LXX.

LXX.Ik herinner mij een dag uit mijn kindertijd, waarop ik een papieren schuitje liet varen in een greppel.Het was een reegen-dag in Juli; ik was alleen en gelukkig in mijn spelletje.Ik liet mijn papieren schuitje varen in de greppel.Plotseling werden de onweerswolken dikker, de wind kwam in vlagen, en de reegen viel bij stroomen.Beekjes modderig water bruisten aan, deeden de stroom zwellen en mijn schuitje zinken.Ik dacht met bitterheid, dat de storm opzettelijk was gekoomen om mijn plezier te bederven; al zijn boosaardigheid gold mij.De wolkdonkere Juli-dag is heeden lang, en ik heb gepeinsd oover al die spelletjes in ’t leeven, waarin ik verloor.Ik verweet mijn lot de veele streeken die het mij speelde,—toen dacht ik opeens aan mijn papieren schuitje, dat zonk in de greppel.

LXX.Ik herinner mij een dag uit mijn kindertijd, waarop ik een papieren schuitje liet varen in een greppel.Het was een reegen-dag in Juli; ik was alleen en gelukkig in mijn spelletje.Ik liet mijn papieren schuitje varen in de greppel.Plotseling werden de onweerswolken dikker, de wind kwam in vlagen, en de reegen viel bij stroomen.Beekjes modderig water bruisten aan, deeden de stroom zwellen en mijn schuitje zinken.Ik dacht met bitterheid, dat de storm opzettelijk was gekoomen om mijn plezier te bederven; al zijn boosaardigheid gold mij.De wolkdonkere Juli-dag is heeden lang, en ik heb gepeinsd oover al die spelletjes in ’t leeven, waarin ik verloor.Ik verweet mijn lot de veele streeken die het mij speelde,—toen dacht ik opeens aan mijn papieren schuitje, dat zonk in de greppel.

LXX.

Ik herinner mij een dag uit mijn kindertijd, waarop ik een papieren schuitje liet varen in een greppel.Het was een reegen-dag in Juli; ik was alleen en gelukkig in mijn spelletje.Ik liet mijn papieren schuitje varen in de greppel.Plotseling werden de onweerswolken dikker, de wind kwam in vlagen, en de reegen viel bij stroomen.Beekjes modderig water bruisten aan, deeden de stroom zwellen en mijn schuitje zinken.Ik dacht met bitterheid, dat de storm opzettelijk was gekoomen om mijn plezier te bederven; al zijn boosaardigheid gold mij.De wolkdonkere Juli-dag is heeden lang, en ik heb gepeinsd oover al die spelletjes in ’t leeven, waarin ik verloor.Ik verweet mijn lot de veele streeken die het mij speelde,—toen dacht ik opeens aan mijn papieren schuitje, dat zonk in de greppel.

Ik herinner mij een dag uit mijn kindertijd, waarop ik een papieren schuitje liet varen in een greppel.

Het was een reegen-dag in Juli; ik was alleen en gelukkig in mijn spelletje.

Ik liet mijn papieren schuitje varen in de greppel.

Plotseling werden de onweerswolken dikker, de wind kwam in vlagen, en de reegen viel bij stroomen.

Beekjes modderig water bruisten aan, deeden de stroom zwellen en mijn schuitje zinken.

Ik dacht met bitterheid, dat de storm opzettelijk was gekoomen om mijn plezier te bederven; al zijn boosaardigheid gold mij.

De wolkdonkere Juli-dag is heeden lang, en ik heb gepeinsd oover al die spelletjes in ’t leeven, waarin ik verloor.

Ik verweet mijn lot de veele streeken die het mij speelde,—toen dacht ik opeens aan mijn papieren schuitje, dat zonk in de greppel.


Back to IndexNext