XLI.

XLI.Dien dag had koning Philippus te veel lekkernijen gegeten en was hij naargeestiger dan gewoonte. Hij had op zijn levende klavecimbel gespeeld, eene kist waar katten in waren, dewelke heuren kop door ronde gaten staken, boven de toetsen. Telkens dat de koning op eene toets sloeg, sloeg deze op hare beurt de kat met eenen schicht; en het dier mauwde erbarmelijk, ter oorzake van de smert, die het uitstond.Doch Phillippus lachte niet.Gedurig zocht hij in zijnen geest hoe hij Elisabeth, de groote koningin, zou kunnen overwinnen om Maria Stuart terug op den troon van Engeland te plaatsen. Met dat doel had hij eenen brief geschreven aan den Paus, dewelke diep in schulden stak; de Paus had geantwoord dat hij, voor die onderneming, geerne de heilige vaten der tempels en de schatten van het Vatikaan zou verkocht hebben.Maar Philippus lachte niet.Ridolfi, de lieveling van koningin Maria, die heur wilde verlossen in de heimelijke hoop naderhand met heur te trouwen en koning van Engeland te worden, kwam bij Philippus om met hem Elisabeth’s dood te beramen. Maar hij had zulke langetong, lijk de koning naderhand schreef, dat men ter Beurze van Antwerpen openlijk van zijn voornemen gesproken had; en de moord werd niet bedreven.En Philippus lachte niet.Later zond de bloedige hertog, op bevel van den koning, vier moordenaars naar Engeland. Zij slaagden er slechts in, zich te doen hangen.En Philippus lachte niet.En aldus verijdelde God de heerschzuchtige plannen van dien bloedzuiger, wiens voornemen was Maria Stuart heuren zoon te ontnemen en in zijne plaats, samen met den Paus, over Engeland te regeeren. En de moordenaar was verbitterd, omdat dit edele land zoo groot en zoo machtig was. Gedurig wendde hij zijn bleeke oogen naar hetzelve, en zocht hij het middel om het te verpletten, om vervolgens over de wereld te regeeren, de hervormden uit te roeien, en liefst nog de rijke, en have en goed te erven van de slachtofferen.Maar hij lachte niet.En men bracht hem ratten en muizen in een ijzeren doos met hooge randen, open van boven; en hij stelde de doos met den bodem op een gloeiende stoof en hij schepte er vermaak in, de arme diertjes te zien en te hooren springen, schreeuwen, zuchten en sterven....Maar hij lachte niet.Vervolgens ging hij, met bleek gezicht en bevende handen, in de armen van mevrouw van Eboli, zijn vuur van geilheid blusschen, dat aangestoken was met de toorts van de wreedheid.En hij lachte niet.En mevrouw van Eboli ontving hem, uit vrees en geenszins uit liefde.

XLI.Dien dag had koning Philippus te veel lekkernijen gegeten en was hij naargeestiger dan gewoonte. Hij had op zijn levende klavecimbel gespeeld, eene kist waar katten in waren, dewelke heuren kop door ronde gaten staken, boven de toetsen. Telkens dat de koning op eene toets sloeg, sloeg deze op hare beurt de kat met eenen schicht; en het dier mauwde erbarmelijk, ter oorzake van de smert, die het uitstond.Doch Phillippus lachte niet.Gedurig zocht hij in zijnen geest hoe hij Elisabeth, de groote koningin, zou kunnen overwinnen om Maria Stuart terug op den troon van Engeland te plaatsen. Met dat doel had hij eenen brief geschreven aan den Paus, dewelke diep in schulden stak; de Paus had geantwoord dat hij, voor die onderneming, geerne de heilige vaten der tempels en de schatten van het Vatikaan zou verkocht hebben.Maar Philippus lachte niet.Ridolfi, de lieveling van koningin Maria, die heur wilde verlossen in de heimelijke hoop naderhand met heur te trouwen en koning van Engeland te worden, kwam bij Philippus om met hem Elisabeth’s dood te beramen. Maar hij had zulke langetong, lijk de koning naderhand schreef, dat men ter Beurze van Antwerpen openlijk van zijn voornemen gesproken had; en de moord werd niet bedreven.En Philippus lachte niet.Later zond de bloedige hertog, op bevel van den koning, vier moordenaars naar Engeland. Zij slaagden er slechts in, zich te doen hangen.En Philippus lachte niet.En aldus verijdelde God de heerschzuchtige plannen van dien bloedzuiger, wiens voornemen was Maria Stuart heuren zoon te ontnemen en in zijne plaats, samen met den Paus, over Engeland te regeeren. En de moordenaar was verbitterd, omdat dit edele land zoo groot en zoo machtig was. Gedurig wendde hij zijn bleeke oogen naar hetzelve, en zocht hij het middel om het te verpletten, om vervolgens over de wereld te regeeren, de hervormden uit te roeien, en liefst nog de rijke, en have en goed te erven van de slachtofferen.Maar hij lachte niet.En men bracht hem ratten en muizen in een ijzeren doos met hooge randen, open van boven; en hij stelde de doos met den bodem op een gloeiende stoof en hij schepte er vermaak in, de arme diertjes te zien en te hooren springen, schreeuwen, zuchten en sterven....Maar hij lachte niet.Vervolgens ging hij, met bleek gezicht en bevende handen, in de armen van mevrouw van Eboli, zijn vuur van geilheid blusschen, dat aangestoken was met de toorts van de wreedheid.En hij lachte niet.En mevrouw van Eboli ontving hem, uit vrees en geenszins uit liefde.

XLI.Dien dag had koning Philippus te veel lekkernijen gegeten en was hij naargeestiger dan gewoonte. Hij had op zijn levende klavecimbel gespeeld, eene kist waar katten in waren, dewelke heuren kop door ronde gaten staken, boven de toetsen. Telkens dat de koning op eene toets sloeg, sloeg deze op hare beurt de kat met eenen schicht; en het dier mauwde erbarmelijk, ter oorzake van de smert, die het uitstond.Doch Phillippus lachte niet.Gedurig zocht hij in zijnen geest hoe hij Elisabeth, de groote koningin, zou kunnen overwinnen om Maria Stuart terug op den troon van Engeland te plaatsen. Met dat doel had hij eenen brief geschreven aan den Paus, dewelke diep in schulden stak; de Paus had geantwoord dat hij, voor die onderneming, geerne de heilige vaten der tempels en de schatten van het Vatikaan zou verkocht hebben.Maar Philippus lachte niet.Ridolfi, de lieveling van koningin Maria, die heur wilde verlossen in de heimelijke hoop naderhand met heur te trouwen en koning van Engeland te worden, kwam bij Philippus om met hem Elisabeth’s dood te beramen. Maar hij had zulke langetong, lijk de koning naderhand schreef, dat men ter Beurze van Antwerpen openlijk van zijn voornemen gesproken had; en de moord werd niet bedreven.En Philippus lachte niet.Later zond de bloedige hertog, op bevel van den koning, vier moordenaars naar Engeland. Zij slaagden er slechts in, zich te doen hangen.En Philippus lachte niet.En aldus verijdelde God de heerschzuchtige plannen van dien bloedzuiger, wiens voornemen was Maria Stuart heuren zoon te ontnemen en in zijne plaats, samen met den Paus, over Engeland te regeeren. En de moordenaar was verbitterd, omdat dit edele land zoo groot en zoo machtig was. Gedurig wendde hij zijn bleeke oogen naar hetzelve, en zocht hij het middel om het te verpletten, om vervolgens over de wereld te regeeren, de hervormden uit te roeien, en liefst nog de rijke, en have en goed te erven van de slachtofferen.Maar hij lachte niet.En men bracht hem ratten en muizen in een ijzeren doos met hooge randen, open van boven; en hij stelde de doos met den bodem op een gloeiende stoof en hij schepte er vermaak in, de arme diertjes te zien en te hooren springen, schreeuwen, zuchten en sterven....Maar hij lachte niet.Vervolgens ging hij, met bleek gezicht en bevende handen, in de armen van mevrouw van Eboli, zijn vuur van geilheid blusschen, dat aangestoken was met de toorts van de wreedheid.En hij lachte niet.En mevrouw van Eboli ontving hem, uit vrees en geenszins uit liefde.

XLI.

Dien dag had koning Philippus te veel lekkernijen gegeten en was hij naargeestiger dan gewoonte. Hij had op zijn levende klavecimbel gespeeld, eene kist waar katten in waren, dewelke heuren kop door ronde gaten staken, boven de toetsen. Telkens dat de koning op eene toets sloeg, sloeg deze op hare beurt de kat met eenen schicht; en het dier mauwde erbarmelijk, ter oorzake van de smert, die het uitstond.Doch Phillippus lachte niet.Gedurig zocht hij in zijnen geest hoe hij Elisabeth, de groote koningin, zou kunnen overwinnen om Maria Stuart terug op den troon van Engeland te plaatsen. Met dat doel had hij eenen brief geschreven aan den Paus, dewelke diep in schulden stak; de Paus had geantwoord dat hij, voor die onderneming, geerne de heilige vaten der tempels en de schatten van het Vatikaan zou verkocht hebben.Maar Philippus lachte niet.Ridolfi, de lieveling van koningin Maria, die heur wilde verlossen in de heimelijke hoop naderhand met heur te trouwen en koning van Engeland te worden, kwam bij Philippus om met hem Elisabeth’s dood te beramen. Maar hij had zulke langetong, lijk de koning naderhand schreef, dat men ter Beurze van Antwerpen openlijk van zijn voornemen gesproken had; en de moord werd niet bedreven.En Philippus lachte niet.Later zond de bloedige hertog, op bevel van den koning, vier moordenaars naar Engeland. Zij slaagden er slechts in, zich te doen hangen.En Philippus lachte niet.En aldus verijdelde God de heerschzuchtige plannen van dien bloedzuiger, wiens voornemen was Maria Stuart heuren zoon te ontnemen en in zijne plaats, samen met den Paus, over Engeland te regeeren. En de moordenaar was verbitterd, omdat dit edele land zoo groot en zoo machtig was. Gedurig wendde hij zijn bleeke oogen naar hetzelve, en zocht hij het middel om het te verpletten, om vervolgens over de wereld te regeeren, de hervormden uit te roeien, en liefst nog de rijke, en have en goed te erven van de slachtofferen.Maar hij lachte niet.En men bracht hem ratten en muizen in een ijzeren doos met hooge randen, open van boven; en hij stelde de doos met den bodem op een gloeiende stoof en hij schepte er vermaak in, de arme diertjes te zien en te hooren springen, schreeuwen, zuchten en sterven....Maar hij lachte niet.Vervolgens ging hij, met bleek gezicht en bevende handen, in de armen van mevrouw van Eboli, zijn vuur van geilheid blusschen, dat aangestoken was met de toorts van de wreedheid.En hij lachte niet.En mevrouw van Eboli ontving hem, uit vrees en geenszins uit liefde.

Dien dag had koning Philippus te veel lekkernijen gegeten en was hij naargeestiger dan gewoonte. Hij had op zijn levende klavecimbel gespeeld, eene kist waar katten in waren, dewelke heuren kop door ronde gaten staken, boven de toetsen. Telkens dat de koning op eene toets sloeg, sloeg deze op hare beurt de kat met eenen schicht; en het dier mauwde erbarmelijk, ter oorzake van de smert, die het uitstond.

Doch Phillippus lachte niet.

Gedurig zocht hij in zijnen geest hoe hij Elisabeth, de groote koningin, zou kunnen overwinnen om Maria Stuart terug op den troon van Engeland te plaatsen. Met dat doel had hij eenen brief geschreven aan den Paus, dewelke diep in schulden stak; de Paus had geantwoord dat hij, voor die onderneming, geerne de heilige vaten der tempels en de schatten van het Vatikaan zou verkocht hebben.

Maar Philippus lachte niet.

Ridolfi, de lieveling van koningin Maria, die heur wilde verlossen in de heimelijke hoop naderhand met heur te trouwen en koning van Engeland te worden, kwam bij Philippus om met hem Elisabeth’s dood te beramen. Maar hij had zulke langetong, lijk de koning naderhand schreef, dat men ter Beurze van Antwerpen openlijk van zijn voornemen gesproken had; en de moord werd niet bedreven.

En Philippus lachte niet.

Later zond de bloedige hertog, op bevel van den koning, vier moordenaars naar Engeland. Zij slaagden er slechts in, zich te doen hangen.

En Philippus lachte niet.

En aldus verijdelde God de heerschzuchtige plannen van dien bloedzuiger, wiens voornemen was Maria Stuart heuren zoon te ontnemen en in zijne plaats, samen met den Paus, over Engeland te regeeren. En de moordenaar was verbitterd, omdat dit edele land zoo groot en zoo machtig was. Gedurig wendde hij zijn bleeke oogen naar hetzelve, en zocht hij het middel om het te verpletten, om vervolgens over de wereld te regeeren, de hervormden uit te roeien, en liefst nog de rijke, en have en goed te erven van de slachtofferen.

Maar hij lachte niet.

En men bracht hem ratten en muizen in een ijzeren doos met hooge randen, open van boven; en hij stelde de doos met den bodem op een gloeiende stoof en hij schepte er vermaak in, de arme diertjes te zien en te hooren springen, schreeuwen, zuchten en sterven....

Maar hij lachte niet.

Vervolgens ging hij, met bleek gezicht en bevende handen, in de armen van mevrouw van Eboli, zijn vuur van geilheid blusschen, dat aangestoken was met de toorts van de wreedheid.

En hij lachte niet.

En mevrouw van Eboli ontving hem, uit vrees en geenszins uit liefde.


Back to IndexNext