DESTADMUIDEN.

[Inhoud]De stad MuidenDe stad MuidenMUIDEN, dat in ’s Lands historie,Steeds met lofspraak wordt gedacht,Wordt om zyne sterkte en ligging,Om zyn grysheid hoog geacht:’t Slot, door eeuwen heen gespaard,Is door kunst en wraak vermaard.DESTADMUIDEN.Onder de Vaderlandsche Steden verdient inzonderheid het grijzeMuiden, groote onderscheiding, zo wegens deszelfs aloudheid als voornaame rol, waarmede ’t op het tooneel van Nederland door de Voorzienigheid bedeeld is geworden: onze volgende aantekeningen zullen zulks voldoende bewijzen.Volgends onze aangenomene orde, moeten wij eerst spreeken van deLIGGING.Deeze is aan de Zuiderzee, ruim twee uuren vanAmsteldam, ruim anderhalf uur vanNaardenen een groot half uur ten zuiden vanWeesp: de aangenaame rivier deVechtloopt door de stad, die door derzelve in twee deelen gescheiden wordt; doch welke deelen weder door een brug, (een tolbrug,) vereenigd worden: naast deeze brug ligt een zeer zwaare schutsluis, door middel van welke het vechtwater van de zee wordt afgescheiden, en welke sluis voor eene der sterkten vanHollandgehouden mag worden, alzo men door het openen van dezelve het platte land in den omtrek onder water kan zetten: ter plaatse alwaar deeze sluis ligt lag tot den jaare 1674, een dam, deHinderdamgenaamd: deeze watergelegenheid vanMuiden, brengt niet weinig toe tot den bloei van het plaatsjen; alzo alle de schepen die dóórUtrechtdenRhijnmoeten bevaaren, en te groot zijn om door deNieuwersluis, of doorWeespte schutten, hier passeeren; onder deezen zijn deKeulsche aakenwel de voornaamsten:[2]deeze sluis wordt jaarlijks voor omtrent veertien of vijftien honderd guldens verpacht: de veele rijtuigen welken naNaardenen hetGooilanddoorMuidenpasseeren, geeven in het steedjen mede geene geringe levendigheid: de stad is aan den zeekant beveiligd door een dijk, zig strekkende van de uitwatering van deVechtin deZuiderzeeaf, tot aanMuiderberg, en van daar totNaardentoe.NAAMSOORSPRONG.Deeze wordt gevonden in de ligging der stad, zijnde, gelijk boven gezegd is, aan de Zuiderzee, bepaaldlijk ter plaatse alwaar de mond van deVechtis: het woordMondnu, was weleerMuden, zijnde door klankverbastering inMuidenveranderd; de oude naamAmuden, zegt men, bevestigt zulks nog nader; het eerste gedeelte deezes zamengestelden woords,Aanaamlijk, betekende toen, gelijk nog, een rivier, waarvan deMondmede ter deezer plaatse is: in oude geschriften komt het steedjen dikwerf voor onder den gezegden naam vanAmuden.STICHTING GROOTTEENSTERKTE.WanneerMuidengesticht zij, is niet te bepaalen, alzo het van een visschers dorp of vlek, tot den rang der steden verheven is: onbetwistbaar is het intusschen dat men deeze stad den toenaam vangrijsofoudmag geeven; want in den jaare 953 wordt reeds van dezelve gewaagd.Wat de grootte betreft, vòòr den jaare 1632 vinden wij er 146 huizen voor aangetekend; en honderd jaaren laater, telde men er 205; anderen geeven er negen minder op, naamlijk slechts 196: de verpondingen welken dezelven opbrengen, beloopen weinig meer dan zeven honderd guldens.Behalven wegens de gemelde groote sluis, isMuidenonder de sterke steden vanNederlandte plaatsen: het heeft drie van boven open poorten; behalven de zogenaamdeSortiepoortenvan het beruchte slot, ’t welke aldaar gevonden wordt, (hier van nader;) de vestingwerken[3]der stad zijn zodanig dat men dezelve weerbaar mag noemen, en weleer wilde men datMuiden, behoorelijk versterkt, en met tweeduizend man bezet,geen hond in of uit de stad zoude kunnen komen: in den beginne der zestiende eeuw, getuigt men, hadMuidennoch poorten noch muuren; daarna heeft het beiden gekregen, en van tijd tot tijd is het noodig bevonden om ’t steedjen te versterken, en de versterking te verbeteren, vooral ook het slot: in 1629, toen deSpanjaardenin deVeluwestroopten, was men desaangaande met ernst bedacht, echter is tot de daad zelve geen besluit genomen; in onze jongstledene troublen, toen menig dapper patriot naarMuidengetrokken is, om zijn hoofd voor de zaak, die toen van dien kant gedreven werd, ten pande te stellen, is het steedjen in volkomenen staat van tegenweer gebragt, schoon het zig aan dePruissenheeft moeten overgeeven.’TWAPENIs een blaauw veld, met een zilveren dwarsbalk er door.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.Hier omtrent is in de eerste plaats de Kerk te noemen: verscheidene schrijvers willen dat zij de oudste van geheelHollandzij; intusschen heeft zij niets bijzonders, ten ware men als eene bijzonderheid wilde aanmerken, dat zij, gelijk ook haaren dikken en laagen toren geheel van duifsteen opgemetzeld is: van binnen is zij voorzien van een zeer goed orgel: de gemeente aldaar, ruim 300 leden sterk, wordt bediend door twee Predikanten, behoorende onder de Classe vanAmsteldam: vóór den jaare 1632, hadMuidenmaar één’ Predikant.DeRoomschenhebben ter deezer stede mede eene statie, welke bediend wordt door één’ wereldsch Priester.Voords is er een Weeshuis, zijnde het gewezeneCatharijneklooster, dat door Nonnen bewoond werd: het bestuur over dit huis is toebetrouwd aan twee Vaders, en even zo veele moeders[4]—weleer was er nog een overblijfsel van de Kloosterkerk te bezichtigen; doch hetzelve nu geheel nutloos geworden, is tot een pakhuis herbouwd.Onder deWERELDLIJKE GEBOUWEN.Behoort het slot, boven reeds genoemd, zijnde hetzelve zonder tegenspraak het voornaamste gebouw der stad, gelijk het ook voor een der voornaamste gebouwen vanHollandmag gehouden worden:Melis Stoke, verhaalt ons dat het gesticht is door GraafFloris den Vijfden, het rampzalig slagtoffer der vroege staatsverschillen, waardoor Nederland reeds in zijn begin geschokt is geworden, en die van tijd tot tijd door anderen vervangen zijn, ja zelfs tot op den tijd dien wij beleefd hebben, nog voordduurden, en gave God dat zij nog heden geheel gesmoord waren!—de tijd der stichting van het slot stelt men te zijn omtrent den jaare 1290.Het zwaare gebouw rust op sterke gewelven, is rondsom met een gracht omvangen, en pronkt van buiten, met vier stevige ronde torens, een van welken voor eene gevangenis van misdadigers, of gyzelplaats voor minschuldigen gebruikt wordt: ’t heeft ook een sterke poort, een ruim binnenplein, en veele vertrekken, waaronder die vrij aanzienlijk zijn; (zie nader van dit slot onder het artijkel der bijzonderheden vanMuiden:) oudtijds hadden de Drossaarden vanMuidenop dit slot hun verblijf, waardoor zij den naam van Castelein verkregen hebben, doch zij zijn tegenwoordig niet verpligt er op te woonen, gelijk zij het dan ook meest voor een zomerverblijf houden: het wordt bewaard door een burgerman met zijn huishouden; dat des zomers aanmerkelijk voordeel trekt uit de giften der vreemdelingen, en inborelingen, onder welken laatsten voornaamlijk deAmsteldammerste tellen zijn, welken het slot komen bezichtigen.„Vóór de laatste verbeteringen der vestingwerken,” leezen[5]wij desaangaande verder: „waren de aardene wallen van dit kasteel of slot, met twee reien boomen beplant, die toen werden uitgerooid, gelijk mede voor het grootst gedeelte de tuinen, doch naderhand zijn de wallen weder beplant geworden.”Voor de brug van het slot is eenCorps-de-gardegebouwd.Veel deels heeft dit beroemde gebouw in de lotgevallen van Nederland gehad; voornaamlijk, en dit spreekt van zelf, voor zo verre de stadMuidenzelve betreft: bijzonderlijk is het door deKennemers, die opgekomen waren om den dood van GraafFloris den Vyfdente wreeken, belegerd, en ook in hunne handen gevallen.Zeer beroemd is dit gebouw geworden door de schriften van den onvergelijkelijken Drost,P. C. Hooft, die hij op hetzelve vervaardigd heeft.Het Stadhuis is zekerlijk dien naam naauwlijks waardig; het is echter voorzien van een torentjen, maar zeer klein: in hetzelve hangt een klokjen, ’t welk bij het afleezen van vonnissen of openbaare afkondigingen geluid wordt; voor het gebouw staat een uitstek of soort van balcon, met een hek er rondom; het pronkt tevens met het beeld der Gerechtigheid, tusschen twee leeuwen, houdende het wapen der stad, en dat vanHolland—anderen willen dat de twee leeuwen, twee meerminnen zijn, tot plaatsing van welken aanleiding zoude gegeven hebben, het vangen van zulk een wezen, door de visschers vanMuiden, wanneer, wordt niet gezegd: deeze Meermin zoude als eene Waterprofetesse gezegd hebben:Muden zal Muden bliven, Muden sal noit becliven: als er eenig ongeval in de stad ontstaat, wordt deeze Prophetie door de inwooners nog wel eens herdacht, en herhaald.Onder de Wereldlijke Gebouwen vanMuidenbehoort ook de Waag, ofschoon dezelve almede niet veel vertoning maakt,[6]en bijna van geheel geen gebruik is: zij staat benevens de sluis, en dient ook tot een wachthuis voor de burgerij.VOORRECHTEN.HeeftMuidenniet veel; wèl heeft het steedjen ’t recht dat de schelvisch, (die voorheen aldaar plagt afgeslagen te worden, doch ’t welk nu niet meer geschiedt,) er twee uuren moet blijven liggen, eer zij vervoerd mag worden; ook is een burger vanMuidenteUtrechtniet aristabel.REGEERING.Deeze vinden wij dus beschreven.„De Regeering der stedeMuidenbestaat uit den Drossaart, die eenen stedehouder heeft, welke door hem gekozen wordt, en tevens Officier der stad is; wijders uit den Schout, twee Burgemeesteren en vijf Schepenen, drie Weesmeesters en één Armmeester, welken een’ Secretaris is toegevoegd: de Drossaart wordt door de Staaten vanHollandenWestfrieslandaangesteld: het doen van den eed door deezen, werd oudtijds met eene bijzondere plechtigheid verricht: de verkorene Drossaart kwam teMuidenaan de brug, bij rijzende zonne onder den blaauwen hemel, zettede zijn rechter voet in een beugel aan een grooten witten steen vastgemaakt, en zwoer, ten overstaan van gemagtigden vanMuiden,Naarden, en de dorpen vanGooiland, Weesp, enWeesperkerspel, in handen van voorzittende Burgemeesteren vanMuiden,NaardenenWeesp, met opzicht tot ieder van zijne bijzondere waardigheden; beloofde de Staaten vanHollandenWestfrieslandgehouw en getrouw te zullen zijn; het kasteel tot eer en dienst derzelven te bewaaren; de Steden en Dorpen, ieder in het hunne niet te verhinderen in hunne Voorrechten,[7]handvesten, vaststellingen, en gewoonten; maar hen daarin te sterken, stijven, en handhaven; den Godsdienst, zo als die tegenwoordig geoefend wordt, mede te oefenen; Weduwen en Weezen, en andere elendigen, onder zijn rechtsgebied behulpzaam te zullen zijn, en in hun goed recht te beschermen, en voords in het algemeen te doen, dat een goed vroom kastelein vanMuidenen Bailluw vanGooiland, behoort en schuldig is te houden en te doen: deeze plechtigheid,” voegt de schrijver wiens geleide wij in deezen volgen, er bij, „is ten aanzien der twee laatste Drossaarden niet geschied; doch de steen en de beugel wordt nog op de aangewezen plaats gezien:”De Drossaard is tevens Colonel over de Schutterij.„Burgemeesteren worden jaarlijks op den 2 Februarij, door Schepenen verkozen: Schepenen plagten van ouds zonder nominatie verkoren te worden; zo lang er geene stadhouderlijke regeering was,” gelijk men het noemt, „is door Schepenen en Burgemeesteren eene nominatie van tien persoonen gemaakt, en aan de Staaten vanHollandenWestfriesland, overgeleverd, om er vijf Schepenen uittekiezen; onder de stadhouderlijke regeering, levert de Drost de nominatie over aan den Stadhouder: de vijf Schepenen kiezen de nieuwe Burgemeesteren, en deeze gezamentlijk de Weesmeesteren, en de Armmeester, welke voor dat jaar de dertien Leden der Vroedschap uitmaaken; alle de Collegiën worden door denzelfden Secretaris bediend, die door de Staaten vanHollandenWestfrieslandis aangesteld.”Wat het opzicht over den zwaaren zeedijk, waarvan wij boven spraken, betreft: dezelve staat volgends resolutie van de Staaten vanHollandenWestfriesland, dato 7 Mei 1678, aan een Collegie van Dijkgraaf en zeven Hoogheemraaden met hunnen bijgevoegden Secretaris: de Dijkgraaf is de Drost in[8]der tijd; drie van de Hoogheemraaden worden gemagtigd door de steden,Amsteldam, MuidenenNaarden, en één door de Schout en Schepenen vanWeesper-kerspel: deeze vier Hoog-Heemraaden, benevens de Dijkgraaf kiezen de overigen, te weeten uitMuiden, Naarden, enWeesp, ofWeesperban, ieder één: de Secretaris wordt door het gezamentlijke Collegie aangesteld: „Dijkgraaf en Hoogheemraaden,” leezen wij, „moeten in den ring van deezen dijk, voor zesduizend guldens, of twaalf morgen lands gegoed weezen.”Men kan niet met zekerheid bepaalen hoe de beheering van deezen dijk, in vroegeren tijde geweest is; vóór den jaare 1650 schijnen er noch Dijkgraaf noch Hoogheemraaden geweest te zijn, daarna werd er door het Hof een’ Dijkgraaf aangesteld.Dijkgraaf en Hoogheemraaden, doen jaarlijks in de maand April, schouwing over den gantschen dijk: twee uit de Hoogheemraaden, welken hier toe, en tot alle gemeene voorvallende zaaken gemagtigd worden, hebben het bestuur om het gebreklijke te doen herstellen bij openbaare aanbesteedinge, aan de minst aanneemende, gelijk zij ook gelast worden, om nategaan dat alles behoorelijk gemaakt worde, ten welken einde een opzichter van den dijk is aangesteld, die dagelijks bij den arbeid tegenwoordig moet weezen: de gebreken van den dijk volgends het oordeel van gemagtigden in behoorelijke orde hersteld zijnde, wordt het volle Collegie beschreven om aan den dijk te komen, ten einde de gemaakte werken opteneemen, en verder te besluiten wat na tijds gelegenheid noodig geoordeeld mogt worden.Het Collegie van Heemraaden wordt teAmsteldambeschreven, tot het opneemen van de rekeningen en het sluiten van de boeken.Sedert ’s Lands Zeeweeringen van het zo zonderling als schadelijk, paalgewormte doorknaagd is geworden, heeft men[9]ongemeene moeite gedaan, om deezen dijk te versterken, door het aanbrengen van vreezelijk groote steenen aan de glojing of helling naar den zeekant toe; deeze versterking gaat van hetMuiderslotaf, tot aanMuiderbergtoe, het geen den dijk niet weinig verbeterd heeft, waarvan het gemelde schadelijk gewormte de aanleidende oorzaak mag genoemd worden, en derhalven heeft dat zogenaamd kwaad, waartegen in de tempelen zelfs smeekingen naar den Hemel gezonden werden, in dit geval, en in andere gevallen meer, tot een zegen verstrekt.Het bovengemelde Collegie heeft ook opzicht op de groote sluis, waarvan wij reeds gesproken hebben.Het Collegie van Commissarissen van het zandpad, tusschenAmsteldam, Muiden, Naarden, enWeesp, bestaande uit gedeputeerden van gemelde steden, hebben om de vier jaaren hunne zittingsbeurt teMuiden, tot het doen opneemen en sluiten van de boeken.BEZIGHEDEN.De Zoutkeeten, welken inMuidengevonden worden, maaken er veelal de nering en bronnen van bestaan uit; zij zijn drie in getal, naamlijk,De Paauw, Het Anker, enDe blaauwe Wereld, er woonen ook veele visschers, die hun werk maaken van bot, baars, snoek, enz. te vangen, ja zelfs somtijds haaring: deeze visch wordt meerendeels in de Zuiderzee gevangen, hoewel de bot en baars, welke vanMuidenkomt, bekend zij onder den naam vanY-botenY-baars—er worden inMuidenalle die handwerken en ambachten geoefend, welken in de zamenleeving onvermijdelijk zijn—de militie die er thans in guarnisoen ligt, brengt het steedjen mede eenige woelingen bij: de doorvaart, waarvan wij boven Bladz. 1. reeds spraken, behoort hier vooral gedacht te worden: dit jaar verstrekt ten voorbeelde van de bezigheid, welke daardoor veroorzaakt wordt, door dePruissische Magazijnen, die van overHamburg, Stettin, enz. totMuidenaangevoerd, en aldaar in Rhijnschepen overgeladen worden: dit gaf zulke eene aanmerkelijke[10]drokte, en grove winst voor allen die maar wilden werken, dat het niet vreemd was dat een gildewerker tot ƒ 30, in een’ week kon verdienen: dit zelfde geeft ook groot vertier bij bakkers, brouwers, en in de herbergen.Men vindt teMuidenook goede Scheepstimmerwerven, alwaar welëer van 100 tot 130 man plag te werken; dan sedert 1787 is deeze tak merkelijk verloopen.SCHUTTERIJ.Deeze bestaat in twee Compagniën, naamlijk hetBlaauweenOranjevendel, waarover de Drossaard Colonel is; de overige Officieren, zijn twee Capiteinen, twee Lieutenanten, twee Vendrigs, en zes Sergeanten: deezen vergaderen in bijzondere gelegenheden, „althans,” zegt onze geëerde correspondent „in deezen, meer dan ééns in een jaar.”GESCHIEDENISSEN.In den jaare 953 werdMuiden, door KeizerOtto den Eersten, aan de Kerke vanUtrechtin eigendom gegeven, het welk naderhand door KeizerOtto den Tweeden, in 975 geschiedde; zijnde deeze gift in den jaare 1171, door KeizerFredrik, nog nader bevestigd;Meer dan éénmaal heeftMuidenvoor den aanval van vijanden blootgestaan; en is zelfs door hen verbrand: in den jaare 1197, onderging het dit lot door deKennemers; weinige jaaren laater, naamlijk in 1204, werdMuidenin koolen gelegd, doorWouter van EgmondenAlbrecht van Banjaart, ten tijde der inlandsche beroerten inHollandtusschen GraafWillem, en GraaveLodewijk van Loon: dit onheil viel de stad en niet minder het slot andermaal te beurt in den jaare 1356, doorJan van Arkel, Bisschop vanUtrecht, toen hij met GraaveWillemin oorlog gewikkeld was: die vanUtrecht, in 1374 in twist geraakt zijnde metAalbrecht van Beiëren, over de betaaling van het[11]huis teVredeland, en over zekeren hoon daarbij geleden, beslooten hunne schaden te verhaalen door schatting te vorderen van eenigeHollandsche plaatsen, waaronder ookMuidenzig bevond; in het jaar 1507 werd deeze stad door HertogKarel van Gelderin brand gestoken, gelijk hij zig ook Meester van het slot maakte; doch bij den zoen tusschen de Hertog enKarel den Vyfden, toen Koning vanCastiliën, werd het slot zo wel als de stad zelve aan hem, als Graave vanHollandweder ingeruimd: de uitvoering van welke inruiming echter nog aanliep tot den jaare 1509: in deSpaanscheberoerten heeftMuidenlangen tijd de zijde des Konings gehouden, en des zelfs gelegenheid om hier doorAmsteldamenHaarlem, welken mede nochSpaanschgezindwaren, te benaauwen, ondernam HopmanDirk Sonoi, met goedvinden van den Prins vanOranje, in den jaare 1576, een aanslag te waagen om het voor de Staaten te bemagtigen; dat ten deele ook gelukte door het inneemen der stad die zeer schielijk vermeesterd werd; maar om het slot intekrijgen zag men geen kans zonder grof geschut, dat ontboden werd: intusschen kwamen deAmsteldammerste water, en eenig ander volk te lande zo schielijk aan, datSonoimoeite genoeg had om het geschut, volk, ja zelfs zijn eigen persoon aan boord te krijgen, en met verlies van twee honderd man,Muidenen de SchansDiemerdam, niet zonder verwijt van te hooren, dat hij het gevaar te groot gesteld en zelf de schrik onder zijne troupen gebragt had, te verlaaten: met den eersten dag des jaars 1577 gafMuidenzig bij verdrag over aan den Prins vanOranje: toen de Staaten vanHollandenZeelandzig ontsloegen van de Landvoogdije des Graaven vanLeicester, en PrinsMauritsals hun algemeenen Landvoogd aanstelden, veranderden zij tevens de bezettingen in verscheidene steden, met nieuw geworven Krijgsvolk; maar het duurde nog al een geruimen tijd aleer zij dien inMuidenkonden uitwerken, nadien den CapiteinJohan Bax, die er het gebiedvoerde, weigerde van het slot te verhuizen;waaruitmen kan begrijpen dat dit slot niet gering van kracht moet[12]geweest zijn:Leicesternoemde het daarom ookde toom van het groote paard; dat is vanAmsteldam.Toen in 1672 het land wegens den inval derFranschendoor een algemeenen schrik bevangen werd, werd deeze stad, hoe onweerbaar ten dien tijde, door hen niet bemagtigd; ofschoon zij zeer nabij haaren overgang was: want na datNaardenoverrompeld was, waren vijf Dragonders stout genoeg om eenige vlugtelingen tot binnenMuidente vervolgen, ’t welk, wel verre dat die stoutheid henzelven ten nadeele zoude verstrekt hebben, die vanMuidenin tegendeel zo verschrikt maakten, dat zij terstond Gemagtigden tot een verdrag afzonden: terwijl deezen tot het volbrengen van hunnen last afwezig waren, had PrinsMauritsvanNassau, teMuidenpost gevat, met voorneemen om de stad te verdedigen, het geen de Afgevaardigden, toen zij terug keerden, onder het vrijgeleiden van drie honderdFranschenter dood deed verschrikken; zij dorsten niet nader komen uit vrees voor de ongenade van den dapperenMaurits, en aan den anderen kant vreesden zij van door deFranschengehouden te zullen worden, tot men de geslotene overeenkomst voldaan zoude hebben; het geen deFranschennu te zekerder zouden vorderen, nu zij zagen datMauritsvoorneemens was de stad te verdedigen: dit was zekerlijk een hachelijke omstandigheid voor hen; echter werden zij daar uit gered door denFranschenPredikant teNaarden,Jean Louis Grouwels, wiens voorspraak bij deFranschenzo veel ten wege bragt dat deeze het gemaakte verdrag vernietigden, waardoorMuidenderhalven nog aan de zijden der Staaten bleef, hoewel zulks niet lange ongestoordduurde, want ten volgenden jaare, 1673, deedCondéer weder eenen aanslag op, hoewel al mede vruchtloos; men ging hem met het water te keer, waarom hij het zelve poogde aftetappen; doch niet genoeg kundig zijnde van de gesteltenis des Lands, moest hij zijn oogmerk laaten vaaren.In de daarop volgende honderd jaaren, verschijntMuiden[13]niet op het staatstooneel; doch in onze jongstledenen troubelen heeft het al mede zijn deel gehad, ’t geen als een voormuur, of sterkte vanAmsteldam, om welke hoofdstad het voornaamlijk te doen was, onmogelijk anders heeft kunnen weezen: desaangaande hebben wij van een waardige hand het volgende ontvangen.Na datMuidenbij het trekken van hetHollands Cordon, circa een jaar, eerst door het tweede, daarna door het eerste batt. vanDundasbezet, en deszelfs fortificatien eenigzins in staat van defensie gebragt waren, kwamen bij deezen militaire bezetting een detachement vanAmsteldamsche Burgers, circa 300 man sterk, aldaar in bezetting die alle twee weeken wierden afgelost: in ’t laatste van Augustus 1787, kwam eendetachementvan 18 Kanoniers, met twee Officieren vanAmsteldam, weinig dagen daarna het corps vanMeyering, toen circa 20 sterk, ’t welk inMuidentot bij of over de 200 gebragt wierd, nog een detachement Kanoniers sterk als boven; na het overgaan vanUtrechten andere steden, aan dePruissen, kwamen veel defferente bataillons en detachementen, als Waardgelders,Utrechtsche Garde, VriesscheenGeldersche Brigadiersch, Fransche Artilleriste, enz. tot het getal zo men zeide 2100 man sterk wierd.Het eerste tooneel dat eenigzins aanmerklijk was, was behalven den toestel, het in den eed nemen van de militaire Officieren: door twee gecommitteerde uit het defensieweezen vanWoerden, deeze Heeren geleid wordende door den GeneraalVan Ryssel; engeëxcorteerddoor een detachement Dragonders, reden teMuidenin den doelen op; requirerende de militaire Officieren voor zig, en stelden haar den eed voor, die door alle (exept den Capitein CommandantNicolson,) werd geweigerd, en ontvingen hunne demissie.De nacht na deezen dag, werdMuidendoor eenigen onverlaaten, die zig onder deAmsteldamsche Burgerijmengden, met eenig ongeval gedreigd, ’t welk wel voorgekomen werd; hoewel er naderhand nog onzinnigheid gepleegd is.Eindelijk kwam dien noodlottigen nacht tusschen den 26 en 27 September: den 26 in de achtermiddag, werd er een begin[14]gemaakt met plunderen, bij BurgemeesterAbraham van der Spar, dan dit werd, en wel voornamentlijk door tusschenkomst van eeneHersman, Officier bij het corps vanMeyering, nog gelukkig in deszelfs begin gestut, en dat huis bezet en bewaard; dog des avonds om 11 uuren, ging men veel sterker aan ’t woelen, die troep zo men zeide, 15 à 16 man sterk, wilde plunderen, het koste wat het wilde, zij hadden in de Bank van Leening de glazen ingeslagen, en kwamen met een woest geschreeuw, dat haar troep grooter deed schijnen dan ze in der daad was, en ook wezenlijk grootermaakte, om dat zij die er ook lust toe hadden er zig bij voegden, de brug over, hier werden zij wel door den Officier van de wacht, die tot deGeldersche Brigadebehoorde met nog een Officier tegengegaan; maar dreigen hielp zo weinig als goede woorden: daar moest en zou geplunderd worden, zij drongen door, sloegen over de wacht eenige huizen de glazen in stukken, toen ze hier mede bij den Bakker op den hoek over de wacht bezig waren, kwam eenige huizen van daar een kogel van tusschen de pannen, die men nooit recht geweten heeft van wien; trof een man in den onderbuik, dat er de dood op volgde; eeneenvoudigman, een schoenmaker, werd van deeze daad beschuldigd, maar behalven dat die man zo eenvoudig was, dat hij geen geweer zoude hebben durven afschieten, woonde hij ook te verre om het te kunnen doen: evenwel dit huis werd in die diep woeste drift geplonderd, (woeste drift moet men het noemen, en geen partijsche, want het huis van een zeer bekende Prinsgezinden werd gespaard, terwijl bij zijn twee buuren, waar van ten minsten een voor Patriottisch bekend stond, niet alleen de glazen ingeslagen, maar ook verscheide kogels door het huis gejaagdwierden;) de man met zijn huisgezin meende achter door de tuin uittevluchten, maar werd door een kogel in ’t beengekwetst, en viel; toen wierden zij door een troep raazenden overvallen; de man werd getrapt, geslaagen, en na de hoofdwacht gesleept, alwaar hij in den morgen van den tweden dag aan zijn bekomen wonden overleed, de vrouw had zich losgeworsteld niet zonder deerlijk gehavend te zijn; men hoorde in dit tumult na gissing wel 400 snaphaanschooten, door partijen elkander toegezonden, want er was onder het guarnizoen zo wel militair als burgers, een zeer groote partij die zich tegen het plunderen verzette, de kogels snorden van rondsom, en in den morgen telde men tot 26gekwetsten, behalven die zich uit het oog hielden:Mattadeed zijn Dragonders optrekken, en in den hoop inrukken om dezelve uit elkander te drijven, het corps vanMeyering, zo verre het gewapend was, deed onder aanvoering vanHersman, ook hun best, dan het ging zo gemaklijk niet of een Dragonder werd aan het hoofd[15]gekwetst,Hersmanwerd door een kogel zijn rechter lok aan het hoofd weggenomen, enMattakreeg een kogel door de hoed: den dag daar aan volgende, kwam eenPruissischOfficierde stad sommeere, deeze werd geblind na het kwartier vanMattageleid, ’t welk elf maal hervat is: die achtermiddag kwam er bevel om uittemarcheeren.Den 1 October, werd men inMuidendoor het losbranden van het kanon, ’s morgens circa half vijf uuren gewekt: men zag dePruissische granatendoor de lucht snorren: een viel enbarsttenop straat, sloeg vier der digst bij staande huizen bijna alle de glazen in stukken, en maakte nog eenige andere schaden; een viel in een bed dat in een kribbe op een solder lag, waaronder twaalf menschen zaten koffij te drinken, sloeg bed en kribbe uit elkander, en het dak in den brand, doch dit werd schielijk geblust; een viel bij de Emeritus PredikantJoosten, door het dak; maarbarsttetusschen dak en vliering; op verscheide plaatsen vielen nog anderen, aan de kant vanWeesp, was men ook niet stil, met een vijfde schot werd een wiel van een der Pruische wagens weggeschooten, en circa negen uuren trof eenMuiderkogel, een Houbitser juist in zijn gapende mond, terwijl hij geladen was, enbarstte.EenigePruissische Dragondersvan de kant vanNaarden, dagten uit het bijderzijds ophouden van schieten, datMuidenhet hadde opgegeven, en naderde tot digt bij de poort; dit wierd gezien en hun eenige kogels toegezonden: een van dezelve trof een Wagtmeester, scheide zijn been even beneden de heup, bijna van het lichaam, en doode zijn paart: de anderenzettedenhet spoorslaags op ’t loopen, en men haalde terstond dengewetstenna binnen, scheidde het been vervolgens geheel van het lighaam, en deed wat men kon, maar de man overleed aan zijn wonden: ondertusschen had dat over en weder schieten vooral ook dePruissische Houbitserszodanig de schrik in het hart van den burger gebragt, dat een menigte huis en haven verlatende, tot vijf zeer vol geladen schepenMuidenvaarwel zeiden en naDurgerdamoverstaken, intusschen kwam nog een Battaillon van deAmsteldamsche Soldaatenbinnen;Muidenwierd weder opgeëischt,MattaeischtedaarentegenNaardenenWeespop, enMuidenwierd op den 8 October bij verdrag overgegeven, het BattaillonPruissische Grenadiers, dat bezit van de stad nam, verbleef aldaar drie dagen kreeg toen patent na deDiemermeer, en vertrok terstond, het wierd vervangen van een Battaillon vanOrange Nassau, dit bleef drie weeken en wierd toen afgelost, door hetBattaillonGrenadiers vanRomberg, die 26 weeken bezet bleeven houden, dus de winter[16]over, intusschen was ieder weder na zijn huis gekeerd, en thans leeft men stiller: eenige Casteleins die zeer geleden hadden, kregen ƒ 50: den burger van ƒ 20: tot ƒ 12: gulden, zoogenaamde schadevergoeding.BIJZONDERHEDEN.De Kerk en verdere gebouwen boven gemeld, komen hier weder in de eerste plaats, en onder dezelven wel voornaamlijk het slot: voor een geringen penning kan het zelve van onderen tot boven bezichtigd worden; en die de Vaderlandsche Historie slechts ingezien heeft zal moeten lagchen over het bloed van GraafFloris, ’t welk men nog op den houten vloer ziet, en dat er, miraculeuslijk! nooit afgaat, ja er zelfs weêr op komt als de vloer vermaakt word: men vertelt dan daarbij datFlorisin die zelfde kamer waarin zijn bloed nog zit, doorVan Velzenvermoord is, schoon de historiën leeren dat hij in de open lucht omgebragt is geworden: ’t is intusschen waar dat zij die hem opgeligt hadden om hem naarEngelandovertevoeren, hem op dat slot gebragt hebben; de kamer of het gat, waarin men hem tot den naderen aftogt smeet, word ook nog aangeweezen: een onzer dichters schijnt den grouwzaamen moord mede op het slot te plaatsen, daar hij zegt:Maar aan den oosterkant, verheft zig ’t MuiderslotBefaamd doorFlorisdood, hier van zijn kroon geknot,ToenVelzen, heet op wraak, met zijne vloekgenooten,Den Graaf, zijn’ wettig vorst, den dolk in ’t hart dorst stootenEn Gooiland verwen met het bloed van zijn Heer,Dat wraak riep, daagende heel Holland in ’t geweer.De gevangenis vanVan Velzen, is allerakeligst: in de andere gevangenis leeze men de onderscheidene versjens, als andere inscripties, welken door de gevangenen aldaar geplaatst zijn; men vindt in de onderscheidene kamers nog verscheidene dingen waarvan de vertellingen geloofd moeten worden.De Steen en beugel, waarvan wij Bladz. 6 spraken, moeten vooral ook gezocht worden.LOGEMENTEN.HetHof van Holland.DeDoelen.DeBruinvisch.DeGooische boer.en eenigen anderen van minderen rang.De drie eerstgemelde zijn ook Uitspanningen.REISGELEGENHEDENDeezen zijn dezelfde als die vanNaarden, zie ook ons blad over die stad.[1]

[Inhoud]De stad MuidenDe stad MuidenMUIDEN, dat in ’s Lands historie,Steeds met lofspraak wordt gedacht,Wordt om zyne sterkte en ligging,Om zyn grysheid hoog geacht:’t Slot, door eeuwen heen gespaard,Is door kunst en wraak vermaard.DESTADMUIDEN.Onder de Vaderlandsche Steden verdient inzonderheid het grijzeMuiden, groote onderscheiding, zo wegens deszelfs aloudheid als voornaame rol, waarmede ’t op het tooneel van Nederland door de Voorzienigheid bedeeld is geworden: onze volgende aantekeningen zullen zulks voldoende bewijzen.Volgends onze aangenomene orde, moeten wij eerst spreeken van deLIGGING.Deeze is aan de Zuiderzee, ruim twee uuren vanAmsteldam, ruim anderhalf uur vanNaardenen een groot half uur ten zuiden vanWeesp: de aangenaame rivier deVechtloopt door de stad, die door derzelve in twee deelen gescheiden wordt; doch welke deelen weder door een brug, (een tolbrug,) vereenigd worden: naast deeze brug ligt een zeer zwaare schutsluis, door middel van welke het vechtwater van de zee wordt afgescheiden, en welke sluis voor eene der sterkten vanHollandgehouden mag worden, alzo men door het openen van dezelve het platte land in den omtrek onder water kan zetten: ter plaatse alwaar deeze sluis ligt lag tot den jaare 1674, een dam, deHinderdamgenaamd: deeze watergelegenheid vanMuiden, brengt niet weinig toe tot den bloei van het plaatsjen; alzo alle de schepen die dóórUtrechtdenRhijnmoeten bevaaren, en te groot zijn om door deNieuwersluis, of doorWeespte schutten, hier passeeren; onder deezen zijn deKeulsche aakenwel de voornaamsten:[2]deeze sluis wordt jaarlijks voor omtrent veertien of vijftien honderd guldens verpacht: de veele rijtuigen welken naNaardenen hetGooilanddoorMuidenpasseeren, geeven in het steedjen mede geene geringe levendigheid: de stad is aan den zeekant beveiligd door een dijk, zig strekkende van de uitwatering van deVechtin deZuiderzeeaf, tot aanMuiderberg, en van daar totNaardentoe.NAAMSOORSPRONG.Deeze wordt gevonden in de ligging der stad, zijnde, gelijk boven gezegd is, aan de Zuiderzee, bepaaldlijk ter plaatse alwaar de mond van deVechtis: het woordMondnu, was weleerMuden, zijnde door klankverbastering inMuidenveranderd; de oude naamAmuden, zegt men, bevestigt zulks nog nader; het eerste gedeelte deezes zamengestelden woords,Aanaamlijk, betekende toen, gelijk nog, een rivier, waarvan deMondmede ter deezer plaatse is: in oude geschriften komt het steedjen dikwerf voor onder den gezegden naam vanAmuden.STICHTING GROOTTEENSTERKTE.WanneerMuidengesticht zij, is niet te bepaalen, alzo het van een visschers dorp of vlek, tot den rang der steden verheven is: onbetwistbaar is het intusschen dat men deeze stad den toenaam vangrijsofoudmag geeven; want in den jaare 953 wordt reeds van dezelve gewaagd.Wat de grootte betreft, vòòr den jaare 1632 vinden wij er 146 huizen voor aangetekend; en honderd jaaren laater, telde men er 205; anderen geeven er negen minder op, naamlijk slechts 196: de verpondingen welken dezelven opbrengen, beloopen weinig meer dan zeven honderd guldens.Behalven wegens de gemelde groote sluis, isMuidenonder de sterke steden vanNederlandte plaatsen: het heeft drie van boven open poorten; behalven de zogenaamdeSortiepoortenvan het beruchte slot, ’t welke aldaar gevonden wordt, (hier van nader;) de vestingwerken[3]der stad zijn zodanig dat men dezelve weerbaar mag noemen, en weleer wilde men datMuiden, behoorelijk versterkt, en met tweeduizend man bezet,geen hond in of uit de stad zoude kunnen komen: in den beginne der zestiende eeuw, getuigt men, hadMuidennoch poorten noch muuren; daarna heeft het beiden gekregen, en van tijd tot tijd is het noodig bevonden om ’t steedjen te versterken, en de versterking te verbeteren, vooral ook het slot: in 1629, toen deSpanjaardenin deVeluwestroopten, was men desaangaande met ernst bedacht, echter is tot de daad zelve geen besluit genomen; in onze jongstledene troublen, toen menig dapper patriot naarMuidengetrokken is, om zijn hoofd voor de zaak, die toen van dien kant gedreven werd, ten pande te stellen, is het steedjen in volkomenen staat van tegenweer gebragt, schoon het zig aan dePruissenheeft moeten overgeeven.’TWAPENIs een blaauw veld, met een zilveren dwarsbalk er door.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.Hier omtrent is in de eerste plaats de Kerk te noemen: verscheidene schrijvers willen dat zij de oudste van geheelHollandzij; intusschen heeft zij niets bijzonders, ten ware men als eene bijzonderheid wilde aanmerken, dat zij, gelijk ook haaren dikken en laagen toren geheel van duifsteen opgemetzeld is: van binnen is zij voorzien van een zeer goed orgel: de gemeente aldaar, ruim 300 leden sterk, wordt bediend door twee Predikanten, behoorende onder de Classe vanAmsteldam: vóór den jaare 1632, hadMuidenmaar één’ Predikant.DeRoomschenhebben ter deezer stede mede eene statie, welke bediend wordt door één’ wereldsch Priester.Voords is er een Weeshuis, zijnde het gewezeneCatharijneklooster, dat door Nonnen bewoond werd: het bestuur over dit huis is toebetrouwd aan twee Vaders, en even zo veele moeders[4]—weleer was er nog een overblijfsel van de Kloosterkerk te bezichtigen; doch hetzelve nu geheel nutloos geworden, is tot een pakhuis herbouwd.Onder deWERELDLIJKE GEBOUWEN.Behoort het slot, boven reeds genoemd, zijnde hetzelve zonder tegenspraak het voornaamste gebouw der stad, gelijk het ook voor een der voornaamste gebouwen vanHollandmag gehouden worden:Melis Stoke, verhaalt ons dat het gesticht is door GraafFloris den Vijfden, het rampzalig slagtoffer der vroege staatsverschillen, waardoor Nederland reeds in zijn begin geschokt is geworden, en die van tijd tot tijd door anderen vervangen zijn, ja zelfs tot op den tijd dien wij beleefd hebben, nog voordduurden, en gave God dat zij nog heden geheel gesmoord waren!—de tijd der stichting van het slot stelt men te zijn omtrent den jaare 1290.Het zwaare gebouw rust op sterke gewelven, is rondsom met een gracht omvangen, en pronkt van buiten, met vier stevige ronde torens, een van welken voor eene gevangenis van misdadigers, of gyzelplaats voor minschuldigen gebruikt wordt: ’t heeft ook een sterke poort, een ruim binnenplein, en veele vertrekken, waaronder die vrij aanzienlijk zijn; (zie nader van dit slot onder het artijkel der bijzonderheden vanMuiden:) oudtijds hadden de Drossaarden vanMuidenop dit slot hun verblijf, waardoor zij den naam van Castelein verkregen hebben, doch zij zijn tegenwoordig niet verpligt er op te woonen, gelijk zij het dan ook meest voor een zomerverblijf houden: het wordt bewaard door een burgerman met zijn huishouden; dat des zomers aanmerkelijk voordeel trekt uit de giften der vreemdelingen, en inborelingen, onder welken laatsten voornaamlijk deAmsteldammerste tellen zijn, welken het slot komen bezichtigen.„Vóór de laatste verbeteringen der vestingwerken,” leezen[5]wij desaangaande verder: „waren de aardene wallen van dit kasteel of slot, met twee reien boomen beplant, die toen werden uitgerooid, gelijk mede voor het grootst gedeelte de tuinen, doch naderhand zijn de wallen weder beplant geworden.”Voor de brug van het slot is eenCorps-de-gardegebouwd.Veel deels heeft dit beroemde gebouw in de lotgevallen van Nederland gehad; voornaamlijk, en dit spreekt van zelf, voor zo verre de stadMuidenzelve betreft: bijzonderlijk is het door deKennemers, die opgekomen waren om den dood van GraafFloris den Vyfdente wreeken, belegerd, en ook in hunne handen gevallen.Zeer beroemd is dit gebouw geworden door de schriften van den onvergelijkelijken Drost,P. C. Hooft, die hij op hetzelve vervaardigd heeft.Het Stadhuis is zekerlijk dien naam naauwlijks waardig; het is echter voorzien van een torentjen, maar zeer klein: in hetzelve hangt een klokjen, ’t welk bij het afleezen van vonnissen of openbaare afkondigingen geluid wordt; voor het gebouw staat een uitstek of soort van balcon, met een hek er rondom; het pronkt tevens met het beeld der Gerechtigheid, tusschen twee leeuwen, houdende het wapen der stad, en dat vanHolland—anderen willen dat de twee leeuwen, twee meerminnen zijn, tot plaatsing van welken aanleiding zoude gegeven hebben, het vangen van zulk een wezen, door de visschers vanMuiden, wanneer, wordt niet gezegd: deeze Meermin zoude als eene Waterprofetesse gezegd hebben:Muden zal Muden bliven, Muden sal noit becliven: als er eenig ongeval in de stad ontstaat, wordt deeze Prophetie door de inwooners nog wel eens herdacht, en herhaald.Onder de Wereldlijke Gebouwen vanMuidenbehoort ook de Waag, ofschoon dezelve almede niet veel vertoning maakt,[6]en bijna van geheel geen gebruik is: zij staat benevens de sluis, en dient ook tot een wachthuis voor de burgerij.VOORRECHTEN.HeeftMuidenniet veel; wèl heeft het steedjen ’t recht dat de schelvisch, (die voorheen aldaar plagt afgeslagen te worden, doch ’t welk nu niet meer geschiedt,) er twee uuren moet blijven liggen, eer zij vervoerd mag worden; ook is een burger vanMuidenteUtrechtniet aristabel.REGEERING.Deeze vinden wij dus beschreven.„De Regeering der stedeMuidenbestaat uit den Drossaart, die eenen stedehouder heeft, welke door hem gekozen wordt, en tevens Officier der stad is; wijders uit den Schout, twee Burgemeesteren en vijf Schepenen, drie Weesmeesters en één Armmeester, welken een’ Secretaris is toegevoegd: de Drossaart wordt door de Staaten vanHollandenWestfrieslandaangesteld: het doen van den eed door deezen, werd oudtijds met eene bijzondere plechtigheid verricht: de verkorene Drossaart kwam teMuidenaan de brug, bij rijzende zonne onder den blaauwen hemel, zettede zijn rechter voet in een beugel aan een grooten witten steen vastgemaakt, en zwoer, ten overstaan van gemagtigden vanMuiden,Naarden, en de dorpen vanGooiland, Weesp, enWeesperkerspel, in handen van voorzittende Burgemeesteren vanMuiden,NaardenenWeesp, met opzicht tot ieder van zijne bijzondere waardigheden; beloofde de Staaten vanHollandenWestfrieslandgehouw en getrouw te zullen zijn; het kasteel tot eer en dienst derzelven te bewaaren; de Steden en Dorpen, ieder in het hunne niet te verhinderen in hunne Voorrechten,[7]handvesten, vaststellingen, en gewoonten; maar hen daarin te sterken, stijven, en handhaven; den Godsdienst, zo als die tegenwoordig geoefend wordt, mede te oefenen; Weduwen en Weezen, en andere elendigen, onder zijn rechtsgebied behulpzaam te zullen zijn, en in hun goed recht te beschermen, en voords in het algemeen te doen, dat een goed vroom kastelein vanMuidenen Bailluw vanGooiland, behoort en schuldig is te houden en te doen: deeze plechtigheid,” voegt de schrijver wiens geleide wij in deezen volgen, er bij, „is ten aanzien der twee laatste Drossaarden niet geschied; doch de steen en de beugel wordt nog op de aangewezen plaats gezien:”De Drossaard is tevens Colonel over de Schutterij.„Burgemeesteren worden jaarlijks op den 2 Februarij, door Schepenen verkozen: Schepenen plagten van ouds zonder nominatie verkoren te worden; zo lang er geene stadhouderlijke regeering was,” gelijk men het noemt, „is door Schepenen en Burgemeesteren eene nominatie van tien persoonen gemaakt, en aan de Staaten vanHollandenWestfriesland, overgeleverd, om er vijf Schepenen uittekiezen; onder de stadhouderlijke regeering, levert de Drost de nominatie over aan den Stadhouder: de vijf Schepenen kiezen de nieuwe Burgemeesteren, en deeze gezamentlijk de Weesmeesteren, en de Armmeester, welke voor dat jaar de dertien Leden der Vroedschap uitmaaken; alle de Collegiën worden door denzelfden Secretaris bediend, die door de Staaten vanHollandenWestfrieslandis aangesteld.”Wat het opzicht over den zwaaren zeedijk, waarvan wij boven spraken, betreft: dezelve staat volgends resolutie van de Staaten vanHollandenWestfriesland, dato 7 Mei 1678, aan een Collegie van Dijkgraaf en zeven Hoogheemraaden met hunnen bijgevoegden Secretaris: de Dijkgraaf is de Drost in[8]der tijd; drie van de Hoogheemraaden worden gemagtigd door de steden,Amsteldam, MuidenenNaarden, en één door de Schout en Schepenen vanWeesper-kerspel: deeze vier Hoog-Heemraaden, benevens de Dijkgraaf kiezen de overigen, te weeten uitMuiden, Naarden, enWeesp, ofWeesperban, ieder één: de Secretaris wordt door het gezamentlijke Collegie aangesteld: „Dijkgraaf en Hoogheemraaden,” leezen wij, „moeten in den ring van deezen dijk, voor zesduizend guldens, of twaalf morgen lands gegoed weezen.”Men kan niet met zekerheid bepaalen hoe de beheering van deezen dijk, in vroegeren tijde geweest is; vóór den jaare 1650 schijnen er noch Dijkgraaf noch Hoogheemraaden geweest te zijn, daarna werd er door het Hof een’ Dijkgraaf aangesteld.Dijkgraaf en Hoogheemraaden, doen jaarlijks in de maand April, schouwing over den gantschen dijk: twee uit de Hoogheemraaden, welken hier toe, en tot alle gemeene voorvallende zaaken gemagtigd worden, hebben het bestuur om het gebreklijke te doen herstellen bij openbaare aanbesteedinge, aan de minst aanneemende, gelijk zij ook gelast worden, om nategaan dat alles behoorelijk gemaakt worde, ten welken einde een opzichter van den dijk is aangesteld, die dagelijks bij den arbeid tegenwoordig moet weezen: de gebreken van den dijk volgends het oordeel van gemagtigden in behoorelijke orde hersteld zijnde, wordt het volle Collegie beschreven om aan den dijk te komen, ten einde de gemaakte werken opteneemen, en verder te besluiten wat na tijds gelegenheid noodig geoordeeld mogt worden.Het Collegie van Heemraaden wordt teAmsteldambeschreven, tot het opneemen van de rekeningen en het sluiten van de boeken.Sedert ’s Lands Zeeweeringen van het zo zonderling als schadelijk, paalgewormte doorknaagd is geworden, heeft men[9]ongemeene moeite gedaan, om deezen dijk te versterken, door het aanbrengen van vreezelijk groote steenen aan de glojing of helling naar den zeekant toe; deeze versterking gaat van hetMuiderslotaf, tot aanMuiderbergtoe, het geen den dijk niet weinig verbeterd heeft, waarvan het gemelde schadelijk gewormte de aanleidende oorzaak mag genoemd worden, en derhalven heeft dat zogenaamd kwaad, waartegen in de tempelen zelfs smeekingen naar den Hemel gezonden werden, in dit geval, en in andere gevallen meer, tot een zegen verstrekt.Het bovengemelde Collegie heeft ook opzicht op de groote sluis, waarvan wij reeds gesproken hebben.Het Collegie van Commissarissen van het zandpad, tusschenAmsteldam, Muiden, Naarden, enWeesp, bestaande uit gedeputeerden van gemelde steden, hebben om de vier jaaren hunne zittingsbeurt teMuiden, tot het doen opneemen en sluiten van de boeken.BEZIGHEDEN.De Zoutkeeten, welken inMuidengevonden worden, maaken er veelal de nering en bronnen van bestaan uit; zij zijn drie in getal, naamlijk,De Paauw, Het Anker, enDe blaauwe Wereld, er woonen ook veele visschers, die hun werk maaken van bot, baars, snoek, enz. te vangen, ja zelfs somtijds haaring: deeze visch wordt meerendeels in de Zuiderzee gevangen, hoewel de bot en baars, welke vanMuidenkomt, bekend zij onder den naam vanY-botenY-baars—er worden inMuidenalle die handwerken en ambachten geoefend, welken in de zamenleeving onvermijdelijk zijn—de militie die er thans in guarnisoen ligt, brengt het steedjen mede eenige woelingen bij: de doorvaart, waarvan wij boven Bladz. 1. reeds spraken, behoort hier vooral gedacht te worden: dit jaar verstrekt ten voorbeelde van de bezigheid, welke daardoor veroorzaakt wordt, door dePruissische Magazijnen, die van overHamburg, Stettin, enz. totMuidenaangevoerd, en aldaar in Rhijnschepen overgeladen worden: dit gaf zulke eene aanmerkelijke[10]drokte, en grove winst voor allen die maar wilden werken, dat het niet vreemd was dat een gildewerker tot ƒ 30, in een’ week kon verdienen: dit zelfde geeft ook groot vertier bij bakkers, brouwers, en in de herbergen.Men vindt teMuidenook goede Scheepstimmerwerven, alwaar welëer van 100 tot 130 man plag te werken; dan sedert 1787 is deeze tak merkelijk verloopen.SCHUTTERIJ.Deeze bestaat in twee Compagniën, naamlijk hetBlaauweenOranjevendel, waarover de Drossaard Colonel is; de overige Officieren, zijn twee Capiteinen, twee Lieutenanten, twee Vendrigs, en zes Sergeanten: deezen vergaderen in bijzondere gelegenheden, „althans,” zegt onze geëerde correspondent „in deezen, meer dan ééns in een jaar.”GESCHIEDENISSEN.In den jaare 953 werdMuiden, door KeizerOtto den Eersten, aan de Kerke vanUtrechtin eigendom gegeven, het welk naderhand door KeizerOtto den Tweeden, in 975 geschiedde; zijnde deeze gift in den jaare 1171, door KeizerFredrik, nog nader bevestigd;Meer dan éénmaal heeftMuidenvoor den aanval van vijanden blootgestaan; en is zelfs door hen verbrand: in den jaare 1197, onderging het dit lot door deKennemers; weinige jaaren laater, naamlijk in 1204, werdMuidenin koolen gelegd, doorWouter van EgmondenAlbrecht van Banjaart, ten tijde der inlandsche beroerten inHollandtusschen GraafWillem, en GraaveLodewijk van Loon: dit onheil viel de stad en niet minder het slot andermaal te beurt in den jaare 1356, doorJan van Arkel, Bisschop vanUtrecht, toen hij met GraaveWillemin oorlog gewikkeld was: die vanUtrecht, in 1374 in twist geraakt zijnde metAalbrecht van Beiëren, over de betaaling van het[11]huis teVredeland, en over zekeren hoon daarbij geleden, beslooten hunne schaden te verhaalen door schatting te vorderen van eenigeHollandsche plaatsen, waaronder ookMuidenzig bevond; in het jaar 1507 werd deeze stad door HertogKarel van Gelderin brand gestoken, gelijk hij zig ook Meester van het slot maakte; doch bij den zoen tusschen de Hertog enKarel den Vyfden, toen Koning vanCastiliën, werd het slot zo wel als de stad zelve aan hem, als Graave vanHollandweder ingeruimd: de uitvoering van welke inruiming echter nog aanliep tot den jaare 1509: in deSpaanscheberoerten heeftMuidenlangen tijd de zijde des Konings gehouden, en des zelfs gelegenheid om hier doorAmsteldamenHaarlem, welken mede nochSpaanschgezindwaren, te benaauwen, ondernam HopmanDirk Sonoi, met goedvinden van den Prins vanOranje, in den jaare 1576, een aanslag te waagen om het voor de Staaten te bemagtigen; dat ten deele ook gelukte door het inneemen der stad die zeer schielijk vermeesterd werd; maar om het slot intekrijgen zag men geen kans zonder grof geschut, dat ontboden werd: intusschen kwamen deAmsteldammerste water, en eenig ander volk te lande zo schielijk aan, datSonoimoeite genoeg had om het geschut, volk, ja zelfs zijn eigen persoon aan boord te krijgen, en met verlies van twee honderd man,Muidenen de SchansDiemerdam, niet zonder verwijt van te hooren, dat hij het gevaar te groot gesteld en zelf de schrik onder zijne troupen gebragt had, te verlaaten: met den eersten dag des jaars 1577 gafMuidenzig bij verdrag over aan den Prins vanOranje: toen de Staaten vanHollandenZeelandzig ontsloegen van de Landvoogdije des Graaven vanLeicester, en PrinsMauritsals hun algemeenen Landvoogd aanstelden, veranderden zij tevens de bezettingen in verscheidene steden, met nieuw geworven Krijgsvolk; maar het duurde nog al een geruimen tijd aleer zij dien inMuidenkonden uitwerken, nadien den CapiteinJohan Bax, die er het gebiedvoerde, weigerde van het slot te verhuizen;waaruitmen kan begrijpen dat dit slot niet gering van kracht moet[12]geweest zijn:Leicesternoemde het daarom ookde toom van het groote paard; dat is vanAmsteldam.Toen in 1672 het land wegens den inval derFranschendoor een algemeenen schrik bevangen werd, werd deeze stad, hoe onweerbaar ten dien tijde, door hen niet bemagtigd; ofschoon zij zeer nabij haaren overgang was: want na datNaardenoverrompeld was, waren vijf Dragonders stout genoeg om eenige vlugtelingen tot binnenMuidente vervolgen, ’t welk, wel verre dat die stoutheid henzelven ten nadeele zoude verstrekt hebben, die vanMuidenin tegendeel zo verschrikt maakten, dat zij terstond Gemagtigden tot een verdrag afzonden: terwijl deezen tot het volbrengen van hunnen last afwezig waren, had PrinsMauritsvanNassau, teMuidenpost gevat, met voorneemen om de stad te verdedigen, het geen de Afgevaardigden, toen zij terug keerden, onder het vrijgeleiden van drie honderdFranschenter dood deed verschrikken; zij dorsten niet nader komen uit vrees voor de ongenade van den dapperenMaurits, en aan den anderen kant vreesden zij van door deFranschengehouden te zullen worden, tot men de geslotene overeenkomst voldaan zoude hebben; het geen deFranschennu te zekerder zouden vorderen, nu zij zagen datMauritsvoorneemens was de stad te verdedigen: dit was zekerlijk een hachelijke omstandigheid voor hen; echter werden zij daar uit gered door denFranschenPredikant teNaarden,Jean Louis Grouwels, wiens voorspraak bij deFranschenzo veel ten wege bragt dat deeze het gemaakte verdrag vernietigden, waardoorMuidenderhalven nog aan de zijden der Staaten bleef, hoewel zulks niet lange ongestoordduurde, want ten volgenden jaare, 1673, deedCondéer weder eenen aanslag op, hoewel al mede vruchtloos; men ging hem met het water te keer, waarom hij het zelve poogde aftetappen; doch niet genoeg kundig zijnde van de gesteltenis des Lands, moest hij zijn oogmerk laaten vaaren.In de daarop volgende honderd jaaren, verschijntMuiden[13]niet op het staatstooneel; doch in onze jongstledenen troubelen heeft het al mede zijn deel gehad, ’t geen als een voormuur, of sterkte vanAmsteldam, om welke hoofdstad het voornaamlijk te doen was, onmogelijk anders heeft kunnen weezen: desaangaande hebben wij van een waardige hand het volgende ontvangen.Na datMuidenbij het trekken van hetHollands Cordon, circa een jaar, eerst door het tweede, daarna door het eerste batt. vanDundasbezet, en deszelfs fortificatien eenigzins in staat van defensie gebragt waren, kwamen bij deezen militaire bezetting een detachement vanAmsteldamsche Burgers, circa 300 man sterk, aldaar in bezetting die alle twee weeken wierden afgelost: in ’t laatste van Augustus 1787, kwam eendetachementvan 18 Kanoniers, met twee Officieren vanAmsteldam, weinig dagen daarna het corps vanMeyering, toen circa 20 sterk, ’t welk inMuidentot bij of over de 200 gebragt wierd, nog een detachement Kanoniers sterk als boven; na het overgaan vanUtrechten andere steden, aan dePruissen, kwamen veel defferente bataillons en detachementen, als Waardgelders,Utrechtsche Garde, VriesscheenGeldersche Brigadiersch, Fransche Artilleriste, enz. tot het getal zo men zeide 2100 man sterk wierd.Het eerste tooneel dat eenigzins aanmerklijk was, was behalven den toestel, het in den eed nemen van de militaire Officieren: door twee gecommitteerde uit het defensieweezen vanWoerden, deeze Heeren geleid wordende door den GeneraalVan Ryssel; engeëxcorteerddoor een detachement Dragonders, reden teMuidenin den doelen op; requirerende de militaire Officieren voor zig, en stelden haar den eed voor, die door alle (exept den Capitein CommandantNicolson,) werd geweigerd, en ontvingen hunne demissie.De nacht na deezen dag, werdMuidendoor eenigen onverlaaten, die zig onder deAmsteldamsche Burgerijmengden, met eenig ongeval gedreigd, ’t welk wel voorgekomen werd; hoewel er naderhand nog onzinnigheid gepleegd is.Eindelijk kwam dien noodlottigen nacht tusschen den 26 en 27 September: den 26 in de achtermiddag, werd er een begin[14]gemaakt met plunderen, bij BurgemeesterAbraham van der Spar, dan dit werd, en wel voornamentlijk door tusschenkomst van eeneHersman, Officier bij het corps vanMeyering, nog gelukkig in deszelfs begin gestut, en dat huis bezet en bewaard; dog des avonds om 11 uuren, ging men veel sterker aan ’t woelen, die troep zo men zeide, 15 à 16 man sterk, wilde plunderen, het koste wat het wilde, zij hadden in de Bank van Leening de glazen ingeslagen, en kwamen met een woest geschreeuw, dat haar troep grooter deed schijnen dan ze in der daad was, en ook wezenlijk grootermaakte, om dat zij die er ook lust toe hadden er zig bij voegden, de brug over, hier werden zij wel door den Officier van de wacht, die tot deGeldersche Brigadebehoorde met nog een Officier tegengegaan; maar dreigen hielp zo weinig als goede woorden: daar moest en zou geplunderd worden, zij drongen door, sloegen over de wacht eenige huizen de glazen in stukken, toen ze hier mede bij den Bakker op den hoek over de wacht bezig waren, kwam eenige huizen van daar een kogel van tusschen de pannen, die men nooit recht geweten heeft van wien; trof een man in den onderbuik, dat er de dood op volgde; eeneenvoudigman, een schoenmaker, werd van deeze daad beschuldigd, maar behalven dat die man zo eenvoudig was, dat hij geen geweer zoude hebben durven afschieten, woonde hij ook te verre om het te kunnen doen: evenwel dit huis werd in die diep woeste drift geplonderd, (woeste drift moet men het noemen, en geen partijsche, want het huis van een zeer bekende Prinsgezinden werd gespaard, terwijl bij zijn twee buuren, waar van ten minsten een voor Patriottisch bekend stond, niet alleen de glazen ingeslagen, maar ook verscheide kogels door het huis gejaagdwierden;) de man met zijn huisgezin meende achter door de tuin uittevluchten, maar werd door een kogel in ’t beengekwetst, en viel; toen wierden zij door een troep raazenden overvallen; de man werd getrapt, geslaagen, en na de hoofdwacht gesleept, alwaar hij in den morgen van den tweden dag aan zijn bekomen wonden overleed, de vrouw had zich losgeworsteld niet zonder deerlijk gehavend te zijn; men hoorde in dit tumult na gissing wel 400 snaphaanschooten, door partijen elkander toegezonden, want er was onder het guarnizoen zo wel militair als burgers, een zeer groote partij die zich tegen het plunderen verzette, de kogels snorden van rondsom, en in den morgen telde men tot 26gekwetsten, behalven die zich uit het oog hielden:Mattadeed zijn Dragonders optrekken, en in den hoop inrukken om dezelve uit elkander te drijven, het corps vanMeyering, zo verre het gewapend was, deed onder aanvoering vanHersman, ook hun best, dan het ging zo gemaklijk niet of een Dragonder werd aan het hoofd[15]gekwetst,Hersmanwerd door een kogel zijn rechter lok aan het hoofd weggenomen, enMattakreeg een kogel door de hoed: den dag daar aan volgende, kwam eenPruissischOfficierde stad sommeere, deeze werd geblind na het kwartier vanMattageleid, ’t welk elf maal hervat is: die achtermiddag kwam er bevel om uittemarcheeren.Den 1 October, werd men inMuidendoor het losbranden van het kanon, ’s morgens circa half vijf uuren gewekt: men zag dePruissische granatendoor de lucht snorren: een viel enbarsttenop straat, sloeg vier der digst bij staande huizen bijna alle de glazen in stukken, en maakte nog eenige andere schaden; een viel in een bed dat in een kribbe op een solder lag, waaronder twaalf menschen zaten koffij te drinken, sloeg bed en kribbe uit elkander, en het dak in den brand, doch dit werd schielijk geblust; een viel bij de Emeritus PredikantJoosten, door het dak; maarbarsttetusschen dak en vliering; op verscheide plaatsen vielen nog anderen, aan de kant vanWeesp, was men ook niet stil, met een vijfde schot werd een wiel van een der Pruische wagens weggeschooten, en circa negen uuren trof eenMuiderkogel, een Houbitser juist in zijn gapende mond, terwijl hij geladen was, enbarstte.EenigePruissische Dragondersvan de kant vanNaarden, dagten uit het bijderzijds ophouden van schieten, datMuidenhet hadde opgegeven, en naderde tot digt bij de poort; dit wierd gezien en hun eenige kogels toegezonden: een van dezelve trof een Wagtmeester, scheide zijn been even beneden de heup, bijna van het lichaam, en doode zijn paart: de anderenzettedenhet spoorslaags op ’t loopen, en men haalde terstond dengewetstenna binnen, scheidde het been vervolgens geheel van het lighaam, en deed wat men kon, maar de man overleed aan zijn wonden: ondertusschen had dat over en weder schieten vooral ook dePruissische Houbitserszodanig de schrik in het hart van den burger gebragt, dat een menigte huis en haven verlatende, tot vijf zeer vol geladen schepenMuidenvaarwel zeiden en naDurgerdamoverstaken, intusschen kwam nog een Battaillon van deAmsteldamsche Soldaatenbinnen;Muidenwierd weder opgeëischt,MattaeischtedaarentegenNaardenenWeespop, enMuidenwierd op den 8 October bij verdrag overgegeven, het BattaillonPruissische Grenadiers, dat bezit van de stad nam, verbleef aldaar drie dagen kreeg toen patent na deDiemermeer, en vertrok terstond, het wierd vervangen van een Battaillon vanOrange Nassau, dit bleef drie weeken en wierd toen afgelost, door hetBattaillonGrenadiers vanRomberg, die 26 weeken bezet bleeven houden, dus de winter[16]over, intusschen was ieder weder na zijn huis gekeerd, en thans leeft men stiller: eenige Casteleins die zeer geleden hadden, kregen ƒ 50: den burger van ƒ 20: tot ƒ 12: gulden, zoogenaamde schadevergoeding.BIJZONDERHEDEN.De Kerk en verdere gebouwen boven gemeld, komen hier weder in de eerste plaats, en onder dezelven wel voornaamlijk het slot: voor een geringen penning kan het zelve van onderen tot boven bezichtigd worden; en die de Vaderlandsche Historie slechts ingezien heeft zal moeten lagchen over het bloed van GraafFloris, ’t welk men nog op den houten vloer ziet, en dat er, miraculeuslijk! nooit afgaat, ja er zelfs weêr op komt als de vloer vermaakt word: men vertelt dan daarbij datFlorisin die zelfde kamer waarin zijn bloed nog zit, doorVan Velzenvermoord is, schoon de historiën leeren dat hij in de open lucht omgebragt is geworden: ’t is intusschen waar dat zij die hem opgeligt hadden om hem naarEngelandovertevoeren, hem op dat slot gebragt hebben; de kamer of het gat, waarin men hem tot den naderen aftogt smeet, word ook nog aangeweezen: een onzer dichters schijnt den grouwzaamen moord mede op het slot te plaatsen, daar hij zegt:Maar aan den oosterkant, verheft zig ’t MuiderslotBefaamd doorFlorisdood, hier van zijn kroon geknot,ToenVelzen, heet op wraak, met zijne vloekgenooten,Den Graaf, zijn’ wettig vorst, den dolk in ’t hart dorst stootenEn Gooiland verwen met het bloed van zijn Heer,Dat wraak riep, daagende heel Holland in ’t geweer.De gevangenis vanVan Velzen, is allerakeligst: in de andere gevangenis leeze men de onderscheidene versjens, als andere inscripties, welken door de gevangenen aldaar geplaatst zijn; men vindt in de onderscheidene kamers nog verscheidene dingen waarvan de vertellingen geloofd moeten worden.De Steen en beugel, waarvan wij Bladz. 6 spraken, moeten vooral ook gezocht worden.LOGEMENTEN.HetHof van Holland.DeDoelen.DeBruinvisch.DeGooische boer.en eenigen anderen van minderen rang.De drie eerstgemelde zijn ook Uitspanningen.REISGELEGENHEDENDeezen zijn dezelfde als die vanNaarden, zie ook ons blad over die stad.[1]

De stad MuidenDe stad MuidenMUIDEN, dat in ’s Lands historie,Steeds met lofspraak wordt gedacht,Wordt om zyne sterkte en ligging,Om zyn grysheid hoog geacht:’t Slot, door eeuwen heen gespaard,Is door kunst en wraak vermaard.DESTADMUIDEN.

De stad MuidenDe stad MuidenMUIDEN, dat in ’s Lands historie,Steeds met lofspraak wordt gedacht,Wordt om zyne sterkte en ligging,Om zyn grysheid hoog geacht:’t Slot, door eeuwen heen gespaard,Is door kunst en wraak vermaard.

De stad Muiden

MUIDEN, dat in ’s Lands historie,Steeds met lofspraak wordt gedacht,Wordt om zyne sterkte en ligging,Om zyn grysheid hoog geacht:’t Slot, door eeuwen heen gespaard,Is door kunst en wraak vermaard.

MUIDEN, dat in ’s Lands historie,Steeds met lofspraak wordt gedacht,Wordt om zyne sterkte en ligging,Om zyn grysheid hoog geacht:’t Slot, door eeuwen heen gespaard,Is door kunst en wraak vermaard.

MUIDEN, dat in ’s Lands historie,Steeds met lofspraak wordt gedacht,Wordt om zyne sterkte en ligging,Om zyn grysheid hoog geacht:’t Slot, door eeuwen heen gespaard,Is door kunst en wraak vermaard.

MUIDEN, dat in ’s Lands historie,

Steeds met lofspraak wordt gedacht,

Wordt om zyne sterkte en ligging,

Om zyn grysheid hoog geacht:

’t Slot, door eeuwen heen gespaard,

Is door kunst en wraak vermaard.

Onder de Vaderlandsche Steden verdient inzonderheid het grijzeMuiden, groote onderscheiding, zo wegens deszelfs aloudheid als voornaame rol, waarmede ’t op het tooneel van Nederland door de Voorzienigheid bedeeld is geworden: onze volgende aantekeningen zullen zulks voldoende bewijzen.Volgends onze aangenomene orde, moeten wij eerst spreeken van deLIGGING.Deeze is aan de Zuiderzee, ruim twee uuren vanAmsteldam, ruim anderhalf uur vanNaardenen een groot half uur ten zuiden vanWeesp: de aangenaame rivier deVechtloopt door de stad, die door derzelve in twee deelen gescheiden wordt; doch welke deelen weder door een brug, (een tolbrug,) vereenigd worden: naast deeze brug ligt een zeer zwaare schutsluis, door middel van welke het vechtwater van de zee wordt afgescheiden, en welke sluis voor eene der sterkten vanHollandgehouden mag worden, alzo men door het openen van dezelve het platte land in den omtrek onder water kan zetten: ter plaatse alwaar deeze sluis ligt lag tot den jaare 1674, een dam, deHinderdamgenaamd: deeze watergelegenheid vanMuiden, brengt niet weinig toe tot den bloei van het plaatsjen; alzo alle de schepen die dóórUtrechtdenRhijnmoeten bevaaren, en te groot zijn om door deNieuwersluis, of doorWeespte schutten, hier passeeren; onder deezen zijn deKeulsche aakenwel de voornaamsten:[2]deeze sluis wordt jaarlijks voor omtrent veertien of vijftien honderd guldens verpacht: de veele rijtuigen welken naNaardenen hetGooilanddoorMuidenpasseeren, geeven in het steedjen mede geene geringe levendigheid: de stad is aan den zeekant beveiligd door een dijk, zig strekkende van de uitwatering van deVechtin deZuiderzeeaf, tot aanMuiderberg, en van daar totNaardentoe.NAAMSOORSPRONG.Deeze wordt gevonden in de ligging der stad, zijnde, gelijk boven gezegd is, aan de Zuiderzee, bepaaldlijk ter plaatse alwaar de mond van deVechtis: het woordMondnu, was weleerMuden, zijnde door klankverbastering inMuidenveranderd; de oude naamAmuden, zegt men, bevestigt zulks nog nader; het eerste gedeelte deezes zamengestelden woords,Aanaamlijk, betekende toen, gelijk nog, een rivier, waarvan deMondmede ter deezer plaatse is: in oude geschriften komt het steedjen dikwerf voor onder den gezegden naam vanAmuden.STICHTING GROOTTEENSTERKTE.WanneerMuidengesticht zij, is niet te bepaalen, alzo het van een visschers dorp of vlek, tot den rang der steden verheven is: onbetwistbaar is het intusschen dat men deeze stad den toenaam vangrijsofoudmag geeven; want in den jaare 953 wordt reeds van dezelve gewaagd.Wat de grootte betreft, vòòr den jaare 1632 vinden wij er 146 huizen voor aangetekend; en honderd jaaren laater, telde men er 205; anderen geeven er negen minder op, naamlijk slechts 196: de verpondingen welken dezelven opbrengen, beloopen weinig meer dan zeven honderd guldens.Behalven wegens de gemelde groote sluis, isMuidenonder de sterke steden vanNederlandte plaatsen: het heeft drie van boven open poorten; behalven de zogenaamdeSortiepoortenvan het beruchte slot, ’t welke aldaar gevonden wordt, (hier van nader;) de vestingwerken[3]der stad zijn zodanig dat men dezelve weerbaar mag noemen, en weleer wilde men datMuiden, behoorelijk versterkt, en met tweeduizend man bezet,geen hond in of uit de stad zoude kunnen komen: in den beginne der zestiende eeuw, getuigt men, hadMuidennoch poorten noch muuren; daarna heeft het beiden gekregen, en van tijd tot tijd is het noodig bevonden om ’t steedjen te versterken, en de versterking te verbeteren, vooral ook het slot: in 1629, toen deSpanjaardenin deVeluwestroopten, was men desaangaande met ernst bedacht, echter is tot de daad zelve geen besluit genomen; in onze jongstledene troublen, toen menig dapper patriot naarMuidengetrokken is, om zijn hoofd voor de zaak, die toen van dien kant gedreven werd, ten pande te stellen, is het steedjen in volkomenen staat van tegenweer gebragt, schoon het zig aan dePruissenheeft moeten overgeeven.’TWAPENIs een blaauw veld, met een zilveren dwarsbalk er door.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.Hier omtrent is in de eerste plaats de Kerk te noemen: verscheidene schrijvers willen dat zij de oudste van geheelHollandzij; intusschen heeft zij niets bijzonders, ten ware men als eene bijzonderheid wilde aanmerken, dat zij, gelijk ook haaren dikken en laagen toren geheel van duifsteen opgemetzeld is: van binnen is zij voorzien van een zeer goed orgel: de gemeente aldaar, ruim 300 leden sterk, wordt bediend door twee Predikanten, behoorende onder de Classe vanAmsteldam: vóór den jaare 1632, hadMuidenmaar één’ Predikant.DeRoomschenhebben ter deezer stede mede eene statie, welke bediend wordt door één’ wereldsch Priester.Voords is er een Weeshuis, zijnde het gewezeneCatharijneklooster, dat door Nonnen bewoond werd: het bestuur over dit huis is toebetrouwd aan twee Vaders, en even zo veele moeders[4]—weleer was er nog een overblijfsel van de Kloosterkerk te bezichtigen; doch hetzelve nu geheel nutloos geworden, is tot een pakhuis herbouwd.Onder deWERELDLIJKE GEBOUWEN.Behoort het slot, boven reeds genoemd, zijnde hetzelve zonder tegenspraak het voornaamste gebouw der stad, gelijk het ook voor een der voornaamste gebouwen vanHollandmag gehouden worden:Melis Stoke, verhaalt ons dat het gesticht is door GraafFloris den Vijfden, het rampzalig slagtoffer der vroege staatsverschillen, waardoor Nederland reeds in zijn begin geschokt is geworden, en die van tijd tot tijd door anderen vervangen zijn, ja zelfs tot op den tijd dien wij beleefd hebben, nog voordduurden, en gave God dat zij nog heden geheel gesmoord waren!—de tijd der stichting van het slot stelt men te zijn omtrent den jaare 1290.Het zwaare gebouw rust op sterke gewelven, is rondsom met een gracht omvangen, en pronkt van buiten, met vier stevige ronde torens, een van welken voor eene gevangenis van misdadigers, of gyzelplaats voor minschuldigen gebruikt wordt: ’t heeft ook een sterke poort, een ruim binnenplein, en veele vertrekken, waaronder die vrij aanzienlijk zijn; (zie nader van dit slot onder het artijkel der bijzonderheden vanMuiden:) oudtijds hadden de Drossaarden vanMuidenop dit slot hun verblijf, waardoor zij den naam van Castelein verkregen hebben, doch zij zijn tegenwoordig niet verpligt er op te woonen, gelijk zij het dan ook meest voor een zomerverblijf houden: het wordt bewaard door een burgerman met zijn huishouden; dat des zomers aanmerkelijk voordeel trekt uit de giften der vreemdelingen, en inborelingen, onder welken laatsten voornaamlijk deAmsteldammerste tellen zijn, welken het slot komen bezichtigen.„Vóór de laatste verbeteringen der vestingwerken,” leezen[5]wij desaangaande verder: „waren de aardene wallen van dit kasteel of slot, met twee reien boomen beplant, die toen werden uitgerooid, gelijk mede voor het grootst gedeelte de tuinen, doch naderhand zijn de wallen weder beplant geworden.”Voor de brug van het slot is eenCorps-de-gardegebouwd.Veel deels heeft dit beroemde gebouw in de lotgevallen van Nederland gehad; voornaamlijk, en dit spreekt van zelf, voor zo verre de stadMuidenzelve betreft: bijzonderlijk is het door deKennemers, die opgekomen waren om den dood van GraafFloris den Vyfdente wreeken, belegerd, en ook in hunne handen gevallen.Zeer beroemd is dit gebouw geworden door de schriften van den onvergelijkelijken Drost,P. C. Hooft, die hij op hetzelve vervaardigd heeft.Het Stadhuis is zekerlijk dien naam naauwlijks waardig; het is echter voorzien van een torentjen, maar zeer klein: in hetzelve hangt een klokjen, ’t welk bij het afleezen van vonnissen of openbaare afkondigingen geluid wordt; voor het gebouw staat een uitstek of soort van balcon, met een hek er rondom; het pronkt tevens met het beeld der Gerechtigheid, tusschen twee leeuwen, houdende het wapen der stad, en dat vanHolland—anderen willen dat de twee leeuwen, twee meerminnen zijn, tot plaatsing van welken aanleiding zoude gegeven hebben, het vangen van zulk een wezen, door de visschers vanMuiden, wanneer, wordt niet gezegd: deeze Meermin zoude als eene Waterprofetesse gezegd hebben:Muden zal Muden bliven, Muden sal noit becliven: als er eenig ongeval in de stad ontstaat, wordt deeze Prophetie door de inwooners nog wel eens herdacht, en herhaald.Onder de Wereldlijke Gebouwen vanMuidenbehoort ook de Waag, ofschoon dezelve almede niet veel vertoning maakt,[6]en bijna van geheel geen gebruik is: zij staat benevens de sluis, en dient ook tot een wachthuis voor de burgerij.VOORRECHTEN.HeeftMuidenniet veel; wèl heeft het steedjen ’t recht dat de schelvisch, (die voorheen aldaar plagt afgeslagen te worden, doch ’t welk nu niet meer geschiedt,) er twee uuren moet blijven liggen, eer zij vervoerd mag worden; ook is een burger vanMuidenteUtrechtniet aristabel.REGEERING.Deeze vinden wij dus beschreven.„De Regeering der stedeMuidenbestaat uit den Drossaart, die eenen stedehouder heeft, welke door hem gekozen wordt, en tevens Officier der stad is; wijders uit den Schout, twee Burgemeesteren en vijf Schepenen, drie Weesmeesters en één Armmeester, welken een’ Secretaris is toegevoegd: de Drossaart wordt door de Staaten vanHollandenWestfrieslandaangesteld: het doen van den eed door deezen, werd oudtijds met eene bijzondere plechtigheid verricht: de verkorene Drossaart kwam teMuidenaan de brug, bij rijzende zonne onder den blaauwen hemel, zettede zijn rechter voet in een beugel aan een grooten witten steen vastgemaakt, en zwoer, ten overstaan van gemagtigden vanMuiden,Naarden, en de dorpen vanGooiland, Weesp, enWeesperkerspel, in handen van voorzittende Burgemeesteren vanMuiden,NaardenenWeesp, met opzicht tot ieder van zijne bijzondere waardigheden; beloofde de Staaten vanHollandenWestfrieslandgehouw en getrouw te zullen zijn; het kasteel tot eer en dienst derzelven te bewaaren; de Steden en Dorpen, ieder in het hunne niet te verhinderen in hunne Voorrechten,[7]handvesten, vaststellingen, en gewoonten; maar hen daarin te sterken, stijven, en handhaven; den Godsdienst, zo als die tegenwoordig geoefend wordt, mede te oefenen; Weduwen en Weezen, en andere elendigen, onder zijn rechtsgebied behulpzaam te zullen zijn, en in hun goed recht te beschermen, en voords in het algemeen te doen, dat een goed vroom kastelein vanMuidenen Bailluw vanGooiland, behoort en schuldig is te houden en te doen: deeze plechtigheid,” voegt de schrijver wiens geleide wij in deezen volgen, er bij, „is ten aanzien der twee laatste Drossaarden niet geschied; doch de steen en de beugel wordt nog op de aangewezen plaats gezien:”De Drossaard is tevens Colonel over de Schutterij.„Burgemeesteren worden jaarlijks op den 2 Februarij, door Schepenen verkozen: Schepenen plagten van ouds zonder nominatie verkoren te worden; zo lang er geene stadhouderlijke regeering was,” gelijk men het noemt, „is door Schepenen en Burgemeesteren eene nominatie van tien persoonen gemaakt, en aan de Staaten vanHollandenWestfriesland, overgeleverd, om er vijf Schepenen uittekiezen; onder de stadhouderlijke regeering, levert de Drost de nominatie over aan den Stadhouder: de vijf Schepenen kiezen de nieuwe Burgemeesteren, en deeze gezamentlijk de Weesmeesteren, en de Armmeester, welke voor dat jaar de dertien Leden der Vroedschap uitmaaken; alle de Collegiën worden door denzelfden Secretaris bediend, die door de Staaten vanHollandenWestfrieslandis aangesteld.”Wat het opzicht over den zwaaren zeedijk, waarvan wij boven spraken, betreft: dezelve staat volgends resolutie van de Staaten vanHollandenWestfriesland, dato 7 Mei 1678, aan een Collegie van Dijkgraaf en zeven Hoogheemraaden met hunnen bijgevoegden Secretaris: de Dijkgraaf is de Drost in[8]der tijd; drie van de Hoogheemraaden worden gemagtigd door de steden,Amsteldam, MuidenenNaarden, en één door de Schout en Schepenen vanWeesper-kerspel: deeze vier Hoog-Heemraaden, benevens de Dijkgraaf kiezen de overigen, te weeten uitMuiden, Naarden, enWeesp, ofWeesperban, ieder één: de Secretaris wordt door het gezamentlijke Collegie aangesteld: „Dijkgraaf en Hoogheemraaden,” leezen wij, „moeten in den ring van deezen dijk, voor zesduizend guldens, of twaalf morgen lands gegoed weezen.”Men kan niet met zekerheid bepaalen hoe de beheering van deezen dijk, in vroegeren tijde geweest is; vóór den jaare 1650 schijnen er noch Dijkgraaf noch Hoogheemraaden geweest te zijn, daarna werd er door het Hof een’ Dijkgraaf aangesteld.Dijkgraaf en Hoogheemraaden, doen jaarlijks in de maand April, schouwing over den gantschen dijk: twee uit de Hoogheemraaden, welken hier toe, en tot alle gemeene voorvallende zaaken gemagtigd worden, hebben het bestuur om het gebreklijke te doen herstellen bij openbaare aanbesteedinge, aan de minst aanneemende, gelijk zij ook gelast worden, om nategaan dat alles behoorelijk gemaakt worde, ten welken einde een opzichter van den dijk is aangesteld, die dagelijks bij den arbeid tegenwoordig moet weezen: de gebreken van den dijk volgends het oordeel van gemagtigden in behoorelijke orde hersteld zijnde, wordt het volle Collegie beschreven om aan den dijk te komen, ten einde de gemaakte werken opteneemen, en verder te besluiten wat na tijds gelegenheid noodig geoordeeld mogt worden.Het Collegie van Heemraaden wordt teAmsteldambeschreven, tot het opneemen van de rekeningen en het sluiten van de boeken.Sedert ’s Lands Zeeweeringen van het zo zonderling als schadelijk, paalgewormte doorknaagd is geworden, heeft men[9]ongemeene moeite gedaan, om deezen dijk te versterken, door het aanbrengen van vreezelijk groote steenen aan de glojing of helling naar den zeekant toe; deeze versterking gaat van hetMuiderslotaf, tot aanMuiderbergtoe, het geen den dijk niet weinig verbeterd heeft, waarvan het gemelde schadelijk gewormte de aanleidende oorzaak mag genoemd worden, en derhalven heeft dat zogenaamd kwaad, waartegen in de tempelen zelfs smeekingen naar den Hemel gezonden werden, in dit geval, en in andere gevallen meer, tot een zegen verstrekt.Het bovengemelde Collegie heeft ook opzicht op de groote sluis, waarvan wij reeds gesproken hebben.Het Collegie van Commissarissen van het zandpad, tusschenAmsteldam, Muiden, Naarden, enWeesp, bestaande uit gedeputeerden van gemelde steden, hebben om de vier jaaren hunne zittingsbeurt teMuiden, tot het doen opneemen en sluiten van de boeken.BEZIGHEDEN.De Zoutkeeten, welken inMuidengevonden worden, maaken er veelal de nering en bronnen van bestaan uit; zij zijn drie in getal, naamlijk,De Paauw, Het Anker, enDe blaauwe Wereld, er woonen ook veele visschers, die hun werk maaken van bot, baars, snoek, enz. te vangen, ja zelfs somtijds haaring: deeze visch wordt meerendeels in de Zuiderzee gevangen, hoewel de bot en baars, welke vanMuidenkomt, bekend zij onder den naam vanY-botenY-baars—er worden inMuidenalle die handwerken en ambachten geoefend, welken in de zamenleeving onvermijdelijk zijn—de militie die er thans in guarnisoen ligt, brengt het steedjen mede eenige woelingen bij: de doorvaart, waarvan wij boven Bladz. 1. reeds spraken, behoort hier vooral gedacht te worden: dit jaar verstrekt ten voorbeelde van de bezigheid, welke daardoor veroorzaakt wordt, door dePruissische Magazijnen, die van overHamburg, Stettin, enz. totMuidenaangevoerd, en aldaar in Rhijnschepen overgeladen worden: dit gaf zulke eene aanmerkelijke[10]drokte, en grove winst voor allen die maar wilden werken, dat het niet vreemd was dat een gildewerker tot ƒ 30, in een’ week kon verdienen: dit zelfde geeft ook groot vertier bij bakkers, brouwers, en in de herbergen.Men vindt teMuidenook goede Scheepstimmerwerven, alwaar welëer van 100 tot 130 man plag te werken; dan sedert 1787 is deeze tak merkelijk verloopen.SCHUTTERIJ.Deeze bestaat in twee Compagniën, naamlijk hetBlaauweenOranjevendel, waarover de Drossaard Colonel is; de overige Officieren, zijn twee Capiteinen, twee Lieutenanten, twee Vendrigs, en zes Sergeanten: deezen vergaderen in bijzondere gelegenheden, „althans,” zegt onze geëerde correspondent „in deezen, meer dan ééns in een jaar.”GESCHIEDENISSEN.In den jaare 953 werdMuiden, door KeizerOtto den Eersten, aan de Kerke vanUtrechtin eigendom gegeven, het welk naderhand door KeizerOtto den Tweeden, in 975 geschiedde; zijnde deeze gift in den jaare 1171, door KeizerFredrik, nog nader bevestigd;Meer dan éénmaal heeftMuidenvoor den aanval van vijanden blootgestaan; en is zelfs door hen verbrand: in den jaare 1197, onderging het dit lot door deKennemers; weinige jaaren laater, naamlijk in 1204, werdMuidenin koolen gelegd, doorWouter van EgmondenAlbrecht van Banjaart, ten tijde der inlandsche beroerten inHollandtusschen GraafWillem, en GraaveLodewijk van Loon: dit onheil viel de stad en niet minder het slot andermaal te beurt in den jaare 1356, doorJan van Arkel, Bisschop vanUtrecht, toen hij met GraaveWillemin oorlog gewikkeld was: die vanUtrecht, in 1374 in twist geraakt zijnde metAalbrecht van Beiëren, over de betaaling van het[11]huis teVredeland, en over zekeren hoon daarbij geleden, beslooten hunne schaden te verhaalen door schatting te vorderen van eenigeHollandsche plaatsen, waaronder ookMuidenzig bevond; in het jaar 1507 werd deeze stad door HertogKarel van Gelderin brand gestoken, gelijk hij zig ook Meester van het slot maakte; doch bij den zoen tusschen de Hertog enKarel den Vyfden, toen Koning vanCastiliën, werd het slot zo wel als de stad zelve aan hem, als Graave vanHollandweder ingeruimd: de uitvoering van welke inruiming echter nog aanliep tot den jaare 1509: in deSpaanscheberoerten heeftMuidenlangen tijd de zijde des Konings gehouden, en des zelfs gelegenheid om hier doorAmsteldamenHaarlem, welken mede nochSpaanschgezindwaren, te benaauwen, ondernam HopmanDirk Sonoi, met goedvinden van den Prins vanOranje, in den jaare 1576, een aanslag te waagen om het voor de Staaten te bemagtigen; dat ten deele ook gelukte door het inneemen der stad die zeer schielijk vermeesterd werd; maar om het slot intekrijgen zag men geen kans zonder grof geschut, dat ontboden werd: intusschen kwamen deAmsteldammerste water, en eenig ander volk te lande zo schielijk aan, datSonoimoeite genoeg had om het geschut, volk, ja zelfs zijn eigen persoon aan boord te krijgen, en met verlies van twee honderd man,Muidenen de SchansDiemerdam, niet zonder verwijt van te hooren, dat hij het gevaar te groot gesteld en zelf de schrik onder zijne troupen gebragt had, te verlaaten: met den eersten dag des jaars 1577 gafMuidenzig bij verdrag over aan den Prins vanOranje: toen de Staaten vanHollandenZeelandzig ontsloegen van de Landvoogdije des Graaven vanLeicester, en PrinsMauritsals hun algemeenen Landvoogd aanstelden, veranderden zij tevens de bezettingen in verscheidene steden, met nieuw geworven Krijgsvolk; maar het duurde nog al een geruimen tijd aleer zij dien inMuidenkonden uitwerken, nadien den CapiteinJohan Bax, die er het gebiedvoerde, weigerde van het slot te verhuizen;waaruitmen kan begrijpen dat dit slot niet gering van kracht moet[12]geweest zijn:Leicesternoemde het daarom ookde toom van het groote paard; dat is vanAmsteldam.Toen in 1672 het land wegens den inval derFranschendoor een algemeenen schrik bevangen werd, werd deeze stad, hoe onweerbaar ten dien tijde, door hen niet bemagtigd; ofschoon zij zeer nabij haaren overgang was: want na datNaardenoverrompeld was, waren vijf Dragonders stout genoeg om eenige vlugtelingen tot binnenMuidente vervolgen, ’t welk, wel verre dat die stoutheid henzelven ten nadeele zoude verstrekt hebben, die vanMuidenin tegendeel zo verschrikt maakten, dat zij terstond Gemagtigden tot een verdrag afzonden: terwijl deezen tot het volbrengen van hunnen last afwezig waren, had PrinsMauritsvanNassau, teMuidenpost gevat, met voorneemen om de stad te verdedigen, het geen de Afgevaardigden, toen zij terug keerden, onder het vrijgeleiden van drie honderdFranschenter dood deed verschrikken; zij dorsten niet nader komen uit vrees voor de ongenade van den dapperenMaurits, en aan den anderen kant vreesden zij van door deFranschengehouden te zullen worden, tot men de geslotene overeenkomst voldaan zoude hebben; het geen deFranschennu te zekerder zouden vorderen, nu zij zagen datMauritsvoorneemens was de stad te verdedigen: dit was zekerlijk een hachelijke omstandigheid voor hen; echter werden zij daar uit gered door denFranschenPredikant teNaarden,Jean Louis Grouwels, wiens voorspraak bij deFranschenzo veel ten wege bragt dat deeze het gemaakte verdrag vernietigden, waardoorMuidenderhalven nog aan de zijden der Staaten bleef, hoewel zulks niet lange ongestoordduurde, want ten volgenden jaare, 1673, deedCondéer weder eenen aanslag op, hoewel al mede vruchtloos; men ging hem met het water te keer, waarom hij het zelve poogde aftetappen; doch niet genoeg kundig zijnde van de gesteltenis des Lands, moest hij zijn oogmerk laaten vaaren.In de daarop volgende honderd jaaren, verschijntMuiden[13]niet op het staatstooneel; doch in onze jongstledenen troubelen heeft het al mede zijn deel gehad, ’t geen als een voormuur, of sterkte vanAmsteldam, om welke hoofdstad het voornaamlijk te doen was, onmogelijk anders heeft kunnen weezen: desaangaande hebben wij van een waardige hand het volgende ontvangen.Na datMuidenbij het trekken van hetHollands Cordon, circa een jaar, eerst door het tweede, daarna door het eerste batt. vanDundasbezet, en deszelfs fortificatien eenigzins in staat van defensie gebragt waren, kwamen bij deezen militaire bezetting een detachement vanAmsteldamsche Burgers, circa 300 man sterk, aldaar in bezetting die alle twee weeken wierden afgelost: in ’t laatste van Augustus 1787, kwam eendetachementvan 18 Kanoniers, met twee Officieren vanAmsteldam, weinig dagen daarna het corps vanMeyering, toen circa 20 sterk, ’t welk inMuidentot bij of over de 200 gebragt wierd, nog een detachement Kanoniers sterk als boven; na het overgaan vanUtrechten andere steden, aan dePruissen, kwamen veel defferente bataillons en detachementen, als Waardgelders,Utrechtsche Garde, VriesscheenGeldersche Brigadiersch, Fransche Artilleriste, enz. tot het getal zo men zeide 2100 man sterk wierd.Het eerste tooneel dat eenigzins aanmerklijk was, was behalven den toestel, het in den eed nemen van de militaire Officieren: door twee gecommitteerde uit het defensieweezen vanWoerden, deeze Heeren geleid wordende door den GeneraalVan Ryssel; engeëxcorteerddoor een detachement Dragonders, reden teMuidenin den doelen op; requirerende de militaire Officieren voor zig, en stelden haar den eed voor, die door alle (exept den Capitein CommandantNicolson,) werd geweigerd, en ontvingen hunne demissie.De nacht na deezen dag, werdMuidendoor eenigen onverlaaten, die zig onder deAmsteldamsche Burgerijmengden, met eenig ongeval gedreigd, ’t welk wel voorgekomen werd; hoewel er naderhand nog onzinnigheid gepleegd is.Eindelijk kwam dien noodlottigen nacht tusschen den 26 en 27 September: den 26 in de achtermiddag, werd er een begin[14]gemaakt met plunderen, bij BurgemeesterAbraham van der Spar, dan dit werd, en wel voornamentlijk door tusschenkomst van eeneHersman, Officier bij het corps vanMeyering, nog gelukkig in deszelfs begin gestut, en dat huis bezet en bewaard; dog des avonds om 11 uuren, ging men veel sterker aan ’t woelen, die troep zo men zeide, 15 à 16 man sterk, wilde plunderen, het koste wat het wilde, zij hadden in de Bank van Leening de glazen ingeslagen, en kwamen met een woest geschreeuw, dat haar troep grooter deed schijnen dan ze in der daad was, en ook wezenlijk grootermaakte, om dat zij die er ook lust toe hadden er zig bij voegden, de brug over, hier werden zij wel door den Officier van de wacht, die tot deGeldersche Brigadebehoorde met nog een Officier tegengegaan; maar dreigen hielp zo weinig als goede woorden: daar moest en zou geplunderd worden, zij drongen door, sloegen over de wacht eenige huizen de glazen in stukken, toen ze hier mede bij den Bakker op den hoek over de wacht bezig waren, kwam eenige huizen van daar een kogel van tusschen de pannen, die men nooit recht geweten heeft van wien; trof een man in den onderbuik, dat er de dood op volgde; eeneenvoudigman, een schoenmaker, werd van deeze daad beschuldigd, maar behalven dat die man zo eenvoudig was, dat hij geen geweer zoude hebben durven afschieten, woonde hij ook te verre om het te kunnen doen: evenwel dit huis werd in die diep woeste drift geplonderd, (woeste drift moet men het noemen, en geen partijsche, want het huis van een zeer bekende Prinsgezinden werd gespaard, terwijl bij zijn twee buuren, waar van ten minsten een voor Patriottisch bekend stond, niet alleen de glazen ingeslagen, maar ook verscheide kogels door het huis gejaagdwierden;) de man met zijn huisgezin meende achter door de tuin uittevluchten, maar werd door een kogel in ’t beengekwetst, en viel; toen wierden zij door een troep raazenden overvallen; de man werd getrapt, geslaagen, en na de hoofdwacht gesleept, alwaar hij in den morgen van den tweden dag aan zijn bekomen wonden overleed, de vrouw had zich losgeworsteld niet zonder deerlijk gehavend te zijn; men hoorde in dit tumult na gissing wel 400 snaphaanschooten, door partijen elkander toegezonden, want er was onder het guarnizoen zo wel militair als burgers, een zeer groote partij die zich tegen het plunderen verzette, de kogels snorden van rondsom, en in den morgen telde men tot 26gekwetsten, behalven die zich uit het oog hielden:Mattadeed zijn Dragonders optrekken, en in den hoop inrukken om dezelve uit elkander te drijven, het corps vanMeyering, zo verre het gewapend was, deed onder aanvoering vanHersman, ook hun best, dan het ging zo gemaklijk niet of een Dragonder werd aan het hoofd[15]gekwetst,Hersmanwerd door een kogel zijn rechter lok aan het hoofd weggenomen, enMattakreeg een kogel door de hoed: den dag daar aan volgende, kwam eenPruissischOfficierde stad sommeere, deeze werd geblind na het kwartier vanMattageleid, ’t welk elf maal hervat is: die achtermiddag kwam er bevel om uittemarcheeren.Den 1 October, werd men inMuidendoor het losbranden van het kanon, ’s morgens circa half vijf uuren gewekt: men zag dePruissische granatendoor de lucht snorren: een viel enbarsttenop straat, sloeg vier der digst bij staande huizen bijna alle de glazen in stukken, en maakte nog eenige andere schaden; een viel in een bed dat in een kribbe op een solder lag, waaronder twaalf menschen zaten koffij te drinken, sloeg bed en kribbe uit elkander, en het dak in den brand, doch dit werd schielijk geblust; een viel bij de Emeritus PredikantJoosten, door het dak; maarbarsttetusschen dak en vliering; op verscheide plaatsen vielen nog anderen, aan de kant vanWeesp, was men ook niet stil, met een vijfde schot werd een wiel van een der Pruische wagens weggeschooten, en circa negen uuren trof eenMuiderkogel, een Houbitser juist in zijn gapende mond, terwijl hij geladen was, enbarstte.EenigePruissische Dragondersvan de kant vanNaarden, dagten uit het bijderzijds ophouden van schieten, datMuidenhet hadde opgegeven, en naderde tot digt bij de poort; dit wierd gezien en hun eenige kogels toegezonden: een van dezelve trof een Wagtmeester, scheide zijn been even beneden de heup, bijna van het lichaam, en doode zijn paart: de anderenzettedenhet spoorslaags op ’t loopen, en men haalde terstond dengewetstenna binnen, scheidde het been vervolgens geheel van het lighaam, en deed wat men kon, maar de man overleed aan zijn wonden: ondertusschen had dat over en weder schieten vooral ook dePruissische Houbitserszodanig de schrik in het hart van den burger gebragt, dat een menigte huis en haven verlatende, tot vijf zeer vol geladen schepenMuidenvaarwel zeiden en naDurgerdamoverstaken, intusschen kwam nog een Battaillon van deAmsteldamsche Soldaatenbinnen;Muidenwierd weder opgeëischt,MattaeischtedaarentegenNaardenenWeespop, enMuidenwierd op den 8 October bij verdrag overgegeven, het BattaillonPruissische Grenadiers, dat bezit van de stad nam, verbleef aldaar drie dagen kreeg toen patent na deDiemermeer, en vertrok terstond, het wierd vervangen van een Battaillon vanOrange Nassau, dit bleef drie weeken en wierd toen afgelost, door hetBattaillonGrenadiers vanRomberg, die 26 weeken bezet bleeven houden, dus de winter[16]over, intusschen was ieder weder na zijn huis gekeerd, en thans leeft men stiller: eenige Casteleins die zeer geleden hadden, kregen ƒ 50: den burger van ƒ 20: tot ƒ 12: gulden, zoogenaamde schadevergoeding.BIJZONDERHEDEN.De Kerk en verdere gebouwen boven gemeld, komen hier weder in de eerste plaats, en onder dezelven wel voornaamlijk het slot: voor een geringen penning kan het zelve van onderen tot boven bezichtigd worden; en die de Vaderlandsche Historie slechts ingezien heeft zal moeten lagchen over het bloed van GraafFloris, ’t welk men nog op den houten vloer ziet, en dat er, miraculeuslijk! nooit afgaat, ja er zelfs weêr op komt als de vloer vermaakt word: men vertelt dan daarbij datFlorisin die zelfde kamer waarin zijn bloed nog zit, doorVan Velzenvermoord is, schoon de historiën leeren dat hij in de open lucht omgebragt is geworden: ’t is intusschen waar dat zij die hem opgeligt hadden om hem naarEngelandovertevoeren, hem op dat slot gebragt hebben; de kamer of het gat, waarin men hem tot den naderen aftogt smeet, word ook nog aangeweezen: een onzer dichters schijnt den grouwzaamen moord mede op het slot te plaatsen, daar hij zegt:Maar aan den oosterkant, verheft zig ’t MuiderslotBefaamd doorFlorisdood, hier van zijn kroon geknot,ToenVelzen, heet op wraak, met zijne vloekgenooten,Den Graaf, zijn’ wettig vorst, den dolk in ’t hart dorst stootenEn Gooiland verwen met het bloed van zijn Heer,Dat wraak riep, daagende heel Holland in ’t geweer.De gevangenis vanVan Velzen, is allerakeligst: in de andere gevangenis leeze men de onderscheidene versjens, als andere inscripties, welken door de gevangenen aldaar geplaatst zijn; men vindt in de onderscheidene kamers nog verscheidene dingen waarvan de vertellingen geloofd moeten worden.De Steen en beugel, waarvan wij Bladz. 6 spraken, moeten vooral ook gezocht worden.LOGEMENTEN.HetHof van Holland.DeDoelen.DeBruinvisch.DeGooische boer.en eenigen anderen van minderen rang.De drie eerstgemelde zijn ook Uitspanningen.REISGELEGENHEDENDeezen zijn dezelfde als die vanNaarden, zie ook ons blad over die stad.[1]

Onder de Vaderlandsche Steden verdient inzonderheid het grijzeMuiden, groote onderscheiding, zo wegens deszelfs aloudheid als voornaame rol, waarmede ’t op het tooneel van Nederland door de Voorzienigheid bedeeld is geworden: onze volgende aantekeningen zullen zulks voldoende bewijzen.

Volgends onze aangenomene orde, moeten wij eerst spreeken van de

LIGGING.

Deeze is aan de Zuiderzee, ruim twee uuren vanAmsteldam, ruim anderhalf uur vanNaardenen een groot half uur ten zuiden vanWeesp: de aangenaame rivier deVechtloopt door de stad, die door derzelve in twee deelen gescheiden wordt; doch welke deelen weder door een brug, (een tolbrug,) vereenigd worden: naast deeze brug ligt een zeer zwaare schutsluis, door middel van welke het vechtwater van de zee wordt afgescheiden, en welke sluis voor eene der sterkten vanHollandgehouden mag worden, alzo men door het openen van dezelve het platte land in den omtrek onder water kan zetten: ter plaatse alwaar deeze sluis ligt lag tot den jaare 1674, een dam, deHinderdamgenaamd: deeze watergelegenheid vanMuiden, brengt niet weinig toe tot den bloei van het plaatsjen; alzo alle de schepen die dóórUtrechtdenRhijnmoeten bevaaren, en te groot zijn om door deNieuwersluis, of doorWeespte schutten, hier passeeren; onder deezen zijn deKeulsche aakenwel de voornaamsten:[2]deeze sluis wordt jaarlijks voor omtrent veertien of vijftien honderd guldens verpacht: de veele rijtuigen welken naNaardenen hetGooilanddoorMuidenpasseeren, geeven in het steedjen mede geene geringe levendigheid: de stad is aan den zeekant beveiligd door een dijk, zig strekkende van de uitwatering van deVechtin deZuiderzeeaf, tot aanMuiderberg, en van daar totNaardentoe.

NAAMSOORSPRONG.

Deeze wordt gevonden in de ligging der stad, zijnde, gelijk boven gezegd is, aan de Zuiderzee, bepaaldlijk ter plaatse alwaar de mond van deVechtis: het woordMondnu, was weleerMuden, zijnde door klankverbastering inMuidenveranderd; de oude naamAmuden, zegt men, bevestigt zulks nog nader; het eerste gedeelte deezes zamengestelden woords,Aanaamlijk, betekende toen, gelijk nog, een rivier, waarvan deMondmede ter deezer plaatse is: in oude geschriften komt het steedjen dikwerf voor onder den gezegden naam vanAmuden.

STICHTING GROOTTEENSTERKTE.

WanneerMuidengesticht zij, is niet te bepaalen, alzo het van een visschers dorp of vlek, tot den rang der steden verheven is: onbetwistbaar is het intusschen dat men deeze stad den toenaam vangrijsofoudmag geeven; want in den jaare 953 wordt reeds van dezelve gewaagd.

Wat de grootte betreft, vòòr den jaare 1632 vinden wij er 146 huizen voor aangetekend; en honderd jaaren laater, telde men er 205; anderen geeven er negen minder op, naamlijk slechts 196: de verpondingen welken dezelven opbrengen, beloopen weinig meer dan zeven honderd guldens.

Behalven wegens de gemelde groote sluis, isMuidenonder de sterke steden vanNederlandte plaatsen: het heeft drie van boven open poorten; behalven de zogenaamdeSortiepoortenvan het beruchte slot, ’t welke aldaar gevonden wordt, (hier van nader;) de vestingwerken[3]der stad zijn zodanig dat men dezelve weerbaar mag noemen, en weleer wilde men datMuiden, behoorelijk versterkt, en met tweeduizend man bezet,geen hond in of uit de stad zoude kunnen komen: in den beginne der zestiende eeuw, getuigt men, hadMuidennoch poorten noch muuren; daarna heeft het beiden gekregen, en van tijd tot tijd is het noodig bevonden om ’t steedjen te versterken, en de versterking te verbeteren, vooral ook het slot: in 1629, toen deSpanjaardenin deVeluwestroopten, was men desaangaande met ernst bedacht, echter is tot de daad zelve geen besluit genomen; in onze jongstledene troublen, toen menig dapper patriot naarMuidengetrokken is, om zijn hoofd voor de zaak, die toen van dien kant gedreven werd, ten pande te stellen, is het steedjen in volkomenen staat van tegenweer gebragt, schoon het zig aan dePruissenheeft moeten overgeeven.

’TWAPEN

Is een blaauw veld, met een zilveren dwarsbalk er door.

KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.

Hier omtrent is in de eerste plaats de Kerk te noemen: verscheidene schrijvers willen dat zij de oudste van geheelHollandzij; intusschen heeft zij niets bijzonders, ten ware men als eene bijzonderheid wilde aanmerken, dat zij, gelijk ook haaren dikken en laagen toren geheel van duifsteen opgemetzeld is: van binnen is zij voorzien van een zeer goed orgel: de gemeente aldaar, ruim 300 leden sterk, wordt bediend door twee Predikanten, behoorende onder de Classe vanAmsteldam: vóór den jaare 1632, hadMuidenmaar één’ Predikant.

DeRoomschenhebben ter deezer stede mede eene statie, welke bediend wordt door één’ wereldsch Priester.

Voords is er een Weeshuis, zijnde het gewezeneCatharijneklooster, dat door Nonnen bewoond werd: het bestuur over dit huis is toebetrouwd aan twee Vaders, en even zo veele moeders[4]—weleer was er nog een overblijfsel van de Kloosterkerk te bezichtigen; doch hetzelve nu geheel nutloos geworden, is tot een pakhuis herbouwd.

Onder de

WERELDLIJKE GEBOUWEN.

Behoort het slot, boven reeds genoemd, zijnde hetzelve zonder tegenspraak het voornaamste gebouw der stad, gelijk het ook voor een der voornaamste gebouwen vanHollandmag gehouden worden:Melis Stoke, verhaalt ons dat het gesticht is door GraafFloris den Vijfden, het rampzalig slagtoffer der vroege staatsverschillen, waardoor Nederland reeds in zijn begin geschokt is geworden, en die van tijd tot tijd door anderen vervangen zijn, ja zelfs tot op den tijd dien wij beleefd hebben, nog voordduurden, en gave God dat zij nog heden geheel gesmoord waren!—de tijd der stichting van het slot stelt men te zijn omtrent den jaare 1290.

Het zwaare gebouw rust op sterke gewelven, is rondsom met een gracht omvangen, en pronkt van buiten, met vier stevige ronde torens, een van welken voor eene gevangenis van misdadigers, of gyzelplaats voor minschuldigen gebruikt wordt: ’t heeft ook een sterke poort, een ruim binnenplein, en veele vertrekken, waaronder die vrij aanzienlijk zijn; (zie nader van dit slot onder het artijkel der bijzonderheden vanMuiden:) oudtijds hadden de Drossaarden vanMuidenop dit slot hun verblijf, waardoor zij den naam van Castelein verkregen hebben, doch zij zijn tegenwoordig niet verpligt er op te woonen, gelijk zij het dan ook meest voor een zomerverblijf houden: het wordt bewaard door een burgerman met zijn huishouden; dat des zomers aanmerkelijk voordeel trekt uit de giften der vreemdelingen, en inborelingen, onder welken laatsten voornaamlijk deAmsteldammerste tellen zijn, welken het slot komen bezichtigen.

„Vóór de laatste verbeteringen der vestingwerken,” leezen[5]wij desaangaande verder: „waren de aardene wallen van dit kasteel of slot, met twee reien boomen beplant, die toen werden uitgerooid, gelijk mede voor het grootst gedeelte de tuinen, doch naderhand zijn de wallen weder beplant geworden.”

Voor de brug van het slot is eenCorps-de-gardegebouwd.

Veel deels heeft dit beroemde gebouw in de lotgevallen van Nederland gehad; voornaamlijk, en dit spreekt van zelf, voor zo verre de stadMuidenzelve betreft: bijzonderlijk is het door deKennemers, die opgekomen waren om den dood van GraafFloris den Vyfdente wreeken, belegerd, en ook in hunne handen gevallen.

Zeer beroemd is dit gebouw geworden door de schriften van den onvergelijkelijken Drost,P. C. Hooft, die hij op hetzelve vervaardigd heeft.

Het Stadhuis is zekerlijk dien naam naauwlijks waardig; het is echter voorzien van een torentjen, maar zeer klein: in hetzelve hangt een klokjen, ’t welk bij het afleezen van vonnissen of openbaare afkondigingen geluid wordt; voor het gebouw staat een uitstek of soort van balcon, met een hek er rondom; het pronkt tevens met het beeld der Gerechtigheid, tusschen twee leeuwen, houdende het wapen der stad, en dat vanHolland—anderen willen dat de twee leeuwen, twee meerminnen zijn, tot plaatsing van welken aanleiding zoude gegeven hebben, het vangen van zulk een wezen, door de visschers vanMuiden, wanneer, wordt niet gezegd: deeze Meermin zoude als eene Waterprofetesse gezegd hebben:Muden zal Muden bliven, Muden sal noit becliven: als er eenig ongeval in de stad ontstaat, wordt deeze Prophetie door de inwooners nog wel eens herdacht, en herhaald.

Onder de Wereldlijke Gebouwen vanMuidenbehoort ook de Waag, ofschoon dezelve almede niet veel vertoning maakt,[6]en bijna van geheel geen gebruik is: zij staat benevens de sluis, en dient ook tot een wachthuis voor de burgerij.

VOORRECHTEN.

HeeftMuidenniet veel; wèl heeft het steedjen ’t recht dat de schelvisch, (die voorheen aldaar plagt afgeslagen te worden, doch ’t welk nu niet meer geschiedt,) er twee uuren moet blijven liggen, eer zij vervoerd mag worden; ook is een burger vanMuidenteUtrechtniet aristabel.

REGEERING.

Deeze vinden wij dus beschreven.

„De Regeering der stedeMuidenbestaat uit den Drossaart, die eenen stedehouder heeft, welke door hem gekozen wordt, en tevens Officier der stad is; wijders uit den Schout, twee Burgemeesteren en vijf Schepenen, drie Weesmeesters en één Armmeester, welken een’ Secretaris is toegevoegd: de Drossaart wordt door de Staaten vanHollandenWestfrieslandaangesteld: het doen van den eed door deezen, werd oudtijds met eene bijzondere plechtigheid verricht: de verkorene Drossaart kwam teMuidenaan de brug, bij rijzende zonne onder den blaauwen hemel, zettede zijn rechter voet in een beugel aan een grooten witten steen vastgemaakt, en zwoer, ten overstaan van gemagtigden vanMuiden,Naarden, en de dorpen vanGooiland, Weesp, enWeesperkerspel, in handen van voorzittende Burgemeesteren vanMuiden,NaardenenWeesp, met opzicht tot ieder van zijne bijzondere waardigheden; beloofde de Staaten vanHollandenWestfrieslandgehouw en getrouw te zullen zijn; het kasteel tot eer en dienst derzelven te bewaaren; de Steden en Dorpen, ieder in het hunne niet te verhinderen in hunne Voorrechten,[7]handvesten, vaststellingen, en gewoonten; maar hen daarin te sterken, stijven, en handhaven; den Godsdienst, zo als die tegenwoordig geoefend wordt, mede te oefenen; Weduwen en Weezen, en andere elendigen, onder zijn rechtsgebied behulpzaam te zullen zijn, en in hun goed recht te beschermen, en voords in het algemeen te doen, dat een goed vroom kastelein vanMuidenen Bailluw vanGooiland, behoort en schuldig is te houden en te doen: deeze plechtigheid,” voegt de schrijver wiens geleide wij in deezen volgen, er bij, „is ten aanzien der twee laatste Drossaarden niet geschied; doch de steen en de beugel wordt nog op de aangewezen plaats gezien:”

De Drossaard is tevens Colonel over de Schutterij.

„Burgemeesteren worden jaarlijks op den 2 Februarij, door Schepenen verkozen: Schepenen plagten van ouds zonder nominatie verkoren te worden; zo lang er geene stadhouderlijke regeering was,” gelijk men het noemt, „is door Schepenen en Burgemeesteren eene nominatie van tien persoonen gemaakt, en aan de Staaten vanHollandenWestfriesland, overgeleverd, om er vijf Schepenen uittekiezen; onder de stadhouderlijke regeering, levert de Drost de nominatie over aan den Stadhouder: de vijf Schepenen kiezen de nieuwe Burgemeesteren, en deeze gezamentlijk de Weesmeesteren, en de Armmeester, welke voor dat jaar de dertien Leden der Vroedschap uitmaaken; alle de Collegiën worden door denzelfden Secretaris bediend, die door de Staaten vanHollandenWestfrieslandis aangesteld.”

Wat het opzicht over den zwaaren zeedijk, waarvan wij boven spraken, betreft: dezelve staat volgends resolutie van de Staaten vanHollandenWestfriesland, dato 7 Mei 1678, aan een Collegie van Dijkgraaf en zeven Hoogheemraaden met hunnen bijgevoegden Secretaris: de Dijkgraaf is de Drost in[8]der tijd; drie van de Hoogheemraaden worden gemagtigd door de steden,Amsteldam, MuidenenNaarden, en één door de Schout en Schepenen vanWeesper-kerspel: deeze vier Hoog-Heemraaden, benevens de Dijkgraaf kiezen de overigen, te weeten uitMuiden, Naarden, enWeesp, ofWeesperban, ieder één: de Secretaris wordt door het gezamentlijke Collegie aangesteld: „Dijkgraaf en Hoogheemraaden,” leezen wij, „moeten in den ring van deezen dijk, voor zesduizend guldens, of twaalf morgen lands gegoed weezen.”

Men kan niet met zekerheid bepaalen hoe de beheering van deezen dijk, in vroegeren tijde geweest is; vóór den jaare 1650 schijnen er noch Dijkgraaf noch Hoogheemraaden geweest te zijn, daarna werd er door het Hof een’ Dijkgraaf aangesteld.

Dijkgraaf en Hoogheemraaden, doen jaarlijks in de maand April, schouwing over den gantschen dijk: twee uit de Hoogheemraaden, welken hier toe, en tot alle gemeene voorvallende zaaken gemagtigd worden, hebben het bestuur om het gebreklijke te doen herstellen bij openbaare aanbesteedinge, aan de minst aanneemende, gelijk zij ook gelast worden, om nategaan dat alles behoorelijk gemaakt worde, ten welken einde een opzichter van den dijk is aangesteld, die dagelijks bij den arbeid tegenwoordig moet weezen: de gebreken van den dijk volgends het oordeel van gemagtigden in behoorelijke orde hersteld zijnde, wordt het volle Collegie beschreven om aan den dijk te komen, ten einde de gemaakte werken opteneemen, en verder te besluiten wat na tijds gelegenheid noodig geoordeeld mogt worden.

Het Collegie van Heemraaden wordt teAmsteldambeschreven, tot het opneemen van de rekeningen en het sluiten van de boeken.

Sedert ’s Lands Zeeweeringen van het zo zonderling als schadelijk, paalgewormte doorknaagd is geworden, heeft men[9]ongemeene moeite gedaan, om deezen dijk te versterken, door het aanbrengen van vreezelijk groote steenen aan de glojing of helling naar den zeekant toe; deeze versterking gaat van hetMuiderslotaf, tot aanMuiderbergtoe, het geen den dijk niet weinig verbeterd heeft, waarvan het gemelde schadelijk gewormte de aanleidende oorzaak mag genoemd worden, en derhalven heeft dat zogenaamd kwaad, waartegen in de tempelen zelfs smeekingen naar den Hemel gezonden werden, in dit geval, en in andere gevallen meer, tot een zegen verstrekt.

Het bovengemelde Collegie heeft ook opzicht op de groote sluis, waarvan wij reeds gesproken hebben.

Het Collegie van Commissarissen van het zandpad, tusschenAmsteldam, Muiden, Naarden, enWeesp, bestaande uit gedeputeerden van gemelde steden, hebben om de vier jaaren hunne zittingsbeurt teMuiden, tot het doen opneemen en sluiten van de boeken.

BEZIGHEDEN.

De Zoutkeeten, welken inMuidengevonden worden, maaken er veelal de nering en bronnen van bestaan uit; zij zijn drie in getal, naamlijk,De Paauw, Het Anker, enDe blaauwe Wereld, er woonen ook veele visschers, die hun werk maaken van bot, baars, snoek, enz. te vangen, ja zelfs somtijds haaring: deeze visch wordt meerendeels in de Zuiderzee gevangen, hoewel de bot en baars, welke vanMuidenkomt, bekend zij onder den naam vanY-botenY-baars—er worden inMuidenalle die handwerken en ambachten geoefend, welken in de zamenleeving onvermijdelijk zijn—de militie die er thans in guarnisoen ligt, brengt het steedjen mede eenige woelingen bij: de doorvaart, waarvan wij boven Bladz. 1. reeds spraken, behoort hier vooral gedacht te worden: dit jaar verstrekt ten voorbeelde van de bezigheid, welke daardoor veroorzaakt wordt, door dePruissische Magazijnen, die van overHamburg, Stettin, enz. totMuidenaangevoerd, en aldaar in Rhijnschepen overgeladen worden: dit gaf zulke eene aanmerkelijke[10]drokte, en grove winst voor allen die maar wilden werken, dat het niet vreemd was dat een gildewerker tot ƒ 30, in een’ week kon verdienen: dit zelfde geeft ook groot vertier bij bakkers, brouwers, en in de herbergen.

Men vindt teMuidenook goede Scheepstimmerwerven, alwaar welëer van 100 tot 130 man plag te werken; dan sedert 1787 is deeze tak merkelijk verloopen.

SCHUTTERIJ.

Deeze bestaat in twee Compagniën, naamlijk hetBlaauweenOranjevendel, waarover de Drossaard Colonel is; de overige Officieren, zijn twee Capiteinen, twee Lieutenanten, twee Vendrigs, en zes Sergeanten: deezen vergaderen in bijzondere gelegenheden, „althans,” zegt onze geëerde correspondent „in deezen, meer dan ééns in een jaar.”

GESCHIEDENISSEN.

In den jaare 953 werdMuiden, door KeizerOtto den Eersten, aan de Kerke vanUtrechtin eigendom gegeven, het welk naderhand door KeizerOtto den Tweeden, in 975 geschiedde; zijnde deeze gift in den jaare 1171, door KeizerFredrik, nog nader bevestigd;

Meer dan éénmaal heeftMuidenvoor den aanval van vijanden blootgestaan; en is zelfs door hen verbrand: in den jaare 1197, onderging het dit lot door deKennemers; weinige jaaren laater, naamlijk in 1204, werdMuidenin koolen gelegd, doorWouter van EgmondenAlbrecht van Banjaart, ten tijde der inlandsche beroerten inHollandtusschen GraafWillem, en GraaveLodewijk van Loon: dit onheil viel de stad en niet minder het slot andermaal te beurt in den jaare 1356, doorJan van Arkel, Bisschop vanUtrecht, toen hij met GraaveWillemin oorlog gewikkeld was: die vanUtrecht, in 1374 in twist geraakt zijnde metAalbrecht van Beiëren, over de betaaling van het[11]huis teVredeland, en over zekeren hoon daarbij geleden, beslooten hunne schaden te verhaalen door schatting te vorderen van eenigeHollandsche plaatsen, waaronder ookMuidenzig bevond; in het jaar 1507 werd deeze stad door HertogKarel van Gelderin brand gestoken, gelijk hij zig ook Meester van het slot maakte; doch bij den zoen tusschen de Hertog enKarel den Vyfden, toen Koning vanCastiliën, werd het slot zo wel als de stad zelve aan hem, als Graave vanHollandweder ingeruimd: de uitvoering van welke inruiming echter nog aanliep tot den jaare 1509: in deSpaanscheberoerten heeftMuidenlangen tijd de zijde des Konings gehouden, en des zelfs gelegenheid om hier doorAmsteldamenHaarlem, welken mede nochSpaanschgezindwaren, te benaauwen, ondernam HopmanDirk Sonoi, met goedvinden van den Prins vanOranje, in den jaare 1576, een aanslag te waagen om het voor de Staaten te bemagtigen; dat ten deele ook gelukte door het inneemen der stad die zeer schielijk vermeesterd werd; maar om het slot intekrijgen zag men geen kans zonder grof geschut, dat ontboden werd: intusschen kwamen deAmsteldammerste water, en eenig ander volk te lande zo schielijk aan, datSonoimoeite genoeg had om het geschut, volk, ja zelfs zijn eigen persoon aan boord te krijgen, en met verlies van twee honderd man,Muidenen de SchansDiemerdam, niet zonder verwijt van te hooren, dat hij het gevaar te groot gesteld en zelf de schrik onder zijne troupen gebragt had, te verlaaten: met den eersten dag des jaars 1577 gafMuidenzig bij verdrag over aan den Prins vanOranje: toen de Staaten vanHollandenZeelandzig ontsloegen van de Landvoogdije des Graaven vanLeicester, en PrinsMauritsals hun algemeenen Landvoogd aanstelden, veranderden zij tevens de bezettingen in verscheidene steden, met nieuw geworven Krijgsvolk; maar het duurde nog al een geruimen tijd aleer zij dien inMuidenkonden uitwerken, nadien den CapiteinJohan Bax, die er het gebiedvoerde, weigerde van het slot te verhuizen;waaruitmen kan begrijpen dat dit slot niet gering van kracht moet[12]geweest zijn:Leicesternoemde het daarom ookde toom van het groote paard; dat is vanAmsteldam.

Toen in 1672 het land wegens den inval derFranschendoor een algemeenen schrik bevangen werd, werd deeze stad, hoe onweerbaar ten dien tijde, door hen niet bemagtigd; ofschoon zij zeer nabij haaren overgang was: want na datNaardenoverrompeld was, waren vijf Dragonders stout genoeg om eenige vlugtelingen tot binnenMuidente vervolgen, ’t welk, wel verre dat die stoutheid henzelven ten nadeele zoude verstrekt hebben, die vanMuidenin tegendeel zo verschrikt maakten, dat zij terstond Gemagtigden tot een verdrag afzonden: terwijl deezen tot het volbrengen van hunnen last afwezig waren, had PrinsMauritsvanNassau, teMuidenpost gevat, met voorneemen om de stad te verdedigen, het geen de Afgevaardigden, toen zij terug keerden, onder het vrijgeleiden van drie honderdFranschenter dood deed verschrikken; zij dorsten niet nader komen uit vrees voor de ongenade van den dapperenMaurits, en aan den anderen kant vreesden zij van door deFranschengehouden te zullen worden, tot men de geslotene overeenkomst voldaan zoude hebben; het geen deFranschennu te zekerder zouden vorderen, nu zij zagen datMauritsvoorneemens was de stad te verdedigen: dit was zekerlijk een hachelijke omstandigheid voor hen; echter werden zij daar uit gered door denFranschenPredikant teNaarden,Jean Louis Grouwels, wiens voorspraak bij deFranschenzo veel ten wege bragt dat deeze het gemaakte verdrag vernietigden, waardoorMuidenderhalven nog aan de zijden der Staaten bleef, hoewel zulks niet lange ongestoordduurde, want ten volgenden jaare, 1673, deedCondéer weder eenen aanslag op, hoewel al mede vruchtloos; men ging hem met het water te keer, waarom hij het zelve poogde aftetappen; doch niet genoeg kundig zijnde van de gesteltenis des Lands, moest hij zijn oogmerk laaten vaaren.

In de daarop volgende honderd jaaren, verschijntMuiden[13]niet op het staatstooneel; doch in onze jongstledenen troubelen heeft het al mede zijn deel gehad, ’t geen als een voormuur, of sterkte vanAmsteldam, om welke hoofdstad het voornaamlijk te doen was, onmogelijk anders heeft kunnen weezen: desaangaande hebben wij van een waardige hand het volgende ontvangen.

Na datMuidenbij het trekken van hetHollands Cordon, circa een jaar, eerst door het tweede, daarna door het eerste batt. vanDundasbezet, en deszelfs fortificatien eenigzins in staat van defensie gebragt waren, kwamen bij deezen militaire bezetting een detachement vanAmsteldamsche Burgers, circa 300 man sterk, aldaar in bezetting die alle twee weeken wierden afgelost: in ’t laatste van Augustus 1787, kwam eendetachementvan 18 Kanoniers, met twee Officieren vanAmsteldam, weinig dagen daarna het corps vanMeyering, toen circa 20 sterk, ’t welk inMuidentot bij of over de 200 gebragt wierd, nog een detachement Kanoniers sterk als boven; na het overgaan vanUtrechten andere steden, aan dePruissen, kwamen veel defferente bataillons en detachementen, als Waardgelders,Utrechtsche Garde, VriesscheenGeldersche Brigadiersch, Fransche Artilleriste, enz. tot het getal zo men zeide 2100 man sterk wierd.

Het eerste tooneel dat eenigzins aanmerklijk was, was behalven den toestel, het in den eed nemen van de militaire Officieren: door twee gecommitteerde uit het defensieweezen vanWoerden, deeze Heeren geleid wordende door den GeneraalVan Ryssel; engeëxcorteerddoor een detachement Dragonders, reden teMuidenin den doelen op; requirerende de militaire Officieren voor zig, en stelden haar den eed voor, die door alle (exept den Capitein CommandantNicolson,) werd geweigerd, en ontvingen hunne demissie.

De nacht na deezen dag, werdMuidendoor eenigen onverlaaten, die zig onder deAmsteldamsche Burgerijmengden, met eenig ongeval gedreigd, ’t welk wel voorgekomen werd; hoewel er naderhand nog onzinnigheid gepleegd is.

Eindelijk kwam dien noodlottigen nacht tusschen den 26 en 27 September: den 26 in de achtermiddag, werd er een begin[14]gemaakt met plunderen, bij BurgemeesterAbraham van der Spar, dan dit werd, en wel voornamentlijk door tusschenkomst van eeneHersman, Officier bij het corps vanMeyering, nog gelukkig in deszelfs begin gestut, en dat huis bezet en bewaard; dog des avonds om 11 uuren, ging men veel sterker aan ’t woelen, die troep zo men zeide, 15 à 16 man sterk, wilde plunderen, het koste wat het wilde, zij hadden in de Bank van Leening de glazen ingeslagen, en kwamen met een woest geschreeuw, dat haar troep grooter deed schijnen dan ze in der daad was, en ook wezenlijk grootermaakte, om dat zij die er ook lust toe hadden er zig bij voegden, de brug over, hier werden zij wel door den Officier van de wacht, die tot deGeldersche Brigadebehoorde met nog een Officier tegengegaan; maar dreigen hielp zo weinig als goede woorden: daar moest en zou geplunderd worden, zij drongen door, sloegen over de wacht eenige huizen de glazen in stukken, toen ze hier mede bij den Bakker op den hoek over de wacht bezig waren, kwam eenige huizen van daar een kogel van tusschen de pannen, die men nooit recht geweten heeft van wien; trof een man in den onderbuik, dat er de dood op volgde; eeneenvoudigman, een schoenmaker, werd van deeze daad beschuldigd, maar behalven dat die man zo eenvoudig was, dat hij geen geweer zoude hebben durven afschieten, woonde hij ook te verre om het te kunnen doen: evenwel dit huis werd in die diep woeste drift geplonderd, (woeste drift moet men het noemen, en geen partijsche, want het huis van een zeer bekende Prinsgezinden werd gespaard, terwijl bij zijn twee buuren, waar van ten minsten een voor Patriottisch bekend stond, niet alleen de glazen ingeslagen, maar ook verscheide kogels door het huis gejaagdwierden;) de man met zijn huisgezin meende achter door de tuin uittevluchten, maar werd door een kogel in ’t beengekwetst, en viel; toen wierden zij door een troep raazenden overvallen; de man werd getrapt, geslaagen, en na de hoofdwacht gesleept, alwaar hij in den morgen van den tweden dag aan zijn bekomen wonden overleed, de vrouw had zich losgeworsteld niet zonder deerlijk gehavend te zijn; men hoorde in dit tumult na gissing wel 400 snaphaanschooten, door partijen elkander toegezonden, want er was onder het guarnizoen zo wel militair als burgers, een zeer groote partij die zich tegen het plunderen verzette, de kogels snorden van rondsom, en in den morgen telde men tot 26gekwetsten, behalven die zich uit het oog hielden:Mattadeed zijn Dragonders optrekken, en in den hoop inrukken om dezelve uit elkander te drijven, het corps vanMeyering, zo verre het gewapend was, deed onder aanvoering vanHersman, ook hun best, dan het ging zo gemaklijk niet of een Dragonder werd aan het hoofd[15]gekwetst,Hersmanwerd door een kogel zijn rechter lok aan het hoofd weggenomen, enMattakreeg een kogel door de hoed: den dag daar aan volgende, kwam eenPruissischOfficierde stad sommeere, deeze werd geblind na het kwartier vanMattageleid, ’t welk elf maal hervat is: die achtermiddag kwam er bevel om uittemarcheeren.

Den 1 October, werd men inMuidendoor het losbranden van het kanon, ’s morgens circa half vijf uuren gewekt: men zag dePruissische granatendoor de lucht snorren: een viel enbarsttenop straat, sloeg vier der digst bij staande huizen bijna alle de glazen in stukken, en maakte nog eenige andere schaden; een viel in een bed dat in een kribbe op een solder lag, waaronder twaalf menschen zaten koffij te drinken, sloeg bed en kribbe uit elkander, en het dak in den brand, doch dit werd schielijk geblust; een viel bij de Emeritus PredikantJoosten, door het dak; maarbarsttetusschen dak en vliering; op verscheide plaatsen vielen nog anderen, aan de kant vanWeesp, was men ook niet stil, met een vijfde schot werd een wiel van een der Pruische wagens weggeschooten, en circa negen uuren trof eenMuiderkogel, een Houbitser juist in zijn gapende mond, terwijl hij geladen was, enbarstte.

EenigePruissische Dragondersvan de kant vanNaarden, dagten uit het bijderzijds ophouden van schieten, datMuidenhet hadde opgegeven, en naderde tot digt bij de poort; dit wierd gezien en hun eenige kogels toegezonden: een van dezelve trof een Wagtmeester, scheide zijn been even beneden de heup, bijna van het lichaam, en doode zijn paart: de anderenzettedenhet spoorslaags op ’t loopen, en men haalde terstond dengewetstenna binnen, scheidde het been vervolgens geheel van het lighaam, en deed wat men kon, maar de man overleed aan zijn wonden: ondertusschen had dat over en weder schieten vooral ook dePruissische Houbitserszodanig de schrik in het hart van den burger gebragt, dat een menigte huis en haven verlatende, tot vijf zeer vol geladen schepenMuidenvaarwel zeiden en naDurgerdamoverstaken, intusschen kwam nog een Battaillon van deAmsteldamsche Soldaatenbinnen;Muidenwierd weder opgeëischt,MattaeischtedaarentegenNaardenenWeespop, enMuidenwierd op den 8 October bij verdrag overgegeven, het BattaillonPruissische Grenadiers, dat bezit van de stad nam, verbleef aldaar drie dagen kreeg toen patent na deDiemermeer, en vertrok terstond, het wierd vervangen van een Battaillon vanOrange Nassau, dit bleef drie weeken en wierd toen afgelost, door hetBattaillonGrenadiers vanRomberg, die 26 weeken bezet bleeven houden, dus de winter[16]over, intusschen was ieder weder na zijn huis gekeerd, en thans leeft men stiller: eenige Casteleins die zeer geleden hadden, kregen ƒ 50: den burger van ƒ 20: tot ƒ 12: gulden, zoogenaamde schadevergoeding.

BIJZONDERHEDEN.

De Kerk en verdere gebouwen boven gemeld, komen hier weder in de eerste plaats, en onder dezelven wel voornaamlijk het slot: voor een geringen penning kan het zelve van onderen tot boven bezichtigd worden; en die de Vaderlandsche Historie slechts ingezien heeft zal moeten lagchen over het bloed van GraafFloris, ’t welk men nog op den houten vloer ziet, en dat er, miraculeuslijk! nooit afgaat, ja er zelfs weêr op komt als de vloer vermaakt word: men vertelt dan daarbij datFlorisin die zelfde kamer waarin zijn bloed nog zit, doorVan Velzenvermoord is, schoon de historiën leeren dat hij in de open lucht omgebragt is geworden: ’t is intusschen waar dat zij die hem opgeligt hadden om hem naarEngelandovertevoeren, hem op dat slot gebragt hebben; de kamer of het gat, waarin men hem tot den naderen aftogt smeet, word ook nog aangeweezen: een onzer dichters schijnt den grouwzaamen moord mede op het slot te plaatsen, daar hij zegt:

Maar aan den oosterkant, verheft zig ’t MuiderslotBefaamd doorFlorisdood, hier van zijn kroon geknot,ToenVelzen, heet op wraak, met zijne vloekgenooten,Den Graaf, zijn’ wettig vorst, den dolk in ’t hart dorst stootenEn Gooiland verwen met het bloed van zijn Heer,Dat wraak riep, daagende heel Holland in ’t geweer.

Maar aan den oosterkant, verheft zig ’t Muiderslot

Befaamd doorFlorisdood, hier van zijn kroon geknot,

ToenVelzen, heet op wraak, met zijne vloekgenooten,

Den Graaf, zijn’ wettig vorst, den dolk in ’t hart dorst stooten

En Gooiland verwen met het bloed van zijn Heer,

Dat wraak riep, daagende heel Holland in ’t geweer.

De gevangenis vanVan Velzen, is allerakeligst: in de andere gevangenis leeze men de onderscheidene versjens, als andere inscripties, welken door de gevangenen aldaar geplaatst zijn; men vindt in de onderscheidene kamers nog verscheidene dingen waarvan de vertellingen geloofd moeten worden.

De Steen en beugel, waarvan wij Bladz. 6 spraken, moeten vooral ook gezocht worden.

LOGEMENTEN.

en eenigen anderen van minderen rang.

De drie eerstgemelde zijn ook Uitspanningen.

REISGELEGENHEDEN

Deezen zijn dezelfde als die vanNaarden, zie ook ons blad over die stad.[1]


Back to IndexNext