HETDORPOUD-LOOSDRECHT.

[Inhoud]’t Dorp Oud-Loosdrecht’t Dorp Oud-LoosdrechtOUD-LOOSDRECHT is ’t, dat de oogen streelt,Door schoon geboomt en vette weiden,Door uitzicht op bebouwde heiden,Maar meest door dat het steeds in diepe vrede deelt.HETDORPOUD-LOOSDRECHT.Oud-enNieuw-Loosdrecht, enMijnden, behooren onder eene zelfde Bailluagie, niettegenstaande zij, wat de Ambachtsheerelijkheid betreft, in onderscheidene Gerechten verdeeld zijn.Oud-enNieuw-Loosdrecht, zijn beiden eigenlijk slechts ééne Heerelijkheid, maar twee Parochiën, met twee kerken, eene oude, en eene nieuwe: echter zullen wij, in onze beschrijving, ingevolge de doorgaands plaatshebbende gewoonte, van de twee deelen dier Heerelijkheid als van twee dorpen spreeken, en zeOud-enNieuw-Loosdrechtnoemen.Niettegenstaande de beideLoosdrechten, (maar vooralNieuw-Loosdrecht,) niet kunnen gezegd worden te bloejen, behoeven zij echter in wezenlijke middelen van bestaan nog niet[2]voor andere dorpen vanGooiland, alhoewel die bloejende zijn, onder te doen; maar vooral dingen zij naar den prijs in de aangenaamheid vanLIGGING,Kunnende met recht gezegd worden dat zij zig voor den wandelaar als een aardsch paradijs opdoen; waar hij de oogen ook heen sla, overal lacht het aangenaamste groen hem toe: de dorpen zijn indedaad eene ter wederzijde met huizen, of boerenwooningen bebouwde allée van wilgenboomen, van de belendene landen, door smalle en heldere wegslooten afgescheiden, zijnde meestal den zoom der gezegde landen ter rechterhand, mede met een rij zulke boomen beplant, waardoor men derhalven van die zijde bestendig eene dubbele rij boomen heeft; de bewoonde erven aan wederzijden liggen mede meest allen in ’t groen geboomte, en hebben hunne moes- en bloem-tuinen: nabij de kerken, zijn de getimmertens wel het meeste in behoorelijke orde; daar geen wooningen staan, wordt het oog verrukt door de heerelijkste weilanden, of de aangenaamste bebouwde akkers; ziet men ter linker zijde, (vanLoenenaf gerekend,) verder heen, dan wordt men gestreeld, door het gezicht van de bebouwdeGooische heide, (aangenaamst als de boekweit bloeit, of het goudgeel graan op de bevalligste wijze golft;) vooral aan dien kant alwaar men opHilversumen deszelfs bebouwde omtrek ziet: het jagthuis van den HeereVan Loon, waarvan wij in onze beschrijving van ’t gezegde dorp, (zie bladz. 15) gesproken hebben, maakt, van hier gezien, ook eene aangenaame vertooning: in deOude Loosdrecht, doch eigenlijk niet algemeen in het dorp, maar meest op den zogenaamdenVeendijk, zijnde eene waterkeering, ziet men ter eene zijde niet dan uitgeveende plassen, en overal stapels gedekte turf, terwijl aan den anderen kant, eene lange rij meer en min gevulde turfschuuren staat; om welke[3]reden men ook aldaar met geen brandende tabakspijp voorbij mag gaan, op de boete van drie guldens: deeze schuuren bevatten dikwijls een capitaal van veele duizenden: in dit gedeelte vanOud-Loosdrechtwordt de aandacht van den wandelaar, zo hij zijne wandeling niet op een’ zondag doet, bezig gehouden met het baggeren, of verder bereiden van de turf, aan den eenen kant; en aan den anderen met het inbrengen of uithaalen van dezelve in of uit de schuuren; met één woord niemand zal ’t zig beklaagen de beideLoosdrechteneen bezoek gegeven te hebben.Men verzekert dat zij van den dom teUtrechtaf gezien, zig als een digte, langwerpige bosschaadje vertoon.Oud-Loosdrechtligt voords ten noorden aanKortenhoef(in de ProvincieUtrecht) en meer oostwaards aan’s Graaveland, (in de ProvincieHolland;) ten oosten heeft het, langs een kromme bogt, het gerecht vanHilversum, tot aanTienhoven, enBreukelenveen; ten oosten paalt deOude Loosdrecht, metLoenderveen, OudoverenMuieveld1, aanLoenen, vanwaar ze door deVechtwordt gescheiden: „In deeze strekking”, leest men te recht in denTegenwoordigen Staat van Holland, „maaken deLoosdrechteneen zeer langwerpigen bogt, die van binnen aan de westzijde voor het grootste gedeelte is uitgeveend, zo dat er niet anders dan smalle akkers of strooken[4]lands zijn overgelaten, die nog jaarlijks uitgeveend worden.”NAAMSOORSPRONG.Deeze heeft de Heerelijkheid ontleend aan een watertjen aldaar stroomende, en dat den naam vanDrechtdraagt, (waarschijnelijk dat er weleer een overvaart, of veer op geweest is, zie onze beschrijving vanDord, enz. art.naamsoorsprong;) dat watertjenloostalhier in de hoofdrivier, des is ter deezer plaats deLoozing der drecht, (Loosdrecht:) de naamen vanOudenNieuw, waarmede men gewoon is de beide deelen der Heerelijkheid te onderscheiden, zijn ontstaan door het aanleggen van een tweede ofNieuwe kerk, gelijk nader zal blijken.STICHTINGENGROOTTEDe stichting vanLoosdrecht, ligt thans geheel in het duister: wat aangaat de grootte, in de quohieren der verpondingen van den jaare 1632, vindt men de beideLoosdrechtenbegroot op 1807 morgen 300 roeden lands, en het getal der huizen op 221; in de quohieren van 1732, vondt men er slechts 1507 morgen en 200 roeden voor; doch de huizen worden integendeel bepaald op 372; derhalven 151 huizen meer, (zonder den korenmolen die er gevonden wordt,) waaruit men zoude mogen opmaaken, dat de beide dorpen in den gezegden honderdjaarigen tusschentijd, zeer wèl gebloeid moeten hebben: sedert echter is dien bloei merkelijk verminderd, en hun aanzien vrij wat vervallen, hoewel in deNieuwe Loosdrechtmeer dan in deOude; (van de eerstgemelde desaangaande nader onder onze beschrijving van dezelve:) anderen bepaalen het grondgebied op wel 2950 morgen2, zo land als water, welk water mede in de verpondingen moet betaalen, om dat het uitgeveende[5]plassen zijn. In deOude Loosdrechtliggen verscheidene aangenaame buitenplaatsen, waarin die het mede van deNieuwewint: zie onze beschrijving van dezelve.Het getal der bewooneren van geheel de Heerelijkheid wordt begroot op omtrent 800, die allen van den Gereformeerden Godsdienst zijn, dat zekerlijk iet zonderlings is.HetWAPENDer beideLoosdrechtenisvier zwarteenvier zilveren dwarsbalkenover kruis doorsneden met tweerood-enwit-geruite balken.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.Dewijl, gelijk wij gezegd hebben, alle de inwooners der Heerelijkheid van den Gereformeerden Godsdienst zijn, worden er ook geene andere kerken gevonden, dan die van de gezegde gemeente: de Oude kerk, dat is de kerk van deOude Loosdrecht, is een klein gebouw, ofschoon er honderden menschen in opkomen; van binnen heeft het, ingevolge deszelfs aanleg, even weinig pracht als van buiten; alles intusschen is van binnen zeer net; boven ééne der portaalen is eene gallerij voor de Weezen, enz.: thans hangt boven die gallerij, een vlag, van talrijke voeten vierkant, met een lijst, en in het midden een groote oranjeboom, in een groene bak, zodanig als men dezelven gemeenlijk in deOrangeriëngeplaatst vindt; ter eene en andere zijden van die bak, leest men de woordenvivat Oranje! (er zijn ook inOud-Loosdrechtmaar weinige lieden, van dezulken die men Patriotten noemt:) ter wederzijde dier vlagge hangen nog twee kroonen, gevlogten van kunstbloemen en orangeappelen: aan het andere einde der kerke, tegen over de gezegde vlag en kroonen, hangt thans nog eene vlag, maar van minder aanzien; er is geen orangeboom op gepenseeld; alleenlijk leest men in derzelver[6]midden mede,vivat Oranje! Deeze sieraadjen hebben, ten tijde der omwending van zaaken in ons Land, in het openbaar gediend.Wat verder het ruim van deeze kerk betreft, alles is daarin aan het oogmerk voldoende; de predikstoel is zeer net zamengesteld, zo ook de Regeeringsbanken en verdere mannengestoelten: de bank voor den Heere, of de Vrouwe der Heerelijkheid, staat vlak tegen over den predikstoel: het ruim is voords naar gewoonte, met vrouwegestoelten bezet: er hangt ook, (op de gallerij waarvan boven gesproken is,) een op paneel geschilderde lijst van de Predikanten die sedert de reformatie, deOud-Loosdrechtsche Gereformeerde Gemeentebediend hebben: aanmerkelijk is het dat de laatsteRoomsche Priesterter deezer plaatse ook de eerste Gereformeerde Predikant aldaar geweest is: zie nog iet wegens de kerken vanLoosdrechtmet betrekking tot den tijd vóór de Reformatie, onderNieuw-Loosdrecht, ditzelfdeart.Het doophek, en verder al het inwendige der kerke is zeer zindelijk, en wordt wèl onderhouden: het ruim wordt door vijf kaars-kroonen verlicht: er is geen orgel in.De vloer van het ruim der kerke gebruikt men nog, ingevolge de oude, dat is onverlichte tijden, om er in te begraaven: de gezegde grond is zamengesteld uit grafzerken, waaronder wij er echter geene gevonden hebben der aandacht waardig.Buiten om de kerk ligt, naar gewoonte, een kerkhof, dat genoegzaam groot is, en vrij net genoemd mag worden; aan een van de hoeken deszelven is eene soort van grafkelder, bijna twee voeten boven de oppervlakte van den grond verheven, en met een’ zwaaren blaauwen zerk gedekt; op dezelve staat geene inscriptie; ook is ’t alleenlijk eene grafplaatse, gekozen door iemand die begeerde na zijnen dood in een zeer stil oord te liggen: op het zelfde kerkhof is ook één der dorpsbrandspuiten geplaatst: vier zijn er in geheel de Heerelijkheid.De kerktoren die aan het eene einde der kerke eenige[7]voeten hoog, vierkant uit het dak rijst, is in den jaare 1783 veel vernieuwd, en bij die vernieuwing, in zijn vierkant verkleind; op dat vierkant staat een spits, dat met leien gedekt is—in één der zijden van het vierkante ondergedeelte van den toren is een wijzerplaat, waarop men het jaartal 1791 leest, welk getal alleenlijk het jaar aanwijst waarin dezelve is opgeschilderd.TeOud-Loosdrechtis ook een goed Weeshuis, voor 3 jaaren eerst gesticht, en ’t welk tevens voor een Armenhuis verstrekt; dat niet alleen, maar er worden ook in opgenomen, geleerd, gekleed en gevoed, zulke kinderen, wier ouders onvermogend bevonden worden om hen te voeden; indedaad een zeer loflijk gebruik, en voornaame oorzaak dat er, hoe min vermogend de bewooners over het algemeen ook zijn, geene bedelaars gevonden worden—de arme lieden en kinderen leiden in dit huis ondertusschen niet, gelijk op veele aanzienlijke plaatsjens het geval is, een lui, geheel werkeloos leven; integendeel, zij worden allen te werk gesteld, aan het spinnen van wol; er worden ook netten gebreid, en andere bezigheden verricht, zo dat er over het algemeen eene geduurige loflijke arbeidzaamheid plaats heeft: alle de voordeelen daarvan komen aan het huis.Het Schoolhuis is een gebouw dat slechts redelijk aan het oogmerk beantwoordt.De Pastorij staat tegen over de kerk, is zeer spatieus, en van goeden aanzien; er is geen ruimen hof achter, maar de Predikant heeft achter de kerk een groote moestuin, ten zijnen dienste.WERELDLIJKE GEBOUWEN.Deezen zijn geene anderen dan het Rechthuis, dat voor beiden de dorpen dient, en gebouwd is op derzelver kerklijke scheiding: ’t is mede in alle deelen aan het oogmerk beantwoordende, doch heeft niets bijzonders der beschrijvinge of[8]bezichtiginge waardig: daarin echter is het van de rechthuizen op veele Nederlandsche dorpen onderscheiden, dat het niet tevens een herberg is; er mag ook, volgends ordonnantie van de Staaten, niet in getapt worden, zelfs niet aan de Regeering der dorpen.Op eenige voeten afstands van het huis, aan de overzijde van den weg, staat een kaak, geplaatst in het midden van een cirkel-rond en van gebakken steen gemetzelde voet, ten minsten vier voeten hoog boven den grond, en wel zes voeten diameters; maakende des rondsom den paal eene soort van rond steenen schavot: in gevalle van rechtsoefening, wordt voor het Rechthuis een schavot opgericht.KERKLIJKE REGEERING.Deeze bestaat uit den Predikant, (de verkiezing van welken staat aan den Heere of de Vrouwe in der tijd, zonder eenige voorafgaande nomminatie,) zijnde thans de Wel-Eerwaarde HeerHuibert van den Bijlaardt, behoorende onder de Classis vanAmsteldam; voords uit twee Ouderlingen en twee Diaconen, waarvan jaarlijks één Ouderling en één Diacon afgaat, die door anderen vervangen worden, staande de verkiezing derzelven aan den kerkenraad.WERELDLIJKE REGEERING.Loosdrechtheeft in alles eigen recht, crimineel en civiel, zo wel van pleidoojen als halsrecht.Het hooge rechtsgebied over dit, als het andere deel van het Bailluwschap, zo als wij die deelen, bladz. 1 opgegeven hebben, wordt geoefend door den Bailluw, zijnde thans de Wel-Ed. Gestrenge Heer, Mr.Johannes Petrus Thierens, die aangesteld wordt door zijne Doorl. Hoogh. den Stadhouder, uit de nominatie van een drietal, door de Staaten vanHollandenWestfrieslandgemaakt: hij zit te recht met de dorpschepenen: voorheen[9]had de Bailluw de vrijheid om voor zig afzonderlijke schepenen crimineel te benoemen en in den eed te neemen; doch daarover een proces ontstaan zijnde, is hij, in gevolge de uitspraak op dat proces, voor omtrent zes jaaren gedaan, verpligt, de dorpschepenen in der tijd, ook voor het crimineele in den eed te neemen: hij wordt in zijnen aanstellings-brief ook genoemd Bailluw vanLoenen Holland, met welken naam men gewoon isLoenen Kroonenburgs-gerechtte benoemen—uit aanmerking van dien tijtel, „is voormaals,” leezen wij, „aan de zijde van den Bailluw van deLoosdrechten, begreepen dat hem het oefenen van jurisdictie, op het grondgebied vanLoenen Kroonenburgs-gerechttoekwam, waarover weleer, tegen den Heere vanKroonenburgof deszelfs Bailluw, proces is aangevangen, doch sedert geruimen tijd niet vervolgd geworden, zo dat de Bailluw vanLoenen Kroonenburgs-gerecht, in de bezitting van dat recht is gebleven:” in gevolge het werkelijk hangen van ’t gemelde proces gaat de Bailluw, voor deLoosdrechtenverkozen zijnde, ook nog naarLoenen Kroonenburgs-gerechtom zig aldaar in zijne waardigheid van Bailluw te doen erkennen; doch wordt als dan geweigerd.De beideLoosdrechtenenMijnden, schijnen gemeenlijk als eene enkelde Ambachtsheerelijkheid aangemerkt te worden,doch zij zijn het niet, ieder is in de daad eene afzonderlijke Ambachtsheerelijkheid, niettegenstaande zij sedert lang, als onverdeeld, een zelfden Schout en Secretaris hebben; dit echter staat ter keuze van den Ambachtsheere of Vrouwe, (thans VrouweS. M. van de Poll, Douariere, wijlen den Wel-Ed. Gestrengen Heere Mr.Z. H. AlewijnvanMijnden, in leven President Schepen en Raad in de Vroedschap der stadAmsteldam,) die ookMijndeneen anderen Schout en Secretaris kan geeven; vermits de aanstelling aan dezelve staat, zo wel als van Schout en Secretaris vanLoosdrecht.In het civile, wordtLoosdrechtin ’t gemeen beheerscht door den Ambachtsheere of Vrouwe in der tijd, met zeven Schepenen,[10]naamlijk drie uitOud-, drie uitNieuw-Loosdrecht, en één uitMuieveld, of uitOudover: deezen worden aangesteld, zonder eenige voorafgegane nominatie, door den Heer of Vrouwe; aan wien het ook staat om dezelven naar goedvinden wegens getal of tijd te doen afgaan of aanblijven; derhalven is er, Schepenen betreffende, geen bepaalde tijd van verandering.Voords zijn er twee Weesmeesters, die tevensArmmeesterszijn, en niet jaarlijks afgaan: zij hebben almede hunne aanstelling van den Ambachtsheer of Vrouwe; die ook de aanstelling heeft van de Schoolmeesters, in de beideLoosdrechten: deezen zijn tevens Kosters, Voorzangers en Doodgraavers.De Schepensbank wordt bediend door één’ boden: ook hebben Bailluw en Schout zamen één’ diender, die mede door den Ambachtsheer of Vrouwe aangesteld wordt.Onder deVOORRECHTENVanLoosdrechtkan men tellen, dat het, behalven de algemeene voorrechten vanGooiland, halsrecht heeft, gelijk er dan ook een buitengalg gevonden wordt.Een voorrecht van den Ambachtsheer is dat hij preferent is in het in huur neemen van het Rechthuis, (thans bewoond door den diender;) hetzelve is een dorpgebouw, waarvan de huurpenningen derhalven in ’s Dorps casse komen.Nog heeft de Ambachtsheer korentiendens, en tienden van de aardappelen die aldaar gewonnen worden.BEZIGHEDEN.Voor eenige jaaren was in deOude Loosdrechteene vrij aanzienlijke porcelein-bakkerij, doch dezelve is van daar naar denAmstelverplaatst geworden; waardoor het dorp niet weinig heeft verloren.[11]Er worden eene en andere handwerken, in de zamenleeving onontbeerelijk, geoefend; doch de hoofdbezigheid der bewooneren van dit gedeelte der Heerelijkheid, is het baggeren van turf, en vermits, zo wel het baggeren zelf, als het af- en aan-voeren van de turf, veele schepen en schuiten benoodigd maakt, houdt zulks op het dorp ook het scheepmaakers-handwerk aan den gang.Voor iedere morgen gronds die in deLoosdrechtenuitgebaggerd zal worden, moet de aanneemer ƒ 300 guldens geeven, (inleggen, zegt men aldaar;) voor dat geld wordt een Obligatie gekocht, en uit de interessen van deeze, betaalt de Heer of Vrouwe in der tijd zig de bepaalde verponding: het geen er overschiet wordt den aanneemer ter hand gesteld—OnderLoenerveenis dat inleggeld ƒ 400, om dat aldaar uit de interessen ook nog het molengeld betaald moet worden.Er zijn inOud-Loosdrechtook veele visschers die hun sober bestaan in de uitgeveende plassen vinden—anderen, echter niet zeer veelen, leeven van den landbouw, van het rietgewas, of de melkerij; dit heeft nog meest plaats aan hetLeeg-einddes dorps, zo als deLoosdrechtershet noemen, en dat dien naam draagt, om dat het aan geen van beide zijden huizen, maar alleenlijk weilanden heeft.GESCHIEDENISVanOud-Loosdrecht, vereischt geene breede plaats: in het jaar 1672, (dat verschrikkelijke jaar voor geheelNederland,) had het door den inval derFranschenzeer veel te lijden: sedert is er, voor zo verre ons bewust is, weinig van aanbelang voorgevallen: de bovengemelde gezindheid der bewooneren, in het staatkundige, heeft de dorpelingen in onze jongstledene beroerten weinig deel gegeven: wel hebben zij zig in den wapenhandel geoefend, toen die oefening Staatswijze geboden werd, in de ontstaane verschillen met den KeizerJoseph: toen de verdere woelingen der Patriotten[12]voordgang namen, heeft men er ook nog, hoewel maar korten tijd, blijven exerceeren—bij den inmarsch derPruissen, op hunnen doortogt naarLoenen, hebben deLoosdrechtershun een maand lang moeten inquartieren; en daar deeze lieden naar geene staatkundige gevoelens vroegen, hebben zij er ook verscheidene plunderingen aangericht; vooral heeft de plaats van de Wel-Edele Ambachtsvrouwe, in deNieuwe Loosdrecht, hunnen moedwil ten sterksten moeten bezuuren.Men vindt bij andere Schrijvers gewag gemaakt van eenHuis te Loosdrecht, als eene bijzonderheid van deeze plaats; doch dit is, volgends onze ingewonnene berichten niet anders geweest dan een huis van den Ambachtsheer, ’t welk door den Heer Mr.AlewijnvanMijnden, reeds genoemd, om zijne bouwvalligheid is weggebroken, om op den grond daarvan het tegenwoordig aanzienlijk gebouw te plaatsen.LOGEMENTEN,Deezen zijn hier niet—DeHollandsche tuinbij het Rechthuis, en deLindeboom, zijn de voornaamste herbergen; ook zoude men in dezelven kunnen overnachten, en er geen gebrek aan eene goede bediening hebben.Verder vindt men er nog de herberg hetTurfschip, en twee of drie herbergjens, alwaar men zig naar genoegen kan ververschen.REISGELEGENHEDEN,Van Pinxter tot 3 maanden daarna, vaart zondags een schuit vanLoosdrechtopAmsteldam; voords ’t geheele jaar door, maandags, dingsdags, woensdags en vrijdags, ook dergelijk een schuit.Vrijdags vaart van daar mede eene schuit opUtrecht—In gevalle van besloten water, rijdt er op de gemelde dagen een wagen op gezegde steden.[1]1OudoverenMuieveldzijn gehuchten, gerechtlijk onderLoosdrecht,doch kerklijk onderLoenenbehoorende, (deOude-enNieuwe-dijk,welke laatste aanBreukeleveengrenst, behoort onder de Parochie vanOud-Loosdrecht:)zij bevatten niets der aantekeninge waardig, en worden schaars bewoond, niettegenstaande er verscheidene buitenplaatsen in gevonden worden: Loenderveenis eene polder, mede onderLoosdrechtbehoorende; doch dezelve is bijna geheel uitgebaggerd.↑2Eenige onzer ingewonnene berichten spreeken zelfs van over de 3000 morgen.↑

[Inhoud]’t Dorp Oud-Loosdrecht’t Dorp Oud-LoosdrechtOUD-LOOSDRECHT is ’t, dat de oogen streelt,Door schoon geboomt en vette weiden,Door uitzicht op bebouwde heiden,Maar meest door dat het steeds in diepe vrede deelt.HETDORPOUD-LOOSDRECHT.Oud-enNieuw-Loosdrecht, enMijnden, behooren onder eene zelfde Bailluagie, niettegenstaande zij, wat de Ambachtsheerelijkheid betreft, in onderscheidene Gerechten verdeeld zijn.Oud-enNieuw-Loosdrecht, zijn beiden eigenlijk slechts ééne Heerelijkheid, maar twee Parochiën, met twee kerken, eene oude, en eene nieuwe: echter zullen wij, in onze beschrijving, ingevolge de doorgaands plaatshebbende gewoonte, van de twee deelen dier Heerelijkheid als van twee dorpen spreeken, en zeOud-enNieuw-Loosdrechtnoemen.Niettegenstaande de beideLoosdrechten, (maar vooralNieuw-Loosdrecht,) niet kunnen gezegd worden te bloejen, behoeven zij echter in wezenlijke middelen van bestaan nog niet[2]voor andere dorpen vanGooiland, alhoewel die bloejende zijn, onder te doen; maar vooral dingen zij naar den prijs in de aangenaamheid vanLIGGING,Kunnende met recht gezegd worden dat zij zig voor den wandelaar als een aardsch paradijs opdoen; waar hij de oogen ook heen sla, overal lacht het aangenaamste groen hem toe: de dorpen zijn indedaad eene ter wederzijde met huizen, of boerenwooningen bebouwde allée van wilgenboomen, van de belendene landen, door smalle en heldere wegslooten afgescheiden, zijnde meestal den zoom der gezegde landen ter rechterhand, mede met een rij zulke boomen beplant, waardoor men derhalven van die zijde bestendig eene dubbele rij boomen heeft; de bewoonde erven aan wederzijden liggen mede meest allen in ’t groen geboomte, en hebben hunne moes- en bloem-tuinen: nabij de kerken, zijn de getimmertens wel het meeste in behoorelijke orde; daar geen wooningen staan, wordt het oog verrukt door de heerelijkste weilanden, of de aangenaamste bebouwde akkers; ziet men ter linker zijde, (vanLoenenaf gerekend,) verder heen, dan wordt men gestreeld, door het gezicht van de bebouwdeGooische heide, (aangenaamst als de boekweit bloeit, of het goudgeel graan op de bevalligste wijze golft;) vooral aan dien kant alwaar men opHilversumen deszelfs bebouwde omtrek ziet: het jagthuis van den HeereVan Loon, waarvan wij in onze beschrijving van ’t gezegde dorp, (zie bladz. 15) gesproken hebben, maakt, van hier gezien, ook eene aangenaame vertooning: in deOude Loosdrecht, doch eigenlijk niet algemeen in het dorp, maar meest op den zogenaamdenVeendijk, zijnde eene waterkeering, ziet men ter eene zijde niet dan uitgeveende plassen, en overal stapels gedekte turf, terwijl aan den anderen kant, eene lange rij meer en min gevulde turfschuuren staat; om welke[3]reden men ook aldaar met geen brandende tabakspijp voorbij mag gaan, op de boete van drie guldens: deeze schuuren bevatten dikwijls een capitaal van veele duizenden: in dit gedeelte vanOud-Loosdrechtwordt de aandacht van den wandelaar, zo hij zijne wandeling niet op een’ zondag doet, bezig gehouden met het baggeren, of verder bereiden van de turf, aan den eenen kant; en aan den anderen met het inbrengen of uithaalen van dezelve in of uit de schuuren; met één woord niemand zal ’t zig beklaagen de beideLoosdrechteneen bezoek gegeven te hebben.Men verzekert dat zij van den dom teUtrechtaf gezien, zig als een digte, langwerpige bosschaadje vertoon.Oud-Loosdrechtligt voords ten noorden aanKortenhoef(in de ProvincieUtrecht) en meer oostwaards aan’s Graaveland, (in de ProvincieHolland;) ten oosten heeft het, langs een kromme bogt, het gerecht vanHilversum, tot aanTienhoven, enBreukelenveen; ten oosten paalt deOude Loosdrecht, metLoenderveen, OudoverenMuieveld1, aanLoenen, vanwaar ze door deVechtwordt gescheiden: „In deeze strekking”, leest men te recht in denTegenwoordigen Staat van Holland, „maaken deLoosdrechteneen zeer langwerpigen bogt, die van binnen aan de westzijde voor het grootste gedeelte is uitgeveend, zo dat er niet anders dan smalle akkers of strooken[4]lands zijn overgelaten, die nog jaarlijks uitgeveend worden.”NAAMSOORSPRONG.Deeze heeft de Heerelijkheid ontleend aan een watertjen aldaar stroomende, en dat den naam vanDrechtdraagt, (waarschijnelijk dat er weleer een overvaart, of veer op geweest is, zie onze beschrijving vanDord, enz. art.naamsoorsprong;) dat watertjenloostalhier in de hoofdrivier, des is ter deezer plaats deLoozing der drecht, (Loosdrecht:) de naamen vanOudenNieuw, waarmede men gewoon is de beide deelen der Heerelijkheid te onderscheiden, zijn ontstaan door het aanleggen van een tweede ofNieuwe kerk, gelijk nader zal blijken.STICHTINGENGROOTTEDe stichting vanLoosdrecht, ligt thans geheel in het duister: wat aangaat de grootte, in de quohieren der verpondingen van den jaare 1632, vindt men de beideLoosdrechtenbegroot op 1807 morgen 300 roeden lands, en het getal der huizen op 221; in de quohieren van 1732, vondt men er slechts 1507 morgen en 200 roeden voor; doch de huizen worden integendeel bepaald op 372; derhalven 151 huizen meer, (zonder den korenmolen die er gevonden wordt,) waaruit men zoude mogen opmaaken, dat de beide dorpen in den gezegden honderdjaarigen tusschentijd, zeer wèl gebloeid moeten hebben: sedert echter is dien bloei merkelijk verminderd, en hun aanzien vrij wat vervallen, hoewel in deNieuwe Loosdrechtmeer dan in deOude; (van de eerstgemelde desaangaande nader onder onze beschrijving van dezelve:) anderen bepaalen het grondgebied op wel 2950 morgen2, zo land als water, welk water mede in de verpondingen moet betaalen, om dat het uitgeveende[5]plassen zijn. In deOude Loosdrechtliggen verscheidene aangenaame buitenplaatsen, waarin die het mede van deNieuwewint: zie onze beschrijving van dezelve.Het getal der bewooneren van geheel de Heerelijkheid wordt begroot op omtrent 800, die allen van den Gereformeerden Godsdienst zijn, dat zekerlijk iet zonderlings is.HetWAPENDer beideLoosdrechtenisvier zwarteenvier zilveren dwarsbalkenover kruis doorsneden met tweerood-enwit-geruite balken.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.Dewijl, gelijk wij gezegd hebben, alle de inwooners der Heerelijkheid van den Gereformeerden Godsdienst zijn, worden er ook geene andere kerken gevonden, dan die van de gezegde gemeente: de Oude kerk, dat is de kerk van deOude Loosdrecht, is een klein gebouw, ofschoon er honderden menschen in opkomen; van binnen heeft het, ingevolge deszelfs aanleg, even weinig pracht als van buiten; alles intusschen is van binnen zeer net; boven ééne der portaalen is eene gallerij voor de Weezen, enz.: thans hangt boven die gallerij, een vlag, van talrijke voeten vierkant, met een lijst, en in het midden een groote oranjeboom, in een groene bak, zodanig als men dezelven gemeenlijk in deOrangeriëngeplaatst vindt; ter eene en andere zijden van die bak, leest men de woordenvivat Oranje! (er zijn ook inOud-Loosdrechtmaar weinige lieden, van dezulken die men Patriotten noemt:) ter wederzijde dier vlagge hangen nog twee kroonen, gevlogten van kunstbloemen en orangeappelen: aan het andere einde der kerke, tegen over de gezegde vlag en kroonen, hangt thans nog eene vlag, maar van minder aanzien; er is geen orangeboom op gepenseeld; alleenlijk leest men in derzelver[6]midden mede,vivat Oranje! Deeze sieraadjen hebben, ten tijde der omwending van zaaken in ons Land, in het openbaar gediend.Wat verder het ruim van deeze kerk betreft, alles is daarin aan het oogmerk voldoende; de predikstoel is zeer net zamengesteld, zo ook de Regeeringsbanken en verdere mannengestoelten: de bank voor den Heere, of de Vrouwe der Heerelijkheid, staat vlak tegen over den predikstoel: het ruim is voords naar gewoonte, met vrouwegestoelten bezet: er hangt ook, (op de gallerij waarvan boven gesproken is,) een op paneel geschilderde lijst van de Predikanten die sedert de reformatie, deOud-Loosdrechtsche Gereformeerde Gemeentebediend hebben: aanmerkelijk is het dat de laatsteRoomsche Priesterter deezer plaatse ook de eerste Gereformeerde Predikant aldaar geweest is: zie nog iet wegens de kerken vanLoosdrechtmet betrekking tot den tijd vóór de Reformatie, onderNieuw-Loosdrecht, ditzelfdeart.Het doophek, en verder al het inwendige der kerke is zeer zindelijk, en wordt wèl onderhouden: het ruim wordt door vijf kaars-kroonen verlicht: er is geen orgel in.De vloer van het ruim der kerke gebruikt men nog, ingevolge de oude, dat is onverlichte tijden, om er in te begraaven: de gezegde grond is zamengesteld uit grafzerken, waaronder wij er echter geene gevonden hebben der aandacht waardig.Buiten om de kerk ligt, naar gewoonte, een kerkhof, dat genoegzaam groot is, en vrij net genoemd mag worden; aan een van de hoeken deszelven is eene soort van grafkelder, bijna twee voeten boven de oppervlakte van den grond verheven, en met een’ zwaaren blaauwen zerk gedekt; op dezelve staat geene inscriptie; ook is ’t alleenlijk eene grafplaatse, gekozen door iemand die begeerde na zijnen dood in een zeer stil oord te liggen: op het zelfde kerkhof is ook één der dorpsbrandspuiten geplaatst: vier zijn er in geheel de Heerelijkheid.De kerktoren die aan het eene einde der kerke eenige[7]voeten hoog, vierkant uit het dak rijst, is in den jaare 1783 veel vernieuwd, en bij die vernieuwing, in zijn vierkant verkleind; op dat vierkant staat een spits, dat met leien gedekt is—in één der zijden van het vierkante ondergedeelte van den toren is een wijzerplaat, waarop men het jaartal 1791 leest, welk getal alleenlijk het jaar aanwijst waarin dezelve is opgeschilderd.TeOud-Loosdrechtis ook een goed Weeshuis, voor 3 jaaren eerst gesticht, en ’t welk tevens voor een Armenhuis verstrekt; dat niet alleen, maar er worden ook in opgenomen, geleerd, gekleed en gevoed, zulke kinderen, wier ouders onvermogend bevonden worden om hen te voeden; indedaad een zeer loflijk gebruik, en voornaame oorzaak dat er, hoe min vermogend de bewooners over het algemeen ook zijn, geene bedelaars gevonden worden—de arme lieden en kinderen leiden in dit huis ondertusschen niet, gelijk op veele aanzienlijke plaatsjens het geval is, een lui, geheel werkeloos leven; integendeel, zij worden allen te werk gesteld, aan het spinnen van wol; er worden ook netten gebreid, en andere bezigheden verricht, zo dat er over het algemeen eene geduurige loflijke arbeidzaamheid plaats heeft: alle de voordeelen daarvan komen aan het huis.Het Schoolhuis is een gebouw dat slechts redelijk aan het oogmerk beantwoordt.De Pastorij staat tegen over de kerk, is zeer spatieus, en van goeden aanzien; er is geen ruimen hof achter, maar de Predikant heeft achter de kerk een groote moestuin, ten zijnen dienste.WERELDLIJKE GEBOUWEN.Deezen zijn geene anderen dan het Rechthuis, dat voor beiden de dorpen dient, en gebouwd is op derzelver kerklijke scheiding: ’t is mede in alle deelen aan het oogmerk beantwoordende, doch heeft niets bijzonders der beschrijvinge of[8]bezichtiginge waardig: daarin echter is het van de rechthuizen op veele Nederlandsche dorpen onderscheiden, dat het niet tevens een herberg is; er mag ook, volgends ordonnantie van de Staaten, niet in getapt worden, zelfs niet aan de Regeering der dorpen.Op eenige voeten afstands van het huis, aan de overzijde van den weg, staat een kaak, geplaatst in het midden van een cirkel-rond en van gebakken steen gemetzelde voet, ten minsten vier voeten hoog boven den grond, en wel zes voeten diameters; maakende des rondsom den paal eene soort van rond steenen schavot: in gevalle van rechtsoefening, wordt voor het Rechthuis een schavot opgericht.KERKLIJKE REGEERING.Deeze bestaat uit den Predikant, (de verkiezing van welken staat aan den Heere of de Vrouwe in der tijd, zonder eenige voorafgaande nomminatie,) zijnde thans de Wel-Eerwaarde HeerHuibert van den Bijlaardt, behoorende onder de Classis vanAmsteldam; voords uit twee Ouderlingen en twee Diaconen, waarvan jaarlijks één Ouderling en één Diacon afgaat, die door anderen vervangen worden, staande de verkiezing derzelven aan den kerkenraad.WERELDLIJKE REGEERING.Loosdrechtheeft in alles eigen recht, crimineel en civiel, zo wel van pleidoojen als halsrecht.Het hooge rechtsgebied over dit, als het andere deel van het Bailluwschap, zo als wij die deelen, bladz. 1 opgegeven hebben, wordt geoefend door den Bailluw, zijnde thans de Wel-Ed. Gestrenge Heer, Mr.Johannes Petrus Thierens, die aangesteld wordt door zijne Doorl. Hoogh. den Stadhouder, uit de nominatie van een drietal, door de Staaten vanHollandenWestfrieslandgemaakt: hij zit te recht met de dorpschepenen: voorheen[9]had de Bailluw de vrijheid om voor zig afzonderlijke schepenen crimineel te benoemen en in den eed te neemen; doch daarover een proces ontstaan zijnde, is hij, in gevolge de uitspraak op dat proces, voor omtrent zes jaaren gedaan, verpligt, de dorpschepenen in der tijd, ook voor het crimineele in den eed te neemen: hij wordt in zijnen aanstellings-brief ook genoemd Bailluw vanLoenen Holland, met welken naam men gewoon isLoenen Kroonenburgs-gerechtte benoemen—uit aanmerking van dien tijtel, „is voormaals,” leezen wij, „aan de zijde van den Bailluw van deLoosdrechten, begreepen dat hem het oefenen van jurisdictie, op het grondgebied vanLoenen Kroonenburgs-gerechttoekwam, waarover weleer, tegen den Heere vanKroonenburgof deszelfs Bailluw, proces is aangevangen, doch sedert geruimen tijd niet vervolgd geworden, zo dat de Bailluw vanLoenen Kroonenburgs-gerecht, in de bezitting van dat recht is gebleven:” in gevolge het werkelijk hangen van ’t gemelde proces gaat de Bailluw, voor deLoosdrechtenverkozen zijnde, ook nog naarLoenen Kroonenburgs-gerechtom zig aldaar in zijne waardigheid van Bailluw te doen erkennen; doch wordt als dan geweigerd.De beideLoosdrechtenenMijnden, schijnen gemeenlijk als eene enkelde Ambachtsheerelijkheid aangemerkt te worden,doch zij zijn het niet, ieder is in de daad eene afzonderlijke Ambachtsheerelijkheid, niettegenstaande zij sedert lang, als onverdeeld, een zelfden Schout en Secretaris hebben; dit echter staat ter keuze van den Ambachtsheere of Vrouwe, (thans VrouweS. M. van de Poll, Douariere, wijlen den Wel-Ed. Gestrengen Heere Mr.Z. H. AlewijnvanMijnden, in leven President Schepen en Raad in de Vroedschap der stadAmsteldam,) die ookMijndeneen anderen Schout en Secretaris kan geeven; vermits de aanstelling aan dezelve staat, zo wel als van Schout en Secretaris vanLoosdrecht.In het civile, wordtLoosdrechtin ’t gemeen beheerscht door den Ambachtsheere of Vrouwe in der tijd, met zeven Schepenen,[10]naamlijk drie uitOud-, drie uitNieuw-Loosdrecht, en één uitMuieveld, of uitOudover: deezen worden aangesteld, zonder eenige voorafgegane nominatie, door den Heer of Vrouwe; aan wien het ook staat om dezelven naar goedvinden wegens getal of tijd te doen afgaan of aanblijven; derhalven is er, Schepenen betreffende, geen bepaalde tijd van verandering.Voords zijn er twee Weesmeesters, die tevensArmmeesterszijn, en niet jaarlijks afgaan: zij hebben almede hunne aanstelling van den Ambachtsheer of Vrouwe; die ook de aanstelling heeft van de Schoolmeesters, in de beideLoosdrechten: deezen zijn tevens Kosters, Voorzangers en Doodgraavers.De Schepensbank wordt bediend door één’ boden: ook hebben Bailluw en Schout zamen één’ diender, die mede door den Ambachtsheer of Vrouwe aangesteld wordt.Onder deVOORRECHTENVanLoosdrechtkan men tellen, dat het, behalven de algemeene voorrechten vanGooiland, halsrecht heeft, gelijk er dan ook een buitengalg gevonden wordt.Een voorrecht van den Ambachtsheer is dat hij preferent is in het in huur neemen van het Rechthuis, (thans bewoond door den diender;) hetzelve is een dorpgebouw, waarvan de huurpenningen derhalven in ’s Dorps casse komen.Nog heeft de Ambachtsheer korentiendens, en tienden van de aardappelen die aldaar gewonnen worden.BEZIGHEDEN.Voor eenige jaaren was in deOude Loosdrechteene vrij aanzienlijke porcelein-bakkerij, doch dezelve is van daar naar denAmstelverplaatst geworden; waardoor het dorp niet weinig heeft verloren.[11]Er worden eene en andere handwerken, in de zamenleeving onontbeerelijk, geoefend; doch de hoofdbezigheid der bewooneren van dit gedeelte der Heerelijkheid, is het baggeren van turf, en vermits, zo wel het baggeren zelf, als het af- en aan-voeren van de turf, veele schepen en schuiten benoodigd maakt, houdt zulks op het dorp ook het scheepmaakers-handwerk aan den gang.Voor iedere morgen gronds die in deLoosdrechtenuitgebaggerd zal worden, moet de aanneemer ƒ 300 guldens geeven, (inleggen, zegt men aldaar;) voor dat geld wordt een Obligatie gekocht, en uit de interessen van deeze, betaalt de Heer of Vrouwe in der tijd zig de bepaalde verponding: het geen er overschiet wordt den aanneemer ter hand gesteld—OnderLoenerveenis dat inleggeld ƒ 400, om dat aldaar uit de interessen ook nog het molengeld betaald moet worden.Er zijn inOud-Loosdrechtook veele visschers die hun sober bestaan in de uitgeveende plassen vinden—anderen, echter niet zeer veelen, leeven van den landbouw, van het rietgewas, of de melkerij; dit heeft nog meest plaats aan hetLeeg-einddes dorps, zo als deLoosdrechtershet noemen, en dat dien naam draagt, om dat het aan geen van beide zijden huizen, maar alleenlijk weilanden heeft.GESCHIEDENISVanOud-Loosdrecht, vereischt geene breede plaats: in het jaar 1672, (dat verschrikkelijke jaar voor geheelNederland,) had het door den inval derFranschenzeer veel te lijden: sedert is er, voor zo verre ons bewust is, weinig van aanbelang voorgevallen: de bovengemelde gezindheid der bewooneren, in het staatkundige, heeft de dorpelingen in onze jongstledene beroerten weinig deel gegeven: wel hebben zij zig in den wapenhandel geoefend, toen die oefening Staatswijze geboden werd, in de ontstaane verschillen met den KeizerJoseph: toen de verdere woelingen der Patriotten[12]voordgang namen, heeft men er ook nog, hoewel maar korten tijd, blijven exerceeren—bij den inmarsch derPruissen, op hunnen doortogt naarLoenen, hebben deLoosdrechtershun een maand lang moeten inquartieren; en daar deeze lieden naar geene staatkundige gevoelens vroegen, hebben zij er ook verscheidene plunderingen aangericht; vooral heeft de plaats van de Wel-Edele Ambachtsvrouwe, in deNieuwe Loosdrecht, hunnen moedwil ten sterksten moeten bezuuren.Men vindt bij andere Schrijvers gewag gemaakt van eenHuis te Loosdrecht, als eene bijzonderheid van deeze plaats; doch dit is, volgends onze ingewonnene berichten niet anders geweest dan een huis van den Ambachtsheer, ’t welk door den Heer Mr.AlewijnvanMijnden, reeds genoemd, om zijne bouwvalligheid is weggebroken, om op den grond daarvan het tegenwoordig aanzienlijk gebouw te plaatsen.LOGEMENTEN,Deezen zijn hier niet—DeHollandsche tuinbij het Rechthuis, en deLindeboom, zijn de voornaamste herbergen; ook zoude men in dezelven kunnen overnachten, en er geen gebrek aan eene goede bediening hebben.Verder vindt men er nog de herberg hetTurfschip, en twee of drie herbergjens, alwaar men zig naar genoegen kan ververschen.REISGELEGENHEDEN,Van Pinxter tot 3 maanden daarna, vaart zondags een schuit vanLoosdrechtopAmsteldam; voords ’t geheele jaar door, maandags, dingsdags, woensdags en vrijdags, ook dergelijk een schuit.Vrijdags vaart van daar mede eene schuit opUtrecht—In gevalle van besloten water, rijdt er op de gemelde dagen een wagen op gezegde steden.[1]1OudoverenMuieveldzijn gehuchten, gerechtlijk onderLoosdrecht,doch kerklijk onderLoenenbehoorende, (deOude-enNieuwe-dijk,welke laatste aanBreukeleveengrenst, behoort onder de Parochie vanOud-Loosdrecht:)zij bevatten niets der aantekeninge waardig, en worden schaars bewoond, niettegenstaande er verscheidene buitenplaatsen in gevonden worden: Loenderveenis eene polder, mede onderLoosdrechtbehoorende; doch dezelve is bijna geheel uitgebaggerd.↑2Eenige onzer ingewonnene berichten spreeken zelfs van over de 3000 morgen.↑

’t Dorp Oud-Loosdrecht’t Dorp Oud-LoosdrechtOUD-LOOSDRECHT is ’t, dat de oogen streelt,Door schoon geboomt en vette weiden,Door uitzicht op bebouwde heiden,Maar meest door dat het steeds in diepe vrede deelt.HETDORPOUD-LOOSDRECHT.

’t Dorp Oud-Loosdrecht’t Dorp Oud-LoosdrechtOUD-LOOSDRECHT is ’t, dat de oogen streelt,Door schoon geboomt en vette weiden,Door uitzicht op bebouwde heiden,Maar meest door dat het steeds in diepe vrede deelt.

’t Dorp Oud-Loosdrecht

OUD-LOOSDRECHT is ’t, dat de oogen streelt,Door schoon geboomt en vette weiden,Door uitzicht op bebouwde heiden,Maar meest door dat het steeds in diepe vrede deelt.

OUD-LOOSDRECHT is ’t, dat de oogen streelt,Door schoon geboomt en vette weiden,Door uitzicht op bebouwde heiden,Maar meest door dat het steeds in diepe vrede deelt.

OUD-LOOSDRECHT is ’t, dat de oogen streelt,Door schoon geboomt en vette weiden,Door uitzicht op bebouwde heiden,Maar meest door dat het steeds in diepe vrede deelt.

OUD-LOOSDRECHT is ’t, dat de oogen streelt,

Door schoon geboomt en vette weiden,

Door uitzicht op bebouwde heiden,

Maar meest door dat het steeds in diepe vrede deelt.

Oud-enNieuw-Loosdrecht, enMijnden, behooren onder eene zelfde Bailluagie, niettegenstaande zij, wat de Ambachtsheerelijkheid betreft, in onderscheidene Gerechten verdeeld zijn.Oud-enNieuw-Loosdrecht, zijn beiden eigenlijk slechts ééne Heerelijkheid, maar twee Parochiën, met twee kerken, eene oude, en eene nieuwe: echter zullen wij, in onze beschrijving, ingevolge de doorgaands plaatshebbende gewoonte, van de twee deelen dier Heerelijkheid als van twee dorpen spreeken, en zeOud-enNieuw-Loosdrechtnoemen.Niettegenstaande de beideLoosdrechten, (maar vooralNieuw-Loosdrecht,) niet kunnen gezegd worden te bloejen, behoeven zij echter in wezenlijke middelen van bestaan nog niet[2]voor andere dorpen vanGooiland, alhoewel die bloejende zijn, onder te doen; maar vooral dingen zij naar den prijs in de aangenaamheid vanLIGGING,Kunnende met recht gezegd worden dat zij zig voor den wandelaar als een aardsch paradijs opdoen; waar hij de oogen ook heen sla, overal lacht het aangenaamste groen hem toe: de dorpen zijn indedaad eene ter wederzijde met huizen, of boerenwooningen bebouwde allée van wilgenboomen, van de belendene landen, door smalle en heldere wegslooten afgescheiden, zijnde meestal den zoom der gezegde landen ter rechterhand, mede met een rij zulke boomen beplant, waardoor men derhalven van die zijde bestendig eene dubbele rij boomen heeft; de bewoonde erven aan wederzijden liggen mede meest allen in ’t groen geboomte, en hebben hunne moes- en bloem-tuinen: nabij de kerken, zijn de getimmertens wel het meeste in behoorelijke orde; daar geen wooningen staan, wordt het oog verrukt door de heerelijkste weilanden, of de aangenaamste bebouwde akkers; ziet men ter linker zijde, (vanLoenenaf gerekend,) verder heen, dan wordt men gestreeld, door het gezicht van de bebouwdeGooische heide, (aangenaamst als de boekweit bloeit, of het goudgeel graan op de bevalligste wijze golft;) vooral aan dien kant alwaar men opHilversumen deszelfs bebouwde omtrek ziet: het jagthuis van den HeereVan Loon, waarvan wij in onze beschrijving van ’t gezegde dorp, (zie bladz. 15) gesproken hebben, maakt, van hier gezien, ook eene aangenaame vertooning: in deOude Loosdrecht, doch eigenlijk niet algemeen in het dorp, maar meest op den zogenaamdenVeendijk, zijnde eene waterkeering, ziet men ter eene zijde niet dan uitgeveende plassen, en overal stapels gedekte turf, terwijl aan den anderen kant, eene lange rij meer en min gevulde turfschuuren staat; om welke[3]reden men ook aldaar met geen brandende tabakspijp voorbij mag gaan, op de boete van drie guldens: deeze schuuren bevatten dikwijls een capitaal van veele duizenden: in dit gedeelte vanOud-Loosdrechtwordt de aandacht van den wandelaar, zo hij zijne wandeling niet op een’ zondag doet, bezig gehouden met het baggeren, of verder bereiden van de turf, aan den eenen kant; en aan den anderen met het inbrengen of uithaalen van dezelve in of uit de schuuren; met één woord niemand zal ’t zig beklaagen de beideLoosdrechteneen bezoek gegeven te hebben.Men verzekert dat zij van den dom teUtrechtaf gezien, zig als een digte, langwerpige bosschaadje vertoon.Oud-Loosdrechtligt voords ten noorden aanKortenhoef(in de ProvincieUtrecht) en meer oostwaards aan’s Graaveland, (in de ProvincieHolland;) ten oosten heeft het, langs een kromme bogt, het gerecht vanHilversum, tot aanTienhoven, enBreukelenveen; ten oosten paalt deOude Loosdrecht, metLoenderveen, OudoverenMuieveld1, aanLoenen, vanwaar ze door deVechtwordt gescheiden: „In deeze strekking”, leest men te recht in denTegenwoordigen Staat van Holland, „maaken deLoosdrechteneen zeer langwerpigen bogt, die van binnen aan de westzijde voor het grootste gedeelte is uitgeveend, zo dat er niet anders dan smalle akkers of strooken[4]lands zijn overgelaten, die nog jaarlijks uitgeveend worden.”NAAMSOORSPRONG.Deeze heeft de Heerelijkheid ontleend aan een watertjen aldaar stroomende, en dat den naam vanDrechtdraagt, (waarschijnelijk dat er weleer een overvaart, of veer op geweest is, zie onze beschrijving vanDord, enz. art.naamsoorsprong;) dat watertjenloostalhier in de hoofdrivier, des is ter deezer plaats deLoozing der drecht, (Loosdrecht:) de naamen vanOudenNieuw, waarmede men gewoon is de beide deelen der Heerelijkheid te onderscheiden, zijn ontstaan door het aanleggen van een tweede ofNieuwe kerk, gelijk nader zal blijken.STICHTINGENGROOTTEDe stichting vanLoosdrecht, ligt thans geheel in het duister: wat aangaat de grootte, in de quohieren der verpondingen van den jaare 1632, vindt men de beideLoosdrechtenbegroot op 1807 morgen 300 roeden lands, en het getal der huizen op 221; in de quohieren van 1732, vondt men er slechts 1507 morgen en 200 roeden voor; doch de huizen worden integendeel bepaald op 372; derhalven 151 huizen meer, (zonder den korenmolen die er gevonden wordt,) waaruit men zoude mogen opmaaken, dat de beide dorpen in den gezegden honderdjaarigen tusschentijd, zeer wèl gebloeid moeten hebben: sedert echter is dien bloei merkelijk verminderd, en hun aanzien vrij wat vervallen, hoewel in deNieuwe Loosdrechtmeer dan in deOude; (van de eerstgemelde desaangaande nader onder onze beschrijving van dezelve:) anderen bepaalen het grondgebied op wel 2950 morgen2, zo land als water, welk water mede in de verpondingen moet betaalen, om dat het uitgeveende[5]plassen zijn. In deOude Loosdrechtliggen verscheidene aangenaame buitenplaatsen, waarin die het mede van deNieuwewint: zie onze beschrijving van dezelve.Het getal der bewooneren van geheel de Heerelijkheid wordt begroot op omtrent 800, die allen van den Gereformeerden Godsdienst zijn, dat zekerlijk iet zonderlings is.HetWAPENDer beideLoosdrechtenisvier zwarteenvier zilveren dwarsbalkenover kruis doorsneden met tweerood-enwit-geruite balken.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.Dewijl, gelijk wij gezegd hebben, alle de inwooners der Heerelijkheid van den Gereformeerden Godsdienst zijn, worden er ook geene andere kerken gevonden, dan die van de gezegde gemeente: de Oude kerk, dat is de kerk van deOude Loosdrecht, is een klein gebouw, ofschoon er honderden menschen in opkomen; van binnen heeft het, ingevolge deszelfs aanleg, even weinig pracht als van buiten; alles intusschen is van binnen zeer net; boven ééne der portaalen is eene gallerij voor de Weezen, enz.: thans hangt boven die gallerij, een vlag, van talrijke voeten vierkant, met een lijst, en in het midden een groote oranjeboom, in een groene bak, zodanig als men dezelven gemeenlijk in deOrangeriëngeplaatst vindt; ter eene en andere zijden van die bak, leest men de woordenvivat Oranje! (er zijn ook inOud-Loosdrechtmaar weinige lieden, van dezulken die men Patriotten noemt:) ter wederzijde dier vlagge hangen nog twee kroonen, gevlogten van kunstbloemen en orangeappelen: aan het andere einde der kerke, tegen over de gezegde vlag en kroonen, hangt thans nog eene vlag, maar van minder aanzien; er is geen orangeboom op gepenseeld; alleenlijk leest men in derzelver[6]midden mede,vivat Oranje! Deeze sieraadjen hebben, ten tijde der omwending van zaaken in ons Land, in het openbaar gediend.Wat verder het ruim van deeze kerk betreft, alles is daarin aan het oogmerk voldoende; de predikstoel is zeer net zamengesteld, zo ook de Regeeringsbanken en verdere mannengestoelten: de bank voor den Heere, of de Vrouwe der Heerelijkheid, staat vlak tegen over den predikstoel: het ruim is voords naar gewoonte, met vrouwegestoelten bezet: er hangt ook, (op de gallerij waarvan boven gesproken is,) een op paneel geschilderde lijst van de Predikanten die sedert de reformatie, deOud-Loosdrechtsche Gereformeerde Gemeentebediend hebben: aanmerkelijk is het dat de laatsteRoomsche Priesterter deezer plaatse ook de eerste Gereformeerde Predikant aldaar geweest is: zie nog iet wegens de kerken vanLoosdrechtmet betrekking tot den tijd vóór de Reformatie, onderNieuw-Loosdrecht, ditzelfdeart.Het doophek, en verder al het inwendige der kerke is zeer zindelijk, en wordt wèl onderhouden: het ruim wordt door vijf kaars-kroonen verlicht: er is geen orgel in.De vloer van het ruim der kerke gebruikt men nog, ingevolge de oude, dat is onverlichte tijden, om er in te begraaven: de gezegde grond is zamengesteld uit grafzerken, waaronder wij er echter geene gevonden hebben der aandacht waardig.Buiten om de kerk ligt, naar gewoonte, een kerkhof, dat genoegzaam groot is, en vrij net genoemd mag worden; aan een van de hoeken deszelven is eene soort van grafkelder, bijna twee voeten boven de oppervlakte van den grond verheven, en met een’ zwaaren blaauwen zerk gedekt; op dezelve staat geene inscriptie; ook is ’t alleenlijk eene grafplaatse, gekozen door iemand die begeerde na zijnen dood in een zeer stil oord te liggen: op het zelfde kerkhof is ook één der dorpsbrandspuiten geplaatst: vier zijn er in geheel de Heerelijkheid.De kerktoren die aan het eene einde der kerke eenige[7]voeten hoog, vierkant uit het dak rijst, is in den jaare 1783 veel vernieuwd, en bij die vernieuwing, in zijn vierkant verkleind; op dat vierkant staat een spits, dat met leien gedekt is—in één der zijden van het vierkante ondergedeelte van den toren is een wijzerplaat, waarop men het jaartal 1791 leest, welk getal alleenlijk het jaar aanwijst waarin dezelve is opgeschilderd.TeOud-Loosdrechtis ook een goed Weeshuis, voor 3 jaaren eerst gesticht, en ’t welk tevens voor een Armenhuis verstrekt; dat niet alleen, maar er worden ook in opgenomen, geleerd, gekleed en gevoed, zulke kinderen, wier ouders onvermogend bevonden worden om hen te voeden; indedaad een zeer loflijk gebruik, en voornaame oorzaak dat er, hoe min vermogend de bewooners over het algemeen ook zijn, geene bedelaars gevonden worden—de arme lieden en kinderen leiden in dit huis ondertusschen niet, gelijk op veele aanzienlijke plaatsjens het geval is, een lui, geheel werkeloos leven; integendeel, zij worden allen te werk gesteld, aan het spinnen van wol; er worden ook netten gebreid, en andere bezigheden verricht, zo dat er over het algemeen eene geduurige loflijke arbeidzaamheid plaats heeft: alle de voordeelen daarvan komen aan het huis.Het Schoolhuis is een gebouw dat slechts redelijk aan het oogmerk beantwoordt.De Pastorij staat tegen over de kerk, is zeer spatieus, en van goeden aanzien; er is geen ruimen hof achter, maar de Predikant heeft achter de kerk een groote moestuin, ten zijnen dienste.WERELDLIJKE GEBOUWEN.Deezen zijn geene anderen dan het Rechthuis, dat voor beiden de dorpen dient, en gebouwd is op derzelver kerklijke scheiding: ’t is mede in alle deelen aan het oogmerk beantwoordende, doch heeft niets bijzonders der beschrijvinge of[8]bezichtiginge waardig: daarin echter is het van de rechthuizen op veele Nederlandsche dorpen onderscheiden, dat het niet tevens een herberg is; er mag ook, volgends ordonnantie van de Staaten, niet in getapt worden, zelfs niet aan de Regeering der dorpen.Op eenige voeten afstands van het huis, aan de overzijde van den weg, staat een kaak, geplaatst in het midden van een cirkel-rond en van gebakken steen gemetzelde voet, ten minsten vier voeten hoog boven den grond, en wel zes voeten diameters; maakende des rondsom den paal eene soort van rond steenen schavot: in gevalle van rechtsoefening, wordt voor het Rechthuis een schavot opgericht.KERKLIJKE REGEERING.Deeze bestaat uit den Predikant, (de verkiezing van welken staat aan den Heere of de Vrouwe in der tijd, zonder eenige voorafgaande nomminatie,) zijnde thans de Wel-Eerwaarde HeerHuibert van den Bijlaardt, behoorende onder de Classis vanAmsteldam; voords uit twee Ouderlingen en twee Diaconen, waarvan jaarlijks één Ouderling en één Diacon afgaat, die door anderen vervangen worden, staande de verkiezing derzelven aan den kerkenraad.WERELDLIJKE REGEERING.Loosdrechtheeft in alles eigen recht, crimineel en civiel, zo wel van pleidoojen als halsrecht.Het hooge rechtsgebied over dit, als het andere deel van het Bailluwschap, zo als wij die deelen, bladz. 1 opgegeven hebben, wordt geoefend door den Bailluw, zijnde thans de Wel-Ed. Gestrenge Heer, Mr.Johannes Petrus Thierens, die aangesteld wordt door zijne Doorl. Hoogh. den Stadhouder, uit de nominatie van een drietal, door de Staaten vanHollandenWestfrieslandgemaakt: hij zit te recht met de dorpschepenen: voorheen[9]had de Bailluw de vrijheid om voor zig afzonderlijke schepenen crimineel te benoemen en in den eed te neemen; doch daarover een proces ontstaan zijnde, is hij, in gevolge de uitspraak op dat proces, voor omtrent zes jaaren gedaan, verpligt, de dorpschepenen in der tijd, ook voor het crimineele in den eed te neemen: hij wordt in zijnen aanstellings-brief ook genoemd Bailluw vanLoenen Holland, met welken naam men gewoon isLoenen Kroonenburgs-gerechtte benoemen—uit aanmerking van dien tijtel, „is voormaals,” leezen wij, „aan de zijde van den Bailluw van deLoosdrechten, begreepen dat hem het oefenen van jurisdictie, op het grondgebied vanLoenen Kroonenburgs-gerechttoekwam, waarover weleer, tegen den Heere vanKroonenburgof deszelfs Bailluw, proces is aangevangen, doch sedert geruimen tijd niet vervolgd geworden, zo dat de Bailluw vanLoenen Kroonenburgs-gerecht, in de bezitting van dat recht is gebleven:” in gevolge het werkelijk hangen van ’t gemelde proces gaat de Bailluw, voor deLoosdrechtenverkozen zijnde, ook nog naarLoenen Kroonenburgs-gerechtom zig aldaar in zijne waardigheid van Bailluw te doen erkennen; doch wordt als dan geweigerd.De beideLoosdrechtenenMijnden, schijnen gemeenlijk als eene enkelde Ambachtsheerelijkheid aangemerkt te worden,doch zij zijn het niet, ieder is in de daad eene afzonderlijke Ambachtsheerelijkheid, niettegenstaande zij sedert lang, als onverdeeld, een zelfden Schout en Secretaris hebben; dit echter staat ter keuze van den Ambachtsheere of Vrouwe, (thans VrouweS. M. van de Poll, Douariere, wijlen den Wel-Ed. Gestrengen Heere Mr.Z. H. AlewijnvanMijnden, in leven President Schepen en Raad in de Vroedschap der stadAmsteldam,) die ookMijndeneen anderen Schout en Secretaris kan geeven; vermits de aanstelling aan dezelve staat, zo wel als van Schout en Secretaris vanLoosdrecht.In het civile, wordtLoosdrechtin ’t gemeen beheerscht door den Ambachtsheere of Vrouwe in der tijd, met zeven Schepenen,[10]naamlijk drie uitOud-, drie uitNieuw-Loosdrecht, en één uitMuieveld, of uitOudover: deezen worden aangesteld, zonder eenige voorafgegane nominatie, door den Heer of Vrouwe; aan wien het ook staat om dezelven naar goedvinden wegens getal of tijd te doen afgaan of aanblijven; derhalven is er, Schepenen betreffende, geen bepaalde tijd van verandering.Voords zijn er twee Weesmeesters, die tevensArmmeesterszijn, en niet jaarlijks afgaan: zij hebben almede hunne aanstelling van den Ambachtsheer of Vrouwe; die ook de aanstelling heeft van de Schoolmeesters, in de beideLoosdrechten: deezen zijn tevens Kosters, Voorzangers en Doodgraavers.De Schepensbank wordt bediend door één’ boden: ook hebben Bailluw en Schout zamen één’ diender, die mede door den Ambachtsheer of Vrouwe aangesteld wordt.Onder deVOORRECHTENVanLoosdrechtkan men tellen, dat het, behalven de algemeene voorrechten vanGooiland, halsrecht heeft, gelijk er dan ook een buitengalg gevonden wordt.Een voorrecht van den Ambachtsheer is dat hij preferent is in het in huur neemen van het Rechthuis, (thans bewoond door den diender;) hetzelve is een dorpgebouw, waarvan de huurpenningen derhalven in ’s Dorps casse komen.Nog heeft de Ambachtsheer korentiendens, en tienden van de aardappelen die aldaar gewonnen worden.BEZIGHEDEN.Voor eenige jaaren was in deOude Loosdrechteene vrij aanzienlijke porcelein-bakkerij, doch dezelve is van daar naar denAmstelverplaatst geworden; waardoor het dorp niet weinig heeft verloren.[11]Er worden eene en andere handwerken, in de zamenleeving onontbeerelijk, geoefend; doch de hoofdbezigheid der bewooneren van dit gedeelte der Heerelijkheid, is het baggeren van turf, en vermits, zo wel het baggeren zelf, als het af- en aan-voeren van de turf, veele schepen en schuiten benoodigd maakt, houdt zulks op het dorp ook het scheepmaakers-handwerk aan den gang.Voor iedere morgen gronds die in deLoosdrechtenuitgebaggerd zal worden, moet de aanneemer ƒ 300 guldens geeven, (inleggen, zegt men aldaar;) voor dat geld wordt een Obligatie gekocht, en uit de interessen van deeze, betaalt de Heer of Vrouwe in der tijd zig de bepaalde verponding: het geen er overschiet wordt den aanneemer ter hand gesteld—OnderLoenerveenis dat inleggeld ƒ 400, om dat aldaar uit de interessen ook nog het molengeld betaald moet worden.Er zijn inOud-Loosdrechtook veele visschers die hun sober bestaan in de uitgeveende plassen vinden—anderen, echter niet zeer veelen, leeven van den landbouw, van het rietgewas, of de melkerij; dit heeft nog meest plaats aan hetLeeg-einddes dorps, zo als deLoosdrechtershet noemen, en dat dien naam draagt, om dat het aan geen van beide zijden huizen, maar alleenlijk weilanden heeft.GESCHIEDENISVanOud-Loosdrecht, vereischt geene breede plaats: in het jaar 1672, (dat verschrikkelijke jaar voor geheelNederland,) had het door den inval derFranschenzeer veel te lijden: sedert is er, voor zo verre ons bewust is, weinig van aanbelang voorgevallen: de bovengemelde gezindheid der bewooneren, in het staatkundige, heeft de dorpelingen in onze jongstledene beroerten weinig deel gegeven: wel hebben zij zig in den wapenhandel geoefend, toen die oefening Staatswijze geboden werd, in de ontstaane verschillen met den KeizerJoseph: toen de verdere woelingen der Patriotten[12]voordgang namen, heeft men er ook nog, hoewel maar korten tijd, blijven exerceeren—bij den inmarsch derPruissen, op hunnen doortogt naarLoenen, hebben deLoosdrechtershun een maand lang moeten inquartieren; en daar deeze lieden naar geene staatkundige gevoelens vroegen, hebben zij er ook verscheidene plunderingen aangericht; vooral heeft de plaats van de Wel-Edele Ambachtsvrouwe, in deNieuwe Loosdrecht, hunnen moedwil ten sterksten moeten bezuuren.Men vindt bij andere Schrijvers gewag gemaakt van eenHuis te Loosdrecht, als eene bijzonderheid van deeze plaats; doch dit is, volgends onze ingewonnene berichten niet anders geweest dan een huis van den Ambachtsheer, ’t welk door den Heer Mr.AlewijnvanMijnden, reeds genoemd, om zijne bouwvalligheid is weggebroken, om op den grond daarvan het tegenwoordig aanzienlijk gebouw te plaatsen.LOGEMENTEN,Deezen zijn hier niet—DeHollandsche tuinbij het Rechthuis, en deLindeboom, zijn de voornaamste herbergen; ook zoude men in dezelven kunnen overnachten, en er geen gebrek aan eene goede bediening hebben.Verder vindt men er nog de herberg hetTurfschip, en twee of drie herbergjens, alwaar men zig naar genoegen kan ververschen.REISGELEGENHEDEN,Van Pinxter tot 3 maanden daarna, vaart zondags een schuit vanLoosdrechtopAmsteldam; voords ’t geheele jaar door, maandags, dingsdags, woensdags en vrijdags, ook dergelijk een schuit.Vrijdags vaart van daar mede eene schuit opUtrecht—In gevalle van besloten water, rijdt er op de gemelde dagen een wagen op gezegde steden.[1]

Oud-enNieuw-Loosdrecht, enMijnden, behooren onder eene zelfde Bailluagie, niettegenstaande zij, wat de Ambachtsheerelijkheid betreft, in onderscheidene Gerechten verdeeld zijn.

Oud-enNieuw-Loosdrecht, zijn beiden eigenlijk slechts ééne Heerelijkheid, maar twee Parochiën, met twee kerken, eene oude, en eene nieuwe: echter zullen wij, in onze beschrijving, ingevolge de doorgaands plaatshebbende gewoonte, van de twee deelen dier Heerelijkheid als van twee dorpen spreeken, en zeOud-enNieuw-Loosdrechtnoemen.

Niettegenstaande de beideLoosdrechten, (maar vooralNieuw-Loosdrecht,) niet kunnen gezegd worden te bloejen, behoeven zij echter in wezenlijke middelen van bestaan nog niet[2]voor andere dorpen vanGooiland, alhoewel die bloejende zijn, onder te doen; maar vooral dingen zij naar den prijs in de aangenaamheid van

LIGGING,

Kunnende met recht gezegd worden dat zij zig voor den wandelaar als een aardsch paradijs opdoen; waar hij de oogen ook heen sla, overal lacht het aangenaamste groen hem toe: de dorpen zijn indedaad eene ter wederzijde met huizen, of boerenwooningen bebouwde allée van wilgenboomen, van de belendene landen, door smalle en heldere wegslooten afgescheiden, zijnde meestal den zoom der gezegde landen ter rechterhand, mede met een rij zulke boomen beplant, waardoor men derhalven van die zijde bestendig eene dubbele rij boomen heeft; de bewoonde erven aan wederzijden liggen mede meest allen in ’t groen geboomte, en hebben hunne moes- en bloem-tuinen: nabij de kerken, zijn de getimmertens wel het meeste in behoorelijke orde; daar geen wooningen staan, wordt het oog verrukt door de heerelijkste weilanden, of de aangenaamste bebouwde akkers; ziet men ter linker zijde, (vanLoenenaf gerekend,) verder heen, dan wordt men gestreeld, door het gezicht van de bebouwdeGooische heide, (aangenaamst als de boekweit bloeit, of het goudgeel graan op de bevalligste wijze golft;) vooral aan dien kant alwaar men opHilversumen deszelfs bebouwde omtrek ziet: het jagthuis van den HeereVan Loon, waarvan wij in onze beschrijving van ’t gezegde dorp, (zie bladz. 15) gesproken hebben, maakt, van hier gezien, ook eene aangenaame vertooning: in deOude Loosdrecht, doch eigenlijk niet algemeen in het dorp, maar meest op den zogenaamdenVeendijk, zijnde eene waterkeering, ziet men ter eene zijde niet dan uitgeveende plassen, en overal stapels gedekte turf, terwijl aan den anderen kant, eene lange rij meer en min gevulde turfschuuren staat; om welke[3]reden men ook aldaar met geen brandende tabakspijp voorbij mag gaan, op de boete van drie guldens: deeze schuuren bevatten dikwijls een capitaal van veele duizenden: in dit gedeelte vanOud-Loosdrechtwordt de aandacht van den wandelaar, zo hij zijne wandeling niet op een’ zondag doet, bezig gehouden met het baggeren, of verder bereiden van de turf, aan den eenen kant; en aan den anderen met het inbrengen of uithaalen van dezelve in of uit de schuuren; met één woord niemand zal ’t zig beklaagen de beideLoosdrechteneen bezoek gegeven te hebben.

Men verzekert dat zij van den dom teUtrechtaf gezien, zig als een digte, langwerpige bosschaadje vertoon.

Oud-Loosdrechtligt voords ten noorden aanKortenhoef(in de ProvincieUtrecht) en meer oostwaards aan’s Graaveland, (in de ProvincieHolland;) ten oosten heeft het, langs een kromme bogt, het gerecht vanHilversum, tot aanTienhoven, enBreukelenveen; ten oosten paalt deOude Loosdrecht, metLoenderveen, OudoverenMuieveld1, aanLoenen, vanwaar ze door deVechtwordt gescheiden: „In deeze strekking”, leest men te recht in denTegenwoordigen Staat van Holland, „maaken deLoosdrechteneen zeer langwerpigen bogt, die van binnen aan de westzijde voor het grootste gedeelte is uitgeveend, zo dat er niet anders dan smalle akkers of strooken[4]lands zijn overgelaten, die nog jaarlijks uitgeveend worden.”

NAAMSOORSPRONG.

Deeze heeft de Heerelijkheid ontleend aan een watertjen aldaar stroomende, en dat den naam vanDrechtdraagt, (waarschijnelijk dat er weleer een overvaart, of veer op geweest is, zie onze beschrijving vanDord, enz. art.naamsoorsprong;) dat watertjenloostalhier in de hoofdrivier, des is ter deezer plaats deLoozing der drecht, (Loosdrecht:) de naamen vanOudenNieuw, waarmede men gewoon is de beide deelen der Heerelijkheid te onderscheiden, zijn ontstaan door het aanleggen van een tweede ofNieuwe kerk, gelijk nader zal blijken.

STICHTINGENGROOTTE

De stichting vanLoosdrecht, ligt thans geheel in het duister: wat aangaat de grootte, in de quohieren der verpondingen van den jaare 1632, vindt men de beideLoosdrechtenbegroot op 1807 morgen 300 roeden lands, en het getal der huizen op 221; in de quohieren van 1732, vondt men er slechts 1507 morgen en 200 roeden voor; doch de huizen worden integendeel bepaald op 372; derhalven 151 huizen meer, (zonder den korenmolen die er gevonden wordt,) waaruit men zoude mogen opmaaken, dat de beide dorpen in den gezegden honderdjaarigen tusschentijd, zeer wèl gebloeid moeten hebben: sedert echter is dien bloei merkelijk verminderd, en hun aanzien vrij wat vervallen, hoewel in deNieuwe Loosdrechtmeer dan in deOude; (van de eerstgemelde desaangaande nader onder onze beschrijving van dezelve:) anderen bepaalen het grondgebied op wel 2950 morgen2, zo land als water, welk water mede in de verpondingen moet betaalen, om dat het uitgeveende[5]plassen zijn. In deOude Loosdrechtliggen verscheidene aangenaame buitenplaatsen, waarin die het mede van deNieuwewint: zie onze beschrijving van dezelve.

Het getal der bewooneren van geheel de Heerelijkheid wordt begroot op omtrent 800, die allen van den Gereformeerden Godsdienst zijn, dat zekerlijk iet zonderlings is.

Het

WAPEN

Der beideLoosdrechtenisvier zwarteenvier zilveren dwarsbalkenover kruis doorsneden met tweerood-enwit-geruite balken.

KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.

Dewijl, gelijk wij gezegd hebben, alle de inwooners der Heerelijkheid van den Gereformeerden Godsdienst zijn, worden er ook geene andere kerken gevonden, dan die van de gezegde gemeente: de Oude kerk, dat is de kerk van deOude Loosdrecht, is een klein gebouw, ofschoon er honderden menschen in opkomen; van binnen heeft het, ingevolge deszelfs aanleg, even weinig pracht als van buiten; alles intusschen is van binnen zeer net; boven ééne der portaalen is eene gallerij voor de Weezen, enz.: thans hangt boven die gallerij, een vlag, van talrijke voeten vierkant, met een lijst, en in het midden een groote oranjeboom, in een groene bak, zodanig als men dezelven gemeenlijk in deOrangeriëngeplaatst vindt; ter eene en andere zijden van die bak, leest men de woordenvivat Oranje! (er zijn ook inOud-Loosdrechtmaar weinige lieden, van dezulken die men Patriotten noemt:) ter wederzijde dier vlagge hangen nog twee kroonen, gevlogten van kunstbloemen en orangeappelen: aan het andere einde der kerke, tegen over de gezegde vlag en kroonen, hangt thans nog eene vlag, maar van minder aanzien; er is geen orangeboom op gepenseeld; alleenlijk leest men in derzelver[6]midden mede,vivat Oranje! Deeze sieraadjen hebben, ten tijde der omwending van zaaken in ons Land, in het openbaar gediend.

Wat verder het ruim van deeze kerk betreft, alles is daarin aan het oogmerk voldoende; de predikstoel is zeer net zamengesteld, zo ook de Regeeringsbanken en verdere mannengestoelten: de bank voor den Heere, of de Vrouwe der Heerelijkheid, staat vlak tegen over den predikstoel: het ruim is voords naar gewoonte, met vrouwegestoelten bezet: er hangt ook, (op de gallerij waarvan boven gesproken is,) een op paneel geschilderde lijst van de Predikanten die sedert de reformatie, deOud-Loosdrechtsche Gereformeerde Gemeentebediend hebben: aanmerkelijk is het dat de laatsteRoomsche Priesterter deezer plaatse ook de eerste Gereformeerde Predikant aldaar geweest is: zie nog iet wegens de kerken vanLoosdrechtmet betrekking tot den tijd vóór de Reformatie, onderNieuw-Loosdrecht, ditzelfdeart.

Het doophek, en verder al het inwendige der kerke is zeer zindelijk, en wordt wèl onderhouden: het ruim wordt door vijf kaars-kroonen verlicht: er is geen orgel in.

De vloer van het ruim der kerke gebruikt men nog, ingevolge de oude, dat is onverlichte tijden, om er in te begraaven: de gezegde grond is zamengesteld uit grafzerken, waaronder wij er echter geene gevonden hebben der aandacht waardig.

Buiten om de kerk ligt, naar gewoonte, een kerkhof, dat genoegzaam groot is, en vrij net genoemd mag worden; aan een van de hoeken deszelven is eene soort van grafkelder, bijna twee voeten boven de oppervlakte van den grond verheven, en met een’ zwaaren blaauwen zerk gedekt; op dezelve staat geene inscriptie; ook is ’t alleenlijk eene grafplaatse, gekozen door iemand die begeerde na zijnen dood in een zeer stil oord te liggen: op het zelfde kerkhof is ook één der dorpsbrandspuiten geplaatst: vier zijn er in geheel de Heerelijkheid.

De kerktoren die aan het eene einde der kerke eenige[7]voeten hoog, vierkant uit het dak rijst, is in den jaare 1783 veel vernieuwd, en bij die vernieuwing, in zijn vierkant verkleind; op dat vierkant staat een spits, dat met leien gedekt is—in één der zijden van het vierkante ondergedeelte van den toren is een wijzerplaat, waarop men het jaartal 1791 leest, welk getal alleenlijk het jaar aanwijst waarin dezelve is opgeschilderd.

TeOud-Loosdrechtis ook een goed Weeshuis, voor 3 jaaren eerst gesticht, en ’t welk tevens voor een Armenhuis verstrekt; dat niet alleen, maar er worden ook in opgenomen, geleerd, gekleed en gevoed, zulke kinderen, wier ouders onvermogend bevonden worden om hen te voeden; indedaad een zeer loflijk gebruik, en voornaame oorzaak dat er, hoe min vermogend de bewooners over het algemeen ook zijn, geene bedelaars gevonden worden—de arme lieden en kinderen leiden in dit huis ondertusschen niet, gelijk op veele aanzienlijke plaatsjens het geval is, een lui, geheel werkeloos leven; integendeel, zij worden allen te werk gesteld, aan het spinnen van wol; er worden ook netten gebreid, en andere bezigheden verricht, zo dat er over het algemeen eene geduurige loflijke arbeidzaamheid plaats heeft: alle de voordeelen daarvan komen aan het huis.

Het Schoolhuis is een gebouw dat slechts redelijk aan het oogmerk beantwoordt.

De Pastorij staat tegen over de kerk, is zeer spatieus, en van goeden aanzien; er is geen ruimen hof achter, maar de Predikant heeft achter de kerk een groote moestuin, ten zijnen dienste.

WERELDLIJKE GEBOUWEN.

Deezen zijn geene anderen dan het Rechthuis, dat voor beiden de dorpen dient, en gebouwd is op derzelver kerklijke scheiding: ’t is mede in alle deelen aan het oogmerk beantwoordende, doch heeft niets bijzonders der beschrijvinge of[8]bezichtiginge waardig: daarin echter is het van de rechthuizen op veele Nederlandsche dorpen onderscheiden, dat het niet tevens een herberg is; er mag ook, volgends ordonnantie van de Staaten, niet in getapt worden, zelfs niet aan de Regeering der dorpen.

Op eenige voeten afstands van het huis, aan de overzijde van den weg, staat een kaak, geplaatst in het midden van een cirkel-rond en van gebakken steen gemetzelde voet, ten minsten vier voeten hoog boven den grond, en wel zes voeten diameters; maakende des rondsom den paal eene soort van rond steenen schavot: in gevalle van rechtsoefening, wordt voor het Rechthuis een schavot opgericht.

KERKLIJKE REGEERING.

Deeze bestaat uit den Predikant, (de verkiezing van welken staat aan den Heere of de Vrouwe in der tijd, zonder eenige voorafgaande nomminatie,) zijnde thans de Wel-Eerwaarde HeerHuibert van den Bijlaardt, behoorende onder de Classis vanAmsteldam; voords uit twee Ouderlingen en twee Diaconen, waarvan jaarlijks één Ouderling en één Diacon afgaat, die door anderen vervangen worden, staande de verkiezing derzelven aan den kerkenraad.

WERELDLIJKE REGEERING.

Loosdrechtheeft in alles eigen recht, crimineel en civiel, zo wel van pleidoojen als halsrecht.

Het hooge rechtsgebied over dit, als het andere deel van het Bailluwschap, zo als wij die deelen, bladz. 1 opgegeven hebben, wordt geoefend door den Bailluw, zijnde thans de Wel-Ed. Gestrenge Heer, Mr.Johannes Petrus Thierens, die aangesteld wordt door zijne Doorl. Hoogh. den Stadhouder, uit de nominatie van een drietal, door de Staaten vanHollandenWestfrieslandgemaakt: hij zit te recht met de dorpschepenen: voorheen[9]had de Bailluw de vrijheid om voor zig afzonderlijke schepenen crimineel te benoemen en in den eed te neemen; doch daarover een proces ontstaan zijnde, is hij, in gevolge de uitspraak op dat proces, voor omtrent zes jaaren gedaan, verpligt, de dorpschepenen in der tijd, ook voor het crimineele in den eed te neemen: hij wordt in zijnen aanstellings-brief ook genoemd Bailluw vanLoenen Holland, met welken naam men gewoon isLoenen Kroonenburgs-gerechtte benoemen—uit aanmerking van dien tijtel, „is voormaals,” leezen wij, „aan de zijde van den Bailluw van deLoosdrechten, begreepen dat hem het oefenen van jurisdictie, op het grondgebied vanLoenen Kroonenburgs-gerechttoekwam, waarover weleer, tegen den Heere vanKroonenburgof deszelfs Bailluw, proces is aangevangen, doch sedert geruimen tijd niet vervolgd geworden, zo dat de Bailluw vanLoenen Kroonenburgs-gerecht, in de bezitting van dat recht is gebleven:” in gevolge het werkelijk hangen van ’t gemelde proces gaat de Bailluw, voor deLoosdrechtenverkozen zijnde, ook nog naarLoenen Kroonenburgs-gerechtom zig aldaar in zijne waardigheid van Bailluw te doen erkennen; doch wordt als dan geweigerd.

De beideLoosdrechtenenMijnden, schijnen gemeenlijk als eene enkelde Ambachtsheerelijkheid aangemerkt te worden,doch zij zijn het niet, ieder is in de daad eene afzonderlijke Ambachtsheerelijkheid, niettegenstaande zij sedert lang, als onverdeeld, een zelfden Schout en Secretaris hebben; dit echter staat ter keuze van den Ambachtsheere of Vrouwe, (thans VrouweS. M. van de Poll, Douariere, wijlen den Wel-Ed. Gestrengen Heere Mr.Z. H. AlewijnvanMijnden, in leven President Schepen en Raad in de Vroedschap der stadAmsteldam,) die ookMijndeneen anderen Schout en Secretaris kan geeven; vermits de aanstelling aan dezelve staat, zo wel als van Schout en Secretaris vanLoosdrecht.

In het civile, wordtLoosdrechtin ’t gemeen beheerscht door den Ambachtsheere of Vrouwe in der tijd, met zeven Schepenen,[10]naamlijk drie uitOud-, drie uitNieuw-Loosdrecht, en één uitMuieveld, of uitOudover: deezen worden aangesteld, zonder eenige voorafgegane nominatie, door den Heer of Vrouwe; aan wien het ook staat om dezelven naar goedvinden wegens getal of tijd te doen afgaan of aanblijven; derhalven is er, Schepenen betreffende, geen bepaalde tijd van verandering.

Voords zijn er twee Weesmeesters, die tevensArmmeesterszijn, en niet jaarlijks afgaan: zij hebben almede hunne aanstelling van den Ambachtsheer of Vrouwe; die ook de aanstelling heeft van de Schoolmeesters, in de beideLoosdrechten: deezen zijn tevens Kosters, Voorzangers en Doodgraavers.

De Schepensbank wordt bediend door één’ boden: ook hebben Bailluw en Schout zamen één’ diender, die mede door den Ambachtsheer of Vrouwe aangesteld wordt.

Onder de

VOORRECHTEN

VanLoosdrechtkan men tellen, dat het, behalven de algemeene voorrechten vanGooiland, halsrecht heeft, gelijk er dan ook een buitengalg gevonden wordt.

Een voorrecht van den Ambachtsheer is dat hij preferent is in het in huur neemen van het Rechthuis, (thans bewoond door den diender;) hetzelve is een dorpgebouw, waarvan de huurpenningen derhalven in ’s Dorps casse komen.

Nog heeft de Ambachtsheer korentiendens, en tienden van de aardappelen die aldaar gewonnen worden.

BEZIGHEDEN.

Voor eenige jaaren was in deOude Loosdrechteene vrij aanzienlijke porcelein-bakkerij, doch dezelve is van daar naar denAmstelverplaatst geworden; waardoor het dorp niet weinig heeft verloren.[11]

Er worden eene en andere handwerken, in de zamenleeving onontbeerelijk, geoefend; doch de hoofdbezigheid der bewooneren van dit gedeelte der Heerelijkheid, is het baggeren van turf, en vermits, zo wel het baggeren zelf, als het af- en aan-voeren van de turf, veele schepen en schuiten benoodigd maakt, houdt zulks op het dorp ook het scheepmaakers-handwerk aan den gang.

Voor iedere morgen gronds die in deLoosdrechtenuitgebaggerd zal worden, moet de aanneemer ƒ 300 guldens geeven, (inleggen, zegt men aldaar;) voor dat geld wordt een Obligatie gekocht, en uit de interessen van deeze, betaalt de Heer of Vrouwe in der tijd zig de bepaalde verponding: het geen er overschiet wordt den aanneemer ter hand gesteld—OnderLoenerveenis dat inleggeld ƒ 400, om dat aldaar uit de interessen ook nog het molengeld betaald moet worden.

Er zijn inOud-Loosdrechtook veele visschers die hun sober bestaan in de uitgeveende plassen vinden—anderen, echter niet zeer veelen, leeven van den landbouw, van het rietgewas, of de melkerij; dit heeft nog meest plaats aan hetLeeg-einddes dorps, zo als deLoosdrechtershet noemen, en dat dien naam draagt, om dat het aan geen van beide zijden huizen, maar alleenlijk weilanden heeft.

GESCHIEDENIS

VanOud-Loosdrecht, vereischt geene breede plaats: in het jaar 1672, (dat verschrikkelijke jaar voor geheelNederland,) had het door den inval derFranschenzeer veel te lijden: sedert is er, voor zo verre ons bewust is, weinig van aanbelang voorgevallen: de bovengemelde gezindheid der bewooneren, in het staatkundige, heeft de dorpelingen in onze jongstledene beroerten weinig deel gegeven: wel hebben zij zig in den wapenhandel geoefend, toen die oefening Staatswijze geboden werd, in de ontstaane verschillen met den KeizerJoseph: toen de verdere woelingen der Patriotten[12]voordgang namen, heeft men er ook nog, hoewel maar korten tijd, blijven exerceeren—bij den inmarsch derPruissen, op hunnen doortogt naarLoenen, hebben deLoosdrechtershun een maand lang moeten inquartieren; en daar deeze lieden naar geene staatkundige gevoelens vroegen, hebben zij er ook verscheidene plunderingen aangericht; vooral heeft de plaats van de Wel-Edele Ambachtsvrouwe, in deNieuwe Loosdrecht, hunnen moedwil ten sterksten moeten bezuuren.

Men vindt bij andere Schrijvers gewag gemaakt van eenHuis te Loosdrecht, als eene bijzonderheid van deeze plaats; doch dit is, volgends onze ingewonnene berichten niet anders geweest dan een huis van den Ambachtsheer, ’t welk door den Heer Mr.AlewijnvanMijnden, reeds genoemd, om zijne bouwvalligheid is weggebroken, om op den grond daarvan het tegenwoordig aanzienlijk gebouw te plaatsen.

LOGEMENTEN,

Deezen zijn hier niet—DeHollandsche tuinbij het Rechthuis, en deLindeboom, zijn de voornaamste herbergen; ook zoude men in dezelven kunnen overnachten, en er geen gebrek aan eene goede bediening hebben.

Verder vindt men er nog de herberg hetTurfschip, en twee of drie herbergjens, alwaar men zig naar genoegen kan ververschen.

REISGELEGENHEDEN,

Van Pinxter tot 3 maanden daarna, vaart zondags een schuit vanLoosdrechtopAmsteldam; voords ’t geheele jaar door, maandags, dingsdags, woensdags en vrijdags, ook dergelijk een schuit.

Vrijdags vaart van daar mede eene schuit opUtrecht—In gevalle van besloten water, rijdt er op de gemelde dagen een wagen op gezegde steden.[1]

1OudoverenMuieveldzijn gehuchten, gerechtlijk onderLoosdrecht,doch kerklijk onderLoenenbehoorende, (deOude-enNieuwe-dijk,welke laatste aanBreukeleveengrenst, behoort onder de Parochie vanOud-Loosdrecht:)zij bevatten niets der aantekeninge waardig, en worden schaars bewoond, niettegenstaande er verscheidene buitenplaatsen in gevonden worden: Loenderveenis eene polder, mede onderLoosdrechtbehoorende; doch dezelve is bijna geheel uitgebaggerd.↑2Eenige onzer ingewonnene berichten spreeken zelfs van over de 3000 morgen.↑

1OudoverenMuieveldzijn gehuchten, gerechtlijk onderLoosdrecht,doch kerklijk onderLoenenbehoorende, (deOude-enNieuwe-dijk,welke laatste aanBreukeleveengrenst, behoort onder de Parochie vanOud-Loosdrecht:)zij bevatten niets der aantekeninge waardig, en worden schaars bewoond, niettegenstaande er verscheidene buitenplaatsen in gevonden worden: Loenderveenis eene polder, mede onderLoosdrechtbehoorende; doch dezelve is bijna geheel uitgebaggerd.↑2Eenige onzer ingewonnene berichten spreeken zelfs van over de 3000 morgen.↑

1OudoverenMuieveldzijn gehuchten, gerechtlijk onderLoosdrecht,doch kerklijk onderLoenenbehoorende, (deOude-enNieuwe-dijk,welke laatste aanBreukeleveengrenst, behoort onder de Parochie vanOud-Loosdrecht:)zij bevatten niets der aantekeninge waardig, en worden schaars bewoond, niettegenstaande er verscheidene buitenplaatsen in gevonden worden: Loenderveenis eene polder, mede onderLoosdrechtbehoorende; doch dezelve is bijna geheel uitgebaggerd.↑

1OudoverenMuieveldzijn gehuchten, gerechtlijk onderLoosdrecht,doch kerklijk onderLoenenbehoorende, (deOude-enNieuwe-dijk,welke laatste aanBreukeleveengrenst, behoort onder de Parochie vanOud-Loosdrecht:)zij bevatten niets der aantekeninge waardig, en worden schaars bewoond, niettegenstaande er verscheidene buitenplaatsen in gevonden worden: Loenderveenis eene polder, mede onderLoosdrechtbehoorende; doch dezelve is bijna geheel uitgebaggerd.↑

2Eenige onzer ingewonnene berichten spreeken zelfs van over de 3000 morgen.↑

2Eenige onzer ingewonnene berichten spreeken zelfs van over de 3000 morgen.↑


Back to IndexNext