1Dit gezichtspunt was een dubbelzinnige verbetering van de opvatting, die, zooals Westermarck heeft aangetoond, onder primitieve volken algemeen heerschte, n.l. deze, dat de sexueele daad een vrouw alleen vernedert en haar waarde vermindert, in zooverre zij het eigendom is van een ander persoon, die de werkelijk benadeelde persoon is.↑2Op deze ingewikkelde tegenstrijdigheid is van godsdienstige zijde fijn gewezen door den Rev. H. Northcote,Christianity and Sex Problems, p. 53.↑3“Die Abstinentia Sexualis”,Zeitschrift für Sexualwissenschaft, Nov. 1908.↑4P. Janet, “La Maladie du Scrupule”,RevuePhilosophique, Mei 1901.↑5Zie Freud,Sexual-Probleme, Maart 1908. Zooals Adele Schreiber ook aantoont (Mutterschutz, Jan. 1907, p. 30), is het niet genoeg te bewijzen, dat abstinentie niet gevaarlijk is; we moeten in de gedachte houden, dat de geestelijke en physieke energie, die verbruikt wordt voor het onderdrukken van dit machtige instinct dikwijls een vroolijke, energieke natuur verandert in een zwakke schaduw. Evenzoo zegt Helene Stöcker (Die Liebe und die Frauen, p. 105): “De kwestie, of abstinentie schadelijk is, is, om de waarheid te zeggen, een belachelijke kwestie. Men hoeft geen zenuw-specialist te zijn om te weten, als iets dat vanzelf spreekt, dat een leven van gelukkige liefde en huwelijk het gezonde leven is, en dat de geheele afwezigheid daarvan wel leiden moet tot ernstige zenuw-depressie, zelfs als er geen directe physiologische stoornissen kunnen worden aangetoond”.↑6Max Flesch, “Ehe,Hygieneund Sexuelle Moral”,Mutterschutz, 1905, aflevering 7.↑7“Ik heb twee jaar lang nauwkeurige ondervinding en omgang met de Trappisten gehad”, schreef Dr. Butterfield van Natal (British Medical Journal, Sept. 15, 1906, p. 668), “als medisch verzorger en als geloovig Katholiek beide. Ik heb ze bestudeerd en hun leven, gewoonten en diëet onderzocht, en hoewel ik het niet graag aan zou nemen, omdat het voor mij persoonlijk niet past, is de groote massa van hen van een absoluut ideale gezondheid en kracht, zij mankeeren zelden iets, zijn in staat tot veel werk, geestelijk en lichamelijk. Hun leven is zeer eenvoudig en zeer regelmatig. Het zou moeilijk zijn een gezonder gemeenschap van mannen en vrouwen, met volkomen gelijkmatigheid van humeur—op dit laatste leg ik den nadruk—te vinden. Gezondheid straalt uit hun oogen, hun gelaat en hun daden. Alleen bij ziekte of bij lange reizen worden hun krachtige spijzen toegestaan—vleesch, eieren, enz.—of alcohol”.↑8Féré,L’Instinct Sexual, tweede uitgave, p. 332.↑9Het leven op het land, zooals we gezien hebben toen we de verhouding daarvan tot sexueele vroegrijpheid bespraken, is aan den eenen kant het ongekende van een bescherming tegen sexueele invloeden. Maar aan den anderen kant, voor zoover het hard werken op het land in zich sluit en eenvoudigleven, onder omstandigheden die niet prikkelend zijn voor het zenuwstelsel,ishet gunstig voor een aanmerkelijk uitgestelde sexueele werkzaamheid in de jeugd en voor een betrekkelijke zelfbeheersching. Ammon vond in den loop van zijn anthropologische onderzoekingen op Badensche lotelingen, dat sexueele omgang op het land zeldzaam was voor de twintig, en dat zelfs sexueele zaaduitstortingen tijdens den slaap zeldzaam waren voor de negentien of twintig. In de dorpen wordt ook gezegd, herhaalt hij, dat niemand het recht heeft meisjes na te loopen die nog geen geweer draagt, en de oudere jongens mishandelen soms brutaal iederen jongeren jongen, die met een meisje gevonden wordt. Ongetwijfeld gaat dit dikwijls vooraf aan veel losbandigheid later.↑10Het overwicht in aantal, dat ongetrouwde onderwijzeressen nu in het Amerikaansche schoolsysteem verkregen hebben, heeft bij vele goede opmerkers ernstige bezorgdheid gewekt, en men zegt, dat het bij jongens en meisjes onbevredigende onderwijsresultaten oplevert. Een bekend autoriteit, Professor McKeen Cattell (“The School and the Family”,Popular Science Monthly, Jan. 1909) gaat, waar hij verwijst naar dit overheerschen van “oude juffrouwen zonder levenskracht of geslacht”, zoover van te zeggen, dat “het eindresultaat van dit feit, dat men de ongetrouwde vrouw de gewone onderwijzeres laat zijn, geweest is, dat het een kwestie geworden is of het niet een voordeel zou zijn voor het land, als de geheele schoolplant uitgeroeid kon worden”.↑11Corre (Les Criminels, p. 351) zegt, dat van de dertien priesters, veroordeeld wegens misdaad, er zes schuldig waren aan sexueele pogingen op kinderen, en van de drie en tachtig veroordeelde onderwijzers acht en veertig soortgelijke misdrijven hadden begaan. Dit was op een tijd, toen onderwijzers praktisch bijna gedwongen waren een ongehuwd leven te leiden; veranderde omstandigheden hebben voor een groot deel deze soort van misdrijf onder hen verminderd. Zonder dat het tot misdaad komt, ondervinden vele moreele en godsdienstige mannen, geestelijken en anderen, die een ernstig abstinent leven geleid hebben in hun jeugd, soms op middelbaren leeftijd of later de uitbarsting van bijna niet te beheerschen sexueele impulsen, normaal of abnormaal. Bij vrouwen nemen zulke uitingen dikwijls den vorm aan van als een obsessie vervolgende gedachten, zooals b.v. in het geval (Comptes-Rendus Congrès International de Médecine, Moscou, 1897, deel IV, p. 27) van een kuische vrouw, die den drang in zich voelde om te kijken naar de geslachtsdeelen van mannen.↑12J. A. Godfrey,The Science of Sex, p. 138.↑13Zie bv. Havelock Ellis, “St. Francis and Others”,Affirmations.↑
1Dit gezichtspunt was een dubbelzinnige verbetering van de opvatting, die, zooals Westermarck heeft aangetoond, onder primitieve volken algemeen heerschte, n.l. deze, dat de sexueele daad een vrouw alleen vernedert en haar waarde vermindert, in zooverre zij het eigendom is van een ander persoon, die de werkelijk benadeelde persoon is.↑2Op deze ingewikkelde tegenstrijdigheid is van godsdienstige zijde fijn gewezen door den Rev. H. Northcote,Christianity and Sex Problems, p. 53.↑3“Die Abstinentia Sexualis”,Zeitschrift für Sexualwissenschaft, Nov. 1908.↑4P. Janet, “La Maladie du Scrupule”,RevuePhilosophique, Mei 1901.↑5Zie Freud,Sexual-Probleme, Maart 1908. Zooals Adele Schreiber ook aantoont (Mutterschutz, Jan. 1907, p. 30), is het niet genoeg te bewijzen, dat abstinentie niet gevaarlijk is; we moeten in de gedachte houden, dat de geestelijke en physieke energie, die verbruikt wordt voor het onderdrukken van dit machtige instinct dikwijls een vroolijke, energieke natuur verandert in een zwakke schaduw. Evenzoo zegt Helene Stöcker (Die Liebe und die Frauen, p. 105): “De kwestie, of abstinentie schadelijk is, is, om de waarheid te zeggen, een belachelijke kwestie. Men hoeft geen zenuw-specialist te zijn om te weten, als iets dat vanzelf spreekt, dat een leven van gelukkige liefde en huwelijk het gezonde leven is, en dat de geheele afwezigheid daarvan wel leiden moet tot ernstige zenuw-depressie, zelfs als er geen directe physiologische stoornissen kunnen worden aangetoond”.↑6Max Flesch, “Ehe,Hygieneund Sexuelle Moral”,Mutterschutz, 1905, aflevering 7.↑7“Ik heb twee jaar lang nauwkeurige ondervinding en omgang met de Trappisten gehad”, schreef Dr. Butterfield van Natal (British Medical Journal, Sept. 15, 1906, p. 668), “als medisch verzorger en als geloovig Katholiek beide. Ik heb ze bestudeerd en hun leven, gewoonten en diëet onderzocht, en hoewel ik het niet graag aan zou nemen, omdat het voor mij persoonlijk niet past, is de groote massa van hen van een absoluut ideale gezondheid en kracht, zij mankeeren zelden iets, zijn in staat tot veel werk, geestelijk en lichamelijk. Hun leven is zeer eenvoudig en zeer regelmatig. Het zou moeilijk zijn een gezonder gemeenschap van mannen en vrouwen, met volkomen gelijkmatigheid van humeur—op dit laatste leg ik den nadruk—te vinden. Gezondheid straalt uit hun oogen, hun gelaat en hun daden. Alleen bij ziekte of bij lange reizen worden hun krachtige spijzen toegestaan—vleesch, eieren, enz.—of alcohol”.↑8Féré,L’Instinct Sexual, tweede uitgave, p. 332.↑9Het leven op het land, zooals we gezien hebben toen we de verhouding daarvan tot sexueele vroegrijpheid bespraken, is aan den eenen kant het ongekende van een bescherming tegen sexueele invloeden. Maar aan den anderen kant, voor zoover het hard werken op het land in zich sluit en eenvoudigleven, onder omstandigheden die niet prikkelend zijn voor het zenuwstelsel,ishet gunstig voor een aanmerkelijk uitgestelde sexueele werkzaamheid in de jeugd en voor een betrekkelijke zelfbeheersching. Ammon vond in den loop van zijn anthropologische onderzoekingen op Badensche lotelingen, dat sexueele omgang op het land zeldzaam was voor de twintig, en dat zelfs sexueele zaaduitstortingen tijdens den slaap zeldzaam waren voor de negentien of twintig. In de dorpen wordt ook gezegd, herhaalt hij, dat niemand het recht heeft meisjes na te loopen die nog geen geweer draagt, en de oudere jongens mishandelen soms brutaal iederen jongeren jongen, die met een meisje gevonden wordt. Ongetwijfeld gaat dit dikwijls vooraf aan veel losbandigheid later.↑10Het overwicht in aantal, dat ongetrouwde onderwijzeressen nu in het Amerikaansche schoolsysteem verkregen hebben, heeft bij vele goede opmerkers ernstige bezorgdheid gewekt, en men zegt, dat het bij jongens en meisjes onbevredigende onderwijsresultaten oplevert. Een bekend autoriteit, Professor McKeen Cattell (“The School and the Family”,Popular Science Monthly, Jan. 1909) gaat, waar hij verwijst naar dit overheerschen van “oude juffrouwen zonder levenskracht of geslacht”, zoover van te zeggen, dat “het eindresultaat van dit feit, dat men de ongetrouwde vrouw de gewone onderwijzeres laat zijn, geweest is, dat het een kwestie geworden is of het niet een voordeel zou zijn voor het land, als de geheele schoolplant uitgeroeid kon worden”.↑11Corre (Les Criminels, p. 351) zegt, dat van de dertien priesters, veroordeeld wegens misdaad, er zes schuldig waren aan sexueele pogingen op kinderen, en van de drie en tachtig veroordeelde onderwijzers acht en veertig soortgelijke misdrijven hadden begaan. Dit was op een tijd, toen onderwijzers praktisch bijna gedwongen waren een ongehuwd leven te leiden; veranderde omstandigheden hebben voor een groot deel deze soort van misdrijf onder hen verminderd. Zonder dat het tot misdaad komt, ondervinden vele moreele en godsdienstige mannen, geestelijken en anderen, die een ernstig abstinent leven geleid hebben in hun jeugd, soms op middelbaren leeftijd of later de uitbarsting van bijna niet te beheerschen sexueele impulsen, normaal of abnormaal. Bij vrouwen nemen zulke uitingen dikwijls den vorm aan van als een obsessie vervolgende gedachten, zooals b.v. in het geval (Comptes-Rendus Congrès International de Médecine, Moscou, 1897, deel IV, p. 27) van een kuische vrouw, die den drang in zich voelde om te kijken naar de geslachtsdeelen van mannen.↑12J. A. Godfrey,The Science of Sex, p. 138.↑13Zie bv. Havelock Ellis, “St. Francis and Others”,Affirmations.↑
1Dit gezichtspunt was een dubbelzinnige verbetering van de opvatting, die, zooals Westermarck heeft aangetoond, onder primitieve volken algemeen heerschte, n.l. deze, dat de sexueele daad een vrouw alleen vernedert en haar waarde vermindert, in zooverre zij het eigendom is van een ander persoon, die de werkelijk benadeelde persoon is.↑2Op deze ingewikkelde tegenstrijdigheid is van godsdienstige zijde fijn gewezen door den Rev. H. Northcote,Christianity and Sex Problems, p. 53.↑3“Die Abstinentia Sexualis”,Zeitschrift für Sexualwissenschaft, Nov. 1908.↑4P. Janet, “La Maladie du Scrupule”,RevuePhilosophique, Mei 1901.↑5Zie Freud,Sexual-Probleme, Maart 1908. Zooals Adele Schreiber ook aantoont (Mutterschutz, Jan. 1907, p. 30), is het niet genoeg te bewijzen, dat abstinentie niet gevaarlijk is; we moeten in de gedachte houden, dat de geestelijke en physieke energie, die verbruikt wordt voor het onderdrukken van dit machtige instinct dikwijls een vroolijke, energieke natuur verandert in een zwakke schaduw. Evenzoo zegt Helene Stöcker (Die Liebe und die Frauen, p. 105): “De kwestie, of abstinentie schadelijk is, is, om de waarheid te zeggen, een belachelijke kwestie. Men hoeft geen zenuw-specialist te zijn om te weten, als iets dat vanzelf spreekt, dat een leven van gelukkige liefde en huwelijk het gezonde leven is, en dat de geheele afwezigheid daarvan wel leiden moet tot ernstige zenuw-depressie, zelfs als er geen directe physiologische stoornissen kunnen worden aangetoond”.↑6Max Flesch, “Ehe,Hygieneund Sexuelle Moral”,Mutterschutz, 1905, aflevering 7.↑7“Ik heb twee jaar lang nauwkeurige ondervinding en omgang met de Trappisten gehad”, schreef Dr. Butterfield van Natal (British Medical Journal, Sept. 15, 1906, p. 668), “als medisch verzorger en als geloovig Katholiek beide. Ik heb ze bestudeerd en hun leven, gewoonten en diëet onderzocht, en hoewel ik het niet graag aan zou nemen, omdat het voor mij persoonlijk niet past, is de groote massa van hen van een absoluut ideale gezondheid en kracht, zij mankeeren zelden iets, zijn in staat tot veel werk, geestelijk en lichamelijk. Hun leven is zeer eenvoudig en zeer regelmatig. Het zou moeilijk zijn een gezonder gemeenschap van mannen en vrouwen, met volkomen gelijkmatigheid van humeur—op dit laatste leg ik den nadruk—te vinden. Gezondheid straalt uit hun oogen, hun gelaat en hun daden. Alleen bij ziekte of bij lange reizen worden hun krachtige spijzen toegestaan—vleesch, eieren, enz.—of alcohol”.↑8Féré,L’Instinct Sexual, tweede uitgave, p. 332.↑9Het leven op het land, zooals we gezien hebben toen we de verhouding daarvan tot sexueele vroegrijpheid bespraken, is aan den eenen kant het ongekende van een bescherming tegen sexueele invloeden. Maar aan den anderen kant, voor zoover het hard werken op het land in zich sluit en eenvoudigleven, onder omstandigheden die niet prikkelend zijn voor het zenuwstelsel,ishet gunstig voor een aanmerkelijk uitgestelde sexueele werkzaamheid in de jeugd en voor een betrekkelijke zelfbeheersching. Ammon vond in den loop van zijn anthropologische onderzoekingen op Badensche lotelingen, dat sexueele omgang op het land zeldzaam was voor de twintig, en dat zelfs sexueele zaaduitstortingen tijdens den slaap zeldzaam waren voor de negentien of twintig. In de dorpen wordt ook gezegd, herhaalt hij, dat niemand het recht heeft meisjes na te loopen die nog geen geweer draagt, en de oudere jongens mishandelen soms brutaal iederen jongeren jongen, die met een meisje gevonden wordt. Ongetwijfeld gaat dit dikwijls vooraf aan veel losbandigheid later.↑10Het overwicht in aantal, dat ongetrouwde onderwijzeressen nu in het Amerikaansche schoolsysteem verkregen hebben, heeft bij vele goede opmerkers ernstige bezorgdheid gewekt, en men zegt, dat het bij jongens en meisjes onbevredigende onderwijsresultaten oplevert. Een bekend autoriteit, Professor McKeen Cattell (“The School and the Family”,Popular Science Monthly, Jan. 1909) gaat, waar hij verwijst naar dit overheerschen van “oude juffrouwen zonder levenskracht of geslacht”, zoover van te zeggen, dat “het eindresultaat van dit feit, dat men de ongetrouwde vrouw de gewone onderwijzeres laat zijn, geweest is, dat het een kwestie geworden is of het niet een voordeel zou zijn voor het land, als de geheele schoolplant uitgeroeid kon worden”.↑11Corre (Les Criminels, p. 351) zegt, dat van de dertien priesters, veroordeeld wegens misdaad, er zes schuldig waren aan sexueele pogingen op kinderen, en van de drie en tachtig veroordeelde onderwijzers acht en veertig soortgelijke misdrijven hadden begaan. Dit was op een tijd, toen onderwijzers praktisch bijna gedwongen waren een ongehuwd leven te leiden; veranderde omstandigheden hebben voor een groot deel deze soort van misdrijf onder hen verminderd. Zonder dat het tot misdaad komt, ondervinden vele moreele en godsdienstige mannen, geestelijken en anderen, die een ernstig abstinent leven geleid hebben in hun jeugd, soms op middelbaren leeftijd of later de uitbarsting van bijna niet te beheerschen sexueele impulsen, normaal of abnormaal. Bij vrouwen nemen zulke uitingen dikwijls den vorm aan van als een obsessie vervolgende gedachten, zooals b.v. in het geval (Comptes-Rendus Congrès International de Médecine, Moscou, 1897, deel IV, p. 27) van een kuische vrouw, die den drang in zich voelde om te kijken naar de geslachtsdeelen van mannen.↑12J. A. Godfrey,The Science of Sex, p. 138.↑13Zie bv. Havelock Ellis, “St. Francis and Others”,Affirmations.↑
1Dit gezichtspunt was een dubbelzinnige verbetering van de opvatting, die, zooals Westermarck heeft aangetoond, onder primitieve volken algemeen heerschte, n.l. deze, dat de sexueele daad een vrouw alleen vernedert en haar waarde vermindert, in zooverre zij het eigendom is van een ander persoon, die de werkelijk benadeelde persoon is.↑2Op deze ingewikkelde tegenstrijdigheid is van godsdienstige zijde fijn gewezen door den Rev. H. Northcote,Christianity and Sex Problems, p. 53.↑3“Die Abstinentia Sexualis”,Zeitschrift für Sexualwissenschaft, Nov. 1908.↑4P. Janet, “La Maladie du Scrupule”,RevuePhilosophique, Mei 1901.↑5Zie Freud,Sexual-Probleme, Maart 1908. Zooals Adele Schreiber ook aantoont (Mutterschutz, Jan. 1907, p. 30), is het niet genoeg te bewijzen, dat abstinentie niet gevaarlijk is; we moeten in de gedachte houden, dat de geestelijke en physieke energie, die verbruikt wordt voor het onderdrukken van dit machtige instinct dikwijls een vroolijke, energieke natuur verandert in een zwakke schaduw. Evenzoo zegt Helene Stöcker (Die Liebe und die Frauen, p. 105): “De kwestie, of abstinentie schadelijk is, is, om de waarheid te zeggen, een belachelijke kwestie. Men hoeft geen zenuw-specialist te zijn om te weten, als iets dat vanzelf spreekt, dat een leven van gelukkige liefde en huwelijk het gezonde leven is, en dat de geheele afwezigheid daarvan wel leiden moet tot ernstige zenuw-depressie, zelfs als er geen directe physiologische stoornissen kunnen worden aangetoond”.↑6Max Flesch, “Ehe,Hygieneund Sexuelle Moral”,Mutterschutz, 1905, aflevering 7.↑7“Ik heb twee jaar lang nauwkeurige ondervinding en omgang met de Trappisten gehad”, schreef Dr. Butterfield van Natal (British Medical Journal, Sept. 15, 1906, p. 668), “als medisch verzorger en als geloovig Katholiek beide. Ik heb ze bestudeerd en hun leven, gewoonten en diëet onderzocht, en hoewel ik het niet graag aan zou nemen, omdat het voor mij persoonlijk niet past, is de groote massa van hen van een absoluut ideale gezondheid en kracht, zij mankeeren zelden iets, zijn in staat tot veel werk, geestelijk en lichamelijk. Hun leven is zeer eenvoudig en zeer regelmatig. Het zou moeilijk zijn een gezonder gemeenschap van mannen en vrouwen, met volkomen gelijkmatigheid van humeur—op dit laatste leg ik den nadruk—te vinden. Gezondheid straalt uit hun oogen, hun gelaat en hun daden. Alleen bij ziekte of bij lange reizen worden hun krachtige spijzen toegestaan—vleesch, eieren, enz.—of alcohol”.↑8Féré,L’Instinct Sexual, tweede uitgave, p. 332.↑9Het leven op het land, zooals we gezien hebben toen we de verhouding daarvan tot sexueele vroegrijpheid bespraken, is aan den eenen kant het ongekende van een bescherming tegen sexueele invloeden. Maar aan den anderen kant, voor zoover het hard werken op het land in zich sluit en eenvoudigleven, onder omstandigheden die niet prikkelend zijn voor het zenuwstelsel,ishet gunstig voor een aanmerkelijk uitgestelde sexueele werkzaamheid in de jeugd en voor een betrekkelijke zelfbeheersching. Ammon vond in den loop van zijn anthropologische onderzoekingen op Badensche lotelingen, dat sexueele omgang op het land zeldzaam was voor de twintig, en dat zelfs sexueele zaaduitstortingen tijdens den slaap zeldzaam waren voor de negentien of twintig. In de dorpen wordt ook gezegd, herhaalt hij, dat niemand het recht heeft meisjes na te loopen die nog geen geweer draagt, en de oudere jongens mishandelen soms brutaal iederen jongeren jongen, die met een meisje gevonden wordt. Ongetwijfeld gaat dit dikwijls vooraf aan veel losbandigheid later.↑10Het overwicht in aantal, dat ongetrouwde onderwijzeressen nu in het Amerikaansche schoolsysteem verkregen hebben, heeft bij vele goede opmerkers ernstige bezorgdheid gewekt, en men zegt, dat het bij jongens en meisjes onbevredigende onderwijsresultaten oplevert. Een bekend autoriteit, Professor McKeen Cattell (“The School and the Family”,Popular Science Monthly, Jan. 1909) gaat, waar hij verwijst naar dit overheerschen van “oude juffrouwen zonder levenskracht of geslacht”, zoover van te zeggen, dat “het eindresultaat van dit feit, dat men de ongetrouwde vrouw de gewone onderwijzeres laat zijn, geweest is, dat het een kwestie geworden is of het niet een voordeel zou zijn voor het land, als de geheele schoolplant uitgeroeid kon worden”.↑11Corre (Les Criminels, p. 351) zegt, dat van de dertien priesters, veroordeeld wegens misdaad, er zes schuldig waren aan sexueele pogingen op kinderen, en van de drie en tachtig veroordeelde onderwijzers acht en veertig soortgelijke misdrijven hadden begaan. Dit was op een tijd, toen onderwijzers praktisch bijna gedwongen waren een ongehuwd leven te leiden; veranderde omstandigheden hebben voor een groot deel deze soort van misdrijf onder hen verminderd. Zonder dat het tot misdaad komt, ondervinden vele moreele en godsdienstige mannen, geestelijken en anderen, die een ernstig abstinent leven geleid hebben in hun jeugd, soms op middelbaren leeftijd of later de uitbarsting van bijna niet te beheerschen sexueele impulsen, normaal of abnormaal. Bij vrouwen nemen zulke uitingen dikwijls den vorm aan van als een obsessie vervolgende gedachten, zooals b.v. in het geval (Comptes-Rendus Congrès International de Médecine, Moscou, 1897, deel IV, p. 27) van een kuische vrouw, die den drang in zich voelde om te kijken naar de geslachtsdeelen van mannen.↑12J. A. Godfrey,The Science of Sex, p. 138.↑13Zie bv. Havelock Ellis, “St. Francis and Others”,Affirmations.↑
1Dit gezichtspunt was een dubbelzinnige verbetering van de opvatting, die, zooals Westermarck heeft aangetoond, onder primitieve volken algemeen heerschte, n.l. deze, dat de sexueele daad een vrouw alleen vernedert en haar waarde vermindert, in zooverre zij het eigendom is van een ander persoon, die de werkelijk benadeelde persoon is.↑
2Op deze ingewikkelde tegenstrijdigheid is van godsdienstige zijde fijn gewezen door den Rev. H. Northcote,Christianity and Sex Problems, p. 53.↑
3“Die Abstinentia Sexualis”,Zeitschrift für Sexualwissenschaft, Nov. 1908.↑
4P. Janet, “La Maladie du Scrupule”,RevuePhilosophique, Mei 1901.↑
5Zie Freud,Sexual-Probleme, Maart 1908. Zooals Adele Schreiber ook aantoont (Mutterschutz, Jan. 1907, p. 30), is het niet genoeg te bewijzen, dat abstinentie niet gevaarlijk is; we moeten in de gedachte houden, dat de geestelijke en physieke energie, die verbruikt wordt voor het onderdrukken van dit machtige instinct dikwijls een vroolijke, energieke natuur verandert in een zwakke schaduw. Evenzoo zegt Helene Stöcker (Die Liebe und die Frauen, p. 105): “De kwestie, of abstinentie schadelijk is, is, om de waarheid te zeggen, een belachelijke kwestie. Men hoeft geen zenuw-specialist te zijn om te weten, als iets dat vanzelf spreekt, dat een leven van gelukkige liefde en huwelijk het gezonde leven is, en dat de geheele afwezigheid daarvan wel leiden moet tot ernstige zenuw-depressie, zelfs als er geen directe physiologische stoornissen kunnen worden aangetoond”.↑
6Max Flesch, “Ehe,Hygieneund Sexuelle Moral”,Mutterschutz, 1905, aflevering 7.↑
7“Ik heb twee jaar lang nauwkeurige ondervinding en omgang met de Trappisten gehad”, schreef Dr. Butterfield van Natal (British Medical Journal, Sept. 15, 1906, p. 668), “als medisch verzorger en als geloovig Katholiek beide. Ik heb ze bestudeerd en hun leven, gewoonten en diëet onderzocht, en hoewel ik het niet graag aan zou nemen, omdat het voor mij persoonlijk niet past, is de groote massa van hen van een absoluut ideale gezondheid en kracht, zij mankeeren zelden iets, zijn in staat tot veel werk, geestelijk en lichamelijk. Hun leven is zeer eenvoudig en zeer regelmatig. Het zou moeilijk zijn een gezonder gemeenschap van mannen en vrouwen, met volkomen gelijkmatigheid van humeur—op dit laatste leg ik den nadruk—te vinden. Gezondheid straalt uit hun oogen, hun gelaat en hun daden. Alleen bij ziekte of bij lange reizen worden hun krachtige spijzen toegestaan—vleesch, eieren, enz.—of alcohol”.↑
8Féré,L’Instinct Sexual, tweede uitgave, p. 332.↑
9Het leven op het land, zooals we gezien hebben toen we de verhouding daarvan tot sexueele vroegrijpheid bespraken, is aan den eenen kant het ongekende van een bescherming tegen sexueele invloeden. Maar aan den anderen kant, voor zoover het hard werken op het land in zich sluit en eenvoudigleven, onder omstandigheden die niet prikkelend zijn voor het zenuwstelsel,ishet gunstig voor een aanmerkelijk uitgestelde sexueele werkzaamheid in de jeugd en voor een betrekkelijke zelfbeheersching. Ammon vond in den loop van zijn anthropologische onderzoekingen op Badensche lotelingen, dat sexueele omgang op het land zeldzaam was voor de twintig, en dat zelfs sexueele zaaduitstortingen tijdens den slaap zeldzaam waren voor de negentien of twintig. In de dorpen wordt ook gezegd, herhaalt hij, dat niemand het recht heeft meisjes na te loopen die nog geen geweer draagt, en de oudere jongens mishandelen soms brutaal iederen jongeren jongen, die met een meisje gevonden wordt. Ongetwijfeld gaat dit dikwijls vooraf aan veel losbandigheid later.↑
10Het overwicht in aantal, dat ongetrouwde onderwijzeressen nu in het Amerikaansche schoolsysteem verkregen hebben, heeft bij vele goede opmerkers ernstige bezorgdheid gewekt, en men zegt, dat het bij jongens en meisjes onbevredigende onderwijsresultaten oplevert. Een bekend autoriteit, Professor McKeen Cattell (“The School and the Family”,Popular Science Monthly, Jan. 1909) gaat, waar hij verwijst naar dit overheerschen van “oude juffrouwen zonder levenskracht of geslacht”, zoover van te zeggen, dat “het eindresultaat van dit feit, dat men de ongetrouwde vrouw de gewone onderwijzeres laat zijn, geweest is, dat het een kwestie geworden is of het niet een voordeel zou zijn voor het land, als de geheele schoolplant uitgeroeid kon worden”.↑
11Corre (Les Criminels, p. 351) zegt, dat van de dertien priesters, veroordeeld wegens misdaad, er zes schuldig waren aan sexueele pogingen op kinderen, en van de drie en tachtig veroordeelde onderwijzers acht en veertig soortgelijke misdrijven hadden begaan. Dit was op een tijd, toen onderwijzers praktisch bijna gedwongen waren een ongehuwd leven te leiden; veranderde omstandigheden hebben voor een groot deel deze soort van misdrijf onder hen verminderd. Zonder dat het tot misdaad komt, ondervinden vele moreele en godsdienstige mannen, geestelijken en anderen, die een ernstig abstinent leven geleid hebben in hun jeugd, soms op middelbaren leeftijd of later de uitbarsting van bijna niet te beheerschen sexueele impulsen, normaal of abnormaal. Bij vrouwen nemen zulke uitingen dikwijls den vorm aan van als een obsessie vervolgende gedachten, zooals b.v. in het geval (Comptes-Rendus Congrès International de Médecine, Moscou, 1897, deel IV, p. 27) van een kuische vrouw, die den drang in zich voelde om te kijken naar de geslachtsdeelen van mannen.↑
12J. A. Godfrey,The Science of Sex, p. 138.↑
13Zie bv. Havelock Ellis, “St. Francis and Others”,Affirmations.↑