Zes en Zeventigste Hoofdstuk.De Mensch.Geopenbaard teMekka1—31 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ging er niet eene groote tijdruimte over den mensch, gedurende welke hij eene nietswaardige zaak was?2.Waarlijk, wij hebben den mensch geschapen uit het gemengde zaad van beide seksen, opdat wij hem zouden beproeven, en wij hebben hem doen hooren en zien2.3.Wij hebben hem zeker op den weg geleid, of hij dankbaar, dan wel ondankbaar zou zijn.4.Waarlijk, wij hebben voor de ongeloovigen ketenen en halskragen en brandend vuur gereed gemaakt.5.Maar de rechtvaardigen zullen uit een beker wijn drinken, gemengd met hetwater vanCa oer3.6.Eene fontein waarvan Gods dienaren zullen drinken: zij zullen die door kanalen leiden (werwaarts het hun behaagt).7.Deze vervullen hunne gelofte4en vreezen den dag, waarvan rampen zich zeer ver uitstrekken.8.Zij, schoon zelven nooddruftig, geven voedsel aan de armen, aan den wees en aan den balling voor zijne zaak.9.Zeggende: Wij voeden u alleen voor Gods zaak; wij begeeren belooning noch dankzegging van u.10.Waarlijk, wij vreezen van onzen Heer een schrikbarenden en rampvollen dag.11.Daarom zal God hen van de ramp van dien dag bevrijden, en hij zal hunne voorhoofden doen schitteren, en hun vreugde geven.12.En hij zal hun voor hunne geduldige volharding beloonen, met een tuin en zijden kleederen.13.Daarin zullen zij op zetels rusten; zij zullen daar zon noch maan zien5.14.De schaduwen der boomen zullen zich over hen uitspreiden, en de vruchten daarvan zullen laag nederkomen, zoodat die gemakkelijk zullen kunnen worden ingezameld.15.Hunne dienaren zullen bij hen rondgaan met zilveren vaatwerk en bekers.16.De flesschen zullen flesschen van zilver zijn (blinkend als glas); zij zullen de maat daarvan bepalen.17.Daar zal hun te drinken worden gegeven, uit bekers (wijn), gemengd met het water vanZedjebil618.Uit eenefonteinin het paradijs,Selsebilgenaamd.19.En kinderen die eeuwig jongzullenblijven zullen rondgaan omhen te bedienen; als gij hen ziet, zult gij denken dat zij verspreide paarlen zijn.20.En als gij dit ziet, zult gij geneugten aanschouwen en een groot koninkrijk.21.Zij zullen bedekt zijn met kleederen van fijne, groene zijde en van gouden weefsels, en zij zullen versierd zijn met zilveren armbanden, en hun Heer zal hun van het zuiverste vocht te drinken geven.22.(Hij zal tot hen zeggen:) Waarlijk, dit is uwe belooning, en uwe pogingen zijn dankbaar aangenomen.23.Waarlijk, wij hebben u den Koran door eene (trapsgewijze) openbaring nedergezonden.24.Wacht dus geduldig het oordeel van uwen Heer af, en geloof geen zondaar of ongeloovige onder hen.25.Gedenk den naam van uwen Heer, des ochtends en des avonds.26.En aanbid hem gedurende (een deel van den nacht); en prijs hem gedurende een groot deel des nachts.27.Waarlijk, deze menschen beminnen het voorbijgaande leven, en veronachtzamen den zwaren dag des oordeels.28.Wij hebben hen geschapen en hunne ledematen gesterkt, en als het ons behaagt, stellen wij anderen aan hen gelijk, in hunne plaats.29.Waarlijk, dit is eene waarschuwing; en hij die wil, kieze den weg tot zijn Heer.30.Maar gij zult niet willen tenzij God wil; want God is alwetend en wijs31.Hij leidt in zijne genade die hem behagen; maar voor den onrechtvaardige heeft hij eene gestrenge straf gereed gemaakt.1Het is eenigszins twijfelachtig of dit Hoofdstuk teMekka, dan wel teMedinawerd geopenbaard.2Opdat hij in staat zou wezen, de wetten en leidingen te ontvangen, die hem door God tot gids zijn gegeven (Al Beidâwi) en de belooning of de straf te verdienen, door die wetten enz. na te komen of te verwaarloozen.3Dit is de naam van eenfonteinin het paradijs, aldus genaamd door zijne overeenkomst in geur en witheid met kamfer (hetgeen dat woord mede beteekent). Sommigen vatten het woord anders op, en gelooven dat de wijn van het paradijs met kamfer zal vermengd worden, wegens zijne aangename koelheid en geur (Al Beidâwi).4Volgens de uitleggers hebben de verzen 7 en 8 betrekking opAlien zijne familie.HassanenHossein, zoons vanAli, waren ziek geworden, waaropAlienFatima, zijne vrouw, de gelofte deden, gedurende drie dagen te zullen vasten, indien de kinderen genazen. MaarAlihad reeds sedert den eersten dag niets om er brood van te maken, daar de Muzelmannen op een vastendag, evenals bij de Israëlieten, eerst na zonsondergang voedsel genieten. Hij leende daarop meel bij een Jood enFatimabakte er vijf brooden van. Hierop komt een arme die iets te eten vraagt: men geeft hem de vijf brooden, en het gezin brengt den nacht door zonder iets te nuttigen. Den volgenden dag wordt het op nieuw bereide brood aan een wees, en den derden dag aan een balling gegeven. De engelGabriëlkomt nu aanMahometop deze plaats geluk wenschen, met de goede daad door zijne familie verricht.5Daar zij beider licht niet noodig hebben (zie Openb. XXI, 23). Het woordZamharirhier met “maan” vertaald, beteekent eigenlijk eene groote koude. Sommigen meenen daardoor, dat de beteekenis dezer plaats is, dat in het paradijs geene groote koude of hitte zal worden gevoeld.6Het woord beteekentgember, hetwelk de Arabieren gaarne met het water mengen dat zij drinken. Het water van deze fontein wordt dientengevolge verondersteld, den smaak van die specerij te hebben (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).Zeven en Zeventigste Hoofdstuk.De Gezanten.Geopenbaard teMekka—50 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de engelen die door God gezonden zijn, en elkander in eene aanhoudende reeks opvolgen.2.Bij hen die zich snel bewegen met eene snelle beweging;3.En bij hen die zijne bevelen verspreiden.4.Door die op aarde bekend te maken, en bij hen die waarheid van leugen afscheiden, door die te erkennen.5.En bij hen die de goddelijke vermaning mededeelen.6.Ter verontschuldiging of bedreiging.7.Waarlijk, wat wij beloofd hebben1, is onvermijdelijk.8.Als de sterren zullen worden uitgedoofd.9.En de hemel gespleten,10.Als de bergen zullen uiteenstuiven.11.En als den gezanten een tijdstip zal zijn aangewezen, om te verschijnen en getuigenistegen hun eigen volk af te leggen.12.Tot op welken dag zal men het einde uitstellen?13.Tot den dag der scheiding.14.En wat zal u doen begrijpen, wat de dag der scheiding is?15.Op dien dag, wee over hem, die de profeten van bedrog beschuldigde!16.Hebben wij niet de vroegere, hardnekkige ongeloovigen verdelgd?17.Wij zullen ook die van latere tijden hen doen volgen.18.Zoo handelen wij met de snoodaards.19.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!20.Hebben wij u niet van een nietigen droppel zaad geschapen.21.Dien wij in eene zekere bewaarplaats stelden.22.Tot de bepaalde tijd der verlossing was gekomen?23.En wij waren in staat dit te doen; want wij zijn machtig.24.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!25.Hebben wij de aarde niet zóó gemaakt, dat zij bevat26.de levenden en de dooden?27.En hebben wij daarop geene vaste, verhevene bergen geplaatst en u zuiver water te drinken gegeven?28.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!29.Men zal tot hen zeggen: Gaat ter straf, welke gij als eene valschheid hebt geloochend.30.Gaat in de schaduw van den rook der hel, welke in drie kolommen zal opstijgen.31.En die u noch voor de hitte beveiligen, noch tegen de vlam van dienst wezen zal.32.Maar hij zal vonken, zoo groot als torens, uitwerpen.33.Gelijkende in hare kleur op gele kemels,34.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!35.Dit zal een dag wezen, waarop de schuldigen sprakeloos zullen zijn.36.En het zal hun niet geoorloofd worden, zich te verontschuldigen.37.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!38.Dit zal de dag der scheiding wezen, waarop wij zoowel u, als uwe voorgangers zullen verzamelen.39.Indien gij dus eene doordachte list bezit, gebruikt die dan tegen mij.40.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!41.Maar de vrome zal te midden van schaduwen en fonteinen wonen.42.En te midden van vruchten van allerlei soort, welke zij zullen begeeren.43.En men zal tot hen zeggen: Eet en drinkt met goede spijsvertering, ter belooning voor hetgeen gij zult hebben verricht.44.Want zoo beloonen wij de rechtvaardigen.45.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!46.Eet, o ongeloovigen? en geniet de genoegens van dit leven voor een korten tijd. Waarlijk, gij zijt zondaren.47.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!48.En als hun gezegd wordt: Buigt u neder, dan buigen zij niet neder.49.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!50.In welke nieuwe openbaring, zullen zij na deze gelooven?1Zijnde de dag des oordeels.Acht en Zeventigste Hoofdstuk.Het Nieuws.Geopenbaard teMekka—41 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Nopens wat ondervragen de ongeloovigen elkander?2.Nopens het groote nieuws der opstanding.3.Omtrent welke zij niet overeenstemmen.4.Waarlijk, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen.5.Nogmaals, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen.6.Hebben wij de aarde niet als een bed gespreid.7.En de bergen als staken om haar te bevestigen1?8.Hebben wij u niet van twee seksen geschapen.9.En bepaald dat gij slapen zoudt om te rusten?10.Hebben wij van den nacht, geen kleed gemaakt om u te bedekken.11.En hebben wij niet den dag bestemd, ten einde daarop uw levensonderhoud te winnen?12.Hebben wij niet zeven stevige hemelen boven u gebouwd.13.En daarin eene brandende lamp geplaatst?14.En doen wij niet, uit de wolken, een overvloed van water stroomen.15.Om daardoor graan en kruiden voort te brengen.16.En tuinen, dicht beplant met boomen?17.Waarlijk, de dag der scheiding is een onbepaald tijdstip;18.De dag waarop de trompet zal klinken, en gij in scharen ten oordeel zult optrekken.19.De hemelen zullen geopend wezen, en zij zullen vol poorten zijn, om er de engelen te laten doorgaan.20.De bergen zullen voorbijgaan, en als damp worden.21.Waarlijk, de hel zal eene plaats van verbranding zijn;22.Eene bergplaats voor de zondaren23.Die daar gedurende eeuwen zullen wonen.24.Zij zullen daar geenerlei verversching proeven, noch eenigen drank.25.Behalve kokend water en bedorven vocht:26.Eene geschikte vergelding voor hunne daden!27.Want zij hoopten, dat zij geene rekenschap zouden moeten afleggen.28.En zij geloofden niet in onze teekenen, welke zij van valschheid beschuldigden.29.Maar elke zaak hebben wij opgeteld en nedergeschreven.30.Proef dus de vergelding: wij zullen u niets dan marteling toevoegen.31.Maar voor de godvruchtigen is eene plaats van heil gereed gemaakt:32.Tuinen met boomen beplant en wijngaarden.33.En maagden met zwellende borsten, van gelijken ouderdom met hen.34.En een vollen beker.35.Zij zullen daar geene ijdele gesprekken, of eenige onwaarheid hooren.36.Dit zal hunne belooning wezen van hunnen Heer; eene volkomen toereikende gift.37.Van den Heer over hemel en aarde, en over alles wat daartusschen is: den Barmhartigen; maar de bewoners van den hemel of de aarde zullen hem geen gehoor durven vragen.38.Den dag waarop de geest (Gabriël) en de andere engelen in orde geschaard zullen staan, zullen zij niet ten behoeve van zich zelven of van anderen spreken, behalve hij alleen, aan wien de Barmhartige verlof zal geven, en die zeggen zal, wat recht is.39.Dit is de onvermijdelijke dag. Wie dus wil, laat die tot zijn Heer terugkeeren.40.Waarlijk, wij bedreigen u met eene straf die nabij ligt.41.Op den dag waarop de mensch de goede of slechte daden zal aanschouwen, welke zijne handen voor hem uit hebben gezonden, en waarop de on geloovige zal zeggen: God gaf, ik ware stof!1ZieHoofdstuk XVI, vers 15, en XXXI, vers 9.Negen en Zeventigste Hoofdstuk.Zij die de zielen uitrukken.Geopenbaard teMekka.—46 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.(Ik zweer) bij de engelen, die de zielen van sommigen met geweld uitscheuren.2.En bij hen, die de zielen van anderen met zachtheid verwijderen1.3.Bij hen, die al zwemmende, met de bevelen van God (door de lucht) voortglijden;4.Bij hen, die den rechtvaardige naar het paradijs voorafgaan en leiden.5.En die als ondergeschikten de zaken van deze wereld leiden.6.Op een zekeren dag zal de benarrende klank der trompet het heelal verontrusten:7.En een tweede klank zal daarop volgen.8.Op dien dag zullen de harten der menschen beven;9.Zij zullen hunne oogen nederslaan.10.De ongeloovigen zeggen: Zal men ons zekerlijk daarheen doen terugkeeren, van waar wij kwamen?11.Nadat wij verrotte beenderen zijn geworden, zullen wij dan weder tot het leven worden opgewekt?12.Zij zeggen: waarlijk deze opstanding is hersenschimming.13.Waarlijk, de trompet zal zich slechts eenmaal doen hooren.14.En ziet, zij zullen levend op de oppervlakte der aarde verschijnen.15.Heeft het verhaal vanMozesu niet bereikt.16.Toen zijn Heer inde heilige vallei Toewa2hem toeriep;17.Zeggende: Ga totPharao; want hij is op eene onbeschaamde wijze zondig.18.En zeg: Begeert gij rechtvaardig en heilig te worden?19.Ik wil u tot uwen Heer leiden, opdat gij moogt vreezen te zondigen.20.En hij toonde hem het zeer groote teeken van den staf, die in eene slang veranderde.21.MaarPharaobeschuldigdeMozesvan bedrog, en was weerspannig tegen God.22.Daarop wendde hij zich haastig af.23.Hij verzamelde de toovenaren, en riep luid:24.Zeggende: Ik ben uw opperste Heer.25.Daarom kastijdde God hem met de straf van het volgende leven en met die van het tegenwoordige leven.26.Waarlijk, hierin is een voorbeeld voor hem, die vreest weerspannig te zijn.27.Is het moeielijker u te scheppen, dan wel den hemel?28.God heeft dien gebouwd. Hij heeft dien hoog opgevoerd, en heeft dien volmaakt gevormd.29.En hij heeft den nacht daarvan duister gemaakt, en heeft zijn licht voortgebracht.30.Hierna strekte hij de aarde uit.31.Waaruit hij het water en het gras doet voortspruiten.32.En hij richtte de bergen op,33.Voor uw gebruik en voor het gebruik van uw vee.34.Als de voorname, de groote dag zal komen.35.Op dien dag zal de mensch zich herinneren, wat hij opzettelijk heeft gedaan.36.En de hel zal aan het oog van den toeschouwer worden vertoond.37.En wie gezondigd zal hebben.38.En dit tegenwoordige leven de voorkeur zal hebben gegeven.39.Waarlijk, de hel zal zijn verblijf wezen.40.Maar hij die de verschijning voor zijn Heer zal hebben gevreesd, en zijne ziel in hare lusten zal hebben bedwongen.41.Waarlijk, het paradijs zal zijne belooning zijn.42.Zij zullen u ondervragen nopens het jongste uur, en wanneer de vastbepaalde tijd daarvan zal zijn.43.Op welke wijze kunt gij eenige inlichting daaromtrent geven?44.Aan uw Heer behoort de kennis van het tijdstip daarvan.45.En gij zijt slechts een waarschuwer, voor hen die het vreezen.46.Op den dag waarop zij dit zullen zien, zal het hun toeschijnen, als waren zij niet langer op de aarde gebleven dan een avond of een ochtend van dien dag.1Dit is de engel des doods en zijne helpers, die de zielen der zondaren op ruwe en vreeselijke wijze uit de binnenste deelen huns lichaams zullen nemen, zooals een mensch een voorwerp van den bodem der zee opvischt. De zielen der rechtvaardigen zullen zij echter op voorzichtige en zachte wijze van hunne lippen afnemen, zooals een mensch met één haal een emmer water put (Al Beidâwi).2ZieHoofdstuk XX, vers 12.TachtigsteHoofdstuk.Hij fronste het Voorhoofd.Geopenbaard teMekka.—42 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De profeet fronst zijn voorhoofd en wendt zich af.2.Omdatde blinde man tot hem kwam1.3.En hoe kunt gij weten of hij niet misschien van zijne zonden gezuiverd zal worden;4.Of dat hij vermaand zal worden, en dat de vermaning van eenig voordeel zal wezen.5.Den mensch die rijk is.6.Ontvangt gij gij met eerbied;7.Terwijl gij er niet van beschuldigd wordt, dat hij niet gezuiverd is.8.Maar hij die tot u komt, om zijn heil ernstig te zoeken.9.En die God vreest.10.Verwaarloost gij.11.Gij moest volstrekt niet zoo handelen. Waarlijk, de Koran is eene vermaning.12.(En hij die daartoe gezind is, onthoudt deze).13.En hij is op geachte bladen geschreven.14.Verheven en zuiver.15.Met de handen van geëerde en rechtvaardige schrijvers2.16.Gevloekt zij de mensch! Wat heeft hem tot ontrouw verleid?17.Van wat schiep God hem?18.Van een droppel zaad schiep hij hem;19.En hij vormde hem met evenredigheid.20.Daarna vergemakkelijkte hij zijn uitgang uit den schoot der moeder.21.Daarna deed hij hem sterven, en legde hem in het graf.22.Hierna, als het hem zal behagen, zal hij hem tot het leven opwekken.23.Waarlijk, hij heeft tot hiertoe niet volkomen vervuld wat God hem heeft bevolen.24.Laat den mensch zijn voedsel beschouwen (en op welke wijze het wordt voortgebracht).25.Wij doen het water door regenbuien nederstorten;26.Daarna splijten wij de aarde met spleten.27.En wij doen het koren daaruit voortspruiten.28.Den wijngaard en het klaverblad;29.Den olijfboom en den palmboom.30.En tuinen dicht met boomen beplant.31.En vruchten en gras.32.Voor het gebruik van u zelven en van uw vee.33.Als de verdoovende klank van de trompet zal gehoord worden.34.Op dien dag zal de mensch van zijn broeder vluchten.35.Van zijne moeder en zijn vader.36.Van zijn vrouw en zijne kinderen.37.Ieder mensch zal op dien dag genoeg stof voor zich zelven hebben, om zijne gedachten bezig te houden.38.Op dien dag zullen de aangezichten van sommigen schitteren.39.Lachend en vroolijk zijn.40.En op de aangezichten van anderen zal, op dien dag, stof liggen;41.Duisternis zal hen bedekken;42.Dit zijn de ongeloovigen, de zondaars.1Eens wasMahometin gesprek met eenige voorname Koreïshieten welke hij wilde bekeeren, toen een blinde,Abdallah EbnOmmMactumgenaamd, tot hem kwam, en hem over een godsdienstig punt wilde ondervragen.Mahomet, teleurgesteld door deze stoornis, fronste de wenkbrauwen en wendde hem den rug toe. Hierover wordt hij in dit Hoofdstuk gelaakt. Sedert dien tijd betoondeMahometaltijd veel eerbied voorEbn Omm Mactumen zeide: de man is mij welkom, om wien ik door mijn Heer gegispt werd. Twee malen benoemde hij hem tot bestuurder vanMedina(Zamakhshari).2Zijnde overgeschreven van de welbewaarde tafel, die alleen door de engelen wordt aangeraakt. Sommigen verstaan daardoor de boeken der profeten, waarmede de Koran in de hoofdzaak zou overeenkomen (Zamakhsari).Een en Tachtigste Hoofdstuk.De opgevouwen Zon.Gegeven teMekka.—29 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de zon zal opgevouwen worden1.2.Als de sterren zullen vallen.3.Als de bergen in beweging gebracht zullen worden.4.Als de kameelen hunne wijfjes zullen verlaten.5.Als de wilde dieren bijeen verzameld zullen worden.6.En als de zeeën zullen koken.7.Als de zielen weder met hare lichamen zullen vereenigd worden.8.Als aan het meisje, dat levend wordt begraven, zal gevraagd worden.9.Voor welke misdaad zij ter dood gebracht werd2;10.Als de boeken opengelegd zullen worden.11.En als de hemelen ter zijde gebracht zullen worden3.12.Als de hel met gedruis zal branden.13.En als het paradijs naderbij gebracht zal worden.14.Dan zal elke ziel weten, wat zij verricht heeft.15.Waarlijk, ik zweer4bij de teruggaande sterren.16.Die zich snel bewegen en zich verbergen,17.En bij den nacht als die invalt.18.En bij den morgen als die verschijnt.19.Dat dit de woorden van den eerbiedwaardigen gezant zijn5,20.Begaafd met kracht, en met waardigheid in het aangezicht van den bezitter van den troon,21.Gehoorzaamd door de engelen, die onder zijn bevel staan en gelooven.22.Uw makkerMahometis niet bezeten.23.Hij heeft hem reeds aan den helderen gezichteinder gezien6.24.En hij verdenkt de geheimen niet, die hem werden geopenbaard.25.Dit zijn niet de woorden van een gesteenigden duivel7.26.Waar gaat (dwaalt) gij dus heen?27.De Koran is eene vermaning voor alle schepselen,28.Voor dengene uwer, die geneigd is oprecht te wandelen.29.Maar gij zult niet willen, tenzij God wil, de Heer van alle schepselen.1Ditzelfde woord wordt in het Arabisch gebruikt als men van den tulband spreekt. Men moet zich dus de zon als een kegel voorstellen, van eene buigbare stof gemaakt. Hetzelfde woord beteekent ook het loshaken en nederwerpen van een voorwerp; deze beteekenis zou misschien natuurlijker wezen.2De afgodendienende Arabieren beschouwen namelijk de geboorte der dochters als een ongeluk, en ontdeden zich dikwijls van deze, door haar levend te verbranden. ZieHoofdstuk XVI, vers 61.3Of afgestroopt van hunne plaats, zooals de huid van een kameel.Mabracciis van meening, dat deze plaats betrekking heeft op diegene der psalmen (Psalm CIV, 2), waar, overeenkomstig de lezingen derSeptuagintaenVulgata, gezegd wordt, dat God den hemel als eene huid heeft uitgestrekt.4ZieHoofdstuk LVI, vers 74.5ZijndeGabriël.6ZieHoofdstuk LIII, vers 7.7Die de gesprekken der engelen heeft afgeluisterd. Dit vers is een antwoord op eene lastering der ongeloovigen, die zeiden, dat deKoranslechts een tooverstuk was. De Arabieren veronderstellen namelijk dat de waarzegger of toovenaar zijne denkbeelden ontvangt van de booze geesten, die steeds zooveel mogelijk van de bewoners des hemels trachten te vernemen.Twee en Tachtigste Hoofdstuk.De gespleten Hemel.Geopenbaard teMekka—19 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de hemel gespleten zal worden,2.Als de sterren verspreid zullen worden,3.Als de zeeën hare wateren zullen vermengen,4.En als de graven ten onderstboven zullen gekeerd worden,5.Dan zal iederen ziel kennen, wat zij heeft misdreven.6.O mensch! wat heeft u omtrent uwen barmhartigen Heer verleid,7.Die u geschapen en verzameld heeft, en u op den rechten weg leidde,8.Die u heeft gevormd in den vorm welke hem behaagde?9.Waarlijk, doch gij loochent het laatste oordeel als eene valschheid.10.Waarlijk er zijn wachtengelen over u aangesteld1.11.Eerbiedwaardig in het oog van God; die uwe daden nederschrijven;12.Die weten wat gij doet.13.De rechtvaardigen zullen zekerlijk op eene plaats des genots zijn;14.Maar de zondaren zullen zekerlijk in de hel wezen.15.Zij zullen daarin worden geworpen, om op den dag des oordeels verbrand te worden,16.Zij zullen zich daaraan nimmer kunnen onttrekken.17.Wat zal u doen begrijpen wat de dag des oordeels is?18.Nogmaals; wat zal u doen begrijpen wat de dag des oordeels is?19.Het is de dag waarop de eene ziel niet in staat zal wezen, iets ten behoeve eener andere te verkrijgen. Het bevel zal op dien dag aan God toebehooren.1ZieHoofdstuk L, vers 16.Drie en Tachtigste Hoofdstuk.De Bedriegers.Geopenbaard teMekka.—36 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Wee over hen, die de maat of het gewicht vervalschen!2.Die, als zij van anderen koopen eene volle maat verlangen,3.Maar die bedriegen als zij voor anderen meten of wegen.4.Weten zij niet, dat zij eens zullen worden opgewekt5.Op den grooten dag;6.Den dag waarop de mensch voor den Heer van alle schepselen zal staan? Volstrekt niet.7.Waarlijk, het register van de zondaren is zekerlijk inSidjîn1.8.En wat zal u doen begrijpen, watSidjînis?9.Het is een duidelijk geschreven boek.10.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd.11.Die den dag des oordeels als een valschheid loochenen!12.Niemand loochent dien als eene valschheid, behalve de zondaar en de schuldige;13.Die, als hun onze teekenen worden herinnerd, zeggen: Dit zijn fabelen van de ouden.14.Volstrekt niet.—Maar hunne lusten hebben veeleer een sluier over hunne harten geworpen.15.Volstrekt niet. Dien dag zullen zij van hunnen Heer zijn uitgesloten;16.En zij zullen in de hel worden gezonden, om verbrand te worden.17.Dan zullen de wachters der hel tot hen zeggen: Dit is, wat gij als een valschheid hebt geloochend.18.Waarlijk, het register van de daden der rechtvaardigen isIllioen2.19.En wat zal u doen begrijpen watIllioenis.20.Het is een duidelijk geschreven boek.21.Zij, die God naderen zijn getuigen daarvan.22.Waarlijk, de rechtvaardigen zullen te midden van genoegens wonen.23.Op zetels (uitgestrekt), zullen zij voorwerpen van genoegens aanschouwen.24.Gij zult den glans der vreugde op hunne aangezichten zien.25.Men zal hun zuiveren (keurigen) wijn te drinken geven, die gezegeld zal zijn.26.Het zegel zal van muskus wezen. Laat dus hen die trachten deze gelukzaligheid te verkrijgen, streven haar te verdienen.27.En het daarmede gemengde water zal vanTasnimzijn3;28.Eene fontein waarvan degenen zullen drinken, die de goddelijke tegenwoordigheid nabij komen.29.Zij die zondig handelen, bespotten de ware geloovigen.30.Als zij hen voorbij gaan, wenken zij elkander toe.31.En als zij tot hun volk wederkeeren, komen zij terug, terwijl zij spottende gebaren maken.32.En als zij hen zien, zeggen zij: Waarlijk, deze zijn verdoolde menschen.33.Maar zij zijn niet gezonden om over hen te waken4,34.Daarom zullen ware geloovigen eens de ongeloovigen bespotten;35.Op zetels liggende, zullen zij op hen in de hel nederzien.36.Zal den ongeloovigen niet vergolden worden hetgeen zij hebben gedaan?1Sidjînis een boek, waarin de daden der menschen zijn opgeschreven.SidjînofSedjinis ook een mesthoop onder de zevende aarde het verblijf vanEblis, waar het boek bewaard wordt.2Dit is het meervoud van het voorgaande woord, dat behalve de reeds gegevene beteekenis, volgens sommigen ook nog eene verheven plaats nabij Gods troon zou beteekenen, voor het verblijf der gelukzaligen bestemd.3Tasnimis de naam van eene fontein in hetParadijs, aldus genaamd, als zijnde in de hoogste afdeelingen geplaatst.4Zijnde: Het is den geloovigen door God niet bevolen, den ongeloovigen rekenschap te vragen, of hunne daden te beoordeelen.
Zes en Zeventigste Hoofdstuk.De Mensch.Geopenbaard teMekka1—31 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ging er niet eene groote tijdruimte over den mensch, gedurende welke hij eene nietswaardige zaak was?2.Waarlijk, wij hebben den mensch geschapen uit het gemengde zaad van beide seksen, opdat wij hem zouden beproeven, en wij hebben hem doen hooren en zien2.3.Wij hebben hem zeker op den weg geleid, of hij dankbaar, dan wel ondankbaar zou zijn.4.Waarlijk, wij hebben voor de ongeloovigen ketenen en halskragen en brandend vuur gereed gemaakt.5.Maar de rechtvaardigen zullen uit een beker wijn drinken, gemengd met hetwater vanCa oer3.6.Eene fontein waarvan Gods dienaren zullen drinken: zij zullen die door kanalen leiden (werwaarts het hun behaagt).7.Deze vervullen hunne gelofte4en vreezen den dag, waarvan rampen zich zeer ver uitstrekken.8.Zij, schoon zelven nooddruftig, geven voedsel aan de armen, aan den wees en aan den balling voor zijne zaak.9.Zeggende: Wij voeden u alleen voor Gods zaak; wij begeeren belooning noch dankzegging van u.10.Waarlijk, wij vreezen van onzen Heer een schrikbarenden en rampvollen dag.11.Daarom zal God hen van de ramp van dien dag bevrijden, en hij zal hunne voorhoofden doen schitteren, en hun vreugde geven.12.En hij zal hun voor hunne geduldige volharding beloonen, met een tuin en zijden kleederen.13.Daarin zullen zij op zetels rusten; zij zullen daar zon noch maan zien5.14.De schaduwen der boomen zullen zich over hen uitspreiden, en de vruchten daarvan zullen laag nederkomen, zoodat die gemakkelijk zullen kunnen worden ingezameld.15.Hunne dienaren zullen bij hen rondgaan met zilveren vaatwerk en bekers.16.De flesschen zullen flesschen van zilver zijn (blinkend als glas); zij zullen de maat daarvan bepalen.17.Daar zal hun te drinken worden gegeven, uit bekers (wijn), gemengd met het water vanZedjebil618.Uit eenefonteinin het paradijs,Selsebilgenaamd.19.En kinderen die eeuwig jongzullenblijven zullen rondgaan omhen te bedienen; als gij hen ziet, zult gij denken dat zij verspreide paarlen zijn.20.En als gij dit ziet, zult gij geneugten aanschouwen en een groot koninkrijk.21.Zij zullen bedekt zijn met kleederen van fijne, groene zijde en van gouden weefsels, en zij zullen versierd zijn met zilveren armbanden, en hun Heer zal hun van het zuiverste vocht te drinken geven.22.(Hij zal tot hen zeggen:) Waarlijk, dit is uwe belooning, en uwe pogingen zijn dankbaar aangenomen.23.Waarlijk, wij hebben u den Koran door eene (trapsgewijze) openbaring nedergezonden.24.Wacht dus geduldig het oordeel van uwen Heer af, en geloof geen zondaar of ongeloovige onder hen.25.Gedenk den naam van uwen Heer, des ochtends en des avonds.26.En aanbid hem gedurende (een deel van den nacht); en prijs hem gedurende een groot deel des nachts.27.Waarlijk, deze menschen beminnen het voorbijgaande leven, en veronachtzamen den zwaren dag des oordeels.28.Wij hebben hen geschapen en hunne ledematen gesterkt, en als het ons behaagt, stellen wij anderen aan hen gelijk, in hunne plaats.29.Waarlijk, dit is eene waarschuwing; en hij die wil, kieze den weg tot zijn Heer.30.Maar gij zult niet willen tenzij God wil; want God is alwetend en wijs31.Hij leidt in zijne genade die hem behagen; maar voor den onrechtvaardige heeft hij eene gestrenge straf gereed gemaakt.1Het is eenigszins twijfelachtig of dit Hoofdstuk teMekka, dan wel teMedinawerd geopenbaard.2Opdat hij in staat zou wezen, de wetten en leidingen te ontvangen, die hem door God tot gids zijn gegeven (Al Beidâwi) en de belooning of de straf te verdienen, door die wetten enz. na te komen of te verwaarloozen.3Dit is de naam van eenfonteinin het paradijs, aldus genaamd door zijne overeenkomst in geur en witheid met kamfer (hetgeen dat woord mede beteekent). Sommigen vatten het woord anders op, en gelooven dat de wijn van het paradijs met kamfer zal vermengd worden, wegens zijne aangename koelheid en geur (Al Beidâwi).4Volgens de uitleggers hebben de verzen 7 en 8 betrekking opAlien zijne familie.HassanenHossein, zoons vanAli, waren ziek geworden, waaropAlienFatima, zijne vrouw, de gelofte deden, gedurende drie dagen te zullen vasten, indien de kinderen genazen. MaarAlihad reeds sedert den eersten dag niets om er brood van te maken, daar de Muzelmannen op een vastendag, evenals bij de Israëlieten, eerst na zonsondergang voedsel genieten. Hij leende daarop meel bij een Jood enFatimabakte er vijf brooden van. Hierop komt een arme die iets te eten vraagt: men geeft hem de vijf brooden, en het gezin brengt den nacht door zonder iets te nuttigen. Den volgenden dag wordt het op nieuw bereide brood aan een wees, en den derden dag aan een balling gegeven. De engelGabriëlkomt nu aanMahometop deze plaats geluk wenschen, met de goede daad door zijne familie verricht.5Daar zij beider licht niet noodig hebben (zie Openb. XXI, 23). Het woordZamharirhier met “maan” vertaald, beteekent eigenlijk eene groote koude. Sommigen meenen daardoor, dat de beteekenis dezer plaats is, dat in het paradijs geene groote koude of hitte zal worden gevoeld.6Het woord beteekentgember, hetwelk de Arabieren gaarne met het water mengen dat zij drinken. Het water van deze fontein wordt dientengevolge verondersteld, den smaak van die specerij te hebben (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).Zeven en Zeventigste Hoofdstuk.De Gezanten.Geopenbaard teMekka—50 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de engelen die door God gezonden zijn, en elkander in eene aanhoudende reeks opvolgen.2.Bij hen die zich snel bewegen met eene snelle beweging;3.En bij hen die zijne bevelen verspreiden.4.Door die op aarde bekend te maken, en bij hen die waarheid van leugen afscheiden, door die te erkennen.5.En bij hen die de goddelijke vermaning mededeelen.6.Ter verontschuldiging of bedreiging.7.Waarlijk, wat wij beloofd hebben1, is onvermijdelijk.8.Als de sterren zullen worden uitgedoofd.9.En de hemel gespleten,10.Als de bergen zullen uiteenstuiven.11.En als den gezanten een tijdstip zal zijn aangewezen, om te verschijnen en getuigenistegen hun eigen volk af te leggen.12.Tot op welken dag zal men het einde uitstellen?13.Tot den dag der scheiding.14.En wat zal u doen begrijpen, wat de dag der scheiding is?15.Op dien dag, wee over hem, die de profeten van bedrog beschuldigde!16.Hebben wij niet de vroegere, hardnekkige ongeloovigen verdelgd?17.Wij zullen ook die van latere tijden hen doen volgen.18.Zoo handelen wij met de snoodaards.19.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!20.Hebben wij u niet van een nietigen droppel zaad geschapen.21.Dien wij in eene zekere bewaarplaats stelden.22.Tot de bepaalde tijd der verlossing was gekomen?23.En wij waren in staat dit te doen; want wij zijn machtig.24.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!25.Hebben wij de aarde niet zóó gemaakt, dat zij bevat26.de levenden en de dooden?27.En hebben wij daarop geene vaste, verhevene bergen geplaatst en u zuiver water te drinken gegeven?28.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!29.Men zal tot hen zeggen: Gaat ter straf, welke gij als eene valschheid hebt geloochend.30.Gaat in de schaduw van den rook der hel, welke in drie kolommen zal opstijgen.31.En die u noch voor de hitte beveiligen, noch tegen de vlam van dienst wezen zal.32.Maar hij zal vonken, zoo groot als torens, uitwerpen.33.Gelijkende in hare kleur op gele kemels,34.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!35.Dit zal een dag wezen, waarop de schuldigen sprakeloos zullen zijn.36.En het zal hun niet geoorloofd worden, zich te verontschuldigen.37.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!38.Dit zal de dag der scheiding wezen, waarop wij zoowel u, als uwe voorgangers zullen verzamelen.39.Indien gij dus eene doordachte list bezit, gebruikt die dan tegen mij.40.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!41.Maar de vrome zal te midden van schaduwen en fonteinen wonen.42.En te midden van vruchten van allerlei soort, welke zij zullen begeeren.43.En men zal tot hen zeggen: Eet en drinkt met goede spijsvertering, ter belooning voor hetgeen gij zult hebben verricht.44.Want zoo beloonen wij de rechtvaardigen.45.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!46.Eet, o ongeloovigen? en geniet de genoegens van dit leven voor een korten tijd. Waarlijk, gij zijt zondaren.47.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!48.En als hun gezegd wordt: Buigt u neder, dan buigen zij niet neder.49.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!50.In welke nieuwe openbaring, zullen zij na deze gelooven?1Zijnde de dag des oordeels.Acht en Zeventigste Hoofdstuk.Het Nieuws.Geopenbaard teMekka—41 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Nopens wat ondervragen de ongeloovigen elkander?2.Nopens het groote nieuws der opstanding.3.Omtrent welke zij niet overeenstemmen.4.Waarlijk, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen.5.Nogmaals, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen.6.Hebben wij de aarde niet als een bed gespreid.7.En de bergen als staken om haar te bevestigen1?8.Hebben wij u niet van twee seksen geschapen.9.En bepaald dat gij slapen zoudt om te rusten?10.Hebben wij van den nacht, geen kleed gemaakt om u te bedekken.11.En hebben wij niet den dag bestemd, ten einde daarop uw levensonderhoud te winnen?12.Hebben wij niet zeven stevige hemelen boven u gebouwd.13.En daarin eene brandende lamp geplaatst?14.En doen wij niet, uit de wolken, een overvloed van water stroomen.15.Om daardoor graan en kruiden voort te brengen.16.En tuinen, dicht beplant met boomen?17.Waarlijk, de dag der scheiding is een onbepaald tijdstip;18.De dag waarop de trompet zal klinken, en gij in scharen ten oordeel zult optrekken.19.De hemelen zullen geopend wezen, en zij zullen vol poorten zijn, om er de engelen te laten doorgaan.20.De bergen zullen voorbijgaan, en als damp worden.21.Waarlijk, de hel zal eene plaats van verbranding zijn;22.Eene bergplaats voor de zondaren23.Die daar gedurende eeuwen zullen wonen.24.Zij zullen daar geenerlei verversching proeven, noch eenigen drank.25.Behalve kokend water en bedorven vocht:26.Eene geschikte vergelding voor hunne daden!27.Want zij hoopten, dat zij geene rekenschap zouden moeten afleggen.28.En zij geloofden niet in onze teekenen, welke zij van valschheid beschuldigden.29.Maar elke zaak hebben wij opgeteld en nedergeschreven.30.Proef dus de vergelding: wij zullen u niets dan marteling toevoegen.31.Maar voor de godvruchtigen is eene plaats van heil gereed gemaakt:32.Tuinen met boomen beplant en wijngaarden.33.En maagden met zwellende borsten, van gelijken ouderdom met hen.34.En een vollen beker.35.Zij zullen daar geene ijdele gesprekken, of eenige onwaarheid hooren.36.Dit zal hunne belooning wezen van hunnen Heer; eene volkomen toereikende gift.37.Van den Heer over hemel en aarde, en over alles wat daartusschen is: den Barmhartigen; maar de bewoners van den hemel of de aarde zullen hem geen gehoor durven vragen.38.Den dag waarop de geest (Gabriël) en de andere engelen in orde geschaard zullen staan, zullen zij niet ten behoeve van zich zelven of van anderen spreken, behalve hij alleen, aan wien de Barmhartige verlof zal geven, en die zeggen zal, wat recht is.39.Dit is de onvermijdelijke dag. Wie dus wil, laat die tot zijn Heer terugkeeren.40.Waarlijk, wij bedreigen u met eene straf die nabij ligt.41.Op den dag waarop de mensch de goede of slechte daden zal aanschouwen, welke zijne handen voor hem uit hebben gezonden, en waarop de on geloovige zal zeggen: God gaf, ik ware stof!1ZieHoofdstuk XVI, vers 15, en XXXI, vers 9.Negen en Zeventigste Hoofdstuk.Zij die de zielen uitrukken.Geopenbaard teMekka.—46 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.(Ik zweer) bij de engelen, die de zielen van sommigen met geweld uitscheuren.2.En bij hen, die de zielen van anderen met zachtheid verwijderen1.3.Bij hen, die al zwemmende, met de bevelen van God (door de lucht) voortglijden;4.Bij hen, die den rechtvaardige naar het paradijs voorafgaan en leiden.5.En die als ondergeschikten de zaken van deze wereld leiden.6.Op een zekeren dag zal de benarrende klank der trompet het heelal verontrusten:7.En een tweede klank zal daarop volgen.8.Op dien dag zullen de harten der menschen beven;9.Zij zullen hunne oogen nederslaan.10.De ongeloovigen zeggen: Zal men ons zekerlijk daarheen doen terugkeeren, van waar wij kwamen?11.Nadat wij verrotte beenderen zijn geworden, zullen wij dan weder tot het leven worden opgewekt?12.Zij zeggen: waarlijk deze opstanding is hersenschimming.13.Waarlijk, de trompet zal zich slechts eenmaal doen hooren.14.En ziet, zij zullen levend op de oppervlakte der aarde verschijnen.15.Heeft het verhaal vanMozesu niet bereikt.16.Toen zijn Heer inde heilige vallei Toewa2hem toeriep;17.Zeggende: Ga totPharao; want hij is op eene onbeschaamde wijze zondig.18.En zeg: Begeert gij rechtvaardig en heilig te worden?19.Ik wil u tot uwen Heer leiden, opdat gij moogt vreezen te zondigen.20.En hij toonde hem het zeer groote teeken van den staf, die in eene slang veranderde.21.MaarPharaobeschuldigdeMozesvan bedrog, en was weerspannig tegen God.22.Daarop wendde hij zich haastig af.23.Hij verzamelde de toovenaren, en riep luid:24.Zeggende: Ik ben uw opperste Heer.25.Daarom kastijdde God hem met de straf van het volgende leven en met die van het tegenwoordige leven.26.Waarlijk, hierin is een voorbeeld voor hem, die vreest weerspannig te zijn.27.Is het moeielijker u te scheppen, dan wel den hemel?28.God heeft dien gebouwd. Hij heeft dien hoog opgevoerd, en heeft dien volmaakt gevormd.29.En hij heeft den nacht daarvan duister gemaakt, en heeft zijn licht voortgebracht.30.Hierna strekte hij de aarde uit.31.Waaruit hij het water en het gras doet voortspruiten.32.En hij richtte de bergen op,33.Voor uw gebruik en voor het gebruik van uw vee.34.Als de voorname, de groote dag zal komen.35.Op dien dag zal de mensch zich herinneren, wat hij opzettelijk heeft gedaan.36.En de hel zal aan het oog van den toeschouwer worden vertoond.37.En wie gezondigd zal hebben.38.En dit tegenwoordige leven de voorkeur zal hebben gegeven.39.Waarlijk, de hel zal zijn verblijf wezen.40.Maar hij die de verschijning voor zijn Heer zal hebben gevreesd, en zijne ziel in hare lusten zal hebben bedwongen.41.Waarlijk, het paradijs zal zijne belooning zijn.42.Zij zullen u ondervragen nopens het jongste uur, en wanneer de vastbepaalde tijd daarvan zal zijn.43.Op welke wijze kunt gij eenige inlichting daaromtrent geven?44.Aan uw Heer behoort de kennis van het tijdstip daarvan.45.En gij zijt slechts een waarschuwer, voor hen die het vreezen.46.Op den dag waarop zij dit zullen zien, zal het hun toeschijnen, als waren zij niet langer op de aarde gebleven dan een avond of een ochtend van dien dag.1Dit is de engel des doods en zijne helpers, die de zielen der zondaren op ruwe en vreeselijke wijze uit de binnenste deelen huns lichaams zullen nemen, zooals een mensch een voorwerp van den bodem der zee opvischt. De zielen der rechtvaardigen zullen zij echter op voorzichtige en zachte wijze van hunne lippen afnemen, zooals een mensch met één haal een emmer water put (Al Beidâwi).2ZieHoofdstuk XX, vers 12.TachtigsteHoofdstuk.Hij fronste het Voorhoofd.Geopenbaard teMekka.—42 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De profeet fronst zijn voorhoofd en wendt zich af.2.Omdatde blinde man tot hem kwam1.3.En hoe kunt gij weten of hij niet misschien van zijne zonden gezuiverd zal worden;4.Of dat hij vermaand zal worden, en dat de vermaning van eenig voordeel zal wezen.5.Den mensch die rijk is.6.Ontvangt gij gij met eerbied;7.Terwijl gij er niet van beschuldigd wordt, dat hij niet gezuiverd is.8.Maar hij die tot u komt, om zijn heil ernstig te zoeken.9.En die God vreest.10.Verwaarloost gij.11.Gij moest volstrekt niet zoo handelen. Waarlijk, de Koran is eene vermaning.12.(En hij die daartoe gezind is, onthoudt deze).13.En hij is op geachte bladen geschreven.14.Verheven en zuiver.15.Met de handen van geëerde en rechtvaardige schrijvers2.16.Gevloekt zij de mensch! Wat heeft hem tot ontrouw verleid?17.Van wat schiep God hem?18.Van een droppel zaad schiep hij hem;19.En hij vormde hem met evenredigheid.20.Daarna vergemakkelijkte hij zijn uitgang uit den schoot der moeder.21.Daarna deed hij hem sterven, en legde hem in het graf.22.Hierna, als het hem zal behagen, zal hij hem tot het leven opwekken.23.Waarlijk, hij heeft tot hiertoe niet volkomen vervuld wat God hem heeft bevolen.24.Laat den mensch zijn voedsel beschouwen (en op welke wijze het wordt voortgebracht).25.Wij doen het water door regenbuien nederstorten;26.Daarna splijten wij de aarde met spleten.27.En wij doen het koren daaruit voortspruiten.28.Den wijngaard en het klaverblad;29.Den olijfboom en den palmboom.30.En tuinen dicht met boomen beplant.31.En vruchten en gras.32.Voor het gebruik van u zelven en van uw vee.33.Als de verdoovende klank van de trompet zal gehoord worden.34.Op dien dag zal de mensch van zijn broeder vluchten.35.Van zijne moeder en zijn vader.36.Van zijn vrouw en zijne kinderen.37.Ieder mensch zal op dien dag genoeg stof voor zich zelven hebben, om zijne gedachten bezig te houden.38.Op dien dag zullen de aangezichten van sommigen schitteren.39.Lachend en vroolijk zijn.40.En op de aangezichten van anderen zal, op dien dag, stof liggen;41.Duisternis zal hen bedekken;42.Dit zijn de ongeloovigen, de zondaars.1Eens wasMahometin gesprek met eenige voorname Koreïshieten welke hij wilde bekeeren, toen een blinde,Abdallah EbnOmmMactumgenaamd, tot hem kwam, en hem over een godsdienstig punt wilde ondervragen.Mahomet, teleurgesteld door deze stoornis, fronste de wenkbrauwen en wendde hem den rug toe. Hierover wordt hij in dit Hoofdstuk gelaakt. Sedert dien tijd betoondeMahometaltijd veel eerbied voorEbn Omm Mactumen zeide: de man is mij welkom, om wien ik door mijn Heer gegispt werd. Twee malen benoemde hij hem tot bestuurder vanMedina(Zamakhshari).2Zijnde overgeschreven van de welbewaarde tafel, die alleen door de engelen wordt aangeraakt. Sommigen verstaan daardoor de boeken der profeten, waarmede de Koran in de hoofdzaak zou overeenkomen (Zamakhsari).Een en Tachtigste Hoofdstuk.De opgevouwen Zon.Gegeven teMekka.—29 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de zon zal opgevouwen worden1.2.Als de sterren zullen vallen.3.Als de bergen in beweging gebracht zullen worden.4.Als de kameelen hunne wijfjes zullen verlaten.5.Als de wilde dieren bijeen verzameld zullen worden.6.En als de zeeën zullen koken.7.Als de zielen weder met hare lichamen zullen vereenigd worden.8.Als aan het meisje, dat levend wordt begraven, zal gevraagd worden.9.Voor welke misdaad zij ter dood gebracht werd2;10.Als de boeken opengelegd zullen worden.11.En als de hemelen ter zijde gebracht zullen worden3.12.Als de hel met gedruis zal branden.13.En als het paradijs naderbij gebracht zal worden.14.Dan zal elke ziel weten, wat zij verricht heeft.15.Waarlijk, ik zweer4bij de teruggaande sterren.16.Die zich snel bewegen en zich verbergen,17.En bij den nacht als die invalt.18.En bij den morgen als die verschijnt.19.Dat dit de woorden van den eerbiedwaardigen gezant zijn5,20.Begaafd met kracht, en met waardigheid in het aangezicht van den bezitter van den troon,21.Gehoorzaamd door de engelen, die onder zijn bevel staan en gelooven.22.Uw makkerMahometis niet bezeten.23.Hij heeft hem reeds aan den helderen gezichteinder gezien6.24.En hij verdenkt de geheimen niet, die hem werden geopenbaard.25.Dit zijn niet de woorden van een gesteenigden duivel7.26.Waar gaat (dwaalt) gij dus heen?27.De Koran is eene vermaning voor alle schepselen,28.Voor dengene uwer, die geneigd is oprecht te wandelen.29.Maar gij zult niet willen, tenzij God wil, de Heer van alle schepselen.1Ditzelfde woord wordt in het Arabisch gebruikt als men van den tulband spreekt. Men moet zich dus de zon als een kegel voorstellen, van eene buigbare stof gemaakt. Hetzelfde woord beteekent ook het loshaken en nederwerpen van een voorwerp; deze beteekenis zou misschien natuurlijker wezen.2De afgodendienende Arabieren beschouwen namelijk de geboorte der dochters als een ongeluk, en ontdeden zich dikwijls van deze, door haar levend te verbranden. ZieHoofdstuk XVI, vers 61.3Of afgestroopt van hunne plaats, zooals de huid van een kameel.Mabracciis van meening, dat deze plaats betrekking heeft op diegene der psalmen (Psalm CIV, 2), waar, overeenkomstig de lezingen derSeptuagintaenVulgata, gezegd wordt, dat God den hemel als eene huid heeft uitgestrekt.4ZieHoofdstuk LVI, vers 74.5ZijndeGabriël.6ZieHoofdstuk LIII, vers 7.7Die de gesprekken der engelen heeft afgeluisterd. Dit vers is een antwoord op eene lastering der ongeloovigen, die zeiden, dat deKoranslechts een tooverstuk was. De Arabieren veronderstellen namelijk dat de waarzegger of toovenaar zijne denkbeelden ontvangt van de booze geesten, die steeds zooveel mogelijk van de bewoners des hemels trachten te vernemen.Twee en Tachtigste Hoofdstuk.De gespleten Hemel.Geopenbaard teMekka—19 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de hemel gespleten zal worden,2.Als de sterren verspreid zullen worden,3.Als de zeeën hare wateren zullen vermengen,4.En als de graven ten onderstboven zullen gekeerd worden,5.Dan zal iederen ziel kennen, wat zij heeft misdreven.6.O mensch! wat heeft u omtrent uwen barmhartigen Heer verleid,7.Die u geschapen en verzameld heeft, en u op den rechten weg leidde,8.Die u heeft gevormd in den vorm welke hem behaagde?9.Waarlijk, doch gij loochent het laatste oordeel als eene valschheid.10.Waarlijk er zijn wachtengelen over u aangesteld1.11.Eerbiedwaardig in het oog van God; die uwe daden nederschrijven;12.Die weten wat gij doet.13.De rechtvaardigen zullen zekerlijk op eene plaats des genots zijn;14.Maar de zondaren zullen zekerlijk in de hel wezen.15.Zij zullen daarin worden geworpen, om op den dag des oordeels verbrand te worden,16.Zij zullen zich daaraan nimmer kunnen onttrekken.17.Wat zal u doen begrijpen wat de dag des oordeels is?18.Nogmaals; wat zal u doen begrijpen wat de dag des oordeels is?19.Het is de dag waarop de eene ziel niet in staat zal wezen, iets ten behoeve eener andere te verkrijgen. Het bevel zal op dien dag aan God toebehooren.1ZieHoofdstuk L, vers 16.Drie en Tachtigste Hoofdstuk.De Bedriegers.Geopenbaard teMekka.—36 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Wee over hen, die de maat of het gewicht vervalschen!2.Die, als zij van anderen koopen eene volle maat verlangen,3.Maar die bedriegen als zij voor anderen meten of wegen.4.Weten zij niet, dat zij eens zullen worden opgewekt5.Op den grooten dag;6.Den dag waarop de mensch voor den Heer van alle schepselen zal staan? Volstrekt niet.7.Waarlijk, het register van de zondaren is zekerlijk inSidjîn1.8.En wat zal u doen begrijpen, watSidjînis?9.Het is een duidelijk geschreven boek.10.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd.11.Die den dag des oordeels als een valschheid loochenen!12.Niemand loochent dien als eene valschheid, behalve de zondaar en de schuldige;13.Die, als hun onze teekenen worden herinnerd, zeggen: Dit zijn fabelen van de ouden.14.Volstrekt niet.—Maar hunne lusten hebben veeleer een sluier over hunne harten geworpen.15.Volstrekt niet. Dien dag zullen zij van hunnen Heer zijn uitgesloten;16.En zij zullen in de hel worden gezonden, om verbrand te worden.17.Dan zullen de wachters der hel tot hen zeggen: Dit is, wat gij als een valschheid hebt geloochend.18.Waarlijk, het register van de daden der rechtvaardigen isIllioen2.19.En wat zal u doen begrijpen watIllioenis.20.Het is een duidelijk geschreven boek.21.Zij, die God naderen zijn getuigen daarvan.22.Waarlijk, de rechtvaardigen zullen te midden van genoegens wonen.23.Op zetels (uitgestrekt), zullen zij voorwerpen van genoegens aanschouwen.24.Gij zult den glans der vreugde op hunne aangezichten zien.25.Men zal hun zuiveren (keurigen) wijn te drinken geven, die gezegeld zal zijn.26.Het zegel zal van muskus wezen. Laat dus hen die trachten deze gelukzaligheid te verkrijgen, streven haar te verdienen.27.En het daarmede gemengde water zal vanTasnimzijn3;28.Eene fontein waarvan degenen zullen drinken, die de goddelijke tegenwoordigheid nabij komen.29.Zij die zondig handelen, bespotten de ware geloovigen.30.Als zij hen voorbij gaan, wenken zij elkander toe.31.En als zij tot hun volk wederkeeren, komen zij terug, terwijl zij spottende gebaren maken.32.En als zij hen zien, zeggen zij: Waarlijk, deze zijn verdoolde menschen.33.Maar zij zijn niet gezonden om over hen te waken4,34.Daarom zullen ware geloovigen eens de ongeloovigen bespotten;35.Op zetels liggende, zullen zij op hen in de hel nederzien.36.Zal den ongeloovigen niet vergolden worden hetgeen zij hebben gedaan?1Sidjînis een boek, waarin de daden der menschen zijn opgeschreven.SidjînofSedjinis ook een mesthoop onder de zevende aarde het verblijf vanEblis, waar het boek bewaard wordt.2Dit is het meervoud van het voorgaande woord, dat behalve de reeds gegevene beteekenis, volgens sommigen ook nog eene verheven plaats nabij Gods troon zou beteekenen, voor het verblijf der gelukzaligen bestemd.3Tasnimis de naam van eene fontein in hetParadijs, aldus genaamd, als zijnde in de hoogste afdeelingen geplaatst.4Zijnde: Het is den geloovigen door God niet bevolen, den ongeloovigen rekenschap te vragen, of hunne daden te beoordeelen.
Zes en Zeventigste Hoofdstuk.De Mensch.Geopenbaard teMekka1—31 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ging er niet eene groote tijdruimte over den mensch, gedurende welke hij eene nietswaardige zaak was?2.Waarlijk, wij hebben den mensch geschapen uit het gemengde zaad van beide seksen, opdat wij hem zouden beproeven, en wij hebben hem doen hooren en zien2.3.Wij hebben hem zeker op den weg geleid, of hij dankbaar, dan wel ondankbaar zou zijn.4.Waarlijk, wij hebben voor de ongeloovigen ketenen en halskragen en brandend vuur gereed gemaakt.5.Maar de rechtvaardigen zullen uit een beker wijn drinken, gemengd met hetwater vanCa oer3.6.Eene fontein waarvan Gods dienaren zullen drinken: zij zullen die door kanalen leiden (werwaarts het hun behaagt).7.Deze vervullen hunne gelofte4en vreezen den dag, waarvan rampen zich zeer ver uitstrekken.8.Zij, schoon zelven nooddruftig, geven voedsel aan de armen, aan den wees en aan den balling voor zijne zaak.9.Zeggende: Wij voeden u alleen voor Gods zaak; wij begeeren belooning noch dankzegging van u.10.Waarlijk, wij vreezen van onzen Heer een schrikbarenden en rampvollen dag.11.Daarom zal God hen van de ramp van dien dag bevrijden, en hij zal hunne voorhoofden doen schitteren, en hun vreugde geven.12.En hij zal hun voor hunne geduldige volharding beloonen, met een tuin en zijden kleederen.13.Daarin zullen zij op zetels rusten; zij zullen daar zon noch maan zien5.14.De schaduwen der boomen zullen zich over hen uitspreiden, en de vruchten daarvan zullen laag nederkomen, zoodat die gemakkelijk zullen kunnen worden ingezameld.15.Hunne dienaren zullen bij hen rondgaan met zilveren vaatwerk en bekers.16.De flesschen zullen flesschen van zilver zijn (blinkend als glas); zij zullen de maat daarvan bepalen.17.Daar zal hun te drinken worden gegeven, uit bekers (wijn), gemengd met het water vanZedjebil618.Uit eenefonteinin het paradijs,Selsebilgenaamd.19.En kinderen die eeuwig jongzullenblijven zullen rondgaan omhen te bedienen; als gij hen ziet, zult gij denken dat zij verspreide paarlen zijn.20.En als gij dit ziet, zult gij geneugten aanschouwen en een groot koninkrijk.21.Zij zullen bedekt zijn met kleederen van fijne, groene zijde en van gouden weefsels, en zij zullen versierd zijn met zilveren armbanden, en hun Heer zal hun van het zuiverste vocht te drinken geven.22.(Hij zal tot hen zeggen:) Waarlijk, dit is uwe belooning, en uwe pogingen zijn dankbaar aangenomen.23.Waarlijk, wij hebben u den Koran door eene (trapsgewijze) openbaring nedergezonden.24.Wacht dus geduldig het oordeel van uwen Heer af, en geloof geen zondaar of ongeloovige onder hen.25.Gedenk den naam van uwen Heer, des ochtends en des avonds.26.En aanbid hem gedurende (een deel van den nacht); en prijs hem gedurende een groot deel des nachts.27.Waarlijk, deze menschen beminnen het voorbijgaande leven, en veronachtzamen den zwaren dag des oordeels.28.Wij hebben hen geschapen en hunne ledematen gesterkt, en als het ons behaagt, stellen wij anderen aan hen gelijk, in hunne plaats.29.Waarlijk, dit is eene waarschuwing; en hij die wil, kieze den weg tot zijn Heer.30.Maar gij zult niet willen tenzij God wil; want God is alwetend en wijs31.Hij leidt in zijne genade die hem behagen; maar voor den onrechtvaardige heeft hij eene gestrenge straf gereed gemaakt.1Het is eenigszins twijfelachtig of dit Hoofdstuk teMekka, dan wel teMedinawerd geopenbaard.2Opdat hij in staat zou wezen, de wetten en leidingen te ontvangen, die hem door God tot gids zijn gegeven (Al Beidâwi) en de belooning of de straf te verdienen, door die wetten enz. na te komen of te verwaarloozen.3Dit is de naam van eenfonteinin het paradijs, aldus genaamd door zijne overeenkomst in geur en witheid met kamfer (hetgeen dat woord mede beteekent). Sommigen vatten het woord anders op, en gelooven dat de wijn van het paradijs met kamfer zal vermengd worden, wegens zijne aangename koelheid en geur (Al Beidâwi).4Volgens de uitleggers hebben de verzen 7 en 8 betrekking opAlien zijne familie.HassanenHossein, zoons vanAli, waren ziek geworden, waaropAlienFatima, zijne vrouw, de gelofte deden, gedurende drie dagen te zullen vasten, indien de kinderen genazen. MaarAlihad reeds sedert den eersten dag niets om er brood van te maken, daar de Muzelmannen op een vastendag, evenals bij de Israëlieten, eerst na zonsondergang voedsel genieten. Hij leende daarop meel bij een Jood enFatimabakte er vijf brooden van. Hierop komt een arme die iets te eten vraagt: men geeft hem de vijf brooden, en het gezin brengt den nacht door zonder iets te nuttigen. Den volgenden dag wordt het op nieuw bereide brood aan een wees, en den derden dag aan een balling gegeven. De engelGabriëlkomt nu aanMahometop deze plaats geluk wenschen, met de goede daad door zijne familie verricht.5Daar zij beider licht niet noodig hebben (zie Openb. XXI, 23). Het woordZamharirhier met “maan” vertaald, beteekent eigenlijk eene groote koude. Sommigen meenen daardoor, dat de beteekenis dezer plaats is, dat in het paradijs geene groote koude of hitte zal worden gevoeld.6Het woord beteekentgember, hetwelk de Arabieren gaarne met het water mengen dat zij drinken. Het water van deze fontein wordt dientengevolge verondersteld, den smaak van die specerij te hebben (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).
Zes en Zeventigste Hoofdstuk.De Mensch.Geopenbaard teMekka1—31 verzen.
Geopenbaard teMekka1—31 verzen.
Geopenbaard teMekka1—31 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ging er niet eene groote tijdruimte over den mensch, gedurende welke hij eene nietswaardige zaak was?2.Waarlijk, wij hebben den mensch geschapen uit het gemengde zaad van beide seksen, opdat wij hem zouden beproeven, en wij hebben hem doen hooren en zien2.3.Wij hebben hem zeker op den weg geleid, of hij dankbaar, dan wel ondankbaar zou zijn.4.Waarlijk, wij hebben voor de ongeloovigen ketenen en halskragen en brandend vuur gereed gemaakt.5.Maar de rechtvaardigen zullen uit een beker wijn drinken, gemengd met hetwater vanCa oer3.6.Eene fontein waarvan Gods dienaren zullen drinken: zij zullen die door kanalen leiden (werwaarts het hun behaagt).7.Deze vervullen hunne gelofte4en vreezen den dag, waarvan rampen zich zeer ver uitstrekken.8.Zij, schoon zelven nooddruftig, geven voedsel aan de armen, aan den wees en aan den balling voor zijne zaak.9.Zeggende: Wij voeden u alleen voor Gods zaak; wij begeeren belooning noch dankzegging van u.10.Waarlijk, wij vreezen van onzen Heer een schrikbarenden en rampvollen dag.11.Daarom zal God hen van de ramp van dien dag bevrijden, en hij zal hunne voorhoofden doen schitteren, en hun vreugde geven.12.En hij zal hun voor hunne geduldige volharding beloonen, met een tuin en zijden kleederen.13.Daarin zullen zij op zetels rusten; zij zullen daar zon noch maan zien5.14.De schaduwen der boomen zullen zich over hen uitspreiden, en de vruchten daarvan zullen laag nederkomen, zoodat die gemakkelijk zullen kunnen worden ingezameld.15.Hunne dienaren zullen bij hen rondgaan met zilveren vaatwerk en bekers.16.De flesschen zullen flesschen van zilver zijn (blinkend als glas); zij zullen de maat daarvan bepalen.17.Daar zal hun te drinken worden gegeven, uit bekers (wijn), gemengd met het water vanZedjebil618.Uit eenefonteinin het paradijs,Selsebilgenaamd.19.En kinderen die eeuwig jongzullenblijven zullen rondgaan omhen te bedienen; als gij hen ziet, zult gij denken dat zij verspreide paarlen zijn.20.En als gij dit ziet, zult gij geneugten aanschouwen en een groot koninkrijk.21.Zij zullen bedekt zijn met kleederen van fijne, groene zijde en van gouden weefsels, en zij zullen versierd zijn met zilveren armbanden, en hun Heer zal hun van het zuiverste vocht te drinken geven.22.(Hij zal tot hen zeggen:) Waarlijk, dit is uwe belooning, en uwe pogingen zijn dankbaar aangenomen.23.Waarlijk, wij hebben u den Koran door eene (trapsgewijze) openbaring nedergezonden.24.Wacht dus geduldig het oordeel van uwen Heer af, en geloof geen zondaar of ongeloovige onder hen.25.Gedenk den naam van uwen Heer, des ochtends en des avonds.26.En aanbid hem gedurende (een deel van den nacht); en prijs hem gedurende een groot deel des nachts.27.Waarlijk, deze menschen beminnen het voorbijgaande leven, en veronachtzamen den zwaren dag des oordeels.28.Wij hebben hen geschapen en hunne ledematen gesterkt, en als het ons behaagt, stellen wij anderen aan hen gelijk, in hunne plaats.29.Waarlijk, dit is eene waarschuwing; en hij die wil, kieze den weg tot zijn Heer.30.Maar gij zult niet willen tenzij God wil; want God is alwetend en wijs31.Hij leidt in zijne genade die hem behagen; maar voor den onrechtvaardige heeft hij eene gestrenge straf gereed gemaakt.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Ging er niet eene groote tijdruimte over den mensch, gedurende welke hij eene nietswaardige zaak was?2.Waarlijk, wij hebben den mensch geschapen uit het gemengde zaad van beide seksen, opdat wij hem zouden beproeven, en wij hebben hem doen hooren en zien2.3.Wij hebben hem zeker op den weg geleid, of hij dankbaar, dan wel ondankbaar zou zijn.4.Waarlijk, wij hebben voor de ongeloovigen ketenen en halskragen en brandend vuur gereed gemaakt.5.Maar de rechtvaardigen zullen uit een beker wijn drinken, gemengd met hetwater vanCa oer3.6.Eene fontein waarvan Gods dienaren zullen drinken: zij zullen die door kanalen leiden (werwaarts het hun behaagt).7.Deze vervullen hunne gelofte4en vreezen den dag, waarvan rampen zich zeer ver uitstrekken.8.Zij, schoon zelven nooddruftig, geven voedsel aan de armen, aan den wees en aan den balling voor zijne zaak.9.Zeggende: Wij voeden u alleen voor Gods zaak; wij begeeren belooning noch dankzegging van u.10.Waarlijk, wij vreezen van onzen Heer een schrikbarenden en rampvollen dag.11.Daarom zal God hen van de ramp van dien dag bevrijden, en hij zal hunne voorhoofden doen schitteren, en hun vreugde geven.12.En hij zal hun voor hunne geduldige volharding beloonen, met een tuin en zijden kleederen.13.Daarin zullen zij op zetels rusten; zij zullen daar zon noch maan zien5.14.De schaduwen der boomen zullen zich over hen uitspreiden, en de vruchten daarvan zullen laag nederkomen, zoodat die gemakkelijk zullen kunnen worden ingezameld.15.Hunne dienaren zullen bij hen rondgaan met zilveren vaatwerk en bekers.16.De flesschen zullen flesschen van zilver zijn (blinkend als glas); zij zullen de maat daarvan bepalen.17.Daar zal hun te drinken worden gegeven, uit bekers (wijn), gemengd met het water vanZedjebil618.Uit eenefonteinin het paradijs,Selsebilgenaamd.19.En kinderen die eeuwig jongzullenblijven zullen rondgaan omhen te bedienen; als gij hen ziet, zult gij denken dat zij verspreide paarlen zijn.20.En als gij dit ziet, zult gij geneugten aanschouwen en een groot koninkrijk.21.Zij zullen bedekt zijn met kleederen van fijne, groene zijde en van gouden weefsels, en zij zullen versierd zijn met zilveren armbanden, en hun Heer zal hun van het zuiverste vocht te drinken geven.22.(Hij zal tot hen zeggen:) Waarlijk, dit is uwe belooning, en uwe pogingen zijn dankbaar aangenomen.23.Waarlijk, wij hebben u den Koran door eene (trapsgewijze) openbaring nedergezonden.24.Wacht dus geduldig het oordeel van uwen Heer af, en geloof geen zondaar of ongeloovige onder hen.25.Gedenk den naam van uwen Heer, des ochtends en des avonds.26.En aanbid hem gedurende (een deel van den nacht); en prijs hem gedurende een groot deel des nachts.27.Waarlijk, deze menschen beminnen het voorbijgaande leven, en veronachtzamen den zwaren dag des oordeels.28.Wij hebben hen geschapen en hunne ledematen gesterkt, en als het ons behaagt, stellen wij anderen aan hen gelijk, in hunne plaats.29.Waarlijk, dit is eene waarschuwing; en hij die wil, kieze den weg tot zijn Heer.30.Maar gij zult niet willen tenzij God wil; want God is alwetend en wijs31.Hij leidt in zijne genade die hem behagen; maar voor den onrechtvaardige heeft hij eene gestrenge straf gereed gemaakt.
1Het is eenigszins twijfelachtig of dit Hoofdstuk teMekka, dan wel teMedinawerd geopenbaard.2Opdat hij in staat zou wezen, de wetten en leidingen te ontvangen, die hem door God tot gids zijn gegeven (Al Beidâwi) en de belooning of de straf te verdienen, door die wetten enz. na te komen of te verwaarloozen.3Dit is de naam van eenfonteinin het paradijs, aldus genaamd door zijne overeenkomst in geur en witheid met kamfer (hetgeen dat woord mede beteekent). Sommigen vatten het woord anders op, en gelooven dat de wijn van het paradijs met kamfer zal vermengd worden, wegens zijne aangename koelheid en geur (Al Beidâwi).4Volgens de uitleggers hebben de verzen 7 en 8 betrekking opAlien zijne familie.HassanenHossein, zoons vanAli, waren ziek geworden, waaropAlienFatima, zijne vrouw, de gelofte deden, gedurende drie dagen te zullen vasten, indien de kinderen genazen. MaarAlihad reeds sedert den eersten dag niets om er brood van te maken, daar de Muzelmannen op een vastendag, evenals bij de Israëlieten, eerst na zonsondergang voedsel genieten. Hij leende daarop meel bij een Jood enFatimabakte er vijf brooden van. Hierop komt een arme die iets te eten vraagt: men geeft hem de vijf brooden, en het gezin brengt den nacht door zonder iets te nuttigen. Den volgenden dag wordt het op nieuw bereide brood aan een wees, en den derden dag aan een balling gegeven. De engelGabriëlkomt nu aanMahometop deze plaats geluk wenschen, met de goede daad door zijne familie verricht.5Daar zij beider licht niet noodig hebben (zie Openb. XXI, 23). Het woordZamharirhier met “maan” vertaald, beteekent eigenlijk eene groote koude. Sommigen meenen daardoor, dat de beteekenis dezer plaats is, dat in het paradijs geene groote koude of hitte zal worden gevoeld.6Het woord beteekentgember, hetwelk de Arabieren gaarne met het water mengen dat zij drinken. Het water van deze fontein wordt dientengevolge verondersteld, den smaak van die specerij te hebben (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).
1Het is eenigszins twijfelachtig of dit Hoofdstuk teMekka, dan wel teMedinawerd geopenbaard.
2Opdat hij in staat zou wezen, de wetten en leidingen te ontvangen, die hem door God tot gids zijn gegeven (Al Beidâwi) en de belooning of de straf te verdienen, door die wetten enz. na te komen of te verwaarloozen.
3Dit is de naam van eenfonteinin het paradijs, aldus genaamd door zijne overeenkomst in geur en witheid met kamfer (hetgeen dat woord mede beteekent). Sommigen vatten het woord anders op, en gelooven dat de wijn van het paradijs met kamfer zal vermengd worden, wegens zijne aangename koelheid en geur (Al Beidâwi).
4Volgens de uitleggers hebben de verzen 7 en 8 betrekking opAlien zijne familie.HassanenHossein, zoons vanAli, waren ziek geworden, waaropAlienFatima, zijne vrouw, de gelofte deden, gedurende drie dagen te zullen vasten, indien de kinderen genazen. MaarAlihad reeds sedert den eersten dag niets om er brood van te maken, daar de Muzelmannen op een vastendag, evenals bij de Israëlieten, eerst na zonsondergang voedsel genieten. Hij leende daarop meel bij een Jood enFatimabakte er vijf brooden van. Hierop komt een arme die iets te eten vraagt: men geeft hem de vijf brooden, en het gezin brengt den nacht door zonder iets te nuttigen. Den volgenden dag wordt het op nieuw bereide brood aan een wees, en den derden dag aan een balling gegeven. De engelGabriëlkomt nu aanMahometop deze plaats geluk wenschen, met de goede daad door zijne familie verricht.
5Daar zij beider licht niet noodig hebben (zie Openb. XXI, 23). Het woordZamharirhier met “maan” vertaald, beteekent eigenlijk eene groote koude. Sommigen meenen daardoor, dat de beteekenis dezer plaats is, dat in het paradijs geene groote koude of hitte zal worden gevoeld.
6Het woord beteekentgember, hetwelk de Arabieren gaarne met het water mengen dat zij drinken. Het water van deze fontein wordt dientengevolge verondersteld, den smaak van die specerij te hebben (Al Beidâwi, Jallalo’ddin).
Zeven en Zeventigste Hoofdstuk.De Gezanten.Geopenbaard teMekka—50 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de engelen die door God gezonden zijn, en elkander in eene aanhoudende reeks opvolgen.2.Bij hen die zich snel bewegen met eene snelle beweging;3.En bij hen die zijne bevelen verspreiden.4.Door die op aarde bekend te maken, en bij hen die waarheid van leugen afscheiden, door die te erkennen.5.En bij hen die de goddelijke vermaning mededeelen.6.Ter verontschuldiging of bedreiging.7.Waarlijk, wat wij beloofd hebben1, is onvermijdelijk.8.Als de sterren zullen worden uitgedoofd.9.En de hemel gespleten,10.Als de bergen zullen uiteenstuiven.11.En als den gezanten een tijdstip zal zijn aangewezen, om te verschijnen en getuigenistegen hun eigen volk af te leggen.12.Tot op welken dag zal men het einde uitstellen?13.Tot den dag der scheiding.14.En wat zal u doen begrijpen, wat de dag der scheiding is?15.Op dien dag, wee over hem, die de profeten van bedrog beschuldigde!16.Hebben wij niet de vroegere, hardnekkige ongeloovigen verdelgd?17.Wij zullen ook die van latere tijden hen doen volgen.18.Zoo handelen wij met de snoodaards.19.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!20.Hebben wij u niet van een nietigen droppel zaad geschapen.21.Dien wij in eene zekere bewaarplaats stelden.22.Tot de bepaalde tijd der verlossing was gekomen?23.En wij waren in staat dit te doen; want wij zijn machtig.24.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!25.Hebben wij de aarde niet zóó gemaakt, dat zij bevat26.de levenden en de dooden?27.En hebben wij daarop geene vaste, verhevene bergen geplaatst en u zuiver water te drinken gegeven?28.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!29.Men zal tot hen zeggen: Gaat ter straf, welke gij als eene valschheid hebt geloochend.30.Gaat in de schaduw van den rook der hel, welke in drie kolommen zal opstijgen.31.En die u noch voor de hitte beveiligen, noch tegen de vlam van dienst wezen zal.32.Maar hij zal vonken, zoo groot als torens, uitwerpen.33.Gelijkende in hare kleur op gele kemels,34.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!35.Dit zal een dag wezen, waarop de schuldigen sprakeloos zullen zijn.36.En het zal hun niet geoorloofd worden, zich te verontschuldigen.37.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!38.Dit zal de dag der scheiding wezen, waarop wij zoowel u, als uwe voorgangers zullen verzamelen.39.Indien gij dus eene doordachte list bezit, gebruikt die dan tegen mij.40.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!41.Maar de vrome zal te midden van schaduwen en fonteinen wonen.42.En te midden van vruchten van allerlei soort, welke zij zullen begeeren.43.En men zal tot hen zeggen: Eet en drinkt met goede spijsvertering, ter belooning voor hetgeen gij zult hebben verricht.44.Want zoo beloonen wij de rechtvaardigen.45.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!46.Eet, o ongeloovigen? en geniet de genoegens van dit leven voor een korten tijd. Waarlijk, gij zijt zondaren.47.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!48.En als hun gezegd wordt: Buigt u neder, dan buigen zij niet neder.49.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!50.In welke nieuwe openbaring, zullen zij na deze gelooven?1Zijnde de dag des oordeels.
Zeven en Zeventigste Hoofdstuk.De Gezanten.Geopenbaard teMekka—50 verzen.
Geopenbaard teMekka—50 verzen.
Geopenbaard teMekka—50 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Ik zweer bij de engelen die door God gezonden zijn, en elkander in eene aanhoudende reeks opvolgen.2.Bij hen die zich snel bewegen met eene snelle beweging;3.En bij hen die zijne bevelen verspreiden.4.Door die op aarde bekend te maken, en bij hen die waarheid van leugen afscheiden, door die te erkennen.5.En bij hen die de goddelijke vermaning mededeelen.6.Ter verontschuldiging of bedreiging.7.Waarlijk, wat wij beloofd hebben1, is onvermijdelijk.8.Als de sterren zullen worden uitgedoofd.9.En de hemel gespleten,10.Als de bergen zullen uiteenstuiven.11.En als den gezanten een tijdstip zal zijn aangewezen, om te verschijnen en getuigenistegen hun eigen volk af te leggen.12.Tot op welken dag zal men het einde uitstellen?13.Tot den dag der scheiding.14.En wat zal u doen begrijpen, wat de dag der scheiding is?15.Op dien dag, wee over hem, die de profeten van bedrog beschuldigde!16.Hebben wij niet de vroegere, hardnekkige ongeloovigen verdelgd?17.Wij zullen ook die van latere tijden hen doen volgen.18.Zoo handelen wij met de snoodaards.19.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!20.Hebben wij u niet van een nietigen droppel zaad geschapen.21.Dien wij in eene zekere bewaarplaats stelden.22.Tot de bepaalde tijd der verlossing was gekomen?23.En wij waren in staat dit te doen; want wij zijn machtig.24.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!25.Hebben wij de aarde niet zóó gemaakt, dat zij bevat26.de levenden en de dooden?27.En hebben wij daarop geene vaste, verhevene bergen geplaatst en u zuiver water te drinken gegeven?28.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!29.Men zal tot hen zeggen: Gaat ter straf, welke gij als eene valschheid hebt geloochend.30.Gaat in de schaduw van den rook der hel, welke in drie kolommen zal opstijgen.31.En die u noch voor de hitte beveiligen, noch tegen de vlam van dienst wezen zal.32.Maar hij zal vonken, zoo groot als torens, uitwerpen.33.Gelijkende in hare kleur op gele kemels,34.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!35.Dit zal een dag wezen, waarop de schuldigen sprakeloos zullen zijn.36.En het zal hun niet geoorloofd worden, zich te verontschuldigen.37.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!38.Dit zal de dag der scheiding wezen, waarop wij zoowel u, als uwe voorgangers zullen verzamelen.39.Indien gij dus eene doordachte list bezit, gebruikt die dan tegen mij.40.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!41.Maar de vrome zal te midden van schaduwen en fonteinen wonen.42.En te midden van vruchten van allerlei soort, welke zij zullen begeeren.43.En men zal tot hen zeggen: Eet en drinkt met goede spijsvertering, ter belooning voor hetgeen gij zult hebben verricht.44.Want zoo beloonen wij de rechtvaardigen.45.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!46.Eet, o ongeloovigen? en geniet de genoegens van dit leven voor een korten tijd. Waarlijk, gij zijt zondaren.47.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!48.En als hun gezegd wordt: Buigt u neder, dan buigen zij niet neder.49.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!50.In welke nieuwe openbaring, zullen zij na deze gelooven?
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Ik zweer bij de engelen die door God gezonden zijn, en elkander in eene aanhoudende reeks opvolgen.2.Bij hen die zich snel bewegen met eene snelle beweging;3.En bij hen die zijne bevelen verspreiden.4.Door die op aarde bekend te maken, en bij hen die waarheid van leugen afscheiden, door die te erkennen.5.En bij hen die de goddelijke vermaning mededeelen.6.Ter verontschuldiging of bedreiging.7.Waarlijk, wat wij beloofd hebben1, is onvermijdelijk.8.Als de sterren zullen worden uitgedoofd.9.En de hemel gespleten,10.Als de bergen zullen uiteenstuiven.11.En als den gezanten een tijdstip zal zijn aangewezen, om te verschijnen en getuigenistegen hun eigen volk af te leggen.12.Tot op welken dag zal men het einde uitstellen?13.Tot den dag der scheiding.14.En wat zal u doen begrijpen, wat de dag der scheiding is?15.Op dien dag, wee over hem, die de profeten van bedrog beschuldigde!16.Hebben wij niet de vroegere, hardnekkige ongeloovigen verdelgd?17.Wij zullen ook die van latere tijden hen doen volgen.18.Zoo handelen wij met de snoodaards.19.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!20.Hebben wij u niet van een nietigen droppel zaad geschapen.21.Dien wij in eene zekere bewaarplaats stelden.22.Tot de bepaalde tijd der verlossing was gekomen?23.En wij waren in staat dit te doen; want wij zijn machtig.24.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!25.Hebben wij de aarde niet zóó gemaakt, dat zij bevat26.de levenden en de dooden?27.En hebben wij daarop geene vaste, verhevene bergen geplaatst en u zuiver water te drinken gegeven?28.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!29.Men zal tot hen zeggen: Gaat ter straf, welke gij als eene valschheid hebt geloochend.30.Gaat in de schaduw van den rook der hel, welke in drie kolommen zal opstijgen.31.En die u noch voor de hitte beveiligen, noch tegen de vlam van dienst wezen zal.32.Maar hij zal vonken, zoo groot als torens, uitwerpen.33.Gelijkende in hare kleur op gele kemels,34.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!35.Dit zal een dag wezen, waarop de schuldigen sprakeloos zullen zijn.36.En het zal hun niet geoorloofd worden, zich te verontschuldigen.37.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!38.Dit zal de dag der scheiding wezen, waarop wij zoowel u, als uwe voorgangers zullen verzamelen.39.Indien gij dus eene doordachte list bezit, gebruikt die dan tegen mij.40.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!41.Maar de vrome zal te midden van schaduwen en fonteinen wonen.42.En te midden van vruchten van allerlei soort, welke zij zullen begeeren.43.En men zal tot hen zeggen: Eet en drinkt met goede spijsvertering, ter belooning voor hetgeen gij zult hebben verricht.44.Want zoo beloonen wij de rechtvaardigen.45.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!46.Eet, o ongeloovigen? en geniet de genoegens van dit leven voor een korten tijd. Waarlijk, gij zijt zondaren.47.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!48.En als hun gezegd wordt: Buigt u neder, dan buigen zij niet neder.49.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!50.In welke nieuwe openbaring, zullen zij na deze gelooven?
1Zijnde de dag des oordeels.
1Zijnde de dag des oordeels.
Acht en Zeventigste Hoofdstuk.Het Nieuws.Geopenbaard teMekka—41 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Nopens wat ondervragen de ongeloovigen elkander?2.Nopens het groote nieuws der opstanding.3.Omtrent welke zij niet overeenstemmen.4.Waarlijk, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen.5.Nogmaals, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen.6.Hebben wij de aarde niet als een bed gespreid.7.En de bergen als staken om haar te bevestigen1?8.Hebben wij u niet van twee seksen geschapen.9.En bepaald dat gij slapen zoudt om te rusten?10.Hebben wij van den nacht, geen kleed gemaakt om u te bedekken.11.En hebben wij niet den dag bestemd, ten einde daarop uw levensonderhoud te winnen?12.Hebben wij niet zeven stevige hemelen boven u gebouwd.13.En daarin eene brandende lamp geplaatst?14.En doen wij niet, uit de wolken, een overvloed van water stroomen.15.Om daardoor graan en kruiden voort te brengen.16.En tuinen, dicht beplant met boomen?17.Waarlijk, de dag der scheiding is een onbepaald tijdstip;18.De dag waarop de trompet zal klinken, en gij in scharen ten oordeel zult optrekken.19.De hemelen zullen geopend wezen, en zij zullen vol poorten zijn, om er de engelen te laten doorgaan.20.De bergen zullen voorbijgaan, en als damp worden.21.Waarlijk, de hel zal eene plaats van verbranding zijn;22.Eene bergplaats voor de zondaren23.Die daar gedurende eeuwen zullen wonen.24.Zij zullen daar geenerlei verversching proeven, noch eenigen drank.25.Behalve kokend water en bedorven vocht:26.Eene geschikte vergelding voor hunne daden!27.Want zij hoopten, dat zij geene rekenschap zouden moeten afleggen.28.En zij geloofden niet in onze teekenen, welke zij van valschheid beschuldigden.29.Maar elke zaak hebben wij opgeteld en nedergeschreven.30.Proef dus de vergelding: wij zullen u niets dan marteling toevoegen.31.Maar voor de godvruchtigen is eene plaats van heil gereed gemaakt:32.Tuinen met boomen beplant en wijngaarden.33.En maagden met zwellende borsten, van gelijken ouderdom met hen.34.En een vollen beker.35.Zij zullen daar geene ijdele gesprekken, of eenige onwaarheid hooren.36.Dit zal hunne belooning wezen van hunnen Heer; eene volkomen toereikende gift.37.Van den Heer over hemel en aarde, en over alles wat daartusschen is: den Barmhartigen; maar de bewoners van den hemel of de aarde zullen hem geen gehoor durven vragen.38.Den dag waarop de geest (Gabriël) en de andere engelen in orde geschaard zullen staan, zullen zij niet ten behoeve van zich zelven of van anderen spreken, behalve hij alleen, aan wien de Barmhartige verlof zal geven, en die zeggen zal, wat recht is.39.Dit is de onvermijdelijke dag. Wie dus wil, laat die tot zijn Heer terugkeeren.40.Waarlijk, wij bedreigen u met eene straf die nabij ligt.41.Op den dag waarop de mensch de goede of slechte daden zal aanschouwen, welke zijne handen voor hem uit hebben gezonden, en waarop de on geloovige zal zeggen: God gaf, ik ware stof!1ZieHoofdstuk XVI, vers 15, en XXXI, vers 9.
Acht en Zeventigste Hoofdstuk.Het Nieuws.Geopenbaard teMekka—41 verzen.
Geopenbaard teMekka—41 verzen.
Geopenbaard teMekka—41 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Nopens wat ondervragen de ongeloovigen elkander?2.Nopens het groote nieuws der opstanding.3.Omtrent welke zij niet overeenstemmen.4.Waarlijk, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen.5.Nogmaals, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen.6.Hebben wij de aarde niet als een bed gespreid.7.En de bergen als staken om haar te bevestigen1?8.Hebben wij u niet van twee seksen geschapen.9.En bepaald dat gij slapen zoudt om te rusten?10.Hebben wij van den nacht, geen kleed gemaakt om u te bedekken.11.En hebben wij niet den dag bestemd, ten einde daarop uw levensonderhoud te winnen?12.Hebben wij niet zeven stevige hemelen boven u gebouwd.13.En daarin eene brandende lamp geplaatst?14.En doen wij niet, uit de wolken, een overvloed van water stroomen.15.Om daardoor graan en kruiden voort te brengen.16.En tuinen, dicht beplant met boomen?17.Waarlijk, de dag der scheiding is een onbepaald tijdstip;18.De dag waarop de trompet zal klinken, en gij in scharen ten oordeel zult optrekken.19.De hemelen zullen geopend wezen, en zij zullen vol poorten zijn, om er de engelen te laten doorgaan.20.De bergen zullen voorbijgaan, en als damp worden.21.Waarlijk, de hel zal eene plaats van verbranding zijn;22.Eene bergplaats voor de zondaren23.Die daar gedurende eeuwen zullen wonen.24.Zij zullen daar geenerlei verversching proeven, noch eenigen drank.25.Behalve kokend water en bedorven vocht:26.Eene geschikte vergelding voor hunne daden!27.Want zij hoopten, dat zij geene rekenschap zouden moeten afleggen.28.En zij geloofden niet in onze teekenen, welke zij van valschheid beschuldigden.29.Maar elke zaak hebben wij opgeteld en nedergeschreven.30.Proef dus de vergelding: wij zullen u niets dan marteling toevoegen.31.Maar voor de godvruchtigen is eene plaats van heil gereed gemaakt:32.Tuinen met boomen beplant en wijngaarden.33.En maagden met zwellende borsten, van gelijken ouderdom met hen.34.En een vollen beker.35.Zij zullen daar geene ijdele gesprekken, of eenige onwaarheid hooren.36.Dit zal hunne belooning wezen van hunnen Heer; eene volkomen toereikende gift.37.Van den Heer over hemel en aarde, en over alles wat daartusschen is: den Barmhartigen; maar de bewoners van den hemel of de aarde zullen hem geen gehoor durven vragen.38.Den dag waarop de geest (Gabriël) en de andere engelen in orde geschaard zullen staan, zullen zij niet ten behoeve van zich zelven of van anderen spreken, behalve hij alleen, aan wien de Barmhartige verlof zal geven, en die zeggen zal, wat recht is.39.Dit is de onvermijdelijke dag. Wie dus wil, laat die tot zijn Heer terugkeeren.40.Waarlijk, wij bedreigen u met eene straf die nabij ligt.41.Op den dag waarop de mensch de goede of slechte daden zal aanschouwen, welke zijne handen voor hem uit hebben gezonden, en waarop de on geloovige zal zeggen: God gaf, ik ware stof!
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Nopens wat ondervragen de ongeloovigen elkander?2.Nopens het groote nieuws der opstanding.3.Omtrent welke zij niet overeenstemmen.4.Waarlijk, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen.5.Nogmaals, zij zullen hiernamaals de waarheid daarvan kennen.6.Hebben wij de aarde niet als een bed gespreid.7.En de bergen als staken om haar te bevestigen1?8.Hebben wij u niet van twee seksen geschapen.9.En bepaald dat gij slapen zoudt om te rusten?10.Hebben wij van den nacht, geen kleed gemaakt om u te bedekken.11.En hebben wij niet den dag bestemd, ten einde daarop uw levensonderhoud te winnen?12.Hebben wij niet zeven stevige hemelen boven u gebouwd.13.En daarin eene brandende lamp geplaatst?14.En doen wij niet, uit de wolken, een overvloed van water stroomen.15.Om daardoor graan en kruiden voort te brengen.16.En tuinen, dicht beplant met boomen?17.Waarlijk, de dag der scheiding is een onbepaald tijdstip;18.De dag waarop de trompet zal klinken, en gij in scharen ten oordeel zult optrekken.19.De hemelen zullen geopend wezen, en zij zullen vol poorten zijn, om er de engelen te laten doorgaan.20.De bergen zullen voorbijgaan, en als damp worden.21.Waarlijk, de hel zal eene plaats van verbranding zijn;22.Eene bergplaats voor de zondaren23.Die daar gedurende eeuwen zullen wonen.24.Zij zullen daar geenerlei verversching proeven, noch eenigen drank.25.Behalve kokend water en bedorven vocht:26.Eene geschikte vergelding voor hunne daden!27.Want zij hoopten, dat zij geene rekenschap zouden moeten afleggen.28.En zij geloofden niet in onze teekenen, welke zij van valschheid beschuldigden.29.Maar elke zaak hebben wij opgeteld en nedergeschreven.30.Proef dus de vergelding: wij zullen u niets dan marteling toevoegen.31.Maar voor de godvruchtigen is eene plaats van heil gereed gemaakt:32.Tuinen met boomen beplant en wijngaarden.33.En maagden met zwellende borsten, van gelijken ouderdom met hen.34.En een vollen beker.35.Zij zullen daar geene ijdele gesprekken, of eenige onwaarheid hooren.36.Dit zal hunne belooning wezen van hunnen Heer; eene volkomen toereikende gift.37.Van den Heer over hemel en aarde, en over alles wat daartusschen is: den Barmhartigen; maar de bewoners van den hemel of de aarde zullen hem geen gehoor durven vragen.38.Den dag waarop de geest (Gabriël) en de andere engelen in orde geschaard zullen staan, zullen zij niet ten behoeve van zich zelven of van anderen spreken, behalve hij alleen, aan wien de Barmhartige verlof zal geven, en die zeggen zal, wat recht is.39.Dit is de onvermijdelijke dag. Wie dus wil, laat die tot zijn Heer terugkeeren.40.Waarlijk, wij bedreigen u met eene straf die nabij ligt.41.Op den dag waarop de mensch de goede of slechte daden zal aanschouwen, welke zijne handen voor hem uit hebben gezonden, en waarop de on geloovige zal zeggen: God gaf, ik ware stof!
1ZieHoofdstuk XVI, vers 15, en XXXI, vers 9.
1ZieHoofdstuk XVI, vers 15, en XXXI, vers 9.
Negen en Zeventigste Hoofdstuk.Zij die de zielen uitrukken.Geopenbaard teMekka.—46 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.(Ik zweer) bij de engelen, die de zielen van sommigen met geweld uitscheuren.2.En bij hen, die de zielen van anderen met zachtheid verwijderen1.3.Bij hen, die al zwemmende, met de bevelen van God (door de lucht) voortglijden;4.Bij hen, die den rechtvaardige naar het paradijs voorafgaan en leiden.5.En die als ondergeschikten de zaken van deze wereld leiden.6.Op een zekeren dag zal de benarrende klank der trompet het heelal verontrusten:7.En een tweede klank zal daarop volgen.8.Op dien dag zullen de harten der menschen beven;9.Zij zullen hunne oogen nederslaan.10.De ongeloovigen zeggen: Zal men ons zekerlijk daarheen doen terugkeeren, van waar wij kwamen?11.Nadat wij verrotte beenderen zijn geworden, zullen wij dan weder tot het leven worden opgewekt?12.Zij zeggen: waarlijk deze opstanding is hersenschimming.13.Waarlijk, de trompet zal zich slechts eenmaal doen hooren.14.En ziet, zij zullen levend op de oppervlakte der aarde verschijnen.15.Heeft het verhaal vanMozesu niet bereikt.16.Toen zijn Heer inde heilige vallei Toewa2hem toeriep;17.Zeggende: Ga totPharao; want hij is op eene onbeschaamde wijze zondig.18.En zeg: Begeert gij rechtvaardig en heilig te worden?19.Ik wil u tot uwen Heer leiden, opdat gij moogt vreezen te zondigen.20.En hij toonde hem het zeer groote teeken van den staf, die in eene slang veranderde.21.MaarPharaobeschuldigdeMozesvan bedrog, en was weerspannig tegen God.22.Daarop wendde hij zich haastig af.23.Hij verzamelde de toovenaren, en riep luid:24.Zeggende: Ik ben uw opperste Heer.25.Daarom kastijdde God hem met de straf van het volgende leven en met die van het tegenwoordige leven.26.Waarlijk, hierin is een voorbeeld voor hem, die vreest weerspannig te zijn.27.Is het moeielijker u te scheppen, dan wel den hemel?28.God heeft dien gebouwd. Hij heeft dien hoog opgevoerd, en heeft dien volmaakt gevormd.29.En hij heeft den nacht daarvan duister gemaakt, en heeft zijn licht voortgebracht.30.Hierna strekte hij de aarde uit.31.Waaruit hij het water en het gras doet voortspruiten.32.En hij richtte de bergen op,33.Voor uw gebruik en voor het gebruik van uw vee.34.Als de voorname, de groote dag zal komen.35.Op dien dag zal de mensch zich herinneren, wat hij opzettelijk heeft gedaan.36.En de hel zal aan het oog van den toeschouwer worden vertoond.37.En wie gezondigd zal hebben.38.En dit tegenwoordige leven de voorkeur zal hebben gegeven.39.Waarlijk, de hel zal zijn verblijf wezen.40.Maar hij die de verschijning voor zijn Heer zal hebben gevreesd, en zijne ziel in hare lusten zal hebben bedwongen.41.Waarlijk, het paradijs zal zijne belooning zijn.42.Zij zullen u ondervragen nopens het jongste uur, en wanneer de vastbepaalde tijd daarvan zal zijn.43.Op welke wijze kunt gij eenige inlichting daaromtrent geven?44.Aan uw Heer behoort de kennis van het tijdstip daarvan.45.En gij zijt slechts een waarschuwer, voor hen die het vreezen.46.Op den dag waarop zij dit zullen zien, zal het hun toeschijnen, als waren zij niet langer op de aarde gebleven dan een avond of een ochtend van dien dag.1Dit is de engel des doods en zijne helpers, die de zielen der zondaren op ruwe en vreeselijke wijze uit de binnenste deelen huns lichaams zullen nemen, zooals een mensch een voorwerp van den bodem der zee opvischt. De zielen der rechtvaardigen zullen zij echter op voorzichtige en zachte wijze van hunne lippen afnemen, zooals een mensch met één haal een emmer water put (Al Beidâwi).2ZieHoofdstuk XX, vers 12.
Negen en Zeventigste Hoofdstuk.Zij die de zielen uitrukken.Geopenbaard teMekka.—46 verzen.
Geopenbaard teMekka.—46 verzen.
Geopenbaard teMekka.—46 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.(Ik zweer) bij de engelen, die de zielen van sommigen met geweld uitscheuren.2.En bij hen, die de zielen van anderen met zachtheid verwijderen1.3.Bij hen, die al zwemmende, met de bevelen van God (door de lucht) voortglijden;4.Bij hen, die den rechtvaardige naar het paradijs voorafgaan en leiden.5.En die als ondergeschikten de zaken van deze wereld leiden.6.Op een zekeren dag zal de benarrende klank der trompet het heelal verontrusten:7.En een tweede klank zal daarop volgen.8.Op dien dag zullen de harten der menschen beven;9.Zij zullen hunne oogen nederslaan.10.De ongeloovigen zeggen: Zal men ons zekerlijk daarheen doen terugkeeren, van waar wij kwamen?11.Nadat wij verrotte beenderen zijn geworden, zullen wij dan weder tot het leven worden opgewekt?12.Zij zeggen: waarlijk deze opstanding is hersenschimming.13.Waarlijk, de trompet zal zich slechts eenmaal doen hooren.14.En ziet, zij zullen levend op de oppervlakte der aarde verschijnen.15.Heeft het verhaal vanMozesu niet bereikt.16.Toen zijn Heer inde heilige vallei Toewa2hem toeriep;17.Zeggende: Ga totPharao; want hij is op eene onbeschaamde wijze zondig.18.En zeg: Begeert gij rechtvaardig en heilig te worden?19.Ik wil u tot uwen Heer leiden, opdat gij moogt vreezen te zondigen.20.En hij toonde hem het zeer groote teeken van den staf, die in eene slang veranderde.21.MaarPharaobeschuldigdeMozesvan bedrog, en was weerspannig tegen God.22.Daarop wendde hij zich haastig af.23.Hij verzamelde de toovenaren, en riep luid:24.Zeggende: Ik ben uw opperste Heer.25.Daarom kastijdde God hem met de straf van het volgende leven en met die van het tegenwoordige leven.26.Waarlijk, hierin is een voorbeeld voor hem, die vreest weerspannig te zijn.27.Is het moeielijker u te scheppen, dan wel den hemel?28.God heeft dien gebouwd. Hij heeft dien hoog opgevoerd, en heeft dien volmaakt gevormd.29.En hij heeft den nacht daarvan duister gemaakt, en heeft zijn licht voortgebracht.30.Hierna strekte hij de aarde uit.31.Waaruit hij het water en het gras doet voortspruiten.32.En hij richtte de bergen op,33.Voor uw gebruik en voor het gebruik van uw vee.34.Als de voorname, de groote dag zal komen.35.Op dien dag zal de mensch zich herinneren, wat hij opzettelijk heeft gedaan.36.En de hel zal aan het oog van den toeschouwer worden vertoond.37.En wie gezondigd zal hebben.38.En dit tegenwoordige leven de voorkeur zal hebben gegeven.39.Waarlijk, de hel zal zijn verblijf wezen.40.Maar hij die de verschijning voor zijn Heer zal hebben gevreesd, en zijne ziel in hare lusten zal hebben bedwongen.41.Waarlijk, het paradijs zal zijne belooning zijn.42.Zij zullen u ondervragen nopens het jongste uur, en wanneer de vastbepaalde tijd daarvan zal zijn.43.Op welke wijze kunt gij eenige inlichting daaromtrent geven?44.Aan uw Heer behoort de kennis van het tijdstip daarvan.45.En gij zijt slechts een waarschuwer, voor hen die het vreezen.46.Op den dag waarop zij dit zullen zien, zal het hun toeschijnen, als waren zij niet langer op de aarde gebleven dan een avond of een ochtend van dien dag.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.(Ik zweer) bij de engelen, die de zielen van sommigen met geweld uitscheuren.2.En bij hen, die de zielen van anderen met zachtheid verwijderen1.3.Bij hen, die al zwemmende, met de bevelen van God (door de lucht) voortglijden;4.Bij hen, die den rechtvaardige naar het paradijs voorafgaan en leiden.5.En die als ondergeschikten de zaken van deze wereld leiden.6.Op een zekeren dag zal de benarrende klank der trompet het heelal verontrusten:7.En een tweede klank zal daarop volgen.8.Op dien dag zullen de harten der menschen beven;9.Zij zullen hunne oogen nederslaan.10.De ongeloovigen zeggen: Zal men ons zekerlijk daarheen doen terugkeeren, van waar wij kwamen?11.Nadat wij verrotte beenderen zijn geworden, zullen wij dan weder tot het leven worden opgewekt?12.Zij zeggen: waarlijk deze opstanding is hersenschimming.13.Waarlijk, de trompet zal zich slechts eenmaal doen hooren.14.En ziet, zij zullen levend op de oppervlakte der aarde verschijnen.15.Heeft het verhaal vanMozesu niet bereikt.16.Toen zijn Heer inde heilige vallei Toewa2hem toeriep;17.Zeggende: Ga totPharao; want hij is op eene onbeschaamde wijze zondig.18.En zeg: Begeert gij rechtvaardig en heilig te worden?19.Ik wil u tot uwen Heer leiden, opdat gij moogt vreezen te zondigen.20.En hij toonde hem het zeer groote teeken van den staf, die in eene slang veranderde.21.MaarPharaobeschuldigdeMozesvan bedrog, en was weerspannig tegen God.22.Daarop wendde hij zich haastig af.23.Hij verzamelde de toovenaren, en riep luid:24.Zeggende: Ik ben uw opperste Heer.25.Daarom kastijdde God hem met de straf van het volgende leven en met die van het tegenwoordige leven.26.Waarlijk, hierin is een voorbeeld voor hem, die vreest weerspannig te zijn.27.Is het moeielijker u te scheppen, dan wel den hemel?28.God heeft dien gebouwd. Hij heeft dien hoog opgevoerd, en heeft dien volmaakt gevormd.29.En hij heeft den nacht daarvan duister gemaakt, en heeft zijn licht voortgebracht.30.Hierna strekte hij de aarde uit.31.Waaruit hij het water en het gras doet voortspruiten.32.En hij richtte de bergen op,33.Voor uw gebruik en voor het gebruik van uw vee.34.Als de voorname, de groote dag zal komen.35.Op dien dag zal de mensch zich herinneren, wat hij opzettelijk heeft gedaan.36.En de hel zal aan het oog van den toeschouwer worden vertoond.37.En wie gezondigd zal hebben.38.En dit tegenwoordige leven de voorkeur zal hebben gegeven.39.Waarlijk, de hel zal zijn verblijf wezen.40.Maar hij die de verschijning voor zijn Heer zal hebben gevreesd, en zijne ziel in hare lusten zal hebben bedwongen.41.Waarlijk, het paradijs zal zijne belooning zijn.42.Zij zullen u ondervragen nopens het jongste uur, en wanneer de vastbepaalde tijd daarvan zal zijn.43.Op welke wijze kunt gij eenige inlichting daaromtrent geven?44.Aan uw Heer behoort de kennis van het tijdstip daarvan.45.En gij zijt slechts een waarschuwer, voor hen die het vreezen.46.Op den dag waarop zij dit zullen zien, zal het hun toeschijnen, als waren zij niet langer op de aarde gebleven dan een avond of een ochtend van dien dag.
1Dit is de engel des doods en zijne helpers, die de zielen der zondaren op ruwe en vreeselijke wijze uit de binnenste deelen huns lichaams zullen nemen, zooals een mensch een voorwerp van den bodem der zee opvischt. De zielen der rechtvaardigen zullen zij echter op voorzichtige en zachte wijze van hunne lippen afnemen, zooals een mensch met één haal een emmer water put (Al Beidâwi).2ZieHoofdstuk XX, vers 12.
1Dit is de engel des doods en zijne helpers, die de zielen der zondaren op ruwe en vreeselijke wijze uit de binnenste deelen huns lichaams zullen nemen, zooals een mensch een voorwerp van den bodem der zee opvischt. De zielen der rechtvaardigen zullen zij echter op voorzichtige en zachte wijze van hunne lippen afnemen, zooals een mensch met één haal een emmer water put (Al Beidâwi).
2ZieHoofdstuk XX, vers 12.
TachtigsteHoofdstuk.Hij fronste het Voorhoofd.Geopenbaard teMekka.—42 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De profeet fronst zijn voorhoofd en wendt zich af.2.Omdatde blinde man tot hem kwam1.3.En hoe kunt gij weten of hij niet misschien van zijne zonden gezuiverd zal worden;4.Of dat hij vermaand zal worden, en dat de vermaning van eenig voordeel zal wezen.5.Den mensch die rijk is.6.Ontvangt gij gij met eerbied;7.Terwijl gij er niet van beschuldigd wordt, dat hij niet gezuiverd is.8.Maar hij die tot u komt, om zijn heil ernstig te zoeken.9.En die God vreest.10.Verwaarloost gij.11.Gij moest volstrekt niet zoo handelen. Waarlijk, de Koran is eene vermaning.12.(En hij die daartoe gezind is, onthoudt deze).13.En hij is op geachte bladen geschreven.14.Verheven en zuiver.15.Met de handen van geëerde en rechtvaardige schrijvers2.16.Gevloekt zij de mensch! Wat heeft hem tot ontrouw verleid?17.Van wat schiep God hem?18.Van een droppel zaad schiep hij hem;19.En hij vormde hem met evenredigheid.20.Daarna vergemakkelijkte hij zijn uitgang uit den schoot der moeder.21.Daarna deed hij hem sterven, en legde hem in het graf.22.Hierna, als het hem zal behagen, zal hij hem tot het leven opwekken.23.Waarlijk, hij heeft tot hiertoe niet volkomen vervuld wat God hem heeft bevolen.24.Laat den mensch zijn voedsel beschouwen (en op welke wijze het wordt voortgebracht).25.Wij doen het water door regenbuien nederstorten;26.Daarna splijten wij de aarde met spleten.27.En wij doen het koren daaruit voortspruiten.28.Den wijngaard en het klaverblad;29.Den olijfboom en den palmboom.30.En tuinen dicht met boomen beplant.31.En vruchten en gras.32.Voor het gebruik van u zelven en van uw vee.33.Als de verdoovende klank van de trompet zal gehoord worden.34.Op dien dag zal de mensch van zijn broeder vluchten.35.Van zijne moeder en zijn vader.36.Van zijn vrouw en zijne kinderen.37.Ieder mensch zal op dien dag genoeg stof voor zich zelven hebben, om zijne gedachten bezig te houden.38.Op dien dag zullen de aangezichten van sommigen schitteren.39.Lachend en vroolijk zijn.40.En op de aangezichten van anderen zal, op dien dag, stof liggen;41.Duisternis zal hen bedekken;42.Dit zijn de ongeloovigen, de zondaars.1Eens wasMahometin gesprek met eenige voorname Koreïshieten welke hij wilde bekeeren, toen een blinde,Abdallah EbnOmmMactumgenaamd, tot hem kwam, en hem over een godsdienstig punt wilde ondervragen.Mahomet, teleurgesteld door deze stoornis, fronste de wenkbrauwen en wendde hem den rug toe. Hierover wordt hij in dit Hoofdstuk gelaakt. Sedert dien tijd betoondeMahometaltijd veel eerbied voorEbn Omm Mactumen zeide: de man is mij welkom, om wien ik door mijn Heer gegispt werd. Twee malen benoemde hij hem tot bestuurder vanMedina(Zamakhshari).2Zijnde overgeschreven van de welbewaarde tafel, die alleen door de engelen wordt aangeraakt. Sommigen verstaan daardoor de boeken der profeten, waarmede de Koran in de hoofdzaak zou overeenkomen (Zamakhsari).
TachtigsteHoofdstuk.Hij fronste het Voorhoofd.Geopenbaard teMekka.—42 verzen.
Geopenbaard teMekka.—42 verzen.
Geopenbaard teMekka.—42 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.De profeet fronst zijn voorhoofd en wendt zich af.2.Omdatde blinde man tot hem kwam1.3.En hoe kunt gij weten of hij niet misschien van zijne zonden gezuiverd zal worden;4.Of dat hij vermaand zal worden, en dat de vermaning van eenig voordeel zal wezen.5.Den mensch die rijk is.6.Ontvangt gij gij met eerbied;7.Terwijl gij er niet van beschuldigd wordt, dat hij niet gezuiverd is.8.Maar hij die tot u komt, om zijn heil ernstig te zoeken.9.En die God vreest.10.Verwaarloost gij.11.Gij moest volstrekt niet zoo handelen. Waarlijk, de Koran is eene vermaning.12.(En hij die daartoe gezind is, onthoudt deze).13.En hij is op geachte bladen geschreven.14.Verheven en zuiver.15.Met de handen van geëerde en rechtvaardige schrijvers2.16.Gevloekt zij de mensch! Wat heeft hem tot ontrouw verleid?17.Van wat schiep God hem?18.Van een droppel zaad schiep hij hem;19.En hij vormde hem met evenredigheid.20.Daarna vergemakkelijkte hij zijn uitgang uit den schoot der moeder.21.Daarna deed hij hem sterven, en legde hem in het graf.22.Hierna, als het hem zal behagen, zal hij hem tot het leven opwekken.23.Waarlijk, hij heeft tot hiertoe niet volkomen vervuld wat God hem heeft bevolen.24.Laat den mensch zijn voedsel beschouwen (en op welke wijze het wordt voortgebracht).25.Wij doen het water door regenbuien nederstorten;26.Daarna splijten wij de aarde met spleten.27.En wij doen het koren daaruit voortspruiten.28.Den wijngaard en het klaverblad;29.Den olijfboom en den palmboom.30.En tuinen dicht met boomen beplant.31.En vruchten en gras.32.Voor het gebruik van u zelven en van uw vee.33.Als de verdoovende klank van de trompet zal gehoord worden.34.Op dien dag zal de mensch van zijn broeder vluchten.35.Van zijne moeder en zijn vader.36.Van zijn vrouw en zijne kinderen.37.Ieder mensch zal op dien dag genoeg stof voor zich zelven hebben, om zijne gedachten bezig te houden.38.Op dien dag zullen de aangezichten van sommigen schitteren.39.Lachend en vroolijk zijn.40.En op de aangezichten van anderen zal, op dien dag, stof liggen;41.Duisternis zal hen bedekken;42.Dit zijn de ongeloovigen, de zondaars.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.De profeet fronst zijn voorhoofd en wendt zich af.2.Omdatde blinde man tot hem kwam1.3.En hoe kunt gij weten of hij niet misschien van zijne zonden gezuiverd zal worden;4.Of dat hij vermaand zal worden, en dat de vermaning van eenig voordeel zal wezen.5.Den mensch die rijk is.6.Ontvangt gij gij met eerbied;7.Terwijl gij er niet van beschuldigd wordt, dat hij niet gezuiverd is.8.Maar hij die tot u komt, om zijn heil ernstig te zoeken.9.En die God vreest.10.Verwaarloost gij.11.Gij moest volstrekt niet zoo handelen. Waarlijk, de Koran is eene vermaning.12.(En hij die daartoe gezind is, onthoudt deze).13.En hij is op geachte bladen geschreven.14.Verheven en zuiver.15.Met de handen van geëerde en rechtvaardige schrijvers2.16.Gevloekt zij de mensch! Wat heeft hem tot ontrouw verleid?17.Van wat schiep God hem?18.Van een droppel zaad schiep hij hem;19.En hij vormde hem met evenredigheid.20.Daarna vergemakkelijkte hij zijn uitgang uit den schoot der moeder.21.Daarna deed hij hem sterven, en legde hem in het graf.22.Hierna, als het hem zal behagen, zal hij hem tot het leven opwekken.23.Waarlijk, hij heeft tot hiertoe niet volkomen vervuld wat God hem heeft bevolen.24.Laat den mensch zijn voedsel beschouwen (en op welke wijze het wordt voortgebracht).25.Wij doen het water door regenbuien nederstorten;26.Daarna splijten wij de aarde met spleten.27.En wij doen het koren daaruit voortspruiten.28.Den wijngaard en het klaverblad;29.Den olijfboom en den palmboom.30.En tuinen dicht met boomen beplant.31.En vruchten en gras.32.Voor het gebruik van u zelven en van uw vee.33.Als de verdoovende klank van de trompet zal gehoord worden.34.Op dien dag zal de mensch van zijn broeder vluchten.35.Van zijne moeder en zijn vader.36.Van zijn vrouw en zijne kinderen.37.Ieder mensch zal op dien dag genoeg stof voor zich zelven hebben, om zijne gedachten bezig te houden.38.Op dien dag zullen de aangezichten van sommigen schitteren.39.Lachend en vroolijk zijn.40.En op de aangezichten van anderen zal, op dien dag, stof liggen;41.Duisternis zal hen bedekken;42.Dit zijn de ongeloovigen, de zondaars.
1Eens wasMahometin gesprek met eenige voorname Koreïshieten welke hij wilde bekeeren, toen een blinde,Abdallah EbnOmmMactumgenaamd, tot hem kwam, en hem over een godsdienstig punt wilde ondervragen.Mahomet, teleurgesteld door deze stoornis, fronste de wenkbrauwen en wendde hem den rug toe. Hierover wordt hij in dit Hoofdstuk gelaakt. Sedert dien tijd betoondeMahometaltijd veel eerbied voorEbn Omm Mactumen zeide: de man is mij welkom, om wien ik door mijn Heer gegispt werd. Twee malen benoemde hij hem tot bestuurder vanMedina(Zamakhshari).2Zijnde overgeschreven van de welbewaarde tafel, die alleen door de engelen wordt aangeraakt. Sommigen verstaan daardoor de boeken der profeten, waarmede de Koran in de hoofdzaak zou overeenkomen (Zamakhsari).
1Eens wasMahometin gesprek met eenige voorname Koreïshieten welke hij wilde bekeeren, toen een blinde,Abdallah EbnOmmMactumgenaamd, tot hem kwam, en hem over een godsdienstig punt wilde ondervragen.Mahomet, teleurgesteld door deze stoornis, fronste de wenkbrauwen en wendde hem den rug toe. Hierover wordt hij in dit Hoofdstuk gelaakt. Sedert dien tijd betoondeMahometaltijd veel eerbied voorEbn Omm Mactumen zeide: de man is mij welkom, om wien ik door mijn Heer gegispt werd. Twee malen benoemde hij hem tot bestuurder vanMedina(Zamakhshari).
2Zijnde overgeschreven van de welbewaarde tafel, die alleen door de engelen wordt aangeraakt. Sommigen verstaan daardoor de boeken der profeten, waarmede de Koran in de hoofdzaak zou overeenkomen (Zamakhsari).
Een en Tachtigste Hoofdstuk.De opgevouwen Zon.Gegeven teMekka.—29 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de zon zal opgevouwen worden1.2.Als de sterren zullen vallen.3.Als de bergen in beweging gebracht zullen worden.4.Als de kameelen hunne wijfjes zullen verlaten.5.Als de wilde dieren bijeen verzameld zullen worden.6.En als de zeeën zullen koken.7.Als de zielen weder met hare lichamen zullen vereenigd worden.8.Als aan het meisje, dat levend wordt begraven, zal gevraagd worden.9.Voor welke misdaad zij ter dood gebracht werd2;10.Als de boeken opengelegd zullen worden.11.En als de hemelen ter zijde gebracht zullen worden3.12.Als de hel met gedruis zal branden.13.En als het paradijs naderbij gebracht zal worden.14.Dan zal elke ziel weten, wat zij verricht heeft.15.Waarlijk, ik zweer4bij de teruggaande sterren.16.Die zich snel bewegen en zich verbergen,17.En bij den nacht als die invalt.18.En bij den morgen als die verschijnt.19.Dat dit de woorden van den eerbiedwaardigen gezant zijn5,20.Begaafd met kracht, en met waardigheid in het aangezicht van den bezitter van den troon,21.Gehoorzaamd door de engelen, die onder zijn bevel staan en gelooven.22.Uw makkerMahometis niet bezeten.23.Hij heeft hem reeds aan den helderen gezichteinder gezien6.24.En hij verdenkt de geheimen niet, die hem werden geopenbaard.25.Dit zijn niet de woorden van een gesteenigden duivel7.26.Waar gaat (dwaalt) gij dus heen?27.De Koran is eene vermaning voor alle schepselen,28.Voor dengene uwer, die geneigd is oprecht te wandelen.29.Maar gij zult niet willen, tenzij God wil, de Heer van alle schepselen.1Ditzelfde woord wordt in het Arabisch gebruikt als men van den tulband spreekt. Men moet zich dus de zon als een kegel voorstellen, van eene buigbare stof gemaakt. Hetzelfde woord beteekent ook het loshaken en nederwerpen van een voorwerp; deze beteekenis zou misschien natuurlijker wezen.2De afgodendienende Arabieren beschouwen namelijk de geboorte der dochters als een ongeluk, en ontdeden zich dikwijls van deze, door haar levend te verbranden. ZieHoofdstuk XVI, vers 61.3Of afgestroopt van hunne plaats, zooals de huid van een kameel.Mabracciis van meening, dat deze plaats betrekking heeft op diegene der psalmen (Psalm CIV, 2), waar, overeenkomstig de lezingen derSeptuagintaenVulgata, gezegd wordt, dat God den hemel als eene huid heeft uitgestrekt.4ZieHoofdstuk LVI, vers 74.5ZijndeGabriël.6ZieHoofdstuk LIII, vers 7.7Die de gesprekken der engelen heeft afgeluisterd. Dit vers is een antwoord op eene lastering der ongeloovigen, die zeiden, dat deKoranslechts een tooverstuk was. De Arabieren veronderstellen namelijk dat de waarzegger of toovenaar zijne denkbeelden ontvangt van de booze geesten, die steeds zooveel mogelijk van de bewoners des hemels trachten te vernemen.
Een en Tachtigste Hoofdstuk.De opgevouwen Zon.Gegeven teMekka.—29 verzen.
Gegeven teMekka.—29 verzen.
Gegeven teMekka.—29 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de zon zal opgevouwen worden1.2.Als de sterren zullen vallen.3.Als de bergen in beweging gebracht zullen worden.4.Als de kameelen hunne wijfjes zullen verlaten.5.Als de wilde dieren bijeen verzameld zullen worden.6.En als de zeeën zullen koken.7.Als de zielen weder met hare lichamen zullen vereenigd worden.8.Als aan het meisje, dat levend wordt begraven, zal gevraagd worden.9.Voor welke misdaad zij ter dood gebracht werd2;10.Als de boeken opengelegd zullen worden.11.En als de hemelen ter zijde gebracht zullen worden3.12.Als de hel met gedruis zal branden.13.En als het paradijs naderbij gebracht zal worden.14.Dan zal elke ziel weten, wat zij verricht heeft.15.Waarlijk, ik zweer4bij de teruggaande sterren.16.Die zich snel bewegen en zich verbergen,17.En bij den nacht als die invalt.18.En bij den morgen als die verschijnt.19.Dat dit de woorden van den eerbiedwaardigen gezant zijn5,20.Begaafd met kracht, en met waardigheid in het aangezicht van den bezitter van den troon,21.Gehoorzaamd door de engelen, die onder zijn bevel staan en gelooven.22.Uw makkerMahometis niet bezeten.23.Hij heeft hem reeds aan den helderen gezichteinder gezien6.24.En hij verdenkt de geheimen niet, die hem werden geopenbaard.25.Dit zijn niet de woorden van een gesteenigden duivel7.26.Waar gaat (dwaalt) gij dus heen?27.De Koran is eene vermaning voor alle schepselen,28.Voor dengene uwer, die geneigd is oprecht te wandelen.29.Maar gij zult niet willen, tenzij God wil, de Heer van alle schepselen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Als de zon zal opgevouwen worden1.2.Als de sterren zullen vallen.3.Als de bergen in beweging gebracht zullen worden.4.Als de kameelen hunne wijfjes zullen verlaten.5.Als de wilde dieren bijeen verzameld zullen worden.6.En als de zeeën zullen koken.7.Als de zielen weder met hare lichamen zullen vereenigd worden.8.Als aan het meisje, dat levend wordt begraven, zal gevraagd worden.9.Voor welke misdaad zij ter dood gebracht werd2;10.Als de boeken opengelegd zullen worden.11.En als de hemelen ter zijde gebracht zullen worden3.12.Als de hel met gedruis zal branden.13.En als het paradijs naderbij gebracht zal worden.14.Dan zal elke ziel weten, wat zij verricht heeft.15.Waarlijk, ik zweer4bij de teruggaande sterren.16.Die zich snel bewegen en zich verbergen,17.En bij den nacht als die invalt.18.En bij den morgen als die verschijnt.19.Dat dit de woorden van den eerbiedwaardigen gezant zijn5,20.Begaafd met kracht, en met waardigheid in het aangezicht van den bezitter van den troon,21.Gehoorzaamd door de engelen, die onder zijn bevel staan en gelooven.22.Uw makkerMahometis niet bezeten.23.Hij heeft hem reeds aan den helderen gezichteinder gezien6.24.En hij verdenkt de geheimen niet, die hem werden geopenbaard.25.Dit zijn niet de woorden van een gesteenigden duivel7.26.Waar gaat (dwaalt) gij dus heen?27.De Koran is eene vermaning voor alle schepselen,28.Voor dengene uwer, die geneigd is oprecht te wandelen.29.Maar gij zult niet willen, tenzij God wil, de Heer van alle schepselen.
1Ditzelfde woord wordt in het Arabisch gebruikt als men van den tulband spreekt. Men moet zich dus de zon als een kegel voorstellen, van eene buigbare stof gemaakt. Hetzelfde woord beteekent ook het loshaken en nederwerpen van een voorwerp; deze beteekenis zou misschien natuurlijker wezen.2De afgodendienende Arabieren beschouwen namelijk de geboorte der dochters als een ongeluk, en ontdeden zich dikwijls van deze, door haar levend te verbranden. ZieHoofdstuk XVI, vers 61.3Of afgestroopt van hunne plaats, zooals de huid van een kameel.Mabracciis van meening, dat deze plaats betrekking heeft op diegene der psalmen (Psalm CIV, 2), waar, overeenkomstig de lezingen derSeptuagintaenVulgata, gezegd wordt, dat God den hemel als eene huid heeft uitgestrekt.4ZieHoofdstuk LVI, vers 74.5ZijndeGabriël.6ZieHoofdstuk LIII, vers 7.7Die de gesprekken der engelen heeft afgeluisterd. Dit vers is een antwoord op eene lastering der ongeloovigen, die zeiden, dat deKoranslechts een tooverstuk was. De Arabieren veronderstellen namelijk dat de waarzegger of toovenaar zijne denkbeelden ontvangt van de booze geesten, die steeds zooveel mogelijk van de bewoners des hemels trachten te vernemen.
1Ditzelfde woord wordt in het Arabisch gebruikt als men van den tulband spreekt. Men moet zich dus de zon als een kegel voorstellen, van eene buigbare stof gemaakt. Hetzelfde woord beteekent ook het loshaken en nederwerpen van een voorwerp; deze beteekenis zou misschien natuurlijker wezen.
2De afgodendienende Arabieren beschouwen namelijk de geboorte der dochters als een ongeluk, en ontdeden zich dikwijls van deze, door haar levend te verbranden. ZieHoofdstuk XVI, vers 61.
3Of afgestroopt van hunne plaats, zooals de huid van een kameel.Mabracciis van meening, dat deze plaats betrekking heeft op diegene der psalmen (Psalm CIV, 2), waar, overeenkomstig de lezingen derSeptuagintaenVulgata, gezegd wordt, dat God den hemel als eene huid heeft uitgestrekt.
4ZieHoofdstuk LVI, vers 74.
5ZijndeGabriël.
6ZieHoofdstuk LIII, vers 7.
7Die de gesprekken der engelen heeft afgeluisterd. Dit vers is een antwoord op eene lastering der ongeloovigen, die zeiden, dat deKoranslechts een tooverstuk was. De Arabieren veronderstellen namelijk dat de waarzegger of toovenaar zijne denkbeelden ontvangt van de booze geesten, die steeds zooveel mogelijk van de bewoners des hemels trachten te vernemen.
Twee en Tachtigste Hoofdstuk.De gespleten Hemel.Geopenbaard teMekka—19 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de hemel gespleten zal worden,2.Als de sterren verspreid zullen worden,3.Als de zeeën hare wateren zullen vermengen,4.En als de graven ten onderstboven zullen gekeerd worden,5.Dan zal iederen ziel kennen, wat zij heeft misdreven.6.O mensch! wat heeft u omtrent uwen barmhartigen Heer verleid,7.Die u geschapen en verzameld heeft, en u op den rechten weg leidde,8.Die u heeft gevormd in den vorm welke hem behaagde?9.Waarlijk, doch gij loochent het laatste oordeel als eene valschheid.10.Waarlijk er zijn wachtengelen over u aangesteld1.11.Eerbiedwaardig in het oog van God; die uwe daden nederschrijven;12.Die weten wat gij doet.13.De rechtvaardigen zullen zekerlijk op eene plaats des genots zijn;14.Maar de zondaren zullen zekerlijk in de hel wezen.15.Zij zullen daarin worden geworpen, om op den dag des oordeels verbrand te worden,16.Zij zullen zich daaraan nimmer kunnen onttrekken.17.Wat zal u doen begrijpen wat de dag des oordeels is?18.Nogmaals; wat zal u doen begrijpen wat de dag des oordeels is?19.Het is de dag waarop de eene ziel niet in staat zal wezen, iets ten behoeve eener andere te verkrijgen. Het bevel zal op dien dag aan God toebehooren.1ZieHoofdstuk L, vers 16.
Twee en Tachtigste Hoofdstuk.De gespleten Hemel.Geopenbaard teMekka—19 verzen.
Geopenbaard teMekka—19 verzen.
Geopenbaard teMekka—19 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Als de hemel gespleten zal worden,2.Als de sterren verspreid zullen worden,3.Als de zeeën hare wateren zullen vermengen,4.En als de graven ten onderstboven zullen gekeerd worden,5.Dan zal iederen ziel kennen, wat zij heeft misdreven.6.O mensch! wat heeft u omtrent uwen barmhartigen Heer verleid,7.Die u geschapen en verzameld heeft, en u op den rechten weg leidde,8.Die u heeft gevormd in den vorm welke hem behaagde?9.Waarlijk, doch gij loochent het laatste oordeel als eene valschheid.10.Waarlijk er zijn wachtengelen over u aangesteld1.11.Eerbiedwaardig in het oog van God; die uwe daden nederschrijven;12.Die weten wat gij doet.13.De rechtvaardigen zullen zekerlijk op eene plaats des genots zijn;14.Maar de zondaren zullen zekerlijk in de hel wezen.15.Zij zullen daarin worden geworpen, om op den dag des oordeels verbrand te worden,16.Zij zullen zich daaraan nimmer kunnen onttrekken.17.Wat zal u doen begrijpen wat de dag des oordeels is?18.Nogmaals; wat zal u doen begrijpen wat de dag des oordeels is?19.Het is de dag waarop de eene ziel niet in staat zal wezen, iets ten behoeve eener andere te verkrijgen. Het bevel zal op dien dag aan God toebehooren.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Als de hemel gespleten zal worden,2.Als de sterren verspreid zullen worden,3.Als de zeeën hare wateren zullen vermengen,4.En als de graven ten onderstboven zullen gekeerd worden,5.Dan zal iederen ziel kennen, wat zij heeft misdreven.6.O mensch! wat heeft u omtrent uwen barmhartigen Heer verleid,7.Die u geschapen en verzameld heeft, en u op den rechten weg leidde,8.Die u heeft gevormd in den vorm welke hem behaagde?9.Waarlijk, doch gij loochent het laatste oordeel als eene valschheid.10.Waarlijk er zijn wachtengelen over u aangesteld1.11.Eerbiedwaardig in het oog van God; die uwe daden nederschrijven;12.Die weten wat gij doet.13.De rechtvaardigen zullen zekerlijk op eene plaats des genots zijn;14.Maar de zondaren zullen zekerlijk in de hel wezen.15.Zij zullen daarin worden geworpen, om op den dag des oordeels verbrand te worden,16.Zij zullen zich daaraan nimmer kunnen onttrekken.17.Wat zal u doen begrijpen wat de dag des oordeels is?18.Nogmaals; wat zal u doen begrijpen wat de dag des oordeels is?19.Het is de dag waarop de eene ziel niet in staat zal wezen, iets ten behoeve eener andere te verkrijgen. Het bevel zal op dien dag aan God toebehooren.
1ZieHoofdstuk L, vers 16.
1ZieHoofdstuk L, vers 16.
Drie en Tachtigste Hoofdstuk.De Bedriegers.Geopenbaard teMekka.—36 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Wee over hen, die de maat of het gewicht vervalschen!2.Die, als zij van anderen koopen eene volle maat verlangen,3.Maar die bedriegen als zij voor anderen meten of wegen.4.Weten zij niet, dat zij eens zullen worden opgewekt5.Op den grooten dag;6.Den dag waarop de mensch voor den Heer van alle schepselen zal staan? Volstrekt niet.7.Waarlijk, het register van de zondaren is zekerlijk inSidjîn1.8.En wat zal u doen begrijpen, watSidjînis?9.Het is een duidelijk geschreven boek.10.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd.11.Die den dag des oordeels als een valschheid loochenen!12.Niemand loochent dien als eene valschheid, behalve de zondaar en de schuldige;13.Die, als hun onze teekenen worden herinnerd, zeggen: Dit zijn fabelen van de ouden.14.Volstrekt niet.—Maar hunne lusten hebben veeleer een sluier over hunne harten geworpen.15.Volstrekt niet. Dien dag zullen zij van hunnen Heer zijn uitgesloten;16.En zij zullen in de hel worden gezonden, om verbrand te worden.17.Dan zullen de wachters der hel tot hen zeggen: Dit is, wat gij als een valschheid hebt geloochend.18.Waarlijk, het register van de daden der rechtvaardigen isIllioen2.19.En wat zal u doen begrijpen watIllioenis.20.Het is een duidelijk geschreven boek.21.Zij, die God naderen zijn getuigen daarvan.22.Waarlijk, de rechtvaardigen zullen te midden van genoegens wonen.23.Op zetels (uitgestrekt), zullen zij voorwerpen van genoegens aanschouwen.24.Gij zult den glans der vreugde op hunne aangezichten zien.25.Men zal hun zuiveren (keurigen) wijn te drinken geven, die gezegeld zal zijn.26.Het zegel zal van muskus wezen. Laat dus hen die trachten deze gelukzaligheid te verkrijgen, streven haar te verdienen.27.En het daarmede gemengde water zal vanTasnimzijn3;28.Eene fontein waarvan degenen zullen drinken, die de goddelijke tegenwoordigheid nabij komen.29.Zij die zondig handelen, bespotten de ware geloovigen.30.Als zij hen voorbij gaan, wenken zij elkander toe.31.En als zij tot hun volk wederkeeren, komen zij terug, terwijl zij spottende gebaren maken.32.En als zij hen zien, zeggen zij: Waarlijk, deze zijn verdoolde menschen.33.Maar zij zijn niet gezonden om over hen te waken4,34.Daarom zullen ware geloovigen eens de ongeloovigen bespotten;35.Op zetels liggende, zullen zij op hen in de hel nederzien.36.Zal den ongeloovigen niet vergolden worden hetgeen zij hebben gedaan?1Sidjînis een boek, waarin de daden der menschen zijn opgeschreven.SidjînofSedjinis ook een mesthoop onder de zevende aarde het verblijf vanEblis, waar het boek bewaard wordt.2Dit is het meervoud van het voorgaande woord, dat behalve de reeds gegevene beteekenis, volgens sommigen ook nog eene verheven plaats nabij Gods troon zou beteekenen, voor het verblijf der gelukzaligen bestemd.3Tasnimis de naam van eene fontein in hetParadijs, aldus genaamd, als zijnde in de hoogste afdeelingen geplaatst.4Zijnde: Het is den geloovigen door God niet bevolen, den ongeloovigen rekenschap te vragen, of hunne daden te beoordeelen.
Drie en Tachtigste Hoofdstuk.De Bedriegers.Geopenbaard teMekka.—36 verzen.
Geopenbaard teMekka.—36 verzen.
Geopenbaard teMekka.—36 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Wee over hen, die de maat of het gewicht vervalschen!2.Die, als zij van anderen koopen eene volle maat verlangen,3.Maar die bedriegen als zij voor anderen meten of wegen.4.Weten zij niet, dat zij eens zullen worden opgewekt5.Op den grooten dag;6.Den dag waarop de mensch voor den Heer van alle schepselen zal staan? Volstrekt niet.7.Waarlijk, het register van de zondaren is zekerlijk inSidjîn1.8.En wat zal u doen begrijpen, watSidjînis?9.Het is een duidelijk geschreven boek.10.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd.11.Die den dag des oordeels als een valschheid loochenen!12.Niemand loochent dien als eene valschheid, behalve de zondaar en de schuldige;13.Die, als hun onze teekenen worden herinnerd, zeggen: Dit zijn fabelen van de ouden.14.Volstrekt niet.—Maar hunne lusten hebben veeleer een sluier over hunne harten geworpen.15.Volstrekt niet. Dien dag zullen zij van hunnen Heer zijn uitgesloten;16.En zij zullen in de hel worden gezonden, om verbrand te worden.17.Dan zullen de wachters der hel tot hen zeggen: Dit is, wat gij als een valschheid hebt geloochend.18.Waarlijk, het register van de daden der rechtvaardigen isIllioen2.19.En wat zal u doen begrijpen watIllioenis.20.Het is een duidelijk geschreven boek.21.Zij, die God naderen zijn getuigen daarvan.22.Waarlijk, de rechtvaardigen zullen te midden van genoegens wonen.23.Op zetels (uitgestrekt), zullen zij voorwerpen van genoegens aanschouwen.24.Gij zult den glans der vreugde op hunne aangezichten zien.25.Men zal hun zuiveren (keurigen) wijn te drinken geven, die gezegeld zal zijn.26.Het zegel zal van muskus wezen. Laat dus hen die trachten deze gelukzaligheid te verkrijgen, streven haar te verdienen.27.En het daarmede gemengde water zal vanTasnimzijn3;28.Eene fontein waarvan degenen zullen drinken, die de goddelijke tegenwoordigheid nabij komen.29.Zij die zondig handelen, bespotten de ware geloovigen.30.Als zij hen voorbij gaan, wenken zij elkander toe.31.En als zij tot hun volk wederkeeren, komen zij terug, terwijl zij spottende gebaren maken.32.En als zij hen zien, zeggen zij: Waarlijk, deze zijn verdoolde menschen.33.Maar zij zijn niet gezonden om over hen te waken4,34.Daarom zullen ware geloovigen eens de ongeloovigen bespotten;35.Op zetels liggende, zullen zij op hen in de hel nederzien.36.Zal den ongeloovigen niet vergolden worden hetgeen zij hebben gedaan?
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Wee over hen, die de maat of het gewicht vervalschen!2.Die, als zij van anderen koopen eene volle maat verlangen,3.Maar die bedriegen als zij voor anderen meten of wegen.4.Weten zij niet, dat zij eens zullen worden opgewekt5.Op den grooten dag;6.Den dag waarop de mensch voor den Heer van alle schepselen zal staan? Volstrekt niet.7.Waarlijk, het register van de zondaren is zekerlijk inSidjîn1.8.En wat zal u doen begrijpen, watSidjînis?9.Het is een duidelijk geschreven boek.10.Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd.11.Die den dag des oordeels als een valschheid loochenen!12.Niemand loochent dien als eene valschheid, behalve de zondaar en de schuldige;13.Die, als hun onze teekenen worden herinnerd, zeggen: Dit zijn fabelen van de ouden.14.Volstrekt niet.—Maar hunne lusten hebben veeleer een sluier over hunne harten geworpen.15.Volstrekt niet. Dien dag zullen zij van hunnen Heer zijn uitgesloten;16.En zij zullen in de hel worden gezonden, om verbrand te worden.17.Dan zullen de wachters der hel tot hen zeggen: Dit is, wat gij als een valschheid hebt geloochend.18.Waarlijk, het register van de daden der rechtvaardigen isIllioen2.19.En wat zal u doen begrijpen watIllioenis.20.Het is een duidelijk geschreven boek.21.Zij, die God naderen zijn getuigen daarvan.22.Waarlijk, de rechtvaardigen zullen te midden van genoegens wonen.23.Op zetels (uitgestrekt), zullen zij voorwerpen van genoegens aanschouwen.24.Gij zult den glans der vreugde op hunne aangezichten zien.25.Men zal hun zuiveren (keurigen) wijn te drinken geven, die gezegeld zal zijn.26.Het zegel zal van muskus wezen. Laat dus hen die trachten deze gelukzaligheid te verkrijgen, streven haar te verdienen.27.En het daarmede gemengde water zal vanTasnimzijn3;28.Eene fontein waarvan degenen zullen drinken, die de goddelijke tegenwoordigheid nabij komen.29.Zij die zondig handelen, bespotten de ware geloovigen.30.Als zij hen voorbij gaan, wenken zij elkander toe.31.En als zij tot hun volk wederkeeren, komen zij terug, terwijl zij spottende gebaren maken.32.En als zij hen zien, zeggen zij: Waarlijk, deze zijn verdoolde menschen.33.Maar zij zijn niet gezonden om over hen te waken4,34.Daarom zullen ware geloovigen eens de ongeloovigen bespotten;35.Op zetels liggende, zullen zij op hen in de hel nederzien.36.Zal den ongeloovigen niet vergolden worden hetgeen zij hebben gedaan?
1Sidjînis een boek, waarin de daden der menschen zijn opgeschreven.SidjînofSedjinis ook een mesthoop onder de zevende aarde het verblijf vanEblis, waar het boek bewaard wordt.2Dit is het meervoud van het voorgaande woord, dat behalve de reeds gegevene beteekenis, volgens sommigen ook nog eene verheven plaats nabij Gods troon zou beteekenen, voor het verblijf der gelukzaligen bestemd.3Tasnimis de naam van eene fontein in hetParadijs, aldus genaamd, als zijnde in de hoogste afdeelingen geplaatst.4Zijnde: Het is den geloovigen door God niet bevolen, den ongeloovigen rekenschap te vragen, of hunne daden te beoordeelen.
1Sidjînis een boek, waarin de daden der menschen zijn opgeschreven.SidjînofSedjinis ook een mesthoop onder de zevende aarde het verblijf vanEblis, waar het boek bewaard wordt.
2Dit is het meervoud van het voorgaande woord, dat behalve de reeds gegevene beteekenis, volgens sommigen ook nog eene verheven plaats nabij Gods troon zou beteekenen, voor het verblijf der gelukzaligen bestemd.
3Tasnimis de naam van eene fontein in hetParadijs, aldus genaamd, als zijnde in de hoogste afdeelingen geplaatst.
4Zijnde: Het is den geloovigen door God niet bevolen, den ongeloovigen rekenschap te vragen, of hunne daden te beoordeelen.