XVIII.Als de twee zusters water gaan halen, dan glimlachen ze, als ze op deeze plek koomen.Ze moeten ’t bespeuren, dat iemand achter de boomen staat, als ze gaan om water te halen.De twee zusters fluisteren tot elkaar, als ze deeze plek voorbij gaan.Ze moeten het geheim geraden hebben, van dien iemand, die achter de boomen staat als zij water gaan halen.Haar kruiken wankelen op eens en morsen water als ze op deeze plaats koomen.Ze moeten ’t gemerkt hebben, dat iemands hart klopt, die achter de boomen staat, als zij water gaan halen.De twee zusters oogen naar elkaar, als zij op deeze plek koomen, en zij glimlachen.Er is een lach in hun snel-stappende voeten, die verwarring brengt in de ziel van iemand, die achter de boomen staat, altijd als ze water gaan halen.
XVIII.Als de twee zusters water gaan halen, dan glimlachen ze, als ze op deeze plek koomen.Ze moeten ’t bespeuren, dat iemand achter de boomen staat, als ze gaan om water te halen.De twee zusters fluisteren tot elkaar, als ze deeze plek voorbij gaan.Ze moeten het geheim geraden hebben, van dien iemand, die achter de boomen staat als zij water gaan halen.Haar kruiken wankelen op eens en morsen water als ze op deeze plaats koomen.Ze moeten ’t gemerkt hebben, dat iemands hart klopt, die achter de boomen staat, als zij water gaan halen.De twee zusters oogen naar elkaar, als zij op deeze plek koomen, en zij glimlachen.Er is een lach in hun snel-stappende voeten, die verwarring brengt in de ziel van iemand, die achter de boomen staat, altijd als ze water gaan halen.
XVIII.
Als de twee zusters water gaan halen, dan glimlachen ze, als ze op deeze plek koomen.Ze moeten ’t bespeuren, dat iemand achter de boomen staat, als ze gaan om water te halen.De twee zusters fluisteren tot elkaar, als ze deeze plek voorbij gaan.Ze moeten het geheim geraden hebben, van dien iemand, die achter de boomen staat als zij water gaan halen.Haar kruiken wankelen op eens en morsen water als ze op deeze plaats koomen.Ze moeten ’t gemerkt hebben, dat iemands hart klopt, die achter de boomen staat, als zij water gaan halen.De twee zusters oogen naar elkaar, als zij op deeze plek koomen, en zij glimlachen.Er is een lach in hun snel-stappende voeten, die verwarring brengt in de ziel van iemand, die achter de boomen staat, altijd als ze water gaan halen.
Als de twee zusters water gaan halen, dan glimlachen ze, als ze op deeze plek koomen.
Ze moeten ’t bespeuren, dat iemand achter de boomen staat, als ze gaan om water te halen.
De twee zusters fluisteren tot elkaar, als ze deeze plek voorbij gaan.
Ze moeten het geheim geraden hebben, van dien iemand, die achter de boomen staat als zij water gaan halen.
Haar kruiken wankelen op eens en morsen water als ze op deeze plaats koomen.
Ze moeten ’t gemerkt hebben, dat iemands hart klopt, die achter de boomen staat, als zij water gaan halen.
De twee zusters oogen naar elkaar, als zij op deeze plek koomen, en zij glimlachen.
Er is een lach in hun snel-stappende voeten, die verwarring brengt in de ziel van iemand, die achter de boomen staat, altijd als ze water gaan halen.