De geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling van de prostitutie stelt ons in staat te zien, dat de prostitutie niet een toevallig bijkomstig iets is van ons huwelijks-systeem, maar dat het een essentieel bestanddeel is, dat tegelijk met de andere bestanddeelen ervan voor den dag komt. De geleidelijke ontwikkeling van de familie op patriarchale en grootelijks monogame basis, maakte het hoe langer hoe moeilijker voor een vrouw over haar eigen persoon te beschikken. Zij behoorde in de eerste plaats aan haar vader, wiens belang het was haar zorgvuldig te bewaken, totdat er een echtgenoot zou komen, die rijk genoeg was om haar te koopen. In de verhooging van haar waarde ontwikkelde zich geleidelijk het nieuwe denkbeeld van de marktwaarde der maagdelijkheid, en waar een “maagd” vroeger beteekend had een vrouw, die vrij was met haar eigen lichaam te doen wat zij wilde, werd de beteekenis ervan nu veranderd en begon het te beteekenen een vrouw, die van den omgang met mannen uitgesloten was. Als zij van haar vader overgedragen werd aan een echtgenoot, dan werd ze nog met dezelfde zorg bewaakt; echtgenoot en vader hadden er gelijkelijk belang bij hun vrouwen te beschermen tegen ongehuwde mannen. De toestand, die zoo ontstond, leidde tot het bestaan van een groote groep jonge mannen, die nog niet rijk genoeg waren om vrouwen te verkrijgen en een groote groep jonge vrouwen, die nog niet tot vrouw gekozen waren, en waarvan velen niet konden verwachten ooit te zullen huwen. Op zulk een punt van de evolutie is de prostitutie klaarblijkelijk onvermijdelijk; ze is niet zoozeer de onontbeerlijke aanvulling van het huwelijk, als wel een essentieel deel van het geheele systeem. Sommige van de overtollige of verwaarloosde vrouwen vinden, terwijl zij haar geldswaarde realiseeren en misschien meteen tradities doen herleven van een vroegere vrijheid, een maatschappelijken werkkring, door haar gunsten te verkoopen om de tijdelijke begeerten te voldoen van de mannen, die nog geen vrouw hebben kunnen krijgen. Zoo is iedere schakel in den keten van het huwelijkssysteem vast aaneengesnoerd en een cirkel gevormd.Maar terwijl de geschiedenis van de opkomst en de ontwikkeling der prostitutie ons doet zien welk een onverwoestbaar en essentieel element de prostitutie is van het huwelijks-systeem, dat sinds lang in Europa bestaan heeft—onder verschillende toestandenvan ras, staatkunde, maatschappij en godsdienst—verschaft het ons toch niet in ieder opzicht de feiten, die noodig zijn om tegenwoordig tot een bepaalde houding jegens de prostitutie te komen. Om de plaats van de prostitutie in ons bestaand systeem te begrijpen, is het noodig, dat we de voornaamste factoren van de prostitutie analyseeren. We kunnen die het gemakkelijkst leeren begrijpen, als we de prostitutie, naar volgorde, van vier gezichtspunten bekijken. Deze zijn: (1)economischenoodzakelijkheid; (2)biologischepredispositie; (3)moreelevoordeelen; en (4) wat genoemd kan worden de waarde ervanvoor de beschaving.Terwijl deze vier factoren van de prostitutie mij degene toeschijnen, die ons hier voornamelijk aangaan, is het nauwelijks noodig er op te wijzen, dat vele andere oorzaken samenwerken om prostitutie te veroorzaken en te wijzigen. Prostituées zelf trachten dikwijls andere meisjes er toe te brengen dezelfde paden in te slaan; er moeten nieuwelingen gevonden worden voor bordeelen, waardoor we “den handel in blanke slavinnen” krijgen, die nu in vele deelen van de wereld krachtdadig bestreden wordt; terwijl al de vormen om meisjes tot dit leven te verleiden begunstigd worden door alcoholisme, dat dikwijls de prostitutie als het ware voorbereidt. Gewoonlijk zal men vinden, dat verscheidene oorzaken samengewerkt hebben om het meisje op den weg der prostitutie te voeren.De wijzen, waarop verschillende factoren van omgeving en suggestie samenwerken om een meisje tot prostitutie te verleiden, worden aangeduid in het volgende gezegde, waarin een correspondent, als man van de wereld, zijn eigen conclusies over de zaak heeft uiteengezet: “Ik heb tamelijk veel ervaringen gehad met lichte vrouwen van allerlei soort en ik kan zonder aarzelen zeggen, dat niet meer dan 1 percent van de vrouwen die ik gekend heb, als beschaafd konden worden beschouwd. Dit wijst er op, dat zij altijd van lage afkomst zijn, en de verschrikkelijke gevallen van overbevolking, die dagelijks aan het licht komen, geven aanleiding te denken dat reeds op zeer jeugdigen leeftijd het gevoel van schaamte verloren gaat, en dat lang vóór de puberteit een zekere gemeenzaamheid met sexueele zaken ontstaat. Zoodra zij oud genoeg zijn, worden deze meisjes door haar minnaars verleid; de gemeenzaamheid, waarmee zij sexueele zaken beschouwen, neemt de terughouding weg die een meisje beschermt, dat haar jeugd in fatsoenlijken kring heeft doorgebracht. Later gaan de meisjes in fabrieken en winkels werken; als zij mooi en aantrekkelijk zijn hebben zij betrekkingen met chefs en meesterknechts. Dan brengt de lust tot opschik, die zoo’n grooten factor vormt in het vrouwelijk karakter er haar toe de “maitres” te worden van een man met geld. Een merkwaardig ding in deze verhouding is, dat zij zelden genot vinden bij haar beschermers, en dat ze aan de ruwer omarmingen van den een of anderen man, die in stand dichter bij haar is, zeer dikwijls een soldaat, de voorkeur geven. Ik heb niet veel vrouwen gekend die verleid waren en verlaten, hoewel dit een voorstelling is, die door prostituées dikwijls van de zaak gegeven wordt. Kellnerinnen nemen een groote plaats in in de gelederen van de prostitutie, voor een groot deel ten gevolge van haar verslaafd zijn aan den drank; dronkenschap leidt bij vrouwen altijd tot laksheid in de moreele terughouding. Een andere machtige factor voor het overgaan tot de prostitutie ligt in den glans van den opschik, waarmee gepronkt wordt door den eene of anderevriendin, die dit leven reeds aangenomen heeft. Een meisje, dat hard werkt, om te leven ziet een vriendin, die misschien een bezoek brengt in de straat waar het hard werkende meisje woont, prachtig gekleed, terwijl zijzelf ternauwernood genoeg kan verdienen om te eten. Zij maakt een praatje met haar modieuse vriendin, die haar vertelt hoe gemakkelijk zij geld kan verdienen, ze legt haar uit welk een levensgoed de sexueele organen zijn, en spoedig is er een nieuweling tot de gelederen der prostitutie toegetreden”.Het heeft eenig belang de redenen die meisjes leiden tot prostitutie te beschouwen. In sommige landen vindt men dienaangaande gegevens van menschen, die van ambtswege met de publieke vrouwen in aanraking komen. In andere landen is het regel dat meisjes, voor zij als prostituées worden ingeschreven, de redenen opgeven waarom zij de loopbaan wenschen te betreden.Parent-Duchâtelet, wiens werk over prostituées in Parijs nog als gezaghebbend geldt, heeft het eerste overzicht van deze soort gepubliceerd. Hij bevond, dat van de vijf duizend prostituées er 1441 geïnfluenceerd waren door armoede, 1425 door verleiden van minnaars, die haar verlaten hadden, 1255 door het verlies van ouders door den dood, of door eenige andere reden. Bij zulk een overzicht wordt het geheele aantal in ’t algemeen verklaard door ellende, dat is door economische oorzaken alleen (Parent-Duchâtelet,De la Prostitution, 1857, deel I, p. 107).In Brussel werden gedurende een tijdvak van twintig jaren (1865—1884) 3505 vrouwen ingeschreven als prostituée. De oorzaken, die zij aangaven waarom zij deze loopbaan wenschten te betreden, geven een ander beeld dan dat, hetwelk door Parent-Duchâtelet gegeven wordt, maar misschien een dat meer betrouwbaar is, hoewel er eenige bepaalde en merkwaardige inconsequenties in zijn. Van de 3505 verklaarden 1523 dat uiterste armoede de oorzaak was van haar degradatie; 1118 bekenden vrijuit dat haar sexueelehartstochtende oorzaak waren; 420 schreven haar val toe aan slecht gezelschap; 316 zeiden dat zij genoeg hadden van haar werk en dat het haar verveelde, omdat de moeite zoo groot was en het loon zoo klein; 101 waren verlaten door haar minnaars; 10 hadden ongenoegen gehad met haar ouders; 7 waren door haar echtgenooten verlaten; 4 konden het niet vinden met haar voogden; 3 hadden familietwisten; 2 werden door haar echtgenooten gedwongen zich te prostitueeren, en 1 door haar ouders (Lancet, Juni 28, 1890, p. 1442).In Londen bevond Merrick, dat van de 16.022 prostituées met wie hij in aanraking kwam gedurende de jaren dat hij kapelaan was aan de Millbank-gevangenis, 5061 haar huis of haar betrekking vrijwillig hadden verlaten voor “een leven van pleizier”, 3363 gaven armoede op als de oorzaak; 3154 waren “verleid” en daarna op straat geraakt; 1636 waren door huwelijksbeloften bedrogen en door minnaar en betrekkingen verlaten. Over het geheel, zegt Merrick, dat 4790 of bijna een derde van het geheele aantal haar overgaan tot de loopbaan direct aan mannen toeschrijven, 11.232 aan andere oorzaken. Hij voegt er bij, dat van hen, die armoede als oorzaak opgaven, een groot aantal lui en onbekwaam was (G. P. Merrick,Work Among the Fallen, p. 38).Logan, een Engelsch stadszendeling met een groote mate van bekendheid met prostituées, verdeelde ze in de volgende groepen: 1. Een vierde van de meisjes zijn dienstboden, vooral in herbergen, bierhuizen enz., en zoo in het leven der prostitutie ingeleid; 2. een vierde komt van fabrieken enz.; 3. bijna een vierde wordt door koppelaarsters geleverd, die provincie-steden, markten enz. bezoeken; 4. een laatste groep omvat aan den eenen kant haar, die door armoede, indolentie of een slecht humeur er toe gebracht zijn prostituée te worden, dingen, die haar ongeschikt maken voor gewone beroepen, en aan den anderen kant kant haar, die verleid zijn door een valsche huwelijksbelofte (W. Logan,The Great Social Evil, 1871, p. 53).In Amerika heeft Sanger rapport uitgebracht over de resultaten van onderzoekingen, die gedaan zijn over twee duizend New-Yorksche prostituées aangaande de oorzaken, die haar er toe gebracht hebben haar beroep te kiezen:Armoede525Neiging513Verleid en verlaten258Drank en dranklust181Slechte behandeling door ouders, betrekkingen of echtgenooten164Als een gemakkelijk leven124Slecht gezelschap84Overreding door prostituées71Te lui om te werken29Verkrachting27Verleid op schepen van landverhuizers16Verleid in herbergen voor landverhuizers82000(Sanger,History of Prostitution, p. 488).Ook in Amerika heeft Professor Woods Hutchinson zich onlangs in verbinding gesteld met ongeveer dertig vertegenwoordigers in verschillende groote centra van het wereldverkeer, en hij noemt als volgt de antwoorden op zijn vragen aangaande de leer der oorzaken van de prostitutie.Percent.Liefde voor vertoon, weelde en luiheid42.1Slechte behandeling thuis23.8Verleiding, waarbij zij onschuldige slachtoffers waren11.3Werkloosheid9.4Erfelijkheid7.8Primair sexueel verlangen5.6(WoodsHutchinson, “The Economics of Prostitution”,American Gynaecologic and Obstetric Journal, September 1895;Id.,The Gospel According to Darwin, p. 194).In Italië waren in 1881 van de 10.422 ingeschreven prostituées van den leeftijd van zeventien en ouder, de oorzaken van de prostitutie als volgt in klassen verdeeld:Ondeugd en verdorvenheid2752Dood van ouders, echtgenoot enz.2139Verleiding door een minnaar1653Verleiding door een werkgever927Verlaten door ouders, echtgenoot, enz.795Zucht naar weelde698Dwang door minnaar of ander persoon buiten de familie666Dwang door ouders of echtgenoot400Om ouders of kinderen te onderhouden393(Ferriani,Minorenni Delinquenti, p. 193).De redenen door Russische prostituées aangegeven voor het kiezen van haar beroep zijn (volgens Federow) de volgende:38.5percentonvoldoende loon.21.0percent,,verlangen naar amusement.14.0percent,,verlies van betrekking.9.5percent,,overreding door vrouwelijke bekenden.6.5percent,,ontwend zijn aan de gewoonte van te werken.5.5percent,,verdriet, en om een minnaar te plagen.0.5percent,,dronkenschap.(Opgesomd inArchives d’Anthropologie Criminelle, Nov. 15, 1901).1.De Economische oorzaak van de Prostitutie.—Schrijvers over de prostitutie beweren dikwijls, dat economische omstandigheden ten grondslag liggen aan de prostitutie en dat de voornaamste oorzaak ervan armoede is, terwijl prostituées zelf dikwijls verklaren, dat het bezwaar om op andere wijze een bestaan te verdienen de voornaamste oorzaak was, die haar er toe gebracht heeft deze loopbaan te kiezen. “Van al de oorzaken van de prostitutie”, schreef Parent-Duchâtelet een eeuw geleden, “vooral in Parijs, en waarschijnlijk in alle groote steden, is er geen die ernstiger is dan gebrek aan werk en onvoldoend loon”. In Engeland zegt Sherwell, dat ook de moraal in hooge mate afhangt van den handel57. Zoo is het ook in Berlijn, waar het aantal prostituées in slechte jaren toeneemt58. Dat is ook het geval in Amerika, evenals in Japan; “de oorzaak der oorzaken is armoede”59.Zoo wordt overal door onderzoekers open en in het algemeen gezegd, dat de prostitutie in ruime mate en algemeen een economisch verschijnsel is, dat een gevolg is van de lage loonen van vrouwen of van plotselinge depressies in den handel. We moeten er echter bijvoegen, dat deze algemeene gezegden aanmerkelijk gewijzigd worden, in het licht van de nauwkeurige nasporingen gedaan door zorgvuldige onderzoekers. Ströhmberg, die 462 prostituées nauwkeurig onderzocht, ontdekte, dat er maar éen onder was, die armoede aangaf als de reden, waarom ze het beroep koos, en bij onderzoek bleek deze opgave een onbeschaamde leugen te wezen60. Hammer bevond, dat van de negentig ingeschreven Duitsche prostituées er niet éen haar loopbaan gekozen had uit gebrek of om een kind te onderhouden, terwijl sommige de straat op gingen terwijl ze nog geld hadden, of zonder dat ze wilden betaald worden61. Pastor Buschmann, van het Teltow Magdalena gesticht in Berlijn bevindt, dat het niet gebrek is, maar onverschilligheid voor moreele overwegingen, waardoor meisjes tot de prostitutie komen. In Duitschland wordt, voordat een meisje op het politieregister wordt ingeschreven, gepaste zorg gedragen, dat haar een kans gegeven wordt in een asyl te komen en werk te krijgen; in Berlijn waren, in den loop van tien jaar, maar twee meisjes—van de duizend—bereid van deze gelegenheid te profiteeren.De moeilijkheid, die Engelsche reddingshuizen ondervinden om meisjes te vinden, die zich willen laten “redden” is bekend. Dezelfde moeilijkheid vindt men in andere steden, zelfs waar geheel andere toestanden heerschen; zoo ondervindt men in Madrid, volgens Bernaldo de Quiros en Llanas Aquilaniedo, dat de prostituées, die in de asyls komen, ondanks al de toewijding van de nonnen, tot haar oude leven terugkeeren, zoodra ze de asyls verlaten hebben. Terwijl de economische factor bij de prostitutie ongetwijfeld bestaat, berust de ongemotiveerde veelvuldigheid en de nadruk, waarmee hij op den voorgrond wordt gebracht en aangenomen, klaarblijkelijk voor een deel op onwetendheid aangaande de werkelijke feiten, voor een deel op het feit, dat zulk een onderstelling spreekt tot hen, die de zwakheid hebben alle maatschappelijke verschijnselen uit economische oorzaken te verklaren en voor een deel op de duidelijke aannemelijkheid ervan62.Prostituées komen voornamelijk voort uit de gelederen der fabrieksmeisjes, dienstmeisjes, winkeljuffrouwen en kellnerinnen. In sommige van deze betrekkingen is het moeilijk het geheele jaar door werk te vinden. Zoo worden vele modistes, kleermaaksters en naaisters prostituée, als het de slappe tijd is in het bedrijf, en ze gaan weer aan haar werk als het seizoen begint. Soms wordt het geregelde dagwerk aangevuld door prostitutie ’s avonds. Er wordt gezegd, en misschien is dat waar, dat amateur-prostitutie van deze soort in Engeland zeer veel voorkomt, daar ze niet tegengegaan wordt door de voorzorgen, die, in landen waar de prostitutie geregeld is, de geheime prostitutie moet in acht nemen, om inschrijving te ontgaan. Er zijn bepaalde waschgelegenheden en kleedkamers in het centrum van Londen, die, naar men zegt, door de meisjes gebruikt worden om zich op de gebruikelijke wijze te blanketten, en om het blanketsel er ten slotte weer af te wasschen, voor zij naar huis gaan63. Het is zeker, dat in Engeland een groot deel der ouders, die tot den werkmansstand behooren en zelfs tot de lagere middelklasse, onbekend zijn met den aard van het leven, dat hun eigen dochters leiden. We moeten hieraan ook toevoegen,dat de ouders voor dit gedrag van de dochter nu en dan de oogen sluiten of het zelfs aanmoedigen; zoo schrijft een correspondent, dat hij “steden in Engeland kent, waar de prostitutie niet beschouwd wordt als iets schandelijks, en dat hij zich vele gevallen kan herinneren, waarin het huis van de moeder door de dochter gebruikt wordt met goedvinden van de moeder”.Acton zegt in een goed boek over de prostitutie in Londen, geschreven in het midden van de laatste eeuw, dat de prostitutie “een overgangsstadium is, waar een onnoemelijk groot aantal Engelsche vrouwen in verkeert”64. Deze bewering werd toen met nadruk bestreden door vele ernstige moralisten, die weigerden toe te geven, dat het voor een vrouw, die in zoo’n diepe put van vernedering gevallen was, mogelijk was om er ooit weer fatsoenlijk en wel uit te komen. Toch is het zeker waar wat een groote proportie vrouwen betreft, niet alleen in Engeland, maar ook in andere landen. Zoo zegt Parent-Duchâtelet, de grootste autoriteit over de Fransche prostitutie, dat “prostitutie voor het meerendeel alleen maar een overgangsstadium is; gewoonlijk wordt het al in het eerste jaar verlaten; er zijn maar zeer weinige prostituées, die prostituée blijven tot haar dood”. Het is echter moeilijk zich precies te vergewissen in hoeverre dat waar is; er zijn geen feiten, die zouden kunnen dienen als een juiste basis voor nauwkeurige taxatie65, en het is niet mogelijk te verwachten, dat fatsoenlijk getrouwde vrouwen zouden toegeven, dat zij ooit “op de straat” geweest zijn; zij zouden het misschien niet eens zich zelf altijd willen bekennen.Het volgende geval, dat wel is waar geboekt is meer dan twintig jaar geleden, is tamelijk typisch voor een bepaalde klasse onder de lagere rangen van de prostituées, waarbij de economische factor een groote rol speelt, maar waarin we niet te haastig moeten aannemen, dat hij de eenige factor is.Weduwe, dertig jaar oud, met twee kinderen. Werkt in een parapluiefabriek in het East-End van Londen, verdient achttien shilling per week met hard werken, en vermeerdert haar inkomen door nu en dan ’s avonds de straat op te gaan. Zij komt meestal in een rustige straat, die dicht bij een groot stedelijk eindstation ligt. Zij is een vrouw met een aangenaam, bijna waardig voorkomen, rustig gekleed op een wijze, die alleen de aandacht trekt doordat de rokken tamelijk kort zijn. Als ze aangesproken wordt, zal ze misschien antwoorden, dat ze wacht “op een vriendin”, op geaffecteerde wijze over het weer spreken, en langs haar neus weg haar aanbod doen. Zij zal een man naar een van de stille winkelstraten in de buurt brengen, of ze zal hem met zich mee naar huis nemen. Zij neemt iedere som aan, die de man kan of wil geven; soms is het een sovereign, soms is het sixpence; gemiddeld verdient zij een paar shilling per avond. Zij had nog maar tien maanden in Londen gewoond; vroeger woonde ze in Newcastle. Zij ging daar de straat niet op; “omstandigheden veranderen een mensch”, merkt zij zeer verstandig op. Hoewel ze niet gunstig over de politie spreekt, zegt zij, dat ze zich niet met haar bemoeit, zooals met sommige van de meisjes. Zij geeft de politieagenten nooit geld; toch zinspeelt ze er op, dat het soms noodig is hun wenschen te bevredigen, om met hen op goeden voet te blijven.Men moet altijd in gedachten houden, want het wordt soms door de socialisten en maatschappelijke hervormers vergeten, dat, terwijl de druk van de armoede een bepaalden invloed uitoefent op de prostitutie, in zooverre, dat hij de gelederen doet toenemen van de vrouwen, die door ontucht in haar levensonderhoud trachten te voorzien, zoodat de armoede wel degelijk kan beschouwd worden als een factor van de prostitutie, toch nooit eenige praktisch mogelijke verhooging van het arbeidsloon direct en alleen tot afschaffing der prostitutie zou kunnen leiden. De Molinari, een economisch-theoreticus merkt op, dat “de prostitutie een industrie” is, en dat, als andere concurreerende bedrijven vrouwen voldoende hooge loonen kunnen bieden, zij niet zoo dikwijls aangetrokken zullen worden door de prostitutie; hij gaat voort met er op te wijzen, dat hiermee de kwestie in het geheel niet opgelost is. “Evenals iedere andere industrie wordt de prostitutie beheerscht door den eisch van de behoefte, waaraan ze beantwoordt. Zoolang die behoefte en die eisch blijven bestaan, zullen zij een aanbod uitlokken. Het is de behoefte en de eisch, waarop we moeten werken, en misschien zal de wetenschap ons de middelen verschaffen dat te doen”66. Op welke wijze Molinari verwacht, dat de wetenschap de vraag naar prostituées verminderen zal, is niet duidelijk uitgedrukt.Niet alleen moeten we toegeven, dat geen praktisch uitvoerbare verhooging van de loonen, aan vrouwen in gewone industrieën betaald met mogelijkheid kan wedijveren met de loonen, die tamelijk aantrekkelijke vrouwen van zeer gewone bekwaamheid met de prostitutie verdienen67, maar wij moeten ook bedenken,dat een toename in den algemeenen welstand—die alleen een verhooging van de loonen van vrouwen gezond en normaal kan maken—een verhooging in de loonen van de prostitutie met zich brengt, en een toename in het aantal prostituées. Zoodat, als goede loonen moeten dienen om de prostitutie tegen te gaan, wij alleen kunnen zeggen, dat men met de eene hand meer terug neemt dan men met de andere geeft. Dit is zoo duidelijk, dat Després in een nauwkeurige moreele en demographische studie over de verdeeling van de prostitutie in Frankrijk tot de conclusie komt, dat wij de oude leer, dat “armoede prostitutie veroorzaakt” moeten omkeeren, daar prostitutie regelmatig toeneemt met weelde68, en dat, naar mate een departement in weelde en voorspoed toeneemt, ook het aantal zoowel van ingeschreven als van vrije prostituées in dat departement vermeerdert. Hier schuilt echter een fout, want, terwijl het waar is, dat, zooals Després beweert, weelde naar prostitutie vraagt, zoo is het ook waar, dat een rijke gemeenschap de uitersten van armoede zoowel als van rijkdom in zich sluit, en dat het onder de armere elementen is, dat de prostitutie haar nieuwelingen vindt. De oude bewering “armoede veroorzaakt prostitutie” is nog geldig, maar ze is gecompliceerd geworden en veranderd door de samengestelde verhoudingen van de beschaving. Bonger heeft, in zijn knappe discussie over de economische zijde van de kwestie, zich den breeden en diepen grondslag van de prostitutie voor oogen gesteld, waar hij tot de conclusie komt, dat ze “aan den eenen kant de onvermijdelijke aanvulling is van de bestaande wettige monogamie, en aan den anderen kant het resultaat van de physieke en psychische ellende, waarin de vrouwen van het volk leven, en ook het gevolg van de ondergeschikte positie van vrouwen in onze hedendaagsche maatschappij”69.Een nauwkeurige economische beschouwing van de prostitutie kan ons geenszins tot den wortel van de zaak brengen.Eén omstandigheid alleen moest al voldoende zijn geweest, om aan te toonen, dat de onbekwaamheid van vele vrouwen, om door arbeidsloon in haar dringendste levensbehoeften te voorzien, in geenen deele de voornaamste oorzaak is van de prostitutie: een groot deel der prostituées komt voort uit de gelederen der dienstmeisjes. Van al de groote groepen van loonarbeidsters zijn de dienstboden het meest vrij van economische zorgen; zij betalen niet voor voedsel en voor woning; dikwijls hebben zij het even goed als haar meesteressen, en in een groot aantal gevallen hebben zij minder geldzorgen dan deze. Bovendien voorzien zij in een bijna algemeene behoefte, zoodat er nooit zelfsvoor maar zeer middelmatig bekwame dienstboden eenige nood is, dat ze zonder werk zullen zijn. Nu is het wel waar, dat zij een zeer groot lichaam vormen, dat natuurlijk een bepaald contingent nieuwelingen aan de prostitutie moest leveren. Maar als wij zien, dat huiselijke dienst het voornaamste reservoir is, waaruit de prostitutie vloeit, dan moet het wel duidelijk zijn, dat het verlangen naar voedsel en onderdak geenszins de voornaamste oorzaak is voor de prostitutie.We kunnen hieraan toevoegen, dat, hoewel de beteekenis van dit overheerschend veel voorkomen van dienstmeisjes onder prostituées zelden erkend wordt door hen, die meenen, dat wegnemen van de armoede tevens is afschaffen van de prostitutie, het niet buiten beschouwing gelaten is door de meer nadenkende onderzoekers van maatschappelijke vraagstukken. Zoo wijst Sherwell er terecht op, dat tot zekere hoogte “de moraal op en neer gaat met den handel”, en hij voegt er bij, dat het, tegenover het belang van den economischen factor, een feit is, dat zeer tot nadenken stemt en op iedere wijze indruk maakt, dat de meerderheid der meisjes, die het West-End van Londen bezoeken (88 percent, volgens de boeken van het Leger des Heils) voortkomt uit den huiselijken dienst, waar de economische strijd niet ernstig gevoeld wordt (Arthur Sherwell,Life in West London, hoofdst. V, “Prostitution”).Het is tevens opmerkelijk, dat dienstboden door de omstandigheden van haar leven meer dan eenige andere klasse op de prostituées gelijken (Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo hebben dit aangetoond inLa Mala Vida en Madrid, p. 240). Evenals prostituées zijn zij een klasse van vrouwen apart; zij hebben geen recht op de égards en kleine hoffelijkheden, die gewoonlijk aan andere vrouwen worden bewezen; in sommige landen zijn zij zelfs ingeschreven, evenals de prostituées; het kan ternauwernood verwondering wekken, dat als aan haar beroep dezelfde nadeelen verbonden zijn als aan dat van de prostituée, zij ook soms eenige van de voordelen van dat beroep wenschen te bezitten. Lily Braun (Frauenfrage, p. 389et seq.) heeft in bijzonderheden deze ongunstige omstandigheden van huiselijken arbeid uiteengezet, in zooverre zij betrekking hebben op de neiging onder dienstmeisjes om prostituée te worden. R. de Ryckère heeft in zijn belangwekkend werk,La Servante Criminelle(1907, p. 460et seq.;cf.), een artikel van dezelfden schrijver, “La Criminalité Ancillaire”,Archivesd’AnthropologieCriminelle, Juli en December, 1906, de psychologie van het dienstmeisje bestudeerd. Hij vindt, dat zij vooral gekenmerkt wordt door zorgeloosheid, ijdelheid, gebrek aan originaliteit, neiging tot nabootsen, en vluchtigheid. Dit zijn eigenschappen, die haar tot de prostituée doen naderen. De Ryckère schat het aantal der vroegere dienstmeisjes onder de prostituées over het algemeen op vijftig percent, en hij voegt er bij, dat wat de “blanke slavernij” genoemd wordt, hier haar meest meegaande en gewillige slachtoffers vindt. Hij merkt op, dat de dienstbode-prostituée over het geheel niet zoozeer immoreel is als wel zonder moraal.In Parijs bevond Parent-Duchâtelet dat, wat het aantal betrof, dienstboden het grootste contingent leverden voor de prostitutie, en zijn nieuwere uitgevers vonden ook, dat zij ook in later jaren boven aan de lijst staan (Parent-Duchâtelet, uitgave van 1857, deel I, p. 83).Onder clandestiene prostituées in Parijs ontdekte Commenge onlangs, dat vroegere dienstboden veertig percent leveren. In Bordeaux vond Jeannel (De la Prostitution Publique, p. 102), dat in 1860 veertig percent van de prostituées dienstmeisjes geweest waren; daarna kwamen de naaisters met zeven en dertig percent.In Duitschland en Oostenrijk is het al lang erkend, dat huisdienst het grootste aantal nieuwelingen voor de prostitutie levert. Lippert, in Duitschland, en Gross-Hoffinger, in Oostenrijk, hebben op dit overheerschen van dienstmeisjes gewezen en op de beteekenis daarvan voor het midden van de negentiende eeuw; onlangs heeft Blaschko gezegd (“Hygiene der Syphilis” in Weyl’sHandbuch der Hygiene, deel II, p. 40), dat onder de Berlijnsche prostituées in 1898 de dienstmeisjes bovenaan stonden met een en vijftig percent. Baumgartenheeft geconstateerd, dat in Weenen het getal dienstboden acht en vijftig percent is.In Engeland zijn, volgens het Rapport van eenSelect Committeevan de Lords over de wetten tot bescherming van kinderen, zestig percent der prostituées dienstmeisjes geweest. F. Remo noemt tachtig percent in zijnVie Galante en Angleterre. Het schijnt zelfs nog hooger te zijn voor het West-End van Londen. Voor Londen als een geheel genomen, bleek uit de uitgebreide statistieken van Merrick (Work Among the Fallen), kapelaan van de Millbank-gevangenis, dat van de 14.700 prostituées er 5823, of ongeveer veertig percent vroeger dienstmeisjes geweest waren; dat dan de waschvrouwen kwamen en daarna de naaisters; zijn feiten wat meer beknopt en ruwer klassificeerend, bevond Merrick, dat het aantal van de dienstmeisjes drie en vijftig percent was.In Amerika zegt Sanger, dat drie en veertig percent der prostituées dienstmeisjes geweest waren, en dat de naaisters dan kwamen, maar na een langen tusschenpoos, met zes percent (Sanger,History of Prostitution, p. 524). Onder de prostituées van Philadelphia zegt Goodchild, dat “dienstmeisjes waarschijnlijk naar verhouding het meest voorkomen”, hoewel er nieuwelingen kunnen gevonden worden uit bijna alle beroepen.In andere landen is het hetzelfde. In Italië komen volgens Tammeo (La Prostituzione, p. 100) de dienstmeisjes het eerst onder de prostituées met acht en twintig percent, gevolgd door den groep van naaisters, costuumnaaisters en modemaaksters, zeventien percent. In Sardinië zegt A. Mantegazza, dat de meeste prostituées dienstmeisjes van buiten zijn.In Rusland is volgens Fiaux het aantal vijf en veertig percent. In Madrid komen, volgens Eslava (zooals aangehaald wordt door Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo (La Mala Vida en Madrid, p. 239) dienstmeisjes bovenaan bij de ingeschreven prostituées met zeven en twintig percent—bijna dezelfde verhouding als in Italië—en ook gevolgd door de naaisters. In Zweden waren er, volgens Welander (Monatshefte für Praktische Dermatologie, p. 477) onder de 2541 ingeschreven prostituées 1586 (of twee en zestig percent) dienstmeisjes; op een grooten afstand volgden 210 naaisters, dan 168 fabrieksmeisjes, enz.).De biologische factor van de prostitutie.—Economische overwegingen hebben, zooals we zien, een zeer belangrijken invloed op de prostitutie, hoewel het in het geheel niet juist is te beweren, dat zij de voornaamste oorzaak vormen. Er is een ander probleem, dat veel onderzoekers heeft bezig gehouden: In welke mate zijn prostituées tot dit beroep gepredestineerd door organische constitutie? Het wordt algemeen toegegeven, dat economische en andere omstandigheden een oorzaak zijn, die tot de prostitutie opwekken; in hoeverre zijn zij, die bezwijken, gepredisponeerd doordat ze abnormale, persoonlijke eigenschappen bezitten? Sommige onderzoekers hebben beweerd, dat deze predispositie zoo stellig bestaat, dat prostitutie wel mag beschouwd worden als een vrouwelijk equivalent voor criminaliteit, en dat in een familie, waar de mannen zich instinctief naar de misdaad keeren, de vrouwen zich instinctief keeren naar de prostitutie. Anderen hebben even beslist deze conclusie bestreden.Lombroso heeft meer speciaal de leer voorgestaan, dat de prostitutie het plaatsvervangend equivalent is van de criminaliteit. Hiermee bracht hij de resultaten tot ontwikkeling, die in een belangrijke studie aangaande de familie Jukes, door Dugdale gepubliceerd zijn; Dugdale bevond dat “daar, waar de broeders misdaad plegen, de zusters tot de prostitutie komen”; de geld- engevangenisstraffen van de leden der familie waren niet opgelegd wegens schending van het eigendomsrecht, maar voornamelijk wegens beleedigingen van de openbare zedelijkheid.“De psychologische, zoowel als de anatomische identiteit van den misdadiger en de geboren prostituée”, tot dit besluit kwamen Lombroso en Ferrero, “kon niet meer volkomen zijn: beiden zijn gelijk aan den moreel krankzinnige, en daarom zijn ze, volgens het axioma, weer aan elkander gelijk. Daar is hetzelfde gebrek aan zedelijk gevoel, dezelfde hardheid van gemoed, dezelfde vroege lust tot het kwade, dezelfde onverschilligheid voor maatschappelijke schande, dezelfde wispelturigheid, luiheid en zorgeloosheid, dezelfde smaak voor lichtzinnige genoegens, voor de orgie en voor alcohol, dezelfde, of bijna dezelfde, ijdelheid. Prostitutie is slechts de vrouwelijke zijde van de criminaliteit. En zoo waar is het dat prostitutie en criminaliteit twee analoge, of, om zoo te zeggen, parallel gaande verschijnselen zijn, dat zij in hun uitersten elkaar ontmoeten. De prostituée is dus psychologisch een misdadige: als zij geen eigenlijke misdaden begaat, dan is het omdat haar physieke zwakte, haar gering verstand, het gemak waarmee zij alles wat zij noodig heeft op eenvoudige wijze verkrijgen kan, haar ontslaan van de noodzakelijkheid misdaden te begaan, en juist om deze redenen vertegenwoordigt de prostitutie den specifieken vorm van vrouwelijke criminaliteit”. De schrijvers voegen er bij, dat “prostitutie, in zekeren zin, maatschappelijk nuttig is als een afvoerkanaal voor de mannelijke sexualiteit en een voorbehoedmiddel tegen de misdaad” (Lombroso en Ferrero,La Donna Delinquente, 1893, p. 571).Zij, die dit gezichtspunt bestreden hebben, hebben zich op ander standpunt geplaatst dan Lombroso en Ferrero, en zij hebben in het geheel niet altijd de positie, die zij aanvielen, begrepen. Zoo betoogt W. Fisher met veel kracht (inDie Prostitution) dat prostitutie niet is een onschuldig equivalent van de criminaliteit, maar een factor van de criminaliteit. En Féré beweert (inDégénérescence et Criminalité), dat criminaliteit en prostitutie niet equivalent zijn, maar identiek. “Prostituées en misdadigers”, zegt hij, “hebben als gemeenschappelijk kenmerk hun onproductiviteit, en bijgevolg zijn ze onmaatschappelijk. Prostitutie vormt zoo een vorm van criminaliteit.”Het essentieele kenmerk van misdadigers is echter niet hun onproductiviteit, want die hebben ze gemeen met een groot deel van de rijksten uit de hoogste standen; we moeten er ook bijvoegen, dat de prostituée, ongelijk aan den misdadiger, een werkzaamheid uitoefent, waar navraag naar is, waarvoor zij bereidwillig betaald wordt en waarvoor zij te werken heeft (het is soms opgemerkt, dat de prostituée neerziet op den dief, die “niet werkt”); zij oefent een beroep uit, en zij is niet meer of minder productief dan zij, die meer respectabele beroepen uitoefenen. Aschaffenburg meent dat hij staat tegenover Lombroso, waar hij eenigszins verschillend van Féré beweert, dat de prostitutie inderdaad niet is zooals Féré zeide, een vorm van criminaliteit, maar dat ze te dikwijls samengaat met criminaliteit om als een equivalent beschouwd te worden. Onlangs heeft Mönkemöller hetzelfde standpunt verdedigd. Hier is echter, als gewoonlijk, een groot verschil van meening aangaande de proportie van prostituées, waarvan dit waar is. Alle onderzoekers erkennen dat dit waar is voor een zeker aantal, maar terwijl Baumgarten bij onderzoek van acht duizend prostituées maar een kleine proportie vond die misdadigsters waren, vond Ströhmberg, dat van de 462 prostituées er 175 dieveggen waren. Aan den anderen kant staat Morasso (zooals inArchivio di Psichiatriaaangehaald is, 1896, afl. 1), op grond van zijn eigen onderzoekingen, meer bepaald tegenover Lombroso, daar hij protesteert tegen iedere zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées, die haar op eenigerlei wijze zou gelijk maken aan misdadigers.De kwestie van de sexualiteit van de prostituées, die in zekere betrekking staat tot haar neiging tot degeneratie, is door verschillende schrijvers in verschillenden zin opgelost. Terwijl sommige, zooals Morasso, beweren, dat de sexueele impuls de voornaamsteoorzaak is die vrouwen er toe brengt de loopbaan van prostituée te kiezen, beweren andere, dat prostituées gewoonlijk bijna zonder sexueelen impuls zijn. Lombroso verwijst naar het veel voorkomen van sexueele koelheid onder prostituées70. In Londen zegt Merrick, die bekend was met meer dan 16.000 prostituées, dat hij “maar heel enkele gevallen” ontmoet heeft waarin grof sexueel verlangen de beweegreden geweest is tot het kiezen van een leven van prostitutie. In Parijs had Raciborski al veel vroeger gezegd, dat “men onder prostituées er maar zeer weinig vindt die tot losbandigheid gedrongen werden door sexueelen gloed”71. Ook Commenge, die zorgvuldig de Parijsche prostituée bestudeerd heeft, kan niet toegeven dat sexueele begeerte genoemd mag worden onder de ernstige oorzaken van de prostitutie. “Ik heb duizende vrouwen over dit punt ondervraagd”, zegt hij, “en maar zeer weinige hebben mij verteld, dat zij tot de prostitutie gedreven waren ter bevrediging van haar sexueele behoeften. Hoewel meisjes, die zich aan de prostitutie overgeven, gewoonlijk niet zeer oprecht zijn, hebben zij geloof ik op dit punt geen behoefte om te bedriegen. Als zij sexueele behoeften hebben, dan verbergen zij die niet, maar integendeel vertoonen zij een zekere voorliefde om ze te erkennen als een voldoende rechtvaardiging voor haar leven; zoodat, als maar een zeer kleine minderheid deze beweegreden aanhaalt, de oorzaak is dat ze voor de groote meerderheid niet bestaat”.Er kan geen twijfel aan zijn dat de opmerkingen, die aangaande de sexueele koelheid van prostituées gemaakt worden, dikwijls veel te weinig bepaald zijn. Dit berust voor een deel zeker op het feit, dat ze gewoonlijk gedaan worden door hen, die spreken uit hun bekendheid met oude prostituées, wier gemeenzaamheid met normaal sexueel verkeer in zijn minst aantrekkelijken vorm tot resultaat heeft gehad, dat zij volkomen onverschillig werden voor zulk verkeer, zoover haar cliënten aangaat72. Het kan naar waarheid getuigd worden, dat voor de vrouw van diepen hartstocht de kortstondige en oppervlakkige verhoudingen van de prostitutie geen verleiding kunnen bieden. En we kunnen er bijvoegen, dat de meerderheid der prostituées haar loopbaan op zeer jeugdigenleeftijd begint, lang voor den tijd waarop bij vrouwen de neiging tot hartstocht nog gekomen is73. We kunnen ook wel zeggen, dat een onverschilligheid voor sexueele verhoudingen, een neiging er geen persoonlijke waarde aan te hechten, dikwijls een predisponeerende oorzaak is bij het aannemen van de loopbaan van prostituée; de geestelijke ondiepte van prostituées kan wel samengaan met ondiepte van physieke gemoedsbeweging. Aan den anderen kant schijnen veel prostituées, in ieder geval in het begin van haar loopbaan, een merkbare mate van zinnelijkheid te vertoonen, en voor vrouwen van ruwe sexueele kracht is de prostitutie in dit opzicht niet zonder aantrekkingskracht geweest; men weet, dat de bevrediging van physieke begeerte in sommige gevallen als motief gewerkt heeft en in andere is ze duidelijk na te wijzen74. Dit kan ternauwernood verwondering wekken als wij bedenken, dat prostituées in veel gevallen opmerkelijk sterke en gezonde menschen zijn wat haar algemeenen toestand betreft75. Zij bieden zonder moeite weerstand aan de gevaren van haar beroep, en hoewel de uitingen van sexueel gevoel onder den invloed daarvan in den loop van den tijd wel moeten gewijzigd worden of verdraaid, zoo is dit geen bewijs dat sexueele gevoeligheid oorspronkelijk afwezig was. Het is zelfs geen bewijs van het verlies ervan, want de werkelijke natuur van de normale prostituée en haar sexueele gloed vinden voornamelijk uiting niet in haar beroepsverhoudingen tot haar cliënten, maar in haar verhoudingen tot haar minnaar, die tevens haar souteneur is76. Het is volkomen waar, dat de omstandigheden van haar leven het dikwijls praktisch voordeelig maken voor de prostituées om aan zich verbonden te hebben een man, die voor haar belangen zorgt en die ze zoo noodig zal verdedigen, maar dat is alleen een bijkomend, toevallig en ondergeschikt voordeel van den “minnaar”, voor zoover het prostituées in het algemeen betreft. Zij is in de eerste plaats tot hem aangetrokken omdat hij haar persoonlijk bevalt en zij hem voor zichzelf wil hebben. Het motief voor haar verbintenis is inhoofdzaak erotisch, in den vollen zin van het woord en sluit in zich niet alleen sexueele verhoudingen, maar bezit een gemeenschappelijk belang, een duurzaam en intiem leven, te zamen geleid. “Je weet dat, wat wij in ons beroep doen, ons hart niet kan vullen” zeide een Duitsche prostituée. “Waarom zouden wij niet een echtgenoot hebben zooals andere vrouwen? Ik heb ook behoefte aan liefde. Als dat niet zoo was, zouden we geen behoefte hebben aan een minnaar”. En hij van zijn kant beantwoordt dat gevoel en wordt in het geheel niet alleen bewogen door eigenbelang77.Een van mijn correspondenten, die veel ondervinding gehad heeft met prostituées, niet alleen in Engeland, maar ook in Duitschland, Frankrijk, België en Holland heeft gevonden, dat de normale uitingen van sexueel gevoel veel meer gewoon zijn onder Engelsche prostituées dan onder die van het vaste land. “Ik zou zeggen”, schrijft hij, “dat bij den normalen coïtus vrouwen van het vaste land gewoonlijk geen sexueele opwinding ondervinden. Ik geloof niet, dat ik ooit een vrouw van het vasteland gekend heb, die iets had, dat op geprikkeldheid leek. Engelsche vrouwen echter, geven zich, als een man maar gewoon vriendelijk is en toont dat hij wat gevoel heeft boven uitsluitend zinnelijke bevrediging, dikwijls over aan de meest wilde genoegens van sexueele opwinding. Natuurlijk is er in dit leven, evenals in andere, scherpe concurrentie, en een vrouw moet, om met haar mededingsters te wedijveren, haar mannelijke vrienden behagen; maar een man van de wereld kan altijd onderscheid maken tusschen echte en gesimuleerde hartstocht”. (Het is echter mogelijk, dat hij het meeste succes zal hebben bij het opwekken van de gevoelens van de vrouwen van zijn eigen land). Aan den anderen kant vindt deze schrijver, dat de buitenlandsche vrouwen er meer op uit zijn in het genoegen van haar tijdelijke metgezellen te voorzien en zich te vergewissen wat hen genoegen geeft. “De buitenlandsche schijnt het tot de hoofdzaak van haar leven te maken de een of andere abnormale wijze van sexueele bevrediging voor haar metgezel te ontdekken”. Voor haar eigen genoegen vragen buitenlandsche prostituées dikwijls omcunnilinctus, liever dan normalencoïtus, terwijl analecoïtusook gewoon is. Het verschil is klaarblijkelijk, dat de Engelsche vrouwen, als zij bevrediging zoeken, die vinden in normalencoïtus, terwijl de buitenlandsche vrouwen meer abnormale methoden prefereeren. Er is echter een klasse van Engelsche prostituées, die deze correspondent als een uitzondering beschouwt op den algemeenen regel: de klasse van haar, die voortgekomen zijn uit de lagere rangen van het tooneel. “Zulke vrouwen zijn gewoonlijk losbandiger—dat is te zeggen, meer bekend met het bizarre in het sexueele—dan meisjes, die uit winkels komen of uit kroegen; zij vertooneneen bekendheid metfellatio, en zelfs van analecoïtus, en gedurende de menstruatie vragen zij dikwijls om inter-mammairecoïtus”.Over het geheel schijnt het, dat prostituées, hoewel ze haar leven gewoonlijk niet uit beweegredenen van zinnelijkheid kiezen, toch als ze haar loopbaan beginnen of in het eerste deel ervan een tamelijk gewone mate van sexueele impuls bezitten, met variaties in beide richtingen zoowel van exces en tekort, als van perversie. Op een wat later tijd is het nutteloos te trachten de sexueele impuls van prostituées af te meten naar de mate van genoegen, die zij vinden in het beroeps-uitvoeren van sexueelen omgang. Het is noodig zich te vergewissen of zij sexueele instincten hebben, die op andere wijze bevredigd worden. In een groot aantal gevallen vindt men, dat dit zoo is. Masturbatie is vooral onder prostituées uiterst gewoon; hoeveel ze ook voorkomt onder vrouwen, die geen ander middel hebben om sexueele bevrediging te verkrijgen, wordt toch toegegeven, dat ze onder prostituées nog meer voorkomt, ja bijna algemeen78.Homosexualiteit, hoewel ze niet zoo gewoon is als masturbatie, wordt onder prostituées zeer veel gevonden—in Frankrijk schijnt het, meer dan in Engeland—en men kan wel zeggen, dat ze meer voorkomt onder prostituées dan onder eenige andere klasse van vrouwen. Ze wordt begunstigd door den verkregen tegenzin tegen normalencoïtus, die voortkomt uit beroeps-omgang met mannen, die er toe leidt dat homosexueele verhoudingen door vergelijking met deze beschouwd worden als rein en ideaal. Het schijnt ook wel, dat in een groot aantal gevallen prostituées een aangeboren aanleg tot sexueele inversie hebben en dat zulk een aanleg, te zamen met onverschilligheid voor den omgang met mannen een oorzaak is, die haar voorbeschikt tot het kiezen van het leven van prostituée. Kurella beschouwt prostituées zelfs als een tweede variëteit van personen met aangeboren inversie. Anna Rüling in Duitschland zegt, dat ongeveer twintig percent van de prostituées homosexueel zijn; als haar gevraagd werd wat er haar toe bracht prostituée te worden, antwoordde meer dan eengeïnverteerdevrouw van de straat haar, dat het zuiver een beroeps-zaak was en dat sexueel gevoel buiten kwestie bleef, behalve met een vriendin79.Het voorkomen van aangeboren inversie onder prostituées—hoewel we prostituées als een klasse niet als noodzakelijk gedegenereerd behoeven te beschouwen—doet de vraag ontstaan of het waarschijnlijk is, dat we een ongewoon groot aantal physieke en andere afwijkingen onder haar vinden. Het kan niet gezegd worden, dat er op dit punt eenstemmigheid van opinie is. Voor sommige autoriteiten zijn prostituées niets anders dan normale, gewone vrouwen van een lagen maatschappelijken rang, zoo inderdaad haar instincten niet eenigszins verheven zijn boven die van de klasse, waarin zij geboren zijn. Andere onderzoekers vinden onder haar een zoo groote proportie van individuen, die afwijken van het normale, dat zij geneigd zijn de prostituées over het algemeen te plaatsen onder de eene of andere abnormale klasse80.Baumgarten, die meer dan 8000 prostituées gekend heeft,bevond, dat maar een zeer klein deel crimineel is of psychopatisch in temperament of organisatie (Archiv für Kriminal-Anthropologie, deel XI, 1902). Het is echter niet duidelijk, dat Baumgarten eenige nauwkeurige en preciese onderzoekingen deed. Mr. Lane, een Londensch politie-rechter, heeft geconstateerd, als resultaat van zijn eigen opmerkingen, dat prostitutie “tegelijk eensymptoomen een gevolg is van denzelfden gedegenereerden, physieken en decadenten aard, die aanleiding geeft tot het ontstaan van mannelijke landloopers, kleine dieven en bedelaars van beroep en dat de prostituée gewoonlijk het vrouwelijk analogon daarvan is” (Ethnological Journal, April, 1905, p. 41). Deze schatting is zeker juist, wat een groot deel der vrouwen aangaat, die, dikwijls verzwakt door drank, in de zittingen van de politie-rechters verschijnen, maar ze kan wel nauwelijks zonder nadere aanduiding toegepast worden op prostituées in het algemeen.Morasso (Archiviodi Psichiatria, 1896. afl. 1) heeft geprotesteerd tegen een enkel zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées op grond van zijn eigen opmerkingen. Er is, zegt hij, een categorie van prostituées, onbekend aan wetenschappelijke navorschers, die hij noemt die van deProstitute di alto bordo. Onder haar zijn de teekenen van degeneratie zoowel physiek alsmoreel, niet in grooteren getale te vinden, dan onder vrouwen, die niet tot de prostitutie behooren. Zij vertoonen alle soorten van karakters, terwijl sommigen van haar een groote verfijning bezitten; ze worden voornamelijk gekenmerkt door een ongewone mate van sexueele begeerte. Zelfs onder de lagere groep van debassa prostituzionebeweert hij, dat wij een overheerschen vinden van sexueele, zoowel als van professioneele karakters eer dan teekenen van degeneratie. Het is voldoende nog een getuigenis aan te halen, zooals het vele jaren geleden gegeven is door een vrouw van hoog verstand en karakter, Mrs. Craik, de romanschrijfster: “De vrouwen, die vallen, zijn in het geheel niet de slechtste van haar stand”, schreef zij. “Ik heb het hooren bevestigen door meer dan een vrouw—door eene vooral, wier ondervinding even groot was als haar welwillendheid—dat vele van haar behooren onder de beste, meest verfijnde, intelligente, waarheidlievende, en liefhebbende. “Ik weet niet hoe het komt”, zeide zij dan, “of juist haar meerderheid haar ontevreden maakt met haar eigen stand—arbeiders zijn dikwijls zulke ruwe, boersche kerels!—zoodat zij gemakkelijker ten prooi vallen aan mannen, die in stand boven haar zijn: of dat, hoewel deze theorie veel menschen zal stuiten, andere deugden nog kunnen bestaan en bloeien, volkomen afgescheiden van, en na het verlies van dat, wat wij gewend zijn te beschouwen als de onmisbare eerste deugd van onze sekse—kuischheid. Ik kan het niet verklaren; ik kan alleen zeggen, dat het zoo is, dat sommige van mijn meest belovende dorpsmeisjes het eerst in het verderf zijn geloopen; en dat sommige van de beste en trouwste dienstmeisjes, die ik ooit gehad heb, tot schande kwamen, en als ik ze niet te hulp was gekomen en ze op weg had geholpen het kwaad weer goed te maken, ongetwijfeld “gevallen vrouwen” zouden geworden zijn”.”(AWoman’s Thoughts About Women, 1858, p. 291). Verschillende schrijvers hebben den nadruk gelegd op de goede moreele eigenschappen van prostituées. Zoo noemt in Frankrijk Despine eerst haar ondeugden op zooals (1) gulzigheid en drankzucht, (2) leugenachtigheid, (3) opvliegendheid, (4) gebrek aan orde en slordigheid, (5) wispelturigheid, (6) behoefte aan beweging, (7) neiging tot homosexualiteit; en dan gaat hij voort haar goede eigenschappen te specificeeren: haar moederliefde en haar kinderliefde, haar hulpvaardigheid voor elkaar; en haar weigeren elkaar aan te klagen; terwijl zij dikwijls godsdienstig zijn, soms bescheiden en gewoonlijk zeer eerlijk (DespinePsychologie Naturelle, deel III, p. 207et seq.; wat de Siciliaansche prostituées betreftcf.Càllari,Archivio di Psichiatria, afl. IV, 1903). De hulpvaardigheid voor elkaar, die dikwijls in ellende getoond wordt, wordt in hooge mate geneutraliseerd door beroeps-achterdocht en jaloezie.Lombroso meent, dat de basis van de prostitutie gevonden moet worden in moreele onnoozelheid. Als we door moreele onnoozelheid een toestand moeten verstaan die nauw verwant is aan krankzinnigheid, dan is deze bewering dubbelzinnig. Er schijnt geen duidelijke verhouding te zijn tusschen prostitutie en krankzinnigheid, en Tammeo heeft aangetoond (LaProstituzione, p. 76), dat het veelvuldig voorkomen van prostituées in de verschillende Italiaansche provincies in omgekeerde verhouding staat tot het veelvuldig voorkomen van krankzinnigen; naarmate de krankzinnigheid toeneemt, neemt de prostitutie af. Maar als we meenen een mindere mate van moreele achterlijkheid—dat is te zeggen, een stompheid in ontvankelijkheid voor de gewone moreele beschavingsoverwegingen, die, terwijl ze direct voortkomt uit den verhardenden invloed van een ongunstige jeugd-omgeving, ook kan berusten op een aangeboren aanleg—kan er geen twijfel aan zijn of moreele achterlijkheid wordt zeer dikwijls onder prostituées gevonden. Het zou ongetwijfeld aannemelijk zijn te zeggen, dat iedere vrouw, die haar maagdelijkheid geeft in ruil voor een onvoldoende weergave een achterlijke is. Als zij zich geeft uit liefde, heeft zij op zijn slechtst, een dwaze vergissing begaan, zooals jonge enonervarenmenschen ieder oogenblik kunnen begaan. Maar als zij bepaald het plan heeft zich te verkoopen, en als ze dat doet voor niets of voor bijna niets,dan is het een ander geval. De ondervindingen van Commenge in Parijs zijn in dit opzicht leerzaam. “Voor veel jonge meisjes”, schrijft hij,“bestaat er geen schaamtegevoel, zij ondervinden geen gemoedsbeweging als zij zich volkomen ongekleed vertoonen, zij geven zich aan den eersten den besten, waarvan zij niet weten, of zij hem ooit weer zullen zien. Zij hechten geen waarde aan haar maagdelijkheid; zij worden onteerd onder de vreemdste omstandigheden, zonder de minste gedachte aan of zorg over de daad, die zij doen. Nòch eenig gevoel, nòch eenige berekening, drijft haar in de armen van een man. Zij laten zich gaan zonder nadenken en zonder reden, bijna als een dier, uit onverschilligheid en zonder genot”. Hij kende vijf en veertig meisjes tusschen den leeftijd van twaalf en zeventien, die door den eersten den besten onbekende, dien ze nooit terug zagen, onteerd werden; zij verloren haar maagdelijkheid, naar Dumas zegt, zooals zij haar melktanden verloren, en ze konden geen aannemelijke reden opgeven voor haar verlies. Een meisje van vijftien jaar, dat vermeld wordt door Commenge en dat bij haar ouders woonde, die haar alles gaven wat ze noodig had, verloor haar maagdelijkheid, doordat ze toevallig een man ontmoette, die haar twee francs aanbood, als ze met hem mee wilde gaan; ze deed het zonder aarzelen en begon spoedig uit zichzelf mannen aan te spreken. Een meisje van veertien jaar, die ook behagelijk bij haar ouders woonde, gaf haar maagdelijkheid op een kermis voor een glas bier, en begon van toen af zich aan te sluiten bij prostituées. Een ander meisje van denzelfden leeftijd, die op een Kermesse in den draaimolen wilde draaien, bood zich aan, aan den man die de machine bediende, voor het genoegen van eenmaal rond te draaien. Nog een ander meisje van vijftien jaar, op een ander feest, bood haar maagdelijkheid voor hetzelfde tijdelijke genoegen. (Commenge,Prostitution Clandestine, 1897, p. 101et seq.). In de Vereenigde Staten legt Dr. W. Travis Gibb, behandelend geneesheer aan de “New York Society for the Prevention of Cruelty to Children”, dezelfde getuigenis af van het feit, dat in een tamelijk groot deel van gevallen van “verkrachting” het kind het gewillige slachtoffer is. “Het is bepaald aandoenlijk” zegt hij (Medical Record, April 20, 1907), “te bemerken hoe een stuiversstuk of een kwartje voldoende zijn om de deugd van deze kinderen te koopen”.Indien we willen onderzoeken in hoeverre prostituées aangeboren physieke afwijkingen vertoonen, dan is het gelaat de ruwste en meest voor de hand liggende toetssteen, hoewel hij niet de meest preciese is en evenmin de meeste bevrediging geeft. Toen in Frankrijk, ongeveer 1000 prostituées wat haar uiterlijk betrof in vijf groepen verdeeld werden, vond men, dat slechts zeven tot veertien percent tot de eerste groep behoorden, nl. tot de groep van haar, waarvan men zeggen kon, dat ze jeugd en schoonheid bezaten. (Jeannel,De la Prostitution Publique, 1860, p. 168). En Woods Hutchinson, die een uitgebreide bekendheid met Londen, Parijs, Weenen, New York, Philadelphia en Chicago bezit, zegt, dat een mooie of zelfs maar aantrekkelijk-uitziende prostituée zeldzaam is, en dat het gewone schoonheidsniveau lager is dan in eenige andere klasse van vrouwen. “Voor welke andere verkeerdheden”, merkt hij op, “de fatale macht van de schoonheid verantwoordelijk gesteld mag worden, ze heeft niets te maken met prostitutie” (Woods Hutchinson, “The Economics of Prostitution”,American Gynaecological and Obstetric Journal, September, 1895). We moeten natuurlijk altijd in de gedachten houden, dat deze taxaties iets van haar waarde verliezen, doordat ze voornamelijk gebaseerd zijn op het onderzoek van vrouwen, die het duidelijkst tot de klasse der prostituées behooren en reeds door haar beroep ruw zijn geworden.Als we tot de conclusie mogen komen—en over dit feit zal waarschijnlijk niet getwist worden—dat mooie, aangename, en harmonisch gevormde gezichten eer zeldzaam dan gewoon zijn onder prostituées, dan mogen we daarentegen zeggen, dat nauwkeurig onderzoek een groot aantal physieke abnormaliteiten aan den dag zal brengen. Een van de vroegste belangrijke physieke onderzoekingen op prostituées was die van Dr. Pauline Tarnowsky in Rusland(het eerst gepubliceerd inVratchin 1887, en later alsEtudes anthropométriques sur les Prostituées et les Voleuses). Zij onderzocht vijftig prostituées uit Petersburg, die niet langer dan twee jaren in een bordeel gewoond hadden, en ook vijftig boerenvrouwen van zooveel mogelijk denzelfden leeftijd en geestelijke ontwikkeling. Zij vond, dat (1) de prostituée kleiner schedel-middellijn had; (2) dat acht en veertig percent verschillende teekenen vertoonde van physieke degeneratie (onregelmatigen schedel, asymmetrie van het gezicht, afwijkingen in het harde verhemelte, tanden, ooren, enz.). Deze neiging tot afwijkingen onder de prostituées was tot zekere hoogte verklaard, toen er gevonden werd, dat ongeveer vier vijfde van haar, ouders hadden, die aan den drank verslaafd waren, en bijna een vijfde de laatst overlevenden van groote families waren; zulke families zijn dikwijls voortgebracht door gedegenereerde ouders.Het veelvuldig voorkomen van erfelijke degeneratie is ook door Bonhoeffer onder Duitsche prostituées opgemerkt. Hij onderzocht 190 prostituées in de gevangenis in Breslau, die dus tot een meer abnormale klasse behoorden dan gewone prostituées, en hij vond, dat er 102 erfelijk gedegenereerd waren, meest met een of beide ouders dronkaards; 53 vertoonden tevens zwakzinnigheid (Zeitschrift für die Gesamte Strafwissenschaft, Bd. XXXIII, p. 106).Het meest nauwkeurige onderzoek van gewone niet-misdadige prostituées, zoowel anthropologisch als wat het overheerschen van afwijkingen aangaat, is in Italië gedaan, hoewel niet op een voldoend aantal personen om absoluut beslissende resultaten op te leveren. Zoo onderzocht Fornasari zestig prostituées, voornamelijk uit Emilia en Venetië, en ook zeven en twintig andere uit Bologne; de laatste groep werd vergeleken met een derde groep van twintig normale vrouwen uit Bologne (Archivio di Psichiatria, 1892, afl. VI). Er werd bevonden, dat de prostituées van een kleiner type waren dan de normale individuen, met smaller hoofden en grooter gezichten. Zooals de schrijver zelf zegt, waren de personen die hij onderzocht, niet voldoende in aantal om ver strekkende generalisaties te rechtvaardigen, maar het kan toch de moeite waard zijn eenige van zijn resultaten op te sommen. Bij dezelfde grootte vertoonden de prostituées grooter gewicht; bij dezelfden leeftijd waren ze kleiner dan andere vrouwen, niet alleen van de gegoede, maar van de arme klasse: de lengte van het gezicht, de bizygomatische doorsnee (hoewel niet de afstand tusschen de jukbeenderen), de afstand tusschen de kin en de uitwendige ooropening, en de afmeting van de kaak waren alle grooter bij de prostituées; de handen waren, in vergelijking van den palm, langer en breeder dan bij gewone vrouwen; de voet was ook langer bij prostituées, en de dij was, in vergelijking van de kuit grooter. Het is opmerkelijk, dat bij de meeste bijzonderheden, vooral wat de metingen van het hoofd betreft, de variaties onder de prostituées veel grooter waren dan onder de andere vrouwen, die onderzocht werden; dit kan voor een deel, hoewel niet geheel, verklaard worden uit het iets grootere aantal van de eersten.Ook Ardu gaf (in hetzelfde nummer van deArchivio) het resultaat van zijn onderzoekingen (op initiatief van Lombroso verricht) over het veelvoudig voorkomen van abnormaliteiten onder de prostituées. De personen waren vier en zeventig in aantal en behoorden tot deClinica Sifilopaticavan Professor Giovannini in Turijn. De abnormaliteiten, waarnaar onderzoek gedaan werd waren: mannelijke verdeeling van haar in de schaamstreek, op de borst en de ledematen, al te sterke haargroei op het voorhoofd, linkschheid, atrophie van den tepel, en tatoeëeren (dat maar eens gevonden werd). Ardu’s verhandelingen over een andere serie onderzoekingen van vijf en vijftig prostituées door Lombroso, geven tot resultaat, dat mannelijke plaatsing van het haar gevonden wordt bij vijftien percent, tegen zes percent bij gewone vrouwen; eenige mate van hypertrichosis in achttien percent; linkschheid in elf percent (maar bij normale vrouwen wel twaalf percent volgens Gallia); en atrophie van den tepel in twaalf percent.Guiffrida-Ruggeri(Atti della Società Romana di Antropologia, 1897, p. 216),vond bij het onderzoek van acht en twintig prostituées onregelmatigheden in de volgende orde van afnemende frequentie: neiging van de wenkbrauwen elkaar te ontmoeten, gebrek aan symmetrie van het hoofd, druk aan den wortel van den neus, onvoldoende ontwikkeling van de kuiten, hypertrichosis en andere afwijkingen van haar, vooruitstekend jukbeen, vooruitspringend voorhoofd en abnormale inplanting van de tanden, Darwinsche oor-tuberkel, dunne verticale lippen. Deze kenteekenen zijn ieder afzonderlijk van weinig of geen belang, hoewel ze te samen niet zonder beteekenis zijn als een aanwijzing van algemeene afwijking.Later komt Ascarilla, in een uitgebreide studie (Archivio di Psichiatria, 1906, afl. VI, p. 812), over de vingerafdrukken van prostituées tot de conclusie, dat zelfs in dit opzicht prostituées eenigermate een klasse vormen, die morphologische inferieuriteit vertoont met normale vrouwen. De modellen vertoonen ongewone eenvoudigheid en gelijkvormigheid en de beteekenis hiervan wordt aangetoond door het feit, dat een zelfde gelijkvormigheid vertoond wordt door de vingerafdrukken van krankzinnigen en doofstommen (De Sanctis en Toscano,Atti Società Romana Antropologia, deel VIII, 1901, afl. II.)In Chicago heeft Dr. Harriet Alexander, te zamen met Dr. E. S. Talbot en Dr. J. G. Kiernan in het Bridewell of verbeteringshuis dertig prostituées onderzocht; alleen de “domme” klasse van beroepsprostituées komen in deze instelling, en het kan daarom geen verwondering wekken dat zij meer bepaalde teekenen van degeneratie vertoonden. In ras waren bijna de helft van degenen die onderzocht werden Keltisch Iersch. Bij zestien waren de zygomatische processen ongelijk en zeer in het oog springend. Andere asymmetrieën van het gezicht waren gewoon. In drie gevallen waren de hoofden van Mongoolsch type; zestien waren epignatisch, en elf prognatisch; vijf vertoonden remming van den groei van het gezicht. Brachycephalie was overheerschend (zeventien gevallen); de rest was mesaticephalitisch; geen was dolichocephalitisch. Abnormaliteiten in den vorm van den schedel waren er vele, en vijf en twintig hadden verkeerd gevormde ooren. Vier waren beslist krankzinnig, en een was een epileptica (H. C. Alexander, “Physical Abnormalities in Prostitutes”,Chicago Academy ofMedicine, April 1893; E. S. Talbot,Degeneracy, p. 320;Id.,Irregularities of the Teeth, vierde uitgave, p. 141).Het schijnt over het geheel wel, voor zoover het bewijsmateriaal op het oogenblik strekt, dat prostituées niet volkomen normale vertegenwoordigsters zijn van den stand, waarin zij geboren zijn. Er is een keuze-proces geweest van individuen, die door haar aangeboren eigenschappen afwijken van het normale gemiddelde, en die dus in lichte mate ongeschikt zijn voor het normale leven81. De psychische eigenaardigheden, die met zulk een afwijking samengaan, zijn niet altijd bepaald ongunstig; het licht neurotische meisje van lagen stand—dat niet houdt van hard werken, uit geringe energie, en dat misschien gulzig is en zelfzuchtig—kan zelfs een verfijning boven haar stand schijnen te bezitten. Terwijl er echter onder prostituées een neiging tot afwijking is, moet het duidelijk erkend worden, dat die neiging gering is zoolang wij de geheele klasse van prostituées onpartijdig beschouwen. Die navorschers, die tot de conclusie zijn gekomen dat prostituées een zeer gedegenereerde en abnormale klasse zijn, hebben alleen maarspeciale groepen van prostituées geobserveerd, meer speciaal degenen, die dikwijls in de gevangenis gevonden worden. Het is onmogelijk een juist denkbeeld te vormen van prostituées als we ze alleen in de gevangenis bestudeeren, evenmin als het mogelijk zou zijn een juist denkbeeld te vormen van dominees, dokters of advocaten door ze alleen in de gevangenis te bestudeeren; dit blijft waar, al komt een veel grooter deel der prostituées dan van de leden der meer geachte beroepen in de gevangenis; dat feit verklaart ongetwijfeld voor een deel de grootere abnormaliteit van prostituées.We moeten natuurlijk in de herinnering houden dat de speciale levensvoorwaarden van prostituées er toe leiden het optreden van bepaalde beroeps-eigenaardigheden te veroorzaken, die volkomen kunstmatig verkregen zijn en niet aangeboren. Zoo kunnen we verklaren de geleidelijke wijziging van de vrouwelijke secundaire en tertiaire sexueele eigenaardigheden, en het optreden van mannelijke eigenaardigheden, zooals de veel voorkomende diepe stem, enz.82. Maar als we voldoende rekening houden met deze kunstmatig verkregen eigenaardigheden, blijft het toch waar, dat de vergelijking der uitkomsten van de verschillende onderzoekingen die tot dusverre gedaan zijn, mogen ze dan niet geheel overtuigend zijn, er toch op schijnen te wijzen dat, zelfs afgezonderd van het overheerschen van kunstmatig verkregen afwijkingen, de beroepskeuze, die individuen afzondert van de algemeene bevolking van een zelfde maatschappelijke klasse, die anthropometrische eigenaardigheden hebben; deze varieeren, maar behooren toch tot dezelfde soort. De gedane waarnemingen schijnen aan te duiden, dat prostituées over het algemeen niet in gewicht boven het middelmatige zijn, niet in gestalte; dat ze korter armen hebben, hoewel de handen langer zijn (dit is zoowel in Italië als in Rusland gevonden); zij hebben dunner enkels en zwaarder kuiten en betrekkelijk nog zwaarder dijen. De geraamde schedelinhoud, de omtrek en de doorsnede van den schedel zijn eenigszins beneden het middelmatige, niet alleen wanneer ze vergeleken worden met respectabele vrouwen, maar ook in vergelijking van misdadigsters; er is een neiging tot brachycephalie (in Italië en Rusland beide); de wangbeenderen springen gewoonlijk vooruit en de kaken zijn ontwikkeld; het haar is donkerder dan bij respectabele vrouwen, hoewel niet zoo donker als bij dieveggen; het is gewoonlijk overvloedig, niet alleen op het hoofd maar ook op de schaamdeelen en elders; men heeft bevonden, dat de oogen bepaald donkerder waren dan die van hetzij respectabele vrouwen, hetzij misdadigsters83.
De geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling van de prostitutie stelt ons in staat te zien, dat de prostitutie niet een toevallig bijkomstig iets is van ons huwelijks-systeem, maar dat het een essentieel bestanddeel is, dat tegelijk met de andere bestanddeelen ervan voor den dag komt. De geleidelijke ontwikkeling van de familie op patriarchale en grootelijks monogame basis, maakte het hoe langer hoe moeilijker voor een vrouw over haar eigen persoon te beschikken. Zij behoorde in de eerste plaats aan haar vader, wiens belang het was haar zorgvuldig te bewaken, totdat er een echtgenoot zou komen, die rijk genoeg was om haar te koopen. In de verhooging van haar waarde ontwikkelde zich geleidelijk het nieuwe denkbeeld van de marktwaarde der maagdelijkheid, en waar een “maagd” vroeger beteekend had een vrouw, die vrij was met haar eigen lichaam te doen wat zij wilde, werd de beteekenis ervan nu veranderd en begon het te beteekenen een vrouw, die van den omgang met mannen uitgesloten was. Als zij van haar vader overgedragen werd aan een echtgenoot, dan werd ze nog met dezelfde zorg bewaakt; echtgenoot en vader hadden er gelijkelijk belang bij hun vrouwen te beschermen tegen ongehuwde mannen. De toestand, die zoo ontstond, leidde tot het bestaan van een groote groep jonge mannen, die nog niet rijk genoeg waren om vrouwen te verkrijgen en een groote groep jonge vrouwen, die nog niet tot vrouw gekozen waren, en waarvan velen niet konden verwachten ooit te zullen huwen. Op zulk een punt van de evolutie is de prostitutie klaarblijkelijk onvermijdelijk; ze is niet zoozeer de onontbeerlijke aanvulling van het huwelijk, als wel een essentieel deel van het geheele systeem. Sommige van de overtollige of verwaarloosde vrouwen vinden, terwijl zij haar geldswaarde realiseeren en misschien meteen tradities doen herleven van een vroegere vrijheid, een maatschappelijken werkkring, door haar gunsten te verkoopen om de tijdelijke begeerten te voldoen van de mannen, die nog geen vrouw hebben kunnen krijgen. Zoo is iedere schakel in den keten van het huwelijkssysteem vast aaneengesnoerd en een cirkel gevormd.Maar terwijl de geschiedenis van de opkomst en de ontwikkeling der prostitutie ons doet zien welk een onverwoestbaar en essentieel element de prostitutie is van het huwelijks-systeem, dat sinds lang in Europa bestaan heeft—onder verschillende toestandenvan ras, staatkunde, maatschappij en godsdienst—verschaft het ons toch niet in ieder opzicht de feiten, die noodig zijn om tegenwoordig tot een bepaalde houding jegens de prostitutie te komen. Om de plaats van de prostitutie in ons bestaand systeem te begrijpen, is het noodig, dat we de voornaamste factoren van de prostitutie analyseeren. We kunnen die het gemakkelijkst leeren begrijpen, als we de prostitutie, naar volgorde, van vier gezichtspunten bekijken. Deze zijn: (1)economischenoodzakelijkheid; (2)biologischepredispositie; (3)moreelevoordeelen; en (4) wat genoemd kan worden de waarde ervanvoor de beschaving.Terwijl deze vier factoren van de prostitutie mij degene toeschijnen, die ons hier voornamelijk aangaan, is het nauwelijks noodig er op te wijzen, dat vele andere oorzaken samenwerken om prostitutie te veroorzaken en te wijzigen. Prostituées zelf trachten dikwijls andere meisjes er toe te brengen dezelfde paden in te slaan; er moeten nieuwelingen gevonden worden voor bordeelen, waardoor we “den handel in blanke slavinnen” krijgen, die nu in vele deelen van de wereld krachtdadig bestreden wordt; terwijl al de vormen om meisjes tot dit leven te verleiden begunstigd worden door alcoholisme, dat dikwijls de prostitutie als het ware voorbereidt. Gewoonlijk zal men vinden, dat verscheidene oorzaken samengewerkt hebben om het meisje op den weg der prostitutie te voeren.De wijzen, waarop verschillende factoren van omgeving en suggestie samenwerken om een meisje tot prostitutie te verleiden, worden aangeduid in het volgende gezegde, waarin een correspondent, als man van de wereld, zijn eigen conclusies over de zaak heeft uiteengezet: “Ik heb tamelijk veel ervaringen gehad met lichte vrouwen van allerlei soort en ik kan zonder aarzelen zeggen, dat niet meer dan 1 percent van de vrouwen die ik gekend heb, als beschaafd konden worden beschouwd. Dit wijst er op, dat zij altijd van lage afkomst zijn, en de verschrikkelijke gevallen van overbevolking, die dagelijks aan het licht komen, geven aanleiding te denken dat reeds op zeer jeugdigen leeftijd het gevoel van schaamte verloren gaat, en dat lang vóór de puberteit een zekere gemeenzaamheid met sexueele zaken ontstaat. Zoodra zij oud genoeg zijn, worden deze meisjes door haar minnaars verleid; de gemeenzaamheid, waarmee zij sexueele zaken beschouwen, neemt de terughouding weg die een meisje beschermt, dat haar jeugd in fatsoenlijken kring heeft doorgebracht. Later gaan de meisjes in fabrieken en winkels werken; als zij mooi en aantrekkelijk zijn hebben zij betrekkingen met chefs en meesterknechts. Dan brengt de lust tot opschik, die zoo’n grooten factor vormt in het vrouwelijk karakter er haar toe de “maitres” te worden van een man met geld. Een merkwaardig ding in deze verhouding is, dat zij zelden genot vinden bij haar beschermers, en dat ze aan de ruwer omarmingen van den een of anderen man, die in stand dichter bij haar is, zeer dikwijls een soldaat, de voorkeur geven. Ik heb niet veel vrouwen gekend die verleid waren en verlaten, hoewel dit een voorstelling is, die door prostituées dikwijls van de zaak gegeven wordt. Kellnerinnen nemen een groote plaats in in de gelederen van de prostitutie, voor een groot deel ten gevolge van haar verslaafd zijn aan den drank; dronkenschap leidt bij vrouwen altijd tot laksheid in de moreele terughouding. Een andere machtige factor voor het overgaan tot de prostitutie ligt in den glans van den opschik, waarmee gepronkt wordt door den eene of anderevriendin, die dit leven reeds aangenomen heeft. Een meisje, dat hard werkt, om te leven ziet een vriendin, die misschien een bezoek brengt in de straat waar het hard werkende meisje woont, prachtig gekleed, terwijl zijzelf ternauwernood genoeg kan verdienen om te eten. Zij maakt een praatje met haar modieuse vriendin, die haar vertelt hoe gemakkelijk zij geld kan verdienen, ze legt haar uit welk een levensgoed de sexueele organen zijn, en spoedig is er een nieuweling tot de gelederen der prostitutie toegetreden”.Het heeft eenig belang de redenen die meisjes leiden tot prostitutie te beschouwen. In sommige landen vindt men dienaangaande gegevens van menschen, die van ambtswege met de publieke vrouwen in aanraking komen. In andere landen is het regel dat meisjes, voor zij als prostituées worden ingeschreven, de redenen opgeven waarom zij de loopbaan wenschen te betreden.Parent-Duchâtelet, wiens werk over prostituées in Parijs nog als gezaghebbend geldt, heeft het eerste overzicht van deze soort gepubliceerd. Hij bevond, dat van de vijf duizend prostituées er 1441 geïnfluenceerd waren door armoede, 1425 door verleiden van minnaars, die haar verlaten hadden, 1255 door het verlies van ouders door den dood, of door eenige andere reden. Bij zulk een overzicht wordt het geheele aantal in ’t algemeen verklaard door ellende, dat is door economische oorzaken alleen (Parent-Duchâtelet,De la Prostitution, 1857, deel I, p. 107).In Brussel werden gedurende een tijdvak van twintig jaren (1865—1884) 3505 vrouwen ingeschreven als prostituée. De oorzaken, die zij aangaven waarom zij deze loopbaan wenschten te betreden, geven een ander beeld dan dat, hetwelk door Parent-Duchâtelet gegeven wordt, maar misschien een dat meer betrouwbaar is, hoewel er eenige bepaalde en merkwaardige inconsequenties in zijn. Van de 3505 verklaarden 1523 dat uiterste armoede de oorzaak was van haar degradatie; 1118 bekenden vrijuit dat haar sexueelehartstochtende oorzaak waren; 420 schreven haar val toe aan slecht gezelschap; 316 zeiden dat zij genoeg hadden van haar werk en dat het haar verveelde, omdat de moeite zoo groot was en het loon zoo klein; 101 waren verlaten door haar minnaars; 10 hadden ongenoegen gehad met haar ouders; 7 waren door haar echtgenooten verlaten; 4 konden het niet vinden met haar voogden; 3 hadden familietwisten; 2 werden door haar echtgenooten gedwongen zich te prostitueeren, en 1 door haar ouders (Lancet, Juni 28, 1890, p. 1442).In Londen bevond Merrick, dat van de 16.022 prostituées met wie hij in aanraking kwam gedurende de jaren dat hij kapelaan was aan de Millbank-gevangenis, 5061 haar huis of haar betrekking vrijwillig hadden verlaten voor “een leven van pleizier”, 3363 gaven armoede op als de oorzaak; 3154 waren “verleid” en daarna op straat geraakt; 1636 waren door huwelijksbeloften bedrogen en door minnaar en betrekkingen verlaten. Over het geheel, zegt Merrick, dat 4790 of bijna een derde van het geheele aantal haar overgaan tot de loopbaan direct aan mannen toeschrijven, 11.232 aan andere oorzaken. Hij voegt er bij, dat van hen, die armoede als oorzaak opgaven, een groot aantal lui en onbekwaam was (G. P. Merrick,Work Among the Fallen, p. 38).Logan, een Engelsch stadszendeling met een groote mate van bekendheid met prostituées, verdeelde ze in de volgende groepen: 1. Een vierde van de meisjes zijn dienstboden, vooral in herbergen, bierhuizen enz., en zoo in het leven der prostitutie ingeleid; 2. een vierde komt van fabrieken enz.; 3. bijna een vierde wordt door koppelaarsters geleverd, die provincie-steden, markten enz. bezoeken; 4. een laatste groep omvat aan den eenen kant haar, die door armoede, indolentie of een slecht humeur er toe gebracht zijn prostituée te worden, dingen, die haar ongeschikt maken voor gewone beroepen, en aan den anderen kant kant haar, die verleid zijn door een valsche huwelijksbelofte (W. Logan,The Great Social Evil, 1871, p. 53).In Amerika heeft Sanger rapport uitgebracht over de resultaten van onderzoekingen, die gedaan zijn over twee duizend New-Yorksche prostituées aangaande de oorzaken, die haar er toe gebracht hebben haar beroep te kiezen:Armoede525Neiging513Verleid en verlaten258Drank en dranklust181Slechte behandeling door ouders, betrekkingen of echtgenooten164Als een gemakkelijk leven124Slecht gezelschap84Overreding door prostituées71Te lui om te werken29Verkrachting27Verleid op schepen van landverhuizers16Verleid in herbergen voor landverhuizers82000(Sanger,History of Prostitution, p. 488).Ook in Amerika heeft Professor Woods Hutchinson zich onlangs in verbinding gesteld met ongeveer dertig vertegenwoordigers in verschillende groote centra van het wereldverkeer, en hij noemt als volgt de antwoorden op zijn vragen aangaande de leer der oorzaken van de prostitutie.Percent.Liefde voor vertoon, weelde en luiheid42.1Slechte behandeling thuis23.8Verleiding, waarbij zij onschuldige slachtoffers waren11.3Werkloosheid9.4Erfelijkheid7.8Primair sexueel verlangen5.6(WoodsHutchinson, “The Economics of Prostitution”,American Gynaecologic and Obstetric Journal, September 1895;Id.,The Gospel According to Darwin, p. 194).In Italië waren in 1881 van de 10.422 ingeschreven prostituées van den leeftijd van zeventien en ouder, de oorzaken van de prostitutie als volgt in klassen verdeeld:Ondeugd en verdorvenheid2752Dood van ouders, echtgenoot enz.2139Verleiding door een minnaar1653Verleiding door een werkgever927Verlaten door ouders, echtgenoot, enz.795Zucht naar weelde698Dwang door minnaar of ander persoon buiten de familie666Dwang door ouders of echtgenoot400Om ouders of kinderen te onderhouden393(Ferriani,Minorenni Delinquenti, p. 193).De redenen door Russische prostituées aangegeven voor het kiezen van haar beroep zijn (volgens Federow) de volgende:38.5percentonvoldoende loon.21.0percent,,verlangen naar amusement.14.0percent,,verlies van betrekking.9.5percent,,overreding door vrouwelijke bekenden.6.5percent,,ontwend zijn aan de gewoonte van te werken.5.5percent,,verdriet, en om een minnaar te plagen.0.5percent,,dronkenschap.(Opgesomd inArchives d’Anthropologie Criminelle, Nov. 15, 1901).1.De Economische oorzaak van de Prostitutie.—Schrijvers over de prostitutie beweren dikwijls, dat economische omstandigheden ten grondslag liggen aan de prostitutie en dat de voornaamste oorzaak ervan armoede is, terwijl prostituées zelf dikwijls verklaren, dat het bezwaar om op andere wijze een bestaan te verdienen de voornaamste oorzaak was, die haar er toe gebracht heeft deze loopbaan te kiezen. “Van al de oorzaken van de prostitutie”, schreef Parent-Duchâtelet een eeuw geleden, “vooral in Parijs, en waarschijnlijk in alle groote steden, is er geen die ernstiger is dan gebrek aan werk en onvoldoend loon”. In Engeland zegt Sherwell, dat ook de moraal in hooge mate afhangt van den handel57. Zoo is het ook in Berlijn, waar het aantal prostituées in slechte jaren toeneemt58. Dat is ook het geval in Amerika, evenals in Japan; “de oorzaak der oorzaken is armoede”59.Zoo wordt overal door onderzoekers open en in het algemeen gezegd, dat de prostitutie in ruime mate en algemeen een economisch verschijnsel is, dat een gevolg is van de lage loonen van vrouwen of van plotselinge depressies in den handel. We moeten er echter bijvoegen, dat deze algemeene gezegden aanmerkelijk gewijzigd worden, in het licht van de nauwkeurige nasporingen gedaan door zorgvuldige onderzoekers. Ströhmberg, die 462 prostituées nauwkeurig onderzocht, ontdekte, dat er maar éen onder was, die armoede aangaf als de reden, waarom ze het beroep koos, en bij onderzoek bleek deze opgave een onbeschaamde leugen te wezen60. Hammer bevond, dat van de negentig ingeschreven Duitsche prostituées er niet éen haar loopbaan gekozen had uit gebrek of om een kind te onderhouden, terwijl sommige de straat op gingen terwijl ze nog geld hadden, of zonder dat ze wilden betaald worden61. Pastor Buschmann, van het Teltow Magdalena gesticht in Berlijn bevindt, dat het niet gebrek is, maar onverschilligheid voor moreele overwegingen, waardoor meisjes tot de prostitutie komen. In Duitschland wordt, voordat een meisje op het politieregister wordt ingeschreven, gepaste zorg gedragen, dat haar een kans gegeven wordt in een asyl te komen en werk te krijgen; in Berlijn waren, in den loop van tien jaar, maar twee meisjes—van de duizend—bereid van deze gelegenheid te profiteeren.De moeilijkheid, die Engelsche reddingshuizen ondervinden om meisjes te vinden, die zich willen laten “redden” is bekend. Dezelfde moeilijkheid vindt men in andere steden, zelfs waar geheel andere toestanden heerschen; zoo ondervindt men in Madrid, volgens Bernaldo de Quiros en Llanas Aquilaniedo, dat de prostituées, die in de asyls komen, ondanks al de toewijding van de nonnen, tot haar oude leven terugkeeren, zoodra ze de asyls verlaten hebben. Terwijl de economische factor bij de prostitutie ongetwijfeld bestaat, berust de ongemotiveerde veelvuldigheid en de nadruk, waarmee hij op den voorgrond wordt gebracht en aangenomen, klaarblijkelijk voor een deel op onwetendheid aangaande de werkelijke feiten, voor een deel op het feit, dat zulk een onderstelling spreekt tot hen, die de zwakheid hebben alle maatschappelijke verschijnselen uit economische oorzaken te verklaren en voor een deel op de duidelijke aannemelijkheid ervan62.Prostituées komen voornamelijk voort uit de gelederen der fabrieksmeisjes, dienstmeisjes, winkeljuffrouwen en kellnerinnen. In sommige van deze betrekkingen is het moeilijk het geheele jaar door werk te vinden. Zoo worden vele modistes, kleermaaksters en naaisters prostituée, als het de slappe tijd is in het bedrijf, en ze gaan weer aan haar werk als het seizoen begint. Soms wordt het geregelde dagwerk aangevuld door prostitutie ’s avonds. Er wordt gezegd, en misschien is dat waar, dat amateur-prostitutie van deze soort in Engeland zeer veel voorkomt, daar ze niet tegengegaan wordt door de voorzorgen, die, in landen waar de prostitutie geregeld is, de geheime prostitutie moet in acht nemen, om inschrijving te ontgaan. Er zijn bepaalde waschgelegenheden en kleedkamers in het centrum van Londen, die, naar men zegt, door de meisjes gebruikt worden om zich op de gebruikelijke wijze te blanketten, en om het blanketsel er ten slotte weer af te wasschen, voor zij naar huis gaan63. Het is zeker, dat in Engeland een groot deel der ouders, die tot den werkmansstand behooren en zelfs tot de lagere middelklasse, onbekend zijn met den aard van het leven, dat hun eigen dochters leiden. We moeten hieraan ook toevoegen,dat de ouders voor dit gedrag van de dochter nu en dan de oogen sluiten of het zelfs aanmoedigen; zoo schrijft een correspondent, dat hij “steden in Engeland kent, waar de prostitutie niet beschouwd wordt als iets schandelijks, en dat hij zich vele gevallen kan herinneren, waarin het huis van de moeder door de dochter gebruikt wordt met goedvinden van de moeder”.Acton zegt in een goed boek over de prostitutie in Londen, geschreven in het midden van de laatste eeuw, dat de prostitutie “een overgangsstadium is, waar een onnoemelijk groot aantal Engelsche vrouwen in verkeert”64. Deze bewering werd toen met nadruk bestreden door vele ernstige moralisten, die weigerden toe te geven, dat het voor een vrouw, die in zoo’n diepe put van vernedering gevallen was, mogelijk was om er ooit weer fatsoenlijk en wel uit te komen. Toch is het zeker waar wat een groote proportie vrouwen betreft, niet alleen in Engeland, maar ook in andere landen. Zoo zegt Parent-Duchâtelet, de grootste autoriteit over de Fransche prostitutie, dat “prostitutie voor het meerendeel alleen maar een overgangsstadium is; gewoonlijk wordt het al in het eerste jaar verlaten; er zijn maar zeer weinige prostituées, die prostituée blijven tot haar dood”. Het is echter moeilijk zich precies te vergewissen in hoeverre dat waar is; er zijn geen feiten, die zouden kunnen dienen als een juiste basis voor nauwkeurige taxatie65, en het is niet mogelijk te verwachten, dat fatsoenlijk getrouwde vrouwen zouden toegeven, dat zij ooit “op de straat” geweest zijn; zij zouden het misschien niet eens zich zelf altijd willen bekennen.Het volgende geval, dat wel is waar geboekt is meer dan twintig jaar geleden, is tamelijk typisch voor een bepaalde klasse onder de lagere rangen van de prostituées, waarbij de economische factor een groote rol speelt, maar waarin we niet te haastig moeten aannemen, dat hij de eenige factor is.Weduwe, dertig jaar oud, met twee kinderen. Werkt in een parapluiefabriek in het East-End van Londen, verdient achttien shilling per week met hard werken, en vermeerdert haar inkomen door nu en dan ’s avonds de straat op te gaan. Zij komt meestal in een rustige straat, die dicht bij een groot stedelijk eindstation ligt. Zij is een vrouw met een aangenaam, bijna waardig voorkomen, rustig gekleed op een wijze, die alleen de aandacht trekt doordat de rokken tamelijk kort zijn. Als ze aangesproken wordt, zal ze misschien antwoorden, dat ze wacht “op een vriendin”, op geaffecteerde wijze over het weer spreken, en langs haar neus weg haar aanbod doen. Zij zal een man naar een van de stille winkelstraten in de buurt brengen, of ze zal hem met zich mee naar huis nemen. Zij neemt iedere som aan, die de man kan of wil geven; soms is het een sovereign, soms is het sixpence; gemiddeld verdient zij een paar shilling per avond. Zij had nog maar tien maanden in Londen gewoond; vroeger woonde ze in Newcastle. Zij ging daar de straat niet op; “omstandigheden veranderen een mensch”, merkt zij zeer verstandig op. Hoewel ze niet gunstig over de politie spreekt, zegt zij, dat ze zich niet met haar bemoeit, zooals met sommige van de meisjes. Zij geeft de politieagenten nooit geld; toch zinspeelt ze er op, dat het soms noodig is hun wenschen te bevredigen, om met hen op goeden voet te blijven.Men moet altijd in gedachten houden, want het wordt soms door de socialisten en maatschappelijke hervormers vergeten, dat, terwijl de druk van de armoede een bepaalden invloed uitoefent op de prostitutie, in zooverre, dat hij de gelederen doet toenemen van de vrouwen, die door ontucht in haar levensonderhoud trachten te voorzien, zoodat de armoede wel degelijk kan beschouwd worden als een factor van de prostitutie, toch nooit eenige praktisch mogelijke verhooging van het arbeidsloon direct en alleen tot afschaffing der prostitutie zou kunnen leiden. De Molinari, een economisch-theoreticus merkt op, dat “de prostitutie een industrie” is, en dat, als andere concurreerende bedrijven vrouwen voldoende hooge loonen kunnen bieden, zij niet zoo dikwijls aangetrokken zullen worden door de prostitutie; hij gaat voort met er op te wijzen, dat hiermee de kwestie in het geheel niet opgelost is. “Evenals iedere andere industrie wordt de prostitutie beheerscht door den eisch van de behoefte, waaraan ze beantwoordt. Zoolang die behoefte en die eisch blijven bestaan, zullen zij een aanbod uitlokken. Het is de behoefte en de eisch, waarop we moeten werken, en misschien zal de wetenschap ons de middelen verschaffen dat te doen”66. Op welke wijze Molinari verwacht, dat de wetenschap de vraag naar prostituées verminderen zal, is niet duidelijk uitgedrukt.Niet alleen moeten we toegeven, dat geen praktisch uitvoerbare verhooging van de loonen, aan vrouwen in gewone industrieën betaald met mogelijkheid kan wedijveren met de loonen, die tamelijk aantrekkelijke vrouwen van zeer gewone bekwaamheid met de prostitutie verdienen67, maar wij moeten ook bedenken,dat een toename in den algemeenen welstand—die alleen een verhooging van de loonen van vrouwen gezond en normaal kan maken—een verhooging in de loonen van de prostitutie met zich brengt, en een toename in het aantal prostituées. Zoodat, als goede loonen moeten dienen om de prostitutie tegen te gaan, wij alleen kunnen zeggen, dat men met de eene hand meer terug neemt dan men met de andere geeft. Dit is zoo duidelijk, dat Després in een nauwkeurige moreele en demographische studie over de verdeeling van de prostitutie in Frankrijk tot de conclusie komt, dat wij de oude leer, dat “armoede prostitutie veroorzaakt” moeten omkeeren, daar prostitutie regelmatig toeneemt met weelde68, en dat, naar mate een departement in weelde en voorspoed toeneemt, ook het aantal zoowel van ingeschreven als van vrije prostituées in dat departement vermeerdert. Hier schuilt echter een fout, want, terwijl het waar is, dat, zooals Després beweert, weelde naar prostitutie vraagt, zoo is het ook waar, dat een rijke gemeenschap de uitersten van armoede zoowel als van rijkdom in zich sluit, en dat het onder de armere elementen is, dat de prostitutie haar nieuwelingen vindt. De oude bewering “armoede veroorzaakt prostitutie” is nog geldig, maar ze is gecompliceerd geworden en veranderd door de samengestelde verhoudingen van de beschaving. Bonger heeft, in zijn knappe discussie over de economische zijde van de kwestie, zich den breeden en diepen grondslag van de prostitutie voor oogen gesteld, waar hij tot de conclusie komt, dat ze “aan den eenen kant de onvermijdelijke aanvulling is van de bestaande wettige monogamie, en aan den anderen kant het resultaat van de physieke en psychische ellende, waarin de vrouwen van het volk leven, en ook het gevolg van de ondergeschikte positie van vrouwen in onze hedendaagsche maatschappij”69.Een nauwkeurige economische beschouwing van de prostitutie kan ons geenszins tot den wortel van de zaak brengen.Eén omstandigheid alleen moest al voldoende zijn geweest, om aan te toonen, dat de onbekwaamheid van vele vrouwen, om door arbeidsloon in haar dringendste levensbehoeften te voorzien, in geenen deele de voornaamste oorzaak is van de prostitutie: een groot deel der prostituées komt voort uit de gelederen der dienstmeisjes. Van al de groote groepen van loonarbeidsters zijn de dienstboden het meest vrij van economische zorgen; zij betalen niet voor voedsel en voor woning; dikwijls hebben zij het even goed als haar meesteressen, en in een groot aantal gevallen hebben zij minder geldzorgen dan deze. Bovendien voorzien zij in een bijna algemeene behoefte, zoodat er nooit zelfsvoor maar zeer middelmatig bekwame dienstboden eenige nood is, dat ze zonder werk zullen zijn. Nu is het wel waar, dat zij een zeer groot lichaam vormen, dat natuurlijk een bepaald contingent nieuwelingen aan de prostitutie moest leveren. Maar als wij zien, dat huiselijke dienst het voornaamste reservoir is, waaruit de prostitutie vloeit, dan moet het wel duidelijk zijn, dat het verlangen naar voedsel en onderdak geenszins de voornaamste oorzaak is voor de prostitutie.We kunnen hieraan toevoegen, dat, hoewel de beteekenis van dit overheerschend veel voorkomen van dienstmeisjes onder prostituées zelden erkend wordt door hen, die meenen, dat wegnemen van de armoede tevens is afschaffen van de prostitutie, het niet buiten beschouwing gelaten is door de meer nadenkende onderzoekers van maatschappelijke vraagstukken. Zoo wijst Sherwell er terecht op, dat tot zekere hoogte “de moraal op en neer gaat met den handel”, en hij voegt er bij, dat het, tegenover het belang van den economischen factor, een feit is, dat zeer tot nadenken stemt en op iedere wijze indruk maakt, dat de meerderheid der meisjes, die het West-End van Londen bezoeken (88 percent, volgens de boeken van het Leger des Heils) voortkomt uit den huiselijken dienst, waar de economische strijd niet ernstig gevoeld wordt (Arthur Sherwell,Life in West London, hoofdst. V, “Prostitution”).Het is tevens opmerkelijk, dat dienstboden door de omstandigheden van haar leven meer dan eenige andere klasse op de prostituées gelijken (Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo hebben dit aangetoond inLa Mala Vida en Madrid, p. 240). Evenals prostituées zijn zij een klasse van vrouwen apart; zij hebben geen recht op de égards en kleine hoffelijkheden, die gewoonlijk aan andere vrouwen worden bewezen; in sommige landen zijn zij zelfs ingeschreven, evenals de prostituées; het kan ternauwernood verwondering wekken, dat als aan haar beroep dezelfde nadeelen verbonden zijn als aan dat van de prostituée, zij ook soms eenige van de voordelen van dat beroep wenschen te bezitten. Lily Braun (Frauenfrage, p. 389et seq.) heeft in bijzonderheden deze ongunstige omstandigheden van huiselijken arbeid uiteengezet, in zooverre zij betrekking hebben op de neiging onder dienstmeisjes om prostituée te worden. R. de Ryckère heeft in zijn belangwekkend werk,La Servante Criminelle(1907, p. 460et seq.;cf.), een artikel van dezelfden schrijver, “La Criminalité Ancillaire”,Archivesd’AnthropologieCriminelle, Juli en December, 1906, de psychologie van het dienstmeisje bestudeerd. Hij vindt, dat zij vooral gekenmerkt wordt door zorgeloosheid, ijdelheid, gebrek aan originaliteit, neiging tot nabootsen, en vluchtigheid. Dit zijn eigenschappen, die haar tot de prostituée doen naderen. De Ryckère schat het aantal der vroegere dienstmeisjes onder de prostituées over het algemeen op vijftig percent, en hij voegt er bij, dat wat de “blanke slavernij” genoemd wordt, hier haar meest meegaande en gewillige slachtoffers vindt. Hij merkt op, dat de dienstbode-prostituée over het geheel niet zoozeer immoreel is als wel zonder moraal.In Parijs bevond Parent-Duchâtelet dat, wat het aantal betrof, dienstboden het grootste contingent leverden voor de prostitutie, en zijn nieuwere uitgevers vonden ook, dat zij ook in later jaren boven aan de lijst staan (Parent-Duchâtelet, uitgave van 1857, deel I, p. 83).Onder clandestiene prostituées in Parijs ontdekte Commenge onlangs, dat vroegere dienstboden veertig percent leveren. In Bordeaux vond Jeannel (De la Prostitution Publique, p. 102), dat in 1860 veertig percent van de prostituées dienstmeisjes geweest waren; daarna kwamen de naaisters met zeven en dertig percent.In Duitschland en Oostenrijk is het al lang erkend, dat huisdienst het grootste aantal nieuwelingen voor de prostitutie levert. Lippert, in Duitschland, en Gross-Hoffinger, in Oostenrijk, hebben op dit overheerschen van dienstmeisjes gewezen en op de beteekenis daarvan voor het midden van de negentiende eeuw; onlangs heeft Blaschko gezegd (“Hygiene der Syphilis” in Weyl’sHandbuch der Hygiene, deel II, p. 40), dat onder de Berlijnsche prostituées in 1898 de dienstmeisjes bovenaan stonden met een en vijftig percent. Baumgartenheeft geconstateerd, dat in Weenen het getal dienstboden acht en vijftig percent is.In Engeland zijn, volgens het Rapport van eenSelect Committeevan de Lords over de wetten tot bescherming van kinderen, zestig percent der prostituées dienstmeisjes geweest. F. Remo noemt tachtig percent in zijnVie Galante en Angleterre. Het schijnt zelfs nog hooger te zijn voor het West-End van Londen. Voor Londen als een geheel genomen, bleek uit de uitgebreide statistieken van Merrick (Work Among the Fallen), kapelaan van de Millbank-gevangenis, dat van de 14.700 prostituées er 5823, of ongeveer veertig percent vroeger dienstmeisjes geweest waren; dat dan de waschvrouwen kwamen en daarna de naaisters; zijn feiten wat meer beknopt en ruwer klassificeerend, bevond Merrick, dat het aantal van de dienstmeisjes drie en vijftig percent was.In Amerika zegt Sanger, dat drie en veertig percent der prostituées dienstmeisjes geweest waren, en dat de naaisters dan kwamen, maar na een langen tusschenpoos, met zes percent (Sanger,History of Prostitution, p. 524). Onder de prostituées van Philadelphia zegt Goodchild, dat “dienstmeisjes waarschijnlijk naar verhouding het meest voorkomen”, hoewel er nieuwelingen kunnen gevonden worden uit bijna alle beroepen.In andere landen is het hetzelfde. In Italië komen volgens Tammeo (La Prostituzione, p. 100) de dienstmeisjes het eerst onder de prostituées met acht en twintig percent, gevolgd door den groep van naaisters, costuumnaaisters en modemaaksters, zeventien percent. In Sardinië zegt A. Mantegazza, dat de meeste prostituées dienstmeisjes van buiten zijn.In Rusland is volgens Fiaux het aantal vijf en veertig percent. In Madrid komen, volgens Eslava (zooals aangehaald wordt door Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo (La Mala Vida en Madrid, p. 239) dienstmeisjes bovenaan bij de ingeschreven prostituées met zeven en twintig percent—bijna dezelfde verhouding als in Italië—en ook gevolgd door de naaisters. In Zweden waren er, volgens Welander (Monatshefte für Praktische Dermatologie, p. 477) onder de 2541 ingeschreven prostituées 1586 (of twee en zestig percent) dienstmeisjes; op een grooten afstand volgden 210 naaisters, dan 168 fabrieksmeisjes, enz.).De biologische factor van de prostitutie.—Economische overwegingen hebben, zooals we zien, een zeer belangrijken invloed op de prostitutie, hoewel het in het geheel niet juist is te beweren, dat zij de voornaamste oorzaak vormen. Er is een ander probleem, dat veel onderzoekers heeft bezig gehouden: In welke mate zijn prostituées tot dit beroep gepredestineerd door organische constitutie? Het wordt algemeen toegegeven, dat economische en andere omstandigheden een oorzaak zijn, die tot de prostitutie opwekken; in hoeverre zijn zij, die bezwijken, gepredisponeerd doordat ze abnormale, persoonlijke eigenschappen bezitten? Sommige onderzoekers hebben beweerd, dat deze predispositie zoo stellig bestaat, dat prostitutie wel mag beschouwd worden als een vrouwelijk equivalent voor criminaliteit, en dat in een familie, waar de mannen zich instinctief naar de misdaad keeren, de vrouwen zich instinctief keeren naar de prostitutie. Anderen hebben even beslist deze conclusie bestreden.Lombroso heeft meer speciaal de leer voorgestaan, dat de prostitutie het plaatsvervangend equivalent is van de criminaliteit. Hiermee bracht hij de resultaten tot ontwikkeling, die in een belangrijke studie aangaande de familie Jukes, door Dugdale gepubliceerd zijn; Dugdale bevond dat “daar, waar de broeders misdaad plegen, de zusters tot de prostitutie komen”; de geld- engevangenisstraffen van de leden der familie waren niet opgelegd wegens schending van het eigendomsrecht, maar voornamelijk wegens beleedigingen van de openbare zedelijkheid.“De psychologische, zoowel als de anatomische identiteit van den misdadiger en de geboren prostituée”, tot dit besluit kwamen Lombroso en Ferrero, “kon niet meer volkomen zijn: beiden zijn gelijk aan den moreel krankzinnige, en daarom zijn ze, volgens het axioma, weer aan elkander gelijk. Daar is hetzelfde gebrek aan zedelijk gevoel, dezelfde hardheid van gemoed, dezelfde vroege lust tot het kwade, dezelfde onverschilligheid voor maatschappelijke schande, dezelfde wispelturigheid, luiheid en zorgeloosheid, dezelfde smaak voor lichtzinnige genoegens, voor de orgie en voor alcohol, dezelfde, of bijna dezelfde, ijdelheid. Prostitutie is slechts de vrouwelijke zijde van de criminaliteit. En zoo waar is het dat prostitutie en criminaliteit twee analoge, of, om zoo te zeggen, parallel gaande verschijnselen zijn, dat zij in hun uitersten elkaar ontmoeten. De prostituée is dus psychologisch een misdadige: als zij geen eigenlijke misdaden begaat, dan is het omdat haar physieke zwakte, haar gering verstand, het gemak waarmee zij alles wat zij noodig heeft op eenvoudige wijze verkrijgen kan, haar ontslaan van de noodzakelijkheid misdaden te begaan, en juist om deze redenen vertegenwoordigt de prostitutie den specifieken vorm van vrouwelijke criminaliteit”. De schrijvers voegen er bij, dat “prostitutie, in zekeren zin, maatschappelijk nuttig is als een afvoerkanaal voor de mannelijke sexualiteit en een voorbehoedmiddel tegen de misdaad” (Lombroso en Ferrero,La Donna Delinquente, 1893, p. 571).Zij, die dit gezichtspunt bestreden hebben, hebben zich op ander standpunt geplaatst dan Lombroso en Ferrero, en zij hebben in het geheel niet altijd de positie, die zij aanvielen, begrepen. Zoo betoogt W. Fisher met veel kracht (inDie Prostitution) dat prostitutie niet is een onschuldig equivalent van de criminaliteit, maar een factor van de criminaliteit. En Féré beweert (inDégénérescence et Criminalité), dat criminaliteit en prostitutie niet equivalent zijn, maar identiek. “Prostituées en misdadigers”, zegt hij, “hebben als gemeenschappelijk kenmerk hun onproductiviteit, en bijgevolg zijn ze onmaatschappelijk. Prostitutie vormt zoo een vorm van criminaliteit.”Het essentieele kenmerk van misdadigers is echter niet hun onproductiviteit, want die hebben ze gemeen met een groot deel van de rijksten uit de hoogste standen; we moeten er ook bijvoegen, dat de prostituée, ongelijk aan den misdadiger, een werkzaamheid uitoefent, waar navraag naar is, waarvoor zij bereidwillig betaald wordt en waarvoor zij te werken heeft (het is soms opgemerkt, dat de prostituée neerziet op den dief, die “niet werkt”); zij oefent een beroep uit, en zij is niet meer of minder productief dan zij, die meer respectabele beroepen uitoefenen. Aschaffenburg meent dat hij staat tegenover Lombroso, waar hij eenigszins verschillend van Féré beweert, dat de prostitutie inderdaad niet is zooals Féré zeide, een vorm van criminaliteit, maar dat ze te dikwijls samengaat met criminaliteit om als een equivalent beschouwd te worden. Onlangs heeft Mönkemöller hetzelfde standpunt verdedigd. Hier is echter, als gewoonlijk, een groot verschil van meening aangaande de proportie van prostituées, waarvan dit waar is. Alle onderzoekers erkennen dat dit waar is voor een zeker aantal, maar terwijl Baumgarten bij onderzoek van acht duizend prostituées maar een kleine proportie vond die misdadigsters waren, vond Ströhmberg, dat van de 462 prostituées er 175 dieveggen waren. Aan den anderen kant staat Morasso (zooals inArchivio di Psichiatriaaangehaald is, 1896, afl. 1), op grond van zijn eigen onderzoekingen, meer bepaald tegenover Lombroso, daar hij protesteert tegen iedere zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées, die haar op eenigerlei wijze zou gelijk maken aan misdadigers.De kwestie van de sexualiteit van de prostituées, die in zekere betrekking staat tot haar neiging tot degeneratie, is door verschillende schrijvers in verschillenden zin opgelost. Terwijl sommige, zooals Morasso, beweren, dat de sexueele impuls de voornaamsteoorzaak is die vrouwen er toe brengt de loopbaan van prostituée te kiezen, beweren andere, dat prostituées gewoonlijk bijna zonder sexueelen impuls zijn. Lombroso verwijst naar het veel voorkomen van sexueele koelheid onder prostituées70. In Londen zegt Merrick, die bekend was met meer dan 16.000 prostituées, dat hij “maar heel enkele gevallen” ontmoet heeft waarin grof sexueel verlangen de beweegreden geweest is tot het kiezen van een leven van prostitutie. In Parijs had Raciborski al veel vroeger gezegd, dat “men onder prostituées er maar zeer weinig vindt die tot losbandigheid gedrongen werden door sexueelen gloed”71. Ook Commenge, die zorgvuldig de Parijsche prostituée bestudeerd heeft, kan niet toegeven dat sexueele begeerte genoemd mag worden onder de ernstige oorzaken van de prostitutie. “Ik heb duizende vrouwen over dit punt ondervraagd”, zegt hij, “en maar zeer weinige hebben mij verteld, dat zij tot de prostitutie gedreven waren ter bevrediging van haar sexueele behoeften. Hoewel meisjes, die zich aan de prostitutie overgeven, gewoonlijk niet zeer oprecht zijn, hebben zij geloof ik op dit punt geen behoefte om te bedriegen. Als zij sexueele behoeften hebben, dan verbergen zij die niet, maar integendeel vertoonen zij een zekere voorliefde om ze te erkennen als een voldoende rechtvaardiging voor haar leven; zoodat, als maar een zeer kleine minderheid deze beweegreden aanhaalt, de oorzaak is dat ze voor de groote meerderheid niet bestaat”.Er kan geen twijfel aan zijn dat de opmerkingen, die aangaande de sexueele koelheid van prostituées gemaakt worden, dikwijls veel te weinig bepaald zijn. Dit berust voor een deel zeker op het feit, dat ze gewoonlijk gedaan worden door hen, die spreken uit hun bekendheid met oude prostituées, wier gemeenzaamheid met normaal sexueel verkeer in zijn minst aantrekkelijken vorm tot resultaat heeft gehad, dat zij volkomen onverschillig werden voor zulk verkeer, zoover haar cliënten aangaat72. Het kan naar waarheid getuigd worden, dat voor de vrouw van diepen hartstocht de kortstondige en oppervlakkige verhoudingen van de prostitutie geen verleiding kunnen bieden. En we kunnen er bijvoegen, dat de meerderheid der prostituées haar loopbaan op zeer jeugdigenleeftijd begint, lang voor den tijd waarop bij vrouwen de neiging tot hartstocht nog gekomen is73. We kunnen ook wel zeggen, dat een onverschilligheid voor sexueele verhoudingen, een neiging er geen persoonlijke waarde aan te hechten, dikwijls een predisponeerende oorzaak is bij het aannemen van de loopbaan van prostituée; de geestelijke ondiepte van prostituées kan wel samengaan met ondiepte van physieke gemoedsbeweging. Aan den anderen kant schijnen veel prostituées, in ieder geval in het begin van haar loopbaan, een merkbare mate van zinnelijkheid te vertoonen, en voor vrouwen van ruwe sexueele kracht is de prostitutie in dit opzicht niet zonder aantrekkingskracht geweest; men weet, dat de bevrediging van physieke begeerte in sommige gevallen als motief gewerkt heeft en in andere is ze duidelijk na te wijzen74. Dit kan ternauwernood verwondering wekken als wij bedenken, dat prostituées in veel gevallen opmerkelijk sterke en gezonde menschen zijn wat haar algemeenen toestand betreft75. Zij bieden zonder moeite weerstand aan de gevaren van haar beroep, en hoewel de uitingen van sexueel gevoel onder den invloed daarvan in den loop van den tijd wel moeten gewijzigd worden of verdraaid, zoo is dit geen bewijs dat sexueele gevoeligheid oorspronkelijk afwezig was. Het is zelfs geen bewijs van het verlies ervan, want de werkelijke natuur van de normale prostituée en haar sexueele gloed vinden voornamelijk uiting niet in haar beroepsverhoudingen tot haar cliënten, maar in haar verhoudingen tot haar minnaar, die tevens haar souteneur is76. Het is volkomen waar, dat de omstandigheden van haar leven het dikwijls praktisch voordeelig maken voor de prostituées om aan zich verbonden te hebben een man, die voor haar belangen zorgt en die ze zoo noodig zal verdedigen, maar dat is alleen een bijkomend, toevallig en ondergeschikt voordeel van den “minnaar”, voor zoover het prostituées in het algemeen betreft. Zij is in de eerste plaats tot hem aangetrokken omdat hij haar persoonlijk bevalt en zij hem voor zichzelf wil hebben. Het motief voor haar verbintenis is inhoofdzaak erotisch, in den vollen zin van het woord en sluit in zich niet alleen sexueele verhoudingen, maar bezit een gemeenschappelijk belang, een duurzaam en intiem leven, te zamen geleid. “Je weet dat, wat wij in ons beroep doen, ons hart niet kan vullen” zeide een Duitsche prostituée. “Waarom zouden wij niet een echtgenoot hebben zooals andere vrouwen? Ik heb ook behoefte aan liefde. Als dat niet zoo was, zouden we geen behoefte hebben aan een minnaar”. En hij van zijn kant beantwoordt dat gevoel en wordt in het geheel niet alleen bewogen door eigenbelang77.Een van mijn correspondenten, die veel ondervinding gehad heeft met prostituées, niet alleen in Engeland, maar ook in Duitschland, Frankrijk, België en Holland heeft gevonden, dat de normale uitingen van sexueel gevoel veel meer gewoon zijn onder Engelsche prostituées dan onder die van het vaste land. “Ik zou zeggen”, schrijft hij, “dat bij den normalen coïtus vrouwen van het vaste land gewoonlijk geen sexueele opwinding ondervinden. Ik geloof niet, dat ik ooit een vrouw van het vasteland gekend heb, die iets had, dat op geprikkeldheid leek. Engelsche vrouwen echter, geven zich, als een man maar gewoon vriendelijk is en toont dat hij wat gevoel heeft boven uitsluitend zinnelijke bevrediging, dikwijls over aan de meest wilde genoegens van sexueele opwinding. Natuurlijk is er in dit leven, evenals in andere, scherpe concurrentie, en een vrouw moet, om met haar mededingsters te wedijveren, haar mannelijke vrienden behagen; maar een man van de wereld kan altijd onderscheid maken tusschen echte en gesimuleerde hartstocht”. (Het is echter mogelijk, dat hij het meeste succes zal hebben bij het opwekken van de gevoelens van de vrouwen van zijn eigen land). Aan den anderen kant vindt deze schrijver, dat de buitenlandsche vrouwen er meer op uit zijn in het genoegen van haar tijdelijke metgezellen te voorzien en zich te vergewissen wat hen genoegen geeft. “De buitenlandsche schijnt het tot de hoofdzaak van haar leven te maken de een of andere abnormale wijze van sexueele bevrediging voor haar metgezel te ontdekken”. Voor haar eigen genoegen vragen buitenlandsche prostituées dikwijls omcunnilinctus, liever dan normalencoïtus, terwijl analecoïtusook gewoon is. Het verschil is klaarblijkelijk, dat de Engelsche vrouwen, als zij bevrediging zoeken, die vinden in normalencoïtus, terwijl de buitenlandsche vrouwen meer abnormale methoden prefereeren. Er is echter een klasse van Engelsche prostituées, die deze correspondent als een uitzondering beschouwt op den algemeenen regel: de klasse van haar, die voortgekomen zijn uit de lagere rangen van het tooneel. “Zulke vrouwen zijn gewoonlijk losbandiger—dat is te zeggen, meer bekend met het bizarre in het sexueele—dan meisjes, die uit winkels komen of uit kroegen; zij vertooneneen bekendheid metfellatio, en zelfs van analecoïtus, en gedurende de menstruatie vragen zij dikwijls om inter-mammairecoïtus”.Over het geheel schijnt het, dat prostituées, hoewel ze haar leven gewoonlijk niet uit beweegredenen van zinnelijkheid kiezen, toch als ze haar loopbaan beginnen of in het eerste deel ervan een tamelijk gewone mate van sexueele impuls bezitten, met variaties in beide richtingen zoowel van exces en tekort, als van perversie. Op een wat later tijd is het nutteloos te trachten de sexueele impuls van prostituées af te meten naar de mate van genoegen, die zij vinden in het beroeps-uitvoeren van sexueelen omgang. Het is noodig zich te vergewissen of zij sexueele instincten hebben, die op andere wijze bevredigd worden. In een groot aantal gevallen vindt men, dat dit zoo is. Masturbatie is vooral onder prostituées uiterst gewoon; hoeveel ze ook voorkomt onder vrouwen, die geen ander middel hebben om sexueele bevrediging te verkrijgen, wordt toch toegegeven, dat ze onder prostituées nog meer voorkomt, ja bijna algemeen78.Homosexualiteit, hoewel ze niet zoo gewoon is als masturbatie, wordt onder prostituées zeer veel gevonden—in Frankrijk schijnt het, meer dan in Engeland—en men kan wel zeggen, dat ze meer voorkomt onder prostituées dan onder eenige andere klasse van vrouwen. Ze wordt begunstigd door den verkregen tegenzin tegen normalencoïtus, die voortkomt uit beroeps-omgang met mannen, die er toe leidt dat homosexueele verhoudingen door vergelijking met deze beschouwd worden als rein en ideaal. Het schijnt ook wel, dat in een groot aantal gevallen prostituées een aangeboren aanleg tot sexueele inversie hebben en dat zulk een aanleg, te zamen met onverschilligheid voor den omgang met mannen een oorzaak is, die haar voorbeschikt tot het kiezen van het leven van prostituée. Kurella beschouwt prostituées zelfs als een tweede variëteit van personen met aangeboren inversie. Anna Rüling in Duitschland zegt, dat ongeveer twintig percent van de prostituées homosexueel zijn; als haar gevraagd werd wat er haar toe bracht prostituée te worden, antwoordde meer dan eengeïnverteerdevrouw van de straat haar, dat het zuiver een beroeps-zaak was en dat sexueel gevoel buiten kwestie bleef, behalve met een vriendin79.Het voorkomen van aangeboren inversie onder prostituées—hoewel we prostituées als een klasse niet als noodzakelijk gedegenereerd behoeven te beschouwen—doet de vraag ontstaan of het waarschijnlijk is, dat we een ongewoon groot aantal physieke en andere afwijkingen onder haar vinden. Het kan niet gezegd worden, dat er op dit punt eenstemmigheid van opinie is. Voor sommige autoriteiten zijn prostituées niets anders dan normale, gewone vrouwen van een lagen maatschappelijken rang, zoo inderdaad haar instincten niet eenigszins verheven zijn boven die van de klasse, waarin zij geboren zijn. Andere onderzoekers vinden onder haar een zoo groote proportie van individuen, die afwijken van het normale, dat zij geneigd zijn de prostituées over het algemeen te plaatsen onder de eene of andere abnormale klasse80.Baumgarten, die meer dan 8000 prostituées gekend heeft,bevond, dat maar een zeer klein deel crimineel is of psychopatisch in temperament of organisatie (Archiv für Kriminal-Anthropologie, deel XI, 1902). Het is echter niet duidelijk, dat Baumgarten eenige nauwkeurige en preciese onderzoekingen deed. Mr. Lane, een Londensch politie-rechter, heeft geconstateerd, als resultaat van zijn eigen opmerkingen, dat prostitutie “tegelijk eensymptoomen een gevolg is van denzelfden gedegenereerden, physieken en decadenten aard, die aanleiding geeft tot het ontstaan van mannelijke landloopers, kleine dieven en bedelaars van beroep en dat de prostituée gewoonlijk het vrouwelijk analogon daarvan is” (Ethnological Journal, April, 1905, p. 41). Deze schatting is zeker juist, wat een groot deel der vrouwen aangaat, die, dikwijls verzwakt door drank, in de zittingen van de politie-rechters verschijnen, maar ze kan wel nauwelijks zonder nadere aanduiding toegepast worden op prostituées in het algemeen.Morasso (Archiviodi Psichiatria, 1896. afl. 1) heeft geprotesteerd tegen een enkel zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées op grond van zijn eigen opmerkingen. Er is, zegt hij, een categorie van prostituées, onbekend aan wetenschappelijke navorschers, die hij noemt die van deProstitute di alto bordo. Onder haar zijn de teekenen van degeneratie zoowel physiek alsmoreel, niet in grooteren getale te vinden, dan onder vrouwen, die niet tot de prostitutie behooren. Zij vertoonen alle soorten van karakters, terwijl sommigen van haar een groote verfijning bezitten; ze worden voornamelijk gekenmerkt door een ongewone mate van sexueele begeerte. Zelfs onder de lagere groep van debassa prostituzionebeweert hij, dat wij een overheerschen vinden van sexueele, zoowel als van professioneele karakters eer dan teekenen van degeneratie. Het is voldoende nog een getuigenis aan te halen, zooals het vele jaren geleden gegeven is door een vrouw van hoog verstand en karakter, Mrs. Craik, de romanschrijfster: “De vrouwen, die vallen, zijn in het geheel niet de slechtste van haar stand”, schreef zij. “Ik heb het hooren bevestigen door meer dan een vrouw—door eene vooral, wier ondervinding even groot was als haar welwillendheid—dat vele van haar behooren onder de beste, meest verfijnde, intelligente, waarheidlievende, en liefhebbende. “Ik weet niet hoe het komt”, zeide zij dan, “of juist haar meerderheid haar ontevreden maakt met haar eigen stand—arbeiders zijn dikwijls zulke ruwe, boersche kerels!—zoodat zij gemakkelijker ten prooi vallen aan mannen, die in stand boven haar zijn: of dat, hoewel deze theorie veel menschen zal stuiten, andere deugden nog kunnen bestaan en bloeien, volkomen afgescheiden van, en na het verlies van dat, wat wij gewend zijn te beschouwen als de onmisbare eerste deugd van onze sekse—kuischheid. Ik kan het niet verklaren; ik kan alleen zeggen, dat het zoo is, dat sommige van mijn meest belovende dorpsmeisjes het eerst in het verderf zijn geloopen; en dat sommige van de beste en trouwste dienstmeisjes, die ik ooit gehad heb, tot schande kwamen, en als ik ze niet te hulp was gekomen en ze op weg had geholpen het kwaad weer goed te maken, ongetwijfeld “gevallen vrouwen” zouden geworden zijn”.”(AWoman’s Thoughts About Women, 1858, p. 291). Verschillende schrijvers hebben den nadruk gelegd op de goede moreele eigenschappen van prostituées. Zoo noemt in Frankrijk Despine eerst haar ondeugden op zooals (1) gulzigheid en drankzucht, (2) leugenachtigheid, (3) opvliegendheid, (4) gebrek aan orde en slordigheid, (5) wispelturigheid, (6) behoefte aan beweging, (7) neiging tot homosexualiteit; en dan gaat hij voort haar goede eigenschappen te specificeeren: haar moederliefde en haar kinderliefde, haar hulpvaardigheid voor elkaar; en haar weigeren elkaar aan te klagen; terwijl zij dikwijls godsdienstig zijn, soms bescheiden en gewoonlijk zeer eerlijk (DespinePsychologie Naturelle, deel III, p. 207et seq.; wat de Siciliaansche prostituées betreftcf.Càllari,Archivio di Psichiatria, afl. IV, 1903). De hulpvaardigheid voor elkaar, die dikwijls in ellende getoond wordt, wordt in hooge mate geneutraliseerd door beroeps-achterdocht en jaloezie.Lombroso meent, dat de basis van de prostitutie gevonden moet worden in moreele onnoozelheid. Als we door moreele onnoozelheid een toestand moeten verstaan die nauw verwant is aan krankzinnigheid, dan is deze bewering dubbelzinnig. Er schijnt geen duidelijke verhouding te zijn tusschen prostitutie en krankzinnigheid, en Tammeo heeft aangetoond (LaProstituzione, p. 76), dat het veelvuldig voorkomen van prostituées in de verschillende Italiaansche provincies in omgekeerde verhouding staat tot het veelvuldig voorkomen van krankzinnigen; naarmate de krankzinnigheid toeneemt, neemt de prostitutie af. Maar als we meenen een mindere mate van moreele achterlijkheid—dat is te zeggen, een stompheid in ontvankelijkheid voor de gewone moreele beschavingsoverwegingen, die, terwijl ze direct voortkomt uit den verhardenden invloed van een ongunstige jeugd-omgeving, ook kan berusten op een aangeboren aanleg—kan er geen twijfel aan zijn of moreele achterlijkheid wordt zeer dikwijls onder prostituées gevonden. Het zou ongetwijfeld aannemelijk zijn te zeggen, dat iedere vrouw, die haar maagdelijkheid geeft in ruil voor een onvoldoende weergave een achterlijke is. Als zij zich geeft uit liefde, heeft zij op zijn slechtst, een dwaze vergissing begaan, zooals jonge enonervarenmenschen ieder oogenblik kunnen begaan. Maar als zij bepaald het plan heeft zich te verkoopen, en als ze dat doet voor niets of voor bijna niets,dan is het een ander geval. De ondervindingen van Commenge in Parijs zijn in dit opzicht leerzaam. “Voor veel jonge meisjes”, schrijft hij,“bestaat er geen schaamtegevoel, zij ondervinden geen gemoedsbeweging als zij zich volkomen ongekleed vertoonen, zij geven zich aan den eersten den besten, waarvan zij niet weten, of zij hem ooit weer zullen zien. Zij hechten geen waarde aan haar maagdelijkheid; zij worden onteerd onder de vreemdste omstandigheden, zonder de minste gedachte aan of zorg over de daad, die zij doen. Nòch eenig gevoel, nòch eenige berekening, drijft haar in de armen van een man. Zij laten zich gaan zonder nadenken en zonder reden, bijna als een dier, uit onverschilligheid en zonder genot”. Hij kende vijf en veertig meisjes tusschen den leeftijd van twaalf en zeventien, die door den eersten den besten onbekende, dien ze nooit terug zagen, onteerd werden; zij verloren haar maagdelijkheid, naar Dumas zegt, zooals zij haar melktanden verloren, en ze konden geen aannemelijke reden opgeven voor haar verlies. Een meisje van vijftien jaar, dat vermeld wordt door Commenge en dat bij haar ouders woonde, die haar alles gaven wat ze noodig had, verloor haar maagdelijkheid, doordat ze toevallig een man ontmoette, die haar twee francs aanbood, als ze met hem mee wilde gaan; ze deed het zonder aarzelen en begon spoedig uit zichzelf mannen aan te spreken. Een meisje van veertien jaar, die ook behagelijk bij haar ouders woonde, gaf haar maagdelijkheid op een kermis voor een glas bier, en begon van toen af zich aan te sluiten bij prostituées. Een ander meisje van denzelfden leeftijd, die op een Kermesse in den draaimolen wilde draaien, bood zich aan, aan den man die de machine bediende, voor het genoegen van eenmaal rond te draaien. Nog een ander meisje van vijftien jaar, op een ander feest, bood haar maagdelijkheid voor hetzelfde tijdelijke genoegen. (Commenge,Prostitution Clandestine, 1897, p. 101et seq.). In de Vereenigde Staten legt Dr. W. Travis Gibb, behandelend geneesheer aan de “New York Society for the Prevention of Cruelty to Children”, dezelfde getuigenis af van het feit, dat in een tamelijk groot deel van gevallen van “verkrachting” het kind het gewillige slachtoffer is. “Het is bepaald aandoenlijk” zegt hij (Medical Record, April 20, 1907), “te bemerken hoe een stuiversstuk of een kwartje voldoende zijn om de deugd van deze kinderen te koopen”.Indien we willen onderzoeken in hoeverre prostituées aangeboren physieke afwijkingen vertoonen, dan is het gelaat de ruwste en meest voor de hand liggende toetssteen, hoewel hij niet de meest preciese is en evenmin de meeste bevrediging geeft. Toen in Frankrijk, ongeveer 1000 prostituées wat haar uiterlijk betrof in vijf groepen verdeeld werden, vond men, dat slechts zeven tot veertien percent tot de eerste groep behoorden, nl. tot de groep van haar, waarvan men zeggen kon, dat ze jeugd en schoonheid bezaten. (Jeannel,De la Prostitution Publique, 1860, p. 168). En Woods Hutchinson, die een uitgebreide bekendheid met Londen, Parijs, Weenen, New York, Philadelphia en Chicago bezit, zegt, dat een mooie of zelfs maar aantrekkelijk-uitziende prostituée zeldzaam is, en dat het gewone schoonheidsniveau lager is dan in eenige andere klasse van vrouwen. “Voor welke andere verkeerdheden”, merkt hij op, “de fatale macht van de schoonheid verantwoordelijk gesteld mag worden, ze heeft niets te maken met prostitutie” (Woods Hutchinson, “The Economics of Prostitution”,American Gynaecological and Obstetric Journal, September, 1895). We moeten natuurlijk altijd in de gedachten houden, dat deze taxaties iets van haar waarde verliezen, doordat ze voornamelijk gebaseerd zijn op het onderzoek van vrouwen, die het duidelijkst tot de klasse der prostituées behooren en reeds door haar beroep ruw zijn geworden.Als we tot de conclusie mogen komen—en over dit feit zal waarschijnlijk niet getwist worden—dat mooie, aangename, en harmonisch gevormde gezichten eer zeldzaam dan gewoon zijn onder prostituées, dan mogen we daarentegen zeggen, dat nauwkeurig onderzoek een groot aantal physieke abnormaliteiten aan den dag zal brengen. Een van de vroegste belangrijke physieke onderzoekingen op prostituées was die van Dr. Pauline Tarnowsky in Rusland(het eerst gepubliceerd inVratchin 1887, en later alsEtudes anthropométriques sur les Prostituées et les Voleuses). Zij onderzocht vijftig prostituées uit Petersburg, die niet langer dan twee jaren in een bordeel gewoond hadden, en ook vijftig boerenvrouwen van zooveel mogelijk denzelfden leeftijd en geestelijke ontwikkeling. Zij vond, dat (1) de prostituée kleiner schedel-middellijn had; (2) dat acht en veertig percent verschillende teekenen vertoonde van physieke degeneratie (onregelmatigen schedel, asymmetrie van het gezicht, afwijkingen in het harde verhemelte, tanden, ooren, enz.). Deze neiging tot afwijkingen onder de prostituées was tot zekere hoogte verklaard, toen er gevonden werd, dat ongeveer vier vijfde van haar, ouders hadden, die aan den drank verslaafd waren, en bijna een vijfde de laatst overlevenden van groote families waren; zulke families zijn dikwijls voortgebracht door gedegenereerde ouders.Het veelvuldig voorkomen van erfelijke degeneratie is ook door Bonhoeffer onder Duitsche prostituées opgemerkt. Hij onderzocht 190 prostituées in de gevangenis in Breslau, die dus tot een meer abnormale klasse behoorden dan gewone prostituées, en hij vond, dat er 102 erfelijk gedegenereerd waren, meest met een of beide ouders dronkaards; 53 vertoonden tevens zwakzinnigheid (Zeitschrift für die Gesamte Strafwissenschaft, Bd. XXXIII, p. 106).Het meest nauwkeurige onderzoek van gewone niet-misdadige prostituées, zoowel anthropologisch als wat het overheerschen van afwijkingen aangaat, is in Italië gedaan, hoewel niet op een voldoend aantal personen om absoluut beslissende resultaten op te leveren. Zoo onderzocht Fornasari zestig prostituées, voornamelijk uit Emilia en Venetië, en ook zeven en twintig andere uit Bologne; de laatste groep werd vergeleken met een derde groep van twintig normale vrouwen uit Bologne (Archivio di Psichiatria, 1892, afl. VI). Er werd bevonden, dat de prostituées van een kleiner type waren dan de normale individuen, met smaller hoofden en grooter gezichten. Zooals de schrijver zelf zegt, waren de personen die hij onderzocht, niet voldoende in aantal om ver strekkende generalisaties te rechtvaardigen, maar het kan toch de moeite waard zijn eenige van zijn resultaten op te sommen. Bij dezelfde grootte vertoonden de prostituées grooter gewicht; bij dezelfden leeftijd waren ze kleiner dan andere vrouwen, niet alleen van de gegoede, maar van de arme klasse: de lengte van het gezicht, de bizygomatische doorsnee (hoewel niet de afstand tusschen de jukbeenderen), de afstand tusschen de kin en de uitwendige ooropening, en de afmeting van de kaak waren alle grooter bij de prostituées; de handen waren, in vergelijking van den palm, langer en breeder dan bij gewone vrouwen; de voet was ook langer bij prostituées, en de dij was, in vergelijking van de kuit grooter. Het is opmerkelijk, dat bij de meeste bijzonderheden, vooral wat de metingen van het hoofd betreft, de variaties onder de prostituées veel grooter waren dan onder de andere vrouwen, die onderzocht werden; dit kan voor een deel, hoewel niet geheel, verklaard worden uit het iets grootere aantal van de eersten.Ook Ardu gaf (in hetzelfde nummer van deArchivio) het resultaat van zijn onderzoekingen (op initiatief van Lombroso verricht) over het veelvoudig voorkomen van abnormaliteiten onder de prostituées. De personen waren vier en zeventig in aantal en behoorden tot deClinica Sifilopaticavan Professor Giovannini in Turijn. De abnormaliteiten, waarnaar onderzoek gedaan werd waren: mannelijke verdeeling van haar in de schaamstreek, op de borst en de ledematen, al te sterke haargroei op het voorhoofd, linkschheid, atrophie van den tepel, en tatoeëeren (dat maar eens gevonden werd). Ardu’s verhandelingen over een andere serie onderzoekingen van vijf en vijftig prostituées door Lombroso, geven tot resultaat, dat mannelijke plaatsing van het haar gevonden wordt bij vijftien percent, tegen zes percent bij gewone vrouwen; eenige mate van hypertrichosis in achttien percent; linkschheid in elf percent (maar bij normale vrouwen wel twaalf percent volgens Gallia); en atrophie van den tepel in twaalf percent.Guiffrida-Ruggeri(Atti della Società Romana di Antropologia, 1897, p. 216),vond bij het onderzoek van acht en twintig prostituées onregelmatigheden in de volgende orde van afnemende frequentie: neiging van de wenkbrauwen elkaar te ontmoeten, gebrek aan symmetrie van het hoofd, druk aan den wortel van den neus, onvoldoende ontwikkeling van de kuiten, hypertrichosis en andere afwijkingen van haar, vooruitstekend jukbeen, vooruitspringend voorhoofd en abnormale inplanting van de tanden, Darwinsche oor-tuberkel, dunne verticale lippen. Deze kenteekenen zijn ieder afzonderlijk van weinig of geen belang, hoewel ze te samen niet zonder beteekenis zijn als een aanwijzing van algemeene afwijking.Later komt Ascarilla, in een uitgebreide studie (Archivio di Psichiatria, 1906, afl. VI, p. 812), over de vingerafdrukken van prostituées tot de conclusie, dat zelfs in dit opzicht prostituées eenigermate een klasse vormen, die morphologische inferieuriteit vertoont met normale vrouwen. De modellen vertoonen ongewone eenvoudigheid en gelijkvormigheid en de beteekenis hiervan wordt aangetoond door het feit, dat een zelfde gelijkvormigheid vertoond wordt door de vingerafdrukken van krankzinnigen en doofstommen (De Sanctis en Toscano,Atti Società Romana Antropologia, deel VIII, 1901, afl. II.)In Chicago heeft Dr. Harriet Alexander, te zamen met Dr. E. S. Talbot en Dr. J. G. Kiernan in het Bridewell of verbeteringshuis dertig prostituées onderzocht; alleen de “domme” klasse van beroepsprostituées komen in deze instelling, en het kan daarom geen verwondering wekken dat zij meer bepaalde teekenen van degeneratie vertoonden. In ras waren bijna de helft van degenen die onderzocht werden Keltisch Iersch. Bij zestien waren de zygomatische processen ongelijk en zeer in het oog springend. Andere asymmetrieën van het gezicht waren gewoon. In drie gevallen waren de hoofden van Mongoolsch type; zestien waren epignatisch, en elf prognatisch; vijf vertoonden remming van den groei van het gezicht. Brachycephalie was overheerschend (zeventien gevallen); de rest was mesaticephalitisch; geen was dolichocephalitisch. Abnormaliteiten in den vorm van den schedel waren er vele, en vijf en twintig hadden verkeerd gevormde ooren. Vier waren beslist krankzinnig, en een was een epileptica (H. C. Alexander, “Physical Abnormalities in Prostitutes”,Chicago Academy ofMedicine, April 1893; E. S. Talbot,Degeneracy, p. 320;Id.,Irregularities of the Teeth, vierde uitgave, p. 141).Het schijnt over het geheel wel, voor zoover het bewijsmateriaal op het oogenblik strekt, dat prostituées niet volkomen normale vertegenwoordigsters zijn van den stand, waarin zij geboren zijn. Er is een keuze-proces geweest van individuen, die door haar aangeboren eigenschappen afwijken van het normale gemiddelde, en die dus in lichte mate ongeschikt zijn voor het normale leven81. De psychische eigenaardigheden, die met zulk een afwijking samengaan, zijn niet altijd bepaald ongunstig; het licht neurotische meisje van lagen stand—dat niet houdt van hard werken, uit geringe energie, en dat misschien gulzig is en zelfzuchtig—kan zelfs een verfijning boven haar stand schijnen te bezitten. Terwijl er echter onder prostituées een neiging tot afwijking is, moet het duidelijk erkend worden, dat die neiging gering is zoolang wij de geheele klasse van prostituées onpartijdig beschouwen. Die navorschers, die tot de conclusie zijn gekomen dat prostituées een zeer gedegenereerde en abnormale klasse zijn, hebben alleen maarspeciale groepen van prostituées geobserveerd, meer speciaal degenen, die dikwijls in de gevangenis gevonden worden. Het is onmogelijk een juist denkbeeld te vormen van prostituées als we ze alleen in de gevangenis bestudeeren, evenmin als het mogelijk zou zijn een juist denkbeeld te vormen van dominees, dokters of advocaten door ze alleen in de gevangenis te bestudeeren; dit blijft waar, al komt een veel grooter deel der prostituées dan van de leden der meer geachte beroepen in de gevangenis; dat feit verklaart ongetwijfeld voor een deel de grootere abnormaliteit van prostituées.We moeten natuurlijk in de herinnering houden dat de speciale levensvoorwaarden van prostituées er toe leiden het optreden van bepaalde beroeps-eigenaardigheden te veroorzaken, die volkomen kunstmatig verkregen zijn en niet aangeboren. Zoo kunnen we verklaren de geleidelijke wijziging van de vrouwelijke secundaire en tertiaire sexueele eigenaardigheden, en het optreden van mannelijke eigenaardigheden, zooals de veel voorkomende diepe stem, enz.82. Maar als we voldoende rekening houden met deze kunstmatig verkregen eigenaardigheden, blijft het toch waar, dat de vergelijking der uitkomsten van de verschillende onderzoekingen die tot dusverre gedaan zijn, mogen ze dan niet geheel overtuigend zijn, er toch op schijnen te wijzen dat, zelfs afgezonderd van het overheerschen van kunstmatig verkregen afwijkingen, de beroepskeuze, die individuen afzondert van de algemeene bevolking van een zelfde maatschappelijke klasse, die anthropometrische eigenaardigheden hebben; deze varieeren, maar behooren toch tot dezelfde soort. De gedane waarnemingen schijnen aan te duiden, dat prostituées over het algemeen niet in gewicht boven het middelmatige zijn, niet in gestalte; dat ze korter armen hebben, hoewel de handen langer zijn (dit is zoowel in Italië als in Rusland gevonden); zij hebben dunner enkels en zwaarder kuiten en betrekkelijk nog zwaarder dijen. De geraamde schedelinhoud, de omtrek en de doorsnede van den schedel zijn eenigszins beneden het middelmatige, niet alleen wanneer ze vergeleken worden met respectabele vrouwen, maar ook in vergelijking van misdadigsters; er is een neiging tot brachycephalie (in Italië en Rusland beide); de wangbeenderen springen gewoonlijk vooruit en de kaken zijn ontwikkeld; het haar is donkerder dan bij respectabele vrouwen, hoewel niet zoo donker als bij dieveggen; het is gewoonlijk overvloedig, niet alleen op het hoofd maar ook op de schaamdeelen en elders; men heeft bevonden, dat de oogen bepaald donkerder waren dan die van hetzij respectabele vrouwen, hetzij misdadigsters83.
De geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling van de prostitutie stelt ons in staat te zien, dat de prostitutie niet een toevallig bijkomstig iets is van ons huwelijks-systeem, maar dat het een essentieel bestanddeel is, dat tegelijk met de andere bestanddeelen ervan voor den dag komt. De geleidelijke ontwikkeling van de familie op patriarchale en grootelijks monogame basis, maakte het hoe langer hoe moeilijker voor een vrouw over haar eigen persoon te beschikken. Zij behoorde in de eerste plaats aan haar vader, wiens belang het was haar zorgvuldig te bewaken, totdat er een echtgenoot zou komen, die rijk genoeg was om haar te koopen. In de verhooging van haar waarde ontwikkelde zich geleidelijk het nieuwe denkbeeld van de marktwaarde der maagdelijkheid, en waar een “maagd” vroeger beteekend had een vrouw, die vrij was met haar eigen lichaam te doen wat zij wilde, werd de beteekenis ervan nu veranderd en begon het te beteekenen een vrouw, die van den omgang met mannen uitgesloten was. Als zij van haar vader overgedragen werd aan een echtgenoot, dan werd ze nog met dezelfde zorg bewaakt; echtgenoot en vader hadden er gelijkelijk belang bij hun vrouwen te beschermen tegen ongehuwde mannen. De toestand, die zoo ontstond, leidde tot het bestaan van een groote groep jonge mannen, die nog niet rijk genoeg waren om vrouwen te verkrijgen en een groote groep jonge vrouwen, die nog niet tot vrouw gekozen waren, en waarvan velen niet konden verwachten ooit te zullen huwen. Op zulk een punt van de evolutie is de prostitutie klaarblijkelijk onvermijdelijk; ze is niet zoozeer de onontbeerlijke aanvulling van het huwelijk, als wel een essentieel deel van het geheele systeem. Sommige van de overtollige of verwaarloosde vrouwen vinden, terwijl zij haar geldswaarde realiseeren en misschien meteen tradities doen herleven van een vroegere vrijheid, een maatschappelijken werkkring, door haar gunsten te verkoopen om de tijdelijke begeerten te voldoen van de mannen, die nog geen vrouw hebben kunnen krijgen. Zoo is iedere schakel in den keten van het huwelijkssysteem vast aaneengesnoerd en een cirkel gevormd.Maar terwijl de geschiedenis van de opkomst en de ontwikkeling der prostitutie ons doet zien welk een onverwoestbaar en essentieel element de prostitutie is van het huwelijks-systeem, dat sinds lang in Europa bestaan heeft—onder verschillende toestandenvan ras, staatkunde, maatschappij en godsdienst—verschaft het ons toch niet in ieder opzicht de feiten, die noodig zijn om tegenwoordig tot een bepaalde houding jegens de prostitutie te komen. Om de plaats van de prostitutie in ons bestaand systeem te begrijpen, is het noodig, dat we de voornaamste factoren van de prostitutie analyseeren. We kunnen die het gemakkelijkst leeren begrijpen, als we de prostitutie, naar volgorde, van vier gezichtspunten bekijken. Deze zijn: (1)economischenoodzakelijkheid; (2)biologischepredispositie; (3)moreelevoordeelen; en (4) wat genoemd kan worden de waarde ervanvoor de beschaving.Terwijl deze vier factoren van de prostitutie mij degene toeschijnen, die ons hier voornamelijk aangaan, is het nauwelijks noodig er op te wijzen, dat vele andere oorzaken samenwerken om prostitutie te veroorzaken en te wijzigen. Prostituées zelf trachten dikwijls andere meisjes er toe te brengen dezelfde paden in te slaan; er moeten nieuwelingen gevonden worden voor bordeelen, waardoor we “den handel in blanke slavinnen” krijgen, die nu in vele deelen van de wereld krachtdadig bestreden wordt; terwijl al de vormen om meisjes tot dit leven te verleiden begunstigd worden door alcoholisme, dat dikwijls de prostitutie als het ware voorbereidt. Gewoonlijk zal men vinden, dat verscheidene oorzaken samengewerkt hebben om het meisje op den weg der prostitutie te voeren.De wijzen, waarop verschillende factoren van omgeving en suggestie samenwerken om een meisje tot prostitutie te verleiden, worden aangeduid in het volgende gezegde, waarin een correspondent, als man van de wereld, zijn eigen conclusies over de zaak heeft uiteengezet: “Ik heb tamelijk veel ervaringen gehad met lichte vrouwen van allerlei soort en ik kan zonder aarzelen zeggen, dat niet meer dan 1 percent van de vrouwen die ik gekend heb, als beschaafd konden worden beschouwd. Dit wijst er op, dat zij altijd van lage afkomst zijn, en de verschrikkelijke gevallen van overbevolking, die dagelijks aan het licht komen, geven aanleiding te denken dat reeds op zeer jeugdigen leeftijd het gevoel van schaamte verloren gaat, en dat lang vóór de puberteit een zekere gemeenzaamheid met sexueele zaken ontstaat. Zoodra zij oud genoeg zijn, worden deze meisjes door haar minnaars verleid; de gemeenzaamheid, waarmee zij sexueele zaken beschouwen, neemt de terughouding weg die een meisje beschermt, dat haar jeugd in fatsoenlijken kring heeft doorgebracht. Later gaan de meisjes in fabrieken en winkels werken; als zij mooi en aantrekkelijk zijn hebben zij betrekkingen met chefs en meesterknechts. Dan brengt de lust tot opschik, die zoo’n grooten factor vormt in het vrouwelijk karakter er haar toe de “maitres” te worden van een man met geld. Een merkwaardig ding in deze verhouding is, dat zij zelden genot vinden bij haar beschermers, en dat ze aan de ruwer omarmingen van den een of anderen man, die in stand dichter bij haar is, zeer dikwijls een soldaat, de voorkeur geven. Ik heb niet veel vrouwen gekend die verleid waren en verlaten, hoewel dit een voorstelling is, die door prostituées dikwijls van de zaak gegeven wordt. Kellnerinnen nemen een groote plaats in in de gelederen van de prostitutie, voor een groot deel ten gevolge van haar verslaafd zijn aan den drank; dronkenschap leidt bij vrouwen altijd tot laksheid in de moreele terughouding. Een andere machtige factor voor het overgaan tot de prostitutie ligt in den glans van den opschik, waarmee gepronkt wordt door den eene of anderevriendin, die dit leven reeds aangenomen heeft. Een meisje, dat hard werkt, om te leven ziet een vriendin, die misschien een bezoek brengt in de straat waar het hard werkende meisje woont, prachtig gekleed, terwijl zijzelf ternauwernood genoeg kan verdienen om te eten. Zij maakt een praatje met haar modieuse vriendin, die haar vertelt hoe gemakkelijk zij geld kan verdienen, ze legt haar uit welk een levensgoed de sexueele organen zijn, en spoedig is er een nieuweling tot de gelederen der prostitutie toegetreden”.Het heeft eenig belang de redenen die meisjes leiden tot prostitutie te beschouwen. In sommige landen vindt men dienaangaande gegevens van menschen, die van ambtswege met de publieke vrouwen in aanraking komen. In andere landen is het regel dat meisjes, voor zij als prostituées worden ingeschreven, de redenen opgeven waarom zij de loopbaan wenschen te betreden.Parent-Duchâtelet, wiens werk over prostituées in Parijs nog als gezaghebbend geldt, heeft het eerste overzicht van deze soort gepubliceerd. Hij bevond, dat van de vijf duizend prostituées er 1441 geïnfluenceerd waren door armoede, 1425 door verleiden van minnaars, die haar verlaten hadden, 1255 door het verlies van ouders door den dood, of door eenige andere reden. Bij zulk een overzicht wordt het geheele aantal in ’t algemeen verklaard door ellende, dat is door economische oorzaken alleen (Parent-Duchâtelet,De la Prostitution, 1857, deel I, p. 107).In Brussel werden gedurende een tijdvak van twintig jaren (1865—1884) 3505 vrouwen ingeschreven als prostituée. De oorzaken, die zij aangaven waarom zij deze loopbaan wenschten te betreden, geven een ander beeld dan dat, hetwelk door Parent-Duchâtelet gegeven wordt, maar misschien een dat meer betrouwbaar is, hoewel er eenige bepaalde en merkwaardige inconsequenties in zijn. Van de 3505 verklaarden 1523 dat uiterste armoede de oorzaak was van haar degradatie; 1118 bekenden vrijuit dat haar sexueelehartstochtende oorzaak waren; 420 schreven haar val toe aan slecht gezelschap; 316 zeiden dat zij genoeg hadden van haar werk en dat het haar verveelde, omdat de moeite zoo groot was en het loon zoo klein; 101 waren verlaten door haar minnaars; 10 hadden ongenoegen gehad met haar ouders; 7 waren door haar echtgenooten verlaten; 4 konden het niet vinden met haar voogden; 3 hadden familietwisten; 2 werden door haar echtgenooten gedwongen zich te prostitueeren, en 1 door haar ouders (Lancet, Juni 28, 1890, p. 1442).In Londen bevond Merrick, dat van de 16.022 prostituées met wie hij in aanraking kwam gedurende de jaren dat hij kapelaan was aan de Millbank-gevangenis, 5061 haar huis of haar betrekking vrijwillig hadden verlaten voor “een leven van pleizier”, 3363 gaven armoede op als de oorzaak; 3154 waren “verleid” en daarna op straat geraakt; 1636 waren door huwelijksbeloften bedrogen en door minnaar en betrekkingen verlaten. Over het geheel, zegt Merrick, dat 4790 of bijna een derde van het geheele aantal haar overgaan tot de loopbaan direct aan mannen toeschrijven, 11.232 aan andere oorzaken. Hij voegt er bij, dat van hen, die armoede als oorzaak opgaven, een groot aantal lui en onbekwaam was (G. P. Merrick,Work Among the Fallen, p. 38).Logan, een Engelsch stadszendeling met een groote mate van bekendheid met prostituées, verdeelde ze in de volgende groepen: 1. Een vierde van de meisjes zijn dienstboden, vooral in herbergen, bierhuizen enz., en zoo in het leven der prostitutie ingeleid; 2. een vierde komt van fabrieken enz.; 3. bijna een vierde wordt door koppelaarsters geleverd, die provincie-steden, markten enz. bezoeken; 4. een laatste groep omvat aan den eenen kant haar, die door armoede, indolentie of een slecht humeur er toe gebracht zijn prostituée te worden, dingen, die haar ongeschikt maken voor gewone beroepen, en aan den anderen kant kant haar, die verleid zijn door een valsche huwelijksbelofte (W. Logan,The Great Social Evil, 1871, p. 53).In Amerika heeft Sanger rapport uitgebracht over de resultaten van onderzoekingen, die gedaan zijn over twee duizend New-Yorksche prostituées aangaande de oorzaken, die haar er toe gebracht hebben haar beroep te kiezen:Armoede525Neiging513Verleid en verlaten258Drank en dranklust181Slechte behandeling door ouders, betrekkingen of echtgenooten164Als een gemakkelijk leven124Slecht gezelschap84Overreding door prostituées71Te lui om te werken29Verkrachting27Verleid op schepen van landverhuizers16Verleid in herbergen voor landverhuizers82000(Sanger,History of Prostitution, p. 488).Ook in Amerika heeft Professor Woods Hutchinson zich onlangs in verbinding gesteld met ongeveer dertig vertegenwoordigers in verschillende groote centra van het wereldverkeer, en hij noemt als volgt de antwoorden op zijn vragen aangaande de leer der oorzaken van de prostitutie.Percent.Liefde voor vertoon, weelde en luiheid42.1Slechte behandeling thuis23.8Verleiding, waarbij zij onschuldige slachtoffers waren11.3Werkloosheid9.4Erfelijkheid7.8Primair sexueel verlangen5.6(WoodsHutchinson, “The Economics of Prostitution”,American Gynaecologic and Obstetric Journal, September 1895;Id.,The Gospel According to Darwin, p. 194).In Italië waren in 1881 van de 10.422 ingeschreven prostituées van den leeftijd van zeventien en ouder, de oorzaken van de prostitutie als volgt in klassen verdeeld:Ondeugd en verdorvenheid2752Dood van ouders, echtgenoot enz.2139Verleiding door een minnaar1653Verleiding door een werkgever927Verlaten door ouders, echtgenoot, enz.795Zucht naar weelde698Dwang door minnaar of ander persoon buiten de familie666Dwang door ouders of echtgenoot400Om ouders of kinderen te onderhouden393(Ferriani,Minorenni Delinquenti, p. 193).De redenen door Russische prostituées aangegeven voor het kiezen van haar beroep zijn (volgens Federow) de volgende:38.5percentonvoldoende loon.21.0percent,,verlangen naar amusement.14.0percent,,verlies van betrekking.9.5percent,,overreding door vrouwelijke bekenden.6.5percent,,ontwend zijn aan de gewoonte van te werken.5.5percent,,verdriet, en om een minnaar te plagen.0.5percent,,dronkenschap.(Opgesomd inArchives d’Anthropologie Criminelle, Nov. 15, 1901).1.De Economische oorzaak van de Prostitutie.—Schrijvers over de prostitutie beweren dikwijls, dat economische omstandigheden ten grondslag liggen aan de prostitutie en dat de voornaamste oorzaak ervan armoede is, terwijl prostituées zelf dikwijls verklaren, dat het bezwaar om op andere wijze een bestaan te verdienen de voornaamste oorzaak was, die haar er toe gebracht heeft deze loopbaan te kiezen. “Van al de oorzaken van de prostitutie”, schreef Parent-Duchâtelet een eeuw geleden, “vooral in Parijs, en waarschijnlijk in alle groote steden, is er geen die ernstiger is dan gebrek aan werk en onvoldoend loon”. In Engeland zegt Sherwell, dat ook de moraal in hooge mate afhangt van den handel57. Zoo is het ook in Berlijn, waar het aantal prostituées in slechte jaren toeneemt58. Dat is ook het geval in Amerika, evenals in Japan; “de oorzaak der oorzaken is armoede”59.Zoo wordt overal door onderzoekers open en in het algemeen gezegd, dat de prostitutie in ruime mate en algemeen een economisch verschijnsel is, dat een gevolg is van de lage loonen van vrouwen of van plotselinge depressies in den handel. We moeten er echter bijvoegen, dat deze algemeene gezegden aanmerkelijk gewijzigd worden, in het licht van de nauwkeurige nasporingen gedaan door zorgvuldige onderzoekers. Ströhmberg, die 462 prostituées nauwkeurig onderzocht, ontdekte, dat er maar éen onder was, die armoede aangaf als de reden, waarom ze het beroep koos, en bij onderzoek bleek deze opgave een onbeschaamde leugen te wezen60. Hammer bevond, dat van de negentig ingeschreven Duitsche prostituées er niet éen haar loopbaan gekozen had uit gebrek of om een kind te onderhouden, terwijl sommige de straat op gingen terwijl ze nog geld hadden, of zonder dat ze wilden betaald worden61. Pastor Buschmann, van het Teltow Magdalena gesticht in Berlijn bevindt, dat het niet gebrek is, maar onverschilligheid voor moreele overwegingen, waardoor meisjes tot de prostitutie komen. In Duitschland wordt, voordat een meisje op het politieregister wordt ingeschreven, gepaste zorg gedragen, dat haar een kans gegeven wordt in een asyl te komen en werk te krijgen; in Berlijn waren, in den loop van tien jaar, maar twee meisjes—van de duizend—bereid van deze gelegenheid te profiteeren.De moeilijkheid, die Engelsche reddingshuizen ondervinden om meisjes te vinden, die zich willen laten “redden” is bekend. Dezelfde moeilijkheid vindt men in andere steden, zelfs waar geheel andere toestanden heerschen; zoo ondervindt men in Madrid, volgens Bernaldo de Quiros en Llanas Aquilaniedo, dat de prostituées, die in de asyls komen, ondanks al de toewijding van de nonnen, tot haar oude leven terugkeeren, zoodra ze de asyls verlaten hebben. Terwijl de economische factor bij de prostitutie ongetwijfeld bestaat, berust de ongemotiveerde veelvuldigheid en de nadruk, waarmee hij op den voorgrond wordt gebracht en aangenomen, klaarblijkelijk voor een deel op onwetendheid aangaande de werkelijke feiten, voor een deel op het feit, dat zulk een onderstelling spreekt tot hen, die de zwakheid hebben alle maatschappelijke verschijnselen uit economische oorzaken te verklaren en voor een deel op de duidelijke aannemelijkheid ervan62.Prostituées komen voornamelijk voort uit de gelederen der fabrieksmeisjes, dienstmeisjes, winkeljuffrouwen en kellnerinnen. In sommige van deze betrekkingen is het moeilijk het geheele jaar door werk te vinden. Zoo worden vele modistes, kleermaaksters en naaisters prostituée, als het de slappe tijd is in het bedrijf, en ze gaan weer aan haar werk als het seizoen begint. Soms wordt het geregelde dagwerk aangevuld door prostitutie ’s avonds. Er wordt gezegd, en misschien is dat waar, dat amateur-prostitutie van deze soort in Engeland zeer veel voorkomt, daar ze niet tegengegaan wordt door de voorzorgen, die, in landen waar de prostitutie geregeld is, de geheime prostitutie moet in acht nemen, om inschrijving te ontgaan. Er zijn bepaalde waschgelegenheden en kleedkamers in het centrum van Londen, die, naar men zegt, door de meisjes gebruikt worden om zich op de gebruikelijke wijze te blanketten, en om het blanketsel er ten slotte weer af te wasschen, voor zij naar huis gaan63. Het is zeker, dat in Engeland een groot deel der ouders, die tot den werkmansstand behooren en zelfs tot de lagere middelklasse, onbekend zijn met den aard van het leven, dat hun eigen dochters leiden. We moeten hieraan ook toevoegen,dat de ouders voor dit gedrag van de dochter nu en dan de oogen sluiten of het zelfs aanmoedigen; zoo schrijft een correspondent, dat hij “steden in Engeland kent, waar de prostitutie niet beschouwd wordt als iets schandelijks, en dat hij zich vele gevallen kan herinneren, waarin het huis van de moeder door de dochter gebruikt wordt met goedvinden van de moeder”.Acton zegt in een goed boek over de prostitutie in Londen, geschreven in het midden van de laatste eeuw, dat de prostitutie “een overgangsstadium is, waar een onnoemelijk groot aantal Engelsche vrouwen in verkeert”64. Deze bewering werd toen met nadruk bestreden door vele ernstige moralisten, die weigerden toe te geven, dat het voor een vrouw, die in zoo’n diepe put van vernedering gevallen was, mogelijk was om er ooit weer fatsoenlijk en wel uit te komen. Toch is het zeker waar wat een groote proportie vrouwen betreft, niet alleen in Engeland, maar ook in andere landen. Zoo zegt Parent-Duchâtelet, de grootste autoriteit over de Fransche prostitutie, dat “prostitutie voor het meerendeel alleen maar een overgangsstadium is; gewoonlijk wordt het al in het eerste jaar verlaten; er zijn maar zeer weinige prostituées, die prostituée blijven tot haar dood”. Het is echter moeilijk zich precies te vergewissen in hoeverre dat waar is; er zijn geen feiten, die zouden kunnen dienen als een juiste basis voor nauwkeurige taxatie65, en het is niet mogelijk te verwachten, dat fatsoenlijk getrouwde vrouwen zouden toegeven, dat zij ooit “op de straat” geweest zijn; zij zouden het misschien niet eens zich zelf altijd willen bekennen.Het volgende geval, dat wel is waar geboekt is meer dan twintig jaar geleden, is tamelijk typisch voor een bepaalde klasse onder de lagere rangen van de prostituées, waarbij de economische factor een groote rol speelt, maar waarin we niet te haastig moeten aannemen, dat hij de eenige factor is.Weduwe, dertig jaar oud, met twee kinderen. Werkt in een parapluiefabriek in het East-End van Londen, verdient achttien shilling per week met hard werken, en vermeerdert haar inkomen door nu en dan ’s avonds de straat op te gaan. Zij komt meestal in een rustige straat, die dicht bij een groot stedelijk eindstation ligt. Zij is een vrouw met een aangenaam, bijna waardig voorkomen, rustig gekleed op een wijze, die alleen de aandacht trekt doordat de rokken tamelijk kort zijn. Als ze aangesproken wordt, zal ze misschien antwoorden, dat ze wacht “op een vriendin”, op geaffecteerde wijze over het weer spreken, en langs haar neus weg haar aanbod doen. Zij zal een man naar een van de stille winkelstraten in de buurt brengen, of ze zal hem met zich mee naar huis nemen. Zij neemt iedere som aan, die de man kan of wil geven; soms is het een sovereign, soms is het sixpence; gemiddeld verdient zij een paar shilling per avond. Zij had nog maar tien maanden in Londen gewoond; vroeger woonde ze in Newcastle. Zij ging daar de straat niet op; “omstandigheden veranderen een mensch”, merkt zij zeer verstandig op. Hoewel ze niet gunstig over de politie spreekt, zegt zij, dat ze zich niet met haar bemoeit, zooals met sommige van de meisjes. Zij geeft de politieagenten nooit geld; toch zinspeelt ze er op, dat het soms noodig is hun wenschen te bevredigen, om met hen op goeden voet te blijven.Men moet altijd in gedachten houden, want het wordt soms door de socialisten en maatschappelijke hervormers vergeten, dat, terwijl de druk van de armoede een bepaalden invloed uitoefent op de prostitutie, in zooverre, dat hij de gelederen doet toenemen van de vrouwen, die door ontucht in haar levensonderhoud trachten te voorzien, zoodat de armoede wel degelijk kan beschouwd worden als een factor van de prostitutie, toch nooit eenige praktisch mogelijke verhooging van het arbeidsloon direct en alleen tot afschaffing der prostitutie zou kunnen leiden. De Molinari, een economisch-theoreticus merkt op, dat “de prostitutie een industrie” is, en dat, als andere concurreerende bedrijven vrouwen voldoende hooge loonen kunnen bieden, zij niet zoo dikwijls aangetrokken zullen worden door de prostitutie; hij gaat voort met er op te wijzen, dat hiermee de kwestie in het geheel niet opgelost is. “Evenals iedere andere industrie wordt de prostitutie beheerscht door den eisch van de behoefte, waaraan ze beantwoordt. Zoolang die behoefte en die eisch blijven bestaan, zullen zij een aanbod uitlokken. Het is de behoefte en de eisch, waarop we moeten werken, en misschien zal de wetenschap ons de middelen verschaffen dat te doen”66. Op welke wijze Molinari verwacht, dat de wetenschap de vraag naar prostituées verminderen zal, is niet duidelijk uitgedrukt.Niet alleen moeten we toegeven, dat geen praktisch uitvoerbare verhooging van de loonen, aan vrouwen in gewone industrieën betaald met mogelijkheid kan wedijveren met de loonen, die tamelijk aantrekkelijke vrouwen van zeer gewone bekwaamheid met de prostitutie verdienen67, maar wij moeten ook bedenken,dat een toename in den algemeenen welstand—die alleen een verhooging van de loonen van vrouwen gezond en normaal kan maken—een verhooging in de loonen van de prostitutie met zich brengt, en een toename in het aantal prostituées. Zoodat, als goede loonen moeten dienen om de prostitutie tegen te gaan, wij alleen kunnen zeggen, dat men met de eene hand meer terug neemt dan men met de andere geeft. Dit is zoo duidelijk, dat Després in een nauwkeurige moreele en demographische studie over de verdeeling van de prostitutie in Frankrijk tot de conclusie komt, dat wij de oude leer, dat “armoede prostitutie veroorzaakt” moeten omkeeren, daar prostitutie regelmatig toeneemt met weelde68, en dat, naar mate een departement in weelde en voorspoed toeneemt, ook het aantal zoowel van ingeschreven als van vrije prostituées in dat departement vermeerdert. Hier schuilt echter een fout, want, terwijl het waar is, dat, zooals Després beweert, weelde naar prostitutie vraagt, zoo is het ook waar, dat een rijke gemeenschap de uitersten van armoede zoowel als van rijkdom in zich sluit, en dat het onder de armere elementen is, dat de prostitutie haar nieuwelingen vindt. De oude bewering “armoede veroorzaakt prostitutie” is nog geldig, maar ze is gecompliceerd geworden en veranderd door de samengestelde verhoudingen van de beschaving. Bonger heeft, in zijn knappe discussie over de economische zijde van de kwestie, zich den breeden en diepen grondslag van de prostitutie voor oogen gesteld, waar hij tot de conclusie komt, dat ze “aan den eenen kant de onvermijdelijke aanvulling is van de bestaande wettige monogamie, en aan den anderen kant het resultaat van de physieke en psychische ellende, waarin de vrouwen van het volk leven, en ook het gevolg van de ondergeschikte positie van vrouwen in onze hedendaagsche maatschappij”69.Een nauwkeurige economische beschouwing van de prostitutie kan ons geenszins tot den wortel van de zaak brengen.Eén omstandigheid alleen moest al voldoende zijn geweest, om aan te toonen, dat de onbekwaamheid van vele vrouwen, om door arbeidsloon in haar dringendste levensbehoeften te voorzien, in geenen deele de voornaamste oorzaak is van de prostitutie: een groot deel der prostituées komt voort uit de gelederen der dienstmeisjes. Van al de groote groepen van loonarbeidsters zijn de dienstboden het meest vrij van economische zorgen; zij betalen niet voor voedsel en voor woning; dikwijls hebben zij het even goed als haar meesteressen, en in een groot aantal gevallen hebben zij minder geldzorgen dan deze. Bovendien voorzien zij in een bijna algemeene behoefte, zoodat er nooit zelfsvoor maar zeer middelmatig bekwame dienstboden eenige nood is, dat ze zonder werk zullen zijn. Nu is het wel waar, dat zij een zeer groot lichaam vormen, dat natuurlijk een bepaald contingent nieuwelingen aan de prostitutie moest leveren. Maar als wij zien, dat huiselijke dienst het voornaamste reservoir is, waaruit de prostitutie vloeit, dan moet het wel duidelijk zijn, dat het verlangen naar voedsel en onderdak geenszins de voornaamste oorzaak is voor de prostitutie.We kunnen hieraan toevoegen, dat, hoewel de beteekenis van dit overheerschend veel voorkomen van dienstmeisjes onder prostituées zelden erkend wordt door hen, die meenen, dat wegnemen van de armoede tevens is afschaffen van de prostitutie, het niet buiten beschouwing gelaten is door de meer nadenkende onderzoekers van maatschappelijke vraagstukken. Zoo wijst Sherwell er terecht op, dat tot zekere hoogte “de moraal op en neer gaat met den handel”, en hij voegt er bij, dat het, tegenover het belang van den economischen factor, een feit is, dat zeer tot nadenken stemt en op iedere wijze indruk maakt, dat de meerderheid der meisjes, die het West-End van Londen bezoeken (88 percent, volgens de boeken van het Leger des Heils) voortkomt uit den huiselijken dienst, waar de economische strijd niet ernstig gevoeld wordt (Arthur Sherwell,Life in West London, hoofdst. V, “Prostitution”).Het is tevens opmerkelijk, dat dienstboden door de omstandigheden van haar leven meer dan eenige andere klasse op de prostituées gelijken (Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo hebben dit aangetoond inLa Mala Vida en Madrid, p. 240). Evenals prostituées zijn zij een klasse van vrouwen apart; zij hebben geen recht op de égards en kleine hoffelijkheden, die gewoonlijk aan andere vrouwen worden bewezen; in sommige landen zijn zij zelfs ingeschreven, evenals de prostituées; het kan ternauwernood verwondering wekken, dat als aan haar beroep dezelfde nadeelen verbonden zijn als aan dat van de prostituée, zij ook soms eenige van de voordelen van dat beroep wenschen te bezitten. Lily Braun (Frauenfrage, p. 389et seq.) heeft in bijzonderheden deze ongunstige omstandigheden van huiselijken arbeid uiteengezet, in zooverre zij betrekking hebben op de neiging onder dienstmeisjes om prostituée te worden. R. de Ryckère heeft in zijn belangwekkend werk,La Servante Criminelle(1907, p. 460et seq.;cf.), een artikel van dezelfden schrijver, “La Criminalité Ancillaire”,Archivesd’AnthropologieCriminelle, Juli en December, 1906, de psychologie van het dienstmeisje bestudeerd. Hij vindt, dat zij vooral gekenmerkt wordt door zorgeloosheid, ijdelheid, gebrek aan originaliteit, neiging tot nabootsen, en vluchtigheid. Dit zijn eigenschappen, die haar tot de prostituée doen naderen. De Ryckère schat het aantal der vroegere dienstmeisjes onder de prostituées over het algemeen op vijftig percent, en hij voegt er bij, dat wat de “blanke slavernij” genoemd wordt, hier haar meest meegaande en gewillige slachtoffers vindt. Hij merkt op, dat de dienstbode-prostituée over het geheel niet zoozeer immoreel is als wel zonder moraal.In Parijs bevond Parent-Duchâtelet dat, wat het aantal betrof, dienstboden het grootste contingent leverden voor de prostitutie, en zijn nieuwere uitgevers vonden ook, dat zij ook in later jaren boven aan de lijst staan (Parent-Duchâtelet, uitgave van 1857, deel I, p. 83).Onder clandestiene prostituées in Parijs ontdekte Commenge onlangs, dat vroegere dienstboden veertig percent leveren. In Bordeaux vond Jeannel (De la Prostitution Publique, p. 102), dat in 1860 veertig percent van de prostituées dienstmeisjes geweest waren; daarna kwamen de naaisters met zeven en dertig percent.In Duitschland en Oostenrijk is het al lang erkend, dat huisdienst het grootste aantal nieuwelingen voor de prostitutie levert. Lippert, in Duitschland, en Gross-Hoffinger, in Oostenrijk, hebben op dit overheerschen van dienstmeisjes gewezen en op de beteekenis daarvan voor het midden van de negentiende eeuw; onlangs heeft Blaschko gezegd (“Hygiene der Syphilis” in Weyl’sHandbuch der Hygiene, deel II, p. 40), dat onder de Berlijnsche prostituées in 1898 de dienstmeisjes bovenaan stonden met een en vijftig percent. Baumgartenheeft geconstateerd, dat in Weenen het getal dienstboden acht en vijftig percent is.In Engeland zijn, volgens het Rapport van eenSelect Committeevan de Lords over de wetten tot bescherming van kinderen, zestig percent der prostituées dienstmeisjes geweest. F. Remo noemt tachtig percent in zijnVie Galante en Angleterre. Het schijnt zelfs nog hooger te zijn voor het West-End van Londen. Voor Londen als een geheel genomen, bleek uit de uitgebreide statistieken van Merrick (Work Among the Fallen), kapelaan van de Millbank-gevangenis, dat van de 14.700 prostituées er 5823, of ongeveer veertig percent vroeger dienstmeisjes geweest waren; dat dan de waschvrouwen kwamen en daarna de naaisters; zijn feiten wat meer beknopt en ruwer klassificeerend, bevond Merrick, dat het aantal van de dienstmeisjes drie en vijftig percent was.In Amerika zegt Sanger, dat drie en veertig percent der prostituées dienstmeisjes geweest waren, en dat de naaisters dan kwamen, maar na een langen tusschenpoos, met zes percent (Sanger,History of Prostitution, p. 524). Onder de prostituées van Philadelphia zegt Goodchild, dat “dienstmeisjes waarschijnlijk naar verhouding het meest voorkomen”, hoewel er nieuwelingen kunnen gevonden worden uit bijna alle beroepen.In andere landen is het hetzelfde. In Italië komen volgens Tammeo (La Prostituzione, p. 100) de dienstmeisjes het eerst onder de prostituées met acht en twintig percent, gevolgd door den groep van naaisters, costuumnaaisters en modemaaksters, zeventien percent. In Sardinië zegt A. Mantegazza, dat de meeste prostituées dienstmeisjes van buiten zijn.In Rusland is volgens Fiaux het aantal vijf en veertig percent. In Madrid komen, volgens Eslava (zooals aangehaald wordt door Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo (La Mala Vida en Madrid, p. 239) dienstmeisjes bovenaan bij de ingeschreven prostituées met zeven en twintig percent—bijna dezelfde verhouding als in Italië—en ook gevolgd door de naaisters. In Zweden waren er, volgens Welander (Monatshefte für Praktische Dermatologie, p. 477) onder de 2541 ingeschreven prostituées 1586 (of twee en zestig percent) dienstmeisjes; op een grooten afstand volgden 210 naaisters, dan 168 fabrieksmeisjes, enz.).De biologische factor van de prostitutie.—Economische overwegingen hebben, zooals we zien, een zeer belangrijken invloed op de prostitutie, hoewel het in het geheel niet juist is te beweren, dat zij de voornaamste oorzaak vormen. Er is een ander probleem, dat veel onderzoekers heeft bezig gehouden: In welke mate zijn prostituées tot dit beroep gepredestineerd door organische constitutie? Het wordt algemeen toegegeven, dat economische en andere omstandigheden een oorzaak zijn, die tot de prostitutie opwekken; in hoeverre zijn zij, die bezwijken, gepredisponeerd doordat ze abnormale, persoonlijke eigenschappen bezitten? Sommige onderzoekers hebben beweerd, dat deze predispositie zoo stellig bestaat, dat prostitutie wel mag beschouwd worden als een vrouwelijk equivalent voor criminaliteit, en dat in een familie, waar de mannen zich instinctief naar de misdaad keeren, de vrouwen zich instinctief keeren naar de prostitutie. Anderen hebben even beslist deze conclusie bestreden.Lombroso heeft meer speciaal de leer voorgestaan, dat de prostitutie het plaatsvervangend equivalent is van de criminaliteit. Hiermee bracht hij de resultaten tot ontwikkeling, die in een belangrijke studie aangaande de familie Jukes, door Dugdale gepubliceerd zijn; Dugdale bevond dat “daar, waar de broeders misdaad plegen, de zusters tot de prostitutie komen”; de geld- engevangenisstraffen van de leden der familie waren niet opgelegd wegens schending van het eigendomsrecht, maar voornamelijk wegens beleedigingen van de openbare zedelijkheid.“De psychologische, zoowel als de anatomische identiteit van den misdadiger en de geboren prostituée”, tot dit besluit kwamen Lombroso en Ferrero, “kon niet meer volkomen zijn: beiden zijn gelijk aan den moreel krankzinnige, en daarom zijn ze, volgens het axioma, weer aan elkander gelijk. Daar is hetzelfde gebrek aan zedelijk gevoel, dezelfde hardheid van gemoed, dezelfde vroege lust tot het kwade, dezelfde onverschilligheid voor maatschappelijke schande, dezelfde wispelturigheid, luiheid en zorgeloosheid, dezelfde smaak voor lichtzinnige genoegens, voor de orgie en voor alcohol, dezelfde, of bijna dezelfde, ijdelheid. Prostitutie is slechts de vrouwelijke zijde van de criminaliteit. En zoo waar is het dat prostitutie en criminaliteit twee analoge, of, om zoo te zeggen, parallel gaande verschijnselen zijn, dat zij in hun uitersten elkaar ontmoeten. De prostituée is dus psychologisch een misdadige: als zij geen eigenlijke misdaden begaat, dan is het omdat haar physieke zwakte, haar gering verstand, het gemak waarmee zij alles wat zij noodig heeft op eenvoudige wijze verkrijgen kan, haar ontslaan van de noodzakelijkheid misdaden te begaan, en juist om deze redenen vertegenwoordigt de prostitutie den specifieken vorm van vrouwelijke criminaliteit”. De schrijvers voegen er bij, dat “prostitutie, in zekeren zin, maatschappelijk nuttig is als een afvoerkanaal voor de mannelijke sexualiteit en een voorbehoedmiddel tegen de misdaad” (Lombroso en Ferrero,La Donna Delinquente, 1893, p. 571).Zij, die dit gezichtspunt bestreden hebben, hebben zich op ander standpunt geplaatst dan Lombroso en Ferrero, en zij hebben in het geheel niet altijd de positie, die zij aanvielen, begrepen. Zoo betoogt W. Fisher met veel kracht (inDie Prostitution) dat prostitutie niet is een onschuldig equivalent van de criminaliteit, maar een factor van de criminaliteit. En Féré beweert (inDégénérescence et Criminalité), dat criminaliteit en prostitutie niet equivalent zijn, maar identiek. “Prostituées en misdadigers”, zegt hij, “hebben als gemeenschappelijk kenmerk hun onproductiviteit, en bijgevolg zijn ze onmaatschappelijk. Prostitutie vormt zoo een vorm van criminaliteit.”Het essentieele kenmerk van misdadigers is echter niet hun onproductiviteit, want die hebben ze gemeen met een groot deel van de rijksten uit de hoogste standen; we moeten er ook bijvoegen, dat de prostituée, ongelijk aan den misdadiger, een werkzaamheid uitoefent, waar navraag naar is, waarvoor zij bereidwillig betaald wordt en waarvoor zij te werken heeft (het is soms opgemerkt, dat de prostituée neerziet op den dief, die “niet werkt”); zij oefent een beroep uit, en zij is niet meer of minder productief dan zij, die meer respectabele beroepen uitoefenen. Aschaffenburg meent dat hij staat tegenover Lombroso, waar hij eenigszins verschillend van Féré beweert, dat de prostitutie inderdaad niet is zooals Féré zeide, een vorm van criminaliteit, maar dat ze te dikwijls samengaat met criminaliteit om als een equivalent beschouwd te worden. Onlangs heeft Mönkemöller hetzelfde standpunt verdedigd. Hier is echter, als gewoonlijk, een groot verschil van meening aangaande de proportie van prostituées, waarvan dit waar is. Alle onderzoekers erkennen dat dit waar is voor een zeker aantal, maar terwijl Baumgarten bij onderzoek van acht duizend prostituées maar een kleine proportie vond die misdadigsters waren, vond Ströhmberg, dat van de 462 prostituées er 175 dieveggen waren. Aan den anderen kant staat Morasso (zooals inArchivio di Psichiatriaaangehaald is, 1896, afl. 1), op grond van zijn eigen onderzoekingen, meer bepaald tegenover Lombroso, daar hij protesteert tegen iedere zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées, die haar op eenigerlei wijze zou gelijk maken aan misdadigers.De kwestie van de sexualiteit van de prostituées, die in zekere betrekking staat tot haar neiging tot degeneratie, is door verschillende schrijvers in verschillenden zin opgelost. Terwijl sommige, zooals Morasso, beweren, dat de sexueele impuls de voornaamsteoorzaak is die vrouwen er toe brengt de loopbaan van prostituée te kiezen, beweren andere, dat prostituées gewoonlijk bijna zonder sexueelen impuls zijn. Lombroso verwijst naar het veel voorkomen van sexueele koelheid onder prostituées70. In Londen zegt Merrick, die bekend was met meer dan 16.000 prostituées, dat hij “maar heel enkele gevallen” ontmoet heeft waarin grof sexueel verlangen de beweegreden geweest is tot het kiezen van een leven van prostitutie. In Parijs had Raciborski al veel vroeger gezegd, dat “men onder prostituées er maar zeer weinig vindt die tot losbandigheid gedrongen werden door sexueelen gloed”71. Ook Commenge, die zorgvuldig de Parijsche prostituée bestudeerd heeft, kan niet toegeven dat sexueele begeerte genoemd mag worden onder de ernstige oorzaken van de prostitutie. “Ik heb duizende vrouwen over dit punt ondervraagd”, zegt hij, “en maar zeer weinige hebben mij verteld, dat zij tot de prostitutie gedreven waren ter bevrediging van haar sexueele behoeften. Hoewel meisjes, die zich aan de prostitutie overgeven, gewoonlijk niet zeer oprecht zijn, hebben zij geloof ik op dit punt geen behoefte om te bedriegen. Als zij sexueele behoeften hebben, dan verbergen zij die niet, maar integendeel vertoonen zij een zekere voorliefde om ze te erkennen als een voldoende rechtvaardiging voor haar leven; zoodat, als maar een zeer kleine minderheid deze beweegreden aanhaalt, de oorzaak is dat ze voor de groote meerderheid niet bestaat”.Er kan geen twijfel aan zijn dat de opmerkingen, die aangaande de sexueele koelheid van prostituées gemaakt worden, dikwijls veel te weinig bepaald zijn. Dit berust voor een deel zeker op het feit, dat ze gewoonlijk gedaan worden door hen, die spreken uit hun bekendheid met oude prostituées, wier gemeenzaamheid met normaal sexueel verkeer in zijn minst aantrekkelijken vorm tot resultaat heeft gehad, dat zij volkomen onverschillig werden voor zulk verkeer, zoover haar cliënten aangaat72. Het kan naar waarheid getuigd worden, dat voor de vrouw van diepen hartstocht de kortstondige en oppervlakkige verhoudingen van de prostitutie geen verleiding kunnen bieden. En we kunnen er bijvoegen, dat de meerderheid der prostituées haar loopbaan op zeer jeugdigenleeftijd begint, lang voor den tijd waarop bij vrouwen de neiging tot hartstocht nog gekomen is73. We kunnen ook wel zeggen, dat een onverschilligheid voor sexueele verhoudingen, een neiging er geen persoonlijke waarde aan te hechten, dikwijls een predisponeerende oorzaak is bij het aannemen van de loopbaan van prostituée; de geestelijke ondiepte van prostituées kan wel samengaan met ondiepte van physieke gemoedsbeweging. Aan den anderen kant schijnen veel prostituées, in ieder geval in het begin van haar loopbaan, een merkbare mate van zinnelijkheid te vertoonen, en voor vrouwen van ruwe sexueele kracht is de prostitutie in dit opzicht niet zonder aantrekkingskracht geweest; men weet, dat de bevrediging van physieke begeerte in sommige gevallen als motief gewerkt heeft en in andere is ze duidelijk na te wijzen74. Dit kan ternauwernood verwondering wekken als wij bedenken, dat prostituées in veel gevallen opmerkelijk sterke en gezonde menschen zijn wat haar algemeenen toestand betreft75. Zij bieden zonder moeite weerstand aan de gevaren van haar beroep, en hoewel de uitingen van sexueel gevoel onder den invloed daarvan in den loop van den tijd wel moeten gewijzigd worden of verdraaid, zoo is dit geen bewijs dat sexueele gevoeligheid oorspronkelijk afwezig was. Het is zelfs geen bewijs van het verlies ervan, want de werkelijke natuur van de normale prostituée en haar sexueele gloed vinden voornamelijk uiting niet in haar beroepsverhoudingen tot haar cliënten, maar in haar verhoudingen tot haar minnaar, die tevens haar souteneur is76. Het is volkomen waar, dat de omstandigheden van haar leven het dikwijls praktisch voordeelig maken voor de prostituées om aan zich verbonden te hebben een man, die voor haar belangen zorgt en die ze zoo noodig zal verdedigen, maar dat is alleen een bijkomend, toevallig en ondergeschikt voordeel van den “minnaar”, voor zoover het prostituées in het algemeen betreft. Zij is in de eerste plaats tot hem aangetrokken omdat hij haar persoonlijk bevalt en zij hem voor zichzelf wil hebben. Het motief voor haar verbintenis is inhoofdzaak erotisch, in den vollen zin van het woord en sluit in zich niet alleen sexueele verhoudingen, maar bezit een gemeenschappelijk belang, een duurzaam en intiem leven, te zamen geleid. “Je weet dat, wat wij in ons beroep doen, ons hart niet kan vullen” zeide een Duitsche prostituée. “Waarom zouden wij niet een echtgenoot hebben zooals andere vrouwen? Ik heb ook behoefte aan liefde. Als dat niet zoo was, zouden we geen behoefte hebben aan een minnaar”. En hij van zijn kant beantwoordt dat gevoel en wordt in het geheel niet alleen bewogen door eigenbelang77.Een van mijn correspondenten, die veel ondervinding gehad heeft met prostituées, niet alleen in Engeland, maar ook in Duitschland, Frankrijk, België en Holland heeft gevonden, dat de normale uitingen van sexueel gevoel veel meer gewoon zijn onder Engelsche prostituées dan onder die van het vaste land. “Ik zou zeggen”, schrijft hij, “dat bij den normalen coïtus vrouwen van het vaste land gewoonlijk geen sexueele opwinding ondervinden. Ik geloof niet, dat ik ooit een vrouw van het vasteland gekend heb, die iets had, dat op geprikkeldheid leek. Engelsche vrouwen echter, geven zich, als een man maar gewoon vriendelijk is en toont dat hij wat gevoel heeft boven uitsluitend zinnelijke bevrediging, dikwijls over aan de meest wilde genoegens van sexueele opwinding. Natuurlijk is er in dit leven, evenals in andere, scherpe concurrentie, en een vrouw moet, om met haar mededingsters te wedijveren, haar mannelijke vrienden behagen; maar een man van de wereld kan altijd onderscheid maken tusschen echte en gesimuleerde hartstocht”. (Het is echter mogelijk, dat hij het meeste succes zal hebben bij het opwekken van de gevoelens van de vrouwen van zijn eigen land). Aan den anderen kant vindt deze schrijver, dat de buitenlandsche vrouwen er meer op uit zijn in het genoegen van haar tijdelijke metgezellen te voorzien en zich te vergewissen wat hen genoegen geeft. “De buitenlandsche schijnt het tot de hoofdzaak van haar leven te maken de een of andere abnormale wijze van sexueele bevrediging voor haar metgezel te ontdekken”. Voor haar eigen genoegen vragen buitenlandsche prostituées dikwijls omcunnilinctus, liever dan normalencoïtus, terwijl analecoïtusook gewoon is. Het verschil is klaarblijkelijk, dat de Engelsche vrouwen, als zij bevrediging zoeken, die vinden in normalencoïtus, terwijl de buitenlandsche vrouwen meer abnormale methoden prefereeren. Er is echter een klasse van Engelsche prostituées, die deze correspondent als een uitzondering beschouwt op den algemeenen regel: de klasse van haar, die voortgekomen zijn uit de lagere rangen van het tooneel. “Zulke vrouwen zijn gewoonlijk losbandiger—dat is te zeggen, meer bekend met het bizarre in het sexueele—dan meisjes, die uit winkels komen of uit kroegen; zij vertooneneen bekendheid metfellatio, en zelfs van analecoïtus, en gedurende de menstruatie vragen zij dikwijls om inter-mammairecoïtus”.Over het geheel schijnt het, dat prostituées, hoewel ze haar leven gewoonlijk niet uit beweegredenen van zinnelijkheid kiezen, toch als ze haar loopbaan beginnen of in het eerste deel ervan een tamelijk gewone mate van sexueele impuls bezitten, met variaties in beide richtingen zoowel van exces en tekort, als van perversie. Op een wat later tijd is het nutteloos te trachten de sexueele impuls van prostituées af te meten naar de mate van genoegen, die zij vinden in het beroeps-uitvoeren van sexueelen omgang. Het is noodig zich te vergewissen of zij sexueele instincten hebben, die op andere wijze bevredigd worden. In een groot aantal gevallen vindt men, dat dit zoo is. Masturbatie is vooral onder prostituées uiterst gewoon; hoeveel ze ook voorkomt onder vrouwen, die geen ander middel hebben om sexueele bevrediging te verkrijgen, wordt toch toegegeven, dat ze onder prostituées nog meer voorkomt, ja bijna algemeen78.Homosexualiteit, hoewel ze niet zoo gewoon is als masturbatie, wordt onder prostituées zeer veel gevonden—in Frankrijk schijnt het, meer dan in Engeland—en men kan wel zeggen, dat ze meer voorkomt onder prostituées dan onder eenige andere klasse van vrouwen. Ze wordt begunstigd door den verkregen tegenzin tegen normalencoïtus, die voortkomt uit beroeps-omgang met mannen, die er toe leidt dat homosexueele verhoudingen door vergelijking met deze beschouwd worden als rein en ideaal. Het schijnt ook wel, dat in een groot aantal gevallen prostituées een aangeboren aanleg tot sexueele inversie hebben en dat zulk een aanleg, te zamen met onverschilligheid voor den omgang met mannen een oorzaak is, die haar voorbeschikt tot het kiezen van het leven van prostituée. Kurella beschouwt prostituées zelfs als een tweede variëteit van personen met aangeboren inversie. Anna Rüling in Duitschland zegt, dat ongeveer twintig percent van de prostituées homosexueel zijn; als haar gevraagd werd wat er haar toe bracht prostituée te worden, antwoordde meer dan eengeïnverteerdevrouw van de straat haar, dat het zuiver een beroeps-zaak was en dat sexueel gevoel buiten kwestie bleef, behalve met een vriendin79.Het voorkomen van aangeboren inversie onder prostituées—hoewel we prostituées als een klasse niet als noodzakelijk gedegenereerd behoeven te beschouwen—doet de vraag ontstaan of het waarschijnlijk is, dat we een ongewoon groot aantal physieke en andere afwijkingen onder haar vinden. Het kan niet gezegd worden, dat er op dit punt eenstemmigheid van opinie is. Voor sommige autoriteiten zijn prostituées niets anders dan normale, gewone vrouwen van een lagen maatschappelijken rang, zoo inderdaad haar instincten niet eenigszins verheven zijn boven die van de klasse, waarin zij geboren zijn. Andere onderzoekers vinden onder haar een zoo groote proportie van individuen, die afwijken van het normale, dat zij geneigd zijn de prostituées over het algemeen te plaatsen onder de eene of andere abnormale klasse80.Baumgarten, die meer dan 8000 prostituées gekend heeft,bevond, dat maar een zeer klein deel crimineel is of psychopatisch in temperament of organisatie (Archiv für Kriminal-Anthropologie, deel XI, 1902). Het is echter niet duidelijk, dat Baumgarten eenige nauwkeurige en preciese onderzoekingen deed. Mr. Lane, een Londensch politie-rechter, heeft geconstateerd, als resultaat van zijn eigen opmerkingen, dat prostitutie “tegelijk eensymptoomen een gevolg is van denzelfden gedegenereerden, physieken en decadenten aard, die aanleiding geeft tot het ontstaan van mannelijke landloopers, kleine dieven en bedelaars van beroep en dat de prostituée gewoonlijk het vrouwelijk analogon daarvan is” (Ethnological Journal, April, 1905, p. 41). Deze schatting is zeker juist, wat een groot deel der vrouwen aangaat, die, dikwijls verzwakt door drank, in de zittingen van de politie-rechters verschijnen, maar ze kan wel nauwelijks zonder nadere aanduiding toegepast worden op prostituées in het algemeen.Morasso (Archiviodi Psichiatria, 1896. afl. 1) heeft geprotesteerd tegen een enkel zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées op grond van zijn eigen opmerkingen. Er is, zegt hij, een categorie van prostituées, onbekend aan wetenschappelijke navorschers, die hij noemt die van deProstitute di alto bordo. Onder haar zijn de teekenen van degeneratie zoowel physiek alsmoreel, niet in grooteren getale te vinden, dan onder vrouwen, die niet tot de prostitutie behooren. Zij vertoonen alle soorten van karakters, terwijl sommigen van haar een groote verfijning bezitten; ze worden voornamelijk gekenmerkt door een ongewone mate van sexueele begeerte. Zelfs onder de lagere groep van debassa prostituzionebeweert hij, dat wij een overheerschen vinden van sexueele, zoowel als van professioneele karakters eer dan teekenen van degeneratie. Het is voldoende nog een getuigenis aan te halen, zooals het vele jaren geleden gegeven is door een vrouw van hoog verstand en karakter, Mrs. Craik, de romanschrijfster: “De vrouwen, die vallen, zijn in het geheel niet de slechtste van haar stand”, schreef zij. “Ik heb het hooren bevestigen door meer dan een vrouw—door eene vooral, wier ondervinding even groot was als haar welwillendheid—dat vele van haar behooren onder de beste, meest verfijnde, intelligente, waarheidlievende, en liefhebbende. “Ik weet niet hoe het komt”, zeide zij dan, “of juist haar meerderheid haar ontevreden maakt met haar eigen stand—arbeiders zijn dikwijls zulke ruwe, boersche kerels!—zoodat zij gemakkelijker ten prooi vallen aan mannen, die in stand boven haar zijn: of dat, hoewel deze theorie veel menschen zal stuiten, andere deugden nog kunnen bestaan en bloeien, volkomen afgescheiden van, en na het verlies van dat, wat wij gewend zijn te beschouwen als de onmisbare eerste deugd van onze sekse—kuischheid. Ik kan het niet verklaren; ik kan alleen zeggen, dat het zoo is, dat sommige van mijn meest belovende dorpsmeisjes het eerst in het verderf zijn geloopen; en dat sommige van de beste en trouwste dienstmeisjes, die ik ooit gehad heb, tot schande kwamen, en als ik ze niet te hulp was gekomen en ze op weg had geholpen het kwaad weer goed te maken, ongetwijfeld “gevallen vrouwen” zouden geworden zijn”.”(AWoman’s Thoughts About Women, 1858, p. 291). Verschillende schrijvers hebben den nadruk gelegd op de goede moreele eigenschappen van prostituées. Zoo noemt in Frankrijk Despine eerst haar ondeugden op zooals (1) gulzigheid en drankzucht, (2) leugenachtigheid, (3) opvliegendheid, (4) gebrek aan orde en slordigheid, (5) wispelturigheid, (6) behoefte aan beweging, (7) neiging tot homosexualiteit; en dan gaat hij voort haar goede eigenschappen te specificeeren: haar moederliefde en haar kinderliefde, haar hulpvaardigheid voor elkaar; en haar weigeren elkaar aan te klagen; terwijl zij dikwijls godsdienstig zijn, soms bescheiden en gewoonlijk zeer eerlijk (DespinePsychologie Naturelle, deel III, p. 207et seq.; wat de Siciliaansche prostituées betreftcf.Càllari,Archivio di Psichiatria, afl. IV, 1903). De hulpvaardigheid voor elkaar, die dikwijls in ellende getoond wordt, wordt in hooge mate geneutraliseerd door beroeps-achterdocht en jaloezie.Lombroso meent, dat de basis van de prostitutie gevonden moet worden in moreele onnoozelheid. Als we door moreele onnoozelheid een toestand moeten verstaan die nauw verwant is aan krankzinnigheid, dan is deze bewering dubbelzinnig. Er schijnt geen duidelijke verhouding te zijn tusschen prostitutie en krankzinnigheid, en Tammeo heeft aangetoond (LaProstituzione, p. 76), dat het veelvuldig voorkomen van prostituées in de verschillende Italiaansche provincies in omgekeerde verhouding staat tot het veelvuldig voorkomen van krankzinnigen; naarmate de krankzinnigheid toeneemt, neemt de prostitutie af. Maar als we meenen een mindere mate van moreele achterlijkheid—dat is te zeggen, een stompheid in ontvankelijkheid voor de gewone moreele beschavingsoverwegingen, die, terwijl ze direct voortkomt uit den verhardenden invloed van een ongunstige jeugd-omgeving, ook kan berusten op een aangeboren aanleg—kan er geen twijfel aan zijn of moreele achterlijkheid wordt zeer dikwijls onder prostituées gevonden. Het zou ongetwijfeld aannemelijk zijn te zeggen, dat iedere vrouw, die haar maagdelijkheid geeft in ruil voor een onvoldoende weergave een achterlijke is. Als zij zich geeft uit liefde, heeft zij op zijn slechtst, een dwaze vergissing begaan, zooals jonge enonervarenmenschen ieder oogenblik kunnen begaan. Maar als zij bepaald het plan heeft zich te verkoopen, en als ze dat doet voor niets of voor bijna niets,dan is het een ander geval. De ondervindingen van Commenge in Parijs zijn in dit opzicht leerzaam. “Voor veel jonge meisjes”, schrijft hij,“bestaat er geen schaamtegevoel, zij ondervinden geen gemoedsbeweging als zij zich volkomen ongekleed vertoonen, zij geven zich aan den eersten den besten, waarvan zij niet weten, of zij hem ooit weer zullen zien. Zij hechten geen waarde aan haar maagdelijkheid; zij worden onteerd onder de vreemdste omstandigheden, zonder de minste gedachte aan of zorg over de daad, die zij doen. Nòch eenig gevoel, nòch eenige berekening, drijft haar in de armen van een man. Zij laten zich gaan zonder nadenken en zonder reden, bijna als een dier, uit onverschilligheid en zonder genot”. Hij kende vijf en veertig meisjes tusschen den leeftijd van twaalf en zeventien, die door den eersten den besten onbekende, dien ze nooit terug zagen, onteerd werden; zij verloren haar maagdelijkheid, naar Dumas zegt, zooals zij haar melktanden verloren, en ze konden geen aannemelijke reden opgeven voor haar verlies. Een meisje van vijftien jaar, dat vermeld wordt door Commenge en dat bij haar ouders woonde, die haar alles gaven wat ze noodig had, verloor haar maagdelijkheid, doordat ze toevallig een man ontmoette, die haar twee francs aanbood, als ze met hem mee wilde gaan; ze deed het zonder aarzelen en begon spoedig uit zichzelf mannen aan te spreken. Een meisje van veertien jaar, die ook behagelijk bij haar ouders woonde, gaf haar maagdelijkheid op een kermis voor een glas bier, en begon van toen af zich aan te sluiten bij prostituées. Een ander meisje van denzelfden leeftijd, die op een Kermesse in den draaimolen wilde draaien, bood zich aan, aan den man die de machine bediende, voor het genoegen van eenmaal rond te draaien. Nog een ander meisje van vijftien jaar, op een ander feest, bood haar maagdelijkheid voor hetzelfde tijdelijke genoegen. (Commenge,Prostitution Clandestine, 1897, p. 101et seq.). In de Vereenigde Staten legt Dr. W. Travis Gibb, behandelend geneesheer aan de “New York Society for the Prevention of Cruelty to Children”, dezelfde getuigenis af van het feit, dat in een tamelijk groot deel van gevallen van “verkrachting” het kind het gewillige slachtoffer is. “Het is bepaald aandoenlijk” zegt hij (Medical Record, April 20, 1907), “te bemerken hoe een stuiversstuk of een kwartje voldoende zijn om de deugd van deze kinderen te koopen”.Indien we willen onderzoeken in hoeverre prostituées aangeboren physieke afwijkingen vertoonen, dan is het gelaat de ruwste en meest voor de hand liggende toetssteen, hoewel hij niet de meest preciese is en evenmin de meeste bevrediging geeft. Toen in Frankrijk, ongeveer 1000 prostituées wat haar uiterlijk betrof in vijf groepen verdeeld werden, vond men, dat slechts zeven tot veertien percent tot de eerste groep behoorden, nl. tot de groep van haar, waarvan men zeggen kon, dat ze jeugd en schoonheid bezaten. (Jeannel,De la Prostitution Publique, 1860, p. 168). En Woods Hutchinson, die een uitgebreide bekendheid met Londen, Parijs, Weenen, New York, Philadelphia en Chicago bezit, zegt, dat een mooie of zelfs maar aantrekkelijk-uitziende prostituée zeldzaam is, en dat het gewone schoonheidsniveau lager is dan in eenige andere klasse van vrouwen. “Voor welke andere verkeerdheden”, merkt hij op, “de fatale macht van de schoonheid verantwoordelijk gesteld mag worden, ze heeft niets te maken met prostitutie” (Woods Hutchinson, “The Economics of Prostitution”,American Gynaecological and Obstetric Journal, September, 1895). We moeten natuurlijk altijd in de gedachten houden, dat deze taxaties iets van haar waarde verliezen, doordat ze voornamelijk gebaseerd zijn op het onderzoek van vrouwen, die het duidelijkst tot de klasse der prostituées behooren en reeds door haar beroep ruw zijn geworden.Als we tot de conclusie mogen komen—en over dit feit zal waarschijnlijk niet getwist worden—dat mooie, aangename, en harmonisch gevormde gezichten eer zeldzaam dan gewoon zijn onder prostituées, dan mogen we daarentegen zeggen, dat nauwkeurig onderzoek een groot aantal physieke abnormaliteiten aan den dag zal brengen. Een van de vroegste belangrijke physieke onderzoekingen op prostituées was die van Dr. Pauline Tarnowsky in Rusland(het eerst gepubliceerd inVratchin 1887, en later alsEtudes anthropométriques sur les Prostituées et les Voleuses). Zij onderzocht vijftig prostituées uit Petersburg, die niet langer dan twee jaren in een bordeel gewoond hadden, en ook vijftig boerenvrouwen van zooveel mogelijk denzelfden leeftijd en geestelijke ontwikkeling. Zij vond, dat (1) de prostituée kleiner schedel-middellijn had; (2) dat acht en veertig percent verschillende teekenen vertoonde van physieke degeneratie (onregelmatigen schedel, asymmetrie van het gezicht, afwijkingen in het harde verhemelte, tanden, ooren, enz.). Deze neiging tot afwijkingen onder de prostituées was tot zekere hoogte verklaard, toen er gevonden werd, dat ongeveer vier vijfde van haar, ouders hadden, die aan den drank verslaafd waren, en bijna een vijfde de laatst overlevenden van groote families waren; zulke families zijn dikwijls voortgebracht door gedegenereerde ouders.Het veelvuldig voorkomen van erfelijke degeneratie is ook door Bonhoeffer onder Duitsche prostituées opgemerkt. Hij onderzocht 190 prostituées in de gevangenis in Breslau, die dus tot een meer abnormale klasse behoorden dan gewone prostituées, en hij vond, dat er 102 erfelijk gedegenereerd waren, meest met een of beide ouders dronkaards; 53 vertoonden tevens zwakzinnigheid (Zeitschrift für die Gesamte Strafwissenschaft, Bd. XXXIII, p. 106).Het meest nauwkeurige onderzoek van gewone niet-misdadige prostituées, zoowel anthropologisch als wat het overheerschen van afwijkingen aangaat, is in Italië gedaan, hoewel niet op een voldoend aantal personen om absoluut beslissende resultaten op te leveren. Zoo onderzocht Fornasari zestig prostituées, voornamelijk uit Emilia en Venetië, en ook zeven en twintig andere uit Bologne; de laatste groep werd vergeleken met een derde groep van twintig normale vrouwen uit Bologne (Archivio di Psichiatria, 1892, afl. VI). Er werd bevonden, dat de prostituées van een kleiner type waren dan de normale individuen, met smaller hoofden en grooter gezichten. Zooals de schrijver zelf zegt, waren de personen die hij onderzocht, niet voldoende in aantal om ver strekkende generalisaties te rechtvaardigen, maar het kan toch de moeite waard zijn eenige van zijn resultaten op te sommen. Bij dezelfde grootte vertoonden de prostituées grooter gewicht; bij dezelfden leeftijd waren ze kleiner dan andere vrouwen, niet alleen van de gegoede, maar van de arme klasse: de lengte van het gezicht, de bizygomatische doorsnee (hoewel niet de afstand tusschen de jukbeenderen), de afstand tusschen de kin en de uitwendige ooropening, en de afmeting van de kaak waren alle grooter bij de prostituées; de handen waren, in vergelijking van den palm, langer en breeder dan bij gewone vrouwen; de voet was ook langer bij prostituées, en de dij was, in vergelijking van de kuit grooter. Het is opmerkelijk, dat bij de meeste bijzonderheden, vooral wat de metingen van het hoofd betreft, de variaties onder de prostituées veel grooter waren dan onder de andere vrouwen, die onderzocht werden; dit kan voor een deel, hoewel niet geheel, verklaard worden uit het iets grootere aantal van de eersten.Ook Ardu gaf (in hetzelfde nummer van deArchivio) het resultaat van zijn onderzoekingen (op initiatief van Lombroso verricht) over het veelvoudig voorkomen van abnormaliteiten onder de prostituées. De personen waren vier en zeventig in aantal en behoorden tot deClinica Sifilopaticavan Professor Giovannini in Turijn. De abnormaliteiten, waarnaar onderzoek gedaan werd waren: mannelijke verdeeling van haar in de schaamstreek, op de borst en de ledematen, al te sterke haargroei op het voorhoofd, linkschheid, atrophie van den tepel, en tatoeëeren (dat maar eens gevonden werd). Ardu’s verhandelingen over een andere serie onderzoekingen van vijf en vijftig prostituées door Lombroso, geven tot resultaat, dat mannelijke plaatsing van het haar gevonden wordt bij vijftien percent, tegen zes percent bij gewone vrouwen; eenige mate van hypertrichosis in achttien percent; linkschheid in elf percent (maar bij normale vrouwen wel twaalf percent volgens Gallia); en atrophie van den tepel in twaalf percent.Guiffrida-Ruggeri(Atti della Società Romana di Antropologia, 1897, p. 216),vond bij het onderzoek van acht en twintig prostituées onregelmatigheden in de volgende orde van afnemende frequentie: neiging van de wenkbrauwen elkaar te ontmoeten, gebrek aan symmetrie van het hoofd, druk aan den wortel van den neus, onvoldoende ontwikkeling van de kuiten, hypertrichosis en andere afwijkingen van haar, vooruitstekend jukbeen, vooruitspringend voorhoofd en abnormale inplanting van de tanden, Darwinsche oor-tuberkel, dunne verticale lippen. Deze kenteekenen zijn ieder afzonderlijk van weinig of geen belang, hoewel ze te samen niet zonder beteekenis zijn als een aanwijzing van algemeene afwijking.Later komt Ascarilla, in een uitgebreide studie (Archivio di Psichiatria, 1906, afl. VI, p. 812), over de vingerafdrukken van prostituées tot de conclusie, dat zelfs in dit opzicht prostituées eenigermate een klasse vormen, die morphologische inferieuriteit vertoont met normale vrouwen. De modellen vertoonen ongewone eenvoudigheid en gelijkvormigheid en de beteekenis hiervan wordt aangetoond door het feit, dat een zelfde gelijkvormigheid vertoond wordt door de vingerafdrukken van krankzinnigen en doofstommen (De Sanctis en Toscano,Atti Società Romana Antropologia, deel VIII, 1901, afl. II.)In Chicago heeft Dr. Harriet Alexander, te zamen met Dr. E. S. Talbot en Dr. J. G. Kiernan in het Bridewell of verbeteringshuis dertig prostituées onderzocht; alleen de “domme” klasse van beroepsprostituées komen in deze instelling, en het kan daarom geen verwondering wekken dat zij meer bepaalde teekenen van degeneratie vertoonden. In ras waren bijna de helft van degenen die onderzocht werden Keltisch Iersch. Bij zestien waren de zygomatische processen ongelijk en zeer in het oog springend. Andere asymmetrieën van het gezicht waren gewoon. In drie gevallen waren de hoofden van Mongoolsch type; zestien waren epignatisch, en elf prognatisch; vijf vertoonden remming van den groei van het gezicht. Brachycephalie was overheerschend (zeventien gevallen); de rest was mesaticephalitisch; geen was dolichocephalitisch. Abnormaliteiten in den vorm van den schedel waren er vele, en vijf en twintig hadden verkeerd gevormde ooren. Vier waren beslist krankzinnig, en een was een epileptica (H. C. Alexander, “Physical Abnormalities in Prostitutes”,Chicago Academy ofMedicine, April 1893; E. S. Talbot,Degeneracy, p. 320;Id.,Irregularities of the Teeth, vierde uitgave, p. 141).Het schijnt over het geheel wel, voor zoover het bewijsmateriaal op het oogenblik strekt, dat prostituées niet volkomen normale vertegenwoordigsters zijn van den stand, waarin zij geboren zijn. Er is een keuze-proces geweest van individuen, die door haar aangeboren eigenschappen afwijken van het normale gemiddelde, en die dus in lichte mate ongeschikt zijn voor het normale leven81. De psychische eigenaardigheden, die met zulk een afwijking samengaan, zijn niet altijd bepaald ongunstig; het licht neurotische meisje van lagen stand—dat niet houdt van hard werken, uit geringe energie, en dat misschien gulzig is en zelfzuchtig—kan zelfs een verfijning boven haar stand schijnen te bezitten. Terwijl er echter onder prostituées een neiging tot afwijking is, moet het duidelijk erkend worden, dat die neiging gering is zoolang wij de geheele klasse van prostituées onpartijdig beschouwen. Die navorschers, die tot de conclusie zijn gekomen dat prostituées een zeer gedegenereerde en abnormale klasse zijn, hebben alleen maarspeciale groepen van prostituées geobserveerd, meer speciaal degenen, die dikwijls in de gevangenis gevonden worden. Het is onmogelijk een juist denkbeeld te vormen van prostituées als we ze alleen in de gevangenis bestudeeren, evenmin als het mogelijk zou zijn een juist denkbeeld te vormen van dominees, dokters of advocaten door ze alleen in de gevangenis te bestudeeren; dit blijft waar, al komt een veel grooter deel der prostituées dan van de leden der meer geachte beroepen in de gevangenis; dat feit verklaart ongetwijfeld voor een deel de grootere abnormaliteit van prostituées.We moeten natuurlijk in de herinnering houden dat de speciale levensvoorwaarden van prostituées er toe leiden het optreden van bepaalde beroeps-eigenaardigheden te veroorzaken, die volkomen kunstmatig verkregen zijn en niet aangeboren. Zoo kunnen we verklaren de geleidelijke wijziging van de vrouwelijke secundaire en tertiaire sexueele eigenaardigheden, en het optreden van mannelijke eigenaardigheden, zooals de veel voorkomende diepe stem, enz.82. Maar als we voldoende rekening houden met deze kunstmatig verkregen eigenaardigheden, blijft het toch waar, dat de vergelijking der uitkomsten van de verschillende onderzoekingen die tot dusverre gedaan zijn, mogen ze dan niet geheel overtuigend zijn, er toch op schijnen te wijzen dat, zelfs afgezonderd van het overheerschen van kunstmatig verkregen afwijkingen, de beroepskeuze, die individuen afzondert van de algemeene bevolking van een zelfde maatschappelijke klasse, die anthropometrische eigenaardigheden hebben; deze varieeren, maar behooren toch tot dezelfde soort. De gedane waarnemingen schijnen aan te duiden, dat prostituées over het algemeen niet in gewicht boven het middelmatige zijn, niet in gestalte; dat ze korter armen hebben, hoewel de handen langer zijn (dit is zoowel in Italië als in Rusland gevonden); zij hebben dunner enkels en zwaarder kuiten en betrekkelijk nog zwaarder dijen. De geraamde schedelinhoud, de omtrek en de doorsnede van den schedel zijn eenigszins beneden het middelmatige, niet alleen wanneer ze vergeleken worden met respectabele vrouwen, maar ook in vergelijking van misdadigsters; er is een neiging tot brachycephalie (in Italië en Rusland beide); de wangbeenderen springen gewoonlijk vooruit en de kaken zijn ontwikkeld; het haar is donkerder dan bij respectabele vrouwen, hoewel niet zoo donker als bij dieveggen; het is gewoonlijk overvloedig, niet alleen op het hoofd maar ook op de schaamdeelen en elders; men heeft bevonden, dat de oogen bepaald donkerder waren dan die van hetzij respectabele vrouwen, hetzij misdadigsters83.
De geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling van de prostitutie stelt ons in staat te zien, dat de prostitutie niet een toevallig bijkomstig iets is van ons huwelijks-systeem, maar dat het een essentieel bestanddeel is, dat tegelijk met de andere bestanddeelen ervan voor den dag komt. De geleidelijke ontwikkeling van de familie op patriarchale en grootelijks monogame basis, maakte het hoe langer hoe moeilijker voor een vrouw over haar eigen persoon te beschikken. Zij behoorde in de eerste plaats aan haar vader, wiens belang het was haar zorgvuldig te bewaken, totdat er een echtgenoot zou komen, die rijk genoeg was om haar te koopen. In de verhooging van haar waarde ontwikkelde zich geleidelijk het nieuwe denkbeeld van de marktwaarde der maagdelijkheid, en waar een “maagd” vroeger beteekend had een vrouw, die vrij was met haar eigen lichaam te doen wat zij wilde, werd de beteekenis ervan nu veranderd en begon het te beteekenen een vrouw, die van den omgang met mannen uitgesloten was. Als zij van haar vader overgedragen werd aan een echtgenoot, dan werd ze nog met dezelfde zorg bewaakt; echtgenoot en vader hadden er gelijkelijk belang bij hun vrouwen te beschermen tegen ongehuwde mannen. De toestand, die zoo ontstond, leidde tot het bestaan van een groote groep jonge mannen, die nog niet rijk genoeg waren om vrouwen te verkrijgen en een groote groep jonge vrouwen, die nog niet tot vrouw gekozen waren, en waarvan velen niet konden verwachten ooit te zullen huwen. Op zulk een punt van de evolutie is de prostitutie klaarblijkelijk onvermijdelijk; ze is niet zoozeer de onontbeerlijke aanvulling van het huwelijk, als wel een essentieel deel van het geheele systeem. Sommige van de overtollige of verwaarloosde vrouwen vinden, terwijl zij haar geldswaarde realiseeren en misschien meteen tradities doen herleven van een vroegere vrijheid, een maatschappelijken werkkring, door haar gunsten te verkoopen om de tijdelijke begeerten te voldoen van de mannen, die nog geen vrouw hebben kunnen krijgen. Zoo is iedere schakel in den keten van het huwelijkssysteem vast aaneengesnoerd en een cirkel gevormd.Maar terwijl de geschiedenis van de opkomst en de ontwikkeling der prostitutie ons doet zien welk een onverwoestbaar en essentieel element de prostitutie is van het huwelijks-systeem, dat sinds lang in Europa bestaan heeft—onder verschillende toestandenvan ras, staatkunde, maatschappij en godsdienst—verschaft het ons toch niet in ieder opzicht de feiten, die noodig zijn om tegenwoordig tot een bepaalde houding jegens de prostitutie te komen. Om de plaats van de prostitutie in ons bestaand systeem te begrijpen, is het noodig, dat we de voornaamste factoren van de prostitutie analyseeren. We kunnen die het gemakkelijkst leeren begrijpen, als we de prostitutie, naar volgorde, van vier gezichtspunten bekijken. Deze zijn: (1)economischenoodzakelijkheid; (2)biologischepredispositie; (3)moreelevoordeelen; en (4) wat genoemd kan worden de waarde ervanvoor de beschaving.Terwijl deze vier factoren van de prostitutie mij degene toeschijnen, die ons hier voornamelijk aangaan, is het nauwelijks noodig er op te wijzen, dat vele andere oorzaken samenwerken om prostitutie te veroorzaken en te wijzigen. Prostituées zelf trachten dikwijls andere meisjes er toe te brengen dezelfde paden in te slaan; er moeten nieuwelingen gevonden worden voor bordeelen, waardoor we “den handel in blanke slavinnen” krijgen, die nu in vele deelen van de wereld krachtdadig bestreden wordt; terwijl al de vormen om meisjes tot dit leven te verleiden begunstigd worden door alcoholisme, dat dikwijls de prostitutie als het ware voorbereidt. Gewoonlijk zal men vinden, dat verscheidene oorzaken samengewerkt hebben om het meisje op den weg der prostitutie te voeren.De wijzen, waarop verschillende factoren van omgeving en suggestie samenwerken om een meisje tot prostitutie te verleiden, worden aangeduid in het volgende gezegde, waarin een correspondent, als man van de wereld, zijn eigen conclusies over de zaak heeft uiteengezet: “Ik heb tamelijk veel ervaringen gehad met lichte vrouwen van allerlei soort en ik kan zonder aarzelen zeggen, dat niet meer dan 1 percent van de vrouwen die ik gekend heb, als beschaafd konden worden beschouwd. Dit wijst er op, dat zij altijd van lage afkomst zijn, en de verschrikkelijke gevallen van overbevolking, die dagelijks aan het licht komen, geven aanleiding te denken dat reeds op zeer jeugdigen leeftijd het gevoel van schaamte verloren gaat, en dat lang vóór de puberteit een zekere gemeenzaamheid met sexueele zaken ontstaat. Zoodra zij oud genoeg zijn, worden deze meisjes door haar minnaars verleid; de gemeenzaamheid, waarmee zij sexueele zaken beschouwen, neemt de terughouding weg die een meisje beschermt, dat haar jeugd in fatsoenlijken kring heeft doorgebracht. Later gaan de meisjes in fabrieken en winkels werken; als zij mooi en aantrekkelijk zijn hebben zij betrekkingen met chefs en meesterknechts. Dan brengt de lust tot opschik, die zoo’n grooten factor vormt in het vrouwelijk karakter er haar toe de “maitres” te worden van een man met geld. Een merkwaardig ding in deze verhouding is, dat zij zelden genot vinden bij haar beschermers, en dat ze aan de ruwer omarmingen van den een of anderen man, die in stand dichter bij haar is, zeer dikwijls een soldaat, de voorkeur geven. Ik heb niet veel vrouwen gekend die verleid waren en verlaten, hoewel dit een voorstelling is, die door prostituées dikwijls van de zaak gegeven wordt. Kellnerinnen nemen een groote plaats in in de gelederen van de prostitutie, voor een groot deel ten gevolge van haar verslaafd zijn aan den drank; dronkenschap leidt bij vrouwen altijd tot laksheid in de moreele terughouding. Een andere machtige factor voor het overgaan tot de prostitutie ligt in den glans van den opschik, waarmee gepronkt wordt door den eene of anderevriendin, die dit leven reeds aangenomen heeft. Een meisje, dat hard werkt, om te leven ziet een vriendin, die misschien een bezoek brengt in de straat waar het hard werkende meisje woont, prachtig gekleed, terwijl zijzelf ternauwernood genoeg kan verdienen om te eten. Zij maakt een praatje met haar modieuse vriendin, die haar vertelt hoe gemakkelijk zij geld kan verdienen, ze legt haar uit welk een levensgoed de sexueele organen zijn, en spoedig is er een nieuweling tot de gelederen der prostitutie toegetreden”.Het heeft eenig belang de redenen die meisjes leiden tot prostitutie te beschouwen. In sommige landen vindt men dienaangaande gegevens van menschen, die van ambtswege met de publieke vrouwen in aanraking komen. In andere landen is het regel dat meisjes, voor zij als prostituées worden ingeschreven, de redenen opgeven waarom zij de loopbaan wenschen te betreden.Parent-Duchâtelet, wiens werk over prostituées in Parijs nog als gezaghebbend geldt, heeft het eerste overzicht van deze soort gepubliceerd. Hij bevond, dat van de vijf duizend prostituées er 1441 geïnfluenceerd waren door armoede, 1425 door verleiden van minnaars, die haar verlaten hadden, 1255 door het verlies van ouders door den dood, of door eenige andere reden. Bij zulk een overzicht wordt het geheele aantal in ’t algemeen verklaard door ellende, dat is door economische oorzaken alleen (Parent-Duchâtelet,De la Prostitution, 1857, deel I, p. 107).In Brussel werden gedurende een tijdvak van twintig jaren (1865—1884) 3505 vrouwen ingeschreven als prostituée. De oorzaken, die zij aangaven waarom zij deze loopbaan wenschten te betreden, geven een ander beeld dan dat, hetwelk door Parent-Duchâtelet gegeven wordt, maar misschien een dat meer betrouwbaar is, hoewel er eenige bepaalde en merkwaardige inconsequenties in zijn. Van de 3505 verklaarden 1523 dat uiterste armoede de oorzaak was van haar degradatie; 1118 bekenden vrijuit dat haar sexueelehartstochtende oorzaak waren; 420 schreven haar val toe aan slecht gezelschap; 316 zeiden dat zij genoeg hadden van haar werk en dat het haar verveelde, omdat de moeite zoo groot was en het loon zoo klein; 101 waren verlaten door haar minnaars; 10 hadden ongenoegen gehad met haar ouders; 7 waren door haar echtgenooten verlaten; 4 konden het niet vinden met haar voogden; 3 hadden familietwisten; 2 werden door haar echtgenooten gedwongen zich te prostitueeren, en 1 door haar ouders (Lancet, Juni 28, 1890, p. 1442).In Londen bevond Merrick, dat van de 16.022 prostituées met wie hij in aanraking kwam gedurende de jaren dat hij kapelaan was aan de Millbank-gevangenis, 5061 haar huis of haar betrekking vrijwillig hadden verlaten voor “een leven van pleizier”, 3363 gaven armoede op als de oorzaak; 3154 waren “verleid” en daarna op straat geraakt; 1636 waren door huwelijksbeloften bedrogen en door minnaar en betrekkingen verlaten. Over het geheel, zegt Merrick, dat 4790 of bijna een derde van het geheele aantal haar overgaan tot de loopbaan direct aan mannen toeschrijven, 11.232 aan andere oorzaken. Hij voegt er bij, dat van hen, die armoede als oorzaak opgaven, een groot aantal lui en onbekwaam was (G. P. Merrick,Work Among the Fallen, p. 38).Logan, een Engelsch stadszendeling met een groote mate van bekendheid met prostituées, verdeelde ze in de volgende groepen: 1. Een vierde van de meisjes zijn dienstboden, vooral in herbergen, bierhuizen enz., en zoo in het leven der prostitutie ingeleid; 2. een vierde komt van fabrieken enz.; 3. bijna een vierde wordt door koppelaarsters geleverd, die provincie-steden, markten enz. bezoeken; 4. een laatste groep omvat aan den eenen kant haar, die door armoede, indolentie of een slecht humeur er toe gebracht zijn prostituée te worden, dingen, die haar ongeschikt maken voor gewone beroepen, en aan den anderen kant kant haar, die verleid zijn door een valsche huwelijksbelofte (W. Logan,The Great Social Evil, 1871, p. 53).In Amerika heeft Sanger rapport uitgebracht over de resultaten van onderzoekingen, die gedaan zijn over twee duizend New-Yorksche prostituées aangaande de oorzaken, die haar er toe gebracht hebben haar beroep te kiezen:Armoede525Neiging513Verleid en verlaten258Drank en dranklust181Slechte behandeling door ouders, betrekkingen of echtgenooten164Als een gemakkelijk leven124Slecht gezelschap84Overreding door prostituées71Te lui om te werken29Verkrachting27Verleid op schepen van landverhuizers16Verleid in herbergen voor landverhuizers82000(Sanger,History of Prostitution, p. 488).Ook in Amerika heeft Professor Woods Hutchinson zich onlangs in verbinding gesteld met ongeveer dertig vertegenwoordigers in verschillende groote centra van het wereldverkeer, en hij noemt als volgt de antwoorden op zijn vragen aangaande de leer der oorzaken van de prostitutie.Percent.Liefde voor vertoon, weelde en luiheid42.1Slechte behandeling thuis23.8Verleiding, waarbij zij onschuldige slachtoffers waren11.3Werkloosheid9.4Erfelijkheid7.8Primair sexueel verlangen5.6(WoodsHutchinson, “The Economics of Prostitution”,American Gynaecologic and Obstetric Journal, September 1895;Id.,The Gospel According to Darwin, p. 194).In Italië waren in 1881 van de 10.422 ingeschreven prostituées van den leeftijd van zeventien en ouder, de oorzaken van de prostitutie als volgt in klassen verdeeld:Ondeugd en verdorvenheid2752Dood van ouders, echtgenoot enz.2139Verleiding door een minnaar1653Verleiding door een werkgever927Verlaten door ouders, echtgenoot, enz.795Zucht naar weelde698Dwang door minnaar of ander persoon buiten de familie666Dwang door ouders of echtgenoot400Om ouders of kinderen te onderhouden393(Ferriani,Minorenni Delinquenti, p. 193).De redenen door Russische prostituées aangegeven voor het kiezen van haar beroep zijn (volgens Federow) de volgende:38.5percentonvoldoende loon.21.0percent,,verlangen naar amusement.14.0percent,,verlies van betrekking.9.5percent,,overreding door vrouwelijke bekenden.6.5percent,,ontwend zijn aan de gewoonte van te werken.5.5percent,,verdriet, en om een minnaar te plagen.0.5percent,,dronkenschap.(Opgesomd inArchives d’Anthropologie Criminelle, Nov. 15, 1901).1.De Economische oorzaak van de Prostitutie.—Schrijvers over de prostitutie beweren dikwijls, dat economische omstandigheden ten grondslag liggen aan de prostitutie en dat de voornaamste oorzaak ervan armoede is, terwijl prostituées zelf dikwijls verklaren, dat het bezwaar om op andere wijze een bestaan te verdienen de voornaamste oorzaak was, die haar er toe gebracht heeft deze loopbaan te kiezen. “Van al de oorzaken van de prostitutie”, schreef Parent-Duchâtelet een eeuw geleden, “vooral in Parijs, en waarschijnlijk in alle groote steden, is er geen die ernstiger is dan gebrek aan werk en onvoldoend loon”. In Engeland zegt Sherwell, dat ook de moraal in hooge mate afhangt van den handel57. Zoo is het ook in Berlijn, waar het aantal prostituées in slechte jaren toeneemt58. Dat is ook het geval in Amerika, evenals in Japan; “de oorzaak der oorzaken is armoede”59.Zoo wordt overal door onderzoekers open en in het algemeen gezegd, dat de prostitutie in ruime mate en algemeen een economisch verschijnsel is, dat een gevolg is van de lage loonen van vrouwen of van plotselinge depressies in den handel. We moeten er echter bijvoegen, dat deze algemeene gezegden aanmerkelijk gewijzigd worden, in het licht van de nauwkeurige nasporingen gedaan door zorgvuldige onderzoekers. Ströhmberg, die 462 prostituées nauwkeurig onderzocht, ontdekte, dat er maar éen onder was, die armoede aangaf als de reden, waarom ze het beroep koos, en bij onderzoek bleek deze opgave een onbeschaamde leugen te wezen60. Hammer bevond, dat van de negentig ingeschreven Duitsche prostituées er niet éen haar loopbaan gekozen had uit gebrek of om een kind te onderhouden, terwijl sommige de straat op gingen terwijl ze nog geld hadden, of zonder dat ze wilden betaald worden61. Pastor Buschmann, van het Teltow Magdalena gesticht in Berlijn bevindt, dat het niet gebrek is, maar onverschilligheid voor moreele overwegingen, waardoor meisjes tot de prostitutie komen. In Duitschland wordt, voordat een meisje op het politieregister wordt ingeschreven, gepaste zorg gedragen, dat haar een kans gegeven wordt in een asyl te komen en werk te krijgen; in Berlijn waren, in den loop van tien jaar, maar twee meisjes—van de duizend—bereid van deze gelegenheid te profiteeren.De moeilijkheid, die Engelsche reddingshuizen ondervinden om meisjes te vinden, die zich willen laten “redden” is bekend. Dezelfde moeilijkheid vindt men in andere steden, zelfs waar geheel andere toestanden heerschen; zoo ondervindt men in Madrid, volgens Bernaldo de Quiros en Llanas Aquilaniedo, dat de prostituées, die in de asyls komen, ondanks al de toewijding van de nonnen, tot haar oude leven terugkeeren, zoodra ze de asyls verlaten hebben. Terwijl de economische factor bij de prostitutie ongetwijfeld bestaat, berust de ongemotiveerde veelvuldigheid en de nadruk, waarmee hij op den voorgrond wordt gebracht en aangenomen, klaarblijkelijk voor een deel op onwetendheid aangaande de werkelijke feiten, voor een deel op het feit, dat zulk een onderstelling spreekt tot hen, die de zwakheid hebben alle maatschappelijke verschijnselen uit economische oorzaken te verklaren en voor een deel op de duidelijke aannemelijkheid ervan62.Prostituées komen voornamelijk voort uit de gelederen der fabrieksmeisjes, dienstmeisjes, winkeljuffrouwen en kellnerinnen. In sommige van deze betrekkingen is het moeilijk het geheele jaar door werk te vinden. Zoo worden vele modistes, kleermaaksters en naaisters prostituée, als het de slappe tijd is in het bedrijf, en ze gaan weer aan haar werk als het seizoen begint. Soms wordt het geregelde dagwerk aangevuld door prostitutie ’s avonds. Er wordt gezegd, en misschien is dat waar, dat amateur-prostitutie van deze soort in Engeland zeer veel voorkomt, daar ze niet tegengegaan wordt door de voorzorgen, die, in landen waar de prostitutie geregeld is, de geheime prostitutie moet in acht nemen, om inschrijving te ontgaan. Er zijn bepaalde waschgelegenheden en kleedkamers in het centrum van Londen, die, naar men zegt, door de meisjes gebruikt worden om zich op de gebruikelijke wijze te blanketten, en om het blanketsel er ten slotte weer af te wasschen, voor zij naar huis gaan63. Het is zeker, dat in Engeland een groot deel der ouders, die tot den werkmansstand behooren en zelfs tot de lagere middelklasse, onbekend zijn met den aard van het leven, dat hun eigen dochters leiden. We moeten hieraan ook toevoegen,dat de ouders voor dit gedrag van de dochter nu en dan de oogen sluiten of het zelfs aanmoedigen; zoo schrijft een correspondent, dat hij “steden in Engeland kent, waar de prostitutie niet beschouwd wordt als iets schandelijks, en dat hij zich vele gevallen kan herinneren, waarin het huis van de moeder door de dochter gebruikt wordt met goedvinden van de moeder”.Acton zegt in een goed boek over de prostitutie in Londen, geschreven in het midden van de laatste eeuw, dat de prostitutie “een overgangsstadium is, waar een onnoemelijk groot aantal Engelsche vrouwen in verkeert”64. Deze bewering werd toen met nadruk bestreden door vele ernstige moralisten, die weigerden toe te geven, dat het voor een vrouw, die in zoo’n diepe put van vernedering gevallen was, mogelijk was om er ooit weer fatsoenlijk en wel uit te komen. Toch is het zeker waar wat een groote proportie vrouwen betreft, niet alleen in Engeland, maar ook in andere landen. Zoo zegt Parent-Duchâtelet, de grootste autoriteit over de Fransche prostitutie, dat “prostitutie voor het meerendeel alleen maar een overgangsstadium is; gewoonlijk wordt het al in het eerste jaar verlaten; er zijn maar zeer weinige prostituées, die prostituée blijven tot haar dood”. Het is echter moeilijk zich precies te vergewissen in hoeverre dat waar is; er zijn geen feiten, die zouden kunnen dienen als een juiste basis voor nauwkeurige taxatie65, en het is niet mogelijk te verwachten, dat fatsoenlijk getrouwde vrouwen zouden toegeven, dat zij ooit “op de straat” geweest zijn; zij zouden het misschien niet eens zich zelf altijd willen bekennen.Het volgende geval, dat wel is waar geboekt is meer dan twintig jaar geleden, is tamelijk typisch voor een bepaalde klasse onder de lagere rangen van de prostituées, waarbij de economische factor een groote rol speelt, maar waarin we niet te haastig moeten aannemen, dat hij de eenige factor is.Weduwe, dertig jaar oud, met twee kinderen. Werkt in een parapluiefabriek in het East-End van Londen, verdient achttien shilling per week met hard werken, en vermeerdert haar inkomen door nu en dan ’s avonds de straat op te gaan. Zij komt meestal in een rustige straat, die dicht bij een groot stedelijk eindstation ligt. Zij is een vrouw met een aangenaam, bijna waardig voorkomen, rustig gekleed op een wijze, die alleen de aandacht trekt doordat de rokken tamelijk kort zijn. Als ze aangesproken wordt, zal ze misschien antwoorden, dat ze wacht “op een vriendin”, op geaffecteerde wijze over het weer spreken, en langs haar neus weg haar aanbod doen. Zij zal een man naar een van de stille winkelstraten in de buurt brengen, of ze zal hem met zich mee naar huis nemen. Zij neemt iedere som aan, die de man kan of wil geven; soms is het een sovereign, soms is het sixpence; gemiddeld verdient zij een paar shilling per avond. Zij had nog maar tien maanden in Londen gewoond; vroeger woonde ze in Newcastle. Zij ging daar de straat niet op; “omstandigheden veranderen een mensch”, merkt zij zeer verstandig op. Hoewel ze niet gunstig over de politie spreekt, zegt zij, dat ze zich niet met haar bemoeit, zooals met sommige van de meisjes. Zij geeft de politieagenten nooit geld; toch zinspeelt ze er op, dat het soms noodig is hun wenschen te bevredigen, om met hen op goeden voet te blijven.Men moet altijd in gedachten houden, want het wordt soms door de socialisten en maatschappelijke hervormers vergeten, dat, terwijl de druk van de armoede een bepaalden invloed uitoefent op de prostitutie, in zooverre, dat hij de gelederen doet toenemen van de vrouwen, die door ontucht in haar levensonderhoud trachten te voorzien, zoodat de armoede wel degelijk kan beschouwd worden als een factor van de prostitutie, toch nooit eenige praktisch mogelijke verhooging van het arbeidsloon direct en alleen tot afschaffing der prostitutie zou kunnen leiden. De Molinari, een economisch-theoreticus merkt op, dat “de prostitutie een industrie” is, en dat, als andere concurreerende bedrijven vrouwen voldoende hooge loonen kunnen bieden, zij niet zoo dikwijls aangetrokken zullen worden door de prostitutie; hij gaat voort met er op te wijzen, dat hiermee de kwestie in het geheel niet opgelost is. “Evenals iedere andere industrie wordt de prostitutie beheerscht door den eisch van de behoefte, waaraan ze beantwoordt. Zoolang die behoefte en die eisch blijven bestaan, zullen zij een aanbod uitlokken. Het is de behoefte en de eisch, waarop we moeten werken, en misschien zal de wetenschap ons de middelen verschaffen dat te doen”66. Op welke wijze Molinari verwacht, dat de wetenschap de vraag naar prostituées verminderen zal, is niet duidelijk uitgedrukt.Niet alleen moeten we toegeven, dat geen praktisch uitvoerbare verhooging van de loonen, aan vrouwen in gewone industrieën betaald met mogelijkheid kan wedijveren met de loonen, die tamelijk aantrekkelijke vrouwen van zeer gewone bekwaamheid met de prostitutie verdienen67, maar wij moeten ook bedenken,dat een toename in den algemeenen welstand—die alleen een verhooging van de loonen van vrouwen gezond en normaal kan maken—een verhooging in de loonen van de prostitutie met zich brengt, en een toename in het aantal prostituées. Zoodat, als goede loonen moeten dienen om de prostitutie tegen te gaan, wij alleen kunnen zeggen, dat men met de eene hand meer terug neemt dan men met de andere geeft. Dit is zoo duidelijk, dat Després in een nauwkeurige moreele en demographische studie over de verdeeling van de prostitutie in Frankrijk tot de conclusie komt, dat wij de oude leer, dat “armoede prostitutie veroorzaakt” moeten omkeeren, daar prostitutie regelmatig toeneemt met weelde68, en dat, naar mate een departement in weelde en voorspoed toeneemt, ook het aantal zoowel van ingeschreven als van vrije prostituées in dat departement vermeerdert. Hier schuilt echter een fout, want, terwijl het waar is, dat, zooals Després beweert, weelde naar prostitutie vraagt, zoo is het ook waar, dat een rijke gemeenschap de uitersten van armoede zoowel als van rijkdom in zich sluit, en dat het onder de armere elementen is, dat de prostitutie haar nieuwelingen vindt. De oude bewering “armoede veroorzaakt prostitutie” is nog geldig, maar ze is gecompliceerd geworden en veranderd door de samengestelde verhoudingen van de beschaving. Bonger heeft, in zijn knappe discussie over de economische zijde van de kwestie, zich den breeden en diepen grondslag van de prostitutie voor oogen gesteld, waar hij tot de conclusie komt, dat ze “aan den eenen kant de onvermijdelijke aanvulling is van de bestaande wettige monogamie, en aan den anderen kant het resultaat van de physieke en psychische ellende, waarin de vrouwen van het volk leven, en ook het gevolg van de ondergeschikte positie van vrouwen in onze hedendaagsche maatschappij”69.Een nauwkeurige economische beschouwing van de prostitutie kan ons geenszins tot den wortel van de zaak brengen.Eén omstandigheid alleen moest al voldoende zijn geweest, om aan te toonen, dat de onbekwaamheid van vele vrouwen, om door arbeidsloon in haar dringendste levensbehoeften te voorzien, in geenen deele de voornaamste oorzaak is van de prostitutie: een groot deel der prostituées komt voort uit de gelederen der dienstmeisjes. Van al de groote groepen van loonarbeidsters zijn de dienstboden het meest vrij van economische zorgen; zij betalen niet voor voedsel en voor woning; dikwijls hebben zij het even goed als haar meesteressen, en in een groot aantal gevallen hebben zij minder geldzorgen dan deze. Bovendien voorzien zij in een bijna algemeene behoefte, zoodat er nooit zelfsvoor maar zeer middelmatig bekwame dienstboden eenige nood is, dat ze zonder werk zullen zijn. Nu is het wel waar, dat zij een zeer groot lichaam vormen, dat natuurlijk een bepaald contingent nieuwelingen aan de prostitutie moest leveren. Maar als wij zien, dat huiselijke dienst het voornaamste reservoir is, waaruit de prostitutie vloeit, dan moet het wel duidelijk zijn, dat het verlangen naar voedsel en onderdak geenszins de voornaamste oorzaak is voor de prostitutie.We kunnen hieraan toevoegen, dat, hoewel de beteekenis van dit overheerschend veel voorkomen van dienstmeisjes onder prostituées zelden erkend wordt door hen, die meenen, dat wegnemen van de armoede tevens is afschaffen van de prostitutie, het niet buiten beschouwing gelaten is door de meer nadenkende onderzoekers van maatschappelijke vraagstukken. Zoo wijst Sherwell er terecht op, dat tot zekere hoogte “de moraal op en neer gaat met den handel”, en hij voegt er bij, dat het, tegenover het belang van den economischen factor, een feit is, dat zeer tot nadenken stemt en op iedere wijze indruk maakt, dat de meerderheid der meisjes, die het West-End van Londen bezoeken (88 percent, volgens de boeken van het Leger des Heils) voortkomt uit den huiselijken dienst, waar de economische strijd niet ernstig gevoeld wordt (Arthur Sherwell,Life in West London, hoofdst. V, “Prostitution”).Het is tevens opmerkelijk, dat dienstboden door de omstandigheden van haar leven meer dan eenige andere klasse op de prostituées gelijken (Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo hebben dit aangetoond inLa Mala Vida en Madrid, p. 240). Evenals prostituées zijn zij een klasse van vrouwen apart; zij hebben geen recht op de égards en kleine hoffelijkheden, die gewoonlijk aan andere vrouwen worden bewezen; in sommige landen zijn zij zelfs ingeschreven, evenals de prostituées; het kan ternauwernood verwondering wekken, dat als aan haar beroep dezelfde nadeelen verbonden zijn als aan dat van de prostituée, zij ook soms eenige van de voordelen van dat beroep wenschen te bezitten. Lily Braun (Frauenfrage, p. 389et seq.) heeft in bijzonderheden deze ongunstige omstandigheden van huiselijken arbeid uiteengezet, in zooverre zij betrekking hebben op de neiging onder dienstmeisjes om prostituée te worden. R. de Ryckère heeft in zijn belangwekkend werk,La Servante Criminelle(1907, p. 460et seq.;cf.), een artikel van dezelfden schrijver, “La Criminalité Ancillaire”,Archivesd’AnthropologieCriminelle, Juli en December, 1906, de psychologie van het dienstmeisje bestudeerd. Hij vindt, dat zij vooral gekenmerkt wordt door zorgeloosheid, ijdelheid, gebrek aan originaliteit, neiging tot nabootsen, en vluchtigheid. Dit zijn eigenschappen, die haar tot de prostituée doen naderen. De Ryckère schat het aantal der vroegere dienstmeisjes onder de prostituées over het algemeen op vijftig percent, en hij voegt er bij, dat wat de “blanke slavernij” genoemd wordt, hier haar meest meegaande en gewillige slachtoffers vindt. Hij merkt op, dat de dienstbode-prostituée over het geheel niet zoozeer immoreel is als wel zonder moraal.In Parijs bevond Parent-Duchâtelet dat, wat het aantal betrof, dienstboden het grootste contingent leverden voor de prostitutie, en zijn nieuwere uitgevers vonden ook, dat zij ook in later jaren boven aan de lijst staan (Parent-Duchâtelet, uitgave van 1857, deel I, p. 83).Onder clandestiene prostituées in Parijs ontdekte Commenge onlangs, dat vroegere dienstboden veertig percent leveren. In Bordeaux vond Jeannel (De la Prostitution Publique, p. 102), dat in 1860 veertig percent van de prostituées dienstmeisjes geweest waren; daarna kwamen de naaisters met zeven en dertig percent.In Duitschland en Oostenrijk is het al lang erkend, dat huisdienst het grootste aantal nieuwelingen voor de prostitutie levert. Lippert, in Duitschland, en Gross-Hoffinger, in Oostenrijk, hebben op dit overheerschen van dienstmeisjes gewezen en op de beteekenis daarvan voor het midden van de negentiende eeuw; onlangs heeft Blaschko gezegd (“Hygiene der Syphilis” in Weyl’sHandbuch der Hygiene, deel II, p. 40), dat onder de Berlijnsche prostituées in 1898 de dienstmeisjes bovenaan stonden met een en vijftig percent. Baumgartenheeft geconstateerd, dat in Weenen het getal dienstboden acht en vijftig percent is.In Engeland zijn, volgens het Rapport van eenSelect Committeevan de Lords over de wetten tot bescherming van kinderen, zestig percent der prostituées dienstmeisjes geweest. F. Remo noemt tachtig percent in zijnVie Galante en Angleterre. Het schijnt zelfs nog hooger te zijn voor het West-End van Londen. Voor Londen als een geheel genomen, bleek uit de uitgebreide statistieken van Merrick (Work Among the Fallen), kapelaan van de Millbank-gevangenis, dat van de 14.700 prostituées er 5823, of ongeveer veertig percent vroeger dienstmeisjes geweest waren; dat dan de waschvrouwen kwamen en daarna de naaisters; zijn feiten wat meer beknopt en ruwer klassificeerend, bevond Merrick, dat het aantal van de dienstmeisjes drie en vijftig percent was.In Amerika zegt Sanger, dat drie en veertig percent der prostituées dienstmeisjes geweest waren, en dat de naaisters dan kwamen, maar na een langen tusschenpoos, met zes percent (Sanger,History of Prostitution, p. 524). Onder de prostituées van Philadelphia zegt Goodchild, dat “dienstmeisjes waarschijnlijk naar verhouding het meest voorkomen”, hoewel er nieuwelingen kunnen gevonden worden uit bijna alle beroepen.In andere landen is het hetzelfde. In Italië komen volgens Tammeo (La Prostituzione, p. 100) de dienstmeisjes het eerst onder de prostituées met acht en twintig percent, gevolgd door den groep van naaisters, costuumnaaisters en modemaaksters, zeventien percent. In Sardinië zegt A. Mantegazza, dat de meeste prostituées dienstmeisjes van buiten zijn.In Rusland is volgens Fiaux het aantal vijf en veertig percent. In Madrid komen, volgens Eslava (zooals aangehaald wordt door Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo (La Mala Vida en Madrid, p. 239) dienstmeisjes bovenaan bij de ingeschreven prostituées met zeven en twintig percent—bijna dezelfde verhouding als in Italië—en ook gevolgd door de naaisters. In Zweden waren er, volgens Welander (Monatshefte für Praktische Dermatologie, p. 477) onder de 2541 ingeschreven prostituées 1586 (of twee en zestig percent) dienstmeisjes; op een grooten afstand volgden 210 naaisters, dan 168 fabrieksmeisjes, enz.).De biologische factor van de prostitutie.—Economische overwegingen hebben, zooals we zien, een zeer belangrijken invloed op de prostitutie, hoewel het in het geheel niet juist is te beweren, dat zij de voornaamste oorzaak vormen. Er is een ander probleem, dat veel onderzoekers heeft bezig gehouden: In welke mate zijn prostituées tot dit beroep gepredestineerd door organische constitutie? Het wordt algemeen toegegeven, dat economische en andere omstandigheden een oorzaak zijn, die tot de prostitutie opwekken; in hoeverre zijn zij, die bezwijken, gepredisponeerd doordat ze abnormale, persoonlijke eigenschappen bezitten? Sommige onderzoekers hebben beweerd, dat deze predispositie zoo stellig bestaat, dat prostitutie wel mag beschouwd worden als een vrouwelijk equivalent voor criminaliteit, en dat in een familie, waar de mannen zich instinctief naar de misdaad keeren, de vrouwen zich instinctief keeren naar de prostitutie. Anderen hebben even beslist deze conclusie bestreden.Lombroso heeft meer speciaal de leer voorgestaan, dat de prostitutie het plaatsvervangend equivalent is van de criminaliteit. Hiermee bracht hij de resultaten tot ontwikkeling, die in een belangrijke studie aangaande de familie Jukes, door Dugdale gepubliceerd zijn; Dugdale bevond dat “daar, waar de broeders misdaad plegen, de zusters tot de prostitutie komen”; de geld- engevangenisstraffen van de leden der familie waren niet opgelegd wegens schending van het eigendomsrecht, maar voornamelijk wegens beleedigingen van de openbare zedelijkheid.“De psychologische, zoowel als de anatomische identiteit van den misdadiger en de geboren prostituée”, tot dit besluit kwamen Lombroso en Ferrero, “kon niet meer volkomen zijn: beiden zijn gelijk aan den moreel krankzinnige, en daarom zijn ze, volgens het axioma, weer aan elkander gelijk. Daar is hetzelfde gebrek aan zedelijk gevoel, dezelfde hardheid van gemoed, dezelfde vroege lust tot het kwade, dezelfde onverschilligheid voor maatschappelijke schande, dezelfde wispelturigheid, luiheid en zorgeloosheid, dezelfde smaak voor lichtzinnige genoegens, voor de orgie en voor alcohol, dezelfde, of bijna dezelfde, ijdelheid. Prostitutie is slechts de vrouwelijke zijde van de criminaliteit. En zoo waar is het dat prostitutie en criminaliteit twee analoge, of, om zoo te zeggen, parallel gaande verschijnselen zijn, dat zij in hun uitersten elkaar ontmoeten. De prostituée is dus psychologisch een misdadige: als zij geen eigenlijke misdaden begaat, dan is het omdat haar physieke zwakte, haar gering verstand, het gemak waarmee zij alles wat zij noodig heeft op eenvoudige wijze verkrijgen kan, haar ontslaan van de noodzakelijkheid misdaden te begaan, en juist om deze redenen vertegenwoordigt de prostitutie den specifieken vorm van vrouwelijke criminaliteit”. De schrijvers voegen er bij, dat “prostitutie, in zekeren zin, maatschappelijk nuttig is als een afvoerkanaal voor de mannelijke sexualiteit en een voorbehoedmiddel tegen de misdaad” (Lombroso en Ferrero,La Donna Delinquente, 1893, p. 571).Zij, die dit gezichtspunt bestreden hebben, hebben zich op ander standpunt geplaatst dan Lombroso en Ferrero, en zij hebben in het geheel niet altijd de positie, die zij aanvielen, begrepen. Zoo betoogt W. Fisher met veel kracht (inDie Prostitution) dat prostitutie niet is een onschuldig equivalent van de criminaliteit, maar een factor van de criminaliteit. En Féré beweert (inDégénérescence et Criminalité), dat criminaliteit en prostitutie niet equivalent zijn, maar identiek. “Prostituées en misdadigers”, zegt hij, “hebben als gemeenschappelijk kenmerk hun onproductiviteit, en bijgevolg zijn ze onmaatschappelijk. Prostitutie vormt zoo een vorm van criminaliteit.”Het essentieele kenmerk van misdadigers is echter niet hun onproductiviteit, want die hebben ze gemeen met een groot deel van de rijksten uit de hoogste standen; we moeten er ook bijvoegen, dat de prostituée, ongelijk aan den misdadiger, een werkzaamheid uitoefent, waar navraag naar is, waarvoor zij bereidwillig betaald wordt en waarvoor zij te werken heeft (het is soms opgemerkt, dat de prostituée neerziet op den dief, die “niet werkt”); zij oefent een beroep uit, en zij is niet meer of minder productief dan zij, die meer respectabele beroepen uitoefenen. Aschaffenburg meent dat hij staat tegenover Lombroso, waar hij eenigszins verschillend van Féré beweert, dat de prostitutie inderdaad niet is zooals Féré zeide, een vorm van criminaliteit, maar dat ze te dikwijls samengaat met criminaliteit om als een equivalent beschouwd te worden. Onlangs heeft Mönkemöller hetzelfde standpunt verdedigd. Hier is echter, als gewoonlijk, een groot verschil van meening aangaande de proportie van prostituées, waarvan dit waar is. Alle onderzoekers erkennen dat dit waar is voor een zeker aantal, maar terwijl Baumgarten bij onderzoek van acht duizend prostituées maar een kleine proportie vond die misdadigsters waren, vond Ströhmberg, dat van de 462 prostituées er 175 dieveggen waren. Aan den anderen kant staat Morasso (zooals inArchivio di Psichiatriaaangehaald is, 1896, afl. 1), op grond van zijn eigen onderzoekingen, meer bepaald tegenover Lombroso, daar hij protesteert tegen iedere zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées, die haar op eenigerlei wijze zou gelijk maken aan misdadigers.De kwestie van de sexualiteit van de prostituées, die in zekere betrekking staat tot haar neiging tot degeneratie, is door verschillende schrijvers in verschillenden zin opgelost. Terwijl sommige, zooals Morasso, beweren, dat de sexueele impuls de voornaamsteoorzaak is die vrouwen er toe brengt de loopbaan van prostituée te kiezen, beweren andere, dat prostituées gewoonlijk bijna zonder sexueelen impuls zijn. Lombroso verwijst naar het veel voorkomen van sexueele koelheid onder prostituées70. In Londen zegt Merrick, die bekend was met meer dan 16.000 prostituées, dat hij “maar heel enkele gevallen” ontmoet heeft waarin grof sexueel verlangen de beweegreden geweest is tot het kiezen van een leven van prostitutie. In Parijs had Raciborski al veel vroeger gezegd, dat “men onder prostituées er maar zeer weinig vindt die tot losbandigheid gedrongen werden door sexueelen gloed”71. Ook Commenge, die zorgvuldig de Parijsche prostituée bestudeerd heeft, kan niet toegeven dat sexueele begeerte genoemd mag worden onder de ernstige oorzaken van de prostitutie. “Ik heb duizende vrouwen over dit punt ondervraagd”, zegt hij, “en maar zeer weinige hebben mij verteld, dat zij tot de prostitutie gedreven waren ter bevrediging van haar sexueele behoeften. Hoewel meisjes, die zich aan de prostitutie overgeven, gewoonlijk niet zeer oprecht zijn, hebben zij geloof ik op dit punt geen behoefte om te bedriegen. Als zij sexueele behoeften hebben, dan verbergen zij die niet, maar integendeel vertoonen zij een zekere voorliefde om ze te erkennen als een voldoende rechtvaardiging voor haar leven; zoodat, als maar een zeer kleine minderheid deze beweegreden aanhaalt, de oorzaak is dat ze voor de groote meerderheid niet bestaat”.Er kan geen twijfel aan zijn dat de opmerkingen, die aangaande de sexueele koelheid van prostituées gemaakt worden, dikwijls veel te weinig bepaald zijn. Dit berust voor een deel zeker op het feit, dat ze gewoonlijk gedaan worden door hen, die spreken uit hun bekendheid met oude prostituées, wier gemeenzaamheid met normaal sexueel verkeer in zijn minst aantrekkelijken vorm tot resultaat heeft gehad, dat zij volkomen onverschillig werden voor zulk verkeer, zoover haar cliënten aangaat72. Het kan naar waarheid getuigd worden, dat voor de vrouw van diepen hartstocht de kortstondige en oppervlakkige verhoudingen van de prostitutie geen verleiding kunnen bieden. En we kunnen er bijvoegen, dat de meerderheid der prostituées haar loopbaan op zeer jeugdigenleeftijd begint, lang voor den tijd waarop bij vrouwen de neiging tot hartstocht nog gekomen is73. We kunnen ook wel zeggen, dat een onverschilligheid voor sexueele verhoudingen, een neiging er geen persoonlijke waarde aan te hechten, dikwijls een predisponeerende oorzaak is bij het aannemen van de loopbaan van prostituée; de geestelijke ondiepte van prostituées kan wel samengaan met ondiepte van physieke gemoedsbeweging. Aan den anderen kant schijnen veel prostituées, in ieder geval in het begin van haar loopbaan, een merkbare mate van zinnelijkheid te vertoonen, en voor vrouwen van ruwe sexueele kracht is de prostitutie in dit opzicht niet zonder aantrekkingskracht geweest; men weet, dat de bevrediging van physieke begeerte in sommige gevallen als motief gewerkt heeft en in andere is ze duidelijk na te wijzen74. Dit kan ternauwernood verwondering wekken als wij bedenken, dat prostituées in veel gevallen opmerkelijk sterke en gezonde menschen zijn wat haar algemeenen toestand betreft75. Zij bieden zonder moeite weerstand aan de gevaren van haar beroep, en hoewel de uitingen van sexueel gevoel onder den invloed daarvan in den loop van den tijd wel moeten gewijzigd worden of verdraaid, zoo is dit geen bewijs dat sexueele gevoeligheid oorspronkelijk afwezig was. Het is zelfs geen bewijs van het verlies ervan, want de werkelijke natuur van de normale prostituée en haar sexueele gloed vinden voornamelijk uiting niet in haar beroepsverhoudingen tot haar cliënten, maar in haar verhoudingen tot haar minnaar, die tevens haar souteneur is76. Het is volkomen waar, dat de omstandigheden van haar leven het dikwijls praktisch voordeelig maken voor de prostituées om aan zich verbonden te hebben een man, die voor haar belangen zorgt en die ze zoo noodig zal verdedigen, maar dat is alleen een bijkomend, toevallig en ondergeschikt voordeel van den “minnaar”, voor zoover het prostituées in het algemeen betreft. Zij is in de eerste plaats tot hem aangetrokken omdat hij haar persoonlijk bevalt en zij hem voor zichzelf wil hebben. Het motief voor haar verbintenis is inhoofdzaak erotisch, in den vollen zin van het woord en sluit in zich niet alleen sexueele verhoudingen, maar bezit een gemeenschappelijk belang, een duurzaam en intiem leven, te zamen geleid. “Je weet dat, wat wij in ons beroep doen, ons hart niet kan vullen” zeide een Duitsche prostituée. “Waarom zouden wij niet een echtgenoot hebben zooals andere vrouwen? Ik heb ook behoefte aan liefde. Als dat niet zoo was, zouden we geen behoefte hebben aan een minnaar”. En hij van zijn kant beantwoordt dat gevoel en wordt in het geheel niet alleen bewogen door eigenbelang77.Een van mijn correspondenten, die veel ondervinding gehad heeft met prostituées, niet alleen in Engeland, maar ook in Duitschland, Frankrijk, België en Holland heeft gevonden, dat de normale uitingen van sexueel gevoel veel meer gewoon zijn onder Engelsche prostituées dan onder die van het vaste land. “Ik zou zeggen”, schrijft hij, “dat bij den normalen coïtus vrouwen van het vaste land gewoonlijk geen sexueele opwinding ondervinden. Ik geloof niet, dat ik ooit een vrouw van het vasteland gekend heb, die iets had, dat op geprikkeldheid leek. Engelsche vrouwen echter, geven zich, als een man maar gewoon vriendelijk is en toont dat hij wat gevoel heeft boven uitsluitend zinnelijke bevrediging, dikwijls over aan de meest wilde genoegens van sexueele opwinding. Natuurlijk is er in dit leven, evenals in andere, scherpe concurrentie, en een vrouw moet, om met haar mededingsters te wedijveren, haar mannelijke vrienden behagen; maar een man van de wereld kan altijd onderscheid maken tusschen echte en gesimuleerde hartstocht”. (Het is echter mogelijk, dat hij het meeste succes zal hebben bij het opwekken van de gevoelens van de vrouwen van zijn eigen land). Aan den anderen kant vindt deze schrijver, dat de buitenlandsche vrouwen er meer op uit zijn in het genoegen van haar tijdelijke metgezellen te voorzien en zich te vergewissen wat hen genoegen geeft. “De buitenlandsche schijnt het tot de hoofdzaak van haar leven te maken de een of andere abnormale wijze van sexueele bevrediging voor haar metgezel te ontdekken”. Voor haar eigen genoegen vragen buitenlandsche prostituées dikwijls omcunnilinctus, liever dan normalencoïtus, terwijl analecoïtusook gewoon is. Het verschil is klaarblijkelijk, dat de Engelsche vrouwen, als zij bevrediging zoeken, die vinden in normalencoïtus, terwijl de buitenlandsche vrouwen meer abnormale methoden prefereeren. Er is echter een klasse van Engelsche prostituées, die deze correspondent als een uitzondering beschouwt op den algemeenen regel: de klasse van haar, die voortgekomen zijn uit de lagere rangen van het tooneel. “Zulke vrouwen zijn gewoonlijk losbandiger—dat is te zeggen, meer bekend met het bizarre in het sexueele—dan meisjes, die uit winkels komen of uit kroegen; zij vertooneneen bekendheid metfellatio, en zelfs van analecoïtus, en gedurende de menstruatie vragen zij dikwijls om inter-mammairecoïtus”.Over het geheel schijnt het, dat prostituées, hoewel ze haar leven gewoonlijk niet uit beweegredenen van zinnelijkheid kiezen, toch als ze haar loopbaan beginnen of in het eerste deel ervan een tamelijk gewone mate van sexueele impuls bezitten, met variaties in beide richtingen zoowel van exces en tekort, als van perversie. Op een wat later tijd is het nutteloos te trachten de sexueele impuls van prostituées af te meten naar de mate van genoegen, die zij vinden in het beroeps-uitvoeren van sexueelen omgang. Het is noodig zich te vergewissen of zij sexueele instincten hebben, die op andere wijze bevredigd worden. In een groot aantal gevallen vindt men, dat dit zoo is. Masturbatie is vooral onder prostituées uiterst gewoon; hoeveel ze ook voorkomt onder vrouwen, die geen ander middel hebben om sexueele bevrediging te verkrijgen, wordt toch toegegeven, dat ze onder prostituées nog meer voorkomt, ja bijna algemeen78.Homosexualiteit, hoewel ze niet zoo gewoon is als masturbatie, wordt onder prostituées zeer veel gevonden—in Frankrijk schijnt het, meer dan in Engeland—en men kan wel zeggen, dat ze meer voorkomt onder prostituées dan onder eenige andere klasse van vrouwen. Ze wordt begunstigd door den verkregen tegenzin tegen normalencoïtus, die voortkomt uit beroeps-omgang met mannen, die er toe leidt dat homosexueele verhoudingen door vergelijking met deze beschouwd worden als rein en ideaal. Het schijnt ook wel, dat in een groot aantal gevallen prostituées een aangeboren aanleg tot sexueele inversie hebben en dat zulk een aanleg, te zamen met onverschilligheid voor den omgang met mannen een oorzaak is, die haar voorbeschikt tot het kiezen van het leven van prostituée. Kurella beschouwt prostituées zelfs als een tweede variëteit van personen met aangeboren inversie. Anna Rüling in Duitschland zegt, dat ongeveer twintig percent van de prostituées homosexueel zijn; als haar gevraagd werd wat er haar toe bracht prostituée te worden, antwoordde meer dan eengeïnverteerdevrouw van de straat haar, dat het zuiver een beroeps-zaak was en dat sexueel gevoel buiten kwestie bleef, behalve met een vriendin79.Het voorkomen van aangeboren inversie onder prostituées—hoewel we prostituées als een klasse niet als noodzakelijk gedegenereerd behoeven te beschouwen—doet de vraag ontstaan of het waarschijnlijk is, dat we een ongewoon groot aantal physieke en andere afwijkingen onder haar vinden. Het kan niet gezegd worden, dat er op dit punt eenstemmigheid van opinie is. Voor sommige autoriteiten zijn prostituées niets anders dan normale, gewone vrouwen van een lagen maatschappelijken rang, zoo inderdaad haar instincten niet eenigszins verheven zijn boven die van de klasse, waarin zij geboren zijn. Andere onderzoekers vinden onder haar een zoo groote proportie van individuen, die afwijken van het normale, dat zij geneigd zijn de prostituées over het algemeen te plaatsen onder de eene of andere abnormale klasse80.Baumgarten, die meer dan 8000 prostituées gekend heeft,bevond, dat maar een zeer klein deel crimineel is of psychopatisch in temperament of organisatie (Archiv für Kriminal-Anthropologie, deel XI, 1902). Het is echter niet duidelijk, dat Baumgarten eenige nauwkeurige en preciese onderzoekingen deed. Mr. Lane, een Londensch politie-rechter, heeft geconstateerd, als resultaat van zijn eigen opmerkingen, dat prostitutie “tegelijk eensymptoomen een gevolg is van denzelfden gedegenereerden, physieken en decadenten aard, die aanleiding geeft tot het ontstaan van mannelijke landloopers, kleine dieven en bedelaars van beroep en dat de prostituée gewoonlijk het vrouwelijk analogon daarvan is” (Ethnological Journal, April, 1905, p. 41). Deze schatting is zeker juist, wat een groot deel der vrouwen aangaat, die, dikwijls verzwakt door drank, in de zittingen van de politie-rechters verschijnen, maar ze kan wel nauwelijks zonder nadere aanduiding toegepast worden op prostituées in het algemeen.Morasso (Archiviodi Psichiatria, 1896. afl. 1) heeft geprotesteerd tegen een enkel zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées op grond van zijn eigen opmerkingen. Er is, zegt hij, een categorie van prostituées, onbekend aan wetenschappelijke navorschers, die hij noemt die van deProstitute di alto bordo. Onder haar zijn de teekenen van degeneratie zoowel physiek alsmoreel, niet in grooteren getale te vinden, dan onder vrouwen, die niet tot de prostitutie behooren. Zij vertoonen alle soorten van karakters, terwijl sommigen van haar een groote verfijning bezitten; ze worden voornamelijk gekenmerkt door een ongewone mate van sexueele begeerte. Zelfs onder de lagere groep van debassa prostituzionebeweert hij, dat wij een overheerschen vinden van sexueele, zoowel als van professioneele karakters eer dan teekenen van degeneratie. Het is voldoende nog een getuigenis aan te halen, zooals het vele jaren geleden gegeven is door een vrouw van hoog verstand en karakter, Mrs. Craik, de romanschrijfster: “De vrouwen, die vallen, zijn in het geheel niet de slechtste van haar stand”, schreef zij. “Ik heb het hooren bevestigen door meer dan een vrouw—door eene vooral, wier ondervinding even groot was als haar welwillendheid—dat vele van haar behooren onder de beste, meest verfijnde, intelligente, waarheidlievende, en liefhebbende. “Ik weet niet hoe het komt”, zeide zij dan, “of juist haar meerderheid haar ontevreden maakt met haar eigen stand—arbeiders zijn dikwijls zulke ruwe, boersche kerels!—zoodat zij gemakkelijker ten prooi vallen aan mannen, die in stand boven haar zijn: of dat, hoewel deze theorie veel menschen zal stuiten, andere deugden nog kunnen bestaan en bloeien, volkomen afgescheiden van, en na het verlies van dat, wat wij gewend zijn te beschouwen als de onmisbare eerste deugd van onze sekse—kuischheid. Ik kan het niet verklaren; ik kan alleen zeggen, dat het zoo is, dat sommige van mijn meest belovende dorpsmeisjes het eerst in het verderf zijn geloopen; en dat sommige van de beste en trouwste dienstmeisjes, die ik ooit gehad heb, tot schande kwamen, en als ik ze niet te hulp was gekomen en ze op weg had geholpen het kwaad weer goed te maken, ongetwijfeld “gevallen vrouwen” zouden geworden zijn”.”(AWoman’s Thoughts About Women, 1858, p. 291). Verschillende schrijvers hebben den nadruk gelegd op de goede moreele eigenschappen van prostituées. Zoo noemt in Frankrijk Despine eerst haar ondeugden op zooals (1) gulzigheid en drankzucht, (2) leugenachtigheid, (3) opvliegendheid, (4) gebrek aan orde en slordigheid, (5) wispelturigheid, (6) behoefte aan beweging, (7) neiging tot homosexualiteit; en dan gaat hij voort haar goede eigenschappen te specificeeren: haar moederliefde en haar kinderliefde, haar hulpvaardigheid voor elkaar; en haar weigeren elkaar aan te klagen; terwijl zij dikwijls godsdienstig zijn, soms bescheiden en gewoonlijk zeer eerlijk (DespinePsychologie Naturelle, deel III, p. 207et seq.; wat de Siciliaansche prostituées betreftcf.Càllari,Archivio di Psichiatria, afl. IV, 1903). De hulpvaardigheid voor elkaar, die dikwijls in ellende getoond wordt, wordt in hooge mate geneutraliseerd door beroeps-achterdocht en jaloezie.Lombroso meent, dat de basis van de prostitutie gevonden moet worden in moreele onnoozelheid. Als we door moreele onnoozelheid een toestand moeten verstaan die nauw verwant is aan krankzinnigheid, dan is deze bewering dubbelzinnig. Er schijnt geen duidelijke verhouding te zijn tusschen prostitutie en krankzinnigheid, en Tammeo heeft aangetoond (LaProstituzione, p. 76), dat het veelvuldig voorkomen van prostituées in de verschillende Italiaansche provincies in omgekeerde verhouding staat tot het veelvuldig voorkomen van krankzinnigen; naarmate de krankzinnigheid toeneemt, neemt de prostitutie af. Maar als we meenen een mindere mate van moreele achterlijkheid—dat is te zeggen, een stompheid in ontvankelijkheid voor de gewone moreele beschavingsoverwegingen, die, terwijl ze direct voortkomt uit den verhardenden invloed van een ongunstige jeugd-omgeving, ook kan berusten op een aangeboren aanleg—kan er geen twijfel aan zijn of moreele achterlijkheid wordt zeer dikwijls onder prostituées gevonden. Het zou ongetwijfeld aannemelijk zijn te zeggen, dat iedere vrouw, die haar maagdelijkheid geeft in ruil voor een onvoldoende weergave een achterlijke is. Als zij zich geeft uit liefde, heeft zij op zijn slechtst, een dwaze vergissing begaan, zooals jonge enonervarenmenschen ieder oogenblik kunnen begaan. Maar als zij bepaald het plan heeft zich te verkoopen, en als ze dat doet voor niets of voor bijna niets,dan is het een ander geval. De ondervindingen van Commenge in Parijs zijn in dit opzicht leerzaam. “Voor veel jonge meisjes”, schrijft hij,“bestaat er geen schaamtegevoel, zij ondervinden geen gemoedsbeweging als zij zich volkomen ongekleed vertoonen, zij geven zich aan den eersten den besten, waarvan zij niet weten, of zij hem ooit weer zullen zien. Zij hechten geen waarde aan haar maagdelijkheid; zij worden onteerd onder de vreemdste omstandigheden, zonder de minste gedachte aan of zorg over de daad, die zij doen. Nòch eenig gevoel, nòch eenige berekening, drijft haar in de armen van een man. Zij laten zich gaan zonder nadenken en zonder reden, bijna als een dier, uit onverschilligheid en zonder genot”. Hij kende vijf en veertig meisjes tusschen den leeftijd van twaalf en zeventien, die door den eersten den besten onbekende, dien ze nooit terug zagen, onteerd werden; zij verloren haar maagdelijkheid, naar Dumas zegt, zooals zij haar melktanden verloren, en ze konden geen aannemelijke reden opgeven voor haar verlies. Een meisje van vijftien jaar, dat vermeld wordt door Commenge en dat bij haar ouders woonde, die haar alles gaven wat ze noodig had, verloor haar maagdelijkheid, doordat ze toevallig een man ontmoette, die haar twee francs aanbood, als ze met hem mee wilde gaan; ze deed het zonder aarzelen en begon spoedig uit zichzelf mannen aan te spreken. Een meisje van veertien jaar, die ook behagelijk bij haar ouders woonde, gaf haar maagdelijkheid op een kermis voor een glas bier, en begon van toen af zich aan te sluiten bij prostituées. Een ander meisje van denzelfden leeftijd, die op een Kermesse in den draaimolen wilde draaien, bood zich aan, aan den man die de machine bediende, voor het genoegen van eenmaal rond te draaien. Nog een ander meisje van vijftien jaar, op een ander feest, bood haar maagdelijkheid voor hetzelfde tijdelijke genoegen. (Commenge,Prostitution Clandestine, 1897, p. 101et seq.). In de Vereenigde Staten legt Dr. W. Travis Gibb, behandelend geneesheer aan de “New York Society for the Prevention of Cruelty to Children”, dezelfde getuigenis af van het feit, dat in een tamelijk groot deel van gevallen van “verkrachting” het kind het gewillige slachtoffer is. “Het is bepaald aandoenlijk” zegt hij (Medical Record, April 20, 1907), “te bemerken hoe een stuiversstuk of een kwartje voldoende zijn om de deugd van deze kinderen te koopen”.Indien we willen onderzoeken in hoeverre prostituées aangeboren physieke afwijkingen vertoonen, dan is het gelaat de ruwste en meest voor de hand liggende toetssteen, hoewel hij niet de meest preciese is en evenmin de meeste bevrediging geeft. Toen in Frankrijk, ongeveer 1000 prostituées wat haar uiterlijk betrof in vijf groepen verdeeld werden, vond men, dat slechts zeven tot veertien percent tot de eerste groep behoorden, nl. tot de groep van haar, waarvan men zeggen kon, dat ze jeugd en schoonheid bezaten. (Jeannel,De la Prostitution Publique, 1860, p. 168). En Woods Hutchinson, die een uitgebreide bekendheid met Londen, Parijs, Weenen, New York, Philadelphia en Chicago bezit, zegt, dat een mooie of zelfs maar aantrekkelijk-uitziende prostituée zeldzaam is, en dat het gewone schoonheidsniveau lager is dan in eenige andere klasse van vrouwen. “Voor welke andere verkeerdheden”, merkt hij op, “de fatale macht van de schoonheid verantwoordelijk gesteld mag worden, ze heeft niets te maken met prostitutie” (Woods Hutchinson, “The Economics of Prostitution”,American Gynaecological and Obstetric Journal, September, 1895). We moeten natuurlijk altijd in de gedachten houden, dat deze taxaties iets van haar waarde verliezen, doordat ze voornamelijk gebaseerd zijn op het onderzoek van vrouwen, die het duidelijkst tot de klasse der prostituées behooren en reeds door haar beroep ruw zijn geworden.Als we tot de conclusie mogen komen—en over dit feit zal waarschijnlijk niet getwist worden—dat mooie, aangename, en harmonisch gevormde gezichten eer zeldzaam dan gewoon zijn onder prostituées, dan mogen we daarentegen zeggen, dat nauwkeurig onderzoek een groot aantal physieke abnormaliteiten aan den dag zal brengen. Een van de vroegste belangrijke physieke onderzoekingen op prostituées was die van Dr. Pauline Tarnowsky in Rusland(het eerst gepubliceerd inVratchin 1887, en later alsEtudes anthropométriques sur les Prostituées et les Voleuses). Zij onderzocht vijftig prostituées uit Petersburg, die niet langer dan twee jaren in een bordeel gewoond hadden, en ook vijftig boerenvrouwen van zooveel mogelijk denzelfden leeftijd en geestelijke ontwikkeling. Zij vond, dat (1) de prostituée kleiner schedel-middellijn had; (2) dat acht en veertig percent verschillende teekenen vertoonde van physieke degeneratie (onregelmatigen schedel, asymmetrie van het gezicht, afwijkingen in het harde verhemelte, tanden, ooren, enz.). Deze neiging tot afwijkingen onder de prostituées was tot zekere hoogte verklaard, toen er gevonden werd, dat ongeveer vier vijfde van haar, ouders hadden, die aan den drank verslaafd waren, en bijna een vijfde de laatst overlevenden van groote families waren; zulke families zijn dikwijls voortgebracht door gedegenereerde ouders.Het veelvuldig voorkomen van erfelijke degeneratie is ook door Bonhoeffer onder Duitsche prostituées opgemerkt. Hij onderzocht 190 prostituées in de gevangenis in Breslau, die dus tot een meer abnormale klasse behoorden dan gewone prostituées, en hij vond, dat er 102 erfelijk gedegenereerd waren, meest met een of beide ouders dronkaards; 53 vertoonden tevens zwakzinnigheid (Zeitschrift für die Gesamte Strafwissenschaft, Bd. XXXIII, p. 106).Het meest nauwkeurige onderzoek van gewone niet-misdadige prostituées, zoowel anthropologisch als wat het overheerschen van afwijkingen aangaat, is in Italië gedaan, hoewel niet op een voldoend aantal personen om absoluut beslissende resultaten op te leveren. Zoo onderzocht Fornasari zestig prostituées, voornamelijk uit Emilia en Venetië, en ook zeven en twintig andere uit Bologne; de laatste groep werd vergeleken met een derde groep van twintig normale vrouwen uit Bologne (Archivio di Psichiatria, 1892, afl. VI). Er werd bevonden, dat de prostituées van een kleiner type waren dan de normale individuen, met smaller hoofden en grooter gezichten. Zooals de schrijver zelf zegt, waren de personen die hij onderzocht, niet voldoende in aantal om ver strekkende generalisaties te rechtvaardigen, maar het kan toch de moeite waard zijn eenige van zijn resultaten op te sommen. Bij dezelfde grootte vertoonden de prostituées grooter gewicht; bij dezelfden leeftijd waren ze kleiner dan andere vrouwen, niet alleen van de gegoede, maar van de arme klasse: de lengte van het gezicht, de bizygomatische doorsnee (hoewel niet de afstand tusschen de jukbeenderen), de afstand tusschen de kin en de uitwendige ooropening, en de afmeting van de kaak waren alle grooter bij de prostituées; de handen waren, in vergelijking van den palm, langer en breeder dan bij gewone vrouwen; de voet was ook langer bij prostituées, en de dij was, in vergelijking van de kuit grooter. Het is opmerkelijk, dat bij de meeste bijzonderheden, vooral wat de metingen van het hoofd betreft, de variaties onder de prostituées veel grooter waren dan onder de andere vrouwen, die onderzocht werden; dit kan voor een deel, hoewel niet geheel, verklaard worden uit het iets grootere aantal van de eersten.Ook Ardu gaf (in hetzelfde nummer van deArchivio) het resultaat van zijn onderzoekingen (op initiatief van Lombroso verricht) over het veelvoudig voorkomen van abnormaliteiten onder de prostituées. De personen waren vier en zeventig in aantal en behoorden tot deClinica Sifilopaticavan Professor Giovannini in Turijn. De abnormaliteiten, waarnaar onderzoek gedaan werd waren: mannelijke verdeeling van haar in de schaamstreek, op de borst en de ledematen, al te sterke haargroei op het voorhoofd, linkschheid, atrophie van den tepel, en tatoeëeren (dat maar eens gevonden werd). Ardu’s verhandelingen over een andere serie onderzoekingen van vijf en vijftig prostituées door Lombroso, geven tot resultaat, dat mannelijke plaatsing van het haar gevonden wordt bij vijftien percent, tegen zes percent bij gewone vrouwen; eenige mate van hypertrichosis in achttien percent; linkschheid in elf percent (maar bij normale vrouwen wel twaalf percent volgens Gallia); en atrophie van den tepel in twaalf percent.Guiffrida-Ruggeri(Atti della Società Romana di Antropologia, 1897, p. 216),vond bij het onderzoek van acht en twintig prostituées onregelmatigheden in de volgende orde van afnemende frequentie: neiging van de wenkbrauwen elkaar te ontmoeten, gebrek aan symmetrie van het hoofd, druk aan den wortel van den neus, onvoldoende ontwikkeling van de kuiten, hypertrichosis en andere afwijkingen van haar, vooruitstekend jukbeen, vooruitspringend voorhoofd en abnormale inplanting van de tanden, Darwinsche oor-tuberkel, dunne verticale lippen. Deze kenteekenen zijn ieder afzonderlijk van weinig of geen belang, hoewel ze te samen niet zonder beteekenis zijn als een aanwijzing van algemeene afwijking.Later komt Ascarilla, in een uitgebreide studie (Archivio di Psichiatria, 1906, afl. VI, p. 812), over de vingerafdrukken van prostituées tot de conclusie, dat zelfs in dit opzicht prostituées eenigermate een klasse vormen, die morphologische inferieuriteit vertoont met normale vrouwen. De modellen vertoonen ongewone eenvoudigheid en gelijkvormigheid en de beteekenis hiervan wordt aangetoond door het feit, dat een zelfde gelijkvormigheid vertoond wordt door de vingerafdrukken van krankzinnigen en doofstommen (De Sanctis en Toscano,Atti Società Romana Antropologia, deel VIII, 1901, afl. II.)In Chicago heeft Dr. Harriet Alexander, te zamen met Dr. E. S. Talbot en Dr. J. G. Kiernan in het Bridewell of verbeteringshuis dertig prostituées onderzocht; alleen de “domme” klasse van beroepsprostituées komen in deze instelling, en het kan daarom geen verwondering wekken dat zij meer bepaalde teekenen van degeneratie vertoonden. In ras waren bijna de helft van degenen die onderzocht werden Keltisch Iersch. Bij zestien waren de zygomatische processen ongelijk en zeer in het oog springend. Andere asymmetrieën van het gezicht waren gewoon. In drie gevallen waren de hoofden van Mongoolsch type; zestien waren epignatisch, en elf prognatisch; vijf vertoonden remming van den groei van het gezicht. Brachycephalie was overheerschend (zeventien gevallen); de rest was mesaticephalitisch; geen was dolichocephalitisch. Abnormaliteiten in den vorm van den schedel waren er vele, en vijf en twintig hadden verkeerd gevormde ooren. Vier waren beslist krankzinnig, en een was een epileptica (H. C. Alexander, “Physical Abnormalities in Prostitutes”,Chicago Academy ofMedicine, April 1893; E. S. Talbot,Degeneracy, p. 320;Id.,Irregularities of the Teeth, vierde uitgave, p. 141).Het schijnt over het geheel wel, voor zoover het bewijsmateriaal op het oogenblik strekt, dat prostituées niet volkomen normale vertegenwoordigsters zijn van den stand, waarin zij geboren zijn. Er is een keuze-proces geweest van individuen, die door haar aangeboren eigenschappen afwijken van het normale gemiddelde, en die dus in lichte mate ongeschikt zijn voor het normale leven81. De psychische eigenaardigheden, die met zulk een afwijking samengaan, zijn niet altijd bepaald ongunstig; het licht neurotische meisje van lagen stand—dat niet houdt van hard werken, uit geringe energie, en dat misschien gulzig is en zelfzuchtig—kan zelfs een verfijning boven haar stand schijnen te bezitten. Terwijl er echter onder prostituées een neiging tot afwijking is, moet het duidelijk erkend worden, dat die neiging gering is zoolang wij de geheele klasse van prostituées onpartijdig beschouwen. Die navorschers, die tot de conclusie zijn gekomen dat prostituées een zeer gedegenereerde en abnormale klasse zijn, hebben alleen maarspeciale groepen van prostituées geobserveerd, meer speciaal degenen, die dikwijls in de gevangenis gevonden worden. Het is onmogelijk een juist denkbeeld te vormen van prostituées als we ze alleen in de gevangenis bestudeeren, evenmin als het mogelijk zou zijn een juist denkbeeld te vormen van dominees, dokters of advocaten door ze alleen in de gevangenis te bestudeeren; dit blijft waar, al komt een veel grooter deel der prostituées dan van de leden der meer geachte beroepen in de gevangenis; dat feit verklaart ongetwijfeld voor een deel de grootere abnormaliteit van prostituées.We moeten natuurlijk in de herinnering houden dat de speciale levensvoorwaarden van prostituées er toe leiden het optreden van bepaalde beroeps-eigenaardigheden te veroorzaken, die volkomen kunstmatig verkregen zijn en niet aangeboren. Zoo kunnen we verklaren de geleidelijke wijziging van de vrouwelijke secundaire en tertiaire sexueele eigenaardigheden, en het optreden van mannelijke eigenaardigheden, zooals de veel voorkomende diepe stem, enz.82. Maar als we voldoende rekening houden met deze kunstmatig verkregen eigenaardigheden, blijft het toch waar, dat de vergelijking der uitkomsten van de verschillende onderzoekingen die tot dusverre gedaan zijn, mogen ze dan niet geheel overtuigend zijn, er toch op schijnen te wijzen dat, zelfs afgezonderd van het overheerschen van kunstmatig verkregen afwijkingen, de beroepskeuze, die individuen afzondert van de algemeene bevolking van een zelfde maatschappelijke klasse, die anthropometrische eigenaardigheden hebben; deze varieeren, maar behooren toch tot dezelfde soort. De gedane waarnemingen schijnen aan te duiden, dat prostituées over het algemeen niet in gewicht boven het middelmatige zijn, niet in gestalte; dat ze korter armen hebben, hoewel de handen langer zijn (dit is zoowel in Italië als in Rusland gevonden); zij hebben dunner enkels en zwaarder kuiten en betrekkelijk nog zwaarder dijen. De geraamde schedelinhoud, de omtrek en de doorsnede van den schedel zijn eenigszins beneden het middelmatige, niet alleen wanneer ze vergeleken worden met respectabele vrouwen, maar ook in vergelijking van misdadigsters; er is een neiging tot brachycephalie (in Italië en Rusland beide); de wangbeenderen springen gewoonlijk vooruit en de kaken zijn ontwikkeld; het haar is donkerder dan bij respectabele vrouwen, hoewel niet zoo donker als bij dieveggen; het is gewoonlijk overvloedig, niet alleen op het hoofd maar ook op de schaamdeelen en elders; men heeft bevonden, dat de oogen bepaald donkerder waren dan die van hetzij respectabele vrouwen, hetzij misdadigsters83.
De geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling van de prostitutie stelt ons in staat te zien, dat de prostitutie niet een toevallig bijkomstig iets is van ons huwelijks-systeem, maar dat het een essentieel bestanddeel is, dat tegelijk met de andere bestanddeelen ervan voor den dag komt. De geleidelijke ontwikkeling van de familie op patriarchale en grootelijks monogame basis, maakte het hoe langer hoe moeilijker voor een vrouw over haar eigen persoon te beschikken. Zij behoorde in de eerste plaats aan haar vader, wiens belang het was haar zorgvuldig te bewaken, totdat er een echtgenoot zou komen, die rijk genoeg was om haar te koopen. In de verhooging van haar waarde ontwikkelde zich geleidelijk het nieuwe denkbeeld van de marktwaarde der maagdelijkheid, en waar een “maagd” vroeger beteekend had een vrouw, die vrij was met haar eigen lichaam te doen wat zij wilde, werd de beteekenis ervan nu veranderd en begon het te beteekenen een vrouw, die van den omgang met mannen uitgesloten was. Als zij van haar vader overgedragen werd aan een echtgenoot, dan werd ze nog met dezelfde zorg bewaakt; echtgenoot en vader hadden er gelijkelijk belang bij hun vrouwen te beschermen tegen ongehuwde mannen. De toestand, die zoo ontstond, leidde tot het bestaan van een groote groep jonge mannen, die nog niet rijk genoeg waren om vrouwen te verkrijgen en een groote groep jonge vrouwen, die nog niet tot vrouw gekozen waren, en waarvan velen niet konden verwachten ooit te zullen huwen. Op zulk een punt van de evolutie is de prostitutie klaarblijkelijk onvermijdelijk; ze is niet zoozeer de onontbeerlijke aanvulling van het huwelijk, als wel een essentieel deel van het geheele systeem. Sommige van de overtollige of verwaarloosde vrouwen vinden, terwijl zij haar geldswaarde realiseeren en misschien meteen tradities doen herleven van een vroegere vrijheid, een maatschappelijken werkkring, door haar gunsten te verkoopen om de tijdelijke begeerten te voldoen van de mannen, die nog geen vrouw hebben kunnen krijgen. Zoo is iedere schakel in den keten van het huwelijkssysteem vast aaneengesnoerd en een cirkel gevormd.Maar terwijl de geschiedenis van de opkomst en de ontwikkeling der prostitutie ons doet zien welk een onverwoestbaar en essentieel element de prostitutie is van het huwelijks-systeem, dat sinds lang in Europa bestaan heeft—onder verschillende toestandenvan ras, staatkunde, maatschappij en godsdienst—verschaft het ons toch niet in ieder opzicht de feiten, die noodig zijn om tegenwoordig tot een bepaalde houding jegens de prostitutie te komen. Om de plaats van de prostitutie in ons bestaand systeem te begrijpen, is het noodig, dat we de voornaamste factoren van de prostitutie analyseeren. We kunnen die het gemakkelijkst leeren begrijpen, als we de prostitutie, naar volgorde, van vier gezichtspunten bekijken. Deze zijn: (1)economischenoodzakelijkheid; (2)biologischepredispositie; (3)moreelevoordeelen; en (4) wat genoemd kan worden de waarde ervanvoor de beschaving.Terwijl deze vier factoren van de prostitutie mij degene toeschijnen, die ons hier voornamelijk aangaan, is het nauwelijks noodig er op te wijzen, dat vele andere oorzaken samenwerken om prostitutie te veroorzaken en te wijzigen. Prostituées zelf trachten dikwijls andere meisjes er toe te brengen dezelfde paden in te slaan; er moeten nieuwelingen gevonden worden voor bordeelen, waardoor we “den handel in blanke slavinnen” krijgen, die nu in vele deelen van de wereld krachtdadig bestreden wordt; terwijl al de vormen om meisjes tot dit leven te verleiden begunstigd worden door alcoholisme, dat dikwijls de prostitutie als het ware voorbereidt. Gewoonlijk zal men vinden, dat verscheidene oorzaken samengewerkt hebben om het meisje op den weg der prostitutie te voeren.De wijzen, waarop verschillende factoren van omgeving en suggestie samenwerken om een meisje tot prostitutie te verleiden, worden aangeduid in het volgende gezegde, waarin een correspondent, als man van de wereld, zijn eigen conclusies over de zaak heeft uiteengezet: “Ik heb tamelijk veel ervaringen gehad met lichte vrouwen van allerlei soort en ik kan zonder aarzelen zeggen, dat niet meer dan 1 percent van de vrouwen die ik gekend heb, als beschaafd konden worden beschouwd. Dit wijst er op, dat zij altijd van lage afkomst zijn, en de verschrikkelijke gevallen van overbevolking, die dagelijks aan het licht komen, geven aanleiding te denken dat reeds op zeer jeugdigen leeftijd het gevoel van schaamte verloren gaat, en dat lang vóór de puberteit een zekere gemeenzaamheid met sexueele zaken ontstaat. Zoodra zij oud genoeg zijn, worden deze meisjes door haar minnaars verleid; de gemeenzaamheid, waarmee zij sexueele zaken beschouwen, neemt de terughouding weg die een meisje beschermt, dat haar jeugd in fatsoenlijken kring heeft doorgebracht. Later gaan de meisjes in fabrieken en winkels werken; als zij mooi en aantrekkelijk zijn hebben zij betrekkingen met chefs en meesterknechts. Dan brengt de lust tot opschik, die zoo’n grooten factor vormt in het vrouwelijk karakter er haar toe de “maitres” te worden van een man met geld. Een merkwaardig ding in deze verhouding is, dat zij zelden genot vinden bij haar beschermers, en dat ze aan de ruwer omarmingen van den een of anderen man, die in stand dichter bij haar is, zeer dikwijls een soldaat, de voorkeur geven. Ik heb niet veel vrouwen gekend die verleid waren en verlaten, hoewel dit een voorstelling is, die door prostituées dikwijls van de zaak gegeven wordt. Kellnerinnen nemen een groote plaats in in de gelederen van de prostitutie, voor een groot deel ten gevolge van haar verslaafd zijn aan den drank; dronkenschap leidt bij vrouwen altijd tot laksheid in de moreele terughouding. Een andere machtige factor voor het overgaan tot de prostitutie ligt in den glans van den opschik, waarmee gepronkt wordt door den eene of anderevriendin, die dit leven reeds aangenomen heeft. Een meisje, dat hard werkt, om te leven ziet een vriendin, die misschien een bezoek brengt in de straat waar het hard werkende meisje woont, prachtig gekleed, terwijl zijzelf ternauwernood genoeg kan verdienen om te eten. Zij maakt een praatje met haar modieuse vriendin, die haar vertelt hoe gemakkelijk zij geld kan verdienen, ze legt haar uit welk een levensgoed de sexueele organen zijn, en spoedig is er een nieuweling tot de gelederen der prostitutie toegetreden”.Het heeft eenig belang de redenen die meisjes leiden tot prostitutie te beschouwen. In sommige landen vindt men dienaangaande gegevens van menschen, die van ambtswege met de publieke vrouwen in aanraking komen. In andere landen is het regel dat meisjes, voor zij als prostituées worden ingeschreven, de redenen opgeven waarom zij de loopbaan wenschen te betreden.Parent-Duchâtelet, wiens werk over prostituées in Parijs nog als gezaghebbend geldt, heeft het eerste overzicht van deze soort gepubliceerd. Hij bevond, dat van de vijf duizend prostituées er 1441 geïnfluenceerd waren door armoede, 1425 door verleiden van minnaars, die haar verlaten hadden, 1255 door het verlies van ouders door den dood, of door eenige andere reden. Bij zulk een overzicht wordt het geheele aantal in ’t algemeen verklaard door ellende, dat is door economische oorzaken alleen (Parent-Duchâtelet,De la Prostitution, 1857, deel I, p. 107).In Brussel werden gedurende een tijdvak van twintig jaren (1865—1884) 3505 vrouwen ingeschreven als prostituée. De oorzaken, die zij aangaven waarom zij deze loopbaan wenschten te betreden, geven een ander beeld dan dat, hetwelk door Parent-Duchâtelet gegeven wordt, maar misschien een dat meer betrouwbaar is, hoewel er eenige bepaalde en merkwaardige inconsequenties in zijn. Van de 3505 verklaarden 1523 dat uiterste armoede de oorzaak was van haar degradatie; 1118 bekenden vrijuit dat haar sexueelehartstochtende oorzaak waren; 420 schreven haar val toe aan slecht gezelschap; 316 zeiden dat zij genoeg hadden van haar werk en dat het haar verveelde, omdat de moeite zoo groot was en het loon zoo klein; 101 waren verlaten door haar minnaars; 10 hadden ongenoegen gehad met haar ouders; 7 waren door haar echtgenooten verlaten; 4 konden het niet vinden met haar voogden; 3 hadden familietwisten; 2 werden door haar echtgenooten gedwongen zich te prostitueeren, en 1 door haar ouders (Lancet, Juni 28, 1890, p. 1442).In Londen bevond Merrick, dat van de 16.022 prostituées met wie hij in aanraking kwam gedurende de jaren dat hij kapelaan was aan de Millbank-gevangenis, 5061 haar huis of haar betrekking vrijwillig hadden verlaten voor “een leven van pleizier”, 3363 gaven armoede op als de oorzaak; 3154 waren “verleid” en daarna op straat geraakt; 1636 waren door huwelijksbeloften bedrogen en door minnaar en betrekkingen verlaten. Over het geheel, zegt Merrick, dat 4790 of bijna een derde van het geheele aantal haar overgaan tot de loopbaan direct aan mannen toeschrijven, 11.232 aan andere oorzaken. Hij voegt er bij, dat van hen, die armoede als oorzaak opgaven, een groot aantal lui en onbekwaam was (G. P. Merrick,Work Among the Fallen, p. 38).Logan, een Engelsch stadszendeling met een groote mate van bekendheid met prostituées, verdeelde ze in de volgende groepen: 1. Een vierde van de meisjes zijn dienstboden, vooral in herbergen, bierhuizen enz., en zoo in het leven der prostitutie ingeleid; 2. een vierde komt van fabrieken enz.; 3. bijna een vierde wordt door koppelaarsters geleverd, die provincie-steden, markten enz. bezoeken; 4. een laatste groep omvat aan den eenen kant haar, die door armoede, indolentie of een slecht humeur er toe gebracht zijn prostituée te worden, dingen, die haar ongeschikt maken voor gewone beroepen, en aan den anderen kant kant haar, die verleid zijn door een valsche huwelijksbelofte (W. Logan,The Great Social Evil, 1871, p. 53).In Amerika heeft Sanger rapport uitgebracht over de resultaten van onderzoekingen, die gedaan zijn over twee duizend New-Yorksche prostituées aangaande de oorzaken, die haar er toe gebracht hebben haar beroep te kiezen:Armoede525Neiging513Verleid en verlaten258Drank en dranklust181Slechte behandeling door ouders, betrekkingen of echtgenooten164Als een gemakkelijk leven124Slecht gezelschap84Overreding door prostituées71Te lui om te werken29Verkrachting27Verleid op schepen van landverhuizers16Verleid in herbergen voor landverhuizers82000(Sanger,History of Prostitution, p. 488).Ook in Amerika heeft Professor Woods Hutchinson zich onlangs in verbinding gesteld met ongeveer dertig vertegenwoordigers in verschillende groote centra van het wereldverkeer, en hij noemt als volgt de antwoorden op zijn vragen aangaande de leer der oorzaken van de prostitutie.Percent.Liefde voor vertoon, weelde en luiheid42.1Slechte behandeling thuis23.8Verleiding, waarbij zij onschuldige slachtoffers waren11.3Werkloosheid9.4Erfelijkheid7.8Primair sexueel verlangen5.6(WoodsHutchinson, “The Economics of Prostitution”,American Gynaecologic and Obstetric Journal, September 1895;Id.,The Gospel According to Darwin, p. 194).In Italië waren in 1881 van de 10.422 ingeschreven prostituées van den leeftijd van zeventien en ouder, de oorzaken van de prostitutie als volgt in klassen verdeeld:Ondeugd en verdorvenheid2752Dood van ouders, echtgenoot enz.2139Verleiding door een minnaar1653Verleiding door een werkgever927Verlaten door ouders, echtgenoot, enz.795Zucht naar weelde698Dwang door minnaar of ander persoon buiten de familie666Dwang door ouders of echtgenoot400Om ouders of kinderen te onderhouden393(Ferriani,Minorenni Delinquenti, p. 193).De redenen door Russische prostituées aangegeven voor het kiezen van haar beroep zijn (volgens Federow) de volgende:38.5percentonvoldoende loon.21.0percent,,verlangen naar amusement.14.0percent,,verlies van betrekking.9.5percent,,overreding door vrouwelijke bekenden.6.5percent,,ontwend zijn aan de gewoonte van te werken.5.5percent,,verdriet, en om een minnaar te plagen.0.5percent,,dronkenschap.(Opgesomd inArchives d’Anthropologie Criminelle, Nov. 15, 1901).1.De Economische oorzaak van de Prostitutie.—Schrijvers over de prostitutie beweren dikwijls, dat economische omstandigheden ten grondslag liggen aan de prostitutie en dat de voornaamste oorzaak ervan armoede is, terwijl prostituées zelf dikwijls verklaren, dat het bezwaar om op andere wijze een bestaan te verdienen de voornaamste oorzaak was, die haar er toe gebracht heeft deze loopbaan te kiezen. “Van al de oorzaken van de prostitutie”, schreef Parent-Duchâtelet een eeuw geleden, “vooral in Parijs, en waarschijnlijk in alle groote steden, is er geen die ernstiger is dan gebrek aan werk en onvoldoend loon”. In Engeland zegt Sherwell, dat ook de moraal in hooge mate afhangt van den handel57. Zoo is het ook in Berlijn, waar het aantal prostituées in slechte jaren toeneemt58. Dat is ook het geval in Amerika, evenals in Japan; “de oorzaak der oorzaken is armoede”59.Zoo wordt overal door onderzoekers open en in het algemeen gezegd, dat de prostitutie in ruime mate en algemeen een economisch verschijnsel is, dat een gevolg is van de lage loonen van vrouwen of van plotselinge depressies in den handel. We moeten er echter bijvoegen, dat deze algemeene gezegden aanmerkelijk gewijzigd worden, in het licht van de nauwkeurige nasporingen gedaan door zorgvuldige onderzoekers. Ströhmberg, die 462 prostituées nauwkeurig onderzocht, ontdekte, dat er maar éen onder was, die armoede aangaf als de reden, waarom ze het beroep koos, en bij onderzoek bleek deze opgave een onbeschaamde leugen te wezen60. Hammer bevond, dat van de negentig ingeschreven Duitsche prostituées er niet éen haar loopbaan gekozen had uit gebrek of om een kind te onderhouden, terwijl sommige de straat op gingen terwijl ze nog geld hadden, of zonder dat ze wilden betaald worden61. Pastor Buschmann, van het Teltow Magdalena gesticht in Berlijn bevindt, dat het niet gebrek is, maar onverschilligheid voor moreele overwegingen, waardoor meisjes tot de prostitutie komen. In Duitschland wordt, voordat een meisje op het politieregister wordt ingeschreven, gepaste zorg gedragen, dat haar een kans gegeven wordt in een asyl te komen en werk te krijgen; in Berlijn waren, in den loop van tien jaar, maar twee meisjes—van de duizend—bereid van deze gelegenheid te profiteeren.De moeilijkheid, die Engelsche reddingshuizen ondervinden om meisjes te vinden, die zich willen laten “redden” is bekend. Dezelfde moeilijkheid vindt men in andere steden, zelfs waar geheel andere toestanden heerschen; zoo ondervindt men in Madrid, volgens Bernaldo de Quiros en Llanas Aquilaniedo, dat de prostituées, die in de asyls komen, ondanks al de toewijding van de nonnen, tot haar oude leven terugkeeren, zoodra ze de asyls verlaten hebben. Terwijl de economische factor bij de prostitutie ongetwijfeld bestaat, berust de ongemotiveerde veelvuldigheid en de nadruk, waarmee hij op den voorgrond wordt gebracht en aangenomen, klaarblijkelijk voor een deel op onwetendheid aangaande de werkelijke feiten, voor een deel op het feit, dat zulk een onderstelling spreekt tot hen, die de zwakheid hebben alle maatschappelijke verschijnselen uit economische oorzaken te verklaren en voor een deel op de duidelijke aannemelijkheid ervan62.Prostituées komen voornamelijk voort uit de gelederen der fabrieksmeisjes, dienstmeisjes, winkeljuffrouwen en kellnerinnen. In sommige van deze betrekkingen is het moeilijk het geheele jaar door werk te vinden. Zoo worden vele modistes, kleermaaksters en naaisters prostituée, als het de slappe tijd is in het bedrijf, en ze gaan weer aan haar werk als het seizoen begint. Soms wordt het geregelde dagwerk aangevuld door prostitutie ’s avonds. Er wordt gezegd, en misschien is dat waar, dat amateur-prostitutie van deze soort in Engeland zeer veel voorkomt, daar ze niet tegengegaan wordt door de voorzorgen, die, in landen waar de prostitutie geregeld is, de geheime prostitutie moet in acht nemen, om inschrijving te ontgaan. Er zijn bepaalde waschgelegenheden en kleedkamers in het centrum van Londen, die, naar men zegt, door de meisjes gebruikt worden om zich op de gebruikelijke wijze te blanketten, en om het blanketsel er ten slotte weer af te wasschen, voor zij naar huis gaan63. Het is zeker, dat in Engeland een groot deel der ouders, die tot den werkmansstand behooren en zelfs tot de lagere middelklasse, onbekend zijn met den aard van het leven, dat hun eigen dochters leiden. We moeten hieraan ook toevoegen,dat de ouders voor dit gedrag van de dochter nu en dan de oogen sluiten of het zelfs aanmoedigen; zoo schrijft een correspondent, dat hij “steden in Engeland kent, waar de prostitutie niet beschouwd wordt als iets schandelijks, en dat hij zich vele gevallen kan herinneren, waarin het huis van de moeder door de dochter gebruikt wordt met goedvinden van de moeder”.Acton zegt in een goed boek over de prostitutie in Londen, geschreven in het midden van de laatste eeuw, dat de prostitutie “een overgangsstadium is, waar een onnoemelijk groot aantal Engelsche vrouwen in verkeert”64. Deze bewering werd toen met nadruk bestreden door vele ernstige moralisten, die weigerden toe te geven, dat het voor een vrouw, die in zoo’n diepe put van vernedering gevallen was, mogelijk was om er ooit weer fatsoenlijk en wel uit te komen. Toch is het zeker waar wat een groote proportie vrouwen betreft, niet alleen in Engeland, maar ook in andere landen. Zoo zegt Parent-Duchâtelet, de grootste autoriteit over de Fransche prostitutie, dat “prostitutie voor het meerendeel alleen maar een overgangsstadium is; gewoonlijk wordt het al in het eerste jaar verlaten; er zijn maar zeer weinige prostituées, die prostituée blijven tot haar dood”. Het is echter moeilijk zich precies te vergewissen in hoeverre dat waar is; er zijn geen feiten, die zouden kunnen dienen als een juiste basis voor nauwkeurige taxatie65, en het is niet mogelijk te verwachten, dat fatsoenlijk getrouwde vrouwen zouden toegeven, dat zij ooit “op de straat” geweest zijn; zij zouden het misschien niet eens zich zelf altijd willen bekennen.Het volgende geval, dat wel is waar geboekt is meer dan twintig jaar geleden, is tamelijk typisch voor een bepaalde klasse onder de lagere rangen van de prostituées, waarbij de economische factor een groote rol speelt, maar waarin we niet te haastig moeten aannemen, dat hij de eenige factor is.Weduwe, dertig jaar oud, met twee kinderen. Werkt in een parapluiefabriek in het East-End van Londen, verdient achttien shilling per week met hard werken, en vermeerdert haar inkomen door nu en dan ’s avonds de straat op te gaan. Zij komt meestal in een rustige straat, die dicht bij een groot stedelijk eindstation ligt. Zij is een vrouw met een aangenaam, bijna waardig voorkomen, rustig gekleed op een wijze, die alleen de aandacht trekt doordat de rokken tamelijk kort zijn. Als ze aangesproken wordt, zal ze misschien antwoorden, dat ze wacht “op een vriendin”, op geaffecteerde wijze over het weer spreken, en langs haar neus weg haar aanbod doen. Zij zal een man naar een van de stille winkelstraten in de buurt brengen, of ze zal hem met zich mee naar huis nemen. Zij neemt iedere som aan, die de man kan of wil geven; soms is het een sovereign, soms is het sixpence; gemiddeld verdient zij een paar shilling per avond. Zij had nog maar tien maanden in Londen gewoond; vroeger woonde ze in Newcastle. Zij ging daar de straat niet op; “omstandigheden veranderen een mensch”, merkt zij zeer verstandig op. Hoewel ze niet gunstig over de politie spreekt, zegt zij, dat ze zich niet met haar bemoeit, zooals met sommige van de meisjes. Zij geeft de politieagenten nooit geld; toch zinspeelt ze er op, dat het soms noodig is hun wenschen te bevredigen, om met hen op goeden voet te blijven.Men moet altijd in gedachten houden, want het wordt soms door de socialisten en maatschappelijke hervormers vergeten, dat, terwijl de druk van de armoede een bepaalden invloed uitoefent op de prostitutie, in zooverre, dat hij de gelederen doet toenemen van de vrouwen, die door ontucht in haar levensonderhoud trachten te voorzien, zoodat de armoede wel degelijk kan beschouwd worden als een factor van de prostitutie, toch nooit eenige praktisch mogelijke verhooging van het arbeidsloon direct en alleen tot afschaffing der prostitutie zou kunnen leiden. De Molinari, een economisch-theoreticus merkt op, dat “de prostitutie een industrie” is, en dat, als andere concurreerende bedrijven vrouwen voldoende hooge loonen kunnen bieden, zij niet zoo dikwijls aangetrokken zullen worden door de prostitutie; hij gaat voort met er op te wijzen, dat hiermee de kwestie in het geheel niet opgelost is. “Evenals iedere andere industrie wordt de prostitutie beheerscht door den eisch van de behoefte, waaraan ze beantwoordt. Zoolang die behoefte en die eisch blijven bestaan, zullen zij een aanbod uitlokken. Het is de behoefte en de eisch, waarop we moeten werken, en misschien zal de wetenschap ons de middelen verschaffen dat te doen”66. Op welke wijze Molinari verwacht, dat de wetenschap de vraag naar prostituées verminderen zal, is niet duidelijk uitgedrukt.Niet alleen moeten we toegeven, dat geen praktisch uitvoerbare verhooging van de loonen, aan vrouwen in gewone industrieën betaald met mogelijkheid kan wedijveren met de loonen, die tamelijk aantrekkelijke vrouwen van zeer gewone bekwaamheid met de prostitutie verdienen67, maar wij moeten ook bedenken,dat een toename in den algemeenen welstand—die alleen een verhooging van de loonen van vrouwen gezond en normaal kan maken—een verhooging in de loonen van de prostitutie met zich brengt, en een toename in het aantal prostituées. Zoodat, als goede loonen moeten dienen om de prostitutie tegen te gaan, wij alleen kunnen zeggen, dat men met de eene hand meer terug neemt dan men met de andere geeft. Dit is zoo duidelijk, dat Després in een nauwkeurige moreele en demographische studie over de verdeeling van de prostitutie in Frankrijk tot de conclusie komt, dat wij de oude leer, dat “armoede prostitutie veroorzaakt” moeten omkeeren, daar prostitutie regelmatig toeneemt met weelde68, en dat, naar mate een departement in weelde en voorspoed toeneemt, ook het aantal zoowel van ingeschreven als van vrije prostituées in dat departement vermeerdert. Hier schuilt echter een fout, want, terwijl het waar is, dat, zooals Després beweert, weelde naar prostitutie vraagt, zoo is het ook waar, dat een rijke gemeenschap de uitersten van armoede zoowel als van rijkdom in zich sluit, en dat het onder de armere elementen is, dat de prostitutie haar nieuwelingen vindt. De oude bewering “armoede veroorzaakt prostitutie” is nog geldig, maar ze is gecompliceerd geworden en veranderd door de samengestelde verhoudingen van de beschaving. Bonger heeft, in zijn knappe discussie over de economische zijde van de kwestie, zich den breeden en diepen grondslag van de prostitutie voor oogen gesteld, waar hij tot de conclusie komt, dat ze “aan den eenen kant de onvermijdelijke aanvulling is van de bestaande wettige monogamie, en aan den anderen kant het resultaat van de physieke en psychische ellende, waarin de vrouwen van het volk leven, en ook het gevolg van de ondergeschikte positie van vrouwen in onze hedendaagsche maatschappij”69.Een nauwkeurige economische beschouwing van de prostitutie kan ons geenszins tot den wortel van de zaak brengen.Eén omstandigheid alleen moest al voldoende zijn geweest, om aan te toonen, dat de onbekwaamheid van vele vrouwen, om door arbeidsloon in haar dringendste levensbehoeften te voorzien, in geenen deele de voornaamste oorzaak is van de prostitutie: een groot deel der prostituées komt voort uit de gelederen der dienstmeisjes. Van al de groote groepen van loonarbeidsters zijn de dienstboden het meest vrij van economische zorgen; zij betalen niet voor voedsel en voor woning; dikwijls hebben zij het even goed als haar meesteressen, en in een groot aantal gevallen hebben zij minder geldzorgen dan deze. Bovendien voorzien zij in een bijna algemeene behoefte, zoodat er nooit zelfsvoor maar zeer middelmatig bekwame dienstboden eenige nood is, dat ze zonder werk zullen zijn. Nu is het wel waar, dat zij een zeer groot lichaam vormen, dat natuurlijk een bepaald contingent nieuwelingen aan de prostitutie moest leveren. Maar als wij zien, dat huiselijke dienst het voornaamste reservoir is, waaruit de prostitutie vloeit, dan moet het wel duidelijk zijn, dat het verlangen naar voedsel en onderdak geenszins de voornaamste oorzaak is voor de prostitutie.We kunnen hieraan toevoegen, dat, hoewel de beteekenis van dit overheerschend veel voorkomen van dienstmeisjes onder prostituées zelden erkend wordt door hen, die meenen, dat wegnemen van de armoede tevens is afschaffen van de prostitutie, het niet buiten beschouwing gelaten is door de meer nadenkende onderzoekers van maatschappelijke vraagstukken. Zoo wijst Sherwell er terecht op, dat tot zekere hoogte “de moraal op en neer gaat met den handel”, en hij voegt er bij, dat het, tegenover het belang van den economischen factor, een feit is, dat zeer tot nadenken stemt en op iedere wijze indruk maakt, dat de meerderheid der meisjes, die het West-End van Londen bezoeken (88 percent, volgens de boeken van het Leger des Heils) voortkomt uit den huiselijken dienst, waar de economische strijd niet ernstig gevoeld wordt (Arthur Sherwell,Life in West London, hoofdst. V, “Prostitution”).Het is tevens opmerkelijk, dat dienstboden door de omstandigheden van haar leven meer dan eenige andere klasse op de prostituées gelijken (Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo hebben dit aangetoond inLa Mala Vida en Madrid, p. 240). Evenals prostituées zijn zij een klasse van vrouwen apart; zij hebben geen recht op de égards en kleine hoffelijkheden, die gewoonlijk aan andere vrouwen worden bewezen; in sommige landen zijn zij zelfs ingeschreven, evenals de prostituées; het kan ternauwernood verwondering wekken, dat als aan haar beroep dezelfde nadeelen verbonden zijn als aan dat van de prostituée, zij ook soms eenige van de voordelen van dat beroep wenschen te bezitten. Lily Braun (Frauenfrage, p. 389et seq.) heeft in bijzonderheden deze ongunstige omstandigheden van huiselijken arbeid uiteengezet, in zooverre zij betrekking hebben op de neiging onder dienstmeisjes om prostituée te worden. R. de Ryckère heeft in zijn belangwekkend werk,La Servante Criminelle(1907, p. 460et seq.;cf.), een artikel van dezelfden schrijver, “La Criminalité Ancillaire”,Archivesd’AnthropologieCriminelle, Juli en December, 1906, de psychologie van het dienstmeisje bestudeerd. Hij vindt, dat zij vooral gekenmerkt wordt door zorgeloosheid, ijdelheid, gebrek aan originaliteit, neiging tot nabootsen, en vluchtigheid. Dit zijn eigenschappen, die haar tot de prostituée doen naderen. De Ryckère schat het aantal der vroegere dienstmeisjes onder de prostituées over het algemeen op vijftig percent, en hij voegt er bij, dat wat de “blanke slavernij” genoemd wordt, hier haar meest meegaande en gewillige slachtoffers vindt. Hij merkt op, dat de dienstbode-prostituée over het geheel niet zoozeer immoreel is als wel zonder moraal.In Parijs bevond Parent-Duchâtelet dat, wat het aantal betrof, dienstboden het grootste contingent leverden voor de prostitutie, en zijn nieuwere uitgevers vonden ook, dat zij ook in later jaren boven aan de lijst staan (Parent-Duchâtelet, uitgave van 1857, deel I, p. 83).Onder clandestiene prostituées in Parijs ontdekte Commenge onlangs, dat vroegere dienstboden veertig percent leveren. In Bordeaux vond Jeannel (De la Prostitution Publique, p. 102), dat in 1860 veertig percent van de prostituées dienstmeisjes geweest waren; daarna kwamen de naaisters met zeven en dertig percent.In Duitschland en Oostenrijk is het al lang erkend, dat huisdienst het grootste aantal nieuwelingen voor de prostitutie levert. Lippert, in Duitschland, en Gross-Hoffinger, in Oostenrijk, hebben op dit overheerschen van dienstmeisjes gewezen en op de beteekenis daarvan voor het midden van de negentiende eeuw; onlangs heeft Blaschko gezegd (“Hygiene der Syphilis” in Weyl’sHandbuch der Hygiene, deel II, p. 40), dat onder de Berlijnsche prostituées in 1898 de dienstmeisjes bovenaan stonden met een en vijftig percent. Baumgartenheeft geconstateerd, dat in Weenen het getal dienstboden acht en vijftig percent is.In Engeland zijn, volgens het Rapport van eenSelect Committeevan de Lords over de wetten tot bescherming van kinderen, zestig percent der prostituées dienstmeisjes geweest. F. Remo noemt tachtig percent in zijnVie Galante en Angleterre. Het schijnt zelfs nog hooger te zijn voor het West-End van Londen. Voor Londen als een geheel genomen, bleek uit de uitgebreide statistieken van Merrick (Work Among the Fallen), kapelaan van de Millbank-gevangenis, dat van de 14.700 prostituées er 5823, of ongeveer veertig percent vroeger dienstmeisjes geweest waren; dat dan de waschvrouwen kwamen en daarna de naaisters; zijn feiten wat meer beknopt en ruwer klassificeerend, bevond Merrick, dat het aantal van de dienstmeisjes drie en vijftig percent was.In Amerika zegt Sanger, dat drie en veertig percent der prostituées dienstmeisjes geweest waren, en dat de naaisters dan kwamen, maar na een langen tusschenpoos, met zes percent (Sanger,History of Prostitution, p. 524). Onder de prostituées van Philadelphia zegt Goodchild, dat “dienstmeisjes waarschijnlijk naar verhouding het meest voorkomen”, hoewel er nieuwelingen kunnen gevonden worden uit bijna alle beroepen.In andere landen is het hetzelfde. In Italië komen volgens Tammeo (La Prostituzione, p. 100) de dienstmeisjes het eerst onder de prostituées met acht en twintig percent, gevolgd door den groep van naaisters, costuumnaaisters en modemaaksters, zeventien percent. In Sardinië zegt A. Mantegazza, dat de meeste prostituées dienstmeisjes van buiten zijn.In Rusland is volgens Fiaux het aantal vijf en veertig percent. In Madrid komen, volgens Eslava (zooals aangehaald wordt door Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo (La Mala Vida en Madrid, p. 239) dienstmeisjes bovenaan bij de ingeschreven prostituées met zeven en twintig percent—bijna dezelfde verhouding als in Italië—en ook gevolgd door de naaisters. In Zweden waren er, volgens Welander (Monatshefte für Praktische Dermatologie, p. 477) onder de 2541 ingeschreven prostituées 1586 (of twee en zestig percent) dienstmeisjes; op een grooten afstand volgden 210 naaisters, dan 168 fabrieksmeisjes, enz.).De biologische factor van de prostitutie.—Economische overwegingen hebben, zooals we zien, een zeer belangrijken invloed op de prostitutie, hoewel het in het geheel niet juist is te beweren, dat zij de voornaamste oorzaak vormen. Er is een ander probleem, dat veel onderzoekers heeft bezig gehouden: In welke mate zijn prostituées tot dit beroep gepredestineerd door organische constitutie? Het wordt algemeen toegegeven, dat economische en andere omstandigheden een oorzaak zijn, die tot de prostitutie opwekken; in hoeverre zijn zij, die bezwijken, gepredisponeerd doordat ze abnormale, persoonlijke eigenschappen bezitten? Sommige onderzoekers hebben beweerd, dat deze predispositie zoo stellig bestaat, dat prostitutie wel mag beschouwd worden als een vrouwelijk equivalent voor criminaliteit, en dat in een familie, waar de mannen zich instinctief naar de misdaad keeren, de vrouwen zich instinctief keeren naar de prostitutie. Anderen hebben even beslist deze conclusie bestreden.Lombroso heeft meer speciaal de leer voorgestaan, dat de prostitutie het plaatsvervangend equivalent is van de criminaliteit. Hiermee bracht hij de resultaten tot ontwikkeling, die in een belangrijke studie aangaande de familie Jukes, door Dugdale gepubliceerd zijn; Dugdale bevond dat “daar, waar de broeders misdaad plegen, de zusters tot de prostitutie komen”; de geld- engevangenisstraffen van de leden der familie waren niet opgelegd wegens schending van het eigendomsrecht, maar voornamelijk wegens beleedigingen van de openbare zedelijkheid.“De psychologische, zoowel als de anatomische identiteit van den misdadiger en de geboren prostituée”, tot dit besluit kwamen Lombroso en Ferrero, “kon niet meer volkomen zijn: beiden zijn gelijk aan den moreel krankzinnige, en daarom zijn ze, volgens het axioma, weer aan elkander gelijk. Daar is hetzelfde gebrek aan zedelijk gevoel, dezelfde hardheid van gemoed, dezelfde vroege lust tot het kwade, dezelfde onverschilligheid voor maatschappelijke schande, dezelfde wispelturigheid, luiheid en zorgeloosheid, dezelfde smaak voor lichtzinnige genoegens, voor de orgie en voor alcohol, dezelfde, of bijna dezelfde, ijdelheid. Prostitutie is slechts de vrouwelijke zijde van de criminaliteit. En zoo waar is het dat prostitutie en criminaliteit twee analoge, of, om zoo te zeggen, parallel gaande verschijnselen zijn, dat zij in hun uitersten elkaar ontmoeten. De prostituée is dus psychologisch een misdadige: als zij geen eigenlijke misdaden begaat, dan is het omdat haar physieke zwakte, haar gering verstand, het gemak waarmee zij alles wat zij noodig heeft op eenvoudige wijze verkrijgen kan, haar ontslaan van de noodzakelijkheid misdaden te begaan, en juist om deze redenen vertegenwoordigt de prostitutie den specifieken vorm van vrouwelijke criminaliteit”. De schrijvers voegen er bij, dat “prostitutie, in zekeren zin, maatschappelijk nuttig is als een afvoerkanaal voor de mannelijke sexualiteit en een voorbehoedmiddel tegen de misdaad” (Lombroso en Ferrero,La Donna Delinquente, 1893, p. 571).Zij, die dit gezichtspunt bestreden hebben, hebben zich op ander standpunt geplaatst dan Lombroso en Ferrero, en zij hebben in het geheel niet altijd de positie, die zij aanvielen, begrepen. Zoo betoogt W. Fisher met veel kracht (inDie Prostitution) dat prostitutie niet is een onschuldig equivalent van de criminaliteit, maar een factor van de criminaliteit. En Féré beweert (inDégénérescence et Criminalité), dat criminaliteit en prostitutie niet equivalent zijn, maar identiek. “Prostituées en misdadigers”, zegt hij, “hebben als gemeenschappelijk kenmerk hun onproductiviteit, en bijgevolg zijn ze onmaatschappelijk. Prostitutie vormt zoo een vorm van criminaliteit.”Het essentieele kenmerk van misdadigers is echter niet hun onproductiviteit, want die hebben ze gemeen met een groot deel van de rijksten uit de hoogste standen; we moeten er ook bijvoegen, dat de prostituée, ongelijk aan den misdadiger, een werkzaamheid uitoefent, waar navraag naar is, waarvoor zij bereidwillig betaald wordt en waarvoor zij te werken heeft (het is soms opgemerkt, dat de prostituée neerziet op den dief, die “niet werkt”); zij oefent een beroep uit, en zij is niet meer of minder productief dan zij, die meer respectabele beroepen uitoefenen. Aschaffenburg meent dat hij staat tegenover Lombroso, waar hij eenigszins verschillend van Féré beweert, dat de prostitutie inderdaad niet is zooals Féré zeide, een vorm van criminaliteit, maar dat ze te dikwijls samengaat met criminaliteit om als een equivalent beschouwd te worden. Onlangs heeft Mönkemöller hetzelfde standpunt verdedigd. Hier is echter, als gewoonlijk, een groot verschil van meening aangaande de proportie van prostituées, waarvan dit waar is. Alle onderzoekers erkennen dat dit waar is voor een zeker aantal, maar terwijl Baumgarten bij onderzoek van acht duizend prostituées maar een kleine proportie vond die misdadigsters waren, vond Ströhmberg, dat van de 462 prostituées er 175 dieveggen waren. Aan den anderen kant staat Morasso (zooals inArchivio di Psichiatriaaangehaald is, 1896, afl. 1), op grond van zijn eigen onderzoekingen, meer bepaald tegenover Lombroso, daar hij protesteert tegen iedere zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées, die haar op eenigerlei wijze zou gelijk maken aan misdadigers.De kwestie van de sexualiteit van de prostituées, die in zekere betrekking staat tot haar neiging tot degeneratie, is door verschillende schrijvers in verschillenden zin opgelost. Terwijl sommige, zooals Morasso, beweren, dat de sexueele impuls de voornaamsteoorzaak is die vrouwen er toe brengt de loopbaan van prostituée te kiezen, beweren andere, dat prostituées gewoonlijk bijna zonder sexueelen impuls zijn. Lombroso verwijst naar het veel voorkomen van sexueele koelheid onder prostituées70. In Londen zegt Merrick, die bekend was met meer dan 16.000 prostituées, dat hij “maar heel enkele gevallen” ontmoet heeft waarin grof sexueel verlangen de beweegreden geweest is tot het kiezen van een leven van prostitutie. In Parijs had Raciborski al veel vroeger gezegd, dat “men onder prostituées er maar zeer weinig vindt die tot losbandigheid gedrongen werden door sexueelen gloed”71. Ook Commenge, die zorgvuldig de Parijsche prostituée bestudeerd heeft, kan niet toegeven dat sexueele begeerte genoemd mag worden onder de ernstige oorzaken van de prostitutie. “Ik heb duizende vrouwen over dit punt ondervraagd”, zegt hij, “en maar zeer weinige hebben mij verteld, dat zij tot de prostitutie gedreven waren ter bevrediging van haar sexueele behoeften. Hoewel meisjes, die zich aan de prostitutie overgeven, gewoonlijk niet zeer oprecht zijn, hebben zij geloof ik op dit punt geen behoefte om te bedriegen. Als zij sexueele behoeften hebben, dan verbergen zij die niet, maar integendeel vertoonen zij een zekere voorliefde om ze te erkennen als een voldoende rechtvaardiging voor haar leven; zoodat, als maar een zeer kleine minderheid deze beweegreden aanhaalt, de oorzaak is dat ze voor de groote meerderheid niet bestaat”.Er kan geen twijfel aan zijn dat de opmerkingen, die aangaande de sexueele koelheid van prostituées gemaakt worden, dikwijls veel te weinig bepaald zijn. Dit berust voor een deel zeker op het feit, dat ze gewoonlijk gedaan worden door hen, die spreken uit hun bekendheid met oude prostituées, wier gemeenzaamheid met normaal sexueel verkeer in zijn minst aantrekkelijken vorm tot resultaat heeft gehad, dat zij volkomen onverschillig werden voor zulk verkeer, zoover haar cliënten aangaat72. Het kan naar waarheid getuigd worden, dat voor de vrouw van diepen hartstocht de kortstondige en oppervlakkige verhoudingen van de prostitutie geen verleiding kunnen bieden. En we kunnen er bijvoegen, dat de meerderheid der prostituées haar loopbaan op zeer jeugdigenleeftijd begint, lang voor den tijd waarop bij vrouwen de neiging tot hartstocht nog gekomen is73. We kunnen ook wel zeggen, dat een onverschilligheid voor sexueele verhoudingen, een neiging er geen persoonlijke waarde aan te hechten, dikwijls een predisponeerende oorzaak is bij het aannemen van de loopbaan van prostituée; de geestelijke ondiepte van prostituées kan wel samengaan met ondiepte van physieke gemoedsbeweging. Aan den anderen kant schijnen veel prostituées, in ieder geval in het begin van haar loopbaan, een merkbare mate van zinnelijkheid te vertoonen, en voor vrouwen van ruwe sexueele kracht is de prostitutie in dit opzicht niet zonder aantrekkingskracht geweest; men weet, dat de bevrediging van physieke begeerte in sommige gevallen als motief gewerkt heeft en in andere is ze duidelijk na te wijzen74. Dit kan ternauwernood verwondering wekken als wij bedenken, dat prostituées in veel gevallen opmerkelijk sterke en gezonde menschen zijn wat haar algemeenen toestand betreft75. Zij bieden zonder moeite weerstand aan de gevaren van haar beroep, en hoewel de uitingen van sexueel gevoel onder den invloed daarvan in den loop van den tijd wel moeten gewijzigd worden of verdraaid, zoo is dit geen bewijs dat sexueele gevoeligheid oorspronkelijk afwezig was. Het is zelfs geen bewijs van het verlies ervan, want de werkelijke natuur van de normale prostituée en haar sexueele gloed vinden voornamelijk uiting niet in haar beroepsverhoudingen tot haar cliënten, maar in haar verhoudingen tot haar minnaar, die tevens haar souteneur is76. Het is volkomen waar, dat de omstandigheden van haar leven het dikwijls praktisch voordeelig maken voor de prostituées om aan zich verbonden te hebben een man, die voor haar belangen zorgt en die ze zoo noodig zal verdedigen, maar dat is alleen een bijkomend, toevallig en ondergeschikt voordeel van den “minnaar”, voor zoover het prostituées in het algemeen betreft. Zij is in de eerste plaats tot hem aangetrokken omdat hij haar persoonlijk bevalt en zij hem voor zichzelf wil hebben. Het motief voor haar verbintenis is inhoofdzaak erotisch, in den vollen zin van het woord en sluit in zich niet alleen sexueele verhoudingen, maar bezit een gemeenschappelijk belang, een duurzaam en intiem leven, te zamen geleid. “Je weet dat, wat wij in ons beroep doen, ons hart niet kan vullen” zeide een Duitsche prostituée. “Waarom zouden wij niet een echtgenoot hebben zooals andere vrouwen? Ik heb ook behoefte aan liefde. Als dat niet zoo was, zouden we geen behoefte hebben aan een minnaar”. En hij van zijn kant beantwoordt dat gevoel en wordt in het geheel niet alleen bewogen door eigenbelang77.Een van mijn correspondenten, die veel ondervinding gehad heeft met prostituées, niet alleen in Engeland, maar ook in Duitschland, Frankrijk, België en Holland heeft gevonden, dat de normale uitingen van sexueel gevoel veel meer gewoon zijn onder Engelsche prostituées dan onder die van het vaste land. “Ik zou zeggen”, schrijft hij, “dat bij den normalen coïtus vrouwen van het vaste land gewoonlijk geen sexueele opwinding ondervinden. Ik geloof niet, dat ik ooit een vrouw van het vasteland gekend heb, die iets had, dat op geprikkeldheid leek. Engelsche vrouwen echter, geven zich, als een man maar gewoon vriendelijk is en toont dat hij wat gevoel heeft boven uitsluitend zinnelijke bevrediging, dikwijls over aan de meest wilde genoegens van sexueele opwinding. Natuurlijk is er in dit leven, evenals in andere, scherpe concurrentie, en een vrouw moet, om met haar mededingsters te wedijveren, haar mannelijke vrienden behagen; maar een man van de wereld kan altijd onderscheid maken tusschen echte en gesimuleerde hartstocht”. (Het is echter mogelijk, dat hij het meeste succes zal hebben bij het opwekken van de gevoelens van de vrouwen van zijn eigen land). Aan den anderen kant vindt deze schrijver, dat de buitenlandsche vrouwen er meer op uit zijn in het genoegen van haar tijdelijke metgezellen te voorzien en zich te vergewissen wat hen genoegen geeft. “De buitenlandsche schijnt het tot de hoofdzaak van haar leven te maken de een of andere abnormale wijze van sexueele bevrediging voor haar metgezel te ontdekken”. Voor haar eigen genoegen vragen buitenlandsche prostituées dikwijls omcunnilinctus, liever dan normalencoïtus, terwijl analecoïtusook gewoon is. Het verschil is klaarblijkelijk, dat de Engelsche vrouwen, als zij bevrediging zoeken, die vinden in normalencoïtus, terwijl de buitenlandsche vrouwen meer abnormale methoden prefereeren. Er is echter een klasse van Engelsche prostituées, die deze correspondent als een uitzondering beschouwt op den algemeenen regel: de klasse van haar, die voortgekomen zijn uit de lagere rangen van het tooneel. “Zulke vrouwen zijn gewoonlijk losbandiger—dat is te zeggen, meer bekend met het bizarre in het sexueele—dan meisjes, die uit winkels komen of uit kroegen; zij vertooneneen bekendheid metfellatio, en zelfs van analecoïtus, en gedurende de menstruatie vragen zij dikwijls om inter-mammairecoïtus”.Over het geheel schijnt het, dat prostituées, hoewel ze haar leven gewoonlijk niet uit beweegredenen van zinnelijkheid kiezen, toch als ze haar loopbaan beginnen of in het eerste deel ervan een tamelijk gewone mate van sexueele impuls bezitten, met variaties in beide richtingen zoowel van exces en tekort, als van perversie. Op een wat later tijd is het nutteloos te trachten de sexueele impuls van prostituées af te meten naar de mate van genoegen, die zij vinden in het beroeps-uitvoeren van sexueelen omgang. Het is noodig zich te vergewissen of zij sexueele instincten hebben, die op andere wijze bevredigd worden. In een groot aantal gevallen vindt men, dat dit zoo is. Masturbatie is vooral onder prostituées uiterst gewoon; hoeveel ze ook voorkomt onder vrouwen, die geen ander middel hebben om sexueele bevrediging te verkrijgen, wordt toch toegegeven, dat ze onder prostituées nog meer voorkomt, ja bijna algemeen78.Homosexualiteit, hoewel ze niet zoo gewoon is als masturbatie, wordt onder prostituées zeer veel gevonden—in Frankrijk schijnt het, meer dan in Engeland—en men kan wel zeggen, dat ze meer voorkomt onder prostituées dan onder eenige andere klasse van vrouwen. Ze wordt begunstigd door den verkregen tegenzin tegen normalencoïtus, die voortkomt uit beroeps-omgang met mannen, die er toe leidt dat homosexueele verhoudingen door vergelijking met deze beschouwd worden als rein en ideaal. Het schijnt ook wel, dat in een groot aantal gevallen prostituées een aangeboren aanleg tot sexueele inversie hebben en dat zulk een aanleg, te zamen met onverschilligheid voor den omgang met mannen een oorzaak is, die haar voorbeschikt tot het kiezen van het leven van prostituée. Kurella beschouwt prostituées zelfs als een tweede variëteit van personen met aangeboren inversie. Anna Rüling in Duitschland zegt, dat ongeveer twintig percent van de prostituées homosexueel zijn; als haar gevraagd werd wat er haar toe bracht prostituée te worden, antwoordde meer dan eengeïnverteerdevrouw van de straat haar, dat het zuiver een beroeps-zaak was en dat sexueel gevoel buiten kwestie bleef, behalve met een vriendin79.Het voorkomen van aangeboren inversie onder prostituées—hoewel we prostituées als een klasse niet als noodzakelijk gedegenereerd behoeven te beschouwen—doet de vraag ontstaan of het waarschijnlijk is, dat we een ongewoon groot aantal physieke en andere afwijkingen onder haar vinden. Het kan niet gezegd worden, dat er op dit punt eenstemmigheid van opinie is. Voor sommige autoriteiten zijn prostituées niets anders dan normale, gewone vrouwen van een lagen maatschappelijken rang, zoo inderdaad haar instincten niet eenigszins verheven zijn boven die van de klasse, waarin zij geboren zijn. Andere onderzoekers vinden onder haar een zoo groote proportie van individuen, die afwijken van het normale, dat zij geneigd zijn de prostituées over het algemeen te plaatsen onder de eene of andere abnormale klasse80.Baumgarten, die meer dan 8000 prostituées gekend heeft,bevond, dat maar een zeer klein deel crimineel is of psychopatisch in temperament of organisatie (Archiv für Kriminal-Anthropologie, deel XI, 1902). Het is echter niet duidelijk, dat Baumgarten eenige nauwkeurige en preciese onderzoekingen deed. Mr. Lane, een Londensch politie-rechter, heeft geconstateerd, als resultaat van zijn eigen opmerkingen, dat prostitutie “tegelijk eensymptoomen een gevolg is van denzelfden gedegenereerden, physieken en decadenten aard, die aanleiding geeft tot het ontstaan van mannelijke landloopers, kleine dieven en bedelaars van beroep en dat de prostituée gewoonlijk het vrouwelijk analogon daarvan is” (Ethnological Journal, April, 1905, p. 41). Deze schatting is zeker juist, wat een groot deel der vrouwen aangaat, die, dikwijls verzwakt door drank, in de zittingen van de politie-rechters verschijnen, maar ze kan wel nauwelijks zonder nadere aanduiding toegepast worden op prostituées in het algemeen.Morasso (Archiviodi Psichiatria, 1896. afl. 1) heeft geprotesteerd tegen een enkel zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées op grond van zijn eigen opmerkingen. Er is, zegt hij, een categorie van prostituées, onbekend aan wetenschappelijke navorschers, die hij noemt die van deProstitute di alto bordo. Onder haar zijn de teekenen van degeneratie zoowel physiek alsmoreel, niet in grooteren getale te vinden, dan onder vrouwen, die niet tot de prostitutie behooren. Zij vertoonen alle soorten van karakters, terwijl sommigen van haar een groote verfijning bezitten; ze worden voornamelijk gekenmerkt door een ongewone mate van sexueele begeerte. Zelfs onder de lagere groep van debassa prostituzionebeweert hij, dat wij een overheerschen vinden van sexueele, zoowel als van professioneele karakters eer dan teekenen van degeneratie. Het is voldoende nog een getuigenis aan te halen, zooals het vele jaren geleden gegeven is door een vrouw van hoog verstand en karakter, Mrs. Craik, de romanschrijfster: “De vrouwen, die vallen, zijn in het geheel niet de slechtste van haar stand”, schreef zij. “Ik heb het hooren bevestigen door meer dan een vrouw—door eene vooral, wier ondervinding even groot was als haar welwillendheid—dat vele van haar behooren onder de beste, meest verfijnde, intelligente, waarheidlievende, en liefhebbende. “Ik weet niet hoe het komt”, zeide zij dan, “of juist haar meerderheid haar ontevreden maakt met haar eigen stand—arbeiders zijn dikwijls zulke ruwe, boersche kerels!—zoodat zij gemakkelijker ten prooi vallen aan mannen, die in stand boven haar zijn: of dat, hoewel deze theorie veel menschen zal stuiten, andere deugden nog kunnen bestaan en bloeien, volkomen afgescheiden van, en na het verlies van dat, wat wij gewend zijn te beschouwen als de onmisbare eerste deugd van onze sekse—kuischheid. Ik kan het niet verklaren; ik kan alleen zeggen, dat het zoo is, dat sommige van mijn meest belovende dorpsmeisjes het eerst in het verderf zijn geloopen; en dat sommige van de beste en trouwste dienstmeisjes, die ik ooit gehad heb, tot schande kwamen, en als ik ze niet te hulp was gekomen en ze op weg had geholpen het kwaad weer goed te maken, ongetwijfeld “gevallen vrouwen” zouden geworden zijn”.”(AWoman’s Thoughts About Women, 1858, p. 291). Verschillende schrijvers hebben den nadruk gelegd op de goede moreele eigenschappen van prostituées. Zoo noemt in Frankrijk Despine eerst haar ondeugden op zooals (1) gulzigheid en drankzucht, (2) leugenachtigheid, (3) opvliegendheid, (4) gebrek aan orde en slordigheid, (5) wispelturigheid, (6) behoefte aan beweging, (7) neiging tot homosexualiteit; en dan gaat hij voort haar goede eigenschappen te specificeeren: haar moederliefde en haar kinderliefde, haar hulpvaardigheid voor elkaar; en haar weigeren elkaar aan te klagen; terwijl zij dikwijls godsdienstig zijn, soms bescheiden en gewoonlijk zeer eerlijk (DespinePsychologie Naturelle, deel III, p. 207et seq.; wat de Siciliaansche prostituées betreftcf.Càllari,Archivio di Psichiatria, afl. IV, 1903). De hulpvaardigheid voor elkaar, die dikwijls in ellende getoond wordt, wordt in hooge mate geneutraliseerd door beroeps-achterdocht en jaloezie.Lombroso meent, dat de basis van de prostitutie gevonden moet worden in moreele onnoozelheid. Als we door moreele onnoozelheid een toestand moeten verstaan die nauw verwant is aan krankzinnigheid, dan is deze bewering dubbelzinnig. Er schijnt geen duidelijke verhouding te zijn tusschen prostitutie en krankzinnigheid, en Tammeo heeft aangetoond (LaProstituzione, p. 76), dat het veelvuldig voorkomen van prostituées in de verschillende Italiaansche provincies in omgekeerde verhouding staat tot het veelvuldig voorkomen van krankzinnigen; naarmate de krankzinnigheid toeneemt, neemt de prostitutie af. Maar als we meenen een mindere mate van moreele achterlijkheid—dat is te zeggen, een stompheid in ontvankelijkheid voor de gewone moreele beschavingsoverwegingen, die, terwijl ze direct voortkomt uit den verhardenden invloed van een ongunstige jeugd-omgeving, ook kan berusten op een aangeboren aanleg—kan er geen twijfel aan zijn of moreele achterlijkheid wordt zeer dikwijls onder prostituées gevonden. Het zou ongetwijfeld aannemelijk zijn te zeggen, dat iedere vrouw, die haar maagdelijkheid geeft in ruil voor een onvoldoende weergave een achterlijke is. Als zij zich geeft uit liefde, heeft zij op zijn slechtst, een dwaze vergissing begaan, zooals jonge enonervarenmenschen ieder oogenblik kunnen begaan. Maar als zij bepaald het plan heeft zich te verkoopen, en als ze dat doet voor niets of voor bijna niets,dan is het een ander geval. De ondervindingen van Commenge in Parijs zijn in dit opzicht leerzaam. “Voor veel jonge meisjes”, schrijft hij,“bestaat er geen schaamtegevoel, zij ondervinden geen gemoedsbeweging als zij zich volkomen ongekleed vertoonen, zij geven zich aan den eersten den besten, waarvan zij niet weten, of zij hem ooit weer zullen zien. Zij hechten geen waarde aan haar maagdelijkheid; zij worden onteerd onder de vreemdste omstandigheden, zonder de minste gedachte aan of zorg over de daad, die zij doen. Nòch eenig gevoel, nòch eenige berekening, drijft haar in de armen van een man. Zij laten zich gaan zonder nadenken en zonder reden, bijna als een dier, uit onverschilligheid en zonder genot”. Hij kende vijf en veertig meisjes tusschen den leeftijd van twaalf en zeventien, die door den eersten den besten onbekende, dien ze nooit terug zagen, onteerd werden; zij verloren haar maagdelijkheid, naar Dumas zegt, zooals zij haar melktanden verloren, en ze konden geen aannemelijke reden opgeven voor haar verlies. Een meisje van vijftien jaar, dat vermeld wordt door Commenge en dat bij haar ouders woonde, die haar alles gaven wat ze noodig had, verloor haar maagdelijkheid, doordat ze toevallig een man ontmoette, die haar twee francs aanbood, als ze met hem mee wilde gaan; ze deed het zonder aarzelen en begon spoedig uit zichzelf mannen aan te spreken. Een meisje van veertien jaar, die ook behagelijk bij haar ouders woonde, gaf haar maagdelijkheid op een kermis voor een glas bier, en begon van toen af zich aan te sluiten bij prostituées. Een ander meisje van denzelfden leeftijd, die op een Kermesse in den draaimolen wilde draaien, bood zich aan, aan den man die de machine bediende, voor het genoegen van eenmaal rond te draaien. Nog een ander meisje van vijftien jaar, op een ander feest, bood haar maagdelijkheid voor hetzelfde tijdelijke genoegen. (Commenge,Prostitution Clandestine, 1897, p. 101et seq.). In de Vereenigde Staten legt Dr. W. Travis Gibb, behandelend geneesheer aan de “New York Society for the Prevention of Cruelty to Children”, dezelfde getuigenis af van het feit, dat in een tamelijk groot deel van gevallen van “verkrachting” het kind het gewillige slachtoffer is. “Het is bepaald aandoenlijk” zegt hij (Medical Record, April 20, 1907), “te bemerken hoe een stuiversstuk of een kwartje voldoende zijn om de deugd van deze kinderen te koopen”.Indien we willen onderzoeken in hoeverre prostituées aangeboren physieke afwijkingen vertoonen, dan is het gelaat de ruwste en meest voor de hand liggende toetssteen, hoewel hij niet de meest preciese is en evenmin de meeste bevrediging geeft. Toen in Frankrijk, ongeveer 1000 prostituées wat haar uiterlijk betrof in vijf groepen verdeeld werden, vond men, dat slechts zeven tot veertien percent tot de eerste groep behoorden, nl. tot de groep van haar, waarvan men zeggen kon, dat ze jeugd en schoonheid bezaten. (Jeannel,De la Prostitution Publique, 1860, p. 168). En Woods Hutchinson, die een uitgebreide bekendheid met Londen, Parijs, Weenen, New York, Philadelphia en Chicago bezit, zegt, dat een mooie of zelfs maar aantrekkelijk-uitziende prostituée zeldzaam is, en dat het gewone schoonheidsniveau lager is dan in eenige andere klasse van vrouwen. “Voor welke andere verkeerdheden”, merkt hij op, “de fatale macht van de schoonheid verantwoordelijk gesteld mag worden, ze heeft niets te maken met prostitutie” (Woods Hutchinson, “The Economics of Prostitution”,American Gynaecological and Obstetric Journal, September, 1895). We moeten natuurlijk altijd in de gedachten houden, dat deze taxaties iets van haar waarde verliezen, doordat ze voornamelijk gebaseerd zijn op het onderzoek van vrouwen, die het duidelijkst tot de klasse der prostituées behooren en reeds door haar beroep ruw zijn geworden.Als we tot de conclusie mogen komen—en over dit feit zal waarschijnlijk niet getwist worden—dat mooie, aangename, en harmonisch gevormde gezichten eer zeldzaam dan gewoon zijn onder prostituées, dan mogen we daarentegen zeggen, dat nauwkeurig onderzoek een groot aantal physieke abnormaliteiten aan den dag zal brengen. Een van de vroegste belangrijke physieke onderzoekingen op prostituées was die van Dr. Pauline Tarnowsky in Rusland(het eerst gepubliceerd inVratchin 1887, en later alsEtudes anthropométriques sur les Prostituées et les Voleuses). Zij onderzocht vijftig prostituées uit Petersburg, die niet langer dan twee jaren in een bordeel gewoond hadden, en ook vijftig boerenvrouwen van zooveel mogelijk denzelfden leeftijd en geestelijke ontwikkeling. Zij vond, dat (1) de prostituée kleiner schedel-middellijn had; (2) dat acht en veertig percent verschillende teekenen vertoonde van physieke degeneratie (onregelmatigen schedel, asymmetrie van het gezicht, afwijkingen in het harde verhemelte, tanden, ooren, enz.). Deze neiging tot afwijkingen onder de prostituées was tot zekere hoogte verklaard, toen er gevonden werd, dat ongeveer vier vijfde van haar, ouders hadden, die aan den drank verslaafd waren, en bijna een vijfde de laatst overlevenden van groote families waren; zulke families zijn dikwijls voortgebracht door gedegenereerde ouders.Het veelvuldig voorkomen van erfelijke degeneratie is ook door Bonhoeffer onder Duitsche prostituées opgemerkt. Hij onderzocht 190 prostituées in de gevangenis in Breslau, die dus tot een meer abnormale klasse behoorden dan gewone prostituées, en hij vond, dat er 102 erfelijk gedegenereerd waren, meest met een of beide ouders dronkaards; 53 vertoonden tevens zwakzinnigheid (Zeitschrift für die Gesamte Strafwissenschaft, Bd. XXXIII, p. 106).Het meest nauwkeurige onderzoek van gewone niet-misdadige prostituées, zoowel anthropologisch als wat het overheerschen van afwijkingen aangaat, is in Italië gedaan, hoewel niet op een voldoend aantal personen om absoluut beslissende resultaten op te leveren. Zoo onderzocht Fornasari zestig prostituées, voornamelijk uit Emilia en Venetië, en ook zeven en twintig andere uit Bologne; de laatste groep werd vergeleken met een derde groep van twintig normale vrouwen uit Bologne (Archivio di Psichiatria, 1892, afl. VI). Er werd bevonden, dat de prostituées van een kleiner type waren dan de normale individuen, met smaller hoofden en grooter gezichten. Zooals de schrijver zelf zegt, waren de personen die hij onderzocht, niet voldoende in aantal om ver strekkende generalisaties te rechtvaardigen, maar het kan toch de moeite waard zijn eenige van zijn resultaten op te sommen. Bij dezelfde grootte vertoonden de prostituées grooter gewicht; bij dezelfden leeftijd waren ze kleiner dan andere vrouwen, niet alleen van de gegoede, maar van de arme klasse: de lengte van het gezicht, de bizygomatische doorsnee (hoewel niet de afstand tusschen de jukbeenderen), de afstand tusschen de kin en de uitwendige ooropening, en de afmeting van de kaak waren alle grooter bij de prostituées; de handen waren, in vergelijking van den palm, langer en breeder dan bij gewone vrouwen; de voet was ook langer bij prostituées, en de dij was, in vergelijking van de kuit grooter. Het is opmerkelijk, dat bij de meeste bijzonderheden, vooral wat de metingen van het hoofd betreft, de variaties onder de prostituées veel grooter waren dan onder de andere vrouwen, die onderzocht werden; dit kan voor een deel, hoewel niet geheel, verklaard worden uit het iets grootere aantal van de eersten.Ook Ardu gaf (in hetzelfde nummer van deArchivio) het resultaat van zijn onderzoekingen (op initiatief van Lombroso verricht) over het veelvoudig voorkomen van abnormaliteiten onder de prostituées. De personen waren vier en zeventig in aantal en behoorden tot deClinica Sifilopaticavan Professor Giovannini in Turijn. De abnormaliteiten, waarnaar onderzoek gedaan werd waren: mannelijke verdeeling van haar in de schaamstreek, op de borst en de ledematen, al te sterke haargroei op het voorhoofd, linkschheid, atrophie van den tepel, en tatoeëeren (dat maar eens gevonden werd). Ardu’s verhandelingen over een andere serie onderzoekingen van vijf en vijftig prostituées door Lombroso, geven tot resultaat, dat mannelijke plaatsing van het haar gevonden wordt bij vijftien percent, tegen zes percent bij gewone vrouwen; eenige mate van hypertrichosis in achttien percent; linkschheid in elf percent (maar bij normale vrouwen wel twaalf percent volgens Gallia); en atrophie van den tepel in twaalf percent.Guiffrida-Ruggeri(Atti della Società Romana di Antropologia, 1897, p. 216),vond bij het onderzoek van acht en twintig prostituées onregelmatigheden in de volgende orde van afnemende frequentie: neiging van de wenkbrauwen elkaar te ontmoeten, gebrek aan symmetrie van het hoofd, druk aan den wortel van den neus, onvoldoende ontwikkeling van de kuiten, hypertrichosis en andere afwijkingen van haar, vooruitstekend jukbeen, vooruitspringend voorhoofd en abnormale inplanting van de tanden, Darwinsche oor-tuberkel, dunne verticale lippen. Deze kenteekenen zijn ieder afzonderlijk van weinig of geen belang, hoewel ze te samen niet zonder beteekenis zijn als een aanwijzing van algemeene afwijking.Later komt Ascarilla, in een uitgebreide studie (Archivio di Psichiatria, 1906, afl. VI, p. 812), over de vingerafdrukken van prostituées tot de conclusie, dat zelfs in dit opzicht prostituées eenigermate een klasse vormen, die morphologische inferieuriteit vertoont met normale vrouwen. De modellen vertoonen ongewone eenvoudigheid en gelijkvormigheid en de beteekenis hiervan wordt aangetoond door het feit, dat een zelfde gelijkvormigheid vertoond wordt door de vingerafdrukken van krankzinnigen en doofstommen (De Sanctis en Toscano,Atti Società Romana Antropologia, deel VIII, 1901, afl. II.)In Chicago heeft Dr. Harriet Alexander, te zamen met Dr. E. S. Talbot en Dr. J. G. Kiernan in het Bridewell of verbeteringshuis dertig prostituées onderzocht; alleen de “domme” klasse van beroepsprostituées komen in deze instelling, en het kan daarom geen verwondering wekken dat zij meer bepaalde teekenen van degeneratie vertoonden. In ras waren bijna de helft van degenen die onderzocht werden Keltisch Iersch. Bij zestien waren de zygomatische processen ongelijk en zeer in het oog springend. Andere asymmetrieën van het gezicht waren gewoon. In drie gevallen waren de hoofden van Mongoolsch type; zestien waren epignatisch, en elf prognatisch; vijf vertoonden remming van den groei van het gezicht. Brachycephalie was overheerschend (zeventien gevallen); de rest was mesaticephalitisch; geen was dolichocephalitisch. Abnormaliteiten in den vorm van den schedel waren er vele, en vijf en twintig hadden verkeerd gevormde ooren. Vier waren beslist krankzinnig, en een was een epileptica (H. C. Alexander, “Physical Abnormalities in Prostitutes”,Chicago Academy ofMedicine, April 1893; E. S. Talbot,Degeneracy, p. 320;Id.,Irregularities of the Teeth, vierde uitgave, p. 141).Het schijnt over het geheel wel, voor zoover het bewijsmateriaal op het oogenblik strekt, dat prostituées niet volkomen normale vertegenwoordigsters zijn van den stand, waarin zij geboren zijn. Er is een keuze-proces geweest van individuen, die door haar aangeboren eigenschappen afwijken van het normale gemiddelde, en die dus in lichte mate ongeschikt zijn voor het normale leven81. De psychische eigenaardigheden, die met zulk een afwijking samengaan, zijn niet altijd bepaald ongunstig; het licht neurotische meisje van lagen stand—dat niet houdt van hard werken, uit geringe energie, en dat misschien gulzig is en zelfzuchtig—kan zelfs een verfijning boven haar stand schijnen te bezitten. Terwijl er echter onder prostituées een neiging tot afwijking is, moet het duidelijk erkend worden, dat die neiging gering is zoolang wij de geheele klasse van prostituées onpartijdig beschouwen. Die navorschers, die tot de conclusie zijn gekomen dat prostituées een zeer gedegenereerde en abnormale klasse zijn, hebben alleen maarspeciale groepen van prostituées geobserveerd, meer speciaal degenen, die dikwijls in de gevangenis gevonden worden. Het is onmogelijk een juist denkbeeld te vormen van prostituées als we ze alleen in de gevangenis bestudeeren, evenmin als het mogelijk zou zijn een juist denkbeeld te vormen van dominees, dokters of advocaten door ze alleen in de gevangenis te bestudeeren; dit blijft waar, al komt een veel grooter deel der prostituées dan van de leden der meer geachte beroepen in de gevangenis; dat feit verklaart ongetwijfeld voor een deel de grootere abnormaliteit van prostituées.We moeten natuurlijk in de herinnering houden dat de speciale levensvoorwaarden van prostituées er toe leiden het optreden van bepaalde beroeps-eigenaardigheden te veroorzaken, die volkomen kunstmatig verkregen zijn en niet aangeboren. Zoo kunnen we verklaren de geleidelijke wijziging van de vrouwelijke secundaire en tertiaire sexueele eigenaardigheden, en het optreden van mannelijke eigenaardigheden, zooals de veel voorkomende diepe stem, enz.82. Maar als we voldoende rekening houden met deze kunstmatig verkregen eigenaardigheden, blijft het toch waar, dat de vergelijking der uitkomsten van de verschillende onderzoekingen die tot dusverre gedaan zijn, mogen ze dan niet geheel overtuigend zijn, er toch op schijnen te wijzen dat, zelfs afgezonderd van het overheerschen van kunstmatig verkregen afwijkingen, de beroepskeuze, die individuen afzondert van de algemeene bevolking van een zelfde maatschappelijke klasse, die anthropometrische eigenaardigheden hebben; deze varieeren, maar behooren toch tot dezelfde soort. De gedane waarnemingen schijnen aan te duiden, dat prostituées over het algemeen niet in gewicht boven het middelmatige zijn, niet in gestalte; dat ze korter armen hebben, hoewel de handen langer zijn (dit is zoowel in Italië als in Rusland gevonden); zij hebben dunner enkels en zwaarder kuiten en betrekkelijk nog zwaarder dijen. De geraamde schedelinhoud, de omtrek en de doorsnede van den schedel zijn eenigszins beneden het middelmatige, niet alleen wanneer ze vergeleken worden met respectabele vrouwen, maar ook in vergelijking van misdadigsters; er is een neiging tot brachycephalie (in Italië en Rusland beide); de wangbeenderen springen gewoonlijk vooruit en de kaken zijn ontwikkeld; het haar is donkerder dan bij respectabele vrouwen, hoewel niet zoo donker als bij dieveggen; het is gewoonlijk overvloedig, niet alleen op het hoofd maar ook op de schaamdeelen en elders; men heeft bevonden, dat de oogen bepaald donkerder waren dan die van hetzij respectabele vrouwen, hetzij misdadigsters83.
De geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling van de prostitutie stelt ons in staat te zien, dat de prostitutie niet een toevallig bijkomstig iets is van ons huwelijks-systeem, maar dat het een essentieel bestanddeel is, dat tegelijk met de andere bestanddeelen ervan voor den dag komt. De geleidelijke ontwikkeling van de familie op patriarchale en grootelijks monogame basis, maakte het hoe langer hoe moeilijker voor een vrouw over haar eigen persoon te beschikken. Zij behoorde in de eerste plaats aan haar vader, wiens belang het was haar zorgvuldig te bewaken, totdat er een echtgenoot zou komen, die rijk genoeg was om haar te koopen. In de verhooging van haar waarde ontwikkelde zich geleidelijk het nieuwe denkbeeld van de marktwaarde der maagdelijkheid, en waar een “maagd” vroeger beteekend had een vrouw, die vrij was met haar eigen lichaam te doen wat zij wilde, werd de beteekenis ervan nu veranderd en begon het te beteekenen een vrouw, die van den omgang met mannen uitgesloten was. Als zij van haar vader overgedragen werd aan een echtgenoot, dan werd ze nog met dezelfde zorg bewaakt; echtgenoot en vader hadden er gelijkelijk belang bij hun vrouwen te beschermen tegen ongehuwde mannen. De toestand, die zoo ontstond, leidde tot het bestaan van een groote groep jonge mannen, die nog niet rijk genoeg waren om vrouwen te verkrijgen en een groote groep jonge vrouwen, die nog niet tot vrouw gekozen waren, en waarvan velen niet konden verwachten ooit te zullen huwen. Op zulk een punt van de evolutie is de prostitutie klaarblijkelijk onvermijdelijk; ze is niet zoozeer de onontbeerlijke aanvulling van het huwelijk, als wel een essentieel deel van het geheele systeem. Sommige van de overtollige of verwaarloosde vrouwen vinden, terwijl zij haar geldswaarde realiseeren en misschien meteen tradities doen herleven van een vroegere vrijheid, een maatschappelijken werkkring, door haar gunsten te verkoopen om de tijdelijke begeerten te voldoen van de mannen, die nog geen vrouw hebben kunnen krijgen. Zoo is iedere schakel in den keten van het huwelijkssysteem vast aaneengesnoerd en een cirkel gevormd.
Maar terwijl de geschiedenis van de opkomst en de ontwikkeling der prostitutie ons doet zien welk een onverwoestbaar en essentieel element de prostitutie is van het huwelijks-systeem, dat sinds lang in Europa bestaan heeft—onder verschillende toestandenvan ras, staatkunde, maatschappij en godsdienst—verschaft het ons toch niet in ieder opzicht de feiten, die noodig zijn om tegenwoordig tot een bepaalde houding jegens de prostitutie te komen. Om de plaats van de prostitutie in ons bestaand systeem te begrijpen, is het noodig, dat we de voornaamste factoren van de prostitutie analyseeren. We kunnen die het gemakkelijkst leeren begrijpen, als we de prostitutie, naar volgorde, van vier gezichtspunten bekijken. Deze zijn: (1)economischenoodzakelijkheid; (2)biologischepredispositie; (3)moreelevoordeelen; en (4) wat genoemd kan worden de waarde ervanvoor de beschaving.
Terwijl deze vier factoren van de prostitutie mij degene toeschijnen, die ons hier voornamelijk aangaan, is het nauwelijks noodig er op te wijzen, dat vele andere oorzaken samenwerken om prostitutie te veroorzaken en te wijzigen. Prostituées zelf trachten dikwijls andere meisjes er toe te brengen dezelfde paden in te slaan; er moeten nieuwelingen gevonden worden voor bordeelen, waardoor we “den handel in blanke slavinnen” krijgen, die nu in vele deelen van de wereld krachtdadig bestreden wordt; terwijl al de vormen om meisjes tot dit leven te verleiden begunstigd worden door alcoholisme, dat dikwijls de prostitutie als het ware voorbereidt. Gewoonlijk zal men vinden, dat verscheidene oorzaken samengewerkt hebben om het meisje op den weg der prostitutie te voeren.
De wijzen, waarop verschillende factoren van omgeving en suggestie samenwerken om een meisje tot prostitutie te verleiden, worden aangeduid in het volgende gezegde, waarin een correspondent, als man van de wereld, zijn eigen conclusies over de zaak heeft uiteengezet: “Ik heb tamelijk veel ervaringen gehad met lichte vrouwen van allerlei soort en ik kan zonder aarzelen zeggen, dat niet meer dan 1 percent van de vrouwen die ik gekend heb, als beschaafd konden worden beschouwd. Dit wijst er op, dat zij altijd van lage afkomst zijn, en de verschrikkelijke gevallen van overbevolking, die dagelijks aan het licht komen, geven aanleiding te denken dat reeds op zeer jeugdigen leeftijd het gevoel van schaamte verloren gaat, en dat lang vóór de puberteit een zekere gemeenzaamheid met sexueele zaken ontstaat. Zoodra zij oud genoeg zijn, worden deze meisjes door haar minnaars verleid; de gemeenzaamheid, waarmee zij sexueele zaken beschouwen, neemt de terughouding weg die een meisje beschermt, dat haar jeugd in fatsoenlijken kring heeft doorgebracht. Later gaan de meisjes in fabrieken en winkels werken; als zij mooi en aantrekkelijk zijn hebben zij betrekkingen met chefs en meesterknechts. Dan brengt de lust tot opschik, die zoo’n grooten factor vormt in het vrouwelijk karakter er haar toe de “maitres” te worden van een man met geld. Een merkwaardig ding in deze verhouding is, dat zij zelden genot vinden bij haar beschermers, en dat ze aan de ruwer omarmingen van den een of anderen man, die in stand dichter bij haar is, zeer dikwijls een soldaat, de voorkeur geven. Ik heb niet veel vrouwen gekend die verleid waren en verlaten, hoewel dit een voorstelling is, die door prostituées dikwijls van de zaak gegeven wordt. Kellnerinnen nemen een groote plaats in in de gelederen van de prostitutie, voor een groot deel ten gevolge van haar verslaafd zijn aan den drank; dronkenschap leidt bij vrouwen altijd tot laksheid in de moreele terughouding. Een andere machtige factor voor het overgaan tot de prostitutie ligt in den glans van den opschik, waarmee gepronkt wordt door den eene of anderevriendin, die dit leven reeds aangenomen heeft. Een meisje, dat hard werkt, om te leven ziet een vriendin, die misschien een bezoek brengt in de straat waar het hard werkende meisje woont, prachtig gekleed, terwijl zijzelf ternauwernood genoeg kan verdienen om te eten. Zij maakt een praatje met haar modieuse vriendin, die haar vertelt hoe gemakkelijk zij geld kan verdienen, ze legt haar uit welk een levensgoed de sexueele organen zijn, en spoedig is er een nieuweling tot de gelederen der prostitutie toegetreden”.Het heeft eenig belang de redenen die meisjes leiden tot prostitutie te beschouwen. In sommige landen vindt men dienaangaande gegevens van menschen, die van ambtswege met de publieke vrouwen in aanraking komen. In andere landen is het regel dat meisjes, voor zij als prostituées worden ingeschreven, de redenen opgeven waarom zij de loopbaan wenschen te betreden.Parent-Duchâtelet, wiens werk over prostituées in Parijs nog als gezaghebbend geldt, heeft het eerste overzicht van deze soort gepubliceerd. Hij bevond, dat van de vijf duizend prostituées er 1441 geïnfluenceerd waren door armoede, 1425 door verleiden van minnaars, die haar verlaten hadden, 1255 door het verlies van ouders door den dood, of door eenige andere reden. Bij zulk een overzicht wordt het geheele aantal in ’t algemeen verklaard door ellende, dat is door economische oorzaken alleen (Parent-Duchâtelet,De la Prostitution, 1857, deel I, p. 107).In Brussel werden gedurende een tijdvak van twintig jaren (1865—1884) 3505 vrouwen ingeschreven als prostituée. De oorzaken, die zij aangaven waarom zij deze loopbaan wenschten te betreden, geven een ander beeld dan dat, hetwelk door Parent-Duchâtelet gegeven wordt, maar misschien een dat meer betrouwbaar is, hoewel er eenige bepaalde en merkwaardige inconsequenties in zijn. Van de 3505 verklaarden 1523 dat uiterste armoede de oorzaak was van haar degradatie; 1118 bekenden vrijuit dat haar sexueelehartstochtende oorzaak waren; 420 schreven haar val toe aan slecht gezelschap; 316 zeiden dat zij genoeg hadden van haar werk en dat het haar verveelde, omdat de moeite zoo groot was en het loon zoo klein; 101 waren verlaten door haar minnaars; 10 hadden ongenoegen gehad met haar ouders; 7 waren door haar echtgenooten verlaten; 4 konden het niet vinden met haar voogden; 3 hadden familietwisten; 2 werden door haar echtgenooten gedwongen zich te prostitueeren, en 1 door haar ouders (Lancet, Juni 28, 1890, p. 1442).In Londen bevond Merrick, dat van de 16.022 prostituées met wie hij in aanraking kwam gedurende de jaren dat hij kapelaan was aan de Millbank-gevangenis, 5061 haar huis of haar betrekking vrijwillig hadden verlaten voor “een leven van pleizier”, 3363 gaven armoede op als de oorzaak; 3154 waren “verleid” en daarna op straat geraakt; 1636 waren door huwelijksbeloften bedrogen en door minnaar en betrekkingen verlaten. Over het geheel, zegt Merrick, dat 4790 of bijna een derde van het geheele aantal haar overgaan tot de loopbaan direct aan mannen toeschrijven, 11.232 aan andere oorzaken. Hij voegt er bij, dat van hen, die armoede als oorzaak opgaven, een groot aantal lui en onbekwaam was (G. P. Merrick,Work Among the Fallen, p. 38).Logan, een Engelsch stadszendeling met een groote mate van bekendheid met prostituées, verdeelde ze in de volgende groepen: 1. Een vierde van de meisjes zijn dienstboden, vooral in herbergen, bierhuizen enz., en zoo in het leven der prostitutie ingeleid; 2. een vierde komt van fabrieken enz.; 3. bijna een vierde wordt door koppelaarsters geleverd, die provincie-steden, markten enz. bezoeken; 4. een laatste groep omvat aan den eenen kant haar, die door armoede, indolentie of een slecht humeur er toe gebracht zijn prostituée te worden, dingen, die haar ongeschikt maken voor gewone beroepen, en aan den anderen kant kant haar, die verleid zijn door een valsche huwelijksbelofte (W. Logan,The Great Social Evil, 1871, p. 53).In Amerika heeft Sanger rapport uitgebracht over de resultaten van onderzoekingen, die gedaan zijn over twee duizend New-Yorksche prostituées aangaande de oorzaken, die haar er toe gebracht hebben haar beroep te kiezen:Armoede525Neiging513Verleid en verlaten258Drank en dranklust181Slechte behandeling door ouders, betrekkingen of echtgenooten164Als een gemakkelijk leven124Slecht gezelschap84Overreding door prostituées71Te lui om te werken29Verkrachting27Verleid op schepen van landverhuizers16Verleid in herbergen voor landverhuizers82000(Sanger,History of Prostitution, p. 488).Ook in Amerika heeft Professor Woods Hutchinson zich onlangs in verbinding gesteld met ongeveer dertig vertegenwoordigers in verschillende groote centra van het wereldverkeer, en hij noemt als volgt de antwoorden op zijn vragen aangaande de leer der oorzaken van de prostitutie.Percent.Liefde voor vertoon, weelde en luiheid42.1Slechte behandeling thuis23.8Verleiding, waarbij zij onschuldige slachtoffers waren11.3Werkloosheid9.4Erfelijkheid7.8Primair sexueel verlangen5.6(WoodsHutchinson, “The Economics of Prostitution”,American Gynaecologic and Obstetric Journal, September 1895;Id.,The Gospel According to Darwin, p. 194).In Italië waren in 1881 van de 10.422 ingeschreven prostituées van den leeftijd van zeventien en ouder, de oorzaken van de prostitutie als volgt in klassen verdeeld:Ondeugd en verdorvenheid2752Dood van ouders, echtgenoot enz.2139Verleiding door een minnaar1653Verleiding door een werkgever927Verlaten door ouders, echtgenoot, enz.795Zucht naar weelde698Dwang door minnaar of ander persoon buiten de familie666Dwang door ouders of echtgenoot400Om ouders of kinderen te onderhouden393(Ferriani,Minorenni Delinquenti, p. 193).De redenen door Russische prostituées aangegeven voor het kiezen van haar beroep zijn (volgens Federow) de volgende:38.5percentonvoldoende loon.21.0percent,,verlangen naar amusement.14.0percent,,verlies van betrekking.9.5percent,,overreding door vrouwelijke bekenden.6.5percent,,ontwend zijn aan de gewoonte van te werken.5.5percent,,verdriet, en om een minnaar te plagen.0.5percent,,dronkenschap.(Opgesomd inArchives d’Anthropologie Criminelle, Nov. 15, 1901).
De wijzen, waarop verschillende factoren van omgeving en suggestie samenwerken om een meisje tot prostitutie te verleiden, worden aangeduid in het volgende gezegde, waarin een correspondent, als man van de wereld, zijn eigen conclusies over de zaak heeft uiteengezet: “Ik heb tamelijk veel ervaringen gehad met lichte vrouwen van allerlei soort en ik kan zonder aarzelen zeggen, dat niet meer dan 1 percent van de vrouwen die ik gekend heb, als beschaafd konden worden beschouwd. Dit wijst er op, dat zij altijd van lage afkomst zijn, en de verschrikkelijke gevallen van overbevolking, die dagelijks aan het licht komen, geven aanleiding te denken dat reeds op zeer jeugdigen leeftijd het gevoel van schaamte verloren gaat, en dat lang vóór de puberteit een zekere gemeenzaamheid met sexueele zaken ontstaat. Zoodra zij oud genoeg zijn, worden deze meisjes door haar minnaars verleid; de gemeenzaamheid, waarmee zij sexueele zaken beschouwen, neemt de terughouding weg die een meisje beschermt, dat haar jeugd in fatsoenlijken kring heeft doorgebracht. Later gaan de meisjes in fabrieken en winkels werken; als zij mooi en aantrekkelijk zijn hebben zij betrekkingen met chefs en meesterknechts. Dan brengt de lust tot opschik, die zoo’n grooten factor vormt in het vrouwelijk karakter er haar toe de “maitres” te worden van een man met geld. Een merkwaardig ding in deze verhouding is, dat zij zelden genot vinden bij haar beschermers, en dat ze aan de ruwer omarmingen van den een of anderen man, die in stand dichter bij haar is, zeer dikwijls een soldaat, de voorkeur geven. Ik heb niet veel vrouwen gekend die verleid waren en verlaten, hoewel dit een voorstelling is, die door prostituées dikwijls van de zaak gegeven wordt. Kellnerinnen nemen een groote plaats in in de gelederen van de prostitutie, voor een groot deel ten gevolge van haar verslaafd zijn aan den drank; dronkenschap leidt bij vrouwen altijd tot laksheid in de moreele terughouding. Een andere machtige factor voor het overgaan tot de prostitutie ligt in den glans van den opschik, waarmee gepronkt wordt door den eene of anderevriendin, die dit leven reeds aangenomen heeft. Een meisje, dat hard werkt, om te leven ziet een vriendin, die misschien een bezoek brengt in de straat waar het hard werkende meisje woont, prachtig gekleed, terwijl zijzelf ternauwernood genoeg kan verdienen om te eten. Zij maakt een praatje met haar modieuse vriendin, die haar vertelt hoe gemakkelijk zij geld kan verdienen, ze legt haar uit welk een levensgoed de sexueele organen zijn, en spoedig is er een nieuweling tot de gelederen der prostitutie toegetreden”.
Het heeft eenig belang de redenen die meisjes leiden tot prostitutie te beschouwen. In sommige landen vindt men dienaangaande gegevens van menschen, die van ambtswege met de publieke vrouwen in aanraking komen. In andere landen is het regel dat meisjes, voor zij als prostituées worden ingeschreven, de redenen opgeven waarom zij de loopbaan wenschen te betreden.
Parent-Duchâtelet, wiens werk over prostituées in Parijs nog als gezaghebbend geldt, heeft het eerste overzicht van deze soort gepubliceerd. Hij bevond, dat van de vijf duizend prostituées er 1441 geïnfluenceerd waren door armoede, 1425 door verleiden van minnaars, die haar verlaten hadden, 1255 door het verlies van ouders door den dood, of door eenige andere reden. Bij zulk een overzicht wordt het geheele aantal in ’t algemeen verklaard door ellende, dat is door economische oorzaken alleen (Parent-Duchâtelet,De la Prostitution, 1857, deel I, p. 107).
In Brussel werden gedurende een tijdvak van twintig jaren (1865—1884) 3505 vrouwen ingeschreven als prostituée. De oorzaken, die zij aangaven waarom zij deze loopbaan wenschten te betreden, geven een ander beeld dan dat, hetwelk door Parent-Duchâtelet gegeven wordt, maar misschien een dat meer betrouwbaar is, hoewel er eenige bepaalde en merkwaardige inconsequenties in zijn. Van de 3505 verklaarden 1523 dat uiterste armoede de oorzaak was van haar degradatie; 1118 bekenden vrijuit dat haar sexueelehartstochtende oorzaak waren; 420 schreven haar val toe aan slecht gezelschap; 316 zeiden dat zij genoeg hadden van haar werk en dat het haar verveelde, omdat de moeite zoo groot was en het loon zoo klein; 101 waren verlaten door haar minnaars; 10 hadden ongenoegen gehad met haar ouders; 7 waren door haar echtgenooten verlaten; 4 konden het niet vinden met haar voogden; 3 hadden familietwisten; 2 werden door haar echtgenooten gedwongen zich te prostitueeren, en 1 door haar ouders (Lancet, Juni 28, 1890, p. 1442).
In Londen bevond Merrick, dat van de 16.022 prostituées met wie hij in aanraking kwam gedurende de jaren dat hij kapelaan was aan de Millbank-gevangenis, 5061 haar huis of haar betrekking vrijwillig hadden verlaten voor “een leven van pleizier”, 3363 gaven armoede op als de oorzaak; 3154 waren “verleid” en daarna op straat geraakt; 1636 waren door huwelijksbeloften bedrogen en door minnaar en betrekkingen verlaten. Over het geheel, zegt Merrick, dat 4790 of bijna een derde van het geheele aantal haar overgaan tot de loopbaan direct aan mannen toeschrijven, 11.232 aan andere oorzaken. Hij voegt er bij, dat van hen, die armoede als oorzaak opgaven, een groot aantal lui en onbekwaam was (G. P. Merrick,Work Among the Fallen, p. 38).
Logan, een Engelsch stadszendeling met een groote mate van bekendheid met prostituées, verdeelde ze in de volgende groepen: 1. Een vierde van de meisjes zijn dienstboden, vooral in herbergen, bierhuizen enz., en zoo in het leven der prostitutie ingeleid; 2. een vierde komt van fabrieken enz.; 3. bijna een vierde wordt door koppelaarsters geleverd, die provincie-steden, markten enz. bezoeken; 4. een laatste groep omvat aan den eenen kant haar, die door armoede, indolentie of een slecht humeur er toe gebracht zijn prostituée te worden, dingen, die haar ongeschikt maken voor gewone beroepen, en aan den anderen kant kant haar, die verleid zijn door een valsche huwelijksbelofte (W. Logan,The Great Social Evil, 1871, p. 53).
In Amerika heeft Sanger rapport uitgebracht over de resultaten van onderzoekingen, die gedaan zijn over twee duizend New-Yorksche prostituées aangaande de oorzaken, die haar er toe gebracht hebben haar beroep te kiezen:
Armoede525Neiging513Verleid en verlaten258Drank en dranklust181Slechte behandeling door ouders, betrekkingen of echtgenooten164Als een gemakkelijk leven124Slecht gezelschap84Overreding door prostituées71Te lui om te werken29Verkrachting27Verleid op schepen van landverhuizers16Verleid in herbergen voor landverhuizers82000
(Sanger,History of Prostitution, p. 488).
Ook in Amerika heeft Professor Woods Hutchinson zich onlangs in verbinding gesteld met ongeveer dertig vertegenwoordigers in verschillende groote centra van het wereldverkeer, en hij noemt als volgt de antwoorden op zijn vragen aangaande de leer der oorzaken van de prostitutie.
Percent.Liefde voor vertoon, weelde en luiheid42.1Slechte behandeling thuis23.8Verleiding, waarbij zij onschuldige slachtoffers waren11.3Werkloosheid9.4Erfelijkheid7.8Primair sexueel verlangen5.6
(WoodsHutchinson, “The Economics of Prostitution”,American Gynaecologic and Obstetric Journal, September 1895;Id.,The Gospel According to Darwin, p. 194).
In Italië waren in 1881 van de 10.422 ingeschreven prostituées van den leeftijd van zeventien en ouder, de oorzaken van de prostitutie als volgt in klassen verdeeld:
Ondeugd en verdorvenheid2752Dood van ouders, echtgenoot enz.2139Verleiding door een minnaar1653Verleiding door een werkgever927Verlaten door ouders, echtgenoot, enz.795Zucht naar weelde698Dwang door minnaar of ander persoon buiten de familie666Dwang door ouders of echtgenoot400Om ouders of kinderen te onderhouden393
(Ferriani,Minorenni Delinquenti, p. 193).
De redenen door Russische prostituées aangegeven voor het kiezen van haar beroep zijn (volgens Federow) de volgende:
38.5percentonvoldoende loon.21.0percent,,verlangen naar amusement.14.0percent,,verlies van betrekking.9.5percent,,overreding door vrouwelijke bekenden.6.5percent,,ontwend zijn aan de gewoonte van te werken.5.5percent,,verdriet, en om een minnaar te plagen.0.5percent,,dronkenschap.
(Opgesomd inArchives d’Anthropologie Criminelle, Nov. 15, 1901).
1.De Economische oorzaak van de Prostitutie.—Schrijvers over de prostitutie beweren dikwijls, dat economische omstandigheden ten grondslag liggen aan de prostitutie en dat de voornaamste oorzaak ervan armoede is, terwijl prostituées zelf dikwijls verklaren, dat het bezwaar om op andere wijze een bestaan te verdienen de voornaamste oorzaak was, die haar er toe gebracht heeft deze loopbaan te kiezen. “Van al de oorzaken van de prostitutie”, schreef Parent-Duchâtelet een eeuw geleden, “vooral in Parijs, en waarschijnlijk in alle groote steden, is er geen die ernstiger is dan gebrek aan werk en onvoldoend loon”. In Engeland zegt Sherwell, dat ook de moraal in hooge mate afhangt van den handel57. Zoo is het ook in Berlijn, waar het aantal prostituées in slechte jaren toeneemt58. Dat is ook het geval in Amerika, evenals in Japan; “de oorzaak der oorzaken is armoede”59.
Zoo wordt overal door onderzoekers open en in het algemeen gezegd, dat de prostitutie in ruime mate en algemeen een economisch verschijnsel is, dat een gevolg is van de lage loonen van vrouwen of van plotselinge depressies in den handel. We moeten er echter bijvoegen, dat deze algemeene gezegden aanmerkelijk gewijzigd worden, in het licht van de nauwkeurige nasporingen gedaan door zorgvuldige onderzoekers. Ströhmberg, die 462 prostituées nauwkeurig onderzocht, ontdekte, dat er maar éen onder was, die armoede aangaf als de reden, waarom ze het beroep koos, en bij onderzoek bleek deze opgave een onbeschaamde leugen te wezen60. Hammer bevond, dat van de negentig ingeschreven Duitsche prostituées er niet éen haar loopbaan gekozen had uit gebrek of om een kind te onderhouden, terwijl sommige de straat op gingen terwijl ze nog geld hadden, of zonder dat ze wilden betaald worden61. Pastor Buschmann, van het Teltow Magdalena gesticht in Berlijn bevindt, dat het niet gebrek is, maar onverschilligheid voor moreele overwegingen, waardoor meisjes tot de prostitutie komen. In Duitschland wordt, voordat een meisje op het politieregister wordt ingeschreven, gepaste zorg gedragen, dat haar een kans gegeven wordt in een asyl te komen en werk te krijgen; in Berlijn waren, in den loop van tien jaar, maar twee meisjes—van de duizend—bereid van deze gelegenheid te profiteeren.
De moeilijkheid, die Engelsche reddingshuizen ondervinden om meisjes te vinden, die zich willen laten “redden” is bekend. Dezelfde moeilijkheid vindt men in andere steden, zelfs waar geheel andere toestanden heerschen; zoo ondervindt men in Madrid, volgens Bernaldo de Quiros en Llanas Aquilaniedo, dat de prostituées, die in de asyls komen, ondanks al de toewijding van de nonnen, tot haar oude leven terugkeeren, zoodra ze de asyls verlaten hebben. Terwijl de economische factor bij de prostitutie ongetwijfeld bestaat, berust de ongemotiveerde veelvuldigheid en de nadruk, waarmee hij op den voorgrond wordt gebracht en aangenomen, klaarblijkelijk voor een deel op onwetendheid aangaande de werkelijke feiten, voor een deel op het feit, dat zulk een onderstelling spreekt tot hen, die de zwakheid hebben alle maatschappelijke verschijnselen uit economische oorzaken te verklaren en voor een deel op de duidelijke aannemelijkheid ervan62.
Prostituées komen voornamelijk voort uit de gelederen der fabrieksmeisjes, dienstmeisjes, winkeljuffrouwen en kellnerinnen. In sommige van deze betrekkingen is het moeilijk het geheele jaar door werk te vinden. Zoo worden vele modistes, kleermaaksters en naaisters prostituée, als het de slappe tijd is in het bedrijf, en ze gaan weer aan haar werk als het seizoen begint. Soms wordt het geregelde dagwerk aangevuld door prostitutie ’s avonds. Er wordt gezegd, en misschien is dat waar, dat amateur-prostitutie van deze soort in Engeland zeer veel voorkomt, daar ze niet tegengegaan wordt door de voorzorgen, die, in landen waar de prostitutie geregeld is, de geheime prostitutie moet in acht nemen, om inschrijving te ontgaan. Er zijn bepaalde waschgelegenheden en kleedkamers in het centrum van Londen, die, naar men zegt, door de meisjes gebruikt worden om zich op de gebruikelijke wijze te blanketten, en om het blanketsel er ten slotte weer af te wasschen, voor zij naar huis gaan63. Het is zeker, dat in Engeland een groot deel der ouders, die tot den werkmansstand behooren en zelfs tot de lagere middelklasse, onbekend zijn met den aard van het leven, dat hun eigen dochters leiden. We moeten hieraan ook toevoegen,dat de ouders voor dit gedrag van de dochter nu en dan de oogen sluiten of het zelfs aanmoedigen; zoo schrijft een correspondent, dat hij “steden in Engeland kent, waar de prostitutie niet beschouwd wordt als iets schandelijks, en dat hij zich vele gevallen kan herinneren, waarin het huis van de moeder door de dochter gebruikt wordt met goedvinden van de moeder”.
Acton zegt in een goed boek over de prostitutie in Londen, geschreven in het midden van de laatste eeuw, dat de prostitutie “een overgangsstadium is, waar een onnoemelijk groot aantal Engelsche vrouwen in verkeert”64. Deze bewering werd toen met nadruk bestreden door vele ernstige moralisten, die weigerden toe te geven, dat het voor een vrouw, die in zoo’n diepe put van vernedering gevallen was, mogelijk was om er ooit weer fatsoenlijk en wel uit te komen. Toch is het zeker waar wat een groote proportie vrouwen betreft, niet alleen in Engeland, maar ook in andere landen. Zoo zegt Parent-Duchâtelet, de grootste autoriteit over de Fransche prostitutie, dat “prostitutie voor het meerendeel alleen maar een overgangsstadium is; gewoonlijk wordt het al in het eerste jaar verlaten; er zijn maar zeer weinige prostituées, die prostituée blijven tot haar dood”. Het is echter moeilijk zich precies te vergewissen in hoeverre dat waar is; er zijn geen feiten, die zouden kunnen dienen als een juiste basis voor nauwkeurige taxatie65, en het is niet mogelijk te verwachten, dat fatsoenlijk getrouwde vrouwen zouden toegeven, dat zij ooit “op de straat” geweest zijn; zij zouden het misschien niet eens zich zelf altijd willen bekennen.
Het volgende geval, dat wel is waar geboekt is meer dan twintig jaar geleden, is tamelijk typisch voor een bepaalde klasse onder de lagere rangen van de prostituées, waarbij de economische factor een groote rol speelt, maar waarin we niet te haastig moeten aannemen, dat hij de eenige factor is.Weduwe, dertig jaar oud, met twee kinderen. Werkt in een parapluiefabriek in het East-End van Londen, verdient achttien shilling per week met hard werken, en vermeerdert haar inkomen door nu en dan ’s avonds de straat op te gaan. Zij komt meestal in een rustige straat, die dicht bij een groot stedelijk eindstation ligt. Zij is een vrouw met een aangenaam, bijna waardig voorkomen, rustig gekleed op een wijze, die alleen de aandacht trekt doordat de rokken tamelijk kort zijn. Als ze aangesproken wordt, zal ze misschien antwoorden, dat ze wacht “op een vriendin”, op geaffecteerde wijze over het weer spreken, en langs haar neus weg haar aanbod doen. Zij zal een man naar een van de stille winkelstraten in de buurt brengen, of ze zal hem met zich mee naar huis nemen. Zij neemt iedere som aan, die de man kan of wil geven; soms is het een sovereign, soms is het sixpence; gemiddeld verdient zij een paar shilling per avond. Zij had nog maar tien maanden in Londen gewoond; vroeger woonde ze in Newcastle. Zij ging daar de straat niet op; “omstandigheden veranderen een mensch”, merkt zij zeer verstandig op. Hoewel ze niet gunstig over de politie spreekt, zegt zij, dat ze zich niet met haar bemoeit, zooals met sommige van de meisjes. Zij geeft de politieagenten nooit geld; toch zinspeelt ze er op, dat het soms noodig is hun wenschen te bevredigen, om met hen op goeden voet te blijven.
Het volgende geval, dat wel is waar geboekt is meer dan twintig jaar geleden, is tamelijk typisch voor een bepaalde klasse onder de lagere rangen van de prostituées, waarbij de economische factor een groote rol speelt, maar waarin we niet te haastig moeten aannemen, dat hij de eenige factor is.
Weduwe, dertig jaar oud, met twee kinderen. Werkt in een parapluiefabriek in het East-End van Londen, verdient achttien shilling per week met hard werken, en vermeerdert haar inkomen door nu en dan ’s avonds de straat op te gaan. Zij komt meestal in een rustige straat, die dicht bij een groot stedelijk eindstation ligt. Zij is een vrouw met een aangenaam, bijna waardig voorkomen, rustig gekleed op een wijze, die alleen de aandacht trekt doordat de rokken tamelijk kort zijn. Als ze aangesproken wordt, zal ze misschien antwoorden, dat ze wacht “op een vriendin”, op geaffecteerde wijze over het weer spreken, en langs haar neus weg haar aanbod doen. Zij zal een man naar een van de stille winkelstraten in de buurt brengen, of ze zal hem met zich mee naar huis nemen. Zij neemt iedere som aan, die de man kan of wil geven; soms is het een sovereign, soms is het sixpence; gemiddeld verdient zij een paar shilling per avond. Zij had nog maar tien maanden in Londen gewoond; vroeger woonde ze in Newcastle. Zij ging daar de straat niet op; “omstandigheden veranderen een mensch”, merkt zij zeer verstandig op. Hoewel ze niet gunstig over de politie spreekt, zegt zij, dat ze zich niet met haar bemoeit, zooals met sommige van de meisjes. Zij geeft de politieagenten nooit geld; toch zinspeelt ze er op, dat het soms noodig is hun wenschen te bevredigen, om met hen op goeden voet te blijven.
Men moet altijd in gedachten houden, want het wordt soms door de socialisten en maatschappelijke hervormers vergeten, dat, terwijl de druk van de armoede een bepaalden invloed uitoefent op de prostitutie, in zooverre, dat hij de gelederen doet toenemen van de vrouwen, die door ontucht in haar levensonderhoud trachten te voorzien, zoodat de armoede wel degelijk kan beschouwd worden als een factor van de prostitutie, toch nooit eenige praktisch mogelijke verhooging van het arbeidsloon direct en alleen tot afschaffing der prostitutie zou kunnen leiden. De Molinari, een economisch-theoreticus merkt op, dat “de prostitutie een industrie” is, en dat, als andere concurreerende bedrijven vrouwen voldoende hooge loonen kunnen bieden, zij niet zoo dikwijls aangetrokken zullen worden door de prostitutie; hij gaat voort met er op te wijzen, dat hiermee de kwestie in het geheel niet opgelost is. “Evenals iedere andere industrie wordt de prostitutie beheerscht door den eisch van de behoefte, waaraan ze beantwoordt. Zoolang die behoefte en die eisch blijven bestaan, zullen zij een aanbod uitlokken. Het is de behoefte en de eisch, waarop we moeten werken, en misschien zal de wetenschap ons de middelen verschaffen dat te doen”66. Op welke wijze Molinari verwacht, dat de wetenschap de vraag naar prostituées verminderen zal, is niet duidelijk uitgedrukt.
Niet alleen moeten we toegeven, dat geen praktisch uitvoerbare verhooging van de loonen, aan vrouwen in gewone industrieën betaald met mogelijkheid kan wedijveren met de loonen, die tamelijk aantrekkelijke vrouwen van zeer gewone bekwaamheid met de prostitutie verdienen67, maar wij moeten ook bedenken,dat een toename in den algemeenen welstand—die alleen een verhooging van de loonen van vrouwen gezond en normaal kan maken—een verhooging in de loonen van de prostitutie met zich brengt, en een toename in het aantal prostituées. Zoodat, als goede loonen moeten dienen om de prostitutie tegen te gaan, wij alleen kunnen zeggen, dat men met de eene hand meer terug neemt dan men met de andere geeft. Dit is zoo duidelijk, dat Després in een nauwkeurige moreele en demographische studie over de verdeeling van de prostitutie in Frankrijk tot de conclusie komt, dat wij de oude leer, dat “armoede prostitutie veroorzaakt” moeten omkeeren, daar prostitutie regelmatig toeneemt met weelde68, en dat, naar mate een departement in weelde en voorspoed toeneemt, ook het aantal zoowel van ingeschreven als van vrije prostituées in dat departement vermeerdert. Hier schuilt echter een fout, want, terwijl het waar is, dat, zooals Després beweert, weelde naar prostitutie vraagt, zoo is het ook waar, dat een rijke gemeenschap de uitersten van armoede zoowel als van rijkdom in zich sluit, en dat het onder de armere elementen is, dat de prostitutie haar nieuwelingen vindt. De oude bewering “armoede veroorzaakt prostitutie” is nog geldig, maar ze is gecompliceerd geworden en veranderd door de samengestelde verhoudingen van de beschaving. Bonger heeft, in zijn knappe discussie over de economische zijde van de kwestie, zich den breeden en diepen grondslag van de prostitutie voor oogen gesteld, waar hij tot de conclusie komt, dat ze “aan den eenen kant de onvermijdelijke aanvulling is van de bestaande wettige monogamie, en aan den anderen kant het resultaat van de physieke en psychische ellende, waarin de vrouwen van het volk leven, en ook het gevolg van de ondergeschikte positie van vrouwen in onze hedendaagsche maatschappij”69.Een nauwkeurige economische beschouwing van de prostitutie kan ons geenszins tot den wortel van de zaak brengen.
Eén omstandigheid alleen moest al voldoende zijn geweest, om aan te toonen, dat de onbekwaamheid van vele vrouwen, om door arbeidsloon in haar dringendste levensbehoeften te voorzien, in geenen deele de voornaamste oorzaak is van de prostitutie: een groot deel der prostituées komt voort uit de gelederen der dienstmeisjes. Van al de groote groepen van loonarbeidsters zijn de dienstboden het meest vrij van economische zorgen; zij betalen niet voor voedsel en voor woning; dikwijls hebben zij het even goed als haar meesteressen, en in een groot aantal gevallen hebben zij minder geldzorgen dan deze. Bovendien voorzien zij in een bijna algemeene behoefte, zoodat er nooit zelfsvoor maar zeer middelmatig bekwame dienstboden eenige nood is, dat ze zonder werk zullen zijn. Nu is het wel waar, dat zij een zeer groot lichaam vormen, dat natuurlijk een bepaald contingent nieuwelingen aan de prostitutie moest leveren. Maar als wij zien, dat huiselijke dienst het voornaamste reservoir is, waaruit de prostitutie vloeit, dan moet het wel duidelijk zijn, dat het verlangen naar voedsel en onderdak geenszins de voornaamste oorzaak is voor de prostitutie.We kunnen hieraan toevoegen, dat, hoewel de beteekenis van dit overheerschend veel voorkomen van dienstmeisjes onder prostituées zelden erkend wordt door hen, die meenen, dat wegnemen van de armoede tevens is afschaffen van de prostitutie, het niet buiten beschouwing gelaten is door de meer nadenkende onderzoekers van maatschappelijke vraagstukken. Zoo wijst Sherwell er terecht op, dat tot zekere hoogte “de moraal op en neer gaat met den handel”, en hij voegt er bij, dat het, tegenover het belang van den economischen factor, een feit is, dat zeer tot nadenken stemt en op iedere wijze indruk maakt, dat de meerderheid der meisjes, die het West-End van Londen bezoeken (88 percent, volgens de boeken van het Leger des Heils) voortkomt uit den huiselijken dienst, waar de economische strijd niet ernstig gevoeld wordt (Arthur Sherwell,Life in West London, hoofdst. V, “Prostitution”).Het is tevens opmerkelijk, dat dienstboden door de omstandigheden van haar leven meer dan eenige andere klasse op de prostituées gelijken (Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo hebben dit aangetoond inLa Mala Vida en Madrid, p. 240). Evenals prostituées zijn zij een klasse van vrouwen apart; zij hebben geen recht op de égards en kleine hoffelijkheden, die gewoonlijk aan andere vrouwen worden bewezen; in sommige landen zijn zij zelfs ingeschreven, evenals de prostituées; het kan ternauwernood verwondering wekken, dat als aan haar beroep dezelfde nadeelen verbonden zijn als aan dat van de prostituée, zij ook soms eenige van de voordelen van dat beroep wenschen te bezitten. Lily Braun (Frauenfrage, p. 389et seq.) heeft in bijzonderheden deze ongunstige omstandigheden van huiselijken arbeid uiteengezet, in zooverre zij betrekking hebben op de neiging onder dienstmeisjes om prostituée te worden. R. de Ryckère heeft in zijn belangwekkend werk,La Servante Criminelle(1907, p. 460et seq.;cf.), een artikel van dezelfden schrijver, “La Criminalité Ancillaire”,Archivesd’AnthropologieCriminelle, Juli en December, 1906, de psychologie van het dienstmeisje bestudeerd. Hij vindt, dat zij vooral gekenmerkt wordt door zorgeloosheid, ijdelheid, gebrek aan originaliteit, neiging tot nabootsen, en vluchtigheid. Dit zijn eigenschappen, die haar tot de prostituée doen naderen. De Ryckère schat het aantal der vroegere dienstmeisjes onder de prostituées over het algemeen op vijftig percent, en hij voegt er bij, dat wat de “blanke slavernij” genoemd wordt, hier haar meest meegaande en gewillige slachtoffers vindt. Hij merkt op, dat de dienstbode-prostituée over het geheel niet zoozeer immoreel is als wel zonder moraal.In Parijs bevond Parent-Duchâtelet dat, wat het aantal betrof, dienstboden het grootste contingent leverden voor de prostitutie, en zijn nieuwere uitgevers vonden ook, dat zij ook in later jaren boven aan de lijst staan (Parent-Duchâtelet, uitgave van 1857, deel I, p. 83).Onder clandestiene prostituées in Parijs ontdekte Commenge onlangs, dat vroegere dienstboden veertig percent leveren. In Bordeaux vond Jeannel (De la Prostitution Publique, p. 102), dat in 1860 veertig percent van de prostituées dienstmeisjes geweest waren; daarna kwamen de naaisters met zeven en dertig percent.In Duitschland en Oostenrijk is het al lang erkend, dat huisdienst het grootste aantal nieuwelingen voor de prostitutie levert. Lippert, in Duitschland, en Gross-Hoffinger, in Oostenrijk, hebben op dit overheerschen van dienstmeisjes gewezen en op de beteekenis daarvan voor het midden van de negentiende eeuw; onlangs heeft Blaschko gezegd (“Hygiene der Syphilis” in Weyl’sHandbuch der Hygiene, deel II, p. 40), dat onder de Berlijnsche prostituées in 1898 de dienstmeisjes bovenaan stonden met een en vijftig percent. Baumgartenheeft geconstateerd, dat in Weenen het getal dienstboden acht en vijftig percent is.In Engeland zijn, volgens het Rapport van eenSelect Committeevan de Lords over de wetten tot bescherming van kinderen, zestig percent der prostituées dienstmeisjes geweest. F. Remo noemt tachtig percent in zijnVie Galante en Angleterre. Het schijnt zelfs nog hooger te zijn voor het West-End van Londen. Voor Londen als een geheel genomen, bleek uit de uitgebreide statistieken van Merrick (Work Among the Fallen), kapelaan van de Millbank-gevangenis, dat van de 14.700 prostituées er 5823, of ongeveer veertig percent vroeger dienstmeisjes geweest waren; dat dan de waschvrouwen kwamen en daarna de naaisters; zijn feiten wat meer beknopt en ruwer klassificeerend, bevond Merrick, dat het aantal van de dienstmeisjes drie en vijftig percent was.In Amerika zegt Sanger, dat drie en veertig percent der prostituées dienstmeisjes geweest waren, en dat de naaisters dan kwamen, maar na een langen tusschenpoos, met zes percent (Sanger,History of Prostitution, p. 524). Onder de prostituées van Philadelphia zegt Goodchild, dat “dienstmeisjes waarschijnlijk naar verhouding het meest voorkomen”, hoewel er nieuwelingen kunnen gevonden worden uit bijna alle beroepen.In andere landen is het hetzelfde. In Italië komen volgens Tammeo (La Prostituzione, p. 100) de dienstmeisjes het eerst onder de prostituées met acht en twintig percent, gevolgd door den groep van naaisters, costuumnaaisters en modemaaksters, zeventien percent. In Sardinië zegt A. Mantegazza, dat de meeste prostituées dienstmeisjes van buiten zijn.In Rusland is volgens Fiaux het aantal vijf en veertig percent. In Madrid komen, volgens Eslava (zooals aangehaald wordt door Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo (La Mala Vida en Madrid, p. 239) dienstmeisjes bovenaan bij de ingeschreven prostituées met zeven en twintig percent—bijna dezelfde verhouding als in Italië—en ook gevolgd door de naaisters. In Zweden waren er, volgens Welander (Monatshefte für Praktische Dermatologie, p. 477) onder de 2541 ingeschreven prostituées 1586 (of twee en zestig percent) dienstmeisjes; op een grooten afstand volgden 210 naaisters, dan 168 fabrieksmeisjes, enz.).
Eén omstandigheid alleen moest al voldoende zijn geweest, om aan te toonen, dat de onbekwaamheid van vele vrouwen, om door arbeidsloon in haar dringendste levensbehoeften te voorzien, in geenen deele de voornaamste oorzaak is van de prostitutie: een groot deel der prostituées komt voort uit de gelederen der dienstmeisjes. Van al de groote groepen van loonarbeidsters zijn de dienstboden het meest vrij van economische zorgen; zij betalen niet voor voedsel en voor woning; dikwijls hebben zij het even goed als haar meesteressen, en in een groot aantal gevallen hebben zij minder geldzorgen dan deze. Bovendien voorzien zij in een bijna algemeene behoefte, zoodat er nooit zelfsvoor maar zeer middelmatig bekwame dienstboden eenige nood is, dat ze zonder werk zullen zijn. Nu is het wel waar, dat zij een zeer groot lichaam vormen, dat natuurlijk een bepaald contingent nieuwelingen aan de prostitutie moest leveren. Maar als wij zien, dat huiselijke dienst het voornaamste reservoir is, waaruit de prostitutie vloeit, dan moet het wel duidelijk zijn, dat het verlangen naar voedsel en onderdak geenszins de voornaamste oorzaak is voor de prostitutie.
We kunnen hieraan toevoegen, dat, hoewel de beteekenis van dit overheerschend veel voorkomen van dienstmeisjes onder prostituées zelden erkend wordt door hen, die meenen, dat wegnemen van de armoede tevens is afschaffen van de prostitutie, het niet buiten beschouwing gelaten is door de meer nadenkende onderzoekers van maatschappelijke vraagstukken. Zoo wijst Sherwell er terecht op, dat tot zekere hoogte “de moraal op en neer gaat met den handel”, en hij voegt er bij, dat het, tegenover het belang van den economischen factor, een feit is, dat zeer tot nadenken stemt en op iedere wijze indruk maakt, dat de meerderheid der meisjes, die het West-End van Londen bezoeken (88 percent, volgens de boeken van het Leger des Heils) voortkomt uit den huiselijken dienst, waar de economische strijd niet ernstig gevoeld wordt (Arthur Sherwell,Life in West London, hoofdst. V, “Prostitution”).
Het is tevens opmerkelijk, dat dienstboden door de omstandigheden van haar leven meer dan eenige andere klasse op de prostituées gelijken (Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo hebben dit aangetoond inLa Mala Vida en Madrid, p. 240). Evenals prostituées zijn zij een klasse van vrouwen apart; zij hebben geen recht op de égards en kleine hoffelijkheden, die gewoonlijk aan andere vrouwen worden bewezen; in sommige landen zijn zij zelfs ingeschreven, evenals de prostituées; het kan ternauwernood verwondering wekken, dat als aan haar beroep dezelfde nadeelen verbonden zijn als aan dat van de prostituée, zij ook soms eenige van de voordelen van dat beroep wenschen te bezitten. Lily Braun (Frauenfrage, p. 389et seq.) heeft in bijzonderheden deze ongunstige omstandigheden van huiselijken arbeid uiteengezet, in zooverre zij betrekking hebben op de neiging onder dienstmeisjes om prostituée te worden. R. de Ryckère heeft in zijn belangwekkend werk,La Servante Criminelle(1907, p. 460et seq.;cf.), een artikel van dezelfden schrijver, “La Criminalité Ancillaire”,Archivesd’AnthropologieCriminelle, Juli en December, 1906, de psychologie van het dienstmeisje bestudeerd. Hij vindt, dat zij vooral gekenmerkt wordt door zorgeloosheid, ijdelheid, gebrek aan originaliteit, neiging tot nabootsen, en vluchtigheid. Dit zijn eigenschappen, die haar tot de prostituée doen naderen. De Ryckère schat het aantal der vroegere dienstmeisjes onder de prostituées over het algemeen op vijftig percent, en hij voegt er bij, dat wat de “blanke slavernij” genoemd wordt, hier haar meest meegaande en gewillige slachtoffers vindt. Hij merkt op, dat de dienstbode-prostituée over het geheel niet zoozeer immoreel is als wel zonder moraal.
In Parijs bevond Parent-Duchâtelet dat, wat het aantal betrof, dienstboden het grootste contingent leverden voor de prostitutie, en zijn nieuwere uitgevers vonden ook, dat zij ook in later jaren boven aan de lijst staan (Parent-Duchâtelet, uitgave van 1857, deel I, p. 83).Onder clandestiene prostituées in Parijs ontdekte Commenge onlangs, dat vroegere dienstboden veertig percent leveren. In Bordeaux vond Jeannel (De la Prostitution Publique, p. 102), dat in 1860 veertig percent van de prostituées dienstmeisjes geweest waren; daarna kwamen de naaisters met zeven en dertig percent.
In Duitschland en Oostenrijk is het al lang erkend, dat huisdienst het grootste aantal nieuwelingen voor de prostitutie levert. Lippert, in Duitschland, en Gross-Hoffinger, in Oostenrijk, hebben op dit overheerschen van dienstmeisjes gewezen en op de beteekenis daarvan voor het midden van de negentiende eeuw; onlangs heeft Blaschko gezegd (“Hygiene der Syphilis” in Weyl’sHandbuch der Hygiene, deel II, p. 40), dat onder de Berlijnsche prostituées in 1898 de dienstmeisjes bovenaan stonden met een en vijftig percent. Baumgartenheeft geconstateerd, dat in Weenen het getal dienstboden acht en vijftig percent is.
In Engeland zijn, volgens het Rapport van eenSelect Committeevan de Lords over de wetten tot bescherming van kinderen, zestig percent der prostituées dienstmeisjes geweest. F. Remo noemt tachtig percent in zijnVie Galante en Angleterre. Het schijnt zelfs nog hooger te zijn voor het West-End van Londen. Voor Londen als een geheel genomen, bleek uit de uitgebreide statistieken van Merrick (Work Among the Fallen), kapelaan van de Millbank-gevangenis, dat van de 14.700 prostituées er 5823, of ongeveer veertig percent vroeger dienstmeisjes geweest waren; dat dan de waschvrouwen kwamen en daarna de naaisters; zijn feiten wat meer beknopt en ruwer klassificeerend, bevond Merrick, dat het aantal van de dienstmeisjes drie en vijftig percent was.
In Amerika zegt Sanger, dat drie en veertig percent der prostituées dienstmeisjes geweest waren, en dat de naaisters dan kwamen, maar na een langen tusschenpoos, met zes percent (Sanger,History of Prostitution, p. 524). Onder de prostituées van Philadelphia zegt Goodchild, dat “dienstmeisjes waarschijnlijk naar verhouding het meest voorkomen”, hoewel er nieuwelingen kunnen gevonden worden uit bijna alle beroepen.
In andere landen is het hetzelfde. In Italië komen volgens Tammeo (La Prostituzione, p. 100) de dienstmeisjes het eerst onder de prostituées met acht en twintig percent, gevolgd door den groep van naaisters, costuumnaaisters en modemaaksters, zeventien percent. In Sardinië zegt A. Mantegazza, dat de meeste prostituées dienstmeisjes van buiten zijn.In Rusland is volgens Fiaux het aantal vijf en veertig percent. In Madrid komen, volgens Eslava (zooals aangehaald wordt door Bernaldo de Quiros en Llanas Aguilaniedo (La Mala Vida en Madrid, p. 239) dienstmeisjes bovenaan bij de ingeschreven prostituées met zeven en twintig percent—bijna dezelfde verhouding als in Italië—en ook gevolgd door de naaisters. In Zweden waren er, volgens Welander (Monatshefte für Praktische Dermatologie, p. 477) onder de 2541 ingeschreven prostituées 1586 (of twee en zestig percent) dienstmeisjes; op een grooten afstand volgden 210 naaisters, dan 168 fabrieksmeisjes, enz.).
De biologische factor van de prostitutie.—Economische overwegingen hebben, zooals we zien, een zeer belangrijken invloed op de prostitutie, hoewel het in het geheel niet juist is te beweren, dat zij de voornaamste oorzaak vormen. Er is een ander probleem, dat veel onderzoekers heeft bezig gehouden: In welke mate zijn prostituées tot dit beroep gepredestineerd door organische constitutie? Het wordt algemeen toegegeven, dat economische en andere omstandigheden een oorzaak zijn, die tot de prostitutie opwekken; in hoeverre zijn zij, die bezwijken, gepredisponeerd doordat ze abnormale, persoonlijke eigenschappen bezitten? Sommige onderzoekers hebben beweerd, dat deze predispositie zoo stellig bestaat, dat prostitutie wel mag beschouwd worden als een vrouwelijk equivalent voor criminaliteit, en dat in een familie, waar de mannen zich instinctief naar de misdaad keeren, de vrouwen zich instinctief keeren naar de prostitutie. Anderen hebben even beslist deze conclusie bestreden.
Lombroso heeft meer speciaal de leer voorgestaan, dat de prostitutie het plaatsvervangend equivalent is van de criminaliteit. Hiermee bracht hij de resultaten tot ontwikkeling, die in een belangrijke studie aangaande de familie Jukes, door Dugdale gepubliceerd zijn; Dugdale bevond dat “daar, waar de broeders misdaad plegen, de zusters tot de prostitutie komen”; de geld- engevangenisstraffen van de leden der familie waren niet opgelegd wegens schending van het eigendomsrecht, maar voornamelijk wegens beleedigingen van de openbare zedelijkheid.“De psychologische, zoowel als de anatomische identiteit van den misdadiger en de geboren prostituée”, tot dit besluit kwamen Lombroso en Ferrero, “kon niet meer volkomen zijn: beiden zijn gelijk aan den moreel krankzinnige, en daarom zijn ze, volgens het axioma, weer aan elkander gelijk. Daar is hetzelfde gebrek aan zedelijk gevoel, dezelfde hardheid van gemoed, dezelfde vroege lust tot het kwade, dezelfde onverschilligheid voor maatschappelijke schande, dezelfde wispelturigheid, luiheid en zorgeloosheid, dezelfde smaak voor lichtzinnige genoegens, voor de orgie en voor alcohol, dezelfde, of bijna dezelfde, ijdelheid. Prostitutie is slechts de vrouwelijke zijde van de criminaliteit. En zoo waar is het dat prostitutie en criminaliteit twee analoge, of, om zoo te zeggen, parallel gaande verschijnselen zijn, dat zij in hun uitersten elkaar ontmoeten. De prostituée is dus psychologisch een misdadige: als zij geen eigenlijke misdaden begaat, dan is het omdat haar physieke zwakte, haar gering verstand, het gemak waarmee zij alles wat zij noodig heeft op eenvoudige wijze verkrijgen kan, haar ontslaan van de noodzakelijkheid misdaden te begaan, en juist om deze redenen vertegenwoordigt de prostitutie den specifieken vorm van vrouwelijke criminaliteit”. De schrijvers voegen er bij, dat “prostitutie, in zekeren zin, maatschappelijk nuttig is als een afvoerkanaal voor de mannelijke sexualiteit en een voorbehoedmiddel tegen de misdaad” (Lombroso en Ferrero,La Donna Delinquente, 1893, p. 571).Zij, die dit gezichtspunt bestreden hebben, hebben zich op ander standpunt geplaatst dan Lombroso en Ferrero, en zij hebben in het geheel niet altijd de positie, die zij aanvielen, begrepen. Zoo betoogt W. Fisher met veel kracht (inDie Prostitution) dat prostitutie niet is een onschuldig equivalent van de criminaliteit, maar een factor van de criminaliteit. En Féré beweert (inDégénérescence et Criminalité), dat criminaliteit en prostitutie niet equivalent zijn, maar identiek. “Prostituées en misdadigers”, zegt hij, “hebben als gemeenschappelijk kenmerk hun onproductiviteit, en bijgevolg zijn ze onmaatschappelijk. Prostitutie vormt zoo een vorm van criminaliteit.”Het essentieele kenmerk van misdadigers is echter niet hun onproductiviteit, want die hebben ze gemeen met een groot deel van de rijksten uit de hoogste standen; we moeten er ook bijvoegen, dat de prostituée, ongelijk aan den misdadiger, een werkzaamheid uitoefent, waar navraag naar is, waarvoor zij bereidwillig betaald wordt en waarvoor zij te werken heeft (het is soms opgemerkt, dat de prostituée neerziet op den dief, die “niet werkt”); zij oefent een beroep uit, en zij is niet meer of minder productief dan zij, die meer respectabele beroepen uitoefenen. Aschaffenburg meent dat hij staat tegenover Lombroso, waar hij eenigszins verschillend van Féré beweert, dat de prostitutie inderdaad niet is zooals Féré zeide, een vorm van criminaliteit, maar dat ze te dikwijls samengaat met criminaliteit om als een equivalent beschouwd te worden. Onlangs heeft Mönkemöller hetzelfde standpunt verdedigd. Hier is echter, als gewoonlijk, een groot verschil van meening aangaande de proportie van prostituées, waarvan dit waar is. Alle onderzoekers erkennen dat dit waar is voor een zeker aantal, maar terwijl Baumgarten bij onderzoek van acht duizend prostituées maar een kleine proportie vond die misdadigsters waren, vond Ströhmberg, dat van de 462 prostituées er 175 dieveggen waren. Aan den anderen kant staat Morasso (zooals inArchivio di Psichiatriaaangehaald is, 1896, afl. 1), op grond van zijn eigen onderzoekingen, meer bepaald tegenover Lombroso, daar hij protesteert tegen iedere zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées, die haar op eenigerlei wijze zou gelijk maken aan misdadigers.
Lombroso heeft meer speciaal de leer voorgestaan, dat de prostitutie het plaatsvervangend equivalent is van de criminaliteit. Hiermee bracht hij de resultaten tot ontwikkeling, die in een belangrijke studie aangaande de familie Jukes, door Dugdale gepubliceerd zijn; Dugdale bevond dat “daar, waar de broeders misdaad plegen, de zusters tot de prostitutie komen”; de geld- engevangenisstraffen van de leden der familie waren niet opgelegd wegens schending van het eigendomsrecht, maar voornamelijk wegens beleedigingen van de openbare zedelijkheid.“De psychologische, zoowel als de anatomische identiteit van den misdadiger en de geboren prostituée”, tot dit besluit kwamen Lombroso en Ferrero, “kon niet meer volkomen zijn: beiden zijn gelijk aan den moreel krankzinnige, en daarom zijn ze, volgens het axioma, weer aan elkander gelijk. Daar is hetzelfde gebrek aan zedelijk gevoel, dezelfde hardheid van gemoed, dezelfde vroege lust tot het kwade, dezelfde onverschilligheid voor maatschappelijke schande, dezelfde wispelturigheid, luiheid en zorgeloosheid, dezelfde smaak voor lichtzinnige genoegens, voor de orgie en voor alcohol, dezelfde, of bijna dezelfde, ijdelheid. Prostitutie is slechts de vrouwelijke zijde van de criminaliteit. En zoo waar is het dat prostitutie en criminaliteit twee analoge, of, om zoo te zeggen, parallel gaande verschijnselen zijn, dat zij in hun uitersten elkaar ontmoeten. De prostituée is dus psychologisch een misdadige: als zij geen eigenlijke misdaden begaat, dan is het omdat haar physieke zwakte, haar gering verstand, het gemak waarmee zij alles wat zij noodig heeft op eenvoudige wijze verkrijgen kan, haar ontslaan van de noodzakelijkheid misdaden te begaan, en juist om deze redenen vertegenwoordigt de prostitutie den specifieken vorm van vrouwelijke criminaliteit”. De schrijvers voegen er bij, dat “prostitutie, in zekeren zin, maatschappelijk nuttig is als een afvoerkanaal voor de mannelijke sexualiteit en een voorbehoedmiddel tegen de misdaad” (Lombroso en Ferrero,La Donna Delinquente, 1893, p. 571).
Zij, die dit gezichtspunt bestreden hebben, hebben zich op ander standpunt geplaatst dan Lombroso en Ferrero, en zij hebben in het geheel niet altijd de positie, die zij aanvielen, begrepen. Zoo betoogt W. Fisher met veel kracht (inDie Prostitution) dat prostitutie niet is een onschuldig equivalent van de criminaliteit, maar een factor van de criminaliteit. En Féré beweert (inDégénérescence et Criminalité), dat criminaliteit en prostitutie niet equivalent zijn, maar identiek. “Prostituées en misdadigers”, zegt hij, “hebben als gemeenschappelijk kenmerk hun onproductiviteit, en bijgevolg zijn ze onmaatschappelijk. Prostitutie vormt zoo een vorm van criminaliteit.”Het essentieele kenmerk van misdadigers is echter niet hun onproductiviteit, want die hebben ze gemeen met een groot deel van de rijksten uit de hoogste standen; we moeten er ook bijvoegen, dat de prostituée, ongelijk aan den misdadiger, een werkzaamheid uitoefent, waar navraag naar is, waarvoor zij bereidwillig betaald wordt en waarvoor zij te werken heeft (het is soms opgemerkt, dat de prostituée neerziet op den dief, die “niet werkt”); zij oefent een beroep uit, en zij is niet meer of minder productief dan zij, die meer respectabele beroepen uitoefenen. Aschaffenburg meent dat hij staat tegenover Lombroso, waar hij eenigszins verschillend van Féré beweert, dat de prostitutie inderdaad niet is zooals Féré zeide, een vorm van criminaliteit, maar dat ze te dikwijls samengaat met criminaliteit om als een equivalent beschouwd te worden. Onlangs heeft Mönkemöller hetzelfde standpunt verdedigd. Hier is echter, als gewoonlijk, een groot verschil van meening aangaande de proportie van prostituées, waarvan dit waar is. Alle onderzoekers erkennen dat dit waar is voor een zeker aantal, maar terwijl Baumgarten bij onderzoek van acht duizend prostituées maar een kleine proportie vond die misdadigsters waren, vond Ströhmberg, dat van de 462 prostituées er 175 dieveggen waren. Aan den anderen kant staat Morasso (zooals inArchivio di Psichiatriaaangehaald is, 1896, afl. 1), op grond van zijn eigen onderzoekingen, meer bepaald tegenover Lombroso, daar hij protesteert tegen iedere zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées, die haar op eenigerlei wijze zou gelijk maken aan misdadigers.
De kwestie van de sexualiteit van de prostituées, die in zekere betrekking staat tot haar neiging tot degeneratie, is door verschillende schrijvers in verschillenden zin opgelost. Terwijl sommige, zooals Morasso, beweren, dat de sexueele impuls de voornaamsteoorzaak is die vrouwen er toe brengt de loopbaan van prostituée te kiezen, beweren andere, dat prostituées gewoonlijk bijna zonder sexueelen impuls zijn. Lombroso verwijst naar het veel voorkomen van sexueele koelheid onder prostituées70. In Londen zegt Merrick, die bekend was met meer dan 16.000 prostituées, dat hij “maar heel enkele gevallen” ontmoet heeft waarin grof sexueel verlangen de beweegreden geweest is tot het kiezen van een leven van prostitutie. In Parijs had Raciborski al veel vroeger gezegd, dat “men onder prostituées er maar zeer weinig vindt die tot losbandigheid gedrongen werden door sexueelen gloed”71. Ook Commenge, die zorgvuldig de Parijsche prostituée bestudeerd heeft, kan niet toegeven dat sexueele begeerte genoemd mag worden onder de ernstige oorzaken van de prostitutie. “Ik heb duizende vrouwen over dit punt ondervraagd”, zegt hij, “en maar zeer weinige hebben mij verteld, dat zij tot de prostitutie gedreven waren ter bevrediging van haar sexueele behoeften. Hoewel meisjes, die zich aan de prostitutie overgeven, gewoonlijk niet zeer oprecht zijn, hebben zij geloof ik op dit punt geen behoefte om te bedriegen. Als zij sexueele behoeften hebben, dan verbergen zij die niet, maar integendeel vertoonen zij een zekere voorliefde om ze te erkennen als een voldoende rechtvaardiging voor haar leven; zoodat, als maar een zeer kleine minderheid deze beweegreden aanhaalt, de oorzaak is dat ze voor de groote meerderheid niet bestaat”.
Er kan geen twijfel aan zijn dat de opmerkingen, die aangaande de sexueele koelheid van prostituées gemaakt worden, dikwijls veel te weinig bepaald zijn. Dit berust voor een deel zeker op het feit, dat ze gewoonlijk gedaan worden door hen, die spreken uit hun bekendheid met oude prostituées, wier gemeenzaamheid met normaal sexueel verkeer in zijn minst aantrekkelijken vorm tot resultaat heeft gehad, dat zij volkomen onverschillig werden voor zulk verkeer, zoover haar cliënten aangaat72. Het kan naar waarheid getuigd worden, dat voor de vrouw van diepen hartstocht de kortstondige en oppervlakkige verhoudingen van de prostitutie geen verleiding kunnen bieden. En we kunnen er bijvoegen, dat de meerderheid der prostituées haar loopbaan op zeer jeugdigenleeftijd begint, lang voor den tijd waarop bij vrouwen de neiging tot hartstocht nog gekomen is73. We kunnen ook wel zeggen, dat een onverschilligheid voor sexueele verhoudingen, een neiging er geen persoonlijke waarde aan te hechten, dikwijls een predisponeerende oorzaak is bij het aannemen van de loopbaan van prostituée; de geestelijke ondiepte van prostituées kan wel samengaan met ondiepte van physieke gemoedsbeweging. Aan den anderen kant schijnen veel prostituées, in ieder geval in het begin van haar loopbaan, een merkbare mate van zinnelijkheid te vertoonen, en voor vrouwen van ruwe sexueele kracht is de prostitutie in dit opzicht niet zonder aantrekkingskracht geweest; men weet, dat de bevrediging van physieke begeerte in sommige gevallen als motief gewerkt heeft en in andere is ze duidelijk na te wijzen74. Dit kan ternauwernood verwondering wekken als wij bedenken, dat prostituées in veel gevallen opmerkelijk sterke en gezonde menschen zijn wat haar algemeenen toestand betreft75. Zij bieden zonder moeite weerstand aan de gevaren van haar beroep, en hoewel de uitingen van sexueel gevoel onder den invloed daarvan in den loop van den tijd wel moeten gewijzigd worden of verdraaid, zoo is dit geen bewijs dat sexueele gevoeligheid oorspronkelijk afwezig was. Het is zelfs geen bewijs van het verlies ervan, want de werkelijke natuur van de normale prostituée en haar sexueele gloed vinden voornamelijk uiting niet in haar beroepsverhoudingen tot haar cliënten, maar in haar verhoudingen tot haar minnaar, die tevens haar souteneur is76. Het is volkomen waar, dat de omstandigheden van haar leven het dikwijls praktisch voordeelig maken voor de prostituées om aan zich verbonden te hebben een man, die voor haar belangen zorgt en die ze zoo noodig zal verdedigen, maar dat is alleen een bijkomend, toevallig en ondergeschikt voordeel van den “minnaar”, voor zoover het prostituées in het algemeen betreft. Zij is in de eerste plaats tot hem aangetrokken omdat hij haar persoonlijk bevalt en zij hem voor zichzelf wil hebben. Het motief voor haar verbintenis is inhoofdzaak erotisch, in den vollen zin van het woord en sluit in zich niet alleen sexueele verhoudingen, maar bezit een gemeenschappelijk belang, een duurzaam en intiem leven, te zamen geleid. “Je weet dat, wat wij in ons beroep doen, ons hart niet kan vullen” zeide een Duitsche prostituée. “Waarom zouden wij niet een echtgenoot hebben zooals andere vrouwen? Ik heb ook behoefte aan liefde. Als dat niet zoo was, zouden we geen behoefte hebben aan een minnaar”. En hij van zijn kant beantwoordt dat gevoel en wordt in het geheel niet alleen bewogen door eigenbelang77.
Een van mijn correspondenten, die veel ondervinding gehad heeft met prostituées, niet alleen in Engeland, maar ook in Duitschland, Frankrijk, België en Holland heeft gevonden, dat de normale uitingen van sexueel gevoel veel meer gewoon zijn onder Engelsche prostituées dan onder die van het vaste land. “Ik zou zeggen”, schrijft hij, “dat bij den normalen coïtus vrouwen van het vaste land gewoonlijk geen sexueele opwinding ondervinden. Ik geloof niet, dat ik ooit een vrouw van het vasteland gekend heb, die iets had, dat op geprikkeldheid leek. Engelsche vrouwen echter, geven zich, als een man maar gewoon vriendelijk is en toont dat hij wat gevoel heeft boven uitsluitend zinnelijke bevrediging, dikwijls over aan de meest wilde genoegens van sexueele opwinding. Natuurlijk is er in dit leven, evenals in andere, scherpe concurrentie, en een vrouw moet, om met haar mededingsters te wedijveren, haar mannelijke vrienden behagen; maar een man van de wereld kan altijd onderscheid maken tusschen echte en gesimuleerde hartstocht”. (Het is echter mogelijk, dat hij het meeste succes zal hebben bij het opwekken van de gevoelens van de vrouwen van zijn eigen land). Aan den anderen kant vindt deze schrijver, dat de buitenlandsche vrouwen er meer op uit zijn in het genoegen van haar tijdelijke metgezellen te voorzien en zich te vergewissen wat hen genoegen geeft. “De buitenlandsche schijnt het tot de hoofdzaak van haar leven te maken de een of andere abnormale wijze van sexueele bevrediging voor haar metgezel te ontdekken”. Voor haar eigen genoegen vragen buitenlandsche prostituées dikwijls omcunnilinctus, liever dan normalencoïtus, terwijl analecoïtusook gewoon is. Het verschil is klaarblijkelijk, dat de Engelsche vrouwen, als zij bevrediging zoeken, die vinden in normalencoïtus, terwijl de buitenlandsche vrouwen meer abnormale methoden prefereeren. Er is echter een klasse van Engelsche prostituées, die deze correspondent als een uitzondering beschouwt op den algemeenen regel: de klasse van haar, die voortgekomen zijn uit de lagere rangen van het tooneel. “Zulke vrouwen zijn gewoonlijk losbandiger—dat is te zeggen, meer bekend met het bizarre in het sexueele—dan meisjes, die uit winkels komen of uit kroegen; zij vertooneneen bekendheid metfellatio, en zelfs van analecoïtus, en gedurende de menstruatie vragen zij dikwijls om inter-mammairecoïtus”.
Een van mijn correspondenten, die veel ondervinding gehad heeft met prostituées, niet alleen in Engeland, maar ook in Duitschland, Frankrijk, België en Holland heeft gevonden, dat de normale uitingen van sexueel gevoel veel meer gewoon zijn onder Engelsche prostituées dan onder die van het vaste land. “Ik zou zeggen”, schrijft hij, “dat bij den normalen coïtus vrouwen van het vaste land gewoonlijk geen sexueele opwinding ondervinden. Ik geloof niet, dat ik ooit een vrouw van het vasteland gekend heb, die iets had, dat op geprikkeldheid leek. Engelsche vrouwen echter, geven zich, als een man maar gewoon vriendelijk is en toont dat hij wat gevoel heeft boven uitsluitend zinnelijke bevrediging, dikwijls over aan de meest wilde genoegens van sexueele opwinding. Natuurlijk is er in dit leven, evenals in andere, scherpe concurrentie, en een vrouw moet, om met haar mededingsters te wedijveren, haar mannelijke vrienden behagen; maar een man van de wereld kan altijd onderscheid maken tusschen echte en gesimuleerde hartstocht”. (Het is echter mogelijk, dat hij het meeste succes zal hebben bij het opwekken van de gevoelens van de vrouwen van zijn eigen land). Aan den anderen kant vindt deze schrijver, dat de buitenlandsche vrouwen er meer op uit zijn in het genoegen van haar tijdelijke metgezellen te voorzien en zich te vergewissen wat hen genoegen geeft. “De buitenlandsche schijnt het tot de hoofdzaak van haar leven te maken de een of andere abnormale wijze van sexueele bevrediging voor haar metgezel te ontdekken”. Voor haar eigen genoegen vragen buitenlandsche prostituées dikwijls omcunnilinctus, liever dan normalencoïtus, terwijl analecoïtusook gewoon is. Het verschil is klaarblijkelijk, dat de Engelsche vrouwen, als zij bevrediging zoeken, die vinden in normalencoïtus, terwijl de buitenlandsche vrouwen meer abnormale methoden prefereeren. Er is echter een klasse van Engelsche prostituées, die deze correspondent als een uitzondering beschouwt op den algemeenen regel: de klasse van haar, die voortgekomen zijn uit de lagere rangen van het tooneel. “Zulke vrouwen zijn gewoonlijk losbandiger—dat is te zeggen, meer bekend met het bizarre in het sexueele—dan meisjes, die uit winkels komen of uit kroegen; zij vertooneneen bekendheid metfellatio, en zelfs van analecoïtus, en gedurende de menstruatie vragen zij dikwijls om inter-mammairecoïtus”.
Over het geheel schijnt het, dat prostituées, hoewel ze haar leven gewoonlijk niet uit beweegredenen van zinnelijkheid kiezen, toch als ze haar loopbaan beginnen of in het eerste deel ervan een tamelijk gewone mate van sexueele impuls bezitten, met variaties in beide richtingen zoowel van exces en tekort, als van perversie. Op een wat later tijd is het nutteloos te trachten de sexueele impuls van prostituées af te meten naar de mate van genoegen, die zij vinden in het beroeps-uitvoeren van sexueelen omgang. Het is noodig zich te vergewissen of zij sexueele instincten hebben, die op andere wijze bevredigd worden. In een groot aantal gevallen vindt men, dat dit zoo is. Masturbatie is vooral onder prostituées uiterst gewoon; hoeveel ze ook voorkomt onder vrouwen, die geen ander middel hebben om sexueele bevrediging te verkrijgen, wordt toch toegegeven, dat ze onder prostituées nog meer voorkomt, ja bijna algemeen78.
Homosexualiteit, hoewel ze niet zoo gewoon is als masturbatie, wordt onder prostituées zeer veel gevonden—in Frankrijk schijnt het, meer dan in Engeland—en men kan wel zeggen, dat ze meer voorkomt onder prostituées dan onder eenige andere klasse van vrouwen. Ze wordt begunstigd door den verkregen tegenzin tegen normalencoïtus, die voortkomt uit beroeps-omgang met mannen, die er toe leidt dat homosexueele verhoudingen door vergelijking met deze beschouwd worden als rein en ideaal. Het schijnt ook wel, dat in een groot aantal gevallen prostituées een aangeboren aanleg tot sexueele inversie hebben en dat zulk een aanleg, te zamen met onverschilligheid voor den omgang met mannen een oorzaak is, die haar voorbeschikt tot het kiezen van het leven van prostituée. Kurella beschouwt prostituées zelfs als een tweede variëteit van personen met aangeboren inversie. Anna Rüling in Duitschland zegt, dat ongeveer twintig percent van de prostituées homosexueel zijn; als haar gevraagd werd wat er haar toe bracht prostituée te worden, antwoordde meer dan eengeïnverteerdevrouw van de straat haar, dat het zuiver een beroeps-zaak was en dat sexueel gevoel buiten kwestie bleef, behalve met een vriendin79.
Het voorkomen van aangeboren inversie onder prostituées—hoewel we prostituées als een klasse niet als noodzakelijk gedegenereerd behoeven te beschouwen—doet de vraag ontstaan of het waarschijnlijk is, dat we een ongewoon groot aantal physieke en andere afwijkingen onder haar vinden. Het kan niet gezegd worden, dat er op dit punt eenstemmigheid van opinie is. Voor sommige autoriteiten zijn prostituées niets anders dan normale, gewone vrouwen van een lagen maatschappelijken rang, zoo inderdaad haar instincten niet eenigszins verheven zijn boven die van de klasse, waarin zij geboren zijn. Andere onderzoekers vinden onder haar een zoo groote proportie van individuen, die afwijken van het normale, dat zij geneigd zijn de prostituées over het algemeen te plaatsen onder de eene of andere abnormale klasse80.
Baumgarten, die meer dan 8000 prostituées gekend heeft,bevond, dat maar een zeer klein deel crimineel is of psychopatisch in temperament of organisatie (Archiv für Kriminal-Anthropologie, deel XI, 1902). Het is echter niet duidelijk, dat Baumgarten eenige nauwkeurige en preciese onderzoekingen deed. Mr. Lane, een Londensch politie-rechter, heeft geconstateerd, als resultaat van zijn eigen opmerkingen, dat prostitutie “tegelijk eensymptoomen een gevolg is van denzelfden gedegenereerden, physieken en decadenten aard, die aanleiding geeft tot het ontstaan van mannelijke landloopers, kleine dieven en bedelaars van beroep en dat de prostituée gewoonlijk het vrouwelijk analogon daarvan is” (Ethnological Journal, April, 1905, p. 41). Deze schatting is zeker juist, wat een groot deel der vrouwen aangaat, die, dikwijls verzwakt door drank, in de zittingen van de politie-rechters verschijnen, maar ze kan wel nauwelijks zonder nadere aanduiding toegepast worden op prostituées in het algemeen.Morasso (Archiviodi Psichiatria, 1896. afl. 1) heeft geprotesteerd tegen een enkel zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées op grond van zijn eigen opmerkingen. Er is, zegt hij, een categorie van prostituées, onbekend aan wetenschappelijke navorschers, die hij noemt die van deProstitute di alto bordo. Onder haar zijn de teekenen van degeneratie zoowel physiek alsmoreel, niet in grooteren getale te vinden, dan onder vrouwen, die niet tot de prostitutie behooren. Zij vertoonen alle soorten van karakters, terwijl sommigen van haar een groote verfijning bezitten; ze worden voornamelijk gekenmerkt door een ongewone mate van sexueele begeerte. Zelfs onder de lagere groep van debassa prostituzionebeweert hij, dat wij een overheerschen vinden van sexueele, zoowel als van professioneele karakters eer dan teekenen van degeneratie. Het is voldoende nog een getuigenis aan te halen, zooals het vele jaren geleden gegeven is door een vrouw van hoog verstand en karakter, Mrs. Craik, de romanschrijfster: “De vrouwen, die vallen, zijn in het geheel niet de slechtste van haar stand”, schreef zij. “Ik heb het hooren bevestigen door meer dan een vrouw—door eene vooral, wier ondervinding even groot was als haar welwillendheid—dat vele van haar behooren onder de beste, meest verfijnde, intelligente, waarheidlievende, en liefhebbende. “Ik weet niet hoe het komt”, zeide zij dan, “of juist haar meerderheid haar ontevreden maakt met haar eigen stand—arbeiders zijn dikwijls zulke ruwe, boersche kerels!—zoodat zij gemakkelijker ten prooi vallen aan mannen, die in stand boven haar zijn: of dat, hoewel deze theorie veel menschen zal stuiten, andere deugden nog kunnen bestaan en bloeien, volkomen afgescheiden van, en na het verlies van dat, wat wij gewend zijn te beschouwen als de onmisbare eerste deugd van onze sekse—kuischheid. Ik kan het niet verklaren; ik kan alleen zeggen, dat het zoo is, dat sommige van mijn meest belovende dorpsmeisjes het eerst in het verderf zijn geloopen; en dat sommige van de beste en trouwste dienstmeisjes, die ik ooit gehad heb, tot schande kwamen, en als ik ze niet te hulp was gekomen en ze op weg had geholpen het kwaad weer goed te maken, ongetwijfeld “gevallen vrouwen” zouden geworden zijn”.”(AWoman’s Thoughts About Women, 1858, p. 291). Verschillende schrijvers hebben den nadruk gelegd op de goede moreele eigenschappen van prostituées. Zoo noemt in Frankrijk Despine eerst haar ondeugden op zooals (1) gulzigheid en drankzucht, (2) leugenachtigheid, (3) opvliegendheid, (4) gebrek aan orde en slordigheid, (5) wispelturigheid, (6) behoefte aan beweging, (7) neiging tot homosexualiteit; en dan gaat hij voort haar goede eigenschappen te specificeeren: haar moederliefde en haar kinderliefde, haar hulpvaardigheid voor elkaar; en haar weigeren elkaar aan te klagen; terwijl zij dikwijls godsdienstig zijn, soms bescheiden en gewoonlijk zeer eerlijk (DespinePsychologie Naturelle, deel III, p. 207et seq.; wat de Siciliaansche prostituées betreftcf.Càllari,Archivio di Psichiatria, afl. IV, 1903). De hulpvaardigheid voor elkaar, die dikwijls in ellende getoond wordt, wordt in hooge mate geneutraliseerd door beroeps-achterdocht en jaloezie.Lombroso meent, dat de basis van de prostitutie gevonden moet worden in moreele onnoozelheid. Als we door moreele onnoozelheid een toestand moeten verstaan die nauw verwant is aan krankzinnigheid, dan is deze bewering dubbelzinnig. Er schijnt geen duidelijke verhouding te zijn tusschen prostitutie en krankzinnigheid, en Tammeo heeft aangetoond (LaProstituzione, p. 76), dat het veelvuldig voorkomen van prostituées in de verschillende Italiaansche provincies in omgekeerde verhouding staat tot het veelvuldig voorkomen van krankzinnigen; naarmate de krankzinnigheid toeneemt, neemt de prostitutie af. Maar als we meenen een mindere mate van moreele achterlijkheid—dat is te zeggen, een stompheid in ontvankelijkheid voor de gewone moreele beschavingsoverwegingen, die, terwijl ze direct voortkomt uit den verhardenden invloed van een ongunstige jeugd-omgeving, ook kan berusten op een aangeboren aanleg—kan er geen twijfel aan zijn of moreele achterlijkheid wordt zeer dikwijls onder prostituées gevonden. Het zou ongetwijfeld aannemelijk zijn te zeggen, dat iedere vrouw, die haar maagdelijkheid geeft in ruil voor een onvoldoende weergave een achterlijke is. Als zij zich geeft uit liefde, heeft zij op zijn slechtst, een dwaze vergissing begaan, zooals jonge enonervarenmenschen ieder oogenblik kunnen begaan. Maar als zij bepaald het plan heeft zich te verkoopen, en als ze dat doet voor niets of voor bijna niets,dan is het een ander geval. De ondervindingen van Commenge in Parijs zijn in dit opzicht leerzaam. “Voor veel jonge meisjes”, schrijft hij,“bestaat er geen schaamtegevoel, zij ondervinden geen gemoedsbeweging als zij zich volkomen ongekleed vertoonen, zij geven zich aan den eersten den besten, waarvan zij niet weten, of zij hem ooit weer zullen zien. Zij hechten geen waarde aan haar maagdelijkheid; zij worden onteerd onder de vreemdste omstandigheden, zonder de minste gedachte aan of zorg over de daad, die zij doen. Nòch eenig gevoel, nòch eenige berekening, drijft haar in de armen van een man. Zij laten zich gaan zonder nadenken en zonder reden, bijna als een dier, uit onverschilligheid en zonder genot”. Hij kende vijf en veertig meisjes tusschen den leeftijd van twaalf en zeventien, die door den eersten den besten onbekende, dien ze nooit terug zagen, onteerd werden; zij verloren haar maagdelijkheid, naar Dumas zegt, zooals zij haar melktanden verloren, en ze konden geen aannemelijke reden opgeven voor haar verlies. Een meisje van vijftien jaar, dat vermeld wordt door Commenge en dat bij haar ouders woonde, die haar alles gaven wat ze noodig had, verloor haar maagdelijkheid, doordat ze toevallig een man ontmoette, die haar twee francs aanbood, als ze met hem mee wilde gaan; ze deed het zonder aarzelen en begon spoedig uit zichzelf mannen aan te spreken. Een meisje van veertien jaar, die ook behagelijk bij haar ouders woonde, gaf haar maagdelijkheid op een kermis voor een glas bier, en begon van toen af zich aan te sluiten bij prostituées. Een ander meisje van denzelfden leeftijd, die op een Kermesse in den draaimolen wilde draaien, bood zich aan, aan den man die de machine bediende, voor het genoegen van eenmaal rond te draaien. Nog een ander meisje van vijftien jaar, op een ander feest, bood haar maagdelijkheid voor hetzelfde tijdelijke genoegen. (Commenge,Prostitution Clandestine, 1897, p. 101et seq.). In de Vereenigde Staten legt Dr. W. Travis Gibb, behandelend geneesheer aan de “New York Society for the Prevention of Cruelty to Children”, dezelfde getuigenis af van het feit, dat in een tamelijk groot deel van gevallen van “verkrachting” het kind het gewillige slachtoffer is. “Het is bepaald aandoenlijk” zegt hij (Medical Record, April 20, 1907), “te bemerken hoe een stuiversstuk of een kwartje voldoende zijn om de deugd van deze kinderen te koopen”.Indien we willen onderzoeken in hoeverre prostituées aangeboren physieke afwijkingen vertoonen, dan is het gelaat de ruwste en meest voor de hand liggende toetssteen, hoewel hij niet de meest preciese is en evenmin de meeste bevrediging geeft. Toen in Frankrijk, ongeveer 1000 prostituées wat haar uiterlijk betrof in vijf groepen verdeeld werden, vond men, dat slechts zeven tot veertien percent tot de eerste groep behoorden, nl. tot de groep van haar, waarvan men zeggen kon, dat ze jeugd en schoonheid bezaten. (Jeannel,De la Prostitution Publique, 1860, p. 168). En Woods Hutchinson, die een uitgebreide bekendheid met Londen, Parijs, Weenen, New York, Philadelphia en Chicago bezit, zegt, dat een mooie of zelfs maar aantrekkelijk-uitziende prostituée zeldzaam is, en dat het gewone schoonheidsniveau lager is dan in eenige andere klasse van vrouwen. “Voor welke andere verkeerdheden”, merkt hij op, “de fatale macht van de schoonheid verantwoordelijk gesteld mag worden, ze heeft niets te maken met prostitutie” (Woods Hutchinson, “The Economics of Prostitution”,American Gynaecological and Obstetric Journal, September, 1895). We moeten natuurlijk altijd in de gedachten houden, dat deze taxaties iets van haar waarde verliezen, doordat ze voornamelijk gebaseerd zijn op het onderzoek van vrouwen, die het duidelijkst tot de klasse der prostituées behooren en reeds door haar beroep ruw zijn geworden.Als we tot de conclusie mogen komen—en over dit feit zal waarschijnlijk niet getwist worden—dat mooie, aangename, en harmonisch gevormde gezichten eer zeldzaam dan gewoon zijn onder prostituées, dan mogen we daarentegen zeggen, dat nauwkeurig onderzoek een groot aantal physieke abnormaliteiten aan den dag zal brengen. Een van de vroegste belangrijke physieke onderzoekingen op prostituées was die van Dr. Pauline Tarnowsky in Rusland(het eerst gepubliceerd inVratchin 1887, en later alsEtudes anthropométriques sur les Prostituées et les Voleuses). Zij onderzocht vijftig prostituées uit Petersburg, die niet langer dan twee jaren in een bordeel gewoond hadden, en ook vijftig boerenvrouwen van zooveel mogelijk denzelfden leeftijd en geestelijke ontwikkeling. Zij vond, dat (1) de prostituée kleiner schedel-middellijn had; (2) dat acht en veertig percent verschillende teekenen vertoonde van physieke degeneratie (onregelmatigen schedel, asymmetrie van het gezicht, afwijkingen in het harde verhemelte, tanden, ooren, enz.). Deze neiging tot afwijkingen onder de prostituées was tot zekere hoogte verklaard, toen er gevonden werd, dat ongeveer vier vijfde van haar, ouders hadden, die aan den drank verslaafd waren, en bijna een vijfde de laatst overlevenden van groote families waren; zulke families zijn dikwijls voortgebracht door gedegenereerde ouders.Het veelvuldig voorkomen van erfelijke degeneratie is ook door Bonhoeffer onder Duitsche prostituées opgemerkt. Hij onderzocht 190 prostituées in de gevangenis in Breslau, die dus tot een meer abnormale klasse behoorden dan gewone prostituées, en hij vond, dat er 102 erfelijk gedegenereerd waren, meest met een of beide ouders dronkaards; 53 vertoonden tevens zwakzinnigheid (Zeitschrift für die Gesamte Strafwissenschaft, Bd. XXXIII, p. 106).Het meest nauwkeurige onderzoek van gewone niet-misdadige prostituées, zoowel anthropologisch als wat het overheerschen van afwijkingen aangaat, is in Italië gedaan, hoewel niet op een voldoend aantal personen om absoluut beslissende resultaten op te leveren. Zoo onderzocht Fornasari zestig prostituées, voornamelijk uit Emilia en Venetië, en ook zeven en twintig andere uit Bologne; de laatste groep werd vergeleken met een derde groep van twintig normale vrouwen uit Bologne (Archivio di Psichiatria, 1892, afl. VI). Er werd bevonden, dat de prostituées van een kleiner type waren dan de normale individuen, met smaller hoofden en grooter gezichten. Zooals de schrijver zelf zegt, waren de personen die hij onderzocht, niet voldoende in aantal om ver strekkende generalisaties te rechtvaardigen, maar het kan toch de moeite waard zijn eenige van zijn resultaten op te sommen. Bij dezelfde grootte vertoonden de prostituées grooter gewicht; bij dezelfden leeftijd waren ze kleiner dan andere vrouwen, niet alleen van de gegoede, maar van de arme klasse: de lengte van het gezicht, de bizygomatische doorsnee (hoewel niet de afstand tusschen de jukbeenderen), de afstand tusschen de kin en de uitwendige ooropening, en de afmeting van de kaak waren alle grooter bij de prostituées; de handen waren, in vergelijking van den palm, langer en breeder dan bij gewone vrouwen; de voet was ook langer bij prostituées, en de dij was, in vergelijking van de kuit grooter. Het is opmerkelijk, dat bij de meeste bijzonderheden, vooral wat de metingen van het hoofd betreft, de variaties onder de prostituées veel grooter waren dan onder de andere vrouwen, die onderzocht werden; dit kan voor een deel, hoewel niet geheel, verklaard worden uit het iets grootere aantal van de eersten.Ook Ardu gaf (in hetzelfde nummer van deArchivio) het resultaat van zijn onderzoekingen (op initiatief van Lombroso verricht) over het veelvoudig voorkomen van abnormaliteiten onder de prostituées. De personen waren vier en zeventig in aantal en behoorden tot deClinica Sifilopaticavan Professor Giovannini in Turijn. De abnormaliteiten, waarnaar onderzoek gedaan werd waren: mannelijke verdeeling van haar in de schaamstreek, op de borst en de ledematen, al te sterke haargroei op het voorhoofd, linkschheid, atrophie van den tepel, en tatoeëeren (dat maar eens gevonden werd). Ardu’s verhandelingen over een andere serie onderzoekingen van vijf en vijftig prostituées door Lombroso, geven tot resultaat, dat mannelijke plaatsing van het haar gevonden wordt bij vijftien percent, tegen zes percent bij gewone vrouwen; eenige mate van hypertrichosis in achttien percent; linkschheid in elf percent (maar bij normale vrouwen wel twaalf percent volgens Gallia); en atrophie van den tepel in twaalf percent.Guiffrida-Ruggeri(Atti della Società Romana di Antropologia, 1897, p. 216),vond bij het onderzoek van acht en twintig prostituées onregelmatigheden in de volgende orde van afnemende frequentie: neiging van de wenkbrauwen elkaar te ontmoeten, gebrek aan symmetrie van het hoofd, druk aan den wortel van den neus, onvoldoende ontwikkeling van de kuiten, hypertrichosis en andere afwijkingen van haar, vooruitstekend jukbeen, vooruitspringend voorhoofd en abnormale inplanting van de tanden, Darwinsche oor-tuberkel, dunne verticale lippen. Deze kenteekenen zijn ieder afzonderlijk van weinig of geen belang, hoewel ze te samen niet zonder beteekenis zijn als een aanwijzing van algemeene afwijking.Later komt Ascarilla, in een uitgebreide studie (Archivio di Psichiatria, 1906, afl. VI, p. 812), over de vingerafdrukken van prostituées tot de conclusie, dat zelfs in dit opzicht prostituées eenigermate een klasse vormen, die morphologische inferieuriteit vertoont met normale vrouwen. De modellen vertoonen ongewone eenvoudigheid en gelijkvormigheid en de beteekenis hiervan wordt aangetoond door het feit, dat een zelfde gelijkvormigheid vertoond wordt door de vingerafdrukken van krankzinnigen en doofstommen (De Sanctis en Toscano,Atti Società Romana Antropologia, deel VIII, 1901, afl. II.)In Chicago heeft Dr. Harriet Alexander, te zamen met Dr. E. S. Talbot en Dr. J. G. Kiernan in het Bridewell of verbeteringshuis dertig prostituées onderzocht; alleen de “domme” klasse van beroepsprostituées komen in deze instelling, en het kan daarom geen verwondering wekken dat zij meer bepaalde teekenen van degeneratie vertoonden. In ras waren bijna de helft van degenen die onderzocht werden Keltisch Iersch. Bij zestien waren de zygomatische processen ongelijk en zeer in het oog springend. Andere asymmetrieën van het gezicht waren gewoon. In drie gevallen waren de hoofden van Mongoolsch type; zestien waren epignatisch, en elf prognatisch; vijf vertoonden remming van den groei van het gezicht. Brachycephalie was overheerschend (zeventien gevallen); de rest was mesaticephalitisch; geen was dolichocephalitisch. Abnormaliteiten in den vorm van den schedel waren er vele, en vijf en twintig hadden verkeerd gevormde ooren. Vier waren beslist krankzinnig, en een was een epileptica (H. C. Alexander, “Physical Abnormalities in Prostitutes”,Chicago Academy ofMedicine, April 1893; E. S. Talbot,Degeneracy, p. 320;Id.,Irregularities of the Teeth, vierde uitgave, p. 141).
Baumgarten, die meer dan 8000 prostituées gekend heeft,bevond, dat maar een zeer klein deel crimineel is of psychopatisch in temperament of organisatie (Archiv für Kriminal-Anthropologie, deel XI, 1902). Het is echter niet duidelijk, dat Baumgarten eenige nauwkeurige en preciese onderzoekingen deed. Mr. Lane, een Londensch politie-rechter, heeft geconstateerd, als resultaat van zijn eigen opmerkingen, dat prostitutie “tegelijk eensymptoomen een gevolg is van denzelfden gedegenereerden, physieken en decadenten aard, die aanleiding geeft tot het ontstaan van mannelijke landloopers, kleine dieven en bedelaars van beroep en dat de prostituée gewoonlijk het vrouwelijk analogon daarvan is” (Ethnological Journal, April, 1905, p. 41). Deze schatting is zeker juist, wat een groot deel der vrouwen aangaat, die, dikwijls verzwakt door drank, in de zittingen van de politie-rechters verschijnen, maar ze kan wel nauwelijks zonder nadere aanduiding toegepast worden op prostituées in het algemeen.
Morasso (Archiviodi Psichiatria, 1896. afl. 1) heeft geprotesteerd tegen een enkel zuiver degeneratieve beschouwing van de prostituées op grond van zijn eigen opmerkingen. Er is, zegt hij, een categorie van prostituées, onbekend aan wetenschappelijke navorschers, die hij noemt die van deProstitute di alto bordo. Onder haar zijn de teekenen van degeneratie zoowel physiek alsmoreel, niet in grooteren getale te vinden, dan onder vrouwen, die niet tot de prostitutie behooren. Zij vertoonen alle soorten van karakters, terwijl sommigen van haar een groote verfijning bezitten; ze worden voornamelijk gekenmerkt door een ongewone mate van sexueele begeerte. Zelfs onder de lagere groep van debassa prostituzionebeweert hij, dat wij een overheerschen vinden van sexueele, zoowel als van professioneele karakters eer dan teekenen van degeneratie. Het is voldoende nog een getuigenis aan te halen, zooals het vele jaren geleden gegeven is door een vrouw van hoog verstand en karakter, Mrs. Craik, de romanschrijfster: “De vrouwen, die vallen, zijn in het geheel niet de slechtste van haar stand”, schreef zij. “Ik heb het hooren bevestigen door meer dan een vrouw—door eene vooral, wier ondervinding even groot was als haar welwillendheid—dat vele van haar behooren onder de beste, meest verfijnde, intelligente, waarheidlievende, en liefhebbende. “Ik weet niet hoe het komt”, zeide zij dan, “of juist haar meerderheid haar ontevreden maakt met haar eigen stand—arbeiders zijn dikwijls zulke ruwe, boersche kerels!—zoodat zij gemakkelijker ten prooi vallen aan mannen, die in stand boven haar zijn: of dat, hoewel deze theorie veel menschen zal stuiten, andere deugden nog kunnen bestaan en bloeien, volkomen afgescheiden van, en na het verlies van dat, wat wij gewend zijn te beschouwen als de onmisbare eerste deugd van onze sekse—kuischheid. Ik kan het niet verklaren; ik kan alleen zeggen, dat het zoo is, dat sommige van mijn meest belovende dorpsmeisjes het eerst in het verderf zijn geloopen; en dat sommige van de beste en trouwste dienstmeisjes, die ik ooit gehad heb, tot schande kwamen, en als ik ze niet te hulp was gekomen en ze op weg had geholpen het kwaad weer goed te maken, ongetwijfeld “gevallen vrouwen” zouden geworden zijn”.”(AWoman’s Thoughts About Women, 1858, p. 291). Verschillende schrijvers hebben den nadruk gelegd op de goede moreele eigenschappen van prostituées. Zoo noemt in Frankrijk Despine eerst haar ondeugden op zooals (1) gulzigheid en drankzucht, (2) leugenachtigheid, (3) opvliegendheid, (4) gebrek aan orde en slordigheid, (5) wispelturigheid, (6) behoefte aan beweging, (7) neiging tot homosexualiteit; en dan gaat hij voort haar goede eigenschappen te specificeeren: haar moederliefde en haar kinderliefde, haar hulpvaardigheid voor elkaar; en haar weigeren elkaar aan te klagen; terwijl zij dikwijls godsdienstig zijn, soms bescheiden en gewoonlijk zeer eerlijk (DespinePsychologie Naturelle, deel III, p. 207et seq.; wat de Siciliaansche prostituées betreftcf.Càllari,Archivio di Psichiatria, afl. IV, 1903). De hulpvaardigheid voor elkaar, die dikwijls in ellende getoond wordt, wordt in hooge mate geneutraliseerd door beroeps-achterdocht en jaloezie.
Lombroso meent, dat de basis van de prostitutie gevonden moet worden in moreele onnoozelheid. Als we door moreele onnoozelheid een toestand moeten verstaan die nauw verwant is aan krankzinnigheid, dan is deze bewering dubbelzinnig. Er schijnt geen duidelijke verhouding te zijn tusschen prostitutie en krankzinnigheid, en Tammeo heeft aangetoond (LaProstituzione, p. 76), dat het veelvuldig voorkomen van prostituées in de verschillende Italiaansche provincies in omgekeerde verhouding staat tot het veelvuldig voorkomen van krankzinnigen; naarmate de krankzinnigheid toeneemt, neemt de prostitutie af. Maar als we meenen een mindere mate van moreele achterlijkheid—dat is te zeggen, een stompheid in ontvankelijkheid voor de gewone moreele beschavingsoverwegingen, die, terwijl ze direct voortkomt uit den verhardenden invloed van een ongunstige jeugd-omgeving, ook kan berusten op een aangeboren aanleg—kan er geen twijfel aan zijn of moreele achterlijkheid wordt zeer dikwijls onder prostituées gevonden. Het zou ongetwijfeld aannemelijk zijn te zeggen, dat iedere vrouw, die haar maagdelijkheid geeft in ruil voor een onvoldoende weergave een achterlijke is. Als zij zich geeft uit liefde, heeft zij op zijn slechtst, een dwaze vergissing begaan, zooals jonge enonervarenmenschen ieder oogenblik kunnen begaan. Maar als zij bepaald het plan heeft zich te verkoopen, en als ze dat doet voor niets of voor bijna niets,dan is het een ander geval. De ondervindingen van Commenge in Parijs zijn in dit opzicht leerzaam. “Voor veel jonge meisjes”, schrijft hij,“bestaat er geen schaamtegevoel, zij ondervinden geen gemoedsbeweging als zij zich volkomen ongekleed vertoonen, zij geven zich aan den eersten den besten, waarvan zij niet weten, of zij hem ooit weer zullen zien. Zij hechten geen waarde aan haar maagdelijkheid; zij worden onteerd onder de vreemdste omstandigheden, zonder de minste gedachte aan of zorg over de daad, die zij doen. Nòch eenig gevoel, nòch eenige berekening, drijft haar in de armen van een man. Zij laten zich gaan zonder nadenken en zonder reden, bijna als een dier, uit onverschilligheid en zonder genot”. Hij kende vijf en veertig meisjes tusschen den leeftijd van twaalf en zeventien, die door den eersten den besten onbekende, dien ze nooit terug zagen, onteerd werden; zij verloren haar maagdelijkheid, naar Dumas zegt, zooals zij haar melktanden verloren, en ze konden geen aannemelijke reden opgeven voor haar verlies. Een meisje van vijftien jaar, dat vermeld wordt door Commenge en dat bij haar ouders woonde, die haar alles gaven wat ze noodig had, verloor haar maagdelijkheid, doordat ze toevallig een man ontmoette, die haar twee francs aanbood, als ze met hem mee wilde gaan; ze deed het zonder aarzelen en begon spoedig uit zichzelf mannen aan te spreken. Een meisje van veertien jaar, die ook behagelijk bij haar ouders woonde, gaf haar maagdelijkheid op een kermis voor een glas bier, en begon van toen af zich aan te sluiten bij prostituées. Een ander meisje van denzelfden leeftijd, die op een Kermesse in den draaimolen wilde draaien, bood zich aan, aan den man die de machine bediende, voor het genoegen van eenmaal rond te draaien. Nog een ander meisje van vijftien jaar, op een ander feest, bood haar maagdelijkheid voor hetzelfde tijdelijke genoegen. (Commenge,Prostitution Clandestine, 1897, p. 101et seq.). In de Vereenigde Staten legt Dr. W. Travis Gibb, behandelend geneesheer aan de “New York Society for the Prevention of Cruelty to Children”, dezelfde getuigenis af van het feit, dat in een tamelijk groot deel van gevallen van “verkrachting” het kind het gewillige slachtoffer is. “Het is bepaald aandoenlijk” zegt hij (Medical Record, April 20, 1907), “te bemerken hoe een stuiversstuk of een kwartje voldoende zijn om de deugd van deze kinderen te koopen”.
Indien we willen onderzoeken in hoeverre prostituées aangeboren physieke afwijkingen vertoonen, dan is het gelaat de ruwste en meest voor de hand liggende toetssteen, hoewel hij niet de meest preciese is en evenmin de meeste bevrediging geeft. Toen in Frankrijk, ongeveer 1000 prostituées wat haar uiterlijk betrof in vijf groepen verdeeld werden, vond men, dat slechts zeven tot veertien percent tot de eerste groep behoorden, nl. tot de groep van haar, waarvan men zeggen kon, dat ze jeugd en schoonheid bezaten. (Jeannel,De la Prostitution Publique, 1860, p. 168). En Woods Hutchinson, die een uitgebreide bekendheid met Londen, Parijs, Weenen, New York, Philadelphia en Chicago bezit, zegt, dat een mooie of zelfs maar aantrekkelijk-uitziende prostituée zeldzaam is, en dat het gewone schoonheidsniveau lager is dan in eenige andere klasse van vrouwen. “Voor welke andere verkeerdheden”, merkt hij op, “de fatale macht van de schoonheid verantwoordelijk gesteld mag worden, ze heeft niets te maken met prostitutie” (Woods Hutchinson, “The Economics of Prostitution”,American Gynaecological and Obstetric Journal, September, 1895). We moeten natuurlijk altijd in de gedachten houden, dat deze taxaties iets van haar waarde verliezen, doordat ze voornamelijk gebaseerd zijn op het onderzoek van vrouwen, die het duidelijkst tot de klasse der prostituées behooren en reeds door haar beroep ruw zijn geworden.
Als we tot de conclusie mogen komen—en over dit feit zal waarschijnlijk niet getwist worden—dat mooie, aangename, en harmonisch gevormde gezichten eer zeldzaam dan gewoon zijn onder prostituées, dan mogen we daarentegen zeggen, dat nauwkeurig onderzoek een groot aantal physieke abnormaliteiten aan den dag zal brengen. Een van de vroegste belangrijke physieke onderzoekingen op prostituées was die van Dr. Pauline Tarnowsky in Rusland(het eerst gepubliceerd inVratchin 1887, en later alsEtudes anthropométriques sur les Prostituées et les Voleuses). Zij onderzocht vijftig prostituées uit Petersburg, die niet langer dan twee jaren in een bordeel gewoond hadden, en ook vijftig boerenvrouwen van zooveel mogelijk denzelfden leeftijd en geestelijke ontwikkeling. Zij vond, dat (1) de prostituée kleiner schedel-middellijn had; (2) dat acht en veertig percent verschillende teekenen vertoonde van physieke degeneratie (onregelmatigen schedel, asymmetrie van het gezicht, afwijkingen in het harde verhemelte, tanden, ooren, enz.). Deze neiging tot afwijkingen onder de prostituées was tot zekere hoogte verklaard, toen er gevonden werd, dat ongeveer vier vijfde van haar, ouders hadden, die aan den drank verslaafd waren, en bijna een vijfde de laatst overlevenden van groote families waren; zulke families zijn dikwijls voortgebracht door gedegenereerde ouders.
Het veelvuldig voorkomen van erfelijke degeneratie is ook door Bonhoeffer onder Duitsche prostituées opgemerkt. Hij onderzocht 190 prostituées in de gevangenis in Breslau, die dus tot een meer abnormale klasse behoorden dan gewone prostituées, en hij vond, dat er 102 erfelijk gedegenereerd waren, meest met een of beide ouders dronkaards; 53 vertoonden tevens zwakzinnigheid (Zeitschrift für die Gesamte Strafwissenschaft, Bd. XXXIII, p. 106).
Het meest nauwkeurige onderzoek van gewone niet-misdadige prostituées, zoowel anthropologisch als wat het overheerschen van afwijkingen aangaat, is in Italië gedaan, hoewel niet op een voldoend aantal personen om absoluut beslissende resultaten op te leveren. Zoo onderzocht Fornasari zestig prostituées, voornamelijk uit Emilia en Venetië, en ook zeven en twintig andere uit Bologne; de laatste groep werd vergeleken met een derde groep van twintig normale vrouwen uit Bologne (Archivio di Psichiatria, 1892, afl. VI). Er werd bevonden, dat de prostituées van een kleiner type waren dan de normale individuen, met smaller hoofden en grooter gezichten. Zooals de schrijver zelf zegt, waren de personen die hij onderzocht, niet voldoende in aantal om ver strekkende generalisaties te rechtvaardigen, maar het kan toch de moeite waard zijn eenige van zijn resultaten op te sommen. Bij dezelfde grootte vertoonden de prostituées grooter gewicht; bij dezelfden leeftijd waren ze kleiner dan andere vrouwen, niet alleen van de gegoede, maar van de arme klasse: de lengte van het gezicht, de bizygomatische doorsnee (hoewel niet de afstand tusschen de jukbeenderen), de afstand tusschen de kin en de uitwendige ooropening, en de afmeting van de kaak waren alle grooter bij de prostituées; de handen waren, in vergelijking van den palm, langer en breeder dan bij gewone vrouwen; de voet was ook langer bij prostituées, en de dij was, in vergelijking van de kuit grooter. Het is opmerkelijk, dat bij de meeste bijzonderheden, vooral wat de metingen van het hoofd betreft, de variaties onder de prostituées veel grooter waren dan onder de andere vrouwen, die onderzocht werden; dit kan voor een deel, hoewel niet geheel, verklaard worden uit het iets grootere aantal van de eersten.
Ook Ardu gaf (in hetzelfde nummer van deArchivio) het resultaat van zijn onderzoekingen (op initiatief van Lombroso verricht) over het veelvoudig voorkomen van abnormaliteiten onder de prostituées. De personen waren vier en zeventig in aantal en behoorden tot deClinica Sifilopaticavan Professor Giovannini in Turijn. De abnormaliteiten, waarnaar onderzoek gedaan werd waren: mannelijke verdeeling van haar in de schaamstreek, op de borst en de ledematen, al te sterke haargroei op het voorhoofd, linkschheid, atrophie van den tepel, en tatoeëeren (dat maar eens gevonden werd). Ardu’s verhandelingen over een andere serie onderzoekingen van vijf en vijftig prostituées door Lombroso, geven tot resultaat, dat mannelijke plaatsing van het haar gevonden wordt bij vijftien percent, tegen zes percent bij gewone vrouwen; eenige mate van hypertrichosis in achttien percent; linkschheid in elf percent (maar bij normale vrouwen wel twaalf percent volgens Gallia); en atrophie van den tepel in twaalf percent.
Guiffrida-Ruggeri(Atti della Società Romana di Antropologia, 1897, p. 216),vond bij het onderzoek van acht en twintig prostituées onregelmatigheden in de volgende orde van afnemende frequentie: neiging van de wenkbrauwen elkaar te ontmoeten, gebrek aan symmetrie van het hoofd, druk aan den wortel van den neus, onvoldoende ontwikkeling van de kuiten, hypertrichosis en andere afwijkingen van haar, vooruitstekend jukbeen, vooruitspringend voorhoofd en abnormale inplanting van de tanden, Darwinsche oor-tuberkel, dunne verticale lippen. Deze kenteekenen zijn ieder afzonderlijk van weinig of geen belang, hoewel ze te samen niet zonder beteekenis zijn als een aanwijzing van algemeene afwijking.
Later komt Ascarilla, in een uitgebreide studie (Archivio di Psichiatria, 1906, afl. VI, p. 812), over de vingerafdrukken van prostituées tot de conclusie, dat zelfs in dit opzicht prostituées eenigermate een klasse vormen, die morphologische inferieuriteit vertoont met normale vrouwen. De modellen vertoonen ongewone eenvoudigheid en gelijkvormigheid en de beteekenis hiervan wordt aangetoond door het feit, dat een zelfde gelijkvormigheid vertoond wordt door de vingerafdrukken van krankzinnigen en doofstommen (De Sanctis en Toscano,Atti Società Romana Antropologia, deel VIII, 1901, afl. II.)
In Chicago heeft Dr. Harriet Alexander, te zamen met Dr. E. S. Talbot en Dr. J. G. Kiernan in het Bridewell of verbeteringshuis dertig prostituées onderzocht; alleen de “domme” klasse van beroepsprostituées komen in deze instelling, en het kan daarom geen verwondering wekken dat zij meer bepaalde teekenen van degeneratie vertoonden. In ras waren bijna de helft van degenen die onderzocht werden Keltisch Iersch. Bij zestien waren de zygomatische processen ongelijk en zeer in het oog springend. Andere asymmetrieën van het gezicht waren gewoon. In drie gevallen waren de hoofden van Mongoolsch type; zestien waren epignatisch, en elf prognatisch; vijf vertoonden remming van den groei van het gezicht. Brachycephalie was overheerschend (zeventien gevallen); de rest was mesaticephalitisch; geen was dolichocephalitisch. Abnormaliteiten in den vorm van den schedel waren er vele, en vijf en twintig hadden verkeerd gevormde ooren. Vier waren beslist krankzinnig, en een was een epileptica (H. C. Alexander, “Physical Abnormalities in Prostitutes”,Chicago Academy ofMedicine, April 1893; E. S. Talbot,Degeneracy, p. 320;Id.,Irregularities of the Teeth, vierde uitgave, p. 141).
Het schijnt over het geheel wel, voor zoover het bewijsmateriaal op het oogenblik strekt, dat prostituées niet volkomen normale vertegenwoordigsters zijn van den stand, waarin zij geboren zijn. Er is een keuze-proces geweest van individuen, die door haar aangeboren eigenschappen afwijken van het normale gemiddelde, en die dus in lichte mate ongeschikt zijn voor het normale leven81. De psychische eigenaardigheden, die met zulk een afwijking samengaan, zijn niet altijd bepaald ongunstig; het licht neurotische meisje van lagen stand—dat niet houdt van hard werken, uit geringe energie, en dat misschien gulzig is en zelfzuchtig—kan zelfs een verfijning boven haar stand schijnen te bezitten. Terwijl er echter onder prostituées een neiging tot afwijking is, moet het duidelijk erkend worden, dat die neiging gering is zoolang wij de geheele klasse van prostituées onpartijdig beschouwen. Die navorschers, die tot de conclusie zijn gekomen dat prostituées een zeer gedegenereerde en abnormale klasse zijn, hebben alleen maarspeciale groepen van prostituées geobserveerd, meer speciaal degenen, die dikwijls in de gevangenis gevonden worden. Het is onmogelijk een juist denkbeeld te vormen van prostituées als we ze alleen in de gevangenis bestudeeren, evenmin als het mogelijk zou zijn een juist denkbeeld te vormen van dominees, dokters of advocaten door ze alleen in de gevangenis te bestudeeren; dit blijft waar, al komt een veel grooter deel der prostituées dan van de leden der meer geachte beroepen in de gevangenis; dat feit verklaart ongetwijfeld voor een deel de grootere abnormaliteit van prostituées.
We moeten natuurlijk in de herinnering houden dat de speciale levensvoorwaarden van prostituées er toe leiden het optreden van bepaalde beroeps-eigenaardigheden te veroorzaken, die volkomen kunstmatig verkregen zijn en niet aangeboren. Zoo kunnen we verklaren de geleidelijke wijziging van de vrouwelijke secundaire en tertiaire sexueele eigenaardigheden, en het optreden van mannelijke eigenaardigheden, zooals de veel voorkomende diepe stem, enz.82. Maar als we voldoende rekening houden met deze kunstmatig verkregen eigenaardigheden, blijft het toch waar, dat de vergelijking der uitkomsten van de verschillende onderzoekingen die tot dusverre gedaan zijn, mogen ze dan niet geheel overtuigend zijn, er toch op schijnen te wijzen dat, zelfs afgezonderd van het overheerschen van kunstmatig verkregen afwijkingen, de beroepskeuze, die individuen afzondert van de algemeene bevolking van een zelfde maatschappelijke klasse, die anthropometrische eigenaardigheden hebben; deze varieeren, maar behooren toch tot dezelfde soort. De gedane waarnemingen schijnen aan te duiden, dat prostituées over het algemeen niet in gewicht boven het middelmatige zijn, niet in gestalte; dat ze korter armen hebben, hoewel de handen langer zijn (dit is zoowel in Italië als in Rusland gevonden); zij hebben dunner enkels en zwaarder kuiten en betrekkelijk nog zwaarder dijen. De geraamde schedelinhoud, de omtrek en de doorsnede van den schedel zijn eenigszins beneden het middelmatige, niet alleen wanneer ze vergeleken worden met respectabele vrouwen, maar ook in vergelijking van misdadigsters; er is een neiging tot brachycephalie (in Italië en Rusland beide); de wangbeenderen springen gewoonlijk vooruit en de kaken zijn ontwikkeld; het haar is donkerder dan bij respectabele vrouwen, hoewel niet zoo donker als bij dieveggen; het is gewoonlijk overvloedig, niet alleen op het hoofd maar ook op de schaamdeelen en elders; men heeft bevonden, dat de oogen bepaald donkerder waren dan die van hetzij respectabele vrouwen, hetzij misdadigsters83.