdstuk,,XXXV.↑26Hoofdstuk,,XXXVII.↑27HoofdstukVI.↑28HoofdstukXL. Men zou ook, als G. G. Alexander kunnen vertalen: „Alle bestaan is uit het materieele. Al het materieele is uit het immaterieele (spiritueele).↑29Toen de creatie nog niet geformeerd was en alleen Tao als essence in-zich-zelf bestond was er ook niet het begrip „één”, in tegenstelling met „twee”. Zoodra er „één” was (d.i. zoodra Tao zich gemanifesteerd had) was er ook „twee” gevormd en wel Yin (vrouwelijk, duister) en Yang (mannelijk, licht). De z.g. „Khi” (levensadem, natuur-adem) vormt van Yin en Yangin de juiste verhoudinghet schepsel, het ding.—HoofdstukXLII.↑30HoofdstukXLVIII.↑31HoofdstukXI.↑32Hoofdstuk,,I.↑33Hoofdstuk,,LXII. „De steun van den slechte” in zooverre, dat de slechte, wil hij zich beteren, altijd weer op Tao kan steunen, dat hem dan redden zal.↑34HoofdstukLXXIX.↑35Le Livre de la Voie de la Vertu, par Stanislas Julien. Paris. Imprimerie Royale MDCCCXLII.↑36HoofdstukLXX.↑37Lao Tsze. The Great Thinker,byMajor-General G. G. Alexander. London. Kegan Paul, Trench, Trübner & Co. Ltd. 1895.↑38HoofdstukLXXVI.↑39HoofdstukVIII.—Bedoeld worden de lagere, nederige plaatsen.↑40HoofdstukLXXVIII.↑41HoofdstukVII.↑42Hoofdstuk,,VIII.↑43Hoofdstuk,,IX.↑44HoofdstukX.↑45Hoofdstuk,,XII.↑46Hoofdstuk,,XV.↑47HoofdstukXIX.↑48Hoofdstuk,,XXII.↑49Hoofdstuk,,XXIV.↑50Hoofdstuk,,XXVIII. Valleien hier genomen als diepten, waarin zich alle wateren uitstorten.↑51HoofdstukXXXIII.↑52Hoofdstuk,,XXXVIII.↑53Hoofdstuk,,XLI.↑54Hoofdstuk,,XLV.↑55HoofdstukXLVII.↑56Hoofdstuk,,XLIX.↑57Hoofdstuk,,LV.↑58Hoofdstuk,,LVI.↑59HoofdstukLXIII.↑60Hoofdstuk,,LXIV.↑61Hoofdstuk,,LXVI.↑62Hoofdstuk,,LXXI.↑63HoofdstukLXXXI.↑64Zie mijneChineesche Filosofie.Confucius, blz. 30–33.↑65HoofdstukXX.↑66HoofdstukXX.↑67HoofdstukIII.↑68HoofdstukXIX.↑69HoofdstukXXIX.D.w.z.vóór alles gaat Tao in het rijk, dat immers door Tao geformeerd moet zijn, en door Zijn adem bezield. Dit àllervoornaamste kan niet door actie worden gemaakt, maar moet natuurlijk uit de ziel van vorst en volk voortvloeien.↑70HoofdstukXXX.↑71HoofdstukXXXI. De linkerplaats is nog steeds bij de chineezen de eereplaats. In de oude tijden nam een generaal, die eene overwinning had behaald, den rouw aan. Hij zette zich in den tempel op de plaats van hem, die de ceremonieën voor de dooden leidt, en, gehuld in rouwkleederen, weende en snikte hij.↑72HoofdstukXXXVII.↑73Hoofdstuk,,XXXV.↑74HoofdstukXLVI.↑75Hoofdstuk,,LVII.↑76Hoofdstuk,,LVIII.↑77HoofdstukLVIII.↑78HoofdstukLIX.↑79Hoofdstuk,,LX.↑80Hoofdstuk,,LXI.↑81HoofdstukLXV.↑82HoofdstukLXIX.↑83Hoofdstuk,,LXXV.↑84Hoofdstuk,,LXXV.↑85HoofdstukLXVII.↑86In de oude, oude tijden gebruikte men koorden met knoopen voor het tellen.↑87HoofdstukLXXX.↑88The remains of Lao TzübyH. A. Giles. Hongkong. China Mail office, blz. 43.↑89Over Chuang Tszʼ en zijn werk in zóóveel te zeggen, dat het hier veel te ver zou voeren, en ik er apart over moet schrijven.↑90Nan Hwa King. Hoofdstuk XV.↑91Nan Hwa King. Hoofdstuk XVIII.↑92Volgens Szʼ Ma Ts’ien is Lao Tsz’s einde onbekend gebleven. Chuang Ts’z zal dan ook deze episode alleen genomen hebben ter invoering van zijn idee. Want na Lao Tsz’s vertrek naar het Westen is nooit meer iets van hem gehoord.De aanhaling is uit Hoofdstuk III van den Nan Hwa King.↑

1Zie mijn „Wu Wei. Eene fantazie naar aanleiding van Lao Tsz’s filosofie” in mijnWijsheid en Schoonheid uit China(Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon), voor ’t eerst verschenen in De Gids van Maart 1895.↑2De Chineesche Filosofie, toegelicht voor niet-sinologen.I. Confucius. (Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon.)↑3Het rijk Chʼu bestond als feudale staat onder de Chow dynastie, van 740 tot 330 v. C., en bevatte gedeelten van Honan en Kiangsu.—Khio Jin lag dicht bij de tegenwoordige stad Lou-i in Honan.↑4Zie over Chow het 1e deel mijnerChin. Fil.over Confucius, blz. 30 en 39.↑5Zie over de Li hetzelfde werk blz. 16. Confucius wilde Lao Tszʼ vragen over de schrijvers van de Li Ki (het Boek der Li).↑6Lao Tszʼ heeft altijd veel vereerders gehad onder de boedhisten. Er zijn er die in hem eene incarnatie van een Boeddha hebben gezien. Er zijn er ook, die zeggen dat het boedhisme veel aan Lao Tszʼ ontleend heeft, en omgekeerd. Anderen weer brengen Lao Tsz’s boek in verband met die der oude Hindoes.—Nog op het laatste Orientalistisch Congres te Parijs (1897) werd door den sinoloog-consul Allen verklaard, dat Lao Tszʼ niemand anders dan een Boeddha was.↑7Zie hieromtrent de „Historische Ophelderingen” in mijn eerste deel derChineesche Filosofie(Uitg. P. N. van Kampen en Zoon) blz. 30–33.↑8HoofdstukXVIII.↑9Hoofdstuk,,XIX.↑10Sam. Johnson,Oriental Religions. China, blz. 862.—De cursiveeringen zijn van mij.↑11Zie mijneChineesche Filosofie.Confucius, blz. 15 en verder.↑12Prof. de Groot spreekt van „een ondoorgrondelijk beginsel,” dat men door „universeele ziel van de Natuur” zou kunnen vertalen. (Jaarlijksche Feesten enz., deel II, blz. 550.)↑13Vooral Stanislas Julien.—↑14Toen ik mijne fantazie „Wu Wei” schreef, had ik dit nog niet gelezen, anders had ik het stellig aangehaald.↑15Ik neem Tao onzijdig. Natuurlijk kan het geen geslacht hebben.↑16HoofdstukI.↑17Hoofdstuk,,IV. Voor Shang Ti zie men mijnChineesche Filosofie.Confucius, bl. 27.↑18HoofdstukXIV.↑19Hoofdstuk,,XVI.↑20HoofdstukXXI.↑21Met „karakter”bedoel ik hier een der chineesche schriftteekens. Deze worden door de sinologen algemeen „karakters” genoemd.↑22HoofdstukXXV.↑23HoofdstukXXXII.↑24Hoofdstuk,,XXXIV.↑25Hoofdstuk,,XXXV.↑26Hoofdstuk,,XXXVII.↑27HoofdstukVI.↑28HoofdstukXL. Men zou ook, als G. G. Alexander kunnen vertalen: „Alle bestaan is uit het materieele. Al het materieele is uit het immaterieele (spiritueele).↑29Toen de creatie nog niet geformeerd was en alleen Tao als essence in-zich-zelf bestond was er ook niet het begrip „één”, in tegenstelling met „twee”. Zoodra er „één” was (d.i. zoodra Tao zich gemanifesteerd had) was er ook „twee” gevormd en wel Yin (vrouwelijk, duister) en Yang (mannelijk, licht). De z.g. „Khi” (levensadem, natuur-adem) vormt van Yin en Yangin de juiste verhoudinghet schepsel, het ding.—HoofdstukXLII.↑30HoofdstukXLVIII.↑31HoofdstukXI.↑32Hoofdstuk,,I.↑33Hoofdstuk,,LXII. „De steun van den slechte” in zooverre, dat de slechte, wil hij zich beteren, altijd weer op Tao kan steunen, dat hem dan redden zal.↑34HoofdstukLXXIX.↑35Le Livre de la Voie de la Vertu, par Stanislas Julien. Paris. Imprimerie Royale MDCCCXLII.↑36HoofdstukLXX.↑37Lao Tsze. The Great Thinker,byMajor-General G. G. Alexander. London. Kegan Paul, Trench, Trübner & Co. Ltd. 1895.↑38HoofdstukLXXVI.↑39HoofdstukVIII.—Bedoeld worden de lagere, nederige plaatsen.↑40HoofdstukLXXVIII.↑41HoofdstukVII.↑42Hoofdstuk,,VIII.↑43Hoofdstuk,,IX.↑44HoofdstukX.↑45Hoofdstuk,,XII.↑46Hoofdstuk,,XV.↑47HoofdstukXIX.↑48Hoofdstuk,,XXII.↑49Hoofdstuk,,XXIV.↑50Hoofdstuk,,XXVIII. Valleien hier genomen als diepten, waarin zich alle wateren uitstorten.↑51HoofdstukXXXIII.↑52Hoofdstuk,,XXXVIII.↑53Hoofdstuk,,XLI.↑54Hoofdstuk,,XLV.↑55HoofdstukXLVII.↑56Hoofdstuk,,XLIX.↑57Hoofdstuk,,LV.↑58Hoofdstuk,,LVI.↑59HoofdstukLXIII.↑60Hoofdstuk,,LXIV.↑61Hoofdstuk,,LXVI.↑62Hoofdstuk,,LXXI.↑63HoofdstukLXXXI.↑64Zie mijneChineesche Filosofie.Confucius, blz. 30–33.↑65HoofdstukXX.↑66HoofdstukXX.↑67HoofdstukIII.↑68HoofdstukXIX.↑69HoofdstukXXIX.D.w.z.vóór alles gaat Tao in het rijk, dat immers door Tao geformeerd moet zijn, en door Zijn adem bezield. Dit àllervoornaamste kan niet door actie worden gemaakt, maar moet natuurlijk uit de ziel van vorst en volk voortvloeien.↑70HoofdstukXXX.↑71HoofdstukXXXI. De linkerplaats is nog steeds bij de chineezen de eereplaats. In de oude tijden nam een generaal, die eene overwinning had behaald, den rouw aan. Hij zette zich in den tempel op de plaats van hem, die de ceremonieën voor de dooden leidt, en, gehuld in rouwkleederen, weende en snikte hij.↑72HoofdstukXXXVII.↑73Hoofdstuk,,XXXV.↑74HoofdstukXLVI.↑75Hoofdstuk,,LVII.↑76Hoofdstuk,,LVIII.↑77HoofdstukLVIII.↑78HoofdstukLIX.↑79Hoofdstuk,,LX.↑80Hoofdstuk,,LXI.↑81HoofdstukLXV.↑82HoofdstukLXIX.↑83Hoofdstuk,,LXXV.↑84Hoofdstuk,,LXXV.↑85HoofdstukLXVII.↑86In de oude, oude tijden gebruikte men koorden met knoopen voor het tellen.↑87HoofdstukLXXX.↑88The remains of Lao TzübyH. A. Giles. Hongkong. China Mail office, blz. 43.↑89Over Chuang Tszʼ en zijn werk in zóóveel te zeggen, dat het hier veel te ver zou voeren, en ik er apart over moet schrijven.↑90Nan Hwa King. Hoofdstuk XV.↑91Nan Hwa King. Hoofdstuk XVIII.↑92Volgens Szʼ Ma Ts’ien is Lao Tsz’s einde onbekend gebleven. Chuang Ts’z zal dan ook deze episode alleen genomen hebben ter invoering van zijn idee. Want na Lao Tsz’s vertrek naar het Westen is nooit meer iets van hem gehoord.De aanhaling is uit Hoofdstuk III van den Nan Hwa King.↑

1Zie mijn „Wu Wei. Eene fantazie naar aanleiding van Lao Tsz’s filosofie” in mijnWijsheid en Schoonheid uit China(Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon), voor ’t eerst verschenen in De Gids van Maart 1895.↑2De Chineesche Filosofie, toegelicht voor niet-sinologen.I. Confucius. (Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon.)↑3Het rijk Chʼu bestond als feudale staat onder de Chow dynastie, van 740 tot 330 v. C., en bevatte gedeelten van Honan en Kiangsu.—Khio Jin lag dicht bij de tegenwoordige stad Lou-i in Honan.↑4Zie over Chow het 1e deel mijnerChin. Fil.over Confucius, blz. 30 en 39.↑5Zie over de Li hetzelfde werk blz. 16. Confucius wilde Lao Tszʼ vragen over de schrijvers van de Li Ki (het Boek der Li).↑6Lao Tszʼ heeft altijd veel vereerders gehad onder de boedhisten. Er zijn er die in hem eene incarnatie van een Boeddha hebben gezien. Er zijn er ook, die zeggen dat het boedhisme veel aan Lao Tszʼ ontleend heeft, en omgekeerd. Anderen weer brengen Lao Tsz’s boek in verband met die der oude Hindoes.—Nog op het laatste Orientalistisch Congres te Parijs (1897) werd door den sinoloog-consul Allen verklaard, dat Lao Tszʼ niemand anders dan een Boeddha was.↑7Zie hieromtrent de „Historische Ophelderingen” in mijn eerste deel derChineesche Filosofie(Uitg. P. N. van Kampen en Zoon) blz. 30–33.↑8HoofdstukXVIII.↑9Hoofdstuk,,XIX.↑10Sam. Johnson,Oriental Religions. China, blz. 862.—De cursiveeringen zijn van mij.↑11Zie mijneChineesche Filosofie.Confucius, blz. 15 en verder.↑12Prof. de Groot spreekt van „een ondoorgrondelijk beginsel,” dat men door „universeele ziel van de Natuur” zou kunnen vertalen. (Jaarlijksche Feesten enz., deel II, blz. 550.)↑13Vooral Stanislas Julien.—↑14Toen ik mijne fantazie „Wu Wei” schreef, had ik dit nog niet gelezen, anders had ik het stellig aangehaald.↑15Ik neem Tao onzijdig. Natuurlijk kan het geen geslacht hebben.↑16HoofdstukI.↑17Hoofdstuk,,IV. Voor Shang Ti zie men mijnChineesche Filosofie.Confucius, bl. 27.↑18HoofdstukXIV.↑19Hoofdstuk,,XVI.↑20HoofdstukXXI.↑21Met „karakter”bedoel ik hier een der chineesche schriftteekens. Deze worden door de sinologen algemeen „karakters” genoemd.↑22HoofdstukXXV.↑23HoofdstukXXXII.↑24Hoofdstuk,,XXXIV.↑25Hoofdstuk,,XXXV.↑26Hoofdstuk,,XXXVII.↑27HoofdstukVI.↑28HoofdstukXL. Men zou ook, als G. G. Alexander kunnen vertalen: „Alle bestaan is uit het materieele. Al het materieele is uit het immaterieele (spiritueele).↑29Toen de creatie nog niet geformeerd was en alleen Tao als essence in-zich-zelf bestond was er ook niet het begrip „één”, in tegenstelling met „twee”. Zoodra er „één” was (d.i. zoodra Tao zich gemanifesteerd had) was er ook „twee” gevormd en wel Yin (vrouwelijk, duister) en Yang (mannelijk, licht). De z.g. „Khi” (levensadem, natuur-adem) vormt van Yin en Yangin de juiste verhoudinghet schepsel, het ding.—HoofdstukXLII.↑30HoofdstukXLVIII.↑31HoofdstukXI.↑32Hoofdstuk,,I.↑33Hoofdstuk,,LXII. „De steun van den slechte” in zooverre, dat de slechte, wil hij zich beteren, altijd weer op Tao kan steunen, dat hem dan redden zal.↑34HoofdstukLXXIX.↑35Le Livre de la Voie de la Vertu, par Stanislas Julien. Paris. Imprimerie Royale MDCCCXLII.↑36HoofdstukLXX.↑37Lao Tsze. The Great Thinker,byMajor-General G. G. Alexander. London. Kegan Paul, Trench, Trübner & Co. Ltd. 1895.↑38HoofdstukLXXVI.↑39HoofdstukVIII.—Bedoeld worden de lagere, nederige plaatsen.↑40HoofdstukLXXVIII.↑41HoofdstukVII.↑42Hoofdstuk,,VIII.↑43Hoofdstuk,,IX.↑44HoofdstukX.↑45Hoofdstuk,,XII.↑46Hoofdstuk,,XV.↑47HoofdstukXIX.↑48Hoofdstuk,,XXII.↑49Hoofdstuk,,XXIV.↑50Hoofdstuk,,XXVIII. Valleien hier genomen als diepten, waarin zich alle wateren uitstorten.↑51HoofdstukXXXIII.↑52Hoofdstuk,,XXXVIII.↑53Hoofdstuk,,XLI.↑54Hoofdstuk,,XLV.↑55HoofdstukXLVII.↑56Hoofdstuk,,XLIX.↑57Hoofdstuk,,LV.↑58Hoofdstuk,,LVI.↑59HoofdstukLXIII.↑60Hoofdstuk,,LXIV.↑61Hoofdstuk,,LXVI.↑62Hoofdstuk,,LXXI.↑63HoofdstukLXXXI.↑64Zie mijneChineesche Filosofie.Confucius, blz. 30–33.↑65HoofdstukXX.↑66HoofdstukXX.↑67HoofdstukIII.↑68HoofdstukXIX.↑69HoofdstukXXIX.D.w.z.vóór alles gaat Tao in het rijk, dat immers door Tao geformeerd moet zijn, en door Zijn adem bezield. Dit àllervoornaamste kan niet door actie worden gemaakt, maar moet natuurlijk uit de ziel van vorst en volk voortvloeien.↑70HoofdstukXXX.↑71HoofdstukXXXI. De linkerplaats is nog steeds bij de chineezen de eereplaats. In de oude tijden nam een generaal, die eene overwinning had behaald, den rouw aan. Hij zette zich in den tempel op de plaats van hem, die de ceremonieën voor de dooden leidt, en, gehuld in rouwkleederen, weende en snikte hij.↑72HoofdstukXXXVII.↑73Hoofdstuk,,XXXV.↑74HoofdstukXLVI.↑75Hoofdstuk,,LVII.↑76Hoofdstuk,,LVIII.↑77HoofdstukLVIII.↑78HoofdstukLIX.↑79Hoofdstuk,,LX.↑80Hoofdstuk,,LXI.↑81HoofdstukLXV.↑82HoofdstukLXIX.↑83Hoofdstuk,,LXXV.↑84Hoofdstuk,,LXXV.↑85HoofdstukLXVII.↑86In de oude, oude tijden gebruikte men koorden met knoopen voor het tellen.↑87HoofdstukLXXX.↑88The remains of Lao TzübyH. A. Giles. Hongkong. China Mail office, blz. 43.↑89Over Chuang Tszʼ en zijn werk in zóóveel te zeggen, dat het hier veel te ver zou voeren, en ik er apart over moet schrijven.↑90Nan Hwa King. Hoofdstuk XV.↑91Nan Hwa King. Hoofdstuk XVIII.↑92Volgens Szʼ Ma Ts’ien is Lao Tsz’s einde onbekend gebleven. Chuang Ts’z zal dan ook deze episode alleen genomen hebben ter invoering van zijn idee. Want na Lao Tsz’s vertrek naar het Westen is nooit meer iets van hem gehoord.De aanhaling is uit Hoofdstuk III van den Nan Hwa King.↑

1Zie mijn „Wu Wei. Eene fantazie naar aanleiding van Lao Tsz’s filosofie” in mijnWijsheid en Schoonheid uit China(Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon), voor ’t eerst verschenen in De Gids van Maart 1895.↑

1Zie mijn „Wu Wei. Eene fantazie naar aanleiding van Lao Tsz’s filosofie” in mijnWijsheid en Schoonheid uit China(Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon), voor ’t eerst verschenen in De Gids van Maart 1895.↑

2De Chineesche Filosofie, toegelicht voor niet-sinologen.I. Confucius. (Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon.)↑

2De Chineesche Filosofie, toegelicht voor niet-sinologen.I. Confucius. (Amsterdam, P. N. van Kampen en Zoon.)↑

3Het rijk Chʼu bestond als feudale staat onder de Chow dynastie, van 740 tot 330 v. C., en bevatte gedeelten van Honan en Kiangsu.—Khio Jin lag dicht bij de tegenwoordige stad Lou-i in Honan.↑

3Het rijk Chʼu bestond als feudale staat onder de Chow dynastie, van 740 tot 330 v. C., en bevatte gedeelten van Honan en Kiangsu.—Khio Jin lag dicht bij de tegenwoordige stad Lou-i in Honan.↑

4Zie over Chow het 1e deel mijnerChin. Fil.over Confucius, blz. 30 en 39.↑

4Zie over Chow het 1e deel mijnerChin. Fil.over Confucius, blz. 30 en 39.↑

5Zie over de Li hetzelfde werk blz. 16. Confucius wilde Lao Tszʼ vragen over de schrijvers van de Li Ki (het Boek der Li).↑

5Zie over de Li hetzelfde werk blz. 16. Confucius wilde Lao Tszʼ vragen over de schrijvers van de Li Ki (het Boek der Li).↑

6Lao Tszʼ heeft altijd veel vereerders gehad onder de boedhisten. Er zijn er die in hem eene incarnatie van een Boeddha hebben gezien. Er zijn er ook, die zeggen dat het boedhisme veel aan Lao Tszʼ ontleend heeft, en omgekeerd. Anderen weer brengen Lao Tsz’s boek in verband met die der oude Hindoes.—Nog op het laatste Orientalistisch Congres te Parijs (1897) werd door den sinoloog-consul Allen verklaard, dat Lao Tszʼ niemand anders dan een Boeddha was.↑

6Lao Tszʼ heeft altijd veel vereerders gehad onder de boedhisten. Er zijn er die in hem eene incarnatie van een Boeddha hebben gezien. Er zijn er ook, die zeggen dat het boedhisme veel aan Lao Tszʼ ontleend heeft, en omgekeerd. Anderen weer brengen Lao Tsz’s boek in verband met die der oude Hindoes.—Nog op het laatste Orientalistisch Congres te Parijs (1897) werd door den sinoloog-consul Allen verklaard, dat Lao Tszʼ niemand anders dan een Boeddha was.↑

7Zie hieromtrent de „Historische Ophelderingen” in mijn eerste deel derChineesche Filosofie(Uitg. P. N. van Kampen en Zoon) blz. 30–33.↑

7Zie hieromtrent de „Historische Ophelderingen” in mijn eerste deel derChineesche Filosofie(Uitg. P. N. van Kampen en Zoon) blz. 30–33.↑

8HoofdstukXVIII.↑

8HoofdstukXVIII.↑

9Hoofdstuk,,XIX.↑

9Hoofdstuk,,XIX.↑

10Sam. Johnson,Oriental Religions. China, blz. 862.—De cursiveeringen zijn van mij.↑

10Sam. Johnson,Oriental Religions. China, blz. 862.—De cursiveeringen zijn van mij.↑

11Zie mijneChineesche Filosofie.Confucius, blz. 15 en verder.↑

11Zie mijneChineesche Filosofie.Confucius, blz. 15 en verder.↑

12Prof. de Groot spreekt van „een ondoorgrondelijk beginsel,” dat men door „universeele ziel van de Natuur” zou kunnen vertalen. (Jaarlijksche Feesten enz., deel II, blz. 550.)↑

12Prof. de Groot spreekt van „een ondoorgrondelijk beginsel,” dat men door „universeele ziel van de Natuur” zou kunnen vertalen. (Jaarlijksche Feesten enz., deel II, blz. 550.)↑

13Vooral Stanislas Julien.—↑

13Vooral Stanislas Julien.—↑

14Toen ik mijne fantazie „Wu Wei” schreef, had ik dit nog niet gelezen, anders had ik het stellig aangehaald.↑

14Toen ik mijne fantazie „Wu Wei” schreef, had ik dit nog niet gelezen, anders had ik het stellig aangehaald.↑

15Ik neem Tao onzijdig. Natuurlijk kan het geen geslacht hebben.↑

15Ik neem Tao onzijdig. Natuurlijk kan het geen geslacht hebben.↑

16HoofdstukI.↑

16HoofdstukI.↑

17Hoofdstuk,,IV. Voor Shang Ti zie men mijnChineesche Filosofie.Confucius, bl. 27.↑

17Hoofdstuk,,IV. Voor Shang Ti zie men mijnChineesche Filosofie.Confucius, bl. 27.↑

18HoofdstukXIV.↑

18HoofdstukXIV.↑

19Hoofdstuk,,XVI.↑

19Hoofdstuk,,XVI.↑

20HoofdstukXXI.↑

20HoofdstukXXI.↑

21Met „karakter”bedoel ik hier een der chineesche schriftteekens. Deze worden door de sinologen algemeen „karakters” genoemd.↑

21Met „karakter”bedoel ik hier een der chineesche schriftteekens. Deze worden door de sinologen algemeen „karakters” genoemd.↑

22HoofdstukXXV.↑

22HoofdstukXXV.↑

23HoofdstukXXXII.↑

23HoofdstukXXXII.↑

24Hoofdstuk,,XXXIV.↑

24Hoofdstuk,,XXXIV.↑

25Hoofdstuk,,XXXV.↑

25Hoofdstuk,,XXXV.↑

26Hoofdstuk,,XXXVII.↑

26Hoofdstuk,,XXXVII.↑

27HoofdstukVI.↑

27HoofdstukVI.↑

28HoofdstukXL. Men zou ook, als G. G. Alexander kunnen vertalen: „Alle bestaan is uit het materieele. Al het materieele is uit het immaterieele (spiritueele).↑

28HoofdstukXL. Men zou ook, als G. G. Alexander kunnen vertalen: „Alle bestaan is uit het materieele. Al het materieele is uit het immaterieele (spiritueele).↑

29Toen de creatie nog niet geformeerd was en alleen Tao als essence in-zich-zelf bestond was er ook niet het begrip „één”, in tegenstelling met „twee”. Zoodra er „één” was (d.i. zoodra Tao zich gemanifesteerd had) was er ook „twee” gevormd en wel Yin (vrouwelijk, duister) en Yang (mannelijk, licht). De z.g. „Khi” (levensadem, natuur-adem) vormt van Yin en Yangin de juiste verhoudinghet schepsel, het ding.—HoofdstukXLII.↑

29Toen de creatie nog niet geformeerd was en alleen Tao als essence in-zich-zelf bestond was er ook niet het begrip „één”, in tegenstelling met „twee”. Zoodra er „één” was (d.i. zoodra Tao zich gemanifesteerd had) was er ook „twee” gevormd en wel Yin (vrouwelijk, duister) en Yang (mannelijk, licht). De z.g. „Khi” (levensadem, natuur-adem) vormt van Yin en Yangin de juiste verhoudinghet schepsel, het ding.—HoofdstukXLII.↑

30HoofdstukXLVIII.↑

30HoofdstukXLVIII.↑

31HoofdstukXI.↑

31HoofdstukXI.↑

32Hoofdstuk,,I.↑

32Hoofdstuk,,I.↑

33Hoofdstuk,,LXII. „De steun van den slechte” in zooverre, dat de slechte, wil hij zich beteren, altijd weer op Tao kan steunen, dat hem dan redden zal.↑

33Hoofdstuk,,LXII. „De steun van den slechte” in zooverre, dat de slechte, wil hij zich beteren, altijd weer op Tao kan steunen, dat hem dan redden zal.↑

34HoofdstukLXXIX.↑

34HoofdstukLXXIX.↑

35Le Livre de la Voie de la Vertu, par Stanislas Julien. Paris. Imprimerie Royale MDCCCXLII.↑

35Le Livre de la Voie de la Vertu, par Stanislas Julien. Paris. Imprimerie Royale MDCCCXLII.↑

36HoofdstukLXX.↑

36HoofdstukLXX.↑

37Lao Tsze. The Great Thinker,byMajor-General G. G. Alexander. London. Kegan Paul, Trench, Trübner & Co. Ltd. 1895.↑

37Lao Tsze. The Great Thinker,byMajor-General G. G. Alexander. London. Kegan Paul, Trench, Trübner & Co. Ltd. 1895.↑

38HoofdstukLXXVI.↑

38HoofdstukLXXVI.↑

39HoofdstukVIII.—Bedoeld worden de lagere, nederige plaatsen.↑

39HoofdstukVIII.—Bedoeld worden de lagere, nederige plaatsen.↑

40HoofdstukLXXVIII.↑

40HoofdstukLXXVIII.↑

41HoofdstukVII.↑

41HoofdstukVII.↑

42Hoofdstuk,,VIII.↑

42Hoofdstuk,,VIII.↑

43Hoofdstuk,,IX.↑

43Hoofdstuk,,IX.↑

44HoofdstukX.↑

44HoofdstukX.↑

45Hoofdstuk,,XII.↑

45Hoofdstuk,,XII.↑

46Hoofdstuk,,XV.↑

46Hoofdstuk,,XV.↑

47HoofdstukXIX.↑

47HoofdstukXIX.↑

48Hoofdstuk,,XXII.↑

48Hoofdstuk,,XXII.↑

49Hoofdstuk,,XXIV.↑

49Hoofdstuk,,XXIV.↑

50Hoofdstuk,,XXVIII. Valleien hier genomen als diepten, waarin zich alle wateren uitstorten.↑

50Hoofdstuk,,XXVIII. Valleien hier genomen als diepten, waarin zich alle wateren uitstorten.↑

51HoofdstukXXXIII.↑

51HoofdstukXXXIII.↑

52Hoofdstuk,,XXXVIII.↑

52Hoofdstuk,,XXXVIII.↑

53Hoofdstuk,,XLI.↑

53Hoofdstuk,,XLI.↑

54Hoofdstuk,,XLV.↑

54Hoofdstuk,,XLV.↑

55HoofdstukXLVII.↑

55HoofdstukXLVII.↑

56Hoofdstuk,,XLIX.↑

56Hoofdstuk,,XLIX.↑

57Hoofdstuk,,LV.↑

57Hoofdstuk,,LV.↑

58Hoofdstuk,,LVI.↑

58Hoofdstuk,,LVI.↑

59HoofdstukLXIII.↑

59HoofdstukLXIII.↑

60Hoofdstuk,,LXIV.↑

60Hoofdstuk,,LXIV.↑

61Hoofdstuk,,LXVI.↑

61Hoofdstuk,,LXVI.↑

62Hoofdstuk,,LXXI.↑

62Hoofdstuk,,LXXI.↑

63HoofdstukLXXXI.↑

63HoofdstukLXXXI.↑

64Zie mijneChineesche Filosofie.Confucius, blz. 30–33.↑

64Zie mijneChineesche Filosofie.Confucius, blz. 30–33.↑

65HoofdstukXX.↑

65HoofdstukXX.↑

66HoofdstukXX.↑

66HoofdstukXX.↑

67HoofdstukIII.↑

67HoofdstukIII.↑

68HoofdstukXIX.↑

68HoofdstukXIX.↑

69HoofdstukXXIX.D.w.z.vóór alles gaat Tao in het rijk, dat immers door Tao geformeerd moet zijn, en door Zijn adem bezield. Dit àllervoornaamste kan niet door actie worden gemaakt, maar moet natuurlijk uit de ziel van vorst en volk voortvloeien.↑

69HoofdstukXXIX.D.w.z.vóór alles gaat Tao in het rijk, dat immers door Tao geformeerd moet zijn, en door Zijn adem bezield. Dit àllervoornaamste kan niet door actie worden gemaakt, maar moet natuurlijk uit de ziel van vorst en volk voortvloeien.↑

70HoofdstukXXX.↑

70HoofdstukXXX.↑

71HoofdstukXXXI. De linkerplaats is nog steeds bij de chineezen de eereplaats. In de oude tijden nam een generaal, die eene overwinning had behaald, den rouw aan. Hij zette zich in den tempel op de plaats van hem, die de ceremonieën voor de dooden leidt, en, gehuld in rouwkleederen, weende en snikte hij.↑

71HoofdstukXXXI. De linkerplaats is nog steeds bij de chineezen de eereplaats. In de oude tijden nam een generaal, die eene overwinning had behaald, den rouw aan. Hij zette zich in den tempel op de plaats van hem, die de ceremonieën voor de dooden leidt, en, gehuld in rouwkleederen, weende en snikte hij.↑

72HoofdstukXXXVII.↑

72HoofdstukXXXVII.↑

73Hoofdstuk,,XXXV.↑

73Hoofdstuk,,XXXV.↑

74HoofdstukXLVI.↑

74HoofdstukXLVI.↑

75Hoofdstuk,,LVII.↑

75Hoofdstuk,,LVII.↑

76Hoofdstuk,,LVIII.↑

76Hoofdstuk,,LVIII.↑

77HoofdstukLVIII.↑

77HoofdstukLVIII.↑

78HoofdstukLIX.↑

78HoofdstukLIX.↑

79Hoofdstuk,,LX.↑

79Hoofdstuk,,LX.↑

80Hoofdstuk,,LXI.↑

80Hoofdstuk,,LXI.↑

81HoofdstukLXV.↑

81HoofdstukLXV.↑

82HoofdstukLXIX.↑

82HoofdstukLXIX.↑

83Hoofdstuk,,LXXV.↑

83Hoofdstuk,,LXXV.↑

84Hoofdstuk,,LXXV.↑

84Hoofdstuk,,LXXV.↑

85HoofdstukLXVII.↑

85HoofdstukLXVII.↑

86In de oude, oude tijden gebruikte men koorden met knoopen voor het tellen.↑

86In de oude, oude tijden gebruikte men koorden met knoopen voor het tellen.↑

87HoofdstukLXXX.↑

87HoofdstukLXXX.↑

88The remains of Lao TzübyH. A. Giles. Hongkong. China Mail office, blz. 43.↑

88The remains of Lao TzübyH. A. Giles. Hongkong. China Mail office, blz. 43.↑

89Over Chuang Tszʼ en zijn werk in zóóveel te zeggen, dat het hier veel te ver zou voeren, en ik er apart over moet schrijven.↑

89Over Chuang Tszʼ en zijn werk in zóóveel te zeggen, dat het hier veel te ver zou voeren, en ik er apart over moet schrijven.↑

90Nan Hwa King. Hoofdstuk XV.↑

90Nan Hwa King. Hoofdstuk XV.↑

91Nan Hwa King. Hoofdstuk XVIII.↑

91Nan Hwa King. Hoofdstuk XVIII.↑

92Volgens Szʼ Ma Ts’ien is Lao Tsz’s einde onbekend gebleven. Chuang Ts’z zal dan ook deze episode alleen genomen hebben ter invoering van zijn idee. Want na Lao Tsz’s vertrek naar het Westen is nooit meer iets van hem gehoord.De aanhaling is uit Hoofdstuk III van den Nan Hwa King.↑

92Volgens Szʼ Ma Ts’ien is Lao Tsz’s einde onbekend gebleven. Chuang Ts’z zal dan ook deze episode alleen genomen hebben ter invoering van zijn idee. Want na Lao Tsz’s vertrek naar het Westen is nooit meer iets van hem gehoord.

De aanhaling is uit Hoofdstuk III van den Nan Hwa King.↑


Back to IndexNext