LIX.

LIX.O vrouw, gij zijt niet enkel het maaksel van God, maar ook van menschen; zij kleeden u voortduurend met schoonheid van hun harten.Dichters weeven voor u een webbe met draden van gouden verbeelding; schilders geeven steeds nieuwe onsterfelijkheid aan uw vorm.De zee geeft zijn paerlen, de mijnen hun goud, de zoomertuinen hun bloemen, om u te bekleeden, te bedekken, en kostelijker te maken.De begeerte der menschenharten heeft zijn glans oover uwe jeugd gespreid.Gij zijt half vrouw, half droom.

LIX.O vrouw, gij zijt niet enkel het maaksel van God, maar ook van menschen; zij kleeden u voortduurend met schoonheid van hun harten.Dichters weeven voor u een webbe met draden van gouden verbeelding; schilders geeven steeds nieuwe onsterfelijkheid aan uw vorm.De zee geeft zijn paerlen, de mijnen hun goud, de zoomertuinen hun bloemen, om u te bekleeden, te bedekken, en kostelijker te maken.De begeerte der menschenharten heeft zijn glans oover uwe jeugd gespreid.Gij zijt half vrouw, half droom.

LIX.

O vrouw, gij zijt niet enkel het maaksel van God, maar ook van menschen; zij kleeden u voortduurend met schoonheid van hun harten.Dichters weeven voor u een webbe met draden van gouden verbeelding; schilders geeven steeds nieuwe onsterfelijkheid aan uw vorm.De zee geeft zijn paerlen, de mijnen hun goud, de zoomertuinen hun bloemen, om u te bekleeden, te bedekken, en kostelijker te maken.De begeerte der menschenharten heeft zijn glans oover uwe jeugd gespreid.Gij zijt half vrouw, half droom.

O vrouw, gij zijt niet enkel het maaksel van God, maar ook van menschen; zij kleeden u voortduurend met schoonheid van hun harten.

Dichters weeven voor u een webbe met draden van gouden verbeelding; schilders geeven steeds nieuwe onsterfelijkheid aan uw vorm.

De zee geeft zijn paerlen, de mijnen hun goud, de zoomertuinen hun bloemen, om u te bekleeden, te bedekken, en kostelijker te maken.

De begeerte der menschenharten heeft zijn glans oover uwe jeugd gespreid.

Gij zijt half vrouw, half droom.


Back to IndexNext