Chapter 27

1Beroaldo, die in 1499, die novelle in het Latijn vertaalde, gelooft, dat Boccaccio zijn verhaal ontleende aan de antieke annalen van Cyprioten en Manni voegt er eenige redenen aan toe, die het voor mogelijk doen houden, dat Boccaccio dit zou hebben gedaan. Maar er is geen enkel bewijs van en het is niet onmogelijk, dat deze geschiedenis meer dan eenige andere een navolging is van Theocritus, die in zijn idylle getiteldIl bifolchetto(de kleine Koeherder) meer dan een bijzonderheid, die men bij onzen verteller ziet, heeft opgenomen.↑2Susa, de tweede stad van Tunis in dat gebied door haar bevolkings-cijfer en haar toestand.↑3Latijn beteekent Italiaansch. De christelijke volken noemden zich in tegenstelling met de Saracenen Latijnen.↑4Sansovino zegt, dat de raad door Martuccio gegeven aan den koning van Tunis door Villani ontleend is aan het achtste boek, waar hij spreekt over de onderneming, die Cassano, de koning der Tartaren tegen den Sultan ondernam, die door hem werd verslagen, daar hij het middel had gebruikt dunne koorden op de bogen te spannen.↑5Ten tijde van Boccaccio was het pauselijk Hof te Avignon en Rome in den ban.↑6Alagna of Anagni, een kleine stad in Latium, beroemd wegens den smaad Bonifacius VIII in 1303 aangedaan.↑7Het feit verhaald door Boccaccio vindt men terug in deStoria di Faënzavan Tonduzzi, die de inneming van zijn stad, waarvan Giacomino in de vertelling spreekt, stelt in het jaar 740 ten tijde van koning Luitprando. In de plaats daarvan zegt Boccaccio, dat zij is overgegeven in den strijd met keizer Frederik en het schijnt, dat hij zinspeelt op Frederik II, die Faënza innam in 1240.↑8Deze Gianni van Procida, gelijk elders gezegd is, was de neef van den beroemden naamgenoot, die zulk een aandeel had in den opstand van de Siciliaansche Vesper.↑9Frederik van Sicilië was de zoon van Peter van Aragon.↑10Ruggier dell’ Oria of Ruggierso di Lauria, een zeer beroemd Italiaansch admiraal. Hij stierf in 1305.↑11De goede koning Guiglielmo, namelijk Guglielmo il Buono, de derde koning van Sicilië, overleden in 1184.↑12De bevoegden voor de correctie van de Decameron doen ons weten, dat deze novelle ontleend is aan Elinando, een schrijver in zijn tijd zeer geacht, namelijk omstreeks 1200. Boccaccio verwisselde de namen der personen en van de plaats, waar het feit gebeurde, maar herinnert toch aan de individuen, die tot werkelijk bestaande families behoorden.↑13De Traversari waren werkelijk een zeer edel geslacht in Ravenna; er wordt van een zekeren Paolo Traversari gesproken in de XXXVe novelle derNovellino.↑14Chiassi of Classe heette een kleine landstreek niet ver van Ravenna en ook de haven van die stad; thans is die geheel verwoest en is er geen spoor meer van over.↑15Deze geschiedenis zelf van Elinando wordt verhaald van den Graaf van Niversa en van een kolenbrander en Passavanti herhaalde haar in zijn “Spiegel van de ware Boete”. Overigens zijn die legenden van duivels-jachten in de Midden-Eeuwen zeer algemeen verbreid en ook in latere tijdperken.↑16Ammirato zegt, dat in het graafschap Florence, daar het eene huis ver van het andere was, men vuur ging halen met een vod om het niet te doen met kolen of brandhout en ook omdat een vod langer (?) brandt en gemakkelijker te dragen valt. Dit is een kleine dienst en toch zegt zij, dat niemand dit voor haar wilde doen, zoo oud en leelijk was ze geworden. (Fanfani).↑

1Beroaldo, die in 1499, die novelle in het Latijn vertaalde, gelooft, dat Boccaccio zijn verhaal ontleende aan de antieke annalen van Cyprioten en Manni voegt er eenige redenen aan toe, die het voor mogelijk doen houden, dat Boccaccio dit zou hebben gedaan. Maar er is geen enkel bewijs van en het is niet onmogelijk, dat deze geschiedenis meer dan eenige andere een navolging is van Theocritus, die in zijn idylle getiteldIl bifolchetto(de kleine Koeherder) meer dan een bijzonderheid, die men bij onzen verteller ziet, heeft opgenomen.↑2Susa, de tweede stad van Tunis in dat gebied door haar bevolkings-cijfer en haar toestand.↑3Latijn beteekent Italiaansch. De christelijke volken noemden zich in tegenstelling met de Saracenen Latijnen.↑4Sansovino zegt, dat de raad door Martuccio gegeven aan den koning van Tunis door Villani ontleend is aan het achtste boek, waar hij spreekt over de onderneming, die Cassano, de koning der Tartaren tegen den Sultan ondernam, die door hem werd verslagen, daar hij het middel had gebruikt dunne koorden op de bogen te spannen.↑5Ten tijde van Boccaccio was het pauselijk Hof te Avignon en Rome in den ban.↑6Alagna of Anagni, een kleine stad in Latium, beroemd wegens den smaad Bonifacius VIII in 1303 aangedaan.↑7Het feit verhaald door Boccaccio vindt men terug in deStoria di Faënzavan Tonduzzi, die de inneming van zijn stad, waarvan Giacomino in de vertelling spreekt, stelt in het jaar 740 ten tijde van koning Luitprando. In de plaats daarvan zegt Boccaccio, dat zij is overgegeven in den strijd met keizer Frederik en het schijnt, dat hij zinspeelt op Frederik II, die Faënza innam in 1240.↑8Deze Gianni van Procida, gelijk elders gezegd is, was de neef van den beroemden naamgenoot, die zulk een aandeel had in den opstand van de Siciliaansche Vesper.↑9Frederik van Sicilië was de zoon van Peter van Aragon.↑10Ruggier dell’ Oria of Ruggierso di Lauria, een zeer beroemd Italiaansch admiraal. Hij stierf in 1305.↑11De goede koning Guiglielmo, namelijk Guglielmo il Buono, de derde koning van Sicilië, overleden in 1184.↑12De bevoegden voor de correctie van de Decameron doen ons weten, dat deze novelle ontleend is aan Elinando, een schrijver in zijn tijd zeer geacht, namelijk omstreeks 1200. Boccaccio verwisselde de namen der personen en van de plaats, waar het feit gebeurde, maar herinnert toch aan de individuen, die tot werkelijk bestaande families behoorden.↑13De Traversari waren werkelijk een zeer edel geslacht in Ravenna; er wordt van een zekeren Paolo Traversari gesproken in de XXXVe novelle derNovellino.↑14Chiassi of Classe heette een kleine landstreek niet ver van Ravenna en ook de haven van die stad; thans is die geheel verwoest en is er geen spoor meer van over.↑15Deze geschiedenis zelf van Elinando wordt verhaald van den Graaf van Niversa en van een kolenbrander en Passavanti herhaalde haar in zijn “Spiegel van de ware Boete”. Overigens zijn die legenden van duivels-jachten in de Midden-Eeuwen zeer algemeen verbreid en ook in latere tijdperken.↑16Ammirato zegt, dat in het graafschap Florence, daar het eene huis ver van het andere was, men vuur ging halen met een vod om het niet te doen met kolen of brandhout en ook omdat een vod langer (?) brandt en gemakkelijker te dragen valt. Dit is een kleine dienst en toch zegt zij, dat niemand dit voor haar wilde doen, zoo oud en leelijk was ze geworden. (Fanfani).↑

1Beroaldo, die in 1499, die novelle in het Latijn vertaalde, gelooft, dat Boccaccio zijn verhaal ontleende aan de antieke annalen van Cyprioten en Manni voegt er eenige redenen aan toe, die het voor mogelijk doen houden, dat Boccaccio dit zou hebben gedaan. Maar er is geen enkel bewijs van en het is niet onmogelijk, dat deze geschiedenis meer dan eenige andere een navolging is van Theocritus, die in zijn idylle getiteldIl bifolchetto(de kleine Koeherder) meer dan een bijzonderheid, die men bij onzen verteller ziet, heeft opgenomen.↑2Susa, de tweede stad van Tunis in dat gebied door haar bevolkings-cijfer en haar toestand.↑3Latijn beteekent Italiaansch. De christelijke volken noemden zich in tegenstelling met de Saracenen Latijnen.↑4Sansovino zegt, dat de raad door Martuccio gegeven aan den koning van Tunis door Villani ontleend is aan het achtste boek, waar hij spreekt over de onderneming, die Cassano, de koning der Tartaren tegen den Sultan ondernam, die door hem werd verslagen, daar hij het middel had gebruikt dunne koorden op de bogen te spannen.↑5Ten tijde van Boccaccio was het pauselijk Hof te Avignon en Rome in den ban.↑6Alagna of Anagni, een kleine stad in Latium, beroemd wegens den smaad Bonifacius VIII in 1303 aangedaan.↑7Het feit verhaald door Boccaccio vindt men terug in deStoria di Faënzavan Tonduzzi, die de inneming van zijn stad, waarvan Giacomino in de vertelling spreekt, stelt in het jaar 740 ten tijde van koning Luitprando. In de plaats daarvan zegt Boccaccio, dat zij is overgegeven in den strijd met keizer Frederik en het schijnt, dat hij zinspeelt op Frederik II, die Faënza innam in 1240.↑8Deze Gianni van Procida, gelijk elders gezegd is, was de neef van den beroemden naamgenoot, die zulk een aandeel had in den opstand van de Siciliaansche Vesper.↑9Frederik van Sicilië was de zoon van Peter van Aragon.↑10Ruggier dell’ Oria of Ruggierso di Lauria, een zeer beroemd Italiaansch admiraal. Hij stierf in 1305.↑11De goede koning Guiglielmo, namelijk Guglielmo il Buono, de derde koning van Sicilië, overleden in 1184.↑12De bevoegden voor de correctie van de Decameron doen ons weten, dat deze novelle ontleend is aan Elinando, een schrijver in zijn tijd zeer geacht, namelijk omstreeks 1200. Boccaccio verwisselde de namen der personen en van de plaats, waar het feit gebeurde, maar herinnert toch aan de individuen, die tot werkelijk bestaande families behoorden.↑13De Traversari waren werkelijk een zeer edel geslacht in Ravenna; er wordt van een zekeren Paolo Traversari gesproken in de XXXVe novelle derNovellino.↑14Chiassi of Classe heette een kleine landstreek niet ver van Ravenna en ook de haven van die stad; thans is die geheel verwoest en is er geen spoor meer van over.↑15Deze geschiedenis zelf van Elinando wordt verhaald van den Graaf van Niversa en van een kolenbrander en Passavanti herhaalde haar in zijn “Spiegel van de ware Boete”. Overigens zijn die legenden van duivels-jachten in de Midden-Eeuwen zeer algemeen verbreid en ook in latere tijdperken.↑16Ammirato zegt, dat in het graafschap Florence, daar het eene huis ver van het andere was, men vuur ging halen met een vod om het niet te doen met kolen of brandhout en ook omdat een vod langer (?) brandt en gemakkelijker te dragen valt. Dit is een kleine dienst en toch zegt zij, dat niemand dit voor haar wilde doen, zoo oud en leelijk was ze geworden. (Fanfani).↑

1Beroaldo, die in 1499, die novelle in het Latijn vertaalde, gelooft, dat Boccaccio zijn verhaal ontleende aan de antieke annalen van Cyprioten en Manni voegt er eenige redenen aan toe, die het voor mogelijk doen houden, dat Boccaccio dit zou hebben gedaan. Maar er is geen enkel bewijs van en het is niet onmogelijk, dat deze geschiedenis meer dan eenige andere een navolging is van Theocritus, die in zijn idylle getiteldIl bifolchetto(de kleine Koeherder) meer dan een bijzonderheid, die men bij onzen verteller ziet, heeft opgenomen.↑2Susa, de tweede stad van Tunis in dat gebied door haar bevolkings-cijfer en haar toestand.↑3Latijn beteekent Italiaansch. De christelijke volken noemden zich in tegenstelling met de Saracenen Latijnen.↑4Sansovino zegt, dat de raad door Martuccio gegeven aan den koning van Tunis door Villani ontleend is aan het achtste boek, waar hij spreekt over de onderneming, die Cassano, de koning der Tartaren tegen den Sultan ondernam, die door hem werd verslagen, daar hij het middel had gebruikt dunne koorden op de bogen te spannen.↑5Ten tijde van Boccaccio was het pauselijk Hof te Avignon en Rome in den ban.↑6Alagna of Anagni, een kleine stad in Latium, beroemd wegens den smaad Bonifacius VIII in 1303 aangedaan.↑7Het feit verhaald door Boccaccio vindt men terug in deStoria di Faënzavan Tonduzzi, die de inneming van zijn stad, waarvan Giacomino in de vertelling spreekt, stelt in het jaar 740 ten tijde van koning Luitprando. In de plaats daarvan zegt Boccaccio, dat zij is overgegeven in den strijd met keizer Frederik en het schijnt, dat hij zinspeelt op Frederik II, die Faënza innam in 1240.↑8Deze Gianni van Procida, gelijk elders gezegd is, was de neef van den beroemden naamgenoot, die zulk een aandeel had in den opstand van de Siciliaansche Vesper.↑9Frederik van Sicilië was de zoon van Peter van Aragon.↑10Ruggier dell’ Oria of Ruggierso di Lauria, een zeer beroemd Italiaansch admiraal. Hij stierf in 1305.↑11De goede koning Guiglielmo, namelijk Guglielmo il Buono, de derde koning van Sicilië, overleden in 1184.↑12De bevoegden voor de correctie van de Decameron doen ons weten, dat deze novelle ontleend is aan Elinando, een schrijver in zijn tijd zeer geacht, namelijk omstreeks 1200. Boccaccio verwisselde de namen der personen en van de plaats, waar het feit gebeurde, maar herinnert toch aan de individuen, die tot werkelijk bestaande families behoorden.↑13De Traversari waren werkelijk een zeer edel geslacht in Ravenna; er wordt van een zekeren Paolo Traversari gesproken in de XXXVe novelle derNovellino.↑14Chiassi of Classe heette een kleine landstreek niet ver van Ravenna en ook de haven van die stad; thans is die geheel verwoest en is er geen spoor meer van over.↑15Deze geschiedenis zelf van Elinando wordt verhaald van den Graaf van Niversa en van een kolenbrander en Passavanti herhaalde haar in zijn “Spiegel van de ware Boete”. Overigens zijn die legenden van duivels-jachten in de Midden-Eeuwen zeer algemeen verbreid en ook in latere tijdperken.↑16Ammirato zegt, dat in het graafschap Florence, daar het eene huis ver van het andere was, men vuur ging halen met een vod om het niet te doen met kolen of brandhout en ook omdat een vod langer (?) brandt en gemakkelijker te dragen valt. Dit is een kleine dienst en toch zegt zij, dat niemand dit voor haar wilde doen, zoo oud en leelijk was ze geworden. (Fanfani).↑

1Beroaldo, die in 1499, die novelle in het Latijn vertaalde, gelooft, dat Boccaccio zijn verhaal ontleende aan de antieke annalen van Cyprioten en Manni voegt er eenige redenen aan toe, die het voor mogelijk doen houden, dat Boccaccio dit zou hebben gedaan. Maar er is geen enkel bewijs van en het is niet onmogelijk, dat deze geschiedenis meer dan eenige andere een navolging is van Theocritus, die in zijn idylle getiteldIl bifolchetto(de kleine Koeherder) meer dan een bijzonderheid, die men bij onzen verteller ziet, heeft opgenomen.↑

1Beroaldo, die in 1499, die novelle in het Latijn vertaalde, gelooft, dat Boccaccio zijn verhaal ontleende aan de antieke annalen van Cyprioten en Manni voegt er eenige redenen aan toe, die het voor mogelijk doen houden, dat Boccaccio dit zou hebben gedaan. Maar er is geen enkel bewijs van en het is niet onmogelijk, dat deze geschiedenis meer dan eenige andere een navolging is van Theocritus, die in zijn idylle getiteldIl bifolchetto(de kleine Koeherder) meer dan een bijzonderheid, die men bij onzen verteller ziet, heeft opgenomen.↑

2Susa, de tweede stad van Tunis in dat gebied door haar bevolkings-cijfer en haar toestand.↑

2Susa, de tweede stad van Tunis in dat gebied door haar bevolkings-cijfer en haar toestand.↑

3Latijn beteekent Italiaansch. De christelijke volken noemden zich in tegenstelling met de Saracenen Latijnen.↑

3Latijn beteekent Italiaansch. De christelijke volken noemden zich in tegenstelling met de Saracenen Latijnen.↑

4Sansovino zegt, dat de raad door Martuccio gegeven aan den koning van Tunis door Villani ontleend is aan het achtste boek, waar hij spreekt over de onderneming, die Cassano, de koning der Tartaren tegen den Sultan ondernam, die door hem werd verslagen, daar hij het middel had gebruikt dunne koorden op de bogen te spannen.↑

4Sansovino zegt, dat de raad door Martuccio gegeven aan den koning van Tunis door Villani ontleend is aan het achtste boek, waar hij spreekt over de onderneming, die Cassano, de koning der Tartaren tegen den Sultan ondernam, die door hem werd verslagen, daar hij het middel had gebruikt dunne koorden op de bogen te spannen.↑

5Ten tijde van Boccaccio was het pauselijk Hof te Avignon en Rome in den ban.↑

5Ten tijde van Boccaccio was het pauselijk Hof te Avignon en Rome in den ban.↑

6Alagna of Anagni, een kleine stad in Latium, beroemd wegens den smaad Bonifacius VIII in 1303 aangedaan.↑

6Alagna of Anagni, een kleine stad in Latium, beroemd wegens den smaad Bonifacius VIII in 1303 aangedaan.↑

7Het feit verhaald door Boccaccio vindt men terug in deStoria di Faënzavan Tonduzzi, die de inneming van zijn stad, waarvan Giacomino in de vertelling spreekt, stelt in het jaar 740 ten tijde van koning Luitprando. In de plaats daarvan zegt Boccaccio, dat zij is overgegeven in den strijd met keizer Frederik en het schijnt, dat hij zinspeelt op Frederik II, die Faënza innam in 1240.↑

7Het feit verhaald door Boccaccio vindt men terug in deStoria di Faënzavan Tonduzzi, die de inneming van zijn stad, waarvan Giacomino in de vertelling spreekt, stelt in het jaar 740 ten tijde van koning Luitprando. In de plaats daarvan zegt Boccaccio, dat zij is overgegeven in den strijd met keizer Frederik en het schijnt, dat hij zinspeelt op Frederik II, die Faënza innam in 1240.↑

8Deze Gianni van Procida, gelijk elders gezegd is, was de neef van den beroemden naamgenoot, die zulk een aandeel had in den opstand van de Siciliaansche Vesper.↑

8Deze Gianni van Procida, gelijk elders gezegd is, was de neef van den beroemden naamgenoot, die zulk een aandeel had in den opstand van de Siciliaansche Vesper.↑

9Frederik van Sicilië was de zoon van Peter van Aragon.↑

9Frederik van Sicilië was de zoon van Peter van Aragon.↑

10Ruggier dell’ Oria of Ruggierso di Lauria, een zeer beroemd Italiaansch admiraal. Hij stierf in 1305.↑

10Ruggier dell’ Oria of Ruggierso di Lauria, een zeer beroemd Italiaansch admiraal. Hij stierf in 1305.↑

11De goede koning Guiglielmo, namelijk Guglielmo il Buono, de derde koning van Sicilië, overleden in 1184.↑

11De goede koning Guiglielmo, namelijk Guglielmo il Buono, de derde koning van Sicilië, overleden in 1184.↑

12De bevoegden voor de correctie van de Decameron doen ons weten, dat deze novelle ontleend is aan Elinando, een schrijver in zijn tijd zeer geacht, namelijk omstreeks 1200. Boccaccio verwisselde de namen der personen en van de plaats, waar het feit gebeurde, maar herinnert toch aan de individuen, die tot werkelijk bestaande families behoorden.↑

12De bevoegden voor de correctie van de Decameron doen ons weten, dat deze novelle ontleend is aan Elinando, een schrijver in zijn tijd zeer geacht, namelijk omstreeks 1200. Boccaccio verwisselde de namen der personen en van de plaats, waar het feit gebeurde, maar herinnert toch aan de individuen, die tot werkelijk bestaande families behoorden.↑

13De Traversari waren werkelijk een zeer edel geslacht in Ravenna; er wordt van een zekeren Paolo Traversari gesproken in de XXXVe novelle derNovellino.↑

13De Traversari waren werkelijk een zeer edel geslacht in Ravenna; er wordt van een zekeren Paolo Traversari gesproken in de XXXVe novelle derNovellino.↑

14Chiassi of Classe heette een kleine landstreek niet ver van Ravenna en ook de haven van die stad; thans is die geheel verwoest en is er geen spoor meer van over.↑

14Chiassi of Classe heette een kleine landstreek niet ver van Ravenna en ook de haven van die stad; thans is die geheel verwoest en is er geen spoor meer van over.↑

15Deze geschiedenis zelf van Elinando wordt verhaald van den Graaf van Niversa en van een kolenbrander en Passavanti herhaalde haar in zijn “Spiegel van de ware Boete”. Overigens zijn die legenden van duivels-jachten in de Midden-Eeuwen zeer algemeen verbreid en ook in latere tijdperken.↑

15Deze geschiedenis zelf van Elinando wordt verhaald van den Graaf van Niversa en van een kolenbrander en Passavanti herhaalde haar in zijn “Spiegel van de ware Boete”. Overigens zijn die legenden van duivels-jachten in de Midden-Eeuwen zeer algemeen verbreid en ook in latere tijdperken.↑

16Ammirato zegt, dat in het graafschap Florence, daar het eene huis ver van het andere was, men vuur ging halen met een vod om het niet te doen met kolen of brandhout en ook omdat een vod langer (?) brandt en gemakkelijker te dragen valt. Dit is een kleine dienst en toch zegt zij, dat niemand dit voor haar wilde doen, zoo oud en leelijk was ze geworden. (Fanfani).↑

16Ammirato zegt, dat in het graafschap Florence, daar het eene huis ver van het andere was, men vuur ging halen met een vod om het niet te doen met kolen of brandhout en ook omdat een vod langer (?) brandt en gemakkelijker te dragen valt. Dit is een kleine dienst en toch zegt zij, dat niemand dit voor haar wilde doen, zoo oud en leelijk was ze geworden. (Fanfani).↑


Back to IndexNext