HOOFDSTUK XIX.Twee brieven van belang.In ’t begin van Oktober 1689 kwam de uitgaande vloot van Holland naar Oost-Indië de Tafelbaai binnen, en onder de brieven, die deze van Patria meebracht, waren er twee voor Abraham Hartog.Aan het adres te zien, waren ze van één persoon, en toen Hartog ze opende, bleken ze dan ook beide te zijn verzonden door de oudste zoon van Notaris van Doorn.De eerste brief luidde als volgt:Geachte Heer,Uw brief van 5 Oktober 1687 bereikte mij veilig. Hij was geadresseerd aan mijn vader, doch deze heeft zich meer dan een jaar geleden van alle zaken teruggetrokken en ik sta tans aan ’t hoofd van ’t kantoor.Wat aangaat de gelden ten bedrage van 1950 gulden, die u bijna 9 jaar geleden aan mijn vader overhandigd hebt, kan ik u de volgende mededelingen doen.Daar u de vrije beschikking over uw geld aan mijn vader hebt gelaten, heeft deze goedgevonden, het dadelik te beleggen in aandelen van de Oost Indiese Kompanjie, en aangezien de dividenden door de Kompanjie uitbetaald, aanzienlike sommen bedroegen, heeft hij ook die in dezelfde aandelen gestoken, met ’t gevolg dat ’t oorspronkelik kapitaal tans vermeerderd is tot ’n bedrag van 6025 gulden.Dit bedrag is te eniger tijd te uwer beschikking, en indien u zulks verkiest, zal ik de gehele som aan u overmaken door middel van de Rotterdamse Kamer van de Kompanjie.Met achtingde UweEduard van Doorn.De tweede brief was 14 dagen later gedateerd en bevatte ’t volgende:Geachte Heer,De brief door u aan uw vader geschreven, is mij ter hand gekomen in mijn hoedanigheid vanExekuteur in de boedel van uw vader, want deze is na een ziekbed van enige maanden in Maart van dit jaar overleden.Enige weken na uw vertrek heeft mijn vader voor de uwe een testament opgetrokken, waarbij hij de helft van zijn vermogen naliet aan zijn zuster Anna en de andere helft vermaakte aan verschillende liefdadige instellingen, terwijl slechts honderd gulden aan u nagelaten werd; omtrent één maand voor zijn dood, toen ik reeds aan ’t hoofd van het kantoor stond, had hij echter een vertrouwelik onderhoud met mijn vader, en werd ik later door hem geroepen om een nieuw testament op te trekken, waardoor natuurlik het vroegere verviel.Bij dit laatste testament vermaakte hij aan zijn zuster Anna het huis te Rotterdam door hem bewoond, benevens een som van tien-duizend gulden, en aan liefdadige instellingen enige kleine legaten tesamen ten bedrage van vijf-duizend gulden, en benoemde hij u tot zijn erfgenaam van ’t overige.De boedel is nog niet geheel vereffend, aangezien er zekere vaste eigendommen zijn, die nog niet getakseerd werden, maar volgens ’n matige berekening door mij gemaakt, zal uw aandeel omtrent zeventig-duizend gulden wezen.Wij hadden allen gemeend, dat uw vader veel meer bezat, maar ’t blijkt dat hij enige jaren voor zijn dood zeer belangrijke verliezen leed door ’t faljiet gaan van twee grote kooplieden te Venetië en te Konstantinopel, waarbij hij meer dan de helft van zijn kapitaal verloor.Zodra de boedel vereffend is, zal ik u een afschrift zenden van de goedgekeurde boedelrekening.Hebt u echter intussen geld nodig, dan kunt u op mij trekken, door middel van de Rotterdamse Kamer van de Oost Indiese Kompanjie, ten bedrage van niet meer dan dertig-duizend gulden.Ik mag hierbij voegen, dat bij ’t maken van dit testament uw vader zijn innig berouw heeft te kennen gegeven over de houding, die hij indertijd tegenover u aangenomen had, en u alles vergeven heeft, wat door u misdaan was.In de hoop spoedig van u te vernemen, heb ik de eer te zijn.Uw dw. dienaar,Eduard van Doorn.Men kan zich begrijpen dat de jonge Kapitein deze brieven met verschillende aandoeningen ontving.Hij was natuurlik diep bedroefd over ’t berichtdat zijn vader overleden was, maar daarentegen was ’t met een gevoel van dankbaarheid, dat hij vernam dat hem ten slotte alles vergeven, en hij in al zijn rechten hersteld was.Hij gevoelde ook diepe erkentelikheid jegens de oude Notaris, die op zulk een verstandige wijze zijn geld belegd had, zodat ’t kapitaal meer dan verdrievoudigd was.Maar, en dit bovenal, verheugde hem de gedachte, dat hij tans in staat zou zijn om naar Katrijn te gaan en haar om een afdoend antwoord te vragen, want ’t leed geen twijfel, dat hij nu in staat was, ’n vrouw behoorlik te onderhouden.Kapitein Knijf en zijn dochter woonden niet meer in de Stadsherberg, want ook hij had goed nieuws uit Holland ontvangen. Zijn vaste goederen in Vlissingen waren tegen buitengewoon hoge prijzen van de hand gezet, en toen alles bij elkaar gerekend werd, vond hij zich in ’t bezit van een kapitaal van ongeveer tien-duizend gulden, op de rente waarvan hij met enige zuinigheid vrij wel kon leven.Hij had daarom ’n kleine, maar nette woning gehuurd voorbij het Kasteel, op de weg naar Simonsstad, op de tegenwoordige Sir Lowry’s Road.Bij ’t huis behoorde omstreeks een halve morgen grond en ’t grote genoegen van de Kapitein wasom die tuin te bewerken en er voldoende groenten van te winnen voor eigen gebruik.De Kapitein was zijn zwaarmoedigheid te boven gekomen, niet alleen omdat zijn financiële zaken zo goed gebleken waren, maar voornamelik omdat hem door de Kompanjie ’t bevel was aangeboden over een nieuw schip van de 2de klasse.Dit aanbod had hij weliswaar afgeslagen, maar ’t bewees hem toch dat de Kompanjie er niet aan dacht hem verantwoordelik te stellen voor ’t vergaan van de Stavenisse.Diezelfde avond bracht Abraham Hartog, die nog steeds zijn intrek had in de Stadsherberg, ’n bezoek aan de kleine woning van Kapitein Knijf. Toen hij daar kwam, was Katrijn juist bezig om na ’t avondeten de tafel af te dekken, en nadat zij dit gedaan had, ging ze rustig naast de grote leuningstoel van haar vader zitten. Hartog overhandigde haar de eerste brief van de jonge Van Doorn en zij las die aandachtig door. Nadat zij daarmede klaar was, keek ze de jonge man recht in de ogen, terwijl haar gelaat zich met ’n donkere blos overdekte. Vervolgens stond zij kalm op, vatte Hartog bij de hand en zei tot haar vader:“Vader, Hartog en ik hebben ons met elkaar verloofd, en wij vragen daarop uw toestemming en uw zegen.”De oude Kapitein glimlachte van genoegen en zei:“Kinderen, dit is de vervulling van een hoop, die ik al maanden lang in mijn hart heb gevoed. Ik wenste vóór mijn dood de toekomst van mijn enig kind verzekerd te zien, en ik hoop, Hartog, dat je haar gelukkig zult maken en goed voor haar zorgen, alhoewel je het met je salaris van 40 gulden per maand, heel zuinig zult moeten aanleggen.”Katrijn las toen de brief van de Notaris voor en zei:“U ziet, Vader, dat we wat meer hebben dan 40 gulden in de maand en dat Hartog de beschikking heeft over ’n vrij grote som, waarmee hij heel wat kan doen.”Hartog haalde nu de tweede brief van de jonge Van Doorn uit z’n zak en gaf die ook ter lezing aan ’t meisje, dat toen ze die brief geëindigd had snel opsprong en zei:“Abraham, je hebt me gefopt; je bent niet alleen ’n wel-af man, maar ’n schatrijke, en ik weet niet of ik je nu nemen kan, want ik ben niet ’n meisje, dat de hoge positie in de wereld kan innemen en de stand ophouden, die ’n vrouw als de jouwe zal passen.”Hartog glimlachte en antwoordde:“Katrijn, maak je daarover maar niet ongerust. Al bezat ik tien ton gouds, en al was ik de rijksteman in deze volkplanting, dan zou ik toch nog eenvoudig leven, en zonder praal en weelde de wereld doorgaan, want geld maakt niet gelukkig en hoe meer geld, hoe meer zorgen.”Dat de Kapitein, toen ook hij de tweede brief gelezen had, niet weinig verbaasd was over de inhoud daarvan, behoeven we nauweliks te zeggen. Hartog was nu verplicht zijn gehele levensgeschiedenis aan de oude man te verhalen, evenals hij dit in Natal aan Katrijn had gedaan.“En wat ga je nu beginnen?” vroeg de Kapitein. “Als ik jou was, kocht ik me ’n mooi schip en dreef daarmee handel op de Oostkust van Afrika, vooral in slaven, waarmee heel wat geld te verdienen is.”“Dank u hartelik, Kapitein,” zei de jonge man. “In de eerste plaats heb ik geen lust meer om op zee te gaan, en ten tweede is het handelen in slaven ’n baantje, waarvoor ik me niet geschikt acht, want daarvoor moet je ’n hart als ’n klip en al je zelfrespekt verloren hebben. Ik heb ’n beter plan: de Regering is juist begonnen met ’t uitgeven van nieuwe plaatsen te Drakenstein, en ik wil me daar ook ’n goed stuk grond uitzoeken en ’n boerderij beginnen. Daar kunnen we dan rustig wonen, wat vee houden en ons voornamelik toeleggen op de wijnbouw, waarvoor de grond uiterst geschikt isnaar ik hoor. Ik heb kennis gemaakt met ’n jonge Hugenoot, Jean Nortier, de zoon van een wijnboer in ’t zuiden van Frankrijk, die veel kennis heeft van de wijnbouw, en die gewillig is, om voor een tamelik loon het toezicht over de plaats te houden en me alle nodige inlichtingen te geven.”De Kapitein vond dit ’n goed plan en Katrijn zei: “Natuurlik, Vader, als Abraham en ik getrouwd zijn, en we op de plaats gaan wonen, dan komt u bij ons uw intrek nemen; daar kunt u dan uw oude dag in rust en vrede doorbrengen, zonder u om iets te bekommeren.”Op deze woorden sloot de oude man..... Pag. 153.Op deze woorden sloot de oude man ….. Pag. 153.Op deze woorden sloot de oude man, met tranen in de ogen, zijn dochter in z’n armen, en kuste haar hartelik. Daarop zei hij: “Katrijn, haal me eens ’n bottel van de Bourgondiese wijn, die ik drie maanden geleden van de Kapitein van ’t Franse schip heb gekocht, want op deze gelukkige avond, kunnen we wel ’n potje breken.”Het was half elf, toen Abraham Hartog afscheid van Vader en dochter nam, en met een gelukkig, weltevreden hart zich naar zijn kamer in de Stadsherberg begaf.
HOOFDSTUK XIX.Twee brieven van belang.In ’t begin van Oktober 1689 kwam de uitgaande vloot van Holland naar Oost-Indië de Tafelbaai binnen, en onder de brieven, die deze van Patria meebracht, waren er twee voor Abraham Hartog.Aan het adres te zien, waren ze van één persoon, en toen Hartog ze opende, bleken ze dan ook beide te zijn verzonden door de oudste zoon van Notaris van Doorn.De eerste brief luidde als volgt:Geachte Heer,Uw brief van 5 Oktober 1687 bereikte mij veilig. Hij was geadresseerd aan mijn vader, doch deze heeft zich meer dan een jaar geleden van alle zaken teruggetrokken en ik sta tans aan ’t hoofd van ’t kantoor.Wat aangaat de gelden ten bedrage van 1950 gulden, die u bijna 9 jaar geleden aan mijn vader overhandigd hebt, kan ik u de volgende mededelingen doen.Daar u de vrije beschikking over uw geld aan mijn vader hebt gelaten, heeft deze goedgevonden, het dadelik te beleggen in aandelen van de Oost Indiese Kompanjie, en aangezien de dividenden door de Kompanjie uitbetaald, aanzienlike sommen bedroegen, heeft hij ook die in dezelfde aandelen gestoken, met ’t gevolg dat ’t oorspronkelik kapitaal tans vermeerderd is tot ’n bedrag van 6025 gulden.Dit bedrag is te eniger tijd te uwer beschikking, en indien u zulks verkiest, zal ik de gehele som aan u overmaken door middel van de Rotterdamse Kamer van de Kompanjie.Met achtingde UweEduard van Doorn.De tweede brief was 14 dagen later gedateerd en bevatte ’t volgende:Geachte Heer,De brief door u aan uw vader geschreven, is mij ter hand gekomen in mijn hoedanigheid vanExekuteur in de boedel van uw vader, want deze is na een ziekbed van enige maanden in Maart van dit jaar overleden.Enige weken na uw vertrek heeft mijn vader voor de uwe een testament opgetrokken, waarbij hij de helft van zijn vermogen naliet aan zijn zuster Anna en de andere helft vermaakte aan verschillende liefdadige instellingen, terwijl slechts honderd gulden aan u nagelaten werd; omtrent één maand voor zijn dood, toen ik reeds aan ’t hoofd van het kantoor stond, had hij echter een vertrouwelik onderhoud met mijn vader, en werd ik later door hem geroepen om een nieuw testament op te trekken, waardoor natuurlik het vroegere verviel.Bij dit laatste testament vermaakte hij aan zijn zuster Anna het huis te Rotterdam door hem bewoond, benevens een som van tien-duizend gulden, en aan liefdadige instellingen enige kleine legaten tesamen ten bedrage van vijf-duizend gulden, en benoemde hij u tot zijn erfgenaam van ’t overige.De boedel is nog niet geheel vereffend, aangezien er zekere vaste eigendommen zijn, die nog niet getakseerd werden, maar volgens ’n matige berekening door mij gemaakt, zal uw aandeel omtrent zeventig-duizend gulden wezen.Wij hadden allen gemeend, dat uw vader veel meer bezat, maar ’t blijkt dat hij enige jaren voor zijn dood zeer belangrijke verliezen leed door ’t faljiet gaan van twee grote kooplieden te Venetië en te Konstantinopel, waarbij hij meer dan de helft van zijn kapitaal verloor.Zodra de boedel vereffend is, zal ik u een afschrift zenden van de goedgekeurde boedelrekening.Hebt u echter intussen geld nodig, dan kunt u op mij trekken, door middel van de Rotterdamse Kamer van de Oost Indiese Kompanjie, ten bedrage van niet meer dan dertig-duizend gulden.Ik mag hierbij voegen, dat bij ’t maken van dit testament uw vader zijn innig berouw heeft te kennen gegeven over de houding, die hij indertijd tegenover u aangenomen had, en u alles vergeven heeft, wat door u misdaan was.In de hoop spoedig van u te vernemen, heb ik de eer te zijn.Uw dw. dienaar,Eduard van Doorn.Men kan zich begrijpen dat de jonge Kapitein deze brieven met verschillende aandoeningen ontving.Hij was natuurlik diep bedroefd over ’t berichtdat zijn vader overleden was, maar daarentegen was ’t met een gevoel van dankbaarheid, dat hij vernam dat hem ten slotte alles vergeven, en hij in al zijn rechten hersteld was.Hij gevoelde ook diepe erkentelikheid jegens de oude Notaris, die op zulk een verstandige wijze zijn geld belegd had, zodat ’t kapitaal meer dan verdrievoudigd was.Maar, en dit bovenal, verheugde hem de gedachte, dat hij tans in staat zou zijn om naar Katrijn te gaan en haar om een afdoend antwoord te vragen, want ’t leed geen twijfel, dat hij nu in staat was, ’n vrouw behoorlik te onderhouden.Kapitein Knijf en zijn dochter woonden niet meer in de Stadsherberg, want ook hij had goed nieuws uit Holland ontvangen. Zijn vaste goederen in Vlissingen waren tegen buitengewoon hoge prijzen van de hand gezet, en toen alles bij elkaar gerekend werd, vond hij zich in ’t bezit van een kapitaal van ongeveer tien-duizend gulden, op de rente waarvan hij met enige zuinigheid vrij wel kon leven.Hij had daarom ’n kleine, maar nette woning gehuurd voorbij het Kasteel, op de weg naar Simonsstad, op de tegenwoordige Sir Lowry’s Road.Bij ’t huis behoorde omstreeks een halve morgen grond en ’t grote genoegen van de Kapitein wasom die tuin te bewerken en er voldoende groenten van te winnen voor eigen gebruik.De Kapitein was zijn zwaarmoedigheid te boven gekomen, niet alleen omdat zijn financiële zaken zo goed gebleken waren, maar voornamelik omdat hem door de Kompanjie ’t bevel was aangeboden over een nieuw schip van de 2de klasse.Dit aanbod had hij weliswaar afgeslagen, maar ’t bewees hem toch dat de Kompanjie er niet aan dacht hem verantwoordelik te stellen voor ’t vergaan van de Stavenisse.Diezelfde avond bracht Abraham Hartog, die nog steeds zijn intrek had in de Stadsherberg, ’n bezoek aan de kleine woning van Kapitein Knijf. Toen hij daar kwam, was Katrijn juist bezig om na ’t avondeten de tafel af te dekken, en nadat zij dit gedaan had, ging ze rustig naast de grote leuningstoel van haar vader zitten. Hartog overhandigde haar de eerste brief van de jonge Van Doorn en zij las die aandachtig door. Nadat zij daarmede klaar was, keek ze de jonge man recht in de ogen, terwijl haar gelaat zich met ’n donkere blos overdekte. Vervolgens stond zij kalm op, vatte Hartog bij de hand en zei tot haar vader:“Vader, Hartog en ik hebben ons met elkaar verloofd, en wij vragen daarop uw toestemming en uw zegen.”De oude Kapitein glimlachte van genoegen en zei:“Kinderen, dit is de vervulling van een hoop, die ik al maanden lang in mijn hart heb gevoed. Ik wenste vóór mijn dood de toekomst van mijn enig kind verzekerd te zien, en ik hoop, Hartog, dat je haar gelukkig zult maken en goed voor haar zorgen, alhoewel je het met je salaris van 40 gulden per maand, heel zuinig zult moeten aanleggen.”Katrijn las toen de brief van de Notaris voor en zei:“U ziet, Vader, dat we wat meer hebben dan 40 gulden in de maand en dat Hartog de beschikking heeft over ’n vrij grote som, waarmee hij heel wat kan doen.”Hartog haalde nu de tweede brief van de jonge Van Doorn uit z’n zak en gaf die ook ter lezing aan ’t meisje, dat toen ze die brief geëindigd had snel opsprong en zei:“Abraham, je hebt me gefopt; je bent niet alleen ’n wel-af man, maar ’n schatrijke, en ik weet niet of ik je nu nemen kan, want ik ben niet ’n meisje, dat de hoge positie in de wereld kan innemen en de stand ophouden, die ’n vrouw als de jouwe zal passen.”Hartog glimlachte en antwoordde:“Katrijn, maak je daarover maar niet ongerust. Al bezat ik tien ton gouds, en al was ik de rijksteman in deze volkplanting, dan zou ik toch nog eenvoudig leven, en zonder praal en weelde de wereld doorgaan, want geld maakt niet gelukkig en hoe meer geld, hoe meer zorgen.”Dat de Kapitein, toen ook hij de tweede brief gelezen had, niet weinig verbaasd was over de inhoud daarvan, behoeven we nauweliks te zeggen. Hartog was nu verplicht zijn gehele levensgeschiedenis aan de oude man te verhalen, evenals hij dit in Natal aan Katrijn had gedaan.“En wat ga je nu beginnen?” vroeg de Kapitein. “Als ik jou was, kocht ik me ’n mooi schip en dreef daarmee handel op de Oostkust van Afrika, vooral in slaven, waarmee heel wat geld te verdienen is.”“Dank u hartelik, Kapitein,” zei de jonge man. “In de eerste plaats heb ik geen lust meer om op zee te gaan, en ten tweede is het handelen in slaven ’n baantje, waarvoor ik me niet geschikt acht, want daarvoor moet je ’n hart als ’n klip en al je zelfrespekt verloren hebben. Ik heb ’n beter plan: de Regering is juist begonnen met ’t uitgeven van nieuwe plaatsen te Drakenstein, en ik wil me daar ook ’n goed stuk grond uitzoeken en ’n boerderij beginnen. Daar kunnen we dan rustig wonen, wat vee houden en ons voornamelik toeleggen op de wijnbouw, waarvoor de grond uiterst geschikt isnaar ik hoor. Ik heb kennis gemaakt met ’n jonge Hugenoot, Jean Nortier, de zoon van een wijnboer in ’t zuiden van Frankrijk, die veel kennis heeft van de wijnbouw, en die gewillig is, om voor een tamelik loon het toezicht over de plaats te houden en me alle nodige inlichtingen te geven.”De Kapitein vond dit ’n goed plan en Katrijn zei: “Natuurlik, Vader, als Abraham en ik getrouwd zijn, en we op de plaats gaan wonen, dan komt u bij ons uw intrek nemen; daar kunt u dan uw oude dag in rust en vrede doorbrengen, zonder u om iets te bekommeren.”Op deze woorden sloot de oude man..... Pag. 153.Op deze woorden sloot de oude man ….. Pag. 153.Op deze woorden sloot de oude man, met tranen in de ogen, zijn dochter in z’n armen, en kuste haar hartelik. Daarop zei hij: “Katrijn, haal me eens ’n bottel van de Bourgondiese wijn, die ik drie maanden geleden van de Kapitein van ’t Franse schip heb gekocht, want op deze gelukkige avond, kunnen we wel ’n potje breken.”Het was half elf, toen Abraham Hartog afscheid van Vader en dochter nam, en met een gelukkig, weltevreden hart zich naar zijn kamer in de Stadsherberg begaf.
HOOFDSTUK XIX.Twee brieven van belang.
In ’t begin van Oktober 1689 kwam de uitgaande vloot van Holland naar Oost-Indië de Tafelbaai binnen, en onder de brieven, die deze van Patria meebracht, waren er twee voor Abraham Hartog.Aan het adres te zien, waren ze van één persoon, en toen Hartog ze opende, bleken ze dan ook beide te zijn verzonden door de oudste zoon van Notaris van Doorn.De eerste brief luidde als volgt:Geachte Heer,Uw brief van 5 Oktober 1687 bereikte mij veilig. Hij was geadresseerd aan mijn vader, doch deze heeft zich meer dan een jaar geleden van alle zaken teruggetrokken en ik sta tans aan ’t hoofd van ’t kantoor.Wat aangaat de gelden ten bedrage van 1950 gulden, die u bijna 9 jaar geleden aan mijn vader overhandigd hebt, kan ik u de volgende mededelingen doen.Daar u de vrije beschikking over uw geld aan mijn vader hebt gelaten, heeft deze goedgevonden, het dadelik te beleggen in aandelen van de Oost Indiese Kompanjie, en aangezien de dividenden door de Kompanjie uitbetaald, aanzienlike sommen bedroegen, heeft hij ook die in dezelfde aandelen gestoken, met ’t gevolg dat ’t oorspronkelik kapitaal tans vermeerderd is tot ’n bedrag van 6025 gulden.Dit bedrag is te eniger tijd te uwer beschikking, en indien u zulks verkiest, zal ik de gehele som aan u overmaken door middel van de Rotterdamse Kamer van de Kompanjie.Met achtingde UweEduard van Doorn.De tweede brief was 14 dagen later gedateerd en bevatte ’t volgende:Geachte Heer,De brief door u aan uw vader geschreven, is mij ter hand gekomen in mijn hoedanigheid vanExekuteur in de boedel van uw vader, want deze is na een ziekbed van enige maanden in Maart van dit jaar overleden.Enige weken na uw vertrek heeft mijn vader voor de uwe een testament opgetrokken, waarbij hij de helft van zijn vermogen naliet aan zijn zuster Anna en de andere helft vermaakte aan verschillende liefdadige instellingen, terwijl slechts honderd gulden aan u nagelaten werd; omtrent één maand voor zijn dood, toen ik reeds aan ’t hoofd van het kantoor stond, had hij echter een vertrouwelik onderhoud met mijn vader, en werd ik later door hem geroepen om een nieuw testament op te trekken, waardoor natuurlik het vroegere verviel.Bij dit laatste testament vermaakte hij aan zijn zuster Anna het huis te Rotterdam door hem bewoond, benevens een som van tien-duizend gulden, en aan liefdadige instellingen enige kleine legaten tesamen ten bedrage van vijf-duizend gulden, en benoemde hij u tot zijn erfgenaam van ’t overige.De boedel is nog niet geheel vereffend, aangezien er zekere vaste eigendommen zijn, die nog niet getakseerd werden, maar volgens ’n matige berekening door mij gemaakt, zal uw aandeel omtrent zeventig-duizend gulden wezen.Wij hadden allen gemeend, dat uw vader veel meer bezat, maar ’t blijkt dat hij enige jaren voor zijn dood zeer belangrijke verliezen leed door ’t faljiet gaan van twee grote kooplieden te Venetië en te Konstantinopel, waarbij hij meer dan de helft van zijn kapitaal verloor.Zodra de boedel vereffend is, zal ik u een afschrift zenden van de goedgekeurde boedelrekening.Hebt u echter intussen geld nodig, dan kunt u op mij trekken, door middel van de Rotterdamse Kamer van de Oost Indiese Kompanjie, ten bedrage van niet meer dan dertig-duizend gulden.Ik mag hierbij voegen, dat bij ’t maken van dit testament uw vader zijn innig berouw heeft te kennen gegeven over de houding, die hij indertijd tegenover u aangenomen had, en u alles vergeven heeft, wat door u misdaan was.In de hoop spoedig van u te vernemen, heb ik de eer te zijn.Uw dw. dienaar,Eduard van Doorn.Men kan zich begrijpen dat de jonge Kapitein deze brieven met verschillende aandoeningen ontving.Hij was natuurlik diep bedroefd over ’t berichtdat zijn vader overleden was, maar daarentegen was ’t met een gevoel van dankbaarheid, dat hij vernam dat hem ten slotte alles vergeven, en hij in al zijn rechten hersteld was.Hij gevoelde ook diepe erkentelikheid jegens de oude Notaris, die op zulk een verstandige wijze zijn geld belegd had, zodat ’t kapitaal meer dan verdrievoudigd was.Maar, en dit bovenal, verheugde hem de gedachte, dat hij tans in staat zou zijn om naar Katrijn te gaan en haar om een afdoend antwoord te vragen, want ’t leed geen twijfel, dat hij nu in staat was, ’n vrouw behoorlik te onderhouden.Kapitein Knijf en zijn dochter woonden niet meer in de Stadsherberg, want ook hij had goed nieuws uit Holland ontvangen. Zijn vaste goederen in Vlissingen waren tegen buitengewoon hoge prijzen van de hand gezet, en toen alles bij elkaar gerekend werd, vond hij zich in ’t bezit van een kapitaal van ongeveer tien-duizend gulden, op de rente waarvan hij met enige zuinigheid vrij wel kon leven.Hij had daarom ’n kleine, maar nette woning gehuurd voorbij het Kasteel, op de weg naar Simonsstad, op de tegenwoordige Sir Lowry’s Road.Bij ’t huis behoorde omstreeks een halve morgen grond en ’t grote genoegen van de Kapitein wasom die tuin te bewerken en er voldoende groenten van te winnen voor eigen gebruik.De Kapitein was zijn zwaarmoedigheid te boven gekomen, niet alleen omdat zijn financiële zaken zo goed gebleken waren, maar voornamelik omdat hem door de Kompanjie ’t bevel was aangeboden over een nieuw schip van de 2de klasse.Dit aanbod had hij weliswaar afgeslagen, maar ’t bewees hem toch dat de Kompanjie er niet aan dacht hem verantwoordelik te stellen voor ’t vergaan van de Stavenisse.Diezelfde avond bracht Abraham Hartog, die nog steeds zijn intrek had in de Stadsherberg, ’n bezoek aan de kleine woning van Kapitein Knijf. Toen hij daar kwam, was Katrijn juist bezig om na ’t avondeten de tafel af te dekken, en nadat zij dit gedaan had, ging ze rustig naast de grote leuningstoel van haar vader zitten. Hartog overhandigde haar de eerste brief van de jonge Van Doorn en zij las die aandachtig door. Nadat zij daarmede klaar was, keek ze de jonge man recht in de ogen, terwijl haar gelaat zich met ’n donkere blos overdekte. Vervolgens stond zij kalm op, vatte Hartog bij de hand en zei tot haar vader:“Vader, Hartog en ik hebben ons met elkaar verloofd, en wij vragen daarop uw toestemming en uw zegen.”De oude Kapitein glimlachte van genoegen en zei:“Kinderen, dit is de vervulling van een hoop, die ik al maanden lang in mijn hart heb gevoed. Ik wenste vóór mijn dood de toekomst van mijn enig kind verzekerd te zien, en ik hoop, Hartog, dat je haar gelukkig zult maken en goed voor haar zorgen, alhoewel je het met je salaris van 40 gulden per maand, heel zuinig zult moeten aanleggen.”Katrijn las toen de brief van de Notaris voor en zei:“U ziet, Vader, dat we wat meer hebben dan 40 gulden in de maand en dat Hartog de beschikking heeft over ’n vrij grote som, waarmee hij heel wat kan doen.”Hartog haalde nu de tweede brief van de jonge Van Doorn uit z’n zak en gaf die ook ter lezing aan ’t meisje, dat toen ze die brief geëindigd had snel opsprong en zei:“Abraham, je hebt me gefopt; je bent niet alleen ’n wel-af man, maar ’n schatrijke, en ik weet niet of ik je nu nemen kan, want ik ben niet ’n meisje, dat de hoge positie in de wereld kan innemen en de stand ophouden, die ’n vrouw als de jouwe zal passen.”Hartog glimlachte en antwoordde:“Katrijn, maak je daarover maar niet ongerust. Al bezat ik tien ton gouds, en al was ik de rijksteman in deze volkplanting, dan zou ik toch nog eenvoudig leven, en zonder praal en weelde de wereld doorgaan, want geld maakt niet gelukkig en hoe meer geld, hoe meer zorgen.”Dat de Kapitein, toen ook hij de tweede brief gelezen had, niet weinig verbaasd was over de inhoud daarvan, behoeven we nauweliks te zeggen. Hartog was nu verplicht zijn gehele levensgeschiedenis aan de oude man te verhalen, evenals hij dit in Natal aan Katrijn had gedaan.“En wat ga je nu beginnen?” vroeg de Kapitein. “Als ik jou was, kocht ik me ’n mooi schip en dreef daarmee handel op de Oostkust van Afrika, vooral in slaven, waarmee heel wat geld te verdienen is.”“Dank u hartelik, Kapitein,” zei de jonge man. “In de eerste plaats heb ik geen lust meer om op zee te gaan, en ten tweede is het handelen in slaven ’n baantje, waarvoor ik me niet geschikt acht, want daarvoor moet je ’n hart als ’n klip en al je zelfrespekt verloren hebben. Ik heb ’n beter plan: de Regering is juist begonnen met ’t uitgeven van nieuwe plaatsen te Drakenstein, en ik wil me daar ook ’n goed stuk grond uitzoeken en ’n boerderij beginnen. Daar kunnen we dan rustig wonen, wat vee houden en ons voornamelik toeleggen op de wijnbouw, waarvoor de grond uiterst geschikt isnaar ik hoor. Ik heb kennis gemaakt met ’n jonge Hugenoot, Jean Nortier, de zoon van een wijnboer in ’t zuiden van Frankrijk, die veel kennis heeft van de wijnbouw, en die gewillig is, om voor een tamelik loon het toezicht over de plaats te houden en me alle nodige inlichtingen te geven.”De Kapitein vond dit ’n goed plan en Katrijn zei: “Natuurlik, Vader, als Abraham en ik getrouwd zijn, en we op de plaats gaan wonen, dan komt u bij ons uw intrek nemen; daar kunt u dan uw oude dag in rust en vrede doorbrengen, zonder u om iets te bekommeren.”Op deze woorden sloot de oude man..... Pag. 153.Op deze woorden sloot de oude man ….. Pag. 153.Op deze woorden sloot de oude man, met tranen in de ogen, zijn dochter in z’n armen, en kuste haar hartelik. Daarop zei hij: “Katrijn, haal me eens ’n bottel van de Bourgondiese wijn, die ik drie maanden geleden van de Kapitein van ’t Franse schip heb gekocht, want op deze gelukkige avond, kunnen we wel ’n potje breken.”Het was half elf, toen Abraham Hartog afscheid van Vader en dochter nam, en met een gelukkig, weltevreden hart zich naar zijn kamer in de Stadsherberg begaf.
In ’t begin van Oktober 1689 kwam de uitgaande vloot van Holland naar Oost-Indië de Tafelbaai binnen, en onder de brieven, die deze van Patria meebracht, waren er twee voor Abraham Hartog.
Aan het adres te zien, waren ze van één persoon, en toen Hartog ze opende, bleken ze dan ook beide te zijn verzonden door de oudste zoon van Notaris van Doorn.
De eerste brief luidde als volgt:
Geachte Heer,Uw brief van 5 Oktober 1687 bereikte mij veilig. Hij was geadresseerd aan mijn vader, doch deze heeft zich meer dan een jaar geleden van alle zaken teruggetrokken en ik sta tans aan ’t hoofd van ’t kantoor.Wat aangaat de gelden ten bedrage van 1950 gulden, die u bijna 9 jaar geleden aan mijn vader overhandigd hebt, kan ik u de volgende mededelingen doen.Daar u de vrije beschikking over uw geld aan mijn vader hebt gelaten, heeft deze goedgevonden, het dadelik te beleggen in aandelen van de Oost Indiese Kompanjie, en aangezien de dividenden door de Kompanjie uitbetaald, aanzienlike sommen bedroegen, heeft hij ook die in dezelfde aandelen gestoken, met ’t gevolg dat ’t oorspronkelik kapitaal tans vermeerderd is tot ’n bedrag van 6025 gulden.Dit bedrag is te eniger tijd te uwer beschikking, en indien u zulks verkiest, zal ik de gehele som aan u overmaken door middel van de Rotterdamse Kamer van de Kompanjie.Met achtingde UweEduard van Doorn.
Geachte Heer,
Uw brief van 5 Oktober 1687 bereikte mij veilig. Hij was geadresseerd aan mijn vader, doch deze heeft zich meer dan een jaar geleden van alle zaken teruggetrokken en ik sta tans aan ’t hoofd van ’t kantoor.
Wat aangaat de gelden ten bedrage van 1950 gulden, die u bijna 9 jaar geleden aan mijn vader overhandigd hebt, kan ik u de volgende mededelingen doen.
Daar u de vrije beschikking over uw geld aan mijn vader hebt gelaten, heeft deze goedgevonden, het dadelik te beleggen in aandelen van de Oost Indiese Kompanjie, en aangezien de dividenden door de Kompanjie uitbetaald, aanzienlike sommen bedroegen, heeft hij ook die in dezelfde aandelen gestoken, met ’t gevolg dat ’t oorspronkelik kapitaal tans vermeerderd is tot ’n bedrag van 6025 gulden.
Dit bedrag is te eniger tijd te uwer beschikking, en indien u zulks verkiest, zal ik de gehele som aan u overmaken door middel van de Rotterdamse Kamer van de Kompanjie.
Met achting
de Uwe
Eduard van Doorn.
De tweede brief was 14 dagen later gedateerd en bevatte ’t volgende:
Geachte Heer,De brief door u aan uw vader geschreven, is mij ter hand gekomen in mijn hoedanigheid vanExekuteur in de boedel van uw vader, want deze is na een ziekbed van enige maanden in Maart van dit jaar overleden.Enige weken na uw vertrek heeft mijn vader voor de uwe een testament opgetrokken, waarbij hij de helft van zijn vermogen naliet aan zijn zuster Anna en de andere helft vermaakte aan verschillende liefdadige instellingen, terwijl slechts honderd gulden aan u nagelaten werd; omtrent één maand voor zijn dood, toen ik reeds aan ’t hoofd van het kantoor stond, had hij echter een vertrouwelik onderhoud met mijn vader, en werd ik later door hem geroepen om een nieuw testament op te trekken, waardoor natuurlik het vroegere verviel.Bij dit laatste testament vermaakte hij aan zijn zuster Anna het huis te Rotterdam door hem bewoond, benevens een som van tien-duizend gulden, en aan liefdadige instellingen enige kleine legaten tesamen ten bedrage van vijf-duizend gulden, en benoemde hij u tot zijn erfgenaam van ’t overige.De boedel is nog niet geheel vereffend, aangezien er zekere vaste eigendommen zijn, die nog niet getakseerd werden, maar volgens ’n matige berekening door mij gemaakt, zal uw aandeel omtrent zeventig-duizend gulden wezen.Wij hadden allen gemeend, dat uw vader veel meer bezat, maar ’t blijkt dat hij enige jaren voor zijn dood zeer belangrijke verliezen leed door ’t faljiet gaan van twee grote kooplieden te Venetië en te Konstantinopel, waarbij hij meer dan de helft van zijn kapitaal verloor.Zodra de boedel vereffend is, zal ik u een afschrift zenden van de goedgekeurde boedelrekening.Hebt u echter intussen geld nodig, dan kunt u op mij trekken, door middel van de Rotterdamse Kamer van de Oost Indiese Kompanjie, ten bedrage van niet meer dan dertig-duizend gulden.Ik mag hierbij voegen, dat bij ’t maken van dit testament uw vader zijn innig berouw heeft te kennen gegeven over de houding, die hij indertijd tegenover u aangenomen had, en u alles vergeven heeft, wat door u misdaan was.In de hoop spoedig van u te vernemen, heb ik de eer te zijn.Uw dw. dienaar,Eduard van Doorn.
Geachte Heer,
De brief door u aan uw vader geschreven, is mij ter hand gekomen in mijn hoedanigheid vanExekuteur in de boedel van uw vader, want deze is na een ziekbed van enige maanden in Maart van dit jaar overleden.
Enige weken na uw vertrek heeft mijn vader voor de uwe een testament opgetrokken, waarbij hij de helft van zijn vermogen naliet aan zijn zuster Anna en de andere helft vermaakte aan verschillende liefdadige instellingen, terwijl slechts honderd gulden aan u nagelaten werd; omtrent één maand voor zijn dood, toen ik reeds aan ’t hoofd van het kantoor stond, had hij echter een vertrouwelik onderhoud met mijn vader, en werd ik later door hem geroepen om een nieuw testament op te trekken, waardoor natuurlik het vroegere verviel.
Bij dit laatste testament vermaakte hij aan zijn zuster Anna het huis te Rotterdam door hem bewoond, benevens een som van tien-duizend gulden, en aan liefdadige instellingen enige kleine legaten tesamen ten bedrage van vijf-duizend gulden, en benoemde hij u tot zijn erfgenaam van ’t overige.
De boedel is nog niet geheel vereffend, aangezien er zekere vaste eigendommen zijn, die nog niet getakseerd werden, maar volgens ’n matige berekening door mij gemaakt, zal uw aandeel omtrent zeventig-duizend gulden wezen.
Wij hadden allen gemeend, dat uw vader veel meer bezat, maar ’t blijkt dat hij enige jaren voor zijn dood zeer belangrijke verliezen leed door ’t faljiet gaan van twee grote kooplieden te Venetië en te Konstantinopel, waarbij hij meer dan de helft van zijn kapitaal verloor.
Zodra de boedel vereffend is, zal ik u een afschrift zenden van de goedgekeurde boedelrekening.
Hebt u echter intussen geld nodig, dan kunt u op mij trekken, door middel van de Rotterdamse Kamer van de Oost Indiese Kompanjie, ten bedrage van niet meer dan dertig-duizend gulden.
Ik mag hierbij voegen, dat bij ’t maken van dit testament uw vader zijn innig berouw heeft te kennen gegeven over de houding, die hij indertijd tegenover u aangenomen had, en u alles vergeven heeft, wat door u misdaan was.
In de hoop spoedig van u te vernemen, heb ik de eer te zijn.
Uw dw. dienaar,
Eduard van Doorn.
Men kan zich begrijpen dat de jonge Kapitein deze brieven met verschillende aandoeningen ontving.
Hij was natuurlik diep bedroefd over ’t berichtdat zijn vader overleden was, maar daarentegen was ’t met een gevoel van dankbaarheid, dat hij vernam dat hem ten slotte alles vergeven, en hij in al zijn rechten hersteld was.
Hij gevoelde ook diepe erkentelikheid jegens de oude Notaris, die op zulk een verstandige wijze zijn geld belegd had, zodat ’t kapitaal meer dan verdrievoudigd was.
Maar, en dit bovenal, verheugde hem de gedachte, dat hij tans in staat zou zijn om naar Katrijn te gaan en haar om een afdoend antwoord te vragen, want ’t leed geen twijfel, dat hij nu in staat was, ’n vrouw behoorlik te onderhouden.
Kapitein Knijf en zijn dochter woonden niet meer in de Stadsherberg, want ook hij had goed nieuws uit Holland ontvangen. Zijn vaste goederen in Vlissingen waren tegen buitengewoon hoge prijzen van de hand gezet, en toen alles bij elkaar gerekend werd, vond hij zich in ’t bezit van een kapitaal van ongeveer tien-duizend gulden, op de rente waarvan hij met enige zuinigheid vrij wel kon leven.
Hij had daarom ’n kleine, maar nette woning gehuurd voorbij het Kasteel, op de weg naar Simonsstad, op de tegenwoordige Sir Lowry’s Road.
Bij ’t huis behoorde omstreeks een halve morgen grond en ’t grote genoegen van de Kapitein wasom die tuin te bewerken en er voldoende groenten van te winnen voor eigen gebruik.
De Kapitein was zijn zwaarmoedigheid te boven gekomen, niet alleen omdat zijn financiële zaken zo goed gebleken waren, maar voornamelik omdat hem door de Kompanjie ’t bevel was aangeboden over een nieuw schip van de 2de klasse.
Dit aanbod had hij weliswaar afgeslagen, maar ’t bewees hem toch dat de Kompanjie er niet aan dacht hem verantwoordelik te stellen voor ’t vergaan van de Stavenisse.
Diezelfde avond bracht Abraham Hartog, die nog steeds zijn intrek had in de Stadsherberg, ’n bezoek aan de kleine woning van Kapitein Knijf. Toen hij daar kwam, was Katrijn juist bezig om na ’t avondeten de tafel af te dekken, en nadat zij dit gedaan had, ging ze rustig naast de grote leuningstoel van haar vader zitten. Hartog overhandigde haar de eerste brief van de jonge Van Doorn en zij las die aandachtig door. Nadat zij daarmede klaar was, keek ze de jonge man recht in de ogen, terwijl haar gelaat zich met ’n donkere blos overdekte. Vervolgens stond zij kalm op, vatte Hartog bij de hand en zei tot haar vader:
“Vader, Hartog en ik hebben ons met elkaar verloofd, en wij vragen daarop uw toestemming en uw zegen.”
De oude Kapitein glimlachte van genoegen en zei:
“Kinderen, dit is de vervulling van een hoop, die ik al maanden lang in mijn hart heb gevoed. Ik wenste vóór mijn dood de toekomst van mijn enig kind verzekerd te zien, en ik hoop, Hartog, dat je haar gelukkig zult maken en goed voor haar zorgen, alhoewel je het met je salaris van 40 gulden per maand, heel zuinig zult moeten aanleggen.”
Katrijn las toen de brief van de Notaris voor en zei:
“U ziet, Vader, dat we wat meer hebben dan 40 gulden in de maand en dat Hartog de beschikking heeft over ’n vrij grote som, waarmee hij heel wat kan doen.”
Hartog haalde nu de tweede brief van de jonge Van Doorn uit z’n zak en gaf die ook ter lezing aan ’t meisje, dat toen ze die brief geëindigd had snel opsprong en zei:
“Abraham, je hebt me gefopt; je bent niet alleen ’n wel-af man, maar ’n schatrijke, en ik weet niet of ik je nu nemen kan, want ik ben niet ’n meisje, dat de hoge positie in de wereld kan innemen en de stand ophouden, die ’n vrouw als de jouwe zal passen.”
Hartog glimlachte en antwoordde:
“Katrijn, maak je daarover maar niet ongerust. Al bezat ik tien ton gouds, en al was ik de rijksteman in deze volkplanting, dan zou ik toch nog eenvoudig leven, en zonder praal en weelde de wereld doorgaan, want geld maakt niet gelukkig en hoe meer geld, hoe meer zorgen.”
Dat de Kapitein, toen ook hij de tweede brief gelezen had, niet weinig verbaasd was over de inhoud daarvan, behoeven we nauweliks te zeggen. Hartog was nu verplicht zijn gehele levensgeschiedenis aan de oude man te verhalen, evenals hij dit in Natal aan Katrijn had gedaan.
“En wat ga je nu beginnen?” vroeg de Kapitein. “Als ik jou was, kocht ik me ’n mooi schip en dreef daarmee handel op de Oostkust van Afrika, vooral in slaven, waarmee heel wat geld te verdienen is.”
“Dank u hartelik, Kapitein,” zei de jonge man. “In de eerste plaats heb ik geen lust meer om op zee te gaan, en ten tweede is het handelen in slaven ’n baantje, waarvoor ik me niet geschikt acht, want daarvoor moet je ’n hart als ’n klip en al je zelfrespekt verloren hebben. Ik heb ’n beter plan: de Regering is juist begonnen met ’t uitgeven van nieuwe plaatsen te Drakenstein, en ik wil me daar ook ’n goed stuk grond uitzoeken en ’n boerderij beginnen. Daar kunnen we dan rustig wonen, wat vee houden en ons voornamelik toeleggen op de wijnbouw, waarvoor de grond uiterst geschikt isnaar ik hoor. Ik heb kennis gemaakt met ’n jonge Hugenoot, Jean Nortier, de zoon van een wijnboer in ’t zuiden van Frankrijk, die veel kennis heeft van de wijnbouw, en die gewillig is, om voor een tamelik loon het toezicht over de plaats te houden en me alle nodige inlichtingen te geven.”
De Kapitein vond dit ’n goed plan en Katrijn zei: “Natuurlik, Vader, als Abraham en ik getrouwd zijn, en we op de plaats gaan wonen, dan komt u bij ons uw intrek nemen; daar kunt u dan uw oude dag in rust en vrede doorbrengen, zonder u om iets te bekommeren.”
Op deze woorden sloot de oude man..... Pag. 153.Op deze woorden sloot de oude man ….. Pag. 153.
Op deze woorden sloot de oude man ….. Pag. 153.
Op deze woorden sloot de oude man, met tranen in de ogen, zijn dochter in z’n armen, en kuste haar hartelik. Daarop zei hij: “Katrijn, haal me eens ’n bottel van de Bourgondiese wijn, die ik drie maanden geleden van de Kapitein van ’t Franse schip heb gekocht, want op deze gelukkige avond, kunnen we wel ’n potje breken.”
Het was half elf, toen Abraham Hartog afscheid van Vader en dochter nam, en met een gelukkig, weltevreden hart zich naar zijn kamer in de Stadsherberg begaf.