Hoofdstuk IV.

Hoofdstuk IV.De slavenhandel.Waarin is de levenskracht der slavernij hier te lande gelegen? De slavernij, die een onnatuurlijke en ziekelijke toestand der maatschappij is, en eene verkwistende en uitputtende wijze van bebouwing van den grond, zou reeds lang van zelve te niet gegaan en in onbruik geraakt zijn, ware zij niet in stand gehouden door deze of gene onnatuurlijke oorzaak.Welke is in Amerika die onnatuurlijke oorzaak geweest? Waarom heeft de heelkracht der natuur, welke die ijselijke wonde in al de noordelijke Staten genas, gefaald aan de grensscheiding van het Zuiden? In Delaware, Maryland, Virginia en Kentucky heeft de slavenarbeid reeds sedert lang den grond bijna onherstelbaar verarmd, en is ten slotte geheel nadeelig geworden. ’t Is welbekend, dat de kwestie der emancipatie in al die Staten breedvoerig is behandeld. Zij is besproken in de wetgevende vergaderingen, en mannen van het Zuiden hebben over de instelling der slavernij den banvloek uitgesproken in bewoordingen, zoo als alleen het Zuiden ze kan ingeven. Al wat er ooit in het Noorden van gezegd is, is met viervoudige kracht aangevoerd bij dezediscussiënin het Zuiden. De wetgevende vergadering van den Staat Kentucky heeft eenmaal op het punt gestaan om maatregelen te nemen tot trapsgewijze emancipatie; de Staat Virginia is nagenoeg even ver gekomen, en Maryland heeft lang op den drempel staan weifelen. Erwas een tijd toen niemand twijfelde, dat al deze Staten spoedig vrije Staten zouden zijn. En welke is nu de reden, waarom zij het niet geworden zijn? Waarom zijn die beraadslagingen thans verstomd, en gaat men rugwaarts op den weg van geregtigheid? Het antwoord is met één woord te geven. Het is de uitbreiding van het slavenhoudend gebied, en de openstelling van eene groote zuidelijke slavenmarkt, die den voortgang van de emancipatie gestuit heeft.Terwijl deze Staten den slaaf begonnen te beschouwen als een wezen, dat toch mogelijk een mensch zou kunnen worden en terwijl zij voornamen om hem en zijne vrouw en kinderen den onschatbaren zegen der vrijheid te schenken, werd die groote zuidelijke slavenmarkt geopend. Het begon met de aanhechting van Missouri als een slavenhoudenden Staat, en het waren de uitgebragte stemmen van twee mannen uit het Noorden, die deze belangrijke zaak beslisten. Vervolgens vond door de toestemming en medewerking van mannen uit het Noorden, die onmetelijke toevoeging van slavengebied plaats, welke thans eene zoo onbegrensde markt oplevert, om de hebzucht van de noordsche slavenkweekende Staten te verlokken.Deze uitbreiding van grondgebied zal de emancipatie van een menschenras misschien eeuwen lang vertragen. Honderdduizende slavengezinnen zijn daardoor gedoemd tot droefenis en hartverscheurende scheiding, tot kermen en geween; in al de zuidelijke Staten heeft zij slaven-magazijnen doen verrijzen met hunne akelige martelwerktuigen; zij heeft ontelbare slavenkaravanen doen geboren worden, die hunne ketens rammelen en in beklagelijken optogt dit land der vrijheid doortrekken.Deze aanwinst van Slavenstaten heeft het hart van den meester verstaald en hetgeen te voren, vergelijkender wijze gesproken, eene vriendschappelijke betrekking was, doen veranderen in den afschuwelijksten en onmenschelijksten handel.De planter, wiens slaven rondom hem opgewassen waren en die hij bijna als mannen en vrouwen had leeren beschouwen, zag thans op elk zwart voorhoofd niets dan den marktprijs. Deze man gold duizend dollars en gene acht honderd. De zwarte zuigeling in de armen zijner moeder was een biljet van honderd dollars en niets meer. Al de edeler hoedanighedenvan hart en ziel, die den slaaf tot een broeder hadden moeten maken, gaven slechts eene hoogere waarde aan de koopwaar. Is de slaaf verstandig? Goed! dat maakt zijn prijs twee honderd dollars hooger. Is hij trouw en eerlijk? Goed! zet het in zijn certificaat; het is twee honderd dollars meer waard. Is hij Godsdienstig? Heeft die Heilige Geest Gods, wiens naam wij met eerbied en vreeze noemen, die verachte gedaante tot Zijn tempel verkozen? Laat ook dat in rekening gebragt worden bij den marktprijs, en de gave van den Heiligen Geest zal verkocht worden voor geld. Is hij een leeraar? ’t Doet er niet toe; ook dat heeft zijn prijs op de markt. Uit de Kerk en van de Avondmaalstafel worden de Christen-broeder en zuster genomen om de slaven-karavaan te vergrooten. En de vrouw, met hare teederheid, zachtheid, schoonheid; de vrouw aan wie het gemengde bloed van zwarte en blanke, bekoorlijkheden heeft gegeven, die voor eene slavin een gevaarlijk geschenk zijn,—wat is haar rampzalig lot bij dien vreeselijken handel? De volgende hoofdstukken zullen, dien betreffende, bijzonderheden mededeelen, die het hart zullen toenijpen van elke Christelijke moeder, zoo zij inderdaad dien heiligen naam waardig is.Maar wij zullen het niet bij beweringen laten. Wij hebben de kwestie geopperd, ten einde de bewijzen te leveren. Laten wij er toe overgaan.Het bestaan van dezen afschuwelijken handel is aan velen bekend, de bijzonderheden en de ontzaggelijke uitbreiding daarvan slechts aan weinigen.Wij zullen dit eenigzins in bijzonderheden nagaan. De Staten, die slaven uitvoeren, zijn: Maryland, Virginia, Kentucky, Noord-Carolina, Tennessee en Missouri. Dit zijn de slaven-kweekende, de overige de slaven-verbruikende Staten. In vorige hoofdstukken hebben wij de soort van advertentiën doen kennen, welke in die Staten gebruikelijk is; doch daar wij in de ziel des lezers iets van den indruk wenschen over te storten, die op ons-zelve gemaakt is door hare veeltalligheid en overvloed, zullen wij er hier nog eenige overnemen.Uit den StaatVirginia:Kanawha Republican, van Charleston in Virginia, 20 October 1852. Dat blad draagt aan het hoofd het mottoVrijheid, met eene banier:Drapeau sans tache.Contant geld voor Negers.De ondergeteekende wenscht te koopen eenige jonge negers,van 12 tot 25 jaren, voor welke de hoogste marktprijs contant zal betaald worden. Aan eenige regelen, hem over de post toegezonden, of aan een persoonlijk bezoek, zal dadelijk gevolg gegeven worden.20 October 1852.Jas. L. Ficklin.Alexandria Gazette, 28 October:Contant geld voor Negers.Voor het Zuiden wensch ik onverwijld zooveel negers,van 10 tot 30 jaren, te koopen als ik krijgen kan; ik wil den hoogsten contanten prijs betalen. Aan alle berigten wordt ten spoedigste voldaan.West-End, teAlexandriainVirginia, 26 October.Joseph Bruin.Lynchburg Virginian, 18 November:Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich te Lynchburg gevestigd hebbende, geeft de hoogste contante prijzen voor negers,tusschen 10 en 30 jaren. Zij, die negers te koop hebben, zullen in hun belang handelen door zich mondeling of schriftelijk tot hem te wenden in het Washington-Hotel te Lynchburg.5 November.J. B. McLendon.Rockingham Register, 13 November:Contant geld voor Negers.Ik wensch een aantal negers van beiderlei sekse en van elken ouderdom te koopen voor de zuidelijke markt; ik zal de hoogste contante prijzen betalen. Op brieven, die aan mij te Winchester, in Virginia, gerigt worden, zal ik onverwijld antwoorden.24 November 1846.H. J. McDaniel,Agent voorWm. Crow.Richmond Whig.16 November:Pulliam & Davis,Houders van verkoopingen van Negers.D. M. Pulliam.Hector Davis.Bovengenoemden blijven voortgaan met het verkoopen van negers, aan hunne inrigting in Wall-street.Door hunne ervaring in deze zakenkunnen zij instaan, dat voor al de aan hen toevertrouwde negers de hoogste prijzen zullen erlangd worden. Zij komen ook verkoopingen van negers houden op plantagiën, en wenschen alle curatoren, executeurs en administrateurs opmerkzaam te maken, dat zij voor hunne verkoopen gunstige voorwaarden stellen. Zij zijn ook ingerigt om negers behoorlijk te huisvesten en te voeden, à 25 cents per dag.Let wel.—Contant geld voor slaven.Degenen, die in het graafschap Buckingham en de omliggende graafschappen in Virginia, slaven willen verkoopen, zullen, door zich te wenden tot Anderson D. Abraham, Sr., of tot zijn zoon Anderson D. Abraham, Jr., tot de hoogste contante prijzen plaatsing vinden voor honderd vijftig à twee honderd slaven. Een van de bovengenoemden zal gedurende de eerstvolgende acht maanden altijd aan hunne woning in bovengenoemd graafschap en Staat te vinden zijn. Men adressere zich aan Anderson D. Abraham, Sr., Postkantoor te Maysville, White Oak Grove, Buckingham County, Virginia.Winchester Republican, 29 Junij 1852:Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich gevestigd hebbende te Winchester in Virginia, wenscht een groot aantal slaven van beiderlei sekse te koopen, waarvoor hij den hoogsten contanten prijs zal betalen. Personen, die zich van hunne slaven willen ontdoen, zullen in hun belang handelen door zich tot hem te wenden, alvorens die te verkoopen.Alle aanvragen, die aan hem gerigt worden in het Taylor-Hotel, te Winchester, in Virginia, zullen onverwijld worden beantwoord.27 December 1851.Elijah McDowel,Agent voorB. M. & Wm. L. Campbell, vanBaltimore.Voor den StaatMarylandnemen wij de volgende advertentiën over:Port Tobacco Times, van October 1852:Slaven benoodigd.De ondergeteekende is bij voortduring gevestigd te Middleville, in Charles County (vlak aan den weg van Port Tobacco naar Allen’s Fresh), waar hij al de slaven blijft koopen, die te verkrijgen zijn. Steeds wordt de uiterste prijs betaald, en ruime commissie gegeven voor inlichtingen, die tot een aankoop leiden. Men adressere zich persoonlijk of schriftelijk aan hem te Allen’s Fresh, Charles County.Middleville, 14 April 1852.John G. Campbell.Cambridge(Maryland)Democrat, 27 October 1852:Negers benoodigd.Ik wensch den slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen te berigten, dat ik weder aan de markt ben. Personen, die negers bezitten, welke voor hun leven slaven zijn, zullen in hun belang handelen met mij te spreken, daar ik voornemens ben de hoogste contante prijzen te betalen, waartoe de koers der zuidelijke markt regt geeft. Men kan mij vinden in het hotel van A. Hall te Easton, waar ik zal vertoeven tot 1o. Julij aanstaande. Brieven, die aan mij te Easton of aan Wm. Bell te Cambridge gerigt worden, zullen ten spoedigste worden beantwoord.Elken Maandag zal ik mij in het hotel van John Bradshaw te Cambridge bevinden.6 October 1852.Wm. Harker.Westminster Carroltonian, 22 October 1852:Vijf en twintig Negers benoodigd.De ondergeteekende verlangt 25 fiksche jonge negers te koopen, voor welke de hoogste prijzen zullen betaald worden. Alle aanvragen, die men aan hem te Baltimore zal rigten, zullen stipt beantwoord worden.2 Januarij.Lewis Winters.WatTennesseeaangaat vinden wij het volgende:Nashville True Whig, 20 October 1852:Te koop.21 fraaije negers, van onderscheiden leeftijd.6 OctoberA. A. McLean,Algemeen Agent.Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk te koopen een neger-timmerman. Ik zal een goeden prijs betalen.6 OctoberA. A. McLean,Algemeen Agent.Nashville Gazette, 22 October:Te koop.Verscheidenezeer aardige meisjes van 10 tot 18 jaren, eene vrouw van 24, en een zeer geschikte vrouw van 25, met drie zeer lieve kinderen.16 October 1852.Williams & Glover.Benoodigd.Ik wensch vijf en twintig fiksche negers,—mannen en vrouwen,tusschen 18 en 25 jaren—te koopen, waarvoor ik de hoogste contante prijzen betalen zal.20 OctoberA. A. McLean,Cherry Street.Memphis Daily Eagle and Enquirer:Vijfhonderd Negers benoodigd.Wij zullen de hoogste contante prijzen betalen voor alle goede negers, die ons aangeboden worden. Allen, dienegers te koop hebben, noodigen wij uit ons te komen spreken aan ons kantoor, tegenover de beneden-aanlegplaats der stoombooten. Wij zullen ook eene groote partij Virginia-negers in voorraad hebben. Wij hebben eene gevangenis, die even veilig is als eenige andere in het land en waar wij de negers, die men zou willen doen opsluiten, veilig kunnen bewaren.Bolton, Dickins & Co.Land en Negers te koop.Voor een prijsje wenscht men ongeveer 400 acres land over te doen, waarvan 200 in goeden staat van bebouwing, gelegen bij den spoorweg, omstreeks tien mijlen van Memphis. Alsmede 18 of 20 fraaije negers, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes. Voor de betaling van een gedeelte van den koopprijs zal uitstel gegeven worden.17 OctoberJ. M. Provine.Clarksville Chronicle, 3 December 1852:Negers benoodigd.Wij wenschen 25 geschikte negers te huren voor eene stoombootdienst tusschen New-Orleans en Louisville. Wij zullen zeer hooge prijzen betalen voor het saisoen, beginnende omstreeks 15 November.10 September.McClure & Crozier,Agenten.UitMissouri:Daily St. Louis Times, 14 October 1852:Reuben Bartlett,wonende nabij de Stadsgevangenis, zal de hoogste contante prijzen betalen voor alle goede negers, die hem aangeboden worden. Aan zijn kantoor zijn ook andere gegadigden bekend, die gaarne koopen en de hoogste contante prijzen betalen zullen.Negers worden bij hem tot den laagsten prijs in den kost genomen.Negers.Blakely en McAfee hunne vennootschap met wederzijdsch goedvinden ontbonden hebbende, zal de ondergeteekende blijven voortgaan met ten allen tijde de hoogste contante prijzen te betalen voor negers van iedere soort. Hij zal zich ook belasten met den verkoop van negers in commissie, daar hij eene gevangenis heeft, ingerigt om hen in den kost te nemen.Steeds zijn bij hem negers te koop.A. B. McAfee, 93,Olive Street.Honderd Negers benoodigd.Juist van Kentucky teruggekeerd zijnde, wensch ik, zoo spoedig mogelijk, honderd fraaije negers te koopen, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, waarvoor ik steeds vijftig à honderd dollars per stuk meer zal geven dan eenig ander handelaar te St. Louis of in den Staat Missouri. Men kan mij steeds vinden in „Barnum’s City Hotel,” te St. Louis.John Mattingly.Uit een ander blad van Missouri:Negers benoodigd.Ik betaal steeds de hoogste contante prijzen voor alle goede negers, die mij te koop geboden worden. Ik koop voor de markten van Memphis en Louisiana, en kan en zal zoo hooge prijzen betalen als eenig handelaar in dezen Staat. Allen, die negers te koop hebben, zullen wel doen zich tot mij te vervoegen aan mijne woning, no. 210, hoek van de Sixth en Wash-streets, te St. Louis.Thos. Dickins, van de firmaBolton, Dickins & Co.Honderd Negers benoodigd.Juist van Kentucky teruggekeerd zijnde, wensch ik zoo spoedig mogelijk, honderd fraaije negers te koopen, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, waarvoorik steeds vijftig à honderd dollars per stuk meer zal geven dan eenig ander handelaar te St. Louis of in den Staat Missouri. Men kan mij steeds vinden in „Barnum’s City Hotel,” te St. Louis.John Mattingly.B. M. Lynch,No. 104, Locust-street, te St. Louis in Missouri, is bereid de hoogste contante prijzen voor goede en fiksche negers te betalen; of voor anderen op eene goede plaats en onder eene veilige bewaring negers in den kost te nemen. Hij belast zich ook met den koop en verkoop van negers in commissie.Steeds zijn bij hem negers te koop.Wij bidden u, Christelijke lezer, te overwegen, welke soort van tooneelen in Virginia onder die advertentiën plaats grijpen. Gij ziet uit hare met zorg gekozene bewoordingen, dat alleen jongelieden genomen worden; en zij zijn slechts een proefje van de advertentiën, die maanden achtereen in de bladen van Virginia voorkomen. In een volgend hoofdstuk zullen wij den lezer het inwendige van die slaven-gevangenissen laten zien en hem het een en ander mededeelen van de dagelijksche voorvallen in deze soort van handel. Wij willen thans nog een blik werpen op de soortgelijke advertentiën in de zuidelijke Staten. De neger-karavanen, die in Virginia en de andere Staten gevormd worden, vindt men als volgt aangekondigd op de zuidelijke markt.Uit denNatchez(Mississippi)Free-Trader, 20 November:Negers te koop.De ondergeteekenden zijn zoo even aangekomen, regtstreeks van Richmond in Virginia, met een nieuwen en fraaijen voorraad negers, bestaande in: veld-arbeiders, huisbedienden, naaisters, keukenmeiden, waschvrouwen en strijksters, een uitstekend metselaar en andere ambachtslieden, die zij nu te koop bieden aan den Driesprong nabij Natchez in Mississippi, tot de billijkste prijzen.Zij zullen gedurende het saisoen verschen toevoer van Richmond in Virginia blijven ontvangen en aan alle ordersvoor elke soort van negers, die te Richmond verkocht worden kunnen, voldoen.Gegadigden zullen weldoen, onzen voorraad te komen bezigtigen, alvorens elders te koopen.20 November.Matthews, Branton & Co.Aan het Publiek.Koop en Verkoop van Negers.Robert S. Adams en Moses J. Wicks hebben heden eene vennootschap aangegaan onder de firma Adams & Wicks, voor den koop en verkoop van negers in de stad Aberdeen en elders. Zij hebben een agent aangesteld, die in de beide laatste maanden negers voor hen in de oude Staten heeft opgekocht. Een lid der firma, Robert S. Adams, vertrekt heden naar Noord-Carolina en Virginia en zal daar een groot getal negers voor deze markt aankoopen. Zij zullen gedurende het aanstaande najaar en den winter in hun depôt te Aberdeen een ruimen voorraad uitgezochte negers voorhanden hebben, die zij verkoopen zullen totlage prijzen à contant,of voor wissels op Mobile.Aberdeen in Mississippi,7 Mei 1852.Robert S. Adams.Moses J. Wicks.Slaven! Slaven! Slaven!Wekelijks versche aanvoer.—Daar wij ons gevestigd hebben aan den Driesprong, nabij Natchez, bij een contract voor verscheidene jaren, hebben wij thans voorhanden, gelijk wij het geheele jaar door zullen hebben, een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers, bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden, keukenmeiden, naaisters, waschvrouwen, strijksters, enz., welke wij even laag of lager dan eenig ander huis alhier of te New-Orleans kunnen en willen verkoopen.Personen, die aankoopen wenschen te doen, worden aangemaand ons te bezoeken alvorens zich elders te verbinden, daar onze geregelde aanvoer ons steeds voorziet van een goed en aanzienlijk assortiment. Wij geven den verkoopers vele faciliteiten. Komt en ziet!16 October 1852.Griffins & Pullam.Negers te koop.Ik ben zoo even aan den Driesprong teruggekeerd met vijftig fraaije jonge negers.22 SeptemberR. H. Elam.Let wel!De ondergeteekende berigt het geëerde publiek, dat hij zijne plaats aan den Driesprong voor eenige jaren gehuurd heeft en voornemens is gedurende den loop van het jaar aldaar eene aanzienlijke partij negers in voorraad te houden. Hij zal die even laag of lager verkoopen dan eenig handelaar alhier of te New Orleans.Hij is juist van Virginia teruggekeerd met eene fraaije partij veld-arbeiders en arbeidsters en huisbedienden, drie keukenmeiden, een timmerman en drie paarden. Komt en ziet.Thos. G. James.Daily Orleanian, 19 October 1852.W. F. Tannehill,No. 159,Gravier-street.Slaven! Slaven! Slaven!Zij zijn steeds in voorraad, en worden gekocht en verkocht tot de billijkste prijzen. Veld-arbeiders, keukenmeiden, waschvrouwen, strijksters en in het algemeen alle huisbedienden. Er kunnen informatiën gegeven worden.14 October.(De volgende advertentie was in het Fransch gesteld.)Slavendepôtte New Orleans,No. 68, Rue Baronne.Wm. F. Tannehill & Co. hebben steeds een compleet assortiment met zorg gekozene slaven te koop. Ook koopen en verkoopen zij slaven in commissie.Zij hebben thans in voorraad een groot getal negers,die per maand verhuurd worden, en waaronder zich bevinden jonge knapen, huisbedienden, keukenmeiden, waschvrouwen, strijksters, minnen, enz.Inlichtingen te verkrijgen bij:Wright, Williams & Co.Moon, Titus & Co.Williams, Phillips & Co.S. O. Nelson & Co.Moses Greenwood.E. W. Diggs.New-Orleans Daily Crescent, 21 October 1852:Slaven!James White, No. 73, Baronne-street, te New Orleans, zorgt met naauwgezetheid voor de ontvangst, het onderhoud en den verkoop van aan hem geconsigneerde slaven. Hij koopt en verkoopt ook in commissie. Inlichtingen te verkrijgen bij de heeren Robson & Allen McRea, Coffman & Co.; Pregram, Bryan & Co.23 September.Negers benoodigd.Er worden vijftien of twintig goede mannelijke negers gevraagd voor eene plantage. Het beste loon zal gegeven worden tot 1 Januarij 1853.Men adressere zich aan11 September.Thomas G. Mackey & Co.5,Canal-street, hoek van het Magazijn, bovenverdieping.Uit een ander nommer van denNatchez Free Tradernemen wij het volgende over:Negers.De ondergeteekende berigt aan het geëerde publiek, dat hij thans eene partij van vijf en veertig negers in handen heeft, daar hij heden eene bezending van vijf en twintig heeft ontvangenregtstreeks uit Virginia, twee of drie goede keukenmeiden, een wagenvoerder, een goede huisknecht,een vioolspeler,eene keurige naaister,en een fiksch partijtje veld-arbeiders en arbeidsters; al dewelke hij met eenekleine winst zal van de hand doen, daar hij wenscht uit te verkoopen ennaar Virginia terug te keeren om een partijtje voor den najaarshandel uit te zoeken. Komt en ziet.Thomas G. James.De slavenkweekerij der noordelijke Staten is meermalen aangetoond, besproken en erkend, zoo in de handelstatistiek dier Staten, als in de redevoeringen van regtschapene mannen, die dit teregt betreurd hebben als eene vernedering huns vaderlands.In 1811 rigtte de „British and Foreign Anti-Slavery Society” eenige vragen betreffende den binnenlandschen Amerikaanschen slavenhandel aan de „American Anti-Slavery Society”. Ter voldoening daaraan werd een veelzijdig onderzoek in het werk gesteld, welks resultaten te Londen het licht zagen, en uit dat boekdeel nemen wij het volgende over:DeVirginia Times(een weekblad dat te Wheeling in Virginia verschijnt) schat in 1836 het aantal slaven, die ten verkoop uit dien Staat alleen uitgevoerd zijn gedurende de voorafgegane twaalf maanden, opveertig duizend, wier gemiddelde waarde op vier en twintig millioen dollars berekend wordt.Zoo men wil aannemen, dat Virginia alleen de helft van den uitvoer in het genoemde tijdvak heeft geleverd, dan komen wij tot het ontzettende cijfer vantachtig duizend slaven, die in één enkel jaar uit de slavenkweekende Staten zijn vervoerd. Wij kunnen niet met zekerheid bepalen in welke evenredigheid door de andere Staten tot den uitvoer bijgedragen is; maar Maryland komt ten aanzien der getallen het naast bij Virginia, Noord-Carolina volgt op Maryland, Kentucky op Noord-Carolina en dan komen Tennessee en Delaware.DeNatchez(Mississippi)Courierzegt, „dat de Staten Louisiana, Mississippi, Alabama en Arkansas gedurende 1836twee honderd en vijftig duizendslaven uit de meer noordelijk gelegene Staten ingevoerd hebben.”Dit zou volstrekt ongeloofelijk schijnen; maar vermoedelijk zijn hierin al de slaven begrepen, die met hunne meesters medegekomen zijn toen deze zich hier nedergezet hebben.De volgende zinsneden uit denVirginia Timesschijnen die stelling te bevestigen:„Door deskundigen hebben wij het getal slaven, die in de laatst verloopen twaalf maanden van Virginia uitgevoerd zijn, hooren schatten op honderd en twintig duizend, makende, elken slaaf gemiddeld ten minste op zes honderd dollars gerekend, eene som van twee en zeventig millioen dollars. Van het getal uitgevoerde slaven is niet meer daneen derde gedeelteverkocht, zijnde de andere medegenomen door hunne meesters die verhuisd zijn.”Zoo men een derde gedeelte als het getal der verkochten beschouwt, zijn er meer dan tachtig duizend ten verkoop ingevoerd in de vier Staten Louisiana, Mississippi, Alabama en Arkansas. Onderstelt men dat de helft van tachtig duizend verkocht zijn in de overige aankoopende Staten, Zuid-Carolina, Georgia en het gebied van Florida, dan komt men tot de conclusie, dat eenige jaren vóór de groote financieele crisis van 1837, meer dan honderd en twintig duizend slaven van de aankweekende naar de verbruikende Staten werden uitgevoerd.DeBaltimore Americanneemt het volgende over uit een blad van den Staat Mississippi, van het jaar 1837:„Uit het rapport over de bestaande financieele crisis, opgemaakt door de in eene bijeenkomst der burgers van Mobile benoemde commissie, blijkt, dat er een zoo uitgestrekt gebruik is gemaakt van slaven-arbeid, dat Alabama sedert 1833 jaarlijks voor ongeveer tien millioen dollars van die soort van eigendom van andere Staten gekocht heeft.”„Het handelen in slaven,” zegt hetBaltimore(Maryland)Registervan 1829, „is een veel omvattend bedrijf geworden; op verscheidene plaatsen in Maryland en Virginia zijn etablissementen opgerigt, waar zij als vee verkocht worden. Deze bewaarplaatsen zijn stevig gebouwd en ruim voorzien van ijzeren duimschroeven en mondproppen, en opgetooid met allerlei soorten van lederen zweepen, waaraan men dikwijls het bloed ziet kleven.”Professor Dew, thans president van de „University of William and Mary”, in Virginia, zegt op blz. 120 van zijn overzigt van de debatten, in 1831 en 1832 in de wetgevende vergadering van Virginia gehouden:„Aangezien een volkomen equivalent in de plaats van den slaaf gelaten wordt (de koopprijs), is deze emigratie een voordeel voor den Staat, en vermindert de zwarte bevolking niet zoo veel als bij den eersten oogopslag zou schijnen, dewijl de meester hierin alle aanleiding vindt, om goed voor de negers te zorgen,hunne vermeerdering te bevorderen en er het grootst mogelijke getal van aan te kweeken.” En iets verder zegt hij: „Virginia is inderdaad eene slavenkweekschool voor de andere Staten.”De heer Goode zeide in 1832 in eene redevoering, die hij in de wetgevende vergadering van Virginia hield:„Het overgroote nut der slaven in het Zuiden zal daarnaarzooveel vraagdoen ontstaan, dat zij er door van onze grenzen verwijderd zullen worden. Wij zullen hen uit onzen Staat zenden, dewijlons belangdit zal medebrengen; maar er zijn leden, die vreezen, datde markten van andere Statenvoor den invoer onzer slaven gesloten zullen worden. Mijne heeren, de vraag naar slavenarbeidmoet toenemen,” enz.Bij de debatten van de Conventie van Virginia in 1829, zeide de regter Upshur:„De waarde der slaven, als eigendom, hangt veel af van den toestand der buitenmarkt. Uit dit oogpunt beschouwd, is het de waarde van land inandere Staten, niet hier, die den maatstaf aan de hand geeft. Niets is wisselvalliger dan de waarde der slaven. Eene onlangs in Louisiana aangenomene wet, deed, twee uren nadat hare aanneming bekend was geworden, hunne waarde vijf en twintig percent dalen.Zoo, gelijk ik ook vertrouw, de aanwinst van het landschap Texas ons beschoren ware, zal hun prijs weder vooruitgaan.”De heer Philip Doddridge zeide in de zoo even genoemde Conventie (blz. 89 der debatten):„De aanwinst van Texas zal de waarde van den bedoelden eigendom (de slaven) grootelijks vermeerderen.”Door Dr. Graham, van Fayetteville, in Noord-Carolina, werd in eene bijeenkomst van belanghebbenden bij de kolonisatie, gehouden in het najaar van 1837, gezegd:„In den afgeloopen winter werden ongeveer zeven duizend slaven op de markt van New-Orleans te koop geboden. Alleen van Virginia werden jaarlijks zes duizend naar hetZuiden gezonden, en uit Virginia en Noord-Carolina waren in de laatste twintig jarendrie honderd duizend slavennaar het Zuiden gevoerd.”De heer Henry Clay, van Kentucky, zegt in de rede, die hij in 1829 voor de „Colonisation Society” uitsprak:„Het is te gelooven, dat nergens in de landbouwende streken der Vereenigde Staten van slaven-arbeid algemeen gebruik zou gemaakt worden, indien de grondeigenaren niet verlokt werden omslaven op te kweeken, door hun hoogen prijs op de markten in het Zuiden.”In hetNew-York Journal of Commerce, van 12 October 1835, komt een brief voor van een Virginiër, wien de redacteur „een achtenswaardig en gevoelig man” noemt, en die daarin opgeeft dat in genoemd jaar, hetwelk nog slechts voor drie vierde gedeelten verstreken was,twintig duizendslaven uit Virginia naar het Zuiden waren vervoerd.De heer Gholson zeide in eene rede, welke hij den 18 Januarij 1831 in de wetgevende vergadering van Virginia uitsprak (zie denRichmondWhig):„’t Is er door lieden van den ouderwetschen stempel altijd voor gehouden (misschien ten onregte), dat de eigenaar van een land een beslist regt heeft op de jaarlijksche opbrengst; de eigenaar van boomgaarden, op de jaarlijksche vruchten; de eigenaar van merries op hare veulens,en de eigenaar van slavinnen op hare kinderen. Wij bezitten het fijn geslepene verstand niet, noch de regtskennis, om het technische onderscheid te kunnen zien, dat door sommigen gemaakt is,” (namelijk het onderscheid tusschen merriën en slavinnen.) „De regtsregelpartus sequitur ventremis te gelijk ontstaan met het eigendomsregt-zelf, en gegrond op wijsheid en regtvaardigheid. Het is uithoofde van de regmatigheid en onschendbaarheid van dezen stelregel, dat de meester zich berooft van de diensten der slavin, haar laat verplegen en oppassen en haar hulpeloos kind opvoedt. De waarde der bezittingregtvaardigt de kosten, en ik aarzel niet te zeggen,dat in de vermeerdering daarvan veel van onzen rijkdom bestaat.Kan eenig vertoog over den toestand, waarin de openbare meening door het stelsel der slavernij gebragt wordt, zooveelzeggen als deze woorden, wanneer wij bedenken dat zij in de wetgevende vergadering van Virginia uitgesproken zijn? Zou men niet gelooven, dat Washington moet blozen in zijn graf, dat de Staat, waar hij het levenslicht aanschouwde, zoo diep gevallen is? Dat er echter nog harten in Virginia klopten, die gevoelig voor de schande waren, blijkt uit het volgende antwoord van den heer Faulkner aan den heer Gholson, in de Virginische kamer van afgevaardigden in 1832 (zie denRichmond Whig):„Maar hij (de heer Gholson) heeft trachten aan te toonen, dat de afschaffing der slavernij onstaatkundig zou zijn, dewijl uwe slaven den geheelen rijkdom van den Staat uitmaken,het geheele productief vermogenvormen, dat Virginia bezit; en, mijne heeren, zoo als de tegenwoordige stand van zaken is,geloof ik dat hij gelijk heeft. Hij zegt, dat de slaven den geheelen beschikbaren rijkdom van oostelijk Virginia uitmaken. Is het waar, dat gedurende twee honderd jaren de eenige vordering in den rijkdom en de middelen van Virginia een gevolg geweest is van de natuurlijke toeneming van dat rampzalige geslacht? Kan het zijn, dat deze Staat geheel afhankelijk is van dien aanwas? Vóór dat ik deze verklaringen hoorde; had ik de afgrijselijke diepte van dit kwaad niet volkomen gepeild. Deze heeren voeren een feit aan, dat door de geschiedenis enden tegenwoordigen toestand der Republiekmaar al te zeer bevestigd wordt. Hoe, mijne heeren, hebt gij twee honderd jaren zonder persoonlijke inspanning of productieve nijverheid geleefd, in buitensporigheden en vadsigheid, alleen staande gehouden door de opbrengst van den verkoop der vermeerdering van de slaven en slechts die behoudende, welke uwe thans verarmde landerijen kunnen onderhouden als voortkweekers?”De heer Thomas Jefferson Randolph voerde de volgende taal in de wetgevende vergadering van Virginia (Liberty Bell, bLz. 20):„Ik ben het met de heeren eens, aangaande de noodzakelijkheid om den Staat voor de binnenlandsche verdediging te wapenen. Ik zal met hen medewerken tot alle middelen om het vertrouwen bij het algemeen te doen herlevenen onze vrouwen en kinderen een gevoel van veiligheid in te boezemen. Blaar toch, mijneheeren, moet ik vragen, op wie de last van deze verdediging drukken zal? Niet op de weelderige meesters van hunne honderd slaven, die nimmer zullen uittrekken dan om met hunne gezinnen te vlugten als het gevaar dreigt. Neen, mijne heeren, hij zal drukken opde minder rijke klasse onzer burgers, voornamelijk op hendie geene slavenhouders zijn. Ik heb patrouilles gezien waaronder niet één slavenhouder was, en dit is het doorgaande gebruik des lands. In tijden van beroering heb ik rustig geslapen, zonder door eenige zorg gekweld te zijn, terwijl die personen, die niets van al dien eigendom bezaten, door dwang genoodzaakt, voor de kleinigheid van vijf en zeventig cents in de twaalf uren, rondom mijn huis patrouilleerden en dien eigendom bewaakten die even gevaarlijk was voor hen als voor mij. In allen gevalle is dit ook slechts een hulpmiddel. Naarmate deze bevolking talrijker wordt, is zij minder voortbrengend. Uwe wacht moet vermeerderd worden, tot eindelijk de voordeelen niet meer opwogen tegen de kosten om haar in toom te houden. De slavernij heeft de vermindering der vrije bevolking van een land tot gevolg.„Mijnheer heeft de kinderen van de slavinnen als een gedeelte van het voordeel opgenoemd. Dit wordt toegegeven; maar geen groot kwaad kan uit den weg geruimd, geen goed tot stand gebragt worden, zonder dat er eenige bezwaren uit voortvloeijen. ’t Is nu de vraag in hoe verre het wenschelijk is, dezen tak van voordeel te bevorderen en aan te moedigen. Het is in sommige gedeelten van Virginia eene practijk, en wel een toenemende practijk, slaven voor de markt op te kweeken. Hoe kan een man van eer, een vaderlander, een beminnaar van zijn geboortegrond, het gezigt dulden, dat de oude Staten, verheerlijkt door de zelfopoffering en vaderlandsliefde hunner zonen in den kamp der vrijheid, veranderd worden in ééne groote menagerie, waar menschen voor de markt worden gefokt gelijk runderen voor de slagtbank? Is het beter, neen, is het niet nog slechter dan de slavenhandel, een handel die slechts door de vereenigde pogingen van alle deugdzamen en verstandigen van elk geloof en elke hemelstreekkan afgeschaft worden? De handelaar ontvangt den slaaf, die door taal, voorkomen en zeden voor hem een vreemdeling is, van den koopman, die hem uit het binnenland gehaald heeft. De banden van vader, moeder, echtgenoot en kind zijn alle vaneen gerukt; eer hij hem ontvangt, is zijne ziel verstompt. Maar hier, mijne heeren, worden personen, die de meester van kindsbeen aan gekend heeft, die hij heeft zien dartelen in de onschuldige buitelingen der kindschheid, die zich gewend hebben tot hem op te zien om bescherming, door hem ontrukt aan de armen der moeder en verkocht in een vreemd land, onder vreemde menschen en neêrgebogen onder de zweep van wreede opzigters.Hij heeft de slavernij hier pogen te verdedigen op grond dat zij bestaat in Afrika, en voorts beweerd, dat zij over de geheele wereld bestaat. Op denzelfden grond kon hij het Mahomedaansche geloof voorstaan, met de veelwijverij, de voortdurende strooptogten en rooverijen en moorden, of eenige andere afschuwelijkheid van de wilden. Bestaat de slavernij in eenig gedeelte van het beschaafde Europa? Neen, mijne heeren, nergens.De berekeningen in het boekdeel, waaruit wij onze aanhalingen overgenomen hebben, dagteekenen van het jaar 1841. Sedert dien tijd is de oppervlakte van de zuidelijke slavenmarkt verdubbeld en heeft de slavenhandel eene daarmede gelijken tred houdende uitbreiding ondergaan. De bladen in het Zuiden wemelen van advertentiën dienbetreffende. Het is, om de waarheid te zeggen, de groothandel van die streken. Alleen uit de haven van Baltimore zijn in de twee laatste jaren duizend en drie en dertig slaven verscheept naar de zuidelijke markt, zoo als blijken kan uit de volgende opgave van het tolkantoor.LIJSTvan het aantal schepen met slaven aan boord, die van 1 Januarij 1851 tot 20 November 1852 in het district Baltimore naar zuidelijke havens uitgeklaard zijn:DATUMS.SOORT.NAMEN.BESTEMMING.GETAL SLAVEN.1851.Jan. 6Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),16Jan. 10Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),6Jan. 11Bark,Elizabeth,New Orleans,92Jan. 14Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),9Jan. 17Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),6Jan. 20Bark,Cora,New Orleans,14Feb. 6Bark,E. A. Chapin,New Orleans,31Feb. 8Bark,Sarah Bridge,New Orleans,34Feb. 12Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),5Feb. 24Schoener,H. A. Barling,New Orleans,37Feb. 26Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),3Feb. 28Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),42Maart 10—Edward Everett,New Orleans,20Maart 21Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),11Maart 19Bark,Baltimore,Savannah,13April 1Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),7April 2Brik,Waverley,New Orleans,31April 18Sloep,Baltimore,Arquia Creek (Virg.),4April 23—Charles,New Orleans,25April 28Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),5Mei 15Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),27Mei 17Schoener,Brilliant,Charleston,1Junij 10Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),3Junij 16Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),4Junij 20Schoener,Truth,Charleston,5Junij 21—Herman,New Orleans,10Julij 19Schoener,Aurora,Charleston,1Sept. 6Bark,Kirkwood,New Orleans,2Oct. 4Bark,Abbott Lord,New Orleans,1Oct. 11Bark,Elizabeth,New Orleans,70Oct. 18—Edward Everett,New Orleans,12Oct. 20Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),1Nov. 13—Eliza F. Mason,New Orleans,57Nov. 18Bark,Mary Broughtons,New Orleans,47Dec. 4—Timoleon,New Orleans,22Dec. 18Schoener,H. A. Barling,New Orleans,451852.Jan. 5Bark,Southerner,New Orleans,52Feb. 7—Nathan Hooper,New Orleans,51Feb. 21—Dumbarton,New Orleans,2Maart 27Sloep,Palmetto,Charleston,36Maart 4Sloep,Jewess,Norfolk (Virg.),34April 24Sloep,Palmetto,Charleston,8April 25Bark,Abbott Lord,New Orleans,36Mei 15—Charles,New Orleans,2Junij 12Sloep,Pampero,New Orleans,4Julij 3Sloep,Palmetto,Charleston,1Julij 6Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),7Julij 6Sloep,Maryland,Arquia Creek (Virg),4Sept. 14Sloep,North Carolina,Norfolk (Virg.),15Sept. 23—America,New Orleans,1Oct. 15—Brandywine,New Orleans,6Oct. 18Sloep,Isabel,Charleston,1Oct. 28Schoener,Maryland,New Orleans,12Oct. 29Schoener,H. M. Gambrill,Savannah,11Nov 1—Jane Henderson,New Orleans,18Nov. 6Sloep,Palmetto,Charleston,31033Zoo wij nog een blik slaan op de advertentiën zullen wij zien, dat de handelaars alleen de jonge slaven nemen, tusschen de tien en dertig jaren. Maar hier betreft het slechts ééne haven en slechts ééne wijze van uitvoer; want groote getallen worden in karavanen over land verzonden; en evenwel vindt de heer J. Thornton Randolph goed, de negers van Virginia voor te stellen als levende in landelijke rust, vreedzaam hunne pijp rookende onder hunne eigene wijnstokken en vijgenboomen, terwijl de patriarch van den troep verklaart, „dat hij in zijn heele leven niet gehoord heeft van het verkoopen van een neger naar Georgia, tenzij die neger zich uiterst slecht gedragen had.”De commissie tot de opstelling van het boek, dat wij boven hebben aangehaald, geeft eene treffende schets van den invloed van dien handel op meester en slaaf beide, die wij niet kunnen nalaten over te nemen:Dit stelsel drukt met ontzettende zwaarte op den slaaf. Het houdt hem onder voortdurende vrees van aan denzieldrijver1verkocht te zullen worden, hetwelk voor den slaaf de verwezenlijking is van alle denkbare jammer en ellende en door hem erger gevreesd wordt dan de dood. Een ontzettend voorgevoel van dit lot hangt den rampzalige dag en nacht, van de wieg tot aan het graf, boven het hoofd. Hij weet, dat er geen uur voorbijgaat, hetzij hij slape hetzij hij wake, dat niet het laatste welligt zal zijn, hetwelk hij bij vrouw en kinderen doorbrengt. Elken dag of week wordt een bekende van zijne zijde weggerukt, en zoo blijft de herinnering aan zijn eigen gevaar voortdurend bij hem levendig. „Eerlang zal gewis de beurt aan mij komen,” is zijne folterende gedachte; want hij weet, dat hij daarvoor opgekweekt is, als een os voor het juk, als een schaap voor de slagtplaats. In dezen staat van zaken is de toestand van den slaaf waarlijk onbeschrijfelijk.Wachten, al betreft het geene zaak van gewigt en al duurt het slechts een nacht, is moeijelijk te verduren. Maar wanneer iets vreeselijks hangt boven alles, volstrekt bovenalles wat dierbaar is, en over het tegenwoordige zijne schaduw en over de toekomst eene sombere tint werpt, dan waarlijkmoethet hart er onder breken. En dat is het zwaard, dat iederen slaaf in de slavenkweekende Staten, voortdurend boven het hoofd hangt. Zijn gering deel van geluk wordt er door vergiftigd. Zoo hij vader is, kan hij niet naar den arbeid gaan zonder in gedachten zijne vrouw en kinderen vaarwel te zeggen. Hij kan niet aêmechtig en afgemat van het veld terugkeeren, met de zekerheid dat hij zijne stulp niet beroofd en ledig zal vinden. Evenmin kan hij zich neêrstrekken op zijn bed van stroo en lappen zonder de snerpende vrees, dat zijne vrouw vóór den morgen uit zijne armen gescheurd zal worden. Nadert een blanke zijns meesters huis, hij vreest dat dezieldrijvergekomen is en verwacht met schrik des opzigters bevel: „Gij zijt verkocht; volg dien man.” Er is geen wezen op aarde, die den slaven in de slavenkweekende Staten zooveel schrik inboezemt als dehandelaar. Hij is hun wat de roofzuchtige ronselaar voor hunne minder beklagenswaardige broederen in de wildernissen van Afrika is. De meester weet dit, als ook dat er geene zoo krachtige straf is om eenig werk verrigt te krijgen of hen van slecht gedrag af te houden, dan de bedreiging dat hij hen aan denzieldrijverzal overleveren.„Een ander gevolg van dit stelsel is de aanmoediging van losbandigheid. Deze is inderdaad overal eene der zwartste vlekken op de slavernij; doch voornamelijk heeft zij onbeteugeld de bovenhand waar hetaankweeken van slavenals een bedrijf wordt uitgeoefend. Zij is eene der regtstreeksche gevolgen van het stelsel en onafscheidelijk daarvan.*   *   *De geldelijke verlokking tot een algemeen zedenbederf moet zeer sterk zijn, daar de winst van den meester met de vermeerdering der slaven stijgt, en voornamelijk sedert voor hetgemengde bloedeen aanmerkelijkhoogere prijsbesteed wordt dan voorhet zuiver zwart.”Het overige van deze beschouwing treedt in bijzonderheden, die te schrikkelijk zijn om hier overgenomen te worden. Men vindt ze in het bedoelde boekdeel op blz. 13.De dichters van Amerika, getrouw aan hunne heilige roeping, hebben over sommige der ontzettende realiteiten van den slavenhandel het zachte licht der poëzij uitgestort. Longfellow en Whittier hebben in verzen, zoo schitterend als paarlen, doch tevens zoo smartelijk als de tranen eener moeder, eenige voorvallen uit dit onnatuurlijk en akelig bedrijf geschetst. Laten wij, om de wille der menschheid, hopen dat in het eerste gedicht geenalledaagsch voorvalbeschreven wordt.De Quarteronne.2Des slavenhalers schip lag daarVoor anker op de reê;Hij wachtte nog op ’t maanlicht maarEn de avond-eb der zee.Zijn boot lag aan den wal en ’t volkJoeg met een driesten moed,Den alligator uit zijn kolkNaar ’t midden van den vloed.Oranjegeur woei keer op keerHun tegen van het strand,Als aâmde er een uit beter sfeerEen wereld toe vol schand.De planter rookte kalm en zoetIn schaaûw van ’t rieten dak;De slavenhaler maakte spoed,De hand aan ’t hek, en sprak:„Mijn schip ligt ginder kant en klaarVoor anker op de reê;Ik wacht nog op het maanlicht maarEn de avond-eb der zee.”Vòòr hen, met opgeheven blik,Maar toch door schroom geplaagd,Zat, half nieuwsgierig, half vol schrik,Een Quarteronne-maagd.Haar groot schoon oog—het glansde als git,Haar arm en hals was bloot,Zij droeg een rok slechts, blinkend wit,En ’t hair, dat haar omvloot.En om haar mondje speelde een lach,Zoo als uw oog misschienTer kerk in ’t beeld van marmer zag,En heilgen dacht te zien.„De grond wordt schraal, de hoeve is oud,”Zei toen de planter weêr,En sloeg nu eens het oog op ’t goudEn dan op ’t meisje neêr.Er kampte een tweestrijd in zijn zielOm winst, zoo laag als snood;Hij wist van wien ze ’t leven hiel,Wiens bloed haar borst doorvloot.In ’t eind—zijn beter ik bezweek;Hij nam het blinkend goud.Toen werd het meisje doodlijk bleek,Haar hand als ijs zoo koud.De slavenhaler greep die hand,En bragt, bij maanlichtschijn,Ze aan boord, om in het vreemde landHem ter boelin te zijn.H. W.Longfellow.KlagtEener slavenmoeder van Virginia over hare dochters, naar het Zuiden als slavinnen verkocht.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Waar de slavenzweep staâg prest.Waar ’t insect venijnig kwetst,Waar de koorts haar gift in ’t bloedMet den nachtdauw vloeijen doet,Waar het zieklijk zonlicht kamptMet den pestwalm die er dampt!—Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Weggevoerd door beulenhandUit Virgienje’s heuv’lig land.Wee mij! van zijn waterstroomen,Zijn mijn kindren weggenomen!Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Daar hoort ’s moeders oor haar nooit,Ziet geen moederoog haar ooit;Nooit, wanneer de geeselriem’t Lijf haar voort met striem bij striem,Streelt een moederhand haar teêr,Vlijen ze aan haar borst zich neêr.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Als zij ’s avonds, God weet hoe!’t Veld verlaten, loom en moê,Flaauw van pijn, en uitgeputKeeren naar heur sombre hut,—Snelt geen broeder ze in ’t gemoet,Brengt geen vader haar zijn groet.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Verre van den boom waar ’t paarSpeelde en stoeide met elkaâr;Van de bronwel, aan wier randZij vaak dwaalden hand aan hand;Van de woning van ’t gebed,Waar zij hoorden van Gods wet.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Over dag geen oogwenk rust,’s Nachts ter prooi aan ’s planters lust.Och, greep nu de dood ze maar!Rustten zij slechts naast elkaâr,Waar geen dwing’land haar meer pijnt,En de boei niet langer schrijnt!Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Om ’t gekrookte riet, dat HijSpaart uit Vadermedelij’,Zij Hij, die alleen maar weetWat mijn dierbaar kroost al leed,Steeds haar toevlugt in de smart,Met een meer dan moederhart!Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Weggevoerd door beulenhandUit Virgienje’s heuv’lig land.Wee mij! van zijn waterstroomenZijn mijn kindren weggenomen!John G. Whittier.Het volgende uittreksel uit een brief van Dr. Bailey, voorkomende in deEravan 1817, behelst een overzigt nopens deze zaak, dat sommige Virginische familiën meer eer aandoet. Moge het getal van hen, die weigeren om anders dan door emancipatie van hunne slaven afstand te doen, meer en meer toenemen!De verkoop van slaven naar het Zuiden is zeer uitgebreid. Zoo ver ik heb kunnen vernemen, kweeken de slavenhandelaars hen niet opzettelijk met dat doel aan. Maar er is b. v. een man, met een twintigtal slaven, gevestigd op eene uitgeputte plantage. Deze moet het onderhoud voor allen opleveren; maar dit neemt af naar mate zij vermeerderen. Het gevolg is, dat hij hen moet emanciperen of verkoopen. Maar hij is in schulden geraakt, en verkoopt hen om zijne schuld te kwijten, als ook om zich van een aantal monden te ontslaan. Of hij heeft geld noodig om zijne kinderen eene opvoeding te geven; of eindelijk worden de slaven verkocht op regterlijk gezag. Door deze en andere oorzaken verdwijnen voortdurend aanzienlijke getallen slaven uit den Staat, zoodat de eerstvolgende census ongetwijfeld eene groote vermindering in de slavenbevolking zal aanwijzen.Het saisoen voor dezen handel duurt gemeenlijk van November tot April; en sommigen berekenen, dat het gemiddeld getal slaven, dat gedurende zes maanden wekelijks langs den zuidelijken spoorweg vervoerd wordt, ten minste 200 bedraagt. Een slavenhandelaar verhaalde mij, dat hem een voorbeeld bekend was, dat er 100 op éénen avond vervoerd waren. Doch dit is slechts één weg. Er worden ook groote getallen westelijk gezonden, of over zee langs de kust. De Davises, te Petersburg, zijn de groote slavenhandelaars. Zij zijn Joden, die vele jaren geleden daar kwamen als arme marskramers; en thans, verneem ik,zijn zij leden van eene familie, die hare vertegenwoordigers te Philadelphia, New-York en elders heeft. Deze lieden zijn altijd aan de markt en geven den hoogsten prijs voor slaven. Gedurende den zomer en het najaar echter koopen zij die allerwege op voor lage prijzen, kleeden, scheren, wasschen hen, maken hen vet zoodat zij een goed voorkomen hebben, en verkoopen hen met aanzienlijke winst. Het zou niet onaardig zijn eens te weten hoeveel kapitaal en welke firma’s van sommige steden in het Noorden, in dezen verfoeijelijken handel betrokken zijn.Er zijn hier vele planters, die niet bewogen kunnen worden om hunne slaven te verkoopen. Zij hebben er verreweg meer dan zij aan het werk kunnen zetten, en zij zouden er ten allen tijde goede prijzen voor kunnen bedingen. De verzoeking is sterk, want zij hebben meer geld en minder onderhoorigen noodig. Maar zij bieden er weêrstand aan en niets kan hen overhalen om afstand te doen van een enkelen slaaf, ofschoon zij weten, dat zij eene aanmerkelijke winst zouden maken als zij maar de helft wilden verkoopen. Zulke lieden zijn te goedhartig om slavenhouders te wezen. Gave de hemel, dat zij het van hun pligt begonnen te rekenen, nog één stap verder te gaan en bevrijders hunner slaven te worden! Deze klasse van planters bestaat meerendeels uit Godsdienstige mannen, en van hen zijn grootendeels de emancipatiënbij testamentafkomstig, waarvan wij nu en dan hooren.1Aldus wordt de slavenhandelaar door de ongelukkigen in de slavenkweekende Staten algemeen genoemd.2Quarteronne is de Fransche, gelijk Quadrone de Engelsche benaming is eener kleurlinge, die een vierde gekleurd bloed in hare aderen omdraagt.Vertaler.

Hoofdstuk IV.De slavenhandel.Waarin is de levenskracht der slavernij hier te lande gelegen? De slavernij, die een onnatuurlijke en ziekelijke toestand der maatschappij is, en eene verkwistende en uitputtende wijze van bebouwing van den grond, zou reeds lang van zelve te niet gegaan en in onbruik geraakt zijn, ware zij niet in stand gehouden door deze of gene onnatuurlijke oorzaak.Welke is in Amerika die onnatuurlijke oorzaak geweest? Waarom heeft de heelkracht der natuur, welke die ijselijke wonde in al de noordelijke Staten genas, gefaald aan de grensscheiding van het Zuiden? In Delaware, Maryland, Virginia en Kentucky heeft de slavenarbeid reeds sedert lang den grond bijna onherstelbaar verarmd, en is ten slotte geheel nadeelig geworden. ’t Is welbekend, dat de kwestie der emancipatie in al die Staten breedvoerig is behandeld. Zij is besproken in de wetgevende vergaderingen, en mannen van het Zuiden hebben over de instelling der slavernij den banvloek uitgesproken in bewoordingen, zoo als alleen het Zuiden ze kan ingeven. Al wat er ooit in het Noorden van gezegd is, is met viervoudige kracht aangevoerd bij dezediscussiënin het Zuiden. De wetgevende vergadering van den Staat Kentucky heeft eenmaal op het punt gestaan om maatregelen te nemen tot trapsgewijze emancipatie; de Staat Virginia is nagenoeg even ver gekomen, en Maryland heeft lang op den drempel staan weifelen. Erwas een tijd toen niemand twijfelde, dat al deze Staten spoedig vrije Staten zouden zijn. En welke is nu de reden, waarom zij het niet geworden zijn? Waarom zijn die beraadslagingen thans verstomd, en gaat men rugwaarts op den weg van geregtigheid? Het antwoord is met één woord te geven. Het is de uitbreiding van het slavenhoudend gebied, en de openstelling van eene groote zuidelijke slavenmarkt, die den voortgang van de emancipatie gestuit heeft.Terwijl deze Staten den slaaf begonnen te beschouwen als een wezen, dat toch mogelijk een mensch zou kunnen worden en terwijl zij voornamen om hem en zijne vrouw en kinderen den onschatbaren zegen der vrijheid te schenken, werd die groote zuidelijke slavenmarkt geopend. Het begon met de aanhechting van Missouri als een slavenhoudenden Staat, en het waren de uitgebragte stemmen van twee mannen uit het Noorden, die deze belangrijke zaak beslisten. Vervolgens vond door de toestemming en medewerking van mannen uit het Noorden, die onmetelijke toevoeging van slavengebied plaats, welke thans eene zoo onbegrensde markt oplevert, om de hebzucht van de noordsche slavenkweekende Staten te verlokken.Deze uitbreiding van grondgebied zal de emancipatie van een menschenras misschien eeuwen lang vertragen. Honderdduizende slavengezinnen zijn daardoor gedoemd tot droefenis en hartverscheurende scheiding, tot kermen en geween; in al de zuidelijke Staten heeft zij slaven-magazijnen doen verrijzen met hunne akelige martelwerktuigen; zij heeft ontelbare slavenkaravanen doen geboren worden, die hunne ketens rammelen en in beklagelijken optogt dit land der vrijheid doortrekken.Deze aanwinst van Slavenstaten heeft het hart van den meester verstaald en hetgeen te voren, vergelijkender wijze gesproken, eene vriendschappelijke betrekking was, doen veranderen in den afschuwelijksten en onmenschelijksten handel.De planter, wiens slaven rondom hem opgewassen waren en die hij bijna als mannen en vrouwen had leeren beschouwen, zag thans op elk zwart voorhoofd niets dan den marktprijs. Deze man gold duizend dollars en gene acht honderd. De zwarte zuigeling in de armen zijner moeder was een biljet van honderd dollars en niets meer. Al de edeler hoedanighedenvan hart en ziel, die den slaaf tot een broeder hadden moeten maken, gaven slechts eene hoogere waarde aan de koopwaar. Is de slaaf verstandig? Goed! dat maakt zijn prijs twee honderd dollars hooger. Is hij trouw en eerlijk? Goed! zet het in zijn certificaat; het is twee honderd dollars meer waard. Is hij Godsdienstig? Heeft die Heilige Geest Gods, wiens naam wij met eerbied en vreeze noemen, die verachte gedaante tot Zijn tempel verkozen? Laat ook dat in rekening gebragt worden bij den marktprijs, en de gave van den Heiligen Geest zal verkocht worden voor geld. Is hij een leeraar? ’t Doet er niet toe; ook dat heeft zijn prijs op de markt. Uit de Kerk en van de Avondmaalstafel worden de Christen-broeder en zuster genomen om de slaven-karavaan te vergrooten. En de vrouw, met hare teederheid, zachtheid, schoonheid; de vrouw aan wie het gemengde bloed van zwarte en blanke, bekoorlijkheden heeft gegeven, die voor eene slavin een gevaarlijk geschenk zijn,—wat is haar rampzalig lot bij dien vreeselijken handel? De volgende hoofdstukken zullen, dien betreffende, bijzonderheden mededeelen, die het hart zullen toenijpen van elke Christelijke moeder, zoo zij inderdaad dien heiligen naam waardig is.Maar wij zullen het niet bij beweringen laten. Wij hebben de kwestie geopperd, ten einde de bewijzen te leveren. Laten wij er toe overgaan.Het bestaan van dezen afschuwelijken handel is aan velen bekend, de bijzonderheden en de ontzaggelijke uitbreiding daarvan slechts aan weinigen.Wij zullen dit eenigzins in bijzonderheden nagaan. De Staten, die slaven uitvoeren, zijn: Maryland, Virginia, Kentucky, Noord-Carolina, Tennessee en Missouri. Dit zijn de slaven-kweekende, de overige de slaven-verbruikende Staten. In vorige hoofdstukken hebben wij de soort van advertentiën doen kennen, welke in die Staten gebruikelijk is; doch daar wij in de ziel des lezers iets van den indruk wenschen over te storten, die op ons-zelve gemaakt is door hare veeltalligheid en overvloed, zullen wij er hier nog eenige overnemen.Uit den StaatVirginia:Kanawha Republican, van Charleston in Virginia, 20 October 1852. Dat blad draagt aan het hoofd het mottoVrijheid, met eene banier:Drapeau sans tache.Contant geld voor Negers.De ondergeteekende wenscht te koopen eenige jonge negers,van 12 tot 25 jaren, voor welke de hoogste marktprijs contant zal betaald worden. Aan eenige regelen, hem over de post toegezonden, of aan een persoonlijk bezoek, zal dadelijk gevolg gegeven worden.20 October 1852.Jas. L. Ficklin.Alexandria Gazette, 28 October:Contant geld voor Negers.Voor het Zuiden wensch ik onverwijld zooveel negers,van 10 tot 30 jaren, te koopen als ik krijgen kan; ik wil den hoogsten contanten prijs betalen. Aan alle berigten wordt ten spoedigste voldaan.West-End, teAlexandriainVirginia, 26 October.Joseph Bruin.Lynchburg Virginian, 18 November:Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich te Lynchburg gevestigd hebbende, geeft de hoogste contante prijzen voor negers,tusschen 10 en 30 jaren. Zij, die negers te koop hebben, zullen in hun belang handelen door zich mondeling of schriftelijk tot hem te wenden in het Washington-Hotel te Lynchburg.5 November.J. B. McLendon.Rockingham Register, 13 November:Contant geld voor Negers.Ik wensch een aantal negers van beiderlei sekse en van elken ouderdom te koopen voor de zuidelijke markt; ik zal de hoogste contante prijzen betalen. Op brieven, die aan mij te Winchester, in Virginia, gerigt worden, zal ik onverwijld antwoorden.24 November 1846.H. J. McDaniel,Agent voorWm. Crow.Richmond Whig.16 November:Pulliam & Davis,Houders van verkoopingen van Negers.D. M. Pulliam.Hector Davis.Bovengenoemden blijven voortgaan met het verkoopen van negers, aan hunne inrigting in Wall-street.Door hunne ervaring in deze zakenkunnen zij instaan, dat voor al de aan hen toevertrouwde negers de hoogste prijzen zullen erlangd worden. Zij komen ook verkoopingen van negers houden op plantagiën, en wenschen alle curatoren, executeurs en administrateurs opmerkzaam te maken, dat zij voor hunne verkoopen gunstige voorwaarden stellen. Zij zijn ook ingerigt om negers behoorlijk te huisvesten en te voeden, à 25 cents per dag.Let wel.—Contant geld voor slaven.Degenen, die in het graafschap Buckingham en de omliggende graafschappen in Virginia, slaven willen verkoopen, zullen, door zich te wenden tot Anderson D. Abraham, Sr., of tot zijn zoon Anderson D. Abraham, Jr., tot de hoogste contante prijzen plaatsing vinden voor honderd vijftig à twee honderd slaven. Een van de bovengenoemden zal gedurende de eerstvolgende acht maanden altijd aan hunne woning in bovengenoemd graafschap en Staat te vinden zijn. Men adressere zich aan Anderson D. Abraham, Sr., Postkantoor te Maysville, White Oak Grove, Buckingham County, Virginia.Winchester Republican, 29 Junij 1852:Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich gevestigd hebbende te Winchester in Virginia, wenscht een groot aantal slaven van beiderlei sekse te koopen, waarvoor hij den hoogsten contanten prijs zal betalen. Personen, die zich van hunne slaven willen ontdoen, zullen in hun belang handelen door zich tot hem te wenden, alvorens die te verkoopen.Alle aanvragen, die aan hem gerigt worden in het Taylor-Hotel, te Winchester, in Virginia, zullen onverwijld worden beantwoord.27 December 1851.Elijah McDowel,Agent voorB. M. & Wm. L. Campbell, vanBaltimore.Voor den StaatMarylandnemen wij de volgende advertentiën over:Port Tobacco Times, van October 1852:Slaven benoodigd.De ondergeteekende is bij voortduring gevestigd te Middleville, in Charles County (vlak aan den weg van Port Tobacco naar Allen’s Fresh), waar hij al de slaven blijft koopen, die te verkrijgen zijn. Steeds wordt de uiterste prijs betaald, en ruime commissie gegeven voor inlichtingen, die tot een aankoop leiden. Men adressere zich persoonlijk of schriftelijk aan hem te Allen’s Fresh, Charles County.Middleville, 14 April 1852.John G. Campbell.Cambridge(Maryland)Democrat, 27 October 1852:Negers benoodigd.Ik wensch den slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen te berigten, dat ik weder aan de markt ben. Personen, die negers bezitten, welke voor hun leven slaven zijn, zullen in hun belang handelen met mij te spreken, daar ik voornemens ben de hoogste contante prijzen te betalen, waartoe de koers der zuidelijke markt regt geeft. Men kan mij vinden in het hotel van A. Hall te Easton, waar ik zal vertoeven tot 1o. Julij aanstaande. Brieven, die aan mij te Easton of aan Wm. Bell te Cambridge gerigt worden, zullen ten spoedigste worden beantwoord.Elken Maandag zal ik mij in het hotel van John Bradshaw te Cambridge bevinden.6 October 1852.Wm. Harker.Westminster Carroltonian, 22 October 1852:Vijf en twintig Negers benoodigd.De ondergeteekende verlangt 25 fiksche jonge negers te koopen, voor welke de hoogste prijzen zullen betaald worden. Alle aanvragen, die men aan hem te Baltimore zal rigten, zullen stipt beantwoord worden.2 Januarij.Lewis Winters.WatTennesseeaangaat vinden wij het volgende:Nashville True Whig, 20 October 1852:Te koop.21 fraaije negers, van onderscheiden leeftijd.6 OctoberA. A. McLean,Algemeen Agent.Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk te koopen een neger-timmerman. Ik zal een goeden prijs betalen.6 OctoberA. A. McLean,Algemeen Agent.Nashville Gazette, 22 October:Te koop.Verscheidenezeer aardige meisjes van 10 tot 18 jaren, eene vrouw van 24, en een zeer geschikte vrouw van 25, met drie zeer lieve kinderen.16 October 1852.Williams & Glover.Benoodigd.Ik wensch vijf en twintig fiksche negers,—mannen en vrouwen,tusschen 18 en 25 jaren—te koopen, waarvoor ik de hoogste contante prijzen betalen zal.20 OctoberA. A. McLean,Cherry Street.Memphis Daily Eagle and Enquirer:Vijfhonderd Negers benoodigd.Wij zullen de hoogste contante prijzen betalen voor alle goede negers, die ons aangeboden worden. Allen, dienegers te koop hebben, noodigen wij uit ons te komen spreken aan ons kantoor, tegenover de beneden-aanlegplaats der stoombooten. Wij zullen ook eene groote partij Virginia-negers in voorraad hebben. Wij hebben eene gevangenis, die even veilig is als eenige andere in het land en waar wij de negers, die men zou willen doen opsluiten, veilig kunnen bewaren.Bolton, Dickins & Co.Land en Negers te koop.Voor een prijsje wenscht men ongeveer 400 acres land over te doen, waarvan 200 in goeden staat van bebouwing, gelegen bij den spoorweg, omstreeks tien mijlen van Memphis. Alsmede 18 of 20 fraaije negers, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes. Voor de betaling van een gedeelte van den koopprijs zal uitstel gegeven worden.17 OctoberJ. M. Provine.Clarksville Chronicle, 3 December 1852:Negers benoodigd.Wij wenschen 25 geschikte negers te huren voor eene stoombootdienst tusschen New-Orleans en Louisville. Wij zullen zeer hooge prijzen betalen voor het saisoen, beginnende omstreeks 15 November.10 September.McClure & Crozier,Agenten.UitMissouri:Daily St. Louis Times, 14 October 1852:Reuben Bartlett,wonende nabij de Stadsgevangenis, zal de hoogste contante prijzen betalen voor alle goede negers, die hem aangeboden worden. Aan zijn kantoor zijn ook andere gegadigden bekend, die gaarne koopen en de hoogste contante prijzen betalen zullen.Negers worden bij hem tot den laagsten prijs in den kost genomen.Negers.Blakely en McAfee hunne vennootschap met wederzijdsch goedvinden ontbonden hebbende, zal de ondergeteekende blijven voortgaan met ten allen tijde de hoogste contante prijzen te betalen voor negers van iedere soort. Hij zal zich ook belasten met den verkoop van negers in commissie, daar hij eene gevangenis heeft, ingerigt om hen in den kost te nemen.Steeds zijn bij hem negers te koop.A. B. McAfee, 93,Olive Street.Honderd Negers benoodigd.Juist van Kentucky teruggekeerd zijnde, wensch ik, zoo spoedig mogelijk, honderd fraaije negers te koopen, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, waarvoor ik steeds vijftig à honderd dollars per stuk meer zal geven dan eenig ander handelaar te St. Louis of in den Staat Missouri. Men kan mij steeds vinden in „Barnum’s City Hotel,” te St. Louis.John Mattingly.Uit een ander blad van Missouri:Negers benoodigd.Ik betaal steeds de hoogste contante prijzen voor alle goede negers, die mij te koop geboden worden. Ik koop voor de markten van Memphis en Louisiana, en kan en zal zoo hooge prijzen betalen als eenig handelaar in dezen Staat. Allen, die negers te koop hebben, zullen wel doen zich tot mij te vervoegen aan mijne woning, no. 210, hoek van de Sixth en Wash-streets, te St. Louis.Thos. Dickins, van de firmaBolton, Dickins & Co.Honderd Negers benoodigd.Juist van Kentucky teruggekeerd zijnde, wensch ik zoo spoedig mogelijk, honderd fraaije negers te koopen, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, waarvoorik steeds vijftig à honderd dollars per stuk meer zal geven dan eenig ander handelaar te St. Louis of in den Staat Missouri. Men kan mij steeds vinden in „Barnum’s City Hotel,” te St. Louis.John Mattingly.B. M. Lynch,No. 104, Locust-street, te St. Louis in Missouri, is bereid de hoogste contante prijzen voor goede en fiksche negers te betalen; of voor anderen op eene goede plaats en onder eene veilige bewaring negers in den kost te nemen. Hij belast zich ook met den koop en verkoop van negers in commissie.Steeds zijn bij hem negers te koop.Wij bidden u, Christelijke lezer, te overwegen, welke soort van tooneelen in Virginia onder die advertentiën plaats grijpen. Gij ziet uit hare met zorg gekozene bewoordingen, dat alleen jongelieden genomen worden; en zij zijn slechts een proefje van de advertentiën, die maanden achtereen in de bladen van Virginia voorkomen. In een volgend hoofdstuk zullen wij den lezer het inwendige van die slaven-gevangenissen laten zien en hem het een en ander mededeelen van de dagelijksche voorvallen in deze soort van handel. Wij willen thans nog een blik werpen op de soortgelijke advertentiën in de zuidelijke Staten. De neger-karavanen, die in Virginia en de andere Staten gevormd worden, vindt men als volgt aangekondigd op de zuidelijke markt.Uit denNatchez(Mississippi)Free-Trader, 20 November:Negers te koop.De ondergeteekenden zijn zoo even aangekomen, regtstreeks van Richmond in Virginia, met een nieuwen en fraaijen voorraad negers, bestaande in: veld-arbeiders, huisbedienden, naaisters, keukenmeiden, waschvrouwen en strijksters, een uitstekend metselaar en andere ambachtslieden, die zij nu te koop bieden aan den Driesprong nabij Natchez in Mississippi, tot de billijkste prijzen.Zij zullen gedurende het saisoen verschen toevoer van Richmond in Virginia blijven ontvangen en aan alle ordersvoor elke soort van negers, die te Richmond verkocht worden kunnen, voldoen.Gegadigden zullen weldoen, onzen voorraad te komen bezigtigen, alvorens elders te koopen.20 November.Matthews, Branton & Co.Aan het Publiek.Koop en Verkoop van Negers.Robert S. Adams en Moses J. Wicks hebben heden eene vennootschap aangegaan onder de firma Adams & Wicks, voor den koop en verkoop van negers in de stad Aberdeen en elders. Zij hebben een agent aangesteld, die in de beide laatste maanden negers voor hen in de oude Staten heeft opgekocht. Een lid der firma, Robert S. Adams, vertrekt heden naar Noord-Carolina en Virginia en zal daar een groot getal negers voor deze markt aankoopen. Zij zullen gedurende het aanstaande najaar en den winter in hun depôt te Aberdeen een ruimen voorraad uitgezochte negers voorhanden hebben, die zij verkoopen zullen totlage prijzen à contant,of voor wissels op Mobile.Aberdeen in Mississippi,7 Mei 1852.Robert S. Adams.Moses J. Wicks.Slaven! Slaven! Slaven!Wekelijks versche aanvoer.—Daar wij ons gevestigd hebben aan den Driesprong, nabij Natchez, bij een contract voor verscheidene jaren, hebben wij thans voorhanden, gelijk wij het geheele jaar door zullen hebben, een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers, bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden, keukenmeiden, naaisters, waschvrouwen, strijksters, enz., welke wij even laag of lager dan eenig ander huis alhier of te New-Orleans kunnen en willen verkoopen.Personen, die aankoopen wenschen te doen, worden aangemaand ons te bezoeken alvorens zich elders te verbinden, daar onze geregelde aanvoer ons steeds voorziet van een goed en aanzienlijk assortiment. Wij geven den verkoopers vele faciliteiten. Komt en ziet!16 October 1852.Griffins & Pullam.Negers te koop.Ik ben zoo even aan den Driesprong teruggekeerd met vijftig fraaije jonge negers.22 SeptemberR. H. Elam.Let wel!De ondergeteekende berigt het geëerde publiek, dat hij zijne plaats aan den Driesprong voor eenige jaren gehuurd heeft en voornemens is gedurende den loop van het jaar aldaar eene aanzienlijke partij negers in voorraad te houden. Hij zal die even laag of lager verkoopen dan eenig handelaar alhier of te New Orleans.Hij is juist van Virginia teruggekeerd met eene fraaije partij veld-arbeiders en arbeidsters en huisbedienden, drie keukenmeiden, een timmerman en drie paarden. Komt en ziet.Thos. G. James.Daily Orleanian, 19 October 1852.W. F. Tannehill,No. 159,Gravier-street.Slaven! Slaven! Slaven!Zij zijn steeds in voorraad, en worden gekocht en verkocht tot de billijkste prijzen. Veld-arbeiders, keukenmeiden, waschvrouwen, strijksters en in het algemeen alle huisbedienden. Er kunnen informatiën gegeven worden.14 October.(De volgende advertentie was in het Fransch gesteld.)Slavendepôtte New Orleans,No. 68, Rue Baronne.Wm. F. Tannehill & Co. hebben steeds een compleet assortiment met zorg gekozene slaven te koop. Ook koopen en verkoopen zij slaven in commissie.Zij hebben thans in voorraad een groot getal negers,die per maand verhuurd worden, en waaronder zich bevinden jonge knapen, huisbedienden, keukenmeiden, waschvrouwen, strijksters, minnen, enz.Inlichtingen te verkrijgen bij:Wright, Williams & Co.Moon, Titus & Co.Williams, Phillips & Co.S. O. Nelson & Co.Moses Greenwood.E. W. Diggs.New-Orleans Daily Crescent, 21 October 1852:Slaven!James White, No. 73, Baronne-street, te New Orleans, zorgt met naauwgezetheid voor de ontvangst, het onderhoud en den verkoop van aan hem geconsigneerde slaven. Hij koopt en verkoopt ook in commissie. Inlichtingen te verkrijgen bij de heeren Robson & Allen McRea, Coffman & Co.; Pregram, Bryan & Co.23 September.Negers benoodigd.Er worden vijftien of twintig goede mannelijke negers gevraagd voor eene plantage. Het beste loon zal gegeven worden tot 1 Januarij 1853.Men adressere zich aan11 September.Thomas G. Mackey & Co.5,Canal-street, hoek van het Magazijn, bovenverdieping.Uit een ander nommer van denNatchez Free Tradernemen wij het volgende over:Negers.De ondergeteekende berigt aan het geëerde publiek, dat hij thans eene partij van vijf en veertig negers in handen heeft, daar hij heden eene bezending van vijf en twintig heeft ontvangenregtstreeks uit Virginia, twee of drie goede keukenmeiden, een wagenvoerder, een goede huisknecht,een vioolspeler,eene keurige naaister,en een fiksch partijtje veld-arbeiders en arbeidsters; al dewelke hij met eenekleine winst zal van de hand doen, daar hij wenscht uit te verkoopen ennaar Virginia terug te keeren om een partijtje voor den najaarshandel uit te zoeken. Komt en ziet.Thomas G. James.De slavenkweekerij der noordelijke Staten is meermalen aangetoond, besproken en erkend, zoo in de handelstatistiek dier Staten, als in de redevoeringen van regtschapene mannen, die dit teregt betreurd hebben als eene vernedering huns vaderlands.In 1811 rigtte de „British and Foreign Anti-Slavery Society” eenige vragen betreffende den binnenlandschen Amerikaanschen slavenhandel aan de „American Anti-Slavery Society”. Ter voldoening daaraan werd een veelzijdig onderzoek in het werk gesteld, welks resultaten te Londen het licht zagen, en uit dat boekdeel nemen wij het volgende over:DeVirginia Times(een weekblad dat te Wheeling in Virginia verschijnt) schat in 1836 het aantal slaven, die ten verkoop uit dien Staat alleen uitgevoerd zijn gedurende de voorafgegane twaalf maanden, opveertig duizend, wier gemiddelde waarde op vier en twintig millioen dollars berekend wordt.Zoo men wil aannemen, dat Virginia alleen de helft van den uitvoer in het genoemde tijdvak heeft geleverd, dan komen wij tot het ontzettende cijfer vantachtig duizend slaven, die in één enkel jaar uit de slavenkweekende Staten zijn vervoerd. Wij kunnen niet met zekerheid bepalen in welke evenredigheid door de andere Staten tot den uitvoer bijgedragen is; maar Maryland komt ten aanzien der getallen het naast bij Virginia, Noord-Carolina volgt op Maryland, Kentucky op Noord-Carolina en dan komen Tennessee en Delaware.DeNatchez(Mississippi)Courierzegt, „dat de Staten Louisiana, Mississippi, Alabama en Arkansas gedurende 1836twee honderd en vijftig duizendslaven uit de meer noordelijk gelegene Staten ingevoerd hebben.”Dit zou volstrekt ongeloofelijk schijnen; maar vermoedelijk zijn hierin al de slaven begrepen, die met hunne meesters medegekomen zijn toen deze zich hier nedergezet hebben.De volgende zinsneden uit denVirginia Timesschijnen die stelling te bevestigen:„Door deskundigen hebben wij het getal slaven, die in de laatst verloopen twaalf maanden van Virginia uitgevoerd zijn, hooren schatten op honderd en twintig duizend, makende, elken slaaf gemiddeld ten minste op zes honderd dollars gerekend, eene som van twee en zeventig millioen dollars. Van het getal uitgevoerde slaven is niet meer daneen derde gedeelteverkocht, zijnde de andere medegenomen door hunne meesters die verhuisd zijn.”Zoo men een derde gedeelte als het getal der verkochten beschouwt, zijn er meer dan tachtig duizend ten verkoop ingevoerd in de vier Staten Louisiana, Mississippi, Alabama en Arkansas. Onderstelt men dat de helft van tachtig duizend verkocht zijn in de overige aankoopende Staten, Zuid-Carolina, Georgia en het gebied van Florida, dan komt men tot de conclusie, dat eenige jaren vóór de groote financieele crisis van 1837, meer dan honderd en twintig duizend slaven van de aankweekende naar de verbruikende Staten werden uitgevoerd.DeBaltimore Americanneemt het volgende over uit een blad van den Staat Mississippi, van het jaar 1837:„Uit het rapport over de bestaande financieele crisis, opgemaakt door de in eene bijeenkomst der burgers van Mobile benoemde commissie, blijkt, dat er een zoo uitgestrekt gebruik is gemaakt van slaven-arbeid, dat Alabama sedert 1833 jaarlijks voor ongeveer tien millioen dollars van die soort van eigendom van andere Staten gekocht heeft.”„Het handelen in slaven,” zegt hetBaltimore(Maryland)Registervan 1829, „is een veel omvattend bedrijf geworden; op verscheidene plaatsen in Maryland en Virginia zijn etablissementen opgerigt, waar zij als vee verkocht worden. Deze bewaarplaatsen zijn stevig gebouwd en ruim voorzien van ijzeren duimschroeven en mondproppen, en opgetooid met allerlei soorten van lederen zweepen, waaraan men dikwijls het bloed ziet kleven.”Professor Dew, thans president van de „University of William and Mary”, in Virginia, zegt op blz. 120 van zijn overzigt van de debatten, in 1831 en 1832 in de wetgevende vergadering van Virginia gehouden:„Aangezien een volkomen equivalent in de plaats van den slaaf gelaten wordt (de koopprijs), is deze emigratie een voordeel voor den Staat, en vermindert de zwarte bevolking niet zoo veel als bij den eersten oogopslag zou schijnen, dewijl de meester hierin alle aanleiding vindt, om goed voor de negers te zorgen,hunne vermeerdering te bevorderen en er het grootst mogelijke getal van aan te kweeken.” En iets verder zegt hij: „Virginia is inderdaad eene slavenkweekschool voor de andere Staten.”De heer Goode zeide in 1832 in eene redevoering, die hij in de wetgevende vergadering van Virginia hield:„Het overgroote nut der slaven in het Zuiden zal daarnaarzooveel vraagdoen ontstaan, dat zij er door van onze grenzen verwijderd zullen worden. Wij zullen hen uit onzen Staat zenden, dewijlons belangdit zal medebrengen; maar er zijn leden, die vreezen, datde markten van andere Statenvoor den invoer onzer slaven gesloten zullen worden. Mijne heeren, de vraag naar slavenarbeidmoet toenemen,” enz.Bij de debatten van de Conventie van Virginia in 1829, zeide de regter Upshur:„De waarde der slaven, als eigendom, hangt veel af van den toestand der buitenmarkt. Uit dit oogpunt beschouwd, is het de waarde van land inandere Staten, niet hier, die den maatstaf aan de hand geeft. Niets is wisselvalliger dan de waarde der slaven. Eene onlangs in Louisiana aangenomene wet, deed, twee uren nadat hare aanneming bekend was geworden, hunne waarde vijf en twintig percent dalen.Zoo, gelijk ik ook vertrouw, de aanwinst van het landschap Texas ons beschoren ware, zal hun prijs weder vooruitgaan.”De heer Philip Doddridge zeide in de zoo even genoemde Conventie (blz. 89 der debatten):„De aanwinst van Texas zal de waarde van den bedoelden eigendom (de slaven) grootelijks vermeerderen.”Door Dr. Graham, van Fayetteville, in Noord-Carolina, werd in eene bijeenkomst van belanghebbenden bij de kolonisatie, gehouden in het najaar van 1837, gezegd:„In den afgeloopen winter werden ongeveer zeven duizend slaven op de markt van New-Orleans te koop geboden. Alleen van Virginia werden jaarlijks zes duizend naar hetZuiden gezonden, en uit Virginia en Noord-Carolina waren in de laatste twintig jarendrie honderd duizend slavennaar het Zuiden gevoerd.”De heer Henry Clay, van Kentucky, zegt in de rede, die hij in 1829 voor de „Colonisation Society” uitsprak:„Het is te gelooven, dat nergens in de landbouwende streken der Vereenigde Staten van slaven-arbeid algemeen gebruik zou gemaakt worden, indien de grondeigenaren niet verlokt werden omslaven op te kweeken, door hun hoogen prijs op de markten in het Zuiden.”In hetNew-York Journal of Commerce, van 12 October 1835, komt een brief voor van een Virginiër, wien de redacteur „een achtenswaardig en gevoelig man” noemt, en die daarin opgeeft dat in genoemd jaar, hetwelk nog slechts voor drie vierde gedeelten verstreken was,twintig duizendslaven uit Virginia naar het Zuiden waren vervoerd.De heer Gholson zeide in eene rede, welke hij den 18 Januarij 1831 in de wetgevende vergadering van Virginia uitsprak (zie denRichmondWhig):„’t Is er door lieden van den ouderwetschen stempel altijd voor gehouden (misschien ten onregte), dat de eigenaar van een land een beslist regt heeft op de jaarlijksche opbrengst; de eigenaar van boomgaarden, op de jaarlijksche vruchten; de eigenaar van merries op hare veulens,en de eigenaar van slavinnen op hare kinderen. Wij bezitten het fijn geslepene verstand niet, noch de regtskennis, om het technische onderscheid te kunnen zien, dat door sommigen gemaakt is,” (namelijk het onderscheid tusschen merriën en slavinnen.) „De regtsregelpartus sequitur ventremis te gelijk ontstaan met het eigendomsregt-zelf, en gegrond op wijsheid en regtvaardigheid. Het is uithoofde van de regmatigheid en onschendbaarheid van dezen stelregel, dat de meester zich berooft van de diensten der slavin, haar laat verplegen en oppassen en haar hulpeloos kind opvoedt. De waarde der bezittingregtvaardigt de kosten, en ik aarzel niet te zeggen,dat in de vermeerdering daarvan veel van onzen rijkdom bestaat.Kan eenig vertoog over den toestand, waarin de openbare meening door het stelsel der slavernij gebragt wordt, zooveelzeggen als deze woorden, wanneer wij bedenken dat zij in de wetgevende vergadering van Virginia uitgesproken zijn? Zou men niet gelooven, dat Washington moet blozen in zijn graf, dat de Staat, waar hij het levenslicht aanschouwde, zoo diep gevallen is? Dat er echter nog harten in Virginia klopten, die gevoelig voor de schande waren, blijkt uit het volgende antwoord van den heer Faulkner aan den heer Gholson, in de Virginische kamer van afgevaardigden in 1832 (zie denRichmond Whig):„Maar hij (de heer Gholson) heeft trachten aan te toonen, dat de afschaffing der slavernij onstaatkundig zou zijn, dewijl uwe slaven den geheelen rijkdom van den Staat uitmaken,het geheele productief vermogenvormen, dat Virginia bezit; en, mijne heeren, zoo als de tegenwoordige stand van zaken is,geloof ik dat hij gelijk heeft. Hij zegt, dat de slaven den geheelen beschikbaren rijkdom van oostelijk Virginia uitmaken. Is het waar, dat gedurende twee honderd jaren de eenige vordering in den rijkdom en de middelen van Virginia een gevolg geweest is van de natuurlijke toeneming van dat rampzalige geslacht? Kan het zijn, dat deze Staat geheel afhankelijk is van dien aanwas? Vóór dat ik deze verklaringen hoorde; had ik de afgrijselijke diepte van dit kwaad niet volkomen gepeild. Deze heeren voeren een feit aan, dat door de geschiedenis enden tegenwoordigen toestand der Republiekmaar al te zeer bevestigd wordt. Hoe, mijne heeren, hebt gij twee honderd jaren zonder persoonlijke inspanning of productieve nijverheid geleefd, in buitensporigheden en vadsigheid, alleen staande gehouden door de opbrengst van den verkoop der vermeerdering van de slaven en slechts die behoudende, welke uwe thans verarmde landerijen kunnen onderhouden als voortkweekers?”De heer Thomas Jefferson Randolph voerde de volgende taal in de wetgevende vergadering van Virginia (Liberty Bell, bLz. 20):„Ik ben het met de heeren eens, aangaande de noodzakelijkheid om den Staat voor de binnenlandsche verdediging te wapenen. Ik zal met hen medewerken tot alle middelen om het vertrouwen bij het algemeen te doen herlevenen onze vrouwen en kinderen een gevoel van veiligheid in te boezemen. Blaar toch, mijneheeren, moet ik vragen, op wie de last van deze verdediging drukken zal? Niet op de weelderige meesters van hunne honderd slaven, die nimmer zullen uittrekken dan om met hunne gezinnen te vlugten als het gevaar dreigt. Neen, mijne heeren, hij zal drukken opde minder rijke klasse onzer burgers, voornamelijk op hendie geene slavenhouders zijn. Ik heb patrouilles gezien waaronder niet één slavenhouder was, en dit is het doorgaande gebruik des lands. In tijden van beroering heb ik rustig geslapen, zonder door eenige zorg gekweld te zijn, terwijl die personen, die niets van al dien eigendom bezaten, door dwang genoodzaakt, voor de kleinigheid van vijf en zeventig cents in de twaalf uren, rondom mijn huis patrouilleerden en dien eigendom bewaakten die even gevaarlijk was voor hen als voor mij. In allen gevalle is dit ook slechts een hulpmiddel. Naarmate deze bevolking talrijker wordt, is zij minder voortbrengend. Uwe wacht moet vermeerderd worden, tot eindelijk de voordeelen niet meer opwogen tegen de kosten om haar in toom te houden. De slavernij heeft de vermindering der vrije bevolking van een land tot gevolg.„Mijnheer heeft de kinderen van de slavinnen als een gedeelte van het voordeel opgenoemd. Dit wordt toegegeven; maar geen groot kwaad kan uit den weg geruimd, geen goed tot stand gebragt worden, zonder dat er eenige bezwaren uit voortvloeijen. ’t Is nu de vraag in hoe verre het wenschelijk is, dezen tak van voordeel te bevorderen en aan te moedigen. Het is in sommige gedeelten van Virginia eene practijk, en wel een toenemende practijk, slaven voor de markt op te kweeken. Hoe kan een man van eer, een vaderlander, een beminnaar van zijn geboortegrond, het gezigt dulden, dat de oude Staten, verheerlijkt door de zelfopoffering en vaderlandsliefde hunner zonen in den kamp der vrijheid, veranderd worden in ééne groote menagerie, waar menschen voor de markt worden gefokt gelijk runderen voor de slagtbank? Is het beter, neen, is het niet nog slechter dan de slavenhandel, een handel die slechts door de vereenigde pogingen van alle deugdzamen en verstandigen van elk geloof en elke hemelstreekkan afgeschaft worden? De handelaar ontvangt den slaaf, die door taal, voorkomen en zeden voor hem een vreemdeling is, van den koopman, die hem uit het binnenland gehaald heeft. De banden van vader, moeder, echtgenoot en kind zijn alle vaneen gerukt; eer hij hem ontvangt, is zijne ziel verstompt. Maar hier, mijne heeren, worden personen, die de meester van kindsbeen aan gekend heeft, die hij heeft zien dartelen in de onschuldige buitelingen der kindschheid, die zich gewend hebben tot hem op te zien om bescherming, door hem ontrukt aan de armen der moeder en verkocht in een vreemd land, onder vreemde menschen en neêrgebogen onder de zweep van wreede opzigters.Hij heeft de slavernij hier pogen te verdedigen op grond dat zij bestaat in Afrika, en voorts beweerd, dat zij over de geheele wereld bestaat. Op denzelfden grond kon hij het Mahomedaansche geloof voorstaan, met de veelwijverij, de voortdurende strooptogten en rooverijen en moorden, of eenige andere afschuwelijkheid van de wilden. Bestaat de slavernij in eenig gedeelte van het beschaafde Europa? Neen, mijne heeren, nergens.De berekeningen in het boekdeel, waaruit wij onze aanhalingen overgenomen hebben, dagteekenen van het jaar 1841. Sedert dien tijd is de oppervlakte van de zuidelijke slavenmarkt verdubbeld en heeft de slavenhandel eene daarmede gelijken tred houdende uitbreiding ondergaan. De bladen in het Zuiden wemelen van advertentiën dienbetreffende. Het is, om de waarheid te zeggen, de groothandel van die streken. Alleen uit de haven van Baltimore zijn in de twee laatste jaren duizend en drie en dertig slaven verscheept naar de zuidelijke markt, zoo als blijken kan uit de volgende opgave van het tolkantoor.LIJSTvan het aantal schepen met slaven aan boord, die van 1 Januarij 1851 tot 20 November 1852 in het district Baltimore naar zuidelijke havens uitgeklaard zijn:DATUMS.SOORT.NAMEN.BESTEMMING.GETAL SLAVEN.1851.Jan. 6Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),16Jan. 10Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),6Jan. 11Bark,Elizabeth,New Orleans,92Jan. 14Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),9Jan. 17Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),6Jan. 20Bark,Cora,New Orleans,14Feb. 6Bark,E. A. Chapin,New Orleans,31Feb. 8Bark,Sarah Bridge,New Orleans,34Feb. 12Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),5Feb. 24Schoener,H. A. Barling,New Orleans,37Feb. 26Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),3Feb. 28Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),42Maart 10—Edward Everett,New Orleans,20Maart 21Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),11Maart 19Bark,Baltimore,Savannah,13April 1Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),7April 2Brik,Waverley,New Orleans,31April 18Sloep,Baltimore,Arquia Creek (Virg.),4April 23—Charles,New Orleans,25April 28Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),5Mei 15Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),27Mei 17Schoener,Brilliant,Charleston,1Junij 10Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),3Junij 16Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),4Junij 20Schoener,Truth,Charleston,5Junij 21—Herman,New Orleans,10Julij 19Schoener,Aurora,Charleston,1Sept. 6Bark,Kirkwood,New Orleans,2Oct. 4Bark,Abbott Lord,New Orleans,1Oct. 11Bark,Elizabeth,New Orleans,70Oct. 18—Edward Everett,New Orleans,12Oct. 20Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),1Nov. 13—Eliza F. Mason,New Orleans,57Nov. 18Bark,Mary Broughtons,New Orleans,47Dec. 4—Timoleon,New Orleans,22Dec. 18Schoener,H. A. Barling,New Orleans,451852.Jan. 5Bark,Southerner,New Orleans,52Feb. 7—Nathan Hooper,New Orleans,51Feb. 21—Dumbarton,New Orleans,2Maart 27Sloep,Palmetto,Charleston,36Maart 4Sloep,Jewess,Norfolk (Virg.),34April 24Sloep,Palmetto,Charleston,8April 25Bark,Abbott Lord,New Orleans,36Mei 15—Charles,New Orleans,2Junij 12Sloep,Pampero,New Orleans,4Julij 3Sloep,Palmetto,Charleston,1Julij 6Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),7Julij 6Sloep,Maryland,Arquia Creek (Virg),4Sept. 14Sloep,North Carolina,Norfolk (Virg.),15Sept. 23—America,New Orleans,1Oct. 15—Brandywine,New Orleans,6Oct. 18Sloep,Isabel,Charleston,1Oct. 28Schoener,Maryland,New Orleans,12Oct. 29Schoener,H. M. Gambrill,Savannah,11Nov 1—Jane Henderson,New Orleans,18Nov. 6Sloep,Palmetto,Charleston,31033Zoo wij nog een blik slaan op de advertentiën zullen wij zien, dat de handelaars alleen de jonge slaven nemen, tusschen de tien en dertig jaren. Maar hier betreft het slechts ééne haven en slechts ééne wijze van uitvoer; want groote getallen worden in karavanen over land verzonden; en evenwel vindt de heer J. Thornton Randolph goed, de negers van Virginia voor te stellen als levende in landelijke rust, vreedzaam hunne pijp rookende onder hunne eigene wijnstokken en vijgenboomen, terwijl de patriarch van den troep verklaart, „dat hij in zijn heele leven niet gehoord heeft van het verkoopen van een neger naar Georgia, tenzij die neger zich uiterst slecht gedragen had.”De commissie tot de opstelling van het boek, dat wij boven hebben aangehaald, geeft eene treffende schets van den invloed van dien handel op meester en slaaf beide, die wij niet kunnen nalaten over te nemen:Dit stelsel drukt met ontzettende zwaarte op den slaaf. Het houdt hem onder voortdurende vrees van aan denzieldrijver1verkocht te zullen worden, hetwelk voor den slaaf de verwezenlijking is van alle denkbare jammer en ellende en door hem erger gevreesd wordt dan de dood. Een ontzettend voorgevoel van dit lot hangt den rampzalige dag en nacht, van de wieg tot aan het graf, boven het hoofd. Hij weet, dat er geen uur voorbijgaat, hetzij hij slape hetzij hij wake, dat niet het laatste welligt zal zijn, hetwelk hij bij vrouw en kinderen doorbrengt. Elken dag of week wordt een bekende van zijne zijde weggerukt, en zoo blijft de herinnering aan zijn eigen gevaar voortdurend bij hem levendig. „Eerlang zal gewis de beurt aan mij komen,” is zijne folterende gedachte; want hij weet, dat hij daarvoor opgekweekt is, als een os voor het juk, als een schaap voor de slagtplaats. In dezen staat van zaken is de toestand van den slaaf waarlijk onbeschrijfelijk.Wachten, al betreft het geene zaak van gewigt en al duurt het slechts een nacht, is moeijelijk te verduren. Maar wanneer iets vreeselijks hangt boven alles, volstrekt bovenalles wat dierbaar is, en over het tegenwoordige zijne schaduw en over de toekomst eene sombere tint werpt, dan waarlijkmoethet hart er onder breken. En dat is het zwaard, dat iederen slaaf in de slavenkweekende Staten, voortdurend boven het hoofd hangt. Zijn gering deel van geluk wordt er door vergiftigd. Zoo hij vader is, kan hij niet naar den arbeid gaan zonder in gedachten zijne vrouw en kinderen vaarwel te zeggen. Hij kan niet aêmechtig en afgemat van het veld terugkeeren, met de zekerheid dat hij zijne stulp niet beroofd en ledig zal vinden. Evenmin kan hij zich neêrstrekken op zijn bed van stroo en lappen zonder de snerpende vrees, dat zijne vrouw vóór den morgen uit zijne armen gescheurd zal worden. Nadert een blanke zijns meesters huis, hij vreest dat dezieldrijvergekomen is en verwacht met schrik des opzigters bevel: „Gij zijt verkocht; volg dien man.” Er is geen wezen op aarde, die den slaven in de slavenkweekende Staten zooveel schrik inboezemt als dehandelaar. Hij is hun wat de roofzuchtige ronselaar voor hunne minder beklagenswaardige broederen in de wildernissen van Afrika is. De meester weet dit, als ook dat er geene zoo krachtige straf is om eenig werk verrigt te krijgen of hen van slecht gedrag af te houden, dan de bedreiging dat hij hen aan denzieldrijverzal overleveren.„Een ander gevolg van dit stelsel is de aanmoediging van losbandigheid. Deze is inderdaad overal eene der zwartste vlekken op de slavernij; doch voornamelijk heeft zij onbeteugeld de bovenhand waar hetaankweeken van slavenals een bedrijf wordt uitgeoefend. Zij is eene der regtstreeksche gevolgen van het stelsel en onafscheidelijk daarvan.*   *   *De geldelijke verlokking tot een algemeen zedenbederf moet zeer sterk zijn, daar de winst van den meester met de vermeerdering der slaven stijgt, en voornamelijk sedert voor hetgemengde bloedeen aanmerkelijkhoogere prijsbesteed wordt dan voorhet zuiver zwart.”Het overige van deze beschouwing treedt in bijzonderheden, die te schrikkelijk zijn om hier overgenomen te worden. Men vindt ze in het bedoelde boekdeel op blz. 13.De dichters van Amerika, getrouw aan hunne heilige roeping, hebben over sommige der ontzettende realiteiten van den slavenhandel het zachte licht der poëzij uitgestort. Longfellow en Whittier hebben in verzen, zoo schitterend als paarlen, doch tevens zoo smartelijk als de tranen eener moeder, eenige voorvallen uit dit onnatuurlijk en akelig bedrijf geschetst. Laten wij, om de wille der menschheid, hopen dat in het eerste gedicht geenalledaagsch voorvalbeschreven wordt.De Quarteronne.2Des slavenhalers schip lag daarVoor anker op de reê;Hij wachtte nog op ’t maanlicht maarEn de avond-eb der zee.Zijn boot lag aan den wal en ’t volkJoeg met een driesten moed,Den alligator uit zijn kolkNaar ’t midden van den vloed.Oranjegeur woei keer op keerHun tegen van het strand,Als aâmde er een uit beter sfeerEen wereld toe vol schand.De planter rookte kalm en zoetIn schaaûw van ’t rieten dak;De slavenhaler maakte spoed,De hand aan ’t hek, en sprak:„Mijn schip ligt ginder kant en klaarVoor anker op de reê;Ik wacht nog op het maanlicht maarEn de avond-eb der zee.”Vòòr hen, met opgeheven blik,Maar toch door schroom geplaagd,Zat, half nieuwsgierig, half vol schrik,Een Quarteronne-maagd.Haar groot schoon oog—het glansde als git,Haar arm en hals was bloot,Zij droeg een rok slechts, blinkend wit,En ’t hair, dat haar omvloot.En om haar mondje speelde een lach,Zoo als uw oog misschienTer kerk in ’t beeld van marmer zag,En heilgen dacht te zien.„De grond wordt schraal, de hoeve is oud,”Zei toen de planter weêr,En sloeg nu eens het oog op ’t goudEn dan op ’t meisje neêr.Er kampte een tweestrijd in zijn zielOm winst, zoo laag als snood;Hij wist van wien ze ’t leven hiel,Wiens bloed haar borst doorvloot.In ’t eind—zijn beter ik bezweek;Hij nam het blinkend goud.Toen werd het meisje doodlijk bleek,Haar hand als ijs zoo koud.De slavenhaler greep die hand,En bragt, bij maanlichtschijn,Ze aan boord, om in het vreemde landHem ter boelin te zijn.H. W.Longfellow.KlagtEener slavenmoeder van Virginia over hare dochters, naar het Zuiden als slavinnen verkocht.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Waar de slavenzweep staâg prest.Waar ’t insect venijnig kwetst,Waar de koorts haar gift in ’t bloedMet den nachtdauw vloeijen doet,Waar het zieklijk zonlicht kamptMet den pestwalm die er dampt!—Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Weggevoerd door beulenhandUit Virgienje’s heuv’lig land.Wee mij! van zijn waterstroomen,Zijn mijn kindren weggenomen!Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Daar hoort ’s moeders oor haar nooit,Ziet geen moederoog haar ooit;Nooit, wanneer de geeselriem’t Lijf haar voort met striem bij striem,Streelt een moederhand haar teêr,Vlijen ze aan haar borst zich neêr.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Als zij ’s avonds, God weet hoe!’t Veld verlaten, loom en moê,Flaauw van pijn, en uitgeputKeeren naar heur sombre hut,—Snelt geen broeder ze in ’t gemoet,Brengt geen vader haar zijn groet.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Verre van den boom waar ’t paarSpeelde en stoeide met elkaâr;Van de bronwel, aan wier randZij vaak dwaalden hand aan hand;Van de woning van ’t gebed,Waar zij hoorden van Gods wet.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Over dag geen oogwenk rust,’s Nachts ter prooi aan ’s planters lust.Och, greep nu de dood ze maar!Rustten zij slechts naast elkaâr,Waar geen dwing’land haar meer pijnt,En de boei niet langer schrijnt!Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Om ’t gekrookte riet, dat HijSpaart uit Vadermedelij’,Zij Hij, die alleen maar weetWat mijn dierbaar kroost al leed,Steeds haar toevlugt in de smart,Met een meer dan moederhart!Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Weggevoerd door beulenhandUit Virgienje’s heuv’lig land.Wee mij! van zijn waterstroomenZijn mijn kindren weggenomen!John G. Whittier.Het volgende uittreksel uit een brief van Dr. Bailey, voorkomende in deEravan 1817, behelst een overzigt nopens deze zaak, dat sommige Virginische familiën meer eer aandoet. Moge het getal van hen, die weigeren om anders dan door emancipatie van hunne slaven afstand te doen, meer en meer toenemen!De verkoop van slaven naar het Zuiden is zeer uitgebreid. Zoo ver ik heb kunnen vernemen, kweeken de slavenhandelaars hen niet opzettelijk met dat doel aan. Maar er is b. v. een man, met een twintigtal slaven, gevestigd op eene uitgeputte plantage. Deze moet het onderhoud voor allen opleveren; maar dit neemt af naar mate zij vermeerderen. Het gevolg is, dat hij hen moet emanciperen of verkoopen. Maar hij is in schulden geraakt, en verkoopt hen om zijne schuld te kwijten, als ook om zich van een aantal monden te ontslaan. Of hij heeft geld noodig om zijne kinderen eene opvoeding te geven; of eindelijk worden de slaven verkocht op regterlijk gezag. Door deze en andere oorzaken verdwijnen voortdurend aanzienlijke getallen slaven uit den Staat, zoodat de eerstvolgende census ongetwijfeld eene groote vermindering in de slavenbevolking zal aanwijzen.Het saisoen voor dezen handel duurt gemeenlijk van November tot April; en sommigen berekenen, dat het gemiddeld getal slaven, dat gedurende zes maanden wekelijks langs den zuidelijken spoorweg vervoerd wordt, ten minste 200 bedraagt. Een slavenhandelaar verhaalde mij, dat hem een voorbeeld bekend was, dat er 100 op éénen avond vervoerd waren. Doch dit is slechts één weg. Er worden ook groote getallen westelijk gezonden, of over zee langs de kust. De Davises, te Petersburg, zijn de groote slavenhandelaars. Zij zijn Joden, die vele jaren geleden daar kwamen als arme marskramers; en thans, verneem ik,zijn zij leden van eene familie, die hare vertegenwoordigers te Philadelphia, New-York en elders heeft. Deze lieden zijn altijd aan de markt en geven den hoogsten prijs voor slaven. Gedurende den zomer en het najaar echter koopen zij die allerwege op voor lage prijzen, kleeden, scheren, wasschen hen, maken hen vet zoodat zij een goed voorkomen hebben, en verkoopen hen met aanzienlijke winst. Het zou niet onaardig zijn eens te weten hoeveel kapitaal en welke firma’s van sommige steden in het Noorden, in dezen verfoeijelijken handel betrokken zijn.Er zijn hier vele planters, die niet bewogen kunnen worden om hunne slaven te verkoopen. Zij hebben er verreweg meer dan zij aan het werk kunnen zetten, en zij zouden er ten allen tijde goede prijzen voor kunnen bedingen. De verzoeking is sterk, want zij hebben meer geld en minder onderhoorigen noodig. Maar zij bieden er weêrstand aan en niets kan hen overhalen om afstand te doen van een enkelen slaaf, ofschoon zij weten, dat zij eene aanmerkelijke winst zouden maken als zij maar de helft wilden verkoopen. Zulke lieden zijn te goedhartig om slavenhouders te wezen. Gave de hemel, dat zij het van hun pligt begonnen te rekenen, nog één stap verder te gaan en bevrijders hunner slaven te worden! Deze klasse van planters bestaat meerendeels uit Godsdienstige mannen, en van hen zijn grootendeels de emancipatiënbij testamentafkomstig, waarvan wij nu en dan hooren.1Aldus wordt de slavenhandelaar door de ongelukkigen in de slavenkweekende Staten algemeen genoemd.2Quarteronne is de Fransche, gelijk Quadrone de Engelsche benaming is eener kleurlinge, die een vierde gekleurd bloed in hare aderen omdraagt.Vertaler.

Hoofdstuk IV.De slavenhandel.Waarin is de levenskracht der slavernij hier te lande gelegen? De slavernij, die een onnatuurlijke en ziekelijke toestand der maatschappij is, en eene verkwistende en uitputtende wijze van bebouwing van den grond, zou reeds lang van zelve te niet gegaan en in onbruik geraakt zijn, ware zij niet in stand gehouden door deze of gene onnatuurlijke oorzaak.Welke is in Amerika die onnatuurlijke oorzaak geweest? Waarom heeft de heelkracht der natuur, welke die ijselijke wonde in al de noordelijke Staten genas, gefaald aan de grensscheiding van het Zuiden? In Delaware, Maryland, Virginia en Kentucky heeft de slavenarbeid reeds sedert lang den grond bijna onherstelbaar verarmd, en is ten slotte geheel nadeelig geworden. ’t Is welbekend, dat de kwestie der emancipatie in al die Staten breedvoerig is behandeld. Zij is besproken in de wetgevende vergaderingen, en mannen van het Zuiden hebben over de instelling der slavernij den banvloek uitgesproken in bewoordingen, zoo als alleen het Zuiden ze kan ingeven. Al wat er ooit in het Noorden van gezegd is, is met viervoudige kracht aangevoerd bij dezediscussiënin het Zuiden. De wetgevende vergadering van den Staat Kentucky heeft eenmaal op het punt gestaan om maatregelen te nemen tot trapsgewijze emancipatie; de Staat Virginia is nagenoeg even ver gekomen, en Maryland heeft lang op den drempel staan weifelen. Erwas een tijd toen niemand twijfelde, dat al deze Staten spoedig vrije Staten zouden zijn. En welke is nu de reden, waarom zij het niet geworden zijn? Waarom zijn die beraadslagingen thans verstomd, en gaat men rugwaarts op den weg van geregtigheid? Het antwoord is met één woord te geven. Het is de uitbreiding van het slavenhoudend gebied, en de openstelling van eene groote zuidelijke slavenmarkt, die den voortgang van de emancipatie gestuit heeft.Terwijl deze Staten den slaaf begonnen te beschouwen als een wezen, dat toch mogelijk een mensch zou kunnen worden en terwijl zij voornamen om hem en zijne vrouw en kinderen den onschatbaren zegen der vrijheid te schenken, werd die groote zuidelijke slavenmarkt geopend. Het begon met de aanhechting van Missouri als een slavenhoudenden Staat, en het waren de uitgebragte stemmen van twee mannen uit het Noorden, die deze belangrijke zaak beslisten. Vervolgens vond door de toestemming en medewerking van mannen uit het Noorden, die onmetelijke toevoeging van slavengebied plaats, welke thans eene zoo onbegrensde markt oplevert, om de hebzucht van de noordsche slavenkweekende Staten te verlokken.Deze uitbreiding van grondgebied zal de emancipatie van een menschenras misschien eeuwen lang vertragen. Honderdduizende slavengezinnen zijn daardoor gedoemd tot droefenis en hartverscheurende scheiding, tot kermen en geween; in al de zuidelijke Staten heeft zij slaven-magazijnen doen verrijzen met hunne akelige martelwerktuigen; zij heeft ontelbare slavenkaravanen doen geboren worden, die hunne ketens rammelen en in beklagelijken optogt dit land der vrijheid doortrekken.Deze aanwinst van Slavenstaten heeft het hart van den meester verstaald en hetgeen te voren, vergelijkender wijze gesproken, eene vriendschappelijke betrekking was, doen veranderen in den afschuwelijksten en onmenschelijksten handel.De planter, wiens slaven rondom hem opgewassen waren en die hij bijna als mannen en vrouwen had leeren beschouwen, zag thans op elk zwart voorhoofd niets dan den marktprijs. Deze man gold duizend dollars en gene acht honderd. De zwarte zuigeling in de armen zijner moeder was een biljet van honderd dollars en niets meer. Al de edeler hoedanighedenvan hart en ziel, die den slaaf tot een broeder hadden moeten maken, gaven slechts eene hoogere waarde aan de koopwaar. Is de slaaf verstandig? Goed! dat maakt zijn prijs twee honderd dollars hooger. Is hij trouw en eerlijk? Goed! zet het in zijn certificaat; het is twee honderd dollars meer waard. Is hij Godsdienstig? Heeft die Heilige Geest Gods, wiens naam wij met eerbied en vreeze noemen, die verachte gedaante tot Zijn tempel verkozen? Laat ook dat in rekening gebragt worden bij den marktprijs, en de gave van den Heiligen Geest zal verkocht worden voor geld. Is hij een leeraar? ’t Doet er niet toe; ook dat heeft zijn prijs op de markt. Uit de Kerk en van de Avondmaalstafel worden de Christen-broeder en zuster genomen om de slaven-karavaan te vergrooten. En de vrouw, met hare teederheid, zachtheid, schoonheid; de vrouw aan wie het gemengde bloed van zwarte en blanke, bekoorlijkheden heeft gegeven, die voor eene slavin een gevaarlijk geschenk zijn,—wat is haar rampzalig lot bij dien vreeselijken handel? De volgende hoofdstukken zullen, dien betreffende, bijzonderheden mededeelen, die het hart zullen toenijpen van elke Christelijke moeder, zoo zij inderdaad dien heiligen naam waardig is.Maar wij zullen het niet bij beweringen laten. Wij hebben de kwestie geopperd, ten einde de bewijzen te leveren. Laten wij er toe overgaan.Het bestaan van dezen afschuwelijken handel is aan velen bekend, de bijzonderheden en de ontzaggelijke uitbreiding daarvan slechts aan weinigen.Wij zullen dit eenigzins in bijzonderheden nagaan. De Staten, die slaven uitvoeren, zijn: Maryland, Virginia, Kentucky, Noord-Carolina, Tennessee en Missouri. Dit zijn de slaven-kweekende, de overige de slaven-verbruikende Staten. In vorige hoofdstukken hebben wij de soort van advertentiën doen kennen, welke in die Staten gebruikelijk is; doch daar wij in de ziel des lezers iets van den indruk wenschen over te storten, die op ons-zelve gemaakt is door hare veeltalligheid en overvloed, zullen wij er hier nog eenige overnemen.Uit den StaatVirginia:Kanawha Republican, van Charleston in Virginia, 20 October 1852. Dat blad draagt aan het hoofd het mottoVrijheid, met eene banier:Drapeau sans tache.Contant geld voor Negers.De ondergeteekende wenscht te koopen eenige jonge negers,van 12 tot 25 jaren, voor welke de hoogste marktprijs contant zal betaald worden. Aan eenige regelen, hem over de post toegezonden, of aan een persoonlijk bezoek, zal dadelijk gevolg gegeven worden.20 October 1852.Jas. L. Ficklin.Alexandria Gazette, 28 October:Contant geld voor Negers.Voor het Zuiden wensch ik onverwijld zooveel negers,van 10 tot 30 jaren, te koopen als ik krijgen kan; ik wil den hoogsten contanten prijs betalen. Aan alle berigten wordt ten spoedigste voldaan.West-End, teAlexandriainVirginia, 26 October.Joseph Bruin.Lynchburg Virginian, 18 November:Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich te Lynchburg gevestigd hebbende, geeft de hoogste contante prijzen voor negers,tusschen 10 en 30 jaren. Zij, die negers te koop hebben, zullen in hun belang handelen door zich mondeling of schriftelijk tot hem te wenden in het Washington-Hotel te Lynchburg.5 November.J. B. McLendon.Rockingham Register, 13 November:Contant geld voor Negers.Ik wensch een aantal negers van beiderlei sekse en van elken ouderdom te koopen voor de zuidelijke markt; ik zal de hoogste contante prijzen betalen. Op brieven, die aan mij te Winchester, in Virginia, gerigt worden, zal ik onverwijld antwoorden.24 November 1846.H. J. McDaniel,Agent voorWm. Crow.Richmond Whig.16 November:Pulliam & Davis,Houders van verkoopingen van Negers.D. M. Pulliam.Hector Davis.Bovengenoemden blijven voortgaan met het verkoopen van negers, aan hunne inrigting in Wall-street.Door hunne ervaring in deze zakenkunnen zij instaan, dat voor al de aan hen toevertrouwde negers de hoogste prijzen zullen erlangd worden. Zij komen ook verkoopingen van negers houden op plantagiën, en wenschen alle curatoren, executeurs en administrateurs opmerkzaam te maken, dat zij voor hunne verkoopen gunstige voorwaarden stellen. Zij zijn ook ingerigt om negers behoorlijk te huisvesten en te voeden, à 25 cents per dag.Let wel.—Contant geld voor slaven.Degenen, die in het graafschap Buckingham en de omliggende graafschappen in Virginia, slaven willen verkoopen, zullen, door zich te wenden tot Anderson D. Abraham, Sr., of tot zijn zoon Anderson D. Abraham, Jr., tot de hoogste contante prijzen plaatsing vinden voor honderd vijftig à twee honderd slaven. Een van de bovengenoemden zal gedurende de eerstvolgende acht maanden altijd aan hunne woning in bovengenoemd graafschap en Staat te vinden zijn. Men adressere zich aan Anderson D. Abraham, Sr., Postkantoor te Maysville, White Oak Grove, Buckingham County, Virginia.Winchester Republican, 29 Junij 1852:Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich gevestigd hebbende te Winchester in Virginia, wenscht een groot aantal slaven van beiderlei sekse te koopen, waarvoor hij den hoogsten contanten prijs zal betalen. Personen, die zich van hunne slaven willen ontdoen, zullen in hun belang handelen door zich tot hem te wenden, alvorens die te verkoopen.Alle aanvragen, die aan hem gerigt worden in het Taylor-Hotel, te Winchester, in Virginia, zullen onverwijld worden beantwoord.27 December 1851.Elijah McDowel,Agent voorB. M. & Wm. L. Campbell, vanBaltimore.Voor den StaatMarylandnemen wij de volgende advertentiën over:Port Tobacco Times, van October 1852:Slaven benoodigd.De ondergeteekende is bij voortduring gevestigd te Middleville, in Charles County (vlak aan den weg van Port Tobacco naar Allen’s Fresh), waar hij al de slaven blijft koopen, die te verkrijgen zijn. Steeds wordt de uiterste prijs betaald, en ruime commissie gegeven voor inlichtingen, die tot een aankoop leiden. Men adressere zich persoonlijk of schriftelijk aan hem te Allen’s Fresh, Charles County.Middleville, 14 April 1852.John G. Campbell.Cambridge(Maryland)Democrat, 27 October 1852:Negers benoodigd.Ik wensch den slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen te berigten, dat ik weder aan de markt ben. Personen, die negers bezitten, welke voor hun leven slaven zijn, zullen in hun belang handelen met mij te spreken, daar ik voornemens ben de hoogste contante prijzen te betalen, waartoe de koers der zuidelijke markt regt geeft. Men kan mij vinden in het hotel van A. Hall te Easton, waar ik zal vertoeven tot 1o. Julij aanstaande. Brieven, die aan mij te Easton of aan Wm. Bell te Cambridge gerigt worden, zullen ten spoedigste worden beantwoord.Elken Maandag zal ik mij in het hotel van John Bradshaw te Cambridge bevinden.6 October 1852.Wm. Harker.Westminster Carroltonian, 22 October 1852:Vijf en twintig Negers benoodigd.De ondergeteekende verlangt 25 fiksche jonge negers te koopen, voor welke de hoogste prijzen zullen betaald worden. Alle aanvragen, die men aan hem te Baltimore zal rigten, zullen stipt beantwoord worden.2 Januarij.Lewis Winters.WatTennesseeaangaat vinden wij het volgende:Nashville True Whig, 20 October 1852:Te koop.21 fraaije negers, van onderscheiden leeftijd.6 OctoberA. A. McLean,Algemeen Agent.Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk te koopen een neger-timmerman. Ik zal een goeden prijs betalen.6 OctoberA. A. McLean,Algemeen Agent.Nashville Gazette, 22 October:Te koop.Verscheidenezeer aardige meisjes van 10 tot 18 jaren, eene vrouw van 24, en een zeer geschikte vrouw van 25, met drie zeer lieve kinderen.16 October 1852.Williams & Glover.Benoodigd.Ik wensch vijf en twintig fiksche negers,—mannen en vrouwen,tusschen 18 en 25 jaren—te koopen, waarvoor ik de hoogste contante prijzen betalen zal.20 OctoberA. A. McLean,Cherry Street.Memphis Daily Eagle and Enquirer:Vijfhonderd Negers benoodigd.Wij zullen de hoogste contante prijzen betalen voor alle goede negers, die ons aangeboden worden. Allen, dienegers te koop hebben, noodigen wij uit ons te komen spreken aan ons kantoor, tegenover de beneden-aanlegplaats der stoombooten. Wij zullen ook eene groote partij Virginia-negers in voorraad hebben. Wij hebben eene gevangenis, die even veilig is als eenige andere in het land en waar wij de negers, die men zou willen doen opsluiten, veilig kunnen bewaren.Bolton, Dickins & Co.Land en Negers te koop.Voor een prijsje wenscht men ongeveer 400 acres land over te doen, waarvan 200 in goeden staat van bebouwing, gelegen bij den spoorweg, omstreeks tien mijlen van Memphis. Alsmede 18 of 20 fraaije negers, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes. Voor de betaling van een gedeelte van den koopprijs zal uitstel gegeven worden.17 OctoberJ. M. Provine.Clarksville Chronicle, 3 December 1852:Negers benoodigd.Wij wenschen 25 geschikte negers te huren voor eene stoombootdienst tusschen New-Orleans en Louisville. Wij zullen zeer hooge prijzen betalen voor het saisoen, beginnende omstreeks 15 November.10 September.McClure & Crozier,Agenten.UitMissouri:Daily St. Louis Times, 14 October 1852:Reuben Bartlett,wonende nabij de Stadsgevangenis, zal de hoogste contante prijzen betalen voor alle goede negers, die hem aangeboden worden. Aan zijn kantoor zijn ook andere gegadigden bekend, die gaarne koopen en de hoogste contante prijzen betalen zullen.Negers worden bij hem tot den laagsten prijs in den kost genomen.Negers.Blakely en McAfee hunne vennootschap met wederzijdsch goedvinden ontbonden hebbende, zal de ondergeteekende blijven voortgaan met ten allen tijde de hoogste contante prijzen te betalen voor negers van iedere soort. Hij zal zich ook belasten met den verkoop van negers in commissie, daar hij eene gevangenis heeft, ingerigt om hen in den kost te nemen.Steeds zijn bij hem negers te koop.A. B. McAfee, 93,Olive Street.Honderd Negers benoodigd.Juist van Kentucky teruggekeerd zijnde, wensch ik, zoo spoedig mogelijk, honderd fraaije negers te koopen, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, waarvoor ik steeds vijftig à honderd dollars per stuk meer zal geven dan eenig ander handelaar te St. Louis of in den Staat Missouri. Men kan mij steeds vinden in „Barnum’s City Hotel,” te St. Louis.John Mattingly.Uit een ander blad van Missouri:Negers benoodigd.Ik betaal steeds de hoogste contante prijzen voor alle goede negers, die mij te koop geboden worden. Ik koop voor de markten van Memphis en Louisiana, en kan en zal zoo hooge prijzen betalen als eenig handelaar in dezen Staat. Allen, die negers te koop hebben, zullen wel doen zich tot mij te vervoegen aan mijne woning, no. 210, hoek van de Sixth en Wash-streets, te St. Louis.Thos. Dickins, van de firmaBolton, Dickins & Co.Honderd Negers benoodigd.Juist van Kentucky teruggekeerd zijnde, wensch ik zoo spoedig mogelijk, honderd fraaije negers te koopen, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, waarvoorik steeds vijftig à honderd dollars per stuk meer zal geven dan eenig ander handelaar te St. Louis of in den Staat Missouri. Men kan mij steeds vinden in „Barnum’s City Hotel,” te St. Louis.John Mattingly.B. M. Lynch,No. 104, Locust-street, te St. Louis in Missouri, is bereid de hoogste contante prijzen voor goede en fiksche negers te betalen; of voor anderen op eene goede plaats en onder eene veilige bewaring negers in den kost te nemen. Hij belast zich ook met den koop en verkoop van negers in commissie.Steeds zijn bij hem negers te koop.Wij bidden u, Christelijke lezer, te overwegen, welke soort van tooneelen in Virginia onder die advertentiën plaats grijpen. Gij ziet uit hare met zorg gekozene bewoordingen, dat alleen jongelieden genomen worden; en zij zijn slechts een proefje van de advertentiën, die maanden achtereen in de bladen van Virginia voorkomen. In een volgend hoofdstuk zullen wij den lezer het inwendige van die slaven-gevangenissen laten zien en hem het een en ander mededeelen van de dagelijksche voorvallen in deze soort van handel. Wij willen thans nog een blik werpen op de soortgelijke advertentiën in de zuidelijke Staten. De neger-karavanen, die in Virginia en de andere Staten gevormd worden, vindt men als volgt aangekondigd op de zuidelijke markt.Uit denNatchez(Mississippi)Free-Trader, 20 November:Negers te koop.De ondergeteekenden zijn zoo even aangekomen, regtstreeks van Richmond in Virginia, met een nieuwen en fraaijen voorraad negers, bestaande in: veld-arbeiders, huisbedienden, naaisters, keukenmeiden, waschvrouwen en strijksters, een uitstekend metselaar en andere ambachtslieden, die zij nu te koop bieden aan den Driesprong nabij Natchez in Mississippi, tot de billijkste prijzen.Zij zullen gedurende het saisoen verschen toevoer van Richmond in Virginia blijven ontvangen en aan alle ordersvoor elke soort van negers, die te Richmond verkocht worden kunnen, voldoen.Gegadigden zullen weldoen, onzen voorraad te komen bezigtigen, alvorens elders te koopen.20 November.Matthews, Branton & Co.Aan het Publiek.Koop en Verkoop van Negers.Robert S. Adams en Moses J. Wicks hebben heden eene vennootschap aangegaan onder de firma Adams & Wicks, voor den koop en verkoop van negers in de stad Aberdeen en elders. Zij hebben een agent aangesteld, die in de beide laatste maanden negers voor hen in de oude Staten heeft opgekocht. Een lid der firma, Robert S. Adams, vertrekt heden naar Noord-Carolina en Virginia en zal daar een groot getal negers voor deze markt aankoopen. Zij zullen gedurende het aanstaande najaar en den winter in hun depôt te Aberdeen een ruimen voorraad uitgezochte negers voorhanden hebben, die zij verkoopen zullen totlage prijzen à contant,of voor wissels op Mobile.Aberdeen in Mississippi,7 Mei 1852.Robert S. Adams.Moses J. Wicks.Slaven! Slaven! Slaven!Wekelijks versche aanvoer.—Daar wij ons gevestigd hebben aan den Driesprong, nabij Natchez, bij een contract voor verscheidene jaren, hebben wij thans voorhanden, gelijk wij het geheele jaar door zullen hebben, een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers, bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden, keukenmeiden, naaisters, waschvrouwen, strijksters, enz., welke wij even laag of lager dan eenig ander huis alhier of te New-Orleans kunnen en willen verkoopen.Personen, die aankoopen wenschen te doen, worden aangemaand ons te bezoeken alvorens zich elders te verbinden, daar onze geregelde aanvoer ons steeds voorziet van een goed en aanzienlijk assortiment. Wij geven den verkoopers vele faciliteiten. Komt en ziet!16 October 1852.Griffins & Pullam.Negers te koop.Ik ben zoo even aan den Driesprong teruggekeerd met vijftig fraaije jonge negers.22 SeptemberR. H. Elam.Let wel!De ondergeteekende berigt het geëerde publiek, dat hij zijne plaats aan den Driesprong voor eenige jaren gehuurd heeft en voornemens is gedurende den loop van het jaar aldaar eene aanzienlijke partij negers in voorraad te houden. Hij zal die even laag of lager verkoopen dan eenig handelaar alhier of te New Orleans.Hij is juist van Virginia teruggekeerd met eene fraaije partij veld-arbeiders en arbeidsters en huisbedienden, drie keukenmeiden, een timmerman en drie paarden. Komt en ziet.Thos. G. James.Daily Orleanian, 19 October 1852.W. F. Tannehill,No. 159,Gravier-street.Slaven! Slaven! Slaven!Zij zijn steeds in voorraad, en worden gekocht en verkocht tot de billijkste prijzen. Veld-arbeiders, keukenmeiden, waschvrouwen, strijksters en in het algemeen alle huisbedienden. Er kunnen informatiën gegeven worden.14 October.(De volgende advertentie was in het Fransch gesteld.)Slavendepôtte New Orleans,No. 68, Rue Baronne.Wm. F. Tannehill & Co. hebben steeds een compleet assortiment met zorg gekozene slaven te koop. Ook koopen en verkoopen zij slaven in commissie.Zij hebben thans in voorraad een groot getal negers,die per maand verhuurd worden, en waaronder zich bevinden jonge knapen, huisbedienden, keukenmeiden, waschvrouwen, strijksters, minnen, enz.Inlichtingen te verkrijgen bij:Wright, Williams & Co.Moon, Titus & Co.Williams, Phillips & Co.S. O. Nelson & Co.Moses Greenwood.E. W. Diggs.New-Orleans Daily Crescent, 21 October 1852:Slaven!James White, No. 73, Baronne-street, te New Orleans, zorgt met naauwgezetheid voor de ontvangst, het onderhoud en den verkoop van aan hem geconsigneerde slaven. Hij koopt en verkoopt ook in commissie. Inlichtingen te verkrijgen bij de heeren Robson & Allen McRea, Coffman & Co.; Pregram, Bryan & Co.23 September.Negers benoodigd.Er worden vijftien of twintig goede mannelijke negers gevraagd voor eene plantage. Het beste loon zal gegeven worden tot 1 Januarij 1853.Men adressere zich aan11 September.Thomas G. Mackey & Co.5,Canal-street, hoek van het Magazijn, bovenverdieping.Uit een ander nommer van denNatchez Free Tradernemen wij het volgende over:Negers.De ondergeteekende berigt aan het geëerde publiek, dat hij thans eene partij van vijf en veertig negers in handen heeft, daar hij heden eene bezending van vijf en twintig heeft ontvangenregtstreeks uit Virginia, twee of drie goede keukenmeiden, een wagenvoerder, een goede huisknecht,een vioolspeler,eene keurige naaister,en een fiksch partijtje veld-arbeiders en arbeidsters; al dewelke hij met eenekleine winst zal van de hand doen, daar hij wenscht uit te verkoopen ennaar Virginia terug te keeren om een partijtje voor den najaarshandel uit te zoeken. Komt en ziet.Thomas G. James.De slavenkweekerij der noordelijke Staten is meermalen aangetoond, besproken en erkend, zoo in de handelstatistiek dier Staten, als in de redevoeringen van regtschapene mannen, die dit teregt betreurd hebben als eene vernedering huns vaderlands.In 1811 rigtte de „British and Foreign Anti-Slavery Society” eenige vragen betreffende den binnenlandschen Amerikaanschen slavenhandel aan de „American Anti-Slavery Society”. Ter voldoening daaraan werd een veelzijdig onderzoek in het werk gesteld, welks resultaten te Londen het licht zagen, en uit dat boekdeel nemen wij het volgende over:DeVirginia Times(een weekblad dat te Wheeling in Virginia verschijnt) schat in 1836 het aantal slaven, die ten verkoop uit dien Staat alleen uitgevoerd zijn gedurende de voorafgegane twaalf maanden, opveertig duizend, wier gemiddelde waarde op vier en twintig millioen dollars berekend wordt.Zoo men wil aannemen, dat Virginia alleen de helft van den uitvoer in het genoemde tijdvak heeft geleverd, dan komen wij tot het ontzettende cijfer vantachtig duizend slaven, die in één enkel jaar uit de slavenkweekende Staten zijn vervoerd. Wij kunnen niet met zekerheid bepalen in welke evenredigheid door de andere Staten tot den uitvoer bijgedragen is; maar Maryland komt ten aanzien der getallen het naast bij Virginia, Noord-Carolina volgt op Maryland, Kentucky op Noord-Carolina en dan komen Tennessee en Delaware.DeNatchez(Mississippi)Courierzegt, „dat de Staten Louisiana, Mississippi, Alabama en Arkansas gedurende 1836twee honderd en vijftig duizendslaven uit de meer noordelijk gelegene Staten ingevoerd hebben.”Dit zou volstrekt ongeloofelijk schijnen; maar vermoedelijk zijn hierin al de slaven begrepen, die met hunne meesters medegekomen zijn toen deze zich hier nedergezet hebben.De volgende zinsneden uit denVirginia Timesschijnen die stelling te bevestigen:„Door deskundigen hebben wij het getal slaven, die in de laatst verloopen twaalf maanden van Virginia uitgevoerd zijn, hooren schatten op honderd en twintig duizend, makende, elken slaaf gemiddeld ten minste op zes honderd dollars gerekend, eene som van twee en zeventig millioen dollars. Van het getal uitgevoerde slaven is niet meer daneen derde gedeelteverkocht, zijnde de andere medegenomen door hunne meesters die verhuisd zijn.”Zoo men een derde gedeelte als het getal der verkochten beschouwt, zijn er meer dan tachtig duizend ten verkoop ingevoerd in de vier Staten Louisiana, Mississippi, Alabama en Arkansas. Onderstelt men dat de helft van tachtig duizend verkocht zijn in de overige aankoopende Staten, Zuid-Carolina, Georgia en het gebied van Florida, dan komt men tot de conclusie, dat eenige jaren vóór de groote financieele crisis van 1837, meer dan honderd en twintig duizend slaven van de aankweekende naar de verbruikende Staten werden uitgevoerd.DeBaltimore Americanneemt het volgende over uit een blad van den Staat Mississippi, van het jaar 1837:„Uit het rapport over de bestaande financieele crisis, opgemaakt door de in eene bijeenkomst der burgers van Mobile benoemde commissie, blijkt, dat er een zoo uitgestrekt gebruik is gemaakt van slaven-arbeid, dat Alabama sedert 1833 jaarlijks voor ongeveer tien millioen dollars van die soort van eigendom van andere Staten gekocht heeft.”„Het handelen in slaven,” zegt hetBaltimore(Maryland)Registervan 1829, „is een veel omvattend bedrijf geworden; op verscheidene plaatsen in Maryland en Virginia zijn etablissementen opgerigt, waar zij als vee verkocht worden. Deze bewaarplaatsen zijn stevig gebouwd en ruim voorzien van ijzeren duimschroeven en mondproppen, en opgetooid met allerlei soorten van lederen zweepen, waaraan men dikwijls het bloed ziet kleven.”Professor Dew, thans president van de „University of William and Mary”, in Virginia, zegt op blz. 120 van zijn overzigt van de debatten, in 1831 en 1832 in de wetgevende vergadering van Virginia gehouden:„Aangezien een volkomen equivalent in de plaats van den slaaf gelaten wordt (de koopprijs), is deze emigratie een voordeel voor den Staat, en vermindert de zwarte bevolking niet zoo veel als bij den eersten oogopslag zou schijnen, dewijl de meester hierin alle aanleiding vindt, om goed voor de negers te zorgen,hunne vermeerdering te bevorderen en er het grootst mogelijke getal van aan te kweeken.” En iets verder zegt hij: „Virginia is inderdaad eene slavenkweekschool voor de andere Staten.”De heer Goode zeide in 1832 in eene redevoering, die hij in de wetgevende vergadering van Virginia hield:„Het overgroote nut der slaven in het Zuiden zal daarnaarzooveel vraagdoen ontstaan, dat zij er door van onze grenzen verwijderd zullen worden. Wij zullen hen uit onzen Staat zenden, dewijlons belangdit zal medebrengen; maar er zijn leden, die vreezen, datde markten van andere Statenvoor den invoer onzer slaven gesloten zullen worden. Mijne heeren, de vraag naar slavenarbeidmoet toenemen,” enz.Bij de debatten van de Conventie van Virginia in 1829, zeide de regter Upshur:„De waarde der slaven, als eigendom, hangt veel af van den toestand der buitenmarkt. Uit dit oogpunt beschouwd, is het de waarde van land inandere Staten, niet hier, die den maatstaf aan de hand geeft. Niets is wisselvalliger dan de waarde der slaven. Eene onlangs in Louisiana aangenomene wet, deed, twee uren nadat hare aanneming bekend was geworden, hunne waarde vijf en twintig percent dalen.Zoo, gelijk ik ook vertrouw, de aanwinst van het landschap Texas ons beschoren ware, zal hun prijs weder vooruitgaan.”De heer Philip Doddridge zeide in de zoo even genoemde Conventie (blz. 89 der debatten):„De aanwinst van Texas zal de waarde van den bedoelden eigendom (de slaven) grootelijks vermeerderen.”Door Dr. Graham, van Fayetteville, in Noord-Carolina, werd in eene bijeenkomst van belanghebbenden bij de kolonisatie, gehouden in het najaar van 1837, gezegd:„In den afgeloopen winter werden ongeveer zeven duizend slaven op de markt van New-Orleans te koop geboden. Alleen van Virginia werden jaarlijks zes duizend naar hetZuiden gezonden, en uit Virginia en Noord-Carolina waren in de laatste twintig jarendrie honderd duizend slavennaar het Zuiden gevoerd.”De heer Henry Clay, van Kentucky, zegt in de rede, die hij in 1829 voor de „Colonisation Society” uitsprak:„Het is te gelooven, dat nergens in de landbouwende streken der Vereenigde Staten van slaven-arbeid algemeen gebruik zou gemaakt worden, indien de grondeigenaren niet verlokt werden omslaven op te kweeken, door hun hoogen prijs op de markten in het Zuiden.”In hetNew-York Journal of Commerce, van 12 October 1835, komt een brief voor van een Virginiër, wien de redacteur „een achtenswaardig en gevoelig man” noemt, en die daarin opgeeft dat in genoemd jaar, hetwelk nog slechts voor drie vierde gedeelten verstreken was,twintig duizendslaven uit Virginia naar het Zuiden waren vervoerd.De heer Gholson zeide in eene rede, welke hij den 18 Januarij 1831 in de wetgevende vergadering van Virginia uitsprak (zie denRichmondWhig):„’t Is er door lieden van den ouderwetschen stempel altijd voor gehouden (misschien ten onregte), dat de eigenaar van een land een beslist regt heeft op de jaarlijksche opbrengst; de eigenaar van boomgaarden, op de jaarlijksche vruchten; de eigenaar van merries op hare veulens,en de eigenaar van slavinnen op hare kinderen. Wij bezitten het fijn geslepene verstand niet, noch de regtskennis, om het technische onderscheid te kunnen zien, dat door sommigen gemaakt is,” (namelijk het onderscheid tusschen merriën en slavinnen.) „De regtsregelpartus sequitur ventremis te gelijk ontstaan met het eigendomsregt-zelf, en gegrond op wijsheid en regtvaardigheid. Het is uithoofde van de regmatigheid en onschendbaarheid van dezen stelregel, dat de meester zich berooft van de diensten der slavin, haar laat verplegen en oppassen en haar hulpeloos kind opvoedt. De waarde der bezittingregtvaardigt de kosten, en ik aarzel niet te zeggen,dat in de vermeerdering daarvan veel van onzen rijkdom bestaat.Kan eenig vertoog over den toestand, waarin de openbare meening door het stelsel der slavernij gebragt wordt, zooveelzeggen als deze woorden, wanneer wij bedenken dat zij in de wetgevende vergadering van Virginia uitgesproken zijn? Zou men niet gelooven, dat Washington moet blozen in zijn graf, dat de Staat, waar hij het levenslicht aanschouwde, zoo diep gevallen is? Dat er echter nog harten in Virginia klopten, die gevoelig voor de schande waren, blijkt uit het volgende antwoord van den heer Faulkner aan den heer Gholson, in de Virginische kamer van afgevaardigden in 1832 (zie denRichmond Whig):„Maar hij (de heer Gholson) heeft trachten aan te toonen, dat de afschaffing der slavernij onstaatkundig zou zijn, dewijl uwe slaven den geheelen rijkdom van den Staat uitmaken,het geheele productief vermogenvormen, dat Virginia bezit; en, mijne heeren, zoo als de tegenwoordige stand van zaken is,geloof ik dat hij gelijk heeft. Hij zegt, dat de slaven den geheelen beschikbaren rijkdom van oostelijk Virginia uitmaken. Is het waar, dat gedurende twee honderd jaren de eenige vordering in den rijkdom en de middelen van Virginia een gevolg geweest is van de natuurlijke toeneming van dat rampzalige geslacht? Kan het zijn, dat deze Staat geheel afhankelijk is van dien aanwas? Vóór dat ik deze verklaringen hoorde; had ik de afgrijselijke diepte van dit kwaad niet volkomen gepeild. Deze heeren voeren een feit aan, dat door de geschiedenis enden tegenwoordigen toestand der Republiekmaar al te zeer bevestigd wordt. Hoe, mijne heeren, hebt gij twee honderd jaren zonder persoonlijke inspanning of productieve nijverheid geleefd, in buitensporigheden en vadsigheid, alleen staande gehouden door de opbrengst van den verkoop der vermeerdering van de slaven en slechts die behoudende, welke uwe thans verarmde landerijen kunnen onderhouden als voortkweekers?”De heer Thomas Jefferson Randolph voerde de volgende taal in de wetgevende vergadering van Virginia (Liberty Bell, bLz. 20):„Ik ben het met de heeren eens, aangaande de noodzakelijkheid om den Staat voor de binnenlandsche verdediging te wapenen. Ik zal met hen medewerken tot alle middelen om het vertrouwen bij het algemeen te doen herlevenen onze vrouwen en kinderen een gevoel van veiligheid in te boezemen. Blaar toch, mijneheeren, moet ik vragen, op wie de last van deze verdediging drukken zal? Niet op de weelderige meesters van hunne honderd slaven, die nimmer zullen uittrekken dan om met hunne gezinnen te vlugten als het gevaar dreigt. Neen, mijne heeren, hij zal drukken opde minder rijke klasse onzer burgers, voornamelijk op hendie geene slavenhouders zijn. Ik heb patrouilles gezien waaronder niet één slavenhouder was, en dit is het doorgaande gebruik des lands. In tijden van beroering heb ik rustig geslapen, zonder door eenige zorg gekweld te zijn, terwijl die personen, die niets van al dien eigendom bezaten, door dwang genoodzaakt, voor de kleinigheid van vijf en zeventig cents in de twaalf uren, rondom mijn huis patrouilleerden en dien eigendom bewaakten die even gevaarlijk was voor hen als voor mij. In allen gevalle is dit ook slechts een hulpmiddel. Naarmate deze bevolking talrijker wordt, is zij minder voortbrengend. Uwe wacht moet vermeerderd worden, tot eindelijk de voordeelen niet meer opwogen tegen de kosten om haar in toom te houden. De slavernij heeft de vermindering der vrije bevolking van een land tot gevolg.„Mijnheer heeft de kinderen van de slavinnen als een gedeelte van het voordeel opgenoemd. Dit wordt toegegeven; maar geen groot kwaad kan uit den weg geruimd, geen goed tot stand gebragt worden, zonder dat er eenige bezwaren uit voortvloeijen. ’t Is nu de vraag in hoe verre het wenschelijk is, dezen tak van voordeel te bevorderen en aan te moedigen. Het is in sommige gedeelten van Virginia eene practijk, en wel een toenemende practijk, slaven voor de markt op te kweeken. Hoe kan een man van eer, een vaderlander, een beminnaar van zijn geboortegrond, het gezigt dulden, dat de oude Staten, verheerlijkt door de zelfopoffering en vaderlandsliefde hunner zonen in den kamp der vrijheid, veranderd worden in ééne groote menagerie, waar menschen voor de markt worden gefokt gelijk runderen voor de slagtbank? Is het beter, neen, is het niet nog slechter dan de slavenhandel, een handel die slechts door de vereenigde pogingen van alle deugdzamen en verstandigen van elk geloof en elke hemelstreekkan afgeschaft worden? De handelaar ontvangt den slaaf, die door taal, voorkomen en zeden voor hem een vreemdeling is, van den koopman, die hem uit het binnenland gehaald heeft. De banden van vader, moeder, echtgenoot en kind zijn alle vaneen gerukt; eer hij hem ontvangt, is zijne ziel verstompt. Maar hier, mijne heeren, worden personen, die de meester van kindsbeen aan gekend heeft, die hij heeft zien dartelen in de onschuldige buitelingen der kindschheid, die zich gewend hebben tot hem op te zien om bescherming, door hem ontrukt aan de armen der moeder en verkocht in een vreemd land, onder vreemde menschen en neêrgebogen onder de zweep van wreede opzigters.Hij heeft de slavernij hier pogen te verdedigen op grond dat zij bestaat in Afrika, en voorts beweerd, dat zij over de geheele wereld bestaat. Op denzelfden grond kon hij het Mahomedaansche geloof voorstaan, met de veelwijverij, de voortdurende strooptogten en rooverijen en moorden, of eenige andere afschuwelijkheid van de wilden. Bestaat de slavernij in eenig gedeelte van het beschaafde Europa? Neen, mijne heeren, nergens.De berekeningen in het boekdeel, waaruit wij onze aanhalingen overgenomen hebben, dagteekenen van het jaar 1841. Sedert dien tijd is de oppervlakte van de zuidelijke slavenmarkt verdubbeld en heeft de slavenhandel eene daarmede gelijken tred houdende uitbreiding ondergaan. De bladen in het Zuiden wemelen van advertentiën dienbetreffende. Het is, om de waarheid te zeggen, de groothandel van die streken. Alleen uit de haven van Baltimore zijn in de twee laatste jaren duizend en drie en dertig slaven verscheept naar de zuidelijke markt, zoo als blijken kan uit de volgende opgave van het tolkantoor.LIJSTvan het aantal schepen met slaven aan boord, die van 1 Januarij 1851 tot 20 November 1852 in het district Baltimore naar zuidelijke havens uitgeklaard zijn:DATUMS.SOORT.NAMEN.BESTEMMING.GETAL SLAVEN.1851.Jan. 6Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),16Jan. 10Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),6Jan. 11Bark,Elizabeth,New Orleans,92Jan. 14Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),9Jan. 17Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),6Jan. 20Bark,Cora,New Orleans,14Feb. 6Bark,E. A. Chapin,New Orleans,31Feb. 8Bark,Sarah Bridge,New Orleans,34Feb. 12Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),5Feb. 24Schoener,H. A. Barling,New Orleans,37Feb. 26Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),3Feb. 28Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),42Maart 10—Edward Everett,New Orleans,20Maart 21Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),11Maart 19Bark,Baltimore,Savannah,13April 1Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),7April 2Brik,Waverley,New Orleans,31April 18Sloep,Baltimore,Arquia Creek (Virg.),4April 23—Charles,New Orleans,25April 28Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),5Mei 15Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),27Mei 17Schoener,Brilliant,Charleston,1Junij 10Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),3Junij 16Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),4Junij 20Schoener,Truth,Charleston,5Junij 21—Herman,New Orleans,10Julij 19Schoener,Aurora,Charleston,1Sept. 6Bark,Kirkwood,New Orleans,2Oct. 4Bark,Abbott Lord,New Orleans,1Oct. 11Bark,Elizabeth,New Orleans,70Oct. 18—Edward Everett,New Orleans,12Oct. 20Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),1Nov. 13—Eliza F. Mason,New Orleans,57Nov. 18Bark,Mary Broughtons,New Orleans,47Dec. 4—Timoleon,New Orleans,22Dec. 18Schoener,H. A. Barling,New Orleans,451852.Jan. 5Bark,Southerner,New Orleans,52Feb. 7—Nathan Hooper,New Orleans,51Feb. 21—Dumbarton,New Orleans,2Maart 27Sloep,Palmetto,Charleston,36Maart 4Sloep,Jewess,Norfolk (Virg.),34April 24Sloep,Palmetto,Charleston,8April 25Bark,Abbott Lord,New Orleans,36Mei 15—Charles,New Orleans,2Junij 12Sloep,Pampero,New Orleans,4Julij 3Sloep,Palmetto,Charleston,1Julij 6Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),7Julij 6Sloep,Maryland,Arquia Creek (Virg),4Sept. 14Sloep,North Carolina,Norfolk (Virg.),15Sept. 23—America,New Orleans,1Oct. 15—Brandywine,New Orleans,6Oct. 18Sloep,Isabel,Charleston,1Oct. 28Schoener,Maryland,New Orleans,12Oct. 29Schoener,H. M. Gambrill,Savannah,11Nov 1—Jane Henderson,New Orleans,18Nov. 6Sloep,Palmetto,Charleston,31033Zoo wij nog een blik slaan op de advertentiën zullen wij zien, dat de handelaars alleen de jonge slaven nemen, tusschen de tien en dertig jaren. Maar hier betreft het slechts ééne haven en slechts ééne wijze van uitvoer; want groote getallen worden in karavanen over land verzonden; en evenwel vindt de heer J. Thornton Randolph goed, de negers van Virginia voor te stellen als levende in landelijke rust, vreedzaam hunne pijp rookende onder hunne eigene wijnstokken en vijgenboomen, terwijl de patriarch van den troep verklaart, „dat hij in zijn heele leven niet gehoord heeft van het verkoopen van een neger naar Georgia, tenzij die neger zich uiterst slecht gedragen had.”De commissie tot de opstelling van het boek, dat wij boven hebben aangehaald, geeft eene treffende schets van den invloed van dien handel op meester en slaaf beide, die wij niet kunnen nalaten over te nemen:Dit stelsel drukt met ontzettende zwaarte op den slaaf. Het houdt hem onder voortdurende vrees van aan denzieldrijver1verkocht te zullen worden, hetwelk voor den slaaf de verwezenlijking is van alle denkbare jammer en ellende en door hem erger gevreesd wordt dan de dood. Een ontzettend voorgevoel van dit lot hangt den rampzalige dag en nacht, van de wieg tot aan het graf, boven het hoofd. Hij weet, dat er geen uur voorbijgaat, hetzij hij slape hetzij hij wake, dat niet het laatste welligt zal zijn, hetwelk hij bij vrouw en kinderen doorbrengt. Elken dag of week wordt een bekende van zijne zijde weggerukt, en zoo blijft de herinnering aan zijn eigen gevaar voortdurend bij hem levendig. „Eerlang zal gewis de beurt aan mij komen,” is zijne folterende gedachte; want hij weet, dat hij daarvoor opgekweekt is, als een os voor het juk, als een schaap voor de slagtplaats. In dezen staat van zaken is de toestand van den slaaf waarlijk onbeschrijfelijk.Wachten, al betreft het geene zaak van gewigt en al duurt het slechts een nacht, is moeijelijk te verduren. Maar wanneer iets vreeselijks hangt boven alles, volstrekt bovenalles wat dierbaar is, en over het tegenwoordige zijne schaduw en over de toekomst eene sombere tint werpt, dan waarlijkmoethet hart er onder breken. En dat is het zwaard, dat iederen slaaf in de slavenkweekende Staten, voortdurend boven het hoofd hangt. Zijn gering deel van geluk wordt er door vergiftigd. Zoo hij vader is, kan hij niet naar den arbeid gaan zonder in gedachten zijne vrouw en kinderen vaarwel te zeggen. Hij kan niet aêmechtig en afgemat van het veld terugkeeren, met de zekerheid dat hij zijne stulp niet beroofd en ledig zal vinden. Evenmin kan hij zich neêrstrekken op zijn bed van stroo en lappen zonder de snerpende vrees, dat zijne vrouw vóór den morgen uit zijne armen gescheurd zal worden. Nadert een blanke zijns meesters huis, hij vreest dat dezieldrijvergekomen is en verwacht met schrik des opzigters bevel: „Gij zijt verkocht; volg dien man.” Er is geen wezen op aarde, die den slaven in de slavenkweekende Staten zooveel schrik inboezemt als dehandelaar. Hij is hun wat de roofzuchtige ronselaar voor hunne minder beklagenswaardige broederen in de wildernissen van Afrika is. De meester weet dit, als ook dat er geene zoo krachtige straf is om eenig werk verrigt te krijgen of hen van slecht gedrag af te houden, dan de bedreiging dat hij hen aan denzieldrijverzal overleveren.„Een ander gevolg van dit stelsel is de aanmoediging van losbandigheid. Deze is inderdaad overal eene der zwartste vlekken op de slavernij; doch voornamelijk heeft zij onbeteugeld de bovenhand waar hetaankweeken van slavenals een bedrijf wordt uitgeoefend. Zij is eene der regtstreeksche gevolgen van het stelsel en onafscheidelijk daarvan.*   *   *De geldelijke verlokking tot een algemeen zedenbederf moet zeer sterk zijn, daar de winst van den meester met de vermeerdering der slaven stijgt, en voornamelijk sedert voor hetgemengde bloedeen aanmerkelijkhoogere prijsbesteed wordt dan voorhet zuiver zwart.”Het overige van deze beschouwing treedt in bijzonderheden, die te schrikkelijk zijn om hier overgenomen te worden. Men vindt ze in het bedoelde boekdeel op blz. 13.De dichters van Amerika, getrouw aan hunne heilige roeping, hebben over sommige der ontzettende realiteiten van den slavenhandel het zachte licht der poëzij uitgestort. Longfellow en Whittier hebben in verzen, zoo schitterend als paarlen, doch tevens zoo smartelijk als de tranen eener moeder, eenige voorvallen uit dit onnatuurlijk en akelig bedrijf geschetst. Laten wij, om de wille der menschheid, hopen dat in het eerste gedicht geenalledaagsch voorvalbeschreven wordt.De Quarteronne.2Des slavenhalers schip lag daarVoor anker op de reê;Hij wachtte nog op ’t maanlicht maarEn de avond-eb der zee.Zijn boot lag aan den wal en ’t volkJoeg met een driesten moed,Den alligator uit zijn kolkNaar ’t midden van den vloed.Oranjegeur woei keer op keerHun tegen van het strand,Als aâmde er een uit beter sfeerEen wereld toe vol schand.De planter rookte kalm en zoetIn schaaûw van ’t rieten dak;De slavenhaler maakte spoed,De hand aan ’t hek, en sprak:„Mijn schip ligt ginder kant en klaarVoor anker op de reê;Ik wacht nog op het maanlicht maarEn de avond-eb der zee.”Vòòr hen, met opgeheven blik,Maar toch door schroom geplaagd,Zat, half nieuwsgierig, half vol schrik,Een Quarteronne-maagd.Haar groot schoon oog—het glansde als git,Haar arm en hals was bloot,Zij droeg een rok slechts, blinkend wit,En ’t hair, dat haar omvloot.En om haar mondje speelde een lach,Zoo als uw oog misschienTer kerk in ’t beeld van marmer zag,En heilgen dacht te zien.„De grond wordt schraal, de hoeve is oud,”Zei toen de planter weêr,En sloeg nu eens het oog op ’t goudEn dan op ’t meisje neêr.Er kampte een tweestrijd in zijn zielOm winst, zoo laag als snood;Hij wist van wien ze ’t leven hiel,Wiens bloed haar borst doorvloot.In ’t eind—zijn beter ik bezweek;Hij nam het blinkend goud.Toen werd het meisje doodlijk bleek,Haar hand als ijs zoo koud.De slavenhaler greep die hand,En bragt, bij maanlichtschijn,Ze aan boord, om in het vreemde landHem ter boelin te zijn.H. W.Longfellow.KlagtEener slavenmoeder van Virginia over hare dochters, naar het Zuiden als slavinnen verkocht.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Waar de slavenzweep staâg prest.Waar ’t insect venijnig kwetst,Waar de koorts haar gift in ’t bloedMet den nachtdauw vloeijen doet,Waar het zieklijk zonlicht kamptMet den pestwalm die er dampt!—Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Weggevoerd door beulenhandUit Virgienje’s heuv’lig land.Wee mij! van zijn waterstroomen,Zijn mijn kindren weggenomen!Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Daar hoort ’s moeders oor haar nooit,Ziet geen moederoog haar ooit;Nooit, wanneer de geeselriem’t Lijf haar voort met striem bij striem,Streelt een moederhand haar teêr,Vlijen ze aan haar borst zich neêr.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Als zij ’s avonds, God weet hoe!’t Veld verlaten, loom en moê,Flaauw van pijn, en uitgeputKeeren naar heur sombre hut,—Snelt geen broeder ze in ’t gemoet,Brengt geen vader haar zijn groet.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Verre van den boom waar ’t paarSpeelde en stoeide met elkaâr;Van de bronwel, aan wier randZij vaak dwaalden hand aan hand;Van de woning van ’t gebed,Waar zij hoorden van Gods wet.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Over dag geen oogwenk rust,’s Nachts ter prooi aan ’s planters lust.Och, greep nu de dood ze maar!Rustten zij slechts naast elkaâr,Waar geen dwing’land haar meer pijnt,En de boei niet langer schrijnt!Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Om ’t gekrookte riet, dat HijSpaart uit Vadermedelij’,Zij Hij, die alleen maar weetWat mijn dierbaar kroost al leed,Steeds haar toevlugt in de smart,Met een meer dan moederhart!Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Weggevoerd door beulenhandUit Virgienje’s heuv’lig land.Wee mij! van zijn waterstroomenZijn mijn kindren weggenomen!John G. Whittier.Het volgende uittreksel uit een brief van Dr. Bailey, voorkomende in deEravan 1817, behelst een overzigt nopens deze zaak, dat sommige Virginische familiën meer eer aandoet. Moge het getal van hen, die weigeren om anders dan door emancipatie van hunne slaven afstand te doen, meer en meer toenemen!De verkoop van slaven naar het Zuiden is zeer uitgebreid. Zoo ver ik heb kunnen vernemen, kweeken de slavenhandelaars hen niet opzettelijk met dat doel aan. Maar er is b. v. een man, met een twintigtal slaven, gevestigd op eene uitgeputte plantage. Deze moet het onderhoud voor allen opleveren; maar dit neemt af naar mate zij vermeerderen. Het gevolg is, dat hij hen moet emanciperen of verkoopen. Maar hij is in schulden geraakt, en verkoopt hen om zijne schuld te kwijten, als ook om zich van een aantal monden te ontslaan. Of hij heeft geld noodig om zijne kinderen eene opvoeding te geven; of eindelijk worden de slaven verkocht op regterlijk gezag. Door deze en andere oorzaken verdwijnen voortdurend aanzienlijke getallen slaven uit den Staat, zoodat de eerstvolgende census ongetwijfeld eene groote vermindering in de slavenbevolking zal aanwijzen.Het saisoen voor dezen handel duurt gemeenlijk van November tot April; en sommigen berekenen, dat het gemiddeld getal slaven, dat gedurende zes maanden wekelijks langs den zuidelijken spoorweg vervoerd wordt, ten minste 200 bedraagt. Een slavenhandelaar verhaalde mij, dat hem een voorbeeld bekend was, dat er 100 op éénen avond vervoerd waren. Doch dit is slechts één weg. Er worden ook groote getallen westelijk gezonden, of over zee langs de kust. De Davises, te Petersburg, zijn de groote slavenhandelaars. Zij zijn Joden, die vele jaren geleden daar kwamen als arme marskramers; en thans, verneem ik,zijn zij leden van eene familie, die hare vertegenwoordigers te Philadelphia, New-York en elders heeft. Deze lieden zijn altijd aan de markt en geven den hoogsten prijs voor slaven. Gedurende den zomer en het najaar echter koopen zij die allerwege op voor lage prijzen, kleeden, scheren, wasschen hen, maken hen vet zoodat zij een goed voorkomen hebben, en verkoopen hen met aanzienlijke winst. Het zou niet onaardig zijn eens te weten hoeveel kapitaal en welke firma’s van sommige steden in het Noorden, in dezen verfoeijelijken handel betrokken zijn.Er zijn hier vele planters, die niet bewogen kunnen worden om hunne slaven te verkoopen. Zij hebben er verreweg meer dan zij aan het werk kunnen zetten, en zij zouden er ten allen tijde goede prijzen voor kunnen bedingen. De verzoeking is sterk, want zij hebben meer geld en minder onderhoorigen noodig. Maar zij bieden er weêrstand aan en niets kan hen overhalen om afstand te doen van een enkelen slaaf, ofschoon zij weten, dat zij eene aanmerkelijke winst zouden maken als zij maar de helft wilden verkoopen. Zulke lieden zijn te goedhartig om slavenhouders te wezen. Gave de hemel, dat zij het van hun pligt begonnen te rekenen, nog één stap verder te gaan en bevrijders hunner slaven te worden! Deze klasse van planters bestaat meerendeels uit Godsdienstige mannen, en van hen zijn grootendeels de emancipatiënbij testamentafkomstig, waarvan wij nu en dan hooren.1Aldus wordt de slavenhandelaar door de ongelukkigen in de slavenkweekende Staten algemeen genoemd.2Quarteronne is de Fransche, gelijk Quadrone de Engelsche benaming is eener kleurlinge, die een vierde gekleurd bloed in hare aderen omdraagt.Vertaler.

Hoofdstuk IV.De slavenhandel.

Waarin is de levenskracht der slavernij hier te lande gelegen? De slavernij, die een onnatuurlijke en ziekelijke toestand der maatschappij is, en eene verkwistende en uitputtende wijze van bebouwing van den grond, zou reeds lang van zelve te niet gegaan en in onbruik geraakt zijn, ware zij niet in stand gehouden door deze of gene onnatuurlijke oorzaak.Welke is in Amerika die onnatuurlijke oorzaak geweest? Waarom heeft de heelkracht der natuur, welke die ijselijke wonde in al de noordelijke Staten genas, gefaald aan de grensscheiding van het Zuiden? In Delaware, Maryland, Virginia en Kentucky heeft de slavenarbeid reeds sedert lang den grond bijna onherstelbaar verarmd, en is ten slotte geheel nadeelig geworden. ’t Is welbekend, dat de kwestie der emancipatie in al die Staten breedvoerig is behandeld. Zij is besproken in de wetgevende vergaderingen, en mannen van het Zuiden hebben over de instelling der slavernij den banvloek uitgesproken in bewoordingen, zoo als alleen het Zuiden ze kan ingeven. Al wat er ooit in het Noorden van gezegd is, is met viervoudige kracht aangevoerd bij dezediscussiënin het Zuiden. De wetgevende vergadering van den Staat Kentucky heeft eenmaal op het punt gestaan om maatregelen te nemen tot trapsgewijze emancipatie; de Staat Virginia is nagenoeg even ver gekomen, en Maryland heeft lang op den drempel staan weifelen. Erwas een tijd toen niemand twijfelde, dat al deze Staten spoedig vrije Staten zouden zijn. En welke is nu de reden, waarom zij het niet geworden zijn? Waarom zijn die beraadslagingen thans verstomd, en gaat men rugwaarts op den weg van geregtigheid? Het antwoord is met één woord te geven. Het is de uitbreiding van het slavenhoudend gebied, en de openstelling van eene groote zuidelijke slavenmarkt, die den voortgang van de emancipatie gestuit heeft.Terwijl deze Staten den slaaf begonnen te beschouwen als een wezen, dat toch mogelijk een mensch zou kunnen worden en terwijl zij voornamen om hem en zijne vrouw en kinderen den onschatbaren zegen der vrijheid te schenken, werd die groote zuidelijke slavenmarkt geopend. Het begon met de aanhechting van Missouri als een slavenhoudenden Staat, en het waren de uitgebragte stemmen van twee mannen uit het Noorden, die deze belangrijke zaak beslisten. Vervolgens vond door de toestemming en medewerking van mannen uit het Noorden, die onmetelijke toevoeging van slavengebied plaats, welke thans eene zoo onbegrensde markt oplevert, om de hebzucht van de noordsche slavenkweekende Staten te verlokken.Deze uitbreiding van grondgebied zal de emancipatie van een menschenras misschien eeuwen lang vertragen. Honderdduizende slavengezinnen zijn daardoor gedoemd tot droefenis en hartverscheurende scheiding, tot kermen en geween; in al de zuidelijke Staten heeft zij slaven-magazijnen doen verrijzen met hunne akelige martelwerktuigen; zij heeft ontelbare slavenkaravanen doen geboren worden, die hunne ketens rammelen en in beklagelijken optogt dit land der vrijheid doortrekken.Deze aanwinst van Slavenstaten heeft het hart van den meester verstaald en hetgeen te voren, vergelijkender wijze gesproken, eene vriendschappelijke betrekking was, doen veranderen in den afschuwelijksten en onmenschelijksten handel.De planter, wiens slaven rondom hem opgewassen waren en die hij bijna als mannen en vrouwen had leeren beschouwen, zag thans op elk zwart voorhoofd niets dan den marktprijs. Deze man gold duizend dollars en gene acht honderd. De zwarte zuigeling in de armen zijner moeder was een biljet van honderd dollars en niets meer. Al de edeler hoedanighedenvan hart en ziel, die den slaaf tot een broeder hadden moeten maken, gaven slechts eene hoogere waarde aan de koopwaar. Is de slaaf verstandig? Goed! dat maakt zijn prijs twee honderd dollars hooger. Is hij trouw en eerlijk? Goed! zet het in zijn certificaat; het is twee honderd dollars meer waard. Is hij Godsdienstig? Heeft die Heilige Geest Gods, wiens naam wij met eerbied en vreeze noemen, die verachte gedaante tot Zijn tempel verkozen? Laat ook dat in rekening gebragt worden bij den marktprijs, en de gave van den Heiligen Geest zal verkocht worden voor geld. Is hij een leeraar? ’t Doet er niet toe; ook dat heeft zijn prijs op de markt. Uit de Kerk en van de Avondmaalstafel worden de Christen-broeder en zuster genomen om de slaven-karavaan te vergrooten. En de vrouw, met hare teederheid, zachtheid, schoonheid; de vrouw aan wie het gemengde bloed van zwarte en blanke, bekoorlijkheden heeft gegeven, die voor eene slavin een gevaarlijk geschenk zijn,—wat is haar rampzalig lot bij dien vreeselijken handel? De volgende hoofdstukken zullen, dien betreffende, bijzonderheden mededeelen, die het hart zullen toenijpen van elke Christelijke moeder, zoo zij inderdaad dien heiligen naam waardig is.Maar wij zullen het niet bij beweringen laten. Wij hebben de kwestie geopperd, ten einde de bewijzen te leveren. Laten wij er toe overgaan.Het bestaan van dezen afschuwelijken handel is aan velen bekend, de bijzonderheden en de ontzaggelijke uitbreiding daarvan slechts aan weinigen.Wij zullen dit eenigzins in bijzonderheden nagaan. De Staten, die slaven uitvoeren, zijn: Maryland, Virginia, Kentucky, Noord-Carolina, Tennessee en Missouri. Dit zijn de slaven-kweekende, de overige de slaven-verbruikende Staten. In vorige hoofdstukken hebben wij de soort van advertentiën doen kennen, welke in die Staten gebruikelijk is; doch daar wij in de ziel des lezers iets van den indruk wenschen over te storten, die op ons-zelve gemaakt is door hare veeltalligheid en overvloed, zullen wij er hier nog eenige overnemen.Uit den StaatVirginia:Kanawha Republican, van Charleston in Virginia, 20 October 1852. Dat blad draagt aan het hoofd het mottoVrijheid, met eene banier:Drapeau sans tache.Contant geld voor Negers.De ondergeteekende wenscht te koopen eenige jonge negers,van 12 tot 25 jaren, voor welke de hoogste marktprijs contant zal betaald worden. Aan eenige regelen, hem over de post toegezonden, of aan een persoonlijk bezoek, zal dadelijk gevolg gegeven worden.20 October 1852.Jas. L. Ficklin.Alexandria Gazette, 28 October:Contant geld voor Negers.Voor het Zuiden wensch ik onverwijld zooveel negers,van 10 tot 30 jaren, te koopen als ik krijgen kan; ik wil den hoogsten contanten prijs betalen. Aan alle berigten wordt ten spoedigste voldaan.West-End, teAlexandriainVirginia, 26 October.Joseph Bruin.Lynchburg Virginian, 18 November:Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich te Lynchburg gevestigd hebbende, geeft de hoogste contante prijzen voor negers,tusschen 10 en 30 jaren. Zij, die negers te koop hebben, zullen in hun belang handelen door zich mondeling of schriftelijk tot hem te wenden in het Washington-Hotel te Lynchburg.5 November.J. B. McLendon.Rockingham Register, 13 November:Contant geld voor Negers.Ik wensch een aantal negers van beiderlei sekse en van elken ouderdom te koopen voor de zuidelijke markt; ik zal de hoogste contante prijzen betalen. Op brieven, die aan mij te Winchester, in Virginia, gerigt worden, zal ik onverwijld antwoorden.24 November 1846.H. J. McDaniel,Agent voorWm. Crow.Richmond Whig.16 November:Pulliam & Davis,Houders van verkoopingen van Negers.D. M. Pulliam.Hector Davis.Bovengenoemden blijven voortgaan met het verkoopen van negers, aan hunne inrigting in Wall-street.Door hunne ervaring in deze zakenkunnen zij instaan, dat voor al de aan hen toevertrouwde negers de hoogste prijzen zullen erlangd worden. Zij komen ook verkoopingen van negers houden op plantagiën, en wenschen alle curatoren, executeurs en administrateurs opmerkzaam te maken, dat zij voor hunne verkoopen gunstige voorwaarden stellen. Zij zijn ook ingerigt om negers behoorlijk te huisvesten en te voeden, à 25 cents per dag.Let wel.—Contant geld voor slaven.Degenen, die in het graafschap Buckingham en de omliggende graafschappen in Virginia, slaven willen verkoopen, zullen, door zich te wenden tot Anderson D. Abraham, Sr., of tot zijn zoon Anderson D. Abraham, Jr., tot de hoogste contante prijzen plaatsing vinden voor honderd vijftig à twee honderd slaven. Een van de bovengenoemden zal gedurende de eerstvolgende acht maanden altijd aan hunne woning in bovengenoemd graafschap en Staat te vinden zijn. Men adressere zich aan Anderson D. Abraham, Sr., Postkantoor te Maysville, White Oak Grove, Buckingham County, Virginia.Winchester Republican, 29 Junij 1852:Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich gevestigd hebbende te Winchester in Virginia, wenscht een groot aantal slaven van beiderlei sekse te koopen, waarvoor hij den hoogsten contanten prijs zal betalen. Personen, die zich van hunne slaven willen ontdoen, zullen in hun belang handelen door zich tot hem te wenden, alvorens die te verkoopen.Alle aanvragen, die aan hem gerigt worden in het Taylor-Hotel, te Winchester, in Virginia, zullen onverwijld worden beantwoord.27 December 1851.Elijah McDowel,Agent voorB. M. & Wm. L. Campbell, vanBaltimore.Voor den StaatMarylandnemen wij de volgende advertentiën over:Port Tobacco Times, van October 1852:Slaven benoodigd.De ondergeteekende is bij voortduring gevestigd te Middleville, in Charles County (vlak aan den weg van Port Tobacco naar Allen’s Fresh), waar hij al de slaven blijft koopen, die te verkrijgen zijn. Steeds wordt de uiterste prijs betaald, en ruime commissie gegeven voor inlichtingen, die tot een aankoop leiden. Men adressere zich persoonlijk of schriftelijk aan hem te Allen’s Fresh, Charles County.Middleville, 14 April 1852.John G. Campbell.Cambridge(Maryland)Democrat, 27 October 1852:Negers benoodigd.Ik wensch den slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen te berigten, dat ik weder aan de markt ben. Personen, die negers bezitten, welke voor hun leven slaven zijn, zullen in hun belang handelen met mij te spreken, daar ik voornemens ben de hoogste contante prijzen te betalen, waartoe de koers der zuidelijke markt regt geeft. Men kan mij vinden in het hotel van A. Hall te Easton, waar ik zal vertoeven tot 1o. Julij aanstaande. Brieven, die aan mij te Easton of aan Wm. Bell te Cambridge gerigt worden, zullen ten spoedigste worden beantwoord.Elken Maandag zal ik mij in het hotel van John Bradshaw te Cambridge bevinden.6 October 1852.Wm. Harker.Westminster Carroltonian, 22 October 1852:Vijf en twintig Negers benoodigd.De ondergeteekende verlangt 25 fiksche jonge negers te koopen, voor welke de hoogste prijzen zullen betaald worden. Alle aanvragen, die men aan hem te Baltimore zal rigten, zullen stipt beantwoord worden.2 Januarij.Lewis Winters.WatTennesseeaangaat vinden wij het volgende:Nashville True Whig, 20 October 1852:Te koop.21 fraaije negers, van onderscheiden leeftijd.6 OctoberA. A. McLean,Algemeen Agent.Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk te koopen een neger-timmerman. Ik zal een goeden prijs betalen.6 OctoberA. A. McLean,Algemeen Agent.Nashville Gazette, 22 October:Te koop.Verscheidenezeer aardige meisjes van 10 tot 18 jaren, eene vrouw van 24, en een zeer geschikte vrouw van 25, met drie zeer lieve kinderen.16 October 1852.Williams & Glover.Benoodigd.Ik wensch vijf en twintig fiksche negers,—mannen en vrouwen,tusschen 18 en 25 jaren—te koopen, waarvoor ik de hoogste contante prijzen betalen zal.20 OctoberA. A. McLean,Cherry Street.Memphis Daily Eagle and Enquirer:Vijfhonderd Negers benoodigd.Wij zullen de hoogste contante prijzen betalen voor alle goede negers, die ons aangeboden worden. Allen, dienegers te koop hebben, noodigen wij uit ons te komen spreken aan ons kantoor, tegenover de beneden-aanlegplaats der stoombooten. Wij zullen ook eene groote partij Virginia-negers in voorraad hebben. Wij hebben eene gevangenis, die even veilig is als eenige andere in het land en waar wij de negers, die men zou willen doen opsluiten, veilig kunnen bewaren.Bolton, Dickins & Co.Land en Negers te koop.Voor een prijsje wenscht men ongeveer 400 acres land over te doen, waarvan 200 in goeden staat van bebouwing, gelegen bij den spoorweg, omstreeks tien mijlen van Memphis. Alsmede 18 of 20 fraaije negers, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes. Voor de betaling van een gedeelte van den koopprijs zal uitstel gegeven worden.17 OctoberJ. M. Provine.Clarksville Chronicle, 3 December 1852:Negers benoodigd.Wij wenschen 25 geschikte negers te huren voor eene stoombootdienst tusschen New-Orleans en Louisville. Wij zullen zeer hooge prijzen betalen voor het saisoen, beginnende omstreeks 15 November.10 September.McClure & Crozier,Agenten.UitMissouri:Daily St. Louis Times, 14 October 1852:Reuben Bartlett,wonende nabij de Stadsgevangenis, zal de hoogste contante prijzen betalen voor alle goede negers, die hem aangeboden worden. Aan zijn kantoor zijn ook andere gegadigden bekend, die gaarne koopen en de hoogste contante prijzen betalen zullen.Negers worden bij hem tot den laagsten prijs in den kost genomen.Negers.Blakely en McAfee hunne vennootschap met wederzijdsch goedvinden ontbonden hebbende, zal de ondergeteekende blijven voortgaan met ten allen tijde de hoogste contante prijzen te betalen voor negers van iedere soort. Hij zal zich ook belasten met den verkoop van negers in commissie, daar hij eene gevangenis heeft, ingerigt om hen in den kost te nemen.Steeds zijn bij hem negers te koop.A. B. McAfee, 93,Olive Street.Honderd Negers benoodigd.Juist van Kentucky teruggekeerd zijnde, wensch ik, zoo spoedig mogelijk, honderd fraaije negers te koopen, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, waarvoor ik steeds vijftig à honderd dollars per stuk meer zal geven dan eenig ander handelaar te St. Louis of in den Staat Missouri. Men kan mij steeds vinden in „Barnum’s City Hotel,” te St. Louis.John Mattingly.Uit een ander blad van Missouri:Negers benoodigd.Ik betaal steeds de hoogste contante prijzen voor alle goede negers, die mij te koop geboden worden. Ik koop voor de markten van Memphis en Louisiana, en kan en zal zoo hooge prijzen betalen als eenig handelaar in dezen Staat. Allen, die negers te koop hebben, zullen wel doen zich tot mij te vervoegen aan mijne woning, no. 210, hoek van de Sixth en Wash-streets, te St. Louis.Thos. Dickins, van de firmaBolton, Dickins & Co.Honderd Negers benoodigd.Juist van Kentucky teruggekeerd zijnde, wensch ik zoo spoedig mogelijk, honderd fraaije negers te koopen, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, waarvoorik steeds vijftig à honderd dollars per stuk meer zal geven dan eenig ander handelaar te St. Louis of in den Staat Missouri. Men kan mij steeds vinden in „Barnum’s City Hotel,” te St. Louis.John Mattingly.B. M. Lynch,No. 104, Locust-street, te St. Louis in Missouri, is bereid de hoogste contante prijzen voor goede en fiksche negers te betalen; of voor anderen op eene goede plaats en onder eene veilige bewaring negers in den kost te nemen. Hij belast zich ook met den koop en verkoop van negers in commissie.Steeds zijn bij hem negers te koop.Wij bidden u, Christelijke lezer, te overwegen, welke soort van tooneelen in Virginia onder die advertentiën plaats grijpen. Gij ziet uit hare met zorg gekozene bewoordingen, dat alleen jongelieden genomen worden; en zij zijn slechts een proefje van de advertentiën, die maanden achtereen in de bladen van Virginia voorkomen. In een volgend hoofdstuk zullen wij den lezer het inwendige van die slaven-gevangenissen laten zien en hem het een en ander mededeelen van de dagelijksche voorvallen in deze soort van handel. Wij willen thans nog een blik werpen op de soortgelijke advertentiën in de zuidelijke Staten. De neger-karavanen, die in Virginia en de andere Staten gevormd worden, vindt men als volgt aangekondigd op de zuidelijke markt.Uit denNatchez(Mississippi)Free-Trader, 20 November:Negers te koop.De ondergeteekenden zijn zoo even aangekomen, regtstreeks van Richmond in Virginia, met een nieuwen en fraaijen voorraad negers, bestaande in: veld-arbeiders, huisbedienden, naaisters, keukenmeiden, waschvrouwen en strijksters, een uitstekend metselaar en andere ambachtslieden, die zij nu te koop bieden aan den Driesprong nabij Natchez in Mississippi, tot de billijkste prijzen.Zij zullen gedurende het saisoen verschen toevoer van Richmond in Virginia blijven ontvangen en aan alle ordersvoor elke soort van negers, die te Richmond verkocht worden kunnen, voldoen.Gegadigden zullen weldoen, onzen voorraad te komen bezigtigen, alvorens elders te koopen.20 November.Matthews, Branton & Co.Aan het Publiek.Koop en Verkoop van Negers.Robert S. Adams en Moses J. Wicks hebben heden eene vennootschap aangegaan onder de firma Adams & Wicks, voor den koop en verkoop van negers in de stad Aberdeen en elders. Zij hebben een agent aangesteld, die in de beide laatste maanden negers voor hen in de oude Staten heeft opgekocht. Een lid der firma, Robert S. Adams, vertrekt heden naar Noord-Carolina en Virginia en zal daar een groot getal negers voor deze markt aankoopen. Zij zullen gedurende het aanstaande najaar en den winter in hun depôt te Aberdeen een ruimen voorraad uitgezochte negers voorhanden hebben, die zij verkoopen zullen totlage prijzen à contant,of voor wissels op Mobile.Aberdeen in Mississippi,7 Mei 1852.Robert S. Adams.Moses J. Wicks.Slaven! Slaven! Slaven!Wekelijks versche aanvoer.—Daar wij ons gevestigd hebben aan den Driesprong, nabij Natchez, bij een contract voor verscheidene jaren, hebben wij thans voorhanden, gelijk wij het geheele jaar door zullen hebben, een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers, bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden, keukenmeiden, naaisters, waschvrouwen, strijksters, enz., welke wij even laag of lager dan eenig ander huis alhier of te New-Orleans kunnen en willen verkoopen.Personen, die aankoopen wenschen te doen, worden aangemaand ons te bezoeken alvorens zich elders te verbinden, daar onze geregelde aanvoer ons steeds voorziet van een goed en aanzienlijk assortiment. Wij geven den verkoopers vele faciliteiten. Komt en ziet!16 October 1852.Griffins & Pullam.Negers te koop.Ik ben zoo even aan den Driesprong teruggekeerd met vijftig fraaije jonge negers.22 SeptemberR. H. Elam.Let wel!De ondergeteekende berigt het geëerde publiek, dat hij zijne plaats aan den Driesprong voor eenige jaren gehuurd heeft en voornemens is gedurende den loop van het jaar aldaar eene aanzienlijke partij negers in voorraad te houden. Hij zal die even laag of lager verkoopen dan eenig handelaar alhier of te New Orleans.Hij is juist van Virginia teruggekeerd met eene fraaije partij veld-arbeiders en arbeidsters en huisbedienden, drie keukenmeiden, een timmerman en drie paarden. Komt en ziet.Thos. G. James.Daily Orleanian, 19 October 1852.W. F. Tannehill,No. 159,Gravier-street.Slaven! Slaven! Slaven!Zij zijn steeds in voorraad, en worden gekocht en verkocht tot de billijkste prijzen. Veld-arbeiders, keukenmeiden, waschvrouwen, strijksters en in het algemeen alle huisbedienden. Er kunnen informatiën gegeven worden.14 October.(De volgende advertentie was in het Fransch gesteld.)Slavendepôtte New Orleans,No. 68, Rue Baronne.Wm. F. Tannehill & Co. hebben steeds een compleet assortiment met zorg gekozene slaven te koop. Ook koopen en verkoopen zij slaven in commissie.Zij hebben thans in voorraad een groot getal negers,die per maand verhuurd worden, en waaronder zich bevinden jonge knapen, huisbedienden, keukenmeiden, waschvrouwen, strijksters, minnen, enz.Inlichtingen te verkrijgen bij:Wright, Williams & Co.Moon, Titus & Co.Williams, Phillips & Co.S. O. Nelson & Co.Moses Greenwood.E. W. Diggs.New-Orleans Daily Crescent, 21 October 1852:Slaven!James White, No. 73, Baronne-street, te New Orleans, zorgt met naauwgezetheid voor de ontvangst, het onderhoud en den verkoop van aan hem geconsigneerde slaven. Hij koopt en verkoopt ook in commissie. Inlichtingen te verkrijgen bij de heeren Robson & Allen McRea, Coffman & Co.; Pregram, Bryan & Co.23 September.Negers benoodigd.Er worden vijftien of twintig goede mannelijke negers gevraagd voor eene plantage. Het beste loon zal gegeven worden tot 1 Januarij 1853.Men adressere zich aan11 September.Thomas G. Mackey & Co.5,Canal-street, hoek van het Magazijn, bovenverdieping.Uit een ander nommer van denNatchez Free Tradernemen wij het volgende over:Negers.De ondergeteekende berigt aan het geëerde publiek, dat hij thans eene partij van vijf en veertig negers in handen heeft, daar hij heden eene bezending van vijf en twintig heeft ontvangenregtstreeks uit Virginia, twee of drie goede keukenmeiden, een wagenvoerder, een goede huisknecht,een vioolspeler,eene keurige naaister,en een fiksch partijtje veld-arbeiders en arbeidsters; al dewelke hij met eenekleine winst zal van de hand doen, daar hij wenscht uit te verkoopen ennaar Virginia terug te keeren om een partijtje voor den najaarshandel uit te zoeken. Komt en ziet.Thomas G. James.De slavenkweekerij der noordelijke Staten is meermalen aangetoond, besproken en erkend, zoo in de handelstatistiek dier Staten, als in de redevoeringen van regtschapene mannen, die dit teregt betreurd hebben als eene vernedering huns vaderlands.In 1811 rigtte de „British and Foreign Anti-Slavery Society” eenige vragen betreffende den binnenlandschen Amerikaanschen slavenhandel aan de „American Anti-Slavery Society”. Ter voldoening daaraan werd een veelzijdig onderzoek in het werk gesteld, welks resultaten te Londen het licht zagen, en uit dat boekdeel nemen wij het volgende over:DeVirginia Times(een weekblad dat te Wheeling in Virginia verschijnt) schat in 1836 het aantal slaven, die ten verkoop uit dien Staat alleen uitgevoerd zijn gedurende de voorafgegane twaalf maanden, opveertig duizend, wier gemiddelde waarde op vier en twintig millioen dollars berekend wordt.Zoo men wil aannemen, dat Virginia alleen de helft van den uitvoer in het genoemde tijdvak heeft geleverd, dan komen wij tot het ontzettende cijfer vantachtig duizend slaven, die in één enkel jaar uit de slavenkweekende Staten zijn vervoerd. Wij kunnen niet met zekerheid bepalen in welke evenredigheid door de andere Staten tot den uitvoer bijgedragen is; maar Maryland komt ten aanzien der getallen het naast bij Virginia, Noord-Carolina volgt op Maryland, Kentucky op Noord-Carolina en dan komen Tennessee en Delaware.DeNatchez(Mississippi)Courierzegt, „dat de Staten Louisiana, Mississippi, Alabama en Arkansas gedurende 1836twee honderd en vijftig duizendslaven uit de meer noordelijk gelegene Staten ingevoerd hebben.”Dit zou volstrekt ongeloofelijk schijnen; maar vermoedelijk zijn hierin al de slaven begrepen, die met hunne meesters medegekomen zijn toen deze zich hier nedergezet hebben.De volgende zinsneden uit denVirginia Timesschijnen die stelling te bevestigen:„Door deskundigen hebben wij het getal slaven, die in de laatst verloopen twaalf maanden van Virginia uitgevoerd zijn, hooren schatten op honderd en twintig duizend, makende, elken slaaf gemiddeld ten minste op zes honderd dollars gerekend, eene som van twee en zeventig millioen dollars. Van het getal uitgevoerde slaven is niet meer daneen derde gedeelteverkocht, zijnde de andere medegenomen door hunne meesters die verhuisd zijn.”Zoo men een derde gedeelte als het getal der verkochten beschouwt, zijn er meer dan tachtig duizend ten verkoop ingevoerd in de vier Staten Louisiana, Mississippi, Alabama en Arkansas. Onderstelt men dat de helft van tachtig duizend verkocht zijn in de overige aankoopende Staten, Zuid-Carolina, Georgia en het gebied van Florida, dan komt men tot de conclusie, dat eenige jaren vóór de groote financieele crisis van 1837, meer dan honderd en twintig duizend slaven van de aankweekende naar de verbruikende Staten werden uitgevoerd.DeBaltimore Americanneemt het volgende over uit een blad van den Staat Mississippi, van het jaar 1837:„Uit het rapport over de bestaande financieele crisis, opgemaakt door de in eene bijeenkomst der burgers van Mobile benoemde commissie, blijkt, dat er een zoo uitgestrekt gebruik is gemaakt van slaven-arbeid, dat Alabama sedert 1833 jaarlijks voor ongeveer tien millioen dollars van die soort van eigendom van andere Staten gekocht heeft.”„Het handelen in slaven,” zegt hetBaltimore(Maryland)Registervan 1829, „is een veel omvattend bedrijf geworden; op verscheidene plaatsen in Maryland en Virginia zijn etablissementen opgerigt, waar zij als vee verkocht worden. Deze bewaarplaatsen zijn stevig gebouwd en ruim voorzien van ijzeren duimschroeven en mondproppen, en opgetooid met allerlei soorten van lederen zweepen, waaraan men dikwijls het bloed ziet kleven.”Professor Dew, thans president van de „University of William and Mary”, in Virginia, zegt op blz. 120 van zijn overzigt van de debatten, in 1831 en 1832 in de wetgevende vergadering van Virginia gehouden:„Aangezien een volkomen equivalent in de plaats van den slaaf gelaten wordt (de koopprijs), is deze emigratie een voordeel voor den Staat, en vermindert de zwarte bevolking niet zoo veel als bij den eersten oogopslag zou schijnen, dewijl de meester hierin alle aanleiding vindt, om goed voor de negers te zorgen,hunne vermeerdering te bevorderen en er het grootst mogelijke getal van aan te kweeken.” En iets verder zegt hij: „Virginia is inderdaad eene slavenkweekschool voor de andere Staten.”De heer Goode zeide in 1832 in eene redevoering, die hij in de wetgevende vergadering van Virginia hield:„Het overgroote nut der slaven in het Zuiden zal daarnaarzooveel vraagdoen ontstaan, dat zij er door van onze grenzen verwijderd zullen worden. Wij zullen hen uit onzen Staat zenden, dewijlons belangdit zal medebrengen; maar er zijn leden, die vreezen, datde markten van andere Statenvoor den invoer onzer slaven gesloten zullen worden. Mijne heeren, de vraag naar slavenarbeidmoet toenemen,” enz.Bij de debatten van de Conventie van Virginia in 1829, zeide de regter Upshur:„De waarde der slaven, als eigendom, hangt veel af van den toestand der buitenmarkt. Uit dit oogpunt beschouwd, is het de waarde van land inandere Staten, niet hier, die den maatstaf aan de hand geeft. Niets is wisselvalliger dan de waarde der slaven. Eene onlangs in Louisiana aangenomene wet, deed, twee uren nadat hare aanneming bekend was geworden, hunne waarde vijf en twintig percent dalen.Zoo, gelijk ik ook vertrouw, de aanwinst van het landschap Texas ons beschoren ware, zal hun prijs weder vooruitgaan.”De heer Philip Doddridge zeide in de zoo even genoemde Conventie (blz. 89 der debatten):„De aanwinst van Texas zal de waarde van den bedoelden eigendom (de slaven) grootelijks vermeerderen.”Door Dr. Graham, van Fayetteville, in Noord-Carolina, werd in eene bijeenkomst van belanghebbenden bij de kolonisatie, gehouden in het najaar van 1837, gezegd:„In den afgeloopen winter werden ongeveer zeven duizend slaven op de markt van New-Orleans te koop geboden. Alleen van Virginia werden jaarlijks zes duizend naar hetZuiden gezonden, en uit Virginia en Noord-Carolina waren in de laatste twintig jarendrie honderd duizend slavennaar het Zuiden gevoerd.”De heer Henry Clay, van Kentucky, zegt in de rede, die hij in 1829 voor de „Colonisation Society” uitsprak:„Het is te gelooven, dat nergens in de landbouwende streken der Vereenigde Staten van slaven-arbeid algemeen gebruik zou gemaakt worden, indien de grondeigenaren niet verlokt werden omslaven op te kweeken, door hun hoogen prijs op de markten in het Zuiden.”In hetNew-York Journal of Commerce, van 12 October 1835, komt een brief voor van een Virginiër, wien de redacteur „een achtenswaardig en gevoelig man” noemt, en die daarin opgeeft dat in genoemd jaar, hetwelk nog slechts voor drie vierde gedeelten verstreken was,twintig duizendslaven uit Virginia naar het Zuiden waren vervoerd.De heer Gholson zeide in eene rede, welke hij den 18 Januarij 1831 in de wetgevende vergadering van Virginia uitsprak (zie denRichmondWhig):„’t Is er door lieden van den ouderwetschen stempel altijd voor gehouden (misschien ten onregte), dat de eigenaar van een land een beslist regt heeft op de jaarlijksche opbrengst; de eigenaar van boomgaarden, op de jaarlijksche vruchten; de eigenaar van merries op hare veulens,en de eigenaar van slavinnen op hare kinderen. Wij bezitten het fijn geslepene verstand niet, noch de regtskennis, om het technische onderscheid te kunnen zien, dat door sommigen gemaakt is,” (namelijk het onderscheid tusschen merriën en slavinnen.) „De regtsregelpartus sequitur ventremis te gelijk ontstaan met het eigendomsregt-zelf, en gegrond op wijsheid en regtvaardigheid. Het is uithoofde van de regmatigheid en onschendbaarheid van dezen stelregel, dat de meester zich berooft van de diensten der slavin, haar laat verplegen en oppassen en haar hulpeloos kind opvoedt. De waarde der bezittingregtvaardigt de kosten, en ik aarzel niet te zeggen,dat in de vermeerdering daarvan veel van onzen rijkdom bestaat.Kan eenig vertoog over den toestand, waarin de openbare meening door het stelsel der slavernij gebragt wordt, zooveelzeggen als deze woorden, wanneer wij bedenken dat zij in de wetgevende vergadering van Virginia uitgesproken zijn? Zou men niet gelooven, dat Washington moet blozen in zijn graf, dat de Staat, waar hij het levenslicht aanschouwde, zoo diep gevallen is? Dat er echter nog harten in Virginia klopten, die gevoelig voor de schande waren, blijkt uit het volgende antwoord van den heer Faulkner aan den heer Gholson, in de Virginische kamer van afgevaardigden in 1832 (zie denRichmond Whig):„Maar hij (de heer Gholson) heeft trachten aan te toonen, dat de afschaffing der slavernij onstaatkundig zou zijn, dewijl uwe slaven den geheelen rijkdom van den Staat uitmaken,het geheele productief vermogenvormen, dat Virginia bezit; en, mijne heeren, zoo als de tegenwoordige stand van zaken is,geloof ik dat hij gelijk heeft. Hij zegt, dat de slaven den geheelen beschikbaren rijkdom van oostelijk Virginia uitmaken. Is het waar, dat gedurende twee honderd jaren de eenige vordering in den rijkdom en de middelen van Virginia een gevolg geweest is van de natuurlijke toeneming van dat rampzalige geslacht? Kan het zijn, dat deze Staat geheel afhankelijk is van dien aanwas? Vóór dat ik deze verklaringen hoorde; had ik de afgrijselijke diepte van dit kwaad niet volkomen gepeild. Deze heeren voeren een feit aan, dat door de geschiedenis enden tegenwoordigen toestand der Republiekmaar al te zeer bevestigd wordt. Hoe, mijne heeren, hebt gij twee honderd jaren zonder persoonlijke inspanning of productieve nijverheid geleefd, in buitensporigheden en vadsigheid, alleen staande gehouden door de opbrengst van den verkoop der vermeerdering van de slaven en slechts die behoudende, welke uwe thans verarmde landerijen kunnen onderhouden als voortkweekers?”De heer Thomas Jefferson Randolph voerde de volgende taal in de wetgevende vergadering van Virginia (Liberty Bell, bLz. 20):„Ik ben het met de heeren eens, aangaande de noodzakelijkheid om den Staat voor de binnenlandsche verdediging te wapenen. Ik zal met hen medewerken tot alle middelen om het vertrouwen bij het algemeen te doen herlevenen onze vrouwen en kinderen een gevoel van veiligheid in te boezemen. Blaar toch, mijneheeren, moet ik vragen, op wie de last van deze verdediging drukken zal? Niet op de weelderige meesters van hunne honderd slaven, die nimmer zullen uittrekken dan om met hunne gezinnen te vlugten als het gevaar dreigt. Neen, mijne heeren, hij zal drukken opde minder rijke klasse onzer burgers, voornamelijk op hendie geene slavenhouders zijn. Ik heb patrouilles gezien waaronder niet één slavenhouder was, en dit is het doorgaande gebruik des lands. In tijden van beroering heb ik rustig geslapen, zonder door eenige zorg gekweld te zijn, terwijl die personen, die niets van al dien eigendom bezaten, door dwang genoodzaakt, voor de kleinigheid van vijf en zeventig cents in de twaalf uren, rondom mijn huis patrouilleerden en dien eigendom bewaakten die even gevaarlijk was voor hen als voor mij. In allen gevalle is dit ook slechts een hulpmiddel. Naarmate deze bevolking talrijker wordt, is zij minder voortbrengend. Uwe wacht moet vermeerderd worden, tot eindelijk de voordeelen niet meer opwogen tegen de kosten om haar in toom te houden. De slavernij heeft de vermindering der vrije bevolking van een land tot gevolg.„Mijnheer heeft de kinderen van de slavinnen als een gedeelte van het voordeel opgenoemd. Dit wordt toegegeven; maar geen groot kwaad kan uit den weg geruimd, geen goed tot stand gebragt worden, zonder dat er eenige bezwaren uit voortvloeijen. ’t Is nu de vraag in hoe verre het wenschelijk is, dezen tak van voordeel te bevorderen en aan te moedigen. Het is in sommige gedeelten van Virginia eene practijk, en wel een toenemende practijk, slaven voor de markt op te kweeken. Hoe kan een man van eer, een vaderlander, een beminnaar van zijn geboortegrond, het gezigt dulden, dat de oude Staten, verheerlijkt door de zelfopoffering en vaderlandsliefde hunner zonen in den kamp der vrijheid, veranderd worden in ééne groote menagerie, waar menschen voor de markt worden gefokt gelijk runderen voor de slagtbank? Is het beter, neen, is het niet nog slechter dan de slavenhandel, een handel die slechts door de vereenigde pogingen van alle deugdzamen en verstandigen van elk geloof en elke hemelstreekkan afgeschaft worden? De handelaar ontvangt den slaaf, die door taal, voorkomen en zeden voor hem een vreemdeling is, van den koopman, die hem uit het binnenland gehaald heeft. De banden van vader, moeder, echtgenoot en kind zijn alle vaneen gerukt; eer hij hem ontvangt, is zijne ziel verstompt. Maar hier, mijne heeren, worden personen, die de meester van kindsbeen aan gekend heeft, die hij heeft zien dartelen in de onschuldige buitelingen der kindschheid, die zich gewend hebben tot hem op te zien om bescherming, door hem ontrukt aan de armen der moeder en verkocht in een vreemd land, onder vreemde menschen en neêrgebogen onder de zweep van wreede opzigters.Hij heeft de slavernij hier pogen te verdedigen op grond dat zij bestaat in Afrika, en voorts beweerd, dat zij over de geheele wereld bestaat. Op denzelfden grond kon hij het Mahomedaansche geloof voorstaan, met de veelwijverij, de voortdurende strooptogten en rooverijen en moorden, of eenige andere afschuwelijkheid van de wilden. Bestaat de slavernij in eenig gedeelte van het beschaafde Europa? Neen, mijne heeren, nergens.De berekeningen in het boekdeel, waaruit wij onze aanhalingen overgenomen hebben, dagteekenen van het jaar 1841. Sedert dien tijd is de oppervlakte van de zuidelijke slavenmarkt verdubbeld en heeft de slavenhandel eene daarmede gelijken tred houdende uitbreiding ondergaan. De bladen in het Zuiden wemelen van advertentiën dienbetreffende. Het is, om de waarheid te zeggen, de groothandel van die streken. Alleen uit de haven van Baltimore zijn in de twee laatste jaren duizend en drie en dertig slaven verscheept naar de zuidelijke markt, zoo als blijken kan uit de volgende opgave van het tolkantoor.LIJSTvan het aantal schepen met slaven aan boord, die van 1 Januarij 1851 tot 20 November 1852 in het district Baltimore naar zuidelijke havens uitgeklaard zijn:DATUMS.SOORT.NAMEN.BESTEMMING.GETAL SLAVEN.1851.Jan. 6Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),16Jan. 10Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),6Jan. 11Bark,Elizabeth,New Orleans,92Jan. 14Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),9Jan. 17Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),6Jan. 20Bark,Cora,New Orleans,14Feb. 6Bark,E. A. Chapin,New Orleans,31Feb. 8Bark,Sarah Bridge,New Orleans,34Feb. 12Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),5Feb. 24Schoener,H. A. Barling,New Orleans,37Feb. 26Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),3Feb. 28Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),42Maart 10—Edward Everett,New Orleans,20Maart 21Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),11Maart 19Bark,Baltimore,Savannah,13April 1Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),7April 2Brik,Waverley,New Orleans,31April 18Sloep,Baltimore,Arquia Creek (Virg.),4April 23—Charles,New Orleans,25April 28Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),5Mei 15Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),27Mei 17Schoener,Brilliant,Charleston,1Junij 10Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),3Junij 16Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),4Junij 20Schoener,Truth,Charleston,5Junij 21—Herman,New Orleans,10Julij 19Schoener,Aurora,Charleston,1Sept. 6Bark,Kirkwood,New Orleans,2Oct. 4Bark,Abbott Lord,New Orleans,1Oct. 11Bark,Elizabeth,New Orleans,70Oct. 18—Edward Everett,New Orleans,12Oct. 20Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),1Nov. 13—Eliza F. Mason,New Orleans,57Nov. 18Bark,Mary Broughtons,New Orleans,47Dec. 4—Timoleon,New Orleans,22Dec. 18Schoener,H. A. Barling,New Orleans,451852.Jan. 5Bark,Southerner,New Orleans,52Feb. 7—Nathan Hooper,New Orleans,51Feb. 21—Dumbarton,New Orleans,2Maart 27Sloep,Palmetto,Charleston,36Maart 4Sloep,Jewess,Norfolk (Virg.),34April 24Sloep,Palmetto,Charleston,8April 25Bark,Abbott Lord,New Orleans,36Mei 15—Charles,New Orleans,2Junij 12Sloep,Pampero,New Orleans,4Julij 3Sloep,Palmetto,Charleston,1Julij 6Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),7Julij 6Sloep,Maryland,Arquia Creek (Virg),4Sept. 14Sloep,North Carolina,Norfolk (Virg.),15Sept. 23—America,New Orleans,1Oct. 15—Brandywine,New Orleans,6Oct. 18Sloep,Isabel,Charleston,1Oct. 28Schoener,Maryland,New Orleans,12Oct. 29Schoener,H. M. Gambrill,Savannah,11Nov 1—Jane Henderson,New Orleans,18Nov. 6Sloep,Palmetto,Charleston,31033Zoo wij nog een blik slaan op de advertentiën zullen wij zien, dat de handelaars alleen de jonge slaven nemen, tusschen de tien en dertig jaren. Maar hier betreft het slechts ééne haven en slechts ééne wijze van uitvoer; want groote getallen worden in karavanen over land verzonden; en evenwel vindt de heer J. Thornton Randolph goed, de negers van Virginia voor te stellen als levende in landelijke rust, vreedzaam hunne pijp rookende onder hunne eigene wijnstokken en vijgenboomen, terwijl de patriarch van den troep verklaart, „dat hij in zijn heele leven niet gehoord heeft van het verkoopen van een neger naar Georgia, tenzij die neger zich uiterst slecht gedragen had.”De commissie tot de opstelling van het boek, dat wij boven hebben aangehaald, geeft eene treffende schets van den invloed van dien handel op meester en slaaf beide, die wij niet kunnen nalaten over te nemen:Dit stelsel drukt met ontzettende zwaarte op den slaaf. Het houdt hem onder voortdurende vrees van aan denzieldrijver1verkocht te zullen worden, hetwelk voor den slaaf de verwezenlijking is van alle denkbare jammer en ellende en door hem erger gevreesd wordt dan de dood. Een ontzettend voorgevoel van dit lot hangt den rampzalige dag en nacht, van de wieg tot aan het graf, boven het hoofd. Hij weet, dat er geen uur voorbijgaat, hetzij hij slape hetzij hij wake, dat niet het laatste welligt zal zijn, hetwelk hij bij vrouw en kinderen doorbrengt. Elken dag of week wordt een bekende van zijne zijde weggerukt, en zoo blijft de herinnering aan zijn eigen gevaar voortdurend bij hem levendig. „Eerlang zal gewis de beurt aan mij komen,” is zijne folterende gedachte; want hij weet, dat hij daarvoor opgekweekt is, als een os voor het juk, als een schaap voor de slagtplaats. In dezen staat van zaken is de toestand van den slaaf waarlijk onbeschrijfelijk.Wachten, al betreft het geene zaak van gewigt en al duurt het slechts een nacht, is moeijelijk te verduren. Maar wanneer iets vreeselijks hangt boven alles, volstrekt bovenalles wat dierbaar is, en over het tegenwoordige zijne schaduw en over de toekomst eene sombere tint werpt, dan waarlijkmoethet hart er onder breken. En dat is het zwaard, dat iederen slaaf in de slavenkweekende Staten, voortdurend boven het hoofd hangt. Zijn gering deel van geluk wordt er door vergiftigd. Zoo hij vader is, kan hij niet naar den arbeid gaan zonder in gedachten zijne vrouw en kinderen vaarwel te zeggen. Hij kan niet aêmechtig en afgemat van het veld terugkeeren, met de zekerheid dat hij zijne stulp niet beroofd en ledig zal vinden. Evenmin kan hij zich neêrstrekken op zijn bed van stroo en lappen zonder de snerpende vrees, dat zijne vrouw vóór den morgen uit zijne armen gescheurd zal worden. Nadert een blanke zijns meesters huis, hij vreest dat dezieldrijvergekomen is en verwacht met schrik des opzigters bevel: „Gij zijt verkocht; volg dien man.” Er is geen wezen op aarde, die den slaven in de slavenkweekende Staten zooveel schrik inboezemt als dehandelaar. Hij is hun wat de roofzuchtige ronselaar voor hunne minder beklagenswaardige broederen in de wildernissen van Afrika is. De meester weet dit, als ook dat er geene zoo krachtige straf is om eenig werk verrigt te krijgen of hen van slecht gedrag af te houden, dan de bedreiging dat hij hen aan denzieldrijverzal overleveren.„Een ander gevolg van dit stelsel is de aanmoediging van losbandigheid. Deze is inderdaad overal eene der zwartste vlekken op de slavernij; doch voornamelijk heeft zij onbeteugeld de bovenhand waar hetaankweeken van slavenals een bedrijf wordt uitgeoefend. Zij is eene der regtstreeksche gevolgen van het stelsel en onafscheidelijk daarvan.*   *   *De geldelijke verlokking tot een algemeen zedenbederf moet zeer sterk zijn, daar de winst van den meester met de vermeerdering der slaven stijgt, en voornamelijk sedert voor hetgemengde bloedeen aanmerkelijkhoogere prijsbesteed wordt dan voorhet zuiver zwart.”Het overige van deze beschouwing treedt in bijzonderheden, die te schrikkelijk zijn om hier overgenomen te worden. Men vindt ze in het bedoelde boekdeel op blz. 13.De dichters van Amerika, getrouw aan hunne heilige roeping, hebben over sommige der ontzettende realiteiten van den slavenhandel het zachte licht der poëzij uitgestort. Longfellow en Whittier hebben in verzen, zoo schitterend als paarlen, doch tevens zoo smartelijk als de tranen eener moeder, eenige voorvallen uit dit onnatuurlijk en akelig bedrijf geschetst. Laten wij, om de wille der menschheid, hopen dat in het eerste gedicht geenalledaagsch voorvalbeschreven wordt.De Quarteronne.2Des slavenhalers schip lag daarVoor anker op de reê;Hij wachtte nog op ’t maanlicht maarEn de avond-eb der zee.Zijn boot lag aan den wal en ’t volkJoeg met een driesten moed,Den alligator uit zijn kolkNaar ’t midden van den vloed.Oranjegeur woei keer op keerHun tegen van het strand,Als aâmde er een uit beter sfeerEen wereld toe vol schand.De planter rookte kalm en zoetIn schaaûw van ’t rieten dak;De slavenhaler maakte spoed,De hand aan ’t hek, en sprak:„Mijn schip ligt ginder kant en klaarVoor anker op de reê;Ik wacht nog op het maanlicht maarEn de avond-eb der zee.”Vòòr hen, met opgeheven blik,Maar toch door schroom geplaagd,Zat, half nieuwsgierig, half vol schrik,Een Quarteronne-maagd.Haar groot schoon oog—het glansde als git,Haar arm en hals was bloot,Zij droeg een rok slechts, blinkend wit,En ’t hair, dat haar omvloot.En om haar mondje speelde een lach,Zoo als uw oog misschienTer kerk in ’t beeld van marmer zag,En heilgen dacht te zien.„De grond wordt schraal, de hoeve is oud,”Zei toen de planter weêr,En sloeg nu eens het oog op ’t goudEn dan op ’t meisje neêr.Er kampte een tweestrijd in zijn zielOm winst, zoo laag als snood;Hij wist van wien ze ’t leven hiel,Wiens bloed haar borst doorvloot.In ’t eind—zijn beter ik bezweek;Hij nam het blinkend goud.Toen werd het meisje doodlijk bleek,Haar hand als ijs zoo koud.De slavenhaler greep die hand,En bragt, bij maanlichtschijn,Ze aan boord, om in het vreemde landHem ter boelin te zijn.H. W.Longfellow.KlagtEener slavenmoeder van Virginia over hare dochters, naar het Zuiden als slavinnen verkocht.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Waar de slavenzweep staâg prest.Waar ’t insect venijnig kwetst,Waar de koorts haar gift in ’t bloedMet den nachtdauw vloeijen doet,Waar het zieklijk zonlicht kamptMet den pestwalm die er dampt!—Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Weggevoerd door beulenhandUit Virgienje’s heuv’lig land.Wee mij! van zijn waterstroomen,Zijn mijn kindren weggenomen!Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Daar hoort ’s moeders oor haar nooit,Ziet geen moederoog haar ooit;Nooit, wanneer de geeselriem’t Lijf haar voort met striem bij striem,Streelt een moederhand haar teêr,Vlijen ze aan haar borst zich neêr.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Als zij ’s avonds, God weet hoe!’t Veld verlaten, loom en moê,Flaauw van pijn, en uitgeputKeeren naar heur sombre hut,—Snelt geen broeder ze in ’t gemoet,Brengt geen vader haar zijn groet.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Verre van den boom waar ’t paarSpeelde en stoeide met elkaâr;Van de bronwel, aan wier randZij vaak dwaalden hand aan hand;Van de woning van ’t gebed,Waar zij hoorden van Gods wet.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Over dag geen oogwenk rust,’s Nachts ter prooi aan ’s planters lust.Och, greep nu de dood ze maar!Rustten zij slechts naast elkaâr,Waar geen dwing’land haar meer pijnt,En de boei niet langer schrijnt!Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Om ’t gekrookte riet, dat HijSpaart uit Vadermedelij’,Zij Hij, die alleen maar weetWat mijn dierbaar kroost al leed,Steeds haar toevlugt in de smart,Met een meer dan moederhart!Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Weggevoerd door beulenhandUit Virgienje’s heuv’lig land.Wee mij! van zijn waterstroomenZijn mijn kindren weggenomen!John G. Whittier.Het volgende uittreksel uit een brief van Dr. Bailey, voorkomende in deEravan 1817, behelst een overzigt nopens deze zaak, dat sommige Virginische familiën meer eer aandoet. Moge het getal van hen, die weigeren om anders dan door emancipatie van hunne slaven afstand te doen, meer en meer toenemen!De verkoop van slaven naar het Zuiden is zeer uitgebreid. Zoo ver ik heb kunnen vernemen, kweeken de slavenhandelaars hen niet opzettelijk met dat doel aan. Maar er is b. v. een man, met een twintigtal slaven, gevestigd op eene uitgeputte plantage. Deze moet het onderhoud voor allen opleveren; maar dit neemt af naar mate zij vermeerderen. Het gevolg is, dat hij hen moet emanciperen of verkoopen. Maar hij is in schulden geraakt, en verkoopt hen om zijne schuld te kwijten, als ook om zich van een aantal monden te ontslaan. Of hij heeft geld noodig om zijne kinderen eene opvoeding te geven; of eindelijk worden de slaven verkocht op regterlijk gezag. Door deze en andere oorzaken verdwijnen voortdurend aanzienlijke getallen slaven uit den Staat, zoodat de eerstvolgende census ongetwijfeld eene groote vermindering in de slavenbevolking zal aanwijzen.Het saisoen voor dezen handel duurt gemeenlijk van November tot April; en sommigen berekenen, dat het gemiddeld getal slaven, dat gedurende zes maanden wekelijks langs den zuidelijken spoorweg vervoerd wordt, ten minste 200 bedraagt. Een slavenhandelaar verhaalde mij, dat hem een voorbeeld bekend was, dat er 100 op éénen avond vervoerd waren. Doch dit is slechts één weg. Er worden ook groote getallen westelijk gezonden, of over zee langs de kust. De Davises, te Petersburg, zijn de groote slavenhandelaars. Zij zijn Joden, die vele jaren geleden daar kwamen als arme marskramers; en thans, verneem ik,zijn zij leden van eene familie, die hare vertegenwoordigers te Philadelphia, New-York en elders heeft. Deze lieden zijn altijd aan de markt en geven den hoogsten prijs voor slaven. Gedurende den zomer en het najaar echter koopen zij die allerwege op voor lage prijzen, kleeden, scheren, wasschen hen, maken hen vet zoodat zij een goed voorkomen hebben, en verkoopen hen met aanzienlijke winst. Het zou niet onaardig zijn eens te weten hoeveel kapitaal en welke firma’s van sommige steden in het Noorden, in dezen verfoeijelijken handel betrokken zijn.Er zijn hier vele planters, die niet bewogen kunnen worden om hunne slaven te verkoopen. Zij hebben er verreweg meer dan zij aan het werk kunnen zetten, en zij zouden er ten allen tijde goede prijzen voor kunnen bedingen. De verzoeking is sterk, want zij hebben meer geld en minder onderhoorigen noodig. Maar zij bieden er weêrstand aan en niets kan hen overhalen om afstand te doen van een enkelen slaaf, ofschoon zij weten, dat zij eene aanmerkelijke winst zouden maken als zij maar de helft wilden verkoopen. Zulke lieden zijn te goedhartig om slavenhouders te wezen. Gave de hemel, dat zij het van hun pligt begonnen te rekenen, nog één stap verder te gaan en bevrijders hunner slaven te worden! Deze klasse van planters bestaat meerendeels uit Godsdienstige mannen, en van hen zijn grootendeels de emancipatiënbij testamentafkomstig, waarvan wij nu en dan hooren.

Waarin is de levenskracht der slavernij hier te lande gelegen? De slavernij, die een onnatuurlijke en ziekelijke toestand der maatschappij is, en eene verkwistende en uitputtende wijze van bebouwing van den grond, zou reeds lang van zelve te niet gegaan en in onbruik geraakt zijn, ware zij niet in stand gehouden door deze of gene onnatuurlijke oorzaak.

Welke is in Amerika die onnatuurlijke oorzaak geweest? Waarom heeft de heelkracht der natuur, welke die ijselijke wonde in al de noordelijke Staten genas, gefaald aan de grensscheiding van het Zuiden? In Delaware, Maryland, Virginia en Kentucky heeft de slavenarbeid reeds sedert lang den grond bijna onherstelbaar verarmd, en is ten slotte geheel nadeelig geworden. ’t Is welbekend, dat de kwestie der emancipatie in al die Staten breedvoerig is behandeld. Zij is besproken in de wetgevende vergaderingen, en mannen van het Zuiden hebben over de instelling der slavernij den banvloek uitgesproken in bewoordingen, zoo als alleen het Zuiden ze kan ingeven. Al wat er ooit in het Noorden van gezegd is, is met viervoudige kracht aangevoerd bij dezediscussiënin het Zuiden. De wetgevende vergadering van den Staat Kentucky heeft eenmaal op het punt gestaan om maatregelen te nemen tot trapsgewijze emancipatie; de Staat Virginia is nagenoeg even ver gekomen, en Maryland heeft lang op den drempel staan weifelen. Erwas een tijd toen niemand twijfelde, dat al deze Staten spoedig vrije Staten zouden zijn. En welke is nu de reden, waarom zij het niet geworden zijn? Waarom zijn die beraadslagingen thans verstomd, en gaat men rugwaarts op den weg van geregtigheid? Het antwoord is met één woord te geven. Het is de uitbreiding van het slavenhoudend gebied, en de openstelling van eene groote zuidelijke slavenmarkt, die den voortgang van de emancipatie gestuit heeft.

Terwijl deze Staten den slaaf begonnen te beschouwen als een wezen, dat toch mogelijk een mensch zou kunnen worden en terwijl zij voornamen om hem en zijne vrouw en kinderen den onschatbaren zegen der vrijheid te schenken, werd die groote zuidelijke slavenmarkt geopend. Het begon met de aanhechting van Missouri als een slavenhoudenden Staat, en het waren de uitgebragte stemmen van twee mannen uit het Noorden, die deze belangrijke zaak beslisten. Vervolgens vond door de toestemming en medewerking van mannen uit het Noorden, die onmetelijke toevoeging van slavengebied plaats, welke thans eene zoo onbegrensde markt oplevert, om de hebzucht van de noordsche slavenkweekende Staten te verlokken.

Deze uitbreiding van grondgebied zal de emancipatie van een menschenras misschien eeuwen lang vertragen. Honderdduizende slavengezinnen zijn daardoor gedoemd tot droefenis en hartverscheurende scheiding, tot kermen en geween; in al de zuidelijke Staten heeft zij slaven-magazijnen doen verrijzen met hunne akelige martelwerktuigen; zij heeft ontelbare slavenkaravanen doen geboren worden, die hunne ketens rammelen en in beklagelijken optogt dit land der vrijheid doortrekken.

Deze aanwinst van Slavenstaten heeft het hart van den meester verstaald en hetgeen te voren, vergelijkender wijze gesproken, eene vriendschappelijke betrekking was, doen veranderen in den afschuwelijksten en onmenschelijksten handel.

De planter, wiens slaven rondom hem opgewassen waren en die hij bijna als mannen en vrouwen had leeren beschouwen, zag thans op elk zwart voorhoofd niets dan den marktprijs. Deze man gold duizend dollars en gene acht honderd. De zwarte zuigeling in de armen zijner moeder was een biljet van honderd dollars en niets meer. Al de edeler hoedanighedenvan hart en ziel, die den slaaf tot een broeder hadden moeten maken, gaven slechts eene hoogere waarde aan de koopwaar. Is de slaaf verstandig? Goed! dat maakt zijn prijs twee honderd dollars hooger. Is hij trouw en eerlijk? Goed! zet het in zijn certificaat; het is twee honderd dollars meer waard. Is hij Godsdienstig? Heeft die Heilige Geest Gods, wiens naam wij met eerbied en vreeze noemen, die verachte gedaante tot Zijn tempel verkozen? Laat ook dat in rekening gebragt worden bij den marktprijs, en de gave van den Heiligen Geest zal verkocht worden voor geld. Is hij een leeraar? ’t Doet er niet toe; ook dat heeft zijn prijs op de markt. Uit de Kerk en van de Avondmaalstafel worden de Christen-broeder en zuster genomen om de slaven-karavaan te vergrooten. En de vrouw, met hare teederheid, zachtheid, schoonheid; de vrouw aan wie het gemengde bloed van zwarte en blanke, bekoorlijkheden heeft gegeven, die voor eene slavin een gevaarlijk geschenk zijn,—wat is haar rampzalig lot bij dien vreeselijken handel? De volgende hoofdstukken zullen, dien betreffende, bijzonderheden mededeelen, die het hart zullen toenijpen van elke Christelijke moeder, zoo zij inderdaad dien heiligen naam waardig is.

Maar wij zullen het niet bij beweringen laten. Wij hebben de kwestie geopperd, ten einde de bewijzen te leveren. Laten wij er toe overgaan.

Het bestaan van dezen afschuwelijken handel is aan velen bekend, de bijzonderheden en de ontzaggelijke uitbreiding daarvan slechts aan weinigen.

Wij zullen dit eenigzins in bijzonderheden nagaan. De Staten, die slaven uitvoeren, zijn: Maryland, Virginia, Kentucky, Noord-Carolina, Tennessee en Missouri. Dit zijn de slaven-kweekende, de overige de slaven-verbruikende Staten. In vorige hoofdstukken hebben wij de soort van advertentiën doen kennen, welke in die Staten gebruikelijk is; doch daar wij in de ziel des lezers iets van den indruk wenschen over te storten, die op ons-zelve gemaakt is door hare veeltalligheid en overvloed, zullen wij er hier nog eenige overnemen.

Uit den StaatVirginia:

Kanawha Republican, van Charleston in Virginia, 20 October 1852. Dat blad draagt aan het hoofd het mottoVrijheid, met eene banier:Drapeau sans tache.

Contant geld voor Negers.De ondergeteekende wenscht te koopen eenige jonge negers,van 12 tot 25 jaren, voor welke de hoogste marktprijs contant zal betaald worden. Aan eenige regelen, hem over de post toegezonden, of aan een persoonlijk bezoek, zal dadelijk gevolg gegeven worden.20 October 1852.Jas. L. Ficklin.

Contant geld voor Negers.

De ondergeteekende wenscht te koopen eenige jonge negers,van 12 tot 25 jaren, voor welke de hoogste marktprijs contant zal betaald worden. Aan eenige regelen, hem over de post toegezonden, of aan een persoonlijk bezoek, zal dadelijk gevolg gegeven worden.

20 October 1852.Jas. L. Ficklin.

Alexandria Gazette, 28 October:

Contant geld voor Negers.Voor het Zuiden wensch ik onverwijld zooveel negers,van 10 tot 30 jaren, te koopen als ik krijgen kan; ik wil den hoogsten contanten prijs betalen. Aan alle berigten wordt ten spoedigste voldaan.West-End, teAlexandriainVirginia, 26 October.Joseph Bruin.

Contant geld voor Negers.

Voor het Zuiden wensch ik onverwijld zooveel negers,van 10 tot 30 jaren, te koopen als ik krijgen kan; ik wil den hoogsten contanten prijs betalen. Aan alle berigten wordt ten spoedigste voldaan.

West-End, teAlexandriainVirginia, 26 October.Joseph Bruin.

Lynchburg Virginian, 18 November:

Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich te Lynchburg gevestigd hebbende, geeft de hoogste contante prijzen voor negers,tusschen 10 en 30 jaren. Zij, die negers te koop hebben, zullen in hun belang handelen door zich mondeling of schriftelijk tot hem te wenden in het Washington-Hotel te Lynchburg.5 November.J. B. McLendon.

Negers benoodigd.

De ondergeteekende, zich te Lynchburg gevestigd hebbende, geeft de hoogste contante prijzen voor negers,tusschen 10 en 30 jaren. Zij, die negers te koop hebben, zullen in hun belang handelen door zich mondeling of schriftelijk tot hem te wenden in het Washington-Hotel te Lynchburg.

5 November.J. B. McLendon.

Rockingham Register, 13 November:

Contant geld voor Negers.Ik wensch een aantal negers van beiderlei sekse en van elken ouderdom te koopen voor de zuidelijke markt; ik zal de hoogste contante prijzen betalen. Op brieven, die aan mij te Winchester, in Virginia, gerigt worden, zal ik onverwijld antwoorden.24 November 1846.H. J. McDaniel,Agent voorWm. Crow.

Contant geld voor Negers.

Ik wensch een aantal negers van beiderlei sekse en van elken ouderdom te koopen voor de zuidelijke markt; ik zal de hoogste contante prijzen betalen. Op brieven, die aan mij te Winchester, in Virginia, gerigt worden, zal ik onverwijld antwoorden.

24 November 1846.H. J. McDaniel,Agent voorWm. Crow.

Richmond Whig.16 November:

Pulliam & Davis,Houders van verkoopingen van Negers.D. M. Pulliam.Hector Davis.Bovengenoemden blijven voortgaan met het verkoopen van negers, aan hunne inrigting in Wall-street.Door hunne ervaring in deze zakenkunnen zij instaan, dat voor al de aan hen toevertrouwde negers de hoogste prijzen zullen erlangd worden. Zij komen ook verkoopingen van negers houden op plantagiën, en wenschen alle curatoren, executeurs en administrateurs opmerkzaam te maken, dat zij voor hunne verkoopen gunstige voorwaarden stellen. Zij zijn ook ingerigt om negers behoorlijk te huisvesten en te voeden, à 25 cents per dag.

Pulliam & Davis,

Houders van verkoopingen van Negers.

D. M. Pulliam.Hector Davis.

Bovengenoemden blijven voortgaan met het verkoopen van negers, aan hunne inrigting in Wall-street.Door hunne ervaring in deze zakenkunnen zij instaan, dat voor al de aan hen toevertrouwde negers de hoogste prijzen zullen erlangd worden. Zij komen ook verkoopingen van negers houden op plantagiën, en wenschen alle curatoren, executeurs en administrateurs opmerkzaam te maken, dat zij voor hunne verkoopen gunstige voorwaarden stellen. Zij zijn ook ingerigt om negers behoorlijk te huisvesten en te voeden, à 25 cents per dag.

Let wel.—Contant geld voor slaven.Degenen, die in het graafschap Buckingham en de omliggende graafschappen in Virginia, slaven willen verkoopen, zullen, door zich te wenden tot Anderson D. Abraham, Sr., of tot zijn zoon Anderson D. Abraham, Jr., tot de hoogste contante prijzen plaatsing vinden voor honderd vijftig à twee honderd slaven. Een van de bovengenoemden zal gedurende de eerstvolgende acht maanden altijd aan hunne woning in bovengenoemd graafschap en Staat te vinden zijn. Men adressere zich aan Anderson D. Abraham, Sr., Postkantoor te Maysville, White Oak Grove, Buckingham County, Virginia.

Let wel.—Contant geld voor slaven.

Degenen, die in het graafschap Buckingham en de omliggende graafschappen in Virginia, slaven willen verkoopen, zullen, door zich te wenden tot Anderson D. Abraham, Sr., of tot zijn zoon Anderson D. Abraham, Jr., tot de hoogste contante prijzen plaatsing vinden voor honderd vijftig à twee honderd slaven. Een van de bovengenoemden zal gedurende de eerstvolgende acht maanden altijd aan hunne woning in bovengenoemd graafschap en Staat te vinden zijn. Men adressere zich aan Anderson D. Abraham, Sr., Postkantoor te Maysville, White Oak Grove, Buckingham County, Virginia.

Winchester Republican, 29 Junij 1852:

Negers benoodigd.De ondergeteekende, zich gevestigd hebbende te Winchester in Virginia, wenscht een groot aantal slaven van beiderlei sekse te koopen, waarvoor hij den hoogsten contanten prijs zal betalen. Personen, die zich van hunne slaven willen ontdoen, zullen in hun belang handelen door zich tot hem te wenden, alvorens die te verkoopen.Alle aanvragen, die aan hem gerigt worden in het Taylor-Hotel, te Winchester, in Virginia, zullen onverwijld worden beantwoord.27 December 1851.Elijah McDowel,Agent voorB. M. & Wm. L. Campbell, vanBaltimore.

Negers benoodigd.

De ondergeteekende, zich gevestigd hebbende te Winchester in Virginia, wenscht een groot aantal slaven van beiderlei sekse te koopen, waarvoor hij den hoogsten contanten prijs zal betalen. Personen, die zich van hunne slaven willen ontdoen, zullen in hun belang handelen door zich tot hem te wenden, alvorens die te verkoopen.

Alle aanvragen, die aan hem gerigt worden in het Taylor-Hotel, te Winchester, in Virginia, zullen onverwijld worden beantwoord.

27 December 1851.Elijah McDowel,Agent voorB. M. & Wm. L. Campbell, vanBaltimore.

Voor den StaatMarylandnemen wij de volgende advertentiën over:

Port Tobacco Times, van October 1852:

Slaven benoodigd.De ondergeteekende is bij voortduring gevestigd te Middleville, in Charles County (vlak aan den weg van Port Tobacco naar Allen’s Fresh), waar hij al de slaven blijft koopen, die te verkrijgen zijn. Steeds wordt de uiterste prijs betaald, en ruime commissie gegeven voor inlichtingen, die tot een aankoop leiden. Men adressere zich persoonlijk of schriftelijk aan hem te Allen’s Fresh, Charles County.Middleville, 14 April 1852.John G. Campbell.

Slaven benoodigd.

De ondergeteekende is bij voortduring gevestigd te Middleville, in Charles County (vlak aan den weg van Port Tobacco naar Allen’s Fresh), waar hij al de slaven blijft koopen, die te verkrijgen zijn. Steeds wordt de uiterste prijs betaald, en ruime commissie gegeven voor inlichtingen, die tot een aankoop leiden. Men adressere zich persoonlijk of schriftelijk aan hem te Allen’s Fresh, Charles County.

Middleville, 14 April 1852.John G. Campbell.

Cambridge(Maryland)Democrat, 27 October 1852:

Negers benoodigd.Ik wensch den slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen te berigten, dat ik weder aan de markt ben. Personen, die negers bezitten, welke voor hun leven slaven zijn, zullen in hun belang handelen met mij te spreken, daar ik voornemens ben de hoogste contante prijzen te betalen, waartoe de koers der zuidelijke markt regt geeft. Men kan mij vinden in het hotel van A. Hall te Easton, waar ik zal vertoeven tot 1o. Julij aanstaande. Brieven, die aan mij te Easton of aan Wm. Bell te Cambridge gerigt worden, zullen ten spoedigste worden beantwoord.Elken Maandag zal ik mij in het hotel van John Bradshaw te Cambridge bevinden.6 October 1852.Wm. Harker.

Negers benoodigd.

Ik wensch den slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen te berigten, dat ik weder aan de markt ben. Personen, die negers bezitten, welke voor hun leven slaven zijn, zullen in hun belang handelen met mij te spreken, daar ik voornemens ben de hoogste contante prijzen te betalen, waartoe de koers der zuidelijke markt regt geeft. Men kan mij vinden in het hotel van A. Hall te Easton, waar ik zal vertoeven tot 1o. Julij aanstaande. Brieven, die aan mij te Easton of aan Wm. Bell te Cambridge gerigt worden, zullen ten spoedigste worden beantwoord.

Elken Maandag zal ik mij in het hotel van John Bradshaw te Cambridge bevinden.

6 October 1852.Wm. Harker.

Westminster Carroltonian, 22 October 1852:

Vijf en twintig Negers benoodigd.De ondergeteekende verlangt 25 fiksche jonge negers te koopen, voor welke de hoogste prijzen zullen betaald worden. Alle aanvragen, die men aan hem te Baltimore zal rigten, zullen stipt beantwoord worden.2 Januarij.Lewis Winters.

Vijf en twintig Negers benoodigd.

De ondergeteekende verlangt 25 fiksche jonge negers te koopen, voor welke de hoogste prijzen zullen betaald worden. Alle aanvragen, die men aan hem te Baltimore zal rigten, zullen stipt beantwoord worden.

2 Januarij.Lewis Winters.

WatTennesseeaangaat vinden wij het volgende:

Nashville True Whig, 20 October 1852:

Te koop.21 fraaije negers, van onderscheiden leeftijd.6 OctoberA. A. McLean,Algemeen Agent.

Te koop.

21 fraaije negers, van onderscheiden leeftijd.

6 OctoberA. A. McLean,Algemeen Agent.

Benoodigd.Ik wensch onmiddellijk te koopen een neger-timmerman. Ik zal een goeden prijs betalen.6 OctoberA. A. McLean,Algemeen Agent.

Benoodigd.

Ik wensch onmiddellijk te koopen een neger-timmerman. Ik zal een goeden prijs betalen.

6 OctoberA. A. McLean,Algemeen Agent.

Nashville Gazette, 22 October:

Te koop.Verscheidenezeer aardige meisjes van 10 tot 18 jaren, eene vrouw van 24, en een zeer geschikte vrouw van 25, met drie zeer lieve kinderen.16 October 1852.Williams & Glover.

Te koop.

Verscheidenezeer aardige meisjes van 10 tot 18 jaren, eene vrouw van 24, en een zeer geschikte vrouw van 25, met drie zeer lieve kinderen.

16 October 1852.Williams & Glover.

Benoodigd.Ik wensch vijf en twintig fiksche negers,—mannen en vrouwen,tusschen 18 en 25 jaren—te koopen, waarvoor ik de hoogste contante prijzen betalen zal.20 OctoberA. A. McLean,Cherry Street.

Benoodigd.

Ik wensch vijf en twintig fiksche negers,—mannen en vrouwen,tusschen 18 en 25 jaren—te koopen, waarvoor ik de hoogste contante prijzen betalen zal.

20 OctoberA. A. McLean,Cherry Street.

Memphis Daily Eagle and Enquirer:

Vijfhonderd Negers benoodigd.Wij zullen de hoogste contante prijzen betalen voor alle goede negers, die ons aangeboden worden. Allen, dienegers te koop hebben, noodigen wij uit ons te komen spreken aan ons kantoor, tegenover de beneden-aanlegplaats der stoombooten. Wij zullen ook eene groote partij Virginia-negers in voorraad hebben. Wij hebben eene gevangenis, die even veilig is als eenige andere in het land en waar wij de negers, die men zou willen doen opsluiten, veilig kunnen bewaren.Bolton, Dickins & Co.

Vijfhonderd Negers benoodigd.

Wij zullen de hoogste contante prijzen betalen voor alle goede negers, die ons aangeboden worden. Allen, dienegers te koop hebben, noodigen wij uit ons te komen spreken aan ons kantoor, tegenover de beneden-aanlegplaats der stoombooten. Wij zullen ook eene groote partij Virginia-negers in voorraad hebben. Wij hebben eene gevangenis, die even veilig is als eenige andere in het land en waar wij de negers, die men zou willen doen opsluiten, veilig kunnen bewaren.

Bolton, Dickins & Co.

Land en Negers te koop.Voor een prijsje wenscht men ongeveer 400 acres land over te doen, waarvan 200 in goeden staat van bebouwing, gelegen bij den spoorweg, omstreeks tien mijlen van Memphis. Alsmede 18 of 20 fraaije negers, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes. Voor de betaling van een gedeelte van den koopprijs zal uitstel gegeven worden.17 OctoberJ. M. Provine.

Land en Negers te koop.

Voor een prijsje wenscht men ongeveer 400 acres land over te doen, waarvan 200 in goeden staat van bebouwing, gelegen bij den spoorweg, omstreeks tien mijlen van Memphis. Alsmede 18 of 20 fraaije negers, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes. Voor de betaling van een gedeelte van den koopprijs zal uitstel gegeven worden.

17 OctoberJ. M. Provine.

Clarksville Chronicle, 3 December 1852:

Negers benoodigd.Wij wenschen 25 geschikte negers te huren voor eene stoombootdienst tusschen New-Orleans en Louisville. Wij zullen zeer hooge prijzen betalen voor het saisoen, beginnende omstreeks 15 November.10 September.McClure & Crozier,Agenten.

Negers benoodigd.

Wij wenschen 25 geschikte negers te huren voor eene stoombootdienst tusschen New-Orleans en Louisville. Wij zullen zeer hooge prijzen betalen voor het saisoen, beginnende omstreeks 15 November.

10 September.McClure & Crozier,Agenten.

UitMissouri:

Daily St. Louis Times, 14 October 1852:

Reuben Bartlett,wonende nabij de Stadsgevangenis, zal de hoogste contante prijzen betalen voor alle goede negers, die hem aangeboden worden. Aan zijn kantoor zijn ook andere gegadigden bekend, die gaarne koopen en de hoogste contante prijzen betalen zullen.Negers worden bij hem tot den laagsten prijs in den kost genomen.

Reuben Bartlett,

wonende nabij de Stadsgevangenis, zal de hoogste contante prijzen betalen voor alle goede negers, die hem aangeboden worden. Aan zijn kantoor zijn ook andere gegadigden bekend, die gaarne koopen en de hoogste contante prijzen betalen zullen.

Negers worden bij hem tot den laagsten prijs in den kost genomen.

Negers.Blakely en McAfee hunne vennootschap met wederzijdsch goedvinden ontbonden hebbende, zal de ondergeteekende blijven voortgaan met ten allen tijde de hoogste contante prijzen te betalen voor negers van iedere soort. Hij zal zich ook belasten met den verkoop van negers in commissie, daar hij eene gevangenis heeft, ingerigt om hen in den kost te nemen.Steeds zijn bij hem negers te koop.A. B. McAfee, 93,Olive Street.

Negers.

Blakely en McAfee hunne vennootschap met wederzijdsch goedvinden ontbonden hebbende, zal de ondergeteekende blijven voortgaan met ten allen tijde de hoogste contante prijzen te betalen voor negers van iedere soort. Hij zal zich ook belasten met den verkoop van negers in commissie, daar hij eene gevangenis heeft, ingerigt om hen in den kost te nemen.

Steeds zijn bij hem negers te koop.

A. B. McAfee, 93,Olive Street.

Honderd Negers benoodigd.Juist van Kentucky teruggekeerd zijnde, wensch ik, zoo spoedig mogelijk, honderd fraaije negers te koopen, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, waarvoor ik steeds vijftig à honderd dollars per stuk meer zal geven dan eenig ander handelaar te St. Louis of in den Staat Missouri. Men kan mij steeds vinden in „Barnum’s City Hotel,” te St. Louis.John Mattingly.

Honderd Negers benoodigd.

Juist van Kentucky teruggekeerd zijnde, wensch ik, zoo spoedig mogelijk, honderd fraaije negers te koopen, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, waarvoor ik steeds vijftig à honderd dollars per stuk meer zal geven dan eenig ander handelaar te St. Louis of in den Staat Missouri. Men kan mij steeds vinden in „Barnum’s City Hotel,” te St. Louis.

John Mattingly.

Uit een ander blad van Missouri:

Negers benoodigd.Ik betaal steeds de hoogste contante prijzen voor alle goede negers, die mij te koop geboden worden. Ik koop voor de markten van Memphis en Louisiana, en kan en zal zoo hooge prijzen betalen als eenig handelaar in dezen Staat. Allen, die negers te koop hebben, zullen wel doen zich tot mij te vervoegen aan mijne woning, no. 210, hoek van de Sixth en Wash-streets, te St. Louis.Thos. Dickins, van de firmaBolton, Dickins & Co.

Negers benoodigd.

Ik betaal steeds de hoogste contante prijzen voor alle goede negers, die mij te koop geboden worden. Ik koop voor de markten van Memphis en Louisiana, en kan en zal zoo hooge prijzen betalen als eenig handelaar in dezen Staat. Allen, die negers te koop hebben, zullen wel doen zich tot mij te vervoegen aan mijne woning, no. 210, hoek van de Sixth en Wash-streets, te St. Louis.

Thos. Dickins, van de firmaBolton, Dickins & Co.

Honderd Negers benoodigd.Juist van Kentucky teruggekeerd zijnde, wensch ik zoo spoedig mogelijk, honderd fraaije negers te koopen, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, waarvoorik steeds vijftig à honderd dollars per stuk meer zal geven dan eenig ander handelaar te St. Louis of in den Staat Missouri. Men kan mij steeds vinden in „Barnum’s City Hotel,” te St. Louis.John Mattingly.

Honderd Negers benoodigd.

Juist van Kentucky teruggekeerd zijnde, wensch ik zoo spoedig mogelijk, honderd fraaije negers te koopen, bestaande in mannen, vrouwen, jongens en meisjes, waarvoorik steeds vijftig à honderd dollars per stuk meer zal geven dan eenig ander handelaar te St. Louis of in den Staat Missouri. Men kan mij steeds vinden in „Barnum’s City Hotel,” te St. Louis.

John Mattingly.

B. M. Lynch,No. 104, Locust-street, te St. Louis in Missouri, is bereid de hoogste contante prijzen voor goede en fiksche negers te betalen; of voor anderen op eene goede plaats en onder eene veilige bewaring negers in den kost te nemen. Hij belast zich ook met den koop en verkoop van negers in commissie.Steeds zijn bij hem negers te koop.

B. M. Lynch,

No. 104, Locust-street, te St. Louis in Missouri, is bereid de hoogste contante prijzen voor goede en fiksche negers te betalen; of voor anderen op eene goede plaats en onder eene veilige bewaring negers in den kost te nemen. Hij belast zich ook met den koop en verkoop van negers in commissie.

Steeds zijn bij hem negers te koop.

Wij bidden u, Christelijke lezer, te overwegen, welke soort van tooneelen in Virginia onder die advertentiën plaats grijpen. Gij ziet uit hare met zorg gekozene bewoordingen, dat alleen jongelieden genomen worden; en zij zijn slechts een proefje van de advertentiën, die maanden achtereen in de bladen van Virginia voorkomen. In een volgend hoofdstuk zullen wij den lezer het inwendige van die slaven-gevangenissen laten zien en hem het een en ander mededeelen van de dagelijksche voorvallen in deze soort van handel. Wij willen thans nog een blik werpen op de soortgelijke advertentiën in de zuidelijke Staten. De neger-karavanen, die in Virginia en de andere Staten gevormd worden, vindt men als volgt aangekondigd op de zuidelijke markt.

Uit denNatchez(Mississippi)Free-Trader, 20 November:

Negers te koop.De ondergeteekenden zijn zoo even aangekomen, regtstreeks van Richmond in Virginia, met een nieuwen en fraaijen voorraad negers, bestaande in: veld-arbeiders, huisbedienden, naaisters, keukenmeiden, waschvrouwen en strijksters, een uitstekend metselaar en andere ambachtslieden, die zij nu te koop bieden aan den Driesprong nabij Natchez in Mississippi, tot de billijkste prijzen.Zij zullen gedurende het saisoen verschen toevoer van Richmond in Virginia blijven ontvangen en aan alle ordersvoor elke soort van negers, die te Richmond verkocht worden kunnen, voldoen.Gegadigden zullen weldoen, onzen voorraad te komen bezigtigen, alvorens elders te koopen.20 November.Matthews, Branton & Co.

Negers te koop.

De ondergeteekenden zijn zoo even aangekomen, regtstreeks van Richmond in Virginia, met een nieuwen en fraaijen voorraad negers, bestaande in: veld-arbeiders, huisbedienden, naaisters, keukenmeiden, waschvrouwen en strijksters, een uitstekend metselaar en andere ambachtslieden, die zij nu te koop bieden aan den Driesprong nabij Natchez in Mississippi, tot de billijkste prijzen.

Zij zullen gedurende het saisoen verschen toevoer van Richmond in Virginia blijven ontvangen en aan alle ordersvoor elke soort van negers, die te Richmond verkocht worden kunnen, voldoen.

Gegadigden zullen weldoen, onzen voorraad te komen bezigtigen, alvorens elders te koopen.

20 November.Matthews, Branton & Co.

Aan het Publiek.Koop en Verkoop van Negers.Robert S. Adams en Moses J. Wicks hebben heden eene vennootschap aangegaan onder de firma Adams & Wicks, voor den koop en verkoop van negers in de stad Aberdeen en elders. Zij hebben een agent aangesteld, die in de beide laatste maanden negers voor hen in de oude Staten heeft opgekocht. Een lid der firma, Robert S. Adams, vertrekt heden naar Noord-Carolina en Virginia en zal daar een groot getal negers voor deze markt aankoopen. Zij zullen gedurende het aanstaande najaar en den winter in hun depôt te Aberdeen een ruimen voorraad uitgezochte negers voorhanden hebben, die zij verkoopen zullen totlage prijzen à contant,of voor wissels op Mobile.Aberdeen in Mississippi,7 Mei 1852.Robert S. Adams.Moses J. Wicks.

Aan het Publiek.Koop en Verkoop van Negers.

Robert S. Adams en Moses J. Wicks hebben heden eene vennootschap aangegaan onder de firma Adams & Wicks, voor den koop en verkoop van negers in de stad Aberdeen en elders. Zij hebben een agent aangesteld, die in de beide laatste maanden negers voor hen in de oude Staten heeft opgekocht. Een lid der firma, Robert S. Adams, vertrekt heden naar Noord-Carolina en Virginia en zal daar een groot getal negers voor deze markt aankoopen. Zij zullen gedurende het aanstaande najaar en den winter in hun depôt te Aberdeen een ruimen voorraad uitgezochte negers voorhanden hebben, die zij verkoopen zullen totlage prijzen à contant,of voor wissels op Mobile.

Aberdeen in Mississippi,7 Mei 1852.Robert S. Adams.Moses J. Wicks.

Slaven! Slaven! Slaven!Wekelijks versche aanvoer.—Daar wij ons gevestigd hebben aan den Driesprong, nabij Natchez, bij een contract voor verscheidene jaren, hebben wij thans voorhanden, gelijk wij het geheele jaar door zullen hebben, een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers, bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden, keukenmeiden, naaisters, waschvrouwen, strijksters, enz., welke wij even laag of lager dan eenig ander huis alhier of te New-Orleans kunnen en willen verkoopen.Personen, die aankoopen wenschen te doen, worden aangemaand ons te bezoeken alvorens zich elders te verbinden, daar onze geregelde aanvoer ons steeds voorziet van een goed en aanzienlijk assortiment. Wij geven den verkoopers vele faciliteiten. Komt en ziet!16 October 1852.Griffins & Pullam.

Slaven! Slaven! Slaven!

Wekelijks versche aanvoer.—Daar wij ons gevestigd hebben aan den Driesprong, nabij Natchez, bij een contract voor verscheidene jaren, hebben wij thans voorhanden, gelijk wij het geheele jaar door zullen hebben, een uitgebreiden en goed gesorteerden voorraad negers, bestaande in veld-arbeiders, huisbedienden, ambachtslieden, keukenmeiden, naaisters, waschvrouwen, strijksters, enz., welke wij even laag of lager dan eenig ander huis alhier of te New-Orleans kunnen en willen verkoopen.

Personen, die aankoopen wenschen te doen, worden aangemaand ons te bezoeken alvorens zich elders te verbinden, daar onze geregelde aanvoer ons steeds voorziet van een goed en aanzienlijk assortiment. Wij geven den verkoopers vele faciliteiten. Komt en ziet!

16 October 1852.Griffins & Pullam.

Negers te koop.Ik ben zoo even aan den Driesprong teruggekeerd met vijftig fraaije jonge negers.22 SeptemberR. H. Elam.

Negers te koop.

Ik ben zoo even aan den Driesprong teruggekeerd met vijftig fraaije jonge negers.

22 SeptemberR. H. Elam.

Let wel!De ondergeteekende berigt het geëerde publiek, dat hij zijne plaats aan den Driesprong voor eenige jaren gehuurd heeft en voornemens is gedurende den loop van het jaar aldaar eene aanzienlijke partij negers in voorraad te houden. Hij zal die even laag of lager verkoopen dan eenig handelaar alhier of te New Orleans.Hij is juist van Virginia teruggekeerd met eene fraaije partij veld-arbeiders en arbeidsters en huisbedienden, drie keukenmeiden, een timmerman en drie paarden. Komt en ziet.Thos. G. James.

Let wel!

De ondergeteekende berigt het geëerde publiek, dat hij zijne plaats aan den Driesprong voor eenige jaren gehuurd heeft en voornemens is gedurende den loop van het jaar aldaar eene aanzienlijke partij negers in voorraad te houden. Hij zal die even laag of lager verkoopen dan eenig handelaar alhier of te New Orleans.

Hij is juist van Virginia teruggekeerd met eene fraaije partij veld-arbeiders en arbeidsters en huisbedienden, drie keukenmeiden, een timmerman en drie paarden. Komt en ziet.

Thos. G. James.

Daily Orleanian, 19 October 1852.

W. F. Tannehill,No. 159,Gravier-street.Slaven! Slaven! Slaven!Zij zijn steeds in voorraad, en worden gekocht en verkocht tot de billijkste prijzen. Veld-arbeiders, keukenmeiden, waschvrouwen, strijksters en in het algemeen alle huisbedienden. Er kunnen informatiën gegeven worden.14 October.

W. F. Tannehill,No. 159,Gravier-street.Slaven! Slaven! Slaven!

Zij zijn steeds in voorraad, en worden gekocht en verkocht tot de billijkste prijzen. Veld-arbeiders, keukenmeiden, waschvrouwen, strijksters en in het algemeen alle huisbedienden. Er kunnen informatiën gegeven worden.

14 October.

(De volgende advertentie was in het Fransch gesteld.)

Slavendepôtte New Orleans,No. 68, Rue Baronne.Wm. F. Tannehill & Co. hebben steeds een compleet assortiment met zorg gekozene slaven te koop. Ook koopen en verkoopen zij slaven in commissie.Zij hebben thans in voorraad een groot getal negers,die per maand verhuurd worden, en waaronder zich bevinden jonge knapen, huisbedienden, keukenmeiden, waschvrouwen, strijksters, minnen, enz.Inlichtingen te verkrijgen bij:Wright, Williams & Co.Moon, Titus & Co.Williams, Phillips & Co.S. O. Nelson & Co.Moses Greenwood.E. W. Diggs.

Slavendepôtte New Orleans,No. 68, Rue Baronne.

Wm. F. Tannehill & Co. hebben steeds een compleet assortiment met zorg gekozene slaven te koop. Ook koopen en verkoopen zij slaven in commissie.

Zij hebben thans in voorraad een groot getal negers,die per maand verhuurd worden, en waaronder zich bevinden jonge knapen, huisbedienden, keukenmeiden, waschvrouwen, strijksters, minnen, enz.

Inlichtingen te verkrijgen bij:

Wright, Williams & Co.Moon, Titus & Co.Williams, Phillips & Co.S. O. Nelson & Co.Moses Greenwood.E. W. Diggs.

New-Orleans Daily Crescent, 21 October 1852:

Slaven!James White, No. 73, Baronne-street, te New Orleans, zorgt met naauwgezetheid voor de ontvangst, het onderhoud en den verkoop van aan hem geconsigneerde slaven. Hij koopt en verkoopt ook in commissie. Inlichtingen te verkrijgen bij de heeren Robson & Allen McRea, Coffman & Co.; Pregram, Bryan & Co.23 September.

Slaven!

James White, No. 73, Baronne-street, te New Orleans, zorgt met naauwgezetheid voor de ontvangst, het onderhoud en den verkoop van aan hem geconsigneerde slaven. Hij koopt en verkoopt ook in commissie. Inlichtingen te verkrijgen bij de heeren Robson & Allen McRea, Coffman & Co.; Pregram, Bryan & Co.

23 September.

Negers benoodigd.Er worden vijftien of twintig goede mannelijke negers gevraagd voor eene plantage. Het beste loon zal gegeven worden tot 1 Januarij 1853.Men adressere zich aan11 September.Thomas G. Mackey & Co.5,Canal-street, hoek van het Magazijn, bovenverdieping.

Negers benoodigd.

Er worden vijftien of twintig goede mannelijke negers gevraagd voor eene plantage. Het beste loon zal gegeven worden tot 1 Januarij 1853.

Men adressere zich aan

11 September.Thomas G. Mackey & Co.5,Canal-street, hoek van het Magazijn, bovenverdieping.

Uit een ander nommer van denNatchez Free Tradernemen wij het volgende over:

Negers.De ondergeteekende berigt aan het geëerde publiek, dat hij thans eene partij van vijf en veertig negers in handen heeft, daar hij heden eene bezending van vijf en twintig heeft ontvangenregtstreeks uit Virginia, twee of drie goede keukenmeiden, een wagenvoerder, een goede huisknecht,een vioolspeler,eene keurige naaister,en een fiksch partijtje veld-arbeiders en arbeidsters; al dewelke hij met eenekleine winst zal van de hand doen, daar hij wenscht uit te verkoopen ennaar Virginia terug te keeren om een partijtje voor den najaarshandel uit te zoeken. Komt en ziet.Thomas G. James.

Negers.

De ondergeteekende berigt aan het geëerde publiek, dat hij thans eene partij van vijf en veertig negers in handen heeft, daar hij heden eene bezending van vijf en twintig heeft ontvangenregtstreeks uit Virginia, twee of drie goede keukenmeiden, een wagenvoerder, een goede huisknecht,een vioolspeler,eene keurige naaister,en een fiksch partijtje veld-arbeiders en arbeidsters; al dewelke hij met eenekleine winst zal van de hand doen, daar hij wenscht uit te verkoopen ennaar Virginia terug te keeren om een partijtje voor den najaarshandel uit te zoeken. Komt en ziet.

Thomas G. James.

De slavenkweekerij der noordelijke Staten is meermalen aangetoond, besproken en erkend, zoo in de handelstatistiek dier Staten, als in de redevoeringen van regtschapene mannen, die dit teregt betreurd hebben als eene vernedering huns vaderlands.

In 1811 rigtte de „British and Foreign Anti-Slavery Society” eenige vragen betreffende den binnenlandschen Amerikaanschen slavenhandel aan de „American Anti-Slavery Society”. Ter voldoening daaraan werd een veelzijdig onderzoek in het werk gesteld, welks resultaten te Londen het licht zagen, en uit dat boekdeel nemen wij het volgende over:

DeVirginia Times(een weekblad dat te Wheeling in Virginia verschijnt) schat in 1836 het aantal slaven, die ten verkoop uit dien Staat alleen uitgevoerd zijn gedurende de voorafgegane twaalf maanden, opveertig duizend, wier gemiddelde waarde op vier en twintig millioen dollars berekend wordt.Zoo men wil aannemen, dat Virginia alleen de helft van den uitvoer in het genoemde tijdvak heeft geleverd, dan komen wij tot het ontzettende cijfer vantachtig duizend slaven, die in één enkel jaar uit de slavenkweekende Staten zijn vervoerd. Wij kunnen niet met zekerheid bepalen in welke evenredigheid door de andere Staten tot den uitvoer bijgedragen is; maar Maryland komt ten aanzien der getallen het naast bij Virginia, Noord-Carolina volgt op Maryland, Kentucky op Noord-Carolina en dan komen Tennessee en Delaware.DeNatchez(Mississippi)Courierzegt, „dat de Staten Louisiana, Mississippi, Alabama en Arkansas gedurende 1836twee honderd en vijftig duizendslaven uit de meer noordelijk gelegene Staten ingevoerd hebben.”Dit zou volstrekt ongeloofelijk schijnen; maar vermoedelijk zijn hierin al de slaven begrepen, die met hunne meesters medegekomen zijn toen deze zich hier nedergezet hebben.De volgende zinsneden uit denVirginia Timesschijnen die stelling te bevestigen:„Door deskundigen hebben wij het getal slaven, die in de laatst verloopen twaalf maanden van Virginia uitgevoerd zijn, hooren schatten op honderd en twintig duizend, makende, elken slaaf gemiddeld ten minste op zes honderd dollars gerekend, eene som van twee en zeventig millioen dollars. Van het getal uitgevoerde slaven is niet meer daneen derde gedeelteverkocht, zijnde de andere medegenomen door hunne meesters die verhuisd zijn.”Zoo men een derde gedeelte als het getal der verkochten beschouwt, zijn er meer dan tachtig duizend ten verkoop ingevoerd in de vier Staten Louisiana, Mississippi, Alabama en Arkansas. Onderstelt men dat de helft van tachtig duizend verkocht zijn in de overige aankoopende Staten, Zuid-Carolina, Georgia en het gebied van Florida, dan komt men tot de conclusie, dat eenige jaren vóór de groote financieele crisis van 1837, meer dan honderd en twintig duizend slaven van de aankweekende naar de verbruikende Staten werden uitgevoerd.DeBaltimore Americanneemt het volgende over uit een blad van den Staat Mississippi, van het jaar 1837:„Uit het rapport over de bestaande financieele crisis, opgemaakt door de in eene bijeenkomst der burgers van Mobile benoemde commissie, blijkt, dat er een zoo uitgestrekt gebruik is gemaakt van slaven-arbeid, dat Alabama sedert 1833 jaarlijks voor ongeveer tien millioen dollars van die soort van eigendom van andere Staten gekocht heeft.”„Het handelen in slaven,” zegt hetBaltimore(Maryland)Registervan 1829, „is een veel omvattend bedrijf geworden; op verscheidene plaatsen in Maryland en Virginia zijn etablissementen opgerigt, waar zij als vee verkocht worden. Deze bewaarplaatsen zijn stevig gebouwd en ruim voorzien van ijzeren duimschroeven en mondproppen, en opgetooid met allerlei soorten van lederen zweepen, waaraan men dikwijls het bloed ziet kleven.”Professor Dew, thans president van de „University of William and Mary”, in Virginia, zegt op blz. 120 van zijn overzigt van de debatten, in 1831 en 1832 in de wetgevende vergadering van Virginia gehouden:„Aangezien een volkomen equivalent in de plaats van den slaaf gelaten wordt (de koopprijs), is deze emigratie een voordeel voor den Staat, en vermindert de zwarte bevolking niet zoo veel als bij den eersten oogopslag zou schijnen, dewijl de meester hierin alle aanleiding vindt, om goed voor de negers te zorgen,hunne vermeerdering te bevorderen en er het grootst mogelijke getal van aan te kweeken.” En iets verder zegt hij: „Virginia is inderdaad eene slavenkweekschool voor de andere Staten.”De heer Goode zeide in 1832 in eene redevoering, die hij in de wetgevende vergadering van Virginia hield:„Het overgroote nut der slaven in het Zuiden zal daarnaarzooveel vraagdoen ontstaan, dat zij er door van onze grenzen verwijderd zullen worden. Wij zullen hen uit onzen Staat zenden, dewijlons belangdit zal medebrengen; maar er zijn leden, die vreezen, datde markten van andere Statenvoor den invoer onzer slaven gesloten zullen worden. Mijne heeren, de vraag naar slavenarbeidmoet toenemen,” enz.Bij de debatten van de Conventie van Virginia in 1829, zeide de regter Upshur:„De waarde der slaven, als eigendom, hangt veel af van den toestand der buitenmarkt. Uit dit oogpunt beschouwd, is het de waarde van land inandere Staten, niet hier, die den maatstaf aan de hand geeft. Niets is wisselvalliger dan de waarde der slaven. Eene onlangs in Louisiana aangenomene wet, deed, twee uren nadat hare aanneming bekend was geworden, hunne waarde vijf en twintig percent dalen.Zoo, gelijk ik ook vertrouw, de aanwinst van het landschap Texas ons beschoren ware, zal hun prijs weder vooruitgaan.”De heer Philip Doddridge zeide in de zoo even genoemde Conventie (blz. 89 der debatten):„De aanwinst van Texas zal de waarde van den bedoelden eigendom (de slaven) grootelijks vermeerderen.”Door Dr. Graham, van Fayetteville, in Noord-Carolina, werd in eene bijeenkomst van belanghebbenden bij de kolonisatie, gehouden in het najaar van 1837, gezegd:„In den afgeloopen winter werden ongeveer zeven duizend slaven op de markt van New-Orleans te koop geboden. Alleen van Virginia werden jaarlijks zes duizend naar hetZuiden gezonden, en uit Virginia en Noord-Carolina waren in de laatste twintig jarendrie honderd duizend slavennaar het Zuiden gevoerd.”De heer Henry Clay, van Kentucky, zegt in de rede, die hij in 1829 voor de „Colonisation Society” uitsprak:„Het is te gelooven, dat nergens in de landbouwende streken der Vereenigde Staten van slaven-arbeid algemeen gebruik zou gemaakt worden, indien de grondeigenaren niet verlokt werden omslaven op te kweeken, door hun hoogen prijs op de markten in het Zuiden.”In hetNew-York Journal of Commerce, van 12 October 1835, komt een brief voor van een Virginiër, wien de redacteur „een achtenswaardig en gevoelig man” noemt, en die daarin opgeeft dat in genoemd jaar, hetwelk nog slechts voor drie vierde gedeelten verstreken was,twintig duizendslaven uit Virginia naar het Zuiden waren vervoerd.De heer Gholson zeide in eene rede, welke hij den 18 Januarij 1831 in de wetgevende vergadering van Virginia uitsprak (zie denRichmondWhig):„’t Is er door lieden van den ouderwetschen stempel altijd voor gehouden (misschien ten onregte), dat de eigenaar van een land een beslist regt heeft op de jaarlijksche opbrengst; de eigenaar van boomgaarden, op de jaarlijksche vruchten; de eigenaar van merries op hare veulens,en de eigenaar van slavinnen op hare kinderen. Wij bezitten het fijn geslepene verstand niet, noch de regtskennis, om het technische onderscheid te kunnen zien, dat door sommigen gemaakt is,” (namelijk het onderscheid tusschen merriën en slavinnen.) „De regtsregelpartus sequitur ventremis te gelijk ontstaan met het eigendomsregt-zelf, en gegrond op wijsheid en regtvaardigheid. Het is uithoofde van de regmatigheid en onschendbaarheid van dezen stelregel, dat de meester zich berooft van de diensten der slavin, haar laat verplegen en oppassen en haar hulpeloos kind opvoedt. De waarde der bezittingregtvaardigt de kosten, en ik aarzel niet te zeggen,dat in de vermeerdering daarvan veel van onzen rijkdom bestaat.

DeVirginia Times(een weekblad dat te Wheeling in Virginia verschijnt) schat in 1836 het aantal slaven, die ten verkoop uit dien Staat alleen uitgevoerd zijn gedurende de voorafgegane twaalf maanden, opveertig duizend, wier gemiddelde waarde op vier en twintig millioen dollars berekend wordt.

Zoo men wil aannemen, dat Virginia alleen de helft van den uitvoer in het genoemde tijdvak heeft geleverd, dan komen wij tot het ontzettende cijfer vantachtig duizend slaven, die in één enkel jaar uit de slavenkweekende Staten zijn vervoerd. Wij kunnen niet met zekerheid bepalen in welke evenredigheid door de andere Staten tot den uitvoer bijgedragen is; maar Maryland komt ten aanzien der getallen het naast bij Virginia, Noord-Carolina volgt op Maryland, Kentucky op Noord-Carolina en dan komen Tennessee en Delaware.

DeNatchez(Mississippi)Courierzegt, „dat de Staten Louisiana, Mississippi, Alabama en Arkansas gedurende 1836twee honderd en vijftig duizendslaven uit de meer noordelijk gelegene Staten ingevoerd hebben.”

Dit zou volstrekt ongeloofelijk schijnen; maar vermoedelijk zijn hierin al de slaven begrepen, die met hunne meesters medegekomen zijn toen deze zich hier nedergezet hebben.De volgende zinsneden uit denVirginia Timesschijnen die stelling te bevestigen:

„Door deskundigen hebben wij het getal slaven, die in de laatst verloopen twaalf maanden van Virginia uitgevoerd zijn, hooren schatten op honderd en twintig duizend, makende, elken slaaf gemiddeld ten minste op zes honderd dollars gerekend, eene som van twee en zeventig millioen dollars. Van het getal uitgevoerde slaven is niet meer daneen derde gedeelteverkocht, zijnde de andere medegenomen door hunne meesters die verhuisd zijn.”

Zoo men een derde gedeelte als het getal der verkochten beschouwt, zijn er meer dan tachtig duizend ten verkoop ingevoerd in de vier Staten Louisiana, Mississippi, Alabama en Arkansas. Onderstelt men dat de helft van tachtig duizend verkocht zijn in de overige aankoopende Staten, Zuid-Carolina, Georgia en het gebied van Florida, dan komt men tot de conclusie, dat eenige jaren vóór de groote financieele crisis van 1837, meer dan honderd en twintig duizend slaven van de aankweekende naar de verbruikende Staten werden uitgevoerd.

DeBaltimore Americanneemt het volgende over uit een blad van den Staat Mississippi, van het jaar 1837:

„Uit het rapport over de bestaande financieele crisis, opgemaakt door de in eene bijeenkomst der burgers van Mobile benoemde commissie, blijkt, dat er een zoo uitgestrekt gebruik is gemaakt van slaven-arbeid, dat Alabama sedert 1833 jaarlijks voor ongeveer tien millioen dollars van die soort van eigendom van andere Staten gekocht heeft.”

„Het handelen in slaven,” zegt hetBaltimore(Maryland)Registervan 1829, „is een veel omvattend bedrijf geworden; op verscheidene plaatsen in Maryland en Virginia zijn etablissementen opgerigt, waar zij als vee verkocht worden. Deze bewaarplaatsen zijn stevig gebouwd en ruim voorzien van ijzeren duimschroeven en mondproppen, en opgetooid met allerlei soorten van lederen zweepen, waaraan men dikwijls het bloed ziet kleven.”

Professor Dew, thans president van de „University of William and Mary”, in Virginia, zegt op blz. 120 van zijn overzigt van de debatten, in 1831 en 1832 in de wetgevende vergadering van Virginia gehouden:

„Aangezien een volkomen equivalent in de plaats van den slaaf gelaten wordt (de koopprijs), is deze emigratie een voordeel voor den Staat, en vermindert de zwarte bevolking niet zoo veel als bij den eersten oogopslag zou schijnen, dewijl de meester hierin alle aanleiding vindt, om goed voor de negers te zorgen,hunne vermeerdering te bevorderen en er het grootst mogelijke getal van aan te kweeken.” En iets verder zegt hij: „Virginia is inderdaad eene slavenkweekschool voor de andere Staten.”

De heer Goode zeide in 1832 in eene redevoering, die hij in de wetgevende vergadering van Virginia hield:

„Het overgroote nut der slaven in het Zuiden zal daarnaarzooveel vraagdoen ontstaan, dat zij er door van onze grenzen verwijderd zullen worden. Wij zullen hen uit onzen Staat zenden, dewijlons belangdit zal medebrengen; maar er zijn leden, die vreezen, datde markten van andere Statenvoor den invoer onzer slaven gesloten zullen worden. Mijne heeren, de vraag naar slavenarbeidmoet toenemen,” enz.

Bij de debatten van de Conventie van Virginia in 1829, zeide de regter Upshur:

„De waarde der slaven, als eigendom, hangt veel af van den toestand der buitenmarkt. Uit dit oogpunt beschouwd, is het de waarde van land inandere Staten, niet hier, die den maatstaf aan de hand geeft. Niets is wisselvalliger dan de waarde der slaven. Eene onlangs in Louisiana aangenomene wet, deed, twee uren nadat hare aanneming bekend was geworden, hunne waarde vijf en twintig percent dalen.Zoo, gelijk ik ook vertrouw, de aanwinst van het landschap Texas ons beschoren ware, zal hun prijs weder vooruitgaan.”

De heer Philip Doddridge zeide in de zoo even genoemde Conventie (blz. 89 der debatten):

„De aanwinst van Texas zal de waarde van den bedoelden eigendom (de slaven) grootelijks vermeerderen.”

Door Dr. Graham, van Fayetteville, in Noord-Carolina, werd in eene bijeenkomst van belanghebbenden bij de kolonisatie, gehouden in het najaar van 1837, gezegd:

„In den afgeloopen winter werden ongeveer zeven duizend slaven op de markt van New-Orleans te koop geboden. Alleen van Virginia werden jaarlijks zes duizend naar hetZuiden gezonden, en uit Virginia en Noord-Carolina waren in de laatste twintig jarendrie honderd duizend slavennaar het Zuiden gevoerd.”

De heer Henry Clay, van Kentucky, zegt in de rede, die hij in 1829 voor de „Colonisation Society” uitsprak:

„Het is te gelooven, dat nergens in de landbouwende streken der Vereenigde Staten van slaven-arbeid algemeen gebruik zou gemaakt worden, indien de grondeigenaren niet verlokt werden omslaven op te kweeken, door hun hoogen prijs op de markten in het Zuiden.”

In hetNew-York Journal of Commerce, van 12 October 1835, komt een brief voor van een Virginiër, wien de redacteur „een achtenswaardig en gevoelig man” noemt, en die daarin opgeeft dat in genoemd jaar, hetwelk nog slechts voor drie vierde gedeelten verstreken was,twintig duizendslaven uit Virginia naar het Zuiden waren vervoerd.

De heer Gholson zeide in eene rede, welke hij den 18 Januarij 1831 in de wetgevende vergadering van Virginia uitsprak (zie denRichmondWhig):

„’t Is er door lieden van den ouderwetschen stempel altijd voor gehouden (misschien ten onregte), dat de eigenaar van een land een beslist regt heeft op de jaarlijksche opbrengst; de eigenaar van boomgaarden, op de jaarlijksche vruchten; de eigenaar van merries op hare veulens,en de eigenaar van slavinnen op hare kinderen. Wij bezitten het fijn geslepene verstand niet, noch de regtskennis, om het technische onderscheid te kunnen zien, dat door sommigen gemaakt is,” (namelijk het onderscheid tusschen merriën en slavinnen.) „De regtsregelpartus sequitur ventremis te gelijk ontstaan met het eigendomsregt-zelf, en gegrond op wijsheid en regtvaardigheid. Het is uithoofde van de regmatigheid en onschendbaarheid van dezen stelregel, dat de meester zich berooft van de diensten der slavin, haar laat verplegen en oppassen en haar hulpeloos kind opvoedt. De waarde der bezittingregtvaardigt de kosten, en ik aarzel niet te zeggen,dat in de vermeerdering daarvan veel van onzen rijkdom bestaat.

Kan eenig vertoog over den toestand, waarin de openbare meening door het stelsel der slavernij gebragt wordt, zooveelzeggen als deze woorden, wanneer wij bedenken dat zij in de wetgevende vergadering van Virginia uitgesproken zijn? Zou men niet gelooven, dat Washington moet blozen in zijn graf, dat de Staat, waar hij het levenslicht aanschouwde, zoo diep gevallen is? Dat er echter nog harten in Virginia klopten, die gevoelig voor de schande waren, blijkt uit het volgende antwoord van den heer Faulkner aan den heer Gholson, in de Virginische kamer van afgevaardigden in 1832 (zie denRichmond Whig):

„Maar hij (de heer Gholson) heeft trachten aan te toonen, dat de afschaffing der slavernij onstaatkundig zou zijn, dewijl uwe slaven den geheelen rijkdom van den Staat uitmaken,het geheele productief vermogenvormen, dat Virginia bezit; en, mijne heeren, zoo als de tegenwoordige stand van zaken is,geloof ik dat hij gelijk heeft. Hij zegt, dat de slaven den geheelen beschikbaren rijkdom van oostelijk Virginia uitmaken. Is het waar, dat gedurende twee honderd jaren de eenige vordering in den rijkdom en de middelen van Virginia een gevolg geweest is van de natuurlijke toeneming van dat rampzalige geslacht? Kan het zijn, dat deze Staat geheel afhankelijk is van dien aanwas? Vóór dat ik deze verklaringen hoorde; had ik de afgrijselijke diepte van dit kwaad niet volkomen gepeild. Deze heeren voeren een feit aan, dat door de geschiedenis enden tegenwoordigen toestand der Republiekmaar al te zeer bevestigd wordt. Hoe, mijne heeren, hebt gij twee honderd jaren zonder persoonlijke inspanning of productieve nijverheid geleefd, in buitensporigheden en vadsigheid, alleen staande gehouden door de opbrengst van den verkoop der vermeerdering van de slaven en slechts die behoudende, welke uwe thans verarmde landerijen kunnen onderhouden als voortkweekers?”

„Maar hij (de heer Gholson) heeft trachten aan te toonen, dat de afschaffing der slavernij onstaatkundig zou zijn, dewijl uwe slaven den geheelen rijkdom van den Staat uitmaken,het geheele productief vermogenvormen, dat Virginia bezit; en, mijne heeren, zoo als de tegenwoordige stand van zaken is,geloof ik dat hij gelijk heeft. Hij zegt, dat de slaven den geheelen beschikbaren rijkdom van oostelijk Virginia uitmaken. Is het waar, dat gedurende twee honderd jaren de eenige vordering in den rijkdom en de middelen van Virginia een gevolg geweest is van de natuurlijke toeneming van dat rampzalige geslacht? Kan het zijn, dat deze Staat geheel afhankelijk is van dien aanwas? Vóór dat ik deze verklaringen hoorde; had ik de afgrijselijke diepte van dit kwaad niet volkomen gepeild. Deze heeren voeren een feit aan, dat door de geschiedenis enden tegenwoordigen toestand der Republiekmaar al te zeer bevestigd wordt. Hoe, mijne heeren, hebt gij twee honderd jaren zonder persoonlijke inspanning of productieve nijverheid geleefd, in buitensporigheden en vadsigheid, alleen staande gehouden door de opbrengst van den verkoop der vermeerdering van de slaven en slechts die behoudende, welke uwe thans verarmde landerijen kunnen onderhouden als voortkweekers?”

De heer Thomas Jefferson Randolph voerde de volgende taal in de wetgevende vergadering van Virginia (Liberty Bell, bLz. 20):

„Ik ben het met de heeren eens, aangaande de noodzakelijkheid om den Staat voor de binnenlandsche verdediging te wapenen. Ik zal met hen medewerken tot alle middelen om het vertrouwen bij het algemeen te doen herlevenen onze vrouwen en kinderen een gevoel van veiligheid in te boezemen. Blaar toch, mijneheeren, moet ik vragen, op wie de last van deze verdediging drukken zal? Niet op de weelderige meesters van hunne honderd slaven, die nimmer zullen uittrekken dan om met hunne gezinnen te vlugten als het gevaar dreigt. Neen, mijne heeren, hij zal drukken opde minder rijke klasse onzer burgers, voornamelijk op hendie geene slavenhouders zijn. Ik heb patrouilles gezien waaronder niet één slavenhouder was, en dit is het doorgaande gebruik des lands. In tijden van beroering heb ik rustig geslapen, zonder door eenige zorg gekweld te zijn, terwijl die personen, die niets van al dien eigendom bezaten, door dwang genoodzaakt, voor de kleinigheid van vijf en zeventig cents in de twaalf uren, rondom mijn huis patrouilleerden en dien eigendom bewaakten die even gevaarlijk was voor hen als voor mij. In allen gevalle is dit ook slechts een hulpmiddel. Naarmate deze bevolking talrijker wordt, is zij minder voortbrengend. Uwe wacht moet vermeerderd worden, tot eindelijk de voordeelen niet meer opwogen tegen de kosten om haar in toom te houden. De slavernij heeft de vermindering der vrije bevolking van een land tot gevolg.„Mijnheer heeft de kinderen van de slavinnen als een gedeelte van het voordeel opgenoemd. Dit wordt toegegeven; maar geen groot kwaad kan uit den weg geruimd, geen goed tot stand gebragt worden, zonder dat er eenige bezwaren uit voortvloeijen. ’t Is nu de vraag in hoe verre het wenschelijk is, dezen tak van voordeel te bevorderen en aan te moedigen. Het is in sommige gedeelten van Virginia eene practijk, en wel een toenemende practijk, slaven voor de markt op te kweeken. Hoe kan een man van eer, een vaderlander, een beminnaar van zijn geboortegrond, het gezigt dulden, dat de oude Staten, verheerlijkt door de zelfopoffering en vaderlandsliefde hunner zonen in den kamp der vrijheid, veranderd worden in ééne groote menagerie, waar menschen voor de markt worden gefokt gelijk runderen voor de slagtbank? Is het beter, neen, is het niet nog slechter dan de slavenhandel, een handel die slechts door de vereenigde pogingen van alle deugdzamen en verstandigen van elk geloof en elke hemelstreekkan afgeschaft worden? De handelaar ontvangt den slaaf, die door taal, voorkomen en zeden voor hem een vreemdeling is, van den koopman, die hem uit het binnenland gehaald heeft. De banden van vader, moeder, echtgenoot en kind zijn alle vaneen gerukt; eer hij hem ontvangt, is zijne ziel verstompt. Maar hier, mijne heeren, worden personen, die de meester van kindsbeen aan gekend heeft, die hij heeft zien dartelen in de onschuldige buitelingen der kindschheid, die zich gewend hebben tot hem op te zien om bescherming, door hem ontrukt aan de armen der moeder en verkocht in een vreemd land, onder vreemde menschen en neêrgebogen onder de zweep van wreede opzigters.Hij heeft de slavernij hier pogen te verdedigen op grond dat zij bestaat in Afrika, en voorts beweerd, dat zij over de geheele wereld bestaat. Op denzelfden grond kon hij het Mahomedaansche geloof voorstaan, met de veelwijverij, de voortdurende strooptogten en rooverijen en moorden, of eenige andere afschuwelijkheid van de wilden. Bestaat de slavernij in eenig gedeelte van het beschaafde Europa? Neen, mijne heeren, nergens.

„Ik ben het met de heeren eens, aangaande de noodzakelijkheid om den Staat voor de binnenlandsche verdediging te wapenen. Ik zal met hen medewerken tot alle middelen om het vertrouwen bij het algemeen te doen herlevenen onze vrouwen en kinderen een gevoel van veiligheid in te boezemen. Blaar toch, mijneheeren, moet ik vragen, op wie de last van deze verdediging drukken zal? Niet op de weelderige meesters van hunne honderd slaven, die nimmer zullen uittrekken dan om met hunne gezinnen te vlugten als het gevaar dreigt. Neen, mijne heeren, hij zal drukken opde minder rijke klasse onzer burgers, voornamelijk op hendie geene slavenhouders zijn. Ik heb patrouilles gezien waaronder niet één slavenhouder was, en dit is het doorgaande gebruik des lands. In tijden van beroering heb ik rustig geslapen, zonder door eenige zorg gekweld te zijn, terwijl die personen, die niets van al dien eigendom bezaten, door dwang genoodzaakt, voor de kleinigheid van vijf en zeventig cents in de twaalf uren, rondom mijn huis patrouilleerden en dien eigendom bewaakten die even gevaarlijk was voor hen als voor mij. In allen gevalle is dit ook slechts een hulpmiddel. Naarmate deze bevolking talrijker wordt, is zij minder voortbrengend. Uwe wacht moet vermeerderd worden, tot eindelijk de voordeelen niet meer opwogen tegen de kosten om haar in toom te houden. De slavernij heeft de vermindering der vrije bevolking van een land tot gevolg.

„Mijnheer heeft de kinderen van de slavinnen als een gedeelte van het voordeel opgenoemd. Dit wordt toegegeven; maar geen groot kwaad kan uit den weg geruimd, geen goed tot stand gebragt worden, zonder dat er eenige bezwaren uit voortvloeijen. ’t Is nu de vraag in hoe verre het wenschelijk is, dezen tak van voordeel te bevorderen en aan te moedigen. Het is in sommige gedeelten van Virginia eene practijk, en wel een toenemende practijk, slaven voor de markt op te kweeken. Hoe kan een man van eer, een vaderlander, een beminnaar van zijn geboortegrond, het gezigt dulden, dat de oude Staten, verheerlijkt door de zelfopoffering en vaderlandsliefde hunner zonen in den kamp der vrijheid, veranderd worden in ééne groote menagerie, waar menschen voor de markt worden gefokt gelijk runderen voor de slagtbank? Is het beter, neen, is het niet nog slechter dan de slavenhandel, een handel die slechts door de vereenigde pogingen van alle deugdzamen en verstandigen van elk geloof en elke hemelstreekkan afgeschaft worden? De handelaar ontvangt den slaaf, die door taal, voorkomen en zeden voor hem een vreemdeling is, van den koopman, die hem uit het binnenland gehaald heeft. De banden van vader, moeder, echtgenoot en kind zijn alle vaneen gerukt; eer hij hem ontvangt, is zijne ziel verstompt. Maar hier, mijne heeren, worden personen, die de meester van kindsbeen aan gekend heeft, die hij heeft zien dartelen in de onschuldige buitelingen der kindschheid, die zich gewend hebben tot hem op te zien om bescherming, door hem ontrukt aan de armen der moeder en verkocht in een vreemd land, onder vreemde menschen en neêrgebogen onder de zweep van wreede opzigters.

Hij heeft de slavernij hier pogen te verdedigen op grond dat zij bestaat in Afrika, en voorts beweerd, dat zij over de geheele wereld bestaat. Op denzelfden grond kon hij het Mahomedaansche geloof voorstaan, met de veelwijverij, de voortdurende strooptogten en rooverijen en moorden, of eenige andere afschuwelijkheid van de wilden. Bestaat de slavernij in eenig gedeelte van het beschaafde Europa? Neen, mijne heeren, nergens.

De berekeningen in het boekdeel, waaruit wij onze aanhalingen overgenomen hebben, dagteekenen van het jaar 1841. Sedert dien tijd is de oppervlakte van de zuidelijke slavenmarkt verdubbeld en heeft de slavenhandel eene daarmede gelijken tred houdende uitbreiding ondergaan. De bladen in het Zuiden wemelen van advertentiën dienbetreffende. Het is, om de waarheid te zeggen, de groothandel van die streken. Alleen uit de haven van Baltimore zijn in de twee laatste jaren duizend en drie en dertig slaven verscheept naar de zuidelijke markt, zoo als blijken kan uit de volgende opgave van het tolkantoor.

LIJSTvan het aantal schepen met slaven aan boord, die van 1 Januarij 1851 tot 20 November 1852 in het district Baltimore naar zuidelijke havens uitgeklaard zijn:

DATUMS.SOORT.NAMEN.BESTEMMING.GETAL SLAVEN.1851.Jan. 6Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),16Jan. 10Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),6Jan. 11Bark,Elizabeth,New Orleans,92Jan. 14Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),9Jan. 17Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),6Jan. 20Bark,Cora,New Orleans,14Feb. 6Bark,E. A. Chapin,New Orleans,31Feb. 8Bark,Sarah Bridge,New Orleans,34Feb. 12Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),5Feb. 24Schoener,H. A. Barling,New Orleans,37Feb. 26Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),3Feb. 28Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),42Maart 10—Edward Everett,New Orleans,20Maart 21Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),11Maart 19Bark,Baltimore,Savannah,13April 1Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),7April 2Brik,Waverley,New Orleans,31April 18Sloep,Baltimore,Arquia Creek (Virg.),4April 23—Charles,New Orleans,25April 28Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),5Mei 15Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),27Mei 17Schoener,Brilliant,Charleston,1Junij 10Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),3Junij 16Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),4Junij 20Schoener,Truth,Charleston,5Junij 21—Herman,New Orleans,10Julij 19Schoener,Aurora,Charleston,1Sept. 6Bark,Kirkwood,New Orleans,2Oct. 4Bark,Abbott Lord,New Orleans,1Oct. 11Bark,Elizabeth,New Orleans,70Oct. 18—Edward Everett,New Orleans,12Oct. 20Sloep,Georgia,Norfolk (Virg.),1Nov. 13—Eliza F. Mason,New Orleans,57Nov. 18Bark,Mary Broughtons,New Orleans,47Dec. 4—Timoleon,New Orleans,22Dec. 18Schoener,H. A. Barling,New Orleans,451852.Jan. 5Bark,Southerner,New Orleans,52Feb. 7—Nathan Hooper,New Orleans,51Feb. 21—Dumbarton,New Orleans,2Maart 27Sloep,Palmetto,Charleston,36Maart 4Sloep,Jewess,Norfolk (Virg.),34April 24Sloep,Palmetto,Charleston,8April 25Bark,Abbott Lord,New Orleans,36Mei 15—Charles,New Orleans,2Junij 12Sloep,Pampero,New Orleans,4Julij 3Sloep,Palmetto,Charleston,1Julij 6Sloep,Herald,Norfolk (Virg.),7Julij 6Sloep,Maryland,Arquia Creek (Virg),4Sept. 14Sloep,North Carolina,Norfolk (Virg.),15Sept. 23—America,New Orleans,1Oct. 15—Brandywine,New Orleans,6Oct. 18Sloep,Isabel,Charleston,1Oct. 28Schoener,Maryland,New Orleans,12Oct. 29Schoener,H. M. Gambrill,Savannah,11Nov 1—Jane Henderson,New Orleans,18Nov. 6Sloep,Palmetto,Charleston,31033

Zoo wij nog een blik slaan op de advertentiën zullen wij zien, dat de handelaars alleen de jonge slaven nemen, tusschen de tien en dertig jaren. Maar hier betreft het slechts ééne haven en slechts ééne wijze van uitvoer; want groote getallen worden in karavanen over land verzonden; en evenwel vindt de heer J. Thornton Randolph goed, de negers van Virginia voor te stellen als levende in landelijke rust, vreedzaam hunne pijp rookende onder hunne eigene wijnstokken en vijgenboomen, terwijl de patriarch van den troep verklaart, „dat hij in zijn heele leven niet gehoord heeft van het verkoopen van een neger naar Georgia, tenzij die neger zich uiterst slecht gedragen had.”

De commissie tot de opstelling van het boek, dat wij boven hebben aangehaald, geeft eene treffende schets van den invloed van dien handel op meester en slaaf beide, die wij niet kunnen nalaten over te nemen:

Dit stelsel drukt met ontzettende zwaarte op den slaaf. Het houdt hem onder voortdurende vrees van aan denzieldrijver1verkocht te zullen worden, hetwelk voor den slaaf de verwezenlijking is van alle denkbare jammer en ellende en door hem erger gevreesd wordt dan de dood. Een ontzettend voorgevoel van dit lot hangt den rampzalige dag en nacht, van de wieg tot aan het graf, boven het hoofd. Hij weet, dat er geen uur voorbijgaat, hetzij hij slape hetzij hij wake, dat niet het laatste welligt zal zijn, hetwelk hij bij vrouw en kinderen doorbrengt. Elken dag of week wordt een bekende van zijne zijde weggerukt, en zoo blijft de herinnering aan zijn eigen gevaar voortdurend bij hem levendig. „Eerlang zal gewis de beurt aan mij komen,” is zijne folterende gedachte; want hij weet, dat hij daarvoor opgekweekt is, als een os voor het juk, als een schaap voor de slagtplaats. In dezen staat van zaken is de toestand van den slaaf waarlijk onbeschrijfelijk.Wachten, al betreft het geene zaak van gewigt en al duurt het slechts een nacht, is moeijelijk te verduren. Maar wanneer iets vreeselijks hangt boven alles, volstrekt bovenalles wat dierbaar is, en over het tegenwoordige zijne schaduw en over de toekomst eene sombere tint werpt, dan waarlijkmoethet hart er onder breken. En dat is het zwaard, dat iederen slaaf in de slavenkweekende Staten, voortdurend boven het hoofd hangt. Zijn gering deel van geluk wordt er door vergiftigd. Zoo hij vader is, kan hij niet naar den arbeid gaan zonder in gedachten zijne vrouw en kinderen vaarwel te zeggen. Hij kan niet aêmechtig en afgemat van het veld terugkeeren, met de zekerheid dat hij zijne stulp niet beroofd en ledig zal vinden. Evenmin kan hij zich neêrstrekken op zijn bed van stroo en lappen zonder de snerpende vrees, dat zijne vrouw vóór den morgen uit zijne armen gescheurd zal worden. Nadert een blanke zijns meesters huis, hij vreest dat dezieldrijvergekomen is en verwacht met schrik des opzigters bevel: „Gij zijt verkocht; volg dien man.” Er is geen wezen op aarde, die den slaven in de slavenkweekende Staten zooveel schrik inboezemt als dehandelaar. Hij is hun wat de roofzuchtige ronselaar voor hunne minder beklagenswaardige broederen in de wildernissen van Afrika is. De meester weet dit, als ook dat er geene zoo krachtige straf is om eenig werk verrigt te krijgen of hen van slecht gedrag af te houden, dan de bedreiging dat hij hen aan denzieldrijverzal overleveren.„Een ander gevolg van dit stelsel is de aanmoediging van losbandigheid. Deze is inderdaad overal eene der zwartste vlekken op de slavernij; doch voornamelijk heeft zij onbeteugeld de bovenhand waar hetaankweeken van slavenals een bedrijf wordt uitgeoefend. Zij is eene der regtstreeksche gevolgen van het stelsel en onafscheidelijk daarvan.*   *   *De geldelijke verlokking tot een algemeen zedenbederf moet zeer sterk zijn, daar de winst van den meester met de vermeerdering der slaven stijgt, en voornamelijk sedert voor hetgemengde bloedeen aanmerkelijkhoogere prijsbesteed wordt dan voorhet zuiver zwart.”

Dit stelsel drukt met ontzettende zwaarte op den slaaf. Het houdt hem onder voortdurende vrees van aan denzieldrijver1verkocht te zullen worden, hetwelk voor den slaaf de verwezenlijking is van alle denkbare jammer en ellende en door hem erger gevreesd wordt dan de dood. Een ontzettend voorgevoel van dit lot hangt den rampzalige dag en nacht, van de wieg tot aan het graf, boven het hoofd. Hij weet, dat er geen uur voorbijgaat, hetzij hij slape hetzij hij wake, dat niet het laatste welligt zal zijn, hetwelk hij bij vrouw en kinderen doorbrengt. Elken dag of week wordt een bekende van zijne zijde weggerukt, en zoo blijft de herinnering aan zijn eigen gevaar voortdurend bij hem levendig. „Eerlang zal gewis de beurt aan mij komen,” is zijne folterende gedachte; want hij weet, dat hij daarvoor opgekweekt is, als een os voor het juk, als een schaap voor de slagtplaats. In dezen staat van zaken is de toestand van den slaaf waarlijk onbeschrijfelijk.Wachten, al betreft het geene zaak van gewigt en al duurt het slechts een nacht, is moeijelijk te verduren. Maar wanneer iets vreeselijks hangt boven alles, volstrekt bovenalles wat dierbaar is, en over het tegenwoordige zijne schaduw en over de toekomst eene sombere tint werpt, dan waarlijkmoethet hart er onder breken. En dat is het zwaard, dat iederen slaaf in de slavenkweekende Staten, voortdurend boven het hoofd hangt. Zijn gering deel van geluk wordt er door vergiftigd. Zoo hij vader is, kan hij niet naar den arbeid gaan zonder in gedachten zijne vrouw en kinderen vaarwel te zeggen. Hij kan niet aêmechtig en afgemat van het veld terugkeeren, met de zekerheid dat hij zijne stulp niet beroofd en ledig zal vinden. Evenmin kan hij zich neêrstrekken op zijn bed van stroo en lappen zonder de snerpende vrees, dat zijne vrouw vóór den morgen uit zijne armen gescheurd zal worden. Nadert een blanke zijns meesters huis, hij vreest dat dezieldrijvergekomen is en verwacht met schrik des opzigters bevel: „Gij zijt verkocht; volg dien man.” Er is geen wezen op aarde, die den slaven in de slavenkweekende Staten zooveel schrik inboezemt als dehandelaar. Hij is hun wat de roofzuchtige ronselaar voor hunne minder beklagenswaardige broederen in de wildernissen van Afrika is. De meester weet dit, als ook dat er geene zoo krachtige straf is om eenig werk verrigt te krijgen of hen van slecht gedrag af te houden, dan de bedreiging dat hij hen aan denzieldrijverzal overleveren.

„Een ander gevolg van dit stelsel is de aanmoediging van losbandigheid. Deze is inderdaad overal eene der zwartste vlekken op de slavernij; doch voornamelijk heeft zij onbeteugeld de bovenhand waar hetaankweeken van slavenals een bedrijf wordt uitgeoefend. Zij is eene der regtstreeksche gevolgen van het stelsel en onafscheidelijk daarvan.

*   *   *

De geldelijke verlokking tot een algemeen zedenbederf moet zeer sterk zijn, daar de winst van den meester met de vermeerdering der slaven stijgt, en voornamelijk sedert voor hetgemengde bloedeen aanmerkelijkhoogere prijsbesteed wordt dan voorhet zuiver zwart.”

Het overige van deze beschouwing treedt in bijzonderheden, die te schrikkelijk zijn om hier overgenomen te worden. Men vindt ze in het bedoelde boekdeel op blz. 13.

De dichters van Amerika, getrouw aan hunne heilige roeping, hebben over sommige der ontzettende realiteiten van den slavenhandel het zachte licht der poëzij uitgestort. Longfellow en Whittier hebben in verzen, zoo schitterend als paarlen, doch tevens zoo smartelijk als de tranen eener moeder, eenige voorvallen uit dit onnatuurlijk en akelig bedrijf geschetst. Laten wij, om de wille der menschheid, hopen dat in het eerste gedicht geenalledaagsch voorvalbeschreven wordt.

De Quarteronne.2Des slavenhalers schip lag daarVoor anker op de reê;Hij wachtte nog op ’t maanlicht maarEn de avond-eb der zee.Zijn boot lag aan den wal en ’t volkJoeg met een driesten moed,Den alligator uit zijn kolkNaar ’t midden van den vloed.Oranjegeur woei keer op keerHun tegen van het strand,Als aâmde er een uit beter sfeerEen wereld toe vol schand.De planter rookte kalm en zoetIn schaaûw van ’t rieten dak;De slavenhaler maakte spoed,De hand aan ’t hek, en sprak:„Mijn schip ligt ginder kant en klaarVoor anker op de reê;Ik wacht nog op het maanlicht maarEn de avond-eb der zee.”Vòòr hen, met opgeheven blik,Maar toch door schroom geplaagd,Zat, half nieuwsgierig, half vol schrik,Een Quarteronne-maagd.Haar groot schoon oog—het glansde als git,Haar arm en hals was bloot,Zij droeg een rok slechts, blinkend wit,En ’t hair, dat haar omvloot.En om haar mondje speelde een lach,Zoo als uw oog misschienTer kerk in ’t beeld van marmer zag,En heilgen dacht te zien.„De grond wordt schraal, de hoeve is oud,”Zei toen de planter weêr,En sloeg nu eens het oog op ’t goudEn dan op ’t meisje neêr.Er kampte een tweestrijd in zijn zielOm winst, zoo laag als snood;Hij wist van wien ze ’t leven hiel,Wiens bloed haar borst doorvloot.In ’t eind—zijn beter ik bezweek;Hij nam het blinkend goud.Toen werd het meisje doodlijk bleek,Haar hand als ijs zoo koud.De slavenhaler greep die hand,En bragt, bij maanlichtschijn,Ze aan boord, om in het vreemde landHem ter boelin te zijn.

Des slavenhalers schip lag daarVoor anker op de reê;Hij wachtte nog op ’t maanlicht maarEn de avond-eb der zee.

Des slavenhalers schip lag daar

Voor anker op de reê;

Hij wachtte nog op ’t maanlicht maar

En de avond-eb der zee.

Zijn boot lag aan den wal en ’t volkJoeg met een driesten moed,Den alligator uit zijn kolkNaar ’t midden van den vloed.

Zijn boot lag aan den wal en ’t volk

Joeg met een driesten moed,

Den alligator uit zijn kolk

Naar ’t midden van den vloed.

Oranjegeur woei keer op keerHun tegen van het strand,Als aâmde er een uit beter sfeerEen wereld toe vol schand.

Oranjegeur woei keer op keer

Hun tegen van het strand,

Als aâmde er een uit beter sfeer

Een wereld toe vol schand.

De planter rookte kalm en zoetIn schaaûw van ’t rieten dak;De slavenhaler maakte spoed,De hand aan ’t hek, en sprak:

De planter rookte kalm en zoet

In schaaûw van ’t rieten dak;

De slavenhaler maakte spoed,

De hand aan ’t hek, en sprak:

„Mijn schip ligt ginder kant en klaarVoor anker op de reê;Ik wacht nog op het maanlicht maarEn de avond-eb der zee.”

„Mijn schip ligt ginder kant en klaar

Voor anker op de reê;

Ik wacht nog op het maanlicht maar

En de avond-eb der zee.”

Vòòr hen, met opgeheven blik,Maar toch door schroom geplaagd,Zat, half nieuwsgierig, half vol schrik,Een Quarteronne-maagd.

Vòòr hen, met opgeheven blik,

Maar toch door schroom geplaagd,

Zat, half nieuwsgierig, half vol schrik,

Een Quarteronne-maagd.

Haar groot schoon oog—het glansde als git,Haar arm en hals was bloot,Zij droeg een rok slechts, blinkend wit,En ’t hair, dat haar omvloot.

Haar groot schoon oog—het glansde als git,

Haar arm en hals was bloot,

Zij droeg een rok slechts, blinkend wit,

En ’t hair, dat haar omvloot.

En om haar mondje speelde een lach,Zoo als uw oog misschienTer kerk in ’t beeld van marmer zag,En heilgen dacht te zien.

En om haar mondje speelde een lach,

Zoo als uw oog misschien

Ter kerk in ’t beeld van marmer zag,

En heilgen dacht te zien.

„De grond wordt schraal, de hoeve is oud,”Zei toen de planter weêr,En sloeg nu eens het oog op ’t goudEn dan op ’t meisje neêr.

„De grond wordt schraal, de hoeve is oud,”

Zei toen de planter weêr,

En sloeg nu eens het oog op ’t goud

En dan op ’t meisje neêr.

Er kampte een tweestrijd in zijn zielOm winst, zoo laag als snood;Hij wist van wien ze ’t leven hiel,Wiens bloed haar borst doorvloot.

Er kampte een tweestrijd in zijn ziel

Om winst, zoo laag als snood;

Hij wist van wien ze ’t leven hiel,

Wiens bloed haar borst doorvloot.

In ’t eind—zijn beter ik bezweek;Hij nam het blinkend goud.Toen werd het meisje doodlijk bleek,Haar hand als ijs zoo koud.

In ’t eind—zijn beter ik bezweek;

Hij nam het blinkend goud.

Toen werd het meisje doodlijk bleek,

Haar hand als ijs zoo koud.

De slavenhaler greep die hand,En bragt, bij maanlichtschijn,Ze aan boord, om in het vreemde landHem ter boelin te zijn.

De slavenhaler greep die hand,

En bragt, bij maanlichtschijn,

Ze aan boord, om in het vreemde land

Hem ter boelin te zijn.

H. W.Longfellow.

KlagtEener slavenmoeder van Virginia over hare dochters, naar het Zuiden als slavinnen verkocht.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Waar de slavenzweep staâg prest.Waar ’t insect venijnig kwetst,Waar de koorts haar gift in ’t bloedMet den nachtdauw vloeijen doet,Waar het zieklijk zonlicht kamptMet den pestwalm die er dampt!—Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Weggevoerd door beulenhandUit Virgienje’s heuv’lig land.Wee mij! van zijn waterstroomen,Zijn mijn kindren weggenomen!Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Daar hoort ’s moeders oor haar nooit,Ziet geen moederoog haar ooit;Nooit, wanneer de geeselriem’t Lijf haar voort met striem bij striem,Streelt een moederhand haar teêr,Vlijen ze aan haar borst zich neêr.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Als zij ’s avonds, God weet hoe!’t Veld verlaten, loom en moê,Flaauw van pijn, en uitgeputKeeren naar heur sombre hut,—Snelt geen broeder ze in ’t gemoet,Brengt geen vader haar zijn groet.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Verre van den boom waar ’t paarSpeelde en stoeide met elkaâr;Van de bronwel, aan wier randZij vaak dwaalden hand aan hand;Van de woning van ’t gebed,Waar zij hoorden van Gods wet.Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Over dag geen oogwenk rust,’s Nachts ter prooi aan ’s planters lust.Och, greep nu de dood ze maar!Rustten zij slechts naast elkaâr,Waar geen dwing’land haar meer pijnt,En de boei niet langer schrijnt!Ach, enz.Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Om ’t gekrookte riet, dat HijSpaart uit Vadermedelij’,Zij Hij, die alleen maar weetWat mijn dierbaar kroost al leed,Steeds haar toevlugt in de smart,Met een meer dan moederhart!Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Weggevoerd door beulenhandUit Virgienje’s heuv’lig land.Wee mij! van zijn waterstroomenZijn mijn kindren weggenomen!

Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Waar de slavenzweep staâg prest.Waar ’t insect venijnig kwetst,Waar de koorts haar gift in ’t bloedMet den nachtdauw vloeijen doet,Waar het zieklijk zonlicht kamptMet den pestwalm die er dampt!—Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras,Weggevoerd door beulenhandUit Virgienje’s heuv’lig land.Wee mij! van zijn waterstroomen,Zijn mijn kindren weggenomen!

Ach, verkocht of ’t slagtvee was,

Naar het vunzig rijstmoeras,

Waar de slavenzweep staâg prest.

Waar ’t insect venijnig kwetst,

Waar de koorts haar gift in ’t bloed

Met den nachtdauw vloeijen doet,

Waar het zieklijk zonlicht kampt

Met den pestwalm die er dampt!—

Ach, verkocht of ’t slagtvee was,

Naar het vunzig rijstmoeras,

Weggevoerd door beulenhand

Uit Virgienje’s heuv’lig land.

Wee mij! van zijn waterstroomen,

Zijn mijn kindren weggenomen!

Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Daar hoort ’s moeders oor haar nooit,Ziet geen moederoog haar ooit;Nooit, wanneer de geeselriem’t Lijf haar voort met striem bij striem,Streelt een moederhand haar teêr,Vlijen ze aan haar borst zich neêr.Ach, enz.

Ach, verkocht of ’t slagtvee was,

Naar het vunzig rijstmoeras!

Daar hoort ’s moeders oor haar nooit,

Ziet geen moederoog haar ooit;

Nooit, wanneer de geeselriem

’t Lijf haar voort met striem bij striem,

Streelt een moederhand haar teêr,

Vlijen ze aan haar borst zich neêr.

Ach, enz.

Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Als zij ’s avonds, God weet hoe!’t Veld verlaten, loom en moê,Flaauw van pijn, en uitgeputKeeren naar heur sombre hut,—Snelt geen broeder ze in ’t gemoet,Brengt geen vader haar zijn groet.Ach, enz.

Ach, verkocht of ’t slagtvee was,

Naar het vunzig rijstmoeras!

Als zij ’s avonds, God weet hoe!

’t Veld verlaten, loom en moê,

Flaauw van pijn, en uitgeput

Keeren naar heur sombre hut,—

Snelt geen broeder ze in ’t gemoet,

Brengt geen vader haar zijn groet.

Ach, enz.

Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Verre van den boom waar ’t paarSpeelde en stoeide met elkaâr;Van de bronwel, aan wier randZij vaak dwaalden hand aan hand;Van de woning van ’t gebed,Waar zij hoorden van Gods wet.Ach, enz.

Ach, verkocht of ’t slagtvee was,

Naar het vunzig rijstmoeras!

Verre van den boom waar ’t paar

Speelde en stoeide met elkaâr;

Van de bronwel, aan wier rand

Zij vaak dwaalden hand aan hand;

Van de woning van ’t gebed,

Waar zij hoorden van Gods wet.

Ach, enz.

Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Over dag geen oogwenk rust,’s Nachts ter prooi aan ’s planters lust.Och, greep nu de dood ze maar!Rustten zij slechts naast elkaâr,Waar geen dwing’land haar meer pijnt,En de boei niet langer schrijnt!Ach, enz.

Ach, verkocht of ’t slagtvee was,

Naar het vunzig rijstmoeras!

Over dag geen oogwenk rust,

’s Nachts ter prooi aan ’s planters lust.

Och, greep nu de dood ze maar!

Rustten zij slechts naast elkaâr,

Waar geen dwing’land haar meer pijnt,

En de boei niet langer schrijnt!

Ach, enz.

Ach, verkocht of ’t slagtvee was,Naar het vunzig rijstmoeras!Om ’t gekrookte riet, dat HijSpaart uit Vadermedelij’,Zij Hij, die alleen maar weetWat mijn dierbaar kroost al leed,Steeds haar toevlugt in de smart,Met een meer dan moederhart!Ach, verkocht of ’t slagtvee was,

Ach, verkocht of ’t slagtvee was,

Naar het vunzig rijstmoeras!

Om ’t gekrookte riet, dat Hij

Spaart uit Vadermedelij’,

Zij Hij, die alleen maar weet

Wat mijn dierbaar kroost al leed,

Steeds haar toevlugt in de smart,

Met een meer dan moederhart!

Ach, verkocht of ’t slagtvee was,

Naar het vunzig rijstmoeras,Weggevoerd door beulenhandUit Virgienje’s heuv’lig land.Wee mij! van zijn waterstroomenZijn mijn kindren weggenomen!

Naar het vunzig rijstmoeras,

Weggevoerd door beulenhand

Uit Virgienje’s heuv’lig land.

Wee mij! van zijn waterstroomen

Zijn mijn kindren weggenomen!

John G. Whittier.

Het volgende uittreksel uit een brief van Dr. Bailey, voorkomende in deEravan 1817, behelst een overzigt nopens deze zaak, dat sommige Virginische familiën meer eer aandoet. Moge het getal van hen, die weigeren om anders dan door emancipatie van hunne slaven afstand te doen, meer en meer toenemen!

De verkoop van slaven naar het Zuiden is zeer uitgebreid. Zoo ver ik heb kunnen vernemen, kweeken de slavenhandelaars hen niet opzettelijk met dat doel aan. Maar er is b. v. een man, met een twintigtal slaven, gevestigd op eene uitgeputte plantage. Deze moet het onderhoud voor allen opleveren; maar dit neemt af naar mate zij vermeerderen. Het gevolg is, dat hij hen moet emanciperen of verkoopen. Maar hij is in schulden geraakt, en verkoopt hen om zijne schuld te kwijten, als ook om zich van een aantal monden te ontslaan. Of hij heeft geld noodig om zijne kinderen eene opvoeding te geven; of eindelijk worden de slaven verkocht op regterlijk gezag. Door deze en andere oorzaken verdwijnen voortdurend aanzienlijke getallen slaven uit den Staat, zoodat de eerstvolgende census ongetwijfeld eene groote vermindering in de slavenbevolking zal aanwijzen.Het saisoen voor dezen handel duurt gemeenlijk van November tot April; en sommigen berekenen, dat het gemiddeld getal slaven, dat gedurende zes maanden wekelijks langs den zuidelijken spoorweg vervoerd wordt, ten minste 200 bedraagt. Een slavenhandelaar verhaalde mij, dat hem een voorbeeld bekend was, dat er 100 op éénen avond vervoerd waren. Doch dit is slechts één weg. Er worden ook groote getallen westelijk gezonden, of over zee langs de kust. De Davises, te Petersburg, zijn de groote slavenhandelaars. Zij zijn Joden, die vele jaren geleden daar kwamen als arme marskramers; en thans, verneem ik,zijn zij leden van eene familie, die hare vertegenwoordigers te Philadelphia, New-York en elders heeft. Deze lieden zijn altijd aan de markt en geven den hoogsten prijs voor slaven. Gedurende den zomer en het najaar echter koopen zij die allerwege op voor lage prijzen, kleeden, scheren, wasschen hen, maken hen vet zoodat zij een goed voorkomen hebben, en verkoopen hen met aanzienlijke winst. Het zou niet onaardig zijn eens te weten hoeveel kapitaal en welke firma’s van sommige steden in het Noorden, in dezen verfoeijelijken handel betrokken zijn.Er zijn hier vele planters, die niet bewogen kunnen worden om hunne slaven te verkoopen. Zij hebben er verreweg meer dan zij aan het werk kunnen zetten, en zij zouden er ten allen tijde goede prijzen voor kunnen bedingen. De verzoeking is sterk, want zij hebben meer geld en minder onderhoorigen noodig. Maar zij bieden er weêrstand aan en niets kan hen overhalen om afstand te doen van een enkelen slaaf, ofschoon zij weten, dat zij eene aanmerkelijke winst zouden maken als zij maar de helft wilden verkoopen. Zulke lieden zijn te goedhartig om slavenhouders te wezen. Gave de hemel, dat zij het van hun pligt begonnen te rekenen, nog één stap verder te gaan en bevrijders hunner slaven te worden! Deze klasse van planters bestaat meerendeels uit Godsdienstige mannen, en van hen zijn grootendeels de emancipatiënbij testamentafkomstig, waarvan wij nu en dan hooren.

De verkoop van slaven naar het Zuiden is zeer uitgebreid. Zoo ver ik heb kunnen vernemen, kweeken de slavenhandelaars hen niet opzettelijk met dat doel aan. Maar er is b. v. een man, met een twintigtal slaven, gevestigd op eene uitgeputte plantage. Deze moet het onderhoud voor allen opleveren; maar dit neemt af naar mate zij vermeerderen. Het gevolg is, dat hij hen moet emanciperen of verkoopen. Maar hij is in schulden geraakt, en verkoopt hen om zijne schuld te kwijten, als ook om zich van een aantal monden te ontslaan. Of hij heeft geld noodig om zijne kinderen eene opvoeding te geven; of eindelijk worden de slaven verkocht op regterlijk gezag. Door deze en andere oorzaken verdwijnen voortdurend aanzienlijke getallen slaven uit den Staat, zoodat de eerstvolgende census ongetwijfeld eene groote vermindering in de slavenbevolking zal aanwijzen.

Het saisoen voor dezen handel duurt gemeenlijk van November tot April; en sommigen berekenen, dat het gemiddeld getal slaven, dat gedurende zes maanden wekelijks langs den zuidelijken spoorweg vervoerd wordt, ten minste 200 bedraagt. Een slavenhandelaar verhaalde mij, dat hem een voorbeeld bekend was, dat er 100 op éénen avond vervoerd waren. Doch dit is slechts één weg. Er worden ook groote getallen westelijk gezonden, of over zee langs de kust. De Davises, te Petersburg, zijn de groote slavenhandelaars. Zij zijn Joden, die vele jaren geleden daar kwamen als arme marskramers; en thans, verneem ik,zijn zij leden van eene familie, die hare vertegenwoordigers te Philadelphia, New-York en elders heeft. Deze lieden zijn altijd aan de markt en geven den hoogsten prijs voor slaven. Gedurende den zomer en het najaar echter koopen zij die allerwege op voor lage prijzen, kleeden, scheren, wasschen hen, maken hen vet zoodat zij een goed voorkomen hebben, en verkoopen hen met aanzienlijke winst. Het zou niet onaardig zijn eens te weten hoeveel kapitaal en welke firma’s van sommige steden in het Noorden, in dezen verfoeijelijken handel betrokken zijn.

Er zijn hier vele planters, die niet bewogen kunnen worden om hunne slaven te verkoopen. Zij hebben er verreweg meer dan zij aan het werk kunnen zetten, en zij zouden er ten allen tijde goede prijzen voor kunnen bedingen. De verzoeking is sterk, want zij hebben meer geld en minder onderhoorigen noodig. Maar zij bieden er weêrstand aan en niets kan hen overhalen om afstand te doen van een enkelen slaaf, ofschoon zij weten, dat zij eene aanmerkelijke winst zouden maken als zij maar de helft wilden verkoopen. Zulke lieden zijn te goedhartig om slavenhouders te wezen. Gave de hemel, dat zij het van hun pligt begonnen te rekenen, nog één stap verder te gaan en bevrijders hunner slaven te worden! Deze klasse van planters bestaat meerendeels uit Godsdienstige mannen, en van hen zijn grootendeels de emancipatiënbij testamentafkomstig, waarvan wij nu en dan hooren.

1Aldus wordt de slavenhandelaar door de ongelukkigen in de slavenkweekende Staten algemeen genoemd.2Quarteronne is de Fransche, gelijk Quadrone de Engelsche benaming is eener kleurlinge, die een vierde gekleurd bloed in hare aderen omdraagt.Vertaler.

1Aldus wordt de slavenhandelaar door de ongelukkigen in de slavenkweekende Staten algemeen genoemd.

2Quarteronne is de Fransche, gelijk Quadrone de Engelsche benaming is eener kleurlinge, die een vierde gekleurd bloed in hare aderen omdraagt.

Vertaler.


Back to IndexNext