LXXXIV.Oover de groen-en-geele rijstvelden slieren de schaduwen van de herfstwolken, gevolgd door de snel-jagende zonneschijn.De bijen vergeeten hun hoonig te nippen; verdwaasd zweeven en zoemen ze, dronken van licht.De eenden, op de eilanden in de rivier, tieren van plezier om louter niets.Laat niemand naar huis teruggaan deezen morgen, broeders, laat niemand aan ’t werk gaan.Laat ons den blaauwen heemel stormender hand neemen, en de ruimte plunderen bij ’t loopen.Lachen drijft in de lucht, als schuim op den vloed.Broeders, laat ons onzen morgen verspillen in nuttelooze liederen.
LXXXIV.Oover de groen-en-geele rijstvelden slieren de schaduwen van de herfstwolken, gevolgd door de snel-jagende zonneschijn.De bijen vergeeten hun hoonig te nippen; verdwaasd zweeven en zoemen ze, dronken van licht.De eenden, op de eilanden in de rivier, tieren van plezier om louter niets.Laat niemand naar huis teruggaan deezen morgen, broeders, laat niemand aan ’t werk gaan.Laat ons den blaauwen heemel stormender hand neemen, en de ruimte plunderen bij ’t loopen.Lachen drijft in de lucht, als schuim op den vloed.Broeders, laat ons onzen morgen verspillen in nuttelooze liederen.
LXXXIV.
Oover de groen-en-geele rijstvelden slieren de schaduwen van de herfstwolken, gevolgd door de snel-jagende zonneschijn.De bijen vergeeten hun hoonig te nippen; verdwaasd zweeven en zoemen ze, dronken van licht.De eenden, op de eilanden in de rivier, tieren van plezier om louter niets.Laat niemand naar huis teruggaan deezen morgen, broeders, laat niemand aan ’t werk gaan.Laat ons den blaauwen heemel stormender hand neemen, en de ruimte plunderen bij ’t loopen.Lachen drijft in de lucht, als schuim op den vloed.Broeders, laat ons onzen morgen verspillen in nuttelooze liederen.
Oover de groen-en-geele rijstvelden slieren de schaduwen van de herfstwolken, gevolgd door de snel-jagende zonneschijn.
De bijen vergeeten hun hoonig te nippen; verdwaasd zweeven en zoemen ze, dronken van licht.
De eenden, op de eilanden in de rivier, tieren van plezier om louter niets.
Laat niemand naar huis teruggaan deezen morgen, broeders, laat niemand aan ’t werk gaan.
Laat ons den blaauwen heemel stormender hand neemen, en de ruimte plunderen bij ’t loopen.
Lachen drijft in de lucht, als schuim op den vloed.
Broeders, laat ons onzen morgen verspillen in nuttelooze liederen.