1Deze titel is ontleend aan de tafel, welke aan het einde van dit hoofdstuk gezegd wordt, uit den hemel aan Jezus te zijn gezonden. Het wordt ook soms het hoofdstuk der verbintenissen (’choed) genaamd, welk laatste woord in het eerste vers voorkomt.2Zoo als: Kameelen, ossen en schapen, als ook wilde koeien, antilopen enz. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi), maar geene varkens, noch datgene, wat gedurende de bedevaart is gejaagd.3De ceremoniën die bij de bedevaart naarMekkagebruikelijk zijn.4De offerande, waarvan hier sprake is, is het schaap, dat naarMekkawordt vervoerd, om daar geofferd te worden, welks nek men gewoonlijk met slingers, kransen of andere versierselen omhangt, ten einde het als eene heilige zaak te beschouwen.5In de expeditie vanAl Hodeibiya.6Bij de afgodendienende Arabieren was het gebruik, bij het dooden van eenigerhande dier, dat tot voedsel moest strekken, het om zoo te zeggen, aan hunne afgoden toe te wijden, door het uitspreken der woorden: In den naam vanAllatofAl Uzza(zieSoera II).7Of door een dier, dat voor de jacht is afgericht. (AlBeidâwi).8Dat is: behalve dat gij nog tijdig genoeg komt om leven in het dier te vinden, en het den hals af te snijden.9Dit woord beteekent ook zekere soort steenen, die door de afgodendienende Arabieren werden gebruikt tot opstapeling nabij hunne huizen, en waarvoor zij uit bijgeloof dieren doodden, ter eere hunner goden. (AlBeidâwi.)10De afgodendienende Arabieren hadden de gewoonte, een gedooden kameel onder elkander te verdeelen, door het lot te trekken, wien dit of dat gedeelte zou te beurt vallen; dit geschiedde met pijlen zonder ijzer of vederen, die, ten getale van zeven, in den tempel vanCaabawerden bewaard. Met betrekking tot de woorden “heden,” of “op dezen dag” wordt beweerd, dat deze plaats Vrijdag-ochtend werd geopenbaard, zijnde de dag, waarop de bedevaartgangers den bergArafatbezochten, den laatsten keer, datMahometden tempel vanMekkabezocht. Deze pelgrimstocht wordt daarom de bedevaart des afscheids genoemd (AlBeidâwi). ZiePrid.Life of Moham., p. 99.11Daarom zeggen de uitleggers, dat na dien tijd geen positief of negatief voorschrift werd gegeven. ZieAbulfedVit. Moham., p. 131.12Daar ik u een waren en volmaakten godsdienst heb gegeven; of door de verovering vanMekkaen de vernietiging van den afgodendienst.13Het woordtaiibat, dat hier in het oorspronkelijke staat heeft eene even algemeene beteekenis als het woordgoed. Men moet hier echter door goed verstaan datgene,watzuiver en niet schadelijk voor de gezondheid is.14Hetzij viervoetige dieren of vogels.15Zoowel als gij het wild een hond, valk of ander dier achterna zendt, als indien gij het doodt.16Zijnde door Joden of Christenen gedood, of gereed gemaakt.17Dit zijn de gemengde huwelijken tusschen Muzelmannen en Joodsche en Christen vrouwen; de vrouwen der afgodendienaars zijn van dit verlof uitgesloten.18Deze voorschriften, die aan de mannen werden gegeven, zijn bijna in dezelfde uitdrukkingen vervat als die, welke de vrouwen betreffen. Ziehoofdstuk IV, vers 29. Het woordkhidn, meervoudigakhdan, hier in den tekst gebruikt, beteekent geliefde en ook bijzit.19Deze reiniging met zand, bij gebrek aan water, wordtteiemmoemgenaamd (Ziesoera IV, vers 46.)20Deze woorden maken het formulier uit, dat bij de inhuldiging van een vorst wordt uitgesproken, enMahometbedoelt hier den eed van getrouwheid, dien zijne volgelingen hem teAl Akabahadden gedaan. ZieAlbulfed,Vit. Moham, p. 43.21Deze plaats moet betrekking hebben op een moordaanslag op den persoon vanMahomet. Hiervan bestaan verschillende lezingen. Volgens eene zou een Arabier, toenMahometeens zijne wapens afgelegd en die aan een boom opgehangen had, terwijl zijn gevolg zich op eenigen afstand van hem bevond, zich op hem geworpen hebben en, terwijl hij een bloote sabel boven zijn hoofd hield, gezegd hebben: “Wie belet mij u te dooden?”—“Dat is God,” hernamMahomet; hierop ontnam de engelGabriëlde sabel aan den Arabier.Mahomet, greep de sabel en vroeg den Arabier op zijne beurt; “Wie belet mij, u te dooden?”—“Niemand,” hernam de Arabier; en hij omhelsde den Islam.22Hier spreekt God. Gelijk wij bij herhaling hebben opgemerkt, heeft de verwisselingvande voornaamwoordenwijenhijte dikwijls in den Koran plaats, dan dat het mogelijk zou zijn, dit telkens, wanneer het plaats heeft, te doen opmerken.23Door voor den heiligen oorlog geschenken te geven. VolgensSavary: Besteedt uwe rijkdommen voor de verdediging van den heiligen godsdienst.24Dat is: Indien zij berouw gevoelen en gelooven, of zich er aan onderwerpen, schatting te betalen. Sommigen echter zijn van meening, dat deze woorden door het vers van het zwaard zijn afgeschaft. (Al Beidâwi).25Zooals het vers betreffende het steenigen van overspeligen (Hoofdstuk III, vers 22, noot), de beschrijving vanMahomet, en de profetie vanChristusnopens dezen onder den naam vanAhmed(Al Beidâwi).26Dat is: Zulke, wier herstelling niet noodig was.27Het Arabische woordal Fatrabeteekent het tijdsverloop tusschen twee profeten, gedurende hetwelk geen nieuwe openbaring of kwijtschelding werd gegeven, zooals de tijd, die tusschenMozesenJezusverliep, of tusschenJezusenMahomet, op het einde van welke laatste tijdruimteMahometgezonden werd.28Dit werd vervuld, òf door dat God hun een koninkrijk gaf, en eene lange opvolging van vorsten, òf door dat hij hem tot koningen of meesters over hen zelven maakte, door hen van de Egyptische slavernij te verlossen.29Daar hij de Roode Zee voor u scheidde en u, door middel van eene wolk, leidde en u ook met kwakkels en manna voedde (Al Beidâwi).30De grootste dezer reuzen, was volgens de uitleggersOg, de zoon vanAnak, nopens wiens reusachtige houding, zijne ontkoming aan den vloed en de wijze waarop hij doorMozeswerd gedood, de Mahomedanen verschillende fabels verhalen. ZieMarracc., inAlcor. p. 231 enz.,d’Herbel.Bibl. Oriënt, p. 336.31NamelijkCalebenJosua.32De uitleggers beweren, dat de Israëlieten, terwijl zij in de woestijn reisden, binnen een cirkel van omstreeks achttien, of volgens het zeggen van sommigen, van zevenentwintig mijlen werden gehouden, waardoor zij, hoewel van den ochtend tot den avond reizende, zich den volgenden dag telkens op de plaats bevonden vanwaar zij waren uitgegaan. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).33ZijndeKaïnenAbel, welke door de MahomedanenKâbilenHâbîlgenoemd worden.34De oorzaak van het brengen van dit offer, wordt volgens de gewoonlijke overlevering van het Oosten aldus verhaald (zieAbu’lfarag., p. 6 en 7,Eutych,annol.p. 15 en 16 end’Herbelot,Bibl. Oriënt. Art. Cabil): Ieder van hen beiden was met een tweelingzuster geboren, en toen zij opgegroeid waren, bevalAdam, door Gods ingeving, aanKaïn,Abelstweelingzuster te huwen, aanAbelbeval hij hetzelfde ten opzichte vanKaïnstweelingzuster.Kaïnweigerde dit echter op te volgen, daar zijne eigene zuster de schoonste was.Adambeval hun daarop hunne offeranden aan God te brengen en daarbij de beslissing van het geschil aan God over te laten. (AlBeidâwi). De uitleggers zeggen, datKaïnsofferande een gaaf was van het slechtste koren dat hij bezat, terwijl die vanAbelin een vet lam het beste van zijne kudde bestond.35Namelijk vanAbel, waarvan God de aanneming op een zichtbare wijze deed plaats hebben. Hij deed namelijk vuur uit den hemel nederdalen, waardoor het werd verteerd, zonder dat het offer vanKaïnwerd aangeraakt. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).36OmAbelsgeduld te verheffen.Al Beidâwiverhaalt, dat hij de sterkste der twee was, en dus gemakkelijk zijn broeder had kunnen overmeesteren.37Zooals afgodendienarij, of roof op den openbaren weg. (Al Beidâwi).38Daar hij het gebod zal hebben geschonden, waarbij het vergieten van bloed wordt verboden.39De schriftgeleerden zijn het niet eens omtrent de toepassing van deze straffen. De uitleggers veronderstellen echter, dat zij die alleen moord hebben gepleegd, op de gewone wijze ter dood moeten gebracht worden; zij die moord of roof te gelijk plegen, zouden gekruisigd worden: hun die rooven, zonder daarbij moord te plegen, zou de rechterhand en de linkervoet afgesneden worden; zij die personen aanvallen en hun vrees aanjagen, zouden moeten gebannen worden. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Ook is het twijfelachtig, of zij, die gekruisigd moeten worden, levend aan het kruis genageld, of na hunnen dood die straf moeten ondergaan, of wel aan het kruis moeten opgehangen worden tot zij sterven. (Al Beidâwi).40Volgens de Sonna (de overlevering), kan deze straf niet worden opgelegd, dan wanneer de waarde van het gestolene vier dinars (ƒ 24) bedraagt. Voor de eerste misdaad moet de veroordeelde de rechterhand verliezen, die aan den pols wordt afgesneden; bij herhaling wordt de linkervoet aan den enkel afgesneden; bij de tweede herhaling zijne linkerhand; bij de derde herhaling zijn rechtervoet; en indien hij voortgaat misdaden te begaan, zal hij, naar het oordeel des rechters gegeeseld worden. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Deze wet is niet meer bij de Turken in gebruik. Het toedienen van stokslagen is de gewone straf voor diefstal. Roovers worden dikwijls onthoofd. Deze misdaad is echter zeldzaam in Turksche steden, maar de slechte staat der politie veroorzaakt, dat zij soms op groote wegen, en vooral in de woestijnen, voorvalt. Thans mag in de Turksche staten geen doodvonnis worden voltrokken, zonder door den sultan bekrachtigd te zijn.41Dit wil zeggen: dat God hem daarna er niet meer voor zal straffen; maar zijn berouw belet hier echter de uitvoering der wet niet, noch ontheft hem van restitutie.Al Shâfeïbeweert echter, dat hij niet zal gestraft worden, indien de beleedigde partij hem vergeeft, alvorens hij voor den magistraatpersoon verschijnt. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi.)42Dat is: die de eerste gelegenheid aangrijpen om het masker af te werpen en zich bij de ongeloovigen aansluiten.43Zijnde de huichelachtige Mahomedanen.44Deze woorden zijn voor twee uitleggingen vatbaar. Volgens sommigen doelen zij op de leugens en verdraaiingen van de rabbijnen of de christelijke geestelijken, die de geboden vanMahometverwerpen; volgens anderen, dat zij alleen naarMahometkwamen luisteren om hem te bespieden en hunne makkers mede te deelen wat hij had gezegd, en hem als een leugenaar voor te stellen (Al Beidâwi.)45ZieHoofdstuk IV, vers 48.46Dat is: indienMahometu den tekst der schrift geeft, zooals wij u dien geven, neemt dien aan: zoo niet verwerpt dien.47Sommigen zeggen, dat dit betrekking heeft op het gebruik van verboden vleeschsoorten: anderen op woeker en omkooping (Al Beidâwi). Het Arabische woord, hier door eten vertaald, geeft tot beide beteekenissen evenveel aanleiding. Het Hebreeuwschנשר(verwant met bijten) is elke rente.48Dat is: kies zelf, of gij hunne geschillen al of niet wilt beslechten. Vandaar wasAl Shâfeïvan meening dat een rechter niet verplicht was, in geschillen tusschen Joden en Christenen uitspraak te doen. Indien echter een hunner, of beiden schatplichtigen waren, of onder de bescherming der Mahomedanen stonden, waren zij daartoe verplicht, en behoefden zij om dit vers zich niet te bekreunen.Aboe Hanifameent echter, dat de magistraten verplicht zouden zijn, alle zaken te richten, die hun worden onderworpen. (Al Beidâwi.)49Maar zij dobberen in twijfel en gelooven niet.50Dat is: waakzaam, om er schending van te voorkomen.51Het oorspronkelijke woord is: ziel.52Zie Exod. XXI : 24, enz.53Deze plaats is voor nog eene uitlegging vatbaar; te weten: hij die aalmoezen geeft, na iemand gewond te hebben, zal vergeving zijner zonden verkrijgen.54Het woord, hier door open weg vertaald, is eigenlijk het pad, dat naar de drinkplaats leidt. Figuurlijk wordt dit woord voor de gedragslijn volgens de wet gebruikt.55Of weigeren, door den Koran gericht te worden.56De onwetendheid,eldjahiliieh, wordt bij de Arabieren altijd gebruikt om het tijdperk van den afgodendienst aan te duiden. Deze plaats beteekent: Achten zij het beter, volgens de woeste wetten der afgodendienaars, dan door de goddelijke wet geoordeeld te worden?57Deze woorden werden tot de Mahomedanen of wel tot Joden gericht, naardien de huichelaars hunne eeden aan beiden hebben gezworen. (Al Beidâwi).58Het Arabische woordwelibeteekent: vriend patroon, beschermer, bondgenoot, heilige (vriend van God).59Deze woorden werden ingevoegd, bij gelegenheid dat een zeker Christen, die, toen hij den Muadhdhin of roeper, tot het gebed hoorde oproepen, en dit gedeelte van de gebruikelijke formule herhaalde: Ik geloof datMahometde apostel van God is, luid zeide: Moge God den leugenaar verbranden; maar eenige nachten later geraakte zijn huis door de onvoorzichtigheid van een bediende in brand, waarbij hij zelf en zijn gezin in de vlammen omkwamen. (Al Beidâwi).60De eersten waren de Joden vanAilah, die den Sabbath schonden (ZieHoofdstuk II, vers 61), en de laatsten zij, die niet geloofden aan het mirakel van de tafel, welke aanJezusuit den hemel, werd nedergezonden.61ZieHoofdstuk II, vers 247.62Dat is: Zij zullen met gebrek en gierigheid gestraft worden. Deze woorden doelen, volgens de meening van sommigen, ook op de wijze waarop de goddeloozen op den jongsten dag zullen verschijnen, namelijk met hunne rechterhanden aan hunnen nek gekluisterd, hetgeen de eigenlijke beteekenis van het Arabisch woord is.63Namelijk de Koran.64Dat is: Zij zullen zoowel de genoegens des hemels als die der aarde genieten.65Alvorens dit vers werd geopenbaard, onderhield Mahomet eene lijfwacht van gewapenden voor zijne zekerheid: toen hij echter deze verzekering van Gods bescherming ontving, dankte hij die dadelijk af. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.)66Zie de noot vanHoofdstuk II, vers 59.67ZieHoofdstuk II, vers 59.68Door hunne oogen en ooren voor overtuiging en de bevelen der wet te sluiten, zooals toen zij het kalf aanbaden.69ZieHoofdstuk IV, vers 170.70Die nimmer aanspraak er op maakte, van goddelijken aard, of de moeder Gods te zijn. (Jallalo’ddin).71Daar zij verplicht waren, hun leven op dezelfde wijze door te brengen, en aan dezelfde behoeften en gebreken als de overige menschen onderworpen en dientengevolge van geen’ goddelijken oorsprong waren. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).72ZieHoofdstuk IV, vers 169. Hier zijn deze woorden echter uitsluitend tot de Christenen gericht.73Dat is: van de geestelijken en voorgangers, die dwalen, door aanChristusgoddelijkheid toe te kennen, alvorensMahometwerd gezonden. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).74Zie hiervoren denoot 3op blz.162.75Davidhad de Sabbatschenders in apen veranderd,Hoofdstuk II. vers 61;Jezusveranderde de boozen onder Israël in varkens.76ZieHoofdstuk II vers 89.77De personen die op deze plaats rechtstreeks worden bedoeld, zijn: ófAshama, koning vanEthiopië, en verschillende bisschoppen en priesters, die, tot dat doel vergaderd,Jaafar Ebn Talebhoorden, en die bij de eerste vlucht naar deze plaats vlood, en de 29e en 30e en later de 18e en19e Hoofdstukken van den Koran las, op het hooren waarvan de koning en de overige aanwezenden in tranen uitbarstten en bekenden, dat het met de waarheid overeenkomstig was; vooral de vorst zelf werd een proseliet van het Mahomedanisme (Al Beidâwi,Al Thalabi,Albufed.Vit. Moh., pag. 35 enz.,Marracc,Prodr. ad Refut, Alcor. pars. Ipag. 45), of dertig, doch gelijk anderen zeggen zeventig personen, die door dien zelfden koning vanEthiopiëals afgezanten totMahometwaren gezonden, aan welken de profeet zelf het36e hoofdstukvoorlas, waarop zij begonnen te weenen, zeggende: Hoezeer gelijkt dat op hetgeen doorJezuswerd geopenbaard! en zich dadelijk als Moslems bekenden. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin, ookMarrace, t. a. pl.)78Deze woorden geopenbaard, toen sommigen vanMahometsvolgelingen, goed dachten te doen, door voortdurend te vasten en te waken, en door zich van vrouwen, het eten van vleesch, het slapen op een bed en andere geoorloofde genoegens des levens te onthouden, in navolging van sommige Christenen; doch de profeet keurde dit af, zeggende: dat hij geene monniken in zijnen Godsdienst verlangde te hebben. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).79ZieHoofdstuk II, vers 224.80(Aboe Hanîfazegt, dat dit drie dagen te zamen is). Dit wordt echter in het gebruik niet gevolgd, daar het nergens bepaald in den Koran, noch in de Sonna wordt bevolen.81Hiermede worden alle bedwelmende dranken en kansspelen bedoeld. ZieHoofdstuk II, vers 216.82Al Beidâwien sommige andere uitleggers zeggen, dat hier van afgoden wordt gesproken, anderen beweren echter, en met meer waarschijnlijkheid, dat hier de gesneden menschenbeelden worden bedoeld, waarmede de afgodendienende Arabieren schaak spelen, zijnde kleine figuren van menschen, olifanten, paarden en drommedarissen.83De uitleggers trachten de tautologie van deze plaats te verontschuldigen, door de veronderstelling, dat de drievoudige vermelding vanvreezenengeloovenbetrekking heeft op de drie toestanden van den tijd, namelijk het verledene, het tegenwoordige en het toekomstige of op den drievoudigen plicht van den mensch, omtrent God, zich zelven en zijn naaste. (Al Beidâwi). Volgens anderen weder heeft deze herhaling plaats gehad, omdatMahometduidelijk wilde aantoonen, dat de ware vroomheid niet in het onthouden van zekere spijzen ligt.84Hiermede wordt bedoeld, dat hij een offer in den tempel vanMekkazal brengen, hetgeen daar gedood en onder de armen verdeeld zal worden, of wel een of ander huis- of tam dier, van gelijke waarde als datgene wat hij zal hebben gedood; zooals b.v. een schaap ter vergoeding van een antilope, een duif voor een patrijs enz. En over deze waarde moeten twee voorzichtige personen oordeelen. Indien de overtreder niet in staat was dit te doen, rustte de verplichting op hem eene zekere hoeveelheid voedsel aan een of meer arme lieden te geven, of een evenredig aantal dagen te vasten.85Dit, zegtJallalo’ddin, is toepasbaar op alle visschen die in de zee leven, en niet op diegene, welke zoowel in de zee als op het land leven; zooals: krabben, enz. De Turken die tot de Hanifieten behooren, eten deze soort van visschen nimmer, maar de secte vanMalec Ebn Ans, en misschien eenige anderen, zien daarin geen godsdienstig bezwaar.86Want het oordeel over zaken moet niet met het oog op hare schaarschte of menigvuldigheid, maar naar heure wezenlijke goede of slechte hoedanigheden worden uitgesproken, (Al Beidâwi).87Dit waren de namen door de afgodendienende Arabieren aan sommige kameelen of schapen gegeven, die in eenige gevallen van de gewone diensten waren bevrijd. Zij waren van een of ander kenteeken voorzien, gelijk gespleten ooren, enz. opdat zij herkend konden worden. Dit deden zij ter eere hunner goden. Deze bijgeloovige gewoonte wordt hier verklaard, geen bevel van God te zijn en als een verzinsel van dwazen gekenschetst.88Zij die deze woorden zoodanig uitleggen, dat daarmede personen van eenen anderen godsdienst worden bedoeld, zeggen, dat dit afgeschaft is, en dat de getuigenis van zulk een’ niet tegen een Moslem kan gelden. (Al Beidâwi).89Voor het geval dat er eenige twijfel bestond, werden de getuigen van het gezelschap afgezonderd, opdat zij niet verleid mochten worden: dit duurde voort, tot zij hunne verklaring hadden afgelegd, hetgeen zij gewoonlijk deden als het namiddaggebed was uitgesproken; daar dit het oogenblik was, dat het volk zich in het openbaar verzamelde, of, gelijk sommigen beweren, de beschermengelen dan iedereen bijstonden, zoodat er vier engelen tegen hen konden getuigen, indien zij valsche verklaringen aflegden. Er zijn echter anderen die veronderstellen, dat zij na het uur van ieder gebed mochten verhoord worden, indien daarbij een genoegzaam aantal menschen verzameld was. (Al Beidâwi).90Dat is op den dag der opstanding.91ZieHoofdstuk II, vers 81, in de noot.92ZieHoofdstuk III, vers 41.93Zieald.,vers 43.94Zieald.,vers 48.95ZieHoofdstuk III, vers 41–43.96De uitleggers verhalen dit wonder op de volgende wijze: NadatJezusdit, op verzoek zijner volgelingen, van God had gevraagd, daalde voor hunne oogen dadelijk een roode tafel tusschen twee wolken neder: zij werd voor hem geplaatst. Vervolgens stondJezusop en bad, na de reiniging te hebben verricht, waarop hij het kleed weg nam, dat de tafel bedekte, zeggende: “In den naam van God, die het best van voedsel voorziet.” Omtrent de spijzen die zich op de tafel bevonden, zijn de uitleggers het oneens. De meest verspreide overlevering zegt echter, dat er, zoodra het kleed van de tafel was weggenomen, een geheel gereed gemaakte visch met groente, brood, olijven enz. verscheen. Zij voegen er, behalve verdere bijzonderheden, nog bij, datJezus, op verzoek der apostelen, een ander wonder voor hen verrichtte, door den visch weder in den oorspronkelijken vorm terug te brengen en weder levend te maken, waarna hij hem in den toebereidenden toestand herstelde; Eenduizenddriehonderd mannen en vrouwen, die allen met lichaamsgebreken bezocht, of arm waren, aten van deze spijzen en werden verzadigd, terwijl de visch geheel bleef, zooals hij oorspronkelijk was. Daaroprees de tafel voor aller oog, weder ten hemel, en ieder die van dit voedsel had genoten, was van zijne gebreken en ongelukken bevrijd. De tafel daalde daarop nog gedurende veertig dagen, tegen etenstijd neder en bleef op den grond staan, tot de zon daalde, waarop zij weder door de wolken werd opgenomen. Sommige Mahomedaansche schrijvers zeggen, dat deze tafel niet werkelijk nederdaalde, maar achtten ’t eene parabel; de meesten meenen echter, dat de woorden van den Koran juist het tegenovergestelde te kennen geven. Eene andere overlevering zegt, dat verscheiden menschen in zwijnen werden veranderd, omdat zij niet aan dit wonder geloofden, en het aan tooverij toeschreven, of, zooals anderen beweren, omdat zij sommige levensmiddelen van de tafel stalen. (Al Beidâwi,Al Thalabi.)97ZieHoofdstuk III, vers 48, nopens de reden waarom hier de woorden: “gij hebt mij tot u opgenomen”, in plaats van: “gij hebt mij doen sterven”, zijn geplaatst. Zie ookHoofdstuk XXXIX, vers 43, noot.
1Deze titel is ontleend aan de tafel, welke aan het einde van dit hoofdstuk gezegd wordt, uit den hemel aan Jezus te zijn gezonden. Het wordt ook soms het hoofdstuk der verbintenissen (’choed) genaamd, welk laatste woord in het eerste vers voorkomt.2Zoo als: Kameelen, ossen en schapen, als ook wilde koeien, antilopen enz. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi), maar geene varkens, noch datgene, wat gedurende de bedevaart is gejaagd.3De ceremoniën die bij de bedevaart naarMekkagebruikelijk zijn.4De offerande, waarvan hier sprake is, is het schaap, dat naarMekkawordt vervoerd, om daar geofferd te worden, welks nek men gewoonlijk met slingers, kransen of andere versierselen omhangt, ten einde het als eene heilige zaak te beschouwen.5In de expeditie vanAl Hodeibiya.6Bij de afgodendienende Arabieren was het gebruik, bij het dooden van eenigerhande dier, dat tot voedsel moest strekken, het om zoo te zeggen, aan hunne afgoden toe te wijden, door het uitspreken der woorden: In den naam vanAllatofAl Uzza(zieSoera II).7Of door een dier, dat voor de jacht is afgericht. (AlBeidâwi).8Dat is: behalve dat gij nog tijdig genoeg komt om leven in het dier te vinden, en het den hals af te snijden.9Dit woord beteekent ook zekere soort steenen, die door de afgodendienende Arabieren werden gebruikt tot opstapeling nabij hunne huizen, en waarvoor zij uit bijgeloof dieren doodden, ter eere hunner goden. (AlBeidâwi.)10De afgodendienende Arabieren hadden de gewoonte, een gedooden kameel onder elkander te verdeelen, door het lot te trekken, wien dit of dat gedeelte zou te beurt vallen; dit geschiedde met pijlen zonder ijzer of vederen, die, ten getale van zeven, in den tempel vanCaabawerden bewaard. Met betrekking tot de woorden “heden,” of “op dezen dag” wordt beweerd, dat deze plaats Vrijdag-ochtend werd geopenbaard, zijnde de dag, waarop de bedevaartgangers den bergArafatbezochten, den laatsten keer, datMahometden tempel vanMekkabezocht. Deze pelgrimstocht wordt daarom de bedevaart des afscheids genoemd (AlBeidâwi). ZiePrid.Life of Moham., p. 99.11Daarom zeggen de uitleggers, dat na dien tijd geen positief of negatief voorschrift werd gegeven. ZieAbulfedVit. Moham., p. 131.12Daar ik u een waren en volmaakten godsdienst heb gegeven; of door de verovering vanMekkaen de vernietiging van den afgodendienst.13Het woordtaiibat, dat hier in het oorspronkelijke staat heeft eene even algemeene beteekenis als het woordgoed. Men moet hier echter door goed verstaan datgene,watzuiver en niet schadelijk voor de gezondheid is.14Hetzij viervoetige dieren of vogels.15Zoowel als gij het wild een hond, valk of ander dier achterna zendt, als indien gij het doodt.16Zijnde door Joden of Christenen gedood, of gereed gemaakt.17Dit zijn de gemengde huwelijken tusschen Muzelmannen en Joodsche en Christen vrouwen; de vrouwen der afgodendienaars zijn van dit verlof uitgesloten.18Deze voorschriften, die aan de mannen werden gegeven, zijn bijna in dezelfde uitdrukkingen vervat als die, welke de vrouwen betreffen. Ziehoofdstuk IV, vers 29. Het woordkhidn, meervoudigakhdan, hier in den tekst gebruikt, beteekent geliefde en ook bijzit.19Deze reiniging met zand, bij gebrek aan water, wordtteiemmoemgenaamd (Ziesoera IV, vers 46.)20Deze woorden maken het formulier uit, dat bij de inhuldiging van een vorst wordt uitgesproken, enMahometbedoelt hier den eed van getrouwheid, dien zijne volgelingen hem teAl Akabahadden gedaan. ZieAlbulfed,Vit. Moham, p. 43.21Deze plaats moet betrekking hebben op een moordaanslag op den persoon vanMahomet. Hiervan bestaan verschillende lezingen. Volgens eene zou een Arabier, toenMahometeens zijne wapens afgelegd en die aan een boom opgehangen had, terwijl zijn gevolg zich op eenigen afstand van hem bevond, zich op hem geworpen hebben en, terwijl hij een bloote sabel boven zijn hoofd hield, gezegd hebben: “Wie belet mij u te dooden?”—“Dat is God,” hernamMahomet; hierop ontnam de engelGabriëlde sabel aan den Arabier.Mahomet, greep de sabel en vroeg den Arabier op zijne beurt; “Wie belet mij, u te dooden?”—“Niemand,” hernam de Arabier; en hij omhelsde den Islam.22Hier spreekt God. Gelijk wij bij herhaling hebben opgemerkt, heeft de verwisselingvande voornaamwoordenwijenhijte dikwijls in den Koran plaats, dan dat het mogelijk zou zijn, dit telkens, wanneer het plaats heeft, te doen opmerken.23Door voor den heiligen oorlog geschenken te geven. VolgensSavary: Besteedt uwe rijkdommen voor de verdediging van den heiligen godsdienst.24Dat is: Indien zij berouw gevoelen en gelooven, of zich er aan onderwerpen, schatting te betalen. Sommigen echter zijn van meening, dat deze woorden door het vers van het zwaard zijn afgeschaft. (Al Beidâwi).25Zooals het vers betreffende het steenigen van overspeligen (Hoofdstuk III, vers 22, noot), de beschrijving vanMahomet, en de profetie vanChristusnopens dezen onder den naam vanAhmed(Al Beidâwi).26Dat is: Zulke, wier herstelling niet noodig was.27Het Arabische woordal Fatrabeteekent het tijdsverloop tusschen twee profeten, gedurende hetwelk geen nieuwe openbaring of kwijtschelding werd gegeven, zooals de tijd, die tusschenMozesenJezusverliep, of tusschenJezusenMahomet, op het einde van welke laatste tijdruimteMahometgezonden werd.28Dit werd vervuld, òf door dat God hun een koninkrijk gaf, en eene lange opvolging van vorsten, òf door dat hij hem tot koningen of meesters over hen zelven maakte, door hen van de Egyptische slavernij te verlossen.29Daar hij de Roode Zee voor u scheidde en u, door middel van eene wolk, leidde en u ook met kwakkels en manna voedde (Al Beidâwi).30De grootste dezer reuzen, was volgens de uitleggersOg, de zoon vanAnak, nopens wiens reusachtige houding, zijne ontkoming aan den vloed en de wijze waarop hij doorMozeswerd gedood, de Mahomedanen verschillende fabels verhalen. ZieMarracc., inAlcor. p. 231 enz.,d’Herbel.Bibl. Oriënt, p. 336.31NamelijkCalebenJosua.32De uitleggers beweren, dat de Israëlieten, terwijl zij in de woestijn reisden, binnen een cirkel van omstreeks achttien, of volgens het zeggen van sommigen, van zevenentwintig mijlen werden gehouden, waardoor zij, hoewel van den ochtend tot den avond reizende, zich den volgenden dag telkens op de plaats bevonden vanwaar zij waren uitgegaan. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).33ZijndeKaïnenAbel, welke door de MahomedanenKâbilenHâbîlgenoemd worden.34De oorzaak van het brengen van dit offer, wordt volgens de gewoonlijke overlevering van het Oosten aldus verhaald (zieAbu’lfarag., p. 6 en 7,Eutych,annol.p. 15 en 16 end’Herbelot,Bibl. Oriënt. Art. Cabil): Ieder van hen beiden was met een tweelingzuster geboren, en toen zij opgegroeid waren, bevalAdam, door Gods ingeving, aanKaïn,Abelstweelingzuster te huwen, aanAbelbeval hij hetzelfde ten opzichte vanKaïnstweelingzuster.Kaïnweigerde dit echter op te volgen, daar zijne eigene zuster de schoonste was.Adambeval hun daarop hunne offeranden aan God te brengen en daarbij de beslissing van het geschil aan God over te laten. (AlBeidâwi). De uitleggers zeggen, datKaïnsofferande een gaaf was van het slechtste koren dat hij bezat, terwijl die vanAbelin een vet lam het beste van zijne kudde bestond.35Namelijk vanAbel, waarvan God de aanneming op een zichtbare wijze deed plaats hebben. Hij deed namelijk vuur uit den hemel nederdalen, waardoor het werd verteerd, zonder dat het offer vanKaïnwerd aangeraakt. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).36OmAbelsgeduld te verheffen.Al Beidâwiverhaalt, dat hij de sterkste der twee was, en dus gemakkelijk zijn broeder had kunnen overmeesteren.37Zooals afgodendienarij, of roof op den openbaren weg. (Al Beidâwi).38Daar hij het gebod zal hebben geschonden, waarbij het vergieten van bloed wordt verboden.39De schriftgeleerden zijn het niet eens omtrent de toepassing van deze straffen. De uitleggers veronderstellen echter, dat zij die alleen moord hebben gepleegd, op de gewone wijze ter dood moeten gebracht worden; zij die moord of roof te gelijk plegen, zouden gekruisigd worden: hun die rooven, zonder daarbij moord te plegen, zou de rechterhand en de linkervoet afgesneden worden; zij die personen aanvallen en hun vrees aanjagen, zouden moeten gebannen worden. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Ook is het twijfelachtig, of zij, die gekruisigd moeten worden, levend aan het kruis genageld, of na hunnen dood die straf moeten ondergaan, of wel aan het kruis moeten opgehangen worden tot zij sterven. (Al Beidâwi).40Volgens de Sonna (de overlevering), kan deze straf niet worden opgelegd, dan wanneer de waarde van het gestolene vier dinars (ƒ 24) bedraagt. Voor de eerste misdaad moet de veroordeelde de rechterhand verliezen, die aan den pols wordt afgesneden; bij herhaling wordt de linkervoet aan den enkel afgesneden; bij de tweede herhaling zijne linkerhand; bij de derde herhaling zijn rechtervoet; en indien hij voortgaat misdaden te begaan, zal hij, naar het oordeel des rechters gegeeseld worden. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Deze wet is niet meer bij de Turken in gebruik. Het toedienen van stokslagen is de gewone straf voor diefstal. Roovers worden dikwijls onthoofd. Deze misdaad is echter zeldzaam in Turksche steden, maar de slechte staat der politie veroorzaakt, dat zij soms op groote wegen, en vooral in de woestijnen, voorvalt. Thans mag in de Turksche staten geen doodvonnis worden voltrokken, zonder door den sultan bekrachtigd te zijn.41Dit wil zeggen: dat God hem daarna er niet meer voor zal straffen; maar zijn berouw belet hier echter de uitvoering der wet niet, noch ontheft hem van restitutie.Al Shâfeïbeweert echter, dat hij niet zal gestraft worden, indien de beleedigde partij hem vergeeft, alvorens hij voor den magistraatpersoon verschijnt. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi.)42Dat is: die de eerste gelegenheid aangrijpen om het masker af te werpen en zich bij de ongeloovigen aansluiten.43Zijnde de huichelachtige Mahomedanen.44Deze woorden zijn voor twee uitleggingen vatbaar. Volgens sommigen doelen zij op de leugens en verdraaiingen van de rabbijnen of de christelijke geestelijken, die de geboden vanMahometverwerpen; volgens anderen, dat zij alleen naarMahometkwamen luisteren om hem te bespieden en hunne makkers mede te deelen wat hij had gezegd, en hem als een leugenaar voor te stellen (Al Beidâwi.)45ZieHoofdstuk IV, vers 48.46Dat is: indienMahometu den tekst der schrift geeft, zooals wij u dien geven, neemt dien aan: zoo niet verwerpt dien.47Sommigen zeggen, dat dit betrekking heeft op het gebruik van verboden vleeschsoorten: anderen op woeker en omkooping (Al Beidâwi). Het Arabische woord, hier door eten vertaald, geeft tot beide beteekenissen evenveel aanleiding. Het Hebreeuwschנשר(verwant met bijten) is elke rente.48Dat is: kies zelf, of gij hunne geschillen al of niet wilt beslechten. Vandaar wasAl Shâfeïvan meening dat een rechter niet verplicht was, in geschillen tusschen Joden en Christenen uitspraak te doen. Indien echter een hunner, of beiden schatplichtigen waren, of onder de bescherming der Mahomedanen stonden, waren zij daartoe verplicht, en behoefden zij om dit vers zich niet te bekreunen.Aboe Hanifameent echter, dat de magistraten verplicht zouden zijn, alle zaken te richten, die hun worden onderworpen. (Al Beidâwi.)49Maar zij dobberen in twijfel en gelooven niet.50Dat is: waakzaam, om er schending van te voorkomen.51Het oorspronkelijke woord is: ziel.52Zie Exod. XXI : 24, enz.53Deze plaats is voor nog eene uitlegging vatbaar; te weten: hij die aalmoezen geeft, na iemand gewond te hebben, zal vergeving zijner zonden verkrijgen.54Het woord, hier door open weg vertaald, is eigenlijk het pad, dat naar de drinkplaats leidt. Figuurlijk wordt dit woord voor de gedragslijn volgens de wet gebruikt.55Of weigeren, door den Koran gericht te worden.56De onwetendheid,eldjahiliieh, wordt bij de Arabieren altijd gebruikt om het tijdperk van den afgodendienst aan te duiden. Deze plaats beteekent: Achten zij het beter, volgens de woeste wetten der afgodendienaars, dan door de goddelijke wet geoordeeld te worden?57Deze woorden werden tot de Mahomedanen of wel tot Joden gericht, naardien de huichelaars hunne eeden aan beiden hebben gezworen. (Al Beidâwi).58Het Arabische woordwelibeteekent: vriend patroon, beschermer, bondgenoot, heilige (vriend van God).59Deze woorden werden ingevoegd, bij gelegenheid dat een zeker Christen, die, toen hij den Muadhdhin of roeper, tot het gebed hoorde oproepen, en dit gedeelte van de gebruikelijke formule herhaalde: Ik geloof datMahometde apostel van God is, luid zeide: Moge God den leugenaar verbranden; maar eenige nachten later geraakte zijn huis door de onvoorzichtigheid van een bediende in brand, waarbij hij zelf en zijn gezin in de vlammen omkwamen. (Al Beidâwi).60De eersten waren de Joden vanAilah, die den Sabbath schonden (ZieHoofdstuk II, vers 61), en de laatsten zij, die niet geloofden aan het mirakel van de tafel, welke aanJezusuit den hemel, werd nedergezonden.61ZieHoofdstuk II, vers 247.62Dat is: Zij zullen met gebrek en gierigheid gestraft worden. Deze woorden doelen, volgens de meening van sommigen, ook op de wijze waarop de goddeloozen op den jongsten dag zullen verschijnen, namelijk met hunne rechterhanden aan hunnen nek gekluisterd, hetgeen de eigenlijke beteekenis van het Arabisch woord is.63Namelijk de Koran.64Dat is: Zij zullen zoowel de genoegens des hemels als die der aarde genieten.65Alvorens dit vers werd geopenbaard, onderhield Mahomet eene lijfwacht van gewapenden voor zijne zekerheid: toen hij echter deze verzekering van Gods bescherming ontving, dankte hij die dadelijk af. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.)66Zie de noot vanHoofdstuk II, vers 59.67ZieHoofdstuk II, vers 59.68Door hunne oogen en ooren voor overtuiging en de bevelen der wet te sluiten, zooals toen zij het kalf aanbaden.69ZieHoofdstuk IV, vers 170.70Die nimmer aanspraak er op maakte, van goddelijken aard, of de moeder Gods te zijn. (Jallalo’ddin).71Daar zij verplicht waren, hun leven op dezelfde wijze door te brengen, en aan dezelfde behoeften en gebreken als de overige menschen onderworpen en dientengevolge van geen’ goddelijken oorsprong waren. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).72ZieHoofdstuk IV, vers 169. Hier zijn deze woorden echter uitsluitend tot de Christenen gericht.73Dat is: van de geestelijken en voorgangers, die dwalen, door aanChristusgoddelijkheid toe te kennen, alvorensMahometwerd gezonden. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).74Zie hiervoren denoot 3op blz.162.75Davidhad de Sabbatschenders in apen veranderd,Hoofdstuk II. vers 61;Jezusveranderde de boozen onder Israël in varkens.76ZieHoofdstuk II vers 89.77De personen die op deze plaats rechtstreeks worden bedoeld, zijn: ófAshama, koning vanEthiopië, en verschillende bisschoppen en priesters, die, tot dat doel vergaderd,Jaafar Ebn Talebhoorden, en die bij de eerste vlucht naar deze plaats vlood, en de 29e en 30e en later de 18e en19e Hoofdstukken van den Koran las, op het hooren waarvan de koning en de overige aanwezenden in tranen uitbarstten en bekenden, dat het met de waarheid overeenkomstig was; vooral de vorst zelf werd een proseliet van het Mahomedanisme (Al Beidâwi,Al Thalabi,Albufed.Vit. Moh., pag. 35 enz.,Marracc,Prodr. ad Refut, Alcor. pars. Ipag. 45), of dertig, doch gelijk anderen zeggen zeventig personen, die door dien zelfden koning vanEthiopiëals afgezanten totMahometwaren gezonden, aan welken de profeet zelf het36e hoofdstukvoorlas, waarop zij begonnen te weenen, zeggende: Hoezeer gelijkt dat op hetgeen doorJezuswerd geopenbaard! en zich dadelijk als Moslems bekenden. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin, ookMarrace, t. a. pl.)78Deze woorden geopenbaard, toen sommigen vanMahometsvolgelingen, goed dachten te doen, door voortdurend te vasten en te waken, en door zich van vrouwen, het eten van vleesch, het slapen op een bed en andere geoorloofde genoegens des levens te onthouden, in navolging van sommige Christenen; doch de profeet keurde dit af, zeggende: dat hij geene monniken in zijnen Godsdienst verlangde te hebben. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).79ZieHoofdstuk II, vers 224.80(Aboe Hanîfazegt, dat dit drie dagen te zamen is). Dit wordt echter in het gebruik niet gevolgd, daar het nergens bepaald in den Koran, noch in de Sonna wordt bevolen.81Hiermede worden alle bedwelmende dranken en kansspelen bedoeld. ZieHoofdstuk II, vers 216.82Al Beidâwien sommige andere uitleggers zeggen, dat hier van afgoden wordt gesproken, anderen beweren echter, en met meer waarschijnlijkheid, dat hier de gesneden menschenbeelden worden bedoeld, waarmede de afgodendienende Arabieren schaak spelen, zijnde kleine figuren van menschen, olifanten, paarden en drommedarissen.83De uitleggers trachten de tautologie van deze plaats te verontschuldigen, door de veronderstelling, dat de drievoudige vermelding vanvreezenengeloovenbetrekking heeft op de drie toestanden van den tijd, namelijk het verledene, het tegenwoordige en het toekomstige of op den drievoudigen plicht van den mensch, omtrent God, zich zelven en zijn naaste. (Al Beidâwi). Volgens anderen weder heeft deze herhaling plaats gehad, omdatMahometduidelijk wilde aantoonen, dat de ware vroomheid niet in het onthouden van zekere spijzen ligt.84Hiermede wordt bedoeld, dat hij een offer in den tempel vanMekkazal brengen, hetgeen daar gedood en onder de armen verdeeld zal worden, of wel een of ander huis- of tam dier, van gelijke waarde als datgene wat hij zal hebben gedood; zooals b.v. een schaap ter vergoeding van een antilope, een duif voor een patrijs enz. En over deze waarde moeten twee voorzichtige personen oordeelen. Indien de overtreder niet in staat was dit te doen, rustte de verplichting op hem eene zekere hoeveelheid voedsel aan een of meer arme lieden te geven, of een evenredig aantal dagen te vasten.85Dit, zegtJallalo’ddin, is toepasbaar op alle visschen die in de zee leven, en niet op diegene, welke zoowel in de zee als op het land leven; zooals: krabben, enz. De Turken die tot de Hanifieten behooren, eten deze soort van visschen nimmer, maar de secte vanMalec Ebn Ans, en misschien eenige anderen, zien daarin geen godsdienstig bezwaar.86Want het oordeel over zaken moet niet met het oog op hare schaarschte of menigvuldigheid, maar naar heure wezenlijke goede of slechte hoedanigheden worden uitgesproken, (Al Beidâwi).87Dit waren de namen door de afgodendienende Arabieren aan sommige kameelen of schapen gegeven, die in eenige gevallen van de gewone diensten waren bevrijd. Zij waren van een of ander kenteeken voorzien, gelijk gespleten ooren, enz. opdat zij herkend konden worden. Dit deden zij ter eere hunner goden. Deze bijgeloovige gewoonte wordt hier verklaard, geen bevel van God te zijn en als een verzinsel van dwazen gekenschetst.88Zij die deze woorden zoodanig uitleggen, dat daarmede personen van eenen anderen godsdienst worden bedoeld, zeggen, dat dit afgeschaft is, en dat de getuigenis van zulk een’ niet tegen een Moslem kan gelden. (Al Beidâwi).89Voor het geval dat er eenige twijfel bestond, werden de getuigen van het gezelschap afgezonderd, opdat zij niet verleid mochten worden: dit duurde voort, tot zij hunne verklaring hadden afgelegd, hetgeen zij gewoonlijk deden als het namiddaggebed was uitgesproken; daar dit het oogenblik was, dat het volk zich in het openbaar verzamelde, of, gelijk sommigen beweren, de beschermengelen dan iedereen bijstonden, zoodat er vier engelen tegen hen konden getuigen, indien zij valsche verklaringen aflegden. Er zijn echter anderen die veronderstellen, dat zij na het uur van ieder gebed mochten verhoord worden, indien daarbij een genoegzaam aantal menschen verzameld was. (Al Beidâwi).90Dat is op den dag der opstanding.91ZieHoofdstuk II, vers 81, in de noot.92ZieHoofdstuk III, vers 41.93Zieald.,vers 43.94Zieald.,vers 48.95ZieHoofdstuk III, vers 41–43.96De uitleggers verhalen dit wonder op de volgende wijze: NadatJezusdit, op verzoek zijner volgelingen, van God had gevraagd, daalde voor hunne oogen dadelijk een roode tafel tusschen twee wolken neder: zij werd voor hem geplaatst. Vervolgens stondJezusop en bad, na de reiniging te hebben verricht, waarop hij het kleed weg nam, dat de tafel bedekte, zeggende: “In den naam van God, die het best van voedsel voorziet.” Omtrent de spijzen die zich op de tafel bevonden, zijn de uitleggers het oneens. De meest verspreide overlevering zegt echter, dat er, zoodra het kleed van de tafel was weggenomen, een geheel gereed gemaakte visch met groente, brood, olijven enz. verscheen. Zij voegen er, behalve verdere bijzonderheden, nog bij, datJezus, op verzoek der apostelen, een ander wonder voor hen verrichtte, door den visch weder in den oorspronkelijken vorm terug te brengen en weder levend te maken, waarna hij hem in den toebereidenden toestand herstelde; Eenduizenddriehonderd mannen en vrouwen, die allen met lichaamsgebreken bezocht, of arm waren, aten van deze spijzen en werden verzadigd, terwijl de visch geheel bleef, zooals hij oorspronkelijk was. Daaroprees de tafel voor aller oog, weder ten hemel, en ieder die van dit voedsel had genoten, was van zijne gebreken en ongelukken bevrijd. De tafel daalde daarop nog gedurende veertig dagen, tegen etenstijd neder en bleef op den grond staan, tot de zon daalde, waarop zij weder door de wolken werd opgenomen. Sommige Mahomedaansche schrijvers zeggen, dat deze tafel niet werkelijk nederdaalde, maar achtten ’t eene parabel; de meesten meenen echter, dat de woorden van den Koran juist het tegenovergestelde te kennen geven. Eene andere overlevering zegt, dat verscheiden menschen in zwijnen werden veranderd, omdat zij niet aan dit wonder geloofden, en het aan tooverij toeschreven, of, zooals anderen beweren, omdat zij sommige levensmiddelen van de tafel stalen. (Al Beidâwi,Al Thalabi.)97ZieHoofdstuk III, vers 48, nopens de reden waarom hier de woorden: “gij hebt mij tot u opgenomen”, in plaats van: “gij hebt mij doen sterven”, zijn geplaatst. Zie ookHoofdstuk XXXIX, vers 43, noot.
1Deze titel is ontleend aan de tafel, welke aan het einde van dit hoofdstuk gezegd wordt, uit den hemel aan Jezus te zijn gezonden. Het wordt ook soms het hoofdstuk der verbintenissen (’choed) genaamd, welk laatste woord in het eerste vers voorkomt.2Zoo als: Kameelen, ossen en schapen, als ook wilde koeien, antilopen enz. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi), maar geene varkens, noch datgene, wat gedurende de bedevaart is gejaagd.3De ceremoniën die bij de bedevaart naarMekkagebruikelijk zijn.4De offerande, waarvan hier sprake is, is het schaap, dat naarMekkawordt vervoerd, om daar geofferd te worden, welks nek men gewoonlijk met slingers, kransen of andere versierselen omhangt, ten einde het als eene heilige zaak te beschouwen.5In de expeditie vanAl Hodeibiya.6Bij de afgodendienende Arabieren was het gebruik, bij het dooden van eenigerhande dier, dat tot voedsel moest strekken, het om zoo te zeggen, aan hunne afgoden toe te wijden, door het uitspreken der woorden: In den naam vanAllatofAl Uzza(zieSoera II).7Of door een dier, dat voor de jacht is afgericht. (AlBeidâwi).8Dat is: behalve dat gij nog tijdig genoeg komt om leven in het dier te vinden, en het den hals af te snijden.9Dit woord beteekent ook zekere soort steenen, die door de afgodendienende Arabieren werden gebruikt tot opstapeling nabij hunne huizen, en waarvoor zij uit bijgeloof dieren doodden, ter eere hunner goden. (AlBeidâwi.)10De afgodendienende Arabieren hadden de gewoonte, een gedooden kameel onder elkander te verdeelen, door het lot te trekken, wien dit of dat gedeelte zou te beurt vallen; dit geschiedde met pijlen zonder ijzer of vederen, die, ten getale van zeven, in den tempel vanCaabawerden bewaard. Met betrekking tot de woorden “heden,” of “op dezen dag” wordt beweerd, dat deze plaats Vrijdag-ochtend werd geopenbaard, zijnde de dag, waarop de bedevaartgangers den bergArafatbezochten, den laatsten keer, datMahometden tempel vanMekkabezocht. Deze pelgrimstocht wordt daarom de bedevaart des afscheids genoemd (AlBeidâwi). ZiePrid.Life of Moham., p. 99.11Daarom zeggen de uitleggers, dat na dien tijd geen positief of negatief voorschrift werd gegeven. ZieAbulfedVit. Moham., p. 131.12Daar ik u een waren en volmaakten godsdienst heb gegeven; of door de verovering vanMekkaen de vernietiging van den afgodendienst.13Het woordtaiibat, dat hier in het oorspronkelijke staat heeft eene even algemeene beteekenis als het woordgoed. Men moet hier echter door goed verstaan datgene,watzuiver en niet schadelijk voor de gezondheid is.14Hetzij viervoetige dieren of vogels.15Zoowel als gij het wild een hond, valk of ander dier achterna zendt, als indien gij het doodt.16Zijnde door Joden of Christenen gedood, of gereed gemaakt.17Dit zijn de gemengde huwelijken tusschen Muzelmannen en Joodsche en Christen vrouwen; de vrouwen der afgodendienaars zijn van dit verlof uitgesloten.18Deze voorschriften, die aan de mannen werden gegeven, zijn bijna in dezelfde uitdrukkingen vervat als die, welke de vrouwen betreffen. Ziehoofdstuk IV, vers 29. Het woordkhidn, meervoudigakhdan, hier in den tekst gebruikt, beteekent geliefde en ook bijzit.19Deze reiniging met zand, bij gebrek aan water, wordtteiemmoemgenaamd (Ziesoera IV, vers 46.)20Deze woorden maken het formulier uit, dat bij de inhuldiging van een vorst wordt uitgesproken, enMahometbedoelt hier den eed van getrouwheid, dien zijne volgelingen hem teAl Akabahadden gedaan. ZieAlbulfed,Vit. Moham, p. 43.21Deze plaats moet betrekking hebben op een moordaanslag op den persoon vanMahomet. Hiervan bestaan verschillende lezingen. Volgens eene zou een Arabier, toenMahometeens zijne wapens afgelegd en die aan een boom opgehangen had, terwijl zijn gevolg zich op eenigen afstand van hem bevond, zich op hem geworpen hebben en, terwijl hij een bloote sabel boven zijn hoofd hield, gezegd hebben: “Wie belet mij u te dooden?”—“Dat is God,” hernamMahomet; hierop ontnam de engelGabriëlde sabel aan den Arabier.Mahomet, greep de sabel en vroeg den Arabier op zijne beurt; “Wie belet mij, u te dooden?”—“Niemand,” hernam de Arabier; en hij omhelsde den Islam.22Hier spreekt God. Gelijk wij bij herhaling hebben opgemerkt, heeft de verwisselingvande voornaamwoordenwijenhijte dikwijls in den Koran plaats, dan dat het mogelijk zou zijn, dit telkens, wanneer het plaats heeft, te doen opmerken.23Door voor den heiligen oorlog geschenken te geven. VolgensSavary: Besteedt uwe rijkdommen voor de verdediging van den heiligen godsdienst.24Dat is: Indien zij berouw gevoelen en gelooven, of zich er aan onderwerpen, schatting te betalen. Sommigen echter zijn van meening, dat deze woorden door het vers van het zwaard zijn afgeschaft. (Al Beidâwi).25Zooals het vers betreffende het steenigen van overspeligen (Hoofdstuk III, vers 22, noot), de beschrijving vanMahomet, en de profetie vanChristusnopens dezen onder den naam vanAhmed(Al Beidâwi).26Dat is: Zulke, wier herstelling niet noodig was.27Het Arabische woordal Fatrabeteekent het tijdsverloop tusschen twee profeten, gedurende hetwelk geen nieuwe openbaring of kwijtschelding werd gegeven, zooals de tijd, die tusschenMozesenJezusverliep, of tusschenJezusenMahomet, op het einde van welke laatste tijdruimteMahometgezonden werd.28Dit werd vervuld, òf door dat God hun een koninkrijk gaf, en eene lange opvolging van vorsten, òf door dat hij hem tot koningen of meesters over hen zelven maakte, door hen van de Egyptische slavernij te verlossen.29Daar hij de Roode Zee voor u scheidde en u, door middel van eene wolk, leidde en u ook met kwakkels en manna voedde (Al Beidâwi).30De grootste dezer reuzen, was volgens de uitleggersOg, de zoon vanAnak, nopens wiens reusachtige houding, zijne ontkoming aan den vloed en de wijze waarop hij doorMozeswerd gedood, de Mahomedanen verschillende fabels verhalen. ZieMarracc., inAlcor. p. 231 enz.,d’Herbel.Bibl. Oriënt, p. 336.31NamelijkCalebenJosua.32De uitleggers beweren, dat de Israëlieten, terwijl zij in de woestijn reisden, binnen een cirkel van omstreeks achttien, of volgens het zeggen van sommigen, van zevenentwintig mijlen werden gehouden, waardoor zij, hoewel van den ochtend tot den avond reizende, zich den volgenden dag telkens op de plaats bevonden vanwaar zij waren uitgegaan. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).33ZijndeKaïnenAbel, welke door de MahomedanenKâbilenHâbîlgenoemd worden.34De oorzaak van het brengen van dit offer, wordt volgens de gewoonlijke overlevering van het Oosten aldus verhaald (zieAbu’lfarag., p. 6 en 7,Eutych,annol.p. 15 en 16 end’Herbelot,Bibl. Oriënt. Art. Cabil): Ieder van hen beiden was met een tweelingzuster geboren, en toen zij opgegroeid waren, bevalAdam, door Gods ingeving, aanKaïn,Abelstweelingzuster te huwen, aanAbelbeval hij hetzelfde ten opzichte vanKaïnstweelingzuster.Kaïnweigerde dit echter op te volgen, daar zijne eigene zuster de schoonste was.Adambeval hun daarop hunne offeranden aan God te brengen en daarbij de beslissing van het geschil aan God over te laten. (AlBeidâwi). De uitleggers zeggen, datKaïnsofferande een gaaf was van het slechtste koren dat hij bezat, terwijl die vanAbelin een vet lam het beste van zijne kudde bestond.35Namelijk vanAbel, waarvan God de aanneming op een zichtbare wijze deed plaats hebben. Hij deed namelijk vuur uit den hemel nederdalen, waardoor het werd verteerd, zonder dat het offer vanKaïnwerd aangeraakt. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).36OmAbelsgeduld te verheffen.Al Beidâwiverhaalt, dat hij de sterkste der twee was, en dus gemakkelijk zijn broeder had kunnen overmeesteren.37Zooals afgodendienarij, of roof op den openbaren weg. (Al Beidâwi).38Daar hij het gebod zal hebben geschonden, waarbij het vergieten van bloed wordt verboden.39De schriftgeleerden zijn het niet eens omtrent de toepassing van deze straffen. De uitleggers veronderstellen echter, dat zij die alleen moord hebben gepleegd, op de gewone wijze ter dood moeten gebracht worden; zij die moord of roof te gelijk plegen, zouden gekruisigd worden: hun die rooven, zonder daarbij moord te plegen, zou de rechterhand en de linkervoet afgesneden worden; zij die personen aanvallen en hun vrees aanjagen, zouden moeten gebannen worden. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Ook is het twijfelachtig, of zij, die gekruisigd moeten worden, levend aan het kruis genageld, of na hunnen dood die straf moeten ondergaan, of wel aan het kruis moeten opgehangen worden tot zij sterven. (Al Beidâwi).40Volgens de Sonna (de overlevering), kan deze straf niet worden opgelegd, dan wanneer de waarde van het gestolene vier dinars (ƒ 24) bedraagt. Voor de eerste misdaad moet de veroordeelde de rechterhand verliezen, die aan den pols wordt afgesneden; bij herhaling wordt de linkervoet aan den enkel afgesneden; bij de tweede herhaling zijne linkerhand; bij de derde herhaling zijn rechtervoet; en indien hij voortgaat misdaden te begaan, zal hij, naar het oordeel des rechters gegeeseld worden. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Deze wet is niet meer bij de Turken in gebruik. Het toedienen van stokslagen is de gewone straf voor diefstal. Roovers worden dikwijls onthoofd. Deze misdaad is echter zeldzaam in Turksche steden, maar de slechte staat der politie veroorzaakt, dat zij soms op groote wegen, en vooral in de woestijnen, voorvalt. Thans mag in de Turksche staten geen doodvonnis worden voltrokken, zonder door den sultan bekrachtigd te zijn.41Dit wil zeggen: dat God hem daarna er niet meer voor zal straffen; maar zijn berouw belet hier echter de uitvoering der wet niet, noch ontheft hem van restitutie.Al Shâfeïbeweert echter, dat hij niet zal gestraft worden, indien de beleedigde partij hem vergeeft, alvorens hij voor den magistraatpersoon verschijnt. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi.)42Dat is: die de eerste gelegenheid aangrijpen om het masker af te werpen en zich bij de ongeloovigen aansluiten.43Zijnde de huichelachtige Mahomedanen.44Deze woorden zijn voor twee uitleggingen vatbaar. Volgens sommigen doelen zij op de leugens en verdraaiingen van de rabbijnen of de christelijke geestelijken, die de geboden vanMahometverwerpen; volgens anderen, dat zij alleen naarMahometkwamen luisteren om hem te bespieden en hunne makkers mede te deelen wat hij had gezegd, en hem als een leugenaar voor te stellen (Al Beidâwi.)45ZieHoofdstuk IV, vers 48.46Dat is: indienMahometu den tekst der schrift geeft, zooals wij u dien geven, neemt dien aan: zoo niet verwerpt dien.47Sommigen zeggen, dat dit betrekking heeft op het gebruik van verboden vleeschsoorten: anderen op woeker en omkooping (Al Beidâwi). Het Arabische woord, hier door eten vertaald, geeft tot beide beteekenissen evenveel aanleiding. Het Hebreeuwschנשר(verwant met bijten) is elke rente.48Dat is: kies zelf, of gij hunne geschillen al of niet wilt beslechten. Vandaar wasAl Shâfeïvan meening dat een rechter niet verplicht was, in geschillen tusschen Joden en Christenen uitspraak te doen. Indien echter een hunner, of beiden schatplichtigen waren, of onder de bescherming der Mahomedanen stonden, waren zij daartoe verplicht, en behoefden zij om dit vers zich niet te bekreunen.Aboe Hanifameent echter, dat de magistraten verplicht zouden zijn, alle zaken te richten, die hun worden onderworpen. (Al Beidâwi.)49Maar zij dobberen in twijfel en gelooven niet.50Dat is: waakzaam, om er schending van te voorkomen.51Het oorspronkelijke woord is: ziel.52Zie Exod. XXI : 24, enz.53Deze plaats is voor nog eene uitlegging vatbaar; te weten: hij die aalmoezen geeft, na iemand gewond te hebben, zal vergeving zijner zonden verkrijgen.54Het woord, hier door open weg vertaald, is eigenlijk het pad, dat naar de drinkplaats leidt. Figuurlijk wordt dit woord voor de gedragslijn volgens de wet gebruikt.55Of weigeren, door den Koran gericht te worden.56De onwetendheid,eldjahiliieh, wordt bij de Arabieren altijd gebruikt om het tijdperk van den afgodendienst aan te duiden. Deze plaats beteekent: Achten zij het beter, volgens de woeste wetten der afgodendienaars, dan door de goddelijke wet geoordeeld te worden?57Deze woorden werden tot de Mahomedanen of wel tot Joden gericht, naardien de huichelaars hunne eeden aan beiden hebben gezworen. (Al Beidâwi).58Het Arabische woordwelibeteekent: vriend patroon, beschermer, bondgenoot, heilige (vriend van God).59Deze woorden werden ingevoegd, bij gelegenheid dat een zeker Christen, die, toen hij den Muadhdhin of roeper, tot het gebed hoorde oproepen, en dit gedeelte van de gebruikelijke formule herhaalde: Ik geloof datMahometde apostel van God is, luid zeide: Moge God den leugenaar verbranden; maar eenige nachten later geraakte zijn huis door de onvoorzichtigheid van een bediende in brand, waarbij hij zelf en zijn gezin in de vlammen omkwamen. (Al Beidâwi).60De eersten waren de Joden vanAilah, die den Sabbath schonden (ZieHoofdstuk II, vers 61), en de laatsten zij, die niet geloofden aan het mirakel van de tafel, welke aanJezusuit den hemel, werd nedergezonden.61ZieHoofdstuk II, vers 247.62Dat is: Zij zullen met gebrek en gierigheid gestraft worden. Deze woorden doelen, volgens de meening van sommigen, ook op de wijze waarop de goddeloozen op den jongsten dag zullen verschijnen, namelijk met hunne rechterhanden aan hunnen nek gekluisterd, hetgeen de eigenlijke beteekenis van het Arabisch woord is.63Namelijk de Koran.64Dat is: Zij zullen zoowel de genoegens des hemels als die der aarde genieten.65Alvorens dit vers werd geopenbaard, onderhield Mahomet eene lijfwacht van gewapenden voor zijne zekerheid: toen hij echter deze verzekering van Gods bescherming ontving, dankte hij die dadelijk af. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.)66Zie de noot vanHoofdstuk II, vers 59.67ZieHoofdstuk II, vers 59.68Door hunne oogen en ooren voor overtuiging en de bevelen der wet te sluiten, zooals toen zij het kalf aanbaden.69ZieHoofdstuk IV, vers 170.70Die nimmer aanspraak er op maakte, van goddelijken aard, of de moeder Gods te zijn. (Jallalo’ddin).71Daar zij verplicht waren, hun leven op dezelfde wijze door te brengen, en aan dezelfde behoeften en gebreken als de overige menschen onderworpen en dientengevolge van geen’ goddelijken oorsprong waren. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).72ZieHoofdstuk IV, vers 169. Hier zijn deze woorden echter uitsluitend tot de Christenen gericht.73Dat is: van de geestelijken en voorgangers, die dwalen, door aanChristusgoddelijkheid toe te kennen, alvorensMahometwerd gezonden. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).74Zie hiervoren denoot 3op blz.162.75Davidhad de Sabbatschenders in apen veranderd,Hoofdstuk II. vers 61;Jezusveranderde de boozen onder Israël in varkens.76ZieHoofdstuk II vers 89.77De personen die op deze plaats rechtstreeks worden bedoeld, zijn: ófAshama, koning vanEthiopië, en verschillende bisschoppen en priesters, die, tot dat doel vergaderd,Jaafar Ebn Talebhoorden, en die bij de eerste vlucht naar deze plaats vlood, en de 29e en 30e en later de 18e en19e Hoofdstukken van den Koran las, op het hooren waarvan de koning en de overige aanwezenden in tranen uitbarstten en bekenden, dat het met de waarheid overeenkomstig was; vooral de vorst zelf werd een proseliet van het Mahomedanisme (Al Beidâwi,Al Thalabi,Albufed.Vit. Moh., pag. 35 enz.,Marracc,Prodr. ad Refut, Alcor. pars. Ipag. 45), of dertig, doch gelijk anderen zeggen zeventig personen, die door dien zelfden koning vanEthiopiëals afgezanten totMahometwaren gezonden, aan welken de profeet zelf het36e hoofdstukvoorlas, waarop zij begonnen te weenen, zeggende: Hoezeer gelijkt dat op hetgeen doorJezuswerd geopenbaard! en zich dadelijk als Moslems bekenden. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin, ookMarrace, t. a. pl.)78Deze woorden geopenbaard, toen sommigen vanMahometsvolgelingen, goed dachten te doen, door voortdurend te vasten en te waken, en door zich van vrouwen, het eten van vleesch, het slapen op een bed en andere geoorloofde genoegens des levens te onthouden, in navolging van sommige Christenen; doch de profeet keurde dit af, zeggende: dat hij geene monniken in zijnen Godsdienst verlangde te hebben. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).79ZieHoofdstuk II, vers 224.80(Aboe Hanîfazegt, dat dit drie dagen te zamen is). Dit wordt echter in het gebruik niet gevolgd, daar het nergens bepaald in den Koran, noch in de Sonna wordt bevolen.81Hiermede worden alle bedwelmende dranken en kansspelen bedoeld. ZieHoofdstuk II, vers 216.82Al Beidâwien sommige andere uitleggers zeggen, dat hier van afgoden wordt gesproken, anderen beweren echter, en met meer waarschijnlijkheid, dat hier de gesneden menschenbeelden worden bedoeld, waarmede de afgodendienende Arabieren schaak spelen, zijnde kleine figuren van menschen, olifanten, paarden en drommedarissen.83De uitleggers trachten de tautologie van deze plaats te verontschuldigen, door de veronderstelling, dat de drievoudige vermelding vanvreezenengeloovenbetrekking heeft op de drie toestanden van den tijd, namelijk het verledene, het tegenwoordige en het toekomstige of op den drievoudigen plicht van den mensch, omtrent God, zich zelven en zijn naaste. (Al Beidâwi). Volgens anderen weder heeft deze herhaling plaats gehad, omdatMahometduidelijk wilde aantoonen, dat de ware vroomheid niet in het onthouden van zekere spijzen ligt.84Hiermede wordt bedoeld, dat hij een offer in den tempel vanMekkazal brengen, hetgeen daar gedood en onder de armen verdeeld zal worden, of wel een of ander huis- of tam dier, van gelijke waarde als datgene wat hij zal hebben gedood; zooals b.v. een schaap ter vergoeding van een antilope, een duif voor een patrijs enz. En over deze waarde moeten twee voorzichtige personen oordeelen. Indien de overtreder niet in staat was dit te doen, rustte de verplichting op hem eene zekere hoeveelheid voedsel aan een of meer arme lieden te geven, of een evenredig aantal dagen te vasten.85Dit, zegtJallalo’ddin, is toepasbaar op alle visschen die in de zee leven, en niet op diegene, welke zoowel in de zee als op het land leven; zooals: krabben, enz. De Turken die tot de Hanifieten behooren, eten deze soort van visschen nimmer, maar de secte vanMalec Ebn Ans, en misschien eenige anderen, zien daarin geen godsdienstig bezwaar.86Want het oordeel over zaken moet niet met het oog op hare schaarschte of menigvuldigheid, maar naar heure wezenlijke goede of slechte hoedanigheden worden uitgesproken, (Al Beidâwi).87Dit waren de namen door de afgodendienende Arabieren aan sommige kameelen of schapen gegeven, die in eenige gevallen van de gewone diensten waren bevrijd. Zij waren van een of ander kenteeken voorzien, gelijk gespleten ooren, enz. opdat zij herkend konden worden. Dit deden zij ter eere hunner goden. Deze bijgeloovige gewoonte wordt hier verklaard, geen bevel van God te zijn en als een verzinsel van dwazen gekenschetst.88Zij die deze woorden zoodanig uitleggen, dat daarmede personen van eenen anderen godsdienst worden bedoeld, zeggen, dat dit afgeschaft is, en dat de getuigenis van zulk een’ niet tegen een Moslem kan gelden. (Al Beidâwi).89Voor het geval dat er eenige twijfel bestond, werden de getuigen van het gezelschap afgezonderd, opdat zij niet verleid mochten worden: dit duurde voort, tot zij hunne verklaring hadden afgelegd, hetgeen zij gewoonlijk deden als het namiddaggebed was uitgesproken; daar dit het oogenblik was, dat het volk zich in het openbaar verzamelde, of, gelijk sommigen beweren, de beschermengelen dan iedereen bijstonden, zoodat er vier engelen tegen hen konden getuigen, indien zij valsche verklaringen aflegden. Er zijn echter anderen die veronderstellen, dat zij na het uur van ieder gebed mochten verhoord worden, indien daarbij een genoegzaam aantal menschen verzameld was. (Al Beidâwi).90Dat is op den dag der opstanding.91ZieHoofdstuk II, vers 81, in de noot.92ZieHoofdstuk III, vers 41.93Zieald.,vers 43.94Zieald.,vers 48.95ZieHoofdstuk III, vers 41–43.96De uitleggers verhalen dit wonder op de volgende wijze: NadatJezusdit, op verzoek zijner volgelingen, van God had gevraagd, daalde voor hunne oogen dadelijk een roode tafel tusschen twee wolken neder: zij werd voor hem geplaatst. Vervolgens stondJezusop en bad, na de reiniging te hebben verricht, waarop hij het kleed weg nam, dat de tafel bedekte, zeggende: “In den naam van God, die het best van voedsel voorziet.” Omtrent de spijzen die zich op de tafel bevonden, zijn de uitleggers het oneens. De meest verspreide overlevering zegt echter, dat er, zoodra het kleed van de tafel was weggenomen, een geheel gereed gemaakte visch met groente, brood, olijven enz. verscheen. Zij voegen er, behalve verdere bijzonderheden, nog bij, datJezus, op verzoek der apostelen, een ander wonder voor hen verrichtte, door den visch weder in den oorspronkelijken vorm terug te brengen en weder levend te maken, waarna hij hem in den toebereidenden toestand herstelde; Eenduizenddriehonderd mannen en vrouwen, die allen met lichaamsgebreken bezocht, of arm waren, aten van deze spijzen en werden verzadigd, terwijl de visch geheel bleef, zooals hij oorspronkelijk was. Daaroprees de tafel voor aller oog, weder ten hemel, en ieder die van dit voedsel had genoten, was van zijne gebreken en ongelukken bevrijd. De tafel daalde daarop nog gedurende veertig dagen, tegen etenstijd neder en bleef op den grond staan, tot de zon daalde, waarop zij weder door de wolken werd opgenomen. Sommige Mahomedaansche schrijvers zeggen, dat deze tafel niet werkelijk nederdaalde, maar achtten ’t eene parabel; de meesten meenen echter, dat de woorden van den Koran juist het tegenovergestelde te kennen geven. Eene andere overlevering zegt, dat verscheiden menschen in zwijnen werden veranderd, omdat zij niet aan dit wonder geloofden, en het aan tooverij toeschreven, of, zooals anderen beweren, omdat zij sommige levensmiddelen van de tafel stalen. (Al Beidâwi,Al Thalabi.)97ZieHoofdstuk III, vers 48, nopens de reden waarom hier de woorden: “gij hebt mij tot u opgenomen”, in plaats van: “gij hebt mij doen sterven”, zijn geplaatst. Zie ookHoofdstuk XXXIX, vers 43, noot.
1Deze titel is ontleend aan de tafel, welke aan het einde van dit hoofdstuk gezegd wordt, uit den hemel aan Jezus te zijn gezonden. Het wordt ook soms het hoofdstuk der verbintenissen (’choed) genaamd, welk laatste woord in het eerste vers voorkomt.2Zoo als: Kameelen, ossen en schapen, als ook wilde koeien, antilopen enz. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi), maar geene varkens, noch datgene, wat gedurende de bedevaart is gejaagd.3De ceremoniën die bij de bedevaart naarMekkagebruikelijk zijn.4De offerande, waarvan hier sprake is, is het schaap, dat naarMekkawordt vervoerd, om daar geofferd te worden, welks nek men gewoonlijk met slingers, kransen of andere versierselen omhangt, ten einde het als eene heilige zaak te beschouwen.5In de expeditie vanAl Hodeibiya.6Bij de afgodendienende Arabieren was het gebruik, bij het dooden van eenigerhande dier, dat tot voedsel moest strekken, het om zoo te zeggen, aan hunne afgoden toe te wijden, door het uitspreken der woorden: In den naam vanAllatofAl Uzza(zieSoera II).7Of door een dier, dat voor de jacht is afgericht. (AlBeidâwi).8Dat is: behalve dat gij nog tijdig genoeg komt om leven in het dier te vinden, en het den hals af te snijden.9Dit woord beteekent ook zekere soort steenen, die door de afgodendienende Arabieren werden gebruikt tot opstapeling nabij hunne huizen, en waarvoor zij uit bijgeloof dieren doodden, ter eere hunner goden. (AlBeidâwi.)10De afgodendienende Arabieren hadden de gewoonte, een gedooden kameel onder elkander te verdeelen, door het lot te trekken, wien dit of dat gedeelte zou te beurt vallen; dit geschiedde met pijlen zonder ijzer of vederen, die, ten getale van zeven, in den tempel vanCaabawerden bewaard. Met betrekking tot de woorden “heden,” of “op dezen dag” wordt beweerd, dat deze plaats Vrijdag-ochtend werd geopenbaard, zijnde de dag, waarop de bedevaartgangers den bergArafatbezochten, den laatsten keer, datMahometden tempel vanMekkabezocht. Deze pelgrimstocht wordt daarom de bedevaart des afscheids genoemd (AlBeidâwi). ZiePrid.Life of Moham., p. 99.11Daarom zeggen de uitleggers, dat na dien tijd geen positief of negatief voorschrift werd gegeven. ZieAbulfedVit. Moham., p. 131.12Daar ik u een waren en volmaakten godsdienst heb gegeven; of door de verovering vanMekkaen de vernietiging van den afgodendienst.13Het woordtaiibat, dat hier in het oorspronkelijke staat heeft eene even algemeene beteekenis als het woordgoed. Men moet hier echter door goed verstaan datgene,watzuiver en niet schadelijk voor de gezondheid is.14Hetzij viervoetige dieren of vogels.15Zoowel als gij het wild een hond, valk of ander dier achterna zendt, als indien gij het doodt.16Zijnde door Joden of Christenen gedood, of gereed gemaakt.17Dit zijn de gemengde huwelijken tusschen Muzelmannen en Joodsche en Christen vrouwen; de vrouwen der afgodendienaars zijn van dit verlof uitgesloten.18Deze voorschriften, die aan de mannen werden gegeven, zijn bijna in dezelfde uitdrukkingen vervat als die, welke de vrouwen betreffen. Ziehoofdstuk IV, vers 29. Het woordkhidn, meervoudigakhdan, hier in den tekst gebruikt, beteekent geliefde en ook bijzit.19Deze reiniging met zand, bij gebrek aan water, wordtteiemmoemgenaamd (Ziesoera IV, vers 46.)20Deze woorden maken het formulier uit, dat bij de inhuldiging van een vorst wordt uitgesproken, enMahometbedoelt hier den eed van getrouwheid, dien zijne volgelingen hem teAl Akabahadden gedaan. ZieAlbulfed,Vit. Moham, p. 43.21Deze plaats moet betrekking hebben op een moordaanslag op den persoon vanMahomet. Hiervan bestaan verschillende lezingen. Volgens eene zou een Arabier, toenMahometeens zijne wapens afgelegd en die aan een boom opgehangen had, terwijl zijn gevolg zich op eenigen afstand van hem bevond, zich op hem geworpen hebben en, terwijl hij een bloote sabel boven zijn hoofd hield, gezegd hebben: “Wie belet mij u te dooden?”—“Dat is God,” hernamMahomet; hierop ontnam de engelGabriëlde sabel aan den Arabier.Mahomet, greep de sabel en vroeg den Arabier op zijne beurt; “Wie belet mij, u te dooden?”—“Niemand,” hernam de Arabier; en hij omhelsde den Islam.22Hier spreekt God. Gelijk wij bij herhaling hebben opgemerkt, heeft de verwisselingvande voornaamwoordenwijenhijte dikwijls in den Koran plaats, dan dat het mogelijk zou zijn, dit telkens, wanneer het plaats heeft, te doen opmerken.23Door voor den heiligen oorlog geschenken te geven. VolgensSavary: Besteedt uwe rijkdommen voor de verdediging van den heiligen godsdienst.24Dat is: Indien zij berouw gevoelen en gelooven, of zich er aan onderwerpen, schatting te betalen. Sommigen echter zijn van meening, dat deze woorden door het vers van het zwaard zijn afgeschaft. (Al Beidâwi).25Zooals het vers betreffende het steenigen van overspeligen (Hoofdstuk III, vers 22, noot), de beschrijving vanMahomet, en de profetie vanChristusnopens dezen onder den naam vanAhmed(Al Beidâwi).26Dat is: Zulke, wier herstelling niet noodig was.27Het Arabische woordal Fatrabeteekent het tijdsverloop tusschen twee profeten, gedurende hetwelk geen nieuwe openbaring of kwijtschelding werd gegeven, zooals de tijd, die tusschenMozesenJezusverliep, of tusschenJezusenMahomet, op het einde van welke laatste tijdruimteMahometgezonden werd.28Dit werd vervuld, òf door dat God hun een koninkrijk gaf, en eene lange opvolging van vorsten, òf door dat hij hem tot koningen of meesters over hen zelven maakte, door hen van de Egyptische slavernij te verlossen.29Daar hij de Roode Zee voor u scheidde en u, door middel van eene wolk, leidde en u ook met kwakkels en manna voedde (Al Beidâwi).30De grootste dezer reuzen, was volgens de uitleggersOg, de zoon vanAnak, nopens wiens reusachtige houding, zijne ontkoming aan den vloed en de wijze waarop hij doorMozeswerd gedood, de Mahomedanen verschillende fabels verhalen. ZieMarracc., inAlcor. p. 231 enz.,d’Herbel.Bibl. Oriënt, p. 336.31NamelijkCalebenJosua.32De uitleggers beweren, dat de Israëlieten, terwijl zij in de woestijn reisden, binnen een cirkel van omstreeks achttien, of volgens het zeggen van sommigen, van zevenentwintig mijlen werden gehouden, waardoor zij, hoewel van den ochtend tot den avond reizende, zich den volgenden dag telkens op de plaats bevonden vanwaar zij waren uitgegaan. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).33ZijndeKaïnenAbel, welke door de MahomedanenKâbilenHâbîlgenoemd worden.34De oorzaak van het brengen van dit offer, wordt volgens de gewoonlijke overlevering van het Oosten aldus verhaald (zieAbu’lfarag., p. 6 en 7,Eutych,annol.p. 15 en 16 end’Herbelot,Bibl. Oriënt. Art. Cabil): Ieder van hen beiden was met een tweelingzuster geboren, en toen zij opgegroeid waren, bevalAdam, door Gods ingeving, aanKaïn,Abelstweelingzuster te huwen, aanAbelbeval hij hetzelfde ten opzichte vanKaïnstweelingzuster.Kaïnweigerde dit echter op te volgen, daar zijne eigene zuster de schoonste was.Adambeval hun daarop hunne offeranden aan God te brengen en daarbij de beslissing van het geschil aan God over te laten. (AlBeidâwi). De uitleggers zeggen, datKaïnsofferande een gaaf was van het slechtste koren dat hij bezat, terwijl die vanAbelin een vet lam het beste van zijne kudde bestond.35Namelijk vanAbel, waarvan God de aanneming op een zichtbare wijze deed plaats hebben. Hij deed namelijk vuur uit den hemel nederdalen, waardoor het werd verteerd, zonder dat het offer vanKaïnwerd aangeraakt. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).36OmAbelsgeduld te verheffen.Al Beidâwiverhaalt, dat hij de sterkste der twee was, en dus gemakkelijk zijn broeder had kunnen overmeesteren.37Zooals afgodendienarij, of roof op den openbaren weg. (Al Beidâwi).38Daar hij het gebod zal hebben geschonden, waarbij het vergieten van bloed wordt verboden.39De schriftgeleerden zijn het niet eens omtrent de toepassing van deze straffen. De uitleggers veronderstellen echter, dat zij die alleen moord hebben gepleegd, op de gewone wijze ter dood moeten gebracht worden; zij die moord of roof te gelijk plegen, zouden gekruisigd worden: hun die rooven, zonder daarbij moord te plegen, zou de rechterhand en de linkervoet afgesneden worden; zij die personen aanvallen en hun vrees aanjagen, zouden moeten gebannen worden. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Ook is het twijfelachtig, of zij, die gekruisigd moeten worden, levend aan het kruis genageld, of na hunnen dood die straf moeten ondergaan, of wel aan het kruis moeten opgehangen worden tot zij sterven. (Al Beidâwi).40Volgens de Sonna (de overlevering), kan deze straf niet worden opgelegd, dan wanneer de waarde van het gestolene vier dinars (ƒ 24) bedraagt. Voor de eerste misdaad moet de veroordeelde de rechterhand verliezen, die aan den pols wordt afgesneden; bij herhaling wordt de linkervoet aan den enkel afgesneden; bij de tweede herhaling zijne linkerhand; bij de derde herhaling zijn rechtervoet; en indien hij voortgaat misdaden te begaan, zal hij, naar het oordeel des rechters gegeeseld worden. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Deze wet is niet meer bij de Turken in gebruik. Het toedienen van stokslagen is de gewone straf voor diefstal. Roovers worden dikwijls onthoofd. Deze misdaad is echter zeldzaam in Turksche steden, maar de slechte staat der politie veroorzaakt, dat zij soms op groote wegen, en vooral in de woestijnen, voorvalt. Thans mag in de Turksche staten geen doodvonnis worden voltrokken, zonder door den sultan bekrachtigd te zijn.41Dit wil zeggen: dat God hem daarna er niet meer voor zal straffen; maar zijn berouw belet hier echter de uitvoering der wet niet, noch ontheft hem van restitutie.Al Shâfeïbeweert echter, dat hij niet zal gestraft worden, indien de beleedigde partij hem vergeeft, alvorens hij voor den magistraatpersoon verschijnt. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi.)42Dat is: die de eerste gelegenheid aangrijpen om het masker af te werpen en zich bij de ongeloovigen aansluiten.43Zijnde de huichelachtige Mahomedanen.44Deze woorden zijn voor twee uitleggingen vatbaar. Volgens sommigen doelen zij op de leugens en verdraaiingen van de rabbijnen of de christelijke geestelijken, die de geboden vanMahometverwerpen; volgens anderen, dat zij alleen naarMahometkwamen luisteren om hem te bespieden en hunne makkers mede te deelen wat hij had gezegd, en hem als een leugenaar voor te stellen (Al Beidâwi.)45ZieHoofdstuk IV, vers 48.46Dat is: indienMahometu den tekst der schrift geeft, zooals wij u dien geven, neemt dien aan: zoo niet verwerpt dien.47Sommigen zeggen, dat dit betrekking heeft op het gebruik van verboden vleeschsoorten: anderen op woeker en omkooping (Al Beidâwi). Het Arabische woord, hier door eten vertaald, geeft tot beide beteekenissen evenveel aanleiding. Het Hebreeuwschנשר(verwant met bijten) is elke rente.48Dat is: kies zelf, of gij hunne geschillen al of niet wilt beslechten. Vandaar wasAl Shâfeïvan meening dat een rechter niet verplicht was, in geschillen tusschen Joden en Christenen uitspraak te doen. Indien echter een hunner, of beiden schatplichtigen waren, of onder de bescherming der Mahomedanen stonden, waren zij daartoe verplicht, en behoefden zij om dit vers zich niet te bekreunen.Aboe Hanifameent echter, dat de magistraten verplicht zouden zijn, alle zaken te richten, die hun worden onderworpen. (Al Beidâwi.)49Maar zij dobberen in twijfel en gelooven niet.50Dat is: waakzaam, om er schending van te voorkomen.51Het oorspronkelijke woord is: ziel.52Zie Exod. XXI : 24, enz.53Deze plaats is voor nog eene uitlegging vatbaar; te weten: hij die aalmoezen geeft, na iemand gewond te hebben, zal vergeving zijner zonden verkrijgen.54Het woord, hier door open weg vertaald, is eigenlijk het pad, dat naar de drinkplaats leidt. Figuurlijk wordt dit woord voor de gedragslijn volgens de wet gebruikt.55Of weigeren, door den Koran gericht te worden.56De onwetendheid,eldjahiliieh, wordt bij de Arabieren altijd gebruikt om het tijdperk van den afgodendienst aan te duiden. Deze plaats beteekent: Achten zij het beter, volgens de woeste wetten der afgodendienaars, dan door de goddelijke wet geoordeeld te worden?57Deze woorden werden tot de Mahomedanen of wel tot Joden gericht, naardien de huichelaars hunne eeden aan beiden hebben gezworen. (Al Beidâwi).58Het Arabische woordwelibeteekent: vriend patroon, beschermer, bondgenoot, heilige (vriend van God).59Deze woorden werden ingevoegd, bij gelegenheid dat een zeker Christen, die, toen hij den Muadhdhin of roeper, tot het gebed hoorde oproepen, en dit gedeelte van de gebruikelijke formule herhaalde: Ik geloof datMahometde apostel van God is, luid zeide: Moge God den leugenaar verbranden; maar eenige nachten later geraakte zijn huis door de onvoorzichtigheid van een bediende in brand, waarbij hij zelf en zijn gezin in de vlammen omkwamen. (Al Beidâwi).60De eersten waren de Joden vanAilah, die den Sabbath schonden (ZieHoofdstuk II, vers 61), en de laatsten zij, die niet geloofden aan het mirakel van de tafel, welke aanJezusuit den hemel, werd nedergezonden.61ZieHoofdstuk II, vers 247.62Dat is: Zij zullen met gebrek en gierigheid gestraft worden. Deze woorden doelen, volgens de meening van sommigen, ook op de wijze waarop de goddeloozen op den jongsten dag zullen verschijnen, namelijk met hunne rechterhanden aan hunnen nek gekluisterd, hetgeen de eigenlijke beteekenis van het Arabisch woord is.63Namelijk de Koran.64Dat is: Zij zullen zoowel de genoegens des hemels als die der aarde genieten.65Alvorens dit vers werd geopenbaard, onderhield Mahomet eene lijfwacht van gewapenden voor zijne zekerheid: toen hij echter deze verzekering van Gods bescherming ontving, dankte hij die dadelijk af. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.)66Zie de noot vanHoofdstuk II, vers 59.67ZieHoofdstuk II, vers 59.68Door hunne oogen en ooren voor overtuiging en de bevelen der wet te sluiten, zooals toen zij het kalf aanbaden.69ZieHoofdstuk IV, vers 170.70Die nimmer aanspraak er op maakte, van goddelijken aard, of de moeder Gods te zijn. (Jallalo’ddin).71Daar zij verplicht waren, hun leven op dezelfde wijze door te brengen, en aan dezelfde behoeften en gebreken als de overige menschen onderworpen en dientengevolge van geen’ goddelijken oorsprong waren. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).72ZieHoofdstuk IV, vers 169. Hier zijn deze woorden echter uitsluitend tot de Christenen gericht.73Dat is: van de geestelijken en voorgangers, die dwalen, door aanChristusgoddelijkheid toe te kennen, alvorensMahometwerd gezonden. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).74Zie hiervoren denoot 3op blz.162.75Davidhad de Sabbatschenders in apen veranderd,Hoofdstuk II. vers 61;Jezusveranderde de boozen onder Israël in varkens.76ZieHoofdstuk II vers 89.77De personen die op deze plaats rechtstreeks worden bedoeld, zijn: ófAshama, koning vanEthiopië, en verschillende bisschoppen en priesters, die, tot dat doel vergaderd,Jaafar Ebn Talebhoorden, en die bij de eerste vlucht naar deze plaats vlood, en de 29e en 30e en later de 18e en19e Hoofdstukken van den Koran las, op het hooren waarvan de koning en de overige aanwezenden in tranen uitbarstten en bekenden, dat het met de waarheid overeenkomstig was; vooral de vorst zelf werd een proseliet van het Mahomedanisme (Al Beidâwi,Al Thalabi,Albufed.Vit. Moh., pag. 35 enz.,Marracc,Prodr. ad Refut, Alcor. pars. Ipag. 45), of dertig, doch gelijk anderen zeggen zeventig personen, die door dien zelfden koning vanEthiopiëals afgezanten totMahometwaren gezonden, aan welken de profeet zelf het36e hoofdstukvoorlas, waarop zij begonnen te weenen, zeggende: Hoezeer gelijkt dat op hetgeen doorJezuswerd geopenbaard! en zich dadelijk als Moslems bekenden. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin, ookMarrace, t. a. pl.)78Deze woorden geopenbaard, toen sommigen vanMahometsvolgelingen, goed dachten te doen, door voortdurend te vasten en te waken, en door zich van vrouwen, het eten van vleesch, het slapen op een bed en andere geoorloofde genoegens des levens te onthouden, in navolging van sommige Christenen; doch de profeet keurde dit af, zeggende: dat hij geene monniken in zijnen Godsdienst verlangde te hebben. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).79ZieHoofdstuk II, vers 224.80(Aboe Hanîfazegt, dat dit drie dagen te zamen is). Dit wordt echter in het gebruik niet gevolgd, daar het nergens bepaald in den Koran, noch in de Sonna wordt bevolen.81Hiermede worden alle bedwelmende dranken en kansspelen bedoeld. ZieHoofdstuk II, vers 216.82Al Beidâwien sommige andere uitleggers zeggen, dat hier van afgoden wordt gesproken, anderen beweren echter, en met meer waarschijnlijkheid, dat hier de gesneden menschenbeelden worden bedoeld, waarmede de afgodendienende Arabieren schaak spelen, zijnde kleine figuren van menschen, olifanten, paarden en drommedarissen.83De uitleggers trachten de tautologie van deze plaats te verontschuldigen, door de veronderstelling, dat de drievoudige vermelding vanvreezenengeloovenbetrekking heeft op de drie toestanden van den tijd, namelijk het verledene, het tegenwoordige en het toekomstige of op den drievoudigen plicht van den mensch, omtrent God, zich zelven en zijn naaste. (Al Beidâwi). Volgens anderen weder heeft deze herhaling plaats gehad, omdatMahometduidelijk wilde aantoonen, dat de ware vroomheid niet in het onthouden van zekere spijzen ligt.84Hiermede wordt bedoeld, dat hij een offer in den tempel vanMekkazal brengen, hetgeen daar gedood en onder de armen verdeeld zal worden, of wel een of ander huis- of tam dier, van gelijke waarde als datgene wat hij zal hebben gedood; zooals b.v. een schaap ter vergoeding van een antilope, een duif voor een patrijs enz. En over deze waarde moeten twee voorzichtige personen oordeelen. Indien de overtreder niet in staat was dit te doen, rustte de verplichting op hem eene zekere hoeveelheid voedsel aan een of meer arme lieden te geven, of een evenredig aantal dagen te vasten.85Dit, zegtJallalo’ddin, is toepasbaar op alle visschen die in de zee leven, en niet op diegene, welke zoowel in de zee als op het land leven; zooals: krabben, enz. De Turken die tot de Hanifieten behooren, eten deze soort van visschen nimmer, maar de secte vanMalec Ebn Ans, en misschien eenige anderen, zien daarin geen godsdienstig bezwaar.86Want het oordeel over zaken moet niet met het oog op hare schaarschte of menigvuldigheid, maar naar heure wezenlijke goede of slechte hoedanigheden worden uitgesproken, (Al Beidâwi).87Dit waren de namen door de afgodendienende Arabieren aan sommige kameelen of schapen gegeven, die in eenige gevallen van de gewone diensten waren bevrijd. Zij waren van een of ander kenteeken voorzien, gelijk gespleten ooren, enz. opdat zij herkend konden worden. Dit deden zij ter eere hunner goden. Deze bijgeloovige gewoonte wordt hier verklaard, geen bevel van God te zijn en als een verzinsel van dwazen gekenschetst.88Zij die deze woorden zoodanig uitleggen, dat daarmede personen van eenen anderen godsdienst worden bedoeld, zeggen, dat dit afgeschaft is, en dat de getuigenis van zulk een’ niet tegen een Moslem kan gelden. (Al Beidâwi).89Voor het geval dat er eenige twijfel bestond, werden de getuigen van het gezelschap afgezonderd, opdat zij niet verleid mochten worden: dit duurde voort, tot zij hunne verklaring hadden afgelegd, hetgeen zij gewoonlijk deden als het namiddaggebed was uitgesproken; daar dit het oogenblik was, dat het volk zich in het openbaar verzamelde, of, gelijk sommigen beweren, de beschermengelen dan iedereen bijstonden, zoodat er vier engelen tegen hen konden getuigen, indien zij valsche verklaringen aflegden. Er zijn echter anderen die veronderstellen, dat zij na het uur van ieder gebed mochten verhoord worden, indien daarbij een genoegzaam aantal menschen verzameld was. (Al Beidâwi).90Dat is op den dag der opstanding.91ZieHoofdstuk II, vers 81, in de noot.92ZieHoofdstuk III, vers 41.93Zieald.,vers 43.94Zieald.,vers 48.95ZieHoofdstuk III, vers 41–43.96De uitleggers verhalen dit wonder op de volgende wijze: NadatJezusdit, op verzoek zijner volgelingen, van God had gevraagd, daalde voor hunne oogen dadelijk een roode tafel tusschen twee wolken neder: zij werd voor hem geplaatst. Vervolgens stondJezusop en bad, na de reiniging te hebben verricht, waarop hij het kleed weg nam, dat de tafel bedekte, zeggende: “In den naam van God, die het best van voedsel voorziet.” Omtrent de spijzen die zich op de tafel bevonden, zijn de uitleggers het oneens. De meest verspreide overlevering zegt echter, dat er, zoodra het kleed van de tafel was weggenomen, een geheel gereed gemaakte visch met groente, brood, olijven enz. verscheen. Zij voegen er, behalve verdere bijzonderheden, nog bij, datJezus, op verzoek der apostelen, een ander wonder voor hen verrichtte, door den visch weder in den oorspronkelijken vorm terug te brengen en weder levend te maken, waarna hij hem in den toebereidenden toestand herstelde; Eenduizenddriehonderd mannen en vrouwen, die allen met lichaamsgebreken bezocht, of arm waren, aten van deze spijzen en werden verzadigd, terwijl de visch geheel bleef, zooals hij oorspronkelijk was. Daaroprees de tafel voor aller oog, weder ten hemel, en ieder die van dit voedsel had genoten, was van zijne gebreken en ongelukken bevrijd. De tafel daalde daarop nog gedurende veertig dagen, tegen etenstijd neder en bleef op den grond staan, tot de zon daalde, waarop zij weder door de wolken werd opgenomen. Sommige Mahomedaansche schrijvers zeggen, dat deze tafel niet werkelijk nederdaalde, maar achtten ’t eene parabel; de meesten meenen echter, dat de woorden van den Koran juist het tegenovergestelde te kennen geven. Eene andere overlevering zegt, dat verscheiden menschen in zwijnen werden veranderd, omdat zij niet aan dit wonder geloofden, en het aan tooverij toeschreven, of, zooals anderen beweren, omdat zij sommige levensmiddelen van de tafel stalen. (Al Beidâwi,Al Thalabi.)97ZieHoofdstuk III, vers 48, nopens de reden waarom hier de woorden: “gij hebt mij tot u opgenomen”, in plaats van: “gij hebt mij doen sterven”, zijn geplaatst. Zie ookHoofdstuk XXXIX, vers 43, noot.
1Deze titel is ontleend aan de tafel, welke aan het einde van dit hoofdstuk gezegd wordt, uit den hemel aan Jezus te zijn gezonden. Het wordt ook soms het hoofdstuk der verbintenissen (’choed) genaamd, welk laatste woord in het eerste vers voorkomt.
2Zoo als: Kameelen, ossen en schapen, als ook wilde koeien, antilopen enz. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi), maar geene varkens, noch datgene, wat gedurende de bedevaart is gejaagd.
3De ceremoniën die bij de bedevaart naarMekkagebruikelijk zijn.
4De offerande, waarvan hier sprake is, is het schaap, dat naarMekkawordt vervoerd, om daar geofferd te worden, welks nek men gewoonlijk met slingers, kransen of andere versierselen omhangt, ten einde het als eene heilige zaak te beschouwen.
5In de expeditie vanAl Hodeibiya.
6Bij de afgodendienende Arabieren was het gebruik, bij het dooden van eenigerhande dier, dat tot voedsel moest strekken, het om zoo te zeggen, aan hunne afgoden toe te wijden, door het uitspreken der woorden: In den naam vanAllatofAl Uzza(zieSoera II).
7Of door een dier, dat voor de jacht is afgericht. (AlBeidâwi).
8Dat is: behalve dat gij nog tijdig genoeg komt om leven in het dier te vinden, en het den hals af te snijden.
9Dit woord beteekent ook zekere soort steenen, die door de afgodendienende Arabieren werden gebruikt tot opstapeling nabij hunne huizen, en waarvoor zij uit bijgeloof dieren doodden, ter eere hunner goden. (AlBeidâwi.)
10De afgodendienende Arabieren hadden de gewoonte, een gedooden kameel onder elkander te verdeelen, door het lot te trekken, wien dit of dat gedeelte zou te beurt vallen; dit geschiedde met pijlen zonder ijzer of vederen, die, ten getale van zeven, in den tempel vanCaabawerden bewaard. Met betrekking tot de woorden “heden,” of “op dezen dag” wordt beweerd, dat deze plaats Vrijdag-ochtend werd geopenbaard, zijnde de dag, waarop de bedevaartgangers den bergArafatbezochten, den laatsten keer, datMahometden tempel vanMekkabezocht. Deze pelgrimstocht wordt daarom de bedevaart des afscheids genoemd (AlBeidâwi). ZiePrid.Life of Moham., p. 99.
11Daarom zeggen de uitleggers, dat na dien tijd geen positief of negatief voorschrift werd gegeven. ZieAbulfedVit. Moham., p. 131.
12Daar ik u een waren en volmaakten godsdienst heb gegeven; of door de verovering vanMekkaen de vernietiging van den afgodendienst.
13Het woordtaiibat, dat hier in het oorspronkelijke staat heeft eene even algemeene beteekenis als het woordgoed. Men moet hier echter door goed verstaan datgene,watzuiver en niet schadelijk voor de gezondheid is.
14Hetzij viervoetige dieren of vogels.
15Zoowel als gij het wild een hond, valk of ander dier achterna zendt, als indien gij het doodt.
16Zijnde door Joden of Christenen gedood, of gereed gemaakt.
17Dit zijn de gemengde huwelijken tusschen Muzelmannen en Joodsche en Christen vrouwen; de vrouwen der afgodendienaars zijn van dit verlof uitgesloten.
18Deze voorschriften, die aan de mannen werden gegeven, zijn bijna in dezelfde uitdrukkingen vervat als die, welke de vrouwen betreffen. Ziehoofdstuk IV, vers 29. Het woordkhidn, meervoudigakhdan, hier in den tekst gebruikt, beteekent geliefde en ook bijzit.
19Deze reiniging met zand, bij gebrek aan water, wordtteiemmoemgenaamd (Ziesoera IV, vers 46.)
20Deze woorden maken het formulier uit, dat bij de inhuldiging van een vorst wordt uitgesproken, enMahometbedoelt hier den eed van getrouwheid, dien zijne volgelingen hem teAl Akabahadden gedaan. ZieAlbulfed,Vit. Moham, p. 43.
21Deze plaats moet betrekking hebben op een moordaanslag op den persoon vanMahomet. Hiervan bestaan verschillende lezingen. Volgens eene zou een Arabier, toenMahometeens zijne wapens afgelegd en die aan een boom opgehangen had, terwijl zijn gevolg zich op eenigen afstand van hem bevond, zich op hem geworpen hebben en, terwijl hij een bloote sabel boven zijn hoofd hield, gezegd hebben: “Wie belet mij u te dooden?”—“Dat is God,” hernamMahomet; hierop ontnam de engelGabriëlde sabel aan den Arabier.Mahomet, greep de sabel en vroeg den Arabier op zijne beurt; “Wie belet mij, u te dooden?”—“Niemand,” hernam de Arabier; en hij omhelsde den Islam.
22Hier spreekt God. Gelijk wij bij herhaling hebben opgemerkt, heeft de verwisselingvande voornaamwoordenwijenhijte dikwijls in den Koran plaats, dan dat het mogelijk zou zijn, dit telkens, wanneer het plaats heeft, te doen opmerken.
23Door voor den heiligen oorlog geschenken te geven. VolgensSavary: Besteedt uwe rijkdommen voor de verdediging van den heiligen godsdienst.
24Dat is: Indien zij berouw gevoelen en gelooven, of zich er aan onderwerpen, schatting te betalen. Sommigen echter zijn van meening, dat deze woorden door het vers van het zwaard zijn afgeschaft. (Al Beidâwi).
25Zooals het vers betreffende het steenigen van overspeligen (Hoofdstuk III, vers 22, noot), de beschrijving vanMahomet, en de profetie vanChristusnopens dezen onder den naam vanAhmed(Al Beidâwi).
26Dat is: Zulke, wier herstelling niet noodig was.
27Het Arabische woordal Fatrabeteekent het tijdsverloop tusschen twee profeten, gedurende hetwelk geen nieuwe openbaring of kwijtschelding werd gegeven, zooals de tijd, die tusschenMozesenJezusverliep, of tusschenJezusenMahomet, op het einde van welke laatste tijdruimteMahometgezonden werd.
28Dit werd vervuld, òf door dat God hun een koninkrijk gaf, en eene lange opvolging van vorsten, òf door dat hij hem tot koningen of meesters over hen zelven maakte, door hen van de Egyptische slavernij te verlossen.
29Daar hij de Roode Zee voor u scheidde en u, door middel van eene wolk, leidde en u ook met kwakkels en manna voedde (Al Beidâwi).
30De grootste dezer reuzen, was volgens de uitleggersOg, de zoon vanAnak, nopens wiens reusachtige houding, zijne ontkoming aan den vloed en de wijze waarop hij doorMozeswerd gedood, de Mahomedanen verschillende fabels verhalen. ZieMarracc., inAlcor. p. 231 enz.,d’Herbel.Bibl. Oriënt, p. 336.
31NamelijkCalebenJosua.
32De uitleggers beweren, dat de Israëlieten, terwijl zij in de woestijn reisden, binnen een cirkel van omstreeks achttien, of volgens het zeggen van sommigen, van zevenentwintig mijlen werden gehouden, waardoor zij, hoewel van den ochtend tot den avond reizende, zich den volgenden dag telkens op de plaats bevonden vanwaar zij waren uitgegaan. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).
33ZijndeKaïnenAbel, welke door de MahomedanenKâbilenHâbîlgenoemd worden.
34De oorzaak van het brengen van dit offer, wordt volgens de gewoonlijke overlevering van het Oosten aldus verhaald (zieAbu’lfarag., p. 6 en 7,Eutych,annol.p. 15 en 16 end’Herbelot,Bibl. Oriënt. Art. Cabil): Ieder van hen beiden was met een tweelingzuster geboren, en toen zij opgegroeid waren, bevalAdam, door Gods ingeving, aanKaïn,Abelstweelingzuster te huwen, aanAbelbeval hij hetzelfde ten opzichte vanKaïnstweelingzuster.Kaïnweigerde dit echter op te volgen, daar zijne eigene zuster de schoonste was.Adambeval hun daarop hunne offeranden aan God te brengen en daarbij de beslissing van het geschil aan God over te laten. (AlBeidâwi). De uitleggers zeggen, datKaïnsofferande een gaaf was van het slechtste koren dat hij bezat, terwijl die vanAbelin een vet lam het beste van zijne kudde bestond.
35Namelijk vanAbel, waarvan God de aanneming op een zichtbare wijze deed plaats hebben. Hij deed namelijk vuur uit den hemel nederdalen, waardoor het werd verteerd, zonder dat het offer vanKaïnwerd aangeraakt. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).
36OmAbelsgeduld te verheffen.Al Beidâwiverhaalt, dat hij de sterkste der twee was, en dus gemakkelijk zijn broeder had kunnen overmeesteren.
37Zooals afgodendienarij, of roof op den openbaren weg. (Al Beidâwi).
38Daar hij het gebod zal hebben geschonden, waarbij het vergieten van bloed wordt verboden.
39De schriftgeleerden zijn het niet eens omtrent de toepassing van deze straffen. De uitleggers veronderstellen echter, dat zij die alleen moord hebben gepleegd, op de gewone wijze ter dood moeten gebracht worden; zij die moord of roof te gelijk plegen, zouden gekruisigd worden: hun die rooven, zonder daarbij moord te plegen, zou de rechterhand en de linkervoet afgesneden worden; zij die personen aanvallen en hun vrees aanjagen, zouden moeten gebannen worden. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin). Ook is het twijfelachtig, of zij, die gekruisigd moeten worden, levend aan het kruis genageld, of na hunnen dood die straf moeten ondergaan, of wel aan het kruis moeten opgehangen worden tot zij sterven. (Al Beidâwi).
40Volgens de Sonna (de overlevering), kan deze straf niet worden opgelegd, dan wanneer de waarde van het gestolene vier dinars (ƒ 24) bedraagt. Voor de eerste misdaad moet de veroordeelde de rechterhand verliezen, die aan den pols wordt afgesneden; bij herhaling wordt de linkervoet aan den enkel afgesneden; bij de tweede herhaling zijne linkerhand; bij de derde herhaling zijn rechtervoet; en indien hij voortgaat misdaden te begaan, zal hij, naar het oordeel des rechters gegeeseld worden. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi). Deze wet is niet meer bij de Turken in gebruik. Het toedienen van stokslagen is de gewone straf voor diefstal. Roovers worden dikwijls onthoofd. Deze misdaad is echter zeldzaam in Turksche steden, maar de slechte staat der politie veroorzaakt, dat zij soms op groote wegen, en vooral in de woestijnen, voorvalt. Thans mag in de Turksche staten geen doodvonnis worden voltrokken, zonder door den sultan bekrachtigd te zijn.
41Dit wil zeggen: dat God hem daarna er niet meer voor zal straffen; maar zijn berouw belet hier echter de uitvoering der wet niet, noch ontheft hem van restitutie.Al Shâfeïbeweert echter, dat hij niet zal gestraft worden, indien de beleedigde partij hem vergeeft, alvorens hij voor den magistraatpersoon verschijnt. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi.)
42Dat is: die de eerste gelegenheid aangrijpen om het masker af te werpen en zich bij de ongeloovigen aansluiten.
43Zijnde de huichelachtige Mahomedanen.
44Deze woorden zijn voor twee uitleggingen vatbaar. Volgens sommigen doelen zij op de leugens en verdraaiingen van de rabbijnen of de christelijke geestelijken, die de geboden vanMahometverwerpen; volgens anderen, dat zij alleen naarMahometkwamen luisteren om hem te bespieden en hunne makkers mede te deelen wat hij had gezegd, en hem als een leugenaar voor te stellen (Al Beidâwi.)
45ZieHoofdstuk IV, vers 48.
46Dat is: indienMahometu den tekst der schrift geeft, zooals wij u dien geven, neemt dien aan: zoo niet verwerpt dien.
47Sommigen zeggen, dat dit betrekking heeft op het gebruik van verboden vleeschsoorten: anderen op woeker en omkooping (Al Beidâwi). Het Arabische woord, hier door eten vertaald, geeft tot beide beteekenissen evenveel aanleiding. Het Hebreeuwschנשר(verwant met bijten) is elke rente.
48Dat is: kies zelf, of gij hunne geschillen al of niet wilt beslechten. Vandaar wasAl Shâfeïvan meening dat een rechter niet verplicht was, in geschillen tusschen Joden en Christenen uitspraak te doen. Indien echter een hunner, of beiden schatplichtigen waren, of onder de bescherming der Mahomedanen stonden, waren zij daartoe verplicht, en behoefden zij om dit vers zich niet te bekreunen.Aboe Hanifameent echter, dat de magistraten verplicht zouden zijn, alle zaken te richten, die hun worden onderworpen. (Al Beidâwi.)
49Maar zij dobberen in twijfel en gelooven niet.
50Dat is: waakzaam, om er schending van te voorkomen.
51Het oorspronkelijke woord is: ziel.
52Zie Exod. XXI : 24, enz.
53Deze plaats is voor nog eene uitlegging vatbaar; te weten: hij die aalmoezen geeft, na iemand gewond te hebben, zal vergeving zijner zonden verkrijgen.
54Het woord, hier door open weg vertaald, is eigenlijk het pad, dat naar de drinkplaats leidt. Figuurlijk wordt dit woord voor de gedragslijn volgens de wet gebruikt.
55Of weigeren, door den Koran gericht te worden.
56De onwetendheid,eldjahiliieh, wordt bij de Arabieren altijd gebruikt om het tijdperk van den afgodendienst aan te duiden. Deze plaats beteekent: Achten zij het beter, volgens de woeste wetten der afgodendienaars, dan door de goddelijke wet geoordeeld te worden?
57Deze woorden werden tot de Mahomedanen of wel tot Joden gericht, naardien de huichelaars hunne eeden aan beiden hebben gezworen. (Al Beidâwi).
58Het Arabische woordwelibeteekent: vriend patroon, beschermer, bondgenoot, heilige (vriend van God).
59Deze woorden werden ingevoegd, bij gelegenheid dat een zeker Christen, die, toen hij den Muadhdhin of roeper, tot het gebed hoorde oproepen, en dit gedeelte van de gebruikelijke formule herhaalde: Ik geloof datMahometde apostel van God is, luid zeide: Moge God den leugenaar verbranden; maar eenige nachten later geraakte zijn huis door de onvoorzichtigheid van een bediende in brand, waarbij hij zelf en zijn gezin in de vlammen omkwamen. (Al Beidâwi).
60De eersten waren de Joden vanAilah, die den Sabbath schonden (ZieHoofdstuk II, vers 61), en de laatsten zij, die niet geloofden aan het mirakel van de tafel, welke aanJezusuit den hemel, werd nedergezonden.
61ZieHoofdstuk II, vers 247.
62Dat is: Zij zullen met gebrek en gierigheid gestraft worden. Deze woorden doelen, volgens de meening van sommigen, ook op de wijze waarop de goddeloozen op den jongsten dag zullen verschijnen, namelijk met hunne rechterhanden aan hunnen nek gekluisterd, hetgeen de eigenlijke beteekenis van het Arabisch woord is.
63Namelijk de Koran.
64Dat is: Zij zullen zoowel de genoegens des hemels als die der aarde genieten.
65Alvorens dit vers werd geopenbaard, onderhield Mahomet eene lijfwacht van gewapenden voor zijne zekerheid: toen hij echter deze verzekering van Gods bescherming ontving, dankte hij die dadelijk af. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin.)
66Zie de noot vanHoofdstuk II, vers 59.
67ZieHoofdstuk II, vers 59.
68Door hunne oogen en ooren voor overtuiging en de bevelen der wet te sluiten, zooals toen zij het kalf aanbaden.
69ZieHoofdstuk IV, vers 170.
70Die nimmer aanspraak er op maakte, van goddelijken aard, of de moeder Gods te zijn. (Jallalo’ddin).
71Daar zij verplicht waren, hun leven op dezelfde wijze door te brengen, en aan dezelfde behoeften en gebreken als de overige menschen onderworpen en dientengevolge van geen’ goddelijken oorsprong waren. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).
72ZieHoofdstuk IV, vers 169. Hier zijn deze woorden echter uitsluitend tot de Christenen gericht.
73Dat is: van de geestelijken en voorgangers, die dwalen, door aanChristusgoddelijkheid toe te kennen, alvorensMahometwerd gezonden. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).
74Zie hiervoren denoot 3op blz.162.
75Davidhad de Sabbatschenders in apen veranderd,Hoofdstuk II. vers 61;Jezusveranderde de boozen onder Israël in varkens.
76ZieHoofdstuk II vers 89.
77De personen die op deze plaats rechtstreeks worden bedoeld, zijn: ófAshama, koning vanEthiopië, en verschillende bisschoppen en priesters, die, tot dat doel vergaderd,Jaafar Ebn Talebhoorden, en die bij de eerste vlucht naar deze plaats vlood, en de 29e en 30e en later de 18e en19e Hoofdstukken van den Koran las, op het hooren waarvan de koning en de overige aanwezenden in tranen uitbarstten en bekenden, dat het met de waarheid overeenkomstig was; vooral de vorst zelf werd een proseliet van het Mahomedanisme (Al Beidâwi,Al Thalabi,Albufed.Vit. Moh., pag. 35 enz.,Marracc,Prodr. ad Refut, Alcor. pars. Ipag. 45), of dertig, doch gelijk anderen zeggen zeventig personen, die door dien zelfden koning vanEthiopiëals afgezanten totMahometwaren gezonden, aan welken de profeet zelf het36e hoofdstukvoorlas, waarop zij begonnen te weenen, zeggende: Hoezeer gelijkt dat op hetgeen doorJezuswerd geopenbaard! en zich dadelijk als Moslems bekenden. (Al Beidâwi,Jallalo’ddin, ookMarrace, t. a. pl.)
78Deze woorden geopenbaard, toen sommigen vanMahometsvolgelingen, goed dachten te doen, door voortdurend te vasten en te waken, en door zich van vrouwen, het eten van vleesch, het slapen op een bed en andere geoorloofde genoegens des levens te onthouden, in navolging van sommige Christenen; doch de profeet keurde dit af, zeggende: dat hij geene monniken in zijnen Godsdienst verlangde te hebben. (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).
79ZieHoofdstuk II, vers 224.
80(Aboe Hanîfazegt, dat dit drie dagen te zamen is). Dit wordt echter in het gebruik niet gevolgd, daar het nergens bepaald in den Koran, noch in de Sonna wordt bevolen.
81Hiermede worden alle bedwelmende dranken en kansspelen bedoeld. ZieHoofdstuk II, vers 216.
82Al Beidâwien sommige andere uitleggers zeggen, dat hier van afgoden wordt gesproken, anderen beweren echter, en met meer waarschijnlijkheid, dat hier de gesneden menschenbeelden worden bedoeld, waarmede de afgodendienende Arabieren schaak spelen, zijnde kleine figuren van menschen, olifanten, paarden en drommedarissen.
83De uitleggers trachten de tautologie van deze plaats te verontschuldigen, door de veronderstelling, dat de drievoudige vermelding vanvreezenengeloovenbetrekking heeft op de drie toestanden van den tijd, namelijk het verledene, het tegenwoordige en het toekomstige of op den drievoudigen plicht van den mensch, omtrent God, zich zelven en zijn naaste. (Al Beidâwi). Volgens anderen weder heeft deze herhaling plaats gehad, omdatMahometduidelijk wilde aantoonen, dat de ware vroomheid niet in het onthouden van zekere spijzen ligt.
84Hiermede wordt bedoeld, dat hij een offer in den tempel vanMekkazal brengen, hetgeen daar gedood en onder de armen verdeeld zal worden, of wel een of ander huis- of tam dier, van gelijke waarde als datgene wat hij zal hebben gedood; zooals b.v. een schaap ter vergoeding van een antilope, een duif voor een patrijs enz. En over deze waarde moeten twee voorzichtige personen oordeelen. Indien de overtreder niet in staat was dit te doen, rustte de verplichting op hem eene zekere hoeveelheid voedsel aan een of meer arme lieden te geven, of een evenredig aantal dagen te vasten.
85Dit, zegtJallalo’ddin, is toepasbaar op alle visschen die in de zee leven, en niet op diegene, welke zoowel in de zee als op het land leven; zooals: krabben, enz. De Turken die tot de Hanifieten behooren, eten deze soort van visschen nimmer, maar de secte vanMalec Ebn Ans, en misschien eenige anderen, zien daarin geen godsdienstig bezwaar.
86Want het oordeel over zaken moet niet met het oog op hare schaarschte of menigvuldigheid, maar naar heure wezenlijke goede of slechte hoedanigheden worden uitgesproken, (Al Beidâwi).
87Dit waren de namen door de afgodendienende Arabieren aan sommige kameelen of schapen gegeven, die in eenige gevallen van de gewone diensten waren bevrijd. Zij waren van een of ander kenteeken voorzien, gelijk gespleten ooren, enz. opdat zij herkend konden worden. Dit deden zij ter eere hunner goden. Deze bijgeloovige gewoonte wordt hier verklaard, geen bevel van God te zijn en als een verzinsel van dwazen gekenschetst.
88Zij die deze woorden zoodanig uitleggen, dat daarmede personen van eenen anderen godsdienst worden bedoeld, zeggen, dat dit afgeschaft is, en dat de getuigenis van zulk een’ niet tegen een Moslem kan gelden. (Al Beidâwi).
89Voor het geval dat er eenige twijfel bestond, werden de getuigen van het gezelschap afgezonderd, opdat zij niet verleid mochten worden: dit duurde voort, tot zij hunne verklaring hadden afgelegd, hetgeen zij gewoonlijk deden als het namiddaggebed was uitgesproken; daar dit het oogenblik was, dat het volk zich in het openbaar verzamelde, of, gelijk sommigen beweren, de beschermengelen dan iedereen bijstonden, zoodat er vier engelen tegen hen konden getuigen, indien zij valsche verklaringen aflegden. Er zijn echter anderen die veronderstellen, dat zij na het uur van ieder gebed mochten verhoord worden, indien daarbij een genoegzaam aantal menschen verzameld was. (Al Beidâwi).
90Dat is op den dag der opstanding.
91ZieHoofdstuk II, vers 81, in de noot.
92ZieHoofdstuk III, vers 41.
93Zieald.,vers 43.
94Zieald.,vers 48.
95ZieHoofdstuk III, vers 41–43.
96De uitleggers verhalen dit wonder op de volgende wijze: NadatJezusdit, op verzoek zijner volgelingen, van God had gevraagd, daalde voor hunne oogen dadelijk een roode tafel tusschen twee wolken neder: zij werd voor hem geplaatst. Vervolgens stondJezusop en bad, na de reiniging te hebben verricht, waarop hij het kleed weg nam, dat de tafel bedekte, zeggende: “In den naam van God, die het best van voedsel voorziet.” Omtrent de spijzen die zich op de tafel bevonden, zijn de uitleggers het oneens. De meest verspreide overlevering zegt echter, dat er, zoodra het kleed van de tafel was weggenomen, een geheel gereed gemaakte visch met groente, brood, olijven enz. verscheen. Zij voegen er, behalve verdere bijzonderheden, nog bij, datJezus, op verzoek der apostelen, een ander wonder voor hen verrichtte, door den visch weder in den oorspronkelijken vorm terug te brengen en weder levend te maken, waarna hij hem in den toebereidenden toestand herstelde; Eenduizenddriehonderd mannen en vrouwen, die allen met lichaamsgebreken bezocht, of arm waren, aten van deze spijzen en werden verzadigd, terwijl de visch geheel bleef, zooals hij oorspronkelijk was. Daaroprees de tafel voor aller oog, weder ten hemel, en ieder die van dit voedsel had genoten, was van zijne gebreken en ongelukken bevrijd. De tafel daalde daarop nog gedurende veertig dagen, tegen etenstijd neder en bleef op den grond staan, tot de zon daalde, waarop zij weder door de wolken werd opgenomen. Sommige Mahomedaansche schrijvers zeggen, dat deze tafel niet werkelijk nederdaalde, maar achtten ’t eene parabel; de meesten meenen echter, dat de woorden van den Koran juist het tegenovergestelde te kennen geven. Eene andere overlevering zegt, dat verscheiden menschen in zwijnen werden veranderd, omdat zij niet aan dit wonder geloofden, en het aan tooverij toeschreven, of, zooals anderen beweren, omdat zij sommige levensmiddelen van de tafel stalen. (Al Beidâwi,Al Thalabi.)
97ZieHoofdstuk III, vers 48, nopens de reden waarom hier de woorden: “gij hebt mij tot u opgenomen”, in plaats van: “gij hebt mij doen sterven”, zijn geplaatst. Zie ookHoofdstuk XXXIX, vers 43, noot.