HETDORPBUSSEM.

[Inhoud]’t Dorp Bussem’t Dorp BussemPronktNederlandmet trotsche steden,Slechts uit een kleen begin ontstaan,Het zag Verval, (thans weêr aan ’t woeden,)Ook andre plaatsen nederslaan:Hij, bij wien zeggen juist niet geldt,Zie BUSSEM, hem hier voorgesteld.HETDORPBUSSEM.’T is zekerlijk waar dat deNederlandsche dorpen, in verscheidene opzichten, met elkander overeenkomen; niet wat de tekening van dezelve betreft, want het eene is in gedaante of ligging dikwijls zeer verschillend van het andere; daar het eene een aardsch paradijs gelijkt, waarin niet dan landlijk schoon heerscht, en in welks bevang, of ook in welks environs, de Natuur onze oogen op de alleraangenaamste wijze verrukt, en door die verrukking onze ziel streelt; daar dit dikwijls omtrent het eene plaats heeft, is het andere doods of als een kerkhof; daar het eene op de woeligste wijze bloeit, de vrolijkheid er alomme heerscht, en het genoegen op de aanzichten der inwooneren dartelt, is het andere een beklaagenswaardig treffend voorbeeld van verval, op ’t gelaat van welks inwooneren de kwijning geschilderd staat, en die geene andere vertooning maaken, dan van lieden, welken onder de wreedste verdrukking een jammervol[2]leven naar het graf sleepen: is deeze opzichten, zeker, is er onder deNederlandsche dorpenniet zelden een zeer aanmerkelijk verschil, maar groote overeenkomst heerscht er in de opgave en beschrijvingen van hunne openbaare gebouwen; van hunne kerklijke en wereldlijke regeeringswijze; van hunne historie, (dit laatste vooral wanneer de beschrevene dorpen in een zelfd oord liggen;) van de middelen huns bestaans, als anderzins; dochBussem, het dorpjen, waarmede wij onze leezers thans nader bekend zullen maaken, is, zo niet in alle de gemelde opzichten, echter daarin geheel van alle de andereNederlandsche dorpenonderscheiden, dat het wel eene kerk heeft, doch waarin sedert bijna derde half honderd jaaren geenen dienst gedaan is; ook blijkt uit het gebouwetjen zelf, (’t welk wij straks nader zullen leeren kennen,) dat de gemeente, toen dezelve op het dorp nog bestond, maar zeer klein moet geweest zijn.Wat vooreerst betreft deLIGGINGVanBussem, deeze is in het landlijkGooiland, op de alleraangenaamste, en op de verrukkelijkste wijze, gelijk het dan ook de eer wegdraagt van het schoonst gelegen dorp van geheelGooilandte weezen.Waar ook de landsvriend hier beschouwende oogen sla.Hij vind alomme stof,Tot prijzen van Gods milde gunst,Tot onbepaalden lof.Bussemligt voords een half uur gaans van deGooische Hoofdstad Naarden.In den Schaarbrief wegens deMeente, van welken brief wij onderLaarengesproken hebben, leezen wij wegensBussemhet volgende: „De stad Naarden, waar onder Bussem, ten opsichte van het Schapenweyden sorteert,(des blyvende derselver[3]verdeeling der Neng, huur of genot, en soo ook nu de Heyden als van ouds, en thans nog genoten werd,)sal genieten:”„Van den nieuwenAmersfoortschen wegaf, tot aan den oudenUtrechtschen weg, die uytBussemloopt, al het veld ten noordwesten vanLangehulgelegen, en van den voorn.Utrechtschen wegenLangehulaldaar, royende suydelijk tot op den Oosthoek van het Heyveld, dat wylen den Heer BurgemeesterHenrik Rickervan de stadNaardenheeft bekomen, ter plaatse alwaarOetgenslaanuyt’s Gravelandloopt, al het veld ten noordwesten en westen van deselve roying gelegen, strekkende al het selve van de gemeene royingen tot aan deBussemer bouwlanden, tot aan deHilversumsche weyde, en ook doorgaands tot aan het van ouds bekendeNaarderveld, waarvan de Wed. den Heer DrossaartBicker, den HeerDedel, de Erve van de Vrouwe vanAnkeveen, de HeerVan der Nolk, de Wed. de HeerBoomhouwer, de HeerSautyn, en de HeerDe Leeuw, thans eygenaars zijn; behoudens aanHilversum, niet alleen eene vrye drift voor hunne Koppels Schaapen, soo na weyde als na het veld genaamd hetLuyegat, over de heyde gelegen tusschen denClisbaanschen weg, (die uyt het midden vanBussemnaarHilversumloopt,) en’s Graveland, maar ook de vryheid om ’t selve heyveld met hunne Schaapen mede te mogen beweyden.”Van de ƒ 60, welken de dorpen jaarlijks aan de stadNaardenvoor deze meente moeten betaalen, geeftHuysenenBussemzamengenomen,ƒ 20:-Laaren- 10:-Hilversum- 20:-Blaricum- 10:-Zamenƒ 60:-[4]NAAMSOORSPRONG.Van deeze is in geene voorhanden zijnde schriften, voor zo verre ons bekend is, iet optespooren, ook zijn onze navorschingen, ter plaatse zelve, deezen aangaande geheel vruchtloos geweest; de lieden die het bewoonen, zijn niet, gelijk sommigen zeggen dat zij zijn, zulke afgetrokkenen, welke men naauwlijks tot spreeken kan krijgen; zeker, zij brengen hun leven niet in eene zonderlinge eenzaamheid door, maar oefenen sterke conversatie, en zijn bij uitzondering vriendlijk; er zijn goede denkers onder hen, en ook groote liefhebbers van leezen, gelijk er dan ook, naar evenredigheid van het plaatsjen, veele boeken voorhanden zijn, intusschen weinige bescheiden van het dorp zelf; de tegenwoordige staat des dorps is voords veel te oud, dan dat er overleveringen wegens eenen vroegeren staat plaats zouden kunnen hebben.Niets dan, gelijk gezegd is, kunnen wij onzen leezer mededeelen van den naamsoorsprong deezes kleinen maar aangenaamen dorpjens: zeker is het ondertusschen, dat er in vroegere tijden nog een anderBussemgeweest is, gelijk de naam vanOud-Bussemheden nog bewaard blijft, in eenen aanzienlijken landhoeve, een half uur beoosten de StadNaardengelegen; dit gewezeneOud-Bussemdroeg in zijnen tijde ook den naam vanHoog-Bussem; gelijk het dorpjen waarover wij thans spreeken, eigenlijkLaag-Bussemheet; waaruit dan misschien niet zonder waarschijnelijkheid het gevolg zoude kunnen getrokken worden, dat de beideBussemsweleer van veel grooter aanzien zullen geweest zijn; dit echter, hoe waarschijnelijk het ook gemaakt zoude kunnen worden, doet niets uit tot den naamsoorsprong, deeze is en blijft even duister.[5]STICHTINGENGROOTTE.Zo geheel in de vergetelheid bedolven als de naamsoorsprong vanBussemis, zo geheel niets kan ook wegens het eerste gedeelte van dit artijkel onzes plans, de stichting des dorps, gezegd worden: nergens vindt men daarvan eenige bescheiden.Wat de grootte betreft, ook deeze vindt men niet aangetekend, noch de morgentalen, noch het getal der huizen waaruit het bestaat; en hierop gronden de Schrijvers van denTegenwoordigen staat van Hollandde gissing, dat dit dorp in vroegeren tijds, als een voorstad vanNaardenaangemerkt zal geworden weezen.Om evenwel onzen Leezer iet van de gezegde grootte te kunnen opgeeven, hebben wij op de plaats zelve, desaangaande onderzoek gedaan, en is ons aldaar bericht, dat het dorp bestaat uit 47 huizen, die men kan zeggen bewoond te worden door 73 huishoudens, zamen, (kinderen mede gerekend,) geene 200 menschen uitbrengende.Niemand onzer Leezers, het reeds aangetekende wegensBussemoverwogen hebbende, zal zig verwonderen, als wij hem zeggen, dat dit dorp geen eigen wapen heeft.Van deKERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.VanBussemzouden wij mede niets aantetekenen hebben, ware het niet dat het ledig staande kerkjen, hiervoor reeds genoemd, aldaar aanwezig ware.Dit Kerkjen dan, dat geen ander aanzien heeft dan dat van een klein Kapelletjen, is een allereenvoudigst gebouwetjen, het geen door deszelfs kleinte en door zijne bouworde, den beschouwer verwonderd doet staan; te meer wanneer men er ingaat, en zig dan voorstelt hoeBussemeens de tijd[6]beleefd heeft, dat in den zeer engen omtrek van zulk een kerkjen, openbaaren dienst gedaan werd: het is van binnen niet meer dan 26 voeten lang, en 18 voeten breed; het dient thans ter bergplaatse van eenig oud hout als anderzins.Evenwel is dat zelfde zeer eenvoudig kerkjen, weleer van binnen nog veel eenvoudiger geweest, want thans is in het ruim geplaatst het wèl onderhouden werk van een uurwijzer, waarmede het houten torentjen, dat op het kapelletjen staat, pronkt; dit, zo wel als de overige armlijkheid van het gebouwetjen, maakt hetzelve thans in de daad der bezichtiginge waardig.Voords hangt in het gezegde houten torentjen een klok, die op den middag, als het eetenstijd is, geluid wordt, ten dienste der dorpelingen, welken, in het veld werkende, en zonder deeze waarschouwing, op de aanspooring van hunne maagen t’huiswaards keerenden, ligtlijk te vroeg of te laat zouden komen.Men wil, dat in den jaare 1655 of 1656 voor het laatst de Godsdienstoefening in het gezegde kerkjes gehouden zoude weezen.DeGereformeerdenwelken teBussemwoonachtig zijn, en niet meer dan vijf huishoudens uitmaaken, (voor nog geen vijftig jaaren geleden waren er maar twee of drie,) moeten teNaardenof elders ter kerke gaan.De overige inwooners zijn allen denRoomschen Godsdiensttoegedaan, en deezen hebben op het dorp ook een Kerk, die mede wel klein, maar echter zeer net is: deeze Gemeente wordt aldaar bediend door den Priester vanNaarden, zijnde thans de Wel-Eerwaarde HeerJohannes Nyhoff.Onder dit artijkel moeten wij voords nog betrekken het Schoolhuis, dat naar evenredigheid van het dorp is, en waarin gemeenlijk niet meer dan dagelijks 20 kinderen verschijnen; er is op het dorp slechts één kind van Gereformeerde Ouderen; en dit neemt met de Roomsche kinderen, zonder eenige stoorenis, het dorpschool bovengemeld, waar.Andere Godsdienstige Gebouwen zijn teBussemniet aanwezig.Wereldlijke gebouwenzijn er geheel geenen, even weinig bestaat er, en het geen uit het aangetekende wegens den[7]staat der Godsdiensten van zelf volgt, geenekerkelijke regeering.Eenwereldlijke regeeringkan mede niet gezegd worden teBussemte zijn; de hooge Vierschaar wordt er, even als op alle andereGooische dorpen, gespannen door den Bailluw, en de Schepenen vanNaarden; voords moeten de ingezetenen in het civile, ook voor de civile Regeering vanNaardenvoornoemd, te recht staan.Wegens ons artijkel voorrechten, kunnen wij,Bussembetreffende, mede niets meer aanteekenen, dan het geen hiervoor uit den Schaarbrief reeds gedaan is.DeBEZIGHEDENDer dorpelingen alhier, bestaan voornaamlijk in de zanderijen; eene moejelijke arbeid, die door hen met 10 Schepen aan den gang gehouden wordt: veelen der afgezande landen zijn tot de bouwerij toebereid, welke nuttige taak nu ook verscheidenen der ingezetenen het sobere en slechts het hoognodige levensonderhoud verschaft, en de omliggende landstreek niet weinig verfraait: want hoogst aangenaam is tog het gezicht van wèl bebouwde en weelig groejende landen.DegeschiedenisvanBussembevat, voor zo verre zij bekend is, of liever verteld wordt, niets van eenig aanbelang: wat onze jongstledene onlusten betreft, kan men zeggen, dat dit dorp daarin een gering deel gehad heeft: althans geen ander danGooilandin ’t algemeen.Onder deBIJZONDERHEDEN,Welken teBussemte bezichtigen zijn, behoort zekerlijk in de eerste plaats genoemd te worden het Kapelletjen, of Kerkjen, waarvan wij boven verslag gedaan hebben: voords zullen zij, die dit dorpjen gaan bezoeken, ’t zig niet beklaagen, zo zij de moeite neemen, om ook het nabij gelegenOud-Bussemvoorgemeld, te gaan bezichtigen; hetzelve is thans in de familie van den HeereScherenberg: nog verdienen in oogenschouw genomen te worden, de tegenOud-Bussemover liggende LandhoeveBERGHUIZEN.Als mede eene andere Landhoeve, genaamdKOMMERRUST.[8]Van de beide laatstgemelde ongemeen schoone Landhoeven, die met gemaklijke huizingen voorzien zijn, vindt men de volgende lofspraak aangetekend:„Deeze Hofsteden, die met een lange laan vanéén gescheiden zijn, zouden wij met recht de eerste verblijfplaats der schelle nachtegaalen mogen noemen; hier vindt men dreeven van Linden- Eiken- Iepen- en Berken-boomen, die het oog naauwlijks kan ten einde zien: de afgegravene heigronden, die thans in vruchtbaare akkers hervormd, en met wateren, hier en daar doorsneden zijn, bezoomen de voorzijden deezer hoeven, en leveren een onbelemmerd uitzicht, op de net beplante wallen vanNaarden, ’t welk er even zo verre afgelegen is, dat het oog, zonder zig te vermoejen, hier op in het verschiet een aangenaam gezicht kan hebben.”Niet verre van deeze lustplaatsen, is ook nog te bezichtigen, en der bezichtiginge overwaardig, de aangenaame hoeve,KRAAILOO,Dat met zijne heuvelen, dalen, akkers, en waranden, allerbevalligst gelegen is, en weleer eene buitenplaats uitmaakte, die ongemeen groot in haar beslag, en verrukkelijk in haare ligging was; dan, thans is dezelve in tweeën verdeeld, in eene zuidzijde, en noordzijde.Niets zonderlings is het dat op dit dorp geene vreemdelingen komen logeeren; niets zonderlings is het derhalven ook, dat men er geenelogementenvindt, zelfs zijn er geene herbergen, welken dien naam verdienen te draagen; bij een en ander dorpeling, kan men echter het noodige ter ververschinge bekomen.Wat deREISGELEGENHEDENTeBussembetreft, afzonderlijke voor het dorp zijn er niet, met weinig moeite echter wandelt men van daar naarNaarden, en naar het een of ander nabijgelegen dorp, alwaar men ligtlijk gelegenheid ter verdere afreize vindt: ’t gebeurt ook wel, dat men eene gelegenheid aantreft om per rijtuig naarNaardenvoornoemd, of naarUtrechtgebragt te worden, alzo de Heereweg tusschen die twee steden doorBussemloopt, en die weg nog al bereden wordt, ’t welk het dorpjen ook eenige levendigheid bijzet.[1]

[Inhoud]’t Dorp Bussem’t Dorp BussemPronktNederlandmet trotsche steden,Slechts uit een kleen begin ontstaan,Het zag Verval, (thans weêr aan ’t woeden,)Ook andre plaatsen nederslaan:Hij, bij wien zeggen juist niet geldt,Zie BUSSEM, hem hier voorgesteld.HETDORPBUSSEM.’T is zekerlijk waar dat deNederlandsche dorpen, in verscheidene opzichten, met elkander overeenkomen; niet wat de tekening van dezelve betreft, want het eene is in gedaante of ligging dikwijls zeer verschillend van het andere; daar het eene een aardsch paradijs gelijkt, waarin niet dan landlijk schoon heerscht, en in welks bevang, of ook in welks environs, de Natuur onze oogen op de alleraangenaamste wijze verrukt, en door die verrukking onze ziel streelt; daar dit dikwijls omtrent het eene plaats heeft, is het andere doods of als een kerkhof; daar het eene op de woeligste wijze bloeit, de vrolijkheid er alomme heerscht, en het genoegen op de aanzichten der inwooneren dartelt, is het andere een beklaagenswaardig treffend voorbeeld van verval, op ’t gelaat van welks inwooneren de kwijning geschilderd staat, en die geene andere vertooning maaken, dan van lieden, welken onder de wreedste verdrukking een jammervol[2]leven naar het graf sleepen: is deeze opzichten, zeker, is er onder deNederlandsche dorpenniet zelden een zeer aanmerkelijk verschil, maar groote overeenkomst heerscht er in de opgave en beschrijvingen van hunne openbaare gebouwen; van hunne kerklijke en wereldlijke regeeringswijze; van hunne historie, (dit laatste vooral wanneer de beschrevene dorpen in een zelfd oord liggen;) van de middelen huns bestaans, als anderzins; dochBussem, het dorpjen, waarmede wij onze leezers thans nader bekend zullen maaken, is, zo niet in alle de gemelde opzichten, echter daarin geheel van alle de andereNederlandsche dorpenonderscheiden, dat het wel eene kerk heeft, doch waarin sedert bijna derde half honderd jaaren geenen dienst gedaan is; ook blijkt uit het gebouwetjen zelf, (’t welk wij straks nader zullen leeren kennen,) dat de gemeente, toen dezelve op het dorp nog bestond, maar zeer klein moet geweest zijn.Wat vooreerst betreft deLIGGINGVanBussem, deeze is in het landlijkGooiland, op de alleraangenaamste, en op de verrukkelijkste wijze, gelijk het dan ook de eer wegdraagt van het schoonst gelegen dorp van geheelGooilandte weezen.Waar ook de landsvriend hier beschouwende oogen sla.Hij vind alomme stof,Tot prijzen van Gods milde gunst,Tot onbepaalden lof.Bussemligt voords een half uur gaans van deGooische Hoofdstad Naarden.In den Schaarbrief wegens deMeente, van welken brief wij onderLaarengesproken hebben, leezen wij wegensBussemhet volgende: „De stad Naarden, waar onder Bussem, ten opsichte van het Schapenweyden sorteert,(des blyvende derselver[3]verdeeling der Neng, huur of genot, en soo ook nu de Heyden als van ouds, en thans nog genoten werd,)sal genieten:”„Van den nieuwenAmersfoortschen wegaf, tot aan den oudenUtrechtschen weg, die uytBussemloopt, al het veld ten noordwesten vanLangehulgelegen, en van den voorn.Utrechtschen wegenLangehulaldaar, royende suydelijk tot op den Oosthoek van het Heyveld, dat wylen den Heer BurgemeesterHenrik Rickervan de stadNaardenheeft bekomen, ter plaatse alwaarOetgenslaanuyt’s Gravelandloopt, al het veld ten noordwesten en westen van deselve roying gelegen, strekkende al het selve van de gemeene royingen tot aan deBussemer bouwlanden, tot aan deHilversumsche weyde, en ook doorgaands tot aan het van ouds bekendeNaarderveld, waarvan de Wed. den Heer DrossaartBicker, den HeerDedel, de Erve van de Vrouwe vanAnkeveen, de HeerVan der Nolk, de Wed. de HeerBoomhouwer, de HeerSautyn, en de HeerDe Leeuw, thans eygenaars zijn; behoudens aanHilversum, niet alleen eene vrye drift voor hunne Koppels Schaapen, soo na weyde als na het veld genaamd hetLuyegat, over de heyde gelegen tusschen denClisbaanschen weg, (die uyt het midden vanBussemnaarHilversumloopt,) en’s Graveland, maar ook de vryheid om ’t selve heyveld met hunne Schaapen mede te mogen beweyden.”Van de ƒ 60, welken de dorpen jaarlijks aan de stadNaardenvoor deze meente moeten betaalen, geeftHuysenenBussemzamengenomen,ƒ 20:-Laaren- 10:-Hilversum- 20:-Blaricum- 10:-Zamenƒ 60:-[4]NAAMSOORSPRONG.Van deeze is in geene voorhanden zijnde schriften, voor zo verre ons bekend is, iet optespooren, ook zijn onze navorschingen, ter plaatse zelve, deezen aangaande geheel vruchtloos geweest; de lieden die het bewoonen, zijn niet, gelijk sommigen zeggen dat zij zijn, zulke afgetrokkenen, welke men naauwlijks tot spreeken kan krijgen; zeker, zij brengen hun leven niet in eene zonderlinge eenzaamheid door, maar oefenen sterke conversatie, en zijn bij uitzondering vriendlijk; er zijn goede denkers onder hen, en ook groote liefhebbers van leezen, gelijk er dan ook, naar evenredigheid van het plaatsjen, veele boeken voorhanden zijn, intusschen weinige bescheiden van het dorp zelf; de tegenwoordige staat des dorps is voords veel te oud, dan dat er overleveringen wegens eenen vroegeren staat plaats zouden kunnen hebben.Niets dan, gelijk gezegd is, kunnen wij onzen leezer mededeelen van den naamsoorsprong deezes kleinen maar aangenaamen dorpjens: zeker is het ondertusschen, dat er in vroegere tijden nog een anderBussemgeweest is, gelijk de naam vanOud-Bussemheden nog bewaard blijft, in eenen aanzienlijken landhoeve, een half uur beoosten de StadNaardengelegen; dit gewezeneOud-Bussemdroeg in zijnen tijde ook den naam vanHoog-Bussem; gelijk het dorpjen waarover wij thans spreeken, eigenlijkLaag-Bussemheet; waaruit dan misschien niet zonder waarschijnelijkheid het gevolg zoude kunnen getrokken worden, dat de beideBussemsweleer van veel grooter aanzien zullen geweest zijn; dit echter, hoe waarschijnelijk het ook gemaakt zoude kunnen worden, doet niets uit tot den naamsoorsprong, deeze is en blijft even duister.[5]STICHTINGENGROOTTE.Zo geheel in de vergetelheid bedolven als de naamsoorsprong vanBussemis, zo geheel niets kan ook wegens het eerste gedeelte van dit artijkel onzes plans, de stichting des dorps, gezegd worden: nergens vindt men daarvan eenige bescheiden.Wat de grootte betreft, ook deeze vindt men niet aangetekend, noch de morgentalen, noch het getal der huizen waaruit het bestaat; en hierop gronden de Schrijvers van denTegenwoordigen staat van Hollandde gissing, dat dit dorp in vroegeren tijds, als een voorstad vanNaardenaangemerkt zal geworden weezen.Om evenwel onzen Leezer iet van de gezegde grootte te kunnen opgeeven, hebben wij op de plaats zelve, desaangaande onderzoek gedaan, en is ons aldaar bericht, dat het dorp bestaat uit 47 huizen, die men kan zeggen bewoond te worden door 73 huishoudens, zamen, (kinderen mede gerekend,) geene 200 menschen uitbrengende.Niemand onzer Leezers, het reeds aangetekende wegensBussemoverwogen hebbende, zal zig verwonderen, als wij hem zeggen, dat dit dorp geen eigen wapen heeft.Van deKERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.VanBussemzouden wij mede niets aantetekenen hebben, ware het niet dat het ledig staande kerkjen, hiervoor reeds genoemd, aldaar aanwezig ware.Dit Kerkjen dan, dat geen ander aanzien heeft dan dat van een klein Kapelletjen, is een allereenvoudigst gebouwetjen, het geen door deszelfs kleinte en door zijne bouworde, den beschouwer verwonderd doet staan; te meer wanneer men er ingaat, en zig dan voorstelt hoeBussemeens de tijd[6]beleefd heeft, dat in den zeer engen omtrek van zulk een kerkjen, openbaaren dienst gedaan werd: het is van binnen niet meer dan 26 voeten lang, en 18 voeten breed; het dient thans ter bergplaatse van eenig oud hout als anderzins.Evenwel is dat zelfde zeer eenvoudig kerkjen, weleer van binnen nog veel eenvoudiger geweest, want thans is in het ruim geplaatst het wèl onderhouden werk van een uurwijzer, waarmede het houten torentjen, dat op het kapelletjen staat, pronkt; dit, zo wel als de overige armlijkheid van het gebouwetjen, maakt hetzelve thans in de daad der bezichtiginge waardig.Voords hangt in het gezegde houten torentjen een klok, die op den middag, als het eetenstijd is, geluid wordt, ten dienste der dorpelingen, welken, in het veld werkende, en zonder deeze waarschouwing, op de aanspooring van hunne maagen t’huiswaards keerenden, ligtlijk te vroeg of te laat zouden komen.Men wil, dat in den jaare 1655 of 1656 voor het laatst de Godsdienstoefening in het gezegde kerkjes gehouden zoude weezen.DeGereformeerdenwelken teBussemwoonachtig zijn, en niet meer dan vijf huishoudens uitmaaken, (voor nog geen vijftig jaaren geleden waren er maar twee of drie,) moeten teNaardenof elders ter kerke gaan.De overige inwooners zijn allen denRoomschen Godsdiensttoegedaan, en deezen hebben op het dorp ook een Kerk, die mede wel klein, maar echter zeer net is: deeze Gemeente wordt aldaar bediend door den Priester vanNaarden, zijnde thans de Wel-Eerwaarde HeerJohannes Nyhoff.Onder dit artijkel moeten wij voords nog betrekken het Schoolhuis, dat naar evenredigheid van het dorp is, en waarin gemeenlijk niet meer dan dagelijks 20 kinderen verschijnen; er is op het dorp slechts één kind van Gereformeerde Ouderen; en dit neemt met de Roomsche kinderen, zonder eenige stoorenis, het dorpschool bovengemeld, waar.Andere Godsdienstige Gebouwen zijn teBussemniet aanwezig.Wereldlijke gebouwenzijn er geheel geenen, even weinig bestaat er, en het geen uit het aangetekende wegens den[7]staat der Godsdiensten van zelf volgt, geenekerkelijke regeering.Eenwereldlijke regeeringkan mede niet gezegd worden teBussemte zijn; de hooge Vierschaar wordt er, even als op alle andereGooische dorpen, gespannen door den Bailluw, en de Schepenen vanNaarden; voords moeten de ingezetenen in het civile, ook voor de civile Regeering vanNaardenvoornoemd, te recht staan.Wegens ons artijkel voorrechten, kunnen wij,Bussembetreffende, mede niets meer aanteekenen, dan het geen hiervoor uit den Schaarbrief reeds gedaan is.DeBEZIGHEDENDer dorpelingen alhier, bestaan voornaamlijk in de zanderijen; eene moejelijke arbeid, die door hen met 10 Schepen aan den gang gehouden wordt: veelen der afgezande landen zijn tot de bouwerij toebereid, welke nuttige taak nu ook verscheidenen der ingezetenen het sobere en slechts het hoognodige levensonderhoud verschaft, en de omliggende landstreek niet weinig verfraait: want hoogst aangenaam is tog het gezicht van wèl bebouwde en weelig groejende landen.DegeschiedenisvanBussembevat, voor zo verre zij bekend is, of liever verteld wordt, niets van eenig aanbelang: wat onze jongstledene onlusten betreft, kan men zeggen, dat dit dorp daarin een gering deel gehad heeft: althans geen ander danGooilandin ’t algemeen.Onder deBIJZONDERHEDEN,Welken teBussemte bezichtigen zijn, behoort zekerlijk in de eerste plaats genoemd te worden het Kapelletjen, of Kerkjen, waarvan wij boven verslag gedaan hebben: voords zullen zij, die dit dorpjen gaan bezoeken, ’t zig niet beklaagen, zo zij de moeite neemen, om ook het nabij gelegenOud-Bussemvoorgemeld, te gaan bezichtigen; hetzelve is thans in de familie van den HeereScherenberg: nog verdienen in oogenschouw genomen te worden, de tegenOud-Bussemover liggende LandhoeveBERGHUIZEN.Als mede eene andere Landhoeve, genaamdKOMMERRUST.[8]Van de beide laatstgemelde ongemeen schoone Landhoeven, die met gemaklijke huizingen voorzien zijn, vindt men de volgende lofspraak aangetekend:„Deeze Hofsteden, die met een lange laan vanéén gescheiden zijn, zouden wij met recht de eerste verblijfplaats der schelle nachtegaalen mogen noemen; hier vindt men dreeven van Linden- Eiken- Iepen- en Berken-boomen, die het oog naauwlijks kan ten einde zien: de afgegravene heigronden, die thans in vruchtbaare akkers hervormd, en met wateren, hier en daar doorsneden zijn, bezoomen de voorzijden deezer hoeven, en leveren een onbelemmerd uitzicht, op de net beplante wallen vanNaarden, ’t welk er even zo verre afgelegen is, dat het oog, zonder zig te vermoejen, hier op in het verschiet een aangenaam gezicht kan hebben.”Niet verre van deeze lustplaatsen, is ook nog te bezichtigen, en der bezichtiginge overwaardig, de aangenaame hoeve,KRAAILOO,Dat met zijne heuvelen, dalen, akkers, en waranden, allerbevalligst gelegen is, en weleer eene buitenplaats uitmaakte, die ongemeen groot in haar beslag, en verrukkelijk in haare ligging was; dan, thans is dezelve in tweeën verdeeld, in eene zuidzijde, en noordzijde.Niets zonderlings is het dat op dit dorp geene vreemdelingen komen logeeren; niets zonderlings is het derhalven ook, dat men er geenelogementenvindt, zelfs zijn er geene herbergen, welken dien naam verdienen te draagen; bij een en ander dorpeling, kan men echter het noodige ter ververschinge bekomen.Wat deREISGELEGENHEDENTeBussembetreft, afzonderlijke voor het dorp zijn er niet, met weinig moeite echter wandelt men van daar naarNaarden, en naar het een of ander nabijgelegen dorp, alwaar men ligtlijk gelegenheid ter verdere afreize vindt: ’t gebeurt ook wel, dat men eene gelegenheid aantreft om per rijtuig naarNaardenvoornoemd, of naarUtrechtgebragt te worden, alzo de Heereweg tusschen die twee steden doorBussemloopt, en die weg nog al bereden wordt, ’t welk het dorpjen ook eenige levendigheid bijzet.[1]

’t Dorp Bussem’t Dorp BussemPronktNederlandmet trotsche steden,Slechts uit een kleen begin ontstaan,Het zag Verval, (thans weêr aan ’t woeden,)Ook andre plaatsen nederslaan:Hij, bij wien zeggen juist niet geldt,Zie BUSSEM, hem hier voorgesteld.HETDORPBUSSEM.

’t Dorp Bussem’t Dorp BussemPronktNederlandmet trotsche steden,Slechts uit een kleen begin ontstaan,Het zag Verval, (thans weêr aan ’t woeden,)Ook andre plaatsen nederslaan:Hij, bij wien zeggen juist niet geldt,Zie BUSSEM, hem hier voorgesteld.

’t Dorp Bussem

PronktNederlandmet trotsche steden,Slechts uit een kleen begin ontstaan,Het zag Verval, (thans weêr aan ’t woeden,)Ook andre plaatsen nederslaan:Hij, bij wien zeggen juist niet geldt,Zie BUSSEM, hem hier voorgesteld.

PronktNederlandmet trotsche steden,Slechts uit een kleen begin ontstaan,Het zag Verval, (thans weêr aan ’t woeden,)Ook andre plaatsen nederslaan:Hij, bij wien zeggen juist niet geldt,Zie BUSSEM, hem hier voorgesteld.

PronktNederlandmet trotsche steden,Slechts uit een kleen begin ontstaan,Het zag Verval, (thans weêr aan ’t woeden,)Ook andre plaatsen nederslaan:Hij, bij wien zeggen juist niet geldt,Zie BUSSEM, hem hier voorgesteld.

PronktNederlandmet trotsche steden,

Slechts uit een kleen begin ontstaan,

Het zag Verval, (thans weêr aan ’t woeden,)

Ook andre plaatsen nederslaan:

Hij, bij wien zeggen juist niet geldt,

Zie BUSSEM, hem hier voorgesteld.

’T is zekerlijk waar dat deNederlandsche dorpen, in verscheidene opzichten, met elkander overeenkomen; niet wat de tekening van dezelve betreft, want het eene is in gedaante of ligging dikwijls zeer verschillend van het andere; daar het eene een aardsch paradijs gelijkt, waarin niet dan landlijk schoon heerscht, en in welks bevang, of ook in welks environs, de Natuur onze oogen op de alleraangenaamste wijze verrukt, en door die verrukking onze ziel streelt; daar dit dikwijls omtrent het eene plaats heeft, is het andere doods of als een kerkhof; daar het eene op de woeligste wijze bloeit, de vrolijkheid er alomme heerscht, en het genoegen op de aanzichten der inwooneren dartelt, is het andere een beklaagenswaardig treffend voorbeeld van verval, op ’t gelaat van welks inwooneren de kwijning geschilderd staat, en die geene andere vertooning maaken, dan van lieden, welken onder de wreedste verdrukking een jammervol[2]leven naar het graf sleepen: is deeze opzichten, zeker, is er onder deNederlandsche dorpenniet zelden een zeer aanmerkelijk verschil, maar groote overeenkomst heerscht er in de opgave en beschrijvingen van hunne openbaare gebouwen; van hunne kerklijke en wereldlijke regeeringswijze; van hunne historie, (dit laatste vooral wanneer de beschrevene dorpen in een zelfd oord liggen;) van de middelen huns bestaans, als anderzins; dochBussem, het dorpjen, waarmede wij onze leezers thans nader bekend zullen maaken, is, zo niet in alle de gemelde opzichten, echter daarin geheel van alle de andereNederlandsche dorpenonderscheiden, dat het wel eene kerk heeft, doch waarin sedert bijna derde half honderd jaaren geenen dienst gedaan is; ook blijkt uit het gebouwetjen zelf, (’t welk wij straks nader zullen leeren kennen,) dat de gemeente, toen dezelve op het dorp nog bestond, maar zeer klein moet geweest zijn.Wat vooreerst betreft deLIGGINGVanBussem, deeze is in het landlijkGooiland, op de alleraangenaamste, en op de verrukkelijkste wijze, gelijk het dan ook de eer wegdraagt van het schoonst gelegen dorp van geheelGooilandte weezen.Waar ook de landsvriend hier beschouwende oogen sla.Hij vind alomme stof,Tot prijzen van Gods milde gunst,Tot onbepaalden lof.Bussemligt voords een half uur gaans van deGooische Hoofdstad Naarden.In den Schaarbrief wegens deMeente, van welken brief wij onderLaarengesproken hebben, leezen wij wegensBussemhet volgende: „De stad Naarden, waar onder Bussem, ten opsichte van het Schapenweyden sorteert,(des blyvende derselver[3]verdeeling der Neng, huur of genot, en soo ook nu de Heyden als van ouds, en thans nog genoten werd,)sal genieten:”„Van den nieuwenAmersfoortschen wegaf, tot aan den oudenUtrechtschen weg, die uytBussemloopt, al het veld ten noordwesten vanLangehulgelegen, en van den voorn.Utrechtschen wegenLangehulaldaar, royende suydelijk tot op den Oosthoek van het Heyveld, dat wylen den Heer BurgemeesterHenrik Rickervan de stadNaardenheeft bekomen, ter plaatse alwaarOetgenslaanuyt’s Gravelandloopt, al het veld ten noordwesten en westen van deselve roying gelegen, strekkende al het selve van de gemeene royingen tot aan deBussemer bouwlanden, tot aan deHilversumsche weyde, en ook doorgaands tot aan het van ouds bekendeNaarderveld, waarvan de Wed. den Heer DrossaartBicker, den HeerDedel, de Erve van de Vrouwe vanAnkeveen, de HeerVan der Nolk, de Wed. de HeerBoomhouwer, de HeerSautyn, en de HeerDe Leeuw, thans eygenaars zijn; behoudens aanHilversum, niet alleen eene vrye drift voor hunne Koppels Schaapen, soo na weyde als na het veld genaamd hetLuyegat, over de heyde gelegen tusschen denClisbaanschen weg, (die uyt het midden vanBussemnaarHilversumloopt,) en’s Graveland, maar ook de vryheid om ’t selve heyveld met hunne Schaapen mede te mogen beweyden.”Van de ƒ 60, welken de dorpen jaarlijks aan de stadNaardenvoor deze meente moeten betaalen, geeftHuysenenBussemzamengenomen,ƒ 20:-Laaren- 10:-Hilversum- 20:-Blaricum- 10:-Zamenƒ 60:-[4]NAAMSOORSPRONG.Van deeze is in geene voorhanden zijnde schriften, voor zo verre ons bekend is, iet optespooren, ook zijn onze navorschingen, ter plaatse zelve, deezen aangaande geheel vruchtloos geweest; de lieden die het bewoonen, zijn niet, gelijk sommigen zeggen dat zij zijn, zulke afgetrokkenen, welke men naauwlijks tot spreeken kan krijgen; zeker, zij brengen hun leven niet in eene zonderlinge eenzaamheid door, maar oefenen sterke conversatie, en zijn bij uitzondering vriendlijk; er zijn goede denkers onder hen, en ook groote liefhebbers van leezen, gelijk er dan ook, naar evenredigheid van het plaatsjen, veele boeken voorhanden zijn, intusschen weinige bescheiden van het dorp zelf; de tegenwoordige staat des dorps is voords veel te oud, dan dat er overleveringen wegens eenen vroegeren staat plaats zouden kunnen hebben.Niets dan, gelijk gezegd is, kunnen wij onzen leezer mededeelen van den naamsoorsprong deezes kleinen maar aangenaamen dorpjens: zeker is het ondertusschen, dat er in vroegere tijden nog een anderBussemgeweest is, gelijk de naam vanOud-Bussemheden nog bewaard blijft, in eenen aanzienlijken landhoeve, een half uur beoosten de StadNaardengelegen; dit gewezeneOud-Bussemdroeg in zijnen tijde ook den naam vanHoog-Bussem; gelijk het dorpjen waarover wij thans spreeken, eigenlijkLaag-Bussemheet; waaruit dan misschien niet zonder waarschijnelijkheid het gevolg zoude kunnen getrokken worden, dat de beideBussemsweleer van veel grooter aanzien zullen geweest zijn; dit echter, hoe waarschijnelijk het ook gemaakt zoude kunnen worden, doet niets uit tot den naamsoorsprong, deeze is en blijft even duister.[5]STICHTINGENGROOTTE.Zo geheel in de vergetelheid bedolven als de naamsoorsprong vanBussemis, zo geheel niets kan ook wegens het eerste gedeelte van dit artijkel onzes plans, de stichting des dorps, gezegd worden: nergens vindt men daarvan eenige bescheiden.Wat de grootte betreft, ook deeze vindt men niet aangetekend, noch de morgentalen, noch het getal der huizen waaruit het bestaat; en hierop gronden de Schrijvers van denTegenwoordigen staat van Hollandde gissing, dat dit dorp in vroegeren tijds, als een voorstad vanNaardenaangemerkt zal geworden weezen.Om evenwel onzen Leezer iet van de gezegde grootte te kunnen opgeeven, hebben wij op de plaats zelve, desaangaande onderzoek gedaan, en is ons aldaar bericht, dat het dorp bestaat uit 47 huizen, die men kan zeggen bewoond te worden door 73 huishoudens, zamen, (kinderen mede gerekend,) geene 200 menschen uitbrengende.Niemand onzer Leezers, het reeds aangetekende wegensBussemoverwogen hebbende, zal zig verwonderen, als wij hem zeggen, dat dit dorp geen eigen wapen heeft.Van deKERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.VanBussemzouden wij mede niets aantetekenen hebben, ware het niet dat het ledig staande kerkjen, hiervoor reeds genoemd, aldaar aanwezig ware.Dit Kerkjen dan, dat geen ander aanzien heeft dan dat van een klein Kapelletjen, is een allereenvoudigst gebouwetjen, het geen door deszelfs kleinte en door zijne bouworde, den beschouwer verwonderd doet staan; te meer wanneer men er ingaat, en zig dan voorstelt hoeBussemeens de tijd[6]beleefd heeft, dat in den zeer engen omtrek van zulk een kerkjen, openbaaren dienst gedaan werd: het is van binnen niet meer dan 26 voeten lang, en 18 voeten breed; het dient thans ter bergplaatse van eenig oud hout als anderzins.Evenwel is dat zelfde zeer eenvoudig kerkjen, weleer van binnen nog veel eenvoudiger geweest, want thans is in het ruim geplaatst het wèl onderhouden werk van een uurwijzer, waarmede het houten torentjen, dat op het kapelletjen staat, pronkt; dit, zo wel als de overige armlijkheid van het gebouwetjen, maakt hetzelve thans in de daad der bezichtiginge waardig.Voords hangt in het gezegde houten torentjen een klok, die op den middag, als het eetenstijd is, geluid wordt, ten dienste der dorpelingen, welken, in het veld werkende, en zonder deeze waarschouwing, op de aanspooring van hunne maagen t’huiswaards keerenden, ligtlijk te vroeg of te laat zouden komen.Men wil, dat in den jaare 1655 of 1656 voor het laatst de Godsdienstoefening in het gezegde kerkjes gehouden zoude weezen.DeGereformeerdenwelken teBussemwoonachtig zijn, en niet meer dan vijf huishoudens uitmaaken, (voor nog geen vijftig jaaren geleden waren er maar twee of drie,) moeten teNaardenof elders ter kerke gaan.De overige inwooners zijn allen denRoomschen Godsdiensttoegedaan, en deezen hebben op het dorp ook een Kerk, die mede wel klein, maar echter zeer net is: deeze Gemeente wordt aldaar bediend door den Priester vanNaarden, zijnde thans de Wel-Eerwaarde HeerJohannes Nyhoff.Onder dit artijkel moeten wij voords nog betrekken het Schoolhuis, dat naar evenredigheid van het dorp is, en waarin gemeenlijk niet meer dan dagelijks 20 kinderen verschijnen; er is op het dorp slechts één kind van Gereformeerde Ouderen; en dit neemt met de Roomsche kinderen, zonder eenige stoorenis, het dorpschool bovengemeld, waar.Andere Godsdienstige Gebouwen zijn teBussemniet aanwezig.Wereldlijke gebouwenzijn er geheel geenen, even weinig bestaat er, en het geen uit het aangetekende wegens den[7]staat der Godsdiensten van zelf volgt, geenekerkelijke regeering.Eenwereldlijke regeeringkan mede niet gezegd worden teBussemte zijn; de hooge Vierschaar wordt er, even als op alle andereGooische dorpen, gespannen door den Bailluw, en de Schepenen vanNaarden; voords moeten de ingezetenen in het civile, ook voor de civile Regeering vanNaardenvoornoemd, te recht staan.Wegens ons artijkel voorrechten, kunnen wij,Bussembetreffende, mede niets meer aanteekenen, dan het geen hiervoor uit den Schaarbrief reeds gedaan is.DeBEZIGHEDENDer dorpelingen alhier, bestaan voornaamlijk in de zanderijen; eene moejelijke arbeid, die door hen met 10 Schepen aan den gang gehouden wordt: veelen der afgezande landen zijn tot de bouwerij toebereid, welke nuttige taak nu ook verscheidenen der ingezetenen het sobere en slechts het hoognodige levensonderhoud verschaft, en de omliggende landstreek niet weinig verfraait: want hoogst aangenaam is tog het gezicht van wèl bebouwde en weelig groejende landen.DegeschiedenisvanBussembevat, voor zo verre zij bekend is, of liever verteld wordt, niets van eenig aanbelang: wat onze jongstledene onlusten betreft, kan men zeggen, dat dit dorp daarin een gering deel gehad heeft: althans geen ander danGooilandin ’t algemeen.Onder deBIJZONDERHEDEN,Welken teBussemte bezichtigen zijn, behoort zekerlijk in de eerste plaats genoemd te worden het Kapelletjen, of Kerkjen, waarvan wij boven verslag gedaan hebben: voords zullen zij, die dit dorpjen gaan bezoeken, ’t zig niet beklaagen, zo zij de moeite neemen, om ook het nabij gelegenOud-Bussemvoorgemeld, te gaan bezichtigen; hetzelve is thans in de familie van den HeereScherenberg: nog verdienen in oogenschouw genomen te worden, de tegenOud-Bussemover liggende LandhoeveBERGHUIZEN.Als mede eene andere Landhoeve, genaamdKOMMERRUST.[8]Van de beide laatstgemelde ongemeen schoone Landhoeven, die met gemaklijke huizingen voorzien zijn, vindt men de volgende lofspraak aangetekend:„Deeze Hofsteden, die met een lange laan vanéén gescheiden zijn, zouden wij met recht de eerste verblijfplaats der schelle nachtegaalen mogen noemen; hier vindt men dreeven van Linden- Eiken- Iepen- en Berken-boomen, die het oog naauwlijks kan ten einde zien: de afgegravene heigronden, die thans in vruchtbaare akkers hervormd, en met wateren, hier en daar doorsneden zijn, bezoomen de voorzijden deezer hoeven, en leveren een onbelemmerd uitzicht, op de net beplante wallen vanNaarden, ’t welk er even zo verre afgelegen is, dat het oog, zonder zig te vermoejen, hier op in het verschiet een aangenaam gezicht kan hebben.”Niet verre van deeze lustplaatsen, is ook nog te bezichtigen, en der bezichtiginge overwaardig, de aangenaame hoeve,KRAAILOO,Dat met zijne heuvelen, dalen, akkers, en waranden, allerbevalligst gelegen is, en weleer eene buitenplaats uitmaakte, die ongemeen groot in haar beslag, en verrukkelijk in haare ligging was; dan, thans is dezelve in tweeën verdeeld, in eene zuidzijde, en noordzijde.Niets zonderlings is het dat op dit dorp geene vreemdelingen komen logeeren; niets zonderlings is het derhalven ook, dat men er geenelogementenvindt, zelfs zijn er geene herbergen, welken dien naam verdienen te draagen; bij een en ander dorpeling, kan men echter het noodige ter ververschinge bekomen.Wat deREISGELEGENHEDENTeBussembetreft, afzonderlijke voor het dorp zijn er niet, met weinig moeite echter wandelt men van daar naarNaarden, en naar het een of ander nabijgelegen dorp, alwaar men ligtlijk gelegenheid ter verdere afreize vindt: ’t gebeurt ook wel, dat men eene gelegenheid aantreft om per rijtuig naarNaardenvoornoemd, of naarUtrechtgebragt te worden, alzo de Heereweg tusschen die twee steden doorBussemloopt, en die weg nog al bereden wordt, ’t welk het dorpjen ook eenige levendigheid bijzet.[1]

’T is zekerlijk waar dat deNederlandsche dorpen, in verscheidene opzichten, met elkander overeenkomen; niet wat de tekening van dezelve betreft, want het eene is in gedaante of ligging dikwijls zeer verschillend van het andere; daar het eene een aardsch paradijs gelijkt, waarin niet dan landlijk schoon heerscht, en in welks bevang, of ook in welks environs, de Natuur onze oogen op de alleraangenaamste wijze verrukt, en door die verrukking onze ziel streelt; daar dit dikwijls omtrent het eene plaats heeft, is het andere doods of als een kerkhof; daar het eene op de woeligste wijze bloeit, de vrolijkheid er alomme heerscht, en het genoegen op de aanzichten der inwooneren dartelt, is het andere een beklaagenswaardig treffend voorbeeld van verval, op ’t gelaat van welks inwooneren de kwijning geschilderd staat, en die geene andere vertooning maaken, dan van lieden, welken onder de wreedste verdrukking een jammervol[2]leven naar het graf sleepen: is deeze opzichten, zeker, is er onder deNederlandsche dorpenniet zelden een zeer aanmerkelijk verschil, maar groote overeenkomst heerscht er in de opgave en beschrijvingen van hunne openbaare gebouwen; van hunne kerklijke en wereldlijke regeeringswijze; van hunne historie, (dit laatste vooral wanneer de beschrevene dorpen in een zelfd oord liggen;) van de middelen huns bestaans, als anderzins; dochBussem, het dorpjen, waarmede wij onze leezers thans nader bekend zullen maaken, is, zo niet in alle de gemelde opzichten, echter daarin geheel van alle de andereNederlandsche dorpenonderscheiden, dat het wel eene kerk heeft, doch waarin sedert bijna derde half honderd jaaren geenen dienst gedaan is; ook blijkt uit het gebouwetjen zelf, (’t welk wij straks nader zullen leeren kennen,) dat de gemeente, toen dezelve op het dorp nog bestond, maar zeer klein moet geweest zijn.

Wat vooreerst betreft de

LIGGING

VanBussem, deeze is in het landlijkGooiland, op de alleraangenaamste, en op de verrukkelijkste wijze, gelijk het dan ook de eer wegdraagt van het schoonst gelegen dorp van geheelGooilandte weezen.

Waar ook de landsvriend hier beschouwende oogen sla.Hij vind alomme stof,Tot prijzen van Gods milde gunst,Tot onbepaalden lof.

Waar ook de landsvriend hier beschouwende oogen sla.

Hij vind alomme stof,

Tot prijzen van Gods milde gunst,

Tot onbepaalden lof.

Bussemligt voords een half uur gaans van deGooische Hoofdstad Naarden.

In den Schaarbrief wegens deMeente, van welken brief wij onderLaarengesproken hebben, leezen wij wegensBussemhet volgende: „De stad Naarden, waar onder Bussem, ten opsichte van het Schapenweyden sorteert,(des blyvende derselver[3]verdeeling der Neng, huur of genot, en soo ook nu de Heyden als van ouds, en thans nog genoten werd,)sal genieten:”

„Van den nieuwenAmersfoortschen wegaf, tot aan den oudenUtrechtschen weg, die uytBussemloopt, al het veld ten noordwesten vanLangehulgelegen, en van den voorn.Utrechtschen wegenLangehulaldaar, royende suydelijk tot op den Oosthoek van het Heyveld, dat wylen den Heer BurgemeesterHenrik Rickervan de stadNaardenheeft bekomen, ter plaatse alwaarOetgenslaanuyt’s Gravelandloopt, al het veld ten noordwesten en westen van deselve roying gelegen, strekkende al het selve van de gemeene royingen tot aan deBussemer bouwlanden, tot aan deHilversumsche weyde, en ook doorgaands tot aan het van ouds bekendeNaarderveld, waarvan de Wed. den Heer DrossaartBicker, den HeerDedel, de Erve van de Vrouwe vanAnkeveen, de HeerVan der Nolk, de Wed. de HeerBoomhouwer, de HeerSautyn, en de HeerDe Leeuw, thans eygenaars zijn; behoudens aanHilversum, niet alleen eene vrye drift voor hunne Koppels Schaapen, soo na weyde als na het veld genaamd hetLuyegat, over de heyde gelegen tusschen denClisbaanschen weg, (die uyt het midden vanBussemnaarHilversumloopt,) en’s Graveland, maar ook de vryheid om ’t selve heyveld met hunne Schaapen mede te mogen beweyden.”

Van de ƒ 60, welken de dorpen jaarlijks aan de stadNaardenvoor deze meente moeten betaalen, geeftHuysenenBussemzamengenomen,

ƒ 20:-Laaren- 10:-Hilversum- 20:-Blaricum- 10:-Zamenƒ 60:-

[4]

NAAMSOORSPRONG.

Van deeze is in geene voorhanden zijnde schriften, voor zo verre ons bekend is, iet optespooren, ook zijn onze navorschingen, ter plaatse zelve, deezen aangaande geheel vruchtloos geweest; de lieden die het bewoonen, zijn niet, gelijk sommigen zeggen dat zij zijn, zulke afgetrokkenen, welke men naauwlijks tot spreeken kan krijgen; zeker, zij brengen hun leven niet in eene zonderlinge eenzaamheid door, maar oefenen sterke conversatie, en zijn bij uitzondering vriendlijk; er zijn goede denkers onder hen, en ook groote liefhebbers van leezen, gelijk er dan ook, naar evenredigheid van het plaatsjen, veele boeken voorhanden zijn, intusschen weinige bescheiden van het dorp zelf; de tegenwoordige staat des dorps is voords veel te oud, dan dat er overleveringen wegens eenen vroegeren staat plaats zouden kunnen hebben.

Niets dan, gelijk gezegd is, kunnen wij onzen leezer mededeelen van den naamsoorsprong deezes kleinen maar aangenaamen dorpjens: zeker is het ondertusschen, dat er in vroegere tijden nog een anderBussemgeweest is, gelijk de naam vanOud-Bussemheden nog bewaard blijft, in eenen aanzienlijken landhoeve, een half uur beoosten de StadNaardengelegen; dit gewezeneOud-Bussemdroeg in zijnen tijde ook den naam vanHoog-Bussem; gelijk het dorpjen waarover wij thans spreeken, eigenlijkLaag-Bussemheet; waaruit dan misschien niet zonder waarschijnelijkheid het gevolg zoude kunnen getrokken worden, dat de beideBussemsweleer van veel grooter aanzien zullen geweest zijn; dit echter, hoe waarschijnelijk het ook gemaakt zoude kunnen worden, doet niets uit tot den naamsoorsprong, deeze is en blijft even duister.[5]

STICHTINGENGROOTTE.

Zo geheel in de vergetelheid bedolven als de naamsoorsprong vanBussemis, zo geheel niets kan ook wegens het eerste gedeelte van dit artijkel onzes plans, de stichting des dorps, gezegd worden: nergens vindt men daarvan eenige bescheiden.

Wat de grootte betreft, ook deeze vindt men niet aangetekend, noch de morgentalen, noch het getal der huizen waaruit het bestaat; en hierop gronden de Schrijvers van denTegenwoordigen staat van Hollandde gissing, dat dit dorp in vroegeren tijds, als een voorstad vanNaardenaangemerkt zal geworden weezen.

Om evenwel onzen Leezer iet van de gezegde grootte te kunnen opgeeven, hebben wij op de plaats zelve, desaangaande onderzoek gedaan, en is ons aldaar bericht, dat het dorp bestaat uit 47 huizen, die men kan zeggen bewoond te worden door 73 huishoudens, zamen, (kinderen mede gerekend,) geene 200 menschen uitbrengende.

Niemand onzer Leezers, het reeds aangetekende wegensBussemoverwogen hebbende, zal zig verwonderen, als wij hem zeggen, dat dit dorp geen eigen wapen heeft.

Van de

KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.

VanBussemzouden wij mede niets aantetekenen hebben, ware het niet dat het ledig staande kerkjen, hiervoor reeds genoemd, aldaar aanwezig ware.

Dit Kerkjen dan, dat geen ander aanzien heeft dan dat van een klein Kapelletjen, is een allereenvoudigst gebouwetjen, het geen door deszelfs kleinte en door zijne bouworde, den beschouwer verwonderd doet staan; te meer wanneer men er ingaat, en zig dan voorstelt hoeBussemeens de tijd[6]beleefd heeft, dat in den zeer engen omtrek van zulk een kerkjen, openbaaren dienst gedaan werd: het is van binnen niet meer dan 26 voeten lang, en 18 voeten breed; het dient thans ter bergplaatse van eenig oud hout als anderzins.

Evenwel is dat zelfde zeer eenvoudig kerkjen, weleer van binnen nog veel eenvoudiger geweest, want thans is in het ruim geplaatst het wèl onderhouden werk van een uurwijzer, waarmede het houten torentjen, dat op het kapelletjen staat, pronkt; dit, zo wel als de overige armlijkheid van het gebouwetjen, maakt hetzelve thans in de daad der bezichtiginge waardig.

Voords hangt in het gezegde houten torentjen een klok, die op den middag, als het eetenstijd is, geluid wordt, ten dienste der dorpelingen, welken, in het veld werkende, en zonder deeze waarschouwing, op de aanspooring van hunne maagen t’huiswaards keerenden, ligtlijk te vroeg of te laat zouden komen.

Men wil, dat in den jaare 1655 of 1656 voor het laatst de Godsdienstoefening in het gezegde kerkjes gehouden zoude weezen.

DeGereformeerdenwelken teBussemwoonachtig zijn, en niet meer dan vijf huishoudens uitmaaken, (voor nog geen vijftig jaaren geleden waren er maar twee of drie,) moeten teNaardenof elders ter kerke gaan.

De overige inwooners zijn allen denRoomschen Godsdiensttoegedaan, en deezen hebben op het dorp ook een Kerk, die mede wel klein, maar echter zeer net is: deeze Gemeente wordt aldaar bediend door den Priester vanNaarden, zijnde thans de Wel-Eerwaarde HeerJohannes Nyhoff.

Onder dit artijkel moeten wij voords nog betrekken het Schoolhuis, dat naar evenredigheid van het dorp is, en waarin gemeenlijk niet meer dan dagelijks 20 kinderen verschijnen; er is op het dorp slechts één kind van Gereformeerde Ouderen; en dit neemt met de Roomsche kinderen, zonder eenige stoorenis, het dorpschool bovengemeld, waar.

Andere Godsdienstige Gebouwen zijn teBussemniet aanwezig.

Wereldlijke gebouwenzijn er geheel geenen, even weinig bestaat er, en het geen uit het aangetekende wegens den[7]staat der Godsdiensten van zelf volgt, geenekerkelijke regeering.

Eenwereldlijke regeeringkan mede niet gezegd worden teBussemte zijn; de hooge Vierschaar wordt er, even als op alle andereGooische dorpen, gespannen door den Bailluw, en de Schepenen vanNaarden; voords moeten de ingezetenen in het civile, ook voor de civile Regeering vanNaardenvoornoemd, te recht staan.

Wegens ons artijkel voorrechten, kunnen wij,Bussembetreffende, mede niets meer aanteekenen, dan het geen hiervoor uit den Schaarbrief reeds gedaan is.

De

BEZIGHEDEN

Der dorpelingen alhier, bestaan voornaamlijk in de zanderijen; eene moejelijke arbeid, die door hen met 10 Schepen aan den gang gehouden wordt: veelen der afgezande landen zijn tot de bouwerij toebereid, welke nuttige taak nu ook verscheidenen der ingezetenen het sobere en slechts het hoognodige levensonderhoud verschaft, en de omliggende landstreek niet weinig verfraait: want hoogst aangenaam is tog het gezicht van wèl bebouwde en weelig groejende landen.

DegeschiedenisvanBussembevat, voor zo verre zij bekend is, of liever verteld wordt, niets van eenig aanbelang: wat onze jongstledene onlusten betreft, kan men zeggen, dat dit dorp daarin een gering deel gehad heeft: althans geen ander danGooilandin ’t algemeen.

Onder de

BIJZONDERHEDEN,

Welken teBussemte bezichtigen zijn, behoort zekerlijk in de eerste plaats genoemd te worden het Kapelletjen, of Kerkjen, waarvan wij boven verslag gedaan hebben: voords zullen zij, die dit dorpjen gaan bezoeken, ’t zig niet beklaagen, zo zij de moeite neemen, om ook het nabij gelegenOud-Bussemvoorgemeld, te gaan bezichtigen; hetzelve is thans in de familie van den HeereScherenberg: nog verdienen in oogenschouw genomen te worden, de tegenOud-Bussemover liggende Landhoeve

BERGHUIZEN.

Als mede eene andere Landhoeve, genaamd

KOMMERRUST.[8]

Van de beide laatstgemelde ongemeen schoone Landhoeven, die met gemaklijke huizingen voorzien zijn, vindt men de volgende lofspraak aangetekend:

„Deeze Hofsteden, die met een lange laan vanéén gescheiden zijn, zouden wij met recht de eerste verblijfplaats der schelle nachtegaalen mogen noemen; hier vindt men dreeven van Linden- Eiken- Iepen- en Berken-boomen, die het oog naauwlijks kan ten einde zien: de afgegravene heigronden, die thans in vruchtbaare akkers hervormd, en met wateren, hier en daar doorsneden zijn, bezoomen de voorzijden deezer hoeven, en leveren een onbelemmerd uitzicht, op de net beplante wallen vanNaarden, ’t welk er even zo verre afgelegen is, dat het oog, zonder zig te vermoejen, hier op in het verschiet een aangenaam gezicht kan hebben.”

Niet verre van deeze lustplaatsen, is ook nog te bezichtigen, en der bezichtiginge overwaardig, de aangenaame hoeve,

KRAAILOO,

Dat met zijne heuvelen, dalen, akkers, en waranden, allerbevalligst gelegen is, en weleer eene buitenplaats uitmaakte, die ongemeen groot in haar beslag, en verrukkelijk in haare ligging was; dan, thans is dezelve in tweeën verdeeld, in eene zuidzijde, en noordzijde.

Niets zonderlings is het dat op dit dorp geene vreemdelingen komen logeeren; niets zonderlings is het derhalven ook, dat men er geenelogementenvindt, zelfs zijn er geene herbergen, welken dien naam verdienen te draagen; bij een en ander dorpeling, kan men echter het noodige ter ververschinge bekomen.

Wat de

REISGELEGENHEDEN

TeBussembetreft, afzonderlijke voor het dorp zijn er niet, met weinig moeite echter wandelt men van daar naarNaarden, en naar het een of ander nabijgelegen dorp, alwaar men ligtlijk gelegenheid ter verdere afreize vindt: ’t gebeurt ook wel, dat men eene gelegenheid aantreft om per rijtuig naarNaardenvoornoemd, of naarUtrechtgebragt te worden, alzo de Heereweg tusschen die twee steden doorBussemloopt, en die weg nog al bereden wordt, ’t welk het dorpjen ook eenige levendigheid bijzet.[1]


Back to IndexNext