De kerk der Stanford-Universiteit, vóór de aardbeving.De kerk der Stanford-Universiteit, vóór de aardbeving.Al deze rampen hebben echter aan de Universiteit een zeer duidelijke vingerwijzing gegeven omtrent de waarde van verschillende wijzen van bouwen. Een aardbeving is rechtvaardig, maar een brand is onrechtvaardig, zeide President Jordan toen ik hem in Juli bezocht. De aardbeving spaart wat goed is en vernielt wat slecht is, maar een brand tast alle huizen en gebouwen zonder onderscheid aan. Wat goed gebouwd was,d.w.z.overeenkomstig met de ervaringen bij vroegere aardbevingen opgedaan, heeft op 18 April weerstand geboden, maar wat uit zuinigheid minder deugdelijk opgetrokken was, is terneergeworpen of zoo gebroken, dat de kosten van het herstellen veel hooger zullen zijn dan de sommen, die men bij den bouw meende te kunnen besparen. Deze ervaring is geheel dezelfde als die men ook te San Francisco en elders opgedaan heeft; maar nergens zijn de feiten zoo sprekend en zoo eenvoudig en onweerlegbaar als hier.Palo Alto en de Stanford-universiteit liggen veel dichter bij de barst, die de aardbeving veroorzaakt heeft, dan San Francisco en Santa Rosa. Van het campus uit ziet men, in het westen, het Santa Cruz-gebergte zich als een lange lijn van noord naar zuid uitstrekken. De barst loopt langs den voet van dit gebergte aan de zijde van Palo Alto door een smal dal. Tusschen dit dal en de Universiteit ligt een reeks van lage heuvels, die voor een groot deel tot het grondgebied der stichting behooren. De afstand van de Universiteit tot de barst is slechts 4½ mijl. De grond waarop de hoogeschool en destad liggen is bijna vlak en daalt in zeer zachte helling van de heuvels in het westen naar de golf van San Francisco in het oosten. Deze is zoo dicht bij, dat men het blauwe water van verschillende punten zien kan. De grond is dus aangeslibd, een vrij vaste klei vormende, zooals die hier algemeen voorkomt en onder den spaanschen naam van adobe bekend is. Het is dezelfde klei, waarvan in de regenlooze woestijnstreken de lage huizen der Mexicanen gebouwd worden, zonder dat de klei gebakken wordt. In zulk een grond plant zich de aardbeving als machtige golven voort, die niet kort en scherp stooten als op rotsgrond, maar langzaam en krachtig de gebouwen heen en weer schudden. Hoe zij werken kon men het duidelijkst aan de boomen op het campus zien. Zoolang als de schokken duurden werden deze heen en weer geslingerd en nu eens naar rechts, dan weer naar links met hun takken ter aarde gebogen. Daarbij bewogen zij zich niet allen in een zelfde tempo, maar terwijl de een naar het oosten boog, kromde een ander zich naar het westen, en weer andere in andere richtingen. De boomen leden daarbij hoegenaamd geen schade; het is onbegrijpelijk hoe buigzaam enelastischzij onder de werking van zulke groote krachten zijn. Op de barst zelve zijn, in het Santa Cruz-gebergte, een aantal boomen gebroken en neergeveld, ook van de reuzen van het gebergte, de Sequoia sempervirens. Zij werden nu eens van onderen af opgescheurd, dan weer onttopt, of ook midden doorgebroken, maar dit was natuurlijk een gevolg van den dubbelen stoot, die ze tegelijkertijd in twee tegenovergestelde richtingen trachtte te verplaatsen.De bibliotheek der Stanford-Universiteit na de aardbeving.De bibliotheek der Stanford-Universiteit na de aardbeving.De trillingen of golven in deaardkorst, die het gevolg van het plotseling openscheuren en de daarmede gepaard gaande verschuiving van de randen der barst zijn, vormen wat men gewoonlijk de aardbeving noemt. Men kan zich voorstellen dat die golven zich van de scheur af zijwaarts voortplanten, maar ook van elk punt der scheur in schuine en schuinere richtingen. Die welke rechtstreeks van de scheur kwamen gedroegen zich als gewone onschadelijke aardbevingen, en al wie op dit gebied voldoende ervaring had, meende aanvankelijk met zulk een goedig geval te doen te hebben. Maar de golven die in schuine richting aankomen, loopen natuurlijk tegen elkander in, waarbij zij elkander kunnen opheffen of versterken, of wel te zamen tot een snel draaiende beweging aanleiding geven. Deze opvatting komt in hoofdzaak, hoewel niet geheel, met de vroeger besproken seismographische aanteekeningen overeen; ik geef haar zooals zij mij werd medegedeeld. Aan de draaiende beweging werd vooral de vernielende werking van deze aardbeving toegeschreven. In het huis van President Jordan, dat op de grens van de groote groep van gebouwen ligt, scheen het alsof de natuur trachtte het houten huis rondom de steenen schoorsteenen te wringen. Het hout gaf toe en liet zich buigen, en de bouw was stevig genoeg om alles in één te houden. Maar het pleister werd afgewrongenen gebarsten, vooral dat van de schoorsteenen maar ook over groote gedeelten der kamerwanden. Boeken werden uit hun kasten naar het midden der kamer geworpen; daarop kwamen de vazen, borden en ander aardewerk terecht, die rondom de wanden sierden, en zij vielen zoo zacht op de boeken, dat er betrekkelijk slechts weinig van gebroken werd. Maar ook meubels werden naar het midden geslingerd; in een vertrek viel zelfs de piano voorover. Schilderijen en platen die aan koorden hingen, slingerden in de korte oogenblikken dat de muur schuin stond; soms draaiden zij daarbij om en kwamen met hun voorzijde tegen den muur weer op hun oude plaats terecht. Alles toonde later nog aan dat de draaiende en heen en weergaande bewegingen, die men in die lange minuut meende gezien te hebben, ook werkelijk zoo hadden plaats gevonden.Het is natuurlijk niet mogelijk, de waargenomen verschijnselen in alle bizonderheden te verklaren. Van een rij van aarden kannen werden enkele omlaag geworpen, terwijl andere onbeschadigd op hun plaats terug kwamen. In de kelderverdieping van het zoölogisch laboratorium zijn de rijke verzamelingen van visschen uit alle werelddeelen, die Prof. Jordan voor zijn studiën over de oorzaken der geographische verspreiding in den loop van vele jaren bijeengebracht heeft, op houten rekken als in een bibliotheek geplaatst. Elke vischsoort, en de exemplaren van elke vindplaats zijn in een flesch gebracht en worden hierin in spiritus bewaard. Van die flesschen waren er een groot aantal op den grond gevallen en gebroken, maar andere flesschen, op hetzelfde rek en op de zelfde plank, waren niet merkbaar van hun plaats geweken. Volkomen grillig had de aardbeving sommige soorten trachten te vernielen en andere gespaard. Soms lagen de flesschen naast elkaar op den grond, gebroken, doch met den inhoud nog er in of erbij, zoodat elke visch weer bij zijn etiquette terecht gebracht kon worden. Soms echter lag alles zoo wanhopig dooreen, dat men, om ze niet te laten bederven, eenvoudig den heelen hoop der visschen met al hun etiquetten dooréén, samen voorloopig in een groote flesch in spiritus gebracht had. Gelukkig trof dit noodlot vooral de verzameling van gedetermineerd en volledig beschreven materiaal, zoodat door raadplegen van de beschrijving, elk exemplaar weer terecht gebracht kan worden. In een andere kamer stonden echter de nog onbeschreven visschen, en hier zal het in vele gevallen wellicht niet mogelijk zijn, voor elk exemplaar het bijbehoorend etiquette, waarop de vindplaats vermeld is, terug te vinden.Deze grilligheid, die in zulk een verzameling zoo zeer in het oog loopt, vindt men nu overal in de gebouwen terug. In groote trekken is er geen twijfel aan, dat de graad van soliditeit beslist, en men kan dit tot in vele bizonderheden aantoonen. Maar ten slotte staat men altijd voor de vraag, waarom een bepaalde boog gebroken is, terwijl zijn buren heel bleven, of waarom uit een gevel juist dit stuk uitgevallen is, en niet het aangrenzende. Al die bijzonderheden behooren als onderdeelen van het geheele beeld opgemerkt te worden, maar tot de verklaring der verschijnselen dragen zij niet bij.De Universiteit is oorspronkelijk, omstreeks het jaar 1890, gebouwd als een langwerpig vierkant van gebouwen. De geheele groep omgeeft, in een dubbele rij, een plein van dien vorm. De gebouwen wier gevel naar het plein is toegekeerd, vormen het inwendig Quadrangle: daar rondom staat het uitwendig Quadrangle met de gevels naar buiten gekeerd. Beide gevelfronten zijn rondom gevormd door een zuilengalerij in Spaanschen stijl, en de gebouwen zelve zijn, met eenige uitzonderingen, slechts één verdieping hoog. Deze oorspronkelijke gebouwen zijn, volgens de plannen van den heer Stanford en onder diens toezicht, hoogst soliede gemaakt, en hebben dan ook zoo goed als geen schade geleden. Daarbij moet natuurlijk afgezien worden van het pleisterwerk, dat overal gebroken en gebarsten is, en van enkele schoorsteenen.De geheele Universiteit is gebouwd van zandsteen, zooals die hier in den omtrek gevonden wordt en onder den naam van San Jose-zandsteen bekend is. Het is een mooi, grijsgeel gesteente. Het wordt voor de binnenzijde der muren meest glad afgehouwen, maar aan de buitenzijde ruw gelaten, waardoor een zeer bepaalde indruk van het geheel verkregen wordt. De oude gebouwen waren gemaakt van steenen, die elk zoo dik waren als de geheele muur, en die met cement aan elkaar waren bevestigd. Deze methode bleek dus zoo volkomen te voldoen, als men tijdens den bouw verwacht had. Wel is het een dure bouwwijze, en om haar goed te doen uitvoeren, heeft men de werken in eigen beheer genomen. Mochten de kosten bezwaar maken, dan bestreed de heer Stanford dit steeds met de woorden: “Reken op een aardbeving.”De galerij van arcaden, die rondom het plein en rondom het buitenste vierkant der gebouwen, telkens als één geheel doorloopt, is niet geheel zonder schade ontkomen, ofschoon zij op dezelfde wijze gebouwd was. Maar de bogen rusten natuurlijk op zuilen, die op afstanden van elkander staan, en dit kan op zich zelf ternauwernood als een hooge graad van soliditeit beschouwd worden. Daarenboven waren de bogen niet aan de gebouwen verbonden, maar stonden zij feitelijk los; het dak der galerij is van hout gemaakt, dat eenvoudig op de beide muren rust, zonder ze op eenige wijze soliede te verbinden. Op ééne plaats,n.l.achter de kerk, waar deze galerij over een lengte van een groot aantal bogen geheel zonder gebouw was, zijn de bogen allen omgeworpen, maar overigens zijn zij zoo goed als volkomen gespaard geworden. Toch werden zij door de aardbeving in lange golven opgetild en weer neer gezet, en bedroeg de verplaatsing daarbij, zoover men na kon gaan, ongeveer 5–10c.M.Hier en daar is daardoor een boog opengebarsten, en het kon voorkomen dat een of twee der wigvormige steenen, waaruit zulk een boog pleegt te bestaan, losraakten en tijdens de optilling omlaag schoven. Dan bleven zij zoo zitten, nu eens meer, dan weer minder naar onderentusschenhun buren uitstekend. Aan een aantal bogen heb ik dit gezien, en dan liep natuurlijk een barst van den verschoven steen door de muur boven de boog omhoog.Het merkwaardigste echter gedroegen zich de bogen tusschen het inwendige Quadrangle en het Memorial Court, dat van den Memorial Arch daarheenleidt. Het zijn één middenboog en twee kleinere zijbogen, en dit zoowel links als rechts van het pad dat tusschen de beide pleinen doorloopt. Elke boog rust op een vier-dubbele zuil van bijna manshoogte; de twee middelste zijn telkens vierkant, doch de beide buitenste rond. Aan den boog en aan hun voetstuk waren ze met cement verbonden. De aardbeving, die in golven over het terrein trok, heeft daarbij deze bogen opgetild en neergelaten, of misschien wel onder hen den grond omlaag getrokken en weer omhoog geschoven. Het gevolg was, dat de bogen van hun zuilen losbraken. Nu eens scheurde het cement boven een zuil en dan bleef deze staan; dan weer onder een zuil, zoodat deze bleef hangen. Maar bij een aantal zuilen brak het cement aan beide einden door. Dan begon de zuil om te vallen, terwijl de boog van haar weggetild werd. Doch alles ging uiterst snel, en voor dat de zuil meer dan duidelijk in een schuinen stand geraakt was, daalde de boog en klemde hij de zuil in dien stand vast. De geweldige schok brak de kanten waar de aanraking begon en schilferde soms groote stukken van den zandsteen af. Met de grootste belangstelling ging ik deze standen na, geholpen door de aanwijzingen van President Jordan. Niets was nog hersteld en men kon alles duidelijk zien, zoowel de een handbreed uit hun oude plaats verschoven zuilen als het losgebroken cement, de afgespleten schilfers. Alles stond en rustte op elkaar, maar bijna niets stond precies op zijn plaats. Meer dan door de grove verwoestingen werd ik door deze fijne verschijnselen getroffen, door de geweldige krachten die noodig moeten zijn om zulke veranderingen teweeg te brengen en door den solieden bouw van de bogen en de muur daarboven, die dit alles doorstaan hadden zonder te bezwijken, ja zonder zichtbare barsten te vertoonen. Toch waren deze muurstukken zoolang als het Memorial Court breed is; de middelste boog was even breed als de groote boog van den Memorial Arch.De ingang tot den Memorial Court, en daarmede tot de geheele Universiteit wordt gevormd door den Memorial Arch, een poort, die in hoogte voor den Arc de l’Étoile onderdoet, maar die door haar massieve vormen, haar harmonie met de omgeving en de sober maar trots aangebrachte versieringen den diepsten indruk op mij maakte. Van dat schoone geheel, dat ik voor twee jaren zoo zeer bewonderde, stond nu nog slechts een onherstelbare ruïne. De boog zelve en de beide vierkante gebouwen waarop zij rustte, stond nog; zij waren in den zelfden stijl opgetrokken als de overige oude gebouwen van het Quadrangle. Maar boven den boog was een fries geplaatst, de ontwikkeling der beschaving op deze aarde in haar beteekenis voor Amerika en haar kroning door de stichting dezer Universiteit voorstellende. Daarboven was een even hooge zuilengalerij en dan volgde weer een kapiteel. Die zuilengalerij omgaf een groote zaal; zij is door de aardbeving geheel omlaag geworpen, deels in de zaal, deels achter en naast den boog vallende. De breuk ging vlak boven het fries langs en daardoor zijn de hoofden van bijna al deze levensgroote figuren min of meer onherstelbaar beschadigd geworden. Naar die zaal geleidden twee trappen, van buiten aan de raampjes kenbaar. Langs deze lijnen is het gebouw van boven tot iets dieper dan halverhoogte opengescheurd met wijde barsten. De losgeraakte buitenmuren stonden zóó wankel, dat men ze voorloopig met ijzeren kabels aan het gebouw bevestigd heeft, in afwachting der latere afbraak. Het is niet onbelangrijk de verklaring van de werking der aardbeving op den boog te lezen in een beschrijving, die daarvan in 1903 in het blad Palo Alto Live-Oak gegeven werd, dus langen tijd vóór de aardbeving. Men leest er: “Het metselwerk is massief tot aan den top van den boog, met uitzondering van de groote zaal in het bovengedeelte en van de trappen die daarheen geleiden”. Juist deze uitgezonderde gedeelten hebben geleden, het overige niet.Het is een treurig gezicht het fraaie allegorische fries met zijn tallooze relief-figuren die rondom het gebouw een grooten optocht vormen, in dezen toestand te zien. Aan de voorzijde, midden boven den ingang, staat de Beschaving, het begin en het eind van den optocht. Eerst komt de ontwikkeling van het menschdom vóór Columbus in enkele forsche figuren, dan de ontdekking van Amerika en de snelle groei der Vereenigde Staten. Een hoofdaandeel daaraan hebben de spoorwegen en onder deze vooral de eerste transcontinentale, die door den heer Stanford ontworpen en tot stand gebracht werd. Dit werk, waaraan Californië zijn bloei te danken heeft, is tevens een der voornaamste bronnen geweest van de schatten, waarmede de heer Stanford deze Universiteit stichtte. Men verhaalt dat Stanford, toen hij het denkbeeld van een lijn dwars door de RockyMountainsopgevat had, stuitte op onoverkomelijke bezwaren van de zijde der ingenieurs. Toen besloot hij door te zetten, en begaf zich met zijne vrouw naar de streek, om deze met haar te paard door te trekken tot hij de lijn zou gevonden hebben, waarlangs de spoorweg kon en moest gaan. Tehuis gekomen liet hij zijn reisjournaal uitwerken, en waar hij eenzaam reed door woeste streken en met de hoop op een wellicht verre toekomst, rijden thans millioenen in de Pullman-cars met snelle vaart van het dicht bevolkte oosten naar het land der onafzienbare productie. Men ziet op de fries de echtgenooten te paard in het woeste rotsgebergte, gevolgd door werkvolk dat de rotsen doorhakt en door een locomotief. Midden door deze groep gaat helaas de groote barst, die nu een meer dan een meter wijde gaping is. Het schoone en imposante is verdwenen en herstel zoo goed als niet mogelijk, men zou bijna een geheel nieuwe Arch moeten optrekken. Het is een droevig denkbeeld dat juist de beide groote monumenten, de boog en de kerk, die de ouders voor hun geliefden zoon hebben opgericht, door deze aardbeving zoo volkomen zijn getroffen.Want ook de kerk is ter neergeworpen, ofschoon gelukkig niet zoo, dat zij niet zou kunnen hersteld worden. Zij is in kruisvorm opgericht, met korte armen. Boven het midden rustten de koepel en de kerktoren. De muren waren zwaar van zandsteen opgetrokken en soliede gebouwd; zij hebben niet geleden. Zelfs de talrijke beschilderde ramen zijn onbeschadigd gebleven, met uitzondering van enkele, door vallend puin gebroken ruiten. De koepel had een stalen geraamte,was goed met de muren verbonden en goed gebouwd. Ook zij bood weerstand. Maar de toren daarboven was van hout, en niet goed met den koepel verbonden. De aardbeving schudde haar los en liet haar midden in de kerk naar beneden vallen. Merkwaardigerwijze werd bij een der eerste zijbewegingen het klokwerk op den stevigen muur van den koepel geschoven en bleef daar staan toen de koepel instortte. Ik zag de vier klokken en het uurwerk, zij waren geheel ongeschonden, behalve de slinger die gebroken was. Op enkele photographiëen ziet men hun massa boven op den torenloozen koepel staan.Het standbeeld van Agassiz van boven den daarachter zichtbaren fries gevallen en door het vloercement in den grond gedrongen, doch zoo goed als onbeschadigd gebleven.Het standbeeld van Agassiz van boven den daarachter zichtbaren fries gevallen en door het vloercement in den grond gedrongen, doch zoo goed als onbeschadigd gebleven.Erger was het echter dat de koepel in de vier hoeken tusschen de daken van het kruis voorzien was van steenen hoektorens die zwaar gebouwd maar met den koepel niet door stalen gordels verbonden waren. De aardbeving behandelde ze als schoorsteenen, slingerde ze heen en weer en wierp ze daarna elk op het dak van een der kruisarmen omlaag. Met groot geweld kwamen zij op die daken, pletterden uiteen, braken het dak door en vielen als een regen van steenblokken en puin in de kerk omlaag. Geen zitplaats werd gespaard. Het gebeurde Woensdagochtend omstreeks vijf uur. De Zondag te voren was Paaschzondag geweest en had de kerk zoo vol gezien, dat geen enkele plaats ledig was. Ware de ramp toen gebeurd, zoo zou een groot deel van de bevolking van Palo Alto en van de Universiteit geweldig getroffen geweest zijn. Trouwens het feit dat de aardbeving op dat vroege uur gebeurde, heb ik in Californië telkens en telkens en overal dankbaar hooren prijzen. Het heeft het verlies aan menschenlevens onbegrijpelijk klein gemaakt.De val der torens vulde en omhulde de kerk plotseling met een dikke wolk van kalkstof. Het duurde lang, voordat men eigenlijk zien kon wat er gebeurd was. Het orgel was gespaard maar omhuld door de stofwolken. Een der eerste zorgen was, het met doeken zooveel mogelijk tegen verdere stof te beveiligen. Toen ik in Juli de kerk bezocht, was men bezig de orgelpijpen te reinigen, uitwendig en inwendig. Zij moesten daartoe een voor een van hun plaats genomen en hersteld worden, en de organist was bezig daarbij hun tonen te beoordeelen en te zuiveren. Een blik in de kerk toonde de verwoesting. De hoektorens waren hier en daar in groote blokken omlaag en door den vloer gevallen; zelfs ijzeren vloerbalken waren gebogen en verwrongen. Bijna alles was verwoest, en achter het altaar stond de rij der marmeren beelden, grof beschadigd maar nog helder wit in de grauwe omgeving. De ramen waren beiderzijds met planken schotten tegen beschadiging tijdens het weghalen van het puin en het latere opbouwen bedekt, en zoo was ook de vleugel waarin het orgel en het koor waren, beiderzijds door planken schotten afgedekt. Geen zijlicht viel in de kerk, alleen door de gaten in het dak viel het licht in. Alles herinnerde aan Schiller’s woorden in het Lied Von der Glocke, na den brand:Und des Himmels Wolken schauenHoch hinein.Maar in dit zonneland zijn er geen wolken, en de zwaar getroffenen zitten ook niet bedrukt bij hun ondergegane werken neer. Zij zijn vol moed, en overal bezig een nieuwe toekomst op betere grondslagen op te bouwen. Binnen twee maanden moet de nieuwe cursus der Universiteit beginnen en dan zal, verzekerde mij de president, alles zoover hersteld zijn dat alle collegekamers, alle werkzalen der laboratoriën, de geheele boekerij en zelfs een deel der kerk weer in gebruik genomen kunnen worden. Zeker is er eenige vertraging in het herstellingswerk, maar de oorzaak daarvan is gelegen in de moeilijkheid de noodige bouwmaterialen te bekomen, nu San Francisco bijna alles gebruiken kan wat in voorraad is of langs de spoorwegen aangevoerd kan worden. Echter zijn er gebouwen, als de nieuwe boekerij en het nieuwe gymnastiekgebouw, die nagenoeg geheel verwoest zijn, maar nog niet in gebruik genomen waren. Hun balken en steenen leveren nu het materiaal voor het herstel der overige gebouwen.Van de kerk is ook het fraaie schilderwerk op den voorgevel afgeschud. Boven den ingang was een groot rond beschilderd venster, ter weerszijden waren zuilengangen en kleine schilderwerken, en boven was de geheele driehoek ingenomen door een groot, in goud en kleuren geschilderd tafereel uit het leven van Jezus. Dit gedeelte van den muur is omlaag gevallen en tot gruis verbroken; alleen de inscriptie er onder, welke verklaarde hoe dit alles tot Gods eer en tot aandenken aan den te vroeg gestorven zoon was opgericht, is gebleven. Het is twijfelachtig of de geldmiddelen, in verband met andere eischen, een herstel van dit schilderwerk volgens de nog aanwezige modellen zal toelaten.Santa Rosa na de aardbeving van 18 April 1906. De houten kerk in de vierde straat bleef ongedeerd.Santa Rosa na de aardbeving van 18 April 1906. De houten kerk in de vierde straat bleef ongedeerd.Niet alle gebouwen van het dubbele Quadrangle zijn in den ouden Spaanschen stijl opgetrokken. Integendeel, enkele zijn volgens de nieuwste begrippen uit staal, cement en steen gemaakt. Ook dit beginsel is goed en heeft bijna overal aan de aardbeving weerstand geboden. Schoorsteenen en pleisterwerk en enkele scheuren moeten natuurlijk uitgezonderd worden. Als men vóór de Arch staat, heeft men in het buitenste Quadrangle rechts de gebouwen voor plant- en dierkunde en physiologie, links die voor geschiedenis en talen en de oude boekerij. Zij zijn vierkant opgetrokken, zonder bogen en met talrijke ramen, twee of drie verdiepingen hoog. Maar hun stalen geraamte deed ze stand houden. Toch zijn zij geducht heen en weer geschud, zooals uit het vallen van flesschen met praeparaten, het uitbreken van stukken muur, waar die te zwak waren en uit enkele andere omstandigheden duidelijk blijkt. Zoo was de gevel van het zoölogie-gebouw boven den ingang gesierd met de meer dan levensgroote marmeren beelden van Humboldt en Agassiz. Humboldt bleef staan, maar het uitbouwsel waarop Agassiz stond, brak los. Hij viel, duikelde en drong met zijn hoofd door de cementen stoep in den lossen ondergrond, tot aan zijn ellebogen bedolven wordend. “Natuurlijk”, zei president Jordan tot de studenten die hem bij het beeld brachten, “he has always been a man of deep penetration”. Het beeld werdgephotografeerd, opgegraven, van een stalen balk in zijn inwendige voorzien, om het goed te bevestigen, en weer op zijn plaats gebracht. Het bleek zoo goed als ongeschonden te zijn. Ik zag het staan zooals ik het vóór twee jaren gezien had.Na het overlijden van den heer Stanford begon zijn weduwe angstig te worden dat zij de voltooiing der gebouwen niet meer beleven zou. Zij wilde daarom den bouw zooveel mogelijk bespoedigen en dus met de beschikbare geldmiddelen zooveel mogelijk tot stand brengen. In plaats van in eigen beheer met dagloonen te werken, ging zij over tot het systeem van aannemen. Het uiterlijk der gebouwen kon precies hetzelfde zijn als dat der overige, zoo zij van gebakken steen gemaakt en met een betrekkelijk dunne laag van zandsteen bekleed werden. De kosten en de duur van het werk zouden daardoor zeer aanzienlijk verminderd worden. Maar het oude beginsel “reken op een aardbeving”, werd daarbij verwaarloosd. Het doel echter werd zoo goed als bereikt, en toen mevrouw Stanford, nu omstreeks een jaar geleden, overleed, waren bijna alle gebouwenòf in gebruik, òf ten minste in hoofdlijnen gereed. Echter slechts tijdelijk, zooals de aardbeving leeren zou, want juist deze gebouwen zijn zoo goed als geheel vernield. Gelukkig dat de drie voornaamste onder hen, de gymnastiekschool, de nieuwe bibliotheek en het gebouw voor de geologie, nog niet in gebruik genomen waren; het eerste werktuig, het eerste boek en het eerste fossiel zouden er juist ingebracht worden toen de aardbeving plaats vond.Het gebouw voor de geologie was uitwendig in denzelfden stijl opgetrokken als de gebouwen voor botanie en zoölogie, maar miste de noodige stevigheid. Het gymnasium of de gymnastiekschool en de nieuwe bibliotheek staan links van den grooten rijweg die naar den Arch voert, tegenover het ethnologisch museum en het scheikundig laboratorium. Het gymnasium bestond uit een middengebouw met een koepeldak en een zuileningang; dit is geheel ingestort. De beide vleugels staan nog en zijn grootendeels bedekt door het dak, dat op een goed gegord geraamte van ijzeren balken rustte. Maar aan den voorgevel was dit dak niet bevestigd, en de dakhelling hier bestond uit licht houtwerk. Dit deel viel langs beide vleugels in en sleepte een deel van den gevel mede.De boekerij had, zooals dat voor dergelijke gebouwen in Amerika gebruikelijk is, een centrale leeszaal, wier hoogte door het geheele gebouw ging en die haar licht van een glazen koepeldak ontving. Deze koepel rust op een goed en stevig ijzeren geraamte, maar was niet aan de beide vleugels verbonden, waarin de zalen voor de boeken waren. Op dit geraamte werd de hooge koepelbouw door de golven der aardbeving heen en weer geschud, gedraaid en gewrongen, maar hield goed stand; zelfs geen ruit in het half bolvormig glazen dak of in de ramen langs de galerij er onder, werd gebroken. Maar links en rechts, voor en achter drukte het gevaarte in zijn schuddende beweging de overige gedeelten van het gebouw eenvoudig ineen, en deed ze als puin omlaag vallen. Men kon dit nog duidelijk zien, en ziet het ook op de photographiëen vrij goed. Hoog verheven staat de glinsterend vergulde koepel op zijn naakten stalen onderbouw te midden van de puinhoopen van het gebouw, waarvan zoo goed als geen gedeelte meer voor den herbouw kan gebruikt worden. Het is een treurig gezicht, een ruïne zonder brand, en overal de oorzaken van de ramp duidelijk zichtbaar toonend.Vergelijken wij hiermede de beide woonhuizen voor de jongens en de meisjes. Zij heeten dormitories. Dat voor de jongens is Encina-Hall, dat voor de meisjes is geschonken door den heer Roble en draagt zijn naam. Zij zijn ongeschonden. Zij bestaan uit staal en cement, wat men in Amerika “reïnforced concrete” noemt. Het is ongeveer wat wij cementijzer en gewapend beton noemen; het ijzerwerk er in wisselt van dun gaas tot dikke stangen en zware ijzeren balken, die het geraamte van het geheele gebouw vormen. Zulk een gebouw, dat niet uit aaneengecementeerde steenen bestaat, noemen de Amerikanen een monolith, een éénsteensblok, en het bezit den hoogsten bereikbaren graad van soliditeit. Roble Hall is wel van buiten afgewerkt alsof het uit aaneengemetselde vierkant gehouwen steenen bestond, maar dit is slechts versiering. Het is één stuk, zoo goed als onbreekbaar en is dan ook niet gebroken, ofschoon zijn front twee bovenverdiepingen, elk met 15 ramen en een verdieping gelijkvloers met een arcadengalerij vertoont. Het gebouw voor de jongens heeft vier verdiepingen elk met 32 ramen in het front en is dus veel grooter, maar op dezelfde wijze gebouwd. Slechts één fout was er gemaakt. Boven den ingang waren op beide gebouwen, ter weerszijden, ornamenteele schoorsteenen aangebracht. Noodig waren zij niet, want de gebouwen behoeven nooit verwarmd te worden. Deze schoorsteenen wierp de aardbeving om. Zij waren zwaar en vielen door het dak en door de slaapkamers er onder en hun vloeren tot in de kelderverdieping omlaag. De jongens en meisjes, die in die kamertjes sliepen, tuimelden mee omlaag en kwamen in den kelder terecht; een der jongens werd gedood, maar de overige kwamen er met betrekkelijk geringe kneuzingen af.Het ethnologisch museum, dat ook een aandenken aan den jongen Stanford is, en waarvan de kamer met de door hem zelven bijeengebrachte verzamelingen het middenpunt uitmaakt, is ook van “reinforced concrete” gemaakt en ongeschonden gebleven, ten minste wat het hoofdgebouw betreft. Na den dood van den heer Stanford zijn uitbreidingen noodig geweest en hiertoe werden bijgebouwen inderhaast en zonder de noodige stevigheid gemaakt. Zij zijn als kaartenhuisjes ineengeschud en liggen als puinhoopen naast den trotschen kolos.“Een aardbeving is rechtvaardig”, zij vernielt het slechte en spaart het goede. Het is een harde les, maar die op een zeer gelukkig oogenblik ontvangen is en zonder twijfel vruchten zal dragen. Gelukkig is het dat Mevrouw Stanford kort tevoren overleden was; voor haar zou de vernietiging van zooveel wat zij in koortsachtigen ijver voor het aandenken van haar man en haar zoon gedaan had, een te zware slag geweest zijn. Gelukkig was het dat de drie zwaarst beschadigde gebouwen voor het onderwijs nog niet in gebruik genomen waren, zoodat de kostbare verzamelingen die zij herbergen moesten gespaard gebleven zijn. Gelukkig was het ook, dat de ramp de Universiteit tegen het einde harer bouwperiode trof, daar nu het financieel gevolg eigenlijk alleen is, dat die periode met eenige jaren verlengd moet worden en dat de plannen, om de inkomsten voortaan zoo goed als geheel voor de bezoldiging der hoogleeraren en beambten, voor de verzamelingen en andere behoeften van het onderwijs te gebruiken, nog eenigen tijd moeten worden uitgesteld.De aardbeving heeft niet alleen geleerd hoe men te Palo Alto bouwen moet, maar hare lessen gelden voor de geheele geteisterde streek van Californië. De ervaringen zijn in hoofdzaak, zooals ik reeds zeide, dezelfde als te San Francisco, en zelfs een leek kan op verschillende punten overeenkomst waarnemen. Zoo kan ik de City Hall der hoofdstad met de Library van Stanford University vergelijken. Beiden hebben een koepel op een ijzeren geraamte en in beiden staat die koepel nog, na geweldig geschud en gewrongen te zijn. Maar de stalen bouwbood weerstand, terwijl de andere gedeelten instortten. Zoo is het in San Francisco met al de reuzengebouwen, de zoogenaamde skyscrapers. Zeker hebben zij geducht gezwiept en moet het voor de bewoners der bovenverdiepingen een benauwd gevoel geweest zijn, te denken dat het geheele gebouw wel eens rechts of links op den grond kon vallen. Maar ze hielden allen stand, tot dat zij later een prooi der vlammen werden.Vergelijkt men daarmede den hoogen fabrieksschoorsteen van de gebouwen voor de ingenieurswetenschap, die als een dubbele lijn van de volle lengte van het uitwendige Quadrangle daarachter geplaatst zijn. Die schoorsteen is ook heen en weer geschud. Eerst viel daarbij zijn top naar de zijde van het Quadrangle, daarna viel de rest van zijn bovenste helft naar de andere zijde omlaag. Beide deelen vielen door de daken der aangrenzende machinezalen en vernielden deze natuurlijk ten eenenmale. De schoorsteen had geen stalen geraamte, maar het is de vraag of zij daardoor voldoende zou kunnen beveiligd worden, om wel te buigen maar niet te breken. Zou de Eiffeltoren, zoo hij in San Francisco of te Palo Alto gestaan had, er ongeschonden afgekomen zijn?Nadat wij alle gebouwen zoo volledig mogelijk gezien hadden, reed President Jordan met den heer Dudley, hoogleeraar in de botanie aan de Universiteit en met mij een deel der uitgestrekte goederen van de stichting rond. Boomen en planten zijn nergens beschadigd; een boomstam is en blijft een voor den mensch onbereikbaar model van bouwkunst, dat alleen door een bamboeshalm overtroffen wordt. Stel u een toren voor als een bamboeshalm, geen halve meter dik en hooger dan de hoogste huizen. De wind kan hem ter aarde buigen, maar in volle elasticiteit stijgt hij later weer hemelhoog op. Wat mij op dien rit het meeste trof was het woonhuis van mevrouw Stanford. Bij mijn vorig bezoek was ik daar even eervol als hartelijk ontvangen, en had ik aangezeten aan den rijken disch van eene der rijksten in Amerika. De kamer waarin wij aanzaten was geheel vernield, geen deel van den muur was overgebleven, alles was eenvoudig door den vloer heen in de kelderruimte verdwenen. Niets van al die heerlijke luxe, van die rijke kunstverzameling was gered. Het overige deel van het huis stond nog, maar vol barsten, die van boven naar beneden gingen, en die zoo wijd gaapten, dat een herstel onmogelijk was. Het was de wensch van den heer en mevrouw Stanford, dat dit paleis later de trotsche zetel van den president der Universiteit zou zijn, maar het heeft zoo niet mogen zijn. Tijdens mijn bezoek was men bezig met te schoren en te sloopen, teneinde een verdere instorting te voorkomen.Niemand heeft den moed verloren. De herbouw der Universiteit is gesteld in handen van de hoogleeraren in de bouwvakken, die mannen zijn met een groote practische ervaring. Zij verzamelen de gegevens van de ramp tot in alle bizonderheden, en werken nauwkeurig het stelsel uit waarnaar zij willen bouwen. Voor elk bizonder geval zijn er een of meer overeenkomstige aan te wijzen, waardoor men zich kan laten leiden. Zandsteen en geen gebakken steen, geen metselkalk maar cement, aanéén gorden van alle deelen van een gebouw met stalen balken en een scherp waken tegen oneerlijke bezuinigingen zijn de hoofdpunten. Het zal natuurlijk jaren duren voor dat alles hersteld is, maar men rekent er vast op, dat een volgende aardbeving de geheele Universiteit zal vinden in den toestand, waarin deze de gebouwen van het inwendige Quadrangle vond. Schoorsteenen zullen vallen en pleisterwerk zal losbreken, enkele muren zullen scheuren, maar daartoe zal de schade zich moeten beperken. En misschien ontdekt men tegen deze kleinere bezwaren intusschen ook nog wel afdoende middelen.En ten slotte: een universiteit bestaat uit de hoogleeraren en de studenten en niet uit de steenen gebouwen. In dit opzicht is Stanford’s roem geheel ongeschonden gebleven.Santa Rosa.Santa Rosa ligt 30 mijlen ten oosten van de scheur, waarvan het ontstaan de aardbeving van 18 April heeft veroorzaakt. Voor zoover het uit steenen huizen bestond, is het daarbij verwoest.Het stadje is de hoofdplaats van Sonoma County en telt een bevolking van 10.000 zielen. Gedurende de 5/4 minuut dat de schokken duurden, zijn alle steenen gebouwen ingestort en ruim 100 personen gedood. In het midden der stad stond het County house, uit drie verdiepingen bestaande, waarboven een toren met koepeldak uitstak. Het gebouw is zóó geschud, dat de toren en de bovenste verdieping geheel omlaag gevallen zijn, ten deele in de lagere verdiepingen en ten deele op het cementen trottoir rondom het gebouw. In dit laatste ziet men overal nog de beschadigingen, ofschoon alle puin buiten het gebouw weggehaald is. De muren der beide onderste verdiepingen staan nog, even zoo de trappen, maar zij zijn overal geweldig gescheurd, de ruiten gebroken en het binnenwerk vernield. Enkele kamers zijn voorloopig weer hersteld en in gebruik genomen, en naast het gebouw is een barak opgericht, waarin de bureaux tijdelijk geplaatst zijn. Het is een droevig en ontmoedigend gezicht.Maar veel verschrikkelijker is de toestand rondom dit centrale gebouw. Het binnen-gedeelte van de stad, de kantoren en winkels omvattende, was van gebakken steen gebouwd, ongeveer op dezelfde wijze als onze steden. De huizen hadden drie en meer verdiepingen en sloten dicht aaneen. Gebouwen met een ijzeren geraamte, zooals te San Francisco en elders, waren er slechts weinige, onder welke de bankgebouwen genoemd mogen worden. Dit geheele gedeelte is in een ruïne veranderd, al de muren zijn ingestort. Overal staan nog stukken van muren, meest niet meer dan een verdieping hoog. Alle straten lagen vol puin, en daar nagenoeg alle winkels vernield waren, dreigde er spoedig gebrek. De hotels en theaters deelden in de ramp, evenzoo het post- en telegraaf-bureau, waardoor de communicatie met de buitenwereld voor geruimen tijd afgesneden was. Treinen met vluchtelingen uit San Francisco kwamen te Santa Rosa aan, voordat het mogelijk was daarheenbericht te zenden dat de kleine stad nog erger getroffen was dan de hoofdstad.In tegenstelling met San Francisco heeft de aardbeving hier de buizen en pijpen der waterleiding niet gebroken. Er was dus voldoende water voor het blusschen der branden, ofschoon menige brandkraan natuurlijk onder het puin bedolven was. Er waren drie brandspuiten, die gelukkig ongedeerd gebleven waren. Overal braken branden uit, een twaalftal tegelijk, maar in den loop van drie uren gelukte het deze tot kleine afmetingen te beperken en te blusschen. Slechts op ééne plaats, op de grens van het onheil, zag ik in Juni nog een gebouw waarvan de gevel door de vlammen geblakerd was.Het Court-house, het centrale gebouw van Santa Rosa na de aardbeving. De bovenverdieping is binnen in het gebouw omlaag gestort.Het Court-house, het centrale gebouw van Santa Rosa na de aardbeving. De bovenverdieping is binnen in het gebouw omlaag gestort.Het steenen gedeelte der stad is omstreeks 3000 voet lang en 600 voet breed. De schade wordt berekend op 4 millioen dollars. Rondom dit centrum strekt zich de stad vrij ver uit, maar bestaat uit de woonhuizen of residences. Dit zijn houten gebouwen op een gemetseld fondament en elk afzonderlijk staande, door een tuintje omgeven. In dit gedeelte is de schade zeer gering geweest. De schoorsteenen zijn vlak aan het dak afgebroken en daarop geworpen. In enkele gevallen, waar het dak slecht gebouwd was, zijn zij er door heen gevallen en is plaatselijk nog al schade aangericht.In de kamer waar ik zit te schrijven, in een dier woonhuizen aan Mendocino-street, was het behangsel op den muur geplakt, zooals hier de gewoonte is. Dit behangsel is geheel verscheurd. Groote scheuren loopen in verschillende richtingen over de muren, en nu eens zijn de scheuren een vingerbreed open, dan weer zijn de beide randen min of meer over elkaar geschoven. Zoo is het ook in de andere kamers van dit huis en in de meeste overige huizen. Ook de plafonds zijn dikwijls op erge wijze gescheurd. De huizen zijn opgetild en weer neergezet, daarbij tijdelijk scheef geplaatst en weer rechtop gebracht; en zij moeten tamelijk hevig gebogen en gewrongen geworden zijn, en de scheuren zijn daarvan het gevolg. In een kamer, die sedert de aardbeving nog niet opgeruimd was, zag ik de platen en schilderijen aan den muur scheef hangen, allerlei voorwerpen van de tafel en uit de open kasten op den grond geworpenenz.Maar het is een zeer belangrijk feit, dat bijna alle houten huizen geheel bewoonbaar gebleven zijn, terwijl alle steenen gebouwen vernield werden. Ook houten kerken met hun torens leden nagenoeg geen schade. Dat midden in de gespaarde wijken hier en daar een slecht gebouwd houten huis instortte en met den grond gelijk gemaakt werd, kan ternauwernood verwondering baren. Eén huis zag ik, waarvan de gevel afgevallen en het inwendige als een links en rechts gestooten kaartenhuis zigzagsgewijze gebogen was. Het stond te midden van onbeschadigde woningen.Het groote en fraaie hotel St. Rosa, waar ik twee jaar geleden gelogeerd had, gelegen aan de 4estraat, midden in het gemetselde gedeelte der stad, was geheel vernield. Het was vier verdiepingen hoog en zeer soliede gebouwd. Het stortte als een kaartenhuis ineen, terwijl een honderdtal gasten er in woonden. Velen werden in de ruïnen ingesloten en later met moeite gered, anderen werden zonder letsel op straat geschoven. Toch is het hotel nu reeds weer in werking. Alle puin is verwijderd, alle binnenmuren zijn met den grond gelijk gemaakt. Een houten geraamte van één verdieping hoog is opgericht, en de ruimte is door zeildoek in kamertjes zonder dak en in gangen verdeeld. Voor een kleine honderd gasten is weer gelegenheid om gehuisvest te worden, terwijl keuken, eetzaal, bureau en zitkamers op dezelfde wijze ingericht zijn. Alles staat op een nieuwen houten vloer en is door een groote tent van zeildoek overdekt. Natuurlijk hebben die binnenwanden hier en daar reten en gaten en wordt het onder die tent zeer warm of zeer vochtig, al naar gelang van het weer, maar de zaken gaan door, en dat is de hoofdzaak.Santa Rosa na de aardbeving van 18 April 1906.Santa Rosa na de aardbeving van 18 April 1906.Vele daken en muren in de stad waren van gegolfd plaatijzer gemaakt. Dit materiaal is wel sterk gescheurd, doch grootendeelsbruikbaargebleven. De achtermuur van het tijdelijk hotel St. Rosa is er nu van gemaakt, en overal elders zag ik het voor muren en daken van tijdelijke inrichtingen in gebruik.Want met bewonderenswaardigen moed en verbazende snelheid hebben de inwoners in die twee maanden de stad zoover hersteld dat de zaken gewoon door kunnen gaan en met den herbouw kan begonnen worden. Het puin is opgeruimd, zoover het verkeer dit eischt. Hoopen steenen en groote stapels afgebikte steenen vindt men natuurlijk overal langs de straten, evenals bouwafval en nieuwe bouwmaterialen tusschen de trottoirs en den rijweg liggen.De winkels en kantoren zijn tijdelijk in houten schuren geplaatst. Deze zijn opgericht op de plaats der huizen, langs de straat, zoodat men tijdelijke drukke winkelstraten overal tusschen de puinhoopen vindt. Honderden zulke winkels zag ik er; het maakte den indruk alsof nagenoeg alle zaken weer loopende waren. In den regel zijn de muren tot op den grond geslecht en is op de fondamenten de houten vloer zorgvuldig gelegd, terwijl daarop de schuur zoo los mogelijk is opgebouwd. Veelal is daarbij van den afval gebruik gemaakt, en waar nog muren stonden ziet men de barakken gedeeltelijk daar binnen, gedeeltelijk daartegen aangeleund, of is ook op de oude muren een tijdelijk dak geplaatst, zoodat de oude ruimte weer voor winkel kan dienen.Afgezien van de verwoesting der huizen en gebouwen, kan men in de stad van de aardbeving als natuurverschijnsel zoo goed als niets meer zien. Hier en daar zijn de trottoirs gebroken en opgetild, ofschuttingen schuin geplaatst. De geloofwaardigheid der verhalen die men mij deed, is natuurlijk door de Amerikaansche wijze van vertellen en verslaggeven beperkt; het meest trof mij het bericht van iemand die tijdens de aardbeving op den spoorweg geweest was en den weg in voortloopende golven had zien gebogen worden. Dit komt overeen met de buigingen, die hier en daar ook na de aardbeving zichtbaar gebleven zijn. Verder is de meening algemeen, dat de beide eerste, hardste schokken in richtingen loodrecht op elkaar plaats vonden, terwijl daarna een draaiende beweging plaats vond. De juistheid van dit bericht wordt door de seismographische opteekeningen bevestigd.Op de kweekerij van den heer Burbank te Sebastopol had ik de gelegenheid de grondverschuivingen en barsten te zien, die het gevolg der aardbeving waren. Rondom Santa Rosa was de grond toen overal vol barsten, die meest een paar voeten breed en zelden dieper dan een meter waren. Zulke barsten waren soms een halve mijl lang en liepen soms langs, soms dwars over de wegen. Hier en daar was dan een gedeelte van een weg zijwaarts uitgebogen, en deze verschuiving was klaarblijkelijk de oorzaak van de barst aan de eene zijde. De meeste barsten waren natuurlijk allengs weer aangevuld en vereffend, maar eenige kon ik toch nog in hun oorspronkelijken staat zien. De schokken van de aardbeving hebben in horizontale richting plaats gevonden, en men kan dus gemakkelijk begrijpen dat de grond nu eens in die richting samengeperst en dan weer uitgerekt werd. Het samenpersen kan tot tijdelijke golven en opheffingen aanleiding gegeven hebben, terwijl het uitrekken overal scheuren moet hebben doen ontstaan daar, waar de grond niet stevig of meegaande genoeg was om aan de beweging weerstand te bieden of haar te volgen. Het is verbazend dat de cementen trottoirs in de stad van die bewegingen zoo goed als geen, schade geleden hebben.De kweekerij van Burbank te Sebastopol ligt grootendeels op de helling van een heuvel, maar de graad van helling verschilt op de verschillende plaatsen. De landweg stijgt vrijwel recht tegen de helling op, en van den ingang der kweekerij naar het huis, dat ongeveer in het midden ligt, loopt een rijweg, die aan beide zijden begrensd is door culturen van bloemgewassen die op lange rijen, even lang als de weg en evenwijdig aan dezen, geplant waren. Dit gedeelte van den grond was bergafwaarts over ruim een meter verschoven, terwijl aan de bovenzijde der afschuiving talrijke barsten ontstaan waren en aan de onderzijde de grond ineen en omhoog gedrukt was. De rijweg was daarbij zoo beschadigd, dat men hem niet berijden kon, en de barsten waren zoo talrijk dat het niet mogelijk was, de paarden voor den ploeg er over te laten gaan, om den grond te herstellen. Het verschoven stuk grond was meer dan honderd meters lang en breed.De planten waren half April in vollen groei en konden dus niet meer verplant worden. Vandaar dat de gebogen en gescheurde rijen nu duidelijk te zien waren. Op een plaats was een houten waterput; deze was, vrij wel zonder beschadiging, over bijna 1½ meter bergafwaarts verplaatst. Dit was het punt van de grootste verschuiving en hier waren de rijen midden door gebroken en was het eene deel naast de breukplaats sterker verschoven dan het andere. Van een der einden der rij ziende, zag men haar in haar midden doorgebroken en over een meter of meer verplaatst. Breede rijen van Shasta-daisies, vol in bloei, toonden dit merkwaardige verschijnsel. Iets minder was de breuk en de verschuiving in de rijen van Gladiolus. In het lagere deel waren de rijen niet gebroken maar bergafwaarts uitgebogen. In zoodanige rijen van Lobelia cardinalis kon ik duidelijk zien, dat de verplaatsing in het midden ook omstreeks een meter bedragen had; naar de uiteinden nam zij zeer langzaam af.Op mijn vraag of de ondergrond misschien rotsachtig was, en of de bouwgrond daarover omlaag kon gegleden zijn, kreeg ik ten antwoord, dat er tot op tientallen van meters diepte geen rotsgrond aanwezig was, maar dat alles kleiachtig zand was. Het was dezelfde grond als waarop Santa Rosa gebouwd is. Het is zeer merkwaardig, dat de beschadigingen meestal in de dalen en valleien hebben plaats gevonden, waar de grond zoo niet alluviaal, dan toch van dezelfde losse structuur is, terwijl de bergen weinig schijnen geleden te hebben. Eigenlijke bergafschuivingen schijnt de aardbeving niet te hebben veroorzaakt.Tusschen de rijen van het verschoven gedeelte was den vorigen dag geploegd, en moest den volgenden dag de grond vlak geëgd worden. Maar de aardbeving had alles zoo geschud, dat de voren verdwenen, de grond gelijkgemaakt en het onkruid bedolven was. Het eggen was dus niet noodig. Dit heeft mij 35 dollars arbeidsloon bespaard, zeide Burbank, en dat bedrag dekt ongeveer de schade aan den weg en aan het huisje berokkend.Zeer merkwaardig is, dat geen enkele plant, heester of boom door de aardbeving beschadigd werd. Zoo zag ik het op Burbank’s kweekerij en langs de straten en in de huizen van Santa Rosa en Sebastopol, en ooggetuigen bevestigden dit opvallend feit. Zij zijn klaarblijkelijk beter gebouwd dan de beste woonhuizen der stad.Overeenkomstige verschijnselen als te San Francisco, Palo Alto en Santa Rosa heb ik ook te San José en elders kunnen waarnemen. Maar de indruk is overal dezelfde en ik zou vreezen in herhalingen te vervallen. De aardbeving werkt volgens zeer eenvoudige beginselen, hoewel met geweldige kracht. De gevolgen der werking laten zich niet alleen betreuren maar ook begrijpen, en een grondige studie leidt tot de kennis van de middelen en wegen, die bij een volgende aardbeving de materieele schade zoo klein mogelijk kunnen doen zijn. De Californiërs wanhopen dan ook niet en bouwen met vollen moed hun steden op dezelfde plaatsen weer op. Maar zij voorzien hun steenen gebouwen van stalen geraamten en maken ze tegen de schokken en trillingen even bestand als de rotsen zelve zijn.Doodendal in CaliforniëEen reiziger in het woestijngebied van Californië deelt een en ander mee over de groote ellende, die er wordt geleden in de water- en plantenarme streken van Californië. Hij, Walter V. Woelhke uit San Bernardino, vertelt als volgt:Onze cavalcade trok langzaam langs een rotswand, die de gloeiende zonnestralen met dubbele kracht terugkaatste. De thermometer aan den schaduwkant van den wagen wees een temperatuur van 45° C. (113° F.). Het fijne, alkalihoudende stof, door de vier-en-twintig met schuim bedekte, hoestende muildieren opgeworpen, had alles met een gele laag bedekt, onze kleederen doortrokken en zich in neus en mond afgezet; zijn bijtende werking verscherpte den brandenden dorst, die door het lauwwarme water, dat al twee dagen mee gevoerd werd, niet kon gelescht worden. Zonder schaduw, zonder water, zonder planten, levenloos en troosteloos strekte zich de geelwitte vlakte tusschen de grijsblauwe bergketenen uit. Hoog boven de toppen, een donker punt vormend tegen den harden, stalen hemel, zweefde in wijde kringen een aasgier. Slechts het knallen van de zweep, die nu en dan de muildieren om de ooren zwiepte, verbrak de stilte.
De kerk der Stanford-Universiteit, vóór de aardbeving.De kerk der Stanford-Universiteit, vóór de aardbeving.
De kerk der Stanford-Universiteit, vóór de aardbeving.
De kerk der Stanford-Universiteit, vóór de aardbeving.
Al deze rampen hebben echter aan de Universiteit een zeer duidelijke vingerwijzing gegeven omtrent de waarde van verschillende wijzen van bouwen. Een aardbeving is rechtvaardig, maar een brand is onrechtvaardig, zeide President Jordan toen ik hem in Juli bezocht. De aardbeving spaart wat goed is en vernielt wat slecht is, maar een brand tast alle huizen en gebouwen zonder onderscheid aan. Wat goed gebouwd was,d.w.z.overeenkomstig met de ervaringen bij vroegere aardbevingen opgedaan, heeft op 18 April weerstand geboden, maar wat uit zuinigheid minder deugdelijk opgetrokken was, is terneergeworpen of zoo gebroken, dat de kosten van het herstellen veel hooger zullen zijn dan de sommen, die men bij den bouw meende te kunnen besparen. Deze ervaring is geheel dezelfde als die men ook te San Francisco en elders opgedaan heeft; maar nergens zijn de feiten zoo sprekend en zoo eenvoudig en onweerlegbaar als hier.
Palo Alto en de Stanford-universiteit liggen veel dichter bij de barst, die de aardbeving veroorzaakt heeft, dan San Francisco en Santa Rosa. Van het campus uit ziet men, in het westen, het Santa Cruz-gebergte zich als een lange lijn van noord naar zuid uitstrekken. De barst loopt langs den voet van dit gebergte aan de zijde van Palo Alto door een smal dal. Tusschen dit dal en de Universiteit ligt een reeks van lage heuvels, die voor een groot deel tot het grondgebied der stichting behooren. De afstand van de Universiteit tot de barst is slechts 4½ mijl. De grond waarop de hoogeschool en destad liggen is bijna vlak en daalt in zeer zachte helling van de heuvels in het westen naar de golf van San Francisco in het oosten. Deze is zoo dicht bij, dat men het blauwe water van verschillende punten zien kan. De grond is dus aangeslibd, een vrij vaste klei vormende, zooals die hier algemeen voorkomt en onder den spaanschen naam van adobe bekend is. Het is dezelfde klei, waarvan in de regenlooze woestijnstreken de lage huizen der Mexicanen gebouwd worden, zonder dat de klei gebakken wordt. In zulk een grond plant zich de aardbeving als machtige golven voort, die niet kort en scherp stooten als op rotsgrond, maar langzaam en krachtig de gebouwen heen en weer schudden. Hoe zij werken kon men het duidelijkst aan de boomen op het campus zien. Zoolang als de schokken duurden werden deze heen en weer geslingerd en nu eens naar rechts, dan weer naar links met hun takken ter aarde gebogen. Daarbij bewogen zij zich niet allen in een zelfde tempo, maar terwijl de een naar het oosten boog, kromde een ander zich naar het westen, en weer andere in andere richtingen. De boomen leden daarbij hoegenaamd geen schade; het is onbegrijpelijk hoe buigzaam enelastischzij onder de werking van zulke groote krachten zijn. Op de barst zelve zijn, in het Santa Cruz-gebergte, een aantal boomen gebroken en neergeveld, ook van de reuzen van het gebergte, de Sequoia sempervirens. Zij werden nu eens van onderen af opgescheurd, dan weer onttopt, of ook midden doorgebroken, maar dit was natuurlijk een gevolg van den dubbelen stoot, die ze tegelijkertijd in twee tegenovergestelde richtingen trachtte te verplaatsen.
De bibliotheek der Stanford-Universiteit na de aardbeving.De bibliotheek der Stanford-Universiteit na de aardbeving.
De bibliotheek der Stanford-Universiteit na de aardbeving.
De bibliotheek der Stanford-Universiteit na de aardbeving.
De trillingen of golven in deaardkorst, die het gevolg van het plotseling openscheuren en de daarmede gepaard gaande verschuiving van de randen der barst zijn, vormen wat men gewoonlijk de aardbeving noemt. Men kan zich voorstellen dat die golven zich van de scheur af zijwaarts voortplanten, maar ook van elk punt der scheur in schuine en schuinere richtingen. Die welke rechtstreeks van de scheur kwamen gedroegen zich als gewone onschadelijke aardbevingen, en al wie op dit gebied voldoende ervaring had, meende aanvankelijk met zulk een goedig geval te doen te hebben. Maar de golven die in schuine richting aankomen, loopen natuurlijk tegen elkander in, waarbij zij elkander kunnen opheffen of versterken, of wel te zamen tot een snel draaiende beweging aanleiding geven. Deze opvatting komt in hoofdzaak, hoewel niet geheel, met de vroeger besproken seismographische aanteekeningen overeen; ik geef haar zooals zij mij werd medegedeeld. Aan de draaiende beweging werd vooral de vernielende werking van deze aardbeving toegeschreven. In het huis van President Jordan, dat op de grens van de groote groep van gebouwen ligt, scheen het alsof de natuur trachtte het houten huis rondom de steenen schoorsteenen te wringen. Het hout gaf toe en liet zich buigen, en de bouw was stevig genoeg om alles in één te houden. Maar het pleister werd afgewrongenen gebarsten, vooral dat van de schoorsteenen maar ook over groote gedeelten der kamerwanden. Boeken werden uit hun kasten naar het midden der kamer geworpen; daarop kwamen de vazen, borden en ander aardewerk terecht, die rondom de wanden sierden, en zij vielen zoo zacht op de boeken, dat er betrekkelijk slechts weinig van gebroken werd. Maar ook meubels werden naar het midden geslingerd; in een vertrek viel zelfs de piano voorover. Schilderijen en platen die aan koorden hingen, slingerden in de korte oogenblikken dat de muur schuin stond; soms draaiden zij daarbij om en kwamen met hun voorzijde tegen den muur weer op hun oude plaats terecht. Alles toonde later nog aan dat de draaiende en heen en weergaande bewegingen, die men in die lange minuut meende gezien te hebben, ook werkelijk zoo hadden plaats gevonden.
Het is natuurlijk niet mogelijk, de waargenomen verschijnselen in alle bizonderheden te verklaren. Van een rij van aarden kannen werden enkele omlaag geworpen, terwijl andere onbeschadigd op hun plaats terug kwamen. In de kelderverdieping van het zoölogisch laboratorium zijn de rijke verzamelingen van visschen uit alle werelddeelen, die Prof. Jordan voor zijn studiën over de oorzaken der geographische verspreiding in den loop van vele jaren bijeengebracht heeft, op houten rekken als in een bibliotheek geplaatst. Elke vischsoort, en de exemplaren van elke vindplaats zijn in een flesch gebracht en worden hierin in spiritus bewaard. Van die flesschen waren er een groot aantal op den grond gevallen en gebroken, maar andere flesschen, op hetzelfde rek en op de zelfde plank, waren niet merkbaar van hun plaats geweken. Volkomen grillig had de aardbeving sommige soorten trachten te vernielen en andere gespaard. Soms lagen de flesschen naast elkaar op den grond, gebroken, doch met den inhoud nog er in of erbij, zoodat elke visch weer bij zijn etiquette terecht gebracht kon worden. Soms echter lag alles zoo wanhopig dooreen, dat men, om ze niet te laten bederven, eenvoudig den heelen hoop der visschen met al hun etiquetten dooréén, samen voorloopig in een groote flesch in spiritus gebracht had. Gelukkig trof dit noodlot vooral de verzameling van gedetermineerd en volledig beschreven materiaal, zoodat door raadplegen van de beschrijving, elk exemplaar weer terecht gebracht kan worden. In een andere kamer stonden echter de nog onbeschreven visschen, en hier zal het in vele gevallen wellicht niet mogelijk zijn, voor elk exemplaar het bijbehoorend etiquette, waarop de vindplaats vermeld is, terug te vinden.
Deze grilligheid, die in zulk een verzameling zoo zeer in het oog loopt, vindt men nu overal in de gebouwen terug. In groote trekken is er geen twijfel aan, dat de graad van soliditeit beslist, en men kan dit tot in vele bizonderheden aantoonen. Maar ten slotte staat men altijd voor de vraag, waarom een bepaalde boog gebroken is, terwijl zijn buren heel bleven, of waarom uit een gevel juist dit stuk uitgevallen is, en niet het aangrenzende. Al die bijzonderheden behooren als onderdeelen van het geheele beeld opgemerkt te worden, maar tot de verklaring der verschijnselen dragen zij niet bij.
De Universiteit is oorspronkelijk, omstreeks het jaar 1890, gebouwd als een langwerpig vierkant van gebouwen. De geheele groep omgeeft, in een dubbele rij, een plein van dien vorm. De gebouwen wier gevel naar het plein is toegekeerd, vormen het inwendig Quadrangle: daar rondom staat het uitwendig Quadrangle met de gevels naar buiten gekeerd. Beide gevelfronten zijn rondom gevormd door een zuilengalerij in Spaanschen stijl, en de gebouwen zelve zijn, met eenige uitzonderingen, slechts één verdieping hoog. Deze oorspronkelijke gebouwen zijn, volgens de plannen van den heer Stanford en onder diens toezicht, hoogst soliede gemaakt, en hebben dan ook zoo goed als geen schade geleden. Daarbij moet natuurlijk afgezien worden van het pleisterwerk, dat overal gebroken en gebarsten is, en van enkele schoorsteenen.
De geheele Universiteit is gebouwd van zandsteen, zooals die hier in den omtrek gevonden wordt en onder den naam van San Jose-zandsteen bekend is. Het is een mooi, grijsgeel gesteente. Het wordt voor de binnenzijde der muren meest glad afgehouwen, maar aan de buitenzijde ruw gelaten, waardoor een zeer bepaalde indruk van het geheel verkregen wordt. De oude gebouwen waren gemaakt van steenen, die elk zoo dik waren als de geheele muur, en die met cement aan elkaar waren bevestigd. Deze methode bleek dus zoo volkomen te voldoen, als men tijdens den bouw verwacht had. Wel is het een dure bouwwijze, en om haar goed te doen uitvoeren, heeft men de werken in eigen beheer genomen. Mochten de kosten bezwaar maken, dan bestreed de heer Stanford dit steeds met de woorden: “Reken op een aardbeving.”
De galerij van arcaden, die rondom het plein en rondom het buitenste vierkant der gebouwen, telkens als één geheel doorloopt, is niet geheel zonder schade ontkomen, ofschoon zij op dezelfde wijze gebouwd was. Maar de bogen rusten natuurlijk op zuilen, die op afstanden van elkander staan, en dit kan op zich zelf ternauwernood als een hooge graad van soliditeit beschouwd worden. Daarenboven waren de bogen niet aan de gebouwen verbonden, maar stonden zij feitelijk los; het dak der galerij is van hout gemaakt, dat eenvoudig op de beide muren rust, zonder ze op eenige wijze soliede te verbinden. Op ééne plaats,n.l.achter de kerk, waar deze galerij over een lengte van een groot aantal bogen geheel zonder gebouw was, zijn de bogen allen omgeworpen, maar overigens zijn zij zoo goed als volkomen gespaard geworden. Toch werden zij door de aardbeving in lange golven opgetild en weer neer gezet, en bedroeg de verplaatsing daarbij, zoover men na kon gaan, ongeveer 5–10c.M.Hier en daar is daardoor een boog opengebarsten, en het kon voorkomen dat een of twee der wigvormige steenen, waaruit zulk een boog pleegt te bestaan, losraakten en tijdens de optilling omlaag schoven. Dan bleven zij zoo zitten, nu eens meer, dan weer minder naar onderentusschenhun buren uitstekend. Aan een aantal bogen heb ik dit gezien, en dan liep natuurlijk een barst van den verschoven steen door de muur boven de boog omhoog.
Het merkwaardigste echter gedroegen zich de bogen tusschen het inwendige Quadrangle en het Memorial Court, dat van den Memorial Arch daarheenleidt. Het zijn één middenboog en twee kleinere zijbogen, en dit zoowel links als rechts van het pad dat tusschen de beide pleinen doorloopt. Elke boog rust op een vier-dubbele zuil van bijna manshoogte; de twee middelste zijn telkens vierkant, doch de beide buitenste rond. Aan den boog en aan hun voetstuk waren ze met cement verbonden. De aardbeving, die in golven over het terrein trok, heeft daarbij deze bogen opgetild en neergelaten, of misschien wel onder hen den grond omlaag getrokken en weer omhoog geschoven. Het gevolg was, dat de bogen van hun zuilen losbraken. Nu eens scheurde het cement boven een zuil en dan bleef deze staan; dan weer onder een zuil, zoodat deze bleef hangen. Maar bij een aantal zuilen brak het cement aan beide einden door. Dan begon de zuil om te vallen, terwijl de boog van haar weggetild werd. Doch alles ging uiterst snel, en voor dat de zuil meer dan duidelijk in een schuinen stand geraakt was, daalde de boog en klemde hij de zuil in dien stand vast. De geweldige schok brak de kanten waar de aanraking begon en schilferde soms groote stukken van den zandsteen af. Met de grootste belangstelling ging ik deze standen na, geholpen door de aanwijzingen van President Jordan. Niets was nog hersteld en men kon alles duidelijk zien, zoowel de een handbreed uit hun oude plaats verschoven zuilen als het losgebroken cement, de afgespleten schilfers. Alles stond en rustte op elkaar, maar bijna niets stond precies op zijn plaats. Meer dan door de grove verwoestingen werd ik door deze fijne verschijnselen getroffen, door de geweldige krachten die noodig moeten zijn om zulke veranderingen teweeg te brengen en door den solieden bouw van de bogen en de muur daarboven, die dit alles doorstaan hadden zonder te bezwijken, ja zonder zichtbare barsten te vertoonen. Toch waren deze muurstukken zoolang als het Memorial Court breed is; de middelste boog was even breed als de groote boog van den Memorial Arch.
De ingang tot den Memorial Court, en daarmede tot de geheele Universiteit wordt gevormd door den Memorial Arch, een poort, die in hoogte voor den Arc de l’Étoile onderdoet, maar die door haar massieve vormen, haar harmonie met de omgeving en de sober maar trots aangebrachte versieringen den diepsten indruk op mij maakte. Van dat schoone geheel, dat ik voor twee jaren zoo zeer bewonderde, stond nu nog slechts een onherstelbare ruïne. De boog zelve en de beide vierkante gebouwen waarop zij rustte, stond nog; zij waren in den zelfden stijl opgetrokken als de overige oude gebouwen van het Quadrangle. Maar boven den boog was een fries geplaatst, de ontwikkeling der beschaving op deze aarde in haar beteekenis voor Amerika en haar kroning door de stichting dezer Universiteit voorstellende. Daarboven was een even hooge zuilengalerij en dan volgde weer een kapiteel. Die zuilengalerij omgaf een groote zaal; zij is door de aardbeving geheel omlaag geworpen, deels in de zaal, deels achter en naast den boog vallende. De breuk ging vlak boven het fries langs en daardoor zijn de hoofden van bijna al deze levensgroote figuren min of meer onherstelbaar beschadigd geworden. Naar die zaal geleidden twee trappen, van buiten aan de raampjes kenbaar. Langs deze lijnen is het gebouw van boven tot iets dieper dan halverhoogte opengescheurd met wijde barsten. De losgeraakte buitenmuren stonden zóó wankel, dat men ze voorloopig met ijzeren kabels aan het gebouw bevestigd heeft, in afwachting der latere afbraak. Het is niet onbelangrijk de verklaring van de werking der aardbeving op den boog te lezen in een beschrijving, die daarvan in 1903 in het blad Palo Alto Live-Oak gegeven werd, dus langen tijd vóór de aardbeving. Men leest er: “Het metselwerk is massief tot aan den top van den boog, met uitzondering van de groote zaal in het bovengedeelte en van de trappen die daarheen geleiden”. Juist deze uitgezonderde gedeelten hebben geleden, het overige niet.
Het is een treurig gezicht het fraaie allegorische fries met zijn tallooze relief-figuren die rondom het gebouw een grooten optocht vormen, in dezen toestand te zien. Aan de voorzijde, midden boven den ingang, staat de Beschaving, het begin en het eind van den optocht. Eerst komt de ontwikkeling van het menschdom vóór Columbus in enkele forsche figuren, dan de ontdekking van Amerika en de snelle groei der Vereenigde Staten. Een hoofdaandeel daaraan hebben de spoorwegen en onder deze vooral de eerste transcontinentale, die door den heer Stanford ontworpen en tot stand gebracht werd. Dit werk, waaraan Californië zijn bloei te danken heeft, is tevens een der voornaamste bronnen geweest van de schatten, waarmede de heer Stanford deze Universiteit stichtte. Men verhaalt dat Stanford, toen hij het denkbeeld van een lijn dwars door de RockyMountainsopgevat had, stuitte op onoverkomelijke bezwaren van de zijde der ingenieurs. Toen besloot hij door te zetten, en begaf zich met zijne vrouw naar de streek, om deze met haar te paard door te trekken tot hij de lijn zou gevonden hebben, waarlangs de spoorweg kon en moest gaan. Tehuis gekomen liet hij zijn reisjournaal uitwerken, en waar hij eenzaam reed door woeste streken en met de hoop op een wellicht verre toekomst, rijden thans millioenen in de Pullman-cars met snelle vaart van het dicht bevolkte oosten naar het land der onafzienbare productie. Men ziet op de fries de echtgenooten te paard in het woeste rotsgebergte, gevolgd door werkvolk dat de rotsen doorhakt en door een locomotief. Midden door deze groep gaat helaas de groote barst, die nu een meer dan een meter wijde gaping is. Het schoone en imposante is verdwenen en herstel zoo goed als niet mogelijk, men zou bijna een geheel nieuwe Arch moeten optrekken. Het is een droevig denkbeeld dat juist de beide groote monumenten, de boog en de kerk, die de ouders voor hun geliefden zoon hebben opgericht, door deze aardbeving zoo volkomen zijn getroffen.
Want ook de kerk is ter neergeworpen, ofschoon gelukkig niet zoo, dat zij niet zou kunnen hersteld worden. Zij is in kruisvorm opgericht, met korte armen. Boven het midden rustten de koepel en de kerktoren. De muren waren zwaar van zandsteen opgetrokken en soliede gebouwd; zij hebben niet geleden. Zelfs de talrijke beschilderde ramen zijn onbeschadigd gebleven, met uitzondering van enkele, door vallend puin gebroken ruiten. De koepel had een stalen geraamte,was goed met de muren verbonden en goed gebouwd. Ook zij bood weerstand. Maar de toren daarboven was van hout, en niet goed met den koepel verbonden. De aardbeving schudde haar los en liet haar midden in de kerk naar beneden vallen. Merkwaardigerwijze werd bij een der eerste zijbewegingen het klokwerk op den stevigen muur van den koepel geschoven en bleef daar staan toen de koepel instortte. Ik zag de vier klokken en het uurwerk, zij waren geheel ongeschonden, behalve de slinger die gebroken was. Op enkele photographiëen ziet men hun massa boven op den torenloozen koepel staan.
Het standbeeld van Agassiz van boven den daarachter zichtbaren fries gevallen en door het vloercement in den grond gedrongen, doch zoo goed als onbeschadigd gebleven.Het standbeeld van Agassiz van boven den daarachter zichtbaren fries gevallen en door het vloercement in den grond gedrongen, doch zoo goed als onbeschadigd gebleven.
Het standbeeld van Agassiz van boven den daarachter zichtbaren fries gevallen en door het vloercement in den grond gedrongen, doch zoo goed als onbeschadigd gebleven.
Het standbeeld van Agassiz van boven den daarachter zichtbaren fries gevallen en door het vloercement in den grond gedrongen, doch zoo goed als onbeschadigd gebleven.
Erger was het echter dat de koepel in de vier hoeken tusschen de daken van het kruis voorzien was van steenen hoektorens die zwaar gebouwd maar met den koepel niet door stalen gordels verbonden waren. De aardbeving behandelde ze als schoorsteenen, slingerde ze heen en weer en wierp ze daarna elk op het dak van een der kruisarmen omlaag. Met groot geweld kwamen zij op die daken, pletterden uiteen, braken het dak door en vielen als een regen van steenblokken en puin in de kerk omlaag. Geen zitplaats werd gespaard. Het gebeurde Woensdagochtend omstreeks vijf uur. De Zondag te voren was Paaschzondag geweest en had de kerk zoo vol gezien, dat geen enkele plaats ledig was. Ware de ramp toen gebeurd, zoo zou een groot deel van de bevolking van Palo Alto en van de Universiteit geweldig getroffen geweest zijn. Trouwens het feit dat de aardbeving op dat vroege uur gebeurde, heb ik in Californië telkens en telkens en overal dankbaar hooren prijzen. Het heeft het verlies aan menschenlevens onbegrijpelijk klein gemaakt.
De val der torens vulde en omhulde de kerk plotseling met een dikke wolk van kalkstof. Het duurde lang, voordat men eigenlijk zien kon wat er gebeurd was. Het orgel was gespaard maar omhuld door de stofwolken. Een der eerste zorgen was, het met doeken zooveel mogelijk tegen verdere stof te beveiligen. Toen ik in Juli de kerk bezocht, was men bezig de orgelpijpen te reinigen, uitwendig en inwendig. Zij moesten daartoe een voor een van hun plaats genomen en hersteld worden, en de organist was bezig daarbij hun tonen te beoordeelen en te zuiveren. Een blik in de kerk toonde de verwoesting. De hoektorens waren hier en daar in groote blokken omlaag en door den vloer gevallen; zelfs ijzeren vloerbalken waren gebogen en verwrongen. Bijna alles was verwoest, en achter het altaar stond de rij der marmeren beelden, grof beschadigd maar nog helder wit in de grauwe omgeving. De ramen waren beiderzijds met planken schotten tegen beschadiging tijdens het weghalen van het puin en het latere opbouwen bedekt, en zoo was ook de vleugel waarin het orgel en het koor waren, beiderzijds door planken schotten afgedekt. Geen zijlicht viel in de kerk, alleen door de gaten in het dak viel het licht in. Alles herinnerde aan Schiller’s woorden in het Lied Von der Glocke, na den brand:
Und des Himmels Wolken schauenHoch hinein.
Und des Himmels Wolken schauenHoch hinein.
Und des Himmels Wolken schauen
Hoch hinein.
Maar in dit zonneland zijn er geen wolken, en de zwaar getroffenen zitten ook niet bedrukt bij hun ondergegane werken neer. Zij zijn vol moed, en overal bezig een nieuwe toekomst op betere grondslagen op te bouwen. Binnen twee maanden moet de nieuwe cursus der Universiteit beginnen en dan zal, verzekerde mij de president, alles zoover hersteld zijn dat alle collegekamers, alle werkzalen der laboratoriën, de geheele boekerij en zelfs een deel der kerk weer in gebruik genomen kunnen worden. Zeker is er eenige vertraging in het herstellingswerk, maar de oorzaak daarvan is gelegen in de moeilijkheid de noodige bouwmaterialen te bekomen, nu San Francisco bijna alles gebruiken kan wat in voorraad is of langs de spoorwegen aangevoerd kan worden. Echter zijn er gebouwen, als de nieuwe boekerij en het nieuwe gymnastiekgebouw, die nagenoeg geheel verwoest zijn, maar nog niet in gebruik genomen waren. Hun balken en steenen leveren nu het materiaal voor het herstel der overige gebouwen.
Van de kerk is ook het fraaie schilderwerk op den voorgevel afgeschud. Boven den ingang was een groot rond beschilderd venster, ter weerszijden waren zuilengangen en kleine schilderwerken, en boven was de geheele driehoek ingenomen door een groot, in goud en kleuren geschilderd tafereel uit het leven van Jezus. Dit gedeelte van den muur is omlaag gevallen en tot gruis verbroken; alleen de inscriptie er onder, welke verklaarde hoe dit alles tot Gods eer en tot aandenken aan den te vroeg gestorven zoon was opgericht, is gebleven. Het is twijfelachtig of de geldmiddelen, in verband met andere eischen, een herstel van dit schilderwerk volgens de nog aanwezige modellen zal toelaten.
Santa Rosa na de aardbeving van 18 April 1906. De houten kerk in de vierde straat bleef ongedeerd.Santa Rosa na de aardbeving van 18 April 1906. De houten kerk in de vierde straat bleef ongedeerd.
Santa Rosa na de aardbeving van 18 April 1906. De houten kerk in de vierde straat bleef ongedeerd.
Santa Rosa na de aardbeving van 18 April 1906. De houten kerk in de vierde straat bleef ongedeerd.
Niet alle gebouwen van het dubbele Quadrangle zijn in den ouden Spaanschen stijl opgetrokken. Integendeel, enkele zijn volgens de nieuwste begrippen uit staal, cement en steen gemaakt. Ook dit beginsel is goed en heeft bijna overal aan de aardbeving weerstand geboden. Schoorsteenen en pleisterwerk en enkele scheuren moeten natuurlijk uitgezonderd worden. Als men vóór de Arch staat, heeft men in het buitenste Quadrangle rechts de gebouwen voor plant- en dierkunde en physiologie, links die voor geschiedenis en talen en de oude boekerij. Zij zijn vierkant opgetrokken, zonder bogen en met talrijke ramen, twee of drie verdiepingen hoog. Maar hun stalen geraamte deed ze stand houden. Toch zijn zij geducht heen en weer geschud, zooals uit het vallen van flesschen met praeparaten, het uitbreken van stukken muur, waar die te zwak waren en uit enkele andere omstandigheden duidelijk blijkt. Zoo was de gevel van het zoölogie-gebouw boven den ingang gesierd met de meer dan levensgroote marmeren beelden van Humboldt en Agassiz. Humboldt bleef staan, maar het uitbouwsel waarop Agassiz stond, brak los. Hij viel, duikelde en drong met zijn hoofd door de cementen stoep in den lossen ondergrond, tot aan zijn ellebogen bedolven wordend. “Natuurlijk”, zei president Jordan tot de studenten die hem bij het beeld brachten, “he has always been a man of deep penetration”. Het beeld werdgephotografeerd, opgegraven, van een stalen balk in zijn inwendige voorzien, om het goed te bevestigen, en weer op zijn plaats gebracht. Het bleek zoo goed als ongeschonden te zijn. Ik zag het staan zooals ik het vóór twee jaren gezien had.
Na het overlijden van den heer Stanford begon zijn weduwe angstig te worden dat zij de voltooiing der gebouwen niet meer beleven zou. Zij wilde daarom den bouw zooveel mogelijk bespoedigen en dus met de beschikbare geldmiddelen zooveel mogelijk tot stand brengen. In plaats van in eigen beheer met dagloonen te werken, ging zij over tot het systeem van aannemen. Het uiterlijk der gebouwen kon precies hetzelfde zijn als dat der overige, zoo zij van gebakken steen gemaakt en met een betrekkelijk dunne laag van zandsteen bekleed werden. De kosten en de duur van het werk zouden daardoor zeer aanzienlijk verminderd worden. Maar het oude beginsel “reken op een aardbeving”, werd daarbij verwaarloosd. Het doel echter werd zoo goed als bereikt, en toen mevrouw Stanford, nu omstreeks een jaar geleden, overleed, waren bijna alle gebouwenòf in gebruik, òf ten minste in hoofdlijnen gereed. Echter slechts tijdelijk, zooals de aardbeving leeren zou, want juist deze gebouwen zijn zoo goed als geheel vernield. Gelukkig dat de drie voornaamste onder hen, de gymnastiekschool, de nieuwe bibliotheek en het gebouw voor de geologie, nog niet in gebruik genomen waren; het eerste werktuig, het eerste boek en het eerste fossiel zouden er juist ingebracht worden toen de aardbeving plaats vond.
Het gebouw voor de geologie was uitwendig in denzelfden stijl opgetrokken als de gebouwen voor botanie en zoölogie, maar miste de noodige stevigheid. Het gymnasium of de gymnastiekschool en de nieuwe bibliotheek staan links van den grooten rijweg die naar den Arch voert, tegenover het ethnologisch museum en het scheikundig laboratorium. Het gymnasium bestond uit een middengebouw met een koepeldak en een zuileningang; dit is geheel ingestort. De beide vleugels staan nog en zijn grootendeels bedekt door het dak, dat op een goed gegord geraamte van ijzeren balken rustte. Maar aan den voorgevel was dit dak niet bevestigd, en de dakhelling hier bestond uit licht houtwerk. Dit deel viel langs beide vleugels in en sleepte een deel van den gevel mede.
De boekerij had, zooals dat voor dergelijke gebouwen in Amerika gebruikelijk is, een centrale leeszaal, wier hoogte door het geheele gebouw ging en die haar licht van een glazen koepeldak ontving. Deze koepel rust op een goed en stevig ijzeren geraamte, maar was niet aan de beide vleugels verbonden, waarin de zalen voor de boeken waren. Op dit geraamte werd de hooge koepelbouw door de golven der aardbeving heen en weer geschud, gedraaid en gewrongen, maar hield goed stand; zelfs geen ruit in het half bolvormig glazen dak of in de ramen langs de galerij er onder, werd gebroken. Maar links en rechts, voor en achter drukte het gevaarte in zijn schuddende beweging de overige gedeelten van het gebouw eenvoudig ineen, en deed ze als puin omlaag vallen. Men kon dit nog duidelijk zien, en ziet het ook op de photographiëen vrij goed. Hoog verheven staat de glinsterend vergulde koepel op zijn naakten stalen onderbouw te midden van de puinhoopen van het gebouw, waarvan zoo goed als geen gedeelte meer voor den herbouw kan gebruikt worden. Het is een treurig gezicht, een ruïne zonder brand, en overal de oorzaken van de ramp duidelijk zichtbaar toonend.
Vergelijken wij hiermede de beide woonhuizen voor de jongens en de meisjes. Zij heeten dormitories. Dat voor de jongens is Encina-Hall, dat voor de meisjes is geschonken door den heer Roble en draagt zijn naam. Zij zijn ongeschonden. Zij bestaan uit staal en cement, wat men in Amerika “reïnforced concrete” noemt. Het is ongeveer wat wij cementijzer en gewapend beton noemen; het ijzerwerk er in wisselt van dun gaas tot dikke stangen en zware ijzeren balken, die het geraamte van het geheele gebouw vormen. Zulk een gebouw, dat niet uit aaneengecementeerde steenen bestaat, noemen de Amerikanen een monolith, een éénsteensblok, en het bezit den hoogsten bereikbaren graad van soliditeit. Roble Hall is wel van buiten afgewerkt alsof het uit aaneengemetselde vierkant gehouwen steenen bestond, maar dit is slechts versiering. Het is één stuk, zoo goed als onbreekbaar en is dan ook niet gebroken, ofschoon zijn front twee bovenverdiepingen, elk met 15 ramen en een verdieping gelijkvloers met een arcadengalerij vertoont. Het gebouw voor de jongens heeft vier verdiepingen elk met 32 ramen in het front en is dus veel grooter, maar op dezelfde wijze gebouwd. Slechts één fout was er gemaakt. Boven den ingang waren op beide gebouwen, ter weerszijden, ornamenteele schoorsteenen aangebracht. Noodig waren zij niet, want de gebouwen behoeven nooit verwarmd te worden. Deze schoorsteenen wierp de aardbeving om. Zij waren zwaar en vielen door het dak en door de slaapkamers er onder en hun vloeren tot in de kelderverdieping omlaag. De jongens en meisjes, die in die kamertjes sliepen, tuimelden mee omlaag en kwamen in den kelder terecht; een der jongens werd gedood, maar de overige kwamen er met betrekkelijk geringe kneuzingen af.
Het ethnologisch museum, dat ook een aandenken aan den jongen Stanford is, en waarvan de kamer met de door hem zelven bijeengebrachte verzamelingen het middenpunt uitmaakt, is ook van “reinforced concrete” gemaakt en ongeschonden gebleven, ten minste wat het hoofdgebouw betreft. Na den dood van den heer Stanford zijn uitbreidingen noodig geweest en hiertoe werden bijgebouwen inderhaast en zonder de noodige stevigheid gemaakt. Zij zijn als kaartenhuisjes ineengeschud en liggen als puinhoopen naast den trotschen kolos.
“Een aardbeving is rechtvaardig”, zij vernielt het slechte en spaart het goede. Het is een harde les, maar die op een zeer gelukkig oogenblik ontvangen is en zonder twijfel vruchten zal dragen. Gelukkig is het dat Mevrouw Stanford kort tevoren overleden was; voor haar zou de vernietiging van zooveel wat zij in koortsachtigen ijver voor het aandenken van haar man en haar zoon gedaan had, een te zware slag geweest zijn. Gelukkig was het dat de drie zwaarst beschadigde gebouwen voor het onderwijs nog niet in gebruik genomen waren, zoodat de kostbare verzamelingen die zij herbergen moesten gespaard gebleven zijn. Gelukkig was het ook, dat de ramp de Universiteit tegen het einde harer bouwperiode trof, daar nu het financieel gevolg eigenlijk alleen is, dat die periode met eenige jaren verlengd moet worden en dat de plannen, om de inkomsten voortaan zoo goed als geheel voor de bezoldiging der hoogleeraren en beambten, voor de verzamelingen en andere behoeften van het onderwijs te gebruiken, nog eenigen tijd moeten worden uitgesteld.
De aardbeving heeft niet alleen geleerd hoe men te Palo Alto bouwen moet, maar hare lessen gelden voor de geheele geteisterde streek van Californië. De ervaringen zijn in hoofdzaak, zooals ik reeds zeide, dezelfde als te San Francisco, en zelfs een leek kan op verschillende punten overeenkomst waarnemen. Zoo kan ik de City Hall der hoofdstad met de Library van Stanford University vergelijken. Beiden hebben een koepel op een ijzeren geraamte en in beiden staat die koepel nog, na geweldig geschud en gewrongen te zijn. Maar de stalen bouwbood weerstand, terwijl de andere gedeelten instortten. Zoo is het in San Francisco met al de reuzengebouwen, de zoogenaamde skyscrapers. Zeker hebben zij geducht gezwiept en moet het voor de bewoners der bovenverdiepingen een benauwd gevoel geweest zijn, te denken dat het geheele gebouw wel eens rechts of links op den grond kon vallen. Maar ze hielden allen stand, tot dat zij later een prooi der vlammen werden.
Vergelijkt men daarmede den hoogen fabrieksschoorsteen van de gebouwen voor de ingenieurswetenschap, die als een dubbele lijn van de volle lengte van het uitwendige Quadrangle daarachter geplaatst zijn. Die schoorsteen is ook heen en weer geschud. Eerst viel daarbij zijn top naar de zijde van het Quadrangle, daarna viel de rest van zijn bovenste helft naar de andere zijde omlaag. Beide deelen vielen door de daken der aangrenzende machinezalen en vernielden deze natuurlijk ten eenenmale. De schoorsteen had geen stalen geraamte, maar het is de vraag of zij daardoor voldoende zou kunnen beveiligd worden, om wel te buigen maar niet te breken. Zou de Eiffeltoren, zoo hij in San Francisco of te Palo Alto gestaan had, er ongeschonden afgekomen zijn?
Nadat wij alle gebouwen zoo volledig mogelijk gezien hadden, reed President Jordan met den heer Dudley, hoogleeraar in de botanie aan de Universiteit en met mij een deel der uitgestrekte goederen van de stichting rond. Boomen en planten zijn nergens beschadigd; een boomstam is en blijft een voor den mensch onbereikbaar model van bouwkunst, dat alleen door een bamboeshalm overtroffen wordt. Stel u een toren voor als een bamboeshalm, geen halve meter dik en hooger dan de hoogste huizen. De wind kan hem ter aarde buigen, maar in volle elasticiteit stijgt hij later weer hemelhoog op. Wat mij op dien rit het meeste trof was het woonhuis van mevrouw Stanford. Bij mijn vorig bezoek was ik daar even eervol als hartelijk ontvangen, en had ik aangezeten aan den rijken disch van eene der rijksten in Amerika. De kamer waarin wij aanzaten was geheel vernield, geen deel van den muur was overgebleven, alles was eenvoudig door den vloer heen in de kelderruimte verdwenen. Niets van al die heerlijke luxe, van die rijke kunstverzameling was gered. Het overige deel van het huis stond nog, maar vol barsten, die van boven naar beneden gingen, en die zoo wijd gaapten, dat een herstel onmogelijk was. Het was de wensch van den heer en mevrouw Stanford, dat dit paleis later de trotsche zetel van den president der Universiteit zou zijn, maar het heeft zoo niet mogen zijn. Tijdens mijn bezoek was men bezig met te schoren en te sloopen, teneinde een verdere instorting te voorkomen.
Niemand heeft den moed verloren. De herbouw der Universiteit is gesteld in handen van de hoogleeraren in de bouwvakken, die mannen zijn met een groote practische ervaring. Zij verzamelen de gegevens van de ramp tot in alle bizonderheden, en werken nauwkeurig het stelsel uit waarnaar zij willen bouwen. Voor elk bizonder geval zijn er een of meer overeenkomstige aan te wijzen, waardoor men zich kan laten leiden. Zandsteen en geen gebakken steen, geen metselkalk maar cement, aanéén gorden van alle deelen van een gebouw met stalen balken en een scherp waken tegen oneerlijke bezuinigingen zijn de hoofdpunten. Het zal natuurlijk jaren duren voor dat alles hersteld is, maar men rekent er vast op, dat een volgende aardbeving de geheele Universiteit zal vinden in den toestand, waarin deze de gebouwen van het inwendige Quadrangle vond. Schoorsteenen zullen vallen en pleisterwerk zal losbreken, enkele muren zullen scheuren, maar daartoe zal de schade zich moeten beperken. En misschien ontdekt men tegen deze kleinere bezwaren intusschen ook nog wel afdoende middelen.
En ten slotte: een universiteit bestaat uit de hoogleeraren en de studenten en niet uit de steenen gebouwen. In dit opzicht is Stanford’s roem geheel ongeschonden gebleven.
Santa Rosa ligt 30 mijlen ten oosten van de scheur, waarvan het ontstaan de aardbeving van 18 April heeft veroorzaakt. Voor zoover het uit steenen huizen bestond, is het daarbij verwoest.
Het stadje is de hoofdplaats van Sonoma County en telt een bevolking van 10.000 zielen. Gedurende de 5/4 minuut dat de schokken duurden, zijn alle steenen gebouwen ingestort en ruim 100 personen gedood. In het midden der stad stond het County house, uit drie verdiepingen bestaande, waarboven een toren met koepeldak uitstak. Het gebouw is zóó geschud, dat de toren en de bovenste verdieping geheel omlaag gevallen zijn, ten deele in de lagere verdiepingen en ten deele op het cementen trottoir rondom het gebouw. In dit laatste ziet men overal nog de beschadigingen, ofschoon alle puin buiten het gebouw weggehaald is. De muren der beide onderste verdiepingen staan nog, even zoo de trappen, maar zij zijn overal geweldig gescheurd, de ruiten gebroken en het binnenwerk vernield. Enkele kamers zijn voorloopig weer hersteld en in gebruik genomen, en naast het gebouw is een barak opgericht, waarin de bureaux tijdelijk geplaatst zijn. Het is een droevig en ontmoedigend gezicht.
Maar veel verschrikkelijker is de toestand rondom dit centrale gebouw. Het binnen-gedeelte van de stad, de kantoren en winkels omvattende, was van gebakken steen gebouwd, ongeveer op dezelfde wijze als onze steden. De huizen hadden drie en meer verdiepingen en sloten dicht aaneen. Gebouwen met een ijzeren geraamte, zooals te San Francisco en elders, waren er slechts weinige, onder welke de bankgebouwen genoemd mogen worden. Dit geheele gedeelte is in een ruïne veranderd, al de muren zijn ingestort. Overal staan nog stukken van muren, meest niet meer dan een verdieping hoog. Alle straten lagen vol puin, en daar nagenoeg alle winkels vernield waren, dreigde er spoedig gebrek. De hotels en theaters deelden in de ramp, evenzoo het post- en telegraaf-bureau, waardoor de communicatie met de buitenwereld voor geruimen tijd afgesneden was. Treinen met vluchtelingen uit San Francisco kwamen te Santa Rosa aan, voordat het mogelijk was daarheenbericht te zenden dat de kleine stad nog erger getroffen was dan de hoofdstad.
In tegenstelling met San Francisco heeft de aardbeving hier de buizen en pijpen der waterleiding niet gebroken. Er was dus voldoende water voor het blusschen der branden, ofschoon menige brandkraan natuurlijk onder het puin bedolven was. Er waren drie brandspuiten, die gelukkig ongedeerd gebleven waren. Overal braken branden uit, een twaalftal tegelijk, maar in den loop van drie uren gelukte het deze tot kleine afmetingen te beperken en te blusschen. Slechts op ééne plaats, op de grens van het onheil, zag ik in Juni nog een gebouw waarvan de gevel door de vlammen geblakerd was.
Het Court-house, het centrale gebouw van Santa Rosa na de aardbeving. De bovenverdieping is binnen in het gebouw omlaag gestort.Het Court-house, het centrale gebouw van Santa Rosa na de aardbeving. De bovenverdieping is binnen in het gebouw omlaag gestort.
Het Court-house, het centrale gebouw van Santa Rosa na de aardbeving. De bovenverdieping is binnen in het gebouw omlaag gestort.
Het Court-house, het centrale gebouw van Santa Rosa na de aardbeving. De bovenverdieping is binnen in het gebouw omlaag gestort.
Het steenen gedeelte der stad is omstreeks 3000 voet lang en 600 voet breed. De schade wordt berekend op 4 millioen dollars. Rondom dit centrum strekt zich de stad vrij ver uit, maar bestaat uit de woonhuizen of residences. Dit zijn houten gebouwen op een gemetseld fondament en elk afzonderlijk staande, door een tuintje omgeven. In dit gedeelte is de schade zeer gering geweest. De schoorsteenen zijn vlak aan het dak afgebroken en daarop geworpen. In enkele gevallen, waar het dak slecht gebouwd was, zijn zij er door heen gevallen en is plaatselijk nog al schade aangericht.
In de kamer waar ik zit te schrijven, in een dier woonhuizen aan Mendocino-street, was het behangsel op den muur geplakt, zooals hier de gewoonte is. Dit behangsel is geheel verscheurd. Groote scheuren loopen in verschillende richtingen over de muren, en nu eens zijn de scheuren een vingerbreed open, dan weer zijn de beide randen min of meer over elkaar geschoven. Zoo is het ook in de andere kamers van dit huis en in de meeste overige huizen. Ook de plafonds zijn dikwijls op erge wijze gescheurd. De huizen zijn opgetild en weer neergezet, daarbij tijdelijk scheef geplaatst en weer rechtop gebracht; en zij moeten tamelijk hevig gebogen en gewrongen geworden zijn, en de scheuren zijn daarvan het gevolg. In een kamer, die sedert de aardbeving nog niet opgeruimd was, zag ik de platen en schilderijen aan den muur scheef hangen, allerlei voorwerpen van de tafel en uit de open kasten op den grond geworpenenz.Maar het is een zeer belangrijk feit, dat bijna alle houten huizen geheel bewoonbaar gebleven zijn, terwijl alle steenen gebouwen vernield werden. Ook houten kerken met hun torens leden nagenoeg geen schade. Dat midden in de gespaarde wijken hier en daar een slecht gebouwd houten huis instortte en met den grond gelijk gemaakt werd, kan ternauwernood verwondering baren. Eén huis zag ik, waarvan de gevel afgevallen en het inwendige als een links en rechts gestooten kaartenhuis zigzagsgewijze gebogen was. Het stond te midden van onbeschadigde woningen.
Het groote en fraaie hotel St. Rosa, waar ik twee jaar geleden gelogeerd had, gelegen aan de 4estraat, midden in het gemetselde gedeelte der stad, was geheel vernield. Het was vier verdiepingen hoog en zeer soliede gebouwd. Het stortte als een kaartenhuis ineen, terwijl een honderdtal gasten er in woonden. Velen werden in de ruïnen ingesloten en later met moeite gered, anderen werden zonder letsel op straat geschoven. Toch is het hotel nu reeds weer in werking. Alle puin is verwijderd, alle binnenmuren zijn met den grond gelijk gemaakt. Een houten geraamte van één verdieping hoog is opgericht, en de ruimte is door zeildoek in kamertjes zonder dak en in gangen verdeeld. Voor een kleine honderd gasten is weer gelegenheid om gehuisvest te worden, terwijl keuken, eetzaal, bureau en zitkamers op dezelfde wijze ingericht zijn. Alles staat op een nieuwen houten vloer en is door een groote tent van zeildoek overdekt. Natuurlijk hebben die binnenwanden hier en daar reten en gaten en wordt het onder die tent zeer warm of zeer vochtig, al naar gelang van het weer, maar de zaken gaan door, en dat is de hoofdzaak.
Santa Rosa na de aardbeving van 18 April 1906.Santa Rosa na de aardbeving van 18 April 1906.
Santa Rosa na de aardbeving van 18 April 1906.
Santa Rosa na de aardbeving van 18 April 1906.
Vele daken en muren in de stad waren van gegolfd plaatijzer gemaakt. Dit materiaal is wel sterk gescheurd, doch grootendeelsbruikbaargebleven. De achtermuur van het tijdelijk hotel St. Rosa is er nu van gemaakt, en overal elders zag ik het voor muren en daken van tijdelijke inrichtingen in gebruik.
Want met bewonderenswaardigen moed en verbazende snelheid hebben de inwoners in die twee maanden de stad zoover hersteld dat de zaken gewoon door kunnen gaan en met den herbouw kan begonnen worden. Het puin is opgeruimd, zoover het verkeer dit eischt. Hoopen steenen en groote stapels afgebikte steenen vindt men natuurlijk overal langs de straten, evenals bouwafval en nieuwe bouwmaterialen tusschen de trottoirs en den rijweg liggen.
De winkels en kantoren zijn tijdelijk in houten schuren geplaatst. Deze zijn opgericht op de plaats der huizen, langs de straat, zoodat men tijdelijke drukke winkelstraten overal tusschen de puinhoopen vindt. Honderden zulke winkels zag ik er; het maakte den indruk alsof nagenoeg alle zaken weer loopende waren. In den regel zijn de muren tot op den grond geslecht en is op de fondamenten de houten vloer zorgvuldig gelegd, terwijl daarop de schuur zoo los mogelijk is opgebouwd. Veelal is daarbij van den afval gebruik gemaakt, en waar nog muren stonden ziet men de barakken gedeeltelijk daar binnen, gedeeltelijk daartegen aangeleund, of is ook op de oude muren een tijdelijk dak geplaatst, zoodat de oude ruimte weer voor winkel kan dienen.
Afgezien van de verwoesting der huizen en gebouwen, kan men in de stad van de aardbeving als natuurverschijnsel zoo goed als niets meer zien. Hier en daar zijn de trottoirs gebroken en opgetild, ofschuttingen schuin geplaatst. De geloofwaardigheid der verhalen die men mij deed, is natuurlijk door de Amerikaansche wijze van vertellen en verslaggeven beperkt; het meest trof mij het bericht van iemand die tijdens de aardbeving op den spoorweg geweest was en den weg in voortloopende golven had zien gebogen worden. Dit komt overeen met de buigingen, die hier en daar ook na de aardbeving zichtbaar gebleven zijn. Verder is de meening algemeen, dat de beide eerste, hardste schokken in richtingen loodrecht op elkaar plaats vonden, terwijl daarna een draaiende beweging plaats vond. De juistheid van dit bericht wordt door de seismographische opteekeningen bevestigd.
Op de kweekerij van den heer Burbank te Sebastopol had ik de gelegenheid de grondverschuivingen en barsten te zien, die het gevolg der aardbeving waren. Rondom Santa Rosa was de grond toen overal vol barsten, die meest een paar voeten breed en zelden dieper dan een meter waren. Zulke barsten waren soms een halve mijl lang en liepen soms langs, soms dwars over de wegen. Hier en daar was dan een gedeelte van een weg zijwaarts uitgebogen, en deze verschuiving was klaarblijkelijk de oorzaak van de barst aan de eene zijde. De meeste barsten waren natuurlijk allengs weer aangevuld en vereffend, maar eenige kon ik toch nog in hun oorspronkelijken staat zien. De schokken van de aardbeving hebben in horizontale richting plaats gevonden, en men kan dus gemakkelijk begrijpen dat de grond nu eens in die richting samengeperst en dan weer uitgerekt werd. Het samenpersen kan tot tijdelijke golven en opheffingen aanleiding gegeven hebben, terwijl het uitrekken overal scheuren moet hebben doen ontstaan daar, waar de grond niet stevig of meegaande genoeg was om aan de beweging weerstand te bieden of haar te volgen. Het is verbazend dat de cementen trottoirs in de stad van die bewegingen zoo goed als geen, schade geleden hebben.
De kweekerij van Burbank te Sebastopol ligt grootendeels op de helling van een heuvel, maar de graad van helling verschilt op de verschillende plaatsen. De landweg stijgt vrijwel recht tegen de helling op, en van den ingang der kweekerij naar het huis, dat ongeveer in het midden ligt, loopt een rijweg, die aan beide zijden begrensd is door culturen van bloemgewassen die op lange rijen, even lang als de weg en evenwijdig aan dezen, geplant waren. Dit gedeelte van den grond was bergafwaarts over ruim een meter verschoven, terwijl aan de bovenzijde der afschuiving talrijke barsten ontstaan waren en aan de onderzijde de grond ineen en omhoog gedrukt was. De rijweg was daarbij zoo beschadigd, dat men hem niet berijden kon, en de barsten waren zoo talrijk dat het niet mogelijk was, de paarden voor den ploeg er over te laten gaan, om den grond te herstellen. Het verschoven stuk grond was meer dan honderd meters lang en breed.
De planten waren half April in vollen groei en konden dus niet meer verplant worden. Vandaar dat de gebogen en gescheurde rijen nu duidelijk te zien waren. Op een plaats was een houten waterput; deze was, vrij wel zonder beschadiging, over bijna 1½ meter bergafwaarts verplaatst. Dit was het punt van de grootste verschuiving en hier waren de rijen midden door gebroken en was het eene deel naast de breukplaats sterker verschoven dan het andere. Van een der einden der rij ziende, zag men haar in haar midden doorgebroken en over een meter of meer verplaatst. Breede rijen van Shasta-daisies, vol in bloei, toonden dit merkwaardige verschijnsel. Iets minder was de breuk en de verschuiving in de rijen van Gladiolus. In het lagere deel waren de rijen niet gebroken maar bergafwaarts uitgebogen. In zoodanige rijen van Lobelia cardinalis kon ik duidelijk zien, dat de verplaatsing in het midden ook omstreeks een meter bedragen had; naar de uiteinden nam zij zeer langzaam af.
Op mijn vraag of de ondergrond misschien rotsachtig was, en of de bouwgrond daarover omlaag kon gegleden zijn, kreeg ik ten antwoord, dat er tot op tientallen van meters diepte geen rotsgrond aanwezig was, maar dat alles kleiachtig zand was. Het was dezelfde grond als waarop Santa Rosa gebouwd is. Het is zeer merkwaardig, dat de beschadigingen meestal in de dalen en valleien hebben plaats gevonden, waar de grond zoo niet alluviaal, dan toch van dezelfde losse structuur is, terwijl de bergen weinig schijnen geleden te hebben. Eigenlijke bergafschuivingen schijnt de aardbeving niet te hebben veroorzaakt.
Tusschen de rijen van het verschoven gedeelte was den vorigen dag geploegd, en moest den volgenden dag de grond vlak geëgd worden. Maar de aardbeving had alles zoo geschud, dat de voren verdwenen, de grond gelijkgemaakt en het onkruid bedolven was. Het eggen was dus niet noodig. Dit heeft mij 35 dollars arbeidsloon bespaard, zeide Burbank, en dat bedrag dekt ongeveer de schade aan den weg en aan het huisje berokkend.
Zeer merkwaardig is, dat geen enkele plant, heester of boom door de aardbeving beschadigd werd. Zoo zag ik het op Burbank’s kweekerij en langs de straten en in de huizen van Santa Rosa en Sebastopol, en ooggetuigen bevestigden dit opvallend feit. Zij zijn klaarblijkelijk beter gebouwd dan de beste woonhuizen der stad.
Overeenkomstige verschijnselen als te San Francisco, Palo Alto en Santa Rosa heb ik ook te San José en elders kunnen waarnemen. Maar de indruk is overal dezelfde en ik zou vreezen in herhalingen te vervallen. De aardbeving werkt volgens zeer eenvoudige beginselen, hoewel met geweldige kracht. De gevolgen der werking laten zich niet alleen betreuren maar ook begrijpen, en een grondige studie leidt tot de kennis van de middelen en wegen, die bij een volgende aardbeving de materieele schade zoo klein mogelijk kunnen doen zijn. De Californiërs wanhopen dan ook niet en bouwen met vollen moed hun steden op dezelfde plaatsen weer op. Maar zij voorzien hun steenen gebouwen van stalen geraamten en maken ze tegen de schokken en trillingen even bestand als de rotsen zelve zijn.
Een reiziger in het woestijngebied van Californië deelt een en ander mee over de groote ellende, die er wordt geleden in de water- en plantenarme streken van Californië. Hij, Walter V. Woelhke uit San Bernardino, vertelt als volgt:
Onze cavalcade trok langzaam langs een rotswand, die de gloeiende zonnestralen met dubbele kracht terugkaatste. De thermometer aan den schaduwkant van den wagen wees een temperatuur van 45° C. (113° F.). Het fijne, alkalihoudende stof, door de vier-en-twintig met schuim bedekte, hoestende muildieren opgeworpen, had alles met een gele laag bedekt, onze kleederen doortrokken en zich in neus en mond afgezet; zijn bijtende werking verscherpte den brandenden dorst, die door het lauwwarme water, dat al twee dagen mee gevoerd werd, niet kon gelescht worden. Zonder schaduw, zonder water, zonder planten, levenloos en troosteloos strekte zich de geelwitte vlakte tusschen de grijsblauwe bergketenen uit. Hoog boven de toppen, een donker punt vormend tegen den harden, stalen hemel, zweefde in wijde kringen een aasgier. Slechts het knallen van de zweep, die nu en dan de muildieren om de ooren zwiepte, verbrak de stilte.