Hoofdstuk III.De verstrooijing der huisgezinnen.„Welk een onderscheid tusschen Isabella en hare onderhoorigen!” riep Dr. Worthington met kracht uit. „Voor haar is het een verlies van rang, van fortuin, van de schoone uitzigten des levens, misschien zelfs van de gezondheid; want onvermijdelijk zal zij bezwijken onder de ongewone werkzaamheden en ontberingen, die zij zal moeten ondergaan. Doch voor hen is hetniets dan eene verandering van meesters.”„Ja, want de buren willen niet gedoogen dat een der huisgezinnen verstrooid worde.”„Natuurlijk niet. Van zoo iets leest men wel eens inromans; maar in het werkelijke leven heb ik het nooit gezien, dan in zeldzame gevallen, of als de slaaf zich aan eene overtreding of misdaad had schuldig gemaakt, voor welke hij in het Noorden gevangen gezet zou zijn, misschien wel levenslang.—Cabin and Parlour, door J. Thornton Randolph, blz. 39.„Maar ik zeg u, zij zullen ons allen naar Georgia verkoopen. Hoe ontkomen wij daaraan?”„Daarin zult ge u wel vergissen,” antwoordde Oom Peter zeer bepaald. „In deze streken heb ik nog nooit van zoo iets gehoord, tenzij als een neger zich buitengewoon slecht gedragen had.”Door zulke penseeltrekken als de bovenstaande, geeft de heer Thornton Randolph ons eene schets van de aartsvaderlijke bestendigheid en veiligheid van den toestand van den slaaf in de oude Staten. Dat een slaaf buiten den Staat verkocht werd, heeft Dr. S. Worthington nooit gehoord, behalve in zeldzame gevallen voor eenigerhande misdaad; en Oom Peter heeft daar zelfs nooit iets van vernomen.Is dit eene trouwe schets?Het ergste kwaad van de slavernij is haar noodlottige invloed op het huisgezin; en, naar het inzigt van schrijfster dezes, is het een kwaad, dat blijkbaarder en onweêrsprekelijker is dan eenig ander.’t Is evenwel juist op dit punt, dat de voorstellingen, vervat inde Negerhut, de sterkste tegenspraak ondervonden hebben, hetzij zijdelings als door den bovenaangehaalden romanschrijver, hetzij meer regtstreeks in de nieuwsbladen, zoowel van het Noorden als van het Zuiden. Die van het Noorden verraadt, om het minst te zeggen, de grootste onbekendheid met de zaak, die van het Zuiden doet gewis groot onregt aan den roem van waarheidsliefde en eerlijkheidder zuidelijke burgers. Alle streken des lands hebben gebreken, die daar eigenaardig zijn. De feil van het Zuiden, in het algemeen genomen, is geene bloohartige ontwijking en misleiding. Met groote verbazing las de schrijfster de volgende zinsneden in een artikel inFraser’s Magazine, afkomstig van iemand, die zegt in Zuid-Carolina te wonen:Mevrouw Stowe’s geliefdkoosd voorbeeld van de magt der meesters ten nadeele van den slaaf, is de scheiding der familiën. Men spreekt ons van kinderen van tien maanden, die uit de armen hunner moeders verkocht worden, en van mannen, wier bedrijf bestaat in het opkweeken van kinderen, om van de zijde der moeder verkocht te worden, zoodra zij oud genoeg zijn om de scheiding te kunnen doorstaan. Zoo wij onze kennis van dit punt der slavernij uit mevrouw Stowe’s boek moesten putten, zouden wij de slavengezinnen als uiterst onbevestigd en zwervend moeten beschouwen.En verder:Wij gelooven met vertrouwen, dat, indien statistieke opgaven te verzamelen waren, om over dit punt licht te verspreiden, daaruit blijken zou dat onder de negers veel minder scheiding in de gezinnen plaats vindt dan bij eenige andere klasse van personen.Daar de schrijver van dat artikel echter blijkbaar een man van eer is en vele edele en lofwaardige gevoelens aan den dag legt, kan men niet onderstellen dat deze beweringen werden nedergeschreven om te verdraaijen of te misleiden. Zij zijn dus slechts te beschouwen als bewijzen van de gemakkelijkheid, waarmede een vooringenomen oog dikwijls de onmiskenbaarste feiten over het hoofd ziet, wanneer zij indruischen tegen een geliefkoosd denkbeeld of stelsel, of wanneer zij in hunne strekking ongunstig zijn voor iemands land of familie. Zoo zullen de bewoners van eene plaats, wier ongezondheid algemeen bekend is, gelooven en beweren,—en dit met de meeste opregtheid—dat er in hunne stad minder ziekte heerscht, dan in eene andere, van dezelfde uitgebreidheid, in de geheele wereld. Zoo houden ook ouders hunne kinderen dikwijls voor onberispelijk, juist in die punten,waarin anderen hen het gebrekkigst vinden. De oplossing van dit verschijnsel is natuurlijk en prijzenswaardig, en doet ons achting koesteren voor onze zuidelijke broeders.Er is nog eene andere omstandigheid, waarop men, bij het lezen van zulke beweringen, acht moet geven. Uit het aangehaalde geschrift blijkt, dat de schrijver tot de weinigen behoort, die het bezit van eene volstrekte en onverantwoordelijke magt beschouwen als de krachtigste beweegreden om er een matig gebruik van te maken. Zulke menschen zijn doorgaans door vriend- en bloedverwantschap verbonden met anderen van soortgelijke inborst, waardoor zij zeer ligt in de dwaling vervallen van ieder volgens henzelven te beoordeelen en te denken, dat eene zaak voor de geheele wereld dienstig kan zijn omdat zij goed werkt in hun onmiddellijken kring. Het kan dan ook niet anders, of de velerlei omstandigheden, die sedert de dagen der kindschheid zamenwerken om den neger te verlagen en als minder te doen voorkomen in de oogen van een inboorling van het Zuiden,—het bestendige gebruik om van hen te spreken en te hooren spreken en hen geadverteerd te zien in vereeniging met paarden, muilezels, veevoeder, varkens, enz., gelijk in de zuidelijke nieuwsbladen dagelijksch werk is,—dit alles moet, zelfs bij de regtschapenste menschen, eene zekere verwarring te weeg brengen met opzigt tot de belangen, smarten, genegenheden, van degenen die niet bepaaldelijk tot hun eigen kring behooren, waardoor zij ten hoogste ongeschikt worden om hun toestand juist te beoordeelen. De schrijfster is hierdoor dikwijls bijzonder getroffen geworden bij het lezen van brieven van vrienden uit het Zuiden, die, op dezelfde bladzijde, het een of ander melden betrekkelijk den toestand van de negers in het Zuiden, en dan voortgaan, en, in verband met andere onderwerpen, feiten aanvoeren, die alles weder schijnen tegen te spreken. Wij allen kunnen nagaan hoe die vermenging van het eene met het andere op ons zou werken. Werden wij genoopt op te geven hoe dikwijls de koeijen onzer buren van hare kalven gescheiden zijn, of hoe dikwijls hun huisraad en overige bezitting verspreid en uiteengerukt is geworden door geregtlijke verkoopingen, wij zouden ons geneigd vinden te verklaren, dat het een ongeluk was, dat niet dikwijls plaats vindt.Doch slaan wij een paar nieuwsbladen van Zuid-Carolina open, uitgegeven in denzelfden Staat waar die heer woont, en gaan wij de advertentiën van ééne week na. De schrijfster heeft er eenige verkortingen in gebragt, die in de zaak zelve geene verandering maken.Geregtelijke verkoop van twaalf fraaije Negers.Fairfield District.R. W. Murray en echtgenootec. s.contrain Equity.William Wright en echtgenootec. s.Ingevolge bevelschrift van het „Court of Equity,” in bovenstaande zaak uitgevaardigd in de Julij-zitting van 1852, zal ik op den eersten Maandag in Januarij aanstaande, vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’, in het openbaar aan den hoogstbiedende toewijzen,12zeer fraaije Negers,behoorende tot de plantage van wijlen Micajah Mobley, van Fairfield District.Deze Negers bestaan voornamelijk in jonge knapen en meisjes en zijn zeer aan te bevelen.De verkoopsvoorwaarden, enz.Commissioners’ Office,W. R. Robertson.Winnsboro’, 30 November 1852.Vrijwillige Verkoop.In openbare veiling zullen op Dingsdag 21 December aanstaande, ten sterfhuize van mevrouw M. P. Rabb, aan den hoogstbiedende worden toegewezen hare nagelatene goederen, gedeeltelijk bestaande in omstreeks2000bushels koorn,25000ponden veevoeder,tarwe, katoenzaad, paarden, muilezels, rundvee, schapen, varkens.Waarschijnlijk zullen tenzelfden tijde en plaatse verscheidenefraaije jonge negersgeveild worden.De verkoopsvoorwaarden zijn: Alle sommen beneden vijf en twintig dollars contant. Alle sommen van vijf en twintig dollars en daarboven, op twaalf maanden crediet,met intrest van den dag der veiling, op acceptatie en met twee soliede borgen.William S. Rabb.11 November.Administrateur.Geregtelijke verkoop van Landerijen en Negers.Fairfield District.James E. Caldwell, Administrateur van wijlen Jacob Gibson,contrain Equity.Jason D. Gibsonc. s.Ingevolge order van verkoop in het bovengemelde proces, zal ik op den eersten Maandag in Januarij aanstaande en den volgenden dag, vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’, in openbare veiling aan den hoogstbiedende verkoopen, de volgende goederen, nagelaten door wijlen Jacob Gibson van Fairfield District, te weten:De plantage waarop de overledene gewoond heeft, beslaande nagenoeg 661 acres, gelegen aan de Wateree Creek, en belendende aan de landerijen van Samuel Johnston, Theodore S. du Bose, Edward P. Mobley en B. R. Cockrell. Deze plantage zal geveild worden in twee koopen, waarvan de teekeningen op den verkoopdag ter bezigtiging zullen liggen.Voorts:46 prima fraaije Negers,bestaande in voerlieden, smeden, keukenmeiden, huisbedienden, enz.Commissioners’ Office,W. R. Robertson.Winnsboro’, 29 November 1852.Vijftig prima Negers.Den eersten Maandag in Januarij aanstaande, zal ik vóór het Geregtsgebouw te Columbia, vijftig zulke fraaije negers verkoopen, als ooit ten verkoop zijn aangeboden; zij zijn afkomstig van de plantage van A. P. Vinson. De negers zijn in elk opzigt met zorg behandeld. Gegadigdenkunnen verzekerd zijn, dat zij geene betere gelegenheid kunnen vinden om zich te voorzien.18 November.J. H. Adams,Executeur.Vrijwillige Verkoop.Den 15 December aanstaande zullen ten sterfhuize van wijlen Samuel Moore, in York District, al diens nagelaten goederen verkocht worden, bestaande in35 fraaije Negers;Eene hoeveelheid katoen en koorn, paarden en muilezels, bouwgereedschappen, huis- en keukenvoorwerpen en vele goederen meer.18 November.Samuel E. Moore,Administrateur.Vrijwillige Verkoop.Op Dingsdag 14 December aanstaande zullen ten sterfhuize van Robert W. Durham, in Fairfield District, in openbare veiling aan den hoogstbiedende worden toegeslagen, alle de nagelaten goederen van den overledene; gedeeltelijk bestaande uit het volgende:50 prima fraaije Negers.Omstreeks 3000 bushels koorn.Eene hoeveelheid veevoeder.Tarwe, haver, paardeboonen, rogge, katoenzaad, paarden, rundvee, varkens, schapen.23 November.C. H. Durham,Administrateur.Verkooping op last der Sheriffs.Krachtens onderscheidene aan mij gerigte bevelschriften zal ik op den eersten Maandag in December en den volgenden dag, in het Geregtsgebouw van Fairfield, op de gebruikelijke uren aan den hoogstbiedende à contant verkoopen: de volgende goederen van Allen R. Crankfield, als: 2 negers, in beslag genomen voor Alexander Brodiec. s.; 2 paarden en 1 ezel, in beslag genomen voor Alexander Brodie;2 muilezels, 1 paar karwielen, 1 latafel en 1 ledekant, in beslag genomen voor Temperance E. Miller en J. W. Miller;1 neger, de eigendom van R. J. Gladney, in beslag genomen op verzoek van James Camak;1 neger, de eigendom van Geo. McCormick, in beslag genomen op verzoek van W. M. Phifer;1 rijdzadel, te verkoopen onder eene toewijzing van G. W. Boulware aan J. B. Mickle, in de zaak van Geo. Murphy jr. contra G. W. Boulware.Sheriffs Office,19 November 1852.R. E. Ellison,Geregtelijke Verkoop.John A. Crumptonc. s.contrain Equity.Zachariah C. Crumpton.Krachtens bevelschrift in dit proces, zal ik op den eersten Maandag in December aanstaande vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’ in openbare veiling aan den hoogstbiedende verkoopen, drie perceelen land, behoorende tot de bezittingen van wijlen Zachariah Crumpton.Tenzelfden tijde en plaatse zal ik, krachtens bevelschrift als boven,vijf of zes fraaije jonge negers verkoopen, mede de eigendom van Zachariah Crumpton.De verkoopsvoorwaarden, enz.Commissioners’ Office,Winnsboro’, 8 November 1852.W. R. Robertson.Aanzienlijke Verkooping.De ondergeteekende, als administrateur der nalatenschap van wijlen kolonel T. Randell, zal op Maandag 20 December aanstaande, alle goederen tot dien boedel behoorende verkoopen, bestaande in:56 Negers, Vee, Koorn, Voeder, enz. enz.Verkoopsvoorwaarden, enz.2 September.Samuel J. Randell.DeTri-Weekly South Carolinian, die het licht ziet te Columbia, draagt het volgende motto aan het hoofd:Doe wel en zie niet om; het doel van uw streven zij uw land, uw God, de waarheid.In het nommer van 23 December 1852 leest men een „Antwoord van de vrouwen van Virginia aan de vrouwen van Engeland,” waarin de volgende zinsnede opmerking verdient:Geloof ons, diep en in den gebede onderzoeken wij Gods heilig woord; wij zijn innig overtuigd, dat onze instellingen daarmede overeenstemmen.In andere kolommen van dat blad nu komen de volgende advertentiën voor:Verkooping op last der Sheriffs, 2 Januarij 1853.Krachtens onderscheidene bevelschriften zullen vóór het Geregtsgebouw van Columbia, op de gebruikelijke uren, op den eersten Maandag en Dingsdag in Januarij verkocht worden:Ongeveer vier en zeventig acres land, in Richland District, belend ten noorden en oosten door Lorick, ten zuiden en westen door Thomas Trapp.Alsmede, tien stuks rundvee, vijf en twintig stuks varkens en twee honderd bushels koorn, in beslag genomen van M. A. Wilson, op verzoek van Samuel GardnercontraM. A. Wilson.Zeven negers, genaamd Grace, Frances, Edmund, Charlotte, Emuline, Thomas en Charles, in beslag genomen als eigendom van Bartholomew Turnipseed, op verzoek van A. F. Dubard, J. S. Lever en de Bank van den Staatc. s., contraB. Turnipseed.Ongeveer 450 acres land, in Richland District, belend enz. enz.Groote Verkoop van Goederen.Op Maandag 7 Februarij aanstaande zullen in openbare veiling voetstoots verkocht worden op de plantage nabij Linden, al de paarden, muilezels, wagens, bouwgereedschappen, koorn, voeder enz.En op den volgenden Maandag, 14 Februarij, in het Geregtsgebouw te Linden, in Marengo County, in Alabama, bij openbare veiling voetstoots aan den meestbiedende:110 prima fraaije Negers,behoorende tot de plantage van wijlen John Robinson, van Zuid Carolina.Onder deze negers zijn vier knappe timmerlieden en een zeer uitstekend smid.Verkooping van Negers.Op magtiging van den heer Peter Wylie, directeur van Chester District, zal ik op den eersten Maandag in Februarij aanstaande, vóór het Geregtsgebouw te Chesterville, in openbare veiling verkoopen:Veertig fraaije Negers,behoorende tot de plantage van F. W. Davie.23 December.W. D. de Saussure.Executeur.Verkoop van Huisraad, enz., door J. & L. T. Levin.Op Donderdag 6 Januarij aanstaande zullen wij ten onzen huize verkoopen, al het huisraad en de keukengereedschappen, nagelaten door wijlen B. L. McLaughlin, gedeeltelijk bestaande in:Met hair bekleede stoelen, sopha’s en wiegstoelen, piano, mahonie eet- thee- en speeltafels; karpetten, haarden en haardstellen, schoorsteensieraden, klokken, buffetten, bureaux, mahonie ledikanten, vederen bedden en matrassen, waschtafels, gordijnen, glas- en aardewerk en nog vele voorwerpen voor huiselijk gebruik, alles à contant;alsmedeEen neger, genaamd Leonard, tot dienzelfden inboedel behoorende.De voorwaarden, enz.;Als ookeene hoeveelheid nieuwe metselsteenen, afkomstig uit den boedel van wijlen A. S. Johnstone.21 December.Groote verkoop van Negers en van de Saluda-fabriek,door J. & L. T. Levin.Donderdag 30 December ten 11 ure, zullen in het Geregtsgebouw in Columbia verkocht worden:Honderd kostbare Negers.Zelden doet zich eene gelegenheid op als de tegenwoordige. Er zijn onder hen slechts vier boven de 45 jaren, en niet één boven de 50. Men telt onder hen vijf en twintig prima jonge lieden, tusschen 16 en 30 jaren, veertig van de knapste jonge vrouwen, eneene zoo fraaije reeks kinderen als men met oogen zien kan!!Voorwaarden, enz.18 December 1852.Veiling van Negers, door J. & L. T. Levin.Op Maandag 3 Januarij aanstaande zullen in het Geregtsgebouw verkocht worden, ten 10 ure precies:22 fraaije negers, meerendeels jong en sterk. Men vindt onder hen landbouwers, stalknechten en wagenvoerders, huisbedienden enz. De respective ouderdom is: Robinson 10 jaar, Elsey 34, Yanaky 13, Sylla 11, Anikee 8,Robinson 6, Candy 3, Infant 9, Thomas 35, Die 38, Amey 18, Eldridge 13, Charles 6, Sarah 60, Baket 50, Mary 18, Betty 16, Guy 12, Tilla 9, Lydia 24, Rachel 4,Scipio2.Bovengemelde negers worden verkocht ten einde het geld op eene andere wijze te beleggen: de verkoop zal daarom onherroepelijk voortgang hebben.Voorwaarden: Een crediet van een, twee of drie jaren, op acceptatiën betaalbaar bij eene der banken, voorzien van twee soliede endossementen en met intrest van den dag der veiling.8 December 1843.Arme kleine Scipio!Een schoon en knap Meisje uit de hand te koop.Een knap meisje, omstreeks zeventien jaar (grootgebragt in de Bovenstreken), eene goede kinder-oppasseres en huismeid; zij kan wasschen en strijken, een gewonen pot koken,en er wordt voor ingestaan dat zij gezond en sterk is. Zij is te zien op ons kantoor, waar zij blijven zal tot dat zich een kooper opdoet.15 December 1849.Allen & Phillips,Vendumeesters en Commissionnairs.Plantage en Negers te koop.De ondergeteekende, zich in Columbia gevestigd hebbende, biedt ter overneming aan: zijne plantage, gelegen in St. Matthew’s Parish, zes mijlen van den spoorweg, beslaande 1500 acres, thans in vollen bouw, met woonhuis en de noodige bijgebouwen; alsmede50 sterke Negers, met Provisien, enz.Men zal het den koopers gemakkelijk maken. Gegadigden gelieven zich te vervoegen bij den ondergeteekende in Columbia, of bij zijn zoon op de plantage.6 December 1841.T. J. Goodwin.Te Koop.Een fiksche neger-jongen, ongeveer een en twintig jaren oud, een goed voerman en veld-arbeider. Adres aan het bureau dezer courant.20 December 1852.Nu is het bijna niet mogelijk, dat iemand, die van kindsbeen aan gewoon is geweest zulke advertentiën te zien en ze met zoo veel onverschilligheid te doorloopen als wij advertentiën van canapé’s en stoelen doen, er zoodanig door zou getroffen worden, als degeen die geheel ongewoon is aan zulk eene wijze om menschelijke wezens te beschouwen en te verhandelen. Zij maken op hem geen indruk. De bedienden van zijne eigene familie of die zijner vrienden worden niet geveild, en hij weet ook niet dat het met iemand daarvan gebeurd is. Onder de advertentiën kunnen er honderde geweest zijn, die in zijne nabijheid zulke tooneelen te weeg bragte, als in deNegerhutgeschetst zijn. Toen Charles Dickens tafereelen ophing van het gebrek en de ellende te Londen, is welligt eene soortgelijke ongeloovigheid achter de damasten staatsie-gordijnen van menig schitterend salon aan den dag gelegd.Zijhadden nooit iets dergelijks gezien entoch altijd te Londen gewoond. Doch evenwel deed Dickens in menige adellijke en aristocratische borst het menschelijk medegevoel voor de ongelukkigen ontwaken, en leerde hij hen gevoelen, hoeveel rampspoed in hunne onmiddellijke nabijheid bestaan kon, waarvan zij volslagen onbewust waren. Men heeft hem nooit als een verguizer van zijn land beschouwd, ofschoon hij veel van het daarin aanwezige lijden, verdriet en misbruik aan den dag bragt. De schrijfster moet ernstig verzoeken, dat de schrijver dier verhandeling eens de moeitewillenemen om de „statistiek” van den Amerikaanschen binnenlandschen slavenhandel na te gaan; dat hij een of ander nieuwsblad eens geregeld doorloope en een paar maanden aanteekening gelieve te houden van het aantal menschelijke wezens, met harten, hoop en aandoeningen gelijk de zijnen, die geregeld onderworpen worden aan al de onzekerheden en veranderingen van roerend goed. De schrijfster houdt zich verzekerd, dat hij het niet lang zou kunnen doen, zonder in zijn boezem den wensch te voelen oprijzen, om, niet de verdediger, maar de hervormer der instellingen zijns lands te worden.De nieuwsbladen van Zuid-Carolina staan in dit opzigt niet alleen; zij zijn gelijk aan honderde andere bladen uit elken anderen Staat.Dat de lezer een oogenblik stil sta, en nog eens de aangehaalde advertentiën van twee weken doorzie. Dit is geen romanschrijven,—dit zijnfeiten. Zie die menschelijke wezens, voor het publiek uitgestald, te gelijk met paarden, muilezels, karren, katoenzaad, ledekanten enz.,—terwijl Christelijke dames in hetzelfde blad zeggen, dat zij, „in den gebede Gods Woord onderzoeken,” en gelooven dat de instellingen van haar land Zijne goedkeuring wegdragen! Zou hij denken, dat hier, in deze twee weken, geene tooneelen van lijden geweest zijn? Verbeeld u de droefenis dezer gezinnen, de angstige nachten van deze moeders en kinderen, vrouwen en mannen, als de veilingen gehouden zullen worden! Stel u de tooneelen bij den verkoop voor! Eene jonge dame, vriendin van schrijfster dezes, die een winter in Carolina doorbragt, gaf haar eene schets van den verkoop van eene vrouw en hare kinderen. Toen een zevenjarig meisje op de tafel van den verkooper geplaatst werd, viel het kind van vrees en zenuwachtigheid in flaauwte. Zij werdweggenomen, kwam weder bij en werd teruggebragt; de flaauwte kwam terug,—drie malen werd de proef met denzelfden uitslag herhaald, en eindelijk werd de verkoop van het kind uitgesteld!Men leze ook het volgende, dat Dr. Elwood Harvey, redacteur van een blad in een der westelijke Staten, in denPennsylvania Freemanvan 25 December 1846 plaatste:Wij woonden eene verkooping van landerijen en andere goederen in den omtrek van Petersburg, in Virginia, bij, en zagen onvoorbereid tevens slaven in openbare veiling verkoopen. Men had den slaven, die, voor het huis geschaard, de vergaderde menigte aanzagen, gezegd, dat zij niet verkocht zouden worden. Toen de landerijen verkocht waren, riep de vendu-meester op luiden toon: „Breng de negers voor!” Eene uitdrukking van verbazing en schrik vertoonde zich op hun gelaat, terwijl zij eerst elkander aanzagen en toen den drom van koopers, die thans het oog op hen gevestigd hield. Toen hun de vreeselijke waarheid klaar voor den geest stond dat zij verkocht zouden worden en van bloedverwanten en vrienden voor eeuwig gescheiden, werd het tooneel boven beschrijving hartbrekend. Vrouwen grepen hare zuigelingen op en ijlden gillende in de hutten. De kinderen verborgen zich achter de hutten en huisjes, en de mannen stonden in stomme vertwijfeling. De verkooper stond voor den ingang van het huis, en de „mannen en jongens” werden op het plein ter bezigtiging gerangschikt. Er werd aangekondigd, dat men voor degezondheidniet instond, en dat de koopers zelven behoorden te onderzoeken. Eenige oude mannen werden verkocht tot prijzen tusschen dertien en vijf-en-twintig dollars, en het was pijnlijk om aan te zien hoe bejaarde mannen, gebogen onder den last van werk en leed, zich moesten oprigten om de spot van onbeschofte dwingelanden te zijn, en hen hunne ziekelijkheid en onnutheid te hooren vertellen, uit vreeze, dat zij door slavenhandelaars zouden opgekocht worden voor de zuidelijke markten.Een blanke knaap van ongeveer vijftien jaren, werd op do tafel geplaatst. Zijn hair was bruin en glad, zijnehuid van dezelfde kleur als die van andere blanken, en er was geen merkbare negertrek in zijn gelaat waar te nemen.Er werden eenige laffe aardigheden gezegd over zijne kleur, en twee honderd dollars werden voor hem geboden; doch uit den hoop werd geroepen, dat „dit geen genoegzame inzet was voor zulk een fikschen jongen neger.” Sommigen zeiden, dat zij hem „niet om niet” zouden willen hebben. Eenigen merkten aan, dat een witte neger meer last gaf dan voordeel. Eén man zeide, dat het onbetamelijk was,blankente verkoopen. Ik vroeg hem, of dit slechter was dan zwarten te verkoopen, waarop hij geen antwoord gaf. Eer de knaap verkocht werd, snelde zijne moeder uit het huis, en riep met waanzinnige smart: „Mijn zoon, o mijn jongen, wegnemen willen zij mijn dierbaren....” Hier verstomde hare stem, daar zij op eene ruwe manier weggeduwd en de deur gesloten werd. De verkoop werd geen oogenblik afgebroken, en niemand onder de menigte scheen door dit tooneel in het minst aangedaan. De arme jongen, die niet van harte durfde uitweenen in het bijzijn van zoo veel vreemden, die niet het geringste medelijden aan den dag legden, beefde en veegde met zijne mouw de tranen van zijne wangen. Hij vond voor ongeveer twee honderd vijftig dollars een kooper. Gedurende den verkoop weêrgalmde de plaats zoodanig van geween en gekerm, dat het mij eng om het hart werd. Eene vrouw werd daarop bij name geroepen. Alvorens haar kind aan eene oude vrouw over te geven, omhelsde zij het met een woesten druk, en spoedde zich toen werktuigelijk om aan de oproeping te voldoen; doch plotseling bleef zij staan, hief hare armen omhoog, gaf een gil en was buiten staat een stap verder te doen.Een mijner reisgenooten stiet mij aan en zeide: „Kom, laten wij heen gaan; ik kan het niet langer aanzien.” Wij verlieten die plaats dus. De man, die ons rijtuig van Petersburg had gereden, bezat twee zonen, kleine jongens, die tot de plantage behoorden. Hij had de belofte verkregen, dat zij niet verkocht zouden worden. Wij vroegen, of zij zijne eenige kinderen waren. „De eenige overgeblevene van acht,” was zijn antwoord. Drie waren naar het Zuiden verkocht, van wie hij nimmer meer iets zou zien of hooren.Daar de menschen in het Noorden zulke dingen niet zien, is het noodig dat zij er dikwijls genoeg van hooren, ten einde aandachtig te blijven op het lijden van de slagtoffers hunner onverschilligheid.Dit zijn degewoneomstandigheden, niet devergunde wreedheden,van een stelsel, hetwelk de menschen zich-zelven hebben wijs gemaakt, dat in overeenstemming is met Gods Woord!Laten wij aannemen, dat „de familie-betrekking ontzien wordt,voor zoover dit mogelijk is.” Dan doet zich de vraag op:Tot hoever is het mogelijk?Advertentiën van zulke verkoopingen doen zich week aan week in bijna hetzelfde aantal voor in dezelfde nieuwsbladen, in denzelfden omtrek; en handelaars van beroep maken er hun werk van, ze bij te wonen en slagtoffers op te koopen. Indien nu de bewoners van eene bepaalde streek zich belasten met de zorg om toe te zien dat in dezen stroom van veilingen geene gezinnen gescheiden worden, dan moet men tot de overtuiging komen, dat zij weinig anders te doen zouden hebben. Hetiseene waarheid—en die onze menschelijke natuur in het algemeen eere aandoet—dat de smart en zielsangst der arme, hulpelooze schepsels, dikwijls vrienden voor hen doet opstaan onder de edelen van harte. Er zijn menschen in het Zuiden, die al het mogelijke doen en zelfs boven hunne krachten gaan om de wreede operatiën van den slavenhandel te stuiten en in afzonderlijke gevallen verligting aan te brengen. Er zijn er in het Zuiden, die zouden kunnen vertellen, indien zij wilden, hoe hun, wanneer zij den laatsten dollar besteed hadden, waarover zij in eene week konden beschikken, in de volgende week juist even zulk een geval voorkwam, waaraan zij niet konden voldoen. Er zijn meesters in het Zuiden, die zouden kunnen mededeelen, indien zij wilden, hoe zij hebben staan bieden tegen een slavenhandelaar, om een of anderen hunner eigene arme slaven te bevrijden, totdat het bod al hooger en hooger steeg en de gebiedende noodzakelijkheid hun eindelijk den mond sloot. Goedhartige verkoopers weten zeer wel, hoe dikwijls zij worden aangezocht om medewerking, ten einde een armen man buiten de klaauwen van den slavenhandelaar te houden, en hoe zij daarin soms slagen, soms falen.Juist de strijd, dien regtschapene mannen in het Zuiden voeren om den geregelden slavenhandel te knakken, doet hun de hopeloosheid hunner pogingen zien. Wij geven gaaf toe, dat velen hunner evenveel of meer doen, dan wij in soortgelijke omstandigheden doen zouden; maar toch wetenzij, dat, wat zij uitrigten, niets meer dan eene beuzeling is.Doch wij zullen verder redeneren op getuigenis van advertentiën. Wat moet men opmaken uit het onderstaande, voorkomende in denMemphis Eagle and Inquirer, van Zaturdag 13 November 1852? Onder het motto aan het hoofd van dat blad:„Vrijheiden eenheid, thans en immer,” vinden wij het volgende fraais:No. I.Vijf en zeventig Negers.Ik heb zoo even uit de oostelijke streken ontvangen 75 gesorteerde A No. 1 negers. Kom spoedig, zoo gij keuze wilt hebben.Benj. Little.No. II.Contant geld voor Negers.Ik zal zoo hooge contante prijzen voor eenige fiksche jonge negers betalen als eenig handelaar in deze stad;—ook in commissie ontvangen en verknopen op Byrd Hill, de oude plaats, in Adamsstreet, te Memphis.Benj. Little.No. III.Vijf honderd Negers benoodigd.Wij betalen den hoogsten contanten prijs voor alle goede negers, die ons te koop geboden worden. Ieder, die negers te koop heeft, noodigen wij uit zich te vervoegen aan ons kantoor. Wij zullen eerlang ook eens aanzienlijke partij Virginia-negers te koop hebben. Onze gevangenis is zoo sterk als eenige andere in het land, en wij kunnen er negers, die men zou wenschen te doen opsluiten, veilig bewaren.Bolton, Dickins & Co.Laten wij onderdanig mogen vragen wat in de eerste advertentie bedoeld wordt metgesorteerdeA No. 1negers?Is het waarschijnlijk, dat het beteekent, negers die bij geheele gezinnen verkocht worden? Wat meent de uitnoodiging: „Kom spoedig, zoo gij keuze wilt hebben?”Zoo veel wat de eerste advertentie betreft. Laten wij nu den ingewijden eenige vragen aangaande No. II mogen doen. Wat bedoelt mijnheer Benjamin Little met te zeggen: „Ik zal zoo hooge contante prijzen voor eenige fiksche jonge negers betalen als eenig handelaar in deze stad?” Bestaan huisgezinnen doorgaans alleen uit fiksche jonge negers?Ook aangaande de derde advertentie zouden wij gaarne eenige inlichtingen bekomen. De heeren Bolton, Dickins & Co. melden dat zij „eene aanzienlijke partij Virginia-negers” verwachten.Ongelukkige heeren Bolton, Dickins & Co.! Zoudt gij denken, dat familiën in Virginia hare negers zullen verkoopen? Hebt gij dan mijnheer J. Thornton Randolph’s laatsten roman niet gelezen, en daaruit gezien dat oude familiën in Virginianimmeraan slavenhandelaren verkoopen? en—nog meer—dat zij zichaltijdvereenigen en de negers opkoopen, die in de nabuurschap geveild worden, en de slavenhandelaars, als zij zich durven vertoonen, met weinig omslag weggejaagd worden? Men zou waarlijk gaan denken, dat gij uwe begrippen omtrent de zaak uit deNegerhutgeput hadt. Want in het meermalen aangehaalde, artikel uitFraser’s Magazinewordt verzekerd, dat allen, die hunne denkbeelden omtrent de slavernij aan dat boek ontleend hebben, „de slavengezinnen als uiterst ongevestigd en zwervend beschouwen.”Doch eer wij terugkomen van onze verbazing, nemen wij denNatchez(Mississippi)Couriervan 20 November 1852 ter hand en lezen daar:Negers.De ondergeteekende neemt de vrijheid het publiek te berigten, dat hij voor den tijd van verscheidene jaren gehuurd heeft de plaats aan den Driesprong nabij Natchez, en dat hij aldaar het geheele jaar door eene aanzienlijke hoeveelheid negers in voorraad zal hebben. Zijne prijzen zullen even laag of lager zijn dan die van eenig ander handelaar alhier of te New-Orleans.Hij is juist uit Virginia gearriveerd met eene zeer bezienswaardige partij veld-arbeiders en arbeidsters; ook huisbedienden, drie keukenmeiden en een timmerman. Komt en ziet.Tevens zijn bij hem drie paarden te koop.Natchez, 28 September 1852.Thos. G. James.Waar ter wereld heeft die gelukkige mijnheer James dit fraaije „assortiment” Virginia-negers opgedaan? Waarschijnlijk in een of ander graafschap, dat de heer Randolph nooit bezocht heeft. En heeft men geene gezinnen behoeven te scheiden, om dat assortiment tot stand te brengen? Waar zijn hunne kinderen? Wij hooren van eene partij huisbedienden, van drie keukenmeiden en een timmerman, zoowel als van drie paarden. Hadden die ongelukkige keukenmeiden en die timmerman geene betrekkingen? Vloeiden geene droevige tranen langs hunne donkere wangen, toen zij „gesorteerd” werden voor de markt van Natchez? Rijst uit geen dier treurige harten het lied op:O voer mij naar ’t oude Virgienje terug?Al verder ontmoeten wij in hetzelfde blad het volgende:Slaven! Slaven! Slaven!Wekelijks versche aanvoer.—Daar wij ons gevestigd hebben aan den Driesprong, nabij Natchez, bij een contract voor verscheidene jaren, hebben wij thans voorhanden, gelijk wij het heele jaar zullen hebben, een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers, bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden, keukenmeiden, naaisters, waschvrouven, strijksters, enz., welke wij even laag of lager dan eenig ander huis alhier of te New-Orleans kunnen en willen verkoopen.Personen, die aankoopen wenschen te doen, worden aangemaand ons te bezoeken, alvorens zich elders te verbinden, daar onze geregelde aanvoer ons steeds voorziet van een goed en aanzienlijk assortiment. Wij geven den koopers vele faciliteiten. Komt en ziet!Natchez,15 October 1852.Griffin & Pullam.Inderdaad! De heeren Griffin en Pullam schijnen even gelukkig te zijn! Zij hebben elke week verschen aanvoer en zullen „een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers” gereed houden, „bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden”, enz.Laten wij eerbiedig mogen vragen op welke wijze een slavenhandelaar een goed gesorteerden voorraad bijeenkrijgt. Hij gaat naar Virginia om hen uit te zoeken. Men heeft hem order gegeven, b. v. voor een dozijn keukenmeiden, een half dozijn timmerlieden, zooveel huisbedienden, enz., enz. Elk van deze personen heeft zijne eigene betrekkingen; behalve dat zij keukenmeiden, timmerlieden en huisbedienden zijn, zijn zij ook vaders, moeders, mannen en vrouwen: maar wat doet er dat toe? Zij moeten uitgezocht worden, er is eenassortimentnoodig. De heer, die eene keukenmeid bestelde, heeft natuurlijk niets te maken met hare vijf kinderen; en de planter, die order gaf op een timmerman, heeft de keukenmeid, zijne vrouw, niet noodig. Een timmerman is bovendien een kostbaar voorwerp, dat duizend tot vijftien honderd dollars geldt; en een man, die zulk eene som moet betalen, kan zich niet altijd de weelde veroorloven van aan zijne menschlievendheid toe te geven. Wat de kinderen betreft, die moeten in den slavenkweekenden Staat gelaten worden. Want, indien het reeds volwassene productwekelijkste Natchez of New-Orleans aangevoerd wordt, is het dan denkelijk dat de inwoners zich zullen bezwaren met den last van het opkweeken van kinderen? Neen, in elk welingerigt bedrijf moet verdeeling van arbeid in acht genomen worden. De noordelijke Staten kweeken het artikel aan, de zuidelijke consumeren het.Wij hebben tot nu toe meer bepaald uittreksels gemaakt uit de nieuwsbladen van de zuidelijke Staten. Zoo de lezer nieuwsgierig is om te weten hoe het „sorteren” gaat in de noordelijke Staten, dan zal de dagbladpers hem verder op de hoogte stellen. In denDaily Virginianvan 19 November 1852 geeft de heer J. B. McLendon volgenderwijze te kennen dat hij zich gevestigd heeft voor die zaak:Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich te Lynchburg gevestigd hebbende,geeft de hoogste contante prijzen voor negerstusschen 10 en 30 jaren. Zij, die Negers te verkoopen hebben, zullen in hun belang handelen door zich mondeling of schriftelijk tot hem te wenden in het Washington-Hotel te Lynchburg.5 November.J. B. McLendon.De heer McLendon berigt in duidelijke woorden, dat hij geene kinderen beneden tien jaren neemt, noch volwassenen boven dertig. Fraaijejongenegers zijn wat hij begeert:—gezinnen worden natuurlijk nimmer gescheiden.In hetzelfde blad wenscht de heer Seth Woodroof de goê gemeente te herinneren, dat ook hij aan de markt is, gelijk vroeger reeds. Ook hij heeft negers tusschen de tien en dertig jaren noodig; maar hij verlangt bij voorkeur ambachtslieden, smeden en timmerlieden,—getuige zijne eigene advertentie:Negers benoodigd.De ondergeteekende blijft steeds aan de markt tot den aankoop van negers van de beide seksen,tusschen 10 en 30 jaren; zoo er ambachtslieden onder zijn, zoo als smeden en timmerlieden, zal hij de hoogste contante marktprijzen geven. Zijne inrigting is een nieuw steenen gebouw in de Lynchstreet, onmiddellijk achter de „Farmers Bank”, waar hij tevens bijgebouwen opgerigt heeft, strekkende om negers in den kost te nemen, die ten verkoop naar Lynchburg verzonden worden, of anders om hen zoo veilig te bewaren als of zij in de stadsgevangenis waren geplaatst.15 Augustus.Seth Woodroof.Er valt geen twijfelen aan of deze mijnheer Seth Woodroof is een menschelijk man en wenscht de scheiding van gezinnenzooveel mogelijkte vermijden. Gewis wenscht hij vurig, dat al zijne smeden en timmerlieden toch zoo verstandig zullen zijn van geene kinderen beneden de tien jaren te hebben; doch indien de onbedachtzame kerels ze toch hebben, wat staat een menschlievend man dan te doen? Hij moet aan de bestelling van mijnheer die of die voldoen, dat is duidelijk; en daarom moeten John en Sam maar een laatsten blik werpenop hunne kinderen, zoo als Oom Tom op de zijnen wierp toen hij aan hun bedje stond en er groote maar vruchtelooze tranen op neêr liet droppelen.Neen, vrienden, duidt het dien armen heer Seth Woodroof niet euvel, dat hij het afgrijselijke, walgelijke werk van het verscheuren van het levend menschelijke hart verrigt ten uwen dienste! ’t Werk is soms onaangenaam genoeg, zoo als hij u zou kunnen vertellen; en zoo gij verlangt, dat hij het voor u blijve waarnemen, behandel hem dan vriendelijk en beweer niet, beter te zijn dan hij.Maar die voordeelige handel bepaalt zich niet uitsluitend tot de oude Staten. Zie de volgende advertentiën uit een blad van Tennessee, deNachville Gazettevan 23 November 1852, waarin de heer A. A. McLean, algemeen agent voor deze soort van zaken, zijne begeerten en voornemens te kennen geeft:Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk vijf en twintig fiksche negers,—mannen en vrouwen,tusschen 15 en 25 jaren,—te koopen, waarvoor ik de hoogste contante prijzen betalen zal.9 November.A. A. McLean,Algemeen Agent.De heer McLean schijnt alleen negers tusschen de vijftien en vijf en twintig jaren te kunnen gebruiken. Deze advertentie komt twee malen in hetzelfde nommer van genoemd blad voor, waaruit wij moeten opmaken dat de behoefte van dien heer zeer groot is, en hij stellig vertrouwt, dat iemand geneigd zal zijn om te verkoopen. Iets verder geeft dezelfde heer eene andere behoefte te kennen.Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk te koopen een neger-timmerman. Ik zal een goeden prijs betalen.29 September.A. A. McLean,Algemeen Agent.De heer McLean doet geene aanvraag om zijne vrouw en kinderen, noch berigt waarheen die timmerman zal gezonden worden,—of het zal zijn naar de markt van New-Orleans, of de Roode Rivier op, of benedenwaarts naar eenigeplantage aan den Mississippi, waar hij vrouw of kind nooit weêr zal zien. Maar zie, altijd in hetzelfde blad, komt de heer McLean weer met eene nieuwe behoefte voor den dag.Terstond benoodigd.Eene Min; welke ook de prijs zij—hij zal betaald worden voor eene vrouw van goed humeur, gezond gestel enz. Men vervoege zich bijA. A. McLean,Algemeen Agent.En wat moet er worden van het kind van deze min? Misschien op den oogenblik, dat de heer McLean aanvrage om haar doet, zit zij het aan hare borst te wiegen en te denken, gelijk zoo menige andere moeder doet, dat het haast het mooiste en aardigste kind is, dat ooit het licht aanschouwde; want, hoe vreemd het ook klinke! zelfs zwarte moeders hebben soms dat gevoel. Maar dat alles doet er niet toe, men heeft haar noodig als min! Tante Prue kan haar kind overnemen, en moet het dan maar opbrengen met pap en zoo meer. Weg met haar naar mijnheer McLean!Men sla ook een blik op de volgende advertentie, welke doet zien hoe levendig de handel is in den goeden Staat Alabama. De heer S. N. Brown zegt namelijk het volgende in denAdvertiser and Gazette, van Montgomery in Alabama:Negers te koop.S. N. Brown neemt deze gelegenheid waar, om zijne oude begunstigers en anderen die slaven willen koopen, te verwittigen, dat hij thans voorhanden heeft eene zelf door hem uitgezochte en gekochte partij fiksche jonge negers, bestaande in mannen, jongens en vrouwen, veld-arbeiders en bekwame huisbedienden, die hij aanbiedt tot den laagsten prijs, welken de tegenwoordige koersen toelaten. Zijn kantoor is in de Market-street voorbij de Montgomery Hall, bij de oude plaats van Lindsay, waar hij voornemens is slaven ten verkoop te houden voor zijne eigene rekening en niet in commissie, waardoor hij vermeent allen, die hem zullen willen begunstigen, naar genoegen te kunnen bedienen.Montgomery, 13 September 1852.Wij wenschen te vragen waar die jongens en meisjes door dezen heer Brownuitgezochtzijn geworden? Wat gevoeldenhunne vaders en moeders toen zij werdenuitgezocht? Emmeline is uit het eene gezin genomen, George uit het andere. De knappe handelaar heeft uitgestrekte streken doorreisd en op zijn spoor allerwege geween en hartzeer achtergelaten. Een klein voorval, dat onlangs de ronde door de nieuwsbladen gemaakt heeft, kan misschien strekken tot verduidelijking van de tooneelen, die hij veroorzaakt heeft:Eene slavenhistorie.In den nacht van Donderdag den 2den dezer vermoordde eene negerin, behoorende aan Geo. M. Garrison, in Polk County, vier van hare kinderen, door hen in den slaap de halzen af te snijden, en bragt daarop zich-zelve op de zelfde wijze om het leven. Haar meester kent geene aanleiding tot deze afgrijselijke daad, tenzij die daarin mogt gelegen zijn, dat zij hem er van had hooren spreken om haar en twee harer kinderen te verkoopen en de overigen te behouden.Hoe beminnelijk naïf is de onzekerheid van den meester in dit geval! Hij weet, dat men bij de negers het gevoel van wel-opgevoede lieden niet verwachten kan; maar hier doet zich een geval voor, waarin het schepsel werkelijk onverklaarbaar handelt, en hij kan geene andere reden bedenken, dan dat hij voornemens was haar van hare kinderen te scheiden.Doch bedaar, lieve lezer! het ongeluk was zoo groot niet. Hier waren het altemaal kinderen vanarmelieden, en sommige, ofschoon niet alle, waren zwart, en dat, weet gij, maakt een hemelsbreed onderscheid!Maar de heer Brown is de eenige niet in Montgomery. Ook de heer Lindsey wenscht het publiek te herinneren aan zijn depôt.Honderd Negers te koopin mijn depôt, in Commerce-street, tusschen het „Exchange Hotel” en het magazijn van F. M. Gilmer Jr., waar ik van tijd tot tijd gedurende den loop van het saisoen groote partijen negers ontvangen en die tot zoo billijke prijzen als eenig ander huis in de stad verkoopen zal. Beleefdelijk noodig ik mijne oude begunstigers en vrienden uit, mijn voorraad te komen bezigtigen.Montgomery, 2 November 1852.Jno.W. Lindsey.De heer Lindsey zal gedurende heele saisoen negers ontvangen en die zoo billijk als iemand verkoopen; er bestaat, dus geene vrees, dat de voorraad te kort zal schieten. Maar zie, in hetzelfde blad maken ook de heeren Sanders en Foster aanspraak op de aandacht van het publiek.Negers te koop.De ondergeteekenden hebben het welbekende etablissement van Eckles & Brown aangekocht, zoodat zij thans te koop hebben eene aanzienlijke partij sterke jonge negers, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, allen goede veld-arbeiders. Als ook, verscheidene goede huisbedienden en ambachtslieden van allerlei aard. De ondergeteekenden zullen steeds een groot assortiment negers voorhanden hebben, waaronder van alle soorten. Gegadigden zullen in hun belang handelen, met zich eerst bij hen te vervoegen en te zien, eer zij elders koopen.13 April.Sanders & Foster.De heeren Sanders & Foster zullen dus ook een „assortiment” in voorraad houden. Al hunne negers zullen jong en sterk zijn; de nuttelooze oude vaders en moeders zullen weggeworpen worden, zoo als men na het wieden van een tuin het onkruid op een hoop werpt.Eene vraag: Zijn de heeren Sanders & Foster, en J. W. Lindsey, en S. N. Brown, en A. A. McLean, en Seth Woodroof en J. B. McLendon, werkelijk lidmaten van de Kerk? Ergert die vraag u? Waarom? Waarom zouden zij dat niet zijn? De eerwaarde Dr. Smylie, van Mississippi, zegt toch zeer bepaald in een door twee consistoriën goedgekeurd geschrift, dat de Bijbel verlof geeft om slaven te koopen en te verkoopen.1Zoo de Bijbel dit regt verleent en dezen handel wettigt, waarom zou het u dan ergeren, den slavenhandelaar aan deAvondmaalstafel te zien? Gevoelt gij, dat er bloed aan zijne handen kleeft, het bloed van menschenharten die hij heeft vaneen gereten? Siddert gij als hij het gezegende brood aanraakt, en als hij den beker aan de lippen zet, „uit wien hij, die dien onwaardig drinkt, zich-zelven een oordeel drinkt?” Maar wie maakt den slavenhandel? Immers gij? Denkt gij, dat zijn bedrijf heilzaam is voor de ziel? Denkt gij, dat de tooneelen waarmede hij gemeenzaam moet zijn, en de daden die hij verrigten moet om een „assortiment” negers ten uwen gerieve bijeen te houden, dingen zijn, die de goedkeuring van Jezus Christus wegdragen? Denkt gij, dat zij zijne vordering in de genade begunstigen en de behoudenis zijner ziel verzekeren zullen? Of is het voor u zóó onvermijdelijk noodig,gesorteerdenegers te hebben, dat de handelaars niet alleen in dit leven uit de fatsoenlijke kringen verbannen, maar ten uwen gerieve aan het gevaar van voor eeuwig ter helle te varen, moeten blootgesteld worden?Wij zullen de papieren uit het Zuiden nog eens doorloopen en zien of wij niet eenige blijken kunnen vinden van die menschelijkheid, die de scheiding der gezinnenzooveel mogelijkvermijdt. In denArgus, die het licht ziet te Weston, in Missouri, vinden wij den 5den November 1852 het volgende:Eene Negerin te koop.Ik wensch te verkoopen een zwart meisje, omstreeks 24 jaren oud, eene goede kookster en waschvrouw, handig met de naald en ervaren in het spinnen en weven. Ik wensch haar te plaatsen in de nabijheid van Camden Point; zoo zich niet binnen korten tijd een kooper opdoet, zal ik de beste markt zoeken, of haar verruilen tegen twee kleinen, een jongen en een meisje.M. Doyal.Een verstandig man, die mijnheer Doyal! Hij is afkeerig van de scheiding der gezinnen, en wenscht die vrouw daarom te verkoopen in de nabijheid van Camden Point, waar hare betrekkingen zijn,—misschien haar echtgenoot en hare kinderen, of hare broeders en zusters. Hij zal haar niet van hare familie scheiden, zoo het bij mogelijkheid vermeden kan worden; dat wil zeggen, indien hij zonder die scheiding even veel voor haar kan krijgen; doch, zoo dat niet gaat, zal hij„de beste markt zoeken.”Wat zou men van den heer Doyal meer kunnen vergen?En hoe bloeit die heerlijke handel in den Staat Maryland? Wij nemen deBaltimore Sunvan 23 November 1852 ter hand. De heer J. S. Donovan geeft daarin aan het Christelijk publiek volgenderwijze inlichtingen over de inrigting van zijne gevangenis:Contant geld voor Negers.Ik ondergeteekende blijf op de oude plaats, No. 13, Camden-street, voortgaan met den hoogsten prijs voor negers te betalen. Personen, die negers per spoortrein of stoomboot aanvoeren, zullen gemak ondervinden indien zij zich tot bewaring dier negers aan mij rigten, daar mijne gevangenis gelegen is nabij het spoorwegstation en de aanlegplaats der stoombooten. Ik belast mij met het veilig bewaren van negers.J. S. Donovan.Daarop volgt weder eene andere advertentie:Slaven benoodigd.Wij koopen ten allen tijde slaven tot de hoogste contante prijzen. Personen, die wenschen te verknopen, adresseren zich No. 242, Pratt-street (oude firma Slatter). Op brieven wordt geantwoord.B. M. & W. L. Campbell.In eene andere kolom heeft de heer John Denning eene advertentie doen opnemen, wier bewoordingen aan het verhevene grenzen:Vijf duizend Negers benoodigd.Ik zal de hoogste contante prijzen betalen voor 5000 negers, voorzien van goede certificaten, ’tzij slaven voor levenslang of voor eene bepaalde reeks van jaren, in groote of kleine gezinnen, of afzonderlijke negers. Ik zal ook negers, die in den Staat moeten blijven, koopen, mits zij van goed gedrag zijn. Gezinnen worden nimmer gescheiden. Personen, die slaven te koop hebben, adresseren zich aan mij, daar het geld steeds voorhanden ligt. Op orders zal prompt acht geslagen, en eene ruime commissiebetaald worden door John N. Denning, No. 18, South Frederick-street, tusschen de Baltimore en Second-streets, te Baltimore, in Maryland. Er staan boomen voor de deur.Ook de heer John Denning is een menschlievend man. Hij rukt nimmer gezinnen uiteen. Ziet gij het niet uit zijne advertentie? Zoo iemand hem eene vrouw aanbiedt zonder haar man, zal de heer John Denning haar niet koopen. O neen, zeker niet! Zijne vijf duizend negers bestaan allen uit ongesplitste familiën; andere neemt hij nimmer; en hij doet ze weêr heel en ongebroken over. Dit is zeker troostrijk om te overdenken.Men zie ook denDemocratvan 8 December 1852 in, een blad dat te Cambridge, in Maryland, verschijnt. Daarin berigt zeker heer aan de slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen, dat hij weder aan de markt is.Negers benoodigd.Ik wensen den slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen te berigten, dat ik weder aan de markt ben. Personen, die negers bezitten, welke voor hun leven slaven zijn, zullen in hun belang handelen, met mij te spreken, alvorens zij verkoopen, daar ik voornemens ben de hoogste contante prijzen te betalen, waartoe de koers der zuidelijke markt regt geeft. Men kan mij vinden in het hotel van A. Hall, te Easton, waar ik zal vertoeven tot 1oJulij aanstaande. Brieven, die aan mij te Easton, of aan Wm. Bell, te Cambridge, gerigt worden, zullen ten spoedigste worden beantwoord.Wm. Harker.Met den heer Harker is zeer goed te handelen. Hij houdt zich op de hoogte van den staat der zuidelijke markt, en zal de hoogste prijzen betalen waartoe die markt gelegenheid zal geven. Bovendien zal hij te vinden zijn tot Julij, en zal hij alle brieven, die men tot hem rigten mogt, beantwoorden. Over één punt moeten wij hem echter onderhouden. Hij heeft niet geadverteerd, dat hij geene familiën scheidt. ’t Is wel is waar slechts eene kwestie van smaak; maar sommige welmeenende lieden staan er op, om het in de advertentie van een slavenhandelaar te zien; het geeft er een beter oog aan; en als mijnheer Harker er een oogenblik overnadenkt, zal hij het er gewis eene volgende maal invoegen. Het neemt weinig plaats weg en staat goed.Nu en dan brengen de advertentiën wegens ontvlugte slaven ons voor den geest, in hoe geringe mate hetmogelijkbevonden is, om de scheiding der gezinnen tevermijden; zoo als b. v. bij het lezen van het volgende in denRichmond Whigvan 5 November 1852:Tien dollars belooning.Wij zijn gemagtigd door Henry P. Davis, om eene belooning van 10 dollars uit te loven voor het vatten van een neger, genaamd Henry, die van de plantage van gezegden Davis, nabij Petersburg, ontvlugt is op Donderdag, 27 October. Gemelde slaaf, afkomstig uit de nabijheid van Lynchburg, in Virginia, was gekocht van Cock, en heeft eene vrouw in Halifax County, in Virginia. Hij was laatstelijk werkzaam aan den Zuider-spoorweg. Welligt houdt hij zich op in de nabijheid zijner vrouw.Pulliam & Davis,Houders van Verkoopingen te Richmond.De steller der advertentie schijnt het voormogelijkte houden, dat Henry in de nabuurschap zijner vrouw is. Wij zouden er ons in het geheel niet over verwonderen, indien dit het geval ware.Thans is de lezer in het bezit van eenige der statistieke opgaven waarvan de bewoner van Zuid-Carolina spreekt, in zijne zinsnede, die wij hiervoren, op bladz. 27, hebben aangehaald.Ten einde eenig verder begrip te krijgen van den uitgebreiden handel, die in deze soort van eigendom plaatsvindt, ga men het volgende overzigt na, dat opgemaakt is uit vier en zestig nieuwsbladen uit het Zuiden, voor de hand genomen. Al die bladen hebben het licht gezien in de beide laatste weken van November 1852.De negers worden geadverteerd bij naam, soms in bepaalde getallen en soms in „partijen”, „assortimenten” en andere onbepaalde uitdrukkingen. Hoezeer deze opgemaakte lijst verre zijn moet beneden de waarheid, geven wij haar niettemin in den vorm eener tabel.Hier is aangekondigd inslechts elf bladen, de verkoop vanacht honderd negen en veertig slaven, intwee weken, in Virginia; de Staat, waar de heer J. Thornton Randolph schrijft, dat de scheiding van gezinnen eene zaak is „waarvan men soms inromansleest.”STATEN waar de Bladen het licht zien.Aantal der geraadpleegde Bladen.Aantal geadverteerde Negers.Getal partijen, enz.Getal der geadverteerde Vlugtelingen.Virginia11819715Kentucky523817Tennessee8385417Zuid-Carolina1285227Georgia6982..Alabama1054955Mississippi866956Louisiana4460435644,1003092In Zuid-Carolina, van waar de schrijver inFraser’s Magazinedateert, zien wij binnen den tijd van twee weken in een enkel dozijn bladen, acht honderd twee en vijftig negers ten verkoop aangekondigd. Waarlijk, wij behoorden op de nieuwsbladen van zijnen Staat toe te passen, wathijzegt van deNegerhut: „Zoo men zijne begrippen van de slavernij aandeze papierenontleende, zou men de slavengezinnen wel als uiterst ongevestigd en zwervend moeten beschouwen.”Het totaal, in vier en zestig nieuwsbladen in onderscheidene Staten, voor den tijd van slechts twee weken, is vier duizend een honderd, behalve nog dertig „partijen” gelijk men ze noemt.En wie zou nu de hopelooze, nimmer hersteld wordende scheiding des negers van zijn gezin durven vergelijken met de vrijwillige scheiding van den vrije, wien noodzakelijke bezigheden eene poos van zijne betrekkingen verwijderd houden? Is het lot van den slaaf niet reeds bitter genoeg, zonder deze uiterste bespottingen berispelijksten hoon? Wel mogen zij uitroepen in hun zielsangst: „Onze ziele vloeit over van den smaad dergenen die in weelde gezeten zijn, en van de verachting der trotschaards!”De jaloersche wet ontneemt den armen neger, die reedsblootgesteld is aan de bitterste scheiding, het vermogen om te schrijven. Voor hem is de gapende klove zwart en hopeloos diep, zonder een enkel troostrijk baken. Onbekend met de aardrijkskunde, weet hij niet werwaarts hij gaat, noch hoe hij een brief moet adresseren. In alle opzigten is het eene scheiding, zoo hopeloos als die, welke de dood veroorzaakt, en even beslissend.1Hij zegt in een werk over de slavernij: „Zoo de taal in staat is een helder en bepaald begrip van iets te geven, weet ik niet hoe zij iets duidelijker of ondubbelzinniger zou kunnen uitdrukken dan in Leviticus XXV geschiedt, welk Hoofdstuk duidelijk en ondubbelzinnig verklaart, dat God-zelf de slavernij of lijfeigenschap heeft goedgekeurd; en dat het „koopen, verkoopen, houden en vererven” van slaven als eigendommen, inrigtingen zijn, die Hij-zelf heeft vastgesteld.”
Hoofdstuk III.De verstrooijing der huisgezinnen.„Welk een onderscheid tusschen Isabella en hare onderhoorigen!” riep Dr. Worthington met kracht uit. „Voor haar is het een verlies van rang, van fortuin, van de schoone uitzigten des levens, misschien zelfs van de gezondheid; want onvermijdelijk zal zij bezwijken onder de ongewone werkzaamheden en ontberingen, die zij zal moeten ondergaan. Doch voor hen is hetniets dan eene verandering van meesters.”„Ja, want de buren willen niet gedoogen dat een der huisgezinnen verstrooid worde.”„Natuurlijk niet. Van zoo iets leest men wel eens inromans; maar in het werkelijke leven heb ik het nooit gezien, dan in zeldzame gevallen, of als de slaaf zich aan eene overtreding of misdaad had schuldig gemaakt, voor welke hij in het Noorden gevangen gezet zou zijn, misschien wel levenslang.—Cabin and Parlour, door J. Thornton Randolph, blz. 39.„Maar ik zeg u, zij zullen ons allen naar Georgia verkoopen. Hoe ontkomen wij daaraan?”„Daarin zult ge u wel vergissen,” antwoordde Oom Peter zeer bepaald. „In deze streken heb ik nog nooit van zoo iets gehoord, tenzij als een neger zich buitengewoon slecht gedragen had.”Door zulke penseeltrekken als de bovenstaande, geeft de heer Thornton Randolph ons eene schets van de aartsvaderlijke bestendigheid en veiligheid van den toestand van den slaaf in de oude Staten. Dat een slaaf buiten den Staat verkocht werd, heeft Dr. S. Worthington nooit gehoord, behalve in zeldzame gevallen voor eenigerhande misdaad; en Oom Peter heeft daar zelfs nooit iets van vernomen.Is dit eene trouwe schets?Het ergste kwaad van de slavernij is haar noodlottige invloed op het huisgezin; en, naar het inzigt van schrijfster dezes, is het een kwaad, dat blijkbaarder en onweêrsprekelijker is dan eenig ander.’t Is evenwel juist op dit punt, dat de voorstellingen, vervat inde Negerhut, de sterkste tegenspraak ondervonden hebben, hetzij zijdelings als door den bovenaangehaalden romanschrijver, hetzij meer regtstreeks in de nieuwsbladen, zoowel van het Noorden als van het Zuiden. Die van het Noorden verraadt, om het minst te zeggen, de grootste onbekendheid met de zaak, die van het Zuiden doet gewis groot onregt aan den roem van waarheidsliefde en eerlijkheidder zuidelijke burgers. Alle streken des lands hebben gebreken, die daar eigenaardig zijn. De feil van het Zuiden, in het algemeen genomen, is geene bloohartige ontwijking en misleiding. Met groote verbazing las de schrijfster de volgende zinsneden in een artikel inFraser’s Magazine, afkomstig van iemand, die zegt in Zuid-Carolina te wonen:Mevrouw Stowe’s geliefdkoosd voorbeeld van de magt der meesters ten nadeele van den slaaf, is de scheiding der familiën. Men spreekt ons van kinderen van tien maanden, die uit de armen hunner moeders verkocht worden, en van mannen, wier bedrijf bestaat in het opkweeken van kinderen, om van de zijde der moeder verkocht te worden, zoodra zij oud genoeg zijn om de scheiding te kunnen doorstaan. Zoo wij onze kennis van dit punt der slavernij uit mevrouw Stowe’s boek moesten putten, zouden wij de slavengezinnen als uiterst onbevestigd en zwervend moeten beschouwen.En verder:Wij gelooven met vertrouwen, dat, indien statistieke opgaven te verzamelen waren, om over dit punt licht te verspreiden, daaruit blijken zou dat onder de negers veel minder scheiding in de gezinnen plaats vindt dan bij eenige andere klasse van personen.Daar de schrijver van dat artikel echter blijkbaar een man van eer is en vele edele en lofwaardige gevoelens aan den dag legt, kan men niet onderstellen dat deze beweringen werden nedergeschreven om te verdraaijen of te misleiden. Zij zijn dus slechts te beschouwen als bewijzen van de gemakkelijkheid, waarmede een vooringenomen oog dikwijls de onmiskenbaarste feiten over het hoofd ziet, wanneer zij indruischen tegen een geliefkoosd denkbeeld of stelsel, of wanneer zij in hunne strekking ongunstig zijn voor iemands land of familie. Zoo zullen de bewoners van eene plaats, wier ongezondheid algemeen bekend is, gelooven en beweren,—en dit met de meeste opregtheid—dat er in hunne stad minder ziekte heerscht, dan in eene andere, van dezelfde uitgebreidheid, in de geheele wereld. Zoo houden ook ouders hunne kinderen dikwijls voor onberispelijk, juist in die punten,waarin anderen hen het gebrekkigst vinden. De oplossing van dit verschijnsel is natuurlijk en prijzenswaardig, en doet ons achting koesteren voor onze zuidelijke broeders.Er is nog eene andere omstandigheid, waarop men, bij het lezen van zulke beweringen, acht moet geven. Uit het aangehaalde geschrift blijkt, dat de schrijver tot de weinigen behoort, die het bezit van eene volstrekte en onverantwoordelijke magt beschouwen als de krachtigste beweegreden om er een matig gebruik van te maken. Zulke menschen zijn doorgaans door vriend- en bloedverwantschap verbonden met anderen van soortgelijke inborst, waardoor zij zeer ligt in de dwaling vervallen van ieder volgens henzelven te beoordeelen en te denken, dat eene zaak voor de geheele wereld dienstig kan zijn omdat zij goed werkt in hun onmiddellijken kring. Het kan dan ook niet anders, of de velerlei omstandigheden, die sedert de dagen der kindschheid zamenwerken om den neger te verlagen en als minder te doen voorkomen in de oogen van een inboorling van het Zuiden,—het bestendige gebruik om van hen te spreken en te hooren spreken en hen geadverteerd te zien in vereeniging met paarden, muilezels, veevoeder, varkens, enz., gelijk in de zuidelijke nieuwsbladen dagelijksch werk is,—dit alles moet, zelfs bij de regtschapenste menschen, eene zekere verwarring te weeg brengen met opzigt tot de belangen, smarten, genegenheden, van degenen die niet bepaaldelijk tot hun eigen kring behooren, waardoor zij ten hoogste ongeschikt worden om hun toestand juist te beoordeelen. De schrijfster is hierdoor dikwijls bijzonder getroffen geworden bij het lezen van brieven van vrienden uit het Zuiden, die, op dezelfde bladzijde, het een of ander melden betrekkelijk den toestand van de negers in het Zuiden, en dan voortgaan, en, in verband met andere onderwerpen, feiten aanvoeren, die alles weder schijnen tegen te spreken. Wij allen kunnen nagaan hoe die vermenging van het eene met het andere op ons zou werken. Werden wij genoopt op te geven hoe dikwijls de koeijen onzer buren van hare kalven gescheiden zijn, of hoe dikwijls hun huisraad en overige bezitting verspreid en uiteengerukt is geworden door geregtlijke verkoopingen, wij zouden ons geneigd vinden te verklaren, dat het een ongeluk was, dat niet dikwijls plaats vindt.Doch slaan wij een paar nieuwsbladen van Zuid-Carolina open, uitgegeven in denzelfden Staat waar die heer woont, en gaan wij de advertentiën van ééne week na. De schrijfster heeft er eenige verkortingen in gebragt, die in de zaak zelve geene verandering maken.Geregtelijke verkoop van twaalf fraaije Negers.Fairfield District.R. W. Murray en echtgenootec. s.contrain Equity.William Wright en echtgenootec. s.Ingevolge bevelschrift van het „Court of Equity,” in bovenstaande zaak uitgevaardigd in de Julij-zitting van 1852, zal ik op den eersten Maandag in Januarij aanstaande, vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’, in het openbaar aan den hoogstbiedende toewijzen,12zeer fraaije Negers,behoorende tot de plantage van wijlen Micajah Mobley, van Fairfield District.Deze Negers bestaan voornamelijk in jonge knapen en meisjes en zijn zeer aan te bevelen.De verkoopsvoorwaarden, enz.Commissioners’ Office,W. R. Robertson.Winnsboro’, 30 November 1852.Vrijwillige Verkoop.In openbare veiling zullen op Dingsdag 21 December aanstaande, ten sterfhuize van mevrouw M. P. Rabb, aan den hoogstbiedende worden toegewezen hare nagelatene goederen, gedeeltelijk bestaande in omstreeks2000bushels koorn,25000ponden veevoeder,tarwe, katoenzaad, paarden, muilezels, rundvee, schapen, varkens.Waarschijnlijk zullen tenzelfden tijde en plaatse verscheidenefraaije jonge negersgeveild worden.De verkoopsvoorwaarden zijn: Alle sommen beneden vijf en twintig dollars contant. Alle sommen van vijf en twintig dollars en daarboven, op twaalf maanden crediet,met intrest van den dag der veiling, op acceptatie en met twee soliede borgen.William S. Rabb.11 November.Administrateur.Geregtelijke verkoop van Landerijen en Negers.Fairfield District.James E. Caldwell, Administrateur van wijlen Jacob Gibson,contrain Equity.Jason D. Gibsonc. s.Ingevolge order van verkoop in het bovengemelde proces, zal ik op den eersten Maandag in Januarij aanstaande en den volgenden dag, vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’, in openbare veiling aan den hoogstbiedende verkoopen, de volgende goederen, nagelaten door wijlen Jacob Gibson van Fairfield District, te weten:De plantage waarop de overledene gewoond heeft, beslaande nagenoeg 661 acres, gelegen aan de Wateree Creek, en belendende aan de landerijen van Samuel Johnston, Theodore S. du Bose, Edward P. Mobley en B. R. Cockrell. Deze plantage zal geveild worden in twee koopen, waarvan de teekeningen op den verkoopdag ter bezigtiging zullen liggen.Voorts:46 prima fraaije Negers,bestaande in voerlieden, smeden, keukenmeiden, huisbedienden, enz.Commissioners’ Office,W. R. Robertson.Winnsboro’, 29 November 1852.Vijftig prima Negers.Den eersten Maandag in Januarij aanstaande, zal ik vóór het Geregtsgebouw te Columbia, vijftig zulke fraaije negers verkoopen, als ooit ten verkoop zijn aangeboden; zij zijn afkomstig van de plantage van A. P. Vinson. De negers zijn in elk opzigt met zorg behandeld. Gegadigdenkunnen verzekerd zijn, dat zij geene betere gelegenheid kunnen vinden om zich te voorzien.18 November.J. H. Adams,Executeur.Vrijwillige Verkoop.Den 15 December aanstaande zullen ten sterfhuize van wijlen Samuel Moore, in York District, al diens nagelaten goederen verkocht worden, bestaande in35 fraaije Negers;Eene hoeveelheid katoen en koorn, paarden en muilezels, bouwgereedschappen, huis- en keukenvoorwerpen en vele goederen meer.18 November.Samuel E. Moore,Administrateur.Vrijwillige Verkoop.Op Dingsdag 14 December aanstaande zullen ten sterfhuize van Robert W. Durham, in Fairfield District, in openbare veiling aan den hoogstbiedende worden toegeslagen, alle de nagelaten goederen van den overledene; gedeeltelijk bestaande uit het volgende:50 prima fraaije Negers.Omstreeks 3000 bushels koorn.Eene hoeveelheid veevoeder.Tarwe, haver, paardeboonen, rogge, katoenzaad, paarden, rundvee, varkens, schapen.23 November.C. H. Durham,Administrateur.Verkooping op last der Sheriffs.Krachtens onderscheidene aan mij gerigte bevelschriften zal ik op den eersten Maandag in December en den volgenden dag, in het Geregtsgebouw van Fairfield, op de gebruikelijke uren aan den hoogstbiedende à contant verkoopen: de volgende goederen van Allen R. Crankfield, als: 2 negers, in beslag genomen voor Alexander Brodiec. s.; 2 paarden en 1 ezel, in beslag genomen voor Alexander Brodie;2 muilezels, 1 paar karwielen, 1 latafel en 1 ledekant, in beslag genomen voor Temperance E. Miller en J. W. Miller;1 neger, de eigendom van R. J. Gladney, in beslag genomen op verzoek van James Camak;1 neger, de eigendom van Geo. McCormick, in beslag genomen op verzoek van W. M. Phifer;1 rijdzadel, te verkoopen onder eene toewijzing van G. W. Boulware aan J. B. Mickle, in de zaak van Geo. Murphy jr. contra G. W. Boulware.Sheriffs Office,19 November 1852.R. E. Ellison,Geregtelijke Verkoop.John A. Crumptonc. s.contrain Equity.Zachariah C. Crumpton.Krachtens bevelschrift in dit proces, zal ik op den eersten Maandag in December aanstaande vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’ in openbare veiling aan den hoogstbiedende verkoopen, drie perceelen land, behoorende tot de bezittingen van wijlen Zachariah Crumpton.Tenzelfden tijde en plaatse zal ik, krachtens bevelschrift als boven,vijf of zes fraaije jonge negers verkoopen, mede de eigendom van Zachariah Crumpton.De verkoopsvoorwaarden, enz.Commissioners’ Office,Winnsboro’, 8 November 1852.W. R. Robertson.Aanzienlijke Verkooping.De ondergeteekende, als administrateur der nalatenschap van wijlen kolonel T. Randell, zal op Maandag 20 December aanstaande, alle goederen tot dien boedel behoorende verkoopen, bestaande in:56 Negers, Vee, Koorn, Voeder, enz. enz.Verkoopsvoorwaarden, enz.2 September.Samuel J. Randell.DeTri-Weekly South Carolinian, die het licht ziet te Columbia, draagt het volgende motto aan het hoofd:Doe wel en zie niet om; het doel van uw streven zij uw land, uw God, de waarheid.In het nommer van 23 December 1852 leest men een „Antwoord van de vrouwen van Virginia aan de vrouwen van Engeland,” waarin de volgende zinsnede opmerking verdient:Geloof ons, diep en in den gebede onderzoeken wij Gods heilig woord; wij zijn innig overtuigd, dat onze instellingen daarmede overeenstemmen.In andere kolommen van dat blad nu komen de volgende advertentiën voor:Verkooping op last der Sheriffs, 2 Januarij 1853.Krachtens onderscheidene bevelschriften zullen vóór het Geregtsgebouw van Columbia, op de gebruikelijke uren, op den eersten Maandag en Dingsdag in Januarij verkocht worden:Ongeveer vier en zeventig acres land, in Richland District, belend ten noorden en oosten door Lorick, ten zuiden en westen door Thomas Trapp.Alsmede, tien stuks rundvee, vijf en twintig stuks varkens en twee honderd bushels koorn, in beslag genomen van M. A. Wilson, op verzoek van Samuel GardnercontraM. A. Wilson.Zeven negers, genaamd Grace, Frances, Edmund, Charlotte, Emuline, Thomas en Charles, in beslag genomen als eigendom van Bartholomew Turnipseed, op verzoek van A. F. Dubard, J. S. Lever en de Bank van den Staatc. s., contraB. Turnipseed.Ongeveer 450 acres land, in Richland District, belend enz. enz.Groote Verkoop van Goederen.Op Maandag 7 Februarij aanstaande zullen in openbare veiling voetstoots verkocht worden op de plantage nabij Linden, al de paarden, muilezels, wagens, bouwgereedschappen, koorn, voeder enz.En op den volgenden Maandag, 14 Februarij, in het Geregtsgebouw te Linden, in Marengo County, in Alabama, bij openbare veiling voetstoots aan den meestbiedende:110 prima fraaije Negers,behoorende tot de plantage van wijlen John Robinson, van Zuid Carolina.Onder deze negers zijn vier knappe timmerlieden en een zeer uitstekend smid.Verkooping van Negers.Op magtiging van den heer Peter Wylie, directeur van Chester District, zal ik op den eersten Maandag in Februarij aanstaande, vóór het Geregtsgebouw te Chesterville, in openbare veiling verkoopen:Veertig fraaije Negers,behoorende tot de plantage van F. W. Davie.23 December.W. D. de Saussure.Executeur.Verkoop van Huisraad, enz., door J. & L. T. Levin.Op Donderdag 6 Januarij aanstaande zullen wij ten onzen huize verkoopen, al het huisraad en de keukengereedschappen, nagelaten door wijlen B. L. McLaughlin, gedeeltelijk bestaande in:Met hair bekleede stoelen, sopha’s en wiegstoelen, piano, mahonie eet- thee- en speeltafels; karpetten, haarden en haardstellen, schoorsteensieraden, klokken, buffetten, bureaux, mahonie ledikanten, vederen bedden en matrassen, waschtafels, gordijnen, glas- en aardewerk en nog vele voorwerpen voor huiselijk gebruik, alles à contant;alsmedeEen neger, genaamd Leonard, tot dienzelfden inboedel behoorende.De voorwaarden, enz.;Als ookeene hoeveelheid nieuwe metselsteenen, afkomstig uit den boedel van wijlen A. S. Johnstone.21 December.Groote verkoop van Negers en van de Saluda-fabriek,door J. & L. T. Levin.Donderdag 30 December ten 11 ure, zullen in het Geregtsgebouw in Columbia verkocht worden:Honderd kostbare Negers.Zelden doet zich eene gelegenheid op als de tegenwoordige. Er zijn onder hen slechts vier boven de 45 jaren, en niet één boven de 50. Men telt onder hen vijf en twintig prima jonge lieden, tusschen 16 en 30 jaren, veertig van de knapste jonge vrouwen, eneene zoo fraaije reeks kinderen als men met oogen zien kan!!Voorwaarden, enz.18 December 1852.Veiling van Negers, door J. & L. T. Levin.Op Maandag 3 Januarij aanstaande zullen in het Geregtsgebouw verkocht worden, ten 10 ure precies:22 fraaije negers, meerendeels jong en sterk. Men vindt onder hen landbouwers, stalknechten en wagenvoerders, huisbedienden enz. De respective ouderdom is: Robinson 10 jaar, Elsey 34, Yanaky 13, Sylla 11, Anikee 8,Robinson 6, Candy 3, Infant 9, Thomas 35, Die 38, Amey 18, Eldridge 13, Charles 6, Sarah 60, Baket 50, Mary 18, Betty 16, Guy 12, Tilla 9, Lydia 24, Rachel 4,Scipio2.Bovengemelde negers worden verkocht ten einde het geld op eene andere wijze te beleggen: de verkoop zal daarom onherroepelijk voortgang hebben.Voorwaarden: Een crediet van een, twee of drie jaren, op acceptatiën betaalbaar bij eene der banken, voorzien van twee soliede endossementen en met intrest van den dag der veiling.8 December 1843.Arme kleine Scipio!Een schoon en knap Meisje uit de hand te koop.Een knap meisje, omstreeks zeventien jaar (grootgebragt in de Bovenstreken), eene goede kinder-oppasseres en huismeid; zij kan wasschen en strijken, een gewonen pot koken,en er wordt voor ingestaan dat zij gezond en sterk is. Zij is te zien op ons kantoor, waar zij blijven zal tot dat zich een kooper opdoet.15 December 1849.Allen & Phillips,Vendumeesters en Commissionnairs.Plantage en Negers te koop.De ondergeteekende, zich in Columbia gevestigd hebbende, biedt ter overneming aan: zijne plantage, gelegen in St. Matthew’s Parish, zes mijlen van den spoorweg, beslaande 1500 acres, thans in vollen bouw, met woonhuis en de noodige bijgebouwen; alsmede50 sterke Negers, met Provisien, enz.Men zal het den koopers gemakkelijk maken. Gegadigden gelieven zich te vervoegen bij den ondergeteekende in Columbia, of bij zijn zoon op de plantage.6 December 1841.T. J. Goodwin.Te Koop.Een fiksche neger-jongen, ongeveer een en twintig jaren oud, een goed voerman en veld-arbeider. Adres aan het bureau dezer courant.20 December 1852.Nu is het bijna niet mogelijk, dat iemand, die van kindsbeen aan gewoon is geweest zulke advertentiën te zien en ze met zoo veel onverschilligheid te doorloopen als wij advertentiën van canapé’s en stoelen doen, er zoodanig door zou getroffen worden, als degeen die geheel ongewoon is aan zulk eene wijze om menschelijke wezens te beschouwen en te verhandelen. Zij maken op hem geen indruk. De bedienden van zijne eigene familie of die zijner vrienden worden niet geveild, en hij weet ook niet dat het met iemand daarvan gebeurd is. Onder de advertentiën kunnen er honderde geweest zijn, die in zijne nabijheid zulke tooneelen te weeg bragte, als in deNegerhutgeschetst zijn. Toen Charles Dickens tafereelen ophing van het gebrek en de ellende te Londen, is welligt eene soortgelijke ongeloovigheid achter de damasten staatsie-gordijnen van menig schitterend salon aan den dag gelegd.Zijhadden nooit iets dergelijks gezien entoch altijd te Londen gewoond. Doch evenwel deed Dickens in menige adellijke en aristocratische borst het menschelijk medegevoel voor de ongelukkigen ontwaken, en leerde hij hen gevoelen, hoeveel rampspoed in hunne onmiddellijke nabijheid bestaan kon, waarvan zij volslagen onbewust waren. Men heeft hem nooit als een verguizer van zijn land beschouwd, ofschoon hij veel van het daarin aanwezige lijden, verdriet en misbruik aan den dag bragt. De schrijfster moet ernstig verzoeken, dat de schrijver dier verhandeling eens de moeitewillenemen om de „statistiek” van den Amerikaanschen binnenlandschen slavenhandel na te gaan; dat hij een of ander nieuwsblad eens geregeld doorloope en een paar maanden aanteekening gelieve te houden van het aantal menschelijke wezens, met harten, hoop en aandoeningen gelijk de zijnen, die geregeld onderworpen worden aan al de onzekerheden en veranderingen van roerend goed. De schrijfster houdt zich verzekerd, dat hij het niet lang zou kunnen doen, zonder in zijn boezem den wensch te voelen oprijzen, om, niet de verdediger, maar de hervormer der instellingen zijns lands te worden.De nieuwsbladen van Zuid-Carolina staan in dit opzigt niet alleen; zij zijn gelijk aan honderde andere bladen uit elken anderen Staat.Dat de lezer een oogenblik stil sta, en nog eens de aangehaalde advertentiën van twee weken doorzie. Dit is geen romanschrijven,—dit zijnfeiten. Zie die menschelijke wezens, voor het publiek uitgestald, te gelijk met paarden, muilezels, karren, katoenzaad, ledekanten enz.,—terwijl Christelijke dames in hetzelfde blad zeggen, dat zij, „in den gebede Gods Woord onderzoeken,” en gelooven dat de instellingen van haar land Zijne goedkeuring wegdragen! Zou hij denken, dat hier, in deze twee weken, geene tooneelen van lijden geweest zijn? Verbeeld u de droefenis dezer gezinnen, de angstige nachten van deze moeders en kinderen, vrouwen en mannen, als de veilingen gehouden zullen worden! Stel u de tooneelen bij den verkoop voor! Eene jonge dame, vriendin van schrijfster dezes, die een winter in Carolina doorbragt, gaf haar eene schets van den verkoop van eene vrouw en hare kinderen. Toen een zevenjarig meisje op de tafel van den verkooper geplaatst werd, viel het kind van vrees en zenuwachtigheid in flaauwte. Zij werdweggenomen, kwam weder bij en werd teruggebragt; de flaauwte kwam terug,—drie malen werd de proef met denzelfden uitslag herhaald, en eindelijk werd de verkoop van het kind uitgesteld!Men leze ook het volgende, dat Dr. Elwood Harvey, redacteur van een blad in een der westelijke Staten, in denPennsylvania Freemanvan 25 December 1846 plaatste:Wij woonden eene verkooping van landerijen en andere goederen in den omtrek van Petersburg, in Virginia, bij, en zagen onvoorbereid tevens slaven in openbare veiling verkoopen. Men had den slaven, die, voor het huis geschaard, de vergaderde menigte aanzagen, gezegd, dat zij niet verkocht zouden worden. Toen de landerijen verkocht waren, riep de vendu-meester op luiden toon: „Breng de negers voor!” Eene uitdrukking van verbazing en schrik vertoonde zich op hun gelaat, terwijl zij eerst elkander aanzagen en toen den drom van koopers, die thans het oog op hen gevestigd hield. Toen hun de vreeselijke waarheid klaar voor den geest stond dat zij verkocht zouden worden en van bloedverwanten en vrienden voor eeuwig gescheiden, werd het tooneel boven beschrijving hartbrekend. Vrouwen grepen hare zuigelingen op en ijlden gillende in de hutten. De kinderen verborgen zich achter de hutten en huisjes, en de mannen stonden in stomme vertwijfeling. De verkooper stond voor den ingang van het huis, en de „mannen en jongens” werden op het plein ter bezigtiging gerangschikt. Er werd aangekondigd, dat men voor degezondheidniet instond, en dat de koopers zelven behoorden te onderzoeken. Eenige oude mannen werden verkocht tot prijzen tusschen dertien en vijf-en-twintig dollars, en het was pijnlijk om aan te zien hoe bejaarde mannen, gebogen onder den last van werk en leed, zich moesten oprigten om de spot van onbeschofte dwingelanden te zijn, en hen hunne ziekelijkheid en onnutheid te hooren vertellen, uit vreeze, dat zij door slavenhandelaars zouden opgekocht worden voor de zuidelijke markten.Een blanke knaap van ongeveer vijftien jaren, werd op do tafel geplaatst. Zijn hair was bruin en glad, zijnehuid van dezelfde kleur als die van andere blanken, en er was geen merkbare negertrek in zijn gelaat waar te nemen.Er werden eenige laffe aardigheden gezegd over zijne kleur, en twee honderd dollars werden voor hem geboden; doch uit den hoop werd geroepen, dat „dit geen genoegzame inzet was voor zulk een fikschen jongen neger.” Sommigen zeiden, dat zij hem „niet om niet” zouden willen hebben. Eenigen merkten aan, dat een witte neger meer last gaf dan voordeel. Eén man zeide, dat het onbetamelijk was,blankente verkoopen. Ik vroeg hem, of dit slechter was dan zwarten te verkoopen, waarop hij geen antwoord gaf. Eer de knaap verkocht werd, snelde zijne moeder uit het huis, en riep met waanzinnige smart: „Mijn zoon, o mijn jongen, wegnemen willen zij mijn dierbaren....” Hier verstomde hare stem, daar zij op eene ruwe manier weggeduwd en de deur gesloten werd. De verkoop werd geen oogenblik afgebroken, en niemand onder de menigte scheen door dit tooneel in het minst aangedaan. De arme jongen, die niet van harte durfde uitweenen in het bijzijn van zoo veel vreemden, die niet het geringste medelijden aan den dag legden, beefde en veegde met zijne mouw de tranen van zijne wangen. Hij vond voor ongeveer twee honderd vijftig dollars een kooper. Gedurende den verkoop weêrgalmde de plaats zoodanig van geween en gekerm, dat het mij eng om het hart werd. Eene vrouw werd daarop bij name geroepen. Alvorens haar kind aan eene oude vrouw over te geven, omhelsde zij het met een woesten druk, en spoedde zich toen werktuigelijk om aan de oproeping te voldoen; doch plotseling bleef zij staan, hief hare armen omhoog, gaf een gil en was buiten staat een stap verder te doen.Een mijner reisgenooten stiet mij aan en zeide: „Kom, laten wij heen gaan; ik kan het niet langer aanzien.” Wij verlieten die plaats dus. De man, die ons rijtuig van Petersburg had gereden, bezat twee zonen, kleine jongens, die tot de plantage behoorden. Hij had de belofte verkregen, dat zij niet verkocht zouden worden. Wij vroegen, of zij zijne eenige kinderen waren. „De eenige overgeblevene van acht,” was zijn antwoord. Drie waren naar het Zuiden verkocht, van wie hij nimmer meer iets zou zien of hooren.Daar de menschen in het Noorden zulke dingen niet zien, is het noodig dat zij er dikwijls genoeg van hooren, ten einde aandachtig te blijven op het lijden van de slagtoffers hunner onverschilligheid.Dit zijn degewoneomstandigheden, niet devergunde wreedheden,van een stelsel, hetwelk de menschen zich-zelven hebben wijs gemaakt, dat in overeenstemming is met Gods Woord!Laten wij aannemen, dat „de familie-betrekking ontzien wordt,voor zoover dit mogelijk is.” Dan doet zich de vraag op:Tot hoever is het mogelijk?Advertentiën van zulke verkoopingen doen zich week aan week in bijna hetzelfde aantal voor in dezelfde nieuwsbladen, in denzelfden omtrek; en handelaars van beroep maken er hun werk van, ze bij te wonen en slagtoffers op te koopen. Indien nu de bewoners van eene bepaalde streek zich belasten met de zorg om toe te zien dat in dezen stroom van veilingen geene gezinnen gescheiden worden, dan moet men tot de overtuiging komen, dat zij weinig anders te doen zouden hebben. Hetiseene waarheid—en die onze menschelijke natuur in het algemeen eere aandoet—dat de smart en zielsangst der arme, hulpelooze schepsels, dikwijls vrienden voor hen doet opstaan onder de edelen van harte. Er zijn menschen in het Zuiden, die al het mogelijke doen en zelfs boven hunne krachten gaan om de wreede operatiën van den slavenhandel te stuiten en in afzonderlijke gevallen verligting aan te brengen. Er zijn er in het Zuiden, die zouden kunnen vertellen, indien zij wilden, hoe hun, wanneer zij den laatsten dollar besteed hadden, waarover zij in eene week konden beschikken, in de volgende week juist even zulk een geval voorkwam, waaraan zij niet konden voldoen. Er zijn meesters in het Zuiden, die zouden kunnen mededeelen, indien zij wilden, hoe zij hebben staan bieden tegen een slavenhandelaar, om een of anderen hunner eigene arme slaven te bevrijden, totdat het bod al hooger en hooger steeg en de gebiedende noodzakelijkheid hun eindelijk den mond sloot. Goedhartige verkoopers weten zeer wel, hoe dikwijls zij worden aangezocht om medewerking, ten einde een armen man buiten de klaauwen van den slavenhandelaar te houden, en hoe zij daarin soms slagen, soms falen.Juist de strijd, dien regtschapene mannen in het Zuiden voeren om den geregelden slavenhandel te knakken, doet hun de hopeloosheid hunner pogingen zien. Wij geven gaaf toe, dat velen hunner evenveel of meer doen, dan wij in soortgelijke omstandigheden doen zouden; maar toch wetenzij, dat, wat zij uitrigten, niets meer dan eene beuzeling is.Doch wij zullen verder redeneren op getuigenis van advertentiën. Wat moet men opmaken uit het onderstaande, voorkomende in denMemphis Eagle and Inquirer, van Zaturdag 13 November 1852? Onder het motto aan het hoofd van dat blad:„Vrijheiden eenheid, thans en immer,” vinden wij het volgende fraais:No. I.Vijf en zeventig Negers.Ik heb zoo even uit de oostelijke streken ontvangen 75 gesorteerde A No. 1 negers. Kom spoedig, zoo gij keuze wilt hebben.Benj. Little.No. II.Contant geld voor Negers.Ik zal zoo hooge contante prijzen voor eenige fiksche jonge negers betalen als eenig handelaar in deze stad;—ook in commissie ontvangen en verknopen op Byrd Hill, de oude plaats, in Adamsstreet, te Memphis.Benj. Little.No. III.Vijf honderd Negers benoodigd.Wij betalen den hoogsten contanten prijs voor alle goede negers, die ons te koop geboden worden. Ieder, die negers te koop heeft, noodigen wij uit zich te vervoegen aan ons kantoor. Wij zullen eerlang ook eens aanzienlijke partij Virginia-negers te koop hebben. Onze gevangenis is zoo sterk als eenige andere in het land, en wij kunnen er negers, die men zou wenschen te doen opsluiten, veilig bewaren.Bolton, Dickins & Co.Laten wij onderdanig mogen vragen wat in de eerste advertentie bedoeld wordt metgesorteerdeA No. 1negers?Is het waarschijnlijk, dat het beteekent, negers die bij geheele gezinnen verkocht worden? Wat meent de uitnoodiging: „Kom spoedig, zoo gij keuze wilt hebben?”Zoo veel wat de eerste advertentie betreft. Laten wij nu den ingewijden eenige vragen aangaande No. II mogen doen. Wat bedoelt mijnheer Benjamin Little met te zeggen: „Ik zal zoo hooge contante prijzen voor eenige fiksche jonge negers betalen als eenig handelaar in deze stad?” Bestaan huisgezinnen doorgaans alleen uit fiksche jonge negers?Ook aangaande de derde advertentie zouden wij gaarne eenige inlichtingen bekomen. De heeren Bolton, Dickins & Co. melden dat zij „eene aanzienlijke partij Virginia-negers” verwachten.Ongelukkige heeren Bolton, Dickins & Co.! Zoudt gij denken, dat familiën in Virginia hare negers zullen verkoopen? Hebt gij dan mijnheer J. Thornton Randolph’s laatsten roman niet gelezen, en daaruit gezien dat oude familiën in Virginianimmeraan slavenhandelaren verkoopen? en—nog meer—dat zij zichaltijdvereenigen en de negers opkoopen, die in de nabuurschap geveild worden, en de slavenhandelaars, als zij zich durven vertoonen, met weinig omslag weggejaagd worden? Men zou waarlijk gaan denken, dat gij uwe begrippen omtrent de zaak uit deNegerhutgeput hadt. Want in het meermalen aangehaalde, artikel uitFraser’s Magazinewordt verzekerd, dat allen, die hunne denkbeelden omtrent de slavernij aan dat boek ontleend hebben, „de slavengezinnen als uiterst ongevestigd en zwervend beschouwen.”Doch eer wij terugkomen van onze verbazing, nemen wij denNatchez(Mississippi)Couriervan 20 November 1852 ter hand en lezen daar:Negers.De ondergeteekende neemt de vrijheid het publiek te berigten, dat hij voor den tijd van verscheidene jaren gehuurd heeft de plaats aan den Driesprong nabij Natchez, en dat hij aldaar het geheele jaar door eene aanzienlijke hoeveelheid negers in voorraad zal hebben. Zijne prijzen zullen even laag of lager zijn dan die van eenig ander handelaar alhier of te New-Orleans.Hij is juist uit Virginia gearriveerd met eene zeer bezienswaardige partij veld-arbeiders en arbeidsters; ook huisbedienden, drie keukenmeiden en een timmerman. Komt en ziet.Tevens zijn bij hem drie paarden te koop.Natchez, 28 September 1852.Thos. G. James.Waar ter wereld heeft die gelukkige mijnheer James dit fraaije „assortiment” Virginia-negers opgedaan? Waarschijnlijk in een of ander graafschap, dat de heer Randolph nooit bezocht heeft. En heeft men geene gezinnen behoeven te scheiden, om dat assortiment tot stand te brengen? Waar zijn hunne kinderen? Wij hooren van eene partij huisbedienden, van drie keukenmeiden en een timmerman, zoowel als van drie paarden. Hadden die ongelukkige keukenmeiden en die timmerman geene betrekkingen? Vloeiden geene droevige tranen langs hunne donkere wangen, toen zij „gesorteerd” werden voor de markt van Natchez? Rijst uit geen dier treurige harten het lied op:O voer mij naar ’t oude Virgienje terug?Al verder ontmoeten wij in hetzelfde blad het volgende:Slaven! Slaven! Slaven!Wekelijks versche aanvoer.—Daar wij ons gevestigd hebben aan den Driesprong, nabij Natchez, bij een contract voor verscheidene jaren, hebben wij thans voorhanden, gelijk wij het heele jaar zullen hebben, een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers, bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden, keukenmeiden, naaisters, waschvrouven, strijksters, enz., welke wij even laag of lager dan eenig ander huis alhier of te New-Orleans kunnen en willen verkoopen.Personen, die aankoopen wenschen te doen, worden aangemaand ons te bezoeken, alvorens zich elders te verbinden, daar onze geregelde aanvoer ons steeds voorziet van een goed en aanzienlijk assortiment. Wij geven den koopers vele faciliteiten. Komt en ziet!Natchez,15 October 1852.Griffin & Pullam.Inderdaad! De heeren Griffin en Pullam schijnen even gelukkig te zijn! Zij hebben elke week verschen aanvoer en zullen „een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers” gereed houden, „bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden”, enz.Laten wij eerbiedig mogen vragen op welke wijze een slavenhandelaar een goed gesorteerden voorraad bijeenkrijgt. Hij gaat naar Virginia om hen uit te zoeken. Men heeft hem order gegeven, b. v. voor een dozijn keukenmeiden, een half dozijn timmerlieden, zooveel huisbedienden, enz., enz. Elk van deze personen heeft zijne eigene betrekkingen; behalve dat zij keukenmeiden, timmerlieden en huisbedienden zijn, zijn zij ook vaders, moeders, mannen en vrouwen: maar wat doet er dat toe? Zij moeten uitgezocht worden, er is eenassortimentnoodig. De heer, die eene keukenmeid bestelde, heeft natuurlijk niets te maken met hare vijf kinderen; en de planter, die order gaf op een timmerman, heeft de keukenmeid, zijne vrouw, niet noodig. Een timmerman is bovendien een kostbaar voorwerp, dat duizend tot vijftien honderd dollars geldt; en een man, die zulk eene som moet betalen, kan zich niet altijd de weelde veroorloven van aan zijne menschlievendheid toe te geven. Wat de kinderen betreft, die moeten in den slavenkweekenden Staat gelaten worden. Want, indien het reeds volwassene productwekelijkste Natchez of New-Orleans aangevoerd wordt, is het dan denkelijk dat de inwoners zich zullen bezwaren met den last van het opkweeken van kinderen? Neen, in elk welingerigt bedrijf moet verdeeling van arbeid in acht genomen worden. De noordelijke Staten kweeken het artikel aan, de zuidelijke consumeren het.Wij hebben tot nu toe meer bepaald uittreksels gemaakt uit de nieuwsbladen van de zuidelijke Staten. Zoo de lezer nieuwsgierig is om te weten hoe het „sorteren” gaat in de noordelijke Staten, dan zal de dagbladpers hem verder op de hoogte stellen. In denDaily Virginianvan 19 November 1852 geeft de heer J. B. McLendon volgenderwijze te kennen dat hij zich gevestigd heeft voor die zaak:Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich te Lynchburg gevestigd hebbende,geeft de hoogste contante prijzen voor negerstusschen 10 en 30 jaren. Zij, die Negers te verkoopen hebben, zullen in hun belang handelen door zich mondeling of schriftelijk tot hem te wenden in het Washington-Hotel te Lynchburg.5 November.J. B. McLendon.De heer McLendon berigt in duidelijke woorden, dat hij geene kinderen beneden tien jaren neemt, noch volwassenen boven dertig. Fraaijejongenegers zijn wat hij begeert:—gezinnen worden natuurlijk nimmer gescheiden.In hetzelfde blad wenscht de heer Seth Woodroof de goê gemeente te herinneren, dat ook hij aan de markt is, gelijk vroeger reeds. Ook hij heeft negers tusschen de tien en dertig jaren noodig; maar hij verlangt bij voorkeur ambachtslieden, smeden en timmerlieden,—getuige zijne eigene advertentie:Negers benoodigd.De ondergeteekende blijft steeds aan de markt tot den aankoop van negers van de beide seksen,tusschen 10 en 30 jaren; zoo er ambachtslieden onder zijn, zoo als smeden en timmerlieden, zal hij de hoogste contante marktprijzen geven. Zijne inrigting is een nieuw steenen gebouw in de Lynchstreet, onmiddellijk achter de „Farmers Bank”, waar hij tevens bijgebouwen opgerigt heeft, strekkende om negers in den kost te nemen, die ten verkoop naar Lynchburg verzonden worden, of anders om hen zoo veilig te bewaren als of zij in de stadsgevangenis waren geplaatst.15 Augustus.Seth Woodroof.Er valt geen twijfelen aan of deze mijnheer Seth Woodroof is een menschelijk man en wenscht de scheiding van gezinnenzooveel mogelijkte vermijden. Gewis wenscht hij vurig, dat al zijne smeden en timmerlieden toch zoo verstandig zullen zijn van geene kinderen beneden de tien jaren te hebben; doch indien de onbedachtzame kerels ze toch hebben, wat staat een menschlievend man dan te doen? Hij moet aan de bestelling van mijnheer die of die voldoen, dat is duidelijk; en daarom moeten John en Sam maar een laatsten blik werpenop hunne kinderen, zoo als Oom Tom op de zijnen wierp toen hij aan hun bedje stond en er groote maar vruchtelooze tranen op neêr liet droppelen.Neen, vrienden, duidt het dien armen heer Seth Woodroof niet euvel, dat hij het afgrijselijke, walgelijke werk van het verscheuren van het levend menschelijke hart verrigt ten uwen dienste! ’t Werk is soms onaangenaam genoeg, zoo als hij u zou kunnen vertellen; en zoo gij verlangt, dat hij het voor u blijve waarnemen, behandel hem dan vriendelijk en beweer niet, beter te zijn dan hij.Maar die voordeelige handel bepaalt zich niet uitsluitend tot de oude Staten. Zie de volgende advertentiën uit een blad van Tennessee, deNachville Gazettevan 23 November 1852, waarin de heer A. A. McLean, algemeen agent voor deze soort van zaken, zijne begeerten en voornemens te kennen geeft:Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk vijf en twintig fiksche negers,—mannen en vrouwen,tusschen 15 en 25 jaren,—te koopen, waarvoor ik de hoogste contante prijzen betalen zal.9 November.A. A. McLean,Algemeen Agent.De heer McLean schijnt alleen negers tusschen de vijftien en vijf en twintig jaren te kunnen gebruiken. Deze advertentie komt twee malen in hetzelfde nommer van genoemd blad voor, waaruit wij moeten opmaken dat de behoefte van dien heer zeer groot is, en hij stellig vertrouwt, dat iemand geneigd zal zijn om te verkoopen. Iets verder geeft dezelfde heer eene andere behoefte te kennen.Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk te koopen een neger-timmerman. Ik zal een goeden prijs betalen.29 September.A. A. McLean,Algemeen Agent.De heer McLean doet geene aanvraag om zijne vrouw en kinderen, noch berigt waarheen die timmerman zal gezonden worden,—of het zal zijn naar de markt van New-Orleans, of de Roode Rivier op, of benedenwaarts naar eenigeplantage aan den Mississippi, waar hij vrouw of kind nooit weêr zal zien. Maar zie, altijd in hetzelfde blad, komt de heer McLean weer met eene nieuwe behoefte voor den dag.Terstond benoodigd.Eene Min; welke ook de prijs zij—hij zal betaald worden voor eene vrouw van goed humeur, gezond gestel enz. Men vervoege zich bijA. A. McLean,Algemeen Agent.En wat moet er worden van het kind van deze min? Misschien op den oogenblik, dat de heer McLean aanvrage om haar doet, zit zij het aan hare borst te wiegen en te denken, gelijk zoo menige andere moeder doet, dat het haast het mooiste en aardigste kind is, dat ooit het licht aanschouwde; want, hoe vreemd het ook klinke! zelfs zwarte moeders hebben soms dat gevoel. Maar dat alles doet er niet toe, men heeft haar noodig als min! Tante Prue kan haar kind overnemen, en moet het dan maar opbrengen met pap en zoo meer. Weg met haar naar mijnheer McLean!Men sla ook een blik op de volgende advertentie, welke doet zien hoe levendig de handel is in den goeden Staat Alabama. De heer S. N. Brown zegt namelijk het volgende in denAdvertiser and Gazette, van Montgomery in Alabama:Negers te koop.S. N. Brown neemt deze gelegenheid waar, om zijne oude begunstigers en anderen die slaven willen koopen, te verwittigen, dat hij thans voorhanden heeft eene zelf door hem uitgezochte en gekochte partij fiksche jonge negers, bestaande in mannen, jongens en vrouwen, veld-arbeiders en bekwame huisbedienden, die hij aanbiedt tot den laagsten prijs, welken de tegenwoordige koersen toelaten. Zijn kantoor is in de Market-street voorbij de Montgomery Hall, bij de oude plaats van Lindsay, waar hij voornemens is slaven ten verkoop te houden voor zijne eigene rekening en niet in commissie, waardoor hij vermeent allen, die hem zullen willen begunstigen, naar genoegen te kunnen bedienen.Montgomery, 13 September 1852.Wij wenschen te vragen waar die jongens en meisjes door dezen heer Brownuitgezochtzijn geworden? Wat gevoeldenhunne vaders en moeders toen zij werdenuitgezocht? Emmeline is uit het eene gezin genomen, George uit het andere. De knappe handelaar heeft uitgestrekte streken doorreisd en op zijn spoor allerwege geween en hartzeer achtergelaten. Een klein voorval, dat onlangs de ronde door de nieuwsbladen gemaakt heeft, kan misschien strekken tot verduidelijking van de tooneelen, die hij veroorzaakt heeft:Eene slavenhistorie.In den nacht van Donderdag den 2den dezer vermoordde eene negerin, behoorende aan Geo. M. Garrison, in Polk County, vier van hare kinderen, door hen in den slaap de halzen af te snijden, en bragt daarop zich-zelve op de zelfde wijze om het leven. Haar meester kent geene aanleiding tot deze afgrijselijke daad, tenzij die daarin mogt gelegen zijn, dat zij hem er van had hooren spreken om haar en twee harer kinderen te verkoopen en de overigen te behouden.Hoe beminnelijk naïf is de onzekerheid van den meester in dit geval! Hij weet, dat men bij de negers het gevoel van wel-opgevoede lieden niet verwachten kan; maar hier doet zich een geval voor, waarin het schepsel werkelijk onverklaarbaar handelt, en hij kan geene andere reden bedenken, dan dat hij voornemens was haar van hare kinderen te scheiden.Doch bedaar, lieve lezer! het ongeluk was zoo groot niet. Hier waren het altemaal kinderen vanarmelieden, en sommige, ofschoon niet alle, waren zwart, en dat, weet gij, maakt een hemelsbreed onderscheid!Maar de heer Brown is de eenige niet in Montgomery. Ook de heer Lindsey wenscht het publiek te herinneren aan zijn depôt.Honderd Negers te koopin mijn depôt, in Commerce-street, tusschen het „Exchange Hotel” en het magazijn van F. M. Gilmer Jr., waar ik van tijd tot tijd gedurende den loop van het saisoen groote partijen negers ontvangen en die tot zoo billijke prijzen als eenig ander huis in de stad verkoopen zal. Beleefdelijk noodig ik mijne oude begunstigers en vrienden uit, mijn voorraad te komen bezigtigen.Montgomery, 2 November 1852.Jno.W. Lindsey.De heer Lindsey zal gedurende heele saisoen negers ontvangen en die zoo billijk als iemand verkoopen; er bestaat, dus geene vrees, dat de voorraad te kort zal schieten. Maar zie, in hetzelfde blad maken ook de heeren Sanders en Foster aanspraak op de aandacht van het publiek.Negers te koop.De ondergeteekenden hebben het welbekende etablissement van Eckles & Brown aangekocht, zoodat zij thans te koop hebben eene aanzienlijke partij sterke jonge negers, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, allen goede veld-arbeiders. Als ook, verscheidene goede huisbedienden en ambachtslieden van allerlei aard. De ondergeteekenden zullen steeds een groot assortiment negers voorhanden hebben, waaronder van alle soorten. Gegadigden zullen in hun belang handelen, met zich eerst bij hen te vervoegen en te zien, eer zij elders koopen.13 April.Sanders & Foster.De heeren Sanders & Foster zullen dus ook een „assortiment” in voorraad houden. Al hunne negers zullen jong en sterk zijn; de nuttelooze oude vaders en moeders zullen weggeworpen worden, zoo als men na het wieden van een tuin het onkruid op een hoop werpt.Eene vraag: Zijn de heeren Sanders & Foster, en J. W. Lindsey, en S. N. Brown, en A. A. McLean, en Seth Woodroof en J. B. McLendon, werkelijk lidmaten van de Kerk? Ergert die vraag u? Waarom? Waarom zouden zij dat niet zijn? De eerwaarde Dr. Smylie, van Mississippi, zegt toch zeer bepaald in een door twee consistoriën goedgekeurd geschrift, dat de Bijbel verlof geeft om slaven te koopen en te verkoopen.1Zoo de Bijbel dit regt verleent en dezen handel wettigt, waarom zou het u dan ergeren, den slavenhandelaar aan deAvondmaalstafel te zien? Gevoelt gij, dat er bloed aan zijne handen kleeft, het bloed van menschenharten die hij heeft vaneen gereten? Siddert gij als hij het gezegende brood aanraakt, en als hij den beker aan de lippen zet, „uit wien hij, die dien onwaardig drinkt, zich-zelven een oordeel drinkt?” Maar wie maakt den slavenhandel? Immers gij? Denkt gij, dat zijn bedrijf heilzaam is voor de ziel? Denkt gij, dat de tooneelen waarmede hij gemeenzaam moet zijn, en de daden die hij verrigten moet om een „assortiment” negers ten uwen gerieve bijeen te houden, dingen zijn, die de goedkeuring van Jezus Christus wegdragen? Denkt gij, dat zij zijne vordering in de genade begunstigen en de behoudenis zijner ziel verzekeren zullen? Of is het voor u zóó onvermijdelijk noodig,gesorteerdenegers te hebben, dat de handelaars niet alleen in dit leven uit de fatsoenlijke kringen verbannen, maar ten uwen gerieve aan het gevaar van voor eeuwig ter helle te varen, moeten blootgesteld worden?Wij zullen de papieren uit het Zuiden nog eens doorloopen en zien of wij niet eenige blijken kunnen vinden van die menschelijkheid, die de scheiding der gezinnenzooveel mogelijkvermijdt. In denArgus, die het licht ziet te Weston, in Missouri, vinden wij den 5den November 1852 het volgende:Eene Negerin te koop.Ik wensch te verkoopen een zwart meisje, omstreeks 24 jaren oud, eene goede kookster en waschvrouw, handig met de naald en ervaren in het spinnen en weven. Ik wensch haar te plaatsen in de nabijheid van Camden Point; zoo zich niet binnen korten tijd een kooper opdoet, zal ik de beste markt zoeken, of haar verruilen tegen twee kleinen, een jongen en een meisje.M. Doyal.Een verstandig man, die mijnheer Doyal! Hij is afkeerig van de scheiding der gezinnen, en wenscht die vrouw daarom te verkoopen in de nabijheid van Camden Point, waar hare betrekkingen zijn,—misschien haar echtgenoot en hare kinderen, of hare broeders en zusters. Hij zal haar niet van hare familie scheiden, zoo het bij mogelijkheid vermeden kan worden; dat wil zeggen, indien hij zonder die scheiding even veel voor haar kan krijgen; doch, zoo dat niet gaat, zal hij„de beste markt zoeken.”Wat zou men van den heer Doyal meer kunnen vergen?En hoe bloeit die heerlijke handel in den Staat Maryland? Wij nemen deBaltimore Sunvan 23 November 1852 ter hand. De heer J. S. Donovan geeft daarin aan het Christelijk publiek volgenderwijze inlichtingen over de inrigting van zijne gevangenis:Contant geld voor Negers.Ik ondergeteekende blijf op de oude plaats, No. 13, Camden-street, voortgaan met den hoogsten prijs voor negers te betalen. Personen, die negers per spoortrein of stoomboot aanvoeren, zullen gemak ondervinden indien zij zich tot bewaring dier negers aan mij rigten, daar mijne gevangenis gelegen is nabij het spoorwegstation en de aanlegplaats der stoombooten. Ik belast mij met het veilig bewaren van negers.J. S. Donovan.Daarop volgt weder eene andere advertentie:Slaven benoodigd.Wij koopen ten allen tijde slaven tot de hoogste contante prijzen. Personen, die wenschen te verknopen, adresseren zich No. 242, Pratt-street (oude firma Slatter). Op brieven wordt geantwoord.B. M. & W. L. Campbell.In eene andere kolom heeft de heer John Denning eene advertentie doen opnemen, wier bewoordingen aan het verhevene grenzen:Vijf duizend Negers benoodigd.Ik zal de hoogste contante prijzen betalen voor 5000 negers, voorzien van goede certificaten, ’tzij slaven voor levenslang of voor eene bepaalde reeks van jaren, in groote of kleine gezinnen, of afzonderlijke negers. Ik zal ook negers, die in den Staat moeten blijven, koopen, mits zij van goed gedrag zijn. Gezinnen worden nimmer gescheiden. Personen, die slaven te koop hebben, adresseren zich aan mij, daar het geld steeds voorhanden ligt. Op orders zal prompt acht geslagen, en eene ruime commissiebetaald worden door John N. Denning, No. 18, South Frederick-street, tusschen de Baltimore en Second-streets, te Baltimore, in Maryland. Er staan boomen voor de deur.Ook de heer John Denning is een menschlievend man. Hij rukt nimmer gezinnen uiteen. Ziet gij het niet uit zijne advertentie? Zoo iemand hem eene vrouw aanbiedt zonder haar man, zal de heer John Denning haar niet koopen. O neen, zeker niet! Zijne vijf duizend negers bestaan allen uit ongesplitste familiën; andere neemt hij nimmer; en hij doet ze weêr heel en ongebroken over. Dit is zeker troostrijk om te overdenken.Men zie ook denDemocratvan 8 December 1852 in, een blad dat te Cambridge, in Maryland, verschijnt. Daarin berigt zeker heer aan de slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen, dat hij weder aan de markt is.Negers benoodigd.Ik wensen den slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen te berigten, dat ik weder aan de markt ben. Personen, die negers bezitten, welke voor hun leven slaven zijn, zullen in hun belang handelen, met mij te spreken, alvorens zij verkoopen, daar ik voornemens ben de hoogste contante prijzen te betalen, waartoe de koers der zuidelijke markt regt geeft. Men kan mij vinden in het hotel van A. Hall, te Easton, waar ik zal vertoeven tot 1oJulij aanstaande. Brieven, die aan mij te Easton, of aan Wm. Bell, te Cambridge, gerigt worden, zullen ten spoedigste worden beantwoord.Wm. Harker.Met den heer Harker is zeer goed te handelen. Hij houdt zich op de hoogte van den staat der zuidelijke markt, en zal de hoogste prijzen betalen waartoe die markt gelegenheid zal geven. Bovendien zal hij te vinden zijn tot Julij, en zal hij alle brieven, die men tot hem rigten mogt, beantwoorden. Over één punt moeten wij hem echter onderhouden. Hij heeft niet geadverteerd, dat hij geene familiën scheidt. ’t Is wel is waar slechts eene kwestie van smaak; maar sommige welmeenende lieden staan er op, om het in de advertentie van een slavenhandelaar te zien; het geeft er een beter oog aan; en als mijnheer Harker er een oogenblik overnadenkt, zal hij het er gewis eene volgende maal invoegen. Het neemt weinig plaats weg en staat goed.Nu en dan brengen de advertentiën wegens ontvlugte slaven ons voor den geest, in hoe geringe mate hetmogelijkbevonden is, om de scheiding der gezinnen tevermijden; zoo als b. v. bij het lezen van het volgende in denRichmond Whigvan 5 November 1852:Tien dollars belooning.Wij zijn gemagtigd door Henry P. Davis, om eene belooning van 10 dollars uit te loven voor het vatten van een neger, genaamd Henry, die van de plantage van gezegden Davis, nabij Petersburg, ontvlugt is op Donderdag, 27 October. Gemelde slaaf, afkomstig uit de nabijheid van Lynchburg, in Virginia, was gekocht van Cock, en heeft eene vrouw in Halifax County, in Virginia. Hij was laatstelijk werkzaam aan den Zuider-spoorweg. Welligt houdt hij zich op in de nabijheid zijner vrouw.Pulliam & Davis,Houders van Verkoopingen te Richmond.De steller der advertentie schijnt het voormogelijkte houden, dat Henry in de nabuurschap zijner vrouw is. Wij zouden er ons in het geheel niet over verwonderen, indien dit het geval ware.Thans is de lezer in het bezit van eenige der statistieke opgaven waarvan de bewoner van Zuid-Carolina spreekt, in zijne zinsnede, die wij hiervoren, op bladz. 27, hebben aangehaald.Ten einde eenig verder begrip te krijgen van den uitgebreiden handel, die in deze soort van eigendom plaatsvindt, ga men het volgende overzigt na, dat opgemaakt is uit vier en zestig nieuwsbladen uit het Zuiden, voor de hand genomen. Al die bladen hebben het licht gezien in de beide laatste weken van November 1852.De negers worden geadverteerd bij naam, soms in bepaalde getallen en soms in „partijen”, „assortimenten” en andere onbepaalde uitdrukkingen. Hoezeer deze opgemaakte lijst verre zijn moet beneden de waarheid, geven wij haar niettemin in den vorm eener tabel.Hier is aangekondigd inslechts elf bladen, de verkoop vanacht honderd negen en veertig slaven, intwee weken, in Virginia; de Staat, waar de heer J. Thornton Randolph schrijft, dat de scheiding van gezinnen eene zaak is „waarvan men soms inromansleest.”STATEN waar de Bladen het licht zien.Aantal der geraadpleegde Bladen.Aantal geadverteerde Negers.Getal partijen, enz.Getal der geadverteerde Vlugtelingen.Virginia11819715Kentucky523817Tennessee8385417Zuid-Carolina1285227Georgia6982..Alabama1054955Mississippi866956Louisiana4460435644,1003092In Zuid-Carolina, van waar de schrijver inFraser’s Magazinedateert, zien wij binnen den tijd van twee weken in een enkel dozijn bladen, acht honderd twee en vijftig negers ten verkoop aangekondigd. Waarlijk, wij behoorden op de nieuwsbladen van zijnen Staat toe te passen, wathijzegt van deNegerhut: „Zoo men zijne begrippen van de slavernij aandeze papierenontleende, zou men de slavengezinnen wel als uiterst ongevestigd en zwervend moeten beschouwen.”Het totaal, in vier en zestig nieuwsbladen in onderscheidene Staten, voor den tijd van slechts twee weken, is vier duizend een honderd, behalve nog dertig „partijen” gelijk men ze noemt.En wie zou nu de hopelooze, nimmer hersteld wordende scheiding des negers van zijn gezin durven vergelijken met de vrijwillige scheiding van den vrije, wien noodzakelijke bezigheden eene poos van zijne betrekkingen verwijderd houden? Is het lot van den slaaf niet reeds bitter genoeg, zonder deze uiterste bespottingen berispelijksten hoon? Wel mogen zij uitroepen in hun zielsangst: „Onze ziele vloeit over van den smaad dergenen die in weelde gezeten zijn, en van de verachting der trotschaards!”De jaloersche wet ontneemt den armen neger, die reedsblootgesteld is aan de bitterste scheiding, het vermogen om te schrijven. Voor hem is de gapende klove zwart en hopeloos diep, zonder een enkel troostrijk baken. Onbekend met de aardrijkskunde, weet hij niet werwaarts hij gaat, noch hoe hij een brief moet adresseren. In alle opzigten is het eene scheiding, zoo hopeloos als die, welke de dood veroorzaakt, en even beslissend.1Hij zegt in een werk over de slavernij: „Zoo de taal in staat is een helder en bepaald begrip van iets te geven, weet ik niet hoe zij iets duidelijker of ondubbelzinniger zou kunnen uitdrukken dan in Leviticus XXV geschiedt, welk Hoofdstuk duidelijk en ondubbelzinnig verklaart, dat God-zelf de slavernij of lijfeigenschap heeft goedgekeurd; en dat het „koopen, verkoopen, houden en vererven” van slaven als eigendommen, inrigtingen zijn, die Hij-zelf heeft vastgesteld.”
Hoofdstuk III.De verstrooijing der huisgezinnen.„Welk een onderscheid tusschen Isabella en hare onderhoorigen!” riep Dr. Worthington met kracht uit. „Voor haar is het een verlies van rang, van fortuin, van de schoone uitzigten des levens, misschien zelfs van de gezondheid; want onvermijdelijk zal zij bezwijken onder de ongewone werkzaamheden en ontberingen, die zij zal moeten ondergaan. Doch voor hen is hetniets dan eene verandering van meesters.”„Ja, want de buren willen niet gedoogen dat een der huisgezinnen verstrooid worde.”„Natuurlijk niet. Van zoo iets leest men wel eens inromans; maar in het werkelijke leven heb ik het nooit gezien, dan in zeldzame gevallen, of als de slaaf zich aan eene overtreding of misdaad had schuldig gemaakt, voor welke hij in het Noorden gevangen gezet zou zijn, misschien wel levenslang.—Cabin and Parlour, door J. Thornton Randolph, blz. 39.„Maar ik zeg u, zij zullen ons allen naar Georgia verkoopen. Hoe ontkomen wij daaraan?”„Daarin zult ge u wel vergissen,” antwoordde Oom Peter zeer bepaald. „In deze streken heb ik nog nooit van zoo iets gehoord, tenzij als een neger zich buitengewoon slecht gedragen had.”Door zulke penseeltrekken als de bovenstaande, geeft de heer Thornton Randolph ons eene schets van de aartsvaderlijke bestendigheid en veiligheid van den toestand van den slaaf in de oude Staten. Dat een slaaf buiten den Staat verkocht werd, heeft Dr. S. Worthington nooit gehoord, behalve in zeldzame gevallen voor eenigerhande misdaad; en Oom Peter heeft daar zelfs nooit iets van vernomen.Is dit eene trouwe schets?Het ergste kwaad van de slavernij is haar noodlottige invloed op het huisgezin; en, naar het inzigt van schrijfster dezes, is het een kwaad, dat blijkbaarder en onweêrsprekelijker is dan eenig ander.’t Is evenwel juist op dit punt, dat de voorstellingen, vervat inde Negerhut, de sterkste tegenspraak ondervonden hebben, hetzij zijdelings als door den bovenaangehaalden romanschrijver, hetzij meer regtstreeks in de nieuwsbladen, zoowel van het Noorden als van het Zuiden. Die van het Noorden verraadt, om het minst te zeggen, de grootste onbekendheid met de zaak, die van het Zuiden doet gewis groot onregt aan den roem van waarheidsliefde en eerlijkheidder zuidelijke burgers. Alle streken des lands hebben gebreken, die daar eigenaardig zijn. De feil van het Zuiden, in het algemeen genomen, is geene bloohartige ontwijking en misleiding. Met groote verbazing las de schrijfster de volgende zinsneden in een artikel inFraser’s Magazine, afkomstig van iemand, die zegt in Zuid-Carolina te wonen:Mevrouw Stowe’s geliefdkoosd voorbeeld van de magt der meesters ten nadeele van den slaaf, is de scheiding der familiën. Men spreekt ons van kinderen van tien maanden, die uit de armen hunner moeders verkocht worden, en van mannen, wier bedrijf bestaat in het opkweeken van kinderen, om van de zijde der moeder verkocht te worden, zoodra zij oud genoeg zijn om de scheiding te kunnen doorstaan. Zoo wij onze kennis van dit punt der slavernij uit mevrouw Stowe’s boek moesten putten, zouden wij de slavengezinnen als uiterst onbevestigd en zwervend moeten beschouwen.En verder:Wij gelooven met vertrouwen, dat, indien statistieke opgaven te verzamelen waren, om over dit punt licht te verspreiden, daaruit blijken zou dat onder de negers veel minder scheiding in de gezinnen plaats vindt dan bij eenige andere klasse van personen.Daar de schrijver van dat artikel echter blijkbaar een man van eer is en vele edele en lofwaardige gevoelens aan den dag legt, kan men niet onderstellen dat deze beweringen werden nedergeschreven om te verdraaijen of te misleiden. Zij zijn dus slechts te beschouwen als bewijzen van de gemakkelijkheid, waarmede een vooringenomen oog dikwijls de onmiskenbaarste feiten over het hoofd ziet, wanneer zij indruischen tegen een geliefkoosd denkbeeld of stelsel, of wanneer zij in hunne strekking ongunstig zijn voor iemands land of familie. Zoo zullen de bewoners van eene plaats, wier ongezondheid algemeen bekend is, gelooven en beweren,—en dit met de meeste opregtheid—dat er in hunne stad minder ziekte heerscht, dan in eene andere, van dezelfde uitgebreidheid, in de geheele wereld. Zoo houden ook ouders hunne kinderen dikwijls voor onberispelijk, juist in die punten,waarin anderen hen het gebrekkigst vinden. De oplossing van dit verschijnsel is natuurlijk en prijzenswaardig, en doet ons achting koesteren voor onze zuidelijke broeders.Er is nog eene andere omstandigheid, waarop men, bij het lezen van zulke beweringen, acht moet geven. Uit het aangehaalde geschrift blijkt, dat de schrijver tot de weinigen behoort, die het bezit van eene volstrekte en onverantwoordelijke magt beschouwen als de krachtigste beweegreden om er een matig gebruik van te maken. Zulke menschen zijn doorgaans door vriend- en bloedverwantschap verbonden met anderen van soortgelijke inborst, waardoor zij zeer ligt in de dwaling vervallen van ieder volgens henzelven te beoordeelen en te denken, dat eene zaak voor de geheele wereld dienstig kan zijn omdat zij goed werkt in hun onmiddellijken kring. Het kan dan ook niet anders, of de velerlei omstandigheden, die sedert de dagen der kindschheid zamenwerken om den neger te verlagen en als minder te doen voorkomen in de oogen van een inboorling van het Zuiden,—het bestendige gebruik om van hen te spreken en te hooren spreken en hen geadverteerd te zien in vereeniging met paarden, muilezels, veevoeder, varkens, enz., gelijk in de zuidelijke nieuwsbladen dagelijksch werk is,—dit alles moet, zelfs bij de regtschapenste menschen, eene zekere verwarring te weeg brengen met opzigt tot de belangen, smarten, genegenheden, van degenen die niet bepaaldelijk tot hun eigen kring behooren, waardoor zij ten hoogste ongeschikt worden om hun toestand juist te beoordeelen. De schrijfster is hierdoor dikwijls bijzonder getroffen geworden bij het lezen van brieven van vrienden uit het Zuiden, die, op dezelfde bladzijde, het een of ander melden betrekkelijk den toestand van de negers in het Zuiden, en dan voortgaan, en, in verband met andere onderwerpen, feiten aanvoeren, die alles weder schijnen tegen te spreken. Wij allen kunnen nagaan hoe die vermenging van het eene met het andere op ons zou werken. Werden wij genoopt op te geven hoe dikwijls de koeijen onzer buren van hare kalven gescheiden zijn, of hoe dikwijls hun huisraad en overige bezitting verspreid en uiteengerukt is geworden door geregtlijke verkoopingen, wij zouden ons geneigd vinden te verklaren, dat het een ongeluk was, dat niet dikwijls plaats vindt.Doch slaan wij een paar nieuwsbladen van Zuid-Carolina open, uitgegeven in denzelfden Staat waar die heer woont, en gaan wij de advertentiën van ééne week na. De schrijfster heeft er eenige verkortingen in gebragt, die in de zaak zelve geene verandering maken.Geregtelijke verkoop van twaalf fraaije Negers.Fairfield District.R. W. Murray en echtgenootec. s.contrain Equity.William Wright en echtgenootec. s.Ingevolge bevelschrift van het „Court of Equity,” in bovenstaande zaak uitgevaardigd in de Julij-zitting van 1852, zal ik op den eersten Maandag in Januarij aanstaande, vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’, in het openbaar aan den hoogstbiedende toewijzen,12zeer fraaije Negers,behoorende tot de plantage van wijlen Micajah Mobley, van Fairfield District.Deze Negers bestaan voornamelijk in jonge knapen en meisjes en zijn zeer aan te bevelen.De verkoopsvoorwaarden, enz.Commissioners’ Office,W. R. Robertson.Winnsboro’, 30 November 1852.Vrijwillige Verkoop.In openbare veiling zullen op Dingsdag 21 December aanstaande, ten sterfhuize van mevrouw M. P. Rabb, aan den hoogstbiedende worden toegewezen hare nagelatene goederen, gedeeltelijk bestaande in omstreeks2000bushels koorn,25000ponden veevoeder,tarwe, katoenzaad, paarden, muilezels, rundvee, schapen, varkens.Waarschijnlijk zullen tenzelfden tijde en plaatse verscheidenefraaije jonge negersgeveild worden.De verkoopsvoorwaarden zijn: Alle sommen beneden vijf en twintig dollars contant. Alle sommen van vijf en twintig dollars en daarboven, op twaalf maanden crediet,met intrest van den dag der veiling, op acceptatie en met twee soliede borgen.William S. Rabb.11 November.Administrateur.Geregtelijke verkoop van Landerijen en Negers.Fairfield District.James E. Caldwell, Administrateur van wijlen Jacob Gibson,contrain Equity.Jason D. Gibsonc. s.Ingevolge order van verkoop in het bovengemelde proces, zal ik op den eersten Maandag in Januarij aanstaande en den volgenden dag, vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’, in openbare veiling aan den hoogstbiedende verkoopen, de volgende goederen, nagelaten door wijlen Jacob Gibson van Fairfield District, te weten:De plantage waarop de overledene gewoond heeft, beslaande nagenoeg 661 acres, gelegen aan de Wateree Creek, en belendende aan de landerijen van Samuel Johnston, Theodore S. du Bose, Edward P. Mobley en B. R. Cockrell. Deze plantage zal geveild worden in twee koopen, waarvan de teekeningen op den verkoopdag ter bezigtiging zullen liggen.Voorts:46 prima fraaije Negers,bestaande in voerlieden, smeden, keukenmeiden, huisbedienden, enz.Commissioners’ Office,W. R. Robertson.Winnsboro’, 29 November 1852.Vijftig prima Negers.Den eersten Maandag in Januarij aanstaande, zal ik vóór het Geregtsgebouw te Columbia, vijftig zulke fraaije negers verkoopen, als ooit ten verkoop zijn aangeboden; zij zijn afkomstig van de plantage van A. P. Vinson. De negers zijn in elk opzigt met zorg behandeld. Gegadigdenkunnen verzekerd zijn, dat zij geene betere gelegenheid kunnen vinden om zich te voorzien.18 November.J. H. Adams,Executeur.Vrijwillige Verkoop.Den 15 December aanstaande zullen ten sterfhuize van wijlen Samuel Moore, in York District, al diens nagelaten goederen verkocht worden, bestaande in35 fraaije Negers;Eene hoeveelheid katoen en koorn, paarden en muilezels, bouwgereedschappen, huis- en keukenvoorwerpen en vele goederen meer.18 November.Samuel E. Moore,Administrateur.Vrijwillige Verkoop.Op Dingsdag 14 December aanstaande zullen ten sterfhuize van Robert W. Durham, in Fairfield District, in openbare veiling aan den hoogstbiedende worden toegeslagen, alle de nagelaten goederen van den overledene; gedeeltelijk bestaande uit het volgende:50 prima fraaije Negers.Omstreeks 3000 bushels koorn.Eene hoeveelheid veevoeder.Tarwe, haver, paardeboonen, rogge, katoenzaad, paarden, rundvee, varkens, schapen.23 November.C. H. Durham,Administrateur.Verkooping op last der Sheriffs.Krachtens onderscheidene aan mij gerigte bevelschriften zal ik op den eersten Maandag in December en den volgenden dag, in het Geregtsgebouw van Fairfield, op de gebruikelijke uren aan den hoogstbiedende à contant verkoopen: de volgende goederen van Allen R. Crankfield, als: 2 negers, in beslag genomen voor Alexander Brodiec. s.; 2 paarden en 1 ezel, in beslag genomen voor Alexander Brodie;2 muilezels, 1 paar karwielen, 1 latafel en 1 ledekant, in beslag genomen voor Temperance E. Miller en J. W. Miller;1 neger, de eigendom van R. J. Gladney, in beslag genomen op verzoek van James Camak;1 neger, de eigendom van Geo. McCormick, in beslag genomen op verzoek van W. M. Phifer;1 rijdzadel, te verkoopen onder eene toewijzing van G. W. Boulware aan J. B. Mickle, in de zaak van Geo. Murphy jr. contra G. W. Boulware.Sheriffs Office,19 November 1852.R. E. Ellison,Geregtelijke Verkoop.John A. Crumptonc. s.contrain Equity.Zachariah C. Crumpton.Krachtens bevelschrift in dit proces, zal ik op den eersten Maandag in December aanstaande vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’ in openbare veiling aan den hoogstbiedende verkoopen, drie perceelen land, behoorende tot de bezittingen van wijlen Zachariah Crumpton.Tenzelfden tijde en plaatse zal ik, krachtens bevelschrift als boven,vijf of zes fraaije jonge negers verkoopen, mede de eigendom van Zachariah Crumpton.De verkoopsvoorwaarden, enz.Commissioners’ Office,Winnsboro’, 8 November 1852.W. R. Robertson.Aanzienlijke Verkooping.De ondergeteekende, als administrateur der nalatenschap van wijlen kolonel T. Randell, zal op Maandag 20 December aanstaande, alle goederen tot dien boedel behoorende verkoopen, bestaande in:56 Negers, Vee, Koorn, Voeder, enz. enz.Verkoopsvoorwaarden, enz.2 September.Samuel J. Randell.DeTri-Weekly South Carolinian, die het licht ziet te Columbia, draagt het volgende motto aan het hoofd:Doe wel en zie niet om; het doel van uw streven zij uw land, uw God, de waarheid.In het nommer van 23 December 1852 leest men een „Antwoord van de vrouwen van Virginia aan de vrouwen van Engeland,” waarin de volgende zinsnede opmerking verdient:Geloof ons, diep en in den gebede onderzoeken wij Gods heilig woord; wij zijn innig overtuigd, dat onze instellingen daarmede overeenstemmen.In andere kolommen van dat blad nu komen de volgende advertentiën voor:Verkooping op last der Sheriffs, 2 Januarij 1853.Krachtens onderscheidene bevelschriften zullen vóór het Geregtsgebouw van Columbia, op de gebruikelijke uren, op den eersten Maandag en Dingsdag in Januarij verkocht worden:Ongeveer vier en zeventig acres land, in Richland District, belend ten noorden en oosten door Lorick, ten zuiden en westen door Thomas Trapp.Alsmede, tien stuks rundvee, vijf en twintig stuks varkens en twee honderd bushels koorn, in beslag genomen van M. A. Wilson, op verzoek van Samuel GardnercontraM. A. Wilson.Zeven negers, genaamd Grace, Frances, Edmund, Charlotte, Emuline, Thomas en Charles, in beslag genomen als eigendom van Bartholomew Turnipseed, op verzoek van A. F. Dubard, J. S. Lever en de Bank van den Staatc. s., contraB. Turnipseed.Ongeveer 450 acres land, in Richland District, belend enz. enz.Groote Verkoop van Goederen.Op Maandag 7 Februarij aanstaande zullen in openbare veiling voetstoots verkocht worden op de plantage nabij Linden, al de paarden, muilezels, wagens, bouwgereedschappen, koorn, voeder enz.En op den volgenden Maandag, 14 Februarij, in het Geregtsgebouw te Linden, in Marengo County, in Alabama, bij openbare veiling voetstoots aan den meestbiedende:110 prima fraaije Negers,behoorende tot de plantage van wijlen John Robinson, van Zuid Carolina.Onder deze negers zijn vier knappe timmerlieden en een zeer uitstekend smid.Verkooping van Negers.Op magtiging van den heer Peter Wylie, directeur van Chester District, zal ik op den eersten Maandag in Februarij aanstaande, vóór het Geregtsgebouw te Chesterville, in openbare veiling verkoopen:Veertig fraaije Negers,behoorende tot de plantage van F. W. Davie.23 December.W. D. de Saussure.Executeur.Verkoop van Huisraad, enz., door J. & L. T. Levin.Op Donderdag 6 Januarij aanstaande zullen wij ten onzen huize verkoopen, al het huisraad en de keukengereedschappen, nagelaten door wijlen B. L. McLaughlin, gedeeltelijk bestaande in:Met hair bekleede stoelen, sopha’s en wiegstoelen, piano, mahonie eet- thee- en speeltafels; karpetten, haarden en haardstellen, schoorsteensieraden, klokken, buffetten, bureaux, mahonie ledikanten, vederen bedden en matrassen, waschtafels, gordijnen, glas- en aardewerk en nog vele voorwerpen voor huiselijk gebruik, alles à contant;alsmedeEen neger, genaamd Leonard, tot dienzelfden inboedel behoorende.De voorwaarden, enz.;Als ookeene hoeveelheid nieuwe metselsteenen, afkomstig uit den boedel van wijlen A. S. Johnstone.21 December.Groote verkoop van Negers en van de Saluda-fabriek,door J. & L. T. Levin.Donderdag 30 December ten 11 ure, zullen in het Geregtsgebouw in Columbia verkocht worden:Honderd kostbare Negers.Zelden doet zich eene gelegenheid op als de tegenwoordige. Er zijn onder hen slechts vier boven de 45 jaren, en niet één boven de 50. Men telt onder hen vijf en twintig prima jonge lieden, tusschen 16 en 30 jaren, veertig van de knapste jonge vrouwen, eneene zoo fraaije reeks kinderen als men met oogen zien kan!!Voorwaarden, enz.18 December 1852.Veiling van Negers, door J. & L. T. Levin.Op Maandag 3 Januarij aanstaande zullen in het Geregtsgebouw verkocht worden, ten 10 ure precies:22 fraaije negers, meerendeels jong en sterk. Men vindt onder hen landbouwers, stalknechten en wagenvoerders, huisbedienden enz. De respective ouderdom is: Robinson 10 jaar, Elsey 34, Yanaky 13, Sylla 11, Anikee 8,Robinson 6, Candy 3, Infant 9, Thomas 35, Die 38, Amey 18, Eldridge 13, Charles 6, Sarah 60, Baket 50, Mary 18, Betty 16, Guy 12, Tilla 9, Lydia 24, Rachel 4,Scipio2.Bovengemelde negers worden verkocht ten einde het geld op eene andere wijze te beleggen: de verkoop zal daarom onherroepelijk voortgang hebben.Voorwaarden: Een crediet van een, twee of drie jaren, op acceptatiën betaalbaar bij eene der banken, voorzien van twee soliede endossementen en met intrest van den dag der veiling.8 December 1843.Arme kleine Scipio!Een schoon en knap Meisje uit de hand te koop.Een knap meisje, omstreeks zeventien jaar (grootgebragt in de Bovenstreken), eene goede kinder-oppasseres en huismeid; zij kan wasschen en strijken, een gewonen pot koken,en er wordt voor ingestaan dat zij gezond en sterk is. Zij is te zien op ons kantoor, waar zij blijven zal tot dat zich een kooper opdoet.15 December 1849.Allen & Phillips,Vendumeesters en Commissionnairs.Plantage en Negers te koop.De ondergeteekende, zich in Columbia gevestigd hebbende, biedt ter overneming aan: zijne plantage, gelegen in St. Matthew’s Parish, zes mijlen van den spoorweg, beslaande 1500 acres, thans in vollen bouw, met woonhuis en de noodige bijgebouwen; alsmede50 sterke Negers, met Provisien, enz.Men zal het den koopers gemakkelijk maken. Gegadigden gelieven zich te vervoegen bij den ondergeteekende in Columbia, of bij zijn zoon op de plantage.6 December 1841.T. J. Goodwin.Te Koop.Een fiksche neger-jongen, ongeveer een en twintig jaren oud, een goed voerman en veld-arbeider. Adres aan het bureau dezer courant.20 December 1852.Nu is het bijna niet mogelijk, dat iemand, die van kindsbeen aan gewoon is geweest zulke advertentiën te zien en ze met zoo veel onverschilligheid te doorloopen als wij advertentiën van canapé’s en stoelen doen, er zoodanig door zou getroffen worden, als degeen die geheel ongewoon is aan zulk eene wijze om menschelijke wezens te beschouwen en te verhandelen. Zij maken op hem geen indruk. De bedienden van zijne eigene familie of die zijner vrienden worden niet geveild, en hij weet ook niet dat het met iemand daarvan gebeurd is. Onder de advertentiën kunnen er honderde geweest zijn, die in zijne nabijheid zulke tooneelen te weeg bragte, als in deNegerhutgeschetst zijn. Toen Charles Dickens tafereelen ophing van het gebrek en de ellende te Londen, is welligt eene soortgelijke ongeloovigheid achter de damasten staatsie-gordijnen van menig schitterend salon aan den dag gelegd.Zijhadden nooit iets dergelijks gezien entoch altijd te Londen gewoond. Doch evenwel deed Dickens in menige adellijke en aristocratische borst het menschelijk medegevoel voor de ongelukkigen ontwaken, en leerde hij hen gevoelen, hoeveel rampspoed in hunne onmiddellijke nabijheid bestaan kon, waarvan zij volslagen onbewust waren. Men heeft hem nooit als een verguizer van zijn land beschouwd, ofschoon hij veel van het daarin aanwezige lijden, verdriet en misbruik aan den dag bragt. De schrijfster moet ernstig verzoeken, dat de schrijver dier verhandeling eens de moeitewillenemen om de „statistiek” van den Amerikaanschen binnenlandschen slavenhandel na te gaan; dat hij een of ander nieuwsblad eens geregeld doorloope en een paar maanden aanteekening gelieve te houden van het aantal menschelijke wezens, met harten, hoop en aandoeningen gelijk de zijnen, die geregeld onderworpen worden aan al de onzekerheden en veranderingen van roerend goed. De schrijfster houdt zich verzekerd, dat hij het niet lang zou kunnen doen, zonder in zijn boezem den wensch te voelen oprijzen, om, niet de verdediger, maar de hervormer der instellingen zijns lands te worden.De nieuwsbladen van Zuid-Carolina staan in dit opzigt niet alleen; zij zijn gelijk aan honderde andere bladen uit elken anderen Staat.Dat de lezer een oogenblik stil sta, en nog eens de aangehaalde advertentiën van twee weken doorzie. Dit is geen romanschrijven,—dit zijnfeiten. Zie die menschelijke wezens, voor het publiek uitgestald, te gelijk met paarden, muilezels, karren, katoenzaad, ledekanten enz.,—terwijl Christelijke dames in hetzelfde blad zeggen, dat zij, „in den gebede Gods Woord onderzoeken,” en gelooven dat de instellingen van haar land Zijne goedkeuring wegdragen! Zou hij denken, dat hier, in deze twee weken, geene tooneelen van lijden geweest zijn? Verbeeld u de droefenis dezer gezinnen, de angstige nachten van deze moeders en kinderen, vrouwen en mannen, als de veilingen gehouden zullen worden! Stel u de tooneelen bij den verkoop voor! Eene jonge dame, vriendin van schrijfster dezes, die een winter in Carolina doorbragt, gaf haar eene schets van den verkoop van eene vrouw en hare kinderen. Toen een zevenjarig meisje op de tafel van den verkooper geplaatst werd, viel het kind van vrees en zenuwachtigheid in flaauwte. Zij werdweggenomen, kwam weder bij en werd teruggebragt; de flaauwte kwam terug,—drie malen werd de proef met denzelfden uitslag herhaald, en eindelijk werd de verkoop van het kind uitgesteld!Men leze ook het volgende, dat Dr. Elwood Harvey, redacteur van een blad in een der westelijke Staten, in denPennsylvania Freemanvan 25 December 1846 plaatste:Wij woonden eene verkooping van landerijen en andere goederen in den omtrek van Petersburg, in Virginia, bij, en zagen onvoorbereid tevens slaven in openbare veiling verkoopen. Men had den slaven, die, voor het huis geschaard, de vergaderde menigte aanzagen, gezegd, dat zij niet verkocht zouden worden. Toen de landerijen verkocht waren, riep de vendu-meester op luiden toon: „Breng de negers voor!” Eene uitdrukking van verbazing en schrik vertoonde zich op hun gelaat, terwijl zij eerst elkander aanzagen en toen den drom van koopers, die thans het oog op hen gevestigd hield. Toen hun de vreeselijke waarheid klaar voor den geest stond dat zij verkocht zouden worden en van bloedverwanten en vrienden voor eeuwig gescheiden, werd het tooneel boven beschrijving hartbrekend. Vrouwen grepen hare zuigelingen op en ijlden gillende in de hutten. De kinderen verborgen zich achter de hutten en huisjes, en de mannen stonden in stomme vertwijfeling. De verkooper stond voor den ingang van het huis, en de „mannen en jongens” werden op het plein ter bezigtiging gerangschikt. Er werd aangekondigd, dat men voor degezondheidniet instond, en dat de koopers zelven behoorden te onderzoeken. Eenige oude mannen werden verkocht tot prijzen tusschen dertien en vijf-en-twintig dollars, en het was pijnlijk om aan te zien hoe bejaarde mannen, gebogen onder den last van werk en leed, zich moesten oprigten om de spot van onbeschofte dwingelanden te zijn, en hen hunne ziekelijkheid en onnutheid te hooren vertellen, uit vreeze, dat zij door slavenhandelaars zouden opgekocht worden voor de zuidelijke markten.Een blanke knaap van ongeveer vijftien jaren, werd op do tafel geplaatst. Zijn hair was bruin en glad, zijnehuid van dezelfde kleur als die van andere blanken, en er was geen merkbare negertrek in zijn gelaat waar te nemen.Er werden eenige laffe aardigheden gezegd over zijne kleur, en twee honderd dollars werden voor hem geboden; doch uit den hoop werd geroepen, dat „dit geen genoegzame inzet was voor zulk een fikschen jongen neger.” Sommigen zeiden, dat zij hem „niet om niet” zouden willen hebben. Eenigen merkten aan, dat een witte neger meer last gaf dan voordeel. Eén man zeide, dat het onbetamelijk was,blankente verkoopen. Ik vroeg hem, of dit slechter was dan zwarten te verkoopen, waarop hij geen antwoord gaf. Eer de knaap verkocht werd, snelde zijne moeder uit het huis, en riep met waanzinnige smart: „Mijn zoon, o mijn jongen, wegnemen willen zij mijn dierbaren....” Hier verstomde hare stem, daar zij op eene ruwe manier weggeduwd en de deur gesloten werd. De verkoop werd geen oogenblik afgebroken, en niemand onder de menigte scheen door dit tooneel in het minst aangedaan. De arme jongen, die niet van harte durfde uitweenen in het bijzijn van zoo veel vreemden, die niet het geringste medelijden aan den dag legden, beefde en veegde met zijne mouw de tranen van zijne wangen. Hij vond voor ongeveer twee honderd vijftig dollars een kooper. Gedurende den verkoop weêrgalmde de plaats zoodanig van geween en gekerm, dat het mij eng om het hart werd. Eene vrouw werd daarop bij name geroepen. Alvorens haar kind aan eene oude vrouw over te geven, omhelsde zij het met een woesten druk, en spoedde zich toen werktuigelijk om aan de oproeping te voldoen; doch plotseling bleef zij staan, hief hare armen omhoog, gaf een gil en was buiten staat een stap verder te doen.Een mijner reisgenooten stiet mij aan en zeide: „Kom, laten wij heen gaan; ik kan het niet langer aanzien.” Wij verlieten die plaats dus. De man, die ons rijtuig van Petersburg had gereden, bezat twee zonen, kleine jongens, die tot de plantage behoorden. Hij had de belofte verkregen, dat zij niet verkocht zouden worden. Wij vroegen, of zij zijne eenige kinderen waren. „De eenige overgeblevene van acht,” was zijn antwoord. Drie waren naar het Zuiden verkocht, van wie hij nimmer meer iets zou zien of hooren.Daar de menschen in het Noorden zulke dingen niet zien, is het noodig dat zij er dikwijls genoeg van hooren, ten einde aandachtig te blijven op het lijden van de slagtoffers hunner onverschilligheid.Dit zijn degewoneomstandigheden, niet devergunde wreedheden,van een stelsel, hetwelk de menschen zich-zelven hebben wijs gemaakt, dat in overeenstemming is met Gods Woord!Laten wij aannemen, dat „de familie-betrekking ontzien wordt,voor zoover dit mogelijk is.” Dan doet zich de vraag op:Tot hoever is het mogelijk?Advertentiën van zulke verkoopingen doen zich week aan week in bijna hetzelfde aantal voor in dezelfde nieuwsbladen, in denzelfden omtrek; en handelaars van beroep maken er hun werk van, ze bij te wonen en slagtoffers op te koopen. Indien nu de bewoners van eene bepaalde streek zich belasten met de zorg om toe te zien dat in dezen stroom van veilingen geene gezinnen gescheiden worden, dan moet men tot de overtuiging komen, dat zij weinig anders te doen zouden hebben. Hetiseene waarheid—en die onze menschelijke natuur in het algemeen eere aandoet—dat de smart en zielsangst der arme, hulpelooze schepsels, dikwijls vrienden voor hen doet opstaan onder de edelen van harte. Er zijn menschen in het Zuiden, die al het mogelijke doen en zelfs boven hunne krachten gaan om de wreede operatiën van den slavenhandel te stuiten en in afzonderlijke gevallen verligting aan te brengen. Er zijn er in het Zuiden, die zouden kunnen vertellen, indien zij wilden, hoe hun, wanneer zij den laatsten dollar besteed hadden, waarover zij in eene week konden beschikken, in de volgende week juist even zulk een geval voorkwam, waaraan zij niet konden voldoen. Er zijn meesters in het Zuiden, die zouden kunnen mededeelen, indien zij wilden, hoe zij hebben staan bieden tegen een slavenhandelaar, om een of anderen hunner eigene arme slaven te bevrijden, totdat het bod al hooger en hooger steeg en de gebiedende noodzakelijkheid hun eindelijk den mond sloot. Goedhartige verkoopers weten zeer wel, hoe dikwijls zij worden aangezocht om medewerking, ten einde een armen man buiten de klaauwen van den slavenhandelaar te houden, en hoe zij daarin soms slagen, soms falen.Juist de strijd, dien regtschapene mannen in het Zuiden voeren om den geregelden slavenhandel te knakken, doet hun de hopeloosheid hunner pogingen zien. Wij geven gaaf toe, dat velen hunner evenveel of meer doen, dan wij in soortgelijke omstandigheden doen zouden; maar toch wetenzij, dat, wat zij uitrigten, niets meer dan eene beuzeling is.Doch wij zullen verder redeneren op getuigenis van advertentiën. Wat moet men opmaken uit het onderstaande, voorkomende in denMemphis Eagle and Inquirer, van Zaturdag 13 November 1852? Onder het motto aan het hoofd van dat blad:„Vrijheiden eenheid, thans en immer,” vinden wij het volgende fraais:No. I.Vijf en zeventig Negers.Ik heb zoo even uit de oostelijke streken ontvangen 75 gesorteerde A No. 1 negers. Kom spoedig, zoo gij keuze wilt hebben.Benj. Little.No. II.Contant geld voor Negers.Ik zal zoo hooge contante prijzen voor eenige fiksche jonge negers betalen als eenig handelaar in deze stad;—ook in commissie ontvangen en verknopen op Byrd Hill, de oude plaats, in Adamsstreet, te Memphis.Benj. Little.No. III.Vijf honderd Negers benoodigd.Wij betalen den hoogsten contanten prijs voor alle goede negers, die ons te koop geboden worden. Ieder, die negers te koop heeft, noodigen wij uit zich te vervoegen aan ons kantoor. Wij zullen eerlang ook eens aanzienlijke partij Virginia-negers te koop hebben. Onze gevangenis is zoo sterk als eenige andere in het land, en wij kunnen er negers, die men zou wenschen te doen opsluiten, veilig bewaren.Bolton, Dickins & Co.Laten wij onderdanig mogen vragen wat in de eerste advertentie bedoeld wordt metgesorteerdeA No. 1negers?Is het waarschijnlijk, dat het beteekent, negers die bij geheele gezinnen verkocht worden? Wat meent de uitnoodiging: „Kom spoedig, zoo gij keuze wilt hebben?”Zoo veel wat de eerste advertentie betreft. Laten wij nu den ingewijden eenige vragen aangaande No. II mogen doen. Wat bedoelt mijnheer Benjamin Little met te zeggen: „Ik zal zoo hooge contante prijzen voor eenige fiksche jonge negers betalen als eenig handelaar in deze stad?” Bestaan huisgezinnen doorgaans alleen uit fiksche jonge negers?Ook aangaande de derde advertentie zouden wij gaarne eenige inlichtingen bekomen. De heeren Bolton, Dickins & Co. melden dat zij „eene aanzienlijke partij Virginia-negers” verwachten.Ongelukkige heeren Bolton, Dickins & Co.! Zoudt gij denken, dat familiën in Virginia hare negers zullen verkoopen? Hebt gij dan mijnheer J. Thornton Randolph’s laatsten roman niet gelezen, en daaruit gezien dat oude familiën in Virginianimmeraan slavenhandelaren verkoopen? en—nog meer—dat zij zichaltijdvereenigen en de negers opkoopen, die in de nabuurschap geveild worden, en de slavenhandelaars, als zij zich durven vertoonen, met weinig omslag weggejaagd worden? Men zou waarlijk gaan denken, dat gij uwe begrippen omtrent de zaak uit deNegerhutgeput hadt. Want in het meermalen aangehaalde, artikel uitFraser’s Magazinewordt verzekerd, dat allen, die hunne denkbeelden omtrent de slavernij aan dat boek ontleend hebben, „de slavengezinnen als uiterst ongevestigd en zwervend beschouwen.”Doch eer wij terugkomen van onze verbazing, nemen wij denNatchez(Mississippi)Couriervan 20 November 1852 ter hand en lezen daar:Negers.De ondergeteekende neemt de vrijheid het publiek te berigten, dat hij voor den tijd van verscheidene jaren gehuurd heeft de plaats aan den Driesprong nabij Natchez, en dat hij aldaar het geheele jaar door eene aanzienlijke hoeveelheid negers in voorraad zal hebben. Zijne prijzen zullen even laag of lager zijn dan die van eenig ander handelaar alhier of te New-Orleans.Hij is juist uit Virginia gearriveerd met eene zeer bezienswaardige partij veld-arbeiders en arbeidsters; ook huisbedienden, drie keukenmeiden en een timmerman. Komt en ziet.Tevens zijn bij hem drie paarden te koop.Natchez, 28 September 1852.Thos. G. James.Waar ter wereld heeft die gelukkige mijnheer James dit fraaije „assortiment” Virginia-negers opgedaan? Waarschijnlijk in een of ander graafschap, dat de heer Randolph nooit bezocht heeft. En heeft men geene gezinnen behoeven te scheiden, om dat assortiment tot stand te brengen? Waar zijn hunne kinderen? Wij hooren van eene partij huisbedienden, van drie keukenmeiden en een timmerman, zoowel als van drie paarden. Hadden die ongelukkige keukenmeiden en die timmerman geene betrekkingen? Vloeiden geene droevige tranen langs hunne donkere wangen, toen zij „gesorteerd” werden voor de markt van Natchez? Rijst uit geen dier treurige harten het lied op:O voer mij naar ’t oude Virgienje terug?Al verder ontmoeten wij in hetzelfde blad het volgende:Slaven! Slaven! Slaven!Wekelijks versche aanvoer.—Daar wij ons gevestigd hebben aan den Driesprong, nabij Natchez, bij een contract voor verscheidene jaren, hebben wij thans voorhanden, gelijk wij het heele jaar zullen hebben, een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers, bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden, keukenmeiden, naaisters, waschvrouven, strijksters, enz., welke wij even laag of lager dan eenig ander huis alhier of te New-Orleans kunnen en willen verkoopen.Personen, die aankoopen wenschen te doen, worden aangemaand ons te bezoeken, alvorens zich elders te verbinden, daar onze geregelde aanvoer ons steeds voorziet van een goed en aanzienlijk assortiment. Wij geven den koopers vele faciliteiten. Komt en ziet!Natchez,15 October 1852.Griffin & Pullam.Inderdaad! De heeren Griffin en Pullam schijnen even gelukkig te zijn! Zij hebben elke week verschen aanvoer en zullen „een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers” gereed houden, „bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden”, enz.Laten wij eerbiedig mogen vragen op welke wijze een slavenhandelaar een goed gesorteerden voorraad bijeenkrijgt. Hij gaat naar Virginia om hen uit te zoeken. Men heeft hem order gegeven, b. v. voor een dozijn keukenmeiden, een half dozijn timmerlieden, zooveel huisbedienden, enz., enz. Elk van deze personen heeft zijne eigene betrekkingen; behalve dat zij keukenmeiden, timmerlieden en huisbedienden zijn, zijn zij ook vaders, moeders, mannen en vrouwen: maar wat doet er dat toe? Zij moeten uitgezocht worden, er is eenassortimentnoodig. De heer, die eene keukenmeid bestelde, heeft natuurlijk niets te maken met hare vijf kinderen; en de planter, die order gaf op een timmerman, heeft de keukenmeid, zijne vrouw, niet noodig. Een timmerman is bovendien een kostbaar voorwerp, dat duizend tot vijftien honderd dollars geldt; en een man, die zulk eene som moet betalen, kan zich niet altijd de weelde veroorloven van aan zijne menschlievendheid toe te geven. Wat de kinderen betreft, die moeten in den slavenkweekenden Staat gelaten worden. Want, indien het reeds volwassene productwekelijkste Natchez of New-Orleans aangevoerd wordt, is het dan denkelijk dat de inwoners zich zullen bezwaren met den last van het opkweeken van kinderen? Neen, in elk welingerigt bedrijf moet verdeeling van arbeid in acht genomen worden. De noordelijke Staten kweeken het artikel aan, de zuidelijke consumeren het.Wij hebben tot nu toe meer bepaald uittreksels gemaakt uit de nieuwsbladen van de zuidelijke Staten. Zoo de lezer nieuwsgierig is om te weten hoe het „sorteren” gaat in de noordelijke Staten, dan zal de dagbladpers hem verder op de hoogte stellen. In denDaily Virginianvan 19 November 1852 geeft de heer J. B. McLendon volgenderwijze te kennen dat hij zich gevestigd heeft voor die zaak:Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich te Lynchburg gevestigd hebbende,geeft de hoogste contante prijzen voor negerstusschen 10 en 30 jaren. Zij, die Negers te verkoopen hebben, zullen in hun belang handelen door zich mondeling of schriftelijk tot hem te wenden in het Washington-Hotel te Lynchburg.5 November.J. B. McLendon.De heer McLendon berigt in duidelijke woorden, dat hij geene kinderen beneden tien jaren neemt, noch volwassenen boven dertig. Fraaijejongenegers zijn wat hij begeert:—gezinnen worden natuurlijk nimmer gescheiden.In hetzelfde blad wenscht de heer Seth Woodroof de goê gemeente te herinneren, dat ook hij aan de markt is, gelijk vroeger reeds. Ook hij heeft negers tusschen de tien en dertig jaren noodig; maar hij verlangt bij voorkeur ambachtslieden, smeden en timmerlieden,—getuige zijne eigene advertentie:Negers benoodigd.De ondergeteekende blijft steeds aan de markt tot den aankoop van negers van de beide seksen,tusschen 10 en 30 jaren; zoo er ambachtslieden onder zijn, zoo als smeden en timmerlieden, zal hij de hoogste contante marktprijzen geven. Zijne inrigting is een nieuw steenen gebouw in de Lynchstreet, onmiddellijk achter de „Farmers Bank”, waar hij tevens bijgebouwen opgerigt heeft, strekkende om negers in den kost te nemen, die ten verkoop naar Lynchburg verzonden worden, of anders om hen zoo veilig te bewaren als of zij in de stadsgevangenis waren geplaatst.15 Augustus.Seth Woodroof.Er valt geen twijfelen aan of deze mijnheer Seth Woodroof is een menschelijk man en wenscht de scheiding van gezinnenzooveel mogelijkte vermijden. Gewis wenscht hij vurig, dat al zijne smeden en timmerlieden toch zoo verstandig zullen zijn van geene kinderen beneden de tien jaren te hebben; doch indien de onbedachtzame kerels ze toch hebben, wat staat een menschlievend man dan te doen? Hij moet aan de bestelling van mijnheer die of die voldoen, dat is duidelijk; en daarom moeten John en Sam maar een laatsten blik werpenop hunne kinderen, zoo als Oom Tom op de zijnen wierp toen hij aan hun bedje stond en er groote maar vruchtelooze tranen op neêr liet droppelen.Neen, vrienden, duidt het dien armen heer Seth Woodroof niet euvel, dat hij het afgrijselijke, walgelijke werk van het verscheuren van het levend menschelijke hart verrigt ten uwen dienste! ’t Werk is soms onaangenaam genoeg, zoo als hij u zou kunnen vertellen; en zoo gij verlangt, dat hij het voor u blijve waarnemen, behandel hem dan vriendelijk en beweer niet, beter te zijn dan hij.Maar die voordeelige handel bepaalt zich niet uitsluitend tot de oude Staten. Zie de volgende advertentiën uit een blad van Tennessee, deNachville Gazettevan 23 November 1852, waarin de heer A. A. McLean, algemeen agent voor deze soort van zaken, zijne begeerten en voornemens te kennen geeft:Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk vijf en twintig fiksche negers,—mannen en vrouwen,tusschen 15 en 25 jaren,—te koopen, waarvoor ik de hoogste contante prijzen betalen zal.9 November.A. A. McLean,Algemeen Agent.De heer McLean schijnt alleen negers tusschen de vijftien en vijf en twintig jaren te kunnen gebruiken. Deze advertentie komt twee malen in hetzelfde nommer van genoemd blad voor, waaruit wij moeten opmaken dat de behoefte van dien heer zeer groot is, en hij stellig vertrouwt, dat iemand geneigd zal zijn om te verkoopen. Iets verder geeft dezelfde heer eene andere behoefte te kennen.Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk te koopen een neger-timmerman. Ik zal een goeden prijs betalen.29 September.A. A. McLean,Algemeen Agent.De heer McLean doet geene aanvraag om zijne vrouw en kinderen, noch berigt waarheen die timmerman zal gezonden worden,—of het zal zijn naar de markt van New-Orleans, of de Roode Rivier op, of benedenwaarts naar eenigeplantage aan den Mississippi, waar hij vrouw of kind nooit weêr zal zien. Maar zie, altijd in hetzelfde blad, komt de heer McLean weer met eene nieuwe behoefte voor den dag.Terstond benoodigd.Eene Min; welke ook de prijs zij—hij zal betaald worden voor eene vrouw van goed humeur, gezond gestel enz. Men vervoege zich bijA. A. McLean,Algemeen Agent.En wat moet er worden van het kind van deze min? Misschien op den oogenblik, dat de heer McLean aanvrage om haar doet, zit zij het aan hare borst te wiegen en te denken, gelijk zoo menige andere moeder doet, dat het haast het mooiste en aardigste kind is, dat ooit het licht aanschouwde; want, hoe vreemd het ook klinke! zelfs zwarte moeders hebben soms dat gevoel. Maar dat alles doet er niet toe, men heeft haar noodig als min! Tante Prue kan haar kind overnemen, en moet het dan maar opbrengen met pap en zoo meer. Weg met haar naar mijnheer McLean!Men sla ook een blik op de volgende advertentie, welke doet zien hoe levendig de handel is in den goeden Staat Alabama. De heer S. N. Brown zegt namelijk het volgende in denAdvertiser and Gazette, van Montgomery in Alabama:Negers te koop.S. N. Brown neemt deze gelegenheid waar, om zijne oude begunstigers en anderen die slaven willen koopen, te verwittigen, dat hij thans voorhanden heeft eene zelf door hem uitgezochte en gekochte partij fiksche jonge negers, bestaande in mannen, jongens en vrouwen, veld-arbeiders en bekwame huisbedienden, die hij aanbiedt tot den laagsten prijs, welken de tegenwoordige koersen toelaten. Zijn kantoor is in de Market-street voorbij de Montgomery Hall, bij de oude plaats van Lindsay, waar hij voornemens is slaven ten verkoop te houden voor zijne eigene rekening en niet in commissie, waardoor hij vermeent allen, die hem zullen willen begunstigen, naar genoegen te kunnen bedienen.Montgomery, 13 September 1852.Wij wenschen te vragen waar die jongens en meisjes door dezen heer Brownuitgezochtzijn geworden? Wat gevoeldenhunne vaders en moeders toen zij werdenuitgezocht? Emmeline is uit het eene gezin genomen, George uit het andere. De knappe handelaar heeft uitgestrekte streken doorreisd en op zijn spoor allerwege geween en hartzeer achtergelaten. Een klein voorval, dat onlangs de ronde door de nieuwsbladen gemaakt heeft, kan misschien strekken tot verduidelijking van de tooneelen, die hij veroorzaakt heeft:Eene slavenhistorie.In den nacht van Donderdag den 2den dezer vermoordde eene negerin, behoorende aan Geo. M. Garrison, in Polk County, vier van hare kinderen, door hen in den slaap de halzen af te snijden, en bragt daarop zich-zelve op de zelfde wijze om het leven. Haar meester kent geene aanleiding tot deze afgrijselijke daad, tenzij die daarin mogt gelegen zijn, dat zij hem er van had hooren spreken om haar en twee harer kinderen te verkoopen en de overigen te behouden.Hoe beminnelijk naïf is de onzekerheid van den meester in dit geval! Hij weet, dat men bij de negers het gevoel van wel-opgevoede lieden niet verwachten kan; maar hier doet zich een geval voor, waarin het schepsel werkelijk onverklaarbaar handelt, en hij kan geene andere reden bedenken, dan dat hij voornemens was haar van hare kinderen te scheiden.Doch bedaar, lieve lezer! het ongeluk was zoo groot niet. Hier waren het altemaal kinderen vanarmelieden, en sommige, ofschoon niet alle, waren zwart, en dat, weet gij, maakt een hemelsbreed onderscheid!Maar de heer Brown is de eenige niet in Montgomery. Ook de heer Lindsey wenscht het publiek te herinneren aan zijn depôt.Honderd Negers te koopin mijn depôt, in Commerce-street, tusschen het „Exchange Hotel” en het magazijn van F. M. Gilmer Jr., waar ik van tijd tot tijd gedurende den loop van het saisoen groote partijen negers ontvangen en die tot zoo billijke prijzen als eenig ander huis in de stad verkoopen zal. Beleefdelijk noodig ik mijne oude begunstigers en vrienden uit, mijn voorraad te komen bezigtigen.Montgomery, 2 November 1852.Jno.W. Lindsey.De heer Lindsey zal gedurende heele saisoen negers ontvangen en die zoo billijk als iemand verkoopen; er bestaat, dus geene vrees, dat de voorraad te kort zal schieten. Maar zie, in hetzelfde blad maken ook de heeren Sanders en Foster aanspraak op de aandacht van het publiek.Negers te koop.De ondergeteekenden hebben het welbekende etablissement van Eckles & Brown aangekocht, zoodat zij thans te koop hebben eene aanzienlijke partij sterke jonge negers, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, allen goede veld-arbeiders. Als ook, verscheidene goede huisbedienden en ambachtslieden van allerlei aard. De ondergeteekenden zullen steeds een groot assortiment negers voorhanden hebben, waaronder van alle soorten. Gegadigden zullen in hun belang handelen, met zich eerst bij hen te vervoegen en te zien, eer zij elders koopen.13 April.Sanders & Foster.De heeren Sanders & Foster zullen dus ook een „assortiment” in voorraad houden. Al hunne negers zullen jong en sterk zijn; de nuttelooze oude vaders en moeders zullen weggeworpen worden, zoo als men na het wieden van een tuin het onkruid op een hoop werpt.Eene vraag: Zijn de heeren Sanders & Foster, en J. W. Lindsey, en S. N. Brown, en A. A. McLean, en Seth Woodroof en J. B. McLendon, werkelijk lidmaten van de Kerk? Ergert die vraag u? Waarom? Waarom zouden zij dat niet zijn? De eerwaarde Dr. Smylie, van Mississippi, zegt toch zeer bepaald in een door twee consistoriën goedgekeurd geschrift, dat de Bijbel verlof geeft om slaven te koopen en te verkoopen.1Zoo de Bijbel dit regt verleent en dezen handel wettigt, waarom zou het u dan ergeren, den slavenhandelaar aan deAvondmaalstafel te zien? Gevoelt gij, dat er bloed aan zijne handen kleeft, het bloed van menschenharten die hij heeft vaneen gereten? Siddert gij als hij het gezegende brood aanraakt, en als hij den beker aan de lippen zet, „uit wien hij, die dien onwaardig drinkt, zich-zelven een oordeel drinkt?” Maar wie maakt den slavenhandel? Immers gij? Denkt gij, dat zijn bedrijf heilzaam is voor de ziel? Denkt gij, dat de tooneelen waarmede hij gemeenzaam moet zijn, en de daden die hij verrigten moet om een „assortiment” negers ten uwen gerieve bijeen te houden, dingen zijn, die de goedkeuring van Jezus Christus wegdragen? Denkt gij, dat zij zijne vordering in de genade begunstigen en de behoudenis zijner ziel verzekeren zullen? Of is het voor u zóó onvermijdelijk noodig,gesorteerdenegers te hebben, dat de handelaars niet alleen in dit leven uit de fatsoenlijke kringen verbannen, maar ten uwen gerieve aan het gevaar van voor eeuwig ter helle te varen, moeten blootgesteld worden?Wij zullen de papieren uit het Zuiden nog eens doorloopen en zien of wij niet eenige blijken kunnen vinden van die menschelijkheid, die de scheiding der gezinnenzooveel mogelijkvermijdt. In denArgus, die het licht ziet te Weston, in Missouri, vinden wij den 5den November 1852 het volgende:Eene Negerin te koop.Ik wensch te verkoopen een zwart meisje, omstreeks 24 jaren oud, eene goede kookster en waschvrouw, handig met de naald en ervaren in het spinnen en weven. Ik wensch haar te plaatsen in de nabijheid van Camden Point; zoo zich niet binnen korten tijd een kooper opdoet, zal ik de beste markt zoeken, of haar verruilen tegen twee kleinen, een jongen en een meisje.M. Doyal.Een verstandig man, die mijnheer Doyal! Hij is afkeerig van de scheiding der gezinnen, en wenscht die vrouw daarom te verkoopen in de nabijheid van Camden Point, waar hare betrekkingen zijn,—misschien haar echtgenoot en hare kinderen, of hare broeders en zusters. Hij zal haar niet van hare familie scheiden, zoo het bij mogelijkheid vermeden kan worden; dat wil zeggen, indien hij zonder die scheiding even veel voor haar kan krijgen; doch, zoo dat niet gaat, zal hij„de beste markt zoeken.”Wat zou men van den heer Doyal meer kunnen vergen?En hoe bloeit die heerlijke handel in den Staat Maryland? Wij nemen deBaltimore Sunvan 23 November 1852 ter hand. De heer J. S. Donovan geeft daarin aan het Christelijk publiek volgenderwijze inlichtingen over de inrigting van zijne gevangenis:Contant geld voor Negers.Ik ondergeteekende blijf op de oude plaats, No. 13, Camden-street, voortgaan met den hoogsten prijs voor negers te betalen. Personen, die negers per spoortrein of stoomboot aanvoeren, zullen gemak ondervinden indien zij zich tot bewaring dier negers aan mij rigten, daar mijne gevangenis gelegen is nabij het spoorwegstation en de aanlegplaats der stoombooten. Ik belast mij met het veilig bewaren van negers.J. S. Donovan.Daarop volgt weder eene andere advertentie:Slaven benoodigd.Wij koopen ten allen tijde slaven tot de hoogste contante prijzen. Personen, die wenschen te verknopen, adresseren zich No. 242, Pratt-street (oude firma Slatter). Op brieven wordt geantwoord.B. M. & W. L. Campbell.In eene andere kolom heeft de heer John Denning eene advertentie doen opnemen, wier bewoordingen aan het verhevene grenzen:Vijf duizend Negers benoodigd.Ik zal de hoogste contante prijzen betalen voor 5000 negers, voorzien van goede certificaten, ’tzij slaven voor levenslang of voor eene bepaalde reeks van jaren, in groote of kleine gezinnen, of afzonderlijke negers. Ik zal ook negers, die in den Staat moeten blijven, koopen, mits zij van goed gedrag zijn. Gezinnen worden nimmer gescheiden. Personen, die slaven te koop hebben, adresseren zich aan mij, daar het geld steeds voorhanden ligt. Op orders zal prompt acht geslagen, en eene ruime commissiebetaald worden door John N. Denning, No. 18, South Frederick-street, tusschen de Baltimore en Second-streets, te Baltimore, in Maryland. Er staan boomen voor de deur.Ook de heer John Denning is een menschlievend man. Hij rukt nimmer gezinnen uiteen. Ziet gij het niet uit zijne advertentie? Zoo iemand hem eene vrouw aanbiedt zonder haar man, zal de heer John Denning haar niet koopen. O neen, zeker niet! Zijne vijf duizend negers bestaan allen uit ongesplitste familiën; andere neemt hij nimmer; en hij doet ze weêr heel en ongebroken over. Dit is zeker troostrijk om te overdenken.Men zie ook denDemocratvan 8 December 1852 in, een blad dat te Cambridge, in Maryland, verschijnt. Daarin berigt zeker heer aan de slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen, dat hij weder aan de markt is.Negers benoodigd.Ik wensen den slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen te berigten, dat ik weder aan de markt ben. Personen, die negers bezitten, welke voor hun leven slaven zijn, zullen in hun belang handelen, met mij te spreken, alvorens zij verkoopen, daar ik voornemens ben de hoogste contante prijzen te betalen, waartoe de koers der zuidelijke markt regt geeft. Men kan mij vinden in het hotel van A. Hall, te Easton, waar ik zal vertoeven tot 1oJulij aanstaande. Brieven, die aan mij te Easton, of aan Wm. Bell, te Cambridge, gerigt worden, zullen ten spoedigste worden beantwoord.Wm. Harker.Met den heer Harker is zeer goed te handelen. Hij houdt zich op de hoogte van den staat der zuidelijke markt, en zal de hoogste prijzen betalen waartoe die markt gelegenheid zal geven. Bovendien zal hij te vinden zijn tot Julij, en zal hij alle brieven, die men tot hem rigten mogt, beantwoorden. Over één punt moeten wij hem echter onderhouden. Hij heeft niet geadverteerd, dat hij geene familiën scheidt. ’t Is wel is waar slechts eene kwestie van smaak; maar sommige welmeenende lieden staan er op, om het in de advertentie van een slavenhandelaar te zien; het geeft er een beter oog aan; en als mijnheer Harker er een oogenblik overnadenkt, zal hij het er gewis eene volgende maal invoegen. Het neemt weinig plaats weg en staat goed.Nu en dan brengen de advertentiën wegens ontvlugte slaven ons voor den geest, in hoe geringe mate hetmogelijkbevonden is, om de scheiding der gezinnen tevermijden; zoo als b. v. bij het lezen van het volgende in denRichmond Whigvan 5 November 1852:Tien dollars belooning.Wij zijn gemagtigd door Henry P. Davis, om eene belooning van 10 dollars uit te loven voor het vatten van een neger, genaamd Henry, die van de plantage van gezegden Davis, nabij Petersburg, ontvlugt is op Donderdag, 27 October. Gemelde slaaf, afkomstig uit de nabijheid van Lynchburg, in Virginia, was gekocht van Cock, en heeft eene vrouw in Halifax County, in Virginia. Hij was laatstelijk werkzaam aan den Zuider-spoorweg. Welligt houdt hij zich op in de nabijheid zijner vrouw.Pulliam & Davis,Houders van Verkoopingen te Richmond.De steller der advertentie schijnt het voormogelijkte houden, dat Henry in de nabuurschap zijner vrouw is. Wij zouden er ons in het geheel niet over verwonderen, indien dit het geval ware.Thans is de lezer in het bezit van eenige der statistieke opgaven waarvan de bewoner van Zuid-Carolina spreekt, in zijne zinsnede, die wij hiervoren, op bladz. 27, hebben aangehaald.Ten einde eenig verder begrip te krijgen van den uitgebreiden handel, die in deze soort van eigendom plaatsvindt, ga men het volgende overzigt na, dat opgemaakt is uit vier en zestig nieuwsbladen uit het Zuiden, voor de hand genomen. Al die bladen hebben het licht gezien in de beide laatste weken van November 1852.De negers worden geadverteerd bij naam, soms in bepaalde getallen en soms in „partijen”, „assortimenten” en andere onbepaalde uitdrukkingen. Hoezeer deze opgemaakte lijst verre zijn moet beneden de waarheid, geven wij haar niettemin in den vorm eener tabel.Hier is aangekondigd inslechts elf bladen, de verkoop vanacht honderd negen en veertig slaven, intwee weken, in Virginia; de Staat, waar de heer J. Thornton Randolph schrijft, dat de scheiding van gezinnen eene zaak is „waarvan men soms inromansleest.”STATEN waar de Bladen het licht zien.Aantal der geraadpleegde Bladen.Aantal geadverteerde Negers.Getal partijen, enz.Getal der geadverteerde Vlugtelingen.Virginia11819715Kentucky523817Tennessee8385417Zuid-Carolina1285227Georgia6982..Alabama1054955Mississippi866956Louisiana4460435644,1003092In Zuid-Carolina, van waar de schrijver inFraser’s Magazinedateert, zien wij binnen den tijd van twee weken in een enkel dozijn bladen, acht honderd twee en vijftig negers ten verkoop aangekondigd. Waarlijk, wij behoorden op de nieuwsbladen van zijnen Staat toe te passen, wathijzegt van deNegerhut: „Zoo men zijne begrippen van de slavernij aandeze papierenontleende, zou men de slavengezinnen wel als uiterst ongevestigd en zwervend moeten beschouwen.”Het totaal, in vier en zestig nieuwsbladen in onderscheidene Staten, voor den tijd van slechts twee weken, is vier duizend een honderd, behalve nog dertig „partijen” gelijk men ze noemt.En wie zou nu de hopelooze, nimmer hersteld wordende scheiding des negers van zijn gezin durven vergelijken met de vrijwillige scheiding van den vrije, wien noodzakelijke bezigheden eene poos van zijne betrekkingen verwijderd houden? Is het lot van den slaaf niet reeds bitter genoeg, zonder deze uiterste bespottingen berispelijksten hoon? Wel mogen zij uitroepen in hun zielsangst: „Onze ziele vloeit over van den smaad dergenen die in weelde gezeten zijn, en van de verachting der trotschaards!”De jaloersche wet ontneemt den armen neger, die reedsblootgesteld is aan de bitterste scheiding, het vermogen om te schrijven. Voor hem is de gapende klove zwart en hopeloos diep, zonder een enkel troostrijk baken. Onbekend met de aardrijkskunde, weet hij niet werwaarts hij gaat, noch hoe hij een brief moet adresseren. In alle opzigten is het eene scheiding, zoo hopeloos als die, welke de dood veroorzaakt, en even beslissend.1Hij zegt in een werk over de slavernij: „Zoo de taal in staat is een helder en bepaald begrip van iets te geven, weet ik niet hoe zij iets duidelijker of ondubbelzinniger zou kunnen uitdrukken dan in Leviticus XXV geschiedt, welk Hoofdstuk duidelijk en ondubbelzinnig verklaart, dat God-zelf de slavernij of lijfeigenschap heeft goedgekeurd; en dat het „koopen, verkoopen, houden en vererven” van slaven als eigendommen, inrigtingen zijn, die Hij-zelf heeft vastgesteld.”
Hoofdstuk III.De verstrooijing der huisgezinnen.„Welk een onderscheid tusschen Isabella en hare onderhoorigen!” riep Dr. Worthington met kracht uit. „Voor haar is het een verlies van rang, van fortuin, van de schoone uitzigten des levens, misschien zelfs van de gezondheid; want onvermijdelijk zal zij bezwijken onder de ongewone werkzaamheden en ontberingen, die zij zal moeten ondergaan. Doch voor hen is hetniets dan eene verandering van meesters.”„Ja, want de buren willen niet gedoogen dat een der huisgezinnen verstrooid worde.”„Natuurlijk niet. Van zoo iets leest men wel eens inromans; maar in het werkelijke leven heb ik het nooit gezien, dan in zeldzame gevallen, of als de slaaf zich aan eene overtreding of misdaad had schuldig gemaakt, voor welke hij in het Noorden gevangen gezet zou zijn, misschien wel levenslang.—Cabin and Parlour, door J. Thornton Randolph, blz. 39.„Maar ik zeg u, zij zullen ons allen naar Georgia verkoopen. Hoe ontkomen wij daaraan?”„Daarin zult ge u wel vergissen,” antwoordde Oom Peter zeer bepaald. „In deze streken heb ik nog nooit van zoo iets gehoord, tenzij als een neger zich buitengewoon slecht gedragen had.”
„Welk een onderscheid tusschen Isabella en hare onderhoorigen!” riep Dr. Worthington met kracht uit. „Voor haar is het een verlies van rang, van fortuin, van de schoone uitzigten des levens, misschien zelfs van de gezondheid; want onvermijdelijk zal zij bezwijken onder de ongewone werkzaamheden en ontberingen, die zij zal moeten ondergaan. Doch voor hen is hetniets dan eene verandering van meesters.”„Ja, want de buren willen niet gedoogen dat een der huisgezinnen verstrooid worde.”„Natuurlijk niet. Van zoo iets leest men wel eens inromans; maar in het werkelijke leven heb ik het nooit gezien, dan in zeldzame gevallen, of als de slaaf zich aan eene overtreding of misdaad had schuldig gemaakt, voor welke hij in het Noorden gevangen gezet zou zijn, misschien wel levenslang.—Cabin and Parlour, door J. Thornton Randolph, blz. 39.„Maar ik zeg u, zij zullen ons allen naar Georgia verkoopen. Hoe ontkomen wij daaraan?”„Daarin zult ge u wel vergissen,” antwoordde Oom Peter zeer bepaald. „In deze streken heb ik nog nooit van zoo iets gehoord, tenzij als een neger zich buitengewoon slecht gedragen had.”
„Welk een onderscheid tusschen Isabella en hare onderhoorigen!” riep Dr. Worthington met kracht uit. „Voor haar is het een verlies van rang, van fortuin, van de schoone uitzigten des levens, misschien zelfs van de gezondheid; want onvermijdelijk zal zij bezwijken onder de ongewone werkzaamheden en ontberingen, die zij zal moeten ondergaan. Doch voor hen is hetniets dan eene verandering van meesters.”
„Ja, want de buren willen niet gedoogen dat een der huisgezinnen verstrooid worde.”
„Natuurlijk niet. Van zoo iets leest men wel eens inromans; maar in het werkelijke leven heb ik het nooit gezien, dan in zeldzame gevallen, of als de slaaf zich aan eene overtreding of misdaad had schuldig gemaakt, voor welke hij in het Noorden gevangen gezet zou zijn, misschien wel levenslang.—Cabin and Parlour, door J. Thornton Randolph, blz. 39.
„Maar ik zeg u, zij zullen ons allen naar Georgia verkoopen. Hoe ontkomen wij daaraan?”
„Daarin zult ge u wel vergissen,” antwoordde Oom Peter zeer bepaald. „In deze streken heb ik nog nooit van zoo iets gehoord, tenzij als een neger zich buitengewoon slecht gedragen had.”
Door zulke penseeltrekken als de bovenstaande, geeft de heer Thornton Randolph ons eene schets van de aartsvaderlijke bestendigheid en veiligheid van den toestand van den slaaf in de oude Staten. Dat een slaaf buiten den Staat verkocht werd, heeft Dr. S. Worthington nooit gehoord, behalve in zeldzame gevallen voor eenigerhande misdaad; en Oom Peter heeft daar zelfs nooit iets van vernomen.Is dit eene trouwe schets?Het ergste kwaad van de slavernij is haar noodlottige invloed op het huisgezin; en, naar het inzigt van schrijfster dezes, is het een kwaad, dat blijkbaarder en onweêrsprekelijker is dan eenig ander.’t Is evenwel juist op dit punt, dat de voorstellingen, vervat inde Negerhut, de sterkste tegenspraak ondervonden hebben, hetzij zijdelings als door den bovenaangehaalden romanschrijver, hetzij meer regtstreeks in de nieuwsbladen, zoowel van het Noorden als van het Zuiden. Die van het Noorden verraadt, om het minst te zeggen, de grootste onbekendheid met de zaak, die van het Zuiden doet gewis groot onregt aan den roem van waarheidsliefde en eerlijkheidder zuidelijke burgers. Alle streken des lands hebben gebreken, die daar eigenaardig zijn. De feil van het Zuiden, in het algemeen genomen, is geene bloohartige ontwijking en misleiding. Met groote verbazing las de schrijfster de volgende zinsneden in een artikel inFraser’s Magazine, afkomstig van iemand, die zegt in Zuid-Carolina te wonen:Mevrouw Stowe’s geliefdkoosd voorbeeld van de magt der meesters ten nadeele van den slaaf, is de scheiding der familiën. Men spreekt ons van kinderen van tien maanden, die uit de armen hunner moeders verkocht worden, en van mannen, wier bedrijf bestaat in het opkweeken van kinderen, om van de zijde der moeder verkocht te worden, zoodra zij oud genoeg zijn om de scheiding te kunnen doorstaan. Zoo wij onze kennis van dit punt der slavernij uit mevrouw Stowe’s boek moesten putten, zouden wij de slavengezinnen als uiterst onbevestigd en zwervend moeten beschouwen.En verder:Wij gelooven met vertrouwen, dat, indien statistieke opgaven te verzamelen waren, om over dit punt licht te verspreiden, daaruit blijken zou dat onder de negers veel minder scheiding in de gezinnen plaats vindt dan bij eenige andere klasse van personen.Daar de schrijver van dat artikel echter blijkbaar een man van eer is en vele edele en lofwaardige gevoelens aan den dag legt, kan men niet onderstellen dat deze beweringen werden nedergeschreven om te verdraaijen of te misleiden. Zij zijn dus slechts te beschouwen als bewijzen van de gemakkelijkheid, waarmede een vooringenomen oog dikwijls de onmiskenbaarste feiten over het hoofd ziet, wanneer zij indruischen tegen een geliefkoosd denkbeeld of stelsel, of wanneer zij in hunne strekking ongunstig zijn voor iemands land of familie. Zoo zullen de bewoners van eene plaats, wier ongezondheid algemeen bekend is, gelooven en beweren,—en dit met de meeste opregtheid—dat er in hunne stad minder ziekte heerscht, dan in eene andere, van dezelfde uitgebreidheid, in de geheele wereld. Zoo houden ook ouders hunne kinderen dikwijls voor onberispelijk, juist in die punten,waarin anderen hen het gebrekkigst vinden. De oplossing van dit verschijnsel is natuurlijk en prijzenswaardig, en doet ons achting koesteren voor onze zuidelijke broeders.Er is nog eene andere omstandigheid, waarop men, bij het lezen van zulke beweringen, acht moet geven. Uit het aangehaalde geschrift blijkt, dat de schrijver tot de weinigen behoort, die het bezit van eene volstrekte en onverantwoordelijke magt beschouwen als de krachtigste beweegreden om er een matig gebruik van te maken. Zulke menschen zijn doorgaans door vriend- en bloedverwantschap verbonden met anderen van soortgelijke inborst, waardoor zij zeer ligt in de dwaling vervallen van ieder volgens henzelven te beoordeelen en te denken, dat eene zaak voor de geheele wereld dienstig kan zijn omdat zij goed werkt in hun onmiddellijken kring. Het kan dan ook niet anders, of de velerlei omstandigheden, die sedert de dagen der kindschheid zamenwerken om den neger te verlagen en als minder te doen voorkomen in de oogen van een inboorling van het Zuiden,—het bestendige gebruik om van hen te spreken en te hooren spreken en hen geadverteerd te zien in vereeniging met paarden, muilezels, veevoeder, varkens, enz., gelijk in de zuidelijke nieuwsbladen dagelijksch werk is,—dit alles moet, zelfs bij de regtschapenste menschen, eene zekere verwarring te weeg brengen met opzigt tot de belangen, smarten, genegenheden, van degenen die niet bepaaldelijk tot hun eigen kring behooren, waardoor zij ten hoogste ongeschikt worden om hun toestand juist te beoordeelen. De schrijfster is hierdoor dikwijls bijzonder getroffen geworden bij het lezen van brieven van vrienden uit het Zuiden, die, op dezelfde bladzijde, het een of ander melden betrekkelijk den toestand van de negers in het Zuiden, en dan voortgaan, en, in verband met andere onderwerpen, feiten aanvoeren, die alles weder schijnen tegen te spreken. Wij allen kunnen nagaan hoe die vermenging van het eene met het andere op ons zou werken. Werden wij genoopt op te geven hoe dikwijls de koeijen onzer buren van hare kalven gescheiden zijn, of hoe dikwijls hun huisraad en overige bezitting verspreid en uiteengerukt is geworden door geregtlijke verkoopingen, wij zouden ons geneigd vinden te verklaren, dat het een ongeluk was, dat niet dikwijls plaats vindt.Doch slaan wij een paar nieuwsbladen van Zuid-Carolina open, uitgegeven in denzelfden Staat waar die heer woont, en gaan wij de advertentiën van ééne week na. De schrijfster heeft er eenige verkortingen in gebragt, die in de zaak zelve geene verandering maken.Geregtelijke verkoop van twaalf fraaije Negers.Fairfield District.R. W. Murray en echtgenootec. s.contrain Equity.William Wright en echtgenootec. s.Ingevolge bevelschrift van het „Court of Equity,” in bovenstaande zaak uitgevaardigd in de Julij-zitting van 1852, zal ik op den eersten Maandag in Januarij aanstaande, vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’, in het openbaar aan den hoogstbiedende toewijzen,12zeer fraaije Negers,behoorende tot de plantage van wijlen Micajah Mobley, van Fairfield District.Deze Negers bestaan voornamelijk in jonge knapen en meisjes en zijn zeer aan te bevelen.De verkoopsvoorwaarden, enz.Commissioners’ Office,W. R. Robertson.Winnsboro’, 30 November 1852.Vrijwillige Verkoop.In openbare veiling zullen op Dingsdag 21 December aanstaande, ten sterfhuize van mevrouw M. P. Rabb, aan den hoogstbiedende worden toegewezen hare nagelatene goederen, gedeeltelijk bestaande in omstreeks2000bushels koorn,25000ponden veevoeder,tarwe, katoenzaad, paarden, muilezels, rundvee, schapen, varkens.Waarschijnlijk zullen tenzelfden tijde en plaatse verscheidenefraaije jonge negersgeveild worden.De verkoopsvoorwaarden zijn: Alle sommen beneden vijf en twintig dollars contant. Alle sommen van vijf en twintig dollars en daarboven, op twaalf maanden crediet,met intrest van den dag der veiling, op acceptatie en met twee soliede borgen.William S. Rabb.11 November.Administrateur.Geregtelijke verkoop van Landerijen en Negers.Fairfield District.James E. Caldwell, Administrateur van wijlen Jacob Gibson,contrain Equity.Jason D. Gibsonc. s.Ingevolge order van verkoop in het bovengemelde proces, zal ik op den eersten Maandag in Januarij aanstaande en den volgenden dag, vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’, in openbare veiling aan den hoogstbiedende verkoopen, de volgende goederen, nagelaten door wijlen Jacob Gibson van Fairfield District, te weten:De plantage waarop de overledene gewoond heeft, beslaande nagenoeg 661 acres, gelegen aan de Wateree Creek, en belendende aan de landerijen van Samuel Johnston, Theodore S. du Bose, Edward P. Mobley en B. R. Cockrell. Deze plantage zal geveild worden in twee koopen, waarvan de teekeningen op den verkoopdag ter bezigtiging zullen liggen.Voorts:46 prima fraaije Negers,bestaande in voerlieden, smeden, keukenmeiden, huisbedienden, enz.Commissioners’ Office,W. R. Robertson.Winnsboro’, 29 November 1852.Vijftig prima Negers.Den eersten Maandag in Januarij aanstaande, zal ik vóór het Geregtsgebouw te Columbia, vijftig zulke fraaije negers verkoopen, als ooit ten verkoop zijn aangeboden; zij zijn afkomstig van de plantage van A. P. Vinson. De negers zijn in elk opzigt met zorg behandeld. Gegadigdenkunnen verzekerd zijn, dat zij geene betere gelegenheid kunnen vinden om zich te voorzien.18 November.J. H. Adams,Executeur.Vrijwillige Verkoop.Den 15 December aanstaande zullen ten sterfhuize van wijlen Samuel Moore, in York District, al diens nagelaten goederen verkocht worden, bestaande in35 fraaije Negers;Eene hoeveelheid katoen en koorn, paarden en muilezels, bouwgereedschappen, huis- en keukenvoorwerpen en vele goederen meer.18 November.Samuel E. Moore,Administrateur.Vrijwillige Verkoop.Op Dingsdag 14 December aanstaande zullen ten sterfhuize van Robert W. Durham, in Fairfield District, in openbare veiling aan den hoogstbiedende worden toegeslagen, alle de nagelaten goederen van den overledene; gedeeltelijk bestaande uit het volgende:50 prima fraaije Negers.Omstreeks 3000 bushels koorn.Eene hoeveelheid veevoeder.Tarwe, haver, paardeboonen, rogge, katoenzaad, paarden, rundvee, varkens, schapen.23 November.C. H. Durham,Administrateur.Verkooping op last der Sheriffs.Krachtens onderscheidene aan mij gerigte bevelschriften zal ik op den eersten Maandag in December en den volgenden dag, in het Geregtsgebouw van Fairfield, op de gebruikelijke uren aan den hoogstbiedende à contant verkoopen: de volgende goederen van Allen R. Crankfield, als: 2 negers, in beslag genomen voor Alexander Brodiec. s.; 2 paarden en 1 ezel, in beslag genomen voor Alexander Brodie;2 muilezels, 1 paar karwielen, 1 latafel en 1 ledekant, in beslag genomen voor Temperance E. Miller en J. W. Miller;1 neger, de eigendom van R. J. Gladney, in beslag genomen op verzoek van James Camak;1 neger, de eigendom van Geo. McCormick, in beslag genomen op verzoek van W. M. Phifer;1 rijdzadel, te verkoopen onder eene toewijzing van G. W. Boulware aan J. B. Mickle, in de zaak van Geo. Murphy jr. contra G. W. Boulware.Sheriffs Office,19 November 1852.R. E. Ellison,Geregtelijke Verkoop.John A. Crumptonc. s.contrain Equity.Zachariah C. Crumpton.Krachtens bevelschrift in dit proces, zal ik op den eersten Maandag in December aanstaande vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’ in openbare veiling aan den hoogstbiedende verkoopen, drie perceelen land, behoorende tot de bezittingen van wijlen Zachariah Crumpton.Tenzelfden tijde en plaatse zal ik, krachtens bevelschrift als boven,vijf of zes fraaije jonge negers verkoopen, mede de eigendom van Zachariah Crumpton.De verkoopsvoorwaarden, enz.Commissioners’ Office,Winnsboro’, 8 November 1852.W. R. Robertson.Aanzienlijke Verkooping.De ondergeteekende, als administrateur der nalatenschap van wijlen kolonel T. Randell, zal op Maandag 20 December aanstaande, alle goederen tot dien boedel behoorende verkoopen, bestaande in:56 Negers, Vee, Koorn, Voeder, enz. enz.Verkoopsvoorwaarden, enz.2 September.Samuel J. Randell.DeTri-Weekly South Carolinian, die het licht ziet te Columbia, draagt het volgende motto aan het hoofd:Doe wel en zie niet om; het doel van uw streven zij uw land, uw God, de waarheid.In het nommer van 23 December 1852 leest men een „Antwoord van de vrouwen van Virginia aan de vrouwen van Engeland,” waarin de volgende zinsnede opmerking verdient:Geloof ons, diep en in den gebede onderzoeken wij Gods heilig woord; wij zijn innig overtuigd, dat onze instellingen daarmede overeenstemmen.In andere kolommen van dat blad nu komen de volgende advertentiën voor:Verkooping op last der Sheriffs, 2 Januarij 1853.Krachtens onderscheidene bevelschriften zullen vóór het Geregtsgebouw van Columbia, op de gebruikelijke uren, op den eersten Maandag en Dingsdag in Januarij verkocht worden:Ongeveer vier en zeventig acres land, in Richland District, belend ten noorden en oosten door Lorick, ten zuiden en westen door Thomas Trapp.Alsmede, tien stuks rundvee, vijf en twintig stuks varkens en twee honderd bushels koorn, in beslag genomen van M. A. Wilson, op verzoek van Samuel GardnercontraM. A. Wilson.Zeven negers, genaamd Grace, Frances, Edmund, Charlotte, Emuline, Thomas en Charles, in beslag genomen als eigendom van Bartholomew Turnipseed, op verzoek van A. F. Dubard, J. S. Lever en de Bank van den Staatc. s., contraB. Turnipseed.Ongeveer 450 acres land, in Richland District, belend enz. enz.Groote Verkoop van Goederen.Op Maandag 7 Februarij aanstaande zullen in openbare veiling voetstoots verkocht worden op de plantage nabij Linden, al de paarden, muilezels, wagens, bouwgereedschappen, koorn, voeder enz.En op den volgenden Maandag, 14 Februarij, in het Geregtsgebouw te Linden, in Marengo County, in Alabama, bij openbare veiling voetstoots aan den meestbiedende:110 prima fraaije Negers,behoorende tot de plantage van wijlen John Robinson, van Zuid Carolina.Onder deze negers zijn vier knappe timmerlieden en een zeer uitstekend smid.Verkooping van Negers.Op magtiging van den heer Peter Wylie, directeur van Chester District, zal ik op den eersten Maandag in Februarij aanstaande, vóór het Geregtsgebouw te Chesterville, in openbare veiling verkoopen:Veertig fraaije Negers,behoorende tot de plantage van F. W. Davie.23 December.W. D. de Saussure.Executeur.Verkoop van Huisraad, enz., door J. & L. T. Levin.Op Donderdag 6 Januarij aanstaande zullen wij ten onzen huize verkoopen, al het huisraad en de keukengereedschappen, nagelaten door wijlen B. L. McLaughlin, gedeeltelijk bestaande in:Met hair bekleede stoelen, sopha’s en wiegstoelen, piano, mahonie eet- thee- en speeltafels; karpetten, haarden en haardstellen, schoorsteensieraden, klokken, buffetten, bureaux, mahonie ledikanten, vederen bedden en matrassen, waschtafels, gordijnen, glas- en aardewerk en nog vele voorwerpen voor huiselijk gebruik, alles à contant;alsmedeEen neger, genaamd Leonard, tot dienzelfden inboedel behoorende.De voorwaarden, enz.;Als ookeene hoeveelheid nieuwe metselsteenen, afkomstig uit den boedel van wijlen A. S. Johnstone.21 December.Groote verkoop van Negers en van de Saluda-fabriek,door J. & L. T. Levin.Donderdag 30 December ten 11 ure, zullen in het Geregtsgebouw in Columbia verkocht worden:Honderd kostbare Negers.Zelden doet zich eene gelegenheid op als de tegenwoordige. Er zijn onder hen slechts vier boven de 45 jaren, en niet één boven de 50. Men telt onder hen vijf en twintig prima jonge lieden, tusschen 16 en 30 jaren, veertig van de knapste jonge vrouwen, eneene zoo fraaije reeks kinderen als men met oogen zien kan!!Voorwaarden, enz.18 December 1852.Veiling van Negers, door J. & L. T. Levin.Op Maandag 3 Januarij aanstaande zullen in het Geregtsgebouw verkocht worden, ten 10 ure precies:22 fraaije negers, meerendeels jong en sterk. Men vindt onder hen landbouwers, stalknechten en wagenvoerders, huisbedienden enz. De respective ouderdom is: Robinson 10 jaar, Elsey 34, Yanaky 13, Sylla 11, Anikee 8,Robinson 6, Candy 3, Infant 9, Thomas 35, Die 38, Amey 18, Eldridge 13, Charles 6, Sarah 60, Baket 50, Mary 18, Betty 16, Guy 12, Tilla 9, Lydia 24, Rachel 4,Scipio2.Bovengemelde negers worden verkocht ten einde het geld op eene andere wijze te beleggen: de verkoop zal daarom onherroepelijk voortgang hebben.Voorwaarden: Een crediet van een, twee of drie jaren, op acceptatiën betaalbaar bij eene der banken, voorzien van twee soliede endossementen en met intrest van den dag der veiling.8 December 1843.Arme kleine Scipio!Een schoon en knap Meisje uit de hand te koop.Een knap meisje, omstreeks zeventien jaar (grootgebragt in de Bovenstreken), eene goede kinder-oppasseres en huismeid; zij kan wasschen en strijken, een gewonen pot koken,en er wordt voor ingestaan dat zij gezond en sterk is. Zij is te zien op ons kantoor, waar zij blijven zal tot dat zich een kooper opdoet.15 December 1849.Allen & Phillips,Vendumeesters en Commissionnairs.Plantage en Negers te koop.De ondergeteekende, zich in Columbia gevestigd hebbende, biedt ter overneming aan: zijne plantage, gelegen in St. Matthew’s Parish, zes mijlen van den spoorweg, beslaande 1500 acres, thans in vollen bouw, met woonhuis en de noodige bijgebouwen; alsmede50 sterke Negers, met Provisien, enz.Men zal het den koopers gemakkelijk maken. Gegadigden gelieven zich te vervoegen bij den ondergeteekende in Columbia, of bij zijn zoon op de plantage.6 December 1841.T. J. Goodwin.Te Koop.Een fiksche neger-jongen, ongeveer een en twintig jaren oud, een goed voerman en veld-arbeider. Adres aan het bureau dezer courant.20 December 1852.Nu is het bijna niet mogelijk, dat iemand, die van kindsbeen aan gewoon is geweest zulke advertentiën te zien en ze met zoo veel onverschilligheid te doorloopen als wij advertentiën van canapé’s en stoelen doen, er zoodanig door zou getroffen worden, als degeen die geheel ongewoon is aan zulk eene wijze om menschelijke wezens te beschouwen en te verhandelen. Zij maken op hem geen indruk. De bedienden van zijne eigene familie of die zijner vrienden worden niet geveild, en hij weet ook niet dat het met iemand daarvan gebeurd is. Onder de advertentiën kunnen er honderde geweest zijn, die in zijne nabijheid zulke tooneelen te weeg bragte, als in deNegerhutgeschetst zijn. Toen Charles Dickens tafereelen ophing van het gebrek en de ellende te Londen, is welligt eene soortgelijke ongeloovigheid achter de damasten staatsie-gordijnen van menig schitterend salon aan den dag gelegd.Zijhadden nooit iets dergelijks gezien entoch altijd te Londen gewoond. Doch evenwel deed Dickens in menige adellijke en aristocratische borst het menschelijk medegevoel voor de ongelukkigen ontwaken, en leerde hij hen gevoelen, hoeveel rampspoed in hunne onmiddellijke nabijheid bestaan kon, waarvan zij volslagen onbewust waren. Men heeft hem nooit als een verguizer van zijn land beschouwd, ofschoon hij veel van het daarin aanwezige lijden, verdriet en misbruik aan den dag bragt. De schrijfster moet ernstig verzoeken, dat de schrijver dier verhandeling eens de moeitewillenemen om de „statistiek” van den Amerikaanschen binnenlandschen slavenhandel na te gaan; dat hij een of ander nieuwsblad eens geregeld doorloope en een paar maanden aanteekening gelieve te houden van het aantal menschelijke wezens, met harten, hoop en aandoeningen gelijk de zijnen, die geregeld onderworpen worden aan al de onzekerheden en veranderingen van roerend goed. De schrijfster houdt zich verzekerd, dat hij het niet lang zou kunnen doen, zonder in zijn boezem den wensch te voelen oprijzen, om, niet de verdediger, maar de hervormer der instellingen zijns lands te worden.De nieuwsbladen van Zuid-Carolina staan in dit opzigt niet alleen; zij zijn gelijk aan honderde andere bladen uit elken anderen Staat.Dat de lezer een oogenblik stil sta, en nog eens de aangehaalde advertentiën van twee weken doorzie. Dit is geen romanschrijven,—dit zijnfeiten. Zie die menschelijke wezens, voor het publiek uitgestald, te gelijk met paarden, muilezels, karren, katoenzaad, ledekanten enz.,—terwijl Christelijke dames in hetzelfde blad zeggen, dat zij, „in den gebede Gods Woord onderzoeken,” en gelooven dat de instellingen van haar land Zijne goedkeuring wegdragen! Zou hij denken, dat hier, in deze twee weken, geene tooneelen van lijden geweest zijn? Verbeeld u de droefenis dezer gezinnen, de angstige nachten van deze moeders en kinderen, vrouwen en mannen, als de veilingen gehouden zullen worden! Stel u de tooneelen bij den verkoop voor! Eene jonge dame, vriendin van schrijfster dezes, die een winter in Carolina doorbragt, gaf haar eene schets van den verkoop van eene vrouw en hare kinderen. Toen een zevenjarig meisje op de tafel van den verkooper geplaatst werd, viel het kind van vrees en zenuwachtigheid in flaauwte. Zij werdweggenomen, kwam weder bij en werd teruggebragt; de flaauwte kwam terug,—drie malen werd de proef met denzelfden uitslag herhaald, en eindelijk werd de verkoop van het kind uitgesteld!Men leze ook het volgende, dat Dr. Elwood Harvey, redacteur van een blad in een der westelijke Staten, in denPennsylvania Freemanvan 25 December 1846 plaatste:Wij woonden eene verkooping van landerijen en andere goederen in den omtrek van Petersburg, in Virginia, bij, en zagen onvoorbereid tevens slaven in openbare veiling verkoopen. Men had den slaven, die, voor het huis geschaard, de vergaderde menigte aanzagen, gezegd, dat zij niet verkocht zouden worden. Toen de landerijen verkocht waren, riep de vendu-meester op luiden toon: „Breng de negers voor!” Eene uitdrukking van verbazing en schrik vertoonde zich op hun gelaat, terwijl zij eerst elkander aanzagen en toen den drom van koopers, die thans het oog op hen gevestigd hield. Toen hun de vreeselijke waarheid klaar voor den geest stond dat zij verkocht zouden worden en van bloedverwanten en vrienden voor eeuwig gescheiden, werd het tooneel boven beschrijving hartbrekend. Vrouwen grepen hare zuigelingen op en ijlden gillende in de hutten. De kinderen verborgen zich achter de hutten en huisjes, en de mannen stonden in stomme vertwijfeling. De verkooper stond voor den ingang van het huis, en de „mannen en jongens” werden op het plein ter bezigtiging gerangschikt. Er werd aangekondigd, dat men voor degezondheidniet instond, en dat de koopers zelven behoorden te onderzoeken. Eenige oude mannen werden verkocht tot prijzen tusschen dertien en vijf-en-twintig dollars, en het was pijnlijk om aan te zien hoe bejaarde mannen, gebogen onder den last van werk en leed, zich moesten oprigten om de spot van onbeschofte dwingelanden te zijn, en hen hunne ziekelijkheid en onnutheid te hooren vertellen, uit vreeze, dat zij door slavenhandelaars zouden opgekocht worden voor de zuidelijke markten.Een blanke knaap van ongeveer vijftien jaren, werd op do tafel geplaatst. Zijn hair was bruin en glad, zijnehuid van dezelfde kleur als die van andere blanken, en er was geen merkbare negertrek in zijn gelaat waar te nemen.Er werden eenige laffe aardigheden gezegd over zijne kleur, en twee honderd dollars werden voor hem geboden; doch uit den hoop werd geroepen, dat „dit geen genoegzame inzet was voor zulk een fikschen jongen neger.” Sommigen zeiden, dat zij hem „niet om niet” zouden willen hebben. Eenigen merkten aan, dat een witte neger meer last gaf dan voordeel. Eén man zeide, dat het onbetamelijk was,blankente verkoopen. Ik vroeg hem, of dit slechter was dan zwarten te verkoopen, waarop hij geen antwoord gaf. Eer de knaap verkocht werd, snelde zijne moeder uit het huis, en riep met waanzinnige smart: „Mijn zoon, o mijn jongen, wegnemen willen zij mijn dierbaren....” Hier verstomde hare stem, daar zij op eene ruwe manier weggeduwd en de deur gesloten werd. De verkoop werd geen oogenblik afgebroken, en niemand onder de menigte scheen door dit tooneel in het minst aangedaan. De arme jongen, die niet van harte durfde uitweenen in het bijzijn van zoo veel vreemden, die niet het geringste medelijden aan den dag legden, beefde en veegde met zijne mouw de tranen van zijne wangen. Hij vond voor ongeveer twee honderd vijftig dollars een kooper. Gedurende den verkoop weêrgalmde de plaats zoodanig van geween en gekerm, dat het mij eng om het hart werd. Eene vrouw werd daarop bij name geroepen. Alvorens haar kind aan eene oude vrouw over te geven, omhelsde zij het met een woesten druk, en spoedde zich toen werktuigelijk om aan de oproeping te voldoen; doch plotseling bleef zij staan, hief hare armen omhoog, gaf een gil en was buiten staat een stap verder te doen.Een mijner reisgenooten stiet mij aan en zeide: „Kom, laten wij heen gaan; ik kan het niet langer aanzien.” Wij verlieten die plaats dus. De man, die ons rijtuig van Petersburg had gereden, bezat twee zonen, kleine jongens, die tot de plantage behoorden. Hij had de belofte verkregen, dat zij niet verkocht zouden worden. Wij vroegen, of zij zijne eenige kinderen waren. „De eenige overgeblevene van acht,” was zijn antwoord. Drie waren naar het Zuiden verkocht, van wie hij nimmer meer iets zou zien of hooren.Daar de menschen in het Noorden zulke dingen niet zien, is het noodig dat zij er dikwijls genoeg van hooren, ten einde aandachtig te blijven op het lijden van de slagtoffers hunner onverschilligheid.Dit zijn degewoneomstandigheden, niet devergunde wreedheden,van een stelsel, hetwelk de menschen zich-zelven hebben wijs gemaakt, dat in overeenstemming is met Gods Woord!Laten wij aannemen, dat „de familie-betrekking ontzien wordt,voor zoover dit mogelijk is.” Dan doet zich de vraag op:Tot hoever is het mogelijk?Advertentiën van zulke verkoopingen doen zich week aan week in bijna hetzelfde aantal voor in dezelfde nieuwsbladen, in denzelfden omtrek; en handelaars van beroep maken er hun werk van, ze bij te wonen en slagtoffers op te koopen. Indien nu de bewoners van eene bepaalde streek zich belasten met de zorg om toe te zien dat in dezen stroom van veilingen geene gezinnen gescheiden worden, dan moet men tot de overtuiging komen, dat zij weinig anders te doen zouden hebben. Hetiseene waarheid—en die onze menschelijke natuur in het algemeen eere aandoet—dat de smart en zielsangst der arme, hulpelooze schepsels, dikwijls vrienden voor hen doet opstaan onder de edelen van harte. Er zijn menschen in het Zuiden, die al het mogelijke doen en zelfs boven hunne krachten gaan om de wreede operatiën van den slavenhandel te stuiten en in afzonderlijke gevallen verligting aan te brengen. Er zijn er in het Zuiden, die zouden kunnen vertellen, indien zij wilden, hoe hun, wanneer zij den laatsten dollar besteed hadden, waarover zij in eene week konden beschikken, in de volgende week juist even zulk een geval voorkwam, waaraan zij niet konden voldoen. Er zijn meesters in het Zuiden, die zouden kunnen mededeelen, indien zij wilden, hoe zij hebben staan bieden tegen een slavenhandelaar, om een of anderen hunner eigene arme slaven te bevrijden, totdat het bod al hooger en hooger steeg en de gebiedende noodzakelijkheid hun eindelijk den mond sloot. Goedhartige verkoopers weten zeer wel, hoe dikwijls zij worden aangezocht om medewerking, ten einde een armen man buiten de klaauwen van den slavenhandelaar te houden, en hoe zij daarin soms slagen, soms falen.Juist de strijd, dien regtschapene mannen in het Zuiden voeren om den geregelden slavenhandel te knakken, doet hun de hopeloosheid hunner pogingen zien. Wij geven gaaf toe, dat velen hunner evenveel of meer doen, dan wij in soortgelijke omstandigheden doen zouden; maar toch wetenzij, dat, wat zij uitrigten, niets meer dan eene beuzeling is.Doch wij zullen verder redeneren op getuigenis van advertentiën. Wat moet men opmaken uit het onderstaande, voorkomende in denMemphis Eagle and Inquirer, van Zaturdag 13 November 1852? Onder het motto aan het hoofd van dat blad:„Vrijheiden eenheid, thans en immer,” vinden wij het volgende fraais:No. I.Vijf en zeventig Negers.Ik heb zoo even uit de oostelijke streken ontvangen 75 gesorteerde A No. 1 negers. Kom spoedig, zoo gij keuze wilt hebben.Benj. Little.No. II.Contant geld voor Negers.Ik zal zoo hooge contante prijzen voor eenige fiksche jonge negers betalen als eenig handelaar in deze stad;—ook in commissie ontvangen en verknopen op Byrd Hill, de oude plaats, in Adamsstreet, te Memphis.Benj. Little.No. III.Vijf honderd Negers benoodigd.Wij betalen den hoogsten contanten prijs voor alle goede negers, die ons te koop geboden worden. Ieder, die negers te koop heeft, noodigen wij uit zich te vervoegen aan ons kantoor. Wij zullen eerlang ook eens aanzienlijke partij Virginia-negers te koop hebben. Onze gevangenis is zoo sterk als eenige andere in het land, en wij kunnen er negers, die men zou wenschen te doen opsluiten, veilig bewaren.Bolton, Dickins & Co.Laten wij onderdanig mogen vragen wat in de eerste advertentie bedoeld wordt metgesorteerdeA No. 1negers?Is het waarschijnlijk, dat het beteekent, negers die bij geheele gezinnen verkocht worden? Wat meent de uitnoodiging: „Kom spoedig, zoo gij keuze wilt hebben?”Zoo veel wat de eerste advertentie betreft. Laten wij nu den ingewijden eenige vragen aangaande No. II mogen doen. Wat bedoelt mijnheer Benjamin Little met te zeggen: „Ik zal zoo hooge contante prijzen voor eenige fiksche jonge negers betalen als eenig handelaar in deze stad?” Bestaan huisgezinnen doorgaans alleen uit fiksche jonge negers?Ook aangaande de derde advertentie zouden wij gaarne eenige inlichtingen bekomen. De heeren Bolton, Dickins & Co. melden dat zij „eene aanzienlijke partij Virginia-negers” verwachten.Ongelukkige heeren Bolton, Dickins & Co.! Zoudt gij denken, dat familiën in Virginia hare negers zullen verkoopen? Hebt gij dan mijnheer J. Thornton Randolph’s laatsten roman niet gelezen, en daaruit gezien dat oude familiën in Virginianimmeraan slavenhandelaren verkoopen? en—nog meer—dat zij zichaltijdvereenigen en de negers opkoopen, die in de nabuurschap geveild worden, en de slavenhandelaars, als zij zich durven vertoonen, met weinig omslag weggejaagd worden? Men zou waarlijk gaan denken, dat gij uwe begrippen omtrent de zaak uit deNegerhutgeput hadt. Want in het meermalen aangehaalde, artikel uitFraser’s Magazinewordt verzekerd, dat allen, die hunne denkbeelden omtrent de slavernij aan dat boek ontleend hebben, „de slavengezinnen als uiterst ongevestigd en zwervend beschouwen.”Doch eer wij terugkomen van onze verbazing, nemen wij denNatchez(Mississippi)Couriervan 20 November 1852 ter hand en lezen daar:Negers.De ondergeteekende neemt de vrijheid het publiek te berigten, dat hij voor den tijd van verscheidene jaren gehuurd heeft de plaats aan den Driesprong nabij Natchez, en dat hij aldaar het geheele jaar door eene aanzienlijke hoeveelheid negers in voorraad zal hebben. Zijne prijzen zullen even laag of lager zijn dan die van eenig ander handelaar alhier of te New-Orleans.Hij is juist uit Virginia gearriveerd met eene zeer bezienswaardige partij veld-arbeiders en arbeidsters; ook huisbedienden, drie keukenmeiden en een timmerman. Komt en ziet.Tevens zijn bij hem drie paarden te koop.Natchez, 28 September 1852.Thos. G. James.Waar ter wereld heeft die gelukkige mijnheer James dit fraaije „assortiment” Virginia-negers opgedaan? Waarschijnlijk in een of ander graafschap, dat de heer Randolph nooit bezocht heeft. En heeft men geene gezinnen behoeven te scheiden, om dat assortiment tot stand te brengen? Waar zijn hunne kinderen? Wij hooren van eene partij huisbedienden, van drie keukenmeiden en een timmerman, zoowel als van drie paarden. Hadden die ongelukkige keukenmeiden en die timmerman geene betrekkingen? Vloeiden geene droevige tranen langs hunne donkere wangen, toen zij „gesorteerd” werden voor de markt van Natchez? Rijst uit geen dier treurige harten het lied op:O voer mij naar ’t oude Virgienje terug?Al verder ontmoeten wij in hetzelfde blad het volgende:Slaven! Slaven! Slaven!Wekelijks versche aanvoer.—Daar wij ons gevestigd hebben aan den Driesprong, nabij Natchez, bij een contract voor verscheidene jaren, hebben wij thans voorhanden, gelijk wij het heele jaar zullen hebben, een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers, bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden, keukenmeiden, naaisters, waschvrouven, strijksters, enz., welke wij even laag of lager dan eenig ander huis alhier of te New-Orleans kunnen en willen verkoopen.Personen, die aankoopen wenschen te doen, worden aangemaand ons te bezoeken, alvorens zich elders te verbinden, daar onze geregelde aanvoer ons steeds voorziet van een goed en aanzienlijk assortiment. Wij geven den koopers vele faciliteiten. Komt en ziet!Natchez,15 October 1852.Griffin & Pullam.Inderdaad! De heeren Griffin en Pullam schijnen even gelukkig te zijn! Zij hebben elke week verschen aanvoer en zullen „een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers” gereed houden, „bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden”, enz.Laten wij eerbiedig mogen vragen op welke wijze een slavenhandelaar een goed gesorteerden voorraad bijeenkrijgt. Hij gaat naar Virginia om hen uit te zoeken. Men heeft hem order gegeven, b. v. voor een dozijn keukenmeiden, een half dozijn timmerlieden, zooveel huisbedienden, enz., enz. Elk van deze personen heeft zijne eigene betrekkingen; behalve dat zij keukenmeiden, timmerlieden en huisbedienden zijn, zijn zij ook vaders, moeders, mannen en vrouwen: maar wat doet er dat toe? Zij moeten uitgezocht worden, er is eenassortimentnoodig. De heer, die eene keukenmeid bestelde, heeft natuurlijk niets te maken met hare vijf kinderen; en de planter, die order gaf op een timmerman, heeft de keukenmeid, zijne vrouw, niet noodig. Een timmerman is bovendien een kostbaar voorwerp, dat duizend tot vijftien honderd dollars geldt; en een man, die zulk eene som moet betalen, kan zich niet altijd de weelde veroorloven van aan zijne menschlievendheid toe te geven. Wat de kinderen betreft, die moeten in den slavenkweekenden Staat gelaten worden. Want, indien het reeds volwassene productwekelijkste Natchez of New-Orleans aangevoerd wordt, is het dan denkelijk dat de inwoners zich zullen bezwaren met den last van het opkweeken van kinderen? Neen, in elk welingerigt bedrijf moet verdeeling van arbeid in acht genomen worden. De noordelijke Staten kweeken het artikel aan, de zuidelijke consumeren het.Wij hebben tot nu toe meer bepaald uittreksels gemaakt uit de nieuwsbladen van de zuidelijke Staten. Zoo de lezer nieuwsgierig is om te weten hoe het „sorteren” gaat in de noordelijke Staten, dan zal de dagbladpers hem verder op de hoogte stellen. In denDaily Virginianvan 19 November 1852 geeft de heer J. B. McLendon volgenderwijze te kennen dat hij zich gevestigd heeft voor die zaak:Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich te Lynchburg gevestigd hebbende,geeft de hoogste contante prijzen voor negerstusschen 10 en 30 jaren. Zij, die Negers te verkoopen hebben, zullen in hun belang handelen door zich mondeling of schriftelijk tot hem te wenden in het Washington-Hotel te Lynchburg.5 November.J. B. McLendon.De heer McLendon berigt in duidelijke woorden, dat hij geene kinderen beneden tien jaren neemt, noch volwassenen boven dertig. Fraaijejongenegers zijn wat hij begeert:—gezinnen worden natuurlijk nimmer gescheiden.In hetzelfde blad wenscht de heer Seth Woodroof de goê gemeente te herinneren, dat ook hij aan de markt is, gelijk vroeger reeds. Ook hij heeft negers tusschen de tien en dertig jaren noodig; maar hij verlangt bij voorkeur ambachtslieden, smeden en timmerlieden,—getuige zijne eigene advertentie:Negers benoodigd.De ondergeteekende blijft steeds aan de markt tot den aankoop van negers van de beide seksen,tusschen 10 en 30 jaren; zoo er ambachtslieden onder zijn, zoo als smeden en timmerlieden, zal hij de hoogste contante marktprijzen geven. Zijne inrigting is een nieuw steenen gebouw in de Lynchstreet, onmiddellijk achter de „Farmers Bank”, waar hij tevens bijgebouwen opgerigt heeft, strekkende om negers in den kost te nemen, die ten verkoop naar Lynchburg verzonden worden, of anders om hen zoo veilig te bewaren als of zij in de stadsgevangenis waren geplaatst.15 Augustus.Seth Woodroof.Er valt geen twijfelen aan of deze mijnheer Seth Woodroof is een menschelijk man en wenscht de scheiding van gezinnenzooveel mogelijkte vermijden. Gewis wenscht hij vurig, dat al zijne smeden en timmerlieden toch zoo verstandig zullen zijn van geene kinderen beneden de tien jaren te hebben; doch indien de onbedachtzame kerels ze toch hebben, wat staat een menschlievend man dan te doen? Hij moet aan de bestelling van mijnheer die of die voldoen, dat is duidelijk; en daarom moeten John en Sam maar een laatsten blik werpenop hunne kinderen, zoo als Oom Tom op de zijnen wierp toen hij aan hun bedje stond en er groote maar vruchtelooze tranen op neêr liet droppelen.Neen, vrienden, duidt het dien armen heer Seth Woodroof niet euvel, dat hij het afgrijselijke, walgelijke werk van het verscheuren van het levend menschelijke hart verrigt ten uwen dienste! ’t Werk is soms onaangenaam genoeg, zoo als hij u zou kunnen vertellen; en zoo gij verlangt, dat hij het voor u blijve waarnemen, behandel hem dan vriendelijk en beweer niet, beter te zijn dan hij.Maar die voordeelige handel bepaalt zich niet uitsluitend tot de oude Staten. Zie de volgende advertentiën uit een blad van Tennessee, deNachville Gazettevan 23 November 1852, waarin de heer A. A. McLean, algemeen agent voor deze soort van zaken, zijne begeerten en voornemens te kennen geeft:Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk vijf en twintig fiksche negers,—mannen en vrouwen,tusschen 15 en 25 jaren,—te koopen, waarvoor ik de hoogste contante prijzen betalen zal.9 November.A. A. McLean,Algemeen Agent.De heer McLean schijnt alleen negers tusschen de vijftien en vijf en twintig jaren te kunnen gebruiken. Deze advertentie komt twee malen in hetzelfde nommer van genoemd blad voor, waaruit wij moeten opmaken dat de behoefte van dien heer zeer groot is, en hij stellig vertrouwt, dat iemand geneigd zal zijn om te verkoopen. Iets verder geeft dezelfde heer eene andere behoefte te kennen.Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk te koopen een neger-timmerman. Ik zal een goeden prijs betalen.29 September.A. A. McLean,Algemeen Agent.De heer McLean doet geene aanvraag om zijne vrouw en kinderen, noch berigt waarheen die timmerman zal gezonden worden,—of het zal zijn naar de markt van New-Orleans, of de Roode Rivier op, of benedenwaarts naar eenigeplantage aan den Mississippi, waar hij vrouw of kind nooit weêr zal zien. Maar zie, altijd in hetzelfde blad, komt de heer McLean weer met eene nieuwe behoefte voor den dag.Terstond benoodigd.Eene Min; welke ook de prijs zij—hij zal betaald worden voor eene vrouw van goed humeur, gezond gestel enz. Men vervoege zich bijA. A. McLean,Algemeen Agent.En wat moet er worden van het kind van deze min? Misschien op den oogenblik, dat de heer McLean aanvrage om haar doet, zit zij het aan hare borst te wiegen en te denken, gelijk zoo menige andere moeder doet, dat het haast het mooiste en aardigste kind is, dat ooit het licht aanschouwde; want, hoe vreemd het ook klinke! zelfs zwarte moeders hebben soms dat gevoel. Maar dat alles doet er niet toe, men heeft haar noodig als min! Tante Prue kan haar kind overnemen, en moet het dan maar opbrengen met pap en zoo meer. Weg met haar naar mijnheer McLean!Men sla ook een blik op de volgende advertentie, welke doet zien hoe levendig de handel is in den goeden Staat Alabama. De heer S. N. Brown zegt namelijk het volgende in denAdvertiser and Gazette, van Montgomery in Alabama:Negers te koop.S. N. Brown neemt deze gelegenheid waar, om zijne oude begunstigers en anderen die slaven willen koopen, te verwittigen, dat hij thans voorhanden heeft eene zelf door hem uitgezochte en gekochte partij fiksche jonge negers, bestaande in mannen, jongens en vrouwen, veld-arbeiders en bekwame huisbedienden, die hij aanbiedt tot den laagsten prijs, welken de tegenwoordige koersen toelaten. Zijn kantoor is in de Market-street voorbij de Montgomery Hall, bij de oude plaats van Lindsay, waar hij voornemens is slaven ten verkoop te houden voor zijne eigene rekening en niet in commissie, waardoor hij vermeent allen, die hem zullen willen begunstigen, naar genoegen te kunnen bedienen.Montgomery, 13 September 1852.Wij wenschen te vragen waar die jongens en meisjes door dezen heer Brownuitgezochtzijn geworden? Wat gevoeldenhunne vaders en moeders toen zij werdenuitgezocht? Emmeline is uit het eene gezin genomen, George uit het andere. De knappe handelaar heeft uitgestrekte streken doorreisd en op zijn spoor allerwege geween en hartzeer achtergelaten. Een klein voorval, dat onlangs de ronde door de nieuwsbladen gemaakt heeft, kan misschien strekken tot verduidelijking van de tooneelen, die hij veroorzaakt heeft:Eene slavenhistorie.In den nacht van Donderdag den 2den dezer vermoordde eene negerin, behoorende aan Geo. M. Garrison, in Polk County, vier van hare kinderen, door hen in den slaap de halzen af te snijden, en bragt daarop zich-zelve op de zelfde wijze om het leven. Haar meester kent geene aanleiding tot deze afgrijselijke daad, tenzij die daarin mogt gelegen zijn, dat zij hem er van had hooren spreken om haar en twee harer kinderen te verkoopen en de overigen te behouden.Hoe beminnelijk naïf is de onzekerheid van den meester in dit geval! Hij weet, dat men bij de negers het gevoel van wel-opgevoede lieden niet verwachten kan; maar hier doet zich een geval voor, waarin het schepsel werkelijk onverklaarbaar handelt, en hij kan geene andere reden bedenken, dan dat hij voornemens was haar van hare kinderen te scheiden.Doch bedaar, lieve lezer! het ongeluk was zoo groot niet. Hier waren het altemaal kinderen vanarmelieden, en sommige, ofschoon niet alle, waren zwart, en dat, weet gij, maakt een hemelsbreed onderscheid!Maar de heer Brown is de eenige niet in Montgomery. Ook de heer Lindsey wenscht het publiek te herinneren aan zijn depôt.Honderd Negers te koopin mijn depôt, in Commerce-street, tusschen het „Exchange Hotel” en het magazijn van F. M. Gilmer Jr., waar ik van tijd tot tijd gedurende den loop van het saisoen groote partijen negers ontvangen en die tot zoo billijke prijzen als eenig ander huis in de stad verkoopen zal. Beleefdelijk noodig ik mijne oude begunstigers en vrienden uit, mijn voorraad te komen bezigtigen.Montgomery, 2 November 1852.Jno.W. Lindsey.De heer Lindsey zal gedurende heele saisoen negers ontvangen en die zoo billijk als iemand verkoopen; er bestaat, dus geene vrees, dat de voorraad te kort zal schieten. Maar zie, in hetzelfde blad maken ook de heeren Sanders en Foster aanspraak op de aandacht van het publiek.Negers te koop.De ondergeteekenden hebben het welbekende etablissement van Eckles & Brown aangekocht, zoodat zij thans te koop hebben eene aanzienlijke partij sterke jonge negers, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, allen goede veld-arbeiders. Als ook, verscheidene goede huisbedienden en ambachtslieden van allerlei aard. De ondergeteekenden zullen steeds een groot assortiment negers voorhanden hebben, waaronder van alle soorten. Gegadigden zullen in hun belang handelen, met zich eerst bij hen te vervoegen en te zien, eer zij elders koopen.13 April.Sanders & Foster.De heeren Sanders & Foster zullen dus ook een „assortiment” in voorraad houden. Al hunne negers zullen jong en sterk zijn; de nuttelooze oude vaders en moeders zullen weggeworpen worden, zoo als men na het wieden van een tuin het onkruid op een hoop werpt.Eene vraag: Zijn de heeren Sanders & Foster, en J. W. Lindsey, en S. N. Brown, en A. A. McLean, en Seth Woodroof en J. B. McLendon, werkelijk lidmaten van de Kerk? Ergert die vraag u? Waarom? Waarom zouden zij dat niet zijn? De eerwaarde Dr. Smylie, van Mississippi, zegt toch zeer bepaald in een door twee consistoriën goedgekeurd geschrift, dat de Bijbel verlof geeft om slaven te koopen en te verkoopen.1Zoo de Bijbel dit regt verleent en dezen handel wettigt, waarom zou het u dan ergeren, den slavenhandelaar aan deAvondmaalstafel te zien? Gevoelt gij, dat er bloed aan zijne handen kleeft, het bloed van menschenharten die hij heeft vaneen gereten? Siddert gij als hij het gezegende brood aanraakt, en als hij den beker aan de lippen zet, „uit wien hij, die dien onwaardig drinkt, zich-zelven een oordeel drinkt?” Maar wie maakt den slavenhandel? Immers gij? Denkt gij, dat zijn bedrijf heilzaam is voor de ziel? Denkt gij, dat de tooneelen waarmede hij gemeenzaam moet zijn, en de daden die hij verrigten moet om een „assortiment” negers ten uwen gerieve bijeen te houden, dingen zijn, die de goedkeuring van Jezus Christus wegdragen? Denkt gij, dat zij zijne vordering in de genade begunstigen en de behoudenis zijner ziel verzekeren zullen? Of is het voor u zóó onvermijdelijk noodig,gesorteerdenegers te hebben, dat de handelaars niet alleen in dit leven uit de fatsoenlijke kringen verbannen, maar ten uwen gerieve aan het gevaar van voor eeuwig ter helle te varen, moeten blootgesteld worden?Wij zullen de papieren uit het Zuiden nog eens doorloopen en zien of wij niet eenige blijken kunnen vinden van die menschelijkheid, die de scheiding der gezinnenzooveel mogelijkvermijdt. In denArgus, die het licht ziet te Weston, in Missouri, vinden wij den 5den November 1852 het volgende:Eene Negerin te koop.Ik wensch te verkoopen een zwart meisje, omstreeks 24 jaren oud, eene goede kookster en waschvrouw, handig met de naald en ervaren in het spinnen en weven. Ik wensch haar te plaatsen in de nabijheid van Camden Point; zoo zich niet binnen korten tijd een kooper opdoet, zal ik de beste markt zoeken, of haar verruilen tegen twee kleinen, een jongen en een meisje.M. Doyal.Een verstandig man, die mijnheer Doyal! Hij is afkeerig van de scheiding der gezinnen, en wenscht die vrouw daarom te verkoopen in de nabijheid van Camden Point, waar hare betrekkingen zijn,—misschien haar echtgenoot en hare kinderen, of hare broeders en zusters. Hij zal haar niet van hare familie scheiden, zoo het bij mogelijkheid vermeden kan worden; dat wil zeggen, indien hij zonder die scheiding even veel voor haar kan krijgen; doch, zoo dat niet gaat, zal hij„de beste markt zoeken.”Wat zou men van den heer Doyal meer kunnen vergen?En hoe bloeit die heerlijke handel in den Staat Maryland? Wij nemen deBaltimore Sunvan 23 November 1852 ter hand. De heer J. S. Donovan geeft daarin aan het Christelijk publiek volgenderwijze inlichtingen over de inrigting van zijne gevangenis:Contant geld voor Negers.Ik ondergeteekende blijf op de oude plaats, No. 13, Camden-street, voortgaan met den hoogsten prijs voor negers te betalen. Personen, die negers per spoortrein of stoomboot aanvoeren, zullen gemak ondervinden indien zij zich tot bewaring dier negers aan mij rigten, daar mijne gevangenis gelegen is nabij het spoorwegstation en de aanlegplaats der stoombooten. Ik belast mij met het veilig bewaren van negers.J. S. Donovan.Daarop volgt weder eene andere advertentie:Slaven benoodigd.Wij koopen ten allen tijde slaven tot de hoogste contante prijzen. Personen, die wenschen te verknopen, adresseren zich No. 242, Pratt-street (oude firma Slatter). Op brieven wordt geantwoord.B. M. & W. L. Campbell.In eene andere kolom heeft de heer John Denning eene advertentie doen opnemen, wier bewoordingen aan het verhevene grenzen:Vijf duizend Negers benoodigd.Ik zal de hoogste contante prijzen betalen voor 5000 negers, voorzien van goede certificaten, ’tzij slaven voor levenslang of voor eene bepaalde reeks van jaren, in groote of kleine gezinnen, of afzonderlijke negers. Ik zal ook negers, die in den Staat moeten blijven, koopen, mits zij van goed gedrag zijn. Gezinnen worden nimmer gescheiden. Personen, die slaven te koop hebben, adresseren zich aan mij, daar het geld steeds voorhanden ligt. Op orders zal prompt acht geslagen, en eene ruime commissiebetaald worden door John N. Denning, No. 18, South Frederick-street, tusschen de Baltimore en Second-streets, te Baltimore, in Maryland. Er staan boomen voor de deur.Ook de heer John Denning is een menschlievend man. Hij rukt nimmer gezinnen uiteen. Ziet gij het niet uit zijne advertentie? Zoo iemand hem eene vrouw aanbiedt zonder haar man, zal de heer John Denning haar niet koopen. O neen, zeker niet! Zijne vijf duizend negers bestaan allen uit ongesplitste familiën; andere neemt hij nimmer; en hij doet ze weêr heel en ongebroken over. Dit is zeker troostrijk om te overdenken.Men zie ook denDemocratvan 8 December 1852 in, een blad dat te Cambridge, in Maryland, verschijnt. Daarin berigt zeker heer aan de slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen, dat hij weder aan de markt is.Negers benoodigd.Ik wensen den slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen te berigten, dat ik weder aan de markt ben. Personen, die negers bezitten, welke voor hun leven slaven zijn, zullen in hun belang handelen, met mij te spreken, alvorens zij verkoopen, daar ik voornemens ben de hoogste contante prijzen te betalen, waartoe de koers der zuidelijke markt regt geeft. Men kan mij vinden in het hotel van A. Hall, te Easton, waar ik zal vertoeven tot 1oJulij aanstaande. Brieven, die aan mij te Easton, of aan Wm. Bell, te Cambridge, gerigt worden, zullen ten spoedigste worden beantwoord.Wm. Harker.Met den heer Harker is zeer goed te handelen. Hij houdt zich op de hoogte van den staat der zuidelijke markt, en zal de hoogste prijzen betalen waartoe die markt gelegenheid zal geven. Bovendien zal hij te vinden zijn tot Julij, en zal hij alle brieven, die men tot hem rigten mogt, beantwoorden. Over één punt moeten wij hem echter onderhouden. Hij heeft niet geadverteerd, dat hij geene familiën scheidt. ’t Is wel is waar slechts eene kwestie van smaak; maar sommige welmeenende lieden staan er op, om het in de advertentie van een slavenhandelaar te zien; het geeft er een beter oog aan; en als mijnheer Harker er een oogenblik overnadenkt, zal hij het er gewis eene volgende maal invoegen. Het neemt weinig plaats weg en staat goed.Nu en dan brengen de advertentiën wegens ontvlugte slaven ons voor den geest, in hoe geringe mate hetmogelijkbevonden is, om de scheiding der gezinnen tevermijden; zoo als b. v. bij het lezen van het volgende in denRichmond Whigvan 5 November 1852:Tien dollars belooning.Wij zijn gemagtigd door Henry P. Davis, om eene belooning van 10 dollars uit te loven voor het vatten van een neger, genaamd Henry, die van de plantage van gezegden Davis, nabij Petersburg, ontvlugt is op Donderdag, 27 October. Gemelde slaaf, afkomstig uit de nabijheid van Lynchburg, in Virginia, was gekocht van Cock, en heeft eene vrouw in Halifax County, in Virginia. Hij was laatstelijk werkzaam aan den Zuider-spoorweg. Welligt houdt hij zich op in de nabijheid zijner vrouw.Pulliam & Davis,Houders van Verkoopingen te Richmond.De steller der advertentie schijnt het voormogelijkte houden, dat Henry in de nabuurschap zijner vrouw is. Wij zouden er ons in het geheel niet over verwonderen, indien dit het geval ware.Thans is de lezer in het bezit van eenige der statistieke opgaven waarvan de bewoner van Zuid-Carolina spreekt, in zijne zinsnede, die wij hiervoren, op bladz. 27, hebben aangehaald.Ten einde eenig verder begrip te krijgen van den uitgebreiden handel, die in deze soort van eigendom plaatsvindt, ga men het volgende overzigt na, dat opgemaakt is uit vier en zestig nieuwsbladen uit het Zuiden, voor de hand genomen. Al die bladen hebben het licht gezien in de beide laatste weken van November 1852.De negers worden geadverteerd bij naam, soms in bepaalde getallen en soms in „partijen”, „assortimenten” en andere onbepaalde uitdrukkingen. Hoezeer deze opgemaakte lijst verre zijn moet beneden de waarheid, geven wij haar niettemin in den vorm eener tabel.Hier is aangekondigd inslechts elf bladen, de verkoop vanacht honderd negen en veertig slaven, intwee weken, in Virginia; de Staat, waar de heer J. Thornton Randolph schrijft, dat de scheiding van gezinnen eene zaak is „waarvan men soms inromansleest.”STATEN waar de Bladen het licht zien.Aantal der geraadpleegde Bladen.Aantal geadverteerde Negers.Getal partijen, enz.Getal der geadverteerde Vlugtelingen.Virginia11819715Kentucky523817Tennessee8385417Zuid-Carolina1285227Georgia6982..Alabama1054955Mississippi866956Louisiana4460435644,1003092In Zuid-Carolina, van waar de schrijver inFraser’s Magazinedateert, zien wij binnen den tijd van twee weken in een enkel dozijn bladen, acht honderd twee en vijftig negers ten verkoop aangekondigd. Waarlijk, wij behoorden op de nieuwsbladen van zijnen Staat toe te passen, wathijzegt van deNegerhut: „Zoo men zijne begrippen van de slavernij aandeze papierenontleende, zou men de slavengezinnen wel als uiterst ongevestigd en zwervend moeten beschouwen.”Het totaal, in vier en zestig nieuwsbladen in onderscheidene Staten, voor den tijd van slechts twee weken, is vier duizend een honderd, behalve nog dertig „partijen” gelijk men ze noemt.En wie zou nu de hopelooze, nimmer hersteld wordende scheiding des negers van zijn gezin durven vergelijken met de vrijwillige scheiding van den vrije, wien noodzakelijke bezigheden eene poos van zijne betrekkingen verwijderd houden? Is het lot van den slaaf niet reeds bitter genoeg, zonder deze uiterste bespottingen berispelijksten hoon? Wel mogen zij uitroepen in hun zielsangst: „Onze ziele vloeit over van den smaad dergenen die in weelde gezeten zijn, en van de verachting der trotschaards!”De jaloersche wet ontneemt den armen neger, die reedsblootgesteld is aan de bitterste scheiding, het vermogen om te schrijven. Voor hem is de gapende klove zwart en hopeloos diep, zonder een enkel troostrijk baken. Onbekend met de aardrijkskunde, weet hij niet werwaarts hij gaat, noch hoe hij een brief moet adresseren. In alle opzigten is het eene scheiding, zoo hopeloos als die, welke de dood veroorzaakt, en even beslissend.
Door zulke penseeltrekken als de bovenstaande, geeft de heer Thornton Randolph ons eene schets van de aartsvaderlijke bestendigheid en veiligheid van den toestand van den slaaf in de oude Staten. Dat een slaaf buiten den Staat verkocht werd, heeft Dr. S. Worthington nooit gehoord, behalve in zeldzame gevallen voor eenigerhande misdaad; en Oom Peter heeft daar zelfs nooit iets van vernomen.
Is dit eene trouwe schets?
Het ergste kwaad van de slavernij is haar noodlottige invloed op het huisgezin; en, naar het inzigt van schrijfster dezes, is het een kwaad, dat blijkbaarder en onweêrsprekelijker is dan eenig ander.
’t Is evenwel juist op dit punt, dat de voorstellingen, vervat inde Negerhut, de sterkste tegenspraak ondervonden hebben, hetzij zijdelings als door den bovenaangehaalden romanschrijver, hetzij meer regtstreeks in de nieuwsbladen, zoowel van het Noorden als van het Zuiden. Die van het Noorden verraadt, om het minst te zeggen, de grootste onbekendheid met de zaak, die van het Zuiden doet gewis groot onregt aan den roem van waarheidsliefde en eerlijkheidder zuidelijke burgers. Alle streken des lands hebben gebreken, die daar eigenaardig zijn. De feil van het Zuiden, in het algemeen genomen, is geene bloohartige ontwijking en misleiding. Met groote verbazing las de schrijfster de volgende zinsneden in een artikel inFraser’s Magazine, afkomstig van iemand, die zegt in Zuid-Carolina te wonen:
Mevrouw Stowe’s geliefdkoosd voorbeeld van de magt der meesters ten nadeele van den slaaf, is de scheiding der familiën. Men spreekt ons van kinderen van tien maanden, die uit de armen hunner moeders verkocht worden, en van mannen, wier bedrijf bestaat in het opkweeken van kinderen, om van de zijde der moeder verkocht te worden, zoodra zij oud genoeg zijn om de scheiding te kunnen doorstaan. Zoo wij onze kennis van dit punt der slavernij uit mevrouw Stowe’s boek moesten putten, zouden wij de slavengezinnen als uiterst onbevestigd en zwervend moeten beschouwen.En verder:Wij gelooven met vertrouwen, dat, indien statistieke opgaven te verzamelen waren, om over dit punt licht te verspreiden, daaruit blijken zou dat onder de negers veel minder scheiding in de gezinnen plaats vindt dan bij eenige andere klasse van personen.
Mevrouw Stowe’s geliefdkoosd voorbeeld van de magt der meesters ten nadeele van den slaaf, is de scheiding der familiën. Men spreekt ons van kinderen van tien maanden, die uit de armen hunner moeders verkocht worden, en van mannen, wier bedrijf bestaat in het opkweeken van kinderen, om van de zijde der moeder verkocht te worden, zoodra zij oud genoeg zijn om de scheiding te kunnen doorstaan. Zoo wij onze kennis van dit punt der slavernij uit mevrouw Stowe’s boek moesten putten, zouden wij de slavengezinnen als uiterst onbevestigd en zwervend moeten beschouwen.
En verder:
Wij gelooven met vertrouwen, dat, indien statistieke opgaven te verzamelen waren, om over dit punt licht te verspreiden, daaruit blijken zou dat onder de negers veel minder scheiding in de gezinnen plaats vindt dan bij eenige andere klasse van personen.
Daar de schrijver van dat artikel echter blijkbaar een man van eer is en vele edele en lofwaardige gevoelens aan den dag legt, kan men niet onderstellen dat deze beweringen werden nedergeschreven om te verdraaijen of te misleiden. Zij zijn dus slechts te beschouwen als bewijzen van de gemakkelijkheid, waarmede een vooringenomen oog dikwijls de onmiskenbaarste feiten over het hoofd ziet, wanneer zij indruischen tegen een geliefkoosd denkbeeld of stelsel, of wanneer zij in hunne strekking ongunstig zijn voor iemands land of familie. Zoo zullen de bewoners van eene plaats, wier ongezondheid algemeen bekend is, gelooven en beweren,—en dit met de meeste opregtheid—dat er in hunne stad minder ziekte heerscht, dan in eene andere, van dezelfde uitgebreidheid, in de geheele wereld. Zoo houden ook ouders hunne kinderen dikwijls voor onberispelijk, juist in die punten,waarin anderen hen het gebrekkigst vinden. De oplossing van dit verschijnsel is natuurlijk en prijzenswaardig, en doet ons achting koesteren voor onze zuidelijke broeders.
Er is nog eene andere omstandigheid, waarop men, bij het lezen van zulke beweringen, acht moet geven. Uit het aangehaalde geschrift blijkt, dat de schrijver tot de weinigen behoort, die het bezit van eene volstrekte en onverantwoordelijke magt beschouwen als de krachtigste beweegreden om er een matig gebruik van te maken. Zulke menschen zijn doorgaans door vriend- en bloedverwantschap verbonden met anderen van soortgelijke inborst, waardoor zij zeer ligt in de dwaling vervallen van ieder volgens henzelven te beoordeelen en te denken, dat eene zaak voor de geheele wereld dienstig kan zijn omdat zij goed werkt in hun onmiddellijken kring. Het kan dan ook niet anders, of de velerlei omstandigheden, die sedert de dagen der kindschheid zamenwerken om den neger te verlagen en als minder te doen voorkomen in de oogen van een inboorling van het Zuiden,—het bestendige gebruik om van hen te spreken en te hooren spreken en hen geadverteerd te zien in vereeniging met paarden, muilezels, veevoeder, varkens, enz., gelijk in de zuidelijke nieuwsbladen dagelijksch werk is,—dit alles moet, zelfs bij de regtschapenste menschen, eene zekere verwarring te weeg brengen met opzigt tot de belangen, smarten, genegenheden, van degenen die niet bepaaldelijk tot hun eigen kring behooren, waardoor zij ten hoogste ongeschikt worden om hun toestand juist te beoordeelen. De schrijfster is hierdoor dikwijls bijzonder getroffen geworden bij het lezen van brieven van vrienden uit het Zuiden, die, op dezelfde bladzijde, het een of ander melden betrekkelijk den toestand van de negers in het Zuiden, en dan voortgaan, en, in verband met andere onderwerpen, feiten aanvoeren, die alles weder schijnen tegen te spreken. Wij allen kunnen nagaan hoe die vermenging van het eene met het andere op ons zou werken. Werden wij genoopt op te geven hoe dikwijls de koeijen onzer buren van hare kalven gescheiden zijn, of hoe dikwijls hun huisraad en overige bezitting verspreid en uiteengerukt is geworden door geregtlijke verkoopingen, wij zouden ons geneigd vinden te verklaren, dat het een ongeluk was, dat niet dikwijls plaats vindt.
Doch slaan wij een paar nieuwsbladen van Zuid-Carolina open, uitgegeven in denzelfden Staat waar die heer woont, en gaan wij de advertentiën van ééne week na. De schrijfster heeft er eenige verkortingen in gebragt, die in de zaak zelve geene verandering maken.
Geregtelijke verkoop van twaalf fraaije Negers.Fairfield District.R. W. Murray en echtgenootec. s.contrain Equity.William Wright en echtgenootec. s.Ingevolge bevelschrift van het „Court of Equity,” in bovenstaande zaak uitgevaardigd in de Julij-zitting van 1852, zal ik op den eersten Maandag in Januarij aanstaande, vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’, in het openbaar aan den hoogstbiedende toewijzen,12zeer fraaije Negers,behoorende tot de plantage van wijlen Micajah Mobley, van Fairfield District.Deze Negers bestaan voornamelijk in jonge knapen en meisjes en zijn zeer aan te bevelen.De verkoopsvoorwaarden, enz.Commissioners’ Office,W. R. Robertson.Winnsboro’, 30 November 1852.
Geregtelijke verkoop van twaalf fraaije Negers.
Fairfield District.
R. W. Murray en echtgenootec. s.contrain Equity.William Wright en echtgenootec. s.
Ingevolge bevelschrift van het „Court of Equity,” in bovenstaande zaak uitgevaardigd in de Julij-zitting van 1852, zal ik op den eersten Maandag in Januarij aanstaande, vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’, in het openbaar aan den hoogstbiedende toewijzen,
12zeer fraaije Negers,
behoorende tot de plantage van wijlen Micajah Mobley, van Fairfield District.
Deze Negers bestaan voornamelijk in jonge knapen en meisjes en zijn zeer aan te bevelen.
De verkoopsvoorwaarden, enz.
Commissioners’ Office,W. R. Robertson.Winnsboro’, 30 November 1852.
Vrijwillige Verkoop.In openbare veiling zullen op Dingsdag 21 December aanstaande, ten sterfhuize van mevrouw M. P. Rabb, aan den hoogstbiedende worden toegewezen hare nagelatene goederen, gedeeltelijk bestaande in omstreeks2000bushels koorn,25000ponden veevoeder,tarwe, katoenzaad, paarden, muilezels, rundvee, schapen, varkens.Waarschijnlijk zullen tenzelfden tijde en plaatse verscheidenefraaije jonge negersgeveild worden.De verkoopsvoorwaarden zijn: Alle sommen beneden vijf en twintig dollars contant. Alle sommen van vijf en twintig dollars en daarboven, op twaalf maanden crediet,met intrest van den dag der veiling, op acceptatie en met twee soliede borgen.William S. Rabb.11 November.Administrateur.
Vrijwillige Verkoop.
In openbare veiling zullen op Dingsdag 21 December aanstaande, ten sterfhuize van mevrouw M. P. Rabb, aan den hoogstbiedende worden toegewezen hare nagelatene goederen, gedeeltelijk bestaande in omstreeks
2000bushels koorn,25000ponden veevoeder,tarwe, katoenzaad, paarden, muilezels, rundvee, schapen, varkens.
Waarschijnlijk zullen tenzelfden tijde en plaatse verscheidenefraaije jonge negersgeveild worden.
De verkoopsvoorwaarden zijn: Alle sommen beneden vijf en twintig dollars contant. Alle sommen van vijf en twintig dollars en daarboven, op twaalf maanden crediet,met intrest van den dag der veiling, op acceptatie en met twee soliede borgen.
William S. Rabb.11 November.Administrateur.
Geregtelijke verkoop van Landerijen en Negers.Fairfield District.James E. Caldwell, Administrateur van wijlen Jacob Gibson,contrain Equity.Jason D. Gibsonc. s.Ingevolge order van verkoop in het bovengemelde proces, zal ik op den eersten Maandag in Januarij aanstaande en den volgenden dag, vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’, in openbare veiling aan den hoogstbiedende verkoopen, de volgende goederen, nagelaten door wijlen Jacob Gibson van Fairfield District, te weten:De plantage waarop de overledene gewoond heeft, beslaande nagenoeg 661 acres, gelegen aan de Wateree Creek, en belendende aan de landerijen van Samuel Johnston, Theodore S. du Bose, Edward P. Mobley en B. R. Cockrell. Deze plantage zal geveild worden in twee koopen, waarvan de teekeningen op den verkoopdag ter bezigtiging zullen liggen.Voorts:46 prima fraaije Negers,bestaande in voerlieden, smeden, keukenmeiden, huisbedienden, enz.Commissioners’ Office,W. R. Robertson.Winnsboro’, 29 November 1852.
Geregtelijke verkoop van Landerijen en Negers.
Fairfield District.
James E. Caldwell, Administrateur van wijlen Jacob Gibson,contrain Equity.Jason D. Gibsonc. s.
Ingevolge order van verkoop in het bovengemelde proces, zal ik op den eersten Maandag in Januarij aanstaande en den volgenden dag, vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’, in openbare veiling aan den hoogstbiedende verkoopen, de volgende goederen, nagelaten door wijlen Jacob Gibson van Fairfield District, te weten:
De plantage waarop de overledene gewoond heeft, beslaande nagenoeg 661 acres, gelegen aan de Wateree Creek, en belendende aan de landerijen van Samuel Johnston, Theodore S. du Bose, Edward P. Mobley en B. R. Cockrell. Deze plantage zal geveild worden in twee koopen, waarvan de teekeningen op den verkoopdag ter bezigtiging zullen liggen.
Voorts:
46 prima fraaije Negers,
bestaande in voerlieden, smeden, keukenmeiden, huisbedienden, enz.
Commissioners’ Office,W. R. Robertson.Winnsboro’, 29 November 1852.
Vijftig prima Negers.Den eersten Maandag in Januarij aanstaande, zal ik vóór het Geregtsgebouw te Columbia, vijftig zulke fraaije negers verkoopen, als ooit ten verkoop zijn aangeboden; zij zijn afkomstig van de plantage van A. P. Vinson. De negers zijn in elk opzigt met zorg behandeld. Gegadigdenkunnen verzekerd zijn, dat zij geene betere gelegenheid kunnen vinden om zich te voorzien.18 November.J. H. Adams,Executeur.
Vijftig prima Negers.
Den eersten Maandag in Januarij aanstaande, zal ik vóór het Geregtsgebouw te Columbia, vijftig zulke fraaije negers verkoopen, als ooit ten verkoop zijn aangeboden; zij zijn afkomstig van de plantage van A. P. Vinson. De negers zijn in elk opzigt met zorg behandeld. Gegadigdenkunnen verzekerd zijn, dat zij geene betere gelegenheid kunnen vinden om zich te voorzien.
18 November.J. H. Adams,Executeur.
Vrijwillige Verkoop.Den 15 December aanstaande zullen ten sterfhuize van wijlen Samuel Moore, in York District, al diens nagelaten goederen verkocht worden, bestaande in35 fraaije Negers;Eene hoeveelheid katoen en koorn, paarden en muilezels, bouwgereedschappen, huis- en keukenvoorwerpen en vele goederen meer.18 November.Samuel E. Moore,Administrateur.
Vrijwillige Verkoop.
Den 15 December aanstaande zullen ten sterfhuize van wijlen Samuel Moore, in York District, al diens nagelaten goederen verkocht worden, bestaande in
35 fraaije Negers;
Eene hoeveelheid katoen en koorn, paarden en muilezels, bouwgereedschappen, huis- en keukenvoorwerpen en vele goederen meer.
18 November.Samuel E. Moore,Administrateur.
Vrijwillige Verkoop.Op Dingsdag 14 December aanstaande zullen ten sterfhuize van Robert W. Durham, in Fairfield District, in openbare veiling aan den hoogstbiedende worden toegeslagen, alle de nagelaten goederen van den overledene; gedeeltelijk bestaande uit het volgende:50 prima fraaije Negers.Omstreeks 3000 bushels koorn.Eene hoeveelheid veevoeder.Tarwe, haver, paardeboonen, rogge, katoenzaad, paarden, rundvee, varkens, schapen.23 November.C. H. Durham,Administrateur.
Vrijwillige Verkoop.
Op Dingsdag 14 December aanstaande zullen ten sterfhuize van Robert W. Durham, in Fairfield District, in openbare veiling aan den hoogstbiedende worden toegeslagen, alle de nagelaten goederen van den overledene; gedeeltelijk bestaande uit het volgende:
50 prima fraaije Negers.
Omstreeks 3000 bushels koorn.
Eene hoeveelheid veevoeder.
Tarwe, haver, paardeboonen, rogge, katoenzaad, paarden, rundvee, varkens, schapen.
23 November.C. H. Durham,Administrateur.
Verkooping op last der Sheriffs.Krachtens onderscheidene aan mij gerigte bevelschriften zal ik op den eersten Maandag in December en den volgenden dag, in het Geregtsgebouw van Fairfield, op de gebruikelijke uren aan den hoogstbiedende à contant verkoopen: de volgende goederen van Allen R. Crankfield, als: 2 negers, in beslag genomen voor Alexander Brodiec. s.; 2 paarden en 1 ezel, in beslag genomen voor Alexander Brodie;2 muilezels, 1 paar karwielen, 1 latafel en 1 ledekant, in beslag genomen voor Temperance E. Miller en J. W. Miller;1 neger, de eigendom van R. J. Gladney, in beslag genomen op verzoek van James Camak;1 neger, de eigendom van Geo. McCormick, in beslag genomen op verzoek van W. M. Phifer;1 rijdzadel, te verkoopen onder eene toewijzing van G. W. Boulware aan J. B. Mickle, in de zaak van Geo. Murphy jr. contra G. W. Boulware.Sheriffs Office,19 November 1852.R. E. Ellison,
Verkooping op last der Sheriffs.
Krachtens onderscheidene aan mij gerigte bevelschriften zal ik op den eersten Maandag in December en den volgenden dag, in het Geregtsgebouw van Fairfield, op de gebruikelijke uren aan den hoogstbiedende à contant verkoopen: de volgende goederen van Allen R. Crankfield, als: 2 negers, in beslag genomen voor Alexander Brodiec. s.; 2 paarden en 1 ezel, in beslag genomen voor Alexander Brodie;2 muilezels, 1 paar karwielen, 1 latafel en 1 ledekant, in beslag genomen voor Temperance E. Miller en J. W. Miller;
1 neger, de eigendom van R. J. Gladney, in beslag genomen op verzoek van James Camak;
1 neger, de eigendom van Geo. McCormick, in beslag genomen op verzoek van W. M. Phifer;
1 rijdzadel, te verkoopen onder eene toewijzing van G. W. Boulware aan J. B. Mickle, in de zaak van Geo. Murphy jr. contra G. W. Boulware.
Sheriffs Office,
19 November 1852.R. E. Ellison,
Geregtelijke Verkoop.John A. Crumptonc. s.contrain Equity.Zachariah C. Crumpton.Krachtens bevelschrift in dit proces, zal ik op den eersten Maandag in December aanstaande vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’ in openbare veiling aan den hoogstbiedende verkoopen, drie perceelen land, behoorende tot de bezittingen van wijlen Zachariah Crumpton.Tenzelfden tijde en plaatse zal ik, krachtens bevelschrift als boven,vijf of zes fraaije jonge negers verkoopen, mede de eigendom van Zachariah Crumpton.De verkoopsvoorwaarden, enz.Commissioners’ Office,Winnsboro’, 8 November 1852.W. R. Robertson.
Geregtelijke Verkoop.
John A. Crumptonc. s.contrain Equity.Zachariah C. Crumpton.
Krachtens bevelschrift in dit proces, zal ik op den eersten Maandag in December aanstaande vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro’ in openbare veiling aan den hoogstbiedende verkoopen, drie perceelen land, behoorende tot de bezittingen van wijlen Zachariah Crumpton.
Tenzelfden tijde en plaatse zal ik, krachtens bevelschrift als boven,vijf of zes fraaije jonge negers verkoopen, mede de eigendom van Zachariah Crumpton.
De verkoopsvoorwaarden, enz.
Commissioners’ Office,
Winnsboro’, 8 November 1852.W. R. Robertson.
Aanzienlijke Verkooping.De ondergeteekende, als administrateur der nalatenschap van wijlen kolonel T. Randell, zal op Maandag 20 December aanstaande, alle goederen tot dien boedel behoorende verkoopen, bestaande in:56 Negers, Vee, Koorn, Voeder, enz. enz.Verkoopsvoorwaarden, enz.2 September.Samuel J. Randell.
Aanzienlijke Verkooping.
De ondergeteekende, als administrateur der nalatenschap van wijlen kolonel T. Randell, zal op Maandag 20 December aanstaande, alle goederen tot dien boedel behoorende verkoopen, bestaande in:
56 Negers, Vee, Koorn, Voeder, enz. enz.
Verkoopsvoorwaarden, enz.
2 September.Samuel J. Randell.
DeTri-Weekly South Carolinian, die het licht ziet te Columbia, draagt het volgende motto aan het hoofd:Doe wel en zie niet om; het doel van uw streven zij uw land, uw God, de waarheid.
In het nommer van 23 December 1852 leest men een „Antwoord van de vrouwen van Virginia aan de vrouwen van Engeland,” waarin de volgende zinsnede opmerking verdient:
Geloof ons, diep en in den gebede onderzoeken wij Gods heilig woord; wij zijn innig overtuigd, dat onze instellingen daarmede overeenstemmen.
Geloof ons, diep en in den gebede onderzoeken wij Gods heilig woord; wij zijn innig overtuigd, dat onze instellingen daarmede overeenstemmen.
In andere kolommen van dat blad nu komen de volgende advertentiën voor:
Verkooping op last der Sheriffs, 2 Januarij 1853.Krachtens onderscheidene bevelschriften zullen vóór het Geregtsgebouw van Columbia, op de gebruikelijke uren, op den eersten Maandag en Dingsdag in Januarij verkocht worden:Ongeveer vier en zeventig acres land, in Richland District, belend ten noorden en oosten door Lorick, ten zuiden en westen door Thomas Trapp.Alsmede, tien stuks rundvee, vijf en twintig stuks varkens en twee honderd bushels koorn, in beslag genomen van M. A. Wilson, op verzoek van Samuel GardnercontraM. A. Wilson.Zeven negers, genaamd Grace, Frances, Edmund, Charlotte, Emuline, Thomas en Charles, in beslag genomen als eigendom van Bartholomew Turnipseed, op verzoek van A. F. Dubard, J. S. Lever en de Bank van den Staatc. s., contraB. Turnipseed.Ongeveer 450 acres land, in Richland District, belend enz. enz.
Verkooping op last der Sheriffs, 2 Januarij 1853.
Krachtens onderscheidene bevelschriften zullen vóór het Geregtsgebouw van Columbia, op de gebruikelijke uren, op den eersten Maandag en Dingsdag in Januarij verkocht worden:
Ongeveer vier en zeventig acres land, in Richland District, belend ten noorden en oosten door Lorick, ten zuiden en westen door Thomas Trapp.
Alsmede, tien stuks rundvee, vijf en twintig stuks varkens en twee honderd bushels koorn, in beslag genomen van M. A. Wilson, op verzoek van Samuel GardnercontraM. A. Wilson.
Zeven negers, genaamd Grace, Frances, Edmund, Charlotte, Emuline, Thomas en Charles, in beslag genomen als eigendom van Bartholomew Turnipseed, op verzoek van A. F. Dubard, J. S. Lever en de Bank van den Staatc. s., contraB. Turnipseed.
Ongeveer 450 acres land, in Richland District, belend enz. enz.
Groote Verkoop van Goederen.Op Maandag 7 Februarij aanstaande zullen in openbare veiling voetstoots verkocht worden op de plantage nabij Linden, al de paarden, muilezels, wagens, bouwgereedschappen, koorn, voeder enz.En op den volgenden Maandag, 14 Februarij, in het Geregtsgebouw te Linden, in Marengo County, in Alabama, bij openbare veiling voetstoots aan den meestbiedende:110 prima fraaije Negers,behoorende tot de plantage van wijlen John Robinson, van Zuid Carolina.Onder deze negers zijn vier knappe timmerlieden en een zeer uitstekend smid.
Groote Verkoop van Goederen.
Op Maandag 7 Februarij aanstaande zullen in openbare veiling voetstoots verkocht worden op de plantage nabij Linden, al de paarden, muilezels, wagens, bouwgereedschappen, koorn, voeder enz.
En op den volgenden Maandag, 14 Februarij, in het Geregtsgebouw te Linden, in Marengo County, in Alabama, bij openbare veiling voetstoots aan den meestbiedende:
110 prima fraaije Negers,
behoorende tot de plantage van wijlen John Robinson, van Zuid Carolina.
Onder deze negers zijn vier knappe timmerlieden en een zeer uitstekend smid.
Verkooping van Negers.Op magtiging van den heer Peter Wylie, directeur van Chester District, zal ik op den eersten Maandag in Februarij aanstaande, vóór het Geregtsgebouw te Chesterville, in openbare veiling verkoopen:Veertig fraaije Negers,behoorende tot de plantage van F. W. Davie.23 December.W. D. de Saussure.Executeur.
Verkooping van Negers.
Op magtiging van den heer Peter Wylie, directeur van Chester District, zal ik op den eersten Maandag in Februarij aanstaande, vóór het Geregtsgebouw te Chesterville, in openbare veiling verkoopen:
Veertig fraaije Negers,
behoorende tot de plantage van F. W. Davie.
23 December.W. D. de Saussure.Executeur.
Executeur.
Verkoop van Huisraad, enz., door J. & L. T. Levin.Op Donderdag 6 Januarij aanstaande zullen wij ten onzen huize verkoopen, al het huisraad en de keukengereedschappen, nagelaten door wijlen B. L. McLaughlin, gedeeltelijk bestaande in:Met hair bekleede stoelen, sopha’s en wiegstoelen, piano, mahonie eet- thee- en speeltafels; karpetten, haarden en haardstellen, schoorsteensieraden, klokken, buffetten, bureaux, mahonie ledikanten, vederen bedden en matrassen, waschtafels, gordijnen, glas- en aardewerk en nog vele voorwerpen voor huiselijk gebruik, alles à contant;alsmedeEen neger, genaamd Leonard, tot dienzelfden inboedel behoorende.De voorwaarden, enz.;Als ookeene hoeveelheid nieuwe metselsteenen, afkomstig uit den boedel van wijlen A. S. Johnstone.21 December.
Verkoop van Huisraad, enz., door J. & L. T. Levin.
Op Donderdag 6 Januarij aanstaande zullen wij ten onzen huize verkoopen, al het huisraad en de keukengereedschappen, nagelaten door wijlen B. L. McLaughlin, gedeeltelijk bestaande in:
Met hair bekleede stoelen, sopha’s en wiegstoelen, piano, mahonie eet- thee- en speeltafels; karpetten, haarden en haardstellen, schoorsteensieraden, klokken, buffetten, bureaux, mahonie ledikanten, vederen bedden en matrassen, waschtafels, gordijnen, glas- en aardewerk en nog vele voorwerpen voor huiselijk gebruik, alles à contant;
alsmede
Een neger, genaamd Leonard, tot dienzelfden inboedel behoorende.
De voorwaarden, enz.;
Als ook
eene hoeveelheid nieuwe metselsteenen, afkomstig uit den boedel van wijlen A. S. Johnstone.
21 December.
Groote verkoop van Negers en van de Saluda-fabriek,door J. & L. T. Levin.Donderdag 30 December ten 11 ure, zullen in het Geregtsgebouw in Columbia verkocht worden:Honderd kostbare Negers.Zelden doet zich eene gelegenheid op als de tegenwoordige. Er zijn onder hen slechts vier boven de 45 jaren, en niet één boven de 50. Men telt onder hen vijf en twintig prima jonge lieden, tusschen 16 en 30 jaren, veertig van de knapste jonge vrouwen, eneene zoo fraaije reeks kinderen als men met oogen zien kan!!Voorwaarden, enz.18 December 1852.
Groote verkoop van Negers en van de Saluda-fabriek,door J. & L. T. Levin.
Donderdag 30 December ten 11 ure, zullen in het Geregtsgebouw in Columbia verkocht worden:
Honderd kostbare Negers.
Zelden doet zich eene gelegenheid op als de tegenwoordige. Er zijn onder hen slechts vier boven de 45 jaren, en niet één boven de 50. Men telt onder hen vijf en twintig prima jonge lieden, tusschen 16 en 30 jaren, veertig van de knapste jonge vrouwen, eneene zoo fraaije reeks kinderen als men met oogen zien kan!!
Voorwaarden, enz.
18 December 1852.
Veiling van Negers, door J. & L. T. Levin.Op Maandag 3 Januarij aanstaande zullen in het Geregtsgebouw verkocht worden, ten 10 ure precies:22 fraaije negers, meerendeels jong en sterk. Men vindt onder hen landbouwers, stalknechten en wagenvoerders, huisbedienden enz. De respective ouderdom is: Robinson 10 jaar, Elsey 34, Yanaky 13, Sylla 11, Anikee 8,Robinson 6, Candy 3, Infant 9, Thomas 35, Die 38, Amey 18, Eldridge 13, Charles 6, Sarah 60, Baket 50, Mary 18, Betty 16, Guy 12, Tilla 9, Lydia 24, Rachel 4,Scipio2.Bovengemelde negers worden verkocht ten einde het geld op eene andere wijze te beleggen: de verkoop zal daarom onherroepelijk voortgang hebben.Voorwaarden: Een crediet van een, twee of drie jaren, op acceptatiën betaalbaar bij eene der banken, voorzien van twee soliede endossementen en met intrest van den dag der veiling.8 December 1843.
Veiling van Negers, door J. & L. T. Levin.
Op Maandag 3 Januarij aanstaande zullen in het Geregtsgebouw verkocht worden, ten 10 ure precies:
22 fraaije negers, meerendeels jong en sterk. Men vindt onder hen landbouwers, stalknechten en wagenvoerders, huisbedienden enz. De respective ouderdom is: Robinson 10 jaar, Elsey 34, Yanaky 13, Sylla 11, Anikee 8,Robinson 6, Candy 3, Infant 9, Thomas 35, Die 38, Amey 18, Eldridge 13, Charles 6, Sarah 60, Baket 50, Mary 18, Betty 16, Guy 12, Tilla 9, Lydia 24, Rachel 4,Scipio2.
Bovengemelde negers worden verkocht ten einde het geld op eene andere wijze te beleggen: de verkoop zal daarom onherroepelijk voortgang hebben.
Voorwaarden: Een crediet van een, twee of drie jaren, op acceptatiën betaalbaar bij eene der banken, voorzien van twee soliede endossementen en met intrest van den dag der veiling.
8 December 1843.
Arme kleine Scipio!
Een schoon en knap Meisje uit de hand te koop.Een knap meisje, omstreeks zeventien jaar (grootgebragt in de Bovenstreken), eene goede kinder-oppasseres en huismeid; zij kan wasschen en strijken, een gewonen pot koken,en er wordt voor ingestaan dat zij gezond en sterk is. Zij is te zien op ons kantoor, waar zij blijven zal tot dat zich een kooper opdoet.15 December 1849.Allen & Phillips,Vendumeesters en Commissionnairs.
Een schoon en knap Meisje uit de hand te koop.
Een knap meisje, omstreeks zeventien jaar (grootgebragt in de Bovenstreken), eene goede kinder-oppasseres en huismeid; zij kan wasschen en strijken, een gewonen pot koken,en er wordt voor ingestaan dat zij gezond en sterk is. Zij is te zien op ons kantoor, waar zij blijven zal tot dat zich een kooper opdoet.
15 December 1849.Allen & Phillips,Vendumeesters en Commissionnairs.
Plantage en Negers te koop.De ondergeteekende, zich in Columbia gevestigd hebbende, biedt ter overneming aan: zijne plantage, gelegen in St. Matthew’s Parish, zes mijlen van den spoorweg, beslaande 1500 acres, thans in vollen bouw, met woonhuis en de noodige bijgebouwen; alsmede50 sterke Negers, met Provisien, enz.Men zal het den koopers gemakkelijk maken. Gegadigden gelieven zich te vervoegen bij den ondergeteekende in Columbia, of bij zijn zoon op de plantage.6 December 1841.T. J. Goodwin.
Plantage en Negers te koop.
De ondergeteekende, zich in Columbia gevestigd hebbende, biedt ter overneming aan: zijne plantage, gelegen in St. Matthew’s Parish, zes mijlen van den spoorweg, beslaande 1500 acres, thans in vollen bouw, met woonhuis en de noodige bijgebouwen; alsmede
50 sterke Negers, met Provisien, enz.
Men zal het den koopers gemakkelijk maken. Gegadigden gelieven zich te vervoegen bij den ondergeteekende in Columbia, of bij zijn zoon op de plantage.
6 December 1841.T. J. Goodwin.
Te Koop.Een fiksche neger-jongen, ongeveer een en twintig jaren oud, een goed voerman en veld-arbeider. Adres aan het bureau dezer courant.20 December 1852.
Te Koop.
Een fiksche neger-jongen, ongeveer een en twintig jaren oud, een goed voerman en veld-arbeider. Adres aan het bureau dezer courant.
20 December 1852.
Nu is het bijna niet mogelijk, dat iemand, die van kindsbeen aan gewoon is geweest zulke advertentiën te zien en ze met zoo veel onverschilligheid te doorloopen als wij advertentiën van canapé’s en stoelen doen, er zoodanig door zou getroffen worden, als degeen die geheel ongewoon is aan zulk eene wijze om menschelijke wezens te beschouwen en te verhandelen. Zij maken op hem geen indruk. De bedienden van zijne eigene familie of die zijner vrienden worden niet geveild, en hij weet ook niet dat het met iemand daarvan gebeurd is. Onder de advertentiën kunnen er honderde geweest zijn, die in zijne nabijheid zulke tooneelen te weeg bragte, als in deNegerhutgeschetst zijn. Toen Charles Dickens tafereelen ophing van het gebrek en de ellende te Londen, is welligt eene soortgelijke ongeloovigheid achter de damasten staatsie-gordijnen van menig schitterend salon aan den dag gelegd.Zijhadden nooit iets dergelijks gezien entoch altijd te Londen gewoond. Doch evenwel deed Dickens in menige adellijke en aristocratische borst het menschelijk medegevoel voor de ongelukkigen ontwaken, en leerde hij hen gevoelen, hoeveel rampspoed in hunne onmiddellijke nabijheid bestaan kon, waarvan zij volslagen onbewust waren. Men heeft hem nooit als een verguizer van zijn land beschouwd, ofschoon hij veel van het daarin aanwezige lijden, verdriet en misbruik aan den dag bragt. De schrijfster moet ernstig verzoeken, dat de schrijver dier verhandeling eens de moeitewillenemen om de „statistiek” van den Amerikaanschen binnenlandschen slavenhandel na te gaan; dat hij een of ander nieuwsblad eens geregeld doorloope en een paar maanden aanteekening gelieve te houden van het aantal menschelijke wezens, met harten, hoop en aandoeningen gelijk de zijnen, die geregeld onderworpen worden aan al de onzekerheden en veranderingen van roerend goed. De schrijfster houdt zich verzekerd, dat hij het niet lang zou kunnen doen, zonder in zijn boezem den wensch te voelen oprijzen, om, niet de verdediger, maar de hervormer der instellingen zijns lands te worden.
De nieuwsbladen van Zuid-Carolina staan in dit opzigt niet alleen; zij zijn gelijk aan honderde andere bladen uit elken anderen Staat.
Dat de lezer een oogenblik stil sta, en nog eens de aangehaalde advertentiën van twee weken doorzie. Dit is geen romanschrijven,—dit zijnfeiten. Zie die menschelijke wezens, voor het publiek uitgestald, te gelijk met paarden, muilezels, karren, katoenzaad, ledekanten enz.,—terwijl Christelijke dames in hetzelfde blad zeggen, dat zij, „in den gebede Gods Woord onderzoeken,” en gelooven dat de instellingen van haar land Zijne goedkeuring wegdragen! Zou hij denken, dat hier, in deze twee weken, geene tooneelen van lijden geweest zijn? Verbeeld u de droefenis dezer gezinnen, de angstige nachten van deze moeders en kinderen, vrouwen en mannen, als de veilingen gehouden zullen worden! Stel u de tooneelen bij den verkoop voor! Eene jonge dame, vriendin van schrijfster dezes, die een winter in Carolina doorbragt, gaf haar eene schets van den verkoop van eene vrouw en hare kinderen. Toen een zevenjarig meisje op de tafel van den verkooper geplaatst werd, viel het kind van vrees en zenuwachtigheid in flaauwte. Zij werdweggenomen, kwam weder bij en werd teruggebragt; de flaauwte kwam terug,—drie malen werd de proef met denzelfden uitslag herhaald, en eindelijk werd de verkoop van het kind uitgesteld!
Men leze ook het volgende, dat Dr. Elwood Harvey, redacteur van een blad in een der westelijke Staten, in denPennsylvania Freemanvan 25 December 1846 plaatste:
Wij woonden eene verkooping van landerijen en andere goederen in den omtrek van Petersburg, in Virginia, bij, en zagen onvoorbereid tevens slaven in openbare veiling verkoopen. Men had den slaven, die, voor het huis geschaard, de vergaderde menigte aanzagen, gezegd, dat zij niet verkocht zouden worden. Toen de landerijen verkocht waren, riep de vendu-meester op luiden toon: „Breng de negers voor!” Eene uitdrukking van verbazing en schrik vertoonde zich op hun gelaat, terwijl zij eerst elkander aanzagen en toen den drom van koopers, die thans het oog op hen gevestigd hield. Toen hun de vreeselijke waarheid klaar voor den geest stond dat zij verkocht zouden worden en van bloedverwanten en vrienden voor eeuwig gescheiden, werd het tooneel boven beschrijving hartbrekend. Vrouwen grepen hare zuigelingen op en ijlden gillende in de hutten. De kinderen verborgen zich achter de hutten en huisjes, en de mannen stonden in stomme vertwijfeling. De verkooper stond voor den ingang van het huis, en de „mannen en jongens” werden op het plein ter bezigtiging gerangschikt. Er werd aangekondigd, dat men voor degezondheidniet instond, en dat de koopers zelven behoorden te onderzoeken. Eenige oude mannen werden verkocht tot prijzen tusschen dertien en vijf-en-twintig dollars, en het was pijnlijk om aan te zien hoe bejaarde mannen, gebogen onder den last van werk en leed, zich moesten oprigten om de spot van onbeschofte dwingelanden te zijn, en hen hunne ziekelijkheid en onnutheid te hooren vertellen, uit vreeze, dat zij door slavenhandelaars zouden opgekocht worden voor de zuidelijke markten.Een blanke knaap van ongeveer vijftien jaren, werd op do tafel geplaatst. Zijn hair was bruin en glad, zijnehuid van dezelfde kleur als die van andere blanken, en er was geen merkbare negertrek in zijn gelaat waar te nemen.Er werden eenige laffe aardigheden gezegd over zijne kleur, en twee honderd dollars werden voor hem geboden; doch uit den hoop werd geroepen, dat „dit geen genoegzame inzet was voor zulk een fikschen jongen neger.” Sommigen zeiden, dat zij hem „niet om niet” zouden willen hebben. Eenigen merkten aan, dat een witte neger meer last gaf dan voordeel. Eén man zeide, dat het onbetamelijk was,blankente verkoopen. Ik vroeg hem, of dit slechter was dan zwarten te verkoopen, waarop hij geen antwoord gaf. Eer de knaap verkocht werd, snelde zijne moeder uit het huis, en riep met waanzinnige smart: „Mijn zoon, o mijn jongen, wegnemen willen zij mijn dierbaren....” Hier verstomde hare stem, daar zij op eene ruwe manier weggeduwd en de deur gesloten werd. De verkoop werd geen oogenblik afgebroken, en niemand onder de menigte scheen door dit tooneel in het minst aangedaan. De arme jongen, die niet van harte durfde uitweenen in het bijzijn van zoo veel vreemden, die niet het geringste medelijden aan den dag legden, beefde en veegde met zijne mouw de tranen van zijne wangen. Hij vond voor ongeveer twee honderd vijftig dollars een kooper. Gedurende den verkoop weêrgalmde de plaats zoodanig van geween en gekerm, dat het mij eng om het hart werd. Eene vrouw werd daarop bij name geroepen. Alvorens haar kind aan eene oude vrouw over te geven, omhelsde zij het met een woesten druk, en spoedde zich toen werktuigelijk om aan de oproeping te voldoen; doch plotseling bleef zij staan, hief hare armen omhoog, gaf een gil en was buiten staat een stap verder te doen.Een mijner reisgenooten stiet mij aan en zeide: „Kom, laten wij heen gaan; ik kan het niet langer aanzien.” Wij verlieten die plaats dus. De man, die ons rijtuig van Petersburg had gereden, bezat twee zonen, kleine jongens, die tot de plantage behoorden. Hij had de belofte verkregen, dat zij niet verkocht zouden worden. Wij vroegen, of zij zijne eenige kinderen waren. „De eenige overgeblevene van acht,” was zijn antwoord. Drie waren naar het Zuiden verkocht, van wie hij nimmer meer iets zou zien of hooren.Daar de menschen in het Noorden zulke dingen niet zien, is het noodig dat zij er dikwijls genoeg van hooren, ten einde aandachtig te blijven op het lijden van de slagtoffers hunner onverschilligheid.
Wij woonden eene verkooping van landerijen en andere goederen in den omtrek van Petersburg, in Virginia, bij, en zagen onvoorbereid tevens slaven in openbare veiling verkoopen. Men had den slaven, die, voor het huis geschaard, de vergaderde menigte aanzagen, gezegd, dat zij niet verkocht zouden worden. Toen de landerijen verkocht waren, riep de vendu-meester op luiden toon: „Breng de negers voor!” Eene uitdrukking van verbazing en schrik vertoonde zich op hun gelaat, terwijl zij eerst elkander aanzagen en toen den drom van koopers, die thans het oog op hen gevestigd hield. Toen hun de vreeselijke waarheid klaar voor den geest stond dat zij verkocht zouden worden en van bloedverwanten en vrienden voor eeuwig gescheiden, werd het tooneel boven beschrijving hartbrekend. Vrouwen grepen hare zuigelingen op en ijlden gillende in de hutten. De kinderen verborgen zich achter de hutten en huisjes, en de mannen stonden in stomme vertwijfeling. De verkooper stond voor den ingang van het huis, en de „mannen en jongens” werden op het plein ter bezigtiging gerangschikt. Er werd aangekondigd, dat men voor degezondheidniet instond, en dat de koopers zelven behoorden te onderzoeken. Eenige oude mannen werden verkocht tot prijzen tusschen dertien en vijf-en-twintig dollars, en het was pijnlijk om aan te zien hoe bejaarde mannen, gebogen onder den last van werk en leed, zich moesten oprigten om de spot van onbeschofte dwingelanden te zijn, en hen hunne ziekelijkheid en onnutheid te hooren vertellen, uit vreeze, dat zij door slavenhandelaars zouden opgekocht worden voor de zuidelijke markten.
Een blanke knaap van ongeveer vijftien jaren, werd op do tafel geplaatst. Zijn hair was bruin en glad, zijnehuid van dezelfde kleur als die van andere blanken, en er was geen merkbare negertrek in zijn gelaat waar te nemen.
Er werden eenige laffe aardigheden gezegd over zijne kleur, en twee honderd dollars werden voor hem geboden; doch uit den hoop werd geroepen, dat „dit geen genoegzame inzet was voor zulk een fikschen jongen neger.” Sommigen zeiden, dat zij hem „niet om niet” zouden willen hebben. Eenigen merkten aan, dat een witte neger meer last gaf dan voordeel. Eén man zeide, dat het onbetamelijk was,blankente verkoopen. Ik vroeg hem, of dit slechter was dan zwarten te verkoopen, waarop hij geen antwoord gaf. Eer de knaap verkocht werd, snelde zijne moeder uit het huis, en riep met waanzinnige smart: „Mijn zoon, o mijn jongen, wegnemen willen zij mijn dierbaren....” Hier verstomde hare stem, daar zij op eene ruwe manier weggeduwd en de deur gesloten werd. De verkoop werd geen oogenblik afgebroken, en niemand onder de menigte scheen door dit tooneel in het minst aangedaan. De arme jongen, die niet van harte durfde uitweenen in het bijzijn van zoo veel vreemden, die niet het geringste medelijden aan den dag legden, beefde en veegde met zijne mouw de tranen van zijne wangen. Hij vond voor ongeveer twee honderd vijftig dollars een kooper. Gedurende den verkoop weêrgalmde de plaats zoodanig van geween en gekerm, dat het mij eng om het hart werd. Eene vrouw werd daarop bij name geroepen. Alvorens haar kind aan eene oude vrouw over te geven, omhelsde zij het met een woesten druk, en spoedde zich toen werktuigelijk om aan de oproeping te voldoen; doch plotseling bleef zij staan, hief hare armen omhoog, gaf een gil en was buiten staat een stap verder te doen.
Een mijner reisgenooten stiet mij aan en zeide: „Kom, laten wij heen gaan; ik kan het niet langer aanzien.” Wij verlieten die plaats dus. De man, die ons rijtuig van Petersburg had gereden, bezat twee zonen, kleine jongens, die tot de plantage behoorden. Hij had de belofte verkregen, dat zij niet verkocht zouden worden. Wij vroegen, of zij zijne eenige kinderen waren. „De eenige overgeblevene van acht,” was zijn antwoord. Drie waren naar het Zuiden verkocht, van wie hij nimmer meer iets zou zien of hooren.
Daar de menschen in het Noorden zulke dingen niet zien, is het noodig dat zij er dikwijls genoeg van hooren, ten einde aandachtig te blijven op het lijden van de slagtoffers hunner onverschilligheid.
Dit zijn degewoneomstandigheden, niet devergunde wreedheden,van een stelsel, hetwelk de menschen zich-zelven hebben wijs gemaakt, dat in overeenstemming is met Gods Woord!
Laten wij aannemen, dat „de familie-betrekking ontzien wordt,voor zoover dit mogelijk is.” Dan doet zich de vraag op:Tot hoever is het mogelijk?Advertentiën van zulke verkoopingen doen zich week aan week in bijna hetzelfde aantal voor in dezelfde nieuwsbladen, in denzelfden omtrek; en handelaars van beroep maken er hun werk van, ze bij te wonen en slagtoffers op te koopen. Indien nu de bewoners van eene bepaalde streek zich belasten met de zorg om toe te zien dat in dezen stroom van veilingen geene gezinnen gescheiden worden, dan moet men tot de overtuiging komen, dat zij weinig anders te doen zouden hebben. Hetiseene waarheid—en die onze menschelijke natuur in het algemeen eere aandoet—dat de smart en zielsangst der arme, hulpelooze schepsels, dikwijls vrienden voor hen doet opstaan onder de edelen van harte. Er zijn menschen in het Zuiden, die al het mogelijke doen en zelfs boven hunne krachten gaan om de wreede operatiën van den slavenhandel te stuiten en in afzonderlijke gevallen verligting aan te brengen. Er zijn er in het Zuiden, die zouden kunnen vertellen, indien zij wilden, hoe hun, wanneer zij den laatsten dollar besteed hadden, waarover zij in eene week konden beschikken, in de volgende week juist even zulk een geval voorkwam, waaraan zij niet konden voldoen. Er zijn meesters in het Zuiden, die zouden kunnen mededeelen, indien zij wilden, hoe zij hebben staan bieden tegen een slavenhandelaar, om een of anderen hunner eigene arme slaven te bevrijden, totdat het bod al hooger en hooger steeg en de gebiedende noodzakelijkheid hun eindelijk den mond sloot. Goedhartige verkoopers weten zeer wel, hoe dikwijls zij worden aangezocht om medewerking, ten einde een armen man buiten de klaauwen van den slavenhandelaar te houden, en hoe zij daarin soms slagen, soms falen.
Juist de strijd, dien regtschapene mannen in het Zuiden voeren om den geregelden slavenhandel te knakken, doet hun de hopeloosheid hunner pogingen zien. Wij geven gaaf toe, dat velen hunner evenveel of meer doen, dan wij in soortgelijke omstandigheden doen zouden; maar toch wetenzij, dat, wat zij uitrigten, niets meer dan eene beuzeling is.
Doch wij zullen verder redeneren op getuigenis van advertentiën. Wat moet men opmaken uit het onderstaande, voorkomende in denMemphis Eagle and Inquirer, van Zaturdag 13 November 1852? Onder het motto aan het hoofd van dat blad:„Vrijheiden eenheid, thans en immer,” vinden wij het volgende fraais:
No. I.Vijf en zeventig Negers.Ik heb zoo even uit de oostelijke streken ontvangen 75 gesorteerde A No. 1 negers. Kom spoedig, zoo gij keuze wilt hebben.Benj. Little.
No. I.
Vijf en zeventig Negers.
Ik heb zoo even uit de oostelijke streken ontvangen 75 gesorteerde A No. 1 negers. Kom spoedig, zoo gij keuze wilt hebben.
Benj. Little.
No. II.Contant geld voor Negers.Ik zal zoo hooge contante prijzen voor eenige fiksche jonge negers betalen als eenig handelaar in deze stad;—ook in commissie ontvangen en verknopen op Byrd Hill, de oude plaats, in Adamsstreet, te Memphis.Benj. Little.
No. II.
Contant geld voor Negers.
Ik zal zoo hooge contante prijzen voor eenige fiksche jonge negers betalen als eenig handelaar in deze stad;—ook in commissie ontvangen en verknopen op Byrd Hill, de oude plaats, in Adamsstreet, te Memphis.
Benj. Little.
No. III.Vijf honderd Negers benoodigd.Wij betalen den hoogsten contanten prijs voor alle goede negers, die ons te koop geboden worden. Ieder, die negers te koop heeft, noodigen wij uit zich te vervoegen aan ons kantoor. Wij zullen eerlang ook eens aanzienlijke partij Virginia-negers te koop hebben. Onze gevangenis is zoo sterk als eenige andere in het land, en wij kunnen er negers, die men zou wenschen te doen opsluiten, veilig bewaren.Bolton, Dickins & Co.
No. III.
Vijf honderd Negers benoodigd.
Wij betalen den hoogsten contanten prijs voor alle goede negers, die ons te koop geboden worden. Ieder, die negers te koop heeft, noodigen wij uit zich te vervoegen aan ons kantoor. Wij zullen eerlang ook eens aanzienlijke partij Virginia-negers te koop hebben. Onze gevangenis is zoo sterk als eenige andere in het land, en wij kunnen er negers, die men zou wenschen te doen opsluiten, veilig bewaren.
Bolton, Dickins & Co.
Laten wij onderdanig mogen vragen wat in de eerste advertentie bedoeld wordt metgesorteerdeA No. 1negers?Is het waarschijnlijk, dat het beteekent, negers die bij geheele gezinnen verkocht worden? Wat meent de uitnoodiging: „Kom spoedig, zoo gij keuze wilt hebben?”
Zoo veel wat de eerste advertentie betreft. Laten wij nu den ingewijden eenige vragen aangaande No. II mogen doen. Wat bedoelt mijnheer Benjamin Little met te zeggen: „Ik zal zoo hooge contante prijzen voor eenige fiksche jonge negers betalen als eenig handelaar in deze stad?” Bestaan huisgezinnen doorgaans alleen uit fiksche jonge negers?
Ook aangaande de derde advertentie zouden wij gaarne eenige inlichtingen bekomen. De heeren Bolton, Dickins & Co. melden dat zij „eene aanzienlijke partij Virginia-negers” verwachten.
Ongelukkige heeren Bolton, Dickins & Co.! Zoudt gij denken, dat familiën in Virginia hare negers zullen verkoopen? Hebt gij dan mijnheer J. Thornton Randolph’s laatsten roman niet gelezen, en daaruit gezien dat oude familiën in Virginianimmeraan slavenhandelaren verkoopen? en—nog meer—dat zij zichaltijdvereenigen en de negers opkoopen, die in de nabuurschap geveild worden, en de slavenhandelaars, als zij zich durven vertoonen, met weinig omslag weggejaagd worden? Men zou waarlijk gaan denken, dat gij uwe begrippen omtrent de zaak uit deNegerhutgeput hadt. Want in het meermalen aangehaalde, artikel uitFraser’s Magazinewordt verzekerd, dat allen, die hunne denkbeelden omtrent de slavernij aan dat boek ontleend hebben, „de slavengezinnen als uiterst ongevestigd en zwervend beschouwen.”
Doch eer wij terugkomen van onze verbazing, nemen wij denNatchez(Mississippi)Couriervan 20 November 1852 ter hand en lezen daar:
Negers.De ondergeteekende neemt de vrijheid het publiek te berigten, dat hij voor den tijd van verscheidene jaren gehuurd heeft de plaats aan den Driesprong nabij Natchez, en dat hij aldaar het geheele jaar door eene aanzienlijke hoeveelheid negers in voorraad zal hebben. Zijne prijzen zullen even laag of lager zijn dan die van eenig ander handelaar alhier of te New-Orleans.Hij is juist uit Virginia gearriveerd met eene zeer bezienswaardige partij veld-arbeiders en arbeidsters; ook huisbedienden, drie keukenmeiden en een timmerman. Komt en ziet.Tevens zijn bij hem drie paarden te koop.Natchez, 28 September 1852.Thos. G. James.
Negers.
De ondergeteekende neemt de vrijheid het publiek te berigten, dat hij voor den tijd van verscheidene jaren gehuurd heeft de plaats aan den Driesprong nabij Natchez, en dat hij aldaar het geheele jaar door eene aanzienlijke hoeveelheid negers in voorraad zal hebben. Zijne prijzen zullen even laag of lager zijn dan die van eenig ander handelaar alhier of te New-Orleans.
Hij is juist uit Virginia gearriveerd met eene zeer bezienswaardige partij veld-arbeiders en arbeidsters; ook huisbedienden, drie keukenmeiden en een timmerman. Komt en ziet.
Tevens zijn bij hem drie paarden te koop.
Natchez, 28 September 1852.Thos. G. James.
Waar ter wereld heeft die gelukkige mijnheer James dit fraaije „assortiment” Virginia-negers opgedaan? Waarschijnlijk in een of ander graafschap, dat de heer Randolph nooit bezocht heeft. En heeft men geene gezinnen behoeven te scheiden, om dat assortiment tot stand te brengen? Waar zijn hunne kinderen? Wij hooren van eene partij huisbedienden, van drie keukenmeiden en een timmerman, zoowel als van drie paarden. Hadden die ongelukkige keukenmeiden en die timmerman geene betrekkingen? Vloeiden geene droevige tranen langs hunne donkere wangen, toen zij „gesorteerd” werden voor de markt van Natchez? Rijst uit geen dier treurige harten het lied op:
O voer mij naar ’t oude Virgienje terug?
O voer mij naar ’t oude Virgienje terug?
Al verder ontmoeten wij in hetzelfde blad het volgende:
Slaven! Slaven! Slaven!Wekelijks versche aanvoer.—Daar wij ons gevestigd hebben aan den Driesprong, nabij Natchez, bij een contract voor verscheidene jaren, hebben wij thans voorhanden, gelijk wij het heele jaar zullen hebben, een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers, bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden, keukenmeiden, naaisters, waschvrouven, strijksters, enz., welke wij even laag of lager dan eenig ander huis alhier of te New-Orleans kunnen en willen verkoopen.Personen, die aankoopen wenschen te doen, worden aangemaand ons te bezoeken, alvorens zich elders te verbinden, daar onze geregelde aanvoer ons steeds voorziet van een goed en aanzienlijk assortiment. Wij geven den koopers vele faciliteiten. Komt en ziet!Natchez,15 October 1852.Griffin & Pullam.
Slaven! Slaven! Slaven!
Wekelijks versche aanvoer.—Daar wij ons gevestigd hebben aan den Driesprong, nabij Natchez, bij een contract voor verscheidene jaren, hebben wij thans voorhanden, gelijk wij het heele jaar zullen hebben, een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers, bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden, keukenmeiden, naaisters, waschvrouven, strijksters, enz., welke wij even laag of lager dan eenig ander huis alhier of te New-Orleans kunnen en willen verkoopen.
Personen, die aankoopen wenschen te doen, worden aangemaand ons te bezoeken, alvorens zich elders te verbinden, daar onze geregelde aanvoer ons steeds voorziet van een goed en aanzienlijk assortiment. Wij geven den koopers vele faciliteiten. Komt en ziet!
Natchez,15 October 1852.Griffin & Pullam.
Inderdaad! De heeren Griffin en Pullam schijnen even gelukkig te zijn! Zij hebben elke week verschen aanvoer en zullen „een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers” gereed houden, „bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden”, enz.
Laten wij eerbiedig mogen vragen op welke wijze een slavenhandelaar een goed gesorteerden voorraad bijeenkrijgt. Hij gaat naar Virginia om hen uit te zoeken. Men heeft hem order gegeven, b. v. voor een dozijn keukenmeiden, een half dozijn timmerlieden, zooveel huisbedienden, enz., enz. Elk van deze personen heeft zijne eigene betrekkingen; behalve dat zij keukenmeiden, timmerlieden en huisbedienden zijn, zijn zij ook vaders, moeders, mannen en vrouwen: maar wat doet er dat toe? Zij moeten uitgezocht worden, er is eenassortimentnoodig. De heer, die eene keukenmeid bestelde, heeft natuurlijk niets te maken met hare vijf kinderen; en de planter, die order gaf op een timmerman, heeft de keukenmeid, zijne vrouw, niet noodig. Een timmerman is bovendien een kostbaar voorwerp, dat duizend tot vijftien honderd dollars geldt; en een man, die zulk eene som moet betalen, kan zich niet altijd de weelde veroorloven van aan zijne menschlievendheid toe te geven. Wat de kinderen betreft, die moeten in den slavenkweekenden Staat gelaten worden. Want, indien het reeds volwassene productwekelijkste Natchez of New-Orleans aangevoerd wordt, is het dan denkelijk dat de inwoners zich zullen bezwaren met den last van het opkweeken van kinderen? Neen, in elk welingerigt bedrijf moet verdeeling van arbeid in acht genomen worden. De noordelijke Staten kweeken het artikel aan, de zuidelijke consumeren het.
Wij hebben tot nu toe meer bepaald uittreksels gemaakt uit de nieuwsbladen van de zuidelijke Staten. Zoo de lezer nieuwsgierig is om te weten hoe het „sorteren” gaat in de noordelijke Staten, dan zal de dagbladpers hem verder op de hoogte stellen. In denDaily Virginianvan 19 November 1852 geeft de heer J. B. McLendon volgenderwijze te kennen dat hij zich gevestigd heeft voor die zaak:
Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich te Lynchburg gevestigd hebbende,geeft de hoogste contante prijzen voor negerstusschen 10 en 30 jaren. Zij, die Negers te verkoopen hebben, zullen in hun belang handelen door zich mondeling of schriftelijk tot hem te wenden in het Washington-Hotel te Lynchburg.5 November.J. B. McLendon.
Negers benoodigd.
De ondergeteekende, zich te Lynchburg gevestigd hebbende,geeft de hoogste contante prijzen voor negerstusschen 10 en 30 jaren. Zij, die Negers te verkoopen hebben, zullen in hun belang handelen door zich mondeling of schriftelijk tot hem te wenden in het Washington-Hotel te Lynchburg.
5 November.J. B. McLendon.
De heer McLendon berigt in duidelijke woorden, dat hij geene kinderen beneden tien jaren neemt, noch volwassenen boven dertig. Fraaijejongenegers zijn wat hij begeert:—gezinnen worden natuurlijk nimmer gescheiden.
In hetzelfde blad wenscht de heer Seth Woodroof de goê gemeente te herinneren, dat ook hij aan de markt is, gelijk vroeger reeds. Ook hij heeft negers tusschen de tien en dertig jaren noodig; maar hij verlangt bij voorkeur ambachtslieden, smeden en timmerlieden,—getuige zijne eigene advertentie:
Negers benoodigd.De ondergeteekende blijft steeds aan de markt tot den aankoop van negers van de beide seksen,tusschen 10 en 30 jaren; zoo er ambachtslieden onder zijn, zoo als smeden en timmerlieden, zal hij de hoogste contante marktprijzen geven. Zijne inrigting is een nieuw steenen gebouw in de Lynchstreet, onmiddellijk achter de „Farmers Bank”, waar hij tevens bijgebouwen opgerigt heeft, strekkende om negers in den kost te nemen, die ten verkoop naar Lynchburg verzonden worden, of anders om hen zoo veilig te bewaren als of zij in de stadsgevangenis waren geplaatst.15 Augustus.Seth Woodroof.
Negers benoodigd.
De ondergeteekende blijft steeds aan de markt tot den aankoop van negers van de beide seksen,tusschen 10 en 30 jaren; zoo er ambachtslieden onder zijn, zoo als smeden en timmerlieden, zal hij de hoogste contante marktprijzen geven. Zijne inrigting is een nieuw steenen gebouw in de Lynchstreet, onmiddellijk achter de „Farmers Bank”, waar hij tevens bijgebouwen opgerigt heeft, strekkende om negers in den kost te nemen, die ten verkoop naar Lynchburg verzonden worden, of anders om hen zoo veilig te bewaren als of zij in de stadsgevangenis waren geplaatst.
15 Augustus.Seth Woodroof.
Er valt geen twijfelen aan of deze mijnheer Seth Woodroof is een menschelijk man en wenscht de scheiding van gezinnenzooveel mogelijkte vermijden. Gewis wenscht hij vurig, dat al zijne smeden en timmerlieden toch zoo verstandig zullen zijn van geene kinderen beneden de tien jaren te hebben; doch indien de onbedachtzame kerels ze toch hebben, wat staat een menschlievend man dan te doen? Hij moet aan de bestelling van mijnheer die of die voldoen, dat is duidelijk; en daarom moeten John en Sam maar een laatsten blik werpenop hunne kinderen, zoo als Oom Tom op de zijnen wierp toen hij aan hun bedje stond en er groote maar vruchtelooze tranen op neêr liet droppelen.
Neen, vrienden, duidt het dien armen heer Seth Woodroof niet euvel, dat hij het afgrijselijke, walgelijke werk van het verscheuren van het levend menschelijke hart verrigt ten uwen dienste! ’t Werk is soms onaangenaam genoeg, zoo als hij u zou kunnen vertellen; en zoo gij verlangt, dat hij het voor u blijve waarnemen, behandel hem dan vriendelijk en beweer niet, beter te zijn dan hij.
Maar die voordeelige handel bepaalt zich niet uitsluitend tot de oude Staten. Zie de volgende advertentiën uit een blad van Tennessee, deNachville Gazettevan 23 November 1852, waarin de heer A. A. McLean, algemeen agent voor deze soort van zaken, zijne begeerten en voornemens te kennen geeft:
Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk vijf en twintig fiksche negers,—mannen en vrouwen,tusschen 15 en 25 jaren,—te koopen, waarvoor ik de hoogste contante prijzen betalen zal.9 November.A. A. McLean,Algemeen Agent.
Benoodigd.
Ik wensch onmiddellijk vijf en twintig fiksche negers,—mannen en vrouwen,tusschen 15 en 25 jaren,—te koopen, waarvoor ik de hoogste contante prijzen betalen zal.
9 November.A. A. McLean,Algemeen Agent.
De heer McLean schijnt alleen negers tusschen de vijftien en vijf en twintig jaren te kunnen gebruiken. Deze advertentie komt twee malen in hetzelfde nommer van genoemd blad voor, waaruit wij moeten opmaken dat de behoefte van dien heer zeer groot is, en hij stellig vertrouwt, dat iemand geneigd zal zijn om te verkoopen. Iets verder geeft dezelfde heer eene andere behoefte te kennen.
Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk te koopen een neger-timmerman. Ik zal een goeden prijs betalen.29 September.A. A. McLean,Algemeen Agent.
Benoodigd.
Ik wensch onmiddellijk te koopen een neger-timmerman. Ik zal een goeden prijs betalen.
29 September.A. A. McLean,Algemeen Agent.
De heer McLean doet geene aanvraag om zijne vrouw en kinderen, noch berigt waarheen die timmerman zal gezonden worden,—of het zal zijn naar de markt van New-Orleans, of de Roode Rivier op, of benedenwaarts naar eenigeplantage aan den Mississippi, waar hij vrouw of kind nooit weêr zal zien. Maar zie, altijd in hetzelfde blad, komt de heer McLean weer met eene nieuwe behoefte voor den dag.
Terstond benoodigd.Eene Min; welke ook de prijs zij—hij zal betaald worden voor eene vrouw van goed humeur, gezond gestel enz. Men vervoege zich bijA. A. McLean,Algemeen Agent.
Terstond benoodigd.
Eene Min; welke ook de prijs zij—hij zal betaald worden voor eene vrouw van goed humeur, gezond gestel enz. Men vervoege zich bij
A. A. McLean,Algemeen Agent.
En wat moet er worden van het kind van deze min? Misschien op den oogenblik, dat de heer McLean aanvrage om haar doet, zit zij het aan hare borst te wiegen en te denken, gelijk zoo menige andere moeder doet, dat het haast het mooiste en aardigste kind is, dat ooit het licht aanschouwde; want, hoe vreemd het ook klinke! zelfs zwarte moeders hebben soms dat gevoel. Maar dat alles doet er niet toe, men heeft haar noodig als min! Tante Prue kan haar kind overnemen, en moet het dan maar opbrengen met pap en zoo meer. Weg met haar naar mijnheer McLean!
Men sla ook een blik op de volgende advertentie, welke doet zien hoe levendig de handel is in den goeden Staat Alabama. De heer S. N. Brown zegt namelijk het volgende in denAdvertiser and Gazette, van Montgomery in Alabama:
Negers te koop.S. N. Brown neemt deze gelegenheid waar, om zijne oude begunstigers en anderen die slaven willen koopen, te verwittigen, dat hij thans voorhanden heeft eene zelf door hem uitgezochte en gekochte partij fiksche jonge negers, bestaande in mannen, jongens en vrouwen, veld-arbeiders en bekwame huisbedienden, die hij aanbiedt tot den laagsten prijs, welken de tegenwoordige koersen toelaten. Zijn kantoor is in de Market-street voorbij de Montgomery Hall, bij de oude plaats van Lindsay, waar hij voornemens is slaven ten verkoop te houden voor zijne eigene rekening en niet in commissie, waardoor hij vermeent allen, die hem zullen willen begunstigen, naar genoegen te kunnen bedienen.Montgomery, 13 September 1852.
Negers te koop.
S. N. Brown neemt deze gelegenheid waar, om zijne oude begunstigers en anderen die slaven willen koopen, te verwittigen, dat hij thans voorhanden heeft eene zelf door hem uitgezochte en gekochte partij fiksche jonge negers, bestaande in mannen, jongens en vrouwen, veld-arbeiders en bekwame huisbedienden, die hij aanbiedt tot den laagsten prijs, welken de tegenwoordige koersen toelaten. Zijn kantoor is in de Market-street voorbij de Montgomery Hall, bij de oude plaats van Lindsay, waar hij voornemens is slaven ten verkoop te houden voor zijne eigene rekening en niet in commissie, waardoor hij vermeent allen, die hem zullen willen begunstigen, naar genoegen te kunnen bedienen.
Montgomery, 13 September 1852.
Wij wenschen te vragen waar die jongens en meisjes door dezen heer Brownuitgezochtzijn geworden? Wat gevoeldenhunne vaders en moeders toen zij werdenuitgezocht? Emmeline is uit het eene gezin genomen, George uit het andere. De knappe handelaar heeft uitgestrekte streken doorreisd en op zijn spoor allerwege geween en hartzeer achtergelaten. Een klein voorval, dat onlangs de ronde door de nieuwsbladen gemaakt heeft, kan misschien strekken tot verduidelijking van de tooneelen, die hij veroorzaakt heeft:
Eene slavenhistorie.In den nacht van Donderdag den 2den dezer vermoordde eene negerin, behoorende aan Geo. M. Garrison, in Polk County, vier van hare kinderen, door hen in den slaap de halzen af te snijden, en bragt daarop zich-zelve op de zelfde wijze om het leven. Haar meester kent geene aanleiding tot deze afgrijselijke daad, tenzij die daarin mogt gelegen zijn, dat zij hem er van had hooren spreken om haar en twee harer kinderen te verkoopen en de overigen te behouden.
Eene slavenhistorie.
In den nacht van Donderdag den 2den dezer vermoordde eene negerin, behoorende aan Geo. M. Garrison, in Polk County, vier van hare kinderen, door hen in den slaap de halzen af te snijden, en bragt daarop zich-zelve op de zelfde wijze om het leven. Haar meester kent geene aanleiding tot deze afgrijselijke daad, tenzij die daarin mogt gelegen zijn, dat zij hem er van had hooren spreken om haar en twee harer kinderen te verkoopen en de overigen te behouden.
Hoe beminnelijk naïf is de onzekerheid van den meester in dit geval! Hij weet, dat men bij de negers het gevoel van wel-opgevoede lieden niet verwachten kan; maar hier doet zich een geval voor, waarin het schepsel werkelijk onverklaarbaar handelt, en hij kan geene andere reden bedenken, dan dat hij voornemens was haar van hare kinderen te scheiden.
Doch bedaar, lieve lezer! het ongeluk was zoo groot niet. Hier waren het altemaal kinderen vanarmelieden, en sommige, ofschoon niet alle, waren zwart, en dat, weet gij, maakt een hemelsbreed onderscheid!
Maar de heer Brown is de eenige niet in Montgomery. Ook de heer Lindsey wenscht het publiek te herinneren aan zijn depôt.
Honderd Negers te koopin mijn depôt, in Commerce-street, tusschen het „Exchange Hotel” en het magazijn van F. M. Gilmer Jr., waar ik van tijd tot tijd gedurende den loop van het saisoen groote partijen negers ontvangen en die tot zoo billijke prijzen als eenig ander huis in de stad verkoopen zal. Beleefdelijk noodig ik mijne oude begunstigers en vrienden uit, mijn voorraad te komen bezigtigen.Montgomery, 2 November 1852.Jno.W. Lindsey.
Honderd Negers te koop
in mijn depôt, in Commerce-street, tusschen het „Exchange Hotel” en het magazijn van F. M. Gilmer Jr., waar ik van tijd tot tijd gedurende den loop van het saisoen groote partijen negers ontvangen en die tot zoo billijke prijzen als eenig ander huis in de stad verkoopen zal. Beleefdelijk noodig ik mijne oude begunstigers en vrienden uit, mijn voorraad te komen bezigtigen.
Montgomery, 2 November 1852.Jno.W. Lindsey.
De heer Lindsey zal gedurende heele saisoen negers ontvangen en die zoo billijk als iemand verkoopen; er bestaat, dus geene vrees, dat de voorraad te kort zal schieten. Maar zie, in hetzelfde blad maken ook de heeren Sanders en Foster aanspraak op de aandacht van het publiek.
Negers te koop.De ondergeteekenden hebben het welbekende etablissement van Eckles & Brown aangekocht, zoodat zij thans te koop hebben eene aanzienlijke partij sterke jonge negers, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, allen goede veld-arbeiders. Als ook, verscheidene goede huisbedienden en ambachtslieden van allerlei aard. De ondergeteekenden zullen steeds een groot assortiment negers voorhanden hebben, waaronder van alle soorten. Gegadigden zullen in hun belang handelen, met zich eerst bij hen te vervoegen en te zien, eer zij elders koopen.13 April.Sanders & Foster.
Negers te koop.
De ondergeteekenden hebben het welbekende etablissement van Eckles & Brown aangekocht, zoodat zij thans te koop hebben eene aanzienlijke partij sterke jonge negers, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, allen goede veld-arbeiders. Als ook, verscheidene goede huisbedienden en ambachtslieden van allerlei aard. De ondergeteekenden zullen steeds een groot assortiment negers voorhanden hebben, waaronder van alle soorten. Gegadigden zullen in hun belang handelen, met zich eerst bij hen te vervoegen en te zien, eer zij elders koopen.
13 April.Sanders & Foster.
De heeren Sanders & Foster zullen dus ook een „assortiment” in voorraad houden. Al hunne negers zullen jong en sterk zijn; de nuttelooze oude vaders en moeders zullen weggeworpen worden, zoo als men na het wieden van een tuin het onkruid op een hoop werpt.
Eene vraag: Zijn de heeren Sanders & Foster, en J. W. Lindsey, en S. N. Brown, en A. A. McLean, en Seth Woodroof en J. B. McLendon, werkelijk lidmaten van de Kerk? Ergert die vraag u? Waarom? Waarom zouden zij dat niet zijn? De eerwaarde Dr. Smylie, van Mississippi, zegt toch zeer bepaald in een door twee consistoriën goedgekeurd geschrift, dat de Bijbel verlof geeft om slaven te koopen en te verkoopen.1
Zoo de Bijbel dit regt verleent en dezen handel wettigt, waarom zou het u dan ergeren, den slavenhandelaar aan deAvondmaalstafel te zien? Gevoelt gij, dat er bloed aan zijne handen kleeft, het bloed van menschenharten die hij heeft vaneen gereten? Siddert gij als hij het gezegende brood aanraakt, en als hij den beker aan de lippen zet, „uit wien hij, die dien onwaardig drinkt, zich-zelven een oordeel drinkt?” Maar wie maakt den slavenhandel? Immers gij? Denkt gij, dat zijn bedrijf heilzaam is voor de ziel? Denkt gij, dat de tooneelen waarmede hij gemeenzaam moet zijn, en de daden die hij verrigten moet om een „assortiment” negers ten uwen gerieve bijeen te houden, dingen zijn, die de goedkeuring van Jezus Christus wegdragen? Denkt gij, dat zij zijne vordering in de genade begunstigen en de behoudenis zijner ziel verzekeren zullen? Of is het voor u zóó onvermijdelijk noodig,gesorteerdenegers te hebben, dat de handelaars niet alleen in dit leven uit de fatsoenlijke kringen verbannen, maar ten uwen gerieve aan het gevaar van voor eeuwig ter helle te varen, moeten blootgesteld worden?
Wij zullen de papieren uit het Zuiden nog eens doorloopen en zien of wij niet eenige blijken kunnen vinden van die menschelijkheid, die de scheiding der gezinnenzooveel mogelijkvermijdt. In denArgus, die het licht ziet te Weston, in Missouri, vinden wij den 5den November 1852 het volgende:
Eene Negerin te koop.Ik wensch te verkoopen een zwart meisje, omstreeks 24 jaren oud, eene goede kookster en waschvrouw, handig met de naald en ervaren in het spinnen en weven. Ik wensch haar te plaatsen in de nabijheid van Camden Point; zoo zich niet binnen korten tijd een kooper opdoet, zal ik de beste markt zoeken, of haar verruilen tegen twee kleinen, een jongen en een meisje.M. Doyal.
Eene Negerin te koop.
Ik wensch te verkoopen een zwart meisje, omstreeks 24 jaren oud, eene goede kookster en waschvrouw, handig met de naald en ervaren in het spinnen en weven. Ik wensch haar te plaatsen in de nabijheid van Camden Point; zoo zich niet binnen korten tijd een kooper opdoet, zal ik de beste markt zoeken, of haar verruilen tegen twee kleinen, een jongen en een meisje.
M. Doyal.
Een verstandig man, die mijnheer Doyal! Hij is afkeerig van de scheiding der gezinnen, en wenscht die vrouw daarom te verkoopen in de nabijheid van Camden Point, waar hare betrekkingen zijn,—misschien haar echtgenoot en hare kinderen, of hare broeders en zusters. Hij zal haar niet van hare familie scheiden, zoo het bij mogelijkheid vermeden kan worden; dat wil zeggen, indien hij zonder die scheiding even veel voor haar kan krijgen; doch, zoo dat niet gaat, zal hij„de beste markt zoeken.”Wat zou men van den heer Doyal meer kunnen vergen?
En hoe bloeit die heerlijke handel in den Staat Maryland? Wij nemen deBaltimore Sunvan 23 November 1852 ter hand. De heer J. S. Donovan geeft daarin aan het Christelijk publiek volgenderwijze inlichtingen over de inrigting van zijne gevangenis:
Contant geld voor Negers.Ik ondergeteekende blijf op de oude plaats, No. 13, Camden-street, voortgaan met den hoogsten prijs voor negers te betalen. Personen, die negers per spoortrein of stoomboot aanvoeren, zullen gemak ondervinden indien zij zich tot bewaring dier negers aan mij rigten, daar mijne gevangenis gelegen is nabij het spoorwegstation en de aanlegplaats der stoombooten. Ik belast mij met het veilig bewaren van negers.J. S. Donovan.
Contant geld voor Negers.
Ik ondergeteekende blijf op de oude plaats, No. 13, Camden-street, voortgaan met den hoogsten prijs voor negers te betalen. Personen, die negers per spoortrein of stoomboot aanvoeren, zullen gemak ondervinden indien zij zich tot bewaring dier negers aan mij rigten, daar mijne gevangenis gelegen is nabij het spoorwegstation en de aanlegplaats der stoombooten. Ik belast mij met het veilig bewaren van negers.
J. S. Donovan.
Daarop volgt weder eene andere advertentie:
Slaven benoodigd.Wij koopen ten allen tijde slaven tot de hoogste contante prijzen. Personen, die wenschen te verknopen, adresseren zich No. 242, Pratt-street (oude firma Slatter). Op brieven wordt geantwoord.B. M. & W. L. Campbell.
Slaven benoodigd.
Wij koopen ten allen tijde slaven tot de hoogste contante prijzen. Personen, die wenschen te verknopen, adresseren zich No. 242, Pratt-street (oude firma Slatter). Op brieven wordt geantwoord.
B. M. & W. L. Campbell.
In eene andere kolom heeft de heer John Denning eene advertentie doen opnemen, wier bewoordingen aan het verhevene grenzen:
Vijf duizend Negers benoodigd.Ik zal de hoogste contante prijzen betalen voor 5000 negers, voorzien van goede certificaten, ’tzij slaven voor levenslang of voor eene bepaalde reeks van jaren, in groote of kleine gezinnen, of afzonderlijke negers. Ik zal ook negers, die in den Staat moeten blijven, koopen, mits zij van goed gedrag zijn. Gezinnen worden nimmer gescheiden. Personen, die slaven te koop hebben, adresseren zich aan mij, daar het geld steeds voorhanden ligt. Op orders zal prompt acht geslagen, en eene ruime commissiebetaald worden door John N. Denning, No. 18, South Frederick-street, tusschen de Baltimore en Second-streets, te Baltimore, in Maryland. Er staan boomen voor de deur.
Vijf duizend Negers benoodigd.
Ik zal de hoogste contante prijzen betalen voor 5000 negers, voorzien van goede certificaten, ’tzij slaven voor levenslang of voor eene bepaalde reeks van jaren, in groote of kleine gezinnen, of afzonderlijke negers. Ik zal ook negers, die in den Staat moeten blijven, koopen, mits zij van goed gedrag zijn. Gezinnen worden nimmer gescheiden. Personen, die slaven te koop hebben, adresseren zich aan mij, daar het geld steeds voorhanden ligt. Op orders zal prompt acht geslagen, en eene ruime commissiebetaald worden door John N. Denning, No. 18, South Frederick-street, tusschen de Baltimore en Second-streets, te Baltimore, in Maryland. Er staan boomen voor de deur.
Ook de heer John Denning is een menschlievend man. Hij rukt nimmer gezinnen uiteen. Ziet gij het niet uit zijne advertentie? Zoo iemand hem eene vrouw aanbiedt zonder haar man, zal de heer John Denning haar niet koopen. O neen, zeker niet! Zijne vijf duizend negers bestaan allen uit ongesplitste familiën; andere neemt hij nimmer; en hij doet ze weêr heel en ongebroken over. Dit is zeker troostrijk om te overdenken.
Men zie ook denDemocratvan 8 December 1852 in, een blad dat te Cambridge, in Maryland, verschijnt. Daarin berigt zeker heer aan de slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen, dat hij weder aan de markt is.
Negers benoodigd.Ik wensen den slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen te berigten, dat ik weder aan de markt ben. Personen, die negers bezitten, welke voor hun leven slaven zijn, zullen in hun belang handelen, met mij te spreken, alvorens zij verkoopen, daar ik voornemens ben de hoogste contante prijzen te betalen, waartoe de koers der zuidelijke markt regt geeft. Men kan mij vinden in het hotel van A. Hall, te Easton, waar ik zal vertoeven tot 1oJulij aanstaande. Brieven, die aan mij te Easton, of aan Wm. Bell, te Cambridge, gerigt worden, zullen ten spoedigste worden beantwoord.Wm. Harker.
Negers benoodigd.
Ik wensen den slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen te berigten, dat ik weder aan de markt ben. Personen, die negers bezitten, welke voor hun leven slaven zijn, zullen in hun belang handelen, met mij te spreken, alvorens zij verkoopen, daar ik voornemens ben de hoogste contante prijzen te betalen, waartoe de koers der zuidelijke markt regt geeft. Men kan mij vinden in het hotel van A. Hall, te Easton, waar ik zal vertoeven tot 1oJulij aanstaande. Brieven, die aan mij te Easton, of aan Wm. Bell, te Cambridge, gerigt worden, zullen ten spoedigste worden beantwoord.
Wm. Harker.
Met den heer Harker is zeer goed te handelen. Hij houdt zich op de hoogte van den staat der zuidelijke markt, en zal de hoogste prijzen betalen waartoe die markt gelegenheid zal geven. Bovendien zal hij te vinden zijn tot Julij, en zal hij alle brieven, die men tot hem rigten mogt, beantwoorden. Over één punt moeten wij hem echter onderhouden. Hij heeft niet geadverteerd, dat hij geene familiën scheidt. ’t Is wel is waar slechts eene kwestie van smaak; maar sommige welmeenende lieden staan er op, om het in de advertentie van een slavenhandelaar te zien; het geeft er een beter oog aan; en als mijnheer Harker er een oogenblik overnadenkt, zal hij het er gewis eene volgende maal invoegen. Het neemt weinig plaats weg en staat goed.
Nu en dan brengen de advertentiën wegens ontvlugte slaven ons voor den geest, in hoe geringe mate hetmogelijkbevonden is, om de scheiding der gezinnen tevermijden; zoo als b. v. bij het lezen van het volgende in denRichmond Whigvan 5 November 1852:
Tien dollars belooning.Wij zijn gemagtigd door Henry P. Davis, om eene belooning van 10 dollars uit te loven voor het vatten van een neger, genaamd Henry, die van de plantage van gezegden Davis, nabij Petersburg, ontvlugt is op Donderdag, 27 October. Gemelde slaaf, afkomstig uit de nabijheid van Lynchburg, in Virginia, was gekocht van Cock, en heeft eene vrouw in Halifax County, in Virginia. Hij was laatstelijk werkzaam aan den Zuider-spoorweg. Welligt houdt hij zich op in de nabijheid zijner vrouw.Pulliam & Davis,Houders van Verkoopingen te Richmond.
Tien dollars belooning.
Wij zijn gemagtigd door Henry P. Davis, om eene belooning van 10 dollars uit te loven voor het vatten van een neger, genaamd Henry, die van de plantage van gezegden Davis, nabij Petersburg, ontvlugt is op Donderdag, 27 October. Gemelde slaaf, afkomstig uit de nabijheid van Lynchburg, in Virginia, was gekocht van Cock, en heeft eene vrouw in Halifax County, in Virginia. Hij was laatstelijk werkzaam aan den Zuider-spoorweg. Welligt houdt hij zich op in de nabijheid zijner vrouw.
Pulliam & Davis,Houders van Verkoopingen te Richmond.
De steller der advertentie schijnt het voormogelijkte houden, dat Henry in de nabuurschap zijner vrouw is. Wij zouden er ons in het geheel niet over verwonderen, indien dit het geval ware.
Thans is de lezer in het bezit van eenige der statistieke opgaven waarvan de bewoner van Zuid-Carolina spreekt, in zijne zinsnede, die wij hiervoren, op bladz. 27, hebben aangehaald.
Ten einde eenig verder begrip te krijgen van den uitgebreiden handel, die in deze soort van eigendom plaatsvindt, ga men het volgende overzigt na, dat opgemaakt is uit vier en zestig nieuwsbladen uit het Zuiden, voor de hand genomen. Al die bladen hebben het licht gezien in de beide laatste weken van November 1852.
De negers worden geadverteerd bij naam, soms in bepaalde getallen en soms in „partijen”, „assortimenten” en andere onbepaalde uitdrukkingen. Hoezeer deze opgemaakte lijst verre zijn moet beneden de waarheid, geven wij haar niettemin in den vorm eener tabel.
Hier is aangekondigd inslechts elf bladen, de verkoop vanacht honderd negen en veertig slaven, intwee weken, in Virginia; de Staat, waar de heer J. Thornton Randolph schrijft, dat de scheiding van gezinnen eene zaak is „waarvan men soms inromansleest.”
STATEN waar de Bladen het licht zien.Aantal der geraadpleegde Bladen.Aantal geadverteerde Negers.Getal partijen, enz.Getal der geadverteerde Vlugtelingen.Virginia11819715Kentucky523817Tennessee8385417Zuid-Carolina1285227Georgia6982..Alabama1054955Mississippi866956Louisiana4460435644,1003092
In Zuid-Carolina, van waar de schrijver inFraser’s Magazinedateert, zien wij binnen den tijd van twee weken in een enkel dozijn bladen, acht honderd twee en vijftig negers ten verkoop aangekondigd. Waarlijk, wij behoorden op de nieuwsbladen van zijnen Staat toe te passen, wathijzegt van deNegerhut: „Zoo men zijne begrippen van de slavernij aandeze papierenontleende, zou men de slavengezinnen wel als uiterst ongevestigd en zwervend moeten beschouwen.”
Het totaal, in vier en zestig nieuwsbladen in onderscheidene Staten, voor den tijd van slechts twee weken, is vier duizend een honderd, behalve nog dertig „partijen” gelijk men ze noemt.
En wie zou nu de hopelooze, nimmer hersteld wordende scheiding des negers van zijn gezin durven vergelijken met de vrijwillige scheiding van den vrije, wien noodzakelijke bezigheden eene poos van zijne betrekkingen verwijderd houden? Is het lot van den slaaf niet reeds bitter genoeg, zonder deze uiterste bespottingen berispelijksten hoon? Wel mogen zij uitroepen in hun zielsangst: „Onze ziele vloeit over van den smaad dergenen die in weelde gezeten zijn, en van de verachting der trotschaards!”
De jaloersche wet ontneemt den armen neger, die reedsblootgesteld is aan de bitterste scheiding, het vermogen om te schrijven. Voor hem is de gapende klove zwart en hopeloos diep, zonder een enkel troostrijk baken. Onbekend met de aardrijkskunde, weet hij niet werwaarts hij gaat, noch hoe hij een brief moet adresseren. In alle opzigten is het eene scheiding, zoo hopeloos als die, welke de dood veroorzaakt, en even beslissend.
1Hij zegt in een werk over de slavernij: „Zoo de taal in staat is een helder en bepaald begrip van iets te geven, weet ik niet hoe zij iets duidelijker of ondubbelzinniger zou kunnen uitdrukken dan in Leviticus XXV geschiedt, welk Hoofdstuk duidelijk en ondubbelzinnig verklaart, dat God-zelf de slavernij of lijfeigenschap heeft goedgekeurd; en dat het „koopen, verkoopen, houden en vererven” van slaven als eigendommen, inrigtingen zijn, die Hij-zelf heeft vastgesteld.”
1Hij zegt in een werk over de slavernij: „Zoo de taal in staat is een helder en bepaald begrip van iets te geven, weet ik niet hoe zij iets duidelijker of ondubbelzinniger zou kunnen uitdrukken dan in Leviticus XXV geschiedt, welk Hoofdstuk duidelijk en ondubbelzinnig verklaart, dat God-zelf de slavernij of lijfeigenschap heeft goedgekeurd; en dat het „koopen, verkoopen, houden en vererven” van slaven als eigendommen, inrigtingen zijn, die Hij-zelf heeft vastgesteld.”