HETDORPDIEMEN.

[Inhoud]’t Dorp Diemen’t Dorp DiemenDIEMEN, dat om GYSBRECHT’s wraakzucht,onder ’t jok der Graaven kwam,Vaak een prooi van vuur en water,dikwyls ook van de Oorlogsvlam;DIEMEN mag nog, hoe ’t moest lyden,Door schoonheid en door trouw, ’t Batavisch hart verblyden.HETDORPDIEMEN.Onder de Nederlandsche dorpen, zijn er zekerlijk maar weinig van welken, naar evenredigheid der grootte, zo veel kan gezegd worden, (ofschoon er bij anderen bijzonder weinig van gezegd zij,) als van dit vermaaklijk dorp; de inhoud der volgende bladzijden zal onze Leezers daarvan ten vollen overtuigen; zij zijn, als ik, denzelven verschuldigd aan de vriendlijkste mededeeling, die zekerlijk de ongeveinsdste erkentelijkheid vordert.LIGGING.Het ambachtDiemen, waarbij ookDiemerdambehoort, ligt inAmstelland, gedeeltelijk tusschen de ban vanAmstelveen, en deDiemer-ofWatergraafsche meirten westen, de banne vanMuidenten oosten, en ten zuiden en zuidwesten aan deBijlemer meiren deGroot-Duivendrechtsche polder: ’t ligt voords één uur vanAmsteldam, zijnde ook eene Ambachtsheerlijkheid van die stad.Over ’t algemeen is ’t geheele Ambacht zeer aangenaam gelegen: van den dijk af heeft men een schoon gezicht opWaterland,[2]AmsteldamenMuiden, en aan de landzijde op deDiemermeir,Bijlemermeir, de stedenWeesp, Naarden, Abcoude,Ouderkerk, en andere plaatzen.De geheeleDiemerbanheeft laage darrige of venlanden, waarvan eenigen, die dijkplechtig zijn, reeds merkelijk tot verhooging van denDiemer Zeedijkzijn vergraven, en des niettegenstaande, liggen de laagste landen nog verscheide voeten hooger dan de bedijkteDiemer-ofWatergraafsche meir.Zeer waarschijnelijk zijn de landen in deDiemerbanvoor veele eeuwen bosschen geweest, (gelijk zulks op meer plaatzen van ons Vaderland het geval is,) dewijl men onder het graaven menigvuldige boomen ontdekt, die, om hunne taaiheid, alleenlijk tot rietdekkers werk gebruikt worden; zij liggen allen zodanig, dat men kan besluiten, dat zij door een storm en hoogen vloed uit het noordwesten, voor deeze ban altoos zeer gevaarlijk, losgespoeld en nedergesmeten zijn geworden.Men ontmoet in deezen oord de vruchtbaarste moes- en schoonste weilanden, voor welken considerabele sommen betaald worden; er is in deeze banne ook zeer goeden jagt op watersneppen en eendvogels; sedert eenige Jaaren vindt men er ook veele haazen: de visscherij is er niet minder rijk; men vangt er ongemeen groote snoeken, de smaaklijkste baars, post, paling en carpers, alle welken door de liefhebbers verre boven anderen geschat worden.Van ouds hebben door deDiemerbantwee heerewegen geloopen, die nog in wezen zijn; de eene van de afloop naarDiemen,doorDiemenenDiemerbrugnaarOuderkerk, en de andere vanDiemerdam, langs denDiem, over deVinkebrug, langs deBijlemermeirenGaasp, naarWeesp.In dit Ambacht liggen nog twee zandpaden; een naarMuidenen een naarWeesp, op welken tolhuizen staan.NAAMSOORSPRONG.Veelen oordeelen dat het Ambacht zijn’ naam ontleent aan een riviertjen, deDiemgenaamd, welk oudtijds, vóór het droog maaken derDiemer-ofWatergraafsche-meir, gedeeltelijk[3]uit dezelve, door deRijkersloot, nu deWeespervaart, deBijlemermeirenGaasp, zijn oorsprong nam, en door deDiemerdammersluisin het Y loosde; anderen echter, die het Ambacht nietDiemen, maar, volgends de oudste papieren,Deemenwillen genoemd hebben, leiden dien naam af van de woordenDe Mens, die dan den staat waarin dat land lag, als zijnde door overstroomingen en doorbraaken van één gerukt, en door deDiemin twee deelen gescheiden, te kennen geeven: „Wat van beide de waarheid zij”, voegt onze geëerde begunstiger er bij, „zal, vertrouwt men, niemand met zekerheid kunnen gissen”.Wegens de stichting des Dorps, kan volstrekt niets gezegd worden, derhalven staat ons alleenlijk te spreeken van deGROOTTE,En om in deezen voldoende te kunnen zijn, moeten wij eerst aantekenen, wat de Ambachts-heerlijkheid in zig bevat.Het Ambacht wordt dan, vooreerst, gedeeld in twee deelen, naamlijkDiemenenDiemerdam, (ook welDiemendamgenaamd,) liggende het eerste ten westen deDiemer-ofWatergraafsche meiren de ban vanAmstelveen, en het andere ten oosten de ban vanMuiden, en worden gescheiden door het water denDiem: deeze verdeeling maken Hunne Edele Groot Mogenden, de Heeren Staaten vanHollandenWest-Friesland, sedert onheugelijke tijden, schrijvende niet aan die van den Gerechte vanDiemen, maar vanDiemenenDiemerdam.Diemenwordt wederom in drie deelen gedeeld, alsOutersdorp,Buitenkerk, enBovenkerk, welk laatste gedeelte wederom onderscheiden wordt doorBovenrijkerslootenBenedenrijkersloot.Diemerdamwerd oudtijds gedeeld inDiemerdamenOverdiemen, doch na datDiemerdamop een klein gedeelte na is weggespoeld, begrijpt men doorOverdiemen, Diemerdammede, als ook de buurt deVierhuijzen, die voormaals aanOverdiemen, vóór het graaven der vaart naarMuiden, gehecht was: op deeze wijze wordt de gaêring der dorps- en andere lasten gedaan,Outersdorp, boven gemeld, is eene zeer aangename buurt,[4]waarin verscheide moestuinen, en wèltoegemaakte weilanden en plaisierplaatzen liggen; bij dezelven is een kerkhof voor deHoogduitsche Joodsche Natie, die geene lidmaaten, of armoedig zijn: digt hierbij is een herberg,Zeeburggenaamd; voor dezelve ligt een steenen redout, alwaar de beesten voor rekening van het Oude Zijds Huiszittenhuis teAmsteldamworden ontscheept, en de varkens, door iemand van het Gerecht daartoe gesteld geschouwen:Jaap Hannes, daaraan grenzende, is thans een gedeelte land en dijk: het ontleent zijn’ naam aan een zeer groote buurt, weleer aldaar gelegen, doch die door een inbraak, in den vloed bedolven is, en waarvan men wil, dat het water, hetNieuwe Diep, zijn oorsprong voor het grootste gedeelte heeft.Buitenkerk, of, zo als sommigen willen,Buiten de Kerk, is mede een zeer vermaaklijke en welvaarende buurt, waarin, behalven veele buitenplaatzen, boerderijen en herbergen, extra schoon wei- en moes-land wordt gevonden: buitendijks ligt nog een weiland, groot 61 morgen, 670 roeden, ’t geen ’s winters onder water staat, en daardoor gemest wordt.BovenkerkofBovendekerk, is wel de aanzienlijkste buurt, vermits in dezelve verre de meeste huizen, plaatsen, en het beste land wordt gevonden; als mede om dat er de buurtDiemerbrugonder behoort: deeze buurt is in 1640 grootlijks aangegroeid, toen naamlijk aldaar de vaart naarMuidenenWeespwerd gegraven, en is, zo wegens haare ligging, als passage van rijtuigen en schepen, zeer vermaaklijk.Diemerdamwas oudtijds een dorp dat zig zeer verre in zee uitstrekte, en ’t is beweezen, (hoe zeerWagenaarin zijne beschrijving vanAmsteldamdaaraan twijfele,) datDiemerdamzo nabij aanWaterlandwas gelegen, dat men met een plank of pols van het eene naar het andere dorp konde komen; de Pastoor, die inOverdiemende Capel bediende, was tevens Pastoor teDurkerdam; indien nu het water zo groot hadde geweest als thans, zou het voor dien man ondoenlijk geweest zijn om op beide plaatzen, bij alle gelegenheden, den dienst te kunnen waarneemen: tot den jaare 1787 was er inOverdiemennog een vers voorhanden, gedrukt op wit satijn, en, ofschoon zeer oud, wèl geconserveerd, waarin de[5]nagedachtenis van een’ Pastoor, die 40 jaarenDiemenenDurkerdambediend had, eenige eer werd aangedaan.Diemerdamhad niet alleen zijn Capel, waarvan het land, waarop dezelve stond nogCapellelandgenoemd wordt, maar was met verscheide huizen en boerderijen voorzien, welke alle door de watervloeden zijn verzwolgen: men vindt nog, dat in 1463, diverse morgens land bij deDiemerdammersluislagen.Van geheelDiemerdamis nog slechts één huis overig, dat op den dijk staat, en het huisDiemerdamgenaamd wordt.Overdiemen, weleer een zeer schoon gebuurte, waarin veele rijke menschen woonden, diverse fabrieken, scheepstimmerwerven, als anderzins waren, is thans zeer vervallen; eensdeels doordien sommigen dat quartier niet begeerden te bewoonen, anderdeels door het droogmaaken derDiemermeir, sterfte van rundvee, en laatstlijk om dat deRoomsche Kerk, die teOverdiemenin ’t midden van de buurt stond, naarDiemerbrugis verplaats geworden.De buurtVierhuizen, alzo genaamd naar zekerenVierhuizen, is dat gedeelte vanOverdiemen, het welk door het graven der vaart naarMuidenenNaardendaarvan is gescheiden: men vindt aldaar welgestelde lieden, schoone boerenplaatzen en landerijen; onder dezelve munt uit de van ouds bekende plaats van den HeereKanter,Vinken-Hofstedegenaamd.Onder alle de bovenstaande districten telt men de volgende polders.Oetwaaler polder, hierin ligtDiemenmetMorg.65—Diemer polder—334—71 R.De Bovenrijkerslooter polder—334—Diemerdammer polder—29—350 R.SchoolenHopmans-polder—195—500 R.De Gemeenschaps polder, voor zo veel onderDiemenbehoort—304.6hond.75 R.Buitendijksche polder—61.6hond.70 R.Morg.1324.6hond.66 R.[6]In oude tijden was het Dorp veel grooter, doch in 1632 telde men slechts voorDiemenenDiemermeir91 huizen; honderd jaren laater, (1732.) werden 113 huizen voorDiemenenDiemerdamop de verpondingslijsten gebragt, en in 1782 werdDiemenop 147 huisgezinnen en 477 ingezetenen gesteld, zonder de kinderen medeterekenen.HetWAPENVanDiemenis een groen veld, waarin een water verbeeld wordt, met drie bruine zwemmende eenden.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De Kerk vanDiemenwas eertijds een Parochie-Kerk, aan deH. Maagdopgedragen, die er des ook als Patronesse werd gevierd; deeze Pastorie werd beurtlings door den Paus en de Proost vanOudmunstervergeven: ’t gebouw is zeer oud, staande in het Dorp, dat, gelijk gezegd is, voorheen veel grooter was: rondsom dezelve stonden een menigte huizen, die door de brand weggeraakt zijn: de Kerk was oudtijds met een Orgel en schoone Capellen voorzien, van welke thans één tot een Consistorie en Kerkmeesters Kamer dient; het gewelf, waarvan nog eenige duistere overblijfsels zijn, is beschilderd met de verbeelding van eenige aloude voorzeggingen, en van de vervulling derzelver in de persoon des Zaligmaakers: het gebouw is zeer ruim doch oud, en dreigt, gelijk de toren, die al eenige voeten overhangt, intestorten: de grond van de Kerk, dienende tot begraaving der lijken, is vóór den tijd der reformatie voor allerheiligst gehouden, en veele menschen uitAmsteldamkochten, om die reden, aldaar de graven voor ongemeen hooge prijzen: de klokken, die in den toren hangen, zijn (zo men zegt,) door den Paus zelven gewijd, waardoor ieder goed Roomschgezinde, in gevalle van afsterving, dezelven, veel langer dan op andere plaatzen, laat luiden.[7]Rondsom de Kerk is een zeer groot Kerkhof, op ’t welk, dewijl men ’t, gelijk gezegd is, voor zeer heilig houdt, veel begraaven wordt, zo van bewooners dier banne als van elders.Achter dit Kerkhof stond weleer een huis voor den Predikant; dan, dewijl het zelve zeer vervallen was, en geene huizen daarbij stonden, is het afgebroken; in den jaare 1770 is op den kerkweg naarDiemen, een nieuwe Pastorie gezet, voorzien van een zeer groote tuin: dit huis heeft beneden vier, en boven zes kamers, allen zeer net beschilderd, gestucadoord en behangen, behalven een zeer groote zolder en vliering; naast hetzelve is een huisjen getimmerd, dienende zo tot een tweede keuken, als tot berging van goederen.Diemenwerd in 1595 metOuderkerkgecombineerd, en had met hetzelve één’ Predikant; in 1607 werdDaniel Plancius, als eerste en bijzondere Predikant voorDiemen, bevestigd.DeRoomsche Kerk, die, in den jaare 1786, vanOverdiemennaar deDiemerbrugverplaatst werd, is een schoon gebouw, welks wederga zeker zelden op het platte land gevonden wordt, daar bij staat een huis voor den Pastoor, met een groote tuin, alles aan de fraaiheid der Kerk beantwoordende: deeze Kerk is aanSt. Pieters bandentoegewijd.HetSchoolhuisvan deeze ban, staat teDiemen, en is, even als de Kerk, een zeer oud gebouw.De Predikant van deeze plaats behoort onder het Classis vanAmsteldam, wordt door den Kerkenraad genomineerd, en door den Ambachtsheer geapprobeerd.Bij vacature van een’ Schoolmeester, worden door het Gerecht en den Predikant eenige Schoolmeesters gehoord en geëxamineerd; het Gerecht maakt als dan alleen een drietal, en geeft hetzelve den Ambachtsheer over, om daaruit een’ Schoolmeester te nomineeren.Men vindt aan deDiemerbrugnog een Schoolmaitres, die de kinderen slechts spelden en leezen leert.InOverdiemenwas weleer een school, waarna de plaatsSchoolpoldergenoemd werd, dan door verval dier buurt is het school weggeraakt.Een Arm- of Wees-huis is in het Ambacht niet voorhanden:[8]de ongelukkige voorwerpen, waarvoor men zulke huizen aanlegt, worden aldaar bij de opgezetenen besteed.WERELDLIJKE GEBOUWEN.In de eerste plaats moet onder dit artijkel geteld worden het Gemeenelands huis, waarin de gedeputeerde Waarsluiden, thans Hoogendijks-Heemraaden, vergaderen: hetzelve staat op den dijk bijJaap Hannis, niet ver van deYperslootersluis, en wordt bewoond door een’ Opzichter, die bij voorschrevene Heeren aangesteld wordt: het is een schoon gebouw met twee vleugels, en werd in 1726 herbouwd: in den voorgeevel staatA I C De fret I bato VI furorear Cendo agrIs t Ven DIsag It Vr’T voorhuis van het gebouw is van boven en ter wederzijden gestucadoord, en prijkt, behalven met eenNephtunisop zijn’ wagen, met de wapens der ProvinciënHolland, Utrecht, en dertien steden en plaatzen, uit welken de Hoogedijks-Heemraaden zijn gedeputeerd: aan elke zijde ziet men een ruim vierkant vertrek.Bij dit huis behoort een spatieuse tuin, die in 1789 merkelijk vergroot is, door het aankoopen van de plaatsRuimzicht, daar nevens gelegen.Men vindt inDiemennog een herberg, die aan particulieren behoort, en het Rechthuis genoemd wordt: deeze herberg, die weleer het Ambacht toebehoorde, was oudtijds het Rechthuis: men ziet er nog verscheide oude wapens van het Gerecht: het plagt voorzien te zijn van een boejen, die thans weggeraakt is.Voor dit huis staat een justitiepaal: des zomers wordt dikwijls rechtdag gehouden, doch des winters aan deDiemerbrug.[9]Bij gezegde brug, aan deWeespervaart, ontmoet men een nieuw aangelegd kerkhof voor lieden die niet in de kerken begraaven willen worden: het zelve is geplaveid met groote zerken, en afgesloten door een schoon hek, met doodshoofden versierd: dit kerkhof, heeft een privilegie, inhoudende, dat al wie van buiten deeze Jurisdictie daarop begraven wordt, slechts éénmaal het landsrecht behoeft te betaalen.Er liggen twee sluizen aan denHoogendijk; als deIJperslooter sluisenDiemerdammer sluis, de eerste wordt voornaamlijk onderhouden doorAmsteldam.Bijleveldvoor¼ in de lasten,Proosdij¼ in de lasten.Doch wordt weder door vier districten gedragen naamlijk:Zevenhooven, Mijdrecht, Wilnis, Uithoorn.Amstelveen¼Ouderkerk¼Deeze sluis lag reeds in 1413: bij dezelve behoort de visscherij in hetNieuwe diep.DeDiemerdammer sluis, anders genaamd, deSluis van Claas Jacobsz., in het jaar 1599 gemaakt, wordt voornaamlijk onderhouden doorWeesp.Weesper Carspel(waar onder’t Gein, deGaaspen deBijlemermeirbehooren,)Diemen, Abcoude, Nigtevegt, Overdiemen.Oudtijds plagt hier nog een sluis te liggen, die men noemde deKost verloren sluis, doch van weinig nut zijnde, is zij gestopt en vernietigd.REGEERINGDezelve bestaat, volgends de conditie van verkoop, uit de Bailliuw vanAmstellandin het Crimineele; een Schout Civil.Zeven Schepenen, die zo wel den eed aan de Bailliuw in het Crimineele, als in het Civile aan den Ambachtsheer doen.Zes Buurtmeesteren die over de gaêring en dorps omslagen zitten, en een Secretaris.De Bailliuw vanAmstellandwordt geëligeerd door Hun Edele Groot Mogenden, uit een drietal, dat Burgemeesteren der stadAmsteldamovergeeven: Schepenen nomineeren in Januarij veertien persoonen, den Gereformeerden Godsdienst toegedaan, en uit[10]dezelven kiest de Ambachtsheer den 2 Februarij, zeven tot Schepenen: gemeenlijk worden er twee, die het voorige jaar gediend hebben daar onder gekozen, edoch volgends de koopconditien van de Ambachtsheerlijkheid, staat zulks aan den Ambachtsheer: de Schout en Secretaris wordt gesteld door Burgemeesteren der stadAmsteldam, als Ambachtsheeren.Buurtmeesteren kiezen op voorsz.datum, twaalf persoonen waar van zes tot Buurtmeesteren, door den Ambachtsheer, verkozen worden: somwijlen laat de Ambachtsheer één’, ook wel twee van het voorige jaar aan blijven.Een Hoog-Heemraad vanAmstelland, wordt door den Ambachtsheer gesteld, ’t geen gemeenlijk de Schout Civil is.Schout en Schepenen hebben, als Heemraaden het recht om den zeedijk te schouwen, en de binnenwegen te doen opmaaken, in welk recht zij van tijd tot tijd zijn gemaintineerd, tegen de meening van de zulken die hen daarin zochten te turbeeren: thans echter hangt er over het opmaaken der binnenwegen, voor den Hove Provinciaal, een proces, tusschen dit gerecht en poldermeesteren van deSchool-enHopmans-polders.Nog heeft men een Dijk-Collegie onder de benaaming van Dijkgraaf en Hogendijk-heemraaden van deZeeburgenDiemerdijk, wier amt is, den dijk die door Schout en Schepenen vanDiemengeschouwd is, nateschouwen, en te belaaken, en voords een directie te voeren over het hout en ijzer van den beplaaten dijk, doch dit hout en ijzer is thans weggenomen, en in deszelfs plaats zijn steenen gelegd: het Collegie bestaat uit den Bailluw vanAmstelland, als Dijkgraaf, den jongsten Burgemeester der stadAmsteldam, één uitMuiden, Weesp, één uitWeesper Carspel, één uitLoosdrecht, één uitLoenen, Kroonenburgs gerecht, één uit hetStichtvanUtrecht, één uitKortenhoef, één uitBreukelengezeten inJohans GerechtevanNienrode, één uitAbcoude, en één uitNichtevecht: dit Collegie is ad vitam, en heeft een’ Secretaris en Boden.VOORRECHTEN.In de eerste plaats heeft het Gerecht een privilegie van het schouwen van den hoogen ZeeburgDiemerdijk, in gevolge diverse privilegiën.[11]En om de beesten op dezelve weidende te schutten.Het recht van de jagt is mede aan den kooper van deeze Heerlijkheid gegeven; voords het recht van parate executie.De kooper heeft de eigendom van deDiemerbrug, en het recht om van alle schuiten enz. tol te vraagen.Het Gerecht heeft privilegie van de Op- en In-gezetenen tot onderhouding van het dorp, eenig geld te mogen vraagen, ’twelk eertijds neusgeld genaamd word, doch nu volgends privilegie van 1755, dorps kosten heet. De Ingezetenen kunnen vonnis haalen teAmsteldam, in gevolge ’t privilegie van HertogAlbrecht, de dato 15 Maart 1387 (1388.)Het Gerecht heeft het voorrecht om de gevangenen teAmsteldamin de boejen te laaten brengen, en die aldaar in de gewoonlijke verhoorkamer te verhooren.BEZIGHEDENOudtijds bestond dezelve in schepen te maaken; er stond weleer een kruidmakerij, op de plaats waar naderhand de traankokerij is geweest: teDiemenwoonden groote reders in de walvischvangst; er waren wasbleeken, een wolwasserij: voords waren de opgezetenen voor het grootste gedeelte karnmelksboeren en visschers, thans is de landbouw, en groenboerswerk, hunne hoofdbezigheid.De boeren brengen ’s morgens hun melk na de stad om ze aldaar uitteventen.GESCHIEDENISSENDiemenwelk eerst aan den Bisschoplijken stoel vanUtrecht, en daar na aan de Graaven vanHollandleenroerig was, werd weleer door HeerGysbrecht van Amstelbezeten, die in den jaare 1225 het zelve, benevensMuidenenWeesp, met de tollen en visscherijen, voor altijd van BisschopOtto den TweedenvanUtrecht, voor dertig ponden ’s Jaarlijks verkreeg, en even daarin, als in alle andere dorpen vanAmstelland, het gebied voerde; dan in den jaare 1296, mede deel gehad hebbende aan den moord van GraafFloris den Vyfden, en deswegen buitenlands moest vlugten, werdDiemenmet alle dorpen inAmstelland, verbeurd[12]verklaard, en der Graaflijkheid vanHollandingelijfd; waarin het tot den 18 October 1731 is gebleven, als wanneer de stadAmsteldamhet zelve voor een somma van ƒ 10300 van de Staaten vanHollandkocht en verleid op de HeerGerrit Corver, Heer vanVelsen, Burgemeester der stadAmsteldam.Diemenis zeer dikwijls door hooge watervloeden overstroomd, en ongelukkig geworden.Bij denJuliaans vloed, van 1164, werd deeze ban gantschlijk overstroomd; de meeste bewooners werden met schuitjens van de daken hunner huizen gehaald, terwijl een groot gedeelte door het water werden verzwolgen.1219 trof dit Ambacht het zelfde ongeluk, en honderden van menschen verdronken.1477, is het Land door een doorbraak in den dijk geïnundeerd, en daarin verscheide waalen gespoeld.1509 brak de dijk door, enAmsteldamleed bij deeze doorbraak zeer veel.1516 en 1530, brak de dijk weder en op verscheide plaatsen door, waardoor het land onder water gezet werd.1570 braken bij eenen sterken springvloed, uit het noordwesten, dertien gaten in denDiemerdijk, zettende niet alleen gantschDiemen, maar ook gedeeltelijkAmsteldamonder.Diemenis mede van tijd tot tijd zeer ongelukkig geworden door den oorlog, zijnde het geheele Ambacht meermaals niet alleen door het krijgsvolk afgeloopen, maar de opgezetenen ook geplunderd, en geheel geruïneerd.In het jaar 1572 werd door het staats krijgsvolk onder den GraaveVan der Mark, het dorpDiemengedeeltelijk, met de kerk, afgebrand.1573 verschansteSonoizig bijJaaphannesopIJpersloot, en liet veele der landerijen ruïneeren, om die schansen te maaken: stak eindelijk bijJaaphannesden dijk door: daar na werd hij uit zijn schans verdreven, en een groot gedeelte huizen door het geschut en de vlammen geruïneerd.1576 werdDiemenmede door het krijgsvolk afgelopen, en het weinige dat overbleef geroofd.1610 was het water zo hoog, dat het over den dijk liep,Diemenoverstroomde, en alle de kelders teAmsteldam, tot aan[13]deWarmoesstraatonder water zettede, terwijl een gat van eenige roeden in denDiemerdijkscheurde.1621 waaide al het paalwerk van den dijk omver, en het water liep als een zee er over, en inundeerde het land.1651 brak deDiemerdijkweder door, het water inundeerdeDiemen, deDiemermeir, en liep teAmsteldamtot aan den Dam: 1665, 1675 en 1682, werdDiemenweder overstroomd.Diemenis tweemaal een prooi van het vuur geweest, de laatste keer in 1652, wanneer het Schoutshuis, benevens eenige huizen van particulieren zijn afgebrand, deezen vuurnood heeft ook verscheide privilegie-brieven verteerd.1702 braken andermaal verscheide gaten in den dijk, en zettede het land onder water.1717 vloeide het water over den dijk, en inundeerde de polders.In 1732 kwam er in het paalwerk ook het bekende gewormte, dat al het zelve doorknaagde, en den dijk in het uiterste gevaar bragt.Dikwijls na, en vóór deeze tijden zijn er hooge vloeden geweest, die geheel het Ambacht dreigden ondertezetten, doch doorGod’s goedheid en door menschlijke hulp, werd het gevaar gekeerd; zo als nog korts geleden in de hooge vloeden van 1790 en 1792.1787 heeft het dorp eerst door de troepen van den Staat en naderhand door den inval derPruissen, voor welken het land geïnundeerd was, veel geleden.De ingezetenen vanDiemenkunnen niet gezegd worden, de Patriotsche partij1toegedaan geweest te zijn, ten minsten, veelen van hun niet, het welk te besluiten is uit de ontmoetingen van hun thans rustend Predikant,Bernardus Bosch, de beroemde dichter van het alom geprezen Dichtstuk DeEigenbaat, desaangaande gehad hebbende: hij was, om deinundatie[14]en dePruissische troupen, genoodzaakt zig naarAmsteldamte begeeven, gelijk zulks meer andere Dorpleeraars hebben moeten doen; doch na het vertrek der soldaaten voornoemd, ging hij weder naDiemenom te prediken, zijnde zijn Wel-Eerw. de eerste der gewekene Buitenpredikanten, die dat werk weder op zijne standplaats verrichtte: na het afloopen van den dienst, is hij op eene zeer onheusche wijze aangevallen, ook door zulken van zijne gemeente, die hem nog voor weinige dagen betuigd hadden, dat ze veel zegen onder zijnen dienst genoten.Allertreffendst zeker zijn de verdere lotgevallen van zijn Wel-Eerw. ten opzichte van het jongstleden volksverschil, waardoor gantsch Nêerland zulk een gevoeligen neep is toegebragt, dat het er nog werkelijke de grievende naweën van gevoelt.Na men zijn Wel-Eerw. van niet minder had getracht te beschuldigen, dan dat hij de Obligatiën der kerke had laaten steelen, en na ook van dien blaam gezuiverd te zijn geworden, had zijn Wel-Eerw. ijver genoeg in zijnen moejelijken post, liefde genoeg voor zijne nu bijna herderlooze kudde, en vertrouwen genoeg op zijnen God, om andermaal zijn beroep te gaan waarneemen, ofschoon men zijn Wel-Eerw. vooraf hadde doen weeten dat men hem, in gevalle hij zulks dorst bestaan, ’t zeer euvel zoude afneemen; na het eindigen dier leerrede, werd hij ook door eene groote menigte omringd, en met de hevigste aandoeningen overladen—na te vergeefsch om bescherming verzocht te hebben, vond zijn Wel-Eerw. niet ongepast geraden, zijn beroep nederteleggen, ’t geen hem vergund werdmet behoud van eer—zijne vijanden waren hier mede niet voldaan, (hoe verre kan eene domme opvatting, of de verleiding van anderen, een mensch niet vervoeren!) men beschuldigde zijne Wel-Eerw. van landen geïnundeerd te hebben, en zelf mede geëxerceerd te hebben; niet tegenstaande zijn Wel-Eerw., wat de inundatie betreft, dezelve heeft getracht te verhinderen, en nimmer zelf geëxerceerd heeft, ofschoon, zijn Wel-Eerw. betuigd heeft, er sterk vóór geweest te zijn, op grond dat de Souverain het exerceeren ten platten lande had bevolen, ’t was derhalven den pligt van zijn Wel-Eerw. het oogmerk van zynen Souverain te bevorderen; deeze laster is zelfs zoo verre gegaan dat men een spotprent op zijn Wel-Eerw. in openbaaren[15]druk deed uitgaan, waarop hij, naar ons voorstaat, als predikant en soldaat, op de belagchelijkste, en lafste wijze wordt uitgebeeld; men wierp hem mede in ’t openbaar een dichtjen naar ’t hoofd, van dezen inhoud,Heraut der muiterij, in schijn van Gods gezant,Zorg voor de zielen van uw boeren, enz.’T gelust ons niet meer daar van uitteschrijven, gelijk wij ook van dit punt der Historie vanDiemenafstappen, oordeelende genoeg gezegd te hebben, om te doen begrijpen hoedanig in de jongstledene troubelen de zaaken desaangaande, aldaar stonden.BIJZONDERHEDENZijn op dit dorp niet voorhanden; ’t geen er te bezien valt, zijn alleenlijk de gebouwen, hier voor beschreven: intusschen vergete men niet het kerkhof rond te wandelen, om de Batavische en menschlievende JonkvrouwCatharinaAmaria Best, die aldaar begraven ligt, in zegening te gedenken: haar graf is kenbaar aan een blauwen zerk, schuin liggende op een gemetselden voet: dat zij bij alle menschen met erkentenis gedacht behoort te worden, is te bewijzen uit het geen op haar zerk gelezen wordt: dus luidende:Voor JonkvrouwCATHARINA MARIA BESTGeboren den 16 Maart 1740,overleden in Amsteldamden 4 februarij 1782.en begraven den 9 dito.[16]Zij wier verheven geest,Geduurende haar leven,Den minsten sterfling stofTot klagen heeft gegeven,Verkoos, op dat haar lijkOok niemand nadeel gav’,Van kerkelijken praalDit kerkhof tot haar graf.Thans verdient ook in oogenschouw genomen te worden, debatterijdie men bezig is aanDiemerdam, te leggen, uit vrees, zeide men, van een aanval derFranschen.LOGEMENTEN’T huis genaamdZeeburg, aan denDiemer Zeedijk.Vischlust, enPampuszicht.InDiemen’t zogenaamdeRechthuis.AanDiemerbrug, ’t huiste Rust.DeVergulde Wagen, en deRijger.AanDiemerdam, ’t huis genaamdDiemerdam, nevens nog eenige kleine tappers, zo teDiemenaanDiemerbrugals inOverdiemen.REISGELEGENHEDENMen vaart geregeld met deWeesperenMuiderschuiten, dagelijks, tot aan deDiemerbrug, daar dezelve schuiten een weinig tijds vertoeven:Diemenheeft ook een eigen schipper, die tweemaal ’s weeks, maandag en vrijdag, visa versa vaart,bezorgendevrachtgoederen en andere benodigdheden voor de Ingezetenen: nog vaart er ’s zondags ’s morgens ten 8 uure, een kerkschuit, van de Tolbrug in de Meir, naDiemen, zo tot gemak voor de bewoonders van de Meir als andere lieden die begeeren teDiemenin de kerk te gaan, vertrekken de zelve schuiten wederom terug met het uitgaan van de kerk, en voor de geene die begeeren te wandelen, gaat men door de Meir tot aanDiemerbrug, of denDiemerdijklangs tot aan den afloop naDiemen, waarna men in een quartier uurs op het dorp kan weezen.[1]1Onze geëerde Correspondent in deezen, zwijgt van de volgende omstandigheden des dorps: wij hebben echter geloofd, om de volkomenheid onzes werks te bevorderen, dezelven hier te moeten inlassen.↑

[Inhoud]’t Dorp Diemen’t Dorp DiemenDIEMEN, dat om GYSBRECHT’s wraakzucht,onder ’t jok der Graaven kwam,Vaak een prooi van vuur en water,dikwyls ook van de Oorlogsvlam;DIEMEN mag nog, hoe ’t moest lyden,Door schoonheid en door trouw, ’t Batavisch hart verblyden.HETDORPDIEMEN.Onder de Nederlandsche dorpen, zijn er zekerlijk maar weinig van welken, naar evenredigheid der grootte, zo veel kan gezegd worden, (ofschoon er bij anderen bijzonder weinig van gezegd zij,) als van dit vermaaklijk dorp; de inhoud der volgende bladzijden zal onze Leezers daarvan ten vollen overtuigen; zij zijn, als ik, denzelven verschuldigd aan de vriendlijkste mededeeling, die zekerlijk de ongeveinsdste erkentelijkheid vordert.LIGGING.Het ambachtDiemen, waarbij ookDiemerdambehoort, ligt inAmstelland, gedeeltelijk tusschen de ban vanAmstelveen, en deDiemer-ofWatergraafsche meirten westen, de banne vanMuidenten oosten, en ten zuiden en zuidwesten aan deBijlemer meiren deGroot-Duivendrechtsche polder: ’t ligt voords één uur vanAmsteldam, zijnde ook eene Ambachtsheerlijkheid van die stad.Over ’t algemeen is ’t geheele Ambacht zeer aangenaam gelegen: van den dijk af heeft men een schoon gezicht opWaterland,[2]AmsteldamenMuiden, en aan de landzijde op deDiemermeir,Bijlemermeir, de stedenWeesp, Naarden, Abcoude,Ouderkerk, en andere plaatzen.De geheeleDiemerbanheeft laage darrige of venlanden, waarvan eenigen, die dijkplechtig zijn, reeds merkelijk tot verhooging van denDiemer Zeedijkzijn vergraven, en des niettegenstaande, liggen de laagste landen nog verscheide voeten hooger dan de bedijkteDiemer-ofWatergraafsche meir.Zeer waarschijnelijk zijn de landen in deDiemerbanvoor veele eeuwen bosschen geweest, (gelijk zulks op meer plaatzen van ons Vaderland het geval is,) dewijl men onder het graaven menigvuldige boomen ontdekt, die, om hunne taaiheid, alleenlijk tot rietdekkers werk gebruikt worden; zij liggen allen zodanig, dat men kan besluiten, dat zij door een storm en hoogen vloed uit het noordwesten, voor deeze ban altoos zeer gevaarlijk, losgespoeld en nedergesmeten zijn geworden.Men ontmoet in deezen oord de vruchtbaarste moes- en schoonste weilanden, voor welken considerabele sommen betaald worden; er is in deeze banne ook zeer goeden jagt op watersneppen en eendvogels; sedert eenige Jaaren vindt men er ook veele haazen: de visscherij is er niet minder rijk; men vangt er ongemeen groote snoeken, de smaaklijkste baars, post, paling en carpers, alle welken door de liefhebbers verre boven anderen geschat worden.Van ouds hebben door deDiemerbantwee heerewegen geloopen, die nog in wezen zijn; de eene van de afloop naarDiemen,doorDiemenenDiemerbrugnaarOuderkerk, en de andere vanDiemerdam, langs denDiem, over deVinkebrug, langs deBijlemermeirenGaasp, naarWeesp.In dit Ambacht liggen nog twee zandpaden; een naarMuidenen een naarWeesp, op welken tolhuizen staan.NAAMSOORSPRONG.Veelen oordeelen dat het Ambacht zijn’ naam ontleent aan een riviertjen, deDiemgenaamd, welk oudtijds, vóór het droog maaken derDiemer-ofWatergraafsche-meir, gedeeltelijk[3]uit dezelve, door deRijkersloot, nu deWeespervaart, deBijlemermeirenGaasp, zijn oorsprong nam, en door deDiemerdammersluisin het Y loosde; anderen echter, die het Ambacht nietDiemen, maar, volgends de oudste papieren,Deemenwillen genoemd hebben, leiden dien naam af van de woordenDe Mens, die dan den staat waarin dat land lag, als zijnde door overstroomingen en doorbraaken van één gerukt, en door deDiemin twee deelen gescheiden, te kennen geeven: „Wat van beide de waarheid zij”, voegt onze geëerde begunstiger er bij, „zal, vertrouwt men, niemand met zekerheid kunnen gissen”.Wegens de stichting des Dorps, kan volstrekt niets gezegd worden, derhalven staat ons alleenlijk te spreeken van deGROOTTE,En om in deezen voldoende te kunnen zijn, moeten wij eerst aantekenen, wat de Ambachts-heerlijkheid in zig bevat.Het Ambacht wordt dan, vooreerst, gedeeld in twee deelen, naamlijkDiemenenDiemerdam, (ook welDiemendamgenaamd,) liggende het eerste ten westen deDiemer-ofWatergraafsche meiren de ban vanAmstelveen, en het andere ten oosten de ban vanMuiden, en worden gescheiden door het water denDiem: deeze verdeeling maken Hunne Edele Groot Mogenden, de Heeren Staaten vanHollandenWest-Friesland, sedert onheugelijke tijden, schrijvende niet aan die van den Gerechte vanDiemen, maar vanDiemenenDiemerdam.Diemenwordt wederom in drie deelen gedeeld, alsOutersdorp,Buitenkerk, enBovenkerk, welk laatste gedeelte wederom onderscheiden wordt doorBovenrijkerslootenBenedenrijkersloot.Diemerdamwerd oudtijds gedeeld inDiemerdamenOverdiemen, doch na datDiemerdamop een klein gedeelte na is weggespoeld, begrijpt men doorOverdiemen, Diemerdammede, als ook de buurt deVierhuijzen, die voormaals aanOverdiemen, vóór het graaven der vaart naarMuiden, gehecht was: op deeze wijze wordt de gaêring der dorps- en andere lasten gedaan,Outersdorp, boven gemeld, is eene zeer aangename buurt,[4]waarin verscheide moestuinen, en wèltoegemaakte weilanden en plaisierplaatzen liggen; bij dezelven is een kerkhof voor deHoogduitsche Joodsche Natie, die geene lidmaaten, of armoedig zijn: digt hierbij is een herberg,Zeeburggenaamd; voor dezelve ligt een steenen redout, alwaar de beesten voor rekening van het Oude Zijds Huiszittenhuis teAmsteldamworden ontscheept, en de varkens, door iemand van het Gerecht daartoe gesteld geschouwen:Jaap Hannes, daaraan grenzende, is thans een gedeelte land en dijk: het ontleent zijn’ naam aan een zeer groote buurt, weleer aldaar gelegen, doch die door een inbraak, in den vloed bedolven is, en waarvan men wil, dat het water, hetNieuwe Diep, zijn oorsprong voor het grootste gedeelte heeft.Buitenkerk, of, zo als sommigen willen,Buiten de Kerk, is mede een zeer vermaaklijke en welvaarende buurt, waarin, behalven veele buitenplaatzen, boerderijen en herbergen, extra schoon wei- en moes-land wordt gevonden: buitendijks ligt nog een weiland, groot 61 morgen, 670 roeden, ’t geen ’s winters onder water staat, en daardoor gemest wordt.BovenkerkofBovendekerk, is wel de aanzienlijkste buurt, vermits in dezelve verre de meeste huizen, plaatsen, en het beste land wordt gevonden; als mede om dat er de buurtDiemerbrugonder behoort: deeze buurt is in 1640 grootlijks aangegroeid, toen naamlijk aldaar de vaart naarMuidenenWeespwerd gegraven, en is, zo wegens haare ligging, als passage van rijtuigen en schepen, zeer vermaaklijk.Diemerdamwas oudtijds een dorp dat zig zeer verre in zee uitstrekte, en ’t is beweezen, (hoe zeerWagenaarin zijne beschrijving vanAmsteldamdaaraan twijfele,) datDiemerdamzo nabij aanWaterlandwas gelegen, dat men met een plank of pols van het eene naar het andere dorp konde komen; de Pastoor, die inOverdiemende Capel bediende, was tevens Pastoor teDurkerdam; indien nu het water zo groot hadde geweest als thans, zou het voor dien man ondoenlijk geweest zijn om op beide plaatzen, bij alle gelegenheden, den dienst te kunnen waarneemen: tot den jaare 1787 was er inOverdiemennog een vers voorhanden, gedrukt op wit satijn, en, ofschoon zeer oud, wèl geconserveerd, waarin de[5]nagedachtenis van een’ Pastoor, die 40 jaarenDiemenenDurkerdambediend had, eenige eer werd aangedaan.Diemerdamhad niet alleen zijn Capel, waarvan het land, waarop dezelve stond nogCapellelandgenoemd wordt, maar was met verscheide huizen en boerderijen voorzien, welke alle door de watervloeden zijn verzwolgen: men vindt nog, dat in 1463, diverse morgens land bij deDiemerdammersluislagen.Van geheelDiemerdamis nog slechts één huis overig, dat op den dijk staat, en het huisDiemerdamgenaamd wordt.Overdiemen, weleer een zeer schoon gebuurte, waarin veele rijke menschen woonden, diverse fabrieken, scheepstimmerwerven, als anderzins waren, is thans zeer vervallen; eensdeels doordien sommigen dat quartier niet begeerden te bewoonen, anderdeels door het droogmaaken derDiemermeir, sterfte van rundvee, en laatstlijk om dat deRoomsche Kerk, die teOverdiemenin ’t midden van de buurt stond, naarDiemerbrugis verplaats geworden.De buurtVierhuizen, alzo genaamd naar zekerenVierhuizen, is dat gedeelte vanOverdiemen, het welk door het graven der vaart naarMuidenenNaardendaarvan is gescheiden: men vindt aldaar welgestelde lieden, schoone boerenplaatzen en landerijen; onder dezelve munt uit de van ouds bekende plaats van den HeereKanter,Vinken-Hofstedegenaamd.Onder alle de bovenstaande districten telt men de volgende polders.Oetwaaler polder, hierin ligtDiemenmetMorg.65—Diemer polder—334—71 R.De Bovenrijkerslooter polder—334—Diemerdammer polder—29—350 R.SchoolenHopmans-polder—195—500 R.De Gemeenschaps polder, voor zo veel onderDiemenbehoort—304.6hond.75 R.Buitendijksche polder—61.6hond.70 R.Morg.1324.6hond.66 R.[6]In oude tijden was het Dorp veel grooter, doch in 1632 telde men slechts voorDiemenenDiemermeir91 huizen; honderd jaren laater, (1732.) werden 113 huizen voorDiemenenDiemerdamop de verpondingslijsten gebragt, en in 1782 werdDiemenop 147 huisgezinnen en 477 ingezetenen gesteld, zonder de kinderen medeterekenen.HetWAPENVanDiemenis een groen veld, waarin een water verbeeld wordt, met drie bruine zwemmende eenden.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De Kerk vanDiemenwas eertijds een Parochie-Kerk, aan deH. Maagdopgedragen, die er des ook als Patronesse werd gevierd; deeze Pastorie werd beurtlings door den Paus en de Proost vanOudmunstervergeven: ’t gebouw is zeer oud, staande in het Dorp, dat, gelijk gezegd is, voorheen veel grooter was: rondsom dezelve stonden een menigte huizen, die door de brand weggeraakt zijn: de Kerk was oudtijds met een Orgel en schoone Capellen voorzien, van welke thans één tot een Consistorie en Kerkmeesters Kamer dient; het gewelf, waarvan nog eenige duistere overblijfsels zijn, is beschilderd met de verbeelding van eenige aloude voorzeggingen, en van de vervulling derzelver in de persoon des Zaligmaakers: het gebouw is zeer ruim doch oud, en dreigt, gelijk de toren, die al eenige voeten overhangt, intestorten: de grond van de Kerk, dienende tot begraaving der lijken, is vóór den tijd der reformatie voor allerheiligst gehouden, en veele menschen uitAmsteldamkochten, om die reden, aldaar de graven voor ongemeen hooge prijzen: de klokken, die in den toren hangen, zijn (zo men zegt,) door den Paus zelven gewijd, waardoor ieder goed Roomschgezinde, in gevalle van afsterving, dezelven, veel langer dan op andere plaatzen, laat luiden.[7]Rondsom de Kerk is een zeer groot Kerkhof, op ’t welk, dewijl men ’t, gelijk gezegd is, voor zeer heilig houdt, veel begraaven wordt, zo van bewooners dier banne als van elders.Achter dit Kerkhof stond weleer een huis voor den Predikant; dan, dewijl het zelve zeer vervallen was, en geene huizen daarbij stonden, is het afgebroken; in den jaare 1770 is op den kerkweg naarDiemen, een nieuwe Pastorie gezet, voorzien van een zeer groote tuin: dit huis heeft beneden vier, en boven zes kamers, allen zeer net beschilderd, gestucadoord en behangen, behalven een zeer groote zolder en vliering; naast hetzelve is een huisjen getimmerd, dienende zo tot een tweede keuken, als tot berging van goederen.Diemenwerd in 1595 metOuderkerkgecombineerd, en had met hetzelve één’ Predikant; in 1607 werdDaniel Plancius, als eerste en bijzondere Predikant voorDiemen, bevestigd.DeRoomsche Kerk, die, in den jaare 1786, vanOverdiemennaar deDiemerbrugverplaatst werd, is een schoon gebouw, welks wederga zeker zelden op het platte land gevonden wordt, daar bij staat een huis voor den Pastoor, met een groote tuin, alles aan de fraaiheid der Kerk beantwoordende: deeze Kerk is aanSt. Pieters bandentoegewijd.HetSchoolhuisvan deeze ban, staat teDiemen, en is, even als de Kerk, een zeer oud gebouw.De Predikant van deeze plaats behoort onder het Classis vanAmsteldam, wordt door den Kerkenraad genomineerd, en door den Ambachtsheer geapprobeerd.Bij vacature van een’ Schoolmeester, worden door het Gerecht en den Predikant eenige Schoolmeesters gehoord en geëxamineerd; het Gerecht maakt als dan alleen een drietal, en geeft hetzelve den Ambachtsheer over, om daaruit een’ Schoolmeester te nomineeren.Men vindt aan deDiemerbrugnog een Schoolmaitres, die de kinderen slechts spelden en leezen leert.InOverdiemenwas weleer een school, waarna de plaatsSchoolpoldergenoemd werd, dan door verval dier buurt is het school weggeraakt.Een Arm- of Wees-huis is in het Ambacht niet voorhanden:[8]de ongelukkige voorwerpen, waarvoor men zulke huizen aanlegt, worden aldaar bij de opgezetenen besteed.WERELDLIJKE GEBOUWEN.In de eerste plaats moet onder dit artijkel geteld worden het Gemeenelands huis, waarin de gedeputeerde Waarsluiden, thans Hoogendijks-Heemraaden, vergaderen: hetzelve staat op den dijk bijJaap Hannis, niet ver van deYperslootersluis, en wordt bewoond door een’ Opzichter, die bij voorschrevene Heeren aangesteld wordt: het is een schoon gebouw met twee vleugels, en werd in 1726 herbouwd: in den voorgeevel staatA I C De fret I bato VI furorear Cendo agrIs t Ven DIsag It Vr’T voorhuis van het gebouw is van boven en ter wederzijden gestucadoord, en prijkt, behalven met eenNephtunisop zijn’ wagen, met de wapens der ProvinciënHolland, Utrecht, en dertien steden en plaatzen, uit welken de Hoogedijks-Heemraaden zijn gedeputeerd: aan elke zijde ziet men een ruim vierkant vertrek.Bij dit huis behoort een spatieuse tuin, die in 1789 merkelijk vergroot is, door het aankoopen van de plaatsRuimzicht, daar nevens gelegen.Men vindt inDiemennog een herberg, die aan particulieren behoort, en het Rechthuis genoemd wordt: deeze herberg, die weleer het Ambacht toebehoorde, was oudtijds het Rechthuis: men ziet er nog verscheide oude wapens van het Gerecht: het plagt voorzien te zijn van een boejen, die thans weggeraakt is.Voor dit huis staat een justitiepaal: des zomers wordt dikwijls rechtdag gehouden, doch des winters aan deDiemerbrug.[9]Bij gezegde brug, aan deWeespervaart, ontmoet men een nieuw aangelegd kerkhof voor lieden die niet in de kerken begraaven willen worden: het zelve is geplaveid met groote zerken, en afgesloten door een schoon hek, met doodshoofden versierd: dit kerkhof, heeft een privilegie, inhoudende, dat al wie van buiten deeze Jurisdictie daarop begraven wordt, slechts éénmaal het landsrecht behoeft te betaalen.Er liggen twee sluizen aan denHoogendijk; als deIJperslooter sluisenDiemerdammer sluis, de eerste wordt voornaamlijk onderhouden doorAmsteldam.Bijleveldvoor¼ in de lasten,Proosdij¼ in de lasten.Doch wordt weder door vier districten gedragen naamlijk:Zevenhooven, Mijdrecht, Wilnis, Uithoorn.Amstelveen¼Ouderkerk¼Deeze sluis lag reeds in 1413: bij dezelve behoort de visscherij in hetNieuwe diep.DeDiemerdammer sluis, anders genaamd, deSluis van Claas Jacobsz., in het jaar 1599 gemaakt, wordt voornaamlijk onderhouden doorWeesp.Weesper Carspel(waar onder’t Gein, deGaaspen deBijlemermeirbehooren,)Diemen, Abcoude, Nigtevegt, Overdiemen.Oudtijds plagt hier nog een sluis te liggen, die men noemde deKost verloren sluis, doch van weinig nut zijnde, is zij gestopt en vernietigd.REGEERINGDezelve bestaat, volgends de conditie van verkoop, uit de Bailliuw vanAmstellandin het Crimineele; een Schout Civil.Zeven Schepenen, die zo wel den eed aan de Bailliuw in het Crimineele, als in het Civile aan den Ambachtsheer doen.Zes Buurtmeesteren die over de gaêring en dorps omslagen zitten, en een Secretaris.De Bailliuw vanAmstellandwordt geëligeerd door Hun Edele Groot Mogenden, uit een drietal, dat Burgemeesteren der stadAmsteldamovergeeven: Schepenen nomineeren in Januarij veertien persoonen, den Gereformeerden Godsdienst toegedaan, en uit[10]dezelven kiest de Ambachtsheer den 2 Februarij, zeven tot Schepenen: gemeenlijk worden er twee, die het voorige jaar gediend hebben daar onder gekozen, edoch volgends de koopconditien van de Ambachtsheerlijkheid, staat zulks aan den Ambachtsheer: de Schout en Secretaris wordt gesteld door Burgemeesteren der stadAmsteldam, als Ambachtsheeren.Buurtmeesteren kiezen op voorsz.datum, twaalf persoonen waar van zes tot Buurtmeesteren, door den Ambachtsheer, verkozen worden: somwijlen laat de Ambachtsheer één’, ook wel twee van het voorige jaar aan blijven.Een Hoog-Heemraad vanAmstelland, wordt door den Ambachtsheer gesteld, ’t geen gemeenlijk de Schout Civil is.Schout en Schepenen hebben, als Heemraaden het recht om den zeedijk te schouwen, en de binnenwegen te doen opmaaken, in welk recht zij van tijd tot tijd zijn gemaintineerd, tegen de meening van de zulken die hen daarin zochten te turbeeren: thans echter hangt er over het opmaaken der binnenwegen, voor den Hove Provinciaal, een proces, tusschen dit gerecht en poldermeesteren van deSchool-enHopmans-polders.Nog heeft men een Dijk-Collegie onder de benaaming van Dijkgraaf en Hogendijk-heemraaden van deZeeburgenDiemerdijk, wier amt is, den dijk die door Schout en Schepenen vanDiemengeschouwd is, nateschouwen, en te belaaken, en voords een directie te voeren over het hout en ijzer van den beplaaten dijk, doch dit hout en ijzer is thans weggenomen, en in deszelfs plaats zijn steenen gelegd: het Collegie bestaat uit den Bailluw vanAmstelland, als Dijkgraaf, den jongsten Burgemeester der stadAmsteldam, één uitMuiden, Weesp, één uitWeesper Carspel, één uitLoosdrecht, één uitLoenen, Kroonenburgs gerecht, één uit hetStichtvanUtrecht, één uitKortenhoef, één uitBreukelengezeten inJohans GerechtevanNienrode, één uitAbcoude, en één uitNichtevecht: dit Collegie is ad vitam, en heeft een’ Secretaris en Boden.VOORRECHTEN.In de eerste plaats heeft het Gerecht een privilegie van het schouwen van den hoogen ZeeburgDiemerdijk, in gevolge diverse privilegiën.[11]En om de beesten op dezelve weidende te schutten.Het recht van de jagt is mede aan den kooper van deeze Heerlijkheid gegeven; voords het recht van parate executie.De kooper heeft de eigendom van deDiemerbrug, en het recht om van alle schuiten enz. tol te vraagen.Het Gerecht heeft privilegie van de Op- en In-gezetenen tot onderhouding van het dorp, eenig geld te mogen vraagen, ’twelk eertijds neusgeld genaamd word, doch nu volgends privilegie van 1755, dorps kosten heet. De Ingezetenen kunnen vonnis haalen teAmsteldam, in gevolge ’t privilegie van HertogAlbrecht, de dato 15 Maart 1387 (1388.)Het Gerecht heeft het voorrecht om de gevangenen teAmsteldamin de boejen te laaten brengen, en die aldaar in de gewoonlijke verhoorkamer te verhooren.BEZIGHEDENOudtijds bestond dezelve in schepen te maaken; er stond weleer een kruidmakerij, op de plaats waar naderhand de traankokerij is geweest: teDiemenwoonden groote reders in de walvischvangst; er waren wasbleeken, een wolwasserij: voords waren de opgezetenen voor het grootste gedeelte karnmelksboeren en visschers, thans is de landbouw, en groenboerswerk, hunne hoofdbezigheid.De boeren brengen ’s morgens hun melk na de stad om ze aldaar uitteventen.GESCHIEDENISSENDiemenwelk eerst aan den Bisschoplijken stoel vanUtrecht, en daar na aan de Graaven vanHollandleenroerig was, werd weleer door HeerGysbrecht van Amstelbezeten, die in den jaare 1225 het zelve, benevensMuidenenWeesp, met de tollen en visscherijen, voor altijd van BisschopOtto den TweedenvanUtrecht, voor dertig ponden ’s Jaarlijks verkreeg, en even daarin, als in alle andere dorpen vanAmstelland, het gebied voerde; dan in den jaare 1296, mede deel gehad hebbende aan den moord van GraafFloris den Vyfden, en deswegen buitenlands moest vlugten, werdDiemenmet alle dorpen inAmstelland, verbeurd[12]verklaard, en der Graaflijkheid vanHollandingelijfd; waarin het tot den 18 October 1731 is gebleven, als wanneer de stadAmsteldamhet zelve voor een somma van ƒ 10300 van de Staaten vanHollandkocht en verleid op de HeerGerrit Corver, Heer vanVelsen, Burgemeester der stadAmsteldam.Diemenis zeer dikwijls door hooge watervloeden overstroomd, en ongelukkig geworden.Bij denJuliaans vloed, van 1164, werd deeze ban gantschlijk overstroomd; de meeste bewooners werden met schuitjens van de daken hunner huizen gehaald, terwijl een groot gedeelte door het water werden verzwolgen.1219 trof dit Ambacht het zelfde ongeluk, en honderden van menschen verdronken.1477, is het Land door een doorbraak in den dijk geïnundeerd, en daarin verscheide waalen gespoeld.1509 brak de dijk door, enAmsteldamleed bij deeze doorbraak zeer veel.1516 en 1530, brak de dijk weder en op verscheide plaatsen door, waardoor het land onder water gezet werd.1570 braken bij eenen sterken springvloed, uit het noordwesten, dertien gaten in denDiemerdijk, zettende niet alleen gantschDiemen, maar ook gedeeltelijkAmsteldamonder.Diemenis mede van tijd tot tijd zeer ongelukkig geworden door den oorlog, zijnde het geheele Ambacht meermaals niet alleen door het krijgsvolk afgeloopen, maar de opgezetenen ook geplunderd, en geheel geruïneerd.In het jaar 1572 werd door het staats krijgsvolk onder den GraaveVan der Mark, het dorpDiemengedeeltelijk, met de kerk, afgebrand.1573 verschansteSonoizig bijJaaphannesopIJpersloot, en liet veele der landerijen ruïneeren, om die schansen te maaken: stak eindelijk bijJaaphannesden dijk door: daar na werd hij uit zijn schans verdreven, en een groot gedeelte huizen door het geschut en de vlammen geruïneerd.1576 werdDiemenmede door het krijgsvolk afgelopen, en het weinige dat overbleef geroofd.1610 was het water zo hoog, dat het over den dijk liep,Diemenoverstroomde, en alle de kelders teAmsteldam, tot aan[13]deWarmoesstraatonder water zettede, terwijl een gat van eenige roeden in denDiemerdijkscheurde.1621 waaide al het paalwerk van den dijk omver, en het water liep als een zee er over, en inundeerde het land.1651 brak deDiemerdijkweder door, het water inundeerdeDiemen, deDiemermeir, en liep teAmsteldamtot aan den Dam: 1665, 1675 en 1682, werdDiemenweder overstroomd.Diemenis tweemaal een prooi van het vuur geweest, de laatste keer in 1652, wanneer het Schoutshuis, benevens eenige huizen van particulieren zijn afgebrand, deezen vuurnood heeft ook verscheide privilegie-brieven verteerd.1702 braken andermaal verscheide gaten in den dijk, en zettede het land onder water.1717 vloeide het water over den dijk, en inundeerde de polders.In 1732 kwam er in het paalwerk ook het bekende gewormte, dat al het zelve doorknaagde, en den dijk in het uiterste gevaar bragt.Dikwijls na, en vóór deeze tijden zijn er hooge vloeden geweest, die geheel het Ambacht dreigden ondertezetten, doch doorGod’s goedheid en door menschlijke hulp, werd het gevaar gekeerd; zo als nog korts geleden in de hooge vloeden van 1790 en 1792.1787 heeft het dorp eerst door de troepen van den Staat en naderhand door den inval derPruissen, voor welken het land geïnundeerd was, veel geleden.De ingezetenen vanDiemenkunnen niet gezegd worden, de Patriotsche partij1toegedaan geweest te zijn, ten minsten, veelen van hun niet, het welk te besluiten is uit de ontmoetingen van hun thans rustend Predikant,Bernardus Bosch, de beroemde dichter van het alom geprezen Dichtstuk DeEigenbaat, desaangaande gehad hebbende: hij was, om deinundatie[14]en dePruissische troupen, genoodzaakt zig naarAmsteldamte begeeven, gelijk zulks meer andere Dorpleeraars hebben moeten doen; doch na het vertrek der soldaaten voornoemd, ging hij weder naDiemenom te prediken, zijnde zijn Wel-Eerw. de eerste der gewekene Buitenpredikanten, die dat werk weder op zijne standplaats verrichtte: na het afloopen van den dienst, is hij op eene zeer onheusche wijze aangevallen, ook door zulken van zijne gemeente, die hem nog voor weinige dagen betuigd hadden, dat ze veel zegen onder zijnen dienst genoten.Allertreffendst zeker zijn de verdere lotgevallen van zijn Wel-Eerw. ten opzichte van het jongstleden volksverschil, waardoor gantsch Nêerland zulk een gevoeligen neep is toegebragt, dat het er nog werkelijke de grievende naweën van gevoelt.Na men zijn Wel-Eerw. van niet minder had getracht te beschuldigen, dan dat hij de Obligatiën der kerke had laaten steelen, en na ook van dien blaam gezuiverd te zijn geworden, had zijn Wel-Eerw. ijver genoeg in zijnen moejelijken post, liefde genoeg voor zijne nu bijna herderlooze kudde, en vertrouwen genoeg op zijnen God, om andermaal zijn beroep te gaan waarneemen, ofschoon men zijn Wel-Eerw. vooraf hadde doen weeten dat men hem, in gevalle hij zulks dorst bestaan, ’t zeer euvel zoude afneemen; na het eindigen dier leerrede, werd hij ook door eene groote menigte omringd, en met de hevigste aandoeningen overladen—na te vergeefsch om bescherming verzocht te hebben, vond zijn Wel-Eerw. niet ongepast geraden, zijn beroep nederteleggen, ’t geen hem vergund werdmet behoud van eer—zijne vijanden waren hier mede niet voldaan, (hoe verre kan eene domme opvatting, of de verleiding van anderen, een mensch niet vervoeren!) men beschuldigde zijne Wel-Eerw. van landen geïnundeerd te hebben, en zelf mede geëxerceerd te hebben; niet tegenstaande zijn Wel-Eerw., wat de inundatie betreft, dezelve heeft getracht te verhinderen, en nimmer zelf geëxerceerd heeft, ofschoon, zijn Wel-Eerw. betuigd heeft, er sterk vóór geweest te zijn, op grond dat de Souverain het exerceeren ten platten lande had bevolen, ’t was derhalven den pligt van zijn Wel-Eerw. het oogmerk van zynen Souverain te bevorderen; deeze laster is zelfs zoo verre gegaan dat men een spotprent op zijn Wel-Eerw. in openbaaren[15]druk deed uitgaan, waarop hij, naar ons voorstaat, als predikant en soldaat, op de belagchelijkste, en lafste wijze wordt uitgebeeld; men wierp hem mede in ’t openbaar een dichtjen naar ’t hoofd, van dezen inhoud,Heraut der muiterij, in schijn van Gods gezant,Zorg voor de zielen van uw boeren, enz.’T gelust ons niet meer daar van uitteschrijven, gelijk wij ook van dit punt der Historie vanDiemenafstappen, oordeelende genoeg gezegd te hebben, om te doen begrijpen hoedanig in de jongstledene troubelen de zaaken desaangaande, aldaar stonden.BIJZONDERHEDENZijn op dit dorp niet voorhanden; ’t geen er te bezien valt, zijn alleenlijk de gebouwen, hier voor beschreven: intusschen vergete men niet het kerkhof rond te wandelen, om de Batavische en menschlievende JonkvrouwCatharinaAmaria Best, die aldaar begraven ligt, in zegening te gedenken: haar graf is kenbaar aan een blauwen zerk, schuin liggende op een gemetselden voet: dat zij bij alle menschen met erkentenis gedacht behoort te worden, is te bewijzen uit het geen op haar zerk gelezen wordt: dus luidende:Voor JonkvrouwCATHARINA MARIA BESTGeboren den 16 Maart 1740,overleden in Amsteldamden 4 februarij 1782.en begraven den 9 dito.[16]Zij wier verheven geest,Geduurende haar leven,Den minsten sterfling stofTot klagen heeft gegeven,Verkoos, op dat haar lijkOok niemand nadeel gav’,Van kerkelijken praalDit kerkhof tot haar graf.Thans verdient ook in oogenschouw genomen te worden, debatterijdie men bezig is aanDiemerdam, te leggen, uit vrees, zeide men, van een aanval derFranschen.LOGEMENTEN’T huis genaamdZeeburg, aan denDiemer Zeedijk.Vischlust, enPampuszicht.InDiemen’t zogenaamdeRechthuis.AanDiemerbrug, ’t huiste Rust.DeVergulde Wagen, en deRijger.AanDiemerdam, ’t huis genaamdDiemerdam, nevens nog eenige kleine tappers, zo teDiemenaanDiemerbrugals inOverdiemen.REISGELEGENHEDENMen vaart geregeld met deWeesperenMuiderschuiten, dagelijks, tot aan deDiemerbrug, daar dezelve schuiten een weinig tijds vertoeven:Diemenheeft ook een eigen schipper, die tweemaal ’s weeks, maandag en vrijdag, visa versa vaart,bezorgendevrachtgoederen en andere benodigdheden voor de Ingezetenen: nog vaart er ’s zondags ’s morgens ten 8 uure, een kerkschuit, van de Tolbrug in de Meir, naDiemen, zo tot gemak voor de bewoonders van de Meir als andere lieden die begeeren teDiemenin de kerk te gaan, vertrekken de zelve schuiten wederom terug met het uitgaan van de kerk, en voor de geene die begeeren te wandelen, gaat men door de Meir tot aanDiemerbrug, of denDiemerdijklangs tot aan den afloop naDiemen, waarna men in een quartier uurs op het dorp kan weezen.[1]1Onze geëerde Correspondent in deezen, zwijgt van de volgende omstandigheden des dorps: wij hebben echter geloofd, om de volkomenheid onzes werks te bevorderen, dezelven hier te moeten inlassen.↑

’t Dorp Diemen’t Dorp DiemenDIEMEN, dat om GYSBRECHT’s wraakzucht,onder ’t jok der Graaven kwam,Vaak een prooi van vuur en water,dikwyls ook van de Oorlogsvlam;DIEMEN mag nog, hoe ’t moest lyden,Door schoonheid en door trouw, ’t Batavisch hart verblyden.HETDORPDIEMEN.

’t Dorp Diemen’t Dorp DiemenDIEMEN, dat om GYSBRECHT’s wraakzucht,onder ’t jok der Graaven kwam,Vaak een prooi van vuur en water,dikwyls ook van de Oorlogsvlam;DIEMEN mag nog, hoe ’t moest lyden,Door schoonheid en door trouw, ’t Batavisch hart verblyden.

’t Dorp Diemen

DIEMEN, dat om GYSBRECHT’s wraakzucht,onder ’t jok der Graaven kwam,Vaak een prooi van vuur en water,dikwyls ook van de Oorlogsvlam;DIEMEN mag nog, hoe ’t moest lyden,Door schoonheid en door trouw, ’t Batavisch hart verblyden.

DIEMEN, dat om GYSBRECHT’s wraakzucht,onder ’t jok der Graaven kwam,Vaak een prooi van vuur en water,dikwyls ook van de Oorlogsvlam;DIEMEN mag nog, hoe ’t moest lyden,Door schoonheid en door trouw, ’t Batavisch hart verblyden.

DIEMEN, dat om GYSBRECHT’s wraakzucht,onder ’t jok der Graaven kwam,Vaak een prooi van vuur en water,dikwyls ook van de Oorlogsvlam;DIEMEN mag nog, hoe ’t moest lyden,Door schoonheid en door trouw, ’t Batavisch hart verblyden.

DIEMEN, dat om GYSBRECHT’s wraakzucht,

onder ’t jok der Graaven kwam,

Vaak een prooi van vuur en water,

dikwyls ook van de Oorlogsvlam;

DIEMEN mag nog, hoe ’t moest lyden,

Door schoonheid en door trouw, ’t Batavisch hart verblyden.

Onder de Nederlandsche dorpen, zijn er zekerlijk maar weinig van welken, naar evenredigheid der grootte, zo veel kan gezegd worden, (ofschoon er bij anderen bijzonder weinig van gezegd zij,) als van dit vermaaklijk dorp; de inhoud der volgende bladzijden zal onze Leezers daarvan ten vollen overtuigen; zij zijn, als ik, denzelven verschuldigd aan de vriendlijkste mededeeling, die zekerlijk de ongeveinsdste erkentelijkheid vordert.LIGGING.Het ambachtDiemen, waarbij ookDiemerdambehoort, ligt inAmstelland, gedeeltelijk tusschen de ban vanAmstelveen, en deDiemer-ofWatergraafsche meirten westen, de banne vanMuidenten oosten, en ten zuiden en zuidwesten aan deBijlemer meiren deGroot-Duivendrechtsche polder: ’t ligt voords één uur vanAmsteldam, zijnde ook eene Ambachtsheerlijkheid van die stad.Over ’t algemeen is ’t geheele Ambacht zeer aangenaam gelegen: van den dijk af heeft men een schoon gezicht opWaterland,[2]AmsteldamenMuiden, en aan de landzijde op deDiemermeir,Bijlemermeir, de stedenWeesp, Naarden, Abcoude,Ouderkerk, en andere plaatzen.De geheeleDiemerbanheeft laage darrige of venlanden, waarvan eenigen, die dijkplechtig zijn, reeds merkelijk tot verhooging van denDiemer Zeedijkzijn vergraven, en des niettegenstaande, liggen de laagste landen nog verscheide voeten hooger dan de bedijkteDiemer-ofWatergraafsche meir.Zeer waarschijnelijk zijn de landen in deDiemerbanvoor veele eeuwen bosschen geweest, (gelijk zulks op meer plaatzen van ons Vaderland het geval is,) dewijl men onder het graaven menigvuldige boomen ontdekt, die, om hunne taaiheid, alleenlijk tot rietdekkers werk gebruikt worden; zij liggen allen zodanig, dat men kan besluiten, dat zij door een storm en hoogen vloed uit het noordwesten, voor deeze ban altoos zeer gevaarlijk, losgespoeld en nedergesmeten zijn geworden.Men ontmoet in deezen oord de vruchtbaarste moes- en schoonste weilanden, voor welken considerabele sommen betaald worden; er is in deeze banne ook zeer goeden jagt op watersneppen en eendvogels; sedert eenige Jaaren vindt men er ook veele haazen: de visscherij is er niet minder rijk; men vangt er ongemeen groote snoeken, de smaaklijkste baars, post, paling en carpers, alle welken door de liefhebbers verre boven anderen geschat worden.Van ouds hebben door deDiemerbantwee heerewegen geloopen, die nog in wezen zijn; de eene van de afloop naarDiemen,doorDiemenenDiemerbrugnaarOuderkerk, en de andere vanDiemerdam, langs denDiem, over deVinkebrug, langs deBijlemermeirenGaasp, naarWeesp.In dit Ambacht liggen nog twee zandpaden; een naarMuidenen een naarWeesp, op welken tolhuizen staan.NAAMSOORSPRONG.Veelen oordeelen dat het Ambacht zijn’ naam ontleent aan een riviertjen, deDiemgenaamd, welk oudtijds, vóór het droog maaken derDiemer-ofWatergraafsche-meir, gedeeltelijk[3]uit dezelve, door deRijkersloot, nu deWeespervaart, deBijlemermeirenGaasp, zijn oorsprong nam, en door deDiemerdammersluisin het Y loosde; anderen echter, die het Ambacht nietDiemen, maar, volgends de oudste papieren,Deemenwillen genoemd hebben, leiden dien naam af van de woordenDe Mens, die dan den staat waarin dat land lag, als zijnde door overstroomingen en doorbraaken van één gerukt, en door deDiemin twee deelen gescheiden, te kennen geeven: „Wat van beide de waarheid zij”, voegt onze geëerde begunstiger er bij, „zal, vertrouwt men, niemand met zekerheid kunnen gissen”.Wegens de stichting des Dorps, kan volstrekt niets gezegd worden, derhalven staat ons alleenlijk te spreeken van deGROOTTE,En om in deezen voldoende te kunnen zijn, moeten wij eerst aantekenen, wat de Ambachts-heerlijkheid in zig bevat.Het Ambacht wordt dan, vooreerst, gedeeld in twee deelen, naamlijkDiemenenDiemerdam, (ook welDiemendamgenaamd,) liggende het eerste ten westen deDiemer-ofWatergraafsche meiren de ban vanAmstelveen, en het andere ten oosten de ban vanMuiden, en worden gescheiden door het water denDiem: deeze verdeeling maken Hunne Edele Groot Mogenden, de Heeren Staaten vanHollandenWest-Friesland, sedert onheugelijke tijden, schrijvende niet aan die van den Gerechte vanDiemen, maar vanDiemenenDiemerdam.Diemenwordt wederom in drie deelen gedeeld, alsOutersdorp,Buitenkerk, enBovenkerk, welk laatste gedeelte wederom onderscheiden wordt doorBovenrijkerslootenBenedenrijkersloot.Diemerdamwerd oudtijds gedeeld inDiemerdamenOverdiemen, doch na datDiemerdamop een klein gedeelte na is weggespoeld, begrijpt men doorOverdiemen, Diemerdammede, als ook de buurt deVierhuijzen, die voormaals aanOverdiemen, vóór het graaven der vaart naarMuiden, gehecht was: op deeze wijze wordt de gaêring der dorps- en andere lasten gedaan,Outersdorp, boven gemeld, is eene zeer aangename buurt,[4]waarin verscheide moestuinen, en wèltoegemaakte weilanden en plaisierplaatzen liggen; bij dezelven is een kerkhof voor deHoogduitsche Joodsche Natie, die geene lidmaaten, of armoedig zijn: digt hierbij is een herberg,Zeeburggenaamd; voor dezelve ligt een steenen redout, alwaar de beesten voor rekening van het Oude Zijds Huiszittenhuis teAmsteldamworden ontscheept, en de varkens, door iemand van het Gerecht daartoe gesteld geschouwen:Jaap Hannes, daaraan grenzende, is thans een gedeelte land en dijk: het ontleent zijn’ naam aan een zeer groote buurt, weleer aldaar gelegen, doch die door een inbraak, in den vloed bedolven is, en waarvan men wil, dat het water, hetNieuwe Diep, zijn oorsprong voor het grootste gedeelte heeft.Buitenkerk, of, zo als sommigen willen,Buiten de Kerk, is mede een zeer vermaaklijke en welvaarende buurt, waarin, behalven veele buitenplaatzen, boerderijen en herbergen, extra schoon wei- en moes-land wordt gevonden: buitendijks ligt nog een weiland, groot 61 morgen, 670 roeden, ’t geen ’s winters onder water staat, en daardoor gemest wordt.BovenkerkofBovendekerk, is wel de aanzienlijkste buurt, vermits in dezelve verre de meeste huizen, plaatsen, en het beste land wordt gevonden; als mede om dat er de buurtDiemerbrugonder behoort: deeze buurt is in 1640 grootlijks aangegroeid, toen naamlijk aldaar de vaart naarMuidenenWeespwerd gegraven, en is, zo wegens haare ligging, als passage van rijtuigen en schepen, zeer vermaaklijk.Diemerdamwas oudtijds een dorp dat zig zeer verre in zee uitstrekte, en ’t is beweezen, (hoe zeerWagenaarin zijne beschrijving vanAmsteldamdaaraan twijfele,) datDiemerdamzo nabij aanWaterlandwas gelegen, dat men met een plank of pols van het eene naar het andere dorp konde komen; de Pastoor, die inOverdiemende Capel bediende, was tevens Pastoor teDurkerdam; indien nu het water zo groot hadde geweest als thans, zou het voor dien man ondoenlijk geweest zijn om op beide plaatzen, bij alle gelegenheden, den dienst te kunnen waarneemen: tot den jaare 1787 was er inOverdiemennog een vers voorhanden, gedrukt op wit satijn, en, ofschoon zeer oud, wèl geconserveerd, waarin de[5]nagedachtenis van een’ Pastoor, die 40 jaarenDiemenenDurkerdambediend had, eenige eer werd aangedaan.Diemerdamhad niet alleen zijn Capel, waarvan het land, waarop dezelve stond nogCapellelandgenoemd wordt, maar was met verscheide huizen en boerderijen voorzien, welke alle door de watervloeden zijn verzwolgen: men vindt nog, dat in 1463, diverse morgens land bij deDiemerdammersluislagen.Van geheelDiemerdamis nog slechts één huis overig, dat op den dijk staat, en het huisDiemerdamgenaamd wordt.Overdiemen, weleer een zeer schoon gebuurte, waarin veele rijke menschen woonden, diverse fabrieken, scheepstimmerwerven, als anderzins waren, is thans zeer vervallen; eensdeels doordien sommigen dat quartier niet begeerden te bewoonen, anderdeels door het droogmaaken derDiemermeir, sterfte van rundvee, en laatstlijk om dat deRoomsche Kerk, die teOverdiemenin ’t midden van de buurt stond, naarDiemerbrugis verplaats geworden.De buurtVierhuizen, alzo genaamd naar zekerenVierhuizen, is dat gedeelte vanOverdiemen, het welk door het graven der vaart naarMuidenenNaardendaarvan is gescheiden: men vindt aldaar welgestelde lieden, schoone boerenplaatzen en landerijen; onder dezelve munt uit de van ouds bekende plaats van den HeereKanter,Vinken-Hofstedegenaamd.Onder alle de bovenstaande districten telt men de volgende polders.Oetwaaler polder, hierin ligtDiemenmetMorg.65—Diemer polder—334—71 R.De Bovenrijkerslooter polder—334—Diemerdammer polder—29—350 R.SchoolenHopmans-polder—195—500 R.De Gemeenschaps polder, voor zo veel onderDiemenbehoort—304.6hond.75 R.Buitendijksche polder—61.6hond.70 R.Morg.1324.6hond.66 R.[6]In oude tijden was het Dorp veel grooter, doch in 1632 telde men slechts voorDiemenenDiemermeir91 huizen; honderd jaren laater, (1732.) werden 113 huizen voorDiemenenDiemerdamop de verpondingslijsten gebragt, en in 1782 werdDiemenop 147 huisgezinnen en 477 ingezetenen gesteld, zonder de kinderen medeterekenen.HetWAPENVanDiemenis een groen veld, waarin een water verbeeld wordt, met drie bruine zwemmende eenden.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.De Kerk vanDiemenwas eertijds een Parochie-Kerk, aan deH. Maagdopgedragen, die er des ook als Patronesse werd gevierd; deeze Pastorie werd beurtlings door den Paus en de Proost vanOudmunstervergeven: ’t gebouw is zeer oud, staande in het Dorp, dat, gelijk gezegd is, voorheen veel grooter was: rondsom dezelve stonden een menigte huizen, die door de brand weggeraakt zijn: de Kerk was oudtijds met een Orgel en schoone Capellen voorzien, van welke thans één tot een Consistorie en Kerkmeesters Kamer dient; het gewelf, waarvan nog eenige duistere overblijfsels zijn, is beschilderd met de verbeelding van eenige aloude voorzeggingen, en van de vervulling derzelver in de persoon des Zaligmaakers: het gebouw is zeer ruim doch oud, en dreigt, gelijk de toren, die al eenige voeten overhangt, intestorten: de grond van de Kerk, dienende tot begraaving der lijken, is vóór den tijd der reformatie voor allerheiligst gehouden, en veele menschen uitAmsteldamkochten, om die reden, aldaar de graven voor ongemeen hooge prijzen: de klokken, die in den toren hangen, zijn (zo men zegt,) door den Paus zelven gewijd, waardoor ieder goed Roomschgezinde, in gevalle van afsterving, dezelven, veel langer dan op andere plaatzen, laat luiden.[7]Rondsom de Kerk is een zeer groot Kerkhof, op ’t welk, dewijl men ’t, gelijk gezegd is, voor zeer heilig houdt, veel begraaven wordt, zo van bewooners dier banne als van elders.Achter dit Kerkhof stond weleer een huis voor den Predikant; dan, dewijl het zelve zeer vervallen was, en geene huizen daarbij stonden, is het afgebroken; in den jaare 1770 is op den kerkweg naarDiemen, een nieuwe Pastorie gezet, voorzien van een zeer groote tuin: dit huis heeft beneden vier, en boven zes kamers, allen zeer net beschilderd, gestucadoord en behangen, behalven een zeer groote zolder en vliering; naast hetzelve is een huisjen getimmerd, dienende zo tot een tweede keuken, als tot berging van goederen.Diemenwerd in 1595 metOuderkerkgecombineerd, en had met hetzelve één’ Predikant; in 1607 werdDaniel Plancius, als eerste en bijzondere Predikant voorDiemen, bevestigd.DeRoomsche Kerk, die, in den jaare 1786, vanOverdiemennaar deDiemerbrugverplaatst werd, is een schoon gebouw, welks wederga zeker zelden op het platte land gevonden wordt, daar bij staat een huis voor den Pastoor, met een groote tuin, alles aan de fraaiheid der Kerk beantwoordende: deeze Kerk is aanSt. Pieters bandentoegewijd.HetSchoolhuisvan deeze ban, staat teDiemen, en is, even als de Kerk, een zeer oud gebouw.De Predikant van deeze plaats behoort onder het Classis vanAmsteldam, wordt door den Kerkenraad genomineerd, en door den Ambachtsheer geapprobeerd.Bij vacature van een’ Schoolmeester, worden door het Gerecht en den Predikant eenige Schoolmeesters gehoord en geëxamineerd; het Gerecht maakt als dan alleen een drietal, en geeft hetzelve den Ambachtsheer over, om daaruit een’ Schoolmeester te nomineeren.Men vindt aan deDiemerbrugnog een Schoolmaitres, die de kinderen slechts spelden en leezen leert.InOverdiemenwas weleer een school, waarna de plaatsSchoolpoldergenoemd werd, dan door verval dier buurt is het school weggeraakt.Een Arm- of Wees-huis is in het Ambacht niet voorhanden:[8]de ongelukkige voorwerpen, waarvoor men zulke huizen aanlegt, worden aldaar bij de opgezetenen besteed.WERELDLIJKE GEBOUWEN.In de eerste plaats moet onder dit artijkel geteld worden het Gemeenelands huis, waarin de gedeputeerde Waarsluiden, thans Hoogendijks-Heemraaden, vergaderen: hetzelve staat op den dijk bijJaap Hannis, niet ver van deYperslootersluis, en wordt bewoond door een’ Opzichter, die bij voorschrevene Heeren aangesteld wordt: het is een schoon gebouw met twee vleugels, en werd in 1726 herbouwd: in den voorgeevel staatA I C De fret I bato VI furorear Cendo agrIs t Ven DIsag It Vr’T voorhuis van het gebouw is van boven en ter wederzijden gestucadoord, en prijkt, behalven met eenNephtunisop zijn’ wagen, met de wapens der ProvinciënHolland, Utrecht, en dertien steden en plaatzen, uit welken de Hoogedijks-Heemraaden zijn gedeputeerd: aan elke zijde ziet men een ruim vierkant vertrek.Bij dit huis behoort een spatieuse tuin, die in 1789 merkelijk vergroot is, door het aankoopen van de plaatsRuimzicht, daar nevens gelegen.Men vindt inDiemennog een herberg, die aan particulieren behoort, en het Rechthuis genoemd wordt: deeze herberg, die weleer het Ambacht toebehoorde, was oudtijds het Rechthuis: men ziet er nog verscheide oude wapens van het Gerecht: het plagt voorzien te zijn van een boejen, die thans weggeraakt is.Voor dit huis staat een justitiepaal: des zomers wordt dikwijls rechtdag gehouden, doch des winters aan deDiemerbrug.[9]Bij gezegde brug, aan deWeespervaart, ontmoet men een nieuw aangelegd kerkhof voor lieden die niet in de kerken begraaven willen worden: het zelve is geplaveid met groote zerken, en afgesloten door een schoon hek, met doodshoofden versierd: dit kerkhof, heeft een privilegie, inhoudende, dat al wie van buiten deeze Jurisdictie daarop begraven wordt, slechts éénmaal het landsrecht behoeft te betaalen.Er liggen twee sluizen aan denHoogendijk; als deIJperslooter sluisenDiemerdammer sluis, de eerste wordt voornaamlijk onderhouden doorAmsteldam.Bijleveldvoor¼ in de lasten,Proosdij¼ in de lasten.Doch wordt weder door vier districten gedragen naamlijk:Zevenhooven, Mijdrecht, Wilnis, Uithoorn.Amstelveen¼Ouderkerk¼Deeze sluis lag reeds in 1413: bij dezelve behoort de visscherij in hetNieuwe diep.DeDiemerdammer sluis, anders genaamd, deSluis van Claas Jacobsz., in het jaar 1599 gemaakt, wordt voornaamlijk onderhouden doorWeesp.Weesper Carspel(waar onder’t Gein, deGaaspen deBijlemermeirbehooren,)Diemen, Abcoude, Nigtevegt, Overdiemen.Oudtijds plagt hier nog een sluis te liggen, die men noemde deKost verloren sluis, doch van weinig nut zijnde, is zij gestopt en vernietigd.REGEERINGDezelve bestaat, volgends de conditie van verkoop, uit de Bailliuw vanAmstellandin het Crimineele; een Schout Civil.Zeven Schepenen, die zo wel den eed aan de Bailliuw in het Crimineele, als in het Civile aan den Ambachtsheer doen.Zes Buurtmeesteren die over de gaêring en dorps omslagen zitten, en een Secretaris.De Bailliuw vanAmstellandwordt geëligeerd door Hun Edele Groot Mogenden, uit een drietal, dat Burgemeesteren der stadAmsteldamovergeeven: Schepenen nomineeren in Januarij veertien persoonen, den Gereformeerden Godsdienst toegedaan, en uit[10]dezelven kiest de Ambachtsheer den 2 Februarij, zeven tot Schepenen: gemeenlijk worden er twee, die het voorige jaar gediend hebben daar onder gekozen, edoch volgends de koopconditien van de Ambachtsheerlijkheid, staat zulks aan den Ambachtsheer: de Schout en Secretaris wordt gesteld door Burgemeesteren der stadAmsteldam, als Ambachtsheeren.Buurtmeesteren kiezen op voorsz.datum, twaalf persoonen waar van zes tot Buurtmeesteren, door den Ambachtsheer, verkozen worden: somwijlen laat de Ambachtsheer één’, ook wel twee van het voorige jaar aan blijven.Een Hoog-Heemraad vanAmstelland, wordt door den Ambachtsheer gesteld, ’t geen gemeenlijk de Schout Civil is.Schout en Schepenen hebben, als Heemraaden het recht om den zeedijk te schouwen, en de binnenwegen te doen opmaaken, in welk recht zij van tijd tot tijd zijn gemaintineerd, tegen de meening van de zulken die hen daarin zochten te turbeeren: thans echter hangt er over het opmaaken der binnenwegen, voor den Hove Provinciaal, een proces, tusschen dit gerecht en poldermeesteren van deSchool-enHopmans-polders.Nog heeft men een Dijk-Collegie onder de benaaming van Dijkgraaf en Hogendijk-heemraaden van deZeeburgenDiemerdijk, wier amt is, den dijk die door Schout en Schepenen vanDiemengeschouwd is, nateschouwen, en te belaaken, en voords een directie te voeren over het hout en ijzer van den beplaaten dijk, doch dit hout en ijzer is thans weggenomen, en in deszelfs plaats zijn steenen gelegd: het Collegie bestaat uit den Bailluw vanAmstelland, als Dijkgraaf, den jongsten Burgemeester der stadAmsteldam, één uitMuiden, Weesp, één uitWeesper Carspel, één uitLoosdrecht, één uitLoenen, Kroonenburgs gerecht, één uit hetStichtvanUtrecht, één uitKortenhoef, één uitBreukelengezeten inJohans GerechtevanNienrode, één uitAbcoude, en één uitNichtevecht: dit Collegie is ad vitam, en heeft een’ Secretaris en Boden.VOORRECHTEN.In de eerste plaats heeft het Gerecht een privilegie van het schouwen van den hoogen ZeeburgDiemerdijk, in gevolge diverse privilegiën.[11]En om de beesten op dezelve weidende te schutten.Het recht van de jagt is mede aan den kooper van deeze Heerlijkheid gegeven; voords het recht van parate executie.De kooper heeft de eigendom van deDiemerbrug, en het recht om van alle schuiten enz. tol te vraagen.Het Gerecht heeft privilegie van de Op- en In-gezetenen tot onderhouding van het dorp, eenig geld te mogen vraagen, ’twelk eertijds neusgeld genaamd word, doch nu volgends privilegie van 1755, dorps kosten heet. De Ingezetenen kunnen vonnis haalen teAmsteldam, in gevolge ’t privilegie van HertogAlbrecht, de dato 15 Maart 1387 (1388.)Het Gerecht heeft het voorrecht om de gevangenen teAmsteldamin de boejen te laaten brengen, en die aldaar in de gewoonlijke verhoorkamer te verhooren.BEZIGHEDENOudtijds bestond dezelve in schepen te maaken; er stond weleer een kruidmakerij, op de plaats waar naderhand de traankokerij is geweest: teDiemenwoonden groote reders in de walvischvangst; er waren wasbleeken, een wolwasserij: voords waren de opgezetenen voor het grootste gedeelte karnmelksboeren en visschers, thans is de landbouw, en groenboerswerk, hunne hoofdbezigheid.De boeren brengen ’s morgens hun melk na de stad om ze aldaar uitteventen.GESCHIEDENISSENDiemenwelk eerst aan den Bisschoplijken stoel vanUtrecht, en daar na aan de Graaven vanHollandleenroerig was, werd weleer door HeerGysbrecht van Amstelbezeten, die in den jaare 1225 het zelve, benevensMuidenenWeesp, met de tollen en visscherijen, voor altijd van BisschopOtto den TweedenvanUtrecht, voor dertig ponden ’s Jaarlijks verkreeg, en even daarin, als in alle andere dorpen vanAmstelland, het gebied voerde; dan in den jaare 1296, mede deel gehad hebbende aan den moord van GraafFloris den Vyfden, en deswegen buitenlands moest vlugten, werdDiemenmet alle dorpen inAmstelland, verbeurd[12]verklaard, en der Graaflijkheid vanHollandingelijfd; waarin het tot den 18 October 1731 is gebleven, als wanneer de stadAmsteldamhet zelve voor een somma van ƒ 10300 van de Staaten vanHollandkocht en verleid op de HeerGerrit Corver, Heer vanVelsen, Burgemeester der stadAmsteldam.Diemenis zeer dikwijls door hooge watervloeden overstroomd, en ongelukkig geworden.Bij denJuliaans vloed, van 1164, werd deeze ban gantschlijk overstroomd; de meeste bewooners werden met schuitjens van de daken hunner huizen gehaald, terwijl een groot gedeelte door het water werden verzwolgen.1219 trof dit Ambacht het zelfde ongeluk, en honderden van menschen verdronken.1477, is het Land door een doorbraak in den dijk geïnundeerd, en daarin verscheide waalen gespoeld.1509 brak de dijk door, enAmsteldamleed bij deeze doorbraak zeer veel.1516 en 1530, brak de dijk weder en op verscheide plaatsen door, waardoor het land onder water gezet werd.1570 braken bij eenen sterken springvloed, uit het noordwesten, dertien gaten in denDiemerdijk, zettende niet alleen gantschDiemen, maar ook gedeeltelijkAmsteldamonder.Diemenis mede van tijd tot tijd zeer ongelukkig geworden door den oorlog, zijnde het geheele Ambacht meermaals niet alleen door het krijgsvolk afgeloopen, maar de opgezetenen ook geplunderd, en geheel geruïneerd.In het jaar 1572 werd door het staats krijgsvolk onder den GraaveVan der Mark, het dorpDiemengedeeltelijk, met de kerk, afgebrand.1573 verschansteSonoizig bijJaaphannesopIJpersloot, en liet veele der landerijen ruïneeren, om die schansen te maaken: stak eindelijk bijJaaphannesden dijk door: daar na werd hij uit zijn schans verdreven, en een groot gedeelte huizen door het geschut en de vlammen geruïneerd.1576 werdDiemenmede door het krijgsvolk afgelopen, en het weinige dat overbleef geroofd.1610 was het water zo hoog, dat het over den dijk liep,Diemenoverstroomde, en alle de kelders teAmsteldam, tot aan[13]deWarmoesstraatonder water zettede, terwijl een gat van eenige roeden in denDiemerdijkscheurde.1621 waaide al het paalwerk van den dijk omver, en het water liep als een zee er over, en inundeerde het land.1651 brak deDiemerdijkweder door, het water inundeerdeDiemen, deDiemermeir, en liep teAmsteldamtot aan den Dam: 1665, 1675 en 1682, werdDiemenweder overstroomd.Diemenis tweemaal een prooi van het vuur geweest, de laatste keer in 1652, wanneer het Schoutshuis, benevens eenige huizen van particulieren zijn afgebrand, deezen vuurnood heeft ook verscheide privilegie-brieven verteerd.1702 braken andermaal verscheide gaten in den dijk, en zettede het land onder water.1717 vloeide het water over den dijk, en inundeerde de polders.In 1732 kwam er in het paalwerk ook het bekende gewormte, dat al het zelve doorknaagde, en den dijk in het uiterste gevaar bragt.Dikwijls na, en vóór deeze tijden zijn er hooge vloeden geweest, die geheel het Ambacht dreigden ondertezetten, doch doorGod’s goedheid en door menschlijke hulp, werd het gevaar gekeerd; zo als nog korts geleden in de hooge vloeden van 1790 en 1792.1787 heeft het dorp eerst door de troepen van den Staat en naderhand door den inval derPruissen, voor welken het land geïnundeerd was, veel geleden.De ingezetenen vanDiemenkunnen niet gezegd worden, de Patriotsche partij1toegedaan geweest te zijn, ten minsten, veelen van hun niet, het welk te besluiten is uit de ontmoetingen van hun thans rustend Predikant,Bernardus Bosch, de beroemde dichter van het alom geprezen Dichtstuk DeEigenbaat, desaangaande gehad hebbende: hij was, om deinundatie[14]en dePruissische troupen, genoodzaakt zig naarAmsteldamte begeeven, gelijk zulks meer andere Dorpleeraars hebben moeten doen; doch na het vertrek der soldaaten voornoemd, ging hij weder naDiemenom te prediken, zijnde zijn Wel-Eerw. de eerste der gewekene Buitenpredikanten, die dat werk weder op zijne standplaats verrichtte: na het afloopen van den dienst, is hij op eene zeer onheusche wijze aangevallen, ook door zulken van zijne gemeente, die hem nog voor weinige dagen betuigd hadden, dat ze veel zegen onder zijnen dienst genoten.Allertreffendst zeker zijn de verdere lotgevallen van zijn Wel-Eerw. ten opzichte van het jongstleden volksverschil, waardoor gantsch Nêerland zulk een gevoeligen neep is toegebragt, dat het er nog werkelijke de grievende naweën van gevoelt.Na men zijn Wel-Eerw. van niet minder had getracht te beschuldigen, dan dat hij de Obligatiën der kerke had laaten steelen, en na ook van dien blaam gezuiverd te zijn geworden, had zijn Wel-Eerw. ijver genoeg in zijnen moejelijken post, liefde genoeg voor zijne nu bijna herderlooze kudde, en vertrouwen genoeg op zijnen God, om andermaal zijn beroep te gaan waarneemen, ofschoon men zijn Wel-Eerw. vooraf hadde doen weeten dat men hem, in gevalle hij zulks dorst bestaan, ’t zeer euvel zoude afneemen; na het eindigen dier leerrede, werd hij ook door eene groote menigte omringd, en met de hevigste aandoeningen overladen—na te vergeefsch om bescherming verzocht te hebben, vond zijn Wel-Eerw. niet ongepast geraden, zijn beroep nederteleggen, ’t geen hem vergund werdmet behoud van eer—zijne vijanden waren hier mede niet voldaan, (hoe verre kan eene domme opvatting, of de verleiding van anderen, een mensch niet vervoeren!) men beschuldigde zijne Wel-Eerw. van landen geïnundeerd te hebben, en zelf mede geëxerceerd te hebben; niet tegenstaande zijn Wel-Eerw., wat de inundatie betreft, dezelve heeft getracht te verhinderen, en nimmer zelf geëxerceerd heeft, ofschoon, zijn Wel-Eerw. betuigd heeft, er sterk vóór geweest te zijn, op grond dat de Souverain het exerceeren ten platten lande had bevolen, ’t was derhalven den pligt van zijn Wel-Eerw. het oogmerk van zynen Souverain te bevorderen; deeze laster is zelfs zoo verre gegaan dat men een spotprent op zijn Wel-Eerw. in openbaaren[15]druk deed uitgaan, waarop hij, naar ons voorstaat, als predikant en soldaat, op de belagchelijkste, en lafste wijze wordt uitgebeeld; men wierp hem mede in ’t openbaar een dichtjen naar ’t hoofd, van dezen inhoud,Heraut der muiterij, in schijn van Gods gezant,Zorg voor de zielen van uw boeren, enz.’T gelust ons niet meer daar van uitteschrijven, gelijk wij ook van dit punt der Historie vanDiemenafstappen, oordeelende genoeg gezegd te hebben, om te doen begrijpen hoedanig in de jongstledene troubelen de zaaken desaangaande, aldaar stonden.BIJZONDERHEDENZijn op dit dorp niet voorhanden; ’t geen er te bezien valt, zijn alleenlijk de gebouwen, hier voor beschreven: intusschen vergete men niet het kerkhof rond te wandelen, om de Batavische en menschlievende JonkvrouwCatharinaAmaria Best, die aldaar begraven ligt, in zegening te gedenken: haar graf is kenbaar aan een blauwen zerk, schuin liggende op een gemetselden voet: dat zij bij alle menschen met erkentenis gedacht behoort te worden, is te bewijzen uit het geen op haar zerk gelezen wordt: dus luidende:Voor JonkvrouwCATHARINA MARIA BESTGeboren den 16 Maart 1740,overleden in Amsteldamden 4 februarij 1782.en begraven den 9 dito.[16]Zij wier verheven geest,Geduurende haar leven,Den minsten sterfling stofTot klagen heeft gegeven,Verkoos, op dat haar lijkOok niemand nadeel gav’,Van kerkelijken praalDit kerkhof tot haar graf.Thans verdient ook in oogenschouw genomen te worden, debatterijdie men bezig is aanDiemerdam, te leggen, uit vrees, zeide men, van een aanval derFranschen.LOGEMENTEN’T huis genaamdZeeburg, aan denDiemer Zeedijk.Vischlust, enPampuszicht.InDiemen’t zogenaamdeRechthuis.AanDiemerbrug, ’t huiste Rust.DeVergulde Wagen, en deRijger.AanDiemerdam, ’t huis genaamdDiemerdam, nevens nog eenige kleine tappers, zo teDiemenaanDiemerbrugals inOverdiemen.REISGELEGENHEDENMen vaart geregeld met deWeesperenMuiderschuiten, dagelijks, tot aan deDiemerbrug, daar dezelve schuiten een weinig tijds vertoeven:Diemenheeft ook een eigen schipper, die tweemaal ’s weeks, maandag en vrijdag, visa versa vaart,bezorgendevrachtgoederen en andere benodigdheden voor de Ingezetenen: nog vaart er ’s zondags ’s morgens ten 8 uure, een kerkschuit, van de Tolbrug in de Meir, naDiemen, zo tot gemak voor de bewoonders van de Meir als andere lieden die begeeren teDiemenin de kerk te gaan, vertrekken de zelve schuiten wederom terug met het uitgaan van de kerk, en voor de geene die begeeren te wandelen, gaat men door de Meir tot aanDiemerbrug, of denDiemerdijklangs tot aan den afloop naDiemen, waarna men in een quartier uurs op het dorp kan weezen.[1]

Onder de Nederlandsche dorpen, zijn er zekerlijk maar weinig van welken, naar evenredigheid der grootte, zo veel kan gezegd worden, (ofschoon er bij anderen bijzonder weinig van gezegd zij,) als van dit vermaaklijk dorp; de inhoud der volgende bladzijden zal onze Leezers daarvan ten vollen overtuigen; zij zijn, als ik, denzelven verschuldigd aan de vriendlijkste mededeeling, die zekerlijk de ongeveinsdste erkentelijkheid vordert.

LIGGING.

Het ambachtDiemen, waarbij ookDiemerdambehoort, ligt inAmstelland, gedeeltelijk tusschen de ban vanAmstelveen, en deDiemer-ofWatergraafsche meirten westen, de banne vanMuidenten oosten, en ten zuiden en zuidwesten aan deBijlemer meiren deGroot-Duivendrechtsche polder: ’t ligt voords één uur vanAmsteldam, zijnde ook eene Ambachtsheerlijkheid van die stad.

Over ’t algemeen is ’t geheele Ambacht zeer aangenaam gelegen: van den dijk af heeft men een schoon gezicht opWaterland,[2]AmsteldamenMuiden, en aan de landzijde op deDiemermeir,Bijlemermeir, de stedenWeesp, Naarden, Abcoude,Ouderkerk, en andere plaatzen.

De geheeleDiemerbanheeft laage darrige of venlanden, waarvan eenigen, die dijkplechtig zijn, reeds merkelijk tot verhooging van denDiemer Zeedijkzijn vergraven, en des niettegenstaande, liggen de laagste landen nog verscheide voeten hooger dan de bedijkteDiemer-ofWatergraafsche meir.

Zeer waarschijnelijk zijn de landen in deDiemerbanvoor veele eeuwen bosschen geweest, (gelijk zulks op meer plaatzen van ons Vaderland het geval is,) dewijl men onder het graaven menigvuldige boomen ontdekt, die, om hunne taaiheid, alleenlijk tot rietdekkers werk gebruikt worden; zij liggen allen zodanig, dat men kan besluiten, dat zij door een storm en hoogen vloed uit het noordwesten, voor deeze ban altoos zeer gevaarlijk, losgespoeld en nedergesmeten zijn geworden.

Men ontmoet in deezen oord de vruchtbaarste moes- en schoonste weilanden, voor welken considerabele sommen betaald worden; er is in deeze banne ook zeer goeden jagt op watersneppen en eendvogels; sedert eenige Jaaren vindt men er ook veele haazen: de visscherij is er niet minder rijk; men vangt er ongemeen groote snoeken, de smaaklijkste baars, post, paling en carpers, alle welken door de liefhebbers verre boven anderen geschat worden.

Van ouds hebben door deDiemerbantwee heerewegen geloopen, die nog in wezen zijn; de eene van de afloop naarDiemen,doorDiemenenDiemerbrugnaarOuderkerk, en de andere vanDiemerdam, langs denDiem, over deVinkebrug, langs deBijlemermeirenGaasp, naarWeesp.

In dit Ambacht liggen nog twee zandpaden; een naarMuidenen een naarWeesp, op welken tolhuizen staan.

NAAMSOORSPRONG.

Veelen oordeelen dat het Ambacht zijn’ naam ontleent aan een riviertjen, deDiemgenaamd, welk oudtijds, vóór het droog maaken derDiemer-ofWatergraafsche-meir, gedeeltelijk[3]uit dezelve, door deRijkersloot, nu deWeespervaart, deBijlemermeirenGaasp, zijn oorsprong nam, en door deDiemerdammersluisin het Y loosde; anderen echter, die het Ambacht nietDiemen, maar, volgends de oudste papieren,Deemenwillen genoemd hebben, leiden dien naam af van de woordenDe Mens, die dan den staat waarin dat land lag, als zijnde door overstroomingen en doorbraaken van één gerukt, en door deDiemin twee deelen gescheiden, te kennen geeven: „Wat van beide de waarheid zij”, voegt onze geëerde begunstiger er bij, „zal, vertrouwt men, niemand met zekerheid kunnen gissen”.

Wegens de stichting des Dorps, kan volstrekt niets gezegd worden, derhalven staat ons alleenlijk te spreeken van de

GROOTTE,

En om in deezen voldoende te kunnen zijn, moeten wij eerst aantekenen, wat de Ambachts-heerlijkheid in zig bevat.

Het Ambacht wordt dan, vooreerst, gedeeld in twee deelen, naamlijkDiemenenDiemerdam, (ook welDiemendamgenaamd,) liggende het eerste ten westen deDiemer-ofWatergraafsche meiren de ban vanAmstelveen, en het andere ten oosten de ban vanMuiden, en worden gescheiden door het water denDiem: deeze verdeeling maken Hunne Edele Groot Mogenden, de Heeren Staaten vanHollandenWest-Friesland, sedert onheugelijke tijden, schrijvende niet aan die van den Gerechte vanDiemen, maar vanDiemenenDiemerdam.

Diemenwordt wederom in drie deelen gedeeld, alsOutersdorp,Buitenkerk, enBovenkerk, welk laatste gedeelte wederom onderscheiden wordt doorBovenrijkerslootenBenedenrijkersloot.Diemerdamwerd oudtijds gedeeld inDiemerdamenOverdiemen, doch na datDiemerdamop een klein gedeelte na is weggespoeld, begrijpt men doorOverdiemen, Diemerdammede, als ook de buurt deVierhuijzen, die voormaals aanOverdiemen, vóór het graaven der vaart naarMuiden, gehecht was: op deeze wijze wordt de gaêring der dorps- en andere lasten gedaan,Outersdorp, boven gemeld, is eene zeer aangename buurt,[4]waarin verscheide moestuinen, en wèltoegemaakte weilanden en plaisierplaatzen liggen; bij dezelven is een kerkhof voor deHoogduitsche Joodsche Natie, die geene lidmaaten, of armoedig zijn: digt hierbij is een herberg,Zeeburggenaamd; voor dezelve ligt een steenen redout, alwaar de beesten voor rekening van het Oude Zijds Huiszittenhuis teAmsteldamworden ontscheept, en de varkens, door iemand van het Gerecht daartoe gesteld geschouwen:Jaap Hannes, daaraan grenzende, is thans een gedeelte land en dijk: het ontleent zijn’ naam aan een zeer groote buurt, weleer aldaar gelegen, doch die door een inbraak, in den vloed bedolven is, en waarvan men wil, dat het water, hetNieuwe Diep, zijn oorsprong voor het grootste gedeelte heeft.

Buitenkerk, of, zo als sommigen willen,Buiten de Kerk, is mede een zeer vermaaklijke en welvaarende buurt, waarin, behalven veele buitenplaatzen, boerderijen en herbergen, extra schoon wei- en moes-land wordt gevonden: buitendijks ligt nog een weiland, groot 61 morgen, 670 roeden, ’t geen ’s winters onder water staat, en daardoor gemest wordt.

BovenkerkofBovendekerk, is wel de aanzienlijkste buurt, vermits in dezelve verre de meeste huizen, plaatsen, en het beste land wordt gevonden; als mede om dat er de buurtDiemerbrugonder behoort: deeze buurt is in 1640 grootlijks aangegroeid, toen naamlijk aldaar de vaart naarMuidenenWeespwerd gegraven, en is, zo wegens haare ligging, als passage van rijtuigen en schepen, zeer vermaaklijk.

Diemerdamwas oudtijds een dorp dat zig zeer verre in zee uitstrekte, en ’t is beweezen, (hoe zeerWagenaarin zijne beschrijving vanAmsteldamdaaraan twijfele,) datDiemerdamzo nabij aanWaterlandwas gelegen, dat men met een plank of pols van het eene naar het andere dorp konde komen; de Pastoor, die inOverdiemende Capel bediende, was tevens Pastoor teDurkerdam; indien nu het water zo groot hadde geweest als thans, zou het voor dien man ondoenlijk geweest zijn om op beide plaatzen, bij alle gelegenheden, den dienst te kunnen waarneemen: tot den jaare 1787 was er inOverdiemennog een vers voorhanden, gedrukt op wit satijn, en, ofschoon zeer oud, wèl geconserveerd, waarin de[5]nagedachtenis van een’ Pastoor, die 40 jaarenDiemenenDurkerdambediend had, eenige eer werd aangedaan.

Diemerdamhad niet alleen zijn Capel, waarvan het land, waarop dezelve stond nogCapellelandgenoemd wordt, maar was met verscheide huizen en boerderijen voorzien, welke alle door de watervloeden zijn verzwolgen: men vindt nog, dat in 1463, diverse morgens land bij deDiemerdammersluislagen.

Van geheelDiemerdamis nog slechts één huis overig, dat op den dijk staat, en het huisDiemerdamgenaamd wordt.

Overdiemen, weleer een zeer schoon gebuurte, waarin veele rijke menschen woonden, diverse fabrieken, scheepstimmerwerven, als anderzins waren, is thans zeer vervallen; eensdeels doordien sommigen dat quartier niet begeerden te bewoonen, anderdeels door het droogmaaken derDiemermeir, sterfte van rundvee, en laatstlijk om dat deRoomsche Kerk, die teOverdiemenin ’t midden van de buurt stond, naarDiemerbrugis verplaats geworden.

De buurtVierhuizen, alzo genaamd naar zekerenVierhuizen, is dat gedeelte vanOverdiemen, het welk door het graven der vaart naarMuidenenNaardendaarvan is gescheiden: men vindt aldaar welgestelde lieden, schoone boerenplaatzen en landerijen; onder dezelve munt uit de van ouds bekende plaats van den HeereKanter,Vinken-Hofstedegenaamd.

Onder alle de bovenstaande districten telt men de volgende polders.

Oetwaaler polder, hierin ligtDiemenmetMorg.65—Diemer polder—334—71 R.De Bovenrijkerslooter polder—334—Diemerdammer polder—29—350 R.SchoolenHopmans-polder—195—500 R.De Gemeenschaps polder, voor zo veel onderDiemenbehoort—304.6hond.75 R.Buitendijksche polder—61.6hond.70 R.Morg.1324.6hond.66 R.

[6]

In oude tijden was het Dorp veel grooter, doch in 1632 telde men slechts voorDiemenenDiemermeir91 huizen; honderd jaren laater, (1732.) werden 113 huizen voorDiemenenDiemerdamop de verpondingslijsten gebragt, en in 1782 werdDiemenop 147 huisgezinnen en 477 ingezetenen gesteld, zonder de kinderen medeterekenen.

Het

WAPEN

VanDiemenis een groen veld, waarin een water verbeeld wordt, met drie bruine zwemmende eenden.

KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.

De Kerk vanDiemenwas eertijds een Parochie-Kerk, aan deH. Maagdopgedragen, die er des ook als Patronesse werd gevierd; deeze Pastorie werd beurtlings door den Paus en de Proost vanOudmunstervergeven: ’t gebouw is zeer oud, staande in het Dorp, dat, gelijk gezegd is, voorheen veel grooter was: rondsom dezelve stonden een menigte huizen, die door de brand weggeraakt zijn: de Kerk was oudtijds met een Orgel en schoone Capellen voorzien, van welke thans één tot een Consistorie en Kerkmeesters Kamer dient; het gewelf, waarvan nog eenige duistere overblijfsels zijn, is beschilderd met de verbeelding van eenige aloude voorzeggingen, en van de vervulling derzelver in de persoon des Zaligmaakers: het gebouw is zeer ruim doch oud, en dreigt, gelijk de toren, die al eenige voeten overhangt, intestorten: de grond van de Kerk, dienende tot begraaving der lijken, is vóór den tijd der reformatie voor allerheiligst gehouden, en veele menschen uitAmsteldamkochten, om die reden, aldaar de graven voor ongemeen hooge prijzen: de klokken, die in den toren hangen, zijn (zo men zegt,) door den Paus zelven gewijd, waardoor ieder goed Roomschgezinde, in gevalle van afsterving, dezelven, veel langer dan op andere plaatzen, laat luiden.[7]

Rondsom de Kerk is een zeer groot Kerkhof, op ’t welk, dewijl men ’t, gelijk gezegd is, voor zeer heilig houdt, veel begraaven wordt, zo van bewooners dier banne als van elders.

Achter dit Kerkhof stond weleer een huis voor den Predikant; dan, dewijl het zelve zeer vervallen was, en geene huizen daarbij stonden, is het afgebroken; in den jaare 1770 is op den kerkweg naarDiemen, een nieuwe Pastorie gezet, voorzien van een zeer groote tuin: dit huis heeft beneden vier, en boven zes kamers, allen zeer net beschilderd, gestucadoord en behangen, behalven een zeer groote zolder en vliering; naast hetzelve is een huisjen getimmerd, dienende zo tot een tweede keuken, als tot berging van goederen.

Diemenwerd in 1595 metOuderkerkgecombineerd, en had met hetzelve één’ Predikant; in 1607 werdDaniel Plancius, als eerste en bijzondere Predikant voorDiemen, bevestigd.

DeRoomsche Kerk, die, in den jaare 1786, vanOverdiemennaar deDiemerbrugverplaatst werd, is een schoon gebouw, welks wederga zeker zelden op het platte land gevonden wordt, daar bij staat een huis voor den Pastoor, met een groote tuin, alles aan de fraaiheid der Kerk beantwoordende: deeze Kerk is aanSt. Pieters bandentoegewijd.

HetSchoolhuisvan deeze ban, staat teDiemen, en is, even als de Kerk, een zeer oud gebouw.

De Predikant van deeze plaats behoort onder het Classis vanAmsteldam, wordt door den Kerkenraad genomineerd, en door den Ambachtsheer geapprobeerd.

Bij vacature van een’ Schoolmeester, worden door het Gerecht en den Predikant eenige Schoolmeesters gehoord en geëxamineerd; het Gerecht maakt als dan alleen een drietal, en geeft hetzelve den Ambachtsheer over, om daaruit een’ Schoolmeester te nomineeren.

Men vindt aan deDiemerbrugnog een Schoolmaitres, die de kinderen slechts spelden en leezen leert.

InOverdiemenwas weleer een school, waarna de plaatsSchoolpoldergenoemd werd, dan door verval dier buurt is het school weggeraakt.

Een Arm- of Wees-huis is in het Ambacht niet voorhanden:[8]de ongelukkige voorwerpen, waarvoor men zulke huizen aanlegt, worden aldaar bij de opgezetenen besteed.

WERELDLIJKE GEBOUWEN.

In de eerste plaats moet onder dit artijkel geteld worden het Gemeenelands huis, waarin de gedeputeerde Waarsluiden, thans Hoogendijks-Heemraaden, vergaderen: hetzelve staat op den dijk bijJaap Hannis, niet ver van deYperslootersluis, en wordt bewoond door een’ Opzichter, die bij voorschrevene Heeren aangesteld wordt: het is een schoon gebouw met twee vleugels, en werd in 1726 herbouwd: in den voorgeevel staat

A I C De fret I bato VI furorear Cendo agrIs t Ven DIsag It Vr

’T voorhuis van het gebouw is van boven en ter wederzijden gestucadoord, en prijkt, behalven met eenNephtunisop zijn’ wagen, met de wapens der ProvinciënHolland, Utrecht, en dertien steden en plaatzen, uit welken de Hoogedijks-Heemraaden zijn gedeputeerd: aan elke zijde ziet men een ruim vierkant vertrek.

Bij dit huis behoort een spatieuse tuin, die in 1789 merkelijk vergroot is, door het aankoopen van de plaatsRuimzicht, daar nevens gelegen.

Men vindt inDiemennog een herberg, die aan particulieren behoort, en het Rechthuis genoemd wordt: deeze herberg, die weleer het Ambacht toebehoorde, was oudtijds het Rechthuis: men ziet er nog verscheide oude wapens van het Gerecht: het plagt voorzien te zijn van een boejen, die thans weggeraakt is.

Voor dit huis staat een justitiepaal: des zomers wordt dikwijls rechtdag gehouden, doch des winters aan deDiemerbrug.[9]

Bij gezegde brug, aan deWeespervaart, ontmoet men een nieuw aangelegd kerkhof voor lieden die niet in de kerken begraaven willen worden: het zelve is geplaveid met groote zerken, en afgesloten door een schoon hek, met doodshoofden versierd: dit kerkhof, heeft een privilegie, inhoudende, dat al wie van buiten deeze Jurisdictie daarop begraven wordt, slechts éénmaal het landsrecht behoeft te betaalen.

Er liggen twee sluizen aan denHoogendijk; als deIJperslooter sluisenDiemerdammer sluis, de eerste wordt voornaamlijk onderhouden doorAmsteldam.

Bijleveldvoor¼ in de lasten,Proosdij¼ in de lasten.

Doch wordt weder door vier districten gedragen naamlijk:

Zevenhooven, Mijdrecht, Wilnis, Uithoorn.

Amstelveen¼Ouderkerk¼

Deeze sluis lag reeds in 1413: bij dezelve behoort de visscherij in hetNieuwe diep.

DeDiemerdammer sluis, anders genaamd, deSluis van Claas Jacobsz., in het jaar 1599 gemaakt, wordt voornaamlijk onderhouden doorWeesp.

Weesper Carspel(waar onder’t Gein, deGaaspen deBijlemermeirbehooren,)Diemen, Abcoude, Nigtevegt, Overdiemen.

Oudtijds plagt hier nog een sluis te liggen, die men noemde deKost verloren sluis, doch van weinig nut zijnde, is zij gestopt en vernietigd.

REGEERING

Dezelve bestaat, volgends de conditie van verkoop, uit de Bailliuw vanAmstellandin het Crimineele; een Schout Civil.

Zeven Schepenen, die zo wel den eed aan de Bailliuw in het Crimineele, als in het Civile aan den Ambachtsheer doen.

Zes Buurtmeesteren die over de gaêring en dorps omslagen zitten, en een Secretaris.

De Bailliuw vanAmstellandwordt geëligeerd door Hun Edele Groot Mogenden, uit een drietal, dat Burgemeesteren der stadAmsteldamovergeeven: Schepenen nomineeren in Januarij veertien persoonen, den Gereformeerden Godsdienst toegedaan, en uit[10]dezelven kiest de Ambachtsheer den 2 Februarij, zeven tot Schepenen: gemeenlijk worden er twee, die het voorige jaar gediend hebben daar onder gekozen, edoch volgends de koopconditien van de Ambachtsheerlijkheid, staat zulks aan den Ambachtsheer: de Schout en Secretaris wordt gesteld door Burgemeesteren der stadAmsteldam, als Ambachtsheeren.

Buurtmeesteren kiezen op voorsz.datum, twaalf persoonen waar van zes tot Buurtmeesteren, door den Ambachtsheer, verkozen worden: somwijlen laat de Ambachtsheer één’, ook wel twee van het voorige jaar aan blijven.

Een Hoog-Heemraad vanAmstelland, wordt door den Ambachtsheer gesteld, ’t geen gemeenlijk de Schout Civil is.

Schout en Schepenen hebben, als Heemraaden het recht om den zeedijk te schouwen, en de binnenwegen te doen opmaaken, in welk recht zij van tijd tot tijd zijn gemaintineerd, tegen de meening van de zulken die hen daarin zochten te turbeeren: thans echter hangt er over het opmaaken der binnenwegen, voor den Hove Provinciaal, een proces, tusschen dit gerecht en poldermeesteren van deSchool-enHopmans-polders.

Nog heeft men een Dijk-Collegie onder de benaaming van Dijkgraaf en Hogendijk-heemraaden van deZeeburgenDiemerdijk, wier amt is, den dijk die door Schout en Schepenen vanDiemengeschouwd is, nateschouwen, en te belaaken, en voords een directie te voeren over het hout en ijzer van den beplaaten dijk, doch dit hout en ijzer is thans weggenomen, en in deszelfs plaats zijn steenen gelegd: het Collegie bestaat uit den Bailluw vanAmstelland, als Dijkgraaf, den jongsten Burgemeester der stadAmsteldam, één uitMuiden, Weesp, één uitWeesper Carspel, één uitLoosdrecht, één uitLoenen, Kroonenburgs gerecht, één uit hetStichtvanUtrecht, één uitKortenhoef, één uitBreukelengezeten inJohans GerechtevanNienrode, één uitAbcoude, en één uitNichtevecht: dit Collegie is ad vitam, en heeft een’ Secretaris en Boden.

VOORRECHTEN.

In de eerste plaats heeft het Gerecht een privilegie van het schouwen van den hoogen ZeeburgDiemerdijk, in gevolge diverse privilegiën.[11]

En om de beesten op dezelve weidende te schutten.

Het recht van de jagt is mede aan den kooper van deeze Heerlijkheid gegeven; voords het recht van parate executie.

De kooper heeft de eigendom van deDiemerbrug, en het recht om van alle schuiten enz. tol te vraagen.

Het Gerecht heeft privilegie van de Op- en In-gezetenen tot onderhouding van het dorp, eenig geld te mogen vraagen, ’twelk eertijds neusgeld genaamd word, doch nu volgends privilegie van 1755, dorps kosten heet. De Ingezetenen kunnen vonnis haalen teAmsteldam, in gevolge ’t privilegie van HertogAlbrecht, de dato 15 Maart 1387 (1388.)

Het Gerecht heeft het voorrecht om de gevangenen teAmsteldamin de boejen te laaten brengen, en die aldaar in de gewoonlijke verhoorkamer te verhooren.

BEZIGHEDEN

Oudtijds bestond dezelve in schepen te maaken; er stond weleer een kruidmakerij, op de plaats waar naderhand de traankokerij is geweest: teDiemenwoonden groote reders in de walvischvangst; er waren wasbleeken, een wolwasserij: voords waren de opgezetenen voor het grootste gedeelte karnmelksboeren en visschers, thans is de landbouw, en groenboerswerk, hunne hoofdbezigheid.

De boeren brengen ’s morgens hun melk na de stad om ze aldaar uitteventen.

GESCHIEDENISSEN

Diemenwelk eerst aan den Bisschoplijken stoel vanUtrecht, en daar na aan de Graaven vanHollandleenroerig was, werd weleer door HeerGysbrecht van Amstelbezeten, die in den jaare 1225 het zelve, benevensMuidenenWeesp, met de tollen en visscherijen, voor altijd van BisschopOtto den TweedenvanUtrecht, voor dertig ponden ’s Jaarlijks verkreeg, en even daarin, als in alle andere dorpen vanAmstelland, het gebied voerde; dan in den jaare 1296, mede deel gehad hebbende aan den moord van GraafFloris den Vyfden, en deswegen buitenlands moest vlugten, werdDiemenmet alle dorpen inAmstelland, verbeurd[12]verklaard, en der Graaflijkheid vanHollandingelijfd; waarin het tot den 18 October 1731 is gebleven, als wanneer de stadAmsteldamhet zelve voor een somma van ƒ 10300 van de Staaten vanHollandkocht en verleid op de HeerGerrit Corver, Heer vanVelsen, Burgemeester der stadAmsteldam.

Diemenis zeer dikwijls door hooge watervloeden overstroomd, en ongelukkig geworden.

Bij denJuliaans vloed, van 1164, werd deeze ban gantschlijk overstroomd; de meeste bewooners werden met schuitjens van de daken hunner huizen gehaald, terwijl een groot gedeelte door het water werden verzwolgen.

1219 trof dit Ambacht het zelfde ongeluk, en honderden van menschen verdronken.

1477, is het Land door een doorbraak in den dijk geïnundeerd, en daarin verscheide waalen gespoeld.

1509 brak de dijk door, enAmsteldamleed bij deeze doorbraak zeer veel.

1516 en 1530, brak de dijk weder en op verscheide plaatsen door, waardoor het land onder water gezet werd.

1570 braken bij eenen sterken springvloed, uit het noordwesten, dertien gaten in denDiemerdijk, zettende niet alleen gantschDiemen, maar ook gedeeltelijkAmsteldamonder.

Diemenis mede van tijd tot tijd zeer ongelukkig geworden door den oorlog, zijnde het geheele Ambacht meermaals niet alleen door het krijgsvolk afgeloopen, maar de opgezetenen ook geplunderd, en geheel geruïneerd.

In het jaar 1572 werd door het staats krijgsvolk onder den GraaveVan der Mark, het dorpDiemengedeeltelijk, met de kerk, afgebrand.

1573 verschansteSonoizig bijJaaphannesopIJpersloot, en liet veele der landerijen ruïneeren, om die schansen te maaken: stak eindelijk bijJaaphannesden dijk door: daar na werd hij uit zijn schans verdreven, en een groot gedeelte huizen door het geschut en de vlammen geruïneerd.

1576 werdDiemenmede door het krijgsvolk afgelopen, en het weinige dat overbleef geroofd.

1610 was het water zo hoog, dat het over den dijk liep,Diemenoverstroomde, en alle de kelders teAmsteldam, tot aan[13]deWarmoesstraatonder water zettede, terwijl een gat van eenige roeden in denDiemerdijkscheurde.

1621 waaide al het paalwerk van den dijk omver, en het water liep als een zee er over, en inundeerde het land.

1651 brak deDiemerdijkweder door, het water inundeerdeDiemen, deDiemermeir, en liep teAmsteldamtot aan den Dam: 1665, 1675 en 1682, werdDiemenweder overstroomd.

Diemenis tweemaal een prooi van het vuur geweest, de laatste keer in 1652, wanneer het Schoutshuis, benevens eenige huizen van particulieren zijn afgebrand, deezen vuurnood heeft ook verscheide privilegie-brieven verteerd.

1702 braken andermaal verscheide gaten in den dijk, en zettede het land onder water.

1717 vloeide het water over den dijk, en inundeerde de polders.

In 1732 kwam er in het paalwerk ook het bekende gewormte, dat al het zelve doorknaagde, en den dijk in het uiterste gevaar bragt.

Dikwijls na, en vóór deeze tijden zijn er hooge vloeden geweest, die geheel het Ambacht dreigden ondertezetten, doch doorGod’s goedheid en door menschlijke hulp, werd het gevaar gekeerd; zo als nog korts geleden in de hooge vloeden van 1790 en 1792.

1787 heeft het dorp eerst door de troepen van den Staat en naderhand door den inval derPruissen, voor welken het land geïnundeerd was, veel geleden.

De ingezetenen vanDiemenkunnen niet gezegd worden, de Patriotsche partij1toegedaan geweest te zijn, ten minsten, veelen van hun niet, het welk te besluiten is uit de ontmoetingen van hun thans rustend Predikant,Bernardus Bosch, de beroemde dichter van het alom geprezen Dichtstuk DeEigenbaat, desaangaande gehad hebbende: hij was, om deinundatie[14]en dePruissische troupen, genoodzaakt zig naarAmsteldamte begeeven, gelijk zulks meer andere Dorpleeraars hebben moeten doen; doch na het vertrek der soldaaten voornoemd, ging hij weder naDiemenom te prediken, zijnde zijn Wel-Eerw. de eerste der gewekene Buitenpredikanten, die dat werk weder op zijne standplaats verrichtte: na het afloopen van den dienst, is hij op eene zeer onheusche wijze aangevallen, ook door zulken van zijne gemeente, die hem nog voor weinige dagen betuigd hadden, dat ze veel zegen onder zijnen dienst genoten.

Allertreffendst zeker zijn de verdere lotgevallen van zijn Wel-Eerw. ten opzichte van het jongstleden volksverschil, waardoor gantsch Nêerland zulk een gevoeligen neep is toegebragt, dat het er nog werkelijke de grievende naweën van gevoelt.

Na men zijn Wel-Eerw. van niet minder had getracht te beschuldigen, dan dat hij de Obligatiën der kerke had laaten steelen, en na ook van dien blaam gezuiverd te zijn geworden, had zijn Wel-Eerw. ijver genoeg in zijnen moejelijken post, liefde genoeg voor zijne nu bijna herderlooze kudde, en vertrouwen genoeg op zijnen God, om andermaal zijn beroep te gaan waarneemen, ofschoon men zijn Wel-Eerw. vooraf hadde doen weeten dat men hem, in gevalle hij zulks dorst bestaan, ’t zeer euvel zoude afneemen; na het eindigen dier leerrede, werd hij ook door eene groote menigte omringd, en met de hevigste aandoeningen overladen—na te vergeefsch om bescherming verzocht te hebben, vond zijn Wel-Eerw. niet ongepast geraden, zijn beroep nederteleggen, ’t geen hem vergund werdmet behoud van eer—zijne vijanden waren hier mede niet voldaan, (hoe verre kan eene domme opvatting, of de verleiding van anderen, een mensch niet vervoeren!) men beschuldigde zijne Wel-Eerw. van landen geïnundeerd te hebben, en zelf mede geëxerceerd te hebben; niet tegenstaande zijn Wel-Eerw., wat de inundatie betreft, dezelve heeft getracht te verhinderen, en nimmer zelf geëxerceerd heeft, ofschoon, zijn Wel-Eerw. betuigd heeft, er sterk vóór geweest te zijn, op grond dat de Souverain het exerceeren ten platten lande had bevolen, ’t was derhalven den pligt van zijn Wel-Eerw. het oogmerk van zynen Souverain te bevorderen; deeze laster is zelfs zoo verre gegaan dat men een spotprent op zijn Wel-Eerw. in openbaaren[15]druk deed uitgaan, waarop hij, naar ons voorstaat, als predikant en soldaat, op de belagchelijkste, en lafste wijze wordt uitgebeeld; men wierp hem mede in ’t openbaar een dichtjen naar ’t hoofd, van dezen inhoud,

Heraut der muiterij, in schijn van Gods gezant,Zorg voor de zielen van uw boeren, enz.

Heraut der muiterij, in schijn van Gods gezant,

Zorg voor de zielen van uw boeren, enz.

’T gelust ons niet meer daar van uitteschrijven, gelijk wij ook van dit punt der Historie vanDiemenafstappen, oordeelende genoeg gezegd te hebben, om te doen begrijpen hoedanig in de jongstledene troubelen de zaaken desaangaande, aldaar stonden.

BIJZONDERHEDEN

Zijn op dit dorp niet voorhanden; ’t geen er te bezien valt, zijn alleenlijk de gebouwen, hier voor beschreven: intusschen vergete men niet het kerkhof rond te wandelen, om de Batavische en menschlievende JonkvrouwCatharinaAmaria Best, die aldaar begraven ligt, in zegening te gedenken: haar graf is kenbaar aan een blauwen zerk, schuin liggende op een gemetselden voet: dat zij bij alle menschen met erkentenis gedacht behoort te worden, is te bewijzen uit het geen op haar zerk gelezen wordt: dus luidende:

Voor JonkvrouwCATHARINA MARIA BESTGeboren den 16 Maart 1740,overleden in Amsteldamden 4 februarij 1782.en begraven den 9 dito.[16]

Zij wier verheven geest,Geduurende haar leven,Den minsten sterfling stofTot klagen heeft gegeven,Verkoos, op dat haar lijkOok niemand nadeel gav’,Van kerkelijken praalDit kerkhof tot haar graf.

Zij wier verheven geest,

Geduurende haar leven,

Den minsten sterfling stof

Tot klagen heeft gegeven,

Verkoos, op dat haar lijk

Ook niemand nadeel gav’,

Van kerkelijken praal

Dit kerkhof tot haar graf.

Thans verdient ook in oogenschouw genomen te worden, debatterijdie men bezig is aanDiemerdam, te leggen, uit vrees, zeide men, van een aanval derFranschen.

LOGEMENTEN

REISGELEGENHEDEN

Men vaart geregeld met deWeesperenMuiderschuiten, dagelijks, tot aan deDiemerbrug, daar dezelve schuiten een weinig tijds vertoeven:Diemenheeft ook een eigen schipper, die tweemaal ’s weeks, maandag en vrijdag, visa versa vaart,bezorgendevrachtgoederen en andere benodigdheden voor de Ingezetenen: nog vaart er ’s zondags ’s morgens ten 8 uure, een kerkschuit, van de Tolbrug in de Meir, naDiemen, zo tot gemak voor de bewoonders van de Meir als andere lieden die begeeren teDiemenin de kerk te gaan, vertrekken de zelve schuiten wederom terug met het uitgaan van de kerk, en voor de geene die begeeren te wandelen, gaat men door de Meir tot aanDiemerbrug, of denDiemerdijklangs tot aan den afloop naDiemen, waarna men in een quartier uurs op het dorp kan weezen.[1]

1Onze geëerde Correspondent in deezen, zwijgt van de volgende omstandigheden des dorps: wij hebben echter geloofd, om de volkomenheid onzes werks te bevorderen, dezelven hier te moeten inlassen.↑

1Onze geëerde Correspondent in deezen, zwijgt van de volgende omstandigheden des dorps: wij hebben echter geloofd, om de volkomenheid onzes werks te bevorderen, dezelven hier te moeten inlassen.↑

1Onze geëerde Correspondent in deezen, zwijgt van de volgende omstandigheden des dorps: wij hebben echter geloofd, om de volkomenheid onzes werks te bevorderen, dezelven hier te moeten inlassen.↑

1Onze geëerde Correspondent in deezen, zwijgt van de volgende omstandigheden des dorps: wij hebben echter geloofd, om de volkomenheid onzes werks te bevorderen, dezelven hier te moeten inlassen.↑


Back to IndexNext