Hoofdstuk VI.De regeering van Pisistratus en de Alcmaeoniden.De Atheners waren, zooals in het vorige hoofdstuk is gezegd, onrustig en ontevreden, zoodat zij met ongeduld naar eenige verandering uitzagen. Het was dus juist de geschikte tijd voor een listig man, plannen te smeden, om de volksgunst te winnen en tyran te worden. Er was toen juist iemand, geschikt om dit te doen. Hij heette Pisistratus. Hij was bij het volk in groot aanzien wegens zijn vrijgevigheid en omdat hij overwinningen behaald had bij de Olympische wagenrennen. Hij deed het voorkomen, alsof hij volkomen tevreden was met de wetten van Solon, en dat hem niets anders ter harte ging dan het heil van zijn vaderland. Het volk geloofde hem volkomen, en toen hij eens op het marktplein kwam aanrijden, met bloed besmeerd, namen zij in volle vertrouwen de waarheid aan van zijn verhaal, dat zijn vijanden hem haast hadden vermoord, omdat hij zich zoozeer wijdde aan het heil van het volk. Het marktplein was vol van het armste volk, welks bijzondere vriend Pisistratus beweerde te zijn. Solon was daar eveneens en riep uit: “Pisistratus, gij hebt dit zelf gedaan, om uw landgenooten te bedriegen.”Toch schonk het volk den bedrieger geloof en nam onmiddellijk een voorstel aan,—dat gedaan werd door iemand, dien hij vooruit daarvoor had aangenomen—dat hun miskende vriend een lijfwacht zou hebben van vijftig man, met stokken gewapend. Geleidelijk nam dit aantal toe. “Het volk” wilde dit, en de aanzienlijken durfden zich niet te krachtig tegen hen te verzetten. Na korten tijd bestond de lijfwacht reeds uit vierhonderd krachtige mannen. Daarna bezette Pisistratus de Acropolis. Hij werd tyran van Athene en Athene was nietlanger vrij. Herhaaldelijk had Solon de Atheners gewaarschuwd, maar zij hadden zijne waarschuwingen in den wind geslagen. Ten laatste legde hij zijn schild en zijn zwaard buiten zijn deur op den grond en sloot de deur, terwijl hij zeide: “Ik heb alles gedaan wat ik vermocht, om mijn vaderland en de wetten des lands te verdedigen.”Grieksche wagens.Grieksche wagens.Pisistratus gevoelde zich nu meester van Athene. “Hoe zal hij Solon behandelen?” vroeg het volk zich af. Spoedig werd het hun duidelijk, dat hij er niet aan dacht, Solon eenig leed aan te doen. Integendeel, dikwijls won hij zijn raad in, waar het openbare aangelegenheden betrof; en Solon was edelmoedig genoeg en bezat genoeg vaderlandsliefde, om nooit zijn raad te weigeren, als hij dacht, dat het den staat ten goede zou komen.Pisistratus verbande de Alcmaeoniden, maar na korten tijd werd hij zelf uit de stad verjaagd. Het gelukte hem terug te keeren, en het was een eigenaardige terugkeer. Deze had plaats op een feestdag, toen de straten vol volk waren, dat de optochten gadesloeg, die ter eere van de goden werden gehouden. De ééne optocht na den anderen was voorbij gekomen, toen plotseling de luide stemmen van herauten gehoord werden, die riepen: “Mannen van Athene, ontvangt en verwelkomt Pisistratus! Athene eert hem boven alle andere mannen, en brengt hem nu terug naar haar eigen Acropolis!” Een prachtig militair geleide volgde, en toen kwam een prachtige wagen aanrollen, waarin een lange, schoone vrouw zat, gekleed in volle wapenrusting met schild en speer, en zooveel mogelijk gelijkend op Athene, zooals deGrieken haar zich voorstelden. Naast den wagen reed de tyran. Het volk keek met de grootste verbazing toe. “Het is de godin zelf,”fluisterden enkelen met ontzag; anderen zagen, dat het niets dan een list was; maar het einde was, dat de poort van de Acropolis werd opengeworpen en dat Pisistratus ten tweeden male tyran van Athene was. Ten tweeden male werd hij uit de stad verdreven, doch daarna keerde hij door wapengeweld terug. Eindelijk was hij meester van den toestand, en wist hij zich achttien jaren lang tot aan zijn dood te handhaven.Athene. (In de Vaticaansche galerij te Rome).Athene. (In de Vaticaansche galerij te Rome).Natuurlijk kwam de regeering niet van rechtswege aan Pisistratus toe, maar niemand kon ontkennen, dat hij er een goed gebruik van maakte. Wel is waar hield hij de hoogste ambten voor leden van zijn eigen geslacht beschikbaar, maar hij was welwillend voor de arme landbouwers en gaf hun vee en zaden en landbouwgereedschappen. Hij verfraaide de stad met prachtige tempels; hij bouwde een stevige waterleiding om het water van de bergen naar beneden te voeren, en hij deed een prachtigen tuin aanleggen aan den oever eener rivier in de nabijheid der stad. Hierin waren statige gebouwen, fonteinen en heerlijke wandelingen in schaduwrijke boschjes. Hier plachten de Atheensche jongelingen samen te komen voor militaire oefeningen. Hij legde wegen aan naar verschillende gedeelten van het land. Deze gingen alle uit van een altaar in Athene, en daar waren tafels geplaatst, waarop de afstanden naar de verschillende plaatsen waren aangeteekend. De wegen zelf werden veel geriefelijker en aangenamer voor reizigers gemaakt, immers daarop werden mijlpalen geplaatst, niet maar gewone steenen,maar houten palen, waarvan de top eindigde in een Hermeskop, den god, tot wien zij, die op het punt waren op reis te gaan, om bescherming baden. Dikwijls werd het ééne of andere grappige gezegde in den paal gesneden.Hermeszuil. (In het Louvre).Hermeszuil. (In het Louvre).Natuurlijk vergat Pisistratus de godin Athene niet. Er is een oud verhaal, dat zij en Poseidon eens met elkander wedijverden, om te zien, wie de nuttigste gave aan de stad kon schenken. Poseidon gaf een fontein van zout water, en Athene een olijfboom. Het werd uitgemaakt, dat het geschenk der godin het meest waard was. Haar naam werd aan de stad gegeven, en steeds werd zij bijzonder vereerd. Pisistratus bouwde voor haar dienst een tempel, en jaarlijks vierde hij een prachtig feest ter harer eer. De oudste Grieken meenden, dat het beeld eener godin in zeker opzicht de godin zelf was, en zij waren er van overtuigd, dat Athene zich ten zeerste verblijdde, als zij een indrukwekkenden optocht hielden op dit feest, en naar den tempel een schitterend nieuw gewaad brachten om daarmede het beeld der godin te bekleeden. Al die dingen zijn reeds lang voorbijgegaan, en hoezeer deze de Atheners hebben mogen behaagd, voor ons maken zij weinig verschil meer. Doch men verhaalt van Pisistratus één daad, waarvoor ook wij nog, zelfs na vier en twintig eeuwen, hem dankbaar mogen zijn; men zegt toch, dat hij alle menschen, die de werken van Homerus en Hesiodus kenden, naar Athene heeft samengeroepen, om de gedichten te vergelijken, zooals zij gewoon waren die op te zeggen. Die lezing, waarvan uitgemaakt werd, dat zij de beste was, werd zorgvuldig op schrift gebracht; en dit is de oorzaak, dat wij thans nog de gedachten van die twee groote schrijvers kunnen lezen in ongeveer dezelfde woorden, waarin deoude Grieken die lazen. Pisistratus stelde er zich niet mede tevreden, de doode dichters eer te bewijzen; hij noodigde ook de besten der toenmaals levende dichters uit, Athene tot hun woonplaats te kiezen, en hij zorgde er voor, dat zij daar behagelijk konden leven.Poseidon.Poseidon.Toen Pisistratus in het jaar 527 vóór Christus stierf, was er niemand, die zijn zoon Hippias verhinderde, hem op te volgen. In het begin was Hippias welwillend voor het volk, maar na eenigen tijd werden hij en zijn jongere broeder Hipparchus zóó hoovaardig en aanmatigend, dat een samenzwering werd gesmeed, om hen te vermoorden. Hippias ontkwam, maar zijn broeder werd gedood. Daarna trad Hippias zóó tyranniek op, dat zij, die vroeger zeer met hem waren ingenomen, er naar begonnen te verlangen, dat hij van de regeering werd gestooten. Er waren bovendien enkelen, die buiten Athene verblijf hielden, en die hetzelfde wenschten. Dit waren de Alcmaeoniden, die gedurende al dien tijd in ballingschap hadden geleefd. Steeds hadden zij gehoopt terug te kunnen keeren, en zij waren verstandig genoeg te weten, dat de eerste stap daartoewas, de gunst te winnen van de priesters te Delphi. Zij wachtten verlangend naar een gelegenheid; eindelijk kwam deze. De tempel van Apollo te Delphi vloog in brand en brandde tot den grond af. “Wij willen hem voor driehonderd talenten opbouwen,”zeiden de Alcmaeoniden; en de overeenkomst werd gesloten. Nu was voor hen het geschikte oogenblik gekomen. Niet alleen dat zij zich aan de overeenkomst hielden, maar zij deden veel meer dan hun plicht was, daar zij niet alleen de standbeelden en het beeldhouwwerk, maar ook het geheele gebouw in ieder opzicht veel schooner maakten dan zij hadden afgesproken. Zij hadden bij voorbeeld beloofd, dat zij het voorportaal van den tempel van kalksteen zouden vervaardigen; maar in plaats van gewoon kalksteen, maakten zij gebruik van het zuiverste en witste Parisch marmer.Mannen te paard, die zich haasten, om deel te nemen aan den optocht naar den tempel van Athene. (Naar een fries van het Parthenon).Mannen te paard, die zich haasten, om deel te nemen aan den optocht naar den tempel van Athene. (Naar een fries van het Parthenon).De Grieken waren hiermede ten hoogste ingenomen, en de priesters van Apollo waren bereid alles voor de edelmoedige Alcmaeoniden te doen. Het was voor hen een gemakkelijke zaak, gunsten te bewijzen, zoolang zij de beschikking hadden over het orakel, en zij begonnen dus pogingen in het werk te stellen om de Alcmaeoniden weder naar Athene terug te brengen. De Spartanen waren flinke krijgslieden en hadden reeds lang er naar gehaakt,Athene aan zich te onderwerpen; zoo dikwijls zij nu het orakel raadpleegden over de ééne of andere onderneming, was het antwoord steeds: “Bevrijdt eerst Athene.”Eindelijk trok de Spartaansche koning Cleomenes met zijn leger uit, en het duurde toen niet lang meer, of de Alcmaeoniden kwamen terug te Athene, en Hippias werd gedwongen in ballingschap te gaan.Hoofd van Apollo van Belvedere.Hoofd van Apollo van Belvedere.(Vaticaansche galerij te Rome).De aanvoerder der Alcmaeoniden was Clisthenes, en spoedig werd hij de heerscher van Athene. Het gelukte hem, tweeveranderingen tot stand te brengen, die bijzonder voordeelig waren voor zijn land: hij wist te bewerken, dat er meer eenheid kwam onder de burgers, en hij gaf het gewone volk een ruimer aandeel in het stadsbestuur. De eenheid onder de bevolking bracht hij tot stand door hen op een geheel andere wijze te verdeelen dan voorheen het geval was geweest. Er waren vroeger vier “Jonische phylae”, zooals zij genoemd werden, en iedereen zag op tegen de aanzienlijke mannen van zijn eigen phyle en behoorde tot de ééne of andere partij. Clisthenes besloot die partijen uit elkander te rukken, en dit deed hij op de volgende wijze: Hij verdeelde het geheele land in tien districten of demen. Daarna vormde hij een phyle, bestaande uit de bevolking van één deme in het noorden van Attica, een andere in het zuiden en zoo vervolgens. Er waren tien van die phylae, maar de bevolking van de verschillende demen waren voor elkander vreemdelingen; en zoo was het voor een ontevreden edele nu lang zoo gemakkelijk niet als te voren, om een partij samen te stellen, die hem hielp. Sedert den tijd van Draco was er steeds een Raad geweest, die wetten aan het volk voorstelde, en Clisthenes gaf nu iedere phyle het recht vijftig leden voor den Raad te kiezen. Iedere phyle echter koos een bestuurder over zich zelf, en eveneens een legeraanvoerder, die aan het hoofd van het leger stond gedurende één dag, om de beurten met de negen andere legeraanvoerders. Er werd echter geen verandering gebracht in de verdeeling der burgers in vier klassen, naar hun inkomen uit land, en het was nog altijd onmogelijk voor iemand uit de vierde klasse, om een staatsbetrekking te vervullen.De regeeringsvorm van Attica was nu een democratische, dat wil zeggen, een volksregeering. In vroegere dagen kon niemand overheidspersoon zijn, tenzij hij tot de Eupatriden behoorde. Draco stond de Ecclesia toe, de overheidspersonen te kiezen uit hen, die een zeker inkomen uit land trokken. Totde Ecclesia liet hij alleen toe, die wapenen en een wapenrusting uit eigen middelen konden bekostigen. Solon wilde niet, dat iemand tot overheidspersoon gekozen werd, als hij niet, zooals in de dagen van Draco, een bepaald inkomen uit land trok; maar hij liet een ieder tot de Ecclesia toe, zoowel hen, die uit eigen middelen hun wapenen konden bekostigen, als hen, die daartoe niet in staat waren. Clisthenes wilde niet, dat de mannen uit de vierde klasse ambten bekleedden, maar het volk in zijn geheel gaf hij veel meer macht dan zij vroeger gehad hadden. Er waren een groot aantal nieuwe burgers, immers Clisthenes gaf hun, die uit andere landen in Attica waren gekomen, zelfs hun die eertijds slaaf geweest waren, het recht, burgers te worden.Offer aan Athene, de Godin der stad Athene, gebracht.Offer aan Athene, de Godin der stad Athene, gebracht.(De priesteres met de takken besprenkelt het altaar. De priester staat geheel rechts).Ten einde nog meer macht aan het volk te geven, en het onmogelijk, voor wien ook, te maken, tyran te worden, voerde Clisthenes twee merkwaardige gebruiken in. Het ééne was het ostracismus. Indien de Raad en de algemeene vergadering dachten, dat de ééne of andere burger zooveel macht kreeg, dat er vrees bestond, dat hij tyran werd, riepen zij de burgers zamen. Dan werd een ieder verzocht op een aarden scherf (ostrakon) den naam te schrijven van iedereen, van wien zij meenden, dat hij gevaarlijk zou worden voor de vrijheid van den staat. Indien iemand zesduizend stemmen kreeg, moest hij voor den tijd van tien jaar Athene verlaten. Die verbanning was natuurlijk verre van aangenaam, maar tochwerd zij als een soort van onderscheiding beschouwd, want inderdaad beteekende het: “Gij zijt grooter of meer populair dan wie ook in den staat.”Het tweede gebruik diende, om rijke of machtige personen te beletten partijen te vormen, die hen tot ambten konden verkiezen. Indien iemand eenig staatsambt wilde verkrijgen, was alles wat hij nu kon doen, zijn naam als candidaat voor dat ambt op te geven. Dan werd er om geloot, om uit te maken, wie de gelukkige zou zijn, die het ambt zou verkrijgen. Natuurlijk waren de Grieken niet zoo dwaas, hun legeraanvoerders op die wijze te kiezen; en wat ook de gebreken der twee gebruiken waren, zij hielden Athene ten minste vrij van tyrannen.Gouden Atheensche munt.Gouden Atheensche munt.(Op den éénen kant ziet men den kop van Athene met helm en kroon van olijfbladeren; op den achterkant ziet men twee uilen, gescheiden door een olijftak.)Het gemeene volk was met die veranderingen zeer ingenomen; de aanzienlijken echter hadden daar ernstig bezwaar tegen; daarom begonnen zij plannen te beramen, de democratie omver te werpen. Zij deden een beroep om hulp bij den Spartaanschen vorst. Koning Cleomenes begreep, dat, indien Athene een democratie was, en de groote massa van het volk tevreden was met den toestand, er weinig hoop was, dat hij in Attica macht zou verkrijgen. Bovendien was hij tot het inzicht gekomen, dat hij eenvoudig door de Alcmaeoniden gebruikt was geworden, om hen naar Athene terug te brengen, zonder dat hij er voor Sparta eenig voordeeldoor had verkregen. Daarom was hij niet alleen bereid te helpen, maar wist hij enkele bondgenooten der Spartanen er toe te brengen, zich met hem te vereenigen. De bondgenooten trokken zich echter terug, de Spartaansche aanvoerders kregen onderling oneenigheid en het geheele Spartaansche leger spatte uit elkander. Het waren de Thebanen en de bewoners van Chalcis, die dit oogenblik hadden gekozen,om tegen de Atheners op te trekken. Maar de Atheners trokken evenzeer ten strijde, en versloegen eerst de Thebanen en daarna de Chalcidiërs. Later deden de Spartanen een poging, Hippias weder naar Athene terug te brengen, maar de Atheners waren van hen niet gediend; en zij waren verplicht, op dat oogenblik hun poging om Attica te beheerschen, op te geven.Athene had standbeelden, gebouwen, uitstekende wetten en een beter staatsbestuur verkregen; maar, wat het meest waard was, het had het zóóver gebracht, dat de groote meerderheid harer burgers één waren in hun liefde voor hun vaderland.Punt van een pijl.Punt van een pijl.Hoofdstuk VII.De Olympische spelen.Een gezicht op Olympia.Een gezicht op Olympia.Er was ééne zaak, waarin de Grieksche natie ééngeheelvormde, en wel in de spelen, waarop wij reedsvroegerde aandacht vestigden, en waaraan niemand kon deel nemen, die niet tot de Grieksche natie behoorde. De meest bekende spelen waren die te Olympia in Elis. Onder alle veranderingen in de verschillende staten waren deze in stand gebleven, en zij werden als iets zóó heiligs beschouwd, dat, hoe heftig twee Grieksche stammen elkander ook mochten bestrijden, er altijd een wapenstilstand was in den tijd, dat de Olympische spelen duurden en in de dagen, die voor de heenreis en de terugreis werden toegestaan. Geen Griek, die de reis kon bekostigen en om zijn gezondheid daartoe in staat was, zou er aan denken, van de Olympische spelen weg te blijven; en de wegen naarOlympia moeten gedurende een tweetal weken vóór en na het begin van den zomer, in welke dagen de feesten werden gevierd, een allermerkwaardigst en belangwekkend schouwspel hebben opgeleverd.De Tempel te Olympia.De Tempel te Olympia.De Worstelaars.De Worstelaars.(Naar een standbeeld in de Uffiziën te Florence.)Stel u den eersten dag der feesten voor! Elke der verschillende staten had vertegenwoordigers gezonden, en die afgevaardigden droegen hun kostbaarste gewaden en reden in de prachtigste wagens, die beschikbaar waren. De Grieken hadden zóóveel genot in optochten, dat er zeker wel een optocht zal geweest zijn, en daarna zoo goed als zeker een plechtige offerdienst aan Zeus. Dan kwam nog de belangrijke taak, zich er van te vergewissen, dat zij, die aan de spelen wenschten deel te nemen, het recht hadden dit te doen. Niet alleen de athleten, maar ook de scheidsrechters en oefenaars moesten een eed afleggen, dat zij vrij geboren Grieken waren met onvermengd bloed, en dat zij de regels van het spel in ieder opzicht zouden in acht nemen. Zelfs al hadden zij dien eed afgelegd, moesten zij nog hun burgerschap bewijzen, en de athleten moesten aantoonen, dat zij de regels hadden gevolgd, die voor het dieet en de oefening waren vastgesteld. Met dit alles was een geheeledag gemoeid van des morgens vroeg tot des avonds laat. De volgende dagen—drie en misschien meer—waren voor de wedstrijden bestemd. De spelen bestonden uit wedloopen, worstelen, vuistvechten, springen, het werpen van schijven, en het slingeren van werpspiesen. En ten slotte had men nog de beroemde wedstrijden van met vier paarden bespannen wagens. Als het oogenblik gekomen was, werd zoo luid mogelijk op de trompetten geblazen, de slagboomen vielen, en de paarden stormden vooruit, terwijl de menigte luide kreten aanhief, en in woeste opgewondenheid jubelde.Een jongeling, overwinnaar bij een hardrijderij.Een jongeling, overwinnaar bij een hardrijderij.(De overwinnaar te paard wordt voorafgegaan door den heraut, die den naam van den overwinnaar uitroept. Achteraan loopt de man, die op zijn hoofd den prijs, een drievoet, draagt, en in zijn hand een krans.)De ruïnen aan den ingang naar de wedloopen te Olympia.De ruïnen aan den ingang naar de wedloopen te Olympia.De vijfde dag was aan de overwinnaars gewijd. Een knaap werd naar het heilige boschje gezonden, om met een gouden mes takken van een wilden olijfboom af te snijden. Daarvan werden kransen vervaardigd, die aan de overwinnaars werden aangeboden. Het was het meest trotsche oogenblik in het leven van een man, als de heraut zijn naam uitriep, dien van zijn vader en dien van zijn geboortestad, en als hij dan naar voren trad om zijn kroon in ontvangst te nemen. De menigte juichte hem uitbundig toe, en hij vergat de lange, vermoeiende en vervelende dagen, dat hij zich had moetenoefenen, terwijl hij uitsluitend aan den door hem verworven roem dacht.De Wedloop over Tweehonderd Meters.De Wedloop over Tweehonderd Meters.De olijfkrans was op zich zelf reeds belooning genoeg, maar er waren nog een aantal andere eerbewijzen, die den gelukkigen drager van den krans wachtten. Gewoonlijk bracht hij een offer aan Zeus, en al zijn landgenooten, die te Olympia tegenwoordig waren, namen daaraan met groote ingenomenheid deel, daar hij hun geboorteland roem had gebracht. Terwijl het offer brandde, liepen zij in een schitterenden optocht om het altaar heen, en zongen zij daarbij in koor lofliederen aan de goden, begeleid door de muziek van fluit en cither. Dit was slechts het begin, want de offerdienst werd gevolgd door tallooze feestgelagen. De stad, die bij de spelen den voorrang bekleedde, gaf feesten aan de overwinnaars, en de overwinnaars gaven feesten aan hun vrienden. En zelfs daarmede waren de eerbewijzen niet ten einde, immers dikwijls werd ter eere van den overwinnaar een standbeeld opgericht te Olympia, en ook weleens een tweede standbeeld in zijn woonplaats. Zelfs de terugkeer van een overwinnaar naar zijn geboorteplaats leverde een schitterend schouwspel op. Hij was gekleed in een rijk purperen gewaad, en werd naar zijn woning gebracht in een wagen, door vier witte paarden getrokken. Zijn vrienden en bloedverwanten volgden hem, in hun beste kleeren gestoken; en daarop volgde een troep volk, zingend en juichend, zoo luid dit maar mogelijk was.De Olympische wedloopen.De Olympische wedloopen.Zoodra zij voor de muren gekomen waren, hield de optochtstand. “Waartoe zijn er muren noodig ter verdediging van een stad, die zoo voortreffelijke mannen heeft?” riep het volk; en dan werd een stuk van den stadsmuur neergehaald, en vlogen de vier witte paarden over de puinhoopen heen. Natuurlijk volgden ook daar weer feestgelagen, en werd dikwijls een milde gift in goud en zilver geschonken. De wijsgeeren uit die dagen herinnerden de burgers er dikwijls aan, dat die overwinnaars in de spelen voor de stad weinig waard waren. “In vredestijd zijn zij niets waard” zoo zeiden de philosofen, “immers het is niet hun geest, maar hun lichaam, dat geoefend is; en zij zijn niets waard in oorlogstijd, daar hun oefening zóó eenzijdig is, dat zij spoedig zouden bezwijken, als zij zichmoesten onderwerpen aan den krijgsdienst.” Toch bleef de vereering der athleten voortduren. In sommige steden gebruikten zij dagelijks het middagmaal ten koste van de stad, en gedurende hun geheele verdere leven werd voor hen een plaats op de voorste rij in de schouwburg vrijgehouden. Met zorgvuldigheid werd hun naam ingeschreven in het register, dat te Olympia werd gehouden, en zoolang zij leefden werden zij geëerd.De Grieken hechtten zóóveel gewicht aan die spelen, dat zij bijna alle gebeurtenissen daarnaar rekenden; het jaar, dat die spelen werden gevierd en de volgende drie jaren, werden als een Olympiade gerekend. Zoo noemden zij het jaar 776 vóór Christus het eerste jaar der Olympiade; het jaar 770 vóór Christus het derde jaar der tweede Olympiade.Gedurende langer dan duizend jaar werden die spelen zonder eenige onderbreking gehouden. Hun beteekenis voor het Grieksche leven kan nauwelijks hoog genoeg worden geschat. Zij hadden grooten invloed op den handel, immers waar zoovele duizenden menschen bijeen waren, daar moest heel wat gekocht en verkocht worden. Zij hadden eveneens invloed op de kunst, immers bij die spelen vond de beeldhouwer de schoonste levende modellen. Zij hadden tevens invloed op de zeden en gewoonten van het volk, op hun eerbied voor godsdienstige plechtigheden, en eveneens op hun belangstelling in literatuur en welsprekendheid; immers bij de meeste dier spelen werden ook daarin wedstrijden gehouden. De Grieken werden nooit tot één natie vereenigd; toch droegen de spelen er veel toe bij, dat zij tot de overtuiging kwamen, dat zij een aantal gezamenlijke belangen hadden en dat, indien een volksstam de hulp van een vreemdeling inriep tegen een anderen stam, deze als het ware een verrader van zijn vaderland was.Hoofdstuk VIII.De Grieksche koloniën: de tyrannen.De spelen deden veel om de Grieken tot eenheid te brengen en aan hun vaderland te binden; maar toch hadden een groot aantal van dezen hun woonplaatsen verlaten en waren naar andere landen getrokken. Er waren drie redenen voor dien uittocht. De ééne was, dat de steden zich uitbreidden; een aantal mannen, die vermogend waren geworden, hadden slechts weinig deel aan het staatsbestuur en werden daardoor ontevreden en ongedurig. Een tweede reden was, dat een groot aantal personen, die niet rijk waren, hoe langer hoe meer verlangden, zoo snel mogelijk fortuin te maken. Er was daartoe meer gelegenheid in de nog niet op zoo vasten grondslag gevestigde landen dan in Griekenland zelf. In de derde plaats waren de Grieken belust op avonturen, en daarom kon er steeds een troepje gevonden worden, die bereid waren in oostelijke richting te trekken of zelfs om weg te zeilen, ten einde na te gaan, wat kon worden ontdekt in het wonderland in het verre westen, dat is in Italië of Sicilië of Sardinië. Zij konden bijna overal waar zij dit wenschten, landen en een kolonie stichten, immers slechts weinige van de stammen, die langs de kusten der Middellandsche Zee woonden, stelden prijs op die kusten of op de havens. Zij waren zelfs dikwijls blijde, als vreemdelingen naar hun land kwamen, om met hen handel te drijven. Zoo verklaart het zich, dat tusschen de jaren 750 en 600 vóór Christus Grieksche koloniën bij dozijnen werden gesticht. Menschen, die goud en zilver wilden delven, zij die van plan waren visch of vee of koren of slaven te koopen, zeilden naar de kusten van den Pontus Euxinus of de Zwarte Zee. Zij die meenden rijk te zullen worden door handel te drijven in barnsteenen tin, reisden naar de kusten van het tegenwoordige Frankrijk; immers die kostbare artikelen konden gemakkelijk van het noorden worden toegevoerd langs de Rhone. In vroeger tijden waren er koloniën gesticht op de eilanden en aan de kusten der Aegeïsche Zee, en later op de eilanden ten westen van Griekenland, aan de kusten van Afrika, aan de Delta van den Nijl in één woord: overal waar een troepje Grieken meende, dat er een goede gelegenheid bestond om handel te drijven, werden Grieksche kolonies gesticht. Apollo was de god van het koloniseeren; het behoeft dus geen betoog, dat nooit kolonisten hun tocht aanvaardden zonder raad in te winnen bij het orakel te Delphi. Die raad was van bijzonder groote waarde, immers menschen van heinde en ver kwamen daar, om het orakel te raadplegen, en de priesters hadden heel wat beter gelegenheid inlichtingen te ontvangen omtrent de verschillende landen dan anderen. Als een troep Grieken, die een kolonie wenschten te stichten, het orakel raadpleegden omtrent de plaats, waar zij zich heen wenschten te begeven, zouden zij misschien vernemen, dat het land niet vruchtbaar was, of dat de inboorlingen wild en oorlogzuchtig waren, of dat er op die kust geen goede havens waren. Dan veranderden de kolonisten hun plan en kozen zij een andere plaats om zich te vestigen.De Delphische Apollo.De Delphische Apollo.(Naar een beschilderde vaas. Men stelde zich voor, dat de vleugels op den drievoet Apollo in staat stelden den Oceaan over te vliegen om de koloniën te bezoeken.)Meestal kwam eenzelfde troep kolonisten van dezelfdestad. Zij brachten altijd eenige sintels mede van de heilige vuren hunner geboorteplaats, en daarmede ontstaken zij de altaarvuren van hun nieuwe woonplaats. Zij stonden echter niet langer onder de heerschappij der oude stad, maar waren volkomen vrij, zich zelf te besturen zooals zij dit het best achtten. De koloniën waren volstrekt niet overbevolkt; er was ruimte genoeg voor iedereen, om te leven op de wijze, die zij verkozen. De opvattingen der kolonisten waren veel oorspronkelijker en vermeteler; en gedurende langen tijd waren de dichters en wijsgeeren van de koloniën der eilanden grooter dan die van het vasteland van Griekenland. Het kleine eiland Lesbos was de woonplaats van den dichter Alcaeus en de dichteres Sappho (Saffo). Alcaeus schreef voornamelijk over staatkundige onderwerpen, maar toch vond hij nog tijd om een gedicht op Sappho te vervaardigen, waarin hij haar noemde “de violetwevende, reine, liefelijk lachende Sappho.”Sappho zelf vervaardigde zóó prachtige gedichten, dat men van haar niet sprak als van “een dichteres”, maar als van “de dichteres”. Een schoone gedachte wordt door haar uitgedrukt in de volgende woorden:“De sterren, die schittrend aan ’t hemeldak staan,Verbleeken, en ’t is met haar luister gedaan,Zoodra volle maan heel den hemel verlicht,En ons doet bewond’ren haar zilveren gezicht.”SapphoSappho(In het Louvre)De grootste wijsgeer van dien tijd, Pythagoras, was eveneens geboren op één der Grieksche eilanden, en wel op Samos, een eiland, nauwelijks vijf en veertig kilometers lang. “Wat is een wijsgeer?” werd hem eens door een koning gevraagd; en hij antwoordde: “Bij de spelen wenschenenkelen roem te verwerven, anderen wenschen voor geld te koopen en te verkoopen, en anderen wenschen toe te zien, wat de anderen doen. Zoo gaat het ook in het leven; en de wijsgeeren zijn diegenen, die toezien, die de natuur bestudeeren en naar wijsheid zoeken.” Er loopen omtrent Pythagoras de meest dwaze verhalen. Eén daarvan is, dat hij een wilden beer temde, door hem toe te spreken; een ander, dat, toen hij een rivier overstak, de rivier uitriep: “Heil u, Pythagoras!” Hoewel hij nooit beren temde door ze toe te spreken, of luisterde naar de begroetingen van rivieren, bewijzen toch die verhalen, dat hij als een merkwaardig man door al zijn tijdgenooten werd beschouwd. Hij was dan ook inderdaad een diep denker en was zeer geleerd in de wiskunde. Enkele echter van zijn stellingen waren zeer zonderling; hij meende bij voorbeeld, dat de planeten bij haar beweging in de ruimte een prachtige harmonie voortbrachten. “Waarom hooren wij die dan niet?” vroegen zijn leerlingen. “Omdat de muziek te fijn is voor de menschelijke ooren,”luidde zijn antwoord. Eén van zijn wijze spreuken was: “Rakel nooit een vuur op met een zwaard”; wat beteekent, dat, indien iemand vertoornd is, men niets moet doen om dien toorn aan te wakkeren. Een andere spreuk was: “Verlaat uw post niet, als het u niet door den aanvoerder is bevolen,”wat beteekent: Pleeg geen zelfmoord.Het koloniseeren duurde, zooals wij opmerkten, van 750 tot 600 vóór Christus. Gedurende het grootste gedeelte van dien tijd hadden de meeste Grieksche staten hun regeeringsvorm veranderd. In de vroegere tijden waren zij alle door koningen bestuurd. De macht der koningen werd hoe langer hoe minder, en ten slotte namen in bijna iederen staat enkele van de machtigste geslachten, eigenaars van groote landgoederen, de regeering in eigen handen. De regeeringsvorm werd toen een oligarchie, dat beteekent, een regeering door enkelen.Die “enkelen” beweerden, dat zij afstammelingen waren van de helden, en dat zij veel verstandiger waren dan het volk om hen heen. Het gemeene volk was dit meestal volstrekt niet met hen eens, en in de meeste staten stond na korten tijd de ééne of andere leider op, die de regeering bemachtigde. Een dergelijke bestuurder werd een tyran genoemd, dat wil zeggen, iemand wiens macht niet aan de wetten is ontleend.School van PythagorasSchool van PythagorasIn één opzicht was de regeering van de tyrannen in het voordeel van den staat; immers ten einde de gunst der goden te winnen, bouwden zij een aantal prachtige tempels. Door den bouw van die tempels en andere openbare werken werden de steden heel wat fraaier dan wanneer de koningen de macht in handen hadden, en kreeg het volk eveneens werk te verrichten. Sommigen onder de tyrannen waren humaner en welwillender dan de koningen geweest waren; toch hadden de Grieken bezwaar tegen het denkbeeld, te worden geregeerd zonder dat de heerschers aan bepaalde wetten gebonden waren, zoodat zij aan de willekeur van één enkel persoon waren overgeleverd, en dus duurde de tyrannie zelden lang. Sparta had nooit een tyran, en voortdurend was zij bereid andere staten te helpen een tyran te verdrijven, als het kon strekken tot vermeerdering van hun eigen macht. Één van de meest bekende tyrannen was Polycrates van Samos, die een geruimen tijd de gelukkigste man van de wereld scheen te zijn. Hij bemachtigde den troon op het ééne eiland na het andere, en zelfs met behulp van Sparta kon het volk niets tegen hem uitrichten. Hij bouwde een vloot van honderd schepen, en zoo dikwijls hij hoorde, dat een galei met een bijzonder rijke lading in de nabijheid was, zond hij enkele van die snelzeilende schepen ter vervolging uit, en werd den tyran een rijke schat thuis gebracht. Wat hij ondernam gelukte hem; eindelijk schreef hem zijn vriend, de koning van Egypte, het volgende: “De goden zullen zeker afgunstig worden op uwvoorspoed. Ik bid u, offer datgene op, wat gij het meest op prijs stelt, opdat zij in hun afgunst zich niet op u zullen wreken en u ernstig nadeel berokkenen.” Er was nu één ding, dat Polycrates als zijn zeldzaamsten schat beschouwde, en dat was een schitterende zegelring van smaragd. Hij wierp dien in gevolge den raad van zijn vriend in zee. “De goden zullen nu zeker wel niet jaloersch op mij zijn,” zoo sprak hij, terwijl hij met verdriet naar de plaats keek, waar zijn kostbare schat ondergezonken was. Eenige dagen later bracht hem een visscher een grooten visch ten geschenke. En zie, toen de visch was opengesneden, kwam daaruit de smaragden ring voor den dag. Toen de koning van Egypte daarvan hoorde, dacht hij: “De goden weigeren het offer, dat hij gebracht heeft. Ik kan niet langer zijn bondgenoot blijven, want ongetwijfeld zal hem spoedig een vreeselijk onheil treffen.” De voorspelling werd vervuld, immers Polycrates viel in handen van een vijand, die hem door kruisiging ter dood bracht.Zegelringen gevonden bij opgravingen.Zegelringen gevonden bij opgravingen.Een tweede beroemde tyran was Dionysius van Syracuse, die meer dan een eeuw na Polycrates leefde. Deze was wreed en wraakzuchtig; toch wordt er één aardig verhaal omtrent hem verteld. Een zekere Pythias had een samenzwering tegen hem gesmeed en was ter dood veroordeeld. Pythias smeekte om enkele dagen vrijgelaten te worden, ten einde een handelszaak nog vóór zijn dood te regelen. “Mijn vriend Damon zal mijn plaats innemen,”zoo sprak hij, “en als ik niet terugkeer, is hij bereid in mijn plaats te sterven.”Dionysius had geenflauw begrip van een zoo trouwe, opofferende vriendschap, maar hij was zóó nieuwsgierig om te zien, wat het resultaat zou zijn, dat hij in de ruiling toestemde. De tijd voor de terechtstelling naderde al meer en meer, maar Pythias kwam nog steeds niet terug. Op het laatste oogenblik kwam hij aanhollen, buiten adem van het loopen, daar een onvoorzien beletsel hem had opgehouden. Het verhaal luidt, dat Dionysius door die onzelfzuchtige liefde zóó bewogen was, dat hij Pythias vergiffenis schonk en smeekte, dat hij als derde in hun vriendschapsbond mocht worden opgenomen.Hoofdstuk IX.De eerste en de tweede Perzische tocht.In den loop der tijden verjoegen de meeste Grieksche staten hun tyrannen. Dit was gelukkig, immers in de moeilijkheden, die hun te wachten stonden, was het noodzakelijk, dat er tusschen de verschillende burgers van een staat eensgezindheid heerschte, en dat zij bovendien niet werden bestuurd door iemand, die zich weinig bekommerde om hen of om het vaderland, als hij zelf maar zijn positie als tyran kon handhaven.De moeilijkheden kwamen van het oosten. Juist aan de andere zijde van de Aegeïsche Zee lag de landstreek Lydië. Hier en in het naburige grondgebied hadden de Grieken koloniën gesticht, en daar zoovelen der kolonisten uit Athene en andere Jonische steden gekomen waren, en daarom van Jonisch bloed waren, werd de geheele groep een volksplanting, bekend onder den naam van Jonië. Die volksplantingen waren voorspoedig en rijk geworden. Het was zeer gemakkelijk in Lydië rijk te worden. Lydië was het land, waar volgens de overlevering koning Midas had geleefd, die het vermogen had gekregen, alles wat hij aanraakte in goud te veranderen, een vermogen, dat hij afschuwelijk begon te vinden, toen zijn dochter bij zijn aanraking in een levenloos gouden beeld was overgegaan. Het verhaal liep, dat de bodem van de rivier den Pactolus in goud was veranderd, toen Midas de eigenschap, dat alles wat hij aanraakte in goud overging, verloren had, nadat hij in den Pactolus had gebaad. Hoe dit moge zijn, zeker was het, dat de rivier op den bodem goudzand bevatte. In het begin hadden de Lydiërs zich niet veel om hun zeekust bekommerd, en hadden zij zich tegen de vestiging der Grieken niet verzet; maar naarmate de tijd voorbijging, begon zich bij hen de overtuigingte vestigen, dat een koninkrijk niet van de zee moest worden afgesloten door volkeren van een geheel anderen stam. “Jonië moet ten minste toegeven, dat ik er koning over ben,”zoo sprak de beheerscher der Lydiërs, en hij viel Milete aan, de grootste en rijkste van alle steden in de koloniën. De aanval eindigde in goeden vrede; de stad en het koninkrijk kwamen overeen, in vriendschap te leven.De volgende koning van Lydië was Croesus. Hij belegerde één kolonie,—maar dat beleg werd tamelijk zachtmoedig ten uitvoer gebracht, zoodat het in wezenlijkheid geen schade toebracht—en spoedig stemde niet alleen die ééne volksplanting, maar alle Jonische koloniën er in toe, hem als hun koning te erkennen. Croesus was de rijkste heerscher in Azië, en hij was even edelmoedig als hij rijk was. Hij bewonderde de Grieken en hield van hen, en was steeds gereed hun gunsten te bewijzen. De Spartanen zonden eens boden naar hem toe, om goud te koopen, ten einde het standbeeld van een godheid te versieren, en hij schonk hun alles wat zij noodig hadden ten geschenke. Een Athener was vriendelijk geweest voor zijn afgezanten, en de dankbare koning voerde hen naar de koninklijke schatkamer, en stond hem toe, zooveel goud mede te nemen als hij kon dragen. Hij was zóó goed voor de bewoners van Delphi, dat zij hem tot burger der heilige plaats maakten. De volksplantingen vonden het wel niet aangenaam, dat zij haar onafhankelijkheid verloren, maar zij hadden van een zoo welwillenden heerscher niets te vreezen.Spoedig kwam echter de tijd, dat zij reden hadden verontrust te worden. Cyrus, de koning der Perzen, had Medië, het land, dat ten oosten van zijn koninkrijk lag, onderworpen, en maakte zich gereed Lydië aan te vallen. Hij noodigde de koloniën uit, zich met hem te vereenigen. Milete stemde daarin toe, maar de andere koloniën weigerden. Croesus werd verslagen, en toen moest Jonië toegeven.Zegel van Darius.Zegel van Darius.(Hij wordt daarop voorgesteldop een leeuwenjacht. Het opschrift luidt: “Ik ben Darius, de Groote Koning.”)Zoo kwam het, dat Griekenland de rijke koloniën aan de Lydische kust verloor; en voordat vele jaren voorbijgegaan waren, begonnen de Grieken voor hun eigen land te vreezen. Het Perzische rijk, hoe groot het ook was, was niet groot genoeg, om den zoon van Cyrus, Cambyses, te voldoen, en toen hij aan de regeering kwam, begon hij voorbereidingen te maken, om zijn rijk uit te breiden. Hij veroverde Phoenicië, en snelde langs de kust van Afrika, terwijl hij Egypte en de Grieksche koloniën ten westen van Egypte verwoestte. De volgende koning, Darius, was zelfs nog veel eerzuchtiger dan Cyrus en Cambyses geweest waren, en zoodra hij sommige oproeren had onderdrukt, enkele prachtige gebouwen had gesticht en sommige goede wegen had aangelegd, trok hij eveneens uit, om zijn koninkrijk te vergrooten. Eerst trok hij naar het oosten, en spoedig was Indië een deel van het Perzische rijk geworden. Hij had echter het land, dat in het westen lag, niet vergeten, en niet lang daarna besloot hij, zijn krachten op Europa te beproeven. Hij had een oude veete tegen de Scythen, een volk, dat leefde in het zuiden van het tegenwoordige Rusland, en daarom begon hij met te trachten hen ten onder te brengen. Hij trok den Bosporus over en marcheerde door Thracië in noordelijke richting. Hij wist, dat de Donau in zijn weg zou zijn, daarom had hij reeds te voren zijn vloot naar de monding dier rivier gezonden, met het bevel, een schipbrug over den Donau te leggen. Daarna trok hij den Donau over, teneinde de Scythen te vervolgen. Hij zou even goed den wind kunnen achtervolgen, want er waren daar geen steden te verwoesten, en de Scythen brachten bijna hun geheele leven te paard door. Zij hadden een gewoonte, die de vijanden dol van woede maakte,en wel dat zij altijd in het gezicht der Perzen bleven, zonder ze ooit de gelegenheid te geven, hen te pakken.Scythische krijgsman met Knots.Scythische krijgsman met Knots.De Scythen hadden schik in het geval, doch Darius was wanhopig en wist niet, wat te beginnen. Daarna zonden de Scythen hem, om hem te tergen, een geschenk—en wel een muis, een kikvorsch, een vogel en vijf pijlen. “Indien de Perzen verstandig zijn,”zeide de afgezant, “kunnen zij de beteekenis zelf wel ontdekken.”“De muis is van de aarde afkomstig, de kikvorsch van het water, de vogel uit de lucht, terwijl de pijlen overleg beteekenen,”zoo bedacht Darius. “Het beteekent, dat zij op het punt zijn zich over te geven.”Maar één der Perzen kon zich met die verklaring niet vereenigen. Volgens hem was de beteekenis deze: “Zoolang gij, Perzen, u niet in vogels kunt veranderen en door de lucht kunt vliegen, of muizen kunt worden om onder den grond te wroeten, of u in kikvorschen kunt veranderen en u kunt terugtrekken in de moerassen, zult gij nooit uit dit land kunnen ontsnappen, maar zult gij omkomen, door onze pijlen doorboord.”Darius hechtte niet de minste waarde aan die verklaring; maar toen de Scythen en Perzen eindelijk in slagorde geschaard stonden, vloog een haas op; de Scythen renden weg om dien haas te vervolgen. Toen zeide Darius tot den uitlegger: “Gij hadt gelijk. De Scythen hebben groote minachting voor ons, en wij zullen naar Perzië terugkeeren.”Scythische krijgsman met zwaard en schild.Scythische krijgsman met zwaard en schild.Zij namen den terugtocht aan, maar de Scythen trokken sneller voort dan zij, en kwamen vóór hen aan de schipbrug. Deze werd door sommigeJoniërs bewaakt, die zich aan Darius hadden overgegeven. “Breekt de brug af,”riepen de Scythen met aandrang, “gij kunt dan in vrede naar huis gaan. Wij zullen er voor zorgen, dat Koning Darius nooit weer een oorlog begint.”De Jonische aanvoerders waren door Darius belast met de bescherming van enkele steden, die hij veroverd had. Eén van hen, Miltiades, zeide: “Laat ons de brug vernielen, en dan zal Griekenland ten eeuwigen dage bevrijd zijn van de vrees voor Darius.”“Neen,”zeide van zijn kant Histiaeus, de heerscher van Milete. “Indien Darius verslagen wordt, zullen wij niet langer in zijn steden het bevel voeren.”De brug werd niet verwoest, en Darius keerde veilig naar huis terug. Hij had wel is waar de Scythen niet ten onder gebracht, maar hij had een aantal steden in Thracië en Macedonië gedwongen, zich aan hem te onderwerpen. In het noorden, oosten en zuiden van Griekenland was in werkelijkheid alles in zijn handen; en om de zaken voor dat kleine land zelfs nog moeilijker te maken, kwam er nog bij, dat het koninkrijk Carthago, in Afrika, het eiland Sicilië trachtte in bezit te krijgen.Perzisch officier.Perzisch officier.De Grieken uit het moederland waren verontrust, en die in Jonië waren ongelukkig. Toch zou er misschien niets gebeurd zijn, als Histiaeus, die Darius gaarne aan zijn hof verbonden wilde houden, er niet naar verlangd had naar Milete terug te keeren. Zijn redeneering was deze: Indien de Jonische volksplantingen slechts wilden in opstand komen, zoumisschien Darius mij terugzenden, om die koloniën ten onder te brengen.”Het gelukte hem, een boodschap aan zijn schoonzoon te doen toekomen, die luidde: “Zorg, dat er in Jonië een opstand wordt op touw gezet.”Zijn schoonzoon gehoorzaamde. Daarna stak hij de Aegeïsche Zee over, om te hooren, of Griekenland de opstandelingen te hulp zou komen. Sparta had er niet het minste belang bij en er ook volstrekt geen lust in, Jonische kolonisten te hulp te komen en zoo Athene te versterken, maar Athene kon moeilijk hulp weigeren, waar het haar eigen kolonisten betrof. Bovendien hadden zij zelf nog een kleinen wrok tegen de Perzen, omdat zij Hippias hadden opgenomen en alles hadden gedaan, wat zij slechts konden, om hem weer tyran van Athene te maken. De Atheners besloten daarom, twintig schepen te zenden. De Eretriërs op Euboea, een groot eiland aan de kusten van Attica, beloofden hun hulp, en zoo zeilden deze en de Atheners de Aegeïsche Zee over. De kolonisten en hun bondgenooten namen Sardes, de hoofdstad van Darius, in; doch toen kwamen een zóó groot aantal Perzen in het veld, dat zij begonnen vrees te koesteren. Zij ijlden terug aan boord van hun schepen en gingen weder naar huis. Zij hadden genoeg gedaan, om zich de vijandschap van Darius op den hals te halen, maar niet genoeg om de kolonisten van veel dienst te zijn. Vlugge ijlboden spoedden zich naar Darius “O Koning” riepen zij, “Sardes is genomen en verbrand door de Joniërs en de Atheners!” “De Atheners! wie zijn dat?” vroeg Darius. Zijn raadslieden vertelden het hem. Hij schoot een pijl in de lucht en riep: “O Zeus, sta mij toe, dat ik mij op de Atheners wreek!” Daarna wendde hij zich tot een slaaf en gaf dezenhet volgende bevel: “Zoo dikwijls ik mij neerzet om te eten, moet gij driemaal luide roepen: Koning, denk aan de Atheners!”Soldaat van de Perzische lijfwacht.Soldaat van de Perzische lijfwacht.Darius was er de man niet naar, zijn toorn te vergeten, en het duurde dan ook niet lang, of een Perzisch leger trok door Thracië en een Perzische vloot zeilde met de grootste snelheid naar Attica en Euboea. Mardonius, de schoonzoon van Darius, had het opperbevel. De vloot moest een lang en rotsachtig voorgebergte voorbijzeilen, aan het uiteinde waarvan de Berg Athos gelegen is met zijn gekartelde rotsen en steile klippen. Toen de schepen ten noordoosten van dat punt gekomen waren, stak uit het noordoosten een razende storm op, die de hulpelooze schepen tegen de rotsen te pletter stootte. Er waren zóóveel schepen verloren gegaan en zóóveel manschappen verdronken, dat er voor de Perzen niets anders overbleef dan om te keeren en weer naar huis te gaan.Perzisch soldaat.Perzisch soldaat.Zoo was de eerste poging, om een inval in Griekenland te doen, geëindigd, maar steeds riep de slaaf driemaal bij iederen maaltijd: “O koning, denk aan de Atheners!” en Darius begon spoedig voorbereidselen te maken, om een inval in Griekenland te doen. Het was hem niet te doen, om strijd te leveren, maar om in Griekenland voet te krijgen; daarom zond hij, voordat hij een aanval begon, afgezanten naar de verschillende Grieksche staten, om te zeggen: “Darius, de groote koning, verlangt, dat gij hem aarde en water zendt.”Alle Grieksche naties wisten, dat het geven van aarde en water een bewijs van onderwerping was. Sommige onder de staten gaven toe, maar andere, en in de eerste plaats Athene en Sparta, waren zóó verontwaardigd, dat zij de plichten uit het oog verloren, die zij jegens de afgevaardigden hadden te vervullen. De Atheners wierpen de afgevaardigden van den koning in een afgrond, waarin dikwijls misdadigers geworpen werden; de Spartanen wierpen de afgevaardigden in een diepen put, en riepen hun toe, dat zij nu hun hart konden ophalen aan aarde en water.Daarop volgde de tweede Perzische expeditie. De Perzen hadden er volstrekt geen lust in, ten tweeden male op den berg Athos schipbreuk te lijden; daarom zeilden zij dwars de zee over naar Euboea. “Helpt ons” smeekten de Eretriërs de bewoners van Attica, en de Atheners zonden hun troepen. Zij zouden waarschijnlijk nog heel wat meer hebben gezonden, als zij niet vernomen hadden, dat de Eretriërs niet eensgezind waren. Enkelen wilden strijden tot hun laatsten ademtocht; anderen echter waren van plan, als de omstandigheden daartoe leidden, de stad in handen der Perzen te helpen; daarom keerden de Atheners naar huis terug. Nog een tijdlang hielden de Eretriërs den strijd vol; doch ten slotte pleegde één der Eretriërs verraad, en speelde de stad in handen der Perzen.De vlakte van Marathon.De vlakte van Marathon.De Perzen dachten, dat het al heel weinig moeite zou kosten, Attica te veroveren; daarom legden zij hun krijgsgevangenen ketenen aan, ten einde hen als slaven te verkoopen, plaatsten hen in hun schepen en zeilden de landengte over naar Attica. Zij hadden iemand aan boord, die het land goed kende; dit was namelijk Hippias zelf. “De vlakte van Marathon is,”zoo had hij gezegd, “de beste plaats om te landen. Zij is uitgestrekt en effen en biedt voldoende ruimte aan, om de ruiterij te ontplooien.” Daarom landden de Perzen te Marathon. De bergen zagen kalm neer op de duizenden soldaten, en Hippias droomde zich reeds weer tyran van Athene.Maar gedurende al dien tijd waren de Atheners niet lediggebleven. Van ieder der phylae, die Clisthenes had gevormd, waren duizend man gekomen, gewapend en gereed voor den strijd. Juist aan de grens van Attica lag Plataea. Athene had Plataea verdedigd tegen Thebe, en Plataea stelde er prijs op, dien dienst te vergelden; daarom kwamen door één der bergpassen duizend soldaten uit Plataea aanrukken, om hun trouwe vrienden, de Atheners, te helpen. Ook de Spartanen wenschten er toe mede te werken, dat de Perzen verjaagd werden; doch zij beschouwden het als een slecht voorteeken, ten oorlog te trekken de laatste vijf of zes dagen vóór volle maan; en voordat de maan vol was, was de slag bij Marathon reeds geleverd.Miltiades.Miltiades.Het voornaamste dat ons van den slag is overgeleverd, is dat de Grieken in slagorde waren opgesteld tegenover de heuvels; de Perzen waren opgesteld tusschen hen en de zee; een eind van de kust waren de schepen en de ketenen, waarin de Grieken als slaven zouden worden weggevoerd, als zij den veldslag verloren. Er waren tienmaal zooveel Perzen als Grieken; maar de Grieken waren één van geest en streden voor hun haardsteden en hun vrijheid. Miltiades, die er op had aangedrongen, de brug over den Donau te verwoesten, was hun aanvoerder. Hij gaf het teeken tot den aanval. De Grieken stormden in volle vaart vooruit en deden een aanval op de Perzische linie. Het is niet te verwonderen, dat de Perzen in stomme verbazing bleven staren en een oogenblik bijna vergaten te strijden. “Dat zijn krankzinnigen,”riepen de Perzen uit;“zie, hoe zij aanvallen zonder boogschutters en zonder ruiterij om hen te dekken!” Daarna ontbrandde tusschen beide legers een strijd op leven en dood. De Grieken waren het sterkst op de vleugels, de Perzenin het midden. Tegen het einde van den slag joegen de Grieksche vleugels de Perzische vleugels op de vlucht, maar het centrum der Perzen brak door het centrum der Grieken heen. Toen keerden de vleugels der Grieken zich om en stormden op de Perzen los, waarop deze door de vlakte renden en de helling der kust afdaalden. Zij doorwaadden het ondiepe water en bestegen hun schepen, alsof duivels hen achtervolgden. Zij hadden even goed door duivels als door die woedende Grieken kunnen zijn nagezeten, die in razende vaart door het water achter hen aan holden, zelfs tot aan de zijboorden van de Perzische schepen. “Vuur, vuur!” riepen zij “brengt ons vuur, om de galeien te verbranden!” En voordat de Perzen konden uitzeilen, hadden de Grieken zeven van hun schepen genomen.De aanvallers waren vertrokken, maar er was geen minuut tijd voor rust of voor vreugdebetoon, daar de vloot recht naar het zuiden stevende. “Athene, Athene, zij zullen Athene aanvallen!” was de kreet, die van alle kanten werd gehoord. De uiterst vermoeide troepen marcheerden recht op Athene aan en kampeerden aan de oevers van den Ilissus; en toen de Perzen tot de overtuiging kwamen, dat de stad niet bij verrassing kon worden genomen, wendden zij de stevens en keerden naar huis terug.Grieksche voetknecht bij Marathon.Grieksche voetknecht bij Marathon.Nu was de tijd voor feestvieren aangebroken. In één opzicht was de slag bij Marathon slechts een kleine slag; er waren namelijk slechts een betrekkelijk gering aantal strijders in betrokken. Aan den anderen kant was het één der belangrijkste veldslagen, die ooit geleverd zijn; immers indien de Grieken niet hadden overwonnen, zouden de dappere, trotsche vrijheidlievende Grieken de slaven der Perzen geworden zijn. Miltiades was de man van den dag, en de Atheners wisten niet, hoe hem genoeg eer te bewijzen. De Spartanen waren in geforceerde marschen gekomen, in de hoop, tijdig genoegvoor den veldslag aanwezig te zijn. Nu bleef hun niets anders over dan naar de vlakte van Marathon te gaan, de krijgsgevangenen te aanschouwen en de tenten vol met kostbare schatten, en de dapperheid der Atheners te prijzen. Maar hoe kon eer bewezen worden aan de dappere soldaten, die hun vaderland hadden gered? Het was de gewoonte der Grieken, de lijken van hen, die in den slag gevallen waren, naar huis te te voeren, om daar begraven te worden, maar ten opzichte van de helden van Marathon zeiden zij: “Laat hen liggen, waar zij gesneuveld zijn. Hun lijken mogen nooit de plek verlaten, waar zij hun heldendaden hebben verricht.”En dus begroeven zij de gesneuvelde Grieken in de vlakte van Marathon. Over hun graf werd een hooge aardheuvel opgericht, en op dien hoop werden tien statige marmeren zuilen geplaatst, waarop de namen gegrift waren van iederen Athener, die bij de verdediging tegen de barbaren gesneuveld was. Een tweede groote aardheuvel werd opgericht ter eere van de Plataeërs. Ook daarop werden zuilen gezet, waarin de namen gegrift waren van de helden, zelfs van de slaven, die gesneuveld waren bij de redding van Griekenland. Marmeren zuilen gaan te gronde, zij vallen en breken, zij worden naar andere landen gevoerd; maar een aardheuvel blijft in stand, en de aardheuvels in de vlakte van Marathon zijn nog in onze dagen te zien. Er is echter nog een ander gedenkteeken; immers in de kleine dorpen in den omtrek wordt de bevolking somtijds in den nacht wakker,en verbeeldt zij zich, dat zij in de doodsche stilte het hinneken der paarden, het kermen der gewonde manschappen en de machtige kreten der overwinning kan hooren; en als zij daar in de duisternis staan rond te kijken, verbeelden zij zich, dat zij de schimmen kunnen zien van de mannen, die bij Marathon hebben gestreden.Bronzen Stift.Bronzen Stift.
Hoofdstuk VI.De regeering van Pisistratus en de Alcmaeoniden.De Atheners waren, zooals in het vorige hoofdstuk is gezegd, onrustig en ontevreden, zoodat zij met ongeduld naar eenige verandering uitzagen. Het was dus juist de geschikte tijd voor een listig man, plannen te smeden, om de volksgunst te winnen en tyran te worden. Er was toen juist iemand, geschikt om dit te doen. Hij heette Pisistratus. Hij was bij het volk in groot aanzien wegens zijn vrijgevigheid en omdat hij overwinningen behaald had bij de Olympische wagenrennen. Hij deed het voorkomen, alsof hij volkomen tevreden was met de wetten van Solon, en dat hem niets anders ter harte ging dan het heil van zijn vaderland. Het volk geloofde hem volkomen, en toen hij eens op het marktplein kwam aanrijden, met bloed besmeerd, namen zij in volle vertrouwen de waarheid aan van zijn verhaal, dat zijn vijanden hem haast hadden vermoord, omdat hij zich zoozeer wijdde aan het heil van het volk. Het marktplein was vol van het armste volk, welks bijzondere vriend Pisistratus beweerde te zijn. Solon was daar eveneens en riep uit: “Pisistratus, gij hebt dit zelf gedaan, om uw landgenooten te bedriegen.”Toch schonk het volk den bedrieger geloof en nam onmiddellijk een voorstel aan,—dat gedaan werd door iemand, dien hij vooruit daarvoor had aangenomen—dat hun miskende vriend een lijfwacht zou hebben van vijftig man, met stokken gewapend. Geleidelijk nam dit aantal toe. “Het volk” wilde dit, en de aanzienlijken durfden zich niet te krachtig tegen hen te verzetten. Na korten tijd bestond de lijfwacht reeds uit vierhonderd krachtige mannen. Daarna bezette Pisistratus de Acropolis. Hij werd tyran van Athene en Athene was nietlanger vrij. Herhaaldelijk had Solon de Atheners gewaarschuwd, maar zij hadden zijne waarschuwingen in den wind geslagen. Ten laatste legde hij zijn schild en zijn zwaard buiten zijn deur op den grond en sloot de deur, terwijl hij zeide: “Ik heb alles gedaan wat ik vermocht, om mijn vaderland en de wetten des lands te verdedigen.”Grieksche wagens.Grieksche wagens.Pisistratus gevoelde zich nu meester van Athene. “Hoe zal hij Solon behandelen?” vroeg het volk zich af. Spoedig werd het hun duidelijk, dat hij er niet aan dacht, Solon eenig leed aan te doen. Integendeel, dikwijls won hij zijn raad in, waar het openbare aangelegenheden betrof; en Solon was edelmoedig genoeg en bezat genoeg vaderlandsliefde, om nooit zijn raad te weigeren, als hij dacht, dat het den staat ten goede zou komen.Pisistratus verbande de Alcmaeoniden, maar na korten tijd werd hij zelf uit de stad verjaagd. Het gelukte hem terug te keeren, en het was een eigenaardige terugkeer. Deze had plaats op een feestdag, toen de straten vol volk waren, dat de optochten gadesloeg, die ter eere van de goden werden gehouden. De ééne optocht na den anderen was voorbij gekomen, toen plotseling de luide stemmen van herauten gehoord werden, die riepen: “Mannen van Athene, ontvangt en verwelkomt Pisistratus! Athene eert hem boven alle andere mannen, en brengt hem nu terug naar haar eigen Acropolis!” Een prachtig militair geleide volgde, en toen kwam een prachtige wagen aanrollen, waarin een lange, schoone vrouw zat, gekleed in volle wapenrusting met schild en speer, en zooveel mogelijk gelijkend op Athene, zooals deGrieken haar zich voorstelden. Naast den wagen reed de tyran. Het volk keek met de grootste verbazing toe. “Het is de godin zelf,”fluisterden enkelen met ontzag; anderen zagen, dat het niets dan een list was; maar het einde was, dat de poort van de Acropolis werd opengeworpen en dat Pisistratus ten tweeden male tyran van Athene was. Ten tweeden male werd hij uit de stad verdreven, doch daarna keerde hij door wapengeweld terug. Eindelijk was hij meester van den toestand, en wist hij zich achttien jaren lang tot aan zijn dood te handhaven.Athene. (In de Vaticaansche galerij te Rome).Athene. (In de Vaticaansche galerij te Rome).Natuurlijk kwam de regeering niet van rechtswege aan Pisistratus toe, maar niemand kon ontkennen, dat hij er een goed gebruik van maakte. Wel is waar hield hij de hoogste ambten voor leden van zijn eigen geslacht beschikbaar, maar hij was welwillend voor de arme landbouwers en gaf hun vee en zaden en landbouwgereedschappen. Hij verfraaide de stad met prachtige tempels; hij bouwde een stevige waterleiding om het water van de bergen naar beneden te voeren, en hij deed een prachtigen tuin aanleggen aan den oever eener rivier in de nabijheid der stad. Hierin waren statige gebouwen, fonteinen en heerlijke wandelingen in schaduwrijke boschjes. Hier plachten de Atheensche jongelingen samen te komen voor militaire oefeningen. Hij legde wegen aan naar verschillende gedeelten van het land. Deze gingen alle uit van een altaar in Athene, en daar waren tafels geplaatst, waarop de afstanden naar de verschillende plaatsen waren aangeteekend. De wegen zelf werden veel geriefelijker en aangenamer voor reizigers gemaakt, immers daarop werden mijlpalen geplaatst, niet maar gewone steenen,maar houten palen, waarvan de top eindigde in een Hermeskop, den god, tot wien zij, die op het punt waren op reis te gaan, om bescherming baden. Dikwijls werd het ééne of andere grappige gezegde in den paal gesneden.Hermeszuil. (In het Louvre).Hermeszuil. (In het Louvre).Natuurlijk vergat Pisistratus de godin Athene niet. Er is een oud verhaal, dat zij en Poseidon eens met elkander wedijverden, om te zien, wie de nuttigste gave aan de stad kon schenken. Poseidon gaf een fontein van zout water, en Athene een olijfboom. Het werd uitgemaakt, dat het geschenk der godin het meest waard was. Haar naam werd aan de stad gegeven, en steeds werd zij bijzonder vereerd. Pisistratus bouwde voor haar dienst een tempel, en jaarlijks vierde hij een prachtig feest ter harer eer. De oudste Grieken meenden, dat het beeld eener godin in zeker opzicht de godin zelf was, en zij waren er van overtuigd, dat Athene zich ten zeerste verblijdde, als zij een indrukwekkenden optocht hielden op dit feest, en naar den tempel een schitterend nieuw gewaad brachten om daarmede het beeld der godin te bekleeden. Al die dingen zijn reeds lang voorbijgegaan, en hoezeer deze de Atheners hebben mogen behaagd, voor ons maken zij weinig verschil meer. Doch men verhaalt van Pisistratus één daad, waarvoor ook wij nog, zelfs na vier en twintig eeuwen, hem dankbaar mogen zijn; men zegt toch, dat hij alle menschen, die de werken van Homerus en Hesiodus kenden, naar Athene heeft samengeroepen, om de gedichten te vergelijken, zooals zij gewoon waren die op te zeggen. Die lezing, waarvan uitgemaakt werd, dat zij de beste was, werd zorgvuldig op schrift gebracht; en dit is de oorzaak, dat wij thans nog de gedachten van die twee groote schrijvers kunnen lezen in ongeveer dezelfde woorden, waarin deoude Grieken die lazen. Pisistratus stelde er zich niet mede tevreden, de doode dichters eer te bewijzen; hij noodigde ook de besten der toenmaals levende dichters uit, Athene tot hun woonplaats te kiezen, en hij zorgde er voor, dat zij daar behagelijk konden leven.Poseidon.Poseidon.Toen Pisistratus in het jaar 527 vóór Christus stierf, was er niemand, die zijn zoon Hippias verhinderde, hem op te volgen. In het begin was Hippias welwillend voor het volk, maar na eenigen tijd werden hij en zijn jongere broeder Hipparchus zóó hoovaardig en aanmatigend, dat een samenzwering werd gesmeed, om hen te vermoorden. Hippias ontkwam, maar zijn broeder werd gedood. Daarna trad Hippias zóó tyranniek op, dat zij, die vroeger zeer met hem waren ingenomen, er naar begonnen te verlangen, dat hij van de regeering werd gestooten. Er waren bovendien enkelen, die buiten Athene verblijf hielden, en die hetzelfde wenschten. Dit waren de Alcmaeoniden, die gedurende al dien tijd in ballingschap hadden geleefd. Steeds hadden zij gehoopt terug te kunnen keeren, en zij waren verstandig genoeg te weten, dat de eerste stap daartoewas, de gunst te winnen van de priesters te Delphi. Zij wachtten verlangend naar een gelegenheid; eindelijk kwam deze. De tempel van Apollo te Delphi vloog in brand en brandde tot den grond af. “Wij willen hem voor driehonderd talenten opbouwen,”zeiden de Alcmaeoniden; en de overeenkomst werd gesloten. Nu was voor hen het geschikte oogenblik gekomen. Niet alleen dat zij zich aan de overeenkomst hielden, maar zij deden veel meer dan hun plicht was, daar zij niet alleen de standbeelden en het beeldhouwwerk, maar ook het geheele gebouw in ieder opzicht veel schooner maakten dan zij hadden afgesproken. Zij hadden bij voorbeeld beloofd, dat zij het voorportaal van den tempel van kalksteen zouden vervaardigen; maar in plaats van gewoon kalksteen, maakten zij gebruik van het zuiverste en witste Parisch marmer.Mannen te paard, die zich haasten, om deel te nemen aan den optocht naar den tempel van Athene. (Naar een fries van het Parthenon).Mannen te paard, die zich haasten, om deel te nemen aan den optocht naar den tempel van Athene. (Naar een fries van het Parthenon).De Grieken waren hiermede ten hoogste ingenomen, en de priesters van Apollo waren bereid alles voor de edelmoedige Alcmaeoniden te doen. Het was voor hen een gemakkelijke zaak, gunsten te bewijzen, zoolang zij de beschikking hadden over het orakel, en zij begonnen dus pogingen in het werk te stellen om de Alcmaeoniden weder naar Athene terug te brengen. De Spartanen waren flinke krijgslieden en hadden reeds lang er naar gehaakt,Athene aan zich te onderwerpen; zoo dikwijls zij nu het orakel raadpleegden over de ééne of andere onderneming, was het antwoord steeds: “Bevrijdt eerst Athene.”Eindelijk trok de Spartaansche koning Cleomenes met zijn leger uit, en het duurde toen niet lang meer, of de Alcmaeoniden kwamen terug te Athene, en Hippias werd gedwongen in ballingschap te gaan.Hoofd van Apollo van Belvedere.Hoofd van Apollo van Belvedere.(Vaticaansche galerij te Rome).De aanvoerder der Alcmaeoniden was Clisthenes, en spoedig werd hij de heerscher van Athene. Het gelukte hem, tweeveranderingen tot stand te brengen, die bijzonder voordeelig waren voor zijn land: hij wist te bewerken, dat er meer eenheid kwam onder de burgers, en hij gaf het gewone volk een ruimer aandeel in het stadsbestuur. De eenheid onder de bevolking bracht hij tot stand door hen op een geheel andere wijze te verdeelen dan voorheen het geval was geweest. Er waren vroeger vier “Jonische phylae”, zooals zij genoemd werden, en iedereen zag op tegen de aanzienlijke mannen van zijn eigen phyle en behoorde tot de ééne of andere partij. Clisthenes besloot die partijen uit elkander te rukken, en dit deed hij op de volgende wijze: Hij verdeelde het geheele land in tien districten of demen. Daarna vormde hij een phyle, bestaande uit de bevolking van één deme in het noorden van Attica, een andere in het zuiden en zoo vervolgens. Er waren tien van die phylae, maar de bevolking van de verschillende demen waren voor elkander vreemdelingen; en zoo was het voor een ontevreden edele nu lang zoo gemakkelijk niet als te voren, om een partij samen te stellen, die hem hielp. Sedert den tijd van Draco was er steeds een Raad geweest, die wetten aan het volk voorstelde, en Clisthenes gaf nu iedere phyle het recht vijftig leden voor den Raad te kiezen. Iedere phyle echter koos een bestuurder over zich zelf, en eveneens een legeraanvoerder, die aan het hoofd van het leger stond gedurende één dag, om de beurten met de negen andere legeraanvoerders. Er werd echter geen verandering gebracht in de verdeeling der burgers in vier klassen, naar hun inkomen uit land, en het was nog altijd onmogelijk voor iemand uit de vierde klasse, om een staatsbetrekking te vervullen.De regeeringsvorm van Attica was nu een democratische, dat wil zeggen, een volksregeering. In vroegere dagen kon niemand overheidspersoon zijn, tenzij hij tot de Eupatriden behoorde. Draco stond de Ecclesia toe, de overheidspersonen te kiezen uit hen, die een zeker inkomen uit land trokken. Totde Ecclesia liet hij alleen toe, die wapenen en een wapenrusting uit eigen middelen konden bekostigen. Solon wilde niet, dat iemand tot overheidspersoon gekozen werd, als hij niet, zooals in de dagen van Draco, een bepaald inkomen uit land trok; maar hij liet een ieder tot de Ecclesia toe, zoowel hen, die uit eigen middelen hun wapenen konden bekostigen, als hen, die daartoe niet in staat waren. Clisthenes wilde niet, dat de mannen uit de vierde klasse ambten bekleedden, maar het volk in zijn geheel gaf hij veel meer macht dan zij vroeger gehad hadden. Er waren een groot aantal nieuwe burgers, immers Clisthenes gaf hun, die uit andere landen in Attica waren gekomen, zelfs hun die eertijds slaaf geweest waren, het recht, burgers te worden.Offer aan Athene, de Godin der stad Athene, gebracht.Offer aan Athene, de Godin der stad Athene, gebracht.(De priesteres met de takken besprenkelt het altaar. De priester staat geheel rechts).Ten einde nog meer macht aan het volk te geven, en het onmogelijk, voor wien ook, te maken, tyran te worden, voerde Clisthenes twee merkwaardige gebruiken in. Het ééne was het ostracismus. Indien de Raad en de algemeene vergadering dachten, dat de ééne of andere burger zooveel macht kreeg, dat er vrees bestond, dat hij tyran werd, riepen zij de burgers zamen. Dan werd een ieder verzocht op een aarden scherf (ostrakon) den naam te schrijven van iedereen, van wien zij meenden, dat hij gevaarlijk zou worden voor de vrijheid van den staat. Indien iemand zesduizend stemmen kreeg, moest hij voor den tijd van tien jaar Athene verlaten. Die verbanning was natuurlijk verre van aangenaam, maar tochwerd zij als een soort van onderscheiding beschouwd, want inderdaad beteekende het: “Gij zijt grooter of meer populair dan wie ook in den staat.”Het tweede gebruik diende, om rijke of machtige personen te beletten partijen te vormen, die hen tot ambten konden verkiezen. Indien iemand eenig staatsambt wilde verkrijgen, was alles wat hij nu kon doen, zijn naam als candidaat voor dat ambt op te geven. Dan werd er om geloot, om uit te maken, wie de gelukkige zou zijn, die het ambt zou verkrijgen. Natuurlijk waren de Grieken niet zoo dwaas, hun legeraanvoerders op die wijze te kiezen; en wat ook de gebreken der twee gebruiken waren, zij hielden Athene ten minste vrij van tyrannen.Gouden Atheensche munt.Gouden Atheensche munt.(Op den éénen kant ziet men den kop van Athene met helm en kroon van olijfbladeren; op den achterkant ziet men twee uilen, gescheiden door een olijftak.)Het gemeene volk was met die veranderingen zeer ingenomen; de aanzienlijken echter hadden daar ernstig bezwaar tegen; daarom begonnen zij plannen te beramen, de democratie omver te werpen. Zij deden een beroep om hulp bij den Spartaanschen vorst. Koning Cleomenes begreep, dat, indien Athene een democratie was, en de groote massa van het volk tevreden was met den toestand, er weinig hoop was, dat hij in Attica macht zou verkrijgen. Bovendien was hij tot het inzicht gekomen, dat hij eenvoudig door de Alcmaeoniden gebruikt was geworden, om hen naar Athene terug te brengen, zonder dat hij er voor Sparta eenig voordeeldoor had verkregen. Daarom was hij niet alleen bereid te helpen, maar wist hij enkele bondgenooten der Spartanen er toe te brengen, zich met hem te vereenigen. De bondgenooten trokken zich echter terug, de Spartaansche aanvoerders kregen onderling oneenigheid en het geheele Spartaansche leger spatte uit elkander. Het waren de Thebanen en de bewoners van Chalcis, die dit oogenblik hadden gekozen,om tegen de Atheners op te trekken. Maar de Atheners trokken evenzeer ten strijde, en versloegen eerst de Thebanen en daarna de Chalcidiërs. Later deden de Spartanen een poging, Hippias weder naar Athene terug te brengen, maar de Atheners waren van hen niet gediend; en zij waren verplicht, op dat oogenblik hun poging om Attica te beheerschen, op te geven.Athene had standbeelden, gebouwen, uitstekende wetten en een beter staatsbestuur verkregen; maar, wat het meest waard was, het had het zóóver gebracht, dat de groote meerderheid harer burgers één waren in hun liefde voor hun vaderland.Punt van een pijl.Punt van een pijl.
De Atheners waren, zooals in het vorige hoofdstuk is gezegd, onrustig en ontevreden, zoodat zij met ongeduld naar eenige verandering uitzagen. Het was dus juist de geschikte tijd voor een listig man, plannen te smeden, om de volksgunst te winnen en tyran te worden. Er was toen juist iemand, geschikt om dit te doen. Hij heette Pisistratus. Hij was bij het volk in groot aanzien wegens zijn vrijgevigheid en omdat hij overwinningen behaald had bij de Olympische wagenrennen. Hij deed het voorkomen, alsof hij volkomen tevreden was met de wetten van Solon, en dat hem niets anders ter harte ging dan het heil van zijn vaderland. Het volk geloofde hem volkomen, en toen hij eens op het marktplein kwam aanrijden, met bloed besmeerd, namen zij in volle vertrouwen de waarheid aan van zijn verhaal, dat zijn vijanden hem haast hadden vermoord, omdat hij zich zoozeer wijdde aan het heil van het volk. Het marktplein was vol van het armste volk, welks bijzondere vriend Pisistratus beweerde te zijn. Solon was daar eveneens en riep uit: “Pisistratus, gij hebt dit zelf gedaan, om uw landgenooten te bedriegen.”Toch schonk het volk den bedrieger geloof en nam onmiddellijk een voorstel aan,—dat gedaan werd door iemand, dien hij vooruit daarvoor had aangenomen—dat hun miskende vriend een lijfwacht zou hebben van vijftig man, met stokken gewapend. Geleidelijk nam dit aantal toe. “Het volk” wilde dit, en de aanzienlijken durfden zich niet te krachtig tegen hen te verzetten. Na korten tijd bestond de lijfwacht reeds uit vierhonderd krachtige mannen. Daarna bezette Pisistratus de Acropolis. Hij werd tyran van Athene en Athene was nietlanger vrij. Herhaaldelijk had Solon de Atheners gewaarschuwd, maar zij hadden zijne waarschuwingen in den wind geslagen. Ten laatste legde hij zijn schild en zijn zwaard buiten zijn deur op den grond en sloot de deur, terwijl hij zeide: “Ik heb alles gedaan wat ik vermocht, om mijn vaderland en de wetten des lands te verdedigen.”
Grieksche wagens.Grieksche wagens.
Grieksche wagens.
Pisistratus gevoelde zich nu meester van Athene. “Hoe zal hij Solon behandelen?” vroeg het volk zich af. Spoedig werd het hun duidelijk, dat hij er niet aan dacht, Solon eenig leed aan te doen. Integendeel, dikwijls won hij zijn raad in, waar het openbare aangelegenheden betrof; en Solon was edelmoedig genoeg en bezat genoeg vaderlandsliefde, om nooit zijn raad te weigeren, als hij dacht, dat het den staat ten goede zou komen.
Pisistratus verbande de Alcmaeoniden, maar na korten tijd werd hij zelf uit de stad verjaagd. Het gelukte hem terug te keeren, en het was een eigenaardige terugkeer. Deze had plaats op een feestdag, toen de straten vol volk waren, dat de optochten gadesloeg, die ter eere van de goden werden gehouden. De ééne optocht na den anderen was voorbij gekomen, toen plotseling de luide stemmen van herauten gehoord werden, die riepen: “Mannen van Athene, ontvangt en verwelkomt Pisistratus! Athene eert hem boven alle andere mannen, en brengt hem nu terug naar haar eigen Acropolis!” Een prachtig militair geleide volgde, en toen kwam een prachtige wagen aanrollen, waarin een lange, schoone vrouw zat, gekleed in volle wapenrusting met schild en speer, en zooveel mogelijk gelijkend op Athene, zooals deGrieken haar zich voorstelden. Naast den wagen reed de tyran. Het volk keek met de grootste verbazing toe. “Het is de godin zelf,”fluisterden enkelen met ontzag; anderen zagen, dat het niets dan een list was; maar het einde was, dat de poort van de Acropolis werd opengeworpen en dat Pisistratus ten tweeden male tyran van Athene was. Ten tweeden male werd hij uit de stad verdreven, doch daarna keerde hij door wapengeweld terug. Eindelijk was hij meester van den toestand, en wist hij zich achttien jaren lang tot aan zijn dood te handhaven.
Athene. (In de Vaticaansche galerij te Rome).Athene. (In de Vaticaansche galerij te Rome).
Athene. (In de Vaticaansche galerij te Rome).
Natuurlijk kwam de regeering niet van rechtswege aan Pisistratus toe, maar niemand kon ontkennen, dat hij er een goed gebruik van maakte. Wel is waar hield hij de hoogste ambten voor leden van zijn eigen geslacht beschikbaar, maar hij was welwillend voor de arme landbouwers en gaf hun vee en zaden en landbouwgereedschappen. Hij verfraaide de stad met prachtige tempels; hij bouwde een stevige waterleiding om het water van de bergen naar beneden te voeren, en hij deed een prachtigen tuin aanleggen aan den oever eener rivier in de nabijheid der stad. Hierin waren statige gebouwen, fonteinen en heerlijke wandelingen in schaduwrijke boschjes. Hier plachten de Atheensche jongelingen samen te komen voor militaire oefeningen. Hij legde wegen aan naar verschillende gedeelten van het land. Deze gingen alle uit van een altaar in Athene, en daar waren tafels geplaatst, waarop de afstanden naar de verschillende plaatsen waren aangeteekend. De wegen zelf werden veel geriefelijker en aangenamer voor reizigers gemaakt, immers daarop werden mijlpalen geplaatst, niet maar gewone steenen,maar houten palen, waarvan de top eindigde in een Hermeskop, den god, tot wien zij, die op het punt waren op reis te gaan, om bescherming baden. Dikwijls werd het ééne of andere grappige gezegde in den paal gesneden.
Hermeszuil. (In het Louvre).Hermeszuil. (In het Louvre).
Hermeszuil. (In het Louvre).
Natuurlijk vergat Pisistratus de godin Athene niet. Er is een oud verhaal, dat zij en Poseidon eens met elkander wedijverden, om te zien, wie de nuttigste gave aan de stad kon schenken. Poseidon gaf een fontein van zout water, en Athene een olijfboom. Het werd uitgemaakt, dat het geschenk der godin het meest waard was. Haar naam werd aan de stad gegeven, en steeds werd zij bijzonder vereerd. Pisistratus bouwde voor haar dienst een tempel, en jaarlijks vierde hij een prachtig feest ter harer eer. De oudste Grieken meenden, dat het beeld eener godin in zeker opzicht de godin zelf was, en zij waren er van overtuigd, dat Athene zich ten zeerste verblijdde, als zij een indrukwekkenden optocht hielden op dit feest, en naar den tempel een schitterend nieuw gewaad brachten om daarmede het beeld der godin te bekleeden. Al die dingen zijn reeds lang voorbijgegaan, en hoezeer deze de Atheners hebben mogen behaagd, voor ons maken zij weinig verschil meer. Doch men verhaalt van Pisistratus één daad, waarvoor ook wij nog, zelfs na vier en twintig eeuwen, hem dankbaar mogen zijn; men zegt toch, dat hij alle menschen, die de werken van Homerus en Hesiodus kenden, naar Athene heeft samengeroepen, om de gedichten te vergelijken, zooals zij gewoon waren die op te zeggen. Die lezing, waarvan uitgemaakt werd, dat zij de beste was, werd zorgvuldig op schrift gebracht; en dit is de oorzaak, dat wij thans nog de gedachten van die twee groote schrijvers kunnen lezen in ongeveer dezelfde woorden, waarin deoude Grieken die lazen. Pisistratus stelde er zich niet mede tevreden, de doode dichters eer te bewijzen; hij noodigde ook de besten der toenmaals levende dichters uit, Athene tot hun woonplaats te kiezen, en hij zorgde er voor, dat zij daar behagelijk konden leven.
Poseidon.Poseidon.
Poseidon.
Toen Pisistratus in het jaar 527 vóór Christus stierf, was er niemand, die zijn zoon Hippias verhinderde, hem op te volgen. In het begin was Hippias welwillend voor het volk, maar na eenigen tijd werden hij en zijn jongere broeder Hipparchus zóó hoovaardig en aanmatigend, dat een samenzwering werd gesmeed, om hen te vermoorden. Hippias ontkwam, maar zijn broeder werd gedood. Daarna trad Hippias zóó tyranniek op, dat zij, die vroeger zeer met hem waren ingenomen, er naar begonnen te verlangen, dat hij van de regeering werd gestooten. Er waren bovendien enkelen, die buiten Athene verblijf hielden, en die hetzelfde wenschten. Dit waren de Alcmaeoniden, die gedurende al dien tijd in ballingschap hadden geleefd. Steeds hadden zij gehoopt terug te kunnen keeren, en zij waren verstandig genoeg te weten, dat de eerste stap daartoewas, de gunst te winnen van de priesters te Delphi. Zij wachtten verlangend naar een gelegenheid; eindelijk kwam deze. De tempel van Apollo te Delphi vloog in brand en brandde tot den grond af. “Wij willen hem voor driehonderd talenten opbouwen,”zeiden de Alcmaeoniden; en de overeenkomst werd gesloten. Nu was voor hen het geschikte oogenblik gekomen. Niet alleen dat zij zich aan de overeenkomst hielden, maar zij deden veel meer dan hun plicht was, daar zij niet alleen de standbeelden en het beeldhouwwerk, maar ook het geheele gebouw in ieder opzicht veel schooner maakten dan zij hadden afgesproken. Zij hadden bij voorbeeld beloofd, dat zij het voorportaal van den tempel van kalksteen zouden vervaardigen; maar in plaats van gewoon kalksteen, maakten zij gebruik van het zuiverste en witste Parisch marmer.
Mannen te paard, die zich haasten, om deel te nemen aan den optocht naar den tempel van Athene. (Naar een fries van het Parthenon).Mannen te paard, die zich haasten, om deel te nemen aan den optocht naar den tempel van Athene. (Naar een fries van het Parthenon).
Mannen te paard, die zich haasten, om deel te nemen aan den optocht naar den tempel van Athene. (Naar een fries van het Parthenon).
De Grieken waren hiermede ten hoogste ingenomen, en de priesters van Apollo waren bereid alles voor de edelmoedige Alcmaeoniden te doen. Het was voor hen een gemakkelijke zaak, gunsten te bewijzen, zoolang zij de beschikking hadden over het orakel, en zij begonnen dus pogingen in het werk te stellen om de Alcmaeoniden weder naar Athene terug te brengen. De Spartanen waren flinke krijgslieden en hadden reeds lang er naar gehaakt,Athene aan zich te onderwerpen; zoo dikwijls zij nu het orakel raadpleegden over de ééne of andere onderneming, was het antwoord steeds: “Bevrijdt eerst Athene.”Eindelijk trok de Spartaansche koning Cleomenes met zijn leger uit, en het duurde toen niet lang meer, of de Alcmaeoniden kwamen terug te Athene, en Hippias werd gedwongen in ballingschap te gaan.
Hoofd van Apollo van Belvedere.Hoofd van Apollo van Belvedere.(Vaticaansche galerij te Rome).
Hoofd van Apollo van Belvedere.
(Vaticaansche galerij te Rome).
De aanvoerder der Alcmaeoniden was Clisthenes, en spoedig werd hij de heerscher van Athene. Het gelukte hem, tweeveranderingen tot stand te brengen, die bijzonder voordeelig waren voor zijn land: hij wist te bewerken, dat er meer eenheid kwam onder de burgers, en hij gaf het gewone volk een ruimer aandeel in het stadsbestuur. De eenheid onder de bevolking bracht hij tot stand door hen op een geheel andere wijze te verdeelen dan voorheen het geval was geweest. Er waren vroeger vier “Jonische phylae”, zooals zij genoemd werden, en iedereen zag op tegen de aanzienlijke mannen van zijn eigen phyle en behoorde tot de ééne of andere partij. Clisthenes besloot die partijen uit elkander te rukken, en dit deed hij op de volgende wijze: Hij verdeelde het geheele land in tien districten of demen. Daarna vormde hij een phyle, bestaande uit de bevolking van één deme in het noorden van Attica, een andere in het zuiden en zoo vervolgens. Er waren tien van die phylae, maar de bevolking van de verschillende demen waren voor elkander vreemdelingen; en zoo was het voor een ontevreden edele nu lang zoo gemakkelijk niet als te voren, om een partij samen te stellen, die hem hielp. Sedert den tijd van Draco was er steeds een Raad geweest, die wetten aan het volk voorstelde, en Clisthenes gaf nu iedere phyle het recht vijftig leden voor den Raad te kiezen. Iedere phyle echter koos een bestuurder over zich zelf, en eveneens een legeraanvoerder, die aan het hoofd van het leger stond gedurende één dag, om de beurten met de negen andere legeraanvoerders. Er werd echter geen verandering gebracht in de verdeeling der burgers in vier klassen, naar hun inkomen uit land, en het was nog altijd onmogelijk voor iemand uit de vierde klasse, om een staatsbetrekking te vervullen.
De regeeringsvorm van Attica was nu een democratische, dat wil zeggen, een volksregeering. In vroegere dagen kon niemand overheidspersoon zijn, tenzij hij tot de Eupatriden behoorde. Draco stond de Ecclesia toe, de overheidspersonen te kiezen uit hen, die een zeker inkomen uit land trokken. Totde Ecclesia liet hij alleen toe, die wapenen en een wapenrusting uit eigen middelen konden bekostigen. Solon wilde niet, dat iemand tot overheidspersoon gekozen werd, als hij niet, zooals in de dagen van Draco, een bepaald inkomen uit land trok; maar hij liet een ieder tot de Ecclesia toe, zoowel hen, die uit eigen middelen hun wapenen konden bekostigen, als hen, die daartoe niet in staat waren. Clisthenes wilde niet, dat de mannen uit de vierde klasse ambten bekleedden, maar het volk in zijn geheel gaf hij veel meer macht dan zij vroeger gehad hadden. Er waren een groot aantal nieuwe burgers, immers Clisthenes gaf hun, die uit andere landen in Attica waren gekomen, zelfs hun die eertijds slaaf geweest waren, het recht, burgers te worden.
Offer aan Athene, de Godin der stad Athene, gebracht.Offer aan Athene, de Godin der stad Athene, gebracht.(De priesteres met de takken besprenkelt het altaar. De priester staat geheel rechts).
Offer aan Athene, de Godin der stad Athene, gebracht.
(De priesteres met de takken besprenkelt het altaar. De priester staat geheel rechts).
Ten einde nog meer macht aan het volk te geven, en het onmogelijk, voor wien ook, te maken, tyran te worden, voerde Clisthenes twee merkwaardige gebruiken in. Het ééne was het ostracismus. Indien de Raad en de algemeene vergadering dachten, dat de ééne of andere burger zooveel macht kreeg, dat er vrees bestond, dat hij tyran werd, riepen zij de burgers zamen. Dan werd een ieder verzocht op een aarden scherf (ostrakon) den naam te schrijven van iedereen, van wien zij meenden, dat hij gevaarlijk zou worden voor de vrijheid van den staat. Indien iemand zesduizend stemmen kreeg, moest hij voor den tijd van tien jaar Athene verlaten. Die verbanning was natuurlijk verre van aangenaam, maar tochwerd zij als een soort van onderscheiding beschouwd, want inderdaad beteekende het: “Gij zijt grooter of meer populair dan wie ook in den staat.”
Het tweede gebruik diende, om rijke of machtige personen te beletten partijen te vormen, die hen tot ambten konden verkiezen. Indien iemand eenig staatsambt wilde verkrijgen, was alles wat hij nu kon doen, zijn naam als candidaat voor dat ambt op te geven. Dan werd er om geloot, om uit te maken, wie de gelukkige zou zijn, die het ambt zou verkrijgen. Natuurlijk waren de Grieken niet zoo dwaas, hun legeraanvoerders op die wijze te kiezen; en wat ook de gebreken der twee gebruiken waren, zij hielden Athene ten minste vrij van tyrannen.
Gouden Atheensche munt.Gouden Atheensche munt.(Op den éénen kant ziet men den kop van Athene met helm en kroon van olijfbladeren; op den achterkant ziet men twee uilen, gescheiden door een olijftak.)
Gouden Atheensche munt.
(Op den éénen kant ziet men den kop van Athene met helm en kroon van olijfbladeren; op den achterkant ziet men twee uilen, gescheiden door een olijftak.)
Het gemeene volk was met die veranderingen zeer ingenomen; de aanzienlijken echter hadden daar ernstig bezwaar tegen; daarom begonnen zij plannen te beramen, de democratie omver te werpen. Zij deden een beroep om hulp bij den Spartaanschen vorst. Koning Cleomenes begreep, dat, indien Athene een democratie was, en de groote massa van het volk tevreden was met den toestand, er weinig hoop was, dat hij in Attica macht zou verkrijgen. Bovendien was hij tot het inzicht gekomen, dat hij eenvoudig door de Alcmaeoniden gebruikt was geworden, om hen naar Athene terug te brengen, zonder dat hij er voor Sparta eenig voordeel
door had verkregen. Daarom was hij niet alleen bereid te helpen, maar wist hij enkele bondgenooten der Spartanen er toe te brengen, zich met hem te vereenigen. De bondgenooten trokken zich echter terug, de Spartaansche aanvoerders kregen onderling oneenigheid en het geheele Spartaansche leger spatte uit elkander. Het waren de Thebanen en de bewoners van Chalcis, die dit oogenblik hadden gekozen,om tegen de Atheners op te trekken. Maar de Atheners trokken evenzeer ten strijde, en versloegen eerst de Thebanen en daarna de Chalcidiërs. Later deden de Spartanen een poging, Hippias weder naar Athene terug te brengen, maar de Atheners waren van hen niet gediend; en zij waren verplicht, op dat oogenblik hun poging om Attica te beheerschen, op te geven.
Athene had standbeelden, gebouwen, uitstekende wetten en een beter staatsbestuur verkregen; maar, wat het meest waard was, het had het zóóver gebracht, dat de groote meerderheid harer burgers één waren in hun liefde voor hun vaderland.
Punt van een pijl.Punt van een pijl.
Punt van een pijl.
Hoofdstuk VII.De Olympische spelen.Een gezicht op Olympia.Een gezicht op Olympia.Er was ééne zaak, waarin de Grieksche natie ééngeheelvormde, en wel in de spelen, waarop wij reedsvroegerde aandacht vestigden, en waaraan niemand kon deel nemen, die niet tot de Grieksche natie behoorde. De meest bekende spelen waren die te Olympia in Elis. Onder alle veranderingen in de verschillende staten waren deze in stand gebleven, en zij werden als iets zóó heiligs beschouwd, dat, hoe heftig twee Grieksche stammen elkander ook mochten bestrijden, er altijd een wapenstilstand was in den tijd, dat de Olympische spelen duurden en in de dagen, die voor de heenreis en de terugreis werden toegestaan. Geen Griek, die de reis kon bekostigen en om zijn gezondheid daartoe in staat was, zou er aan denken, van de Olympische spelen weg te blijven; en de wegen naarOlympia moeten gedurende een tweetal weken vóór en na het begin van den zomer, in welke dagen de feesten werden gevierd, een allermerkwaardigst en belangwekkend schouwspel hebben opgeleverd.De Tempel te Olympia.De Tempel te Olympia.De Worstelaars.De Worstelaars.(Naar een standbeeld in de Uffiziën te Florence.)Stel u den eersten dag der feesten voor! Elke der verschillende staten had vertegenwoordigers gezonden, en die afgevaardigden droegen hun kostbaarste gewaden en reden in de prachtigste wagens, die beschikbaar waren. De Grieken hadden zóóveel genot in optochten, dat er zeker wel een optocht zal geweest zijn, en daarna zoo goed als zeker een plechtige offerdienst aan Zeus. Dan kwam nog de belangrijke taak, zich er van te vergewissen, dat zij, die aan de spelen wenschten deel te nemen, het recht hadden dit te doen. Niet alleen de athleten, maar ook de scheidsrechters en oefenaars moesten een eed afleggen, dat zij vrij geboren Grieken waren met onvermengd bloed, en dat zij de regels van het spel in ieder opzicht zouden in acht nemen. Zelfs al hadden zij dien eed afgelegd, moesten zij nog hun burgerschap bewijzen, en de athleten moesten aantoonen, dat zij de regels hadden gevolgd, die voor het dieet en de oefening waren vastgesteld. Met dit alles was een geheeledag gemoeid van des morgens vroeg tot des avonds laat. De volgende dagen—drie en misschien meer—waren voor de wedstrijden bestemd. De spelen bestonden uit wedloopen, worstelen, vuistvechten, springen, het werpen van schijven, en het slingeren van werpspiesen. En ten slotte had men nog de beroemde wedstrijden van met vier paarden bespannen wagens. Als het oogenblik gekomen was, werd zoo luid mogelijk op de trompetten geblazen, de slagboomen vielen, en de paarden stormden vooruit, terwijl de menigte luide kreten aanhief, en in woeste opgewondenheid jubelde.Een jongeling, overwinnaar bij een hardrijderij.Een jongeling, overwinnaar bij een hardrijderij.(De overwinnaar te paard wordt voorafgegaan door den heraut, die den naam van den overwinnaar uitroept. Achteraan loopt de man, die op zijn hoofd den prijs, een drievoet, draagt, en in zijn hand een krans.)De ruïnen aan den ingang naar de wedloopen te Olympia.De ruïnen aan den ingang naar de wedloopen te Olympia.De vijfde dag was aan de overwinnaars gewijd. Een knaap werd naar het heilige boschje gezonden, om met een gouden mes takken van een wilden olijfboom af te snijden. Daarvan werden kransen vervaardigd, die aan de overwinnaars werden aangeboden. Het was het meest trotsche oogenblik in het leven van een man, als de heraut zijn naam uitriep, dien van zijn vader en dien van zijn geboortestad, en als hij dan naar voren trad om zijn kroon in ontvangst te nemen. De menigte juichte hem uitbundig toe, en hij vergat de lange, vermoeiende en vervelende dagen, dat hij zich had moetenoefenen, terwijl hij uitsluitend aan den door hem verworven roem dacht.De Wedloop over Tweehonderd Meters.De Wedloop over Tweehonderd Meters.De olijfkrans was op zich zelf reeds belooning genoeg, maar er waren nog een aantal andere eerbewijzen, die den gelukkigen drager van den krans wachtten. Gewoonlijk bracht hij een offer aan Zeus, en al zijn landgenooten, die te Olympia tegenwoordig waren, namen daaraan met groote ingenomenheid deel, daar hij hun geboorteland roem had gebracht. Terwijl het offer brandde, liepen zij in een schitterenden optocht om het altaar heen, en zongen zij daarbij in koor lofliederen aan de goden, begeleid door de muziek van fluit en cither. Dit was slechts het begin, want de offerdienst werd gevolgd door tallooze feestgelagen. De stad, die bij de spelen den voorrang bekleedde, gaf feesten aan de overwinnaars, en de overwinnaars gaven feesten aan hun vrienden. En zelfs daarmede waren de eerbewijzen niet ten einde, immers dikwijls werd ter eere van den overwinnaar een standbeeld opgericht te Olympia, en ook weleens een tweede standbeeld in zijn woonplaats. Zelfs de terugkeer van een overwinnaar naar zijn geboorteplaats leverde een schitterend schouwspel op. Hij was gekleed in een rijk purperen gewaad, en werd naar zijn woning gebracht in een wagen, door vier witte paarden getrokken. Zijn vrienden en bloedverwanten volgden hem, in hun beste kleeren gestoken; en daarop volgde een troep volk, zingend en juichend, zoo luid dit maar mogelijk was.De Olympische wedloopen.De Olympische wedloopen.Zoodra zij voor de muren gekomen waren, hield de optochtstand. “Waartoe zijn er muren noodig ter verdediging van een stad, die zoo voortreffelijke mannen heeft?” riep het volk; en dan werd een stuk van den stadsmuur neergehaald, en vlogen de vier witte paarden over de puinhoopen heen. Natuurlijk volgden ook daar weer feestgelagen, en werd dikwijls een milde gift in goud en zilver geschonken. De wijsgeeren uit die dagen herinnerden de burgers er dikwijls aan, dat die overwinnaars in de spelen voor de stad weinig waard waren. “In vredestijd zijn zij niets waard” zoo zeiden de philosofen, “immers het is niet hun geest, maar hun lichaam, dat geoefend is; en zij zijn niets waard in oorlogstijd, daar hun oefening zóó eenzijdig is, dat zij spoedig zouden bezwijken, als zij zichmoesten onderwerpen aan den krijgsdienst.” Toch bleef de vereering der athleten voortduren. In sommige steden gebruikten zij dagelijks het middagmaal ten koste van de stad, en gedurende hun geheele verdere leven werd voor hen een plaats op de voorste rij in de schouwburg vrijgehouden. Met zorgvuldigheid werd hun naam ingeschreven in het register, dat te Olympia werd gehouden, en zoolang zij leefden werden zij geëerd.De Grieken hechtten zóóveel gewicht aan die spelen, dat zij bijna alle gebeurtenissen daarnaar rekenden; het jaar, dat die spelen werden gevierd en de volgende drie jaren, werden als een Olympiade gerekend. Zoo noemden zij het jaar 776 vóór Christus het eerste jaar der Olympiade; het jaar 770 vóór Christus het derde jaar der tweede Olympiade.Gedurende langer dan duizend jaar werden die spelen zonder eenige onderbreking gehouden. Hun beteekenis voor het Grieksche leven kan nauwelijks hoog genoeg worden geschat. Zij hadden grooten invloed op den handel, immers waar zoovele duizenden menschen bijeen waren, daar moest heel wat gekocht en verkocht worden. Zij hadden eveneens invloed op de kunst, immers bij die spelen vond de beeldhouwer de schoonste levende modellen. Zij hadden tevens invloed op de zeden en gewoonten van het volk, op hun eerbied voor godsdienstige plechtigheden, en eveneens op hun belangstelling in literatuur en welsprekendheid; immers bij de meeste dier spelen werden ook daarin wedstrijden gehouden. De Grieken werden nooit tot één natie vereenigd; toch droegen de spelen er veel toe bij, dat zij tot de overtuiging kwamen, dat zij een aantal gezamenlijke belangen hadden en dat, indien een volksstam de hulp van een vreemdeling inriep tegen een anderen stam, deze als het ware een verrader van zijn vaderland was.
Een gezicht op Olympia.Een gezicht op Olympia.
Een gezicht op Olympia.
Er was ééne zaak, waarin de Grieksche natie ééngeheelvormde, en wel in de spelen, waarop wij reedsvroegerde aandacht vestigden, en waaraan niemand kon deel nemen, die niet tot de Grieksche natie behoorde. De meest bekende spelen waren die te Olympia in Elis. Onder alle veranderingen in de verschillende staten waren deze in stand gebleven, en zij werden als iets zóó heiligs beschouwd, dat, hoe heftig twee Grieksche stammen elkander ook mochten bestrijden, er altijd een wapenstilstand was in den tijd, dat de Olympische spelen duurden en in de dagen, die voor de heenreis en de terugreis werden toegestaan. Geen Griek, die de reis kon bekostigen en om zijn gezondheid daartoe in staat was, zou er aan denken, van de Olympische spelen weg te blijven; en de wegen naarOlympia moeten gedurende een tweetal weken vóór en na het begin van den zomer, in welke dagen de feesten werden gevierd, een allermerkwaardigst en belangwekkend schouwspel hebben opgeleverd.
De Tempel te Olympia.De Tempel te Olympia.
De Tempel te Olympia.
De Worstelaars.De Worstelaars.(Naar een standbeeld in de Uffiziën te Florence.)
De Worstelaars.
(Naar een standbeeld in de Uffiziën te Florence.)
Stel u den eersten dag der feesten voor! Elke der verschillende staten had vertegenwoordigers gezonden, en die afgevaardigden droegen hun kostbaarste gewaden en reden in de prachtigste wagens, die beschikbaar waren. De Grieken hadden zóóveel genot in optochten, dat er zeker wel een optocht zal geweest zijn, en daarna zoo goed als zeker een plechtige offerdienst aan Zeus. Dan kwam nog de belangrijke taak, zich er van te vergewissen, dat zij, die aan de spelen wenschten deel te nemen, het recht hadden dit te doen. Niet alleen de athleten, maar ook de scheidsrechters en oefenaars moesten een eed afleggen, dat zij vrij geboren Grieken waren met onvermengd bloed, en dat zij de regels van het spel in ieder opzicht zouden in acht nemen. Zelfs al hadden zij dien eed afgelegd, moesten zij nog hun burgerschap bewijzen, en de athleten moesten aantoonen, dat zij de regels hadden gevolgd, die voor het dieet en de oefening waren vastgesteld. Met dit alles was een geheeledag gemoeid van des morgens vroeg tot des avonds laat. De volgende dagen—drie en misschien meer—waren voor de wedstrijden bestemd. De spelen bestonden uit wedloopen, worstelen, vuistvechten, springen, het werpen van schijven, en het slingeren van werpspiesen. En ten slotte had men nog de beroemde wedstrijden van met vier paarden bespannen wagens. Als het oogenblik gekomen was, werd zoo luid mogelijk op de trompetten geblazen, de slagboomen vielen, en de paarden stormden vooruit, terwijl de menigte luide kreten aanhief, en in woeste opgewondenheid jubelde.
Een jongeling, overwinnaar bij een hardrijderij.Een jongeling, overwinnaar bij een hardrijderij.(De overwinnaar te paard wordt voorafgegaan door den heraut, die den naam van den overwinnaar uitroept. Achteraan loopt de man, die op zijn hoofd den prijs, een drievoet, draagt, en in zijn hand een krans.)
Een jongeling, overwinnaar bij een hardrijderij.
(De overwinnaar te paard wordt voorafgegaan door den heraut, die den naam van den overwinnaar uitroept. Achteraan loopt de man, die op zijn hoofd den prijs, een drievoet, draagt, en in zijn hand een krans.)
De ruïnen aan den ingang naar de wedloopen te Olympia.De ruïnen aan den ingang naar de wedloopen te Olympia.
De ruïnen aan den ingang naar de wedloopen te Olympia.
De vijfde dag was aan de overwinnaars gewijd. Een knaap werd naar het heilige boschje gezonden, om met een gouden mes takken van een wilden olijfboom af te snijden. Daarvan werden kransen vervaardigd, die aan de overwinnaars werden aangeboden. Het was het meest trotsche oogenblik in het leven van een man, als de heraut zijn naam uitriep, dien van zijn vader en dien van zijn geboortestad, en als hij dan naar voren trad om zijn kroon in ontvangst te nemen. De menigte juichte hem uitbundig toe, en hij vergat de lange, vermoeiende en vervelende dagen, dat hij zich had moetenoefenen, terwijl hij uitsluitend aan den door hem verworven roem dacht.
De Wedloop over Tweehonderd Meters.De Wedloop over Tweehonderd Meters.
De Wedloop over Tweehonderd Meters.
De olijfkrans was op zich zelf reeds belooning genoeg, maar er waren nog een aantal andere eerbewijzen, die den gelukkigen drager van den krans wachtten. Gewoonlijk bracht hij een offer aan Zeus, en al zijn landgenooten, die te Olympia tegenwoordig waren, namen daaraan met groote ingenomenheid deel, daar hij hun geboorteland roem had gebracht. Terwijl het offer brandde, liepen zij in een schitterenden optocht om het altaar heen, en zongen zij daarbij in koor lofliederen aan de goden, begeleid door de muziek van fluit en cither. Dit was slechts het begin, want de offerdienst werd gevolgd door tallooze feestgelagen. De stad, die bij de spelen den voorrang bekleedde, gaf feesten aan de overwinnaars, en de overwinnaars gaven feesten aan hun vrienden. En zelfs daarmede waren de eerbewijzen niet ten einde, immers dikwijls werd ter eere van den overwinnaar een standbeeld opgericht te Olympia, en ook weleens een tweede standbeeld in zijn woonplaats. Zelfs de terugkeer van een overwinnaar naar zijn geboorteplaats leverde een schitterend schouwspel op. Hij was gekleed in een rijk purperen gewaad, en werd naar zijn woning gebracht in een wagen, door vier witte paarden getrokken. Zijn vrienden en bloedverwanten volgden hem, in hun beste kleeren gestoken; en daarop volgde een troep volk, zingend en juichend, zoo luid dit maar mogelijk was.
De Olympische wedloopen.De Olympische wedloopen.
De Olympische wedloopen.
Zoodra zij voor de muren gekomen waren, hield de optochtstand. “Waartoe zijn er muren noodig ter verdediging van een stad, die zoo voortreffelijke mannen heeft?” riep het volk; en dan werd een stuk van den stadsmuur neergehaald, en vlogen de vier witte paarden over de puinhoopen heen. Natuurlijk volgden ook daar weer feestgelagen, en werd dikwijls een milde gift in goud en zilver geschonken. De wijsgeeren uit die dagen herinnerden de burgers er dikwijls aan, dat die overwinnaars in de spelen voor de stad weinig waard waren. “In vredestijd zijn zij niets waard” zoo zeiden de philosofen, “immers het is niet hun geest, maar hun lichaam, dat geoefend is; en zij zijn niets waard in oorlogstijd, daar hun oefening zóó eenzijdig is, dat zij spoedig zouden bezwijken, als zij zichmoesten onderwerpen aan den krijgsdienst.” Toch bleef de vereering der athleten voortduren. In sommige steden gebruikten zij dagelijks het middagmaal ten koste van de stad, en gedurende hun geheele verdere leven werd voor hen een plaats op de voorste rij in de schouwburg vrijgehouden. Met zorgvuldigheid werd hun naam ingeschreven in het register, dat te Olympia werd gehouden, en zoolang zij leefden werden zij geëerd.
De Grieken hechtten zóóveel gewicht aan die spelen, dat zij bijna alle gebeurtenissen daarnaar rekenden; het jaar, dat die spelen werden gevierd en de volgende drie jaren, werden als een Olympiade gerekend. Zoo noemden zij het jaar 776 vóór Christus het eerste jaar der Olympiade; het jaar 770 vóór Christus het derde jaar der tweede Olympiade.
Gedurende langer dan duizend jaar werden die spelen zonder eenige onderbreking gehouden. Hun beteekenis voor het Grieksche leven kan nauwelijks hoog genoeg worden geschat. Zij hadden grooten invloed op den handel, immers waar zoovele duizenden menschen bijeen waren, daar moest heel wat gekocht en verkocht worden. Zij hadden eveneens invloed op de kunst, immers bij die spelen vond de beeldhouwer de schoonste levende modellen. Zij hadden tevens invloed op de zeden en gewoonten van het volk, op hun eerbied voor godsdienstige plechtigheden, en eveneens op hun belangstelling in literatuur en welsprekendheid; immers bij de meeste dier spelen werden ook daarin wedstrijden gehouden. De Grieken werden nooit tot één natie vereenigd; toch droegen de spelen er veel toe bij, dat zij tot de overtuiging kwamen, dat zij een aantal gezamenlijke belangen hadden en dat, indien een volksstam de hulp van een vreemdeling inriep tegen een anderen stam, deze als het ware een verrader van zijn vaderland was.
Hoofdstuk VIII.De Grieksche koloniën: de tyrannen.De spelen deden veel om de Grieken tot eenheid te brengen en aan hun vaderland te binden; maar toch hadden een groot aantal van dezen hun woonplaatsen verlaten en waren naar andere landen getrokken. Er waren drie redenen voor dien uittocht. De ééne was, dat de steden zich uitbreidden; een aantal mannen, die vermogend waren geworden, hadden slechts weinig deel aan het staatsbestuur en werden daardoor ontevreden en ongedurig. Een tweede reden was, dat een groot aantal personen, die niet rijk waren, hoe langer hoe meer verlangden, zoo snel mogelijk fortuin te maken. Er was daartoe meer gelegenheid in de nog niet op zoo vasten grondslag gevestigde landen dan in Griekenland zelf. In de derde plaats waren de Grieken belust op avonturen, en daarom kon er steeds een troepje gevonden worden, die bereid waren in oostelijke richting te trekken of zelfs om weg te zeilen, ten einde na te gaan, wat kon worden ontdekt in het wonderland in het verre westen, dat is in Italië of Sicilië of Sardinië. Zij konden bijna overal waar zij dit wenschten, landen en een kolonie stichten, immers slechts weinige van de stammen, die langs de kusten der Middellandsche Zee woonden, stelden prijs op die kusten of op de havens. Zij waren zelfs dikwijls blijde, als vreemdelingen naar hun land kwamen, om met hen handel te drijven. Zoo verklaart het zich, dat tusschen de jaren 750 en 600 vóór Christus Grieksche koloniën bij dozijnen werden gesticht. Menschen, die goud en zilver wilden delven, zij die van plan waren visch of vee of koren of slaven te koopen, zeilden naar de kusten van den Pontus Euxinus of de Zwarte Zee. Zij die meenden rijk te zullen worden door handel te drijven in barnsteenen tin, reisden naar de kusten van het tegenwoordige Frankrijk; immers die kostbare artikelen konden gemakkelijk van het noorden worden toegevoerd langs de Rhone. In vroeger tijden waren er koloniën gesticht op de eilanden en aan de kusten der Aegeïsche Zee, en later op de eilanden ten westen van Griekenland, aan de kusten van Afrika, aan de Delta van den Nijl in één woord: overal waar een troepje Grieken meende, dat er een goede gelegenheid bestond om handel te drijven, werden Grieksche kolonies gesticht. Apollo was de god van het koloniseeren; het behoeft dus geen betoog, dat nooit kolonisten hun tocht aanvaardden zonder raad in te winnen bij het orakel te Delphi. Die raad was van bijzonder groote waarde, immers menschen van heinde en ver kwamen daar, om het orakel te raadplegen, en de priesters hadden heel wat beter gelegenheid inlichtingen te ontvangen omtrent de verschillende landen dan anderen. Als een troep Grieken, die een kolonie wenschten te stichten, het orakel raadpleegden omtrent de plaats, waar zij zich heen wenschten te begeven, zouden zij misschien vernemen, dat het land niet vruchtbaar was, of dat de inboorlingen wild en oorlogzuchtig waren, of dat er op die kust geen goede havens waren. Dan veranderden de kolonisten hun plan en kozen zij een andere plaats om zich te vestigen.De Delphische Apollo.De Delphische Apollo.(Naar een beschilderde vaas. Men stelde zich voor, dat de vleugels op den drievoet Apollo in staat stelden den Oceaan over te vliegen om de koloniën te bezoeken.)Meestal kwam eenzelfde troep kolonisten van dezelfdestad. Zij brachten altijd eenige sintels mede van de heilige vuren hunner geboorteplaats, en daarmede ontstaken zij de altaarvuren van hun nieuwe woonplaats. Zij stonden echter niet langer onder de heerschappij der oude stad, maar waren volkomen vrij, zich zelf te besturen zooals zij dit het best achtten. De koloniën waren volstrekt niet overbevolkt; er was ruimte genoeg voor iedereen, om te leven op de wijze, die zij verkozen. De opvattingen der kolonisten waren veel oorspronkelijker en vermeteler; en gedurende langen tijd waren de dichters en wijsgeeren van de koloniën der eilanden grooter dan die van het vasteland van Griekenland. Het kleine eiland Lesbos was de woonplaats van den dichter Alcaeus en de dichteres Sappho (Saffo). Alcaeus schreef voornamelijk over staatkundige onderwerpen, maar toch vond hij nog tijd om een gedicht op Sappho te vervaardigen, waarin hij haar noemde “de violetwevende, reine, liefelijk lachende Sappho.”Sappho zelf vervaardigde zóó prachtige gedichten, dat men van haar niet sprak als van “een dichteres”, maar als van “de dichteres”. Een schoone gedachte wordt door haar uitgedrukt in de volgende woorden:“De sterren, die schittrend aan ’t hemeldak staan,Verbleeken, en ’t is met haar luister gedaan,Zoodra volle maan heel den hemel verlicht,En ons doet bewond’ren haar zilveren gezicht.”SapphoSappho(In het Louvre)De grootste wijsgeer van dien tijd, Pythagoras, was eveneens geboren op één der Grieksche eilanden, en wel op Samos, een eiland, nauwelijks vijf en veertig kilometers lang. “Wat is een wijsgeer?” werd hem eens door een koning gevraagd; en hij antwoordde: “Bij de spelen wenschenenkelen roem te verwerven, anderen wenschen voor geld te koopen en te verkoopen, en anderen wenschen toe te zien, wat de anderen doen. Zoo gaat het ook in het leven; en de wijsgeeren zijn diegenen, die toezien, die de natuur bestudeeren en naar wijsheid zoeken.” Er loopen omtrent Pythagoras de meest dwaze verhalen. Eén daarvan is, dat hij een wilden beer temde, door hem toe te spreken; een ander, dat, toen hij een rivier overstak, de rivier uitriep: “Heil u, Pythagoras!” Hoewel hij nooit beren temde door ze toe te spreken, of luisterde naar de begroetingen van rivieren, bewijzen toch die verhalen, dat hij als een merkwaardig man door al zijn tijdgenooten werd beschouwd. Hij was dan ook inderdaad een diep denker en was zeer geleerd in de wiskunde. Enkele echter van zijn stellingen waren zeer zonderling; hij meende bij voorbeeld, dat de planeten bij haar beweging in de ruimte een prachtige harmonie voortbrachten. “Waarom hooren wij die dan niet?” vroegen zijn leerlingen. “Omdat de muziek te fijn is voor de menschelijke ooren,”luidde zijn antwoord. Eén van zijn wijze spreuken was: “Rakel nooit een vuur op met een zwaard”; wat beteekent, dat, indien iemand vertoornd is, men niets moet doen om dien toorn aan te wakkeren. Een andere spreuk was: “Verlaat uw post niet, als het u niet door den aanvoerder is bevolen,”wat beteekent: Pleeg geen zelfmoord.Het koloniseeren duurde, zooals wij opmerkten, van 750 tot 600 vóór Christus. Gedurende het grootste gedeelte van dien tijd hadden de meeste Grieksche staten hun regeeringsvorm veranderd. In de vroegere tijden waren zij alle door koningen bestuurd. De macht der koningen werd hoe langer hoe minder, en ten slotte namen in bijna iederen staat enkele van de machtigste geslachten, eigenaars van groote landgoederen, de regeering in eigen handen. De regeeringsvorm werd toen een oligarchie, dat beteekent, een regeering door enkelen.Die “enkelen” beweerden, dat zij afstammelingen waren van de helden, en dat zij veel verstandiger waren dan het volk om hen heen. Het gemeene volk was dit meestal volstrekt niet met hen eens, en in de meeste staten stond na korten tijd de ééne of andere leider op, die de regeering bemachtigde. Een dergelijke bestuurder werd een tyran genoemd, dat wil zeggen, iemand wiens macht niet aan de wetten is ontleend.School van PythagorasSchool van PythagorasIn één opzicht was de regeering van de tyrannen in het voordeel van den staat; immers ten einde de gunst der goden te winnen, bouwden zij een aantal prachtige tempels. Door den bouw van die tempels en andere openbare werken werden de steden heel wat fraaier dan wanneer de koningen de macht in handen hadden, en kreeg het volk eveneens werk te verrichten. Sommigen onder de tyrannen waren humaner en welwillender dan de koningen geweest waren; toch hadden de Grieken bezwaar tegen het denkbeeld, te worden geregeerd zonder dat de heerschers aan bepaalde wetten gebonden waren, zoodat zij aan de willekeur van één enkel persoon waren overgeleverd, en dus duurde de tyrannie zelden lang. Sparta had nooit een tyran, en voortdurend was zij bereid andere staten te helpen een tyran te verdrijven, als het kon strekken tot vermeerdering van hun eigen macht. Één van de meest bekende tyrannen was Polycrates van Samos, die een geruimen tijd de gelukkigste man van de wereld scheen te zijn. Hij bemachtigde den troon op het ééne eiland na het andere, en zelfs met behulp van Sparta kon het volk niets tegen hem uitrichten. Hij bouwde een vloot van honderd schepen, en zoo dikwijls hij hoorde, dat een galei met een bijzonder rijke lading in de nabijheid was, zond hij enkele van die snelzeilende schepen ter vervolging uit, en werd den tyran een rijke schat thuis gebracht. Wat hij ondernam gelukte hem; eindelijk schreef hem zijn vriend, de koning van Egypte, het volgende: “De goden zullen zeker afgunstig worden op uwvoorspoed. Ik bid u, offer datgene op, wat gij het meest op prijs stelt, opdat zij in hun afgunst zich niet op u zullen wreken en u ernstig nadeel berokkenen.” Er was nu één ding, dat Polycrates als zijn zeldzaamsten schat beschouwde, en dat was een schitterende zegelring van smaragd. Hij wierp dien in gevolge den raad van zijn vriend in zee. “De goden zullen nu zeker wel niet jaloersch op mij zijn,” zoo sprak hij, terwijl hij met verdriet naar de plaats keek, waar zijn kostbare schat ondergezonken was. Eenige dagen later bracht hem een visscher een grooten visch ten geschenke. En zie, toen de visch was opengesneden, kwam daaruit de smaragden ring voor den dag. Toen de koning van Egypte daarvan hoorde, dacht hij: “De goden weigeren het offer, dat hij gebracht heeft. Ik kan niet langer zijn bondgenoot blijven, want ongetwijfeld zal hem spoedig een vreeselijk onheil treffen.” De voorspelling werd vervuld, immers Polycrates viel in handen van een vijand, die hem door kruisiging ter dood bracht.Zegelringen gevonden bij opgravingen.Zegelringen gevonden bij opgravingen.Een tweede beroemde tyran was Dionysius van Syracuse, die meer dan een eeuw na Polycrates leefde. Deze was wreed en wraakzuchtig; toch wordt er één aardig verhaal omtrent hem verteld. Een zekere Pythias had een samenzwering tegen hem gesmeed en was ter dood veroordeeld. Pythias smeekte om enkele dagen vrijgelaten te worden, ten einde een handelszaak nog vóór zijn dood te regelen. “Mijn vriend Damon zal mijn plaats innemen,”zoo sprak hij, “en als ik niet terugkeer, is hij bereid in mijn plaats te sterven.”Dionysius had geenflauw begrip van een zoo trouwe, opofferende vriendschap, maar hij was zóó nieuwsgierig om te zien, wat het resultaat zou zijn, dat hij in de ruiling toestemde. De tijd voor de terechtstelling naderde al meer en meer, maar Pythias kwam nog steeds niet terug. Op het laatste oogenblik kwam hij aanhollen, buiten adem van het loopen, daar een onvoorzien beletsel hem had opgehouden. Het verhaal luidt, dat Dionysius door die onzelfzuchtige liefde zóó bewogen was, dat hij Pythias vergiffenis schonk en smeekte, dat hij als derde in hun vriendschapsbond mocht worden opgenomen.
De spelen deden veel om de Grieken tot eenheid te brengen en aan hun vaderland te binden; maar toch hadden een groot aantal van dezen hun woonplaatsen verlaten en waren naar andere landen getrokken. Er waren drie redenen voor dien uittocht. De ééne was, dat de steden zich uitbreidden; een aantal mannen, die vermogend waren geworden, hadden slechts weinig deel aan het staatsbestuur en werden daardoor ontevreden en ongedurig. Een tweede reden was, dat een groot aantal personen, die niet rijk waren, hoe langer hoe meer verlangden, zoo snel mogelijk fortuin te maken. Er was daartoe meer gelegenheid in de nog niet op zoo vasten grondslag gevestigde landen dan in Griekenland zelf. In de derde plaats waren de Grieken belust op avonturen, en daarom kon er steeds een troepje gevonden worden, die bereid waren in oostelijke richting te trekken of zelfs om weg te zeilen, ten einde na te gaan, wat kon worden ontdekt in het wonderland in het verre westen, dat is in Italië of Sicilië of Sardinië. Zij konden bijna overal waar zij dit wenschten, landen en een kolonie stichten, immers slechts weinige van de stammen, die langs de kusten der Middellandsche Zee woonden, stelden prijs op die kusten of op de havens. Zij waren zelfs dikwijls blijde, als vreemdelingen naar hun land kwamen, om met hen handel te drijven. Zoo verklaart het zich, dat tusschen de jaren 750 en 600 vóór Christus Grieksche koloniën bij dozijnen werden gesticht. Menschen, die goud en zilver wilden delven, zij die van plan waren visch of vee of koren of slaven te koopen, zeilden naar de kusten van den Pontus Euxinus of de Zwarte Zee. Zij die meenden rijk te zullen worden door handel te drijven in barnsteenen tin, reisden naar de kusten van het tegenwoordige Frankrijk; immers die kostbare artikelen konden gemakkelijk van het noorden worden toegevoerd langs de Rhone. In vroeger tijden waren er koloniën gesticht op de eilanden en aan de kusten der Aegeïsche Zee, en later op de eilanden ten westen van Griekenland, aan de kusten van Afrika, aan de Delta van den Nijl in één woord: overal waar een troepje Grieken meende, dat er een goede gelegenheid bestond om handel te drijven, werden Grieksche kolonies gesticht. Apollo was de god van het koloniseeren; het behoeft dus geen betoog, dat nooit kolonisten hun tocht aanvaardden zonder raad in te winnen bij het orakel te Delphi. Die raad was van bijzonder groote waarde, immers menschen van heinde en ver kwamen daar, om het orakel te raadplegen, en de priesters hadden heel wat beter gelegenheid inlichtingen te ontvangen omtrent de verschillende landen dan anderen. Als een troep Grieken, die een kolonie wenschten te stichten, het orakel raadpleegden omtrent de plaats, waar zij zich heen wenschten te begeven, zouden zij misschien vernemen, dat het land niet vruchtbaar was, of dat de inboorlingen wild en oorlogzuchtig waren, of dat er op die kust geen goede havens waren. Dan veranderden de kolonisten hun plan en kozen zij een andere plaats om zich te vestigen.
De Delphische Apollo.De Delphische Apollo.(Naar een beschilderde vaas. Men stelde zich voor, dat de vleugels op den drievoet Apollo in staat stelden den Oceaan over te vliegen om de koloniën te bezoeken.)
De Delphische Apollo.
(Naar een beschilderde vaas. Men stelde zich voor, dat de vleugels op den drievoet Apollo in staat stelden den Oceaan over te vliegen om de koloniën te bezoeken.)
Meestal kwam eenzelfde troep kolonisten van dezelfdestad. Zij brachten altijd eenige sintels mede van de heilige vuren hunner geboorteplaats, en daarmede ontstaken zij de altaarvuren van hun nieuwe woonplaats. Zij stonden echter niet langer onder de heerschappij der oude stad, maar waren volkomen vrij, zich zelf te besturen zooals zij dit het best achtten. De koloniën waren volstrekt niet overbevolkt; er was ruimte genoeg voor iedereen, om te leven op de wijze, die zij verkozen. De opvattingen der kolonisten waren veel oorspronkelijker en vermeteler; en gedurende langen tijd waren de dichters en wijsgeeren van de koloniën der eilanden grooter dan die van het vasteland van Griekenland. Het kleine eiland Lesbos was de woonplaats van den dichter Alcaeus en de dichteres Sappho (Saffo). Alcaeus schreef voornamelijk over staatkundige onderwerpen, maar toch vond hij nog tijd om een gedicht op Sappho te vervaardigen, waarin hij haar noemde “de violetwevende, reine, liefelijk lachende Sappho.”Sappho zelf vervaardigde zóó prachtige gedichten, dat men van haar niet sprak als van “een dichteres”, maar als van “de dichteres”. Een schoone gedachte wordt door haar uitgedrukt in de volgende woorden:
“De sterren, die schittrend aan ’t hemeldak staan,Verbleeken, en ’t is met haar luister gedaan,Zoodra volle maan heel den hemel verlicht,En ons doet bewond’ren haar zilveren gezicht.”
“De sterren, die schittrend aan ’t hemeldak staan,
Verbleeken, en ’t is met haar luister gedaan,
Zoodra volle maan heel den hemel verlicht,
En ons doet bewond’ren haar zilveren gezicht.”
SapphoSappho(In het Louvre)
Sappho
(In het Louvre)
De grootste wijsgeer van dien tijd, Pythagoras, was eveneens geboren op één der Grieksche eilanden, en wel op Samos, een eiland, nauwelijks vijf en veertig kilometers lang. “Wat is een wijsgeer?” werd hem eens door een koning gevraagd; en hij antwoordde: “Bij de spelen wenschenenkelen roem te verwerven, anderen wenschen voor geld te koopen en te verkoopen, en anderen wenschen toe te zien, wat de anderen doen. Zoo gaat het ook in het leven; en de wijsgeeren zijn diegenen, die toezien, die de natuur bestudeeren en naar wijsheid zoeken.” Er loopen omtrent Pythagoras de meest dwaze verhalen. Eén daarvan is, dat hij een wilden beer temde, door hem toe te spreken; een ander, dat, toen hij een rivier overstak, de rivier uitriep: “Heil u, Pythagoras!” Hoewel hij nooit beren temde door ze toe te spreken, of luisterde naar de begroetingen van rivieren, bewijzen toch die verhalen, dat hij als een merkwaardig man door al zijn tijdgenooten werd beschouwd. Hij was dan ook inderdaad een diep denker en was zeer geleerd in de wiskunde. Enkele echter van zijn stellingen waren zeer zonderling; hij meende bij voorbeeld, dat de planeten bij haar beweging in de ruimte een prachtige harmonie voortbrachten. “Waarom hooren wij die dan niet?” vroegen zijn leerlingen. “Omdat de muziek te fijn is voor de menschelijke ooren,”luidde zijn antwoord. Eén van zijn wijze spreuken was: “Rakel nooit een vuur op met een zwaard”; wat beteekent, dat, indien iemand vertoornd is, men niets moet doen om dien toorn aan te wakkeren. Een andere spreuk was: “Verlaat uw post niet, als het u niet door den aanvoerder is bevolen,”wat beteekent: Pleeg geen zelfmoord.
Het koloniseeren duurde, zooals wij opmerkten, van 750 tot 600 vóór Christus. Gedurende het grootste gedeelte van dien tijd hadden de meeste Grieksche staten hun regeeringsvorm veranderd. In de vroegere tijden waren zij alle door koningen bestuurd. De macht der koningen werd hoe langer hoe minder, en ten slotte namen in bijna iederen staat enkele van de machtigste geslachten, eigenaars van groote landgoederen, de regeering in eigen handen. De regeeringsvorm werd toen een oligarchie, dat beteekent, een regeering door enkelen.Die “enkelen” beweerden, dat zij afstammelingen waren van de helden, en dat zij veel verstandiger waren dan het volk om hen heen. Het gemeene volk was dit meestal volstrekt niet met hen eens, en in de meeste staten stond na korten tijd de ééne of andere leider op, die de regeering bemachtigde. Een dergelijke bestuurder werd een tyran genoemd, dat wil zeggen, iemand wiens macht niet aan de wetten is ontleend.
School van PythagorasSchool van Pythagoras
School van Pythagoras
In één opzicht was de regeering van de tyrannen in het voordeel van den staat; immers ten einde de gunst der goden te winnen, bouwden zij een aantal prachtige tempels. Door den bouw van die tempels en andere openbare werken werden de steden heel wat fraaier dan wanneer de koningen de macht in handen hadden, en kreeg het volk eveneens werk te verrichten. Sommigen onder de tyrannen waren humaner en welwillender dan de koningen geweest waren; toch hadden de Grieken bezwaar tegen het denkbeeld, te worden geregeerd zonder dat de heerschers aan bepaalde wetten gebonden waren, zoodat zij aan de willekeur van één enkel persoon waren overgeleverd, en dus duurde de tyrannie zelden lang. Sparta had nooit een tyran, en voortdurend was zij bereid andere staten te helpen een tyran te verdrijven, als het kon strekken tot vermeerdering van hun eigen macht. Één van de meest bekende tyrannen was Polycrates van Samos, die een geruimen tijd de gelukkigste man van de wereld scheen te zijn. Hij bemachtigde den troon op het ééne eiland na het andere, en zelfs met behulp van Sparta kon het volk niets tegen hem uitrichten. Hij bouwde een vloot van honderd schepen, en zoo dikwijls hij hoorde, dat een galei met een bijzonder rijke lading in de nabijheid was, zond hij enkele van die snelzeilende schepen ter vervolging uit, en werd den tyran een rijke schat thuis gebracht. Wat hij ondernam gelukte hem; eindelijk schreef hem zijn vriend, de koning van Egypte, het volgende: “De goden zullen zeker afgunstig worden op uwvoorspoed. Ik bid u, offer datgene op, wat gij het meest op prijs stelt, opdat zij in hun afgunst zich niet op u zullen wreken en u ernstig nadeel berokkenen.” Er was nu één ding, dat Polycrates als zijn zeldzaamsten schat beschouwde, en dat was een schitterende zegelring van smaragd. Hij wierp dien in gevolge den raad van zijn vriend in zee. “De goden zullen nu zeker wel niet jaloersch op mij zijn,” zoo sprak hij, terwijl hij met verdriet naar de plaats keek, waar zijn kostbare schat ondergezonken was. Eenige dagen later bracht hem een visscher een grooten visch ten geschenke. En zie, toen de visch was opengesneden, kwam daaruit de smaragden ring voor den dag. Toen de koning van Egypte daarvan hoorde, dacht hij: “De goden weigeren het offer, dat hij gebracht heeft. Ik kan niet langer zijn bondgenoot blijven, want ongetwijfeld zal hem spoedig een vreeselijk onheil treffen.” De voorspelling werd vervuld, immers Polycrates viel in handen van een vijand, die hem door kruisiging ter dood bracht.
Zegelringen gevonden bij opgravingen.Zegelringen gevonden bij opgravingen.
Zegelringen gevonden bij opgravingen.
Een tweede beroemde tyran was Dionysius van Syracuse, die meer dan een eeuw na Polycrates leefde. Deze was wreed en wraakzuchtig; toch wordt er één aardig verhaal omtrent hem verteld. Een zekere Pythias had een samenzwering tegen hem gesmeed en was ter dood veroordeeld. Pythias smeekte om enkele dagen vrijgelaten te worden, ten einde een handelszaak nog vóór zijn dood te regelen. “Mijn vriend Damon zal mijn plaats innemen,”zoo sprak hij, “en als ik niet terugkeer, is hij bereid in mijn plaats te sterven.”Dionysius had geenflauw begrip van een zoo trouwe, opofferende vriendschap, maar hij was zóó nieuwsgierig om te zien, wat het resultaat zou zijn, dat hij in de ruiling toestemde. De tijd voor de terechtstelling naderde al meer en meer, maar Pythias kwam nog steeds niet terug. Op het laatste oogenblik kwam hij aanhollen, buiten adem van het loopen, daar een onvoorzien beletsel hem had opgehouden. Het verhaal luidt, dat Dionysius door die onzelfzuchtige liefde zóó bewogen was, dat hij Pythias vergiffenis schonk en smeekte, dat hij als derde in hun vriendschapsbond mocht worden opgenomen.
Hoofdstuk IX.De eerste en de tweede Perzische tocht.In den loop der tijden verjoegen de meeste Grieksche staten hun tyrannen. Dit was gelukkig, immers in de moeilijkheden, die hun te wachten stonden, was het noodzakelijk, dat er tusschen de verschillende burgers van een staat eensgezindheid heerschte, en dat zij bovendien niet werden bestuurd door iemand, die zich weinig bekommerde om hen of om het vaderland, als hij zelf maar zijn positie als tyran kon handhaven.De moeilijkheden kwamen van het oosten. Juist aan de andere zijde van de Aegeïsche Zee lag de landstreek Lydië. Hier en in het naburige grondgebied hadden de Grieken koloniën gesticht, en daar zoovelen der kolonisten uit Athene en andere Jonische steden gekomen waren, en daarom van Jonisch bloed waren, werd de geheele groep een volksplanting, bekend onder den naam van Jonië. Die volksplantingen waren voorspoedig en rijk geworden. Het was zeer gemakkelijk in Lydië rijk te worden. Lydië was het land, waar volgens de overlevering koning Midas had geleefd, die het vermogen had gekregen, alles wat hij aanraakte in goud te veranderen, een vermogen, dat hij afschuwelijk begon te vinden, toen zijn dochter bij zijn aanraking in een levenloos gouden beeld was overgegaan. Het verhaal liep, dat de bodem van de rivier den Pactolus in goud was veranderd, toen Midas de eigenschap, dat alles wat hij aanraakte in goud overging, verloren had, nadat hij in den Pactolus had gebaad. Hoe dit moge zijn, zeker was het, dat de rivier op den bodem goudzand bevatte. In het begin hadden de Lydiërs zich niet veel om hun zeekust bekommerd, en hadden zij zich tegen de vestiging der Grieken niet verzet; maar naarmate de tijd voorbijging, begon zich bij hen de overtuigingte vestigen, dat een koninkrijk niet van de zee moest worden afgesloten door volkeren van een geheel anderen stam. “Jonië moet ten minste toegeven, dat ik er koning over ben,”zoo sprak de beheerscher der Lydiërs, en hij viel Milete aan, de grootste en rijkste van alle steden in de koloniën. De aanval eindigde in goeden vrede; de stad en het koninkrijk kwamen overeen, in vriendschap te leven.De volgende koning van Lydië was Croesus. Hij belegerde één kolonie,—maar dat beleg werd tamelijk zachtmoedig ten uitvoer gebracht, zoodat het in wezenlijkheid geen schade toebracht—en spoedig stemde niet alleen die ééne volksplanting, maar alle Jonische koloniën er in toe, hem als hun koning te erkennen. Croesus was de rijkste heerscher in Azië, en hij was even edelmoedig als hij rijk was. Hij bewonderde de Grieken en hield van hen, en was steeds gereed hun gunsten te bewijzen. De Spartanen zonden eens boden naar hem toe, om goud te koopen, ten einde het standbeeld van een godheid te versieren, en hij schonk hun alles wat zij noodig hadden ten geschenke. Een Athener was vriendelijk geweest voor zijn afgezanten, en de dankbare koning voerde hen naar de koninklijke schatkamer, en stond hem toe, zooveel goud mede te nemen als hij kon dragen. Hij was zóó goed voor de bewoners van Delphi, dat zij hem tot burger der heilige plaats maakten. De volksplantingen vonden het wel niet aangenaam, dat zij haar onafhankelijkheid verloren, maar zij hadden van een zoo welwillenden heerscher niets te vreezen.Spoedig kwam echter de tijd, dat zij reden hadden verontrust te worden. Cyrus, de koning der Perzen, had Medië, het land, dat ten oosten van zijn koninkrijk lag, onderworpen, en maakte zich gereed Lydië aan te vallen. Hij noodigde de koloniën uit, zich met hem te vereenigen. Milete stemde daarin toe, maar de andere koloniën weigerden. Croesus werd verslagen, en toen moest Jonië toegeven.Zegel van Darius.Zegel van Darius.(Hij wordt daarop voorgesteldop een leeuwenjacht. Het opschrift luidt: “Ik ben Darius, de Groote Koning.”)Zoo kwam het, dat Griekenland de rijke koloniën aan de Lydische kust verloor; en voordat vele jaren voorbijgegaan waren, begonnen de Grieken voor hun eigen land te vreezen. Het Perzische rijk, hoe groot het ook was, was niet groot genoeg, om den zoon van Cyrus, Cambyses, te voldoen, en toen hij aan de regeering kwam, begon hij voorbereidingen te maken, om zijn rijk uit te breiden. Hij veroverde Phoenicië, en snelde langs de kust van Afrika, terwijl hij Egypte en de Grieksche koloniën ten westen van Egypte verwoestte. De volgende koning, Darius, was zelfs nog veel eerzuchtiger dan Cyrus en Cambyses geweest waren, en zoodra hij sommige oproeren had onderdrukt, enkele prachtige gebouwen had gesticht en sommige goede wegen had aangelegd, trok hij eveneens uit, om zijn koninkrijk te vergrooten. Eerst trok hij naar het oosten, en spoedig was Indië een deel van het Perzische rijk geworden. Hij had echter het land, dat in het westen lag, niet vergeten, en niet lang daarna besloot hij, zijn krachten op Europa te beproeven. Hij had een oude veete tegen de Scythen, een volk, dat leefde in het zuiden van het tegenwoordige Rusland, en daarom begon hij met te trachten hen ten onder te brengen. Hij trok den Bosporus over en marcheerde door Thracië in noordelijke richting. Hij wist, dat de Donau in zijn weg zou zijn, daarom had hij reeds te voren zijn vloot naar de monding dier rivier gezonden, met het bevel, een schipbrug over den Donau te leggen. Daarna trok hij den Donau over, teneinde de Scythen te vervolgen. Hij zou even goed den wind kunnen achtervolgen, want er waren daar geen steden te verwoesten, en de Scythen brachten bijna hun geheele leven te paard door. Zij hadden een gewoonte, die de vijanden dol van woede maakte,en wel dat zij altijd in het gezicht der Perzen bleven, zonder ze ooit de gelegenheid te geven, hen te pakken.Scythische krijgsman met Knots.Scythische krijgsman met Knots.De Scythen hadden schik in het geval, doch Darius was wanhopig en wist niet, wat te beginnen. Daarna zonden de Scythen hem, om hem te tergen, een geschenk—en wel een muis, een kikvorsch, een vogel en vijf pijlen. “Indien de Perzen verstandig zijn,”zeide de afgezant, “kunnen zij de beteekenis zelf wel ontdekken.”“De muis is van de aarde afkomstig, de kikvorsch van het water, de vogel uit de lucht, terwijl de pijlen overleg beteekenen,”zoo bedacht Darius. “Het beteekent, dat zij op het punt zijn zich over te geven.”Maar één der Perzen kon zich met die verklaring niet vereenigen. Volgens hem was de beteekenis deze: “Zoolang gij, Perzen, u niet in vogels kunt veranderen en door de lucht kunt vliegen, of muizen kunt worden om onder den grond te wroeten, of u in kikvorschen kunt veranderen en u kunt terugtrekken in de moerassen, zult gij nooit uit dit land kunnen ontsnappen, maar zult gij omkomen, door onze pijlen doorboord.”Darius hechtte niet de minste waarde aan die verklaring; maar toen de Scythen en Perzen eindelijk in slagorde geschaard stonden, vloog een haas op; de Scythen renden weg om dien haas te vervolgen. Toen zeide Darius tot den uitlegger: “Gij hadt gelijk. De Scythen hebben groote minachting voor ons, en wij zullen naar Perzië terugkeeren.”Scythische krijgsman met zwaard en schild.Scythische krijgsman met zwaard en schild.Zij namen den terugtocht aan, maar de Scythen trokken sneller voort dan zij, en kwamen vóór hen aan de schipbrug. Deze werd door sommigeJoniërs bewaakt, die zich aan Darius hadden overgegeven. “Breekt de brug af,”riepen de Scythen met aandrang, “gij kunt dan in vrede naar huis gaan. Wij zullen er voor zorgen, dat Koning Darius nooit weer een oorlog begint.”De Jonische aanvoerders waren door Darius belast met de bescherming van enkele steden, die hij veroverd had. Eén van hen, Miltiades, zeide: “Laat ons de brug vernielen, en dan zal Griekenland ten eeuwigen dage bevrijd zijn van de vrees voor Darius.”“Neen,”zeide van zijn kant Histiaeus, de heerscher van Milete. “Indien Darius verslagen wordt, zullen wij niet langer in zijn steden het bevel voeren.”De brug werd niet verwoest, en Darius keerde veilig naar huis terug. Hij had wel is waar de Scythen niet ten onder gebracht, maar hij had een aantal steden in Thracië en Macedonië gedwongen, zich aan hem te onderwerpen. In het noorden, oosten en zuiden van Griekenland was in werkelijkheid alles in zijn handen; en om de zaken voor dat kleine land zelfs nog moeilijker te maken, kwam er nog bij, dat het koninkrijk Carthago, in Afrika, het eiland Sicilië trachtte in bezit te krijgen.Perzisch officier.Perzisch officier.De Grieken uit het moederland waren verontrust, en die in Jonië waren ongelukkig. Toch zou er misschien niets gebeurd zijn, als Histiaeus, die Darius gaarne aan zijn hof verbonden wilde houden, er niet naar verlangd had naar Milete terug te keeren. Zijn redeneering was deze: Indien de Jonische volksplantingen slechts wilden in opstand komen, zoumisschien Darius mij terugzenden, om die koloniën ten onder te brengen.”Het gelukte hem, een boodschap aan zijn schoonzoon te doen toekomen, die luidde: “Zorg, dat er in Jonië een opstand wordt op touw gezet.”Zijn schoonzoon gehoorzaamde. Daarna stak hij de Aegeïsche Zee over, om te hooren, of Griekenland de opstandelingen te hulp zou komen. Sparta had er niet het minste belang bij en er ook volstrekt geen lust in, Jonische kolonisten te hulp te komen en zoo Athene te versterken, maar Athene kon moeilijk hulp weigeren, waar het haar eigen kolonisten betrof. Bovendien hadden zij zelf nog een kleinen wrok tegen de Perzen, omdat zij Hippias hadden opgenomen en alles hadden gedaan, wat zij slechts konden, om hem weer tyran van Athene te maken. De Atheners besloten daarom, twintig schepen te zenden. De Eretriërs op Euboea, een groot eiland aan de kusten van Attica, beloofden hun hulp, en zoo zeilden deze en de Atheners de Aegeïsche Zee over. De kolonisten en hun bondgenooten namen Sardes, de hoofdstad van Darius, in; doch toen kwamen een zóó groot aantal Perzen in het veld, dat zij begonnen vrees te koesteren. Zij ijlden terug aan boord van hun schepen en gingen weder naar huis. Zij hadden genoeg gedaan, om zich de vijandschap van Darius op den hals te halen, maar niet genoeg om de kolonisten van veel dienst te zijn. Vlugge ijlboden spoedden zich naar Darius “O Koning” riepen zij, “Sardes is genomen en verbrand door de Joniërs en de Atheners!” “De Atheners! wie zijn dat?” vroeg Darius. Zijn raadslieden vertelden het hem. Hij schoot een pijl in de lucht en riep: “O Zeus, sta mij toe, dat ik mij op de Atheners wreek!” Daarna wendde hij zich tot een slaaf en gaf dezenhet volgende bevel: “Zoo dikwijls ik mij neerzet om te eten, moet gij driemaal luide roepen: Koning, denk aan de Atheners!”Soldaat van de Perzische lijfwacht.Soldaat van de Perzische lijfwacht.Darius was er de man niet naar, zijn toorn te vergeten, en het duurde dan ook niet lang, of een Perzisch leger trok door Thracië en een Perzische vloot zeilde met de grootste snelheid naar Attica en Euboea. Mardonius, de schoonzoon van Darius, had het opperbevel. De vloot moest een lang en rotsachtig voorgebergte voorbijzeilen, aan het uiteinde waarvan de Berg Athos gelegen is met zijn gekartelde rotsen en steile klippen. Toen de schepen ten noordoosten van dat punt gekomen waren, stak uit het noordoosten een razende storm op, die de hulpelooze schepen tegen de rotsen te pletter stootte. Er waren zóóveel schepen verloren gegaan en zóóveel manschappen verdronken, dat er voor de Perzen niets anders overbleef dan om te keeren en weer naar huis te gaan.Perzisch soldaat.Perzisch soldaat.Zoo was de eerste poging, om een inval in Griekenland te doen, geëindigd, maar steeds riep de slaaf driemaal bij iederen maaltijd: “O koning, denk aan de Atheners!” en Darius begon spoedig voorbereidselen te maken, om een inval in Griekenland te doen. Het was hem niet te doen, om strijd te leveren, maar om in Griekenland voet te krijgen; daarom zond hij, voordat hij een aanval begon, afgezanten naar de verschillende Grieksche staten, om te zeggen: “Darius, de groote koning, verlangt, dat gij hem aarde en water zendt.”Alle Grieksche naties wisten, dat het geven van aarde en water een bewijs van onderwerping was. Sommige onder de staten gaven toe, maar andere, en in de eerste plaats Athene en Sparta, waren zóó verontwaardigd, dat zij de plichten uit het oog verloren, die zij jegens de afgevaardigden hadden te vervullen. De Atheners wierpen de afgevaardigden van den koning in een afgrond, waarin dikwijls misdadigers geworpen werden; de Spartanen wierpen de afgevaardigden in een diepen put, en riepen hun toe, dat zij nu hun hart konden ophalen aan aarde en water.Daarop volgde de tweede Perzische expeditie. De Perzen hadden er volstrekt geen lust in, ten tweeden male op den berg Athos schipbreuk te lijden; daarom zeilden zij dwars de zee over naar Euboea. “Helpt ons” smeekten de Eretriërs de bewoners van Attica, en de Atheners zonden hun troepen. Zij zouden waarschijnlijk nog heel wat meer hebben gezonden, als zij niet vernomen hadden, dat de Eretriërs niet eensgezind waren. Enkelen wilden strijden tot hun laatsten ademtocht; anderen echter waren van plan, als de omstandigheden daartoe leidden, de stad in handen der Perzen te helpen; daarom keerden de Atheners naar huis terug. Nog een tijdlang hielden de Eretriërs den strijd vol; doch ten slotte pleegde één der Eretriërs verraad, en speelde de stad in handen der Perzen.De vlakte van Marathon.De vlakte van Marathon.De Perzen dachten, dat het al heel weinig moeite zou kosten, Attica te veroveren; daarom legden zij hun krijgsgevangenen ketenen aan, ten einde hen als slaven te verkoopen, plaatsten hen in hun schepen en zeilden de landengte over naar Attica. Zij hadden iemand aan boord, die het land goed kende; dit was namelijk Hippias zelf. “De vlakte van Marathon is,”zoo had hij gezegd, “de beste plaats om te landen. Zij is uitgestrekt en effen en biedt voldoende ruimte aan, om de ruiterij te ontplooien.” Daarom landden de Perzen te Marathon. De bergen zagen kalm neer op de duizenden soldaten, en Hippias droomde zich reeds weer tyran van Athene.Maar gedurende al dien tijd waren de Atheners niet lediggebleven. Van ieder der phylae, die Clisthenes had gevormd, waren duizend man gekomen, gewapend en gereed voor den strijd. Juist aan de grens van Attica lag Plataea. Athene had Plataea verdedigd tegen Thebe, en Plataea stelde er prijs op, dien dienst te vergelden; daarom kwamen door één der bergpassen duizend soldaten uit Plataea aanrukken, om hun trouwe vrienden, de Atheners, te helpen. Ook de Spartanen wenschten er toe mede te werken, dat de Perzen verjaagd werden; doch zij beschouwden het als een slecht voorteeken, ten oorlog te trekken de laatste vijf of zes dagen vóór volle maan; en voordat de maan vol was, was de slag bij Marathon reeds geleverd.Miltiades.Miltiades.Het voornaamste dat ons van den slag is overgeleverd, is dat de Grieken in slagorde waren opgesteld tegenover de heuvels; de Perzen waren opgesteld tusschen hen en de zee; een eind van de kust waren de schepen en de ketenen, waarin de Grieken als slaven zouden worden weggevoerd, als zij den veldslag verloren. Er waren tienmaal zooveel Perzen als Grieken; maar de Grieken waren één van geest en streden voor hun haardsteden en hun vrijheid. Miltiades, die er op had aangedrongen, de brug over den Donau te verwoesten, was hun aanvoerder. Hij gaf het teeken tot den aanval. De Grieken stormden in volle vaart vooruit en deden een aanval op de Perzische linie. Het is niet te verwonderen, dat de Perzen in stomme verbazing bleven staren en een oogenblik bijna vergaten te strijden. “Dat zijn krankzinnigen,”riepen de Perzen uit;“zie, hoe zij aanvallen zonder boogschutters en zonder ruiterij om hen te dekken!” Daarna ontbrandde tusschen beide legers een strijd op leven en dood. De Grieken waren het sterkst op de vleugels, de Perzenin het midden. Tegen het einde van den slag joegen de Grieksche vleugels de Perzische vleugels op de vlucht, maar het centrum der Perzen brak door het centrum der Grieken heen. Toen keerden de vleugels der Grieken zich om en stormden op de Perzen los, waarop deze door de vlakte renden en de helling der kust afdaalden. Zij doorwaadden het ondiepe water en bestegen hun schepen, alsof duivels hen achtervolgden. Zij hadden even goed door duivels als door die woedende Grieken kunnen zijn nagezeten, die in razende vaart door het water achter hen aan holden, zelfs tot aan de zijboorden van de Perzische schepen. “Vuur, vuur!” riepen zij “brengt ons vuur, om de galeien te verbranden!” En voordat de Perzen konden uitzeilen, hadden de Grieken zeven van hun schepen genomen.De aanvallers waren vertrokken, maar er was geen minuut tijd voor rust of voor vreugdebetoon, daar de vloot recht naar het zuiden stevende. “Athene, Athene, zij zullen Athene aanvallen!” was de kreet, die van alle kanten werd gehoord. De uiterst vermoeide troepen marcheerden recht op Athene aan en kampeerden aan de oevers van den Ilissus; en toen de Perzen tot de overtuiging kwamen, dat de stad niet bij verrassing kon worden genomen, wendden zij de stevens en keerden naar huis terug.Grieksche voetknecht bij Marathon.Grieksche voetknecht bij Marathon.Nu was de tijd voor feestvieren aangebroken. In één opzicht was de slag bij Marathon slechts een kleine slag; er waren namelijk slechts een betrekkelijk gering aantal strijders in betrokken. Aan den anderen kant was het één der belangrijkste veldslagen, die ooit geleverd zijn; immers indien de Grieken niet hadden overwonnen, zouden de dappere, trotsche vrijheidlievende Grieken de slaven der Perzen geworden zijn. Miltiades was de man van den dag, en de Atheners wisten niet, hoe hem genoeg eer te bewijzen. De Spartanen waren in geforceerde marschen gekomen, in de hoop, tijdig genoegvoor den veldslag aanwezig te zijn. Nu bleef hun niets anders over dan naar de vlakte van Marathon te gaan, de krijgsgevangenen te aanschouwen en de tenten vol met kostbare schatten, en de dapperheid der Atheners te prijzen. Maar hoe kon eer bewezen worden aan de dappere soldaten, die hun vaderland hadden gered? Het was de gewoonte der Grieken, de lijken van hen, die in den slag gevallen waren, naar huis te te voeren, om daar begraven te worden, maar ten opzichte van de helden van Marathon zeiden zij: “Laat hen liggen, waar zij gesneuveld zijn. Hun lijken mogen nooit de plek verlaten, waar zij hun heldendaden hebben verricht.”En dus begroeven zij de gesneuvelde Grieken in de vlakte van Marathon. Over hun graf werd een hooge aardheuvel opgericht, en op dien hoop werden tien statige marmeren zuilen geplaatst, waarop de namen gegrift waren van iederen Athener, die bij de verdediging tegen de barbaren gesneuveld was. Een tweede groote aardheuvel werd opgericht ter eere van de Plataeërs. Ook daarop werden zuilen gezet, waarin de namen gegrift waren van de helden, zelfs van de slaven, die gesneuveld waren bij de redding van Griekenland. Marmeren zuilen gaan te gronde, zij vallen en breken, zij worden naar andere landen gevoerd; maar een aardheuvel blijft in stand, en de aardheuvels in de vlakte van Marathon zijn nog in onze dagen te zien. Er is echter nog een ander gedenkteeken; immers in de kleine dorpen in den omtrek wordt de bevolking somtijds in den nacht wakker,en verbeeldt zij zich, dat zij in de doodsche stilte het hinneken der paarden, het kermen der gewonde manschappen en de machtige kreten der overwinning kan hooren; en als zij daar in de duisternis staan rond te kijken, verbeelden zij zich, dat zij de schimmen kunnen zien van de mannen, die bij Marathon hebben gestreden.Bronzen Stift.Bronzen Stift.
In den loop der tijden verjoegen de meeste Grieksche staten hun tyrannen. Dit was gelukkig, immers in de moeilijkheden, die hun te wachten stonden, was het noodzakelijk, dat er tusschen de verschillende burgers van een staat eensgezindheid heerschte, en dat zij bovendien niet werden bestuurd door iemand, die zich weinig bekommerde om hen of om het vaderland, als hij zelf maar zijn positie als tyran kon handhaven.
De moeilijkheden kwamen van het oosten. Juist aan de andere zijde van de Aegeïsche Zee lag de landstreek Lydië. Hier en in het naburige grondgebied hadden de Grieken koloniën gesticht, en daar zoovelen der kolonisten uit Athene en andere Jonische steden gekomen waren, en daarom van Jonisch bloed waren, werd de geheele groep een volksplanting, bekend onder den naam van Jonië. Die volksplantingen waren voorspoedig en rijk geworden. Het was zeer gemakkelijk in Lydië rijk te worden. Lydië was het land, waar volgens de overlevering koning Midas had geleefd, die het vermogen had gekregen, alles wat hij aanraakte in goud te veranderen, een vermogen, dat hij afschuwelijk begon te vinden, toen zijn dochter bij zijn aanraking in een levenloos gouden beeld was overgegaan. Het verhaal liep, dat de bodem van de rivier den Pactolus in goud was veranderd, toen Midas de eigenschap, dat alles wat hij aanraakte in goud overging, verloren had, nadat hij in den Pactolus had gebaad. Hoe dit moge zijn, zeker was het, dat de rivier op den bodem goudzand bevatte. In het begin hadden de Lydiërs zich niet veel om hun zeekust bekommerd, en hadden zij zich tegen de vestiging der Grieken niet verzet; maar naarmate de tijd voorbijging, begon zich bij hen de overtuigingte vestigen, dat een koninkrijk niet van de zee moest worden afgesloten door volkeren van een geheel anderen stam. “Jonië moet ten minste toegeven, dat ik er koning over ben,”zoo sprak de beheerscher der Lydiërs, en hij viel Milete aan, de grootste en rijkste van alle steden in de koloniën. De aanval eindigde in goeden vrede; de stad en het koninkrijk kwamen overeen, in vriendschap te leven.
De volgende koning van Lydië was Croesus. Hij belegerde één kolonie,—maar dat beleg werd tamelijk zachtmoedig ten uitvoer gebracht, zoodat het in wezenlijkheid geen schade toebracht—en spoedig stemde niet alleen die ééne volksplanting, maar alle Jonische koloniën er in toe, hem als hun koning te erkennen. Croesus was de rijkste heerscher in Azië, en hij was even edelmoedig als hij rijk was. Hij bewonderde de Grieken en hield van hen, en was steeds gereed hun gunsten te bewijzen. De Spartanen zonden eens boden naar hem toe, om goud te koopen, ten einde het standbeeld van een godheid te versieren, en hij schonk hun alles wat zij noodig hadden ten geschenke. Een Athener was vriendelijk geweest voor zijn afgezanten, en de dankbare koning voerde hen naar de koninklijke schatkamer, en stond hem toe, zooveel goud mede te nemen als hij kon dragen. Hij was zóó goed voor de bewoners van Delphi, dat zij hem tot burger der heilige plaats maakten. De volksplantingen vonden het wel niet aangenaam, dat zij haar onafhankelijkheid verloren, maar zij hadden van een zoo welwillenden heerscher niets te vreezen.
Spoedig kwam echter de tijd, dat zij reden hadden verontrust te worden. Cyrus, de koning der Perzen, had Medië, het land, dat ten oosten van zijn koninkrijk lag, onderworpen, en maakte zich gereed Lydië aan te vallen. Hij noodigde de koloniën uit, zich met hem te vereenigen. Milete stemde daarin toe, maar de andere koloniën weigerden. Croesus werd verslagen, en toen moest Jonië toegeven.
Zegel van Darius.Zegel van Darius.(Hij wordt daarop voorgesteldop een leeuwenjacht. Het opschrift luidt: “Ik ben Darius, de Groote Koning.”)
Zegel van Darius.
(Hij wordt daarop voorgesteldop een leeuwenjacht. Het opschrift luidt: “Ik ben Darius, de Groote Koning.”)
Zoo kwam het, dat Griekenland de rijke koloniën aan de Lydische kust verloor; en voordat vele jaren voorbijgegaan waren, begonnen de Grieken voor hun eigen land te vreezen. Het Perzische rijk, hoe groot het ook was, was niet groot genoeg, om den zoon van Cyrus, Cambyses, te voldoen, en toen hij aan de regeering kwam, begon hij voorbereidingen te maken, om zijn rijk uit te breiden. Hij veroverde Phoenicië, en snelde langs de kust van Afrika, terwijl hij Egypte en de Grieksche koloniën ten westen van Egypte verwoestte. De volgende koning, Darius, was zelfs nog veel eerzuchtiger dan Cyrus en Cambyses geweest waren, en zoodra hij sommige oproeren had onderdrukt, enkele prachtige gebouwen had gesticht en sommige goede wegen had aangelegd, trok hij eveneens uit, om zijn koninkrijk te vergrooten. Eerst trok hij naar het oosten, en spoedig was Indië een deel van het Perzische rijk geworden. Hij had echter het land, dat in het westen lag, niet vergeten, en niet lang daarna besloot hij, zijn krachten op Europa te beproeven. Hij had een oude veete tegen de Scythen, een volk, dat leefde in het zuiden van het tegenwoordige Rusland, en daarom begon hij met te trachten hen ten onder te brengen. Hij trok den Bosporus over en marcheerde door Thracië in noordelijke richting. Hij wist, dat de Donau in zijn weg zou zijn, daarom had hij reeds te voren zijn vloot naar de monding dier rivier gezonden, met het bevel, een schipbrug over den Donau te leggen. Daarna trok hij den Donau over, teneinde de Scythen te vervolgen. Hij zou even goed den wind kunnen achtervolgen, want er waren daar geen steden te verwoesten, en de Scythen brachten bijna hun geheele leven te paard door. Zij hadden een gewoonte, die de vijanden dol van woede maakte,en wel dat zij altijd in het gezicht der Perzen bleven, zonder ze ooit de gelegenheid te geven, hen te pakken.
Scythische krijgsman met Knots.Scythische krijgsman met Knots.
Scythische krijgsman met Knots.
De Scythen hadden schik in het geval, doch Darius was wanhopig en wist niet, wat te beginnen. Daarna zonden de Scythen hem, om hem te tergen, een geschenk—en wel een muis, een kikvorsch, een vogel en vijf pijlen. “Indien de Perzen verstandig zijn,”zeide de afgezant, “kunnen zij de beteekenis zelf wel ontdekken.”“De muis is van de aarde afkomstig, de kikvorsch van het water, de vogel uit de lucht, terwijl de pijlen overleg beteekenen,”zoo bedacht Darius. “Het beteekent, dat zij op het punt zijn zich over te geven.”Maar één der Perzen kon zich met die verklaring niet vereenigen. Volgens hem was de beteekenis deze: “Zoolang gij, Perzen, u niet in vogels kunt veranderen en door de lucht kunt vliegen, of muizen kunt worden om onder den grond te wroeten, of u in kikvorschen kunt veranderen en u kunt terugtrekken in de moerassen, zult gij nooit uit dit land kunnen ontsnappen, maar zult gij omkomen, door onze pijlen doorboord.”Darius hechtte niet de minste waarde aan die verklaring; maar toen de Scythen en Perzen eindelijk in slagorde geschaard stonden, vloog een haas op; de Scythen renden weg om dien haas te vervolgen. Toen zeide Darius tot den uitlegger: “Gij hadt gelijk. De Scythen hebben groote minachting voor ons, en wij zullen naar Perzië terugkeeren.”
Scythische krijgsman met zwaard en schild.Scythische krijgsman met zwaard en schild.
Scythische krijgsman met zwaard en schild.
Zij namen den terugtocht aan, maar de Scythen trokken sneller voort dan zij, en kwamen vóór hen aan de schipbrug. Deze werd door sommigeJoniërs bewaakt, die zich aan Darius hadden overgegeven. “Breekt de brug af,”riepen de Scythen met aandrang, “gij kunt dan in vrede naar huis gaan. Wij zullen er voor zorgen, dat Koning Darius nooit weer een oorlog begint.”De Jonische aanvoerders waren door Darius belast met de bescherming van enkele steden, die hij veroverd had. Eén van hen, Miltiades, zeide: “Laat ons de brug vernielen, en dan zal Griekenland ten eeuwigen dage bevrijd zijn van de vrees voor Darius.”“Neen,”zeide van zijn kant Histiaeus, de heerscher van Milete. “Indien Darius verslagen wordt, zullen wij niet langer in zijn steden het bevel voeren.”De brug werd niet verwoest, en Darius keerde veilig naar huis terug. Hij had wel is waar de Scythen niet ten onder gebracht, maar hij had een aantal steden in Thracië en Macedonië gedwongen, zich aan hem te onderwerpen. In het noorden, oosten en zuiden van Griekenland was in werkelijkheid alles in zijn handen; en om de zaken voor dat kleine land zelfs nog moeilijker te maken, kwam er nog bij, dat het koninkrijk Carthago, in Afrika, het eiland Sicilië trachtte in bezit te krijgen.
Perzisch officier.Perzisch officier.
Perzisch officier.
De Grieken uit het moederland waren verontrust, en die in Jonië waren ongelukkig. Toch zou er misschien niets gebeurd zijn, als Histiaeus, die Darius gaarne aan zijn hof verbonden wilde houden, er niet naar verlangd had naar Milete terug te keeren. Zijn redeneering was deze: Indien de Jonische volksplantingen slechts wilden in opstand komen, zoumisschien Darius mij terugzenden, om die koloniën ten onder te brengen.”Het gelukte hem, een boodschap aan zijn schoonzoon te doen toekomen, die luidde: “Zorg, dat er in Jonië een opstand wordt op touw gezet.”Zijn schoonzoon gehoorzaamde. Daarna stak hij de Aegeïsche Zee over, om te hooren, of Griekenland de opstandelingen te hulp zou komen. Sparta had er niet het minste belang bij en er ook volstrekt geen lust in, Jonische kolonisten te hulp te komen en zoo Athene te versterken, maar Athene kon moeilijk hulp weigeren, waar het haar eigen kolonisten betrof. Bovendien hadden zij zelf nog een kleinen wrok tegen de Perzen, omdat zij Hippias hadden opgenomen en alles hadden gedaan, wat zij slechts konden, om hem weer tyran van Athene te maken. De Atheners besloten daarom, twintig schepen te zenden. De Eretriërs op Euboea, een groot eiland aan de kusten van Attica, beloofden hun hulp, en zoo zeilden deze en de Atheners de Aegeïsche Zee over. De kolonisten en hun bondgenooten namen Sardes, de hoofdstad van Darius, in; doch toen kwamen een zóó groot aantal Perzen in het veld, dat zij begonnen vrees te koesteren. Zij ijlden terug aan boord van hun schepen en gingen weder naar huis. Zij hadden genoeg gedaan, om zich de vijandschap van Darius op den hals te halen, maar niet genoeg om de kolonisten van veel dienst te zijn. Vlugge ijlboden spoedden zich naar Darius “O Koning” riepen zij, “Sardes is genomen en verbrand door de Joniërs en de Atheners!” “De Atheners! wie zijn dat?” vroeg Darius. Zijn raadslieden vertelden het hem. Hij schoot een pijl in de lucht en riep: “O Zeus, sta mij toe, dat ik mij op de Atheners wreek!” Daarna wendde hij zich tot een slaaf en gaf dezenhet volgende bevel: “Zoo dikwijls ik mij neerzet om te eten, moet gij driemaal luide roepen: Koning, denk aan de Atheners!”
Soldaat van de Perzische lijfwacht.Soldaat van de Perzische lijfwacht.
Soldaat van de Perzische lijfwacht.
Darius was er de man niet naar, zijn toorn te vergeten, en het duurde dan ook niet lang, of een Perzisch leger trok door Thracië en een Perzische vloot zeilde met de grootste snelheid naar Attica en Euboea. Mardonius, de schoonzoon van Darius, had het opperbevel. De vloot moest een lang en rotsachtig voorgebergte voorbijzeilen, aan het uiteinde waarvan de Berg Athos gelegen is met zijn gekartelde rotsen en steile klippen. Toen de schepen ten noordoosten van dat punt gekomen waren, stak uit het noordoosten een razende storm op, die de hulpelooze schepen tegen de rotsen te pletter stootte. Er waren zóóveel schepen verloren gegaan en zóóveel manschappen verdronken, dat er voor de Perzen niets anders overbleef dan om te keeren en weer naar huis te gaan.
Perzisch soldaat.Perzisch soldaat.
Perzisch soldaat.
Zoo was de eerste poging, om een inval in Griekenland te doen, geëindigd, maar steeds riep de slaaf driemaal bij iederen maaltijd: “O koning, denk aan de Atheners!” en Darius begon spoedig voorbereidselen te maken, om een inval in Griekenland te doen. Het was hem niet te doen, om strijd te leveren, maar om in Griekenland voet te krijgen; daarom zond hij, voordat hij een aanval begon, afgezanten naar de verschillende Grieksche staten, om te zeggen: “Darius, de groote koning, verlangt, dat gij hem aarde en water zendt.”Alle Grieksche naties wisten, dat het geven van aarde en water een bewijs van onderwerping was. Sommige onder de staten gaven toe, maar andere, en in de eerste plaats Athene en Sparta, waren zóó verontwaardigd, dat zij de plichten uit het oog verloren, die zij jegens de afgevaardigden hadden te vervullen. De Atheners wierpen de afgevaardigden van den koning in een afgrond, waarin dikwijls misdadigers geworpen werden; de Spartanen wierpen de afgevaardigden in een diepen put, en riepen hun toe, dat zij nu hun hart konden ophalen aan aarde en water.
Daarop volgde de tweede Perzische expeditie. De Perzen hadden er volstrekt geen lust in, ten tweeden male op den berg Athos schipbreuk te lijden; daarom zeilden zij dwars de zee over naar Euboea. “Helpt ons” smeekten de Eretriërs de bewoners van Attica, en de Atheners zonden hun troepen. Zij zouden waarschijnlijk nog heel wat meer hebben gezonden, als zij niet vernomen hadden, dat de Eretriërs niet eensgezind waren. Enkelen wilden strijden tot hun laatsten ademtocht; anderen echter waren van plan, als de omstandigheden daartoe leidden, de stad in handen der Perzen te helpen; daarom keerden de Atheners naar huis terug. Nog een tijdlang hielden de Eretriërs den strijd vol; doch ten slotte pleegde één der Eretriërs verraad, en speelde de stad in handen der Perzen.
De vlakte van Marathon.De vlakte van Marathon.
De vlakte van Marathon.
De Perzen dachten, dat het al heel weinig moeite zou kosten, Attica te veroveren; daarom legden zij hun krijgsgevangenen ketenen aan, ten einde hen als slaven te verkoopen, plaatsten hen in hun schepen en zeilden de landengte over naar Attica. Zij hadden iemand aan boord, die het land goed kende; dit was namelijk Hippias zelf. “De vlakte van Marathon is,”zoo had hij gezegd, “de beste plaats om te landen. Zij is uitgestrekt en effen en biedt voldoende ruimte aan, om de ruiterij te ontplooien.” Daarom landden de Perzen te Marathon. De bergen zagen kalm neer op de duizenden soldaten, en Hippias droomde zich reeds weer tyran van Athene.
Maar gedurende al dien tijd waren de Atheners niet lediggebleven. Van ieder der phylae, die Clisthenes had gevormd, waren duizend man gekomen, gewapend en gereed voor den strijd. Juist aan de grens van Attica lag Plataea. Athene had Plataea verdedigd tegen Thebe, en Plataea stelde er prijs op, dien dienst te vergelden; daarom kwamen door één der bergpassen duizend soldaten uit Plataea aanrukken, om hun trouwe vrienden, de Atheners, te helpen. Ook de Spartanen wenschten er toe mede te werken, dat de Perzen verjaagd werden; doch zij beschouwden het als een slecht voorteeken, ten oorlog te trekken de laatste vijf of zes dagen vóór volle maan; en voordat de maan vol was, was de slag bij Marathon reeds geleverd.
Miltiades.Miltiades.
Miltiades.
Het voornaamste dat ons van den slag is overgeleverd, is dat de Grieken in slagorde waren opgesteld tegenover de heuvels; de Perzen waren opgesteld tusschen hen en de zee; een eind van de kust waren de schepen en de ketenen, waarin de Grieken als slaven zouden worden weggevoerd, als zij den veldslag verloren. Er waren tienmaal zooveel Perzen als Grieken; maar de Grieken waren één van geest en streden voor hun haardsteden en hun vrijheid. Miltiades, die er op had aangedrongen, de brug over den Donau te verwoesten, was hun aanvoerder. Hij gaf het teeken tot den aanval. De Grieken stormden in volle vaart vooruit en deden een aanval op de Perzische linie. Het is niet te verwonderen, dat de Perzen in stomme verbazing bleven staren en een oogenblik bijna vergaten te strijden. “Dat zijn krankzinnigen,”riepen de Perzen uit;“zie, hoe zij aanvallen zonder boogschutters en zonder ruiterij om hen te dekken!” Daarna ontbrandde tusschen beide legers een strijd op leven en dood. De Grieken waren het sterkst op de vleugels, de Perzenin het midden. Tegen het einde van den slag joegen de Grieksche vleugels de Perzische vleugels op de vlucht, maar het centrum der Perzen brak door het centrum der Grieken heen. Toen keerden de vleugels der Grieken zich om en stormden op de Perzen los, waarop deze door de vlakte renden en de helling der kust afdaalden. Zij doorwaadden het ondiepe water en bestegen hun schepen, alsof duivels hen achtervolgden. Zij hadden even goed door duivels als door die woedende Grieken kunnen zijn nagezeten, die in razende vaart door het water achter hen aan holden, zelfs tot aan de zijboorden van de Perzische schepen. “Vuur, vuur!” riepen zij “brengt ons vuur, om de galeien te verbranden!” En voordat de Perzen konden uitzeilen, hadden de Grieken zeven van hun schepen genomen.
De aanvallers waren vertrokken, maar er was geen minuut tijd voor rust of voor vreugdebetoon, daar de vloot recht naar het zuiden stevende. “Athene, Athene, zij zullen Athene aanvallen!” was de kreet, die van alle kanten werd gehoord. De uiterst vermoeide troepen marcheerden recht op Athene aan en kampeerden aan de oevers van den Ilissus; en toen de Perzen tot de overtuiging kwamen, dat de stad niet bij verrassing kon worden genomen, wendden zij de stevens en keerden naar huis terug.
Grieksche voetknecht bij Marathon.Grieksche voetknecht bij Marathon.
Grieksche voetknecht bij Marathon.
Nu was de tijd voor feestvieren aangebroken. In één opzicht was de slag bij Marathon slechts een kleine slag; er waren namelijk slechts een betrekkelijk gering aantal strijders in betrokken. Aan den anderen kant was het één der belangrijkste veldslagen, die ooit geleverd zijn; immers indien de Grieken niet hadden overwonnen, zouden de dappere, trotsche vrijheidlievende Grieken de slaven der Perzen geworden zijn. Miltiades was de man van den dag, en de Atheners wisten niet, hoe hem genoeg eer te bewijzen. De Spartanen waren in geforceerde marschen gekomen, in de hoop, tijdig genoegvoor den veldslag aanwezig te zijn. Nu bleef hun niets anders over dan naar de vlakte van Marathon te gaan, de krijgsgevangenen te aanschouwen en de tenten vol met kostbare schatten, en de dapperheid der Atheners te prijzen. Maar hoe kon eer bewezen worden aan de dappere soldaten, die hun vaderland hadden gered? Het was de gewoonte der Grieken, de lijken van hen, die in den slag gevallen waren, naar huis te te voeren, om daar begraven te worden, maar ten opzichte van de helden van Marathon zeiden zij: “Laat hen liggen, waar zij gesneuveld zijn. Hun lijken mogen nooit de plek verlaten, waar zij hun heldendaden hebben verricht.”En dus begroeven zij de gesneuvelde Grieken in de vlakte van Marathon. Over hun graf werd een hooge aardheuvel opgericht, en op dien hoop werden tien statige marmeren zuilen geplaatst, waarop de namen gegrift waren van iederen Athener, die bij de verdediging tegen de barbaren gesneuveld was. Een tweede groote aardheuvel werd opgericht ter eere van de Plataeërs. Ook daarop werden zuilen gezet, waarin de namen gegrift waren van de helden, zelfs van de slaven, die gesneuveld waren bij de redding van Griekenland. Marmeren zuilen gaan te gronde, zij vallen en breken, zij worden naar andere landen gevoerd; maar een aardheuvel blijft in stand, en de aardheuvels in de vlakte van Marathon zijn nog in onze dagen te zien. Er is echter nog een ander gedenkteeken; immers in de kleine dorpen in den omtrek wordt de bevolking somtijds in den nacht wakker,en verbeeldt zij zich, dat zij in de doodsche stilte het hinneken der paarden, het kermen der gewonde manschappen en de machtige kreten der overwinning kan hooren; en als zij daar in de duisternis staan rond te kijken, verbeelden zij zich, dat zij de schimmen kunnen zien van de mannen, die bij Marathon hebben gestreden.
Bronzen Stift.Bronzen Stift.
Bronzen Stift.