BBabel (De beide engelen van), Haroet en Maroet,II,96.Bahr, zee bij de Arabieren, niet alleen op zout water toegepast, maar ook op groote stroomen,XXXV,13, n.Balans door Noach, uit den hemel ontvangen,LVII,25.Balkis, koningin van Saba,XXVII,23, n.—Haar troon, afd.—Zij ontvangt een brief van Salomo, 29.—Haar geschenk aan Salomo, 36 n.—Zij onderwerpt zich aan Salomo, 42, n.—Hare voeten en beenen waren met haren bedekt, 44, n.Barmhartige (De),XXV,60.—Schenkt liefde,XIX,96.—ZieGod.Barmhartigheid.VIII,68, n.—Van God, men moet daar nooit aan wanhopen,XXXIX,54.Barzakh, hek,XXIII,102, n.;XXV,55, n.Bashirs verschillen met een Jood,XXIV,49, n.Becca of MekkaIII90, n.Bedevaart Elhadjdj (Tijdstip van),II,192, n., 193, n.—ZieCeremoniën.—ZieKoophandel.Bedr (Veldslag van),III,II,118–120;VIII,5en volg.—42, 43.—ZieVeldslag.Bedrag van legaten,II,176, n.Bedriegelijk geluk der ongeloovigen,VII,181, n.Bedrieger (De) moet met zijn bedrog verschijnen,III,155.Bedriegers, zieMozesenMahomet.—Die valsche maten en gewichten bezigen,LXXXIII,1en volg.Bedwelmende dranken,II,216, n.Beelden van engelen en profeten,XXXIV,12, n.Been-ontblooting, uitdrukking bij de Arabieren, om eene vreeselijke ramp aan te duiden.LXVIII,42, n.BegeerteXV,88.—Een tuin te hebben,II,268.Begeerten,VII,175.Bekeering,II,17, n.Bekka, zieMekka.Belastering van deugdzame vrouwen,XXIV,23.Beleediging van zielen,IV,67.Beleefdheid (Voorschriften der),XXIV,27–29,57,61–63;XXXI,18;XXXIII,53;LVIII,12;LXIX,2,3.Belooning,II,138. Voor de gehoorzamen,XXXIII,31, n.Belooningen (De) der rechtvaardigen overtreffen de kastijdingen der verdoemden,VI,161.—Der geloovigen,LVII,12. ZieGelukzaligenenParadijs.Bemiddelend volk,II,137.Benjamin,XII,8, n.Beproeving aan de rivier.II,250.Bergen (De) verdwijnen,XVIII,45.—Wat zij zullen worden op den dag des oordeels,XX,105en volg. ZieLaatst oordeel.Berg Sinaï,VII,170,—ZieAl Masher.—ZieArafat.—ZieSinaï.Berouw (Het),IV,20–23.—Der ongeloovigen op den dag der verklaring van het boek,VII,51.Berouwhebbende,V,43.—Zievergiffenis.Bescherming van God,IX,26.Beschuldiging der Joden van het vervalschen der gewijde schriften,II,73, n.Besnijden (Het), daarvan wordt in den Koran niet gesproken.Bespotting,V,63.Bestemming, Ieder mensch heeft zijne bestemming. ZieVogel.—ZieBoek.Betreding der kamers door slaven, zieUren.Bevel aan Abraham zijn zoon te offeren,XXXVII,101.—Oogenblik, waarop dit offer verhinderd werd,103, n.Bevelen van God.VI,152;VII,31;LX,9en volg.LXXIV,2en volg.—ZieZedeleer.Bevrijding,VI,63.Bewakers der schending van Gods Boek,V. 48, n.Bewoners van Mekka gestraft,XXXIX,52.—Van Sodom,XI,79.—Hunne misdrijven,XXIX. 28.Bezieling der dichters, zieDichters.Bezittingen dezer wereld,IV,96.—Verteren 33.Bezoek der heilige plaatsen,IX,18.Bidden tot God,IV,1, n.Biduur, zieAvondenGebed.Bileam vloektMozesen de kinderen Israëls,VII,174, n.Binnentreden, zieGroet.Binnentrekken der Israëlieten van Jericho,II,56, n.Bloedprijs aan de familie van een verslagene,IV,94.Bloedvergieten,V,35.Bloedverwanten (De), vader en moeder; plichten hen betreffende,XVII,24,25;XXIX,7;XXXI,13;XLVI,14en volg.Bloed, zieVerboden spijze.Boek der besluiten,II,41, n.—ZieFatalismus, voorbeschikking Gods, Theodicea.—III,139;XI,8;XXXIV,3.—Waarin de daden van elk mensch zijn opgeteekend.XVII,73;XVIII,47;LXXXIII,7en volg.LXXXIV, en volg.—ZieDaden.—Zieoorspronkelijk.Boom, zieverboden.Bondgenootschap tegen Mahomet,XIII,35.Boomen, enz. door menschen geplant,VI,142, n.Broeder,II,173, n.Broeders erfdeel eener kinderlooze zuster,IV,175.Bron, zieAl Rass.—ZieSelsebil.Bruidschat,XXXIII,48, n.—Voor geloovige vrouwen,LX,10en volg.Bruidschatbepaling,IV,28, n.Buigen,II,40.Buit,VIII, bl.211, n.—VIII,1,42;XLVIII,19en volg.LIX,7.Buren, zieNaburen.Bij, wat God hem heeft geopenbaard,XVI, bl.294, n.Bijgeloof,II,185.—VI,138, n., 139, n.—XXXVII,86en volg.Bijnaam van een Arabisch vorst, zieTobba.Bijstaan,IV,140.CCaaba-tempel,VIII,35, n.Caaba, zieKa’ba.Cafoer, fontein in het paradijs,LXXVI,5.Caïn, zieKabil.Caleb,V,26, n.Caroen, zieKaroen.Ceremonieën bij de bedevaart van Mekka,V,2, n.Cheïtan,II,13, n.Cherubijnen,XL,7, n.Christenen (De) die gelooven, zullen beloond worden,II,59,107,129.—Zeggen Christus is Gods Zoon,IX,30,31.—Zij hebben de Schriften ook vervalscht,V,18.—Zij zijn de Muzelmannen minder vijandig dan de Israëlieten en de afgoden dienaars,85.Christus, Gods Zoon,IX,30, n., zieJezus.Coba’, zieTempel.DDaden (De) der menschen zijn bij God opgeteekend,IX,122.Dag der beslissing,XXXII,29.—Des oordeels,XL,34.—ZiePersonen.—ZieAl Hakkat.—Der opstanding,VII,57.—Van waarschuwing,XL,15.—Waarin de engelen tot God opstijgen, en welke vijfduizend jaren duurt,LXX,4.—Waarop God zijne vonnissen op een zondig volk nederzendt,XLI,15, n.Dagen waarin de aarde werd geschapen,XLI,8, n.David,IV,161;V,82;VI,84;XXI,78;XXVII,15.—Vervaardigt maliënkolders,XXXIV,10.—Zingt Gods lof,XXXIV,10.—Was daarom met sterkte begaafd,XXXVIII,16.—Zijn oordeel,XXXVIII,20, n.—Verdeeling van diens tijd,21, n.—Diens misdaad,23, n.—Heeft maliënkolders uitgevonden,XXI,80, n.—Wordt toegestaan Goliath te dooden,II,252.—Ontvangt de PsalmenXVII,57.Davids erfgenaam, zieSalomo.Deel der koe,II,68.Deuren, zieHemeldeuren.Dhafar, zieZonen.Dhoe’lkarnein, 82 en volg.Dhu’lkefl, profeet,XXI,85;XXXVIII,48.Dhu’lnun, bijnaam van Jonas,XXI,87, n.—Zie verderJonas.Dichters,XXVI, bl.400, n.Diefstal,V,42.Dienaren afgevaardigd,XVII,5.Dienstboden, zieHuwelijk.Dier der openbaring, zieDjessasa.—Verschijnende voor den dag des oordeels, zieAl Jessasa.—Zieopenbaring.Dichtzegeling der harten,II,6;XXX,59;XLII,23;XLV,22.Djennet, zieParadijs.Djessasa, of het dier der openbaring,XXVII,84, n.Djibt, naam van een afgod,IV,54, n.Dochter (De geboorte van eene) wordt als een ongeluk beschouwd,XVI,59–64XLIII,16.—Men begroef haar levend,LXXXI,8.Doeken waarmede de Oostersche vrouwen zich, bij het uitgaan, bedekken,XXXIII,59.Donder,XIII, bl.276,14.Dood (De).XL,11.—Zal den mensch overal bereiken,IV,80.—Van een profeet,XXI,14, n.—Zieverlangen.Dooden van dieren,V,4.—Voor eene rechtvaardige zaak,VI,152.Doodvonnis, zieMozes.Doop,II,132.Douni-’Llahi, zieMin.Dranken, ziebedwelmende.Drieëenheid, leer der Christenen,IV,169, n.;V,77.Drinken,II,87.—ZieEten.Dronkenschap (De),IV,46.Dubbele en enkele dingen, beteekenis daarvan,LXXXIX,2, n.Duidelijk boek,VI,59.—(De) uitgelegden,XLI, bl.505, n.Duivel (De).XVII,29,55en volg,XXIV,21;XXV,31;XXXV,6;XXXVI,60en volg.;XLVII,27;LVIII,11,20;LIX,16.—Zijne onverzoenlijke haat tegen den mensch,IV,118;VII,10en volg.—Hij verleidt Adam,XX,118.—Op den dag des oordeels zal hij blind verschijnen,124. Zie verderEblis.—Over wien hij wel en geen macht heeft,XVI,100en volg.—ZieStraf.—ZieVerschijnen.Duivels (De), luisteren af, wat in den hemel gezegd wordt,XV,17en18;XXXVII,6en volg,LXVII,5;—op den dag des Oordeels,XIX,69.—ZieGeniussen.Duur der helsche marteling, doet de afgelegde levensbaan kort schijnen,XXIII,115, n—Van de openbaring des Korans,XXV,34, n.—Van het verblijf in de spelonk,XVIII,24.Dwalenden.I,7.Dwaling,III,23.—Der ongeloovigen omtrent den barmhartige,XVII,110, n.
BBabel (De beide engelen van), Haroet en Maroet,II,96.Bahr, zee bij de Arabieren, niet alleen op zout water toegepast, maar ook op groote stroomen,XXXV,13, n.Balans door Noach, uit den hemel ontvangen,LVII,25.Balkis, koningin van Saba,XXVII,23, n.—Haar troon, afd.—Zij ontvangt een brief van Salomo, 29.—Haar geschenk aan Salomo, 36 n.—Zij onderwerpt zich aan Salomo, 42, n.—Hare voeten en beenen waren met haren bedekt, 44, n.Barmhartige (De),XXV,60.—Schenkt liefde,XIX,96.—ZieGod.Barmhartigheid.VIII,68, n.—Van God, men moet daar nooit aan wanhopen,XXXIX,54.Barzakh, hek,XXIII,102, n.;XXV,55, n.Bashirs verschillen met een Jood,XXIV,49, n.Becca of MekkaIII90, n.Bedevaart Elhadjdj (Tijdstip van),II,192, n., 193, n.—ZieCeremoniën.—ZieKoophandel.Bedr (Veldslag van),III,II,118–120;VIII,5en volg.—42, 43.—ZieVeldslag.Bedrag van legaten,II,176, n.Bedriegelijk geluk der ongeloovigen,VII,181, n.Bedrieger (De) moet met zijn bedrog verschijnen,III,155.Bedriegers, zieMozesenMahomet.—Die valsche maten en gewichten bezigen,LXXXIII,1en volg.Bedwelmende dranken,II,216, n.Beelden van engelen en profeten,XXXIV,12, n.Been-ontblooting, uitdrukking bij de Arabieren, om eene vreeselijke ramp aan te duiden.LXVIII,42, n.BegeerteXV,88.—Een tuin te hebben,II,268.Begeerten,VII,175.Bekeering,II,17, n.Bekka, zieMekka.Belastering van deugdzame vrouwen,XXIV,23.Beleediging van zielen,IV,67.Beleefdheid (Voorschriften der),XXIV,27–29,57,61–63;XXXI,18;XXXIII,53;LVIII,12;LXIX,2,3.Belooning,II,138. Voor de gehoorzamen,XXXIII,31, n.Belooningen (De) der rechtvaardigen overtreffen de kastijdingen der verdoemden,VI,161.—Der geloovigen,LVII,12. ZieGelukzaligenenParadijs.Bemiddelend volk,II,137.Benjamin,XII,8, n.Beproeving aan de rivier.II,250.Bergen (De) verdwijnen,XVIII,45.—Wat zij zullen worden op den dag des oordeels,XX,105en volg. ZieLaatst oordeel.Berg Sinaï,VII,170,—ZieAl Masher.—ZieArafat.—ZieSinaï.Berouw (Het),IV,20–23.—Der ongeloovigen op den dag der verklaring van het boek,VII,51.Berouwhebbende,V,43.—Zievergiffenis.Bescherming van God,IX,26.Beschuldiging der Joden van het vervalschen der gewijde schriften,II,73, n.Besnijden (Het), daarvan wordt in den Koran niet gesproken.Bespotting,V,63.Bestemming, Ieder mensch heeft zijne bestemming. ZieVogel.—ZieBoek.Betreding der kamers door slaven, zieUren.Bevel aan Abraham zijn zoon te offeren,XXXVII,101.—Oogenblik, waarop dit offer verhinderd werd,103, n.Bevelen van God.VI,152;VII,31;LX,9en volg.LXXIV,2en volg.—ZieZedeleer.Bevrijding,VI,63.Bewakers der schending van Gods Boek,V. 48, n.Bewoners van Mekka gestraft,XXXIX,52.—Van Sodom,XI,79.—Hunne misdrijven,XXIX. 28.Bezieling der dichters, zieDichters.Bezittingen dezer wereld,IV,96.—Verteren 33.Bezoek der heilige plaatsen,IX,18.Bidden tot God,IV,1, n.Biduur, zieAvondenGebed.Bileam vloektMozesen de kinderen Israëls,VII,174, n.Binnentreden, zieGroet.Binnentrekken der Israëlieten van Jericho,II,56, n.Bloedprijs aan de familie van een verslagene,IV,94.Bloedvergieten,V,35.Bloedverwanten (De), vader en moeder; plichten hen betreffende,XVII,24,25;XXIX,7;XXXI,13;XLVI,14en volg.Bloed, zieVerboden spijze.Boek der besluiten,II,41, n.—ZieFatalismus, voorbeschikking Gods, Theodicea.—III,139;XI,8;XXXIV,3.—Waarin de daden van elk mensch zijn opgeteekend.XVII,73;XVIII,47;LXXXIII,7en volg.LXXXIV, en volg.—ZieDaden.—Zieoorspronkelijk.Boom, zieverboden.Bondgenootschap tegen Mahomet,XIII,35.Boomen, enz. door menschen geplant,VI,142, n.Broeder,II,173, n.Broeders erfdeel eener kinderlooze zuster,IV,175.Bron, zieAl Rass.—ZieSelsebil.Bruidschat,XXXIII,48, n.—Voor geloovige vrouwen,LX,10en volg.Bruidschatbepaling,IV,28, n.Buigen,II,40.Buit,VIII, bl.211, n.—VIII,1,42;XLVIII,19en volg.LIX,7.Buren, zieNaburen.Bij, wat God hem heeft geopenbaard,XVI, bl.294, n.Bijgeloof,II,185.—VI,138, n., 139, n.—XXXVII,86en volg.Bijnaam van een Arabisch vorst, zieTobba.Bijstaan,IV,140.CCaaba-tempel,VIII,35, n.Caaba, zieKa’ba.Cafoer, fontein in het paradijs,LXXVI,5.Caïn, zieKabil.Caleb,V,26, n.Caroen, zieKaroen.Ceremonieën bij de bedevaart van Mekka,V,2, n.Cheïtan,II,13, n.Cherubijnen,XL,7, n.Christenen (De) die gelooven, zullen beloond worden,II,59,107,129.—Zeggen Christus is Gods Zoon,IX,30,31.—Zij hebben de Schriften ook vervalscht,V,18.—Zij zijn de Muzelmannen minder vijandig dan de Israëlieten en de afgoden dienaars,85.Christus, Gods Zoon,IX,30, n., zieJezus.Coba’, zieTempel.DDaden (De) der menschen zijn bij God opgeteekend,IX,122.Dag der beslissing,XXXII,29.—Des oordeels,XL,34.—ZiePersonen.—ZieAl Hakkat.—Der opstanding,VII,57.—Van waarschuwing,XL,15.—Waarin de engelen tot God opstijgen, en welke vijfduizend jaren duurt,LXX,4.—Waarop God zijne vonnissen op een zondig volk nederzendt,XLI,15, n.Dagen waarin de aarde werd geschapen,XLI,8, n.David,IV,161;V,82;VI,84;XXI,78;XXVII,15.—Vervaardigt maliënkolders,XXXIV,10.—Zingt Gods lof,XXXIV,10.—Was daarom met sterkte begaafd,XXXVIII,16.—Zijn oordeel,XXXVIII,20, n.—Verdeeling van diens tijd,21, n.—Diens misdaad,23, n.—Heeft maliënkolders uitgevonden,XXI,80, n.—Wordt toegestaan Goliath te dooden,II,252.—Ontvangt de PsalmenXVII,57.Davids erfgenaam, zieSalomo.Deel der koe,II,68.Deuren, zieHemeldeuren.Dhafar, zieZonen.Dhoe’lkarnein, 82 en volg.Dhu’lkefl, profeet,XXI,85;XXXVIII,48.Dhu’lnun, bijnaam van Jonas,XXI,87, n.—Zie verderJonas.Dichters,XXVI, bl.400, n.Diefstal,V,42.Dienaren afgevaardigd,XVII,5.Dienstboden, zieHuwelijk.Dier der openbaring, zieDjessasa.—Verschijnende voor den dag des oordeels, zieAl Jessasa.—Zieopenbaring.Dichtzegeling der harten,II,6;XXX,59;XLII,23;XLV,22.Djennet, zieParadijs.Djessasa, of het dier der openbaring,XXVII,84, n.Djibt, naam van een afgod,IV,54, n.Dochter (De geboorte van eene) wordt als een ongeluk beschouwd,XVI,59–64XLIII,16.—Men begroef haar levend,LXXXI,8.Doeken waarmede de Oostersche vrouwen zich, bij het uitgaan, bedekken,XXXIII,59.Donder,XIII, bl.276,14.Dood (De).XL,11.—Zal den mensch overal bereiken,IV,80.—Van een profeet,XXI,14, n.—Zieverlangen.Dooden van dieren,V,4.—Voor eene rechtvaardige zaak,VI,152.Doodvonnis, zieMozes.Doop,II,132.Douni-’Llahi, zieMin.Dranken, ziebedwelmende.Drieëenheid, leer der Christenen,IV,169, n.;V,77.Drinken,II,87.—ZieEten.Dronkenschap (De),IV,46.Dubbele en enkele dingen, beteekenis daarvan,LXXXIX,2, n.Duidelijk boek,VI,59.—(De) uitgelegden,XLI, bl.505, n.Duivel (De).XVII,29,55en volg,XXIV,21;XXV,31;XXXV,6;XXXVI,60en volg.;XLVII,27;LVIII,11,20;LIX,16.—Zijne onverzoenlijke haat tegen den mensch,IV,118;VII,10en volg.—Hij verleidt Adam,XX,118.—Op den dag des oordeels zal hij blind verschijnen,124. Zie verderEblis.—Over wien hij wel en geen macht heeft,XVI,100en volg.—ZieStraf.—ZieVerschijnen.Duivels (De), luisteren af, wat in den hemel gezegd wordt,XV,17en18;XXXVII,6en volg,LXVII,5;—op den dag des Oordeels,XIX,69.—ZieGeniussen.Duur der helsche marteling, doet de afgelegde levensbaan kort schijnen,XXIII,115, n—Van de openbaring des Korans,XXV,34, n.—Van het verblijf in de spelonk,XVIII,24.Dwalenden.I,7.Dwaling,III,23.—Der ongeloovigen omtrent den barmhartige,XVII,110, n.
BBabel (De beide engelen van), Haroet en Maroet,II,96.Bahr, zee bij de Arabieren, niet alleen op zout water toegepast, maar ook op groote stroomen,XXXV,13, n.Balans door Noach, uit den hemel ontvangen,LVII,25.Balkis, koningin van Saba,XXVII,23, n.—Haar troon, afd.—Zij ontvangt een brief van Salomo, 29.—Haar geschenk aan Salomo, 36 n.—Zij onderwerpt zich aan Salomo, 42, n.—Hare voeten en beenen waren met haren bedekt, 44, n.Barmhartige (De),XXV,60.—Schenkt liefde,XIX,96.—ZieGod.Barmhartigheid.VIII,68, n.—Van God, men moet daar nooit aan wanhopen,XXXIX,54.Barzakh, hek,XXIII,102, n.;XXV,55, n.Bashirs verschillen met een Jood,XXIV,49, n.Becca of MekkaIII90, n.Bedevaart Elhadjdj (Tijdstip van),II,192, n., 193, n.—ZieCeremoniën.—ZieKoophandel.Bedr (Veldslag van),III,II,118–120;VIII,5en volg.—42, 43.—ZieVeldslag.Bedrag van legaten,II,176, n.Bedriegelijk geluk der ongeloovigen,VII,181, n.Bedrieger (De) moet met zijn bedrog verschijnen,III,155.Bedriegers, zieMozesenMahomet.—Die valsche maten en gewichten bezigen,LXXXIII,1en volg.Bedwelmende dranken,II,216, n.Beelden van engelen en profeten,XXXIV,12, n.Been-ontblooting, uitdrukking bij de Arabieren, om eene vreeselijke ramp aan te duiden.LXVIII,42, n.BegeerteXV,88.—Een tuin te hebben,II,268.Begeerten,VII,175.Bekeering,II,17, n.Bekka, zieMekka.Belastering van deugdzame vrouwen,XXIV,23.Beleediging van zielen,IV,67.Beleefdheid (Voorschriften der),XXIV,27–29,57,61–63;XXXI,18;XXXIII,53;LVIII,12;LXIX,2,3.Belooning,II,138. Voor de gehoorzamen,XXXIII,31, n.Belooningen (De) der rechtvaardigen overtreffen de kastijdingen der verdoemden,VI,161.—Der geloovigen,LVII,12. ZieGelukzaligenenParadijs.Bemiddelend volk,II,137.Benjamin,XII,8, n.Beproeving aan de rivier.II,250.Bergen (De) verdwijnen,XVIII,45.—Wat zij zullen worden op den dag des oordeels,XX,105en volg. ZieLaatst oordeel.Berg Sinaï,VII,170,—ZieAl Masher.—ZieArafat.—ZieSinaï.Berouw (Het),IV,20–23.—Der ongeloovigen op den dag der verklaring van het boek,VII,51.Berouwhebbende,V,43.—Zievergiffenis.Bescherming van God,IX,26.Beschuldiging der Joden van het vervalschen der gewijde schriften,II,73, n.Besnijden (Het), daarvan wordt in den Koran niet gesproken.Bespotting,V,63.Bestemming, Ieder mensch heeft zijne bestemming. ZieVogel.—ZieBoek.Betreding der kamers door slaven, zieUren.Bevel aan Abraham zijn zoon te offeren,XXXVII,101.—Oogenblik, waarop dit offer verhinderd werd,103, n.Bevelen van God.VI,152;VII,31;LX,9en volg.LXXIV,2en volg.—ZieZedeleer.Bevrijding,VI,63.Bewakers der schending van Gods Boek,V. 48, n.Bewoners van Mekka gestraft,XXXIX,52.—Van Sodom,XI,79.—Hunne misdrijven,XXIX. 28.Bezieling der dichters, zieDichters.Bezittingen dezer wereld,IV,96.—Verteren 33.Bezoek der heilige plaatsen,IX,18.Bidden tot God,IV,1, n.Biduur, zieAvondenGebed.Bileam vloektMozesen de kinderen Israëls,VII,174, n.Binnentreden, zieGroet.Binnentrekken der Israëlieten van Jericho,II,56, n.Bloedprijs aan de familie van een verslagene,IV,94.Bloedvergieten,V,35.Bloedverwanten (De), vader en moeder; plichten hen betreffende,XVII,24,25;XXIX,7;XXXI,13;XLVI,14en volg.Bloed, zieVerboden spijze.Boek der besluiten,II,41, n.—ZieFatalismus, voorbeschikking Gods, Theodicea.—III,139;XI,8;XXXIV,3.—Waarin de daden van elk mensch zijn opgeteekend.XVII,73;XVIII,47;LXXXIII,7en volg.LXXXIV, en volg.—ZieDaden.—Zieoorspronkelijk.Boom, zieverboden.Bondgenootschap tegen Mahomet,XIII,35.Boomen, enz. door menschen geplant,VI,142, n.Broeder,II,173, n.Broeders erfdeel eener kinderlooze zuster,IV,175.Bron, zieAl Rass.—ZieSelsebil.Bruidschat,XXXIII,48, n.—Voor geloovige vrouwen,LX,10en volg.Bruidschatbepaling,IV,28, n.Buigen,II,40.Buit,VIII, bl.211, n.—VIII,1,42;XLVIII,19en volg.LIX,7.Buren, zieNaburen.Bij, wat God hem heeft geopenbaard,XVI, bl.294, n.Bijgeloof,II,185.—VI,138, n., 139, n.—XXXVII,86en volg.Bijnaam van een Arabisch vorst, zieTobba.Bijstaan,IV,140.
B
Babel (De beide engelen van), Haroet en Maroet,II,96.Bahr, zee bij de Arabieren, niet alleen op zout water toegepast, maar ook op groote stroomen,XXXV,13, n.Balans door Noach, uit den hemel ontvangen,LVII,25.Balkis, koningin van Saba,XXVII,23, n.—Haar troon, afd.—Zij ontvangt een brief van Salomo, 29.—Haar geschenk aan Salomo, 36 n.—Zij onderwerpt zich aan Salomo, 42, n.—Hare voeten en beenen waren met haren bedekt, 44, n.Barmhartige (De),XXV,60.—Schenkt liefde,XIX,96.—ZieGod.Barmhartigheid.VIII,68, n.—Van God, men moet daar nooit aan wanhopen,XXXIX,54.Barzakh, hek,XXIII,102, n.;XXV,55, n.Bashirs verschillen met een Jood,XXIV,49, n.Becca of MekkaIII90, n.Bedevaart Elhadjdj (Tijdstip van),II,192, n., 193, n.—ZieCeremoniën.—ZieKoophandel.Bedr (Veldslag van),III,II,118–120;VIII,5en volg.—42, 43.—ZieVeldslag.Bedrag van legaten,II,176, n.Bedriegelijk geluk der ongeloovigen,VII,181, n.Bedrieger (De) moet met zijn bedrog verschijnen,III,155.Bedriegers, zieMozesenMahomet.—Die valsche maten en gewichten bezigen,LXXXIII,1en volg.Bedwelmende dranken,II,216, n.Beelden van engelen en profeten,XXXIV,12, n.Been-ontblooting, uitdrukking bij de Arabieren, om eene vreeselijke ramp aan te duiden.LXVIII,42, n.BegeerteXV,88.—Een tuin te hebben,II,268.Begeerten,VII,175.Bekeering,II,17, n.Bekka, zieMekka.Belastering van deugdzame vrouwen,XXIV,23.Beleediging van zielen,IV,67.Beleefdheid (Voorschriften der),XXIV,27–29,57,61–63;XXXI,18;XXXIII,53;LVIII,12;LXIX,2,3.Belooning,II,138. Voor de gehoorzamen,XXXIII,31, n.Belooningen (De) der rechtvaardigen overtreffen de kastijdingen der verdoemden,VI,161.—Der geloovigen,LVII,12. ZieGelukzaligenenParadijs.Bemiddelend volk,II,137.Benjamin,XII,8, n.Beproeving aan de rivier.II,250.Bergen (De) verdwijnen,XVIII,45.—Wat zij zullen worden op den dag des oordeels,XX,105en volg. ZieLaatst oordeel.Berg Sinaï,VII,170,—ZieAl Masher.—ZieArafat.—ZieSinaï.Berouw (Het),IV,20–23.—Der ongeloovigen op den dag der verklaring van het boek,VII,51.Berouwhebbende,V,43.—Zievergiffenis.Bescherming van God,IX,26.Beschuldiging der Joden van het vervalschen der gewijde schriften,II,73, n.Besnijden (Het), daarvan wordt in den Koran niet gesproken.Bespotting,V,63.Bestemming, Ieder mensch heeft zijne bestemming. ZieVogel.—ZieBoek.Betreding der kamers door slaven, zieUren.Bevel aan Abraham zijn zoon te offeren,XXXVII,101.—Oogenblik, waarop dit offer verhinderd werd,103, n.Bevelen van God.VI,152;VII,31;LX,9en volg.LXXIV,2en volg.—ZieZedeleer.Bevrijding,VI,63.Bewakers der schending van Gods Boek,V. 48, n.Bewoners van Mekka gestraft,XXXIX,52.—Van Sodom,XI,79.—Hunne misdrijven,XXIX. 28.Bezieling der dichters, zieDichters.Bezittingen dezer wereld,IV,96.—Verteren 33.Bezoek der heilige plaatsen,IX,18.Bidden tot God,IV,1, n.Biduur, zieAvondenGebed.Bileam vloektMozesen de kinderen Israëls,VII,174, n.Binnentreden, zieGroet.Binnentrekken der Israëlieten van Jericho,II,56, n.Bloedprijs aan de familie van een verslagene,IV,94.Bloedvergieten,V,35.Bloedverwanten (De), vader en moeder; plichten hen betreffende,XVII,24,25;XXIX,7;XXXI,13;XLVI,14en volg.Bloed, zieVerboden spijze.Boek der besluiten,II,41, n.—ZieFatalismus, voorbeschikking Gods, Theodicea.—III,139;XI,8;XXXIV,3.—Waarin de daden van elk mensch zijn opgeteekend.XVII,73;XVIII,47;LXXXIII,7en volg.LXXXIV, en volg.—ZieDaden.—Zieoorspronkelijk.Boom, zieverboden.Bondgenootschap tegen Mahomet,XIII,35.Boomen, enz. door menschen geplant,VI,142, n.Broeder,II,173, n.Broeders erfdeel eener kinderlooze zuster,IV,175.Bron, zieAl Rass.—ZieSelsebil.Bruidschat,XXXIII,48, n.—Voor geloovige vrouwen,LX,10en volg.Bruidschatbepaling,IV,28, n.Buigen,II,40.Buit,VIII, bl.211, n.—VIII,1,42;XLVIII,19en volg.LIX,7.Buren, zieNaburen.Bij, wat God hem heeft geopenbaard,XVI, bl.294, n.Bijgeloof,II,185.—VI,138, n., 139, n.—XXXVII,86en volg.Bijnaam van een Arabisch vorst, zieTobba.Bijstaan,IV,140.
Babel (De beide engelen van), Haroet en Maroet,II,96.
Bahr, zee bij de Arabieren, niet alleen op zout water toegepast, maar ook op groote stroomen,XXXV,13, n.
Balans door Noach, uit den hemel ontvangen,LVII,25.
Balkis, koningin van Saba,XXVII,23, n.—Haar troon, afd.—Zij ontvangt een brief van Salomo, 29.—Haar geschenk aan Salomo, 36 n.—Zij onderwerpt zich aan Salomo, 42, n.—Hare voeten en beenen waren met haren bedekt, 44, n.
Barmhartige (De),XXV,60.—Schenkt liefde,XIX,96.—ZieGod.
Barmhartigheid.VIII,68, n.—Van God, men moet daar nooit aan wanhopen,XXXIX,54.
Barzakh, hek,XXIII,102, n.;XXV,55, n.
Bashirs verschillen met een Jood,XXIV,49, n.
Becca of MekkaIII90, n.
Bedevaart Elhadjdj (Tijdstip van),II,192, n., 193, n.—ZieCeremoniën.—ZieKoophandel.
Bedr (Veldslag van),III,II,118–120;VIII,5en volg.—42, 43.—ZieVeldslag.
Bedrag van legaten,II,176, n.
Bedriegelijk geluk der ongeloovigen,VII,181, n.
Bedrieger (De) moet met zijn bedrog verschijnen,III,155.
Bedriegers, zieMozesenMahomet.—Die valsche maten en gewichten bezigen,LXXXIII,1en volg.
Bedwelmende dranken,II,216, n.
Beelden van engelen en profeten,XXXIV,12, n.
Been-ontblooting, uitdrukking bij de Arabieren, om eene vreeselijke ramp aan te duiden.LXVIII,42, n.
BegeerteXV,88.—Een tuin te hebben,II,268.
Begeerten,VII,175.
Bekeering,II,17, n.
Bekka, zieMekka.
Belastering van deugdzame vrouwen,XXIV,23.
Beleediging van zielen,IV,67.
Beleefdheid (Voorschriften der),XXIV,27–29,57,61–63;XXXI,18;XXXIII,53;LVIII,12;LXIX,2,3.
Belooning,II,138. Voor de gehoorzamen,XXXIII,31, n.
Belooningen (De) der rechtvaardigen overtreffen de kastijdingen der verdoemden,VI,161.—Der geloovigen,LVII,12. ZieGelukzaligenenParadijs.
Bemiddelend volk,II,137.
Benjamin,XII,8, n.
Beproeving aan de rivier.II,250.
Bergen (De) verdwijnen,XVIII,45.—Wat zij zullen worden op den dag des oordeels,XX,105en volg. ZieLaatst oordeel.
Berg Sinaï,VII,170,—ZieAl Masher.—ZieArafat.—ZieSinaï.
Berouw (Het),IV,20–23.—Der ongeloovigen op den dag der verklaring van het boek,VII,51.
Berouwhebbende,V,43.—Zievergiffenis.
Bescherming van God,IX,26.
Beschuldiging der Joden van het vervalschen der gewijde schriften,II,73, n.
Besnijden (Het), daarvan wordt in den Koran niet gesproken.
Bespotting,V,63.
Bestemming, Ieder mensch heeft zijne bestemming. ZieVogel.—ZieBoek.
Betreding der kamers door slaven, zieUren.
Bevel aan Abraham zijn zoon te offeren,XXXVII,101.—Oogenblik, waarop dit offer verhinderd werd,103, n.
Bevelen van God.VI,152;VII,31;LX,9en volg.LXXIV,2en volg.—ZieZedeleer.
Bevrijding,VI,63.
Bewakers der schending van Gods Boek,V. 48, n.
Bewoners van Mekka gestraft,XXXIX,52.—Van Sodom,XI,79.—Hunne misdrijven,XXIX. 28.
Bezieling der dichters, zieDichters.
Bezittingen dezer wereld,IV,96.—Verteren 33.
Bezoek der heilige plaatsen,IX,18.
Bidden tot God,IV,1, n.
Biduur, zieAvondenGebed.
Bileam vloektMozesen de kinderen Israëls,VII,174, n.
Binnentreden, zieGroet.
Binnentrekken der Israëlieten van Jericho,II,56, n.
Bloedprijs aan de familie van een verslagene,IV,94.
Bloedvergieten,V,35.
Bloedverwanten (De), vader en moeder; plichten hen betreffende,XVII,24,25;XXIX,7;XXXI,13;XLVI,14en volg.
Bloed, zieVerboden spijze.
Boek der besluiten,II,41, n.—ZieFatalismus, voorbeschikking Gods, Theodicea.—III,139;XI,8;XXXIV,3.—Waarin de daden van elk mensch zijn opgeteekend.XVII,73;XVIII,47;LXXXIII,7en volg.LXXXIV, en volg.—ZieDaden.—Zieoorspronkelijk.
Boom, zieverboden.
Bondgenootschap tegen Mahomet,XIII,35.
Boomen, enz. door menschen geplant,VI,142, n.
Broeder,II,173, n.
Broeders erfdeel eener kinderlooze zuster,IV,175.
Bron, zieAl Rass.—ZieSelsebil.
Bruidschat,XXXIII,48, n.—Voor geloovige vrouwen,LX,10en volg.
Bruidschatbepaling,IV,28, n.
Buigen,II,40.
Buit,VIII, bl.211, n.—VIII,1,42;XLVIII,19en volg.LIX,7.
Buren, zieNaburen.
Bij, wat God hem heeft geopenbaard,XVI, bl.294, n.
Bijgeloof,II,185.—VI,138, n., 139, n.—XXXVII,86en volg.
Bijnaam van een Arabisch vorst, zieTobba.
Bijstaan,IV,140.
CCaaba-tempel,VIII,35, n.Caaba, zieKa’ba.Cafoer, fontein in het paradijs,LXXVI,5.Caïn, zieKabil.Caleb,V,26, n.Caroen, zieKaroen.Ceremonieën bij de bedevaart van Mekka,V,2, n.Cheïtan,II,13, n.Cherubijnen,XL,7, n.Christenen (De) die gelooven, zullen beloond worden,II,59,107,129.—Zeggen Christus is Gods Zoon,IX,30,31.—Zij hebben de Schriften ook vervalscht,V,18.—Zij zijn de Muzelmannen minder vijandig dan de Israëlieten en de afgoden dienaars,85.Christus, Gods Zoon,IX,30, n., zieJezus.Coba’, zieTempel.
C
Caaba-tempel,VIII,35, n.Caaba, zieKa’ba.Cafoer, fontein in het paradijs,LXXVI,5.Caïn, zieKabil.Caleb,V,26, n.Caroen, zieKaroen.Ceremonieën bij de bedevaart van Mekka,V,2, n.Cheïtan,II,13, n.Cherubijnen,XL,7, n.Christenen (De) die gelooven, zullen beloond worden,II,59,107,129.—Zeggen Christus is Gods Zoon,IX,30,31.—Zij hebben de Schriften ook vervalscht,V,18.—Zij zijn de Muzelmannen minder vijandig dan de Israëlieten en de afgoden dienaars,85.Christus, Gods Zoon,IX,30, n., zieJezus.Coba’, zieTempel.
Caaba-tempel,VIII,35, n.
Caaba, zieKa’ba.
Cafoer, fontein in het paradijs,LXXVI,5.
Caïn, zieKabil.
Caleb,V,26, n.
Caroen, zieKaroen.
Ceremonieën bij de bedevaart van Mekka,V,2, n.
Cheïtan,II,13, n.
Cherubijnen,XL,7, n.
Christenen (De) die gelooven, zullen beloond worden,II,59,107,129.—Zeggen Christus is Gods Zoon,IX,30,31.—Zij hebben de Schriften ook vervalscht,V,18.—Zij zijn de Muzelmannen minder vijandig dan de Israëlieten en de afgoden dienaars,85.
Christus, Gods Zoon,IX,30, n., zieJezus.
Coba’, zieTempel.
DDaden (De) der menschen zijn bij God opgeteekend,IX,122.Dag der beslissing,XXXII,29.—Des oordeels,XL,34.—ZiePersonen.—ZieAl Hakkat.—Der opstanding,VII,57.—Van waarschuwing,XL,15.—Waarin de engelen tot God opstijgen, en welke vijfduizend jaren duurt,LXX,4.—Waarop God zijne vonnissen op een zondig volk nederzendt,XLI,15, n.Dagen waarin de aarde werd geschapen,XLI,8, n.David,IV,161;V,82;VI,84;XXI,78;XXVII,15.—Vervaardigt maliënkolders,XXXIV,10.—Zingt Gods lof,XXXIV,10.—Was daarom met sterkte begaafd,XXXVIII,16.—Zijn oordeel,XXXVIII,20, n.—Verdeeling van diens tijd,21, n.—Diens misdaad,23, n.—Heeft maliënkolders uitgevonden,XXI,80, n.—Wordt toegestaan Goliath te dooden,II,252.—Ontvangt de PsalmenXVII,57.Davids erfgenaam, zieSalomo.Deel der koe,II,68.Deuren, zieHemeldeuren.Dhafar, zieZonen.Dhoe’lkarnein, 82 en volg.Dhu’lkefl, profeet,XXI,85;XXXVIII,48.Dhu’lnun, bijnaam van Jonas,XXI,87, n.—Zie verderJonas.Dichters,XXVI, bl.400, n.Diefstal,V,42.Dienaren afgevaardigd,XVII,5.Dienstboden, zieHuwelijk.Dier der openbaring, zieDjessasa.—Verschijnende voor den dag des oordeels, zieAl Jessasa.—Zieopenbaring.Dichtzegeling der harten,II,6;XXX,59;XLII,23;XLV,22.Djennet, zieParadijs.Djessasa, of het dier der openbaring,XXVII,84, n.Djibt, naam van een afgod,IV,54, n.Dochter (De geboorte van eene) wordt als een ongeluk beschouwd,XVI,59–64XLIII,16.—Men begroef haar levend,LXXXI,8.Doeken waarmede de Oostersche vrouwen zich, bij het uitgaan, bedekken,XXXIII,59.Donder,XIII, bl.276,14.Dood (De).XL,11.—Zal den mensch overal bereiken,IV,80.—Van een profeet,XXI,14, n.—Zieverlangen.Dooden van dieren,V,4.—Voor eene rechtvaardige zaak,VI,152.Doodvonnis, zieMozes.Doop,II,132.Douni-’Llahi, zieMin.Dranken, ziebedwelmende.Drieëenheid, leer der Christenen,IV,169, n.;V,77.Drinken,II,87.—ZieEten.Dronkenschap (De),IV,46.Dubbele en enkele dingen, beteekenis daarvan,LXXXIX,2, n.Duidelijk boek,VI,59.—(De) uitgelegden,XLI, bl.505, n.Duivel (De).XVII,29,55en volg,XXIV,21;XXV,31;XXXV,6;XXXVI,60en volg.;XLVII,27;LVIII,11,20;LIX,16.—Zijne onverzoenlijke haat tegen den mensch,IV,118;VII,10en volg.—Hij verleidt Adam,XX,118.—Op den dag des oordeels zal hij blind verschijnen,124. Zie verderEblis.—Over wien hij wel en geen macht heeft,XVI,100en volg.—ZieStraf.—ZieVerschijnen.Duivels (De), luisteren af, wat in den hemel gezegd wordt,XV,17en18;XXXVII,6en volg,LXVII,5;—op den dag des Oordeels,XIX,69.—ZieGeniussen.Duur der helsche marteling, doet de afgelegde levensbaan kort schijnen,XXIII,115, n—Van de openbaring des Korans,XXV,34, n.—Van het verblijf in de spelonk,XVIII,24.Dwalenden.I,7.Dwaling,III,23.—Der ongeloovigen omtrent den barmhartige,XVII,110, n.
D
Daden (De) der menschen zijn bij God opgeteekend,IX,122.Dag der beslissing,XXXII,29.—Des oordeels,XL,34.—ZiePersonen.—ZieAl Hakkat.—Der opstanding,VII,57.—Van waarschuwing,XL,15.—Waarin de engelen tot God opstijgen, en welke vijfduizend jaren duurt,LXX,4.—Waarop God zijne vonnissen op een zondig volk nederzendt,XLI,15, n.Dagen waarin de aarde werd geschapen,XLI,8, n.David,IV,161;V,82;VI,84;XXI,78;XXVII,15.—Vervaardigt maliënkolders,XXXIV,10.—Zingt Gods lof,XXXIV,10.—Was daarom met sterkte begaafd,XXXVIII,16.—Zijn oordeel,XXXVIII,20, n.—Verdeeling van diens tijd,21, n.—Diens misdaad,23, n.—Heeft maliënkolders uitgevonden,XXI,80, n.—Wordt toegestaan Goliath te dooden,II,252.—Ontvangt de PsalmenXVII,57.Davids erfgenaam, zieSalomo.Deel der koe,II,68.Deuren, zieHemeldeuren.Dhafar, zieZonen.Dhoe’lkarnein, 82 en volg.Dhu’lkefl, profeet,XXI,85;XXXVIII,48.Dhu’lnun, bijnaam van Jonas,XXI,87, n.—Zie verderJonas.Dichters,XXVI, bl.400, n.Diefstal,V,42.Dienaren afgevaardigd,XVII,5.Dienstboden, zieHuwelijk.Dier der openbaring, zieDjessasa.—Verschijnende voor den dag des oordeels, zieAl Jessasa.—Zieopenbaring.Dichtzegeling der harten,II,6;XXX,59;XLII,23;XLV,22.Djennet, zieParadijs.Djessasa, of het dier der openbaring,XXVII,84, n.Djibt, naam van een afgod,IV,54, n.Dochter (De geboorte van eene) wordt als een ongeluk beschouwd,XVI,59–64XLIII,16.—Men begroef haar levend,LXXXI,8.Doeken waarmede de Oostersche vrouwen zich, bij het uitgaan, bedekken,XXXIII,59.Donder,XIII, bl.276,14.Dood (De).XL,11.—Zal den mensch overal bereiken,IV,80.—Van een profeet,XXI,14, n.—Zieverlangen.Dooden van dieren,V,4.—Voor eene rechtvaardige zaak,VI,152.Doodvonnis, zieMozes.Doop,II,132.Douni-’Llahi, zieMin.Dranken, ziebedwelmende.Drieëenheid, leer der Christenen,IV,169, n.;V,77.Drinken,II,87.—ZieEten.Dronkenschap (De),IV,46.Dubbele en enkele dingen, beteekenis daarvan,LXXXIX,2, n.Duidelijk boek,VI,59.—(De) uitgelegden,XLI, bl.505, n.Duivel (De).XVII,29,55en volg,XXIV,21;XXV,31;XXXV,6;XXXVI,60en volg.;XLVII,27;LVIII,11,20;LIX,16.—Zijne onverzoenlijke haat tegen den mensch,IV,118;VII,10en volg.—Hij verleidt Adam,XX,118.—Op den dag des oordeels zal hij blind verschijnen,124. Zie verderEblis.—Over wien hij wel en geen macht heeft,XVI,100en volg.—ZieStraf.—ZieVerschijnen.Duivels (De), luisteren af, wat in den hemel gezegd wordt,XV,17en18;XXXVII,6en volg,LXVII,5;—op den dag des Oordeels,XIX,69.—ZieGeniussen.Duur der helsche marteling, doet de afgelegde levensbaan kort schijnen,XXIII,115, n—Van de openbaring des Korans,XXV,34, n.—Van het verblijf in de spelonk,XVIII,24.Dwalenden.I,7.Dwaling,III,23.—Der ongeloovigen omtrent den barmhartige,XVII,110, n.
Daden (De) der menschen zijn bij God opgeteekend,IX,122.
Dag der beslissing,XXXII,29.—Des oordeels,XL,34.—ZiePersonen.—ZieAl Hakkat.—Der opstanding,VII,57.—Van waarschuwing,XL,15.—Waarin de engelen tot God opstijgen, en welke vijfduizend jaren duurt,LXX,4.—Waarop God zijne vonnissen op een zondig volk nederzendt,XLI,15, n.
Dagen waarin de aarde werd geschapen,XLI,8, n.
David,IV,161;V,82;VI,84;XXI,78;XXVII,15.—Vervaardigt maliënkolders,XXXIV,10.—Zingt Gods lof,XXXIV,10.—Was daarom met sterkte begaafd,XXXVIII,16.—Zijn oordeel,XXXVIII,20, n.—Verdeeling van diens tijd,21, n.—Diens misdaad,23, n.—Heeft maliënkolders uitgevonden,XXI,80, n.—Wordt toegestaan Goliath te dooden,II,252.—Ontvangt de PsalmenXVII,57.
Davids erfgenaam, zieSalomo.
Deel der koe,II,68.
Deuren, zieHemeldeuren.
Dhafar, zieZonen.
Dhoe’lkarnein, 82 en volg.
Dhu’lkefl, profeet,XXI,85;XXXVIII,48.
Dhu’lnun, bijnaam van Jonas,XXI,87, n.—Zie verderJonas.
Dichters,XXVI, bl.400, n.
Diefstal,V,42.
Dienaren afgevaardigd,XVII,5.
Dienstboden, zieHuwelijk.
Dier der openbaring, zieDjessasa.—Verschijnende voor den dag des oordeels, zieAl Jessasa.—Zieopenbaring.
Dichtzegeling der harten,II,6;XXX,59;XLII,23;XLV,22.
Djennet, zieParadijs.
Djessasa, of het dier der openbaring,XXVII,84, n.
Djibt, naam van een afgod,IV,54, n.
Dochter (De geboorte van eene) wordt als een ongeluk beschouwd,XVI,59–64XLIII,16.—Men begroef haar levend,LXXXI,8.
Doeken waarmede de Oostersche vrouwen zich, bij het uitgaan, bedekken,XXXIII,59.
Donder,XIII, bl.276,14.
Dood (De).XL,11.—Zal den mensch overal bereiken,IV,80.—Van een profeet,XXI,14, n.—Zieverlangen.
Dooden van dieren,V,4.—Voor eene rechtvaardige zaak,VI,152.
Doodvonnis, zieMozes.
Doop,II,132.
Douni-’Llahi, zieMin.
Dranken, ziebedwelmende.
Drieëenheid, leer der Christenen,IV,169, n.;V,77.
Drinken,II,87.—ZieEten.
Dronkenschap (De),IV,46.
Dubbele en enkele dingen, beteekenis daarvan,LXXXIX,2, n.
Duidelijk boek,VI,59.—(De) uitgelegden,XLI, bl.505, n.
Duivel (De).XVII,29,55en volg,XXIV,21;XXV,31;XXXV,6;XXXVI,60en volg.;XLVII,27;LVIII,11,20;LIX,16.—Zijne onverzoenlijke haat tegen den mensch,IV,118;VII,10en volg.—Hij verleidt Adam,XX,118.—Op den dag des oordeels zal hij blind verschijnen,124. Zie verderEblis.—Over wien hij wel en geen macht heeft,XVI,100en volg.—ZieStraf.—ZieVerschijnen.
Duivels (De), luisteren af, wat in den hemel gezegd wordt,XV,17en18;XXXVII,6en volg,LXVII,5;—op den dag des Oordeels,XIX,69.—ZieGeniussen.
Duur der helsche marteling, doet de afgelegde levensbaan kort schijnen,XXIII,115, n—Van de openbaring des Korans,XXV,34, n.—Van het verblijf in de spelonk,XVIII,24.
Dwalenden.I,7.
Dwaling,III,23.—Der ongeloovigen omtrent den barmhartige,XVII,110, n.