XXXVIII.

XXXVIII.Mijn Lief, op zeekeren tijd liet uw dichter een groot epos in zijn geest van stapel.Helaas, ik was niet omzichtig genoeg, het raakte uw rinkelende enkel-ringen en ging stuk.Het brak in kleine liedjes en lag vergruisd aan uw voeten.Mijn heele lading van vertelsels van oude oorloogen werd geslingerd door de lachende golven, gedrenkt in tranen en zonk.Dit verlies moet gij mij goed-maken, mijn Lief.Als mijn aanspraken op onsterfelijke roem na mijn dood zijn vernietigd, maak mij dan onsterfelijk in mijn leeven.En ik zal mijn verlies niet betreuren en u geen verwijt doen.

XXXVIII.Mijn Lief, op zeekeren tijd liet uw dichter een groot epos in zijn geest van stapel.Helaas, ik was niet omzichtig genoeg, het raakte uw rinkelende enkel-ringen en ging stuk.Het brak in kleine liedjes en lag vergruisd aan uw voeten.Mijn heele lading van vertelsels van oude oorloogen werd geslingerd door de lachende golven, gedrenkt in tranen en zonk.Dit verlies moet gij mij goed-maken, mijn Lief.Als mijn aanspraken op onsterfelijke roem na mijn dood zijn vernietigd, maak mij dan onsterfelijk in mijn leeven.En ik zal mijn verlies niet betreuren en u geen verwijt doen.

XXXVIII.

Mijn Lief, op zeekeren tijd liet uw dichter een groot epos in zijn geest van stapel.Helaas, ik was niet omzichtig genoeg, het raakte uw rinkelende enkel-ringen en ging stuk.Het brak in kleine liedjes en lag vergruisd aan uw voeten.Mijn heele lading van vertelsels van oude oorloogen werd geslingerd door de lachende golven, gedrenkt in tranen en zonk.Dit verlies moet gij mij goed-maken, mijn Lief.Als mijn aanspraken op onsterfelijke roem na mijn dood zijn vernietigd, maak mij dan onsterfelijk in mijn leeven.En ik zal mijn verlies niet betreuren en u geen verwijt doen.

Mijn Lief, op zeekeren tijd liet uw dichter een groot epos in zijn geest van stapel.

Helaas, ik was niet omzichtig genoeg, het raakte uw rinkelende enkel-ringen en ging stuk.

Het brak in kleine liedjes en lag vergruisd aan uw voeten.

Mijn heele lading van vertelsels van oude oorloogen werd geslingerd door de lachende golven, gedrenkt in tranen en zonk.

Dit verlies moet gij mij goed-maken, mijn Lief.

Als mijn aanspraken op onsterfelijke roem na mijn dood zijn vernietigd, maak mij dan onsterfelijk in mijn leeven.

En ik zal mijn verlies niet betreuren en u geen verwijt doen.


Back to IndexNext