KKaaba,LII,4. ZieCaaba.Ka’ba of het heilige huis van Mekka, zijne bouworde,II,119–121.Kâbil of Caïn,V,30en volg.Kadr (Nacht van),XLIV,2,3;XCVII, geheel.Kaf (Berg),L,1, n.Kaïn, zieAbel.KalfII,48,51.—XII, 146, 147, 148, 151.—Aanbidden,IV,152.Kameel (De heilige) der Thamoedieten,VII,71,75;XI,6768;XXVI,155en volg.;LIV,27;XCI,12.—In het oosten voornamelijk als voertuig gebruikt.XXIII,22. n.Kameelen, zinnebeelden van gehoorzaamheid aan God.XXII,37.Karoen,XXVIII,76;XXIX,38,39, n.;XL,23.—Karoens weerspannigheid tegen Mozes,XXVIII,76, n.—Zijne schatten, aldaar.Kauther, eene rivier in het paradijs,CVIII,1.Kebla, of richting, waarin men moet staan bij het gebed,II,136.—Onherroepelijk vastgesteld,138en volg.—ZieNavolging.Kedar Ebn Salef, de meest verdorvene,XCI,12en volg.Kennis,II,114, n.;—der schriften, zieAsaf.—Na de openbaring van den Koran,II,114.—Van den Apostel,II,141.Ketels uit de bergen van Yaman gehouwen,XXXIV,12.Khaûla wordt door haar man verstooten,LVIII,1, n.Khedr,XVIII,64en volg. ZieAl Khedr.Khozaïeten,XXI,26, n.Kiem van het kwaad,IV,81.Kinderen (De),XXXI,31.—Mahomet verbiedt hen te vermoorden,XVII,33.—Van God,XLIII,14.—Dooden,VI,138,141.—ZiePleegkinderen.Kitfîr, ziePotiphar.Klaagster,LVIII, bl.565, n,Klank van den trompet,XXVII,89;XXXIX,68.—ZieTrompet.Klinkende gesprekken,VI,112.Kloosterleven (Het),LVII,27.Koe,II, bl.70, n.;63en volg.Koningin van Saba, zieBalkis.Koninkrijk,LXVII, bl.584, n.Koophandel, tijdens de bedevaart geoorloofd,II,194, n.Koperen fontein,XXXIV,11.Koran (De)I, bl.69, n.—VI,90en volg.;XI,16;XVII,47en volg.;XIX,97;XX,112,113;XXV,32,34;XXVII,78,79;XXVIII,48, n.,85;XXIX,46en volg.;XXXVI,69;XLV,19;LXIX,48en volg.;LXXX,11en volg.;LXXXI,27en volg.;LXXXV,21en22;LXXXVII,6.—Hij is een goddelijk werk,IV,84,XLVI,3en volg.—Hij wordt zorgvuldig in den hemel bewaard,XIII,39;LXXXV,21.—Hij is niet het werk der demons,XXVI,210.—Hij is bij gedeelten geopenbaard,XVII,107.—Geen menschelijk wezen zou zoo iets kunnen voortbrengen,II,21,22;X,39;LII,33,34en volg.—Hij is het schoonste woord dat er bestaat,XXXIX,24,28,29.—Hij wordt door de geniussen bewonderd,XLVI,28.—Wat de ongeloovigen er van zeggen,XXV,5,6.—Hij is slechts eene bevestiging der schriften,X,38.—Sommige verzen er uit zijn afgeschaft of veranderd,II,100;XVI,103;VI,110n.—Nacht, waarin hij is nedergezonden,XLIV,1en volg.—ZieAl Forkan.—Zieverzen.Koreïshieten (De),CVI,1.—Dringen bij Mahomet aan tot den godsdienst van zijne vaderen terug te keeren,XLV,17, n.—Gelooven in Mahomet,XXVIII,57, n.—Volgens een bericht worden zij door vrees weerhouden dit te belijden, aldaar—Hunantwoordaanarme Moslems,XXXVI,47, n.—Hun gezegde aan Mahomet,XXXIX,37, n.—Zijn Mahomet vijandig,XVII,78, n.—Hunne nederlaag, aldaar.—Versmaden Mahomets volgelingen,XIX,74, n.—Verstoord door de bekeering van Omar,XXXVIII,5, n.—Hun aanslag op Mahomet,XXXVI,9, n.—Hunne strijdkracht,XXXIII,9, n.—Gelooven niet in de schrift,VI,89.—Richten drie vragen tot Mahomet,XVIII,23, n.Kosai, een van Mahomets voorouders,VII,190, n.Koude, zieZamharir.Kroppen van vogels, zieZielen.Kruisigen,VII,121.Krijgsgevangenen,VIII,68en volg.Krijgswonden,III,134.Kuil, meesters daarvan,LXXXV,4.Kuischheid aanbevolen,XXIV,30en volg.Kun, verklaring van dit woord,XVII,87, n.—Woord, waardoor God in staat is een millioen werelden voort te brengen,XXXI,27, n.Kwaad, zieKiem.Kwakkels, zieManna.—ZieGod.Kwartels nedergezonden,II,54.—ZieKwakkels.Kwetsen door vuur,II,74.LLaatste dag,VI,31.Laatste oordeel, zieUur.Lamech, Noachs vader,VII,57, n.Landverhuizing, beteekenis van dat woord,LIX, bl.568, n. en2.Laster (De) veroordeeldXLIX,11.Lasteraars van den profeet,CIV,1, n.—Van de vrouwen des profeets,XXIV,23, n.Leenen aan God,V,15;LVII,11.Leer der Christenen, zieDrieëenheid.Leer, zieWare.Legaten,IV,12.—ZieBedrag.Leiding der menschen,VI,158.Letters, die zich aan het hoofd van een groot aantal hoofdstukken bevinden, en wier beteekenis onbekend, isII,III,VII,X,XI,XII,XIII,XIV,XV,XXVII,XXIX,XXX,XXXI,XXXII,XXXVI,XXXVIII,XL,XLI,XLII,XLIII,XLIV,XLV,XLVI,L,LXVIII.—ZieAanvangletters.Leugens verzinnen omtrent God,VI,21.Leven dezer wereld,LVII,19.Licht,XXIV, bl.381, n.—Werpen,II,16.Listen, zieVrouwenlisten.Lokman,XXXI, bl.441, n.;11,12,13, n.Loon van hem, die om de zaak van den godsdienst vlucht,XXIX,56, n.Losprijs,XLVII,5.LotVI,86,VII,78en volg.—ProfeetXI,73,79–84;XXI,71–75;XXII,43;XXVI,160en volg.;XXVII,55en volg.;XXIX,25en volg.;XXXVII,133;XXXVIII,12,13;LIV,33en volg.—Zijne broeders,L,13.Lots gezin zal gered worden,XV,59.—Wordt gered,XXXVII,134—VrouwVII,8;XV,6;XXXVII,135.Lotgevallen, zieGeschiedenis.Lotusboom, grenspaal van het paradijs,LIII,14.Lijfwacht, zieMahomet.
KKaaba,LII,4. ZieCaaba.Ka’ba of het heilige huis van Mekka, zijne bouworde,II,119–121.Kâbil of Caïn,V,30en volg.Kadr (Nacht van),XLIV,2,3;XCVII, geheel.Kaf (Berg),L,1, n.Kaïn, zieAbel.KalfII,48,51.—XII, 146, 147, 148, 151.—Aanbidden,IV,152.Kameel (De heilige) der Thamoedieten,VII,71,75;XI,6768;XXVI,155en volg.;LIV,27;XCI,12.—In het oosten voornamelijk als voertuig gebruikt.XXIII,22. n.Kameelen, zinnebeelden van gehoorzaamheid aan God.XXII,37.Karoen,XXVIII,76;XXIX,38,39, n.;XL,23.—Karoens weerspannigheid tegen Mozes,XXVIII,76, n.—Zijne schatten, aldaar.Kauther, eene rivier in het paradijs,CVIII,1.Kebla, of richting, waarin men moet staan bij het gebed,II,136.—Onherroepelijk vastgesteld,138en volg.—ZieNavolging.Kedar Ebn Salef, de meest verdorvene,XCI,12en volg.Kennis,II,114, n.;—der schriften, zieAsaf.—Na de openbaring van den Koran,II,114.—Van den Apostel,II,141.Ketels uit de bergen van Yaman gehouwen,XXXIV,12.Khaûla wordt door haar man verstooten,LVIII,1, n.Khedr,XVIII,64en volg. ZieAl Khedr.Khozaïeten,XXI,26, n.Kiem van het kwaad,IV,81.Kinderen (De),XXXI,31.—Mahomet verbiedt hen te vermoorden,XVII,33.—Van God,XLIII,14.—Dooden,VI,138,141.—ZiePleegkinderen.Kitfîr, ziePotiphar.Klaagster,LVIII, bl.565, n,Klank van den trompet,XXVII,89;XXXIX,68.—ZieTrompet.Klinkende gesprekken,VI,112.Kloosterleven (Het),LVII,27.Koe,II, bl.70, n.;63en volg.Koningin van Saba, zieBalkis.Koninkrijk,LXVII, bl.584, n.Koophandel, tijdens de bedevaart geoorloofd,II,194, n.Koperen fontein,XXXIV,11.Koran (De)I, bl.69, n.—VI,90en volg.;XI,16;XVII,47en volg.;XIX,97;XX,112,113;XXV,32,34;XXVII,78,79;XXVIII,48, n.,85;XXIX,46en volg.;XXXVI,69;XLV,19;LXIX,48en volg.;LXXX,11en volg.;LXXXI,27en volg.;LXXXV,21en22;LXXXVII,6.—Hij is een goddelijk werk,IV,84,XLVI,3en volg.—Hij wordt zorgvuldig in den hemel bewaard,XIII,39;LXXXV,21.—Hij is niet het werk der demons,XXVI,210.—Hij is bij gedeelten geopenbaard,XVII,107.—Geen menschelijk wezen zou zoo iets kunnen voortbrengen,II,21,22;X,39;LII,33,34en volg.—Hij is het schoonste woord dat er bestaat,XXXIX,24,28,29.—Hij wordt door de geniussen bewonderd,XLVI,28.—Wat de ongeloovigen er van zeggen,XXV,5,6.—Hij is slechts eene bevestiging der schriften,X,38.—Sommige verzen er uit zijn afgeschaft of veranderd,II,100;XVI,103;VI,110n.—Nacht, waarin hij is nedergezonden,XLIV,1en volg.—ZieAl Forkan.—Zieverzen.Koreïshieten (De),CVI,1.—Dringen bij Mahomet aan tot den godsdienst van zijne vaderen terug te keeren,XLV,17, n.—Gelooven in Mahomet,XXVIII,57, n.—Volgens een bericht worden zij door vrees weerhouden dit te belijden, aldaar—Hunantwoordaanarme Moslems,XXXVI,47, n.—Hun gezegde aan Mahomet,XXXIX,37, n.—Zijn Mahomet vijandig,XVII,78, n.—Hunne nederlaag, aldaar.—Versmaden Mahomets volgelingen,XIX,74, n.—Verstoord door de bekeering van Omar,XXXVIII,5, n.—Hun aanslag op Mahomet,XXXVI,9, n.—Hunne strijdkracht,XXXIII,9, n.—Gelooven niet in de schrift,VI,89.—Richten drie vragen tot Mahomet,XVIII,23, n.Kosai, een van Mahomets voorouders,VII,190, n.Koude, zieZamharir.Kroppen van vogels, zieZielen.Kruisigen,VII,121.Krijgsgevangenen,VIII,68en volg.Krijgswonden,III,134.Kuil, meesters daarvan,LXXXV,4.Kuischheid aanbevolen,XXIV,30en volg.Kun, verklaring van dit woord,XVII,87, n.—Woord, waardoor God in staat is een millioen werelden voort te brengen,XXXI,27, n.Kwaad, zieKiem.Kwakkels, zieManna.—ZieGod.Kwartels nedergezonden,II,54.—ZieKwakkels.Kwetsen door vuur,II,74.LLaatste dag,VI,31.Laatste oordeel, zieUur.Lamech, Noachs vader,VII,57, n.Landverhuizing, beteekenis van dat woord,LIX, bl.568, n. en2.Laster (De) veroordeeldXLIX,11.Lasteraars van den profeet,CIV,1, n.—Van de vrouwen des profeets,XXIV,23, n.Leenen aan God,V,15;LVII,11.Leer der Christenen, zieDrieëenheid.Leer, zieWare.Legaten,IV,12.—ZieBedrag.Leiding der menschen,VI,158.Letters, die zich aan het hoofd van een groot aantal hoofdstukken bevinden, en wier beteekenis onbekend, isII,III,VII,X,XI,XII,XIII,XIV,XV,XXVII,XXIX,XXX,XXXI,XXXII,XXXVI,XXXVIII,XL,XLI,XLII,XLIII,XLIV,XLV,XLVI,L,LXVIII.—ZieAanvangletters.Leugens verzinnen omtrent God,VI,21.Leven dezer wereld,LVII,19.Licht,XXIV, bl.381, n.—Werpen,II,16.Listen, zieVrouwenlisten.Lokman,XXXI, bl.441, n.;11,12,13, n.Loon van hem, die om de zaak van den godsdienst vlucht,XXIX,56, n.Losprijs,XLVII,5.LotVI,86,VII,78en volg.—ProfeetXI,73,79–84;XXI,71–75;XXII,43;XXVI,160en volg.;XXVII,55en volg.;XXIX,25en volg.;XXXVII,133;XXXVIII,12,13;LIV,33en volg.—Zijne broeders,L,13.Lots gezin zal gered worden,XV,59.—Wordt gered,XXXVII,134—VrouwVII,8;XV,6;XXXVII,135.Lotgevallen, zieGeschiedenis.Lotusboom, grenspaal van het paradijs,LIII,14.Lijfwacht, zieMahomet.
KKaaba,LII,4. ZieCaaba.Ka’ba of het heilige huis van Mekka, zijne bouworde,II,119–121.Kâbil of Caïn,V,30en volg.Kadr (Nacht van),XLIV,2,3;XCVII, geheel.Kaf (Berg),L,1, n.Kaïn, zieAbel.KalfII,48,51.—XII, 146, 147, 148, 151.—Aanbidden,IV,152.Kameel (De heilige) der Thamoedieten,VII,71,75;XI,6768;XXVI,155en volg.;LIV,27;XCI,12.—In het oosten voornamelijk als voertuig gebruikt.XXIII,22. n.Kameelen, zinnebeelden van gehoorzaamheid aan God.XXII,37.Karoen,XXVIII,76;XXIX,38,39, n.;XL,23.—Karoens weerspannigheid tegen Mozes,XXVIII,76, n.—Zijne schatten, aldaar.Kauther, eene rivier in het paradijs,CVIII,1.Kebla, of richting, waarin men moet staan bij het gebed,II,136.—Onherroepelijk vastgesteld,138en volg.—ZieNavolging.Kedar Ebn Salef, de meest verdorvene,XCI,12en volg.Kennis,II,114, n.;—der schriften, zieAsaf.—Na de openbaring van den Koran,II,114.—Van den Apostel,II,141.Ketels uit de bergen van Yaman gehouwen,XXXIV,12.Khaûla wordt door haar man verstooten,LVIII,1, n.Khedr,XVIII,64en volg. ZieAl Khedr.Khozaïeten,XXI,26, n.Kiem van het kwaad,IV,81.Kinderen (De),XXXI,31.—Mahomet verbiedt hen te vermoorden,XVII,33.—Van God,XLIII,14.—Dooden,VI,138,141.—ZiePleegkinderen.Kitfîr, ziePotiphar.Klaagster,LVIII, bl.565, n,Klank van den trompet,XXVII,89;XXXIX,68.—ZieTrompet.Klinkende gesprekken,VI,112.Kloosterleven (Het),LVII,27.Koe,II, bl.70, n.;63en volg.Koningin van Saba, zieBalkis.Koninkrijk,LXVII, bl.584, n.Koophandel, tijdens de bedevaart geoorloofd,II,194, n.Koperen fontein,XXXIV,11.Koran (De)I, bl.69, n.—VI,90en volg.;XI,16;XVII,47en volg.;XIX,97;XX,112,113;XXV,32,34;XXVII,78,79;XXVIII,48, n.,85;XXIX,46en volg.;XXXVI,69;XLV,19;LXIX,48en volg.;LXXX,11en volg.;LXXXI,27en volg.;LXXXV,21en22;LXXXVII,6.—Hij is een goddelijk werk,IV,84,XLVI,3en volg.—Hij wordt zorgvuldig in den hemel bewaard,XIII,39;LXXXV,21.—Hij is niet het werk der demons,XXVI,210.—Hij is bij gedeelten geopenbaard,XVII,107.—Geen menschelijk wezen zou zoo iets kunnen voortbrengen,II,21,22;X,39;LII,33,34en volg.—Hij is het schoonste woord dat er bestaat,XXXIX,24,28,29.—Hij wordt door de geniussen bewonderd,XLVI,28.—Wat de ongeloovigen er van zeggen,XXV,5,6.—Hij is slechts eene bevestiging der schriften,X,38.—Sommige verzen er uit zijn afgeschaft of veranderd,II,100;XVI,103;VI,110n.—Nacht, waarin hij is nedergezonden,XLIV,1en volg.—ZieAl Forkan.—Zieverzen.Koreïshieten (De),CVI,1.—Dringen bij Mahomet aan tot den godsdienst van zijne vaderen terug te keeren,XLV,17, n.—Gelooven in Mahomet,XXVIII,57, n.—Volgens een bericht worden zij door vrees weerhouden dit te belijden, aldaar—Hunantwoordaanarme Moslems,XXXVI,47, n.—Hun gezegde aan Mahomet,XXXIX,37, n.—Zijn Mahomet vijandig,XVII,78, n.—Hunne nederlaag, aldaar.—Versmaden Mahomets volgelingen,XIX,74, n.—Verstoord door de bekeering van Omar,XXXVIII,5, n.—Hun aanslag op Mahomet,XXXVI,9, n.—Hunne strijdkracht,XXXIII,9, n.—Gelooven niet in de schrift,VI,89.—Richten drie vragen tot Mahomet,XVIII,23, n.Kosai, een van Mahomets voorouders,VII,190, n.Koude, zieZamharir.Kroppen van vogels, zieZielen.Kruisigen,VII,121.Krijgsgevangenen,VIII,68en volg.Krijgswonden,III,134.Kuil, meesters daarvan,LXXXV,4.Kuischheid aanbevolen,XXIV,30en volg.Kun, verklaring van dit woord,XVII,87, n.—Woord, waardoor God in staat is een millioen werelden voort te brengen,XXXI,27, n.Kwaad, zieKiem.Kwakkels, zieManna.—ZieGod.Kwartels nedergezonden,II,54.—ZieKwakkels.Kwetsen door vuur,II,74.
K
Kaaba,LII,4. ZieCaaba.Ka’ba of het heilige huis van Mekka, zijne bouworde,II,119–121.Kâbil of Caïn,V,30en volg.Kadr (Nacht van),XLIV,2,3;XCVII, geheel.Kaf (Berg),L,1, n.Kaïn, zieAbel.KalfII,48,51.—XII, 146, 147, 148, 151.—Aanbidden,IV,152.Kameel (De heilige) der Thamoedieten,VII,71,75;XI,6768;XXVI,155en volg.;LIV,27;XCI,12.—In het oosten voornamelijk als voertuig gebruikt.XXIII,22. n.Kameelen, zinnebeelden van gehoorzaamheid aan God.XXII,37.Karoen,XXVIII,76;XXIX,38,39, n.;XL,23.—Karoens weerspannigheid tegen Mozes,XXVIII,76, n.—Zijne schatten, aldaar.Kauther, eene rivier in het paradijs,CVIII,1.Kebla, of richting, waarin men moet staan bij het gebed,II,136.—Onherroepelijk vastgesteld,138en volg.—ZieNavolging.Kedar Ebn Salef, de meest verdorvene,XCI,12en volg.Kennis,II,114, n.;—der schriften, zieAsaf.—Na de openbaring van den Koran,II,114.—Van den Apostel,II,141.Ketels uit de bergen van Yaman gehouwen,XXXIV,12.Khaûla wordt door haar man verstooten,LVIII,1, n.Khedr,XVIII,64en volg. ZieAl Khedr.Khozaïeten,XXI,26, n.Kiem van het kwaad,IV,81.Kinderen (De),XXXI,31.—Mahomet verbiedt hen te vermoorden,XVII,33.—Van God,XLIII,14.—Dooden,VI,138,141.—ZiePleegkinderen.Kitfîr, ziePotiphar.Klaagster,LVIII, bl.565, n,Klank van den trompet,XXVII,89;XXXIX,68.—ZieTrompet.Klinkende gesprekken,VI,112.Kloosterleven (Het),LVII,27.Koe,II, bl.70, n.;63en volg.Koningin van Saba, zieBalkis.Koninkrijk,LXVII, bl.584, n.Koophandel, tijdens de bedevaart geoorloofd,II,194, n.Koperen fontein,XXXIV,11.Koran (De)I, bl.69, n.—VI,90en volg.;XI,16;XVII,47en volg.;XIX,97;XX,112,113;XXV,32,34;XXVII,78,79;XXVIII,48, n.,85;XXIX,46en volg.;XXXVI,69;XLV,19;LXIX,48en volg.;LXXX,11en volg.;LXXXI,27en volg.;LXXXV,21en22;LXXXVII,6.—Hij is een goddelijk werk,IV,84,XLVI,3en volg.—Hij wordt zorgvuldig in den hemel bewaard,XIII,39;LXXXV,21.—Hij is niet het werk der demons,XXVI,210.—Hij is bij gedeelten geopenbaard,XVII,107.—Geen menschelijk wezen zou zoo iets kunnen voortbrengen,II,21,22;X,39;LII,33,34en volg.—Hij is het schoonste woord dat er bestaat,XXXIX,24,28,29.—Hij wordt door de geniussen bewonderd,XLVI,28.—Wat de ongeloovigen er van zeggen,XXV,5,6.—Hij is slechts eene bevestiging der schriften,X,38.—Sommige verzen er uit zijn afgeschaft of veranderd,II,100;XVI,103;VI,110n.—Nacht, waarin hij is nedergezonden,XLIV,1en volg.—ZieAl Forkan.—Zieverzen.Koreïshieten (De),CVI,1.—Dringen bij Mahomet aan tot den godsdienst van zijne vaderen terug te keeren,XLV,17, n.—Gelooven in Mahomet,XXVIII,57, n.—Volgens een bericht worden zij door vrees weerhouden dit te belijden, aldaar—Hunantwoordaanarme Moslems,XXXVI,47, n.—Hun gezegde aan Mahomet,XXXIX,37, n.—Zijn Mahomet vijandig,XVII,78, n.—Hunne nederlaag, aldaar.—Versmaden Mahomets volgelingen,XIX,74, n.—Verstoord door de bekeering van Omar,XXXVIII,5, n.—Hun aanslag op Mahomet,XXXVI,9, n.—Hunne strijdkracht,XXXIII,9, n.—Gelooven niet in de schrift,VI,89.—Richten drie vragen tot Mahomet,XVIII,23, n.Kosai, een van Mahomets voorouders,VII,190, n.Koude, zieZamharir.Kroppen van vogels, zieZielen.Kruisigen,VII,121.Krijgsgevangenen,VIII,68en volg.Krijgswonden,III,134.Kuil, meesters daarvan,LXXXV,4.Kuischheid aanbevolen,XXIV,30en volg.Kun, verklaring van dit woord,XVII,87, n.—Woord, waardoor God in staat is een millioen werelden voort te brengen,XXXI,27, n.Kwaad, zieKiem.Kwakkels, zieManna.—ZieGod.Kwartels nedergezonden,II,54.—ZieKwakkels.Kwetsen door vuur,II,74.
Kaaba,LII,4. ZieCaaba.
Ka’ba of het heilige huis van Mekka, zijne bouworde,II,119–121.
Kâbil of Caïn,V,30en volg.
Kadr (Nacht van),XLIV,2,3;XCVII, geheel.
Kaf (Berg),L,1, n.
Kaïn, zieAbel.
KalfII,48,51.—XII, 146, 147, 148, 151.—Aanbidden,IV,152.
Kameel (De heilige) der Thamoedieten,VII,71,75;XI,6768;XXVI,155en volg.;LIV,27;XCI,12.—In het oosten voornamelijk als voertuig gebruikt.XXIII,22. n.
Kameelen, zinnebeelden van gehoorzaamheid aan God.XXII,37.
Karoen,XXVIII,76;XXIX,38,39, n.;XL,23.—Karoens weerspannigheid tegen Mozes,XXVIII,76, n.—Zijne schatten, aldaar.
Kauther, eene rivier in het paradijs,CVIII,1.
Kebla, of richting, waarin men moet staan bij het gebed,II,136.—Onherroepelijk vastgesteld,138en volg.—ZieNavolging.
Kedar Ebn Salef, de meest verdorvene,XCI,12en volg.
Kennis,II,114, n.;—der schriften, zieAsaf.—Na de openbaring van den Koran,II,114.—Van den Apostel,II,141.
Ketels uit de bergen van Yaman gehouwen,XXXIV,12.
Khaûla wordt door haar man verstooten,LVIII,1, n.
Khedr,XVIII,64en volg. ZieAl Khedr.
Khozaïeten,XXI,26, n.
Kiem van het kwaad,IV,81.
Kinderen (De),XXXI,31.—Mahomet verbiedt hen te vermoorden,XVII,33.—Van God,XLIII,14.—Dooden,VI,138,141.—ZiePleegkinderen.
Kitfîr, ziePotiphar.
Klaagster,LVIII, bl.565, n,
Klank van den trompet,XXVII,89;XXXIX,68.—ZieTrompet.
Klinkende gesprekken,VI,112.
Kloosterleven (Het),LVII,27.
Koe,II, bl.70, n.;63en volg.
Koningin van Saba, zieBalkis.
Koninkrijk,LXVII, bl.584, n.
Koophandel, tijdens de bedevaart geoorloofd,II,194, n.
Koperen fontein,XXXIV,11.
Koran (De)I, bl.69, n.—VI,90en volg.;XI,16;XVII,47en volg.;XIX,97;XX,112,113;XXV,32,34;XXVII,78,79;XXVIII,48, n.,85;XXIX,46en volg.;XXXVI,69;XLV,19;LXIX,48en volg.;LXXX,11en volg.;LXXXI,27en volg.;LXXXV,21en22;LXXXVII,6.—Hij is een goddelijk werk,IV,84,XLVI,3en volg.—Hij wordt zorgvuldig in den hemel bewaard,XIII,39;LXXXV,21.—Hij is niet het werk der demons,XXVI,210.—Hij is bij gedeelten geopenbaard,XVII,107.—Geen menschelijk wezen zou zoo iets kunnen voortbrengen,II,21,22;X,39;LII,33,34en volg.—Hij is het schoonste woord dat er bestaat,XXXIX,24,28,29.—Hij wordt door de geniussen bewonderd,XLVI,28.—Wat de ongeloovigen er van zeggen,XXV,5,6.—Hij is slechts eene bevestiging der schriften,X,38.—Sommige verzen er uit zijn afgeschaft of veranderd,II,100;XVI,103;VI,110n.—Nacht, waarin hij is nedergezonden,XLIV,1en volg.—ZieAl Forkan.—Zieverzen.
Koreïshieten (De),CVI,1.—Dringen bij Mahomet aan tot den godsdienst van zijne vaderen terug te keeren,XLV,17, n.—Gelooven in Mahomet,XXVIII,57, n.—Volgens een bericht worden zij door vrees weerhouden dit te belijden, aldaar—Hunantwoordaanarme Moslems,XXXVI,47, n.—Hun gezegde aan Mahomet,XXXIX,37, n.—Zijn Mahomet vijandig,XVII,78, n.—Hunne nederlaag, aldaar.—Versmaden Mahomets volgelingen,XIX,74, n.—Verstoord door de bekeering van Omar,XXXVIII,5, n.—Hun aanslag op Mahomet,XXXVI,9, n.—Hunne strijdkracht,XXXIII,9, n.—Gelooven niet in de schrift,VI,89.—Richten drie vragen tot Mahomet,XVIII,23, n.
Kosai, een van Mahomets voorouders,VII,190, n.
Koude, zieZamharir.
Kroppen van vogels, zieZielen.
Kruisigen,VII,121.
Krijgsgevangenen,VIII,68en volg.
Krijgswonden,III,134.
Kuil, meesters daarvan,LXXXV,4.
Kuischheid aanbevolen,XXIV,30en volg.
Kun, verklaring van dit woord,XVII,87, n.—Woord, waardoor God in staat is een millioen werelden voort te brengen,XXXI,27, n.
Kwaad, zieKiem.
Kwakkels, zieManna.—ZieGod.
Kwartels nedergezonden,II,54.—ZieKwakkels.
Kwetsen door vuur,II,74.
LLaatste dag,VI,31.Laatste oordeel, zieUur.Lamech, Noachs vader,VII,57, n.Landverhuizing, beteekenis van dat woord,LIX, bl.568, n. en2.Laster (De) veroordeeldXLIX,11.Lasteraars van den profeet,CIV,1, n.—Van de vrouwen des profeets,XXIV,23, n.Leenen aan God,V,15;LVII,11.Leer der Christenen, zieDrieëenheid.Leer, zieWare.Legaten,IV,12.—ZieBedrag.Leiding der menschen,VI,158.Letters, die zich aan het hoofd van een groot aantal hoofdstukken bevinden, en wier beteekenis onbekend, isII,III,VII,X,XI,XII,XIII,XIV,XV,XXVII,XXIX,XXX,XXXI,XXXII,XXXVI,XXXVIII,XL,XLI,XLII,XLIII,XLIV,XLV,XLVI,L,LXVIII.—ZieAanvangletters.Leugens verzinnen omtrent God,VI,21.Leven dezer wereld,LVII,19.Licht,XXIV, bl.381, n.—Werpen,II,16.Listen, zieVrouwenlisten.Lokman,XXXI, bl.441, n.;11,12,13, n.Loon van hem, die om de zaak van den godsdienst vlucht,XXIX,56, n.Losprijs,XLVII,5.LotVI,86,VII,78en volg.—ProfeetXI,73,79–84;XXI,71–75;XXII,43;XXVI,160en volg.;XXVII,55en volg.;XXIX,25en volg.;XXXVII,133;XXXVIII,12,13;LIV,33en volg.—Zijne broeders,L,13.Lots gezin zal gered worden,XV,59.—Wordt gered,XXXVII,134—VrouwVII,8;XV,6;XXXVII,135.Lotgevallen, zieGeschiedenis.Lotusboom, grenspaal van het paradijs,LIII,14.Lijfwacht, zieMahomet.
L
Laatste dag,VI,31.Laatste oordeel, zieUur.Lamech, Noachs vader,VII,57, n.Landverhuizing, beteekenis van dat woord,LIX, bl.568, n. en2.Laster (De) veroordeeldXLIX,11.Lasteraars van den profeet,CIV,1, n.—Van de vrouwen des profeets,XXIV,23, n.Leenen aan God,V,15;LVII,11.Leer der Christenen, zieDrieëenheid.Leer, zieWare.Legaten,IV,12.—ZieBedrag.Leiding der menschen,VI,158.Letters, die zich aan het hoofd van een groot aantal hoofdstukken bevinden, en wier beteekenis onbekend, isII,III,VII,X,XI,XII,XIII,XIV,XV,XXVII,XXIX,XXX,XXXI,XXXII,XXXVI,XXXVIII,XL,XLI,XLII,XLIII,XLIV,XLV,XLVI,L,LXVIII.—ZieAanvangletters.Leugens verzinnen omtrent God,VI,21.Leven dezer wereld,LVII,19.Licht,XXIV, bl.381, n.—Werpen,II,16.Listen, zieVrouwenlisten.Lokman,XXXI, bl.441, n.;11,12,13, n.Loon van hem, die om de zaak van den godsdienst vlucht,XXIX,56, n.Losprijs,XLVII,5.LotVI,86,VII,78en volg.—ProfeetXI,73,79–84;XXI,71–75;XXII,43;XXVI,160en volg.;XXVII,55en volg.;XXIX,25en volg.;XXXVII,133;XXXVIII,12,13;LIV,33en volg.—Zijne broeders,L,13.Lots gezin zal gered worden,XV,59.—Wordt gered,XXXVII,134—VrouwVII,8;XV,6;XXXVII,135.Lotgevallen, zieGeschiedenis.Lotusboom, grenspaal van het paradijs,LIII,14.Lijfwacht, zieMahomet.
Laatste dag,VI,31.
Laatste oordeel, zieUur.
Lamech, Noachs vader,VII,57, n.
Landverhuizing, beteekenis van dat woord,LIX, bl.568, n. en2.
Laster (De) veroordeeldXLIX,11.
Lasteraars van den profeet,CIV,1, n.—Van de vrouwen des profeets,XXIV,23, n.
Leenen aan God,V,15;LVII,11.
Leer der Christenen, zieDrieëenheid.
Leer, zieWare.
Legaten,IV,12.—ZieBedrag.
Leiding der menschen,VI,158.
Letters, die zich aan het hoofd van een groot aantal hoofdstukken bevinden, en wier beteekenis onbekend, isII,III,VII,X,XI,XII,XIII,XIV,XV,XXVII,XXIX,XXX,XXXI,XXXII,XXXVI,XXXVIII,XL,XLI,XLII,XLIII,XLIV,XLV,XLVI,L,LXVIII.—ZieAanvangletters.
Leugens verzinnen omtrent God,VI,21.
Leven dezer wereld,LVII,19.
Licht,XXIV, bl.381, n.—Werpen,II,16.
Listen, zieVrouwenlisten.
Lokman,XXXI, bl.441, n.;11,12,13, n.
Loon van hem, die om de zaak van den godsdienst vlucht,XXIX,56, n.
Losprijs,XLVII,5.
LotVI,86,VII,78en volg.—ProfeetXI,73,79–84;XXI,71–75;XXII,43;XXVI,160en volg.;XXVII,55en volg.;XXIX,25en volg.;XXXVII,133;XXXVIII,12,13;LIV,33en volg.—Zijne broeders,L,13.
Lots gezin zal gered worden,XV,59.—Wordt gered,XXXVII,134—VrouwVII,8;XV,6;XXXVII,135.
Lotgevallen, zieGeschiedenis.
Lotusboom, grenspaal van het paradijs,LIII,14.
Lijfwacht, zieMahomet.