XL.

XL.Een ongeloovig lachje speelt in je oogen, als ik bij je kom, om afscheid te neemen.Ik deed het zoo vaak, dat je denkt dat ik gaauw terug kom.En oprecht gesprooken: ik denk het óók.Want de lentedagen koomen keer op keer weerom; de volle maan neemt afscheid en herhaalt haar bezoek, de bloemen keeren weer en bloozen jaar op jaar aan hun twijgen.—ik denk wel, dat ik alleen afscheid neem, om bij je terug te koomen.Maar bewaar de illuzie; wijs haar niet af met onvriendelijke haast.Als ik zeg, dat ik je voor altijd verlaat, neem het aan voor wáár, en laat een tranenfloers voor een oogenblijk de donkere rand van je oogen dieper maken.En glimlach dan zoo schalks als je wilt, wanneer ik terug kom.

XL.Een ongeloovig lachje speelt in je oogen, als ik bij je kom, om afscheid te neemen.Ik deed het zoo vaak, dat je denkt dat ik gaauw terug kom.En oprecht gesprooken: ik denk het óók.Want de lentedagen koomen keer op keer weerom; de volle maan neemt afscheid en herhaalt haar bezoek, de bloemen keeren weer en bloozen jaar op jaar aan hun twijgen.—ik denk wel, dat ik alleen afscheid neem, om bij je terug te koomen.Maar bewaar de illuzie; wijs haar niet af met onvriendelijke haast.Als ik zeg, dat ik je voor altijd verlaat, neem het aan voor wáár, en laat een tranenfloers voor een oogenblijk de donkere rand van je oogen dieper maken.En glimlach dan zoo schalks als je wilt, wanneer ik terug kom.

XL.

Een ongeloovig lachje speelt in je oogen, als ik bij je kom, om afscheid te neemen.Ik deed het zoo vaak, dat je denkt dat ik gaauw terug kom.En oprecht gesprooken: ik denk het óók.Want de lentedagen koomen keer op keer weerom; de volle maan neemt afscheid en herhaalt haar bezoek, de bloemen keeren weer en bloozen jaar op jaar aan hun twijgen.—ik denk wel, dat ik alleen afscheid neem, om bij je terug te koomen.Maar bewaar de illuzie; wijs haar niet af met onvriendelijke haast.Als ik zeg, dat ik je voor altijd verlaat, neem het aan voor wáár, en laat een tranenfloers voor een oogenblijk de donkere rand van je oogen dieper maken.En glimlach dan zoo schalks als je wilt, wanneer ik terug kom.

Een ongeloovig lachje speelt in je oogen, als ik bij je kom, om afscheid te neemen.

Ik deed het zoo vaak, dat je denkt dat ik gaauw terug kom.

En oprecht gesprooken: ik denk het óók.

Want de lentedagen koomen keer op keer weerom; de volle maan neemt afscheid en herhaalt haar bezoek, de bloemen keeren weer en bloozen jaar op jaar aan hun twijgen.—ik denk wel, dat ik alleen afscheid neem, om bij je terug te koomen.

Maar bewaar de illuzie; wijs haar niet af met onvriendelijke haast.

Als ik zeg, dat ik je voor altijd verlaat, neem het aan voor wáár, en laat een tranenfloers voor een oogenblijk de donkere rand van je oogen dieper maken.

En glimlach dan zoo schalks als je wilt, wanneer ik terug kom.


Back to IndexNext