HETDORPOUDERKERKAAN DEN AMSTEL.

[Inhoud]’t dorp Ouderkerk aan den Amstel’t dorp Ouderkerk aan den Amstel’t Vermaaklyk OUDERKERK, in ’s Lands historieblaên,Gedacht; werd wel als schoon geprezen;Maar nu ’t den Pruis heeft wederstaan,Zal de eernaam voortaanDAPPERweezen:Werd eertyds van dit dorp gemeld,Nu wordt erWONDERvan verteld.HETDORPOUDERKERKAAN DEN AMSTEL.Dit Dorp behoort in den breeden rang dier Nederlandsche dorpen van welken men kan zeggen dat zij zeer aangenaam gelegen zijn:Ouderkerkligt inAmstelland, anderhalf uur vanAmsteldam, ten oosten van den breeden rivier deAmstel, welke de tuinen of erven der huizen van achteren bespoelt: de environs van het dorp zijn zeer grasrijk en vermaaklijk, met veelvuldige wateren doorsneden: die environs moeten weleer echter nog veel aangenaamer geweest zijn, naamlijk boschachtiger, want tusschen dit dorp enAbcoude, zijn meermaals, eenige voeten onder den grond, veele boomen gevonden; men weet hoe winden en vloeden het eertijds houtrijk Nederland van veele zijner bosschen beroofd heeft—de grond is in geheel den omtrek vanOuderkerkveenachtig en moerassig—te recht noemt de zoetvloejendeWillinkhetzelve,’t luchtig dorpDaar de Amstelstroom, al even prat,Gevoerd op een kristallen wagen,Zo glorierijk door heenen snelt,En doet de zilvren baartjens vloejenOm met een zacht en deun geweld,Zijn groene boorden te besproejen;Zijn boorden door geen mensch gewraakt.…[2]NAAMSOORSPRONG.Het geen wegens dit artijkel aangetekend wordt, is gelijk ten deezen opzichte meermaals het geval is, met twijfelingen doorweeven: in vroegere dagen droeg het den naam vanOuder-amstel, om dat het onderOuder-amstelbehoort, men wil dat het den naam vanOuderkerk, in de plaats van dien vanOuder-amstelzoude verkregen hebben, bij gelegenheid van het stichten van eenNieuwer kerkinAmstelland, het geen zekerlijk aanneemelijk is, schoon men verschille in de bepaaling welke dieNieuwer kerkmoge geweest zijn; sommigen houden er de tegenwoordigeOude kerkteAmsteldamvoor, om dat deeze weleer den naam van deKerk in Nieuweramstel, ofNiër-Kerkgedragen heeft; ’t geen anderen ongerijmd voorkomt, het voor aanneemelijker houdende dat er de Kerk teAmstelveendoor verstaan zoude kunnen worden, om de benaaming vanNieuwer-amstel, welke dat ambacht draagt: weder anderen meenen dat men voor dieNieuwe Kerkte houden hebben die vanNieuwerkerk, sedert lang in deHaarlemmer-meirverdronken—hoe het zij, uit het een en ander is de naamsoorsprong des dorps nagenoeg te gissen; althans nagenoeg voor zo verre ons oogmerk gaat; dit alleen moeten wij er nog bijvoegen, dat dit dorp gemeenlijkOuderkerk aan den Amstelgenoemd wordt, ter onderscheidinge van een ander dorpOuderkerk, dat aan denYsselligt.STICHTINGENGROOTTE.Wegens de stichting vanOuderkerkkan niets gezegd worden, alzo het waarschijnelijk, met veele andere Nederlandsche dorpen eenen toevalligen oorsprong zal hebben, die meesttijds gezocht moet worden in de ligging, welke aanleiding gegeven zal hebben dat sommige lieden zig op zulk eenen grond met er woon hebben nedergezet.Wat de grootte betreft; het ambacht vanOuderkerk, bestaat[3]in vijf voornaame polders, zamen groot bijna 3505 morgen lands,waarvan voorOuderkerkmetWaardhuizen, enDuivendrecht, van ouds niet hooger zijn geteld, dan op 1542 morgen, 380 roeden; zijnde sedert 30 morgen en 400 roeden daaraf vergraaven voor de bedijking van deDiemermeir.In de oude lijst der verpondingen van 1632, stonden voorOuderkerk, 162 huizen, en in die van 1732, reeds 249 huizen en 4 molens: men rekent dat er onderOuderkerkomtrent 750 ingezetenen zijn, zo mannen, vrouwen als kinderen en dienstboden, zijnde in deeze telling twee kinderen, onder de agt jaaren, voor één persoon gesteld.’T WAPEN.Dit is even als dat vanAmstelveen, met dit onderscheid dat voorOuderkerkop den ondersten balk twee kruisen staan, daarAmstelveenop dien balk slechts één kruis heeft.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.Weleer had dit dorp een ruime en luchtige Kerk, met een groot choor, waarvan het dak verre boven dat der Kerk uitrees: de toren was vierkant, en pronkte tot in den jaare 1674 met een hoogen spitsen kap, die op den eersten Augustus van dat jaar, tot op het muurwerk des gebouws nedergeslagen werd: de spits werd naderhand weder opgebouwd, echter niet zo hoog, hoewel zij zig nog vrij verre vertoonde; doch het gebouw geheel bouwvallig geworden zijnde, werd in den jaare 1774 afgebroken, en op dezelfde plaats eene geheel nieuwe en nette Kerk gesticht: zijnde den eersten steen daarvan gelegd door den HeerBalthazar Nolthenius, Zoon van den Heere Mr.Jeronimus Nolthenius, toen Secretaris vanOuder-amstel: deeze Kerk heeft van binnen niets bijzonders, hoewel zij van buiten eene zeer aangenaame vertooning maakt.[4]Ten tijde dat deRoomsche Godsdienstin deeze landen de heerschende was, was de Kerk van dit plaatsjen toegewijd aan den Paus en MartelaarUrbanus, wordende de Pastorij door deHollandsche Graavenbegeven; het inkomen van den Priester bestond uit 39 rhijnlandsche guldens van zekere landvruchten, als mede uit de voordbrengzelen van 6 morgen lands onderAbkoude, en evenveel anderen onder het ambachtOuderkerk.Toen de Hervormde Godsdienst de heerschende was, werden de Kerken vanAmstelveenenOuderkerkdoor een zelfden Predikant bediend; doch omtrent den jaare 1595, viel desaangaande eenige verandering voor, zodanig datOuderkerkzig in het kerklijke metDiemenvereenigde, wordende deezen beide gemeenten bediend door den LeeraarLucas Ambrosius; naderhand Predikant teAmsteldam: toen beide plaatsen in getal van inwooners merkelijk toegenomen waren, ontving ieder eenen eigen Leeraar; gelijk ieder gemeente ook nog door éénen Leeraar bediend wordt: beiden staan onder de Classis vanAmsteldam.Een Weeshuis is op dit Dorp niet; de weezen en geallimenteerden worden onder de ingezetenen besteed.De Roomschen, die onderOuderkerkzeer talrijk zijn, hebben er twee Kerkhuizen.WERELDLIJKE GEBOUWEN.Onder dit artijkel kan alleen het Rechthuis gebragt worden, zijnde voor een dorp-gebouw, vrij ongemeen; vóòr hetzelve staat, 1656, waarschijnlijk het jaar van deszelfs bouwing: in een der muuren zitten drie kogels door dePruissendaarin geschoten.REGEERING.Deeze bestaat, wat het crimineele betreft, uit den Bailluw, en in het civile uit Schout, zeven Schepenen en een Secretaris: vier Buurmeesters hebben, met Schout en Schepenen, ’t bewind over de gemeene zaaken van ’t ambacht.De Ambachtsheer kan onder dit artijkel niet ongenoemd blijven, en des kunnen wij ter deezer gelegenheid ook voegelijk aantekenen dat de stadAmsteldamdeeze Ambachtsheerlijkheid in[5]den jaare 1731 aangekocht heeft voor eene somma van 25.100 guldens: de sterfheer isgemeenlijkeen der Burgemeesteren vanAmsteldam, zijnde thans de Wel Ed. Achtb. Heer Mr.Nicolaas Faas; de Ambachtsheer oefent echter het gezach niet uit zig zelven, maar alle zaaken, raakende het ambacht, worden hem aangediend, en door het collegie van Burgemeesteren afgedaan, gelijk zulks ook omtrent alle andere heerlijkheden, de stad toebehoorende, plaats heeft: weleer was de Bailluw zelf Ambachtsheer, en de goedkeuring of afkeuring van een’ Predikant stond aan hem alleen, zijnde dit amt tot den jaare 1715, door de oudste geslachten vanHollandbekleed.VOORRECHTEN.Hier onder behooren de twee bruggen die op het dorp gevonden worden; eene van dezelven ligt over denAmstel, naamlijk aan de noordzijde bij het Rechthuis, en de andere over het water deBullewijkgenaamd, aan de zuidoostlijke zijde van het dorp: aan beide die bruggen moeten de doorvaarende schepen, en de daarovergaande menschen, beesten en rijtuigen, tol betaalen, zijnde het zelve een inkomen voor de stad als bezitster van de Ambachtsheerlijkheid: in den jaare 1745, werd het bruggeld verpacht voor ƒ 3000 guldens;Amsteldamis natuurlijker wijze ook verpligt daarvoor de beide bruggen te onderhouden, niet alleen, maar ook de straat die aan derzelver vleugels ligt.BEZIGHEDEN.De aangenaame ligging van dit dorp verschaft hetzelveveellevendigheid, door de menigte wandelaars welken zig ter uitspanninge derwaards begeeven, maar nog meer door de onnoemelijk veele rijtuigen welken als onophoudelijk afgaan en aankomen: deeze levendigheid wordt niet weinig bevorderd door de veele kostbaare en aangenaame tuinen, welken langs den breeden Amstel gelegen zijn, en meest toebehoren aan voornaameAmsteldamsche Kooplieden, welken aldaar de handelzorgen vergeetende, de duffe comptoirlucht voor den frisschen adem der[6]Natuur verwisselende, ook dikwijlsOuderkerkgaan bezoeken; al ’t welk het dorp geen gering voordeel aanbrengt; voeg hierbij hetPortugeesche Jooden Kerkhof, ten oosten van de Kerk, aan deBullewijkgelegen, ter oorzaake dat op hetzelve menigvuldige begraavingen geschieden: maar ook wordtOuderkerkniet weinig verlevendigd en bevoordeeld door de gestadig doorvaarende schuiten vanAmsteldam, naarUtrecht, denHaag, Delft, Rotterdam,Gouda, als mede verder nabijgelegene plaatsjens en terug; als mede door de turfschepen en ponten, die van alom de turf uit de veenen naarAmsteldamen elders heenvoerende, veelal denAmstelafkomen; wij zwijgen van eene menigte rijtuigen welken, om verder optetrekken, dit dorp passeeren: de som bovengemeld, waarvoor de tol teOuderkerkverpacht wordt, bewijst genoeg dat het dorp op verre na niet onder de stille dorpjens geteld moet worden.Er worden voords die handwerken en neeringen uitgeoefend en gedaan, welken voor het burgerlijke leven onontbeerelijk zijn; veelen opgezetenen geneeren er zig ook met den veeteelt, en de turffabriek.GESCHIEDENISSEN.Hoe weinig betekenend dit dorpjen, met betrekking tot het Land in ’t algemeen, of tot het nabij gelegen trotschAmsteldamin ’t bijzonder, schijne te zijn, wordt het echter in de VaderlandscheHistoriedikwijls genoemd, en in het belangrijke fak, dat met onzen tijd begint, bekleedt het voorzeker eene hoofdplaats.Hoe geheelAmstellandom zeker bedrijf vanGysbrecht van Amstel, door deKennemersonder water gezet en verwoest werd, zullen wij breedvoerig moeten verhandelen als wij overAmsteldamin het bijzonder zullen spreeken, hier zij het derhalven genoeg aantetekenen datOuderkerkin dien vreeslijken nood mede niet weinig heeft moeten lijden, ’t geen ligtlijk te begrijpen is wanneer men nagaat dat alle de landerijen van geheelAmstelland, in eene openbaare zee veranderd werden: dit gebeurde[7]omtrent den jaare 1204: eene vergoeding voor dien grouwzaamen nood was eene stille landlijke rust van ongeveer anderhalf honderd jaaren, want eerst in den jaare 1567 verschijntOuderkerkweder op het Nederlandsche Staatstooneel, naamlijk ten tijde vanHendrik van Brederode, die door het aanbieden van het bekende smeekschrift aan de Hertoginne vanParma, bij deSpaanschenverdacht geworden, en reeds uit zijne HeerlijkheidViaanenverdreven zijnde, zig met eenige bende in of nabij dit dorp nedersloeg, en zig aldaar bleef oponthouden, tot hij naar elders den wijk nam: zes jaaren laater, wierpen deSpanjaardeneene schans op rondsom het Kerkhof en de Kerk vanOuderkerk, ter gelegenheid van de belegering vanHaarlem: dit kleine dorpjen is verder (in 1577) het middel in de hand der Algemeene Staaten geweest omAmsteldam, toen de eenigste stad die nogSpaansch gezindwas, aan de zijde vanOranje, of wel aan hunne zijde te brengen; want zij lagen in het dorp veel krijgsvolk, ter handhavinge van hunne bevelen om aldaar zwaare convoijen en licenten te vorderen, van alle de goederen welken uitAmsteldamgevoerd en derwaards gebragt werden; de stad reeds toen eenen wakkeren handel drijvende, vond zig daardoor ook zodanig bezwaard, dat zij, om zig van dit jok te ontheffen, besloot den Algemeenen Staaten te vergenoegen, en de zijde derSpanjaardente verlaaten.Sedert dien tijd bleef dit dorp wederom in rust tot op den 30 Julij des jaars 1650, toen het ten getuige verstrekte van eene daad die eenigen gaarne uit ’s Lands geschiedenissen gewischt zagen; dezelve is echter te dikwijls geboekt om ooit door de vergetenheid ingezwolgen te kunnen worden.Willem de Tweede, Prins vanOranje, zig door de regeering vanAmsteldambeledigd achtende, wegens den geweigerden toegang in den vollen raad, zowel als wegens andere Vaderlandlieve gedraagingen van dien kant, besloot de stad bij[8]verrassching te overrompelen, welken gevaarlijke aanslag echter, door eene gunstige bestuuring van de Voorzienigheid, verijdeld werd, door het verdwaalen des krijgsvolks, wegens de donkerheid van den nacht, en eenen zwaaren stortregen: GraaveWillem van Nassau, Stadhouder vanFriesland, was het geheim bevel van deezen aanslag opgedraagen; gelijk deezen dan ook met zijne bende teOuderkerkzijn hoofdquartier verkoos; wordende ten volgenden dage door eenig krijgsvolk, uitNijmegen,Utrecht, Arnhem, Zutphen, ZwolenDoesburgversterkt, doch het dorp geraakte dien overlast weldra kwijt, doordien de Prins en de Regeering vanAmsteldamtot een minnelijk verdrag kwamen, waaraan de waare Patriotsche HeerenBickerechter de aanzienlijke waardigheden, welken zij in de stad bekleedden opofferden.Van dien tijd af vinden wij wegens de geschiedenis vanOuderkerkniets bijzonders gemeld, tot op onzen tijd toe; maar nu heeft het zig eenen eeuwigen naam verworven, door de manlijke verdediging der Patriotten aldaar, tegen de als in de wapenrustinge geborenePruissen, die op den 7 September des jaars 1787, „in ons land vielen, om der Prinsesse vanOranjevoldoening te bezorgen, wegens voorvallen”, kunnen wij met zeker geacht schrijver onder onze tijdgenooten zeggen, „welke hier de plaats niet is om dezelve te onderzoeken”; wij blijven, met hem, „alleen staan bij de dapperheid der patriotten, die bijOuderkerkzo duidelijk gebleken is, dat wanneer alle de posten tegen dePruissenop eene zodanige wijze verdedigd waren geworden, de geëischte voldoening van dat hof, waarlijk zo spoedig nog niet zoude gevolgd zijn.”Ofschoon wij in onze beschrijving vanAmstelveenreeds, dat dorp betreffende, een genoegzaam breed verslag van deeze allergewichtigste omstandigheid gegeven hebben, kunnen wij echter niet nalaaten, bij deeze gelegenheid het volgende nog te voegen; zamen kan het dienen om een recht duidelijk[9]denkbeeld van de aangelegenheid ter dier plaatse en tijde te kunnen vormen.——Dus vinden wij het bedoelde geboekt, „Na dePruissische troupendan op de grenzen vanGelderlandenHollandde stedenGorcum, Nieuwpoort, Schoonhoven, en anderen, na weinig tegenstands, ingenomen hadden, rukten zij verder na beneden, om alle de posten te overmeesteren, en vervolgendsAmsteldam, en andere steden, de zijde der Patriotten toegedaan, te bedwingen: eenige posten werden gemaklijk, anderen niet zonder groote moeite veroverd, en voor sommigen stieten dePruissen, meer dan ééns, door den moed der Vaderlandsche burgerij, het hoofd; de Hertog ziende dat niet alles zo gemaklijk gaan zoude, en ook door berichten vernomen hebbende, dat er zeer veele posten sterk verdedigd zouden worden besloot tot eenen algemeenen aanval.”„Bij het geven van het wachtwoord, op den 30 September, des gemelden jaars, beval hij dat alle Generaals en Commandanten, des avonds ten zes uuren zig bij hem zouden moeten vervoegen; dit geschiedde, en zijne Hoogheid deelde alstoen aan zijne Officieren de bevelen uit, op welke eene wijze de aanvallen den volgenden morgen, den eersten October, ten 5 uure eenen aanvang zoude moeten neemen.”„Zodra de seinschoot,” waarvan wij onderAmstelveengesproken hebben „gegeven was, geraakte alles in werking; alomme werden de patriotsche posten aangevallen, die gedeeltelijk genomen, en gedeeltelijk met de grootste dapperheid verdedigd werden; kunnende wij niet nalaaten hier nog bij te voegen, dat waar de verdedigers moesten bukken, zulks meer toeteschrijven was aan bedekt verraad, of onkunde hunner bevelhebberen, welken geen orde onder hun volk hielden, dan aan het volk zelf; dat dit waarheid is blijkt onder anderen uit den aanval opOuderkerk.”Om ons thans bij dit dorp afzonderlijk te bepaalen, zullen wij hier den stand derPruissischen troupen, bestemd omOuderkerkte attaqueeren, opgeeven.[10]„De RitmeesterVan Kleist, stond met een detachement ligte infanterij in de kleineDuivendrechtsche polder.”„De RitmeesterZuizowmet zijne ligte infanterij, en de CapiteinTschokmet eene compagnie Grenadiers van het regiment vanBudbergstonden op den weg vanAbcoude, naarOuderkerk, bij zig hebbende een stuk geschut van zes, één van drie pond, en een houwitzer, benevens de lijfcompagnie curassiers tot hunne ondersteuning.”„In deOuderkerker poldermoest de MajorLedeburmet zijn compagnie en twee stukken zesponders geposteerd staan, doch deezen kon op den bepaalden tijd daar niet tegenwoordig zijn, doordien hij overMijdrechtenBaamburghad moeten marcheeren.”„Aan den kant van denUithoornstonden 30 Jaagers en twee Compagniën vanBudberg, onder bevel van den CapiteinKokerits, zonder grof geschut, benevens een esquadron paardenvolk van den MajorKram.”„Deeze troupen nu hadden bevel omOuderkerkte overmeesteren welk plaatsjen tot zijne verdediging vier onderscheidenebatterijenhad, die aan het dorp lagen, en die het denPruissenmeer daar ééns te heet maakten; men zag daar dat zij deinzen en vallen konden.”Dat de Patriotten dapper geschoten hebben, hebben dePruissenzelven getuigd, daar zij zeiden: „De Patriotten vervolgden ons met hunne kanonnen onophoudelijk te beschieten; na veele vergeefsche onderneemingen, en na dat de hooibergen in brand gestoken waren, werden onze Jaagers door het geschut en door de vijandlijke scherpschutters, genoodzaakt zig te retireren.”„De gemelde vierbatterijendie zo wèl bestuurd werden, waren op deeze wijze gelegen: eene lag er bij de hooge brug, bij de droogmaakerij, welke brug afgebroken was, terwijl deeze batterij met eentwaalfponderen twee zesponders[11]verdedigd werd; recht tegen over dezelve lag eene andere bij den zogenaamden krommen hoek, gemonteerd met twee drieponders, een derde lag op den weg na denVoetangel, op dezelve waren twee zesponders geplaatst; en op de boerderij voor welke deeze batterij op den weg lag, had men achter het huis voor het molenvliet eenen drieponder geplaatst: eene vierde batterij was opgeworpen, op het zwarte weggetjen, en met twee stukken van zes ponden bewapend.”„Zo wel het dorp als deeze batterij waren bezet doorAmsteldamsche burgers, door eenigen uit deGeldersche brigade, doorFriesche Auxiliairenen Jaagers, door een gedeelte van het corps van den beruchtenSalm;” wiens gloriezon door een schandelijke en eeuwige eclips niet verdonkerd, maar geheel onzichtbaar geworden is! „en voords door eenige Kanonniers en Artileristen, uitAmsteldamen uit deAuxiliairen: het bevel over deeze zo gewigtige voorpost vanAmsteldamwas opgedraagen aan den Wel Ed. Manhaften HeerF. H. de Wilde, toenmaals Capitein der Burgerij vanAmsteldam, en de Vaderlandsche bende aanvoerende, onder den tijtel van LieutenantColonel.”„De natte en doorweekte grond vanOuderkerk, als ook de menigte grachten en slooten, verhinderden dat men uit denDuivendrechtschen polderiet van belang kon verrichten: de bruggen waren veelal afgebroken, aan veele toegangen doorsnijdingen gemaakt, eenige anderen waren met geschut bezet, zo dat dePruissenalhier eene hevige verdediging te gemoet zagen, en de uitslag deed zien dat zij hier niet mis gerekend hadden, want deeze voorpost vanAmsteldamwerd met veel dapperheid en beleid door de Patriotten verdedigd.”„Met het seinschoot namen ook hier de onderscheidene aanvallen eenen aanvang, en de bezettelingen die terstond toonden dat zij deeze vijandlijkheden te gemoet zagen, gaven denPruisseneen zeer gevoeligen morgengroet terug.”[12]„De ColonelKokeritz, kon van den kant van denUithoornniets verrichten; waarom een Capitein, wiens naam niet gemeld wordt, uit overdrevenen ijver, met eenige manschappen uit dit detachement voordrukte om te recognosceeren, wordende hij door een cardoezenkogel doodgeschoten.”„In deOuderkerker polder, alwaar de compagnie van den CapiteinLedeburstond, en hoewel alleen geschikt tot eenen valschen aanval, verdedigde deeze zig echter met zo veel manmoedigheid, uit het klein geweer, dat deeze compagnie eenen wezenlijken lof verdiende.”„Op den weg vanAbcoudenaarOuderkerk, alwaar de CapiteinTschock, de RitmeesterZuizow, en de Luitenant der ArtillerijJacobimet hunne onderhoorige Manschappen, en drie stukken geschut stonden, werd van beiden de zijden een allerlevendigst en hevigst vuur gegeven: aan de zijde derPruissenwerden alle houwitsers, granaten en kogels gebruikt, zonder echter de bezetting veel nadeels toetebrengen, en de vijand was genoodzaakt meerder ammunitie te doen aanvoeren, hoewel hij door de smalte van den weg geene stukken geschut meer konde plaatsen: na dat het gevecht eenen geruimen tijd geduurd had, en bijna geheel op ’t laatst, rukte aan de zijde van denDuivendrechtschen polder, op den weg naar deBullewijkeenige manschappen met een stuk geschut aan; deeze manschappen, waren op bevel van den CapiteinTschockmet schuiten overgevaaren, en plaatsen hun stuk geschut recht tegen over eene batterij der bezetting, om dezelve te dwingen; doch de verdedigers deeden eenen zo hevigen uitval, dat de vijand terstond de vlugt nam, en het stuk geschut bijna in handen van de bezettelingen gevallen was.”„Gemelde Capitein rukte daarop onverschrokken naar de batterij, en bij aldien de manschappen, die aan de overzijde van denAmstelpost hielden, hem behoorelijk hadden kunnen ondersteunen, ware het niet onmogelijk geweest, denzelven te veroveren;[13]doch dit ondoenlijk zijnde, en de Patriotten alsleeuwenvechtende voor hunne zaak, was hij genoodzaakt te wijken, met achterlaating van eenige dooden en gekwetsten, de MajorDiebits, hoewel meer geschikt tot een aanval tegenDuivendrecht, dit ziende, deed alle mogelijke moeite om uit denOuderkerker polder, hem ter hulpe te komen, en vuurde met zo veele hevigheid en onverschrokkenheid, als wilde hij eenen etna bestormen, doch het mogt hem almede niet gelukken den moed der Vaderlanderen te bedwingen, en de batterij inteneemen.”„Ondertusschen duurden deeze gevechten wederzijds van des morgens 5 tot 8 uuren, waarna dePruissische troupengenoodzaakt waren van voorOuderkerkde wijk te neemen, doch omtrent ten elf uuren, kwamen de gevlugte manschappen vanAmstelveen1teOuderkerkaan, waarop men,” (nog den moed niet verloren geevende, in tegendeel, met eene waare krijgsmans beraadenheid,)„eene batterij tegen den weg, langs welken zij gekomen waren, deed opwerpen; voords ging men met alle magt de batterij versterken tegen eenen nieuwen aanval; welk werk tot één uure op den middag werd voordgezet; doch toen kwam er bevel uitAmsteldamdat het volk vanVan Salm, naar deKalfjeslaanmoest trekken, alwaar mede eene batterij was opgeworpen, zijnde toen de wegen, welken vanAmstelveenop denAmsteluitkwamen, bezet.”„Daarna vertrok ook deGeldersche brigade, en toen ook moest de Lieutenant ColonelDe Wilde, hoewel dePruissengeweeken waren voor zijn beleid en het gedrag der Patriotten, tot zijn grievendst leedwezen aan deAmsteldamsche burgersen de overige manschappen bevel geeven om mede optebreeken; dit geschiedde, hoewel onvergenoegd, echter met veel bedaardheid, zo dat alle de ammunitie tot de minste kleinigheid toe, mede naarAmsteldamgevoerd werd, waarmede zij omtrent ten vier uure in den middag, in de stad aankwamen, gelijk ook alle de manschappen der andere ontruimde voorposten, welken van het overgaan vanAmstelveen, en het verlaaten vanOuderkerk, in tijds bericht bekomen hadden;” zij weeken,[14]ja maar zij weeken als helden, alsBatavierennog niet ontaart van den voorvaderlijken moed: niet te onrecht zongen wij elders die helden dus toe:Ja gij zwichtet——met uw zwichten,Zwichtte ook ’t magtigAmsteldam;Amsteldam, waaruit u voorraad,Voorraad en versterking kwam:Ja gij zwichtet, niet uit lafheid!Lafheid! des waart ge onbekwaam;Onbekwaam scheent ge ook als helden.2Helden echter blijft uw naam.Wierd gij nooit weêr opgeroepen,Opgeroepen tot den strijd!Strijd, waarbij geheel ons Neêrland,Neêrland en zijn burgers lijdt,Vrede is tog der ziele hoofdstof,Hoofdstof vanCiviliskroost;Kroost, dat om den lieven vrede,Vrede en rust zig moeite troost.God blijv’ met u, dappre helden!Helden! eer van Nederland!Nederland! God houde u lange.Lange nog in vasten stand.[15]„Hoewel dePruissendaarna geheelHollandoverstroomden, en voorAmsteldam, zo wel als in andere plaatsen, in bezetting gelegd werden, zal het echter onwaardeerbaar zijn voor de Patriotten, dat zij ten allen tijde zullen kunnen aantoonen, hoedanig zij voorOuderkerkde magt vanFredrik Wilhelm, het hoofd geboden, en in den krijgsdienst volleerde benden, genoodzaakt hebben, met verlies van een aantal dooden en gekwetsten, welk eerst getal de vijand zorgvuldiglijk heeft getracht te verbergen, terug te wijken: de braave Vaderlanders, wier stelzel het hier de plaats niet is te onderzoeken, maar die echter in deeze en nog andere aanvallen, zelfs door hunne vijanden geroemd zijn, toonden hier allerduidelijkst, dat zij onder een wèlbestuurd beleid, nog niet ontaart waren, van den roem hunner voorvaderen, welke schandvlek hunne tegenpartij hun heeft zoeken aantewrijven.”Dat hetOuderkerkverder altijd zal geheugen in de handen derPruissengevallen te weezen, is eene waarheid die zonder getuigenissen geloofd kan worden; de triumpheerende soldaat is tog niet te rangschikken onder de bedaarden en barmhartigen onder de kinderen der menschen—voeg hier bij, gelijk wij ook wegensAmstelveengezegd hebben, het haatelijke denkbeeld dat denPruissenvan den Nederlandsche Patriotten ingeboezemd was geworden;3ook hadden zij te veel van de moedige verdediging van deezen moeten ondergaan, om geheel vrij te blijven van den trek tot bijzondere wraakneeming.BIJZONDERHEDEN.De Kerk zal men zekerlijk niet vergeeten te gaan bezichtigen, en ook niet de Pruissche kogels, welken in den muur daarvan zitten, zo wel als die in den muur van het rechthuis:(zieBladz. 5.) in de oude pastorij is mede zulk een kogel te zien.Aan de eene zijde van het dorp, ligt een laantjen, waarin de wandeling verrukkelijk is, en dat hetOuderkerker hemeltjengenoemdwordt.De Droogmaakerij, waarvan wij boven (Bladz. 10.) en ook in ons blad overAmstelveenspraken, kan men uit dit dorp ook gaan bezichtigen.De reiziger neeme dit ons blaadjen in de hand, zoeke de plaatsen op, alwaar wij hem verhaalden dat de Patriotsche batterijen[16]gelegen hebben, en zo hij de bekwaamheid van geregeld te kunnen denken heeft, zal hij, dat doende, een aangenaam uurtjen in den omtrek vanOuderkerkkunnen doorbrengen.Hij vergeete ook niet hetPortugeesche Jooden Kerkhof, hier voor Bladz. 5 aangehaald, te bezoeken: het ligt ten zuiden van het dorp, en strekt met drie morgen lands, langs het water deBullewijk; onder de zarken vindt men die van overheerlijk marmer, zeer prachtig gehouwen, en metHebreeuwsche opschriftenversierd zijn: de sijnagoge houd hier een’ doodgraaver, of oppasser die er een vrije woning heeft.Hier meent men stond weleer het Lusthuis der Heeren vanAmstel, Reigersbroek, ofReigersboschgeheeten: in den zoen deezer Heeren met GraafFloris, hebben zij dit huis aan hem opgedragen: de Graaven waren gewoon hier eenen Amptenaar aantestellen, met den tijtel vanMeester en Bewaarder van den Reigerbossche: sommigen meenen dat deeze plaats door den grouwzaamenElisabethsvloedvan den jaare 1421, mede is vernield geworden.In het dichtstukjenDe Amstelstroom, leest men desaangaande het volgende couplet;Ouderkerktoegezongen.Toen pronkte nog uw Reigershof,Voorheen om uwen luister te achten,Daar Hollands Graaven, met veel lofEn roem, zig te verlusten plagten,In veel doorluchtig tijdverdrijf,Van snelle jagten, schutterijen,Om strijd, of daar ’t vermoeide lijf,Behaalde een reeks van lekkernijen;Daar elk om prijs den reiger schoot,En ridderlijk de lansie boodt.Eene wandeling naarAmstelveen, is mede niet onvermaaklijk.REISGELEGENHEDEN.Met de Schuiten op Bladz. 6 genoemd, vindt men telkens gelegenheid om na en van dit dorp te komen.LOGEMENTEN.Brugzicht, dit was weleerDe oude Prins; maar het volk vanVan Salm, (dat getrouwe volk!) heeft dat uithangbord niet kunnen dulden, en het derhalven doen wegneemen.Paardenburg.Dejonge Prins.Voords eenige weinigen van minderen rang.De drie eerstgemelde zijn mede Uitspanningen.[1]1Hoe het omtrent dat dorp gegaan is, hebben wij in ons blad dat over hetzelve handelt, breedvoerig genoeg aangetekend, om er verder hier van te kunnen zwijgen.↑2Wij bedoelden met dit zeggen, dat de verwachting van den moed, maar vooral van het beleid der verdedigers niet groot heeft kunnen weezen, uit aanmerking van den aart hunner omstandigheden; ’t waren tog slechts burgers, wel geoefend in het handelen der wapenen, maar niet geoefend in den krijg: de handwerktuigen werden verwisseld met de wapenen; de vredige plaats der broodwinning met het oorlogsveld; de koopman lag de pen neder, en vattede den staf van commando op, als bevelhebber in eenen bloedigen krijg: en tegen een geoefend volk, een volk dat zig onder de oorlogendeEuropeêrseenen naam verworven heeft: en deeze stille burgers deeden wonderen; toonden Batavieren te zijn; toonden onverschrokken te durven staan, als ’t aankwam op de verdediging van Land en Volk!—zeker hunne omstandigheid behoort vooral in aanmerking genomen te worden, wil men geen gevaar loopen van hunnen behaalden roem te kort te doen.↑3Men heeft zelfs verteld, ja wat verteld men niet al! en hoe dom denkt men wel dat de Duitsche soldaat zou weezen! sommige van hun hadden zig van deNederlandsche Patriotteneen denkbeeld gemaakt, als waren het zekere wonder-verschijnselen in de Natuur; zekere menschen, of gedaante van menschen, met vleugelen; die overal, door het geheele land heen rondgierden: verscheidene maalen, zegt men, is in den beginne door hen gevraagd of zij nu niet haast diePatriottenzouden zijn? ofschoon zij er reeds door onthaald waren geworden.↑

[Inhoud]’t dorp Ouderkerk aan den Amstel’t dorp Ouderkerk aan den Amstel’t Vermaaklyk OUDERKERK, in ’s Lands historieblaên,Gedacht; werd wel als schoon geprezen;Maar nu ’t den Pruis heeft wederstaan,Zal de eernaam voortaanDAPPERweezen:Werd eertyds van dit dorp gemeld,Nu wordt erWONDERvan verteld.HETDORPOUDERKERKAAN DEN AMSTEL.Dit Dorp behoort in den breeden rang dier Nederlandsche dorpen van welken men kan zeggen dat zij zeer aangenaam gelegen zijn:Ouderkerkligt inAmstelland, anderhalf uur vanAmsteldam, ten oosten van den breeden rivier deAmstel, welke de tuinen of erven der huizen van achteren bespoelt: de environs van het dorp zijn zeer grasrijk en vermaaklijk, met veelvuldige wateren doorsneden: die environs moeten weleer echter nog veel aangenaamer geweest zijn, naamlijk boschachtiger, want tusschen dit dorp enAbcoude, zijn meermaals, eenige voeten onder den grond, veele boomen gevonden; men weet hoe winden en vloeden het eertijds houtrijk Nederland van veele zijner bosschen beroofd heeft—de grond is in geheel den omtrek vanOuderkerkveenachtig en moerassig—te recht noemt de zoetvloejendeWillinkhetzelve,’t luchtig dorpDaar de Amstelstroom, al even prat,Gevoerd op een kristallen wagen,Zo glorierijk door heenen snelt,En doet de zilvren baartjens vloejenOm met een zacht en deun geweld,Zijn groene boorden te besproejen;Zijn boorden door geen mensch gewraakt.…[2]NAAMSOORSPRONG.Het geen wegens dit artijkel aangetekend wordt, is gelijk ten deezen opzichte meermaals het geval is, met twijfelingen doorweeven: in vroegere dagen droeg het den naam vanOuder-amstel, om dat het onderOuder-amstelbehoort, men wil dat het den naam vanOuderkerk, in de plaats van dien vanOuder-amstelzoude verkregen hebben, bij gelegenheid van het stichten van eenNieuwer kerkinAmstelland, het geen zekerlijk aanneemelijk is, schoon men verschille in de bepaaling welke dieNieuwer kerkmoge geweest zijn; sommigen houden er de tegenwoordigeOude kerkteAmsteldamvoor, om dat deeze weleer den naam van deKerk in Nieuweramstel, ofNiër-Kerkgedragen heeft; ’t geen anderen ongerijmd voorkomt, het voor aanneemelijker houdende dat er de Kerk teAmstelveendoor verstaan zoude kunnen worden, om de benaaming vanNieuwer-amstel, welke dat ambacht draagt: weder anderen meenen dat men voor dieNieuwe Kerkte houden hebben die vanNieuwerkerk, sedert lang in deHaarlemmer-meirverdronken—hoe het zij, uit het een en ander is de naamsoorsprong des dorps nagenoeg te gissen; althans nagenoeg voor zo verre ons oogmerk gaat; dit alleen moeten wij er nog bijvoegen, dat dit dorp gemeenlijkOuderkerk aan den Amstelgenoemd wordt, ter onderscheidinge van een ander dorpOuderkerk, dat aan denYsselligt.STICHTINGENGROOTTE.Wegens de stichting vanOuderkerkkan niets gezegd worden, alzo het waarschijnelijk, met veele andere Nederlandsche dorpen eenen toevalligen oorsprong zal hebben, die meesttijds gezocht moet worden in de ligging, welke aanleiding gegeven zal hebben dat sommige lieden zig op zulk eenen grond met er woon hebben nedergezet.Wat de grootte betreft; het ambacht vanOuderkerk, bestaat[3]in vijf voornaame polders, zamen groot bijna 3505 morgen lands,waarvan voorOuderkerkmetWaardhuizen, enDuivendrecht, van ouds niet hooger zijn geteld, dan op 1542 morgen, 380 roeden; zijnde sedert 30 morgen en 400 roeden daaraf vergraaven voor de bedijking van deDiemermeir.In de oude lijst der verpondingen van 1632, stonden voorOuderkerk, 162 huizen, en in die van 1732, reeds 249 huizen en 4 molens: men rekent dat er onderOuderkerkomtrent 750 ingezetenen zijn, zo mannen, vrouwen als kinderen en dienstboden, zijnde in deeze telling twee kinderen, onder de agt jaaren, voor één persoon gesteld.’T WAPEN.Dit is even als dat vanAmstelveen, met dit onderscheid dat voorOuderkerkop den ondersten balk twee kruisen staan, daarAmstelveenop dien balk slechts één kruis heeft.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.Weleer had dit dorp een ruime en luchtige Kerk, met een groot choor, waarvan het dak verre boven dat der Kerk uitrees: de toren was vierkant, en pronkte tot in den jaare 1674 met een hoogen spitsen kap, die op den eersten Augustus van dat jaar, tot op het muurwerk des gebouws nedergeslagen werd: de spits werd naderhand weder opgebouwd, echter niet zo hoog, hoewel zij zig nog vrij verre vertoonde; doch het gebouw geheel bouwvallig geworden zijnde, werd in den jaare 1774 afgebroken, en op dezelfde plaats eene geheel nieuwe en nette Kerk gesticht: zijnde den eersten steen daarvan gelegd door den HeerBalthazar Nolthenius, Zoon van den Heere Mr.Jeronimus Nolthenius, toen Secretaris vanOuder-amstel: deeze Kerk heeft van binnen niets bijzonders, hoewel zij van buiten eene zeer aangenaame vertooning maakt.[4]Ten tijde dat deRoomsche Godsdienstin deeze landen de heerschende was, was de Kerk van dit plaatsjen toegewijd aan den Paus en MartelaarUrbanus, wordende de Pastorij door deHollandsche Graavenbegeven; het inkomen van den Priester bestond uit 39 rhijnlandsche guldens van zekere landvruchten, als mede uit de voordbrengzelen van 6 morgen lands onderAbkoude, en evenveel anderen onder het ambachtOuderkerk.Toen de Hervormde Godsdienst de heerschende was, werden de Kerken vanAmstelveenenOuderkerkdoor een zelfden Predikant bediend; doch omtrent den jaare 1595, viel desaangaande eenige verandering voor, zodanig datOuderkerkzig in het kerklijke metDiemenvereenigde, wordende deezen beide gemeenten bediend door den LeeraarLucas Ambrosius; naderhand Predikant teAmsteldam: toen beide plaatsen in getal van inwooners merkelijk toegenomen waren, ontving ieder eenen eigen Leeraar; gelijk ieder gemeente ook nog door éénen Leeraar bediend wordt: beiden staan onder de Classis vanAmsteldam.Een Weeshuis is op dit Dorp niet; de weezen en geallimenteerden worden onder de ingezetenen besteed.De Roomschen, die onderOuderkerkzeer talrijk zijn, hebben er twee Kerkhuizen.WERELDLIJKE GEBOUWEN.Onder dit artijkel kan alleen het Rechthuis gebragt worden, zijnde voor een dorp-gebouw, vrij ongemeen; vóòr hetzelve staat, 1656, waarschijnlijk het jaar van deszelfs bouwing: in een der muuren zitten drie kogels door dePruissendaarin geschoten.REGEERING.Deeze bestaat, wat het crimineele betreft, uit den Bailluw, en in het civile uit Schout, zeven Schepenen en een Secretaris: vier Buurmeesters hebben, met Schout en Schepenen, ’t bewind over de gemeene zaaken van ’t ambacht.De Ambachtsheer kan onder dit artijkel niet ongenoemd blijven, en des kunnen wij ter deezer gelegenheid ook voegelijk aantekenen dat de stadAmsteldamdeeze Ambachtsheerlijkheid in[5]den jaare 1731 aangekocht heeft voor eene somma van 25.100 guldens: de sterfheer isgemeenlijkeen der Burgemeesteren vanAmsteldam, zijnde thans de Wel Ed. Achtb. Heer Mr.Nicolaas Faas; de Ambachtsheer oefent echter het gezach niet uit zig zelven, maar alle zaaken, raakende het ambacht, worden hem aangediend, en door het collegie van Burgemeesteren afgedaan, gelijk zulks ook omtrent alle andere heerlijkheden, de stad toebehoorende, plaats heeft: weleer was de Bailluw zelf Ambachtsheer, en de goedkeuring of afkeuring van een’ Predikant stond aan hem alleen, zijnde dit amt tot den jaare 1715, door de oudste geslachten vanHollandbekleed.VOORRECHTEN.Hier onder behooren de twee bruggen die op het dorp gevonden worden; eene van dezelven ligt over denAmstel, naamlijk aan de noordzijde bij het Rechthuis, en de andere over het water deBullewijkgenaamd, aan de zuidoostlijke zijde van het dorp: aan beide die bruggen moeten de doorvaarende schepen, en de daarovergaande menschen, beesten en rijtuigen, tol betaalen, zijnde het zelve een inkomen voor de stad als bezitster van de Ambachtsheerlijkheid: in den jaare 1745, werd het bruggeld verpacht voor ƒ 3000 guldens;Amsteldamis natuurlijker wijze ook verpligt daarvoor de beide bruggen te onderhouden, niet alleen, maar ook de straat die aan derzelver vleugels ligt.BEZIGHEDEN.De aangenaame ligging van dit dorp verschaft hetzelveveellevendigheid, door de menigte wandelaars welken zig ter uitspanninge derwaards begeeven, maar nog meer door de onnoemelijk veele rijtuigen welken als onophoudelijk afgaan en aankomen: deeze levendigheid wordt niet weinig bevorderd door de veele kostbaare en aangenaame tuinen, welken langs den breeden Amstel gelegen zijn, en meest toebehoren aan voornaameAmsteldamsche Kooplieden, welken aldaar de handelzorgen vergeetende, de duffe comptoirlucht voor den frisschen adem der[6]Natuur verwisselende, ook dikwijlsOuderkerkgaan bezoeken; al ’t welk het dorp geen gering voordeel aanbrengt; voeg hierbij hetPortugeesche Jooden Kerkhof, ten oosten van de Kerk, aan deBullewijkgelegen, ter oorzaake dat op hetzelve menigvuldige begraavingen geschieden: maar ook wordtOuderkerkniet weinig verlevendigd en bevoordeeld door de gestadig doorvaarende schuiten vanAmsteldam, naarUtrecht, denHaag, Delft, Rotterdam,Gouda, als mede verder nabijgelegene plaatsjens en terug; als mede door de turfschepen en ponten, die van alom de turf uit de veenen naarAmsteldamen elders heenvoerende, veelal denAmstelafkomen; wij zwijgen van eene menigte rijtuigen welken, om verder optetrekken, dit dorp passeeren: de som bovengemeld, waarvoor de tol teOuderkerkverpacht wordt, bewijst genoeg dat het dorp op verre na niet onder de stille dorpjens geteld moet worden.Er worden voords die handwerken en neeringen uitgeoefend en gedaan, welken voor het burgerlijke leven onontbeerelijk zijn; veelen opgezetenen geneeren er zig ook met den veeteelt, en de turffabriek.GESCHIEDENISSEN.Hoe weinig betekenend dit dorpjen, met betrekking tot het Land in ’t algemeen, of tot het nabij gelegen trotschAmsteldamin ’t bijzonder, schijne te zijn, wordt het echter in de VaderlandscheHistoriedikwijls genoemd, en in het belangrijke fak, dat met onzen tijd begint, bekleedt het voorzeker eene hoofdplaats.Hoe geheelAmstellandom zeker bedrijf vanGysbrecht van Amstel, door deKennemersonder water gezet en verwoest werd, zullen wij breedvoerig moeten verhandelen als wij overAmsteldamin het bijzonder zullen spreeken, hier zij het derhalven genoeg aantetekenen datOuderkerkin dien vreeslijken nood mede niet weinig heeft moeten lijden, ’t geen ligtlijk te begrijpen is wanneer men nagaat dat alle de landerijen van geheelAmstelland, in eene openbaare zee veranderd werden: dit gebeurde[7]omtrent den jaare 1204: eene vergoeding voor dien grouwzaamen nood was eene stille landlijke rust van ongeveer anderhalf honderd jaaren, want eerst in den jaare 1567 verschijntOuderkerkweder op het Nederlandsche Staatstooneel, naamlijk ten tijde vanHendrik van Brederode, die door het aanbieden van het bekende smeekschrift aan de Hertoginne vanParma, bij deSpaanschenverdacht geworden, en reeds uit zijne HeerlijkheidViaanenverdreven zijnde, zig met eenige bende in of nabij dit dorp nedersloeg, en zig aldaar bleef oponthouden, tot hij naar elders den wijk nam: zes jaaren laater, wierpen deSpanjaardeneene schans op rondsom het Kerkhof en de Kerk vanOuderkerk, ter gelegenheid van de belegering vanHaarlem: dit kleine dorpjen is verder (in 1577) het middel in de hand der Algemeene Staaten geweest omAmsteldam, toen de eenigste stad die nogSpaansch gezindwas, aan de zijde vanOranje, of wel aan hunne zijde te brengen; want zij lagen in het dorp veel krijgsvolk, ter handhavinge van hunne bevelen om aldaar zwaare convoijen en licenten te vorderen, van alle de goederen welken uitAmsteldamgevoerd en derwaards gebragt werden; de stad reeds toen eenen wakkeren handel drijvende, vond zig daardoor ook zodanig bezwaard, dat zij, om zig van dit jok te ontheffen, besloot den Algemeenen Staaten te vergenoegen, en de zijde derSpanjaardente verlaaten.Sedert dien tijd bleef dit dorp wederom in rust tot op den 30 Julij des jaars 1650, toen het ten getuige verstrekte van eene daad die eenigen gaarne uit ’s Lands geschiedenissen gewischt zagen; dezelve is echter te dikwijls geboekt om ooit door de vergetenheid ingezwolgen te kunnen worden.Willem de Tweede, Prins vanOranje, zig door de regeering vanAmsteldambeledigd achtende, wegens den geweigerden toegang in den vollen raad, zowel als wegens andere Vaderlandlieve gedraagingen van dien kant, besloot de stad bij[8]verrassching te overrompelen, welken gevaarlijke aanslag echter, door eene gunstige bestuuring van de Voorzienigheid, verijdeld werd, door het verdwaalen des krijgsvolks, wegens de donkerheid van den nacht, en eenen zwaaren stortregen: GraaveWillem van Nassau, Stadhouder vanFriesland, was het geheim bevel van deezen aanslag opgedraagen; gelijk deezen dan ook met zijne bende teOuderkerkzijn hoofdquartier verkoos; wordende ten volgenden dage door eenig krijgsvolk, uitNijmegen,Utrecht, Arnhem, Zutphen, ZwolenDoesburgversterkt, doch het dorp geraakte dien overlast weldra kwijt, doordien de Prins en de Regeering vanAmsteldamtot een minnelijk verdrag kwamen, waaraan de waare Patriotsche HeerenBickerechter de aanzienlijke waardigheden, welken zij in de stad bekleedden opofferden.Van dien tijd af vinden wij wegens de geschiedenis vanOuderkerkniets bijzonders gemeld, tot op onzen tijd toe; maar nu heeft het zig eenen eeuwigen naam verworven, door de manlijke verdediging der Patriotten aldaar, tegen de als in de wapenrustinge geborenePruissen, die op den 7 September des jaars 1787, „in ons land vielen, om der Prinsesse vanOranjevoldoening te bezorgen, wegens voorvallen”, kunnen wij met zeker geacht schrijver onder onze tijdgenooten zeggen, „welke hier de plaats niet is om dezelve te onderzoeken”; wij blijven, met hem, „alleen staan bij de dapperheid der patriotten, die bijOuderkerkzo duidelijk gebleken is, dat wanneer alle de posten tegen dePruissenop eene zodanige wijze verdedigd waren geworden, de geëischte voldoening van dat hof, waarlijk zo spoedig nog niet zoude gevolgd zijn.”Ofschoon wij in onze beschrijving vanAmstelveenreeds, dat dorp betreffende, een genoegzaam breed verslag van deeze allergewichtigste omstandigheid gegeven hebben, kunnen wij echter niet nalaaten, bij deeze gelegenheid het volgende nog te voegen; zamen kan het dienen om een recht duidelijk[9]denkbeeld van de aangelegenheid ter dier plaatse en tijde te kunnen vormen.——Dus vinden wij het bedoelde geboekt, „Na dePruissische troupendan op de grenzen vanGelderlandenHollandde stedenGorcum, Nieuwpoort, Schoonhoven, en anderen, na weinig tegenstands, ingenomen hadden, rukten zij verder na beneden, om alle de posten te overmeesteren, en vervolgendsAmsteldam, en andere steden, de zijde der Patriotten toegedaan, te bedwingen: eenige posten werden gemaklijk, anderen niet zonder groote moeite veroverd, en voor sommigen stieten dePruissen, meer dan ééns, door den moed der Vaderlandsche burgerij, het hoofd; de Hertog ziende dat niet alles zo gemaklijk gaan zoude, en ook door berichten vernomen hebbende, dat er zeer veele posten sterk verdedigd zouden worden besloot tot eenen algemeenen aanval.”„Bij het geven van het wachtwoord, op den 30 September, des gemelden jaars, beval hij dat alle Generaals en Commandanten, des avonds ten zes uuren zig bij hem zouden moeten vervoegen; dit geschiedde, en zijne Hoogheid deelde alstoen aan zijne Officieren de bevelen uit, op welke eene wijze de aanvallen den volgenden morgen, den eersten October, ten 5 uure eenen aanvang zoude moeten neemen.”„Zodra de seinschoot,” waarvan wij onderAmstelveengesproken hebben „gegeven was, geraakte alles in werking; alomme werden de patriotsche posten aangevallen, die gedeeltelijk genomen, en gedeeltelijk met de grootste dapperheid verdedigd werden; kunnende wij niet nalaaten hier nog bij te voegen, dat waar de verdedigers moesten bukken, zulks meer toeteschrijven was aan bedekt verraad, of onkunde hunner bevelhebberen, welken geen orde onder hun volk hielden, dan aan het volk zelf; dat dit waarheid is blijkt onder anderen uit den aanval opOuderkerk.”Om ons thans bij dit dorp afzonderlijk te bepaalen, zullen wij hier den stand derPruissischen troupen, bestemd omOuderkerkte attaqueeren, opgeeven.[10]„De RitmeesterVan Kleist, stond met een detachement ligte infanterij in de kleineDuivendrechtsche polder.”„De RitmeesterZuizowmet zijne ligte infanterij, en de CapiteinTschokmet eene compagnie Grenadiers van het regiment vanBudbergstonden op den weg vanAbcoude, naarOuderkerk, bij zig hebbende een stuk geschut van zes, één van drie pond, en een houwitzer, benevens de lijfcompagnie curassiers tot hunne ondersteuning.”„In deOuderkerker poldermoest de MajorLedeburmet zijn compagnie en twee stukken zesponders geposteerd staan, doch deezen kon op den bepaalden tijd daar niet tegenwoordig zijn, doordien hij overMijdrechtenBaamburghad moeten marcheeren.”„Aan den kant van denUithoornstonden 30 Jaagers en twee Compagniën vanBudberg, onder bevel van den CapiteinKokerits, zonder grof geschut, benevens een esquadron paardenvolk van den MajorKram.”„Deeze troupen nu hadden bevel omOuderkerkte overmeesteren welk plaatsjen tot zijne verdediging vier onderscheidenebatterijenhad, die aan het dorp lagen, en die het denPruissenmeer daar ééns te heet maakten; men zag daar dat zij deinzen en vallen konden.”Dat de Patriotten dapper geschoten hebben, hebben dePruissenzelven getuigd, daar zij zeiden: „De Patriotten vervolgden ons met hunne kanonnen onophoudelijk te beschieten; na veele vergeefsche onderneemingen, en na dat de hooibergen in brand gestoken waren, werden onze Jaagers door het geschut en door de vijandlijke scherpschutters, genoodzaakt zig te retireren.”„De gemelde vierbatterijendie zo wèl bestuurd werden, waren op deeze wijze gelegen: eene lag er bij de hooge brug, bij de droogmaakerij, welke brug afgebroken was, terwijl deeze batterij met eentwaalfponderen twee zesponders[11]verdedigd werd; recht tegen over dezelve lag eene andere bij den zogenaamden krommen hoek, gemonteerd met twee drieponders, een derde lag op den weg na denVoetangel, op dezelve waren twee zesponders geplaatst; en op de boerderij voor welke deeze batterij op den weg lag, had men achter het huis voor het molenvliet eenen drieponder geplaatst: eene vierde batterij was opgeworpen, op het zwarte weggetjen, en met twee stukken van zes ponden bewapend.”„Zo wel het dorp als deeze batterij waren bezet doorAmsteldamsche burgers, door eenigen uit deGeldersche brigade, doorFriesche Auxiliairenen Jaagers, door een gedeelte van het corps van den beruchtenSalm;” wiens gloriezon door een schandelijke en eeuwige eclips niet verdonkerd, maar geheel onzichtbaar geworden is! „en voords door eenige Kanonniers en Artileristen, uitAmsteldamen uit deAuxiliairen: het bevel over deeze zo gewigtige voorpost vanAmsteldamwas opgedraagen aan den Wel Ed. Manhaften HeerF. H. de Wilde, toenmaals Capitein der Burgerij vanAmsteldam, en de Vaderlandsche bende aanvoerende, onder den tijtel van LieutenantColonel.”„De natte en doorweekte grond vanOuderkerk, als ook de menigte grachten en slooten, verhinderden dat men uit denDuivendrechtschen polderiet van belang kon verrichten: de bruggen waren veelal afgebroken, aan veele toegangen doorsnijdingen gemaakt, eenige anderen waren met geschut bezet, zo dat dePruissenalhier eene hevige verdediging te gemoet zagen, en de uitslag deed zien dat zij hier niet mis gerekend hadden, want deeze voorpost vanAmsteldamwerd met veel dapperheid en beleid door de Patriotten verdedigd.”„Met het seinschoot namen ook hier de onderscheidene aanvallen eenen aanvang, en de bezettelingen die terstond toonden dat zij deeze vijandlijkheden te gemoet zagen, gaven denPruisseneen zeer gevoeligen morgengroet terug.”[12]„De ColonelKokeritz, kon van den kant van denUithoornniets verrichten; waarom een Capitein, wiens naam niet gemeld wordt, uit overdrevenen ijver, met eenige manschappen uit dit detachement voordrukte om te recognosceeren, wordende hij door een cardoezenkogel doodgeschoten.”„In deOuderkerker polder, alwaar de compagnie van den CapiteinLedeburstond, en hoewel alleen geschikt tot eenen valschen aanval, verdedigde deeze zig echter met zo veel manmoedigheid, uit het klein geweer, dat deeze compagnie eenen wezenlijken lof verdiende.”„Op den weg vanAbcoudenaarOuderkerk, alwaar de CapiteinTschock, de RitmeesterZuizow, en de Luitenant der ArtillerijJacobimet hunne onderhoorige Manschappen, en drie stukken geschut stonden, werd van beiden de zijden een allerlevendigst en hevigst vuur gegeven: aan de zijde derPruissenwerden alle houwitsers, granaten en kogels gebruikt, zonder echter de bezetting veel nadeels toetebrengen, en de vijand was genoodzaakt meerder ammunitie te doen aanvoeren, hoewel hij door de smalte van den weg geene stukken geschut meer konde plaatsen: na dat het gevecht eenen geruimen tijd geduurd had, en bijna geheel op ’t laatst, rukte aan de zijde van denDuivendrechtschen polder, op den weg naar deBullewijkeenige manschappen met een stuk geschut aan; deeze manschappen, waren op bevel van den CapiteinTschockmet schuiten overgevaaren, en plaatsen hun stuk geschut recht tegen over eene batterij der bezetting, om dezelve te dwingen; doch de verdedigers deeden eenen zo hevigen uitval, dat de vijand terstond de vlugt nam, en het stuk geschut bijna in handen van de bezettelingen gevallen was.”„Gemelde Capitein rukte daarop onverschrokken naar de batterij, en bij aldien de manschappen, die aan de overzijde van denAmstelpost hielden, hem behoorelijk hadden kunnen ondersteunen, ware het niet onmogelijk geweest, denzelven te veroveren;[13]doch dit ondoenlijk zijnde, en de Patriotten alsleeuwenvechtende voor hunne zaak, was hij genoodzaakt te wijken, met achterlaating van eenige dooden en gekwetsten, de MajorDiebits, hoewel meer geschikt tot een aanval tegenDuivendrecht, dit ziende, deed alle mogelijke moeite om uit denOuderkerker polder, hem ter hulpe te komen, en vuurde met zo veele hevigheid en onverschrokkenheid, als wilde hij eenen etna bestormen, doch het mogt hem almede niet gelukken den moed der Vaderlanderen te bedwingen, en de batterij inteneemen.”„Ondertusschen duurden deeze gevechten wederzijds van des morgens 5 tot 8 uuren, waarna dePruissische troupengenoodzaakt waren van voorOuderkerkde wijk te neemen, doch omtrent ten elf uuren, kwamen de gevlugte manschappen vanAmstelveen1teOuderkerkaan, waarop men,” (nog den moed niet verloren geevende, in tegendeel, met eene waare krijgsmans beraadenheid,)„eene batterij tegen den weg, langs welken zij gekomen waren, deed opwerpen; voords ging men met alle magt de batterij versterken tegen eenen nieuwen aanval; welk werk tot één uure op den middag werd voordgezet; doch toen kwam er bevel uitAmsteldamdat het volk vanVan Salm, naar deKalfjeslaanmoest trekken, alwaar mede eene batterij was opgeworpen, zijnde toen de wegen, welken vanAmstelveenop denAmsteluitkwamen, bezet.”„Daarna vertrok ook deGeldersche brigade, en toen ook moest de Lieutenant ColonelDe Wilde, hoewel dePruissengeweeken waren voor zijn beleid en het gedrag der Patriotten, tot zijn grievendst leedwezen aan deAmsteldamsche burgersen de overige manschappen bevel geeven om mede optebreeken; dit geschiedde, hoewel onvergenoegd, echter met veel bedaardheid, zo dat alle de ammunitie tot de minste kleinigheid toe, mede naarAmsteldamgevoerd werd, waarmede zij omtrent ten vier uure in den middag, in de stad aankwamen, gelijk ook alle de manschappen der andere ontruimde voorposten, welken van het overgaan vanAmstelveen, en het verlaaten vanOuderkerk, in tijds bericht bekomen hadden;” zij weeken,[14]ja maar zij weeken als helden, alsBatavierennog niet ontaart van den voorvaderlijken moed: niet te onrecht zongen wij elders die helden dus toe:Ja gij zwichtet——met uw zwichten,Zwichtte ook ’t magtigAmsteldam;Amsteldam, waaruit u voorraad,Voorraad en versterking kwam:Ja gij zwichtet, niet uit lafheid!Lafheid! des waart ge onbekwaam;Onbekwaam scheent ge ook als helden.2Helden echter blijft uw naam.Wierd gij nooit weêr opgeroepen,Opgeroepen tot den strijd!Strijd, waarbij geheel ons Neêrland,Neêrland en zijn burgers lijdt,Vrede is tog der ziele hoofdstof,Hoofdstof vanCiviliskroost;Kroost, dat om den lieven vrede,Vrede en rust zig moeite troost.God blijv’ met u, dappre helden!Helden! eer van Nederland!Nederland! God houde u lange.Lange nog in vasten stand.[15]„Hoewel dePruissendaarna geheelHollandoverstroomden, en voorAmsteldam, zo wel als in andere plaatsen, in bezetting gelegd werden, zal het echter onwaardeerbaar zijn voor de Patriotten, dat zij ten allen tijde zullen kunnen aantoonen, hoedanig zij voorOuderkerkde magt vanFredrik Wilhelm, het hoofd geboden, en in den krijgsdienst volleerde benden, genoodzaakt hebben, met verlies van een aantal dooden en gekwetsten, welk eerst getal de vijand zorgvuldiglijk heeft getracht te verbergen, terug te wijken: de braave Vaderlanders, wier stelzel het hier de plaats niet is te onderzoeken, maar die echter in deeze en nog andere aanvallen, zelfs door hunne vijanden geroemd zijn, toonden hier allerduidelijkst, dat zij onder een wèlbestuurd beleid, nog niet ontaart waren, van den roem hunner voorvaderen, welke schandvlek hunne tegenpartij hun heeft zoeken aantewrijven.”Dat hetOuderkerkverder altijd zal geheugen in de handen derPruissengevallen te weezen, is eene waarheid die zonder getuigenissen geloofd kan worden; de triumpheerende soldaat is tog niet te rangschikken onder de bedaarden en barmhartigen onder de kinderen der menschen—voeg hier bij, gelijk wij ook wegensAmstelveengezegd hebben, het haatelijke denkbeeld dat denPruissenvan den Nederlandsche Patriotten ingeboezemd was geworden;3ook hadden zij te veel van de moedige verdediging van deezen moeten ondergaan, om geheel vrij te blijven van den trek tot bijzondere wraakneeming.BIJZONDERHEDEN.De Kerk zal men zekerlijk niet vergeeten te gaan bezichtigen, en ook niet de Pruissche kogels, welken in den muur daarvan zitten, zo wel als die in den muur van het rechthuis:(zieBladz. 5.) in de oude pastorij is mede zulk een kogel te zien.Aan de eene zijde van het dorp, ligt een laantjen, waarin de wandeling verrukkelijk is, en dat hetOuderkerker hemeltjengenoemdwordt.De Droogmaakerij, waarvan wij boven (Bladz. 10.) en ook in ons blad overAmstelveenspraken, kan men uit dit dorp ook gaan bezichtigen.De reiziger neeme dit ons blaadjen in de hand, zoeke de plaatsen op, alwaar wij hem verhaalden dat de Patriotsche batterijen[16]gelegen hebben, en zo hij de bekwaamheid van geregeld te kunnen denken heeft, zal hij, dat doende, een aangenaam uurtjen in den omtrek vanOuderkerkkunnen doorbrengen.Hij vergeete ook niet hetPortugeesche Jooden Kerkhof, hier voor Bladz. 5 aangehaald, te bezoeken: het ligt ten zuiden van het dorp, en strekt met drie morgen lands, langs het water deBullewijk; onder de zarken vindt men die van overheerlijk marmer, zeer prachtig gehouwen, en metHebreeuwsche opschriftenversierd zijn: de sijnagoge houd hier een’ doodgraaver, of oppasser die er een vrije woning heeft.Hier meent men stond weleer het Lusthuis der Heeren vanAmstel, Reigersbroek, ofReigersboschgeheeten: in den zoen deezer Heeren met GraafFloris, hebben zij dit huis aan hem opgedragen: de Graaven waren gewoon hier eenen Amptenaar aantestellen, met den tijtel vanMeester en Bewaarder van den Reigerbossche: sommigen meenen dat deeze plaats door den grouwzaamenElisabethsvloedvan den jaare 1421, mede is vernield geworden.In het dichtstukjenDe Amstelstroom, leest men desaangaande het volgende couplet;Ouderkerktoegezongen.Toen pronkte nog uw Reigershof,Voorheen om uwen luister te achten,Daar Hollands Graaven, met veel lofEn roem, zig te verlusten plagten,In veel doorluchtig tijdverdrijf,Van snelle jagten, schutterijen,Om strijd, of daar ’t vermoeide lijf,Behaalde een reeks van lekkernijen;Daar elk om prijs den reiger schoot,En ridderlijk de lansie boodt.Eene wandeling naarAmstelveen, is mede niet onvermaaklijk.REISGELEGENHEDEN.Met de Schuiten op Bladz. 6 genoemd, vindt men telkens gelegenheid om na en van dit dorp te komen.LOGEMENTEN.Brugzicht, dit was weleerDe oude Prins; maar het volk vanVan Salm, (dat getrouwe volk!) heeft dat uithangbord niet kunnen dulden, en het derhalven doen wegneemen.Paardenburg.Dejonge Prins.Voords eenige weinigen van minderen rang.De drie eerstgemelde zijn mede Uitspanningen.[1]1Hoe het omtrent dat dorp gegaan is, hebben wij in ons blad dat over hetzelve handelt, breedvoerig genoeg aangetekend, om er verder hier van te kunnen zwijgen.↑2Wij bedoelden met dit zeggen, dat de verwachting van den moed, maar vooral van het beleid der verdedigers niet groot heeft kunnen weezen, uit aanmerking van den aart hunner omstandigheden; ’t waren tog slechts burgers, wel geoefend in het handelen der wapenen, maar niet geoefend in den krijg: de handwerktuigen werden verwisseld met de wapenen; de vredige plaats der broodwinning met het oorlogsveld; de koopman lag de pen neder, en vattede den staf van commando op, als bevelhebber in eenen bloedigen krijg: en tegen een geoefend volk, een volk dat zig onder de oorlogendeEuropeêrseenen naam verworven heeft: en deeze stille burgers deeden wonderen; toonden Batavieren te zijn; toonden onverschrokken te durven staan, als ’t aankwam op de verdediging van Land en Volk!—zeker hunne omstandigheid behoort vooral in aanmerking genomen te worden, wil men geen gevaar loopen van hunnen behaalden roem te kort te doen.↑3Men heeft zelfs verteld, ja wat verteld men niet al! en hoe dom denkt men wel dat de Duitsche soldaat zou weezen! sommige van hun hadden zig van deNederlandsche Patriotteneen denkbeeld gemaakt, als waren het zekere wonder-verschijnselen in de Natuur; zekere menschen, of gedaante van menschen, met vleugelen; die overal, door het geheele land heen rondgierden: verscheidene maalen, zegt men, is in den beginne door hen gevraagd of zij nu niet haast diePatriottenzouden zijn? ofschoon zij er reeds door onthaald waren geworden.↑

’t dorp Ouderkerk aan den Amstel’t dorp Ouderkerk aan den Amstel’t Vermaaklyk OUDERKERK, in ’s Lands historieblaên,Gedacht; werd wel als schoon geprezen;Maar nu ’t den Pruis heeft wederstaan,Zal de eernaam voortaanDAPPERweezen:Werd eertyds van dit dorp gemeld,Nu wordt erWONDERvan verteld.HETDORPOUDERKERKAAN DEN AMSTEL.

’t dorp Ouderkerk aan den Amstel’t dorp Ouderkerk aan den Amstel’t Vermaaklyk OUDERKERK, in ’s Lands historieblaên,Gedacht; werd wel als schoon geprezen;Maar nu ’t den Pruis heeft wederstaan,Zal de eernaam voortaanDAPPERweezen:Werd eertyds van dit dorp gemeld,Nu wordt erWONDERvan verteld.

’t dorp Ouderkerk aan den Amstel

’t Vermaaklyk OUDERKERK, in ’s Lands historieblaên,Gedacht; werd wel als schoon geprezen;Maar nu ’t den Pruis heeft wederstaan,Zal de eernaam voortaanDAPPERweezen:Werd eertyds van dit dorp gemeld,Nu wordt erWONDERvan verteld.

’t Vermaaklyk OUDERKERK, in ’s Lands historieblaên,Gedacht; werd wel als schoon geprezen;Maar nu ’t den Pruis heeft wederstaan,Zal de eernaam voortaanDAPPERweezen:Werd eertyds van dit dorp gemeld,Nu wordt erWONDERvan verteld.

’t Vermaaklyk OUDERKERK, in ’s Lands historieblaên,Gedacht; werd wel als schoon geprezen;Maar nu ’t den Pruis heeft wederstaan,Zal de eernaam voortaanDAPPERweezen:Werd eertyds van dit dorp gemeld,Nu wordt erWONDERvan verteld.

’t Vermaaklyk OUDERKERK, in ’s Lands historieblaên,

Gedacht; werd wel als schoon geprezen;

Maar nu ’t den Pruis heeft wederstaan,

Zal de eernaam voortaanDAPPERweezen:

Werd eertyds van dit dorp gemeld,

Nu wordt erWONDERvan verteld.

Dit Dorp behoort in den breeden rang dier Nederlandsche dorpen van welken men kan zeggen dat zij zeer aangenaam gelegen zijn:Ouderkerkligt inAmstelland, anderhalf uur vanAmsteldam, ten oosten van den breeden rivier deAmstel, welke de tuinen of erven der huizen van achteren bespoelt: de environs van het dorp zijn zeer grasrijk en vermaaklijk, met veelvuldige wateren doorsneden: die environs moeten weleer echter nog veel aangenaamer geweest zijn, naamlijk boschachtiger, want tusschen dit dorp enAbcoude, zijn meermaals, eenige voeten onder den grond, veele boomen gevonden; men weet hoe winden en vloeden het eertijds houtrijk Nederland van veele zijner bosschen beroofd heeft—de grond is in geheel den omtrek vanOuderkerkveenachtig en moerassig—te recht noemt de zoetvloejendeWillinkhetzelve,’t luchtig dorpDaar de Amstelstroom, al even prat,Gevoerd op een kristallen wagen,Zo glorierijk door heenen snelt,En doet de zilvren baartjens vloejenOm met een zacht en deun geweld,Zijn groene boorden te besproejen;Zijn boorden door geen mensch gewraakt.…[2]NAAMSOORSPRONG.Het geen wegens dit artijkel aangetekend wordt, is gelijk ten deezen opzichte meermaals het geval is, met twijfelingen doorweeven: in vroegere dagen droeg het den naam vanOuder-amstel, om dat het onderOuder-amstelbehoort, men wil dat het den naam vanOuderkerk, in de plaats van dien vanOuder-amstelzoude verkregen hebben, bij gelegenheid van het stichten van eenNieuwer kerkinAmstelland, het geen zekerlijk aanneemelijk is, schoon men verschille in de bepaaling welke dieNieuwer kerkmoge geweest zijn; sommigen houden er de tegenwoordigeOude kerkteAmsteldamvoor, om dat deeze weleer den naam van deKerk in Nieuweramstel, ofNiër-Kerkgedragen heeft; ’t geen anderen ongerijmd voorkomt, het voor aanneemelijker houdende dat er de Kerk teAmstelveendoor verstaan zoude kunnen worden, om de benaaming vanNieuwer-amstel, welke dat ambacht draagt: weder anderen meenen dat men voor dieNieuwe Kerkte houden hebben die vanNieuwerkerk, sedert lang in deHaarlemmer-meirverdronken—hoe het zij, uit het een en ander is de naamsoorsprong des dorps nagenoeg te gissen; althans nagenoeg voor zo verre ons oogmerk gaat; dit alleen moeten wij er nog bijvoegen, dat dit dorp gemeenlijkOuderkerk aan den Amstelgenoemd wordt, ter onderscheidinge van een ander dorpOuderkerk, dat aan denYsselligt.STICHTINGENGROOTTE.Wegens de stichting vanOuderkerkkan niets gezegd worden, alzo het waarschijnelijk, met veele andere Nederlandsche dorpen eenen toevalligen oorsprong zal hebben, die meesttijds gezocht moet worden in de ligging, welke aanleiding gegeven zal hebben dat sommige lieden zig op zulk eenen grond met er woon hebben nedergezet.Wat de grootte betreft; het ambacht vanOuderkerk, bestaat[3]in vijf voornaame polders, zamen groot bijna 3505 morgen lands,waarvan voorOuderkerkmetWaardhuizen, enDuivendrecht, van ouds niet hooger zijn geteld, dan op 1542 morgen, 380 roeden; zijnde sedert 30 morgen en 400 roeden daaraf vergraaven voor de bedijking van deDiemermeir.In de oude lijst der verpondingen van 1632, stonden voorOuderkerk, 162 huizen, en in die van 1732, reeds 249 huizen en 4 molens: men rekent dat er onderOuderkerkomtrent 750 ingezetenen zijn, zo mannen, vrouwen als kinderen en dienstboden, zijnde in deeze telling twee kinderen, onder de agt jaaren, voor één persoon gesteld.’T WAPEN.Dit is even als dat vanAmstelveen, met dit onderscheid dat voorOuderkerkop den ondersten balk twee kruisen staan, daarAmstelveenop dien balk slechts één kruis heeft.KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.Weleer had dit dorp een ruime en luchtige Kerk, met een groot choor, waarvan het dak verre boven dat der Kerk uitrees: de toren was vierkant, en pronkte tot in den jaare 1674 met een hoogen spitsen kap, die op den eersten Augustus van dat jaar, tot op het muurwerk des gebouws nedergeslagen werd: de spits werd naderhand weder opgebouwd, echter niet zo hoog, hoewel zij zig nog vrij verre vertoonde; doch het gebouw geheel bouwvallig geworden zijnde, werd in den jaare 1774 afgebroken, en op dezelfde plaats eene geheel nieuwe en nette Kerk gesticht: zijnde den eersten steen daarvan gelegd door den HeerBalthazar Nolthenius, Zoon van den Heere Mr.Jeronimus Nolthenius, toen Secretaris vanOuder-amstel: deeze Kerk heeft van binnen niets bijzonders, hoewel zij van buiten eene zeer aangenaame vertooning maakt.[4]Ten tijde dat deRoomsche Godsdienstin deeze landen de heerschende was, was de Kerk van dit plaatsjen toegewijd aan den Paus en MartelaarUrbanus, wordende de Pastorij door deHollandsche Graavenbegeven; het inkomen van den Priester bestond uit 39 rhijnlandsche guldens van zekere landvruchten, als mede uit de voordbrengzelen van 6 morgen lands onderAbkoude, en evenveel anderen onder het ambachtOuderkerk.Toen de Hervormde Godsdienst de heerschende was, werden de Kerken vanAmstelveenenOuderkerkdoor een zelfden Predikant bediend; doch omtrent den jaare 1595, viel desaangaande eenige verandering voor, zodanig datOuderkerkzig in het kerklijke metDiemenvereenigde, wordende deezen beide gemeenten bediend door den LeeraarLucas Ambrosius; naderhand Predikant teAmsteldam: toen beide plaatsen in getal van inwooners merkelijk toegenomen waren, ontving ieder eenen eigen Leeraar; gelijk ieder gemeente ook nog door éénen Leeraar bediend wordt: beiden staan onder de Classis vanAmsteldam.Een Weeshuis is op dit Dorp niet; de weezen en geallimenteerden worden onder de ingezetenen besteed.De Roomschen, die onderOuderkerkzeer talrijk zijn, hebben er twee Kerkhuizen.WERELDLIJKE GEBOUWEN.Onder dit artijkel kan alleen het Rechthuis gebragt worden, zijnde voor een dorp-gebouw, vrij ongemeen; vóòr hetzelve staat, 1656, waarschijnlijk het jaar van deszelfs bouwing: in een der muuren zitten drie kogels door dePruissendaarin geschoten.REGEERING.Deeze bestaat, wat het crimineele betreft, uit den Bailluw, en in het civile uit Schout, zeven Schepenen en een Secretaris: vier Buurmeesters hebben, met Schout en Schepenen, ’t bewind over de gemeene zaaken van ’t ambacht.De Ambachtsheer kan onder dit artijkel niet ongenoemd blijven, en des kunnen wij ter deezer gelegenheid ook voegelijk aantekenen dat de stadAmsteldamdeeze Ambachtsheerlijkheid in[5]den jaare 1731 aangekocht heeft voor eene somma van 25.100 guldens: de sterfheer isgemeenlijkeen der Burgemeesteren vanAmsteldam, zijnde thans de Wel Ed. Achtb. Heer Mr.Nicolaas Faas; de Ambachtsheer oefent echter het gezach niet uit zig zelven, maar alle zaaken, raakende het ambacht, worden hem aangediend, en door het collegie van Burgemeesteren afgedaan, gelijk zulks ook omtrent alle andere heerlijkheden, de stad toebehoorende, plaats heeft: weleer was de Bailluw zelf Ambachtsheer, en de goedkeuring of afkeuring van een’ Predikant stond aan hem alleen, zijnde dit amt tot den jaare 1715, door de oudste geslachten vanHollandbekleed.VOORRECHTEN.Hier onder behooren de twee bruggen die op het dorp gevonden worden; eene van dezelven ligt over denAmstel, naamlijk aan de noordzijde bij het Rechthuis, en de andere over het water deBullewijkgenaamd, aan de zuidoostlijke zijde van het dorp: aan beide die bruggen moeten de doorvaarende schepen, en de daarovergaande menschen, beesten en rijtuigen, tol betaalen, zijnde het zelve een inkomen voor de stad als bezitster van de Ambachtsheerlijkheid: in den jaare 1745, werd het bruggeld verpacht voor ƒ 3000 guldens;Amsteldamis natuurlijker wijze ook verpligt daarvoor de beide bruggen te onderhouden, niet alleen, maar ook de straat die aan derzelver vleugels ligt.BEZIGHEDEN.De aangenaame ligging van dit dorp verschaft hetzelveveellevendigheid, door de menigte wandelaars welken zig ter uitspanninge derwaards begeeven, maar nog meer door de onnoemelijk veele rijtuigen welken als onophoudelijk afgaan en aankomen: deeze levendigheid wordt niet weinig bevorderd door de veele kostbaare en aangenaame tuinen, welken langs den breeden Amstel gelegen zijn, en meest toebehoren aan voornaameAmsteldamsche Kooplieden, welken aldaar de handelzorgen vergeetende, de duffe comptoirlucht voor den frisschen adem der[6]Natuur verwisselende, ook dikwijlsOuderkerkgaan bezoeken; al ’t welk het dorp geen gering voordeel aanbrengt; voeg hierbij hetPortugeesche Jooden Kerkhof, ten oosten van de Kerk, aan deBullewijkgelegen, ter oorzaake dat op hetzelve menigvuldige begraavingen geschieden: maar ook wordtOuderkerkniet weinig verlevendigd en bevoordeeld door de gestadig doorvaarende schuiten vanAmsteldam, naarUtrecht, denHaag, Delft, Rotterdam,Gouda, als mede verder nabijgelegene plaatsjens en terug; als mede door de turfschepen en ponten, die van alom de turf uit de veenen naarAmsteldamen elders heenvoerende, veelal denAmstelafkomen; wij zwijgen van eene menigte rijtuigen welken, om verder optetrekken, dit dorp passeeren: de som bovengemeld, waarvoor de tol teOuderkerkverpacht wordt, bewijst genoeg dat het dorp op verre na niet onder de stille dorpjens geteld moet worden.Er worden voords die handwerken en neeringen uitgeoefend en gedaan, welken voor het burgerlijke leven onontbeerelijk zijn; veelen opgezetenen geneeren er zig ook met den veeteelt, en de turffabriek.GESCHIEDENISSEN.Hoe weinig betekenend dit dorpjen, met betrekking tot het Land in ’t algemeen, of tot het nabij gelegen trotschAmsteldamin ’t bijzonder, schijne te zijn, wordt het echter in de VaderlandscheHistoriedikwijls genoemd, en in het belangrijke fak, dat met onzen tijd begint, bekleedt het voorzeker eene hoofdplaats.Hoe geheelAmstellandom zeker bedrijf vanGysbrecht van Amstel, door deKennemersonder water gezet en verwoest werd, zullen wij breedvoerig moeten verhandelen als wij overAmsteldamin het bijzonder zullen spreeken, hier zij het derhalven genoeg aantetekenen datOuderkerkin dien vreeslijken nood mede niet weinig heeft moeten lijden, ’t geen ligtlijk te begrijpen is wanneer men nagaat dat alle de landerijen van geheelAmstelland, in eene openbaare zee veranderd werden: dit gebeurde[7]omtrent den jaare 1204: eene vergoeding voor dien grouwzaamen nood was eene stille landlijke rust van ongeveer anderhalf honderd jaaren, want eerst in den jaare 1567 verschijntOuderkerkweder op het Nederlandsche Staatstooneel, naamlijk ten tijde vanHendrik van Brederode, die door het aanbieden van het bekende smeekschrift aan de Hertoginne vanParma, bij deSpaanschenverdacht geworden, en reeds uit zijne HeerlijkheidViaanenverdreven zijnde, zig met eenige bende in of nabij dit dorp nedersloeg, en zig aldaar bleef oponthouden, tot hij naar elders den wijk nam: zes jaaren laater, wierpen deSpanjaardeneene schans op rondsom het Kerkhof en de Kerk vanOuderkerk, ter gelegenheid van de belegering vanHaarlem: dit kleine dorpjen is verder (in 1577) het middel in de hand der Algemeene Staaten geweest omAmsteldam, toen de eenigste stad die nogSpaansch gezindwas, aan de zijde vanOranje, of wel aan hunne zijde te brengen; want zij lagen in het dorp veel krijgsvolk, ter handhavinge van hunne bevelen om aldaar zwaare convoijen en licenten te vorderen, van alle de goederen welken uitAmsteldamgevoerd en derwaards gebragt werden; de stad reeds toen eenen wakkeren handel drijvende, vond zig daardoor ook zodanig bezwaard, dat zij, om zig van dit jok te ontheffen, besloot den Algemeenen Staaten te vergenoegen, en de zijde derSpanjaardente verlaaten.Sedert dien tijd bleef dit dorp wederom in rust tot op den 30 Julij des jaars 1650, toen het ten getuige verstrekte van eene daad die eenigen gaarne uit ’s Lands geschiedenissen gewischt zagen; dezelve is echter te dikwijls geboekt om ooit door de vergetenheid ingezwolgen te kunnen worden.Willem de Tweede, Prins vanOranje, zig door de regeering vanAmsteldambeledigd achtende, wegens den geweigerden toegang in den vollen raad, zowel als wegens andere Vaderlandlieve gedraagingen van dien kant, besloot de stad bij[8]verrassching te overrompelen, welken gevaarlijke aanslag echter, door eene gunstige bestuuring van de Voorzienigheid, verijdeld werd, door het verdwaalen des krijgsvolks, wegens de donkerheid van den nacht, en eenen zwaaren stortregen: GraaveWillem van Nassau, Stadhouder vanFriesland, was het geheim bevel van deezen aanslag opgedraagen; gelijk deezen dan ook met zijne bende teOuderkerkzijn hoofdquartier verkoos; wordende ten volgenden dage door eenig krijgsvolk, uitNijmegen,Utrecht, Arnhem, Zutphen, ZwolenDoesburgversterkt, doch het dorp geraakte dien overlast weldra kwijt, doordien de Prins en de Regeering vanAmsteldamtot een minnelijk verdrag kwamen, waaraan de waare Patriotsche HeerenBickerechter de aanzienlijke waardigheden, welken zij in de stad bekleedden opofferden.Van dien tijd af vinden wij wegens de geschiedenis vanOuderkerkniets bijzonders gemeld, tot op onzen tijd toe; maar nu heeft het zig eenen eeuwigen naam verworven, door de manlijke verdediging der Patriotten aldaar, tegen de als in de wapenrustinge geborenePruissen, die op den 7 September des jaars 1787, „in ons land vielen, om der Prinsesse vanOranjevoldoening te bezorgen, wegens voorvallen”, kunnen wij met zeker geacht schrijver onder onze tijdgenooten zeggen, „welke hier de plaats niet is om dezelve te onderzoeken”; wij blijven, met hem, „alleen staan bij de dapperheid der patriotten, die bijOuderkerkzo duidelijk gebleken is, dat wanneer alle de posten tegen dePruissenop eene zodanige wijze verdedigd waren geworden, de geëischte voldoening van dat hof, waarlijk zo spoedig nog niet zoude gevolgd zijn.”Ofschoon wij in onze beschrijving vanAmstelveenreeds, dat dorp betreffende, een genoegzaam breed verslag van deeze allergewichtigste omstandigheid gegeven hebben, kunnen wij echter niet nalaaten, bij deeze gelegenheid het volgende nog te voegen; zamen kan het dienen om een recht duidelijk[9]denkbeeld van de aangelegenheid ter dier plaatse en tijde te kunnen vormen.——Dus vinden wij het bedoelde geboekt, „Na dePruissische troupendan op de grenzen vanGelderlandenHollandde stedenGorcum, Nieuwpoort, Schoonhoven, en anderen, na weinig tegenstands, ingenomen hadden, rukten zij verder na beneden, om alle de posten te overmeesteren, en vervolgendsAmsteldam, en andere steden, de zijde der Patriotten toegedaan, te bedwingen: eenige posten werden gemaklijk, anderen niet zonder groote moeite veroverd, en voor sommigen stieten dePruissen, meer dan ééns, door den moed der Vaderlandsche burgerij, het hoofd; de Hertog ziende dat niet alles zo gemaklijk gaan zoude, en ook door berichten vernomen hebbende, dat er zeer veele posten sterk verdedigd zouden worden besloot tot eenen algemeenen aanval.”„Bij het geven van het wachtwoord, op den 30 September, des gemelden jaars, beval hij dat alle Generaals en Commandanten, des avonds ten zes uuren zig bij hem zouden moeten vervoegen; dit geschiedde, en zijne Hoogheid deelde alstoen aan zijne Officieren de bevelen uit, op welke eene wijze de aanvallen den volgenden morgen, den eersten October, ten 5 uure eenen aanvang zoude moeten neemen.”„Zodra de seinschoot,” waarvan wij onderAmstelveengesproken hebben „gegeven was, geraakte alles in werking; alomme werden de patriotsche posten aangevallen, die gedeeltelijk genomen, en gedeeltelijk met de grootste dapperheid verdedigd werden; kunnende wij niet nalaaten hier nog bij te voegen, dat waar de verdedigers moesten bukken, zulks meer toeteschrijven was aan bedekt verraad, of onkunde hunner bevelhebberen, welken geen orde onder hun volk hielden, dan aan het volk zelf; dat dit waarheid is blijkt onder anderen uit den aanval opOuderkerk.”Om ons thans bij dit dorp afzonderlijk te bepaalen, zullen wij hier den stand derPruissischen troupen, bestemd omOuderkerkte attaqueeren, opgeeven.[10]„De RitmeesterVan Kleist, stond met een detachement ligte infanterij in de kleineDuivendrechtsche polder.”„De RitmeesterZuizowmet zijne ligte infanterij, en de CapiteinTschokmet eene compagnie Grenadiers van het regiment vanBudbergstonden op den weg vanAbcoude, naarOuderkerk, bij zig hebbende een stuk geschut van zes, één van drie pond, en een houwitzer, benevens de lijfcompagnie curassiers tot hunne ondersteuning.”„In deOuderkerker poldermoest de MajorLedeburmet zijn compagnie en twee stukken zesponders geposteerd staan, doch deezen kon op den bepaalden tijd daar niet tegenwoordig zijn, doordien hij overMijdrechtenBaamburghad moeten marcheeren.”„Aan den kant van denUithoornstonden 30 Jaagers en twee Compagniën vanBudberg, onder bevel van den CapiteinKokerits, zonder grof geschut, benevens een esquadron paardenvolk van den MajorKram.”„Deeze troupen nu hadden bevel omOuderkerkte overmeesteren welk plaatsjen tot zijne verdediging vier onderscheidenebatterijenhad, die aan het dorp lagen, en die het denPruissenmeer daar ééns te heet maakten; men zag daar dat zij deinzen en vallen konden.”Dat de Patriotten dapper geschoten hebben, hebben dePruissenzelven getuigd, daar zij zeiden: „De Patriotten vervolgden ons met hunne kanonnen onophoudelijk te beschieten; na veele vergeefsche onderneemingen, en na dat de hooibergen in brand gestoken waren, werden onze Jaagers door het geschut en door de vijandlijke scherpschutters, genoodzaakt zig te retireren.”„De gemelde vierbatterijendie zo wèl bestuurd werden, waren op deeze wijze gelegen: eene lag er bij de hooge brug, bij de droogmaakerij, welke brug afgebroken was, terwijl deeze batterij met eentwaalfponderen twee zesponders[11]verdedigd werd; recht tegen over dezelve lag eene andere bij den zogenaamden krommen hoek, gemonteerd met twee drieponders, een derde lag op den weg na denVoetangel, op dezelve waren twee zesponders geplaatst; en op de boerderij voor welke deeze batterij op den weg lag, had men achter het huis voor het molenvliet eenen drieponder geplaatst: eene vierde batterij was opgeworpen, op het zwarte weggetjen, en met twee stukken van zes ponden bewapend.”„Zo wel het dorp als deeze batterij waren bezet doorAmsteldamsche burgers, door eenigen uit deGeldersche brigade, doorFriesche Auxiliairenen Jaagers, door een gedeelte van het corps van den beruchtenSalm;” wiens gloriezon door een schandelijke en eeuwige eclips niet verdonkerd, maar geheel onzichtbaar geworden is! „en voords door eenige Kanonniers en Artileristen, uitAmsteldamen uit deAuxiliairen: het bevel over deeze zo gewigtige voorpost vanAmsteldamwas opgedraagen aan den Wel Ed. Manhaften HeerF. H. de Wilde, toenmaals Capitein der Burgerij vanAmsteldam, en de Vaderlandsche bende aanvoerende, onder den tijtel van LieutenantColonel.”„De natte en doorweekte grond vanOuderkerk, als ook de menigte grachten en slooten, verhinderden dat men uit denDuivendrechtschen polderiet van belang kon verrichten: de bruggen waren veelal afgebroken, aan veele toegangen doorsnijdingen gemaakt, eenige anderen waren met geschut bezet, zo dat dePruissenalhier eene hevige verdediging te gemoet zagen, en de uitslag deed zien dat zij hier niet mis gerekend hadden, want deeze voorpost vanAmsteldamwerd met veel dapperheid en beleid door de Patriotten verdedigd.”„Met het seinschoot namen ook hier de onderscheidene aanvallen eenen aanvang, en de bezettelingen die terstond toonden dat zij deeze vijandlijkheden te gemoet zagen, gaven denPruisseneen zeer gevoeligen morgengroet terug.”[12]„De ColonelKokeritz, kon van den kant van denUithoornniets verrichten; waarom een Capitein, wiens naam niet gemeld wordt, uit overdrevenen ijver, met eenige manschappen uit dit detachement voordrukte om te recognosceeren, wordende hij door een cardoezenkogel doodgeschoten.”„In deOuderkerker polder, alwaar de compagnie van den CapiteinLedeburstond, en hoewel alleen geschikt tot eenen valschen aanval, verdedigde deeze zig echter met zo veel manmoedigheid, uit het klein geweer, dat deeze compagnie eenen wezenlijken lof verdiende.”„Op den weg vanAbcoudenaarOuderkerk, alwaar de CapiteinTschock, de RitmeesterZuizow, en de Luitenant der ArtillerijJacobimet hunne onderhoorige Manschappen, en drie stukken geschut stonden, werd van beiden de zijden een allerlevendigst en hevigst vuur gegeven: aan de zijde derPruissenwerden alle houwitsers, granaten en kogels gebruikt, zonder echter de bezetting veel nadeels toetebrengen, en de vijand was genoodzaakt meerder ammunitie te doen aanvoeren, hoewel hij door de smalte van den weg geene stukken geschut meer konde plaatsen: na dat het gevecht eenen geruimen tijd geduurd had, en bijna geheel op ’t laatst, rukte aan de zijde van denDuivendrechtschen polder, op den weg naar deBullewijkeenige manschappen met een stuk geschut aan; deeze manschappen, waren op bevel van den CapiteinTschockmet schuiten overgevaaren, en plaatsen hun stuk geschut recht tegen over eene batterij der bezetting, om dezelve te dwingen; doch de verdedigers deeden eenen zo hevigen uitval, dat de vijand terstond de vlugt nam, en het stuk geschut bijna in handen van de bezettelingen gevallen was.”„Gemelde Capitein rukte daarop onverschrokken naar de batterij, en bij aldien de manschappen, die aan de overzijde van denAmstelpost hielden, hem behoorelijk hadden kunnen ondersteunen, ware het niet onmogelijk geweest, denzelven te veroveren;[13]doch dit ondoenlijk zijnde, en de Patriotten alsleeuwenvechtende voor hunne zaak, was hij genoodzaakt te wijken, met achterlaating van eenige dooden en gekwetsten, de MajorDiebits, hoewel meer geschikt tot een aanval tegenDuivendrecht, dit ziende, deed alle mogelijke moeite om uit denOuderkerker polder, hem ter hulpe te komen, en vuurde met zo veele hevigheid en onverschrokkenheid, als wilde hij eenen etna bestormen, doch het mogt hem almede niet gelukken den moed der Vaderlanderen te bedwingen, en de batterij inteneemen.”„Ondertusschen duurden deeze gevechten wederzijds van des morgens 5 tot 8 uuren, waarna dePruissische troupengenoodzaakt waren van voorOuderkerkde wijk te neemen, doch omtrent ten elf uuren, kwamen de gevlugte manschappen vanAmstelveen1teOuderkerkaan, waarop men,” (nog den moed niet verloren geevende, in tegendeel, met eene waare krijgsmans beraadenheid,)„eene batterij tegen den weg, langs welken zij gekomen waren, deed opwerpen; voords ging men met alle magt de batterij versterken tegen eenen nieuwen aanval; welk werk tot één uure op den middag werd voordgezet; doch toen kwam er bevel uitAmsteldamdat het volk vanVan Salm, naar deKalfjeslaanmoest trekken, alwaar mede eene batterij was opgeworpen, zijnde toen de wegen, welken vanAmstelveenop denAmsteluitkwamen, bezet.”„Daarna vertrok ook deGeldersche brigade, en toen ook moest de Lieutenant ColonelDe Wilde, hoewel dePruissengeweeken waren voor zijn beleid en het gedrag der Patriotten, tot zijn grievendst leedwezen aan deAmsteldamsche burgersen de overige manschappen bevel geeven om mede optebreeken; dit geschiedde, hoewel onvergenoegd, echter met veel bedaardheid, zo dat alle de ammunitie tot de minste kleinigheid toe, mede naarAmsteldamgevoerd werd, waarmede zij omtrent ten vier uure in den middag, in de stad aankwamen, gelijk ook alle de manschappen der andere ontruimde voorposten, welken van het overgaan vanAmstelveen, en het verlaaten vanOuderkerk, in tijds bericht bekomen hadden;” zij weeken,[14]ja maar zij weeken als helden, alsBatavierennog niet ontaart van den voorvaderlijken moed: niet te onrecht zongen wij elders die helden dus toe:Ja gij zwichtet——met uw zwichten,Zwichtte ook ’t magtigAmsteldam;Amsteldam, waaruit u voorraad,Voorraad en versterking kwam:Ja gij zwichtet, niet uit lafheid!Lafheid! des waart ge onbekwaam;Onbekwaam scheent ge ook als helden.2Helden echter blijft uw naam.Wierd gij nooit weêr opgeroepen,Opgeroepen tot den strijd!Strijd, waarbij geheel ons Neêrland,Neêrland en zijn burgers lijdt,Vrede is tog der ziele hoofdstof,Hoofdstof vanCiviliskroost;Kroost, dat om den lieven vrede,Vrede en rust zig moeite troost.God blijv’ met u, dappre helden!Helden! eer van Nederland!Nederland! God houde u lange.Lange nog in vasten stand.[15]„Hoewel dePruissendaarna geheelHollandoverstroomden, en voorAmsteldam, zo wel als in andere plaatsen, in bezetting gelegd werden, zal het echter onwaardeerbaar zijn voor de Patriotten, dat zij ten allen tijde zullen kunnen aantoonen, hoedanig zij voorOuderkerkde magt vanFredrik Wilhelm, het hoofd geboden, en in den krijgsdienst volleerde benden, genoodzaakt hebben, met verlies van een aantal dooden en gekwetsten, welk eerst getal de vijand zorgvuldiglijk heeft getracht te verbergen, terug te wijken: de braave Vaderlanders, wier stelzel het hier de plaats niet is te onderzoeken, maar die echter in deeze en nog andere aanvallen, zelfs door hunne vijanden geroemd zijn, toonden hier allerduidelijkst, dat zij onder een wèlbestuurd beleid, nog niet ontaart waren, van den roem hunner voorvaderen, welke schandvlek hunne tegenpartij hun heeft zoeken aantewrijven.”Dat hetOuderkerkverder altijd zal geheugen in de handen derPruissengevallen te weezen, is eene waarheid die zonder getuigenissen geloofd kan worden; de triumpheerende soldaat is tog niet te rangschikken onder de bedaarden en barmhartigen onder de kinderen der menschen—voeg hier bij, gelijk wij ook wegensAmstelveengezegd hebben, het haatelijke denkbeeld dat denPruissenvan den Nederlandsche Patriotten ingeboezemd was geworden;3ook hadden zij te veel van de moedige verdediging van deezen moeten ondergaan, om geheel vrij te blijven van den trek tot bijzondere wraakneeming.BIJZONDERHEDEN.De Kerk zal men zekerlijk niet vergeeten te gaan bezichtigen, en ook niet de Pruissche kogels, welken in den muur daarvan zitten, zo wel als die in den muur van het rechthuis:(zieBladz. 5.) in de oude pastorij is mede zulk een kogel te zien.Aan de eene zijde van het dorp, ligt een laantjen, waarin de wandeling verrukkelijk is, en dat hetOuderkerker hemeltjengenoemdwordt.De Droogmaakerij, waarvan wij boven (Bladz. 10.) en ook in ons blad overAmstelveenspraken, kan men uit dit dorp ook gaan bezichtigen.De reiziger neeme dit ons blaadjen in de hand, zoeke de plaatsen op, alwaar wij hem verhaalden dat de Patriotsche batterijen[16]gelegen hebben, en zo hij de bekwaamheid van geregeld te kunnen denken heeft, zal hij, dat doende, een aangenaam uurtjen in den omtrek vanOuderkerkkunnen doorbrengen.Hij vergeete ook niet hetPortugeesche Jooden Kerkhof, hier voor Bladz. 5 aangehaald, te bezoeken: het ligt ten zuiden van het dorp, en strekt met drie morgen lands, langs het water deBullewijk; onder de zarken vindt men die van overheerlijk marmer, zeer prachtig gehouwen, en metHebreeuwsche opschriftenversierd zijn: de sijnagoge houd hier een’ doodgraaver, of oppasser die er een vrije woning heeft.Hier meent men stond weleer het Lusthuis der Heeren vanAmstel, Reigersbroek, ofReigersboschgeheeten: in den zoen deezer Heeren met GraafFloris, hebben zij dit huis aan hem opgedragen: de Graaven waren gewoon hier eenen Amptenaar aantestellen, met den tijtel vanMeester en Bewaarder van den Reigerbossche: sommigen meenen dat deeze plaats door den grouwzaamenElisabethsvloedvan den jaare 1421, mede is vernield geworden.In het dichtstukjenDe Amstelstroom, leest men desaangaande het volgende couplet;Ouderkerktoegezongen.Toen pronkte nog uw Reigershof,Voorheen om uwen luister te achten,Daar Hollands Graaven, met veel lofEn roem, zig te verlusten plagten,In veel doorluchtig tijdverdrijf,Van snelle jagten, schutterijen,Om strijd, of daar ’t vermoeide lijf,Behaalde een reeks van lekkernijen;Daar elk om prijs den reiger schoot,En ridderlijk de lansie boodt.Eene wandeling naarAmstelveen, is mede niet onvermaaklijk.REISGELEGENHEDEN.Met de Schuiten op Bladz. 6 genoemd, vindt men telkens gelegenheid om na en van dit dorp te komen.LOGEMENTEN.Brugzicht, dit was weleerDe oude Prins; maar het volk vanVan Salm, (dat getrouwe volk!) heeft dat uithangbord niet kunnen dulden, en het derhalven doen wegneemen.Paardenburg.Dejonge Prins.Voords eenige weinigen van minderen rang.De drie eerstgemelde zijn mede Uitspanningen.[1]

Dit Dorp behoort in den breeden rang dier Nederlandsche dorpen van welken men kan zeggen dat zij zeer aangenaam gelegen zijn:Ouderkerkligt inAmstelland, anderhalf uur vanAmsteldam, ten oosten van den breeden rivier deAmstel, welke de tuinen of erven der huizen van achteren bespoelt: de environs van het dorp zijn zeer grasrijk en vermaaklijk, met veelvuldige wateren doorsneden: die environs moeten weleer echter nog veel aangenaamer geweest zijn, naamlijk boschachtiger, want tusschen dit dorp enAbcoude, zijn meermaals, eenige voeten onder den grond, veele boomen gevonden; men weet hoe winden en vloeden het eertijds houtrijk Nederland van veele zijner bosschen beroofd heeft—de grond is in geheel den omtrek vanOuderkerkveenachtig en moerassig—te recht noemt de zoetvloejendeWillinkhetzelve,’t luchtig dorp

Daar de Amstelstroom, al even prat,Gevoerd op een kristallen wagen,Zo glorierijk door heenen snelt,En doet de zilvren baartjens vloejenOm met een zacht en deun geweld,Zijn groene boorden te besproejen;Zijn boorden door geen mensch gewraakt.…

Daar de Amstelstroom, al even prat,

Gevoerd op een kristallen wagen,

Zo glorierijk door heenen snelt,

En doet de zilvren baartjens vloejen

Om met een zacht en deun geweld,

Zijn groene boorden te besproejen;

Zijn boorden door geen mensch gewraakt.…

[2]

NAAMSOORSPRONG.

Het geen wegens dit artijkel aangetekend wordt, is gelijk ten deezen opzichte meermaals het geval is, met twijfelingen doorweeven: in vroegere dagen droeg het den naam vanOuder-amstel, om dat het onderOuder-amstelbehoort, men wil dat het den naam vanOuderkerk, in de plaats van dien vanOuder-amstelzoude verkregen hebben, bij gelegenheid van het stichten van eenNieuwer kerkinAmstelland, het geen zekerlijk aanneemelijk is, schoon men verschille in de bepaaling welke dieNieuwer kerkmoge geweest zijn; sommigen houden er de tegenwoordigeOude kerkteAmsteldamvoor, om dat deeze weleer den naam van deKerk in Nieuweramstel, ofNiër-Kerkgedragen heeft; ’t geen anderen ongerijmd voorkomt, het voor aanneemelijker houdende dat er de Kerk teAmstelveendoor verstaan zoude kunnen worden, om de benaaming vanNieuwer-amstel, welke dat ambacht draagt: weder anderen meenen dat men voor dieNieuwe Kerkte houden hebben die vanNieuwerkerk, sedert lang in deHaarlemmer-meirverdronken—hoe het zij, uit het een en ander is de naamsoorsprong des dorps nagenoeg te gissen; althans nagenoeg voor zo verre ons oogmerk gaat; dit alleen moeten wij er nog bijvoegen, dat dit dorp gemeenlijkOuderkerk aan den Amstelgenoemd wordt, ter onderscheidinge van een ander dorpOuderkerk, dat aan denYsselligt.

STICHTINGENGROOTTE.

Wegens de stichting vanOuderkerkkan niets gezegd worden, alzo het waarschijnelijk, met veele andere Nederlandsche dorpen eenen toevalligen oorsprong zal hebben, die meesttijds gezocht moet worden in de ligging, welke aanleiding gegeven zal hebben dat sommige lieden zig op zulk eenen grond met er woon hebben nedergezet.

Wat de grootte betreft; het ambacht vanOuderkerk, bestaat[3]in vijf voornaame polders, zamen groot bijna 3505 morgen lands,waarvan voorOuderkerkmetWaardhuizen, enDuivendrecht, van ouds niet hooger zijn geteld, dan op 1542 morgen, 380 roeden; zijnde sedert 30 morgen en 400 roeden daaraf vergraaven voor de bedijking van deDiemermeir.

In de oude lijst der verpondingen van 1632, stonden voorOuderkerk, 162 huizen, en in die van 1732, reeds 249 huizen en 4 molens: men rekent dat er onderOuderkerkomtrent 750 ingezetenen zijn, zo mannen, vrouwen als kinderen en dienstboden, zijnde in deeze telling twee kinderen, onder de agt jaaren, voor één persoon gesteld.

’T WAPEN.

Dit is even als dat vanAmstelveen, met dit onderscheid dat voorOuderkerkop den ondersten balk twee kruisen staan, daarAmstelveenop dien balk slechts één kruis heeft.

KERKLIJKEENGODSDIENSTIGE GEBOUWEN.

Weleer had dit dorp een ruime en luchtige Kerk, met een groot choor, waarvan het dak verre boven dat der Kerk uitrees: de toren was vierkant, en pronkte tot in den jaare 1674 met een hoogen spitsen kap, die op den eersten Augustus van dat jaar, tot op het muurwerk des gebouws nedergeslagen werd: de spits werd naderhand weder opgebouwd, echter niet zo hoog, hoewel zij zig nog vrij verre vertoonde; doch het gebouw geheel bouwvallig geworden zijnde, werd in den jaare 1774 afgebroken, en op dezelfde plaats eene geheel nieuwe en nette Kerk gesticht: zijnde den eersten steen daarvan gelegd door den HeerBalthazar Nolthenius, Zoon van den Heere Mr.Jeronimus Nolthenius, toen Secretaris vanOuder-amstel: deeze Kerk heeft van binnen niets bijzonders, hoewel zij van buiten eene zeer aangenaame vertooning maakt.[4]

Ten tijde dat deRoomsche Godsdienstin deeze landen de heerschende was, was de Kerk van dit plaatsjen toegewijd aan den Paus en MartelaarUrbanus, wordende de Pastorij door deHollandsche Graavenbegeven; het inkomen van den Priester bestond uit 39 rhijnlandsche guldens van zekere landvruchten, als mede uit de voordbrengzelen van 6 morgen lands onderAbkoude, en evenveel anderen onder het ambachtOuderkerk.

Toen de Hervormde Godsdienst de heerschende was, werden de Kerken vanAmstelveenenOuderkerkdoor een zelfden Predikant bediend; doch omtrent den jaare 1595, viel desaangaande eenige verandering voor, zodanig datOuderkerkzig in het kerklijke metDiemenvereenigde, wordende deezen beide gemeenten bediend door den LeeraarLucas Ambrosius; naderhand Predikant teAmsteldam: toen beide plaatsen in getal van inwooners merkelijk toegenomen waren, ontving ieder eenen eigen Leeraar; gelijk ieder gemeente ook nog door éénen Leeraar bediend wordt: beiden staan onder de Classis vanAmsteldam.

Een Weeshuis is op dit Dorp niet; de weezen en geallimenteerden worden onder de ingezetenen besteed.

De Roomschen, die onderOuderkerkzeer talrijk zijn, hebben er twee Kerkhuizen.

WERELDLIJKE GEBOUWEN.

Onder dit artijkel kan alleen het Rechthuis gebragt worden, zijnde voor een dorp-gebouw, vrij ongemeen; vóòr hetzelve staat, 1656, waarschijnlijk het jaar van deszelfs bouwing: in een der muuren zitten drie kogels door dePruissendaarin geschoten.

REGEERING.

Deeze bestaat, wat het crimineele betreft, uit den Bailluw, en in het civile uit Schout, zeven Schepenen en een Secretaris: vier Buurmeesters hebben, met Schout en Schepenen, ’t bewind over de gemeene zaaken van ’t ambacht.

De Ambachtsheer kan onder dit artijkel niet ongenoemd blijven, en des kunnen wij ter deezer gelegenheid ook voegelijk aantekenen dat de stadAmsteldamdeeze Ambachtsheerlijkheid in[5]den jaare 1731 aangekocht heeft voor eene somma van 25.100 guldens: de sterfheer isgemeenlijkeen der Burgemeesteren vanAmsteldam, zijnde thans de Wel Ed. Achtb. Heer Mr.Nicolaas Faas; de Ambachtsheer oefent echter het gezach niet uit zig zelven, maar alle zaaken, raakende het ambacht, worden hem aangediend, en door het collegie van Burgemeesteren afgedaan, gelijk zulks ook omtrent alle andere heerlijkheden, de stad toebehoorende, plaats heeft: weleer was de Bailluw zelf Ambachtsheer, en de goedkeuring of afkeuring van een’ Predikant stond aan hem alleen, zijnde dit amt tot den jaare 1715, door de oudste geslachten vanHollandbekleed.

VOORRECHTEN.

Hier onder behooren de twee bruggen die op het dorp gevonden worden; eene van dezelven ligt over denAmstel, naamlijk aan de noordzijde bij het Rechthuis, en de andere over het water deBullewijkgenaamd, aan de zuidoostlijke zijde van het dorp: aan beide die bruggen moeten de doorvaarende schepen, en de daarovergaande menschen, beesten en rijtuigen, tol betaalen, zijnde het zelve een inkomen voor de stad als bezitster van de Ambachtsheerlijkheid: in den jaare 1745, werd het bruggeld verpacht voor ƒ 3000 guldens;Amsteldamis natuurlijker wijze ook verpligt daarvoor de beide bruggen te onderhouden, niet alleen, maar ook de straat die aan derzelver vleugels ligt.

BEZIGHEDEN.

De aangenaame ligging van dit dorp verschaft hetzelveveellevendigheid, door de menigte wandelaars welken zig ter uitspanninge derwaards begeeven, maar nog meer door de onnoemelijk veele rijtuigen welken als onophoudelijk afgaan en aankomen: deeze levendigheid wordt niet weinig bevorderd door de veele kostbaare en aangenaame tuinen, welken langs den breeden Amstel gelegen zijn, en meest toebehoren aan voornaameAmsteldamsche Kooplieden, welken aldaar de handelzorgen vergeetende, de duffe comptoirlucht voor den frisschen adem der[6]Natuur verwisselende, ook dikwijlsOuderkerkgaan bezoeken; al ’t welk het dorp geen gering voordeel aanbrengt; voeg hierbij hetPortugeesche Jooden Kerkhof, ten oosten van de Kerk, aan deBullewijkgelegen, ter oorzaake dat op hetzelve menigvuldige begraavingen geschieden: maar ook wordtOuderkerkniet weinig verlevendigd en bevoordeeld door de gestadig doorvaarende schuiten vanAmsteldam, naarUtrecht, denHaag, Delft, Rotterdam,Gouda, als mede verder nabijgelegene plaatsjens en terug; als mede door de turfschepen en ponten, die van alom de turf uit de veenen naarAmsteldamen elders heenvoerende, veelal denAmstelafkomen; wij zwijgen van eene menigte rijtuigen welken, om verder optetrekken, dit dorp passeeren: de som bovengemeld, waarvoor de tol teOuderkerkverpacht wordt, bewijst genoeg dat het dorp op verre na niet onder de stille dorpjens geteld moet worden.

Er worden voords die handwerken en neeringen uitgeoefend en gedaan, welken voor het burgerlijke leven onontbeerelijk zijn; veelen opgezetenen geneeren er zig ook met den veeteelt, en de turffabriek.

GESCHIEDENISSEN.

Hoe weinig betekenend dit dorpjen, met betrekking tot het Land in ’t algemeen, of tot het nabij gelegen trotschAmsteldamin ’t bijzonder, schijne te zijn, wordt het echter in de VaderlandscheHistoriedikwijls genoemd, en in het belangrijke fak, dat met onzen tijd begint, bekleedt het voorzeker eene hoofdplaats.

Hoe geheelAmstellandom zeker bedrijf vanGysbrecht van Amstel, door deKennemersonder water gezet en verwoest werd, zullen wij breedvoerig moeten verhandelen als wij overAmsteldamin het bijzonder zullen spreeken, hier zij het derhalven genoeg aantetekenen datOuderkerkin dien vreeslijken nood mede niet weinig heeft moeten lijden, ’t geen ligtlijk te begrijpen is wanneer men nagaat dat alle de landerijen van geheelAmstelland, in eene openbaare zee veranderd werden: dit gebeurde[7]omtrent den jaare 1204: eene vergoeding voor dien grouwzaamen nood was eene stille landlijke rust van ongeveer anderhalf honderd jaaren, want eerst in den jaare 1567 verschijntOuderkerkweder op het Nederlandsche Staatstooneel, naamlijk ten tijde vanHendrik van Brederode, die door het aanbieden van het bekende smeekschrift aan de Hertoginne vanParma, bij deSpaanschenverdacht geworden, en reeds uit zijne HeerlijkheidViaanenverdreven zijnde, zig met eenige bende in of nabij dit dorp nedersloeg, en zig aldaar bleef oponthouden, tot hij naar elders den wijk nam: zes jaaren laater, wierpen deSpanjaardeneene schans op rondsom het Kerkhof en de Kerk vanOuderkerk, ter gelegenheid van de belegering vanHaarlem: dit kleine dorpjen is verder (in 1577) het middel in de hand der Algemeene Staaten geweest omAmsteldam, toen de eenigste stad die nogSpaansch gezindwas, aan de zijde vanOranje, of wel aan hunne zijde te brengen; want zij lagen in het dorp veel krijgsvolk, ter handhavinge van hunne bevelen om aldaar zwaare convoijen en licenten te vorderen, van alle de goederen welken uitAmsteldamgevoerd en derwaards gebragt werden; de stad reeds toen eenen wakkeren handel drijvende, vond zig daardoor ook zodanig bezwaard, dat zij, om zig van dit jok te ontheffen, besloot den Algemeenen Staaten te vergenoegen, en de zijde derSpanjaardente verlaaten.

Sedert dien tijd bleef dit dorp wederom in rust tot op den 30 Julij des jaars 1650, toen het ten getuige verstrekte van eene daad die eenigen gaarne uit ’s Lands geschiedenissen gewischt zagen; dezelve is echter te dikwijls geboekt om ooit door de vergetenheid ingezwolgen te kunnen worden.

Willem de Tweede, Prins vanOranje, zig door de regeering vanAmsteldambeledigd achtende, wegens den geweigerden toegang in den vollen raad, zowel als wegens andere Vaderlandlieve gedraagingen van dien kant, besloot de stad bij[8]verrassching te overrompelen, welken gevaarlijke aanslag echter, door eene gunstige bestuuring van de Voorzienigheid, verijdeld werd, door het verdwaalen des krijgsvolks, wegens de donkerheid van den nacht, en eenen zwaaren stortregen: GraaveWillem van Nassau, Stadhouder vanFriesland, was het geheim bevel van deezen aanslag opgedraagen; gelijk deezen dan ook met zijne bende teOuderkerkzijn hoofdquartier verkoos; wordende ten volgenden dage door eenig krijgsvolk, uitNijmegen,Utrecht, Arnhem, Zutphen, ZwolenDoesburgversterkt, doch het dorp geraakte dien overlast weldra kwijt, doordien de Prins en de Regeering vanAmsteldamtot een minnelijk verdrag kwamen, waaraan de waare Patriotsche HeerenBickerechter de aanzienlijke waardigheden, welken zij in de stad bekleedden opofferden.

Van dien tijd af vinden wij wegens de geschiedenis vanOuderkerkniets bijzonders gemeld, tot op onzen tijd toe; maar nu heeft het zig eenen eeuwigen naam verworven, door de manlijke verdediging der Patriotten aldaar, tegen de als in de wapenrustinge geborenePruissen, die op den 7 September des jaars 1787, „in ons land vielen, om der Prinsesse vanOranjevoldoening te bezorgen, wegens voorvallen”, kunnen wij met zeker geacht schrijver onder onze tijdgenooten zeggen, „welke hier de plaats niet is om dezelve te onderzoeken”; wij blijven, met hem, „alleen staan bij de dapperheid der patriotten, die bijOuderkerkzo duidelijk gebleken is, dat wanneer alle de posten tegen dePruissenop eene zodanige wijze verdedigd waren geworden, de geëischte voldoening van dat hof, waarlijk zo spoedig nog niet zoude gevolgd zijn.”

Ofschoon wij in onze beschrijving vanAmstelveenreeds, dat dorp betreffende, een genoegzaam breed verslag van deeze allergewichtigste omstandigheid gegeven hebben, kunnen wij echter niet nalaaten, bij deeze gelegenheid het volgende nog te voegen; zamen kan het dienen om een recht duidelijk[9]denkbeeld van de aangelegenheid ter dier plaatse en tijde te kunnen vormen.——Dus vinden wij het bedoelde geboekt, „Na dePruissische troupendan op de grenzen vanGelderlandenHollandde stedenGorcum, Nieuwpoort, Schoonhoven, en anderen, na weinig tegenstands, ingenomen hadden, rukten zij verder na beneden, om alle de posten te overmeesteren, en vervolgendsAmsteldam, en andere steden, de zijde der Patriotten toegedaan, te bedwingen: eenige posten werden gemaklijk, anderen niet zonder groote moeite veroverd, en voor sommigen stieten dePruissen, meer dan ééns, door den moed der Vaderlandsche burgerij, het hoofd; de Hertog ziende dat niet alles zo gemaklijk gaan zoude, en ook door berichten vernomen hebbende, dat er zeer veele posten sterk verdedigd zouden worden besloot tot eenen algemeenen aanval.”

„Bij het geven van het wachtwoord, op den 30 September, des gemelden jaars, beval hij dat alle Generaals en Commandanten, des avonds ten zes uuren zig bij hem zouden moeten vervoegen; dit geschiedde, en zijne Hoogheid deelde alstoen aan zijne Officieren de bevelen uit, op welke eene wijze de aanvallen den volgenden morgen, den eersten October, ten 5 uure eenen aanvang zoude moeten neemen.”

„Zodra de seinschoot,” waarvan wij onderAmstelveengesproken hebben „gegeven was, geraakte alles in werking; alomme werden de patriotsche posten aangevallen, die gedeeltelijk genomen, en gedeeltelijk met de grootste dapperheid verdedigd werden; kunnende wij niet nalaaten hier nog bij te voegen, dat waar de verdedigers moesten bukken, zulks meer toeteschrijven was aan bedekt verraad, of onkunde hunner bevelhebberen, welken geen orde onder hun volk hielden, dan aan het volk zelf; dat dit waarheid is blijkt onder anderen uit den aanval opOuderkerk.”

Om ons thans bij dit dorp afzonderlijk te bepaalen, zullen wij hier den stand derPruissischen troupen, bestemd omOuderkerkte attaqueeren, opgeeven.[10]

„De RitmeesterVan Kleist, stond met een detachement ligte infanterij in de kleineDuivendrechtsche polder.”

„De RitmeesterZuizowmet zijne ligte infanterij, en de CapiteinTschokmet eene compagnie Grenadiers van het regiment vanBudbergstonden op den weg vanAbcoude, naarOuderkerk, bij zig hebbende een stuk geschut van zes, één van drie pond, en een houwitzer, benevens de lijfcompagnie curassiers tot hunne ondersteuning.”

„In deOuderkerker poldermoest de MajorLedeburmet zijn compagnie en twee stukken zesponders geposteerd staan, doch deezen kon op den bepaalden tijd daar niet tegenwoordig zijn, doordien hij overMijdrechtenBaamburghad moeten marcheeren.”

„Aan den kant van denUithoornstonden 30 Jaagers en twee Compagniën vanBudberg, onder bevel van den CapiteinKokerits, zonder grof geschut, benevens een esquadron paardenvolk van den MajorKram.”

„Deeze troupen nu hadden bevel omOuderkerkte overmeesteren welk plaatsjen tot zijne verdediging vier onderscheidenebatterijenhad, die aan het dorp lagen, en die het denPruissenmeer daar ééns te heet maakten; men zag daar dat zij deinzen en vallen konden.”

Dat de Patriotten dapper geschoten hebben, hebben dePruissenzelven getuigd, daar zij zeiden: „De Patriotten vervolgden ons met hunne kanonnen onophoudelijk te beschieten; na veele vergeefsche onderneemingen, en na dat de hooibergen in brand gestoken waren, werden onze Jaagers door het geschut en door de vijandlijke scherpschutters, genoodzaakt zig te retireren.”

„De gemelde vierbatterijendie zo wèl bestuurd werden, waren op deeze wijze gelegen: eene lag er bij de hooge brug, bij de droogmaakerij, welke brug afgebroken was, terwijl deeze batterij met eentwaalfponderen twee zesponders[11]verdedigd werd; recht tegen over dezelve lag eene andere bij den zogenaamden krommen hoek, gemonteerd met twee drieponders, een derde lag op den weg na denVoetangel, op dezelve waren twee zesponders geplaatst; en op de boerderij voor welke deeze batterij op den weg lag, had men achter het huis voor het molenvliet eenen drieponder geplaatst: eene vierde batterij was opgeworpen, op het zwarte weggetjen, en met twee stukken van zes ponden bewapend.”

„Zo wel het dorp als deeze batterij waren bezet doorAmsteldamsche burgers, door eenigen uit deGeldersche brigade, doorFriesche Auxiliairenen Jaagers, door een gedeelte van het corps van den beruchtenSalm;” wiens gloriezon door een schandelijke en eeuwige eclips niet verdonkerd, maar geheel onzichtbaar geworden is! „en voords door eenige Kanonniers en Artileristen, uitAmsteldamen uit deAuxiliairen: het bevel over deeze zo gewigtige voorpost vanAmsteldamwas opgedraagen aan den Wel Ed. Manhaften HeerF. H. de Wilde, toenmaals Capitein der Burgerij vanAmsteldam, en de Vaderlandsche bende aanvoerende, onder den tijtel van LieutenantColonel.”

„De natte en doorweekte grond vanOuderkerk, als ook de menigte grachten en slooten, verhinderden dat men uit denDuivendrechtschen polderiet van belang kon verrichten: de bruggen waren veelal afgebroken, aan veele toegangen doorsnijdingen gemaakt, eenige anderen waren met geschut bezet, zo dat dePruissenalhier eene hevige verdediging te gemoet zagen, en de uitslag deed zien dat zij hier niet mis gerekend hadden, want deeze voorpost vanAmsteldamwerd met veel dapperheid en beleid door de Patriotten verdedigd.”

„Met het seinschoot namen ook hier de onderscheidene aanvallen eenen aanvang, en de bezettelingen die terstond toonden dat zij deeze vijandlijkheden te gemoet zagen, gaven denPruisseneen zeer gevoeligen morgengroet terug.”[12]

„De ColonelKokeritz, kon van den kant van denUithoornniets verrichten; waarom een Capitein, wiens naam niet gemeld wordt, uit overdrevenen ijver, met eenige manschappen uit dit detachement voordrukte om te recognosceeren, wordende hij door een cardoezenkogel doodgeschoten.”

„In deOuderkerker polder, alwaar de compagnie van den CapiteinLedeburstond, en hoewel alleen geschikt tot eenen valschen aanval, verdedigde deeze zig echter met zo veel manmoedigheid, uit het klein geweer, dat deeze compagnie eenen wezenlijken lof verdiende.”

„Op den weg vanAbcoudenaarOuderkerk, alwaar de CapiteinTschock, de RitmeesterZuizow, en de Luitenant der ArtillerijJacobimet hunne onderhoorige Manschappen, en drie stukken geschut stonden, werd van beiden de zijden een allerlevendigst en hevigst vuur gegeven: aan de zijde derPruissenwerden alle houwitsers, granaten en kogels gebruikt, zonder echter de bezetting veel nadeels toetebrengen, en de vijand was genoodzaakt meerder ammunitie te doen aanvoeren, hoewel hij door de smalte van den weg geene stukken geschut meer konde plaatsen: na dat het gevecht eenen geruimen tijd geduurd had, en bijna geheel op ’t laatst, rukte aan de zijde van denDuivendrechtschen polder, op den weg naar deBullewijkeenige manschappen met een stuk geschut aan; deeze manschappen, waren op bevel van den CapiteinTschockmet schuiten overgevaaren, en plaatsen hun stuk geschut recht tegen over eene batterij der bezetting, om dezelve te dwingen; doch de verdedigers deeden eenen zo hevigen uitval, dat de vijand terstond de vlugt nam, en het stuk geschut bijna in handen van de bezettelingen gevallen was.”

„Gemelde Capitein rukte daarop onverschrokken naar de batterij, en bij aldien de manschappen, die aan de overzijde van denAmstelpost hielden, hem behoorelijk hadden kunnen ondersteunen, ware het niet onmogelijk geweest, denzelven te veroveren;[13]doch dit ondoenlijk zijnde, en de Patriotten alsleeuwenvechtende voor hunne zaak, was hij genoodzaakt te wijken, met achterlaating van eenige dooden en gekwetsten, de MajorDiebits, hoewel meer geschikt tot een aanval tegenDuivendrecht, dit ziende, deed alle mogelijke moeite om uit denOuderkerker polder, hem ter hulpe te komen, en vuurde met zo veele hevigheid en onverschrokkenheid, als wilde hij eenen etna bestormen, doch het mogt hem almede niet gelukken den moed der Vaderlanderen te bedwingen, en de batterij inteneemen.”

„Ondertusschen duurden deeze gevechten wederzijds van des morgens 5 tot 8 uuren, waarna dePruissische troupengenoodzaakt waren van voorOuderkerkde wijk te neemen, doch omtrent ten elf uuren, kwamen de gevlugte manschappen vanAmstelveen1teOuderkerkaan, waarop men,” (nog den moed niet verloren geevende, in tegendeel, met eene waare krijgsmans beraadenheid,)„eene batterij tegen den weg, langs welken zij gekomen waren, deed opwerpen; voords ging men met alle magt de batterij versterken tegen eenen nieuwen aanval; welk werk tot één uure op den middag werd voordgezet; doch toen kwam er bevel uitAmsteldamdat het volk vanVan Salm, naar deKalfjeslaanmoest trekken, alwaar mede eene batterij was opgeworpen, zijnde toen de wegen, welken vanAmstelveenop denAmsteluitkwamen, bezet.”

„Daarna vertrok ook deGeldersche brigade, en toen ook moest de Lieutenant ColonelDe Wilde, hoewel dePruissengeweeken waren voor zijn beleid en het gedrag der Patriotten, tot zijn grievendst leedwezen aan deAmsteldamsche burgersen de overige manschappen bevel geeven om mede optebreeken; dit geschiedde, hoewel onvergenoegd, echter met veel bedaardheid, zo dat alle de ammunitie tot de minste kleinigheid toe, mede naarAmsteldamgevoerd werd, waarmede zij omtrent ten vier uure in den middag, in de stad aankwamen, gelijk ook alle de manschappen der andere ontruimde voorposten, welken van het overgaan vanAmstelveen, en het verlaaten vanOuderkerk, in tijds bericht bekomen hadden;” zij weeken,[14]ja maar zij weeken als helden, alsBatavierennog niet ontaart van den voorvaderlijken moed: niet te onrecht zongen wij elders die helden dus toe:

Ja gij zwichtet——met uw zwichten,Zwichtte ook ’t magtigAmsteldam;Amsteldam, waaruit u voorraad,Voorraad en versterking kwam:Ja gij zwichtet, niet uit lafheid!Lafheid! des waart ge onbekwaam;Onbekwaam scheent ge ook als helden.2Helden echter blijft uw naam.Wierd gij nooit weêr opgeroepen,Opgeroepen tot den strijd!Strijd, waarbij geheel ons Neêrland,Neêrland en zijn burgers lijdt,Vrede is tog der ziele hoofdstof,Hoofdstof vanCiviliskroost;Kroost, dat om den lieven vrede,Vrede en rust zig moeite troost.God blijv’ met u, dappre helden!Helden! eer van Nederland!Nederland! God houde u lange.Lange nog in vasten stand.

Ja gij zwichtet——met uw zwichten,Zwichtte ook ’t magtigAmsteldam;Amsteldam, waaruit u voorraad,Voorraad en versterking kwam:

Ja gij zwichtet——met uw zwichten,

Zwichtte ook ’t magtigAmsteldam;

Amsteldam, waaruit u voorraad,

Voorraad en versterking kwam:

Ja gij zwichtet, niet uit lafheid!Lafheid! des waart ge onbekwaam;Onbekwaam scheent ge ook als helden.2Helden echter blijft uw naam.

Ja gij zwichtet, niet uit lafheid!

Lafheid! des waart ge onbekwaam;

Onbekwaam scheent ge ook als helden.2

Helden echter blijft uw naam.

Wierd gij nooit weêr opgeroepen,Opgeroepen tot den strijd!Strijd, waarbij geheel ons Neêrland,Neêrland en zijn burgers lijdt,

Wierd gij nooit weêr opgeroepen,

Opgeroepen tot den strijd!

Strijd, waarbij geheel ons Neêrland,

Neêrland en zijn burgers lijdt,

Vrede is tog der ziele hoofdstof,Hoofdstof vanCiviliskroost;Kroost, dat om den lieven vrede,Vrede en rust zig moeite troost.

Vrede is tog der ziele hoofdstof,

Hoofdstof vanCiviliskroost;

Kroost, dat om den lieven vrede,

Vrede en rust zig moeite troost.

God blijv’ met u, dappre helden!Helden! eer van Nederland!Nederland! God houde u lange.Lange nog in vasten stand.

God blijv’ met u, dappre helden!

Helden! eer van Nederland!

Nederland! God houde u lange.

Lange nog in vasten stand.

[15]

„Hoewel dePruissendaarna geheelHollandoverstroomden, en voorAmsteldam, zo wel als in andere plaatsen, in bezetting gelegd werden, zal het echter onwaardeerbaar zijn voor de Patriotten, dat zij ten allen tijde zullen kunnen aantoonen, hoedanig zij voorOuderkerkde magt vanFredrik Wilhelm, het hoofd geboden, en in den krijgsdienst volleerde benden, genoodzaakt hebben, met verlies van een aantal dooden en gekwetsten, welk eerst getal de vijand zorgvuldiglijk heeft getracht te verbergen, terug te wijken: de braave Vaderlanders, wier stelzel het hier de plaats niet is te onderzoeken, maar die echter in deeze en nog andere aanvallen, zelfs door hunne vijanden geroemd zijn, toonden hier allerduidelijkst, dat zij onder een wèlbestuurd beleid, nog niet ontaart waren, van den roem hunner voorvaderen, welke schandvlek hunne tegenpartij hun heeft zoeken aantewrijven.”

Dat hetOuderkerkverder altijd zal geheugen in de handen derPruissengevallen te weezen, is eene waarheid die zonder getuigenissen geloofd kan worden; de triumpheerende soldaat is tog niet te rangschikken onder de bedaarden en barmhartigen onder de kinderen der menschen—voeg hier bij, gelijk wij ook wegensAmstelveengezegd hebben, het haatelijke denkbeeld dat denPruissenvan den Nederlandsche Patriotten ingeboezemd was geworden;3ook hadden zij te veel van de moedige verdediging van deezen moeten ondergaan, om geheel vrij te blijven van den trek tot bijzondere wraakneeming.

BIJZONDERHEDEN.

De Kerk zal men zekerlijk niet vergeeten te gaan bezichtigen, en ook niet de Pruissche kogels, welken in den muur daarvan zitten, zo wel als die in den muur van het rechthuis:(zieBladz. 5.) in de oude pastorij is mede zulk een kogel te zien.

Aan de eene zijde van het dorp, ligt een laantjen, waarin de wandeling verrukkelijk is, en dat hetOuderkerker hemeltjengenoemdwordt.

De Droogmaakerij, waarvan wij boven (Bladz. 10.) en ook in ons blad overAmstelveenspraken, kan men uit dit dorp ook gaan bezichtigen.

De reiziger neeme dit ons blaadjen in de hand, zoeke de plaatsen op, alwaar wij hem verhaalden dat de Patriotsche batterijen[16]gelegen hebben, en zo hij de bekwaamheid van geregeld te kunnen denken heeft, zal hij, dat doende, een aangenaam uurtjen in den omtrek vanOuderkerkkunnen doorbrengen.

Hij vergeete ook niet hetPortugeesche Jooden Kerkhof, hier voor Bladz. 5 aangehaald, te bezoeken: het ligt ten zuiden van het dorp, en strekt met drie morgen lands, langs het water deBullewijk; onder de zarken vindt men die van overheerlijk marmer, zeer prachtig gehouwen, en metHebreeuwsche opschriftenversierd zijn: de sijnagoge houd hier een’ doodgraaver, of oppasser die er een vrije woning heeft.

Hier meent men stond weleer het Lusthuis der Heeren vanAmstel, Reigersbroek, ofReigersboschgeheeten: in den zoen deezer Heeren met GraafFloris, hebben zij dit huis aan hem opgedragen: de Graaven waren gewoon hier eenen Amptenaar aantestellen, met den tijtel vanMeester en Bewaarder van den Reigerbossche: sommigen meenen dat deeze plaats door den grouwzaamenElisabethsvloedvan den jaare 1421, mede is vernield geworden.

In het dichtstukjenDe Amstelstroom, leest men desaangaande het volgende couplet;Ouderkerktoegezongen.

Toen pronkte nog uw Reigershof,Voorheen om uwen luister te achten,Daar Hollands Graaven, met veel lofEn roem, zig te verlusten plagten,In veel doorluchtig tijdverdrijf,Van snelle jagten, schutterijen,Om strijd, of daar ’t vermoeide lijf,Behaalde een reeks van lekkernijen;Daar elk om prijs den reiger schoot,En ridderlijk de lansie boodt.

Toen pronkte nog uw Reigershof,

Voorheen om uwen luister te achten,

Daar Hollands Graaven, met veel lof

En roem, zig te verlusten plagten,

In veel doorluchtig tijdverdrijf,

Van snelle jagten, schutterijen,

Om strijd, of daar ’t vermoeide lijf,

Behaalde een reeks van lekkernijen;

Daar elk om prijs den reiger schoot,

En ridderlijk de lansie boodt.

Eene wandeling naarAmstelveen, is mede niet onvermaaklijk.

REISGELEGENHEDEN.

Met de Schuiten op Bladz. 6 genoemd, vindt men telkens gelegenheid om na en van dit dorp te komen.

LOGEMENTEN.

Voords eenige weinigen van minderen rang.

De drie eerstgemelde zijn mede Uitspanningen.[1]

1Hoe het omtrent dat dorp gegaan is, hebben wij in ons blad dat over hetzelve handelt, breedvoerig genoeg aangetekend, om er verder hier van te kunnen zwijgen.↑2Wij bedoelden met dit zeggen, dat de verwachting van den moed, maar vooral van het beleid der verdedigers niet groot heeft kunnen weezen, uit aanmerking van den aart hunner omstandigheden; ’t waren tog slechts burgers, wel geoefend in het handelen der wapenen, maar niet geoefend in den krijg: de handwerktuigen werden verwisseld met de wapenen; de vredige plaats der broodwinning met het oorlogsveld; de koopman lag de pen neder, en vattede den staf van commando op, als bevelhebber in eenen bloedigen krijg: en tegen een geoefend volk, een volk dat zig onder de oorlogendeEuropeêrseenen naam verworven heeft: en deeze stille burgers deeden wonderen; toonden Batavieren te zijn; toonden onverschrokken te durven staan, als ’t aankwam op de verdediging van Land en Volk!—zeker hunne omstandigheid behoort vooral in aanmerking genomen te worden, wil men geen gevaar loopen van hunnen behaalden roem te kort te doen.↑3Men heeft zelfs verteld, ja wat verteld men niet al! en hoe dom denkt men wel dat de Duitsche soldaat zou weezen! sommige van hun hadden zig van deNederlandsche Patriotteneen denkbeeld gemaakt, als waren het zekere wonder-verschijnselen in de Natuur; zekere menschen, of gedaante van menschen, met vleugelen; die overal, door het geheele land heen rondgierden: verscheidene maalen, zegt men, is in den beginne door hen gevraagd of zij nu niet haast diePatriottenzouden zijn? ofschoon zij er reeds door onthaald waren geworden.↑

1Hoe het omtrent dat dorp gegaan is, hebben wij in ons blad dat over hetzelve handelt, breedvoerig genoeg aangetekend, om er verder hier van te kunnen zwijgen.↑2Wij bedoelden met dit zeggen, dat de verwachting van den moed, maar vooral van het beleid der verdedigers niet groot heeft kunnen weezen, uit aanmerking van den aart hunner omstandigheden; ’t waren tog slechts burgers, wel geoefend in het handelen der wapenen, maar niet geoefend in den krijg: de handwerktuigen werden verwisseld met de wapenen; de vredige plaats der broodwinning met het oorlogsveld; de koopman lag de pen neder, en vattede den staf van commando op, als bevelhebber in eenen bloedigen krijg: en tegen een geoefend volk, een volk dat zig onder de oorlogendeEuropeêrseenen naam verworven heeft: en deeze stille burgers deeden wonderen; toonden Batavieren te zijn; toonden onverschrokken te durven staan, als ’t aankwam op de verdediging van Land en Volk!—zeker hunne omstandigheid behoort vooral in aanmerking genomen te worden, wil men geen gevaar loopen van hunnen behaalden roem te kort te doen.↑3Men heeft zelfs verteld, ja wat verteld men niet al! en hoe dom denkt men wel dat de Duitsche soldaat zou weezen! sommige van hun hadden zig van deNederlandsche Patriotteneen denkbeeld gemaakt, als waren het zekere wonder-verschijnselen in de Natuur; zekere menschen, of gedaante van menschen, met vleugelen; die overal, door het geheele land heen rondgierden: verscheidene maalen, zegt men, is in den beginne door hen gevraagd of zij nu niet haast diePatriottenzouden zijn? ofschoon zij er reeds door onthaald waren geworden.↑

1Hoe het omtrent dat dorp gegaan is, hebben wij in ons blad dat over hetzelve handelt, breedvoerig genoeg aangetekend, om er verder hier van te kunnen zwijgen.↑

1Hoe het omtrent dat dorp gegaan is, hebben wij in ons blad dat over hetzelve handelt, breedvoerig genoeg aangetekend, om er verder hier van te kunnen zwijgen.↑

2Wij bedoelden met dit zeggen, dat de verwachting van den moed, maar vooral van het beleid der verdedigers niet groot heeft kunnen weezen, uit aanmerking van den aart hunner omstandigheden; ’t waren tog slechts burgers, wel geoefend in het handelen der wapenen, maar niet geoefend in den krijg: de handwerktuigen werden verwisseld met de wapenen; de vredige plaats der broodwinning met het oorlogsveld; de koopman lag de pen neder, en vattede den staf van commando op, als bevelhebber in eenen bloedigen krijg: en tegen een geoefend volk, een volk dat zig onder de oorlogendeEuropeêrseenen naam verworven heeft: en deeze stille burgers deeden wonderen; toonden Batavieren te zijn; toonden onverschrokken te durven staan, als ’t aankwam op de verdediging van Land en Volk!—zeker hunne omstandigheid behoort vooral in aanmerking genomen te worden, wil men geen gevaar loopen van hunnen behaalden roem te kort te doen.↑

2Wij bedoelden met dit zeggen, dat de verwachting van den moed, maar vooral van het beleid der verdedigers niet groot heeft kunnen weezen, uit aanmerking van den aart hunner omstandigheden; ’t waren tog slechts burgers, wel geoefend in het handelen der wapenen, maar niet geoefend in den krijg: de handwerktuigen werden verwisseld met de wapenen; de vredige plaats der broodwinning met het oorlogsveld; de koopman lag de pen neder, en vattede den staf van commando op, als bevelhebber in eenen bloedigen krijg: en tegen een geoefend volk, een volk dat zig onder de oorlogendeEuropeêrseenen naam verworven heeft: en deeze stille burgers deeden wonderen; toonden Batavieren te zijn; toonden onverschrokken te durven staan, als ’t aankwam op de verdediging van Land en Volk!—zeker hunne omstandigheid behoort vooral in aanmerking genomen te worden, wil men geen gevaar loopen van hunnen behaalden roem te kort te doen.↑

3Men heeft zelfs verteld, ja wat verteld men niet al! en hoe dom denkt men wel dat de Duitsche soldaat zou weezen! sommige van hun hadden zig van deNederlandsche Patriotteneen denkbeeld gemaakt, als waren het zekere wonder-verschijnselen in de Natuur; zekere menschen, of gedaante van menschen, met vleugelen; die overal, door het geheele land heen rondgierden: verscheidene maalen, zegt men, is in den beginne door hen gevraagd of zij nu niet haast diePatriottenzouden zijn? ofschoon zij er reeds door onthaald waren geworden.↑

3Men heeft zelfs verteld, ja wat verteld men niet al! en hoe dom denkt men wel dat de Duitsche soldaat zou weezen! sommige van hun hadden zig van deNederlandsche Patriotteneen denkbeeld gemaakt, als waren het zekere wonder-verschijnselen in de Natuur; zekere menschen, of gedaante van menschen, met vleugelen; die overal, door het geheele land heen rondgierden: verscheidene maalen, zegt men, is in den beginne door hen gevraagd of zij nu niet haast diePatriottenzouden zijn? ofschoon zij er reeds door onthaald waren geworden.↑


Back to IndexNext