BUURTENONDER DE BANNE VANOUDERKERKBEHOORENDE.

[Inhoud]BUURTENONDER DE BANNE VANOUDERKERKBEHOORENDE.DE BUURT AAN DEN OMVAL.Van deeze buurt, die niet zeer groot is, kan niets aantekeningswaardig gezegd worden: Zij bestaat intusschen uit verscheidene huizen, eenige molens en buitenplaatsjens: de ringsloot, wordt mede in dezelve gevonden.DUIVENDRECHT.Deeze buurt spant de kroon boven alle de anderen in de banne vanOuderkerkgelegen, naamlijk wegens haare grootte, en aanzienlijkheid, niettegenstaande er geen breed getal van huizen in gevonden worde.HaareLIGGINGis in de polder van den zelfden naam, en[2]die onderscheiden wordt inGroot-enKlein-Duivendrecht, hebbende ten noorden deDiemermeir, ten oosten deBijlemermeir, ten zuidenOuderkerk, en ten westen denAmstel: de buurt ligt voords zeer vermaaklijk: door dezelve stroomt nog een watertjen,’t Gatgenoemd, waarin een kleine Overtoom ligt.Wegens denNAAMSOORSPRONG,Is het volgende bericht bij ons ingekomen:„DeDuivendrechtsche brug, in de buurt over deRingslootliggende, en die ook den naam vanKuipertjes brugdraagt, ter oorzaake dat nabij dezelve een groote kuipers werkplaats was,” (waarvan straks nader,) „werd in vroegere dagen aldaar niet gevonden; maar er was ter dier plaatse, eene schouw, of overvaart over gezegde rivier: iemand daar nabij woonende, (men zegt een knecht van den kuiper voornoemd,) was voords een ongemeen groot liefhebber van duiven, die hij dan ook in eene verbazende menigte nahield, het geen gelegenheid gaf dat men de gezegde overvaart, of kleine veer, in vroegere dagenTrichtofTrechtgenoemd,” (gelijk wij in onze beschrijving vanDordrechtreeds aantekenden,) „Duiventrecht, of veer, overvaart naar de duiven, of hetDuivenveergenoemd heeft; de veel vermogende klankverbastering heeft voords vantrecht, drechtgemaakt,” (gelijk zulks met den naamDordrechtook plaats heeft,) „en alzo heeft deze buurt den naam vanDuivendrechtbekomen.”Wat deGROOTTEBetreft:Duivendrechtin ’t algemeen beslaat eene zeer ruime uitgestrektheid gronds, begroot op 1327 morgen, 300 roeden[3]lands, gelijk de polders, waarin de buurt gelegen zij, onderscheiden worden inGroot-enKlein-Duivendrecht, alzo onderscheidt men ook de buurten van dien naam; zijnde de buurt, eigenlijkKlein-Duivendrecht, landwaards in gelegen: een gedeelte vanGroot-Duivendrecht, tegen over denWeesperwegaan denAmstelgelegen, noemt men het eiland; eigenlijk zoude men het drie eilanden kunnen noemen, om dat het door twee slooten in drie afzonderlijke deelen, rondsom van water omgeven, verdeeld is—Op den gezegden uitgebreiden grond, bevatDuivendrecht, het eiland niet mede gerekend, niet meer dan 32 of 33 huizen, want dezelven staan zeer wijd van elkander gebouwd, voornaamlijk ter wederzijde van eenen zuidelijken straatweg; ieder huis staat op eene werf waarbij veel weiland gelegen is: er zijn ook twee buitenplaatsen of tuinen; de eene,Welmeergenoemd, is nog in stand; doch de andere in 1787 zodanig door dePruissengehavend, dat dezelve thans niet meer dan een optrek is; meer anderen worden op het eiland bovengemeld gevonden, op hetzelve staan, behalven dat, nog vier molens, naamlijk twee die witloot, één die snuif, en één die steen maalt: de beide polders worden voords door twee molens van het overtollig water ontlast.In het buurtjen eigenlijkKlein-Duivendrechtgenoemd, staan nog eenige weinige huizen, en één snuif-molen; voords is aldaar ook geplaatst de porcelein-fabriek, die weleer inLoosdrechtgeweest is, gelijk wij in onze beschrijving van dat Dorp aantekenden: deeze fabriek, zegt men, dat alhier veel beter opneemt dan zij weleer in deLoosdrechtgedaan heeft; er worden vorstelijke servisen gemaakt, die ten duursten prijze worden verkocht; ook wordt wel, als de fabrikeurs eene genoegzaame hoeveelheid van porceleinen in voorraad hebben, een loterij van dezelven aangelegd, gemeenlijk in het rechthuis van deDiemer-ofWatergrafts-meir.Onder het gezegde tal van huizen, behoort ook de woning[4]van den brugman; zijnde een tamelijk goed huis, waarin hij niets verwoont, gelijk hij ook geene pacht voor de brug behoeft optebrengen, en beiden, wooning en brug, worden doorAmsteldamonderhouden: met dit postjen wordt thans deezen of geenen gunsteling begiftigd, ofschoon het indedaad een wettig eigendom zij van het manlijke oir des kuipers bovengemeld, en door het welk zijn huis aan die brug gelegen, en thans een herberg, (’T huis de hoop,) zijnde, nog wordt bewoond: de historie van dit ontvreemde eigendom is deeze: de kuiper voornoemd, of wel deszelfs gezegde woning, had het recht van de pont of het veer van overvaart, waarvan wij mede reeds gesproken hebben: nu stond hij aanAmsteldameen gedeelte gronds van zijn erf af, ten einde den algemeenen weg voorbij zijn huis heen te kunnen leggen; maar die afstand geschiedde op voorwaarde, dat de stad, voor haare rekening, in de plaats van zijne pont, eene brug zoude leggen en onderhouden, de inkomsten van welken ten eeuwigen dage aan het manlijke oir van hem zoude verblijven; het bruggeld zoude bepaald blijven op 2 duiten de persoon, gelijk men voor het overvaaren met de pont ook moest betaalen: dit accoord werd wel getroffen, maar is niet gemaintineerd; want voor eenige jaaren is, bij het afsterven van den werkelijken bezitter der brug, in het geslacht van den geenen die ’t accoord gemaakt had behoorende, dezelve, gelijk gezegd is, als een amtjen weggegeven; de tegenwoordige bewooner van het huis zoude thans, nu alle broodwinningen, vooral het herberghouden, geweldig achter uit gaan, met ernst zijn recht vervorderen, dan, hem ontbreeken de noodige papieren, die hem in de woelingen in 1787, waarin hij bovenmaatig gedeeld heeft, ontvreemd zijn, of liever zijn zij door schendende handen vernield: zo veel heeft hij nog bij request verkregen, dat de geenen die zig tot zijnent komen verpoozen, of ververschen, en de brug moeten passeeren, vrij van de tol zijn, mits evenwel dat zij uit zijn huis ook weder de brug over[5]terug gaan, maar vervorderen zij hunnen weg, naarAbcoudeofOuderkerk, dan moeten zij de gewoone 2 duiten betaalen: deeze tol wordt ook alleenlijk betaald door den voetganger; paarden, hoornvee, of andere beesten die over de brug gedreven worden, betaalen niets, ook niet de rijtuigen, ja zelfs niet de geenen die er in zitten, alleenlijk moet men, gelijk gezegd is, betaalen, als men te voet gaat.De gezegde huizen, waaruit deeze uitgestrekte buurt bestaat, worden bewoond door ongeveer 160 menschen.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De bewooners der buurt zijn voor het grootste gedeelte denRoomschen Godsdiensttoegedaan, eenige weinige van hun zijnGereformeerd, en slechts vijf of zesLuthersch; deezen moeten naarAmsteldamte kerk gaan; deGereformeerdengaan naarDiemenofOuderkerk, maar deRoomschgezindenhebben teDuivendrechteen mooi zindelijk kerkjen, dat bediend wordt door den Wel-Eerwaarden HeereJoannes Meylink, behoorende onder het Aartspriesterdom vanHolland; deRoomschgezindenuit deBijlemer, en sommigen in deDiemermeirwoonachtig, komen ook alhier te kerk.—De pastorij is vrij aangenaam gelegen.Wees- of arm-huis wordt in deeze buurt niet gevonden, wanneer de ouders ledematen zijn van den Gereformeerden Godsdienst, worden de kinderen door de Diaconen vanOuderkerkvan die gemeente, besteed en verzorgd; wanneer zij geene ledematen zijn, komen ze ten laste der zoo genaamde gemeene armen; wanneer vader of moeder lidmaat was, komen de kinderen voor de eene helft ten laste der Gereformeerde Diaconen, voor de andere ter zorge van de gemeene armen, en voor deeze zijn ook deRoomsche weezen.Er is een school, dat echter alles behalven eenig[6]aanzien heeft; het wordt van wege het Ambacht begeeven, en dient voor de kinderen van alle drie de gezegde Gezinten in ’t algemeen.Wereldlijke gebouwenworden in deeze buurt niet gevonden.BEZIGHEDEN:De bewooners geneeren zig meestal met de melkerij, er liggen geene moestuinen; er worden voords eenige gewoone Ambachten geoefend—er is ook een Chirurgijn.In degeschiedenisdeezer buurt, zoude geheel niets aantekeningswaardig gevonden worden, ware het niet, dat zij, met groote voorkeur ten getuige verstrekte, van de elende waarmede het lieve Vaderland in den jaare 1787, door den geessel des binnenlandschen oorlogs,geteisterdgeworden.Daar dePruissenaan dien kant zouden komen afzakken, werd de buurt weldra door gewapende burgers vanAmsteldamen van elders bezet; en o! hadden wij ter hunner eere mogen hooren getuigen dat zij er zig niet schuldig gemaakt hadden aan die baldaadigheden, waarmede de loontrekkende soldaat gemeenlijk de oord, waarin hij ter bescherminge gelegen wordt, doet gevoelen dat hij er is! alrede door het woeste krijgsmans leven van het pad der beminnelijke burgerlijke bedaardheid en geschiktheid afgeleid, hebben zij ’er, in navolging van den bezoldeling, verscheidenemerktekenenvan hun daarzijn nagelaaten; intusschen moeten wij, naar ingewonnene berichten, ook bekennen, dat zij zig, toen ’t op een staan en vechten aankwam, als dappere helden gedragen hebben; zodanig, dat men verzekert, hadde men teOuderkerkstand gehouden, dePruissenzouden aan deDuivendrechtsche brugnimmer hun oogmerk bereikt hebben; vier batterijen, hadden de patriotten rondsomHet huis de hoop, meergemeld, opgeworpen, van dewelken zij[7]dePruissenbij hunne herhaalde aannaderingen, ook gelijke maalen, dapperlijk begroetteden, met dat gewenscht gevolg dat er veelen van hun vielen; de tekens hunner afgezondene kogels zijn nog hier en daar, met naame in de muuren van de poort der gemelde hofstedeWelmeer, te zien: de overtoom waar van wij boven gesproken hebben, was weggebroken, zo ook de tolbrug; (men voer toen weder met eene schouw over,) en al het hinderend geboomte omgehakt, zo dat zij hunnen vijand op eene vlakte voor zig hadden; echter behoefden zij met hun geschut maar zeer smalle wegen te bestrijken, (het platte land, stond rondsom ruim drie à vier voeten hoog onder water;) het welk ook met zo veel moed en snelheid gedaan werd, dat er, gelijk gezegd is, veelePruissendoor hun ter nedergelegd werden; allerbenaauwdst zag ’t er toen in deeze oord uit, en die akeligheid vergrootte niet weinig toen de Vaderlanders, door datOuderkerkverlaten was, geraden vonden, of liever genoodzaakt werden, aftetrekken, en de geheele buurt derhalven door dePruissischesoldaaten overstroomd werd; zij kwamen er in; als raazenden vielen zij op alles aan, want de dappere tegenstand welke zij, zekerlijk buiten verwachting, ontmoet, en het volk dat zij verloren hadden, had hun verbitterd; meest moest de meergemelde herberg’t Huis de Hooplijden; want zij hadden hetzelve, wegens de batterijen waardoor het van rondsom beschermd, (in hunne oogen beschermd) werd, voor een of ander huis van aanzien, mogelijk wel voor een Dorps Raadhuis gehouden, en hadden ook alle mogelijke moeite gedaan om het zelve tot een puinhoop te schieten: dan, allerwonderbarelijkst werd dat huis bewaard; want dePruissenpointeerden hunne stukken zodanig, dat zij telkens over hetzelve heen schooten, en als zij het raakten was het slechts aan de randen der hardsteenen waarmede de gevel gedekt is, gelijk men zulks dan nog werkelijk in oogenschouw kan neemen—de bewooner van dat huis, houdt die beklagenswaardige gebeurtenis voor de[8]grondoorzaak van zijn onherstelbaar bederf, want behalven dat sedert dien tijd een algemeen verval in het land plaats heeft, en zijne herberg derhalven vrij schaarser dan weleer bezocht wordt, begroot hij zijne geledene schade, zo aan zijn huis als goederen, op ruim 1000 guldens, waarvan hem, in gevolge van groote daartoe aangewende moeite, naauwlijks 350 guldens vergoed zijn: deJooden, (men weet welke rol deeze, in die tijdsomstandigheden, gespeeld hebben,) hadden verscheidene van zijne meubelen gekocht, die hij naderhand, waarschijnelijk ten dubbelden en driedubbelden prijze, weder heeft moeten inkoopen.DeHERBERGENWelken in deeze buurt gevonden worden, zijn voornaamlijk, het meergemelde,Huis de Hoop, dat ook eene goede uitspanning is; voords nog twee andere herbergen van minderen rang.DeREISGELEGENHEDENZijn naarAmsteldam, Muiden, NaardenenWeesp, met de gewoone schuiten welken op die steden vise versa vaaren, en deDuivendrechtsche, ofKuipertjes-brugmoeten passeeren, men kan van daar ook naarAbcoudeofOuderkerkwandelen; nog passeert er de Kerkschuit uit deDiemer-ofWatergrafts-meir.DoorDuivendrechtwandelt men over eenen zindelijken straatweg, tot aan en voorbij het Tolhek: van hier gaat men rechts af, langs de zoogenaamdeOuderkerker laan, naarOuderkerk.Een andere Buurt, of Gehucht, in de banne vanOuderkerkgelegen, draagt den naam van[9]DE BULLEWIJK,Die onderscheiden wordt in deBinnen-enBuiten-Bullewijk.Hier strekt zig de ban vanOuder-Amsteluit tot aan het tolhuisjen bij deAbcouder meir, welker bewooners nog onder het opzicht van den Predikant vanOuderkerkstaan.De beide deelen van deBullewijkliggen zeer vermaaklijk ter wederzijden van de ongemeen schoone rivier deAmstel, en aan het water,Bullewijkgenoemd; deBinnen-Bullewijkis voor een gedeelte een rijweg, met eenige buitenplaatsen vercierd, alsHoofdenburg, Kerkzicht, enz.; zij strekt zig uit tot aan deAbcouder meir: deBuiten-Bullewijkligt in de polder deRonde hoep, als mede deRijke Waver, en deWaardhuizen, welke polder begroot wordt op 1526 morgen, en 472 roeden gronds: men wil, dat dezelve van ouds eene bosschaadje zoude geweest zijn, die afgekapt en tot land gemaakt is; voords stellen onze ingewonnene berichten het voor niet onmogelijk, dat die landen eertijds van slechten aart geweest zijn; dat men er daarombullenop geweid heeft, en dat daarvan het gehucht deBullewijkzijnen naam zoude ontleend hebben: wat betreft dat de polder voorheen een bosch zoude geweest zijn, daarvan geeft men, niet ongepast, ten bewijze, dat de landlieden aldaar nog jaarlijks boomwortels uit den grond haalen, die telkens naar boven werken: thans is deRonde Hoepéén der beste polders; niet alleen wegens het land dat zeer goed voor het melkvee is, maar ook wegens de schoone bedijking die rondsom de polder ligt: zij heeft drie watermolens, welken het overtollige polderwater in denAmstelovermaalen: het getal der huizen, onder de geheeleBullewijkbetrokken zijnde, kunnen wij niet bepaalen.[10]Met de bestuuring en verzorging van Weezen en Armen gaat het hier als in de voorgemelde buurten onder deeze banne behoorende; de inwooners zijn voor het grootste gedeelte denRoomschen Godsdiensttoegedaan, gelijk zij er dan ook een zeer goede en zelfs aanzienlijke statie hebben, een quartier uurs van het dorp gelegen, die bediend wordt door den Wel-Eerwaarden HeereHyronimius van der Dorp, behoorende onder het Aartspriesterdom vanHolland: deGereformeerden, welken onder hun gevonden worden, moeten teOuderkerkte kerk gaan, gelijk deRoomschgezindenin dat Dorp in deBullewijkbehooren: de kinderen uit dat gehucht gaan ook teOuderkerkvoornoemd, school.De bewooners van deBullewijkgeneeren zig voornaamlijk met de melkerij, waartoe, gelijk gezegd is, de landen aldaar zeer geschikt zijn.De Jooden hebben hier een groot kerkhof; zie onze beschrijving vanOuderkerk.Herbergenworden er geene anderen gevonden, dan deVoetangel1, alwaar men ook dereisgelegenheidvan de passeerendeUtrechtscheschuit van en naarAmsteldamenUtrechtheeft.Rechtuit over denVoetangelvoornoemd gaande, heeft men een rij- en gaan-weg, langs denAmstel, naarAbcoude: maar denVoetangelaan de linkerhand, begint de[11]RIJKE WAVER,Mede, gelijk wij reeds gezegd hebben, in deRonde-hoeper poldergelegen: het is een rijweg tot dat men aan deWaarthuizenkomt, van waar men weder naarOuderkerkgaat.Van deRijke Waveris niet veel anders te zeggen, dan dat het er in den zomer zeer aangenaam is; men ziet er veele buitenplaatzen, tot dat men komt aan deStoppelaars brug, een gehucht van eenige huizen, (Stichts gebied;) daardoor gaande komt men, over een brug, wederom opHollandsch gebied, naamlijk teBotshol: zie onze beschrijving vanWaverenz.De bewooners derRijke Waverbestaan mede meestal van de melkerij, behalven eenige geringe lieden, die de baggerij ter hand houden.Gezegde bewoonen verhaalen, dat dit gedeelte van deRonde hoep, weleer, bepaaldlijk vóór en tot den jaare 1672, den naam vanSchamele Waverdroeg, en dat het den naam vanRijke Waverbekomen heeft, bij gelegenheid dat deFranschen, ten gezegden jaare, aldaar en in den omtrek brandschatting uitschrijvende, dezelve op geen pleksken zo in haar geheel opgebragt werd als alhier, waardoor het zig, in de plaats van den naam vanarmte verdienen, betoonderijkte zijn, en derhalven toen ook dien naam verkreeg; doch onze medegedeelde berichten spreeken zulks volstrekt tegen, verzekerende dat er geenige aantekening voorhanden is, waaruit zoude kunnen blijken, dat deFranschenin 1672 deRijke Wavereen bezoek gegeven hebben.[12]HOLENDRECHT.Is eene polder onder dezelfde banne vanOuderkerk; zij wordt begroot op 419 morgen, 363 roeden: hier en daar is dezelve bewoond; doch niet anders dan door melkboeren, die er zeer goede landen hebben.WAARDHUIZEN EN DE NES,IN ZO VERRE ZIJ TEN OOSTEN VAN DEN AMSTEL GELEGEN ZIJN.Deeze buurten of gehuchten zijn redelijk digt bebouwd, en zijn ook vrij volkrijk; de bewooners geneeren zig voornaamlijk met den landbouw; ook worden er veele visschers gevonden: er is een’ goede sluis, deNesser sluisgenaamd: de liefhebbers van visschen, vooral die vanAmsteldam, gaan des zomers gemeenlijk alhier hunne uitspanning neemen, het geen de inwooners nog al eenig voordeel aanbrengt: deezen zijn voor het grootste gedeelte van denRoomschen Godsdienst, en gaan aan de eene zijde teWaver, en aan de andere in deZwaluwe buurtte kerk.In deNesis ook een school.[1]1Dit is een schoon gebouw, behoorende aan de Thesaurie der stadAmsteldam:alle vaartuigen, die er passeeren, moeten er aanleggen en tol betalen.↑

[Inhoud]BUURTENONDER DE BANNE VANOUDERKERKBEHOORENDE.DE BUURT AAN DEN OMVAL.Van deeze buurt, die niet zeer groot is, kan niets aantekeningswaardig gezegd worden: Zij bestaat intusschen uit verscheidene huizen, eenige molens en buitenplaatsjens: de ringsloot, wordt mede in dezelve gevonden.DUIVENDRECHT.Deeze buurt spant de kroon boven alle de anderen in de banne vanOuderkerkgelegen, naamlijk wegens haare grootte, en aanzienlijkheid, niettegenstaande er geen breed getal van huizen in gevonden worde.HaareLIGGINGis in de polder van den zelfden naam, en[2]die onderscheiden wordt inGroot-enKlein-Duivendrecht, hebbende ten noorden deDiemermeir, ten oosten deBijlemermeir, ten zuidenOuderkerk, en ten westen denAmstel: de buurt ligt voords zeer vermaaklijk: door dezelve stroomt nog een watertjen,’t Gatgenoemd, waarin een kleine Overtoom ligt.Wegens denNAAMSOORSPRONG,Is het volgende bericht bij ons ingekomen:„DeDuivendrechtsche brug, in de buurt over deRingslootliggende, en die ook den naam vanKuipertjes brugdraagt, ter oorzaake dat nabij dezelve een groote kuipers werkplaats was,” (waarvan straks nader,) „werd in vroegere dagen aldaar niet gevonden; maar er was ter dier plaatse, eene schouw, of overvaart over gezegde rivier: iemand daar nabij woonende, (men zegt een knecht van den kuiper voornoemd,) was voords een ongemeen groot liefhebber van duiven, die hij dan ook in eene verbazende menigte nahield, het geen gelegenheid gaf dat men de gezegde overvaart, of kleine veer, in vroegere dagenTrichtofTrechtgenoemd,” (gelijk wij in onze beschrijving vanDordrechtreeds aantekenden,) „Duiventrecht, of veer, overvaart naar de duiven, of hetDuivenveergenoemd heeft; de veel vermogende klankverbastering heeft voords vantrecht, drechtgemaakt,” (gelijk zulks met den naamDordrechtook plaats heeft,) „en alzo heeft deze buurt den naam vanDuivendrechtbekomen.”Wat deGROOTTEBetreft:Duivendrechtin ’t algemeen beslaat eene zeer ruime uitgestrektheid gronds, begroot op 1327 morgen, 300 roeden[3]lands, gelijk de polders, waarin de buurt gelegen zij, onderscheiden worden inGroot-enKlein-Duivendrecht, alzo onderscheidt men ook de buurten van dien naam; zijnde de buurt, eigenlijkKlein-Duivendrecht, landwaards in gelegen: een gedeelte vanGroot-Duivendrecht, tegen over denWeesperwegaan denAmstelgelegen, noemt men het eiland; eigenlijk zoude men het drie eilanden kunnen noemen, om dat het door twee slooten in drie afzonderlijke deelen, rondsom van water omgeven, verdeeld is—Op den gezegden uitgebreiden grond, bevatDuivendrecht, het eiland niet mede gerekend, niet meer dan 32 of 33 huizen, want dezelven staan zeer wijd van elkander gebouwd, voornaamlijk ter wederzijde van eenen zuidelijken straatweg; ieder huis staat op eene werf waarbij veel weiland gelegen is: er zijn ook twee buitenplaatsen of tuinen; de eene,Welmeergenoemd, is nog in stand; doch de andere in 1787 zodanig door dePruissengehavend, dat dezelve thans niet meer dan een optrek is; meer anderen worden op het eiland bovengemeld gevonden, op hetzelve staan, behalven dat, nog vier molens, naamlijk twee die witloot, één die snuif, en één die steen maalt: de beide polders worden voords door twee molens van het overtollig water ontlast.In het buurtjen eigenlijkKlein-Duivendrechtgenoemd, staan nog eenige weinige huizen, en één snuif-molen; voords is aldaar ook geplaatst de porcelein-fabriek, die weleer inLoosdrechtgeweest is, gelijk wij in onze beschrijving van dat Dorp aantekenden: deeze fabriek, zegt men, dat alhier veel beter opneemt dan zij weleer in deLoosdrechtgedaan heeft; er worden vorstelijke servisen gemaakt, die ten duursten prijze worden verkocht; ook wordt wel, als de fabrikeurs eene genoegzaame hoeveelheid van porceleinen in voorraad hebben, een loterij van dezelven aangelegd, gemeenlijk in het rechthuis van deDiemer-ofWatergrafts-meir.Onder het gezegde tal van huizen, behoort ook de woning[4]van den brugman; zijnde een tamelijk goed huis, waarin hij niets verwoont, gelijk hij ook geene pacht voor de brug behoeft optebrengen, en beiden, wooning en brug, worden doorAmsteldamonderhouden: met dit postjen wordt thans deezen of geenen gunsteling begiftigd, ofschoon het indedaad een wettig eigendom zij van het manlijke oir des kuipers bovengemeld, en door het welk zijn huis aan die brug gelegen, en thans een herberg, (’T huis de hoop,) zijnde, nog wordt bewoond: de historie van dit ontvreemde eigendom is deeze: de kuiper voornoemd, of wel deszelfs gezegde woning, had het recht van de pont of het veer van overvaart, waarvan wij mede reeds gesproken hebben: nu stond hij aanAmsteldameen gedeelte gronds van zijn erf af, ten einde den algemeenen weg voorbij zijn huis heen te kunnen leggen; maar die afstand geschiedde op voorwaarde, dat de stad, voor haare rekening, in de plaats van zijne pont, eene brug zoude leggen en onderhouden, de inkomsten van welken ten eeuwigen dage aan het manlijke oir van hem zoude verblijven; het bruggeld zoude bepaald blijven op 2 duiten de persoon, gelijk men voor het overvaaren met de pont ook moest betaalen: dit accoord werd wel getroffen, maar is niet gemaintineerd; want voor eenige jaaren is, bij het afsterven van den werkelijken bezitter der brug, in het geslacht van den geenen die ’t accoord gemaakt had behoorende, dezelve, gelijk gezegd is, als een amtjen weggegeven; de tegenwoordige bewooner van het huis zoude thans, nu alle broodwinningen, vooral het herberghouden, geweldig achter uit gaan, met ernst zijn recht vervorderen, dan, hem ontbreeken de noodige papieren, die hem in de woelingen in 1787, waarin hij bovenmaatig gedeeld heeft, ontvreemd zijn, of liever zijn zij door schendende handen vernield: zo veel heeft hij nog bij request verkregen, dat de geenen die zig tot zijnent komen verpoozen, of ververschen, en de brug moeten passeeren, vrij van de tol zijn, mits evenwel dat zij uit zijn huis ook weder de brug over[5]terug gaan, maar vervorderen zij hunnen weg, naarAbcoudeofOuderkerk, dan moeten zij de gewoone 2 duiten betaalen: deeze tol wordt ook alleenlijk betaald door den voetganger; paarden, hoornvee, of andere beesten die over de brug gedreven worden, betaalen niets, ook niet de rijtuigen, ja zelfs niet de geenen die er in zitten, alleenlijk moet men, gelijk gezegd is, betaalen, als men te voet gaat.De gezegde huizen, waaruit deeze uitgestrekte buurt bestaat, worden bewoond door ongeveer 160 menschen.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De bewooners der buurt zijn voor het grootste gedeelte denRoomschen Godsdiensttoegedaan, eenige weinige van hun zijnGereformeerd, en slechts vijf of zesLuthersch; deezen moeten naarAmsteldamte kerk gaan; deGereformeerdengaan naarDiemenofOuderkerk, maar deRoomschgezindenhebben teDuivendrechteen mooi zindelijk kerkjen, dat bediend wordt door den Wel-Eerwaarden HeereJoannes Meylink, behoorende onder het Aartspriesterdom vanHolland; deRoomschgezindenuit deBijlemer, en sommigen in deDiemermeirwoonachtig, komen ook alhier te kerk.—De pastorij is vrij aangenaam gelegen.Wees- of arm-huis wordt in deeze buurt niet gevonden, wanneer de ouders ledematen zijn van den Gereformeerden Godsdienst, worden de kinderen door de Diaconen vanOuderkerkvan die gemeente, besteed en verzorgd; wanneer zij geene ledematen zijn, komen ze ten laste der zoo genaamde gemeene armen; wanneer vader of moeder lidmaat was, komen de kinderen voor de eene helft ten laste der Gereformeerde Diaconen, voor de andere ter zorge van de gemeene armen, en voor deeze zijn ook deRoomsche weezen.Er is een school, dat echter alles behalven eenig[6]aanzien heeft; het wordt van wege het Ambacht begeeven, en dient voor de kinderen van alle drie de gezegde Gezinten in ’t algemeen.Wereldlijke gebouwenworden in deeze buurt niet gevonden.BEZIGHEDEN:De bewooners geneeren zig meestal met de melkerij, er liggen geene moestuinen; er worden voords eenige gewoone Ambachten geoefend—er is ook een Chirurgijn.In degeschiedenisdeezer buurt, zoude geheel niets aantekeningswaardig gevonden worden, ware het niet, dat zij, met groote voorkeur ten getuige verstrekte, van de elende waarmede het lieve Vaderland in den jaare 1787, door den geessel des binnenlandschen oorlogs,geteisterdgeworden.Daar dePruissenaan dien kant zouden komen afzakken, werd de buurt weldra door gewapende burgers vanAmsteldamen van elders bezet; en o! hadden wij ter hunner eere mogen hooren getuigen dat zij er zig niet schuldig gemaakt hadden aan die baldaadigheden, waarmede de loontrekkende soldaat gemeenlijk de oord, waarin hij ter bescherminge gelegen wordt, doet gevoelen dat hij er is! alrede door het woeste krijgsmans leven van het pad der beminnelijke burgerlijke bedaardheid en geschiktheid afgeleid, hebben zij ’er, in navolging van den bezoldeling, verscheidenemerktekenenvan hun daarzijn nagelaaten; intusschen moeten wij, naar ingewonnene berichten, ook bekennen, dat zij zig, toen ’t op een staan en vechten aankwam, als dappere helden gedragen hebben; zodanig, dat men verzekert, hadde men teOuderkerkstand gehouden, dePruissenzouden aan deDuivendrechtsche brugnimmer hun oogmerk bereikt hebben; vier batterijen, hadden de patriotten rondsomHet huis de hoop, meergemeld, opgeworpen, van dewelken zij[7]dePruissenbij hunne herhaalde aannaderingen, ook gelijke maalen, dapperlijk begroetteden, met dat gewenscht gevolg dat er veelen van hun vielen; de tekens hunner afgezondene kogels zijn nog hier en daar, met naame in de muuren van de poort der gemelde hofstedeWelmeer, te zien: de overtoom waar van wij boven gesproken hebben, was weggebroken, zo ook de tolbrug; (men voer toen weder met eene schouw over,) en al het hinderend geboomte omgehakt, zo dat zij hunnen vijand op eene vlakte voor zig hadden; echter behoefden zij met hun geschut maar zeer smalle wegen te bestrijken, (het platte land, stond rondsom ruim drie à vier voeten hoog onder water;) het welk ook met zo veel moed en snelheid gedaan werd, dat er, gelijk gezegd is, veelePruissendoor hun ter nedergelegd werden; allerbenaauwdst zag ’t er toen in deeze oord uit, en die akeligheid vergrootte niet weinig toen de Vaderlanders, door datOuderkerkverlaten was, geraden vonden, of liever genoodzaakt werden, aftetrekken, en de geheele buurt derhalven door dePruissischesoldaaten overstroomd werd; zij kwamen er in; als raazenden vielen zij op alles aan, want de dappere tegenstand welke zij, zekerlijk buiten verwachting, ontmoet, en het volk dat zij verloren hadden, had hun verbitterd; meest moest de meergemelde herberg’t Huis de Hooplijden; want zij hadden hetzelve, wegens de batterijen waardoor het van rondsom beschermd, (in hunne oogen beschermd) werd, voor een of ander huis van aanzien, mogelijk wel voor een Dorps Raadhuis gehouden, en hadden ook alle mogelijke moeite gedaan om het zelve tot een puinhoop te schieten: dan, allerwonderbarelijkst werd dat huis bewaard; want dePruissenpointeerden hunne stukken zodanig, dat zij telkens over hetzelve heen schooten, en als zij het raakten was het slechts aan de randen der hardsteenen waarmede de gevel gedekt is, gelijk men zulks dan nog werkelijk in oogenschouw kan neemen—de bewooner van dat huis, houdt die beklagenswaardige gebeurtenis voor de[8]grondoorzaak van zijn onherstelbaar bederf, want behalven dat sedert dien tijd een algemeen verval in het land plaats heeft, en zijne herberg derhalven vrij schaarser dan weleer bezocht wordt, begroot hij zijne geledene schade, zo aan zijn huis als goederen, op ruim 1000 guldens, waarvan hem, in gevolge van groote daartoe aangewende moeite, naauwlijks 350 guldens vergoed zijn: deJooden, (men weet welke rol deeze, in die tijdsomstandigheden, gespeeld hebben,) hadden verscheidene van zijne meubelen gekocht, die hij naderhand, waarschijnelijk ten dubbelden en driedubbelden prijze, weder heeft moeten inkoopen.DeHERBERGENWelken in deeze buurt gevonden worden, zijn voornaamlijk, het meergemelde,Huis de Hoop, dat ook eene goede uitspanning is; voords nog twee andere herbergen van minderen rang.DeREISGELEGENHEDENZijn naarAmsteldam, Muiden, NaardenenWeesp, met de gewoone schuiten welken op die steden vise versa vaaren, en deDuivendrechtsche, ofKuipertjes-brugmoeten passeeren, men kan van daar ook naarAbcoudeofOuderkerkwandelen; nog passeert er de Kerkschuit uit deDiemer-ofWatergrafts-meir.DoorDuivendrechtwandelt men over eenen zindelijken straatweg, tot aan en voorbij het Tolhek: van hier gaat men rechts af, langs de zoogenaamdeOuderkerker laan, naarOuderkerk.Een andere Buurt, of Gehucht, in de banne vanOuderkerkgelegen, draagt den naam van[9]DE BULLEWIJK,Die onderscheiden wordt in deBinnen-enBuiten-Bullewijk.Hier strekt zig de ban vanOuder-Amsteluit tot aan het tolhuisjen bij deAbcouder meir, welker bewooners nog onder het opzicht van den Predikant vanOuderkerkstaan.De beide deelen van deBullewijkliggen zeer vermaaklijk ter wederzijden van de ongemeen schoone rivier deAmstel, en aan het water,Bullewijkgenoemd; deBinnen-Bullewijkis voor een gedeelte een rijweg, met eenige buitenplaatsen vercierd, alsHoofdenburg, Kerkzicht, enz.; zij strekt zig uit tot aan deAbcouder meir: deBuiten-Bullewijkligt in de polder deRonde hoep, als mede deRijke Waver, en deWaardhuizen, welke polder begroot wordt op 1526 morgen, en 472 roeden gronds: men wil, dat dezelve van ouds eene bosschaadje zoude geweest zijn, die afgekapt en tot land gemaakt is; voords stellen onze ingewonnene berichten het voor niet onmogelijk, dat die landen eertijds van slechten aart geweest zijn; dat men er daarombullenop geweid heeft, en dat daarvan het gehucht deBullewijkzijnen naam zoude ontleend hebben: wat betreft dat de polder voorheen een bosch zoude geweest zijn, daarvan geeft men, niet ongepast, ten bewijze, dat de landlieden aldaar nog jaarlijks boomwortels uit den grond haalen, die telkens naar boven werken: thans is deRonde Hoepéén der beste polders; niet alleen wegens het land dat zeer goed voor het melkvee is, maar ook wegens de schoone bedijking die rondsom de polder ligt: zij heeft drie watermolens, welken het overtollige polderwater in denAmstelovermaalen: het getal der huizen, onder de geheeleBullewijkbetrokken zijnde, kunnen wij niet bepaalen.[10]Met de bestuuring en verzorging van Weezen en Armen gaat het hier als in de voorgemelde buurten onder deeze banne behoorende; de inwooners zijn voor het grootste gedeelte denRoomschen Godsdiensttoegedaan, gelijk zij er dan ook een zeer goede en zelfs aanzienlijke statie hebben, een quartier uurs van het dorp gelegen, die bediend wordt door den Wel-Eerwaarden HeereHyronimius van der Dorp, behoorende onder het Aartspriesterdom vanHolland: deGereformeerden, welken onder hun gevonden worden, moeten teOuderkerkte kerk gaan, gelijk deRoomschgezindenin dat Dorp in deBullewijkbehooren: de kinderen uit dat gehucht gaan ook teOuderkerkvoornoemd, school.De bewooners van deBullewijkgeneeren zig voornaamlijk met de melkerij, waartoe, gelijk gezegd is, de landen aldaar zeer geschikt zijn.De Jooden hebben hier een groot kerkhof; zie onze beschrijving vanOuderkerk.Herbergenworden er geene anderen gevonden, dan deVoetangel1, alwaar men ook dereisgelegenheidvan de passeerendeUtrechtscheschuit van en naarAmsteldamenUtrechtheeft.Rechtuit over denVoetangelvoornoemd gaande, heeft men een rij- en gaan-weg, langs denAmstel, naarAbcoude: maar denVoetangelaan de linkerhand, begint de[11]RIJKE WAVER,Mede, gelijk wij reeds gezegd hebben, in deRonde-hoeper poldergelegen: het is een rijweg tot dat men aan deWaarthuizenkomt, van waar men weder naarOuderkerkgaat.Van deRijke Waveris niet veel anders te zeggen, dan dat het er in den zomer zeer aangenaam is; men ziet er veele buitenplaatzen, tot dat men komt aan deStoppelaars brug, een gehucht van eenige huizen, (Stichts gebied;) daardoor gaande komt men, over een brug, wederom opHollandsch gebied, naamlijk teBotshol: zie onze beschrijving vanWaverenz.De bewooners derRijke Waverbestaan mede meestal van de melkerij, behalven eenige geringe lieden, die de baggerij ter hand houden.Gezegde bewoonen verhaalen, dat dit gedeelte van deRonde hoep, weleer, bepaaldlijk vóór en tot den jaare 1672, den naam vanSchamele Waverdroeg, en dat het den naam vanRijke Waverbekomen heeft, bij gelegenheid dat deFranschen, ten gezegden jaare, aldaar en in den omtrek brandschatting uitschrijvende, dezelve op geen pleksken zo in haar geheel opgebragt werd als alhier, waardoor het zig, in de plaats van den naam vanarmte verdienen, betoonderijkte zijn, en derhalven toen ook dien naam verkreeg; doch onze medegedeelde berichten spreeken zulks volstrekt tegen, verzekerende dat er geenige aantekening voorhanden is, waaruit zoude kunnen blijken, dat deFranschenin 1672 deRijke Wavereen bezoek gegeven hebben.[12]HOLENDRECHT.Is eene polder onder dezelfde banne vanOuderkerk; zij wordt begroot op 419 morgen, 363 roeden: hier en daar is dezelve bewoond; doch niet anders dan door melkboeren, die er zeer goede landen hebben.WAARDHUIZEN EN DE NES,IN ZO VERRE ZIJ TEN OOSTEN VAN DEN AMSTEL GELEGEN ZIJN.Deeze buurten of gehuchten zijn redelijk digt bebouwd, en zijn ook vrij volkrijk; de bewooners geneeren zig voornaamlijk met den landbouw; ook worden er veele visschers gevonden: er is een’ goede sluis, deNesser sluisgenaamd: de liefhebbers van visschen, vooral die vanAmsteldam, gaan des zomers gemeenlijk alhier hunne uitspanning neemen, het geen de inwooners nog al eenig voordeel aanbrengt: deezen zijn voor het grootste gedeelte van denRoomschen Godsdienst, en gaan aan de eene zijde teWaver, en aan de andere in deZwaluwe buurtte kerk.In deNesis ook een school.[1]1Dit is een schoon gebouw, behoorende aan de Thesaurie der stadAmsteldam:alle vaartuigen, die er passeeren, moeten er aanleggen en tol betalen.↑

BUURTENONDER DE BANNE VANOUDERKERKBEHOORENDE.

DE BUURT AAN DEN OMVAL.Van deeze buurt, die niet zeer groot is, kan niets aantekeningswaardig gezegd worden: Zij bestaat intusschen uit verscheidene huizen, eenige molens en buitenplaatsjens: de ringsloot, wordt mede in dezelve gevonden.DUIVENDRECHT.Deeze buurt spant de kroon boven alle de anderen in de banne vanOuderkerkgelegen, naamlijk wegens haare grootte, en aanzienlijkheid, niettegenstaande er geen breed getal van huizen in gevonden worde.HaareLIGGINGis in de polder van den zelfden naam, en[2]die onderscheiden wordt inGroot-enKlein-Duivendrecht, hebbende ten noorden deDiemermeir, ten oosten deBijlemermeir, ten zuidenOuderkerk, en ten westen denAmstel: de buurt ligt voords zeer vermaaklijk: door dezelve stroomt nog een watertjen,’t Gatgenoemd, waarin een kleine Overtoom ligt.Wegens denNAAMSOORSPRONG,Is het volgende bericht bij ons ingekomen:„DeDuivendrechtsche brug, in de buurt over deRingslootliggende, en die ook den naam vanKuipertjes brugdraagt, ter oorzaake dat nabij dezelve een groote kuipers werkplaats was,” (waarvan straks nader,) „werd in vroegere dagen aldaar niet gevonden; maar er was ter dier plaatse, eene schouw, of overvaart over gezegde rivier: iemand daar nabij woonende, (men zegt een knecht van den kuiper voornoemd,) was voords een ongemeen groot liefhebber van duiven, die hij dan ook in eene verbazende menigte nahield, het geen gelegenheid gaf dat men de gezegde overvaart, of kleine veer, in vroegere dagenTrichtofTrechtgenoemd,” (gelijk wij in onze beschrijving vanDordrechtreeds aantekenden,) „Duiventrecht, of veer, overvaart naar de duiven, of hetDuivenveergenoemd heeft; de veel vermogende klankverbastering heeft voords vantrecht, drechtgemaakt,” (gelijk zulks met den naamDordrechtook plaats heeft,) „en alzo heeft deze buurt den naam vanDuivendrechtbekomen.”Wat deGROOTTEBetreft:Duivendrechtin ’t algemeen beslaat eene zeer ruime uitgestrektheid gronds, begroot op 1327 morgen, 300 roeden[3]lands, gelijk de polders, waarin de buurt gelegen zij, onderscheiden worden inGroot-enKlein-Duivendrecht, alzo onderscheidt men ook de buurten van dien naam; zijnde de buurt, eigenlijkKlein-Duivendrecht, landwaards in gelegen: een gedeelte vanGroot-Duivendrecht, tegen over denWeesperwegaan denAmstelgelegen, noemt men het eiland; eigenlijk zoude men het drie eilanden kunnen noemen, om dat het door twee slooten in drie afzonderlijke deelen, rondsom van water omgeven, verdeeld is—Op den gezegden uitgebreiden grond, bevatDuivendrecht, het eiland niet mede gerekend, niet meer dan 32 of 33 huizen, want dezelven staan zeer wijd van elkander gebouwd, voornaamlijk ter wederzijde van eenen zuidelijken straatweg; ieder huis staat op eene werf waarbij veel weiland gelegen is: er zijn ook twee buitenplaatsen of tuinen; de eene,Welmeergenoemd, is nog in stand; doch de andere in 1787 zodanig door dePruissengehavend, dat dezelve thans niet meer dan een optrek is; meer anderen worden op het eiland bovengemeld gevonden, op hetzelve staan, behalven dat, nog vier molens, naamlijk twee die witloot, één die snuif, en één die steen maalt: de beide polders worden voords door twee molens van het overtollig water ontlast.In het buurtjen eigenlijkKlein-Duivendrechtgenoemd, staan nog eenige weinige huizen, en één snuif-molen; voords is aldaar ook geplaatst de porcelein-fabriek, die weleer inLoosdrechtgeweest is, gelijk wij in onze beschrijving van dat Dorp aantekenden: deeze fabriek, zegt men, dat alhier veel beter opneemt dan zij weleer in deLoosdrechtgedaan heeft; er worden vorstelijke servisen gemaakt, die ten duursten prijze worden verkocht; ook wordt wel, als de fabrikeurs eene genoegzaame hoeveelheid van porceleinen in voorraad hebben, een loterij van dezelven aangelegd, gemeenlijk in het rechthuis van deDiemer-ofWatergrafts-meir.Onder het gezegde tal van huizen, behoort ook de woning[4]van den brugman; zijnde een tamelijk goed huis, waarin hij niets verwoont, gelijk hij ook geene pacht voor de brug behoeft optebrengen, en beiden, wooning en brug, worden doorAmsteldamonderhouden: met dit postjen wordt thans deezen of geenen gunsteling begiftigd, ofschoon het indedaad een wettig eigendom zij van het manlijke oir des kuipers bovengemeld, en door het welk zijn huis aan die brug gelegen, en thans een herberg, (’T huis de hoop,) zijnde, nog wordt bewoond: de historie van dit ontvreemde eigendom is deeze: de kuiper voornoemd, of wel deszelfs gezegde woning, had het recht van de pont of het veer van overvaart, waarvan wij mede reeds gesproken hebben: nu stond hij aanAmsteldameen gedeelte gronds van zijn erf af, ten einde den algemeenen weg voorbij zijn huis heen te kunnen leggen; maar die afstand geschiedde op voorwaarde, dat de stad, voor haare rekening, in de plaats van zijne pont, eene brug zoude leggen en onderhouden, de inkomsten van welken ten eeuwigen dage aan het manlijke oir van hem zoude verblijven; het bruggeld zoude bepaald blijven op 2 duiten de persoon, gelijk men voor het overvaaren met de pont ook moest betaalen: dit accoord werd wel getroffen, maar is niet gemaintineerd; want voor eenige jaaren is, bij het afsterven van den werkelijken bezitter der brug, in het geslacht van den geenen die ’t accoord gemaakt had behoorende, dezelve, gelijk gezegd is, als een amtjen weggegeven; de tegenwoordige bewooner van het huis zoude thans, nu alle broodwinningen, vooral het herberghouden, geweldig achter uit gaan, met ernst zijn recht vervorderen, dan, hem ontbreeken de noodige papieren, die hem in de woelingen in 1787, waarin hij bovenmaatig gedeeld heeft, ontvreemd zijn, of liever zijn zij door schendende handen vernield: zo veel heeft hij nog bij request verkregen, dat de geenen die zig tot zijnent komen verpoozen, of ververschen, en de brug moeten passeeren, vrij van de tol zijn, mits evenwel dat zij uit zijn huis ook weder de brug over[5]terug gaan, maar vervorderen zij hunnen weg, naarAbcoudeofOuderkerk, dan moeten zij de gewoone 2 duiten betaalen: deeze tol wordt ook alleenlijk betaald door den voetganger; paarden, hoornvee, of andere beesten die over de brug gedreven worden, betaalen niets, ook niet de rijtuigen, ja zelfs niet de geenen die er in zitten, alleenlijk moet men, gelijk gezegd is, betaalen, als men te voet gaat.De gezegde huizen, waaruit deeze uitgestrekte buurt bestaat, worden bewoond door ongeveer 160 menschen.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De bewooners der buurt zijn voor het grootste gedeelte denRoomschen Godsdiensttoegedaan, eenige weinige van hun zijnGereformeerd, en slechts vijf of zesLuthersch; deezen moeten naarAmsteldamte kerk gaan; deGereformeerdengaan naarDiemenofOuderkerk, maar deRoomschgezindenhebben teDuivendrechteen mooi zindelijk kerkjen, dat bediend wordt door den Wel-Eerwaarden HeereJoannes Meylink, behoorende onder het Aartspriesterdom vanHolland; deRoomschgezindenuit deBijlemer, en sommigen in deDiemermeirwoonachtig, komen ook alhier te kerk.—De pastorij is vrij aangenaam gelegen.Wees- of arm-huis wordt in deeze buurt niet gevonden, wanneer de ouders ledematen zijn van den Gereformeerden Godsdienst, worden de kinderen door de Diaconen vanOuderkerkvan die gemeente, besteed en verzorgd; wanneer zij geene ledematen zijn, komen ze ten laste der zoo genaamde gemeene armen; wanneer vader of moeder lidmaat was, komen de kinderen voor de eene helft ten laste der Gereformeerde Diaconen, voor de andere ter zorge van de gemeene armen, en voor deeze zijn ook deRoomsche weezen.Er is een school, dat echter alles behalven eenig[6]aanzien heeft; het wordt van wege het Ambacht begeeven, en dient voor de kinderen van alle drie de gezegde Gezinten in ’t algemeen.Wereldlijke gebouwenworden in deeze buurt niet gevonden.BEZIGHEDEN:De bewooners geneeren zig meestal met de melkerij, er liggen geene moestuinen; er worden voords eenige gewoone Ambachten geoefend—er is ook een Chirurgijn.In degeschiedenisdeezer buurt, zoude geheel niets aantekeningswaardig gevonden worden, ware het niet, dat zij, met groote voorkeur ten getuige verstrekte, van de elende waarmede het lieve Vaderland in den jaare 1787, door den geessel des binnenlandschen oorlogs,geteisterdgeworden.Daar dePruissenaan dien kant zouden komen afzakken, werd de buurt weldra door gewapende burgers vanAmsteldamen van elders bezet; en o! hadden wij ter hunner eere mogen hooren getuigen dat zij er zig niet schuldig gemaakt hadden aan die baldaadigheden, waarmede de loontrekkende soldaat gemeenlijk de oord, waarin hij ter bescherminge gelegen wordt, doet gevoelen dat hij er is! alrede door het woeste krijgsmans leven van het pad der beminnelijke burgerlijke bedaardheid en geschiktheid afgeleid, hebben zij ’er, in navolging van den bezoldeling, verscheidenemerktekenenvan hun daarzijn nagelaaten; intusschen moeten wij, naar ingewonnene berichten, ook bekennen, dat zij zig, toen ’t op een staan en vechten aankwam, als dappere helden gedragen hebben; zodanig, dat men verzekert, hadde men teOuderkerkstand gehouden, dePruissenzouden aan deDuivendrechtsche brugnimmer hun oogmerk bereikt hebben; vier batterijen, hadden de patriotten rondsomHet huis de hoop, meergemeld, opgeworpen, van dewelken zij[7]dePruissenbij hunne herhaalde aannaderingen, ook gelijke maalen, dapperlijk begroetteden, met dat gewenscht gevolg dat er veelen van hun vielen; de tekens hunner afgezondene kogels zijn nog hier en daar, met naame in de muuren van de poort der gemelde hofstedeWelmeer, te zien: de overtoom waar van wij boven gesproken hebben, was weggebroken, zo ook de tolbrug; (men voer toen weder met eene schouw over,) en al het hinderend geboomte omgehakt, zo dat zij hunnen vijand op eene vlakte voor zig hadden; echter behoefden zij met hun geschut maar zeer smalle wegen te bestrijken, (het platte land, stond rondsom ruim drie à vier voeten hoog onder water;) het welk ook met zo veel moed en snelheid gedaan werd, dat er, gelijk gezegd is, veelePruissendoor hun ter nedergelegd werden; allerbenaauwdst zag ’t er toen in deeze oord uit, en die akeligheid vergrootte niet weinig toen de Vaderlanders, door datOuderkerkverlaten was, geraden vonden, of liever genoodzaakt werden, aftetrekken, en de geheele buurt derhalven door dePruissischesoldaaten overstroomd werd; zij kwamen er in; als raazenden vielen zij op alles aan, want de dappere tegenstand welke zij, zekerlijk buiten verwachting, ontmoet, en het volk dat zij verloren hadden, had hun verbitterd; meest moest de meergemelde herberg’t Huis de Hooplijden; want zij hadden hetzelve, wegens de batterijen waardoor het van rondsom beschermd, (in hunne oogen beschermd) werd, voor een of ander huis van aanzien, mogelijk wel voor een Dorps Raadhuis gehouden, en hadden ook alle mogelijke moeite gedaan om het zelve tot een puinhoop te schieten: dan, allerwonderbarelijkst werd dat huis bewaard; want dePruissenpointeerden hunne stukken zodanig, dat zij telkens over hetzelve heen schooten, en als zij het raakten was het slechts aan de randen der hardsteenen waarmede de gevel gedekt is, gelijk men zulks dan nog werkelijk in oogenschouw kan neemen—de bewooner van dat huis, houdt die beklagenswaardige gebeurtenis voor de[8]grondoorzaak van zijn onherstelbaar bederf, want behalven dat sedert dien tijd een algemeen verval in het land plaats heeft, en zijne herberg derhalven vrij schaarser dan weleer bezocht wordt, begroot hij zijne geledene schade, zo aan zijn huis als goederen, op ruim 1000 guldens, waarvan hem, in gevolge van groote daartoe aangewende moeite, naauwlijks 350 guldens vergoed zijn: deJooden, (men weet welke rol deeze, in die tijdsomstandigheden, gespeeld hebben,) hadden verscheidene van zijne meubelen gekocht, die hij naderhand, waarschijnelijk ten dubbelden en driedubbelden prijze, weder heeft moeten inkoopen.DeHERBERGENWelken in deeze buurt gevonden worden, zijn voornaamlijk, het meergemelde,Huis de Hoop, dat ook eene goede uitspanning is; voords nog twee andere herbergen van minderen rang.DeREISGELEGENHEDENZijn naarAmsteldam, Muiden, NaardenenWeesp, met de gewoone schuiten welken op die steden vise versa vaaren, en deDuivendrechtsche, ofKuipertjes-brugmoeten passeeren, men kan van daar ook naarAbcoudeofOuderkerkwandelen; nog passeert er de Kerkschuit uit deDiemer-ofWatergrafts-meir.DoorDuivendrechtwandelt men over eenen zindelijken straatweg, tot aan en voorbij het Tolhek: van hier gaat men rechts af, langs de zoogenaamdeOuderkerker laan, naarOuderkerk.Een andere Buurt, of Gehucht, in de banne vanOuderkerkgelegen, draagt den naam van[9]DE BULLEWIJK,Die onderscheiden wordt in deBinnen-enBuiten-Bullewijk.Hier strekt zig de ban vanOuder-Amsteluit tot aan het tolhuisjen bij deAbcouder meir, welker bewooners nog onder het opzicht van den Predikant vanOuderkerkstaan.De beide deelen van deBullewijkliggen zeer vermaaklijk ter wederzijden van de ongemeen schoone rivier deAmstel, en aan het water,Bullewijkgenoemd; deBinnen-Bullewijkis voor een gedeelte een rijweg, met eenige buitenplaatsen vercierd, alsHoofdenburg, Kerkzicht, enz.; zij strekt zig uit tot aan deAbcouder meir: deBuiten-Bullewijkligt in de polder deRonde hoep, als mede deRijke Waver, en deWaardhuizen, welke polder begroot wordt op 1526 morgen, en 472 roeden gronds: men wil, dat dezelve van ouds eene bosschaadje zoude geweest zijn, die afgekapt en tot land gemaakt is; voords stellen onze ingewonnene berichten het voor niet onmogelijk, dat die landen eertijds van slechten aart geweest zijn; dat men er daarombullenop geweid heeft, en dat daarvan het gehucht deBullewijkzijnen naam zoude ontleend hebben: wat betreft dat de polder voorheen een bosch zoude geweest zijn, daarvan geeft men, niet ongepast, ten bewijze, dat de landlieden aldaar nog jaarlijks boomwortels uit den grond haalen, die telkens naar boven werken: thans is deRonde Hoepéén der beste polders; niet alleen wegens het land dat zeer goed voor het melkvee is, maar ook wegens de schoone bedijking die rondsom de polder ligt: zij heeft drie watermolens, welken het overtollige polderwater in denAmstelovermaalen: het getal der huizen, onder de geheeleBullewijkbetrokken zijnde, kunnen wij niet bepaalen.[10]Met de bestuuring en verzorging van Weezen en Armen gaat het hier als in de voorgemelde buurten onder deeze banne behoorende; de inwooners zijn voor het grootste gedeelte denRoomschen Godsdiensttoegedaan, gelijk zij er dan ook een zeer goede en zelfs aanzienlijke statie hebben, een quartier uurs van het dorp gelegen, die bediend wordt door den Wel-Eerwaarden HeereHyronimius van der Dorp, behoorende onder het Aartspriesterdom vanHolland: deGereformeerden, welken onder hun gevonden worden, moeten teOuderkerkte kerk gaan, gelijk deRoomschgezindenin dat Dorp in deBullewijkbehooren: de kinderen uit dat gehucht gaan ook teOuderkerkvoornoemd, school.De bewooners van deBullewijkgeneeren zig voornaamlijk met de melkerij, waartoe, gelijk gezegd is, de landen aldaar zeer geschikt zijn.De Jooden hebben hier een groot kerkhof; zie onze beschrijving vanOuderkerk.Herbergenworden er geene anderen gevonden, dan deVoetangel1, alwaar men ook dereisgelegenheidvan de passeerendeUtrechtscheschuit van en naarAmsteldamenUtrechtheeft.Rechtuit over denVoetangelvoornoemd gaande, heeft men een rij- en gaan-weg, langs denAmstel, naarAbcoude: maar denVoetangelaan de linkerhand, begint de[11]RIJKE WAVER,Mede, gelijk wij reeds gezegd hebben, in deRonde-hoeper poldergelegen: het is een rijweg tot dat men aan deWaarthuizenkomt, van waar men weder naarOuderkerkgaat.Van deRijke Waveris niet veel anders te zeggen, dan dat het er in den zomer zeer aangenaam is; men ziet er veele buitenplaatzen, tot dat men komt aan deStoppelaars brug, een gehucht van eenige huizen, (Stichts gebied;) daardoor gaande komt men, over een brug, wederom opHollandsch gebied, naamlijk teBotshol: zie onze beschrijving vanWaverenz.De bewooners derRijke Waverbestaan mede meestal van de melkerij, behalven eenige geringe lieden, die de baggerij ter hand houden.Gezegde bewoonen verhaalen, dat dit gedeelte van deRonde hoep, weleer, bepaaldlijk vóór en tot den jaare 1672, den naam vanSchamele Waverdroeg, en dat het den naam vanRijke Waverbekomen heeft, bij gelegenheid dat deFranschen, ten gezegden jaare, aldaar en in den omtrek brandschatting uitschrijvende, dezelve op geen pleksken zo in haar geheel opgebragt werd als alhier, waardoor het zig, in de plaats van den naam vanarmte verdienen, betoonderijkte zijn, en derhalven toen ook dien naam verkreeg; doch onze medegedeelde berichten spreeken zulks volstrekt tegen, verzekerende dat er geenige aantekening voorhanden is, waaruit zoude kunnen blijken, dat deFranschenin 1672 deRijke Wavereen bezoek gegeven hebben.[12]HOLENDRECHT.Is eene polder onder dezelfde banne vanOuderkerk; zij wordt begroot op 419 morgen, 363 roeden: hier en daar is dezelve bewoond; doch niet anders dan door melkboeren, die er zeer goede landen hebben.WAARDHUIZEN EN DE NES,IN ZO VERRE ZIJ TEN OOSTEN VAN DEN AMSTEL GELEGEN ZIJN.Deeze buurten of gehuchten zijn redelijk digt bebouwd, en zijn ook vrij volkrijk; de bewooners geneeren zig voornaamlijk met den landbouw; ook worden er veele visschers gevonden: er is een’ goede sluis, deNesser sluisgenaamd: de liefhebbers van visschen, vooral die vanAmsteldam, gaan des zomers gemeenlijk alhier hunne uitspanning neemen, het geen de inwooners nog al eenig voordeel aanbrengt: deezen zijn voor het grootste gedeelte van denRoomschen Godsdienst, en gaan aan de eene zijde teWaver, en aan de andere in deZwaluwe buurtte kerk.In deNesis ook een school.[1]

DE BUURT AAN DEN OMVAL.

Van deeze buurt, die niet zeer groot is, kan niets aantekeningswaardig gezegd worden: Zij bestaat intusschen uit verscheidene huizen, eenige molens en buitenplaatsjens: de ringsloot, wordt mede in dezelve gevonden.

DUIVENDRECHT.

Deeze buurt spant de kroon boven alle de anderen in de banne vanOuderkerkgelegen, naamlijk wegens haare grootte, en aanzienlijkheid, niettegenstaande er geen breed getal van huizen in gevonden worde.

HaareLIGGINGis in de polder van den zelfden naam, en[2]die onderscheiden wordt inGroot-enKlein-Duivendrecht, hebbende ten noorden deDiemermeir, ten oosten deBijlemermeir, ten zuidenOuderkerk, en ten westen denAmstel: de buurt ligt voords zeer vermaaklijk: door dezelve stroomt nog een watertjen,’t Gatgenoemd, waarin een kleine Overtoom ligt.

Wegens den

NAAMSOORSPRONG,

Is het volgende bericht bij ons ingekomen:

„DeDuivendrechtsche brug, in de buurt over deRingslootliggende, en die ook den naam vanKuipertjes brugdraagt, ter oorzaake dat nabij dezelve een groote kuipers werkplaats was,” (waarvan straks nader,) „werd in vroegere dagen aldaar niet gevonden; maar er was ter dier plaatse, eene schouw, of overvaart over gezegde rivier: iemand daar nabij woonende, (men zegt een knecht van den kuiper voornoemd,) was voords een ongemeen groot liefhebber van duiven, die hij dan ook in eene verbazende menigte nahield, het geen gelegenheid gaf dat men de gezegde overvaart, of kleine veer, in vroegere dagenTrichtofTrechtgenoemd,” (gelijk wij in onze beschrijving vanDordrechtreeds aantekenden,) „Duiventrecht, of veer, overvaart naar de duiven, of hetDuivenveergenoemd heeft; de veel vermogende klankverbastering heeft voords vantrecht, drechtgemaakt,” (gelijk zulks met den naamDordrechtook plaats heeft,) „en alzo heeft deze buurt den naam vanDuivendrechtbekomen.”

Wat de

GROOTTE

Betreft:Duivendrechtin ’t algemeen beslaat eene zeer ruime uitgestrektheid gronds, begroot op 1327 morgen, 300 roeden[3]lands, gelijk de polders, waarin de buurt gelegen zij, onderscheiden worden inGroot-enKlein-Duivendrecht, alzo onderscheidt men ook de buurten van dien naam; zijnde de buurt, eigenlijkKlein-Duivendrecht, landwaards in gelegen: een gedeelte vanGroot-Duivendrecht, tegen over denWeesperwegaan denAmstelgelegen, noemt men het eiland; eigenlijk zoude men het drie eilanden kunnen noemen, om dat het door twee slooten in drie afzonderlijke deelen, rondsom van water omgeven, verdeeld is—Op den gezegden uitgebreiden grond, bevatDuivendrecht, het eiland niet mede gerekend, niet meer dan 32 of 33 huizen, want dezelven staan zeer wijd van elkander gebouwd, voornaamlijk ter wederzijde van eenen zuidelijken straatweg; ieder huis staat op eene werf waarbij veel weiland gelegen is: er zijn ook twee buitenplaatsen of tuinen; de eene,Welmeergenoemd, is nog in stand; doch de andere in 1787 zodanig door dePruissengehavend, dat dezelve thans niet meer dan een optrek is; meer anderen worden op het eiland bovengemeld gevonden, op hetzelve staan, behalven dat, nog vier molens, naamlijk twee die witloot, één die snuif, en één die steen maalt: de beide polders worden voords door twee molens van het overtollig water ontlast.

In het buurtjen eigenlijkKlein-Duivendrechtgenoemd, staan nog eenige weinige huizen, en één snuif-molen; voords is aldaar ook geplaatst de porcelein-fabriek, die weleer inLoosdrechtgeweest is, gelijk wij in onze beschrijving van dat Dorp aantekenden: deeze fabriek, zegt men, dat alhier veel beter opneemt dan zij weleer in deLoosdrechtgedaan heeft; er worden vorstelijke servisen gemaakt, die ten duursten prijze worden verkocht; ook wordt wel, als de fabrikeurs eene genoegzaame hoeveelheid van porceleinen in voorraad hebben, een loterij van dezelven aangelegd, gemeenlijk in het rechthuis van deDiemer-ofWatergrafts-meir.

Onder het gezegde tal van huizen, behoort ook de woning[4]van den brugman; zijnde een tamelijk goed huis, waarin hij niets verwoont, gelijk hij ook geene pacht voor de brug behoeft optebrengen, en beiden, wooning en brug, worden doorAmsteldamonderhouden: met dit postjen wordt thans deezen of geenen gunsteling begiftigd, ofschoon het indedaad een wettig eigendom zij van het manlijke oir des kuipers bovengemeld, en door het welk zijn huis aan die brug gelegen, en thans een herberg, (’T huis de hoop,) zijnde, nog wordt bewoond: de historie van dit ontvreemde eigendom is deeze: de kuiper voornoemd, of wel deszelfs gezegde woning, had het recht van de pont of het veer van overvaart, waarvan wij mede reeds gesproken hebben: nu stond hij aanAmsteldameen gedeelte gronds van zijn erf af, ten einde den algemeenen weg voorbij zijn huis heen te kunnen leggen; maar die afstand geschiedde op voorwaarde, dat de stad, voor haare rekening, in de plaats van zijne pont, eene brug zoude leggen en onderhouden, de inkomsten van welken ten eeuwigen dage aan het manlijke oir van hem zoude verblijven; het bruggeld zoude bepaald blijven op 2 duiten de persoon, gelijk men voor het overvaaren met de pont ook moest betaalen: dit accoord werd wel getroffen, maar is niet gemaintineerd; want voor eenige jaaren is, bij het afsterven van den werkelijken bezitter der brug, in het geslacht van den geenen die ’t accoord gemaakt had behoorende, dezelve, gelijk gezegd is, als een amtjen weggegeven; de tegenwoordige bewooner van het huis zoude thans, nu alle broodwinningen, vooral het herberghouden, geweldig achter uit gaan, met ernst zijn recht vervorderen, dan, hem ontbreeken de noodige papieren, die hem in de woelingen in 1787, waarin hij bovenmaatig gedeeld heeft, ontvreemd zijn, of liever zijn zij door schendende handen vernield: zo veel heeft hij nog bij request verkregen, dat de geenen die zig tot zijnent komen verpoozen, of ververschen, en de brug moeten passeeren, vrij van de tol zijn, mits evenwel dat zij uit zijn huis ook weder de brug over[5]terug gaan, maar vervorderen zij hunnen weg, naarAbcoudeofOuderkerk, dan moeten zij de gewoone 2 duiten betaalen: deeze tol wordt ook alleenlijk betaald door den voetganger; paarden, hoornvee, of andere beesten die over de brug gedreven worden, betaalen niets, ook niet de rijtuigen, ja zelfs niet de geenen die er in zitten, alleenlijk moet men, gelijk gezegd is, betaalen, als men te voet gaat.

De gezegde huizen, waaruit deeze uitgestrekte buurt bestaat, worden bewoond door ongeveer 160 menschen.

KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.

De bewooners der buurt zijn voor het grootste gedeelte denRoomschen Godsdiensttoegedaan, eenige weinige van hun zijnGereformeerd, en slechts vijf of zesLuthersch; deezen moeten naarAmsteldamte kerk gaan; deGereformeerdengaan naarDiemenofOuderkerk, maar deRoomschgezindenhebben teDuivendrechteen mooi zindelijk kerkjen, dat bediend wordt door den Wel-Eerwaarden HeereJoannes Meylink, behoorende onder het Aartspriesterdom vanHolland; deRoomschgezindenuit deBijlemer, en sommigen in deDiemermeirwoonachtig, komen ook alhier te kerk.—De pastorij is vrij aangenaam gelegen.

Wees- of arm-huis wordt in deeze buurt niet gevonden, wanneer de ouders ledematen zijn van den Gereformeerden Godsdienst, worden de kinderen door de Diaconen vanOuderkerkvan die gemeente, besteed en verzorgd; wanneer zij geene ledematen zijn, komen ze ten laste der zoo genaamde gemeene armen; wanneer vader of moeder lidmaat was, komen de kinderen voor de eene helft ten laste der Gereformeerde Diaconen, voor de andere ter zorge van de gemeene armen, en voor deeze zijn ook deRoomsche weezen.

Er is een school, dat echter alles behalven eenig[6]aanzien heeft; het wordt van wege het Ambacht begeeven, en dient voor de kinderen van alle drie de gezegde Gezinten in ’t algemeen.

Wereldlijke gebouwenworden in deeze buurt niet gevonden.

BEZIGHEDEN:

De bewooners geneeren zig meestal met de melkerij, er liggen geene moestuinen; er worden voords eenige gewoone Ambachten geoefend—er is ook een Chirurgijn.

In degeschiedenisdeezer buurt, zoude geheel niets aantekeningswaardig gevonden worden, ware het niet, dat zij, met groote voorkeur ten getuige verstrekte, van de elende waarmede het lieve Vaderland in den jaare 1787, door den geessel des binnenlandschen oorlogs,geteisterdgeworden.

Daar dePruissenaan dien kant zouden komen afzakken, werd de buurt weldra door gewapende burgers vanAmsteldamen van elders bezet; en o! hadden wij ter hunner eere mogen hooren getuigen dat zij er zig niet schuldig gemaakt hadden aan die baldaadigheden, waarmede de loontrekkende soldaat gemeenlijk de oord, waarin hij ter bescherminge gelegen wordt, doet gevoelen dat hij er is! alrede door het woeste krijgsmans leven van het pad der beminnelijke burgerlijke bedaardheid en geschiktheid afgeleid, hebben zij ’er, in navolging van den bezoldeling, verscheidenemerktekenenvan hun daarzijn nagelaaten; intusschen moeten wij, naar ingewonnene berichten, ook bekennen, dat zij zig, toen ’t op een staan en vechten aankwam, als dappere helden gedragen hebben; zodanig, dat men verzekert, hadde men teOuderkerkstand gehouden, dePruissenzouden aan deDuivendrechtsche brugnimmer hun oogmerk bereikt hebben; vier batterijen, hadden de patriotten rondsomHet huis de hoop, meergemeld, opgeworpen, van dewelken zij[7]dePruissenbij hunne herhaalde aannaderingen, ook gelijke maalen, dapperlijk begroetteden, met dat gewenscht gevolg dat er veelen van hun vielen; de tekens hunner afgezondene kogels zijn nog hier en daar, met naame in de muuren van de poort der gemelde hofstedeWelmeer, te zien: de overtoom waar van wij boven gesproken hebben, was weggebroken, zo ook de tolbrug; (men voer toen weder met eene schouw over,) en al het hinderend geboomte omgehakt, zo dat zij hunnen vijand op eene vlakte voor zig hadden; echter behoefden zij met hun geschut maar zeer smalle wegen te bestrijken, (het platte land, stond rondsom ruim drie à vier voeten hoog onder water;) het welk ook met zo veel moed en snelheid gedaan werd, dat er, gelijk gezegd is, veelePruissendoor hun ter nedergelegd werden; allerbenaauwdst zag ’t er toen in deeze oord uit, en die akeligheid vergrootte niet weinig toen de Vaderlanders, door datOuderkerkverlaten was, geraden vonden, of liever genoodzaakt werden, aftetrekken, en de geheele buurt derhalven door dePruissischesoldaaten overstroomd werd; zij kwamen er in; als raazenden vielen zij op alles aan, want de dappere tegenstand welke zij, zekerlijk buiten verwachting, ontmoet, en het volk dat zij verloren hadden, had hun verbitterd; meest moest de meergemelde herberg’t Huis de Hooplijden; want zij hadden hetzelve, wegens de batterijen waardoor het van rondsom beschermd, (in hunne oogen beschermd) werd, voor een of ander huis van aanzien, mogelijk wel voor een Dorps Raadhuis gehouden, en hadden ook alle mogelijke moeite gedaan om het zelve tot een puinhoop te schieten: dan, allerwonderbarelijkst werd dat huis bewaard; want dePruissenpointeerden hunne stukken zodanig, dat zij telkens over hetzelve heen schooten, en als zij het raakten was het slechts aan de randen der hardsteenen waarmede de gevel gedekt is, gelijk men zulks dan nog werkelijk in oogenschouw kan neemen—de bewooner van dat huis, houdt die beklagenswaardige gebeurtenis voor de[8]grondoorzaak van zijn onherstelbaar bederf, want behalven dat sedert dien tijd een algemeen verval in het land plaats heeft, en zijne herberg derhalven vrij schaarser dan weleer bezocht wordt, begroot hij zijne geledene schade, zo aan zijn huis als goederen, op ruim 1000 guldens, waarvan hem, in gevolge van groote daartoe aangewende moeite, naauwlijks 350 guldens vergoed zijn: deJooden, (men weet welke rol deeze, in die tijdsomstandigheden, gespeeld hebben,) hadden verscheidene van zijne meubelen gekocht, die hij naderhand, waarschijnelijk ten dubbelden en driedubbelden prijze, weder heeft moeten inkoopen.

De

HERBERGEN

Welken in deeze buurt gevonden worden, zijn voornaamlijk, het meergemelde,

Huis de Hoop, dat ook eene goede uitspanning is; voords nog twee andere herbergen van minderen rang.

De

REISGELEGENHEDEN

Zijn naarAmsteldam, Muiden, NaardenenWeesp, met de gewoone schuiten welken op die steden vise versa vaaren, en deDuivendrechtsche, ofKuipertjes-brugmoeten passeeren, men kan van daar ook naarAbcoudeofOuderkerkwandelen; nog passeert er de Kerkschuit uit deDiemer-ofWatergrafts-meir.

DoorDuivendrechtwandelt men over eenen zindelijken straatweg, tot aan en voorbij het Tolhek: van hier gaat men rechts af, langs de zoogenaamdeOuderkerker laan, naarOuderkerk.

Een andere Buurt, of Gehucht, in de banne vanOuderkerkgelegen, draagt den naam van[9]

DE BULLEWIJK,

Die onderscheiden wordt in deBinnen-enBuiten-Bullewijk.

Hier strekt zig de ban vanOuder-Amsteluit tot aan het tolhuisjen bij deAbcouder meir, welker bewooners nog onder het opzicht van den Predikant vanOuderkerkstaan.

De beide deelen van deBullewijkliggen zeer vermaaklijk ter wederzijden van de ongemeen schoone rivier deAmstel, en aan het water,Bullewijkgenoemd; deBinnen-Bullewijkis voor een gedeelte een rijweg, met eenige buitenplaatsen vercierd, alsHoofdenburg, Kerkzicht, enz.; zij strekt zig uit tot aan deAbcouder meir: deBuiten-Bullewijkligt in de polder deRonde hoep, als mede deRijke Waver, en deWaardhuizen, welke polder begroot wordt op 1526 morgen, en 472 roeden gronds: men wil, dat dezelve van ouds eene bosschaadje zoude geweest zijn, die afgekapt en tot land gemaakt is; voords stellen onze ingewonnene berichten het voor niet onmogelijk, dat die landen eertijds van slechten aart geweest zijn; dat men er daarombullenop geweid heeft, en dat daarvan het gehucht deBullewijkzijnen naam zoude ontleend hebben: wat betreft dat de polder voorheen een bosch zoude geweest zijn, daarvan geeft men, niet ongepast, ten bewijze, dat de landlieden aldaar nog jaarlijks boomwortels uit den grond haalen, die telkens naar boven werken: thans is deRonde Hoepéén der beste polders; niet alleen wegens het land dat zeer goed voor het melkvee is, maar ook wegens de schoone bedijking die rondsom de polder ligt: zij heeft drie watermolens, welken het overtollige polderwater in denAmstelovermaalen: het getal der huizen, onder de geheeleBullewijkbetrokken zijnde, kunnen wij niet bepaalen.[10]

Met de bestuuring en verzorging van Weezen en Armen gaat het hier als in de voorgemelde buurten onder deeze banne behoorende; de inwooners zijn voor het grootste gedeelte denRoomschen Godsdiensttoegedaan, gelijk zij er dan ook een zeer goede en zelfs aanzienlijke statie hebben, een quartier uurs van het dorp gelegen, die bediend wordt door den Wel-Eerwaarden HeereHyronimius van der Dorp, behoorende onder het Aartspriesterdom vanHolland: deGereformeerden, welken onder hun gevonden worden, moeten teOuderkerkte kerk gaan, gelijk deRoomschgezindenin dat Dorp in deBullewijkbehooren: de kinderen uit dat gehucht gaan ook teOuderkerkvoornoemd, school.

De bewooners van deBullewijkgeneeren zig voornaamlijk met de melkerij, waartoe, gelijk gezegd is, de landen aldaar zeer geschikt zijn.

De Jooden hebben hier een groot kerkhof; zie onze beschrijving vanOuderkerk.

Herbergenworden er geene anderen gevonden, dan deVoetangel1, alwaar men ook dereisgelegenheidvan de passeerendeUtrechtscheschuit van en naarAmsteldamenUtrechtheeft.

Rechtuit over denVoetangelvoornoemd gaande, heeft men een rij- en gaan-weg, langs denAmstel, naarAbcoude: maar denVoetangelaan de linkerhand, begint de[11]

RIJKE WAVER,

Mede, gelijk wij reeds gezegd hebben, in deRonde-hoeper poldergelegen: het is een rijweg tot dat men aan deWaarthuizenkomt, van waar men weder naarOuderkerkgaat.

Van deRijke Waveris niet veel anders te zeggen, dan dat het er in den zomer zeer aangenaam is; men ziet er veele buitenplaatzen, tot dat men komt aan deStoppelaars brug, een gehucht van eenige huizen, (Stichts gebied;) daardoor gaande komt men, over een brug, wederom opHollandsch gebied, naamlijk teBotshol: zie onze beschrijving vanWaverenz.

De bewooners derRijke Waverbestaan mede meestal van de melkerij, behalven eenige geringe lieden, die de baggerij ter hand houden.

Gezegde bewoonen verhaalen, dat dit gedeelte van deRonde hoep, weleer, bepaaldlijk vóór en tot den jaare 1672, den naam vanSchamele Waverdroeg, en dat het den naam vanRijke Waverbekomen heeft, bij gelegenheid dat deFranschen, ten gezegden jaare, aldaar en in den omtrek brandschatting uitschrijvende, dezelve op geen pleksken zo in haar geheel opgebragt werd als alhier, waardoor het zig, in de plaats van den naam vanarmte verdienen, betoonderijkte zijn, en derhalven toen ook dien naam verkreeg; doch onze medegedeelde berichten spreeken zulks volstrekt tegen, verzekerende dat er geenige aantekening voorhanden is, waaruit zoude kunnen blijken, dat deFranschenin 1672 deRijke Wavereen bezoek gegeven hebben.

[12]

HOLENDRECHT.

Is eene polder onder dezelfde banne vanOuderkerk; zij wordt begroot op 419 morgen, 363 roeden: hier en daar is dezelve bewoond; doch niet anders dan door melkboeren, die er zeer goede landen hebben.

WAARDHUIZEN EN DE NES,

IN ZO VERRE ZIJ TEN OOSTEN VAN DEN AMSTEL GELEGEN ZIJN.

Deeze buurten of gehuchten zijn redelijk digt bebouwd, en zijn ook vrij volkrijk; de bewooners geneeren zig voornaamlijk met den landbouw; ook worden er veele visschers gevonden: er is een’ goede sluis, deNesser sluisgenaamd: de liefhebbers van visschen, vooral die vanAmsteldam, gaan des zomers gemeenlijk alhier hunne uitspanning neemen, het geen de inwooners nog al eenig voordeel aanbrengt: deezen zijn voor het grootste gedeelte van denRoomschen Godsdienst, en gaan aan de eene zijde teWaver, en aan de andere in deZwaluwe buurtte kerk.

In deNesis ook een school.[1]

1Dit is een schoon gebouw, behoorende aan de Thesaurie der stadAmsteldam:alle vaartuigen, die er passeeren, moeten er aanleggen en tol betalen.↑

1Dit is een schoon gebouw, behoorende aan de Thesaurie der stadAmsteldam:alle vaartuigen, die er passeeren, moeten er aanleggen en tol betalen.↑

1Dit is een schoon gebouw, behoorende aan de Thesaurie der stadAmsteldam:alle vaartuigen, die er passeeren, moeten er aanleggen en tol betalen.↑

1Dit is een schoon gebouw, behoorende aan de Thesaurie der stadAmsteldam:alle vaartuigen, die er passeeren, moeten er aanleggen en tol betalen.↑


Back to IndexNext