Zeventigste Hoofdstuk.De Trappen.Geopenbaard teMekka.—44 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Iemand vraagt en roept om wraak.2.Over de ongeloovigen. Er zal niemand wezen, die verhinderen kan.3.Dat God hen bedroeven, de meester der trappen1.4.Langs welke de engelen tot hem opstijgen in een dag, wiens uitgebreidheid vijftig duizend jaren bedraagt2.5.Daarom, verdraagt de beleedigingenvan de bewoners vanMekkamet lofwaardig geduld.6.Want zij (de ongeloovigen) zien hunne straf ver verwijderd.7.Maar wij zien die nabij.8.Op een zekeren dag zal de hemel als gesmolten koper worden.9.En de bergen gelijk wol van verschillende kleuren, door den wind uiteengedreven.10.En een vriend zal den ander niet naar zijn toestand vragen11.Hoewel zij elkander zien. De zondaar zal trachten, zich van de straf van dien dag los te koopen, door zijne kinderen op te offeren12.En zijne vrouw en zijn broeder.13.En zijne bloedverwanten die hem vriendschap bewezen;14.En allen die op aarde zijn. Hij zal begeeren daardoor gered te worden.15.Maar in geenen deele; want het hellevuur,16.Dat hen bij de schedels zal grijpen,17.Zal iederen persoon opeischen, die zijn rug zal hebben toegewend, en het geloof ontvlucht is.18.En die rijkdommen verzameld heeft, en deze gierig ophoopt.19.Waarlijk, de mensch is zeer begeerig geschapen3.20.Als het kwaad hem treft, is hij ternedergeslagen.21.Maar als het goede hem toevloeit, word hij karig.22.Zoo bestaan niet degenen die godvruchtig zijn.23.Die in hunne gebeden volharden.24.En zij, die gereed zijn, een zeker voegzaam deel van hunne bezittingen te geven.25.Aan hem die vraagt, en aan hem, die door schaamte teruggehouden wordt te vragen.26.Zij, die oprecht in den dag des oordeels gelooven,27.En de straf van hunnen Heer vreezen28.(Want niemand is beveiligd tegen de straf van zijnen Heer).29.Die ingetogen leven.30.En die geen gemeenschap hebben met andere vrouwen dan met de hunne, of de slavinnen, die door hunne rechterhanden worden bezeten; want zij zijn zonder blaam.31.Maar zij, die gemeenschap met andere vrouwen buiten deze hebben, zijn zondaren.32.Zij, die wat hun werd toevertrouwd en hun verbond getrouw bewaren.33.Die onwrikbaar in hunne verklaringen zijn.34.En die de vereischte voorschriften bij hunne gebeden nauwkeurig in acht nemen.35.Deze zullen hooggeëerd zijn, en te midden van tuinen wonen.36.Wat scheelt de ongeloovigen, dat zij voor u uitgaan37.In scharen ter rechter- en ter linkerhand?38.Wenscht een hunner den tuin des genots binnen te gaan?39.Volstrekt niet.—Waarlijk, wij hebben hen geschapen, van datgene wat zij kennen4.40.Ik zweer bij den Heer van het Oosten en het Westen5,dat wij in staat zijn.41.(Hen te verdelgen en) een beter volk voor hen in de plaats te stellen; en niemand kan het verhinderen, indien het ons behaagt dit te doen.42.Daarom, laat hen in ijdele gesprekken waden, en in vermaken genot zoeken, tot zij den dag ontmoeten, waarmede zij bedreigd zijn.43.Den dag waarop zij haastig uit hunne graven zullen voortkomen, als scharen, die zich naar hunne vanen spoeden.44.Hunne blikken zullen nedergeslagen zijn, en schande zal hen volgen. Dit is de dag, waarmede zij bedreigd zijn geworden.1Langs welke de gebeden en de rechtvaardige daden ten hemel opstijgen; of waar langs de engelen opstijgen, om de goddelijke bevelen te ontvangen, of langs welke de geloovigen tot het paradijs opstijgen. Sommigen zien hierin de verschillende rangen van engelen, of van de hemelen, die trapsgewijze boven elkander verrijzen.2De plaats is hier woordelijk vertaald.Salevoegt er “ook de geest vanGabriël” tusschen, en meent tevens, ten einde deze plaats metHoofdstuk XXXII, vers 4te verbinden, dat daar de opstijging van de aarde bedoeld wordt, terwijl hier van eene opstijging van den laagsten graad derschepping zou worden gesproken.Kasimirskibestrijdt deze meening, welke hij geheel willekeurig noemt, en die slechts moet strekken, om deze beide plaatsen, waarvan eene van vijftig duizend jaren, en de andere van duizend jaren spreekt, niet met elkander in tegenspraak te doen zijn. Overigens zijn de uitleggers het volstrekt niet eens of hier doorMahometop den dag des oordeels, wordt gedoeld, of wel op de dagen gedurende welke de zielen zullen moeten wachten, wat volgens eenigen niet meer dan een halve dag is.3ZieHoofdstuk XVII, vers 12.4Zijnde van morsig zaad, dat in geene betrekking staat tot, of geene gelijkenis met heilige wezens heeft; daarom is het noodig voor hem, diehoopt een bewoner van het paradijs te worden, zich zelven in het geloof en de geestelijke deugden te volmaken, om zich voor die plaats geschikt te maken (Al Bedâwi).5Of “Ik zweer niet.”Savarygeeft aan deze lezing de voorkeur en ookKasimirski(ZieHoofdstuk LVI, vers 74). De oorspronkelijke woorden staan in het meervoud, en beteekenen de verschillende punten van den gezichteinder, waar de zon in den loop des jaars op- en ondergaat (ZieHoofdstuk XXXVII, vers 5noot).Een en Zevenstigste Hoofdstuk.Noach.Geopenbaard teMekka.—29 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, wij zondenNoachtot zijn volk, zeggende: Waarschuw uw volk, alvorens hen eene vreeselijke straf overvalt.2.Noachzeide: O mijn volk! waarlijk, ik ben een openbaar prediker voor u.3.Daarom, dient den eenigen God, vreest hem en gehoorzaamt mij.4.Hij zal u een gedeelte uwer zonden vergeven1, en zal u uitstel verleenen tot een bepaalden tijd; want als de door God bepaalde tijd komt, zal die niet worden uitgesteld; indien gij lieden van verstand waart, zoudt gij dit weten.5.Hij zeide: O Heer! waarlijk, ik heb mijn volk nacht en dag geroepen; maar mijne stem heeft hunnen tegenzin slechts vermeerderd.6.En wanneer ik hen tot het ware geloof riep, opdat gij hun zoudt vergeven, staken zij hunne vingers in hunne ooren, en bedekten zich met hunne kleederen; zij volhardden in hunne ongeloovigheid, en versmaadden mijn raad hoovaardig.7.Daarop heb ik hen in het openbaar uitgenoodigd, en ik sprak tot hen in het openbaar.8.Ik vermaande hen ook in het geheim.9.En ik zeide: vraagt vergiffenis van uwen Heer; want hij is vergevensgezind.10.Hij zal rijkelijkregen van den hemel op u doen nederstroomen.11.Hij zal u vermeerdering van welvaart en van kinderen schenken2, en hij zal u tuinen geven en u met rivieren voorzien.12.Wat scheelt u, dat gij niet op Gods goedheid vertrouwt?13.Hij heeft u toch in verschillende vormen geschapen3.14.Ziet gij niet, hoe God de zeven hemelen boven elkander heeft geschapen?15.En hoe hij de maan ter verlichting daarin heeft geplaatst, en dat hij de zon als tot een fakkel heeft bestemd.16.God heeft ook u voortgebracht, en u uit de aarde doen voortspruiten.17.Hierna zal hij u weder daarin doen terugkeeren, en hij zal u daaruit weder wegnemen, door u uit uwe graven te doen verrijzen.18.God heeft de aarde als een voetkleed voor u uitgespreid.19.Opdat gij langs ruime paden daar zoudt mogen wandelen.20.Noachzeide: Heer! waarlijk, zij zijn mij ongehoorzaam, en zij volgen hen, wier rijkdommen en kinderen hun verderf slechts vermeerderen.21.Zij smeedden eene gevaarlijke samenspanning tegenNoach.22.Hun opperhoofd zeide tot de anderen: Gij zult uwe goden volstrekt niet verlaten, en gij zultWeddnochSowaverzaken,23.NochJaghoethenYaoekenNesr4.24.En zij verleidden velen (want gij zult slechts de dwaling der zondaren vermeerderen).25.Zij werden verdronken om hunne zonden, en in het hellevuur geworpen.26.Zij vonden niemand die hen tegen God ondersteunde.27.EnNoachzeide: Heer, laat geen gezin derongeloovigenop de aarde5.28.Want indien gij hen daar laat, zullen zij uwe dienaren verleiden, en slechts eene zondige en ongeloovige nakomelingschap voortbrengen.29.Heer! vergeef mij en mijnen bloedverwanten6, en ieder die mijn huis zal binnen gaan7, en die een waar geloovige is, en de ware geloovigenvan beiderlei kunne, en geef den onrechtvaardigen niets dan verdelging.1Zijnde uwe zonden in het verledene, die uitgewischt zijn, door de belijdenis van het ware geloof.2Er wordt gezegd, datNoach, gedurende langen tijd, te vergeefs voor hen had gepredikt, en dat God daarna den hemel gedurende veertig jaren dichtsloot en hunne vrouwen onvruchtbaar maakte (Al Zamakshari).3Dat is volgens de meening der uitleggers: door verschillende graden of veranderingen, van den oorspronkelijken vorm, tot gij volmaakte menschen werdt (zieHoofdstuk XXII, vers 5, enHoofdstuk XXIII, vers 12en volg).4Dit waren vijf godvruchtige mannen, die vóórNoachhadden geleefd. De eerbied, welke men voor hunne nagedachtenis had, ontaardde later bij de Ante-Diluvianen, en vervolgens bij de Arabieren in afgoderij.5Sommige uitleggers zeggen, dat Noach dit gebed niet uitsprak, dan nadat hij zijn volk gedurende 950 jaren beproefd, en toen bevonden had, dat zij onverbeterlijk waren.6Zijn vaderLamechen zijne moederShemka, de dochter vanEnoch, die ware geloovigen waren.7De uitleggers komen niet overeen omtrent hetgeen deze plaats betreft: sommigen zeggen dat hier het woonhuis vanNoachbedoeld wordt, anderen de tempel, dien hij voor de vereering van God gebouwd had, of wel de ark.Twee en Zeventigste Hoofdstuk.De Geniussen.Geopenbaard teMekka—28 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: Het is mij geopenbaard, dat een aantal geniussen mijne lezing van den Koran1aandachtig hebben aangehoord, en zeiden: Waarlijk, wij hebben een bewonderenswaardig gesprek gehoord.2.Dat op den rechten weg leidt; daarom gelooven wij er in, en wij willen volstrekt geen ander met onzen Heer vereenigen.3.Hij (dat zijne majesteit verheven zij!) heeft geene vrouw genomen, en heeft evenmin kinderen gebaard4.Een dwaze van ons2heeft iets van God gezegd, wat geheel valsch is.5.Maar wij dachten waarlijk, dat noch mensch, noch genius op eenigerlei wijze eene leugen tegen God zou hebben uitgedacht.6.En er zijn zekere menschen, die, als toevlucht, tot sommigen der geniussen vloden.7.Maar zij vermeerderden hunne dwaasheid en hunne zonden. Zij dachten, zooals gij denkt, dat God niemand tot het leven zal doen verrijzen.8.En wij trachtten vroeger te bespieden, wat er in den hemel voortging; maar wij bevonden, dat die met eene sterke wacht van engelen en vlammende flitsen opgevuld was.9.En wij plaatsten ons op sommige der zetels om de gesprekken zijner bewoners te hooren; maar wie thans zou luisteren, zou den vlammenden schicht vinden, die in hinderlaag gelegd is, om de grenzen van den hemel te beschermen (hem te treffen)3.10.Wij weten niet,of daardoor eene ramp voor hen wordt bedoeld, die op de aarde wonen, dan wel of hun Heer voornemens is, hen op den rechten weg te leiden.11.Er zijn sommigen onder ons, die rechtschapen zijn, en er zijn sommigen onder ons, die anders zijn; wij zijn in verschillende soorten verdeeld.12.En wij erkennen waarlijk, dat wij Gods macht op aarde geenszins zouden kunnen verzwakken, noch dat wij hem door de vlucht zouden kunnen ontsnappen.13.Daarom geloofden wij in den Koran, toen wij de leiding hadden gehoord, die daarin is vervat. En wie in zijn Heer gelooft, behoeft geene vermindering van zijne belooning, noch eenige onrechtvaardigheid te vreezen.14.Er zijn sommige Moslems onder ons, en er zijn anderen onder ons, die van de rechtvaardigheid afdwalen. En zij die den Islam omhelzen, zoeken de ware leiding op ernstige wijze.15.Maar zij die van de rechtvaardigheid afwijken, zullen tot voedsel der hel verstrekken.16.Indien zij den weg der waarheid betreden, zullen wij hen zekerlijk met een overvloedigen regen bevochtigen4.17.Ten einde hun daardoor te bewijzen, dat degeen die zich van de vermaning van zijn Heer afwendt, eene strenge marteling zal ondergaan.18.Waarlijk de plaatsen der vereering zijn aan God toegewijd; roept dus geen ander tegelijk met God aan.19.Toen Gods dienaar5opstond om hem aan te roepen, had het weinig gescheeld, of de geniussen hadden hem doodgedrongen, om hem den Koran te hooren opzeggen.20.Zeg: Waarlijk, ik roep slechts mijn Heer aan, en ik vereenig geen anderen God met hem.21.Zeg: Waarlijk, ik ben uit mij zelven niet in staat, u leed of goed te doen.22.Zeg: Waarlijk, niemand kan mij tegen God bijstaan.23.Nimmer zal ik eene toevlucht buiten hem vinden.24.Ik kan niets meer doen, dan wat mij van God werd geopenbaard, en zijne zendingen openbaar maken. En hij, die God en zijn gezant ongehoorzaam zal zijn, voor dien is het hellevuur gereed gemaakt; eeuwig zal hij daarin verblijven.25.Zij zullen hunnen wederstand niet staken, dan nadat zij de wraak gezien zullen hebben, waarmede zij zijn bedreigd; maar dan zullen zij weten, wie onzer zwakker in zijne ondersteuning, en wie kleiner in getal is.26.Zeg hun: Ik weet niet of de straf waarmede gij bedreigd zijt, nabij is, dan wel, of mijn heer die voor een verwijderd tijdstip heeft bepaald. Hij kent de geheimen der toekomst, en hij deelt zijne geheimen aan niemand mede.27.Behalve aan den gezant in wien hij behagen schept6, en hij doet eene wacht van engelenvoor hem en achter hem gaan.28.Opdat hij zou weten, dat de gezanten de zending van hunnen Heer hebben volbracht. Hij weet alles, wat met hen is, en telt alle dingen bij het getal.1ZieHoofdstuk XLVI, vers 28noot. Wij hebben reeds gezegd, dat, volgens het geloof der Arabieren, de geniussen eene soort van middenras vormden tusschen de menschen en de engelen. Op het gezag dezer plaats, en steunende op de omstandigheid, datMahometdeze geniussen niet had gezien, maar dat hunne aanwezigheid hem door God werd geopenbaard, gelooven de uitleggers dat de geniussen de zielen der menschen zijn, waardoor het woord geniussen synoniem met geesten zou zijn. Deze uitlegging komt echter kwalijk overeen met de andere plaatsen van den Koran, en met de meening, dat de geniussen op dezelfde wijze als de andere schepselen worden voortgebracht.2ZijndeEblis, of de weerspannige geniussen.3ZieHoofdstuk XV, vers 16en volg.4Zijnde: Wij zullen hun een overvloed van goede dingen schenken.5Zijnde:Mahomet.6Men wil met deze woordenMahometbedoeld hebben, hetgeen in tegenspraak zou wezen met verschillende plaatsen van den Koran, waar de Arabische profeet nederig erkent, dat hij onbekend is met de verborgene dingen. De beste verklaring, welke men van de verzen 27 en 28 geeft, is, dat God zijne geheimen aan niemand mededeelt, en als hij, dengenezijner gezanten (hetzij engel of profeet) welke het hem heeft behaagd uit te kiezen, zijne bevelen geeft, hij dien overal volgt, om te zien of hij zich daarvan kwijt.Drie en Zeventigste Hoofdstuk.De Omwikkelde.Geopenbaard teMekka1—20 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.O gij omwikkelde profeet2!2.Sta op om te bidden, en ga daarmede voort gedurende den nacht, behalve een klein gedeelte:3.Dat is te zeggen, gedurende de helft daarvan, of verkort dit een weinig.4.Of voeg er iets bij, en herhaal den Koran met eene duidelijke en welluidende stem.5.Want wij zullen u een zeer gewichtig woord openbaren.6.Waarlijk, het begin des nachts heeft meer kracht voor het standvastige gebed en geeft meer gemak om ons uit te drukken3;7.Want des daags hebt gij vele bezigheden.8.En herdenk den naam van uwen Heer en geef u geheel aan hem over, terwijl gij van de wereldsche ijdelheden afstand doet.9.Hij is de Heer van het Oosten en het Westen. Er is geen god buiten hem. Neem hem dus tot uwen beschermer.10.Draag den schimp geduldig, dien de ongeloovigen u toevoegen, en vertrek van hen op een voegzame wijze.11.En laat mij alleen met hen, die den Koran van valschheid beschuldigen, die de genoegens van dit leven genieten. Verleen hun een weinig uitstel.12.Waarlijk wij hebben voor hen zware ketenen, en een brandend vuur.13.En voedsel dathen zal doen verstikken, die het opzwelgen4, en eene pijnlijke marteling.14.Op een zekeren dag zal de aarde geschud worden en de bergen mede; en de bergen zullen tot een zandhoop worden, die voortgedreven wordt.15.Waarlijk, wij hebben u een profeet gezonden, om getuigenis tegen u af te leggen, zooals wij een gezant aanPharaozonden.16.MaarPharaowas ongehoorzaam aan den gezant, daarom kastijdden wij hem met eene zware straf.17.Indien gij niet gelooft, hoe wilt gij u dan beveiligen voor den dag waarop de kinderen grijze haren van den schrik zullen krijgen?18.De hemel zal van schrik gespleten worden; de belofte daarvan zal zekerlijk worden vervuld.19.Waarlijk, dit is eene vermaning, en hij die geneigd is vermaand te worden, zal den weg tot zijn Heer nemen.20.Uw Heer, oMahomet! weet dat gij in gebed en overpeinzing dikwijls bijna twee derde gedeelten van een nacht, en somtijds de helft daarvan doorbrengt, en op andere tijden weder een derde gedeelte daarvan, en een deel uwer makkers die met u zijn, doen hetzelfde. Maar God weet den dag en den nacht; hij weet, dat gij die niet nauwkeurig kunt berekenen, daarom wendt hij zich gunstig tot u. Lees dus zooveel van den Koran als u gemakkelijk zal wezen. Hij weet dat er zieken onder u zijn, terwijl anderen op de aarde reizen, opdat zij door Gods goedheid, zich bezittingen zouden verwerven; en dat anderen strijden ter verdediging van Gods geloof. Lees dus zooveel daarvan, als u niet moeilijk zal wezen. Neem de vaste tijden van het gebed in acht, geef de behoorlijke aalmoezen, en leen God eene aannemelijke leening; want al hetgeen gij Gode (in goede werken) voor uwe zielen zendt, zult gij bij God terugvinden. Dit is beter5, en zal eene grootere belooning verdienen. En vraag God vergiffenis; want God is vergevensgezind en barmhartig.1Sommigen willen dat het laatste vers teMedinageopenbaard zij.2Toen deze openbaring aanMahometwerd gebracht, was hij in zijne kleederen gewikkeld, naardien hij verschrikt was door de verschijning vanGabriël, of zooals sommigen zeggen, lag hij gerust te slapen, of volgens anderen, had hij zich in een gedeelte van een wijden mantel gewikkeld, of een dekkleed, met welk ander deelAïshazich had bedekt om te slapen (Al Zamakhshari, Al Beidâwi).3Want de nacht is het best geschikt voor overpeinzing en gebed, alsmede om Gods woord duidelijk en met aandacht te lezen, door het afwezig zijn van alle gedruisch en ieder voorwerp, dat de aandacht zou kunnen afleiden.4Zooals: doornen en distels, de vrucht van den helschen boom,al Zakkoem, en het bedorven vocht, dat uit de lichamen der verdoemden vloeit.5Zijnde: Het goede, dat gij gedurende uwen leeftijd zult doen, zal verdienstelijker wezen in de oogen van God, dan hetgeen gij tot den dood uitstellen, en bij uitersten wil bevelen zult (Al Beidâwi).Vier en Zeventigste Hoofdstuk.De (met den mantel) Bedekte1.Geopenbaard teMekka—55 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.O gij die met een mantel bedekt zijt!2.Rijs op en predik.3.Verheerlijk uwen Heer.4.Reinig uwe kleederen!5.Ontvlucht iedere schande.6.Geef niet in de hoop, daarvoor meer terug te ontvangen.7.En wacht geduldig op uwen Heer.8.Als de trompet zal klinken.9.Waarlijk die dag zal een dag der droefheid wezen.10.En pijnlijk voor de ongeloovigen.11.Laat mij alleen met hem dien ik geschonken heb2;12.Wien ik overvloedige rijkdommen heb geschapen.13.En kinderen die in zijne tegenwoordigheid wonen;14.Voor wien ik de zaken gemakkelijk en gebaand heb gemaakt3,15.En die begeert, dat ik hem nog andere zegeningen zal zenden.16.Volstrekt niet; want hij is een tegenstander onzer wonderteekens.17.Ik zal hem met ernstige rampen bedroeven;18.Want hij heeft honende uitdrukkingen uitgedacht en gereed gemaakt, om den Koran belachelijk te maken.19.Gevloekt zij hij. Hoe kwaadwillig heeft hij die gereed gemaakt!20.En hij moge nog eens gevloekt zijn. Hoe kwaadwillig heeft hij die gereed gemaakt!21.Hij heeft zijne blikken om zich heen geworpen.22.Daarop heeft hij zijn voorhoofd gefronsd en een ernstig gelaat aangenomen.23.Vervolgens keerde hij zich van de waarheid en hij was opgeblazen van trotschheid.24.En hij zeide: Dit is slechts een goochelstuk,aan anderen ontleend.25.Dit zijn slechts de woorden van een mensch.26.Ik zal hem in de hel nederwerpen, om verbrand te worden.27.En wat zal u doen verstaan, wat de hel is?28.Zij laat geen ding onverteerd, noch laat eenige zaak ontsnappen.29.Zij verbrandt des menschen vleesch.30.Negentien engelen zijn daarover geplaatst.31.Wij hebben niemand buiten de engelen aangewezen, om het toezicht over het hellevuur te houden, en wij hebben hun getal slechts uitgedrukt als eene aanleiding tot tweedracht onder de ongeloovigen; opdat zij, aan wie de schriften werden gegeven, zeker mogen zijn van de waarachtigheid van dit boek, en dat de ware geloovigen in geloof mogen vermeerderen.32.En dat zij, aan wie de schriften werden gegeven en de ware geloovigen, daaraan niet twijfelen;33.En dat zij, in wier harten een gebrek schuilt, alsmede de ongeloovigen, mogen zeggen: Welke verborgenheid bedoelt God met dit getal?34.Zoo doet God dwalen naar zijn welbehagen, en hij richt naar zijn welbehagen. Niemand kent de legers van uwen Heer4, buiten hem. Dit is slechts eene waarschuwing voor den mensch.35.Zekerlijk. Bij de maan.36.En den nacht, als die zich verwijdert.37.En den ochtend, als die zich roodkleurt.38.(Zweer ik) dat dit eene der vreeselijkste rampen is.39.Strekkende tot waarschuwing voor den mensch;40.Zoowel voor diegenen uwer, welke vooruit loopen, als voor hen die achterblijven.41.Iedere ziel wordt in pand gegeven, voor hetgeen zij zal hebben verricht5; behalve de makkers van de rechterhand.42.Die in tuinen zullen wonen, en vragen tot elkander zullen richten nopens de zondaars, (en de snoodaards zelven zullen ondervragen, zeggende:)43.Wat heeft u in de hel gebracht?44.Zij zullen antwoorden: Wij behooren niet tot hen die standvastig in het gebed waren.45.Nimmer laafden wij de armen.46.Wij baadden ons in lichtvaardige gesprekken met degenen, die zich daartoe leenden.47.Wij loochenden den dag des oordeels.48.Tot de dood6ons overviel.49.De tusschentreding der tusschenpersonen zal hen niet helpen.50.Wat scheelde hun dus, dat zij zich van de vermaning des Korans afwendden.51.Als waren zij verschrikte ezels, die den leeuw ontvluchten.52.Maar ieder van hen wilde, dat hem een bijzonder besluit van God zou toekomen.53.Volstrekt niet. Zij vreezen het volgende leven niet.54.Volstrekt niet. Waarlijk, dit is eene toereikende waarschuwing; en wie geneigd is, gewaarschuwd te worden, dien zal hij (de Koran) waarschuwen.55.Doch zij zullen niet gewaarschuwd worden tenzij het Gode zal behagen. Hij is waardig gevreesd te worden, en hij is geneigd te vergeven.1Het woord, dat als titel voor dit hoofdstuk dient, beteekent bijna hetzelfde als datgene, wat voor den titel van het voorgaande is gebruikt. Deze twee hoofdstukken worden als de eerste der openbaring beschouwd. Volgens de overlevering zouMahomethet volgende hebben verhaald: “Eens op een dag bevond ik mij teHera, waar ik een stem hoorde, die mij riep. Ik keek rechts en links, maar ik zag niemand: ik wendde mijne oogen omhoog en zag den engelGabriël, op den troon tusschen hemel en aarde. Ik werd bang, trad bijKhadidja, mijne vrouw, binnen, en zeide tot haar: Omhul mij met mijnen mantel. Daarop daalde de engel op nieuw neder en riep mij toe:‘O gij, die met uwen mantel zijt omwikkeld.’”2Men gelooft algemeen, dat de hier bedoelde persoonAl Walid Ebn al Mogheirawas (Al Zamakshshari, Al Beidâwi, Jallalo’ddin), een voornaam man onder de Koreïshieten.3Door zijne komst tot macht en waardigheid te vergemakkelijken, die zoo aanzienlijk waren, dat hijRihâna Konreischwerd bijgenaamd, zijnde “de liefelijke geur der Koreïshieten”enal Walid, zijnde “de eenige of onvergelijkelijke” (Al Beidâwi).4Dit is: Al zijne schepsels: en bijzonder het aantal en de kracht der helwachters.5ZieHoofdstuk LII, vers 21.6Woordelijk: Datgene wat zeker is.Vijf en Zeventigste Hoofdstuk.De Opstanding.Geopenbaard teMekka—40 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, ik zweer1bij den dag der opstanding;2.En ik zweer bij de ziel die zich zelve beschuldigt.3.Denkt de mensch, dat wij zijne beenderen niet bij elkander zullen verzamelen?4.Ja, wij zijn in staat de kleinste beenderen zijner vingers bijeen te brengen.5.Maar de mensch verkiest zondig te zijn (te loochenen) den tijd die vóór hem is.6.Hij vraagt: Wanneer zal de dag der opstanding zijn?7.Maar als het oog verblind.8.Als de maan verduisterd zal wezen.9.En de zon en de maan vereenigd zullen zijn.10.Op dien dag zal de mensch zeggen: Waar is een toevluchtsoord?11.Volstrekt niet. Er zal geene plaats zijn, om er heen te vluchten.12.Op dien dag zal de veilige rustplaats met uwen Heer zijn.13.Op dien dag zal de mensch vernemen, wat hij het eerste en het laatste heeft gedaan2.14.Ja, de mensch zal getuigenis tegen zich zelven afleggen.15.En hoewel hij zijne verontschuldigingen aanbiedt, zullen zij niet worden aangenomen.16.Beweeg uwe tong niet (oMahomet!) door (de openbaringen te herhalen, u doorGabriëlgebracht, alvorens hij die geëindigd zal hebben), opdat gij haar spoedig in het geheugen zoudt prenten.17.Want het verzamelen van den Koran in uw geheugen, en u de ware lezing daarvan te leeren, komen ons toe.18.Maar als wij u dien door de tong van den engel zullen hebben voorgelezen, volg dan de lezing daarvan.19.En daarna belasten wij ons, u dien uit te leggen.20.Gij zult volstrekt zoo haastig niet zijn voor de toekomst. Maar gij menschen bemint datgene, wat haastig voorbijgaat (het wereldsche).21.En gij verwaarloost het volgende leven.22.Op dien dag zullen er aangezichten zijn, die met een levendigen glans zullen schitteren.23.En die hunne blikken naar den Heer zullen wenden.24.Er zullen dien dag ter nedergeslagen aangezichten wezen.25.Zij zullen denken, dat er eene verpletterende ramp over hen zal worden gebracht.26.Zekerlijk. Als de ziel van den mensch (in zijn doodstrijd) tot zijne keel zal opstijgen.27.Als de omstanders zullen zeggen: Wie brengt een toovermiddel om hemte doen herstellen?28.Denkende, dat het oogenblik van zijn vertrek uit deze wereld is gekomen.29.En het eene been met het andere been zal worden verbonden3.30.Op dien dag zal hij tot uwen Heer worden gedreven.31.Want hij geloofde niet4, noch bad.32.Maar hij beschuldigde Gods profeet van bedrog, en wendde zich af, in plaats van hem te gehoorzamen.33.Daarop ging hij tot zijn gezin terug, met hoogmoed wandelende.34.Daarom, wee over u! het uur nadert.35.Het nadert steeds. Wee! en nog eens wee over u; wee!36.Denkt de mensch, dat hij geheel vrijgelaten zal worden, (zonder toezicht)?37.Was hij niet eerst een droppel zaad, die zich gemakkelijk verliest?38.Later was hij een weinig gestold bloed; en God vormde hem in eene juiste evenredigheid.39.En maakte twee seksen van hem: den man en de vrouw.40.Is hij die dit gedaan heeft, niet in staat de dooden te doen herleven?1Of: ik zal niet zweren (ZieHoofdstuk LVI, vers 74).2Of het goede dat hij heeft verricht, en datgene wat hij ongedaan, heeft gelaten, enz.3Zijnde: En als hij zijne beenen te zamen zal uitstrekken, zooals bij lijden het geval is. De woorden kunnen ook worden vertaald: En als eene bedroeving met eene andere bedroeving zal worden vereenigd.4Sommigen veronderstellen, dat hier bijzonderAboe Jahlen anderen zekereAdi Ebn Rabiawordt bedoeld.
Zeventigste Hoofdstuk.De Trappen.Geopenbaard teMekka.—44 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Iemand vraagt en roept om wraak.2.Over de ongeloovigen. Er zal niemand wezen, die verhinderen kan.3.Dat God hen bedroeven, de meester der trappen1.4.Langs welke de engelen tot hem opstijgen in een dag, wiens uitgebreidheid vijftig duizend jaren bedraagt2.5.Daarom, verdraagt de beleedigingenvan de bewoners vanMekkamet lofwaardig geduld.6.Want zij (de ongeloovigen) zien hunne straf ver verwijderd.7.Maar wij zien die nabij.8.Op een zekeren dag zal de hemel als gesmolten koper worden.9.En de bergen gelijk wol van verschillende kleuren, door den wind uiteengedreven.10.En een vriend zal den ander niet naar zijn toestand vragen11.Hoewel zij elkander zien. De zondaar zal trachten, zich van de straf van dien dag los te koopen, door zijne kinderen op te offeren12.En zijne vrouw en zijn broeder.13.En zijne bloedverwanten die hem vriendschap bewezen;14.En allen die op aarde zijn. Hij zal begeeren daardoor gered te worden.15.Maar in geenen deele; want het hellevuur,16.Dat hen bij de schedels zal grijpen,17.Zal iederen persoon opeischen, die zijn rug zal hebben toegewend, en het geloof ontvlucht is.18.En die rijkdommen verzameld heeft, en deze gierig ophoopt.19.Waarlijk, de mensch is zeer begeerig geschapen3.20.Als het kwaad hem treft, is hij ternedergeslagen.21.Maar als het goede hem toevloeit, word hij karig.22.Zoo bestaan niet degenen die godvruchtig zijn.23.Die in hunne gebeden volharden.24.En zij, die gereed zijn, een zeker voegzaam deel van hunne bezittingen te geven.25.Aan hem die vraagt, en aan hem, die door schaamte teruggehouden wordt te vragen.26.Zij, die oprecht in den dag des oordeels gelooven,27.En de straf van hunnen Heer vreezen28.(Want niemand is beveiligd tegen de straf van zijnen Heer).29.Die ingetogen leven.30.En die geen gemeenschap hebben met andere vrouwen dan met de hunne, of de slavinnen, die door hunne rechterhanden worden bezeten; want zij zijn zonder blaam.31.Maar zij, die gemeenschap met andere vrouwen buiten deze hebben, zijn zondaren.32.Zij, die wat hun werd toevertrouwd en hun verbond getrouw bewaren.33.Die onwrikbaar in hunne verklaringen zijn.34.En die de vereischte voorschriften bij hunne gebeden nauwkeurig in acht nemen.35.Deze zullen hooggeëerd zijn, en te midden van tuinen wonen.36.Wat scheelt de ongeloovigen, dat zij voor u uitgaan37.In scharen ter rechter- en ter linkerhand?38.Wenscht een hunner den tuin des genots binnen te gaan?39.Volstrekt niet.—Waarlijk, wij hebben hen geschapen, van datgene wat zij kennen4.40.Ik zweer bij den Heer van het Oosten en het Westen5,dat wij in staat zijn.41.(Hen te verdelgen en) een beter volk voor hen in de plaats te stellen; en niemand kan het verhinderen, indien het ons behaagt dit te doen.42.Daarom, laat hen in ijdele gesprekken waden, en in vermaken genot zoeken, tot zij den dag ontmoeten, waarmede zij bedreigd zijn.43.Den dag waarop zij haastig uit hunne graven zullen voortkomen, als scharen, die zich naar hunne vanen spoeden.44.Hunne blikken zullen nedergeslagen zijn, en schande zal hen volgen. Dit is de dag, waarmede zij bedreigd zijn geworden.1Langs welke de gebeden en de rechtvaardige daden ten hemel opstijgen; of waar langs de engelen opstijgen, om de goddelijke bevelen te ontvangen, of langs welke de geloovigen tot het paradijs opstijgen. Sommigen zien hierin de verschillende rangen van engelen, of van de hemelen, die trapsgewijze boven elkander verrijzen.2De plaats is hier woordelijk vertaald.Salevoegt er “ook de geest vanGabriël” tusschen, en meent tevens, ten einde deze plaats metHoofdstuk XXXII, vers 4te verbinden, dat daar de opstijging van de aarde bedoeld wordt, terwijl hier van eene opstijging van den laagsten graad derschepping zou worden gesproken.Kasimirskibestrijdt deze meening, welke hij geheel willekeurig noemt, en die slechts moet strekken, om deze beide plaatsen, waarvan eene van vijftig duizend jaren, en de andere van duizend jaren spreekt, niet met elkander in tegenspraak te doen zijn. Overigens zijn de uitleggers het volstrekt niet eens of hier doorMahometop den dag des oordeels, wordt gedoeld, of wel op de dagen gedurende welke de zielen zullen moeten wachten, wat volgens eenigen niet meer dan een halve dag is.3ZieHoofdstuk XVII, vers 12.4Zijnde van morsig zaad, dat in geene betrekking staat tot, of geene gelijkenis met heilige wezens heeft; daarom is het noodig voor hem, diehoopt een bewoner van het paradijs te worden, zich zelven in het geloof en de geestelijke deugden te volmaken, om zich voor die plaats geschikt te maken (Al Bedâwi).5Of “Ik zweer niet.”Savarygeeft aan deze lezing de voorkeur en ookKasimirski(ZieHoofdstuk LVI, vers 74). De oorspronkelijke woorden staan in het meervoud, en beteekenen de verschillende punten van den gezichteinder, waar de zon in den loop des jaars op- en ondergaat (ZieHoofdstuk XXXVII, vers 5noot).Een en Zevenstigste Hoofdstuk.Noach.Geopenbaard teMekka.—29 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, wij zondenNoachtot zijn volk, zeggende: Waarschuw uw volk, alvorens hen eene vreeselijke straf overvalt.2.Noachzeide: O mijn volk! waarlijk, ik ben een openbaar prediker voor u.3.Daarom, dient den eenigen God, vreest hem en gehoorzaamt mij.4.Hij zal u een gedeelte uwer zonden vergeven1, en zal u uitstel verleenen tot een bepaalden tijd; want als de door God bepaalde tijd komt, zal die niet worden uitgesteld; indien gij lieden van verstand waart, zoudt gij dit weten.5.Hij zeide: O Heer! waarlijk, ik heb mijn volk nacht en dag geroepen; maar mijne stem heeft hunnen tegenzin slechts vermeerderd.6.En wanneer ik hen tot het ware geloof riep, opdat gij hun zoudt vergeven, staken zij hunne vingers in hunne ooren, en bedekten zich met hunne kleederen; zij volhardden in hunne ongeloovigheid, en versmaadden mijn raad hoovaardig.7.Daarop heb ik hen in het openbaar uitgenoodigd, en ik sprak tot hen in het openbaar.8.Ik vermaande hen ook in het geheim.9.En ik zeide: vraagt vergiffenis van uwen Heer; want hij is vergevensgezind.10.Hij zal rijkelijkregen van den hemel op u doen nederstroomen.11.Hij zal u vermeerdering van welvaart en van kinderen schenken2, en hij zal u tuinen geven en u met rivieren voorzien.12.Wat scheelt u, dat gij niet op Gods goedheid vertrouwt?13.Hij heeft u toch in verschillende vormen geschapen3.14.Ziet gij niet, hoe God de zeven hemelen boven elkander heeft geschapen?15.En hoe hij de maan ter verlichting daarin heeft geplaatst, en dat hij de zon als tot een fakkel heeft bestemd.16.God heeft ook u voortgebracht, en u uit de aarde doen voortspruiten.17.Hierna zal hij u weder daarin doen terugkeeren, en hij zal u daaruit weder wegnemen, door u uit uwe graven te doen verrijzen.18.God heeft de aarde als een voetkleed voor u uitgespreid.19.Opdat gij langs ruime paden daar zoudt mogen wandelen.20.Noachzeide: Heer! waarlijk, zij zijn mij ongehoorzaam, en zij volgen hen, wier rijkdommen en kinderen hun verderf slechts vermeerderen.21.Zij smeedden eene gevaarlijke samenspanning tegenNoach.22.Hun opperhoofd zeide tot de anderen: Gij zult uwe goden volstrekt niet verlaten, en gij zultWeddnochSowaverzaken,23.NochJaghoethenYaoekenNesr4.24.En zij verleidden velen (want gij zult slechts de dwaling der zondaren vermeerderen).25.Zij werden verdronken om hunne zonden, en in het hellevuur geworpen.26.Zij vonden niemand die hen tegen God ondersteunde.27.EnNoachzeide: Heer, laat geen gezin derongeloovigenop de aarde5.28.Want indien gij hen daar laat, zullen zij uwe dienaren verleiden, en slechts eene zondige en ongeloovige nakomelingschap voortbrengen.29.Heer! vergeef mij en mijnen bloedverwanten6, en ieder die mijn huis zal binnen gaan7, en die een waar geloovige is, en de ware geloovigenvan beiderlei kunne, en geef den onrechtvaardigen niets dan verdelging.1Zijnde uwe zonden in het verledene, die uitgewischt zijn, door de belijdenis van het ware geloof.2Er wordt gezegd, datNoach, gedurende langen tijd, te vergeefs voor hen had gepredikt, en dat God daarna den hemel gedurende veertig jaren dichtsloot en hunne vrouwen onvruchtbaar maakte (Al Zamakshari).3Dat is volgens de meening der uitleggers: door verschillende graden of veranderingen, van den oorspronkelijken vorm, tot gij volmaakte menschen werdt (zieHoofdstuk XXII, vers 5, enHoofdstuk XXIII, vers 12en volg).4Dit waren vijf godvruchtige mannen, die vóórNoachhadden geleefd. De eerbied, welke men voor hunne nagedachtenis had, ontaardde later bij de Ante-Diluvianen, en vervolgens bij de Arabieren in afgoderij.5Sommige uitleggers zeggen, dat Noach dit gebed niet uitsprak, dan nadat hij zijn volk gedurende 950 jaren beproefd, en toen bevonden had, dat zij onverbeterlijk waren.6Zijn vaderLamechen zijne moederShemka, de dochter vanEnoch, die ware geloovigen waren.7De uitleggers komen niet overeen omtrent hetgeen deze plaats betreft: sommigen zeggen dat hier het woonhuis vanNoachbedoeld wordt, anderen de tempel, dien hij voor de vereering van God gebouwd had, of wel de ark.Twee en Zeventigste Hoofdstuk.De Geniussen.Geopenbaard teMekka—28 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: Het is mij geopenbaard, dat een aantal geniussen mijne lezing van den Koran1aandachtig hebben aangehoord, en zeiden: Waarlijk, wij hebben een bewonderenswaardig gesprek gehoord.2.Dat op den rechten weg leidt; daarom gelooven wij er in, en wij willen volstrekt geen ander met onzen Heer vereenigen.3.Hij (dat zijne majesteit verheven zij!) heeft geene vrouw genomen, en heeft evenmin kinderen gebaard4.Een dwaze van ons2heeft iets van God gezegd, wat geheel valsch is.5.Maar wij dachten waarlijk, dat noch mensch, noch genius op eenigerlei wijze eene leugen tegen God zou hebben uitgedacht.6.En er zijn zekere menschen, die, als toevlucht, tot sommigen der geniussen vloden.7.Maar zij vermeerderden hunne dwaasheid en hunne zonden. Zij dachten, zooals gij denkt, dat God niemand tot het leven zal doen verrijzen.8.En wij trachtten vroeger te bespieden, wat er in den hemel voortging; maar wij bevonden, dat die met eene sterke wacht van engelen en vlammende flitsen opgevuld was.9.En wij plaatsten ons op sommige der zetels om de gesprekken zijner bewoners te hooren; maar wie thans zou luisteren, zou den vlammenden schicht vinden, die in hinderlaag gelegd is, om de grenzen van den hemel te beschermen (hem te treffen)3.10.Wij weten niet,of daardoor eene ramp voor hen wordt bedoeld, die op de aarde wonen, dan wel of hun Heer voornemens is, hen op den rechten weg te leiden.11.Er zijn sommigen onder ons, die rechtschapen zijn, en er zijn sommigen onder ons, die anders zijn; wij zijn in verschillende soorten verdeeld.12.En wij erkennen waarlijk, dat wij Gods macht op aarde geenszins zouden kunnen verzwakken, noch dat wij hem door de vlucht zouden kunnen ontsnappen.13.Daarom geloofden wij in den Koran, toen wij de leiding hadden gehoord, die daarin is vervat. En wie in zijn Heer gelooft, behoeft geene vermindering van zijne belooning, noch eenige onrechtvaardigheid te vreezen.14.Er zijn sommige Moslems onder ons, en er zijn anderen onder ons, die van de rechtvaardigheid afdwalen. En zij die den Islam omhelzen, zoeken de ware leiding op ernstige wijze.15.Maar zij die van de rechtvaardigheid afwijken, zullen tot voedsel der hel verstrekken.16.Indien zij den weg der waarheid betreden, zullen wij hen zekerlijk met een overvloedigen regen bevochtigen4.17.Ten einde hun daardoor te bewijzen, dat degeen die zich van de vermaning van zijn Heer afwendt, eene strenge marteling zal ondergaan.18.Waarlijk de plaatsen der vereering zijn aan God toegewijd; roept dus geen ander tegelijk met God aan.19.Toen Gods dienaar5opstond om hem aan te roepen, had het weinig gescheeld, of de geniussen hadden hem doodgedrongen, om hem den Koran te hooren opzeggen.20.Zeg: Waarlijk, ik roep slechts mijn Heer aan, en ik vereenig geen anderen God met hem.21.Zeg: Waarlijk, ik ben uit mij zelven niet in staat, u leed of goed te doen.22.Zeg: Waarlijk, niemand kan mij tegen God bijstaan.23.Nimmer zal ik eene toevlucht buiten hem vinden.24.Ik kan niets meer doen, dan wat mij van God werd geopenbaard, en zijne zendingen openbaar maken. En hij, die God en zijn gezant ongehoorzaam zal zijn, voor dien is het hellevuur gereed gemaakt; eeuwig zal hij daarin verblijven.25.Zij zullen hunnen wederstand niet staken, dan nadat zij de wraak gezien zullen hebben, waarmede zij zijn bedreigd; maar dan zullen zij weten, wie onzer zwakker in zijne ondersteuning, en wie kleiner in getal is.26.Zeg hun: Ik weet niet of de straf waarmede gij bedreigd zijt, nabij is, dan wel, of mijn heer die voor een verwijderd tijdstip heeft bepaald. Hij kent de geheimen der toekomst, en hij deelt zijne geheimen aan niemand mede.27.Behalve aan den gezant in wien hij behagen schept6, en hij doet eene wacht van engelenvoor hem en achter hem gaan.28.Opdat hij zou weten, dat de gezanten de zending van hunnen Heer hebben volbracht. Hij weet alles, wat met hen is, en telt alle dingen bij het getal.1ZieHoofdstuk XLVI, vers 28noot. Wij hebben reeds gezegd, dat, volgens het geloof der Arabieren, de geniussen eene soort van middenras vormden tusschen de menschen en de engelen. Op het gezag dezer plaats, en steunende op de omstandigheid, datMahometdeze geniussen niet had gezien, maar dat hunne aanwezigheid hem door God werd geopenbaard, gelooven de uitleggers dat de geniussen de zielen der menschen zijn, waardoor het woord geniussen synoniem met geesten zou zijn. Deze uitlegging komt echter kwalijk overeen met de andere plaatsen van den Koran, en met de meening, dat de geniussen op dezelfde wijze als de andere schepselen worden voortgebracht.2ZijndeEblis, of de weerspannige geniussen.3ZieHoofdstuk XV, vers 16en volg.4Zijnde: Wij zullen hun een overvloed van goede dingen schenken.5Zijnde:Mahomet.6Men wil met deze woordenMahometbedoeld hebben, hetgeen in tegenspraak zou wezen met verschillende plaatsen van den Koran, waar de Arabische profeet nederig erkent, dat hij onbekend is met de verborgene dingen. De beste verklaring, welke men van de verzen 27 en 28 geeft, is, dat God zijne geheimen aan niemand mededeelt, en als hij, dengenezijner gezanten (hetzij engel of profeet) welke het hem heeft behaagd uit te kiezen, zijne bevelen geeft, hij dien overal volgt, om te zien of hij zich daarvan kwijt.Drie en Zeventigste Hoofdstuk.De Omwikkelde.Geopenbaard teMekka1—20 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.O gij omwikkelde profeet2!2.Sta op om te bidden, en ga daarmede voort gedurende den nacht, behalve een klein gedeelte:3.Dat is te zeggen, gedurende de helft daarvan, of verkort dit een weinig.4.Of voeg er iets bij, en herhaal den Koran met eene duidelijke en welluidende stem.5.Want wij zullen u een zeer gewichtig woord openbaren.6.Waarlijk, het begin des nachts heeft meer kracht voor het standvastige gebed en geeft meer gemak om ons uit te drukken3;7.Want des daags hebt gij vele bezigheden.8.En herdenk den naam van uwen Heer en geef u geheel aan hem over, terwijl gij van de wereldsche ijdelheden afstand doet.9.Hij is de Heer van het Oosten en het Westen. Er is geen god buiten hem. Neem hem dus tot uwen beschermer.10.Draag den schimp geduldig, dien de ongeloovigen u toevoegen, en vertrek van hen op een voegzame wijze.11.En laat mij alleen met hen, die den Koran van valschheid beschuldigen, die de genoegens van dit leven genieten. Verleen hun een weinig uitstel.12.Waarlijk wij hebben voor hen zware ketenen, en een brandend vuur.13.En voedsel dathen zal doen verstikken, die het opzwelgen4, en eene pijnlijke marteling.14.Op een zekeren dag zal de aarde geschud worden en de bergen mede; en de bergen zullen tot een zandhoop worden, die voortgedreven wordt.15.Waarlijk, wij hebben u een profeet gezonden, om getuigenis tegen u af te leggen, zooals wij een gezant aanPharaozonden.16.MaarPharaowas ongehoorzaam aan den gezant, daarom kastijdden wij hem met eene zware straf.17.Indien gij niet gelooft, hoe wilt gij u dan beveiligen voor den dag waarop de kinderen grijze haren van den schrik zullen krijgen?18.De hemel zal van schrik gespleten worden; de belofte daarvan zal zekerlijk worden vervuld.19.Waarlijk, dit is eene vermaning, en hij die geneigd is vermaand te worden, zal den weg tot zijn Heer nemen.20.Uw Heer, oMahomet! weet dat gij in gebed en overpeinzing dikwijls bijna twee derde gedeelten van een nacht, en somtijds de helft daarvan doorbrengt, en op andere tijden weder een derde gedeelte daarvan, en een deel uwer makkers die met u zijn, doen hetzelfde. Maar God weet den dag en den nacht; hij weet, dat gij die niet nauwkeurig kunt berekenen, daarom wendt hij zich gunstig tot u. Lees dus zooveel van den Koran als u gemakkelijk zal wezen. Hij weet dat er zieken onder u zijn, terwijl anderen op de aarde reizen, opdat zij door Gods goedheid, zich bezittingen zouden verwerven; en dat anderen strijden ter verdediging van Gods geloof. Lees dus zooveel daarvan, als u niet moeilijk zal wezen. Neem de vaste tijden van het gebed in acht, geef de behoorlijke aalmoezen, en leen God eene aannemelijke leening; want al hetgeen gij Gode (in goede werken) voor uwe zielen zendt, zult gij bij God terugvinden. Dit is beter5, en zal eene grootere belooning verdienen. En vraag God vergiffenis; want God is vergevensgezind en barmhartig.1Sommigen willen dat het laatste vers teMedinageopenbaard zij.2Toen deze openbaring aanMahometwerd gebracht, was hij in zijne kleederen gewikkeld, naardien hij verschrikt was door de verschijning vanGabriël, of zooals sommigen zeggen, lag hij gerust te slapen, of volgens anderen, had hij zich in een gedeelte van een wijden mantel gewikkeld, of een dekkleed, met welk ander deelAïshazich had bedekt om te slapen (Al Zamakhshari, Al Beidâwi).3Want de nacht is het best geschikt voor overpeinzing en gebed, alsmede om Gods woord duidelijk en met aandacht te lezen, door het afwezig zijn van alle gedruisch en ieder voorwerp, dat de aandacht zou kunnen afleiden.4Zooals: doornen en distels, de vrucht van den helschen boom,al Zakkoem, en het bedorven vocht, dat uit de lichamen der verdoemden vloeit.5Zijnde: Het goede, dat gij gedurende uwen leeftijd zult doen, zal verdienstelijker wezen in de oogen van God, dan hetgeen gij tot den dood uitstellen, en bij uitersten wil bevelen zult (Al Beidâwi).Vier en Zeventigste Hoofdstuk.De (met den mantel) Bedekte1.Geopenbaard teMekka—55 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.O gij die met een mantel bedekt zijt!2.Rijs op en predik.3.Verheerlijk uwen Heer.4.Reinig uwe kleederen!5.Ontvlucht iedere schande.6.Geef niet in de hoop, daarvoor meer terug te ontvangen.7.En wacht geduldig op uwen Heer.8.Als de trompet zal klinken.9.Waarlijk die dag zal een dag der droefheid wezen.10.En pijnlijk voor de ongeloovigen.11.Laat mij alleen met hem dien ik geschonken heb2;12.Wien ik overvloedige rijkdommen heb geschapen.13.En kinderen die in zijne tegenwoordigheid wonen;14.Voor wien ik de zaken gemakkelijk en gebaand heb gemaakt3,15.En die begeert, dat ik hem nog andere zegeningen zal zenden.16.Volstrekt niet; want hij is een tegenstander onzer wonderteekens.17.Ik zal hem met ernstige rampen bedroeven;18.Want hij heeft honende uitdrukkingen uitgedacht en gereed gemaakt, om den Koran belachelijk te maken.19.Gevloekt zij hij. Hoe kwaadwillig heeft hij die gereed gemaakt!20.En hij moge nog eens gevloekt zijn. Hoe kwaadwillig heeft hij die gereed gemaakt!21.Hij heeft zijne blikken om zich heen geworpen.22.Daarop heeft hij zijn voorhoofd gefronsd en een ernstig gelaat aangenomen.23.Vervolgens keerde hij zich van de waarheid en hij was opgeblazen van trotschheid.24.En hij zeide: Dit is slechts een goochelstuk,aan anderen ontleend.25.Dit zijn slechts de woorden van een mensch.26.Ik zal hem in de hel nederwerpen, om verbrand te worden.27.En wat zal u doen verstaan, wat de hel is?28.Zij laat geen ding onverteerd, noch laat eenige zaak ontsnappen.29.Zij verbrandt des menschen vleesch.30.Negentien engelen zijn daarover geplaatst.31.Wij hebben niemand buiten de engelen aangewezen, om het toezicht over het hellevuur te houden, en wij hebben hun getal slechts uitgedrukt als eene aanleiding tot tweedracht onder de ongeloovigen; opdat zij, aan wie de schriften werden gegeven, zeker mogen zijn van de waarachtigheid van dit boek, en dat de ware geloovigen in geloof mogen vermeerderen.32.En dat zij, aan wie de schriften werden gegeven en de ware geloovigen, daaraan niet twijfelen;33.En dat zij, in wier harten een gebrek schuilt, alsmede de ongeloovigen, mogen zeggen: Welke verborgenheid bedoelt God met dit getal?34.Zoo doet God dwalen naar zijn welbehagen, en hij richt naar zijn welbehagen. Niemand kent de legers van uwen Heer4, buiten hem. Dit is slechts eene waarschuwing voor den mensch.35.Zekerlijk. Bij de maan.36.En den nacht, als die zich verwijdert.37.En den ochtend, als die zich roodkleurt.38.(Zweer ik) dat dit eene der vreeselijkste rampen is.39.Strekkende tot waarschuwing voor den mensch;40.Zoowel voor diegenen uwer, welke vooruit loopen, als voor hen die achterblijven.41.Iedere ziel wordt in pand gegeven, voor hetgeen zij zal hebben verricht5; behalve de makkers van de rechterhand.42.Die in tuinen zullen wonen, en vragen tot elkander zullen richten nopens de zondaars, (en de snoodaards zelven zullen ondervragen, zeggende:)43.Wat heeft u in de hel gebracht?44.Zij zullen antwoorden: Wij behooren niet tot hen die standvastig in het gebed waren.45.Nimmer laafden wij de armen.46.Wij baadden ons in lichtvaardige gesprekken met degenen, die zich daartoe leenden.47.Wij loochenden den dag des oordeels.48.Tot de dood6ons overviel.49.De tusschentreding der tusschenpersonen zal hen niet helpen.50.Wat scheelde hun dus, dat zij zich van de vermaning des Korans afwendden.51.Als waren zij verschrikte ezels, die den leeuw ontvluchten.52.Maar ieder van hen wilde, dat hem een bijzonder besluit van God zou toekomen.53.Volstrekt niet. Zij vreezen het volgende leven niet.54.Volstrekt niet. Waarlijk, dit is eene toereikende waarschuwing; en wie geneigd is, gewaarschuwd te worden, dien zal hij (de Koran) waarschuwen.55.Doch zij zullen niet gewaarschuwd worden tenzij het Gode zal behagen. Hij is waardig gevreesd te worden, en hij is geneigd te vergeven.1Het woord, dat als titel voor dit hoofdstuk dient, beteekent bijna hetzelfde als datgene, wat voor den titel van het voorgaande is gebruikt. Deze twee hoofdstukken worden als de eerste der openbaring beschouwd. Volgens de overlevering zouMahomethet volgende hebben verhaald: “Eens op een dag bevond ik mij teHera, waar ik een stem hoorde, die mij riep. Ik keek rechts en links, maar ik zag niemand: ik wendde mijne oogen omhoog en zag den engelGabriël, op den troon tusschen hemel en aarde. Ik werd bang, trad bijKhadidja, mijne vrouw, binnen, en zeide tot haar: Omhul mij met mijnen mantel. Daarop daalde de engel op nieuw neder en riep mij toe:‘O gij, die met uwen mantel zijt omwikkeld.’”2Men gelooft algemeen, dat de hier bedoelde persoonAl Walid Ebn al Mogheirawas (Al Zamakshshari, Al Beidâwi, Jallalo’ddin), een voornaam man onder de Koreïshieten.3Door zijne komst tot macht en waardigheid te vergemakkelijken, die zoo aanzienlijk waren, dat hijRihâna Konreischwerd bijgenaamd, zijnde “de liefelijke geur der Koreïshieten”enal Walid, zijnde “de eenige of onvergelijkelijke” (Al Beidâwi).4Dit is: Al zijne schepsels: en bijzonder het aantal en de kracht der helwachters.5ZieHoofdstuk LII, vers 21.6Woordelijk: Datgene wat zeker is.Vijf en Zeventigste Hoofdstuk.De Opstanding.Geopenbaard teMekka—40 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, ik zweer1bij den dag der opstanding;2.En ik zweer bij de ziel die zich zelve beschuldigt.3.Denkt de mensch, dat wij zijne beenderen niet bij elkander zullen verzamelen?4.Ja, wij zijn in staat de kleinste beenderen zijner vingers bijeen te brengen.5.Maar de mensch verkiest zondig te zijn (te loochenen) den tijd die vóór hem is.6.Hij vraagt: Wanneer zal de dag der opstanding zijn?7.Maar als het oog verblind.8.Als de maan verduisterd zal wezen.9.En de zon en de maan vereenigd zullen zijn.10.Op dien dag zal de mensch zeggen: Waar is een toevluchtsoord?11.Volstrekt niet. Er zal geene plaats zijn, om er heen te vluchten.12.Op dien dag zal de veilige rustplaats met uwen Heer zijn.13.Op dien dag zal de mensch vernemen, wat hij het eerste en het laatste heeft gedaan2.14.Ja, de mensch zal getuigenis tegen zich zelven afleggen.15.En hoewel hij zijne verontschuldigingen aanbiedt, zullen zij niet worden aangenomen.16.Beweeg uwe tong niet (oMahomet!) door (de openbaringen te herhalen, u doorGabriëlgebracht, alvorens hij die geëindigd zal hebben), opdat gij haar spoedig in het geheugen zoudt prenten.17.Want het verzamelen van den Koran in uw geheugen, en u de ware lezing daarvan te leeren, komen ons toe.18.Maar als wij u dien door de tong van den engel zullen hebben voorgelezen, volg dan de lezing daarvan.19.En daarna belasten wij ons, u dien uit te leggen.20.Gij zult volstrekt zoo haastig niet zijn voor de toekomst. Maar gij menschen bemint datgene, wat haastig voorbijgaat (het wereldsche).21.En gij verwaarloost het volgende leven.22.Op dien dag zullen er aangezichten zijn, die met een levendigen glans zullen schitteren.23.En die hunne blikken naar den Heer zullen wenden.24.Er zullen dien dag ter nedergeslagen aangezichten wezen.25.Zij zullen denken, dat er eene verpletterende ramp over hen zal worden gebracht.26.Zekerlijk. Als de ziel van den mensch (in zijn doodstrijd) tot zijne keel zal opstijgen.27.Als de omstanders zullen zeggen: Wie brengt een toovermiddel om hemte doen herstellen?28.Denkende, dat het oogenblik van zijn vertrek uit deze wereld is gekomen.29.En het eene been met het andere been zal worden verbonden3.30.Op dien dag zal hij tot uwen Heer worden gedreven.31.Want hij geloofde niet4, noch bad.32.Maar hij beschuldigde Gods profeet van bedrog, en wendde zich af, in plaats van hem te gehoorzamen.33.Daarop ging hij tot zijn gezin terug, met hoogmoed wandelende.34.Daarom, wee over u! het uur nadert.35.Het nadert steeds. Wee! en nog eens wee over u; wee!36.Denkt de mensch, dat hij geheel vrijgelaten zal worden, (zonder toezicht)?37.Was hij niet eerst een droppel zaad, die zich gemakkelijk verliest?38.Later was hij een weinig gestold bloed; en God vormde hem in eene juiste evenredigheid.39.En maakte twee seksen van hem: den man en de vrouw.40.Is hij die dit gedaan heeft, niet in staat de dooden te doen herleven?1Of: ik zal niet zweren (ZieHoofdstuk LVI, vers 74).2Of het goede dat hij heeft verricht, en datgene wat hij ongedaan, heeft gelaten, enz.3Zijnde: En als hij zijne beenen te zamen zal uitstrekken, zooals bij lijden het geval is. De woorden kunnen ook worden vertaald: En als eene bedroeving met eene andere bedroeving zal worden vereenigd.4Sommigen veronderstellen, dat hier bijzonderAboe Jahlen anderen zekereAdi Ebn Rabiawordt bedoeld.
Zeventigste Hoofdstuk.De Trappen.Geopenbaard teMekka.—44 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Iemand vraagt en roept om wraak.2.Over de ongeloovigen. Er zal niemand wezen, die verhinderen kan.3.Dat God hen bedroeven, de meester der trappen1.4.Langs welke de engelen tot hem opstijgen in een dag, wiens uitgebreidheid vijftig duizend jaren bedraagt2.5.Daarom, verdraagt de beleedigingenvan de bewoners vanMekkamet lofwaardig geduld.6.Want zij (de ongeloovigen) zien hunne straf ver verwijderd.7.Maar wij zien die nabij.8.Op een zekeren dag zal de hemel als gesmolten koper worden.9.En de bergen gelijk wol van verschillende kleuren, door den wind uiteengedreven.10.En een vriend zal den ander niet naar zijn toestand vragen11.Hoewel zij elkander zien. De zondaar zal trachten, zich van de straf van dien dag los te koopen, door zijne kinderen op te offeren12.En zijne vrouw en zijn broeder.13.En zijne bloedverwanten die hem vriendschap bewezen;14.En allen die op aarde zijn. Hij zal begeeren daardoor gered te worden.15.Maar in geenen deele; want het hellevuur,16.Dat hen bij de schedels zal grijpen,17.Zal iederen persoon opeischen, die zijn rug zal hebben toegewend, en het geloof ontvlucht is.18.En die rijkdommen verzameld heeft, en deze gierig ophoopt.19.Waarlijk, de mensch is zeer begeerig geschapen3.20.Als het kwaad hem treft, is hij ternedergeslagen.21.Maar als het goede hem toevloeit, word hij karig.22.Zoo bestaan niet degenen die godvruchtig zijn.23.Die in hunne gebeden volharden.24.En zij, die gereed zijn, een zeker voegzaam deel van hunne bezittingen te geven.25.Aan hem die vraagt, en aan hem, die door schaamte teruggehouden wordt te vragen.26.Zij, die oprecht in den dag des oordeels gelooven,27.En de straf van hunnen Heer vreezen28.(Want niemand is beveiligd tegen de straf van zijnen Heer).29.Die ingetogen leven.30.En die geen gemeenschap hebben met andere vrouwen dan met de hunne, of de slavinnen, die door hunne rechterhanden worden bezeten; want zij zijn zonder blaam.31.Maar zij, die gemeenschap met andere vrouwen buiten deze hebben, zijn zondaren.32.Zij, die wat hun werd toevertrouwd en hun verbond getrouw bewaren.33.Die onwrikbaar in hunne verklaringen zijn.34.En die de vereischte voorschriften bij hunne gebeden nauwkeurig in acht nemen.35.Deze zullen hooggeëerd zijn, en te midden van tuinen wonen.36.Wat scheelt de ongeloovigen, dat zij voor u uitgaan37.In scharen ter rechter- en ter linkerhand?38.Wenscht een hunner den tuin des genots binnen te gaan?39.Volstrekt niet.—Waarlijk, wij hebben hen geschapen, van datgene wat zij kennen4.40.Ik zweer bij den Heer van het Oosten en het Westen5,dat wij in staat zijn.41.(Hen te verdelgen en) een beter volk voor hen in de plaats te stellen; en niemand kan het verhinderen, indien het ons behaagt dit te doen.42.Daarom, laat hen in ijdele gesprekken waden, en in vermaken genot zoeken, tot zij den dag ontmoeten, waarmede zij bedreigd zijn.43.Den dag waarop zij haastig uit hunne graven zullen voortkomen, als scharen, die zich naar hunne vanen spoeden.44.Hunne blikken zullen nedergeslagen zijn, en schande zal hen volgen. Dit is de dag, waarmede zij bedreigd zijn geworden.1Langs welke de gebeden en de rechtvaardige daden ten hemel opstijgen; of waar langs de engelen opstijgen, om de goddelijke bevelen te ontvangen, of langs welke de geloovigen tot het paradijs opstijgen. Sommigen zien hierin de verschillende rangen van engelen, of van de hemelen, die trapsgewijze boven elkander verrijzen.2De plaats is hier woordelijk vertaald.Salevoegt er “ook de geest vanGabriël” tusschen, en meent tevens, ten einde deze plaats metHoofdstuk XXXII, vers 4te verbinden, dat daar de opstijging van de aarde bedoeld wordt, terwijl hier van eene opstijging van den laagsten graad derschepping zou worden gesproken.Kasimirskibestrijdt deze meening, welke hij geheel willekeurig noemt, en die slechts moet strekken, om deze beide plaatsen, waarvan eene van vijftig duizend jaren, en de andere van duizend jaren spreekt, niet met elkander in tegenspraak te doen zijn. Overigens zijn de uitleggers het volstrekt niet eens of hier doorMahometop den dag des oordeels, wordt gedoeld, of wel op de dagen gedurende welke de zielen zullen moeten wachten, wat volgens eenigen niet meer dan een halve dag is.3ZieHoofdstuk XVII, vers 12.4Zijnde van morsig zaad, dat in geene betrekking staat tot, of geene gelijkenis met heilige wezens heeft; daarom is het noodig voor hem, diehoopt een bewoner van het paradijs te worden, zich zelven in het geloof en de geestelijke deugden te volmaken, om zich voor die plaats geschikt te maken (Al Bedâwi).5Of “Ik zweer niet.”Savarygeeft aan deze lezing de voorkeur en ookKasimirski(ZieHoofdstuk LVI, vers 74). De oorspronkelijke woorden staan in het meervoud, en beteekenen de verschillende punten van den gezichteinder, waar de zon in den loop des jaars op- en ondergaat (ZieHoofdstuk XXXVII, vers 5noot).
Zeventigste Hoofdstuk.De Trappen.Geopenbaard teMekka.—44 verzen.
Geopenbaard teMekka.—44 verzen.
Geopenbaard teMekka.—44 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Iemand vraagt en roept om wraak.2.Over de ongeloovigen. Er zal niemand wezen, die verhinderen kan.3.Dat God hen bedroeven, de meester der trappen1.4.Langs welke de engelen tot hem opstijgen in een dag, wiens uitgebreidheid vijftig duizend jaren bedraagt2.5.Daarom, verdraagt de beleedigingenvan de bewoners vanMekkamet lofwaardig geduld.6.Want zij (de ongeloovigen) zien hunne straf ver verwijderd.7.Maar wij zien die nabij.8.Op een zekeren dag zal de hemel als gesmolten koper worden.9.En de bergen gelijk wol van verschillende kleuren, door den wind uiteengedreven.10.En een vriend zal den ander niet naar zijn toestand vragen11.Hoewel zij elkander zien. De zondaar zal trachten, zich van de straf van dien dag los te koopen, door zijne kinderen op te offeren12.En zijne vrouw en zijn broeder.13.En zijne bloedverwanten die hem vriendschap bewezen;14.En allen die op aarde zijn. Hij zal begeeren daardoor gered te worden.15.Maar in geenen deele; want het hellevuur,16.Dat hen bij de schedels zal grijpen,17.Zal iederen persoon opeischen, die zijn rug zal hebben toegewend, en het geloof ontvlucht is.18.En die rijkdommen verzameld heeft, en deze gierig ophoopt.19.Waarlijk, de mensch is zeer begeerig geschapen3.20.Als het kwaad hem treft, is hij ternedergeslagen.21.Maar als het goede hem toevloeit, word hij karig.22.Zoo bestaan niet degenen die godvruchtig zijn.23.Die in hunne gebeden volharden.24.En zij, die gereed zijn, een zeker voegzaam deel van hunne bezittingen te geven.25.Aan hem die vraagt, en aan hem, die door schaamte teruggehouden wordt te vragen.26.Zij, die oprecht in den dag des oordeels gelooven,27.En de straf van hunnen Heer vreezen28.(Want niemand is beveiligd tegen de straf van zijnen Heer).29.Die ingetogen leven.30.En die geen gemeenschap hebben met andere vrouwen dan met de hunne, of de slavinnen, die door hunne rechterhanden worden bezeten; want zij zijn zonder blaam.31.Maar zij, die gemeenschap met andere vrouwen buiten deze hebben, zijn zondaren.32.Zij, die wat hun werd toevertrouwd en hun verbond getrouw bewaren.33.Die onwrikbaar in hunne verklaringen zijn.34.En die de vereischte voorschriften bij hunne gebeden nauwkeurig in acht nemen.35.Deze zullen hooggeëerd zijn, en te midden van tuinen wonen.36.Wat scheelt de ongeloovigen, dat zij voor u uitgaan37.In scharen ter rechter- en ter linkerhand?38.Wenscht een hunner den tuin des genots binnen te gaan?39.Volstrekt niet.—Waarlijk, wij hebben hen geschapen, van datgene wat zij kennen4.40.Ik zweer bij den Heer van het Oosten en het Westen5,dat wij in staat zijn.41.(Hen te verdelgen en) een beter volk voor hen in de plaats te stellen; en niemand kan het verhinderen, indien het ons behaagt dit te doen.42.Daarom, laat hen in ijdele gesprekken waden, en in vermaken genot zoeken, tot zij den dag ontmoeten, waarmede zij bedreigd zijn.43.Den dag waarop zij haastig uit hunne graven zullen voortkomen, als scharen, die zich naar hunne vanen spoeden.44.Hunne blikken zullen nedergeslagen zijn, en schande zal hen volgen. Dit is de dag, waarmede zij bedreigd zijn geworden.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Iemand vraagt en roept om wraak.2.Over de ongeloovigen. Er zal niemand wezen, die verhinderen kan.3.Dat God hen bedroeven, de meester der trappen1.4.Langs welke de engelen tot hem opstijgen in een dag, wiens uitgebreidheid vijftig duizend jaren bedraagt2.5.Daarom, verdraagt de beleedigingenvan de bewoners vanMekkamet lofwaardig geduld.6.Want zij (de ongeloovigen) zien hunne straf ver verwijderd.7.Maar wij zien die nabij.8.Op een zekeren dag zal de hemel als gesmolten koper worden.9.En de bergen gelijk wol van verschillende kleuren, door den wind uiteengedreven.10.En een vriend zal den ander niet naar zijn toestand vragen11.Hoewel zij elkander zien. De zondaar zal trachten, zich van de straf van dien dag los te koopen, door zijne kinderen op te offeren12.En zijne vrouw en zijn broeder.13.En zijne bloedverwanten die hem vriendschap bewezen;14.En allen die op aarde zijn. Hij zal begeeren daardoor gered te worden.15.Maar in geenen deele; want het hellevuur,16.Dat hen bij de schedels zal grijpen,17.Zal iederen persoon opeischen, die zijn rug zal hebben toegewend, en het geloof ontvlucht is.18.En die rijkdommen verzameld heeft, en deze gierig ophoopt.19.Waarlijk, de mensch is zeer begeerig geschapen3.20.Als het kwaad hem treft, is hij ternedergeslagen.21.Maar als het goede hem toevloeit, word hij karig.22.Zoo bestaan niet degenen die godvruchtig zijn.23.Die in hunne gebeden volharden.24.En zij, die gereed zijn, een zeker voegzaam deel van hunne bezittingen te geven.25.Aan hem die vraagt, en aan hem, die door schaamte teruggehouden wordt te vragen.26.Zij, die oprecht in den dag des oordeels gelooven,27.En de straf van hunnen Heer vreezen28.(Want niemand is beveiligd tegen de straf van zijnen Heer).29.Die ingetogen leven.30.En die geen gemeenschap hebben met andere vrouwen dan met de hunne, of de slavinnen, die door hunne rechterhanden worden bezeten; want zij zijn zonder blaam.31.Maar zij, die gemeenschap met andere vrouwen buiten deze hebben, zijn zondaren.32.Zij, die wat hun werd toevertrouwd en hun verbond getrouw bewaren.33.Die onwrikbaar in hunne verklaringen zijn.34.En die de vereischte voorschriften bij hunne gebeden nauwkeurig in acht nemen.35.Deze zullen hooggeëerd zijn, en te midden van tuinen wonen.36.Wat scheelt de ongeloovigen, dat zij voor u uitgaan37.In scharen ter rechter- en ter linkerhand?38.Wenscht een hunner den tuin des genots binnen te gaan?39.Volstrekt niet.—Waarlijk, wij hebben hen geschapen, van datgene wat zij kennen4.40.Ik zweer bij den Heer van het Oosten en het Westen5,dat wij in staat zijn.41.(Hen te verdelgen en) een beter volk voor hen in de plaats te stellen; en niemand kan het verhinderen, indien het ons behaagt dit te doen.42.Daarom, laat hen in ijdele gesprekken waden, en in vermaken genot zoeken, tot zij den dag ontmoeten, waarmede zij bedreigd zijn.43.Den dag waarop zij haastig uit hunne graven zullen voortkomen, als scharen, die zich naar hunne vanen spoeden.44.Hunne blikken zullen nedergeslagen zijn, en schande zal hen volgen. Dit is de dag, waarmede zij bedreigd zijn geworden.
1Langs welke de gebeden en de rechtvaardige daden ten hemel opstijgen; of waar langs de engelen opstijgen, om de goddelijke bevelen te ontvangen, of langs welke de geloovigen tot het paradijs opstijgen. Sommigen zien hierin de verschillende rangen van engelen, of van de hemelen, die trapsgewijze boven elkander verrijzen.2De plaats is hier woordelijk vertaald.Salevoegt er “ook de geest vanGabriël” tusschen, en meent tevens, ten einde deze plaats metHoofdstuk XXXII, vers 4te verbinden, dat daar de opstijging van de aarde bedoeld wordt, terwijl hier van eene opstijging van den laagsten graad derschepping zou worden gesproken.Kasimirskibestrijdt deze meening, welke hij geheel willekeurig noemt, en die slechts moet strekken, om deze beide plaatsen, waarvan eene van vijftig duizend jaren, en de andere van duizend jaren spreekt, niet met elkander in tegenspraak te doen zijn. Overigens zijn de uitleggers het volstrekt niet eens of hier doorMahometop den dag des oordeels, wordt gedoeld, of wel op de dagen gedurende welke de zielen zullen moeten wachten, wat volgens eenigen niet meer dan een halve dag is.3ZieHoofdstuk XVII, vers 12.4Zijnde van morsig zaad, dat in geene betrekking staat tot, of geene gelijkenis met heilige wezens heeft; daarom is het noodig voor hem, diehoopt een bewoner van het paradijs te worden, zich zelven in het geloof en de geestelijke deugden te volmaken, om zich voor die plaats geschikt te maken (Al Bedâwi).5Of “Ik zweer niet.”Savarygeeft aan deze lezing de voorkeur en ookKasimirski(ZieHoofdstuk LVI, vers 74). De oorspronkelijke woorden staan in het meervoud, en beteekenen de verschillende punten van den gezichteinder, waar de zon in den loop des jaars op- en ondergaat (ZieHoofdstuk XXXVII, vers 5noot).
1Langs welke de gebeden en de rechtvaardige daden ten hemel opstijgen; of waar langs de engelen opstijgen, om de goddelijke bevelen te ontvangen, of langs welke de geloovigen tot het paradijs opstijgen. Sommigen zien hierin de verschillende rangen van engelen, of van de hemelen, die trapsgewijze boven elkander verrijzen.
2De plaats is hier woordelijk vertaald.Salevoegt er “ook de geest vanGabriël” tusschen, en meent tevens, ten einde deze plaats metHoofdstuk XXXII, vers 4te verbinden, dat daar de opstijging van de aarde bedoeld wordt, terwijl hier van eene opstijging van den laagsten graad derschepping zou worden gesproken.Kasimirskibestrijdt deze meening, welke hij geheel willekeurig noemt, en die slechts moet strekken, om deze beide plaatsen, waarvan eene van vijftig duizend jaren, en de andere van duizend jaren spreekt, niet met elkander in tegenspraak te doen zijn. Overigens zijn de uitleggers het volstrekt niet eens of hier doorMahometop den dag des oordeels, wordt gedoeld, of wel op de dagen gedurende welke de zielen zullen moeten wachten, wat volgens eenigen niet meer dan een halve dag is.
3ZieHoofdstuk XVII, vers 12.
4Zijnde van morsig zaad, dat in geene betrekking staat tot, of geene gelijkenis met heilige wezens heeft; daarom is het noodig voor hem, diehoopt een bewoner van het paradijs te worden, zich zelven in het geloof en de geestelijke deugden te volmaken, om zich voor die plaats geschikt te maken (Al Bedâwi).
5Of “Ik zweer niet.”Savarygeeft aan deze lezing de voorkeur en ookKasimirski(ZieHoofdstuk LVI, vers 74). De oorspronkelijke woorden staan in het meervoud, en beteekenen de verschillende punten van den gezichteinder, waar de zon in den loop des jaars op- en ondergaat (ZieHoofdstuk XXXVII, vers 5noot).
Een en Zevenstigste Hoofdstuk.Noach.Geopenbaard teMekka.—29 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, wij zondenNoachtot zijn volk, zeggende: Waarschuw uw volk, alvorens hen eene vreeselijke straf overvalt.2.Noachzeide: O mijn volk! waarlijk, ik ben een openbaar prediker voor u.3.Daarom, dient den eenigen God, vreest hem en gehoorzaamt mij.4.Hij zal u een gedeelte uwer zonden vergeven1, en zal u uitstel verleenen tot een bepaalden tijd; want als de door God bepaalde tijd komt, zal die niet worden uitgesteld; indien gij lieden van verstand waart, zoudt gij dit weten.5.Hij zeide: O Heer! waarlijk, ik heb mijn volk nacht en dag geroepen; maar mijne stem heeft hunnen tegenzin slechts vermeerderd.6.En wanneer ik hen tot het ware geloof riep, opdat gij hun zoudt vergeven, staken zij hunne vingers in hunne ooren, en bedekten zich met hunne kleederen; zij volhardden in hunne ongeloovigheid, en versmaadden mijn raad hoovaardig.7.Daarop heb ik hen in het openbaar uitgenoodigd, en ik sprak tot hen in het openbaar.8.Ik vermaande hen ook in het geheim.9.En ik zeide: vraagt vergiffenis van uwen Heer; want hij is vergevensgezind.10.Hij zal rijkelijkregen van den hemel op u doen nederstroomen.11.Hij zal u vermeerdering van welvaart en van kinderen schenken2, en hij zal u tuinen geven en u met rivieren voorzien.12.Wat scheelt u, dat gij niet op Gods goedheid vertrouwt?13.Hij heeft u toch in verschillende vormen geschapen3.14.Ziet gij niet, hoe God de zeven hemelen boven elkander heeft geschapen?15.En hoe hij de maan ter verlichting daarin heeft geplaatst, en dat hij de zon als tot een fakkel heeft bestemd.16.God heeft ook u voortgebracht, en u uit de aarde doen voortspruiten.17.Hierna zal hij u weder daarin doen terugkeeren, en hij zal u daaruit weder wegnemen, door u uit uwe graven te doen verrijzen.18.God heeft de aarde als een voetkleed voor u uitgespreid.19.Opdat gij langs ruime paden daar zoudt mogen wandelen.20.Noachzeide: Heer! waarlijk, zij zijn mij ongehoorzaam, en zij volgen hen, wier rijkdommen en kinderen hun verderf slechts vermeerderen.21.Zij smeedden eene gevaarlijke samenspanning tegenNoach.22.Hun opperhoofd zeide tot de anderen: Gij zult uwe goden volstrekt niet verlaten, en gij zultWeddnochSowaverzaken,23.NochJaghoethenYaoekenNesr4.24.En zij verleidden velen (want gij zult slechts de dwaling der zondaren vermeerderen).25.Zij werden verdronken om hunne zonden, en in het hellevuur geworpen.26.Zij vonden niemand die hen tegen God ondersteunde.27.EnNoachzeide: Heer, laat geen gezin derongeloovigenop de aarde5.28.Want indien gij hen daar laat, zullen zij uwe dienaren verleiden, en slechts eene zondige en ongeloovige nakomelingschap voortbrengen.29.Heer! vergeef mij en mijnen bloedverwanten6, en ieder die mijn huis zal binnen gaan7, en die een waar geloovige is, en de ware geloovigenvan beiderlei kunne, en geef den onrechtvaardigen niets dan verdelging.1Zijnde uwe zonden in het verledene, die uitgewischt zijn, door de belijdenis van het ware geloof.2Er wordt gezegd, datNoach, gedurende langen tijd, te vergeefs voor hen had gepredikt, en dat God daarna den hemel gedurende veertig jaren dichtsloot en hunne vrouwen onvruchtbaar maakte (Al Zamakshari).3Dat is volgens de meening der uitleggers: door verschillende graden of veranderingen, van den oorspronkelijken vorm, tot gij volmaakte menschen werdt (zieHoofdstuk XXII, vers 5, enHoofdstuk XXIII, vers 12en volg).4Dit waren vijf godvruchtige mannen, die vóórNoachhadden geleefd. De eerbied, welke men voor hunne nagedachtenis had, ontaardde later bij de Ante-Diluvianen, en vervolgens bij de Arabieren in afgoderij.5Sommige uitleggers zeggen, dat Noach dit gebed niet uitsprak, dan nadat hij zijn volk gedurende 950 jaren beproefd, en toen bevonden had, dat zij onverbeterlijk waren.6Zijn vaderLamechen zijne moederShemka, de dochter vanEnoch, die ware geloovigen waren.7De uitleggers komen niet overeen omtrent hetgeen deze plaats betreft: sommigen zeggen dat hier het woonhuis vanNoachbedoeld wordt, anderen de tempel, dien hij voor de vereering van God gebouwd had, of wel de ark.
Een en Zevenstigste Hoofdstuk.Noach.Geopenbaard teMekka.—29 verzen.
Geopenbaard teMekka.—29 verzen.
Geopenbaard teMekka.—29 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, wij zondenNoachtot zijn volk, zeggende: Waarschuw uw volk, alvorens hen eene vreeselijke straf overvalt.2.Noachzeide: O mijn volk! waarlijk, ik ben een openbaar prediker voor u.3.Daarom, dient den eenigen God, vreest hem en gehoorzaamt mij.4.Hij zal u een gedeelte uwer zonden vergeven1, en zal u uitstel verleenen tot een bepaalden tijd; want als de door God bepaalde tijd komt, zal die niet worden uitgesteld; indien gij lieden van verstand waart, zoudt gij dit weten.5.Hij zeide: O Heer! waarlijk, ik heb mijn volk nacht en dag geroepen; maar mijne stem heeft hunnen tegenzin slechts vermeerderd.6.En wanneer ik hen tot het ware geloof riep, opdat gij hun zoudt vergeven, staken zij hunne vingers in hunne ooren, en bedekten zich met hunne kleederen; zij volhardden in hunne ongeloovigheid, en versmaadden mijn raad hoovaardig.7.Daarop heb ik hen in het openbaar uitgenoodigd, en ik sprak tot hen in het openbaar.8.Ik vermaande hen ook in het geheim.9.En ik zeide: vraagt vergiffenis van uwen Heer; want hij is vergevensgezind.10.Hij zal rijkelijkregen van den hemel op u doen nederstroomen.11.Hij zal u vermeerdering van welvaart en van kinderen schenken2, en hij zal u tuinen geven en u met rivieren voorzien.12.Wat scheelt u, dat gij niet op Gods goedheid vertrouwt?13.Hij heeft u toch in verschillende vormen geschapen3.14.Ziet gij niet, hoe God de zeven hemelen boven elkander heeft geschapen?15.En hoe hij de maan ter verlichting daarin heeft geplaatst, en dat hij de zon als tot een fakkel heeft bestemd.16.God heeft ook u voortgebracht, en u uit de aarde doen voortspruiten.17.Hierna zal hij u weder daarin doen terugkeeren, en hij zal u daaruit weder wegnemen, door u uit uwe graven te doen verrijzen.18.God heeft de aarde als een voetkleed voor u uitgespreid.19.Opdat gij langs ruime paden daar zoudt mogen wandelen.20.Noachzeide: Heer! waarlijk, zij zijn mij ongehoorzaam, en zij volgen hen, wier rijkdommen en kinderen hun verderf slechts vermeerderen.21.Zij smeedden eene gevaarlijke samenspanning tegenNoach.22.Hun opperhoofd zeide tot de anderen: Gij zult uwe goden volstrekt niet verlaten, en gij zultWeddnochSowaverzaken,23.NochJaghoethenYaoekenNesr4.24.En zij verleidden velen (want gij zult slechts de dwaling der zondaren vermeerderen).25.Zij werden verdronken om hunne zonden, en in het hellevuur geworpen.26.Zij vonden niemand die hen tegen God ondersteunde.27.EnNoachzeide: Heer, laat geen gezin derongeloovigenop de aarde5.28.Want indien gij hen daar laat, zullen zij uwe dienaren verleiden, en slechts eene zondige en ongeloovige nakomelingschap voortbrengen.29.Heer! vergeef mij en mijnen bloedverwanten6, en ieder die mijn huis zal binnen gaan7, en die een waar geloovige is, en de ware geloovigenvan beiderlei kunne, en geef den onrechtvaardigen niets dan verdelging.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Waarlijk, wij zondenNoachtot zijn volk, zeggende: Waarschuw uw volk, alvorens hen eene vreeselijke straf overvalt.2.Noachzeide: O mijn volk! waarlijk, ik ben een openbaar prediker voor u.3.Daarom, dient den eenigen God, vreest hem en gehoorzaamt mij.4.Hij zal u een gedeelte uwer zonden vergeven1, en zal u uitstel verleenen tot een bepaalden tijd; want als de door God bepaalde tijd komt, zal die niet worden uitgesteld; indien gij lieden van verstand waart, zoudt gij dit weten.5.Hij zeide: O Heer! waarlijk, ik heb mijn volk nacht en dag geroepen; maar mijne stem heeft hunnen tegenzin slechts vermeerderd.6.En wanneer ik hen tot het ware geloof riep, opdat gij hun zoudt vergeven, staken zij hunne vingers in hunne ooren, en bedekten zich met hunne kleederen; zij volhardden in hunne ongeloovigheid, en versmaadden mijn raad hoovaardig.7.Daarop heb ik hen in het openbaar uitgenoodigd, en ik sprak tot hen in het openbaar.8.Ik vermaande hen ook in het geheim.9.En ik zeide: vraagt vergiffenis van uwen Heer; want hij is vergevensgezind.10.Hij zal rijkelijkregen van den hemel op u doen nederstroomen.11.Hij zal u vermeerdering van welvaart en van kinderen schenken2, en hij zal u tuinen geven en u met rivieren voorzien.12.Wat scheelt u, dat gij niet op Gods goedheid vertrouwt?13.Hij heeft u toch in verschillende vormen geschapen3.14.Ziet gij niet, hoe God de zeven hemelen boven elkander heeft geschapen?15.En hoe hij de maan ter verlichting daarin heeft geplaatst, en dat hij de zon als tot een fakkel heeft bestemd.16.God heeft ook u voortgebracht, en u uit de aarde doen voortspruiten.17.Hierna zal hij u weder daarin doen terugkeeren, en hij zal u daaruit weder wegnemen, door u uit uwe graven te doen verrijzen.18.God heeft de aarde als een voetkleed voor u uitgespreid.19.Opdat gij langs ruime paden daar zoudt mogen wandelen.20.Noachzeide: Heer! waarlijk, zij zijn mij ongehoorzaam, en zij volgen hen, wier rijkdommen en kinderen hun verderf slechts vermeerderen.21.Zij smeedden eene gevaarlijke samenspanning tegenNoach.22.Hun opperhoofd zeide tot de anderen: Gij zult uwe goden volstrekt niet verlaten, en gij zultWeddnochSowaverzaken,23.NochJaghoethenYaoekenNesr4.24.En zij verleidden velen (want gij zult slechts de dwaling der zondaren vermeerderen).25.Zij werden verdronken om hunne zonden, en in het hellevuur geworpen.26.Zij vonden niemand die hen tegen God ondersteunde.27.EnNoachzeide: Heer, laat geen gezin derongeloovigenop de aarde5.28.Want indien gij hen daar laat, zullen zij uwe dienaren verleiden, en slechts eene zondige en ongeloovige nakomelingschap voortbrengen.29.Heer! vergeef mij en mijnen bloedverwanten6, en ieder die mijn huis zal binnen gaan7, en die een waar geloovige is, en de ware geloovigenvan beiderlei kunne, en geef den onrechtvaardigen niets dan verdelging.
1Zijnde uwe zonden in het verledene, die uitgewischt zijn, door de belijdenis van het ware geloof.2Er wordt gezegd, datNoach, gedurende langen tijd, te vergeefs voor hen had gepredikt, en dat God daarna den hemel gedurende veertig jaren dichtsloot en hunne vrouwen onvruchtbaar maakte (Al Zamakshari).3Dat is volgens de meening der uitleggers: door verschillende graden of veranderingen, van den oorspronkelijken vorm, tot gij volmaakte menschen werdt (zieHoofdstuk XXII, vers 5, enHoofdstuk XXIII, vers 12en volg).4Dit waren vijf godvruchtige mannen, die vóórNoachhadden geleefd. De eerbied, welke men voor hunne nagedachtenis had, ontaardde later bij de Ante-Diluvianen, en vervolgens bij de Arabieren in afgoderij.5Sommige uitleggers zeggen, dat Noach dit gebed niet uitsprak, dan nadat hij zijn volk gedurende 950 jaren beproefd, en toen bevonden had, dat zij onverbeterlijk waren.6Zijn vaderLamechen zijne moederShemka, de dochter vanEnoch, die ware geloovigen waren.7De uitleggers komen niet overeen omtrent hetgeen deze plaats betreft: sommigen zeggen dat hier het woonhuis vanNoachbedoeld wordt, anderen de tempel, dien hij voor de vereering van God gebouwd had, of wel de ark.
1Zijnde uwe zonden in het verledene, die uitgewischt zijn, door de belijdenis van het ware geloof.
2Er wordt gezegd, datNoach, gedurende langen tijd, te vergeefs voor hen had gepredikt, en dat God daarna den hemel gedurende veertig jaren dichtsloot en hunne vrouwen onvruchtbaar maakte (Al Zamakshari).
3Dat is volgens de meening der uitleggers: door verschillende graden of veranderingen, van den oorspronkelijken vorm, tot gij volmaakte menschen werdt (zieHoofdstuk XXII, vers 5, enHoofdstuk XXIII, vers 12en volg).
4Dit waren vijf godvruchtige mannen, die vóórNoachhadden geleefd. De eerbied, welke men voor hunne nagedachtenis had, ontaardde later bij de Ante-Diluvianen, en vervolgens bij de Arabieren in afgoderij.
5Sommige uitleggers zeggen, dat Noach dit gebed niet uitsprak, dan nadat hij zijn volk gedurende 950 jaren beproefd, en toen bevonden had, dat zij onverbeterlijk waren.
6Zijn vaderLamechen zijne moederShemka, de dochter vanEnoch, die ware geloovigen waren.
7De uitleggers komen niet overeen omtrent hetgeen deze plaats betreft: sommigen zeggen dat hier het woonhuis vanNoachbedoeld wordt, anderen de tempel, dien hij voor de vereering van God gebouwd had, of wel de ark.
Twee en Zeventigste Hoofdstuk.De Geniussen.Geopenbaard teMekka—28 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: Het is mij geopenbaard, dat een aantal geniussen mijne lezing van den Koran1aandachtig hebben aangehoord, en zeiden: Waarlijk, wij hebben een bewonderenswaardig gesprek gehoord.2.Dat op den rechten weg leidt; daarom gelooven wij er in, en wij willen volstrekt geen ander met onzen Heer vereenigen.3.Hij (dat zijne majesteit verheven zij!) heeft geene vrouw genomen, en heeft evenmin kinderen gebaard4.Een dwaze van ons2heeft iets van God gezegd, wat geheel valsch is.5.Maar wij dachten waarlijk, dat noch mensch, noch genius op eenigerlei wijze eene leugen tegen God zou hebben uitgedacht.6.En er zijn zekere menschen, die, als toevlucht, tot sommigen der geniussen vloden.7.Maar zij vermeerderden hunne dwaasheid en hunne zonden. Zij dachten, zooals gij denkt, dat God niemand tot het leven zal doen verrijzen.8.En wij trachtten vroeger te bespieden, wat er in den hemel voortging; maar wij bevonden, dat die met eene sterke wacht van engelen en vlammende flitsen opgevuld was.9.En wij plaatsten ons op sommige der zetels om de gesprekken zijner bewoners te hooren; maar wie thans zou luisteren, zou den vlammenden schicht vinden, die in hinderlaag gelegd is, om de grenzen van den hemel te beschermen (hem te treffen)3.10.Wij weten niet,of daardoor eene ramp voor hen wordt bedoeld, die op de aarde wonen, dan wel of hun Heer voornemens is, hen op den rechten weg te leiden.11.Er zijn sommigen onder ons, die rechtschapen zijn, en er zijn sommigen onder ons, die anders zijn; wij zijn in verschillende soorten verdeeld.12.En wij erkennen waarlijk, dat wij Gods macht op aarde geenszins zouden kunnen verzwakken, noch dat wij hem door de vlucht zouden kunnen ontsnappen.13.Daarom geloofden wij in den Koran, toen wij de leiding hadden gehoord, die daarin is vervat. En wie in zijn Heer gelooft, behoeft geene vermindering van zijne belooning, noch eenige onrechtvaardigheid te vreezen.14.Er zijn sommige Moslems onder ons, en er zijn anderen onder ons, die van de rechtvaardigheid afdwalen. En zij die den Islam omhelzen, zoeken de ware leiding op ernstige wijze.15.Maar zij die van de rechtvaardigheid afwijken, zullen tot voedsel der hel verstrekken.16.Indien zij den weg der waarheid betreden, zullen wij hen zekerlijk met een overvloedigen regen bevochtigen4.17.Ten einde hun daardoor te bewijzen, dat degeen die zich van de vermaning van zijn Heer afwendt, eene strenge marteling zal ondergaan.18.Waarlijk de plaatsen der vereering zijn aan God toegewijd; roept dus geen ander tegelijk met God aan.19.Toen Gods dienaar5opstond om hem aan te roepen, had het weinig gescheeld, of de geniussen hadden hem doodgedrongen, om hem den Koran te hooren opzeggen.20.Zeg: Waarlijk, ik roep slechts mijn Heer aan, en ik vereenig geen anderen God met hem.21.Zeg: Waarlijk, ik ben uit mij zelven niet in staat, u leed of goed te doen.22.Zeg: Waarlijk, niemand kan mij tegen God bijstaan.23.Nimmer zal ik eene toevlucht buiten hem vinden.24.Ik kan niets meer doen, dan wat mij van God werd geopenbaard, en zijne zendingen openbaar maken. En hij, die God en zijn gezant ongehoorzaam zal zijn, voor dien is het hellevuur gereed gemaakt; eeuwig zal hij daarin verblijven.25.Zij zullen hunnen wederstand niet staken, dan nadat zij de wraak gezien zullen hebben, waarmede zij zijn bedreigd; maar dan zullen zij weten, wie onzer zwakker in zijne ondersteuning, en wie kleiner in getal is.26.Zeg hun: Ik weet niet of de straf waarmede gij bedreigd zijt, nabij is, dan wel, of mijn heer die voor een verwijderd tijdstip heeft bepaald. Hij kent de geheimen der toekomst, en hij deelt zijne geheimen aan niemand mede.27.Behalve aan den gezant in wien hij behagen schept6, en hij doet eene wacht van engelenvoor hem en achter hem gaan.28.Opdat hij zou weten, dat de gezanten de zending van hunnen Heer hebben volbracht. Hij weet alles, wat met hen is, en telt alle dingen bij het getal.1ZieHoofdstuk XLVI, vers 28noot. Wij hebben reeds gezegd, dat, volgens het geloof der Arabieren, de geniussen eene soort van middenras vormden tusschen de menschen en de engelen. Op het gezag dezer plaats, en steunende op de omstandigheid, datMahometdeze geniussen niet had gezien, maar dat hunne aanwezigheid hem door God werd geopenbaard, gelooven de uitleggers dat de geniussen de zielen der menschen zijn, waardoor het woord geniussen synoniem met geesten zou zijn. Deze uitlegging komt echter kwalijk overeen met de andere plaatsen van den Koran, en met de meening, dat de geniussen op dezelfde wijze als de andere schepselen worden voortgebracht.2ZijndeEblis, of de weerspannige geniussen.3ZieHoofdstuk XV, vers 16en volg.4Zijnde: Wij zullen hun een overvloed van goede dingen schenken.5Zijnde:Mahomet.6Men wil met deze woordenMahometbedoeld hebben, hetgeen in tegenspraak zou wezen met verschillende plaatsen van den Koran, waar de Arabische profeet nederig erkent, dat hij onbekend is met de verborgene dingen. De beste verklaring, welke men van de verzen 27 en 28 geeft, is, dat God zijne geheimen aan niemand mededeelt, en als hij, dengenezijner gezanten (hetzij engel of profeet) welke het hem heeft behaagd uit te kiezen, zijne bevelen geeft, hij dien overal volgt, om te zien of hij zich daarvan kwijt.
Twee en Zeventigste Hoofdstuk.De Geniussen.Geopenbaard teMekka—28 verzen.
Geopenbaard teMekka—28 verzen.
Geopenbaard teMekka—28 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Zeg: Het is mij geopenbaard, dat een aantal geniussen mijne lezing van den Koran1aandachtig hebben aangehoord, en zeiden: Waarlijk, wij hebben een bewonderenswaardig gesprek gehoord.2.Dat op den rechten weg leidt; daarom gelooven wij er in, en wij willen volstrekt geen ander met onzen Heer vereenigen.3.Hij (dat zijne majesteit verheven zij!) heeft geene vrouw genomen, en heeft evenmin kinderen gebaard4.Een dwaze van ons2heeft iets van God gezegd, wat geheel valsch is.5.Maar wij dachten waarlijk, dat noch mensch, noch genius op eenigerlei wijze eene leugen tegen God zou hebben uitgedacht.6.En er zijn zekere menschen, die, als toevlucht, tot sommigen der geniussen vloden.7.Maar zij vermeerderden hunne dwaasheid en hunne zonden. Zij dachten, zooals gij denkt, dat God niemand tot het leven zal doen verrijzen.8.En wij trachtten vroeger te bespieden, wat er in den hemel voortging; maar wij bevonden, dat die met eene sterke wacht van engelen en vlammende flitsen opgevuld was.9.En wij plaatsten ons op sommige der zetels om de gesprekken zijner bewoners te hooren; maar wie thans zou luisteren, zou den vlammenden schicht vinden, die in hinderlaag gelegd is, om de grenzen van den hemel te beschermen (hem te treffen)3.10.Wij weten niet,of daardoor eene ramp voor hen wordt bedoeld, die op de aarde wonen, dan wel of hun Heer voornemens is, hen op den rechten weg te leiden.11.Er zijn sommigen onder ons, die rechtschapen zijn, en er zijn sommigen onder ons, die anders zijn; wij zijn in verschillende soorten verdeeld.12.En wij erkennen waarlijk, dat wij Gods macht op aarde geenszins zouden kunnen verzwakken, noch dat wij hem door de vlucht zouden kunnen ontsnappen.13.Daarom geloofden wij in den Koran, toen wij de leiding hadden gehoord, die daarin is vervat. En wie in zijn Heer gelooft, behoeft geene vermindering van zijne belooning, noch eenige onrechtvaardigheid te vreezen.14.Er zijn sommige Moslems onder ons, en er zijn anderen onder ons, die van de rechtvaardigheid afdwalen. En zij die den Islam omhelzen, zoeken de ware leiding op ernstige wijze.15.Maar zij die van de rechtvaardigheid afwijken, zullen tot voedsel der hel verstrekken.16.Indien zij den weg der waarheid betreden, zullen wij hen zekerlijk met een overvloedigen regen bevochtigen4.17.Ten einde hun daardoor te bewijzen, dat degeen die zich van de vermaning van zijn Heer afwendt, eene strenge marteling zal ondergaan.18.Waarlijk de plaatsen der vereering zijn aan God toegewijd; roept dus geen ander tegelijk met God aan.19.Toen Gods dienaar5opstond om hem aan te roepen, had het weinig gescheeld, of de geniussen hadden hem doodgedrongen, om hem den Koran te hooren opzeggen.20.Zeg: Waarlijk, ik roep slechts mijn Heer aan, en ik vereenig geen anderen God met hem.21.Zeg: Waarlijk, ik ben uit mij zelven niet in staat, u leed of goed te doen.22.Zeg: Waarlijk, niemand kan mij tegen God bijstaan.23.Nimmer zal ik eene toevlucht buiten hem vinden.24.Ik kan niets meer doen, dan wat mij van God werd geopenbaard, en zijne zendingen openbaar maken. En hij, die God en zijn gezant ongehoorzaam zal zijn, voor dien is het hellevuur gereed gemaakt; eeuwig zal hij daarin verblijven.25.Zij zullen hunnen wederstand niet staken, dan nadat zij de wraak gezien zullen hebben, waarmede zij zijn bedreigd; maar dan zullen zij weten, wie onzer zwakker in zijne ondersteuning, en wie kleiner in getal is.26.Zeg hun: Ik weet niet of de straf waarmede gij bedreigd zijt, nabij is, dan wel, of mijn heer die voor een verwijderd tijdstip heeft bepaald. Hij kent de geheimen der toekomst, en hij deelt zijne geheimen aan niemand mede.27.Behalve aan den gezant in wien hij behagen schept6, en hij doet eene wacht van engelenvoor hem en achter hem gaan.28.Opdat hij zou weten, dat de gezanten de zending van hunnen Heer hebben volbracht. Hij weet alles, wat met hen is, en telt alle dingen bij het getal.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Zeg: Het is mij geopenbaard, dat een aantal geniussen mijne lezing van den Koran1aandachtig hebben aangehoord, en zeiden: Waarlijk, wij hebben een bewonderenswaardig gesprek gehoord.2.Dat op den rechten weg leidt; daarom gelooven wij er in, en wij willen volstrekt geen ander met onzen Heer vereenigen.3.Hij (dat zijne majesteit verheven zij!) heeft geene vrouw genomen, en heeft evenmin kinderen gebaard4.Een dwaze van ons2heeft iets van God gezegd, wat geheel valsch is.5.Maar wij dachten waarlijk, dat noch mensch, noch genius op eenigerlei wijze eene leugen tegen God zou hebben uitgedacht.6.En er zijn zekere menschen, die, als toevlucht, tot sommigen der geniussen vloden.7.Maar zij vermeerderden hunne dwaasheid en hunne zonden. Zij dachten, zooals gij denkt, dat God niemand tot het leven zal doen verrijzen.8.En wij trachtten vroeger te bespieden, wat er in den hemel voortging; maar wij bevonden, dat die met eene sterke wacht van engelen en vlammende flitsen opgevuld was.9.En wij plaatsten ons op sommige der zetels om de gesprekken zijner bewoners te hooren; maar wie thans zou luisteren, zou den vlammenden schicht vinden, die in hinderlaag gelegd is, om de grenzen van den hemel te beschermen (hem te treffen)3.10.Wij weten niet,of daardoor eene ramp voor hen wordt bedoeld, die op de aarde wonen, dan wel of hun Heer voornemens is, hen op den rechten weg te leiden.11.Er zijn sommigen onder ons, die rechtschapen zijn, en er zijn sommigen onder ons, die anders zijn; wij zijn in verschillende soorten verdeeld.12.En wij erkennen waarlijk, dat wij Gods macht op aarde geenszins zouden kunnen verzwakken, noch dat wij hem door de vlucht zouden kunnen ontsnappen.13.Daarom geloofden wij in den Koran, toen wij de leiding hadden gehoord, die daarin is vervat. En wie in zijn Heer gelooft, behoeft geene vermindering van zijne belooning, noch eenige onrechtvaardigheid te vreezen.14.Er zijn sommige Moslems onder ons, en er zijn anderen onder ons, die van de rechtvaardigheid afdwalen. En zij die den Islam omhelzen, zoeken de ware leiding op ernstige wijze.15.Maar zij die van de rechtvaardigheid afwijken, zullen tot voedsel der hel verstrekken.16.Indien zij den weg der waarheid betreden, zullen wij hen zekerlijk met een overvloedigen regen bevochtigen4.17.Ten einde hun daardoor te bewijzen, dat degeen die zich van de vermaning van zijn Heer afwendt, eene strenge marteling zal ondergaan.18.Waarlijk de plaatsen der vereering zijn aan God toegewijd; roept dus geen ander tegelijk met God aan.19.Toen Gods dienaar5opstond om hem aan te roepen, had het weinig gescheeld, of de geniussen hadden hem doodgedrongen, om hem den Koran te hooren opzeggen.20.Zeg: Waarlijk, ik roep slechts mijn Heer aan, en ik vereenig geen anderen God met hem.21.Zeg: Waarlijk, ik ben uit mij zelven niet in staat, u leed of goed te doen.22.Zeg: Waarlijk, niemand kan mij tegen God bijstaan.23.Nimmer zal ik eene toevlucht buiten hem vinden.24.Ik kan niets meer doen, dan wat mij van God werd geopenbaard, en zijne zendingen openbaar maken. En hij, die God en zijn gezant ongehoorzaam zal zijn, voor dien is het hellevuur gereed gemaakt; eeuwig zal hij daarin verblijven.25.Zij zullen hunnen wederstand niet staken, dan nadat zij de wraak gezien zullen hebben, waarmede zij zijn bedreigd; maar dan zullen zij weten, wie onzer zwakker in zijne ondersteuning, en wie kleiner in getal is.26.Zeg hun: Ik weet niet of de straf waarmede gij bedreigd zijt, nabij is, dan wel, of mijn heer die voor een verwijderd tijdstip heeft bepaald. Hij kent de geheimen der toekomst, en hij deelt zijne geheimen aan niemand mede.27.Behalve aan den gezant in wien hij behagen schept6, en hij doet eene wacht van engelenvoor hem en achter hem gaan.28.Opdat hij zou weten, dat de gezanten de zending van hunnen Heer hebben volbracht. Hij weet alles, wat met hen is, en telt alle dingen bij het getal.
1ZieHoofdstuk XLVI, vers 28noot. Wij hebben reeds gezegd, dat, volgens het geloof der Arabieren, de geniussen eene soort van middenras vormden tusschen de menschen en de engelen. Op het gezag dezer plaats, en steunende op de omstandigheid, datMahometdeze geniussen niet had gezien, maar dat hunne aanwezigheid hem door God werd geopenbaard, gelooven de uitleggers dat de geniussen de zielen der menschen zijn, waardoor het woord geniussen synoniem met geesten zou zijn. Deze uitlegging komt echter kwalijk overeen met de andere plaatsen van den Koran, en met de meening, dat de geniussen op dezelfde wijze als de andere schepselen worden voortgebracht.2ZijndeEblis, of de weerspannige geniussen.3ZieHoofdstuk XV, vers 16en volg.4Zijnde: Wij zullen hun een overvloed van goede dingen schenken.5Zijnde:Mahomet.6Men wil met deze woordenMahometbedoeld hebben, hetgeen in tegenspraak zou wezen met verschillende plaatsen van den Koran, waar de Arabische profeet nederig erkent, dat hij onbekend is met de verborgene dingen. De beste verklaring, welke men van de verzen 27 en 28 geeft, is, dat God zijne geheimen aan niemand mededeelt, en als hij, dengenezijner gezanten (hetzij engel of profeet) welke het hem heeft behaagd uit te kiezen, zijne bevelen geeft, hij dien overal volgt, om te zien of hij zich daarvan kwijt.
1ZieHoofdstuk XLVI, vers 28noot. Wij hebben reeds gezegd, dat, volgens het geloof der Arabieren, de geniussen eene soort van middenras vormden tusschen de menschen en de engelen. Op het gezag dezer plaats, en steunende op de omstandigheid, datMahometdeze geniussen niet had gezien, maar dat hunne aanwezigheid hem door God werd geopenbaard, gelooven de uitleggers dat de geniussen de zielen der menschen zijn, waardoor het woord geniussen synoniem met geesten zou zijn. Deze uitlegging komt echter kwalijk overeen met de andere plaatsen van den Koran, en met de meening, dat de geniussen op dezelfde wijze als de andere schepselen worden voortgebracht.
2ZijndeEblis, of de weerspannige geniussen.
3ZieHoofdstuk XV, vers 16en volg.
4Zijnde: Wij zullen hun een overvloed van goede dingen schenken.
5Zijnde:Mahomet.
6Men wil met deze woordenMahometbedoeld hebben, hetgeen in tegenspraak zou wezen met verschillende plaatsen van den Koran, waar de Arabische profeet nederig erkent, dat hij onbekend is met de verborgene dingen. De beste verklaring, welke men van de verzen 27 en 28 geeft, is, dat God zijne geheimen aan niemand mededeelt, en als hij, dengenezijner gezanten (hetzij engel of profeet) welke het hem heeft behaagd uit te kiezen, zijne bevelen geeft, hij dien overal volgt, om te zien of hij zich daarvan kwijt.
Drie en Zeventigste Hoofdstuk.De Omwikkelde.Geopenbaard teMekka1—20 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.O gij omwikkelde profeet2!2.Sta op om te bidden, en ga daarmede voort gedurende den nacht, behalve een klein gedeelte:3.Dat is te zeggen, gedurende de helft daarvan, of verkort dit een weinig.4.Of voeg er iets bij, en herhaal den Koran met eene duidelijke en welluidende stem.5.Want wij zullen u een zeer gewichtig woord openbaren.6.Waarlijk, het begin des nachts heeft meer kracht voor het standvastige gebed en geeft meer gemak om ons uit te drukken3;7.Want des daags hebt gij vele bezigheden.8.En herdenk den naam van uwen Heer en geef u geheel aan hem over, terwijl gij van de wereldsche ijdelheden afstand doet.9.Hij is de Heer van het Oosten en het Westen. Er is geen god buiten hem. Neem hem dus tot uwen beschermer.10.Draag den schimp geduldig, dien de ongeloovigen u toevoegen, en vertrek van hen op een voegzame wijze.11.En laat mij alleen met hen, die den Koran van valschheid beschuldigen, die de genoegens van dit leven genieten. Verleen hun een weinig uitstel.12.Waarlijk wij hebben voor hen zware ketenen, en een brandend vuur.13.En voedsel dathen zal doen verstikken, die het opzwelgen4, en eene pijnlijke marteling.14.Op een zekeren dag zal de aarde geschud worden en de bergen mede; en de bergen zullen tot een zandhoop worden, die voortgedreven wordt.15.Waarlijk, wij hebben u een profeet gezonden, om getuigenis tegen u af te leggen, zooals wij een gezant aanPharaozonden.16.MaarPharaowas ongehoorzaam aan den gezant, daarom kastijdden wij hem met eene zware straf.17.Indien gij niet gelooft, hoe wilt gij u dan beveiligen voor den dag waarop de kinderen grijze haren van den schrik zullen krijgen?18.De hemel zal van schrik gespleten worden; de belofte daarvan zal zekerlijk worden vervuld.19.Waarlijk, dit is eene vermaning, en hij die geneigd is vermaand te worden, zal den weg tot zijn Heer nemen.20.Uw Heer, oMahomet! weet dat gij in gebed en overpeinzing dikwijls bijna twee derde gedeelten van een nacht, en somtijds de helft daarvan doorbrengt, en op andere tijden weder een derde gedeelte daarvan, en een deel uwer makkers die met u zijn, doen hetzelfde. Maar God weet den dag en den nacht; hij weet, dat gij die niet nauwkeurig kunt berekenen, daarom wendt hij zich gunstig tot u. Lees dus zooveel van den Koran als u gemakkelijk zal wezen. Hij weet dat er zieken onder u zijn, terwijl anderen op de aarde reizen, opdat zij door Gods goedheid, zich bezittingen zouden verwerven; en dat anderen strijden ter verdediging van Gods geloof. Lees dus zooveel daarvan, als u niet moeilijk zal wezen. Neem de vaste tijden van het gebed in acht, geef de behoorlijke aalmoezen, en leen God eene aannemelijke leening; want al hetgeen gij Gode (in goede werken) voor uwe zielen zendt, zult gij bij God terugvinden. Dit is beter5, en zal eene grootere belooning verdienen. En vraag God vergiffenis; want God is vergevensgezind en barmhartig.1Sommigen willen dat het laatste vers teMedinageopenbaard zij.2Toen deze openbaring aanMahometwerd gebracht, was hij in zijne kleederen gewikkeld, naardien hij verschrikt was door de verschijning vanGabriël, of zooals sommigen zeggen, lag hij gerust te slapen, of volgens anderen, had hij zich in een gedeelte van een wijden mantel gewikkeld, of een dekkleed, met welk ander deelAïshazich had bedekt om te slapen (Al Zamakhshari, Al Beidâwi).3Want de nacht is het best geschikt voor overpeinzing en gebed, alsmede om Gods woord duidelijk en met aandacht te lezen, door het afwezig zijn van alle gedruisch en ieder voorwerp, dat de aandacht zou kunnen afleiden.4Zooals: doornen en distels, de vrucht van den helschen boom,al Zakkoem, en het bedorven vocht, dat uit de lichamen der verdoemden vloeit.5Zijnde: Het goede, dat gij gedurende uwen leeftijd zult doen, zal verdienstelijker wezen in de oogen van God, dan hetgeen gij tot den dood uitstellen, en bij uitersten wil bevelen zult (Al Beidâwi).
Drie en Zeventigste Hoofdstuk.De Omwikkelde.Geopenbaard teMekka1—20 verzen.
Geopenbaard teMekka1—20 verzen.
Geopenbaard teMekka1—20 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.O gij omwikkelde profeet2!2.Sta op om te bidden, en ga daarmede voort gedurende den nacht, behalve een klein gedeelte:3.Dat is te zeggen, gedurende de helft daarvan, of verkort dit een weinig.4.Of voeg er iets bij, en herhaal den Koran met eene duidelijke en welluidende stem.5.Want wij zullen u een zeer gewichtig woord openbaren.6.Waarlijk, het begin des nachts heeft meer kracht voor het standvastige gebed en geeft meer gemak om ons uit te drukken3;7.Want des daags hebt gij vele bezigheden.8.En herdenk den naam van uwen Heer en geef u geheel aan hem over, terwijl gij van de wereldsche ijdelheden afstand doet.9.Hij is de Heer van het Oosten en het Westen. Er is geen god buiten hem. Neem hem dus tot uwen beschermer.10.Draag den schimp geduldig, dien de ongeloovigen u toevoegen, en vertrek van hen op een voegzame wijze.11.En laat mij alleen met hen, die den Koran van valschheid beschuldigen, die de genoegens van dit leven genieten. Verleen hun een weinig uitstel.12.Waarlijk wij hebben voor hen zware ketenen, en een brandend vuur.13.En voedsel dathen zal doen verstikken, die het opzwelgen4, en eene pijnlijke marteling.14.Op een zekeren dag zal de aarde geschud worden en de bergen mede; en de bergen zullen tot een zandhoop worden, die voortgedreven wordt.15.Waarlijk, wij hebben u een profeet gezonden, om getuigenis tegen u af te leggen, zooals wij een gezant aanPharaozonden.16.MaarPharaowas ongehoorzaam aan den gezant, daarom kastijdden wij hem met eene zware straf.17.Indien gij niet gelooft, hoe wilt gij u dan beveiligen voor den dag waarop de kinderen grijze haren van den schrik zullen krijgen?18.De hemel zal van schrik gespleten worden; de belofte daarvan zal zekerlijk worden vervuld.19.Waarlijk, dit is eene vermaning, en hij die geneigd is vermaand te worden, zal den weg tot zijn Heer nemen.20.Uw Heer, oMahomet! weet dat gij in gebed en overpeinzing dikwijls bijna twee derde gedeelten van een nacht, en somtijds de helft daarvan doorbrengt, en op andere tijden weder een derde gedeelte daarvan, en een deel uwer makkers die met u zijn, doen hetzelfde. Maar God weet den dag en den nacht; hij weet, dat gij die niet nauwkeurig kunt berekenen, daarom wendt hij zich gunstig tot u. Lees dus zooveel van den Koran als u gemakkelijk zal wezen. Hij weet dat er zieken onder u zijn, terwijl anderen op de aarde reizen, opdat zij door Gods goedheid, zich bezittingen zouden verwerven; en dat anderen strijden ter verdediging van Gods geloof. Lees dus zooveel daarvan, als u niet moeilijk zal wezen. Neem de vaste tijden van het gebed in acht, geef de behoorlijke aalmoezen, en leen God eene aannemelijke leening; want al hetgeen gij Gode (in goede werken) voor uwe zielen zendt, zult gij bij God terugvinden. Dit is beter5, en zal eene grootere belooning verdienen. En vraag God vergiffenis; want God is vergevensgezind en barmhartig.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.O gij omwikkelde profeet2!2.Sta op om te bidden, en ga daarmede voort gedurende den nacht, behalve een klein gedeelte:3.Dat is te zeggen, gedurende de helft daarvan, of verkort dit een weinig.4.Of voeg er iets bij, en herhaal den Koran met eene duidelijke en welluidende stem.5.Want wij zullen u een zeer gewichtig woord openbaren.6.Waarlijk, het begin des nachts heeft meer kracht voor het standvastige gebed en geeft meer gemak om ons uit te drukken3;7.Want des daags hebt gij vele bezigheden.8.En herdenk den naam van uwen Heer en geef u geheel aan hem over, terwijl gij van de wereldsche ijdelheden afstand doet.9.Hij is de Heer van het Oosten en het Westen. Er is geen god buiten hem. Neem hem dus tot uwen beschermer.10.Draag den schimp geduldig, dien de ongeloovigen u toevoegen, en vertrek van hen op een voegzame wijze.11.En laat mij alleen met hen, die den Koran van valschheid beschuldigen, die de genoegens van dit leven genieten. Verleen hun een weinig uitstel.12.Waarlijk wij hebben voor hen zware ketenen, en een brandend vuur.13.En voedsel dathen zal doen verstikken, die het opzwelgen4, en eene pijnlijke marteling.14.Op een zekeren dag zal de aarde geschud worden en de bergen mede; en de bergen zullen tot een zandhoop worden, die voortgedreven wordt.15.Waarlijk, wij hebben u een profeet gezonden, om getuigenis tegen u af te leggen, zooals wij een gezant aanPharaozonden.16.MaarPharaowas ongehoorzaam aan den gezant, daarom kastijdden wij hem met eene zware straf.17.Indien gij niet gelooft, hoe wilt gij u dan beveiligen voor den dag waarop de kinderen grijze haren van den schrik zullen krijgen?18.De hemel zal van schrik gespleten worden; de belofte daarvan zal zekerlijk worden vervuld.19.Waarlijk, dit is eene vermaning, en hij die geneigd is vermaand te worden, zal den weg tot zijn Heer nemen.20.Uw Heer, oMahomet! weet dat gij in gebed en overpeinzing dikwijls bijna twee derde gedeelten van een nacht, en somtijds de helft daarvan doorbrengt, en op andere tijden weder een derde gedeelte daarvan, en een deel uwer makkers die met u zijn, doen hetzelfde. Maar God weet den dag en den nacht; hij weet, dat gij die niet nauwkeurig kunt berekenen, daarom wendt hij zich gunstig tot u. Lees dus zooveel van den Koran als u gemakkelijk zal wezen. Hij weet dat er zieken onder u zijn, terwijl anderen op de aarde reizen, opdat zij door Gods goedheid, zich bezittingen zouden verwerven; en dat anderen strijden ter verdediging van Gods geloof. Lees dus zooveel daarvan, als u niet moeilijk zal wezen. Neem de vaste tijden van het gebed in acht, geef de behoorlijke aalmoezen, en leen God eene aannemelijke leening; want al hetgeen gij Gode (in goede werken) voor uwe zielen zendt, zult gij bij God terugvinden. Dit is beter5, en zal eene grootere belooning verdienen. En vraag God vergiffenis; want God is vergevensgezind en barmhartig.
1Sommigen willen dat het laatste vers teMedinageopenbaard zij.2Toen deze openbaring aanMahometwerd gebracht, was hij in zijne kleederen gewikkeld, naardien hij verschrikt was door de verschijning vanGabriël, of zooals sommigen zeggen, lag hij gerust te slapen, of volgens anderen, had hij zich in een gedeelte van een wijden mantel gewikkeld, of een dekkleed, met welk ander deelAïshazich had bedekt om te slapen (Al Zamakhshari, Al Beidâwi).3Want de nacht is het best geschikt voor overpeinzing en gebed, alsmede om Gods woord duidelijk en met aandacht te lezen, door het afwezig zijn van alle gedruisch en ieder voorwerp, dat de aandacht zou kunnen afleiden.4Zooals: doornen en distels, de vrucht van den helschen boom,al Zakkoem, en het bedorven vocht, dat uit de lichamen der verdoemden vloeit.5Zijnde: Het goede, dat gij gedurende uwen leeftijd zult doen, zal verdienstelijker wezen in de oogen van God, dan hetgeen gij tot den dood uitstellen, en bij uitersten wil bevelen zult (Al Beidâwi).
1Sommigen willen dat het laatste vers teMedinageopenbaard zij.
2Toen deze openbaring aanMahometwerd gebracht, was hij in zijne kleederen gewikkeld, naardien hij verschrikt was door de verschijning vanGabriël, of zooals sommigen zeggen, lag hij gerust te slapen, of volgens anderen, had hij zich in een gedeelte van een wijden mantel gewikkeld, of een dekkleed, met welk ander deelAïshazich had bedekt om te slapen (Al Zamakhshari, Al Beidâwi).
3Want de nacht is het best geschikt voor overpeinzing en gebed, alsmede om Gods woord duidelijk en met aandacht te lezen, door het afwezig zijn van alle gedruisch en ieder voorwerp, dat de aandacht zou kunnen afleiden.
4Zooals: doornen en distels, de vrucht van den helschen boom,al Zakkoem, en het bedorven vocht, dat uit de lichamen der verdoemden vloeit.
5Zijnde: Het goede, dat gij gedurende uwen leeftijd zult doen, zal verdienstelijker wezen in de oogen van God, dan hetgeen gij tot den dood uitstellen, en bij uitersten wil bevelen zult (Al Beidâwi).
Vier en Zeventigste Hoofdstuk.De (met den mantel) Bedekte1.Geopenbaard teMekka—55 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.O gij die met een mantel bedekt zijt!2.Rijs op en predik.3.Verheerlijk uwen Heer.4.Reinig uwe kleederen!5.Ontvlucht iedere schande.6.Geef niet in de hoop, daarvoor meer terug te ontvangen.7.En wacht geduldig op uwen Heer.8.Als de trompet zal klinken.9.Waarlijk die dag zal een dag der droefheid wezen.10.En pijnlijk voor de ongeloovigen.11.Laat mij alleen met hem dien ik geschonken heb2;12.Wien ik overvloedige rijkdommen heb geschapen.13.En kinderen die in zijne tegenwoordigheid wonen;14.Voor wien ik de zaken gemakkelijk en gebaand heb gemaakt3,15.En die begeert, dat ik hem nog andere zegeningen zal zenden.16.Volstrekt niet; want hij is een tegenstander onzer wonderteekens.17.Ik zal hem met ernstige rampen bedroeven;18.Want hij heeft honende uitdrukkingen uitgedacht en gereed gemaakt, om den Koran belachelijk te maken.19.Gevloekt zij hij. Hoe kwaadwillig heeft hij die gereed gemaakt!20.En hij moge nog eens gevloekt zijn. Hoe kwaadwillig heeft hij die gereed gemaakt!21.Hij heeft zijne blikken om zich heen geworpen.22.Daarop heeft hij zijn voorhoofd gefronsd en een ernstig gelaat aangenomen.23.Vervolgens keerde hij zich van de waarheid en hij was opgeblazen van trotschheid.24.En hij zeide: Dit is slechts een goochelstuk,aan anderen ontleend.25.Dit zijn slechts de woorden van een mensch.26.Ik zal hem in de hel nederwerpen, om verbrand te worden.27.En wat zal u doen verstaan, wat de hel is?28.Zij laat geen ding onverteerd, noch laat eenige zaak ontsnappen.29.Zij verbrandt des menschen vleesch.30.Negentien engelen zijn daarover geplaatst.31.Wij hebben niemand buiten de engelen aangewezen, om het toezicht over het hellevuur te houden, en wij hebben hun getal slechts uitgedrukt als eene aanleiding tot tweedracht onder de ongeloovigen; opdat zij, aan wie de schriften werden gegeven, zeker mogen zijn van de waarachtigheid van dit boek, en dat de ware geloovigen in geloof mogen vermeerderen.32.En dat zij, aan wie de schriften werden gegeven en de ware geloovigen, daaraan niet twijfelen;33.En dat zij, in wier harten een gebrek schuilt, alsmede de ongeloovigen, mogen zeggen: Welke verborgenheid bedoelt God met dit getal?34.Zoo doet God dwalen naar zijn welbehagen, en hij richt naar zijn welbehagen. Niemand kent de legers van uwen Heer4, buiten hem. Dit is slechts eene waarschuwing voor den mensch.35.Zekerlijk. Bij de maan.36.En den nacht, als die zich verwijdert.37.En den ochtend, als die zich roodkleurt.38.(Zweer ik) dat dit eene der vreeselijkste rampen is.39.Strekkende tot waarschuwing voor den mensch;40.Zoowel voor diegenen uwer, welke vooruit loopen, als voor hen die achterblijven.41.Iedere ziel wordt in pand gegeven, voor hetgeen zij zal hebben verricht5; behalve de makkers van de rechterhand.42.Die in tuinen zullen wonen, en vragen tot elkander zullen richten nopens de zondaars, (en de snoodaards zelven zullen ondervragen, zeggende:)43.Wat heeft u in de hel gebracht?44.Zij zullen antwoorden: Wij behooren niet tot hen die standvastig in het gebed waren.45.Nimmer laafden wij de armen.46.Wij baadden ons in lichtvaardige gesprekken met degenen, die zich daartoe leenden.47.Wij loochenden den dag des oordeels.48.Tot de dood6ons overviel.49.De tusschentreding der tusschenpersonen zal hen niet helpen.50.Wat scheelde hun dus, dat zij zich van de vermaning des Korans afwendden.51.Als waren zij verschrikte ezels, die den leeuw ontvluchten.52.Maar ieder van hen wilde, dat hem een bijzonder besluit van God zou toekomen.53.Volstrekt niet. Zij vreezen het volgende leven niet.54.Volstrekt niet. Waarlijk, dit is eene toereikende waarschuwing; en wie geneigd is, gewaarschuwd te worden, dien zal hij (de Koran) waarschuwen.55.Doch zij zullen niet gewaarschuwd worden tenzij het Gode zal behagen. Hij is waardig gevreesd te worden, en hij is geneigd te vergeven.1Het woord, dat als titel voor dit hoofdstuk dient, beteekent bijna hetzelfde als datgene, wat voor den titel van het voorgaande is gebruikt. Deze twee hoofdstukken worden als de eerste der openbaring beschouwd. Volgens de overlevering zouMahomethet volgende hebben verhaald: “Eens op een dag bevond ik mij teHera, waar ik een stem hoorde, die mij riep. Ik keek rechts en links, maar ik zag niemand: ik wendde mijne oogen omhoog en zag den engelGabriël, op den troon tusschen hemel en aarde. Ik werd bang, trad bijKhadidja, mijne vrouw, binnen, en zeide tot haar: Omhul mij met mijnen mantel. Daarop daalde de engel op nieuw neder en riep mij toe:‘O gij, die met uwen mantel zijt omwikkeld.’”2Men gelooft algemeen, dat de hier bedoelde persoonAl Walid Ebn al Mogheirawas (Al Zamakshshari, Al Beidâwi, Jallalo’ddin), een voornaam man onder de Koreïshieten.3Door zijne komst tot macht en waardigheid te vergemakkelijken, die zoo aanzienlijk waren, dat hijRihâna Konreischwerd bijgenaamd, zijnde “de liefelijke geur der Koreïshieten”enal Walid, zijnde “de eenige of onvergelijkelijke” (Al Beidâwi).4Dit is: Al zijne schepsels: en bijzonder het aantal en de kracht der helwachters.5ZieHoofdstuk LII, vers 21.6Woordelijk: Datgene wat zeker is.
Vier en Zeventigste Hoofdstuk.De (met den mantel) Bedekte1.Geopenbaard teMekka—55 verzen.
Geopenbaard teMekka—55 verzen.
Geopenbaard teMekka—55 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.O gij die met een mantel bedekt zijt!2.Rijs op en predik.3.Verheerlijk uwen Heer.4.Reinig uwe kleederen!5.Ontvlucht iedere schande.6.Geef niet in de hoop, daarvoor meer terug te ontvangen.7.En wacht geduldig op uwen Heer.8.Als de trompet zal klinken.9.Waarlijk die dag zal een dag der droefheid wezen.10.En pijnlijk voor de ongeloovigen.11.Laat mij alleen met hem dien ik geschonken heb2;12.Wien ik overvloedige rijkdommen heb geschapen.13.En kinderen die in zijne tegenwoordigheid wonen;14.Voor wien ik de zaken gemakkelijk en gebaand heb gemaakt3,15.En die begeert, dat ik hem nog andere zegeningen zal zenden.16.Volstrekt niet; want hij is een tegenstander onzer wonderteekens.17.Ik zal hem met ernstige rampen bedroeven;18.Want hij heeft honende uitdrukkingen uitgedacht en gereed gemaakt, om den Koran belachelijk te maken.19.Gevloekt zij hij. Hoe kwaadwillig heeft hij die gereed gemaakt!20.En hij moge nog eens gevloekt zijn. Hoe kwaadwillig heeft hij die gereed gemaakt!21.Hij heeft zijne blikken om zich heen geworpen.22.Daarop heeft hij zijn voorhoofd gefronsd en een ernstig gelaat aangenomen.23.Vervolgens keerde hij zich van de waarheid en hij was opgeblazen van trotschheid.24.En hij zeide: Dit is slechts een goochelstuk,aan anderen ontleend.25.Dit zijn slechts de woorden van een mensch.26.Ik zal hem in de hel nederwerpen, om verbrand te worden.27.En wat zal u doen verstaan, wat de hel is?28.Zij laat geen ding onverteerd, noch laat eenige zaak ontsnappen.29.Zij verbrandt des menschen vleesch.30.Negentien engelen zijn daarover geplaatst.31.Wij hebben niemand buiten de engelen aangewezen, om het toezicht over het hellevuur te houden, en wij hebben hun getal slechts uitgedrukt als eene aanleiding tot tweedracht onder de ongeloovigen; opdat zij, aan wie de schriften werden gegeven, zeker mogen zijn van de waarachtigheid van dit boek, en dat de ware geloovigen in geloof mogen vermeerderen.32.En dat zij, aan wie de schriften werden gegeven en de ware geloovigen, daaraan niet twijfelen;33.En dat zij, in wier harten een gebrek schuilt, alsmede de ongeloovigen, mogen zeggen: Welke verborgenheid bedoelt God met dit getal?34.Zoo doet God dwalen naar zijn welbehagen, en hij richt naar zijn welbehagen. Niemand kent de legers van uwen Heer4, buiten hem. Dit is slechts eene waarschuwing voor den mensch.35.Zekerlijk. Bij de maan.36.En den nacht, als die zich verwijdert.37.En den ochtend, als die zich roodkleurt.38.(Zweer ik) dat dit eene der vreeselijkste rampen is.39.Strekkende tot waarschuwing voor den mensch;40.Zoowel voor diegenen uwer, welke vooruit loopen, als voor hen die achterblijven.41.Iedere ziel wordt in pand gegeven, voor hetgeen zij zal hebben verricht5; behalve de makkers van de rechterhand.42.Die in tuinen zullen wonen, en vragen tot elkander zullen richten nopens de zondaars, (en de snoodaards zelven zullen ondervragen, zeggende:)43.Wat heeft u in de hel gebracht?44.Zij zullen antwoorden: Wij behooren niet tot hen die standvastig in het gebed waren.45.Nimmer laafden wij de armen.46.Wij baadden ons in lichtvaardige gesprekken met degenen, die zich daartoe leenden.47.Wij loochenden den dag des oordeels.48.Tot de dood6ons overviel.49.De tusschentreding der tusschenpersonen zal hen niet helpen.50.Wat scheelde hun dus, dat zij zich van de vermaning des Korans afwendden.51.Als waren zij verschrikte ezels, die den leeuw ontvluchten.52.Maar ieder van hen wilde, dat hem een bijzonder besluit van God zou toekomen.53.Volstrekt niet. Zij vreezen het volgende leven niet.54.Volstrekt niet. Waarlijk, dit is eene toereikende waarschuwing; en wie geneigd is, gewaarschuwd te worden, dien zal hij (de Koran) waarschuwen.55.Doch zij zullen niet gewaarschuwd worden tenzij het Gode zal behagen. Hij is waardig gevreesd te worden, en hij is geneigd te vergeven.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.O gij die met een mantel bedekt zijt!2.Rijs op en predik.3.Verheerlijk uwen Heer.4.Reinig uwe kleederen!5.Ontvlucht iedere schande.6.Geef niet in de hoop, daarvoor meer terug te ontvangen.7.En wacht geduldig op uwen Heer.8.Als de trompet zal klinken.9.Waarlijk die dag zal een dag der droefheid wezen.10.En pijnlijk voor de ongeloovigen.11.Laat mij alleen met hem dien ik geschonken heb2;12.Wien ik overvloedige rijkdommen heb geschapen.13.En kinderen die in zijne tegenwoordigheid wonen;14.Voor wien ik de zaken gemakkelijk en gebaand heb gemaakt3,15.En die begeert, dat ik hem nog andere zegeningen zal zenden.16.Volstrekt niet; want hij is een tegenstander onzer wonderteekens.17.Ik zal hem met ernstige rampen bedroeven;18.Want hij heeft honende uitdrukkingen uitgedacht en gereed gemaakt, om den Koran belachelijk te maken.19.Gevloekt zij hij. Hoe kwaadwillig heeft hij die gereed gemaakt!20.En hij moge nog eens gevloekt zijn. Hoe kwaadwillig heeft hij die gereed gemaakt!21.Hij heeft zijne blikken om zich heen geworpen.22.Daarop heeft hij zijn voorhoofd gefronsd en een ernstig gelaat aangenomen.23.Vervolgens keerde hij zich van de waarheid en hij was opgeblazen van trotschheid.24.En hij zeide: Dit is slechts een goochelstuk,aan anderen ontleend.25.Dit zijn slechts de woorden van een mensch.26.Ik zal hem in de hel nederwerpen, om verbrand te worden.27.En wat zal u doen verstaan, wat de hel is?28.Zij laat geen ding onverteerd, noch laat eenige zaak ontsnappen.29.Zij verbrandt des menschen vleesch.30.Negentien engelen zijn daarover geplaatst.31.Wij hebben niemand buiten de engelen aangewezen, om het toezicht over het hellevuur te houden, en wij hebben hun getal slechts uitgedrukt als eene aanleiding tot tweedracht onder de ongeloovigen; opdat zij, aan wie de schriften werden gegeven, zeker mogen zijn van de waarachtigheid van dit boek, en dat de ware geloovigen in geloof mogen vermeerderen.32.En dat zij, aan wie de schriften werden gegeven en de ware geloovigen, daaraan niet twijfelen;33.En dat zij, in wier harten een gebrek schuilt, alsmede de ongeloovigen, mogen zeggen: Welke verborgenheid bedoelt God met dit getal?34.Zoo doet God dwalen naar zijn welbehagen, en hij richt naar zijn welbehagen. Niemand kent de legers van uwen Heer4, buiten hem. Dit is slechts eene waarschuwing voor den mensch.35.Zekerlijk. Bij de maan.36.En den nacht, als die zich verwijdert.37.En den ochtend, als die zich roodkleurt.38.(Zweer ik) dat dit eene der vreeselijkste rampen is.39.Strekkende tot waarschuwing voor den mensch;40.Zoowel voor diegenen uwer, welke vooruit loopen, als voor hen die achterblijven.41.Iedere ziel wordt in pand gegeven, voor hetgeen zij zal hebben verricht5; behalve de makkers van de rechterhand.42.Die in tuinen zullen wonen, en vragen tot elkander zullen richten nopens de zondaars, (en de snoodaards zelven zullen ondervragen, zeggende:)43.Wat heeft u in de hel gebracht?44.Zij zullen antwoorden: Wij behooren niet tot hen die standvastig in het gebed waren.45.Nimmer laafden wij de armen.46.Wij baadden ons in lichtvaardige gesprekken met degenen, die zich daartoe leenden.47.Wij loochenden den dag des oordeels.48.Tot de dood6ons overviel.49.De tusschentreding der tusschenpersonen zal hen niet helpen.50.Wat scheelde hun dus, dat zij zich van de vermaning des Korans afwendden.51.Als waren zij verschrikte ezels, die den leeuw ontvluchten.52.Maar ieder van hen wilde, dat hem een bijzonder besluit van God zou toekomen.53.Volstrekt niet. Zij vreezen het volgende leven niet.54.Volstrekt niet. Waarlijk, dit is eene toereikende waarschuwing; en wie geneigd is, gewaarschuwd te worden, dien zal hij (de Koran) waarschuwen.55.Doch zij zullen niet gewaarschuwd worden tenzij het Gode zal behagen. Hij is waardig gevreesd te worden, en hij is geneigd te vergeven.
1Het woord, dat als titel voor dit hoofdstuk dient, beteekent bijna hetzelfde als datgene, wat voor den titel van het voorgaande is gebruikt. Deze twee hoofdstukken worden als de eerste der openbaring beschouwd. Volgens de overlevering zouMahomethet volgende hebben verhaald: “Eens op een dag bevond ik mij teHera, waar ik een stem hoorde, die mij riep. Ik keek rechts en links, maar ik zag niemand: ik wendde mijne oogen omhoog en zag den engelGabriël, op den troon tusschen hemel en aarde. Ik werd bang, trad bijKhadidja, mijne vrouw, binnen, en zeide tot haar: Omhul mij met mijnen mantel. Daarop daalde de engel op nieuw neder en riep mij toe:‘O gij, die met uwen mantel zijt omwikkeld.’”2Men gelooft algemeen, dat de hier bedoelde persoonAl Walid Ebn al Mogheirawas (Al Zamakshshari, Al Beidâwi, Jallalo’ddin), een voornaam man onder de Koreïshieten.3Door zijne komst tot macht en waardigheid te vergemakkelijken, die zoo aanzienlijk waren, dat hijRihâna Konreischwerd bijgenaamd, zijnde “de liefelijke geur der Koreïshieten”enal Walid, zijnde “de eenige of onvergelijkelijke” (Al Beidâwi).4Dit is: Al zijne schepsels: en bijzonder het aantal en de kracht der helwachters.5ZieHoofdstuk LII, vers 21.6Woordelijk: Datgene wat zeker is.
1Het woord, dat als titel voor dit hoofdstuk dient, beteekent bijna hetzelfde als datgene, wat voor den titel van het voorgaande is gebruikt. Deze twee hoofdstukken worden als de eerste der openbaring beschouwd. Volgens de overlevering zouMahomethet volgende hebben verhaald: “Eens op een dag bevond ik mij teHera, waar ik een stem hoorde, die mij riep. Ik keek rechts en links, maar ik zag niemand: ik wendde mijne oogen omhoog en zag den engelGabriël, op den troon tusschen hemel en aarde. Ik werd bang, trad bijKhadidja, mijne vrouw, binnen, en zeide tot haar: Omhul mij met mijnen mantel. Daarop daalde de engel op nieuw neder en riep mij toe:‘O gij, die met uwen mantel zijt omwikkeld.’”
2Men gelooft algemeen, dat de hier bedoelde persoonAl Walid Ebn al Mogheirawas (Al Zamakshshari, Al Beidâwi, Jallalo’ddin), een voornaam man onder de Koreïshieten.
3Door zijne komst tot macht en waardigheid te vergemakkelijken, die zoo aanzienlijk waren, dat hijRihâna Konreischwerd bijgenaamd, zijnde “de liefelijke geur der Koreïshieten”enal Walid, zijnde “de eenige of onvergelijkelijke” (Al Beidâwi).
4Dit is: Al zijne schepsels: en bijzonder het aantal en de kracht der helwachters.
5ZieHoofdstuk LII, vers 21.
6Woordelijk: Datgene wat zeker is.
Vijf en Zeventigste Hoofdstuk.De Opstanding.Geopenbaard teMekka—40 verzen.In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, ik zweer1bij den dag der opstanding;2.En ik zweer bij de ziel die zich zelve beschuldigt.3.Denkt de mensch, dat wij zijne beenderen niet bij elkander zullen verzamelen?4.Ja, wij zijn in staat de kleinste beenderen zijner vingers bijeen te brengen.5.Maar de mensch verkiest zondig te zijn (te loochenen) den tijd die vóór hem is.6.Hij vraagt: Wanneer zal de dag der opstanding zijn?7.Maar als het oog verblind.8.Als de maan verduisterd zal wezen.9.En de zon en de maan vereenigd zullen zijn.10.Op dien dag zal de mensch zeggen: Waar is een toevluchtsoord?11.Volstrekt niet. Er zal geene plaats zijn, om er heen te vluchten.12.Op dien dag zal de veilige rustplaats met uwen Heer zijn.13.Op dien dag zal de mensch vernemen, wat hij het eerste en het laatste heeft gedaan2.14.Ja, de mensch zal getuigenis tegen zich zelven afleggen.15.En hoewel hij zijne verontschuldigingen aanbiedt, zullen zij niet worden aangenomen.16.Beweeg uwe tong niet (oMahomet!) door (de openbaringen te herhalen, u doorGabriëlgebracht, alvorens hij die geëindigd zal hebben), opdat gij haar spoedig in het geheugen zoudt prenten.17.Want het verzamelen van den Koran in uw geheugen, en u de ware lezing daarvan te leeren, komen ons toe.18.Maar als wij u dien door de tong van den engel zullen hebben voorgelezen, volg dan de lezing daarvan.19.En daarna belasten wij ons, u dien uit te leggen.20.Gij zult volstrekt zoo haastig niet zijn voor de toekomst. Maar gij menschen bemint datgene, wat haastig voorbijgaat (het wereldsche).21.En gij verwaarloost het volgende leven.22.Op dien dag zullen er aangezichten zijn, die met een levendigen glans zullen schitteren.23.En die hunne blikken naar den Heer zullen wenden.24.Er zullen dien dag ter nedergeslagen aangezichten wezen.25.Zij zullen denken, dat er eene verpletterende ramp over hen zal worden gebracht.26.Zekerlijk. Als de ziel van den mensch (in zijn doodstrijd) tot zijne keel zal opstijgen.27.Als de omstanders zullen zeggen: Wie brengt een toovermiddel om hemte doen herstellen?28.Denkende, dat het oogenblik van zijn vertrek uit deze wereld is gekomen.29.En het eene been met het andere been zal worden verbonden3.30.Op dien dag zal hij tot uwen Heer worden gedreven.31.Want hij geloofde niet4, noch bad.32.Maar hij beschuldigde Gods profeet van bedrog, en wendde zich af, in plaats van hem te gehoorzamen.33.Daarop ging hij tot zijn gezin terug, met hoogmoed wandelende.34.Daarom, wee over u! het uur nadert.35.Het nadert steeds. Wee! en nog eens wee over u; wee!36.Denkt de mensch, dat hij geheel vrijgelaten zal worden, (zonder toezicht)?37.Was hij niet eerst een droppel zaad, die zich gemakkelijk verliest?38.Later was hij een weinig gestold bloed; en God vormde hem in eene juiste evenredigheid.39.En maakte twee seksen van hem: den man en de vrouw.40.Is hij die dit gedaan heeft, niet in staat de dooden te doen herleven?1Of: ik zal niet zweren (ZieHoofdstuk LVI, vers 74).2Of het goede dat hij heeft verricht, en datgene wat hij ongedaan, heeft gelaten, enz.3Zijnde: En als hij zijne beenen te zamen zal uitstrekken, zooals bij lijden het geval is. De woorden kunnen ook worden vertaald: En als eene bedroeving met eene andere bedroeving zal worden vereenigd.4Sommigen veronderstellen, dat hier bijzonderAboe Jahlen anderen zekereAdi Ebn Rabiawordt bedoeld.
Vijf en Zeventigste Hoofdstuk.De Opstanding.Geopenbaard teMekka—40 verzen.
Geopenbaard teMekka—40 verzen.
Geopenbaard teMekka—40 verzen.
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.1.Waarlijk, ik zweer1bij den dag der opstanding;2.En ik zweer bij de ziel die zich zelve beschuldigt.3.Denkt de mensch, dat wij zijne beenderen niet bij elkander zullen verzamelen?4.Ja, wij zijn in staat de kleinste beenderen zijner vingers bijeen te brengen.5.Maar de mensch verkiest zondig te zijn (te loochenen) den tijd die vóór hem is.6.Hij vraagt: Wanneer zal de dag der opstanding zijn?7.Maar als het oog verblind.8.Als de maan verduisterd zal wezen.9.En de zon en de maan vereenigd zullen zijn.10.Op dien dag zal de mensch zeggen: Waar is een toevluchtsoord?11.Volstrekt niet. Er zal geene plaats zijn, om er heen te vluchten.12.Op dien dag zal de veilige rustplaats met uwen Heer zijn.13.Op dien dag zal de mensch vernemen, wat hij het eerste en het laatste heeft gedaan2.14.Ja, de mensch zal getuigenis tegen zich zelven afleggen.15.En hoewel hij zijne verontschuldigingen aanbiedt, zullen zij niet worden aangenomen.16.Beweeg uwe tong niet (oMahomet!) door (de openbaringen te herhalen, u doorGabriëlgebracht, alvorens hij die geëindigd zal hebben), opdat gij haar spoedig in het geheugen zoudt prenten.17.Want het verzamelen van den Koran in uw geheugen, en u de ware lezing daarvan te leeren, komen ons toe.18.Maar als wij u dien door de tong van den engel zullen hebben voorgelezen, volg dan de lezing daarvan.19.En daarna belasten wij ons, u dien uit te leggen.20.Gij zult volstrekt zoo haastig niet zijn voor de toekomst. Maar gij menschen bemint datgene, wat haastig voorbijgaat (het wereldsche).21.En gij verwaarloost het volgende leven.22.Op dien dag zullen er aangezichten zijn, die met een levendigen glans zullen schitteren.23.En die hunne blikken naar den Heer zullen wenden.24.Er zullen dien dag ter nedergeslagen aangezichten wezen.25.Zij zullen denken, dat er eene verpletterende ramp over hen zal worden gebracht.26.Zekerlijk. Als de ziel van den mensch (in zijn doodstrijd) tot zijne keel zal opstijgen.27.Als de omstanders zullen zeggen: Wie brengt een toovermiddel om hemte doen herstellen?28.Denkende, dat het oogenblik van zijn vertrek uit deze wereld is gekomen.29.En het eene been met het andere been zal worden verbonden3.30.Op dien dag zal hij tot uwen Heer worden gedreven.31.Want hij geloofde niet4, noch bad.32.Maar hij beschuldigde Gods profeet van bedrog, en wendde zich af, in plaats van hem te gehoorzamen.33.Daarop ging hij tot zijn gezin terug, met hoogmoed wandelende.34.Daarom, wee over u! het uur nadert.35.Het nadert steeds. Wee! en nog eens wee over u; wee!36.Denkt de mensch, dat hij geheel vrijgelaten zal worden, (zonder toezicht)?37.Was hij niet eerst een droppel zaad, die zich gemakkelijk verliest?38.Later was hij een weinig gestold bloed; en God vormde hem in eene juiste evenredigheid.39.En maakte twee seksen van hem: den man en de vrouw.40.Is hij die dit gedaan heeft, niet in staat de dooden te doen herleven?
In naam van den lankmoedigen en albarmhartigen God.
1.Waarlijk, ik zweer1bij den dag der opstanding;2.En ik zweer bij de ziel die zich zelve beschuldigt.3.Denkt de mensch, dat wij zijne beenderen niet bij elkander zullen verzamelen?4.Ja, wij zijn in staat de kleinste beenderen zijner vingers bijeen te brengen.5.Maar de mensch verkiest zondig te zijn (te loochenen) den tijd die vóór hem is.6.Hij vraagt: Wanneer zal de dag der opstanding zijn?7.Maar als het oog verblind.8.Als de maan verduisterd zal wezen.9.En de zon en de maan vereenigd zullen zijn.10.Op dien dag zal de mensch zeggen: Waar is een toevluchtsoord?11.Volstrekt niet. Er zal geene plaats zijn, om er heen te vluchten.12.Op dien dag zal de veilige rustplaats met uwen Heer zijn.13.Op dien dag zal de mensch vernemen, wat hij het eerste en het laatste heeft gedaan2.14.Ja, de mensch zal getuigenis tegen zich zelven afleggen.15.En hoewel hij zijne verontschuldigingen aanbiedt, zullen zij niet worden aangenomen.16.Beweeg uwe tong niet (oMahomet!) door (de openbaringen te herhalen, u doorGabriëlgebracht, alvorens hij die geëindigd zal hebben), opdat gij haar spoedig in het geheugen zoudt prenten.17.Want het verzamelen van den Koran in uw geheugen, en u de ware lezing daarvan te leeren, komen ons toe.18.Maar als wij u dien door de tong van den engel zullen hebben voorgelezen, volg dan de lezing daarvan.19.En daarna belasten wij ons, u dien uit te leggen.20.Gij zult volstrekt zoo haastig niet zijn voor de toekomst. Maar gij menschen bemint datgene, wat haastig voorbijgaat (het wereldsche).21.En gij verwaarloost het volgende leven.22.Op dien dag zullen er aangezichten zijn, die met een levendigen glans zullen schitteren.23.En die hunne blikken naar den Heer zullen wenden.24.Er zullen dien dag ter nedergeslagen aangezichten wezen.25.Zij zullen denken, dat er eene verpletterende ramp over hen zal worden gebracht.26.Zekerlijk. Als de ziel van den mensch (in zijn doodstrijd) tot zijne keel zal opstijgen.27.Als de omstanders zullen zeggen: Wie brengt een toovermiddel om hemte doen herstellen?28.Denkende, dat het oogenblik van zijn vertrek uit deze wereld is gekomen.29.En het eene been met het andere been zal worden verbonden3.30.Op dien dag zal hij tot uwen Heer worden gedreven.31.Want hij geloofde niet4, noch bad.32.Maar hij beschuldigde Gods profeet van bedrog, en wendde zich af, in plaats van hem te gehoorzamen.33.Daarop ging hij tot zijn gezin terug, met hoogmoed wandelende.34.Daarom, wee over u! het uur nadert.35.Het nadert steeds. Wee! en nog eens wee over u; wee!36.Denkt de mensch, dat hij geheel vrijgelaten zal worden, (zonder toezicht)?37.Was hij niet eerst een droppel zaad, die zich gemakkelijk verliest?38.Later was hij een weinig gestold bloed; en God vormde hem in eene juiste evenredigheid.39.En maakte twee seksen van hem: den man en de vrouw.40.Is hij die dit gedaan heeft, niet in staat de dooden te doen herleven?
1Of: ik zal niet zweren (ZieHoofdstuk LVI, vers 74).2Of het goede dat hij heeft verricht, en datgene wat hij ongedaan, heeft gelaten, enz.3Zijnde: En als hij zijne beenen te zamen zal uitstrekken, zooals bij lijden het geval is. De woorden kunnen ook worden vertaald: En als eene bedroeving met eene andere bedroeving zal worden vereenigd.4Sommigen veronderstellen, dat hier bijzonderAboe Jahlen anderen zekereAdi Ebn Rabiawordt bedoeld.
1Of: ik zal niet zweren (ZieHoofdstuk LVI, vers 74).
2Of het goede dat hij heeft verricht, en datgene wat hij ongedaan, heeft gelaten, enz.
3Zijnde: En als hij zijne beenen te zamen zal uitstrekken, zooals bij lijden het geval is. De woorden kunnen ook worden vertaald: En als eene bedroeving met eene andere bedroeving zal worden vereenigd.
4Sommigen veronderstellen, dat hier bijzonderAboe Jahlen anderen zekereAdi Ebn Rabiawordt bedoeld.