[Inhoud]HETGEIN.DeLIGGINGVan deezen anderen stok vanWeesper-kerspelkan zekerlijk niet genoeg geroemd worden, en een onzer voorhanden zijnde schrijvers zegt des veel te weinig wanneer hij hetGein, (of, gelijk men ook wel schrijft,Gein, ofGijn,)bekoorlijknoemt, en daar bijvoegt, „Dit is zekerlijk één van de aangenaamste wegen, die men vinden kan; buitenplaats aan buitenplaats; de eene schooner dan de andere; en ’t geen er mij zeer voldoet, de weg is zo geheel somber, zo stil, des de ligging der plaatsen zo geschikt voor gevoelige zielen.”—HetGeinis een verrukkelijk paradijs, dat men in oogenschouw moet neemen om van deszelfs bekoorelijke ligging een denkbeeld te kunnen vormen, gelijk het dan ook voor een goed gedeelte van het jaar duizenden lieden uit den omtrek, voornaamlijkAmsteldammers,Weespers, enAbcoudenaarstot zig lokt, om onder deszelfs lommerig geboomte een uurtjen van uitspanning doortebrengen.De eigenlijke ligging kan gezegd worden te zijn ten zuidwesten van de rivier welke dien naam draagt, en de stadWeesp, op den afstand van een half uur gaans; strekkende hetGeinvoords tot aan het rechtsgebied vanAbcoude.Wat deNAAMSOORSPRONGBetreft, deezen moet gezocht worden in den naam van gezegde rivier, (hetGein,) die het district zo ongemeen veraangenaamt; voords vindt men weder nergens eenig verslag van de gelegenheid bij welke die rivier den naam vanGeinbekomen heeft.DeGROOTTEOf uitgebreidheid van den grond betreffende kan ook niet afzonderlijk opgegeven worden; het getal der huizen, (de fraaje hofsteden daaronder betrokken,) die eigenlijk kunnen gezegd worden in de polder hetGeingelegen te wezen, is niet groot.Hetwapenis dat van het geheele Kerspel.[6]KERKLIJKE GEBOUWENZijn hier weder niet voorhanden; de ingezetenen (waaronder Gereformeerden, Lutherschen, en Roomschen gevonden worden,) moeten teWeespofAbcoudeter kerk gaan: evenwel kan men onder dit artijkel brengen het School: ’t welk in deeze polder, nabij deGeinbruggevonden wordt, en vrij aanzienlijk is: het is eenBuurt-school; (om ’t deezen naameenstoetekennen,) dat op een tractement van ƒ 150 ’s jaars begeven wordt, voor welk tractement de Meester de Weezen en kinderen van arme ingezetenen voor niet in zijne school moet ontvangen, (doch men verzekert dat er sedert jaaren herwaards zulke kinderen niet geweest zijn,) terwijl de ouders der overige kinderen hem een zeker leergeld moeten betaalen: dit inkomen (dikwijls van meer dan 70 kinderen,) gevoegd bij het geen deeze man verdient met het lesgeeven aan de kinderen dier Grooten, welken den zomer in hetGeinop hunne buitenplaatsen doorbrengen, verschaft hem een zeer goed bestaan—de kinderen uit deGaaspgaan ook hier ter school.Wereldlijke gebouwenzijn hier weder niet voorhanden, en wegens dewereldlijke regeeringzie men onder dat artijkel onzer voorgaande algemeene beschrijving vanWeesper-kerspel.DeBEZIGHEDENDer bewooneren van hetGeinbestaan voornaamlijk in de melkerij, geene der aldaar voorhanden zijnde landerijen wordt bebouwd, voords woonen er, bij gelegenheid van de meergemelde Hofsteden, eenige tuinlieden; ook vindt men er verscheidene van die ambachtslieden, wier verrichtingen in de burgerlijke zamenleeving onontbeerelijk zijn, als Timmerlieden, Schoenmaakers, Kleeremaakers, en dergelijken: er is ook een Chirurgijn.Van deGESCHIEDENISSENVan hetGein, zij hetzelfde gezegd als van die van deGaaspvoorbeschreven: onder de inwooneren zijn veele Staats- of Vaderlands-gezinden, welke van dePruissenin 1787 grouwzaam veel hebben moeten lijden; zelfs de vrouwen, die deezen volgden,[7]hebben zig in dien omtrek zonderling onderscheiden, in het wegneemen van de kleederen haarer sexe, die zij voor de hand vonden; vooral hebben deze rustherstellers aan de fraaje buitenplaatsen groote schade toegebragt—men verhaalt, dat die van de Stadhouderlijke partij, welken in hetGeingevonden worden, bij het aannaderen derPruissen, hunne beste goederen zamengebragt hadden, op eene der aldaar gelegene buitenplaatsen, wier eigenaar voor een ijverig Stadhoudersgezinden bekend was; zig om die reden verzekerende dat gezegde hunne goederen aldaar wel veilig zouden weezen; doch toen dePruissener zig bevonden, en hunne gewoone bezigheden ter hand namen, ondervond men tot ongemeen groot harteleed, dat zij niet vooraf onderzochten tegen wie, of vóór wie der bewooneren zij eigenlijk opgezonden waren,nemaardat zij, zonder eenzijdigheid, aanvielen op alles wat hun voor de hand kwam; want onder anderen werd de bedoelde buitenplaats door hen geheel uitgeplonderd, waarbij zij derhalven verscheidene vliegen in één klap medenamen.Men verhaalt, dat dePruisseneenen bijzonderen haat tegen deGeinbewoonersbetoonden te hebben, ter oorzaake dat, op donderdag den 20 September, drie dagen voor hunnen aanval opWeesp, zekeren Huisman, met naameHendrik de Ruiter, door twee vanAbcoudekomendePruissische Officieren, op eene listige wijze, naar de sterkte dier stad aan de voor hun liggende zijde gevraagd zijnde, verzekerd had, dat er, voor zo verre hij wist, aan dien kant geen geschut lag (zijnde hetzelve er eerst op vrijdag den 21 gebragt,): toen zij nu des zondags den 23 opWeespaantrokken, deeden zij daadlijk onderzoek naar zijn wooning, en noodzaakten hem in den nacht hen den weg te wijzen; ’t welk hij tot aan deGeinbrugtoe deed: dan, in hunne verwachting bedrogen zijnde, dreigden zij, bij hunne retraite, diens huismans wooning in de brand te steeken, en sleepten hem den daaraan volgenden avond, onder een aanhoudend slaan en stooten, naar het Hoofdquartier aan deNichtervechter Kade, alwaar weldra zijn vonnis wierd opgemaakt, daarin bestaande, dat men hem, zonder forme van proces, aan een’ boom zoude ophangen, ten spiegel van anderen, die mogelijk in hunnen overmoed zouden durven besluiten, zijn voetspoor in het misleiden van krijgslieden, die als vrienden in hun Land kwamen, te volgen: evenwel heeft men deezen[8]Huisman, op zijn eigen verdediging, en de getuigenis van zijne buuren, dat hij zig nimmer met eenige Staatkundige geschillen bemoeid had, en voor een eerlijk man bij hen bekend stond, ontslagen, onder die voorwaarde, dat hij, het tegendeel bevonden wordende, weder naar den commandeerenden Officier zou gevoerd worden, en het bedreigde vonnis zou moeten ondergaan.Onder ons artijkelBIJZONDERHEDEN,Kunnen wij, voor hetGein, brengen de meergemelde aanzienlijke Hofsteden, allen, bij gelegenheid, der bezichtiginge overwaardig: de voornaamsten zijn die vanden HeereLepeltak.————Elias,Burgemeester te Amsterdam.————Boers,————Asschenberg.————Abcouw.MevrouwWalland.den HeereMendes da Costa.————Meints.————Verryn, en die van————De Clercq.DeREISGELEGENHEDENZijn deezen: men kan met deWeesper schuitnaarWeesp, of naarAmsteldam; aan deGeinbrugkan men er uitstappen; er vaart ook een schuit vanWeesper-kerspel, opAmsteldam; behalven de gewoone beurt, in de week, vaart zij ook des zomers, op zondag avond, omtrent ten half zeven uuren van deGeinbrugaf: de Schippersplaats daarvan, wordt bij vacature door den Gerechte begeeven.DeHERBERGEN,Die in ’tGeingevonden worden, zijnDe Vijfhoek, en’s Lands WelvaarenVan veelen wordt de eerstgemelde herberg, het rechthuis genoemd, schoon zij zulks in geenen deele zij; alleenlijk heeft zij dien naam verkregen, om dat voor de puie van dezelve gemeenlijk alle waarschouwingen en ordonnantien van Poldermeesteren, en dergelijke openbaare aankondigingen aangeplakt worden.[9]
[Inhoud]HETGEIN.DeLIGGINGVan deezen anderen stok vanWeesper-kerspelkan zekerlijk niet genoeg geroemd worden, en een onzer voorhanden zijnde schrijvers zegt des veel te weinig wanneer hij hetGein, (of, gelijk men ook wel schrijft,Gein, ofGijn,)bekoorlijknoemt, en daar bijvoegt, „Dit is zekerlijk één van de aangenaamste wegen, die men vinden kan; buitenplaats aan buitenplaats; de eene schooner dan de andere; en ’t geen er mij zeer voldoet, de weg is zo geheel somber, zo stil, des de ligging der plaatsen zo geschikt voor gevoelige zielen.”—HetGeinis een verrukkelijk paradijs, dat men in oogenschouw moet neemen om van deszelfs bekoorelijke ligging een denkbeeld te kunnen vormen, gelijk het dan ook voor een goed gedeelte van het jaar duizenden lieden uit den omtrek, voornaamlijkAmsteldammers,Weespers, enAbcoudenaarstot zig lokt, om onder deszelfs lommerig geboomte een uurtjen van uitspanning doortebrengen.De eigenlijke ligging kan gezegd worden te zijn ten zuidwesten van de rivier welke dien naam draagt, en de stadWeesp, op den afstand van een half uur gaans; strekkende hetGeinvoords tot aan het rechtsgebied vanAbcoude.Wat deNAAMSOORSPRONGBetreft, deezen moet gezocht worden in den naam van gezegde rivier, (hetGein,) die het district zo ongemeen veraangenaamt; voords vindt men weder nergens eenig verslag van de gelegenheid bij welke die rivier den naam vanGeinbekomen heeft.DeGROOTTEOf uitgebreidheid van den grond betreffende kan ook niet afzonderlijk opgegeven worden; het getal der huizen, (de fraaje hofsteden daaronder betrokken,) die eigenlijk kunnen gezegd worden in de polder hetGeingelegen te wezen, is niet groot.Hetwapenis dat van het geheele Kerspel.[6]KERKLIJKE GEBOUWENZijn hier weder niet voorhanden; de ingezetenen (waaronder Gereformeerden, Lutherschen, en Roomschen gevonden worden,) moeten teWeespofAbcoudeter kerk gaan: evenwel kan men onder dit artijkel brengen het School: ’t welk in deeze polder, nabij deGeinbruggevonden wordt, en vrij aanzienlijk is: het is eenBuurt-school; (om ’t deezen naameenstoetekennen,) dat op een tractement van ƒ 150 ’s jaars begeven wordt, voor welk tractement de Meester de Weezen en kinderen van arme ingezetenen voor niet in zijne school moet ontvangen, (doch men verzekert dat er sedert jaaren herwaards zulke kinderen niet geweest zijn,) terwijl de ouders der overige kinderen hem een zeker leergeld moeten betaalen: dit inkomen (dikwijls van meer dan 70 kinderen,) gevoegd bij het geen deeze man verdient met het lesgeeven aan de kinderen dier Grooten, welken den zomer in hetGeinop hunne buitenplaatsen doorbrengen, verschaft hem een zeer goed bestaan—de kinderen uit deGaaspgaan ook hier ter school.Wereldlijke gebouwenzijn hier weder niet voorhanden, en wegens dewereldlijke regeeringzie men onder dat artijkel onzer voorgaande algemeene beschrijving vanWeesper-kerspel.DeBEZIGHEDENDer bewooneren van hetGeinbestaan voornaamlijk in de melkerij, geene der aldaar voorhanden zijnde landerijen wordt bebouwd, voords woonen er, bij gelegenheid van de meergemelde Hofsteden, eenige tuinlieden; ook vindt men er verscheidene van die ambachtslieden, wier verrichtingen in de burgerlijke zamenleeving onontbeerelijk zijn, als Timmerlieden, Schoenmaakers, Kleeremaakers, en dergelijken: er is ook een Chirurgijn.Van deGESCHIEDENISSENVan hetGein, zij hetzelfde gezegd als van die van deGaaspvoorbeschreven: onder de inwooneren zijn veele Staats- of Vaderlands-gezinden, welke van dePruissenin 1787 grouwzaam veel hebben moeten lijden; zelfs de vrouwen, die deezen volgden,[7]hebben zig in dien omtrek zonderling onderscheiden, in het wegneemen van de kleederen haarer sexe, die zij voor de hand vonden; vooral hebben deze rustherstellers aan de fraaje buitenplaatsen groote schade toegebragt—men verhaalt, dat die van de Stadhouderlijke partij, welken in hetGeingevonden worden, bij het aannaderen derPruissen, hunne beste goederen zamengebragt hadden, op eene der aldaar gelegene buitenplaatsen, wier eigenaar voor een ijverig Stadhoudersgezinden bekend was; zig om die reden verzekerende dat gezegde hunne goederen aldaar wel veilig zouden weezen; doch toen dePruissener zig bevonden, en hunne gewoone bezigheden ter hand namen, ondervond men tot ongemeen groot harteleed, dat zij niet vooraf onderzochten tegen wie, of vóór wie der bewooneren zij eigenlijk opgezonden waren,nemaardat zij, zonder eenzijdigheid, aanvielen op alles wat hun voor de hand kwam; want onder anderen werd de bedoelde buitenplaats door hen geheel uitgeplonderd, waarbij zij derhalven verscheidene vliegen in één klap medenamen.Men verhaalt, dat dePruisseneenen bijzonderen haat tegen deGeinbewoonersbetoonden te hebben, ter oorzaake dat, op donderdag den 20 September, drie dagen voor hunnen aanval opWeesp, zekeren Huisman, met naameHendrik de Ruiter, door twee vanAbcoudekomendePruissische Officieren, op eene listige wijze, naar de sterkte dier stad aan de voor hun liggende zijde gevraagd zijnde, verzekerd had, dat er, voor zo verre hij wist, aan dien kant geen geschut lag (zijnde hetzelve er eerst op vrijdag den 21 gebragt,): toen zij nu des zondags den 23 opWeespaantrokken, deeden zij daadlijk onderzoek naar zijn wooning, en noodzaakten hem in den nacht hen den weg te wijzen; ’t welk hij tot aan deGeinbrugtoe deed: dan, in hunne verwachting bedrogen zijnde, dreigden zij, bij hunne retraite, diens huismans wooning in de brand te steeken, en sleepten hem den daaraan volgenden avond, onder een aanhoudend slaan en stooten, naar het Hoofdquartier aan deNichtervechter Kade, alwaar weldra zijn vonnis wierd opgemaakt, daarin bestaande, dat men hem, zonder forme van proces, aan een’ boom zoude ophangen, ten spiegel van anderen, die mogelijk in hunnen overmoed zouden durven besluiten, zijn voetspoor in het misleiden van krijgslieden, die als vrienden in hun Land kwamen, te volgen: evenwel heeft men deezen[8]Huisman, op zijn eigen verdediging, en de getuigenis van zijne buuren, dat hij zig nimmer met eenige Staatkundige geschillen bemoeid had, en voor een eerlijk man bij hen bekend stond, ontslagen, onder die voorwaarde, dat hij, het tegendeel bevonden wordende, weder naar den commandeerenden Officier zou gevoerd worden, en het bedreigde vonnis zou moeten ondergaan.Onder ons artijkelBIJZONDERHEDEN,Kunnen wij, voor hetGein, brengen de meergemelde aanzienlijke Hofsteden, allen, bij gelegenheid, der bezichtiginge overwaardig: de voornaamsten zijn die vanden HeereLepeltak.————Elias,Burgemeester te Amsterdam.————Boers,————Asschenberg.————Abcouw.MevrouwWalland.den HeereMendes da Costa.————Meints.————Verryn, en die van————De Clercq.DeREISGELEGENHEDENZijn deezen: men kan met deWeesper schuitnaarWeesp, of naarAmsteldam; aan deGeinbrugkan men er uitstappen; er vaart ook een schuit vanWeesper-kerspel, opAmsteldam; behalven de gewoone beurt, in de week, vaart zij ook des zomers, op zondag avond, omtrent ten half zeven uuren van deGeinbrugaf: de Schippersplaats daarvan, wordt bij vacature door den Gerechte begeeven.DeHERBERGEN,Die in ’tGeingevonden worden, zijnDe Vijfhoek, en’s Lands WelvaarenVan veelen wordt de eerstgemelde herberg, het rechthuis genoemd, schoon zij zulks in geenen deele zij; alleenlijk heeft zij dien naam verkregen, om dat voor de puie van dezelve gemeenlijk alle waarschouwingen en ordonnantien van Poldermeesteren, en dergelijke openbaare aankondigingen aangeplakt worden.[9]
HETGEIN.
DeLIGGINGVan deezen anderen stok vanWeesper-kerspelkan zekerlijk niet genoeg geroemd worden, en een onzer voorhanden zijnde schrijvers zegt des veel te weinig wanneer hij hetGein, (of, gelijk men ook wel schrijft,Gein, ofGijn,)bekoorlijknoemt, en daar bijvoegt, „Dit is zekerlijk één van de aangenaamste wegen, die men vinden kan; buitenplaats aan buitenplaats; de eene schooner dan de andere; en ’t geen er mij zeer voldoet, de weg is zo geheel somber, zo stil, des de ligging der plaatsen zo geschikt voor gevoelige zielen.”—HetGeinis een verrukkelijk paradijs, dat men in oogenschouw moet neemen om van deszelfs bekoorelijke ligging een denkbeeld te kunnen vormen, gelijk het dan ook voor een goed gedeelte van het jaar duizenden lieden uit den omtrek, voornaamlijkAmsteldammers,Weespers, enAbcoudenaarstot zig lokt, om onder deszelfs lommerig geboomte een uurtjen van uitspanning doortebrengen.De eigenlijke ligging kan gezegd worden te zijn ten zuidwesten van de rivier welke dien naam draagt, en de stadWeesp, op den afstand van een half uur gaans; strekkende hetGeinvoords tot aan het rechtsgebied vanAbcoude.Wat deNAAMSOORSPRONGBetreft, deezen moet gezocht worden in den naam van gezegde rivier, (hetGein,) die het district zo ongemeen veraangenaamt; voords vindt men weder nergens eenig verslag van de gelegenheid bij welke die rivier den naam vanGeinbekomen heeft.DeGROOTTEOf uitgebreidheid van den grond betreffende kan ook niet afzonderlijk opgegeven worden; het getal der huizen, (de fraaje hofsteden daaronder betrokken,) die eigenlijk kunnen gezegd worden in de polder hetGeingelegen te wezen, is niet groot.Hetwapenis dat van het geheele Kerspel.[6]KERKLIJKE GEBOUWENZijn hier weder niet voorhanden; de ingezetenen (waaronder Gereformeerden, Lutherschen, en Roomschen gevonden worden,) moeten teWeespofAbcoudeter kerk gaan: evenwel kan men onder dit artijkel brengen het School: ’t welk in deeze polder, nabij deGeinbruggevonden wordt, en vrij aanzienlijk is: het is eenBuurt-school; (om ’t deezen naameenstoetekennen,) dat op een tractement van ƒ 150 ’s jaars begeven wordt, voor welk tractement de Meester de Weezen en kinderen van arme ingezetenen voor niet in zijne school moet ontvangen, (doch men verzekert dat er sedert jaaren herwaards zulke kinderen niet geweest zijn,) terwijl de ouders der overige kinderen hem een zeker leergeld moeten betaalen: dit inkomen (dikwijls van meer dan 70 kinderen,) gevoegd bij het geen deeze man verdient met het lesgeeven aan de kinderen dier Grooten, welken den zomer in hetGeinop hunne buitenplaatsen doorbrengen, verschaft hem een zeer goed bestaan—de kinderen uit deGaaspgaan ook hier ter school.Wereldlijke gebouwenzijn hier weder niet voorhanden, en wegens dewereldlijke regeeringzie men onder dat artijkel onzer voorgaande algemeene beschrijving vanWeesper-kerspel.DeBEZIGHEDENDer bewooneren van hetGeinbestaan voornaamlijk in de melkerij, geene der aldaar voorhanden zijnde landerijen wordt bebouwd, voords woonen er, bij gelegenheid van de meergemelde Hofsteden, eenige tuinlieden; ook vindt men er verscheidene van die ambachtslieden, wier verrichtingen in de burgerlijke zamenleeving onontbeerelijk zijn, als Timmerlieden, Schoenmaakers, Kleeremaakers, en dergelijken: er is ook een Chirurgijn.Van deGESCHIEDENISSENVan hetGein, zij hetzelfde gezegd als van die van deGaaspvoorbeschreven: onder de inwooneren zijn veele Staats- of Vaderlands-gezinden, welke van dePruissenin 1787 grouwzaam veel hebben moeten lijden; zelfs de vrouwen, die deezen volgden,[7]hebben zig in dien omtrek zonderling onderscheiden, in het wegneemen van de kleederen haarer sexe, die zij voor de hand vonden; vooral hebben deze rustherstellers aan de fraaje buitenplaatsen groote schade toegebragt—men verhaalt, dat die van de Stadhouderlijke partij, welken in hetGeingevonden worden, bij het aannaderen derPruissen, hunne beste goederen zamengebragt hadden, op eene der aldaar gelegene buitenplaatsen, wier eigenaar voor een ijverig Stadhoudersgezinden bekend was; zig om die reden verzekerende dat gezegde hunne goederen aldaar wel veilig zouden weezen; doch toen dePruissener zig bevonden, en hunne gewoone bezigheden ter hand namen, ondervond men tot ongemeen groot harteleed, dat zij niet vooraf onderzochten tegen wie, of vóór wie der bewooneren zij eigenlijk opgezonden waren,nemaardat zij, zonder eenzijdigheid, aanvielen op alles wat hun voor de hand kwam; want onder anderen werd de bedoelde buitenplaats door hen geheel uitgeplonderd, waarbij zij derhalven verscheidene vliegen in één klap medenamen.Men verhaalt, dat dePruisseneenen bijzonderen haat tegen deGeinbewoonersbetoonden te hebben, ter oorzaake dat, op donderdag den 20 September, drie dagen voor hunnen aanval opWeesp, zekeren Huisman, met naameHendrik de Ruiter, door twee vanAbcoudekomendePruissische Officieren, op eene listige wijze, naar de sterkte dier stad aan de voor hun liggende zijde gevraagd zijnde, verzekerd had, dat er, voor zo verre hij wist, aan dien kant geen geschut lag (zijnde hetzelve er eerst op vrijdag den 21 gebragt,): toen zij nu des zondags den 23 opWeespaantrokken, deeden zij daadlijk onderzoek naar zijn wooning, en noodzaakten hem in den nacht hen den weg te wijzen; ’t welk hij tot aan deGeinbrugtoe deed: dan, in hunne verwachting bedrogen zijnde, dreigden zij, bij hunne retraite, diens huismans wooning in de brand te steeken, en sleepten hem den daaraan volgenden avond, onder een aanhoudend slaan en stooten, naar het Hoofdquartier aan deNichtervechter Kade, alwaar weldra zijn vonnis wierd opgemaakt, daarin bestaande, dat men hem, zonder forme van proces, aan een’ boom zoude ophangen, ten spiegel van anderen, die mogelijk in hunnen overmoed zouden durven besluiten, zijn voetspoor in het misleiden van krijgslieden, die als vrienden in hun Land kwamen, te volgen: evenwel heeft men deezen[8]Huisman, op zijn eigen verdediging, en de getuigenis van zijne buuren, dat hij zig nimmer met eenige Staatkundige geschillen bemoeid had, en voor een eerlijk man bij hen bekend stond, ontslagen, onder die voorwaarde, dat hij, het tegendeel bevonden wordende, weder naar den commandeerenden Officier zou gevoerd worden, en het bedreigde vonnis zou moeten ondergaan.Onder ons artijkelBIJZONDERHEDEN,Kunnen wij, voor hetGein, brengen de meergemelde aanzienlijke Hofsteden, allen, bij gelegenheid, der bezichtiginge overwaardig: de voornaamsten zijn die vanden HeereLepeltak.————Elias,Burgemeester te Amsterdam.————Boers,————Asschenberg.————Abcouw.MevrouwWalland.den HeereMendes da Costa.————Meints.————Verryn, en die van————De Clercq.DeREISGELEGENHEDENZijn deezen: men kan met deWeesper schuitnaarWeesp, of naarAmsteldam; aan deGeinbrugkan men er uitstappen; er vaart ook een schuit vanWeesper-kerspel, opAmsteldam; behalven de gewoone beurt, in de week, vaart zij ook des zomers, op zondag avond, omtrent ten half zeven uuren van deGeinbrugaf: de Schippersplaats daarvan, wordt bij vacature door den Gerechte begeeven.DeHERBERGEN,Die in ’tGeingevonden worden, zijnDe Vijfhoek, en’s Lands WelvaarenVan veelen wordt de eerstgemelde herberg, het rechthuis genoemd, schoon zij zulks in geenen deele zij; alleenlijk heeft zij dien naam verkregen, om dat voor de puie van dezelve gemeenlijk alle waarschouwingen en ordonnantien van Poldermeesteren, en dergelijke openbaare aankondigingen aangeplakt worden.[9]
De
LIGGING
Van deezen anderen stok vanWeesper-kerspelkan zekerlijk niet genoeg geroemd worden, en een onzer voorhanden zijnde schrijvers zegt des veel te weinig wanneer hij hetGein, (of, gelijk men ook wel schrijft,Gein, ofGijn,)bekoorlijknoemt, en daar bijvoegt, „Dit is zekerlijk één van de aangenaamste wegen, die men vinden kan; buitenplaats aan buitenplaats; de eene schooner dan de andere; en ’t geen er mij zeer voldoet, de weg is zo geheel somber, zo stil, des de ligging der plaatsen zo geschikt voor gevoelige zielen.”—HetGeinis een verrukkelijk paradijs, dat men in oogenschouw moet neemen om van deszelfs bekoorelijke ligging een denkbeeld te kunnen vormen, gelijk het dan ook voor een goed gedeelte van het jaar duizenden lieden uit den omtrek, voornaamlijkAmsteldammers,Weespers, enAbcoudenaarstot zig lokt, om onder deszelfs lommerig geboomte een uurtjen van uitspanning doortebrengen.
De eigenlijke ligging kan gezegd worden te zijn ten zuidwesten van de rivier welke dien naam draagt, en de stadWeesp, op den afstand van een half uur gaans; strekkende hetGeinvoords tot aan het rechtsgebied vanAbcoude.
Wat de
NAAMSOORSPRONG
Betreft, deezen moet gezocht worden in den naam van gezegde rivier, (hetGein,) die het district zo ongemeen veraangenaamt; voords vindt men weder nergens eenig verslag van de gelegenheid bij welke die rivier den naam vanGeinbekomen heeft.
De
GROOTTE
Of uitgebreidheid van den grond betreffende kan ook niet afzonderlijk opgegeven worden; het getal der huizen, (de fraaje hofsteden daaronder betrokken,) die eigenlijk kunnen gezegd worden in de polder hetGeingelegen te wezen, is niet groot.
Hetwapenis dat van het geheele Kerspel.[6]
KERKLIJKE GEBOUWEN
Zijn hier weder niet voorhanden; de ingezetenen (waaronder Gereformeerden, Lutherschen, en Roomschen gevonden worden,) moeten teWeespofAbcoudeter kerk gaan: evenwel kan men onder dit artijkel brengen het School: ’t welk in deeze polder, nabij deGeinbruggevonden wordt, en vrij aanzienlijk is: het is eenBuurt-school; (om ’t deezen naameenstoetekennen,) dat op een tractement van ƒ 150 ’s jaars begeven wordt, voor welk tractement de Meester de Weezen en kinderen van arme ingezetenen voor niet in zijne school moet ontvangen, (doch men verzekert dat er sedert jaaren herwaards zulke kinderen niet geweest zijn,) terwijl de ouders der overige kinderen hem een zeker leergeld moeten betaalen: dit inkomen (dikwijls van meer dan 70 kinderen,) gevoegd bij het geen deeze man verdient met het lesgeeven aan de kinderen dier Grooten, welken den zomer in hetGeinop hunne buitenplaatsen doorbrengen, verschaft hem een zeer goed bestaan—de kinderen uit deGaaspgaan ook hier ter school.
Wereldlijke gebouwenzijn hier weder niet voorhanden, en wegens dewereldlijke regeeringzie men onder dat artijkel onzer voorgaande algemeene beschrijving vanWeesper-kerspel.
De
BEZIGHEDEN
Der bewooneren van hetGeinbestaan voornaamlijk in de melkerij, geene der aldaar voorhanden zijnde landerijen wordt bebouwd, voords woonen er, bij gelegenheid van de meergemelde Hofsteden, eenige tuinlieden; ook vindt men er verscheidene van die ambachtslieden, wier verrichtingen in de burgerlijke zamenleeving onontbeerelijk zijn, als Timmerlieden, Schoenmaakers, Kleeremaakers, en dergelijken: er is ook een Chirurgijn.
Van de
GESCHIEDENISSEN
Van hetGein, zij hetzelfde gezegd als van die van deGaaspvoorbeschreven: onder de inwooneren zijn veele Staats- of Vaderlands-gezinden, welke van dePruissenin 1787 grouwzaam veel hebben moeten lijden; zelfs de vrouwen, die deezen volgden,[7]hebben zig in dien omtrek zonderling onderscheiden, in het wegneemen van de kleederen haarer sexe, die zij voor de hand vonden; vooral hebben deze rustherstellers aan de fraaje buitenplaatsen groote schade toegebragt—men verhaalt, dat die van de Stadhouderlijke partij, welken in hetGeingevonden worden, bij het aannaderen derPruissen, hunne beste goederen zamengebragt hadden, op eene der aldaar gelegene buitenplaatsen, wier eigenaar voor een ijverig Stadhoudersgezinden bekend was; zig om die reden verzekerende dat gezegde hunne goederen aldaar wel veilig zouden weezen; doch toen dePruissener zig bevonden, en hunne gewoone bezigheden ter hand namen, ondervond men tot ongemeen groot harteleed, dat zij niet vooraf onderzochten tegen wie, of vóór wie der bewooneren zij eigenlijk opgezonden waren,nemaardat zij, zonder eenzijdigheid, aanvielen op alles wat hun voor de hand kwam; want onder anderen werd de bedoelde buitenplaats door hen geheel uitgeplonderd, waarbij zij derhalven verscheidene vliegen in één klap medenamen.
Men verhaalt, dat dePruisseneenen bijzonderen haat tegen deGeinbewoonersbetoonden te hebben, ter oorzaake dat, op donderdag den 20 September, drie dagen voor hunnen aanval opWeesp, zekeren Huisman, met naameHendrik de Ruiter, door twee vanAbcoudekomendePruissische Officieren, op eene listige wijze, naar de sterkte dier stad aan de voor hun liggende zijde gevraagd zijnde, verzekerd had, dat er, voor zo verre hij wist, aan dien kant geen geschut lag (zijnde hetzelve er eerst op vrijdag den 21 gebragt,): toen zij nu des zondags den 23 opWeespaantrokken, deeden zij daadlijk onderzoek naar zijn wooning, en noodzaakten hem in den nacht hen den weg te wijzen; ’t welk hij tot aan deGeinbrugtoe deed: dan, in hunne verwachting bedrogen zijnde, dreigden zij, bij hunne retraite, diens huismans wooning in de brand te steeken, en sleepten hem den daaraan volgenden avond, onder een aanhoudend slaan en stooten, naar het Hoofdquartier aan deNichtervechter Kade, alwaar weldra zijn vonnis wierd opgemaakt, daarin bestaande, dat men hem, zonder forme van proces, aan een’ boom zoude ophangen, ten spiegel van anderen, die mogelijk in hunnen overmoed zouden durven besluiten, zijn voetspoor in het misleiden van krijgslieden, die als vrienden in hun Land kwamen, te volgen: evenwel heeft men deezen[8]Huisman, op zijn eigen verdediging, en de getuigenis van zijne buuren, dat hij zig nimmer met eenige Staatkundige geschillen bemoeid had, en voor een eerlijk man bij hen bekend stond, ontslagen, onder die voorwaarde, dat hij, het tegendeel bevonden wordende, weder naar den commandeerenden Officier zou gevoerd worden, en het bedreigde vonnis zou moeten ondergaan.
Onder ons artijkel
BIJZONDERHEDEN,
Kunnen wij, voor hetGein, brengen de meergemelde aanzienlijke Hofsteden, allen, bij gelegenheid, der bezichtiginge overwaardig: de voornaamsten zijn die van
den HeereLepeltak.————Elias,Burgemeester te Amsterdam.————Boers,————Asschenberg.————Abcouw.MevrouwWalland.den HeereMendes da Costa.————Meints.————Verryn, en die van————De Clercq.
De
REISGELEGENHEDEN
Zijn deezen: men kan met deWeesper schuitnaarWeesp, of naarAmsteldam; aan deGeinbrugkan men er uitstappen; er vaart ook een schuit vanWeesper-kerspel, opAmsteldam; behalven de gewoone beurt, in de week, vaart zij ook des zomers, op zondag avond, omtrent ten half zeven uuren van deGeinbrugaf: de Schippersplaats daarvan, wordt bij vacature door den Gerechte begeeven.
De
HERBERGEN,
Die in ’tGeingevonden worden, zijn
Van veelen wordt de eerstgemelde herberg, het rechthuis genoemd, schoon zij zulks in geenen deele zij; alleenlijk heeft zij dien naam verkregen, om dat voor de puie van dezelve gemeenlijk alle waarschouwingen en ordonnantien van Poldermeesteren, en dergelijke openbaare aankondigingen aangeplakt worden.[9]