LXXVI.

LXXVI.Vóór den tempel was het marktfeest in vollen gang. Het had gereegend van den vroegen morgen, en de dag neigde ten einde.Blijder dan al de pret der meenigte was de blijde glimlach van een meisje, dat voor een penning een fluitje van palmblad had gekocht.De schrille vreugd van dat fluitje steeg uit booven al het gelach en rumoer.Een eindelooze meenigte volks kwam en verdrong elkaar. De weg was modderig, de rivier gezwollen, het veld stond onder water door gestadigen reegen.Bitterder dan alle nooden der meenigte was de nood van een kleinen jongen—hij had geen penning om een gekleurde stok te koopen.De heele menschen-bijeenkomst werd erbarmelijk door zijn weemoedig verlangende oogen, die naar den winkel staarden.

LXXVI.Vóór den tempel was het marktfeest in vollen gang. Het had gereegend van den vroegen morgen, en de dag neigde ten einde.Blijder dan al de pret der meenigte was de blijde glimlach van een meisje, dat voor een penning een fluitje van palmblad had gekocht.De schrille vreugd van dat fluitje steeg uit booven al het gelach en rumoer.Een eindelooze meenigte volks kwam en verdrong elkaar. De weg was modderig, de rivier gezwollen, het veld stond onder water door gestadigen reegen.Bitterder dan alle nooden der meenigte was de nood van een kleinen jongen—hij had geen penning om een gekleurde stok te koopen.De heele menschen-bijeenkomst werd erbarmelijk door zijn weemoedig verlangende oogen, die naar den winkel staarden.

LXXVI.

Vóór den tempel was het marktfeest in vollen gang. Het had gereegend van den vroegen morgen, en de dag neigde ten einde.Blijder dan al de pret der meenigte was de blijde glimlach van een meisje, dat voor een penning een fluitje van palmblad had gekocht.De schrille vreugd van dat fluitje steeg uit booven al het gelach en rumoer.Een eindelooze meenigte volks kwam en verdrong elkaar. De weg was modderig, de rivier gezwollen, het veld stond onder water door gestadigen reegen.Bitterder dan alle nooden der meenigte was de nood van een kleinen jongen—hij had geen penning om een gekleurde stok te koopen.De heele menschen-bijeenkomst werd erbarmelijk door zijn weemoedig verlangende oogen, die naar den winkel staarden.

Vóór den tempel was het marktfeest in vollen gang. Het had gereegend van den vroegen morgen, en de dag neigde ten einde.

Blijder dan al de pret der meenigte was de blijde glimlach van een meisje, dat voor een penning een fluitje van palmblad had gekocht.

De schrille vreugd van dat fluitje steeg uit booven al het gelach en rumoer.

Een eindelooze meenigte volks kwam en verdrong elkaar. De weg was modderig, de rivier gezwollen, het veld stond onder water door gestadigen reegen.

Bitterder dan alle nooden der meenigte was de nood van een kleinen jongen—hij had geen penning om een gekleurde stok te koopen.

De heele menschen-bijeenkomst werd erbarmelijk door zijn weemoedig verlangende oogen, die naar den winkel staarden.


Back to IndexNext