WWaarheid,V,86.—Spreken omtrent God,VII,168.Waarschuwing, zieDag.Waarzeggerij is verboden,V,92.Wacht-engelen afgelost,XVII,80, n.Waïla, vrouw van Noach,XI,42, n.Walid Ebn al Mogheira, een van Mahomets grootste tegenstanders,XC,5, n.Wallenof dammen, zieAl Arem.Ware en valsche leer,II,257.—Geloovige,XL, bl.498, n.Water, uitgebreid gebruik daarvan in het godsdienstige en gewone leven,XXV,50, n.—Uitgieten, beteekenis daarvan,XI,42, n.Wedervergelding, zieWet.Wedervergeldingsrecht,II,190.Wedervergeldingswet,II,175.Wedloopen,XII,17.Weegschaal (De),XXI,48;LVII,25.Weerspannigheid tegen Mozes, zieKaroen.Weerwraak, zieWedervergelding.Weerzin van het opgelegde juk,II,286.WeezenII,218;IV,2en volg. 126;VI,153;XVII,36.—Groeien op,IV,6.—Zievermogen.—(Vrouwelijke), zieHuwen.Wegzenden der vrouwen, zieScheiding.Weigering, de ongeloovigen te beoorlogen,II,191, n.Welbewaarde tafel, wordt alleen door engelen aangeraakt,LXXX,15, n.Weldaden,VI,44.Welvoeglijkheid,XXIV; 57–59, zieBeleefdheid.Wenden van het aangezicht,II,136;IV,50, zieKebla.Wet nopens godsdienst zedelijke plichten,VII,142.—Van wedervergelding,II,173;V,48,49;XXII,59.Wetverdraaiing,V,45.WindXLVI, 94, n.Winden (De) aan Salomo onderworpen,XXXVIII,35.Witte en zwarte aangezichten,III,102en volg.Woeker (De),II,276–278;XXX,38.Wonder,III,11.Woonplaats der Thamoedieten,VII,72.Woorden tot de apostelen gericht,XXIII,53.Wrok uit de harten genomen,VII,41.Wijn (De),II,216;V,92,93.—Rivieren daarvan,XLVII,16.Wijze in het Oosten om vuur te verkrijgen,XXXVI,80, n.—Van vergoeding van een ei,XXIII,14, n.—Waarop de kameelen worden vastgebonden,XXII,37, n.Y, IJYahia, volgens sommigen Jezus,III,34.—Diens kuischheid, aldaar. Zie voortsJohannes.Yahya, schriftverklaarder, zieAl Beidâwi.Yajoej,XVIII,93, n.—ZieGog en Magog.Yathreb, oude naam van Medina,XXXIII,13, n.IJdel genot;III196, n.IJ, S,XXXVI, bl.472, n.IJzer,LVII, bl.562, n.—IJzeren voorwerpen door Adam uit het paradijs medegebracht,LVII,25, n.ZZacharias,III,32;VI,85;XIX,1;XXI,89.—Komt in Marias kamer,III,32.—Ouderdom,III,36.Zaken waarvan God alleen bewust is,XXXI,34.Zakkoem,XXXVII,60–64;XLIV,43–46;LVI,52,53.—Zie voortsAl Zakkoem.Zamharir, groote koude,LXXVI,13, n.Zedeleer, zieVoorschriften.Zee, zieBahr.Zeeën (De beide),XXV,55;XXVII,62;LV,19;LXXXII,3.—Van Perzië en Griekenland,XVIII,60, n.Zegel der profeten, zieMahomet.Zeïd, aangenomen zoon van Mahomet,XXXIII,37, n.—Ebn, Haretha, Zeïds vader, aldaar.Zelfmoord (De) verboden,IV,33, n.Zendeling, Apostel, zieProfeet.Zendelingen,VII,35,Zenden van blijkbaar licht,IV,174.Zendjebil, gember,LXXVI,17.Zeven (De) slapers,XVIII,8–13,15en volg.—Slapers, zieSpelonk.Ziel,XXXIX,43.—ten opzichte des doodsL,18.—ZieDood.Zielen van martelaars in kroppen van vogels,II,149.Zingende meisjes, door Al Hodar gekocht, om hen de Moslems wilden worden, van hunne bedoelingen af te brengen,XXXI,5, n.Zoenprijs, zieScheiding.Zoleikha, Potiphars vrouw,XII,21, n.Zon, punten van den gezichteinder, waar zij in den loop van het jaar opstijgt,XXXVII,5.ZondarenIII,123.—ZieApen.—Zielen van hen,LXXIX,2, n.Zonden,VI,120,152;XIV,11;XLVIII,2.—(Hoofd en vergefelijke),LIII,33.—Vergeven,IV,51.—Vermijden,IV,35.Zondig gebruik van Gods namen,VII,179.—Volk, zieDag.Zondvloed (De),LXIX,11, zieNoach.Zonen van Dhafar,IV,113, n.Zoogloon, uit te betalen aan de vrouw, van welke men scheidt,LXV,6.Zuivering, zieReinigingen.Zusters erfdeel van een kinderlooze; bestemming van het overige,IV,165, n.Zuster, zieBroeder.Zwakken der aarde,IV,99.Zwakke (De) zal vergiffenis worden geschonken,IV,100.Zwarte lever, bij de Arabieren teeken van een vijandXX,102, n.Zij die beproefd is,LX, bl.571, n.
WWaarheid,V,86.—Spreken omtrent God,VII,168.Waarschuwing, zieDag.Waarzeggerij is verboden,V,92.Wacht-engelen afgelost,XVII,80, n.Waïla, vrouw van Noach,XI,42, n.Walid Ebn al Mogheira, een van Mahomets grootste tegenstanders,XC,5, n.Wallenof dammen, zieAl Arem.Ware en valsche leer,II,257.—Geloovige,XL, bl.498, n.Water, uitgebreid gebruik daarvan in het godsdienstige en gewone leven,XXV,50, n.—Uitgieten, beteekenis daarvan,XI,42, n.Wedervergelding, zieWet.Wedervergeldingsrecht,II,190.Wedervergeldingswet,II,175.Wedloopen,XII,17.Weegschaal (De),XXI,48;LVII,25.Weerspannigheid tegen Mozes, zieKaroen.Weerwraak, zieWedervergelding.Weerzin van het opgelegde juk,II,286.WeezenII,218;IV,2en volg. 126;VI,153;XVII,36.—Groeien op,IV,6.—Zievermogen.—(Vrouwelijke), zieHuwen.Wegzenden der vrouwen, zieScheiding.Weigering, de ongeloovigen te beoorlogen,II,191, n.Welbewaarde tafel, wordt alleen door engelen aangeraakt,LXXX,15, n.Weldaden,VI,44.Welvoeglijkheid,XXIV; 57–59, zieBeleefdheid.Wenden van het aangezicht,II,136;IV,50, zieKebla.Wet nopens godsdienst zedelijke plichten,VII,142.—Van wedervergelding,II,173;V,48,49;XXII,59.Wetverdraaiing,V,45.WindXLVI, 94, n.Winden (De) aan Salomo onderworpen,XXXVIII,35.Witte en zwarte aangezichten,III,102en volg.Woeker (De),II,276–278;XXX,38.Wonder,III,11.Woonplaats der Thamoedieten,VII,72.Woorden tot de apostelen gericht,XXIII,53.Wrok uit de harten genomen,VII,41.Wijn (De),II,216;V,92,93.—Rivieren daarvan,XLVII,16.Wijze in het Oosten om vuur te verkrijgen,XXXVI,80, n.—Van vergoeding van een ei,XXIII,14, n.—Waarop de kameelen worden vastgebonden,XXII,37, n.Y, IJYahia, volgens sommigen Jezus,III,34.—Diens kuischheid, aldaar. Zie voortsJohannes.Yahya, schriftverklaarder, zieAl Beidâwi.Yajoej,XVIII,93, n.—ZieGog en Magog.Yathreb, oude naam van Medina,XXXIII,13, n.IJdel genot;III196, n.IJ, S,XXXVI, bl.472, n.IJzer,LVII, bl.562, n.—IJzeren voorwerpen door Adam uit het paradijs medegebracht,LVII,25, n.ZZacharias,III,32;VI,85;XIX,1;XXI,89.—Komt in Marias kamer,III,32.—Ouderdom,III,36.Zaken waarvan God alleen bewust is,XXXI,34.Zakkoem,XXXVII,60–64;XLIV,43–46;LVI,52,53.—Zie voortsAl Zakkoem.Zamharir, groote koude,LXXVI,13, n.Zedeleer, zieVoorschriften.Zee, zieBahr.Zeeën (De beide),XXV,55;XXVII,62;LV,19;LXXXII,3.—Van Perzië en Griekenland,XVIII,60, n.Zegel der profeten, zieMahomet.Zeïd, aangenomen zoon van Mahomet,XXXIII,37, n.—Ebn, Haretha, Zeïds vader, aldaar.Zelfmoord (De) verboden,IV,33, n.Zendeling, Apostel, zieProfeet.Zendelingen,VII,35,Zenden van blijkbaar licht,IV,174.Zendjebil, gember,LXXVI,17.Zeven (De) slapers,XVIII,8–13,15en volg.—Slapers, zieSpelonk.Ziel,XXXIX,43.—ten opzichte des doodsL,18.—ZieDood.Zielen van martelaars in kroppen van vogels,II,149.Zingende meisjes, door Al Hodar gekocht, om hen de Moslems wilden worden, van hunne bedoelingen af te brengen,XXXI,5, n.Zoenprijs, zieScheiding.Zoleikha, Potiphars vrouw,XII,21, n.Zon, punten van den gezichteinder, waar zij in den loop van het jaar opstijgt,XXXVII,5.ZondarenIII,123.—ZieApen.—Zielen van hen,LXXIX,2, n.Zonden,VI,120,152;XIV,11;XLVIII,2.—(Hoofd en vergefelijke),LIII,33.—Vergeven,IV,51.—Vermijden,IV,35.Zondig gebruik van Gods namen,VII,179.—Volk, zieDag.Zondvloed (De),LXIX,11, zieNoach.Zonen van Dhafar,IV,113, n.Zoogloon, uit te betalen aan de vrouw, van welke men scheidt,LXV,6.Zuivering, zieReinigingen.Zusters erfdeel van een kinderlooze; bestemming van het overige,IV,165, n.Zuster, zieBroeder.Zwakken der aarde,IV,99.Zwakke (De) zal vergiffenis worden geschonken,IV,100.Zwarte lever, bij de Arabieren teeken van een vijandXX,102, n.Zij die beproefd is,LX, bl.571, n.
WWaarheid,V,86.—Spreken omtrent God,VII,168.Waarschuwing, zieDag.Waarzeggerij is verboden,V,92.Wacht-engelen afgelost,XVII,80, n.Waïla, vrouw van Noach,XI,42, n.Walid Ebn al Mogheira, een van Mahomets grootste tegenstanders,XC,5, n.Wallenof dammen, zieAl Arem.Ware en valsche leer,II,257.—Geloovige,XL, bl.498, n.Water, uitgebreid gebruik daarvan in het godsdienstige en gewone leven,XXV,50, n.—Uitgieten, beteekenis daarvan,XI,42, n.Wedervergelding, zieWet.Wedervergeldingsrecht,II,190.Wedervergeldingswet,II,175.Wedloopen,XII,17.Weegschaal (De),XXI,48;LVII,25.Weerspannigheid tegen Mozes, zieKaroen.Weerwraak, zieWedervergelding.Weerzin van het opgelegde juk,II,286.WeezenII,218;IV,2en volg. 126;VI,153;XVII,36.—Groeien op,IV,6.—Zievermogen.—(Vrouwelijke), zieHuwen.Wegzenden der vrouwen, zieScheiding.Weigering, de ongeloovigen te beoorlogen,II,191, n.Welbewaarde tafel, wordt alleen door engelen aangeraakt,LXXX,15, n.Weldaden,VI,44.Welvoeglijkheid,XXIV; 57–59, zieBeleefdheid.Wenden van het aangezicht,II,136;IV,50, zieKebla.Wet nopens godsdienst zedelijke plichten,VII,142.—Van wedervergelding,II,173;V,48,49;XXII,59.Wetverdraaiing,V,45.WindXLVI, 94, n.Winden (De) aan Salomo onderworpen,XXXVIII,35.Witte en zwarte aangezichten,III,102en volg.Woeker (De),II,276–278;XXX,38.Wonder,III,11.Woonplaats der Thamoedieten,VII,72.Woorden tot de apostelen gericht,XXIII,53.Wrok uit de harten genomen,VII,41.Wijn (De),II,216;V,92,93.—Rivieren daarvan,XLVII,16.Wijze in het Oosten om vuur te verkrijgen,XXXVI,80, n.—Van vergoeding van een ei,XXIII,14, n.—Waarop de kameelen worden vastgebonden,XXII,37, n.
W
Waarheid,V,86.—Spreken omtrent God,VII,168.Waarschuwing, zieDag.Waarzeggerij is verboden,V,92.Wacht-engelen afgelost,XVII,80, n.Waïla, vrouw van Noach,XI,42, n.Walid Ebn al Mogheira, een van Mahomets grootste tegenstanders,XC,5, n.Wallenof dammen, zieAl Arem.Ware en valsche leer,II,257.—Geloovige,XL, bl.498, n.Water, uitgebreid gebruik daarvan in het godsdienstige en gewone leven,XXV,50, n.—Uitgieten, beteekenis daarvan,XI,42, n.Wedervergelding, zieWet.Wedervergeldingsrecht,II,190.Wedervergeldingswet,II,175.Wedloopen,XII,17.Weegschaal (De),XXI,48;LVII,25.Weerspannigheid tegen Mozes, zieKaroen.Weerwraak, zieWedervergelding.Weerzin van het opgelegde juk,II,286.WeezenII,218;IV,2en volg. 126;VI,153;XVII,36.—Groeien op,IV,6.—Zievermogen.—(Vrouwelijke), zieHuwen.Wegzenden der vrouwen, zieScheiding.Weigering, de ongeloovigen te beoorlogen,II,191, n.Welbewaarde tafel, wordt alleen door engelen aangeraakt,LXXX,15, n.Weldaden,VI,44.Welvoeglijkheid,XXIV; 57–59, zieBeleefdheid.Wenden van het aangezicht,II,136;IV,50, zieKebla.Wet nopens godsdienst zedelijke plichten,VII,142.—Van wedervergelding,II,173;V,48,49;XXII,59.Wetverdraaiing,V,45.WindXLVI, 94, n.Winden (De) aan Salomo onderworpen,XXXVIII,35.Witte en zwarte aangezichten,III,102en volg.Woeker (De),II,276–278;XXX,38.Wonder,III,11.Woonplaats der Thamoedieten,VII,72.Woorden tot de apostelen gericht,XXIII,53.Wrok uit de harten genomen,VII,41.Wijn (De),II,216;V,92,93.—Rivieren daarvan,XLVII,16.Wijze in het Oosten om vuur te verkrijgen,XXXVI,80, n.—Van vergoeding van een ei,XXIII,14, n.—Waarop de kameelen worden vastgebonden,XXII,37, n.
Waarheid,V,86.—Spreken omtrent God,VII,168.
Waarschuwing, zieDag.
Waarzeggerij is verboden,V,92.
Wacht-engelen afgelost,XVII,80, n.
Waïla, vrouw van Noach,XI,42, n.
Walid Ebn al Mogheira, een van Mahomets grootste tegenstanders,XC,5, n.
Wallenof dammen, zieAl Arem.
Ware en valsche leer,II,257.—Geloovige,XL, bl.498, n.
Water, uitgebreid gebruik daarvan in het godsdienstige en gewone leven,XXV,50, n.—Uitgieten, beteekenis daarvan,XI,42, n.
Wedervergelding, zieWet.
Wedervergeldingsrecht,II,190.
Wedervergeldingswet,II,175.
Wedloopen,XII,17.
Weegschaal (De),XXI,48;LVII,25.
Weerspannigheid tegen Mozes, zieKaroen.
Weerwraak, zieWedervergelding.
Weerzin van het opgelegde juk,II,286.
WeezenII,218;IV,2en volg. 126;VI,153;XVII,36.—Groeien op,IV,6.—Zievermogen.—(Vrouwelijke), zieHuwen.
Wegzenden der vrouwen, zieScheiding.
Weigering, de ongeloovigen te beoorlogen,II,191, n.
Welbewaarde tafel, wordt alleen door engelen aangeraakt,LXXX,15, n.
Weldaden,VI,44.
Welvoeglijkheid,XXIV; 57–59, zieBeleefdheid.
Wenden van het aangezicht,II,136;IV,50, zieKebla.
Wet nopens godsdienst zedelijke plichten,VII,142.—Van wedervergelding,II,173;V,48,49;XXII,59.
Wetverdraaiing,V,45.
WindXLVI, 94, n.
Winden (De) aan Salomo onderworpen,XXXVIII,35.
Witte en zwarte aangezichten,III,102en volg.
Woeker (De),II,276–278;XXX,38.
Wonder,III,11.
Woonplaats der Thamoedieten,VII,72.
Woorden tot de apostelen gericht,XXIII,53.
Wrok uit de harten genomen,VII,41.
Wijn (De),II,216;V,92,93.—Rivieren daarvan,XLVII,16.
Wijze in het Oosten om vuur te verkrijgen,XXXVI,80, n.—Van vergoeding van een ei,XXIII,14, n.—Waarop de kameelen worden vastgebonden,XXII,37, n.
Y, IJYahia, volgens sommigen Jezus,III,34.—Diens kuischheid, aldaar. Zie voortsJohannes.Yahya, schriftverklaarder, zieAl Beidâwi.Yajoej,XVIII,93, n.—ZieGog en Magog.Yathreb, oude naam van Medina,XXXIII,13, n.IJdel genot;III196, n.IJ, S,XXXVI, bl.472, n.IJzer,LVII, bl.562, n.—IJzeren voorwerpen door Adam uit het paradijs medegebracht,LVII,25, n.
Y, IJ
Yahia, volgens sommigen Jezus,III,34.—Diens kuischheid, aldaar. Zie voortsJohannes.Yahya, schriftverklaarder, zieAl Beidâwi.Yajoej,XVIII,93, n.—ZieGog en Magog.Yathreb, oude naam van Medina,XXXIII,13, n.IJdel genot;III196, n.IJ, S,XXXVI, bl.472, n.IJzer,LVII, bl.562, n.—IJzeren voorwerpen door Adam uit het paradijs medegebracht,LVII,25, n.
Yahia, volgens sommigen Jezus,III,34.—Diens kuischheid, aldaar. Zie voortsJohannes.
Yahya, schriftverklaarder, zieAl Beidâwi.
Yajoej,XVIII,93, n.—ZieGog en Magog.
Yathreb, oude naam van Medina,XXXIII,13, n.
IJdel genot;III196, n.
IJ, S,XXXVI, bl.472, n.
IJzer,LVII, bl.562, n.—IJzeren voorwerpen door Adam uit het paradijs medegebracht,LVII,25, n.
ZZacharias,III,32;VI,85;XIX,1;XXI,89.—Komt in Marias kamer,III,32.—Ouderdom,III,36.Zaken waarvan God alleen bewust is,XXXI,34.Zakkoem,XXXVII,60–64;XLIV,43–46;LVI,52,53.—Zie voortsAl Zakkoem.Zamharir, groote koude,LXXVI,13, n.Zedeleer, zieVoorschriften.Zee, zieBahr.Zeeën (De beide),XXV,55;XXVII,62;LV,19;LXXXII,3.—Van Perzië en Griekenland,XVIII,60, n.Zegel der profeten, zieMahomet.Zeïd, aangenomen zoon van Mahomet,XXXIII,37, n.—Ebn, Haretha, Zeïds vader, aldaar.Zelfmoord (De) verboden,IV,33, n.Zendeling, Apostel, zieProfeet.Zendelingen,VII,35,Zenden van blijkbaar licht,IV,174.Zendjebil, gember,LXXVI,17.Zeven (De) slapers,XVIII,8–13,15en volg.—Slapers, zieSpelonk.Ziel,XXXIX,43.—ten opzichte des doodsL,18.—ZieDood.Zielen van martelaars in kroppen van vogels,II,149.Zingende meisjes, door Al Hodar gekocht, om hen de Moslems wilden worden, van hunne bedoelingen af te brengen,XXXI,5, n.Zoenprijs, zieScheiding.Zoleikha, Potiphars vrouw,XII,21, n.Zon, punten van den gezichteinder, waar zij in den loop van het jaar opstijgt,XXXVII,5.ZondarenIII,123.—ZieApen.—Zielen van hen,LXXIX,2, n.Zonden,VI,120,152;XIV,11;XLVIII,2.—(Hoofd en vergefelijke),LIII,33.—Vergeven,IV,51.—Vermijden,IV,35.Zondig gebruik van Gods namen,VII,179.—Volk, zieDag.Zondvloed (De),LXIX,11, zieNoach.Zonen van Dhafar,IV,113, n.Zoogloon, uit te betalen aan de vrouw, van welke men scheidt,LXV,6.Zuivering, zieReinigingen.Zusters erfdeel van een kinderlooze; bestemming van het overige,IV,165, n.Zuster, zieBroeder.Zwakken der aarde,IV,99.Zwakke (De) zal vergiffenis worden geschonken,IV,100.Zwarte lever, bij de Arabieren teeken van een vijandXX,102, n.Zij die beproefd is,LX, bl.571, n.
Z
Zacharias,III,32;VI,85;XIX,1;XXI,89.—Komt in Marias kamer,III,32.—Ouderdom,III,36.Zaken waarvan God alleen bewust is,XXXI,34.Zakkoem,XXXVII,60–64;XLIV,43–46;LVI,52,53.—Zie voortsAl Zakkoem.Zamharir, groote koude,LXXVI,13, n.Zedeleer, zieVoorschriften.Zee, zieBahr.Zeeën (De beide),XXV,55;XXVII,62;LV,19;LXXXII,3.—Van Perzië en Griekenland,XVIII,60, n.Zegel der profeten, zieMahomet.Zeïd, aangenomen zoon van Mahomet,XXXIII,37, n.—Ebn, Haretha, Zeïds vader, aldaar.Zelfmoord (De) verboden,IV,33, n.Zendeling, Apostel, zieProfeet.Zendelingen,VII,35,Zenden van blijkbaar licht,IV,174.Zendjebil, gember,LXXVI,17.Zeven (De) slapers,XVIII,8–13,15en volg.—Slapers, zieSpelonk.Ziel,XXXIX,43.—ten opzichte des doodsL,18.—ZieDood.Zielen van martelaars in kroppen van vogels,II,149.Zingende meisjes, door Al Hodar gekocht, om hen de Moslems wilden worden, van hunne bedoelingen af te brengen,XXXI,5, n.Zoenprijs, zieScheiding.Zoleikha, Potiphars vrouw,XII,21, n.Zon, punten van den gezichteinder, waar zij in den loop van het jaar opstijgt,XXXVII,5.ZondarenIII,123.—ZieApen.—Zielen van hen,LXXIX,2, n.Zonden,VI,120,152;XIV,11;XLVIII,2.—(Hoofd en vergefelijke),LIII,33.—Vergeven,IV,51.—Vermijden,IV,35.Zondig gebruik van Gods namen,VII,179.—Volk, zieDag.Zondvloed (De),LXIX,11, zieNoach.Zonen van Dhafar,IV,113, n.Zoogloon, uit te betalen aan de vrouw, van welke men scheidt,LXV,6.Zuivering, zieReinigingen.Zusters erfdeel van een kinderlooze; bestemming van het overige,IV,165, n.Zuster, zieBroeder.Zwakken der aarde,IV,99.Zwakke (De) zal vergiffenis worden geschonken,IV,100.Zwarte lever, bij de Arabieren teeken van een vijandXX,102, n.Zij die beproefd is,LX, bl.571, n.
Zacharias,III,32;VI,85;XIX,1;XXI,89.—Komt in Marias kamer,III,32.—Ouderdom,III,36.
Zaken waarvan God alleen bewust is,XXXI,34.
Zakkoem,XXXVII,60–64;XLIV,43–46;LVI,52,53.—Zie voortsAl Zakkoem.
Zamharir, groote koude,LXXVI,13, n.
Zedeleer, zieVoorschriften.
Zee, zieBahr.
Zeeën (De beide),XXV,55;XXVII,62;LV,19;LXXXII,3.—Van Perzië en Griekenland,XVIII,60, n.
Zegel der profeten, zieMahomet.
Zeïd, aangenomen zoon van Mahomet,XXXIII,37, n.—Ebn, Haretha, Zeïds vader, aldaar.
Zelfmoord (De) verboden,IV,33, n.
Zendeling, Apostel, zieProfeet.
Zendelingen,VII,35,
Zenden van blijkbaar licht,IV,174.
Zendjebil, gember,LXXVI,17.
Zeven (De) slapers,XVIII,8–13,15en volg.—Slapers, zieSpelonk.
Ziel,XXXIX,43.—ten opzichte des doodsL,18.—ZieDood.
Zielen van martelaars in kroppen van vogels,II,149.
Zingende meisjes, door Al Hodar gekocht, om hen de Moslems wilden worden, van hunne bedoelingen af te brengen,XXXI,5, n.
Zoenprijs, zieScheiding.
Zoleikha, Potiphars vrouw,XII,21, n.
Zon, punten van den gezichteinder, waar zij in den loop van het jaar opstijgt,XXXVII,5.
ZondarenIII,123.—ZieApen.—Zielen van hen,LXXIX,2, n.
Zonden,VI,120,152;XIV,11;XLVIII,2.—(Hoofd en vergefelijke),LIII,33.—Vergeven,IV,51.—Vermijden,IV,35.
Zondig gebruik van Gods namen,VII,179.—Volk, zieDag.
Zondvloed (De),LXIX,11, zieNoach.
Zonen van Dhafar,IV,113, n.
Zoogloon, uit te betalen aan de vrouw, van welke men scheidt,LXV,6.
Zuivering, zieReinigingen.
Zusters erfdeel van een kinderlooze; bestemming van het overige,IV,165, n.
Zuster, zieBroeder.
Zwakken der aarde,IV,99.
Zwakke (De) zal vergiffenis worden geschonken,IV,100.
Zwarte lever, bij de Arabieren teeken van een vijandXX,102, n.
Zij die beproefd is,LX, bl.571, n.