Chapter 12

[37]Gelijk nog dikwerf voorkunstbeschermer.[38]De ook als dichter bekende D. Pz. Pers(ofin de witte perse), bij wiende Gulden Winkel't eerst werd uitgegeven.[39]Thansbijtjens.[40]Thanskomen.[41]van 't veld(verg. boven in't Pascha, enLentschein deVoorrede).[42]laakbaar,berispelijk.[43]De mensch.[44]Naar deze eerste prent en hare benaming droeg zeker het geheele prentwerk, in zijn eersten vorm en vóór Vondel 't berijmde, zijn naam.[45]afgebeeld,geschilderd.[46]Rijmshalven maar vrij omslachtig voorbekijkt eens.[47]Thans totkorteingekort.[48]lieflijk gelijkend.[49]Rijmshalven voorWesten.[50]Voorbouwsel.[51]Voorwordt. Wij zullen dit voortaan eens vooral gezegd achten.[52]Voordeelen(verg. den welbekenden naam van 't Huisten Deil, halfweg Den Haag en Leiden).[53]Nam. de aarde.[54]koosde,zong(saamgetrokken uitkwedelen; verg. 't Eng.quoth).[55]Voorwierpof eig.warp; zie reeds vroeger.[56]Vulkaan.[57]Thanshersenen.[58]diefstal van 't hemelsche vuur.[59]Met verkeerden klemtoon, voor Prométheus.[60]Naar de Grieksche Godenlegende was Prom. aan een rots in den Caucasus geketend.[61]Leesami,ami,ami, naar de uitspraak van den tijd.[62]Die overdag voortdurend aan zijn lever knaagde.[63]Rijms- en maatshalven voortoorn.[64]Voorvan haar eene oog.[65]Thanszond.[66]afbeeldsel.[67]Germanisme voorwet.[68]Voorbeleid.[69]Overtollig pers. v.n.w.; verg. echter 't Hoogd.sich fürchtentegenover onsvreezen.[70]draayen.[71]wrevelig,in drift ontstoken.[72]Voorgestorven(gelijk bovenverdurvenvoorverdorven, en benedenkrunkeltvoorkronkelt.)[73]had het.[74]De wijnruit, volgens de overlevering.[75]Rijmshalven, maar minder juist voorontneemt.[76]à moidrinken,ons zelf eens toe drinken.[77]leppen,drinken(wellicht van 't Franscheboireverbasterd, maar verkeerdelijk dikwerf metpoeyerenverward).[78]Voorlicht van belovenoflichtbelover.[79]Saamgetrokken voorzijt gij.[80]kinderlijk.[81]Thans totmijne schaalgeslonken.[82]Voorgoede dingen.[83]Eig.de hoorn des overvloeds, hier voor 't beeld van den weldadigen vrede.[84]De oorlogsnimf.[85]Voorzijne woede.[86]zeil.[87]Andersspoedt.[88]laarsjens.[89]pijlkoker.[90]aanhitsende op.[91]Andersvolhardt.[92]Thansmetofin der ijl,ijlings.[93]zingt; verg. boven.[94]Andersstam.[95]alles.[96]Hier in minder ongunstigen zin.[97]Eig.bokkesprong(van 't Lat.caper).[98]Voormoeder van de min.[99]Andersdunkt,lijkt.[100]schuwt.[101]terwijl.[102]Thansverkoelt.[103]Thans geheel zonder verbuigings-uitgangliefde.[104]Anderstooveressen,heksen.[105]lijkenvet.[106]gewrocht(verl. deelw. vanwerken).[107]verleiden, nam. om dat te denken.[108]VoorPluto.[109]kring; zie vroeger.[110]VoorOverwinning.[111]Voorde zon.[112]aller.[113]Vooraan de.[114]De drieGraciënof Bevalligheden.[115]Thanshaar.[116]Thansvoortbrengen.[117]Romeinsch.[118]Thanshaarofze.[119]Thans totzielingekort.[120]fraai versierde.[121]Thansblinken; verg. vroeger.[122]zakt,opsteekt.[123]Thanskonden,wisten te.[124]Rijmshalven voorwenschte,begeerde.[125]Thanskunnen.[126]tot groote waardigheid.[127]Het bekende schilderwerk van Theben, door Cebes beschreven en verklaard.[128]onzinnige.[129]Door de beêvaartgangers naar St. Jacob aan hun hoed of schouder gehecht.[130]Voorgeeft het.[131]genoeg heeft aan,zich vergenoegt.[132]Rijmshalven vooruitspreidde.[133]Thansspon(gelijkwonvoor 't vroegerewan,vandvoorvond, enz.)[134]wisselzieke schooisterofzwerfster.[135]hals.[136]kunt gij.[137]De Latijnsche dichter Ovidius, uit Sulmo geboortig.[138]kuyeren(verg. 't Hoogd.spatzieren.)[139]Voordeed het(docht het).[140]De voorstelling verplaatst ons in den thans gelukkig geheel vergeten tijd, toen de rechter niet van landswegen, maar uit de opgelegde boeten bezoldigd werd.[141]Die van den hemel nam., naar de zegswijze der oudheid.[142]Lat. vierde naamval vanAnchises.[143]'t Lat.periculum,gevaar.[144]Thanstegendeel; verg. 't Hoogd.Gegentheil.[145]Voordoodt(verg. onsnoodigenenuitnoodigennaastnooden).[146]dendoode.[147]Wansmakelijke woordspeling met den naam van den wijze, Bias.[148]met pronk en praal.[149]Het spinrokken.[150]Voorrijks-grenzenofgebied(verg. Van Lennep'sNalezing).[151]Thanswordt.[152]Voornaauwkeurigst.[153]Den beroemden Griekschen beeldgieter uit de derde eeuw voor onze jaartelling.[154]Thanszijne.[155]Hier behoorde nu eigenlijkzegte staan, daar het verouderde enkelv.duvolgt.[156]Thans totkloekegeslonken.[157]kunnen.[158]venster('t lat.fenestra) was oorspronkelijk vrouwelijk, en heeft, even alsfeestenbeest, eerst door verscherping der d van 't lidwoord tot t, den onzijdigen vorm aangenomen.[159]Thanstot zijne.[160]Thans verouderd voor beproefd; verg. echter nog de Evangelische legende van Jezusverzoeking, en 't Hoogd.versuchen.[161]Thansnaar.[162]Eig.God woude des, d. i.God mocht het willen(niet, gelijk van Lennep schrijft,God wilde het zoo); thans zou men zeggen:God betere't.[163]ontbreekt.[164]over en over.[165]Nam. die van de tafel.[166]Voorterwijlen, thans geslonken totterwijl.[167]gelukkig gerekend worden.[168]meerderjarig.[169]Thansvoortaan.[170]zorgelijker,bezwaarlijker.[171]Nederigheid.[172]vluchtig.[173]laagenlaagste.[174]emmeren: niet, met Van L., vanee, water, af te leiden, maar vaneenbaar(d. i. 't geen aaneenhandvatgedragenwordt).[175]Thansaarde.[176]dolle,woeste.[177]sober.[178]brood in puntigen vorm; verg. nog 't Overijselschekrente-wegge, voorkrentebroodjen.[179]verwonderlijk veel.[180]voorhaatte.[181]Versterkte vorm vanvreten.[182]Verbogen naamval voor:op heilige wijs.[183]Thansmet het hart.[184]'tgeen voldoende is, volstaat.[185]zijt gij.[186]Versta: die zoo lang vreet, dat ze niet meer gaan kan.[187]Nam. de spijs.[188]Anderstasch, en zoowel in goeden en kwaden als onzijdigen en eigenlijken zin gebruikt; verg. o. a. beneden XXXVI. Het door van Lennep in beteekenis gemaakte onderscheid tusschentasch en teschis geheel denkbeeldig.[189]zeer-oogig.[190]opzet.[191]olijkert('t Franschedrôle).[192]let.[193]onnoozele grappenmaker(verg. nog onsjolig).[194]kon(nam.tellen).[195]Versta: eigenlijkonredelijkte noemen.[196]Niet (gelijk van Lennep wil) vooruitspannet, maar vooruitspande,uitgespannen heeft.[197]Eig. zijnhandpalmen.[198]Niet metwoonstedete verwarren, maar voor 't oudewoonste, onswoning.[199]eetzak,voederzak.[200]Zooveel alskast, zaamgetrokken uitschaprade;schapwordt nog altoos in Overijsel voor de plank in een kast gebezigd.[201]giftplant.[202]Anderstasch; verg. boven XXXIII, aant.188.[203]Alexander vanMacedonië.[204]Gelijk nog in de dagelijksche spreektaal vooraan.[205]Gelijk veelal bij de dichters van Vondels tijd, vooralles.[206]werkzaam, er opbedacht,op uit was.[207]onschuldige.

[37]Gelijk nog dikwerf voorkunstbeschermer.

[37]Gelijk nog dikwerf voorkunstbeschermer.

[38]De ook als dichter bekende D. Pz. Pers(ofin de witte perse), bij wiende Gulden Winkel't eerst werd uitgegeven.

[38]De ook als dichter bekende D. Pz. Pers(ofin de witte perse), bij wiende Gulden Winkel't eerst werd uitgegeven.

[39]Thansbijtjens.

[39]Thansbijtjens.

[40]Thanskomen.

[40]Thanskomen.

[41]van 't veld(verg. boven in't Pascha, enLentschein deVoorrede).

[41]van 't veld(verg. boven in't Pascha, enLentschein deVoorrede).

[42]laakbaar,berispelijk.

[42]laakbaar,berispelijk.

[43]De mensch.

[43]De mensch.

[44]Naar deze eerste prent en hare benaming droeg zeker het geheele prentwerk, in zijn eersten vorm en vóór Vondel 't berijmde, zijn naam.

[44]Naar deze eerste prent en hare benaming droeg zeker het geheele prentwerk, in zijn eersten vorm en vóór Vondel 't berijmde, zijn naam.

[45]afgebeeld,geschilderd.

[45]afgebeeld,geschilderd.

[46]Rijmshalven maar vrij omslachtig voorbekijkt eens.

[46]Rijmshalven maar vrij omslachtig voorbekijkt eens.

[47]Thans totkorteingekort.

[47]Thans totkorteingekort.

[48]lieflijk gelijkend.

[48]lieflijk gelijkend.

[49]Rijmshalven voorWesten.

[49]Rijmshalven voorWesten.

[50]Voorbouwsel.

[50]Voorbouwsel.

[51]Voorwordt. Wij zullen dit voortaan eens vooral gezegd achten.

[51]Voorwordt. Wij zullen dit voortaan eens vooral gezegd achten.

[52]Voordeelen(verg. den welbekenden naam van 't Huisten Deil, halfweg Den Haag en Leiden).

[52]Voordeelen(verg. den welbekenden naam van 't Huisten Deil, halfweg Den Haag en Leiden).

[53]Nam. de aarde.

[53]Nam. de aarde.

[54]koosde,zong(saamgetrokken uitkwedelen; verg. 't Eng.quoth).

[54]koosde,zong(saamgetrokken uitkwedelen; verg. 't Eng.quoth).

[55]Voorwierpof eig.warp; zie reeds vroeger.

[55]Voorwierpof eig.warp; zie reeds vroeger.

[56]Vulkaan.

[56]Vulkaan.

[57]Thanshersenen.

[57]Thanshersenen.

[58]diefstal van 't hemelsche vuur.

[58]diefstal van 't hemelsche vuur.

[59]Met verkeerden klemtoon, voor Prométheus.

[59]Met verkeerden klemtoon, voor Prométheus.

[60]Naar de Grieksche Godenlegende was Prom. aan een rots in den Caucasus geketend.

[60]Naar de Grieksche Godenlegende was Prom. aan een rots in den Caucasus geketend.

[61]Leesami,ami,ami, naar de uitspraak van den tijd.

[61]Leesami,ami,ami, naar de uitspraak van den tijd.

[62]Die overdag voortdurend aan zijn lever knaagde.

[62]Die overdag voortdurend aan zijn lever knaagde.

[63]Rijms- en maatshalven voortoorn.

[63]Rijms- en maatshalven voortoorn.

[64]Voorvan haar eene oog.

[64]Voorvan haar eene oog.

[65]Thanszond.

[65]Thanszond.

[66]afbeeldsel.

[66]afbeeldsel.

[67]Germanisme voorwet.

[67]Germanisme voorwet.

[68]Voorbeleid.

[68]Voorbeleid.

[69]Overtollig pers. v.n.w.; verg. echter 't Hoogd.sich fürchtentegenover onsvreezen.

[69]Overtollig pers. v.n.w.; verg. echter 't Hoogd.sich fürchtentegenover onsvreezen.

[70]draayen.

[70]draayen.

[71]wrevelig,in drift ontstoken.

[71]wrevelig,in drift ontstoken.

[72]Voorgestorven(gelijk bovenverdurvenvoorverdorven, en benedenkrunkeltvoorkronkelt.)

[72]Voorgestorven(gelijk bovenverdurvenvoorverdorven, en benedenkrunkeltvoorkronkelt.)

[73]had het.

[73]had het.

[74]De wijnruit, volgens de overlevering.

[74]De wijnruit, volgens de overlevering.

[75]Rijmshalven, maar minder juist voorontneemt.

[75]Rijmshalven, maar minder juist voorontneemt.

[76]à moidrinken,ons zelf eens toe drinken.

[76]à moidrinken,ons zelf eens toe drinken.

[77]leppen,drinken(wellicht van 't Franscheboireverbasterd, maar verkeerdelijk dikwerf metpoeyerenverward).

[77]leppen,drinken(wellicht van 't Franscheboireverbasterd, maar verkeerdelijk dikwerf metpoeyerenverward).

[78]Voorlicht van belovenoflichtbelover.

[78]Voorlicht van belovenoflichtbelover.

[79]Saamgetrokken voorzijt gij.

[79]Saamgetrokken voorzijt gij.

[80]kinderlijk.

[80]kinderlijk.

[81]Thans totmijne schaalgeslonken.

[81]Thans totmijne schaalgeslonken.

[82]Voorgoede dingen.

[82]Voorgoede dingen.

[83]Eig.de hoorn des overvloeds, hier voor 't beeld van den weldadigen vrede.

[83]Eig.de hoorn des overvloeds, hier voor 't beeld van den weldadigen vrede.

[84]De oorlogsnimf.

[84]De oorlogsnimf.

[85]Voorzijne woede.

[85]Voorzijne woede.

[86]zeil.

[86]zeil.

[87]Andersspoedt.

[87]Andersspoedt.

[88]laarsjens.

[88]laarsjens.

[89]pijlkoker.

[89]pijlkoker.

[90]aanhitsende op.

[90]aanhitsende op.

[91]Andersvolhardt.

[91]Andersvolhardt.

[92]Thansmetofin der ijl,ijlings.

[92]Thansmetofin der ijl,ijlings.

[93]zingt; verg. boven.

[93]zingt; verg. boven.

[94]Andersstam.

[94]Andersstam.

[95]alles.

[95]alles.

[96]Hier in minder ongunstigen zin.

[96]Hier in minder ongunstigen zin.

[97]Eig.bokkesprong(van 't Lat.caper).

[97]Eig.bokkesprong(van 't Lat.caper).

[98]Voormoeder van de min.

[98]Voormoeder van de min.

[99]Andersdunkt,lijkt.

[99]Andersdunkt,lijkt.

[100]schuwt.

[100]schuwt.

[101]terwijl.

[101]terwijl.

[102]Thansverkoelt.

[102]Thansverkoelt.

[103]Thans geheel zonder verbuigings-uitgangliefde.

[103]Thans geheel zonder verbuigings-uitgangliefde.

[104]Anderstooveressen,heksen.

[104]Anderstooveressen,heksen.

[105]lijkenvet.

[105]lijkenvet.

[106]gewrocht(verl. deelw. vanwerken).

[106]gewrocht(verl. deelw. vanwerken).

[107]verleiden, nam. om dat te denken.

[107]verleiden, nam. om dat te denken.

[108]VoorPluto.

[108]VoorPluto.

[109]kring; zie vroeger.

[109]kring; zie vroeger.

[110]VoorOverwinning.

[110]VoorOverwinning.

[111]Voorde zon.

[111]Voorde zon.

[112]aller.

[112]aller.

[113]Vooraan de.

[113]Vooraan de.

[114]De drieGraciënof Bevalligheden.

[114]De drieGraciënof Bevalligheden.

[115]Thanshaar.

[115]Thanshaar.

[116]Thansvoortbrengen.

[116]Thansvoortbrengen.

[117]Romeinsch.

[117]Romeinsch.

[118]Thanshaarofze.

[118]Thanshaarofze.

[119]Thans totzielingekort.

[119]Thans totzielingekort.

[120]fraai versierde.

[120]fraai versierde.

[121]Thansblinken; verg. vroeger.

[121]Thansblinken; verg. vroeger.

[122]zakt,opsteekt.

[122]zakt,opsteekt.

[123]Thanskonden,wisten te.

[123]Thanskonden,wisten te.

[124]Rijmshalven voorwenschte,begeerde.

[124]Rijmshalven voorwenschte,begeerde.

[125]Thanskunnen.

[125]Thanskunnen.

[126]tot groote waardigheid.

[126]tot groote waardigheid.

[127]Het bekende schilderwerk van Theben, door Cebes beschreven en verklaard.

[127]Het bekende schilderwerk van Theben, door Cebes beschreven en verklaard.

[128]onzinnige.

[128]onzinnige.

[129]Door de beêvaartgangers naar St. Jacob aan hun hoed of schouder gehecht.

[129]Door de beêvaartgangers naar St. Jacob aan hun hoed of schouder gehecht.

[130]Voorgeeft het.

[130]Voorgeeft het.

[131]genoeg heeft aan,zich vergenoegt.

[131]genoeg heeft aan,zich vergenoegt.

[132]Rijmshalven vooruitspreidde.

[132]Rijmshalven vooruitspreidde.

[133]Thansspon(gelijkwonvoor 't vroegerewan,vandvoorvond, enz.)

[133]Thansspon(gelijkwonvoor 't vroegerewan,vandvoorvond, enz.)

[134]wisselzieke schooisterofzwerfster.

[134]wisselzieke schooisterofzwerfster.

[135]hals.

[135]hals.

[136]kunt gij.

[136]kunt gij.

[137]De Latijnsche dichter Ovidius, uit Sulmo geboortig.

[137]De Latijnsche dichter Ovidius, uit Sulmo geboortig.

[138]kuyeren(verg. 't Hoogd.spatzieren.)

[138]kuyeren(verg. 't Hoogd.spatzieren.)

[139]Voordeed het(docht het).

[139]Voordeed het(docht het).

[140]De voorstelling verplaatst ons in den thans gelukkig geheel vergeten tijd, toen de rechter niet van landswegen, maar uit de opgelegde boeten bezoldigd werd.

[140]De voorstelling verplaatst ons in den thans gelukkig geheel vergeten tijd, toen de rechter niet van landswegen, maar uit de opgelegde boeten bezoldigd werd.

[141]Die van den hemel nam., naar de zegswijze der oudheid.

[141]Die van den hemel nam., naar de zegswijze der oudheid.

[142]Lat. vierde naamval vanAnchises.

[142]Lat. vierde naamval vanAnchises.

[143]'t Lat.periculum,gevaar.

[143]'t Lat.periculum,gevaar.

[144]Thanstegendeel; verg. 't Hoogd.Gegentheil.

[144]Thanstegendeel; verg. 't Hoogd.Gegentheil.

[145]Voordoodt(verg. onsnoodigenenuitnoodigennaastnooden).

[145]Voordoodt(verg. onsnoodigenenuitnoodigennaastnooden).

[146]dendoode.

[146]dendoode.

[147]Wansmakelijke woordspeling met den naam van den wijze, Bias.

[147]Wansmakelijke woordspeling met den naam van den wijze, Bias.

[148]met pronk en praal.

[148]met pronk en praal.

[149]Het spinrokken.

[149]Het spinrokken.

[150]Voorrijks-grenzenofgebied(verg. Van Lennep'sNalezing).

[150]Voorrijks-grenzenofgebied(verg. Van Lennep'sNalezing).

[151]Thanswordt.

[151]Thanswordt.

[152]Voornaauwkeurigst.

[152]Voornaauwkeurigst.

[153]Den beroemden Griekschen beeldgieter uit de derde eeuw voor onze jaartelling.

[153]Den beroemden Griekschen beeldgieter uit de derde eeuw voor onze jaartelling.

[154]Thanszijne.

[154]Thanszijne.

[155]Hier behoorde nu eigenlijkzegte staan, daar het verouderde enkelv.duvolgt.

[155]Hier behoorde nu eigenlijkzegte staan, daar het verouderde enkelv.duvolgt.

[156]Thans totkloekegeslonken.

[156]Thans totkloekegeslonken.

[157]kunnen.

[157]kunnen.

[158]venster('t lat.fenestra) was oorspronkelijk vrouwelijk, en heeft, even alsfeestenbeest, eerst door verscherping der d van 't lidwoord tot t, den onzijdigen vorm aangenomen.

[158]venster('t lat.fenestra) was oorspronkelijk vrouwelijk, en heeft, even alsfeestenbeest, eerst door verscherping der d van 't lidwoord tot t, den onzijdigen vorm aangenomen.

[159]Thanstot zijne.

[159]Thanstot zijne.

[160]Thans verouderd voor beproefd; verg. echter nog de Evangelische legende van Jezusverzoeking, en 't Hoogd.versuchen.

[160]Thans verouderd voor beproefd; verg. echter nog de Evangelische legende van Jezusverzoeking, en 't Hoogd.versuchen.

[161]Thansnaar.

[161]Thansnaar.

[162]Eig.God woude des, d. i.God mocht het willen(niet, gelijk van Lennep schrijft,God wilde het zoo); thans zou men zeggen:God betere't.

[162]Eig.God woude des, d. i.God mocht het willen(niet, gelijk van Lennep schrijft,God wilde het zoo); thans zou men zeggen:God betere't.

[163]ontbreekt.

[163]ontbreekt.

[164]over en over.

[164]over en over.

[165]Nam. die van de tafel.

[165]Nam. die van de tafel.

[166]Voorterwijlen, thans geslonken totterwijl.

[166]Voorterwijlen, thans geslonken totterwijl.

[167]gelukkig gerekend worden.

[167]gelukkig gerekend worden.

[168]meerderjarig.

[168]meerderjarig.

[169]Thansvoortaan.

[169]Thansvoortaan.

[170]zorgelijker,bezwaarlijker.

[170]zorgelijker,bezwaarlijker.

[171]Nederigheid.

[171]Nederigheid.

[172]vluchtig.

[172]vluchtig.

[173]laagenlaagste.

[173]laagenlaagste.

[174]emmeren: niet, met Van L., vanee, water, af te leiden, maar vaneenbaar(d. i. 't geen aaneenhandvatgedragenwordt).

[174]emmeren: niet, met Van L., vanee, water, af te leiden, maar vaneenbaar(d. i. 't geen aaneenhandvatgedragenwordt).

[175]Thansaarde.

[175]Thansaarde.

[176]dolle,woeste.

[176]dolle,woeste.

[177]sober.

[177]sober.

[178]brood in puntigen vorm; verg. nog 't Overijselschekrente-wegge, voorkrentebroodjen.

[178]brood in puntigen vorm; verg. nog 't Overijselschekrente-wegge, voorkrentebroodjen.

[179]verwonderlijk veel.

[179]verwonderlijk veel.

[180]voorhaatte.

[180]voorhaatte.

[181]Versterkte vorm vanvreten.

[181]Versterkte vorm vanvreten.

[182]Verbogen naamval voor:op heilige wijs.

[182]Verbogen naamval voor:op heilige wijs.

[183]Thansmet het hart.

[183]Thansmet het hart.

[184]'tgeen voldoende is, volstaat.

[184]'tgeen voldoende is, volstaat.

[185]zijt gij.

[185]zijt gij.

[186]Versta: die zoo lang vreet, dat ze niet meer gaan kan.

[186]Versta: die zoo lang vreet, dat ze niet meer gaan kan.

[187]Nam. de spijs.

[187]Nam. de spijs.

[188]Anderstasch, en zoowel in goeden en kwaden als onzijdigen en eigenlijken zin gebruikt; verg. o. a. beneden XXXVI. Het door van Lennep in beteekenis gemaakte onderscheid tusschentasch en teschis geheel denkbeeldig.

[188]Anderstasch, en zoowel in goeden en kwaden als onzijdigen en eigenlijken zin gebruikt; verg. o. a. beneden XXXVI. Het door van Lennep in beteekenis gemaakte onderscheid tusschentasch en teschis geheel denkbeeldig.

[189]zeer-oogig.

[189]zeer-oogig.

[190]opzet.

[190]opzet.

[191]olijkert('t Franschedrôle).

[191]olijkert('t Franschedrôle).

[192]let.

[192]let.

[193]onnoozele grappenmaker(verg. nog onsjolig).

[193]onnoozele grappenmaker(verg. nog onsjolig).

[194]kon(nam.tellen).

[194]kon(nam.tellen).

[195]Versta: eigenlijkonredelijkte noemen.

[195]Versta: eigenlijkonredelijkte noemen.

[196]Niet (gelijk van Lennep wil) vooruitspannet, maar vooruitspande,uitgespannen heeft.

[196]Niet (gelijk van Lennep wil) vooruitspannet, maar vooruitspande,uitgespannen heeft.

[197]Eig. zijnhandpalmen.

[197]Eig. zijnhandpalmen.

[198]Niet metwoonstedete verwarren, maar voor 't oudewoonste, onswoning.

[198]Niet metwoonstedete verwarren, maar voor 't oudewoonste, onswoning.

[199]eetzak,voederzak.

[199]eetzak,voederzak.

[200]Zooveel alskast, zaamgetrokken uitschaprade;schapwordt nog altoos in Overijsel voor de plank in een kast gebezigd.

[200]Zooveel alskast, zaamgetrokken uitschaprade;schapwordt nog altoos in Overijsel voor de plank in een kast gebezigd.

[201]giftplant.

[201]giftplant.

[202]Anderstasch; verg. boven XXXIII, aant.188.

[202]Anderstasch; verg. boven XXXIII, aant.188.

[203]Alexander vanMacedonië.

[203]Alexander vanMacedonië.

[204]Gelijk nog in de dagelijksche spreektaal vooraan.

[204]Gelijk nog in de dagelijksche spreektaal vooraan.

[205]Gelijk veelal bij de dichters van Vondels tijd, vooralles.

[205]Gelijk veelal bij de dichters van Vondels tijd, vooralles.

[206]werkzaam, er opbedacht,op uit was.

[206]werkzaam, er opbedacht,op uit was.

[207]onschuldige.

[207]onschuldige.


Back to IndexNext