XLI.

XLI.Ik verlang de diepste woorden uit te spreeken, die ik je te zeggen heb; maar ik durf niet, uit vrees dat je zoudt lachen.Daarom belach ik mijzelven en strooi mijn geheim uit in scherts.Ik neem mijn smart luchthartig, uit vrees dat jij het doen zoudt.Ik verlang de waarachtige woorden te spreeken, die ik je te zeggen heb; maar ik durf niet, uit vrees dat je ze niet gelooven zoudt.Daarom vermom ik ze in leugen, en zeg het teegengestelde van wat ik meen.Ik laat mijn smart belachelijk schijnen, uit vrees dat jij het doen zoudt.Ik verlang de kostelijkste woorden te gebruiken, die ik voor je heb; maar ik durf niet, uit vrees, niet met gelijke munt betaald te worden.Daarom geef ik je harde namen en snoef op mijn vereelte kracht.Ik pijnig je, uit vrees dat je nooit pijn zoudt kennen.Ik verlang stil bij je te zitten; maar ik durf niet, uit vrees dat mijn hart mij op de tong komt.Daarom praat en babbel ik luchtigjes, en verberg mijn hart achter woorden.Ik ga ruuwelijk om met mijn pijn, uit vrees dat jij het zoudt doen.Ik verlang weg te gaan van je zij; maar ik durf niet, uit vrees dat je mijn lafhartigheid zoudt bemerken.Daarom draag ik mijn hoofd hoog en kom achteloos in je nabijheid. Herhaalde dolksteeken van je oogen houden mijn smarten versch.

XLI.Ik verlang de diepste woorden uit te spreeken, die ik je te zeggen heb; maar ik durf niet, uit vrees dat je zoudt lachen.Daarom belach ik mijzelven en strooi mijn geheim uit in scherts.Ik neem mijn smart luchthartig, uit vrees dat jij het doen zoudt.Ik verlang de waarachtige woorden te spreeken, die ik je te zeggen heb; maar ik durf niet, uit vrees dat je ze niet gelooven zoudt.Daarom vermom ik ze in leugen, en zeg het teegengestelde van wat ik meen.Ik laat mijn smart belachelijk schijnen, uit vrees dat jij het doen zoudt.Ik verlang de kostelijkste woorden te gebruiken, die ik voor je heb; maar ik durf niet, uit vrees, niet met gelijke munt betaald te worden.Daarom geef ik je harde namen en snoef op mijn vereelte kracht.Ik pijnig je, uit vrees dat je nooit pijn zoudt kennen.Ik verlang stil bij je te zitten; maar ik durf niet, uit vrees dat mijn hart mij op de tong komt.Daarom praat en babbel ik luchtigjes, en verberg mijn hart achter woorden.Ik ga ruuwelijk om met mijn pijn, uit vrees dat jij het zoudt doen.Ik verlang weg te gaan van je zij; maar ik durf niet, uit vrees dat je mijn lafhartigheid zoudt bemerken.Daarom draag ik mijn hoofd hoog en kom achteloos in je nabijheid. Herhaalde dolksteeken van je oogen houden mijn smarten versch.

XLI.

Ik verlang de diepste woorden uit te spreeken, die ik je te zeggen heb; maar ik durf niet, uit vrees dat je zoudt lachen.Daarom belach ik mijzelven en strooi mijn geheim uit in scherts.Ik neem mijn smart luchthartig, uit vrees dat jij het doen zoudt.Ik verlang de waarachtige woorden te spreeken, die ik je te zeggen heb; maar ik durf niet, uit vrees dat je ze niet gelooven zoudt.Daarom vermom ik ze in leugen, en zeg het teegengestelde van wat ik meen.Ik laat mijn smart belachelijk schijnen, uit vrees dat jij het doen zoudt.Ik verlang de kostelijkste woorden te gebruiken, die ik voor je heb; maar ik durf niet, uit vrees, niet met gelijke munt betaald te worden.Daarom geef ik je harde namen en snoef op mijn vereelte kracht.Ik pijnig je, uit vrees dat je nooit pijn zoudt kennen.Ik verlang stil bij je te zitten; maar ik durf niet, uit vrees dat mijn hart mij op de tong komt.Daarom praat en babbel ik luchtigjes, en verberg mijn hart achter woorden.Ik ga ruuwelijk om met mijn pijn, uit vrees dat jij het zoudt doen.Ik verlang weg te gaan van je zij; maar ik durf niet, uit vrees dat je mijn lafhartigheid zoudt bemerken.Daarom draag ik mijn hoofd hoog en kom achteloos in je nabijheid. Herhaalde dolksteeken van je oogen houden mijn smarten versch.

Ik verlang de diepste woorden uit te spreeken, die ik je te zeggen heb; maar ik durf niet, uit vrees dat je zoudt lachen.

Daarom belach ik mijzelven en strooi mijn geheim uit in scherts.

Ik neem mijn smart luchthartig, uit vrees dat jij het doen zoudt.

Ik verlang de waarachtige woorden te spreeken, die ik je te zeggen heb; maar ik durf niet, uit vrees dat je ze niet gelooven zoudt.

Daarom vermom ik ze in leugen, en zeg het teegengestelde van wat ik meen.

Ik laat mijn smart belachelijk schijnen, uit vrees dat jij het doen zoudt.

Ik verlang de kostelijkste woorden te gebruiken, die ik voor je heb; maar ik durf niet, uit vrees, niet met gelijke munt betaald te worden.

Daarom geef ik je harde namen en snoef op mijn vereelte kracht.

Ik pijnig je, uit vrees dat je nooit pijn zoudt kennen.

Ik verlang stil bij je te zitten; maar ik durf niet, uit vrees dat mijn hart mij op de tong komt.

Daarom praat en babbel ik luchtigjes, en verberg mijn hart achter woorden.

Ik ga ruuwelijk om met mijn pijn, uit vrees dat jij het zoudt doen.

Ik verlang weg te gaan van je zij; maar ik durf niet, uit vrees dat je mijn lafhartigheid zoudt bemerken.

Daarom draag ik mijn hoofd hoog en kom achteloos in je nabijheid. Herhaalde dolksteeken van je oogen houden mijn smarten versch.


Back to IndexNext