Nassausche erflanden(hiervóór, bl. 195). Zij werden in December 1813 door H. von Gagern voor den Vorst in bezit genomen; zie Schliephake-Menzel,Geschichte von NassauVII, 762. De Prins had reeds in 1813 aanHardenbergenMetternichverzocht, dat hij bij het herstel der zaken in Duitschland wederom als hoofd van het gansche huis Nassau zou worden erkend.408)Hoezeer hij ook op die waardigheid gesteld was, hij is niet vreemd geweest aan het denkbeeld, de Nassausche erflanden tegen ander gebied te ruilen. Wij hebben gezien409), dat hij het geheele gebied tusschen Maas, Moezel en Rijn hoopte te verkrijgen. In dat geval gaf de verwerving van een gebied op den rechter Rijnoever, doch meer stroomafwaarts gelegen, veel beter afronding dan het bezit der Nassausche erflanden.Kon hij dus het hertogdom Berg verkrijgen, hij zou van Nassau afstand hebben willen doen.410)Daar echter bleek dat Pruisen dit gebied voor zich verlangde, hield hij later weer te krampachtiger aan Nassau vast, ook om een brug te hebben voor het verkeer met de landen waaruit hij Duitsche huurtroepen voor Nederland hoopte te trekken, en was zeer ontsticht toen zijn erflanden hem toch nog ontgingen. Pruisen, dat er te Weenen de beschikking over kreeg, behield Siegen, maar stond Dillenburg, Dietz en Hadamar aan Nassau-Weilburg af, in ruil voor de door dat huis bezeten landen tusschen Lahn en Sieg.De vereeniging te Amsterdam impopulair(hiervóór, bl. 197). Zie het stuk van den Amsterdammer Röell in Ontstaan II, 5, doch tevens zijne aanteekening aldaar, bl. LXXXV, waar hij erkennen moet, „dat dezelve in de toenmalige Vereenigde Nederlanden over het algemeen geene afkeuring vond. Het innemend denkbeeld eener vergrooting van grondgebied en eener gelijke draging der publieke schuld konde niet missen de gemoederen der menigte weg te sleepen.”—„De Hollanders”, schrijft Falck, „konden den Souverein hunner keuze niet anders dan gaarne zien klimmen in aanzien en waardigheid. Hoe meer invloed en magt hem verschaft werd naar buiten, hoe grooter bescherming zij verwachten mogten voor hunne veelzijdige belangen.”411)Memorie van van Hogendorp(hiervóór, bl. 197). Deze was meer een algemeen stuk dat gezonden werd omdat het sedert 1812 gereed lag en de steller er zooals begrijpelijk was groote waarde aan hechtte. Bijzonder actueel was zij niet, immers het overleg met de Engelsche regeering over de zaken, daarin behandeld, was door den Prins vóór zijn vertrek uit Londen reeds metCastlereaghgeopend. Het werkelijke „richtsnoer” voor de voortzetting van dat overleg was niet het stuk van van Hogendorp, maar een memorandum van 26 Dec. geheel door den Vorst gesteld en aan Fagel ter overlegging aanCastlereaghtoegezonden: „La réunion de la rive gauche du Rhin jusques à la Moselle, ainsi que celle des Pays-Bas, y compris Luxembourg, peut seule donner aux Provinces-Unies, considérées comme le boulevard de l'Europe contre la France, la consistance nécessaire.”412)Nauwelijks Souverein Vorst geworden, vroeg de Prins reeds of hij door zijn zendelingen België mocht doen bewerken413). De Engelscheregeering ontraadde dit: in ieder geval moesten eerst de bondgenooten worden gehoord. Den 26sten December had de ministerraad plaats, waarCastlereagh's instructie voor zijne reis naar het vasteland werd vastgesteld. Men bepaalde, dat hij voor Holland zou vragen een barrière voor het minst omvattende Antwerpen, Maastricht en Gulik, met een „behoorlijke” uitbreiding van grondgebied buiten de grenzen van 1792; dat men de Kaap zou houden, maar „daarvoor” Holland 2 millioen sterling zou bieden om die barrière te versterken; dat men onderzoeken zou of Oostenrijk oogmerken had op de rest van België; dat de Souvereine Vorst vooralsnog zijn handen van België af moest houden414).Castlereaghnam zijn weg over den Haag, waar de Vorst hem met een herhaling van zijn vroegere aanspraken opwachtte. Er kwamen uit België, meende de Vorst, reeds gunstige stemmen; zelfs waren twee Gentenaars, de „propriétaire” Huyttens en de katoenspinner Bauwens, in den Haag geweest om zich hem aan te bieden. Hij moest vooral de koopers van geestelijk goed in hun bezit handhaven, hadden zij gezegd, de nijverheid beschermen en het midden houden tusschen de uiterste clericale factie en de verklaarde Franschgezinden415).Castlereaghliet den Vorst beloven dat hij zijn administratie vooralsnog tot het grondgebied der oude Republiek zoubeperken, en lichtte hem in van het voornemen omtrent de Kaap, zonder nog eenige som te noemen.416)Toen de Britsche minister bij de bondgenooten te Bazel kwam, bleek onmiddellijk dat Oostenrijk aan Venetië boven België de voorkeur gaf, en ook geen aanspraken maakte ten behoeve van aartshertog Karel. In deze omstandigheden hadCastlereaghgeen bezwaar geheel België tot de Maas aan Holland te hechten, maar nu Oostenrijk zich terugtrok wenschte hij voor het minst de andere groote militaire Duitsche mogendheid, Pruisen, nevens het vergroote Holland in eerste linie tegen Frankrijk te stellen. Derhalve wenschte hij Pruisen zoo ver mogelijk zuidwaarts uit te breiden op den linker Rijnoever, en aan deze macht de beide vestingen Luxemburg en Mainz toe te vertrouwen, waartegen het dan lager af op den linker Rijnoever eenig gebied aan Holland kon laten, welks nieuwe grens dan zou samenvallen met de grens van België tegen Frankrijk van 1792 van de zee tot de Maas, en voorts zou insluiten de steden Namen, Luik, Maastricht, Gulik en Keulen, om vervolgens den Rijn te volgen tot de oude grenzen der Republiek417). „I should not wish to say that this projet was actuallycountenanced, but it did not seem to alarm.... I was induced to throw out the idea of thus bringing forward Prussia, as I recollect it was a favorite scheme of Mr. Pitt. By this arrangement Holland wouldnotbeenclavéin Prussia, but stand in joint frontier with her against France. I doubt much the policy of making Holland a power of the first order, to which she would approach if she possessed the whole of these territories(tot aan de Moezel)”.418)Den 27sten Januari vroegCastlereagh, of de Souvereine Vorst van dit hem door Engeland toegedachte gebied, voor zoover het bewesten de Maas viel, de voorloopige administratie hebben mocht, en of zijn gezant van Spaen in de centrale commissie tot het bestuur der op Frankrijk heroverde landen kon worden toegelaten; hij stelde deze vraag „referring to the earnest desire expressed on the part of his court that Holland may receive on the side of the Low Countries at a general peace a suitable accession to its military frontier andterritorial resources.”419)Oostenrijk maakte geen bezwaar;420)Pruisen bewilligde, na eenig dralen, alleen in de toelating van van Spaen;421)Rusland antwoordde niet. Desniettemin hadCastlereagh, onmiddellijk na het ontvangen van Oostenrijks toestemmend antwoord en in de verwachting, door gesprekken metHardenbergen Nesselrode opgewekt, dat Pruisen en Rusland spoedig volgen zouden, reeds verlof gegeven dat de Souvereine Vorst aanving, België tot de Maas „op een bedaarde manier” in zijn voordeel te bewerken.422)Hij was er sinds lang mee bezig. Een zijner jonge diplomaten, Hugo van Zuylen van Nyevelt, was in het gevolg der troepen vanBülowde grens overgegaan, en trachtte overal betrekkingen aan te knoopen. Hij verspreidde blaadjes, op twee kolommen in het Hollandsch en Fransch gedrukt, waarbij het volk tot den opstand werd aangezet om zich vervolgens met het Noorden te vereenigen.423)Een sedert eenige jaren te Brussel wonend Hollander, A. graaf van Bylandt-Palstercamp, schreef een brochure van dezelfde strekking.424)ToenBülowen de hertog van Saksen-Weimar den 8sten Februari Brussel binnentrokken, waren de hertog van Clarence en prins Frederik, de tweede zoon van den Souvereinen Vorst, aan hunne zijde. De stad onthaalde de bevrijders in den schouwburg; een der loges was versierd voor de generaals. Toen na een oogenblikBülowen de hertogvan Weimar vertrokken waren, verschenen de hertog van Clarence en prins Frederik; het orkest speelde „God save the King”. De hertog van Clarence dook in de loge terug, en liet prins Frederik de ovatie in ontvangst nemen. Het publiek had het zoo niet bedoeld, en had er vrij wat op te zeggen.425)Lord Clancarty, nog onder den indruk van het vroegere gebod, dat de Souvereine Vorst in België nog niets zou ondernemen, maakte zich ernstig boos. Toen hij vernam dat van Zuylen bezig was een Belgische deputatie bijeen te trommelen die den Vorst haar opwachting zou gaan maken in den Haag, eischte (en verkreeg) hij de terugroeping van dezen agent, en gaf, in tegenwoordigheid van den Vorst, aan van Zuylen's chef, van Hogendorp, harde woorden.426)Intusschen vervloog het geheele voorloopig gouvernement van den Souvereinen Vorst in rook.Onmiddellijk toenBülowen de hertog van Weimar te Brussel kwamen richtten zij er een voorloopig bestuur in427)waarbij eerlang namens de centrale commissie twee Pruisenals commissarissen optraden: von Lottum en Delius. Van den Souvereinen Vorst werd bij dit alles met geen woord gesproken. Dit was voor dezen te bedenkelijker, daarBülowen de hertog van Weimar de Belgen toeriepen, dat hun onafhankelijkheid niet twijfelachtig meer was.428)De Belgen konden hieronder kwalijk anders verstaan, dan dat de toestand van vóór 1795 zou terugkeeren. Hoe zoudenBülowen de hertog van Weimar ook van de vereeniging met Holland hebben kunnen spreken? Zij hadden nog niet de minste orders daaromtrent uit het hoofdkwartier.Castlereaghbegreep, dat nu de Pruisen te Brussel waren, het zaak werd door te tasten. In het begin van Februari had hij de uitgebreidste verzekeringen gegeven van Engelands bereidwilligheid tot teruggave van koloniën, indien Engelands oogmerken op het vasteland konden worden bereikt. De Deensche koloniën zou Denemarken terugbekomen om het te doen berusten in het verlies van Noorwegen; tot verdere belooning van Zweden voor zijn hulp in Duitschland werd het Fransche eiland Guadeloupe bestemd. De Hollandsche koloniën behalve de Kaap kwamen aan Holland terug, „provided Holland could be rendered so effectually independent of France as to make it clear that we were strengthening an ally, and not an enemy”. Tot beter verzekering van dit doel zal Engeland twee millioen pond sterling geven voor den opbouw van een nieuw frontier tegen Frankrijk. De grens van Holland wordt thans voorgesteld geheel zooalsCastlereaghzich die 22 Jan. reeds had gedacht: Noordzee–Givet–loop der Maas tot Maastricht–Keulen–loop van den Rijn; de toewijzing van wat er tusschen Maas, Rijn en Moezel overblijft bezuiden de lijn Maastricht–Keulen zal nader zijn te bepalen. Aan Frankrijk, indien het bewilligt in den door de bondgenooten te stellen eisch van terugkeer binnen zijn oude grenzen, alle veroverde eilanden terug behalve Guadeloupe, dat aan Zweden is toegezegd, en Mauritius en Bourbon, die Engeland behouden wil om dezelfde reden waaromhet de Kaap behoudt: de verzekering van zijn bezit in Indië429).Als 15 Februari de bondgenooten zich nog niet op dit alles verklaard hebben, en onderwijl met Napoleon onderhandeld wordt teChâtillon, zoodat het gevaar ontstaat van een vrede met Frankrijk eer Engeland zelf een vast accoord heeft met de vastelandsmogendheden,wordtCastlereaghdringend: „it is not reasonable that His Britannic Majesty should be called upon to make extensive sacrifices of his conquests to France for the general security of Europe, without being at least assured as to those arrangements on the continent which most concern the interests of Great Britain”. Hij legt dus de bondgenooten vier artikelen voor, waarvan er twee voor ons van belang zijn:„1st. That the Belgian Provinces as far as the Meuse, as comprehended between the ancient frontier of France and that river, together with the country in advance of that river, bounded by a line to be drawn from the said river at Maestricht by Aix-la-Chapelle and Duren to Cologne on the Rhine, shall be ceded to the Prince of Orange as Sovereign of the United Netherlands, to be annexed for ever to Holland as an integral part thereof.2d. That the other territories on the left bank of the Rhine, if not annexed in whole or in part to Holland, shall be disposed of with a due regard to the military security and protection of that State and the North of Germany; and no arrangement of this sort can be made without the full consent of His Britannic Majesty”.430)Oostenrijk verklaarde zich onmiddellijk bereid deze artikelen aan te nemen431); Pruisen ook, doch met een voorbehoud: het wilde, zoo het zelf tusschen Maas en Moezel geplaatst werd, niet al het land benoorden de lijn Keulen–Maastricht aan Holland laten, opdat de nieuwe Pruisische provincie niet afgesloten zou komen te liggen van de Pruisische bezittingen rechts van den Beneden-Rijn432). Rusland wilde, vóór het zich tot teekening verbond, doorCastlereaghden eisch zien ingewilligd omtrent de Russische schuld; het stelde dien eisch thans in dezen vorm, dat Engeland en Holland gezamenlijk die schuld voor hun rekening zouden nemen433). De Britsche minister wilde er eerst weinig van hooren: „why pay Russia, rather than Austria or Prussia? It comes, as a condition, with the worse grace, after our gratuitous cessions to Denmark to fulfil a Russian engagement”.434)Doch Rusland teekende niets, eer het in het bezit was van een mondelinge toezegging vanCastlereaghaan den Tsaar, dat de zaak zou worden aanbevolen in de welwillende overweging van het Britsche gouvernement, en men had Ruslands onderteekening noodig, niet slechts voor de conventie, maar voor de groote alliantie vanChaumont(1 Maart 1814) waarbij Rusland, Oostenrijk en Pruisen, voor het geval Napoleon de hem teChâtillongestelde voorwaarden verwierp, zich verbonden aan den tegen Frankrijk voort te zetten oorlog ieder met 150,000 man deel te nemen, tegen het genot van Engelsche subsidiën. De vier mogendheden beloofden elkander, ook na den vrede verbonden te blijven en een genoegzame krijgsmacht op de been te houden tot bevestiging der nieuwe Europeesche orde. Die orde zelf wordt nog slechts in hoofdtrekken geschetst: „l'Allemagne composée de princes souverains unis par un lien fédéral.........; la fédération suisse placée sous la garantie des grandes puissances......; l'Italiepartagéeen Etats indépendans......; l'Espagne dans ses anciennes limites......; la Hollande,étatlibre et indépendant, sous la souveraineté du Prince d'Orange, avec un accroissement de territoire et l'établissement d'une frontière convenable”435). Tegelijk nu met dit tractaat zijn de artikelen van Troyes ook door Rusland aangenomen, en hierop wisselden, ingevolge de mondelinge afspraak met Alexander, Nesselrode enCastlereagh6 Maart stukken van den volgenden inhoud: Rusland verstaat zijne onderteekening alzoo, „que lorsqueles arrangemens projetés a l'égard des limites de la Hollande auront reçus leur exécution et auront été cimentés par la paix, le Prince d'Orange, Souverain de la Hollande, se chargera de la dette de la Russie dans ce pays”; Engeland is vrij, „en considération des avantages essentiels que l'agrandissement de la Hollande lui procure”, Holland van een voeglijk deel van dat bezwaar te ontlasten, door het zelf op zich te nemen. „Parmi tant de puissances rendues à la vie politique”, heet het ter motiveering, „non seulement la Hollande est celle dont l'indépendance avait été le plus complètement abolie, et qui pouvait le moins se flatter de la recouvrer un jour, mais elle va voir encore par les arrangemens que la sûreté de l'Europe a fait juger nécessaires, son territoire et sa population s'agrandir presque de moitié. S. M. Impériale ne regrette point les sacrifices prodigieux qui ont amené d'aussi heureux résultats, mais elle doit à ses peuples de leur en alléger le fardeau par tous les moyens auxquels Elle peut recourir avec justice”.436)In antwoord verzekertCastlereagh, dat hij voor het ontvangen stuk bij privaat schrijven de welwillende aandacht verzoekt van zijn regeering.437)„You will observe”, schrijft hij aanLord Liverpool, „that the request is wholly founded upon the previous successful execution of our views for uniting BrabantwithHolland. I certainly consider the advantage by no means unimportant of giving Russiaa direct interestin the execution of our views.... The demand in itself appears to me much more one of policy than of justice”. Verder heeft hij van den Tsaar meenen te verstaan dat Rusland desnoods genoegen zou nemen met een schikking waarbij Rusland, Engeland en Holland ieder één derde van den last zouden dragen438).De Engelsche regeering wist nu tot welken prijs de eindelijke bewilliging van Rusland in de vereeniging van Holland en België alleen was te verkrijgen. Zij moest zich wel executeeren, maar stelde Rusland natuurlijk niet tevreden vóór die vereeniging, met Ruslands medewerking, inderdaad tot stand was gebracht. Als de mogendheden, waaronder Rusland, bij protocol van 21 Juni 1814, de vereeniging eindelijk uitspreken, wordt van de zaak nog geen verder gewag gemaakt dan in de vage slotwoorden: „Les demandes des puissances à la charge de la Hollande et de la Belgique seront l'objet d'une transaction particulière avec le Prince d'Orange, à laquelle l'Angleterre prêtera sa médiation. La négociation pour cet objet aura lieu à Vienne”.439)Den 11den Juli geeft daaropCastlereaghaan Nesselrodete kennen, dat te Weenen enkel onderhandeld kan worden op de basis eener verdeeling van de schuld in drie gelijke deelen, waarvan één voor Rusland blijft; en hier moet tegenover staan „that the commercial system of Russia towards Great Britain should be previously placed upon a different and more friendly footing than has latterly prevailed”.440)Eerst 19 Mei 1815 is eindelijk het verdrag geteekend, waarbij Engeland en Nederland elk de betaling der rente van 25 millioen gulden Russische schuld op zich nemen; dus minder dan één derde deel ieder; de vergrooting van Holland had ook niet zulk een omvang gekregen, als Engeland zich te Troyes had voorgesteld. De betalingen zullen ophouden wanneer de Koning der Nederlanden de Belgische provinciën zou mogen verliezen.441)Moest dus Rusland met geld worden tevreden gesteld, ook Pruisen had een voorbehoud gemaakt. Wat het daarmede bedoelde, zetteHardenberg29 April 1814 in een uitvoerig stuk uiteen. Hij vroeg vooreerst alle oude Pruisische bezittingen, ook die op den linker Rijnoever, terug; voorts het geheele koninkrijk Saksen; en eindelijk wilde hij den ganschen Rijn van Mainz tot Emmerik tot een Pruisischen stroom maken; beide oevers moesten tot den Pruisischen staat behooren. Hiertoe was noodig dat de verschillende takken van het Nassausche huis (waarvan Nassau-Dillenburg er één was) hun bezittingen aan Pruisen afstonden. Nassau-Usingen en Nassau-Weilburg zouden worden schadeloos gesteld op den rechter Maasoever tusschen Aken en Spa; Nassau-Dillenburg vond zijn schadeloosstelling in de vergrooting van Holland. Aan dit land zouden volgens het Pruisische plan op den rechter Maasoever slechts halvemanen komen om de vestingen Venlo en Roermond heen, en tegenover Maastricht en Luik; voorts (afgezonderd) Gulik met een rayon, en Luxemburg. Om deze laatste vesting te kunnen insluiten moest het Hollandsche gebied in een langen, smallen tong worden uitgerekt langs den geheelen loop der Fransche grens tusschen Maas en Moezel442). Terwijl dus Pruisen niet in eerste linie tegen Frankrijk wilde staan, begeerde het de beide Rijnoevers tot de oude grens van Nederland toe.Nog in een ander opzicht liep het den Souvereinen Vorst tegen. Het voorloopig gouvernement, dat de Pruisen te Brussel hadden opgericht, werd onder een anderen commissaris gesteld, maar niet onder den zijnen. In het hoofdkwartier teChaumontwaren de Belgische aanzienlijken verschenen, om van de bondgenooten te vernemen wat het lot van hun land zou zijn.443)Zij hielden bij Keizer Frans aan,dat deze België onder zijn hoede nemen zou; was het herstel van het Oostenrijksch bestuur zelf onmogelijk, dan hoopten zij een afzonderlijke mogendheid te mogen worden onder een Oostenrijksch prins. De Keizer nam alle hoop weg, zoowel op het een als op het ander, en men gaf aan de deputatie te verstaan, dat de toekomstige vereeniging met het Noorden een uitgemaakte zaak was.444)Om de Belgen echter zooveel mogelijk genoegen te geven werd beloofd dat de Pruisische commissarissen door een Oostenrijkschen zouden worden vervangen; tevens gaf men hun schriftelijk de verzekering dat door de bondgenooten op hunne belangen zou worden gelet, wat betreft godsdienst, handel, schuldenlast en vertegenwoordiging.445)Den nieuwen commissaris Vincent, Belg van geboorte, werd opgedragen de bevolking zoo geleidelijk mogelijk op de vereeniging met Holland voor te bereiden.446)Een gevoel van onbehagen maakte zich van de Belgen meester. Wat hun het liefst ware geweest, onafhankelijkheid onder een Oostenrijksch prins, werd hun ontzegd. Buiten hen om was tot de vereeniging met het Noorden besloten; met een kettersche macht, klaagden de clericalen; met een overwegend burgerlijke maatschappij, de groote heeren; met lieden die drie modes ten achter zijn, de Franskiljons. Wie nog het minst tegen de vereeniging opzagen waren de gezeten liberale burgers, fabrikanten, „acquéreurs de biens nationaux”, zooals de heeren Huyttens en Bauwens. Maar hun vrijheid verloor het groote Fransche afzetgebied, en wist niet wat zij er voor terug zou krijgen. Over de hoogste belangen van het land zou worden beslist, zonder dat één Belg stem in het kapittel had. Onderwijl werd de weinig militaire natie tegelijk tot het oprichten van een eigen leger, en tot het onderhouden van talrijke vreemde troepen genoodzaakt. Hadden wij dan toch eindelijk een souverein, weeklaagt de algemeene raad van het departement van de Dijle, om ons armente beschermen!447)En onderwijl drongen geruchten door omtrent een aanstaande verdeeling van bij elkander behoorende landen. Bleef men er bij de Maas tot grens te nemen, dan werden oud-Luik en oud-Namen in tweeën gereten, waardoor tal van belangen werden geschaad.Intusschen hadden de bondgenooten Napoleon overwonnen; zij konden den vrede voorschrijven te Parijs. Het gansche geheel der nieuwe regelingen, die de val van het Keizerrijk noodzakelijk maakte, kon daar nog niet worden getroffen; veel moest worden overgelaten aan het te Weenen te vergaderen Europeesch congres. De geheime artikelen van het vredestractaat (30 Mei) bepalen ten aanzien der Hollandsch-Belgische zaken niet meer, dan dat Holland zou worden vergroot met België tot de Maas; dat zijn grens op den rechter Maasoever zou worden geregeld „naar vereisch eener goede verdediging van Holland en van zijn naburen”; dat de Schelde geopend zal zijn; dat de landen op den linker Rijnoever, die sedert 1792 bij Frankrijk waren ingelijfd, zouden toevallen aan Holland, aan Pruisen en aan andere Duitsche staten448). De kwestie tusschen Holland en Pruisen bleef dus, tot groote ergernis van den Souvereinen Vorst, geheel open, en het tractaat zeide niet, dat men de provinciën Luxemburg, Namen en Luik ongedeeld zou laten. Ook van voorwaarden ter verzekering van de Belgische belangen, aan de deputatie teChaumontbeloofd, was in het tractaat niets te vinden.De mogendheden hadden den Souvereinen Vorst om advies gevraagd omtrent de vervulling hunner aan de Belgen gedane belofte. Hij was daarop 20 Mei naar Parijs vertrokken met eenige artikelen die van hemzelf afkomstig waren, en bij welker vaststelling hij, behalve met het antwoord aan de deputatie teChaumont, rekening gehouden had met bezwaren, die van Belgische zijde aan zijn commissaris bij het voorloopig bestuur te Brussel, van der Capellen, waren opgegeven449). Men had daar, behalve van de reeds vroeger opgegeven punten van godsdienst, handel, schulden en vertegenwoordiging, ook van deresidentie van den vorst en van het onderhoud der Hollandsche dijken gesproken, 't welk men, van plaatselijke Hollandsche toestanden blijkbaar volstrekt onkundig, vreesde dat aan de Belgen een zwaren last zou opleggen. Op dit punt was de geruststelling gemakkelijk: de dijken werden in Holland niet uit de kas van het gemeene land onderhouden. Wat het punt van den godsdienst betreft, verwees men de Belgen naar de artikelen der Hollandsche grondwet, die de gelijkstelling der gezindten uitspraken voor de wet, en de gelijke benoembaarheid van alle ingezetenen tot staatsambten. Verder verklaarde de Vorst zich voor een volkomen gemeenmaking van lusten en lasten: vrije Scheldevaart dus en vrije vaart op de Hollandsche koloniën; amalgama van schulden. De beide helften zouden in de Staten-Generaal vertegenwoordigd kunnen zijn tot een gelijk getal.450)De Vorst zou een gedeelte van elk jaar te Brussel doorbrengen, en de Staten-Generaal zouden afwisselend bijeenkomen in een stad van het Noorden en in een stad van het Zuiden.451)De vereeniging zal dus zoo innig mogelijk zijn; de Hollandsche grondwet zal voor het geheele rijk gelden, „modifiée d'un commun accord d'après les nouvelles circonstances”.Het oorspronkelijk denkbeeld der mogendheden was geweest, dat de voorslagen van den Souvereinen Vorst aan een kleine vergadering van Belgische aanzienlijken zouden worden voorgelegd, om hunne bedenkingen te vernemen. Een voorstel in dezen geest was 16 Mei doorCastlereaghnaar den Haag afgezonden452). De Souvereine Vorst had er dadelijk zooveel bezwaar in gezien, dat hij spoorslags naarParijs was getrokken om het te verhinderen453). De Belgische aanzienlijken waren teChaumontgehoord, meende hij; dit moest genoeg zijn. Welk nut zou het hebben het resultaat van het onderzoek der daar vernomen bedenkingen nog eens aan de goedkeuring van eenige notabelen te onderwerpen die er toch geen wettigheid aan zouden kunnen verleenen? Vincent meende er voor te kunnen instaan, dat de notabelen, zoo hij ze kiezen mocht, ja zouden zeggen; het nut dat men bij mogelijkheid van dit „ja” zou kunnen trekken kwam niet in vergelijking bij het nadeel dat een altijd mogelijk „neen” zou toebrengen aan eene zaak waartoe de bondgenooten toch reeds waren besloten. „Les Belges, loin d'avoir à se plaindre, se féliciteront de voir enfin le terme de la pénible incertitude où ils sont déjà restés trop longtems, et d'apprendre que le soin d'assurer leur sort et de hâter la réunion sur des bases justes et libérales est définitivement et exclusivement confié au nouveau Souverain dont ils savent bien que les intentions et le caractère454)seront à la longue une garantie de leur bonheur bien préférable à des stipulations convenues dans un moment comme celui-ci entre le Souverain et quelques-uns de leurs compatriotes”455).Noch de Noordnederlandsche souverein, noch het Noordnederlandsche volk, dat tot dit alles, in de personen van Falck, van Nagell, van Hogendorp, zijne medewerking verleende, hebben de Belgen voor vol aangezien. Waren hunne bezwaren, ik zeg niet weerlegd, doch zelfs maar gevat? Wat beteekende het, hun te verzekeren, dat de Katholieken tot iedere landsbetrekking benoembaar waren?456)Een dergelijke verzekering, gegeven aan een natie voor 99% uit Katholieken bestaande, was alleen al een beleediging aan het gezond verstand. Met het opperen van hun religiebezwaar hadden de Belgen voorzeker niet bedoeld te vragen, of Katholieken in België wel tot landsbetrekkingen benoembaar zouden zijn. De moeilijkhedenwerden niet opgelost, zij werden genegeerd. De bondgenooten onderteekenden alles, in meer of minder goed vertrouwen op de uitkomst. Eigenlijk kwam een Belgische notabelenvergadering hun toch zeer ongelegen. Zonder twijfel zou die verzocht hebben dat de Belgische landen over de Maas niet van het nieuwe rijk werden gescheiden, en de toewijzing van het gebied tusschen Maas, Rijn en Moezel bleek een der moeilijkste onderwerpen van alle en bleef nog lang onbeslist. Voorloopig maakten zij zich van België af door tegelijk met de onderteekening der acht artikelen te verklaren, dat zij over het land beschikten in het belang van het evenwicht van Europa en krachtens het recht van verovering, en er, tot de feitelijke voltrekking der vereeniging toe, het bestuur over opdroegen aan den Souvereinen Vorst457). Deze aanvaardde het den 1sten Augustus met een niet ongeschikte proclamatie, door Falck gesteld, waarin getracht was elk wat wils te geven. De moeilijkheid van de taak echter, die Willem I en Noord-Nederland te wachten stond, werd ook door Falck niet doorzien. Dezelfde gebeurtenis, die het vredestractaat van Parijs had aangekondigd met de woorden: „La Hollande recevra un accroissement de territoire”, wordt in deze proclamatie, zooals indertijd Vincent aangeraden had458), „l'agrandissement de la Belgique” genoemd. Werd Holland uitgebreid, of België? In den gedachtengang van hen die de zaak uitgevonden hadden, Holland. Maar het was een veeg teeken, dat men hiervoor tegenover de nieuwe onderdanen niet uit durfde komen. Een fraaie „vergrooting van België” inderdaad waarbij het, volgens Falck's eigen bekentenis, „te langdradig zoude geweest zijn, de Belgen te raadplegen”!459)De vergrooting was door België bedacht noch goedgekeurd; zij werd ondergaan.De grenzen van het nieuwe koninkrijk zijn pas bij tractaat van 31 Mei 1815 bepaald. Willem I verkreeg daarbij verreweg het grootste gedeelte der over de Maas gelegen oud-Namensche, oud-Luiksche en oud-Limburgsche landen460); voorts van Sittard tot Mook de smalle strook, die Pruisen verhindert tot aan de Maas te reiken. Onder bijzondere bepalingen werd aan dit gebied Luxemburg toegevoegd, als een vergoeding voor het verlies der Nassausche erflanden. Deverknipping van België was dus voorkomen, maar Holland won geen duimbreed aan den Rijn. De mogendheden hadden zich genoodzaakt gezien aan Pruisen de grootste helft van Saksen te onthouden, doch hadden in ruil aan Pruisens begeerte naar de Rijnlanden in grooter mate toegegeven dan de conventie van Troyes had kunnen doen verwachten. In het oorspronkelijk plan om aan den Souvereinen Vorst den linker Rijnoever toe te deelen van Emmerik tot Keulen, benevens den linker Maasoever van Maastricht tot de Fransche grens, was het denkbeeld eener „uitbreiding van Holland” duidelijker uitgedrukt dan in de nieuwe regeling, die geheel op eene vereeniging van Holland en België nederkwam.Met het vaste voornemen(hiervóór, bl. 198).—Dit leerden wijhierboven, bl. 221, anders.Wat er in stond, is niet bekend(hiervóór, bl.203).—Zie thanshierboven, bl. 226.De wensch van den Souvereinen Vorst(hiervóór bl. 203).—Die ging nog aanmerkelijk verder dan de conventie van Troyes; ziehierboven, bl. 220.De zaak was deze(hiervóór, bl. 204).—Wat dan volgt is onjuist. De uitnoodiging aan Bernadotte is van 27 Februari; toen was reeds door de feiten beslist datCastlereagh's verzoek van 27 Januari, den Souvereinen Vorst met het voorloopig bestuur over België te belasten, geen gevolg zou hebben. Dat verzoek was gedaan eer men België bezat; vóór er op beschikt kon worden was België door de Pruisen veroverd en het door hun generaals ingestelde voorloopig bestuur was reeds door de centrale commissie onder Pruisische commissarissen gesteld (ziehierboven, bl. 224). De centrale commissie was evenzeer door de gebeurtenissen verrast als de verschillende mogendheden zelve. Stein's oorspronkelijk plan (in Januari) was geweest, dat de Souvereine Vorst het bestuur zou voeren over de beide Vlaanderens en Antwerpen, Pruisen over Zuid-Brabant en de rest461). Toen in Maart bleek dat het bestuur van Lottum en Delius in België weinig populair was, verklaarde Stein zich bereid den Souvereinen Vorst het bestuur over geheel België tot de Maas te laten, op voorwaarde dat een gedeelte der landsinkomsten aan Pruisen werd uitgekeerd462); dit is juist tijdens Bernadotte's militair commando, dat geheel tijdelijk is enmet de bestuurszaak niets te maken heeft. Sedert 27 Jan. echter was gebleken welke voorwaarden Rusland en Pruisen aan de goedkeuring der „uitbreiding van Holland” verbonden. Dat de aanspraken van den Souvereinen Vorst voor een zoo groot deel met die van Pruisen bleken te concurreeren maakte het onraadzaam 't zij Pruisen 't zij den Vorst in België te veel de vrije hand te laten, of door 's Vorsten bestuur over het nog vol Pruisische troepen gebleven land de mogelijkheid te openen van dagelijksche conflicten. Bovendien wilde men, zooals in Juni gebleken is, den Souvereinen Vorst zelfs niet voorloopig in België plaatsen voor hij zich geschikt zou hebben in de overname der Russische schuld; eene zaak dieCastlereaghhem thans niet voorleggen kon daar zij nog in onderzoek was bij de regeering te Londen. In deze omstandigheden was het gouvernement van een Oostenrijker een tijdelijk noodbehelp waarmede ieder zich vereenigen kon, en waarmede men tevens de Belgen in een betere stemming kon terugbrengen dan het bewind der Pruisische commissarissen bij hen had opgewekt. Ziehier de werkelijke redenen waarom de Vorst eerst zoo laat in België is toegelaten.Ik durf niet beslissen(hiervóór, bl. 206).—Mondeling heeft men het wèl gezegd. „The Emperor”, schrijftCastlereaghden 13den aan Clancarty, „hastold them plainly that he cannot take them back, and that an Archduke would be no motive with him to risk a war for their sakes; he therefore advised them to look to an incorporation with Holland upon a fair understanding to be guaranteed to them as to religion, commerce, debt, etc”.463)In het schriftelijk stuk daarentegen van den 14den staat over Holland geen woord, en de Belgen bleven hopen tegen hope.464)Lang tijdsverloop(hiervóór, bl. 206).—De volte van zaken was aan het hoofdkwartier zóó enorm dat, gelijk herhaaldelijk blijkt, aan velerlei beslissingen eerst uitvoering gegeven werd wanneer de omstandigheden onderwijl al weder veranderd waren. Het besluit om een Oostenrijkschen commissaris te zenden is van den 14den Maart; de opdracht vanMetternichaan Vincent is pas van 29 Maart465); intusschen was Horst, een tweede en slechter uitgaaf van Lottum en Delius, al in functie. Vincent bevond zich te Luik en schrijft 7 April nog van die plaats466); toen hij zich kort daarna te Brussel vertoondemaakte Horst gebruik van een of andere onregelmatigheid in de papieren om de overgave van het bestuur te weigeren. Dientengevolge moest de zaak voor de tweede maal voor de mogendheden komen, en eerst 1 Mei kanMetternichaan Vincent schrijven dat er stellig bevel aan Horst is gezonden tot onmiddellijke bestuursoverdracht467).Te Gratz bezocht(hiervóór, bl. 210).—Capellen bleef, als alle Hollandsche ministers, tot 31 Dec. 1810 in functie; daarna weigerde hij een plaats in het Wetgevend Lichaam te Parijs468)en ging te Maarsen „vegeteeren”, zooals Lebrun het uitdrukt469). In den zomer van 1811 gaf hij gehoor aan eene uitnoodiging van den graaf van Saint-Leu om dezen te Gratz te bezoeken, bleef er nagenoeg een jaar, en corrigeerde er, tot zijn verdriet, de proeven van Lodewijks zouteloozen romanMarie ou les Peines de l'Amour. Toen hij naar huis begon te verlangen verdacht de ex-koning hem dat hij toch zijn hof zou gaan maken bij de Franschen, zoodat de vrienden in onmin scheidden. Het tweede halfjaar van 1812 en het grootste gedeelte van 1813 verbleef Capellen weer te Maarsen, maar toen hij bemerkte door de politie op last van deCelleste worden gesurveilleerd, nam hij het besluit het land voorgoed vaarwel te zeggen en ging met zijne vrouw te Mannheim wonen (Sept. 1813)470). Op het bericht der omwenteling keerde hij naar Holland terug, waar hij midden December aankwam.Alleen door den invloed van Falck(hiervóór, bl. 210).—Neen, ook van Capellens zwager van der Duyn471).Eene gemengde commissie(hiervóór, bl. 212).—Daarvan spreekt inderdaadCastlereaghin zijn brief van 16 Mei: „a commission to prepare for the approbation of the Sovereigns a project472)for the reunion of the Belgic Provinces with Holland; this commission may be assembled according to mutual convenience either at Brussels or the Hague, and should consist of an equal number of Dutch and Belgian members; possibly three of each might be sufficient”.—Clancartydaarentegen in zijn stuk van den 25sten zegt: „Si ces principes[de door hem uit van Nagell's stuk getrokken, bekende principes van den Vorst]paraissent fondés, on pense qu'il serait convenable de transmettre au gouverneur général de la Belgique [Vincent] les articles qui en résultent, et dont la rédaction ne peut pas avoir de grandes difficultés. Le gouverneur devra les communiquerà ceux des notables de ce pays473)qu'il trouvera bon de choisir, et dans la vue d'obtenir leur adhésion qui, dans l'opinion du gouverneur général lui-même, n'est pas douteuse”. Het is tegen dezen voorslag dat de Vorst bij zijnhiervóór, bl. 233aangehaalde woorden van 30 Mei opkomt.De dépêche van Vincent aanMetternich, waaropClancartyzijne verzekering grondt dat de aanneming in België volgens Vincent zelven niet twijfelachtig is, indien hij maar de notabelen mag kiezen, geeft inderdaad tot die verzekering geen recht; eer het tegendeel. Vincent toch schrijft letterlijk het volgende (21 Mei): „J'avouerai à V. A. qu'il m'eût parupréférablequi la réunion fût prononcée et définie par les plénipotentiaires des alliés plutôt que préparée par le concours des deux nations. Vingt-cinq années d'exagération et de fausse direction dans les esprits ont remué trop de passions pour qu'il ne soit pas plus facile de commander d'en haut l'accord des volontés que de le faire sortir de tout concours de représentans. En partant de cette persuasion je regarderais du moins comme un devoir de hâter cette mesure transitoire, en désignant (s'il en est question) tout de suite et directement les personnes, pour ne pas s'exposer à des inconvéniens trop graves en faisant un appel dangereux à des délibérations tumultueuses.”474)—7 Juni schrijft hij: „En considérant la disposition générale de esprits, qui n'est que trop contraire à la Hollande, soite par un suite de l'esprit de parti constitutionnaire475)réveillé par la réaction contre la France, soit par une exubérance des prétentions nationales de la Belgique, il me devient de plus en plus évident que les clauses de la réunion des deux pays doivent être décidées d'autorité et de la part des hautes puissances. Il importe que les clauses portant garantie en faveur des Belges de leur sûreté, de leur religion et de leur commerce, soient toutes définies dans la transaction qui transmettra la souveraineté au Prince d'Orange, car si l'on permet de s'établir unedélibération, on peut être assuré que le nouvel étatn'aura ni l'unité476)ni la force nécessaire pour exclure les machinations françaises, et qu'ainsi le but que les hautes puissances alliées ont en vue sera contrarié par les prétentions d'isolement et de provincialisme des Belges477).”Het bezwaar(Bernadotte) (hiervóór, bl. 214).—Niet juist; het bezwaar was de Russische schuld, tegen de overname waarvanLord Liverpooltot in Juni bezwaar maakte.Ik gis(hiervóór, bl. 215).—Juist, maar het is maar één der redenen. Pruisen zou niets geteekend hebben vóór de grens vaststond; Rusland niets, eer het zijn tractaat van schuldoverdracht in den zak had. Trouwens „les arrangemens qui doivent compléter lesdispositionsdu présent traité”, waaronder de oprichting van het koninkrijk der Nederlanden stellig behoorde, waren uitdrukkelijk bij art. 32 van het tractaat van Parijs aan het congres van Weenen voorbehouden. De vaststelling der acht artikelen te Londen beantwoordde aan het eerstegeheimartikel van het Parijsche tractaat: „Les dispositions à faire des territoires auxquels Sa Majesté très chrétienne renonce seront réglées au congrès,sur les bases arrêtées par les puissances alliées entre elles.”Terwijl Pruisen(hiervóór, bl. 216).—Bij conventie tusschen de geallieerden (Bazel, 12 Jan. 1814) was nl. het voorloopig bestuur der landen tot de Maas aan Pruisen toevertrouwd, dat daartoe een gouvernement-generaal vormde te Aken. In plaatsen als Maastricht en Venlo kwam dit gouvernement-generaal in botsing met de commissarissen van den Souvereinen Vorst, die in last hadden onmiddellijk weder bezit te nemen van alles wat eenmaal tot de Vereenigde Nederlanden behoord had478).
Nassausche erflanden(hiervóór, bl. 195). Zij werden in December 1813 door H. von Gagern voor den Vorst in bezit genomen; zie Schliephake-Menzel,Geschichte von NassauVII, 762. De Prins had reeds in 1813 aanHardenbergenMetternichverzocht, dat hij bij het herstel der zaken in Duitschland wederom als hoofd van het gansche huis Nassau zou worden erkend.408)Hoezeer hij ook op die waardigheid gesteld was, hij is niet vreemd geweest aan het denkbeeld, de Nassausche erflanden tegen ander gebied te ruilen. Wij hebben gezien409), dat hij het geheele gebied tusschen Maas, Moezel en Rijn hoopte te verkrijgen. In dat geval gaf de verwerving van een gebied op den rechter Rijnoever, doch meer stroomafwaarts gelegen, veel beter afronding dan het bezit der Nassausche erflanden.Kon hij dus het hertogdom Berg verkrijgen, hij zou van Nassau afstand hebben willen doen.410)Daar echter bleek dat Pruisen dit gebied voor zich verlangde, hield hij later weer te krampachtiger aan Nassau vast, ook om een brug te hebben voor het verkeer met de landen waaruit hij Duitsche huurtroepen voor Nederland hoopte te trekken, en was zeer ontsticht toen zijn erflanden hem toch nog ontgingen. Pruisen, dat er te Weenen de beschikking over kreeg, behield Siegen, maar stond Dillenburg, Dietz en Hadamar aan Nassau-Weilburg af, in ruil voor de door dat huis bezeten landen tusschen Lahn en Sieg.
De vereeniging te Amsterdam impopulair(hiervóór, bl. 197). Zie het stuk van den Amsterdammer Röell in Ontstaan II, 5, doch tevens zijne aanteekening aldaar, bl. LXXXV, waar hij erkennen moet, „dat dezelve in de toenmalige Vereenigde Nederlanden over het algemeen geene afkeuring vond. Het innemend denkbeeld eener vergrooting van grondgebied en eener gelijke draging der publieke schuld konde niet missen de gemoederen der menigte weg te sleepen.”—„De Hollanders”, schrijft Falck, „konden den Souverein hunner keuze niet anders dan gaarne zien klimmen in aanzien en waardigheid. Hoe meer invloed en magt hem verschaft werd naar buiten, hoe grooter bescherming zij verwachten mogten voor hunne veelzijdige belangen.”411)
Memorie van van Hogendorp(hiervóór, bl. 197). Deze was meer een algemeen stuk dat gezonden werd omdat het sedert 1812 gereed lag en de steller er zooals begrijpelijk was groote waarde aan hechtte. Bijzonder actueel was zij niet, immers het overleg met de Engelsche regeering over de zaken, daarin behandeld, was door den Prins vóór zijn vertrek uit Londen reeds metCastlereaghgeopend. Het werkelijke „richtsnoer” voor de voortzetting van dat overleg was niet het stuk van van Hogendorp, maar een memorandum van 26 Dec. geheel door den Vorst gesteld en aan Fagel ter overlegging aanCastlereaghtoegezonden: „La réunion de la rive gauche du Rhin jusques à la Moselle, ainsi que celle des Pays-Bas, y compris Luxembourg, peut seule donner aux Provinces-Unies, considérées comme le boulevard de l'Europe contre la France, la consistance nécessaire.”412)
Nauwelijks Souverein Vorst geworden, vroeg de Prins reeds of hij door zijn zendelingen België mocht doen bewerken413). De Engelscheregeering ontraadde dit: in ieder geval moesten eerst de bondgenooten worden gehoord. Den 26sten December had de ministerraad plaats, waarCastlereagh's instructie voor zijne reis naar het vasteland werd vastgesteld. Men bepaalde, dat hij voor Holland zou vragen een barrière voor het minst omvattende Antwerpen, Maastricht en Gulik, met een „behoorlijke” uitbreiding van grondgebied buiten de grenzen van 1792; dat men de Kaap zou houden, maar „daarvoor” Holland 2 millioen sterling zou bieden om die barrière te versterken; dat men onderzoeken zou of Oostenrijk oogmerken had op de rest van België; dat de Souvereine Vorst vooralsnog zijn handen van België af moest houden414).Castlereaghnam zijn weg over den Haag, waar de Vorst hem met een herhaling van zijn vroegere aanspraken opwachtte. Er kwamen uit België, meende de Vorst, reeds gunstige stemmen; zelfs waren twee Gentenaars, de „propriétaire” Huyttens en de katoenspinner Bauwens, in den Haag geweest om zich hem aan te bieden. Hij moest vooral de koopers van geestelijk goed in hun bezit handhaven, hadden zij gezegd, de nijverheid beschermen en het midden houden tusschen de uiterste clericale factie en de verklaarde Franschgezinden415).Castlereaghliet den Vorst beloven dat hij zijn administratie vooralsnog tot het grondgebied der oude Republiek zoubeperken, en lichtte hem in van het voornemen omtrent de Kaap, zonder nog eenige som te noemen.416)
Toen de Britsche minister bij de bondgenooten te Bazel kwam, bleek onmiddellijk dat Oostenrijk aan Venetië boven België de voorkeur gaf, en ook geen aanspraken maakte ten behoeve van aartshertog Karel. In deze omstandigheden hadCastlereaghgeen bezwaar geheel België tot de Maas aan Holland te hechten, maar nu Oostenrijk zich terugtrok wenschte hij voor het minst de andere groote militaire Duitsche mogendheid, Pruisen, nevens het vergroote Holland in eerste linie tegen Frankrijk te stellen. Derhalve wenschte hij Pruisen zoo ver mogelijk zuidwaarts uit te breiden op den linker Rijnoever, en aan deze macht de beide vestingen Luxemburg en Mainz toe te vertrouwen, waartegen het dan lager af op den linker Rijnoever eenig gebied aan Holland kon laten, welks nieuwe grens dan zou samenvallen met de grens van België tegen Frankrijk van 1792 van de zee tot de Maas, en voorts zou insluiten de steden Namen, Luik, Maastricht, Gulik en Keulen, om vervolgens den Rijn te volgen tot de oude grenzen der Republiek417). „I should not wish to say that this projet was actuallycountenanced, but it did not seem to alarm.... I was induced to throw out the idea of thus bringing forward Prussia, as I recollect it was a favorite scheme of Mr. Pitt. By this arrangement Holland wouldnotbeenclavéin Prussia, but stand in joint frontier with her against France. I doubt much the policy of making Holland a power of the first order, to which she would approach if she possessed the whole of these territories(tot aan de Moezel)”.418)
Den 27sten Januari vroegCastlereagh, of de Souvereine Vorst van dit hem door Engeland toegedachte gebied, voor zoover het bewesten de Maas viel, de voorloopige administratie hebben mocht, en of zijn gezant van Spaen in de centrale commissie tot het bestuur der op Frankrijk heroverde landen kon worden toegelaten; hij stelde deze vraag „referring to the earnest desire expressed on the part of his court that Holland may receive on the side of the Low Countries at a general peace a suitable accession to its military frontier andterritorial resources.”419)Oostenrijk maakte geen bezwaar;420)Pruisen bewilligde, na eenig dralen, alleen in de toelating van van Spaen;421)Rusland antwoordde niet. Desniettemin hadCastlereagh, onmiddellijk na het ontvangen van Oostenrijks toestemmend antwoord en in de verwachting, door gesprekken metHardenbergen Nesselrode opgewekt, dat Pruisen en Rusland spoedig volgen zouden, reeds verlof gegeven dat de Souvereine Vorst aanving, België tot de Maas „op een bedaarde manier” in zijn voordeel te bewerken.422)
Hij was er sinds lang mee bezig. Een zijner jonge diplomaten, Hugo van Zuylen van Nyevelt, was in het gevolg der troepen vanBülowde grens overgegaan, en trachtte overal betrekkingen aan te knoopen. Hij verspreidde blaadjes, op twee kolommen in het Hollandsch en Fransch gedrukt, waarbij het volk tot den opstand werd aangezet om zich vervolgens met het Noorden te vereenigen.423)Een sedert eenige jaren te Brussel wonend Hollander, A. graaf van Bylandt-Palstercamp, schreef een brochure van dezelfde strekking.424)ToenBülowen de hertog van Saksen-Weimar den 8sten Februari Brussel binnentrokken, waren de hertog van Clarence en prins Frederik, de tweede zoon van den Souvereinen Vorst, aan hunne zijde. De stad onthaalde de bevrijders in den schouwburg; een der loges was versierd voor de generaals. Toen na een oogenblikBülowen de hertogvan Weimar vertrokken waren, verschenen de hertog van Clarence en prins Frederik; het orkest speelde „God save the King”. De hertog van Clarence dook in de loge terug, en liet prins Frederik de ovatie in ontvangst nemen. Het publiek had het zoo niet bedoeld, en had er vrij wat op te zeggen.425)Lord Clancarty, nog onder den indruk van het vroegere gebod, dat de Souvereine Vorst in België nog niets zou ondernemen, maakte zich ernstig boos. Toen hij vernam dat van Zuylen bezig was een Belgische deputatie bijeen te trommelen die den Vorst haar opwachting zou gaan maken in den Haag, eischte (en verkreeg) hij de terugroeping van dezen agent, en gaf, in tegenwoordigheid van den Vorst, aan van Zuylen's chef, van Hogendorp, harde woorden.426)
Intusschen vervloog het geheele voorloopig gouvernement van den Souvereinen Vorst in rook.Onmiddellijk toenBülowen de hertog van Weimar te Brussel kwamen richtten zij er een voorloopig bestuur in427)waarbij eerlang namens de centrale commissie twee Pruisenals commissarissen optraden: von Lottum en Delius. Van den Souvereinen Vorst werd bij dit alles met geen woord gesproken. Dit was voor dezen te bedenkelijker, daarBülowen de hertog van Weimar de Belgen toeriepen, dat hun onafhankelijkheid niet twijfelachtig meer was.428)De Belgen konden hieronder kwalijk anders verstaan, dan dat de toestand van vóór 1795 zou terugkeeren. Hoe zoudenBülowen de hertog van Weimar ook van de vereeniging met Holland hebben kunnen spreken? Zij hadden nog niet de minste orders daaromtrent uit het hoofdkwartier.
Castlereaghbegreep, dat nu de Pruisen te Brussel waren, het zaak werd door te tasten. In het begin van Februari had hij de uitgebreidste verzekeringen gegeven van Engelands bereidwilligheid tot teruggave van koloniën, indien Engelands oogmerken op het vasteland konden worden bereikt. De Deensche koloniën zou Denemarken terugbekomen om het te doen berusten in het verlies van Noorwegen; tot verdere belooning van Zweden voor zijn hulp in Duitschland werd het Fransche eiland Guadeloupe bestemd. De Hollandsche koloniën behalve de Kaap kwamen aan Holland terug, „provided Holland could be rendered so effectually independent of France as to make it clear that we were strengthening an ally, and not an enemy”. Tot beter verzekering van dit doel zal Engeland twee millioen pond sterling geven voor den opbouw van een nieuw frontier tegen Frankrijk. De grens van Holland wordt thans voorgesteld geheel zooalsCastlereaghzich die 22 Jan. reeds had gedacht: Noordzee–Givet–loop der Maas tot Maastricht–Keulen–loop van den Rijn; de toewijzing van wat er tusschen Maas, Rijn en Moezel overblijft bezuiden de lijn Maastricht–Keulen zal nader zijn te bepalen. Aan Frankrijk, indien het bewilligt in den door de bondgenooten te stellen eisch van terugkeer binnen zijn oude grenzen, alle veroverde eilanden terug behalve Guadeloupe, dat aan Zweden is toegezegd, en Mauritius en Bourbon, die Engeland behouden wil om dezelfde reden waaromhet de Kaap behoudt: de verzekering van zijn bezit in Indië429).
Als 15 Februari de bondgenooten zich nog niet op dit alles verklaard hebben, en onderwijl met Napoleon onderhandeld wordt teChâtillon, zoodat het gevaar ontstaat van een vrede met Frankrijk eer Engeland zelf een vast accoord heeft met de vastelandsmogendheden,wordtCastlereaghdringend: „it is not reasonable that His Britannic Majesty should be called upon to make extensive sacrifices of his conquests to France for the general security of Europe, without being at least assured as to those arrangements on the continent which most concern the interests of Great Britain”. Hij legt dus de bondgenooten vier artikelen voor, waarvan er twee voor ons van belang zijn:
„1st. That the Belgian Provinces as far as the Meuse, as comprehended between the ancient frontier of France and that river, together with the country in advance of that river, bounded by a line to be drawn from the said river at Maestricht by Aix-la-Chapelle and Duren to Cologne on the Rhine, shall be ceded to the Prince of Orange as Sovereign of the United Netherlands, to be annexed for ever to Holland as an integral part thereof.
2d. That the other territories on the left bank of the Rhine, if not annexed in whole or in part to Holland, shall be disposed of with a due regard to the military security and protection of that State and the North of Germany; and no arrangement of this sort can be made without the full consent of His Britannic Majesty”.430)
Oostenrijk verklaarde zich onmiddellijk bereid deze artikelen aan te nemen431); Pruisen ook, doch met een voorbehoud: het wilde, zoo het zelf tusschen Maas en Moezel geplaatst werd, niet al het land benoorden de lijn Keulen–Maastricht aan Holland laten, opdat de nieuwe Pruisische provincie niet afgesloten zou komen te liggen van de Pruisische bezittingen rechts van den Beneden-Rijn432). Rusland wilde, vóór het zich tot teekening verbond, doorCastlereaghden eisch zien ingewilligd omtrent de Russische schuld; het stelde dien eisch thans in dezen vorm, dat Engeland en Holland gezamenlijk die schuld voor hun rekening zouden nemen433). De Britsche minister wilde er eerst weinig van hooren: „why pay Russia, rather than Austria or Prussia? It comes, as a condition, with the worse grace, after our gratuitous cessions to Denmark to fulfil a Russian engagement”.434)Doch Rusland teekende niets, eer het in het bezit was van een mondelinge toezegging vanCastlereaghaan den Tsaar, dat de zaak zou worden aanbevolen in de welwillende overweging van het Britsche gouvernement, en men had Ruslands onderteekening noodig, niet slechts voor de conventie, maar voor de groote alliantie vanChaumont(1 Maart 1814) waarbij Rusland, Oostenrijk en Pruisen, voor het geval Napoleon de hem teChâtillongestelde voorwaarden verwierp, zich verbonden aan den tegen Frankrijk voort te zetten oorlog ieder met 150,000 man deel te nemen, tegen het genot van Engelsche subsidiën. De vier mogendheden beloofden elkander, ook na den vrede verbonden te blijven en een genoegzame krijgsmacht op de been te houden tot bevestiging der nieuwe Europeesche orde. Die orde zelf wordt nog slechts in hoofdtrekken geschetst: „l'Allemagne composée de princes souverains unis par un lien fédéral.........; la fédération suisse placée sous la garantie des grandes puissances......; l'Italiepartagéeen Etats indépendans......; l'Espagne dans ses anciennes limites......; la Hollande,étatlibre et indépendant, sous la souveraineté du Prince d'Orange, avec un accroissement de territoire et l'établissement d'une frontière convenable”435). Tegelijk nu met dit tractaat zijn de artikelen van Troyes ook door Rusland aangenomen, en hierop wisselden, ingevolge de mondelinge afspraak met Alexander, Nesselrode enCastlereagh6 Maart stukken van den volgenden inhoud: Rusland verstaat zijne onderteekening alzoo, „que lorsqueles arrangemens projetés a l'égard des limites de la Hollande auront reçus leur exécution et auront été cimentés par la paix, le Prince d'Orange, Souverain de la Hollande, se chargera de la dette de la Russie dans ce pays”; Engeland is vrij, „en considération des avantages essentiels que l'agrandissement de la Hollande lui procure”, Holland van een voeglijk deel van dat bezwaar te ontlasten, door het zelf op zich te nemen. „Parmi tant de puissances rendues à la vie politique”, heet het ter motiveering, „non seulement la Hollande est celle dont l'indépendance avait été le plus complètement abolie, et qui pouvait le moins se flatter de la recouvrer un jour, mais elle va voir encore par les arrangemens que la sûreté de l'Europe a fait juger nécessaires, son territoire et sa population s'agrandir presque de moitié. S. M. Impériale ne regrette point les sacrifices prodigieux qui ont amené d'aussi heureux résultats, mais elle doit à ses peuples de leur en alléger le fardeau par tous les moyens auxquels Elle peut recourir avec justice”.436)In antwoord verzekertCastlereagh, dat hij voor het ontvangen stuk bij privaat schrijven de welwillende aandacht verzoekt van zijn regeering.437)„You will observe”, schrijft hij aanLord Liverpool, „that the request is wholly founded upon the previous successful execution of our views for uniting BrabantwithHolland. I certainly consider the advantage by no means unimportant of giving Russiaa direct interestin the execution of our views.... The demand in itself appears to me much more one of policy than of justice”. Verder heeft hij van den Tsaar meenen te verstaan dat Rusland desnoods genoegen zou nemen met een schikking waarbij Rusland, Engeland en Holland ieder één derde van den last zouden dragen438).
De Engelsche regeering wist nu tot welken prijs de eindelijke bewilliging van Rusland in de vereeniging van Holland en België alleen was te verkrijgen. Zij moest zich wel executeeren, maar stelde Rusland natuurlijk niet tevreden vóór die vereeniging, met Ruslands medewerking, inderdaad tot stand was gebracht. Als de mogendheden, waaronder Rusland, bij protocol van 21 Juni 1814, de vereeniging eindelijk uitspreken, wordt van de zaak nog geen verder gewag gemaakt dan in de vage slotwoorden: „Les demandes des puissances à la charge de la Hollande et de la Belgique seront l'objet d'une transaction particulière avec le Prince d'Orange, à laquelle l'Angleterre prêtera sa médiation. La négociation pour cet objet aura lieu à Vienne”.439)Den 11den Juli geeft daaropCastlereaghaan Nesselrodete kennen, dat te Weenen enkel onderhandeld kan worden op de basis eener verdeeling van de schuld in drie gelijke deelen, waarvan één voor Rusland blijft; en hier moet tegenover staan „that the commercial system of Russia towards Great Britain should be previously placed upon a different and more friendly footing than has latterly prevailed”.440)Eerst 19 Mei 1815 is eindelijk het verdrag geteekend, waarbij Engeland en Nederland elk de betaling der rente van 25 millioen gulden Russische schuld op zich nemen; dus minder dan één derde deel ieder; de vergrooting van Holland had ook niet zulk een omvang gekregen, als Engeland zich te Troyes had voorgesteld. De betalingen zullen ophouden wanneer de Koning der Nederlanden de Belgische provinciën zou mogen verliezen.441)
Moest dus Rusland met geld worden tevreden gesteld, ook Pruisen had een voorbehoud gemaakt. Wat het daarmede bedoelde, zetteHardenberg29 April 1814 in een uitvoerig stuk uiteen. Hij vroeg vooreerst alle oude Pruisische bezittingen, ook die op den linker Rijnoever, terug; voorts het geheele koninkrijk Saksen; en eindelijk wilde hij den ganschen Rijn van Mainz tot Emmerik tot een Pruisischen stroom maken; beide oevers moesten tot den Pruisischen staat behooren. Hiertoe was noodig dat de verschillende takken van het Nassausche huis (waarvan Nassau-Dillenburg er één was) hun bezittingen aan Pruisen afstonden. Nassau-Usingen en Nassau-Weilburg zouden worden schadeloos gesteld op den rechter Maasoever tusschen Aken en Spa; Nassau-Dillenburg vond zijn schadeloosstelling in de vergrooting van Holland. Aan dit land zouden volgens het Pruisische plan op den rechter Maasoever slechts halvemanen komen om de vestingen Venlo en Roermond heen, en tegenover Maastricht en Luik; voorts (afgezonderd) Gulik met een rayon, en Luxemburg. Om deze laatste vesting te kunnen insluiten moest het Hollandsche gebied in een langen, smallen tong worden uitgerekt langs den geheelen loop der Fransche grens tusschen Maas en Moezel442). Terwijl dus Pruisen niet in eerste linie tegen Frankrijk wilde staan, begeerde het de beide Rijnoevers tot de oude grens van Nederland toe.
Nog in een ander opzicht liep het den Souvereinen Vorst tegen. Het voorloopig gouvernement, dat de Pruisen te Brussel hadden opgericht, werd onder een anderen commissaris gesteld, maar niet onder den zijnen. In het hoofdkwartier teChaumontwaren de Belgische aanzienlijken verschenen, om van de bondgenooten te vernemen wat het lot van hun land zou zijn.443)Zij hielden bij Keizer Frans aan,dat deze België onder zijn hoede nemen zou; was het herstel van het Oostenrijksch bestuur zelf onmogelijk, dan hoopten zij een afzonderlijke mogendheid te mogen worden onder een Oostenrijksch prins. De Keizer nam alle hoop weg, zoowel op het een als op het ander, en men gaf aan de deputatie te verstaan, dat de toekomstige vereeniging met het Noorden een uitgemaakte zaak was.444)Om de Belgen echter zooveel mogelijk genoegen te geven werd beloofd dat de Pruisische commissarissen door een Oostenrijkschen zouden worden vervangen; tevens gaf men hun schriftelijk de verzekering dat door de bondgenooten op hunne belangen zou worden gelet, wat betreft godsdienst, handel, schuldenlast en vertegenwoordiging.445)Den nieuwen commissaris Vincent, Belg van geboorte, werd opgedragen de bevolking zoo geleidelijk mogelijk op de vereeniging met Holland voor te bereiden.446)
Een gevoel van onbehagen maakte zich van de Belgen meester. Wat hun het liefst ware geweest, onafhankelijkheid onder een Oostenrijksch prins, werd hun ontzegd. Buiten hen om was tot de vereeniging met het Noorden besloten; met een kettersche macht, klaagden de clericalen; met een overwegend burgerlijke maatschappij, de groote heeren; met lieden die drie modes ten achter zijn, de Franskiljons. Wie nog het minst tegen de vereeniging opzagen waren de gezeten liberale burgers, fabrikanten, „acquéreurs de biens nationaux”, zooals de heeren Huyttens en Bauwens. Maar hun vrijheid verloor het groote Fransche afzetgebied, en wist niet wat zij er voor terug zou krijgen. Over de hoogste belangen van het land zou worden beslist, zonder dat één Belg stem in het kapittel had. Onderwijl werd de weinig militaire natie tegelijk tot het oprichten van een eigen leger, en tot het onderhouden van talrijke vreemde troepen genoodzaakt. Hadden wij dan toch eindelijk een souverein, weeklaagt de algemeene raad van het departement van de Dijle, om ons armente beschermen!447)En onderwijl drongen geruchten door omtrent een aanstaande verdeeling van bij elkander behoorende landen. Bleef men er bij de Maas tot grens te nemen, dan werden oud-Luik en oud-Namen in tweeën gereten, waardoor tal van belangen werden geschaad.
Intusschen hadden de bondgenooten Napoleon overwonnen; zij konden den vrede voorschrijven te Parijs. Het gansche geheel der nieuwe regelingen, die de val van het Keizerrijk noodzakelijk maakte, kon daar nog niet worden getroffen; veel moest worden overgelaten aan het te Weenen te vergaderen Europeesch congres. De geheime artikelen van het vredestractaat (30 Mei) bepalen ten aanzien der Hollandsch-Belgische zaken niet meer, dan dat Holland zou worden vergroot met België tot de Maas; dat zijn grens op den rechter Maasoever zou worden geregeld „naar vereisch eener goede verdediging van Holland en van zijn naburen”; dat de Schelde geopend zal zijn; dat de landen op den linker Rijnoever, die sedert 1792 bij Frankrijk waren ingelijfd, zouden toevallen aan Holland, aan Pruisen en aan andere Duitsche staten448). De kwestie tusschen Holland en Pruisen bleef dus, tot groote ergernis van den Souvereinen Vorst, geheel open, en het tractaat zeide niet, dat men de provinciën Luxemburg, Namen en Luik ongedeeld zou laten. Ook van voorwaarden ter verzekering van de Belgische belangen, aan de deputatie teChaumontbeloofd, was in het tractaat niets te vinden.
De mogendheden hadden den Souvereinen Vorst om advies gevraagd omtrent de vervulling hunner aan de Belgen gedane belofte. Hij was daarop 20 Mei naar Parijs vertrokken met eenige artikelen die van hemzelf afkomstig waren, en bij welker vaststelling hij, behalve met het antwoord aan de deputatie teChaumont, rekening gehouden had met bezwaren, die van Belgische zijde aan zijn commissaris bij het voorloopig bestuur te Brussel, van der Capellen, waren opgegeven449). Men had daar, behalve van de reeds vroeger opgegeven punten van godsdienst, handel, schulden en vertegenwoordiging, ook van deresidentie van den vorst en van het onderhoud der Hollandsche dijken gesproken, 't welk men, van plaatselijke Hollandsche toestanden blijkbaar volstrekt onkundig, vreesde dat aan de Belgen een zwaren last zou opleggen. Op dit punt was de geruststelling gemakkelijk: de dijken werden in Holland niet uit de kas van het gemeene land onderhouden. Wat het punt van den godsdienst betreft, verwees men de Belgen naar de artikelen der Hollandsche grondwet, die de gelijkstelling der gezindten uitspraken voor de wet, en de gelijke benoembaarheid van alle ingezetenen tot staatsambten. Verder verklaarde de Vorst zich voor een volkomen gemeenmaking van lusten en lasten: vrije Scheldevaart dus en vrije vaart op de Hollandsche koloniën; amalgama van schulden. De beide helften zouden in de Staten-Generaal vertegenwoordigd kunnen zijn tot een gelijk getal.450)De Vorst zou een gedeelte van elk jaar te Brussel doorbrengen, en de Staten-Generaal zouden afwisselend bijeenkomen in een stad van het Noorden en in een stad van het Zuiden.451)De vereeniging zal dus zoo innig mogelijk zijn; de Hollandsche grondwet zal voor het geheele rijk gelden, „modifiée d'un commun accord d'après les nouvelles circonstances”.
Het oorspronkelijk denkbeeld der mogendheden was geweest, dat de voorslagen van den Souvereinen Vorst aan een kleine vergadering van Belgische aanzienlijken zouden worden voorgelegd, om hunne bedenkingen te vernemen. Een voorstel in dezen geest was 16 Mei doorCastlereaghnaar den Haag afgezonden452). De Souvereine Vorst had er dadelijk zooveel bezwaar in gezien, dat hij spoorslags naarParijs was getrokken om het te verhinderen453). De Belgische aanzienlijken waren teChaumontgehoord, meende hij; dit moest genoeg zijn. Welk nut zou het hebben het resultaat van het onderzoek der daar vernomen bedenkingen nog eens aan de goedkeuring van eenige notabelen te onderwerpen die er toch geen wettigheid aan zouden kunnen verleenen? Vincent meende er voor te kunnen instaan, dat de notabelen, zoo hij ze kiezen mocht, ja zouden zeggen; het nut dat men bij mogelijkheid van dit „ja” zou kunnen trekken kwam niet in vergelijking bij het nadeel dat een altijd mogelijk „neen” zou toebrengen aan eene zaak waartoe de bondgenooten toch reeds waren besloten. „Les Belges, loin d'avoir à se plaindre, se féliciteront de voir enfin le terme de la pénible incertitude où ils sont déjà restés trop longtems, et d'apprendre que le soin d'assurer leur sort et de hâter la réunion sur des bases justes et libérales est définitivement et exclusivement confié au nouveau Souverain dont ils savent bien que les intentions et le caractère454)seront à la longue une garantie de leur bonheur bien préférable à des stipulations convenues dans un moment comme celui-ci entre le Souverain et quelques-uns de leurs compatriotes”455).
Noch de Noordnederlandsche souverein, noch het Noordnederlandsche volk, dat tot dit alles, in de personen van Falck, van Nagell, van Hogendorp, zijne medewerking verleende, hebben de Belgen voor vol aangezien. Waren hunne bezwaren, ik zeg niet weerlegd, doch zelfs maar gevat? Wat beteekende het, hun te verzekeren, dat de Katholieken tot iedere landsbetrekking benoembaar waren?456)Een dergelijke verzekering, gegeven aan een natie voor 99% uit Katholieken bestaande, was alleen al een beleediging aan het gezond verstand. Met het opperen van hun religiebezwaar hadden de Belgen voorzeker niet bedoeld te vragen, of Katholieken in België wel tot landsbetrekkingen benoembaar zouden zijn. De moeilijkhedenwerden niet opgelost, zij werden genegeerd. De bondgenooten onderteekenden alles, in meer of minder goed vertrouwen op de uitkomst. Eigenlijk kwam een Belgische notabelenvergadering hun toch zeer ongelegen. Zonder twijfel zou die verzocht hebben dat de Belgische landen over de Maas niet van het nieuwe rijk werden gescheiden, en de toewijzing van het gebied tusschen Maas, Rijn en Moezel bleek een der moeilijkste onderwerpen van alle en bleef nog lang onbeslist. Voorloopig maakten zij zich van België af door tegelijk met de onderteekening der acht artikelen te verklaren, dat zij over het land beschikten in het belang van het evenwicht van Europa en krachtens het recht van verovering, en er, tot de feitelijke voltrekking der vereeniging toe, het bestuur over opdroegen aan den Souvereinen Vorst457). Deze aanvaardde het den 1sten Augustus met een niet ongeschikte proclamatie, door Falck gesteld, waarin getracht was elk wat wils te geven. De moeilijkheid van de taak echter, die Willem I en Noord-Nederland te wachten stond, werd ook door Falck niet doorzien. Dezelfde gebeurtenis, die het vredestractaat van Parijs had aangekondigd met de woorden: „La Hollande recevra un accroissement de territoire”, wordt in deze proclamatie, zooals indertijd Vincent aangeraden had458), „l'agrandissement de la Belgique” genoemd. Werd Holland uitgebreid, of België? In den gedachtengang van hen die de zaak uitgevonden hadden, Holland. Maar het was een veeg teeken, dat men hiervoor tegenover de nieuwe onderdanen niet uit durfde komen. Een fraaie „vergrooting van België” inderdaad waarbij het, volgens Falck's eigen bekentenis, „te langdradig zoude geweest zijn, de Belgen te raadplegen”!459)De vergrooting was door België bedacht noch goedgekeurd; zij werd ondergaan.
De grenzen van het nieuwe koninkrijk zijn pas bij tractaat van 31 Mei 1815 bepaald. Willem I verkreeg daarbij verreweg het grootste gedeelte der over de Maas gelegen oud-Namensche, oud-Luiksche en oud-Limburgsche landen460); voorts van Sittard tot Mook de smalle strook, die Pruisen verhindert tot aan de Maas te reiken. Onder bijzondere bepalingen werd aan dit gebied Luxemburg toegevoegd, als een vergoeding voor het verlies der Nassausche erflanden. Deverknipping van België was dus voorkomen, maar Holland won geen duimbreed aan den Rijn. De mogendheden hadden zich genoodzaakt gezien aan Pruisen de grootste helft van Saksen te onthouden, doch hadden in ruil aan Pruisens begeerte naar de Rijnlanden in grooter mate toegegeven dan de conventie van Troyes had kunnen doen verwachten. In het oorspronkelijk plan om aan den Souvereinen Vorst den linker Rijnoever toe te deelen van Emmerik tot Keulen, benevens den linker Maasoever van Maastricht tot de Fransche grens, was het denkbeeld eener „uitbreiding van Holland” duidelijker uitgedrukt dan in de nieuwe regeling, die geheel op eene vereeniging van Holland en België nederkwam.
Met het vaste voornemen(hiervóór, bl. 198).—Dit leerden wijhierboven, bl. 221, anders.
Wat er in stond, is niet bekend(hiervóór, bl.203).—Zie thanshierboven, bl. 226.
De wensch van den Souvereinen Vorst(hiervóór bl. 203).—Die ging nog aanmerkelijk verder dan de conventie van Troyes; ziehierboven, bl. 220.
De zaak was deze(hiervóór, bl. 204).—Wat dan volgt is onjuist. De uitnoodiging aan Bernadotte is van 27 Februari; toen was reeds door de feiten beslist datCastlereagh's verzoek van 27 Januari, den Souvereinen Vorst met het voorloopig bestuur over België te belasten, geen gevolg zou hebben. Dat verzoek was gedaan eer men België bezat; vóór er op beschikt kon worden was België door de Pruisen veroverd en het door hun generaals ingestelde voorloopig bestuur was reeds door de centrale commissie onder Pruisische commissarissen gesteld (ziehierboven, bl. 224). De centrale commissie was evenzeer door de gebeurtenissen verrast als de verschillende mogendheden zelve. Stein's oorspronkelijk plan (in Januari) was geweest, dat de Souvereine Vorst het bestuur zou voeren over de beide Vlaanderens en Antwerpen, Pruisen over Zuid-Brabant en de rest461). Toen in Maart bleek dat het bestuur van Lottum en Delius in België weinig populair was, verklaarde Stein zich bereid den Souvereinen Vorst het bestuur over geheel België tot de Maas te laten, op voorwaarde dat een gedeelte der landsinkomsten aan Pruisen werd uitgekeerd462); dit is juist tijdens Bernadotte's militair commando, dat geheel tijdelijk is enmet de bestuurszaak niets te maken heeft. Sedert 27 Jan. echter was gebleken welke voorwaarden Rusland en Pruisen aan de goedkeuring der „uitbreiding van Holland” verbonden. Dat de aanspraken van den Souvereinen Vorst voor een zoo groot deel met die van Pruisen bleken te concurreeren maakte het onraadzaam 't zij Pruisen 't zij den Vorst in België te veel de vrije hand te laten, of door 's Vorsten bestuur over het nog vol Pruisische troepen gebleven land de mogelijkheid te openen van dagelijksche conflicten. Bovendien wilde men, zooals in Juni gebleken is, den Souvereinen Vorst zelfs niet voorloopig in België plaatsen voor hij zich geschikt zou hebben in de overname der Russische schuld; eene zaak dieCastlereaghhem thans niet voorleggen kon daar zij nog in onderzoek was bij de regeering te Londen. In deze omstandigheden was het gouvernement van een Oostenrijker een tijdelijk noodbehelp waarmede ieder zich vereenigen kon, en waarmede men tevens de Belgen in een betere stemming kon terugbrengen dan het bewind der Pruisische commissarissen bij hen had opgewekt. Ziehier de werkelijke redenen waarom de Vorst eerst zoo laat in België is toegelaten.
Ik durf niet beslissen(hiervóór, bl. 206).—Mondeling heeft men het wèl gezegd. „The Emperor”, schrijftCastlereaghden 13den aan Clancarty, „hastold them plainly that he cannot take them back, and that an Archduke would be no motive with him to risk a war for their sakes; he therefore advised them to look to an incorporation with Holland upon a fair understanding to be guaranteed to them as to religion, commerce, debt, etc”.463)In het schriftelijk stuk daarentegen van den 14den staat over Holland geen woord, en de Belgen bleven hopen tegen hope.464)
Lang tijdsverloop(hiervóór, bl. 206).—De volte van zaken was aan het hoofdkwartier zóó enorm dat, gelijk herhaaldelijk blijkt, aan velerlei beslissingen eerst uitvoering gegeven werd wanneer de omstandigheden onderwijl al weder veranderd waren. Het besluit om een Oostenrijkschen commissaris te zenden is van den 14den Maart; de opdracht vanMetternichaan Vincent is pas van 29 Maart465); intusschen was Horst, een tweede en slechter uitgaaf van Lottum en Delius, al in functie. Vincent bevond zich te Luik en schrijft 7 April nog van die plaats466); toen hij zich kort daarna te Brussel vertoondemaakte Horst gebruik van een of andere onregelmatigheid in de papieren om de overgave van het bestuur te weigeren. Dientengevolge moest de zaak voor de tweede maal voor de mogendheden komen, en eerst 1 Mei kanMetternichaan Vincent schrijven dat er stellig bevel aan Horst is gezonden tot onmiddellijke bestuursoverdracht467).
Te Gratz bezocht(hiervóór, bl. 210).—Capellen bleef, als alle Hollandsche ministers, tot 31 Dec. 1810 in functie; daarna weigerde hij een plaats in het Wetgevend Lichaam te Parijs468)en ging te Maarsen „vegeteeren”, zooals Lebrun het uitdrukt469). In den zomer van 1811 gaf hij gehoor aan eene uitnoodiging van den graaf van Saint-Leu om dezen te Gratz te bezoeken, bleef er nagenoeg een jaar, en corrigeerde er, tot zijn verdriet, de proeven van Lodewijks zouteloozen romanMarie ou les Peines de l'Amour. Toen hij naar huis begon te verlangen verdacht de ex-koning hem dat hij toch zijn hof zou gaan maken bij de Franschen, zoodat de vrienden in onmin scheidden. Het tweede halfjaar van 1812 en het grootste gedeelte van 1813 verbleef Capellen weer te Maarsen, maar toen hij bemerkte door de politie op last van deCelleste worden gesurveilleerd, nam hij het besluit het land voorgoed vaarwel te zeggen en ging met zijne vrouw te Mannheim wonen (Sept. 1813)470). Op het bericht der omwenteling keerde hij naar Holland terug, waar hij midden December aankwam.
Alleen door den invloed van Falck(hiervóór, bl. 210).—Neen, ook van Capellens zwager van der Duyn471).
Eene gemengde commissie(hiervóór, bl. 212).—Daarvan spreekt inderdaadCastlereaghin zijn brief van 16 Mei: „a commission to prepare for the approbation of the Sovereigns a project472)for the reunion of the Belgic Provinces with Holland; this commission may be assembled according to mutual convenience either at Brussels or the Hague, and should consist of an equal number of Dutch and Belgian members; possibly three of each might be sufficient”.—Clancartydaarentegen in zijn stuk van den 25sten zegt: „Si ces principes[de door hem uit van Nagell's stuk getrokken, bekende principes van den Vorst]paraissent fondés, on pense qu'il serait convenable de transmettre au gouverneur général de la Belgique [Vincent] les articles qui en résultent, et dont la rédaction ne peut pas avoir de grandes difficultés. Le gouverneur devra les communiquerà ceux des notables de ce pays473)qu'il trouvera bon de choisir, et dans la vue d'obtenir leur adhésion qui, dans l'opinion du gouverneur général lui-même, n'est pas douteuse”. Het is tegen dezen voorslag dat de Vorst bij zijnhiervóór, bl. 233aangehaalde woorden van 30 Mei opkomt.
De dépêche van Vincent aanMetternich, waaropClancartyzijne verzekering grondt dat de aanneming in België volgens Vincent zelven niet twijfelachtig is, indien hij maar de notabelen mag kiezen, geeft inderdaad tot die verzekering geen recht; eer het tegendeel. Vincent toch schrijft letterlijk het volgende (21 Mei): „J'avouerai à V. A. qu'il m'eût parupréférablequi la réunion fût prononcée et définie par les plénipotentiaires des alliés plutôt que préparée par le concours des deux nations. Vingt-cinq années d'exagération et de fausse direction dans les esprits ont remué trop de passions pour qu'il ne soit pas plus facile de commander d'en haut l'accord des volontés que de le faire sortir de tout concours de représentans. En partant de cette persuasion je regarderais du moins comme un devoir de hâter cette mesure transitoire, en désignant (s'il en est question) tout de suite et directement les personnes, pour ne pas s'exposer à des inconvéniens trop graves en faisant un appel dangereux à des délibérations tumultueuses.”474)—7 Juni schrijft hij: „En considérant la disposition générale de esprits, qui n'est que trop contraire à la Hollande, soite par un suite de l'esprit de parti constitutionnaire475)réveillé par la réaction contre la France, soit par une exubérance des prétentions nationales de la Belgique, il me devient de plus en plus évident que les clauses de la réunion des deux pays doivent être décidées d'autorité et de la part des hautes puissances. Il importe que les clauses portant garantie en faveur des Belges de leur sûreté, de leur religion et de leur commerce, soient toutes définies dans la transaction qui transmettra la souveraineté au Prince d'Orange, car si l'on permet de s'établir unedélibération, on peut être assuré que le nouvel étatn'aura ni l'unité476)ni la force nécessaire pour exclure les machinations françaises, et qu'ainsi le but que les hautes puissances alliées ont en vue sera contrarié par les prétentions d'isolement et de provincialisme des Belges477).”
Het bezwaar(Bernadotte) (hiervóór, bl. 214).—Niet juist; het bezwaar was de Russische schuld, tegen de overname waarvanLord Liverpooltot in Juni bezwaar maakte.
Ik gis(hiervóór, bl. 215).—Juist, maar het is maar één der redenen. Pruisen zou niets geteekend hebben vóór de grens vaststond; Rusland niets, eer het zijn tractaat van schuldoverdracht in den zak had. Trouwens „les arrangemens qui doivent compléter lesdispositionsdu présent traité”, waaronder de oprichting van het koninkrijk der Nederlanden stellig behoorde, waren uitdrukkelijk bij art. 32 van het tractaat van Parijs aan het congres van Weenen voorbehouden. De vaststelling der acht artikelen te Londen beantwoordde aan het eerstegeheimartikel van het Parijsche tractaat: „Les dispositions à faire des territoires auxquels Sa Majesté très chrétienne renonce seront réglées au congrès,sur les bases arrêtées par les puissances alliées entre elles.”
Terwijl Pruisen(hiervóór, bl. 216).—Bij conventie tusschen de geallieerden (Bazel, 12 Jan. 1814) was nl. het voorloopig bestuur der landen tot de Maas aan Pruisen toevertrouwd, dat daartoe een gouvernement-generaal vormde te Aken. In plaatsen als Maastricht en Venlo kwam dit gouvernement-generaal in botsing met de commissarissen van den Souvereinen Vorst, die in last hadden onmiddellijk weder bezit te nemen van alles wat eenmaal tot de Vereenigde Nederlanden behoord had478).