XXXIII.

XXXIII.Ik heb u lief, Geliefde. Vergeef mij mijn liefde.Alseen doolende voogel ben ik gevangen.Toen mijn hart geschokt werd, verloor het zijn sluyer en was naakt. Bedek het met erbarmen, Geliefde, en vergeef mij mijn liefde.Als gij mij niet minnen kunt, Geliefde, vergeef mij mijn leed.Zie mij niet zijlings aan van uit de verte.Ik zal terugsluipen naar mijn hoekje en in ’t donker zitten.Met twee handen zal ik mijn naakte schaamte bedekken.Wend uw gelaat van mij weg, Geliefde, en vergeef mij mijn leed.Als gij mij liefhebt, Geliefde, vergeef mij mijn vreugde.Als mijn hart wordt weggesleurd op den vloed van geluk, glimlach dan niet om mijn hachelijke veroovering.Als ik op mijn troon zit en u beheersch met mijn liefde-tirannie, als ik u mijn gunsten gedoog als een godin, heb dan geduld met mijn trots, Geliefde, en vergeef mij mijn vreugde.

XXXIII.Ik heb u lief, Geliefde. Vergeef mij mijn liefde.Alseen doolende voogel ben ik gevangen.Toen mijn hart geschokt werd, verloor het zijn sluyer en was naakt. Bedek het met erbarmen, Geliefde, en vergeef mij mijn liefde.Als gij mij niet minnen kunt, Geliefde, vergeef mij mijn leed.Zie mij niet zijlings aan van uit de verte.Ik zal terugsluipen naar mijn hoekje en in ’t donker zitten.Met twee handen zal ik mijn naakte schaamte bedekken.Wend uw gelaat van mij weg, Geliefde, en vergeef mij mijn leed.Als gij mij liefhebt, Geliefde, vergeef mij mijn vreugde.Als mijn hart wordt weggesleurd op den vloed van geluk, glimlach dan niet om mijn hachelijke veroovering.Als ik op mijn troon zit en u beheersch met mijn liefde-tirannie, als ik u mijn gunsten gedoog als een godin, heb dan geduld met mijn trots, Geliefde, en vergeef mij mijn vreugde.

XXXIII.

Ik heb u lief, Geliefde. Vergeef mij mijn liefde.Alseen doolende voogel ben ik gevangen.Toen mijn hart geschokt werd, verloor het zijn sluyer en was naakt. Bedek het met erbarmen, Geliefde, en vergeef mij mijn liefde.Als gij mij niet minnen kunt, Geliefde, vergeef mij mijn leed.Zie mij niet zijlings aan van uit de verte.Ik zal terugsluipen naar mijn hoekje en in ’t donker zitten.Met twee handen zal ik mijn naakte schaamte bedekken.Wend uw gelaat van mij weg, Geliefde, en vergeef mij mijn leed.Als gij mij liefhebt, Geliefde, vergeef mij mijn vreugde.Als mijn hart wordt weggesleurd op den vloed van geluk, glimlach dan niet om mijn hachelijke veroovering.Als ik op mijn troon zit en u beheersch met mijn liefde-tirannie, als ik u mijn gunsten gedoog als een godin, heb dan geduld met mijn trots, Geliefde, en vergeef mij mijn vreugde.

Ik heb u lief, Geliefde. Vergeef mij mijn liefde.

Alseen doolende voogel ben ik gevangen.

Toen mijn hart geschokt werd, verloor het zijn sluyer en was naakt. Bedek het met erbarmen, Geliefde, en vergeef mij mijn liefde.

Als gij mij niet minnen kunt, Geliefde, vergeef mij mijn leed.

Zie mij niet zijlings aan van uit de verte.

Ik zal terugsluipen naar mijn hoekje en in ’t donker zitten.

Met twee handen zal ik mijn naakte schaamte bedekken.

Wend uw gelaat van mij weg, Geliefde, en vergeef mij mijn leed.

Als gij mij liefhebt, Geliefde, vergeef mij mijn vreugde.

Als mijn hart wordt weggesleurd op den vloed van geluk, glimlach dan niet om mijn hachelijke veroovering.

Als ik op mijn troon zit en u beheersch met mijn liefde-tirannie, als ik u mijn gunsten gedoog als een godin, heb dan geduld met mijn trots, Geliefde, en vergeef mij mijn vreugde.


Back to IndexNext