Zes en Negentigste Hoofdstuk.Het gestolde Bloed.Geopenbaard teMekka1.—19 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Lees in naam van uwen Heer, die alle dingen heeft geschapen.2.Die den mensch van gestold bloed schiep2.3.Lees; want uw Heer is de weldadigste;4.Die (den mensch) het gebruik van de pen leerde;5.Die den mensch leerde, wat hij niet kende.6.Waarlijk. Maar de mensch wordtweêrspannig.7.Omdat hij ziet, dat hij overvloedige rijkdommen heeft3.8.Waarlijk, tot uw Heer zal de terugkeer van alles zijn.9.Wat denkt gij van hem, die verbiedt.10.Onzen dienaar als hij bidt4?11.Wat denkt gij, indien hij de ware richting zouvolgen.12.Of vroomheid bevelen?13.Wat denkt gij, indien hij de goddelijke openbaringen van valschheid beschuldigt, en zijn rug toewendt?14.Weet hij niet, dat God hetziet?15.Ja, waarlijk indien hij niet ophoudt, zullen wij hem bij de haren van zijn voorhoofd grijpen5,16.Van zijn leugenachtig en zondig voorhoofd.17.En laat hem zijn raad6te zijner hulpe roepen.18.Ook wij zullen de helsche wachten roepen, om hem in de hel te werpen.19.Waarlijk, gehoorzaam hem niet, maar ga voort God te aanbidden, en tracht hem te naderen.1Deze eerste vijf verzen van dit hoofdstuk worden algemeen voor de eerste plaats gehouden, welke van denKoranwerd geopenbaard, terwijlMahometeenzaam en in gepeins verzonken op den bergHarrawas. Sommigen echter zeggen dit vanSoera LXXIV.2ZieHoofdstuk XXII, vers 5.3De uitleggers komen daarin overeen, dat het overige gedeelte van dit hoofdstuk tegenAboe Jahl, Mahometsgrootsten tegenstander, werd geopenbaard.4Aboe Jahldreigde namelijk, dat indien hijMahometgedurende het gebed mocht betrappen, hij zijn voet op diens nek zou plaatsen. Toen hij echter kwam en hem in die houding zag, wendde hij zich plotseling verschrikt af. Men vroeg hem wat daarvan de reden was, en hij antwoordde, dat er een kuil met vuur tusschen enMahometgeplaatst was, en eene vreeselijke verzameling van manschappen, om dezen te verdedigen (Al Beidâwi.)5ZieHoofdstuk XI, vers 59noot.6Zijnde de raad of vergadering der voornaamste bewoners vanMekka, waarvan verreweg het grootste gedeelte partijgangers vanAboe Jahlwaren.Zeven en Negentigste Hoofdstuk.Al Kadr1.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—5 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, wij hebben den Koran in den nacht vanal Kadrnedergezonden.2.En wat zal u doen begrijpen, hoe uitstekend de nacht vanal Kadris?3.Beter dan duizend maanden.4.In dien nacht dalen de engelen en de geestGabriëlsdoor Gods bevel neder, met Zijne besluiten omtrent alles2.5.Het is vrede, tot het rijzenvanden dageraad.1Kadrbeteekent macht en eer of waardigheid, en ook de goddelijke of onverwrikbare besluiten. Men zou deze plaats metHoofdstuk XLIV vers 2en 3 kunnen vergelijken. Het is in den nacht vanal Kadr, welken men gelooft, die van den 23sten of 24sten van de maandRamadhante zijn, dat de Koran in zijn geheel aanMahometwerd geopenbaard. In dien nacht worden de aangelegenheden des heelals vastgesteld, en voor het geheele jaar besloten.2ZieHoofdstuk XLIV vers 3.Acht en Negentigste Hoofdstuk.Het duidelijke Teeken.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De ongeloovigen onder hen, aan wie de schriften werdengegeven en onder de afgodendienaars wankelden niet, dan nadat het duidelijke teeken tot hen was gekomen;2.Een zendeling van God, die hun zuivere boeken der openbaring voorlas, waarin rechtvaardige gesprekken zijn bevat.3.Nimmer waren zij, aan welke de schriften werden gegeven, onder elkander verdeeld, dan nadat het duidelijke teeken tot hen was gekomen.4.En in de schriften werd hun niets anders bevolen dan God te aanbidden, Hem den zuiveren godsdienst te wijden en vroom te zijn, en standvastig in het gebed te wezen en aalmoezen te geven; en dit is de ware godsdienst.5.Waarlijk, zij die niet gelooven, onder hen die de schriften hebben ontvangen en onder de afgodendienaars, zullen in het vuur der hel geworpen worden, om daarin voor eeuwig te verblijven. Deze zijn de slechtste van alle schepselen,6.Maar zij die gelooven en goede werken doen, dit zijn de beste van alle schepselen.7.Hunne belooning met hunnen Heer bestaat in tuinen van eeuwig verblijf met rivieren doorsneden1. Eeuwig zullen zij daarinverblijven.8.God zal voldaan over hen wezen, en zij zullen voldaan zijn over Hem. Dit is gereed gemaakt voor hem, die zijn Heer vreest.1Ziehoofdstuk IX, vers 73, noot.Negen en Negentigste Hoofdstuk.De Aardbeving.Geopenbaard teMekka, of teMedina—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de aarde door een aardbeving1zal geschud worden,2.En de aarde haren last zal wegwerpen.3.En de mensch zal zeggen: Wat schort haar?4.Op dien dag zal zij hare tijdingen verklaren.5.Volgens hetgeen uw Heer haar zal ingeven2.6.Op dien dag zullen de menschen in onderscheiden klassen voorwaarts gaan, om hunne werken te aanschouwen.7.En wie slechts goed zal gedaan hebben, ter zwaarte van een atoom3, zal dat aanschouwen.8.En wie slechts kwaad zal gedaan hebben ter zwaarte van een atoom, zal dat aanschouwen.1Deze aardbeving zal bij den eersten of, zooals anderen zeggen, bij den tweeden klank der trompet plaats hebben (Al Zamakhshari, Al Beidâwi).2Zijnde: zij zal alle schepselen omtrent de oorzaak harer schudding onderrichten, en hare schatten en hare dooden uitwerpen.3Ziehoofdstuk IV, vers 44, noot.Honderdste Hoofdstuk.De Oorlogspaarden.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—11 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de oorlogspaarden, die snel en hoorbaar hijgend ten strijd draven.2.En bij de oorlogspaarden die vuur slaan door het aanraken (der steenen met hunne hoeven);3.Bij hen die plotseling en vroeg in den ochtend, een inval bij den vijand doen,4.Daar het stof doen oprijzen,5.En zich door het midden der vijandelijke troepen een weg banen1;6.Waarlijk, de mensch is ondankbaar jegens zijn Heer;7.En hij is getuige daarvan;8.En hij is ontembaar in zijne liefde voor het wereldsche goed.9.Weet hij dan niet dat hetgene zich in de graven bevindt, weder zal oprijzen,10.En dat hetgene zich in de borst der menschen bevindt, aan het licht gebracht zal worden,11.En dat hun Heer volkomen onderricht omtrent hem zal zijn?1Sommigen willen, dat dit geen paarden zijn, maar de kameelen, die in den slag vanBedrwerden gebruikt (Yahya,ex trad.Ali Ebn Abi Taleb).Honderd en Eerste Hoofdstuk.De Slag.Geopenbaard teMekka.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De slag1. Wat is de slag?2.En wat zal u doen begrijpen, hoe vreeselijk de slag zal wezen?3.Op dien dag zullen de menschen als kapellen verspreid zijn,4.En de bergen zullen als gekamde wol van verschillende kleuren worden, die door den wind is voortgedreven;5, Maar hij, wiens weegschaal met goede werken zal bezwaard wezen, zal een behagelijk leven leiden.6.Doch hij wiens weegschaal licht zal zijn, diens woning zal de kuil der hel wezen2.7.Wat zal u doen begrijpen, hoe vreeselijk de kuil der hel is?8.Het is een brandend vuur.1Dit is een der namen van den jongsten dag.2Het oorspronkelijke woordelâwiyet, is de naam van de onderste afdeeling der hel, en beteekent waarschijnlijk een diepe put of wel een afgrond.Honderd en Tweede Hoofdstuk.De Begeerte om zich te Verrijken.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De naijverige begeerte, rijkdommen en kinderen te vermeerderen, houdt u bezig2.Tot gij in het graf nederdaalt.3.(Gij zult uwen tijd) volstrekt niet (aldus gebruiken); Hiernamaals zult gij uwe dwaasheid kennen.4.Nogmaals, volstrekt niet: hiernamaals zult gij uwe dwaasheid kennen.5.Volstrekt niet. Indien gij het gevolg hiervan met zekerheid kendet, zoudt gij niet aldus handelen.6.Waarlijk, gij zult de hel zien.7.Nogmaals; gij zult die zekerlijk met het oog der zekerheid zien.8.Dan zult gij op dien dag ondervraagd worden, nopens de uitspanningen waarmede gij u in dit leven hebt vermaakt.Honderd en derde hoofdstuk.De Namiddag.Geopenbaard teMekka,—3 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den namiddag1.2.Waarlijk, de mensch bewerkt zijn verderf.3.Behalve zij die gelooven en doen wat rechtvaardig is, en wederkeerig de waarheid aanbevelen en elkander wederkeerig tot volharding aansporen.1Of den tijd waarop de zon zijn ondergang nadert, zijnde een der vijf voor het gebed bepaalde tijdstippen. Het oorspronkelijke woord beteekent ook de eeuw of den tijd in het algemeen.Honderd en Vierde Hoofdstuk.De Lasteraar.Geopenbaard teMekka—9 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Wee over iederen lasteraar en leugenaar1,2.Die rijkdommen opstapelt, en deze voor de toekomst bewaart.3.Hij denkt dat zijne rijkdommen hem onsterfelijk maken.4.Volstrekt niet. Hij zal zekerlijk inAl-Hotama2geworpen worden.5.En wie zal u doen begrijpen watAl-Hotamais?6.Het is het aangestoken vuur van God,7.Dat boven de harten zal opstijgen van hen (die er in geworpen zullen worden).8.Waarlijk, het zal als een gewelfd dak wezen.9.Dat, gesteund door groote kolommen, boven hen zal zijn.1Deze plaats wordt gezegd tegenAl Akhnas Ebn Shoreikofal Walid Ebn al Mogheira, of wel tegenOmmeyya Ebn Khalfgeopenbaard te zijn, die allen van lastering, vooral opzichtens den profeet, beschuldigd werden (Al Zamakhshari, Al Beidâwi, Jallalo’ddin).2Al-Hotamais een der namen van de hel of van eene harer afdeelingen, aldus genaamd, omdat zij alles in stukken breekt, wat daarin geworpen wordt.Honderd en Vijfde Hoofdstuk.De Olifant.1Geopenbaard teMekka.—5 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Hebt gij gezien, hoe uw Heer met de meesters van den olifant handelt?2.Heeft hij hunne verraderlijke plannen nietdoen strekken om hen in dwaling te leiden,3.En troepen vogels (Ababils) tegen hen te zenden,4.Die steenen van gebakken klei op hen nederwierpen,5.En hen het aanzien gaven van de bladeren van het koren, dat door het vee was afgegeten?1Dit hoofdstuk heeft betrekking op de volgende omstandigheid:Abraha Ebn al Sarah, bijgenaamdal Ashram(met den gespleten neus), koning of onderkoning vanYemen, een Ethiopiër van den Christelijken Godsdienst, had teSanaaeen prachtige kerk gebouwd, en dwong de Arabieren daarheen in bedevaart te gaan, in plaats van naar denCaaba-tempel. De Koreïshieten zonden daarop een man van den stam vanKenanahdes nachts naar de kerk welke hij op schandelijke wijze ontheiligde.Abrahaondernam daarop een expeditie naar denCaaba-tempel, ten einde die te verwoesten. Volgens de overlevering verloorAbrahazijn geheel leger, dat door de vogels (ababils) werd aangevallen, diedoodelijke pijlen op hen schoten. Toen menMekkain het gezicht had, knielde de witte olifant, waaropAbrahareed, neder, als een teeken van vereering.Abrahaontving den naam van den meester, of van den man met den olifant; zijn leger, dat van de mannen van den olifant, terwijl het jaar der expeditie, dat van den olifant werd genoemd.C. Sprengel(Gesch. der Medizin) is van meening, dat de genoemde vogels, niet anders waren dan pestbuilen en pokken.Von Hammer(GemäldesaalI. 24), beroept zich op eene der levensbeschrijvingen vanMahomet, volgens welke de pokken zich juist in het jaar van den olifant inArabiëvoor het eerst zouden hebben vertoond.Honderd en Zesde Hoofdstuk.De Koreïshieten.Geopenbaard teMekka.—4 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ter vereeniging van den stam der Koreïshieten1;2.Te hunner vereeniging, om de karavaan van kooplieden in den winter en den zomer weg te zenden!3.Laten zij den Heer van dit huis dienen, die hen van voedsel tegen den honger voorziet.4.En hen tegen vrees heeft verzekerd2.1Sommigen brengen deze woorden met de volgende in verband, en veronderstellen dat het aldus moet luiden: Laat hen den Heer van dit huis dienen, voor de vereeniging, enz. Anderen brengen de woorden met het voorafgaande hoofdstuk in verband, en leiden daaruit af, dat God het leger vanAbrahaaldus verdelgde, ter vereeniging der Koreïshieten, enz.2Door hen vanAbrahaen zijn leger te verlossen, of door het grondgebied vanMekkatot eene plaats van zekerheid te maken.Honderd en Zevende Hoofdstuk.De Aalmoes.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—7 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Wat dunkt u van hem, die het toekomstige oordeel als eene valschheid loochent?2.Het is degeen, die den wees verstoot1.3.En anderen niet aanspoort den arme te voeden.4.Wee over hen, die bidden,5.Maar die achteloos in hun gebed zijn;6.Die de huichelaars spelen.7.En (den behoeftige) de noodige aalmoes (gereedschappen) onthouden.1Volgens sommigen is de hier bedoelde persoonAboe Jahl, die een wees verstootte, wiens beschermer hij was, en die naakt tot hem kwam, om hem eenigen bijstand van zijn eigen geld te verzoeken. Anderen zeggen, datAboe SofianofWalid Ebn al Mogheirawas.Honderd en Achtste Hoofdstuk.Al Kauther.Gegeven teMekka1.—3 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, wij hebben ual Kauther2gegeven.2.Bid tot uwen Heer, en dood de slachtoffers3.3.Waarlijk, hij die u haat, zal kinderloos wezen4.1Sommigen denken echter, dat het teMedinawerd geopenbaard.2Dit is de naam van eene rivier in het paradijs.3Die bij den pelgrimstocht in de vallei vanal Minamoeten geslacht worden.4Deze woorden werden geopenbaard tegenAs Ebn Wayel, die bij den dood van den zoon vanMahomet, al Kasem, den profeetAbtar(kinderloos) noemde (Jallalo’ddin).Honderd en Negende Hoofdstuk.De Ongeloovigen.Geopenbaard teMekka.—6 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: O ongeloovigen1!2.Ik zal niet aanbidden wat gij aanbidt,3.Noch zult gij aanbidden wat ik aanbid.4.Ik aanbid geenzins wat gij aanbidt.5.Gij aanbidt niet wat ik aanbid.6.Gij hebt uw Godsdienst, en ik heb mijn godsdienst.1Men zegt, dat sommigen der Koreïshieten eens aanMahometvoorstelden, dat, indien hij hunne goden gedurende een jaar zou willen aanbidden, zij zijnen God gedurende dezelfde tijdruimte zouden vereeren, waarop dit hoofdstuk werd geopenbaard (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).Honderd en Tiende Hoofdstuk.De Hulp.Geopenbaard teMekka.—3 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de hulp van God zal komen en de overwinning1,2.En gij het volk tot Gods eeredienst bij scharen zult zien binnengaan2. Verkondig den lof van uwen Heer en vraag vergiffenis van hem; want hij is vergevensgezind.1Zijnde: als God u over uwe vijanden zal doen heerschen en gij de stadMekkazult innemen.2Hetgeen in het negende jaar derHedjiravoorviel, toenMahomet, nadat hij zich vanMekkahad meester gemaakt, de Koreïshieten dwong, zich aan hem te onderwerpen, waarop de overige Arabieren in grooten getale tot hem kwamen, en den Islam beleden.Honderd en Elfde Hoofdstuk.Aboe Lahab.Geopenbaard teMekka—5 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De handen vanAboe Lahab1zullen ten verderve gaan, en hij zelf verdorven worden.2.Zijne rijkdommen zullen hem van geen voordeel zijn, noch datgene wat hij heeft gewonnen.3.Hij zal heengaan om in het vuur verbrand te worden.4.Als ook zijne vrouw, die hout draagt2.5.Terwijl zij om haren hals eene koord van geweven vezelen van den palmboom heeft.1Aboe Lahabwas de oom vanMahometen tegelijkertijd een zijner onverzoenlijkste vijanden. Sommige uitleggers doen opmerken, datde handen, de fortuin of de bezittingen beteekenen.2Voor het vuur der hel.Omm Djemil, de vrouw vanAboe Lahabstookte namelijk den haat aan, dien haar echtgenootMahomettoedroeg. Men zegt zelfs dat zij des nachts doornen en distels op den weg van den profeet strooide (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).Honderd en Twaalfde Hoofdstuk.Gods Eenheid1.Geopenbaard teMekkaof teMedina—4 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: God is een eenig God.2.De eeuwige God.3.Hij baarde niet, en werd niet gebaard.4.En niemand is Hem in eenig opzicht gelijk.1Dit hoofdstuk wordt door de Arabieren bijzonder vereerd. Volgens eene overlevering zouMahometgezegd hebben, dat het met een derde gedeelte van den geheelen Koran gelijk stond.Honderd en Dertiende Hoofdstuk.1De Dageraad.Geopenbaard teMekkaof teMedina—5 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: Ik zoek mijn toevlucht bij den Heer van den dageraad,2.Opdat hij mij moge bevrijden van de boosheid der schepselen, welke hij heeft geschapen.3.En van het kwaad des nachts, als die invalt.4.En van het kwaad der vrouwen die op knoopen blazen2,5.En van het kwaad van den benijder, als hij ons benijdt.1Dit Hoofdstuk en het volgende, wordenelmoeawidhetanigenoemd of de twee beveiligende hoofdstukken, omdat zij met de woordenik zoek mijne toevluchtbeginnen. Zij worden daarom als amuletten gedragen. Dit Hoofdstuk beveiligt tegen de ongelukken des lichaams, en het andere voor de gevaren der ziel.2Sommige uitleggers gelooven, dat men onder dezen naam de vrouwen in het algemeen moet verstaan, die door hare listen de plannen en besluiten der mannen verwarren. Anderen gelooven, dat hier de Joodsche toovenaressen worden bedoeld, die knoopen maakten en daarop bliezen, om iemand te betooveren. Men zegt datMahometdoor een Jood werd betooverd, die elf knoopen in een koord had gemaakt, welke hij in een put ophing. De engelGabriëlopenbaarde daarop niet alleen het geheim derbetoovering, maar ook de beide hoofdstukken. Elken keer dat hij deze hoofdstukken las, ging een der knoopen uit elkander, enMahometgenas.Honderd en Veertiende Hoofdstuk.De Menschen.Geopenbaard teMekkaof teMedina—6 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: Ik zoek mijne toevlucht bij den Heer der menschen,2.Den Koning der menschen,3.Den God der menschen;4.Dat hij mij bevrijde van de boosheid van den luisteraar, die snoode gedachten inblaast en zich dan verborgen terugtrekt1.5.Die kwaade ingevingen der menschen aan de harten toefluistert.6.Tegen de geniussen en de menschen.Einde van den Koran.1Zijnde de duivel, die zich terugtrekt als een mensch God noemt, of toevlucht tot zijne bescherming neemt.
Zes en Negentigste Hoofdstuk.Het gestolde Bloed.Geopenbaard teMekka1.—19 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Lees in naam van uwen Heer, die alle dingen heeft geschapen.2.Die den mensch van gestold bloed schiep2.3.Lees; want uw Heer is de weldadigste;4.Die (den mensch) het gebruik van de pen leerde;5.Die den mensch leerde, wat hij niet kende.6.Waarlijk. Maar de mensch wordtweêrspannig.7.Omdat hij ziet, dat hij overvloedige rijkdommen heeft3.8.Waarlijk, tot uw Heer zal de terugkeer van alles zijn.9.Wat denkt gij van hem, die verbiedt.10.Onzen dienaar als hij bidt4?11.Wat denkt gij, indien hij de ware richting zouvolgen.12.Of vroomheid bevelen?13.Wat denkt gij, indien hij de goddelijke openbaringen van valschheid beschuldigt, en zijn rug toewendt?14.Weet hij niet, dat God hetziet?15.Ja, waarlijk indien hij niet ophoudt, zullen wij hem bij de haren van zijn voorhoofd grijpen5,16.Van zijn leugenachtig en zondig voorhoofd.17.En laat hem zijn raad6te zijner hulpe roepen.18.Ook wij zullen de helsche wachten roepen, om hem in de hel te werpen.19.Waarlijk, gehoorzaam hem niet, maar ga voort God te aanbidden, en tracht hem te naderen.1Deze eerste vijf verzen van dit hoofdstuk worden algemeen voor de eerste plaats gehouden, welke van denKoranwerd geopenbaard, terwijlMahometeenzaam en in gepeins verzonken op den bergHarrawas. Sommigen echter zeggen dit vanSoera LXXIV.2ZieHoofdstuk XXII, vers 5.3De uitleggers komen daarin overeen, dat het overige gedeelte van dit hoofdstuk tegenAboe Jahl, Mahometsgrootsten tegenstander, werd geopenbaard.4Aboe Jahldreigde namelijk, dat indien hijMahometgedurende het gebed mocht betrappen, hij zijn voet op diens nek zou plaatsen. Toen hij echter kwam en hem in die houding zag, wendde hij zich plotseling verschrikt af. Men vroeg hem wat daarvan de reden was, en hij antwoordde, dat er een kuil met vuur tusschen enMahometgeplaatst was, en eene vreeselijke verzameling van manschappen, om dezen te verdedigen (Al Beidâwi.)5ZieHoofdstuk XI, vers 59noot.6Zijnde de raad of vergadering der voornaamste bewoners vanMekka, waarvan verreweg het grootste gedeelte partijgangers vanAboe Jahlwaren.Zeven en Negentigste Hoofdstuk.Al Kadr1.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—5 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, wij hebben den Koran in den nacht vanal Kadrnedergezonden.2.En wat zal u doen begrijpen, hoe uitstekend de nacht vanal Kadris?3.Beter dan duizend maanden.4.In dien nacht dalen de engelen en de geestGabriëlsdoor Gods bevel neder, met Zijne besluiten omtrent alles2.5.Het is vrede, tot het rijzenvanden dageraad.1Kadrbeteekent macht en eer of waardigheid, en ook de goddelijke of onverwrikbare besluiten. Men zou deze plaats metHoofdstuk XLIV vers 2en 3 kunnen vergelijken. Het is in den nacht vanal Kadr, welken men gelooft, die van den 23sten of 24sten van de maandRamadhante zijn, dat de Koran in zijn geheel aanMahometwerd geopenbaard. In dien nacht worden de aangelegenheden des heelals vastgesteld, en voor het geheele jaar besloten.2ZieHoofdstuk XLIV vers 3.Acht en Negentigste Hoofdstuk.Het duidelijke Teeken.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De ongeloovigen onder hen, aan wie de schriften werdengegeven en onder de afgodendienaars wankelden niet, dan nadat het duidelijke teeken tot hen was gekomen;2.Een zendeling van God, die hun zuivere boeken der openbaring voorlas, waarin rechtvaardige gesprekken zijn bevat.3.Nimmer waren zij, aan welke de schriften werden gegeven, onder elkander verdeeld, dan nadat het duidelijke teeken tot hen was gekomen.4.En in de schriften werd hun niets anders bevolen dan God te aanbidden, Hem den zuiveren godsdienst te wijden en vroom te zijn, en standvastig in het gebed te wezen en aalmoezen te geven; en dit is de ware godsdienst.5.Waarlijk, zij die niet gelooven, onder hen die de schriften hebben ontvangen en onder de afgodendienaars, zullen in het vuur der hel geworpen worden, om daarin voor eeuwig te verblijven. Deze zijn de slechtste van alle schepselen,6.Maar zij die gelooven en goede werken doen, dit zijn de beste van alle schepselen.7.Hunne belooning met hunnen Heer bestaat in tuinen van eeuwig verblijf met rivieren doorsneden1. Eeuwig zullen zij daarinverblijven.8.God zal voldaan over hen wezen, en zij zullen voldaan zijn over Hem. Dit is gereed gemaakt voor hem, die zijn Heer vreest.1Ziehoofdstuk IX, vers 73, noot.Negen en Negentigste Hoofdstuk.De Aardbeving.Geopenbaard teMekka, of teMedina—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de aarde door een aardbeving1zal geschud worden,2.En de aarde haren last zal wegwerpen.3.En de mensch zal zeggen: Wat schort haar?4.Op dien dag zal zij hare tijdingen verklaren.5.Volgens hetgeen uw Heer haar zal ingeven2.6.Op dien dag zullen de menschen in onderscheiden klassen voorwaarts gaan, om hunne werken te aanschouwen.7.En wie slechts goed zal gedaan hebben, ter zwaarte van een atoom3, zal dat aanschouwen.8.En wie slechts kwaad zal gedaan hebben ter zwaarte van een atoom, zal dat aanschouwen.1Deze aardbeving zal bij den eersten of, zooals anderen zeggen, bij den tweeden klank der trompet plaats hebben (Al Zamakhshari, Al Beidâwi).2Zijnde: zij zal alle schepselen omtrent de oorzaak harer schudding onderrichten, en hare schatten en hare dooden uitwerpen.3Ziehoofdstuk IV, vers 44, noot.Honderdste Hoofdstuk.De Oorlogspaarden.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—11 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de oorlogspaarden, die snel en hoorbaar hijgend ten strijd draven.2.En bij de oorlogspaarden die vuur slaan door het aanraken (der steenen met hunne hoeven);3.Bij hen die plotseling en vroeg in den ochtend, een inval bij den vijand doen,4.Daar het stof doen oprijzen,5.En zich door het midden der vijandelijke troepen een weg banen1;6.Waarlijk, de mensch is ondankbaar jegens zijn Heer;7.En hij is getuige daarvan;8.En hij is ontembaar in zijne liefde voor het wereldsche goed.9.Weet hij dan niet dat hetgene zich in de graven bevindt, weder zal oprijzen,10.En dat hetgene zich in de borst der menschen bevindt, aan het licht gebracht zal worden,11.En dat hun Heer volkomen onderricht omtrent hem zal zijn?1Sommigen willen, dat dit geen paarden zijn, maar de kameelen, die in den slag vanBedrwerden gebruikt (Yahya,ex trad.Ali Ebn Abi Taleb).Honderd en Eerste Hoofdstuk.De Slag.Geopenbaard teMekka.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De slag1. Wat is de slag?2.En wat zal u doen begrijpen, hoe vreeselijk de slag zal wezen?3.Op dien dag zullen de menschen als kapellen verspreid zijn,4.En de bergen zullen als gekamde wol van verschillende kleuren worden, die door den wind is voortgedreven;5, Maar hij, wiens weegschaal met goede werken zal bezwaard wezen, zal een behagelijk leven leiden.6.Doch hij wiens weegschaal licht zal zijn, diens woning zal de kuil der hel wezen2.7.Wat zal u doen begrijpen, hoe vreeselijk de kuil der hel is?8.Het is een brandend vuur.1Dit is een der namen van den jongsten dag.2Het oorspronkelijke woordelâwiyet, is de naam van de onderste afdeeling der hel, en beteekent waarschijnlijk een diepe put of wel een afgrond.Honderd en Tweede Hoofdstuk.De Begeerte om zich te Verrijken.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De naijverige begeerte, rijkdommen en kinderen te vermeerderen, houdt u bezig2.Tot gij in het graf nederdaalt.3.(Gij zult uwen tijd) volstrekt niet (aldus gebruiken); Hiernamaals zult gij uwe dwaasheid kennen.4.Nogmaals, volstrekt niet: hiernamaals zult gij uwe dwaasheid kennen.5.Volstrekt niet. Indien gij het gevolg hiervan met zekerheid kendet, zoudt gij niet aldus handelen.6.Waarlijk, gij zult de hel zien.7.Nogmaals; gij zult die zekerlijk met het oog der zekerheid zien.8.Dan zult gij op dien dag ondervraagd worden, nopens de uitspanningen waarmede gij u in dit leven hebt vermaakt.Honderd en derde hoofdstuk.De Namiddag.Geopenbaard teMekka,—3 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den namiddag1.2.Waarlijk, de mensch bewerkt zijn verderf.3.Behalve zij die gelooven en doen wat rechtvaardig is, en wederkeerig de waarheid aanbevelen en elkander wederkeerig tot volharding aansporen.1Of den tijd waarop de zon zijn ondergang nadert, zijnde een der vijf voor het gebed bepaalde tijdstippen. Het oorspronkelijke woord beteekent ook de eeuw of den tijd in het algemeen.Honderd en Vierde Hoofdstuk.De Lasteraar.Geopenbaard teMekka—9 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Wee over iederen lasteraar en leugenaar1,2.Die rijkdommen opstapelt, en deze voor de toekomst bewaart.3.Hij denkt dat zijne rijkdommen hem onsterfelijk maken.4.Volstrekt niet. Hij zal zekerlijk inAl-Hotama2geworpen worden.5.En wie zal u doen begrijpen watAl-Hotamais?6.Het is het aangestoken vuur van God,7.Dat boven de harten zal opstijgen van hen (die er in geworpen zullen worden).8.Waarlijk, het zal als een gewelfd dak wezen.9.Dat, gesteund door groote kolommen, boven hen zal zijn.1Deze plaats wordt gezegd tegenAl Akhnas Ebn Shoreikofal Walid Ebn al Mogheira, of wel tegenOmmeyya Ebn Khalfgeopenbaard te zijn, die allen van lastering, vooral opzichtens den profeet, beschuldigd werden (Al Zamakhshari, Al Beidâwi, Jallalo’ddin).2Al-Hotamais een der namen van de hel of van eene harer afdeelingen, aldus genaamd, omdat zij alles in stukken breekt, wat daarin geworpen wordt.Honderd en Vijfde Hoofdstuk.De Olifant.1Geopenbaard teMekka.—5 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Hebt gij gezien, hoe uw Heer met de meesters van den olifant handelt?2.Heeft hij hunne verraderlijke plannen nietdoen strekken om hen in dwaling te leiden,3.En troepen vogels (Ababils) tegen hen te zenden,4.Die steenen van gebakken klei op hen nederwierpen,5.En hen het aanzien gaven van de bladeren van het koren, dat door het vee was afgegeten?1Dit hoofdstuk heeft betrekking op de volgende omstandigheid:Abraha Ebn al Sarah, bijgenaamdal Ashram(met den gespleten neus), koning of onderkoning vanYemen, een Ethiopiër van den Christelijken Godsdienst, had teSanaaeen prachtige kerk gebouwd, en dwong de Arabieren daarheen in bedevaart te gaan, in plaats van naar denCaaba-tempel. De Koreïshieten zonden daarop een man van den stam vanKenanahdes nachts naar de kerk welke hij op schandelijke wijze ontheiligde.Abrahaondernam daarop een expeditie naar denCaaba-tempel, ten einde die te verwoesten. Volgens de overlevering verloorAbrahazijn geheel leger, dat door de vogels (ababils) werd aangevallen, diedoodelijke pijlen op hen schoten. Toen menMekkain het gezicht had, knielde de witte olifant, waaropAbrahareed, neder, als een teeken van vereering.Abrahaontving den naam van den meester, of van den man met den olifant; zijn leger, dat van de mannen van den olifant, terwijl het jaar der expeditie, dat van den olifant werd genoemd.C. Sprengel(Gesch. der Medizin) is van meening, dat de genoemde vogels, niet anders waren dan pestbuilen en pokken.Von Hammer(GemäldesaalI. 24), beroept zich op eene der levensbeschrijvingen vanMahomet, volgens welke de pokken zich juist in het jaar van den olifant inArabiëvoor het eerst zouden hebben vertoond.Honderd en Zesde Hoofdstuk.De Koreïshieten.Geopenbaard teMekka.—4 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ter vereeniging van den stam der Koreïshieten1;2.Te hunner vereeniging, om de karavaan van kooplieden in den winter en den zomer weg te zenden!3.Laten zij den Heer van dit huis dienen, die hen van voedsel tegen den honger voorziet.4.En hen tegen vrees heeft verzekerd2.1Sommigen brengen deze woorden met de volgende in verband, en veronderstellen dat het aldus moet luiden: Laat hen den Heer van dit huis dienen, voor de vereeniging, enz. Anderen brengen de woorden met het voorafgaande hoofdstuk in verband, en leiden daaruit af, dat God het leger vanAbrahaaldus verdelgde, ter vereeniging der Koreïshieten, enz.2Door hen vanAbrahaen zijn leger te verlossen, of door het grondgebied vanMekkatot eene plaats van zekerheid te maken.Honderd en Zevende Hoofdstuk.De Aalmoes.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—7 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Wat dunkt u van hem, die het toekomstige oordeel als eene valschheid loochent?2.Het is degeen, die den wees verstoot1.3.En anderen niet aanspoort den arme te voeden.4.Wee over hen, die bidden,5.Maar die achteloos in hun gebed zijn;6.Die de huichelaars spelen.7.En (den behoeftige) de noodige aalmoes (gereedschappen) onthouden.1Volgens sommigen is de hier bedoelde persoonAboe Jahl, die een wees verstootte, wiens beschermer hij was, en die naakt tot hem kwam, om hem eenigen bijstand van zijn eigen geld te verzoeken. Anderen zeggen, datAboe SofianofWalid Ebn al Mogheirawas.Honderd en Achtste Hoofdstuk.Al Kauther.Gegeven teMekka1.—3 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, wij hebben ual Kauther2gegeven.2.Bid tot uwen Heer, en dood de slachtoffers3.3.Waarlijk, hij die u haat, zal kinderloos wezen4.1Sommigen denken echter, dat het teMedinawerd geopenbaard.2Dit is de naam van eene rivier in het paradijs.3Die bij den pelgrimstocht in de vallei vanal Minamoeten geslacht worden.4Deze woorden werden geopenbaard tegenAs Ebn Wayel, die bij den dood van den zoon vanMahomet, al Kasem, den profeetAbtar(kinderloos) noemde (Jallalo’ddin).Honderd en Negende Hoofdstuk.De Ongeloovigen.Geopenbaard teMekka.—6 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: O ongeloovigen1!2.Ik zal niet aanbidden wat gij aanbidt,3.Noch zult gij aanbidden wat ik aanbid.4.Ik aanbid geenzins wat gij aanbidt.5.Gij aanbidt niet wat ik aanbid.6.Gij hebt uw Godsdienst, en ik heb mijn godsdienst.1Men zegt, dat sommigen der Koreïshieten eens aanMahometvoorstelden, dat, indien hij hunne goden gedurende een jaar zou willen aanbidden, zij zijnen God gedurende dezelfde tijdruimte zouden vereeren, waarop dit hoofdstuk werd geopenbaard (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).Honderd en Tiende Hoofdstuk.De Hulp.Geopenbaard teMekka.—3 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de hulp van God zal komen en de overwinning1,2.En gij het volk tot Gods eeredienst bij scharen zult zien binnengaan2. Verkondig den lof van uwen Heer en vraag vergiffenis van hem; want hij is vergevensgezind.1Zijnde: als God u over uwe vijanden zal doen heerschen en gij de stadMekkazult innemen.2Hetgeen in het negende jaar derHedjiravoorviel, toenMahomet, nadat hij zich vanMekkahad meester gemaakt, de Koreïshieten dwong, zich aan hem te onderwerpen, waarop de overige Arabieren in grooten getale tot hem kwamen, en den Islam beleden.Honderd en Elfde Hoofdstuk.Aboe Lahab.Geopenbaard teMekka—5 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De handen vanAboe Lahab1zullen ten verderve gaan, en hij zelf verdorven worden.2.Zijne rijkdommen zullen hem van geen voordeel zijn, noch datgene wat hij heeft gewonnen.3.Hij zal heengaan om in het vuur verbrand te worden.4.Als ook zijne vrouw, die hout draagt2.5.Terwijl zij om haren hals eene koord van geweven vezelen van den palmboom heeft.1Aboe Lahabwas de oom vanMahometen tegelijkertijd een zijner onverzoenlijkste vijanden. Sommige uitleggers doen opmerken, datde handen, de fortuin of de bezittingen beteekenen.2Voor het vuur der hel.Omm Djemil, de vrouw vanAboe Lahabstookte namelijk den haat aan, dien haar echtgenootMahomettoedroeg. Men zegt zelfs dat zij des nachts doornen en distels op den weg van den profeet strooide (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).Honderd en Twaalfde Hoofdstuk.Gods Eenheid1.Geopenbaard teMekkaof teMedina—4 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: God is een eenig God.2.De eeuwige God.3.Hij baarde niet, en werd niet gebaard.4.En niemand is Hem in eenig opzicht gelijk.1Dit hoofdstuk wordt door de Arabieren bijzonder vereerd. Volgens eene overlevering zouMahometgezegd hebben, dat het met een derde gedeelte van den geheelen Koran gelijk stond.Honderd en Dertiende Hoofdstuk.1De Dageraad.Geopenbaard teMekkaof teMedina—5 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: Ik zoek mijn toevlucht bij den Heer van den dageraad,2.Opdat hij mij moge bevrijden van de boosheid der schepselen, welke hij heeft geschapen.3.En van het kwaad des nachts, als die invalt.4.En van het kwaad der vrouwen die op knoopen blazen2,5.En van het kwaad van den benijder, als hij ons benijdt.1Dit Hoofdstuk en het volgende, wordenelmoeawidhetanigenoemd of de twee beveiligende hoofdstukken, omdat zij met de woordenik zoek mijne toevluchtbeginnen. Zij worden daarom als amuletten gedragen. Dit Hoofdstuk beveiligt tegen de ongelukken des lichaams, en het andere voor de gevaren der ziel.2Sommige uitleggers gelooven, dat men onder dezen naam de vrouwen in het algemeen moet verstaan, die door hare listen de plannen en besluiten der mannen verwarren. Anderen gelooven, dat hier de Joodsche toovenaressen worden bedoeld, die knoopen maakten en daarop bliezen, om iemand te betooveren. Men zegt datMahometdoor een Jood werd betooverd, die elf knoopen in een koord had gemaakt, welke hij in een put ophing. De engelGabriëlopenbaarde daarop niet alleen het geheim derbetoovering, maar ook de beide hoofdstukken. Elken keer dat hij deze hoofdstukken las, ging een der knoopen uit elkander, enMahometgenas.Honderd en Veertiende Hoofdstuk.De Menschen.Geopenbaard teMekkaof teMedina—6 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: Ik zoek mijne toevlucht bij den Heer der menschen,2.Den Koning der menschen,3.Den God der menschen;4.Dat hij mij bevrijde van de boosheid van den luisteraar, die snoode gedachten inblaast en zich dan verborgen terugtrekt1.5.Die kwaade ingevingen der menschen aan de harten toefluistert.6.Tegen de geniussen en de menschen.Einde van den Koran.1Zijnde de duivel, die zich terugtrekt als een mensch God noemt, of toevlucht tot zijne bescherming neemt.
Zes en Negentigste Hoofdstuk.Het gestolde Bloed.Geopenbaard teMekka1.—19 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Lees in naam van uwen Heer, die alle dingen heeft geschapen.2.Die den mensch van gestold bloed schiep2.3.Lees; want uw Heer is de weldadigste;4.Die (den mensch) het gebruik van de pen leerde;5.Die den mensch leerde, wat hij niet kende.6.Waarlijk. Maar de mensch wordtweêrspannig.7.Omdat hij ziet, dat hij overvloedige rijkdommen heeft3.8.Waarlijk, tot uw Heer zal de terugkeer van alles zijn.9.Wat denkt gij van hem, die verbiedt.10.Onzen dienaar als hij bidt4?11.Wat denkt gij, indien hij de ware richting zouvolgen.12.Of vroomheid bevelen?13.Wat denkt gij, indien hij de goddelijke openbaringen van valschheid beschuldigt, en zijn rug toewendt?14.Weet hij niet, dat God hetziet?15.Ja, waarlijk indien hij niet ophoudt, zullen wij hem bij de haren van zijn voorhoofd grijpen5,16.Van zijn leugenachtig en zondig voorhoofd.17.En laat hem zijn raad6te zijner hulpe roepen.18.Ook wij zullen de helsche wachten roepen, om hem in de hel te werpen.19.Waarlijk, gehoorzaam hem niet, maar ga voort God te aanbidden, en tracht hem te naderen.1Deze eerste vijf verzen van dit hoofdstuk worden algemeen voor de eerste plaats gehouden, welke van denKoranwerd geopenbaard, terwijlMahometeenzaam en in gepeins verzonken op den bergHarrawas. Sommigen echter zeggen dit vanSoera LXXIV.2ZieHoofdstuk XXII, vers 5.3De uitleggers komen daarin overeen, dat het overige gedeelte van dit hoofdstuk tegenAboe Jahl, Mahometsgrootsten tegenstander, werd geopenbaard.4Aboe Jahldreigde namelijk, dat indien hijMahometgedurende het gebed mocht betrappen, hij zijn voet op diens nek zou plaatsen. Toen hij echter kwam en hem in die houding zag, wendde hij zich plotseling verschrikt af. Men vroeg hem wat daarvan de reden was, en hij antwoordde, dat er een kuil met vuur tusschen enMahometgeplaatst was, en eene vreeselijke verzameling van manschappen, om dezen te verdedigen (Al Beidâwi.)5ZieHoofdstuk XI, vers 59noot.6Zijnde de raad of vergadering der voornaamste bewoners vanMekka, waarvan verreweg het grootste gedeelte partijgangers vanAboe Jahlwaren.
Zes en Negentigste Hoofdstuk.Het gestolde Bloed.Geopenbaard teMekka1.—19 verzen.
Geopenbaard teMekka1.—19 verzen.
Geopenbaard teMekka1.—19 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Lees in naam van uwen Heer, die alle dingen heeft geschapen.2.Die den mensch van gestold bloed schiep2.3.Lees; want uw Heer is de weldadigste;4.Die (den mensch) het gebruik van de pen leerde;5.Die den mensch leerde, wat hij niet kende.6.Waarlijk. Maar de mensch wordtweêrspannig.7.Omdat hij ziet, dat hij overvloedige rijkdommen heeft3.8.Waarlijk, tot uw Heer zal de terugkeer van alles zijn.9.Wat denkt gij van hem, die verbiedt.10.Onzen dienaar als hij bidt4?11.Wat denkt gij, indien hij de ware richting zouvolgen.12.Of vroomheid bevelen?13.Wat denkt gij, indien hij de goddelijke openbaringen van valschheid beschuldigt, en zijn rug toewendt?14.Weet hij niet, dat God hetziet?15.Ja, waarlijk indien hij niet ophoudt, zullen wij hem bij de haren van zijn voorhoofd grijpen5,16.Van zijn leugenachtig en zondig voorhoofd.17.En laat hem zijn raad6te zijner hulpe roepen.18.Ook wij zullen de helsche wachten roepen, om hem in de hel te werpen.19.Waarlijk, gehoorzaam hem niet, maar ga voort God te aanbidden, en tracht hem te naderen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Lees in naam van uwen Heer, die alle dingen heeft geschapen.2.Die den mensch van gestold bloed schiep2.3.Lees; want uw Heer is de weldadigste;4.Die (den mensch) het gebruik van de pen leerde;5.Die den mensch leerde, wat hij niet kende.6.Waarlijk. Maar de mensch wordtweêrspannig.7.Omdat hij ziet, dat hij overvloedige rijkdommen heeft3.8.Waarlijk, tot uw Heer zal de terugkeer van alles zijn.9.Wat denkt gij van hem, die verbiedt.10.Onzen dienaar als hij bidt4?11.Wat denkt gij, indien hij de ware richting zouvolgen.12.Of vroomheid bevelen?13.Wat denkt gij, indien hij de goddelijke openbaringen van valschheid beschuldigt, en zijn rug toewendt?14.Weet hij niet, dat God hetziet?15.Ja, waarlijk indien hij niet ophoudt, zullen wij hem bij de haren van zijn voorhoofd grijpen5,16.Van zijn leugenachtig en zondig voorhoofd.17.En laat hem zijn raad6te zijner hulpe roepen.18.Ook wij zullen de helsche wachten roepen, om hem in de hel te werpen.19.Waarlijk, gehoorzaam hem niet, maar ga voort God te aanbidden, en tracht hem te naderen.
1Deze eerste vijf verzen van dit hoofdstuk worden algemeen voor de eerste plaats gehouden, welke van denKoranwerd geopenbaard, terwijlMahometeenzaam en in gepeins verzonken op den bergHarrawas. Sommigen echter zeggen dit vanSoera LXXIV.2ZieHoofdstuk XXII, vers 5.3De uitleggers komen daarin overeen, dat het overige gedeelte van dit hoofdstuk tegenAboe Jahl, Mahometsgrootsten tegenstander, werd geopenbaard.4Aboe Jahldreigde namelijk, dat indien hijMahometgedurende het gebed mocht betrappen, hij zijn voet op diens nek zou plaatsen. Toen hij echter kwam en hem in die houding zag, wendde hij zich plotseling verschrikt af. Men vroeg hem wat daarvan de reden was, en hij antwoordde, dat er een kuil met vuur tusschen enMahometgeplaatst was, en eene vreeselijke verzameling van manschappen, om dezen te verdedigen (Al Beidâwi.)5ZieHoofdstuk XI, vers 59noot.6Zijnde de raad of vergadering der voornaamste bewoners vanMekka, waarvan verreweg het grootste gedeelte partijgangers vanAboe Jahlwaren.
1Deze eerste vijf verzen van dit hoofdstuk worden algemeen voor de eerste plaats gehouden, welke van denKoranwerd geopenbaard, terwijlMahometeenzaam en in gepeins verzonken op den bergHarrawas. Sommigen echter zeggen dit vanSoera LXXIV.
2ZieHoofdstuk XXII, vers 5.
3De uitleggers komen daarin overeen, dat het overige gedeelte van dit hoofdstuk tegenAboe Jahl, Mahometsgrootsten tegenstander, werd geopenbaard.
4Aboe Jahldreigde namelijk, dat indien hijMahometgedurende het gebed mocht betrappen, hij zijn voet op diens nek zou plaatsen. Toen hij echter kwam en hem in die houding zag, wendde hij zich plotseling verschrikt af. Men vroeg hem wat daarvan de reden was, en hij antwoordde, dat er een kuil met vuur tusschen enMahometgeplaatst was, en eene vreeselijke verzameling van manschappen, om dezen te verdedigen (Al Beidâwi.)
5ZieHoofdstuk XI, vers 59noot.
6Zijnde de raad of vergadering der voornaamste bewoners vanMekka, waarvan verreweg het grootste gedeelte partijgangers vanAboe Jahlwaren.
Zeven en Negentigste Hoofdstuk.Al Kadr1.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—5 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, wij hebben den Koran in den nacht vanal Kadrnedergezonden.2.En wat zal u doen begrijpen, hoe uitstekend de nacht vanal Kadris?3.Beter dan duizend maanden.4.In dien nacht dalen de engelen en de geestGabriëlsdoor Gods bevel neder, met Zijne besluiten omtrent alles2.5.Het is vrede, tot het rijzenvanden dageraad.1Kadrbeteekent macht en eer of waardigheid, en ook de goddelijke of onverwrikbare besluiten. Men zou deze plaats metHoofdstuk XLIV vers 2en 3 kunnen vergelijken. Het is in den nacht vanal Kadr, welken men gelooft, die van den 23sten of 24sten van de maandRamadhante zijn, dat de Koran in zijn geheel aanMahometwerd geopenbaard. In dien nacht worden de aangelegenheden des heelals vastgesteld, en voor het geheele jaar besloten.2ZieHoofdstuk XLIV vers 3.
Zeven en Negentigste Hoofdstuk.Al Kadr1.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—5 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina.—5 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina.—5 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, wij hebben den Koran in den nacht vanal Kadrnedergezonden.2.En wat zal u doen begrijpen, hoe uitstekend de nacht vanal Kadris?3.Beter dan duizend maanden.4.In dien nacht dalen de engelen en de geestGabriëlsdoor Gods bevel neder, met Zijne besluiten omtrent alles2.5.Het is vrede, tot het rijzenvanden dageraad.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Waarlijk, wij hebben den Koran in den nacht vanal Kadrnedergezonden.2.En wat zal u doen begrijpen, hoe uitstekend de nacht vanal Kadris?3.Beter dan duizend maanden.4.In dien nacht dalen de engelen en de geestGabriëlsdoor Gods bevel neder, met Zijne besluiten omtrent alles2.5.Het is vrede, tot het rijzenvanden dageraad.
1Kadrbeteekent macht en eer of waardigheid, en ook de goddelijke of onverwrikbare besluiten. Men zou deze plaats metHoofdstuk XLIV vers 2en 3 kunnen vergelijken. Het is in den nacht vanal Kadr, welken men gelooft, die van den 23sten of 24sten van de maandRamadhante zijn, dat de Koran in zijn geheel aanMahometwerd geopenbaard. In dien nacht worden de aangelegenheden des heelals vastgesteld, en voor het geheele jaar besloten.2ZieHoofdstuk XLIV vers 3.
1Kadrbeteekent macht en eer of waardigheid, en ook de goddelijke of onverwrikbare besluiten. Men zou deze plaats metHoofdstuk XLIV vers 2en 3 kunnen vergelijken. Het is in den nacht vanal Kadr, welken men gelooft, die van den 23sten of 24sten van de maandRamadhante zijn, dat de Koran in zijn geheel aanMahometwerd geopenbaard. In dien nacht worden de aangelegenheden des heelals vastgesteld, en voor het geheele jaar besloten.
2ZieHoofdstuk XLIV vers 3.
Acht en Negentigste Hoofdstuk.Het duidelijke Teeken.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De ongeloovigen onder hen, aan wie de schriften werdengegeven en onder de afgodendienaars wankelden niet, dan nadat het duidelijke teeken tot hen was gekomen;2.Een zendeling van God, die hun zuivere boeken der openbaring voorlas, waarin rechtvaardige gesprekken zijn bevat.3.Nimmer waren zij, aan welke de schriften werden gegeven, onder elkander verdeeld, dan nadat het duidelijke teeken tot hen was gekomen.4.En in de schriften werd hun niets anders bevolen dan God te aanbidden, Hem den zuiveren godsdienst te wijden en vroom te zijn, en standvastig in het gebed te wezen en aalmoezen te geven; en dit is de ware godsdienst.5.Waarlijk, zij die niet gelooven, onder hen die de schriften hebben ontvangen en onder de afgodendienaars, zullen in het vuur der hel geworpen worden, om daarin voor eeuwig te verblijven. Deze zijn de slechtste van alle schepselen,6.Maar zij die gelooven en goede werken doen, dit zijn de beste van alle schepselen.7.Hunne belooning met hunnen Heer bestaat in tuinen van eeuwig verblijf met rivieren doorsneden1. Eeuwig zullen zij daarinverblijven.8.God zal voldaan over hen wezen, en zij zullen voldaan zijn over Hem. Dit is gereed gemaakt voor hem, die zijn Heer vreest.1Ziehoofdstuk IX, vers 73, noot.
Acht en Negentigste Hoofdstuk.Het duidelijke Teeken.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—8 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina.—8 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina.—8 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De ongeloovigen onder hen, aan wie de schriften werdengegeven en onder de afgodendienaars wankelden niet, dan nadat het duidelijke teeken tot hen was gekomen;2.Een zendeling van God, die hun zuivere boeken der openbaring voorlas, waarin rechtvaardige gesprekken zijn bevat.3.Nimmer waren zij, aan welke de schriften werden gegeven, onder elkander verdeeld, dan nadat het duidelijke teeken tot hen was gekomen.4.En in de schriften werd hun niets anders bevolen dan God te aanbidden, Hem den zuiveren godsdienst te wijden en vroom te zijn, en standvastig in het gebed te wezen en aalmoezen te geven; en dit is de ware godsdienst.5.Waarlijk, zij die niet gelooven, onder hen die de schriften hebben ontvangen en onder de afgodendienaars, zullen in het vuur der hel geworpen worden, om daarin voor eeuwig te verblijven. Deze zijn de slechtste van alle schepselen,6.Maar zij die gelooven en goede werken doen, dit zijn de beste van alle schepselen.7.Hunne belooning met hunnen Heer bestaat in tuinen van eeuwig verblijf met rivieren doorsneden1. Eeuwig zullen zij daarinverblijven.8.God zal voldaan over hen wezen, en zij zullen voldaan zijn over Hem. Dit is gereed gemaakt voor hem, die zijn Heer vreest.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.De ongeloovigen onder hen, aan wie de schriften werdengegeven en onder de afgodendienaars wankelden niet, dan nadat het duidelijke teeken tot hen was gekomen;2.Een zendeling van God, die hun zuivere boeken der openbaring voorlas, waarin rechtvaardige gesprekken zijn bevat.3.Nimmer waren zij, aan welke de schriften werden gegeven, onder elkander verdeeld, dan nadat het duidelijke teeken tot hen was gekomen.4.En in de schriften werd hun niets anders bevolen dan God te aanbidden, Hem den zuiveren godsdienst te wijden en vroom te zijn, en standvastig in het gebed te wezen en aalmoezen te geven; en dit is de ware godsdienst.5.Waarlijk, zij die niet gelooven, onder hen die de schriften hebben ontvangen en onder de afgodendienaars, zullen in het vuur der hel geworpen worden, om daarin voor eeuwig te verblijven. Deze zijn de slechtste van alle schepselen,6.Maar zij die gelooven en goede werken doen, dit zijn de beste van alle schepselen.7.Hunne belooning met hunnen Heer bestaat in tuinen van eeuwig verblijf met rivieren doorsneden1. Eeuwig zullen zij daarinverblijven.8.God zal voldaan over hen wezen, en zij zullen voldaan zijn over Hem. Dit is gereed gemaakt voor hem, die zijn Heer vreest.
1Ziehoofdstuk IX, vers 73, noot.
1Ziehoofdstuk IX, vers 73, noot.
Negen en Negentigste Hoofdstuk.De Aardbeving.Geopenbaard teMekka, of teMedina—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de aarde door een aardbeving1zal geschud worden,2.En de aarde haren last zal wegwerpen.3.En de mensch zal zeggen: Wat schort haar?4.Op dien dag zal zij hare tijdingen verklaren.5.Volgens hetgeen uw Heer haar zal ingeven2.6.Op dien dag zullen de menschen in onderscheiden klassen voorwaarts gaan, om hunne werken te aanschouwen.7.En wie slechts goed zal gedaan hebben, ter zwaarte van een atoom3, zal dat aanschouwen.8.En wie slechts kwaad zal gedaan hebben ter zwaarte van een atoom, zal dat aanschouwen.1Deze aardbeving zal bij den eersten of, zooals anderen zeggen, bij den tweeden klank der trompet plaats hebben (Al Zamakhshari, Al Beidâwi).2Zijnde: zij zal alle schepselen omtrent de oorzaak harer schudding onderrichten, en hare schatten en hare dooden uitwerpen.3Ziehoofdstuk IV, vers 44, noot.
Negen en Negentigste Hoofdstuk.De Aardbeving.Geopenbaard teMekka, of teMedina—8 verzen.
Geopenbaard teMekka, of teMedina—8 verzen.
Geopenbaard teMekka, of teMedina—8 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de aarde door een aardbeving1zal geschud worden,2.En de aarde haren last zal wegwerpen.3.En de mensch zal zeggen: Wat schort haar?4.Op dien dag zal zij hare tijdingen verklaren.5.Volgens hetgeen uw Heer haar zal ingeven2.6.Op dien dag zullen de menschen in onderscheiden klassen voorwaarts gaan, om hunne werken te aanschouwen.7.En wie slechts goed zal gedaan hebben, ter zwaarte van een atoom3, zal dat aanschouwen.8.En wie slechts kwaad zal gedaan hebben ter zwaarte van een atoom, zal dat aanschouwen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Als de aarde door een aardbeving1zal geschud worden,2.En de aarde haren last zal wegwerpen.3.En de mensch zal zeggen: Wat schort haar?4.Op dien dag zal zij hare tijdingen verklaren.5.Volgens hetgeen uw Heer haar zal ingeven2.6.Op dien dag zullen de menschen in onderscheiden klassen voorwaarts gaan, om hunne werken te aanschouwen.7.En wie slechts goed zal gedaan hebben, ter zwaarte van een atoom3, zal dat aanschouwen.8.En wie slechts kwaad zal gedaan hebben ter zwaarte van een atoom, zal dat aanschouwen.
1Deze aardbeving zal bij den eersten of, zooals anderen zeggen, bij den tweeden klank der trompet plaats hebben (Al Zamakhshari, Al Beidâwi).2Zijnde: zij zal alle schepselen omtrent de oorzaak harer schudding onderrichten, en hare schatten en hare dooden uitwerpen.3Ziehoofdstuk IV, vers 44, noot.
1Deze aardbeving zal bij den eersten of, zooals anderen zeggen, bij den tweeden klank der trompet plaats hebben (Al Zamakhshari, Al Beidâwi).
2Zijnde: zij zal alle schepselen omtrent de oorzaak harer schudding onderrichten, en hare schatten en hare dooden uitwerpen.
3Ziehoofdstuk IV, vers 44, noot.
Honderdste Hoofdstuk.De Oorlogspaarden.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—11 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de oorlogspaarden, die snel en hoorbaar hijgend ten strijd draven.2.En bij de oorlogspaarden die vuur slaan door het aanraken (der steenen met hunne hoeven);3.Bij hen die plotseling en vroeg in den ochtend, een inval bij den vijand doen,4.Daar het stof doen oprijzen,5.En zich door het midden der vijandelijke troepen een weg banen1;6.Waarlijk, de mensch is ondankbaar jegens zijn Heer;7.En hij is getuige daarvan;8.En hij is ontembaar in zijne liefde voor het wereldsche goed.9.Weet hij dan niet dat hetgene zich in de graven bevindt, weder zal oprijzen,10.En dat hetgene zich in de borst der menschen bevindt, aan het licht gebracht zal worden,11.En dat hun Heer volkomen onderricht omtrent hem zal zijn?1Sommigen willen, dat dit geen paarden zijn, maar de kameelen, die in den slag vanBedrwerden gebruikt (Yahya,ex trad.Ali Ebn Abi Taleb).
Honderdste Hoofdstuk.De Oorlogspaarden.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—11 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina.—11 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina.—11 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de oorlogspaarden, die snel en hoorbaar hijgend ten strijd draven.2.En bij de oorlogspaarden die vuur slaan door het aanraken (der steenen met hunne hoeven);3.Bij hen die plotseling en vroeg in den ochtend, een inval bij den vijand doen,4.Daar het stof doen oprijzen,5.En zich door het midden der vijandelijke troepen een weg banen1;6.Waarlijk, de mensch is ondankbaar jegens zijn Heer;7.En hij is getuige daarvan;8.En hij is ontembaar in zijne liefde voor het wereldsche goed.9.Weet hij dan niet dat hetgene zich in de graven bevindt, weder zal oprijzen,10.En dat hetgene zich in de borst der menschen bevindt, aan het licht gebracht zal worden,11.En dat hun Heer volkomen onderricht omtrent hem zal zijn?
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Ik zweer bij de oorlogspaarden, die snel en hoorbaar hijgend ten strijd draven.2.En bij de oorlogspaarden die vuur slaan door het aanraken (der steenen met hunne hoeven);3.Bij hen die plotseling en vroeg in den ochtend, een inval bij den vijand doen,4.Daar het stof doen oprijzen,5.En zich door het midden der vijandelijke troepen een weg banen1;6.Waarlijk, de mensch is ondankbaar jegens zijn Heer;7.En hij is getuige daarvan;8.En hij is ontembaar in zijne liefde voor het wereldsche goed.9.Weet hij dan niet dat hetgene zich in de graven bevindt, weder zal oprijzen,10.En dat hetgene zich in de borst der menschen bevindt, aan het licht gebracht zal worden,11.En dat hun Heer volkomen onderricht omtrent hem zal zijn?
1Sommigen willen, dat dit geen paarden zijn, maar de kameelen, die in den slag vanBedrwerden gebruikt (Yahya,ex trad.Ali Ebn Abi Taleb).
1Sommigen willen, dat dit geen paarden zijn, maar de kameelen, die in den slag vanBedrwerden gebruikt (Yahya,ex trad.Ali Ebn Abi Taleb).
Honderd en Eerste Hoofdstuk.De Slag.Geopenbaard teMekka.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De slag1. Wat is de slag?2.En wat zal u doen begrijpen, hoe vreeselijk de slag zal wezen?3.Op dien dag zullen de menschen als kapellen verspreid zijn,4.En de bergen zullen als gekamde wol van verschillende kleuren worden, die door den wind is voortgedreven;5, Maar hij, wiens weegschaal met goede werken zal bezwaard wezen, zal een behagelijk leven leiden.6.Doch hij wiens weegschaal licht zal zijn, diens woning zal de kuil der hel wezen2.7.Wat zal u doen begrijpen, hoe vreeselijk de kuil der hel is?8.Het is een brandend vuur.1Dit is een der namen van den jongsten dag.2Het oorspronkelijke woordelâwiyet, is de naam van de onderste afdeeling der hel, en beteekent waarschijnlijk een diepe put of wel een afgrond.
Honderd en Eerste Hoofdstuk.De Slag.Geopenbaard teMekka.—8 verzen.
Geopenbaard teMekka.—8 verzen.
Geopenbaard teMekka.—8 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De slag1. Wat is de slag?2.En wat zal u doen begrijpen, hoe vreeselijk de slag zal wezen?3.Op dien dag zullen de menschen als kapellen verspreid zijn,4.En de bergen zullen als gekamde wol van verschillende kleuren worden, die door den wind is voortgedreven;5, Maar hij, wiens weegschaal met goede werken zal bezwaard wezen, zal een behagelijk leven leiden.6.Doch hij wiens weegschaal licht zal zijn, diens woning zal de kuil der hel wezen2.7.Wat zal u doen begrijpen, hoe vreeselijk de kuil der hel is?8.Het is een brandend vuur.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.De slag1. Wat is de slag?2.En wat zal u doen begrijpen, hoe vreeselijk de slag zal wezen?3.Op dien dag zullen de menschen als kapellen verspreid zijn,4.En de bergen zullen als gekamde wol van verschillende kleuren worden, die door den wind is voortgedreven;5, Maar hij, wiens weegschaal met goede werken zal bezwaard wezen, zal een behagelijk leven leiden.6.Doch hij wiens weegschaal licht zal zijn, diens woning zal de kuil der hel wezen2.7.Wat zal u doen begrijpen, hoe vreeselijk de kuil der hel is?8.Het is een brandend vuur.
1Dit is een der namen van den jongsten dag.2Het oorspronkelijke woordelâwiyet, is de naam van de onderste afdeeling der hel, en beteekent waarschijnlijk een diepe put of wel een afgrond.
1Dit is een der namen van den jongsten dag.
2Het oorspronkelijke woordelâwiyet, is de naam van de onderste afdeeling der hel, en beteekent waarschijnlijk een diepe put of wel een afgrond.
Honderd en Tweede Hoofdstuk.De Begeerte om zich te Verrijken.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—8 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De naijverige begeerte, rijkdommen en kinderen te vermeerderen, houdt u bezig2.Tot gij in het graf nederdaalt.3.(Gij zult uwen tijd) volstrekt niet (aldus gebruiken); Hiernamaals zult gij uwe dwaasheid kennen.4.Nogmaals, volstrekt niet: hiernamaals zult gij uwe dwaasheid kennen.5.Volstrekt niet. Indien gij het gevolg hiervan met zekerheid kendet, zoudt gij niet aldus handelen.6.Waarlijk, gij zult de hel zien.7.Nogmaals; gij zult die zekerlijk met het oog der zekerheid zien.8.Dan zult gij op dien dag ondervraagd worden, nopens de uitspanningen waarmede gij u in dit leven hebt vermaakt.
Honderd en Tweede Hoofdstuk.De Begeerte om zich te Verrijken.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—8 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina.—8 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina.—8 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De naijverige begeerte, rijkdommen en kinderen te vermeerderen, houdt u bezig2.Tot gij in het graf nederdaalt.3.(Gij zult uwen tijd) volstrekt niet (aldus gebruiken); Hiernamaals zult gij uwe dwaasheid kennen.4.Nogmaals, volstrekt niet: hiernamaals zult gij uwe dwaasheid kennen.5.Volstrekt niet. Indien gij het gevolg hiervan met zekerheid kendet, zoudt gij niet aldus handelen.6.Waarlijk, gij zult de hel zien.7.Nogmaals; gij zult die zekerlijk met het oog der zekerheid zien.8.Dan zult gij op dien dag ondervraagd worden, nopens de uitspanningen waarmede gij u in dit leven hebt vermaakt.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.De naijverige begeerte, rijkdommen en kinderen te vermeerderen, houdt u bezig2.Tot gij in het graf nederdaalt.3.(Gij zult uwen tijd) volstrekt niet (aldus gebruiken); Hiernamaals zult gij uwe dwaasheid kennen.4.Nogmaals, volstrekt niet: hiernamaals zult gij uwe dwaasheid kennen.5.Volstrekt niet. Indien gij het gevolg hiervan met zekerheid kendet, zoudt gij niet aldus handelen.6.Waarlijk, gij zult de hel zien.7.Nogmaals; gij zult die zekerlijk met het oog der zekerheid zien.8.Dan zult gij op dien dag ondervraagd worden, nopens de uitspanningen waarmede gij u in dit leven hebt vermaakt.
Honderd en derde hoofdstuk.De Namiddag.Geopenbaard teMekka,—3 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den namiddag1.2.Waarlijk, de mensch bewerkt zijn verderf.3.Behalve zij die gelooven en doen wat rechtvaardig is, en wederkeerig de waarheid aanbevelen en elkander wederkeerig tot volharding aansporen.1Of den tijd waarop de zon zijn ondergang nadert, zijnde een der vijf voor het gebed bepaalde tijdstippen. Het oorspronkelijke woord beteekent ook de eeuw of den tijd in het algemeen.
Honderd en derde hoofdstuk.De Namiddag.Geopenbaard teMekka,—3 verzen.
Geopenbaard teMekka,—3 verzen.
Geopenbaard teMekka,—3 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij den namiddag1.2.Waarlijk, de mensch bewerkt zijn verderf.3.Behalve zij die gelooven en doen wat rechtvaardig is, en wederkeerig de waarheid aanbevelen en elkander wederkeerig tot volharding aansporen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Ik zweer bij den namiddag1.2.Waarlijk, de mensch bewerkt zijn verderf.3.Behalve zij die gelooven en doen wat rechtvaardig is, en wederkeerig de waarheid aanbevelen en elkander wederkeerig tot volharding aansporen.
1Of den tijd waarop de zon zijn ondergang nadert, zijnde een der vijf voor het gebed bepaalde tijdstippen. Het oorspronkelijke woord beteekent ook de eeuw of den tijd in het algemeen.
1Of den tijd waarop de zon zijn ondergang nadert, zijnde een der vijf voor het gebed bepaalde tijdstippen. Het oorspronkelijke woord beteekent ook de eeuw of den tijd in het algemeen.
Honderd en Vierde Hoofdstuk.De Lasteraar.Geopenbaard teMekka—9 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Wee over iederen lasteraar en leugenaar1,2.Die rijkdommen opstapelt, en deze voor de toekomst bewaart.3.Hij denkt dat zijne rijkdommen hem onsterfelijk maken.4.Volstrekt niet. Hij zal zekerlijk inAl-Hotama2geworpen worden.5.En wie zal u doen begrijpen watAl-Hotamais?6.Het is het aangestoken vuur van God,7.Dat boven de harten zal opstijgen van hen (die er in geworpen zullen worden).8.Waarlijk, het zal als een gewelfd dak wezen.9.Dat, gesteund door groote kolommen, boven hen zal zijn.1Deze plaats wordt gezegd tegenAl Akhnas Ebn Shoreikofal Walid Ebn al Mogheira, of wel tegenOmmeyya Ebn Khalfgeopenbaard te zijn, die allen van lastering, vooral opzichtens den profeet, beschuldigd werden (Al Zamakhshari, Al Beidâwi, Jallalo’ddin).2Al-Hotamais een der namen van de hel of van eene harer afdeelingen, aldus genaamd, omdat zij alles in stukken breekt, wat daarin geworpen wordt.
Honderd en Vierde Hoofdstuk.De Lasteraar.Geopenbaard teMekka—9 verzen.
Geopenbaard teMekka—9 verzen.
Geopenbaard teMekka—9 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Wee over iederen lasteraar en leugenaar1,2.Die rijkdommen opstapelt, en deze voor de toekomst bewaart.3.Hij denkt dat zijne rijkdommen hem onsterfelijk maken.4.Volstrekt niet. Hij zal zekerlijk inAl-Hotama2geworpen worden.5.En wie zal u doen begrijpen watAl-Hotamais?6.Het is het aangestoken vuur van God,7.Dat boven de harten zal opstijgen van hen (die er in geworpen zullen worden).8.Waarlijk, het zal als een gewelfd dak wezen.9.Dat, gesteund door groote kolommen, boven hen zal zijn.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Wee over iederen lasteraar en leugenaar1,2.Die rijkdommen opstapelt, en deze voor de toekomst bewaart.3.Hij denkt dat zijne rijkdommen hem onsterfelijk maken.4.Volstrekt niet. Hij zal zekerlijk inAl-Hotama2geworpen worden.5.En wie zal u doen begrijpen watAl-Hotamais?6.Het is het aangestoken vuur van God,7.Dat boven de harten zal opstijgen van hen (die er in geworpen zullen worden).8.Waarlijk, het zal als een gewelfd dak wezen.9.Dat, gesteund door groote kolommen, boven hen zal zijn.
1Deze plaats wordt gezegd tegenAl Akhnas Ebn Shoreikofal Walid Ebn al Mogheira, of wel tegenOmmeyya Ebn Khalfgeopenbaard te zijn, die allen van lastering, vooral opzichtens den profeet, beschuldigd werden (Al Zamakhshari, Al Beidâwi, Jallalo’ddin).2Al-Hotamais een der namen van de hel of van eene harer afdeelingen, aldus genaamd, omdat zij alles in stukken breekt, wat daarin geworpen wordt.
1Deze plaats wordt gezegd tegenAl Akhnas Ebn Shoreikofal Walid Ebn al Mogheira, of wel tegenOmmeyya Ebn Khalfgeopenbaard te zijn, die allen van lastering, vooral opzichtens den profeet, beschuldigd werden (Al Zamakhshari, Al Beidâwi, Jallalo’ddin).
2Al-Hotamais een der namen van de hel of van eene harer afdeelingen, aldus genaamd, omdat zij alles in stukken breekt, wat daarin geworpen wordt.
Honderd en Vijfde Hoofdstuk.De Olifant.1Geopenbaard teMekka.—5 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Hebt gij gezien, hoe uw Heer met de meesters van den olifant handelt?2.Heeft hij hunne verraderlijke plannen nietdoen strekken om hen in dwaling te leiden,3.En troepen vogels (Ababils) tegen hen te zenden,4.Die steenen van gebakken klei op hen nederwierpen,5.En hen het aanzien gaven van de bladeren van het koren, dat door het vee was afgegeten?1Dit hoofdstuk heeft betrekking op de volgende omstandigheid:Abraha Ebn al Sarah, bijgenaamdal Ashram(met den gespleten neus), koning of onderkoning vanYemen, een Ethiopiër van den Christelijken Godsdienst, had teSanaaeen prachtige kerk gebouwd, en dwong de Arabieren daarheen in bedevaart te gaan, in plaats van naar denCaaba-tempel. De Koreïshieten zonden daarop een man van den stam vanKenanahdes nachts naar de kerk welke hij op schandelijke wijze ontheiligde.Abrahaondernam daarop een expeditie naar denCaaba-tempel, ten einde die te verwoesten. Volgens de overlevering verloorAbrahazijn geheel leger, dat door de vogels (ababils) werd aangevallen, diedoodelijke pijlen op hen schoten. Toen menMekkain het gezicht had, knielde de witte olifant, waaropAbrahareed, neder, als een teeken van vereering.Abrahaontving den naam van den meester, of van den man met den olifant; zijn leger, dat van de mannen van den olifant, terwijl het jaar der expeditie, dat van den olifant werd genoemd.C. Sprengel(Gesch. der Medizin) is van meening, dat de genoemde vogels, niet anders waren dan pestbuilen en pokken.Von Hammer(GemäldesaalI. 24), beroept zich op eene der levensbeschrijvingen vanMahomet, volgens welke de pokken zich juist in het jaar van den olifant inArabiëvoor het eerst zouden hebben vertoond.
Honderd en Vijfde Hoofdstuk.De Olifant.1Geopenbaard teMekka.—5 verzen.
Geopenbaard teMekka.—5 verzen.
Geopenbaard teMekka.—5 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Hebt gij gezien, hoe uw Heer met de meesters van den olifant handelt?2.Heeft hij hunne verraderlijke plannen nietdoen strekken om hen in dwaling te leiden,3.En troepen vogels (Ababils) tegen hen te zenden,4.Die steenen van gebakken klei op hen nederwierpen,5.En hen het aanzien gaven van de bladeren van het koren, dat door het vee was afgegeten?
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Hebt gij gezien, hoe uw Heer met de meesters van den olifant handelt?2.Heeft hij hunne verraderlijke plannen nietdoen strekken om hen in dwaling te leiden,3.En troepen vogels (Ababils) tegen hen te zenden,4.Die steenen van gebakken klei op hen nederwierpen,5.En hen het aanzien gaven van de bladeren van het koren, dat door het vee was afgegeten?
1Dit hoofdstuk heeft betrekking op de volgende omstandigheid:Abraha Ebn al Sarah, bijgenaamdal Ashram(met den gespleten neus), koning of onderkoning vanYemen, een Ethiopiër van den Christelijken Godsdienst, had teSanaaeen prachtige kerk gebouwd, en dwong de Arabieren daarheen in bedevaart te gaan, in plaats van naar denCaaba-tempel. De Koreïshieten zonden daarop een man van den stam vanKenanahdes nachts naar de kerk welke hij op schandelijke wijze ontheiligde.Abrahaondernam daarop een expeditie naar denCaaba-tempel, ten einde die te verwoesten. Volgens de overlevering verloorAbrahazijn geheel leger, dat door de vogels (ababils) werd aangevallen, diedoodelijke pijlen op hen schoten. Toen menMekkain het gezicht had, knielde de witte olifant, waaropAbrahareed, neder, als een teeken van vereering.Abrahaontving den naam van den meester, of van den man met den olifant; zijn leger, dat van de mannen van den olifant, terwijl het jaar der expeditie, dat van den olifant werd genoemd.C. Sprengel(Gesch. der Medizin) is van meening, dat de genoemde vogels, niet anders waren dan pestbuilen en pokken.Von Hammer(GemäldesaalI. 24), beroept zich op eene der levensbeschrijvingen vanMahomet, volgens welke de pokken zich juist in het jaar van den olifant inArabiëvoor het eerst zouden hebben vertoond.
1Dit hoofdstuk heeft betrekking op de volgende omstandigheid:Abraha Ebn al Sarah, bijgenaamdal Ashram(met den gespleten neus), koning of onderkoning vanYemen, een Ethiopiër van den Christelijken Godsdienst, had teSanaaeen prachtige kerk gebouwd, en dwong de Arabieren daarheen in bedevaart te gaan, in plaats van naar denCaaba-tempel. De Koreïshieten zonden daarop een man van den stam vanKenanahdes nachts naar de kerk welke hij op schandelijke wijze ontheiligde.Abrahaondernam daarop een expeditie naar denCaaba-tempel, ten einde die te verwoesten. Volgens de overlevering verloorAbrahazijn geheel leger, dat door de vogels (ababils) werd aangevallen, diedoodelijke pijlen op hen schoten. Toen menMekkain het gezicht had, knielde de witte olifant, waaropAbrahareed, neder, als een teeken van vereering.Abrahaontving den naam van den meester, of van den man met den olifant; zijn leger, dat van de mannen van den olifant, terwijl het jaar der expeditie, dat van den olifant werd genoemd.C. Sprengel(Gesch. der Medizin) is van meening, dat de genoemde vogels, niet anders waren dan pestbuilen en pokken.Von Hammer(GemäldesaalI. 24), beroept zich op eene der levensbeschrijvingen vanMahomet, volgens welke de pokken zich juist in het jaar van den olifant inArabiëvoor het eerst zouden hebben vertoond.
Honderd en Zesde Hoofdstuk.De Koreïshieten.Geopenbaard teMekka.—4 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ter vereeniging van den stam der Koreïshieten1;2.Te hunner vereeniging, om de karavaan van kooplieden in den winter en den zomer weg te zenden!3.Laten zij den Heer van dit huis dienen, die hen van voedsel tegen den honger voorziet.4.En hen tegen vrees heeft verzekerd2.1Sommigen brengen deze woorden met de volgende in verband, en veronderstellen dat het aldus moet luiden: Laat hen den Heer van dit huis dienen, voor de vereeniging, enz. Anderen brengen de woorden met het voorafgaande hoofdstuk in verband, en leiden daaruit af, dat God het leger vanAbrahaaldus verdelgde, ter vereeniging der Koreïshieten, enz.2Door hen vanAbrahaen zijn leger te verlossen, of door het grondgebied vanMekkatot eene plaats van zekerheid te maken.
Honderd en Zesde Hoofdstuk.De Koreïshieten.Geopenbaard teMekka.—4 verzen.
Geopenbaard teMekka.—4 verzen.
Geopenbaard teMekka.—4 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ter vereeniging van den stam der Koreïshieten1;2.Te hunner vereeniging, om de karavaan van kooplieden in den winter en den zomer weg te zenden!3.Laten zij den Heer van dit huis dienen, die hen van voedsel tegen den honger voorziet.4.En hen tegen vrees heeft verzekerd2.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Ter vereeniging van den stam der Koreïshieten1;2.Te hunner vereeniging, om de karavaan van kooplieden in den winter en den zomer weg te zenden!3.Laten zij den Heer van dit huis dienen, die hen van voedsel tegen den honger voorziet.4.En hen tegen vrees heeft verzekerd2.
1Sommigen brengen deze woorden met de volgende in verband, en veronderstellen dat het aldus moet luiden: Laat hen den Heer van dit huis dienen, voor de vereeniging, enz. Anderen brengen de woorden met het voorafgaande hoofdstuk in verband, en leiden daaruit af, dat God het leger vanAbrahaaldus verdelgde, ter vereeniging der Koreïshieten, enz.2Door hen vanAbrahaen zijn leger te verlossen, of door het grondgebied vanMekkatot eene plaats van zekerheid te maken.
1Sommigen brengen deze woorden met de volgende in verband, en veronderstellen dat het aldus moet luiden: Laat hen den Heer van dit huis dienen, voor de vereeniging, enz. Anderen brengen de woorden met het voorafgaande hoofdstuk in verband, en leiden daaruit af, dat God het leger vanAbrahaaldus verdelgde, ter vereeniging der Koreïshieten, enz.
2Door hen vanAbrahaen zijn leger te verlossen, of door het grondgebied vanMekkatot eene plaats van zekerheid te maken.
Honderd en Zevende Hoofdstuk.De Aalmoes.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—7 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Wat dunkt u van hem, die het toekomstige oordeel als eene valschheid loochent?2.Het is degeen, die den wees verstoot1.3.En anderen niet aanspoort den arme te voeden.4.Wee over hen, die bidden,5.Maar die achteloos in hun gebed zijn;6.Die de huichelaars spelen.7.En (den behoeftige) de noodige aalmoes (gereedschappen) onthouden.1Volgens sommigen is de hier bedoelde persoonAboe Jahl, die een wees verstootte, wiens beschermer hij was, en die naakt tot hem kwam, om hem eenigen bijstand van zijn eigen geld te verzoeken. Anderen zeggen, datAboe SofianofWalid Ebn al Mogheirawas.
Honderd en Zevende Hoofdstuk.De Aalmoes.Geopenbaard teMekkaof teMedina.—7 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina.—7 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina.—7 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Wat dunkt u van hem, die het toekomstige oordeel als eene valschheid loochent?2.Het is degeen, die den wees verstoot1.3.En anderen niet aanspoort den arme te voeden.4.Wee over hen, die bidden,5.Maar die achteloos in hun gebed zijn;6.Die de huichelaars spelen.7.En (den behoeftige) de noodige aalmoes (gereedschappen) onthouden.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Wat dunkt u van hem, die het toekomstige oordeel als eene valschheid loochent?2.Het is degeen, die den wees verstoot1.3.En anderen niet aanspoort den arme te voeden.4.Wee over hen, die bidden,5.Maar die achteloos in hun gebed zijn;6.Die de huichelaars spelen.7.En (den behoeftige) de noodige aalmoes (gereedschappen) onthouden.
1Volgens sommigen is de hier bedoelde persoonAboe Jahl, die een wees verstootte, wiens beschermer hij was, en die naakt tot hem kwam, om hem eenigen bijstand van zijn eigen geld te verzoeken. Anderen zeggen, datAboe SofianofWalid Ebn al Mogheirawas.
1Volgens sommigen is de hier bedoelde persoonAboe Jahl, die een wees verstootte, wiens beschermer hij was, en die naakt tot hem kwam, om hem eenigen bijstand van zijn eigen geld te verzoeken. Anderen zeggen, datAboe SofianofWalid Ebn al Mogheirawas.
Honderd en Achtste Hoofdstuk.Al Kauther.Gegeven teMekka1.—3 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, wij hebben ual Kauther2gegeven.2.Bid tot uwen Heer, en dood de slachtoffers3.3.Waarlijk, hij die u haat, zal kinderloos wezen4.1Sommigen denken echter, dat het teMedinawerd geopenbaard.2Dit is de naam van eene rivier in het paradijs.3Die bij den pelgrimstocht in de vallei vanal Minamoeten geslacht worden.4Deze woorden werden geopenbaard tegenAs Ebn Wayel, die bij den dood van den zoon vanMahomet, al Kasem, den profeetAbtar(kinderloos) noemde (Jallalo’ddin).
Honderd en Achtste Hoofdstuk.Al Kauther.Gegeven teMekka1.—3 verzen.
Gegeven teMekka1.—3 verzen.
Gegeven teMekka1.—3 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, wij hebben ual Kauther2gegeven.2.Bid tot uwen Heer, en dood de slachtoffers3.3.Waarlijk, hij die u haat, zal kinderloos wezen4.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Waarlijk, wij hebben ual Kauther2gegeven.2.Bid tot uwen Heer, en dood de slachtoffers3.3.Waarlijk, hij die u haat, zal kinderloos wezen4.
1Sommigen denken echter, dat het teMedinawerd geopenbaard.2Dit is de naam van eene rivier in het paradijs.3Die bij den pelgrimstocht in de vallei vanal Minamoeten geslacht worden.4Deze woorden werden geopenbaard tegenAs Ebn Wayel, die bij den dood van den zoon vanMahomet, al Kasem, den profeetAbtar(kinderloos) noemde (Jallalo’ddin).
1Sommigen denken echter, dat het teMedinawerd geopenbaard.
2Dit is de naam van eene rivier in het paradijs.
3Die bij den pelgrimstocht in de vallei vanal Minamoeten geslacht worden.
4Deze woorden werden geopenbaard tegenAs Ebn Wayel, die bij den dood van den zoon vanMahomet, al Kasem, den profeetAbtar(kinderloos) noemde (Jallalo’ddin).
Honderd en Negende Hoofdstuk.De Ongeloovigen.Geopenbaard teMekka.—6 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: O ongeloovigen1!2.Ik zal niet aanbidden wat gij aanbidt,3.Noch zult gij aanbidden wat ik aanbid.4.Ik aanbid geenzins wat gij aanbidt.5.Gij aanbidt niet wat ik aanbid.6.Gij hebt uw Godsdienst, en ik heb mijn godsdienst.1Men zegt, dat sommigen der Koreïshieten eens aanMahometvoorstelden, dat, indien hij hunne goden gedurende een jaar zou willen aanbidden, zij zijnen God gedurende dezelfde tijdruimte zouden vereeren, waarop dit hoofdstuk werd geopenbaard (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).
Honderd en Negende Hoofdstuk.De Ongeloovigen.Geopenbaard teMekka.—6 verzen.
Geopenbaard teMekka.—6 verzen.
Geopenbaard teMekka.—6 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: O ongeloovigen1!2.Ik zal niet aanbidden wat gij aanbidt,3.Noch zult gij aanbidden wat ik aanbid.4.Ik aanbid geenzins wat gij aanbidt.5.Gij aanbidt niet wat ik aanbid.6.Gij hebt uw Godsdienst, en ik heb mijn godsdienst.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Zeg: O ongeloovigen1!2.Ik zal niet aanbidden wat gij aanbidt,3.Noch zult gij aanbidden wat ik aanbid.4.Ik aanbid geenzins wat gij aanbidt.5.Gij aanbidt niet wat ik aanbid.6.Gij hebt uw Godsdienst, en ik heb mijn godsdienst.
1Men zegt, dat sommigen der Koreïshieten eens aanMahometvoorstelden, dat, indien hij hunne goden gedurende een jaar zou willen aanbidden, zij zijnen God gedurende dezelfde tijdruimte zouden vereeren, waarop dit hoofdstuk werd geopenbaard (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).
1Men zegt, dat sommigen der Koreïshieten eens aanMahometvoorstelden, dat, indien hij hunne goden gedurende een jaar zou willen aanbidden, zij zijnen God gedurende dezelfde tijdruimte zouden vereeren, waarop dit hoofdstuk werd geopenbaard (Jallalo’ddin,Al Beidâwi).
Honderd en Tiende Hoofdstuk.De Hulp.Geopenbaard teMekka.—3 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de hulp van God zal komen en de overwinning1,2.En gij het volk tot Gods eeredienst bij scharen zult zien binnengaan2. Verkondig den lof van uwen Heer en vraag vergiffenis van hem; want hij is vergevensgezind.1Zijnde: als God u over uwe vijanden zal doen heerschen en gij de stadMekkazult innemen.2Hetgeen in het negende jaar derHedjiravoorviel, toenMahomet, nadat hij zich vanMekkahad meester gemaakt, de Koreïshieten dwong, zich aan hem te onderwerpen, waarop de overige Arabieren in grooten getale tot hem kwamen, en den Islam beleden.
Honderd en Tiende Hoofdstuk.De Hulp.Geopenbaard teMekka.—3 verzen.
Geopenbaard teMekka.—3 verzen.
Geopenbaard teMekka.—3 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de hulp van God zal komen en de overwinning1,2.En gij het volk tot Gods eeredienst bij scharen zult zien binnengaan2. Verkondig den lof van uwen Heer en vraag vergiffenis van hem; want hij is vergevensgezind.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Als de hulp van God zal komen en de overwinning1,2.En gij het volk tot Gods eeredienst bij scharen zult zien binnengaan2. Verkondig den lof van uwen Heer en vraag vergiffenis van hem; want hij is vergevensgezind.
1Zijnde: als God u over uwe vijanden zal doen heerschen en gij de stadMekkazult innemen.2Hetgeen in het negende jaar derHedjiravoorviel, toenMahomet, nadat hij zich vanMekkahad meester gemaakt, de Koreïshieten dwong, zich aan hem te onderwerpen, waarop de overige Arabieren in grooten getale tot hem kwamen, en den Islam beleden.
1Zijnde: als God u over uwe vijanden zal doen heerschen en gij de stadMekkazult innemen.
2Hetgeen in het negende jaar derHedjiravoorviel, toenMahomet, nadat hij zich vanMekkahad meester gemaakt, de Koreïshieten dwong, zich aan hem te onderwerpen, waarop de overige Arabieren in grooten getale tot hem kwamen, en den Islam beleden.
Honderd en Elfde Hoofdstuk.Aboe Lahab.Geopenbaard teMekka—5 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De handen vanAboe Lahab1zullen ten verderve gaan, en hij zelf verdorven worden.2.Zijne rijkdommen zullen hem van geen voordeel zijn, noch datgene wat hij heeft gewonnen.3.Hij zal heengaan om in het vuur verbrand te worden.4.Als ook zijne vrouw, die hout draagt2.5.Terwijl zij om haren hals eene koord van geweven vezelen van den palmboom heeft.1Aboe Lahabwas de oom vanMahometen tegelijkertijd een zijner onverzoenlijkste vijanden. Sommige uitleggers doen opmerken, datde handen, de fortuin of de bezittingen beteekenen.2Voor het vuur der hel.Omm Djemil, de vrouw vanAboe Lahabstookte namelijk den haat aan, dien haar echtgenootMahomettoedroeg. Men zegt zelfs dat zij des nachts doornen en distels op den weg van den profeet strooide (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).
Honderd en Elfde Hoofdstuk.Aboe Lahab.Geopenbaard teMekka—5 verzen.
Geopenbaard teMekka—5 verzen.
Geopenbaard teMekka—5 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De handen vanAboe Lahab1zullen ten verderve gaan, en hij zelf verdorven worden.2.Zijne rijkdommen zullen hem van geen voordeel zijn, noch datgene wat hij heeft gewonnen.3.Hij zal heengaan om in het vuur verbrand te worden.4.Als ook zijne vrouw, die hout draagt2.5.Terwijl zij om haren hals eene koord van geweven vezelen van den palmboom heeft.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.De handen vanAboe Lahab1zullen ten verderve gaan, en hij zelf verdorven worden.2.Zijne rijkdommen zullen hem van geen voordeel zijn, noch datgene wat hij heeft gewonnen.3.Hij zal heengaan om in het vuur verbrand te worden.4.Als ook zijne vrouw, die hout draagt2.5.Terwijl zij om haren hals eene koord van geweven vezelen van den palmboom heeft.
1Aboe Lahabwas de oom vanMahometen tegelijkertijd een zijner onverzoenlijkste vijanden. Sommige uitleggers doen opmerken, datde handen, de fortuin of de bezittingen beteekenen.2Voor het vuur der hel.Omm Djemil, de vrouw vanAboe Lahabstookte namelijk den haat aan, dien haar echtgenootMahomettoedroeg. Men zegt zelfs dat zij des nachts doornen en distels op den weg van den profeet strooide (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).
1Aboe Lahabwas de oom vanMahometen tegelijkertijd een zijner onverzoenlijkste vijanden. Sommige uitleggers doen opmerken, datde handen, de fortuin of de bezittingen beteekenen.
2Voor het vuur der hel.Omm Djemil, de vrouw vanAboe Lahabstookte namelijk den haat aan, dien haar echtgenootMahomettoedroeg. Men zegt zelfs dat zij des nachts doornen en distels op den weg van den profeet strooide (Al Beidâwi,Jallalo’ddin).
Honderd en Twaalfde Hoofdstuk.Gods Eenheid1.Geopenbaard teMekkaof teMedina—4 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: God is een eenig God.2.De eeuwige God.3.Hij baarde niet, en werd niet gebaard.4.En niemand is Hem in eenig opzicht gelijk.1Dit hoofdstuk wordt door de Arabieren bijzonder vereerd. Volgens eene overlevering zouMahometgezegd hebben, dat het met een derde gedeelte van den geheelen Koran gelijk stond.
Honderd en Twaalfde Hoofdstuk.Gods Eenheid1.Geopenbaard teMekkaof teMedina—4 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina—4 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina—4 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: God is een eenig God.2.De eeuwige God.3.Hij baarde niet, en werd niet gebaard.4.En niemand is Hem in eenig opzicht gelijk.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Zeg: God is een eenig God.2.De eeuwige God.3.Hij baarde niet, en werd niet gebaard.4.En niemand is Hem in eenig opzicht gelijk.
1Dit hoofdstuk wordt door de Arabieren bijzonder vereerd. Volgens eene overlevering zouMahometgezegd hebben, dat het met een derde gedeelte van den geheelen Koran gelijk stond.
1Dit hoofdstuk wordt door de Arabieren bijzonder vereerd. Volgens eene overlevering zouMahometgezegd hebben, dat het met een derde gedeelte van den geheelen Koran gelijk stond.
Honderd en Dertiende Hoofdstuk.1De Dageraad.Geopenbaard teMekkaof teMedina—5 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: Ik zoek mijn toevlucht bij den Heer van den dageraad,2.Opdat hij mij moge bevrijden van de boosheid der schepselen, welke hij heeft geschapen.3.En van het kwaad des nachts, als die invalt.4.En van het kwaad der vrouwen die op knoopen blazen2,5.En van het kwaad van den benijder, als hij ons benijdt.1Dit Hoofdstuk en het volgende, wordenelmoeawidhetanigenoemd of de twee beveiligende hoofdstukken, omdat zij met de woordenik zoek mijne toevluchtbeginnen. Zij worden daarom als amuletten gedragen. Dit Hoofdstuk beveiligt tegen de ongelukken des lichaams, en het andere voor de gevaren der ziel.2Sommige uitleggers gelooven, dat men onder dezen naam de vrouwen in het algemeen moet verstaan, die door hare listen de plannen en besluiten der mannen verwarren. Anderen gelooven, dat hier de Joodsche toovenaressen worden bedoeld, die knoopen maakten en daarop bliezen, om iemand te betooveren. Men zegt datMahometdoor een Jood werd betooverd, die elf knoopen in een koord had gemaakt, welke hij in een put ophing. De engelGabriëlopenbaarde daarop niet alleen het geheim derbetoovering, maar ook de beide hoofdstukken. Elken keer dat hij deze hoofdstukken las, ging een der knoopen uit elkander, enMahometgenas.
Honderd en Dertiende Hoofdstuk.1De Dageraad.Geopenbaard teMekkaof teMedina—5 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina—5 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina—5 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: Ik zoek mijn toevlucht bij den Heer van den dageraad,2.Opdat hij mij moge bevrijden van de boosheid der schepselen, welke hij heeft geschapen.3.En van het kwaad des nachts, als die invalt.4.En van het kwaad der vrouwen die op knoopen blazen2,5.En van het kwaad van den benijder, als hij ons benijdt.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Zeg: Ik zoek mijn toevlucht bij den Heer van den dageraad,2.Opdat hij mij moge bevrijden van de boosheid der schepselen, welke hij heeft geschapen.3.En van het kwaad des nachts, als die invalt.4.En van het kwaad der vrouwen die op knoopen blazen2,5.En van het kwaad van den benijder, als hij ons benijdt.
1Dit Hoofdstuk en het volgende, wordenelmoeawidhetanigenoemd of de twee beveiligende hoofdstukken, omdat zij met de woordenik zoek mijne toevluchtbeginnen. Zij worden daarom als amuletten gedragen. Dit Hoofdstuk beveiligt tegen de ongelukken des lichaams, en het andere voor de gevaren der ziel.2Sommige uitleggers gelooven, dat men onder dezen naam de vrouwen in het algemeen moet verstaan, die door hare listen de plannen en besluiten der mannen verwarren. Anderen gelooven, dat hier de Joodsche toovenaressen worden bedoeld, die knoopen maakten en daarop bliezen, om iemand te betooveren. Men zegt datMahometdoor een Jood werd betooverd, die elf knoopen in een koord had gemaakt, welke hij in een put ophing. De engelGabriëlopenbaarde daarop niet alleen het geheim derbetoovering, maar ook de beide hoofdstukken. Elken keer dat hij deze hoofdstukken las, ging een der knoopen uit elkander, enMahometgenas.
1Dit Hoofdstuk en het volgende, wordenelmoeawidhetanigenoemd of de twee beveiligende hoofdstukken, omdat zij met de woordenik zoek mijne toevluchtbeginnen. Zij worden daarom als amuletten gedragen. Dit Hoofdstuk beveiligt tegen de ongelukken des lichaams, en het andere voor de gevaren der ziel.
2Sommige uitleggers gelooven, dat men onder dezen naam de vrouwen in het algemeen moet verstaan, die door hare listen de plannen en besluiten der mannen verwarren. Anderen gelooven, dat hier de Joodsche toovenaressen worden bedoeld, die knoopen maakten en daarop bliezen, om iemand te betooveren. Men zegt datMahometdoor een Jood werd betooverd, die elf knoopen in een koord had gemaakt, welke hij in een put ophing. De engelGabriëlopenbaarde daarop niet alleen het geheim derbetoovering, maar ook de beide hoofdstukken. Elken keer dat hij deze hoofdstukken las, ging een der knoopen uit elkander, enMahometgenas.
Honderd en Veertiende Hoofdstuk.De Menschen.Geopenbaard teMekkaof teMedina—6 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: Ik zoek mijne toevlucht bij den Heer der menschen,2.Den Koning der menschen,3.Den God der menschen;4.Dat hij mij bevrijde van de boosheid van den luisteraar, die snoode gedachten inblaast en zich dan verborgen terugtrekt1.5.Die kwaade ingevingen der menschen aan de harten toefluistert.6.Tegen de geniussen en de menschen.Einde van den Koran.1Zijnde de duivel, die zich terugtrekt als een mensch God noemt, of toevlucht tot zijne bescherming neemt.
Honderd en Veertiende Hoofdstuk.De Menschen.Geopenbaard teMekkaof teMedina—6 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina—6 verzen.
Geopenbaard teMekkaof teMedina—6 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: Ik zoek mijne toevlucht bij den Heer der menschen,2.Den Koning der menschen,3.Den God der menschen;4.Dat hij mij bevrijde van de boosheid van den luisteraar, die snoode gedachten inblaast en zich dan verborgen terugtrekt1.5.Die kwaade ingevingen der menschen aan de harten toefluistert.6.Tegen de geniussen en de menschen.Einde van den Koran.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Zeg: Ik zoek mijne toevlucht bij den Heer der menschen,2.Den Koning der menschen,3.Den God der menschen;4.Dat hij mij bevrijde van de boosheid van den luisteraar, die snoode gedachten inblaast en zich dan verborgen terugtrekt1.5.Die kwaade ingevingen der menschen aan de harten toefluistert.6.Tegen de geniussen en de menschen.
Einde van den Koran.
1Zijnde de duivel, die zich terugtrekt als een mensch God noemt, of toevlucht tot zijne bescherming neemt.
1Zijnde de duivel, die zich terugtrekt als een mensch God noemt, of toevlucht tot zijne bescherming neemt.