XXX.

XXX.Gij zijt de avondwolk, die aan den heemel mijner droomen drijft.Ik kleur u en bootseer u altijd-door met mijn liefde-verlangen.Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijn eindelooze droomen.Uw voeten zijn roozerood door den gloed van mijn hartsbegeeren, Sprokkelaarster van mijn zangen van zonsondergang.Uw lippen zijn bitterzoet door de smaak van mijn smarten-wijn.Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijne eenzame droomen.Met de schaduw van mijn drift heb ik uwe oogen verdonkerd, Bezitster van de diepte van mijn blik!Ik heb u gevangen, mijn liefste, en u gewikkeld in het net mijner muziek.Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijn onsterfelijke droomen.

XXX.Gij zijt de avondwolk, die aan den heemel mijner droomen drijft.Ik kleur u en bootseer u altijd-door met mijn liefde-verlangen.Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijn eindelooze droomen.Uw voeten zijn roozerood door den gloed van mijn hartsbegeeren, Sprokkelaarster van mijn zangen van zonsondergang.Uw lippen zijn bitterzoet door de smaak van mijn smarten-wijn.Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijne eenzame droomen.Met de schaduw van mijn drift heb ik uwe oogen verdonkerd, Bezitster van de diepte van mijn blik!Ik heb u gevangen, mijn liefste, en u gewikkeld in het net mijner muziek.Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijn onsterfelijke droomen.

XXX.

Gij zijt de avondwolk, die aan den heemel mijner droomen drijft.Ik kleur u en bootseer u altijd-door met mijn liefde-verlangen.Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijn eindelooze droomen.Uw voeten zijn roozerood door den gloed van mijn hartsbegeeren, Sprokkelaarster van mijn zangen van zonsondergang.Uw lippen zijn bitterzoet door de smaak van mijn smarten-wijn.Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijne eenzame droomen.Met de schaduw van mijn drift heb ik uwe oogen verdonkerd, Bezitster van de diepte van mijn blik!Ik heb u gevangen, mijn liefste, en u gewikkeld in het net mijner muziek.Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijn onsterfelijke droomen.

Gij zijt de avondwolk, die aan den heemel mijner droomen drijft.

Ik kleur u en bootseer u altijd-door met mijn liefde-verlangen.

Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijn eindelooze droomen.

Uw voeten zijn roozerood door den gloed van mijn hartsbegeeren, Sprokkelaarster van mijn zangen van zonsondergang.

Uw lippen zijn bitterzoet door de smaak van mijn smarten-wijn.

Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijne eenzame droomen.

Met de schaduw van mijn drift heb ik uwe oogen verdonkerd, Bezitster van de diepte van mijn blik!

Ik heb u gevangen, mijn liefste, en u gewikkeld in het net mijner muziek.

Gij zijt mijn eigen, mijn eigen, Bewoonster van mijn onsterfelijke droomen.


Back to IndexNext