Hoofdstuk IX.Matige kastijding en toevallige dood.De Staat tegen Castleman.Korten tijd voor zij den dood van den slaaf Tom schetste, las de schrijfster het verslag van het volgende regtsgeding. De treurige feiten, daarin voorkomende, zweefden haar voor den geest toen zij schreef:„Welk mensch durft het doen, maar durft het niet aan hooren. Wat onze mede-broeders en mede-christenen moeten lijden, kan ons niet verhaald worden, zelfs niet in onze binnenkamer, zoo snijdt het door de ziel. En toch, o, mijn vaderland! geschiedt dat alles onder de schaduw uwer wetten! en o Christus, uw kerk ziet het bijna zwijgend aan!”Het wordt geheel wedergegeven zoo als het opgesteld was door Dr. G. Bailey, den menschlievenden en kundigen redacteur van deNational Era.Uit de „National Era,” Washington 6 November 1851.Moord-aanslag in Clarke County, Virginia.Sedert eenigen tijd bevatten de nieuwspapieren van Virginia mededeelingen omtrent een schrikkelijk treurspel, dat in Clarke County van dien Staat heeft plaats gehad. Een slaaf van den kolonel James Castleman, werd, zoo als men zegt, met een keten om den hals vastgelegd, en door zijn meester doodgegeeseld, omdat hij gestolen had. De geheele nabuurschap van de plaats, waar dit geschiedde, geraakte in een staat van spanning; de bladen van Virginia deelden om strijd die wreede daad mede; en de inwoners der Noordelijke Staten werden opgeroepen, om als getuigen op te treden voor den regter, opdat aan den slaven-eigenaar loon naar werken zou worden gegeven. De daad was dan ook vreeselijk; zij was, wij durven het zeggen, bijna en zonder wederga, en ze mag niet als proeve worden aangevoerd van de behandeling der slaven in het algemeen. Wij deelden het gebeurde niet mede; wij wilden liever met de mededeeling er van wachten, tot de regtbank vonnis zou hebben geveld, en wij de misdaad te gelijk met de straf konden mededeelen, wanneer de Staat zich op den misdadiger zou gewroken hebben.Zij, die door dat gruwelstuk diep getroffen waren, zullen zeker verrast en teleurgesteld zijn, wanneer zij vernemen, dat de bedrijvers er van verhoord envrijgesprokenwerden; en wanneer zij het volgende verslag van het regtsgeding en de uitspraak lezen, dat, op verlangen der vrienden van den beschuldigde openbaar werd gemaakt, zal hunne teleurstelling in bittere verontwaardiging overgaan.Het volgende verslag, dat men veronderstelt opgemaakt te zijn door den advokaat, na het regtsgeding, is door de vrienden van den kolonel ons ter hand gesteld, met verzoek het openbaar te maken.Uit den „Spirit of Jefferson.”„Voor het Hoog Geregtshof van Clarke County, aanvangende den 13denOctober, onder voorzitterschap van den regter Samuels, verschenen James Castleman en zijn zoon Stephen D. Castleman, beiden beschuldigd van moord op den neger Lewis, eigendom van den laatste. Op raadvan hun advocaat, verlangden de partijen, dat hunne zaak afzonderlijk zou worden behandeld, en deattorneyvoor den Staat bepaalde, dat James Castleman het eerst zou worden verhoord.„Uit dat geding bleek, dat verscheidene maanden voor dat het feit gepleegd was, de geldlade in de herberg van Stephen Castleman, en de sterke dranken, die in groote hoeveelheid in den kelder waren, van tijd tot tijd bestolen waren geworden, en dat die diefstallen zeer aanmerkelijk waren toegenomen. Uit verschillende omstandigheden had men verdenking opgevat tegen Lewis en een anderen neger, Reuben, een hoefsmid, het eigendom van James Castleman; maar door behulp van twee der huisbedienden waren zij tot nog toe aan alle waakzaamheid ontsnapt.„Op den 20stenAugustus laatstleden, in den achtermiddag, ontdekte S. D. Castleman toevallig eene spleet, waardoor hij, met behulp van een der huisbedienden, volkomen in staat werd gesteld de dieven te zien, en de wijze te ontdekken, waarop de diefstallen waren gepleegd. Hij liet terstond zijn vader roepen, die niet ver van hem af woonde, en nadat hij dezen zijne ontdekking had medegedeeld, besloot men, dat men de misdadigers plotseling zou straffen en vóór dat zij wisten dat hunne daad aan het licht was gekomen.„Lewis werd het eerst gestraft, en op eene wijze, zoo als ten duidelijkste blijkt, die hem geen ernstig letsel kon geven, namelijk door eene geeseling met een breed lederen riem. Hij werd streng gestraft, evenwel slechts in verhouding tot zijne misdaad; niemand kon dan ook beweren, dat die straf zijn leven of zijne gezondheid in gevaar bragt. Hij bekende het misdrijf en verklaarde, dat hij het gepleegd had met behulp van valsche sleutels, die de smid Reuben hem had geleverd.„Deze werd onmiddellijk daarna gestraft. Men geloofde, dat hij de voornaamste misdadiger was, en hij toonde zich verharder en weerspanniger dan Lewis zich getoond had. Het bleek dan ook, zoowel uit de aanklagt als uit de verdediging, dat hij met grooter gestrengheid werd gestraft dan zijn medepligtige. Er volgde evenwel ook van zijne zijde eene bekentenis, en hij gaf de valsche sleutels, een waarvan hij zelf gesmeed had, door middel van welke de diefstal was gepleegd, over.„Verder bleek bij de behandeling dezer zaak, dat Lewis gegeeseld werd in een bovenvertrek van het magazijn, datgrensde aan het pakhuis van Stephen Castleman, en aan de straatzijde lag; de slaaf werkte daar gewoonlijk; dat, nadat hij de straf had ondergaan, de neger Lewis, omdat hij niet weg zou loopen, terwijl zij Reuben haalden, met een ketting rond zijn hals werd vastgemaakt aan een balk boven zijn hoofd. De lengte van den ketting, de breedte en dikte van den balk, zijne hoogte boven den grond en de lis, die zijn hals omsloten had, waren naauwkeurig gemeten, en daaruit was gebleken, dat de ketting, zonder de lis en den balk, anderhalf voet langer was dan de afstand tusschen de schouders van den slaaf en den balk daarboven, dat de ketting dus verre van gespannen kon geweest zijn; dat de lis (die zoodanig was gelegd, dat zij niet verder kon digtgehaald worden) rustte op de schouders en de borst, en slechts zooverre was toegehaald, dat zijn hoofd er niet door kon, en dat er geene andere gelegenheid in het vertrek was om den ketting vast te maken, dan aan gezegden balk. Zijne handen werden vóór hem gebonden; een blanke, die met Lewis dien dag gewerkt had, werd door de Castlemans bij hem gelaten, om te zorgen, dat hij niet ontsnapte, terwijl zij met Reuben bezig waren. Uit de verklaring van dezen man (die als getuige door den Staat werd opgeroepen) bleek, dat Lewis gevraagd had om een bankje om op te staan, of om iets waarop hij steunen kon; dat nadat de Castlemans hem verlaten hadden, de vrees door hem werd te kennen gegeven, dat hij nogmaals gegeeseld zou worden, wanneer zij terug kwamen, en dat hij zeide zich den hals te willen afsnijden, indien hij maar een mes had en eene hand kon loswringen. De getuige verklaarde, dat de neger „ferm op zijn beenen stond”; dat hij zich vrij naar alle zijden kon bewegen, en dat hij zich volstrekt niet beklaagd had over de wijze, waarop hij geboeid of vastgemaakt was. Getuige verklaarde ten slotte, dat hij een half uur met Lewis geweest was en hem toen verlaten had, om naar huis te gaan.„Nadat zij Reuben hadden gestraft, keerden de Castlemans met dezen naar het magazijn terug, daar hun voornemen was de twee mannen tegen elkander te hooren, in de hoop dat zij, door een verhoor van beiden te zamen, alle medepligtigen zouden ontdekken.„Zij waren niet langer dan een half uur weg geweest. Toen zij het vertrek binnen traden vonden zij Lewis aan zijnhals hangende met de voeten naar achteren en met de knieën eenige duimen van den grond. Zijn hoofd hing voorover en het ligchaam was nog zacht (verslapt), maar het leven was er uit.„Uit de verklaring der heelkundigen, die op verlangen van dencoronereene lijkbeschouwing hielden, bleek, dat de dood veroorzaakt was door verworging; en andere kundige geneesheeren bewezen dat, uit den toestand der hersenen en bloedvaten na den dood (welke toestand gebleken was door de lijkschouwing) de gestorvene niet bezweken kon zijn vóór de verworging.„Nadat het geheele getuigen-verhoor was afgeloopen, verklaarden de gezworenen, van hunne plaats in de regtszaal, uit eigen beweging, vóór dat nog door een der advokaten het woord was gevoerd, dat zij het eens waren omtrent het vonnis. De raadslieden der beschuldigden vereenigden zich er mede, dat dit terstond zou worden uitgesproken, en dat vonnis luidde „onschuldig.” Deattorneyvan den Staat verklaarde toen aan het Hof dat alle feiten, die tot verdere vervolging zonden kunnen leiden, aan de jury waren medegedeeld; en daar geen nieuwe getuigen in het geding van Stephen D. Castleman konden gehoord worden, stelde hij aan het Hof voor hetnolle prosequiuit te spreken. De regter antwoordde dat de zaak door het getuigen-verhoor duidelijk en volledig aan de jury bekend was gemaakt; dat het Hof niet enkel genoegen nam met het vonnis, maar dat, indien er een ander vonnis was geveld, appel zou zijn aangeteekend; dat, daar er geene meerdere getuigen in de zaak van Stephen konden gehoord worden, deattorneyvoor den Staat teregt eennolle prosequiten zijnen aanzien voorstelde, en dat het Hof daarmede genoegen nam. Dien overeenkomstig werd eennolle prosequiuitgesproken en de beide beschuldigden in vrijheid gesteld.„Wij moeten hier nog bijvoegen, dat er twee dagen heengingen met het getuigen-verhoor, en dat de zaak behandeld werd door eene jury uit Clarke County. Men had voor beide beschuldigden borg gesproken bij hunne arrestatie, en ook voor den tijd, dat het proces hangende was.”Aangenomen dat, volgens de wet, de moord niet bewezen was; wie kan toch, na deze eenzijdige mededeeling, er nog aan twijfelen, dat de slaaf stierf ten gevolge van de straf door hem ondergaan?In criminele zaken, waarborgt de Grondwet van den Staat aan den beschuldigde het regt, dat zijne zaak door eene onpartijdige jury in het openbaar zal behandeld worden; het regt om bekend te worden gemaakt met den aard en de oorzaak der beschuldiging; om gehoord te worden tegenover de aanklagers; om getuigenà déchargete dwingen hunne verklaring af te leggen, en het regt op den bijstand van een regtsgeleerde. Dit zijn waarborgen, die volstrekt vereischt worden om de onschuld tegen een haastig of partijdig oordeel te beschermen; volstrekt vereischt om onregtvaardigheid te voorkomen. Daar die waarborgen niet voor slaven bestaan, moest elke slaven-eigenaar gevoelen, dat er op hem zooveel te grooter zedelijke verpligting rustte. Hij is de eenige regter; hij alleen beoordeelt het misdrijf, de feiten, waardoor het bewezen is, en de grootte der straf. Wanneer de slaaf van eene misdaad verdacht wordt, eischt de menschelijkheid, dat hem de beschuldiging worde medegedeeld; dat hij tegen zijn aanklager gehoord worde, dat het hem veroorloofd zij, feiten tot bewijs zijner onschuld aan te voeren.En hoe werd de arme Lewis behandeld? De zoon van Castleman zeide, dat hij den dief van het geld ontdekt had; en terstond wordt besloten dat de misdadigers onverwacht zullen gestraft worden, en vóór zij wisten dat hunne misdaad ontdekt was. Gestraft zonder gehoord te worden? Gestraft op het getuigenis van een huisbediende, en naar den aard van welk getuigenis het Geregtshof niet schijnt onderzocht te hebben! Geen enkel woord billijkt de veronderstelling dat er een zorgvuldig onderzoek naar hunne schuld was ingesteld. Lewis en Reuben werden op lossen grond, zonder verder onderzoek, voor de schuldigen gehouden; en toen, zonder dat het hun toegestaan werd het tegendeel welligt te bewijzen, werden zij gegeeseld tot hun, door ligchaamspijn eene bekentenis ontperst werd.Is dit de regtvaardigheid van Virginia?Lewis werd gestraft met een „breed lederen riem”; hij werd „streng gestraft”; dit behoefde men ons niet te zeggen. Een „breed lederen riem” is wel geschikt voor eene strenge straf. „Maar niemand heeft beweerd”, zegt het verslag, „dat deze straf het leven of de gezondheid in gevaar brengt.” Dat is onwaar; het werd destijds nadrukkelijk in de nieuwsbladengezegd, en het was ook de meening van alle bewoners uit den omtrek, dat die straf het leven in zeer groot gevaar stelt. Maar straks hierover nader.Lewis werd achtergelaten. Een ketting werd om zijn hals vastgemaakt, zoodanig dat hij zich niet kon verworgen, en aan een balk boven hem bevestigd, eene speling latende van anderhalf voet. Zoolang hij regt op bleef staan, was hij zeker zich niet te zullen worgen, maar hij kon niet zitten noch knielen; en viel hij flaauw, dan werd zijn keel digtgeknepen. Het verslag zegt, dat zij hem zoo vastmaakten, opdat hij niet zou kunnen wegloopen. Als dit het eenig doel was, kon het op beter en minder wreede wijze bereikt worden, zoo als elke lezer zelf inziet. Die manier om zich van hem te verzekeren, werd waarschijnlijk gevolgd om hem vrees aan te jagen, en gaf te gelijkertijd eenige genoegdoening aan de wraakzucht van hen, die deze daad bedreven. De man, dien zij achterlieten om op Lewis te passen, zeide, dat hij, na een halfuur bij hem te zijn gebleven, naar huis was gegaan; en dat Lewis toen nog leefde. De Castlemans verklaarden, dat zij, na Reuben gestraft te hebben, terug waren gekomen, na eene afwezigheid van niet meer dan een half uur, en zij vonden hem hangende en dood. Wij vestigen de aandacht op dit gedeelte van het verhoor, om aan te toonen hoe los de verklaringen daar heen werden geworpen, waaruit het bewijs zou moeten worden opgemaakt.Waarom werd Lewis geketend en toch een man bij hem achtergelaten? „Om zeker te zijn dat hij niet zou ontsnappen,” zeggen de Castlemans. Is het de gewoonte slaven op die wijze te ketenen en een wachter bij hen te plaatsen, om hunne ontsnapping te voorkomen? Indien de straf van Lewis niet buitengewoon geweest ware, en indien hij niet bedreigd ware geworden met eene nieuwe straf na hunne terugkomst, zou het overbodig geweest zijn hem te ketenen.De verklaring van den man, die op hem passen moest, doet hem voorkomen als een wanhopende, ter prooi aan vrees en smart. „Lewis vroeg een bankje om op te zitten.” Waarom? Was hij niet lijdend en uitgeput en verlangde hij niet te rusten, zonder gevaar te loopen zich te verworgen? Verder, vroeg hij iets om op te steunen; nadat de Castlemans hem verlaten hadden, gaf hij de vrees te kennen, dat, wanneer zij mogten terugkomen, hij nogmaals gegeeseld zou worden, en zeidezich den hals af te willen snijden, als hij een mes had en eene hand kon loswringen. De kastijding, die hem tot zulk eene wanhoop bragt, moet wel vreeselijk geweest zijn!Hoe lang zij afwezig waren, weten wij niet, want de verklaringen zijn, omtrent dit punt, met elkander in strijd. Zij vonden hem hangende en dood; zijne voeten achter het lijf, zijne knieën eenige weinige duimen van den grond, en zijn hoofd voorover gebogen; juist in de houding, waarin hij natuurlijk moest zinken, wanneer hij zich niet meer staande kon houden. Zij wilden het doen voorkomen dat hij zich-zelven verhangen heeft. Al kon dit bewezen worden (wij behoeven naauwelijks te zeggen dat het niet bewezen is) zou het toch slechts in geringe mate hunne schuld verminderen. Het waarschijnlijkst is, dat hij in elkander zakte door smart, vermoeijenis en vrees uitgeput. Wat de verklaring der heelmeesters betreft, die op eene lijkschouwing zijn gegrond, van den toestand der hersenen en bloedvaten, dat de overledene niet gestorven kon zijn vóór de verworging, deze is naauwelijks de aandacht waardig. Wij kennen het feilbare en onzekere van zulk een onderzoek.Voor zoo ver wij het konden nagaan, was de eenige getuige, die voor hun onschuld kon pleiten, de man, dien de Castlemans tot bewaker hadden aangesteld. Maar hij hing, als werkman, geheel van hen af. Er zouden andere getuigen hebben kunnen optreden; waarom die niet opgeroepen zijn, zal deattorneymoeten verantwoorden. Om onze beweringen te staven, en te bewijzen, dat in deze het regt zijn loop niet heeft gehad, roepen wij de volgende getuigenis in van een zeer achtenswaardig inwoner dezer stad, die op verre na geen abolitionist is. De slavenhouders, die door hem genoemd worden, zijn hier zeer goed bekend, en zouden terstond aan de oproeping hebben voldaan, indien zij, die met de behandeling der zaak belast waren en hunne bereidvaardigheid kenden, die oproeping hadden gedaan.„Aan den Uitgever van de Era.„Ik zie dat de Castlemans, wien een proces werd aangedaan wegens het doodgeeselen van een slaaf in Virginia, zegepralend werden vrijgesproken”—zoo als velen verwachtten. Er zijn drie personen in deze stad, met wie ik bekend ben, diemet de Castlemans waren gedurende den nacht, waarin dat schriktooneel plaats had. Zij hoorden de vreeselijke geeselslagen en oorverscheurende kreten en jammerklagten van den lijder. Zij verzochten den eenigen blanke, dien zij toen vinden konden, en die niet in het bloedige werk betrokken was, tusschen beiden te treden; maar langen tijd weigerde hij, op grond dat hij van de Castlemans afhing en hun toorn vreesde, wanneer hij een woord zeide, dat niet naar hun genoegen was, vooral nu zij beschonken waren; hij zou zijn eigen leven welligt daardoor in gevaar stellen. Hij waagde het evenwel en gaf bij zijne terugkomst verslag van de wreedaardige wijze, waarop de slaven geboeid, gegeeseld en vastgebonden waren in het bovengedeelte van de werkplaats. Des morgens, toen die personen vernamen dat een der slaven gestorven was, waren zij zoozeer getroffen en verontwaardigd, dat zij niets in het huis wilden gebruiken, en Castleman zijne wreedheid verweten. Deze betuigde zijn leedwezen dat de slaaf was gestorven, en vooral, zoo als hij verzekerde, omdat hij daaraanonschuldigwas; men meende dat hij door afmatting in zwijm was gevallen, en door den ketting, die om zijn hals was geslagen, geworgd was. De personen, die ik hier op het oog heb, houden zelf slaven, maar zij waren zoo zeer getroffen en aangedaan, dat zij niet hadden kunnen slapen (twee hunner zijn dames) en vele nachten daarna sliepen zij zeer onrustig en werden hunne droomen gedurig door die vreeselijke herinnering benaauwd.„Die personen zouden belangrijke getuigen zijn geweest en gaarne in het geding zijn opgetreden. Dat zij van de zaak kennis droegen, werd aan de betrokken autoriteiten medegedeeld, en toch werd hunne getuigenis niet ingeroepen. De eenige getuige was die afhankelijke persoon, die het voor zijn eigen leven gevaarlijk achtte tusschen beiden te treden.”De uwe, etc.J. F.Het verslag, zoo als dat door de vrienden der beschuldigden werd medegedeeld, toont dat er eene afschuwelijk wreede daad is gepleegd. De mededeelingen van onzen correspondent leveren het bewijs, dat de waarheid niet in haargeheel is aan het licht gekomen, en dat het regt in zijn loop is gestuit. Uit den uitslag van het geding kan men zien, hoe onverantwoordelijk de magt van den meester over den slaaf is, en dat de eenige bescherming van dezen te zoeken is in de menschlievendheid van den meester, niet in de waarborgen der wet.Onze handelwijze, met betrekking tot deze zaak, onze weigering om van eenige mededeeling daaromtrent in ons blad op te nemen, alvorens de regtbank uitspraak had gedaan, kan doen zien, dat wij niet vijandelijk zijn gezind jegens onze slavenhoudende landgenooten. Wij hebben dan ook zonder vooroordeel deze betreurenswaardige zaak nagegaan, maar wij moeten, met het oog op de regtspleging, het slavenstelsel ten hoogste afkeuren. De nieuwsbladen in Virginia nemen over het algemeen het verslag over uit denSpirit of Jefferson, zonder commentariën. Zij zijn blijkbaar niet tevreden, dat er geen regt is gepleegd; ongetwijfeld zullen zij ontkennen, dat de beschuldigden, volgens de wet, een moord hebben bedreven; maar zij zullen niet ontkennen, dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan eene gruweldaad, die hen voor altijd in eene Christen-maatschappij brandmerkt.
Hoofdstuk IX.Matige kastijding en toevallige dood.De Staat tegen Castleman.Korten tijd voor zij den dood van den slaaf Tom schetste, las de schrijfster het verslag van het volgende regtsgeding. De treurige feiten, daarin voorkomende, zweefden haar voor den geest toen zij schreef:„Welk mensch durft het doen, maar durft het niet aan hooren. Wat onze mede-broeders en mede-christenen moeten lijden, kan ons niet verhaald worden, zelfs niet in onze binnenkamer, zoo snijdt het door de ziel. En toch, o, mijn vaderland! geschiedt dat alles onder de schaduw uwer wetten! en o Christus, uw kerk ziet het bijna zwijgend aan!”Het wordt geheel wedergegeven zoo als het opgesteld was door Dr. G. Bailey, den menschlievenden en kundigen redacteur van deNational Era.Uit de „National Era,” Washington 6 November 1851.Moord-aanslag in Clarke County, Virginia.Sedert eenigen tijd bevatten de nieuwspapieren van Virginia mededeelingen omtrent een schrikkelijk treurspel, dat in Clarke County van dien Staat heeft plaats gehad. Een slaaf van den kolonel James Castleman, werd, zoo als men zegt, met een keten om den hals vastgelegd, en door zijn meester doodgegeeseld, omdat hij gestolen had. De geheele nabuurschap van de plaats, waar dit geschiedde, geraakte in een staat van spanning; de bladen van Virginia deelden om strijd die wreede daad mede; en de inwoners der Noordelijke Staten werden opgeroepen, om als getuigen op te treden voor den regter, opdat aan den slaven-eigenaar loon naar werken zou worden gegeven. De daad was dan ook vreeselijk; zij was, wij durven het zeggen, bijna en zonder wederga, en ze mag niet als proeve worden aangevoerd van de behandeling der slaven in het algemeen. Wij deelden het gebeurde niet mede; wij wilden liever met de mededeeling er van wachten, tot de regtbank vonnis zou hebben geveld, en wij de misdaad te gelijk met de straf konden mededeelen, wanneer de Staat zich op den misdadiger zou gewroken hebben.Zij, die door dat gruwelstuk diep getroffen waren, zullen zeker verrast en teleurgesteld zijn, wanneer zij vernemen, dat de bedrijvers er van verhoord envrijgesprokenwerden; en wanneer zij het volgende verslag van het regtsgeding en de uitspraak lezen, dat, op verlangen der vrienden van den beschuldigde openbaar werd gemaakt, zal hunne teleurstelling in bittere verontwaardiging overgaan.Het volgende verslag, dat men veronderstelt opgemaakt te zijn door den advokaat, na het regtsgeding, is door de vrienden van den kolonel ons ter hand gesteld, met verzoek het openbaar te maken.Uit den „Spirit of Jefferson.”„Voor het Hoog Geregtshof van Clarke County, aanvangende den 13denOctober, onder voorzitterschap van den regter Samuels, verschenen James Castleman en zijn zoon Stephen D. Castleman, beiden beschuldigd van moord op den neger Lewis, eigendom van den laatste. Op raadvan hun advocaat, verlangden de partijen, dat hunne zaak afzonderlijk zou worden behandeld, en deattorneyvoor den Staat bepaalde, dat James Castleman het eerst zou worden verhoord.„Uit dat geding bleek, dat verscheidene maanden voor dat het feit gepleegd was, de geldlade in de herberg van Stephen Castleman, en de sterke dranken, die in groote hoeveelheid in den kelder waren, van tijd tot tijd bestolen waren geworden, en dat die diefstallen zeer aanmerkelijk waren toegenomen. Uit verschillende omstandigheden had men verdenking opgevat tegen Lewis en een anderen neger, Reuben, een hoefsmid, het eigendom van James Castleman; maar door behulp van twee der huisbedienden waren zij tot nog toe aan alle waakzaamheid ontsnapt.„Op den 20stenAugustus laatstleden, in den achtermiddag, ontdekte S. D. Castleman toevallig eene spleet, waardoor hij, met behulp van een der huisbedienden, volkomen in staat werd gesteld de dieven te zien, en de wijze te ontdekken, waarop de diefstallen waren gepleegd. Hij liet terstond zijn vader roepen, die niet ver van hem af woonde, en nadat hij dezen zijne ontdekking had medegedeeld, besloot men, dat men de misdadigers plotseling zou straffen en vóór dat zij wisten dat hunne daad aan het licht was gekomen.„Lewis werd het eerst gestraft, en op eene wijze, zoo als ten duidelijkste blijkt, die hem geen ernstig letsel kon geven, namelijk door eene geeseling met een breed lederen riem. Hij werd streng gestraft, evenwel slechts in verhouding tot zijne misdaad; niemand kon dan ook beweren, dat die straf zijn leven of zijne gezondheid in gevaar bragt. Hij bekende het misdrijf en verklaarde, dat hij het gepleegd had met behulp van valsche sleutels, die de smid Reuben hem had geleverd.„Deze werd onmiddellijk daarna gestraft. Men geloofde, dat hij de voornaamste misdadiger was, en hij toonde zich verharder en weerspanniger dan Lewis zich getoond had. Het bleek dan ook, zoowel uit de aanklagt als uit de verdediging, dat hij met grooter gestrengheid werd gestraft dan zijn medepligtige. Er volgde evenwel ook van zijne zijde eene bekentenis, en hij gaf de valsche sleutels, een waarvan hij zelf gesmeed had, door middel van welke de diefstal was gepleegd, over.„Verder bleek bij de behandeling dezer zaak, dat Lewis gegeeseld werd in een bovenvertrek van het magazijn, datgrensde aan het pakhuis van Stephen Castleman, en aan de straatzijde lag; de slaaf werkte daar gewoonlijk; dat, nadat hij de straf had ondergaan, de neger Lewis, omdat hij niet weg zou loopen, terwijl zij Reuben haalden, met een ketting rond zijn hals werd vastgemaakt aan een balk boven zijn hoofd. De lengte van den ketting, de breedte en dikte van den balk, zijne hoogte boven den grond en de lis, die zijn hals omsloten had, waren naauwkeurig gemeten, en daaruit was gebleken, dat de ketting, zonder de lis en den balk, anderhalf voet langer was dan de afstand tusschen de schouders van den slaaf en den balk daarboven, dat de ketting dus verre van gespannen kon geweest zijn; dat de lis (die zoodanig was gelegd, dat zij niet verder kon digtgehaald worden) rustte op de schouders en de borst, en slechts zooverre was toegehaald, dat zijn hoofd er niet door kon, en dat er geene andere gelegenheid in het vertrek was om den ketting vast te maken, dan aan gezegden balk. Zijne handen werden vóór hem gebonden; een blanke, die met Lewis dien dag gewerkt had, werd door de Castlemans bij hem gelaten, om te zorgen, dat hij niet ontsnapte, terwijl zij met Reuben bezig waren. Uit de verklaring van dezen man (die als getuige door den Staat werd opgeroepen) bleek, dat Lewis gevraagd had om een bankje om op te staan, of om iets waarop hij steunen kon; dat nadat de Castlemans hem verlaten hadden, de vrees door hem werd te kennen gegeven, dat hij nogmaals gegeeseld zou worden, wanneer zij terug kwamen, en dat hij zeide zich den hals te willen afsnijden, indien hij maar een mes had en eene hand kon loswringen. De getuige verklaarde, dat de neger „ferm op zijn beenen stond”; dat hij zich vrij naar alle zijden kon bewegen, en dat hij zich volstrekt niet beklaagd had over de wijze, waarop hij geboeid of vastgemaakt was. Getuige verklaarde ten slotte, dat hij een half uur met Lewis geweest was en hem toen verlaten had, om naar huis te gaan.„Nadat zij Reuben hadden gestraft, keerden de Castlemans met dezen naar het magazijn terug, daar hun voornemen was de twee mannen tegen elkander te hooren, in de hoop dat zij, door een verhoor van beiden te zamen, alle medepligtigen zouden ontdekken.„Zij waren niet langer dan een half uur weg geweest. Toen zij het vertrek binnen traden vonden zij Lewis aan zijnhals hangende met de voeten naar achteren en met de knieën eenige duimen van den grond. Zijn hoofd hing voorover en het ligchaam was nog zacht (verslapt), maar het leven was er uit.„Uit de verklaring der heelkundigen, die op verlangen van dencoronereene lijkbeschouwing hielden, bleek, dat de dood veroorzaakt was door verworging; en andere kundige geneesheeren bewezen dat, uit den toestand der hersenen en bloedvaten na den dood (welke toestand gebleken was door de lijkschouwing) de gestorvene niet bezweken kon zijn vóór de verworging.„Nadat het geheele getuigen-verhoor was afgeloopen, verklaarden de gezworenen, van hunne plaats in de regtszaal, uit eigen beweging, vóór dat nog door een der advokaten het woord was gevoerd, dat zij het eens waren omtrent het vonnis. De raadslieden der beschuldigden vereenigden zich er mede, dat dit terstond zou worden uitgesproken, en dat vonnis luidde „onschuldig.” Deattorneyvan den Staat verklaarde toen aan het Hof dat alle feiten, die tot verdere vervolging zonden kunnen leiden, aan de jury waren medegedeeld; en daar geen nieuwe getuigen in het geding van Stephen D. Castleman konden gehoord worden, stelde hij aan het Hof voor hetnolle prosequiuit te spreken. De regter antwoordde dat de zaak door het getuigen-verhoor duidelijk en volledig aan de jury bekend was gemaakt; dat het Hof niet enkel genoegen nam met het vonnis, maar dat, indien er een ander vonnis was geveld, appel zou zijn aangeteekend; dat, daar er geene meerdere getuigen in de zaak van Stephen konden gehoord worden, deattorneyvoor den Staat teregt eennolle prosequiten zijnen aanzien voorstelde, en dat het Hof daarmede genoegen nam. Dien overeenkomstig werd eennolle prosequiuitgesproken en de beide beschuldigden in vrijheid gesteld.„Wij moeten hier nog bijvoegen, dat er twee dagen heengingen met het getuigen-verhoor, en dat de zaak behandeld werd door eene jury uit Clarke County. Men had voor beide beschuldigden borg gesproken bij hunne arrestatie, en ook voor den tijd, dat het proces hangende was.”Aangenomen dat, volgens de wet, de moord niet bewezen was; wie kan toch, na deze eenzijdige mededeeling, er nog aan twijfelen, dat de slaaf stierf ten gevolge van de straf door hem ondergaan?In criminele zaken, waarborgt de Grondwet van den Staat aan den beschuldigde het regt, dat zijne zaak door eene onpartijdige jury in het openbaar zal behandeld worden; het regt om bekend te worden gemaakt met den aard en de oorzaak der beschuldiging; om gehoord te worden tegenover de aanklagers; om getuigenà déchargete dwingen hunne verklaring af te leggen, en het regt op den bijstand van een regtsgeleerde. Dit zijn waarborgen, die volstrekt vereischt worden om de onschuld tegen een haastig of partijdig oordeel te beschermen; volstrekt vereischt om onregtvaardigheid te voorkomen. Daar die waarborgen niet voor slaven bestaan, moest elke slaven-eigenaar gevoelen, dat er op hem zooveel te grooter zedelijke verpligting rustte. Hij is de eenige regter; hij alleen beoordeelt het misdrijf, de feiten, waardoor het bewezen is, en de grootte der straf. Wanneer de slaaf van eene misdaad verdacht wordt, eischt de menschelijkheid, dat hem de beschuldiging worde medegedeeld; dat hij tegen zijn aanklager gehoord worde, dat het hem veroorloofd zij, feiten tot bewijs zijner onschuld aan te voeren.En hoe werd de arme Lewis behandeld? De zoon van Castleman zeide, dat hij den dief van het geld ontdekt had; en terstond wordt besloten dat de misdadigers onverwacht zullen gestraft worden, en vóór zij wisten dat hunne misdaad ontdekt was. Gestraft zonder gehoord te worden? Gestraft op het getuigenis van een huisbediende, en naar den aard van welk getuigenis het Geregtshof niet schijnt onderzocht te hebben! Geen enkel woord billijkt de veronderstelling dat er een zorgvuldig onderzoek naar hunne schuld was ingesteld. Lewis en Reuben werden op lossen grond, zonder verder onderzoek, voor de schuldigen gehouden; en toen, zonder dat het hun toegestaan werd het tegendeel welligt te bewijzen, werden zij gegeeseld tot hun, door ligchaamspijn eene bekentenis ontperst werd.Is dit de regtvaardigheid van Virginia?Lewis werd gestraft met een „breed lederen riem”; hij werd „streng gestraft”; dit behoefde men ons niet te zeggen. Een „breed lederen riem” is wel geschikt voor eene strenge straf. „Maar niemand heeft beweerd”, zegt het verslag, „dat deze straf het leven of de gezondheid in gevaar brengt.” Dat is onwaar; het werd destijds nadrukkelijk in de nieuwsbladengezegd, en het was ook de meening van alle bewoners uit den omtrek, dat die straf het leven in zeer groot gevaar stelt. Maar straks hierover nader.Lewis werd achtergelaten. Een ketting werd om zijn hals vastgemaakt, zoodanig dat hij zich niet kon verworgen, en aan een balk boven hem bevestigd, eene speling latende van anderhalf voet. Zoolang hij regt op bleef staan, was hij zeker zich niet te zullen worgen, maar hij kon niet zitten noch knielen; en viel hij flaauw, dan werd zijn keel digtgeknepen. Het verslag zegt, dat zij hem zoo vastmaakten, opdat hij niet zou kunnen wegloopen. Als dit het eenig doel was, kon het op beter en minder wreede wijze bereikt worden, zoo als elke lezer zelf inziet. Die manier om zich van hem te verzekeren, werd waarschijnlijk gevolgd om hem vrees aan te jagen, en gaf te gelijkertijd eenige genoegdoening aan de wraakzucht van hen, die deze daad bedreven. De man, dien zij achterlieten om op Lewis te passen, zeide, dat hij, na een halfuur bij hem te zijn gebleven, naar huis was gegaan; en dat Lewis toen nog leefde. De Castlemans verklaarden, dat zij, na Reuben gestraft te hebben, terug waren gekomen, na eene afwezigheid van niet meer dan een half uur, en zij vonden hem hangende en dood. Wij vestigen de aandacht op dit gedeelte van het verhoor, om aan te toonen hoe los de verklaringen daar heen werden geworpen, waaruit het bewijs zou moeten worden opgemaakt.Waarom werd Lewis geketend en toch een man bij hem achtergelaten? „Om zeker te zijn dat hij niet zou ontsnappen,” zeggen de Castlemans. Is het de gewoonte slaven op die wijze te ketenen en een wachter bij hen te plaatsen, om hunne ontsnapping te voorkomen? Indien de straf van Lewis niet buitengewoon geweest ware, en indien hij niet bedreigd ware geworden met eene nieuwe straf na hunne terugkomst, zou het overbodig geweest zijn hem te ketenen.De verklaring van den man, die op hem passen moest, doet hem voorkomen als een wanhopende, ter prooi aan vrees en smart. „Lewis vroeg een bankje om op te zitten.” Waarom? Was hij niet lijdend en uitgeput en verlangde hij niet te rusten, zonder gevaar te loopen zich te verworgen? Verder, vroeg hij iets om op te steunen; nadat de Castlemans hem verlaten hadden, gaf hij de vrees te kennen, dat, wanneer zij mogten terugkomen, hij nogmaals gegeeseld zou worden, en zeidezich den hals af te willen snijden, als hij een mes had en eene hand kon loswringen. De kastijding, die hem tot zulk eene wanhoop bragt, moet wel vreeselijk geweest zijn!Hoe lang zij afwezig waren, weten wij niet, want de verklaringen zijn, omtrent dit punt, met elkander in strijd. Zij vonden hem hangende en dood; zijne voeten achter het lijf, zijne knieën eenige weinige duimen van den grond, en zijn hoofd voorover gebogen; juist in de houding, waarin hij natuurlijk moest zinken, wanneer hij zich niet meer staande kon houden. Zij wilden het doen voorkomen dat hij zich-zelven verhangen heeft. Al kon dit bewezen worden (wij behoeven naauwelijks te zeggen dat het niet bewezen is) zou het toch slechts in geringe mate hunne schuld verminderen. Het waarschijnlijkst is, dat hij in elkander zakte door smart, vermoeijenis en vrees uitgeput. Wat de verklaring der heelmeesters betreft, die op eene lijkschouwing zijn gegrond, van den toestand der hersenen en bloedvaten, dat de overledene niet gestorven kon zijn vóór de verworging, deze is naauwelijks de aandacht waardig. Wij kennen het feilbare en onzekere van zulk een onderzoek.Voor zoo ver wij het konden nagaan, was de eenige getuige, die voor hun onschuld kon pleiten, de man, dien de Castlemans tot bewaker hadden aangesteld. Maar hij hing, als werkman, geheel van hen af. Er zouden andere getuigen hebben kunnen optreden; waarom die niet opgeroepen zijn, zal deattorneymoeten verantwoorden. Om onze beweringen te staven, en te bewijzen, dat in deze het regt zijn loop niet heeft gehad, roepen wij de volgende getuigenis in van een zeer achtenswaardig inwoner dezer stad, die op verre na geen abolitionist is. De slavenhouders, die door hem genoemd worden, zijn hier zeer goed bekend, en zouden terstond aan de oproeping hebben voldaan, indien zij, die met de behandeling der zaak belast waren en hunne bereidvaardigheid kenden, die oproeping hadden gedaan.„Aan den Uitgever van de Era.„Ik zie dat de Castlemans, wien een proces werd aangedaan wegens het doodgeeselen van een slaaf in Virginia, zegepralend werden vrijgesproken”—zoo als velen verwachtten. Er zijn drie personen in deze stad, met wie ik bekend ben, diemet de Castlemans waren gedurende den nacht, waarin dat schriktooneel plaats had. Zij hoorden de vreeselijke geeselslagen en oorverscheurende kreten en jammerklagten van den lijder. Zij verzochten den eenigen blanke, dien zij toen vinden konden, en die niet in het bloedige werk betrokken was, tusschen beiden te treden; maar langen tijd weigerde hij, op grond dat hij van de Castlemans afhing en hun toorn vreesde, wanneer hij een woord zeide, dat niet naar hun genoegen was, vooral nu zij beschonken waren; hij zou zijn eigen leven welligt daardoor in gevaar stellen. Hij waagde het evenwel en gaf bij zijne terugkomst verslag van de wreedaardige wijze, waarop de slaven geboeid, gegeeseld en vastgebonden waren in het bovengedeelte van de werkplaats. Des morgens, toen die personen vernamen dat een der slaven gestorven was, waren zij zoozeer getroffen en verontwaardigd, dat zij niets in het huis wilden gebruiken, en Castleman zijne wreedheid verweten. Deze betuigde zijn leedwezen dat de slaaf was gestorven, en vooral, zoo als hij verzekerde, omdat hij daaraanonschuldigwas; men meende dat hij door afmatting in zwijm was gevallen, en door den ketting, die om zijn hals was geslagen, geworgd was. De personen, die ik hier op het oog heb, houden zelf slaven, maar zij waren zoo zeer getroffen en aangedaan, dat zij niet hadden kunnen slapen (twee hunner zijn dames) en vele nachten daarna sliepen zij zeer onrustig en werden hunne droomen gedurig door die vreeselijke herinnering benaauwd.„Die personen zouden belangrijke getuigen zijn geweest en gaarne in het geding zijn opgetreden. Dat zij van de zaak kennis droegen, werd aan de betrokken autoriteiten medegedeeld, en toch werd hunne getuigenis niet ingeroepen. De eenige getuige was die afhankelijke persoon, die het voor zijn eigen leven gevaarlijk achtte tusschen beiden te treden.”De uwe, etc.J. F.Het verslag, zoo als dat door de vrienden der beschuldigden werd medegedeeld, toont dat er eene afschuwelijk wreede daad is gepleegd. De mededeelingen van onzen correspondent leveren het bewijs, dat de waarheid niet in haargeheel is aan het licht gekomen, en dat het regt in zijn loop is gestuit. Uit den uitslag van het geding kan men zien, hoe onverantwoordelijk de magt van den meester over den slaaf is, en dat de eenige bescherming van dezen te zoeken is in de menschlievendheid van den meester, niet in de waarborgen der wet.Onze handelwijze, met betrekking tot deze zaak, onze weigering om van eenige mededeeling daaromtrent in ons blad op te nemen, alvorens de regtbank uitspraak had gedaan, kan doen zien, dat wij niet vijandelijk zijn gezind jegens onze slavenhoudende landgenooten. Wij hebben dan ook zonder vooroordeel deze betreurenswaardige zaak nagegaan, maar wij moeten, met het oog op de regtspleging, het slavenstelsel ten hoogste afkeuren. De nieuwsbladen in Virginia nemen over het algemeen het verslag over uit denSpirit of Jefferson, zonder commentariën. Zij zijn blijkbaar niet tevreden, dat er geen regt is gepleegd; ongetwijfeld zullen zij ontkennen, dat de beschuldigden, volgens de wet, een moord hebben bedreven; maar zij zullen niet ontkennen, dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan eene gruweldaad, die hen voor altijd in eene Christen-maatschappij brandmerkt.
Hoofdstuk IX.Matige kastijding en toevallige dood.De Staat tegen Castleman.Korten tijd voor zij den dood van den slaaf Tom schetste, las de schrijfster het verslag van het volgende regtsgeding. De treurige feiten, daarin voorkomende, zweefden haar voor den geest toen zij schreef:„Welk mensch durft het doen, maar durft het niet aan hooren. Wat onze mede-broeders en mede-christenen moeten lijden, kan ons niet verhaald worden, zelfs niet in onze binnenkamer, zoo snijdt het door de ziel. En toch, o, mijn vaderland! geschiedt dat alles onder de schaduw uwer wetten! en o Christus, uw kerk ziet het bijna zwijgend aan!”Het wordt geheel wedergegeven zoo als het opgesteld was door Dr. G. Bailey, den menschlievenden en kundigen redacteur van deNational Era.Uit de „National Era,” Washington 6 November 1851.Moord-aanslag in Clarke County, Virginia.Sedert eenigen tijd bevatten de nieuwspapieren van Virginia mededeelingen omtrent een schrikkelijk treurspel, dat in Clarke County van dien Staat heeft plaats gehad. Een slaaf van den kolonel James Castleman, werd, zoo als men zegt, met een keten om den hals vastgelegd, en door zijn meester doodgegeeseld, omdat hij gestolen had. De geheele nabuurschap van de plaats, waar dit geschiedde, geraakte in een staat van spanning; de bladen van Virginia deelden om strijd die wreede daad mede; en de inwoners der Noordelijke Staten werden opgeroepen, om als getuigen op te treden voor den regter, opdat aan den slaven-eigenaar loon naar werken zou worden gegeven. De daad was dan ook vreeselijk; zij was, wij durven het zeggen, bijna en zonder wederga, en ze mag niet als proeve worden aangevoerd van de behandeling der slaven in het algemeen. Wij deelden het gebeurde niet mede; wij wilden liever met de mededeeling er van wachten, tot de regtbank vonnis zou hebben geveld, en wij de misdaad te gelijk met de straf konden mededeelen, wanneer de Staat zich op den misdadiger zou gewroken hebben.Zij, die door dat gruwelstuk diep getroffen waren, zullen zeker verrast en teleurgesteld zijn, wanneer zij vernemen, dat de bedrijvers er van verhoord envrijgesprokenwerden; en wanneer zij het volgende verslag van het regtsgeding en de uitspraak lezen, dat, op verlangen der vrienden van den beschuldigde openbaar werd gemaakt, zal hunne teleurstelling in bittere verontwaardiging overgaan.Het volgende verslag, dat men veronderstelt opgemaakt te zijn door den advokaat, na het regtsgeding, is door de vrienden van den kolonel ons ter hand gesteld, met verzoek het openbaar te maken.Uit den „Spirit of Jefferson.”„Voor het Hoog Geregtshof van Clarke County, aanvangende den 13denOctober, onder voorzitterschap van den regter Samuels, verschenen James Castleman en zijn zoon Stephen D. Castleman, beiden beschuldigd van moord op den neger Lewis, eigendom van den laatste. Op raadvan hun advocaat, verlangden de partijen, dat hunne zaak afzonderlijk zou worden behandeld, en deattorneyvoor den Staat bepaalde, dat James Castleman het eerst zou worden verhoord.„Uit dat geding bleek, dat verscheidene maanden voor dat het feit gepleegd was, de geldlade in de herberg van Stephen Castleman, en de sterke dranken, die in groote hoeveelheid in den kelder waren, van tijd tot tijd bestolen waren geworden, en dat die diefstallen zeer aanmerkelijk waren toegenomen. Uit verschillende omstandigheden had men verdenking opgevat tegen Lewis en een anderen neger, Reuben, een hoefsmid, het eigendom van James Castleman; maar door behulp van twee der huisbedienden waren zij tot nog toe aan alle waakzaamheid ontsnapt.„Op den 20stenAugustus laatstleden, in den achtermiddag, ontdekte S. D. Castleman toevallig eene spleet, waardoor hij, met behulp van een der huisbedienden, volkomen in staat werd gesteld de dieven te zien, en de wijze te ontdekken, waarop de diefstallen waren gepleegd. Hij liet terstond zijn vader roepen, die niet ver van hem af woonde, en nadat hij dezen zijne ontdekking had medegedeeld, besloot men, dat men de misdadigers plotseling zou straffen en vóór dat zij wisten dat hunne daad aan het licht was gekomen.„Lewis werd het eerst gestraft, en op eene wijze, zoo als ten duidelijkste blijkt, die hem geen ernstig letsel kon geven, namelijk door eene geeseling met een breed lederen riem. Hij werd streng gestraft, evenwel slechts in verhouding tot zijne misdaad; niemand kon dan ook beweren, dat die straf zijn leven of zijne gezondheid in gevaar bragt. Hij bekende het misdrijf en verklaarde, dat hij het gepleegd had met behulp van valsche sleutels, die de smid Reuben hem had geleverd.„Deze werd onmiddellijk daarna gestraft. Men geloofde, dat hij de voornaamste misdadiger was, en hij toonde zich verharder en weerspanniger dan Lewis zich getoond had. Het bleek dan ook, zoowel uit de aanklagt als uit de verdediging, dat hij met grooter gestrengheid werd gestraft dan zijn medepligtige. Er volgde evenwel ook van zijne zijde eene bekentenis, en hij gaf de valsche sleutels, een waarvan hij zelf gesmeed had, door middel van welke de diefstal was gepleegd, over.„Verder bleek bij de behandeling dezer zaak, dat Lewis gegeeseld werd in een bovenvertrek van het magazijn, datgrensde aan het pakhuis van Stephen Castleman, en aan de straatzijde lag; de slaaf werkte daar gewoonlijk; dat, nadat hij de straf had ondergaan, de neger Lewis, omdat hij niet weg zou loopen, terwijl zij Reuben haalden, met een ketting rond zijn hals werd vastgemaakt aan een balk boven zijn hoofd. De lengte van den ketting, de breedte en dikte van den balk, zijne hoogte boven den grond en de lis, die zijn hals omsloten had, waren naauwkeurig gemeten, en daaruit was gebleken, dat de ketting, zonder de lis en den balk, anderhalf voet langer was dan de afstand tusschen de schouders van den slaaf en den balk daarboven, dat de ketting dus verre van gespannen kon geweest zijn; dat de lis (die zoodanig was gelegd, dat zij niet verder kon digtgehaald worden) rustte op de schouders en de borst, en slechts zooverre was toegehaald, dat zijn hoofd er niet door kon, en dat er geene andere gelegenheid in het vertrek was om den ketting vast te maken, dan aan gezegden balk. Zijne handen werden vóór hem gebonden; een blanke, die met Lewis dien dag gewerkt had, werd door de Castlemans bij hem gelaten, om te zorgen, dat hij niet ontsnapte, terwijl zij met Reuben bezig waren. Uit de verklaring van dezen man (die als getuige door den Staat werd opgeroepen) bleek, dat Lewis gevraagd had om een bankje om op te staan, of om iets waarop hij steunen kon; dat nadat de Castlemans hem verlaten hadden, de vrees door hem werd te kennen gegeven, dat hij nogmaals gegeeseld zou worden, wanneer zij terug kwamen, en dat hij zeide zich den hals te willen afsnijden, indien hij maar een mes had en eene hand kon loswringen. De getuige verklaarde, dat de neger „ferm op zijn beenen stond”; dat hij zich vrij naar alle zijden kon bewegen, en dat hij zich volstrekt niet beklaagd had over de wijze, waarop hij geboeid of vastgemaakt was. Getuige verklaarde ten slotte, dat hij een half uur met Lewis geweest was en hem toen verlaten had, om naar huis te gaan.„Nadat zij Reuben hadden gestraft, keerden de Castlemans met dezen naar het magazijn terug, daar hun voornemen was de twee mannen tegen elkander te hooren, in de hoop dat zij, door een verhoor van beiden te zamen, alle medepligtigen zouden ontdekken.„Zij waren niet langer dan een half uur weg geweest. Toen zij het vertrek binnen traden vonden zij Lewis aan zijnhals hangende met de voeten naar achteren en met de knieën eenige duimen van den grond. Zijn hoofd hing voorover en het ligchaam was nog zacht (verslapt), maar het leven was er uit.„Uit de verklaring der heelkundigen, die op verlangen van dencoronereene lijkbeschouwing hielden, bleek, dat de dood veroorzaakt was door verworging; en andere kundige geneesheeren bewezen dat, uit den toestand der hersenen en bloedvaten na den dood (welke toestand gebleken was door de lijkschouwing) de gestorvene niet bezweken kon zijn vóór de verworging.„Nadat het geheele getuigen-verhoor was afgeloopen, verklaarden de gezworenen, van hunne plaats in de regtszaal, uit eigen beweging, vóór dat nog door een der advokaten het woord was gevoerd, dat zij het eens waren omtrent het vonnis. De raadslieden der beschuldigden vereenigden zich er mede, dat dit terstond zou worden uitgesproken, en dat vonnis luidde „onschuldig.” Deattorneyvan den Staat verklaarde toen aan het Hof dat alle feiten, die tot verdere vervolging zonden kunnen leiden, aan de jury waren medegedeeld; en daar geen nieuwe getuigen in het geding van Stephen D. Castleman konden gehoord worden, stelde hij aan het Hof voor hetnolle prosequiuit te spreken. De regter antwoordde dat de zaak door het getuigen-verhoor duidelijk en volledig aan de jury bekend was gemaakt; dat het Hof niet enkel genoegen nam met het vonnis, maar dat, indien er een ander vonnis was geveld, appel zou zijn aangeteekend; dat, daar er geene meerdere getuigen in de zaak van Stephen konden gehoord worden, deattorneyvoor den Staat teregt eennolle prosequiten zijnen aanzien voorstelde, en dat het Hof daarmede genoegen nam. Dien overeenkomstig werd eennolle prosequiuitgesproken en de beide beschuldigden in vrijheid gesteld.„Wij moeten hier nog bijvoegen, dat er twee dagen heengingen met het getuigen-verhoor, en dat de zaak behandeld werd door eene jury uit Clarke County. Men had voor beide beschuldigden borg gesproken bij hunne arrestatie, en ook voor den tijd, dat het proces hangende was.”Aangenomen dat, volgens de wet, de moord niet bewezen was; wie kan toch, na deze eenzijdige mededeeling, er nog aan twijfelen, dat de slaaf stierf ten gevolge van de straf door hem ondergaan?In criminele zaken, waarborgt de Grondwet van den Staat aan den beschuldigde het regt, dat zijne zaak door eene onpartijdige jury in het openbaar zal behandeld worden; het regt om bekend te worden gemaakt met den aard en de oorzaak der beschuldiging; om gehoord te worden tegenover de aanklagers; om getuigenà déchargete dwingen hunne verklaring af te leggen, en het regt op den bijstand van een regtsgeleerde. Dit zijn waarborgen, die volstrekt vereischt worden om de onschuld tegen een haastig of partijdig oordeel te beschermen; volstrekt vereischt om onregtvaardigheid te voorkomen. Daar die waarborgen niet voor slaven bestaan, moest elke slaven-eigenaar gevoelen, dat er op hem zooveel te grooter zedelijke verpligting rustte. Hij is de eenige regter; hij alleen beoordeelt het misdrijf, de feiten, waardoor het bewezen is, en de grootte der straf. Wanneer de slaaf van eene misdaad verdacht wordt, eischt de menschelijkheid, dat hem de beschuldiging worde medegedeeld; dat hij tegen zijn aanklager gehoord worde, dat het hem veroorloofd zij, feiten tot bewijs zijner onschuld aan te voeren.En hoe werd de arme Lewis behandeld? De zoon van Castleman zeide, dat hij den dief van het geld ontdekt had; en terstond wordt besloten dat de misdadigers onverwacht zullen gestraft worden, en vóór zij wisten dat hunne misdaad ontdekt was. Gestraft zonder gehoord te worden? Gestraft op het getuigenis van een huisbediende, en naar den aard van welk getuigenis het Geregtshof niet schijnt onderzocht te hebben! Geen enkel woord billijkt de veronderstelling dat er een zorgvuldig onderzoek naar hunne schuld was ingesteld. Lewis en Reuben werden op lossen grond, zonder verder onderzoek, voor de schuldigen gehouden; en toen, zonder dat het hun toegestaan werd het tegendeel welligt te bewijzen, werden zij gegeeseld tot hun, door ligchaamspijn eene bekentenis ontperst werd.Is dit de regtvaardigheid van Virginia?Lewis werd gestraft met een „breed lederen riem”; hij werd „streng gestraft”; dit behoefde men ons niet te zeggen. Een „breed lederen riem” is wel geschikt voor eene strenge straf. „Maar niemand heeft beweerd”, zegt het verslag, „dat deze straf het leven of de gezondheid in gevaar brengt.” Dat is onwaar; het werd destijds nadrukkelijk in de nieuwsbladengezegd, en het was ook de meening van alle bewoners uit den omtrek, dat die straf het leven in zeer groot gevaar stelt. Maar straks hierover nader.Lewis werd achtergelaten. Een ketting werd om zijn hals vastgemaakt, zoodanig dat hij zich niet kon verworgen, en aan een balk boven hem bevestigd, eene speling latende van anderhalf voet. Zoolang hij regt op bleef staan, was hij zeker zich niet te zullen worgen, maar hij kon niet zitten noch knielen; en viel hij flaauw, dan werd zijn keel digtgeknepen. Het verslag zegt, dat zij hem zoo vastmaakten, opdat hij niet zou kunnen wegloopen. Als dit het eenig doel was, kon het op beter en minder wreede wijze bereikt worden, zoo als elke lezer zelf inziet. Die manier om zich van hem te verzekeren, werd waarschijnlijk gevolgd om hem vrees aan te jagen, en gaf te gelijkertijd eenige genoegdoening aan de wraakzucht van hen, die deze daad bedreven. De man, dien zij achterlieten om op Lewis te passen, zeide, dat hij, na een halfuur bij hem te zijn gebleven, naar huis was gegaan; en dat Lewis toen nog leefde. De Castlemans verklaarden, dat zij, na Reuben gestraft te hebben, terug waren gekomen, na eene afwezigheid van niet meer dan een half uur, en zij vonden hem hangende en dood. Wij vestigen de aandacht op dit gedeelte van het verhoor, om aan te toonen hoe los de verklaringen daar heen werden geworpen, waaruit het bewijs zou moeten worden opgemaakt.Waarom werd Lewis geketend en toch een man bij hem achtergelaten? „Om zeker te zijn dat hij niet zou ontsnappen,” zeggen de Castlemans. Is het de gewoonte slaven op die wijze te ketenen en een wachter bij hen te plaatsen, om hunne ontsnapping te voorkomen? Indien de straf van Lewis niet buitengewoon geweest ware, en indien hij niet bedreigd ware geworden met eene nieuwe straf na hunne terugkomst, zou het overbodig geweest zijn hem te ketenen.De verklaring van den man, die op hem passen moest, doet hem voorkomen als een wanhopende, ter prooi aan vrees en smart. „Lewis vroeg een bankje om op te zitten.” Waarom? Was hij niet lijdend en uitgeput en verlangde hij niet te rusten, zonder gevaar te loopen zich te verworgen? Verder, vroeg hij iets om op te steunen; nadat de Castlemans hem verlaten hadden, gaf hij de vrees te kennen, dat, wanneer zij mogten terugkomen, hij nogmaals gegeeseld zou worden, en zeidezich den hals af te willen snijden, als hij een mes had en eene hand kon loswringen. De kastijding, die hem tot zulk eene wanhoop bragt, moet wel vreeselijk geweest zijn!Hoe lang zij afwezig waren, weten wij niet, want de verklaringen zijn, omtrent dit punt, met elkander in strijd. Zij vonden hem hangende en dood; zijne voeten achter het lijf, zijne knieën eenige weinige duimen van den grond, en zijn hoofd voorover gebogen; juist in de houding, waarin hij natuurlijk moest zinken, wanneer hij zich niet meer staande kon houden. Zij wilden het doen voorkomen dat hij zich-zelven verhangen heeft. Al kon dit bewezen worden (wij behoeven naauwelijks te zeggen dat het niet bewezen is) zou het toch slechts in geringe mate hunne schuld verminderen. Het waarschijnlijkst is, dat hij in elkander zakte door smart, vermoeijenis en vrees uitgeput. Wat de verklaring der heelmeesters betreft, die op eene lijkschouwing zijn gegrond, van den toestand der hersenen en bloedvaten, dat de overledene niet gestorven kon zijn vóór de verworging, deze is naauwelijks de aandacht waardig. Wij kennen het feilbare en onzekere van zulk een onderzoek.Voor zoo ver wij het konden nagaan, was de eenige getuige, die voor hun onschuld kon pleiten, de man, dien de Castlemans tot bewaker hadden aangesteld. Maar hij hing, als werkman, geheel van hen af. Er zouden andere getuigen hebben kunnen optreden; waarom die niet opgeroepen zijn, zal deattorneymoeten verantwoorden. Om onze beweringen te staven, en te bewijzen, dat in deze het regt zijn loop niet heeft gehad, roepen wij de volgende getuigenis in van een zeer achtenswaardig inwoner dezer stad, die op verre na geen abolitionist is. De slavenhouders, die door hem genoemd worden, zijn hier zeer goed bekend, en zouden terstond aan de oproeping hebben voldaan, indien zij, die met de behandeling der zaak belast waren en hunne bereidvaardigheid kenden, die oproeping hadden gedaan.„Aan den Uitgever van de Era.„Ik zie dat de Castlemans, wien een proces werd aangedaan wegens het doodgeeselen van een slaaf in Virginia, zegepralend werden vrijgesproken”—zoo als velen verwachtten. Er zijn drie personen in deze stad, met wie ik bekend ben, diemet de Castlemans waren gedurende den nacht, waarin dat schriktooneel plaats had. Zij hoorden de vreeselijke geeselslagen en oorverscheurende kreten en jammerklagten van den lijder. Zij verzochten den eenigen blanke, dien zij toen vinden konden, en die niet in het bloedige werk betrokken was, tusschen beiden te treden; maar langen tijd weigerde hij, op grond dat hij van de Castlemans afhing en hun toorn vreesde, wanneer hij een woord zeide, dat niet naar hun genoegen was, vooral nu zij beschonken waren; hij zou zijn eigen leven welligt daardoor in gevaar stellen. Hij waagde het evenwel en gaf bij zijne terugkomst verslag van de wreedaardige wijze, waarop de slaven geboeid, gegeeseld en vastgebonden waren in het bovengedeelte van de werkplaats. Des morgens, toen die personen vernamen dat een der slaven gestorven was, waren zij zoozeer getroffen en verontwaardigd, dat zij niets in het huis wilden gebruiken, en Castleman zijne wreedheid verweten. Deze betuigde zijn leedwezen dat de slaaf was gestorven, en vooral, zoo als hij verzekerde, omdat hij daaraanonschuldigwas; men meende dat hij door afmatting in zwijm was gevallen, en door den ketting, die om zijn hals was geslagen, geworgd was. De personen, die ik hier op het oog heb, houden zelf slaven, maar zij waren zoo zeer getroffen en aangedaan, dat zij niet hadden kunnen slapen (twee hunner zijn dames) en vele nachten daarna sliepen zij zeer onrustig en werden hunne droomen gedurig door die vreeselijke herinnering benaauwd.„Die personen zouden belangrijke getuigen zijn geweest en gaarne in het geding zijn opgetreden. Dat zij van de zaak kennis droegen, werd aan de betrokken autoriteiten medegedeeld, en toch werd hunne getuigenis niet ingeroepen. De eenige getuige was die afhankelijke persoon, die het voor zijn eigen leven gevaarlijk achtte tusschen beiden te treden.”De uwe, etc.J. F.Het verslag, zoo als dat door de vrienden der beschuldigden werd medegedeeld, toont dat er eene afschuwelijk wreede daad is gepleegd. De mededeelingen van onzen correspondent leveren het bewijs, dat de waarheid niet in haargeheel is aan het licht gekomen, en dat het regt in zijn loop is gestuit. Uit den uitslag van het geding kan men zien, hoe onverantwoordelijk de magt van den meester over den slaaf is, en dat de eenige bescherming van dezen te zoeken is in de menschlievendheid van den meester, niet in de waarborgen der wet.Onze handelwijze, met betrekking tot deze zaak, onze weigering om van eenige mededeeling daaromtrent in ons blad op te nemen, alvorens de regtbank uitspraak had gedaan, kan doen zien, dat wij niet vijandelijk zijn gezind jegens onze slavenhoudende landgenooten. Wij hebben dan ook zonder vooroordeel deze betreurenswaardige zaak nagegaan, maar wij moeten, met het oog op de regtspleging, het slavenstelsel ten hoogste afkeuren. De nieuwsbladen in Virginia nemen over het algemeen het verslag over uit denSpirit of Jefferson, zonder commentariën. Zij zijn blijkbaar niet tevreden, dat er geen regt is gepleegd; ongetwijfeld zullen zij ontkennen, dat de beschuldigden, volgens de wet, een moord hebben bedreven; maar zij zullen niet ontkennen, dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan eene gruweldaad, die hen voor altijd in eene Christen-maatschappij brandmerkt.
Hoofdstuk IX.Matige kastijding en toevallige dood.
De Staat tegen Castleman.Korten tijd voor zij den dood van den slaaf Tom schetste, las de schrijfster het verslag van het volgende regtsgeding. De treurige feiten, daarin voorkomende, zweefden haar voor den geest toen zij schreef:„Welk mensch durft het doen, maar durft het niet aan hooren. Wat onze mede-broeders en mede-christenen moeten lijden, kan ons niet verhaald worden, zelfs niet in onze binnenkamer, zoo snijdt het door de ziel. En toch, o, mijn vaderland! geschiedt dat alles onder de schaduw uwer wetten! en o Christus, uw kerk ziet het bijna zwijgend aan!”Het wordt geheel wedergegeven zoo als het opgesteld was door Dr. G. Bailey, den menschlievenden en kundigen redacteur van deNational Era.Uit de „National Era,” Washington 6 November 1851.Moord-aanslag in Clarke County, Virginia.Sedert eenigen tijd bevatten de nieuwspapieren van Virginia mededeelingen omtrent een schrikkelijk treurspel, dat in Clarke County van dien Staat heeft plaats gehad. Een slaaf van den kolonel James Castleman, werd, zoo als men zegt, met een keten om den hals vastgelegd, en door zijn meester doodgegeeseld, omdat hij gestolen had. De geheele nabuurschap van de plaats, waar dit geschiedde, geraakte in een staat van spanning; de bladen van Virginia deelden om strijd die wreede daad mede; en de inwoners der Noordelijke Staten werden opgeroepen, om als getuigen op te treden voor den regter, opdat aan den slaven-eigenaar loon naar werken zou worden gegeven. De daad was dan ook vreeselijk; zij was, wij durven het zeggen, bijna en zonder wederga, en ze mag niet als proeve worden aangevoerd van de behandeling der slaven in het algemeen. Wij deelden het gebeurde niet mede; wij wilden liever met de mededeeling er van wachten, tot de regtbank vonnis zou hebben geveld, en wij de misdaad te gelijk met de straf konden mededeelen, wanneer de Staat zich op den misdadiger zou gewroken hebben.Zij, die door dat gruwelstuk diep getroffen waren, zullen zeker verrast en teleurgesteld zijn, wanneer zij vernemen, dat de bedrijvers er van verhoord envrijgesprokenwerden; en wanneer zij het volgende verslag van het regtsgeding en de uitspraak lezen, dat, op verlangen der vrienden van den beschuldigde openbaar werd gemaakt, zal hunne teleurstelling in bittere verontwaardiging overgaan.Het volgende verslag, dat men veronderstelt opgemaakt te zijn door den advokaat, na het regtsgeding, is door de vrienden van den kolonel ons ter hand gesteld, met verzoek het openbaar te maken.Uit den „Spirit of Jefferson.”„Voor het Hoog Geregtshof van Clarke County, aanvangende den 13denOctober, onder voorzitterschap van den regter Samuels, verschenen James Castleman en zijn zoon Stephen D. Castleman, beiden beschuldigd van moord op den neger Lewis, eigendom van den laatste. Op raadvan hun advocaat, verlangden de partijen, dat hunne zaak afzonderlijk zou worden behandeld, en deattorneyvoor den Staat bepaalde, dat James Castleman het eerst zou worden verhoord.„Uit dat geding bleek, dat verscheidene maanden voor dat het feit gepleegd was, de geldlade in de herberg van Stephen Castleman, en de sterke dranken, die in groote hoeveelheid in den kelder waren, van tijd tot tijd bestolen waren geworden, en dat die diefstallen zeer aanmerkelijk waren toegenomen. Uit verschillende omstandigheden had men verdenking opgevat tegen Lewis en een anderen neger, Reuben, een hoefsmid, het eigendom van James Castleman; maar door behulp van twee der huisbedienden waren zij tot nog toe aan alle waakzaamheid ontsnapt.„Op den 20stenAugustus laatstleden, in den achtermiddag, ontdekte S. D. Castleman toevallig eene spleet, waardoor hij, met behulp van een der huisbedienden, volkomen in staat werd gesteld de dieven te zien, en de wijze te ontdekken, waarop de diefstallen waren gepleegd. Hij liet terstond zijn vader roepen, die niet ver van hem af woonde, en nadat hij dezen zijne ontdekking had medegedeeld, besloot men, dat men de misdadigers plotseling zou straffen en vóór dat zij wisten dat hunne daad aan het licht was gekomen.„Lewis werd het eerst gestraft, en op eene wijze, zoo als ten duidelijkste blijkt, die hem geen ernstig letsel kon geven, namelijk door eene geeseling met een breed lederen riem. Hij werd streng gestraft, evenwel slechts in verhouding tot zijne misdaad; niemand kon dan ook beweren, dat die straf zijn leven of zijne gezondheid in gevaar bragt. Hij bekende het misdrijf en verklaarde, dat hij het gepleegd had met behulp van valsche sleutels, die de smid Reuben hem had geleverd.„Deze werd onmiddellijk daarna gestraft. Men geloofde, dat hij de voornaamste misdadiger was, en hij toonde zich verharder en weerspanniger dan Lewis zich getoond had. Het bleek dan ook, zoowel uit de aanklagt als uit de verdediging, dat hij met grooter gestrengheid werd gestraft dan zijn medepligtige. Er volgde evenwel ook van zijne zijde eene bekentenis, en hij gaf de valsche sleutels, een waarvan hij zelf gesmeed had, door middel van welke de diefstal was gepleegd, over.„Verder bleek bij de behandeling dezer zaak, dat Lewis gegeeseld werd in een bovenvertrek van het magazijn, datgrensde aan het pakhuis van Stephen Castleman, en aan de straatzijde lag; de slaaf werkte daar gewoonlijk; dat, nadat hij de straf had ondergaan, de neger Lewis, omdat hij niet weg zou loopen, terwijl zij Reuben haalden, met een ketting rond zijn hals werd vastgemaakt aan een balk boven zijn hoofd. De lengte van den ketting, de breedte en dikte van den balk, zijne hoogte boven den grond en de lis, die zijn hals omsloten had, waren naauwkeurig gemeten, en daaruit was gebleken, dat de ketting, zonder de lis en den balk, anderhalf voet langer was dan de afstand tusschen de schouders van den slaaf en den balk daarboven, dat de ketting dus verre van gespannen kon geweest zijn; dat de lis (die zoodanig was gelegd, dat zij niet verder kon digtgehaald worden) rustte op de schouders en de borst, en slechts zooverre was toegehaald, dat zijn hoofd er niet door kon, en dat er geene andere gelegenheid in het vertrek was om den ketting vast te maken, dan aan gezegden balk. Zijne handen werden vóór hem gebonden; een blanke, die met Lewis dien dag gewerkt had, werd door de Castlemans bij hem gelaten, om te zorgen, dat hij niet ontsnapte, terwijl zij met Reuben bezig waren. Uit de verklaring van dezen man (die als getuige door den Staat werd opgeroepen) bleek, dat Lewis gevraagd had om een bankje om op te staan, of om iets waarop hij steunen kon; dat nadat de Castlemans hem verlaten hadden, de vrees door hem werd te kennen gegeven, dat hij nogmaals gegeeseld zou worden, wanneer zij terug kwamen, en dat hij zeide zich den hals te willen afsnijden, indien hij maar een mes had en eene hand kon loswringen. De getuige verklaarde, dat de neger „ferm op zijn beenen stond”; dat hij zich vrij naar alle zijden kon bewegen, en dat hij zich volstrekt niet beklaagd had over de wijze, waarop hij geboeid of vastgemaakt was. Getuige verklaarde ten slotte, dat hij een half uur met Lewis geweest was en hem toen verlaten had, om naar huis te gaan.„Nadat zij Reuben hadden gestraft, keerden de Castlemans met dezen naar het magazijn terug, daar hun voornemen was de twee mannen tegen elkander te hooren, in de hoop dat zij, door een verhoor van beiden te zamen, alle medepligtigen zouden ontdekken.„Zij waren niet langer dan een half uur weg geweest. Toen zij het vertrek binnen traden vonden zij Lewis aan zijnhals hangende met de voeten naar achteren en met de knieën eenige duimen van den grond. Zijn hoofd hing voorover en het ligchaam was nog zacht (verslapt), maar het leven was er uit.„Uit de verklaring der heelkundigen, die op verlangen van dencoronereene lijkbeschouwing hielden, bleek, dat de dood veroorzaakt was door verworging; en andere kundige geneesheeren bewezen dat, uit den toestand der hersenen en bloedvaten na den dood (welke toestand gebleken was door de lijkschouwing) de gestorvene niet bezweken kon zijn vóór de verworging.„Nadat het geheele getuigen-verhoor was afgeloopen, verklaarden de gezworenen, van hunne plaats in de regtszaal, uit eigen beweging, vóór dat nog door een der advokaten het woord was gevoerd, dat zij het eens waren omtrent het vonnis. De raadslieden der beschuldigden vereenigden zich er mede, dat dit terstond zou worden uitgesproken, en dat vonnis luidde „onschuldig.” Deattorneyvan den Staat verklaarde toen aan het Hof dat alle feiten, die tot verdere vervolging zonden kunnen leiden, aan de jury waren medegedeeld; en daar geen nieuwe getuigen in het geding van Stephen D. Castleman konden gehoord worden, stelde hij aan het Hof voor hetnolle prosequiuit te spreken. De regter antwoordde dat de zaak door het getuigen-verhoor duidelijk en volledig aan de jury bekend was gemaakt; dat het Hof niet enkel genoegen nam met het vonnis, maar dat, indien er een ander vonnis was geveld, appel zou zijn aangeteekend; dat, daar er geene meerdere getuigen in de zaak van Stephen konden gehoord worden, deattorneyvoor den Staat teregt eennolle prosequiten zijnen aanzien voorstelde, en dat het Hof daarmede genoegen nam. Dien overeenkomstig werd eennolle prosequiuitgesproken en de beide beschuldigden in vrijheid gesteld.„Wij moeten hier nog bijvoegen, dat er twee dagen heengingen met het getuigen-verhoor, en dat de zaak behandeld werd door eene jury uit Clarke County. Men had voor beide beschuldigden borg gesproken bij hunne arrestatie, en ook voor den tijd, dat het proces hangende was.”Aangenomen dat, volgens de wet, de moord niet bewezen was; wie kan toch, na deze eenzijdige mededeeling, er nog aan twijfelen, dat de slaaf stierf ten gevolge van de straf door hem ondergaan?In criminele zaken, waarborgt de Grondwet van den Staat aan den beschuldigde het regt, dat zijne zaak door eene onpartijdige jury in het openbaar zal behandeld worden; het regt om bekend te worden gemaakt met den aard en de oorzaak der beschuldiging; om gehoord te worden tegenover de aanklagers; om getuigenà déchargete dwingen hunne verklaring af te leggen, en het regt op den bijstand van een regtsgeleerde. Dit zijn waarborgen, die volstrekt vereischt worden om de onschuld tegen een haastig of partijdig oordeel te beschermen; volstrekt vereischt om onregtvaardigheid te voorkomen. Daar die waarborgen niet voor slaven bestaan, moest elke slaven-eigenaar gevoelen, dat er op hem zooveel te grooter zedelijke verpligting rustte. Hij is de eenige regter; hij alleen beoordeelt het misdrijf, de feiten, waardoor het bewezen is, en de grootte der straf. Wanneer de slaaf van eene misdaad verdacht wordt, eischt de menschelijkheid, dat hem de beschuldiging worde medegedeeld; dat hij tegen zijn aanklager gehoord worde, dat het hem veroorloofd zij, feiten tot bewijs zijner onschuld aan te voeren.En hoe werd de arme Lewis behandeld? De zoon van Castleman zeide, dat hij den dief van het geld ontdekt had; en terstond wordt besloten dat de misdadigers onverwacht zullen gestraft worden, en vóór zij wisten dat hunne misdaad ontdekt was. Gestraft zonder gehoord te worden? Gestraft op het getuigenis van een huisbediende, en naar den aard van welk getuigenis het Geregtshof niet schijnt onderzocht te hebben! Geen enkel woord billijkt de veronderstelling dat er een zorgvuldig onderzoek naar hunne schuld was ingesteld. Lewis en Reuben werden op lossen grond, zonder verder onderzoek, voor de schuldigen gehouden; en toen, zonder dat het hun toegestaan werd het tegendeel welligt te bewijzen, werden zij gegeeseld tot hun, door ligchaamspijn eene bekentenis ontperst werd.Is dit de regtvaardigheid van Virginia?Lewis werd gestraft met een „breed lederen riem”; hij werd „streng gestraft”; dit behoefde men ons niet te zeggen. Een „breed lederen riem” is wel geschikt voor eene strenge straf. „Maar niemand heeft beweerd”, zegt het verslag, „dat deze straf het leven of de gezondheid in gevaar brengt.” Dat is onwaar; het werd destijds nadrukkelijk in de nieuwsbladengezegd, en het was ook de meening van alle bewoners uit den omtrek, dat die straf het leven in zeer groot gevaar stelt. Maar straks hierover nader.Lewis werd achtergelaten. Een ketting werd om zijn hals vastgemaakt, zoodanig dat hij zich niet kon verworgen, en aan een balk boven hem bevestigd, eene speling latende van anderhalf voet. Zoolang hij regt op bleef staan, was hij zeker zich niet te zullen worgen, maar hij kon niet zitten noch knielen; en viel hij flaauw, dan werd zijn keel digtgeknepen. Het verslag zegt, dat zij hem zoo vastmaakten, opdat hij niet zou kunnen wegloopen. Als dit het eenig doel was, kon het op beter en minder wreede wijze bereikt worden, zoo als elke lezer zelf inziet. Die manier om zich van hem te verzekeren, werd waarschijnlijk gevolgd om hem vrees aan te jagen, en gaf te gelijkertijd eenige genoegdoening aan de wraakzucht van hen, die deze daad bedreven. De man, dien zij achterlieten om op Lewis te passen, zeide, dat hij, na een halfuur bij hem te zijn gebleven, naar huis was gegaan; en dat Lewis toen nog leefde. De Castlemans verklaarden, dat zij, na Reuben gestraft te hebben, terug waren gekomen, na eene afwezigheid van niet meer dan een half uur, en zij vonden hem hangende en dood. Wij vestigen de aandacht op dit gedeelte van het verhoor, om aan te toonen hoe los de verklaringen daar heen werden geworpen, waaruit het bewijs zou moeten worden opgemaakt.Waarom werd Lewis geketend en toch een man bij hem achtergelaten? „Om zeker te zijn dat hij niet zou ontsnappen,” zeggen de Castlemans. Is het de gewoonte slaven op die wijze te ketenen en een wachter bij hen te plaatsen, om hunne ontsnapping te voorkomen? Indien de straf van Lewis niet buitengewoon geweest ware, en indien hij niet bedreigd ware geworden met eene nieuwe straf na hunne terugkomst, zou het overbodig geweest zijn hem te ketenen.De verklaring van den man, die op hem passen moest, doet hem voorkomen als een wanhopende, ter prooi aan vrees en smart. „Lewis vroeg een bankje om op te zitten.” Waarom? Was hij niet lijdend en uitgeput en verlangde hij niet te rusten, zonder gevaar te loopen zich te verworgen? Verder, vroeg hij iets om op te steunen; nadat de Castlemans hem verlaten hadden, gaf hij de vrees te kennen, dat, wanneer zij mogten terugkomen, hij nogmaals gegeeseld zou worden, en zeidezich den hals af te willen snijden, als hij een mes had en eene hand kon loswringen. De kastijding, die hem tot zulk eene wanhoop bragt, moet wel vreeselijk geweest zijn!Hoe lang zij afwezig waren, weten wij niet, want de verklaringen zijn, omtrent dit punt, met elkander in strijd. Zij vonden hem hangende en dood; zijne voeten achter het lijf, zijne knieën eenige weinige duimen van den grond, en zijn hoofd voorover gebogen; juist in de houding, waarin hij natuurlijk moest zinken, wanneer hij zich niet meer staande kon houden. Zij wilden het doen voorkomen dat hij zich-zelven verhangen heeft. Al kon dit bewezen worden (wij behoeven naauwelijks te zeggen dat het niet bewezen is) zou het toch slechts in geringe mate hunne schuld verminderen. Het waarschijnlijkst is, dat hij in elkander zakte door smart, vermoeijenis en vrees uitgeput. Wat de verklaring der heelmeesters betreft, die op eene lijkschouwing zijn gegrond, van den toestand der hersenen en bloedvaten, dat de overledene niet gestorven kon zijn vóór de verworging, deze is naauwelijks de aandacht waardig. Wij kennen het feilbare en onzekere van zulk een onderzoek.Voor zoo ver wij het konden nagaan, was de eenige getuige, die voor hun onschuld kon pleiten, de man, dien de Castlemans tot bewaker hadden aangesteld. Maar hij hing, als werkman, geheel van hen af. Er zouden andere getuigen hebben kunnen optreden; waarom die niet opgeroepen zijn, zal deattorneymoeten verantwoorden. Om onze beweringen te staven, en te bewijzen, dat in deze het regt zijn loop niet heeft gehad, roepen wij de volgende getuigenis in van een zeer achtenswaardig inwoner dezer stad, die op verre na geen abolitionist is. De slavenhouders, die door hem genoemd worden, zijn hier zeer goed bekend, en zouden terstond aan de oproeping hebben voldaan, indien zij, die met de behandeling der zaak belast waren en hunne bereidvaardigheid kenden, die oproeping hadden gedaan.„Aan den Uitgever van de Era.„Ik zie dat de Castlemans, wien een proces werd aangedaan wegens het doodgeeselen van een slaaf in Virginia, zegepralend werden vrijgesproken”—zoo als velen verwachtten. Er zijn drie personen in deze stad, met wie ik bekend ben, diemet de Castlemans waren gedurende den nacht, waarin dat schriktooneel plaats had. Zij hoorden de vreeselijke geeselslagen en oorverscheurende kreten en jammerklagten van den lijder. Zij verzochten den eenigen blanke, dien zij toen vinden konden, en die niet in het bloedige werk betrokken was, tusschen beiden te treden; maar langen tijd weigerde hij, op grond dat hij van de Castlemans afhing en hun toorn vreesde, wanneer hij een woord zeide, dat niet naar hun genoegen was, vooral nu zij beschonken waren; hij zou zijn eigen leven welligt daardoor in gevaar stellen. Hij waagde het evenwel en gaf bij zijne terugkomst verslag van de wreedaardige wijze, waarop de slaven geboeid, gegeeseld en vastgebonden waren in het bovengedeelte van de werkplaats. Des morgens, toen die personen vernamen dat een der slaven gestorven was, waren zij zoozeer getroffen en verontwaardigd, dat zij niets in het huis wilden gebruiken, en Castleman zijne wreedheid verweten. Deze betuigde zijn leedwezen dat de slaaf was gestorven, en vooral, zoo als hij verzekerde, omdat hij daaraanonschuldigwas; men meende dat hij door afmatting in zwijm was gevallen, en door den ketting, die om zijn hals was geslagen, geworgd was. De personen, die ik hier op het oog heb, houden zelf slaven, maar zij waren zoo zeer getroffen en aangedaan, dat zij niet hadden kunnen slapen (twee hunner zijn dames) en vele nachten daarna sliepen zij zeer onrustig en werden hunne droomen gedurig door die vreeselijke herinnering benaauwd.„Die personen zouden belangrijke getuigen zijn geweest en gaarne in het geding zijn opgetreden. Dat zij van de zaak kennis droegen, werd aan de betrokken autoriteiten medegedeeld, en toch werd hunne getuigenis niet ingeroepen. De eenige getuige was die afhankelijke persoon, die het voor zijn eigen leven gevaarlijk achtte tusschen beiden te treden.”De uwe, etc.J. F.Het verslag, zoo als dat door de vrienden der beschuldigden werd medegedeeld, toont dat er eene afschuwelijk wreede daad is gepleegd. De mededeelingen van onzen correspondent leveren het bewijs, dat de waarheid niet in haargeheel is aan het licht gekomen, en dat het regt in zijn loop is gestuit. Uit den uitslag van het geding kan men zien, hoe onverantwoordelijk de magt van den meester over den slaaf is, en dat de eenige bescherming van dezen te zoeken is in de menschlievendheid van den meester, niet in de waarborgen der wet.Onze handelwijze, met betrekking tot deze zaak, onze weigering om van eenige mededeeling daaromtrent in ons blad op te nemen, alvorens de regtbank uitspraak had gedaan, kan doen zien, dat wij niet vijandelijk zijn gezind jegens onze slavenhoudende landgenooten. Wij hebben dan ook zonder vooroordeel deze betreurenswaardige zaak nagegaan, maar wij moeten, met het oog op de regtspleging, het slavenstelsel ten hoogste afkeuren. De nieuwsbladen in Virginia nemen over het algemeen het verslag over uit denSpirit of Jefferson, zonder commentariën. Zij zijn blijkbaar niet tevreden, dat er geen regt is gepleegd; ongetwijfeld zullen zij ontkennen, dat de beschuldigden, volgens de wet, een moord hebben bedreven; maar zij zullen niet ontkennen, dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan eene gruweldaad, die hen voor altijd in eene Christen-maatschappij brandmerkt.
De Staat tegen Castleman.
Korten tijd voor zij den dood van den slaaf Tom schetste, las de schrijfster het verslag van het volgende regtsgeding. De treurige feiten, daarin voorkomende, zweefden haar voor den geest toen zij schreef:
„Welk mensch durft het doen, maar durft het niet aan hooren. Wat onze mede-broeders en mede-christenen moeten lijden, kan ons niet verhaald worden, zelfs niet in onze binnenkamer, zoo snijdt het door de ziel. En toch, o, mijn vaderland! geschiedt dat alles onder de schaduw uwer wetten! en o Christus, uw kerk ziet het bijna zwijgend aan!”
„Welk mensch durft het doen, maar durft het niet aan hooren. Wat onze mede-broeders en mede-christenen moeten lijden, kan ons niet verhaald worden, zelfs niet in onze binnenkamer, zoo snijdt het door de ziel. En toch, o, mijn vaderland! geschiedt dat alles onder de schaduw uwer wetten! en o Christus, uw kerk ziet het bijna zwijgend aan!”
Het wordt geheel wedergegeven zoo als het opgesteld was door Dr. G. Bailey, den menschlievenden en kundigen redacteur van deNational Era.
Uit de „National Era,” Washington 6 November 1851.
Uit de „National Era,” Washington 6 November 1851.
Moord-aanslag in Clarke County, Virginia.Sedert eenigen tijd bevatten de nieuwspapieren van Virginia mededeelingen omtrent een schrikkelijk treurspel, dat in Clarke County van dien Staat heeft plaats gehad. Een slaaf van den kolonel James Castleman, werd, zoo als men zegt, met een keten om den hals vastgelegd, en door zijn meester doodgegeeseld, omdat hij gestolen had. De geheele nabuurschap van de plaats, waar dit geschiedde, geraakte in een staat van spanning; de bladen van Virginia deelden om strijd die wreede daad mede; en de inwoners der Noordelijke Staten werden opgeroepen, om als getuigen op te treden voor den regter, opdat aan den slaven-eigenaar loon naar werken zou worden gegeven. De daad was dan ook vreeselijk; zij was, wij durven het zeggen, bijna en zonder wederga, en ze mag niet als proeve worden aangevoerd van de behandeling der slaven in het algemeen. Wij deelden het gebeurde niet mede; wij wilden liever met de mededeeling er van wachten, tot de regtbank vonnis zou hebben geveld, en wij de misdaad te gelijk met de straf konden mededeelen, wanneer de Staat zich op den misdadiger zou gewroken hebben.Zij, die door dat gruwelstuk diep getroffen waren, zullen zeker verrast en teleurgesteld zijn, wanneer zij vernemen, dat de bedrijvers er van verhoord envrijgesprokenwerden; en wanneer zij het volgende verslag van het regtsgeding en de uitspraak lezen, dat, op verlangen der vrienden van den beschuldigde openbaar werd gemaakt, zal hunne teleurstelling in bittere verontwaardiging overgaan.
Moord-aanslag in Clarke County, Virginia.
Sedert eenigen tijd bevatten de nieuwspapieren van Virginia mededeelingen omtrent een schrikkelijk treurspel, dat in Clarke County van dien Staat heeft plaats gehad. Een slaaf van den kolonel James Castleman, werd, zoo als men zegt, met een keten om den hals vastgelegd, en door zijn meester doodgegeeseld, omdat hij gestolen had. De geheele nabuurschap van de plaats, waar dit geschiedde, geraakte in een staat van spanning; de bladen van Virginia deelden om strijd die wreede daad mede; en de inwoners der Noordelijke Staten werden opgeroepen, om als getuigen op te treden voor den regter, opdat aan den slaven-eigenaar loon naar werken zou worden gegeven. De daad was dan ook vreeselijk; zij was, wij durven het zeggen, bijna en zonder wederga, en ze mag niet als proeve worden aangevoerd van de behandeling der slaven in het algemeen. Wij deelden het gebeurde niet mede; wij wilden liever met de mededeeling er van wachten, tot de regtbank vonnis zou hebben geveld, en wij de misdaad te gelijk met de straf konden mededeelen, wanneer de Staat zich op den misdadiger zou gewroken hebben.
Zij, die door dat gruwelstuk diep getroffen waren, zullen zeker verrast en teleurgesteld zijn, wanneer zij vernemen, dat de bedrijvers er van verhoord envrijgesprokenwerden; en wanneer zij het volgende verslag van het regtsgeding en de uitspraak lezen, dat, op verlangen der vrienden van den beschuldigde openbaar werd gemaakt, zal hunne teleurstelling in bittere verontwaardiging overgaan.
Het volgende verslag, dat men veronderstelt opgemaakt te zijn door den advokaat, na het regtsgeding, is door de vrienden van den kolonel ons ter hand gesteld, met verzoek het openbaar te maken.
Uit den „Spirit of Jefferson.”„Voor het Hoog Geregtshof van Clarke County, aanvangende den 13denOctober, onder voorzitterschap van den regter Samuels, verschenen James Castleman en zijn zoon Stephen D. Castleman, beiden beschuldigd van moord op den neger Lewis, eigendom van den laatste. Op raadvan hun advocaat, verlangden de partijen, dat hunne zaak afzonderlijk zou worden behandeld, en deattorneyvoor den Staat bepaalde, dat James Castleman het eerst zou worden verhoord.„Uit dat geding bleek, dat verscheidene maanden voor dat het feit gepleegd was, de geldlade in de herberg van Stephen Castleman, en de sterke dranken, die in groote hoeveelheid in den kelder waren, van tijd tot tijd bestolen waren geworden, en dat die diefstallen zeer aanmerkelijk waren toegenomen. Uit verschillende omstandigheden had men verdenking opgevat tegen Lewis en een anderen neger, Reuben, een hoefsmid, het eigendom van James Castleman; maar door behulp van twee der huisbedienden waren zij tot nog toe aan alle waakzaamheid ontsnapt.„Op den 20stenAugustus laatstleden, in den achtermiddag, ontdekte S. D. Castleman toevallig eene spleet, waardoor hij, met behulp van een der huisbedienden, volkomen in staat werd gesteld de dieven te zien, en de wijze te ontdekken, waarop de diefstallen waren gepleegd. Hij liet terstond zijn vader roepen, die niet ver van hem af woonde, en nadat hij dezen zijne ontdekking had medegedeeld, besloot men, dat men de misdadigers plotseling zou straffen en vóór dat zij wisten dat hunne daad aan het licht was gekomen.„Lewis werd het eerst gestraft, en op eene wijze, zoo als ten duidelijkste blijkt, die hem geen ernstig letsel kon geven, namelijk door eene geeseling met een breed lederen riem. Hij werd streng gestraft, evenwel slechts in verhouding tot zijne misdaad; niemand kon dan ook beweren, dat die straf zijn leven of zijne gezondheid in gevaar bragt. Hij bekende het misdrijf en verklaarde, dat hij het gepleegd had met behulp van valsche sleutels, die de smid Reuben hem had geleverd.„Deze werd onmiddellijk daarna gestraft. Men geloofde, dat hij de voornaamste misdadiger was, en hij toonde zich verharder en weerspanniger dan Lewis zich getoond had. Het bleek dan ook, zoowel uit de aanklagt als uit de verdediging, dat hij met grooter gestrengheid werd gestraft dan zijn medepligtige. Er volgde evenwel ook van zijne zijde eene bekentenis, en hij gaf de valsche sleutels, een waarvan hij zelf gesmeed had, door middel van welke de diefstal was gepleegd, over.„Verder bleek bij de behandeling dezer zaak, dat Lewis gegeeseld werd in een bovenvertrek van het magazijn, datgrensde aan het pakhuis van Stephen Castleman, en aan de straatzijde lag; de slaaf werkte daar gewoonlijk; dat, nadat hij de straf had ondergaan, de neger Lewis, omdat hij niet weg zou loopen, terwijl zij Reuben haalden, met een ketting rond zijn hals werd vastgemaakt aan een balk boven zijn hoofd. De lengte van den ketting, de breedte en dikte van den balk, zijne hoogte boven den grond en de lis, die zijn hals omsloten had, waren naauwkeurig gemeten, en daaruit was gebleken, dat de ketting, zonder de lis en den balk, anderhalf voet langer was dan de afstand tusschen de schouders van den slaaf en den balk daarboven, dat de ketting dus verre van gespannen kon geweest zijn; dat de lis (die zoodanig was gelegd, dat zij niet verder kon digtgehaald worden) rustte op de schouders en de borst, en slechts zooverre was toegehaald, dat zijn hoofd er niet door kon, en dat er geene andere gelegenheid in het vertrek was om den ketting vast te maken, dan aan gezegden balk. Zijne handen werden vóór hem gebonden; een blanke, die met Lewis dien dag gewerkt had, werd door de Castlemans bij hem gelaten, om te zorgen, dat hij niet ontsnapte, terwijl zij met Reuben bezig waren. Uit de verklaring van dezen man (die als getuige door den Staat werd opgeroepen) bleek, dat Lewis gevraagd had om een bankje om op te staan, of om iets waarop hij steunen kon; dat nadat de Castlemans hem verlaten hadden, de vrees door hem werd te kennen gegeven, dat hij nogmaals gegeeseld zou worden, wanneer zij terug kwamen, en dat hij zeide zich den hals te willen afsnijden, indien hij maar een mes had en eene hand kon loswringen. De getuige verklaarde, dat de neger „ferm op zijn beenen stond”; dat hij zich vrij naar alle zijden kon bewegen, en dat hij zich volstrekt niet beklaagd had over de wijze, waarop hij geboeid of vastgemaakt was. Getuige verklaarde ten slotte, dat hij een half uur met Lewis geweest was en hem toen verlaten had, om naar huis te gaan.„Nadat zij Reuben hadden gestraft, keerden de Castlemans met dezen naar het magazijn terug, daar hun voornemen was de twee mannen tegen elkander te hooren, in de hoop dat zij, door een verhoor van beiden te zamen, alle medepligtigen zouden ontdekken.„Zij waren niet langer dan een half uur weg geweest. Toen zij het vertrek binnen traden vonden zij Lewis aan zijnhals hangende met de voeten naar achteren en met de knieën eenige duimen van den grond. Zijn hoofd hing voorover en het ligchaam was nog zacht (verslapt), maar het leven was er uit.„Uit de verklaring der heelkundigen, die op verlangen van dencoronereene lijkbeschouwing hielden, bleek, dat de dood veroorzaakt was door verworging; en andere kundige geneesheeren bewezen dat, uit den toestand der hersenen en bloedvaten na den dood (welke toestand gebleken was door de lijkschouwing) de gestorvene niet bezweken kon zijn vóór de verworging.„Nadat het geheele getuigen-verhoor was afgeloopen, verklaarden de gezworenen, van hunne plaats in de regtszaal, uit eigen beweging, vóór dat nog door een der advokaten het woord was gevoerd, dat zij het eens waren omtrent het vonnis. De raadslieden der beschuldigden vereenigden zich er mede, dat dit terstond zou worden uitgesproken, en dat vonnis luidde „onschuldig.” Deattorneyvan den Staat verklaarde toen aan het Hof dat alle feiten, die tot verdere vervolging zonden kunnen leiden, aan de jury waren medegedeeld; en daar geen nieuwe getuigen in het geding van Stephen D. Castleman konden gehoord worden, stelde hij aan het Hof voor hetnolle prosequiuit te spreken. De regter antwoordde dat de zaak door het getuigen-verhoor duidelijk en volledig aan de jury bekend was gemaakt; dat het Hof niet enkel genoegen nam met het vonnis, maar dat, indien er een ander vonnis was geveld, appel zou zijn aangeteekend; dat, daar er geene meerdere getuigen in de zaak van Stephen konden gehoord worden, deattorneyvoor den Staat teregt eennolle prosequiten zijnen aanzien voorstelde, en dat het Hof daarmede genoegen nam. Dien overeenkomstig werd eennolle prosequiuitgesproken en de beide beschuldigden in vrijheid gesteld.„Wij moeten hier nog bijvoegen, dat er twee dagen heengingen met het getuigen-verhoor, en dat de zaak behandeld werd door eene jury uit Clarke County. Men had voor beide beschuldigden borg gesproken bij hunne arrestatie, en ook voor den tijd, dat het proces hangende was.”Aangenomen dat, volgens de wet, de moord niet bewezen was; wie kan toch, na deze eenzijdige mededeeling, er nog aan twijfelen, dat de slaaf stierf ten gevolge van de straf door hem ondergaan?In criminele zaken, waarborgt de Grondwet van den Staat aan den beschuldigde het regt, dat zijne zaak door eene onpartijdige jury in het openbaar zal behandeld worden; het regt om bekend te worden gemaakt met den aard en de oorzaak der beschuldiging; om gehoord te worden tegenover de aanklagers; om getuigenà déchargete dwingen hunne verklaring af te leggen, en het regt op den bijstand van een regtsgeleerde. Dit zijn waarborgen, die volstrekt vereischt worden om de onschuld tegen een haastig of partijdig oordeel te beschermen; volstrekt vereischt om onregtvaardigheid te voorkomen. Daar die waarborgen niet voor slaven bestaan, moest elke slaven-eigenaar gevoelen, dat er op hem zooveel te grooter zedelijke verpligting rustte. Hij is de eenige regter; hij alleen beoordeelt het misdrijf, de feiten, waardoor het bewezen is, en de grootte der straf. Wanneer de slaaf van eene misdaad verdacht wordt, eischt de menschelijkheid, dat hem de beschuldiging worde medegedeeld; dat hij tegen zijn aanklager gehoord worde, dat het hem veroorloofd zij, feiten tot bewijs zijner onschuld aan te voeren.En hoe werd de arme Lewis behandeld? De zoon van Castleman zeide, dat hij den dief van het geld ontdekt had; en terstond wordt besloten dat de misdadigers onverwacht zullen gestraft worden, en vóór zij wisten dat hunne misdaad ontdekt was. Gestraft zonder gehoord te worden? Gestraft op het getuigenis van een huisbediende, en naar den aard van welk getuigenis het Geregtshof niet schijnt onderzocht te hebben! Geen enkel woord billijkt de veronderstelling dat er een zorgvuldig onderzoek naar hunne schuld was ingesteld. Lewis en Reuben werden op lossen grond, zonder verder onderzoek, voor de schuldigen gehouden; en toen, zonder dat het hun toegestaan werd het tegendeel welligt te bewijzen, werden zij gegeeseld tot hun, door ligchaamspijn eene bekentenis ontperst werd.Is dit de regtvaardigheid van Virginia?Lewis werd gestraft met een „breed lederen riem”; hij werd „streng gestraft”; dit behoefde men ons niet te zeggen. Een „breed lederen riem” is wel geschikt voor eene strenge straf. „Maar niemand heeft beweerd”, zegt het verslag, „dat deze straf het leven of de gezondheid in gevaar brengt.” Dat is onwaar; het werd destijds nadrukkelijk in de nieuwsbladengezegd, en het was ook de meening van alle bewoners uit den omtrek, dat die straf het leven in zeer groot gevaar stelt. Maar straks hierover nader.Lewis werd achtergelaten. Een ketting werd om zijn hals vastgemaakt, zoodanig dat hij zich niet kon verworgen, en aan een balk boven hem bevestigd, eene speling latende van anderhalf voet. Zoolang hij regt op bleef staan, was hij zeker zich niet te zullen worgen, maar hij kon niet zitten noch knielen; en viel hij flaauw, dan werd zijn keel digtgeknepen. Het verslag zegt, dat zij hem zoo vastmaakten, opdat hij niet zou kunnen wegloopen. Als dit het eenig doel was, kon het op beter en minder wreede wijze bereikt worden, zoo als elke lezer zelf inziet. Die manier om zich van hem te verzekeren, werd waarschijnlijk gevolgd om hem vrees aan te jagen, en gaf te gelijkertijd eenige genoegdoening aan de wraakzucht van hen, die deze daad bedreven. De man, dien zij achterlieten om op Lewis te passen, zeide, dat hij, na een halfuur bij hem te zijn gebleven, naar huis was gegaan; en dat Lewis toen nog leefde. De Castlemans verklaarden, dat zij, na Reuben gestraft te hebben, terug waren gekomen, na eene afwezigheid van niet meer dan een half uur, en zij vonden hem hangende en dood. Wij vestigen de aandacht op dit gedeelte van het verhoor, om aan te toonen hoe los de verklaringen daar heen werden geworpen, waaruit het bewijs zou moeten worden opgemaakt.Waarom werd Lewis geketend en toch een man bij hem achtergelaten? „Om zeker te zijn dat hij niet zou ontsnappen,” zeggen de Castlemans. Is het de gewoonte slaven op die wijze te ketenen en een wachter bij hen te plaatsen, om hunne ontsnapping te voorkomen? Indien de straf van Lewis niet buitengewoon geweest ware, en indien hij niet bedreigd ware geworden met eene nieuwe straf na hunne terugkomst, zou het overbodig geweest zijn hem te ketenen.De verklaring van den man, die op hem passen moest, doet hem voorkomen als een wanhopende, ter prooi aan vrees en smart. „Lewis vroeg een bankje om op te zitten.” Waarom? Was hij niet lijdend en uitgeput en verlangde hij niet te rusten, zonder gevaar te loopen zich te verworgen? Verder, vroeg hij iets om op te steunen; nadat de Castlemans hem verlaten hadden, gaf hij de vrees te kennen, dat, wanneer zij mogten terugkomen, hij nogmaals gegeeseld zou worden, en zeidezich den hals af te willen snijden, als hij een mes had en eene hand kon loswringen. De kastijding, die hem tot zulk eene wanhoop bragt, moet wel vreeselijk geweest zijn!Hoe lang zij afwezig waren, weten wij niet, want de verklaringen zijn, omtrent dit punt, met elkander in strijd. Zij vonden hem hangende en dood; zijne voeten achter het lijf, zijne knieën eenige weinige duimen van den grond, en zijn hoofd voorover gebogen; juist in de houding, waarin hij natuurlijk moest zinken, wanneer hij zich niet meer staande kon houden. Zij wilden het doen voorkomen dat hij zich-zelven verhangen heeft. Al kon dit bewezen worden (wij behoeven naauwelijks te zeggen dat het niet bewezen is) zou het toch slechts in geringe mate hunne schuld verminderen. Het waarschijnlijkst is, dat hij in elkander zakte door smart, vermoeijenis en vrees uitgeput. Wat de verklaring der heelmeesters betreft, die op eene lijkschouwing zijn gegrond, van den toestand der hersenen en bloedvaten, dat de overledene niet gestorven kon zijn vóór de verworging, deze is naauwelijks de aandacht waardig. Wij kennen het feilbare en onzekere van zulk een onderzoek.Voor zoo ver wij het konden nagaan, was de eenige getuige, die voor hun onschuld kon pleiten, de man, dien de Castlemans tot bewaker hadden aangesteld. Maar hij hing, als werkman, geheel van hen af. Er zouden andere getuigen hebben kunnen optreden; waarom die niet opgeroepen zijn, zal deattorneymoeten verantwoorden. Om onze beweringen te staven, en te bewijzen, dat in deze het regt zijn loop niet heeft gehad, roepen wij de volgende getuigenis in van een zeer achtenswaardig inwoner dezer stad, die op verre na geen abolitionist is. De slavenhouders, die door hem genoemd worden, zijn hier zeer goed bekend, en zouden terstond aan de oproeping hebben voldaan, indien zij, die met de behandeling der zaak belast waren en hunne bereidvaardigheid kenden, die oproeping hadden gedaan.
Uit den „Spirit of Jefferson.”
„Voor het Hoog Geregtshof van Clarke County, aanvangende den 13denOctober, onder voorzitterschap van den regter Samuels, verschenen James Castleman en zijn zoon Stephen D. Castleman, beiden beschuldigd van moord op den neger Lewis, eigendom van den laatste. Op raadvan hun advocaat, verlangden de partijen, dat hunne zaak afzonderlijk zou worden behandeld, en deattorneyvoor den Staat bepaalde, dat James Castleman het eerst zou worden verhoord.
„Uit dat geding bleek, dat verscheidene maanden voor dat het feit gepleegd was, de geldlade in de herberg van Stephen Castleman, en de sterke dranken, die in groote hoeveelheid in den kelder waren, van tijd tot tijd bestolen waren geworden, en dat die diefstallen zeer aanmerkelijk waren toegenomen. Uit verschillende omstandigheden had men verdenking opgevat tegen Lewis en een anderen neger, Reuben, een hoefsmid, het eigendom van James Castleman; maar door behulp van twee der huisbedienden waren zij tot nog toe aan alle waakzaamheid ontsnapt.
„Op den 20stenAugustus laatstleden, in den achtermiddag, ontdekte S. D. Castleman toevallig eene spleet, waardoor hij, met behulp van een der huisbedienden, volkomen in staat werd gesteld de dieven te zien, en de wijze te ontdekken, waarop de diefstallen waren gepleegd. Hij liet terstond zijn vader roepen, die niet ver van hem af woonde, en nadat hij dezen zijne ontdekking had medegedeeld, besloot men, dat men de misdadigers plotseling zou straffen en vóór dat zij wisten dat hunne daad aan het licht was gekomen.
„Lewis werd het eerst gestraft, en op eene wijze, zoo als ten duidelijkste blijkt, die hem geen ernstig letsel kon geven, namelijk door eene geeseling met een breed lederen riem. Hij werd streng gestraft, evenwel slechts in verhouding tot zijne misdaad; niemand kon dan ook beweren, dat die straf zijn leven of zijne gezondheid in gevaar bragt. Hij bekende het misdrijf en verklaarde, dat hij het gepleegd had met behulp van valsche sleutels, die de smid Reuben hem had geleverd.
„Deze werd onmiddellijk daarna gestraft. Men geloofde, dat hij de voornaamste misdadiger was, en hij toonde zich verharder en weerspanniger dan Lewis zich getoond had. Het bleek dan ook, zoowel uit de aanklagt als uit de verdediging, dat hij met grooter gestrengheid werd gestraft dan zijn medepligtige. Er volgde evenwel ook van zijne zijde eene bekentenis, en hij gaf de valsche sleutels, een waarvan hij zelf gesmeed had, door middel van welke de diefstal was gepleegd, over.
„Verder bleek bij de behandeling dezer zaak, dat Lewis gegeeseld werd in een bovenvertrek van het magazijn, datgrensde aan het pakhuis van Stephen Castleman, en aan de straatzijde lag; de slaaf werkte daar gewoonlijk; dat, nadat hij de straf had ondergaan, de neger Lewis, omdat hij niet weg zou loopen, terwijl zij Reuben haalden, met een ketting rond zijn hals werd vastgemaakt aan een balk boven zijn hoofd. De lengte van den ketting, de breedte en dikte van den balk, zijne hoogte boven den grond en de lis, die zijn hals omsloten had, waren naauwkeurig gemeten, en daaruit was gebleken, dat de ketting, zonder de lis en den balk, anderhalf voet langer was dan de afstand tusschen de schouders van den slaaf en den balk daarboven, dat de ketting dus verre van gespannen kon geweest zijn; dat de lis (die zoodanig was gelegd, dat zij niet verder kon digtgehaald worden) rustte op de schouders en de borst, en slechts zooverre was toegehaald, dat zijn hoofd er niet door kon, en dat er geene andere gelegenheid in het vertrek was om den ketting vast te maken, dan aan gezegden balk. Zijne handen werden vóór hem gebonden; een blanke, die met Lewis dien dag gewerkt had, werd door de Castlemans bij hem gelaten, om te zorgen, dat hij niet ontsnapte, terwijl zij met Reuben bezig waren. Uit de verklaring van dezen man (die als getuige door den Staat werd opgeroepen) bleek, dat Lewis gevraagd had om een bankje om op te staan, of om iets waarop hij steunen kon; dat nadat de Castlemans hem verlaten hadden, de vrees door hem werd te kennen gegeven, dat hij nogmaals gegeeseld zou worden, wanneer zij terug kwamen, en dat hij zeide zich den hals te willen afsnijden, indien hij maar een mes had en eene hand kon loswringen. De getuige verklaarde, dat de neger „ferm op zijn beenen stond”; dat hij zich vrij naar alle zijden kon bewegen, en dat hij zich volstrekt niet beklaagd had over de wijze, waarop hij geboeid of vastgemaakt was. Getuige verklaarde ten slotte, dat hij een half uur met Lewis geweest was en hem toen verlaten had, om naar huis te gaan.
„Nadat zij Reuben hadden gestraft, keerden de Castlemans met dezen naar het magazijn terug, daar hun voornemen was de twee mannen tegen elkander te hooren, in de hoop dat zij, door een verhoor van beiden te zamen, alle medepligtigen zouden ontdekken.
„Zij waren niet langer dan een half uur weg geweest. Toen zij het vertrek binnen traden vonden zij Lewis aan zijnhals hangende met de voeten naar achteren en met de knieën eenige duimen van den grond. Zijn hoofd hing voorover en het ligchaam was nog zacht (verslapt), maar het leven was er uit.
„Uit de verklaring der heelkundigen, die op verlangen van dencoronereene lijkbeschouwing hielden, bleek, dat de dood veroorzaakt was door verworging; en andere kundige geneesheeren bewezen dat, uit den toestand der hersenen en bloedvaten na den dood (welke toestand gebleken was door de lijkschouwing) de gestorvene niet bezweken kon zijn vóór de verworging.
„Nadat het geheele getuigen-verhoor was afgeloopen, verklaarden de gezworenen, van hunne plaats in de regtszaal, uit eigen beweging, vóór dat nog door een der advokaten het woord was gevoerd, dat zij het eens waren omtrent het vonnis. De raadslieden der beschuldigden vereenigden zich er mede, dat dit terstond zou worden uitgesproken, en dat vonnis luidde „onschuldig.” Deattorneyvan den Staat verklaarde toen aan het Hof dat alle feiten, die tot verdere vervolging zonden kunnen leiden, aan de jury waren medegedeeld; en daar geen nieuwe getuigen in het geding van Stephen D. Castleman konden gehoord worden, stelde hij aan het Hof voor hetnolle prosequiuit te spreken. De regter antwoordde dat de zaak door het getuigen-verhoor duidelijk en volledig aan de jury bekend was gemaakt; dat het Hof niet enkel genoegen nam met het vonnis, maar dat, indien er een ander vonnis was geveld, appel zou zijn aangeteekend; dat, daar er geene meerdere getuigen in de zaak van Stephen konden gehoord worden, deattorneyvoor den Staat teregt eennolle prosequiten zijnen aanzien voorstelde, en dat het Hof daarmede genoegen nam. Dien overeenkomstig werd eennolle prosequiuitgesproken en de beide beschuldigden in vrijheid gesteld.
„Wij moeten hier nog bijvoegen, dat er twee dagen heengingen met het getuigen-verhoor, en dat de zaak behandeld werd door eene jury uit Clarke County. Men had voor beide beschuldigden borg gesproken bij hunne arrestatie, en ook voor den tijd, dat het proces hangende was.”
Aangenomen dat, volgens de wet, de moord niet bewezen was; wie kan toch, na deze eenzijdige mededeeling, er nog aan twijfelen, dat de slaaf stierf ten gevolge van de straf door hem ondergaan?
In criminele zaken, waarborgt de Grondwet van den Staat aan den beschuldigde het regt, dat zijne zaak door eene onpartijdige jury in het openbaar zal behandeld worden; het regt om bekend te worden gemaakt met den aard en de oorzaak der beschuldiging; om gehoord te worden tegenover de aanklagers; om getuigenà déchargete dwingen hunne verklaring af te leggen, en het regt op den bijstand van een regtsgeleerde. Dit zijn waarborgen, die volstrekt vereischt worden om de onschuld tegen een haastig of partijdig oordeel te beschermen; volstrekt vereischt om onregtvaardigheid te voorkomen. Daar die waarborgen niet voor slaven bestaan, moest elke slaven-eigenaar gevoelen, dat er op hem zooveel te grooter zedelijke verpligting rustte. Hij is de eenige regter; hij alleen beoordeelt het misdrijf, de feiten, waardoor het bewezen is, en de grootte der straf. Wanneer de slaaf van eene misdaad verdacht wordt, eischt de menschelijkheid, dat hem de beschuldiging worde medegedeeld; dat hij tegen zijn aanklager gehoord worde, dat het hem veroorloofd zij, feiten tot bewijs zijner onschuld aan te voeren.
En hoe werd de arme Lewis behandeld? De zoon van Castleman zeide, dat hij den dief van het geld ontdekt had; en terstond wordt besloten dat de misdadigers onverwacht zullen gestraft worden, en vóór zij wisten dat hunne misdaad ontdekt was. Gestraft zonder gehoord te worden? Gestraft op het getuigenis van een huisbediende, en naar den aard van welk getuigenis het Geregtshof niet schijnt onderzocht te hebben! Geen enkel woord billijkt de veronderstelling dat er een zorgvuldig onderzoek naar hunne schuld was ingesteld. Lewis en Reuben werden op lossen grond, zonder verder onderzoek, voor de schuldigen gehouden; en toen, zonder dat het hun toegestaan werd het tegendeel welligt te bewijzen, werden zij gegeeseld tot hun, door ligchaamspijn eene bekentenis ontperst werd.
Is dit de regtvaardigheid van Virginia?
Lewis werd gestraft met een „breed lederen riem”; hij werd „streng gestraft”; dit behoefde men ons niet te zeggen. Een „breed lederen riem” is wel geschikt voor eene strenge straf. „Maar niemand heeft beweerd”, zegt het verslag, „dat deze straf het leven of de gezondheid in gevaar brengt.” Dat is onwaar; het werd destijds nadrukkelijk in de nieuwsbladengezegd, en het was ook de meening van alle bewoners uit den omtrek, dat die straf het leven in zeer groot gevaar stelt. Maar straks hierover nader.
Lewis werd achtergelaten. Een ketting werd om zijn hals vastgemaakt, zoodanig dat hij zich niet kon verworgen, en aan een balk boven hem bevestigd, eene speling latende van anderhalf voet. Zoolang hij regt op bleef staan, was hij zeker zich niet te zullen worgen, maar hij kon niet zitten noch knielen; en viel hij flaauw, dan werd zijn keel digtgeknepen. Het verslag zegt, dat zij hem zoo vastmaakten, opdat hij niet zou kunnen wegloopen. Als dit het eenig doel was, kon het op beter en minder wreede wijze bereikt worden, zoo als elke lezer zelf inziet. Die manier om zich van hem te verzekeren, werd waarschijnlijk gevolgd om hem vrees aan te jagen, en gaf te gelijkertijd eenige genoegdoening aan de wraakzucht van hen, die deze daad bedreven. De man, dien zij achterlieten om op Lewis te passen, zeide, dat hij, na een halfuur bij hem te zijn gebleven, naar huis was gegaan; en dat Lewis toen nog leefde. De Castlemans verklaarden, dat zij, na Reuben gestraft te hebben, terug waren gekomen, na eene afwezigheid van niet meer dan een half uur, en zij vonden hem hangende en dood. Wij vestigen de aandacht op dit gedeelte van het verhoor, om aan te toonen hoe los de verklaringen daar heen werden geworpen, waaruit het bewijs zou moeten worden opgemaakt.
Waarom werd Lewis geketend en toch een man bij hem achtergelaten? „Om zeker te zijn dat hij niet zou ontsnappen,” zeggen de Castlemans. Is het de gewoonte slaven op die wijze te ketenen en een wachter bij hen te plaatsen, om hunne ontsnapping te voorkomen? Indien de straf van Lewis niet buitengewoon geweest ware, en indien hij niet bedreigd ware geworden met eene nieuwe straf na hunne terugkomst, zou het overbodig geweest zijn hem te ketenen.
De verklaring van den man, die op hem passen moest, doet hem voorkomen als een wanhopende, ter prooi aan vrees en smart. „Lewis vroeg een bankje om op te zitten.” Waarom? Was hij niet lijdend en uitgeput en verlangde hij niet te rusten, zonder gevaar te loopen zich te verworgen? Verder, vroeg hij iets om op te steunen; nadat de Castlemans hem verlaten hadden, gaf hij de vrees te kennen, dat, wanneer zij mogten terugkomen, hij nogmaals gegeeseld zou worden, en zeidezich den hals af te willen snijden, als hij een mes had en eene hand kon loswringen. De kastijding, die hem tot zulk eene wanhoop bragt, moet wel vreeselijk geweest zijn!
Hoe lang zij afwezig waren, weten wij niet, want de verklaringen zijn, omtrent dit punt, met elkander in strijd. Zij vonden hem hangende en dood; zijne voeten achter het lijf, zijne knieën eenige weinige duimen van den grond, en zijn hoofd voorover gebogen; juist in de houding, waarin hij natuurlijk moest zinken, wanneer hij zich niet meer staande kon houden. Zij wilden het doen voorkomen dat hij zich-zelven verhangen heeft. Al kon dit bewezen worden (wij behoeven naauwelijks te zeggen dat het niet bewezen is) zou het toch slechts in geringe mate hunne schuld verminderen. Het waarschijnlijkst is, dat hij in elkander zakte door smart, vermoeijenis en vrees uitgeput. Wat de verklaring der heelmeesters betreft, die op eene lijkschouwing zijn gegrond, van den toestand der hersenen en bloedvaten, dat de overledene niet gestorven kon zijn vóór de verworging, deze is naauwelijks de aandacht waardig. Wij kennen het feilbare en onzekere van zulk een onderzoek.
Voor zoo ver wij het konden nagaan, was de eenige getuige, die voor hun onschuld kon pleiten, de man, dien de Castlemans tot bewaker hadden aangesteld. Maar hij hing, als werkman, geheel van hen af. Er zouden andere getuigen hebben kunnen optreden; waarom die niet opgeroepen zijn, zal deattorneymoeten verantwoorden. Om onze beweringen te staven, en te bewijzen, dat in deze het regt zijn loop niet heeft gehad, roepen wij de volgende getuigenis in van een zeer achtenswaardig inwoner dezer stad, die op verre na geen abolitionist is. De slavenhouders, die door hem genoemd worden, zijn hier zeer goed bekend, en zouden terstond aan de oproeping hebben voldaan, indien zij, die met de behandeling der zaak belast waren en hunne bereidvaardigheid kenden, die oproeping hadden gedaan.
„Aan den Uitgever van de Era.„Ik zie dat de Castlemans, wien een proces werd aangedaan wegens het doodgeeselen van een slaaf in Virginia, zegepralend werden vrijgesproken”—zoo als velen verwachtten. Er zijn drie personen in deze stad, met wie ik bekend ben, diemet de Castlemans waren gedurende den nacht, waarin dat schriktooneel plaats had. Zij hoorden de vreeselijke geeselslagen en oorverscheurende kreten en jammerklagten van den lijder. Zij verzochten den eenigen blanke, dien zij toen vinden konden, en die niet in het bloedige werk betrokken was, tusschen beiden te treden; maar langen tijd weigerde hij, op grond dat hij van de Castlemans afhing en hun toorn vreesde, wanneer hij een woord zeide, dat niet naar hun genoegen was, vooral nu zij beschonken waren; hij zou zijn eigen leven welligt daardoor in gevaar stellen. Hij waagde het evenwel en gaf bij zijne terugkomst verslag van de wreedaardige wijze, waarop de slaven geboeid, gegeeseld en vastgebonden waren in het bovengedeelte van de werkplaats. Des morgens, toen die personen vernamen dat een der slaven gestorven was, waren zij zoozeer getroffen en verontwaardigd, dat zij niets in het huis wilden gebruiken, en Castleman zijne wreedheid verweten. Deze betuigde zijn leedwezen dat de slaaf was gestorven, en vooral, zoo als hij verzekerde, omdat hij daaraanonschuldigwas; men meende dat hij door afmatting in zwijm was gevallen, en door den ketting, die om zijn hals was geslagen, geworgd was. De personen, die ik hier op het oog heb, houden zelf slaven, maar zij waren zoo zeer getroffen en aangedaan, dat zij niet hadden kunnen slapen (twee hunner zijn dames) en vele nachten daarna sliepen zij zeer onrustig en werden hunne droomen gedurig door die vreeselijke herinnering benaauwd.„Die personen zouden belangrijke getuigen zijn geweest en gaarne in het geding zijn opgetreden. Dat zij van de zaak kennis droegen, werd aan de betrokken autoriteiten medegedeeld, en toch werd hunne getuigenis niet ingeroepen. De eenige getuige was die afhankelijke persoon, die het voor zijn eigen leven gevaarlijk achtte tusschen beiden te treden.”De uwe, etc.J. F.
„Aan den Uitgever van de Era.
„Ik zie dat de Castlemans, wien een proces werd aangedaan wegens het doodgeeselen van een slaaf in Virginia, zegepralend werden vrijgesproken”—zoo als velen verwachtten. Er zijn drie personen in deze stad, met wie ik bekend ben, diemet de Castlemans waren gedurende den nacht, waarin dat schriktooneel plaats had. Zij hoorden de vreeselijke geeselslagen en oorverscheurende kreten en jammerklagten van den lijder. Zij verzochten den eenigen blanke, dien zij toen vinden konden, en die niet in het bloedige werk betrokken was, tusschen beiden te treden; maar langen tijd weigerde hij, op grond dat hij van de Castlemans afhing en hun toorn vreesde, wanneer hij een woord zeide, dat niet naar hun genoegen was, vooral nu zij beschonken waren; hij zou zijn eigen leven welligt daardoor in gevaar stellen. Hij waagde het evenwel en gaf bij zijne terugkomst verslag van de wreedaardige wijze, waarop de slaven geboeid, gegeeseld en vastgebonden waren in het bovengedeelte van de werkplaats. Des morgens, toen die personen vernamen dat een der slaven gestorven was, waren zij zoozeer getroffen en verontwaardigd, dat zij niets in het huis wilden gebruiken, en Castleman zijne wreedheid verweten. Deze betuigde zijn leedwezen dat de slaaf was gestorven, en vooral, zoo als hij verzekerde, omdat hij daaraanonschuldigwas; men meende dat hij door afmatting in zwijm was gevallen, en door den ketting, die om zijn hals was geslagen, geworgd was. De personen, die ik hier op het oog heb, houden zelf slaven, maar zij waren zoo zeer getroffen en aangedaan, dat zij niet hadden kunnen slapen (twee hunner zijn dames) en vele nachten daarna sliepen zij zeer onrustig en werden hunne droomen gedurig door die vreeselijke herinnering benaauwd.
„Die personen zouden belangrijke getuigen zijn geweest en gaarne in het geding zijn opgetreden. Dat zij van de zaak kennis droegen, werd aan de betrokken autoriteiten medegedeeld, en toch werd hunne getuigenis niet ingeroepen. De eenige getuige was die afhankelijke persoon, die het voor zijn eigen leven gevaarlijk achtte tusschen beiden te treden.”
De uwe, etc.J. F.
Het verslag, zoo als dat door de vrienden der beschuldigden werd medegedeeld, toont dat er eene afschuwelijk wreede daad is gepleegd. De mededeelingen van onzen correspondent leveren het bewijs, dat de waarheid niet in haargeheel is aan het licht gekomen, en dat het regt in zijn loop is gestuit. Uit den uitslag van het geding kan men zien, hoe onverantwoordelijk de magt van den meester over den slaaf is, en dat de eenige bescherming van dezen te zoeken is in de menschlievendheid van den meester, niet in de waarborgen der wet.Onze handelwijze, met betrekking tot deze zaak, onze weigering om van eenige mededeeling daaromtrent in ons blad op te nemen, alvorens de regtbank uitspraak had gedaan, kan doen zien, dat wij niet vijandelijk zijn gezind jegens onze slavenhoudende landgenooten. Wij hebben dan ook zonder vooroordeel deze betreurenswaardige zaak nagegaan, maar wij moeten, met het oog op de regtspleging, het slavenstelsel ten hoogste afkeuren. De nieuwsbladen in Virginia nemen over het algemeen het verslag over uit denSpirit of Jefferson, zonder commentariën. Zij zijn blijkbaar niet tevreden, dat er geen regt is gepleegd; ongetwijfeld zullen zij ontkennen, dat de beschuldigden, volgens de wet, een moord hebben bedreven; maar zij zullen niet ontkennen, dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan eene gruweldaad, die hen voor altijd in eene Christen-maatschappij brandmerkt.
Het verslag, zoo als dat door de vrienden der beschuldigden werd medegedeeld, toont dat er eene afschuwelijk wreede daad is gepleegd. De mededeelingen van onzen correspondent leveren het bewijs, dat de waarheid niet in haargeheel is aan het licht gekomen, en dat het regt in zijn loop is gestuit. Uit den uitslag van het geding kan men zien, hoe onverantwoordelijk de magt van den meester over den slaaf is, en dat de eenige bescherming van dezen te zoeken is in de menschlievendheid van den meester, niet in de waarborgen der wet.
Onze handelwijze, met betrekking tot deze zaak, onze weigering om van eenige mededeeling daaromtrent in ons blad op te nemen, alvorens de regtbank uitspraak had gedaan, kan doen zien, dat wij niet vijandelijk zijn gezind jegens onze slavenhoudende landgenooten. Wij hebben dan ook zonder vooroordeel deze betreurenswaardige zaak nagegaan, maar wij moeten, met het oog op de regtspleging, het slavenstelsel ten hoogste afkeuren. De nieuwsbladen in Virginia nemen over het algemeen het verslag over uit denSpirit of Jefferson, zonder commentariën. Zij zijn blijkbaar niet tevreden, dat er geen regt is gepleegd; ongetwijfeld zullen zij ontkennen, dat de beschuldigden, volgens de wet, een moord hebben bedreven; maar zij zullen niet ontkennen, dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan eene gruweldaad, die hen voor altijd in eene Christen-maatschappij brandmerkt.