PROSTITUTIE

PROSTITUTIEI.De Orgie.—De godsdienstige oorsprong van de orgie.—Het losbandigheidsfeest.—Erkenning van de orgie door de Grieken en Romeinen.—De orgie onder natuurvolken.—Het drama.—Het doel, beoogd door de orgie.II.De oorsprong en de ontwikkeling van de prostitutie.—De definitie van prostitutie.—Prostitutie onder natuurvolken.—De voorwaarden, waaronder beroeps-prostitutie ontstaat.—Geheiligde prostitutie.—De dienst van Mylitta.— Het uitoefenen van de prostitutie met het doel een huwelijksgift te verkrijgen.—Het ontstaan van de wereldlijke prostitutie in Griekenland.—Prostitutie in het Oosten: Indië, China, Japan, enz.—Prostitutie in Rome.—De invloed van het Christendom op de prostitutie.—De poging om de prostitutie te bestrijden.—Het middeleeuwsch bordeel.—Het ontstaan van de courtisane.—Tullia d’Arragona, Veronica Franco, Ninon de Lenclos.—Latere pogingen om de prostitutie uit te roeien.—Het politietoezicht op de prostitutie.—De nutteloosheid hiervan wordt langzamerhand algemeen erkend.III.De oorzaken van de prostitutie.—Prostitutie als een deel van het huwelijkssysteem.—Het complex van oorzaken voor de prostitutie.—De motieven, aangegeven door de prostituées.—(1) De economische factor van de prostitutie.—Armoede is zelden het hoofd-motief voor de prostitutie.—Maar de economische druk oefent een zeer werkelijken invloed uit.—Het hooge percentage van deprostituéesgeleverd door de dienstboden.—Beteekenis van dit feit.—(2) De biologische factor van de prostitutie.—De zoogenaamde geboren prostituée.—De aangehaalde identiteit met den geboren misdadiger.—Het sexueele instinct bij prostituées.—De physieke en psychische eigenaardigheden van prostituées.—(3) De moreele noodzakelijkheid als een factor in het bestaan van de prostitutie.—De moreele voorstanders van de prostitutie.—De moreele houding van het Christendom jegens de prostitutie.—De houding van het protestantisme.—Nieuwere voorstanders van de moreele noodzakelijkheid van de prostitutie.—(4) Waarde van de beschaving als een factor van de prostitutie.—De invloed van het stadsleven.—De behoefte aan opwinding.—Waarom dienstmeisjes zoo dikwijls prostituée worden.—De geringe rol, die de verleiding speelt.—Prostituées komen in grooten getale van het land.—De lokstem van de beschaving trekt vrouwen naar de prostitutie.—De overeenkomstige aantrekking wordt door mannen gevoeld.—Deprostituéeals kunstenares en als leidsvrouw van de mode.—De bekoring van het vulgaire.IV.De tegenwoordige houding der maatschappij tegenover de prostitutie.—Het verval van het bordeel.—De neiging tot humaniseeren van de prostitutie.—De pecuniaire zijde van de kwestie.—De Geisha.—De Hetere.—De moreele opstand tegen de prostitutie.—Vuile ondeugd gegrond op duredeugd.—De gewone houding tegenover prostituées.—De wreedheid hiervan is absurd.—De noodzakelijkheid de prostitutie te hervormen.—De noodzakelijkheid het huwelijk te hervormen.—Deze beide behoeften hangen nauw met elkaar samen.—De daarbij in aanmerking komende dynamische betrekkingen.

PROSTITUTIEI.De Orgie.—De godsdienstige oorsprong van de orgie.—Het losbandigheidsfeest.—Erkenning van de orgie door de Grieken en Romeinen.—De orgie onder natuurvolken.—Het drama.—Het doel, beoogd door de orgie.II.De oorsprong en de ontwikkeling van de prostitutie.—De definitie van prostitutie.—Prostitutie onder natuurvolken.—De voorwaarden, waaronder beroeps-prostitutie ontstaat.—Geheiligde prostitutie.—De dienst van Mylitta.— Het uitoefenen van de prostitutie met het doel een huwelijksgift te verkrijgen.—Het ontstaan van de wereldlijke prostitutie in Griekenland.—Prostitutie in het Oosten: Indië, China, Japan, enz.—Prostitutie in Rome.—De invloed van het Christendom op de prostitutie.—De poging om de prostitutie te bestrijden.—Het middeleeuwsch bordeel.—Het ontstaan van de courtisane.—Tullia d’Arragona, Veronica Franco, Ninon de Lenclos.—Latere pogingen om de prostitutie uit te roeien.—Het politietoezicht op de prostitutie.—De nutteloosheid hiervan wordt langzamerhand algemeen erkend.III.De oorzaken van de prostitutie.—Prostitutie als een deel van het huwelijkssysteem.—Het complex van oorzaken voor de prostitutie.—De motieven, aangegeven door de prostituées.—(1) De economische factor van de prostitutie.—Armoede is zelden het hoofd-motief voor de prostitutie.—Maar de economische druk oefent een zeer werkelijken invloed uit.—Het hooge percentage van deprostituéesgeleverd door de dienstboden.—Beteekenis van dit feit.—(2) De biologische factor van de prostitutie.—De zoogenaamde geboren prostituée.—De aangehaalde identiteit met den geboren misdadiger.—Het sexueele instinct bij prostituées.—De physieke en psychische eigenaardigheden van prostituées.—(3) De moreele noodzakelijkheid als een factor in het bestaan van de prostitutie.—De moreele voorstanders van de prostitutie.—De moreele houding van het Christendom jegens de prostitutie.—De houding van het protestantisme.—Nieuwere voorstanders van de moreele noodzakelijkheid van de prostitutie.—(4) Waarde van de beschaving als een factor van de prostitutie.—De invloed van het stadsleven.—De behoefte aan opwinding.—Waarom dienstmeisjes zoo dikwijls prostituée worden.—De geringe rol, die de verleiding speelt.—Prostituées komen in grooten getale van het land.—De lokstem van de beschaving trekt vrouwen naar de prostitutie.—De overeenkomstige aantrekking wordt door mannen gevoeld.—Deprostituéeals kunstenares en als leidsvrouw van de mode.—De bekoring van het vulgaire.IV.De tegenwoordige houding der maatschappij tegenover de prostitutie.—Het verval van het bordeel.—De neiging tot humaniseeren van de prostitutie.—De pecuniaire zijde van de kwestie.—De Geisha.—De Hetere.—De moreele opstand tegen de prostitutie.—Vuile ondeugd gegrond op duredeugd.—De gewone houding tegenover prostituées.—De wreedheid hiervan is absurd.—De noodzakelijkheid de prostitutie te hervormen.—De noodzakelijkheid het huwelijk te hervormen.—Deze beide behoeften hangen nauw met elkaar samen.—De daarbij in aanmerking komende dynamische betrekkingen.

PROSTITUTIEI.De Orgie.—De godsdienstige oorsprong van de orgie.—Het losbandigheidsfeest.—Erkenning van de orgie door de Grieken en Romeinen.—De orgie onder natuurvolken.—Het drama.—Het doel, beoogd door de orgie.II.De oorsprong en de ontwikkeling van de prostitutie.—De definitie van prostitutie.—Prostitutie onder natuurvolken.—De voorwaarden, waaronder beroeps-prostitutie ontstaat.—Geheiligde prostitutie.—De dienst van Mylitta.— Het uitoefenen van de prostitutie met het doel een huwelijksgift te verkrijgen.—Het ontstaan van de wereldlijke prostitutie in Griekenland.—Prostitutie in het Oosten: Indië, China, Japan, enz.—Prostitutie in Rome.—De invloed van het Christendom op de prostitutie.—De poging om de prostitutie te bestrijden.—Het middeleeuwsch bordeel.—Het ontstaan van de courtisane.—Tullia d’Arragona, Veronica Franco, Ninon de Lenclos.—Latere pogingen om de prostitutie uit te roeien.—Het politietoezicht op de prostitutie.—De nutteloosheid hiervan wordt langzamerhand algemeen erkend.III.De oorzaken van de prostitutie.—Prostitutie als een deel van het huwelijkssysteem.—Het complex van oorzaken voor de prostitutie.—De motieven, aangegeven door de prostituées.—(1) De economische factor van de prostitutie.—Armoede is zelden het hoofd-motief voor de prostitutie.—Maar de economische druk oefent een zeer werkelijken invloed uit.—Het hooge percentage van deprostituéesgeleverd door de dienstboden.—Beteekenis van dit feit.—(2) De biologische factor van de prostitutie.—De zoogenaamde geboren prostituée.—De aangehaalde identiteit met den geboren misdadiger.—Het sexueele instinct bij prostituées.—De physieke en psychische eigenaardigheden van prostituées.—(3) De moreele noodzakelijkheid als een factor in het bestaan van de prostitutie.—De moreele voorstanders van de prostitutie.—De moreele houding van het Christendom jegens de prostitutie.—De houding van het protestantisme.—Nieuwere voorstanders van de moreele noodzakelijkheid van de prostitutie.—(4) Waarde van de beschaving als een factor van de prostitutie.—De invloed van het stadsleven.—De behoefte aan opwinding.—Waarom dienstmeisjes zoo dikwijls prostituée worden.—De geringe rol, die de verleiding speelt.—Prostituées komen in grooten getale van het land.—De lokstem van de beschaving trekt vrouwen naar de prostitutie.—De overeenkomstige aantrekking wordt door mannen gevoeld.—Deprostituéeals kunstenares en als leidsvrouw van de mode.—De bekoring van het vulgaire.IV.De tegenwoordige houding der maatschappij tegenover de prostitutie.—Het verval van het bordeel.—De neiging tot humaniseeren van de prostitutie.—De pecuniaire zijde van de kwestie.—De Geisha.—De Hetere.—De moreele opstand tegen de prostitutie.—Vuile ondeugd gegrond op duredeugd.—De gewone houding tegenover prostituées.—De wreedheid hiervan is absurd.—De noodzakelijkheid de prostitutie te hervormen.—De noodzakelijkheid het huwelijk te hervormen.—Deze beide behoeften hangen nauw met elkaar samen.—De daarbij in aanmerking komende dynamische betrekkingen.

I.De Orgie.—De godsdienstige oorsprong van de orgie.—Het losbandigheidsfeest.—Erkenning van de orgie door de Grieken en Romeinen.—De orgie onder natuurvolken.—Het drama.—Het doel, beoogd door de orgie.II.De oorsprong en de ontwikkeling van de prostitutie.—De definitie van prostitutie.—Prostitutie onder natuurvolken.—De voorwaarden, waaronder beroeps-prostitutie ontstaat.—Geheiligde prostitutie.—De dienst van Mylitta.— Het uitoefenen van de prostitutie met het doel een huwelijksgift te verkrijgen.—Het ontstaan van de wereldlijke prostitutie in Griekenland.—Prostitutie in het Oosten: Indië, China, Japan, enz.—Prostitutie in Rome.—De invloed van het Christendom op de prostitutie.—De poging om de prostitutie te bestrijden.—Het middeleeuwsch bordeel.—Het ontstaan van de courtisane.—Tullia d’Arragona, Veronica Franco, Ninon de Lenclos.—Latere pogingen om de prostitutie uit te roeien.—Het politietoezicht op de prostitutie.—De nutteloosheid hiervan wordt langzamerhand algemeen erkend.III.De oorzaken van de prostitutie.—Prostitutie als een deel van het huwelijkssysteem.—Het complex van oorzaken voor de prostitutie.—De motieven, aangegeven door de prostituées.—(1) De economische factor van de prostitutie.—Armoede is zelden het hoofd-motief voor de prostitutie.—Maar de economische druk oefent een zeer werkelijken invloed uit.—Het hooge percentage van deprostituéesgeleverd door de dienstboden.—Beteekenis van dit feit.—(2) De biologische factor van de prostitutie.—De zoogenaamde geboren prostituée.—De aangehaalde identiteit met den geboren misdadiger.—Het sexueele instinct bij prostituées.—De physieke en psychische eigenaardigheden van prostituées.—(3) De moreele noodzakelijkheid als een factor in het bestaan van de prostitutie.—De moreele voorstanders van de prostitutie.—De moreele houding van het Christendom jegens de prostitutie.—De houding van het protestantisme.—Nieuwere voorstanders van de moreele noodzakelijkheid van de prostitutie.—(4) Waarde van de beschaving als een factor van de prostitutie.—De invloed van het stadsleven.—De behoefte aan opwinding.—Waarom dienstmeisjes zoo dikwijls prostituée worden.—De geringe rol, die de verleiding speelt.—Prostituées komen in grooten getale van het land.—De lokstem van de beschaving trekt vrouwen naar de prostitutie.—De overeenkomstige aantrekking wordt door mannen gevoeld.—Deprostituéeals kunstenares en als leidsvrouw van de mode.—De bekoring van het vulgaire.IV.De tegenwoordige houding der maatschappij tegenover de prostitutie.—Het verval van het bordeel.—De neiging tot humaniseeren van de prostitutie.—De pecuniaire zijde van de kwestie.—De Geisha.—De Hetere.—De moreele opstand tegen de prostitutie.—Vuile ondeugd gegrond op duredeugd.—De gewone houding tegenover prostituées.—De wreedheid hiervan is absurd.—De noodzakelijkheid de prostitutie te hervormen.—De noodzakelijkheid het huwelijk te hervormen.—Deze beide behoeften hangen nauw met elkaar samen.—De daarbij in aanmerking komende dynamische betrekkingen.

I.De Orgie.—De godsdienstige oorsprong van de orgie.—Het losbandigheidsfeest.—Erkenning van de orgie door de Grieken en Romeinen.—De orgie onder natuurvolken.—Het drama.—Het doel, beoogd door de orgie.

II.De oorsprong en de ontwikkeling van de prostitutie.—De definitie van prostitutie.—Prostitutie onder natuurvolken.—De voorwaarden, waaronder beroeps-prostitutie ontstaat.—Geheiligde prostitutie.—De dienst van Mylitta.— Het uitoefenen van de prostitutie met het doel een huwelijksgift te verkrijgen.—Het ontstaan van de wereldlijke prostitutie in Griekenland.—Prostitutie in het Oosten: Indië, China, Japan, enz.—Prostitutie in Rome.—De invloed van het Christendom op de prostitutie.—De poging om de prostitutie te bestrijden.—Het middeleeuwsch bordeel.—Het ontstaan van de courtisane.—Tullia d’Arragona, Veronica Franco, Ninon de Lenclos.—Latere pogingen om de prostitutie uit te roeien.—Het politietoezicht op de prostitutie.—De nutteloosheid hiervan wordt langzamerhand algemeen erkend.

III.De oorzaken van de prostitutie.—Prostitutie als een deel van het huwelijkssysteem.—Het complex van oorzaken voor de prostitutie.—De motieven, aangegeven door de prostituées.—(1) De economische factor van de prostitutie.—Armoede is zelden het hoofd-motief voor de prostitutie.—Maar de economische druk oefent een zeer werkelijken invloed uit.—Het hooge percentage van deprostituéesgeleverd door de dienstboden.—Beteekenis van dit feit.—(2) De biologische factor van de prostitutie.—De zoogenaamde geboren prostituée.—De aangehaalde identiteit met den geboren misdadiger.—Het sexueele instinct bij prostituées.—De physieke en psychische eigenaardigheden van prostituées.—(3) De moreele noodzakelijkheid als een factor in het bestaan van de prostitutie.—De moreele voorstanders van de prostitutie.—De moreele houding van het Christendom jegens de prostitutie.—De houding van het protestantisme.—Nieuwere voorstanders van de moreele noodzakelijkheid van de prostitutie.—(4) Waarde van de beschaving als een factor van de prostitutie.—De invloed van het stadsleven.—De behoefte aan opwinding.—Waarom dienstmeisjes zoo dikwijls prostituée worden.—De geringe rol, die de verleiding speelt.—Prostituées komen in grooten getale van het land.—De lokstem van de beschaving trekt vrouwen naar de prostitutie.—De overeenkomstige aantrekking wordt door mannen gevoeld.—Deprostituéeals kunstenares en als leidsvrouw van de mode.—De bekoring van het vulgaire.

IV.De tegenwoordige houding der maatschappij tegenover de prostitutie.—Het verval van het bordeel.—De neiging tot humaniseeren van de prostitutie.—De pecuniaire zijde van de kwestie.—De Geisha.—De Hetere.—De moreele opstand tegen de prostitutie.—Vuile ondeugd gegrond op duredeugd.—De gewone houding tegenover prostituées.—De wreedheid hiervan is absurd.—De noodzakelijkheid de prostitutie te hervormen.—De noodzakelijkheid het huwelijk te hervormen.—Deze beide behoeften hangen nauw met elkaar samen.—De daarbij in aanmerking komende dynamische betrekkingen.


Back to IndexNext