ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.De geheimzinnige leuze.De dag was ver gevorderd, toen Marguerite ontwaakte, door een lange rust opgefrischt en versterkt.In antwoord op haar vragen, bracht Louise de tijding mede, dat de stalknecht met Sultan thuis was gekomen en Sir Percy in Londen had achtergelaten. De stalknecht was van meening, dat zijn meester aan boord zou gaan van zijn jacht, dat bijLondon Bridgevoor anker lag.Toen Sir Percy tot zoo ver gereden had, had hij den schipper van deDay Dreamontmoet en den stalknecht teruggezonden naar Richmond, met Sultan en het leege zadel.Deze tijding bracht Marguerite meer dan ooit in verwarring. Waar kon Sir Percy nu juist met deDay Dreamheengaan? In het belang van Armand had hij gezegd. Welnu, Sir Percy had overal vermogende vrienden. Wellicht begaf hij zich naar Greenwich of...Een langen vrijen dag had Marguerite voor den boeg. Zij was het bezoek wachtend van haar oude schoolkameraad, de kleine Suzanne de Tournay.Marguerite verbeidde haar met ongeduld; zij haaktenaar een praatje over den ouden schooltijd; zij voelde, dat ze aan het gezelschap van Suzanne den voorkeur geven zou boven eenig ander en samen zouden ze dwalen door het schoone oude park.Maar Suzanne was nog niet gekomen, en Marguerite maakte, na zich gekleed te hebben, toebereidselen om naar beneden te gaan. Ze kwam in het portaal, buiten haar eigen reeks van appartementen, en stond een oogenblik stil, boven bij de fraaie eikenhouten trap, die naar de benedenverdieping leidde. Aan haar linkerhand bevonden zich de vertrekken van haar echtgenoot, die zij nimmer betrad.Deze bestonden uit een slaap-, kleed- en ontvangkamer en aan het uiteinde van de gang uit een klein studeervertrek, dat, als Sir Percy er geen gebruik van maakte, steeds gesloten bleef. Zijn eigen vertrouwde lakei Frank had alleen de zorg over dit vertrek. Niemand mocht daar ooit binnengaan. LadyBlakeneyhad er nooit aan gedacht en de andere bedienden hadden natuurlijk dit streng verbod niet durven overtreden.Marguerite had dikwerf gekscherend verklaard, dat ze strikt de hand eraan hield er voor te zorgen, dat geen nieuwsgierige oogen in dit heiligdom zouden gluren, uit vreeze van ontdekking, hoe weinig binnen de vier muren ervan aan „studie” werd gedaan: een gemakkelijke armstoel, voor Sir Percy’s zoete sluimeruurtjes was wel het voornaamste meubel, dat in het oog viel.Marguerite dacht aan dit alles, toen ze haar blikken in de gang liet rondgaan. Frank was klaarblijkelijk bezig met de kamers van zijn meester, want de meeste deuren stonden open, ook die van het studeervertrek.Een plotselinge, brandende, kinderachtige nieuwsgierigheid maakte zich van haar meester om een kijkje te nemen in Sir Percy’s heiligdom. Het verbod gold natuurlijk háár niet en Frank zou zich tegenover haar ook niet durven verzetten. Toch hoopte ze, dat de knecht in een der andere kamers mocht bezig zijn, opdat ze van dit kijkje even in het geheim mocht genieten.Zachtjes, op haar teenen, liep ze door de gang, en alsde vrouw van Blauwbaard, bleef ze een oogenblik op den drempel staan, zonderling en besluiteloos te moede.De deur stond op een kier, zoodat ze niet naar binnen kon zien. Ze opende haar; geen geluid vernam ze. Frank was er dus niet, en stoutmoedig stapte ze naar binnen.De strenge eenvoud van alles om haar heen greep haar terstond aan: de donkere en zware gordijnen, het massieve eiken ameublement, de kaart van Frankrijk aan den muur deden haar volstrekt niet denken aan den lijzigen man, die zich alleen in frivole gezelschappen ophield, bij de wedrennen zich amuseerde en als een dandy zijn rol speelde.Met het front naar het raam, in het midden van het vertrek, stond een zware schrijftafel, die er uitzag, alsof ze jaren dienst had gedaan. Aan den muur links hing ten voeten uit, in breede vergulde lijst, het fraai geschilderd portret eener vrouw.Het was Percy’s moeder.Marguerite bestudeerde die beeltenis, want zij boezemde haar belang in: daarna keerde zij zich om en wijdde haar aandacht aan het massieve schrijfbureau. Het was bedekt met een massa papieren, alle keurig saamgebonden, met den inhoud aan de keerzijde genoteerd—ze zagen er uit als rekeningen en kwitanties, in volmaakte orde gerangschikt. Het had Marguerite’s aandacht te voren nooit getrokken—noch had ze het de moeite waard geacht er naar te informeeren—hoe Sir Percy, van wien de heele wereld dacht, dat hij geen hersenen had, het groot fortuin administreerde, dat zijn vader hem had nagelaten.Sedert zij dit net, ordelijk vertrek was binnengetreden, was ze aan zoo velerlei verrassingen ten prooi, dat dit duidelijk bewijs van de administratieve bekwaamheden van haar echtgenoot haar niet meer dan een vluchtige bewondering afdwong. Maar het versterkte nu ook haar thans vastgewortelde meening, dat hij met zijn beuzelingen en dwaze praat niet alleen een masker had voorgedaan, maar met bepaalden toeleg een bestudeerde rol speelde.Ze staarde, alsof ze voor een schrikwekkend raadsel stond, met ontsteltenis voor zich heen, een niet onderwoorden te brengen vrees, in tegenwoordigheid van een vreemdsoortig geheim, maakte zich van lieverlede van haar meester. Een rilling doorhuiverde haar in dit ijzig en duister vertrek. Behalve het fraaie portret hingen geen schilderijen aan den wand, alleen een paar kaarten van een gedeelte van Frankrijk, de eene van de Noordkust, de andere van de omstreken van Parijs. Wat had Sir Percy daarmee uit te staan? vroeg zij zichzelve af.Ze gevoelde hoofdpijn en keerde zich af van dit zonderlinge Blauwbaards vertrek, dat haar een onoplosbaar raadsel toescheen. Ze hoopte maar, dat Frank er haar niet mocht aantreffen, en met een laatsten blik wendde zij zich naar de deur. Bij die beweging stiet haar voet op het karpet tegen een klein voorwerp, dat blijkbaar op de schrijftafel had gelegen en thans door de kamer rolde.Zij bukte zich om het op te rapen. Het was een massieve gouden ring met een plat schild.Marguerite draaide hem om en om en bestudeerde het devies, dat op het schild was gegraveerd. Het stelde een kleine stervormige bloem voor, in den vorm, dien ze tweemaal reeds had gezien: eens in de opera, daarna op Lord Grenville’s bal.
ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.De geheimzinnige leuze.De dag was ver gevorderd, toen Marguerite ontwaakte, door een lange rust opgefrischt en versterkt.In antwoord op haar vragen, bracht Louise de tijding mede, dat de stalknecht met Sultan thuis was gekomen en Sir Percy in Londen had achtergelaten. De stalknecht was van meening, dat zijn meester aan boord zou gaan van zijn jacht, dat bijLondon Bridgevoor anker lag.Toen Sir Percy tot zoo ver gereden had, had hij den schipper van deDay Dreamontmoet en den stalknecht teruggezonden naar Richmond, met Sultan en het leege zadel.Deze tijding bracht Marguerite meer dan ooit in verwarring. Waar kon Sir Percy nu juist met deDay Dreamheengaan? In het belang van Armand had hij gezegd. Welnu, Sir Percy had overal vermogende vrienden. Wellicht begaf hij zich naar Greenwich of...Een langen vrijen dag had Marguerite voor den boeg. Zij was het bezoek wachtend van haar oude schoolkameraad, de kleine Suzanne de Tournay.Marguerite verbeidde haar met ongeduld; zij haaktenaar een praatje over den ouden schooltijd; zij voelde, dat ze aan het gezelschap van Suzanne den voorkeur geven zou boven eenig ander en samen zouden ze dwalen door het schoone oude park.Maar Suzanne was nog niet gekomen, en Marguerite maakte, na zich gekleed te hebben, toebereidselen om naar beneden te gaan. Ze kwam in het portaal, buiten haar eigen reeks van appartementen, en stond een oogenblik stil, boven bij de fraaie eikenhouten trap, die naar de benedenverdieping leidde. Aan haar linkerhand bevonden zich de vertrekken van haar echtgenoot, die zij nimmer betrad.Deze bestonden uit een slaap-, kleed- en ontvangkamer en aan het uiteinde van de gang uit een klein studeervertrek, dat, als Sir Percy er geen gebruik van maakte, steeds gesloten bleef. Zijn eigen vertrouwde lakei Frank had alleen de zorg over dit vertrek. Niemand mocht daar ooit binnengaan. LadyBlakeneyhad er nooit aan gedacht en de andere bedienden hadden natuurlijk dit streng verbod niet durven overtreden.Marguerite had dikwerf gekscherend verklaard, dat ze strikt de hand eraan hield er voor te zorgen, dat geen nieuwsgierige oogen in dit heiligdom zouden gluren, uit vreeze van ontdekking, hoe weinig binnen de vier muren ervan aan „studie” werd gedaan: een gemakkelijke armstoel, voor Sir Percy’s zoete sluimeruurtjes was wel het voornaamste meubel, dat in het oog viel.Marguerite dacht aan dit alles, toen ze haar blikken in de gang liet rondgaan. Frank was klaarblijkelijk bezig met de kamers van zijn meester, want de meeste deuren stonden open, ook die van het studeervertrek.Een plotselinge, brandende, kinderachtige nieuwsgierigheid maakte zich van haar meester om een kijkje te nemen in Sir Percy’s heiligdom. Het verbod gold natuurlijk háár niet en Frank zou zich tegenover haar ook niet durven verzetten. Toch hoopte ze, dat de knecht in een der andere kamers mocht bezig zijn, opdat ze van dit kijkje even in het geheim mocht genieten.Zachtjes, op haar teenen, liep ze door de gang, en alsde vrouw van Blauwbaard, bleef ze een oogenblik op den drempel staan, zonderling en besluiteloos te moede.De deur stond op een kier, zoodat ze niet naar binnen kon zien. Ze opende haar; geen geluid vernam ze. Frank was er dus niet, en stoutmoedig stapte ze naar binnen.De strenge eenvoud van alles om haar heen greep haar terstond aan: de donkere en zware gordijnen, het massieve eiken ameublement, de kaart van Frankrijk aan den muur deden haar volstrekt niet denken aan den lijzigen man, die zich alleen in frivole gezelschappen ophield, bij de wedrennen zich amuseerde en als een dandy zijn rol speelde.Met het front naar het raam, in het midden van het vertrek, stond een zware schrijftafel, die er uitzag, alsof ze jaren dienst had gedaan. Aan den muur links hing ten voeten uit, in breede vergulde lijst, het fraai geschilderd portret eener vrouw.Het was Percy’s moeder.Marguerite bestudeerde die beeltenis, want zij boezemde haar belang in: daarna keerde zij zich om en wijdde haar aandacht aan het massieve schrijfbureau. Het was bedekt met een massa papieren, alle keurig saamgebonden, met den inhoud aan de keerzijde genoteerd—ze zagen er uit als rekeningen en kwitanties, in volmaakte orde gerangschikt. Het had Marguerite’s aandacht te voren nooit getrokken—noch had ze het de moeite waard geacht er naar te informeeren—hoe Sir Percy, van wien de heele wereld dacht, dat hij geen hersenen had, het groot fortuin administreerde, dat zijn vader hem had nagelaten.Sedert zij dit net, ordelijk vertrek was binnengetreden, was ze aan zoo velerlei verrassingen ten prooi, dat dit duidelijk bewijs van de administratieve bekwaamheden van haar echtgenoot haar niet meer dan een vluchtige bewondering afdwong. Maar het versterkte nu ook haar thans vastgewortelde meening, dat hij met zijn beuzelingen en dwaze praat niet alleen een masker had voorgedaan, maar met bepaalden toeleg een bestudeerde rol speelde.Ze staarde, alsof ze voor een schrikwekkend raadsel stond, met ontsteltenis voor zich heen, een niet onderwoorden te brengen vrees, in tegenwoordigheid van een vreemdsoortig geheim, maakte zich van lieverlede van haar meester. Een rilling doorhuiverde haar in dit ijzig en duister vertrek. Behalve het fraaie portret hingen geen schilderijen aan den wand, alleen een paar kaarten van een gedeelte van Frankrijk, de eene van de Noordkust, de andere van de omstreken van Parijs. Wat had Sir Percy daarmee uit te staan? vroeg zij zichzelve af.Ze gevoelde hoofdpijn en keerde zich af van dit zonderlinge Blauwbaards vertrek, dat haar een onoplosbaar raadsel toescheen. Ze hoopte maar, dat Frank er haar niet mocht aantreffen, en met een laatsten blik wendde zij zich naar de deur. Bij die beweging stiet haar voet op het karpet tegen een klein voorwerp, dat blijkbaar op de schrijftafel had gelegen en thans door de kamer rolde.Zij bukte zich om het op te rapen. Het was een massieve gouden ring met een plat schild.Marguerite draaide hem om en om en bestudeerde het devies, dat op het schild was gegraveerd. Het stelde een kleine stervormige bloem voor, in den vorm, dien ze tweemaal reeds had gezien: eens in de opera, daarna op Lord Grenville’s bal.
ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.De geheimzinnige leuze.
De dag was ver gevorderd, toen Marguerite ontwaakte, door een lange rust opgefrischt en versterkt.In antwoord op haar vragen, bracht Louise de tijding mede, dat de stalknecht met Sultan thuis was gekomen en Sir Percy in Londen had achtergelaten. De stalknecht was van meening, dat zijn meester aan boord zou gaan van zijn jacht, dat bijLondon Bridgevoor anker lag.Toen Sir Percy tot zoo ver gereden had, had hij den schipper van deDay Dreamontmoet en den stalknecht teruggezonden naar Richmond, met Sultan en het leege zadel.Deze tijding bracht Marguerite meer dan ooit in verwarring. Waar kon Sir Percy nu juist met deDay Dreamheengaan? In het belang van Armand had hij gezegd. Welnu, Sir Percy had overal vermogende vrienden. Wellicht begaf hij zich naar Greenwich of...Een langen vrijen dag had Marguerite voor den boeg. Zij was het bezoek wachtend van haar oude schoolkameraad, de kleine Suzanne de Tournay.Marguerite verbeidde haar met ongeduld; zij haaktenaar een praatje over den ouden schooltijd; zij voelde, dat ze aan het gezelschap van Suzanne den voorkeur geven zou boven eenig ander en samen zouden ze dwalen door het schoone oude park.Maar Suzanne was nog niet gekomen, en Marguerite maakte, na zich gekleed te hebben, toebereidselen om naar beneden te gaan. Ze kwam in het portaal, buiten haar eigen reeks van appartementen, en stond een oogenblik stil, boven bij de fraaie eikenhouten trap, die naar de benedenverdieping leidde. Aan haar linkerhand bevonden zich de vertrekken van haar echtgenoot, die zij nimmer betrad.Deze bestonden uit een slaap-, kleed- en ontvangkamer en aan het uiteinde van de gang uit een klein studeervertrek, dat, als Sir Percy er geen gebruik van maakte, steeds gesloten bleef. Zijn eigen vertrouwde lakei Frank had alleen de zorg over dit vertrek. Niemand mocht daar ooit binnengaan. LadyBlakeneyhad er nooit aan gedacht en de andere bedienden hadden natuurlijk dit streng verbod niet durven overtreden.Marguerite had dikwerf gekscherend verklaard, dat ze strikt de hand eraan hield er voor te zorgen, dat geen nieuwsgierige oogen in dit heiligdom zouden gluren, uit vreeze van ontdekking, hoe weinig binnen de vier muren ervan aan „studie” werd gedaan: een gemakkelijke armstoel, voor Sir Percy’s zoete sluimeruurtjes was wel het voornaamste meubel, dat in het oog viel.Marguerite dacht aan dit alles, toen ze haar blikken in de gang liet rondgaan. Frank was klaarblijkelijk bezig met de kamers van zijn meester, want de meeste deuren stonden open, ook die van het studeervertrek.Een plotselinge, brandende, kinderachtige nieuwsgierigheid maakte zich van haar meester om een kijkje te nemen in Sir Percy’s heiligdom. Het verbod gold natuurlijk háár niet en Frank zou zich tegenover haar ook niet durven verzetten. Toch hoopte ze, dat de knecht in een der andere kamers mocht bezig zijn, opdat ze van dit kijkje even in het geheim mocht genieten.Zachtjes, op haar teenen, liep ze door de gang, en alsde vrouw van Blauwbaard, bleef ze een oogenblik op den drempel staan, zonderling en besluiteloos te moede.De deur stond op een kier, zoodat ze niet naar binnen kon zien. Ze opende haar; geen geluid vernam ze. Frank was er dus niet, en stoutmoedig stapte ze naar binnen.De strenge eenvoud van alles om haar heen greep haar terstond aan: de donkere en zware gordijnen, het massieve eiken ameublement, de kaart van Frankrijk aan den muur deden haar volstrekt niet denken aan den lijzigen man, die zich alleen in frivole gezelschappen ophield, bij de wedrennen zich amuseerde en als een dandy zijn rol speelde.Met het front naar het raam, in het midden van het vertrek, stond een zware schrijftafel, die er uitzag, alsof ze jaren dienst had gedaan. Aan den muur links hing ten voeten uit, in breede vergulde lijst, het fraai geschilderd portret eener vrouw.Het was Percy’s moeder.Marguerite bestudeerde die beeltenis, want zij boezemde haar belang in: daarna keerde zij zich om en wijdde haar aandacht aan het massieve schrijfbureau. Het was bedekt met een massa papieren, alle keurig saamgebonden, met den inhoud aan de keerzijde genoteerd—ze zagen er uit als rekeningen en kwitanties, in volmaakte orde gerangschikt. Het had Marguerite’s aandacht te voren nooit getrokken—noch had ze het de moeite waard geacht er naar te informeeren—hoe Sir Percy, van wien de heele wereld dacht, dat hij geen hersenen had, het groot fortuin administreerde, dat zijn vader hem had nagelaten.Sedert zij dit net, ordelijk vertrek was binnengetreden, was ze aan zoo velerlei verrassingen ten prooi, dat dit duidelijk bewijs van de administratieve bekwaamheden van haar echtgenoot haar niet meer dan een vluchtige bewondering afdwong. Maar het versterkte nu ook haar thans vastgewortelde meening, dat hij met zijn beuzelingen en dwaze praat niet alleen een masker had voorgedaan, maar met bepaalden toeleg een bestudeerde rol speelde.Ze staarde, alsof ze voor een schrikwekkend raadsel stond, met ontsteltenis voor zich heen, een niet onderwoorden te brengen vrees, in tegenwoordigheid van een vreemdsoortig geheim, maakte zich van lieverlede van haar meester. Een rilling doorhuiverde haar in dit ijzig en duister vertrek. Behalve het fraaie portret hingen geen schilderijen aan den wand, alleen een paar kaarten van een gedeelte van Frankrijk, de eene van de Noordkust, de andere van de omstreken van Parijs. Wat had Sir Percy daarmee uit te staan? vroeg zij zichzelve af.Ze gevoelde hoofdpijn en keerde zich af van dit zonderlinge Blauwbaards vertrek, dat haar een onoplosbaar raadsel toescheen. Ze hoopte maar, dat Frank er haar niet mocht aantreffen, en met een laatsten blik wendde zij zich naar de deur. Bij die beweging stiet haar voet op het karpet tegen een klein voorwerp, dat blijkbaar op de schrijftafel had gelegen en thans door de kamer rolde.Zij bukte zich om het op te rapen. Het was een massieve gouden ring met een plat schild.Marguerite draaide hem om en om en bestudeerde het devies, dat op het schild was gegraveerd. Het stelde een kleine stervormige bloem voor, in den vorm, dien ze tweemaal reeds had gezien: eens in de opera, daarna op Lord Grenville’s bal.
De dag was ver gevorderd, toen Marguerite ontwaakte, door een lange rust opgefrischt en versterkt.
In antwoord op haar vragen, bracht Louise de tijding mede, dat de stalknecht met Sultan thuis was gekomen en Sir Percy in Londen had achtergelaten. De stalknecht was van meening, dat zijn meester aan boord zou gaan van zijn jacht, dat bijLondon Bridgevoor anker lag.
Toen Sir Percy tot zoo ver gereden had, had hij den schipper van deDay Dreamontmoet en den stalknecht teruggezonden naar Richmond, met Sultan en het leege zadel.
Deze tijding bracht Marguerite meer dan ooit in verwarring. Waar kon Sir Percy nu juist met deDay Dreamheengaan? In het belang van Armand had hij gezegd. Welnu, Sir Percy had overal vermogende vrienden. Wellicht begaf hij zich naar Greenwich of...
Een langen vrijen dag had Marguerite voor den boeg. Zij was het bezoek wachtend van haar oude schoolkameraad, de kleine Suzanne de Tournay.
Marguerite verbeidde haar met ongeduld; zij haaktenaar een praatje over den ouden schooltijd; zij voelde, dat ze aan het gezelschap van Suzanne den voorkeur geven zou boven eenig ander en samen zouden ze dwalen door het schoone oude park.
Maar Suzanne was nog niet gekomen, en Marguerite maakte, na zich gekleed te hebben, toebereidselen om naar beneden te gaan. Ze kwam in het portaal, buiten haar eigen reeks van appartementen, en stond een oogenblik stil, boven bij de fraaie eikenhouten trap, die naar de benedenverdieping leidde. Aan haar linkerhand bevonden zich de vertrekken van haar echtgenoot, die zij nimmer betrad.
Deze bestonden uit een slaap-, kleed- en ontvangkamer en aan het uiteinde van de gang uit een klein studeervertrek, dat, als Sir Percy er geen gebruik van maakte, steeds gesloten bleef. Zijn eigen vertrouwde lakei Frank had alleen de zorg over dit vertrek. Niemand mocht daar ooit binnengaan. LadyBlakeneyhad er nooit aan gedacht en de andere bedienden hadden natuurlijk dit streng verbod niet durven overtreden.
Marguerite had dikwerf gekscherend verklaard, dat ze strikt de hand eraan hield er voor te zorgen, dat geen nieuwsgierige oogen in dit heiligdom zouden gluren, uit vreeze van ontdekking, hoe weinig binnen de vier muren ervan aan „studie” werd gedaan: een gemakkelijke armstoel, voor Sir Percy’s zoete sluimeruurtjes was wel het voornaamste meubel, dat in het oog viel.
Marguerite dacht aan dit alles, toen ze haar blikken in de gang liet rondgaan. Frank was klaarblijkelijk bezig met de kamers van zijn meester, want de meeste deuren stonden open, ook die van het studeervertrek.
Een plotselinge, brandende, kinderachtige nieuwsgierigheid maakte zich van haar meester om een kijkje te nemen in Sir Percy’s heiligdom. Het verbod gold natuurlijk háár niet en Frank zou zich tegenover haar ook niet durven verzetten. Toch hoopte ze, dat de knecht in een der andere kamers mocht bezig zijn, opdat ze van dit kijkje even in het geheim mocht genieten.
Zachtjes, op haar teenen, liep ze door de gang, en alsde vrouw van Blauwbaard, bleef ze een oogenblik op den drempel staan, zonderling en besluiteloos te moede.
De deur stond op een kier, zoodat ze niet naar binnen kon zien. Ze opende haar; geen geluid vernam ze. Frank was er dus niet, en stoutmoedig stapte ze naar binnen.
De strenge eenvoud van alles om haar heen greep haar terstond aan: de donkere en zware gordijnen, het massieve eiken ameublement, de kaart van Frankrijk aan den muur deden haar volstrekt niet denken aan den lijzigen man, die zich alleen in frivole gezelschappen ophield, bij de wedrennen zich amuseerde en als een dandy zijn rol speelde.
Met het front naar het raam, in het midden van het vertrek, stond een zware schrijftafel, die er uitzag, alsof ze jaren dienst had gedaan. Aan den muur links hing ten voeten uit, in breede vergulde lijst, het fraai geschilderd portret eener vrouw.
Het was Percy’s moeder.
Marguerite bestudeerde die beeltenis, want zij boezemde haar belang in: daarna keerde zij zich om en wijdde haar aandacht aan het massieve schrijfbureau. Het was bedekt met een massa papieren, alle keurig saamgebonden, met den inhoud aan de keerzijde genoteerd—ze zagen er uit als rekeningen en kwitanties, in volmaakte orde gerangschikt. Het had Marguerite’s aandacht te voren nooit getrokken—noch had ze het de moeite waard geacht er naar te informeeren—hoe Sir Percy, van wien de heele wereld dacht, dat hij geen hersenen had, het groot fortuin administreerde, dat zijn vader hem had nagelaten.
Sedert zij dit net, ordelijk vertrek was binnengetreden, was ze aan zoo velerlei verrassingen ten prooi, dat dit duidelijk bewijs van de administratieve bekwaamheden van haar echtgenoot haar niet meer dan een vluchtige bewondering afdwong. Maar het versterkte nu ook haar thans vastgewortelde meening, dat hij met zijn beuzelingen en dwaze praat niet alleen een masker had voorgedaan, maar met bepaalden toeleg een bestudeerde rol speelde.
Ze staarde, alsof ze voor een schrikwekkend raadsel stond, met ontsteltenis voor zich heen, een niet onderwoorden te brengen vrees, in tegenwoordigheid van een vreemdsoortig geheim, maakte zich van lieverlede van haar meester. Een rilling doorhuiverde haar in dit ijzig en duister vertrek. Behalve het fraaie portret hingen geen schilderijen aan den wand, alleen een paar kaarten van een gedeelte van Frankrijk, de eene van de Noordkust, de andere van de omstreken van Parijs. Wat had Sir Percy daarmee uit te staan? vroeg zij zichzelve af.
Ze gevoelde hoofdpijn en keerde zich af van dit zonderlinge Blauwbaards vertrek, dat haar een onoplosbaar raadsel toescheen. Ze hoopte maar, dat Frank er haar niet mocht aantreffen, en met een laatsten blik wendde zij zich naar de deur. Bij die beweging stiet haar voet op het karpet tegen een klein voorwerp, dat blijkbaar op de schrijftafel had gelegen en thans door de kamer rolde.
Zij bukte zich om het op te rapen. Het was een massieve gouden ring met een plat schild.
Marguerite draaide hem om en om en bestudeerde het devies, dat op het schild was gegraveerd. Het stelde een kleine stervormige bloem voor, in den vorm, dien ze tweemaal reeds had gezien: eens in de opera, daarna op Lord Grenville’s bal.