Vier en Tachtigste Hoofdstuk.

Vier en Tachtigste Hoofdstuk.De geopende Hemel.Geopenbaard teMekka1.—25 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de hemel zal gespleten worden.2.Als hij zijn Heer gehoorzamen, en diensbevelenuitvoeren zal:3.Als de aarde zal worden uitgestrekt,4.En datgene, wat er in is, uitgeworpen zal worden2, en zij ledig zal overblijven.5.Als zij haren Heer gehoorzamen, en diens bevelen uitvoeren zal.6.O mensch! indien gij oprecht arbeidt,arbeidtgij om uwen Heer te zien, en gij zult hem aanschouwen.7.En degeen, wien hij zijn boek in de rechterhand zal hebben gegeven.8.Zal zachtmoedig behandeld worden,9.En zal tot zijn gezin met vreugde terugkeeren.10.Maar hij wien men het boek zijner werken achter den rug zal geven3,11.Zal de vernietiging over zich roepen;12.Doch hij zal in de hel gezonden worden om verbrand te worden,13.Omdat hij op aarde onbeschaamd te midden van zijn gezin zijne genoegens naleefde;14.Waarlijk, hij dacht, dat hij nimmer tot God zou terugkeeren.15.Ja, waarlijk, God zag alles,16.Daarom zweer ik4bij de roode kleur van denschijn van den zonsondergang.17.En bij den nacht, en de dieren, welke hij doet verzamelen.18.En bij de maan, als die vol is.19.Gij zult zeker van graad tot graad overgaan.—20.Wat scheelt hun dus, dat zij niet in de opstanding gelooven?21.En dat zij niet aanbidden, als hun deKoranwordt voorgelezen?22.Ja, de ongeloovigen beschuldigen dien van bedrog,23.Maar God kent de kwaadwilligheid wel, die zij in hunne borsten verborgen houden.24.Kondig hun dus eene vreeselijke straf aan.25.Behalve aan hen, die gelooven en goede werken doen; want voor hen is eene nimmer missende belooning gereed gemaakt.1Sommigen zijn van meening dat deze soera teMedinawerd geopenbaard.2Zooals de schatten, die in hare ingewanden zijn verborgen, en de lijken, die in de graven liggen.3Dit is: in zijne linkerhand; want bij de zondaars zal die hand achter op den rug gebonden zijn, en hunne rechterhand aan hunnen nek.4ZieHoofdstuk LVI, vers 74.Vijf en Tachtigste Hoofdstuk.De Hemelteekenen.Geopenbaard teMekka.—22 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den hemel met teekenen1versierd.2.Bij den beloofden dag des oordeels.3.Bij den getuige en de getuigenis24.Gevloekt zijn de meesters van den kuil3.5.Met vuur waar onophoudelijk wordt bijgevoegd.6.Toen zij daar in de rondte zaten.7.En getuigen waren van hetgeen zij tegen de ware geloovigen deden.8.En zij bedroefden hen om geene anderereden, dan omdat zij in den machtigen, den glorierijken God geloofden.9.Aan wien het koninkrijk van hemel en aarde behoort, en die getuige van alle dingen is.10.Waarlijk, voor hen, die de ware geloovigen van beiderlei kunne vervolgen, en daarna geen berouw betoonen, is de marteling der hel gereed gemaakt, en zij zullen de pijn der verbranding ondergaan.11.Maar voor hen die gelooven, en datgene doen wat recht is, zijn tuinen bestemd, door welke rivieren stroomen. Dat zal een groote gelukzaligheid wezen.12.Waarlijk, de wraak van uwen Heer is gestreng.13.Hij schept en brengt (tot het leven) terug.14.Hij is vergevensgezind en barmhartig;15.De bezitter van den glansrijken troon;16.Die datgene doet wat hem behaagt.17.Kent gij het verhaal niet van de heirscharen.18.VanPharao4en vanThamoed5?19.Nochtans houden de ongeloovigen niet op, de goddelijke openbaringen van valschheid te beschuldigen.20.Maar God overvalt hen van achteren, en omsingelt hen, (zoodat zij niet kunnen ontvluchten).21.Waarlijk, datgene, wat gij verwerpt is een glansrijkeKoran.22.Waarvan het oorspronkelijke op een tafel is geschreven, die in den hemel wordt bewaard.1Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijktorens, waardoor sommigen veronderstellen, dat het werkelijk torens zijn (Yahya), waarin de engelen verondersteld worden wacht te houden (zieHoofdstuk XV, vers 16enHoofdstuk LXXII, vers 8), terwijl anderen het voor de sterren der eerste grootte houden. Het meerendeel der uitleggers ziet echter in deze uitdrukkingen de twaalf teekens van den dierenriem, (Jallalo’ddin, Al Beidâwi, Yahya).2Men verschilt omtrent de beteekenis dezer woorden: sommigen meenen, dat met den getuigeMahomet, en met de getuigenis of veeleer, volgens de taalkundige beteekenis van het woord, de zaak waaromtrent men getuigenis aflegt, het geloof wordt bedoeld. Anderen passen deze woorden op zekere wachten toe, die getuigen zijn van de daden der menschen.3Dit waren de uitvoerders van de vervolging der inwoners vanNajrândoorDhoe Norvas, koning vanYemen, die den Joodschen godsdienst beleed. Deze hadden namelijk het Christendom omhelsd, waarop de tyran bevel gaf, dat allen die geen afstand van hun geloof wilden doen, in een put zouden geworpen worden, die met vuur gevuld was, en waardoor zij tot asch werden verteerd (Jallalo’ddin, Al Beidâwi, Yahya. ZiePoc. Spec. p. 62.Ecchellens,Hist. Arab. part. I c. 10; enPrid.Life of Mohammedp. 61). Anderen verhalen het echter op andere wijze. (Zied’Herbelot,Bibl. Orient. Art. Abou Navas).4ZieHoofdstuk VII, vers 101en volg.5ZieHoofdstuk VII, vers 71en volg.Zes en Tachtigste Hoofdstuk.De Nachtster.Geopenbaard teMekka.—17 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den hemel en bij de ster, die des nachts verschijnt.2.Maar wat zal u datgene doen verstaan, wat bij nacht verschijnt?3.Het is de ster, die glansrijke stralen schiet.4.Iedere ziel heeft een wachter, die over hem is aangesteld.5.Laat de mensch dus overwegen van wat hij is geschapen.6.Hij is geschapen van een droppel zaad.7.Uit de lendenen en de borstbeenderen voortkomende1.8.Waarlijk, God is in staat hem in het leven terug te roepen.9.Op den dag waarop alle verborgen denkbeelden en daden zullen worden onderzocht.10.En hij zal de macht om zich te verdedigen, noch eenigen beschermer hebben.11.Bij den hemel, die (regen) nedergiet.12.En bij de aarde, die zich opent om planten en bronnente doen voortspruiten.13.Waarlijk, dit is een gesprek ter onderscheiding (tusschen het goede en het kwade);14.Het is niet lichtvaardig samengesteld.15.Waarlijk, de ongeloovigen spannen samen (om mijne plannen te verijdelen);16.Maar ik zal samenspannen om hen te vernietigen.17.Daarom, o profeet! wees geduldig met de ongeloovigen, en laat hen korten tijd met vrede.1Zijnde uit delendenenvan den man en de borstbeenderen der vrouw (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).Zeven en Tachtigste Hoofdstuk.De Verhevenste.Geopenbaard teMekka.—19 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Geloofd zij de naam van uwen Heer, den Verhevenste,2.Die zijne schepselen geschapen en volmaakt gevormd heeft,3.Die hen tot verschillende doeleinden heeft bestemd1en hen richt om die te bereiken2;4.En die het voedsel voor het vee voortbrengt.5.En het daarna in droge stoppels of donkerkleurig hooi verandert.6.Wij zullen u in staat stellen, onze openbaringen te onthouden3, en gij zult geen deel daarvan vergeten,7.Behalve wat Gode zal behagen4; want hij kent datgene, wat openbaar en wat verborgen is.8.Wij zullen u den lichtsten weg gemakkelijk maken5.9.Vermaan dus uw volk indien uwe vermaning hun voordeelig kan zijn.10.Wie God vreest zal vermaand worden;11.Maarde meest verdorven (zondaar) zal zich daarvan afwenden.12.Die nedergeworpen worden zal, om in het groote hellevuur geroosterd te worden.13.Waarin hij sterven noch leven zal.14.Gelukzalig hij, die door het geloof gezuiverd is.15.En die den naam van zijnen Heer herdenkt en bidt.16.Maar gij verkiest het tegenwoordige leven,17.Hoewel het volgende leven beter en duurzamer is.18.Waarlijk, dit is in de oude boeken geschreven.19.In de boeken vanAbrahamenMozes.1Door hunne verschillende soorten, eigenschappen, levensloop, enz. te bepalen (Al Beidâwi).2Niet alleen het redelijk schepsel, door de rede en door de openbaring te leiden, maar ook de redelooze wezens door instinct, enz. (Al Beidâwi).3ZieHoofdstuk LXXV, vers 16.4Zijnde: behalve de openbaringen, waarvan God de afschaffing en het uitwisschen uit het geheugen noodig acht. ZieHoofdstuk II, vers 100enHoofdstuk LXXV, vers 17.5Om de openbaring te onthouden, u doorGabriëlmedegedeeld.Acht en Tachtigste Hoofdstuk.De Overvallende1.Geopenbaard teMekka.—26 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Heeft het nieuws van den overvallenden dag des oordeels u bereikt.2.Die sommigen de aangezichten zal doen buigen?3.Werkende en afgemat van vermoeienis.4.Zullen zij in het gloeiende vuur geworpen worden, om geroosterd te worden.5.Men zal hun uit eene kokende fontein geven te drinken.6.Zij zullen geen voedsel hebben, dan droge doornen en distels (al Dari).7.Dat voeden, noch den honger stillen zal.8.Maar de aangezichten van anderen zullen op dien dag vroolijk zijn.9.Voldaan over hetgeen zij vroeger zullen hebben verricht.10.Zij zullen in een sierlijken tuin worden geplaatst.11.Waar zij geene ijdele gesprekken zullen hooren.12.Daar zal eene springende fontein wezen;13.Daar zullen verheven zetels opgericht wezen.14.En bekers zullen voor hen geplaatst zijn,15.En kussens in orde gelegd,16.En tapijten geheel uitgespreid.17.Overwegen zij niet hoe de kameelen geschapen zijn18.En hoe de hemel verheven is;19.En hoe de bergen zijn bevestigd.20.En hoe de aarde is uitgespreid?21.Daarom, waarschuw uw volk, want gij zijt slechts een waarschuwer,22.Eene onbepaalde macht is u niet over hen opgedragen.23.Maar wie zich afwenden, en niet gelooven zal,24.Dien zal God met de groote straf van het volgende leven straffen.25.Waarlijk, tot ons zullen zij terugkeeren.26.En dan is het mijne taak, hun rekenschap af te vragen.1Dit is een der namen van den jongsten dag.Negen en Tachtigste Hoofdstuk.De Morgenschemering.Geopenbaard teMekka1.—30 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij het aanbreken van den dag en de tien nachten2;2.Bij datgene wat dubbel, en dat wat enkel is3,3.Bij den nacht als die aanbreekt.4.Is dit niet een begrijpelijk samengestelde eed?5.Hebt gij niet overwogen, hoe uw Heer metAdheeft gehandeld.6.Het volk vanIrem, versierd met schoone gebouwen4,7.Waarvan de wedergade nog niet in het land werd opgericht?8.En metThamoed, die in de rotsen der vallei huizen uithieuw.9.En metPharao, den uitvinder van de straf der staken5.10.Die zich onbeschaamd hadden gedragen.11.En het verderf op de aarde vermeerderden?12.Daarom stortte de Heer verschillende soorten van kastijdingen over hen uit;13.Want, waarlijk, uw Heer is op een wachttoren, als hij de daden der menschen beschouwt.14.Daarom als zijn Heer hem (door voorspoed) beproeft, en hem eert en goed voor hem is.15.Zegt de mensch: Mijn Heer eert mij.16.Maar als hij hem met rampen bezoekt, en hem zijne weldaden terughoudt,17.Zegt hij: Mijn Heer versmaadt mij.18.Volstrekt niet6, maar gij eert den wees niet.19.Noch noodigt gij elkander uit, den arme te voeden.20.Gij verzwelgt de erfenis der zwakken7met eene blinde begeerigheid.21.En gij bemint de rijkdommen op onbegrensde wijze. (Gij zult volstrekt niet zoo handelen).22.Als de aarde tot stof zal vermorzeld worden;23.Als uw Heer zal komen, en de engelen in gelederen geschaard zullen zijn;24.Als de hel op dien dag naderbij gebracht zal worden: op dien dag zal de mensch zich zijne slechte daden herinneren; maar hoe zou die herinnering hem kunnen baten?25.Hij zal zeggen: Gave God, dat ik vroeger gedurende mijn leeftijd goede daden had verricht! Op dien dag zal niemand zooals God kunnen straffen.26.Noch iemand in staat zijn te binden zoo als God8.27.O gij, ziel die rust!28.Keer, voldaan met uwe belooning, en voldaan met God, tot uwen Heer terug.29.Treed bij het aantal mijner dienaren binnen.30.En betreed mijn paradijs.1Sommigen zijn van meening, dat dit hoofdstuk teMedinawerd geopenbaard.2Zijnde: de tien heilige nachten der maandDhoelhajja.3Deze woorden worden op verschillende wijzen uitgelegd. Sommigen verstaan daardoor alle dingen, anderen alle wezens (die gezegd worden bij paren geschapen te zijn. ZieHoofdstuk LI, vers 49) en den schepper die eenig is, enz. (Al Zamakhshari).4Een der koningen van dit volk,Sheddad, een der zonen vanAd, had van het paradijs en zijne genietingen gehoord. Hij kwam daardoor op het denkbeeld, paleizen in zijn land te bouwen, en tuinen aan te leggen, die door hunne pracht en hunne schoonheid een denkbeeld van het paradijs zouden geven. De Oostersche schrijvers en dichters vergelijken schoone plaatsen en fraaie paleizen, dikwijls met de tuinen vanIrem. Men zegt dat deze tuinen en gebouwen verwoest werden door een kreet uit den hemel, wegens de misdaden van de volkeren van dat land.5ZieHoofdstuk XXXVIII, vers 11.6Want wereldsche voor- of tegenspoed is geen zeker kenteeken van de gunst of ontevredenheid van God.7Door niet toe te staan, dat vrouwen of jonge kinderen eenig deel hebben aan de erfenis van hunne echtgenooten of hunne ouders. (ZieHoofdstuk IV, vers 12en volg.).8Niemand zal in staat zijn zoo te straffen en te binden, gelijk als God de zondaren zal straffen en binden (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).Negentigste Hoofdstuk.Het Grondgebied.Geopenbaard teMekka.—20 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij dit grondgebied1,2.En gij, o profeet! houd verblijf in dit grondgebied;3.En bij den vader, en bij het kind2;4.Waarlijk, wij hebben den mensch in ellende geschapen.5.Denkt hij, dat niemand sterker is dan hij3.6.Hij zegt: ik heb groote rijkdommen verteerd!7.Denkt hij, dat hem niemand ziet.8.Hebben wij hem niet twee oogen gegeven.9.En eene tong en twee lippen.10.En hebben wij hem niet de twee groote wegen, des goeds en des kwaads vertoond?11.En nog is hij de helling niet afgedaald.12.Wat zal u doen begrijpen wat de helling is?13.Het is: den balling te bevrijden.14.Of te voeden in de dagen van hongersnood.15.Den wees, die ons verwant is.16.Of den armen man, die op den grond ligt.17Wie dit doet en tot hen behoort die gelooven, en iederander volharding en mededoogen aanbevelen,18.Dezen zullen de makkers der rechterhand wezen4.19.Maar zij, die omtrent onze teekenen ongeloovig zullen zijn, dezen zullen de makkers der linkerhand wezen.20.Boven hen zal zich het vuur uitstrekken.1Het heilige grondgebied.2Sommigen vatten deze woorden in den algemeenen zin op, anderen vanAdam,Abrahamof hunne nakomelingschap, en vanMahometin het bijzonder (Al Beidâwi).3Sommigen meenen, dat hier opWalid Ebn El Mogheiragezinspeeld wordt, die een der grootste tegenstanders vanMahometwas: anderen gelooven, dat hier sprake is van zekerenAboel Ashadd Ebn El Calda, die eene herculische kracht bezat.4ZieHoofdstuk LVI, vers 8.Een en Negentigste Hoofdstuk.De Zon.Geopenbaard teMekka.—15 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de zon en haren opgaanden glans,2.Bij de maan, als zij deze volgt,3.Bij den dag, als hij zijn glans vertoont,4.Bij den nacht, als die alles met duisternis bedekt;5.Bij den hemel en bij Hem, die dien heeft gebouwd,6.Bij de aarde en bij Hem die haar uitspreidde,7.Bij de ziel en bij Hem die haar volkomen vormde,8.En haar het vermogen van onderscheiding ingaf, en de macht, tusschen zonde en godsvrucht te kiezen.9.Hij die haar zuiver bewaart, is gelukkig:10.Maar hij die haar heeft verdorven, is ellendig.11.Thamoedbeschuldigde hunnen profeetSalehvan bedrog, door de groote mate hunner zonden.12.Toen de meest verdorvene1onder hen werd gezonden, om den wijfjes-kameel te dooden.13.En Gods gezant tot hen zeide: Laat Gods (wijfjes-) kameel met vrede en verhindert haar niet te drinken.14.Maar zij beschuldigden hem van bedrog, en doodden het dier. Daarom verdelgde hun Heer hen, om hunne misdaad, en hij maakte hunne straf voor hen allen gelijk,15.En hij vreest daarvan de gevolgen niet.1Kedar Ebn Salef. (ZieHoofdstuk VII, vers 75enHoofdstuk IV, vers 27).Twee en Negentigste Hoofdstuk.De Nacht.Geopenbaard teMekka.—21 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den nacht, als die alle dingen met duisternisbedekt.2.Bij den dag als die met glans schittert;3.Bij Hem, die het mannelijke en het vrouwelijke schepsel heeft geschapen.4.Waarlijk, uwe pogingen hebben verschillende doeleinden.5.Maar hem, die gehoorzaam is en God vreest,6.En de waarheid van het geloof belijdt, dat het uitnemendst is.7.Dien zullen wij den weg des geluks gemakkelijk maken.8.Maar hem, die gierig zal wezen, en zich om niets dan deze wereld bekommert,9.En de waarheid zal loochenen van datgene, wat het uitnemendst is.10.Dien zulle wij den weg tot de ellende vergemakkelijken.11.En zijne rijkdommen zullen hem niet baten, als hij, het onderst boven, in de hel zal vallen.12.Waarlijk, ons behoort de leiding van den mensch.13.Ons is het tegenwoordige en het volgende leven.14.Daarom bedreig ik u met het vreeselijk brandend vuur.15.Waarin niemand zal worden geworpen om verbrand te worden, behalve de meest verdorvenen.16.Die niet geloofd en zich afgewend zullen hebben.17.Maar hij die zich gestreng (voor afgoderij en weêrspannigheid) in acht neemt, dien zullen wij ver van daar voeren:18.Die zijn vermogen aan aalmoezen besteedt, om zich meer te zuiveren,19.En niet opdat hem zijne weldaden zullen worden beloond.20.Maar die zijn vermogen voor de zaak van zijn Heer, den Verhevenste besteedt.21.En hierna zal hij gewis voldaan zijn met zijne belooning.Drie enNegentigsteHoofdstuk.De Ochtendglans.Geopenbaard teMekka.—11 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den glans van den ochtend1.2.En bij den nacht als die duister wordt.3.Uw Heer heeft u niet vergeten, en haat u niet2.4.Waarlijk het volgende leven zal beter dan dit tegenwoordige leven voor u wezen.5.Uw Heer zal u eene belooning geven, waarover gij wel voldaan zult zijn.6.Vond hij u niet als een wees, en heeft hij geene zorg voor u gedragen?7.En vond hij u niet dolende in dwaling, en heefthij u niet de waarheid binnengeleid?8.En vond hij u niet nooddruftig, en heeft hij u niet verrijkt?9.Verdruk daarom den wees niet.10.Noch verdrijf den bedelaar;11.Maar verklaar Gods goedheid.1Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk het meest verlichte deel van den dag, als de zon het sterkste schijnt; drie of vier uren nadat zij is opgegaan, en ook den dag in het algemeen.2Men zegt, dat dit vers aanMahometwerd geopenbaard, toen hij zich bij God beklaagde, wegens het lange uitblijven der hemelsche openbaring, terwijl de afgodendienaars hem met vragen overstelpten, en zijn stilzwijgen te zijnen nadeele uitlegden.Vier en Negentigste Hoofdstuk.Hebben wij niet geopend?Gegeven teMekka.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Hebben wij uwe borst niet geopend1.2.En u van uwen last bevrijd2.3.Die uwe schouders nederdrukte?4.Hebben wij uwen naam niet verheven?5.Maar naast den tegenspoed is het geluk.6.Waarlijk, naast den tegenspoed is het geluk.7.Als gij uwe prediking zult geëindigd hebben, arbeidt dan om God voor zijne gunsten te dienen.8.En richt uwe smeekingen tot uwen Heer.1Door die geschikt en wijder te maken om de waarheid, wijsheid en profetie te ontvangen, of, door u voor onheil en onwetendheid te bewaren? Deze plaats wordt geacht, betrekking te hebben op het openen vanMahometshart in zijne kindsheid, of toen hij naar den hemel reisde. Bij eene dier beide gelegenheden zou namelijk de engelGabriël, den zwarten droppel of het zaad der erfzonde er uitgenomen, en het gewasschen en gezuiverd hebben, waarna hij het met wijsheid en geloof vulde (Al Beidâwi, Yahya.ZieAbulf,vit. Moh.p. 9. en 33;Prid.Life of Moh.p. 105, enz.).2Zijnde: van uwe zonden vóór uwe zending bedreven, of van uwe onwetendheid en de ongerustheid van uw gemoed.Vijf en Negentigste Hoofdstuk.De Vijg.Gegeven teMekkaofMedina.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de vijgen den olijf1,2.En bij den bergSinaï,3.En bij dit grondgebied der zekerheid2.4.Waarlijk, wij hebben den mensch in den schoonsten vorm geschapen;5.Daarna hebben wij hem tot den laagste der laagsten gemaakt3.6.Behalve degenen die gelooven en het goede doen; want deze zullen eene eindelooze belooning ontvangen.7.Wat zal u dus hierna den dag des oordeels doen loochenen?8.Is God niet de wijste rechter.1De uitleggers zeggen, dat God bij deze twee vruchten zweert, om haar uitgebreid gebruik en uitnemende hoedanigheden. Sommigen verondersteldenechter, dat hier niet deze vruchten worden bedoeld, maar twee bergen in het Heilige Land, waarop zij in overvloed groeien, of wel de tempels vanDamascusenJeruzalem(Al Zamakhshari, Yahya, Al Beidâwi, Jallalo’ddin).2Het grondgebied vanMekka.3Zijnde: Wij schiepen den mensch naar eene volmaakte evenredigheid van lichaam, en groote volmaaktheid des geestes; nochtans hebben wij hem gedoemd, om, in geval van ongehoorzaamheid, een bewoner der hel te zijn.

Vier en Tachtigste Hoofdstuk.De geopende Hemel.Geopenbaard teMekka1.—25 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de hemel zal gespleten worden.2.Als hij zijn Heer gehoorzamen, en diensbevelenuitvoeren zal:3.Als de aarde zal worden uitgestrekt,4.En datgene, wat er in is, uitgeworpen zal worden2, en zij ledig zal overblijven.5.Als zij haren Heer gehoorzamen, en diens bevelen uitvoeren zal.6.O mensch! indien gij oprecht arbeidt,arbeidtgij om uwen Heer te zien, en gij zult hem aanschouwen.7.En degeen, wien hij zijn boek in de rechterhand zal hebben gegeven.8.Zal zachtmoedig behandeld worden,9.En zal tot zijn gezin met vreugde terugkeeren.10.Maar hij wien men het boek zijner werken achter den rug zal geven3,11.Zal de vernietiging over zich roepen;12.Doch hij zal in de hel gezonden worden om verbrand te worden,13.Omdat hij op aarde onbeschaamd te midden van zijn gezin zijne genoegens naleefde;14.Waarlijk, hij dacht, dat hij nimmer tot God zou terugkeeren.15.Ja, waarlijk, God zag alles,16.Daarom zweer ik4bij de roode kleur van denschijn van den zonsondergang.17.En bij den nacht, en de dieren, welke hij doet verzamelen.18.En bij de maan, als die vol is.19.Gij zult zeker van graad tot graad overgaan.—20.Wat scheelt hun dus, dat zij niet in de opstanding gelooven?21.En dat zij niet aanbidden, als hun deKoranwordt voorgelezen?22.Ja, de ongeloovigen beschuldigen dien van bedrog,23.Maar God kent de kwaadwilligheid wel, die zij in hunne borsten verborgen houden.24.Kondig hun dus eene vreeselijke straf aan.25.Behalve aan hen, die gelooven en goede werken doen; want voor hen is eene nimmer missende belooning gereed gemaakt.1Sommigen zijn van meening dat deze soera teMedinawerd geopenbaard.2Zooals de schatten, die in hare ingewanden zijn verborgen, en de lijken, die in de graven liggen.3Dit is: in zijne linkerhand; want bij de zondaars zal die hand achter op den rug gebonden zijn, en hunne rechterhand aan hunnen nek.4ZieHoofdstuk LVI, vers 74.Vijf en Tachtigste Hoofdstuk.De Hemelteekenen.Geopenbaard teMekka.—22 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den hemel met teekenen1versierd.2.Bij den beloofden dag des oordeels.3.Bij den getuige en de getuigenis24.Gevloekt zijn de meesters van den kuil3.5.Met vuur waar onophoudelijk wordt bijgevoegd.6.Toen zij daar in de rondte zaten.7.En getuigen waren van hetgeen zij tegen de ware geloovigen deden.8.En zij bedroefden hen om geene anderereden, dan omdat zij in den machtigen, den glorierijken God geloofden.9.Aan wien het koninkrijk van hemel en aarde behoort, en die getuige van alle dingen is.10.Waarlijk, voor hen, die de ware geloovigen van beiderlei kunne vervolgen, en daarna geen berouw betoonen, is de marteling der hel gereed gemaakt, en zij zullen de pijn der verbranding ondergaan.11.Maar voor hen die gelooven, en datgene doen wat recht is, zijn tuinen bestemd, door welke rivieren stroomen. Dat zal een groote gelukzaligheid wezen.12.Waarlijk, de wraak van uwen Heer is gestreng.13.Hij schept en brengt (tot het leven) terug.14.Hij is vergevensgezind en barmhartig;15.De bezitter van den glansrijken troon;16.Die datgene doet wat hem behaagt.17.Kent gij het verhaal niet van de heirscharen.18.VanPharao4en vanThamoed5?19.Nochtans houden de ongeloovigen niet op, de goddelijke openbaringen van valschheid te beschuldigen.20.Maar God overvalt hen van achteren, en omsingelt hen, (zoodat zij niet kunnen ontvluchten).21.Waarlijk, datgene, wat gij verwerpt is een glansrijkeKoran.22.Waarvan het oorspronkelijke op een tafel is geschreven, die in den hemel wordt bewaard.1Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijktorens, waardoor sommigen veronderstellen, dat het werkelijk torens zijn (Yahya), waarin de engelen verondersteld worden wacht te houden (zieHoofdstuk XV, vers 16enHoofdstuk LXXII, vers 8), terwijl anderen het voor de sterren der eerste grootte houden. Het meerendeel der uitleggers ziet echter in deze uitdrukkingen de twaalf teekens van den dierenriem, (Jallalo’ddin, Al Beidâwi, Yahya).2Men verschilt omtrent de beteekenis dezer woorden: sommigen meenen, dat met den getuigeMahomet, en met de getuigenis of veeleer, volgens de taalkundige beteekenis van het woord, de zaak waaromtrent men getuigenis aflegt, het geloof wordt bedoeld. Anderen passen deze woorden op zekere wachten toe, die getuigen zijn van de daden der menschen.3Dit waren de uitvoerders van de vervolging der inwoners vanNajrândoorDhoe Norvas, koning vanYemen, die den Joodschen godsdienst beleed. Deze hadden namelijk het Christendom omhelsd, waarop de tyran bevel gaf, dat allen die geen afstand van hun geloof wilden doen, in een put zouden geworpen worden, die met vuur gevuld was, en waardoor zij tot asch werden verteerd (Jallalo’ddin, Al Beidâwi, Yahya. ZiePoc. Spec. p. 62.Ecchellens,Hist. Arab. part. I c. 10; enPrid.Life of Mohammedp. 61). Anderen verhalen het echter op andere wijze. (Zied’Herbelot,Bibl. Orient. Art. Abou Navas).4ZieHoofdstuk VII, vers 101en volg.5ZieHoofdstuk VII, vers 71en volg.Zes en Tachtigste Hoofdstuk.De Nachtster.Geopenbaard teMekka.—17 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den hemel en bij de ster, die des nachts verschijnt.2.Maar wat zal u datgene doen verstaan, wat bij nacht verschijnt?3.Het is de ster, die glansrijke stralen schiet.4.Iedere ziel heeft een wachter, die over hem is aangesteld.5.Laat de mensch dus overwegen van wat hij is geschapen.6.Hij is geschapen van een droppel zaad.7.Uit de lendenen en de borstbeenderen voortkomende1.8.Waarlijk, God is in staat hem in het leven terug te roepen.9.Op den dag waarop alle verborgen denkbeelden en daden zullen worden onderzocht.10.En hij zal de macht om zich te verdedigen, noch eenigen beschermer hebben.11.Bij den hemel, die (regen) nedergiet.12.En bij de aarde, die zich opent om planten en bronnente doen voortspruiten.13.Waarlijk, dit is een gesprek ter onderscheiding (tusschen het goede en het kwade);14.Het is niet lichtvaardig samengesteld.15.Waarlijk, de ongeloovigen spannen samen (om mijne plannen te verijdelen);16.Maar ik zal samenspannen om hen te vernietigen.17.Daarom, o profeet! wees geduldig met de ongeloovigen, en laat hen korten tijd met vrede.1Zijnde uit delendenenvan den man en de borstbeenderen der vrouw (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).Zeven en Tachtigste Hoofdstuk.De Verhevenste.Geopenbaard teMekka.—19 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Geloofd zij de naam van uwen Heer, den Verhevenste,2.Die zijne schepselen geschapen en volmaakt gevormd heeft,3.Die hen tot verschillende doeleinden heeft bestemd1en hen richt om die te bereiken2;4.En die het voedsel voor het vee voortbrengt.5.En het daarna in droge stoppels of donkerkleurig hooi verandert.6.Wij zullen u in staat stellen, onze openbaringen te onthouden3, en gij zult geen deel daarvan vergeten,7.Behalve wat Gode zal behagen4; want hij kent datgene, wat openbaar en wat verborgen is.8.Wij zullen u den lichtsten weg gemakkelijk maken5.9.Vermaan dus uw volk indien uwe vermaning hun voordeelig kan zijn.10.Wie God vreest zal vermaand worden;11.Maarde meest verdorven (zondaar) zal zich daarvan afwenden.12.Die nedergeworpen worden zal, om in het groote hellevuur geroosterd te worden.13.Waarin hij sterven noch leven zal.14.Gelukzalig hij, die door het geloof gezuiverd is.15.En die den naam van zijnen Heer herdenkt en bidt.16.Maar gij verkiest het tegenwoordige leven,17.Hoewel het volgende leven beter en duurzamer is.18.Waarlijk, dit is in de oude boeken geschreven.19.In de boeken vanAbrahamenMozes.1Door hunne verschillende soorten, eigenschappen, levensloop, enz. te bepalen (Al Beidâwi).2Niet alleen het redelijk schepsel, door de rede en door de openbaring te leiden, maar ook de redelooze wezens door instinct, enz. (Al Beidâwi).3ZieHoofdstuk LXXV, vers 16.4Zijnde: behalve de openbaringen, waarvan God de afschaffing en het uitwisschen uit het geheugen noodig acht. ZieHoofdstuk II, vers 100enHoofdstuk LXXV, vers 17.5Om de openbaring te onthouden, u doorGabriëlmedegedeeld.Acht en Tachtigste Hoofdstuk.De Overvallende1.Geopenbaard teMekka.—26 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Heeft het nieuws van den overvallenden dag des oordeels u bereikt.2.Die sommigen de aangezichten zal doen buigen?3.Werkende en afgemat van vermoeienis.4.Zullen zij in het gloeiende vuur geworpen worden, om geroosterd te worden.5.Men zal hun uit eene kokende fontein geven te drinken.6.Zij zullen geen voedsel hebben, dan droge doornen en distels (al Dari).7.Dat voeden, noch den honger stillen zal.8.Maar de aangezichten van anderen zullen op dien dag vroolijk zijn.9.Voldaan over hetgeen zij vroeger zullen hebben verricht.10.Zij zullen in een sierlijken tuin worden geplaatst.11.Waar zij geene ijdele gesprekken zullen hooren.12.Daar zal eene springende fontein wezen;13.Daar zullen verheven zetels opgericht wezen.14.En bekers zullen voor hen geplaatst zijn,15.En kussens in orde gelegd,16.En tapijten geheel uitgespreid.17.Overwegen zij niet hoe de kameelen geschapen zijn18.En hoe de hemel verheven is;19.En hoe de bergen zijn bevestigd.20.En hoe de aarde is uitgespreid?21.Daarom, waarschuw uw volk, want gij zijt slechts een waarschuwer,22.Eene onbepaalde macht is u niet over hen opgedragen.23.Maar wie zich afwenden, en niet gelooven zal,24.Dien zal God met de groote straf van het volgende leven straffen.25.Waarlijk, tot ons zullen zij terugkeeren.26.En dan is het mijne taak, hun rekenschap af te vragen.1Dit is een der namen van den jongsten dag.Negen en Tachtigste Hoofdstuk.De Morgenschemering.Geopenbaard teMekka1.—30 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij het aanbreken van den dag en de tien nachten2;2.Bij datgene wat dubbel, en dat wat enkel is3,3.Bij den nacht als die aanbreekt.4.Is dit niet een begrijpelijk samengestelde eed?5.Hebt gij niet overwogen, hoe uw Heer metAdheeft gehandeld.6.Het volk vanIrem, versierd met schoone gebouwen4,7.Waarvan de wedergade nog niet in het land werd opgericht?8.En metThamoed, die in de rotsen der vallei huizen uithieuw.9.En metPharao, den uitvinder van de straf der staken5.10.Die zich onbeschaamd hadden gedragen.11.En het verderf op de aarde vermeerderden?12.Daarom stortte de Heer verschillende soorten van kastijdingen over hen uit;13.Want, waarlijk, uw Heer is op een wachttoren, als hij de daden der menschen beschouwt.14.Daarom als zijn Heer hem (door voorspoed) beproeft, en hem eert en goed voor hem is.15.Zegt de mensch: Mijn Heer eert mij.16.Maar als hij hem met rampen bezoekt, en hem zijne weldaden terughoudt,17.Zegt hij: Mijn Heer versmaadt mij.18.Volstrekt niet6, maar gij eert den wees niet.19.Noch noodigt gij elkander uit, den arme te voeden.20.Gij verzwelgt de erfenis der zwakken7met eene blinde begeerigheid.21.En gij bemint de rijkdommen op onbegrensde wijze. (Gij zult volstrekt niet zoo handelen).22.Als de aarde tot stof zal vermorzeld worden;23.Als uw Heer zal komen, en de engelen in gelederen geschaard zullen zijn;24.Als de hel op dien dag naderbij gebracht zal worden: op dien dag zal de mensch zich zijne slechte daden herinneren; maar hoe zou die herinnering hem kunnen baten?25.Hij zal zeggen: Gave God, dat ik vroeger gedurende mijn leeftijd goede daden had verricht! Op dien dag zal niemand zooals God kunnen straffen.26.Noch iemand in staat zijn te binden zoo als God8.27.O gij, ziel die rust!28.Keer, voldaan met uwe belooning, en voldaan met God, tot uwen Heer terug.29.Treed bij het aantal mijner dienaren binnen.30.En betreed mijn paradijs.1Sommigen zijn van meening, dat dit hoofdstuk teMedinawerd geopenbaard.2Zijnde: de tien heilige nachten der maandDhoelhajja.3Deze woorden worden op verschillende wijzen uitgelegd. Sommigen verstaan daardoor alle dingen, anderen alle wezens (die gezegd worden bij paren geschapen te zijn. ZieHoofdstuk LI, vers 49) en den schepper die eenig is, enz. (Al Zamakhshari).4Een der koningen van dit volk,Sheddad, een der zonen vanAd, had van het paradijs en zijne genietingen gehoord. Hij kwam daardoor op het denkbeeld, paleizen in zijn land te bouwen, en tuinen aan te leggen, die door hunne pracht en hunne schoonheid een denkbeeld van het paradijs zouden geven. De Oostersche schrijvers en dichters vergelijken schoone plaatsen en fraaie paleizen, dikwijls met de tuinen vanIrem. Men zegt dat deze tuinen en gebouwen verwoest werden door een kreet uit den hemel, wegens de misdaden van de volkeren van dat land.5ZieHoofdstuk XXXVIII, vers 11.6Want wereldsche voor- of tegenspoed is geen zeker kenteeken van de gunst of ontevredenheid van God.7Door niet toe te staan, dat vrouwen of jonge kinderen eenig deel hebben aan de erfenis van hunne echtgenooten of hunne ouders. (ZieHoofdstuk IV, vers 12en volg.).8Niemand zal in staat zijn zoo te straffen en te binden, gelijk als God de zondaren zal straffen en binden (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).Negentigste Hoofdstuk.Het Grondgebied.Geopenbaard teMekka.—20 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij dit grondgebied1,2.En gij, o profeet! houd verblijf in dit grondgebied;3.En bij den vader, en bij het kind2;4.Waarlijk, wij hebben den mensch in ellende geschapen.5.Denkt hij, dat niemand sterker is dan hij3.6.Hij zegt: ik heb groote rijkdommen verteerd!7.Denkt hij, dat hem niemand ziet.8.Hebben wij hem niet twee oogen gegeven.9.En eene tong en twee lippen.10.En hebben wij hem niet de twee groote wegen, des goeds en des kwaads vertoond?11.En nog is hij de helling niet afgedaald.12.Wat zal u doen begrijpen wat de helling is?13.Het is: den balling te bevrijden.14.Of te voeden in de dagen van hongersnood.15.Den wees, die ons verwant is.16.Of den armen man, die op den grond ligt.17Wie dit doet en tot hen behoort die gelooven, en iederander volharding en mededoogen aanbevelen,18.Dezen zullen de makkers der rechterhand wezen4.19.Maar zij, die omtrent onze teekenen ongeloovig zullen zijn, dezen zullen de makkers der linkerhand wezen.20.Boven hen zal zich het vuur uitstrekken.1Het heilige grondgebied.2Sommigen vatten deze woorden in den algemeenen zin op, anderen vanAdam,Abrahamof hunne nakomelingschap, en vanMahometin het bijzonder (Al Beidâwi).3Sommigen meenen, dat hier opWalid Ebn El Mogheiragezinspeeld wordt, die een der grootste tegenstanders vanMahometwas: anderen gelooven, dat hier sprake is van zekerenAboel Ashadd Ebn El Calda, die eene herculische kracht bezat.4ZieHoofdstuk LVI, vers 8.Een en Negentigste Hoofdstuk.De Zon.Geopenbaard teMekka.—15 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de zon en haren opgaanden glans,2.Bij de maan, als zij deze volgt,3.Bij den dag, als hij zijn glans vertoont,4.Bij den nacht, als die alles met duisternis bedekt;5.Bij den hemel en bij Hem, die dien heeft gebouwd,6.Bij de aarde en bij Hem die haar uitspreidde,7.Bij de ziel en bij Hem die haar volkomen vormde,8.En haar het vermogen van onderscheiding ingaf, en de macht, tusschen zonde en godsvrucht te kiezen.9.Hij die haar zuiver bewaart, is gelukkig:10.Maar hij die haar heeft verdorven, is ellendig.11.Thamoedbeschuldigde hunnen profeetSalehvan bedrog, door de groote mate hunner zonden.12.Toen de meest verdorvene1onder hen werd gezonden, om den wijfjes-kameel te dooden.13.En Gods gezant tot hen zeide: Laat Gods (wijfjes-) kameel met vrede en verhindert haar niet te drinken.14.Maar zij beschuldigden hem van bedrog, en doodden het dier. Daarom verdelgde hun Heer hen, om hunne misdaad, en hij maakte hunne straf voor hen allen gelijk,15.En hij vreest daarvan de gevolgen niet.1Kedar Ebn Salef. (ZieHoofdstuk VII, vers 75enHoofdstuk IV, vers 27).Twee en Negentigste Hoofdstuk.De Nacht.Geopenbaard teMekka.—21 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den nacht, als die alle dingen met duisternisbedekt.2.Bij den dag als die met glans schittert;3.Bij Hem, die het mannelijke en het vrouwelijke schepsel heeft geschapen.4.Waarlijk, uwe pogingen hebben verschillende doeleinden.5.Maar hem, die gehoorzaam is en God vreest,6.En de waarheid van het geloof belijdt, dat het uitnemendst is.7.Dien zullen wij den weg des geluks gemakkelijk maken.8.Maar hem, die gierig zal wezen, en zich om niets dan deze wereld bekommert,9.En de waarheid zal loochenen van datgene, wat het uitnemendst is.10.Dien zulle wij den weg tot de ellende vergemakkelijken.11.En zijne rijkdommen zullen hem niet baten, als hij, het onderst boven, in de hel zal vallen.12.Waarlijk, ons behoort de leiding van den mensch.13.Ons is het tegenwoordige en het volgende leven.14.Daarom bedreig ik u met het vreeselijk brandend vuur.15.Waarin niemand zal worden geworpen om verbrand te worden, behalve de meest verdorvenen.16.Die niet geloofd en zich afgewend zullen hebben.17.Maar hij die zich gestreng (voor afgoderij en weêrspannigheid) in acht neemt, dien zullen wij ver van daar voeren:18.Die zijn vermogen aan aalmoezen besteedt, om zich meer te zuiveren,19.En niet opdat hem zijne weldaden zullen worden beloond.20.Maar die zijn vermogen voor de zaak van zijn Heer, den Verhevenste besteedt.21.En hierna zal hij gewis voldaan zijn met zijne belooning.Drie enNegentigsteHoofdstuk.De Ochtendglans.Geopenbaard teMekka.—11 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den glans van den ochtend1.2.En bij den nacht als die duister wordt.3.Uw Heer heeft u niet vergeten, en haat u niet2.4.Waarlijk het volgende leven zal beter dan dit tegenwoordige leven voor u wezen.5.Uw Heer zal u eene belooning geven, waarover gij wel voldaan zult zijn.6.Vond hij u niet als een wees, en heeft hij geene zorg voor u gedragen?7.En vond hij u niet dolende in dwaling, en heefthij u niet de waarheid binnengeleid?8.En vond hij u niet nooddruftig, en heeft hij u niet verrijkt?9.Verdruk daarom den wees niet.10.Noch verdrijf den bedelaar;11.Maar verklaar Gods goedheid.1Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk het meest verlichte deel van den dag, als de zon het sterkste schijnt; drie of vier uren nadat zij is opgegaan, en ook den dag in het algemeen.2Men zegt, dat dit vers aanMahometwerd geopenbaard, toen hij zich bij God beklaagde, wegens het lange uitblijven der hemelsche openbaring, terwijl de afgodendienaars hem met vragen overstelpten, en zijn stilzwijgen te zijnen nadeele uitlegden.Vier en Negentigste Hoofdstuk.Hebben wij niet geopend?Gegeven teMekka.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Hebben wij uwe borst niet geopend1.2.En u van uwen last bevrijd2.3.Die uwe schouders nederdrukte?4.Hebben wij uwen naam niet verheven?5.Maar naast den tegenspoed is het geluk.6.Waarlijk, naast den tegenspoed is het geluk.7.Als gij uwe prediking zult geëindigd hebben, arbeidt dan om God voor zijne gunsten te dienen.8.En richt uwe smeekingen tot uwen Heer.1Door die geschikt en wijder te maken om de waarheid, wijsheid en profetie te ontvangen, of, door u voor onheil en onwetendheid te bewaren? Deze plaats wordt geacht, betrekking te hebben op het openen vanMahometshart in zijne kindsheid, of toen hij naar den hemel reisde. Bij eene dier beide gelegenheden zou namelijk de engelGabriël, den zwarten droppel of het zaad der erfzonde er uitgenomen, en het gewasschen en gezuiverd hebben, waarna hij het met wijsheid en geloof vulde (Al Beidâwi, Yahya.ZieAbulf,vit. Moh.p. 9. en 33;Prid.Life of Moh.p. 105, enz.).2Zijnde: van uwe zonden vóór uwe zending bedreven, of van uwe onwetendheid en de ongerustheid van uw gemoed.Vijf en Negentigste Hoofdstuk.De Vijg.Gegeven teMekkaofMedina.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de vijgen den olijf1,2.En bij den bergSinaï,3.En bij dit grondgebied der zekerheid2.4.Waarlijk, wij hebben den mensch in den schoonsten vorm geschapen;5.Daarna hebben wij hem tot den laagste der laagsten gemaakt3.6.Behalve degenen die gelooven en het goede doen; want deze zullen eene eindelooze belooning ontvangen.7.Wat zal u dus hierna den dag des oordeels doen loochenen?8.Is God niet de wijste rechter.1De uitleggers zeggen, dat God bij deze twee vruchten zweert, om haar uitgebreid gebruik en uitnemende hoedanigheden. Sommigen verondersteldenechter, dat hier niet deze vruchten worden bedoeld, maar twee bergen in het Heilige Land, waarop zij in overvloed groeien, of wel de tempels vanDamascusenJeruzalem(Al Zamakhshari, Yahya, Al Beidâwi, Jallalo’ddin).2Het grondgebied vanMekka.3Zijnde: Wij schiepen den mensch naar eene volmaakte evenredigheid van lichaam, en groote volmaaktheid des geestes; nochtans hebben wij hem gedoemd, om, in geval van ongehoorzaamheid, een bewoner der hel te zijn.

Vier en Tachtigste Hoofdstuk.De geopende Hemel.Geopenbaard teMekka1.—25 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de hemel zal gespleten worden.2.Als hij zijn Heer gehoorzamen, en diensbevelenuitvoeren zal:3.Als de aarde zal worden uitgestrekt,4.En datgene, wat er in is, uitgeworpen zal worden2, en zij ledig zal overblijven.5.Als zij haren Heer gehoorzamen, en diens bevelen uitvoeren zal.6.O mensch! indien gij oprecht arbeidt,arbeidtgij om uwen Heer te zien, en gij zult hem aanschouwen.7.En degeen, wien hij zijn boek in de rechterhand zal hebben gegeven.8.Zal zachtmoedig behandeld worden,9.En zal tot zijn gezin met vreugde terugkeeren.10.Maar hij wien men het boek zijner werken achter den rug zal geven3,11.Zal de vernietiging over zich roepen;12.Doch hij zal in de hel gezonden worden om verbrand te worden,13.Omdat hij op aarde onbeschaamd te midden van zijn gezin zijne genoegens naleefde;14.Waarlijk, hij dacht, dat hij nimmer tot God zou terugkeeren.15.Ja, waarlijk, God zag alles,16.Daarom zweer ik4bij de roode kleur van denschijn van den zonsondergang.17.En bij den nacht, en de dieren, welke hij doet verzamelen.18.En bij de maan, als die vol is.19.Gij zult zeker van graad tot graad overgaan.—20.Wat scheelt hun dus, dat zij niet in de opstanding gelooven?21.En dat zij niet aanbidden, als hun deKoranwordt voorgelezen?22.Ja, de ongeloovigen beschuldigen dien van bedrog,23.Maar God kent de kwaadwilligheid wel, die zij in hunne borsten verborgen houden.24.Kondig hun dus eene vreeselijke straf aan.25.Behalve aan hen, die gelooven en goede werken doen; want voor hen is eene nimmer missende belooning gereed gemaakt.1Sommigen zijn van meening dat deze soera teMedinawerd geopenbaard.2Zooals de schatten, die in hare ingewanden zijn verborgen, en de lijken, die in de graven liggen.3Dit is: in zijne linkerhand; want bij de zondaars zal die hand achter op den rug gebonden zijn, en hunne rechterhand aan hunnen nek.4ZieHoofdstuk LVI, vers 74.

Vier en Tachtigste Hoofdstuk.De geopende Hemel.Geopenbaard teMekka1.—25 verzen.

Geopenbaard teMekka1.—25 verzen.

Geopenbaard teMekka1.—25 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de hemel zal gespleten worden.2.Als hij zijn Heer gehoorzamen, en diensbevelenuitvoeren zal:3.Als de aarde zal worden uitgestrekt,4.En datgene, wat er in is, uitgeworpen zal worden2, en zij ledig zal overblijven.5.Als zij haren Heer gehoorzamen, en diens bevelen uitvoeren zal.6.O mensch! indien gij oprecht arbeidt,arbeidtgij om uwen Heer te zien, en gij zult hem aanschouwen.7.En degeen, wien hij zijn boek in de rechterhand zal hebben gegeven.8.Zal zachtmoedig behandeld worden,9.En zal tot zijn gezin met vreugde terugkeeren.10.Maar hij wien men het boek zijner werken achter den rug zal geven3,11.Zal de vernietiging over zich roepen;12.Doch hij zal in de hel gezonden worden om verbrand te worden,13.Omdat hij op aarde onbeschaamd te midden van zijn gezin zijne genoegens naleefde;14.Waarlijk, hij dacht, dat hij nimmer tot God zou terugkeeren.15.Ja, waarlijk, God zag alles,16.Daarom zweer ik4bij de roode kleur van denschijn van den zonsondergang.17.En bij den nacht, en de dieren, welke hij doet verzamelen.18.En bij de maan, als die vol is.19.Gij zult zeker van graad tot graad overgaan.—20.Wat scheelt hun dus, dat zij niet in de opstanding gelooven?21.En dat zij niet aanbidden, als hun deKoranwordt voorgelezen?22.Ja, de ongeloovigen beschuldigen dien van bedrog,23.Maar God kent de kwaadwilligheid wel, die zij in hunne borsten verborgen houden.24.Kondig hun dus eene vreeselijke straf aan.25.Behalve aan hen, die gelooven en goede werken doen; want voor hen is eene nimmer missende belooning gereed gemaakt.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.Als de hemel zal gespleten worden.2.Als hij zijn Heer gehoorzamen, en diensbevelenuitvoeren zal:3.Als de aarde zal worden uitgestrekt,4.En datgene, wat er in is, uitgeworpen zal worden2, en zij ledig zal overblijven.5.Als zij haren Heer gehoorzamen, en diens bevelen uitvoeren zal.6.O mensch! indien gij oprecht arbeidt,arbeidtgij om uwen Heer te zien, en gij zult hem aanschouwen.7.En degeen, wien hij zijn boek in de rechterhand zal hebben gegeven.8.Zal zachtmoedig behandeld worden,9.En zal tot zijn gezin met vreugde terugkeeren.10.Maar hij wien men het boek zijner werken achter den rug zal geven3,11.Zal de vernietiging over zich roepen;12.Doch hij zal in de hel gezonden worden om verbrand te worden,13.Omdat hij op aarde onbeschaamd te midden van zijn gezin zijne genoegens naleefde;14.Waarlijk, hij dacht, dat hij nimmer tot God zou terugkeeren.15.Ja, waarlijk, God zag alles,16.Daarom zweer ik4bij de roode kleur van denschijn van den zonsondergang.17.En bij den nacht, en de dieren, welke hij doet verzamelen.18.En bij de maan, als die vol is.19.Gij zult zeker van graad tot graad overgaan.—20.Wat scheelt hun dus, dat zij niet in de opstanding gelooven?21.En dat zij niet aanbidden, als hun deKoranwordt voorgelezen?22.Ja, de ongeloovigen beschuldigen dien van bedrog,23.Maar God kent de kwaadwilligheid wel, die zij in hunne borsten verborgen houden.24.Kondig hun dus eene vreeselijke straf aan.25.Behalve aan hen, die gelooven en goede werken doen; want voor hen is eene nimmer missende belooning gereed gemaakt.

1Sommigen zijn van meening dat deze soera teMedinawerd geopenbaard.2Zooals de schatten, die in hare ingewanden zijn verborgen, en de lijken, die in de graven liggen.3Dit is: in zijne linkerhand; want bij de zondaars zal die hand achter op den rug gebonden zijn, en hunne rechterhand aan hunnen nek.4ZieHoofdstuk LVI, vers 74.

1Sommigen zijn van meening dat deze soera teMedinawerd geopenbaard.

2Zooals de schatten, die in hare ingewanden zijn verborgen, en de lijken, die in de graven liggen.

3Dit is: in zijne linkerhand; want bij de zondaars zal die hand achter op den rug gebonden zijn, en hunne rechterhand aan hunnen nek.

4ZieHoofdstuk LVI, vers 74.

Vijf en Tachtigste Hoofdstuk.De Hemelteekenen.Geopenbaard teMekka.—22 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den hemel met teekenen1versierd.2.Bij den beloofden dag des oordeels.3.Bij den getuige en de getuigenis24.Gevloekt zijn de meesters van den kuil3.5.Met vuur waar onophoudelijk wordt bijgevoegd.6.Toen zij daar in de rondte zaten.7.En getuigen waren van hetgeen zij tegen de ware geloovigen deden.8.En zij bedroefden hen om geene anderereden, dan omdat zij in den machtigen, den glorierijken God geloofden.9.Aan wien het koninkrijk van hemel en aarde behoort, en die getuige van alle dingen is.10.Waarlijk, voor hen, die de ware geloovigen van beiderlei kunne vervolgen, en daarna geen berouw betoonen, is de marteling der hel gereed gemaakt, en zij zullen de pijn der verbranding ondergaan.11.Maar voor hen die gelooven, en datgene doen wat recht is, zijn tuinen bestemd, door welke rivieren stroomen. Dat zal een groote gelukzaligheid wezen.12.Waarlijk, de wraak van uwen Heer is gestreng.13.Hij schept en brengt (tot het leven) terug.14.Hij is vergevensgezind en barmhartig;15.De bezitter van den glansrijken troon;16.Die datgene doet wat hem behaagt.17.Kent gij het verhaal niet van de heirscharen.18.VanPharao4en vanThamoed5?19.Nochtans houden de ongeloovigen niet op, de goddelijke openbaringen van valschheid te beschuldigen.20.Maar God overvalt hen van achteren, en omsingelt hen, (zoodat zij niet kunnen ontvluchten).21.Waarlijk, datgene, wat gij verwerpt is een glansrijkeKoran.22.Waarvan het oorspronkelijke op een tafel is geschreven, die in den hemel wordt bewaard.1Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijktorens, waardoor sommigen veronderstellen, dat het werkelijk torens zijn (Yahya), waarin de engelen verondersteld worden wacht te houden (zieHoofdstuk XV, vers 16enHoofdstuk LXXII, vers 8), terwijl anderen het voor de sterren der eerste grootte houden. Het meerendeel der uitleggers ziet echter in deze uitdrukkingen de twaalf teekens van den dierenriem, (Jallalo’ddin, Al Beidâwi, Yahya).2Men verschilt omtrent de beteekenis dezer woorden: sommigen meenen, dat met den getuigeMahomet, en met de getuigenis of veeleer, volgens de taalkundige beteekenis van het woord, de zaak waaromtrent men getuigenis aflegt, het geloof wordt bedoeld. Anderen passen deze woorden op zekere wachten toe, die getuigen zijn van de daden der menschen.3Dit waren de uitvoerders van de vervolging der inwoners vanNajrândoorDhoe Norvas, koning vanYemen, die den Joodschen godsdienst beleed. Deze hadden namelijk het Christendom omhelsd, waarop de tyran bevel gaf, dat allen die geen afstand van hun geloof wilden doen, in een put zouden geworpen worden, die met vuur gevuld was, en waardoor zij tot asch werden verteerd (Jallalo’ddin, Al Beidâwi, Yahya. ZiePoc. Spec. p. 62.Ecchellens,Hist. Arab. part. I c. 10; enPrid.Life of Mohammedp. 61). Anderen verhalen het echter op andere wijze. (Zied’Herbelot,Bibl. Orient. Art. Abou Navas).4ZieHoofdstuk VII, vers 101en volg.5ZieHoofdstuk VII, vers 71en volg.

Vijf en Tachtigste Hoofdstuk.De Hemelteekenen.Geopenbaard teMekka.—22 verzen.

Geopenbaard teMekka.—22 verzen.

Geopenbaard teMekka.—22 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den hemel met teekenen1versierd.2.Bij den beloofden dag des oordeels.3.Bij den getuige en de getuigenis24.Gevloekt zijn de meesters van den kuil3.5.Met vuur waar onophoudelijk wordt bijgevoegd.6.Toen zij daar in de rondte zaten.7.En getuigen waren van hetgeen zij tegen de ware geloovigen deden.8.En zij bedroefden hen om geene anderereden, dan omdat zij in den machtigen, den glorierijken God geloofden.9.Aan wien het koninkrijk van hemel en aarde behoort, en die getuige van alle dingen is.10.Waarlijk, voor hen, die de ware geloovigen van beiderlei kunne vervolgen, en daarna geen berouw betoonen, is de marteling der hel gereed gemaakt, en zij zullen de pijn der verbranding ondergaan.11.Maar voor hen die gelooven, en datgene doen wat recht is, zijn tuinen bestemd, door welke rivieren stroomen. Dat zal een groote gelukzaligheid wezen.12.Waarlijk, de wraak van uwen Heer is gestreng.13.Hij schept en brengt (tot het leven) terug.14.Hij is vergevensgezind en barmhartig;15.De bezitter van den glansrijken troon;16.Die datgene doet wat hem behaagt.17.Kent gij het verhaal niet van de heirscharen.18.VanPharao4en vanThamoed5?19.Nochtans houden de ongeloovigen niet op, de goddelijke openbaringen van valschheid te beschuldigen.20.Maar God overvalt hen van achteren, en omsingelt hen, (zoodat zij niet kunnen ontvluchten).21.Waarlijk, datgene, wat gij verwerpt is een glansrijkeKoran.22.Waarvan het oorspronkelijke op een tafel is geschreven, die in den hemel wordt bewaard.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.Ik zweer bij den hemel met teekenen1versierd.2.Bij den beloofden dag des oordeels.3.Bij den getuige en de getuigenis24.Gevloekt zijn de meesters van den kuil3.5.Met vuur waar onophoudelijk wordt bijgevoegd.6.Toen zij daar in de rondte zaten.7.En getuigen waren van hetgeen zij tegen de ware geloovigen deden.8.En zij bedroefden hen om geene anderereden, dan omdat zij in den machtigen, den glorierijken God geloofden.9.Aan wien het koninkrijk van hemel en aarde behoort, en die getuige van alle dingen is.10.Waarlijk, voor hen, die de ware geloovigen van beiderlei kunne vervolgen, en daarna geen berouw betoonen, is de marteling der hel gereed gemaakt, en zij zullen de pijn der verbranding ondergaan.11.Maar voor hen die gelooven, en datgene doen wat recht is, zijn tuinen bestemd, door welke rivieren stroomen. Dat zal een groote gelukzaligheid wezen.12.Waarlijk, de wraak van uwen Heer is gestreng.13.Hij schept en brengt (tot het leven) terug.14.Hij is vergevensgezind en barmhartig;15.De bezitter van den glansrijken troon;16.Die datgene doet wat hem behaagt.17.Kent gij het verhaal niet van de heirscharen.18.VanPharao4en vanThamoed5?19.Nochtans houden de ongeloovigen niet op, de goddelijke openbaringen van valschheid te beschuldigen.20.Maar God overvalt hen van achteren, en omsingelt hen, (zoodat zij niet kunnen ontvluchten).21.Waarlijk, datgene, wat gij verwerpt is een glansrijkeKoran.22.Waarvan het oorspronkelijke op een tafel is geschreven, die in den hemel wordt bewaard.

1Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijktorens, waardoor sommigen veronderstellen, dat het werkelijk torens zijn (Yahya), waarin de engelen verondersteld worden wacht te houden (zieHoofdstuk XV, vers 16enHoofdstuk LXXII, vers 8), terwijl anderen het voor de sterren der eerste grootte houden. Het meerendeel der uitleggers ziet echter in deze uitdrukkingen de twaalf teekens van den dierenriem, (Jallalo’ddin, Al Beidâwi, Yahya).2Men verschilt omtrent de beteekenis dezer woorden: sommigen meenen, dat met den getuigeMahomet, en met de getuigenis of veeleer, volgens de taalkundige beteekenis van het woord, de zaak waaromtrent men getuigenis aflegt, het geloof wordt bedoeld. Anderen passen deze woorden op zekere wachten toe, die getuigen zijn van de daden der menschen.3Dit waren de uitvoerders van de vervolging der inwoners vanNajrândoorDhoe Norvas, koning vanYemen, die den Joodschen godsdienst beleed. Deze hadden namelijk het Christendom omhelsd, waarop de tyran bevel gaf, dat allen die geen afstand van hun geloof wilden doen, in een put zouden geworpen worden, die met vuur gevuld was, en waardoor zij tot asch werden verteerd (Jallalo’ddin, Al Beidâwi, Yahya. ZiePoc. Spec. p. 62.Ecchellens,Hist. Arab. part. I c. 10; enPrid.Life of Mohammedp. 61). Anderen verhalen het echter op andere wijze. (Zied’Herbelot,Bibl. Orient. Art. Abou Navas).4ZieHoofdstuk VII, vers 101en volg.5ZieHoofdstuk VII, vers 71en volg.

1Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijktorens, waardoor sommigen veronderstellen, dat het werkelijk torens zijn (Yahya), waarin de engelen verondersteld worden wacht te houden (zieHoofdstuk XV, vers 16enHoofdstuk LXXII, vers 8), terwijl anderen het voor de sterren der eerste grootte houden. Het meerendeel der uitleggers ziet echter in deze uitdrukkingen de twaalf teekens van den dierenriem, (Jallalo’ddin, Al Beidâwi, Yahya).

2Men verschilt omtrent de beteekenis dezer woorden: sommigen meenen, dat met den getuigeMahomet, en met de getuigenis of veeleer, volgens de taalkundige beteekenis van het woord, de zaak waaromtrent men getuigenis aflegt, het geloof wordt bedoeld. Anderen passen deze woorden op zekere wachten toe, die getuigen zijn van de daden der menschen.

3Dit waren de uitvoerders van de vervolging der inwoners vanNajrândoorDhoe Norvas, koning vanYemen, die den Joodschen godsdienst beleed. Deze hadden namelijk het Christendom omhelsd, waarop de tyran bevel gaf, dat allen die geen afstand van hun geloof wilden doen, in een put zouden geworpen worden, die met vuur gevuld was, en waardoor zij tot asch werden verteerd (Jallalo’ddin, Al Beidâwi, Yahya. ZiePoc. Spec. p. 62.Ecchellens,Hist. Arab. part. I c. 10; enPrid.Life of Mohammedp. 61). Anderen verhalen het echter op andere wijze. (Zied’Herbelot,Bibl. Orient. Art. Abou Navas).

4ZieHoofdstuk VII, vers 101en volg.

5ZieHoofdstuk VII, vers 71en volg.

Zes en Tachtigste Hoofdstuk.De Nachtster.Geopenbaard teMekka.—17 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den hemel en bij de ster, die des nachts verschijnt.2.Maar wat zal u datgene doen verstaan, wat bij nacht verschijnt?3.Het is de ster, die glansrijke stralen schiet.4.Iedere ziel heeft een wachter, die over hem is aangesteld.5.Laat de mensch dus overwegen van wat hij is geschapen.6.Hij is geschapen van een droppel zaad.7.Uit de lendenen en de borstbeenderen voortkomende1.8.Waarlijk, God is in staat hem in het leven terug te roepen.9.Op den dag waarop alle verborgen denkbeelden en daden zullen worden onderzocht.10.En hij zal de macht om zich te verdedigen, noch eenigen beschermer hebben.11.Bij den hemel, die (regen) nedergiet.12.En bij de aarde, die zich opent om planten en bronnente doen voortspruiten.13.Waarlijk, dit is een gesprek ter onderscheiding (tusschen het goede en het kwade);14.Het is niet lichtvaardig samengesteld.15.Waarlijk, de ongeloovigen spannen samen (om mijne plannen te verijdelen);16.Maar ik zal samenspannen om hen te vernietigen.17.Daarom, o profeet! wees geduldig met de ongeloovigen, en laat hen korten tijd met vrede.1Zijnde uit delendenenvan den man en de borstbeenderen der vrouw (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).

Zes en Tachtigste Hoofdstuk.De Nachtster.Geopenbaard teMekka.—17 verzen.

Geopenbaard teMekka.—17 verzen.

Geopenbaard teMekka.—17 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den hemel en bij de ster, die des nachts verschijnt.2.Maar wat zal u datgene doen verstaan, wat bij nacht verschijnt?3.Het is de ster, die glansrijke stralen schiet.4.Iedere ziel heeft een wachter, die over hem is aangesteld.5.Laat de mensch dus overwegen van wat hij is geschapen.6.Hij is geschapen van een droppel zaad.7.Uit de lendenen en de borstbeenderen voortkomende1.8.Waarlijk, God is in staat hem in het leven terug te roepen.9.Op den dag waarop alle verborgen denkbeelden en daden zullen worden onderzocht.10.En hij zal de macht om zich te verdedigen, noch eenigen beschermer hebben.11.Bij den hemel, die (regen) nedergiet.12.En bij de aarde, die zich opent om planten en bronnente doen voortspruiten.13.Waarlijk, dit is een gesprek ter onderscheiding (tusschen het goede en het kwade);14.Het is niet lichtvaardig samengesteld.15.Waarlijk, de ongeloovigen spannen samen (om mijne plannen te verijdelen);16.Maar ik zal samenspannen om hen te vernietigen.17.Daarom, o profeet! wees geduldig met de ongeloovigen, en laat hen korten tijd met vrede.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.Ik zweer bij den hemel en bij de ster, die des nachts verschijnt.2.Maar wat zal u datgene doen verstaan, wat bij nacht verschijnt?3.Het is de ster, die glansrijke stralen schiet.4.Iedere ziel heeft een wachter, die over hem is aangesteld.5.Laat de mensch dus overwegen van wat hij is geschapen.6.Hij is geschapen van een droppel zaad.7.Uit de lendenen en de borstbeenderen voortkomende1.8.Waarlijk, God is in staat hem in het leven terug te roepen.9.Op den dag waarop alle verborgen denkbeelden en daden zullen worden onderzocht.10.En hij zal de macht om zich te verdedigen, noch eenigen beschermer hebben.11.Bij den hemel, die (regen) nedergiet.12.En bij de aarde, die zich opent om planten en bronnente doen voortspruiten.13.Waarlijk, dit is een gesprek ter onderscheiding (tusschen het goede en het kwade);14.Het is niet lichtvaardig samengesteld.15.Waarlijk, de ongeloovigen spannen samen (om mijne plannen te verijdelen);16.Maar ik zal samenspannen om hen te vernietigen.17.Daarom, o profeet! wees geduldig met de ongeloovigen, en laat hen korten tijd met vrede.

1Zijnde uit delendenenvan den man en de borstbeenderen der vrouw (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).

1Zijnde uit delendenenvan den man en de borstbeenderen der vrouw (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).

Zeven en Tachtigste Hoofdstuk.De Verhevenste.Geopenbaard teMekka.—19 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Geloofd zij de naam van uwen Heer, den Verhevenste,2.Die zijne schepselen geschapen en volmaakt gevormd heeft,3.Die hen tot verschillende doeleinden heeft bestemd1en hen richt om die te bereiken2;4.En die het voedsel voor het vee voortbrengt.5.En het daarna in droge stoppels of donkerkleurig hooi verandert.6.Wij zullen u in staat stellen, onze openbaringen te onthouden3, en gij zult geen deel daarvan vergeten,7.Behalve wat Gode zal behagen4; want hij kent datgene, wat openbaar en wat verborgen is.8.Wij zullen u den lichtsten weg gemakkelijk maken5.9.Vermaan dus uw volk indien uwe vermaning hun voordeelig kan zijn.10.Wie God vreest zal vermaand worden;11.Maarde meest verdorven (zondaar) zal zich daarvan afwenden.12.Die nedergeworpen worden zal, om in het groote hellevuur geroosterd te worden.13.Waarin hij sterven noch leven zal.14.Gelukzalig hij, die door het geloof gezuiverd is.15.En die den naam van zijnen Heer herdenkt en bidt.16.Maar gij verkiest het tegenwoordige leven,17.Hoewel het volgende leven beter en duurzamer is.18.Waarlijk, dit is in de oude boeken geschreven.19.In de boeken vanAbrahamenMozes.1Door hunne verschillende soorten, eigenschappen, levensloop, enz. te bepalen (Al Beidâwi).2Niet alleen het redelijk schepsel, door de rede en door de openbaring te leiden, maar ook de redelooze wezens door instinct, enz. (Al Beidâwi).3ZieHoofdstuk LXXV, vers 16.4Zijnde: behalve de openbaringen, waarvan God de afschaffing en het uitwisschen uit het geheugen noodig acht. ZieHoofdstuk II, vers 100enHoofdstuk LXXV, vers 17.5Om de openbaring te onthouden, u doorGabriëlmedegedeeld.

Zeven en Tachtigste Hoofdstuk.De Verhevenste.Geopenbaard teMekka.—19 verzen.

Geopenbaard teMekka.—19 verzen.

Geopenbaard teMekka.—19 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Geloofd zij de naam van uwen Heer, den Verhevenste,2.Die zijne schepselen geschapen en volmaakt gevormd heeft,3.Die hen tot verschillende doeleinden heeft bestemd1en hen richt om die te bereiken2;4.En die het voedsel voor het vee voortbrengt.5.En het daarna in droge stoppels of donkerkleurig hooi verandert.6.Wij zullen u in staat stellen, onze openbaringen te onthouden3, en gij zult geen deel daarvan vergeten,7.Behalve wat Gode zal behagen4; want hij kent datgene, wat openbaar en wat verborgen is.8.Wij zullen u den lichtsten weg gemakkelijk maken5.9.Vermaan dus uw volk indien uwe vermaning hun voordeelig kan zijn.10.Wie God vreest zal vermaand worden;11.Maarde meest verdorven (zondaar) zal zich daarvan afwenden.12.Die nedergeworpen worden zal, om in het groote hellevuur geroosterd te worden.13.Waarin hij sterven noch leven zal.14.Gelukzalig hij, die door het geloof gezuiverd is.15.En die den naam van zijnen Heer herdenkt en bidt.16.Maar gij verkiest het tegenwoordige leven,17.Hoewel het volgende leven beter en duurzamer is.18.Waarlijk, dit is in de oude boeken geschreven.19.In de boeken vanAbrahamenMozes.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.Geloofd zij de naam van uwen Heer, den Verhevenste,2.Die zijne schepselen geschapen en volmaakt gevormd heeft,3.Die hen tot verschillende doeleinden heeft bestemd1en hen richt om die te bereiken2;4.En die het voedsel voor het vee voortbrengt.5.En het daarna in droge stoppels of donkerkleurig hooi verandert.6.Wij zullen u in staat stellen, onze openbaringen te onthouden3, en gij zult geen deel daarvan vergeten,7.Behalve wat Gode zal behagen4; want hij kent datgene, wat openbaar en wat verborgen is.8.Wij zullen u den lichtsten weg gemakkelijk maken5.9.Vermaan dus uw volk indien uwe vermaning hun voordeelig kan zijn.10.Wie God vreest zal vermaand worden;11.Maarde meest verdorven (zondaar) zal zich daarvan afwenden.12.Die nedergeworpen worden zal, om in het groote hellevuur geroosterd te worden.13.Waarin hij sterven noch leven zal.14.Gelukzalig hij, die door het geloof gezuiverd is.15.En die den naam van zijnen Heer herdenkt en bidt.16.Maar gij verkiest het tegenwoordige leven,17.Hoewel het volgende leven beter en duurzamer is.18.Waarlijk, dit is in de oude boeken geschreven.19.In de boeken vanAbrahamenMozes.

1Door hunne verschillende soorten, eigenschappen, levensloop, enz. te bepalen (Al Beidâwi).2Niet alleen het redelijk schepsel, door de rede en door de openbaring te leiden, maar ook de redelooze wezens door instinct, enz. (Al Beidâwi).3ZieHoofdstuk LXXV, vers 16.4Zijnde: behalve de openbaringen, waarvan God de afschaffing en het uitwisschen uit het geheugen noodig acht. ZieHoofdstuk II, vers 100enHoofdstuk LXXV, vers 17.5Om de openbaring te onthouden, u doorGabriëlmedegedeeld.

1Door hunne verschillende soorten, eigenschappen, levensloop, enz. te bepalen (Al Beidâwi).

2Niet alleen het redelijk schepsel, door de rede en door de openbaring te leiden, maar ook de redelooze wezens door instinct, enz. (Al Beidâwi).

3ZieHoofdstuk LXXV, vers 16.

4Zijnde: behalve de openbaringen, waarvan God de afschaffing en het uitwisschen uit het geheugen noodig acht. ZieHoofdstuk II, vers 100enHoofdstuk LXXV, vers 17.

5Om de openbaring te onthouden, u doorGabriëlmedegedeeld.

Acht en Tachtigste Hoofdstuk.De Overvallende1.Geopenbaard teMekka.—26 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Heeft het nieuws van den overvallenden dag des oordeels u bereikt.2.Die sommigen de aangezichten zal doen buigen?3.Werkende en afgemat van vermoeienis.4.Zullen zij in het gloeiende vuur geworpen worden, om geroosterd te worden.5.Men zal hun uit eene kokende fontein geven te drinken.6.Zij zullen geen voedsel hebben, dan droge doornen en distels (al Dari).7.Dat voeden, noch den honger stillen zal.8.Maar de aangezichten van anderen zullen op dien dag vroolijk zijn.9.Voldaan over hetgeen zij vroeger zullen hebben verricht.10.Zij zullen in een sierlijken tuin worden geplaatst.11.Waar zij geene ijdele gesprekken zullen hooren.12.Daar zal eene springende fontein wezen;13.Daar zullen verheven zetels opgericht wezen.14.En bekers zullen voor hen geplaatst zijn,15.En kussens in orde gelegd,16.En tapijten geheel uitgespreid.17.Overwegen zij niet hoe de kameelen geschapen zijn18.En hoe de hemel verheven is;19.En hoe de bergen zijn bevestigd.20.En hoe de aarde is uitgespreid?21.Daarom, waarschuw uw volk, want gij zijt slechts een waarschuwer,22.Eene onbepaalde macht is u niet over hen opgedragen.23.Maar wie zich afwenden, en niet gelooven zal,24.Dien zal God met de groote straf van het volgende leven straffen.25.Waarlijk, tot ons zullen zij terugkeeren.26.En dan is het mijne taak, hun rekenschap af te vragen.1Dit is een der namen van den jongsten dag.

Acht en Tachtigste Hoofdstuk.De Overvallende1.Geopenbaard teMekka.—26 verzen.

Geopenbaard teMekka.—26 verzen.

Geopenbaard teMekka.—26 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Heeft het nieuws van den overvallenden dag des oordeels u bereikt.2.Die sommigen de aangezichten zal doen buigen?3.Werkende en afgemat van vermoeienis.4.Zullen zij in het gloeiende vuur geworpen worden, om geroosterd te worden.5.Men zal hun uit eene kokende fontein geven te drinken.6.Zij zullen geen voedsel hebben, dan droge doornen en distels (al Dari).7.Dat voeden, noch den honger stillen zal.8.Maar de aangezichten van anderen zullen op dien dag vroolijk zijn.9.Voldaan over hetgeen zij vroeger zullen hebben verricht.10.Zij zullen in een sierlijken tuin worden geplaatst.11.Waar zij geene ijdele gesprekken zullen hooren.12.Daar zal eene springende fontein wezen;13.Daar zullen verheven zetels opgericht wezen.14.En bekers zullen voor hen geplaatst zijn,15.En kussens in orde gelegd,16.En tapijten geheel uitgespreid.17.Overwegen zij niet hoe de kameelen geschapen zijn18.En hoe de hemel verheven is;19.En hoe de bergen zijn bevestigd.20.En hoe de aarde is uitgespreid?21.Daarom, waarschuw uw volk, want gij zijt slechts een waarschuwer,22.Eene onbepaalde macht is u niet over hen opgedragen.23.Maar wie zich afwenden, en niet gelooven zal,24.Dien zal God met de groote straf van het volgende leven straffen.25.Waarlijk, tot ons zullen zij terugkeeren.26.En dan is het mijne taak, hun rekenschap af te vragen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.Heeft het nieuws van den overvallenden dag des oordeels u bereikt.2.Die sommigen de aangezichten zal doen buigen?3.Werkende en afgemat van vermoeienis.4.Zullen zij in het gloeiende vuur geworpen worden, om geroosterd te worden.5.Men zal hun uit eene kokende fontein geven te drinken.6.Zij zullen geen voedsel hebben, dan droge doornen en distels (al Dari).7.Dat voeden, noch den honger stillen zal.8.Maar de aangezichten van anderen zullen op dien dag vroolijk zijn.9.Voldaan over hetgeen zij vroeger zullen hebben verricht.10.Zij zullen in een sierlijken tuin worden geplaatst.11.Waar zij geene ijdele gesprekken zullen hooren.12.Daar zal eene springende fontein wezen;13.Daar zullen verheven zetels opgericht wezen.14.En bekers zullen voor hen geplaatst zijn,15.En kussens in orde gelegd,16.En tapijten geheel uitgespreid.17.Overwegen zij niet hoe de kameelen geschapen zijn18.En hoe de hemel verheven is;19.En hoe de bergen zijn bevestigd.20.En hoe de aarde is uitgespreid?21.Daarom, waarschuw uw volk, want gij zijt slechts een waarschuwer,22.Eene onbepaalde macht is u niet over hen opgedragen.23.Maar wie zich afwenden, en niet gelooven zal,24.Dien zal God met de groote straf van het volgende leven straffen.25.Waarlijk, tot ons zullen zij terugkeeren.26.En dan is het mijne taak, hun rekenschap af te vragen.

1Dit is een der namen van den jongsten dag.

1Dit is een der namen van den jongsten dag.

Negen en Tachtigste Hoofdstuk.De Morgenschemering.Geopenbaard teMekka1.—30 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij het aanbreken van den dag en de tien nachten2;2.Bij datgene wat dubbel, en dat wat enkel is3,3.Bij den nacht als die aanbreekt.4.Is dit niet een begrijpelijk samengestelde eed?5.Hebt gij niet overwogen, hoe uw Heer metAdheeft gehandeld.6.Het volk vanIrem, versierd met schoone gebouwen4,7.Waarvan de wedergade nog niet in het land werd opgericht?8.En metThamoed, die in de rotsen der vallei huizen uithieuw.9.En metPharao, den uitvinder van de straf der staken5.10.Die zich onbeschaamd hadden gedragen.11.En het verderf op de aarde vermeerderden?12.Daarom stortte de Heer verschillende soorten van kastijdingen over hen uit;13.Want, waarlijk, uw Heer is op een wachttoren, als hij de daden der menschen beschouwt.14.Daarom als zijn Heer hem (door voorspoed) beproeft, en hem eert en goed voor hem is.15.Zegt de mensch: Mijn Heer eert mij.16.Maar als hij hem met rampen bezoekt, en hem zijne weldaden terughoudt,17.Zegt hij: Mijn Heer versmaadt mij.18.Volstrekt niet6, maar gij eert den wees niet.19.Noch noodigt gij elkander uit, den arme te voeden.20.Gij verzwelgt de erfenis der zwakken7met eene blinde begeerigheid.21.En gij bemint de rijkdommen op onbegrensde wijze. (Gij zult volstrekt niet zoo handelen).22.Als de aarde tot stof zal vermorzeld worden;23.Als uw Heer zal komen, en de engelen in gelederen geschaard zullen zijn;24.Als de hel op dien dag naderbij gebracht zal worden: op dien dag zal de mensch zich zijne slechte daden herinneren; maar hoe zou die herinnering hem kunnen baten?25.Hij zal zeggen: Gave God, dat ik vroeger gedurende mijn leeftijd goede daden had verricht! Op dien dag zal niemand zooals God kunnen straffen.26.Noch iemand in staat zijn te binden zoo als God8.27.O gij, ziel die rust!28.Keer, voldaan met uwe belooning, en voldaan met God, tot uwen Heer terug.29.Treed bij het aantal mijner dienaren binnen.30.En betreed mijn paradijs.1Sommigen zijn van meening, dat dit hoofdstuk teMedinawerd geopenbaard.2Zijnde: de tien heilige nachten der maandDhoelhajja.3Deze woorden worden op verschillende wijzen uitgelegd. Sommigen verstaan daardoor alle dingen, anderen alle wezens (die gezegd worden bij paren geschapen te zijn. ZieHoofdstuk LI, vers 49) en den schepper die eenig is, enz. (Al Zamakhshari).4Een der koningen van dit volk,Sheddad, een der zonen vanAd, had van het paradijs en zijne genietingen gehoord. Hij kwam daardoor op het denkbeeld, paleizen in zijn land te bouwen, en tuinen aan te leggen, die door hunne pracht en hunne schoonheid een denkbeeld van het paradijs zouden geven. De Oostersche schrijvers en dichters vergelijken schoone plaatsen en fraaie paleizen, dikwijls met de tuinen vanIrem. Men zegt dat deze tuinen en gebouwen verwoest werden door een kreet uit den hemel, wegens de misdaden van de volkeren van dat land.5ZieHoofdstuk XXXVIII, vers 11.6Want wereldsche voor- of tegenspoed is geen zeker kenteeken van de gunst of ontevredenheid van God.7Door niet toe te staan, dat vrouwen of jonge kinderen eenig deel hebben aan de erfenis van hunne echtgenooten of hunne ouders. (ZieHoofdstuk IV, vers 12en volg.).8Niemand zal in staat zijn zoo te straffen en te binden, gelijk als God de zondaren zal straffen en binden (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).

Negen en Tachtigste Hoofdstuk.De Morgenschemering.Geopenbaard teMekka1.—30 verzen.

Geopenbaard teMekka1.—30 verzen.

Geopenbaard teMekka1.—30 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij het aanbreken van den dag en de tien nachten2;2.Bij datgene wat dubbel, en dat wat enkel is3,3.Bij den nacht als die aanbreekt.4.Is dit niet een begrijpelijk samengestelde eed?5.Hebt gij niet overwogen, hoe uw Heer metAdheeft gehandeld.6.Het volk vanIrem, versierd met schoone gebouwen4,7.Waarvan de wedergade nog niet in het land werd opgericht?8.En metThamoed, die in de rotsen der vallei huizen uithieuw.9.En metPharao, den uitvinder van de straf der staken5.10.Die zich onbeschaamd hadden gedragen.11.En het verderf op de aarde vermeerderden?12.Daarom stortte de Heer verschillende soorten van kastijdingen over hen uit;13.Want, waarlijk, uw Heer is op een wachttoren, als hij de daden der menschen beschouwt.14.Daarom als zijn Heer hem (door voorspoed) beproeft, en hem eert en goed voor hem is.15.Zegt de mensch: Mijn Heer eert mij.16.Maar als hij hem met rampen bezoekt, en hem zijne weldaden terughoudt,17.Zegt hij: Mijn Heer versmaadt mij.18.Volstrekt niet6, maar gij eert den wees niet.19.Noch noodigt gij elkander uit, den arme te voeden.20.Gij verzwelgt de erfenis der zwakken7met eene blinde begeerigheid.21.En gij bemint de rijkdommen op onbegrensde wijze. (Gij zult volstrekt niet zoo handelen).22.Als de aarde tot stof zal vermorzeld worden;23.Als uw Heer zal komen, en de engelen in gelederen geschaard zullen zijn;24.Als de hel op dien dag naderbij gebracht zal worden: op dien dag zal de mensch zich zijne slechte daden herinneren; maar hoe zou die herinnering hem kunnen baten?25.Hij zal zeggen: Gave God, dat ik vroeger gedurende mijn leeftijd goede daden had verricht! Op dien dag zal niemand zooals God kunnen straffen.26.Noch iemand in staat zijn te binden zoo als God8.27.O gij, ziel die rust!28.Keer, voldaan met uwe belooning, en voldaan met God, tot uwen Heer terug.29.Treed bij het aantal mijner dienaren binnen.30.En betreed mijn paradijs.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.Ik zweer bij het aanbreken van den dag en de tien nachten2;2.Bij datgene wat dubbel, en dat wat enkel is3,3.Bij den nacht als die aanbreekt.4.Is dit niet een begrijpelijk samengestelde eed?5.Hebt gij niet overwogen, hoe uw Heer metAdheeft gehandeld.6.Het volk vanIrem, versierd met schoone gebouwen4,7.Waarvan de wedergade nog niet in het land werd opgericht?8.En metThamoed, die in de rotsen der vallei huizen uithieuw.9.En metPharao, den uitvinder van de straf der staken5.10.Die zich onbeschaamd hadden gedragen.11.En het verderf op de aarde vermeerderden?12.Daarom stortte de Heer verschillende soorten van kastijdingen over hen uit;13.Want, waarlijk, uw Heer is op een wachttoren, als hij de daden der menschen beschouwt.14.Daarom als zijn Heer hem (door voorspoed) beproeft, en hem eert en goed voor hem is.15.Zegt de mensch: Mijn Heer eert mij.16.Maar als hij hem met rampen bezoekt, en hem zijne weldaden terughoudt,17.Zegt hij: Mijn Heer versmaadt mij.18.Volstrekt niet6, maar gij eert den wees niet.19.Noch noodigt gij elkander uit, den arme te voeden.20.Gij verzwelgt de erfenis der zwakken7met eene blinde begeerigheid.21.En gij bemint de rijkdommen op onbegrensde wijze. (Gij zult volstrekt niet zoo handelen).22.Als de aarde tot stof zal vermorzeld worden;23.Als uw Heer zal komen, en de engelen in gelederen geschaard zullen zijn;24.Als de hel op dien dag naderbij gebracht zal worden: op dien dag zal de mensch zich zijne slechte daden herinneren; maar hoe zou die herinnering hem kunnen baten?25.Hij zal zeggen: Gave God, dat ik vroeger gedurende mijn leeftijd goede daden had verricht! Op dien dag zal niemand zooals God kunnen straffen.26.Noch iemand in staat zijn te binden zoo als God8.27.O gij, ziel die rust!28.Keer, voldaan met uwe belooning, en voldaan met God, tot uwen Heer terug.29.Treed bij het aantal mijner dienaren binnen.30.En betreed mijn paradijs.

1Sommigen zijn van meening, dat dit hoofdstuk teMedinawerd geopenbaard.2Zijnde: de tien heilige nachten der maandDhoelhajja.3Deze woorden worden op verschillende wijzen uitgelegd. Sommigen verstaan daardoor alle dingen, anderen alle wezens (die gezegd worden bij paren geschapen te zijn. ZieHoofdstuk LI, vers 49) en den schepper die eenig is, enz. (Al Zamakhshari).4Een der koningen van dit volk,Sheddad, een der zonen vanAd, had van het paradijs en zijne genietingen gehoord. Hij kwam daardoor op het denkbeeld, paleizen in zijn land te bouwen, en tuinen aan te leggen, die door hunne pracht en hunne schoonheid een denkbeeld van het paradijs zouden geven. De Oostersche schrijvers en dichters vergelijken schoone plaatsen en fraaie paleizen, dikwijls met de tuinen vanIrem. Men zegt dat deze tuinen en gebouwen verwoest werden door een kreet uit den hemel, wegens de misdaden van de volkeren van dat land.5ZieHoofdstuk XXXVIII, vers 11.6Want wereldsche voor- of tegenspoed is geen zeker kenteeken van de gunst of ontevredenheid van God.7Door niet toe te staan, dat vrouwen of jonge kinderen eenig deel hebben aan de erfenis van hunne echtgenooten of hunne ouders. (ZieHoofdstuk IV, vers 12en volg.).8Niemand zal in staat zijn zoo te straffen en te binden, gelijk als God de zondaren zal straffen en binden (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).

1Sommigen zijn van meening, dat dit hoofdstuk teMedinawerd geopenbaard.

2Zijnde: de tien heilige nachten der maandDhoelhajja.

3Deze woorden worden op verschillende wijzen uitgelegd. Sommigen verstaan daardoor alle dingen, anderen alle wezens (die gezegd worden bij paren geschapen te zijn. ZieHoofdstuk LI, vers 49) en den schepper die eenig is, enz. (Al Zamakhshari).

4Een der koningen van dit volk,Sheddad, een der zonen vanAd, had van het paradijs en zijne genietingen gehoord. Hij kwam daardoor op het denkbeeld, paleizen in zijn land te bouwen, en tuinen aan te leggen, die door hunne pracht en hunne schoonheid een denkbeeld van het paradijs zouden geven. De Oostersche schrijvers en dichters vergelijken schoone plaatsen en fraaie paleizen, dikwijls met de tuinen vanIrem. Men zegt dat deze tuinen en gebouwen verwoest werden door een kreet uit den hemel, wegens de misdaden van de volkeren van dat land.

5ZieHoofdstuk XXXVIII, vers 11.

6Want wereldsche voor- of tegenspoed is geen zeker kenteeken van de gunst of ontevredenheid van God.

7Door niet toe te staan, dat vrouwen of jonge kinderen eenig deel hebben aan de erfenis van hunne echtgenooten of hunne ouders. (ZieHoofdstuk IV, vers 12en volg.).

8Niemand zal in staat zijn zoo te straffen en te binden, gelijk als God de zondaren zal straffen en binden (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).

Negentigste Hoofdstuk.Het Grondgebied.Geopenbaard teMekka.—20 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij dit grondgebied1,2.En gij, o profeet! houd verblijf in dit grondgebied;3.En bij den vader, en bij het kind2;4.Waarlijk, wij hebben den mensch in ellende geschapen.5.Denkt hij, dat niemand sterker is dan hij3.6.Hij zegt: ik heb groote rijkdommen verteerd!7.Denkt hij, dat hem niemand ziet.8.Hebben wij hem niet twee oogen gegeven.9.En eene tong en twee lippen.10.En hebben wij hem niet de twee groote wegen, des goeds en des kwaads vertoond?11.En nog is hij de helling niet afgedaald.12.Wat zal u doen begrijpen wat de helling is?13.Het is: den balling te bevrijden.14.Of te voeden in de dagen van hongersnood.15.Den wees, die ons verwant is.16.Of den armen man, die op den grond ligt.17Wie dit doet en tot hen behoort die gelooven, en iederander volharding en mededoogen aanbevelen,18.Dezen zullen de makkers der rechterhand wezen4.19.Maar zij, die omtrent onze teekenen ongeloovig zullen zijn, dezen zullen de makkers der linkerhand wezen.20.Boven hen zal zich het vuur uitstrekken.1Het heilige grondgebied.2Sommigen vatten deze woorden in den algemeenen zin op, anderen vanAdam,Abrahamof hunne nakomelingschap, en vanMahometin het bijzonder (Al Beidâwi).3Sommigen meenen, dat hier opWalid Ebn El Mogheiragezinspeeld wordt, die een der grootste tegenstanders vanMahometwas: anderen gelooven, dat hier sprake is van zekerenAboel Ashadd Ebn El Calda, die eene herculische kracht bezat.4ZieHoofdstuk LVI, vers 8.

Negentigste Hoofdstuk.Het Grondgebied.Geopenbaard teMekka.—20 verzen.

Geopenbaard teMekka.—20 verzen.

Geopenbaard teMekka.—20 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij dit grondgebied1,2.En gij, o profeet! houd verblijf in dit grondgebied;3.En bij den vader, en bij het kind2;4.Waarlijk, wij hebben den mensch in ellende geschapen.5.Denkt hij, dat niemand sterker is dan hij3.6.Hij zegt: ik heb groote rijkdommen verteerd!7.Denkt hij, dat hem niemand ziet.8.Hebben wij hem niet twee oogen gegeven.9.En eene tong en twee lippen.10.En hebben wij hem niet de twee groote wegen, des goeds en des kwaads vertoond?11.En nog is hij de helling niet afgedaald.12.Wat zal u doen begrijpen wat de helling is?13.Het is: den balling te bevrijden.14.Of te voeden in de dagen van hongersnood.15.Den wees, die ons verwant is.16.Of den armen man, die op den grond ligt.17Wie dit doet en tot hen behoort die gelooven, en iederander volharding en mededoogen aanbevelen,18.Dezen zullen de makkers der rechterhand wezen4.19.Maar zij, die omtrent onze teekenen ongeloovig zullen zijn, dezen zullen de makkers der linkerhand wezen.20.Boven hen zal zich het vuur uitstrekken.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.Ik zweer bij dit grondgebied1,2.En gij, o profeet! houd verblijf in dit grondgebied;3.En bij den vader, en bij het kind2;4.Waarlijk, wij hebben den mensch in ellende geschapen.5.Denkt hij, dat niemand sterker is dan hij3.6.Hij zegt: ik heb groote rijkdommen verteerd!7.Denkt hij, dat hem niemand ziet.8.Hebben wij hem niet twee oogen gegeven.9.En eene tong en twee lippen.10.En hebben wij hem niet de twee groote wegen, des goeds en des kwaads vertoond?11.En nog is hij de helling niet afgedaald.12.Wat zal u doen begrijpen wat de helling is?13.Het is: den balling te bevrijden.14.Of te voeden in de dagen van hongersnood.15.Den wees, die ons verwant is.16.Of den armen man, die op den grond ligt.17Wie dit doet en tot hen behoort die gelooven, en iederander volharding en mededoogen aanbevelen,18.Dezen zullen de makkers der rechterhand wezen4.19.Maar zij, die omtrent onze teekenen ongeloovig zullen zijn, dezen zullen de makkers der linkerhand wezen.20.Boven hen zal zich het vuur uitstrekken.

1Het heilige grondgebied.2Sommigen vatten deze woorden in den algemeenen zin op, anderen vanAdam,Abrahamof hunne nakomelingschap, en vanMahometin het bijzonder (Al Beidâwi).3Sommigen meenen, dat hier opWalid Ebn El Mogheiragezinspeeld wordt, die een der grootste tegenstanders vanMahometwas: anderen gelooven, dat hier sprake is van zekerenAboel Ashadd Ebn El Calda, die eene herculische kracht bezat.4ZieHoofdstuk LVI, vers 8.

1Het heilige grondgebied.

2Sommigen vatten deze woorden in den algemeenen zin op, anderen vanAdam,Abrahamof hunne nakomelingschap, en vanMahometin het bijzonder (Al Beidâwi).

3Sommigen meenen, dat hier opWalid Ebn El Mogheiragezinspeeld wordt, die een der grootste tegenstanders vanMahometwas: anderen gelooven, dat hier sprake is van zekerenAboel Ashadd Ebn El Calda, die eene herculische kracht bezat.

4ZieHoofdstuk LVI, vers 8.

Een en Negentigste Hoofdstuk.De Zon.Geopenbaard teMekka.—15 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de zon en haren opgaanden glans,2.Bij de maan, als zij deze volgt,3.Bij den dag, als hij zijn glans vertoont,4.Bij den nacht, als die alles met duisternis bedekt;5.Bij den hemel en bij Hem, die dien heeft gebouwd,6.Bij de aarde en bij Hem die haar uitspreidde,7.Bij de ziel en bij Hem die haar volkomen vormde,8.En haar het vermogen van onderscheiding ingaf, en de macht, tusschen zonde en godsvrucht te kiezen.9.Hij die haar zuiver bewaart, is gelukkig:10.Maar hij die haar heeft verdorven, is ellendig.11.Thamoedbeschuldigde hunnen profeetSalehvan bedrog, door de groote mate hunner zonden.12.Toen de meest verdorvene1onder hen werd gezonden, om den wijfjes-kameel te dooden.13.En Gods gezant tot hen zeide: Laat Gods (wijfjes-) kameel met vrede en verhindert haar niet te drinken.14.Maar zij beschuldigden hem van bedrog, en doodden het dier. Daarom verdelgde hun Heer hen, om hunne misdaad, en hij maakte hunne straf voor hen allen gelijk,15.En hij vreest daarvan de gevolgen niet.1Kedar Ebn Salef. (ZieHoofdstuk VII, vers 75enHoofdstuk IV, vers 27).

Een en Negentigste Hoofdstuk.De Zon.Geopenbaard teMekka.—15 verzen.

Geopenbaard teMekka.—15 verzen.

Geopenbaard teMekka.—15 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de zon en haren opgaanden glans,2.Bij de maan, als zij deze volgt,3.Bij den dag, als hij zijn glans vertoont,4.Bij den nacht, als die alles met duisternis bedekt;5.Bij den hemel en bij Hem, die dien heeft gebouwd,6.Bij de aarde en bij Hem die haar uitspreidde,7.Bij de ziel en bij Hem die haar volkomen vormde,8.En haar het vermogen van onderscheiding ingaf, en de macht, tusschen zonde en godsvrucht te kiezen.9.Hij die haar zuiver bewaart, is gelukkig:10.Maar hij die haar heeft verdorven, is ellendig.11.Thamoedbeschuldigde hunnen profeetSalehvan bedrog, door de groote mate hunner zonden.12.Toen de meest verdorvene1onder hen werd gezonden, om den wijfjes-kameel te dooden.13.En Gods gezant tot hen zeide: Laat Gods (wijfjes-) kameel met vrede en verhindert haar niet te drinken.14.Maar zij beschuldigden hem van bedrog, en doodden het dier. Daarom verdelgde hun Heer hen, om hunne misdaad, en hij maakte hunne straf voor hen allen gelijk,15.En hij vreest daarvan de gevolgen niet.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.Ik zweer bij de zon en haren opgaanden glans,2.Bij de maan, als zij deze volgt,3.Bij den dag, als hij zijn glans vertoont,4.Bij den nacht, als die alles met duisternis bedekt;5.Bij den hemel en bij Hem, die dien heeft gebouwd,6.Bij de aarde en bij Hem die haar uitspreidde,7.Bij de ziel en bij Hem die haar volkomen vormde,8.En haar het vermogen van onderscheiding ingaf, en de macht, tusschen zonde en godsvrucht te kiezen.9.Hij die haar zuiver bewaart, is gelukkig:10.Maar hij die haar heeft verdorven, is ellendig.11.Thamoedbeschuldigde hunnen profeetSalehvan bedrog, door de groote mate hunner zonden.12.Toen de meest verdorvene1onder hen werd gezonden, om den wijfjes-kameel te dooden.13.En Gods gezant tot hen zeide: Laat Gods (wijfjes-) kameel met vrede en verhindert haar niet te drinken.14.Maar zij beschuldigden hem van bedrog, en doodden het dier. Daarom verdelgde hun Heer hen, om hunne misdaad, en hij maakte hunne straf voor hen allen gelijk,15.En hij vreest daarvan de gevolgen niet.

1Kedar Ebn Salef. (ZieHoofdstuk VII, vers 75enHoofdstuk IV, vers 27).

1Kedar Ebn Salef. (ZieHoofdstuk VII, vers 75enHoofdstuk IV, vers 27).

Twee en Negentigste Hoofdstuk.De Nacht.Geopenbaard teMekka.—21 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den nacht, als die alle dingen met duisternisbedekt.2.Bij den dag als die met glans schittert;3.Bij Hem, die het mannelijke en het vrouwelijke schepsel heeft geschapen.4.Waarlijk, uwe pogingen hebben verschillende doeleinden.5.Maar hem, die gehoorzaam is en God vreest,6.En de waarheid van het geloof belijdt, dat het uitnemendst is.7.Dien zullen wij den weg des geluks gemakkelijk maken.8.Maar hem, die gierig zal wezen, en zich om niets dan deze wereld bekommert,9.En de waarheid zal loochenen van datgene, wat het uitnemendst is.10.Dien zulle wij den weg tot de ellende vergemakkelijken.11.En zijne rijkdommen zullen hem niet baten, als hij, het onderst boven, in de hel zal vallen.12.Waarlijk, ons behoort de leiding van den mensch.13.Ons is het tegenwoordige en het volgende leven.14.Daarom bedreig ik u met het vreeselijk brandend vuur.15.Waarin niemand zal worden geworpen om verbrand te worden, behalve de meest verdorvenen.16.Die niet geloofd en zich afgewend zullen hebben.17.Maar hij die zich gestreng (voor afgoderij en weêrspannigheid) in acht neemt, dien zullen wij ver van daar voeren:18.Die zijn vermogen aan aalmoezen besteedt, om zich meer te zuiveren,19.En niet opdat hem zijne weldaden zullen worden beloond.20.Maar die zijn vermogen voor de zaak van zijn Heer, den Verhevenste besteedt.21.En hierna zal hij gewis voldaan zijn met zijne belooning.

Twee en Negentigste Hoofdstuk.De Nacht.Geopenbaard teMekka.—21 verzen.

Geopenbaard teMekka.—21 verzen.

Geopenbaard teMekka.—21 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den nacht, als die alle dingen met duisternisbedekt.2.Bij den dag als die met glans schittert;3.Bij Hem, die het mannelijke en het vrouwelijke schepsel heeft geschapen.4.Waarlijk, uwe pogingen hebben verschillende doeleinden.5.Maar hem, die gehoorzaam is en God vreest,6.En de waarheid van het geloof belijdt, dat het uitnemendst is.7.Dien zullen wij den weg des geluks gemakkelijk maken.8.Maar hem, die gierig zal wezen, en zich om niets dan deze wereld bekommert,9.En de waarheid zal loochenen van datgene, wat het uitnemendst is.10.Dien zulle wij den weg tot de ellende vergemakkelijken.11.En zijne rijkdommen zullen hem niet baten, als hij, het onderst boven, in de hel zal vallen.12.Waarlijk, ons behoort de leiding van den mensch.13.Ons is het tegenwoordige en het volgende leven.14.Daarom bedreig ik u met het vreeselijk brandend vuur.15.Waarin niemand zal worden geworpen om verbrand te worden, behalve de meest verdorvenen.16.Die niet geloofd en zich afgewend zullen hebben.17.Maar hij die zich gestreng (voor afgoderij en weêrspannigheid) in acht neemt, dien zullen wij ver van daar voeren:18.Die zijn vermogen aan aalmoezen besteedt, om zich meer te zuiveren,19.En niet opdat hem zijne weldaden zullen worden beloond.20.Maar die zijn vermogen voor de zaak van zijn Heer, den Verhevenste besteedt.21.En hierna zal hij gewis voldaan zijn met zijne belooning.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.Ik zweer bij den nacht, als die alle dingen met duisternisbedekt.2.Bij den dag als die met glans schittert;3.Bij Hem, die het mannelijke en het vrouwelijke schepsel heeft geschapen.4.Waarlijk, uwe pogingen hebben verschillende doeleinden.5.Maar hem, die gehoorzaam is en God vreest,6.En de waarheid van het geloof belijdt, dat het uitnemendst is.7.Dien zullen wij den weg des geluks gemakkelijk maken.8.Maar hem, die gierig zal wezen, en zich om niets dan deze wereld bekommert,9.En de waarheid zal loochenen van datgene, wat het uitnemendst is.10.Dien zulle wij den weg tot de ellende vergemakkelijken.11.En zijne rijkdommen zullen hem niet baten, als hij, het onderst boven, in de hel zal vallen.12.Waarlijk, ons behoort de leiding van den mensch.13.Ons is het tegenwoordige en het volgende leven.14.Daarom bedreig ik u met het vreeselijk brandend vuur.15.Waarin niemand zal worden geworpen om verbrand te worden, behalve de meest verdorvenen.16.Die niet geloofd en zich afgewend zullen hebben.17.Maar hij die zich gestreng (voor afgoderij en weêrspannigheid) in acht neemt, dien zullen wij ver van daar voeren:18.Die zijn vermogen aan aalmoezen besteedt, om zich meer te zuiveren,19.En niet opdat hem zijne weldaden zullen worden beloond.20.Maar die zijn vermogen voor de zaak van zijn Heer, den Verhevenste besteedt.21.En hierna zal hij gewis voldaan zijn met zijne belooning.

Drie enNegentigsteHoofdstuk.De Ochtendglans.Geopenbaard teMekka.—11 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den glans van den ochtend1.2.En bij den nacht als die duister wordt.3.Uw Heer heeft u niet vergeten, en haat u niet2.4.Waarlijk het volgende leven zal beter dan dit tegenwoordige leven voor u wezen.5.Uw Heer zal u eene belooning geven, waarover gij wel voldaan zult zijn.6.Vond hij u niet als een wees, en heeft hij geene zorg voor u gedragen?7.En vond hij u niet dolende in dwaling, en heefthij u niet de waarheid binnengeleid?8.En vond hij u niet nooddruftig, en heeft hij u niet verrijkt?9.Verdruk daarom den wees niet.10.Noch verdrijf den bedelaar;11.Maar verklaar Gods goedheid.1Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk het meest verlichte deel van den dag, als de zon het sterkste schijnt; drie of vier uren nadat zij is opgegaan, en ook den dag in het algemeen.2Men zegt, dat dit vers aanMahometwerd geopenbaard, toen hij zich bij God beklaagde, wegens het lange uitblijven der hemelsche openbaring, terwijl de afgodendienaars hem met vragen overstelpten, en zijn stilzwijgen te zijnen nadeele uitlegden.

Drie enNegentigsteHoofdstuk.De Ochtendglans.Geopenbaard teMekka.—11 verzen.

Geopenbaard teMekka.—11 verzen.

Geopenbaard teMekka.—11 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den glans van den ochtend1.2.En bij den nacht als die duister wordt.3.Uw Heer heeft u niet vergeten, en haat u niet2.4.Waarlijk het volgende leven zal beter dan dit tegenwoordige leven voor u wezen.5.Uw Heer zal u eene belooning geven, waarover gij wel voldaan zult zijn.6.Vond hij u niet als een wees, en heeft hij geene zorg voor u gedragen?7.En vond hij u niet dolende in dwaling, en heefthij u niet de waarheid binnengeleid?8.En vond hij u niet nooddruftig, en heeft hij u niet verrijkt?9.Verdruk daarom den wees niet.10.Noch verdrijf den bedelaar;11.Maar verklaar Gods goedheid.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.Ik zweer bij den glans van den ochtend1.2.En bij den nacht als die duister wordt.3.Uw Heer heeft u niet vergeten, en haat u niet2.4.Waarlijk het volgende leven zal beter dan dit tegenwoordige leven voor u wezen.5.Uw Heer zal u eene belooning geven, waarover gij wel voldaan zult zijn.6.Vond hij u niet als een wees, en heeft hij geene zorg voor u gedragen?7.En vond hij u niet dolende in dwaling, en heefthij u niet de waarheid binnengeleid?8.En vond hij u niet nooddruftig, en heeft hij u niet verrijkt?9.Verdruk daarom den wees niet.10.Noch verdrijf den bedelaar;11.Maar verklaar Gods goedheid.

1Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk het meest verlichte deel van den dag, als de zon het sterkste schijnt; drie of vier uren nadat zij is opgegaan, en ook den dag in het algemeen.2Men zegt, dat dit vers aanMahometwerd geopenbaard, toen hij zich bij God beklaagde, wegens het lange uitblijven der hemelsche openbaring, terwijl de afgodendienaars hem met vragen overstelpten, en zijn stilzwijgen te zijnen nadeele uitlegden.

1Het oorspronkelijke woord beteekent eigenlijk het meest verlichte deel van den dag, als de zon het sterkste schijnt; drie of vier uren nadat zij is opgegaan, en ook den dag in het algemeen.

2Men zegt, dat dit vers aanMahometwerd geopenbaard, toen hij zich bij God beklaagde, wegens het lange uitblijven der hemelsche openbaring, terwijl de afgodendienaars hem met vragen overstelpten, en zijn stilzwijgen te zijnen nadeele uitlegden.

Vier en Negentigste Hoofdstuk.Hebben wij niet geopend?Gegeven teMekka.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Hebben wij uwe borst niet geopend1.2.En u van uwen last bevrijd2.3.Die uwe schouders nederdrukte?4.Hebben wij uwen naam niet verheven?5.Maar naast den tegenspoed is het geluk.6.Waarlijk, naast den tegenspoed is het geluk.7.Als gij uwe prediking zult geëindigd hebben, arbeidt dan om God voor zijne gunsten te dienen.8.En richt uwe smeekingen tot uwen Heer.1Door die geschikt en wijder te maken om de waarheid, wijsheid en profetie te ontvangen, of, door u voor onheil en onwetendheid te bewaren? Deze plaats wordt geacht, betrekking te hebben op het openen vanMahometshart in zijne kindsheid, of toen hij naar den hemel reisde. Bij eene dier beide gelegenheden zou namelijk de engelGabriël, den zwarten droppel of het zaad der erfzonde er uitgenomen, en het gewasschen en gezuiverd hebben, waarna hij het met wijsheid en geloof vulde (Al Beidâwi, Yahya.ZieAbulf,vit. Moh.p. 9. en 33;Prid.Life of Moh.p. 105, enz.).2Zijnde: van uwe zonden vóór uwe zending bedreven, of van uwe onwetendheid en de ongerustheid van uw gemoed.

Vier en Negentigste Hoofdstuk.Hebben wij niet geopend?Gegeven teMekka.—8 verzen.

Gegeven teMekka.—8 verzen.

Gegeven teMekka.—8 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Hebben wij uwe borst niet geopend1.2.En u van uwen last bevrijd2.3.Die uwe schouders nederdrukte?4.Hebben wij uwen naam niet verheven?5.Maar naast den tegenspoed is het geluk.6.Waarlijk, naast den tegenspoed is het geluk.7.Als gij uwe prediking zult geëindigd hebben, arbeidt dan om God voor zijne gunsten te dienen.8.En richt uwe smeekingen tot uwen Heer.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.Hebben wij uwe borst niet geopend1.2.En u van uwen last bevrijd2.3.Die uwe schouders nederdrukte?4.Hebben wij uwen naam niet verheven?5.Maar naast den tegenspoed is het geluk.6.Waarlijk, naast den tegenspoed is het geluk.7.Als gij uwe prediking zult geëindigd hebben, arbeidt dan om God voor zijne gunsten te dienen.8.En richt uwe smeekingen tot uwen Heer.

1Door die geschikt en wijder te maken om de waarheid, wijsheid en profetie te ontvangen, of, door u voor onheil en onwetendheid te bewaren? Deze plaats wordt geacht, betrekking te hebben op het openen vanMahometshart in zijne kindsheid, of toen hij naar den hemel reisde. Bij eene dier beide gelegenheden zou namelijk de engelGabriël, den zwarten droppel of het zaad der erfzonde er uitgenomen, en het gewasschen en gezuiverd hebben, waarna hij het met wijsheid en geloof vulde (Al Beidâwi, Yahya.ZieAbulf,vit. Moh.p. 9. en 33;Prid.Life of Moh.p. 105, enz.).2Zijnde: van uwe zonden vóór uwe zending bedreven, of van uwe onwetendheid en de ongerustheid van uw gemoed.

1Door die geschikt en wijder te maken om de waarheid, wijsheid en profetie te ontvangen, of, door u voor onheil en onwetendheid te bewaren? Deze plaats wordt geacht, betrekking te hebben op het openen vanMahometshart in zijne kindsheid, of toen hij naar den hemel reisde. Bij eene dier beide gelegenheden zou namelijk de engelGabriël, den zwarten droppel of het zaad der erfzonde er uitgenomen, en het gewasschen en gezuiverd hebben, waarna hij het met wijsheid en geloof vulde (Al Beidâwi, Yahya.ZieAbulf,vit. Moh.p. 9. en 33;Prid.Life of Moh.p. 105, enz.).

2Zijnde: van uwe zonden vóór uwe zending bedreven, of van uwe onwetendheid en de ongerustheid van uw gemoed.

Vijf en Negentigste Hoofdstuk.De Vijg.Gegeven teMekkaofMedina.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de vijgen den olijf1,2.En bij den bergSinaï,3.En bij dit grondgebied der zekerheid2.4.Waarlijk, wij hebben den mensch in den schoonsten vorm geschapen;5.Daarna hebben wij hem tot den laagste der laagsten gemaakt3.6.Behalve degenen die gelooven en het goede doen; want deze zullen eene eindelooze belooning ontvangen.7.Wat zal u dus hierna den dag des oordeels doen loochenen?8.Is God niet de wijste rechter.1De uitleggers zeggen, dat God bij deze twee vruchten zweert, om haar uitgebreid gebruik en uitnemende hoedanigheden. Sommigen verondersteldenechter, dat hier niet deze vruchten worden bedoeld, maar twee bergen in het Heilige Land, waarop zij in overvloed groeien, of wel de tempels vanDamascusenJeruzalem(Al Zamakhshari, Yahya, Al Beidâwi, Jallalo’ddin).2Het grondgebied vanMekka.3Zijnde: Wij schiepen den mensch naar eene volmaakte evenredigheid van lichaam, en groote volmaaktheid des geestes; nochtans hebben wij hem gedoemd, om, in geval van ongehoorzaamheid, een bewoner der hel te zijn.

Vijf en Negentigste Hoofdstuk.De Vijg.Gegeven teMekkaofMedina.—8 verzen.

Gegeven teMekkaofMedina.—8 verzen.

Gegeven teMekkaofMedina.—8 verzen.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de vijgen den olijf1,2.En bij den bergSinaï,3.En bij dit grondgebied der zekerheid2.4.Waarlijk, wij hebben den mensch in den schoonsten vorm geschapen;5.Daarna hebben wij hem tot den laagste der laagsten gemaakt3.6.Behalve degenen die gelooven en het goede doen; want deze zullen eene eindelooze belooning ontvangen.7.Wat zal u dus hierna den dag des oordeels doen loochenen?8.Is God niet de wijste rechter.

In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.

1.Ik zweer bij de vijgen den olijf1,2.En bij den bergSinaï,3.En bij dit grondgebied der zekerheid2.4.Waarlijk, wij hebben den mensch in den schoonsten vorm geschapen;5.Daarna hebben wij hem tot den laagste der laagsten gemaakt3.6.Behalve degenen die gelooven en het goede doen; want deze zullen eene eindelooze belooning ontvangen.7.Wat zal u dus hierna den dag des oordeels doen loochenen?8.Is God niet de wijste rechter.

1De uitleggers zeggen, dat God bij deze twee vruchten zweert, om haar uitgebreid gebruik en uitnemende hoedanigheden. Sommigen verondersteldenechter, dat hier niet deze vruchten worden bedoeld, maar twee bergen in het Heilige Land, waarop zij in overvloed groeien, of wel de tempels vanDamascusenJeruzalem(Al Zamakhshari, Yahya, Al Beidâwi, Jallalo’ddin).2Het grondgebied vanMekka.3Zijnde: Wij schiepen den mensch naar eene volmaakte evenredigheid van lichaam, en groote volmaaktheid des geestes; nochtans hebben wij hem gedoemd, om, in geval van ongehoorzaamheid, een bewoner der hel te zijn.

1De uitleggers zeggen, dat God bij deze twee vruchten zweert, om haar uitgebreid gebruik en uitnemende hoedanigheden. Sommigen verondersteldenechter, dat hier niet deze vruchten worden bedoeld, maar twee bergen in het Heilige Land, waarop zij in overvloed groeien, of wel de tempels vanDamascusenJeruzalem(Al Zamakhshari, Yahya, Al Beidâwi, Jallalo’ddin).

2Het grondgebied vanMekka.

3Zijnde: Wij schiepen den mensch naar eene volmaakte evenredigheid van lichaam, en groote volmaaktheid des geestes; nochtans hebben wij hem gedoemd, om, in geval van ongehoorzaamheid, een bewoner der hel te zijn.


Back to IndexNext