LXV.Het was in de Grasmaand, de lucht was zoet, doch nadien begon het te vriezen en de hemel zag grijs als op Allerzielen. Uilenspiegel’s derde jaar ballingschap was sedert lang verstreken, en Nele verwachtte alle dagen heuren hertsvriend terug.—Laas! sprak zij, ’t gaat sneeuwen op de kersebloesems, op de bloeiende seringa’s, op al de arme planten die bij de zoele warmte eener vroege lente vol hope ontloken waren. Lichte sneeuwvlokjes vallen reeds op de wegen. En ’t sneeuwt ook op mijn arm herte.Waar zijn zij, de heldere zonnestralen, die de gezichten verblijden, de daken rooder maken, den hemel blauw en de ruiten vlammend? Waar zijn zij die warmte schenken aan aarde, lucht, aan vogelen en insecten? Laas! nu heb ik dag en nacht koude van droefheid en bangen twijfel. Waar zijt gij mijn lief, mijn Uilenspiegel?
LXV.Het was in de Grasmaand, de lucht was zoet, doch nadien begon het te vriezen en de hemel zag grijs als op Allerzielen. Uilenspiegel’s derde jaar ballingschap was sedert lang verstreken, en Nele verwachtte alle dagen heuren hertsvriend terug.—Laas! sprak zij, ’t gaat sneeuwen op de kersebloesems, op de bloeiende seringa’s, op al de arme planten die bij de zoele warmte eener vroege lente vol hope ontloken waren. Lichte sneeuwvlokjes vallen reeds op de wegen. En ’t sneeuwt ook op mijn arm herte.Waar zijn zij, de heldere zonnestralen, die de gezichten verblijden, de daken rooder maken, den hemel blauw en de ruiten vlammend? Waar zijn zij die warmte schenken aan aarde, lucht, aan vogelen en insecten? Laas! nu heb ik dag en nacht koude van droefheid en bangen twijfel. Waar zijt gij mijn lief, mijn Uilenspiegel?
LXV.Het was in de Grasmaand, de lucht was zoet, doch nadien begon het te vriezen en de hemel zag grijs als op Allerzielen. Uilenspiegel’s derde jaar ballingschap was sedert lang verstreken, en Nele verwachtte alle dagen heuren hertsvriend terug.—Laas! sprak zij, ’t gaat sneeuwen op de kersebloesems, op de bloeiende seringa’s, op al de arme planten die bij de zoele warmte eener vroege lente vol hope ontloken waren. Lichte sneeuwvlokjes vallen reeds op de wegen. En ’t sneeuwt ook op mijn arm herte.Waar zijn zij, de heldere zonnestralen, die de gezichten verblijden, de daken rooder maken, den hemel blauw en de ruiten vlammend? Waar zijn zij die warmte schenken aan aarde, lucht, aan vogelen en insecten? Laas! nu heb ik dag en nacht koude van droefheid en bangen twijfel. Waar zijt gij mijn lief, mijn Uilenspiegel?
LXV.
Het was in de Grasmaand, de lucht was zoet, doch nadien begon het te vriezen en de hemel zag grijs als op Allerzielen. Uilenspiegel’s derde jaar ballingschap was sedert lang verstreken, en Nele verwachtte alle dagen heuren hertsvriend terug.—Laas! sprak zij, ’t gaat sneeuwen op de kersebloesems, op de bloeiende seringa’s, op al de arme planten die bij de zoele warmte eener vroege lente vol hope ontloken waren. Lichte sneeuwvlokjes vallen reeds op de wegen. En ’t sneeuwt ook op mijn arm herte.Waar zijn zij, de heldere zonnestralen, die de gezichten verblijden, de daken rooder maken, den hemel blauw en de ruiten vlammend? Waar zijn zij die warmte schenken aan aarde, lucht, aan vogelen en insecten? Laas! nu heb ik dag en nacht koude van droefheid en bangen twijfel. Waar zijt gij mijn lief, mijn Uilenspiegel?
Het was in de Grasmaand, de lucht was zoet, doch nadien begon het te vriezen en de hemel zag grijs als op Allerzielen. Uilenspiegel’s derde jaar ballingschap was sedert lang verstreken, en Nele verwachtte alle dagen heuren hertsvriend terug.
—Laas! sprak zij, ’t gaat sneeuwen op de kersebloesems, op de bloeiende seringa’s, op al de arme planten die bij de zoele warmte eener vroege lente vol hope ontloken waren. Lichte sneeuwvlokjes vallen reeds op de wegen. En ’t sneeuwt ook op mijn arm herte.
Waar zijn zij, de heldere zonnestralen, die de gezichten verblijden, de daken rooder maken, den hemel blauw en de ruiten vlammend? Waar zijn zij die warmte schenken aan aarde, lucht, aan vogelen en insecten? Laas! nu heb ik dag en nacht koude van droefheid en bangen twijfel. Waar zijt gij mijn lief, mijn Uilenspiegel?