Veertiende tooneel.De Worstverkooper, de Paphlagoniër, Volk, Het Koor.Volk.Wie roepen mij daar? gaat toch weg hier voor m’n deur,Want je vernielt den krans die aan den deurpost hangt.Paphlagoniër.Kom hier, en zie wat onrecht mij wordt aangedaan.Volk.730Wie doet dat, Paphlagoniër?Paphlagoniër.Wie doet dat, Paphlagoniër?Ik krijg slaag voor u,Van dien vent en van die heertjes daar.Volk.Van dien vent en van die heertjes daar.Waarom is dat?Paphlagoniër.Omdat ik je liefheb, Volk, omdat ik je minnaar ben.Volk.Zeg, wie ben jij daar?Worstverkooper.Zeg, wie ben jij daar?Een medeminnaar ben ’k van hem,Die van je houdt, en die reeds lang je wèl wil doen,735Ik wil hetzelfde als veel andere nette lui.Maar door zijn schuld zijn wij onmachtig. Immers jij,Je doet precies als kinderen die bedorven zijn,Je luistert nimmer naar den raad van nette lui,Maar wèl naar lampenkooplui en naar schoenmakers,740Schoenlappers en leerlooiers—die houdt jij te vrind.Paphlagoniër.Ik ben een weldoener van hem!Worstverkooper.Ik ben een weldoener van hem!Verklaar dat eens!Paphlagoniër.Ik fopte het gezantschap, dat uit Pylos kwam,Ik zeilde heen en bracht de Spartanen gevangen hier.Worstverkooper.Maar ik heb onlangs, toen ik uit m’n winkel kwam,745Den pot gestolen van iemand, die aan ’t kooken was.Paphlagoniër.Meneer Volk! beleg terstond maar een vergadering,Beslis dan zelf, wie van ons tweeën jou het meestGunstig gestemd is, en neem dien aan tot je vriend.Worstverkooper.Ja, ja, beslis het zelf maar, maar niet op de Pnyx!Volk.750Ik wil niet ergens anders zitten dan op de Pnyx!Vooruit met jullie, komt te voorschijn op de Pnyx!(Volk gaat naar een hooge plaats, die de Pnyx voorstelt, en zet zich daar neder).Worstverkooper(ter zijde).O wee, ik ben verloren, want de oude man,Wanneer hij thuis is, is een beste goede heer,Maar nauwlijks heeft hij plaats genomen op die rots,755Of hij gaapt als iemand, die een ristje vijgen maakt.Koor.(tot den worstverkooper)Zet nu maar alle zeilen bij,En toon je beste beentje,Wees overmoedig en wees vrij,Bedenk een heele scheldpartij,Waarmee je Kléon zet op zij,Want hij, hij is er eentje,Die zich in alle bochten weetTe dringen en te wringen,In elken muur ziet hij een reet,En hij kent listen bij de vleet,Al is ’t gevaar ook nog zoo heet,Om toch den dans t’ontspringen!Aanvoerder van het koor.760Wees zeker dat gij met overmacht, met krachtpatserij op hem lostrekt,Maar wees tegelijk voorzichtig ook, en bedenk, voordat hij u aanvalt,Dat je gauw met je ra naar den vijand draait, en je slingerwerptuigen omhoog hijscht!Vijftiende tooneel.Dezelfden.Paphlagoniër.Aan mijn meesteres, godinne Atheen, die de stad wil schermen en schutten,Bid ik thans, zoowaar als ik steeds voor het volk, den doorluchtigen staat der Atheners,765D’allerbeste geweest ben na Lysikles en Kynna en Salabakcho,Dat ik steeds, al doe ik ook niets, toch op staatskosten zal worden gespijzigd.Doch als ik u haat, en in uw belang niet alleen zal treden in ’t strijdperk,Dan ga ik spoedig in stukken gezaagd of in riemen gesneden te gronde!Worstverkooper.En ik, o Volk, als ik jou niet bemin, niet liefheb, moge gesneden,770En in kleine stukjes gebraden zijn—doch wanneer die wensch niet genoeg is,(hij houdt zijn worstplank in de hoogte)Dan moog ik in pap fijn worden geschaafd, met kaas, hier op deze worstplank,En met een haak bij de beenen gesleept in de voorstad worden begraven.Paphlagoniër.Hoe zou er toch ooit één burger bestaan die het Volk meer liefheeft dan ik doe?Die ten eerste, als lid van den raad, heb gemaakt dat uw kas voortdurend gevuld was,775Want in het publiek—ik vroeg het den een—ik bestal en ik worgde den ander,Geen particulier was veilig bij mij, deed ik maar het Volk een pleiziertje.Worstverkooper.Dat’s heelemaal niet ongewoon, o Volk! want ik doe terstond u hetzelfde.Ik steel u de brooden uit andermans huis, en zet die voor u als een maaltijd,Dat die schurk van hierover u niet liefheeft, dat zal ik vóór alles u toonen.780Tenzij dáárom alleen hij het doet, omdat hij zich warmt aan uw koolvuur.Gij Volk! die met Mediërs eens hebt gestreên, die bij Marathon voor uw bestaan vocht,U, die na den zege ons steeds hebt gewend aan machtige woorden en grootspraak,Om ù geeft hij niets, dat gij daar zoo ruw en zoo hard neerzit op de rotsen,Niet als ik heeft hij een matras u genaaid. Dien breng ik u: rijs in de hoogte,785Zit lekker, en koester het achterdeel, dat bij Salamis véél heeft geleden!(Hij legt een matras onder hem)Volk.Wie zijt gij o mensch? stamt gij soms af van den grooten tirannenvermoorder?Dat is nu in waarheid een edel geschenk, metterdaad toont gij u een volksvriend.Paphlagoniër.Wat zijt gij op eens welwillend gestemd door zulk een gering vleierijtje!Worstverkooper.Veel geringer nog is het lokaas geweest, waar gij hem steeds mee gestreeld hebt!Paphlagoniër.790Nooit is er een man verschenen op aard, o Volk, die u flinker beschermde,Of die u meer liefhad dan ik—is ’t niet zoo, ja, ja, ik verwed er mijn hoofd om.Worstverkooper.Jij houdt van het volk, die al acht jaar lang geen meelij toont en het aanziet,Hoe het hier in de buurt armzalig woont, in hutten en krotten en nesten?Jij plukt alle menschen, en sluit ze maar op; toen Archeptolemos aankwam795Om vrede te brengen, dreeft gij hem weg, en gij jaagt alle gezantenMet schande en smaad uit Athene voort, als zij wapenstilstand verzoeken.Paphlagoniër.Opdat gij over alle Hellenen heerscht!—Want ’t staat in orakels geschreven,Dat hij eens in Arkadië rechter zal zijn.... voor vijf obolen salaris,Als hij volhoudt.... daarom is het dan ook dat ik hem zal kweeken en voeden,800Dat ik hem zal verschaffen, ’t zij recht of ’t zij krom, zijn drie obolen salaris.Worstverkooper.Dat het Volk in Arkadië heerschen zou, was je doel niet, maar je beoogdeVan de steden te plukken zooveel als je kon, zoodat het volk ondertusschenDoor oorlog en duistere neevlen verblind, al je slechtheid niet zoude bemerken,Maar gedreven door nood en behoefte aan loon steeds gapend tegen je opzag!805Als deze zich weder begeeft naar het land, als hij vreedzaam daar wil vertoeven,En moed zal hervatten bij ’t eten van gort, en het sap van druiven weer aanspreekt,Dan zal hij de weldaden zien, waarvan gij met uw soldij hem beroofd hebt,En hij komt als een boertje verbitterd terug, om zijn stem tegen ù uit te brengen.Dat weet gij, en daarom bedriegt gij uw heer, en gij snoeft en gij droomt van uzelven!Paphlagoniër.810Is het niet onbeschaamd dat ge dàt van mij zegt, en dat ge mij telkens belastertBij het volk der Atheners, en bij dien staat, dien ik zoo herhaaldelijk weldeed,Mij, die nog meer dan Themistokles voor de stad in ’t bijzonder gedaan heb?Worstverkooper.„Stad van Argos, luister naar diens verhaal!”—met Themistokles durft gij u meten?Met hem, die de stad schatrijk heeft gemaakt, die hij trof in behoeftigen toestand?815Die de stad daarenboven, bij wijs van ontbijt, den Piraeus aanbood als kluifje,En aan versche visschen haar smullen deed, wijl hij niets van de oude haar afnam?Maar gij, die door uw geheele gedoe kleinburgerlijk maakt de Atheners,Door murengebouw en orakelgezang—met Themistokles durft gij u meten!Hij—werd verbannen uit onze stad—Jij—smult van warme kadetjes!Paphlagoniër.820Is dat niet vreeselijk, meester Volk, dat ik zoo iets van hem moet hooren,Ik die u bemin?Volk.Ik die u bemin?Houd jij maar op en verveel mij niet met je kletspraatLang was ’t mij ontgaan en nu bijna weer, hoe jij altijd de kat knijpt in ’t donker.Worstverkooper.Hij is een vervloekeling, Volkjelief, en zijn euveldaân zijn ontelbaar!Zoodra gij slaapt, plukt hij expres825De lekkerste stengels uit een proces,En slikt die door, met beide handStaat hij te lepelen de soep van ’t land.Paphlagoniër.Jij zal niet lachen, wanneer ik bewijsDat je vijf talenten stal als prijs!Worstverkooper.830Wat plas je door en flodder je toch,Jij, die door je listen en je bedrogHet Atheensche volk weet te honen?Geloof maar dat ’k aan kan toonen,Of bij de goden! ik leef niet meer,Dat j’ uit Mytilene keer op keer,Door omkooperij van velen835Meer dan veertig mina’s dorst stelen!Koor.(tot den worstverkooper)O gij, die als een steun en stutVoor allen zijt verschenen,’k Bewonder van uw taal de fut,En als gij verder ons beschut,Zult gij de grootste zijn in nutVoor ’t volkje der Hellenen!840Gij zult weldra in stad en landAlleen ’t bewind gaan voeren,Neptuin gelijk, zet fluks uw tandDe bondgenooten naar uw hand,Geld zult gij slaan uit iedren standDoor schudden en door roeren!Aanvoerder van het koor.Laat hem geen oogenblik met rust; hij heeft vat op zich gegeven,Met zulke longen in je lijf, kan je hem zijn vet wel geven!Zestiende tooneel.Dezelfden.Paphlagoniër.Neen, goeje menschen, ’t is zoover met mij nog niet gekomen!Want ik heb zulk een heldenstuk bedacht en ondernomen845Dat ’k allen vijanden den mond zal snoeren, en niet wijkenZoolang de schilde’ en krijgstrofeên van Pylos hier nog prijken.Worstverkooper.Hou jij maar met je schilden op! je hebt m’ al vat gegeven,Want als je waarlijk hieldt van ’t volk, had jij nooit last gegevenDie schilden aan de handvatsels hier op te laten hangen.850Neen, Volk! dat was een list van hem om jou daarmee te vangen,Om als je hem bestraffen wilt, jou daarin te verhinderen.Kijk wat een staf hij om zich heeft van mannen en van kinderen,Leerlooiers, honighandelaars, een kaasverkoopersbende,Dat hokt hier onder één deken saam, en stort jou in d’ellende,855Zoodat, wanneer jij brullen zou, en „Gooi-em-er-uit” zou spelen,Zij ’s nachts geheel dien wapentros en schilden zouden stelen,Om dan terstond den toegang tot de broodmarkt te bezetten.Volk.Wat, hebben zij de handvatsels? dat zal ik hen beletten,Wat heb jij, slechte kerel, mij al lang gefopt met streken!Paphlagoniër.860Mijn beste man, geloof toch niet altijd wie ’t laatst mag spreken!Wees zeker dat j’ een beter vriend dan ik ben nooit zult vinden,Wie samenzweerde tegen ’t volk wist ik alleen te binden,Zoodra in onze goede stad men maar ging samenrotten,Dan schreeuwde ik terstond het uit, en liet me nooit bedotten.Worstverkooper.Het is met jou altijd gegaan als lui die paling vangen,865Als ’t water stil en rustig is, blijft ook de dobber hangen,Maar als het water troebel is, dan roeren z’ in de modder,Dan vangen zij!—Zoo vang jij ook, met al je staatsgeflodder.Nog één vraag: Jij, die zooveel leêr en riemen kunt verkoopen,Verschafte jij dien ouden heer ooit zolen bij het loopen,870Dien jij bemint zooals je zegt?Volk.Dien jij bemint zooals je zegt?Neen, bij Apollo, nimmer!Worstverkooper.Zie je nu wat voor een vent hij is? het wordt al slim en slimmer.Maar ik—kocht lang een schoenenpaar, en geef het j’ om te dragen.Volk.Jij bent de grootste vriend van ’t volk, waar ’k ooit van kon gewagen,Want naast de stad bescherm jij ook de teenen van de voeten.Paphlagoniër.875’t Is vreeslijk dat de schoenen hier zooveel bewijzen moeten!Vergeet je dan mijn weldaân hier? ik dorst met ’t kwaad te vechten,D’onzedelijken Haviksneus ontnam ’k zijn burgerrechten!Worstverkooper.Is dat niet vreeselijk, van jou dien achterklap te hooren,Dat een onzeedlijk man als jij onzeedlijkheid moet smoren!880’t Was jou alleen daarom te doen, geen sprekers meer te fokken!Jij, die nog nooit deez’ ouwen heer een hemd hebt aangetrokken,Een tweearmshemd, dat heb je nooit, al vriest het, van je levenAan ’t volk gegund—hier, ouweheer, laat mij dat aan je geven.(Hij doet Volk een hemd aan)Volk.Zoo iets kon zelfs tot dusver niet Themistokles bedenken,885Al schonk hij wijs—maar zulk een hemd is ’t schoonste der geschenken.Paphlagoniër.’t Gaat mis met mij, zóó kan je hem met apenkool bedonderen.Worstverkooper.Ik doe wat dronken kerels doen, zoodra het roert van onderen,Zóó schiet ik in jouw sloffen nou—dus wil je niet verwonderen.Paphlagoniër.890Toch zal jij met je vleierij, jou leelijk apenbakkes!Niet winnen. Ouweheer, ik bied deez’ mantel u!(Hij wil hem ook een mantel aandoen)Volk(den mantel afwijzende).Niet winnen. Ouweheer, ik bied deez’ mantel u!Ajakkes!Loop met je mantel naar de hel, hij stinkt naar leêr, verdikke!Worstverkooper.Dien deed hij jou opzett’lijk om, om jou daarin te stikken.Reeds vroeg had hij ’t op jou gemunt. Weet jij nog hoe verleden895Het silphium is in prijs gedaald?Volk.Het silphium is in prijs gedaald?Dat weet ik nog als heden.Worstverkooper.Welnu, hij heeft zijn best gedaan om dat goedkoop te maken.Dat iedereen het eten zou, en dat als resultaten,De rechters in de rechtbank niets dan winden zouden laten.Volk.Dat moest ik onlangs van een man uit ’t dorpje Mest nog hooren.Worstverkooper.900Werdt jullie van dat windgeblaas niet rood tot over d’ ooren?Volk.Welzeker, en dat alles heeft die Roodkop ons verzonnen.Paphlagoniër.Jij hebt met lage en vuile taal mij bijna overwonnen.Worstverkooper.Dat heeft de godheid mij gelast, nog meer dan jij te schetteren.Paphlagoniër.Je zùlt niet overwinnen, en ik zal je nòg verpletteren,Want ik beloof je, meester Volk, dat zonder iets te werken,905J’een heelen schotel slikt met loon, en niets ervan zult merken.Worstverkooper.En ik kom met een smeerseltje en een doosje jou verrassen,Om de wondjes die je aan je beentjes hebt daar netjes mee te wasschen.(Hij biedt dit aan)Paphlagoniër.Ik trek je grijze haren uit, dat j’ eeuwig jong zal blijven.Worstverkooper.En ik geef jou een hazestaart, om j’ oogjes in te wrijven.(Hij biedt dit aan)Paphlagoniër.910Jij mag je neus, wanneer je ’m snuit, gerust aan mijn hoofd wrijven.Worstverkooper.Neen, dat is vies, geloof me vrij.Doe ’t liefst bij mij, doe ’t liefst bij mij.Paphlagoniër.Ik zal je krijgen dat ’t je lust;Wanneer je ooit een schip uitrust,Dan lever ik j’ een oud stuk hout,915Dat jij geen geld meer overhoudt:Waaraan altijd iets, dat ’s gewis,Te lappen en te timm’ren is,Ook zal ik zorgen dat je vastNiets anders krijgt dan ’n rotte mast.Worstverkooper.Wat snuift de vent! wat sputtert hij!920Als overkokende rijstebrij,Met dreigementen en met straf,Komaan, ik neem het schuim er af!(Hij biedt den Paphlagoniër al lachende zijn soeplepel aan).Paphlagoniër.Ik laat je betalen dat je kraakt,En in de vermogensbelasting raakt,925Jij wordt door mij, door mij alleen,Hoogstaangeslagene in Atheen.Worstverkooper.Ik dreig je niet met zoet of zuur,Maar wensch je ’t volgend avontuur:Dat als je pan staat op het vuur,Waarin een lekkere pijlinktvischMet veel geknetter en gesis930Verrukk’lijk aan het braden is:Jij dan d’ aanstaande spreker bentOver een Milesisch incident(Waarbij te gappen is één talent):Welnu—is d’omkooperij verricht,Dan wed ik dat je je haast allichtOm met een afterdinnergezichtDe vergadering te verschrikken!935Dan hoop ik dat op eens de man,Die met jou konkelen wil en kan,Terwijl de visch nog staat in de pan,Verschijne voor jouw blikken,En dat je dan, voordat de vischNog in jouw maag verdwenen is,Jij, happig op het geldgegris,940Nog onder het eten mag stikken!Koor(lied).Bij Apollo, bij Demeter,En bij Zeus den dondergod,Zulk een wensch is voor den vreterHet verdiende levenslot!Zeventiende tooneel.Dezelfden.Volk.Ook mij dunkt hij nu alleszins klaarblijkelijkEen goede burger, zooals nimmer nog voorheen945Er is verschenen voor Jan Pet en de centenlui.Maar jij, o allerberoerdste Paphlagoniër,Beweert dat jij me liefhebt, en verbittert me steeds!Geef dus je zegelring terug, je mag niet meerVoor mij blijven zorgen.Paphlagoniër(geeft den ring terug).Voor mij blijven zorgen.Dáár, ’k verzeker u alleenDat als jij mij niet langer voor je zorgen laat,950Er een ander komt, nog veel misdadiger dan ik.Volk.’t Is zeker dat die zegelring dien jij me geeftDe mijne niet is, er staat een ander zegel op,Of ’k zie niet goed.Worstverkooper.Of ’k zie niet goed.Laat zien aan mij, wat stond er op?Volk.Het was een soort gebakken deeg van ossenvet.Worstverkooper.955Dat staat er niet.Volk.Dat staat er niet.Zie jij geen deeg, wat staat er dan?Worstverkooper.Een meeuw, die boven op een rots aan ’t schreeuwen is.Volk.O wee.Worstverkooper.O wee.Wat is er?Volk.O wee. Wat is er?Gooidien ring maar heel gauw weg,’t Was niet de ring van mij, maar van Kleonymos,Neem dezen ring, en zorg jij dan voortaan voor mij.(Hij geeft hem een anderen)Paphlagoniër.960Doe dat nog niet, o ouweheer, ’k bezweer het u,Voordat ge nog naar mijn orakels hebt gehoord.Worstverkooper.Hoor dan ook de mijne.Paphlagoniër.Hoor dan ook de mijne.Als je luistert naar dièn vent,Dan wordt je kaal.Worstverkooper.Dan wordt je kaal.Wanneer je doet wat hij verlangt,Dan wordt je bloot tot op de haren van je huid.Paphlagoniër.965In mijn orakels staat dat jij regeeren moet,Bekransd met rozen, over ’t heele grondgebied.Worstverkooper.En in de mijne, dat jij in een purperkleed,Een krans op ’t hoofd, zult rijden op een gulden kar,En—Smikythes en Agyrrios vervolgen zult.Kooraanvoerder.970Breng gauw dan de orakels, dat de ouweheerZe kan vernemen.Worstverkooper.Ze kan vernemen.Zeker.Volk(tot den Paphlagoniër).Ze kan vernemen. Zeker.Breng de uwe ook!Paphlagoniër.Vooruit.Worstverkooper.Vooruit.Vooruit, bij Zeus, wij halen ze terstond.(Beiden af)Koor(eerste helft).Schoonste zonlicht dat ooit verscheen,Welk een vreugde voor gansch Atheen,975Voor den vreemdeling, voor elkeen,Ging slechts Kléon te gronde!Maar er zijn ouderen van jaar,Die hem helpen, alsof ’t hier waarAltijd een Dertigprocesbazaar—980Ons bestrijden—’t is zonde!Want hij zorgt, dus zeurt men wat,Dat Atheen twee dingen bevat,Die onmisbaar zijn in een stad:’n Lepel is ’t, en een stamper....(Tweede helft)985Hoort nu Kléon’s muziekbedrog:Wat vertelt ons de jeugd, die tochMet hem op school ging, toen hij nogWas een kleine slampamper?Dat hij eeuwig en altijd maar990Streek op één en dezelfde snaar,Of geen andere toon er waar’,Zonder andre talenten—Tot zijn leeraar, te goeder stond’,Hem als onleerzaam naar huis toe zond,995Daar er voor hem geen klank bestond,Dan het gerol van centen!Achttiende tooneel.Volk, Paphlagoniër, Worstverkooper, Koor.Paphlagoniër(met orakelrollen).Kijk nu ereis hier! en ’k breng ze nog niet allemaal.Worstverkooper(met een nog grooter pak)Ik word er wee van! en ik breng ze niet allemaal.Volk.Wat is dat?Paphlagoniër.Wat is dat?Orakels!Volk.Wat is dat? Orakels!Zijn dat z’alle?Paphlagoniër.Wat is dat? Orakels! Zijn dat z’alle?Wat vraag je toch?1000Ik heb, bij Zeus, nog thuis een heele kist er van.Worstverkooper.En ik heb nog twee huurhuizen en een zolder vol.Volk.Laat kijken, van wie zouden deze orakels zijn?Paphlagoniër.De mijne zijn van Bakis.Volk.De mijne zijn van Bakis.En de uwe, van wie?Worstverkooper.Van Glanis, die een oudere broêr van Bakis was.Volk.1005Wat staat er in?Paphlagoniër.Wat staat er in?Ze handlen van Pylos, van Atheen,Van u, van mij, ja over alles en nog veel meer.Volk.En die van u?Worstverkooper.En die van u?O, over Athene en linzenbrei,Over de Spartanen, over een nieuwe makreelensoort,Over de valsche broodafwegers op de markt,1010Over jou, over mij—verrekken mag die kerel daar!Volk.Komaan, leest allebei nu je orakels op,Ook dat over mij, waarin ik zoo’n behagen schep,Dat ik „een aadlaar in de wolken” worden zal.Paphlagoniër.Zoo luister en verleen mij een aandachtig oor.1015„Zoon van Erechtheus, let op den weg van uw woord, dat Apollo„Riep uit het duistere hol, omsloten door eervollen drievoet,„Red mij den hond, zoo beval hij, met snijdende tanden gewapend,„Die vóór u met dreigenden muil en verschrikkelijk buldrend„Loon aan u geeft, en zoodra hij dat niet doet gaat hij te gronde.1020„Want uit haat tegen hem hoort men vele raven al krassen.”Volk.Wat dat beteekent vat ik, bij Demeter, niet.Wat heeft Erechtheus met een hond en een raaf te doen?Paphlagoniër.Ik ben de hond, want ik ben degeen die voor u blaft.Apol beveelt u mij te redden, mij, den hond.Worstverkooper.1025Niet dàt zegt het orakel, maar wèl dat de hondAan uwe orakels knabbelt als aan tarwemeel,In mijn orakels staat het rechte over dien hond.Volk.Leg dat eens uit, ik neem een steen vast in mijn hand,Als somtijds die orakelhond mij bijten wil.Worstverkooper.1030„Zoon van Erechtheus, let op hond Kerberos, zielenverkooper,„Die u vleit met zijn staart, en die u beloert bij uw maaltijd,„Die, zoodra gij kijkt op zij, terstond al uw eten verorbert.„Die op de wijze der honden maar altijd staat voor de keuken,„En die des nachts alle schotels en ook alle—eilanden aflikt.”Volk.1035Die Glanis spreekt, bij Poseidon, een veel beter taal.Paphlagoniër.Hoor eerst, mijn beste, wat ìk heb, en oordeel dan:„Daar is een vrouw, die een leeuw zal baren in ’t heilig Athene,„Die tot heil van het volk met vele muggen zal vechten.„En zijn welpen beschut. Dien leeuw moet gij u bewaren,1040„Binnen uw muren van hout en binnen uw torens van ijzer.”Begrijpt gij dit?Volk.Begrijpt gij dit?Ik snap er niets van, bij Apol.Paphlagoniër.De god beveelt u duidelijk dat gij mij redt,Want ik ben toch de leeuw die u beschermen moet.Volk.Je bent eer een Tegenleeuw, als ik je zoo noemen mag.Worstverkooper.1045Opzettelijk verzwijgt hij één ding van de spreuk,Met ijzer heeft hij den muur bedoeld, en boeien ook,Waardoor Apollo uwe redding mooglijk acht.Volk.Hoe heeft de godheid dat bedoeld?Worstverkooper.Hoe heeft de godheid dat bedoeld?Hij geeft bevelDat gij hem in vijfdubbele boeien binden zult.Volk.1050Het schijnt mij toe dat dit orakel wordt vervuld.„Doe niet zijn wil, want nijdig bekrassen u donkere raven,„Maar houd den havik te vriend, indachtig hoe hij u eenmaal„Redde, nadat hij met moed de Lakonische raafjes gepakt had.”Worstverkooper(ter zijde).’t Was in een brooddronken bui dat de Paphlagoniër held was!(hardop)1055„Kekrops’ spruit, onbezonnen, acht gij die daad zoo gewichtig?„Zelfs eene vrouw draagt een last, zoodra als de man het haar oplegt,„Maar gaan vechten, dat nooit! Zij raakt in de Vecht met haar vechten.”Paphlagoniër.Hoor dat orakel ook eens, waar van Poort voor de Poort zoo iets inkomt,„Daar is een Poort voor de Poort.”Volk.„Daar is een Poort voor de Poort.”Voor de Poort? wat zou dat beteekenen?Worstverkooper.1060Dat hij de kuipen in het badhuis stelen zal.Volk.Zoodat ’k vandaag geen bad kan nemen, beste vriend?Worstverkooper.Ja zeker! want die kerel pakte de kuipen weg.Nog is er één orakel, waarin voorkomt vanDe zeevaart—let nauwkeurig op, wat dàt ons zegt.Volk.1065Lees op, ik luister, en ik zal ook zorgen datVóór alles aan mijn zeelui ’t loon wordt uitgekeerd.Worstverkooper.„Zoon van Aegeus, pas op dat u niet verschalke die hondsvot,„Gluiperig, snel als de wind, en slim als een vos en ervaren.”Weet jij wie dàt is?Volk.Weet jij wie dàt is?O, de hondsvot Philóstratos.Worstverkooper.1070Dàt zegt hij niet, maar wèl dat Kléon telkens vraagtOm schepen, waar hij belastingen mee innen kan,En Apol verbiedt dat gij die voortaan geven zult.Volk.Wordt met een hondsvot ook wel eens een schip bedoeld?Worstverkooper.Jawel, want honden en ook schepen loopen snel.Volk.1075Maar waarom spreekt hij ook van „vos” behalve „hond?”Worstverkooper.Hier worden met „vosjes” de soldaten wis bedoeld,Omdat ze druiven knabblen in ’t vijandlijk land.Volk.Goed!Goed!Maar zeg mij eens, hoe komen die vossen aan hun loon?Worstverkooper.Daar zorg ik voor, drie dagen vooruit geef ik hun vast.1080Hoor dit orakel nog aan: „Apoll” beveelt u Cyllene„Streng te vermijden, opdat het u niet door list moge vangen.”Volk.Wat voor Cyllene?Worstverkooper.Wat voor Cyllene?Hier wordt vast z’n hand bedoeld,„Stil leenen” meent hij, als hij stil z’n hand ophoudt.Paphlagoniër.Dat is niet juist, want met Cyllene bedoelde Apollo1085Zeker de lamme hand van den wichelaar Diopeithes.Maar ook ik heb een spreuk, een gevleugeld woord, voor u bij mij,Dat gij een adelaar wordt, en geheel onze aard zult beheerschen.Worstverkooper.Ik heb nog meer: ook de Roode Zee, niet alleen onze aarde,Dat gij tot in Ecbatana recht zult spreken en smullen.Paphlagoniër.1090Maar ik zag in mijn droom dat de godheid zelf was verschenen,En met een schenkkan over het volk heil strooide en welvaart.Worstverkooper.Ik zag meer in mijn droom, want ik zag godinne Athene,Die uit haar tempel trad, wijl een uil op haar hoofd was gezeten,En toen plengde zij duidelijk uit hare flesch op uw voorhoofd1095Ambrozijn, maar pekel en knoflook goot z’ op het zijne.Volk.Hoera, hoera!Hoera, hoera!De beste orakels zijn van Glanis, dat staat vast!En ik vertrouw mij aan ùw zorgen, beste vriend,Voer jij het oudje, en geef opnieuw hem onderwijs!Paphlagoniër.1100Nog niet, ik smeek je! wacht nog eventjes, totdatIk jou je haver en je dagelijksch brood verschaf.Volk.Van haver wil ik niet hooren, ik ben veel te langDoor jou bedrogen, en ook door Theophanes.Paphlagoniër.Ik zal je brood verschaffen, netjes voorgekauwd.Worstverkooper.1105Ik lekkere broodjes, die je niet te bijten hebt,En gebraden eten: eten is voortaan je heele taak.Volk.Vooruit, een beetje gauw dan, wie van beiden nuIk vinden zal dat mij het meest heeft wèlgedaan,Dien geef ik de teugels van de volksvergadering.Paphlagoniër.1110Ik ga het eerst naar binnen.Worstverkooper.Ik ga het eerst naar binnen.Neen, niet jij, maar ik!(Hij stoot hem terug. Beiden af)Koor.O Volk! hoe is toch uw rijkZoo schoon en grootsch tegelijk,Daar ieder u vreest, in ’t slijkZich werpt voor uw voeten.1115Want licht ontvlambaar zijt gij,Verlekkerd op vleierij,En tuk op bedriegerijVan wie u ontmoeten!Elk sprekertje gaapt gij aan,Uw verstand schijnt op reis gegaan,1120Nu duldt gij van elk voortaanSlechts vleien en groeten!Volk.In uw kruin, uw harendomZweeft geene gedachte om,Want ik houd m’ opzettelijk dom,Ben niet onverstandig!1125Verheugd is steeds mijn gemoed,Wanneer men als kind mij voedt,Wanneer ik een gids ontmoet,Die stelen kan, handig!Doch als hij door euveldaânGevuld is en welbelaân,Dan val ik hem plotsling aan,1130En kwak hem lostandig!Koor.Dat noem ik een wijs beleid,Ik zie dat gij waakzaam zijt,En vol van scherpzinnigheid,Trots grijzende jaren!Want ik merk, gij speelt er mee,En gij fokt hen op als vee,1135Om ze voor de meeting gedweeEn vet te bewaren!En als in uw keuken danGeen spijs meer verschijnen kan,Dan slokt ge den vetsten man1140Met huid en met haren!Volk.Is dat niet een slim bestaan,De lieden die in hun waanMij vreeselijk foppen gaan,Mij schijnbaar misleiden?1145Hen ga ik voorzichtig na,Voor hen voel ik geen genâ,Zoodra als zij hun papaOplichten en mijden—Dan betrap ik hen terstond,Onderzoek hen met mijn sond’,En laat uit hun dievenmond1150Het braaksel weer glijden!
Veertiende tooneel.De Worstverkooper, de Paphlagoniër, Volk, Het Koor.Volk.Wie roepen mij daar? gaat toch weg hier voor m’n deur,Want je vernielt den krans die aan den deurpost hangt.Paphlagoniër.Kom hier, en zie wat onrecht mij wordt aangedaan.Volk.730Wie doet dat, Paphlagoniër?Paphlagoniër.Wie doet dat, Paphlagoniër?Ik krijg slaag voor u,Van dien vent en van die heertjes daar.Volk.Van dien vent en van die heertjes daar.Waarom is dat?Paphlagoniër.Omdat ik je liefheb, Volk, omdat ik je minnaar ben.Volk.Zeg, wie ben jij daar?Worstverkooper.Zeg, wie ben jij daar?Een medeminnaar ben ’k van hem,Die van je houdt, en die reeds lang je wèl wil doen,735Ik wil hetzelfde als veel andere nette lui.Maar door zijn schuld zijn wij onmachtig. Immers jij,Je doet precies als kinderen die bedorven zijn,Je luistert nimmer naar den raad van nette lui,Maar wèl naar lampenkooplui en naar schoenmakers,740Schoenlappers en leerlooiers—die houdt jij te vrind.Paphlagoniër.Ik ben een weldoener van hem!Worstverkooper.Ik ben een weldoener van hem!Verklaar dat eens!Paphlagoniër.Ik fopte het gezantschap, dat uit Pylos kwam,Ik zeilde heen en bracht de Spartanen gevangen hier.Worstverkooper.Maar ik heb onlangs, toen ik uit m’n winkel kwam,745Den pot gestolen van iemand, die aan ’t kooken was.Paphlagoniër.Meneer Volk! beleg terstond maar een vergadering,Beslis dan zelf, wie van ons tweeën jou het meestGunstig gestemd is, en neem dien aan tot je vriend.Worstverkooper.Ja, ja, beslis het zelf maar, maar niet op de Pnyx!Volk.750Ik wil niet ergens anders zitten dan op de Pnyx!Vooruit met jullie, komt te voorschijn op de Pnyx!(Volk gaat naar een hooge plaats, die de Pnyx voorstelt, en zet zich daar neder).Worstverkooper(ter zijde).O wee, ik ben verloren, want de oude man,Wanneer hij thuis is, is een beste goede heer,Maar nauwlijks heeft hij plaats genomen op die rots,755Of hij gaapt als iemand, die een ristje vijgen maakt.Koor.(tot den worstverkooper)Zet nu maar alle zeilen bij,En toon je beste beentje,Wees overmoedig en wees vrij,Bedenk een heele scheldpartij,Waarmee je Kléon zet op zij,Want hij, hij is er eentje,Die zich in alle bochten weetTe dringen en te wringen,In elken muur ziet hij een reet,En hij kent listen bij de vleet,Al is ’t gevaar ook nog zoo heet,Om toch den dans t’ontspringen!Aanvoerder van het koor.760Wees zeker dat gij met overmacht, met krachtpatserij op hem lostrekt,Maar wees tegelijk voorzichtig ook, en bedenk, voordat hij u aanvalt,Dat je gauw met je ra naar den vijand draait, en je slingerwerptuigen omhoog hijscht!
Veertiende tooneel.De Worstverkooper, de Paphlagoniër, Volk, Het Koor.Volk.Wie roepen mij daar? gaat toch weg hier voor m’n deur,Want je vernielt den krans die aan den deurpost hangt.Paphlagoniër.Kom hier, en zie wat onrecht mij wordt aangedaan.Volk.730Wie doet dat, Paphlagoniër?Paphlagoniër.Wie doet dat, Paphlagoniër?Ik krijg slaag voor u,Van dien vent en van die heertjes daar.Volk.Van dien vent en van die heertjes daar.Waarom is dat?Paphlagoniër.Omdat ik je liefheb, Volk, omdat ik je minnaar ben.Volk.Zeg, wie ben jij daar?Worstverkooper.Zeg, wie ben jij daar?Een medeminnaar ben ’k van hem,Die van je houdt, en die reeds lang je wèl wil doen,735Ik wil hetzelfde als veel andere nette lui.Maar door zijn schuld zijn wij onmachtig. Immers jij,Je doet precies als kinderen die bedorven zijn,Je luistert nimmer naar den raad van nette lui,Maar wèl naar lampenkooplui en naar schoenmakers,740Schoenlappers en leerlooiers—die houdt jij te vrind.Paphlagoniër.Ik ben een weldoener van hem!Worstverkooper.Ik ben een weldoener van hem!Verklaar dat eens!Paphlagoniër.Ik fopte het gezantschap, dat uit Pylos kwam,Ik zeilde heen en bracht de Spartanen gevangen hier.Worstverkooper.Maar ik heb onlangs, toen ik uit m’n winkel kwam,745Den pot gestolen van iemand, die aan ’t kooken was.Paphlagoniër.Meneer Volk! beleg terstond maar een vergadering,Beslis dan zelf, wie van ons tweeën jou het meestGunstig gestemd is, en neem dien aan tot je vriend.Worstverkooper.Ja, ja, beslis het zelf maar, maar niet op de Pnyx!Volk.750Ik wil niet ergens anders zitten dan op de Pnyx!Vooruit met jullie, komt te voorschijn op de Pnyx!(Volk gaat naar een hooge plaats, die de Pnyx voorstelt, en zet zich daar neder).Worstverkooper(ter zijde).O wee, ik ben verloren, want de oude man,Wanneer hij thuis is, is een beste goede heer,Maar nauwlijks heeft hij plaats genomen op die rots,755Of hij gaapt als iemand, die een ristje vijgen maakt.Koor.(tot den worstverkooper)Zet nu maar alle zeilen bij,En toon je beste beentje,Wees overmoedig en wees vrij,Bedenk een heele scheldpartij,Waarmee je Kléon zet op zij,Want hij, hij is er eentje,Die zich in alle bochten weetTe dringen en te wringen,In elken muur ziet hij een reet,En hij kent listen bij de vleet,Al is ’t gevaar ook nog zoo heet,Om toch den dans t’ontspringen!Aanvoerder van het koor.760Wees zeker dat gij met overmacht, met krachtpatserij op hem lostrekt,Maar wees tegelijk voorzichtig ook, en bedenk, voordat hij u aanvalt,Dat je gauw met je ra naar den vijand draait, en je slingerwerptuigen omhoog hijscht!
De Worstverkooper, de Paphlagoniër, Volk, Het Koor.
Volk.Wie roepen mij daar? gaat toch weg hier voor m’n deur,Want je vernielt den krans die aan den deurpost hangt.
Volk.
Wie roepen mij daar? gaat toch weg hier voor m’n deur,
Want je vernielt den krans die aan den deurpost hangt.
Paphlagoniër.Kom hier, en zie wat onrecht mij wordt aangedaan.
Paphlagoniër.
Kom hier, en zie wat onrecht mij wordt aangedaan.
Volk.730Wie doet dat, Paphlagoniër?
Volk.
730Wie doet dat, Paphlagoniër?
Paphlagoniër.Wie doet dat, Paphlagoniër?Ik krijg slaag voor u,Van dien vent en van die heertjes daar.
Paphlagoniër.
Wie doet dat, Paphlagoniër?Ik krijg slaag voor u,
Van dien vent en van die heertjes daar.
Volk.Van dien vent en van die heertjes daar.Waarom is dat?
Volk.
Van dien vent en van die heertjes daar.Waarom is dat?
Paphlagoniër.Omdat ik je liefheb, Volk, omdat ik je minnaar ben.
Paphlagoniër.
Omdat ik je liefheb, Volk, omdat ik je minnaar ben.
Volk.Zeg, wie ben jij daar?
Volk.
Zeg, wie ben jij daar?
Worstverkooper.Zeg, wie ben jij daar?Een medeminnaar ben ’k van hem,Die van je houdt, en die reeds lang je wèl wil doen,735Ik wil hetzelfde als veel andere nette lui.Maar door zijn schuld zijn wij onmachtig. Immers jij,Je doet precies als kinderen die bedorven zijn,Je luistert nimmer naar den raad van nette lui,Maar wèl naar lampenkooplui en naar schoenmakers,740Schoenlappers en leerlooiers—die houdt jij te vrind.
Worstverkooper.
Zeg, wie ben jij daar?Een medeminnaar ben ’k van hem,
Die van je houdt, en die reeds lang je wèl wil doen,
735Ik wil hetzelfde als veel andere nette lui.
Maar door zijn schuld zijn wij onmachtig. Immers jij,
Je doet precies als kinderen die bedorven zijn,
Je luistert nimmer naar den raad van nette lui,
Maar wèl naar lampenkooplui en naar schoenmakers,
740Schoenlappers en leerlooiers—die houdt jij te vrind.
Paphlagoniër.Ik ben een weldoener van hem!
Paphlagoniër.
Ik ben een weldoener van hem!
Worstverkooper.Ik ben een weldoener van hem!Verklaar dat eens!
Worstverkooper.
Ik ben een weldoener van hem!Verklaar dat eens!
Paphlagoniër.Ik fopte het gezantschap, dat uit Pylos kwam,Ik zeilde heen en bracht de Spartanen gevangen hier.
Paphlagoniër.
Ik fopte het gezantschap, dat uit Pylos kwam,
Ik zeilde heen en bracht de Spartanen gevangen hier.
Worstverkooper.Maar ik heb onlangs, toen ik uit m’n winkel kwam,745Den pot gestolen van iemand, die aan ’t kooken was.
Worstverkooper.
Maar ik heb onlangs, toen ik uit m’n winkel kwam,
745Den pot gestolen van iemand, die aan ’t kooken was.
Paphlagoniër.Meneer Volk! beleg terstond maar een vergadering,Beslis dan zelf, wie van ons tweeën jou het meestGunstig gestemd is, en neem dien aan tot je vriend.
Paphlagoniër.
Meneer Volk! beleg terstond maar een vergadering,
Beslis dan zelf, wie van ons tweeën jou het meest
Gunstig gestemd is, en neem dien aan tot je vriend.
Worstverkooper.Ja, ja, beslis het zelf maar, maar niet op de Pnyx!
Worstverkooper.
Ja, ja, beslis het zelf maar, maar niet op de Pnyx!
Volk.750Ik wil niet ergens anders zitten dan op de Pnyx!Vooruit met jullie, komt te voorschijn op de Pnyx!
Volk.
750Ik wil niet ergens anders zitten dan op de Pnyx!
Vooruit met jullie, komt te voorschijn op de Pnyx!
(Volk gaat naar een hooge plaats, die de Pnyx voorstelt, en zet zich daar neder).
Worstverkooper(ter zijde).O wee, ik ben verloren, want de oude man,Wanneer hij thuis is, is een beste goede heer,Maar nauwlijks heeft hij plaats genomen op die rots,755Of hij gaapt als iemand, die een ristje vijgen maakt.
Worstverkooper
O wee, ik ben verloren, want de oude man,
Wanneer hij thuis is, is een beste goede heer,
Maar nauwlijks heeft hij plaats genomen op die rots,
755Of hij gaapt als iemand, die een ristje vijgen maakt.
Koor.(tot den worstverkooper)Zet nu maar alle zeilen bij,En toon je beste beentje,Wees overmoedig en wees vrij,Bedenk een heele scheldpartij,Waarmee je Kléon zet op zij,Want hij, hij is er eentje,
Koor.
(tot den worstverkooper)
Zet nu maar alle zeilen bij,
En toon je beste beentje,
Wees overmoedig en wees vrij,
Bedenk een heele scheldpartij,
Waarmee je Kléon zet op zij,
Want hij, hij is er eentje,
Die zich in alle bochten weetTe dringen en te wringen,In elken muur ziet hij een reet,En hij kent listen bij de vleet,Al is ’t gevaar ook nog zoo heet,Om toch den dans t’ontspringen!
Die zich in alle bochten weet
Te dringen en te wringen,
In elken muur ziet hij een reet,
En hij kent listen bij de vleet,
Al is ’t gevaar ook nog zoo heet,
Om toch den dans t’ontspringen!
Aanvoerder van het koor.760Wees zeker dat gij met overmacht, met krachtpatserij op hem lostrekt,Maar wees tegelijk voorzichtig ook, en bedenk, voordat hij u aanvalt,Dat je gauw met je ra naar den vijand draait, en je slingerwerptuigen omhoog hijscht!
Aanvoerder van het koor.
760Wees zeker dat gij met overmacht, met krachtpatserij op hem lostrekt,
Maar wees tegelijk voorzichtig ook, en bedenk, voordat hij u aanvalt,
Dat je gauw met je ra naar den vijand draait, en je slingerwerptuigen omhoog hijscht!
Vijftiende tooneel.Dezelfden.Paphlagoniër.Aan mijn meesteres, godinne Atheen, die de stad wil schermen en schutten,Bid ik thans, zoowaar als ik steeds voor het volk, den doorluchtigen staat der Atheners,765D’allerbeste geweest ben na Lysikles en Kynna en Salabakcho,Dat ik steeds, al doe ik ook niets, toch op staatskosten zal worden gespijzigd.Doch als ik u haat, en in uw belang niet alleen zal treden in ’t strijdperk,Dan ga ik spoedig in stukken gezaagd of in riemen gesneden te gronde!Worstverkooper.En ik, o Volk, als ik jou niet bemin, niet liefheb, moge gesneden,770En in kleine stukjes gebraden zijn—doch wanneer die wensch niet genoeg is,(hij houdt zijn worstplank in de hoogte)Dan moog ik in pap fijn worden geschaafd, met kaas, hier op deze worstplank,En met een haak bij de beenen gesleept in de voorstad worden begraven.Paphlagoniër.Hoe zou er toch ooit één burger bestaan die het Volk meer liefheeft dan ik doe?Die ten eerste, als lid van den raad, heb gemaakt dat uw kas voortdurend gevuld was,775Want in het publiek—ik vroeg het den een—ik bestal en ik worgde den ander,Geen particulier was veilig bij mij, deed ik maar het Volk een pleiziertje.Worstverkooper.Dat’s heelemaal niet ongewoon, o Volk! want ik doe terstond u hetzelfde.Ik steel u de brooden uit andermans huis, en zet die voor u als een maaltijd,Dat die schurk van hierover u niet liefheeft, dat zal ik vóór alles u toonen.780Tenzij dáárom alleen hij het doet, omdat hij zich warmt aan uw koolvuur.Gij Volk! die met Mediërs eens hebt gestreên, die bij Marathon voor uw bestaan vocht,U, die na den zege ons steeds hebt gewend aan machtige woorden en grootspraak,Om ù geeft hij niets, dat gij daar zoo ruw en zoo hard neerzit op de rotsen,Niet als ik heeft hij een matras u genaaid. Dien breng ik u: rijs in de hoogte,785Zit lekker, en koester het achterdeel, dat bij Salamis véél heeft geleden!(Hij legt een matras onder hem)Volk.Wie zijt gij o mensch? stamt gij soms af van den grooten tirannenvermoorder?Dat is nu in waarheid een edel geschenk, metterdaad toont gij u een volksvriend.Paphlagoniër.Wat zijt gij op eens welwillend gestemd door zulk een gering vleierijtje!Worstverkooper.Veel geringer nog is het lokaas geweest, waar gij hem steeds mee gestreeld hebt!Paphlagoniër.790Nooit is er een man verschenen op aard, o Volk, die u flinker beschermde,Of die u meer liefhad dan ik—is ’t niet zoo, ja, ja, ik verwed er mijn hoofd om.Worstverkooper.Jij houdt van het volk, die al acht jaar lang geen meelij toont en het aanziet,Hoe het hier in de buurt armzalig woont, in hutten en krotten en nesten?Jij plukt alle menschen, en sluit ze maar op; toen Archeptolemos aankwam795Om vrede te brengen, dreeft gij hem weg, en gij jaagt alle gezantenMet schande en smaad uit Athene voort, als zij wapenstilstand verzoeken.Paphlagoniër.Opdat gij over alle Hellenen heerscht!—Want ’t staat in orakels geschreven,Dat hij eens in Arkadië rechter zal zijn.... voor vijf obolen salaris,Als hij volhoudt.... daarom is het dan ook dat ik hem zal kweeken en voeden,800Dat ik hem zal verschaffen, ’t zij recht of ’t zij krom, zijn drie obolen salaris.Worstverkooper.Dat het Volk in Arkadië heerschen zou, was je doel niet, maar je beoogdeVan de steden te plukken zooveel als je kon, zoodat het volk ondertusschenDoor oorlog en duistere neevlen verblind, al je slechtheid niet zoude bemerken,Maar gedreven door nood en behoefte aan loon steeds gapend tegen je opzag!805Als deze zich weder begeeft naar het land, als hij vreedzaam daar wil vertoeven,En moed zal hervatten bij ’t eten van gort, en het sap van druiven weer aanspreekt,Dan zal hij de weldaden zien, waarvan gij met uw soldij hem beroofd hebt,En hij komt als een boertje verbitterd terug, om zijn stem tegen ù uit te brengen.Dat weet gij, en daarom bedriegt gij uw heer, en gij snoeft en gij droomt van uzelven!Paphlagoniër.810Is het niet onbeschaamd dat ge dàt van mij zegt, en dat ge mij telkens belastertBij het volk der Atheners, en bij dien staat, dien ik zoo herhaaldelijk weldeed,Mij, die nog meer dan Themistokles voor de stad in ’t bijzonder gedaan heb?Worstverkooper.„Stad van Argos, luister naar diens verhaal!”—met Themistokles durft gij u meten?Met hem, die de stad schatrijk heeft gemaakt, die hij trof in behoeftigen toestand?815Die de stad daarenboven, bij wijs van ontbijt, den Piraeus aanbood als kluifje,En aan versche visschen haar smullen deed, wijl hij niets van de oude haar afnam?Maar gij, die door uw geheele gedoe kleinburgerlijk maakt de Atheners,Door murengebouw en orakelgezang—met Themistokles durft gij u meten!Hij—werd verbannen uit onze stad—Jij—smult van warme kadetjes!Paphlagoniër.820Is dat niet vreeselijk, meester Volk, dat ik zoo iets van hem moet hooren,Ik die u bemin?Volk.Ik die u bemin?Houd jij maar op en verveel mij niet met je kletspraatLang was ’t mij ontgaan en nu bijna weer, hoe jij altijd de kat knijpt in ’t donker.Worstverkooper.Hij is een vervloekeling, Volkjelief, en zijn euveldaân zijn ontelbaar!Zoodra gij slaapt, plukt hij expres825De lekkerste stengels uit een proces,En slikt die door, met beide handStaat hij te lepelen de soep van ’t land.Paphlagoniër.Jij zal niet lachen, wanneer ik bewijsDat je vijf talenten stal als prijs!Worstverkooper.830Wat plas je door en flodder je toch,Jij, die door je listen en je bedrogHet Atheensche volk weet te honen?Geloof maar dat ’k aan kan toonen,Of bij de goden! ik leef niet meer,Dat j’ uit Mytilene keer op keer,Door omkooperij van velen835Meer dan veertig mina’s dorst stelen!Koor.(tot den worstverkooper)O gij, die als een steun en stutVoor allen zijt verschenen,’k Bewonder van uw taal de fut,En als gij verder ons beschut,Zult gij de grootste zijn in nutVoor ’t volkje der Hellenen!840Gij zult weldra in stad en landAlleen ’t bewind gaan voeren,Neptuin gelijk, zet fluks uw tandDe bondgenooten naar uw hand,Geld zult gij slaan uit iedren standDoor schudden en door roeren!Aanvoerder van het koor.Laat hem geen oogenblik met rust; hij heeft vat op zich gegeven,Met zulke longen in je lijf, kan je hem zijn vet wel geven!
Vijftiende tooneel.Dezelfden.Paphlagoniër.Aan mijn meesteres, godinne Atheen, die de stad wil schermen en schutten,Bid ik thans, zoowaar als ik steeds voor het volk, den doorluchtigen staat der Atheners,765D’allerbeste geweest ben na Lysikles en Kynna en Salabakcho,Dat ik steeds, al doe ik ook niets, toch op staatskosten zal worden gespijzigd.Doch als ik u haat, en in uw belang niet alleen zal treden in ’t strijdperk,Dan ga ik spoedig in stukken gezaagd of in riemen gesneden te gronde!Worstverkooper.En ik, o Volk, als ik jou niet bemin, niet liefheb, moge gesneden,770En in kleine stukjes gebraden zijn—doch wanneer die wensch niet genoeg is,(hij houdt zijn worstplank in de hoogte)Dan moog ik in pap fijn worden geschaafd, met kaas, hier op deze worstplank,En met een haak bij de beenen gesleept in de voorstad worden begraven.Paphlagoniër.Hoe zou er toch ooit één burger bestaan die het Volk meer liefheeft dan ik doe?Die ten eerste, als lid van den raad, heb gemaakt dat uw kas voortdurend gevuld was,775Want in het publiek—ik vroeg het den een—ik bestal en ik worgde den ander,Geen particulier was veilig bij mij, deed ik maar het Volk een pleiziertje.Worstverkooper.Dat’s heelemaal niet ongewoon, o Volk! want ik doe terstond u hetzelfde.Ik steel u de brooden uit andermans huis, en zet die voor u als een maaltijd,Dat die schurk van hierover u niet liefheeft, dat zal ik vóór alles u toonen.780Tenzij dáárom alleen hij het doet, omdat hij zich warmt aan uw koolvuur.Gij Volk! die met Mediërs eens hebt gestreên, die bij Marathon voor uw bestaan vocht,U, die na den zege ons steeds hebt gewend aan machtige woorden en grootspraak,Om ù geeft hij niets, dat gij daar zoo ruw en zoo hard neerzit op de rotsen,Niet als ik heeft hij een matras u genaaid. Dien breng ik u: rijs in de hoogte,785Zit lekker, en koester het achterdeel, dat bij Salamis véél heeft geleden!(Hij legt een matras onder hem)Volk.Wie zijt gij o mensch? stamt gij soms af van den grooten tirannenvermoorder?Dat is nu in waarheid een edel geschenk, metterdaad toont gij u een volksvriend.Paphlagoniër.Wat zijt gij op eens welwillend gestemd door zulk een gering vleierijtje!Worstverkooper.Veel geringer nog is het lokaas geweest, waar gij hem steeds mee gestreeld hebt!Paphlagoniër.790Nooit is er een man verschenen op aard, o Volk, die u flinker beschermde,Of die u meer liefhad dan ik—is ’t niet zoo, ja, ja, ik verwed er mijn hoofd om.Worstverkooper.Jij houdt van het volk, die al acht jaar lang geen meelij toont en het aanziet,Hoe het hier in de buurt armzalig woont, in hutten en krotten en nesten?Jij plukt alle menschen, en sluit ze maar op; toen Archeptolemos aankwam795Om vrede te brengen, dreeft gij hem weg, en gij jaagt alle gezantenMet schande en smaad uit Athene voort, als zij wapenstilstand verzoeken.Paphlagoniër.Opdat gij over alle Hellenen heerscht!—Want ’t staat in orakels geschreven,Dat hij eens in Arkadië rechter zal zijn.... voor vijf obolen salaris,Als hij volhoudt.... daarom is het dan ook dat ik hem zal kweeken en voeden,800Dat ik hem zal verschaffen, ’t zij recht of ’t zij krom, zijn drie obolen salaris.Worstverkooper.Dat het Volk in Arkadië heerschen zou, was je doel niet, maar je beoogdeVan de steden te plukken zooveel als je kon, zoodat het volk ondertusschenDoor oorlog en duistere neevlen verblind, al je slechtheid niet zoude bemerken,Maar gedreven door nood en behoefte aan loon steeds gapend tegen je opzag!805Als deze zich weder begeeft naar het land, als hij vreedzaam daar wil vertoeven,En moed zal hervatten bij ’t eten van gort, en het sap van druiven weer aanspreekt,Dan zal hij de weldaden zien, waarvan gij met uw soldij hem beroofd hebt,En hij komt als een boertje verbitterd terug, om zijn stem tegen ù uit te brengen.Dat weet gij, en daarom bedriegt gij uw heer, en gij snoeft en gij droomt van uzelven!Paphlagoniër.810Is het niet onbeschaamd dat ge dàt van mij zegt, en dat ge mij telkens belastertBij het volk der Atheners, en bij dien staat, dien ik zoo herhaaldelijk weldeed,Mij, die nog meer dan Themistokles voor de stad in ’t bijzonder gedaan heb?Worstverkooper.„Stad van Argos, luister naar diens verhaal!”—met Themistokles durft gij u meten?Met hem, die de stad schatrijk heeft gemaakt, die hij trof in behoeftigen toestand?815Die de stad daarenboven, bij wijs van ontbijt, den Piraeus aanbood als kluifje,En aan versche visschen haar smullen deed, wijl hij niets van de oude haar afnam?Maar gij, die door uw geheele gedoe kleinburgerlijk maakt de Atheners,Door murengebouw en orakelgezang—met Themistokles durft gij u meten!Hij—werd verbannen uit onze stad—Jij—smult van warme kadetjes!Paphlagoniër.820Is dat niet vreeselijk, meester Volk, dat ik zoo iets van hem moet hooren,Ik die u bemin?Volk.Ik die u bemin?Houd jij maar op en verveel mij niet met je kletspraatLang was ’t mij ontgaan en nu bijna weer, hoe jij altijd de kat knijpt in ’t donker.Worstverkooper.Hij is een vervloekeling, Volkjelief, en zijn euveldaân zijn ontelbaar!Zoodra gij slaapt, plukt hij expres825De lekkerste stengels uit een proces,En slikt die door, met beide handStaat hij te lepelen de soep van ’t land.Paphlagoniër.Jij zal niet lachen, wanneer ik bewijsDat je vijf talenten stal als prijs!Worstverkooper.830Wat plas je door en flodder je toch,Jij, die door je listen en je bedrogHet Atheensche volk weet te honen?Geloof maar dat ’k aan kan toonen,Of bij de goden! ik leef niet meer,Dat j’ uit Mytilene keer op keer,Door omkooperij van velen835Meer dan veertig mina’s dorst stelen!Koor.(tot den worstverkooper)O gij, die als een steun en stutVoor allen zijt verschenen,’k Bewonder van uw taal de fut,En als gij verder ons beschut,Zult gij de grootste zijn in nutVoor ’t volkje der Hellenen!840Gij zult weldra in stad en landAlleen ’t bewind gaan voeren,Neptuin gelijk, zet fluks uw tandDe bondgenooten naar uw hand,Geld zult gij slaan uit iedren standDoor schudden en door roeren!Aanvoerder van het koor.Laat hem geen oogenblik met rust; hij heeft vat op zich gegeven,Met zulke longen in je lijf, kan je hem zijn vet wel geven!
Dezelfden.
Paphlagoniër.Aan mijn meesteres, godinne Atheen, die de stad wil schermen en schutten,Bid ik thans, zoowaar als ik steeds voor het volk, den doorluchtigen staat der Atheners,765D’allerbeste geweest ben na Lysikles en Kynna en Salabakcho,Dat ik steeds, al doe ik ook niets, toch op staatskosten zal worden gespijzigd.Doch als ik u haat, en in uw belang niet alleen zal treden in ’t strijdperk,Dan ga ik spoedig in stukken gezaagd of in riemen gesneden te gronde!
Paphlagoniër.
Aan mijn meesteres, godinne Atheen, die de stad wil schermen en schutten,
Bid ik thans, zoowaar als ik steeds voor het volk, den doorluchtigen staat der Atheners,
765D’allerbeste geweest ben na Lysikles en Kynna en Salabakcho,
Dat ik steeds, al doe ik ook niets, toch op staatskosten zal worden gespijzigd.
Doch als ik u haat, en in uw belang niet alleen zal treden in ’t strijdperk,
Dan ga ik spoedig in stukken gezaagd of in riemen gesneden te gronde!
Worstverkooper.En ik, o Volk, als ik jou niet bemin, niet liefheb, moge gesneden,770En in kleine stukjes gebraden zijn—doch wanneer die wensch niet genoeg is,
Worstverkooper.
En ik, o Volk, als ik jou niet bemin, niet liefheb, moge gesneden,
770En in kleine stukjes gebraden zijn—doch wanneer die wensch niet genoeg is,
(hij houdt zijn worstplank in de hoogte)
Dan moog ik in pap fijn worden geschaafd, met kaas, hier op deze worstplank,En met een haak bij de beenen gesleept in de voorstad worden begraven.
Dan moog ik in pap fijn worden geschaafd, met kaas, hier op deze worstplank,
En met een haak bij de beenen gesleept in de voorstad worden begraven.
Paphlagoniër.Hoe zou er toch ooit één burger bestaan die het Volk meer liefheeft dan ik doe?Die ten eerste, als lid van den raad, heb gemaakt dat uw kas voortdurend gevuld was,775Want in het publiek—ik vroeg het den een—ik bestal en ik worgde den ander,Geen particulier was veilig bij mij, deed ik maar het Volk een pleiziertje.
Paphlagoniër.
Hoe zou er toch ooit één burger bestaan die het Volk meer liefheeft dan ik doe?
Die ten eerste, als lid van den raad, heb gemaakt dat uw kas voortdurend gevuld was,
775Want in het publiek—ik vroeg het den een—ik bestal en ik worgde den ander,
Geen particulier was veilig bij mij, deed ik maar het Volk een pleiziertje.
Worstverkooper.Dat’s heelemaal niet ongewoon, o Volk! want ik doe terstond u hetzelfde.Ik steel u de brooden uit andermans huis, en zet die voor u als een maaltijd,Dat die schurk van hierover u niet liefheeft, dat zal ik vóór alles u toonen.780Tenzij dáárom alleen hij het doet, omdat hij zich warmt aan uw koolvuur.Gij Volk! die met Mediërs eens hebt gestreên, die bij Marathon voor uw bestaan vocht,U, die na den zege ons steeds hebt gewend aan machtige woorden en grootspraak,Om ù geeft hij niets, dat gij daar zoo ruw en zoo hard neerzit op de rotsen,Niet als ik heeft hij een matras u genaaid. Dien breng ik u: rijs in de hoogte,785Zit lekker, en koester het achterdeel, dat bij Salamis véél heeft geleden!
Worstverkooper.
Dat’s heelemaal niet ongewoon, o Volk! want ik doe terstond u hetzelfde.
Ik steel u de brooden uit andermans huis, en zet die voor u als een maaltijd,
Dat die schurk van hierover u niet liefheeft, dat zal ik vóór alles u toonen.
780Tenzij dáárom alleen hij het doet, omdat hij zich warmt aan uw koolvuur.
Gij Volk! die met Mediërs eens hebt gestreên, die bij Marathon voor uw bestaan vocht,
U, die na den zege ons steeds hebt gewend aan machtige woorden en grootspraak,
Om ù geeft hij niets, dat gij daar zoo ruw en zoo hard neerzit op de rotsen,
Niet als ik heeft hij een matras u genaaid. Dien breng ik u: rijs in de hoogte,
785Zit lekker, en koester het achterdeel, dat bij Salamis véél heeft geleden!
(Hij legt een matras onder hem)
Volk.Wie zijt gij o mensch? stamt gij soms af van den grooten tirannenvermoorder?Dat is nu in waarheid een edel geschenk, metterdaad toont gij u een volksvriend.
Volk.
Wie zijt gij o mensch? stamt gij soms af van den grooten tirannenvermoorder?
Dat is nu in waarheid een edel geschenk, metterdaad toont gij u een volksvriend.
Paphlagoniër.Wat zijt gij op eens welwillend gestemd door zulk een gering vleierijtje!
Paphlagoniër.
Wat zijt gij op eens welwillend gestemd door zulk een gering vleierijtje!
Worstverkooper.Veel geringer nog is het lokaas geweest, waar gij hem steeds mee gestreeld hebt!
Worstverkooper.
Veel geringer nog is het lokaas geweest, waar gij hem steeds mee gestreeld hebt!
Paphlagoniër.790Nooit is er een man verschenen op aard, o Volk, die u flinker beschermde,Of die u meer liefhad dan ik—is ’t niet zoo, ja, ja, ik verwed er mijn hoofd om.
Paphlagoniër.
790Nooit is er een man verschenen op aard, o Volk, die u flinker beschermde,
Of die u meer liefhad dan ik—is ’t niet zoo, ja, ja, ik verwed er mijn hoofd om.
Worstverkooper.Jij houdt van het volk, die al acht jaar lang geen meelij toont en het aanziet,Hoe het hier in de buurt armzalig woont, in hutten en krotten en nesten?Jij plukt alle menschen, en sluit ze maar op; toen Archeptolemos aankwam795Om vrede te brengen, dreeft gij hem weg, en gij jaagt alle gezantenMet schande en smaad uit Athene voort, als zij wapenstilstand verzoeken.
Worstverkooper.
Jij houdt van het volk, die al acht jaar lang geen meelij toont en het aanziet,
Hoe het hier in de buurt armzalig woont, in hutten en krotten en nesten?
Jij plukt alle menschen, en sluit ze maar op; toen Archeptolemos aankwam
795Om vrede te brengen, dreeft gij hem weg, en gij jaagt alle gezanten
Met schande en smaad uit Athene voort, als zij wapenstilstand verzoeken.
Paphlagoniër.Opdat gij over alle Hellenen heerscht!—Want ’t staat in orakels geschreven,Dat hij eens in Arkadië rechter zal zijn.... voor vijf obolen salaris,Als hij volhoudt.... daarom is het dan ook dat ik hem zal kweeken en voeden,800Dat ik hem zal verschaffen, ’t zij recht of ’t zij krom, zijn drie obolen salaris.
Paphlagoniër.
Opdat gij over alle Hellenen heerscht!—Want ’t staat in orakels geschreven,
Dat hij eens in Arkadië rechter zal zijn.... voor vijf obolen salaris,
Als hij volhoudt.... daarom is het dan ook dat ik hem zal kweeken en voeden,
800Dat ik hem zal verschaffen, ’t zij recht of ’t zij krom, zijn drie obolen salaris.
Worstverkooper.Dat het Volk in Arkadië heerschen zou, was je doel niet, maar je beoogdeVan de steden te plukken zooveel als je kon, zoodat het volk ondertusschenDoor oorlog en duistere neevlen verblind, al je slechtheid niet zoude bemerken,Maar gedreven door nood en behoefte aan loon steeds gapend tegen je opzag!805Als deze zich weder begeeft naar het land, als hij vreedzaam daar wil vertoeven,En moed zal hervatten bij ’t eten van gort, en het sap van druiven weer aanspreekt,Dan zal hij de weldaden zien, waarvan gij met uw soldij hem beroofd hebt,En hij komt als een boertje verbitterd terug, om zijn stem tegen ù uit te brengen.Dat weet gij, en daarom bedriegt gij uw heer, en gij snoeft en gij droomt van uzelven!
Worstverkooper.
Dat het Volk in Arkadië heerschen zou, was je doel niet, maar je beoogde
Van de steden te plukken zooveel als je kon, zoodat het volk ondertusschen
Door oorlog en duistere neevlen verblind, al je slechtheid niet zoude bemerken,
Maar gedreven door nood en behoefte aan loon steeds gapend tegen je opzag!
805Als deze zich weder begeeft naar het land, als hij vreedzaam daar wil vertoeven,
En moed zal hervatten bij ’t eten van gort, en het sap van druiven weer aanspreekt,
Dan zal hij de weldaden zien, waarvan gij met uw soldij hem beroofd hebt,
En hij komt als een boertje verbitterd terug, om zijn stem tegen ù uit te brengen.
Dat weet gij, en daarom bedriegt gij uw heer, en gij snoeft en gij droomt van uzelven!
Paphlagoniër.810Is het niet onbeschaamd dat ge dàt van mij zegt, en dat ge mij telkens belastertBij het volk der Atheners, en bij dien staat, dien ik zoo herhaaldelijk weldeed,Mij, die nog meer dan Themistokles voor de stad in ’t bijzonder gedaan heb?
Paphlagoniër.
810Is het niet onbeschaamd dat ge dàt van mij zegt, en dat ge mij telkens belastert
Bij het volk der Atheners, en bij dien staat, dien ik zoo herhaaldelijk weldeed,
Mij, die nog meer dan Themistokles voor de stad in ’t bijzonder gedaan heb?
Worstverkooper.„Stad van Argos, luister naar diens verhaal!”—met Themistokles durft gij u meten?Met hem, die de stad schatrijk heeft gemaakt, die hij trof in behoeftigen toestand?815Die de stad daarenboven, bij wijs van ontbijt, den Piraeus aanbood als kluifje,En aan versche visschen haar smullen deed, wijl hij niets van de oude haar afnam?Maar gij, die door uw geheele gedoe kleinburgerlijk maakt de Atheners,Door murengebouw en orakelgezang—met Themistokles durft gij u meten!Hij—werd verbannen uit onze stad—Jij—smult van warme kadetjes!
Worstverkooper.
„Stad van Argos, luister naar diens verhaal!”—met Themistokles durft gij u meten?
Met hem, die de stad schatrijk heeft gemaakt, die hij trof in behoeftigen toestand?
815Die de stad daarenboven, bij wijs van ontbijt, den Piraeus aanbood als kluifje,
En aan versche visschen haar smullen deed, wijl hij niets van de oude haar afnam?
Maar gij, die door uw geheele gedoe kleinburgerlijk maakt de Atheners,
Door murengebouw en orakelgezang—met Themistokles durft gij u meten!
Hij—werd verbannen uit onze stad—Jij—smult van warme kadetjes!
Paphlagoniër.820Is dat niet vreeselijk, meester Volk, dat ik zoo iets van hem moet hooren,Ik die u bemin?
Paphlagoniër.
820Is dat niet vreeselijk, meester Volk, dat ik zoo iets van hem moet hooren,
Ik die u bemin?
Volk.Ik die u bemin?Houd jij maar op en verveel mij niet met je kletspraatLang was ’t mij ontgaan en nu bijna weer, hoe jij altijd de kat knijpt in ’t donker.
Volk.
Ik die u bemin?Houd jij maar op en verveel mij niet met je kletspraat
Lang was ’t mij ontgaan en nu bijna weer, hoe jij altijd de kat knijpt in ’t donker.
Worstverkooper.Hij is een vervloekeling, Volkjelief, en zijn euveldaân zijn ontelbaar!Zoodra gij slaapt, plukt hij expres825De lekkerste stengels uit een proces,En slikt die door, met beide handStaat hij te lepelen de soep van ’t land.
Worstverkooper.
Hij is een vervloekeling, Volkjelief, en zijn euveldaân zijn ontelbaar!
Zoodra gij slaapt, plukt hij expres
825De lekkerste stengels uit een proces,
En slikt die door, met beide hand
Staat hij te lepelen de soep van ’t land.
Paphlagoniër.Jij zal niet lachen, wanneer ik bewijsDat je vijf talenten stal als prijs!
Paphlagoniër.
Jij zal niet lachen, wanneer ik bewijs
Dat je vijf talenten stal als prijs!
Worstverkooper.830Wat plas je door en flodder je toch,Jij, die door je listen en je bedrogHet Atheensche volk weet te honen?Geloof maar dat ’k aan kan toonen,Of bij de goden! ik leef niet meer,Dat j’ uit Mytilene keer op keer,Door omkooperij van velen835Meer dan veertig mina’s dorst stelen!
Worstverkooper.
830Wat plas je door en flodder je toch,
Jij, die door je listen en je bedrog
Het Atheensche volk weet te honen?
Geloof maar dat ’k aan kan toonen,
Of bij de goden! ik leef niet meer,
Dat j’ uit Mytilene keer op keer,
Door omkooperij van velen
835Meer dan veertig mina’s dorst stelen!
Koor.(tot den worstverkooper)O gij, die als een steun en stutVoor allen zijt verschenen,’k Bewonder van uw taal de fut,En als gij verder ons beschut,Zult gij de grootste zijn in nutVoor ’t volkje der Hellenen!
Koor.
(tot den worstverkooper)
O gij, die als een steun en stut
Voor allen zijt verschenen,
’k Bewonder van uw taal de fut,
En als gij verder ons beschut,
Zult gij de grootste zijn in nut
Voor ’t volkje der Hellenen!
840Gij zult weldra in stad en landAlleen ’t bewind gaan voeren,Neptuin gelijk, zet fluks uw tandDe bondgenooten naar uw hand,Geld zult gij slaan uit iedren standDoor schudden en door roeren!
840Gij zult weldra in stad en land
Alleen ’t bewind gaan voeren,
Neptuin gelijk, zet fluks uw tand
De bondgenooten naar uw hand,
Geld zult gij slaan uit iedren stand
Door schudden en door roeren!
Aanvoerder van het koor.Laat hem geen oogenblik met rust; hij heeft vat op zich gegeven,Met zulke longen in je lijf, kan je hem zijn vet wel geven!
Aanvoerder van het koor.
Laat hem geen oogenblik met rust; hij heeft vat op zich gegeven,
Met zulke longen in je lijf, kan je hem zijn vet wel geven!
Zestiende tooneel.Dezelfden.Paphlagoniër.Neen, goeje menschen, ’t is zoover met mij nog niet gekomen!Want ik heb zulk een heldenstuk bedacht en ondernomen845Dat ’k allen vijanden den mond zal snoeren, en niet wijkenZoolang de schilde’ en krijgstrofeên van Pylos hier nog prijken.Worstverkooper.Hou jij maar met je schilden op! je hebt m’ al vat gegeven,Want als je waarlijk hieldt van ’t volk, had jij nooit last gegevenDie schilden aan de handvatsels hier op te laten hangen.850Neen, Volk! dat was een list van hem om jou daarmee te vangen,Om als je hem bestraffen wilt, jou daarin te verhinderen.Kijk wat een staf hij om zich heeft van mannen en van kinderen,Leerlooiers, honighandelaars, een kaasverkoopersbende,Dat hokt hier onder één deken saam, en stort jou in d’ellende,855Zoodat, wanneer jij brullen zou, en „Gooi-em-er-uit” zou spelen,Zij ’s nachts geheel dien wapentros en schilden zouden stelen,Om dan terstond den toegang tot de broodmarkt te bezetten.Volk.Wat, hebben zij de handvatsels? dat zal ik hen beletten,Wat heb jij, slechte kerel, mij al lang gefopt met streken!Paphlagoniër.860Mijn beste man, geloof toch niet altijd wie ’t laatst mag spreken!Wees zeker dat j’ een beter vriend dan ik ben nooit zult vinden,Wie samenzweerde tegen ’t volk wist ik alleen te binden,Zoodra in onze goede stad men maar ging samenrotten,Dan schreeuwde ik terstond het uit, en liet me nooit bedotten.Worstverkooper.Het is met jou altijd gegaan als lui die paling vangen,865Als ’t water stil en rustig is, blijft ook de dobber hangen,Maar als het water troebel is, dan roeren z’ in de modder,Dan vangen zij!—Zoo vang jij ook, met al je staatsgeflodder.Nog één vraag: Jij, die zooveel leêr en riemen kunt verkoopen,Verschafte jij dien ouden heer ooit zolen bij het loopen,870Dien jij bemint zooals je zegt?Volk.Dien jij bemint zooals je zegt?Neen, bij Apollo, nimmer!Worstverkooper.Zie je nu wat voor een vent hij is? het wordt al slim en slimmer.Maar ik—kocht lang een schoenenpaar, en geef het j’ om te dragen.Volk.Jij bent de grootste vriend van ’t volk, waar ’k ooit van kon gewagen,Want naast de stad bescherm jij ook de teenen van de voeten.Paphlagoniër.875’t Is vreeslijk dat de schoenen hier zooveel bewijzen moeten!Vergeet je dan mijn weldaân hier? ik dorst met ’t kwaad te vechten,D’onzedelijken Haviksneus ontnam ’k zijn burgerrechten!Worstverkooper.Is dat niet vreeselijk, van jou dien achterklap te hooren,Dat een onzeedlijk man als jij onzeedlijkheid moet smoren!880’t Was jou alleen daarom te doen, geen sprekers meer te fokken!Jij, die nog nooit deez’ ouwen heer een hemd hebt aangetrokken,Een tweearmshemd, dat heb je nooit, al vriest het, van je levenAan ’t volk gegund—hier, ouweheer, laat mij dat aan je geven.(Hij doet Volk een hemd aan)Volk.Zoo iets kon zelfs tot dusver niet Themistokles bedenken,885Al schonk hij wijs—maar zulk een hemd is ’t schoonste der geschenken.Paphlagoniër.’t Gaat mis met mij, zóó kan je hem met apenkool bedonderen.Worstverkooper.Ik doe wat dronken kerels doen, zoodra het roert van onderen,Zóó schiet ik in jouw sloffen nou—dus wil je niet verwonderen.Paphlagoniër.890Toch zal jij met je vleierij, jou leelijk apenbakkes!Niet winnen. Ouweheer, ik bied deez’ mantel u!(Hij wil hem ook een mantel aandoen)Volk(den mantel afwijzende).Niet winnen. Ouweheer, ik bied deez’ mantel u!Ajakkes!Loop met je mantel naar de hel, hij stinkt naar leêr, verdikke!Worstverkooper.Dien deed hij jou opzett’lijk om, om jou daarin te stikken.Reeds vroeg had hij ’t op jou gemunt. Weet jij nog hoe verleden895Het silphium is in prijs gedaald?Volk.Het silphium is in prijs gedaald?Dat weet ik nog als heden.Worstverkooper.Welnu, hij heeft zijn best gedaan om dat goedkoop te maken.Dat iedereen het eten zou, en dat als resultaten,De rechters in de rechtbank niets dan winden zouden laten.Volk.Dat moest ik onlangs van een man uit ’t dorpje Mest nog hooren.Worstverkooper.900Werdt jullie van dat windgeblaas niet rood tot over d’ ooren?Volk.Welzeker, en dat alles heeft die Roodkop ons verzonnen.Paphlagoniër.Jij hebt met lage en vuile taal mij bijna overwonnen.Worstverkooper.Dat heeft de godheid mij gelast, nog meer dan jij te schetteren.Paphlagoniër.Je zùlt niet overwinnen, en ik zal je nòg verpletteren,Want ik beloof je, meester Volk, dat zonder iets te werken,905J’een heelen schotel slikt met loon, en niets ervan zult merken.Worstverkooper.En ik kom met een smeerseltje en een doosje jou verrassen,Om de wondjes die je aan je beentjes hebt daar netjes mee te wasschen.(Hij biedt dit aan)Paphlagoniër.Ik trek je grijze haren uit, dat j’ eeuwig jong zal blijven.Worstverkooper.En ik geef jou een hazestaart, om j’ oogjes in te wrijven.(Hij biedt dit aan)Paphlagoniër.910Jij mag je neus, wanneer je ’m snuit, gerust aan mijn hoofd wrijven.Worstverkooper.Neen, dat is vies, geloof me vrij.Doe ’t liefst bij mij, doe ’t liefst bij mij.Paphlagoniër.Ik zal je krijgen dat ’t je lust;Wanneer je ooit een schip uitrust,Dan lever ik j’ een oud stuk hout,915Dat jij geen geld meer overhoudt:Waaraan altijd iets, dat ’s gewis,Te lappen en te timm’ren is,Ook zal ik zorgen dat je vastNiets anders krijgt dan ’n rotte mast.Worstverkooper.Wat snuift de vent! wat sputtert hij!920Als overkokende rijstebrij,Met dreigementen en met straf,Komaan, ik neem het schuim er af!(Hij biedt den Paphlagoniër al lachende zijn soeplepel aan).Paphlagoniër.Ik laat je betalen dat je kraakt,En in de vermogensbelasting raakt,925Jij wordt door mij, door mij alleen,Hoogstaangeslagene in Atheen.Worstverkooper.Ik dreig je niet met zoet of zuur,Maar wensch je ’t volgend avontuur:Dat als je pan staat op het vuur,Waarin een lekkere pijlinktvischMet veel geknetter en gesis930Verrukk’lijk aan het braden is:Jij dan d’ aanstaande spreker bentOver een Milesisch incident(Waarbij te gappen is één talent):Welnu—is d’omkooperij verricht,Dan wed ik dat je je haast allichtOm met een afterdinnergezichtDe vergadering te verschrikken!935Dan hoop ik dat op eens de man,Die met jou konkelen wil en kan,Terwijl de visch nog staat in de pan,Verschijne voor jouw blikken,En dat je dan, voordat de vischNog in jouw maag verdwenen is,Jij, happig op het geldgegris,940Nog onder het eten mag stikken!Koor(lied).Bij Apollo, bij Demeter,En bij Zeus den dondergod,Zulk een wensch is voor den vreterHet verdiende levenslot!
Zestiende tooneel.Dezelfden.Paphlagoniër.Neen, goeje menschen, ’t is zoover met mij nog niet gekomen!Want ik heb zulk een heldenstuk bedacht en ondernomen845Dat ’k allen vijanden den mond zal snoeren, en niet wijkenZoolang de schilde’ en krijgstrofeên van Pylos hier nog prijken.Worstverkooper.Hou jij maar met je schilden op! je hebt m’ al vat gegeven,Want als je waarlijk hieldt van ’t volk, had jij nooit last gegevenDie schilden aan de handvatsels hier op te laten hangen.850Neen, Volk! dat was een list van hem om jou daarmee te vangen,Om als je hem bestraffen wilt, jou daarin te verhinderen.Kijk wat een staf hij om zich heeft van mannen en van kinderen,Leerlooiers, honighandelaars, een kaasverkoopersbende,Dat hokt hier onder één deken saam, en stort jou in d’ellende,855Zoodat, wanneer jij brullen zou, en „Gooi-em-er-uit” zou spelen,Zij ’s nachts geheel dien wapentros en schilden zouden stelen,Om dan terstond den toegang tot de broodmarkt te bezetten.Volk.Wat, hebben zij de handvatsels? dat zal ik hen beletten,Wat heb jij, slechte kerel, mij al lang gefopt met streken!Paphlagoniër.860Mijn beste man, geloof toch niet altijd wie ’t laatst mag spreken!Wees zeker dat j’ een beter vriend dan ik ben nooit zult vinden,Wie samenzweerde tegen ’t volk wist ik alleen te binden,Zoodra in onze goede stad men maar ging samenrotten,Dan schreeuwde ik terstond het uit, en liet me nooit bedotten.Worstverkooper.Het is met jou altijd gegaan als lui die paling vangen,865Als ’t water stil en rustig is, blijft ook de dobber hangen,Maar als het water troebel is, dan roeren z’ in de modder,Dan vangen zij!—Zoo vang jij ook, met al je staatsgeflodder.Nog één vraag: Jij, die zooveel leêr en riemen kunt verkoopen,Verschafte jij dien ouden heer ooit zolen bij het loopen,870Dien jij bemint zooals je zegt?Volk.Dien jij bemint zooals je zegt?Neen, bij Apollo, nimmer!Worstverkooper.Zie je nu wat voor een vent hij is? het wordt al slim en slimmer.Maar ik—kocht lang een schoenenpaar, en geef het j’ om te dragen.Volk.Jij bent de grootste vriend van ’t volk, waar ’k ooit van kon gewagen,Want naast de stad bescherm jij ook de teenen van de voeten.Paphlagoniër.875’t Is vreeslijk dat de schoenen hier zooveel bewijzen moeten!Vergeet je dan mijn weldaân hier? ik dorst met ’t kwaad te vechten,D’onzedelijken Haviksneus ontnam ’k zijn burgerrechten!Worstverkooper.Is dat niet vreeselijk, van jou dien achterklap te hooren,Dat een onzeedlijk man als jij onzeedlijkheid moet smoren!880’t Was jou alleen daarom te doen, geen sprekers meer te fokken!Jij, die nog nooit deez’ ouwen heer een hemd hebt aangetrokken,Een tweearmshemd, dat heb je nooit, al vriest het, van je levenAan ’t volk gegund—hier, ouweheer, laat mij dat aan je geven.(Hij doet Volk een hemd aan)Volk.Zoo iets kon zelfs tot dusver niet Themistokles bedenken,885Al schonk hij wijs—maar zulk een hemd is ’t schoonste der geschenken.Paphlagoniër.’t Gaat mis met mij, zóó kan je hem met apenkool bedonderen.Worstverkooper.Ik doe wat dronken kerels doen, zoodra het roert van onderen,Zóó schiet ik in jouw sloffen nou—dus wil je niet verwonderen.Paphlagoniër.890Toch zal jij met je vleierij, jou leelijk apenbakkes!Niet winnen. Ouweheer, ik bied deez’ mantel u!(Hij wil hem ook een mantel aandoen)Volk(den mantel afwijzende).Niet winnen. Ouweheer, ik bied deez’ mantel u!Ajakkes!Loop met je mantel naar de hel, hij stinkt naar leêr, verdikke!Worstverkooper.Dien deed hij jou opzett’lijk om, om jou daarin te stikken.Reeds vroeg had hij ’t op jou gemunt. Weet jij nog hoe verleden895Het silphium is in prijs gedaald?Volk.Het silphium is in prijs gedaald?Dat weet ik nog als heden.Worstverkooper.Welnu, hij heeft zijn best gedaan om dat goedkoop te maken.Dat iedereen het eten zou, en dat als resultaten,De rechters in de rechtbank niets dan winden zouden laten.Volk.Dat moest ik onlangs van een man uit ’t dorpje Mest nog hooren.Worstverkooper.900Werdt jullie van dat windgeblaas niet rood tot over d’ ooren?Volk.Welzeker, en dat alles heeft die Roodkop ons verzonnen.Paphlagoniër.Jij hebt met lage en vuile taal mij bijna overwonnen.Worstverkooper.Dat heeft de godheid mij gelast, nog meer dan jij te schetteren.Paphlagoniër.Je zùlt niet overwinnen, en ik zal je nòg verpletteren,Want ik beloof je, meester Volk, dat zonder iets te werken,905J’een heelen schotel slikt met loon, en niets ervan zult merken.Worstverkooper.En ik kom met een smeerseltje en een doosje jou verrassen,Om de wondjes die je aan je beentjes hebt daar netjes mee te wasschen.(Hij biedt dit aan)Paphlagoniër.Ik trek je grijze haren uit, dat j’ eeuwig jong zal blijven.Worstverkooper.En ik geef jou een hazestaart, om j’ oogjes in te wrijven.(Hij biedt dit aan)Paphlagoniër.910Jij mag je neus, wanneer je ’m snuit, gerust aan mijn hoofd wrijven.Worstverkooper.Neen, dat is vies, geloof me vrij.Doe ’t liefst bij mij, doe ’t liefst bij mij.Paphlagoniër.Ik zal je krijgen dat ’t je lust;Wanneer je ooit een schip uitrust,Dan lever ik j’ een oud stuk hout,915Dat jij geen geld meer overhoudt:Waaraan altijd iets, dat ’s gewis,Te lappen en te timm’ren is,Ook zal ik zorgen dat je vastNiets anders krijgt dan ’n rotte mast.Worstverkooper.Wat snuift de vent! wat sputtert hij!920Als overkokende rijstebrij,Met dreigementen en met straf,Komaan, ik neem het schuim er af!(Hij biedt den Paphlagoniër al lachende zijn soeplepel aan).Paphlagoniër.Ik laat je betalen dat je kraakt,En in de vermogensbelasting raakt,925Jij wordt door mij, door mij alleen,Hoogstaangeslagene in Atheen.Worstverkooper.Ik dreig je niet met zoet of zuur,Maar wensch je ’t volgend avontuur:Dat als je pan staat op het vuur,Waarin een lekkere pijlinktvischMet veel geknetter en gesis930Verrukk’lijk aan het braden is:Jij dan d’ aanstaande spreker bentOver een Milesisch incident(Waarbij te gappen is één talent):Welnu—is d’omkooperij verricht,Dan wed ik dat je je haast allichtOm met een afterdinnergezichtDe vergadering te verschrikken!935Dan hoop ik dat op eens de man,Die met jou konkelen wil en kan,Terwijl de visch nog staat in de pan,Verschijne voor jouw blikken,En dat je dan, voordat de vischNog in jouw maag verdwenen is,Jij, happig op het geldgegris,940Nog onder het eten mag stikken!Koor(lied).Bij Apollo, bij Demeter,En bij Zeus den dondergod,Zulk een wensch is voor den vreterHet verdiende levenslot!
Dezelfden.
Paphlagoniër.Neen, goeje menschen, ’t is zoover met mij nog niet gekomen!Want ik heb zulk een heldenstuk bedacht en ondernomen845Dat ’k allen vijanden den mond zal snoeren, en niet wijkenZoolang de schilde’ en krijgstrofeên van Pylos hier nog prijken.
Paphlagoniër.
Neen, goeje menschen, ’t is zoover met mij nog niet gekomen!
Want ik heb zulk een heldenstuk bedacht en ondernomen
845Dat ’k allen vijanden den mond zal snoeren, en niet wijken
Zoolang de schilde’ en krijgstrofeên van Pylos hier nog prijken.
Worstverkooper.Hou jij maar met je schilden op! je hebt m’ al vat gegeven,Want als je waarlijk hieldt van ’t volk, had jij nooit last gegevenDie schilden aan de handvatsels hier op te laten hangen.850Neen, Volk! dat was een list van hem om jou daarmee te vangen,Om als je hem bestraffen wilt, jou daarin te verhinderen.Kijk wat een staf hij om zich heeft van mannen en van kinderen,Leerlooiers, honighandelaars, een kaasverkoopersbende,Dat hokt hier onder één deken saam, en stort jou in d’ellende,855Zoodat, wanneer jij brullen zou, en „Gooi-em-er-uit” zou spelen,Zij ’s nachts geheel dien wapentros en schilden zouden stelen,Om dan terstond den toegang tot de broodmarkt te bezetten.
Worstverkooper.
Hou jij maar met je schilden op! je hebt m’ al vat gegeven,
Want als je waarlijk hieldt van ’t volk, had jij nooit last gegeven
Die schilden aan de handvatsels hier op te laten hangen.
850Neen, Volk! dat was een list van hem om jou daarmee te vangen,
Om als je hem bestraffen wilt, jou daarin te verhinderen.
Kijk wat een staf hij om zich heeft van mannen en van kinderen,
Leerlooiers, honighandelaars, een kaasverkoopersbende,
Dat hokt hier onder één deken saam, en stort jou in d’ellende,
855Zoodat, wanneer jij brullen zou, en „Gooi-em-er-uit” zou spelen,
Zij ’s nachts geheel dien wapentros en schilden zouden stelen,
Om dan terstond den toegang tot de broodmarkt te bezetten.
Volk.Wat, hebben zij de handvatsels? dat zal ik hen beletten,Wat heb jij, slechte kerel, mij al lang gefopt met streken!
Volk.
Wat, hebben zij de handvatsels? dat zal ik hen beletten,
Wat heb jij, slechte kerel, mij al lang gefopt met streken!
Paphlagoniër.860Mijn beste man, geloof toch niet altijd wie ’t laatst mag spreken!Wees zeker dat j’ een beter vriend dan ik ben nooit zult vinden,Wie samenzweerde tegen ’t volk wist ik alleen te binden,Zoodra in onze goede stad men maar ging samenrotten,Dan schreeuwde ik terstond het uit, en liet me nooit bedotten.
Paphlagoniër.
860Mijn beste man, geloof toch niet altijd wie ’t laatst mag spreken!
Wees zeker dat j’ een beter vriend dan ik ben nooit zult vinden,
Wie samenzweerde tegen ’t volk wist ik alleen te binden,
Zoodra in onze goede stad men maar ging samenrotten,
Dan schreeuwde ik terstond het uit, en liet me nooit bedotten.
Worstverkooper.Het is met jou altijd gegaan als lui die paling vangen,865Als ’t water stil en rustig is, blijft ook de dobber hangen,Maar als het water troebel is, dan roeren z’ in de modder,Dan vangen zij!—Zoo vang jij ook, met al je staatsgeflodder.Nog één vraag: Jij, die zooveel leêr en riemen kunt verkoopen,Verschafte jij dien ouden heer ooit zolen bij het loopen,870Dien jij bemint zooals je zegt?
Worstverkooper.
Het is met jou altijd gegaan als lui die paling vangen,
865Als ’t water stil en rustig is, blijft ook de dobber hangen,
Maar als het water troebel is, dan roeren z’ in de modder,
Dan vangen zij!—Zoo vang jij ook, met al je staatsgeflodder.
Nog één vraag: Jij, die zooveel leêr en riemen kunt verkoopen,
Verschafte jij dien ouden heer ooit zolen bij het loopen,
870Dien jij bemint zooals je zegt?
Volk.Dien jij bemint zooals je zegt?Neen, bij Apollo, nimmer!
Volk.
Dien jij bemint zooals je zegt?Neen, bij Apollo, nimmer!
Worstverkooper.Zie je nu wat voor een vent hij is? het wordt al slim en slimmer.Maar ik—kocht lang een schoenenpaar, en geef het j’ om te dragen.
Worstverkooper.
Zie je nu wat voor een vent hij is? het wordt al slim en slimmer.
Maar ik—kocht lang een schoenenpaar, en geef het j’ om te dragen.
Volk.Jij bent de grootste vriend van ’t volk, waar ’k ooit van kon gewagen,Want naast de stad bescherm jij ook de teenen van de voeten.
Volk.
Jij bent de grootste vriend van ’t volk, waar ’k ooit van kon gewagen,
Want naast de stad bescherm jij ook de teenen van de voeten.
Paphlagoniër.875’t Is vreeslijk dat de schoenen hier zooveel bewijzen moeten!Vergeet je dan mijn weldaân hier? ik dorst met ’t kwaad te vechten,D’onzedelijken Haviksneus ontnam ’k zijn burgerrechten!
Paphlagoniër.
875’t Is vreeslijk dat de schoenen hier zooveel bewijzen moeten!
Vergeet je dan mijn weldaân hier? ik dorst met ’t kwaad te vechten,
D’onzedelijken Haviksneus ontnam ’k zijn burgerrechten!
Worstverkooper.Is dat niet vreeselijk, van jou dien achterklap te hooren,Dat een onzeedlijk man als jij onzeedlijkheid moet smoren!880’t Was jou alleen daarom te doen, geen sprekers meer te fokken!Jij, die nog nooit deez’ ouwen heer een hemd hebt aangetrokken,Een tweearmshemd, dat heb je nooit, al vriest het, van je levenAan ’t volk gegund—hier, ouweheer, laat mij dat aan je geven.
Worstverkooper.
Is dat niet vreeselijk, van jou dien achterklap te hooren,
Dat een onzeedlijk man als jij onzeedlijkheid moet smoren!
880’t Was jou alleen daarom te doen, geen sprekers meer te fokken!
Jij, die nog nooit deez’ ouwen heer een hemd hebt aangetrokken,
Een tweearmshemd, dat heb je nooit, al vriest het, van je leven
Aan ’t volk gegund—hier, ouweheer, laat mij dat aan je geven.
(Hij doet Volk een hemd aan)
Volk.Zoo iets kon zelfs tot dusver niet Themistokles bedenken,885Al schonk hij wijs—maar zulk een hemd is ’t schoonste der geschenken.
Volk.
Zoo iets kon zelfs tot dusver niet Themistokles bedenken,
885Al schonk hij wijs—maar zulk een hemd is ’t schoonste der geschenken.
Paphlagoniër.’t Gaat mis met mij, zóó kan je hem met apenkool bedonderen.
Paphlagoniër.
’t Gaat mis met mij, zóó kan je hem met apenkool bedonderen.
Worstverkooper.Ik doe wat dronken kerels doen, zoodra het roert van onderen,Zóó schiet ik in jouw sloffen nou—dus wil je niet verwonderen.
Worstverkooper.
Ik doe wat dronken kerels doen, zoodra het roert van onderen,
Zóó schiet ik in jouw sloffen nou—dus wil je niet verwonderen.
Paphlagoniër.890Toch zal jij met je vleierij, jou leelijk apenbakkes!Niet winnen. Ouweheer, ik bied deez’ mantel u!
Paphlagoniër.
890Toch zal jij met je vleierij, jou leelijk apenbakkes!
Niet winnen. Ouweheer, ik bied deez’ mantel u!
(Hij wil hem ook een mantel aandoen)
Volk(den mantel afwijzende).Niet winnen. Ouweheer, ik bied deez’ mantel u!Ajakkes!Loop met je mantel naar de hel, hij stinkt naar leêr, verdikke!
Volk
Niet winnen. Ouweheer, ik bied deez’ mantel u!Ajakkes!
Loop met je mantel naar de hel, hij stinkt naar leêr, verdikke!
Worstverkooper.Dien deed hij jou opzett’lijk om, om jou daarin te stikken.Reeds vroeg had hij ’t op jou gemunt. Weet jij nog hoe verleden895Het silphium is in prijs gedaald?
Worstverkooper.
Dien deed hij jou opzett’lijk om, om jou daarin te stikken.
Reeds vroeg had hij ’t op jou gemunt. Weet jij nog hoe verleden
895Het silphium is in prijs gedaald?
Volk.Het silphium is in prijs gedaald?Dat weet ik nog als heden.
Volk.
Het silphium is in prijs gedaald?Dat weet ik nog als heden.
Worstverkooper.Welnu, hij heeft zijn best gedaan om dat goedkoop te maken.Dat iedereen het eten zou, en dat als resultaten,De rechters in de rechtbank niets dan winden zouden laten.
Worstverkooper.
Welnu, hij heeft zijn best gedaan om dat goedkoop te maken.
Dat iedereen het eten zou, en dat als resultaten,
De rechters in de rechtbank niets dan winden zouden laten.
Volk.Dat moest ik onlangs van een man uit ’t dorpje Mest nog hooren.
Volk.
Dat moest ik onlangs van een man uit ’t dorpje Mest nog hooren.
Worstverkooper.900Werdt jullie van dat windgeblaas niet rood tot over d’ ooren?
Worstverkooper.
900Werdt jullie van dat windgeblaas niet rood tot over d’ ooren?
Volk.Welzeker, en dat alles heeft die Roodkop ons verzonnen.
Volk.
Welzeker, en dat alles heeft die Roodkop ons verzonnen.
Paphlagoniër.Jij hebt met lage en vuile taal mij bijna overwonnen.
Paphlagoniër.
Jij hebt met lage en vuile taal mij bijna overwonnen.
Worstverkooper.Dat heeft de godheid mij gelast, nog meer dan jij te schetteren.
Worstverkooper.
Dat heeft de godheid mij gelast, nog meer dan jij te schetteren.
Paphlagoniër.Je zùlt niet overwinnen, en ik zal je nòg verpletteren,Want ik beloof je, meester Volk, dat zonder iets te werken,905J’een heelen schotel slikt met loon, en niets ervan zult merken.
Paphlagoniër.
Je zùlt niet overwinnen, en ik zal je nòg verpletteren,
Want ik beloof je, meester Volk, dat zonder iets te werken,
905J’een heelen schotel slikt met loon, en niets ervan zult merken.
Worstverkooper.En ik kom met een smeerseltje en een doosje jou verrassen,Om de wondjes die je aan je beentjes hebt daar netjes mee te wasschen.
Worstverkooper.
En ik kom met een smeerseltje en een doosje jou verrassen,
Om de wondjes die je aan je beentjes hebt daar netjes mee te wasschen.
(Hij biedt dit aan)
Paphlagoniër.Ik trek je grijze haren uit, dat j’ eeuwig jong zal blijven.
Paphlagoniër.
Ik trek je grijze haren uit, dat j’ eeuwig jong zal blijven.
Worstverkooper.En ik geef jou een hazestaart, om j’ oogjes in te wrijven.
Worstverkooper.
En ik geef jou een hazestaart, om j’ oogjes in te wrijven.
(Hij biedt dit aan)
Paphlagoniër.910Jij mag je neus, wanneer je ’m snuit, gerust aan mijn hoofd wrijven.
Paphlagoniër.
910Jij mag je neus, wanneer je ’m snuit, gerust aan mijn hoofd wrijven.
Worstverkooper.Neen, dat is vies, geloof me vrij.Doe ’t liefst bij mij, doe ’t liefst bij mij.
Worstverkooper.
Neen, dat is vies, geloof me vrij.
Doe ’t liefst bij mij, doe ’t liefst bij mij.
Paphlagoniër.Ik zal je krijgen dat ’t je lust;Wanneer je ooit een schip uitrust,Dan lever ik j’ een oud stuk hout,915Dat jij geen geld meer overhoudt:Waaraan altijd iets, dat ’s gewis,Te lappen en te timm’ren is,Ook zal ik zorgen dat je vastNiets anders krijgt dan ’n rotte mast.
Paphlagoniër.
Ik zal je krijgen dat ’t je lust;
Wanneer je ooit een schip uitrust,
Dan lever ik j’ een oud stuk hout,
915Dat jij geen geld meer overhoudt:
Waaraan altijd iets, dat ’s gewis,
Te lappen en te timm’ren is,
Ook zal ik zorgen dat je vast
Niets anders krijgt dan ’n rotte mast.
Worstverkooper.Wat snuift de vent! wat sputtert hij!920Als overkokende rijstebrij,Met dreigementen en met straf,Komaan, ik neem het schuim er af!
Worstverkooper.
Wat snuift de vent! wat sputtert hij!
920Als overkokende rijstebrij,
Met dreigementen en met straf,
Komaan, ik neem het schuim er af!
(Hij biedt den Paphlagoniër al lachende zijn soeplepel aan).
Paphlagoniër.Ik laat je betalen dat je kraakt,En in de vermogensbelasting raakt,925Jij wordt door mij, door mij alleen,Hoogstaangeslagene in Atheen.
Paphlagoniër.
Ik laat je betalen dat je kraakt,
En in de vermogensbelasting raakt,
925Jij wordt door mij, door mij alleen,
Hoogstaangeslagene in Atheen.
Worstverkooper.Ik dreig je niet met zoet of zuur,Maar wensch je ’t volgend avontuur:Dat als je pan staat op het vuur,Waarin een lekkere pijlinktvischMet veel geknetter en gesis930Verrukk’lijk aan het braden is:Jij dan d’ aanstaande spreker bentOver een Milesisch incident(Waarbij te gappen is één talent):Welnu—is d’omkooperij verricht,Dan wed ik dat je je haast allichtOm met een afterdinnergezichtDe vergadering te verschrikken!935Dan hoop ik dat op eens de man,Die met jou konkelen wil en kan,Terwijl de visch nog staat in de pan,Verschijne voor jouw blikken,En dat je dan, voordat de vischNog in jouw maag verdwenen is,Jij, happig op het geldgegris,940Nog onder het eten mag stikken!
Worstverkooper.
Ik dreig je niet met zoet of zuur,
Maar wensch je ’t volgend avontuur:
Dat als je pan staat op het vuur,
Waarin een lekkere pijlinktvisch
Met veel geknetter en gesis
930Verrukk’lijk aan het braden is:
Jij dan d’ aanstaande spreker bent
Over een Milesisch incident
(Waarbij te gappen is één talent):
Welnu—is d’omkooperij verricht,
Dan wed ik dat je je haast allicht
Om met een afterdinnergezicht
De vergadering te verschrikken!
935Dan hoop ik dat op eens de man,
Die met jou konkelen wil en kan,
Terwijl de visch nog staat in de pan,
Verschijne voor jouw blikken,
En dat je dan, voordat de visch
Nog in jouw maag verdwenen is,
Jij, happig op het geldgegris,
940Nog onder het eten mag stikken!
Koor(lied).Bij Apollo, bij Demeter,En bij Zeus den dondergod,Zulk een wensch is voor den vreterHet verdiende levenslot!
Koor
Bij Apollo, bij Demeter,
En bij Zeus den dondergod,
Zulk een wensch is voor den vreter
Het verdiende levenslot!
Zeventiende tooneel.Dezelfden.Volk.Ook mij dunkt hij nu alleszins klaarblijkelijkEen goede burger, zooals nimmer nog voorheen945Er is verschenen voor Jan Pet en de centenlui.Maar jij, o allerberoerdste Paphlagoniër,Beweert dat jij me liefhebt, en verbittert me steeds!Geef dus je zegelring terug, je mag niet meerVoor mij blijven zorgen.Paphlagoniër(geeft den ring terug).Voor mij blijven zorgen.Dáár, ’k verzeker u alleenDat als jij mij niet langer voor je zorgen laat,950Er een ander komt, nog veel misdadiger dan ik.Volk.’t Is zeker dat die zegelring dien jij me geeftDe mijne niet is, er staat een ander zegel op,Of ’k zie niet goed.Worstverkooper.Of ’k zie niet goed.Laat zien aan mij, wat stond er op?Volk.Het was een soort gebakken deeg van ossenvet.Worstverkooper.955Dat staat er niet.Volk.Dat staat er niet.Zie jij geen deeg, wat staat er dan?Worstverkooper.Een meeuw, die boven op een rots aan ’t schreeuwen is.Volk.O wee.Worstverkooper.O wee.Wat is er?Volk.O wee. Wat is er?Gooidien ring maar heel gauw weg,’t Was niet de ring van mij, maar van Kleonymos,Neem dezen ring, en zorg jij dan voortaan voor mij.(Hij geeft hem een anderen)Paphlagoniër.960Doe dat nog niet, o ouweheer, ’k bezweer het u,Voordat ge nog naar mijn orakels hebt gehoord.Worstverkooper.Hoor dan ook de mijne.Paphlagoniër.Hoor dan ook de mijne.Als je luistert naar dièn vent,Dan wordt je kaal.Worstverkooper.Dan wordt je kaal.Wanneer je doet wat hij verlangt,Dan wordt je bloot tot op de haren van je huid.Paphlagoniër.965In mijn orakels staat dat jij regeeren moet,Bekransd met rozen, over ’t heele grondgebied.Worstverkooper.En in de mijne, dat jij in een purperkleed,Een krans op ’t hoofd, zult rijden op een gulden kar,En—Smikythes en Agyrrios vervolgen zult.Kooraanvoerder.970Breng gauw dan de orakels, dat de ouweheerZe kan vernemen.Worstverkooper.Ze kan vernemen.Zeker.Volk(tot den Paphlagoniër).Ze kan vernemen. Zeker.Breng de uwe ook!Paphlagoniër.Vooruit.Worstverkooper.Vooruit.Vooruit, bij Zeus, wij halen ze terstond.(Beiden af)Koor(eerste helft).Schoonste zonlicht dat ooit verscheen,Welk een vreugde voor gansch Atheen,975Voor den vreemdeling, voor elkeen,Ging slechts Kléon te gronde!Maar er zijn ouderen van jaar,Die hem helpen, alsof ’t hier waarAltijd een Dertigprocesbazaar—980Ons bestrijden—’t is zonde!Want hij zorgt, dus zeurt men wat,Dat Atheen twee dingen bevat,Die onmisbaar zijn in een stad:’n Lepel is ’t, en een stamper....(Tweede helft)985Hoort nu Kléon’s muziekbedrog:Wat vertelt ons de jeugd, die tochMet hem op school ging, toen hij nogWas een kleine slampamper?Dat hij eeuwig en altijd maar990Streek op één en dezelfde snaar,Of geen andere toon er waar’,Zonder andre talenten—Tot zijn leeraar, te goeder stond’,Hem als onleerzaam naar huis toe zond,995Daar er voor hem geen klank bestond,Dan het gerol van centen!
Zeventiende tooneel.Dezelfden.Volk.Ook mij dunkt hij nu alleszins klaarblijkelijkEen goede burger, zooals nimmer nog voorheen945Er is verschenen voor Jan Pet en de centenlui.Maar jij, o allerberoerdste Paphlagoniër,Beweert dat jij me liefhebt, en verbittert me steeds!Geef dus je zegelring terug, je mag niet meerVoor mij blijven zorgen.Paphlagoniër(geeft den ring terug).Voor mij blijven zorgen.Dáár, ’k verzeker u alleenDat als jij mij niet langer voor je zorgen laat,950Er een ander komt, nog veel misdadiger dan ik.Volk.’t Is zeker dat die zegelring dien jij me geeftDe mijne niet is, er staat een ander zegel op,Of ’k zie niet goed.Worstverkooper.Of ’k zie niet goed.Laat zien aan mij, wat stond er op?Volk.Het was een soort gebakken deeg van ossenvet.Worstverkooper.955Dat staat er niet.Volk.Dat staat er niet.Zie jij geen deeg, wat staat er dan?Worstverkooper.Een meeuw, die boven op een rots aan ’t schreeuwen is.Volk.O wee.Worstverkooper.O wee.Wat is er?Volk.O wee. Wat is er?Gooidien ring maar heel gauw weg,’t Was niet de ring van mij, maar van Kleonymos,Neem dezen ring, en zorg jij dan voortaan voor mij.(Hij geeft hem een anderen)Paphlagoniër.960Doe dat nog niet, o ouweheer, ’k bezweer het u,Voordat ge nog naar mijn orakels hebt gehoord.Worstverkooper.Hoor dan ook de mijne.Paphlagoniër.Hoor dan ook de mijne.Als je luistert naar dièn vent,Dan wordt je kaal.Worstverkooper.Dan wordt je kaal.Wanneer je doet wat hij verlangt,Dan wordt je bloot tot op de haren van je huid.Paphlagoniër.965In mijn orakels staat dat jij regeeren moet,Bekransd met rozen, over ’t heele grondgebied.Worstverkooper.En in de mijne, dat jij in een purperkleed,Een krans op ’t hoofd, zult rijden op een gulden kar,En—Smikythes en Agyrrios vervolgen zult.Kooraanvoerder.970Breng gauw dan de orakels, dat de ouweheerZe kan vernemen.Worstverkooper.Ze kan vernemen.Zeker.Volk(tot den Paphlagoniër).Ze kan vernemen. Zeker.Breng de uwe ook!Paphlagoniër.Vooruit.Worstverkooper.Vooruit.Vooruit, bij Zeus, wij halen ze terstond.(Beiden af)Koor(eerste helft).Schoonste zonlicht dat ooit verscheen,Welk een vreugde voor gansch Atheen,975Voor den vreemdeling, voor elkeen,Ging slechts Kléon te gronde!Maar er zijn ouderen van jaar,Die hem helpen, alsof ’t hier waarAltijd een Dertigprocesbazaar—980Ons bestrijden—’t is zonde!Want hij zorgt, dus zeurt men wat,Dat Atheen twee dingen bevat,Die onmisbaar zijn in een stad:’n Lepel is ’t, en een stamper....(Tweede helft)985Hoort nu Kléon’s muziekbedrog:Wat vertelt ons de jeugd, die tochMet hem op school ging, toen hij nogWas een kleine slampamper?Dat hij eeuwig en altijd maar990Streek op één en dezelfde snaar,Of geen andere toon er waar’,Zonder andre talenten—Tot zijn leeraar, te goeder stond’,Hem als onleerzaam naar huis toe zond,995Daar er voor hem geen klank bestond,Dan het gerol van centen!
Dezelfden.
Volk.Ook mij dunkt hij nu alleszins klaarblijkelijkEen goede burger, zooals nimmer nog voorheen945Er is verschenen voor Jan Pet en de centenlui.Maar jij, o allerberoerdste Paphlagoniër,Beweert dat jij me liefhebt, en verbittert me steeds!Geef dus je zegelring terug, je mag niet meerVoor mij blijven zorgen.
Volk.
Ook mij dunkt hij nu alleszins klaarblijkelijk
Een goede burger, zooals nimmer nog voorheen
945Er is verschenen voor Jan Pet en de centenlui.
Maar jij, o allerberoerdste Paphlagoniër,
Beweert dat jij me liefhebt, en verbittert me steeds!
Geef dus je zegelring terug, je mag niet meer
Voor mij blijven zorgen.
Paphlagoniër(geeft den ring terug).Voor mij blijven zorgen.Dáár, ’k verzeker u alleenDat als jij mij niet langer voor je zorgen laat,950Er een ander komt, nog veel misdadiger dan ik.
Paphlagoniër
Voor mij blijven zorgen.Dáár, ’k verzeker u alleen
Dat als jij mij niet langer voor je zorgen laat,
950Er een ander komt, nog veel misdadiger dan ik.
Volk.’t Is zeker dat die zegelring dien jij me geeftDe mijne niet is, er staat een ander zegel op,Of ’k zie niet goed.
Volk.
’t Is zeker dat die zegelring dien jij me geeft
De mijne niet is, er staat een ander zegel op,
Of ’k zie niet goed.
Worstverkooper.Of ’k zie niet goed.Laat zien aan mij, wat stond er op?
Worstverkooper.
Of ’k zie niet goed.Laat zien aan mij, wat stond er op?
Volk.Het was een soort gebakken deeg van ossenvet.
Volk.
Het was een soort gebakken deeg van ossenvet.
Worstverkooper.955Dat staat er niet.
Worstverkooper.
955Dat staat er niet.
Volk.Dat staat er niet.Zie jij geen deeg, wat staat er dan?
Volk.
Dat staat er niet.Zie jij geen deeg, wat staat er dan?
Worstverkooper.Een meeuw, die boven op een rots aan ’t schreeuwen is.
Worstverkooper.
Een meeuw, die boven op een rots aan ’t schreeuwen is.
Volk.O wee.
Volk.
O wee.
Worstverkooper.O wee.Wat is er?
Worstverkooper.
O wee.Wat is er?
Volk.O wee. Wat is er?Gooidien ring maar heel gauw weg,’t Was niet de ring van mij, maar van Kleonymos,Neem dezen ring, en zorg jij dan voortaan voor mij.
Volk.
O wee. Wat is er?Gooidien ring maar heel gauw weg,
’t Was niet de ring van mij, maar van Kleonymos,
Neem dezen ring, en zorg jij dan voortaan voor mij.
(Hij geeft hem een anderen)
Paphlagoniër.960Doe dat nog niet, o ouweheer, ’k bezweer het u,Voordat ge nog naar mijn orakels hebt gehoord.
Paphlagoniër.
960Doe dat nog niet, o ouweheer, ’k bezweer het u,
Voordat ge nog naar mijn orakels hebt gehoord.
Worstverkooper.Hoor dan ook de mijne.
Worstverkooper.
Hoor dan ook de mijne.
Paphlagoniër.Hoor dan ook de mijne.Als je luistert naar dièn vent,Dan wordt je kaal.
Paphlagoniër.
Hoor dan ook de mijne.Als je luistert naar dièn vent,
Dan wordt je kaal.
Worstverkooper.Dan wordt je kaal.Wanneer je doet wat hij verlangt,Dan wordt je bloot tot op de haren van je huid.
Worstverkooper.
Dan wordt je kaal.Wanneer je doet wat hij verlangt,
Dan wordt je bloot tot op de haren van je huid.
Paphlagoniër.965In mijn orakels staat dat jij regeeren moet,Bekransd met rozen, over ’t heele grondgebied.
Paphlagoniër.
965In mijn orakels staat dat jij regeeren moet,
Bekransd met rozen, over ’t heele grondgebied.
Worstverkooper.En in de mijne, dat jij in een purperkleed,Een krans op ’t hoofd, zult rijden op een gulden kar,En—Smikythes en Agyrrios vervolgen zult.
Worstverkooper.
En in de mijne, dat jij in een purperkleed,
Een krans op ’t hoofd, zult rijden op een gulden kar,
En—Smikythes en Agyrrios vervolgen zult.
Kooraanvoerder.970Breng gauw dan de orakels, dat de ouweheerZe kan vernemen.
Kooraanvoerder.
970Breng gauw dan de orakels, dat de ouweheer
Ze kan vernemen.
Worstverkooper.Ze kan vernemen.Zeker.
Worstverkooper.
Ze kan vernemen.Zeker.
Volk(tot den Paphlagoniër).Ze kan vernemen. Zeker.Breng de uwe ook!
Volk
Ze kan vernemen. Zeker.Breng de uwe ook!
Paphlagoniër.Vooruit.
Paphlagoniër.
Vooruit.
Worstverkooper.Vooruit.Vooruit, bij Zeus, wij halen ze terstond.
Worstverkooper.
Vooruit.Vooruit, bij Zeus, wij halen ze terstond.
(Beiden af)
Koor(eerste helft).Schoonste zonlicht dat ooit verscheen,Welk een vreugde voor gansch Atheen,975Voor den vreemdeling, voor elkeen,Ging slechts Kléon te gronde!Maar er zijn ouderen van jaar,Die hem helpen, alsof ’t hier waarAltijd een Dertigprocesbazaar—980Ons bestrijden—’t is zonde!Want hij zorgt, dus zeurt men wat,Dat Atheen twee dingen bevat,Die onmisbaar zijn in een stad:’n Lepel is ’t, en een stamper....(Tweede helft)985Hoort nu Kléon’s muziekbedrog:Wat vertelt ons de jeugd, die tochMet hem op school ging, toen hij nogWas een kleine slampamper?Dat hij eeuwig en altijd maar990Streek op één en dezelfde snaar,Of geen andere toon er waar’,Zonder andre talenten—Tot zijn leeraar, te goeder stond’,Hem als onleerzaam naar huis toe zond,995Daar er voor hem geen klank bestond,Dan het gerol van centen!
Koor
Schoonste zonlicht dat ooit verscheen,
Welk een vreugde voor gansch Atheen,
975Voor den vreemdeling, voor elkeen,
Ging slechts Kléon te gronde!
Maar er zijn ouderen van jaar,
Die hem helpen, alsof ’t hier waar
Altijd een Dertigprocesbazaar—
980Ons bestrijden—’t is zonde!
Want hij zorgt, dus zeurt men wat,
Dat Atheen twee dingen bevat,
Die onmisbaar zijn in een stad:
’n Lepel is ’t, en een stamper....
(Tweede helft)
985Hoort nu Kléon’s muziekbedrog:
Wat vertelt ons de jeugd, die toch
Met hem op school ging, toen hij nog
Was een kleine slampamper?
Dat hij eeuwig en altijd maar
990Streek op één en dezelfde snaar,
Of geen andere toon er waar’,
Zonder andre talenten—
Tot zijn leeraar, te goeder stond’,
Hem als onleerzaam naar huis toe zond,
995Daar er voor hem geen klank bestond,
Dan het gerol van centen!
Achttiende tooneel.Volk, Paphlagoniër, Worstverkooper, Koor.Paphlagoniër(met orakelrollen).Kijk nu ereis hier! en ’k breng ze nog niet allemaal.Worstverkooper(met een nog grooter pak)Ik word er wee van! en ik breng ze niet allemaal.Volk.Wat is dat?Paphlagoniër.Wat is dat?Orakels!Volk.Wat is dat? Orakels!Zijn dat z’alle?Paphlagoniër.Wat is dat? Orakels! Zijn dat z’alle?Wat vraag je toch?1000Ik heb, bij Zeus, nog thuis een heele kist er van.Worstverkooper.En ik heb nog twee huurhuizen en een zolder vol.Volk.Laat kijken, van wie zouden deze orakels zijn?Paphlagoniër.De mijne zijn van Bakis.Volk.De mijne zijn van Bakis.En de uwe, van wie?Worstverkooper.Van Glanis, die een oudere broêr van Bakis was.Volk.1005Wat staat er in?Paphlagoniër.Wat staat er in?Ze handlen van Pylos, van Atheen,Van u, van mij, ja over alles en nog veel meer.Volk.En die van u?Worstverkooper.En die van u?O, over Athene en linzenbrei,Over de Spartanen, over een nieuwe makreelensoort,Over de valsche broodafwegers op de markt,1010Over jou, over mij—verrekken mag die kerel daar!Volk.Komaan, leest allebei nu je orakels op,Ook dat over mij, waarin ik zoo’n behagen schep,Dat ik „een aadlaar in de wolken” worden zal.Paphlagoniër.Zoo luister en verleen mij een aandachtig oor.1015„Zoon van Erechtheus, let op den weg van uw woord, dat Apollo„Riep uit het duistere hol, omsloten door eervollen drievoet,„Red mij den hond, zoo beval hij, met snijdende tanden gewapend,„Die vóór u met dreigenden muil en verschrikkelijk buldrend„Loon aan u geeft, en zoodra hij dat niet doet gaat hij te gronde.1020„Want uit haat tegen hem hoort men vele raven al krassen.”Volk.Wat dat beteekent vat ik, bij Demeter, niet.Wat heeft Erechtheus met een hond en een raaf te doen?Paphlagoniër.Ik ben de hond, want ik ben degeen die voor u blaft.Apol beveelt u mij te redden, mij, den hond.Worstverkooper.1025Niet dàt zegt het orakel, maar wèl dat de hondAan uwe orakels knabbelt als aan tarwemeel,In mijn orakels staat het rechte over dien hond.Volk.Leg dat eens uit, ik neem een steen vast in mijn hand,Als somtijds die orakelhond mij bijten wil.Worstverkooper.1030„Zoon van Erechtheus, let op hond Kerberos, zielenverkooper,„Die u vleit met zijn staart, en die u beloert bij uw maaltijd,„Die, zoodra gij kijkt op zij, terstond al uw eten verorbert.„Die op de wijze der honden maar altijd staat voor de keuken,„En die des nachts alle schotels en ook alle—eilanden aflikt.”Volk.1035Die Glanis spreekt, bij Poseidon, een veel beter taal.Paphlagoniër.Hoor eerst, mijn beste, wat ìk heb, en oordeel dan:„Daar is een vrouw, die een leeuw zal baren in ’t heilig Athene,„Die tot heil van het volk met vele muggen zal vechten.„En zijn welpen beschut. Dien leeuw moet gij u bewaren,1040„Binnen uw muren van hout en binnen uw torens van ijzer.”Begrijpt gij dit?Volk.Begrijpt gij dit?Ik snap er niets van, bij Apol.Paphlagoniër.De god beveelt u duidelijk dat gij mij redt,Want ik ben toch de leeuw die u beschermen moet.Volk.Je bent eer een Tegenleeuw, als ik je zoo noemen mag.Worstverkooper.1045Opzettelijk verzwijgt hij één ding van de spreuk,Met ijzer heeft hij den muur bedoeld, en boeien ook,Waardoor Apollo uwe redding mooglijk acht.Volk.Hoe heeft de godheid dat bedoeld?Worstverkooper.Hoe heeft de godheid dat bedoeld?Hij geeft bevelDat gij hem in vijfdubbele boeien binden zult.Volk.1050Het schijnt mij toe dat dit orakel wordt vervuld.„Doe niet zijn wil, want nijdig bekrassen u donkere raven,„Maar houd den havik te vriend, indachtig hoe hij u eenmaal„Redde, nadat hij met moed de Lakonische raafjes gepakt had.”Worstverkooper(ter zijde).’t Was in een brooddronken bui dat de Paphlagoniër held was!(hardop)1055„Kekrops’ spruit, onbezonnen, acht gij die daad zoo gewichtig?„Zelfs eene vrouw draagt een last, zoodra als de man het haar oplegt,„Maar gaan vechten, dat nooit! Zij raakt in de Vecht met haar vechten.”Paphlagoniër.Hoor dat orakel ook eens, waar van Poort voor de Poort zoo iets inkomt,„Daar is een Poort voor de Poort.”Volk.„Daar is een Poort voor de Poort.”Voor de Poort? wat zou dat beteekenen?Worstverkooper.1060Dat hij de kuipen in het badhuis stelen zal.Volk.Zoodat ’k vandaag geen bad kan nemen, beste vriend?Worstverkooper.Ja zeker! want die kerel pakte de kuipen weg.Nog is er één orakel, waarin voorkomt vanDe zeevaart—let nauwkeurig op, wat dàt ons zegt.Volk.1065Lees op, ik luister, en ik zal ook zorgen datVóór alles aan mijn zeelui ’t loon wordt uitgekeerd.Worstverkooper.„Zoon van Aegeus, pas op dat u niet verschalke die hondsvot,„Gluiperig, snel als de wind, en slim als een vos en ervaren.”Weet jij wie dàt is?Volk.Weet jij wie dàt is?O, de hondsvot Philóstratos.Worstverkooper.1070Dàt zegt hij niet, maar wèl dat Kléon telkens vraagtOm schepen, waar hij belastingen mee innen kan,En Apol verbiedt dat gij die voortaan geven zult.Volk.Wordt met een hondsvot ook wel eens een schip bedoeld?Worstverkooper.Jawel, want honden en ook schepen loopen snel.Volk.1075Maar waarom spreekt hij ook van „vos” behalve „hond?”Worstverkooper.Hier worden met „vosjes” de soldaten wis bedoeld,Omdat ze druiven knabblen in ’t vijandlijk land.Volk.Goed!Goed!Maar zeg mij eens, hoe komen die vossen aan hun loon?Worstverkooper.Daar zorg ik voor, drie dagen vooruit geef ik hun vast.1080Hoor dit orakel nog aan: „Apoll” beveelt u Cyllene„Streng te vermijden, opdat het u niet door list moge vangen.”Volk.Wat voor Cyllene?Worstverkooper.Wat voor Cyllene?Hier wordt vast z’n hand bedoeld,„Stil leenen” meent hij, als hij stil z’n hand ophoudt.Paphlagoniër.Dat is niet juist, want met Cyllene bedoelde Apollo1085Zeker de lamme hand van den wichelaar Diopeithes.Maar ook ik heb een spreuk, een gevleugeld woord, voor u bij mij,Dat gij een adelaar wordt, en geheel onze aard zult beheerschen.Worstverkooper.Ik heb nog meer: ook de Roode Zee, niet alleen onze aarde,Dat gij tot in Ecbatana recht zult spreken en smullen.Paphlagoniër.1090Maar ik zag in mijn droom dat de godheid zelf was verschenen,En met een schenkkan over het volk heil strooide en welvaart.Worstverkooper.Ik zag meer in mijn droom, want ik zag godinne Athene,Die uit haar tempel trad, wijl een uil op haar hoofd was gezeten,En toen plengde zij duidelijk uit hare flesch op uw voorhoofd1095Ambrozijn, maar pekel en knoflook goot z’ op het zijne.Volk.Hoera, hoera!Hoera, hoera!De beste orakels zijn van Glanis, dat staat vast!En ik vertrouw mij aan ùw zorgen, beste vriend,Voer jij het oudje, en geef opnieuw hem onderwijs!Paphlagoniër.1100Nog niet, ik smeek je! wacht nog eventjes, totdatIk jou je haver en je dagelijksch brood verschaf.Volk.Van haver wil ik niet hooren, ik ben veel te langDoor jou bedrogen, en ook door Theophanes.Paphlagoniër.Ik zal je brood verschaffen, netjes voorgekauwd.Worstverkooper.1105Ik lekkere broodjes, die je niet te bijten hebt,En gebraden eten: eten is voortaan je heele taak.Volk.Vooruit, een beetje gauw dan, wie van beiden nuIk vinden zal dat mij het meest heeft wèlgedaan,Dien geef ik de teugels van de volksvergadering.Paphlagoniër.1110Ik ga het eerst naar binnen.Worstverkooper.Ik ga het eerst naar binnen.Neen, niet jij, maar ik!(Hij stoot hem terug. Beiden af)Koor.O Volk! hoe is toch uw rijkZoo schoon en grootsch tegelijk,Daar ieder u vreest, in ’t slijkZich werpt voor uw voeten.1115Want licht ontvlambaar zijt gij,Verlekkerd op vleierij,En tuk op bedriegerijVan wie u ontmoeten!Elk sprekertje gaapt gij aan,Uw verstand schijnt op reis gegaan,1120Nu duldt gij van elk voortaanSlechts vleien en groeten!Volk.In uw kruin, uw harendomZweeft geene gedachte om,Want ik houd m’ opzettelijk dom,Ben niet onverstandig!1125Verheugd is steeds mijn gemoed,Wanneer men als kind mij voedt,Wanneer ik een gids ontmoet,Die stelen kan, handig!Doch als hij door euveldaânGevuld is en welbelaân,Dan val ik hem plotsling aan,1130En kwak hem lostandig!Koor.Dat noem ik een wijs beleid,Ik zie dat gij waakzaam zijt,En vol van scherpzinnigheid,Trots grijzende jaren!Want ik merk, gij speelt er mee,En gij fokt hen op als vee,1135Om ze voor de meeting gedweeEn vet te bewaren!En als in uw keuken danGeen spijs meer verschijnen kan,Dan slokt ge den vetsten man1140Met huid en met haren!Volk.Is dat niet een slim bestaan,De lieden die in hun waanMij vreeselijk foppen gaan,Mij schijnbaar misleiden?1145Hen ga ik voorzichtig na,Voor hen voel ik geen genâ,Zoodra als zij hun papaOplichten en mijden—Dan betrap ik hen terstond,Onderzoek hen met mijn sond’,En laat uit hun dievenmond1150Het braaksel weer glijden!
Achttiende tooneel.Volk, Paphlagoniër, Worstverkooper, Koor.Paphlagoniër(met orakelrollen).Kijk nu ereis hier! en ’k breng ze nog niet allemaal.Worstverkooper(met een nog grooter pak)Ik word er wee van! en ik breng ze niet allemaal.Volk.Wat is dat?Paphlagoniër.Wat is dat?Orakels!Volk.Wat is dat? Orakels!Zijn dat z’alle?Paphlagoniër.Wat is dat? Orakels! Zijn dat z’alle?Wat vraag je toch?1000Ik heb, bij Zeus, nog thuis een heele kist er van.Worstverkooper.En ik heb nog twee huurhuizen en een zolder vol.Volk.Laat kijken, van wie zouden deze orakels zijn?Paphlagoniër.De mijne zijn van Bakis.Volk.De mijne zijn van Bakis.En de uwe, van wie?Worstverkooper.Van Glanis, die een oudere broêr van Bakis was.Volk.1005Wat staat er in?Paphlagoniër.Wat staat er in?Ze handlen van Pylos, van Atheen,Van u, van mij, ja over alles en nog veel meer.Volk.En die van u?Worstverkooper.En die van u?O, over Athene en linzenbrei,Over de Spartanen, over een nieuwe makreelensoort,Over de valsche broodafwegers op de markt,1010Over jou, over mij—verrekken mag die kerel daar!Volk.Komaan, leest allebei nu je orakels op,Ook dat over mij, waarin ik zoo’n behagen schep,Dat ik „een aadlaar in de wolken” worden zal.Paphlagoniër.Zoo luister en verleen mij een aandachtig oor.1015„Zoon van Erechtheus, let op den weg van uw woord, dat Apollo„Riep uit het duistere hol, omsloten door eervollen drievoet,„Red mij den hond, zoo beval hij, met snijdende tanden gewapend,„Die vóór u met dreigenden muil en verschrikkelijk buldrend„Loon aan u geeft, en zoodra hij dat niet doet gaat hij te gronde.1020„Want uit haat tegen hem hoort men vele raven al krassen.”Volk.Wat dat beteekent vat ik, bij Demeter, niet.Wat heeft Erechtheus met een hond en een raaf te doen?Paphlagoniër.Ik ben de hond, want ik ben degeen die voor u blaft.Apol beveelt u mij te redden, mij, den hond.Worstverkooper.1025Niet dàt zegt het orakel, maar wèl dat de hondAan uwe orakels knabbelt als aan tarwemeel,In mijn orakels staat het rechte over dien hond.Volk.Leg dat eens uit, ik neem een steen vast in mijn hand,Als somtijds die orakelhond mij bijten wil.Worstverkooper.1030„Zoon van Erechtheus, let op hond Kerberos, zielenverkooper,„Die u vleit met zijn staart, en die u beloert bij uw maaltijd,„Die, zoodra gij kijkt op zij, terstond al uw eten verorbert.„Die op de wijze der honden maar altijd staat voor de keuken,„En die des nachts alle schotels en ook alle—eilanden aflikt.”Volk.1035Die Glanis spreekt, bij Poseidon, een veel beter taal.Paphlagoniër.Hoor eerst, mijn beste, wat ìk heb, en oordeel dan:„Daar is een vrouw, die een leeuw zal baren in ’t heilig Athene,„Die tot heil van het volk met vele muggen zal vechten.„En zijn welpen beschut. Dien leeuw moet gij u bewaren,1040„Binnen uw muren van hout en binnen uw torens van ijzer.”Begrijpt gij dit?Volk.Begrijpt gij dit?Ik snap er niets van, bij Apol.Paphlagoniër.De god beveelt u duidelijk dat gij mij redt,Want ik ben toch de leeuw die u beschermen moet.Volk.Je bent eer een Tegenleeuw, als ik je zoo noemen mag.Worstverkooper.1045Opzettelijk verzwijgt hij één ding van de spreuk,Met ijzer heeft hij den muur bedoeld, en boeien ook,Waardoor Apollo uwe redding mooglijk acht.Volk.Hoe heeft de godheid dat bedoeld?Worstverkooper.Hoe heeft de godheid dat bedoeld?Hij geeft bevelDat gij hem in vijfdubbele boeien binden zult.Volk.1050Het schijnt mij toe dat dit orakel wordt vervuld.„Doe niet zijn wil, want nijdig bekrassen u donkere raven,„Maar houd den havik te vriend, indachtig hoe hij u eenmaal„Redde, nadat hij met moed de Lakonische raafjes gepakt had.”Worstverkooper(ter zijde).’t Was in een brooddronken bui dat de Paphlagoniër held was!(hardop)1055„Kekrops’ spruit, onbezonnen, acht gij die daad zoo gewichtig?„Zelfs eene vrouw draagt een last, zoodra als de man het haar oplegt,„Maar gaan vechten, dat nooit! Zij raakt in de Vecht met haar vechten.”Paphlagoniër.Hoor dat orakel ook eens, waar van Poort voor de Poort zoo iets inkomt,„Daar is een Poort voor de Poort.”Volk.„Daar is een Poort voor de Poort.”Voor de Poort? wat zou dat beteekenen?Worstverkooper.1060Dat hij de kuipen in het badhuis stelen zal.Volk.Zoodat ’k vandaag geen bad kan nemen, beste vriend?Worstverkooper.Ja zeker! want die kerel pakte de kuipen weg.Nog is er één orakel, waarin voorkomt vanDe zeevaart—let nauwkeurig op, wat dàt ons zegt.Volk.1065Lees op, ik luister, en ik zal ook zorgen datVóór alles aan mijn zeelui ’t loon wordt uitgekeerd.Worstverkooper.„Zoon van Aegeus, pas op dat u niet verschalke die hondsvot,„Gluiperig, snel als de wind, en slim als een vos en ervaren.”Weet jij wie dàt is?Volk.Weet jij wie dàt is?O, de hondsvot Philóstratos.Worstverkooper.1070Dàt zegt hij niet, maar wèl dat Kléon telkens vraagtOm schepen, waar hij belastingen mee innen kan,En Apol verbiedt dat gij die voortaan geven zult.Volk.Wordt met een hondsvot ook wel eens een schip bedoeld?Worstverkooper.Jawel, want honden en ook schepen loopen snel.Volk.1075Maar waarom spreekt hij ook van „vos” behalve „hond?”Worstverkooper.Hier worden met „vosjes” de soldaten wis bedoeld,Omdat ze druiven knabblen in ’t vijandlijk land.Volk.Goed!Goed!Maar zeg mij eens, hoe komen die vossen aan hun loon?Worstverkooper.Daar zorg ik voor, drie dagen vooruit geef ik hun vast.1080Hoor dit orakel nog aan: „Apoll” beveelt u Cyllene„Streng te vermijden, opdat het u niet door list moge vangen.”Volk.Wat voor Cyllene?Worstverkooper.Wat voor Cyllene?Hier wordt vast z’n hand bedoeld,„Stil leenen” meent hij, als hij stil z’n hand ophoudt.Paphlagoniër.Dat is niet juist, want met Cyllene bedoelde Apollo1085Zeker de lamme hand van den wichelaar Diopeithes.Maar ook ik heb een spreuk, een gevleugeld woord, voor u bij mij,Dat gij een adelaar wordt, en geheel onze aard zult beheerschen.Worstverkooper.Ik heb nog meer: ook de Roode Zee, niet alleen onze aarde,Dat gij tot in Ecbatana recht zult spreken en smullen.Paphlagoniër.1090Maar ik zag in mijn droom dat de godheid zelf was verschenen,En met een schenkkan over het volk heil strooide en welvaart.Worstverkooper.Ik zag meer in mijn droom, want ik zag godinne Athene,Die uit haar tempel trad, wijl een uil op haar hoofd was gezeten,En toen plengde zij duidelijk uit hare flesch op uw voorhoofd1095Ambrozijn, maar pekel en knoflook goot z’ op het zijne.Volk.Hoera, hoera!Hoera, hoera!De beste orakels zijn van Glanis, dat staat vast!En ik vertrouw mij aan ùw zorgen, beste vriend,Voer jij het oudje, en geef opnieuw hem onderwijs!Paphlagoniër.1100Nog niet, ik smeek je! wacht nog eventjes, totdatIk jou je haver en je dagelijksch brood verschaf.Volk.Van haver wil ik niet hooren, ik ben veel te langDoor jou bedrogen, en ook door Theophanes.Paphlagoniër.Ik zal je brood verschaffen, netjes voorgekauwd.Worstverkooper.1105Ik lekkere broodjes, die je niet te bijten hebt,En gebraden eten: eten is voortaan je heele taak.Volk.Vooruit, een beetje gauw dan, wie van beiden nuIk vinden zal dat mij het meest heeft wèlgedaan,Dien geef ik de teugels van de volksvergadering.Paphlagoniër.1110Ik ga het eerst naar binnen.Worstverkooper.Ik ga het eerst naar binnen.Neen, niet jij, maar ik!(Hij stoot hem terug. Beiden af)Koor.O Volk! hoe is toch uw rijkZoo schoon en grootsch tegelijk,Daar ieder u vreest, in ’t slijkZich werpt voor uw voeten.1115Want licht ontvlambaar zijt gij,Verlekkerd op vleierij,En tuk op bedriegerijVan wie u ontmoeten!Elk sprekertje gaapt gij aan,Uw verstand schijnt op reis gegaan,1120Nu duldt gij van elk voortaanSlechts vleien en groeten!Volk.In uw kruin, uw harendomZweeft geene gedachte om,Want ik houd m’ opzettelijk dom,Ben niet onverstandig!1125Verheugd is steeds mijn gemoed,Wanneer men als kind mij voedt,Wanneer ik een gids ontmoet,Die stelen kan, handig!Doch als hij door euveldaânGevuld is en welbelaân,Dan val ik hem plotsling aan,1130En kwak hem lostandig!Koor.Dat noem ik een wijs beleid,Ik zie dat gij waakzaam zijt,En vol van scherpzinnigheid,Trots grijzende jaren!Want ik merk, gij speelt er mee,En gij fokt hen op als vee,1135Om ze voor de meeting gedweeEn vet te bewaren!En als in uw keuken danGeen spijs meer verschijnen kan,Dan slokt ge den vetsten man1140Met huid en met haren!Volk.Is dat niet een slim bestaan,De lieden die in hun waanMij vreeselijk foppen gaan,Mij schijnbaar misleiden?1145Hen ga ik voorzichtig na,Voor hen voel ik geen genâ,Zoodra als zij hun papaOplichten en mijden—Dan betrap ik hen terstond,Onderzoek hen met mijn sond’,En laat uit hun dievenmond1150Het braaksel weer glijden!
Volk, Paphlagoniër, Worstverkooper, Koor.
Paphlagoniër(met orakelrollen).Kijk nu ereis hier! en ’k breng ze nog niet allemaal.
Paphlagoniër
Kijk nu ereis hier! en ’k breng ze nog niet allemaal.
Worstverkooper(met een nog grooter pak)Ik word er wee van! en ik breng ze niet allemaal.
Worstverkooper
(met een nog grooter pak)
Ik word er wee van! en ik breng ze niet allemaal.
Volk.Wat is dat?
Volk.
Wat is dat?
Paphlagoniër.Wat is dat?Orakels!
Paphlagoniër.
Wat is dat?Orakels!
Volk.Wat is dat? Orakels!Zijn dat z’alle?
Volk.
Wat is dat? Orakels!Zijn dat z’alle?
Paphlagoniër.Wat is dat? Orakels! Zijn dat z’alle?Wat vraag je toch?1000Ik heb, bij Zeus, nog thuis een heele kist er van.
Paphlagoniër.
Wat is dat? Orakels! Zijn dat z’alle?Wat vraag je toch?
1000Ik heb, bij Zeus, nog thuis een heele kist er van.
Worstverkooper.En ik heb nog twee huurhuizen en een zolder vol.
Worstverkooper.
En ik heb nog twee huurhuizen en een zolder vol.
Volk.Laat kijken, van wie zouden deze orakels zijn?
Volk.
Laat kijken, van wie zouden deze orakels zijn?
Paphlagoniër.De mijne zijn van Bakis.
Paphlagoniër.
De mijne zijn van Bakis.
Volk.De mijne zijn van Bakis.En de uwe, van wie?
Volk.
De mijne zijn van Bakis.En de uwe, van wie?
Worstverkooper.Van Glanis, die een oudere broêr van Bakis was.
Worstverkooper.
Van Glanis, die een oudere broêr van Bakis was.
Volk.1005Wat staat er in?
Volk.
1005Wat staat er in?
Paphlagoniër.Wat staat er in?Ze handlen van Pylos, van Atheen,Van u, van mij, ja over alles en nog veel meer.
Paphlagoniër.
Wat staat er in?Ze handlen van Pylos, van Atheen,
Van u, van mij, ja over alles en nog veel meer.
Volk.En die van u?
Volk.
En die van u?
Worstverkooper.En die van u?O, over Athene en linzenbrei,Over de Spartanen, over een nieuwe makreelensoort,Over de valsche broodafwegers op de markt,1010Over jou, over mij—verrekken mag die kerel daar!
Worstverkooper.
En die van u?O, over Athene en linzenbrei,
Over de Spartanen, over een nieuwe makreelensoort,
Over de valsche broodafwegers op de markt,
1010Over jou, over mij—verrekken mag die kerel daar!
Volk.Komaan, leest allebei nu je orakels op,Ook dat over mij, waarin ik zoo’n behagen schep,Dat ik „een aadlaar in de wolken” worden zal.
Volk.
Komaan, leest allebei nu je orakels op,
Ook dat over mij, waarin ik zoo’n behagen schep,
Dat ik „een aadlaar in de wolken” worden zal.
Paphlagoniër.Zoo luister en verleen mij een aandachtig oor.1015„Zoon van Erechtheus, let op den weg van uw woord, dat Apollo„Riep uit het duistere hol, omsloten door eervollen drievoet,„Red mij den hond, zoo beval hij, met snijdende tanden gewapend,„Die vóór u met dreigenden muil en verschrikkelijk buldrend„Loon aan u geeft, en zoodra hij dat niet doet gaat hij te gronde.1020„Want uit haat tegen hem hoort men vele raven al krassen.”
Paphlagoniër.
Zoo luister en verleen mij een aandachtig oor.
1015„Zoon van Erechtheus, let op den weg van uw woord, dat Apollo
„Riep uit het duistere hol, omsloten door eervollen drievoet,
„Red mij den hond, zoo beval hij, met snijdende tanden gewapend,
„Die vóór u met dreigenden muil en verschrikkelijk buldrend
„Loon aan u geeft, en zoodra hij dat niet doet gaat hij te gronde.
1020„Want uit haat tegen hem hoort men vele raven al krassen.”
Volk.Wat dat beteekent vat ik, bij Demeter, niet.Wat heeft Erechtheus met een hond en een raaf te doen?
Volk.
Wat dat beteekent vat ik, bij Demeter, niet.
Wat heeft Erechtheus met een hond en een raaf te doen?
Paphlagoniër.Ik ben de hond, want ik ben degeen die voor u blaft.Apol beveelt u mij te redden, mij, den hond.
Paphlagoniër.
Ik ben de hond, want ik ben degeen die voor u blaft.
Apol beveelt u mij te redden, mij, den hond.
Worstverkooper.1025Niet dàt zegt het orakel, maar wèl dat de hondAan uwe orakels knabbelt als aan tarwemeel,In mijn orakels staat het rechte over dien hond.
Worstverkooper.
1025Niet dàt zegt het orakel, maar wèl dat de hond
Aan uwe orakels knabbelt als aan tarwemeel,
In mijn orakels staat het rechte over dien hond.
Volk.Leg dat eens uit, ik neem een steen vast in mijn hand,Als somtijds die orakelhond mij bijten wil.
Volk.
Leg dat eens uit, ik neem een steen vast in mijn hand,
Als somtijds die orakelhond mij bijten wil.
Worstverkooper.1030„Zoon van Erechtheus, let op hond Kerberos, zielenverkooper,„Die u vleit met zijn staart, en die u beloert bij uw maaltijd,„Die, zoodra gij kijkt op zij, terstond al uw eten verorbert.„Die op de wijze der honden maar altijd staat voor de keuken,„En die des nachts alle schotels en ook alle—eilanden aflikt.”
Worstverkooper.
1030„Zoon van Erechtheus, let op hond Kerberos, zielenverkooper,
„Die u vleit met zijn staart, en die u beloert bij uw maaltijd,
„Die, zoodra gij kijkt op zij, terstond al uw eten verorbert.
„Die op de wijze der honden maar altijd staat voor de keuken,
„En die des nachts alle schotels en ook alle—eilanden aflikt.”
Volk.1035Die Glanis spreekt, bij Poseidon, een veel beter taal.
Volk.
1035Die Glanis spreekt, bij Poseidon, een veel beter taal.
Paphlagoniër.Hoor eerst, mijn beste, wat ìk heb, en oordeel dan:„Daar is een vrouw, die een leeuw zal baren in ’t heilig Athene,„Die tot heil van het volk met vele muggen zal vechten.„En zijn welpen beschut. Dien leeuw moet gij u bewaren,1040„Binnen uw muren van hout en binnen uw torens van ijzer.”Begrijpt gij dit?
Paphlagoniër.
Hoor eerst, mijn beste, wat ìk heb, en oordeel dan:
„Daar is een vrouw, die een leeuw zal baren in ’t heilig Athene,
„Die tot heil van het volk met vele muggen zal vechten.
„En zijn welpen beschut. Dien leeuw moet gij u bewaren,
1040„Binnen uw muren van hout en binnen uw torens van ijzer.”
Begrijpt gij dit?
Volk.Begrijpt gij dit?Ik snap er niets van, bij Apol.
Volk.
Begrijpt gij dit?Ik snap er niets van, bij Apol.
Paphlagoniër.De god beveelt u duidelijk dat gij mij redt,Want ik ben toch de leeuw die u beschermen moet.
Paphlagoniër.
De god beveelt u duidelijk dat gij mij redt,
Want ik ben toch de leeuw die u beschermen moet.
Volk.Je bent eer een Tegenleeuw, als ik je zoo noemen mag.
Volk.
Je bent eer een Tegenleeuw, als ik je zoo noemen mag.
Worstverkooper.1045Opzettelijk verzwijgt hij één ding van de spreuk,Met ijzer heeft hij den muur bedoeld, en boeien ook,Waardoor Apollo uwe redding mooglijk acht.
Worstverkooper.
1045Opzettelijk verzwijgt hij één ding van de spreuk,
Met ijzer heeft hij den muur bedoeld, en boeien ook,
Waardoor Apollo uwe redding mooglijk acht.
Volk.Hoe heeft de godheid dat bedoeld?
Volk.
Hoe heeft de godheid dat bedoeld?
Worstverkooper.Hoe heeft de godheid dat bedoeld?Hij geeft bevelDat gij hem in vijfdubbele boeien binden zult.
Worstverkooper.
Hoe heeft de godheid dat bedoeld?Hij geeft bevel
Dat gij hem in vijfdubbele boeien binden zult.
Volk.1050Het schijnt mij toe dat dit orakel wordt vervuld.„Doe niet zijn wil, want nijdig bekrassen u donkere raven,„Maar houd den havik te vriend, indachtig hoe hij u eenmaal„Redde, nadat hij met moed de Lakonische raafjes gepakt had.”
Volk.
1050Het schijnt mij toe dat dit orakel wordt vervuld.
„Doe niet zijn wil, want nijdig bekrassen u donkere raven,
„Maar houd den havik te vriend, indachtig hoe hij u eenmaal
„Redde, nadat hij met moed de Lakonische raafjes gepakt had.”
Worstverkooper(ter zijde).’t Was in een brooddronken bui dat de Paphlagoniër held was!(hardop)1055„Kekrops’ spruit, onbezonnen, acht gij die daad zoo gewichtig?„Zelfs eene vrouw draagt een last, zoodra als de man het haar oplegt,„Maar gaan vechten, dat nooit! Zij raakt in de Vecht met haar vechten.”
Worstverkooper
’t Was in een brooddronken bui dat de Paphlagoniër held was!
(hardop)
1055„Kekrops’ spruit, onbezonnen, acht gij die daad zoo gewichtig?
„Zelfs eene vrouw draagt een last, zoodra als de man het haar oplegt,
„Maar gaan vechten, dat nooit! Zij raakt in de Vecht met haar vechten.”
Paphlagoniër.Hoor dat orakel ook eens, waar van Poort voor de Poort zoo iets inkomt,„Daar is een Poort voor de Poort.”
Paphlagoniër.
Hoor dat orakel ook eens, waar van Poort voor de Poort zoo iets inkomt,
„Daar is een Poort voor de Poort.”
Volk.„Daar is een Poort voor de Poort.”Voor de Poort? wat zou dat beteekenen?
Volk.
„Daar is een Poort voor de Poort.”Voor de Poort? wat zou dat beteekenen?
Worstverkooper.1060Dat hij de kuipen in het badhuis stelen zal.
Worstverkooper.
1060Dat hij de kuipen in het badhuis stelen zal.
Volk.Zoodat ’k vandaag geen bad kan nemen, beste vriend?
Volk.
Zoodat ’k vandaag geen bad kan nemen, beste vriend?
Worstverkooper.Ja zeker! want die kerel pakte de kuipen weg.Nog is er één orakel, waarin voorkomt vanDe zeevaart—let nauwkeurig op, wat dàt ons zegt.
Worstverkooper.
Ja zeker! want die kerel pakte de kuipen weg.
Nog is er één orakel, waarin voorkomt van
De zeevaart—let nauwkeurig op, wat dàt ons zegt.
Volk.1065Lees op, ik luister, en ik zal ook zorgen datVóór alles aan mijn zeelui ’t loon wordt uitgekeerd.
Volk.
1065Lees op, ik luister, en ik zal ook zorgen dat
Vóór alles aan mijn zeelui ’t loon wordt uitgekeerd.
Worstverkooper.„Zoon van Aegeus, pas op dat u niet verschalke die hondsvot,„Gluiperig, snel als de wind, en slim als een vos en ervaren.”Weet jij wie dàt is?
Worstverkooper.
„Zoon van Aegeus, pas op dat u niet verschalke die hondsvot,
„Gluiperig, snel als de wind, en slim als een vos en ervaren.”
Weet jij wie dàt is?
Volk.Weet jij wie dàt is?O, de hondsvot Philóstratos.
Volk.
Weet jij wie dàt is?O, de hondsvot Philóstratos.
Worstverkooper.1070Dàt zegt hij niet, maar wèl dat Kléon telkens vraagtOm schepen, waar hij belastingen mee innen kan,En Apol verbiedt dat gij die voortaan geven zult.
Worstverkooper.
1070Dàt zegt hij niet, maar wèl dat Kléon telkens vraagt
Om schepen, waar hij belastingen mee innen kan,
En Apol verbiedt dat gij die voortaan geven zult.
Volk.Wordt met een hondsvot ook wel eens een schip bedoeld?
Volk.
Wordt met een hondsvot ook wel eens een schip bedoeld?
Worstverkooper.Jawel, want honden en ook schepen loopen snel.
Worstverkooper.
Jawel, want honden en ook schepen loopen snel.
Volk.1075Maar waarom spreekt hij ook van „vos” behalve „hond?”
Volk.
1075Maar waarom spreekt hij ook van „vos” behalve „hond?”
Worstverkooper.Hier worden met „vosjes” de soldaten wis bedoeld,Omdat ze druiven knabblen in ’t vijandlijk land.
Worstverkooper.
Hier worden met „vosjes” de soldaten wis bedoeld,
Omdat ze druiven knabblen in ’t vijandlijk land.
Volk.Goed!Goed!Maar zeg mij eens, hoe komen die vossen aan hun loon?
Volk.
Goed!
Goed!Maar zeg mij eens, hoe komen die vossen aan hun loon?
Worstverkooper.Daar zorg ik voor, drie dagen vooruit geef ik hun vast.1080Hoor dit orakel nog aan: „Apoll” beveelt u Cyllene„Streng te vermijden, opdat het u niet door list moge vangen.”
Worstverkooper.
Daar zorg ik voor, drie dagen vooruit geef ik hun vast.
1080Hoor dit orakel nog aan: „Apoll” beveelt u Cyllene
„Streng te vermijden, opdat het u niet door list moge vangen.”
Volk.Wat voor Cyllene?
Volk.
Wat voor Cyllene?
Worstverkooper.Wat voor Cyllene?Hier wordt vast z’n hand bedoeld,„Stil leenen” meent hij, als hij stil z’n hand ophoudt.
Worstverkooper.
Wat voor Cyllene?Hier wordt vast z’n hand bedoeld,
„Stil leenen” meent hij, als hij stil z’n hand ophoudt.
Paphlagoniër.Dat is niet juist, want met Cyllene bedoelde Apollo1085Zeker de lamme hand van den wichelaar Diopeithes.Maar ook ik heb een spreuk, een gevleugeld woord, voor u bij mij,Dat gij een adelaar wordt, en geheel onze aard zult beheerschen.
Paphlagoniër.
Dat is niet juist, want met Cyllene bedoelde Apollo
1085Zeker de lamme hand van den wichelaar Diopeithes.
Maar ook ik heb een spreuk, een gevleugeld woord, voor u bij mij,
Dat gij een adelaar wordt, en geheel onze aard zult beheerschen.
Worstverkooper.Ik heb nog meer: ook de Roode Zee, niet alleen onze aarde,Dat gij tot in Ecbatana recht zult spreken en smullen.
Worstverkooper.
Ik heb nog meer: ook de Roode Zee, niet alleen onze aarde,
Dat gij tot in Ecbatana recht zult spreken en smullen.
Paphlagoniër.1090Maar ik zag in mijn droom dat de godheid zelf was verschenen,En met een schenkkan over het volk heil strooide en welvaart.
Paphlagoniër.
1090Maar ik zag in mijn droom dat de godheid zelf was verschenen,
En met een schenkkan over het volk heil strooide en welvaart.
Worstverkooper.Ik zag meer in mijn droom, want ik zag godinne Athene,Die uit haar tempel trad, wijl een uil op haar hoofd was gezeten,En toen plengde zij duidelijk uit hare flesch op uw voorhoofd1095Ambrozijn, maar pekel en knoflook goot z’ op het zijne.
Worstverkooper.
Ik zag meer in mijn droom, want ik zag godinne Athene,
Die uit haar tempel trad, wijl een uil op haar hoofd was gezeten,
En toen plengde zij duidelijk uit hare flesch op uw voorhoofd
1095Ambrozijn, maar pekel en knoflook goot z’ op het zijne.
Volk.Hoera, hoera!Hoera, hoera!De beste orakels zijn van Glanis, dat staat vast!En ik vertrouw mij aan ùw zorgen, beste vriend,Voer jij het oudje, en geef opnieuw hem onderwijs!
Volk.
Hoera, hoera!
Hoera, hoera!De beste orakels zijn van Glanis, dat staat vast!
En ik vertrouw mij aan ùw zorgen, beste vriend,
Voer jij het oudje, en geef opnieuw hem onderwijs!
Paphlagoniër.1100Nog niet, ik smeek je! wacht nog eventjes, totdatIk jou je haver en je dagelijksch brood verschaf.
Paphlagoniër.
1100Nog niet, ik smeek je! wacht nog eventjes, totdat
Ik jou je haver en je dagelijksch brood verschaf.
Volk.Van haver wil ik niet hooren, ik ben veel te langDoor jou bedrogen, en ook door Theophanes.
Volk.
Van haver wil ik niet hooren, ik ben veel te lang
Door jou bedrogen, en ook door Theophanes.
Paphlagoniër.Ik zal je brood verschaffen, netjes voorgekauwd.
Paphlagoniër.
Ik zal je brood verschaffen, netjes voorgekauwd.
Worstverkooper.1105Ik lekkere broodjes, die je niet te bijten hebt,En gebraden eten: eten is voortaan je heele taak.
Worstverkooper.
1105Ik lekkere broodjes, die je niet te bijten hebt,
En gebraden eten: eten is voortaan je heele taak.
Volk.Vooruit, een beetje gauw dan, wie van beiden nuIk vinden zal dat mij het meest heeft wèlgedaan,Dien geef ik de teugels van de volksvergadering.
Volk.
Vooruit, een beetje gauw dan, wie van beiden nu
Ik vinden zal dat mij het meest heeft wèlgedaan,
Dien geef ik de teugels van de volksvergadering.
Paphlagoniër.1110Ik ga het eerst naar binnen.
Paphlagoniër.
1110Ik ga het eerst naar binnen.
Worstverkooper.Ik ga het eerst naar binnen.Neen, niet jij, maar ik!
Worstverkooper.
Ik ga het eerst naar binnen.Neen, niet jij, maar ik!
(Hij stoot hem terug. Beiden af)
Koor.O Volk! hoe is toch uw rijkZoo schoon en grootsch tegelijk,Daar ieder u vreest, in ’t slijkZich werpt voor uw voeten.1115Want licht ontvlambaar zijt gij,Verlekkerd op vleierij,En tuk op bedriegerijVan wie u ontmoeten!Elk sprekertje gaapt gij aan,Uw verstand schijnt op reis gegaan,1120Nu duldt gij van elk voortaanSlechts vleien en groeten!
Koor.
O Volk! hoe is toch uw rijk
Zoo schoon en grootsch tegelijk,
Daar ieder u vreest, in ’t slijk
Zich werpt voor uw voeten.
1115Want licht ontvlambaar zijt gij,
Verlekkerd op vleierij,
En tuk op bedriegerij
Van wie u ontmoeten!
Elk sprekertje gaapt gij aan,
Uw verstand schijnt op reis gegaan,
1120Nu duldt gij van elk voortaan
Slechts vleien en groeten!
Volk.In uw kruin, uw harendomZweeft geene gedachte om,Want ik houd m’ opzettelijk dom,Ben niet onverstandig!1125Verheugd is steeds mijn gemoed,Wanneer men als kind mij voedt,Wanneer ik een gids ontmoet,Die stelen kan, handig!Doch als hij door euveldaânGevuld is en welbelaân,Dan val ik hem plotsling aan,1130En kwak hem lostandig!
Volk.
In uw kruin, uw harendom
Zweeft geene gedachte om,
Want ik houd m’ opzettelijk dom,
Ben niet onverstandig!
1125Verheugd is steeds mijn gemoed,
Wanneer men als kind mij voedt,
Wanneer ik een gids ontmoet,
Die stelen kan, handig!
Doch als hij door euveldaân
Gevuld is en welbelaân,
Dan val ik hem plotsling aan,
1130En kwak hem lostandig!
Koor.Dat noem ik een wijs beleid,Ik zie dat gij waakzaam zijt,En vol van scherpzinnigheid,Trots grijzende jaren!Want ik merk, gij speelt er mee,En gij fokt hen op als vee,1135Om ze voor de meeting gedweeEn vet te bewaren!En als in uw keuken danGeen spijs meer verschijnen kan,Dan slokt ge den vetsten man1140Met huid en met haren!
Koor.
Dat noem ik een wijs beleid,
Ik zie dat gij waakzaam zijt,
En vol van scherpzinnigheid,
Trots grijzende jaren!
Want ik merk, gij speelt er mee,
En gij fokt hen op als vee,
1135Om ze voor de meeting gedwee
En vet te bewaren!
En als in uw keuken dan
Geen spijs meer verschijnen kan,
Dan slokt ge den vetsten man
1140Met huid en met haren!
Volk.Is dat niet een slim bestaan,De lieden die in hun waanMij vreeselijk foppen gaan,Mij schijnbaar misleiden?1145Hen ga ik voorzichtig na,Voor hen voel ik geen genâ,Zoodra als zij hun papaOplichten en mijden—Dan betrap ik hen terstond,Onderzoek hen met mijn sond’,En laat uit hun dievenmond1150Het braaksel weer glijden!
Volk.
Is dat niet een slim bestaan,
De lieden die in hun waan
Mij vreeselijk foppen gaan,
Mij schijnbaar misleiden?
1145Hen ga ik voorzichtig na,
Voor hen voel ik geen genâ,
Zoodra als zij hun papa
Oplichten en mijden—
Dan betrap ik hen terstond,
Onderzoek hen met mijn sond’,
En laat uit hun dievenmond
1150Het braaksel weer glijden!